Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen

Roemenië

Inhoud aangereikt door
Roemenië

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Overeenkomstig artikel 1 van artikel I nonies van Nooddecreet nr. 119/2006 inzake maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van bepaalde communautaire verordeningen vanaf de datum van toetreding van Roemenië tot de EU, aangenomen – met amendementen – bij Wet nr. 191/2007, zoals nadien gewijzigd en aangevuld, wordt het verzoek om conservatoir beslag gericht aan de rechtbank die bevoegd is om de zaak in eerste aanleg te behandelen (artikel 954, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De afwikkeling van het verzoek, de uitvoering van de maatregel, de opheffing of intrekking van het conservatoir beslag vinden plaats overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 954 tot en met 959. Deze regels (artikel 971, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) zijn mutatis mutandis ook van toepassing op authentieke akten.

Overeenkomstig de artikelen 94 en 95 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn de volgende gerechten bevoegd om de zaak in eerste aanleg te behandelen:

  • de districtsrechtbanken (judecătorii) wanneer het gaat om geldelijke vorderingen met een waarde van maximaal 200 000 RON en
  • de rechtbanken (tribunale).

De lijst van districtsrechtbanken is te vinden op de Atlas-website onder “Betekening van stukken”.

De lijst van rechtbanken is te vinden op de Atlas-website onder “Beslissingen in burgerlijke en handelszaken – Verordening Brussel I”.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Overeenkomstig artikel 2 van artikel I nonies van Nooddecreet nr. 119/2006 inzake maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van bepaalde communautaire verordeningen vanaf de datum van toetreding van Roemenië tot de EU, aangenomen – met amendementen – bij Wet nr. 191/2007, zoals nadien gewijzigd en aangevuld, is de nationale unie van gerechtsdeurwaarders (Uniunea Națională a Executorilor Judecătorești) de bevoegde autoriteit voor het verkrijgen van rekeninginformatie, overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 655/2014.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De methode zoals bedoeld in artikel 14, lid 5, onder b), van de verordening.

De nationale unie van gerechtsdeurwaarders heeft het recht om rechtstreeks toegang te krijgen tot een informatiesysteem dat ter beschikking wordt gesteld door het ministerie van Financiën, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn en onder de bij wet vastgestelde voorwaarden.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van artikel I nonies van Nooddecreet nr. 119/2006 inzake maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van bepaalde communautaire verordeningen vanaf de datum van toetreding van Roemenië tot de EU, aangenomen – met amendementen – bij Wet nr. 191/2007, zoals nadien gewijzigd en aangevuld, en op grond van artikel 21 van Verordening (EU) nr. 655/2014, kan er, in geval van weigering het bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen, tegen de beslissing waarbij het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen wordt afgewezen hoger beroep worden ingesteld bij het gerecht dat hiërarchisch boven het gerecht staat dat de beslissing heeft gegeven.

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Overeenkomstig artikel 623 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering vindt de gedwongen uitvoering van alle uitvoerbare titels, met uitzondering van titels waarvan het voorwerp vertegenwoordigd wordt door ontvangsten verschuldigd aan de geconsolideerde algemene begroting of de begroting van de Europese Unie en aan de begroting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, uitsluitend plaats door de gerechtsdeurwaarder, zelfs als in bijzondere wetten anders is bepaald.

De afwikkeling van het verzoek, de uitvoering van de maatregel, de opheffing of intrekking van het conservatoir beslag vinden plaats overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 954 tot en met 959, die mutatis mutandis van toepassing zijn (artikel 971, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De conservatoire beslagmaatregel wordt uitgevoerd door de gerechtsdeurwaarder volgens de bepalingen van dit wetboek inzake gedwongen uitvoering, die mutatis mutandis van toepassing zijn, zonder dat hiervoor een machtiging of goedkeuring wordt gevraagd (artikel 955, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Overeenkomstig artikel 652, lid 1, onder b), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering worden, tenzij de wet anders bepaalt, gerechtelijke beslissingen en andere uitvoerbare titels uitgevoerd door de gerechtsdeurwaarder van het rechtsgebied van het hof van beroep, en in het geval van beslag op roerende goederen en directe tenuitvoerlegging op roerende goederen, de gerechtsdeurwaarder van het rechtsgebied van het hof van beroep binnen de jurisdictie waarvan de schuldenaar zijn woonplaats of, in voorkomend geval, zijn hoofdkantoor heeft, of binnen de jurisdictie waarvan de goederen zich bevinden; wanneer de woonplaats of, in voorkomend geval, het hoofdkantoor van de schuldenaar zich in het buitenland bevindt, is elke gerechtsdeurwaarder bevoegd.

