Verjaringstermijnen

Frankrijk
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Het Franse recht onderscheidt verjaringstermijnen, vervaltermijnen en procestermijnen.

Verjaringstermijnen (délais de prescription) zijn de termijnen aan het einde waarvan een persoon een eigendomsrecht kan verkrijgen door bezit (délai de prescription acquisitive) of verliezen of zien vervallen als het recht niet is uitgeoefend (délai de prescription extinctive). Verjaringstermijnen kunnen worden opgeschort (suspension) en gestuit (interruption).

Vervaltermijnen (délais de forclusion/préfix) zijn bijzonder strikte termijnen die in het algemeen wettelijk zijn vastgelegd om een bepaalde vordering in te stellen. Wanneer de termijn verstrijkt, wordt de vordering als vervallen beschouwd. Vervaltermijnen kunnen niet worden opgeschort en in beginsel niet worden gestuit. Volgens de artikelen 2241 en 2244 van het Burgerlijk Wetboek worden deze termijnen echter wel gestuit door bepaalde handelingen, zoals een vordering om te verschijnen voor de rechtbank of een executiemaatregel (bv. een beslaglegging).

Procestermijnen (délais de procédure) zijn termijnen die van toepassing zijn op gerechtelijke procedures zodra de procedure is ingeleid. Deze termijnen zijn bij wet vastgelegd of worden vastgesteld door de rechter, al naar gelang de zaak. In tegenstelling tot vervaltermijnen betekent het einde van een procestermijn niet het einde van een proceshandeling. Procestermijnen kunnen niet worden opgeschort of gestuit.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

De huidige wetgeving bepaalt dat de volgende dagen officiële feestdagen zijn:

  • 1 januari;
  • Tweede Paasdag;
  • 1 mei;
  • 8 mei;
  • Hemelvaartsdag;
  • Tweede Pinksterdag;
  • 14 juli;
  • Maria-Hemelvaart (15 augustus);
  • Allerheiligen (1 november);
  • 11 november;
  • Eerste Kerstdag (25 december).

Bepaalde departementen (départements) en territoriale publiekrechtelijke lichamen (communautés territoriales) kennen officiële feestdagen om de afschaffing van de slavernij te herdenken: 27 mei in Guadeloupe, 10 juni in Frans-Guyana, 22 mei in Martinique, 20 december in La Réunion en 27 april in Mayotte.

In de departementen Alsace en Moselle gelden 26 december en Goede Vrijdag ook als officiële feestdag.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Sinds Wet nr. 2008-561 van 17 juni 2008 (die overgangsbepalingen bevat) in werking is getreden, geldt in het gemene recht een verjaringstermijn van vijf jaar waarna een recht komt te vervallen (voorheen dertig jaar).

Er zijn echter talrijke uitzonderingen op dit beginsel, bijvoorbeeld voor procedures over burgerlijke aansprakelijkheid bij gebeurtenissen die lichamelijk letsel tot gevolg hebben gehad, waarvoor een verjaringstermijn van tien jaar is vastgelegd.

De looptijd van de verval- en procestermijnen is afhankelijk van de aard van de zaak en van de desbetreffende procedure.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

In artikel 640 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is voor procestermijnen bepaald dat de termijn waarbinnen een handeling of formaliteit moet worden uitgevoerd, wordt berekend vanaf de datum van de handeling, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening of kennisgeving die deze termijn doet ingaan.

Volgens het gemene recht gaat de verjaringstermijn van persoonlijke en roerende rechtsvorderingen in op de dag waarop de houder van een recht kennis had of zou hebben moeten gehad van feiten op grond waarvan het recht kan worden uitgeoefend. Er worden specifieke aanvangsmomenten vastgesteld in bepaalde zaken, zoals procedures over burgerlijke aansprakelijkheid bij gebeurtenissen die lichamelijk letsel tot gevolg hebben gehad. Volgens artikel 2226 van het Burgerlijk Wetboek gaat de verjaringstermijn van tien jaar in op het moment waarop het initiële of verergerde letsel is bevestigd.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Bij betekening van het stuk door een gerechtsdeurwaarder (huissier) is volgens artikel 664-1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de datum van betekening de dag waarop het stuk wordt overhandigd aan de geadresseerde of aan diens woon- of verblijfplaats wordt gelaten, dan wel, als het adres waar de geadresseerde woont, verblijft of werkt niet bekend is, de datum waarop de gerechtsdeurwaarder het officiële proces-verbaal opstelt waarin wordt aangegeven welke stappen zijn ondernomen om de geadresseerde te vinden. Wanneer de betekening of kennisgeving van een stuk elektronisch gebeurt, gelden de datum en het tijdstip van de toezending van het stuk aan de geadresseerde als de datum en het tijdstip van de betekening of kennisgeving.

