Verdachten (in strafzaken)

Cyprus

Inhoud aangereikt door
Cyprus

A. Waar vindt het proces plaats?

Als het gaat om een of meer strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van minder dan vijf jaar staat, vindt het proces plaats in de districtsrechtbank (Eparchiakó Dikastírio) (één rechter). Met de schriftelijke toestemming van de procureur-generaal (Genikós Eisaggeléas) kan de districtsrechtbank echter ook oordelen over strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar staat.

Als op een strafbaar feit een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar staat, wordt het proces gevoerd in de assisenrechtbank (Kakourgiodikeío) (drie rechters).

B. Kan de tenlastelegging worden gewijzigd? Zo ja, welk recht op informatie heb ik in dat opzicht?

De tenlastelegging kan bij aanvang van het proces of tijdens het proces worden gewijzigd. In de artikelen 83, 84 en 85 van het wetboek van strafvordering (hoofdstuk 155) wordt beschreven hoe de tenlastelegging kan worden gewijzigd en wat de rechten van de beschuldigde zijn.

83.-1) Wanneer, tijdens enig moment gedurende het proces, de rechtbank van oordeel is dat de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging, qua inhoud of qua vorm, ontoereikend is, kan de rechtbank bevelen een dergelijke tenlastelegging te wijzigen door deze aan te passen, te vervangen of er een nieuwe beschuldiging aan toe te voegen, al naargelang wat de rechtbank nodig acht om de feiten van de zaak adequaat weer te geven.

2) Wanneer de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging op deze manier wordt gewijzigd, wordt het bevel tot wijziging op de tenlastelegging vermeld en wordt de tenlastelegging voor de betrokken procedure gebruikt alsof deze in de gewijzigde vorm is ingediend.

84.-1) Wanneer de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging volgens artikel 83 wordt gewijzigd, verzoekt de rechtbank de beschuldigde zijn verweer te voeren en te verklaren of hij er gereed voor is op basis van een dergelijke gewijzigde tenlastelegging te worden geoordeeld.

2) Indien de beschuldigde verklaart dat hij niet gereed is, onderzoekt de rechtbank de aangevoerde redenen daarvoor en indien zij oordeelt dat de onmiddellijke voortzetting van de procedure geen nadelige gevolgen voor het verweer van de beschuldigde of voor de behandeling van de zaak door de openbare aanklager heeft, kan de rechtbank het proces voortzetten alsof de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging de oorspronkelijke tenlastelegging vormt.

3) Indien de gewijzigde tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging van zodanige aard is dat de onmiddellijke voortzetting van de procedure volgens de rechtbank nadelige gevolgen voor de beschuldigde of de openbare aanklager kan hebben, kan de rechtbank een nieuw proces bevelen of het proces voor een door haar passend geachte termijn uitstellen.

4) Wanneer de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging na aanvang van het proces wordt gewijzigd, kan het reeds tijdens het proces afgelegde getuigenis zonder nieuwe rechtszitting worden gebruikt; de partijen mogen dan echter een getuige die reeds is verhoord, terugroepen of opnieuw oproepen om hem, wat betreft de wijziging in kwestie, aan een verhoor of kruisverhoor te onderwerpen.

85.-1) Indien slechts een deel van de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging bewezen is en het bewezen deel een strafbaar feit vormt, kan de beschuldigde, zonder wijziging van deze tenlastelegging, worden veroordeeld voor het strafbare feit waarvan is bewezen dat hij het heeft gepleegd.

2) Indien een persoon van een strafbaar feit wordt beschuldigd, kan hij, zonder wijziging van de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging, worden veroordeeld voor een poging om het strafbare feit in kwestie te plegen.

3) Indien is bewezen dat een persoon een handeling heeft verricht met als doel het strafbare feit te plegen waarvan hij wordt beschuldigd, en indien een met een dergelijk oogmerk verrichte handeling een strafbaar feit vormt, kan deze persoon, zelfs indien hij niet van bovengenoemd strafbaar feit wordt beschuldigd, worden veroordeeld, zonder wijziging van de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging.

