Goede praktijken van de lidstaten

Griekenland

Overheidsbeleid ter bevordering van het gebruik en de bekendheid van het Handvest bij de wetgever, overheids- en rechtshandhavingsinstanties en de rechterlijke macht.

Inhoud aangereikt door
Griekenland

Het Handvest van de grondrechten maakt deel uit van het Griekse rechtsstelsel. De Griekse rechters houden hier ambtshalve rekening mee. Schendingen van het Handvest kunnen aanhangig worden gemaakt bij de Griekse raad van state en het hooggerechtshof. Ook alle ambtenaren, in het bijzonder politieagenten in hun hoedanigheid van rechtshandhavers, moeten zich strikt aan de grondwettelijke, strafrechtelijke en procedurele bepalingen houden waarin de mensenrechten worden gewaarborgd.

Griekenland werkt nauw samen met toezichtsorganen van internationale organisaties en stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat de mensenrechten worden gewaarborgd. In dat verband komt de Griekse staat regelmatig met initiatieven waarin duidelijk is vastgelegd dat de criteria en verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen die de mensenrechten moeten beschermen, waaronder het Handvest van de grondrechten, worden gerespecteerd. Een goed voorbeeld hiervan is Wet 4443/2016 inzake de gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afkomst. Deze wet heeft namelijk de bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 21, als directe grondslag.

Instrumenten die een beter inzicht verschaffen in het Handvest en duidelijker maken wanneer het van toepassing is

Het bureau van de aanklager van het Hof van Cassatie stuurt in het kader van zijn samenwerking met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) alle bureaus van de aanklagers van de Griekse rechtbanken van beroep en van eerste aanleg handboeken van het FRA in een gedrukte versie, indien deze beschikbaar zijn. Ook stuurt het, na kennisgeving door de Griekse deskundige bij het FRA, per e-mail links (hyperlinks) naar de voornoemde bureaus van de aanklagers naar recente publicaties van de handboeken van het FRA over hechtenis in strafzaken en alternatieve maatregelen, slachtoffers van geweldsmisdrijven, minderjarigen, bescherming van kwetsbare groepen en minderheden enz. Verder wordt het jaarverslag van het FRA per e-mail naar alle bureaus van de aanklagers van de rechtbanken van beroep en van eerste aanleg gestuurd.

Dankzij de deelname van het bureau van de aanklager van het Hof van Cassatie (Partner) aan het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO), kunnen de Griekse aanklagers bovendien studiebezoeken (Study Visits) maken aan de Europese instellingen, zoals het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU), het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) enz.

Tot slot worden de circulaires van het bureau van de aanklager van het Hof van Cassatie die bestemd zijn voor de aanklagers van de Griekse rechtbanken van beroep en van eerste aanleg en die worden gepubliceerd overeenkomstig de bepalingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, op de website van het bureau van de aanklager van het Hof van Cassatie geplaatst, om te dienen als algemene richtsnoeren ter voorkoming van schendingen van de artikelen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De Griekse politie geeft van tijd tot tijd instructies, handleidingen en speciale richtsnoeren voor haar personeel uit over de bescherming en waarborging van de mensenrechten.

Met name uit hoofde van Circulaire nr. 7100/25/14-d van de directie van de Griekse politie van 8 november 2014, getiteld «Aanpakken van racisme, vreemdelingenhaat en discriminatie in het kader van politieoptredens», moet de overheid, en in het bijzonder haar verschillende organen, enerzijds geen afbreuk doen aan de waarde van de mens in het algemeen, ongeacht diens kenmerken, en anderzijds positieve maatregelen treffen om te voorkomen dat hierop inbreuk wordt gemaakt.

Ook in Presidentieel Decreet 254/2004 inzake een «gedragscode voor politieagenten» is de algemene verplichting vastgelegd om de menselijke waardigheid te respecteren en de mensenrechten te beschermen. Daarnaast zijn in dit decreet specifiekere bepalingen opgenomen over het gedrag van politieagenten bij politieoptredens en de inachtneming daarbij van de mensenrechten.

Het Griekse politiepersoneel ontvangt van tijd tot tijd andere handboeken, zoals: «Handleiding voor de Griekse politie voor de omgang met religieuze groeperingen en sociaal kwetsbare groepen», «Haatzaaien: racisme in het openbare debat», gesteund door het ministerie van Justitie met steun van de Raad van Europa, «Vervolging van haatmisdrijven tegen LGBT+-personen» van de Raad van Europa, «De overheidsstrijd tegen racistische misdrijven» van de nationale raad tegen racisme en intolerantie en «Intercultureel opleidingshandboek» van het centrum voor veiligheidsstudies.

