Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
Swipe to change

Huwelijksvermogensstelsels

Luxemburg
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Bestaat er in deze lidstaat een wettelijk huwelijksvermogensstelsel? Wat houdt het in?

Het Luxemburgs burgerlijk wetboek (Code Civil) bepaalt dat de echtgenoten onder het wettelijk huwelijksvermogensstelsel vallen, indien zij geen huwelijksovereenkomst hebben gesloten (zie artikel 1400 e.v. van het burgerlijk wetboek). Dit stelsel is de gemeenschap van vruchten en inkomsten, doorgaans “wettelijke gemeenschap” genoemd (communauté légale). In dit stelsel wordt er een onderscheid gemaakt tussen gemeenschappelijke eigendommen en persoonlijke eigendommen.

Alle goederen die de echtgenoten vóór het huwelijk verwerven, blijven persoonlijke eigendommen. Goederen die tijdens het huwelijk worden verworven, worden deel van het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten (loon en inkomsten, inkomsten uit persoonlijke eigendommen en door betaling verkregen goederen).

Indien echtgenoten niet kunnen bewijzen dat goederen tot hun persoonlijke eigendom behoren, gelden deze als gemeenschappelijke goederen.

Er bestaan meerdere uitzonderingen op deze regel: met name alle goederen van persoonlijke aard en rechten die uitsluitend tot een persoon behoren, zijn persoonlijke eigendommen. Persoonlijke eigendommen zijn met name kleding, familiestukken, rechten op literaire, artistieke of industriële eigendom en schadevorderingen (artikel 1404 van het burgerlijk wetboek). Ook goederen die tijdens de gemeenschap door erfopvolging, giften of legaten worden verworven, gelden als persoonlijke eigendommen (artikel 1405 van het burgerlijk wetboek).

https://legilux.public.lu/eli/etat/leg/code/civil/20220701

2 Hoe kunnen echtgenoten hun huwelijksvermogensstelsel regelen? Wat zijn de formele vereisten in dit geval?

Artikel 1387 van het burgerlijk wetboek betreffende het beginsel dat echtgenoten vrij zijn om hun huwelijksvermogensstelsel te regelen: de wet stelt uitsluitend voorwaarden aan de vermogensrechtelijke betrekkingen tussen echtgenoten voor zover zij geen specifieke afspraken wensen te maken, mits de afspraken die zij wel maken geen inbreuk vormen op de openbare zeden of de volgende bepalingen.

Echtgenoten kunnen van het wettelijk huwelijksvermogensstelsel afwijken door een huwelijksovereenkomst te sluiten. Hierbij kan een overeenkomst naar wens worden opgesteld of voor een van de in het burgerlijk wetboek vastgestelde vormen worden gekozen.

Zo kunnen de echtgenoten in hun huwelijksovereenkomst een algehele gemeenschap (communauté universelle) voor hun eigendommen vastleggen. In dit stelsel hebben de echtgenoten geen persoonlijke eigendommen, met uitzondering van goederen die van nature aan een van de echtgenoten toebehoren (kleding, familiestukken enz.). Alle goederen zijn gemeenschappelijk (roerende goederen, onroerende goederen, goederen die tijdens het huwelijk zijn verkregen en goederen die op de huwelijksdag aanwezig waren). Ook alle schulden van de echtgenoten zijn gemeenschappelijk en beide echtgenoten zijn dus hoofdelijk aansprakelijk.

Een ander mogelijk huwelijksvermogensstelsel waarin het burgerlijk wetboek voorziet is scheiding van goederen (séparation de biens). In dit stelsel hebben de echtgenoten in beginsel geen gemeenschappelijke eigendommen. Alle goederen behoren toe aan slechts een van de echtgenoten. Zij behouden dus beiden het beheer en het genot van en de beschikkingsvrijheid over hun persoonlijke eigendommen en blijven ieder aansprakelijk voor hun eigen schulden (ongeacht of die vóór of tijdens het huwelijk zijn ontstaan). Schulden die door een van de echtgenoten zijn aangegaan voor het onderhoud van het huishouden of de opvoeding van de kinderen, vormen een uitzondering. Voor deze schulden zijn beide echtgenoten aansprakelijk.

