Insolvency/bankruptcy

If a company or entrepreneur gets into financial distress, or cannot pay its debts, specific proceedings are available in every country to address the situation inclusively, involving all the creditors (parties who are owed money).

Insolvency proceedings differ according to their objectives:

Companies

  • If the company can be saved or the business is viable – its debts may be restructured (usually in agreement with creditors). This is to safeguard the firm and preserve jobs.
  • If the business cannot be saved, the company must be wound up (it 'goes bankrupt').

Entrepreneurs

  • Can usually apply for a procedure involving an ordered repayment plan for their debts and a debt-discharge following a reasonable period of time (3 years, usually). This ensures they are not personally bankrupted and can launch further ventures in future.

In all cases, as soon as the proceedings are formally opened, creditors can no longer take individual action to reclaim their debts. This is to ensure all creditors are on an equal footing and protect the debtor's assets.

To be paid, creditors must prove their claims, either to the court or to the body (generally an administrator or liquidator) responsible for reorganising or liquidating the debtor's assets. In specific circumstances, this can be done by the debtor themself.

Cross-border insolvency (EU rules)

Insolvency cases involving companies or entrepreneurs with activities, assets or affairs in several countries can be resolved under EU law – specifically Regulation 2015/848 (see here for a summary of how it works).

Forms referred to in Regulation 2015/848

National procedures

Please select the relevant country's flag to obtain detailed national information.

Related link

Insolvency registers

Last update: 08/07/2020

This page is maintained by the European Commission. The information on this page does not necessarily reflect the official position of the European Commission. The Commission accepts no responsibility or liability whatsoever with regard to any information or data contained or referred to in this document. Please refer to the legal notice with regard to copyright rules for European pages.

Insolventie - Bulgarije

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Bulgarije kent geen afzonderlijke wet waarin insolventieprocedures worden geregeld. De algemene bepalingen die van toepassing zijn op insolventie, zijn vastgelegd in het hoofdstuk Insolventie van de Handelswet. Insolventie van banken en verzekeringsmaatschappijen wordt geregeld in de bijzondere bepalingen van de Wet inzake insolventie van banken en de Verzekeringswet.

Insolventieprocedures worden geopend tegen ondernemers die insolvent zijn. Insolventieprocedures worden ook geopend tegen vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, naamloze vennootschappen en commanditaire vennootschappen met een overmatige schuldenlast.

Een insolventieprocedure kan ook worden geopend tegen een persoon die heimelijk handel drijft via een insolvente schuldenaar. Bij de inleiding van een insolventieprocedure tegen een handelsonderneming wordt gelijktijdige opening van een procedure tegen een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid verondersteld.

Insolventieprocedures worden ook geopend tegen eenmanszaken waarvan de eigenaar is overleden of wier inschrijving in het Handelsregister is doorgehaald, indien zij insolvent waren op het moment van overlijden of het moment van doorhaling. Insolventieprocedures worden eveneens geopend tegen vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid, ook als de vennoot is overleden of als zijn inschrijving in het Handelsregister is doorgehaald. Een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure moet binnen één jaar na de dag van overlijden van de schuldenaar of de dag van de doorhaling in het Handelsregister worden ingediend.

Insolventieprocedures worden ook geopend tegen insolvente vennootschappen in liquidatie. Insolventieprocedures tegen banken en verzekeringsmaatschappijen zijn geregeld in de in een afzonderlijke wet vastgelegde voorschriften en procedures.

Kwesties die verband houden met de insolventie van een ondernemer die een openbare onderneming is en een staatsmonopolie uitoefent of krachtens een bijzondere wet is opgericht, zijn geregeld in een afzonderlijke wet. Tegen een ondernemer die een openbare onderneming is die een staatsmonopolie uitoefent of krachtens een bijzondere wet is opgericht, kan geen insolventieprocedure worden geopend.

Het nationale recht voorziet niet in een insolventieprocedure tegen natuurlijke personen niet zijnde eigenaren van eenmanszaken.

Een Bulgaarse rechter kan een aanvullende insolventieprocedure openen tegen een ondernemer die insolvent is verklaard door een buitenlandse rechter, indien deze ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

De volgende randvoorwaarden voor het openen van een insolventieprocedure gelden voor alle ondernemers:

(1) De schuldenaar moet een ondernemer zijn.

Insolventieprocedures kunnen niet alleen worden geopend tegen ondernemers, maar ook tegen personen die heimelijk handel drijven via een insolvente schuldenaar, tegen een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid (ook als deze is overleden of als zijn inschrijving is doorgehaald) of tegen een eigenaar van een eenmanszaak die is overleden of wiens inschrijving is doorgehaald.

Ingevolge artikel 612 van de Handelswet kan geen insolventieprocedure worden geopend tegen een openbare onderneming die een staatsmonopolie uitoefent of krachtens een bijzondere wet is opgericht.

(2) De aanvraag moet door een van de in artikel 625 en artikel 742, lid 2, van de Handelswet genoemde personen worden ingediend, te weten: de schuldenaar, de vereffenaar of een schuldeiser van de schuldenaar in het geval van een zakelijke transactie, door het nationaal agentschap voor overheidsinkomsten (Natsionalna agentsiya za prihodite) in het geval van een publiekrechtelijke schuld aan de centrale overheid of gemeenten die voortvloeit uit de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar, of een schuld in de vorm van een kredietvordering van de overheid, of door het algemeen uitvoerend agentschap voor arbeidsinspectie (Izpalnitelna agentsiya Glavna inspektsiya po truda) ingeval de verbintenissen om salarissen of vergoedingen te betalen aan ten minste een derde van de werknemers, niet worden nagekomen en deze situatie langer dan twee maanden aanhoudt, of door een lid van het bestuursorgaan van een onderneming (in het geval van overmatige schuldenlast).

Wanneer een schuldenaar insolvent wordt of een overmatige schuldenlast heeft opgelopen, is hij verplicht om binnen dertig dagen een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure in te dienen. In het geval van een eenmanszaak kan de aanvraag door de eigenaar van de eenmanszaak of diens opvolger worden ingediend. Indien de schuldenaar een vennootschap is, wordt de aanvraag ingediend door het bestuursorgaan, een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid, een vertegenwoordiger van de vennootschap of een door de rechtbank aangewezen vereffenaar. In deze gevallen worden de volgende zaken bij de aanvraag gevoegd:

  • een exemplaar van de meest recente door een registeraccountant gecertificeerde jaarrekening en balans per de datum van de aanvraag, indien de ondernemer wettelijk verplicht is een jaarrekening en balans op te maken;
  • een inventaris en beschrijving van de activa en passiva per de datum van de aanvraag;
  • een lijst van schuldeisers, waarin ook hun adressen, het soort en het bedrag van hun vorderingen, en het onderpand voor hun vorderingen zijn opgenomen;
  • een overzicht van het persoonlijk en huwelijksvermogen van eigenaren van eenmanszaken en vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid;
  • bewijs dat het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten op de hoogte is gesteld van de opening van de insolventieprocedure;
  • een expliciete volmacht, indien de aanvraag door een gevolmachtigde wordt ingediend.

In gevallen waarin de aanvraag door een schuldeiser of het algemeen uitvoerend agentschap voor arbeidsinspectie wordt ingediend, worden alle beschikbare bewijsstukken ter staving van de vordering van de schuldeiser en de beweerdelijke insolventie van de schuldenaar bij de aanvraag gevoegd. De schuldeiser moet ook een ontvangstbewijs van zegelrecht verstrekken, evenals bewijs dat het nationaal agentschap voor overheidsinkomsten van het indienen van het inleiden van insolventieprocedure op de hoogte is gesteld.

(3) Voorwaarden voor uitvoerbaarheid:

  • een geldelijke verplichting van de schuldenaar in verband met of voortvloeiend uit een handelstransactie, waaronder begrepen de geldigheid, uitvoering, niet-uitvoering, beëindiging, annulering en vernietiging van die transactie of de gevolgen van die beëindiging;
  • een publiekrechtelijke schuld aan de centrale overheid en gemeenten die voortvloeit uit de handelsactiviteiten van de schuldenaar; of
  • een schuld die voortvloeit uit een kredietvordering van de overheid; of
  • niet-nakoming gedurende meer dan twee maanden van een verbintenis om salarissen of vergoedingen te betalen aan ten minste een derde van de werknemers.

"Handelstransactie" houdt in een transactie die door een ondernemer wordt verricht in de uitoefening van diens beroep, met inbegrip van transacties die uitdrukkelijk worden genoemd in artikel 1, lid 1, van de Handelswet (aankoop van goederen of andere artikelen voor wederverkoop in oorspronkelijke, verwerkte of afgewerkte vorm; verkoop van eigen vervaardigde goederen; aankoop van effecten voor wederverkoop; commerciële bemiddeling en courtage; transacties inzake commissie, expeditie en transport; verzekeringstransacties; bank- en deviezentransacties; wisselbrieven, promesses en cheques; opslagtransacties; licentietransacties; toezicht op goederen; intellectueel-eigendomtransacties; hoteldiensten, diensten op het gebied van toerisme, reclame, informatie, podiumkunsten en de amusementsbranche en overige diensten; aankoop, bouw of inrichting van vastgoed met het oog op verkoop en verhuur), ongeacht de hoedanigheid van de personen die deze transacties uitvoeren. In geval van twijfel wordt een ondernemer geacht een transactie te hebben verricht in de uitoefening van zijn beroep.

De verschillende soorten publiekrechtelijke vorderingen van de centrale overheid en gemeenten staan beschreven in artikel 162, lid 2, van het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures en omvatten:

  • belastingen, waaronder accijnzen en douanerechten, verplichte socialeverzekeringsbijdragen en andere aan de staatsbegroting verschuldigde bijdragen;
  • overige verschuldigde bedragen waarvan de grondslag en de omvang bij wet zijn vastgelegd;
  • zegelrecht en bij wet vastgelegde gemeenteheffingen;
  • socialeverzekeringsuitgaven die geschieden op een wijze die niet overeenstemt met de wettelijke voorschriften;
  • het geldelijke equivalent van aan de overheid verbeurde eigendommen, boetes en dwangsommen, alsmede door de overheid in beslag genomen en verbeurd verklaarde contanten;
  • schulden die voortvloeien uit aan de centrale overheid of gemeenten toegekende bedragen in gerechtelijke vonnissen, arresten en uitspraken die in kracht van gewijsde zijn gegaan, en uit besluiten van de Europese Commissie inzake de terugbetaling van onrechtmatig uitgekeerde overheidssubsidie;
  • schulden die voortvloeien uit dwangsombevelen;
  • onverschuldigd betaalde of te veel betaalde bedragen en onrechtmatig ontvangen of uitbetaalde bedragen in het kader van projecten medegefinancierd door financiële instrumenten van vóór de toetreding, operationele programma's, structuurfondsen en het Cohesiefonds van de Europese Unie, de Europese landbouwfondsen, het Europees Visserijfonds, de Schengenfaciliteit en de overgangsfaciliteit, met inbegrip van de bijbehorende nationale medefinanciering, terug te vorderen op grond van een aangenomen bestuursrechtelijk besluit, en andere boetes en dwangsommen waarin het nationaal recht en het recht van de Unie voorziet;
  • de over de bovengenoemde vorderingen verschuldigde rente.

Onder publieke vorderingen vallen vorderingen die moeten worden betaald aan de begroting van de Europese Unie ingevolge besluiten van de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie, het Europese Hof van Justitie en de Europese Centrale Bank, waarmee geldelijke verplichtingen worden opgelegd die op grond van artikel 256 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap executoriale titel vormen alsmede de vorderingen van lidstaten van de Europese Unie die uitvoerbaar zijn op grond van definitieve besluiten inzake beslag of verbeuring van liquide middelen of het equivalent in liquide middelen van in beslag genomen of verbeurde eigendommen alsmede besluiten inzake de toepassing van financiële sancties die zijn opgelegd in andere lidstaten van de Europese Unie, indien deze erkend en uitvoerbaar zijn in Bulgarije.

Ongeacht de vraag of de vordering voortvloeit uit een handelstransactie of ingevolge publiekrecht, moet worden vastgesteld dat deze geldig is en bestaat per de datum van de uitspraak van de rechter over de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure.

(4) Insolventieprocedures worden geopend tegen ondernemers die insolvent zijn. Daarnaast worden insolventieprocedures geopend tegen een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (дружество с ограничена отговорност), naamloze vennootschap (акционерно дружество) of commanditaire vennootschap (командитно дружество с акции) met een overmatige schuldenlast. Insolventie en een overmatige schuldenlast zijn objectieve feitelijke omstandigheden, waarvan wettelijke definities zijn opgenomen in de Handelswet.

Een ondernemer is insolvent indien hij niet in staat is tot het betalen van:

  • een geldelijke verplichting die opeisbaar is geworden en is ontstaan uit of in verband met een handelstransactie, waaronder begrepen de geldigheid, uitvoering, niet-uitvoering, beëindiging, annulering en vernietiging van die transactie of de gevolgen van die beëindiging;
  • een publiekrechtelijke schuld aan de centrale overheid en gemeenten die is ontstaan in verband met de handelsactiviteiten van de ondernemer;
  • een verplichting in de vorm van kredietvorderingen van de overheid;
  • salarissen of vergoedingen aan ten minste een derde van de werknemers, en deze situatie langer dan twee maanden aanhoudt.

Een ondernemer wordt geacht niet in staat te zijn een opeisbaar geworden schuld te voldoen, zoals bedoeld in het eerste geval hierboven, indien hij in de drie jaar voorafgaand aan een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure verzuimd heeft zijn jaarrekeningen te overleggen voor publicatie in het Handelsregister.

Een schuldenaar wordt insolvent geacht indien hij betalingen heeft opgeschort, ook als hij zijn schulden aan bepaalde schuldeisers volledig of gedeeltelijk heeft voldaan. Insolventie wordt eveneens verondersteld indien, ingevolge een executieprocedure op grond van een definitieve uitspraak verkregen door de schuldeiser die de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure heeft ingediend, de schuld niet geheel of gedeeltelijk is voldaan binnen zes maanden nadat de schuldenaar een verzoek of oproep tot vrijwillige betaling heeft ontvangen.

Een vennootschap wordt geacht een overmatige schuldenlast te hebben indien zij over onvoldoende activa beschikt om haar verplichtingen te dekken.

(5) De schuldenaar ondervindt geen tijdelijke problemen, maar is objectief en permanent insolvent met een overmatige schuldenlast.

De bevoegde insolventierechter is de provinciale rechter met rechtsbevoegdheid in het gebied waarin de ondernemer zijn hoofdkantoor heeft ten tijde van de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure. Een door een schuldenaar of vereffenaar ingediende aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt door de rechter onverwijld in gesloten zitting behandeld en in het Handelsregister wordt een kennisgeving gepubliceerd. Een door een schuldeiser ingediende aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt uiterlijk 14 dagen na de dag van de aanvraag behandeld in gesloten zitting waar de schuldeiser en de aanvrager dienen te verschijnen, na een oproep door de rechter. De rechter zal een procedure die naar aanleiding van een door een schuldenaar of vereffenaar ingediende aanvraag voor insolventie is ingesteld, aanhouden indien er tegen de tijd dat hij een uitspraak doet over de aanvraag een insolventieaanvraag door een schuldeiser is ingediend. Tot het einde van de eerste zitting in de procedure ingesteld naar aanleiding van een door een schuldeiser ingediende aanvraag kunnen andere schuldeisers als partijen optreden, bezwaren indienen en schriftelijk bewijs overleggen. De rechter kent een zaaknummer toe aan de indiening op de dag waarop de aanvraag wordt ingediend en stelt een uiterste datum vast waarop hij een besluit over de aanvraag moet nemen. Die termijn mag niet langer zijn dan drie maanden.

Alvorens over de aanvraag te besluiten, kan de insolventierechter, op initiatief van de schuldeiser of ambtshalve, de volgende anticiperende en conservatoire maatregelen opleggen, indien nodig voor het behoud van de activa van de schuldenaar:

  • benoeming van een curator;
  • toestaan van een zekerheid in de vorm van derdenbeslag, uitwinning of andere conservatoire maatregelen;
  • aanhouden van een executieprocedure tegen eigendommen van de schuldenaar, behalve in het geval van een executieprocedure ingesteld ingevolge het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures;
  • toestaan van de bij wet voorziene maatregelen tot bescherming van de beschikbare activa van de schuldenaar;
  • verzegelen van gebouwen, uitrusting, transportvoertuigen enz. waarin persoonlijke eigendommen en bezittingen van de schuldenaar zijn opgeslagen, met uitzondering van woon- en andere ruimten die de schuldenaar nodig heeft om zijn bedrijf uit te oefenen of om aan bederf onderhevige goederen op te slaan.

Als de maatregelen door een schuldeiser worden verzocht, zal de rechter ze toestaan indien het verzoek van de schuldeiser wordt gestaafd door dwingend schriftelijk bewijs en/of indien ter hoogte van een door de rechter bepaald bedrag zekerheid wordt verstrekt om eventuele schade aan de schuldenaar te vergoeden ingeval vervolgens blijkt dat de schuldenaar niet insolvent is of geen overmatige schuldenlast heeft. De conservatoire maatregelen komen ten goede aan alle schuldeisers van de insolvente boedel en kunnen door de rechter worden opgeheven indien ze niet meer nodig zijn voor het behoud van de boedel en van de rechten van de schuldeisers.

De uitspraak wordt meegedeeld aan de partij waarop de maatregelen betrekking hebben en aan de partij die om de maatregelen heeft verzocht. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en er kan binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving beroep tegen worden aangetekend. Van een beroep gaat geen opschortende werking uit. Conservatoire maatregelen worden geacht te zijn opgeheven vanaf de dag waarop een uitspraak tot afwijzing van de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt ingeschreven. De conservatoire maatregelen zijn van kracht tot de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure.

Wanneer insolventie of een overmatige schuldenlast wordt geconstateerd, stelt de rechter de insolventie of overmatige schuldenlast vast door middel van de uitspraak genoemd in artikel 630, lid 1, van de Handelswet, bepaalt hij de aanvangsdatum ervan, opent hij de insolventieprocedure, wijst hij een voorlopige curator aan, staat hij een zekerheid toe door middel van derdenbeslag, uitwinning of andere conservatoire maatregelen, en stelt hij een datum vast voor de eerste vergadering van schuldeisers, te houden uiterlijk één maand na de dag van de uitspraak.

Wanneer het evident is dat voortzetting van de activiteiten de insolvente boedel zal schaden, kan de rechter, op initiatief van de schuldenaar of de curator, het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten of een schuldeiser, de schuldenaar insolvent verklaren middels de uitspraak beoogd in artikel 630, lid 2, van de Handelswet en hem gelasten zijn handelsactiviteiten te staken, hetzij vanaf de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure is gedaan of vanaf een latere datum vóór de uiterste termijn voor het voorstellen van een herstelplan. Bij een uitspraak tot opening van een insolventieprocedure tegen een exploitant van water- en rioolvoorzieningen mag de rechter deze niet gelasten zijn activiteiten te staken voor er een nieuwe exploitant van water- en rioolvoorzieningen in het gebied is aangewezen.

De uitspraak tot opening van een insolventieprocedure is voor alle partijen bindend.

Nadat de rechter een insolventieprocedure heeft ingesteld of anticiperende en conservatoire maatregelen heeft opgelegd, zet de schuldenaar zijn handelsactiviteiten voort onder toezicht van de curator en kan hij uitsluitend nieuwe contracten afsluiten met voorafgaande toestemming van de curator en op voorwaarde dat hij zich blijft houden aan de in de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure gelaste maatregelen. De rechter kan de schuldenaar het recht ontnemen om zijn eigendom te beheren en erover te beschikken en dat recht aan de curator overdragen, indien hij van mening is dat de handelingen van de schuldenaar schadelijk zijn voor de belangen van schuldeisers.

Door middel van de uitspraak voorzien in artikel 631 van de Handelswet zal de rechter de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure afwijzen indien hij vaststelt dat de problemen van de schuldenaar van tijdelijke aard zijn of dat deze over voldoende activa beschikt om zijn schulden te dekken zonder dat de belangen van schuldeisers worden geschaad.

Indien de beschikbare activa niet toereikend zijn om de initiële kosten van de insolventieprocedure te dekken en deze kosten niet vooraf zijn voldaan, zal de rechter ingevolge artikel 632, lid 1, van de Handelswet een uitspraak doen tot vaststelling van insolventie of een overmatige schuldenlast, de insolventieprocedure openen, een zekerheid toestaan door middel van derdenbeslag, uitwinning of andere conservatoire maatregelen, gelasten dat de vennootschap haar handelsactiviteiten staakt, de schuldenaar insolvent verklaren en de procedure aanhouden, zonder te gelasten dat de inschrijving van de ondernemer in het Handelsregister wordt doorgehaald. Een aangehouden procedure kan worden heropend middels een verzoekschrift van de schuldenaar of de schuldeiser binnen één jaar nadat de uitspraak in het Handelsregister is ingeschreven. De procedure kan worden heropend indien de verzoeker aantoont dat er voldoende activa beschikbaar zijn, of het bedrag stort dat nodig is, om de initiële kosten te dekken. Indien geen der partijen verzoekt om de procedure te heropenen, zal de rechter de procedure beëindigen en gelasten dat de inschrijving van de ondernemer in het Handelsregister wordt doorgehaald. Dezelfde regels gelden indien tijdens de procedure blijkt dat de beschikbare activa van de schuldenaar onvoldoende zijn om de kosten van de insolventieprocedure te dekken.

Uitspraken ingevolge de artikelen 630 en 632 van de Handelswet zijn vatbaar voor beroep binnen zeven dagen vanaf de inschrijving ervan in het Handelsregister. Een uitspraak waarin een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt afgewezen, is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen vanaf de dag waarop deze wordt meegedeeld conform de procedure beschreven in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Een uitspraak ingevolge artikel 630 is uitvoerbaar bij voorraad.

Een insolventieprocedure wordt geacht te zijn geopend vanaf de dag van de inschrijving van de uitspraak ingevolge artikel 630, lid 1, van de Handelswet. Wanneer de uitspraak tot het openen van een insolventieprocedure wordt vernietigd, worden het derdenbeslag en de uitwinning geacht te zijn opgeheven, wordt de schuldenaar in zijn rechten hersteld en worden de bevoegdheden van de curator beëindigd per de datum van inschrijving van de definitieve uitspraak in het Handelsregister.

De rechter keurt het herstelplan van de onderneming goed of af door middel van een specifieke uitspraak. Bij goedkeuring van het herstelplan beëindigt de rechter de insolventieprocedure en benoemt hij het toezichthoudend orgaan dat is voorgesteld in het plan of gekozen door de vergadering van schuldeisers. De uitspraak is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen na de dag van de inschrijving in het Handelsregister.

Door middel van de uitspraak voorzien in artikel 710 van de Handelswet verklaart de rechter de schuldenaar insolvent indien er binnen de geldende wettelijke periode geen herstelplan wordt voorgesteld of indien het voorgestelde plan niet wordt aangenomen of goedgekeurd. Dezelfde regel geldt in de gevallen voorzien in artikel 630, lid 2, artikel 632, lid 1 en artikel 709, lid 1, van de Handelswet (heropenen van de procedure in het geval van verzuim door de schuldenaar om aan zijn verplichtingen in het kader van het herstelplan te voldoen). Met dezelfde uitspraak verklaart de rechter de schuldenaar insolvent, gelast hij de insolvente onderneming haar handelsactiviteiten te staken, staat hij algemeen derdenbeslag en uitwinning ten aanzien van de eigendommen van de schuldenaar toe, beëindigt hij de bevoegdheden van de toezichthoudende organen van een schuldenaar die een rechtspersoon is, ontneemt hij de schuldenaar het recht de insolvente boedel te beheren en erover te beschikken, en gelast hij de omzetting in liquide middelen van de activa in de insolvente boedel en uitdeling van de opbrengst. De uitspraak waarin de insolventie wordt uitgesproken, geldt voor alle partijen en is aan inschrijving in het Handelsregister onderhevig. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en er kan binnen een periode van zeven dagen na de dag van de inschrijving beroep tegen worden aangetekend.

Vanaf het moment van inschrijving in het Handelsregister van de uitspraak waarin de insolventie wordt vastgesteld, worden de onroerende en roerende zaken van de schuldenaar en vorderingen van bonafide derden geacht in beslag te zijn genomen. Het algemeen beslag op de onroerende zaken en vaartuigen in eigendom van de schuldenaar wordt ingeschreven in de notariële registers of scheepsregisters op basis van de uitspraak waarin de schuldenaar insolvent wordt verklaard en die in het Handelsregister is ingeschreven. Alle geldelijke en niet-geldelijke verplichtingen van de schuldenaar worden jegens hem uitvoerbaar vanaf de dag van de uitspraak waarin de insolventie wordt vastgesteld. De marktwaarde in geld van niet-geldelijke vorderingen wordt bepaald op de dag van de uitspraak. Niet-geldelijke verplichtingen worden omgezet in geld op grond van hun marktwaarde op de dag van de uitspraak tot het openen van de insolventieprocedure.

Uitspraken van buitenlandse rechters waarin insolventie wordt vastgesteld, worden in Bulgarije erkend op grond van wederkerigheid indien ze zijn gedaan door een instantie van de Staat waar de schuldenaar zijn statutaire zetel heeft. Op verzoek van een schuldenaar, de door een buitenlandse rechter aangewezen curator of een schuldeiser kan de Bulgaarse rechter een aanvullende insolventieprocedure openen tegen een ondernemer die insolvent is verklaard door een buitenlandse rechter, indien deze ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit. In dat geval geldt de uitspraak uitsluitend voor de activa van de schuldenaar in Bulgarije.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Vanaf de dag van de uitspraak tot het openen van een insolventieprocedure vormen de eigendommen van de schuldenaar de insolvente boedel waaruit de vorderingen van alle schuldeisers voortvloeiend uit handelsschulden en niet-handelsschulden moeten worden voldaan.

Volgens het nationale recht omvat de insolvente boedel:

  • de activa in eigendom van de schuldenaar per de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  • de activa door de schuldenaar verkregen na de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  • tot de activa van een schuldenaar die eigenaar van een eenmanszaak is, behoren de helft van de persoonlijke eigendommen, rechten in persoonlijke eigendommen en kasdeposito's in bezit als huwelijksvermogen;
  • tot de activa van een schuldenaar die een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid is, behoren de helft van de persoonlijke eigendommen, rechten in persoonlijke eigendommen en kasdeposito's in bezit als huwelijksvermogen.

Door een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid niet betaalde aandelen of niet gestorte inbreng worden door de curator geïncasseerd om bij de insolvente boedel te worden gevoegd. Eventuele bijkomende recent geïncasseerde vorderingen van de schuldenaar, opbrengsten uit de verkoop van zijn activa en vorderingen waarvan schuldeisers afstand hebben gedaan, worden in de insolvente boedel opgenomen.

Indien de verkoopprijs van een onroerende zaak die als zekerheid is verstrekt hoger is dan de zekergestelde vordering, inclusief de opgebouwde rente, wordt het restbedrag opgenomen in de insolvente boedel. Deze regel geldt ook voor schuldeisers aan wie het recht is toegekend om een zekerheid aan te houden.

Indien de rechter een transactie in verband met de schuldeisers van de insolvente boedel nietig heeft verklaard, worden de door een derde verstrekte activa geretourneerd, en als die activa niet zijn opgenomen in de insolvente boedel of er geld verschuldigd is, zal de derde als schuldeiser deelnemen aan de procedure.

