Betekening of kennisgeving van stukken: officiële indiening van documenten

Oostenrijk
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term “betekening en kennisgeving van stukken”? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de “betekening en kennisgeving van stukken”?

Betekening of kennisgeving van een stuk is het overhandigen van een document aan de geadresseerde, volgens de wettelijk voorgeschreven wijze, zodat deze kennis kan nemen van de inhoud.

De betekening of kennisgeving vindt plaats in opdracht van de rechtbank als een rechtshandeling in het kader van een procedure die ambtshalve wordt verricht (artikel 87 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zivilprozessordnung, ZPO)). De officiële vastlegging van de betekening of kennisgeving is nodig om te kunnen controleren wanneer en aan wie een stuk is betekend. Het bewijs dat de betekening of kennisgeving op de voorgeschreven wijze is verricht, vormt voor bepaalde gevolgen in de procedure een voorwaarde.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

In principe moet formeel betekening of kennisgeving worden gedaan van alle beslissingen van de rechtbank (zoals oproepingen om te verschijnen, beschikkingen, vonnissen), alle processtukken van een partij (bijvoorbeeld het verzoekschrift, verweerschrift, beroepschrift) en van andere (mede) aan de wederpartij gerichte verklaringen.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Het besluitvormend orgaan (rechter, rechterlijk ambtenaar) geeft het bevel voor de betekening of kennisgeving en voor de wijze waarop dat moet worden gedaan. Dit bevel wordt aangeduid als het bevel van betekening of kennisgeving. Het besluitvormingsorgaan vermeldt het bevel op het originele document waarvan betekening of kennisgeving moet worden gedaan. De betekening of kennisgeving zelf wordt door een postdienst verricht. In de regel is dat het Oostenrijkse postbedrijf, maar het kan ook een andere universele dienstverlener zijn. Voor elektronische betekening of kennisgeving door rechtbanken, zie punt 6.

4 Het achterhalen van adressen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk bestemd is indien het aangegeven adres niet correct is? Zie ook de mededeling op grond van artikel 7, lid 2, punt c), van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken

Dat is in beginsel niet het geval. Afhankelijk van de personeelscapaciteit worden eenvoudige zoekopdrachten uitgevoerd, zoals het raadplegen van de bevolkingsregisters (zie punt 4.3 hieronder).

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet er, in voorkomend geval, worden betaald?

Ja, dat klopt. Iedereen, waaronder buitenlandse autoriteiten, kan bij de Oostenrijkse autoriteiten van het bevolkingsregister (gemeentebestuur, gemeenteraad, bevoegde districtsbureau) een overzicht van het hoofdadres van een natuurlijke persoon opvragen. Deze gegevens zijn opgenomen in het centrale bevolkingsregister (Zentrale Melderegister, ZMR). Dit is een openbaar register waarin alle in Oostenrijk ingeschreven personen staan geregistreerd met vermelding van het adres van hun hoofdverblijf, en eventueel het (de) adres(sen) van hun tweede verblijf. Het is in Oostenrijk verplicht om een woning te laten registreren of doorhalen.

Voor het indienen van een dergelijke aanvraag moeten ten minste de volgende gegevens van de gezochte persoon worden verstrekt: voornaam en naam en een aanvullend kenmerk waarmee de identiteit van de persoon duidelijk kan worden vastgesteld (bijvoorbeeld geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit of het vorige adres).

Meer informatie over het opvragen van huisadressen is te vinden op: http://www.help.gv.at onder Dokumente und Recht/Personen-Meldeauskunft.

