Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Portugees) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
Swipe to change

Betekening of kennisgeving van stukken: officiële indiening van documenten

Portugal
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Betekening is de handeling waarbij aan een persoon (verweerder) wordt medegedeeld dat er een rechtsvordering tegen hem is ingesteld. Betekening wordt gebruikt om deze persoon voor de eerste maal op te roepen om bij de behandeling van de zaak te verschijnen zodat hij zich kan verweren. Betekening wordt ook gebruikt voor de eerste oproeping van een persoon die wel een belang heeft maar nog niet eerder betrokken was bij de zaak, zodat hij kan optreden hetzij aan de kant van de eiser hetzij aan de kant van de verweerder (artikel 219, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Código de Processo Civil)).

De kennisgeving wordt gebruikt om iemand op te roepen voor het gerecht te verschijnen of om officieel mededeling te doen van een feit (artikel 219, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

In het Portugese wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn specifieke regels vastgelegd voor de wijze waarop de betekening en kennisgeving moeten worden verricht, waarbij tevens is bepaald welke gegevens moeten worden overgedragen al naar gelang de geadresseerden, de aard van de over te dragen feiten en het doel van de gegevensoverdracht (boek II, titel I, hoofdstuk II, afdeling II van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Deze regels zorgen ervoor dat de mededelingen de geadresseerde ook daadwerkelijk bereiken en, indien de geadresseerde partij is bij de zaak, dat zijn recht op verdediging wordt gewaarborgd.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

De volgende gegevens worden ter betekening verzonden:

  • het afschrift van het inleidend verzoekschrift waarmee de eiser zijn vordering instelt, evenals een afschrift van de bijbehorende documenten die aan de verweerder worden overhandigd (artikel 227, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • de informatie over het feit dat de persoon in het kader van die vordering is opgeroepen (artikel 227, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • de naam van de rechtbank, de kamer en de sectie waar de zaak wordt behandeld, de termijn voor de indiening van het verweerschrift en, indien verplicht, de vermelding dat de persoon zich moeten laten vertegenwoordigen (artikel 227, leden 1 en 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • een waarschuwing over de gevolgen van het niet indienen van een verweerschrift (artikel 227, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De volgende gegevens worden ter kennisgeving verzonden:

  • rechterlijke bevelen en vonnissen (artikel 220, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • de stukken afkomstig van de partijen, de verzoekschriften en de documenten die zijn toegevoegd aan het zaaksdossier, evenals de termijn die de partijen hebben voor de uitoefening van hun recht op een proces op tegenspraak (artikel 220, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • de oproeping van een partij, getuige, deskundige, technisch adviseur of advocaat, zodat deze bij de behandeling van de zaak aanwezig is (artikel 220, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • het verzoek om een deskundige, ander bewijsmateriaal of informatie aan instanties die verplicht zijn medewerking te verlenen aan de rechtbank (artikel 220, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

In de regel kan de betekening of kennisgeving bij een lopende procedure worden verricht door een gerechtsdeurwaarder, uitvoeringsambtenaar of de vertegenwoordiger van een van de partijen, overeenkomstig de gevallen genoemd in het antwoord op vraag 5.

De betekening en kennisgeving kunnen in het kader van de afwikkeling van nalatenschappen eveneens door een notaris worden verricht (artikel 2, leden 1 en 3, van het stelsel van notariële inventarisatie (Regime do Inventário Notarial), goedgekeurd als bijlage bij Wet nr. 117/2019 van 13 september 2019).

In bepaalde gevallen, waarin de nieuwe wetgeving op het gebied van stedelijke huurovereenkomsten (Novo Regime do Arrendamento Urbano) voorziet, kan de kennisgeving ook worden gedaan door een advocaat, een procureur of een uitvoeringsambtenaar, zelfs voordat de zaak aanhangig is gemaakt (artikel 9, lid 7, punt b), van deze nieuwe wet).