Overeenkomstig artikel 652, leden 2 en 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is, als de voor beslag vatbare roerende goederen zich in de rechtsgebieden van meerdere hoven van beroep bevinden, elke daaraan verbonden gerechtsdeurwaarder bevoegd om tot de uitvoering over te gaan, met inbegrip van de voor beslag vatbare goederen die onder de bevoegdheid van andere hoven van beroep vallen.

Wanneer de gerechtsdeurwaarder die de schuldeiser in eerste instantie in de arm heeft genomen, vaststelt dat er binnen zijn bevoegdheidsgebied geen voor beslag vatbare goederen en inkomens zijn, kan de schuldeiser de uitvoerende rechtbank verzoeken de gedwongen uitvoering te doen voortzetten door een andere deurwaarder, waarbij de bepalingen van artikel 653, lid 4, mutatis mutandis van toepassing zijn.

Overeenkomstig artikel 7, onder b), c) en e), van Wet nr. 188/2000 inzake gerechtsdeurwaarders vervult de gerechtsdeurwaarder taken die verband houden met de kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken; de betekening van processtukken; de uitvoering van de conservatoire beslagmaatregelen waartoe het gerecht heeft bevolen.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Overeenkomstig artikel 623 vindt de gedwongen uitvoering van alle uitvoerbare titels, met uitzondering van titels waarvan het voorwerp vertegenwoordigd wordt door ontvangsten verschuldigd aan de geconsolideerde algemene begroting of de begroting van de Europese Unie en aan de begroting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, uitsluitend plaats door de gerechtsdeurwaarder, zelfs als in bijzondere wetten anders is bepaald. De afwikkeling van het verzoek, de uitvoering van de maatregel, de opheffing of intrekking van het conservatoir beslag vinden plaats overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 954 tot en met 959, die mutatis mutandis van toepassing zijn (artikel 971, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). De conservatoire beslagmaatregel wordt uitgevoerd door de gerechtsdeurwaarder volgens de bepalingen van dit wetboek inzake gedwongen uitvoering, die mutatis mutandis van toepassing zijn, zonder dat hiervoor een machtiging of goedkeuring wordt gevraagd (artikel 955, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Wanneer hij het verzoek om tenuitvoerlegging ontvangt, beveelt de gerechtsdeurwaarder middels een beslissing de registratie van het verzoek en de opening van het dossier. Als hij in voorkomend geval weigert de tenuitvoerleggingsprocedure te openen, moet hij zijn beslissing motiveren. De beslissing wordt onverwijld aan de schuldeiser betekend. Als de gerechtsdeurwaarder weigert de tenuitvoerleggingsprocedure te openen, kan de schuldeiser binnen 15 dagen na betekening een klacht indienen bij de bevoegde rechtbank (artikel 665 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Overeenkomstig artikel 7, onder e), van Wet nr. 188/2000 inzake gerechtsdeurwaarders vervult de gerechtsdeurwaarder taken die verband houden met de uitvoering van de conservatoire beslagmaatregelen waartoe het gerecht heeft bevolen.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Uitspraken die uitvoerbaar zijn bij voorraad onder borgstelling, worden pas uitgevoerd nadat de borgsom is gestort (artikel 678 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Wie zich persoonlijk aansprakelijk heeft gesteld, is aansprakelijk met al zijn huidige en toekomstige roerende en onroerende goederen. Deze vormen het gemeenschappelijke onderpand voor zijn schuldeisers. Goederen die onvatbaar zijn voor beslag, worden van het onderpand uitgesloten. Schuldeisers van wie de vorderingen voortvloeien uit een bepaalde wettelijk toegestane verdeling van het vermogen, moeten allereerst beslag leggen op de goederen die het voorwerp vormen van dit vermogen. Als deze goederen onvoldoende zijn om de vorderingen te voldoen, kan ook op de andere goederen van de schuldenaar beslag worden gelegd. Op goederen die het voorwerp vormen van een verdeling van het vermogen dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een wettelijk erkend beroep, kan alleen beslag worden gelegd door schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan in het kader van dit beroep. Deze schuldeisers kunnen geen beslag leggen op de overige goederen van de schuldenaar (artikel 2324 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Als de gerechtsdeurwaarder dit in het belang van de uitvoering acht, zal hij de schuldenaar overeenkomstig de wet om schriftelijke opheldering vragen over diens inkomsten en goederen, met inbegrip van goederen in pro-rata mede-eigendom of in gemeenschappelijk eigendom die het voorwerp kunnen zijn van de uitvoering onder vermelding van de plaats waar deze zich bevinden, en om hem ertoe te brengen vrijwillig aan zijn verplichting te voldoen door hem de gevolgen duidelijk te maken waaraan hij zich zou blootstellen als de gedwongen uitvoering wordt doorgezet. In elk geval wordt de schuldenaar geïnformeerd over het geraamde bedrag van de tenuitvoerleggingskosten (artikel 627, lid 2, van het wetboek van strafvordering).