Indien de opbrengst van de te gelde gemaakte activa die zijn onderworpen aan conservatoire maatregelen opgelegd voor aanvang van de insolventieprocedure met het oog op zekerstelling van publiekrechtelijke schulden of waartegen executieprocedures voor de inning van publiekrechtelijke schulden lopen, groter is dan het bedrag van de vordering, inclusief de opgebouwde rente en de opgelopen invorderingskosten, dan stort de overheidsdeurwaarder het restbedrag op de bankrekening van de insolvente boedel. Indien de overheidsdeurwaarder de activa niet binnen zes maanden na aanvang van de insolventieprocedure te gelde maakt, gaan de activa over van de overheidsdeurwaarder op de curator en worden ze te gelde gemaakt in de insolventieprocedure. Indien een betaling ten gunste van een eiser wordt gedaan tussen de dag waarop een executieprocedure is aangehouden en de inschrijving van de opening van de insolventieprocedure, wordt het betaalde bedrag teruggestort in de insolvente boedel. Indien er stappen worden genomen om de zekerheid ten gunste van een zekerheidsgerechtigde schuldeiser te gelde te maken, wordt dat deel van de opbrengst dat hoger is dan het bedrag van de zekerheid bij de insolvente boedel gevoegd.

De volgende zaken behoren niet tot de insolvente boedel:

  • de activa van de schuldenaar en de vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid waarop geen beslag kan worden gelegd;
  • de financiële zekerheden bedoeld in artikel 22h en artikel 63a, lid 2, van de Wet inzake ondergrondse natuurlijke hulpbronnen;
  • de activa van exploitanten van water- en rioolvoorzieningen die nodig zijn voor hun primaire activiteiten, tot een nieuwe exploitant van water- en rioolvoorzieningen is aangewezen;
  • de bedragen gestort op de bankrekening bedoeld in artikel 60, lid 2, van de Wet inzake afvalbeheer.

Volgens het nationaal recht (artikelen 444 tot en met 447 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) kan executie niet zijn gericht tegen de volgende persoonlijke eigendommen van een schuldenaar die een natuurlijk persoon is:

  • zaken bestemd voor normaal gebruik door de schuldenaar en zijn gezin zoals vermeld in een door de Raad van Ministers aangenomen lijst;
  • de voedingsmiddelen die nodig zijn voor het levensonderhoud van de schuldenaar en zijn gezin gedurende een periode van een maand of, in het geval van landbouwproducenten, tot de nieuwe oogst of het equivalent daarvan in andere landbouwproducten;
  • de brandstof die nodig is voor drie maanden verwarming, koken en verlichting;
  • de machines, gereedschappen, apparaten en boeken die als wezenlijke persoonlijke eigendom worden beschouwd en die een freelance beroepsbeoefenaar of ambachtsman in staat stellen zijn beroep uit te oefenen;
  • de grond van een schuldenaar die landbouwproducent is, en in het bijzonder: tuinen en wijngaarden met een oppervlakte tot 0,5 ha of velden met een oppervlakte tot 3 ha, inclusief de nodige landbouwmachines, gereedschappen, kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en zaaigoed voor één jaar;
  • een span trekdieren, een koe en vijf stuks kleinvee, tien bijenkorven en pluimvee, inclusief het nodige voeder tot de nieuwe oogst of tot ze naar de weide worden gebracht om te grazen;
  • de woning van de schuldenaar, indien hij noch enig gezinslid die dezelfde leefruimte deelt, een andere woning bezit, ongeacht of de schuldenaar daarin woont. Indien de woning de huisvestingsbehoefte van de schuldenaar en zijn gezinsleden overtreft, als bepaald door een decreet van de Raad van Ministers, wordt het overtollige deel te koop gezet indien aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 39, lid 2, van de Eigendomswet is voldaan;
  • overige eigendommen waarop geen beslag kan worden gelegd en vorderingen die door andere wetgeving worden beschermd tegen executie.

Bovenstaande beperkingen gelden niet voor schuldenaren in verband met eigendom waarop recht van pand is gevestigd of dat met hypotheek is bezwaard, indien de eiser de schuldeiser uit hoofde van de zekerheid of hypotheek is. In verband met de grond en de woning van de schuldenaar gelden de beperkingen niet voor:

  • schuldenaren die onderhoudsuitkeringen verschuldigd zijn, vergoedingen die zijn toegekend in het kader van onrechtmatige daad en financiële tekorten die moeten worden aangezuiverd;
  • schuldenaren in andere, uitdrukkelijk bij wet bepaalde gevallen.

Waar de executie zich richt tegen het salaris van een schuldenaar of een andere voor werkzaamheden ontvangen beloning, of tegen een pensioen dat hoger is dan het minimumloon, kunnen de volgende inhoudingen worden toegepast:

  1. indien de maandelijkse vergoeding van de persoon die de genoemde kosten moet betalen, hoger is dan het minimumloon, maar niet meer bedraagt dan tweemaal het minimumloon: een derde indien deze persoon geen kinderen heeft en een kwart indien deze persoon kinderen heeft die daardoor worden onderhouden;
  2. indien de maandelijkse vergoeding van de persoon die de genoemde kosten moet betalen, hoger is dan tweemaal het minimumloon, maar niet meer bedraagt dan viermaal het minimumloon: de helft indien deze persoon geen kinderen heeft en een derde indien deze persoon kinderen heeft die daardoor worden onderhouden;
  3. indien de maandelijkse vergoeding van de persoon die de genoemde kosten moet betalen, hoger is dan viermaal het minimumloon: het bedrag dat tweemaal het minimumloon overstijgt indien deze persoon geen kinderen heeft en het bedrag dat tweeënhalf keer het minimumloon overstijgt indien deze persoon kinderen heeft die daardoor worden onderhouden.

In deze gevallen worden het maandsalaris of de maandelijkse beloning berekend na aftrek van belasting en verplichte socialezekerheidsbijdragen. Deze beperkingen gelden echter niet voor vorderingen voortvloeiend uit onderhoudsuitkeringen. In dat geval wordt het voor levensonderhoud toegekende bedrag volledig in mindering gebracht en worden de inhoudingen op het salaris of andere beloning voor werkzaamheden of een pensioen, in verband met andere verplichtingen van de persoon die gelast wordt achterstallige onderhoudsuitkeringen te betalen, in mindering gebracht op het restant van het totale inkomen. Executie gericht tegen onderhoudsvorderingen is niet toegestaan. Executie gericht tegen beurzen is alleen toegestaan in verband met vorderingen voortvloeiend uit onderhoudsuitkeringen.

Een eventuele afstandsverklaring, door een schuldenaar die een natuurlijk persoon is, van de aan zijn persoonlijke eigendom, salaris of andere beloning voor werk, of pensioen toegekende bescherming, is nietig.

In artikel 22h en artikel 63a, lid 2, van de Wet inzake ondergrondse natuurlijke hulpbronnen zijn de eisen vastgelegd voor de financiële zekerheden die de exploitant, vergunninghouder of concessiehouder moet verstrekken aan de minister voor Energiezaken alvorens werkzaamheden in het kader van de vergunning aan te vangen, te weten: een onherroepelijke bankgarantie afgegeven ten behoeve van de minister voor Energiezaken; een trustrekening bij een door de exploitant opgegeven en voor de minister voor Energiezaken aanvaardbare bank; een verzekeringspolis waarin de minister voor Energiezaken als begunstigde wordt genoemd; een documentair accreditief in het kader waarvan gelden uitsluitend mogen worden opgenomen ter uitvoering van de gespecificeerde werkzaamheden of een andere, in overleg met de minister voor Energiezaken vastgestelde wettelijke zekerheid.

In artikel 60, lid 2, van de Wet inzake afvalbeheer zijn de eisen voor de te verstrekken zekerheden ter dekking van toekomstige kosten voor de sluiting van stortplaatsen en nazorg als volgt vastgelegd: maandelijkse inhoudingen gestort in een trustrekening van de Regionale Milieu- en Waterinspectiedienst die verantwoordelijk is voor het gebied waar de stortplaats is gelegen; maandelijkse inhoudingen gestort op een voor dit doel bestemde rekening die geblokkeerd is tot alle maatregelen ten aanzien van de sluiting van de stortplaats en nazorg zijn voltooid en goedgekeurd, behoudens voor zover het gebruik van de gelden uitdrukkelijk is toegestaan; of een bankgarantie afgegeven ten gunste van de bevoegde Regionale Milieu- en Waterinspectiedienst die verantwoordelijk is voor het gebied waar de stortplaats is gelegen.

De laatste vergadering van schuldeisers neemt een besluit aan over de onverkoopbare persoonlijke eigendommen in de insolvente boedel en kan daarin bepalen dat persoonlijke eigendommen van verwaarloosbare waarde of vorderingen waarvan de inning onredelijke inspanningen zou vergen, aan de schuldenaar worden geretourneerd.

Nadat alle schulden volledig zijn betaald, wordt het restant van de insolvente boedel aan de schuldenaar geretourneerd.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

De schuldenaar en de curator in de insolventieprocedure zijn tot het volgende gerechtigd:

  • aantekenen van bezwaar tegen de balans en het rapport die door de vereffenaar zijn opgesteld wanneer er een procedure tegen een in liquidatie verkerende vennootschap is geopend. De rechter zal binnen 14 dagen uitspraak doen over het bezwaar met een besluit dat niet vatbaar is voor beroep;
  • verzoeken dat de rechter de schuldenaar insolvent verklaart en deze gelast zijn handelsactiviteiten te staken, hetzij vanaf de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure of vanaf een latere datum, echter vóór het vervallen van de uiterste termijn voor het voorstellen van een herstelplan, wanneer het evident is dat voortzetting van de activiteiten de insolvente boedel zou schaden;
  • de rechter verzoeken om in te stemmen met de bij wet voorziene conservatoire maatregelen tot bescherming van de beschikbare activa van de schuldenaar;
  • een herstelplan voorstellen;
  • de rechter verzoeken om een vergadering van schuldeisers te beleggen.

De handelingen van de schuldenaar en de curator worden vastgelegd in een openbaar register dat eventueel elektronisch wordt bijgehouden en dat beschikbaar is bij de griffie van de insolventierechter.

De schuldenaar, zijn vertegenwoordiger en de curator mogen rechtstreeks noch door middel van een plaatsvervanger of een andere verbonden partij deelnemen aan biedingen of als kopers deelnemen aan veilingen voor de verkoop van persoonlijke eigendommen of eigendomsrechten behorend tot de insolvente boedel. Wanneer een eigendomsrecht wordt verkregen door een bieder die hiervoor niet in aanmerking komt, is de verkoop nietig en wordt het door de koper betaalde geld aangehouden en gebruikt ter voldoening van de vorderingen van schuldeisers.

Nadat de rechter een insolventieprocedure heeft geopend of anticiperende en conservatoire maatregelen heeft opgelegd, zet de schuldenaar zijn bedrijfsactiviteiten voort onder toezicht van de curator en kan hij uitsluitend nieuwe contracten afsluiten met voorafgaande toestemming van de curator en op voorwaarde dat hij zich blijft houden aan de in de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure gelaste maatregelen.

De rechter kan de schuldenaar het recht ontnemen om zijn eigendom te beheren en erover te beschikken en dat recht aan de curator overdragen, indien hij van mening is dat de handelingen van de schuldenaar schadelijk zijn voor de belangen van schuldeisers.

Schuldenaar

Binnen dertig dagen nadat hij insolvent is geworden of een overmatige schuldenlast heeft opgelopen, moet een schuldenaar de rechter om toestemming vragen voor het openen van een insolventieprocedure. De aanvraag wordt ingediend door de schuldenaar, de erfgenaam van de schuldenaar, een bestuursorgaan, gevolmachtigde of vereffenaar van de commerciële onderneming, of door een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid. Wanneer de aanvraag wordt ingediend door een gevolmachtigde is er een expliciete volmacht nodig. In de aanvraag kan de schuldenaar een herstelplan voorstellen en een persoon aanwijzen die voldoet aan de eisen gesteld aan te benoemen curatoren, indien de rechter de opening van een insolventieprocedure gelast.

De schuldenaar kan, in persoon of door middel van een bevoegde vertegenwoordiger, alle noodzakelijke procedurele maatregelen in de insolventieprocedure nemen, evenals in procedures inzake vorderingen tot verkrijging van een verklaring van recht of tot nietigverklaring, met uitzondering van die maatregelen welke strikt onder de bevoegdheid van de curator vallen.

Onder bepaalde omstandigheden hebben de schuldenaar en zijn gezin recht op een onderhoudsuitkering. Het bedrag van die uitkering wordt bepaald door de rechter en behoort tot de onkosten van de insolventieprocedure.

Een schuldenaar kan aan de vergadering van schuldeisers deelnemen indien de schuldeisers dat nodig achten.

Op initiatief van de schuldenaar kan de rechter een besluit van de vergadering van schuldeisers vernietigen indien dat besluit onrechtmatig is of de belangen van een aantal van de schuldeisers ernstig schaadt.

De schuldenaar kan schriftelijk bezwaar aantekenen tegen een door de curator erkende of afgewezen vordering, met afschrift aan de curator, binnen zeven dagen na publicatie van de lijsten van toegelaten en afgewezen vorderingen in het Handelsregister. De schuldenaar kan een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet aanhangig maken binnen 14 dagen na de publicatie van de gerechtelijke beschikking waarin de lijst in het Handelsregister wordt goedgekeurd, indien de rechter het bezwaar van de schuldenaar tegen een door de curator goedgekeurde vordering afwijst of een vordering heeft opgenomen in de lijst van goedgekeurde vorderingen.

De schuldenaar kan de rechter verzoeken de benoemde curator uit zijn functie te ontheffen indien de curator zich niet van zijn taken kwijt of indien hij handelt op een wijze die de belangen van de schuldeiser of schuldenaar schaadt.

De schuldenaar kan de door de rechter uitgebrachte toekenningsbeslissing in de verkoop van persoonlijke eigendommen en eigendomsrechten in de insolvente boedel betwisten.

De schuldenaar kan bij de rechter een schriftelijk bezwaar indienen tegen de uitdelingsrekening en het bevel waarmee de rekening is goedgekeurd, betwisten.

De schuldenaar kan verzoeken dat de rechter, ten tijde van goedkeuring van het herstelplan door een specifieke uitspraak of op een later tijdstip, met het oog op het behoud van activa en ten behoeve van de uitvoering van het plan, activa aanwijst die de schuldenaar mag verkopen met voorafgaande toestemming van het toezichthoudend orgaan of, indien er geen toezichthoudend orgaan is, met voorafgaande toestemming van de rechter, of dat de rechter een of meerdere leden van het toezichthoudend orgaan vervangt.

Ingevolge artikel 740 van de Handelswet kan een schuldenaar in iedere fase van de procedure een akkoord treffen met alle schuldeisers met toegelaten vorderingen teneinde hun geldelijke vorderingen af te doen. In dit geval vertegenwoordigt de curator niet de schuldenaar als partij. Indien de schuldenaar zijn verplichtingen ingevolge het akkoord niet nakomt, kunnen schuldeisers wier vorderingen goed zijn voor ten minste 15 % van het totale bedrag aan vorderingen verzoeken om hervatting van de insolventieprocedure.

De schuldenaar kan om hervatting van de insolventieprocedure verzoeken binnen één jaar na de dag van de inschrijving in het Handelsregister van het besluit om de procedure aan te houden, waarbij hij heeft vastgesteld dat er voldoende activa beschikbaar zijn of het bedrag heeft gestort dat nodig is om de initiële proceskosten te dekken.

De schuldenaar kan de rechter vragen een aangehouden procedure binnen één jaar na de dag van het bevel om de procedure aan te houden te hervatten, indien gedurende die periode voor betwiste vorderingen gereserveerde bedragen vrijkomen of activa worden ontdekt die niet bekend waren tijdens de insolventieprocedure.

De schuldenaar kan de rechter verzoeken hem restitutio in integrum te verlenen ten aanzien van zijn voor herstel in aanmerking komende rechten, indien hij alle in de procedure toegelaten schulden volledig heeft voldaan, inclusief de rente en gemaakte onkosten. De schuldenaar wordt in zijn rechten hersteld zonder dat alle schulden zijn betaald indien de insolventie is veroorzaakt door ongunstige zakelijke en economische ontwikkelingen. Partners met onbeperkte aansprakelijkheid worden onder gelijke voorwaarden in hun rechten hersteld. De gerechtelijke uitspraak waarmee restitutio in integrum wordt verleend, is niet vatbaar voor beroep. De schuldenaar heeft zeven dagen om een besluit tot afwijzing van zijn verzoek aan te vechten. De definitieve uitspraak wordt in het door het Handelsregister bijgehouden zaakdossier van de insolvente ondernemer bijgeschreven.

De schuldenaar kan tegen het eindverslag van de curator dat deze vóór het einde van zijn benoeming opstelt, bezwaar aantekenen binnen zeven dagen vanaf de dag waarop het verslag aan de rechter wordt aangeboden. De rechter doet binnen 14 dagen uitspraak over het verslag en zijn uitspraak is niet vatbaar voor beroep.

De schuldenaar is gerechtigd tot het eventuele restant van de insolvente boedel na de volledige en definitieve afhandeling van zijn schulden.

Indien de door een schuldeiser ingediende aanvraag voor insolventie middels een definitieve uitspraak is afgewezen, heeft de schuldenaar – hetzij een natuurlijk persoon, hetzij een rechtspersoon – recht op een schadevergoeding indien de schuldeiser met opzet of grove nalatigheid heeft gehandeld. Schadevergoeding is verschuldigd voor alle als gevolg van de onrechtmatige daad geleden materiële en immateriële schade. Indien handelingen van de schuldenaar hebben bijgedragen aan de schade, wordt de schadevergoeding mogelijk verminderd. Indien de aanvraag voor toestemming tot het openen van een insolventieprocedure door meerdere schuldeisers is ingediend, zijn deze schuldeisers hoofdelijk aansprakelijk.

De schuldenaar dient uiterlijk 14 dagen na het openen van de insolventieprocedure het volgende aan de rechter en de curator te verstrekken:

  1. de noodzakelijke informatie over de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap en de eigendommen van de schuldenaar;
  2. een overzicht van de in de laatste zes maanden voor aanvang van de insolventieprocedure gedane betalingen in contanten of per bankoverschrijving van bedragen hoger dan 1200 BGN;
  3. een overzicht van de door de schuldenaar aan verbonden partijen gedane betalingen gedurende de laatste twaalf maanden voor aanvang van de insolventieprocedure;
  4. een notariële verklaring waarin alle persoonlijke eigendommen, eigendomsrechten en vorderingen vermeld staan, alsmede de namen en adressen van de desbetreffende schuldenaren.

De schuldenaar voorziet de rechter of de curator binnen zeven dagen na de dag van een schriftelijk verzoek daartoe, van informatie over zijn activa en bedrijfsactiviteiten, inclusief alle relevante documenten. De informatie dient actueel te zijn per de datum van het verzoek. Bij verzuim legt de rechter een boete op.

Uiterlijk één maand na de dag van het besluit tot aanhouden van de insolventieprocedure vanwege niet-betaling van de initiële kosten van de insolventieprocedure beëindigt de schuldenaar de arbeidsovereenkomsten van zijn werknemers en bedienden, stelt hij het bevoegde plaatselijke directoraat van het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten op de hoogte, geeft hij de voor socialeverzekeringsdoeleinden vereiste documenten af waaruit de werkervaring en duur van het dienstverband van genoemde werknemers en bedienden blijken, stelt hij een referentiedocument op waarin alle personen met gegarandeerde vorderingen staan vermeld in het kader van de Wet inzake gegarandeerde vorderingen werknemers en bedienden in geval van insolventie van de werkgever alsmede de verordeningen waarin de regels voor de implementatie ervan zijn vastgelegd, en overhandigt hij de bedrijfsadministratie aan het bevoegde plaatselijke kantoor van het Nationaal Verzekeringsinstituut.

De schuldenaar brengt aan het in het herstelplan genoemde toezichthoudend orgaan ten minste eenmaal per kwartaal verslag uit over zijn activiteiten en de maatregelen die zijn genomen om dat plan te implementeren en stelt dat orgaan op de hoogte van eventuele omstandigheden die een wezenlijk effect op het herstel kunnen hebben.

De bestuursorganen van de schuldenaar kunnen slechts met voorafgaande toestemming van de toezichthoudende organen over de volgende zaken een besluit nemen:

  • herstructurering van de schuldenaar;
  • de sluiting of overdracht van ondernemingen of substantiële delen daarvan;
  • vastgoedtransacties anders dan routinematige handelingen en transacties in verband met het beheer van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar;
  • een substantiële wijziging van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar;
  • substantiële organisatorische wijzigingen;
  • het tot stand brengen of beëindigen van duurzame samenwerking die van wezenlijk belang is voor de tenuitvoerlegging van het herstelplan;
  • opening of sluiting van filialen.

Het door de rechter goedgekeurde herstelplan heeft een verplichtend karakter voor de schuldenaar, die de structurele veranderingen onverwijld dient te implementeren.

De schuldenaar onthoudt zich van de in de artikelen 645, 646 en 647 van de Handelswet vermelde handelingen en transacties binnen de termijnen en onder de voorwaarden die daarin zijn vermeld; blijft hij hierin in gebreke, dan kunnen deze handelingen en transacties ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel nietig worden verklaard.

Curator

Ingevolge de Bulgaarse wetgeving is een curator een natuurlijk persoon die:

  1. niet als meerderjarige is veroordeeld voor een vrijwillig begaan strafbaar feit, tenzij hiervoor volledige gerechtelijke rehabilitatie is verleend;
  2. niet is gehuwd met, en geen bloedverwant in rechte lijn, zijverwant tot de zesde graad of aanverwant tot de derde graad is van de schuldenaar of schuldeiser;
  3. geen schuldeiser in de insolventieprocedure is;
  4. geen insolvente schuldenaar is aan wie geen restitutio in integrum is verleend;
  5. geen betrekkingen met de schuldenaar of met de schuldeiser heeft die aanleiding kunnen geven tot redelijke twijfel aangaande zijn onpartijdigheid;
  6. een universitaire graad in de economische of rechtswetenschappen en ten minste drie jaar relevante beroepservaring heeft;
  7. met goed gevolg een competentietest heeft afgelegd conform de in een specifiek reglement vastgelegde regels en procedure en is opgenomen in een lijst van specialisten die voldoen aan de criteria voor benoeming als curator, goedgekeurd door de minister van Justitie en gepubliceerd in de Staatscourant;
  8. niet als curator uit zijn functie ontheven is op grond van plichtsverzuim of handelingen die de belangen van schuldeisers of de schuldenaar hebben geschaad; niet van het door de Centrale Bank aangehouden register is geschrapt of naar inzicht van het Fonds of op voorstel van de minister van Financiën uit zijn functie is ontheven vanwege plichtsverzuim of handelingen die schadelijk zijn voor de belangen van schuldeisers;
  9. geen onderwerp is geweest van de maatregelen voorzien in artikel 65, lid 2, punt 11, van de Bankenwet of artikel 103, lid 2, punt 16, van de Wet inzake kredietinstellingen.

De minister van Justitie haalt de inschrijving van een curator op de lijst door wanneer sprake blijkt van een schending van de aan het ambt van curator verbonden bevoegdheden en plichten, ongeacht of deze schending al dan niet is vastgesteld door de insolventierechter, en ziet erop toe dat de gewijzigde lijst in de Staatscourant wordt gepubliceerd.

De aan de curator toekomende bevoegdheden kunnen door verschillende personen worden uitgeoefend. In dat geval worden besluiten met eenparigheid van stemmen aangenomen en worden maatregelen gezamenlijk getroffen, tenzij de schuldeisers of, in het geval van een geschil tussen de partijen die de bevoegdheden van curator uitoefenen, de rechter, anders beslissen/beslist. Indien de aan de curator toekomende bevoegdheden worden uitgeoefend door verschillende personen die besluiten met eenparigheid van stemmen aannemen en gezamenlijk optreden, zijn deze personen hoofdelijk aansprakelijk.

De curator betaalt een jaarlijkse vergoeding in verband met nascholing. De inschrijving van een curator die verzuimt deze vereiste vergoeding tijdig te betalen, wordt doorgehaald. Uiterlijk drie dagen na de benoeming van een curator en vóór deze is bevestigd, sluit de curator een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af voor de gehele duur van de insolventieprocedure teneinde beschermd te zijn tegen vorderingen voor schade die voortvloeit uit schending van de verplichtingen van zijn ambt.

De minister van Justitie organiseert gezamenlijk met de minister van Economische Zaken jaarlijkse opleidingscursussen voor curatoren.

Volgens de Handelswet vallen curatoren in de volgende categorieën uiteen:

  • voorlopige curatoren benoemd in de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  • voorlopige curatoren benoemd bij wijze van conservatoire maatregel;
  • permanente curatoren, die gekozen kunnen worden door de vergadering van schuldeisers of, indien die vergadering het niet eens kan worden over een benoeming, door de rechter;
  • assistent-curatoren;
  • ambtshalve curatoren, die worden benoemd wanneer een permanente curator wordt ontslagen en diens functie vervullen tot er een nieuwe permanente curator is aangewezen.

De bevoegdheden van de voorlopige curator zijn gelijk aan die van de permanente curator. Daarnaast stelt de voorlopige curator binnen 14 dagen na de dag waarop de insolventieprocedure is ingesteld de volgende documenten op:

  • een overzicht van de schuldeisers op basis van de boekhouding van de schuldenaar, in welk overzicht het bedrag van hun vorderingen staat aangegeven alsmede welke schuldeisers aan de schuldenaar verbonden zijn of in de laatste drie jaar voor de opening van de insolventieprocedure aan de schuldenaar verbonden zijn geweest op basis van de in het Handelsregister en in de boekhouding van de schuldenaar beschikbare informatie;
  • een gewaarmerkte kopie van de boekhouding van de schuldenaar;
  • een schriftelijk verslag inzake de redenen voor de insolventie, de huidige activa van de schuldenaar, de genomen conservatoire maatregelen en de mogelijkheden voor herstructurering van de vennootschap.

De voorlopige curator woont de eerste vergadering van schuldeisers bij.

De insolventierechter benoemt de op de vergadering van schuldeisers gekozen curator, mits deze beantwoordt aan de genoemde eisen en hij zijn voorafgaande schriftelijke toestemming heeft verleend in de vorm van een notariële verklaring, en stelt de dag vast waarop de curator zijn taken op zich dient te nemen. Op het moment van zijn benoeming dient de curator een notariële verklaring in die blijk geeft van de aan- of afwezigheid van bepaalde juridische belemmeringen voor de uitoefening van de in de Handelswet beschreven verplichtingen van zijn ambt, zoals aandeelhouderschap in een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of vennootschap op aandelen, het gelijktijdig uitoefenen van de taken van vereffenaar en curator, en het bekleden van andere bezoldigde ambten. De curator stelt de insolventierechter onmiddellijk op de hoogte indien van een van deze omstandigheden sprake is. De curator aanvaardt zijn functie op de door de rechter vastgestelde dag. Indien hij verzuimt dit te doen, zal de rechter de benoemde curator binnen zeven dagen vervangen door een ander persoon, gekozen uit de door de eerste vergadering van schuldeisers voorgedragen personen. Indien er geen alternatieve personen waren voorgedragen, wordt een curator uit de relevante lijst benoemd en wordt er een nieuwe vergadering van schuldeisers belegd. Indien de vergadering van schuldeisers er niet in slaagt om overeenstemming te bereiken over de benoeming van een curator of een besluit te nemen over diens beloning, wordt de beloning voor de curator vastgesteld door de rechter.