4.3 Welke vorm van bijstand verlenen de autoriteiten van deze lidstaat op grond van artikel 7, lid 1, van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken bij het achterhalen van adressen op verzoek van andere lidstaten? Zie ook de mededeling op grond van artikel 7, lid 1, van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken

De adressen van personen aan wie in de Republiek Oostenrijk betekening of kennisgeving moet worden gedaan, kunnen als volgt worden achterhaald (artikel 7, lid 1, punt c), van de verordening):

Binnen het Oostenrijkse ministerie van Binnenlandse Zaken bevindt zich het centrale bevolkingsregister. Het betreft een openbaar register waar alle personen in staan die in Oostenrijk zijn geregistreerd, met vermelding van hun hoofdverblijf en, in voorkomend geval, hun tweede woning of woningen, naargelang van het geval. In het centrale bevolkingsregister staan de identiteitsgegevens (bijvoorbeeld: naam, geslacht, geboortedatum, ZMR-nummer, nationaliteit enz.) en de gegevens over de verblijfplaats van de geregistreerde personen. De registratie of uitschrijving van een verblijfplaats in Oostenrijk is verplicht.

Inschrijvingen in het ZMR worden verricht door de verschillende registratieautoriteiten (Meldebehörden), bureaus van de burgerlijke stand (Standesämter) en staatsburgerschapsbureaus (Staatsbürgerschaftsstellen) in de steden en gemeenten van Oostenrijk. Alle autoriteiten (lokale autoriteiten (Bezirkshauptmannschaften), politieautoriteiten enz.) hebben toegang tot het ZMR. Op verzoek hebben ook door het federale ministerie van Binnenlandse Zaken erkende banken, verzekeraars, advocaten, notarissen enz. er rechtstreekse toegang toe.

Iedereen kan (tegen betaling) bij de registratieautoriteiten de registratiegegevens (Meldeauskunft) opvragen van iemands hoofdverblijf.

Om iemand anders te lokaliseren kunnen zowel natuurlijke personen als rechtspersonen gegevens verkrijgen over in het ZMR ingeschreven personen door de registratiegegevens van het hoofdverblijf van deze persoon op te vragen. Geboortedata kunnen alleen worden opgevraagd door personen die een executoriale titel tegen de betrokkene(n) over kunnen leggen.

In de regel worden alleen gegevens verstrekt over iemands hoofdverblijf. Als de persoon van wie de gegevens worden opgevraagd, geen huidig geregistreerd hoofdverblijf heeft, worden gegevens verstrekt over het laatste uitgeschreven hoofdverblijf.

Voor het verkrijgen van registratiegegevens moet de persoon van wie de gegevens worden opgevraagd, voldoende geïndividualiseerd worden aan de hand van bepaalde kenmerken, zodat vermeden wordt dat de gegevens van meerdere personen worden gevonden. Om de gegevens te verkrijgen moeten voor- en achternaam van de betreffende persoon worden opgegeven en ten minste een aanvullend kenmerk aan de hand waarvan de persoon eenduidig kan worden geïdentificeerd (bijvoorbeeld geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit of vorig adres).

De bevoegde autoriteit is de registratieautoriteit, dus het gemeentekantoor (Gemeindeamt), in statutaire steden (Statutarstädte) het stadsbestuur (Magistrat), en in Wenen het gemeentelijke districtskantoor (Bezirksamt).

Registratiegegevens kunnen informeel persoonlijk, per post of via internet worden opgevraagd.

Het verzoek om registratiegegevens kan online worden ingediend op de ZMR-website op het adres oesterreich.gv.at. Daarbij zijn een geactiveerde burgerkaart (Bürgerkarte) en een elektronisch betaalmiddel nodig. De gevraagde gegevens worden verstrekt zodra het administratief recht is betaald. Het administratief recht bedraagt op dit moment 3,30 euro en moet ook worden betaald voor opzoekingen die geen eenduidig resultaat opleveren.

Voor het verkrijgen van registratiegegevens is een officiële identiteitskaart met foto nodig. In het geval van een schriftelijke aanvraag moet het originele officiële document of een door een notaris of rechtbank gewaarmerkte kopie worden bijgevoegd.

Voor een schriftelijke aanvraag wordt 14,30 euro in rekening gebracht. De kosten voor de gegevens bedragen 2,10 euro voor opzoekingen in het lokale bevolkingsregister en 3,30 euro voor opzoekingen in het ZMR.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Iedere betekening of kennisgeving wordt in principe verricht door een postdienst, namelijk het Oostenrijkse postbedrijf of een andere universele dienstverlener (zie punt 3 hierboven), of door ambtenaren van de rechtbank (artikel 88 ZPO).