Wat de formele vereisten betreft, wordt een huwelijksovereenkomst opgesteld in de vorm van een akte ten overstaan van een notaris.

Een huwelijksovereenkomst of de wijziging van een bestaande overeenkomst moet altijd in de vorm van een notariële akte worden verleden in aanwezigheid en met toestemming van alle betrokken partijen (artikel 1394 van het burgerlijk wetboek). De notaris stelt de huwelijksovereenkomst op, laat deze door de echtgenoten of toekomstige echtgenoten ondertekenen en zorgt ervoor dat de huwelijksovereenkomst wordt overgedragen aan het parket-generaal om in het register van de burgerlijke stand te worden opgenomen. Deze formaliteit is noodzakelijk, opdat de huwelijksovereenkomst aan derden kan worden tegengeworpen (bijvoorbeeld schuldeisers van een van de echtgenoten).

3 Zijn er beperkingen op de vrijheid om een huwelijksvermogensstelsel te regelen?

Ja, er moet aan bepaalde beginselen worden voldaan. Zo mag een huwelijksovereenkomst niet in strijd zijn met de openbare zeden (artikel 1387 van het burgerlijk wetboek) en mag er niet worden afgeweken van de regels inzake de ouderlijke macht, gerechtelijke ondertoezichtstelling en voogdij (artikel 1388 van het burgerlijk wetboek); een huwelijksovereenkomst mag evenmin tot gevolg hebben dat de wettelijke volgorde van erfopvolging verandert (artikel 1389 van het burgerlijk wetboek).

De primaire regeling (artikelen 212 tot en met 226 van het burgerlijk wetboek) moet worden nageleefd met betrekking tot alle kwesties waarvoor niet is bepaald dat de toepassing van de huwelijksovereenkomsten is voorbehouden. De in de huwelijksovereenkomst vastgestelde afspraken mogen niet in strijd zijn met de rechten en plichten van beide echtgenoten.

Zo moeten de echtgenoten elkaar trouw zijn en elkaar hulp en bijstand bieden. Zij kunnen niet beschikken over de rechten ter waarborging van de echtelijke woning of de bijbehorende huisraad. Bovendien geldt het beginsel van hoofdelijke aansprakelijkheid voor huishoudelijke schulden.

4 Wat zijn de rechtsgevolgen van een echtscheiding, een scheiding van tafel en bed of een nietigverklaring van het huwelijk voor het huwelijksvermogen?

a) Echtscheiding leidt tot de ontbinding van het huwelijk en opheffing en verdeling van het huwelijksvermogen. De huwelijksovereenkomst is niet langer van kracht en de vermogensrechtelijke betrekkingen van de partijen zijn onderworpen aan het gewone stelsel van onverdeeldheid.

De rechter die de echtscheiding uitspreekt, kan een van de echtgenoten alimentatie toewijzen. De alimentatie wordt vastgesteld aan de hand van de behoeften van de echtgenoot aan wie deze wordt uitgekeerd en de mate waarin de ander kan bijdragen.

Indien een van de echtgenoten tijdens het huwelijk zijn of haar beroepsactiviteit heeft gereduceerd of beëindigd (bv. om voor de kinderen te zorgen), beschikt hij of zij over een vordering jegens de ander om bij het algemeen pensioenstelsel met terugwerkende kracht pensioenrechten te kopen.

Indien een of meer gezamenlijke kinderen jonger dan twaalf zijn op de dag waarop de echtscheiding wordt uitgesproken, kan de echtgenoot die het ouderlijk gezag uitoefent (alleen of samen met de andere ouder) en bij wie de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben, de rechter vragen hem of haar het gebruik van de gezinswoning toe te wijzen. Deze toewijzing kan evengoed plaatsvinden wanneer de woning aan de andere echtgenoot toebehoort.