Volgens de artikelen 668 en 669 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de datum van betekening of kennisgeving per post, de datum van verzending voor de afzender en de datum van ontvangst voor de geadresseerde. De datum van verzending is de datum die wordt vermeld op het stempel van de uitgevende instantie. De datum van ontvangst is de datum van het ondertekende ontvangstbewijs (récipissé) of de datum van ondertekening (émargement) door de geadresseerde. Indien de betekening of kennisgeving per aangetekend schrijven met bewijs van ontvangst (avis de réception) gebeurt, is de datum van ontvangst de datum die door de post wordt aangebracht bij overhandiging van de brief aan de geadresseerde.

In afwijking hiervan stelt artikel 647-1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat de datum van betekening of kennisgeving van een buitengerechtelijk of gerechtelijk stuk in Frans-Polynesië, de eilanden Wallis en Futuna, Nieuw-Caledonië, de Franse Zuidelijke en Zuidpoolgebieden of in het buitenland, voor de afzender de datum is waarop de gerechtsdeurwaarder of de griffie (greffe) het exploot heeft verzonden, of bij ontstentenis daarvan, de datum van ontvangst door het bevoegde parket (parquet).

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Volgens artikel 641 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vangt een termijn die in dagen wordt uitgedrukt, aan op de dag volgend op de dag van de handeling, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening of kennisgeving. Deze regel is van toepassing op procestermijnen.

Evenzo wordt een verjaringstermijn waarna een recht vervalt wegens niet-uitoefening (délai de prescription extinctive), uitgedrukt in dagen en vangt deze aan op de dag na de dag van de gebeurtenis die de termijn doet ingaan. Indien de betekening of kennisgeving van een document niet in persoon is gebeurd, kan in het specifieke geval van beroepstermijnen de datum van de kennisgeving van het document aan de geadresseerde of de datum van de op het document gebaseerde uitvoeringsmaatregelen worden aangehouden als aanvangsdatum van de termijn.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Artikel 642 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een termijn die anders op een zaterdag, zondag, officiële feestdag of niet-werkdag zou verstrijken, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag.

Dit betekent dat de termijn doorloopt op zon- en feestdagen, maar dat deze wordt verlengd tot de eerstvolgende werkdag indien de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag, officiële feestdag of niet-werkdag is.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Artikel 641 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een termijn die wordt uitgedrukt in maanden of jaren, verstrijkt op de dag van de laatste maand of het laatste jaar die hetzelfde datumgetal heeft als de datum van de handeling, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening of kennisgeving die de termijn doet ingaan. Als er in de volgende maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, verstrijkt de termijn op de laatste dag van die maand.

Indien een termijn wordt uitgedrukt in maanden en in dagen, worden eerst de maanden geteld en vervolgens de dagen.

De regel in artikel 642 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (zie de vorige vraag) geldt voor elke termijn, ongeacht of deze wordt uitgedrukt in dagen, maanden of jaren.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Artikel 641 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een termijn die wordt uitgedrukt in maanden of jaren, verstrijkt op de dag van de laatste maand of het laatste jaar die hetzelfde datumgetal heeft als de datum van de handeling, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening of kennisgeving die de termijn doet ingaan. Als er in de volgende maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, verstrijkt de termijn op de laatste dag van die maand.

Indien een termijn wordt uitgedrukt in maanden en in dagen, worden eerst de maanden geteld en vervolgens de dagen.

De regel in artikel 642 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (zie de vorige vraag) geldt voor elke termijn, ongeacht of deze wordt uitgedrukt in dagen, maanden of jaren.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Zoals eerder aangegeven, wordt een termijn die anders op een zaterdag, zondag, officiële feestdag of niet-werkdag zou verstrijken, verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag.

De verlenging van de termijn tot en met de eerstvolgende werkdag is van toepassing op elke zaak en elke procedure.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Artikel 643 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat bij een vordering die wordt ingesteld bij een rechtbank in Europees Frankrijk, de oproepingstermijn (comparution) en de termijnen voor het aantekenen van beroep (appel), het aantekenen van bezwaar (opposition), het herzien van een vonnis (révision) en het instellen van een beroep in cassatie (recours en cassation) worden verlengd met:

  • één maand voor personen die wonen in Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Réunion, Mayotte, Saint-Barthélemy, Saint-Martin, Saint-Pierre en Miquelon, Frans-Polynesië, de eilanden Wallis en Futuna, Nieuw-Caledonië en in de Franse Zuidelijke en Zuidpoolgebieden;
  • twee maanden voor personen die in het buitenland wonen.

