Verordening Brussel II ter - Huwelijkszaken en ouderlijke verantwoordelijkheid (herschikking)

Duitsland

Inhoud aangereikt door
Duitsland

Artikel 103, lid 1, punt a) (eerste deel) - autoriteiten of andere overheidsinstanties die gemachtigd zijn een authentieke akte op te stellen als bedoeld in artikel 2, lid 2, punt 2, b), en overheidsinstanties die gemachtigd zijn een overeenkomst te registreren als bedoeld in artikel 2, lid 2, punt 3

Geen.

In het Duits recht bestaan er op dit moment geen authentieke akten of overeenkomsten inzake scheiding van tafel en bed en echtscheiding zoals bedoeld in artikel 65, lid 1, die bindend zijn in Duitsland, noch authentieke akten en overeenkomsten inzake ouderlijke verantwoordelijkheid zoals bedoeld in artikel 65, lid 2, die uitvoerbaar zijn in Duitsland. Er bestaan dus geen Duitse authentieke akten en overeenkomsten die krachtens de verordening in een andere lidstaat moeten worden erkend en ten uitvoer moeten worden gelegd. Daarom heeft het geen zin om bevoegde autoriteiten aan te wijzen voor het opstellen van authentieke akten zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, punt 2), b), en voor het registreren van overeenkomsten zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, punt 3).

Artikel 103, lid 1, punt a) (tweede deel) - administratieve autoriteiten die rechtsbijstand verlenen als bedoeld in artikel 74, lid 2

Geen.

Het Duitse rechtsstelsel kent op dit moment geen kosteloze procedure voor een administratieve autoriteit zoals bedoeld in artikel 74, lid 2.

Artikel 103, lid 1, punt b) (eerste deel) - gerechten die bevoegd zijn om certificaten voor een beslissing conform artikel 36, lid 1, af te geven en gerechten en autoriteiten die bevoegd zijn om een certificaat voor een authentieke akte of overeenkomst conform artikel 66 af te geven

Het gerecht dat bevoegd is om een certificaat voor een beslissing af te geven (artikel 36, lid 1), is het gerecht dat de beslissing heeft gegeven.

Er zijn geen gerechten en autoriteiten bevoegd om een certificaat voor een authentieke akte of overeenkomst af te geven (artikel 66).

Geen.

In het Duits recht bestaan op dit moment geen authentieke akten en overeenkomsten die krachtens artikel 65 van de verordening in een andere lidstaat moeten worden erkend en ten uitvoer moeten worden gelegd. Daarom heeft het geen zin certificaten af te geven krachtens artikel 66 of vast te stellen wie bevoegd is voor deze afgifte.

Artikel 103, lid 1, punt b) (tweede deel) - gerechten die bevoegd zijn voor de rectificatie van certificaten als bedoeld in artikel 37, lid 1, en artikel 48, lid 1, en gerechten die bevoegd zijn voor de afgifte van een certificaat met vermelding van de niet-uitvoerbaarheid of beperkte uitvoerbaarheid van een gecertificeerde beslissing als bedoeld in artikel 49; en gerechten en autoriteiten die bevoegd zijn voor de rectificatie van het krachtens artikel 66, lid 1, afgegeven certificaat als bedoeld in artikel 67, lid 1

Het gerecht dat bevoegd is om een certificaat (artikel 36 of artikel 48) voor een beslissing te rectificeren (artikel 37, lid 1, of artikel 48, lid 1), is het gerecht dat het certificaat heeft afgegeven.

Het gerecht dat bevoegd is om een certificaat af te geven met vermelding van de niet-uitvoerbaarheid of beperkte uitvoerbaarheid van een beslissing waarvoor een certificaat is afgegeven (artikel 49), is het gerecht dat de uitvoerbaarheid van de beslissing heeft opgeschort of beperkt.

Er zijn geen gerechten en autoriteiten bevoegd om een certificaat (artikel 66) voor een authentieke akte of overeenkomst te verbeteren (artikel 67, lid 1). Geen. In het Duits recht bestaan op dit moment geen authentieke akten en overeenkomsten die krachtens artikel 65 van de verordening in een andere lidstaat moeten worden erkend en ten uitvoer moeten worden gelegd. Daarom heeft het geen zin certificaten af te geven krachtens artikel 66, deze te verbeteren krachtens artikel 67 of vast te stellen wie bevoegd is voor deze afgifte en verbetering.

