Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
Swipe to change

Goede praktijken van de lidstaten

Frankrijk

Overheidsbeleid ter bevordering van het gebruik en de bekendheid van het Handvest bij de wetgever, overheids- en rechtshandhavingsinstanties en de rechterlijke macht.

Inhoud aangereikt door
Frankrijk
Er bestaat geen officiële vertaling in de door u gewenste taal.
U kunt van deze tekst wel een automatische vertaling raadplegen. Let op: zo'n automatische vertaling dient alleen ter informatie. De beheerder van deze website kan niet instaan voor de kwaliteit van die vertaling.

1. Nationale school voor de magistratuur (École nationale de la magistrature)

Aan het Handvest van de grondrechten wordt binnen de nationale school voor de magistratuur zeer ruime aandacht besteed bij de basisopleiding en de nascholing van de Franse magistraten.

1.1.1. Basisopleiding

Binnen de basisopleiding van de magistraten komt het Handvest van de grondrechten aan bod in thematische sessies (recht op een eerlijk proces, onpartijdige rechtspraak, redelijke termijn voor het doen van een uitspraak, leidende beginselen van het proces).

Sinds 2019 komt het Handvest aan de orde in een lesreeks die specifiek is gewijd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (bronnen van het recht van de Unie, organisatie, werking en taken van het Hof van Justitie van de Europese Unie en door het Hof verrichte toetsingen, mechanisme van de prejudiciële vraag en formulering van zo’n vraag, weten om te gaan met de website Curia en instrumenten zoals het Europees justitieel netwerk).

1.1.2. Nascholing

  • Aan het Handvest gewijde opleidingen

Sinds 2019 wordt bijzondere aandacht aan het Handvest van de grondrechten besteed om magistraten vertrouwd te maken met het gebruik van dit instrument.

In 2019 is, naast een opleiding ter gelegenheid van de 10e verjaardag van de inwerkingtreding van het Handvest, samen met de rechtenfaculteit van de Universiteit Grenoble-Alpes (Jean Monnetleerstoel) een specifieke ad-hocopleiding over het Handvest en de toepassing daarvan in geschillen verzorgd. Deze eendaagse opleiding diende meerdere pedagogische doelen: de presentatie van het Handvest, de rol die het speelt bij de bescherming van de grondrechten en de concrete toepassing ervan binnen de Franse rechtsorde. Als aanvulling op de theorie, die in het ochtendprogramma aan bod kwam, vonden ’s middags workshops plaats over de praktijk, waarbij met name werd ingegaan op zaken op sociaal vlak en het Europees aanhoudingsbevel. Vanuit de gedachte dat deze opleiding over de grenzen van de verschillende beroepsgroepen heen zou moeten reiken, stond deze sessie ook open voor advocaten.

In 2020 is vanwege de coronacrisis een opleiding op afstand opgezet, die uit twee delen bestond: de deelnemers moesten eerst bepaalde inhoud (video’s van themacursus en documentatie) bestuderen op het leerplatform van de nationale school voor de magistratuur en daarna een virtuele les volgen met praktijkgevallen, antwoorden op steekproefsgewijs gestelde vragen en tests, alsmede deelnemen aan een onderlinge discussie. Vanuit dezelfde interprofessionele gedachte als hierboven omschreven bevonden zich onder de circa dertig deelnemers zowel magistraten als advocaten. Het is de bedoeling dat de opleiding in 2021 weer in de vorm van contactonderwijs zal worden verzorgd.

  • Met het Handvest verband houdende opleidingen in Europees recht

Het Handvest van de grondrechten wordt eveneens bestudeerd in het kader van vier nascholingsopleidingen in Europees recht voor magistraten:

  • De magistraat en de Europese integratie: in deze driedaagse opleiding wordt in het bijzonder ingegaan op de werking van de Europese instellingen en de actuele rechtspraak van het HvJEU. Drie bijdragen zijn gewijd aan het Handvest («De toepassing van het recht van de Unie in het strafproces», «Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie» en «De prejudiciële verwijzing»).
  • Het Europees Hof voor de rechten van de mens en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens: in deze opleiding wordt in het bijzonder ingegaan op het verband tussen het Handvest van de grondrechten en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Aan bod komen de respectievelijke jurisprudenties van beide hoven, alsmede die van de hoogste nationale rechters, over de samenhang in de Europese rechtspraak.
  • De magistraat en de internationale omgeving: in deze sessie wordt de rol van de magistraten in het licht van de huidige ontwikkelingen in het Europees en internationaal recht onder de loep genomen. Hierbij komt het Handvest van de grondrechten aan de orde als Europees instrument dat ertoe bijdraagt dat de grondrechten een voorname rol spelen in de opbouw van het recht.
  • Conferentiecyclus «Justitie en vrijheid van meningsuiting»: deze cyclus, die tot stand is gekomen in het kader van het door DG JUST gefinancierde project «JUST FREE – 2020-2022», loopt sinds september 2020 in de vorm van drie seminars met als onderwerpen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, het recht van het publiek om te worden geïnformeerd en de beroepsethiek van rechtsbeoefenaren, waarbij een rechtstreeks verband wordt gelegd met het Handvest van de grondrechten en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Alle conferenties van dit project zullen worden ondersteund via een app.

