Getuigenverhoor per videoconferentie

Frankrijk
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja, het gerecht van de verzoekende lidstaat dat, uit hoofde van de artikelen 10 en 12 en door middel van formulier A van Verordening (EG) nr. 1206/2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, verzoekt dat de handeling tot het verkrijgen van bewijs wordt verricht door het bevoegde Franse gerecht, kan hier zijn bijdrage aan leveren op grond van artikel 12 van de verordening en artikel 741 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Code de procédure civile). Het staat het verzoekende gerecht dan ook vrij een beroep te doen op de mogelijkheid om die bijdrage te leveren door middel van videoconferentie, mits de nodige apparatuur beschikbaar is en de grenzen en voorwaarden worden gerespecteerd die zijn vastgesteld door de Franse rechter die is aangewezen om de handeling tot het verkrijgen van bewijs te verrichten.

Uit hoofde van artikel 17 en door middel van formulier I van Verordening (EG) nr. 1206/2001 kan het gerecht van de verzoekende lidstaat het Franse centraal orgaan verzoeken om toestemming om een getuige rechtstreeks te verhoren via videoconferentie.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Iedereen mag via videoconferentie worden verhoord (getuigen, deskundigen, partijen), doch enkel wanneer dit verhoor neerkomt op een handeling tot het verkrijgen van bewijs in de zin van het Franse recht, d.w.z. dat het verhoor betrekking heeft op nauwkeurig bepaalde kwesties of feiten, die moeten worden vermeld in het via formulier I ingezonden toestemmingsverzoek. Het is dan ook niet zo dat de gehele hoorzitting voor het verzoekende gerecht kan plaatsvinden via videoconferentie.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Videoconferentie mag enkel worden ingezet voor het verhoor van personen, dus niet voor het overleggen van documenten of de de visu-waarmerking daarvan.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

In geval van een verzoek dat uit hoofde van de artikelen 10 tot en met 12 en door middel van formulier A van Verordening (EG) nr. 1206/2001 is ingezonden met het oog op het verhoor van de persoon in kwestie door het territoriaal bevoegde Franse gerecht waaraan het verzoekende gerecht zou willen deelnemen, moet de te verhoren persoon zich per se in de ruimten van dit Franse gerecht bevinden.

Voor verzoeken om rechtstreekse verrichting uit hoofde van artikel 17 geldt echter geen enkele beperking. In principe vermeldt het Franse centraal orgaan in zijn toestemming de gegevens van de territoriaal bevoegde gecombineerde (regionale en districts)rechtbank die het verzoekende gerecht bijstaat, doch enkel voor wat betreft de praktische regelingen voor de organisatie van de videoconferentie. Het staat het verzoekende gerecht evenwel vrij om zelf de plaats te kiezen waar de te verhoren persoon zich moet bevinden, mits die plaats vooraf is bepaald in overleg met de partijen enerzijds en/of de te verhoren persoon anderzijds. Alle desbetreffende toelichtingen en informatie moeten worden opgenomen in het via formulier I ingezonden toestemmingsverzoek.

In alle gevallen moet het verzoekende gerecht zich wenden tot de gecombineerde rechtbank of de instelling waar de te verhoren persoon moet verschijnen, daar het Franse centraal orgaan, zodra de toestemming is gegeven, op geen enkele manier meer met die rechtbank of instelling in contact staat hierover.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

In geval van een verzoek uit hoofde van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening kan het verzoekende gerecht dat gebruik wenst te maken van de mogelijkheid via videoconferentie deel te nemen aan het verhoor van de getuige door het aangezochte Franse gerecht, er in formulier A eveneens om verzoeken dat het verhoor wordt getranscribeerd of opgenomen, zoals toegestaan op grond van artikel 739 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Het staat het gerecht van de verzoekende lidstaat vrij om in zijn krachtens artikel 17 en via formulier I ingezonden verzoek te vragen om opname van het verhoor, als dat wettelijk is toegestaan en mits de te verhoren persoon hiervan vooraf in kennis wordt gesteld. Hoe dan ook is het zo dat bij rechtstreekse verrichting van de handeling tot het verkrijgen van bewijs via videoconferentie enkel het verzoekende gerecht verantwoordelijk is voor de praktische en technische regelingen voor de opname van het verhoor. Dat is dus niet de taak van het Franse gerecht dat het verzoekende gerecht eventueel bijstaat bij de organisatie van de videoconferentie.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a) Het verhoor wordt in principe afgenomen in het Frans, maar het staat de betreffende Franse rechter vrij dit in een andere taal te doen die zowel de rechter als de te verhoren persoon beheerst.

