Bewijsverkrijging (herschikking)

Griekenland

Inhoud aangereikt door
Griekenland

Artikel 2, lid 1 — Autoriteiten die als gerechten kunnen worden beschouwd

De rechtbanken van eerste aanleg (Πρωτοδικεία) van Griekenland zijn op grond van hun territoriale bevoegdheid bevoegd om bewijs te verkrijgen met het oog op een gerechtelijke procedure in burgerlijke en handelszaken. Er zijn geen andere autoriteiten dan de rechtbanken aangewezen.

Artikel 3, lid 2 — Aangezochte gerechten

In het kader van de uitvoering van verzoeken om wederzijdse rechtshulp zijn de in artikel 2, punt 1, bedoelde gerechten van eerste aanleg uit hoofde van hun territoriale bevoegdheid algemeen bevoegd om bewijs te verkrijgen in alle burgerlijke en handelszaken.

Klik op onderstaande link om alle gerechten te zien die overeenkomstig dat artikel bevoegd zijn uit hoofde van hun territoriale bevoegdheid (https://www.ministryofjustice.gr/wp-content/uploads/2021/10/Protodikeia.pdf).

Artikel 4 — Centraal orgaan

Het centrale orgaan is het ministerie van Justitie, afdeling Internationaal Privaatrecht (Υπουργείο Δικαιοσύνης, Τμήμα Ιδιωτικού Διεθνούς Δικαίου) (adres: Λεωφόρος Μεσογείων 96 11527 Aθήνα, Griekenland, contactpersoon: Georgios Kouvelas, tel: +30 2131307529, +213 1307480, e-mail: civilunit@justice.gov.gr, gkouvelas@justice.gov.gr, xpappa@justice.gov.gr).

Artikel 6 — Voor het invullen van de formulieren aanvaarde talen

Talen die voor verzoeken worden aanvaard: Grieks.

Artikel 7 — Voor verzending van verzoeken en van overige mededelingen aanvaarde middelen

De technische middelen waarover de gerechten die in de in artikel 3, lid 2, bedoelde lijst zijn genoemd, beschikken om het verzoek te verzenden, kunnen van gerecht tot gerecht verschillen en in de loop van de tijd veranderen.

Daarom wordt aanbevolen dat de bevoegde personen van het verzoekende en het aangezochte gerecht langs elektronische weg onderling overleg plegen en zo nodig bijstand inroepen van de centrale autoriteiten. Bovendien kunnen er, na voorafgaand overleg, commerciële toepassingen (bv. Skype) worden gebruikt.

Artikel 19 — Centraal orgaan of bevoegde autoriteit(en) verantwoordelijk voor besluiten over verzoeken om rechtstreekse bewijsverkrijging

Centraal orgaan of bevoegde autoriteit(en) verantwoordelijk voor besluiten over verzoeken om rechtstreekse bewijsverkrijging – Ministerie van Justitie, afdeling Internationaal Privaatrecht (Υπουργείο Δικαιοσύνης, Τμήμα Ιδιωτικού Διεθνούς Δικαίου) (adres: Λεωφόρος Μεσογείων 96 11527 Aθήνα, Griekenland, contactpersoon: Georgios Kouvelas, tel: +30 2131307529, +213 1307480, e-mail: civilunit@justice.gov.gr, gkouvelas@justice.gov.gr, xpappa@justice.gov.gr).

Artikel 29 — Overeenkomsten of regelingen waarbij lidstaten partij zijn en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 29, lid 2

Deze verordening heeft voorrang op de andere bepalingen van de volgende bilaterale overeenkomsten waarbij de Helleense Republiek partij is:

– Verdrag tussen Griekenland en Duitsland van 11 mei 1938 betreffende wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken (Noodwet 1432/1938 – FEK A 399/1938)

– Verdrag tussen Griekenland en Joegoslavië van 18 juni 1959 betreffende wederzijdse justitiële betrekkingen, bekrachtigd bij Wetsbesluit 4009/1959 (FEK A 238 van 5.11.1959).

– Verdrag tussen het Koninkrijk Griekenland en de Republiek Oostenrijk betreffende wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Athene op 6 december 1965 (Wetsbesluit 137/1969 – FEK A 45/1969)

– Verdrag tussen de Socialistische Republiek Roemenië en de Helleense Republiek betreffende wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Boekarest op 19 oktober 1972 (Wetsbesluit 429/1974 – FEK A 178/1974)

– Verdrag tussen de Volksrepubliek Bulgarije en de Helleense Republiek betreffende wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Athene op 10 april 1976 (Wet 841/1978 – FEK A 228/1978)

– Verdrag tussen de Volksrepubliek Hongarije en de Helleense Republiek betreffende wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Boedapest op 8 oktober 1979 (Wet 1149/1981 – FEK A 117/1981)

– Verdrag tussen de Volksrepubliek Polen en de Helleense Republiek betreffende wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Athene op 24 oktober 1979 (Wet 1184/1981 – FEK A 198/1981)

– Verdrag tussen de Helleense Republiek en de Socialistische Republiek Tsjechoslowakije betreffende wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Athene op 22 oktober 1980 en nog steeds van kracht tussen de Tsjechische Republiek, Slowakije en Griekenland (Wet 1323/1983 – FEK A 8/1983)

– Verdrag tussen de Republiek Cyprus en de Helleense Republiek inzake justitiële samenwerking op het gebied van burgerlijk, familie-, handels- en strafrecht, ondertekend te Nicosia op 5 maart 1984 (Wet 1548/1985 – FEK A 95/1985)

Artikel 31, lid 4 — Kennisgeving van het eerder gebruik van het gedecentraliseerde IT-systeem

Griekenland is niet voornemens het gedecentraliseerde IT-systeem vóór het verstrijken van de in deze verordening vastgestelde termijn te gebruiken.

Laatste update: 08/03/2023

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.