Van welk land is de wetgeving van toepassing?

Portugal
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Bronnen van geldend recht

De volgende bronnen van het nationaal recht zijn vastgesteld in de artikelen 1, 3 en 4 van het Portugees burgerlijk wetboek, te weten:

• wetten;

• gebruik;

• billijkheid.

De bronnen van het internationaal recht zijn als volgt (artikel 8 van de Grondwet van de Portugese Republiek):

• de regels en beginselen van het algemeen of gemeenschappelijk internationaal recht maken deel uit van het Portugees recht;

• de bepalingen van geratificeerde of goedgekeurde internationale verdragen hebben werking in de interne rechtsorde na hun officiële bekendmaking en blijven van kracht zolang ze op internationaalrechtelijk gebied bindend zijn voor de Portugese staat;

• de regels die zijn uitgevaardigd door bevoegde organen van internationale organisaties waarvan Portugal lid is, hebben rechtstreekse werking in de interne rechtsorde, mits zulks in de betrokken oprichtingsverdragen is bepaald;

• de bepalingen van de verdragen die de Europese Unie beheersen en de regels die door haar instellingen zijn vastgesteld in de uitoefening van hun bevoegdheden, zijn van toepassing binnen de interne rechtsorde, conform de in het Unierecht vastgestelde voorwaarden en met inachtneming van de fundamentele beginselen van de democratische rechtsstaat.

1.1 Regels van nationaal recht

Wetten

Wetten zijn een directe bron van het interne recht. Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van het Portugees burgerlijk wetboek, worden alle algemene bepalingen die zijn uitgevaardigd door daartoe bevoegde overheidsinstanties, als wetten gezien. In artikel 112, lid 1, van de Grondwet van de Portugese Republiek is bepaald dat wetten, wetsbesluiten en regionale wetsbesluiten wetgevingshandelingen zijn.

Gebruik

Gewoonten zijn juridisch toelaatbaar als bron van intern recht indien aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:

• ze zijn niet in strijd met de beginselen van goede trouw;

• ze hebben een wettelijke grondslag (artikel 3, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

Billijkheid

De Portugese rechters mogen alleen uitspraak doen op basis van de billijkheid, wanneer:

• dat krachtens een wettelijke bepaling is toegestaan (artikel 4, punt a), van het burgerlijk wetboek) of

• de partijen hiermee instemmen en zij een rechtsbetrekking hebben (artikel 4, punt b), van het burgerlijk wetboek) of

de partijen vooraf zijn overeengekomen dat er een beroep op billijkheid kan worden gedaan (artikel 4, punt c), van het burgerlijk wetboek).

1.2 Geldende multilaterale verdragen

Verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht

Portugal is gebonden door 26 Haagse verdragen:

1. Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering (1954);

Zie: hier

2. Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen jegens kinderen (1956);

Zie: hier

3. Verdrag nopens de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen (1958);

Zie: hier

4. Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen (1961);

Zie: hier

5. Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen (1961);

Zie: hier

6. Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie voor buitenlandse openbare akten (1961);

Zie: hier

7. Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken (1965);

Zie: hier

8. Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in burgerlijke en handelszaken (1971);

Zie: hier

9. Aanvullend Protocol bij het Haagse Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in burgerlijke en handelszaken (1971);

Zie: hier

10. Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed (1970);

Zie: hier

11. Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg (1971);

Zie: hier

12. Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken (1970);

Zie: hier

13. Verdrag inzake het internationale beheer over nalatenschappen (1973);

Zie: hier

14. Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op de aansprakelijkheid wegens producten (1973);

Zie: hier

15. Verdrag nopens de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen (1973);

Zie: hier

16. Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (1973);

Zie: hier

17. Verdrag inzake de wet die van toepassing is op het huwelijksvermogensregime (1978);

Zie: hier

18. Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken (1978);

Zie: hier

19. Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging (1978);

Zie: hier

20. Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (1980);

Zie: hier

21. Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (1993);

Zie: hier

22. Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (1996);

Zie: hier

23. Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen (2000);

Zie: hier

24. Verdrag inzake bedingen van forumkeuze (2005);

Zie: hier

25. Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden (2007);

Zie: hier

26. Protocol inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (2007).

Zie: hier

Verdragen van de Internationale Commissie voor de Burgerlijke Stand (ICBS)

Portugal is gebonden door 10 verdragen van de ICBS:

Deze verdragen zijn hier beschikbaar

1. Overeenkomst betreffende de afgifte van bepaalde uittreksels uit akten van de Burgerlijke Stand bestemd voor het buitenland (Parijs, 27.9.1956). Goedgekeurd bij wet 33/81, bekendgemaakt in Portugees staatsblad I, nr. 196, van 27.8.1981;

Zie: hier

2. Overeenkomst inzake kosteloze afgifte en vrijstelling van legalisatie van afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke stand (Luxemburg, 26.9.1957). Goedgekeurd bij wet 22/81, bekendgemaakt in Portugees staatsblad I, nr. 189, van 19.8.1981;

Zie: hier

3. Overeenkomst inzake internationale uitwisseling van gegevens op het gebied van de burgerlijke stand (Istanbul, 4.9.1958). Goedgekeurd bij decreet nr. 39/80, bekendgemaakt in Portugees staatsblad I, nr. 145, van 26.6.1980;

Zie: hier

4. Overeenkomst inzake veranderingen van geslachtsnamen en voornamen (Istanbul, 4.9.1958). Goedgekeurd bij resolutie van het Portugese parlement 5/84, bekendgemaakt in het Portugees staatsblad I, nr. 40, van 16.2.1984;