In de volgende gevallen wordt de curator door de rechter uit zijn ambt ontheven:

  1. op schriftelijk verzoek van de curator;
  2. indien de curator juridisch handelingsonbekwaam wordt;
  3. indien de curator niet meer aan de wettelijk vastgelegde eisen voldoet;
  4. op verzoek van de schuldeisers die meer dan de helft van het totale bedrag aan vorderingen vertegenwoordigen;
  5. bij een door de vergadering van schuldeisers genomen besluit;
  6. in gevallen waarin de curator niet meer bij machte is zijn bevoegdheden uit te oefenen;
  7. in geval van overlijden.

De rechter kan, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, de commissie van schuldeisers of een schuldeiser, de curator te allen tijde uit zijn functie ontheffen, indien deze tekortschiet in het vervullen van zijn plichten of handelt op een wijze die de belangen van de schuldeiser of schuldenaar schaadt. Een op eigen verzoek ontslagen curator blijft zijn taken vervullen tot er een nieuwe curator is benoemd. Het bevel tot ontslag van de curator is uitvoerbaar bij voorraad en een daartegen aangetekend beroep heeft geen opschortende werking. Vernietiging van het ontslagbevel leidt niet tot herbenoeming van de als curator ontslagen partij in de insolventieprocedure. De rechter zal oproepen tot een vergadering van schuldeisers en deze opdragen een nieuwe curator voor te dragen. Totdat een vervanger is gekozen, worden de taken van curator uitgevoerd door een door de rechter aangewezen ambtshalve curator.

De curator verzoekt uiterlijk drie dagen nadat hij zijn functie heeft aanvaard dat de verzegelde eigendommen van de schuldenaar worden vrijgegeven en maakt een inventaris op van het onroerend goed en persoonlijk bezit, contant geld, waardevolle eigendommen, effecten, contracten, vorderingen enz. van de schuldenaar, waaronder ook persoonlijke eigendommen die in het bezit zijn van derden. De curator maakt de inventaris op, en stelt een aanvullende inventaris op indien op een later tijdstip andere activa worden aangetroffen. Vanaf het moment dat de inventaris wordt opgemaakt, is de curator verantwoordelijk voor de daarin beschreven activa, tenzij deze aan de schuldenaar of aan een derde in bewaring worden gegeven.

De curator is gerechtigd tot het volgende:

  1. vertegenwoordigen van de onderneming;
  2. beheren van de lopende zaken van de onderneming;
  3. toezien op de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar indien diens recht om bedrijfsactiviteiten uit te oefenen is beperkt;
  4. verkrijgen en bijhouden van de boekhouding en voeren van de bedrijfscorrespondentie van de onderneming;
  5. navraag doen naar en vaststellen van de activa van de schuldenaar;
  6. in bij wet bepaalde gevallen, verzoeken dat contracten waarbij de schuldenaar partij is worden beëindigd, opgezegd of vernietigd;
  7. deelnemen aan rechtsgedingen waarin de onderneming partij is en namens de onderneming zaken in rechte aanhangig maken;
  8. aan de schuldenaar verschuldigde gelden innen en de opbrengst op een bijzondere rekening storten;
  9. met toestemming van de rechter, beschikken over de banktegoeden van de schuldenaar, indien nodig voor het beheer en het behoud van de activa van de schuldenaar;
  10. navraag doen naar en vaststellen van de identiteit van de schuldeisers van de schuldenaar;
  11. krachtens gerechtelijke beschikking oproepen tot en beleggen van vergaderingen van schuldeisers;
  12. een herstelplan voorstellen;
  13. nemen van de noodzakelijke maatregelen om de eigendomsbelangen van de schuldenaar in andere vennootschappen te beëindigen;
  14. de insolvente boedel te gelde maken;
  15. nemen van andere, bij wet voorgeschreven en door de rechter gelaste maatregelen.

Alle overheidsorganen en -instellingen zijn verplicht de curator te helpen bij de vervulling van zijn plichten.

Met ingang van de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat, worden gelden ter voldoening van de vorderingen van de schuldenaar aanvaard door de curator.

De curator zorgt ervoor dat de lijsten van toegelaten en afgewezen vorderingen, samen met de jaarrekeningen van de schuldenaar worden gepubliceerd in het Handelsregister zodra deze definitief zijn, en stelt ze beschikbaar aan de schuldeisers en de schuldenaar bij de griffie van de rechtbank.

Om de omvang van de insolvente boedel te vergroten, zal de curator niet-gestorte aandelen en bijdragen van vennoten in vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid innen en mogelijk een vordering in verband met de insolventieprocedure instellen ingevolge de artikelen 645, 646 en 647 van de Handelswet en artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten, en in verband met die vordering overeenkomstige vorderingen tot nakoming aanhangig maken. Indien de vordering door een schuldeiser wordt ingesteld, benoemt de rechter de curator ambtshalve als medeëiser. De curator is verplicht aan een procedure deel te nemen die wordt ingesteld in verband met een zaak tot verkrijging van een verklaring van recht ingesteld door de schuldenaar of een schuldeiser ingevolge artikel 694 van de Handelswet.

De curator draagt zorg voor de verkoop van eigendomsrechten die deel uitmaken van de insolvente boedel na hiervoor toestemming te hebben gekregen van de rechter, stelt een schema op voor de uitdeling van de beschikbare bedragen onder de schuldeisers met vorderingen ingevolge artikel 722, lid 1, van de Handelswet, afhankelijk van rangorde, preferentie en zekerheden, draagt ervoor zorg dat het schema in het Handelsregister wordt ingeschreven en keert overeenkomstig het schema bedragen uit. Bij gerechtelijke beschikking stort de curator de bedragen die op het moment van de definitieve uitdeling zijn gereserveerd voor niet-geïnde of betwiste vorderingen bij een bank.

Als de schuldenaar met alle schuldeisers met toegelaten vorderingen tot een schikking komt, vertegenwoordigt de curator niet de schuldenaar als partij.

De curator dient de bevoegdheden van zijn ambt zorgvuldig en oordeelkundig uit te oefenen. Het is de curator niet toegestaan zijn bevoegdheden aan een derde te delegeren zonder de uitdrukkelijke toestemming van de rechter. Het is de curator noch in persoon noch via een verbonden partij toegestaan onderhandelingen te voeren namens de schuldenaar. Het is de curator op geen enkele wijze, noch rechtstreeks noch via een ander persoon, toegestaan om persoonlijke eigendommen of eigendomsrechten uit de insolvente boedel te verwerven. Deze beperking geldt ook voor de echtgenoot of echtgenote van de curator, zijn bloedverwanten in rechte lijn en zijn zijverwanten tot de zesde graad en aanverwanten tot de derde graad. Het is de curator niet toegestaan feiten, gegevens en informatie openbaar te maken waarvan hij in de uitoefening van de hem uit hoofde van zijn ambt toekomende bevoegdheden en plichten kennis heeft genomen.

Indien een curator zijn verplichtingen niet of niet naar behoren nakomt, kan de rechter de curator een boete ten bedrage van maximaal één maand beloning opleggen. De curator is een vergoeding verschuldigd ten bedrage van de wettelijke rente voor enige vertraging bij het overmaken van de door hem ontvangen bedragen naar een bank. De curator is een vergoeding aan de schuldenaar en schuldeisers verschuldigd voor enige bij de vervulling van zijn plichten op toerekenbare wijze veroorzaakte schade.

Indien de curator zijn activiteiten beëindigt, draagt hij de boekhouding, grootboeken en rekeningen, samen met eventuele in bewaring gegeven eigendommen, onmiddellijk over aan de nieuwe curator of een door de rechter aangewezen persoon, en, indien het herstelplan in overweging wordt genomen [door de vergadering van schuldeisers], aan de schuldenaar. De bevoegdheden van de curator eindigen bij de afsluiting van de insolventieprocedure. De curator draagt de boekhouding en het restant van de eigendommen van de schuldenaar over aan diens bestuursorgaan. De curator wordt in zijn rechten hersteld indien wordt besloten de insolventieprocedure te heropenen.

De rol van assistent-curator is geïntroduceerd in 2017. Een assistent-curator is een natuurlijk persoon die aan alle aan curatoren gestelde eisen voldoet, behalve de volgende: beschikken over relevante beroepservaring van ten minste twee jaar; zijn geslaagd voor een competentietest conform de in een specifiek reglement vastgelegde procedure; en zijn opgenomen in een door de minister van Justitie goedgekeurde en in de Staatscourant gepubliceerde lijst van specialisten die als curatoren kunnen worden benoemd. Assistent-curatoren mogen nimmer onderworpen zijn geweest aan de maatregelen voorzien in artikel 65, lid 2, punt 11, van de Bankenwet of artikel 103, lid 2, punt 16, van de Wet inzake kredietinstellingen.

Om als assistent-curator te kunnen worden benoemd, dienen kandidaten te zijn geslaagd voor een competentietest conform een in een reglement vastgestelde procedure. De minister van Justitie geeft opdracht om assistent-curatoren die aan de verplichte competentie-eisen voldoen, bij te schrijven op een speciaal daarvoor bestemde lijst.

Het is de assistent-curator toegestaan bepaalde maatregelen te nemen die onder de bevoegdheid van de curator vallen, mits dat geschiedt in opdracht van de curator en conform de geldende procedure (op grond van autorisatie met de uitdrukkelijke toestemming van de rechter). Het is de assistent-curator toegestaan bepaalde documenten te ondertekenen die verband houden met de werkzaamheden van de curator, onder toevoeging van het woord "assistent-curator" aan zijn handtekening. De assistent-curator is samen met de curator hoofdelijk aansprakelijk voor bij de vervulling van zijn plichten op toerekenbare wijze veroorzaakte schade. De verhouding tussen een curator en een assistent-curator is geregeld in een overeenkomst. Bij afwezigheid van speciale regels zijn op de activiteiten van assistent-curatoren de regels geldend voor curatoren van toepassing.

De curator die bij uitspraak van een buitenlandse rechter is aangewezen, oefent de rechten uit die aan zijn ambt zijn verbonden in het land waar de insolventieprocedure is geopend, zolang zijn gedragingen niet in strijd zijn met de openbare orde in de Republiek Bulgarije. Op verzoek van de door een buitenlandse rechter aangewezen curator kan de Bulgaarse rechter een aanvullende insolventieprocedure openen tegen een ondernemer die insolvent is verklaard door een buitenlandse rechter indien deze ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit. Voor de goedkeuring van het herstelplan in de aanvullende insolventieprocedure is de toestemming van de curator in de hoofdzaak vereist. Een door de curator ingediende vordering tot nietigverklaring van een transactie in de hoofdinsolventieprocedure of de aanvullende insolventieprocedure wordt geacht te zijn ingediend in beide procedures.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

In een insolventieprocedure kan de vordering van een schuldeiser worden verrekend met de aansprakelijkheid van de schuldeiser jegens de schuldenaar, indien beide schulden reeds bestonden vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, deze wederzijds uitvoerbaar en van dezelfde soort waren, en de vordering van de schuldeiser opeisbaar was geworden. Indien de vordering van de schuldeiser opeisbaar wordt tijdens de insolventieprocedure of als gevolg van de uitspraak waarin de schuldenaar insolvent wordt verklaard, vooropgesteld dat beide schulden als gevolg van de uitspraak in dezelfde categorie in de rangorde vallen, kan de schuldeiser zijn schuld pas verrekenen nadat de schuld opeisbaar is geworden of de twee schulden dezelfde plaats in de rangorde hebben verkregen. De curator dient van de verklaring tot verrekening in kennis te worden gesteld.

Een verrekening kan ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel nietig worden verklaard indien de schuldeiser de vordering heeft verkregen en de schuld is aangegaan vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure en er ten tijde van de verkrijging van de vordering of het aangaan van de schuld van op de hoogte was dat de schuldenaar insolvent was of een overmatige schuldenlast had of dat er een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure was ingediend. Ongeacht het moment waarop de wederzijdse schulden zijn aangegaan, is een verrekening die door de schuldenaar is gerealiseerd na de verklaring van insolventie of overmatige schuldenlast maar niet eerder dan één jaar voor de dag waarop de aanvraag is ingediend, nietig ten opzichte van de schuldeisers van de insolvente boedel, behalve voor het deel van de schuld dat de schuldeiser zou ontvangen op het moment van uitdeling volgend op de tegeldemaking van de activa.

Een vordering tot nietigverklaring van een verrekening kan aanhangig worden gemaakt door de curator of, indien er geen vordering door de curator aanhangig wordt gemaakt, door iedere schuldeiser van de insolvente boedel, binnen een jaar na de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend of de dag van de uitspraak tot heropening van een aangehouden insolventieprocedure. Indien de schuld is verrekend na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, vangt de termijn voor het aanhangig maken van een vordering tot nietigverklaring aan op de dag van de verrekening.

De opening van de insolventieprocedure heeft een opschortende werking voor alle rechtszaken en arbitrageprocedures in verband met eigendoms-, burgerlijke en handelsgeschillen waarbij de schuldenaar partij is (behalve arbeidsgeschillen in verband met financiële vorderingen van de schuldenaar). Deze bepaling geldt niet indien de rechter ten tijde van de opening van de insolventieprocedure in een andere zaak waarin de schuldenaar verweerder is, heeft ingestemd met het behandelen van een door de schuldenaar ingediend bezwaar tegen een verrekening.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Uiterlijk één maand na de dag van de uitspraak tot het aanhouden van een insolventieprocedure op grond van niet-betaling van de initiële kosten van de insolventieprocedure (uitspraak krachtens artikel 632, lid 1, van de Handelswet) beëindigt de schuldenaar de arbeidsovereenkomsten van zijn medewerkers en werknemers, stelt hij het bevoegde plaatselijke directoraat van het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten op de hoogte, geeft hij de voor socialeverzekeringsdoeleinden vereiste documenten af waaruit de werkervaring en duur van het dienstverband van genoemde werknemers en bedienden blijken, stelt hij een referentiedocument op waarin alle personen met gegarandeerde vorderingen staan vermeld in het kader van de Wet inzake gegarandeerde vorderingen werknemers en bedienden in geval van insolventie van de werkgever en de bijbehorende uitvoeringsverordeningen, en overhandigt hij de bedrijfsadministratie aan het bevoegde plaatselijke kantoor van het Nationaal Verzekeringsinstituut.

De curator kan iedere overeenkomst waarbij de schuldenaar partij is, beëindigen op grond van gedeeltelijke of fundamentele niet-nakoming. De curator neemt daarbij een opzegtermijn in acht van 15 dagen en is verplicht te reageren op informatieverzoeken van de andere partij over de vraag of de overeenkomst wordt beëindigd of geldig blijft binnen die periode. Indien de curator niet op een dergelijk verzoek reageert, wordt de overeenkomst geacht te zijn beëindigd. Indien een overeenkomst wordt beëindigd, heeft de andere partij recht op schadevergoeding. Indien een overeenkomst in het kader waarvan de schuldenaar periodiek betalingen verricht, geldig blijft, ontstaat er voor de curator geen verplichting tot voldoening van een eventuele betalingsachterstand in dat kader die van vóór de uitspraak tot het openen van de insolventieprocedure dateert.

Met ingang van de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat, worden gelden ter voldoening van de vorderingen van de schuldenaar aanvaard door de curator. De voldoening van een vordering van een schuldenaar na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure maar vóór de dag waarop genoemde uitspraak wordt ingeschreven, is geldig indien de partij die de vordering voldeed er niet van op de hoogte was dat er een insolventieprocedure was geopend of, indien deze daar wel van op de hoogte was, dat het economisch voordeel waarmee de vordering was voldaan, deel uitmaakte van de insolvente boedel. Er wordt uitgegaan van goede trouw tot het tegendeel is bewezen.

Volgens artikel 646 van de Handelswet zijn de volgende zaken nietig ten aanzien van schuldeisers, indien zij in strijd met het reglement voor procesvordering zijn verricht na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure:

  • de voldoening van een schuld die is aangegaan vóór de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  • de vestiging van een zekerheid of hypotheek op een recht of een persoonlijk eigendom uit de insolvente boedel;
  • een transactie waarbij een recht of een actief uit de insolvente boedel betrokken is.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Alvorens een uitspraak te doen over de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure, kan de rechter op verzoek van een schuldeiser of ambtshalve en indien nodig tot behoud van de activa van de schuldenaar, gelasten dat de executieprocedure tegen de activa van de schuldenaar, met uitzondering van een executieprocedure ingesteld krachtens het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures, wordt aangehouden. Als de maatregelen door een schuldeiser worden verzocht, zal de rechter ze toestaan indien het verzoek van de schuldeiser wordt gestaafd door dwingend schriftelijk bewijs en/of indien ter hoogte van een door de rechter bepaald bedrag zekerheid wordt verstrekt om eventuele schade aan de schuldenaar te vergoeden ingeval vervolgens blijkt dat de schuldenaar niet insolvent is of geen overmatige schuldenlast heeft. De rechter kan de opgelegde conservatoire maatregel opheffen indien deze voor het behoud van de boedel niet langer nodig is.

De uitspraak wordt meegedeeld aan de partij waarop de maatregelen betrekking hebben en aan de partij die om de maatregelen heeft verzocht. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en er kan binnen een periode van zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving beroep tegen worden aangetekend. Van een beroep gaat geen opschortende werking uit. Conservatoire maatregelen worden geacht te zijn opgeheven vanaf de dag waarop een uitspraak strekkend tot afwijzing van de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt ingeschreven. De opgelegde conservatoire maatregel blijft van kracht tot de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure. Met ingang van deze dag wordt de werking ervan tenietgedaan door de werking van de uitspraak tot het openen van een insolventieprocedure.

Van de uitspraak tot het openen van een insolventieprocedure gaat een opschortende werking uit ten aanzien van de executieprocedure tegen de activa die deel uitmaken van de insolvente boedel, met uitzondering van de activa beoogd in artikel 193 van het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures. Indien een betaling ten gunste van een eiser wordt gedaan tussen de dag waarop een executieprocedure is aangehouden en de inschrijving van de opening van de insolventieprocedure, wordt het betaalde bedrag teruggestort in de insolvente boedel. Indien de belangen van de schuldeisers mogelijk worden bedreigd en er stappen worden genomen om de zekerheid ten gunste van een zekerheidsgerechtigde schuldeiser te gelde te maken, kan de rechter toestemming geven de procedure voort te zetten op voorwaarde dat het deel van de opbrengst dat hoger is dan het bedrag van de zekerheid aan de insolvente boedel wordt toegevoegd. Indien er een vordering wordt ingesteld en tot de insolventieprocedure wordt toegelaten, wordt een aangehouden procedure beëindigd. Derdenbeslagen en uitwinning die in de executieprocedure zijn opgelegd, zijn niet uitvoerbaar ten opzichte van de vorderingen van de schuldeisers van de insolvente boedel. Nadat de insolventieprocedure is geopend, kunnen ten aanzien van de eigendommen van de schuldenaar geen conservatoire maatregelen ingevolge het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures worden opgelegd.

De activa genoemd in artikel 193 van het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures zijn de activa die voorwerp zijn van reeds opgelegde conservatoire maatregelen in een executieprocedure voor de uitwinning van een publiekrechtelijke schuld die is aangevangen vóór de opening van de insolventieprocedure. De activa in kwestie worden door de overheidsdeurwaarder te gelde gemaakt conform de voorschriften en procedure vastgelegd in het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures. Indien de opbrengst van de tegeldemaking van de activa ontoereikend is om het volledige bedrag van de vordering, de opgebouwde rente en de in de publiekrechtelijke executieprocedure gemaakte kosten te dekken, wordt het nog te betalen deel van de vordering van de centrale overheid of gemeente in overeenstemming met de algemene voorschriften voldaan. Indien de opbrengst van de tegeldemaking van de activa hoger is dan het volledige bedrag van de vordering, de opgebouwde rente en de in de publiekrechtelijke executieprocedure gemaakte kosten, zal de overheidsdeurwaarder het restant van de opbrengst op de rekening van de insolvente boedel storten. Indien de overheidsdeurwaarder de activa niet binnen zes maanden na aanvang van de insolventieprocedure te gelde maakt, gaan de activa over van de overheidsdeurwaarder op de curator en worden ze te gelde gemaakt in de insolventieprocedure.

Als de insolventieprocedure eenmaal is geopend, kunnen er geen rechtsgedingen in verband met eigendomsgeschillen ingevolge burgerlijk of handelsrecht bij een rechter of scheidsgerecht aanhangig worden gemaakt anders dan in de volgende gevallen:

  • ter bescherming van de rechten van derden die eigenaar zijn van activa die deel uitmaken van de insolvente boedel;
  • arbeidsgeschillen;
  • financiële vorderingen die zijn zekergesteld door activa in eigendom van derden.

De volgende partijen kunnen een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet aanhangig maken met het oog op erkenning van een bestaande vordering die niet is toegelaten tot de insolventieprocedure of teneinde het bestaan van een toegelaten vordering te betwisten:

  • de schuldenaar, indien de rechter een bezwaar tegen een door de curator toegelaten vordering afwijst of die vordering in de lijst van toegelaten vorderingen opneemt;
  • een schuldeiser met een niet-toegelaten vordering, indien de rechter het bezwaar niet in overweging neemt of de vordering niet in de lijst van toegelaten vorderingen opneemt;
  • een schuldeiser, indien de rechter het bezwaar van die schuldeiser tegen de toelating van een vordering van een andere schuldeiser afwijst of een vordering van een andere schuldeiser in de lijst van toegelaten vorderingen opneemt.

De vordering tot nietigverklaring kan worden ingesteld binnen 14 dagen na de dag waarop de uitspraak over de goedkeuring van de lijst van toegelaten vorderingen in het Handelsregister werd gepubliceerd. De curator dient aan de procedure deel te nemen. De definitieve uitspraak is bindend voor de schuldenaar, de curator en alle schuldeisers in de insolventieprocedure.

De geldigheid van de verkoop van activa die deel uitmaken van de insolvente boedel teneinde deze te gelde te maken, kan middels een civiele procedure worden betwist indien het actief door een partij is verworven die niet gerechtigd was te bieden in de veiling of indien de verkoopprijs niet is voldaan. In het laatste geval kan de koper die procedure bestrijden door het verschuldigde bedrag te voldoen, inclusief de opgebouwde rente vanaf de dag waarop hij tot koper van het verkochte actief werd verklaard.

Indien een partij niet meer in bezit is van een eigendomsrecht na de verkoop van een actief teneinde dit te gelde te maken en de verwerving en inbezitneming van dat actief door de koper, rest die partij geen ander rechtsmiddel dan het aanhangig maken van een zaak in verband met eigendom.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

De opening van de insolventieprocedure heeft een opschortende werking voor alle rechtszaken en arbitrageprocedures in verband met eigendoms-, burgerlijke en handelsgeschillen waarbij de schuldenaar partij is, met uitzondering van arbeidsgeschillen in verband met financiële vorderingen van de schuldenaar. Deze bepaling geldt niet indien de rechter ten tijde van de opening van de insolventieprocedure in een andere zaak waarin de schuldenaar verweerder is, heeft ingestemd met het behandelen van een door de schuldenaar ingediend bezwaar tegen een verrekening. Een aangehouden procedure wordt heropend indien de vordering tot de insolventieprocedure wordt toegelaten, d.w.z. wordt opgenomen in de door de rechter goedgekeurde lijst van toegelaten vorderingen.

Een aangehouden procedure wordt hervat met de deelname van: 1) de curator en de schuldeiser, indien de vordering niet is opgenomen in de lijst van door de curator toegelaten vorderingen of in de lijst van door de rechter goedgekeurde vorderingen, of 2) de curator, de schuldeiser en de bezwaar makende partij, indien de vordering is opgenomen in de lijst van door de curator toegelaten vorderingen, maar de opneming ervan wordt betwist. In dit geval is de uitspraak bindend voor de schuldenaar, de curator en alle schuldeisers met vorderingen op de insolvente boedel.

Een hangende procedure tegen de schuldenaar in verband met financiële vorderingen die zijn zekergesteld door eigendommen van derden, kan niet worden aangehouden.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Een schuldeiser met een vordering jegens een schuldenaar in het kader van een handelstransactie kan een insolventie-aanvraag indienen of zich voegen bij de procedure die is ingesteld naar aanleiding van een door een andere schuldeiser ingediende insolventie-aanvraag. In de aanvraag kan de schuldenaar ook een herstelplan voorstellen en een persoon aanwijzen die voldoet aan de eisen gesteld aan curatoren en benoemd kan worden, indien de rechter de opening van een insolventieprocedure gelast. De schuldeiser kan de rechter vragen anticiperende en conservatoire maatregelen te nemen voordat deze uitspraak heeft gedaan over de insolventie-aanvraag, indien nodig tot behoud van de eigendommen van de schuldenaar.

Wanneer het evident is dat voortzetting van de activiteiten van de onderneming de insolvente boedel zal benadelen, kan de rechter, op initiatief van een schuldeiser, gelasten dat de activiteiten worden gestaakt, hetzij vanaf de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure is gedaan of vanaf een latere datum, maar vóór het verstrijken van de termijn voor het voorstellen van een herstelplan.

Indien de beschikbare activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de initiële kosten van de insolventieprocedure te dekken, stelt de rechter een bedrag vast dat binnen een bepaalde termijn door een schuldeiser moet worden vooruitbetaald teneinde de insolventieprocedure te openen. Indien de activa van de schuldenaar ontoereikend zijn of de initiële kosten niet zijn vooruitbetaald, kan de schuldeiser binnen één jaar vanaf de beschikking tot aanhouding van de procedure verzoeken de insolventieprocedure te heropenen.

Schuldeisers kunnen de in de insolventieprocedure gegeven gerechtelijke bevelen en uitspraken en de handelingen en besluiten van de bestuursorganen van de schuldenaar betwisten, mits aan de in de Handelswet beoogde randvoorwaarden is voldaan.

In een insolventieprocedure worden oproepingen en dagvaardingen aan schuldeisers die als partij optreden, in de procedure betekend op hun adres in Bulgarije. Indien een schuldeiser van adres is veranderd zonder de rechter hiervan op de hoogte te stellen, worden alle dagvaardingen en stukken aan het zaakdossier gehecht en geacht rechtsgeldig te zijn betekend. Indien een schuldeiser niet over een adres in Bulgarije beschikt en zijn hoofdkantoor in een ander land is gelegen, moet hij een postadres in Bulgarije opgeven. Indien er geen postadres in Bulgarije wordt opgegeven, wordt de dagvaarding in het Handelsregister gepubliceerd. Na aanvang van de insolventieprocedure worden de onbetwistbare handelingen van de rechter waarop ingevolge het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen inschrijving in het Handelsregister of kennisgeving aan de partijen van toepassing is, geacht aan de partijen te zijn meegedeeld door middel van inschrijving ervan ter griffie van de rechter. Indien de Handelswet voorziet in de betekening van dagvaardingen aan partijen door middel van in het Handelsregister gepubliceerde kennisgevingen, dient de betreffende uitnodiging, oproep of dagvaarding ten minste zeven dagen vóór de geplande datum van de bijeenkomst of zitting te zijn gepubliceerd.

De eerste vergadering van schuldeisers wordt bijgewoond door de schuldeisers op de lijst die door de voorlopige curator is opgesteld op grond van de boekhouding van de schuldenaar en uittreksels van deze boekhouding en die op de eerste vergadering wordt gepresenteerd. De schuldeisers wonen de vergadering persoonlijk bij of via een vertegenwoordiger met uitdrukkelijke volmacht om in de plaats van de schuldeiser op te treden. Indien de schuldeiser een natuurlijk persoon is, moet de ondertekening door de volmachtgever van de volmacht bij de notaris rechtsgeldig zijn gemaakt. Besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van de stemmen van de schuldeisers op de lijst, met uitzondering van de stemmen van schuldeisers die op dat moment gelieerd zijn aan de schuldenaar, schuldeisers die in de drie jaar voorafgaand aan de opening van de insolventieprocedure aan de schuldenaar gelieerd zijn geweest, en de schuldeisers die vorderingen van partijen hebben verkregen die in de drie jaar voorafgaand aan de opening van de insolventieprocedure aan de schuldenaar gelieerd zijn geweest. De eerste vergadering van schuldeisers:

  • neemt kennis van het door de voorlopige curator opgestelde verslag;
  • draagt een permanente curator voor en legt deze voordracht voor aan de rechter;
  • kiest een commissie van schuldeisers.