Ook de griffier van de burgerlijke stand kan de betekening en kennisgeving verrichten in het geval van vrijwillige procedures die door de griffie van de burgerlijke stand worden behandeld, met name in familie- en jeugdzaken (artikel 5, lid 1, en artikel 7 van het wetsbesluit tot vaststelling van de procedures die onder de bevoegdheid van het openbaar ministerie en de burgerlijke stand vallen (Decreto-Lei que estabelece os Processos da Competência do Ministério Público e das Conservatórias do Registo Civil)).

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Overeenkomstig het Portugees nationaal recht zijn gerechtsdeurwaarders verplicht om ambtshalve al het nodige te doen om de betekening in persoon te kunnen verrichten (artikel 226, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Als zij de betekening niet kunnen verrichten, raadplegen zij alle gegevens die elektronisch beschikbaar zijn bij de andere overheidsdiensten om na te gaan of zich een adreswijziging heeft voorgedaan en om de huidige verblijfplaats te vinden van de persoon aan wie de betekening moet worden gedaan (artikel 236, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Deze regel is ook van toepassing op bepaalde, uitdrukkelijk in de wet bepaalde gevallen, waarbij de betekening in persoon aan de partijen of hun vertegenwoordigers wordt verricht.

De uitvoeringsambtenaar heeft eveneens toegang tot bepaalde gegevensbanken van overheidsdiensten die hem toestemming geven om bijvoorbeeld bij een tenuitvoerleggingsprocedure de fiscale woonplaats van de schuldenaar te controleren (artikel 749, leden 1 tot en met 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en artikel 2, lid 1, van de ministeriële uitvoeringsverordening inzake de identificatie van de schuldenaar en van goederen die voor beslag in aanmerking komen / openbare instellingen (Identificação do Executado e Bens Penhoráveis/Citação Instituições Públicas).

In alle gevallen is voor toegang tot de gegevensbanken voorafgaande toestemming van de rechter nodig.

Overeenkomstig het Portugees nationaal recht geldt dat, wanneer een partij aanvoert en aantoont dat zij ernstige problemen ondervindt bij het verkrijgen van bepaalde informatie – met name met betrekking tot een adreswijziging van een persoon aan wie de betekening of kennisgeving moet worden verricht – en dat van invloed is op de effectieve uitoefening van een bevoegdheid of recht of de uitvoering van een taak met betrekking tot de procedure, de nationale rechter kan bevelen dat alle personen en instanties bijstand verlenen teneinde de betreffende informatie te achterhalen. Ongeacht of deze personen of instanties al dan niet partij zijn in het geding, hebben zij de plicht met de rechtbank samen te werken en alle informatie te verstrekken waarom de rechtbank middels een rechterlijke beslissing heeft gevraagd (artikel 417, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Nee. Alleen de nationale autoriteiten en instanties vermeld in het antwoord op vraag 4.1 hebben deze mogelijkheid.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De rechtbanken raadplegen de gegevensbanken van andere overheidsdiensten en, indien dat onvoldoende informatie oplevert, dragen zij andere personen, instanties of zelfs politie-autoriteiten op om informatie over het huidige adres van een persoon te verzamelen en/of te verstrekken, overeenkomstig het antwoord dat is gegeven op vraag 4.1.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende wijzen waarop een betekening of kennisgeving kan worden verricht: in het antwoord op vraag 1 wordt uitgelegd in welke gevallen betekening en in welke gevallen kennisgeving wordt gebruikt.