Zie: hier

5. Overeenkomst tot uitbreiding van de bevoegdheid van de autoriteiten belast met de registratie van de erkenning van onwettige kinderen (Rome, 14.9.1961). Goedgekeurd bij resolutie van het Portugese parlement 6/84, bekendgemaakt in het Portugees staatsblad I, nr. 50, van 28.2.1984;

Zie: hier

6. Overeenkomst betreffende de afgifte van meertalige uittreksels uit akten van de burgerlijke stand (Wenen, 8.9.1976). Goedgekeurd bij decreet van de regering 34/83, bekendgemaakt in Portugees staatsblad I, nr. 109, van 12.5.1983;

Zie: hier

7. Overeenkomst betreffende de afgifte van meertalige uittreksels uit akten van de burgerlijke stand (Wenen, 8.9.1976). Goedgekeurd bij decreet van de regering 34/83, bekendgemaakt in Portugees staatsblad I, nr. 109, van 12.5.1983;

Zie: hier

8. Overeenkomst tot vrijstelling van legalisatie voor bepaalde akten en documenten (Athene, 15.9.1977). Goedgekeurd bij decreet 135/82, bekendgemaakt in Portugees staatsblad I, nr. 292, van 20.12.1982;

Zie: hier

9. Overeenkomst inzake het recht dat van toepassing is op geslachtsnamen en voornamen (München, 5.9.1980). Goedgekeurd bij resolutie van het Portugese parlement 8/84, bekendgemaakt in het Portugees staatsblad I, nr. 54, van 3.3.1984;

Zie: hier

10. Overeenkomst betreffende de afgifte van een verklaring van huwelijksbevoegdheid (München, 5.9.1980). Goedgekeurd bij decreet van de regering 40/84, bekendgemaakt in Portugees staatsblad I, nr. 170, van 24.7.1984.

Zie: hier

Andere relevante multilaterale verdragen die voor Portugal bindend zijn:

Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Stockholm, 1967);

Zie: hier en hier

Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en het protocol van 1967;

Zie: hier en hier

Protocol: hier

Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes en Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes (Genève, 1930);

Zie: hier

Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op cheques, Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van cheques en protocol (Genève, 1931);

Zie: hier

Verdrag houdende eenvormige wet nopens de vorm van een internationaal testament (Washington, 1973), waarbij Portugal partij is, goedgekeurd voor toetreding bij wetsbesluit 252/75;

Zie: hier

Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken (New York, 1958);

Zie: hier

Verdrag van Lugano II betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Besluit 2009/430/EG van de Raad van 27 november 2008);

Zie: hier

Besluit: hier

Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (1980), gewijzigd bij het Protocol van 1999;

Zie: hier

Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht, gesloten te Londen in 1970;

Zie: hier

Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld – Verdrag van Istanbul van 2011;

Zie: hier

Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud – Verdrag van New York van 1956.

Zie: hier en hier

1.3 De belangrijkste bilaterale verdragen

  • Overeenkomst betreffende justitiële en juridische samenwerking tussen de Portugese Republiek en de Republiek Angola, gesloten te Luanda (1995);

Zie: hier

  • Overeenkomst inzake juridische samenwerking tussen de Portugese Republiek en de Republiek Guinee-Bissau, ondertekend te Bissau (1988);

Zie: hier

  • Overeenkomst betreffende justitiële en juridische samenwerking tussen de Portugese Republiek en de Republiek Mozambique, gesloten te Lissabon (1990);

Zie: hier

  • Overeenkomst betreffende justitiële en juridische samenwerking tussen de Portugese Republiek en de Democratische Republiek Sao Tomé en Principe (1976);

Zie: hier

  • Overeenkomst betreffende de invordering van onderhoudsbijdragen tussen de Portugese Republiek en de Republiek Kaapverdië (1982);

Zie: hier

  • Overeenkomst betreffende justitiële en juridische samenwerking tussen de Portugese Republiek en de Republiek Kaapverdië (2003);

Zie: hier

  • Overeenkomst tussen de regering van de Portugese Republiek en de regering van de Verenigde Staten van Amerika betreffende de invordering van onderhoudsbijdragen (2000);

Zie: hier

  • Verdrag tussen het Groothertogdom Luxemburg en de Portugese Republiek inzake wederzijdse rechtshulp in voogdij- en omgangsrechtprocedures (1992).

Zie: hier

2 Toepassing van de conflictregels

Wanneer een conflictregel naar vreemd recht verwijst, geldt dat het interne recht van die vreemde staat van toepassing is, maar betekent dat niet dat de rechtbanken van die staat ook bevoegd zijn. Ze zijn niet bevoegd, behoudens een andersluidende bepaling (artikel 16 van het burgerlijk wetboek).

De toepassing van vreemd recht is beperkt tot de regels van de vreemde rechtsorde die de door de conflictregel beoogde materie beheerst (bijvoorbeeld nalatenschappen, familiezaken, verbintenissen, zakelijke rechten) (artikel 15 van het burgerlijk wetboek).

2.1 Ambtshalve toepassing van de conflictregels

De Portugese rechter is niet gebonden door de door de partijen aangevoerde argumenten met betrekking tot het onderzoeken, interpreteren en toepassen van rechtsregels (artikel 5, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Uit dit algemene beginsel vloeit voort dat de nationale rechter de conflictregels ambtshalve toepast.

2.2 Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing)

Er bestaan in Portugal drie basisregels met betrekking tot verwijzing:

  • de regel die voorziet in verwijzing naar het recht van een andere staat (artikel 17 van het burgerlijk wetboek);
  • de regel die voorziet in verwijzing naar het Portugese recht (artikel 18 van het burgerlijk wetboek);
  • de regel die bepaalt in welke gevallen verwijzing niet is toegestaan (artikel 19 van het burgerlijk wetboek).

Verwijzing naar het recht van een andere staat

In Portugal is verwijzing naar het recht van een andere staat toegestaan.

