Europese executoriale titel

Finland

Inhoud aangereikt door
Finland

1. Procedures voor rectificatie en intrekking (Art. 10(2))

Artikel 10, lid 1, punt a) – rectificatieprocedure

In de wet betreffende de Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (825/2005) is de rectificatieprocedure als volgt vastgesteld:

Correctie van een fout in het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel (artikel 2)

Indien de beslissing, de gerechtelijke schikking of de authentieke akte zoals bedoeld in de verordening niet naar behoren is weergegeven in het bewijs van waarmerking dat op basis van de verordening is verstrekt, moet het gerecht dat het bewijs heeft afgegeven, of een andere instantie, de fout desgevraagd rectificeren.

Voor het aanvragen van de rectificatie kan gebruikgemaakt worden van het standaardformulier in bijlage VI bij de verordening. De correctie moet worden aangebracht in het originele bewijs van waarmerking. Als correctie van dat bewijs niet mogelijk is, moet een nieuw bewijs van waarmerking worden verstrekt aan de schuldeiser. Van de correctie moet voor zover mogelijk kennisgeving worden gedaan aan de partijen die om een afschrift van het bewijs hebben verzocht. Als er in de betreffende procedure een rechtsmiddel is ingesteld, moet de rectificatie worden doorgegeven aan het gerecht dat uitspraak doet in hoger beroep.

Artikel 10, lid 1, punt b) – intrekkingsprocedure

In de wet betreffende de Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen is de intrekkingsprocedure als volgt vastgesteld:

Intrekking van het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel (artikel 3)

Indien het bewijs van waarmerking gelet op de eisen in de verordening overduidelijk ten onrechte is verstrekt, moet het gerecht dat het bewijs heeft afgegeven, of een andere instantie, de fout in de beslissing, de gerechtelijke schikking of de authentieke akte zoals bedoeld in de verordening desgevraagd rectificeren.

Voor het aanvragen van de intrekking van het bewijs van waarmerking kan gebruikgemaakt worden van het standaardformulier in bijlage VI bij de verordening. Tenzij dit overduidelijk geen enkele zin heeft, kunnen de partijen op hun verzoek worden gehoord.

De intrekking wordt voor zover mogelijk officieel vermeld op het originele bewijs van waarmerking. Van de intrekking moet voor zover mogelijk kennisgeving worden gedaan aan de partijen die om een afschrift van het bewijs hebben verzocht. Als er in de betreffende procedure een rechtsmiddel is ingesteld, moet de intrekking worden doorgegeven aan het gerecht dat uitspraak doet in hoger beroep.

2. Procedures voor heroverweging (Art.19 (1))

Overeenkomstig artikel 12, lid 1, moeten de minimumnormen van hoofdstuk III van de verordening worden toegepast op beslissingen die als gevolg van het niet verschijnen van de verweerder onder artikel 3, lid 1, onder b) of c), vallen. Overeenkomstig artikel 12, lid 2, is hoofdstuk III ook van toepassing in geval van een in beroep gegeven verstekbeslissing.

Een verstekbeslissing in de zin van artikel 3, lid 1, onder b) of c), kan enkel worden gewaarmerkt als Europese executoriale titel wanneer de schuldenaar overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder bepaalde omstandigheden kan verzoeken om heroverweging van de beslissing. Indien de schuldenaar in het kader van een procedure voor de Finse districtsrechtbank (käräjäoikeus) geen stappen onderneemt, zal een verstekbeslissing worden gegeven. De schuldenaar heeft overeenkomstig hoofdstuk 12 §15 van het Wetboek van Rechtsvordering het recht binnen dertig dagen na de verifieerbare betekening van de beslissing te verzoeken om een nieuwe behandeling van de zaak.

Voor de toepassing van deze bepaling is het van geen belang of de schuldenaar daadwerkelijk op de hoogte is van de verstekbeslissing. De termijn van dertig dagen gaat pas in op de datum van de betekening van de verstekbeslissing aan de schuldenaar. De werkingssfeer van deze regel is dus ruimer dan die van de minimumnormen van artikel 19. Daarnaast kunnen ook de buitengewone rechtsmiddelen van hoofdstuk 31 van het Wetboek van Rechtsvordering worden ingesteld tegen verstekbeslissingen, waaronder een beroep wegens een procedurefout (§ 1) en een verzoek om nietigverklaring wegens een materiële onjuistheid (§ 7). Voorts kan ook het buitengewone rechtsmiddel van hoofdstuk 31, § 17 (herstel in de vorige toestand met betrekking tot termijnen) worden ingesteld.

3. Aanvaarde talen (Art. 20(2)(c))

Voor een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel worden vertalingen in het Fins, het Zweeds of het Engels aanvaard.

4. Autoriteiten aangeduid voor het waarmerken van authentieke akten (Art. 25)

In Finland zijn authentieke akten in de zin van artikel 4, lid 3, onder b), de overeenkomsten inzake onderhoudverplichtingen die worden bekrachtigd en bijgevolg gewaarmerkt door het Sociale Raad van elke stad of gemeente. Voor deze overeenkomsten zullen ook de Sociale Raden een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel verstrekken.

Een lijst van steden en gemeenten in Finland is beschikbaar op de website van het Finse ministerie van Justitie: www.oikeus.fi. De desbetreffende adressen zijn ook beschikbaar op de website van de vereniging van lokale en regionale autoriteiten www.kunnat.net.

Laatste update: 09/08/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.