Betekening

Betekening kan worden gedaan in persoon of door aanplakking van een bericht. Betekening kan op deze wijze zowel aan natuurlijke personen (artikel 225, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) als aan rechtspersonen worden verricht. De regels voor betekening aan natuurlijke personen gelden mutatis mutandis voor rechtspersonen, tenzij er specifieke voorschriften van toepassing zijn voor een bepaald aspect van betekening aan rechtspersonen (artikel 246, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Betekening in persoon

In de praktijk kan betekening in persoon geschieden:

  • door elektronische overdracht van gegevens, bijvoorbeeld aan het parket, indien het openbaar ministerie hoofdpartij is in het geding (artikel 225, lid 2, punt a), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • per post, per aangetekende post met ontvangstbevestiging aan de woning of werkplek van de geadresseerde, indien het gaat om een natuurlijke persoon, of, indien het een rechtspersoon betreft, aan de zetel die is ingeschreven in het nationaal register van rechtspersonen (artikel 225, lid 2, punt b), en artikel 246, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • door persoonlijk contact tussen de uitvoeringsambtenaar en de geadresseerde, indien de betekening per post mislukt of de eiser in het inleidend verzoekschrift verklaart dat hij wenst op deze manier te werk te gaan (artikel 225, lid 2, punt c), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • door persoonlijk contact tussen de gerechtsdeurwaarder en de geadresseerde, indien de eiser in het inleidend verzoekschrift verklaart dat hij wenst op deze manier te werk te gaan en dat hij hiervoor een vergoeding betaalt (artikel 225, lid 2, punt c), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • door een juridisch vertegenwoordiger (artikel 225, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering):
    • een juridisch vertegenwoordiger moet in het inleidend verzoekschrift verklaren dat hij zelf de betekening zal verrichten via een ander juridisch vertegenwoordiger of een procureur (artikel 237, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
    • een juridisch vertegenwoordiger kan verzoeken de betekening op een later tijdstip zelf te mogen verrichten wanneer elke andere wijze van betekening is mislukt (artikel 237, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
    • de regels die gelden voor de betekening verricht door een uitvoeringsambtenaar of een gerechtsdeurwaarder zijn ook van toepassing op de betekening verricht door een juridisch vertegenwoordiger (artikel 237, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De betekening in persoon geschiedt:

  • aan de persoon aan wie de betekening moet worden verricht;
  • aan een andere persoon dan de geadresseerde, die verplicht is de inhoud van het stuk over te dragen aan de betrokkene, wanneer de wet in deze mogelijkheid voorziet (artikel 225, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • aan de wettelijk vertegenwoordiger van de geadresseerde, aan wie minder dan vier jaar geleden volmacht is verleend, waarmee hij speciale bevoegdheden heeft gekregen op grond waarvan hij het betekende stuk in ontvangst kan nemen (artikel 225, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • aan de tijdelijk curator van de geadresseerde, die door de rechter is aangewezen, wanneer de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder heeft geconstateerd dat de betrokkene niet handelingsbekwaam is en daardoor het betekende stuk niet in ontvangst kan nemen (psychisch probleem of een andere, tijdelijke of blijvende, onbekwaamheid) (artikel 234, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Betekening door aanplakking

In de praktijk geschiedt betekening door aanplakking:

  • indien de persoon aan wie de betekening moet worden verricht onvindbaar is;
  • indien niet bekend is aan welke personen de betekening moet worden gericht.

(artikel 225, lid 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Betekening door aanplakking wordt verricht door:

  • aanplakking van een bericht op de voordeur van de laatste woning of het laatste bekende kantoor van de geadresseerde in Portugal (artikel 240, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • gevolgd door een publicatie van een bericht op een in de wet bepaalde openbare website (artikel 240, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en artikel 24 van de ministeriële uitvoeringsverordening inzake de elektronische verwerking van rechtszaken (Tramitação Eletrónica dos Processos Judiciais)).