Artikel 644 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat bij een vordering die wordt ingesteld bij een rechtbank in Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Réunion, Mayotte, Saint-Barthélemy, Saint-Martin, Saint-Pierre en Miquelon, Frans-Polynesië en de eilanden Wallis en Futuna, de oproepingstermijn en de termijnen voor het aantekenen van beroep, het aantekenen van bezwaar en het herzien van een vonnis worden verlengd met:

  • één maand voor personen die niet wonen in de overzeese territoriale gemeenschap waar de behandelende rechtbank bevoegd is;
  • twee maanden voor personen die in het buitenland wonen.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

In principe geldt volgens artikel 538 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een termijn van één maand voor een gewoon beroep bij zaken waarover in eigenlijke rechtspraak wordt beslist en een termijn van vijftien dagen bij zaken waarover in oneigenlijke rechtspraak wordt beslist. Er zijn echter diverse bepalingen die afwijken van dit principe. Zo bedraagt de beroepstermijn vijftien dagen in geval van uitspraken in kort geding, uitspraken van de uitvoerende rechter, uitspraken in familierechtelijke zaken en uitspraken van de kinderrechter over opvoedingsbijstand enz.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Met toestemming van de rechter kunnen de termijnen voor oproeping en dagvaarding voor gewone rechtbanken in het algemeen worden ingekort in noodgevallen. Die termijnen kunnen ook worden ingekort op grond van de wet of de verordening.

Zo kan het de partijen bijvoorbeeld worden toegestaan te dagvaarden voor een speciaal aangegeven datum in een kortgeding- of versnelde bodemprocedure, maar ook in het kader van een versneld kort geding (procédure à jour fixe).

In het algemeen kunnen rechtbanken eveneens besluiten het onderzoek naar de zaak naar een latere zitting te verschuiven om alle partijen de gelegenheid te geven voor de rechtbank te verschijnen.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Artikel 647 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat indien aan een partij die verblijft op een plaats waar zij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, een tot haar gerichte beslissing wordt betekend of ter kennis gebracht op een plaats waar de plaatselijke bewoners niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, dezelfde termijn wordt gehanteerd als voor laatstgenoemden.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Met het verstrijken van een verjarings- of vervaltermijn vervalt het recht om een rechtsvordering in te stellen, zodat een vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard zonder inhoudelijk te worden beoordeeld.

Wanneer een bij wet of door de rechter vastgestelde procestermijn niet in acht wordt genomen, zijn de gevolgen afhankelijk van het soort termijn en de aard van de rechtshandelingen die moeten worden uitgevoerd. In de wet zijn geen sancties opgenomen voor het niet in acht nemen van een oproepingstermijn; volgens de jurisprudentie wordt een beslissing die vóór het verlopen van de termijn is gegeven, nietig verklaard indien de verweerder niet is verschenen.

Nalatigheid van de partijen in het kader van gestelde termijnen wordt doorgaans bestraft met het van de rol schrappen van de zaak. Het verzuim een proceshandeling te verrichten kan echter ook worden bestraft met nietigheid (bijvoorbeeld als de dagvaarding niet binnen de gestelde termijn aan de griffier wordt betekend) of met sluiting van het onderzoek in het kader van de voorbereiding van het dossier (gewone schriftelijke procedure).

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Er bestaat geen enkele mogelijkheid om het vervallen van het vorderingsrecht ongedaan te maken. Dit is een rechtsgevolg van het verstrijken van de verjarings- of vervaltermijn.

Indien de wet hierin voorziet, heeft de rechtbank echter de mogelijkheid om het vervallen van de vorderingsrechten van een partij door het niet-naleven van een termijn deels ongedaan te maken. Artikel 540 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in de mogelijkheid om het vervallen van de rechten als gevolg van het niet-naleven van de termijn voor het betwisten van een verstekvonnis of een vonnis dat geacht wordt op tegenspraak gewezen te zijn, deels nietig te verklaren indien de partij, zonder daaraan zelf schuld te hebben, niet tijdig heeft kunnen kennisnemen van het vonnis om het te betwisten of indien de partij niet in staat was om dit te doen.

Tegen de beslissing van een rechtbank een proceshandeling nietig te verklaren, kan een verzoek om verlening van een nieuwe termijn worden ingediend bij de rechter die de nietigverklaring heeft uitgesproken. Door dit soort nietigverklaring komt bovendien de lopende procedure ten einde, maar blijft het vorderingsrecht bestaan. Er kan dus een nieuw verzoek worden ingediend zolang er geen andere redenen zijn voor het vervallen van de procedure, met name het verstrijken van de vervaltermijn.

Tegen de beslissing de zaak van de rol te schrappen is geen beroep mogelijk. Door het van de rol schrappen wordt de procedure echter niet beëindigd. Dit betekent dat de opschorting van de verjarings- of de vervaltermijn door de dagvaarding blijft voortduren. De opschorting kan ongedaan worden gemaakt via een verzoek om de zaak weer op de rol te plaatsen dat is onderbouwd met bewijzen van uitvoering van de handelingen op grond waarvan de zaak van de rol was geschrapt.

Verwante links

Site Legifrance – Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Site Legifrance - Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in het Engels en het Spaans

Site Legifrance – officiële feestdagen

Laatste update: 01/03/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.