Getuigenverhoor per videoconferentie

Malta
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Het bewijs van personen die per videoconferentie worden gehoord kan rechtstreeks door de rechter van de verzoekende lidstaat worden verkregen, overeenkomstig verzoeken die zijn gedaan op grond van de artikelen 19, 20 en 21 van de verordening bewijsverkrijging. De bevoegde autoriteit kan op grond van artikel 19, lid 4, van de verordening bewijsverkrijging een Maltees gerecht opdragen om deel te nemen aan de bewijsverkrijging. In dergelijke gevallen kan het Maltese gerecht hiervoor een justitieel medewerker aanwijzen, zoals bedoeld in artikel 97A, lid 3, van het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering (hoofdstuk 12 van de “Laws of Malta” (wetten van Malta)).

In het geval van verzoeken op grond van de artikelen 12, 13 en 14 van de verordening bewijsverkrijging kan het aangezochte gerecht naar eigen oordeel toestaan dat de bewijsverkrijging per videoconferentie plaatsvindt, behoudens eventuele voorwaarden en aanwijzingen die het noodzakelijk acht. Dit is geregeld in artikel 622B, lid 2, van het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering (hoofdstuk 12 van de wetten van Malta). Volgens deze bepaling kan het aangezochte gerecht er ook opdracht toe geven dat de bewijsverkrijging per videoconferentie, waar passend, wordt verricht met deelname van het verzoekende gerecht.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen op die manier worden verhoord?

Er zijn geen dergelijke beperkingen. Getuigen, deskundigen en partijen kunnen allemaal per videoconferentie worden verhoord, tenzij dit in strijd zou zijn met de fundamentele beginselen van het interne recht. Dezelfde regels inzake de bekwaamheid van getuigen zijn van toepassing, ongeacht de vraag of de getuige in persoon of per videoconferentie wordt verhoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Er zijn geen dergelijke beperkingen, maar het verzoek om bewijsverkrijging mag niet indruisen tegen de fundamentele beginselen van het interne recht.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Overeenkomstig artikel 622B, lid 2, van het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering (hoofdstuk 12 van de wetten van Malta) staat het het aangezochte gerecht vrij om de plaats te bepalen waar het verhoor per videoconferentie moet plaatsvinden. In de praktijk wordt de videoconferentie vaak in het gebouw van het gerecht georganiseerd.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja, de audio- of video-opname van bewijs is toegestaan met gebruik van het bestaande opnamesysteem van de gerechten zoals bedoeld in artikel 622B, lid 1, van het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering (hoofdstuk 12 van de wetten van Malta).

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 12, 13 en 14 van de verordening inzake bewijsverkrijging; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens de artikelen 19, 20 en 21 van de verordening inzake bewijsverkrijging?

In het geval van verzoeken op basis van de artikelen 12, 13 en 14 van de verordening bewijsverkrijging moet de zitting, al naar gelang het geval, in het Maltees of in het Engels plaatsvinden, overeenkomstig artikel 2 van de Wet inzake gerechtelijke procedures (gebruik van de Engelse taal) (hoofdstuk 189 van de wetten van Malta). Indien de persoon die de verklaring aflegt noch Maltees, noch Engels verstaat, kan het aangezochte gerecht een tolk aanwijzen.

In het geval van verzoeken op basis van de artikelen 19 tot en met 21 van de verordening bewijsverkrijging is de taal van de zitting afhankelijk van de vraag of het bewijs moet worden vergaard met deelname van een Maltees gerecht of van een aangewezen justitieel medewerker (zie vraag 1).

7 Wie moet er, in voorkomend geval, zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 12, 13 en 14 van de verordening inzake bewijsverkrijging; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens de artikelen 19, 20 en 21 van de verordening inzake bewijsverkrijging?

In het geval van verzoeken op basis van de artikelen 12 tot en met 14 van de verordening bewijsverkrijging worden tolken aangewezen door het aangezochte gerecht, in overeenstemming met artikel 596 van het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering (hoofdstuk 12 van de wetten van Malta). Tolken worden aangewezen op voorlopige kosten van de partij die de getuige oproept. De tolken moeten zich bevinden op de plaats waar het aangezochte gerecht heeft bepaald dat het verhoor moet plaatsvinden (zie vraag 4).

In het geval van verzoeken op basis van de artikelen 19 tot en met 21 van de verordening bewijsverkrijging is het aan het verzoekende gerecht om tolken aan te wijzen en te bepalen waar zij zich moeten bevinden.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 12, 13 en 14 van de verordening inzake bewijsverkrijging; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens de artikelen 19, 20 en 21 van de verordening inzake bewijsverkrijging? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon in beide gevallen worden opgeroepen voor het verhoor?