Kennisgeving

Kennisgeving kan in het kader van een lopende procedure op een van de volgende wijzen worden verricht:

  • de kennisgeving aan partijen die zich laten vertegenwoordigen door een juridisch vertegenwoordiger en/of een procureur, wordt altijd verricht aan laatstgenoemde zoals omschreven in het antwoord op vraag 6 (artikel 247, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • de kennisgeving die is bedoeld om een partij op te roepen persoonlijk te verschijnen, wordt per aangetekende post aan de partij zelf gestuurd (en ook aan de juridisch vertegenwoordiger zoals omschreven in het antwoord op vraag 6) (artikel 247, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • indien een partij geen juridisch vertegenwoordiger heeft aangesteld, worden de kennisgevingen per aangetekende post naar hem gestuurd, aan zijn woning of kantoor of aan de plaats waar hij domicilie heeft gekozen voor het ontvangen van die kennisgevingen (artikel 249, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • bovendien moet van definitieve beslissingen altijd per aangetekende post kennisgeving worden gedaan aan de partijen, aan hun woning of aan de plaats waar zij domicilie hebben gekozen voor het ontvangen van die kennisgevingen (artikel 249, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • de kennisgevingen die zijn bedoeld om getuigen, deskundigen of andere personen die een bijkomende rol spelen, op te roepen om voor de rechtbank te verschijnen, worden per aangetekende post verstuurd (artikel 251, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • indien een partij zelf een persoon oproept te verschijnen wordt er geen kennisgeving verstuurd, maar de partij mag de griffie van de rechtbank wel verzoeken hem de mededelingen te sturen die betrekking hebben op de personen die hij zelf wil oproepen (artikel 251, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • definitieve uitspraken die in elk soort procedure zijn gegeven, worden altijd ter kennisgeving aan het openbaar ministerie verzonden zoals omschreven in het antwoord op vraag 6 (artikel 252, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • voorlopige uitspraken waartegen op grond van de wet verplicht beroep moet worden ingesteld, worden ter kennisgeving aan het openbaar ministerie verzonden zoals omschreven in het antwoord op vraag 6 (artikel 252, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • mededelingen en oproepingen die als processtuk worden verstrekt aan de betrokkenen die ter terechtzitting aanwezig zijn, gelden als kennisgevingen wanneer ze door de voorzitter worden gedocumenteerd en geordend (artikel 254 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • kennisgevingen tussen juridisch vertegenwoordigers onderling worden door hen zelf op elektronische wijze naar elkaar gestuurd of op een andere wijze zoals genoemd in het antwoord op vraag 6 (artikel 255 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Ja, in de volgende gevallen heeft het de voorkeur de volgende handelingen via elektronische weg te verrichten, via het eigen computersysteem van de rechtbanken:

  • betekeningen afkomstig van het openbaar ministerie;
  • kennisgevingen aan het openbaar ministerie, advocaten, procureurs en uitvoeringsambtenaren, insolventiebeheerders/gerechtelijke bewindvoerders (insolventie-, betalingsakkoord- en revitaliseringsprocedures) en notarissen (inventarisprocedures) (artikel 252, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering); artikel 248, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering; artikel 31, lid 1, van de ministeriële uitvoeringsverordening inzake de elektronische verwerking van rechtszaken);
  • indiening van processtukken en documenten door advocaten, procureurs, uitvoeringsambtenaren, insolventiebeheerders en notarissen in een lopende procedure (artikel 144, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en artikel 15 A van de ministeriële uitvoeringsverordening inzake de elektronische verwerking van rechtszaken);
  • bewijs van betaling van griffierechten (die deel uitmaken van de proceskosten) (artikel 145, lid 4, punt a), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en artikel 9, lid 4, van de ministeriële uitvoeringsverordening inzake de elektronische verwerking van rechtszaken);
  • het bewijs van of het verzoek om rechtshulp (artikel 145, lid 4, punt a), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en artikel 9, lid 5, van de ministeriële uitvoeringsverordening inzake de elektronische verwerking van rechtszaken).

Indien de omvang van het te versturen dossier zodanig is dat het niet elektronisch kan worden verstuurd (artikel 10, lid 1, van de ministeriële uitvoeringsverordening inzake de elektronische verwerking van rechtszaken), of wanneer documenten alleen beschikbaar zijn op een papieren drager (artikel 144, lid 11, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), of wanneer het voor de zaak niet nodig is dat de partij door een juridisch vertegenwoordiger wordt bijgestaan en de partij geen juridisch vertegenwoordiger heeft aangesteld (artikel 144, lid 7, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), of indien er sprake is van een gegronde belemmering (artikel 144, lid 8, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering):

  • kunnen processtukken worden gedeponeerd bij de griffie of per post of per fax worden verstuurd (artikel 144, leden 7 en 8, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • kan kennisgeving van processtukken en documenten in persoon, per post of per fax geschieden.