In de volgende gevallen wordt er geen vergadering van schuldeisers belegd:

  1. De schuldenaar heeft gedurende drie jaar voorafgaand aan de indiening van een insolventie-aanvraag nagelaten zijn jaarrekeningen te overleggen.
  2. De schuldenaar voldoet niet aan zijn verplichting medewerking te verlenen aan de curator en weigert zijn boekhouding over te dragen, of zijn boekhouding is bijgehouden op een wijze die kennelijk niet naar behoren is.

In dit geval vervult de door de rechter benoemde voorlopige curator zijn taken tot de vergadering van schuldeisers een permanente curator heeft aangewezen nadat de rechter de door de curator toegelaten vorderingen heeft goedgekeurd.

De vergadering van schuldeisers kan worden belegd op verzoek van de schuldenaar, de curator, de commissie van schuldeisers of schuldeisers die goed zijn voor een vijfde van het totale bedrag aan toegelaten vorderingen. De vergadering van schuldeisers wordt gehouden ongeacht het aantal schuldeisers dat daarbij aanwezig is en wordt voorgezeten door de rechter die de procedure leidt. Ten behoeve van het aannemen van besluiten beschikt elke schuldeiser over een aantal stemmen dat overeenkomt met het aandeel van zijn vordering in het totale bedrag van toegelaten vorderingen waarvoor de rechter stemrecht heeft verleend. Stemrechten kunnen ook worden verleend aan schuldeisers in hervatte rechtsgedingen of arbitrageprocedures tegen de schuldenaar in verband met eigendomsgeschillen ingevolge burgerlijk of handelsrecht, mits de vordering wordt geschraagd door steekhoudend schriftelijk bewijs; aan schuldeisers met niet-toegelaten vorderingen die een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet aanhangig hebben gemaakt; en aan schuldeisers met toegelaten vorderingen tegen wie een zaak tot betwisting van het bestaan van de vordering aanhangig is gemaakt ingevolge artikel 694 van de Handelswet. Er worden geen stemrechten toegekend aan schuldeisers met niet-zekergestelde vorderingen in verband met rente ontstaan van rechtswege of in het kader van een contract, die betaalbaar is na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure; aan schuldeisers met vorderingen in verband met leningen die door een vennoot of aandeelhouder aan de schuldenaar zijn verstrekt; en aan schuldeisers met vorderingen voortvloeiend uit schenkingen of tijdens de procedure door de schuldeiser gemaakte onkosten, behalve in het geval van vooraf betaalde onkosten, wanneer de activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de gemaakte onkosten te dekken. Besluiten worden met een gewone meerderheid aangenomen, tenzij anders bepaald in de Handelswet.

De vergadering van schuldeisers:

  • neemt kennis van het verslag van de activiteiten van de curator;
  • neemt kennis van het verslag van de commissie van schuldeisers;
  • kiest een curator indien er nog geen curator is gekozen;
  • neemt besluiten over het ontslag van de curator en diens vervanging;
  • bepaalt de huidige beloning, past de beloning aan en stelt de definitieve beloning van de curator vast;
  • kiest een commissie van schuldeisers indien er geen commissie is gekozen of wijzigt de samenstelling ervan;
  • stelt aan de rechter de aan de schuldenaar en zijn gezin toe te kennen onderhoudsuitkering voor;
  • bepaalt de wijze waarop de activa van de schuldenaar te gelde worden gemaakt, de methode en voorwaarden voor de taxatie van eigendommen, de keuze van taxateurs, en hun beloning.

Indien de vergadering van schuldeisers er niet in slaagt een besluit te nemen over de benoeming van een curator, wordt deze benoemd door de rechter, en indien zij er niet in slaagt een besluit te nemen over de wijze waarop de eigendommen van de schuldenaar te gelde worden gemaakt en de regels die daarvoor gelden, wordt dit besluit genomen door de curator. De rechter ontslaat de curator op verzoek van de schuldeisers die tezamen goed zijn voor meer dan de helft van het totale bedrag van alle vorderingen. De rechter kan, op verzoek van de schuldeiser, de curator te allen tijde uit zijn functie ontheffen, indien deze tekortschiet in het vervullen van de verplichtingen van zijn ambt of handelt op een wijze die de belangen van de schuldeiser of schuldenaar schaadt.

De vergadering van schuldeisers kan een besluit aannemen over de benoeming van een toezichthoudend orgaan dat bevoegd is gezag uit te oefenen over de activiteiten van de schuldenaar gedurende de periode waarin het herstelplan in werking is of gedurende een kortere periode, ook indien dit niet expliciet in het herstelplan wordt voorzien.

Met instemming van de vergadering van schuldeisers kan de rechter de curator toestaan om persoonlijke eigendommen van de schuldenaar te verkopen alvorens toestemming te geven voor de tegeldemaking van de insolvente boedel, indien de kosten van de opslag van dergelijke persoonlijke eigendommen tot de tegeldemaking van de boedel conform de algemene procedure hoger zijn dan de waarde ervan. Overige activa in de insolvente boedel kunnen met toestemming van de vergadering van schuldeisers worden verkocht, indien dat nodig is om de kosten van de insolventieprocedure te dekken en geen van de schuldeisers ermee heeft ingestemd de onkosten vooraf te betalen na hiertoe te zijn uitgenodigd.

Op verzoek van de curator en conform het door de vergadering van schuldeisers aangenomen besluit, geeft de insolventierechter toestemming voor de verkoop van de activa van de schuldenaar door middel van rechtstreekse onderhandeling of via een tussenpersoon, indien de persoonlijke eigendommen en eigendomsrechten, welke in hun geheel, als afzonderlijke delen of als losse artikelen en rechten te koop zijn aangeboden, niet zijn verkocht als gevolg van het ontbreken van kopers of de terugtrekking van een koper.

De besluiten van de vergadering van schuldeisers zijn bindend voor alle schuldeisers, ook voor hen die de vergadering niet hebben bijgewoond. Op initiatief van de schuldenaar kan de rechter een besluit van de vergadering van schuldeisers vernietigen indien dat besluit onrechtmatig is of de belangen van een aantal van de schuldeisers ernstig schaadt.

De vergadering van schuldeisers kan een commissie van schuldeisers kiezen die uit ten minste drie en niet meer dan negen leden bestaat. De commissie van schuldeisers moet bestaan uit leden die zowel de zekerheidsgerechtigde als de niet-zekerheidsgerechtigde schuldeisers vertegenwoordigen, met uitzondering van die schuldeisers bedoeld in artikel 616, lid 2, van de Handelswet (de schuldeisers wier vorderingen pas worden voldaan nadat de vorderingen van alle overige schuldeisers volledig zijn voldaan). De commissie van schuldeisers verleent hulp bij en ziet toe op de handelingen van de curator in verband met het beheer van de activa van de schuldenaar, voert controles uit op de handelsadministratie van de schuldenaar en beschikbare liquide middelen, geeft adviezen over de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar en over de beloning van de voorlopige en ambtshalve curator, over de genomen maatregelen ten aanzien van tegeldemaking van de boedel en over de aansprakelijkheid van de curator in overige gevallen. De leden van de commissie van schuldeisers hebben recht op beloning, voor rekening van de schuldeisers, waarvan het bedrag wordt bepaald op het moment dat zij worden gekozen.

Het is de curator niet toegestaan om op enigerlei wijze, rechtstreeks of via een ander persoon, persoonlijke eigendommen of eigendomsrechten uit de insolvente boedel te verwerven. Deze beperking geldt ook voor de echtgenoot of echtgenote van de curator, zijn bloedverwanten in rechte lijn en zijn zijverwanten tot de zesde graad en aanverwanten tot de derde graad.

Aangehouden rechtsgedingen en arbitrageprocedures in verband met eigendomsgeschillen ingevolge burgerlijk en handelsrecht waarbij de schuldenaar partij is, worden hervat en de procedure wordt voortgezet met de deelname van de curator en de schuldeiser, indien de vordering niet is opgenomen in de lijst van door de curator toegelaten vorderingen of in de lijst van door de rechter goedgekeurde vorderingen, of met de deelname van de curator, de schuldeiser en de bezwaar makende partij, indien de vordering is opgenomen in de lijst van door de curator toegelaten vorderingen maar de opneming ervan wordt betwist.

Op verzoek van de schuldeiser kan de insolventierechter de bij wet voorziene conservatoire maatregelen tot bescherming van de beschikbare activa van de schuldenaar toestaan.

De schuldeiser kan een schuld die hij bij de schuldenaar heeft, verrekenen mits aan de in artikel 645 van de Handelswet beschreven voorwaarden is voldaan. Om de omvang van de insolvente boedel te vergroten, kan de curator een rechtsgeding ingevolge de artikelen 645, 646 en 647 van de Handelswet en artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten aanhangig maken in verband met de insolventieprocedure, en rechtsgedingen tot nakoming aanhangig maken in verband met die vorderingen. Indien een vordering door een schuldeiser aanhangig is gemaakt, zal een tweede aanhangigmaking inzake dezelfde vordering niet worden toegestaan. De tweede schuldeiser kan de rechter echter verzoeken hem als medeëiser aan te wijzen voorafgaand aan de eerste zitting in de zaak.

De schuldeiser kan de curator verzoeken om inzage in het register en het verslag en om een speciaal verslag over zaken die van belang zijn en niet worden besproken in het verslag over de betreffende periode. De schuldeiser kan tegen het schriftelijke verslag van de curator in verband met diens ontslag bezwaar maken binnen zeven dagen vanaf de dag waarop het verslag wordt aangeboden.

Schuldeisers kunnen hun vorderingen schriftelijk aan de insolventierechter overleggen. Zij kunnen bij de rechter schriftelijk bezwaar maken tegen vorderingen, ongeacht of die door de curator zijn toegelaten, binnen zeven dagen na de dag waarop de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd en een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet aanhangig maken binnen 14 dagen na de dag waarop de gerechtelijke uitspraak tot goedkeuring van de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd.

Schuldeisers kunnen hun vorderingen schriftelijk aan de insolventierechter overleggen. Zij kunnen bij de rechter schriftelijk bezwaar maken tegen vorderingen, ongeacht of die door de curator zijn toegelaten, binnen zeven dagen na de dag waarop de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd en vervolgens een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht aanhangig maken om niet-toegelaten vorderingen geldig te maken of het bestaan van toegelaten vorderingen te betwisten binnen zeven dagen na de dag waarop de gerechtelijke uitspraak tot goedkeuring van de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd.

Door de schuldeisers die tezamen goed zijn voor ten minste een derde van de zekergestelde vorderingen en de schuldeisers die tezamen goed zijn voor ten minste een derde van de niet-zekergestelde vorderingen kan een herstelplan worden ingediend, met uitzondering van de volgende schuldeisers: zij die vorderingen hebben die zijn ontstaan uit wettelijke of contractuele rente op niet door zekerheid gedekte schulden, en die betaalbaar zijn geworden na de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure; schuldeisers met vorderingen uit hoofde van leningen die aan de schuldenaar door een zakelijk partner of aandeelhouder zijn verstrekt; schuldeisers met vorderingen uit hoofde van schenkingen en door de schuldeiser in de insolventieprocedure gemaakte onkosten, met uitzondering van vooraf betaalde onkosten, indien de eigendommen van de schuldenaar ontoereikend zijn om deze te dekken.

Een schuldeiser met een toegelaten vordering of een door de rechter erkend stemrecht kan een herstelplan voorstellen en hierover zijn stem uitbrengen (ook in absentia, middels een notariële verklaring voorzien van zijn handtekening) ten behoeve van de exploitanten van de insolvente onderneming van de schuldenaar. Schuldeisers, waaronder die met niet-toegelaten vorderingen waarvoor een rechtsgeding tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet bij de rechter aanhangig is gemaakt, kunnen bezwaar maken tegen het herstelplan binnen zeven dagen na de dag waarop het is goedgekeurd.

Indien de schuldenaar zijn verplichtingen ingevolge het plan niet nakomt, kunnen schuldeisers wier gezamenlijke vorderingen goed zijn voor ten minste 15 % van het totale bedrag aan vorderingen dat in het kader van het plan te gelde is gemaakt, verzoeken om heropening van de insolventieprocedure.

De schuldeiser kan schriftelijk bezwaar maken tegen het uitdelingsschema en vervolgens in beroep gaan tegen de uitspraak waarmee de rechter het schema heeft goedgekeurd.

Indien de schuldenaar een op grond van artikel 740 van de Handelswet met de schuldeisers aangegaan buitengerechtelijk akkoord niet nakomt, kunnen schuldeisers die tezamen goed zijn voor ten minste 15 % van het totale bedrag van alle vorderingen de rechter verzoeken de insolventieprocedure te heropenen.

De schuldenaar of een schuldeiser met een toegelaten vordering of een vordering die in een civiele procedure geldig is verklaard, kan verzoeken om heropening van een aangehouden insolventieprocedure binnen één jaar na de dag van het gerechtelijk bevel om de procedure aan te houden, indien er gedurende die periode voor betwiste vorderingen gereserveerde bedragen vrijkomen of activa worden ontdekt waarvan het bestaan tijdens de insolventieprocedure onbekend was.

Binnen één maand na de dag waarop het verzoek van de schuldenaar om restitutio in integrum in het Handelsregister wordt gepubliceerd, kan iedere schuldeiser met een toegelaten vordering of een vordering die in een civiele procedure geldig is verklaard, tegen dat verzoek bezwaar maken.

Op verzoek van een schuldeiser kan de Bulgaarse rechter een aanvullende insolventieprocedure instellen tegen een ondernemer die insolvent is verklaard door een buitenlandse rechter, indien deze ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit. Een schuldeiser die in de hoofdprocedure een gedeeltelijke betaling heeft ontvangen, neemt ook deel aan de uitdeling van eigendommen in de aanvullende procedure indien het aandeel dat hij zou ontvangen groter is dan het in de aanvullende procedure aan de overige schuldeisers uit te delen bedrag.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

De bevoegdheden van de curator zijn als volgt: vergaren van inlichtingen over en vaststellen van eigendommen die aan de schuldenaar toebehoren; deelnemen aan rechtsgedingen tegen de schuldenaar en het aanhangig maken van rechtsgedingen namens de schuldenaar; in bij wet bepaalde zaken verzoeken dat overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is, worden beëindigd, opgezegd of nietig verklaard; innen van aan de schuldenaar verschuldigde bedragen en deze storten op een bijzondere rekening; met toestemming van de rechter beschikken over de banktegoeden van de schuldenaar, indien nodig voor het beheer en het behoud van de activa van de schuldenaar; en tegeldemaking van de activa die deel uitmaken van de insolvente boedel.

De curator zal de persoonlijke eigendommen en de eigendomsrechten die deel uitmaken van de insolvente boedel in hun geheel, als afzonderlijke delen of als losse artikelen en rechten verkopen na hiertoe toestemming te hebben verkregen van de rechter en conform het door de vergadering van schuldeisers aangenomen besluit. Indien een dergelijk besluit niet is genomen, worden de wijze waarop en de procedure volgens welke de eigendommen te gelde worden gemaakt alsmede de regels voor de taxatie van de eigendommen door de gekozen taxateurs, bepaald door de curator.

De curator stelt een kennisgeving van verkoop op, waarin zijn opgenomen: gegevens over de schuldenaar, een beschrijving van de te verkopen eigendommen, de voorschriften en procedure voor de verkoop, de datum, het tijdstip en de plaats van verkoop, de uiterste termijn voor het doen van biedingen op de dag van verkoop en de taxatie van de te verkopen eigendommen. De curator plaatst de kennisgeving ten minste 14 dagen vóór de in de kennisgeving vermelde dag van verkoop goed zichtbaar op het gemeentehuis van de gemeente waar het hoofdkantoor van de onderneming van de schuldenaar is gevestigd alsmede op het hoofdkantoor van de schuldenaar. Daarnaast stelt de curator een protocol op waarin bovenstaande handelingen staan beschreven en draagt hij er zorg voor dat het protocol 14 dagen vóór de in de kennisgeving vermelde dag van verkoop in een bijzonder bulletin van het ministerie van Economische Zaken wordt gepubliceerd.

De verkoop vindt op de in de kennisgeving vermelde datum plaats op het kantoor van de curator of op het hoofdkantoor van de onderneming van de schuldenaar. Bieders die aan de verkoop willen deelnemen, dienen vooraf een waarborg ten bedrage van 10 % van de taxatiewaarde te voldoen. Elke bieder dient zijn bod in cijfers en woorden te vermelden en de bieding, samen met het bewijs van betaling van de waarborg, in een verzegelde enveloppe te overleggen. De biedingen worden op de dag van verkoop vóór het gestelde uiterste tijdstip aan de curator verstrekt en op volgorde van ontvangst in een speciaal hiervoor bestemd register ingeschreven. Bij het verstrijken van het gestelde uiterste tijdstip noemt de curator de ontvangen biedingen op in aanwezigheid van de aanwezige bieders en stelt hij een speciaal verslag van de procedure op. Biedingen van niet in aanmerking komende bieders of voor een bedrag onder de taxatiewaarde, zijn nietig. De eigendommen worden verkocht aan de hoogste bieder. Indien hetzelfde hoogste bod door meer dan een bieder is gedaan, wordt de koper bepaald aan de hand van een veiling, die door de curator onverwijld wordt gehouden ten overstaan van de aanwezige bieders. De winnende bieder wordt genoteerd in het door de curator opgestelde verslag, dat vervolgens door de curator en alle bieders wordt getekend. De koper dient de geboden prijs, na aftrek van de vooraf betaalde borgsom van 10 %, binnen zeven dagen na de dag van de verkoop te betalen. Indien de koper een schuldeiser met een toegelaten vordering of een zekerheidsgerechtigde schuldeiser is, stelt de curator een uitdelingsstaat op, waarop dat deel van de prijs staat vermeld dat door de koper moet worden betaald en dat wordt vastgehouden om de vorderingen van overige schuldeisers te voldoen en dat deel van de prijs dat wordt verrekend met de vordering van de schuldeiser. In dit geval is de koper gehouden om binnen zeven dagen na de dag waarop de uitdelingsstaat in werking treedt, de bedragen te voldoen die worden vastgehouden teneinde de vorderingen van overige schuldeisers te voldoen zoals voorzien in de uitdelingsstaat of, indien er geen andere schuldeisers zijn, dat deel van de prijs te voldoen dat het bedrag van zijn vordering overtreft. Als de prijs niet binnen zeven dagen wordt betaald, biedt de curator het eigendom aan aan de bieder die het op een na hoogste bod heeft gedaan, tenzij deze zijn waarborg heeft ingetrokken. Als die bieder daarmee instemt, verklaart de curator hem vervolgens tot koper. Indien nodig wordt dit proces door de curator herhaald tot het eigendom is aangeboden aan alle bieders die een bod hebben gedaan dat niet lager is dan de taxatiewaarde.

Als er geen bieders zijn, als er geen geldige biedingen zijn ontvangen of als de koper verzuimt te betalen, wordt er een nieuwe kennisgeving van verkoop gepubliceerd en een openbare veiling georganiseerd waarbij de openingsprijs gelijk is aan 80 % van de taxatiewaarde. De biedingen worden genoteerd in een biedingenlijst en de stap wordt door de curator vastgesteld en vermeld in de kennisgeving.

Indien de tot koper verklaarde partij het verschuldigde bedrag tijdig betaalt, brengt de rechter een gerechtelijke beschikking uit tot inbezitneming door de koper op de dag volgend op de dag van betaling. De overige bieders in de veiling en de schuldenaar kunnen tegen deze beschikking beroep aantekenen bij het hof van beroep. Indien de beschikking tot inbezitneming wordt vernietigd of de verkoop nietig wordt verklaard, wordt er, na publicatie van een nieuwe kennisgeving, een nieuwe veiling georganiseerd.

De curator stelt de koper in bezit van het eigendomsrecht op basis van een geldige beschikking tot inbezitneming en een bewijs van betaling van de vereiste vergoedingen voor de overdracht en feitelijke levering van het eigendom. Het risico van verlies van het eigendomsrecht wordt gedragen door de koper en de kosten voor het behoud van het eigendom tot de inbezitneming door de koper worden betaald uit de insolvente boedel.

Indien er een executieprocedure is ingesteld tegen een eigendomsrecht in gemeenschappelijk bezit in verband met een schuld van een aantal van de eigenaren, wordt er een beschrijving van het eigendomsrecht als geheel verstrekt maar wordt alleen het niet-lichamelijke, door de schuldenaar verschuldigde deel verkocht. Het eigendom kan in zijn geheel worden verkocht als de andere gemeenschappelijke eigenaren daar schriftelijke toestemming voor hebben gegeven.

In het geval van de verkoop van eigendommen die de schuldenaar heeft verpand of met hypotheek heeft bezwaard als zekerheid voor de schuld van een andere partij, of die hij verpand of bezwaard met hypotheek heeft verworven, stuurt de curator de zekerheidsgerechtigde schuldeiser een kennisgeving om deze van het tijdstip van de verkoop op de hoogte te brengen. Er wordt een afzonderlijke uitdelingsstaat opgesteld waarop de aan de zekerheidsgerechtigde schuldeiser uit te keren bedragen uit de verkoop van de eigendommen staan vermeld. De curator reserveert het volgens die uitdelingsstaat aan de zekerheidsgerechtigde schuldeiser betaalbare bedrag en draagt dit over na overlegging van een executoriale titel in verband met de schuld of een schriftelijke verklaring dat de vordering is toegelaten tot de insolventieprocedure. De curator reserveert het bedrag dat betaalbaar is aan een zekerheidsgerechtigde schuldeiser die een vordering heeft in verband met een door een pandrecht gedekte schuld na overlegging van een afschrift uit het register waaruit de registratie van het pandrecht blijkt en een door de schuldeiser getekende notariële verklaring waaruit het huidige bedrag van de zekergestelde lening blijkt.

Op verzoek van de curator en conform het door de vergadering van schuldeisers aangenomen besluit, geeft de insolventierechter toestemming voor de verkoop van de activa van de schuldenaar door middel van rechtstreekse onderhandeling of via een tussenpersoon, indien de persoonlijke eigendommen en eigendomsrechten, welke in hun geheel, als afzonderlijke delen of als losse artikelen en rechten te koop zijn aangeboden, niet zijn verkocht als gevolg van het ontbreken van kopers of de terugtrekking van een koper. De verkoopprijs mag niet lager zijn dan 80 % van de taxatiewaarde. Een aanbod tot het verkrijgen van door de schuldenaar gehouden aandelen in andere vennootschappen dient eerst aan de andere vennoten te worden gedaan. Indien het aanbod niet binnen één maand wordt aanvaard, worden de aandelen verkocht. In dit geval dient de prijs voor verwerving van de aandelen binnen zestig maanden na de dag waarop er een koper is geselecteerd te worden voldaan, en wordt er een overeenkomst gesloten nadat de prijs volledig is betaald.

Indien wooneenheden die in het bezit zijn van de schuldenaar worden verhuurd aan medewerkers en werknemers van de schuldenaar per de datum van het besluit van de vergadering van schuldeisers over de regels en procedure voor de tegeldemaking ervan, biedt de curator de wooneenheden eerst aan de medewerkers en werknemers of aan andere personen met vorderingen voortvloeiend uit een arbeidsrelatie met de schuldenaar te koop aan, behalve in het geval van aanhangige rechtsgedingen in verband met de onroerende goederen in kwestie. De curator stuurt elke persoon een schriftelijke uitnodiging, met daarin een beschrijving van het eigendom, de taxatiewaarde, de betalingstermijn (die niet korter mag zijn dan dertig dagen en niet langer dan zestig dagen) en de bankrekening waarop het geld moet worden overgemaakt. De partijen moeten binnen 14 dagen op de kennisgeving reageren en de curator laten weten of zij het eigendom binnen de beschreven termijn wensen te kopen tegen de in de taxatie genoemde prijs. Na voldoening van de prijs kunnen medewerkers en werknemers hun vorderingen in verband met achterstallige salarissen die de schuldenaar hun verschuldigd is, verrekenen. De verkoopovereenkomst wordt opgesteld in de vorm van een eigendomsakte die door de curator in de hoedanigheid van verkoper wordt getekend. De kosten in verband met de verkoop worden gedragen door de verkoper.

De curator eist dat een verpand persoonlijk eigendom gehouden door een schuldeiser of derde wordt overgedragen en verkoopt dit conform de in hoofdstuk 46 van de Handelswet vastgelegde procedure, tenzij de wet erin voorziet dat de schuldeiser de verkoop zonder rechterlijke tussenkomst mag organiseren.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

In een insolventieprocedure kunnen de volgende vorderingen worden ingediend:

  • vorderingen ten aanzien van door zekerheid of hypotheek gedekte schulden, of vorderingen ten aanzien van schulden waarop (derden)beslag is gelegd, geregistreerd conform de Wet inzake zekerheidsrechten;
  • vorderingen ten aanzien waarvan pandrecht wordt uitgeoefend;
  • in de insolventieprocedure gemaakte onkosten (bij de aanvraag te betalen zegelrecht en alle overige onkosten die worden gemaakt tot de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat; de beloning van de curator; de vorderingen van medewerkers en werknemers ingeval de onderneming van de schuldenaar haar handelsactiviteiten niet heeft gestaakt; de gemaakte kosten voor de vergroting, het beheer, de taxatie en de uitdeling van de insolvente boedel; en de onderhoudsuitkeringen ten gunste van de schuldenaar en zijn gezin);
  • vorderingen voortvloeiend uit arbeidsovereenkomsten die reeds bestonden voordat de insolventieprocedure werd geopend;
  • door de schuldenaar aan derden te betalen wettelijke vergoedingen;
  • publiekrechtelijke schulden aan de centrale overheid of gemeenten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, schulden uit hoofde van belastingen, douanerechten, vergoedingen en verplichte socialezekerheidsbijdragen, indien deze zijn ontstaan vóór de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend;
  • vorderingen die zijn ontstaan na de aanvang van de insolventie en die niet vóór de betreffende vervaldatum zijn voldaan;
  • overige niet-zekergestelde vorderingen die zijn ontstaan voordat de insolventieprocedure werd geopend;
  • wettelijke of contractuele rente op niet door zekerheid gedekte schulden die betaalbaar zijn geworden na de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend;
  • door een zakelijk partner of aandeelhouder aan de schuldenaar verstrekte leningen;
  • schenkingen;
  • de door de schuldeisers gemaakte onkosten in verband met de insolventieprocedure, met uitzondering van de onkosten ingevolge artikel 629b van de Handelswet (vooraf betaalde initiële proceskosten).

Schuldeisers met vorderingen die zijn ontstaan na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure worden betaald op de betreffende vervaldatum; indien geen betaling is ontvangen, worden hun vorderingen voldaan conform de procedure vastgelegd in artikel 722, lid 1, van de Handelswet.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Schuldeisers dienen hun vorderingen in bij de insolventierechter binnen één maand na de inschrijving van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in het Handelsregister, onder vermelding van de gronden voor en het bedrag van de vordering, preferentie en zekerheden alsmede een postadres, en vergezeld van schriftelijke bewijsstukken.

