Op civielrechtelijk vlak blijven lopende procedures en procedures die voor het eind van de overgangsperiode zijn ingeleid, onder het EU-recht vallen. Zoals overeengekomen met het VK, wordt alle informatie op dat gebied in verband met het Verenigd Koninkrijk tot eind 2022 op het e-justitieportaal bijgehouden.

Geringe vorderingen

Engeland en Wales
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De procedure voor geringe vorderingen (small claims procedure) is beschikbaar voor bedragen lager dan 10 000 GBP. Het gevorderde bedrag is echter niet de enige factor die in aanmerking wordt genomen. Andere overwegingen hebben onder meer betrekking op de aard van de vordering, en de mate en het soort van voorbereidingen die nodig zijn om de zaak op billijke wijze te behandelen. In sommige omstandigheden kunnen eenvoudige zaken met een hogere waarde dan 10 000 GBP worden behandeld volgens de procedure voor geringe vorderingen, mits eiser en verweerder hiermee allebei instemmen.

Bij zijn beslissing de zaak te verwijzen naar de procedure voor geringe vorderingen (bekend als het small claims track) of naar de gewone rechtbankprocedure houdt de rechter niet alleen rekening met de standpunten van de eiser en de verweerder, maar ook met de volgende aspecten:

  • het gevorderde bedrag - dat bedrag mag normaal gesproken niet hoger zijn dan 10 000 GBP;
  • het soort vordering - het gaat hierbij doorgaans om vorderingen van consumenten (bv. over verkochte waren, gebrekkige producten of slecht vakmanschap), vorderingen met betrekking tot ongevallen, geschillen over de eigendom van waren en geschillen tussen verhuurder en huurder over reparaties, waarborgsommen, huurachterstanden enz., maar niet over bezit.

De rechter houdt rekening met de mate en soort van voorbereidingen die nodig zijn om de zaak op billijke wijze te behandelen bij zijn beslissing de zaak al dan niet naar de procedure voor geringe vorderingen te verwijzen. De rechter houdt er rekening mee dat het de bedoeling is dat deze procedure zo eenvoudig mogelijk wordt gehouden, zodat de partijen desgewenst hun eigen zaak kunnen behartigen zonder hulp van een advocaat. Zo dient de voorbereiding van de vordering met het oog op de afsluitende zitting minimaal te zijn. Voor zaken in het kader van de procedure voor geringe vorderingen hoeven er doorgaans niet veel getuigen te worden opgeroepen of hoeven er geen complexe rechtsvragen te worden beantwoord.

Als de vordering minder dan 10 000 GBP bedraagt, maar betrekking heeft op een persoonlijk letsel of (schade als gevolg van) bouwvalligheid van woningen, wordt de zaak niet verwezen naar de procedure voor geringe vorderingen tenzij de gevorderde bedragen met betrekking tot persoonlijk letsel of (schade als gevolg van) bouwvalligheid ten hoogste 1 000 GBP bedragen.

Indien zaken waarmee een vordering van meer dan 10 000 GBP is gemoeid, worden behandeld in het kader van de procedure voor geringe vorderingen, gelden er andere regels ten aanzien van de kosten. In dergelijke zaken kan de in het gelijk gestelde partij vorderen dat de kosten, inclusief die van de advocaat, worden vergoed door de in het ongelijk gestelde partij. Deze kosten kunnen echter niet hoger zijn dan wanneer de zaak volgens de spoedprocedure (fast track) zou zijn behandeld. Meer informatie over de kosten vindt u hieronder. Meer informatie over de verschillende soorten procedures kunt u vinden op pagina “Hoe wordt de procedure ingeleid?”

1.2 Toepassing van de procedure

Hoewel de meeste zaken tot 10 000 GBP volgens de procedure voor geringe vorderingen worden behandeld, is dat niet automatisch het geval. De rechter houdt rekening met de standpunten van de procespartijen bij zijn beslissing over de procedure die voor de behandeling van de zaak zal worden gevolgd. Zelfs indien de vordering lager is dan 10 000 GBP, kan de rechter ervoor kiezen om de zaak volgens de gewone rechtbankprocedure te behandelen in plaats van volgens de procedure voor geringe vorderingen.

