Verordening Brussel II ter - Huwelijkszaken en ouderlijke verantwoordelijkheid (herschikking)

Kroatië

Inhoud aangereikt door
Kroatië

BEVOEGDE GERECHTEN/AUTORITEITEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Kroatië

Familierecht - Verordening Brussel II ter - Huwelijkszaken en ouderlijke verantwoordelijkheid (herschikking)


*verplichte invoer

Artikel 103, lid 1, punt a) (eerste deel) - autoriteiten of andere overheidsinstanties die gemachtigd zijn een authentieke akte op te stellen als bedoeld in artikel 2, lid 2, punt 2, b), en overheidsinstanties die gemachtigd zijn een overeenkomst te registreren als bedoeld in artikel 2, lid 2, punt 3

Artikel 103, punt a), eerste deel

De afgifte van bovengenoemde authentieke akten en overeenkomsten is onbekend in het Kroatische rechtsstelsel.

Artikel 103, lid 1, punt a) (tweede deel) - administratieve autoriteiten die rechtsbijstand verlenen als bedoeld in artikel 74, lid 2

Artikel 103, punt a), tweede deel

De administratieve autoriteiten die bevoegd zijn voor het verlenen van rechtsbijstand uit hoofde van artikel 74, lid 2, van voornoemde verordening, zijn de autoriteiten van de districten (županije) en de stad Zagreb.

Artikel 103, lid 1, punt b) (eerste deel) - gerechten die bevoegd zijn om certificaten voor een beslissing conform artikel 36, lid 1, af te geven en gerechten en autoriteiten die bevoegd zijn om een certificaat voor een authentieke akte of overeenkomst conform artikel 66 af te geven

Artikel 36, lid 1

De afgifte van de certificaten als bedoeld in artikel 36, lid 1, valt onder de bevoegdheid van de gemeentelijke rechtbank (općinski sud) die de beslissing heeft gegeven waarop het certificaat betrekking heeft.

Artikel 66

De afgifte van bovengenoemde authentieke akten en overeenkomsten is onbekend in het Kroatische rechtsstelsel.

Artikel 103, lid 1, punt b) (tweede deel) - gerechten die bevoegd zijn voor de rectificatie van certificaten als bedoeld in artikel 37, lid 1, en artikel 48, lid 1, en gerechten die bevoegd zijn voor de afgifte van een certificaat met vermelding van de niet-uitvoerbaarheid of beperkte uitvoerbaarheid van een gecertificeerde beslissing als bedoeld in artikel 49; en gerechten en autoriteiten die bevoegd zijn voor de rectificatie van het krachtens artikel 66, lid 1, afgegeven certificaat als bedoeld in artikel 67, lid 1

De rectificatie van certificaten zoals bedoeld in artikel 37, lid 1, en in artikel 48, lid 1, en de afgifte van certificaten betreffende niet-uitvoerbaarheid of beperkte uitvoerbaarheid van een gecertificeerde beslissing als bedoeld in artikel 49, vallen onder de bevoegdheid van de gemeentelijke rechtbank die de beslissing heeft gegeven waarop het certificaat betrekking heeft.

Wat betreft de mededelingen uit hoofde van artikel 67, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1111, wijzen wij erop dat dit niet van toepassing is in de Republiek Kroatië.

Het betreft namelijk de rectificatie van een authentieke akte of een overeenkomst die niet bestaat in de Republiek Kroatië, of de afgifte van deze authentieke akten en overeenkomsten is onbekend in het Kroatische rechtsstelsel [zie de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, punt 2, b), en artikel 2, lid 2, punt 3].

Er is dan ook geen autoriteit die bevoegd is voor de rectificatie van de authentieke akten of de overeenkomsten uit hoofde van artikel 67, lid 1, van de verordening.

Artikel 103, lid 1, punt c) - gerechten die bevoegd zijn voor de erkenning van een beslissing (artikel 30, lid 3) en voor de weigering van de erkenning (artikel 40, lid 2), en gerechten en autoriteiten die bevoegd zijn voor de weigering van tenuitvoerlegging, voor bezwaar of beroep, en voor verder bezwaar of hoger beroep als bedoeld in artikel 58, lid 1, artikel 61, lid 2, en artikel 62

Artikel 30, lid 3

De autoriteiten die feitelijk bevoegd zijn voor de erkenning van buitenlandse gerechtelijke beslissingen in de Republiek Kroatië, zijn de gemeentelijke rechtbanken (artikel 18 van de Kroatische wet op de rechterlijke organisatie (Zakon o sudovima), NN 28/13, 33/15, 82/15 en 67/18).

Artikel 40, lid 2

De territoriale bevoegdheid voor de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse gerechtelijke beslissingen ligt bij de rechtbank van het district van de woonplaats van de partij tegen wie om erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, of de rechtbank in het rechtsgebied waarvan de tenuitvoerlegging moet plaatsvinden. Als de partij tegen wie om erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, geen woonplaats heeft in de Republiek Kroatië en de tenuitvoerlegging niet in de Republiek Kroatië moet plaatsvinden, kan een verzoekschrift worden ingediend bij een van de feitelijk bevoegde gerechten in de Republiek Kroatië.