In principe blijven de twee ouders ook na hun echtscheiding de ouderlijke macht gezamenlijk uitoefenen. Uitsluitend wanneer dit in het belang van het kind is, zal de rechtbank de uitoefening van de ouderlijke macht toevertrouwen aan slechts een van beide ouders.

b) Echtgenoten die van elkaar willen scheiden maar nog geen echtscheiding wensen, kunnen kiezen voor een scheiding van tafel en bed (séparation de corps). De gescheiden echtgenoten zijn niet langer verplicht om samen te wonen, maar scheiding van tafel en bed behelst altijd scheiding van goederen (séparation de biens), die wederom vereffening van de gemeenschap met zich meebrengt. De overige taken en plichten van het huwelijk blijven bestaan.

Wanneer de scheiding van tafel en bed eindigt met de verzoening van de echtgenoten, blijven zij onderworpen aan de scheiding van goederen, tenzij er een nieuw huwelijksvermogensstelsel wordt overeengekomen.

c) Nietigverklaring van het huwelijk houdt in dat het huwelijk met terugwerkende kracht ongedaan wordt gemaakt. Het huwelijksvermogensstelsel wordt geacht nooit te hebben bestaan. De rechten en plichten van het huwelijk vervallen en er wordt van uitgegaan dat de betrokken personen ongehuwd hebben samengewoond.

5 Wat zijn de gevolgen van het overlijden van een van de echtgenoten voor het huwelijksvermogensstelsel?

Het overlijden van een van de echtgenoten leidt tot de vereffening van de gemeenschap. Er moet een dubbele vereffening plaatsvinden: vereffening van het wettelijk of overeengekomen huwelijksvermogensstelsel en vervolgens de erfrechten van de overlevende echtgenoot.

Tenzij anders is bepaald en indien de overledene kinderen of nakomelingen van kinderen nalaat, heeft de overlevende echtgenoot in de erfopvolging recht op hetzij een aandeel in de omvang van het wettelijk minimumaandeel waar een kind recht op heeft, dat echter niet minder dan een kwart van de nalatenschap mag zijn, hetzij het genot van de door de echtgenoten bewoonde woning en de bijbehorende huisraad, mits de woning in haar geheel aan de overledene toebehoorde of zich in gedeeld eigendom met de overlevende bevond (artikel 767-1 van het burgerlijk wetboek).

Indien de overledene geen kinderen of nakomelingen van kinderen nalaat, heeft de overlevende echtgenoot recht op de volledige nalatenschap in volle eigendom, tenzij in het testament anders is bepaald (artikel 767-2 van het burgerlijk wetboek).

6 Welke instantie is bevoegd om te beslissen in een zaak betreffende een huwelijksvermogensstelsel?

Hiervoor gelden de bepalingen van de wet van 27 juni 2018 tot instelling van de familierechter en tot hervorming van de echtscheiding en het ouderlijke gezag, die op 1 november 2018 in werking is getreden: https://legilux.public.lu/eli/etat/leg/loi/2018/06/27/a589/jo

De familierechter neemt kennis van vorderingen die betrekking hebben op huwelijksvermogensstelsels.

Een buitengerechtelijke minnelijke verdeling is mogelijk. Interventie van een notaris is alleen nodig wanneer een eigendom in het kadaster moet worden ingeschreven.

Alleen contentieuze zaken worden voor de rechter gebracht.

7 Wat zijn de gevolgen van het huwelijksvermogensstelsel voor de rechtsbetrekkingen tussen een echtgenoot en een derde?

In artikel 220 van het burgerlijk wetboek, dat bij elk huwelijksvermogensstelsel van toepassing is, wordt bepaald dat een vermoeden van solidariteit tussen de echtgenoten en derden geldt voor wat betreft de huishoudelijke schulden, hoewel elk van de echtgenoten gerechtigd is om zelfstandig verbintenissen aan te gaan inzake het huishouden of de opvoeding van de kinderen. Een echtgenoot is hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele schulden die aldus door de andere echtgenoot zijn aangegaan.