2. Nationale school voor het gevangeniswezen (École nationale de l’administration pénitentiaire)

Naar het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt verwezen ter ondersteuning van de cursussen/opleidingen voor personeel van penitentiaire inrichtingen, onder meer op het gebied van de Europese bescherming van de rechten van de mens en, meer in het bijzonder, die van de rechten van gedetineerden.

Instrumenten die een beter inzicht verschaffen in het Handvest en duidelijker maken wanneer het van toepassing is

  • Voor beroepsbeoefenaren (wetgever, overheids- en rechtshandhavingsinstanties, rechterlijke macht en beoefenaren van juridische beroepen)

Door de nationale school voor de magistratuur ontwikkelde instrumenten voor magistraten

Op haar leerplatform stelt de nationale school voor de magistratuur magistraten die de basisopleiding en nascholing volgen, een thematische ruimte en een leerkit ter beschikking die specifiek zijn gewijd aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (ontstaansgeschiedenis, opzoeken van jurisprudentie enz.), waarbij met name wordt verwezen naar de instrumenten over het Handvest die zijn ontwikkeld door het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (Handboek 2018 van het Bureau over de toepassing van het Handvest).

  • Voor burgers

Het netwerk van de justitiehuizen (maisons de la justice et du droit)

Met 141 vestigingen in het hele land zijn de justitiehuizen plaatsen waar de burger terecht kan voor een luisterend oor, voor tips en voor gratis en vertrouwelijke informatie over zijn rechten en plichten. De justitiehuizen staan dus qua juridische dienstverlening letterlijk en figuurlijk dicht bij de burger, dragen bij tot misdaadpreventie en bieden slachtofferhulp en toegang tot het recht. De justitiehuizen maken dankbaar gebruik van het Handvest, met name bij de bevordering van de toegang van jongeren tot het recht in het kader van onderwijsactiviteiten voor scholen.

Gebruik en bevordering van instrumenten betreffende het Handvest die zijn ontwikkeld door andere EU-landen of andere belanghebbenden in de EU

I- De Ombudsman (Défenseur des Droits)

In Frankrijk is de Ombudsman een onafhankelijke bestuurlijke instantie die is ingesteld bij Organieke wet nr. 2011-333 van 29 maart 2011, in de grondwet is opgenomen sinds de hervorming daarvan uit 2008 en die klachten behandelt die onder zijn vijf bevoegdheidsterreinen vallen: de verdediging van de rechten en vrijheden van de gebruikers van overheidsdiensten, de behartiging en bevordering van de belangen en rechten van kinderen, de bestrijding van elke vorm van discriminatie en de bevordering van gelijkheid, de naleving van de beroepsethiek door personen die veiligheids-/beveiligingsactiviteiten verrichten en, tot slot, de begeleiding en bescherming van klokkenluiders.

Elke natuurlijke of rechtspersoon die van mening is dat zijn rechten zijn geschonden, kan zich tot de Ombudsman wenden via meer dan vijfhonderd vertegenwoordigers in het hele land op meer dan achthonderd vaste locaties, of rechtstreeks tot de hoofdvestiging via een webformulier of portvrije brief.

De Ombudsman beschikt over belangrijke onderzoeksbevoegdheden. Hij kan elke publieke of private organisatie verzoeken om toelichting en om het doorgeven van alle informatie die nuttig kan zijn voor zijn onderzoek en voor het beslechten van een geschil.

De Ombudsman geeft de voorkeur aan minnelijke schikking van geschillen. Bijna tachtig procent van de door de instelling voorgestelde minnelijke schikkingen leidt tot het gewenste resultaat.

Hij kan ook een besluit nemen waarin hij individuele of algemene aanbevelingen doet. Wordt een zaak toch aan de rechter voorgelegd, dan kan de Ombudsman als amicus curiae opmerkingen bij de rechtbank indienen of opmerkingen maken tijdens de behandeling van de zaak. De Ombudsman richt zich naast zijn optreden ter bescherming van rechten ook op de bevordering van gelijkheid en van de toegang tot rechten.

