Geringe vorderingen

Duitsland
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Er is in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zivilprozessordnung, hierna “ZPO” genoemd) geen speciale procedure voor geringe vorderingen. § 495a van het ZPO voorziet echter wel in een vereenvoudigde procedure. Op grond hiervan kan de rechtbank naar redelijkheid en eigen inzicht beslissen hoe zij omgaat met zaken waarin de waarde van het geschil hoogstens 600 EUR bedraagt. Het wetboek beperkt deze mogelijkheid op geen enkele andere wijze. Deze is bijvoorbeeld niet beperkt tot een bepaald type geschil.

1.2 Toepassing van de procedure

In dergelijke zaken kan de rechtbank daarom naar eigen inzicht en redelijkheid beslissen, en kan zij in het bijzonder gebruik maken van bepaalde specifieke manieren om de procedure te vereenvoudigen. De rechtbank is niet verplicht om dit te doen. Zelfs wanneer waarde van het geschil lager dan 600 EUR is, kan de rechtbank de gewone regels toepassen.

Indien de rechtbank de procedure naar eigen inzicht vaststelt, kunnen de partijen zich hiertegen niet verzetten. Zij kunnen alleen verzoeken om een mondelinge behandeling.

1.3 Formulieren

Er zijn geen standaardformulieren die moeten worden gebruikt.

1.4 Rechtsbijstand

De gewone regels zijn van toepassing, want de procedure is alleen wat de procedurevorm betreft vereenvoudigd. Niet wettelijk vertegenwoordigde partijen worden op dezelfde wijze bejegend als wettelijk vertegenwoordigde partijen. Zo kunnen voor kantonrechtbanken (Amtsgerichte) vorderingen mondeling worden ingediend ter griffie van de rechtbank. Zelfs wettelijk vertegenwoordigde personen zijn vrij om hun conclusies mondeling in te dienen in plaats van via hun raadsman.

Evenzo is de vraag of een partij al dan niet wettelijk vertegenwoordigd is, van geen invloed op de aard en de reikwijdte van de informatie- en adviesplicht van de rechtbank (Aufklärungs- und Hinweispflichten). Volgens de wet is de rechtbank verplicht de juridische en feitelijke aspecten van de procedure uiteen te zetten en voorlichting te geven.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De rechtbank is niet verplicht om bewijzen alleen op de gebruikelijke wijzen te verkrijgen. In tegenstelling tot het beginsel van rechtstreekse bewijsverkrijging (Unmittelbarkeit) – dat anders van toepassing is en dat betekent dat getuigen, deskundigen of de partijen zelf voor de rechtbank van eerste aanleg gehoord moeten worden in aanwezigheid van de partijen – kan de rechtbank in een vereenvoudigde procedure bijvoorbeeld getuigen, deskundigen of partijen gelasten vragen via de telefoon of schriftelijk te beantwoorden.

1.6 Schriftelijke procedure

Het is mogelijk een uitsluitend schriftelijke procedure te volgen. Een mondelinge procedure is echter verplicht indien een van de partijen daarom verzoekt.

1.7 Inhoud van het vonnis

De gerechtelijke beslissing is eenvoudiger gestructureerd dan bij gewone procedures. De reden hiervoor is dat in beginsel geen beroep mogelijk is tegen beslissingen over geschillen waarvan de waarde minder dan 600 EUR bedraagt.

Zo kan bijvoorbeeld de beschrijving van de feiten achterwege worden gelaten. Het is eveneens mogelijk de motivering van de beslissing weg te laten indien de partijen hiermee instemmen, of indien de motivering in wezen al in het proces-verbaal is weergegeven. Wegens de aan de internationale juridische betrekkingen ten grondslag liggende vereisten is motivering van de rechterlijke beslissing echter noodzakelijk indien de beslissing in het buitenland moet worden uitgevoerd (§ 313a, lid 4, ZPO).

Indien de rechtbank uitzonderlijkerwijs beslist dat hoger beroep mogelijk is, wordt de beslissing volgens de gewone regels gestructureerd.

1.8 Vergoeding van de kosten

Er zijn beperkingen wat betreft de kostenvergoeding. Hier zijn de gewone regels van toepassing.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

In beginsel kunnen rechterlijke beslissingen betreffende vorderingen tot 600 EUR niet worden betwist. Bij wijze van uitzondering is hoger beroep echter toegelaten wanneer het gerecht in eerste aanleg dit in zijn beslissing heeft bepaald omdat het geschil van principiële aard is of omdat een beslissing van het gerecht in hoger beroep noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het recht of om eenheid in de rechtspraak te verzekeren.

Indien hoger beroep niet is toegestaan, moet de procedure op verzoek van de in het ongelijk gestelde partij worden voortgezet bij het gerecht in eerste aanleg, wanneer dit gerecht het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden op een wijze die van invloed is geweest op de rechterlijke beslissing. Wordt dat verzoek niet door de rechtbank ingewilligd, kan de betrokken partij alleen nog het grondwettelijk hof (Bundesverfassungsgericht) om een grondwettigheidstoets (Verfassungsbeschwerde) verzoeken.

Laatste update: 06/05/2024

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.