4) Indien na afloop van het proces de rechtbank oordeelt dat via een getuigenis is bewezen dat de beschuldigde een of meer strafbare feiten heeft gepleegd die niet in de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging voorkomen waarvoor hij niet kan worden veroordeeld zonder de tenlastelegging te wijzigen, en waarvoor hij geen hogere straf opgelegd zou kunnen krijgen dan voor de in de tenlastelegging vermelde strafbare feiten, en indien dat geen nadelige gevolgen voor het verweer van de beschuldigde zou hebben, kan de rechtbank bevelen aan de tenlastelegging of de bij de assisenrechtbank geregistreerde tenlastelegging een of meer beschuldigingen tegen de beschuldigde toe te voegen vanwege het strafbare feit of de strafbare feiten in kwestie, en de rechtbank zal daarover uitspraak doen alsof deze beschuldiging(en) deel uitmaakt/uitmaken van de oorspronkelijke tenlastelegging.

C. Welke rechten heb ik tijdens de rechtszittingen?

i. Ben ik verplicht om in de rechtbank aanwezig te zijn? Onder welke voorwaarden is het toegestaan dat ik niet ter zitting verschijn?

Het recht van een beschuldigde om zijn proces bij te wonen, wordt gewaarborgd door de bepalingen van de artikelen 12 en 30 van de grondwet en artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. De beschuldigde is verplicht zijn proces bij te wonen, met uitzondering van de gevallen als vermeld in artikel 45, lid 1, en artikel 63, lid 3, van het wetboek van strafvordering (hoofdstuk 155).

Artikel 45, lid 1

Een rechter of, voor categorieën strafbare feiten die de president van de districtsrechtbank via een algemene beschikking heeft vastgesteld, een griffier, kan door middel van een speciale beschikking in de dagvaarding de beschuldigde ontheffen van de verplichting om in persoon te verschijnen; en

a) hem toestaan zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen, in welk geval de beschuldigde op die manier kan verschijnen en op de tenlastelegging kan antwoorden.

Wanneer de beschuldigde uitsluitend in zijn hoedanigheid van bestuurder of secretaris van een bedrijf en niet persoonlijk van een strafbaar feit wordt beschuldigd, hoeft hij niet in persoon voor de rechter te verschijnen om op de tenlastelegging te antwoorden of tijdens enige andere fase van de zaak behalve de terechtzitting, maar mag hij zich door een advocaat laten vertegenwoordigen;

b) hem toestaan, indien hij schuld bekent, dit antwoord aan de rechtbank te richten, naar behoren gewaarmerkt en met het stempel van een griffier, sergeant, politieagent of politiefunctionaris met een hogere rang krachtens de politiewet, een certificerende ambtenaar krachtens de wet op de certificerende ambtenaren, een advocaat krachtens de wet op de advocaten die hiertoe zijn persoonlijk stempel gebruikt waarop duidelijk zijn achternaam, voornaam en adres te lezen zijn, of van het hoofd van een gemeenschap, samen met de oproep waarop antwoord is gegeven, in welk geval het antwoord met het oog op de procedure als schuldbekentenis wordt beschouwd.

63.-1) De beschuldigde heeft het recht het gehele proces in de rechtbank aanwezig te zijn, indien hij zich goed gedraagt.

2) Indien de beschuldigde zich niet goed gedraagt, kan de rechtbank naar believen bevelen dat hij uit de rechtszaal wordt verwijderd en in hechtenis blijft, en het proces in zijn afwezigheid voortzetten; daarbij neemt zij

de maatregelen die zij nodig acht om hem op de hoogte te brengen van wat er tijdens het proces is besproken en om hem in staat te stellen zijn verweer voor te bereiden.

3) De rechtbank kan, indien zij dat passend acht, toestaan dat de beschuldigde tijdens het gehele proces of een deel daarvan niet in de rechtbank aanwezig is, onder de voorwaarden die zij geschikt acht.

In de jurisprudentie wordt erkend dat het proces in afwezigheid van de beschuldigde kan plaatsvinden als dat in het belang van een goede rechtsbedeling is.

ii. Heb ik het recht om te worden bijgestaan door een tolk en om vertalingen te ontvangen?

Het recht op vertolking wordt gegarandeerd door de grondwet en door de wet van 2014 inzake het recht op vertolking en vertaling in het kader van strafprocedures (18(I)2014). Tevens wordt het recht op vertolking vermeld in artikel 65 van het wetboek van strafvordering (hoofdstuk 155).