Artikel 103, lid 1, punt c) - gerechten die bevoegd zijn voor de erkenning van een beslissing (artikel 30, lid 3) en voor de weigering van de erkenning (artikel 40, lid 2), en gerechten en autoriteiten die bevoegd zijn voor de weigering van tenuitvoerlegging, voor bezwaar of beroep, en voor verder bezwaar of hoger beroep als bedoeld in artikel 58, lid 1, artikel 61, lid 2, en artikel 62

Voor

  • de erkenning van een beslissing (artikel 30, lid 3)
  • de weigering van erkenning (artikel 40, lid 1)
  • de weigering van tenuitvoerlegging (artikel 58, lid 1) op basis van de gronden uit artikel 39, in samenhang met artikel 41, artikel 50, artikel 56, lid 6, en artikel 68, leden 2 en 3

is bevoegd

  1. in eerste instantie: de familierechtbank (Familiengericht) in het ressort waar de persoon op wie het verzoek betrekking heeft of het kind op wie de beslissing betrekking heeft zijn gewone verblijfplaats heeft op het moment dat de procedure wordt ingesteld;
  2. of, bij gebreke daarvan: de familierechtbank in het ressort waar het belang van de vaststelling zich openbaart of de behoefte aan bijstand kenbaar wordt gemaakt op het moment dat de procedure wordt ingesteld;
  3. of, bij gebreke daarvan: het gerecht dat is aangezocht om uitspraak te doen in het ressort van de hoogste rechterlijke instantie van de deelstaat Berlijn (Kammergericht genoemd), meer bepaald de familierechtbank van Pankow.

De bevoegdheid zoals bedoeld onder punten a) en b) ligt echter voor het hele ressort van elk Oberlandesgericht (zoals de hoogste rechterlijke instantie in de overige deelstaten wordt genoemd) bij de familierechtbank in het ressort waar dit Oberlandesgericht zich bevindt. De desbetreffende familierechtbank is dus bevoegd voor het gehele ressort van het overeenkomstige Oberlandesgericht. Bovendien hebben de overheden van de deelstaten het recht de bevoegdheid bij een andere familierechtbank uit het ressort van het desbetreffende Oberlandesgericht neer te leggen of, indien een deelstaat meerdere Oberlandesgerichte heeft, bij één familierechtbank voor de ressorts van alle of meerdere Oberlandesgerichte. Het is onzeker in hoeverre de overheden van de deelstaten dit recht in de praktijk zullen brengen.

Wat betreft de weigering van tenuitvoerlegging (artikel 58, lid 1) op gronden die zijn toegestaan krachtens het nationaal Duits recht op het gebied van tenuitvoerlegging, zoals bepaald in artikel 57,

moeten de volgende zaken worden onderscheiden:

  • Het onmiddellijke beroep uit hoofde van artikel 87, lid 4, van de wet inzake de procedure in familiezaken en vrijwillige rechtspraak (FamFG) tegen de beslissingen die zijn gegeven in het kader van de tenuitvoerleggingsprocedure kan worden ingesteld bij de familierechtbank die de genoemde beslissing heeft gegeven of bij de bevoegde beroepsrechter (Oberlandesgericht in het ressort waar de familierechtbank die de betwiste beslissing heeft gegeven zich bevindt).
  • Wat betreft de beslissing over het beroep tegen de tenuitvoerleggingswijze van de gedwongen tenuitvoerlegging door de gerechtsdeurwaarder krachtens artikel 766 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (ZPO), is de familierechtbank bevoegd die ook bevoegd is voor de gedwongen tenuitvoerlegging uit hoofde hiervan. Raadpleeg hiervoor de desbetreffende informatie uit artikel 103, lid 1, punt d).
  • Wat betreft de vordering tot bezwaarmaking tegen de tenuitvoerlegging uit artikel 767 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering met betrekking tot de rechten in verband met de terugbetaling van gerechtskosten (beslissingen over proceskosten), is uitsluitend het gerecht dat in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan over het verzoek tot weigering van tenuitvoerlegging of dat is aangezocht om uitspraak te doen over een dergelijk verzoek bevoegd. Raadpleeg hiervoor de bovenstaande informatie.

