

Informatie zoeken per regio
De juridische term "ouderlijke verantwoordelijkheid" – in Ierland "guardianship" (voogdijschap) genoemd – verwijst naar het bezit van alle rechten en plichten met betrekking tot een kind die op grond van de wet of door een rechtbank of krachtens een juridische overeenkomst zijn verleend. De houder van ouderlijke verantwoordelijkheid bezit het gezagsrecht en het omgangsrecht, naast andere rechten met betrekking tot het welzijn van het kind.
In het algemeen gesproken, hebben de getrouwde ouders van een kind gezamenlijk de ouderlijke verantwoordelijkheid over hun kind. Als de ouders niet getrouwd zijn, is de moeder de algemene houder van de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar de biologische vader kan tot voogd worden benoemd, als de ouders dat overeenkomen of als de rechtbank aldus beslist.
Ja. De Health Service Executive (de Ierse nationale dienst voor gezondheidszorg) kan via TUSLA, haar eenheid voor kinderzorg en gezinsondersteuning, de districtsrechtbank verzoeken om noodzakelijke beschermingsmaatregelen voor kinderen jonger dan achttien jaar. In uitzonderlijke omstandigheden kan de rechtbank een voogd benoemen die, wanneer een ouder daartoe niet bereid of niet in staat is, de onder de ouderlijke verantwoordelijkheid vallende taken uitvoert. Bij overlijden van een ouder kan een testamentair voogd worden benoemd, wanneer deze in een testament of codicil is aangesteld. Ook de rechtbank kan een testamentair voogd benoemen. Als er geen testamentair voogd is aangesteld, kan de Health Service Executive, als de ouders van een kind overleden zijn of niet in staat zijn voor hun kind te zorgen, via TUSLA de districtsrechtbank verzoeken om noodzakelijke beschermingsmaatregelen voor kinderen jonger dan achttien jaar.
Wanneer de ouders van een kind scheiden of "uit elkaar gaan", kunnen zij in overleg regelingen in verband met het ouderlijk gezag en het omgangsrecht treffen. Wanneer ouders geen overeenstemming kunnen bereiken, kunnen zij zich tot de rechter wenden, die dan beslist over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling. Wanneer beide ouders voogd van het kind zijn, brengt echtscheiding of uit elkaar gaan daar geen verandering in, hoewel het voogdijschap van een niet-getrouwde vader – in zeer uitzonderlijke omstandigheden en uitsluitend wanneer het welzijn van het kind dit vereist – kan worden beëindigd door de rechtbank.
Ouders die een overeenkomst over de ouderlijke verantwoordelijkheid sluiten, moeten deze voorleggen aan de rechtbank met het oog op het verkrijgen van een rechterlijke beslissing die deze overeenkomst juridisch bindend maakt. De rechtbank moet ervan overtuigd zijn dat de rechten van het kind op passende wijze door deze overeenkomst worden beschermd en kan weigeren een rechterlijke beslissing te geven als zij er niet van overtuigd is dat de verplichtingen jegens het kind worden nagekomen door beide ouders of een van de ouders. Een dergelijke overeenkomst kan het voogdijschap van de afzonderlijke ouders niet beëindigen.
Personen kunnen een beroep doen op niet-juridische methoden voor geschillenbeslechting zoals mediation (bemiddeling) of counseling.
De rechter kan beslissen over alle kwesties die betrekking hebben op het welzijn van het kind, waaronder – maar niet uitsluitend – zaken als voogdijschap, het ouderlijk gezag en de omgangsregeling. Zie ook vraag 4 en vraag 5 hierboven; het voogdijschap van getrouwde ouders of een biologische moeder kan niet door de rechtbank worden beëindigd, maar deze kan voorwaarden verbinden aan de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheden van een persoon.
Nee. De ouder die als enige het ouderlijk gezag over een kind heeft, kan weliswaar beslissen over de dagelijkse zorg voor en het toezicht op het kind, maar de ouder die geen ouderlijk gezag heeft en die de voogd van het kind is, heeft het recht te worden geraadpleegd over alle zaken die het welzijn van het kind betreffen, met inbegrip van onder andere de vraag waar het kind onderwijs moet volgen en de vraag waar het kind moeten wonen.
Gezamenlijk ouderlijk gezag wordt aan ouders toegekend, wanneer er geen sprake is van uitgesproken vijandigheid tussen de partijen en stelt hen in staat onderling beslissingen te nemen die betrekking hebben op het wezenlijk welzijn van het kind en de dagelijkse zorg voor het kind. Dit betekent niet dat iedere ouder het recht heeft op evenveel tijd met het kind, maar waarborgt dat beide ouders dezelfde verantwoordelijkheden en verplichtingen hebben ten aanzien van het kind.
Partijen die een verzoek in verband met ouderlijke verantwoordelijkheid willen indienen, doen dat gewoonlijk voor de districtsrechtbank. Voor bepaalde aanvullende verzoeken in het kader van huwelijksprocedures kan het echter nodig zijn dat zij zich tot het Circuit Court of het hooggerechtshof wenden. Het hooggerechtshof heeft exclusieve bevoegdheid in gevallen van kinderontvoering.
Ja. Het is mogelijk een verzoek ex parte bij de rechtbank in te dienen, dat wil zeggen zonder de andere partij daarvan in kennis te stellen, wanneer het een risico voor het kind zou opleveren, als de verzoeker de verweerder op de gebruikelijke manier in kennis zou stellen.
Ja. U kunt een rechtshulp krijgen via de regeling voor rechtsbijstand in burgerlijke zaken. In het kader van deze regeling gelden er inkomensvoorwaarden.
Ja. Het is mogelijk om beroep in te stellen tegen een beslissing van het gerecht van eerste aanleg, d.w.z. de rechtbank waar de procedure is geïnitieerd. Het is doorgaans echter niet mogelijk om beroep aan te tekenen tegen de uitspraak van een hof van beroep.
Personen die een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid willen laten uitvoeren, moeten de regels van de respectieve rechtbank of instelling raadplegen. Met uitzondering van een verzoek ex parte, moet de verweerder op de hoogte worden gesteld van uw voornemen om een procedure aan te spannen met het oog op de uitvoering van een beslissing.
Zie het antwoord op vraag 14.
Het hooggerechtshof, dat ter zake volledig bevoegd is.
De Protection of Children (Hague Convention) Act uit 2000 geeft rechtskracht aan het Verdrag van 's-Gravenhage van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, dat op dit gebied van toepassing is; voorts is ook Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II bis) op dit gebied van toepassing.
Deze webpagina maakt deel uit van de website Uw Europa.
Al uw feedback over de verstrekte informatie is welkom.
De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.