Uiterlijk zeven dagen na het verstrijken van de periode van één maand stelt de curator volgende zaken op:

  • een lijst van de ingediende vorderingen, op volgorde van ontvangst, met vermelding van de gronden voor en het bedrag van de vordering, preferentie en zekerheden alsmede de dag van indiening;
  • een lijst van de vorderingen die ambtshalve door de curator op de lijst worden ingeschreven, te weten: de vorderingen van medewerkers of werknemers uit hoofde van hun arbeidsrelatie met de schuldenaar en overheidsschulden die zijn vastgesteld en beschreven in een besluit dat in werking is getreden;
  • een lijst van de niet-toegelaten vorderingen die zijn ingediend.

Vorderingen die zijn ingediend nadat de periode van één maand na de inschrijving in het Handelsregister is verstreken, maar niet later dan twee maanden na de dag waarop deze is verstreken, worden aan de lijst van ingediende vorderingen toegevoegd en toegelaten conform de bij wet vastgelegde procedure. Nadat de tweede periode is verstreken mogen er geen vorderingen meer worden ingediend ten aanzien van schulden die zijn ontstaan tot de aanvang van de insolventieprocedure.

Bij heropening van een aangehouden insolventieprocedure gaat de periode waarbinnen vorderingen kunnen worden ingediend in vanaf de inschrijving van de uitspraak ingevolge artikel 632, lid 2, van de Handelswet (uitspraak tot hervatting van aangehouden insolventieprocedure).

Vorderingen in verband met een niet op de vervaldatum voldane schuld die na de aanvang van de insolventieprocedure en vóór de goedkeuring van een herstelplan is ontstaan, worden ingediend volgens dezelfde procedure en toegevoegd aan een aanvullende, door de curator opgestelde lijst.

De curator zorgt ervoor dat de lijsten met bekwame spoed worden gepubliceerd in het Handelsregister, en stelt ze aan de schuldeisers en de schuldenaar beschikbaar bij de griffie van het gerecht.

De schuldenaar, evenals elke schuldeiser, kan bij de rechter, met een kopie aan de curator, een schriftelijk bezwaar tegen een toegelaten of niet-toegelaten vordering indienen binnen zeven dagen na de dag waarop de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd. Een vordering die is bevestigd door een geldige uitspraak die is gedaan na de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, kan niet worden betwist.

Indien er geen bezwaren tegen de lijsten worden ontvangen, wordt de lijst van toegelaten en ingeschreven vorderingen onmiddellijk na het verstrijken van de periode van zeven dagen in een gesloten zitting ambtshalve goedgekeurd door de rechter. Indien er wel bezwaar tegen de lijsten is ingediend, zal de rechter dit bezwaar in een openbare zitting beoordelen, waarvoor hij de curator dagvaardt, evenals de schuldenaar, de schuldeiser die de betwiste toegelaten of niet-toegelaten vordering heeft en de schuldeiser die bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering. Indien mogelijk worden alle bezwaren in één zitting behandeld. Indien wordt geoordeeld dat een bezwaar gegrond is, keurt de rechter de lijst goed na de nodige aanpassingen te hebben aangebracht. Indien dit niet het geval is, wijst de rechter de bezwaren binnen 14 dagen na de dag van de zitting af. De gerechtelijke uitspraak inzake goedkeuring van de lijst wordt in het Handelsregister gepubliceerd en is niet vatbaar voor beroep.

Een schuldeiser die na de periode van één maand na de inschrijving van de uitspraak in het Handelsregister, maar niet later dan twee maanden vanaf de dag waarop die periode is verstreken, een vordering heeft ingediend, kan de toegelaten of niet-toegelaten vordering niet betwisten noch een schuldenregeling uit het restant van de insolvente boedel verlangen indien de boedeleigendommen te gelde zijn gemaakt.

Nadien ingediende vorderingen die conform de bij wet vastgelegde procedure zijn toegelaten, worden aan de door de rechter goedgekeurde lijst toegevoegd.

Een schuldeiser of schuldenaar die een afgewezen bezwaar tegen de door de curator opgestelde lijst heeft ingediend, of een schuldeiser met een vordering die van de lijst van toegelaten vorderingen is uitgesloten, of een schuldeiser of schuldenaar in verband met een vordering die aan de lijst van toegelaten vorderingen is toegevoegd nadat een bezwaar door de rechter is toegewezen, kan/kunnen binnen zeven dagen na de dag waarop de gerechtelijke uitspraak tot goedkeuring van de lijst van toegelaten vorderingen in het Handelsregister is gepubliceerd, een vordering ingevolge artikel 694 van de Handelswet indienen tot geldigverklaring van de niet-toegelaten vordering of nietigverklaring van een toegelaten vordering. De inwerkingtreding van de uitspraak is bindend voor de schuldenaar, de curator en alle schuldeisers in de insolventieprocedure.

In een insolventieprocedure is een toegelaten vordering een vordering die is opgenomen in de door de rechter goedgekeurde lijst van toegelaten vorderingen, met uitzondering van vorderingen die worden betwist door middel van een vordering tot nietigverklaring ingevolge artikel 694 van de Handelswet.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In het kader van de Handelswet is uitdeling geoorloofd wanneer de opbrengsten uit de tegeldemaking van de boedel daarvoor toereikend zijn.

De curator stelt een schema op voor de uitdeling van beschikbare bedragen onder de schuldeisers, rekening houdend met rangorden, preferentie en zekerheden. Het uitdelingsschema blijft voorlopig tot alle vorderingen volledig zijn voldaan of de gehele insolvente boedel, met uitzondering van onverkoopbare persoonlijke eigendommen, te gelde is gemaakt. Het uitdelingsschema wordt gedurende 14 dagen duidelijk zichtbaar getoond op een hiervoor bestemd mededelingenbord in het voor het publiek toegankelijke deel van het gerechtsgebouw. Het uitdelingsschema wordt in het Handelsregister gepubliceerd. De commissie van schuldeisers en schuldeisers afzonderlijk kunnen binnen de hierboven genoemde termijn bij de rechter een bezwaar tegen het uitdelingsschema indienen. De rechter keurt het uitdelingsschema goed na hierin, na verificatie, eventuele noodzakelijke aanpassingen te hebben aangebracht, hetzij ambtshalve, hetzij naar aanleiding van een verzoek waarin de rechtmatigheid van het schema wordt betwist. De uitspraak tot goedkeuring van het uitdelingsschema en de bezwaren die ertegen zijn ingediend, worden gepubliceerd in het Handelsregister, zodat de schuldeisers en de schuldenaar ervan op de hoogte worden gesteld. De uitspraak tot goedkeuring van het uitdelingsschema kan worden betwist door de curator, de commissie van schuldeisers of een schuldeiser, ongeacht de vraag of die schuldeiser een bezwaar heeft ingediend tegen de uitspraak waarmee de rechter het uitdelingsschema heeft nietig verklaard of aangepast. De uitdelingen in het kader van het door de rechter goedgekeurde schema worden verricht door de curator.

Voor het voldoen van vorderingen door middel van uitdelingen uit de te gelde gemaakte boedel wordt de volgende procedure gevolgd, conform artikel 722 van de Handelswet:

  1. vorderingen die door een pandrecht of hypotheek, derdenbeslag of bezitsontneming zijn zekergesteld en die zijn geregistreerd conform de Wet inzake zekerheidsrechten — uit de opbrengsten van de tegeldemaking van zekerheden;
  2. vorderingen ten aanzien waarvan pandrecht wordt uitgeoefend — uit de waarde van het actief waarop pandrecht rust;
  3. in de insolventieprocedure gemaakte onkosten (bij de aanvraag te betalen zegelrecht en alle overige onkosten die worden gemaakt tot de uitspraak tot opening van insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat; de beloning van de curator; de vorderingen van medewerkers en werknemers ingeval de onderneming van de schuldenaar haar handelsactiviteiten niet heeft gestaakt; de gemaakte kosten voor de vergroting, het beheer, de taxatie en de uitdeling van de insolvente boedel; en de onderhoudsuitkeringen ten behoeve van de schuldenaar en zijn gezin);
  4. vorderingen voortvloeiend uit arbeidsovereenkomsten die reeds bestonden voordat de insolventieprocedure werd geopend;
  5. door de schuldenaar aan derden te betalen wettelijke vergoedingen;
  6. publiekrechtelijke schulden aan de centrale overheid of gemeenten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, schulden uit hoofde van belastingen, douanerechten, vergoedingen en verplichte socialezekerheidsbijdragen, indien deze dateren van vóór de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend;
  7. vorderingen die zijn ontstaan nadat de insolventieprocedure werd geopend en die niet vóór de betreffende vervaldatum zijn voldaan;
  8. eventuele overige niet door onderpand gedekte vorderingen die dateren van vóór de insolventieprocedure;
  9. wettelijke of contractuele rente op niet door onderpand gedekte schulden die betaalbaar zijn geworden na de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend;
  10. door een zakelijk partner of aandeelhouder aan de schuldenaar verstrekte leningen;
  11. schenkingen;
  12. de door de schuldeisers gemaakte onkosten in verband met de insolventieprocedure, met uitzondering van de onkosten ingevolge artikel 629b van de Handelswet (vooraf betaalde initiële proceskosten).

Indien er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de in de punten 3 tot en met 12 genoemde vorderingen volledig te voldoen, wordt iedere categorie in de rangorde van de schuldeisers proportioneel uitbetaald. Indien de centrale overheid meerdere vorderingen uit dezelfde categorie heeft ingediend en deze zijn toegelaten, dan worden de bedragen in één betaling vanuit de uitdelingsrekening van activa overgemaakt en na ontvangst verdeeld door het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten conform het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures. Het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten stelt de insolventierechter en de curator onverwijld van de betaling op de hoogte.

Vorderingen die zijn ontstaan uit wettelijke of contractuele rente op niet door zekerheid gedekte schulden die opeisbaar zijn geworden na de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure, vorderingen in verband met schulden die zijn ontstaan uit leningen verstrekt aan de schuldenaar door een zakelijk partner of aandeelhouder, en vorderingen van schuldeisers die zijn ontstaan uit schenkingen en uit de door de schuldeiser in de insolventieprocedure gemaakte onkosten, met uitzondering van die kosten voorzien in artikel 629b van de Handelswet (vooraf betaalde initiële proceskosten), kunnen alleen worden voldaan nadat de vorderingen van alle overige schuldeisers volledig zijn voldaan. Een schuldeiser die een vordering heeft ingediend nadat er een uitdeling is verricht, wordt toegevoegd aan de lijst van schuldeisers met vorderingen die te voldoen zijn uit navolgende uitdelingen, zonder gerechtigd te zijn tot een groter deel van de te gelde gemaakte boedel in navolgende uitdelingen bij wijze van compensatie voor het niet ontvangen van een deel uit eerdere uitdelingen.

Zekerheidsgerechtigde schuldeisers behouden hun zekerheden in een insolventieprocedure. Hun vorderingen worden als eerste afgehandeld, waarbij die preferentie uitsluitend van toepassing is op de opbrengst van de gehouden zekerheid. Indien de verkoopprijs van het persoonlijk eigendom waarop recht van pand is gevestigd of dat met hypotheek is bezwaard, ontoereikend is om het bedrag van de schuld, inclusief opgebouwde rente, volledig te dekken, neemt de schuldeiser deel aan de uitdeling als niet-zekerheidsgerechtigde schuldeiser. Indien de verkoopprijs van een persoonlijk eigendom waarop recht van pand is gevestigd of dat met hypotheek is bezwaard, hoger is dan de door zekerheid gedekte schuld, inclusief de opgebouwde rente, wordt het restbedrag opgenomen in de insolvente boedel. Deze regel geldt ook voor de voldoening van vorderingen van schuldeisers met een pandrecht.

Een schuldeiser wiens vordering gedeeltelijk is voldaan in de hoofdprocedure waarin een ondernemer door een buitenlandse rechter insolvent is verklaard, neemt deel aan de uitdeling van eigendommen in de aanvullende procedure die bij een Bulgaarse rechter is ingesteld, indien de ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit en het aandeel dat de schuldeiser uit de uitdeling van eigendommen in de aanvullende procedure zou ontvangen, groter is dan dat van de overige schuldeisers in dezelfde procedure. De activa die resteren na uitdeling van eigendommen in de aanvullende procedure worden bij de activa in de hoofdprocedure gevoegd.

Een vordering die aan uitstel onderhevig is, wordt in de initiële uitdeling opgenomen als betwiste vordering en in de uitdelingsstaat wordt een voorziening gereserveerd voor de voldoening ervan. Deze vordering wordt van de laatste uitdeling uitgesloten indien de voorwaarde voor uitstel dan nog steeds geldig is. Een vordering evenwel die onderworpen is aan een peremptoire voorwaarde wordt in de uitdeling opgenomen als vordering die als onvoorwaardelijke vordering is afgehandeld.

In de uitdelingsstaat worden ook voorzieningen gereserveerd voor het bedrag van de vordering dat in een civiele procedure wordt betwist. Indien alleen de zekerheid of de preferentie wordt betwist, wordt de vordering voorlopig opgenomen in de uitdeling als niet-zekergestelde vordering tot geschillenbeslechting heeft plaatsgevonden, en wordt in de uitdelingsstaat een voorziening gelijk aan het bedrag dat de schuldeiser zou ontvangen voor een zekergestelde vordering gereserveerd. In het herstelplan of bij uitdeling van de te gelde gemaakte boedel moet een voorziening worden getroffen voor niet-toegelaten vorderingen die worden betwist door middel van een vordering tot nietigverklaring ingevolge artikel 694 van de Handelswet.

De bedragen die op het moment van de definitieve uitbetaling zijn gereserveerd voor niet-geïnde of betwiste vorderingen worden door de curator, bij gerechtelijke beslissing, op een bankrekening gestort. De schuldenaar kan het eventuele restant van de insolvente boedel ontvangen na de volledige en definitieve vereffening van zijn schulden.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

In de volgende gevallen zal de rechter beëindiging van de insolventieprocedure bevelen:

  • indien er binnen één jaar na de inschrijving van de uitspraak ingevolge artikel 632, lid 1, van de Handelswet (de uitspraak tot aanhouden van de insolventieprocedure als gevolg van het niet toereikend zijn van de beschikbare activa om de onkosten van de insolventieprocedure te dekken en niet-betaling van de in de procedure gemaakte initiële kosten) geen verzoek is gedaan de procedure te hervatten;
  • uitputting van de insolvente boedel;
  • voldoening van alle vorderingen;
  • goedkeuring van een herstelplan;
  • sluiting van een akkoord tussen de schuldenaar en alle schuldeisers met toegelaten vorderingen, indien dit akkoord voldoet aan toepasselijke wettelijke vereisten en er geen vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet is ingesteld in verband met een niet-bestaande toegelaten vordering.

In de eerste drie gevallen zal de insolventierechter bij de uitspraak tot beëindiging van de procedure bevelen dat de ondernemer wordt doorgehaald, tenzij alle vorderingen van schuldeisers zijn voldaan en niet te gelde gemaakte activa in de insolvente boedel blijven. De uitspraak is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen na de dag van de inschrijving in het Handelsregister.

Een insolventieprocedure wordt niet afgesloten indien de verplichtingen van de schuldenaar gedekt zijn door zekerheden van derden en de executieprocedure tegen de zekerheden nog loopt of wanneer de schuldenaar partij is bij een hangend rechtsgeding.

Ingevolge de nationale wetgeving maakt reorganisatie met het oog op herstructurering van de onderneming van de schuldenaar deel uit van de hoofdinsolventieprocedure.

Herstel van de onderneming is een afzonderlijke optionele fase in de insolventieprocedure. Voor het streven naar herstel is een speciaal schriftelijk verzoek aan de rechter vereist, waarin door een of meerdere van de volgende partijen een herstelplan wordt voorgesteld: de schuldenaar, de curator, de schuldeisers die goed zijn voor ten minste een derde van de zekergestelde vorderingen, de schuldeisers die goed zijn voor ten minste een derde van de niet-zekergestelde vorderingen, de vennoten of aandeelhouders die goed zijn voor ten minste een derde van het aandelenvermogen van de onderneming van de schuldenaar, een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid, of 20 % van het totale aantal werknemers en bedienden van de onderneming van de schuldenaar.

Een herstelplan kan (of herstelplannen kunnen) worden ingediend vanaf het moment van indiening van de aanvraag voor insolventie tot er één maand is verstreken vanaf de dag van inschrijving van de gerechtelijke uitspraak inzake goedkeuring van de lijst van toegelaten vorderingen in het Handelsregister. De kosten voor een herstelplan dat door de schuldenaar of de curator is ingediend, worden betaald uit de insolvente boedel; in alle andere gevallen worden ze gedekt door de partij die het plan heeft ingediend.

De inhoud van het herstelplan moet voldoen aan de in artikel 700, lid 1, van de Handelswet vastgelegde eisen en ingaan op zaken als: de mate waarin de in de door de rechter goedgekeurde lijsten opgenomen vorderingen per de datum waarop het plan is ingediend zullen worden voldaan; de wijze van en het tijdskader voor de voldoening van elke categorie vordering; de garanties voor de voldoening van betwiste niet-toegelaten vorderingen die per de datum waarop het plan is ingediend onderwerp zijn van een rechtsgeding; de voorwaarden waaronder vennoten in een vennootschap onder firma of een vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk van aansprakelijkheid worden ontheven; de mate waarin de vorderingen van iedere categorie schuldeisers zouden worden voldaan in vergelijking met de activa die zij zouden ontvangen in het kader van uitdeling conform de algemene bij wet vastgelegde procedure; de waarborgen die aan iedere categorie schuldeisers worden verstrekt in verband met de uitvoering van het plan; de beheerstechnische, organisatorische, juridische, financiële, technische en overige maatregelen die ter uitvoering van het plan moeten worden genomen; en de gevolgen van het plan voor de werknemers en bedienden van de onderneming van de schuldenaar. In het herstelplan kunnen daarnaast voorgestelde maatregelen of transacties worden beschreven die erop zijn gericht de levensvatbaarheid van de onderneming te herstellen, waaronder begrepen verkoop van de onderneming of een deel daarvan, de voorwaarden voor verkoop en de wijze waarop deze ten uitvoer wordt gelegd, conversie van schuld in eigen vermogen, novatie van verplichtingen of overige maatregelen en transacties (de mogelijkheid van verkoop van activa van exploitanten van water- en rioolvoorzieningen die benodigd zijn voor hun primaire activiteiten wordt in het plan expliciet uitgesloten tot er een nieuwe exploitant van water- en rioolvoorzieningen in het betreffende gebied is aangewezen), de benoeming van een toezichthoudend orgaan met bevoegdheid om gedurende de looptijd van het herstelplan of voor een kortere periode zeggenschap uit te oefenen over de activiteiten van de schuldenaar, uitstel van betaling, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van schulden, reorganisatie van de vennootschap of overige maatregelen en transacties.

Indien het plan voldoet aan de in artikel 700, lid 1, van de Handelswet vastgelegde vereisten, doet de rechter een uitspraak waarin hij toestaat dat het plan in overweging wordt genomen door de vergadering van schuldeisers en gelast hij de publicatie van een kennisgeving in het Handelsregister waarin de datum van de vergadering wordt vermeld. Indien nodig wordt er een kennisgeving verstuurd naar de partij die het voorstel heeft ingediend, met de instructie om geconstateerde tekortkomingen te verhelpen. Tegen deze uitspraak kan binnen zeven dagen beroep worden aangetekend.

Uitsluitend schuldeisers met toegelaten of geldig verklaarde vorderingen of schuldeisers aan wie door de rechter stemrecht is toegekend, mogen over het plan stemmen. De schuldeisers stemmen afzonderlijk in de bij wet vastgelegde aparte categorieën en kunnen hun stem uitbrengen zonder dat zij in de vergadering aanwezig zijn middels een notariële machtigingsbrief die door de betreffende schuldeiser is getekend. Het plan wordt door iedere categorie schuldeisers aangenomen bij gewone meerderheid van vorderingen in de betreffende categorie. Tegen het aangenomen plan kan binnen zeven dagen na de dag van de stemming bezwaar worden ingediend bij de insolventierechter. Ook schuldeisers die vorderingen tot nietigverklaring ingevolge artikel 694 van de Handelswet hebben ingesteld, kunnen bezwaar aantekenen. Het plan wordt verworpen indien meer dan de helft van de schuldeisers met toegelaten vorderingen, ongeacht de categorie van die vorderingen, tegen het plan heeft gestemd. In verband met de goedkeuring van het plan wordt een kennisgeving in het Handelsregister gepubliceerd.

De rechter keurt het plan goed indien het voldoet aan de vereisten van artikel 705, lid 1, van de Handelswet, d.w.z. indien: aan alle bij wet vastgestelde vereisten voor de goedkeuring ervan door de verschillende categorieën van schuldeisers is voldaan; het plan is goedgekeurd door een meerderheid van de schuldeisers met meer dan de helft van de toegelaten, in de door de rechter goedgekeurde lijst opgenomen vorderingen; ingeval het plan voorziet in gedeeltelijke betaling, ten minste één categorie van schuldeisers die het plan hebben goedgekeurd, gedeeltelijk wordt uitbetaald; alle schuldeisers in dezelfde categorie gelijk worden behandeld, tenzij benadeelde schuldeisers schriftelijk van hun bezwaren hebben afgezien; het plan erin voorziet dat tegenstemmende schuldeisers en tegenstemmende schuldenaren dezelfde betaling ontvangen als die welke zij zouden hebben ontvangen als de activa conform de bij wet vastgelegde procedure zouden zijn uitgedeeld; geen van de schuldeisers meer ontvangt dan wat hun ingevolge hun vordering verschuldigd is; er geen inkomen wordt uitbetaald aan vennoten of aandeelhouders totdat de vorderingen van de categorieën van schuldeisers wier belangen het plan betreft, volledig en definitief zijn voldaan; en er geen onderhoudsuitkeringen worden verstrekt ten behoeve van eigenaren van eenmanszaken, vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid en hun gezin die hoger zijn dan het door de rechter vastgestelde bedrag totdat de vorderingen van de categorieën van schuldeisers wier belangen het plan betreft, volledig en definitief zijn voldaan. Indien de vergadering van schuldeisers verschillende plannen heeft aangenomen en alle plannen voldoen aan de bij wet vastgestelde vereisten, keurt de rechter het plan goed dat door de schuldeisers met meer dan de helft van de toegelaten vorderingen is aangenomen.

Een herstelplan kan tot een door een Bulgaarse rechter ingestelde aanvullende insolventieprocedure worden toegelaten, indien de ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit, en met toestemming van de curator in de hoofdprocedure waarin de ondernemer door een buitenlandse rechter insolvent is verklaard.

Middels de uitspraak tot goedkeuring van het herstelplan gelast de rechter de beëindiging van de procedure en benoemt hij het toezichthoudend orgaan dat is voorgesteld in het plan of gekozen door de vergadering van schuldeisers. Een uitspraak inzake goedkeuring van het herstelplan en een uitspraak tot verwerping van een plan dat is ontwikkeld met het oog op herstel van de onderneming van de schuldenaar en door de vergadering van schuldeisers is goedgekeurd, is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen vanaf de dag van de inschrijving in het Handelsregister.

Het door de rechter goedgekeurde plan is verplicht voor de schuldenaar en alle schuldeisers met vorderingen in verband met schulden die vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure zijn ontstaan. Met het oog op executie van de te gelde gemaakte vordering kan elke schuldeiser een aanvraag voor een executoriale titel indienen conform de procedure vastgesteld in artikel 405 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ongeacht het bedrag van de vordering.

Indien de schuldenaar in gebreke blijft bij de uitvoering van het herstelplan, kunnen schuldeisers met ingevolge het plan te gelde gemaakte vorderingen die goed zijn voor ten minste 15 % van het totale bedrag aan vorderingen, of het door de rechter benoemde toezichthoudend orgaan, de rechter verzoeken de insolventieprocedure te hervatten, zonder dat hiervoor bewijs van insolventie of een overmatige schuldenlast vereist is. In dit geval blijft het effect van het plan qua tegeldemaking met betrekking tot de rechten en zekerheden van de schuldenaren onaangetast. Er wordt geen herstelprocedure gevoerd in het kader van een hervatte insolventieprocedure.

Indien het goedgekeurde herstelplan voorziet in de verkoop van de onderneming of een deel daarvan, moet er binnen een maand vanaf de dag waarop de uitspraak tot goedkeuring van het plan in kracht van gewijsde gaat, een verkoopovereenkomst zijn gesloten. Indien er binnen de in het goedgekeurde herstelplan vastgestelde periode geen verkoopovereenkomst wordt gesloten, kan elke partij binnen een maand na het verstrijken van de termijn van één maand voor het sluiten van een verkoopovereenkomst, de insolventierechter verzoeken de overeenkomst beëindigd te verklaren. Indien geen der partijen verzoekt om de overeenkomst beëindigd te verklaren en een schuldeiser een aanvraag heeft ingediend, zal de insolventierechter de procedure hervatten en de schuldenaar insolvent verklaren.

Naast de goedkeuring van een herstelplan voorziet de Handelswet in nog een mogelijkheid voor een akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers. De schuldenaar kan in elke fase van de procedure zelfstandig met alle schuldeisers met toegelaten vorderingen een schriftelijk schuldvereffeningsakkoord sluiten zonder zich hierbij te laten vertegenwoordigen door de curator. Als het akkoord voldoet aan de wettelijke vereisten zal de rechter aanhouding van de procedure toelaten, indien er vorderingen tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694, lid 1, van de Handelswet zijn ingesteld waarmee het bestaan van toegelaten vorderingen wordt betwist. De uitspraak is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen na de dag van de inschrijving in het Handelsregister.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

De laatste schuldeisersvergadering neemt een besluit aan over de onverkoopbare persoonlijke eigendommen in de insolvente boedel en kan ertoe besluiten dat persoonlijke eigendommen van verwaarloosbare waarde of vorderingen waarvan de inning onredelijke inspanning zou vereisen, aan de schuldenaar worden geretourneerd. De bedragen die op het moment van de definitieve uitbetaling zijn gereserveerd voor niet-geïnde of betwiste vorderingen worden door de curator, bij gerechtelijke beslissing, op een bankrekening gestort.

Bij afsluiting van de insolventieprocedure wordt de algemene uitwinning opgeheven en komt de conservatoire maatregel ambtshalve te vervallen vanaf de dag dat de uitspraak inzake de afsluiting van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde is gegaan.

Eventuele vorderingen die niet zijn ingediend en rechten die niet zijn uitgeoefend in de insolventieprocedure, komen te vervallen. De vorderingen die niet in de insolventieprocedure konden worden voldaan komen te vervallen, behalve wanneer de procedure overeenkomstig artikel 744, lid 1, van de Handelswet is hervat (indien er binnen één jaar na de dag waarop aanhouding van de procedure is toegelaten, gereserveerde bedragen voor betwiste vorderingen vrijkomen of activa worden ontdekt waarvan het bestaan onbekend was tijdens de insolventieprocedure).

Indien de schuldenaar met alle schuldeisers met toegelaten vorderingen een schuldvereffeningsakkoord heeft gesloten en de insolventieprocedure is afgesloten, kunnen de schuldeisers verhaal zoeken conform de algemene civielrechtelijke voorschriften, behalve waar de Handelswet anders bepaalt. Indien de schuldenaar in gebreke blijft in de uitvoering van het schuldvereffeningsakkoord, kunnen de schuldeisers wier vorderingen goed zijn voor ten minste 15 % van de totale vorderingen verzoeken om hervatting van de insolventieprocedure zonder dat hiervoor een bewijs van insolventie of een overmatige schuldenlast vereist is.