Verwijzing naar het recht van een andere staat vindt plaats wanneer de Portugese conflictregel naar het recht van een andere staat verwijst en die staat zich bevoegd acht om de zaak te behandelen (artikel 17, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

Verwijzing eindigt wanneer:

  • het vreemde recht waarnaar de Portugese conflictregel verwijst het persoonlijke recht is en
    • de betrokkene zijn gewone verblijfplaats in Portugal heeft, of
    • de betrokkene in een land verblijft waar het toepasselijke recht volgens de conflictregels van dat rechtsstelsel het recht is van de staat waarvan de betrokkene de nationaliteit heeft (artikel 17, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

Verwijzing wordt in ieder geval toegepast wanneer aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

  • de zaak heeft betrekking op curatele, bewind, vermogensrechtelijke betrekkingen tussen echtgenoten, ouderlijk gezag, de betrekkingen tussen adoptieouders en adoptiekinderen en erfenissen;
  • het door de Portugese conflictregels aangewezen recht verwijst naar het recht van het land waar de onroerende zaken zijn gelegen, en de rechter van dat land wordt geacht bevoegd te zijn (artikel 17, lid 3, van het burgerlijk wetboek).

Verwijzing naar het Portugese recht

Verwijzing naar het Portugese recht vindt plaats wanneer de Portugese conflictregel naar het recht van een andere staat verwijst, dat een conflictregel bevat die vervolgens weer naar het Portugese recht terugverwijst. In dat geval is het Portugese recht van toepassing (artikel 18, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

Bij kwesties met betrekking tot het personeel statuut is verwijzing naar het Portugese recht slechts toegestaan wanneer wordt voldaan aan het volgende aanvullende criterium:

  • de betrokkene heeft zijn gewone verblijfplaats op het Portugese grondgebied, of
  • volgens het recht van het land waar hij zijn verblijfplaats heeft, is het Portugese recht van toepassing (artikel 18, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

Gevallen waarin verwijzing niet is toegestaan

De bovengenoemde vormen van verwijzing zijn niet toegestaan in de volgende gevallen:

  • als verwijzing leidt tot de ongeldigheid of niet-uitvoerbaarheid van een rechtshandeling die wel geldig zou zijn bij toepassing zonder meer (zonder verwijzing) van de Portugese conflictregel (artikel 19, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • als verwijzing leidt tot de onwettigheid van een toestand die anders wel wettig zou zijn (artikel 19, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • als de betrokkene het toepasselijke vreemde recht heeft aangewezen, mits dat is toegestaan (artikel 19, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

2.3 Wijziging aanknopingspunt

Het aanknopingspunt is het feitelijke of juridische element dat in de conflictregel is vastgesteld en wordt gebruikt om te bepalen welk recht van toepassing is. Afhankelijk van het geval kan dit bijvoorbeeld de nationaliteit zijn of het land waar een rechtshandeling, de intellectuele schepping en de registratie van een recht heeft plaatsgevonden, waar de zaken zich bevinden of waar de betrokkene zijn verblijfplaats heeft.

In het Portugese recht zijn ten minste twee beperkingen gesteld aan de wijziging van het aanknopingspunt:

  • wetsontduiking – een wijziging van het aanknopingspunt die voortvloeit uit een feitelijke of juridische situatie die in het leven is geroepen om te ontsnappen aan de toepassing van een wet die anders wel zou worden toegepast, wordt niet in aanmerking genomen (artikel 21 van het burgerlijk wetboek);
  • de wijziging van het personele recht heeft geen invloed op de meerderjarigheid wanneer die op grond van het eerdere persoonlijke recht reeds is bereikt (artikel 29 van het burgerlijk wetboek).

Wanneer het niet mogelijk is het aanknopingspunt vast te stellen op grond waarvan het toepasselijke recht moet worden aangewezen, is het recht dat in tweede plaats in aanmerking komt van toepassing (artikel 23 van het burgerlijk wetboek).

2.4 Niet-toepassing van conflictregels in uitzonderingsgevallen

Strijdigheid met de openbare orde

De bepalingen van het door de conflictregel aangewezen vreemde recht zijn niet van toepassing wanneer deze in strijd zijn met de fundamentele beginselen van de internationale openbare orde van de Portugese staat (artikel 22, lid 1, van het burgerlijk wetboek). In voorkomend geval worden andere, beter passend geachte, bepalingen van het vreemde recht toegepast of, in tweede instantie, de regels van het Portugese interne recht (artikel 22, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

Internationale verdragen en EU-wetgeving

Indien in voor de Portugese staat bindende internationale overeenkomsten of in Europese wetgeving regels betreffende toepasselijk recht zijn opgenomen die afwijken van de nationale conflictregels, worden de nationale conflictregels buiten beschouwing gelaten.

2.5 Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht

De partij die een beroep doet op buitenlands recht moet het bestaan en de inhoud ervan bewijzen. De rechter moet echter ambtshalve informatie inwinnen over dat buitenlandse recht. Het buitenlandse recht wordt geïnterpreteerd binnen het systeem waartoe het behoort en conform de daarin vastgestelde interpretatieregels (artikel 23, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

Om informatie in te winnen over het buitenlandse recht op het gebied van burgerlijke en handelszaken, kunnen twee overeenkomsten waarbij Portugal partij is worden geraadpleegd, namelijk:

  • de Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht (Londen, 1968);
  • de Overeenkomst betreffende juridische informatie inzake het geldende recht en de toepassing daarvan (Brasilia, 1972).