Op straffe van de in artikel 188, lid 2, bedoelde sancties is de schuldenaar verplicht om op verzoek van de gerechtsdeurwaarder al zijn roerende en onroerende goederen, met inbegrip van de goederen in pro-rata mede-eigendom of in gemeenschappelijk eigendom, aan te geven onder vermelding van de plaats waar deze zich bevinden, en al zijn lopende en periodieke inkomsten (artikel 647, lid 2, van het wetboek van strafvordering).

Over de verdeling van goederen in pro-rata mede-eigendom of in gemeenschappelijk eigendom kan op verzoek van de betrokkene eveneens worden besloten in het kader van de uitspraak in beroep tegen de uitvoering (artikel 712, lid 4, van het wetboek van strafvordering).

Als de betrokkene in beroep tegen de uitvoering om verdeling van de goederen in mede-eigendom heeft verzocht, zal de rechtbank, overeenkomstig de wet, ook over de verdeling daarvan beslissen (artikel 720, lid 2, van het wetboek van strafvordering).

Op roerende goederen die het voorwerp vormen van een verdeling van het vermogen dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een erkend beroep, kan alleen beslag worden gelegd door schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan in het kader van de uitoefening van dit beroep. Wanneer de goederen niet tot een individueel beroepsvermogen behoren, maar wel dienen voor de uitoefening van het beroep van de schuldplichtige natuurlijke persoon, kunnen deze alleen het voorwerp vormen van een gedwongen uitvoering als er geen andere voor beslag vatbare goederen zijn, en uitsluitend voor onderhoudsverplichtingen of andere preferente vorderingen met betrekking tot roerende goederen. Wanneer de schuldenaar in de landbouw werkzaam is, kan er geen beslag worden gelegd op zijn landbouwinventaris, met inbegrip van landbouwdieren, voeder voor deze dieren en zaaigoed voor het bebouwen van de grond, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de landbouwwerkzaamheden, tenzij er een zakelijk zekerheidsrecht op deze goederen bestaat of een retentierecht om de vordering zeker te stellen (artikel 728 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Voor het toezicht op de derdenrekeningen (die door een derde namens de schuldenaar, of door de schuldenaar namens een derde worden aangehouden) gelden er bepaalde basisregels voor wat betreft vertegenwoordiging en machtiging met vertegenwoordiging, die hieronder worden vermeld.

Overeenkomstig artikel 1295 van het burgerlijk wetboek kan men de bevoegdheid tot vertegenwoordiging alleen doen gelden op voorwaarde dat deze voortvloeit uit hetzij de wet, hetzij een rechtshandeling, hetzij een gerechtelijke beslissing, naargelang van het geval.

Overeenkomstig artikel 1296 van het burgerlijk wetboek heeft een overeenkomst die de vertegenwoordiger binnen de grenzen van de volmacht namens de vertegenwoordigde partij heeft gesloten, rechtstreeks gevolgen tussen de vertegenwoordigde en de andere partij.

Overeenkomstig artikel 2021 van het burgerlijk wetboek is, tenzij anders is overeengekomen, een vertegenwoordiger die in eigen naam handelt, niet aansprakelijk jegens de volmachtgever voor de nakoming van de verplichtingen die zijn aangegaan door de personen met wie hij een overeenkomst heeft gesloten, behalve wanneer de insolventie van deze personen hem ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met deze personen bekend was of had moeten zijn.

