Op civielrechtelijk vlak blijven lopende procedures en procedures die voor het eind van de overgangsperiode zijn ingeleid, onder het EU-recht vallen. Zoals overeengekomen met het VK, wordt alle informatie op dat gebied in verband met het Verenigd Koninkrijk tot eind 2022 op het e-justitieportaal bijgehouden.

Van welk land is de wetgeving van toepassing?

Engeland en Wales
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Bronnen van geldend recht

1.1 Regels van nationaal recht

De collisieregels in Engeland en Wales die momenteel gelden voor het bestaande recht, zijn grotendeels ontleend aan rechtstreeks toepasselijke EU-verordeningen. Wat betreft burgerlijke en handelszaken gaat het hierbij om Verordening 593/2008 (“Rome I”) inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, en Verordening 864/2007 (“Rome II”) betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen. De Contracts (Applicable Law) Act 1990 (waarmee het Verdrag van Rome werd geïmplementeerd) blijft relevant voor overeenkomsten die zijn aangegaan vóór 17 december 2009 (Rome I is van toepassing op overeenkomsten die op of na die datum zijn aangegaan). De Private International Law (Miscellaneous Provisions) Act 1995 is uitsluitend relevant ten aanzien van situaties die niet door Rome II worden gedekt (Rome II is van toepassing op gevallen waarin de schade na 11 januari 2009 is ontstaan). De traditionele regels van het common law-systeem blijven van toepassing op het recht inzake onrechtmatige daad met betrekking tot laster en op erf- en zakenrecht.

Ook wat betreft het familierecht komen de regels van het toepasselijk recht doorgaans voort uit de common law, met enkele uitzonderingen. In familiezaken wordt doorgaans Engels recht toegepast, met een beperkt aantal uitzonderingen die vallen onder de common law (bv. met betrekking tot het nietig verklaren van een huwelijk) of het geschreven recht (bv. met betrekking tot onderhoudsverplichtingen ingevolge de Maintenance Orders (Facilities for Enforcement) Act 1920 en de Maintenance Orders (Reciprocal Enforcement) Act 1972). Wat betreft kwesties inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming die vallen onder Verordening (EG) nr. 2201/2003 en het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen zijn de toepasselijke rechtsregels vervat in (en gaat het Engelse recht derhalve, enkele uitzonderingen daargelaten, uit van) de Parental Responsibility and Measures for the Protection of Children (International Obligations (England and Wales and Northern Ireland)) Regulations 2012 en artikel 15 van voornoemd verdrag.

1.2 Geldende multilaterale verdragen

Verdrag van Den Haag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen van 1961.

Verdrag van Rome inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (vervangen door Rome I voor overeenkomsten die op of na 17 december 2009 zijn aangegaan).

Verdrag van Den Haag van 1 juli 1985 inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts.

1.3 De belangrijkste bilaterale verdragen

Er zijn geen bilaterale verdragen waarbij het Verenigd Koninkrijk partij is, die bepalingen over rechtskeuze bevatten.

Hoewel een staat op grond van het Verdrag van Rome en de Verdragen van Den Haag een andere rechtskeuzeregeling kan toepassen op “interne” conflicten – zoals conflicten tussen het recht van Engeland en Wales en het recht van Schotland – heeft het Verenigd Koninkrijk ervan afgezien van deze mogelijkheid gebruik te maken. Daarom zijn de regels van het Verdrag van Rome (met betrekking tot overeenkomsten die vóór 17 december 2009 zijn aangegaan) en van het Verdrag van Den Haag zowel van toepassing op conflicten tussen de verschillende rechtsgebieden van het Verenigd Koninkrijk als op internationale conflicten.

2 Toepassing van de conflictregels

2.1 Ambtshalve toepassing van de conflictregels

In het algemeen mag worden gesteld dat de collisieregels alleen worden toegepast, wanneer ten minste één van de partijen heeft aangevoerd dat die moeten worden toegepast. Wanneer dat niet het geval is, of wanneer de inhoud van het vreemde recht niet voldoende is bewezen, zal de rechter normaliter het Engelse recht op de zaak toepassen. Deze regel houdt verband met bewijs en rechtspleging en valt daarom niet onder de EU-verordeningen.