Bij afsluiting van de insolventieprocedure volgend op de goedkeuring van het herstelplan gaat er een nieuwe wettelijke verjaringstermijn ingevolge artikel 110 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten in voor verplichtingen die zijn aangegaan vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, met ingang van de dag waarop de uitspraak inzake goedkeuring van het herstelplan in kracht van gewijsde is gegaan indien de verplichtingen in kwestie onmiddellijk moeten worden voldaan, of met ingang van de dag waarop de verplichtingen betaalbaar worden indien het herstelplan in uitstel van betaling ervan voorziet. Conform artikel 110 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten komen alle vorderingen te vervallen bij het verstrijken van de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar, tenzij de wet anders bepaalt. Indien een aanvraag tot hervatting van de insolventieprocedure is ingediend, wordt de wettelijke verjaringstermijn voor toegelaten vorderingen voor de duur van de hervattingsprocedure opgeschort. Een schuldeiser kan op basis van het door de rechter goedgekeurde herstelplan een aanvraag voor een executoriale titel in verband met zijn te gelde gemaakte vordering indienen, ongeacht het bedrag van de vordering.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Tot de kosten van een insolventieprocedure behoren ingevolge nationale wetgeving:

  • in verband met de insolventieprocedure te betalen zegelrecht en alle overige gemaakte kosten tot de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat;
  • de beloning van de curator;
  • de vorderingen van medewerkers en werknemers van de onderneming van de schuldenaar indien deze haar handelsactiviteiten niet heeft gestaakt;
  • de gemaakte kosten voor de vergroting, het beheer, de taxatie en de uitdeling van de insolvente boedel;
  • de aan de schuldenaar en zijn gezin verstrekte onderhoudsuitkering.

Indien een aanvraag voor een insolventieprocedure door de schuldenaar wordt ingediend, is er vooraf geen zegelrecht verschuldigd. Het zegelrecht wordt bij uitdeling van de activa uit de insolvente boedel betaald. Indien de insolventie-aanvraag door een schuldeiser wordt ingediend, en indien een medeschuldeiser als partij aan de procedure deelneemt, wordt het zegelrecht geïnd bij de schuldeiser of de partij die medeschuldeiser is.

Indien de beschikbare activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de initiële kosten van de insolventieprocedure te dekken, of indien in de loop van de insolventieprocedure wordt vastgesteld dat de beschikbare activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de kosten van de insolventieprocedure te dekken, stelt de rechter met het oog op opening van de insolventieprocedure een bedrag vast dat binnen een door de rechter bepaalde termijn door de schuldenaar of een schuldeiser moet worden vooruitbetaald. De initiële kosten van de insolventieprocedure worden door de rechter bepaald, rekening houdend met de huidige beloning van de voorlopige curator en de geschatte kosten van de insolventieprocedure. Indien de schuldenaar een vennootschap is, beslist de rechter over de vooruitbetaling van kosten, rekening houdend met de eigendommen van de vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid.

Na aanvang van een insolventieprocedure worden de kosten betaald uit de insolvente boedel. Hiertoe kan de rechter bij beschikking de curator bevoegdheid verlenen om de nodige vervreemdingen te verrichten.

Indien de procedure in de fase van vergroting van de insolvente boedel verkeert, hoeft het zegelrecht niet vooruitbetaald te worden. Er wordt geen zegelrecht geïnd wanneer op grond van gerechtelijke uitspraken en beschikkingen omstandigheden met betrekking tot de insolventie in het Handelsregister worden ingeschreven en wanneer een derdenbeslag of algemene uitwinning wordt ingeschreven of komt te vervallen.

In een procedure die is ingesteld naar aanleiding van een verzoek tot nietigverklaring van een transactie op grond van de artikelen 645, 646 en 647 van de Handelswet en artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten hoeft zegelrecht niet vooruitbetaald te worden, ongeacht het niveau van het gerecht. Indien het verzoek wordt ingewilligd, wordt het zegelrecht geïnd bij de partij die in het rechtsgeding niet in het gelijk is gesteld. Indien het verzoek wordt afgewezen, wordt het zegelrecht uit de insolvente boedel betaald. Indien het verzoek tot nietigverklaring van een transactie door de curator is ingediend en is afgewezen, worden de door derden gemaakte kosten in de insolventieprocedure betaald uit de insolvente boedel.

Er hoeft geen zegelrecht te worden vooruitbetaald in verband met een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingesteld door een schuldeiser of schuldenaar ingevolge artikel 694 van de Handelswet. Als de vordering wordt afgewezen, komen de kosten voor rekening van de eiser.

De vordering van een schuldeiser die is ingediend nadat de wettelijke termijn voor indiening is verstreken, maar niet later dan twee maanden na de dag waarop deze is verstreken, wordt aan de lijst van ingediende vorderingen toegevoegd en toegelaten conform de bij wet vastgestelde procedure. De bij de toelating gemaakte extra kosten komen voor rekening van de schuldeiser die de vordering heeft ingediend.

De gemaakte kosten voor een herstelplan dat door de schuldenaar of de curator is ingediend, worden betaald uit de insolvente boedel; in alle andere gevallen worden ze gedekt door de partij die het plan heeft ingediend. Tenzij in het herstelplan anders is bepaald, beveelt de rechter de schuldenaar het zegelrecht en de gemaakte kosten te betalen.

De gemaakte kosten voor het behoud van activa die te gelde worden gemaakt, worden, tot de inbezitneming door de koper, betaald uit de insolvente boedel. De kosten die zijn gemaakt voor de verkoop van in eigendom van de schuldenaar zijnde en aan zijn werknemers en bedienden verhuurde woningen zijn voor rekening van de verkoper.

Bij uitdeling van de te gelde gemaakte activa worden de vorderingen voortvloeiend uit in de insolventieprocedure gemaakte kosten voldaan na de voldoening van zekergestelde vorderingen en vorderingen ten aanzien waarvan retentierecht wordt uitgeoefend.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De Handelswet voorziet in waarborgen ter bescherming van schuldeisers van de insolvente boedel tegen handelingen en transacties die door de schuldenaar zijn verricht met als doel de insolvente boedel uit te putten en de belangen van schuldeisers te schaden. De wet hanteert het concept van een "verdachte periode", ofwel het onmiskenbaar vermoeden dat de belangen van schuldeisers geschaad zijn, indien er binnen deze periode bepaalde handelingen of transacties zijn verricht. De duur van de verdachte periode is afhankelijk van het soort transactie waarop het wettelijk vermoeden van schadelijkheid van toepassing is. Voor bepaalde transacties en handelingen gaat de verdachte periode in per de datum van insolventie of overmatige schuldenlast, maar niet eerder dan één jaar voordat het verzoek tot opening van de insolventieprocedure is ingediend, en eindigt deze op de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure. In andere gevallen gaat de periode terug tot drie, twee of één jaar vóór de dag waarop de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure is ingediend en wordt de periode tussen die dag en de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure ook meegerekend. Bepaalde handelingen en transacties die zijn verricht na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure en in strijd met de vastgestelde procedure, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de curator, worden eveneens als schadelijk beschouwd.

De soorten handelingen en transacties die in het kader van de Handelswet als schadelijk worden beschouwd, worden uitputtend beschreven en vallen in twee categorieën uiteen: nietig en niet-uitvoerbaar ten opzichte van de schuldeisers van de insolvente boedel.

Op nietige transacties is artikel 646, lid 1, van de Handelswet van toepassing. Dit artikel bepaalt dat de volgende handelingen en transacties nietig zijn ten aanzien van schuldeisers, indien zij in strijd met de procedureregels zijn verricht na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure:

  1. voldoen van een schuld die is aangegaan vóór de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  2. vestigen van een zekerheid of hypotheek op een eigendomsrecht of een persoonlijk eigendom uit de insolvente boedel;
  3. een transactie waarbij een recht of een actief uit de insolvente boedel betrokken is.

Op overige soorten schadelijke handelingen of transacties die niet-uitvoerbaar kunnen worden verklaard, is het bepaalde in artikel 645, lid 2, artikel 646, lid 2, en artikel 647 van de Handelswet en artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten van toepassing. Om niet-uitvoerbaar te zijn ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel, dienen de handelingen en transacties niet-uitvoerbaar te zijn verklaard in een uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan.

Volgens artikel 646, lid 2, van de Handelswet kunnen de volgende, na de aanvang van de insolventie of overmatige schuldenlast door de schuldenaar verrichte handelingen of aangegane transacties binnen de desbetreffende periodes niet-uitvoerbaar worden verklaard ten aanzien van schuldeisers:

  1. vervroegde voldoening van een verplichting, ongeacht de wijze van voldoening, binnen één jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure;
  2. vestiging van een zekerheid of hypotheek ter dekking van een voorheen niet-zekergestelde vordering jegens de schuldenaar, binnen één jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure;
  3. voldoening door de schuldenaar van een verplichting die betaalbaar is geworden, ongeacht de wijze van voldoening, binnen zes maanden voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure.

Indien de schuldeiser er kennis van had dat de schuldenaar insolvent was of een overmatige schuldenlast had, wordt de duur van de verdachte periode in de eerste twee gevallen verlengd tot twee jaar en in het derde geval tot één jaar. Deze kennis wordt verondersteld aanwezig te zijn als de schuldenaar en de schuldeiser verbonden partijen zijn of als de schuldeiser kennis had, of kennis had kunnen hebben, van omstandigheden die redelijkerwijs tot de conclusie leiden dat de schuldenaar insolvent was of een overmatige schuldenlast had.

Er mag geen beroep worden gedaan op niet-uitvoerbaarheid in het eerste en derde geval als de verplichting als onderdeel van de normale bedrijfsvoering van de schuldenaar is voldaan en:

  • beantwoordt aan de tussen de partijen overeengekomen voorwaarden en gelijktijdig is voldaan met de levering van goederen of diensten van gelijke waarde aan de schuldenaar, of binnen dertig dagen na de dag waarop de verplichting opeisbaar werd, of
  • de schuldeiser na de betaling goederen of diensten van gelijke waarde heeft geleverd aan de schuldenaar.
In het tweede geval kan geen beroep op niet-uitvoerbaarheid worden gedaan als de zekerheid of de hypotheek is gevestigd:
  • vóór of gelijktijdig met de verstrekking van een lening aan een schuldenaar;
  • om een andere zakelijke zekerheid te vervangen, die niet niet-uitvoerbaar kan worden verklaard overeenkomstig de regels vastgelegd in deel I, hoofdstuk 41 van de Handelswet;
  • tot zekerstelling van een lening die is verstrekt teneinde het actief waarop pandrecht of hypotheek gevestigd is te verkrijgen.

Nietigheid ingevolge artikel 646, lid 2, van de Handelswet laat de rechten die te goeder trouw door derden zijn verkregen vóór de inschrijving van de aanvraag waarmee een vordering tot nietigverklaring van een transactie is ingesteld, onverlet. Kwade trouw wordt verondersteld tot het tegendeel is bewezen indien de derde verbonden is aan de schuldenaar of aan de persoon met wie de schuldenaar onderhandelde.

De publiekrechtelijke en kredietvorderingen van de overheid waarop particuliere handhaving van toepassing is, en die de schuldenaar heeft voldaan, kunnen niet volgens de hiervoor beschreven regels en procedure nietig worden verklaard ten aanzien van schuldeisers van de insolvente boedel.

Volgens artikel 647, lid 1, van de Handelswet kunnen de volgende handelingen en transacties van de schuldenaar, indien verricht binnen de beschreven perioden, nietig worden verklaard ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel:

  1. transacties zonder tegenprestatie, met uitzondering van gewone schenkingen, aangegaan met een aan de schuldenaar verbonden partij binnen drie jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure werd ingediend;
  2. transacties zonder tegenprestatie, aangegaan binnen twee jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure werd ingediend;
  3. ondergewaardeerde transacties, aangegaan binnen twee jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure, maar niet vóór de aanvang van de insolventie of overmatige schuldenlast;
  4. hypotheken, pandrechten of persoonlijke zekerheden gevestigd in verband met verplichtingen jegens derden binnen één jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure, maar niet vóór de aanvang van de insolventie of overmatige schuldenlast;
  5. hypotheken, pandrechten of persoonlijke zekerheden gevestigd in verband met verplichtingen jegens derden ten gunste van een aan de schuldenaar verbonden schuldeiser binnen twee jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure, maar niet vóór de aanvang van insolventie of overmatige schuldenlast;
  6. transacties die schadelijk zijn voor schuldeisers en die zijn gesloten met een aan de schuldenaar verbonden partij binnen twee jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure.

Artikel 647, lid 1, van de Handelswet geldt ook voor door de schuldenaar verrichte handelingen en transacties in de periode tussen de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure en de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure. Nietigverklaring laat de rechten die door derden vóór de inschrijving van de aanvraag te goeder trouw tegen een vergoeding zijn verkregen, onverlet.

Een verrekening kan ook ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel nietig worden verklaard indien de schuldeiser de vordering heeft verkregen en de schuld is aangegaan vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, in de wetenschap dat de schuldenaar ten tijde van verkrijging van de vordering of het aangaan van de schuld insolvent was of een overmatige schuldenlast had of dat er een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure was ingediend.

Ongeacht het moment waarop de wederzijdse schulden zijn aangegaan, is een verrekening die door de schuldenaar is gerealiseerd ná de verklaring van insolventie of overmatige schuldenlast maar niet eerder dan één jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag is ingediend, nietig ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel, met uitzondering van het deel van de schuld dat de schuldeiser zou ontvangen op het moment van uitdeling volgend op de tegeldemaking van de goederen.

In artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten worden de vorderingen beschreven die de curator of de schuldeiser kan instellen om schadelijke handelingen van de schuldenaar nietig te verklaren, indien de schadelijke werking van die handelingen bij de schuldenaar bekend was. Indien de handeling voortkomt uit winstbejag, wordt ook de partij met wie de schuldenaar onderhandelt geacht kennis te hebben van de schade. De nietigheid laat de rechten die te goeder trouw tegen een vergoeding door derden zijn verkregen vóór de inschrijving van de aanvraag waarmee een vordering tot nietigverklaring van een transactie is ingesteld, onverlet. Kennis wordt verondersteld tot het tegendeel is bewezen indien de derde de echtgenoot/echtgenote, een ascendent, descendent of broer of zus van de schuldenaar is. Indien uitgevoerd voordat er een vordering is ontstaan, is de handeling alleen nietig indien zij door de schuldenaar of de partij met wie de schuldenaar onderhandelde is verricht met het oogmerk de schuldeiser te benadelen.

Een vordering tot nietigverklaring van handelingen of transacties ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel en de bijbehorende handelingen voor prestaties om de insolvente boedel te vergroten, kan worden ingesteld door de curator of, indien deze dit verzuimt te doen, door elke schuldeiser van de insolvente boedel. Indien de vordering door een schuldeiser wordt ingesteld, wijst de rechter de curator ambtshalve als medeëiser aan. Indien een vordering door een schuldeiser is ingesteld, zal een tweede aanhangigmaking inzake dezelfde vordering niet worden toegestaan. De tweede schuldeiser kan de rechter echter verzoeken hem als medeëiser aan te wijzen voorafgaand aan de eerste zitting in de zaak. Een eindvonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, is geldig en bindend voor de schuldenaar, de curator en alle schuldeisers.

Indien de rechter een transactie nietig heeft verklaard ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel, worden de door een derde verstrekte activa geretourneerd, en als die activa niet zijn opgenomen in de insolvente boedel of er geld verschuldigd is, zal de derde als schuldeiser deelnemen aan de procedure.

Een door de curator ingestelde vordering tot nietigverklaring van een transactie in de hoofdinsolventieprocedure of aanvullende insolventieprocedure waarin een ondernemer door een buitenlandse rechter insolvent is verklaard, of in een door een Bulgaarse rechter ingestelde aanvullende procedure, ingeval de ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit, wordt geacht in beide procedures aanhangig te zijn gemaakt.

Laatste update: 17/02/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Tsjechië

Rechtskader

De belangrijkste bepalingen met betrekking tot de insolventieprocedure in de Tsjechische Republiek staan in wet 182/2006 Coll. inzake insolventie en de afhandelingswijzen (Zákon č. 182/2006 Sb., o úpadku a způsobech jeho řešení) (de insolventiewet) met subsidiaire toepassing van wet 99/1963 Coll., wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zákon č. 99/1963 Sb., občanský soudní řád).

Een andere belangrijke regeling is vastgesteld in wet 312/2006 Coll. inzake insolventiefunctionarissen (Zákon č. 312/2006 Sb., o insolvenčních správcích), die (samen met de insolventiewet) het rechtskader voor insolventiefunctionarissen vormt.

De huidige tekst van deze bepalingen kan De link wordt in een nieuw venster geopend.hier worden geraadpleegd.

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Het is mogelijk om een insolventieprocedure aan te spannen jegens natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht of het om ondernemers gaat.

De verschillende soorten insolventieprocedures (faillissement, reorganisatie, kwijtschelding van schulden) verschillen afhankelijk van de entiteiten waarvoor ze bestemd zijn. Waar een faillissementsprocedure jegens alle entiteiten worden aangespannen, is een reorganisatieprocedure uitsluitend gericht op ondernemers en is kwijtschelding van schulden voornamelijk bedoeld voor entiteiten die geen ondernemers zijn (voor nadere gegevens, zie hieronder).

Het is niet mogelijk om een insolventieprocedure aan te spannen jegens de staat, zelfstandige territoriale autoriteiten, politieke partijen en bewegingen tijdens verkiezingen en jegens bepaalde andere (met name openbare) entiteiten. Er gelden bijzondere regels voor financiële instellingen en verzekeringsmaatschappijen.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Insolventie of dreigende insolventie

De insolventieprocedure is een gerechtelijke procedure betreffende de insolventie of dreigende insolventie van een schuldenaar en de afhandelingswijze hiervan. De basisvoorwaarde is derhalve dat er sprake is van insolventie of dreigende insolventie.

De schuldenaar is insolvent als (cumulatieve voorwaarden):

  • hij meerdere schuldeisers heeft;
  • hij financiële verplichtingen heeft die sinds meer dan dertig dagen zijn vervallen;
  • hij niet in staat is aan deze verplichtingen te voldoen.

De schuldenaar wordt met name niet in staat geacht te voldoen aan zijn financiële verplichtingen als hij de betaling van een aanzienlijk deel van zijn financiële verplichtingen heeft stopgezet, als hij deze niet voldoet binnen een periode van meer dan drie maanden na de vervaldatum of als het niet mogelijk is om door middel van uitvoering of beslag de betaling van bepaalde verlopen geldvorderingen te verkrijgen van de schuldenaar.

Als de schuldenaar een ondernemer is (ongeacht of hij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is), is hij eveneens insolvent als hij diep in de schulden zit. De schuldenaar wordt geacht diep in de schulden te zitten als hij meerdere schuldeisers heeft en zijn totale passiva groter zijn dan de waarde van zijn activa.

Er is sprake van dreigende insolventie als, gezien alle omstandigheden, redelijkerwijs kan worden verondersteld dat de schuldenaar niet in staat zal zijn om een aanzienlijk deel van zijn financiële verplichtingen naar behoren en tijdig te voldoen.

Soorten insolventieprocedures

Het Tsjechisch recht onderscheidt drie afhandelingswijzen voor insolventie of dreigende insolventie van de schuldenaar in het kader van de insolventieprocedure:

  • faillissement (konkurs);
  • reorganisatie (reorganizace);
  • kwijtschelding van schulden (oddlužení).

In de insolventiewet wordt de vrijheid gelaten om te bepalen welke van de mogelijke varianten het meest geschikt is voor een bepaalde schuldenaar, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met liquidatieprocedures (faillissement), maar ook met sanering (reorganisatie en kwijtschelding van schulden). De keuze voor de gepaste wijze om de insolventie van de schuldenaar af te wikkelen, moet erop gericht zijn om de schuldeisers de best mogelijke oplossing te bieden.

Faillissement is een algemene afhandelingswijze voor insolventie die berust op het feit dat de vastgestelde vorderingen van de schuldeisers op basis van een beslissing over de faillietverklaring naar verhouding worden betaald door de opbrengst van de liquidatie van de insolvente boedel, en dit zonder dat de onbetaalde vorderingen of de delen hiervan vervallen, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen. Deze afhandelingswijze voor insolventie wordt toegepast als het niet mogelijk is om reorganisatie of kwijtschelding van schulden toe te passen als meer gematigde procedure jegens de schuldenaar of als in het kader van een procedure is aangetoond dat het niet mogelijk om deze afhandelingswijze te blijven toepassen.

Reorganisatie is bedoeld voor de afhandeling van de insolventie of dreigende insolventie van de schuldenaar als hij ondernemer is. In dit geval heeft de reorganisatie betrekking op zijn onderneming. Deze houdt doorgaans in dat de vorderingen van de schuldeisers geleidelijk worden betaald, waarbij de onderneming van de schuldenaar blijft functioneren door maatregelen die zijn gericht op het economische herstel van deze onderneming volgens het reorganisatieplan dat is goedgekeurd door het bevoegde insolventiegerecht. De uitvoering van dit plan wordt voortdurend gecontroleerd door de schuldeisers.

Kwijtschelding van schulden is de afhandelingswijze voor insolventie of dreigende insolventie voor schuldenaren die natuurlijke personen (al dan niet betrokken bij een onderneming) zijn of rechtspersonen die geen ondernemers zijn. Deze afhandelingswijze houdt meer rekening met de sociale aspecten dan met de economische aspecten. De schuldenaar moet in staat worden gesteld om “een nieuwe start” te maken en hij moet worden gemotiveerd om actief deel te nemen aan de terugbetaling van zijn schuld. In de regel moet de schuldenaar minstens in staat zijn tot volledige dekking van de vergoeding en contante uitgaven van de insolventiefunctionaris en tot betaling van ten minste hetzelfde bedrag voor de andere schuldeisers, naast volledige betaling van de vorderingen voor wettelijke alimentatie en griffiekosten. Bepaalde categorieën schuldenaren (ontvangers van ouderdoms- of invaliditeitspensioen of personen die een vastgesteld percentage van hun schulden kunnen terugbetalen) kunnen voor een beperkte periode kwijtschelding van schulden krijgen. Schuldeisers met een zekerheidsrecht worden geacht te worden betaald krachtens hun zekerheidsrecht. Het doel is eveneens om de uitgave van openbare middelen te verlagen voor de sanering van de financiën van personen met sociale problemen. Het is mogelijk schulden kwijt te schelden door de insolvente boedel te liquideren of door het aflossingsschema uit te voeren en de insolvente boedel te liquideren.

Wie is er bevoegd om te verzoeken om een insolventieprocedure?

Een insolventieprocedure kan uitsluitend worden ingeleid op basis van een verzoek. De procedure wordt ingeleid op de datum dat het verzoek wordt ontvangen door het bevoegde gerecht. De schuldenaar en zijn schuldeiser hebben de mogelijkheid om te verzoeken om een insolventieprocedure. Alleen de schuldenaar heeft de mogelijkheid om te verzoeken om een insolventieprocedure als het gaat om een verzoek wegens dreigende insolventie.

Als de schuldenaar een ondernemer is (ongeacht of hij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is), moet hij onverwijld verzoeken om een insolventieprocedure nadat hij kennis heeft genomen van zijn insolventie of als hij hiervan kennis had moeten nemen door met zorg te handelen.

Faillietverklaring

Het bevoegde insolventiegerecht besluit tot de faillietverklaring door een afzonderlijke beslissing uit te spreken. In uitzonderlijke gevallen voegt het deze beslissing bij de insolventiebeslissing (op voorwaarde dat de schuldenaar een persoon is die geen beroep kan doen op reorganisatie of kwijtschelding van schulden). De faillietverklaring wordt van kracht op het moment dat de beslissing over de faillietverklaring is gepubliceerd in het insolventieregister.

Inleiding van een reorganisatie

Een reorganisatie wordt ingeleid krachtens de toestemming van het bevoegde insolventiegerecht op verzoek van een schuldenaar of van een aangemelde schuldeiser.

De voorwaarden voor het toestemmen met een reorganisatie zijn als volgt (alternatieve voorwaarden):

  • de totale hoogte van de jaarlijkse netto-omzet van de schuldenaar voor het laatste boekjaar voorafgaand aan het verzoek om insolventie bedraagt ten minste 50 000 000 CZK; of
  • de schuldenaar heeft ten minste vijftig werknemers in dienst uit hoofde van een arbeidsovereenkomst; of
  • de schuldenaar heeft tegelijkertijd met zijn verzoek om insolventie of uiterlijk op de datum waarop de insolventiebeslissing wordt gewezen zijn reorganisatieplan verstrekt aan het bevoegde insolventiegerecht dat ten minste door de helft van alle schuldeisers met een zekerheidsrecht is aangenomen, berekend op basis van de hoogte van hun vorderingen, en ten minste door de helft van de schuldeisers zonder zekerheidsrecht, berekend op basis van de hoogte van hun vorderingen.

Reorganisatie is niet toegestaan als de schuldenaar een rechtspersoon is die wordt geliquideerd, een effectenmakelaar of een persoon die gemachtigd is om te onderhandelen op een goederenbeurs conform de bijzondere rechtsvoorschriften.

Als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, geeft het bevoegde insolventiegerecht toestemming voor reorganisatie; hiertegen kan geen beroep worden ingesteld.

Het bevoegde insolventiegerecht verwerpt het verzoek om toestemming voor reorganisatie: a) als gezien alle omstandigheden redelijkerwijs kan worden verondersteld dat dit voortkomt uit een oneerlijke intentie; b) als dit opnieuw wordt ingediend door een persoon over wiens verzoek om toestemming voor reorganisatie al eerder een beslissing is genomen; of c) als dit wordt ingediend door een schuldeiser die niet door de vergadering van schuldeisers is aanvaard. Alleen de persoon die het verzoek heeft ingediend, kan beroep instellen tegen de beslissing.

Kwijtschelding van schulden

Het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden wordt ingediend door de schuldenaar met behulp van het desbetreffende formulier en in voorkomend geval tegelijkertijd met het insolventieverzoek (als de insolventieprocedure niet is ingeleid op verzoek van een schuldeiser). Er geldt een beperking op basis waarvan het verzoek om kwijtschelding van schulden voor de schuldenaar moet worden ingediend door een advocaat, notaris, gerechtsdeurwaarder, insolventiefunctionaris of iemand die is geaccrediteerd om in het algemeen belang te werken. Schuldenaren hebben het recht het verzoek zelf in te dienen als zij over een universitair diploma in de rechten of economie beschikken.

Het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden en de bijlagen daarbij moeten vooral gegevens bevatten over de eerdere en verwachte toekomstige inkomsten van de schuldenaar, evenals het overzicht van zijn activa en een plechtige verklaring dat hij ten tijde van het verzoek om insolventie in kennis is gesteld van zijn verplichtingen uit hoofde van de insolventieprocedure, dat hij zijn schuldvorderingen in het kader van de kwijtschelding naar behoren zal voldoen, dat hij alles in het werk zal stellen wat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht om de schuldeisers volledig te betalen, dat hij alle verplichtingen zal nakomen die voortvloeien uit de insolventiewet en de beslissing tot goedkeuring van de kwijtschelding van schulden, en dat hij al zijn inkomsten zal opgeven.