In artikel 12, lid 5, punten a) en e), van de grondwet staat het volgende:

Een persoon die van een strafbaar feit wordt beschuldigd, heeft ten minste de volgende rechten:

a) direct, in een taal die hij begrijpt en in detail op de hoogte te worden gebracht van de aard en de gronden van de tenlastelegging;

e) zich gratis te laten bijstaan door een tolk indien hij de taal die in de rechtbank wordt gesproken, niet begrijpt of spreekt.

In artikel 30, lid 3, van de grondwet staat dat elke persoon zich gratis kan laten bijstaan door een tolk indien hij de taal die in de rechtbank wordt gesproken, niet begrijpt of spreekt.

In de wet van 2014 inzake het recht op vertolking en vertaling in het kader van strafprocedures (18(I)2014) staat het volgende:

Recht op vertolking

4.-1) De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat een verdachte of beschuldigde die de taal van de strafprocedure niet spreekt en/of begrijpt, onverwijld door een tolk wordt bijgestaan tijdens de strafprocedure voor onderzoeks- en gerechtelijke autoriteiten, onder meer tijdens politieverhoren, alle zittingen van het gerecht en alle noodzakelijke tussentijdse zittingen.

2) De rechterlijke instantie die bevoegd is een Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen, stelt overeenkomstig artikel 11 van de wet inzake het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie, onverwijld een tolk ter beschikking aan de gezochte persoon die de taal waarin de procedure in kwestie wordt gevoerd, niet spreekt en/of begrijpt.

3) Wanneer dat nodig is om een eerlijk proces te waarborgen, stelt de bevoegde autoriteit een tolk ter beschikking voor de communicatie tussen enerzijds de verdachte, beschuldigde en/of gezochte persoon en anderzijds zijn advocaat, wanneer dit rechtstreeks verband houdt met een verhoor en/of een zitting tijdens de strafprocedure en/of de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel en/of het instellen van hoger beroep en/of andere procedurele vereisten, met inbegrip van het verzoek om vrijlating op borgtocht.

4) De in dit artikel bedoelde vertolking -

a) wordt ter beschikking gesteld in de moedertaal van de verdachte, beschuldigde of gezochte persoon of in een andere taal die hij spreekt en/of begrijpt; en

b) omvat verdere passende bijstand, zoals het gebruik van gebarentaal, indien het een verdachte, beschuldigde of gezochte persoon met gehoor- en/of spraakproblemen betreft.

5) De bevoegde autoriteit gaat via elk middel dat zij geschikt acht na of de verdachte, beschuldigde of gezochte persoon de taal van de strafprocedure of van de procedure voor de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel spreekt en begrijpt en of deze persoon behoefte heeft aan een tolk.

6) De in dit artikel bedoelde vertolking is van zodanige kwaliteit dat een eerlijk proces is gewaarborgd, met name door ervoor te zorgen dat de verdachte, beschuldigde of gezochte persoon begrijpt waar de zaak tegen hem over gaat zodat hij zijn recht op verweer kan uitoefenen. Hiertoe schenkt de bevoegde autoriteit speciale aandacht aan de specifieke kenmerken van de communicatie met behulp van een tolk.

7) Indien nodig kan de bevoegde autoriteit voor vertolking zorgen door middel van communicatietechnologieën, zoals videoconferentie, telefoon en/of internet, mits de persoonlijke aanwezigheid van de tolk niet is vereist om de procedure eerlijk te laten verlopen.

8) Om de bepalingen van lid 5 beter te kunnen toepassen, kan er regelgeving worden opgesteld voor de procedure of het mechanisme waarmee kan worden nagegaan of de verdachte, beschuldigde of gezochte persoon de taal van de strafprocedure of van de procedure voor de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel spreekt en begrijpt.

Recht op vertaling

5.-1) Om te waarborgen dat de verdachte of beschuldigde zijn recht op verweer kan uitoefenen en om een eerlijk proces te garanderen, verstrekt de bevoegde autoriteit een verdachte of beschuldigde die de taal van de betrokken strafprocedure niet begrijpt, een schriftelijke vertaling van alle essentiële stukken.