Indien de inhoud van het toepasselijke buitenlandse recht niet kan worden vastgesteld, wordt het subsidiair toepasselijke recht toegepast (artikel 23, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

3 De conflictregels

3.1 Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen

Regeling volgens de EU-wetgeving

In alle lidstaten van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken) wordt het recht dat van toepassing is op contractuele verbintenissen bepaald op grond van Verordening (EG) nr. 593/2008 van 17 juni 2008 (Rome I), zodat de hierna vermelde nationale conflictregels terzijde worden geschoven voor zover deze afwijkend zijn.

Denemarken is de enige lidstaat van de Europese Unie waar Verordening (EG) nr. 593/2008 van 17 juni 2008 niet van toepassing is en waar het Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst nog altijd van kracht is. Het recht dat daar van toepassing is op contractuele verbintenissen wordt bepaald overeenkomstig het Verdrag van Rome van 1980, zodat de hierna vermelde nationale conflictregels terzijde worden geschoven voor zover deze afwijkend zijn.

Regeling volgens de nationale conflictregels

Zaken met betrekking tot de bevestiging, interpretatie en voltooiing van een intentieverklaring, evenals het ontbreken van wil of een gebrekkige wil worden beheerst door:

  • het recht dat van toepassing is op de inhoud van de overeenkomst (artikel 35, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

De waarde van een gedraging als intentieverklaring wordt bepaald door:

  • het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de partijen of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van de plaats waar de gedraging is vastgesteld.

De waarde van zwijgen als verklaring wordt bepaald door:

  • het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de partijen of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van de plaats waar het voorstel is ontvangen (artikel 35, leden 2 en 3, van het burgerlijk wetboek).

De vorm van de intentieverklaring wordt beheerst door:

  1. het recht dat van toepassing is op de inhoud van de overeenkomst, of
  2. het recht dat geldt in het land waar de verklaring is gedaan, of
  3. het recht van het land waarnaar wordt verwezen door de conflictregel die geldt in het land waar de verklaring is gedaan (artikel 36, leden 1 en 2, van het burgerlijk wetboek).

Opmerking:

De opties 2 en 3 zijn alleen toelaatbaar indien in het recht dat de inhoud van de overeenkomst beheerst niet is bepaald dat de verklaring nietig of onuitvoerbaar is omdat een bepaald vormvereiste niet is nageleefd, zelfs als de overeenkomst in het buitenland is gesloten.

De wettelijke vertegenwoordiging wordt beheerst door:

  • het recht dat de rechtsbetrekking beheerst waaruit de vertegenwoordigingsbevoegdheid voortvloeit (artikel 37 van het burgerlijk wetboek).

De organische vertegenwoordiging wordt beheerst door:

  • het persoonlijke recht.

Vrijwillige vertegenwoordiging is als volgt geregeld:

  • het recht van de staat waar de bevoegdheid tot vertegenwoordiging wordt uitgeoefend, beheerst het bestaan, de omvang, de wijziging, de gevolgen en de beëindiging van de vertegenwoordigingsbevoegdheid (artikel 39, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • het recht van het land van de gewone verblijfplaats van de vertegenwoordigde partij is van toepassing als de vertegenwoordiger zijn bevoegdheid in een ander land uitoefent dan het door de vertegenwoordigde partij aangewezen land en de derde met wie het contract is gesloten daarvan op de hoogte is (artikel 39, lid 2, van het burgerlijk wetboek);
  • het recht van het land waar het kantoor van de vertegenwoordiger is gevestigd, is van toepassing wanneer deze de vertegenwoordiging beroepsmatig uitoefent en de derde contractpartij daarvan op de hoogte is (artikel 39, lid 3, van het burgerlijk wetboek);
  • het recht van het land waar de onroerende zaken zijn gelegen, is van toepassing wanneer de vertegenwoordiging betrekking heeft op de beschikking over of het beheer van deze zaken (artikel 39, lid 3, van het burgerlijk wetboek).

De verjarings- en vervaltermijnen worden beheerst door:

  • het recht dat van toepassing is op het recht waarop deze termijnen betrekking hebben (artikel 40, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

De verplichtingen die voortvloeien uit rechtshandelingen en de inhoud van de overeenkomst worden beheerst door:

I. het recht dat de partijen hebben gekozen of in gedachte hadden (artikel 41, lid 1, van het burgerlijk wetboek), mits is voldaan aan een van de volgende voorwaarden:

  • de toepassing van dat recht strookt met een aanmerkelijk belang van de partijen, of
  • het recht is verbonden met een van de aspecten van de overeenkomst die onder de toepassing van het internationaal privaatrecht vallen (artikel 41, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

II. Indien de partijen geen recht hebben gekozen, wordt het volgende recht toegepast:

  • het recht van de gewone verblijfplaats van de aangever in het geval van een eenzijdige rechtshandeling;
  • het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de partijen in het geval van een overeenkomst (artikel 42, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

III. In het geval van overeenkomsten waarbij de partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt en de partijen geen gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben, moeten twee situaties worden onderscheiden:

  • overeenkomsten om niet worden beheerst door het recht van de gewone verblijfplaats van de contractpartij die de begunstiging verleent;
  • overeenkomsten onder bezwarende titel worden beheerst door het recht van de plaats waar ze zijn gesloten (artikel 42, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

Zaakwaarneming wordt beheerst door:

  • het recht van de plaats waar de zaakwaarnemer de hoofdactiviteit uitoefent (artikel 43 van het burgerlijk wetboek).

Ongerechtvaardigde verrijking wordt beheerst door:

  • het recht op basis waarvan de vermogensoverdracht ten gunste van de verrijkte is uitgevoerd.

3.2 Niet-contractuele verbintenissen

Regeling volgens de EU-wetgeving

In alle lidstaten van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken) wordt het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen bepaald op grond van Verordening (EG) nr. 864/2007 van 11 juli 2007 (Rome II), zodat de hierna vermelde nationale conflictregels terzijde worden geschoven voor zover deze afwijkend zijn.