2.2 Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing)

Onder de EU-verdragen is herverwijzing uitgesloten in gevallen die door EU-conflictregels worden beheerst; dit strookt met de overheersende opvatting in de Private International Law (Miscellaneous Provisions) Act 1995 en de Contracts Applicable Law Act 1990. Daarom zal, wanneer de Engelse conflictregel voor een onrechtmatige daad door nalatigheid naar het Franse recht verwijst, het Franse nationale recht worden toegepast, zelfs wanneer een Franse rechter het recht van een ander land zou hebben toegepast. Het feit dat in geval van toepassing van herverwijzing afbreuk zou worden gedaan aan de in de wetten vastgestelde complexe regels, blijkt een argument te zijn om herverwijzing in dit verband te verwerpen.

De rol van herverwijzing is op andere rechtsgebieden momenteel enigszins beperkt, en in sommige gevallen niet helemaal duidelijk. Wel duidelijk is dat herverwijzing van toepassing is op grond die in het buitenland is gelegen, die naar Engels recht valt onder de lex situs. In dergelijke gevallen wordt er om pragmatische redenen de voorkeur gegeven aan het recht van het rechtsgebied waar de goederen zich bevinden, om de kans te vergroten dat alle Engelse beslissingen over de goederen doeltreffend zullen zijn. De jurisprudentie van gerechten van eerste aanleg ten aanzien van roerende lichamelijke zaken die zich in het buitenland bevinden, wijst uit dat herverwijzing niet in een verwijzing naar de lex situs is begrepen.

In familiezaken is er wel enige jurisprudentie waaruit blijkt dat herverwijzing onder bepaalde omstandigheden van toepassing kan zijn, maar de kwestie doet zich uiterst zelden voor, aangezien in familiezaken doorgaans het Engelse recht wordt toegepast.

In veel gevallen is het bewijs van de inhoud van vreemde regels over rechtskeuze echter duur, en de partijen zien er vaak van af om stappen te ondernemen die tot de toepassing ervan leiden (zie punt 2.1 hierboven).

2.3 Wijziging aanknopingspunt

Dit probleem wordt aangepakt door bij elke conflictregel het tijdstip te specificeren waarop het aanknopingspunt wordt vastgesteld. Bij de overdracht van roerende goederen bijvoorbeeld is het toepasselijke recht het recht dat van toepassing is op de plaats waar het betrokken goed zich bevindt op het tijdstip van de overdracht.

2.4 Niet-toepassing van conflictregels in uitzonderingsgevallen

Onder de traditionele regels kunnen Engelse rechters weigeren vreemd recht toe te passen dat in strijd is met de openbare orde in Engeland. De drempel daarvoor is echter zeer hoog: een weigering is bijvoorbeeld denkbaar wanneer de toepassing zou leiden tot een resultaat “dat totaal afwijkt van de door een Engelse rechter toegepaste fundamentele beginselen van een correct procesverloop”. De inhoud van de Engelse openbare orde wordt beïnvloed door de internationale verplichtingen van het Verenigd Koninkrijk, in het bijzonder die voortvloeiend uit het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; schendingen van de mensenrechten zijn een algemeen bekend voorbeeld van de exceptie van openbare orde; een ander voorbeeld is een “flagrante schending van de internationale rechtsregels van fundamenteel belang” (bv. de invasie van Koeweit door Irak in 1990).

Daar komt bij dat zowel Rome 1 als Rome II nu beide voorzien in de toepassing van de bepalingen van bijzonder dwingend recht van de rechter bij wie de zaak aanhangig is, ongeacht het recht dat overigens op de overeenkomst van toepassing is. Over het algemeen komen deze bepalingen voor op het gebied van consumenten- en arbeidszaken of in wetgeving ter aanvulling van een internationaal verdrag.