Betekening of kennisgeving kan echter ook via andere procedures worden verricht, te weten:

Betekening of kennisgeving door openbare bekendmaking overeenkomstig artikel 25 van de betekeningswet (Zustellgesetz, ZustG) en artikel 115 ZPO:

De betekening of kennisgeving aan personen met een onbekend bezorgadres, aan meerdere personen die bij de autoriteit niet bekend zijn, of aan personen voor wie geen gemachtigde is benoemd voor de inontvangstneming van stukken, geschiedt door plaatsing van een bericht in de gegevensbank van officiële bekendmakingen ((Ediktsdatei), te vinden op http://www.justiz.gv.at/ onder E-Government/Ediktsdatei). In dit bericht staat vermeld dat het te betekenen document kan worden afgehaald bij de rechtbank. Het bericht moet een samenvatting bevatten van de inhoud van het te betekenen document, met vermelding van de naam van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is, de omschrijving van het geschil, de mogelijkheden voor het afhalen van het stuk en de rechtsgevolgen van het bericht. De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht door de plaatsing van het bericht in de gegevensbank van officiële bekendmakingen.

Betekening of kennisgeving aan een curator (artikelen 116 tot en met 118 ZPO):

Indien betekening of kennisgeving uitsluitend kan worden verricht via openbare bekendmaking (via de gegevensbank van officiële bekendmakingen), moet de rechtbank, op verzoek of ambtshalve, een curator benoemen wanneer de betrokkene(n) naar aanleiding van de aan hem (hen) te verrichten betekening of kennisgeving een procedurehandeling moet(en) verrichten ter bescherming van zijn (hun) rechten, met name indien het de betekening of kennisgeving van een oproeping om te verschijnen betreft. De benoeming van de curator moet worden gepubliceerd in de gegevensbank van officiële bekendmakingen (artikel 117 ZPO). De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht op het moment van overhandiging van het stuk aan de curator (artikel 118 ZPO).

Voor elektronische betekening of kennisgeving door rechtbanken, zie punt 6.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, sms enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor enz.)?

6.1 Welke vormen van elektronische betekening of kennisgeving in de zin van artikel 19, lid 1, van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken zijn er in deze lidstaat beschikbaar waarbij de stukken rechtstreeks moeten worden betekend of ter kennis gegeven aan een persoon die een bekend adres voor betekening of kennisgeving in een andere lidstaat heeft?

Zie het antwoord op vraag 6.2.

6.2 Heeft deze lidstaat overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken aanvullende voorwaarden gesteld waaronder hij elektronische betekening of kennisgeving via e-mail als bedoeld in artikel 19, lid 1, punt b), van die verordening zal aanvaarden? Zie ook de mededeling op grond van artikel 19, lid 2, van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken

De rechtbanken kunnen voor het elektronisch betekenen/kennisgeven van stukken aan de partijen en hun vertegenwoordigers gebruikmaken van het online juridische loket ERV (elektronischer Rechtsverkehr). Dit is een communicatiemiddel dat voldoet aan nauwkeurig omschreven technische voorschriften en gebruikt wordt door een groep deelnemers waarvan de leden bekend zijn. Het ERV kan in principe door elke natuurlijke of rechtspersoon worden gebruikt, die dan wel over speciale software moet beschikken en in principe gebruik moet maken van een doorzendende instantie (Übermittlungsstelle).

Als betekening/kennisgeving van stukken niet mogelijk is via het ERV, kan die, overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 3 van de wet inzake betekening/kennisgeving (artikelen 28 en volgende van de betekeningswet (Zustellgesetz)), toch plaatsvinden via een overheidspostdienst.