In de betrekkingen tussen Portugal en de landen die partij zijn bij het Verdrag van Den Haag van 1971 inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg, wordt het in die gevallen toepasselijke recht echter overeenkomstig dat verdrag bepaald, zodat in dit deel de conflictregels van Rome II terzijde worden geschoven (artikel 28 van Rome II).

Regeling volgens de nationale conflictregels

I. Buitencontractuele aansprakelijkheid gebaseerd op onrechtmatige daad of risico wordt beheerst door:

a)     het recht van het land waarin de belangrijkste schadelijke activiteit heeft plaatsgevonden, of

b)     in het geval van nalatigheid, het recht van het land waar de nalatige persoon had moeten handelen (artikel 45, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

II. Indien de veroorzaker niet aansprakelijk wordt geacht op grond van het recht van de plaats waar de schadelijke activiteit heeft plaatsgevonden of, in het geval van nalatigheid, van het recht van de plaats waar de veroorzaker had moeten handelen, is het toepasselijke recht het recht van de staat waarin het schadelijke gevolg zich heeft voorgedaan, mits aan beide volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)     op grond van het recht van de staat waarin het nadelige gevolg zich heeft voorgedaan, wordt de veroorzaker van de handeling of de nalatigheid aansprakelijk geacht, en

b)     de veroorzaker had het nadelige gevolg dat zich in die staat heeft voorgedaan als gevolg van het handelen of nalaten, moeten of kunnen voorzien (artikel 45, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

III. De regels onder punt I en II zijn niet van toepassing in de volgende gevallen:

a)      indien de veroorzaker van de handeling of de nalatigheid en de benadeelde persoon dezelfde nationaliteit of dezelfde gewone verblijfplaats hebben en af en toe in het buitenland verblijven, is het toepasselijke recht, afhankelijk van het geval, het recht van de nationaliteit of het recht van de gemeenschappelijke verblijfplaats;

b)      dit geldt onverminderd de bepalingen van de staat van verblijf, die voor alle personen gelijk van toepassing zijn (artikel 45, lid 3, van het burgerlijk wetboek).

3.3 De burgerlijke staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid)

Het begrip persoonlijk recht

  • Natuurlijke personen:
    • Het persoonlijke recht is dat van de nationaliteit van de natuurlijke persoon (artikel 31, lid 1, van het burgerlijk wetboek).
    • In het geval van staatlozen geldt het recht van het land waar zij hun gewone verblijfplaats hebben als het persoonlijke recht (artikel 32, lid 1, van het burgerlijk wetboek). In het geval van een staatloze minderjarige of een meerderjarige onder curatele, is het recht van zijn wettelijke woonplaats het persoonlijke recht (artikel 32, lid 2, van het burgerlijk wetboek).
  • Rechtspersonen:
    • Het persoonlijke recht van rechtspersonen is het recht van de staat waar het hoofdkantoor en de administratieve zetel is gevestigd (artikel 33, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

Het persoonlijke recht van natuurlijke personen beheerst:

  • de burgerlijke staat (artikel 25 van het burgerlijk wetboek);
  • de bevoegdheid (artikel 25 van het burgerlijk wetboek);
  • de verkrijging en de beëindiging van rechtspersoonlijkheid (artikel 26, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • de rechten van persoonlijkheid – het bestaan, de bescherming en de beperkingen (behoudens het feit dat een vreemdeling of staatloze alleen de vormen van rechtsbescherming geniet die door het Portugese recht worden erkend) (artikel 27 van het burgerlijk wetboek);
  • de meerderjarigheid (onder voorbehoud dat de verandering van het persoonlijke recht geen invloed heeft op de reeds bereikte meerderjarigheid krachtens het eerdere persoonlijke recht) (artikel 29 van het burgerlijk wetboek);
  • curatele en vergelijkbare maatregelen die tot doel hebben onbekwame personen te beschermen (artikel 29 van het burgerlijk wetboek).

Het persoonlijke recht van rechtspersonen beheerst:

  • de bevoegdheid van de rechtspersoon;
  • de oprichting, het functioneren en de bevoegdheid van zijn organen;
  • de wijze van verwerving en verlies van aandeelhouderschap, evenals de bijkomende rechten en verplichtingen;
  • de aansprakelijkheid van de rechtspersoon, zijn organen en aandeelhouders jegens derden;
  • de omzetting, de ontbinding en de beëindiging van de rechtspersoon (artikel 33, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

Verplaatsing en fusie van rechtspersonen:

  • De verplaatsing van het hoofdkantoor van de rechtspersoon van het ene land naar het andere heeft niet het verlies van rechtspersoonlijkheid tot gevolg wanneer de rechtsstelsels van beide landen op dit punt overeenstemmen.
  • De fusie van rechtspersonen met een verschillend persoonlijk recht wordt beoordeeld op grond van beide rechtsstelsels (artikel 33, leden 3 en 4, van het burgerlijk wetboek).

Internationale rechtspersonen:

  • Het persoonlijke recht is het in de oprichtingsakte of de statuten aangewezen recht.
  • Indien er geen recht is aangewezen, is het recht van het land waar het hoofdkantoor is gevestigd van toepassing (artikel 34 van het burgerlijk wetboek).