Deze hoofdelijke aansprakelijkheid geldt evenwel niet voor uitgaven die gezien de levenswijze van het huishouden, het nut of het gebrek aan nut van de transactie of de goede of kwade trouw van de derde waarmee de verbintenis is aangegaan, kennelijk buitensporig zijn.

Zij geldt evenmin voor verplichtingen die voortvloeien uit huurkoopovereenkomsten die zonder instemming van beide echtgenoten zijn aangegaan.

Een ander gevolg van het huwelijksvermogensstelsel voor de rechtsbetrekkingen tussen een echtgenoot en een derde betreft de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel. Deze wijziging wordt ten aanzien van derden van kracht drie maanden na de inschrijving ervan in het register van de burgerlijke stand. Zelfs zonder zo’n inschrijving, kan de wijziging echter aan derden worden tegengeworpen, wanneer de echtgenoten in de met hen aangegane overeenkomsten hebben verklaard dat hun huwelijksvermogensstelsel is gewijzigd.

De beslissing inzake de echtscheiding wordt pas van kracht jegens derden op de dag van de melding of inschrijving. Als een van de echtgenoten handelaar is, moeten een huwelijksovereenkomst en een akte tot wijziging van het huwelijksvermogensstelsel altijd binnen een maand in het handelsregister worden opgenomen.

8 Korte beschrijving van de procedure voor de verdeling, met inbegrip van de vereffening, van het huwelijksvermogen in deze lidstaat.

Wanneer een huwelijksovereenkomst is ontbonden, is zij niet langer van kracht.

De liquidatie van de gemeenschappelijke boedel vindt plaats op basis van verschillende berekeningen om te bepalen welk deel van het gemeenschappelijk vermogen moet worden verdeeld en wat de activa en passiva van elke echtgenoot zijn.

Iedere echtgenoot verwerft de eigendom van zijn of haar eigen goederen. Vervolgens wordt er een berekening opgesteld van wat de gemeenschap elk van de echtgenoten verschuldigd is en wat de echtgenoten aan de gemeenschap verschuldigd zijn.

Daarna volgt de verdeling van de boedel, in beginsel in gelijke delen, tenzij anders is bepaald.

De vereffening van het huwelijksvermogensstelsel kan in der minne plaatsvinden. De verdeling van eigendommen die in het kadaster moeten worden ingeschreven, vindt plaats door middel van een notariële akte.

Indien de echtgenoten het niet eens worden over de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel en de boedelverdeling, maakt de notaris-vereffenaar, die voorafgaand door de familierechter wordt aangewezen, een verslag op van de moeilijkheden en de respectieve verklaringen van de echtgenoten. De rechtbank oordeelt, in een kamer met meerdere rechters, over de resterende geschillen tussen de echtgenoten en verwijst hen naar de notaris om de vereffeningsverklaring op te stellen.

9 Welke procedure en documenten of informatie zijn gewoonlijk vereist voor de registratie van onroerende goederen?

Elke verdeling van eigendommen die in het kadaster moeten worden ingeschreven, vindt plaats door middel van een notariële akte.

In alle gevallen worden alle overeenkomsten tussen levenden waarbij, al dan niet gratis, zakelijke rechten betreffende onroerende goederen worden overgedragen, met uitzondering van voorrechten of hypotheken, ingeschreven op het hypotheekkantoor van het rechtsgebied waar de goederen zich bevinden.

De bepalingen van de gewijzigde wet van 25 september 1905 inzake de inschrijving van zakelijke rechten betreffende onroerende goederen zijn van toepassing: https://legilux.public.lu/eli/etat/leg/loi/1905/09/25/n1/jo

Laatste update: 14/05/2024

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.