2.5 Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht

De inhoud van vreemd recht moet worden bewezen als ware het een feit. Het is dan ook aan de partijen om de inhoud van vreemd recht te bewijzen; het is de rechter niet toegestaan de inhoud van vreemd recht zelf te onderzoeken In het geval van een tegenstrijdigheid in het door de partijen aangebrachte bewijs, kan de rechter de geloofwaardigheid van de deskundigen onderzoeken en kan hij rekening houden met het primaire bewijs (bv. buitenlandse wetten en rechtszaken), vooral wanneer dat in het Engels is opgesteld en daarin begrippen worden toegepast waarmee de Engelse rechter vertrouwd is.

De inhoud van vreemd recht wordt normaliter bewezen via een deskundigenonderzoek. Het overleggen aan de rechterlijke instantie van een buitenlandse wet, een rechterlijke beslissing of een gezaghebbende tekst is niet voldoende. Deskundigenbewijs voor vreemd recht kan worden geleverd door eenieder “die daarvoor door kennis of ervaring de geschikte kwalificaties heeft”, ongeacht of hij in het betrokken rechtsgebied als praktijkjurist mag optreden. Niettemin zijn de deskundigen doorgaans academici of practici in het betrokken rechtsgebied. Als de inhoud van het vreemde recht in een eerdere Engelse rechtszaak is vastgesteld, mag deze rechtszaak als bewijs van de inhoud van het vreemde recht worden aangehaald, en zal de inhoud van het vreemde recht geacht worden dezelfde te zijn als in die rechtszaak, tenzij het tegendeel wordt bewezen.

De bewijslast rust op de partij die een beroep doet op het vreemde recht. Wanneer het vreemde recht niet voldoende is bewezen, wordt volgens de algemene regel het Engelse recht toegepast. Wanneer er echter geen reden is om aan te nemen dat het vreemde recht ook maar enigszins gelijkt op het Engelse recht (bv. een belastingwet uit een ander Europees rechtsgebied), kan de zaak niet-ontvankelijk worden verklaard.

3 De conflictregels

3.1 Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen

In alle zaken betreffende verbintenissen uit overeenkomst die een rechtskeuze met zich meebrengen, is Rome I rechtstreeks van toepassing. De conflictregels in de Rome-verordening zijn mogelijk ook van toepassing op gevallen die volgens het Engelse nationale recht niet als contractueel worden beschouwd (bv. overeenkomsten zonder tegenprestatie, zoals schenkingsovereenkomsten).

Procedurele kwesties worden op basis van de lex fori bepaald. Derhalve worden de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding (maar niet de verschillende schadeposten) en de bewijsmiddelen bepaald door het recht van de rechter bij wie de zaak aanhangig is. Termijnen zijn materiële voorschriften en worden derhalve in het geval van verbintenissen uit overeenkomst bepaald door het recht dat op basis van de verordening van toepassing is. De voornaamste materiële regels zijn de volgende.

In gevallen waarin de partijen een uitdrukkelijke rechtskeuze hebben gemaakt, of wanneer de rechtskeuze duidelijk uit de omstandigheden blijkt, is dat recht van toepassing. Een rechtskeuze blijkt duidelijk uit de omstandigheden van de zaak wanneer een standaardovereenkomst wordt gebruikt, waarvan men weet dat er een specifiek recht op van toepassing is (bv. een zeeverzekeringspolis van Lloyd’s), of in het licht van voorgaande zaken tussen de partijen. Wanneer er een overeenkomst over de aanwijzing van een bevoegde rechter bestaat, kan daaruit dikwijls worden afgeleid dat partijen de bedoeling hadden om het recht van die rechter toe te passen, maar dat is niet altijd het geval. In het geval van een arbitrageovereenkomst waarbij de selectiecriteria voor de arbiters worden vermeld, zijn gevolgtrekkingen over een rechtskeuze gemakkelijker te maken dan wanneer voor de selectie van de arbiters wordt verwezen naar een internationaal orgaan. In dat laatste geval ligt het veel minder voor de hand dat de keuze duidelijk uit de omstandigheden blijkt.