3.4 Afstamming en adoptie

3.4.1 Afstamming

De vaststelling van afstamming wordt beheerst door:

  • het persoonlijke recht van de ouder op het moment dat de relatie tot stand kwam (artikel 56, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • het gemeenschappelijke nationale recht van de ouders, of bij gebreke daarvan, het recht van het land waar zij hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben of, bij gebreke daarvan, het persoonlijke recht van het kind wanneer het een kind van een gehuwde moeder betreft en de vaststelling van de afstamming betrekking heeft op de vader (artikel 56, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

De betrekkingen tussen ouders en kinderen worden beheerst door:

  • het gemeenschappelijk nationale recht van de ouders of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de ouders of,
  • als de gewone verblijfplaats van de ene ouder zich in een ander land bevindt dan die van de andere ouder, het persoonlijke recht van het kind (artikel 57, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

3.4.2 Adoptie

Adoptie, de betrekkingen tussen de adoptieouders en adoptiekinderen, en de betrekkingen tussen het geadopteerde kind en zijn biologische familie worden beheerst door:

  • het persoonlijke recht van de adoptieouders (artikel 60, lid 1, van het burgerlijk wetboek) of,
  • indien de adoptieouders zijn gehuwd of indien het adoptiekind het kind van een van hen is, het gemeenschappelijke nationale recht van de adoptieouders of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de adoptieouders of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van het land waarmee het gezinsleven van de adoptieouders het nauwst verbonden is (artikel 60, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

Gevallen waarin adoptie niet is toegestaan:

  • wanneer het recht dat de betrekkingen tussen het te adopteren kind en de biologische ouders beheerst adoptie niet kent of adoptie in de betreffende situatie niet is toegestaan (artikel 60, lid 4, van het burgerlijk wetboek).

Gevallen waarin toestemming is vereist voor adoptie of vrijwillige erkenning van het ouderschap:

  • indien het persoonlijke recht van het te adopteren kind zijn toestemming vereist (artikel 61, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • indien het recht dat de relatie beheerst tussen het te adopteren kind en een derde met wie het een familierechtelijke band of een band op grond van voogdij heeft, de toestemming van die derde vereist (artikel 61, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

3.5 Huwelijk, ongehuwd samenwonen en geregistreerd partnerschap, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen

3.5.1 Huwelijk

Het persoonlijke recht van iedere van de echtgenoten is van toepassing op:

  • hun bevoegdheid om een huwelijk te sluiten;
  • hun bekwaamheid om een huwelijksovereenkomst te ondertekenen;
  • de regels inzake het ontbreken van instemming of een ongeldige instemming van de echtgenoten (artikel 49 van het burgerlijk wetboek).

De vorm van het huwelijk wordt beheerst door de volgende regels:

  • het recht van de staat waar het huwelijk wordt voltrokken;
  • het nationale recht van een van beide echtgenoten in het geval van twee vreemdelingen die in Portugal huwen ten overstaan van de respectieve consulaire of diplomatieke vertegenwoordigers van hun land en indien het recht van dat land dezelfde bevoegdheid toekent aan Portugese consulaire en diplomatieke vertegenwoordigers (artikel 51, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers van de Portugese staat of de katholieke geestelijken kunnen een huwelijk tussen twee Portugezen of tussen een Portugees en een buitenlander sluiten (artikel 51, lid 2, van het burgerlijk wetboek);
  • in bovengenoemde gevallen wordt het huwelijk voorafgaand aan de huwelijksvoltrekking bekendgemaakt door de bevoegde autoriteit, tenzij vrijstelling is verleend van deze verplichting (artikel 51, lid 3, van het burgerlijk wetboek);
  • het canonieke huwelijk dat is voltrokken in het buitenland tussen twee Portugezen of tussen een Portugees en een buitenlander wordt geacht katholiek te zijn en zal in Portugal worden ingeschreven in het huwelijksregister van de betrokken parochie, ongeacht de wettelijke vorm van de huwelijksvoltrekking (artikel 51, lid 4, van het burgerlijk wetboek).

De betrekkingen tussen de echtgenoten en de wijziging van het huwelijksvermogensregime worden beheerst door:

  • het gemeenschappelijke nationale recht (artikel 52, lid 1, van het burgerlijk wetboek) of, bij gebreke daarvan
  • het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van het land waarmee het gezinsleven het nauwst verbonden is (artikel 51, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

3.5.2 Ongehuwd samenwonen en geregistreerd partnerschap

Er bestaan geen nationale conflictregels die specifiek betrekking hebben op ongehuwd samenwonen.

Ongehuwd samenwonen wordt in het interne recht beheerst door wet 7/2001 van 11 mei 2001 (bescherming van ongehuwd samenwonen) (laatstelijk gewijzigd bij wet 71/2018 van 31 december 2018).

In het Portugese recht is ongehuwd samenwonen gedefinieerd als de juridische situatie waarbij twee personen, ongeacht hun geslacht, gedurende meer dan twee jaar samenwonen onder dezelfde voorwaarden als echtgenoten (artikel 1, lid 2, van de wet op de bescherming van ongehuwd samenwonen).

Gezien het ontbreken van specifieke conflictregels inzake ongehuwd samenwonen, zijn de conflictregels inzake de betrekkingen tussen echtgenoten en de wijziging van het huwelijksvermogensregime op overeenkomstige wijze van toepassing. Deze interpretatie is in de nationale rechtspraak echter aan veranderingen onderhevig.

3.5.3 Echtscheiding en scheiding van tafel en bed

Regeling volgens de EU-wetgeving

In de lidstaten van de Europese Unie die deelnemen aan de nauwere samenwerking, wordt het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed bepaald op grond van Verordening (EG) nr. 1259/2010 van 11 juli 2007, zodat de hierna vermelde nationale conflictregels terzijde worden geschoven voor zover deze afwijkend zijn.

Regeling volgens de nationale conflictregels

Echtscheiding en scheiding van tafel en bed worden beheerst door:

  • het gemeenschappelijke nationale recht of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van het land waarmee het gezinsleven het nauwst verbonden is (artikel 52 van het burgerlijk wetboek, dat ingevolge artikel 55, lid 1, van dat wetboek van toepassing is op echtscheiding en scheiding van tafel en bed).