Overeenkomstig artikel 1309, lid 1, van het burgerlijk wetboek heeft een overeenkomst die is gesloten door de persoon die als vertegenwoordiger optreedt, maar geen volmacht heeft of de grenzen van zijn bevoegdheden overschrijdt, geen gevolgen tussen de vertegenwoordigde partij en de derde.

Overeenkomstig artikel 1311 van het burgerlijk wetboek kan, in het in artikel 1309 van het burgerlijk wetboek bedoelde geval, de partij namens wie de overeenkomst is gesloten, deze bekrachtigen met inachtneming van de wettelijk vereiste formaliteiten voor de geldige sluiting ervan; de overeenkomstsluitende derde partij kan door middel van een kennisgeving een redelijke termijn voor de bekrachtiging stellen, waarna de overeenkomst niet meer kan worden bekrachtigd.

Overeenkomstig artikel 1309, lid 2, van het burgerlijk wetboek kan een handeling die een vertegenwoordiger zonder bevoegdheid of buiten de grenzen van zijn bevoegdheid heeft verricht, de vertegenwoordigde partij niet worden tegengeworpen, tenzij de overeenkomstsluitende derde partij redelijkerwijs heeft geloofd dat de vertegenwoordiger wel over deze bevoegdheden beschikte, met name door het gedrag van de vertegenwoordiger.

Overeenkomstig artikel 1310 van het burgerlijk wetboek is degene die als vertegenwoordiger een overeenkomst heeft gesloten zonder daartoe bevoegd te zijn of die daarbij de hem verleende bevoegdheid te buiten is gegaan, aansprakelijk voor de schade die is toegebracht aan de overeenkomstsluitende derde partij die te goeder trouw geloofde dat er een geldige overeenkomst werd gesloten.

Overeenkomstig artikel 1297 van het burgerlijk wetboek brengt een overeenkomst die de vertegenwoordiger binnen de grenzen van de volmacht heeft gesloten, maar waarbij de overeenkomstsluitende derde partij niet wist of had moeten weten dat de vertegenwoordiger in die hoedanigheid handelde, alleen verplichtingen mee voor de vertegenwoordiger en de derde partij, tenzij de wet anders bepaalt; maar als een vertegenwoordiger bij het sluiten van een overeenkomst met een derde partij namens een onderneming, binnen de grenzen van de hem verleende bevoegdheden, zich als eigenaar voordoet, kan de derde partij die later ontdekt wie de werkelijke eigenaar is, de rechten die hij ten aanzien van de vertegenwoordiger heeft, ook ten aanzien van de eigenaar uitoefenen.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 729 Beperkingen ten aanzien van geldelijke inkomsten in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering

  1. Op lonen en andere periodieke inkomsten, pensioenen die worden toegekend in het kader van de sociale zekerheid, en andere bedragen die periodiek aan de schuldenaar worden betaald en bedoeld zijn om in de kosten van het levensonderhoud van de schuldenaar te voorzien, kan beslag worden gelegd: a) tot de helft van het netto maandinkomen in het geval van bedragen die verschuldigd zijn uit hoofde van een onderhoudsverplichting of kindertoelage; b) tot een derde van het netto maandinkomen in het geval van alle andere schulden.
  2. Als er meerdere maatregelen van gedwongen uitvoering op dezelfde inkomsten van toepassing zijn, mag het deel waarop beslag wordt gelegd, niet meer bedragen dan de helft van het netto maandinkomen van de schuldenaar, ongeacht de aard van de vorderingen, tenzij de wet anders bepaalt.
  3. Als de inkomsten uit werk van de schuldenaar of andere bedragen die periodiek aan de schuldenaar worden betaald om in de kosten van zijn levensonderhoud te voorzien, lager zijn dan het bedrag van het netto minimumloon, kan slechts beslag worden gelegd op het gedeelte dat meer is dan de helft van dat bedrag.
  4. Op uitkeringen wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, vergoedingen die op grond van wettelijke bepalingen aan werknemers worden toegekend vanwege de beëindiging van een individuele arbeidsovereenkomst en bedragen die aan werklozen verschuldigd zijn, kan overeenkomstig de wet alleen beslag worden gelegd voor bedragen die verschuldigd zijn voor onderhoudsverplichtingen en schadevergoedingen in geval van overlijden of lichamelijk letsel, tenzij de wet anders bepaalt.
  5. Wat de in punt 4 genoemde rechten betreft, kan slechts beslag worden gelegd tot de helft van de bedragen ervan.
  6. De overeenkomstig de punten 1 tot en met 4 ingehouden bedragen worden vrijgegeven of verdeeld overeenkomstig artikel 864 e.v.
  7. Staatstoelagen en gezinstoelagen, uitkeringen voor de verzorging van zieke kinderen, zwangerschapsuitkeringen, uitkeringen bij overlijden, door de overheid toegekende studiebeurzen, dagvergoedingen en alle andere bij wet vastgestelde bijzondere uitkeringen zijn niet vatbaar voor beslag wegens niet-betaling van schulden.