Als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, geeft het bevoegde insolventiegerecht toestemming voor de kwijtschelding van schulden. Het verwerpt het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden als gezien alle omstandigheden redelijkerwijs kan worden verondersteld dat dit voortkomt uit een oneerlijke intentie of als de schuldenaar niet in staat is om de “minimale terugbetaling” te verrichten. De minimale terugbetaling moet de vergoeding en de contante uitgaven van de insolventiefunctionaris, het uitstaande en lopende onderhoud, de vergoeding voor degene die het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden opstelt, en een bepaald bedrag voor schuldeisers zonder zekerheidsrecht volledig dekken. Het bevoegde insolventiegerecht verwerpt het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden eveneens als de tot dusver verkregen resultaten van de procedure een onvoorzichtige of nalatige houding van de schuldenaar hebben aangetoond wat betreft de uitvoering van zijn verplichtingen in de insolventieprocedure. Verder wijst het gerecht het verzoek af als a) er in de afgelopen tien jaar al schulden van de schuldenaar zijn kwijtgescholden, b) voor de schuldenaar in de afgelopen vijf jaar kwijtschelding van schulden is beëindigd vanwege een oneerlijke intentie, of c) de schuldenaar in de afgelopen drie maanden een procedure heeft beëindigd door het verzoek in te trekken. Verzoeken worden niet afgewezen op bovengenoemde gronden indien de schuldenaar de verplichting om gerechtvaardigde redenen is aangegaan of als er een aanzienlijke wanverhouding bestaat tussen het bedrag van de schulden en de aflossingskosten. Alleen de schuldenaar kan beroep instellen tegen de beslissing waarbij zijn verzoek wordt verworpen.

Wanneer wordt de insolventieprocedure ingeleid?

De insolventieprocedure wordt ingeleid op het moment dat er een kennisgeving van het inleiden van de insolventieprocedure wordt gepubliceerd in het insolventieregister (zie hieronder) en deze blijft van kracht tot het einde van de insolventieprocedure, tenzij in de wet anders is bepaald voor een van de afhandelingswijzen inzake insolventie.

Voorlopige voorzieningen voorafgaand aan de insolventiebeslissing

Het bevoegde insolventiegerecht kan zelfs als er geen verzoek is ingediend voorlopige voorzieningen gelasten voor de periode tot de insolventiebeslissing, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen. De persoon die verzoekt om voorlopige voorzieningen die het bevoegde gerecht op het gebied van insolventie zelfs zonder verzoek zou kunnen gelasten, hoeft geen zekerheid te stellen. Als de schuldenaar verzoekt om voorlopige voorzieningen, hoeft hij geen zekerheid te stellen.

Met een voorlopige voorziening kan het bevoegde insolventiegerecht onder meer:

  • een voorlopige insolventiefunctionaris aanwijzen;
  • bepaalde gevolgen van de insolventieprocedure beperken;
  • bepaalde personen die verzoeken om een insolventieprocedure opleggen om een zekerheid te stellen voor het betalen van een schadevergoeding of het dekken van andere schade die de schuldenaar heeft geleden.

Insolventieregister

De bekendmaking van de insolventieprocedure wordt verzorgd door het insolventieregister, dat wordt beheerd door het ministerie van Justitie (Ministerstvo spravedlnosti). Het gaat om een digitaal systeem van de overheid, dat toegankelijk is op het volgende adres: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://isir.justice.cz/.

Het voornaamste doel van het insolventieregister is het garanderen van maximale bekendheid van insolventieprocedures en het recht om het verloop hiervan te volgen. In het register kunnen beslissingen van het bevoegde insolventiegerecht worden gepubliceerd die zijn gewezen in insolventieprocedures en incidentele geschillen, kunnen documenten worden gepubliceerd die zijn toegevoegd aan het gerechtelijke dossier en andere informatie, en als deze publicatie is voorgeschreven door de insolventiewet of als hiertoe is besloten door het bevoegde insolventiegerecht.

Het insolventieregister is openbaar toegankelijk (met uitzondering van bepaalde gegevens) en iedereen heeft het recht om dit te raadplegen en kopieën of aantekeningen te maken.

Naast de informatieve functie is het insolventieregister ook essentieel voor de betekening en kennisgeving van stukken. Het is namelijk het instrument waarmee de kennisgeving en betekening van de meeste gerechtelijke beslissingen en andere geschriften kan worden gedaan. Het inleiden van een insolventieprocedure wordt doorgaans binnen twee uur na het indienen van een verzoek aangekondigd door een kennisgeving in het insolventieregister (meer bepaald binnen twee uur gedurende de openingstijden van het gerecht). Vervolgens worden alle gerechtelijke beslissingen en andere geschriften gepubliceerd in het insolventieregister. Zo heeft iedereen een overzicht van de lopende insolventieprocedures in de Tsjechische Republiek.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Insolvente boedel

Als het insolventieverzoek is ingediend door de schuldenaar, wordt de insolvente boedel gevormd door de activa van de schuldenaar op het moment dat de insolventieprocedure van kracht is geworden en door de activa die de schuldenaar gedurende de insolventieprocedure heeft verkregen.

Als het insolventieverzoek is ingediend door de schuldeiser, wordt de insolvente boedel gevormd door de activa van de schuldenaar op het moment dat een voorlopige voorziening van kracht is geworden waarmee het bevoegde insolventiegerecht het recht van de schuldenaar om te beschikken over zijn activa geheel of gedeeltelijk beperkt, alsook door de activa van de schuldenaar op het moment dat de beslissing over zijn insolventie van kracht wordt en door de activa die de schuldenaar gedurende de insolventieprocedure heeft verkregen nadat de genoemde beslissingen van kracht zijn geworden.

Als de schuldenaar mede-eigenaar is van de bovenstaande activa, wordt de insolvente boedel gevormd door zijn aandeel in deze activa. De gemeenschappelijke zaken van de schuldenaar en de echtgeno(o)t(e) maken eveneens deel uit van de insolvente boedel.

De activa van andere personen dan de schuldenaar vormen de insolvente boedel als dit bij wet is bepaald, met name als het gaat om een tegenprestatie die voortvloeit uit rechtshandelingen die niet kunnen worden tegengeworpen. Voor de liquidatie hiervan worden die activa geacht deel uit te maken van de activa van de schuldenaar.

Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen wordt de insolvente boedel met name gevormd door liquide middelen, roerende en onroerende zaken, de onderneming, een groep zaken en collectieve zaken, spaarboekjes, depositocertificaten of andere deposito-instrumenten, aandelen, geldopnemingen, cheques of andere titels, geldvorderingen en niet-geldelijk vorderingen van de schuldenaar, met inbegrip van voorwaardelijke vorderingen en niet-vervallen vorderingen, het salaris van de schuldenaar, het loon, het arbeidsinkomen en de inkomsten die in de plaats komen van het arbeidsinkomen van de schuldenaar, de andere rechten en elementen van activa als deze een in geld waardeerbare waarde hebben. De insolvente boedel wordt eveneens gevormd door het toebehoren, de meerwaarde, de vruchten en de winst van deze activa.

Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen maken de activa die niet worden getroffen door de uitvoering of het beslag geen deel uit van de insolvente boedel. Deze kwesties worden beheerst door wet 99/1963 Coll., wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Wat betreft de zaken die in bezit van de schuldenaar zijn, kan de uitvoering van de beslissing geen betrekking hebben op de zaken die de schuldenaar nodig heeft om te voorzien in zijn materiële behoeften of die van zijn familie, of om zijn werk uit te voeren, evenals op andere zaken waarvan de verkoop strijdig zou zijn met de morele regels (met name gewone kleding, huishoudelijke artikelen, trouwringen en andere vergelijkbare voorwerpen, medische hulpmiddelen die hij nodig heeft vanwege ziekte of een fysiek probleem, liquide middelen ter hoogte van een bedrag dat overeenkomt met het dubbele minimuminkomen voor een persoon, gezelschapsdieren). Zaken die dienen voor de onderneming van de schuldenaar zijn daarentegen niet uitgesloten van de insolvente boedel. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen maken activa waarover uitsluitend kan worden beschikt op de in bijzondere rechtsvoorschriften vastgestelde wijzen ook geen deel uit van de insolvente boedel (bijvoorbeeld specifieke subsidies en terugvorderbare steun uit de staatsbegroting, uit de begroting van een zelfstandige territoriale autoriteit of uit een staatsfonds).

Behandeling van de activa die de schuldenaar na het inleiden van de insolventieprocedure heeft verkregen of die hem daarna toekomen

De activa die de schuldenaar na het inleiden van de insolventieprocedure heeft verkregen of die hem daarna toekomen, worden in principe opgenomen in de insolvente boedel. Dit kan echter variëren afhankelijk van de concrete afhandelingswijze voor insolventie. De schuldenaar kan uitsluitend conform de beperkingen van de concrete fase van de procedure en de afhandelingswijze voor insolventie beschikken over zijn activa die zijn opgenomen in de insolvente boedel.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Taak en positie van de insolventiefunctionaris

De belangrijkste taak van de insolventiefunctionaris is het behandelen van de activa die de insolvente boedel vormen en het beslechten van incidentele en andere geschillen. De activiteiten van de insolventiefunctionaris zijn gericht op de proportionele, snelle, voordelige en zo volledig mogelijke betaling van de schuldeisers.

De insolventiefunctionaris moet zijn taken nauwgezet en met de vereiste spoed uitvoeren. Hij moet alles in het werk stellen wat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht om ervoor te zorgen dat zijn schuldeisers zoveel mogelijk worden betaald. Voor de uitvoering van zijn taken moet hij het gemeenschappelijke belang van de schuldeisers boven zijn eigen belangen en de belangen van anderen stellen.

In geval van een faillissement wordt het recht om te beschikken over de activa die de insolvente boedel vormen en de uitoefening van de rechten en plichten van de schuldenaar overgedragen aan de insolventiefunctionaris, op voorwaarde dat deze verband houden met de insolvente boedel. De insolventiefunctionaris oefent de rechten van de aandeelhouder in verband met aandelen uit de insolvente boedel uit, hij voert de taken van werkgever uit jegens de werknemers van de schuldenaar, zorgt ervoor dat de onderneming van de schuldenaar functioneert, houdt de boekhouding bij en vervult de fiscale verplichtingen. Het liquideren van de insolvente boedel behoort in de regel eveneens tot zijn taken.

De insolventiefunctionaris houdt in geval van een reorganisatie toezicht op de activiteiten van de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt, blijft de insolvente boedel controleren, stelt de inventaris op, beheert incidentele geschillen, voltooit het overzicht van schuldeisers en verstrekt het comité van schuldeisers rapporten. De insolventiefunctionaris oefent eveneens de bevoegdheden van de algemene vergadering of van de ledenvergadering van de schuldenaar uit.

De insolventiefunctionaris houdt in geval van kwijtschelding van schulden samen met het bevoegde insolventiegerecht en de schuldeisers toezicht op de schuldenaar en zijn activiteiten, liquideert de activa van de schuldenaar of verdeelt de maandelijkse, individuele betalingen onder de schuldeisers op basis van een aflossingsschema.

Positie van de schuldenaar

In geval van een faillissement verliest de schuldenaar het recht om te beschikken over de activa die de insolvente boedel vormen en om de andere rechten en verplichtingen die verband houden met de insolvente boedel uit te oefenen. Deze rechten worden overgedragen aan de insolventiefunctionaris. De rechtshandelingen in de genoemde zaken die de schuldenaar heeft uitgevoerd nadat het recht om te beschikken over de activa van de insolvente boedel is overgedragen aan de insolventiefunctionaris, kunnen krachtens de wet niet worden tegengeworpen aan schuldeisers.

In geval van reorganisatie behoudt de schuldenaar de beschikkingsrechten, zij het met beperkingen. Rechtshandelingen die essentieel zijn voor de behandeling en het beheer van de activa van de insolvente boedel mogen door de schuldenaar alleen worden verricht met voorafgaande toestemming van het comité van schuldeisers. De schending van deze verplichting heeft tot gevolg dat de schuldenaar aansprakelijk is voor iedere schade die, of ieder ander nadeel dat, de schuldeisers of derden lijden. De leden van het statutaire orgaan van de schuldenaar zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade die en nadeel dat op deze wijze is veroorzaakt. Handelingen die een aanzienlijke wijziging van de waarde van de insolvente boedel of de positie van de schuldeisers of de mate van betaling van laatstgenoemden tot gevolg hebben, worden geacht essentiële rechtshandelingen te zijn. De insolventiefunctionaris neemt de bevoegdheden van de algemene vergadering of van de ledenvergadering van de schuldenaar over.

In geval van kwijtschelding van schulden behoudt de schuldenaar de beschikkingsrechten, zij het met beperkingen. De schuldenaar wordt onder toezicht geplaatst van het bevoegde insolventiegerecht, de insolventiefunctionaris en de schuldeisers.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

De algemene regelgeving op het gebied van compensatie staat in het burgerlijk wetboek. Als partijen elkaar geld verschuldigd zijn en hun schulden gelijkaardig zijn, dan kan elk van de partijen de andere partij doorgaans meedelen dat deze schuld wordt gecompenseerd met een vordering van de andere partij. De compensatie kan worden uitgevoerd zodra een van de partijen het recht heeft om te verzoeken om de betaling van haar eigen vordering en om haar eigen schuld af te lossen. Als de twee vorderingen identiek zijn, heffen ze elkaar op door de compensatie; als ze niet helemaal hetzelfde zijn, worden de vorderingen gecompenseerd op vergelijkbare wijze als bij betaling. Dit gebeurt op het moment dat beide vorderingen mogen worden gecompenseerd.

In het kader van de insolventieprocedure is de compensatie van wederzijdse vorderingen van de schuldenaar en de schuldeiser na de gerechtelijke insolventiebeslissing toegestaan, als voorafgaand aan de beslissing over de afhandelingswijze voor insolventie is voldaan aan de wettelijke voorwaarden van die compensatie (conform het burgerlijk wetboek), tenzij in de insolventiewet anders is bepaald (bv. verlenging van de termijn voor vorderingen die voortkomen uit de huur van residentieel vastgoed).

In het kader van de insolventieprocedure is compensatie niet toegestaan als de schuldeiser van de schuldenaar:

  • geen aangemelde schuldeiser was geworden met betrekking tot zijn compenseerbare vordering; of
  • zijn compenseerbare vordering had verkregen door een rechtshandeling die niet kan worden tegengeworpen; of
  • op de hoogte was van de insolventie van de schuldenaar op het moment van verkrijging van zijn compenseerbare vordering; of
  • heeft nagelaten om de vervallen vordering van de schuldenaar te betalen, voor zover deze de compenseerbare vordering van deze schuldeiser overschrijdt; of
  • in de gevallen die zijn vastgesteld door een voorlopige voorziening van het bevoegde insolventiegerecht.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Wederkerige overeenkomsten

Als de schuldenaar op het moment van de faillietverklaring of de goedkeuring van de reorganisatie of de kwijtschelding van schulden partij is bij een wederkerige overeenkomst, inclusief een voorovereenkomst, die niet volledig is uitgevoerd door de schuldenaar en door de andere partij bij de overeenkomst:

- kan de insolventiefunctionaris de overeenkomst in plaats van de schuldenaar uitvoeren gedurende de procedure voor faillissement of de kwijtschelding van schulden en kan hij de andere partij verzoeken om uitvoering van de overeenkomst of haar tegenprestatie afwijzen;

- oefent de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt tijdens de reorganisatieprocedure na toestemming van het comité van schuldeisers dezelfde bevoegdheid uit.

Als de insolventiefunctionaris in procedures voor faillissement of de kwijtschelding van schulden de uitvoering van de overeenkomst niet bevestigt binnen dertig dagen vanaf de datum van de faillietverklaring of de goedkeuring van de kwijtschelding van schulden, wijst hij de tegenprestatie af. Tot dat moment kan de andere partij de overeenkomst niet ontbinden, behoudens als in de overeenkomst anders is bepaald. In reorganisatieprocedures moet de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt, een wederkerige overeenkomst uitvoeren als hij de tegenprestatie niet uitdrukkelijk afwijst binnen dertig dagen vanaf de datum van goedkeuring van de reorganisatie.

Als de andere partij bij de overeenkomst de overeenkomst in eerste instantie moet uitvoeren, kan zij de uitvoering weigeren tot het moment dat haar tegenprestatie wordt uitgevoerd of wordt gewaarborgd. Dit geldt niet als het gaat om een overeenkomst die de andere partij heeft gesloten na publicatie van de insolventiebeslissing.

Als de insolventiefunctionaris of de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt, weigert de overeenkomst uit te voeren, kan de andere partij aanspraak maken op een vergoeding van de aldus geleden schade door haar vordering aan te melden, en dit uiterlijk binnen dertig dagen vanaf de weigering van de uitvoering. De vorderingen van de andere partij die voortkomen uit de voortzetting van de overeenkomst na de faillietverklaring, vormen vorderingen met betrekking tot de insolvente boedel.

De andere partij bij de overeenkomst kan geen aanspraak maken op de vergoeding van de gedeeltelijke uitvoering die plaatsvindt voorafgaand aan de insolventiebeslissing, omdat zij geen tegenprestatie heeft gekregen van de schuldenaar.

Overeenkomsten voor bepaalde duur

Als is overeengekomen dat de onder de overeenkomst vallende prestatie, die een marktprijs heeft, op een precies moment of binnen een vastgestelde termijn wordt verricht, en als het moment van de uitvoering of van het verstrijken van de termijn plaatsvindt na de faillietverklaring, kan niet worden gevraagd om de prestatie te verrichten, maar uitsluitend om een vergoeding van de schade die de schuldenaar heeft veroorzaakt door zijn prestatie niet te verrichten. Onder schade wordt verstaan het verschil tussen de overeengekomen prijs en de marktprijs die geldt op de datum waarop de faillietverklaring van kracht wordt in het rechtsgebied dat in de overeenkomst is vastgesteld als plaats van uitvoering. De andere partij kan als schuldeiser aanspraak maken op een schadevergoeding door haar vordering uiterlijk binnen dertig dagen vanaf de faillietverklaring aan te melden.

Leningsovereenkomst

Als de schuldenaar een leningsovereenkomst heeft gesloten, heeft de insolventiefunctionaris na de faillietverklaring zelfs vóór het einde van de vastgestelde leningsperiode het recht om de terugbetaling van de lening te eisen.

Huur, onderhuur

Er zijn gedetailleerde bepalingen over huur- en onderhuurovereenkomsten. Hierin staat onder andere dat de insolventiefunctionaris na de faillietverklaring het recht heeft om de huur- of onderhuurovereenkomst die de schuldenaar heeft gesloten, te ontbinden binnen de termijn die is vastgesteld in de wet of in de overeenkomst. Dit geldt ook voor overeenkomsten voor bepaalde tijd. De opzegtermijn kan echter niet langer zijn dan drie maanden. De bepalingen van het burgerlijk wetboek waarin staat in welke gevallen en onder welke omstandigheden de verhuurder de huurovereenkomst van een woning kan ontbinden, worden hierdoor niet beïnvloed.

Ontwerpovereenkomsten van de schuldenaar die op het moment van het faillissement nog niet aanvaard zijn door de andere partij

De ontwerpovereenkomsten van de schuldenaar met betrekking tot het sluiten van een overeenkomst die nog niet zijn aanvaard en ontwerpovereenkomsten die door de schuldenaar zijn aanvaard maar nog niet zijn gesloten, worden nietig door de faillietverklaring als deze betrekking hebben op de insolvente boedel. De ontwerpovereenkomsten die op het moment van de faillietverklaring nog niet zijn aanvaard door de schuldenaar, kunnen uitsluitend worden aanvaard door de insolventiefunctionaris.

Eigendomsvoorbehoud

Als de schuldenaar een zaak voorafgaand aan de faillietverklaring heeft verkocht met eigendomsvoorbehoud en deze aan de koper heeft overgedragen, kan de koper de zaak teruggeven of aandringen op behoud van de overeenkomst. Als de schuldenaar een zaak met eigendomsvoorbehoud heeft gekocht en in ontvangst heeft genomen zonder het eigendomsrecht voor deze zaak te hebben verkregen, kan de verkoper niet eisen dat de zaak wordt teruggegeven als de insolventiefunctionaris zijn verplichtingen onverwijld voldoet nadat de verkoper hierom heeft gevraagd.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Het inleiden van een insolventieprocedure heeft de volgende gevolgen:

  • de vorderingen en andere rechten in verband met de insolvente boedel kunnen niet in rechte worden geclaimd als het mogelijk is deze te doen gelden door een aanmelding;
  • het is uitsluitend mogelijk om het recht op de inning van een vordering te doen gelden en terug te krijgen door het gebruiken van een zekerheidsrecht inzake de activa die de schuldenaar bezit of de activa van de insolvente boedel onder de voorwaarden van de insolventiewet. Dit geldt eveneens voor gerechtelijk onderpand of onderpand uit overeenkomsten inzake onroerende zaken, waarom is verzocht na het inleiden van de insolventieprocedure;
  • het is mogelijk uitvoerings- of beslagmaatregelen te gelasten of in gang te zetten die betrekking hebben op de activa die de schuldenaar bezit of de andere activa van de insolvente boedel, maar het is niet mogelijk deze uit te voeren. Wat betreft vorderingen op de insolvente boedel en gelijkgestelde vorderingen is het mogelijk om de uitvoering van de beslissing die of het beslag dat betrekking heeft op de activa van de insolvente boedel van de schuldenaar, uit te voeren krachtens een gerechtelijke beslissing van het bevoegde insolventiegerecht en met inachtneming van de beperkingen van deze beslissing;
  • het is niet mogelijk een recht uit te oefenen waarover de schuldeiser en de schuldenaar in het kader van de uitvoering van een beslissing een overeenkomst hebben gesloten en dat betrekking heeft op inhoudingen op salarissen en andere inkomsten die als salarissen worden behandeld.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

De beslissing over de insolventie stopt de gerechtelijke en arbitrale procedures aangaande de vorderingen en andere rechten met betrekking tot de insolvente boedel die in de insolventieprocedure moeten worden opgeëist door deze aan te melden of die worden beschouwd als aangemeld in de insolventieprocedure of aangaande vorderingen die niet worden afgehandeld in de insolventieprocedure. Behoudens andersluidende bepalingen is het niet mogelijk om deze procedures voort te zetten zolang de gevolgen van de insolventiebeslissing worden gehandhaafd.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Principes in verband met de deelneming van de schuldeisers

De insolventieprocedure berust onder andere op de volgende principes met betrekking tot de deelneming van de schuldeisers:

  • de insolventieprocedure moet zodanig worden uitgevoerd dat geen van de partijen ten onrechte wordt benadeeld of ongeoorloofd wordt bevoordeeld en is gericht op de snelle, voordelige en zoveel als mogelijke betaling van de schuldeisers;
  • schuldeisers die volgens de wet een identieke of vergelijkbare status hebben, hebben gelijke mogelijkheden in een insolventieprocedure;
  • behoudens andersluidende wettelijke bepalingen kunnen de rechten van de schuldeiser die te goeder trouw zijn verkregen voorafgaand aan de insolventieprocedure niet worden beperkt door een gerechtelijke beslissing van het bevoegde insolventiegerecht, noch door een procedure van de insolventiefunctionaris;
  • schuldeisers hebben niet het recht buiten de insolventieprocedure handelingen te verrichten voor het innen van hun vorderingen, tenzij dit bij wet is toegestaan.

Organen van schuldeisers

Organen van schuldeisers zijn:

  • de vergadering van schuldeisers;
  • het comité van schuldeisers (of de vertegenwoordiger van de schuldeisers).

De vergadering van schuldeisers is verantwoordelijk voor het kiezen en afzetten van de leden van het comité van schuldeisers en hun plaatsvervangers (of de vertegenwoordiger van de schuldeisers). De vergadering van schuldeisers kan zich iedere kwestie voorbehouden die onder de bevoegdheid van de organen van schuldeisers valt. Als er geen comité van schuldeisers en geen vertegenwoordiger van de schuldeisers is aangewezen, oefent de vergadering van schuldeisers eveneens hun bevoegdheden uit, tenzij in de wet anders is bepaald.

Als er meer dan vijftig schuldeisers zijn aangemeld, is de vergadering van schuldeisers verplicht een comité van schuldeisers op te richten. Is dit niet verplicht, dan kan er in plaats van een comité een vertegenwoordiger van de schuldeisers worden aangesteld.

Het comité van schuldeisers oefent de bevoegdheden van de organen van schuldeisers uit, met uitzondering van kwesties die onder de bevoegdheid van de vergadering van schuldeisers vallen of die deze zich heeft voorbehouden. Het comité van schuldeisers houdt vooral toezicht op de activiteiten van de insolventiefunctionaris en is bevoegd om het bevoegde insolventiegerecht voorstellen te doen met betrekking tot het verloop van de insolventieprocedure. Het comité van schuldeisers beschermt het gemeenschappelijke belang van de schuldeisers en draagt in samenwerking met de insolventiefunctionaris bij aan het verwezenlijken van het doel van de insolventieprocedure. De bepalingen met betrekking tot het comité van schuldeisers zijn mutatis mutandis van toepassing op de vertegenwoordiger van de schuldeisers.

Categorie schuldeisers

De wet onderscheidt schuldeisers met en zonder zekerheidsrecht.

Een schuldeiser met een zekerheidsrecht is een schuldeiser wiens vordering wordt gewaarborgd door de activa van de insolvente boedel en wel door een pandrecht, een retentierecht, een beperking van de overdracht van de eigendom van een onroerende zaak, de eigendomsoverdracht tot zekerheid van een recht, de overdracht van de vordering met het oog op een zekerheidstelling of door een vergelijkbaar recht uit hoofde van buitenlands recht.

Schuldeisers met een zekerheidsrecht kunnen aanzienlijke invloed uitoefenen op het verloop van de insolventieprocedure. Om een besluit te kunnen nemen over de afhandelingswijze (faillissement of reorganisatie) van de schuldenaar/ondernemer voor wie reorganisatie is toegestaan door de insolventiewet, moet ten minste de helft van alle schuldeisers met een zekerheidsrecht die aanwezig zijn op de vergadering van schuldeisers (en mutatis mutandis eveneens de schuldeisers zonder zekerheidsrecht), berekend volgens de hoogte van hun vorderingen, vóór stemmen, tenzij ten minste 90 % van alle aanwezige schuldeisers, berekend volgens de hoogte van hun vorderingen, tegen dit besluit heeft gestemd. Schuldeisers met een zekerheidsrecht kunnen de persoon die zijn goederen in bezit houdt eveneens instructies geven over het beheer van het voorwerp van het zekerheidsrecht en deze persoon is gebonden aan deze instructies als deze goed beheer ten doel hebben. De insolventiefunctionaris is eveneens gebonden aan de instructies van schuldeisers met een zekerheidsrecht die gericht zijn op het liquideren van het zekerheidsrecht. De insolventiefunctionaris kan deze instructies afwijzen als hij van mening is dat het zekerheidsrecht gunstiger kan worden geliquideerd. In dat geval vraagt hij het bevoegde insolventiegerecht om deze in het kader van zijn toezichthoudende activiteiten te onderzoeken. Zodra tijdens de insolventieprocedure zaken, rechten, vorderingen of andere elementen van activa zijn geliquideerd, vervalt het zekerheidsrecht van de vordering van een schuldeiser met een zekerheidsrecht, zelfs als laatstgenoemde zijn vorderingen niet heeft aangemeld.

Schuldeisers met een zekerheidsrecht ontvangen in beginsel op enig moment tijdens de procedure 100 % van de opbrengst van de liquidatie, na aftrek van een bedrag dat overeenkomt met de vergoeding van de insolventiefunctionaris en de beheer- en liquidatiekosten. Daarbij wordt eveneens rekening gehouden met het tijdstip van ontstaan van het zekerheidsrecht. Eventuele delen van de vorderingen van schuldeisers met een zekerheidsrecht die bij een faillissement niet worden betaald, komen niet te vervallen, maar worden pro rata betaald naast de vorderingen van schuldeisers zonder zekerheidsrecht.