Wijziging van het toepasselijke recht gedurende het huwelijk:

  • In dat geval kan alleen een relevant feit dat zich gedurende het huwelijk voordoet, een reden zijn voor echtscheiding of scheiding van tafel en bed (artikel 55, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

3.5.4 Onderhoudsverplichtingen

Regeling volgens het Haags Protocol van 2007

In de lidstaten van de Europese Unie (behalve Denemarken) wordt het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen die voortvloeien uit een familiebetrekking, afstamming, huwelijk of aanverwantschap, met inbegrip van onderhoudsverplichtingen jegens kinderen, ongeacht de burgerlijke staat van de ouders, bepaald op grond van het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, zodat de hierna genoemde nationale conflictregels terzijde worden geschoven voor zover deze afwijkend zijn.

Regeling volgens de nationale conflictregels

Het toepasselijke recht is, afhankelijk van het geval, het recht dat is vermeld:

  • onder de titel “Vaststelling van de afstamming, inclusief adoptie”, in het deel over betrekkingen tussen ouders en kinderen, en over de betrekkingen tussen adoptieouders en adoptiekinderen;
  • onder de titel “Huwelijk, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed en onderhoudsverplichtingen”, in het deel over betrekkingen tussen echtgenoten.

In het geval van onderhoudsvorderingen op basis van andere familiebetrekkingen geldt dat:

  • het persoonlijke recht van de partijen van toepassing is.

In het geval van onderhoudsvorderingen op basis van rechtshandelingen geldt dat:

  • het recht dat hierboven is vermeld onder de titel “Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen” het toepasselijke recht is, met name met betrekking tot verbintenissen die voortvloeien uit rechtshandelingen en uit de inhoud van de overeenkomst.

In het geval van onderhoudsvorderingen op basis van bepalingen uit het erfrecht of een testament geldt dat:

  • het recht dat onder de titel “Testamenten en erfrecht” is vermeld, het toepasselijke recht is.

3.6 Huwelijksvermogensrecht

Regeling volgens de EU-wetgeving

In de lidstaten van de Europese Unie die deelnemen aan de nauwere samenwerking, waaronder Portugal, wordt het toepasselijke recht inzake huwelijksvermogensstelsels en vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen bepaald op grond van Verordening (EU) 2016/1103 en Verordening (EU) 2016/1104, zodat de hierna vermelde nationale conflictregels terzijde worden geschoven voor zover deze afwijkend zijn.

Regeling volgens de nationale conflictregels

Huwelijkse voorwaarden (inhoud en gevolgen) en het huwelijksvermogensregime (wettelijk en contractueel) worden beheerst door:

  • het nationale recht van de echtgenoten op het tijdstip van het huwelijk (artikel 53, lid 1, van het burgerlijk wetboek) of, indien zij niet dezelfde nationaliteit hebben,
  • het recht van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats op het tijdstip van het huwelijk of, bij gebreke daarvan,
  • het recht van de eerste verblijfplaats van het echtpaar (artikel 53, lid 1, van het burgerlijk wetboek) of
  • een van voornoemde rechtsstelsels, als een vreemd rechtsstelsel van toepassing is, als een van de echtgenoten gewoonlijk in Portugal verblijft en als dat stelsel is overeengekomen zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor eerdere rechten die een derde voorafgaand aan de overeenkomst heeft verworven (artikel 53, lid 3, van het burgerlijk wetboek).

Wat de wijziging van het huwelijksvermogensregime betreft, zie het deel over de betrekkingen tussen de echtgenoten en de wijziging van het huwelijksvermogensregime (artikel 54 van het burgerlijk wetboek), onder punt 3.5.1 “Huwelijk”.

3.7 Erfrecht

Regeling volgens de EU-wetgeving

In alle lidstaten van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk) wordt het recht dat van toepassing is op nalatenschappen bepaald op grond van Verordening (EU) nr. 650/2012, zodat de hierna genoemde nationale conflictregels terzijde worden geschoven voor zover deze afwijkend zijn.

De Europese erfopvolgingsverordening laat onverlet de toepassing van de internationale verdragen waarbij Portugal op het tijdstip van de vaststelling van de verordening partij is (artikel 75, lid 1, van Verordening (EU) nr. 650/2012).

Hoewel Portugal het Haags Verdrag van 5 oktober 1961 inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen heeft ondertekend, heeft het dat verdrag tot op heden (april 2021) niet geratificeerd, zodat het er niet door is gebonden.

Bijgevolg worden internationale testamenten beheerst door het Verdrag houdende eenvormige wet nopens de vorm van een internationaal testament (Washington, 1973), waarbij Portugal partij is, goedgekeurd voor toetreding bij wetsbesluit 252/75, en door de regels van het Portugese notarieel wetboek.

Regeling volgens de nationale conflictregels

Het persoonlijke recht van de erflater op het tijdstip van het overlijden beheerst:

  • de erfopvolging in de nalatenschap;
  • de bevoegdheden van de beheerder van de nalatenschap en de executeur-testamentair (artikel 62 van het burgerlijk wetboek).

Het persoonlijke recht van de testateur op het tijdstip van het opmaken van het testament beheerst:

  • de bevoegdheid om bij uiterste wil te beschikken en om deze wilsbeschikking te wijzigen of te herroepen (artikel 63, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • de speciale vorm die rekening houdend met de leeftijd van de testateur is vereist (artikel 63, lid 1, van het burgerlijk wetboek);
  • de interpretatie van de clausules en bepalingen van uiterste wilsbeschikkingen, tenzij daarin naar een ander recht wordt verwezen (artikel 64, punt a), van het burgerlijk wetboek);
  • de regels inzake het ontbreken van instemming of een ongeldige instemming (artikel 64, punt b), van het burgerlijk wetboek);
  • de toelaatbaarheid van gemeenschappelijke testamenten (artikel 64, punt c), van het burgerlijk wetboek);
  • de toelaatbaarheid van erfovereenkomsten, onverminderd het stelsel vermeld onder de titel “Huwelijksvermogensregimes” (artikel 64, punt c), van het burgerlijk wetboek).