Artikel 970 Voorwerp van conservatoir beslag in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Onder de in artikel 953 gestelde voorwaarden kan conservatoir beslag worden gelegd op geldbedragen, waardepapieren en andere onlichamelijke roerende goederen die aan de schuldenaar verschuldigd zijn of namens hem worden aangehouden door een derde, of die deze derde in de toekomst op grond van bestaande rechtsbetrekkingen aan de schuldenaar verschuldigd zal zijn.

Artikel 631, lid 1, van het wetboek van strafvordering

De uitvoering kan worden ingesteld tegen elke natuurlijke of rechtspersoon naar publiek- of privaatrecht, met uitzondering van degenen die overeenkomstig de wet immuniteit voor tenuitvoerlegging genieten.

Artikel 781, leden 2 en 5, van het wetboek van strafvordering.

In geval van beslag op geldbedragen op bankrekeningen kunnen zowel het creditsaldo van die rekeningen als toekomstige inkomsten het voorwerp van gedwongen uitvoering zijn, binnen de in artikel 729 gestelde grenzen, indien van toepassing.

Niet vatbaar voor gedwongen uitvoering zijn:

  1. bedragen die zijn bestemd voor bij wet bepaalde bijzondere doeleinden en waarover de schuldenaar geen beschikkingsrecht heeft;
  2. bedragen die niet-terugvorderbare leningen vertegenwoordigen of financieringen ontvangen van nationale en internationale instellingen of organisaties ten behoeve van bepaalde programma’s of projecten;
  3. bedragen die verband houden met de betaling van toekomstige salarisrechten, over een periode van drie maanden vanaf de datum van vaststelling van het beslag. Wanneer meermaals beslag wordt gelegd op dezelfde rekening, wordt de termijn van drie maanden waarbinnen betalingen in verband met toekomstige salarisrechten kunnen worden verricht, slechts eenmaal berekend vanaf het moment van de eerste beslaglegging.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Niet van toepassing.

Op basis van de contractuele betrekkingen tussen banken en cliënten en de specifieke bankwetgeving kunnen banken voor de toepassing van bewaringsmaatregelen op rekeningen van cliënten een beslagleggingsvergoeding in rekening brengen (zowel voor conservatoire maatregelen als voor executiemaatregelen ten aanzien van de rekeningen van cliënten). Deze vergoeding wordt vastgesteld bij de uitvoering van de beslaglegging, maar in het geval van conservatoir beslag op rekeningen (het voorwerp van de verordening) wordt de vergoeding in de praktijk niet bij de cliënt geïnd.

De reden hiervoor is dat de daadwerkelijke inning van de vergoeding plaatsvindt op het moment dat de bedragen in bewaring worden gegeven bij de gerechten/belastingautoriteiten, d.w.z. op het moment van betaling van de bedragen waarop beslag is gelegd. Het doel van de verordening is echter om het bedrag onbeschikbaar te maken, niet om het te betalen. De verordening heeft geen betrekking op executoriaal beslag.

In het geval van conservatoire maatregelen (zoals een Europees bevel tot conservatoir beslag) waarbij de “laatste stap” van in bewaring geven achterwege blijft en de bank alleen een bewaringsmaatregel treft na ontvangst van de documentatie van een orgaan dat tot deze maatregel heeft bevolen, wordt de vergoeding in de praktijk dus niet bij de cliënt geïnd.