De volgende personen, beroepsgroepen en instellingen moeten gebruikmaken van het ERV (en niet van andere systemen voor betekening/kennisgeving): advocaten (Rechtsanwälte), andere raadsmannen in strafzaken (Verteidiger in Strafsachen), notarissen, kredietinstellingen en andere financiële instellingen (artikel 1, leden 1 en 2, van de wet op het bankwezen (Bankwesengesetz, BWG), ondernemingen die vallen onder artikel 1, lid 1, punten 1, 2, 4, 6, 7 en 8, van de wet betreffende het toezicht op het verzekeringswezen van 2016 (Versicherungsaufsichtsgesetz, VAG 2016), socialezekerheidsinstellingen (artikelen 23 tot en met 25 van de algemene socialezekerheidswet (Allgemeines Sozialversicherungsgesetz, ASVG), artikel 15 van de socialezekerheidswet voor handel en industrie (Gewerbliches Sozialversicherungsgesetz, GSVG), artikel 13 van de socialezekerheidswet voor de landbouw (Bauern-Sozialversicherungsgesetz, BSVG), artikel 9 van de ziektekosten- en ongevallenverzekeringswet voor ambtenaren (Beamten-Kranken- und Unfallversicherungsgesetz, B-KUVG), artikel 4 van de socialezekerheidswet voor notarissen van 1972 (Notarversorgungsgesetz, NVG 1972)), pensioenfondsen (artikel 479 ASVG), de kas voor verlof en werkloosheidsuitkeringen voor werknemers in de bouwsector (artikel 14 van de wet inzake betaald verlof en werkloosheidsuitkeringen voor werknemers in de bouwsector (Bauarbeiter-Urlaubs- und Abfertigungsgesetz, BUAG)), de salariskas voor apothekers (artikel 1 van de wet van 2002 inzake de salariskas voor apothekers), het fonds voor de bescherming van werknemers in geval van faillissement (artikel 13 van de wet inzake loonwaarborg in geval van insolventie (Insolvenz-Entgeltsicherungsgesetz, IESG)) en IEF-Service GmbH (artikel 1 IEF-Service-GmbH-Gesetz, IEFG), de federatie van Oostenrijkse socialezekerheidsinstellingen (artikel 31 ASVG), de juridische dienst van de Republiek Oostenrijk, d.w.z. de afdeling van het gespecialiseerde parket in financiële zaken (Finanzprokuratur) (artikel 1 van de wet houdende regeling van de Finanzprokuratur, ProG), de orden van advocaten alsmede deskundigen en tolken (artikel 89c, lid 5a, van de wet op de rechterlijke organisatie (Gerichtsorganisationsgesetz, GOG)).

Elektronische betekening/kennisgeving per e-mail is niet toegestaan in het Oostenrijkse recht.

7 “Vervangende” betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

“Indirecte” betekening of kennisgeving

Indien de wet betekening of kennisgeving aan een indirecte geadresseerde uitdrukkelijk verbiedt, wordt gesproken van een betekening in persoon. Deze wijze van betekening is slechts in een aantal uitzonderlijke gevallen van toepassing.

In alle overige gevallen is indirecte betekening toegestaan. Dat betekent dat indien de geadresseerde niet aanwezig is op het bezorgadres, de betekening in de regel kan worden verricht aan iedere volwassene die op hetzelfde adres woont als de geadresseerde, of die werknemer of werkgever is van de geadresseerde, en die akkoord gaat met de inontvangstneming van het stuk (artikel 16, lid 2, ZustG). De wet spreekt op dit punt van “indirect geadresseerde”.

Indirecte betekening of kennisgeving is echter slechts toegestaan indien de persoon die de betekening of kennisgeving verricht, voldoende reden heeft om aan te nemen dat de geadresseerde regelmatig op het bezorgadres verblijft.

Op grond van artikel 103 ZPO is iedere persoon die bij het geschil wederpartij is van de geadresseerde, uitgesloten als indirect geadresseerde.

De indirecte betekening of kennisgeving conform artikel 16, lid 5, ZustG wordt niet geacht te zijn gedaan indien de geadresseerde niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van de kennisgeving of betekening omdat hij niet aanwezig was op het bezorgadres (bijvoorbeeld vanwege een reis, ziekenhuisopname, verblijf in de gevangenis). De betekening of kennisgeving wordt niettemin rechtsgeldig op de dag nadat het stuk naar het verzendadres is teruggestuurd.