2) Essentiële stukken in de zin van deze wet zijn:

a) in alle gevallen, het aanhoudingsbevel en/of het bevel tot inverzekeringstelling, de tenlastelegging en elk(e) rechterlijk(e) beslissing en bevel in het kader van de procedure; en

b) elk ander document dat door de bevoegde autoriteit essentieel wordt geacht, welk document ambtshalve of op een met redenen omkleed verzoek van de verdachte of beschuldigde aan diens advocaat zal worden overhandigd.

3) De bevoegde autoriteiten hoeven geen vertaling van passages van essentiële stukken te verstrekken die de verdachte of beschuldigde niet helpen de zaak tegen hem goed te begrijpen.

4) Om in het kader van een procedure voor de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel een eerlijk proces te waarborgen, verstrekt de bevoegde autoriteit de gezochte persoon die de taal waarin het Europees aanhoudingsbevel is opgesteld of de taal waarin dit bevel door de uitvaardigende lidstaat is vertaald niet begrijpt, binnen een redelijke termijn een schriftelijke vertaling van het document in kwestie.

5) Onverminderd het bepaalde in de leden 1, 2 en 4 kan de bevoegde autoriteit in plaats van een schriftelijke vertaling een mondelinge vertaling en/of een mondelinge samenvatting van de essentiële stukken verstrekken, op voorwaarde dat deze schriftelijke vertaling en/of deze samenvatting geen afbreuk doet aan het eerlijke karakter van de procedure.

6) De verdachte, beschuldigde of gezochte persoon heeft het recht van de in dit artikel bedoelde schriftelijke en/of mondelinge vertaling en/of mondelinge samenvatting af te zien, indien de bevoegde autoriteit zich ervan vergewist dat:

a) de betrokkene vooraf een advocaat heeft geraadpleegd en/of volledig over de gevolgen van het afzien van dit recht is geïnformeerd; en

b) het afzien van dit recht rechtsgeldig en vrijwillig is.

7) De in dit artikel bedoelde schriftelijke en/of mondelinge vertaling en/of mondelinge samenvatting worden ter beschikking gesteld in de moedertaal van de verdachte, beschuldigde of gezochte persoon of in een andere taal die hij spreekt en/of begrijpt.

8) De in dit artikel bedoelde schriftelijke en/of mondelinge vertaling en/of mondelinge samenvatting zijn van zodanige kwaliteit dat een eerlijk proces is gewaarborgd, met name door ervoor te zorgen dat de verdachte, beschuldigde of gezochte persoon kennis heeft van de feiten die tegen hem zijn ingebracht, en dat hij in staat is zijn recht op verweer uit te oefenen.

Artikel 65, lid 1, van het wetboek van strafvordering (hoofdstuk 155) luidt:

Wanneer een getuigenis wordt afgelegd in een taal die de beschuldigde niet begrijpt en deze laatste aanwezig is, wordt dit getuigenis tijdens een openbare zitting door een tolk vertaald in een taal die hij begrijpt.

Wanneer de beschuldigde door een advocaat wordt verdedigd, kan de vertolking met toestemming van de advocaat en goedkeuring van de rechtbank worden weggelaten.

2) Wanneer met het oog op de formele bewijsvoering stukken worden overgelegd, staat het de rechtbank vrij waar nodig voor vertolking van de inhoud van deze stukken zorg te dragen.

iii. Heb ik recht op een advocaat?

Conform artikel 12¨van de grondwet

heeft een persoon die van een strafbaar feit wordt beschuldigd, ten minste de volgende rechten:

c) zijn verweer persoonlijk of via een advocaat van zijn keuze te voeren of hij kan, indien hij niet voldoende middelen heeft om de advocaat te betalen, gratis rechtsbijstand krijgen wanneer dat in het belang van een goede rechtsbedeling is;

In artikel 30, lid 3, van de grondwet wordt eveneens het volgende bepaald:

Elke persoon heeft het recht om:

d) overeenkomstig de wet gratis rechtsbijstand te krijgen, wanneer dat in het belang van een goede rechtsbedeling is.