De partijen kunnen beroep instellen tegen een beschikking tot erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlandse gerechtelijke beslissing binnen 15 dagen vanaf de datum van betekening van de beschikking.

Als er geen definitieve beschikking is gegeven over de erkenning van een buitenlandse beslissing, kan elk gerecht een voorlopige uitspraak doen over de erkenning van die beslissing in een procedure, maar de erkenning geldt dan alleen voor die procedure.

Artikel 58, lid 1

De autoriteiten die feitelijk bevoegd zijn voor de weigering van tenuitvoerlegging van buitenlandse gerechtelijke beslissingen in de Republiek Kroatië, zijn de gemeentelijke rechtbanken (artikel 18 van de wet op de rechterlijke organisatie, NN 28/13, 33/15, 82/15 en 67/18).

Artikel 61, lid 2

De rechtbanken die zijn aangewezen om uitspraak te doen in beroepen tegen beslissingen van alle gemeentelijke rechtbanken in civiele zaken, zijn de districtsrechtbanken (županijski sudovi).

Artikel 62

Er kan een rechtsmiddel worden ingesteld tegen een beslissing van een districtsrechtbank, te weten een buitengewone herziening met goedkeuring van het hooggerechtshof (Vrhovni sud), als het wordt ingesteld voor een inhoudelijk of procedureel vraagstuk van bijzonder belang.

Artikel 103, lid 1, punt d) - de voor tenuitvoerlegging bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 52

De autoriteiten die feitelijk bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging van buitenlandse gerechtelijke beslissingen in de Republiek Kroatië, zijn de gemeentelijke rechtbanken (artikel 18 van de wet op de rechterlijke organisatie, NN 28/13, 33/15, 82/15 en 67/18).

Artikel 103, lid 1, punt e) - de in de artikelen 61 en 62 bedoelde rechtsmiddelen tegen een beslissing over het verzoek tot weigering van tenuitvoerlegging

Het rechtsmiddel tegen een beslissing over een verzoek tot weigering van tenuitvoerlegging is een beroep voor de districtsrechtbank. De bevoegde rechtbanken zijn de districtsrechtbanken van Pula, Split en Zagreb.

Er is ook een buitengewone beroepsmogelijkheid in de vorm van een buitengewone herziening.

Artikel 103, lid 1, punt f) - de namen, adressen en communicatiemiddelen van de centrale autoriteiten die zijn aangewezen om behulpzaam te zijn bij de toepassing van de verordening inzake ouderlijke verantwoordelijkheid. Wanneer meer dan één centrale autoriteit is aangewezen, worden hun respectieve bevoegdheden ratione loci en ratione materiae gepreciseerd, conform artikel 76

Het centrale orgaan dat ermee belast is om behulpzaam te zijn bij de toepassing van de verordening is het ministerie van Arbeid, Pensioenen, Gezinszaken en Sociaal Beleid (Ministarstvo rada, mirovinskog sustava, obitelji i socijalne politike).

Het adres en de contactgegevens van de centrale autoriteit zijn:

Ulica grada Vukovara 78

10000 Zagreb, Kroatië

E-mail: pisarnica@mrosp.hr

Telefoonnummer: +385 15557015, +385 15557363

Artikel 103, lid 1, punt g) - waar toepasselijk de categorieën van naaste familieleden, in aanvulling op de ouders, bij wie het kind op het grondgebied van een lidstaat kan worden geplaatst, zonder de voorafgaande toestemming van die lidstaat, conform artikel 82

Overeenkomstig artikel 82 van Verordening (EU) 2019/1111 is voor de plaatsing van een kind bij een ouder of bij nauwe verwanten, geen toestemming van de Republiek Kroatië vereist. Als nauwe verwanten, zoals bedoeld in artikel 82, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad, worden beschouwd: grootmoeder, grootvader, oom, tante, (half)broers, (half)zussen, kinderen van (half)broers en kinderen van (half)zussen.

Artikel 103, lid 1, punt h) - de andere talen van de instellingen van de Europese Unie dan de eigen taal van een lidstaat die kunnen worden aanvaard voor mededelingen aan de centrale autoriteiten, conform artikel 91, lid 3

Als centrale autoriteit van de Republiek Kroatië aanvaardt het ministerie van Arbeid, Pensioenen, Gezinszaken en Sociaal Beleid voor de communicatie met de centrale autoriteiten van andere lidstaten naast het Kroatisch ook het Engels.

Artikel 103, lid 1, punt i) - de talen die worden aanvaard voor de vertaling van toegezonden verzoeken en aanvullende documenten als bedoeld in de artikelen 80, 81 en 82, en van de vrije tekstvelden van de certificaten als bedoeld in artikel 91, lid 2

Het verzoek en alle aanvullende documenten moeten worden vergezeld van een vertaling in het Kroatisch, zijnde de officiële taal van de aangezochte lidstaat.

Laatste update: 02/04/2024

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.