De keuzevrijheid wordt in verschillende opzichten beperkt. Ten eerste mag de rechtskeuze in consumenten- en arbeidsovereenkomsten geen afbreuk doen aan dwingende regels ter bescherming van consumenten of werknemers die bestaan in het recht dat van toepassing zou zijn wanneer er geen uitdrukkelijke rechtskeuze was gemaakt. Ten tweede mag, wanneer alle elementen van de betrokken situatie zijn verbonden met één land, de rechtskeuze er niet toe leiden dat de dwingende regels van dat land terzijde worden geschoven. Er zijn ook regels ter bescherming van consumenten in verband met verzekeringsovereenkomsten. Tevens moet bij een meningsverschil over de doelmatigheid van de keuze – bijvoorbeeld wanneer er sprake is van dwang – de doelmatigheid van de keuze worden vastgesteld op basis van het vermoedelijk toepasselijke recht (d.w.z. het recht dat op de overeenkomst van toepassing zou zijn indien de keuze geldig was), tenzij dit “onredelijk” zou zijn (in dat geval kan het recht worden toegepast van de gewone verblijfplaats van de partij die beweert zijn instemming niet te hebben gegeven).

In gevallen waarin geen sprake is van een uitdrukkelijke of duidelijk uit de omstandigheden blijkende rechtskeuze, voorziet Rome I in specifieke regels, afhankelijk van het soort overeenkomst. Bieden die regels echter geen uitsluitsel, dan geldt als toepasselijk recht doorgaans het recht van de gewone verblijfplaats van de partij die de kenmerkende prestatie verricht. Het is soms moeilijk te bepalen welke partij de kenmerkende prestatie verricht, maar meestal is het de partij die niet voor het goed of de dienst betaalt (bv. de leverancier van een product, de geldschieter bij een banktransactie of de borg bij een borgovereenkomst). Deze veronderstelling kan worden weerlegd ten gunste van een land waarmee de overeenkomst nauwer verbonden is.

3.2 Niet-contractuele verbintenissen

In het geval van niet-contractuele verbintenissen is doorgaans Rome II van toepassing. De Private International Law (Miscellaneous Provisions) Act 1995 is uitsluitend van toepassing op kwesties in verband met onrechtmatige daad die niet onder de verordening vallen; op kwesties in verband met laster blijft de common law van toepassing (zie hieronder). Ook termijnen worden op grond van het toepasselijke recht vastgesteld.

Ingevolge Rome II geldt als algemene regel dat het toepasselijke recht het recht is van de plaats waar de schade zich voordoet. Er gelden bijzondere regels voor het recht dat van toepassing is op bepaalde soorten niet-contractuele verbintenissen, onder meer ter zake van productaansprakelijkheid, oneerlijke concurrentie, onrechtmatige daad in verband met milieuschade en onrechtmatige daad in verband met intellectuele-eigendomsrechten. Krachtens de verordening kunnen de partijen onder bepaalde omstandigheden ook zelf kiezen welk recht van toepassing is, maar niet als zij daarmee de toepassing van regels van dwingend EU-recht of nationaal recht beogen te vermijden. Schade moet op basis van het toepasselijke recht worden beoordeeld.

Zoals hierboven vermeld, blijft de common law van toepassing op gevallen van laster (met inbegrip van laster met betrekking tot eigendomstitels of goederen, leugens met kwaad opzet en elke vordering naar vreemd recht “die met een dergelijke vordering of de strekking daarvan overeenkomt”). In dergelijke gevallen is de regel van “dubbele vervolgbaarheid” van toepassing: in Engeland en Wales is een onrechtmatige daad alleen vervolgbaar, indien de daad civielrechtelijk kan worden vervolgd overeenkomstig het vreemd recht van het rechtsgebied waar zij (meestal een publicatie) is gepleegd en indien de daad overeenkomstig het recht van Engeland en Wales ook civielrechtelijk zou kunnen worden vervolgd indien zij in Engeland of Wales was gepleegd. Onder druk van mediaorganisaties die vreesden voor de toepassing van strenger recht in het buitenland, werd deze regel behouden. Er geldt echter wel een uitzondering: als een ander land een belangrijkere relatie met de gebeurtenis en de partijen heeft, is het recht van dat rechtsgebied van toepassing. Opgemerkt zij dat er over deze kwestie veel onzekerheid heerst.