Het beroep (artikel 61, lid 2) kan worden ingesteld bij de familierechtbank waarvan de beslissing wordt betwist of bij het Oberlandesgericht dat bevoegd is voor de familierechtbank. Het federaal hof van justitie (Bundesgerichtshof) is bevoegd voor hoger beroep (artikel 62).

Artikel 103, lid 1, punt d) - de voor tenuitvoerlegging bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 52

De volgende zaken moeten worden onderscheiden:

Wat betreft de gedwongen tenuitvoerlegging van een titel krachtens hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2019/1111 met betrekking tot de overdracht of terugkeer van personen of het omgangsrecht, gelden dezelfde bevoegdheidsregels zoals bepaald in artikel 103, lid 1, punt c), voor de erkenning van een beslissing, de weigering van erkenning en de weigering van tenuitvoerlegging op basis van gronden uit het Unierecht.

Wat betreft de gedwongen tenuitvoerlegging van een titel krachtens hoofdstuk IV van verordening Brussel II ter waarvan het doel niet de overdracht of terugkeer van personen of het omgangsrecht is, maar boven alles beslissingen over gerechtskosten, wordt de bevoegdheid geregeld door de algemene regels over de tenuitvoerlegging van titels in burgerlijke en handelszaken. Informatie hierover is te raadplegen via de website https://e-justice.europa.eu/52/NL/how_to_enforce_a_court_decision?GERMANY&init=true&member=1.

Artikel 103, lid 1, punt e) - de in de artikelen 61 en 62 bedoelde rechtsmiddelen tegen een beslissing over het verzoek tot weigering van tenuitvoerlegging

Het beroep zoals bedoeld in artikel 61 is een onmiddellijk beroep. Het hoger beroep zoals bedoeld in artikel 62 is een hogere voorziening.

Artikel 103, lid 1, punt f) - de namen, adressen en communicatiemiddelen van de centrale autoriteiten die zijn aangewezen om behulpzaam te zijn bij de toepassing van de verordening inzake ouderlijke verantwoordelijkheid. Wanneer meer dan één centrale autoriteit is aangewezen, worden hun respectieve bevoegdheden ratione loci en ratione materiae gepreciseerd, conform artikel 76

De centrale autoriteit zoals bedoeld in artikel 76 is de federale dienst Justitie (Bundesamt für Justiz).

Het postadres is:

Bundesamt für Justiz

Referat II 3

53094 Bonn, Duitsland

Er kan telefonisch, per fax of per e-mail contact worden opgenomen via:

Tel.: +49 22899410-5212

Fax: +49 228410-5401

E-mail: int.sorgerecht@bfj.bund.de.

Artikel 103, lid 1, punt g) - waar toepasselijk de categorieën van naaste familieleden, in aanvulling op de ouders, bij wie het kind op het grondgebied van een lidstaat kan worden geplaatst, zonder de voorafgaande toestemming van die lidstaat, conform artikel 82

Geen.

Duitsland maakt geen gebruik van de in artikel 82 bedoelde mogelijkheid om bepaalde categorieën nauwe verwanten vrij te stellen van de eis van goedkeuring voor de grensoverschrijdende plaatsing van kinderen in Duitsland.

Artikel 103, lid 1, punt h) - de andere talen van de instellingen van de Europese Unie dan de eigen taal van een lidstaat die kunnen worden aanvaard voor mededelingen aan de centrale autoriteiten, conform artikel 91, lid 3

Naast het Duits wordt ook het Engels aanvaard voor mededelingen aan de centrale autoriteit.

Artikel 103, lid 1, punt i) - de talen die worden aanvaard voor de vertaling van toegezonden verzoeken en aanvullende documenten als bedoeld in de artikelen 80, 81 en 82, en van de vrije tekstvelden van de certificaten als bedoeld in artikel 91, lid 2

Duits.

Laatste update: 02/04/2024

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.