Niet van toepassing.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Voor de kennisgeving en betekening van processtukken rekenen gerechtsdeurwaarders een tarief van minimaal 20 RON en maximaal 400 RON (zie bijlage I bij Decreet nr. 2550/C/14.11.2006 van de minister van Justitie inzake de goedkeuring van minimum- en maximumtarieven voor gerechtsdeurwaarders, punt 1).

Voor de uitvoering van het conservatoir beslag rekenen gerechtsdeurwaarders een tarief van minimaal 100 RON en maximaal 1 200 RON voor een schuldplichtige natuurlijke persoon en van 2 200 RON voor een schuldplichtige rechtspersoon (zie bijlage I bij Decreet nr. 2550/C/14.11.2006 van de minister van Justitie inzake de goedkeuring van minimum- en maximumtarieven voor gerechtsdeurwaarders, punt 10).

De tarieven van gerechtsdeurwaarders worden gepubliceerd op de website van de nationale unie van gerechtsdeurwaarders, onder “Cadru Legislativ” (rechtskader), “Ordine” (decreten), “Ordinul nr. 2550 din 14/11/2006 privind aprobarea onorariilor minimale si maximale pentru serviciile prestate de executorii judecatoresti” https://www.executori.ro/CadruLegislativ.aspx.

De tarieven worden gerekend voor de diensten die worden geleverd door gerechtsdeurwaarders in Roemenië.

Zie voor zegelrechten de informatie onder punt n).

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Het gemene recht kent geen rangorde tussen conservatoire beslagleggingen, maar afhankelijk van de aard ervan wel tussen vorderingen waarvan de veiligstelling wordt nagestreefd.

Artikel 865 De rang die in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt toegekend aan vorderingen met algemene preferentie

1. In gevallen waarin door meerdere schuldeisers gedwongen vervolging is ingesteld, of wanneer vóór de vrijgave of verdeling van het uit de tenuitvoerlegging voortvloeiende bedrag, ook andere schuldeisers hun titels hebben gedeponeerd, gaat de gerechtsdeurwaarder over tot de verdeling aan de hand van de volgende rangorde, tenzij de wet anders bepaalt:

  1. vorderingen betreffende gerechtskosten voor conservatoire maatregelen of maatregelen van gedwongen uitvoering, voor de veiligstelling van goederen waarvan de prijs is verdeeld, alle andere kosten die in het gemeenschappelijk belang van de schuldeisers zijn gemaakt, en vorderingen op de schuldenaar voor kosten die zijn gemaakt om te voldoen aan wettelijk vastgestelde voorwaarden of formaliteiten voor het verkrijgen van het recht op het toegewezen goed en de inschrijving ervan in het openbaar register;
  2. uitvaartkosten van de schuldenaar die verband houden met zijn omstandigheden;
  3. vorderingen betreffende salarissen en andere daarmee gelijkgestelde schulden, pensioenen, aan werklozen verschuldigde bedragen, overeenkomstig de wet, steun voor het levensonderhoud en de verzorging van kinderen, kraamzorg, tijdelijke arbeidsongeschiktheid, ziektepreventie, herstel of versterking van de gezondheid, uitkeringen bij overlijden, toegekend in het kader van de sociale zekerheid, en vorderingen die voortvloeien uit de verplichting tot vergoeding van schade als gevolg van overlijden of aantasting van de lichamelijke integriteit of de gezondheid;
  4. vorderingen die voortvloeien uit wettelijke onderhoudsverplichtingen, gezinstoelagen of de verplichting om andere periodieke bedragen te betalen om in de kosten van het levensonderhoud te voorzien;
  5. belastingvorderingen die voortvloeien uit belastingen, heffingen, bijdragen en andere bij wet vastgestelde bedragen die verschuldigd zijn aan de staatsbegroting, de socialezekerheidsbegroting van de staat, lokale begrotingen of de begrotingen van bijzondere fondsen;
  6. vorderingen die voortvloeien uit door de staat verstrekte leningen;
  7. vorderingen tot vergoeding van de schade die door onrechtmatige daden aan openbare goederen is toegebracht;
  8. vorderingen die voortvloeien uit bankleningen, leveringen van producten, de verlening van diensten of de uitvoering van werkzaamheden en uit huur of pacht;
  9. vorderingen betreffende boeten die aan de staatsbegroting of aan lokale begrotingen verschuldigd zijn;
  10. overige vorderingen.