De Ombudsman maakt slechts beperkt gebruik van het Handvest aangezien het met betrekking tot de lidstaten enkel van toepassing is wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen (artikel 51 van het Handvest). Dit moet dus eerst worden aangetoond, wat niet altijd eenvoudig is. Het is voor de Ombudsman gemakkelijker om zich te beroepen op het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de zeer uitgebreide jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens, of op de richtlijnen van de Europese Unie op het gebied van discriminatie.

Dit neemt niet weg dat de Ombudsman van de rechten het Handvest soms toch inroept als aanvulling op andere verdragsteksten (zoals het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, of, wederom, het Europees Verdrag voor de rechten van de mens). Dit gebeurt dan in het kader van klachten die voortvloeien uit discriminatie, een van de specifieke terreinen waarop de Ombudsman actief is.

Hieronder volgen enkele voorbeelden van besluiten waarin het Handvest een nuttig juridisch instrument is gebleken bij de argumentatie van de Ombudsman.

Voorbeeld 1: weigering om een werkneemster toe te staan haar ouderschapsverlof voortijdig af te afbreken ten gunste van het zwangerschaps- en bevallingsverlof

Bij de Ombudsman werd een klacht ingediend, omdat een werkneemster door haar werkgever (een plaatselijk ziekenfonds) de mogelijkheid werd ontzegd haar ouderschapsverlof voortijdig af te breken ten gunste van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, omdat zij zwanger was na een eerste kind gekregen te hebben [1].

Desgevraagd (door de Ombudsman) erkende de werkgever dat het Hof van Justitie van de Europese Unie tot drie keer toe heeft bevestigd dat de weigering om een werkneemster toe te staan haar ouderschapsverlof af te breken ten gunste van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, neerkomt op seksediscriminatie [2].

Desalniettemin weigerde de werkgever zich naar die rechtspraak te voegen, waarvoor hij als reden aanvoerde dat die niet in Frans recht was omgezet. In artikel L.1225-52 van het wetboek van arbeid worden immers twee gevallen genoemd waarin een werkgever het voortijdig afbreken van een ouderschapsverlof niet kan weigeren:

  • het overlijden van het kind;
  • of een substantiële daling van de inkomsten van het huishouden.

Het wetboek van arbeid sluit evenwel niet uit dat een ouderschapsverlof ook om een andere reden voortijdig kan worden afgebroken, mits die reden de goedkeuring van de partijen kan wegdragen.

De Ombudsman heeft het plaatselijke ziekenfonds er dan ook op moeten wijzen dat het discriminatieverbod een verbod van openbare orde is waarvan geen enkele werkgever kan afwijken, en dat hij derhalve concludeerde dat de weigering om klaagster toe te staan het ouderschapsverlof voortijdig af te breken ten gunste van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, neerkwam op discriminatie op grond van haar geslacht. In dit besluit heeft de Ombudsman zijn argumentatie deels gebaseerd op artikelen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie:

Artikel 33, dat waarborgen biedt voor de bescherming van het gezin en het kunnen combineren van het beroeps- en gezinsleven. In de tweede alinea van dit artikel is immers het volgende bepaald: «Teneinde beroeps- en gezinsleven te kunnen combineren, heeft eenieder (…) recht op betaald moederschapsverlof».

In artikel 21 is bepaald dat iedere discriminatie, onder meer op grond van geslacht, verboden is, en artikel 23 waarborgt de gelijkheid van vrouwen en mannen op alle gebieden.

Uit dit voorbeeld blijkt dat de Ombudsman zich kan beroepen op het Handvest, en dat dit ook rechtstreeks van toepassing is in het nationale recht, zodra we ons binnen het toepassingsgebied van het recht van de Europese Unie bevinden, wat hier het geval is, omdat we ons bevinden binnen de sfeer van het verbod op discriminatie op grond van geslacht in de wereld van arbeid en beroep en meer in het bijzonder binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2006/54/EG.

Voorbeeld 2: onmogelijkheid voor personen met een handicap om gebruik te maken van aanbiedingen die uitsluitend beschikbaar zijn op een website voor de verkoop van vervoerbewijzen voor de trein.

Bij de Ombudsman werd een klacht ingediend wegens de onmogelijkheid voor personen met een handicap om gebruik te maken van aanbiedingen die uitsluitend beschikbaar zijn op een website voor de verkoop van vervoerbewijzen voor de trein. De Ombudsman concludeerde dat deze situatie het gevolg was van een handelwijze die discriminerend was in de zin van:

  • de verordening betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer, waarin onder meer het volgende is bepaald: «Een spoorwegonderneming, een verkoper van vervoerbewijzen of touroperator weigert niet een boeking te aanvaarden of een vervoerbewijs af te geven aan een gehandicapte persoon of persoon met beperkte mobiliteit» [3];
  • artikel 21 van het Handvest van de grondrechten; en
  • Wet nr. 2008-496 van 27 mei 2008.