Als een vordering wordt betwist (of als er verweer wordt gevoerd), ontvangt de eiser een afschrift van het verweer van de verweerder en, in het geval van een partij die zichzelf vertegenwoordigt (litigant in person), een afschrift van de desbetreffende vragenlijst (Form 180 Direction Questionnaire). De informatie die de partijen in de vragenlijsten verstrekken, helpt de rechter te beslissen wat de meest geschikte procedure voor de zaak is. Als de eiser van mening is dat de zaak dient te worden behandeld volgens de procedure voor geringe vorderingen, dient hij dat in de vragenlijst aan te geven. Hoewel er rekening wordt gehouden met de standpunten van eiser en verweerder, is het aan de rechter om te beslissen naar welke procedure de zaak wordt verwezen.

Zoals hierboven vermeld, kan de rechter beslissen om een zaak met een waarde van minder dan 10 000 GBP volgens de gewone procedure te behandelen. Deze beslissing wordt aan het begin van de zaak genomen.

Als de rechter dat aangewezen acht, kan hij de zaak overhevelen van de procedure voor geringe vorderingen naar de gewone procedure. Als een vordering wordt verwezen naar de procedure voor geringe vorderingen en vervolgens wordt overgeheveld naar een andere procedure, zijn de regels met betrekking tot de kosten van de procedure voor geringe vorderingen niet meer van toepassing nadat de vordering naar een andere procedure is overgeheveld. Vanaf de datum van overheveling naar een andere procedure gelden de regels van de spoedprocedure of de meersporenprocedure (multi-track).

1.3 Formulieren

Er bestaan specifieke formulieren voor de procedure voor geringe vorderingen en het is verplicht er gebruik van te maken.

Om een vordering te starten, dient de eiser formulier N1 in te vullen, dat de nodige invulinstructies bevat. Zodra de eiser het formulier heeft ingevuld, dient hij afschriften te maken: een voor zichzelf, een voor de rechtbank en een voor iedere verweerder. De rechtbank stuurt iedere verweerder een afschrift. Meer informatie kunt u vinden op pagina “Hoe wordt de procedure ingeleid?”

Zoals hierboven vermeld: als de vordering wordt betwist of als er verweer wordt gevoerd, stuurt de rechtbank een afschrift van het verweer naar de eiser en, indien partijen zichzelf vertegenwoordigen, een afschrift van formulier N180 (http://formfinder.hmctsformfinder.justice.gov.uk/n180-eng.pdf) naar de eiser en de verweerder(s).

Indien de rechter beslist om de zaak te verwijzen naar de procedure voor geringe vorderingen, stuurt de rechtbank de partijen formulier N157 (notice of allocation to the small claims court - kennisgeving van verwijzing naar de rechtbank voor geringe vorderingen), waarin informatie wordt verstrekt over de zittingsdatum en over de stappen die ter voorbereiding dienen te worden genomen.

Als het gevorderde bedrag groter is dan 10 000 GBP, maar beide partijen ermee hebben ingestemd dat de zaak wordt behandeld volgens de procedure voor geringe vorderingen, zendt de rechtbank formulier N160 toe (notice of allocation to small claims track (with parties’ consent) - kennisgeving van verwijzing naar de procedure voor geringe vorderingen met instemming van de partijen). Dit formulier bevat ook informatie over de zittingsdatum en over de stappen die ter voorbereiding dienen te worden genomen.

Als een rechter beslist dat een vordering uitsluitend op basis van schriftelijk bewijsmateriaal kan worden behandeld zonder dat een zitting noodzakelijk is, stuurt de rechtbank de partijen formulier N159 (notice of allocation to the small claims track (no hearing) - kennisgeving van verwijzing naar de procedure voor geringe vorderingen zonder behandeling ter zitting). Dat formulier bevat een datum waarop hetzij de eiser hetzij de verweerder aan de rechtbank dient mede te delen of hij bezwaar heeft tegen een beslissing die uitsluitend op grond van schriftelijk bewijsmateriaal wordt genomen. Indien een partij bezwaar maakt, wordt de vordering ter zitting behandeld. Het uitblijven van een antwoord kan door de rechter worden aangemerkt als instemming.

Indien een partij op een zitting in het ongelijk wordt gesteld, maar geen van de partijen aanwezig of vertegenwoordigd was op die zitting, kan met behulp van formulier N244 (application notice - kennisgeving van verzoekschrift) worden verzocht om de vernietiging van het vonnis.

1.4 Rechtsbijstand

De procedure voor geringe vorderingen is bedoeld als eenvoudige procedure, zodat personen die zichzelf vertegenwoordigen de procesgang gemakkelijk kunnen begrijpen. Indien hetzij de eiser hetzij de verweerder zichzelf vertegenwoordigt, houdt de rechter daarmee rekening en leidt hij het proces zo dat de partij die zichzelf vertegenwoordigt begrijpt wat er gebeurt en wat er van de partijen processueel gezien wordt verwacht.