Wat betreft het beheer van trusts wordt het toepasselijk recht beheerst door de Recognition of Trusts Act 1987 ter implementatie van het Haags Verdrag van 1 juli 1985 inzake het recht dat toepasselijk is op trusts. Daaruit vloeit voort dat het door de oprichter van de trust gekozen recht toepasselijk is, of, bij gebreke van een dergelijke keuze, het recht waarmee de trust de het nauwst verbonden is. Aan de hand van dit recht worden de geldigheid, de structuur, de gevolgen en het beheer van de trust bepaald.

3.3 De burgerlijke staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid)

Bij de geboorte is de woonplaats van een kind (woonplaats van oorsprong), voor zover het om een wettig kind gaat, de woonplaats van de vader op het tijdstip van de geboorte van het kind. Bij een onwettig kind, of als de vader op het tijdstip van de geboorte niet meer in leven is, is de woonplaats van het kind die van de moeder. Deze regel blijft van toepassing tot het kind 16 jaar is (de woonplaats van het kind verandert dus wanneer die van de vader of de moeder verandert).

Voor personen ouder dan 16 jaar blijft de woonplaats van oorsprong van toepassing, tenzij deze personen een andere woonplaats kiezen. Als zij daadwerkelijk hun woonplaats in het desbetreffende rechtsgebied hebben en voornemens zijn daar voor onbepaalde tijd of permanent te wonen, is de woonplaatskeuze geldig. Zodra niet meer wordt voldaan aan een van deze criteria, vervalt de woonplaatskeuze en geldt de woonplaats van oorsprong.

De woonplaats van een echtgenote wordt niet langer bepaald door die van haar echtgenoot, maar wordt onafhankelijk daarvan vastgesteld.

De bevoegdheid om bepaalde verbintenissen aan te gaan (bv. overeenkomsten sluiten, een testament opmaken of huwen) wordt bepaald door de specifieke regels die voor dat gebied gelden; deze worden in de desbetreffende alinea’s besproken.

3.4 Afstamming en adoptie

Kwesties met betrekking tot ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming vallen doorgaans onder het Engelse recht. Wel zijn er enkele uitzonderingen, zoals kwesties (hierboven beschreven) waarop het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen van toepassing is, en kwesties die vallen onder de Brussels II bis-verordening. Ook kwesties betreffende de wettigheid of adoptie van kinderen vallen over het algemeen onder het Engelse recht, al zijn er enkele uitzonderingen.

3.5 Huwelijk, ongehuwd samenwonen en geregistreerd partnerschap, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen

De formele geldigheid van een huwelijk wordt over het algemeen beheerst door het recht van de plaats van de huwelijksvoltrekking, met enkele uitzonderingen.

De bevoegdheid van personen om te huwen wordt doorgaans bepaald door het recht van de woonplaats van de desbetreffende persoon op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het huwelijk. Dit recht is bijvoorbeeld van toepassing als het gaat om leeftijdsvereisten en om de kwestie of de partijen toestemming hebben gegeven, en ten aanzien van verwantschap als huwelijksbeletsel. Wat de minimumleeftijd betreft, zijn huwelijken tussen personen met woonplaats in Engeland of Wales ongeldig indien een van hen op het tijdstip van het huwelijk jonger dan 16 jaar is.

In kwesties betreffende echtscheiding of scheiding van tafel en bed wordt doorgaans het Engelse recht toegepast, maar er zijn wel enkele uitzonderingen.

Ook wat betreft onderhoudsverplichtingen is doorgaans het Engelse recht van toepassing, met enkele uitzonderingen.

3.6 Huwelijksvermogensrecht

In algemene zin komt het concept “huwelijksvermogensstelsel” niet voor in de common law. Wanneer het gaat om alimentatie in verband met een echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigheid of om andersoortige onderhoudsverplichtingen, zal de Engelse rechter doorgaans het Engelse recht toepassen, enkele uitzonderingen daargelaten.