Bovendien kunnen de gerechtelijke diensten:

  • berichten per post, per fax of op elektronische wijze versturen (artikel 172, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • in spoedgevallen gebruik maken van een telegram, telefonisch contact of van andere analoge telecommunicatiemiddelen (artikel 172, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • mededelingen die per telefoon zijn gedaan worden altijd schriftelijk vastgelegd in het zaaksdossier en later schriftelijk bevestigd (artikel 172, lid 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • ten aanzien van de partijen is contact per telefoon slechts toegestaan als een manier om, in het kader van proceshandelingen, een oproeping of annulering van een oproeping mede te delen (artikel 172, lid 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Deze regels zijn van toepassing op gerechtelijke procedures in burgerlijke en handelszaken die aanhangig zijn bij de rechtbanken van eerste aanleg. Ze zijn ook van toepassing op bepaalde procedures die onder de bevoegdheid van de notarissen vallen (zoals bij erfenissen) of de griffiers van de burgerlijke stand (zoals bij familiezaken wanneer er een overeenkomst is).

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

De Portugese wet voorziet ook in de betekening op een bepaald tijdstip conform de volgende bepalingen:

  • deze wijze van betekening is mogelijk bij betekening door persoonlijk contact wanneer de uitvoeringsambtenaar of gerechtsdeurwaarder constateert dat de persoon aan wie betekening moet worden verricht op een specifieke plek werkt of verblijft, maar hij het te betekenen stuk niet kan overhandigen omdat hij er niet in slaagt de betreffende persoon te bereiken (artikel 232, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • vervolgens laat hij een bericht achter met vermelding van de datum en het tijdstip waarop hij terugkomt om de betekening alsnog te verrichten (artikel 232, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • dit bericht kan worden overhandigd aan de persoon die in de beste positie is om het bericht aan de betrokkene door te geven; indien overhandiging aan een derde niet mogelijk is, wordt het bericht op de meest geschikte plaats aangeplakt (artikel 232, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • op de datum en tijd die in het bericht staan vermeld, overhandigt de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder het stuk aan de geadresseerde of, indien deze niet kan worden bereikt, aan een derde persoon die in de beste positie is om het stuk aan de geadresseerde te overhandigen en die daartoe tevens de opdracht krijgt (artikel 232, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • indien het niet mogelijk is medewerking van derden te krijgen, wordt de betekening verricht door op de meeste geschikte plaats een bericht van betekening te plaatsen in aanwezigheid van twee getuigen, waarin wordt vermeld dat er een betekening aan hem is verricht, bij welke rechtbank de zaak zal worden behandeld en dat de afschriften en documenten tot zijn beschikking bij de griffie van de rechtbank liggen (artikel 232, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Opmerking

In het geval waarin:

i) de ontvangstbevestiging niet door de geadresseerde is ondertekend (betekening per post);

ii) de betekening in persoon op een bepaald tijdstip is verricht aan een derde persoon;

iii) de betekening in persoon op een bepaald tijdstip is verricht door aanplakking van een bericht ter plaatse,

moet de uitvoeringsambtenaar of de griffier van de rechtbank altijd binnen twee werkdagen een aangetekende brief naar de geadresseerde sturen om hem al naar gelang het geval, te informeren over:

  • de datum en wijze waarop de betekening geacht wordt te zijn verricht;
  • de termijn waarbinnen een verweerschrift ingediend moet worden en wat de gevolgen zijn wanneer er geen verweerschrift wordt ingediend;
  • de plaats waar het afschrift van het inleidend verzoekschrift en andere documenten waarvan betekening moet worden verricht, ter beschikking liggen;
  • de identiteit van de persoon aan wie de betekening is verricht. (artikel 233 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