Bovendien geldt dat krachtens wet 165(I)/2002 op de rechtsbijstand, als aan de daarin vermelde voorwaarden wordt voldaan, de beschuldigde tijdens de terechtzitting kan worden bijgestaan door een advocaat van zijn keuze en gratis rechtsbijstand kan krijgen.

iv. Van welke andere procedurele rechten moet ik op de hoogte zijn? (bijvoorbeeld verschijnen van verdachten voor de rechtbank)

Verschijnen van een beschuldigde voor de rechtbank

Indien, in het kader van een vereenvoudigde procedure, een beschuldigde niet op het vastgestelde tijdstip in de rechtbank verschijnt, en indien is bewezen dat aan hem een dagvaarding is betekend, kan de rechtbank overgaan tot de behandeling van de zaak en in zijn afwezigheid uitspraak doen of, als de rechter dat passend acht, de zaak uitstellen en een aanhoudingsbevel uitvaardigen.

Een rechter of, voor categorieën strafbare feiten die de president van de districtsrechtbank via een algemene beschikking heeft vastgesteld, een griffier, kan door middel van een speciale beschikking in de dagvaarding de beschuldigde ontheffen van de verplichting om in persoon te verschijnen; en

a) hem toestaan zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen, in welk geval de beschuldigde op die manier kan verschijnen en op de tenlastelegging kan antwoorden;

b) hem toestaan, indien hij schuld bekent, dit antwoord aan de rechtbank te richten, naar behoren gewaarmerkt en met het stempel van een griffier, sergeant, politieagent of politiefunctionaris met een hogere rang krachtens de politiewet, een certificerende ambtenaar krachtens de wet op de certificerende ambtenaren, een advocaat krachtens de wet op de advocaten die hiertoe zijn persoonlijk stempel gebruikt waarop duidelijk zijn achternaam, voornaam en adres te lezen zijn, of van het hoofd van een gemeenschap, samen met de oproep waarop antwoord is gegeven, in welk geval het antwoord met het oog op de procedure als schuldbekentenis wordt beschouwd.

Wanneer de beschuldigde uitsluitend in zijn hoedanigheid van bestuurder of secretaris van een bedrijf en niet persoonlijk van een strafbaar feit wordt beschuldigd, hoeft hij niet in persoon voor de rechter te verschijnen om op de tenlastelegging te antwoorden of tijdens enige andere fase van de zaak behalve de terechtzitting, maar mag hij zich door een advocaat laten vertegenwoordigen.

Antwoord op de tenlastelegging

Wanneer de beschuldigde wordt opgeroepen om te antwoorden, kan hij al dan niet schuld bekennen of een specifiek verweer voeren; zijn antwoord wordt door de rechtbank geregistreerd.

Het specifieke verweer bevat de volgende verklaringen:

a) de rechtbank bij welke de persoon wordt opgeroepen om te antwoorden, is niet bevoegd en een andere rechtbank heeft rechtsmacht over hem of het strafbare feit waarvan hij wordt beschuldigd. Als die bewering gegrond wordt geacht, verwijst de rechter de zaak door naar de rechtbank die rechtsmacht over de dader of het strafbare feit heeft;

b) hij is reeds eerder op basis van dezelfde feiten voor hetzelfde strafbaar feit veroordeeld of vrijgelaten, al naargelang het geval;

c) voor dit strafbaar feit is hem gratie verleend.

Als de rechtbank besluit dat de door de beschuldigde aangevoerde feiten geen bewijs vormen voor de bewering of dat de bewering onjuist is, moet de beschuldigde op de tenlastelegging antwoorden.

Als de beschuldigde schuld bekent en de rechtbank ervan overtuigd is dat hij begrijpt wat zijn antwoord inhoudt, vervolgt zij de procedure alsof de beschuldigde door een rechterlijke beslissing is veroordeeld.

Als de beschuldigde geen schuld bekent, gaat de rechtbank over tot de behandeling van de zaak. Als de beschuldigde weigert te antwoorden of niet onmiddellijk antwoordt of door een lichamelijke beperking niet in staat is te antwoorden, vervolgt de rechtbank de procedure alsof hij geen schuld heeft bekend.

D. Soorten sancties

De districtsrechtbank behandelt strafbare feiten waarvoor in de wet een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar of een boete van maximaal 85 000 EUR of beide geldt.

De assisenrechtbank behandelt strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar staat.

Laatste update: 02/03/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.