3.7 Erfrecht

In gevallen van erfopvolging ab intestato (d.w.z. wanneer er geen testament is), is het recht van de plaats waar de erflater bij zijn overlijden woonde, van toepassing op de erfopvolging met betrekking tot roerende goederen; wat betreft onroerende goederen is het recht van toepassing van het land waar het goed is gelegen (lex situs).

Bij testamenten wordt de bevoegdheid van de erflater om bij testament over zijn roerende goederen te beschikken, bepaald door het recht van de plaats waar hij woonde op de datum van het testament. Een legataris is bevoegd om roerende goederen te ontvangen, wanneer hij daartoe bevoegd is krachtens hetzij het recht van zijn eigen woonplaats of het recht van de woonplaats van de erflater. Wat betreft onroerende goederen ligt niet vast welk recht het primaat heeft, maar dat zal veelal de lex situs zijn, die waarschijnlijk ook bepalend zal zijn voor de bevoegdheid van de legataris om onroerende goederen in een nalatenschap te ontvangen.

Krachtens de Wills Act 1963, en als de erflater op of na 1 januari 1964 is overleden, is een testament formeel geldig (bv. het juiste aantal getuigen) als het voldoet aan het recht van de plaats waar het testament is verleden (veelal de plaats waar het in aanwezigheid van getuigen is ondertekend) op het moment van verlijden; het recht van de woonplaats, gewone verblijfplaats of nationaliteit van de erflater op het moment waarop het testament werd verleden; of het recht van de woonplaats, gewone verblijfplaats of nationaliteit van de erflater op het moment van diens overlijden. Een testament is ook formeel geldig voor de overdracht van onroerende goederen, wanneer het in overeenstemming is met het nationale recht van het rechtsgebied waar het onroerend goed is gelegen (en waarmee de toepasselijkheid van herverwijzing dus is uitgesloten, ook al gaat het hier om onroerende goederen).

Een testament over roerende goederen is materieel geldig (bv. beperkingen aangaande de omvang van de nalatenschap waar bij testament over kan worden beschikt), als het in overeenstemming is met het recht van de woonplaats van de erflater op het tijdstip van diens overlijden. Een testament over onroerende goederen is materieel geldig, als het in overeenstemming is met het recht van het rechtsgebied waar het goed is gelegen, dus het stelsel van nationaal recht dat volgens de lex situs van toepassing zou zijn.

Een testament wordt geïnterpreteerd volgens het door de erflater gekozen recht, dat wordt geacht het recht te zijn van diens woonplaats op de datum van het testament. Dit is een prima-facieregel, die terzijde geschoven kan worden als wordt bewezen dat de erflater kennelijk beoogde dat zijn testament in het kader van een ander rechtsstelsel geïnterpreteerd zou moeten worden. Ten aanzien van onroerende goederen is er mogelijk een aanvullende beperking, volgens welke de lex situs prevaleert als het uit een dergelijke interpretatie voortvloeiende belang onder die lex situs niet is toegestaan of niet wordt erkend.

De geldigheid van een beweerde herroeping van een testament wordt bepaald door het recht van de woonplaats van de erflater op het moment van de beweerde herroeping (waarbij zij opgemerkt dat onder het Engelse nationale recht, als dat van toepassing is, met een huwelijk een testament wordt herroepen tenzij wordt aangetoond dat dat testament juist met het oog op het huwelijk is opgemaakt). Als de herroeping evenwel het gevolg zou zijn van een later testament (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het vernietigen van het testament), wordt de kwestie of dit latere testament het eerdere testament herroept, bepaald door het recht dat van toepassing is op de formele geldigheid van het latere testament. Als het onduidelijk is of een later testament een eerder testament herroept, wordt de kwestie van interpretatie beheerst door het door de erflater gekozen recht, dat wordt geacht het recht te zijn van zijn woonplaats op de datum van het latere testament.