In het geval van verzoeken op grond van de artikelen 12 tot en met 14 van de verordening bewijsverkrijging wordt de persoon die moet worden verhoord opgeroepen door middel van een dwangbevel om te verschijnen op de daarin genoemde tijd en locatie. Het dwangbevel moet ten minste één maand vóór de zitting worden uitgevaardigd, teneinde voldoende tijd te bieden om het dwangbevel toe te zenden aan de persoon die moet worden verhoord.

In het geval van verzoeken op grond van de artikelen 19 tot en met 21 van de verordening bewijsverkrijging kan de persoon die moet worden verhoord rechtstreeks door het verzoekende gerecht op de hoogte worden gebracht van de tijd en locatie. De persoon die moet worden verhoord kan ook door de bevoegde autoriteit op de hoogte worden gebracht van de tijd en locatie, door middel van elektronische post of telefonisch. Daartoe moet het aangezochte gerecht de noodzakelijke contactgegevens van de persoon die moet worden verhoord verstrekken.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Het gebruik van videoconferenties is kosteloos.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

In dergelijke gevallen is het aan het verzoekende gerecht als bedoeld in artikel 19, lid 2, van de verordening bewijsverkrijging om er, voorafgaande aan de indiening van zijn verzoek om de rechtstreekse bewijsverkrijging, voor te zorgen dat de bewijsverkrijging op vrijwillige basis plaatsvindt.

Indien het verzoekende gerecht niet in staat is de contactgegevens te verstrekken van de persoon die moet worden verhoord (zoals bedoeld in antwoord op vraag 8), wordt dit over het algemeen gezien als indicatie dat niet is voldaan aan de vereiste van artikel 19, lid 2, van de verordening bewijsverkrijging, tenzij de naleving van deze bepaling op een andere wijze kan worden gecontroleerd aan de hand van wederzijdse samenwerking van het verzoekende en het aangezochte gerecht of van de bevoegde autoriteiten.

Bovendien kan, in het geval een Maltees gerecht of een justitieel medewerker op grond van artikel 19, lid 4, van de verordening bewijsverkrijging is aangewezen om aan de zitting deel te nemen, het gerecht of de justitieel medewerker, al naar gelang het geval, de persoon die moet worden verhoord rechtstreeks informeren over de vrijwillige basis van de bewijsverkrijging.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Indien een verzoek wordt gedaan op basis van de artikelen 12 tot en met 14 van de verordening bewijsverkrijging, stelt het aangezochte gerecht de identiteit van de persoon die moet worden verhoord vast en controleert het deze, aan de hand van de identiteitskaart of het paspoort van deze persoon. In de praktijk is het vaak het geval dat de eerste vraag die een getuige wordt gesteld is of hij onder ede zijn naam kan noemen.

Indien een verzoek wordt gedaan op basis van de artikelen 19 tot en met 21 van de verordening bewijsverkrijging, is het aan het verzoekende gerecht om de identiteit van de persoon die moet worden verhoord te controleren.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens de artikelen 19, 20 en 21 van de verordening inzake bewijsverkrijging een eed is vereist?

Als algemene regel op grond van het interne recht is de eedaflegging voorafgaande aan de getuigenverklaring geregeld in het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering (hoofdstuk 12 van de wetten van Malta). Een rooms-katholieke getuige legt de eed af volgens de gebruiken van personen die dit geloof aanhangen; een getuige die dit geloof niet aanhangt legt de eed af op de wijze die hij het meest bindend acht voor zijn geweten. Getuigen zweren de waarheid te zeggen, de volle waarheid en niets dan de waarheid.

Er zijn echter geen nationale eisen voor de eedsaflegging in gevallen van rechtstreekse bewijsverkrijging op basis van de artikelen 19 tot en met 21 van de verordening bewijsverkrijging. Het is aan het verzoekende gerecht om de eed af te nemen in overeenstemming met het recht van de lidstaat van het verzoekende gerecht.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Dit is de desbetreffende contactpersoon:

Nathalie Cutajar, administratief hoofdmedewerker

Contact +356 25902346

nathalie.cutajar@courtservices.mt

14 Wat indien er eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Voorafgaand aan het verhoor wordt het verzoekende gerecht verzocht de volgende informatie te verschaffen:

  1. tijdzone;
  2. afspraak om het materiaal te testen (datum en tijd);
  3. vast IP-adres;
  4. gegevens van de contactpersoon die verantwoordelijk is voor de technische aspecten.
Laatste update: 05/04/2024

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.