In depot geven

Als de kennisgeving of betekening van het stuk niet op de plaats van bezorging kan gebeuren (omdat noch de geadresseerde noch een indirect geadresseerde kan worden gevonden), en de persoon die de betekening of kennisgeving verricht, voldoende reden heeft om aan te nemen dat de geadresseerde regelmatig op het bezorgadres verblijft, moet het stuk in depot worden gegeven. Wanneer de betekening of kennisgeving door een postdienst wordt verricht, gebeurt dat in de bedrijfsgebouwen, en in alle andere gevallen op het betrokken gemeentehuis of bij de betrokken autoriteit, als die in dezelfde gemeente ligt (artikel 17 ZustG).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Zie de punten 7.1 en 7.3 hierboven.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

De geadresseerde moet via een bericht (gedeponeerd in de brievenbus of aangebracht op de toegangsdeur) worden geïnformeerd dat het stuk in depot is gegeven. Het bericht moet vermelden waar het stuk is gedeponeerd, evenals de begin- en einddatum van de afhaaltermijn. Bovendien moet worden gewezen op de gevolgen van het in depot geven van het stuk (artikel 17, lid 2, ZustG). De afhaaltermijn begint, conform artikel 17, lid 3, ZustG, te lopen vanaf de eerste dag waarop het document kan worden afgehaald en duurt ten minste twee weken. De betekening van het afgegeven document wordt geacht te zijn verricht op de eerste dag van deze termijn (fictieve betekening of kennisgeving), behalve in het geval waarin de geadresseerde niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van de betekening of kennisgeving omdat hij niet op het bezorgadres aanwezig was. Op grond van artikel 17, lid 3, laatste zin, ZustG wordt de betekening of kennisgeving ook in dit geval rechtsgeldig op de dag nadat het document terug is op het distributiepunt, waar het kan worden afgehaald binnen de gestelde termijn. Indien het gedeponeerde stuk niet wordt afgehaald (hetgeen niets afdoet aan het feit dat het deponeren van een stuk geldt als betekening of kennisgeving), wordt het na afloop van de afhaaltermijn teruggestuurd naar de rechtbank die het heeft verzonden.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde of een indirect geadresseerde huisgenoot zonder geldige reden weigert het stuk in ontvangst te nemen, moet het stuk op de plaats van bezorging worden achtergelaten of, indien dat niet mogelijk is, zonder bericht in depot worden gegeven. Het stuk dat ter plaatse wordt achtergelaten of in depot wordt gegeven, wordt aldus geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht (artikel 20 ZustG).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 18 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 18 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken), levert de post het stuk dan uitsluitend af aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Verzending per post geschiedt overeenkomstig het Algemeen Postverdrag met een internationale ontvangstbevestiging. Het stuk moet aan de geadresseerde worden overhandigd of, indien dat niet mogelijk is, aan een andere persoon die gemachtigd is voor de inontvangstneming in overeenstemming met de wet van de lidstaat van bestemming (bijvoorbeeld een gemachtigde die bevoegd is alle post in ontvangst te nemen of een indirect geadresseerde). In Oostenrijk zijn de vastgestelde regels in artikel 16 ZustG van toepassing op de indirect geadresseerde (zie punt 7.1 hierboven).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 18 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling – zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

De vraag of en, zo ja, onder welke voorwaarden een stuk mag worden gedeponeerd, valt onder het nationale recht van de lidstaat van bestemming. Het stuk mag op grond van het Oostenrijks recht worden gedeponeerd indien aan de gestelde voorwaarden is voldaan (zie punt 7 hierboven).

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Zie punt 7.3 hierboven.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Ja, dat klopt. De persoon die de betekening of kennisgeving verricht, legt de handeling schriftelijk vast op het bijbehorende ontvangstbewijs (certificaat van betekening of kennisgeving, ontvangstbevestiging). De persoon die het stuk in ontvangst neemt, moet de ontvangst bevestigen door het bewijs te ondertekenen, met vermelding van de datum. Indien het niet de geadresseerde zelf betreft, moet ook de relatie van de derde persoon tot de geadresseerde worden vermeld. Indien de geadresseerde weigert de ontvangst te bevestigen, maakt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht, daarvan aantekening op het ontvangstbewijs met vermelding van de datum en, eventueel, de relatie van deze persoon tot de geadresseerde. Het ontvangstbewijs moet direct naar de afzender worden gestuurd.