Indien de eiser of de verweerder ervoor kiest geen advocaat in te schakelen, kan hij zich tijdens de zitting laten bijstaan door iemand die namens hem spreekt. Deze persoon wordt een lekenvertegenwoordiger (lay representative) genoemd en kan een echtgenoot, familielid, vriend of adviseur zijn. Indien mogelijk is de lekenvertegenwoordiger geen getuige. De lekenvertegenwoordiger mag geen rechtszitting bijwonen wanneer de persoon die hij vertegenwoordigt niet aanwezig is, tenzij de rechtbank ermee heeft ingestemd dat dit toch mag.

Adviesbureaus hebben soms moeite om een personeelslid ter beschikking te stellen dat als lekenvertegenwoordiger ter zitting kan optreden. Daarom is het raadzaam dat een partij, indien nodig, zo spoedig mogelijk contact opneemt met een dergelijk bureau. De adviesbureaus informeren de partijen over de vraag of ze al dan niet bijstand kunnen verlenen. Sommige lekenvertegenwoordigers vragen een vergoeding en de procespartij dient zich op de hoogte te stellen van het exacte bedrag ervan. De rechter kan een lekenvertegenwoordiger die zich misdraagt, verzoeken de zitting te verlaten.

De procespartij moet de lekenvertegenwoordiger vergoeden, ook al wordt zij in het gelijk gesteld. Daarom dienen partijen na te gaan of de vergoeding, gelet op het bedrag van de vordering, redelijk is. Bovendien zijn lekenvertegenwoordigers die een vergoeding verlangen niet altijd lid van een beroepsorganisatie. Als de procespartij niet tevreden is met de verleende hulp, is er geen regelgevende instantie of organisatie waarbij er een klacht kan worden ingediend.

Een Citizens’ Advice Bureau of consumentenadviescentrum kan de procespartijen ook bijstaan.

Vorderingen kunnen ook online worden ingesteld via Money Claim Online. Als er extra hulp nodig is, is er een helpdesk beschikbaar bij Money Claim Online.

Voor personen met een handicap is er extra hulp beschikbaar. Een procespartij met een handicap die het moeilijk maakt om naar de rechtbank te komen of om te communiceren, dient contact op te nemen met de rechtbank, die deze extra hulp kan verlenen.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De procedure voor geringe vorderingen is veel informeler en de strenge bewijsregels zijn niet van toepassing. Eenvoudige zaken waarmee kleine bedragen zijn gemoeid, worden behandeld volgens de procedure voor geringe vorderingen. De rechtbank kan daarom ter zitting voor elke methode van procesvoering kiezen die zij billijk acht. De rechtbank is niet verplicht getuigen onder ede te horen en de rechter kan ervoor kiezen het kruisverhoor te beperken als hij dat aangewezen acht. De rechter dient echter wel gronden aan te geven voor zijn beslissing om het kruisverhoor te beperken. De rechter kan ervoor kiezen vragen te stellen aan sommige of aan alle getuigen voordat hij een andere persoon toestaat dit te doen.

1.6 Schriftelijke procedure

Indien de rechter van oordeel is dat de vordering zonder zitting op basis van uitsluitend schriftelijk bewijs kan worden behandeld, worden de procespartijen door de rechtbank geadviseerd met behulp van formulier N159 (zie hierboven). Op de kennisgeving wordt een uiterste datum vermeld waarop de eiser of de verweerder de rechtbank dient te hebben medegedeeld of hij bezwaar heeft tegen een beslissing die uitsluitend op grond van schriftelijk bewijsmateriaal wordt genomen. Indien een partij bezwaar maakt, wordt de vordering ter zitting behandeld. Het uitblijven van een antwoord kan door de rechter worden aangemerkt als instemming. Als geen der partijen bezwaar heeft tegen de beslissing van de rechter om af te zien van een zitting, kan de zaak uitsluitend op basis van de stukken worden afgedaan.

1.7 Inhoud van het vonnis

In Engeland en Wales bevatten vonnissen doorgaans slechts de beslissing van de rechter en eventuele bevelen aan de partijen. De rechter dient echter een nota op te stellen met de belangrijkste gronden voor zijn vonnis, tenzij deze mondeling worden medegedeeld en door de rechtbank op band worden vastgelegd. Het is de rechter toegestaan de gronden zo kort en eenvoudig weer te geven als de aard van de zaak toelaat. Doorgaans doet hij dat mondeling tijdens de zitting, maar hij kan de gronden later schriftelijk weergeven of op een daartoe bepaalde zitting mededelen. Indien de rechter een vonnis heeft gewezen zonder dat er een zitting is gehouden, dient de rechter zijn gronden in een nota op te nemen, waarna de rechtbank een afschrift van dit document toezendt aan de partijen.