De betekening per post wordt geacht te zijn verricht op de dag waarop de ontvangstbevestiging is ondertekend, ongeacht of dat door de geadresseerde of een derde persoon is gedaan (ervan uitgaande dat deze derde de brief aan de geadresseerde heeft overhandigd, behoudens tegenbewijs) (artikel 230 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De betekening door persoonlijk contact met de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder en de betekening op verzoek van de juridisch vertegenwoordiger worden geacht te zijn verricht op de datum waarop het certificaat van betekening is opgesteld (artikel 231, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De betekening door aanplakking van een bericht wordt geacht te zijn verricht op de datum die op het betreffende bericht staat vermeld (artikel 232, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Bij betekening of kennisgeving per aangetekende brief, met of zonder ontvangstbevestiging, laat de postbezorger, indien niemand op het opgegeven adres aanwezig is, een bericht achter in de brievenbus.

(artikel 228, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De geadresseerde wordt via dit bericht geïnformeerd dat de brief is gedeponeerd bij het postkantoor, met vermelding van het adres en de openingstijden van het kantoor en de termijn waarbinnen de brief moet worden afgehaald (artikel 228, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de brief niet binnen de gestelde termijn wordt afgehaald (en er geen verzoek is gedaan om deze termijn te verlengen of om de brief naar een ander adres te sturen), wordt de brief teruggestuurd naar de afzender (artikel 230, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de betekening per post geschiedt en de geadresseerde weigert de brief in ontvangst te nemen of de ontvangstbevestiging te ondertekenen, wordt de betekening als volgt geacht te zijn verricht:

  • door een bericht, opgesteld door de postbezorger, waarin de weigering van de betrokkene, de vertegenwoordiger van de rechtspersoon of een werknemer daarvan om de ontvangstbevestiging te ondertekenen of de brief in ontvangst te nemen, schriftelijk wordt vastgelegd (artikel 228, lid 6, en artikel 246, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • in de gevallen waarin het de partijen is toegestaan een afspraak te maken over de plaats van betekening:
    • i) door achterlating van een tweede aangetekende brief met ontvangstbevestiging op het overeengekomen adres, indien de eerste aangetekende brief met ontvangstbevestiging naar dat adres is gestuurd maar naar de afzender is teruggestuurd;
    • ii) door een verklaring, opgesteld door de postbezorger, betreffende de weigering van de geadresseerde om de brief in ontvangst te nemen of de ontvangstbevestiging te ondertekenen, indien de brief naar het afgesproken adres is gestuurd.

(artikel 229, leden 3 en 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de betekening door persoonlijk contact met de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder geschiedt en de geadresseerde weigert de ontvangstbevestiging te ondertekenen of de brief in ontvangst te nemen, wordt de betekening geacht te zijn verricht. In dat geval:

  • informeert de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder de geadresseerde per aangetekende brief dat het afschrift tot zijn beschikking bij de griffie van de rechtbank ligt en noteert deze informatie op het certificaat van betekening, evenals de weigering van de geadresseerde om het stuk in ontvangst te nemen (artikel 231, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • bovendien informeert de griffie de geadresseerde per aangetekende brief opnieuw dat het afschrift van het inleidende verzoekschrift en de bijbehorende documenten tot zijn beschikking bij de griffie liggen (artikel 231, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Wanneer de weigering wettig is, wordt de betekening niet geacht te hebben plaatsgevonden. De weigering is wettig wanneer de geadresseerde niet is gevonden omdat hij niet meer op het opgegeven adres woont of daar niet meer is gevestigd of wanneer de derde persoon verklaart niet in staat te zijn de brief aan de geadresseerde te overhandigen.