Er moeten met name afdelingen en bureaus in het leven worden geroepen die strijden tegen racistisch geweld, zodat geweld met een racistisch motief of een racistische grondslag tegen personen of groepen personen efficiënt het hoofd kan worden geboden. Ook moeten er in alle landen diensten komen die zich bezighouden met huiselijk geweld, zodat gevallen van huiselijk geweld op efficiënte wijze kunnen worden opgepakt en slachtoffers kunnen worden beschermd.

De bescherming van de mensenrechten komt bij de verschillende Griekse politieopleidingen in het basisprogramma voor. Het thema «mensenrechten» wordt daar als een afzonderlijk vak behandeld (het programma behandelt onder andere: internationale bescherming van de grondrechten, bescherming van de rechten binnen de Europese Unie, actoren en begunstigden op het gebied van grondrechten, racisme en vreemdelingenhaat, individuele vrijheid en veiligheid, bescherming van kinderen, vrouwen en arbeidsverhoudingen, verbod van folteringen, minderjarigen enz.).

In het kader van de permanente scholing neemt het Griekse politiepersoneel, zowel in eigen land als daarbuiten, regelmatig deel aan speciale cursussen en aan seminars over het wetgevingskader voor de bescherming van de mensenrechten (bv. erkenning van de gronden van racistisch geweld, mensenrechten en politiegedrag, grondrechten en politie-ethiek, benadering van en omgang met sociaal kwetsbare groepen, aanpak van huiselijk geweld en bescherming van slachtoffers enz.).

Daarnaast werkt de Griekse politie samen met andere organen en autoriteiten die zich sterk maken voor het waarborgen en beschermen van de mensenrechten tijdens politieoptredens (bv. het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (CPT) van de Raad van Europa, de Werkgroep van de Verenigde Naties inzake willekeurige detentie, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Ombudsman belast met onderzoek naar willekeurige detentie, het secretariaat-generaal voor gezinsbeleid en gendergelijkheid, de nationale adviescommissie voor de mensenrechten (CNCDH) en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), zoals To Hamogelo Tou Paidiou (de glimlach van een kind) en het Europees netwerk tegen geweld, in het kader van de aanpak van huiselijk geweld enz.).

In het kader van de nieuwe strategie van het Handvest heeft de Commissie onder meer de lidstaten verzocht een aanspreekpunt voor het Handvest aan te wijzen om de coördinatie en de samenwerking te vergemakkelijken. Naar aanleiding van deze oproep van de Commissie heeft het ministerie van Justitie een eigen aanspreekpunt (focal point) aangewezen met als doel zijn betrokkenheid bij de uitvoering van het Handvest door de nationale belanghebbenden te verbeteren. Als aanspreekpunt is de directie mensenrechten en gratie van het ministerie van Justitie aangewezen. Dit initiatief is een samenwerking tussen de ministeries van Justitie en van Buitenlandse Zaken (afdeling Unierecht van het ministerie van Buitenlandse Zaken). Het aanspreekpunt heeft als taak de uitwisseling van informatie en goede praktijken betreffende het Handvest te vergemakkelijken en de ontwikkeling van initiatieven voor de daadwerkelijke uitvoering van het Handvest te coördineren. Tijdens de videoconferentie over grondrechten, burgerrechten en vrij verkeer van personen (FREMP) werd Griekenland om dit initiatief geprezen en de andere lidstaten werden aangemoedigd het initiatief over te nemen.

Bovendien is de directie van de nationale school voor de magistratuur per brief verzocht een cursus over het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en seminars over de praktische uitvoering van het Handvest in het programma van het academische jaar 2021-2022 op te nemen. De directeur heeft in antwoord op dit verzoek benadrukt dat de nationale school voor de magistratuur het initiatief steunt en ziet de uitvoering van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie om de geloofwaardigheid en de internationale rol van Griekenland te versterken als een uitstekend initiatief van het ministerie van Justitie. In de voorbereidende studieprogramma’s van de door de school aangeboden studierichtingen bleek al een cursus over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Handvest te zijn opgenomen. Bovendien staan voor het jaar 2021-2022 seminars gepland met het thema «Versterking van de uitvoering van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie», die tot stand zijn gekomen in samenwerking met de Europese Commissie en bestemd zijn voor rechters en officieren van justitie die in functie zijn.