b) Het verhoor wordt zo nodig met behulp van een tolk afgenomen in de taal die is bepaald door het gerecht van de verzoekende lidstaat.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

In geval van een verzoek uit hoofde van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening worden de tolken aangewezen door het aangezochte Franse gerecht en zijn zij in de gerechten aanwezig. Zij kunnen eveneens ter beschikking worden gesteld door het verzoekende gerecht dat via videoconferentie aan het verhoor wil deelnemen, mits van deze aanwijzing melding is gemaakt in het ingezonden formulier A en de met het verhoor belaste Franse rechter hiermee akkoord gaat. De tolkkosten, met inbegrip van eventuele reiskosten, komen uitsluitend voor rekening van het verzoekende gerecht, zoals bepaald in artikel 748 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

In geval van een verzoek om rechtstreekse verrichting uit hoofde van artikel 17 van de verordening worden de tolken ter beschikking gesteld door het verzoekende gerecht, waarbij het hun overigens vrij staat zich letterlijk aan de zijde van de te verhoren persoon te bevinden. In dat geval komen de eventuele reiskosten van de tolk eveneens uitsluitend voor rekening van het verzoekende gerecht.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

In geval van een verzoek uit hoofde van de artikelen 10 tot en met 12 roept het aangezochte Franse gerecht de te verhoren persoon overeenkomstig de Franse wet op. Het stelt het verzoekende gerecht, indien dat heeft gevraagd om aan het verhoor te mogen deelnemen, in kennis van de vastgestelde datum zoals bepaald in artikel 741 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

In geval van een verzoek uit hoofde van artikel 17 is het enkel aan het verzoekende gerecht om de te verhoren persoon op te roepen, nadat datum en tijdstip van de videoconferentie zijn afgesproken met de bevoegde dienst van de gecombineerde rechtbank die het verzoekende gerecht bijstaat bij de organisatie van de videoconferentie, van welke rechtbank de gegevens zullen zijn vermeld in de door het Franse centraal orgaan gegeven toestemming. De te verhoren persoon wordt dus in geen enkel geval opgeroepen door het Franse gerecht of door het Franse centraal orgaan.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Op grond van artikel 748 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering komen de kosten enkel voor rekening van het verzoekende gerecht dat ofwel gebruik wenst te maken van de mogelijkheid via videoconferentie deel te nemen aan het verhoor door het Franse gerecht, ofwel het verhoor zelf rechtstreeks via videoconferentie wenst af te nemen. Het is dus aan het verzoekende gerecht om contact op te nemen met het aangezochte Franse gerecht, dat in het eerste geval de nodige praktische informatie verstrekt of dat in het tweede geval bijstand verleent aan het verzoekende gerecht.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Daar het verzoekende gerecht dat erom heeft verzocht het verhoor rechtstreeks via videoconferentie te mogen afnemen, zelf de betrokkene moet oproepen, moet het hem/haar tevens kenbaar maken dat het verhoor op vrijwillige basis plaatsvindt.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De te verhoren persoon moet een identiteitsbewijs laten zien.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

In geval van een verzoek uit hoofde van de artikelen 10 tot en met 12 gelden de voorwaarden van de Franse wet, tenzij het verzoekende gerecht er in het ingezonden formulier A om heeft verzocht dat de voorwaarden van zijn eigen nationale wetgeving van toepassing zijn, waarbij dan wel als eis geldt dat deze verenigbaar zijn met de Franse openbare orde in de zin van de artikelen 739 en 743 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

In geval van een verzoek om rechtstreekse verrichting van een handeling tot het verkrijgen van bewijs via videoconferentie uit hoofde van artikel 17, gelden voor de eedaflegging de voorwaarden van de wetgeving van het land van het verzoekende gerecht.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

In het kader van een verzoek om rechtstreekse verrichting via videoconferentie uit hoofde van artikel 17 vermeldt het Franse centraal orgaan in de toestemming die het aan het verzoekende gerecht verleent, de gegevens van de dienst en de technisch onderlegde personen waarmee contact moet worden opgenomen bij de gecombineerde rechtbank die het verzoekende gerecht bijstaat bij de uitvoering van de videoconferentie. Over alle concrete zaken moeten dus afspraken worden gemaakt tussen deze dienst/personen en het verzoekende gerecht.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

De verzoeken en kennisgevingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1206/2001, evenals alle toelichtingen en informatie die mogelijk als bijlage worden bijgevoegd, moeten in het Frans worden vertaald.

Laatste update: 03/03/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.