Dezelfde regels zijn in bepaalde gevallen van toepassing wanneer in de wet is bepaald dat een kennisgeving in persoon aan de partijen of aan hun vertegenwoordigers volgens de formele procedure van betekening moet worden verricht.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Indien vanuit het buitenland een brief ter betekening of kennisgeving per post, met ontvangstbevestiging, is verstuurd, mogen de Portugese postdiensten de brief en de documenten overhandigen aan de geadresseerde, of aan een derde persoon die aanwezig is op hetzelfde adres en die verklaart de documenten aan de geadresseerde te kunnen overhandigen.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Zie het antwoord op vraag 7.3.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Als algemene regel geldt dat de geadresseerde zes werkdagen de tijd heeft om de documenten bij het postkantoor af te halen.

De geadresseerde wordt geïnformeerd over deze termijn en over het feit dat de documenten bij het postkantoor kunnen worden afgehaald op vertoon van het bericht van bezorging dat de postdienst in de brievenbus van de geadresseerde achterlaat wanneer hij op het moment van bezorging niet aanwezig is.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Ja, in geval van betekening levert de ontvangstbevestiging, het certificaat van betekening of het bericht van betekening het bewijs op dat de betekening daadwerkelijk is verricht.

In het geval van kennisgeving levert de vastlegging van de ontvangstbevestiging, de vastlegging van de aangetekende brief of de akte of het document dat gedurende de procedure is opgesteld, het schriftelijk bewijs op dat de kennisgeving is verricht.

In het geval waarbij de stukken op elektronische wijze (ter betekening of kennisgeving) worden verstuurd, wordt door het computersysteem van de rechtbanken de datum en het tijdstip van verzending bevestigd (artikel 13, punt a), van de ministeriële uitvoeringsverordening inzake de elektronische verwerking van rechtszaken).

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Het gebrek van betekening is een grond voor nietigheid waarmee de gehele procedure, vanaf de indiening van het inleidende verzoekschrift, ongeldig wordt. Het verzoekschrift zelf is echter niet nietig (artikel 187 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

In de volgende gevallen is er sprake van gebrek van betekening:

  • de betekening is volledig nagelaten (artikel 188, lid 1, punt a), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • er is een fout gemaakt ten aanzien van de identiteit van de geadresseerde (artikel 188, lid 1, punt b), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • bij ongegrond gebruik van betekening door aanplakking van een bericht (artikel 188, lid 1, punt c), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • betekening verricht na het overlijden van de natuurlijke persoon of na ontbinding van de rechtspersoon aan wie de betekening moet worden verricht (artikel 188, lid 1, punt d), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • bewijs dat de geadresseerde van de betekening die in persoon is verricht, niet op de hoogte was van het stuk om redenen die hem niet zijn te verwijten (artikel 188, lid 1, punt e), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De nietigheid wordt alleen geacht te worden opgeheven wanneer de verweerder of het openbaar ministerie (als die hoofdpartij is) optreedt in het proces zonder direct het gebrek van betekening aan te voeren (artikel 189 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De betekening is eveneens nietig wanneer niet aan de in de wet bepaalde formaliteiten is voldaan (artikel 191 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Behalve in de twee bovengenoemde gevallen levert het nalaten van elk van de wettelijk vereiste handelingen of formaliteiten met betrekking tot de betekening of kennisgeving een onregelmatigheid op. Indien deze onregelmatigheid wordt ingeroepen of tijdens de procedure door de rechtbank wordt opgemerkt, beveelt de rechtbank het herstel ervan. In overige gevallen leidt een onregelmatigheid van de betekening of kennisgeving alleen tot nietigheid van het stuk indien de wet daarin voorziet of indien de onregelmatigheid van invloed is op het onderzoek of de uiteindelijke beslissing. In dat geval heeft de nietigheid van het stuk geen invloed op de overige proceshandelingen en deze blijven dan ook geldig (artikel 195, leden 1 en 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Ja. In een aantal van de onderstaande gevallen worden de kosten van de betekening of kennisgeving berekend in RE (rekeneenheid).