De Ombudsman heeft de onderneming die de website voor de onlineverkoop van vervoerbewijzen beheert, dan ook aanbevolen om ervoor te zorgen dat ook personen met een handicap van alle aanbiedingen kunnen profiteren, inclusief die voor reizen naar het buitenland. Het Handvest ondersteunde ook in dit geval de argumentatie, zowel in aanvullende zin als op eigen gezag:

  • aanvullend, omdat het Europese recht geen algemene richtlijn kent die discriminatie bij de toegang tot goederen en diensten voor personen met een handicap verbiedt, en omdat de verordening betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers tamelijk beperkt is, zodat artikel 21 van het Handvest het leidende beginsel van non-discriminatie in herinnering brengt, ook voor wat betreft handicaps bij de toegang tot diensten;
  • en als argument op eigen gezag ter ondersteuning van de aanbevelingen en de verzoeken om herstel, wijzende op de rechtstreekse toepasselijkheid.

Voorts maakt de Ombudsman, in het kader van zijn werkzaamheden ter bevordering van de rechtsstaat en de grondrechten en in samenwerking met de netwerken van tegenhangers (het door de Europese Ombudsman beheerde netwerk van Ombudsmannen in de lidstaten; de vereniging ENOC (European Network of Ombudspersons for Children), waarin de Kinderombudsmannen zijn verenigd; Equinet, het netwerk van organisaties die discriminatie in Europa bestrijden; IPCAN (Independent Police Complaints Authorities’ Network), het informele netwerk van externe controlemechanismen die onafhankelijk van de politie opereren; het informele netwerk NEIWA (Network of European Integrity and Whistleblowing Authorities), via welk uitwisselingen plaatsvinden over de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden),

niet alleen gebruik van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de toepasselijke richtlijnen, maar ook, en redelijk stelselmatig, van het Handvest van de grondrechten. In het kader van deze netwerken werkt de Ombudsman intensief samen met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), de ware aanjager van de bevordering van het Handvest binnen deze fora.

II- De nationale mensenrechtencommissie (Commission nationale consultative des droits de l’homme)

De nationale mensenrechtencommissie is de in 1947 opgerichte nationale instelling voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten. Deze commissie, die de status van onafhankelijke bestuurlijke instantie (autorité administrative indépendante) geniet, is een overheidsorgaan dat geheel zelfstandig optreedt als adviseur van de regering en het parlement op het gebied van mensenrechten, humanitair recht en humanitaire actie en eerbiediging van de fundamentele waarborgen voor de burgers om hun burgerlijke vrijheden te kunnen uitoefenen, en dat voorstellen in dit verband doet. De uit 64 leden – personen op eigen titel en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties – bestaande commissie is een afspiegeling van de verscheidenheid aan opvattingen in Frankrijk over kwesties op het vlak van mensenrechten en internationaal humanitair recht. Het is haar taak de publieke opinie opmerkzaam te maken en het grote publiek bewuster te maken, maar ook om bij te dragen aan de voorlichting en vorming op het vlak van eerbiediging van de mensenrechten.

In 2018 heeft de nationale mensenrechtencommissie samen met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten een video van twee minuten gemaakt over het Handvest:

2 minutes pour comprendre la Charte des Droits Fondamentaux – YouTube

2-minutes-pour-comprendre-la-charte-des-droits-fondamentaux-de-lunion-europeenne – Website van de nationale mensenrechtencommissie

Op de nieuwe website van de nationale mensenrechtencommissie zal het Handvest als een van de bronnen worden genoemd, met een beschrijvend venster dat geopend kan worden; ook zal de commissie in het kader van haar rapporten en adviezen regelmatig naar het Handvest verwijzen.



[1] Besluit 2019-183 van 24 oktober 2019 betreffende de weigering, door een werkgever, om een werkneemster toe te staan haar ouderschapsverlof voortijdig af te breken ten gunste van het zwangerschaps- en bevallingsverlof

[2] (HvJEU, 20 september 2007, zaak C-116/06, Kiiski/Tampereen kaupunki; HvJEU, Derde kamer, 13 februari 2014, zaak C-512/11, YTN en C-513/11, TSN; HvJEU, Eerste kamer, 8 mei 2019, zaak C-486/18).

[3] Artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1371/2007 van 23 oktober 2007.

Laatste update: 24/02/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.