Het is mogelijk in plaats van een ontvangstbewijs een elektronische kopie van het ontvangstbewijs of van de inhoud ervan te sturen, mits de autoriteit dat niet heeft uitgesloten middels een aantekening met die strekking op het ontvangstbewijs. Het originele ontvangstbewijs moet ten minste vijf jaar na het versturen van de elektronische kopie worden bewaard en moet onmiddellijk worden verstuurd wanneer de autoriteit daarom verzoekt.

10 Wat zijn de gevolgen als er iets misgaat en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Een betekening of kennisgeving die niet volgens de wettelijke regels is verricht, is ongeldig. Dit kan echter wel worden hersteld. Allereerst wordt een onregelmatige betekening op grond van de grondregel van artikel 7 ZustG geacht te zijn verricht zodra het stuk daadwerkelijk aan de geadresseerde is overhandigd. Indien er een gemachtigde is benoemd voor de inontvangstneming van alle mededelingen, moet deze persoon worden aangewezen als geadresseerde. Ook in dat geval geldt dat de betekening of kennisgeving alleen wordt geacht te zijn verricht op het moment waarop het stuk daadwerkelijk aan deze gemachtigde is overhandigd. Indien een indirecte betekening of kennisgeving of het deponeren van een stuk niet volgens de voorschriften is gedaan doordat de geadresseerde niet aanwezig was op de plaats van bezorging en bijgevolg niet tijdig kennis kon nemen van de betekening, is op grond van specifieke regels in de betekeningswet herstel van deze onregelmatigheid mogelijk (artikel 16, lid 5, en artikel 17, lid 3, ZustG). De fout wordt hersteld op de dag volgend op de dag waarop de geadresseerde op de plaats van bezorging is teruggekeerd; in het geval van depot is herstel mogelijk mits de geadresseerde binnen de afhaaltermijn terugkeert en het gedeponeerde stuk op die dag kan worden afgehaald. Terwijl voor het herstellen van een onregelmatig verrichte indirecte betekening geen vaste termijn geldt, kan een onregelmatig depot niet meer worden hersteld als de geadresseerde pas na afloop van de afhaaltermijn terugkeert. Indien de geadresseerde op tijd terugkeert om het poststuk nog op de eerste dag van de afhaaltermijn te kunnen afhalen, wordt de betekening of kennisgeving geacht die dag te zijn verricht, aangezien de geadresseerde nog over de volledige afhaaltermijn beschikt. Indien hij later terugkeert, wordt de betekening of kennisgeving door depot pas op de dag volgend op zijn terugkeer geacht te zijn verricht; de geadresseerde moet namelijk steeds over de volledige termijnen kunnen beschikken, met name de beroepstermijnen, die vanaf de betekening beginnen te lopen.

11 Indien de persoon voor wie het stuk is bestemd, weigert een stuk te aanvaarden op grond van de daarin gebruikte taal (artikel 12 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken) en de rechter of autoriteit waarbij de juridische procedure aanhangig is gemaakt, na verificatie besluit dat de weigering onterecht was, is er dan een specifiek rechtsmiddel om beroep tegen die beslissing in te stellen?

Beroep tegen de rechterlijke beslissing in kwestie.

12 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel? Maakt het verschil of het stuk krachtens het nationale recht moet worden betekend of ter kennis gegeven dan wel of het verzoek om betekening of kennisgeving uit een andere lidstaat afkomstig is? Zie ook de mededeling op grond van artikel 15 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken, betreffende de betekening of kennisgeving van een stuk dat uit een andere lidstaat afkomstig is

Er hoeven geen kosten te worden betaald.

Laatste update: 27/11/2023

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.