De RE wordt elk jaar automatisch bijgewerkt conform de index voor sociale bijstand, met inachtneming van de waarde van de RE voor het vorige jaar (artikel 5, lid 2, van de proceskostenverordening (Regulamento das Custas Processuais), die is goedgekeurd in de bijlage bij Wetsbesluit nr. 34/2008 van 26 februari 2008).

In 2021 bedraagt de waarde van de RE 102 EUR. In 2021 blijven de kosten voor 2020 gelden vanwege de opschorting van de automatische bijwerking van de rekeneenheid als bepaald in artikel 232 van de wet op de overheidsbegroting voor 2021 (Lei do Orçamento do Estado para 2021).

Bijvoorbeeld:

  • de betekening of kennisgeving van documenten door persoonlijk contact met een uitvoeringsambtenaar kost 0,5 RE wanneer deze succesvol is verricht en 0,25 RE wanneer deze niet succesvol is verricht (tabel VII bij Ministeriële Uitvoeringsverordening nr. 282/2013 van 29 augustus 2013, onder verwijzing naar artikel 50, lid 1, ervan);
  • de betekening of kennisgeving door persoonlijk contact of door aanplakking van een bericht, indien verricht door een gerechtsdeurwaarder, kost 0,5 RE wanneer deze succesvol is verricht en kost niets wanneer deze niet succesvol is verricht (artikel 9, lid 1, van de proceskostenverordening);
  • indien de handeling door een gerechtsdeurwaarder is verricht, kunnen de verplaatsingskosten hier nog aan worden toegevoegd, evenals de eventueel verschuldigde btw (artikel 9, lid 1, van de proceskostenverordening).

OPMERKING: Buitengewone en tijdelijke regeling voor de formaliteiten van betekeningen en kennisgevingen per post in het kader van de COVID-19-pandemie

  • Opschorting van het plaatsen van handtekeningen bij aangetekende bezorging.
  • Het doen plaatsen van een handtekening wordt vervangen door een mondelinge identificatie en het opvragen van het nummer van de identiteitskaart van de burger of van een ander geschikt identificatiemiddel. De ontvanger toont zijn identificatiemiddel en de datum waarop het nummer is verkregen, wordt geregistreerd.
  • Indien de ontvanger weigert zich te identificeren of de in het vorige punt bedoelde gegevens te verstrekken, stelt de postbezorger in de brief of ontvangstbevestiging een aantekening op van het incident en zendt hij deze terug aan de verzendende partij.
  • In de gevallen als bedoeld in het vorige lid wordt de verklaring over het incident beschouwd als kennisgeving.
  • De betekeningen en kennisgevingen per aangetekende brief, met ontvangstbevestiging, worden geacht te zijn verricht op de datum waarop het nummer van de identiteitskaart van de betrokken burger of van enig ander wettelijk identificatiemiddel wordt verkregen.
  • Deze regeling is van overeenkomstige toepassing op betekeningen en kennisgevingen via persoonlijk contact.

Rechtsgrondslag: Wet nr. 10/2020 van 18 april 2020

Toepasselijke wetgeving:

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Stelsel van notariële inventarisatie

Nieuwe wetgeving op het gebied van stedelijke huurovereenkomsten

Procedures die onder de bevoegdheid van het openbaar ministerie en de burgerlijke stand vallen

Identificatie van de schuldenaar en van goederen die voor beslag in aanmerking komen / openbare instellingen

Elektronische verwerking van rechtszaken

Proceskostenverordening

Wet op de overheidsbegroting voor 2021

Verordening nr. 282/2013 van 29 augustus 2013

Slotopmerking

De informatie op deze pagina is algemeen van aard en niet alomvattend. Zij is niet bindend voor het contactpunt, het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, de rechtbanken of enige andere ontvanger. Raadpleging van deze informatie kan niet in de plaats komen van het raadplegen van de toepasselijke wetgeving.

Laatste update: 29/03/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.