1.8 Vergoeding van de kosten

Er gelden beperkingen ten aanzien van de vergoeding van de kosten. In de huidige situatie kan de in het gelijk gestelde partij vergoeding vorderen van de volgende kosten:

  • alle door haar betaalde griffierechten;
  • een bedrag van ten hoogste 260 GBP voor juridisch advies indien de vordering betrekking heeft op een bevel tot stopzetting van een handeling of een bevel tot uitvoering van een specifieke handeling (bv. een verhuurder die bevolen wordt herstelwerkzaamheden uit te voeren); voor andere dan deze categorieën kunnen er geen juridische kosten worden vergoed;
  • een bedrag van ten hoogste 95 GBP per dag voor de in het gelijk gestelde partij en voor elke getuige vanwege inkomstenderving in verband met de aanwezigheid ter zitting;
  • redelijke bedragen ter dekking van extra reis- en overnachtingskosten voor de partij of de getuigen;
  • indien de rechter heeft ingestemd met de inschakeling van een getuige-deskundige en de betrokken partij vervolgens in het gelijk wordt gesteld, kan de rechter de in het ongelijk gestelde partij opdragen om een deel van de kosten daarvan te dragen. De rechter kan echter ten hoogste 750 GBP per getuige-deskundige toestaan. Dit dekt wellicht niet het volledige bedrag van het honorarium van de deskundige, vooral als de deskundige een verslag opstelt en de zitting bijwoont;
  • extra kosten die door de rechter kunnen worden opgelegd aan een partij die zich onredelijk heeft gedragen;
  • wanneer de financiële waarde van de vordering het plafond voor de procedure voor geringe vorderingen overschrijdt, maar de vordering door de rechter is verwezen naar die procedure, worden de kosten conform deze procedure beoordeeld, tenzij de partijen overeenkomen dat de bepalingen inzake de spoedprocedure van toepassing zijn.

Meer informatie is te vinden op de website van het ministerie van Justitie.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Indien de in het ongelijk gestelde partij beroep wil aantekenen tegen de beslissing van de rechtbank, heeft zij daarvoor toestemming nodig. Indien die (proces)partij aanwezig is op de zitting waar de beslissing wordt genomen, kan zij aan het eind van de zitting de rechter om toestemming vragen.

De procespartij die beroep wenst in te stellen, moet daartoe geëigende gronden (of redenen) hebben. Zij kan niet eenvoudigweg bezwaar maken tegen een beslissing van de rechter omdat zij van mening is dat er een verkeerde beslissing is genomen.

Een procespartij die beroep wenst in te stellen, dient snel te handelen. De termijn waarbinnen een procespartij beroep kan instellen, is beperkt.

Indien de in het ongelijk gestelde partij niet aanwezig of vertegenwoordigd was op de zitting, kan zij verzoeken om vernietiging van het ter zitting gewezen vonnis en om een nieuwe behandeling van de vordering.

Deze partij moet daartoe een verzoek indienen uiterlijk veertien dagen na ontvangst van het vonnis. Die partij dient bij de rechtbank het formulier N244 (application notice - kennisgeving van verzoekschrift) aan te vragen met het oog op de indiening van het verzoek.

De rechtbank geeft aan wanneer de partijen op de zitting van de rechtbank moeten verschijnen voor de behandeling van het verzoek door een rechter.

De rechter wijst een verzoek tot vernietiging van een vonnis alleen toe indien:

de (proces)partij een goede grond had om

  • niet te verschijnen of niet vertegenwoordigd te zijn op de zitting, of
  • geen schriftelijke kennisgeving aan de rechtbank te sturen;

en de partij een redelijke kans van slagen heeft bij een nieuwe behandeling ter zitting.

Indien het verzoek van de partij wordt toegewezen en het vonnis wordt vernietigd, bepaalt de rechtbank een nieuwe zittingsdatum voor de behandeling van de vordering. Bij een niet‑complexe vordering kan de rechter beslissen om de zaak onmiddellijk af te doen na de zitting over het verzoek.

Links

Ministerie van Justitie

Adressen van rechtbanken

Bemiddeling in geschillen over geringe vorderingen

Laatste update: 07/12/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.