Opmerking:

Wanneer het persoonlijke recht wijzigt nadat de uiterste wilsbeschikking is opgesteld, kan de testateur deze wilsbeschikking alsnog herroepen conform het eerdere persoonlijke recht (artikel 63, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

Ten aanzien van de vorm, herroeping of wijziging van uiterste wilsbeschikkingen kunnen de volgende rechtsstelsels als tweede mogelijkheid worden toegepast:

  • het recht van de plaats waar de akte is opgesteld; of
  • het persoonlijke recht van de overledene op het tijdstip van het opmaken van het testament; of
  • het persoonlijke recht van de overledene op het tijdstip van het overlijden; of
  • het recht waarnaar de nationale conflictregel verwijst (artikel 65, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

Beperkingen van dit stelsel:

Er moet worden voldaan aan de vorm die is vereist op grond van het persoonlijke recht van de testateur op het tijdstip van het opmaken van het testament, indien niet-naleving leidt tot nietigheid of niet-uitvoerbaarheid van de wilsbeschikking, zelfs indien deze in het buitenland zal worden uitgevoerd.

3.8 Goederenrecht

Bezit, eigendom en andere zakelijke rechten worden beheerst door:

  • het recht van de staat op het grondgebied waarvan de zaken zich bevinden (artikel 46, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

De vestiging en de overdracht van zakelijke rechten op goederen in transito worden beheerst door:

  • het recht van het land van bestemming (artikel 46, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

De vestiging en de overdracht van zakelijke rechten op vervoersmiddelen waarvoor inschrijving in het register verplicht is, worden beheerst door:

  • het recht van het land waar de inschrijving is gedaan (artikel 46, lid 3, van het burgerlijk wetboek).

De bevoegdheid tot het vestigen van zakelijke rechten op onroerende zaken of hierover te beschikken, wordt beheerst door:

  • het recht van het land waar de zaak is gelegen, mits zulks in het betreffende rechtsstelsel is bepaald, of anders
  • het persoonlijke recht (artikel 47 van het burgerlijk wetboek).

Auteursrechten worden beheerst door:

  • het recht van de plaats van de eerste publicatie van het werk of, indien het werk niet is gepubliceerd;
  • het persoonlijke recht van de auteur, onverminderd de bepalingen in speciale wetgeving (artikel 48, lid 1, van het burgerlijk wetboek).

Industriële-eigendomsrechten worden beheerst door:

  • het recht van het land waarin zij zijn geschapen (artikel 48, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

3.9 Insolventie

Het toepasselijke recht is over het algemeen het recht van de staat waar de zaak is aangebracht (artikel 276 van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

In bepaalde gevallen zijn er uitzonderingen op deze regel voor de effecten van de insolventieverklaring:

• De effecten op arbeidsovereenkomsten en -verhoudingen worden beheerst door het recht dat van toepassing is op arbeidsovereenkomsten (artikel 277 van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

• De rechten van de schuldenaar met betrekking tot onroerend goed, of een vaartuig of een vliegtuig dat moet worden ingeschreven in een openbaar register, worden beheerst door het recht van de staat onder het gezag waarvan dit register wordt gehouden (artikel 278 van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

• De effecten op overeenkomsten die het recht geven zakelijke rechten op onroerend goed te verwerven of het recht om dat onroerend goed te gebruiken, worden uitsluitend beheerst door het recht van de staat op het grondgebied waarvan het onroerend goed is gelegen (artikel 279, lid 1, van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

• De effecten op de rechten van de verkoper met betrekking tot aan de insolvente schuldenaar met eigendomsvoorbehoud verkochte activa en de zakelijke rechten van schuldeisers of derden op activa die toebehoren aan de schuldenaar en die zich op het moment van inleiding van de procedure op het grondgebied van de andere staat bevinden, worden uitsluitend beheerst door het recht van die staat (artikel 280, lid 1, van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

• De effecten op de rechten betreffende effecten op naam of gedeponeerde effecten worden krachtens artikel 41 van de effectenwet beheerst door het recht dat van toepassing is op de overdracht van deze rechten (artikel 282, lid 1, van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

• De effecten op de rechten en verplichtingen van de partijen op een financiële markt of van een betalingssysteem zoals gedefinieerd in artikel 2, onder a), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998, of het equivalent daarvan, worden beheerst door het recht dat op dat systeem van toepassing is (artikel 285 van de effectenwet en artikel 282, lid 2, van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

• De effecten op verkoop- en terugkooptransacties in de zin van artikel 12 van Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986 worden beheerst door het op deze overeenkomsten toepasselijke recht (artikel 283 van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

• De effecten op lopende procedures in verband met een goed of een recht dat integraal deel uitmaakt van de insolvente boedel, worden uitsluitend beheerst door het recht van de staat waar de procedure wordt gevoerd (artikel 285 van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

Links naar relevante Portugese wetgeving:

Grondwet van de Portugese Republiek

Burgerlijk wetboek

Notarieel wetboek

Wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen

Slotopmerking

De informatie op deze pagina is algemeen van aard en niet alomvattend. Zij is niet bindend voor het contactpunt, het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, de rechtbanken of enige andere ontvanger. Raadpleging van deze informatie kan niet in de plaats komen van het raadplegen van de toepasselijke wetgeving.

Laatste update: 10/11/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.