2. De bepalingen betreffende wettelijke subrogatie blijven van toepassing ten gunste van elke partij die een van de in lid 1 bedoelde vorderingen betaalt.

3. Voor vorderingen die tot dezelfde rang behoren, wordt het verkregen bedrag over de schuldeisers verdeeld naar rato van hun vorderingen, tenzij de wet anders bepaalt.

Artikel 866 Kenbaarmaking van vorderingen van de staat

  1. Binnen 15 dagen na de aanvang van de gedwongen uitvoering kan elke schuldeiser, overeenkomstig de wet, de staat of lagere overheden verzoeken hun preferente vorderingen kenbaar te maken. Dit verzoek wordt alleen in de openbare registers ingeschreven als er bewijs wordt geleverd van de kennisgeving aan de plaatselijke belastingautoriteiten.
  2. De staat of lagere overheden moeten binnen 30 dagen na de kennisgeving de waarde van hun vorderingen kenbaar maken en inschrijven.
  3. Als zij de in lid 1 bedoelde verplichting niet nakomen, heeft dit tot gevolg dat zij de voorrang ten opzichte van de schuldeisers die om kenbaarmaking hebben verzocht, verliezen.

Artikel 867 De rang die wordt toegekend aan gewaarborgde vorderingen

Als er schuldeisers zijn die een pandrecht, hypotheekrecht of andere preferente conservatoire rechten hebben op het verkochte goed, onder de wettelijk vastgestelde voorwaarden, zullen hun vorderingen bij de verdeling van het uit de verkoop van het goed voortvloeiende bedrag worden betaald vóór de in artikel 865, lid 1, onder c), bedoelde vorderingen.

Artikel 868 De rang die wordt toegekend aan accessoire vorderingen

Voor renten en boeten of andere accessoire vorderingen in verband met de hoofdvordering wordt de rangorde van de hoofdvordering aangehouden.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Overeenkomstig artikel 1, leden 3 en 4, van artikel I nonies van Nooddecreet nr. 119/2006 inzake maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van bepaalde communautaire verordeningen vanaf de datum van toetreding van Roemenië tot de EU, aangenomen – met amendementen – bij Wet nr. 191/2007, zoals nadien gewijzigd en aangevuld, valt het in artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel onder de bevoegdheid van het gerecht dat hiërarchisch boven het gerecht staat dat de beslissing heeft gegeven waarbij het verzoek om een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen is ingewilligd.

De rechtsmiddelen tegen de uitvoering van het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen, zoals bepaald in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 655/2014, vallen onder de bevoegdheid van de uitvoerende rechtbank.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Overeenkomstig artikel 1, lid 5, van artikel I nonies van Nooddecreet nr. 119/2006 inzake maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van bepaalde communautaire verordeningen vanaf de datum van toetreding van Roemenië tot de EU, aangenomen – met amendementen – bij Wet nr. 191/2007, zoals nadien gewijzigd en aangevuld, vallen de in artikel 37 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen onder de bevoegdheid van het gerecht dat hiërarchisch boven het in de leden 3 en 4 van dit artikel bedoelde gerecht staat, respectievelijk onder de bevoegdheid van het gerecht dat hiërarchisch boven het in artikel 35 van deze verordening bedoelde gerecht staat; de rechtsmiddelen worden ingesteld binnen 30 dagen na de betekening van de beslissing, tenzij de wet anders bepaalt.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder b), van Nooddecreet nr. 80/2013 van de regering inzake het zegelrecht, zoals nadien gewijzigd en aangevuld, zijn aan de volgende verzoeken de vermelde kosten verbonden:

  • verzoeken met betrekking tot conservatoire maatregelen – 100 RON;
  • wanneer de verzoeken het opleggen van conservatoire maatregelen op schepen of luchtvaartuigen betreffen – 1 000 RON;
  • verzoeken om een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen, ingediend uit hoofde van Verordening (EU) nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken – 100 RON.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Roemenië aanvaardt geen enkele andere taal dan het Roemeens (artikel 128, lid 1, van de Grondwet en artikel 4, lid 1, van Wet nr. 304/2004 inzake de rechterlijke organisatie, opnieuw gepubliceerd, zoals nadien gewijzigd en aangevuld).

Laatste update: 25/04/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.