3.8 Goederenrecht

In zaken met betrekking tot goederen wordt onderscheid gemaakt tussen roerende goederen en onroerende goederen. Of een goed roerend dan wel onroerend is, wordt bepaald op grond van het recht van de plaats waar het zich bevindt.

Op onroerende goederen is het recht van toepassing van de plaats waar de goederen zijn gelegen en wordt herverwijzing toegepast. Dit geldt voor alle kwesties betreffende de transactie, met inbegrip van die inzake bevoegdheid, formaliteiten en materiële geldigheid. Er bestaat uiteraard een onderscheid tussen enerzijds de overdracht van grond en van andere onroerende goederen, en anderzijds de overeenkomst waarin de rechten en verplichtingen van de partijen bij die overdracht zijn geregeld. Die overeenkomst wordt beheerst door aparte regels van toepasselijk recht (meer bepaald die van Rome I).

Waar het gaat om de overdracht van lichamelijke roerende goederen is op kwesties inzake de eigendom (en dus niet inzake de contractuele verbintenis) over het algemeen het recht van toepassing van de plaats waar de goederen zich bevonden op het tijdstip van de gebeurtenis die de aanspraak op die goederen zou hebben beïnvloed. Het is niet duidelijk of in deze situatie herverwijzing wordt toegepast, maar afgaande op de uitspraken in eerste aanleg van de Engelse rechtbanken is dat niet het geval. Een aanspraak op een lichamelijk roerend goed dat overeenkomstig deze algemene regel is verworven, wordt in Engeland rechtsgeldig geacht indien dat goed vervolgens wordt verwijderd uit het land waar het zich bevond toen die aanspraak werd verworven, tenzij – en tot het moment waarop – die aanspraak terzijde wordt geschoven door een nieuwe die is verworven overeenkomstig het recht van het land waar het goed naar toe is gebracht. Een specifieke uitzondering op de algemene regel inzake lichamelijke roerende goederen betreft de situatie waarin het goed in doorvoer is en zijn locatie niet bekend is bij de partijen of tijdelijk is; een overdracht die wordt erkend onder het toepasselijke recht van het land waar die plaatsvindt, heeft werking in Engeland.

In het geval van cessie van niet-lichamelijke roerende goederen is Rome I van toepassing, voor zover de relatie tussen de cedent en de cessionaris contractueel van aard is (zoals in het geval van de meeste schuldvorderingen) en de kwestie uitsluitend de geldigheid en werking van de cessie zelf betreft.

Opgemerkt zij dat de cessie en overdracht van niet-lichamelijke goederen door meerdere conflictregels worden beheerst, die bovendien lastig samen te vatten zijn, vooral omdat deze categorie goederen betrekking heeft op zeer uiteenlopende rechten, die niet alle van oorsprong contractueel van aard zijn. In zaken betreffende niet-lichamelijke roerende goederen wordt derhalve aanbevolen specialistisch advies in te winnen.

3.9 Insolventie

In het Verenigd koninkrijk geldt Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad betreffende insolventieprocedures, waarin de regels zijn vastgesteld voor procedures waarmee schuldenaars het beheer en de beschikking over hun vermogen geheel of ten dele wordt ontnomen en procedures waarmee een curator wordt aangewezen, wanneer het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar in een EU-lidstaat (behalve Denemarken) is gelegen. Wanneer de Engelse rechters bevoegd zijn (hetgeen het geval is wanneer het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar in Engeland of Wales is gelegen; daarbij geldt het vermoeden dat de statutaire zetel het centrum van de voornaamste belangen is), wordt het Engelse recht toegepast.

In zaken die niet onder Verordening (EG) nr. 1346/2000 vallen, wordt het Engelse recht toegepast wanneer de Engelse rechters bevoegd zijn (hetgeen het geval is wanneer de onderneming in Engeland of Wales is geregistreerd, of wanneer personen in Engeland of Wales baat zouden hebben bij de liquidatie en er geen goede redenen zijn om zich onbevoegd te verklaren). Een Engelse schuldkwijting is geldig, ongeacht het recht dat op de schuld van toepassing is.

Laatste update: 04/06/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.