Tot slot is een werkgroep inzake het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in het leven geroepen, waarin vertegenwoordigers van het ministerie van Justitie, het bureau van plaatsvervangend minister G. Cotsiras, het bureau van de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie, het secretariaat-generaal voor juridische en parlementaire zaken en de speciale juridische dienst voor EU-aangelegenheden van het ministerie van Buitenlandse Zaken zitting hebben.

Aangezien de uitvoering van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie op basis van de aanbevelingen uit de nieuwe strategie van de Commissie voor Griekenland een absolute prioriteit geniet, liggen aanvullende initiatieven om dit doel te bereiken in het verschiet. Bijvoorbeeld: de totstandbrenging van een steunmechanisme voor het aanspreekpunt waaraan vertegenwoordigers van meerdere ministeries deelnemen, de bewustmaking van en voorlichting aan mensen in juridische beroepen over kwesties betreffende de uitvoering van het Handvest door middel van seminars en conferenties die worden gegeven door Griekse en buitenlandse juridische deskundigen en rechters van het Hof van Justitie van de Europese Unie, de voortdurende inachtneming van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met het oog op de ontwikkelingen in de rechtspraak en de landelijke verspreiding ervan, de voortdurende samenwerking met andere nationale organen op het gebied van mensenrechten, waarbij de nadruk wordt gelegd op de effectbeoordeling van de regelgeving wat betreft de bepalingen van het Handvest van de grondrechten in samenspraak met het verantwoordelijke ministerie.

Gebruik en bevordering van instrumenten betreffende het Handvest die zijn ontwikkeld door andere EU-landen of andere belanghebbenden in de EU

Samenwerking met belanghebbenden ter bevordering van het gebruik en de bekendheid van het Handvest van de grondrechten van de EU

Voorbeelden van samenwerking tussen mensenrechtenverdedigers en nationale autoriteiten die bijdraagt tot een betere bekendheid en een beter gebruik van het Handvest

Ministerie van Justitie

Secretariaat-generaal voor gezinsbeleid en gendergelijkheid – Centra voor advies bij geweld tegen vrouwen

Ombudsman

Onderzoekscentrum voor gendergelijkheid (KEThI)

Nationaal Centrum voor sociale solidariteit (EKKA)

Griekse vluchtelingenraad (GCR)

Grieks Waarnemingscentrum voor de akkoorden van Helsinki

Griekse afdeling van Amnesty International

Voorbeelden van samenwerking tussen nationale autoriteiten en de academische wereld die bijdraagt tot een betere bekendheid en een beter gebruik van het Handvest

-

Voorbeelden van niet-gouvernementele initiatieven die het gebruik en de bekendheid van het Handvest in uw land bevorderen

Het gegevensbeschermingsorgaan handelt binnen het rechtskader voor gegevensbescherming. In dat verband en voor adviezen en onderzoeken gaat dit orgaan voornamelijk uit van artikel 8 betreffende de bescherming van persoonsgegevens van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van artikel 7 betreffende de eerbiediging van het privé-leven en het familie- en gezinsleven.

Overigens werkt het gegevensbeschermingsorgaan al lang samen met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, dat binnen de EU het belangrijkste orgaan voor de bescherming van grondrechten is. Deze samenwerking bestaat enerzijds in de becommentariëring en vertaling van een door het voornoemde bureau gepubliceerd handboek over de bescherming van persoonsgegevens en anderzijds in een periodieke bijdrage aan de inhoud en de beoordeling van de maandelijkse of driemaandelijkse verslagen van het bureau die met tussenkomst van het Griekse liaisonbureau worden uitgebracht (directoraat wetgevingswerkzaamheden, internationale juridische betrekkingen en internationale justitiële samenwerking van het ministerie van Justitie).

Tot slot gebruikt het orgaan hulpmiddelen van het voornoemde bureau, zoals een informatiebrochure (gemaakt door het bureau in samenwerking met de toezichthoudende autoriteit Eurodac – met deelname van het Griekse gegevensbeschermingsorgaan) voor nationale autoriteiten voor asielaangelegenheden, die door het Griekse orgaan wordt vertaald en op zijn website wordt geplaatst en vervolgens naar de voornoemde organen wordt gestuurd.

Laatste update: 25/02/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.