Alle andere schuldeisers zijn schuldeisers zonder zekerheidsrecht. Hun positie in de insolventieprocedure is zwakker en de verwachte mate van betaling van hun vorderingen is volgens de statistieken doorgaans aanzienlijk lager.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

In een faillissementsprocedure kan de insolventiefunctionaris gebruikmaken van de activa van de insolvente boedel. In geval van een faillissement verkrijgt hij het recht om gebruik te maken van de activa van de insolvente boedel en om de rechten en de verplichtingen van de schuldenaar uit te voeren die verband houden met de insolvente boedel. De insolventiefunctionaris oefent vooral de rechten van de aandeelhouders in verband met aandelen uit de insolvente boedel uit, hij neemt de beslissingen over het bedrijfsgeheim en de andere aspecten van geheimhouding, voert de taken van de werkgever uit jegens de werknemers van de schuldenaar, zorgt ervoor dat de onderneming van de schuldenaar functioneert, houdt de boekhouding bij en vervult de fiscale verplichtingen. Het liquideren van de insolvente boedel behoort in de regel eveneens tot zijn taken.

In een procedure voor reorganisatie of kwijtschelding van schulden behoudt de schuldenaar zijn rechten, zij het met aanzienlijke beperkingen.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Vorderingen op de insolvente boedel en gelijkgestelde vorderingen kunnen op ieder moment volledig worden betaald zodra er een beslissing is gewezen over de insolventie.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • vorderingen op de insolvente boedel die zijn ontstaan na het inleiden van de insolventieprocedure of na de verklaring van moratorium (met name terugbetaling van de contante uitgaven en de vergoeding van de voorlopige insolventiefunctionaris, de vergoeding van de vereffenaar van de schuldenaar en van de leden van het comité van schuldeisers, de vorderingen van schuldeisers uit hoofde van kredietfinanciering);
  • vorderingen op de insolvente boedel die zijn ontstaan na de insolventiebeslissing (met name de contante uitgaven en de vergoeding van de insolventiefunctionaris, belastingen, heffingen, socialezekerheidsbijdragen en bijdragen tot het nationale werkgelegenheidsbeleid, evenals de verzekeringspremies voor de ziektekostenverzekering);
  • vorderingen die gelijkgesteld zijn aan vorderingen op de insolvente boedel (met name vorderingen met betrekking tot het arbeidsrecht van werknemers van de schuldenaar, vorderingen van schuldeisers betreffende wettelijke alimentatie).

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Aanmelden van vorderingen

Schuldeisers melden hun vorderingen aan bij het bevoegde insolventiegerecht via het daarvoor bestemde formulier. Dit kan vanaf het moment dat de insolventieprocedure wordt ingeleid tot het verstrijken van de termijn die is vastgesteld in de insolventiebeslissing. Deze termijn is voor alle soorten procedures gelijk: twee maanden. Vorderingen die na deze termijn worden aangemeld, worden niet in acht genomen door het bevoegde insolventiegerecht en deze vorderingen worden niet betaald tijdens de insolventieprocedure. Ook vorderingen die aan een gerecht zijn overgelegd, moeten worden aangemeld, evenals uitvoerbare vorderingen, met inbegrip van vorderingen waarvan de betaling middels uitvoering of beslag is opgeëist. Schuldeisers die een vordering hebben aangemeld of die als aangemelde schuldeisers worden beschouwd, kunnen de aanmelding van hun vordering op ieder moment gedurende de insolventieprocedure intrekken.

Bij het aanmelden van de vordering moeten de gronden voor het ontstaan en de hoogte van de vordering worden vermeld. De vordering moet in geld worden uitgedrukt, ook als het om een niet-geldelijke vordering gaat. Bij het aanmelden van de vordering moeten de documenten worden gevoegd die in de aanmelding worden vermeld. De uitvoerbaarheid van een vordering wordt bewezen door een authentieke akte.

Het aanmelden van een vordering heeft dezelfde gevolgen als een rechtsvordering of een andere stap die gericht is op het doen gelden van rechten voor een gerecht wat betreft de verjaringstermijn en het verval van een recht, en dit vanaf de datum van ontvangst door het bevoegde insolventiegerecht.

De schuldeiser is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens die worden vermeld in de aanmelding van zijn vordering. Het bevoegde insolventiegerecht kan de overwaardering van de aangemelde vordering (met meer dan 100 %) op verzoek van de insolventiefunctionaris bestraffen door het opleggen van de verplichting om een bedrag te betalen ten gunste van de insolvente boedel dat wordt bepaald met inachtneming van alle omstandigheden van de aanmelding en de controle van de vordering; dat bedrag mag het aangemelde bedrag van de vordering echter niet overschrijden.

Er wordt geen rekening gehouden met het recht van een schuldeiser op een door een zekerheid gewaarborgde vordering, als deze is aangemeld volgens een andere rang dan de van toepassing zijnde rang of als uit de controle blijkt dat de hoogte van het zekerheidsrecht met meer dan 100 % is overgewaardeerd. Zelfs in dit geval kan de schuldeiser worden bestraft door het bevoegde insolventiegerecht door de verplichting om een (geld)bedrag te betalen ten gunste van de schuldeisers met een zekerheidsrecht die hun door een zekerheid gewaarborgde vorderingen in verband met dezelfde activa hebben aangemeld. Het bevoegde insolventiegerecht stelt het bedrag vast met inachtneming van alle omstandigheden in verband met de uitoefening en het onderzoek van het door de zekerheid gewaarborgde recht op betaling, waarbij het maximale bedrag het bedrag is van de aangemelde zekerheid minus het bedrag van uiteindelijk vastgestelde zekerheid.

Controle van aangemelde vorderingen

De aangemelde vorderingen worden allereerst onderzocht door de insolventiefunctionaris. Deze beoordeelt de vorderingen voornamelijk op basis van de bijgevoegde documenten en de boekhouding van de schuldenaar of de boeken die hij heeft bijgehouden conform de geldende rechtsvoorschriften. Vervolgens verzoekt de insolventiefunctionaris de schuldenaar om zijn standpunt te geven over deze vorderingen. Indien nodig voert hij de noodzakelijke onderzoeken betreffende deze vorderingen uit door samen te werken met de betrokken autoriteiten, die verplicht zijn hem bij te staan.

Als de aanmelding fouten bevat of niet volledig is, verzoekt de insolventiefunctionaris de schuldeiser om deze binnen vijftien dagen te corrigeren of aan te vullen, tenzij hij een langere termijn vaststelt. Tegelijkertijd verschaft hij informatie over de wijze waarop de aanmelding moet worden gecorrigeerd of aangevuld. De insolventiefunctionaris verstrekt het bevoegde insolventiegerecht aanmeldingen van vorderingen die niet tijdig en naar behoren zijn aangevuld of gecorrigeerd, zodat dit gerecht kan beslissen of een aangemelde vordering in aanmerking wordt genomen. De schuldeiser wordt in kennis gesteld van deze beslissing.

De insolventiefunctionaris stelt een overzicht op van de aangemelde vorderingen. Schuldeisers met een zekerheidsrecht worden apart vermeld in het overzicht. De insolventiefunctionaris vermeldt uitdrukkelijk tegen welke vorderingen hij bezwaar maakt. Hij moet voor iedere schuldeiser de gegevens vermelden die nodig zijn om hem te identificeren, evenals gegevens omtrent de redenen voor het ontstaan, de hoogte en de rang van de vordering. Voor schuldeisers met een zekerheidsrecht moet de grond voor het zekerheidsrecht worden toegevoegd, evenals het type zekerheid.

Het bevoegde insolventiegerecht publiceert het overzicht van de in het insolventieregister aangemelde vorderingen voorafgaand aan de zitting betreffende de controle van de vorderingen. Het bevoegde insolventiegerecht publiceert ook onverwijld iedere wijziging van het overzicht van de aangemelde vorderingen in het insolventieregister.

De controle van de aangemelde vorderingen vindt vervolgens plaats tijdens een controlezitting die is gelast door het bevoegde insolventiegerecht. Het bevoegde insolventiegerecht stelt in zijn insolventiebeslissing de datum en plaats van de controlezitting vast. De schuldeiser kan de hoogte van de aangemelde vordering tot het einde van de controlezitting wijzigen, voor zover zijn vordering niet is vastgesteld. De grond van het ontstaan van de aangemelde vordering en de rang kunnen daarentegen niet worden gewijzigd.

Betwisting van vorderingen

De personen die bezwaar kunnen maken tegen de authenticiteit, de hoogte en de rang van alle aangemelde vorderingen zijn: a) de insolventiefunctionaris; b) de schuldenaar; en c) een aangemelde schuldeiser.

Het bezwaar tegen de vordering van een schuldeiser door een andere aangemelde schuldeiser moet aan dezelfde voorwaarden voldoen wat betreft vorm en inhoud als een rechtsvordering op grond van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, en er moet duidelijk in worden aangegeven of deze betrekking heeft op de authenticiteit, de hoogte of de rang. Bezwaren moeten worden ingediend via het daarvoor bestemde formulier.

De insolventiewet onderscheidt de volgende typen bezwaar:

  • bezwaar tegen de authenticiteit van de vordering: de vordering is niet ontstaan of is al volledig vervallen of is verjaard;
  • bezwaar tegen de hoogte van de vordering: de verplichting van de schuldenaar is lager dan het aangemelde bedrag (een persoon die bezwaar maakt tegen de hoogte van de vordering moet tegelijkertijd aangeven wat de werkelijke hoogte is);
  • bezwaar tegen de rang van de vordering: de vordering heeft een minder gunstige rang dan die welke is vermeld in de aanmelding van de vordering, of er wordt bezwaar gemaakt tegen het recht op betaling van de vordering door middel van een zekerheidsrecht (een persoon die bezwaar maakt tegen de rang van de vordering moet aangeven welke rang deze vordering heeft).

Als een aangemelde schuldeiser bezwaar maakt tegen de vordering van een andere aangemelde schuldeiser, worden deze schuldeisers partijen bij een incidenteel geschil. Als de insolventiefunctionaris een van de partijen bij een incidenteel geschil waarbij hij geen partij is, wil bijstaan, heeft hij het recht om te interveniëren.

Het bevoegde insolventiegerecht doet uitspraak over de authenticiteit, de hoogte en de rang van de betwiste vorderingen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In een faillissementsprocedure wordt de insolvente boedel geliquideerd. Dat betekent dat alle activa van deze boedel worden omgezet in contanten, zodat alle schuldeisers naar verhouding kunnen worden betaald. De insolventiefunctionaris liquideert de insolvente boedel. Dit is echter uitsluitend mogelijk na een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing over de faillietverklaring en na de eerste vergadering van schuldeisers. Een uitzondering hierop zijn zaken die dreigen verloren te gaan of in waarde te verminderen, en het bevoegde insolventiegerecht kan eveneens op andere gronden een uitzondering toestaan. De liquidatie van de insolvente boedel beëindigt de gevolgen die voortvloeien uit de uitvoering van een beslissing of een gelast beslag alsook de andere gebreken in verband met de liquidatie van de activa, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen.

De insolvente boedel kan worden geliquideerd door:

  • openbare veiling;
  • de verkoop van roerende en onroerende zaken conform de in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering opgenomen bepalingen inzake de uitvoering van beslissingen;
  • de verkoop van activa buiten een veiling;
  • een door de gerechtsdeurwaarder gehouden veiling.

Als de opbrengst van de liquidatie van de insolvente boedel niet toereikend is om alle vorderingen te betalen, moeten allereerst de vergoeding van de insolventiefunctionaris en zijn contante uitgaven worden betaald, vervolgens de vorderingen van de schuldeisers die zijn ontstaan tijdens het moratorium, dan de vorderingen van schuldeisers uit hoofde van kredietfinanciering, daarna (pro rata) de kosten voor het onderhoud en het beheer van de insolvente boedel en de arbeidsrechtelijke vorderingen van de werknemers van de schuldenaar, vervolgens de vorderingen van schuldeisers betreffende wettelijke alimentatie en tot slot de vorderingen voor compensatie van lichamelijk letsel. De overige vorderingen worden naar verhouding betaald.

Zodra de beslissing over de goedkeuring van het eindrapport in kracht van gewijsde is gegaan, verstrekt de insolventiefunctionaris het bevoegde insolventiegerecht het voorstel voor de verdelingsbeschikking waarin hij een te betalen bedrag aangeeft voor iedere vordering die is vermeld in het bijgewerkte overzicht van de aangemelde vorderingen. Op basis hiervan wijst het bevoegde insolventiegerecht de verdelingsbeschikking waarin het de bedragen vaststelt die aan de schuldeisers moeten worden betaald. Alle schuldeisers waarop de verdeling betrekking heeft, worden naar verhouding betaald met inachtneming van de hoogte van hun vordering zoals deze is vastgesteld. Voorafgaand aan de verdeling worden de nog niet betaalde vorderingen betaald die op enig moment tijdens de faillissementsprocedure moeten worden betaald.

  • Het gaat om: vorderingen op de insolvente boedel - contante uitgaven en de vergoeding van de insolventiefunctionaris, kosten voor het onderhoud en het beheer van de insolvente boedel van de schuldenaar, belastingen, heffingen, socialezekerheidsbijdragen, de bijdragen tot het nationale werkgelegenheidsbeleid, verzekeringspremies voor de ziektekostenverzekering enz.;
  • gelijkgestelde vorderingen - vorderingen met betrekking tot het arbeidsrecht van de werknemers van de schuldenaar, vorderingen van schuldeisers inzake het herstel van lichamelijk letsel, vorderingen van de staat enz.;
  • door een zekerheid gewaarborgde vorderingen.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Beëindiging van de faillissementsprocedure

Ter beëindiging van de liquidatie van de insolvente boedel dient de insolventiefunctionaris zijn eindrapport in bij het bevoegde insolventiegerecht. In zijn eindrapport moet de insolventiefunctionaris al zijn activiteiten beschrijven en de financiële resultaten ervan kwantificeren. Het eindrapport van de insolventiefunctionaris moet resulteren in een bedrag dat moet worden verdeeld onder de schuldeisers en in het aanwijzen van schuldeisers door hun aandeel in dit bedrag te vermelden. De insolventiefunctionaris verstrekt het bevoegde insolventiegerecht, samen met het eindrapport, de opgave van zijn vergoeding en kosten.

Het bevoegde insolventiegerecht onderzoekt het eindrapport van de insolventiefunctionaris en zijn opgave opnieuw en corrigeert eventuele fouten en onnauwkeurigheden naar aanleiding van het horen van de insolventiefunctionaris. Nadat het bevoegde insolventiegerecht het eindrapport van de insolventiefunctionaris heeft gewijzigd, verstrekt het dit rapport aan de partijen bij de procedure door dit door middel van een kennisgeving te publiceren. Zodra de beslissing over de goedkeuring van het eindrapport in kracht van gewijsde is gegaan, verstrekt de insolventiefunctionaris het bevoegde insolventiegerecht het voorstel voor de verdelingsbeschikking waarin hij een te betalen bedrag aangeeft voor iedere vordering die is vermeld in het bijgewerkte overzicht van de aangemelde vorderingen. Vervolgens wijst het bevoegde insolventiegerecht de verdelingsbeschikking waarin het de bedragen vaststelt die aan de schuldeisers moeten worden betaald. Alle schuldeisers waarop de verdeling betrekking heeft, worden naar verhouding betaald met inachtneming van de hoogte van hun vordering zoals deze is vastgesteld. Het bevoegde insolventiegerecht geeft de insolventiefunctionaris een termijn voor het voltooien van de verdeling, die wordt vermeld in de verdelingsbeschikking. Deze termijn mag niet langer zijn dan twee maanden vanaf de datum waarop de genoemde beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

Het bevoegde insolventiegerecht beëindigt de faillissementsprocedure door na ontvangst van het rapport van de insolventiefunctionaris over de uitvoering van de verdelingsbeschikking uitspraak te doen over de beëindiging van de faillissementsprocedure. Het gerecht doet eveneens uitspraak over de beëindiging van de faillissementsprocedure in andere gevallen die bij wet zijn bepaald, bijvoorbeeld als wordt vastgesteld dat de activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de schuldeisers te betalen. De insolventieprocedure eindigt zodra de beslissing krachtens welke de faillissementsprocedure wordt beëindigd in kracht van gewijsde is gegaan.

Beëindiging van de reorganisatieprocedure

De reorganisatieprocedure wordt beëindigd door de beslissing van het bevoegde insolventiegerecht waarin het gerecht akte neemt van de uitvoering van het reorganisatieplan of de belangrijkste delen daarvan. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingesteld.

De reorganisatieprocedure kan eveneens worden beëindigd door een beslissing van het bevoegde insolventiegerecht waarbij de reorganisatie wordt omgezet in een faillissement. Deze situatie kan zich voordoen in bepaalde gevallen die bij wet zijn bepaald, met name in geval van problemen in verband met de goedkeuring en de naleving van het reorganisatieplan. Het bevoegde insolventiegerecht kan niet gelasten dat de reorganisatie wordt omgezet in een faillissement als de belangrijkste punten van het reorganisatieplan zijn uitgevoerd. Tegen de gerechtelijke beslissing over de omzetting van reorganisatie in een faillissement kan beroep worden ingesteld door de schuldenaar, de persoon die heeft verzocht om de reorganisatie, de insolventiefunctionaris en het comité van schuldeisers. De beslissing van het bevoegde insolventiegerecht over de omzetting van reorganisatie in een faillissement heeft dezelfde gevolgen als een faillietverklaring, tenzij het gerecht in zijn beslissing andersluidende voorwaarden vastlegt.

Kwijtschelding van schulden

De procedure voor kwijtschelding van schulden wordt beëindigd door de beslissing van het bevoegde insolventiegerecht waarin het akte neemt van de uitvoering van de kwijtschelding van schulden of de niet-uitvoering daarvan vaststelt. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld door de schuldenaar, de insolventiefunctionaris en de schuldeisers. Als het bevoegde insolventiegerecht een beslissing geeft waarin het de uitvoering van de kwijtschelding van schulden vaststelt en de schuldenaar alle verplichtingen van de goedgekeurde wijze om de schulden kwijt te schelden naar behoren en tijdig uitvoert, voegt het bevoegde insolventiegerecht aan voornoemde beslissing een beslissing toe waarin het hem vrijstelt van de betaling van de in de kwijtschelding van schulden opgenomen vorderingen, voor zover deze tot op dat moment nog niet zijn betaald. De vrijstelling is niet van toepassing op vorderingen ontstaan na de de insolventiebeslissing.

De procedure voor kwijtschelding van schulden kan eveneens worden beëindigd doordat een rechter eerder goedgekeurde kwijtschelding van schulden nietig verklaart. De rechter zal in dat geval ook beslissen dat de insolventie van de schuldenaar wordt afgehandeld door een faillissement, of, als de schuldenaar volledig insolvent is, dat de insolventieprocedure wordt stopgezet. Goedgekeurde procedures voor kwijtschelding van schulden kunnen worden afgebroken in de bij wet bepaalde gevallen, die voornamelijk betrekking hebben op het niet-naleven van de voorwaarden voor de kwijtschelding van schulden door de schuldenaar.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

In geval van een faillissement met betrekking tot de activa van een natuurlijke persoon (op ieder moment na de beëindiging van de faillissementsprocedure) of de activa van een rechtspersoon (tot het moment dat deze wordt geschrapt uit het openbare register) kan de uitvoering van een beslissing of een beslag worden gelast op grond van een vastgestelde vordering waartegen de schuldenaar geen bezwaar heeft gemaakt en die niet is betaald tijdens de faillissementsprocedure. Op het moment dat er een verzoek wordt ingesteld tot uitvoering van een beslissing, moeten er een onderzoeksoverzicht en een proces-verbaal inzake de controle van de desbetreffende vordering worden ingediend. Dit recht verjaart binnen een termijn van tien jaar vanaf de beëindiging van de faillissementsprocedure. De verjaringstermijn begint te lopen vanaf de datum waarop de beschikking over de beëindiging van de faillissementsprocedure in kracht van gewijsde is gegaan.

In reorganisatieprocedures is het na de inwerkingtreding van het reorganisatieplan mogelijk om de uitvoering van de beslissing of het beslag te gelasten met het oog op de betaling van een vordering die is vastgesteld in het reorganisatieplan. Indien er echter bezwaar is gemaakt tegen deze vordering, is de uitvoering van de beslissing of het beslag uitsluitend mogelijk als de beslissing van het bevoegde insolventiegerecht over de vaststelling van deze vordering in kracht van gewijsde is gegaan. Deze beslissing moet bij het verzoek worden gevoegd.

In procedures voor de kwijtschelding van schulden is het niet mogelijk om de nakoming van de resterende vorderingen van de schuldeisers af te dwingen via uitvoering of beslag na de beëindiging van de procedure en de erkenning van de vrijstelling van betaling van achterstallige vorderingen. In dit geval wordt geen rekening gehouden met het feit dat de schuldeiser gedeeltelijk is betaald tijdens de kwijtschelding van schulden of dat hij zijn vordering niet heeft aangemeld tijdens de insolventieprocedure.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten, met name de vergoeding en contante uitgaven van de insolventiefunctionaris, moeten worden betaald uit de insolvente boedel. Deze moeten met andere woorden worden betaald door de schuldenaar.

Gezien het feit dat de insolvente boedel niet altijd toereikend is om deze kosten te dekken, kan het bevoegde insolventiegerecht, voordat het uitspraak doet over het verzoek om insolventie, de verzoeker gelasten om binnen een vastgestelde termijn een voorschot te betalen voor de kosten van de insolventieprocedure, als dit nodig is om de kosten te dekken en als het niet mogelijk is om op een andere wijze financiële middelen te verkrijgen. Dit geldt eveneens wanneer het duidelijk is dat de schuldenaar geen activa bezit. De maximale hoogte van het voorschot is bij wet vastgesteld. Als er meerdere personen verzoeken om insolventie, moeten zij gezamenlijk en hoofdelijk instaan voor de betaling van dit voorschot.

Als de insolvente boedel niet toereikend is om de kosten te dekken, wordt het resterende deel vergoed via het voorschot op de kosten van de insolventieprocedure. Dit komt met andere woorden voor rekening van de verzoeker.

Als het voorschot evenmin toereikend is om de kosten te dekken, worden deze vergoed door de staat, evenwel tot een maximum van 50 000 CZK voor de vergoeding van de insolventiefunctionaris en van 50 000 CZK voor de terugbetaling van diens contante uitgaven.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Rechtshandelingen waarmee de schuldenaar de mogelijkheid verkleint dat de schuldeisers worden betaald of die bepaalde schuldeisers bevoordelen ten nadele van de andere schuldeisers, kunnen niet worden tegengeworpen. Een verzuim van de schuldenaar wordt eveneens geacht een rechtshandeling te zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën handelingen die niet kunnen worden tegengeworpen: a) rechtshandelingen zonder gepaste tegenprestatie; b) rechtshandelingen die tot gevolg hebben dat een bepaalde schuldeiser meer int in de faillissementsprocedure dan hij normaal zou hebben gedaan, en dit ten nadele van de andere schuldeisers; c) rechtshandelingen waarmee de schuldenaar het bedrag dat aan een schuldeiser moet worden betaald, opzettelijk heeft verkleind, als deze intentie bekend was bij de andere partij of gezien alle omstandigheden bij die partij bekend had moeten zijn.

Het feit dat rechtshandelingen van de schuldenaar niet kunnen worden tegengeworpen, waaronder die welke de insolventiewet aanmerkt als niet-tegenwerpbaar en welke de schuldenaar heeft verricht nadat de insolventieprocedure is ingeleid, vloeit voort uit de beslissing die het bevoegde insolventiegerecht heeft gewezen in het kader van een rechtsvordering die de insolventiefunctionaris heeft ingesteld om bezwaar te maken tegen rechtshandelingen van de schuldenaar (rechtsvordering tot herroeping), behoudens andersluidende bepalingen in de insolventiewet. De insolventiefunctionaris kan een rechtsvordering tot herroeping instellen binnen een jaar vanaf de datum waarop de insolventiebeslissing van kracht is geworden. Als hij dit niet binnen deze termijn doet, vervalt het recht op herroeping. De tegenprestatie van de schuldenaar die voortvloeit uit niet-tegenwerpbare rechtshandelingen behoort tot de insolvente boedel nadat de gerechtelijke beslissing die de rechtsvordering tot herroeping inwilligt in kracht van gewijsde is gegaan.

Het feit dat rechtshandelingen niet kunnen worden tegengeworpen, heeft geen invloed op de geldigheid daarvan. Tijdens de insolventieprocedure behoort de tegenprestatie van de schuldenaar die voortvloeit uit niet-tegenwerpbare rechtshandelingen echter tot de insolvente boedel. Indien het in het kader van een niet-tegenwerpbare rechtshandeling niet mogelijk is om de oorspronkelijke tegenprestatie van de schuldenaar in de insolvente boedel in te brengen, moet deze worden gecompenseerd.

Het bevoegde insolventiegerecht is niet gebonden door een beslissing van een ander gerecht dat of een andere autoriteit die tijdens de insolventieprocedure heeft vastgesteld dat een rechtshandeling met betrekking tot de activa en passiva van de schuldenaar nietig is, noch door enige andere constatering. Tijdens de insolventieprocedure oordeelt alleen het bevoegde insolventiegerecht over de nietigheid van een dergelijke rechtshandeling. Als een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing de nietigheid van een rechtshandeling met betrekking tot de activa en de passiva van de schuldenaar vaststelt, moet de dankzij de tegenprestatie verworven winst bij de insolvente boedel worden gevoegd.

Indien vóór de insolventieprocedure in een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing is vastgesteld dat een rechtshandeling met betrekking tot de activa en passiva van de schuldenaar nietig is, wordt de desbetreffende rechtshandeling in de insolventieprocedure ook geacht nietig te zijn.

Bijzondere regels met betrekking tot bepaalde categorieën vorderingen

Er gelden bijzondere regels voor de volgende categorieën vorderingen:

  • vorderingen op de insolvente boedel als deze zijn ontstaan na het inleiden van de insolventieprocedure of na de verklaring van moratorium;
  • vorderingen op de insolvente boedel als deze zijn ontstaan na de beslissing inzake insolventie;
  • vorderingen die zijn gelijkgesteld aan vorderingen op de insolvente boedel;
  • ondergeschikte vorderingen;
  • vorderingen van de vennoten of leden van de schuldenaar die voortvloeien uit hun deelneming in een vennootschap of een coöperatie;
  • vorderingen die geheel zijn uitgesloten van betaling in insolventieprocedures.
Laatste update: 03/11/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Duitsland

Inleiding

Het faillissementsrecht en de insolventieprocedures worden in het Duitse recht beheerst door de Duitse Insolventiewet (Insolvenzordnung, hierna “InsO” genoemd), die op 1 januari 1999 in werking is getreden. In tegenstelling tot andere procedurele regelingen bevat deze insolventiewet niet alleen procedurele, maar ook materiële bepalingen. In de materiële bepalingen zijn bijvoorbeeld de gevolgen van het inleiden van de procedure vastgesteld (artikelen 80 tot en met 147, InsO).

Het belangrijkste doel van de insolventiewet is de collectieve betaling van de schuldeisers door de liquidatie van de activa van de schuldenaar en de verdeling van de opbrengst, of door het aannemen van een andere regeling in het kader van een insolventieplan dat met name gericht is op het behoud van de onderneming (artikel 1, eerste volzin, InsO). Collectieve betaling (gemeinschaftliche Befriedigung) betekent dat de vorderingen van de schuldeisers in principe naar verhouding worden betaald. Bovendien moet de insolventieprocedure de trouwe schuldenaar de mogelijkheid geven om te worden vrijgesteld van zijn resterende schulden (artikel 1, tweede volzin, InsO).

Naast het beginsel van gelijke behandeling van de schuldeisers is een essentieel beginsel van de Duitse insolventieprocedure het beginsel van autonomie van de schuldeisers (Gläubigerautonomie). De schuldeisers hebben omvangrijke rechten voor het uitwerken van de procedure, met name wat betreft de wijze waarop de activa van de schuldenaar worden geliquideerd. De concrete organisatie van de insolventieprocedure wordt eveneens onderworpen aan de bepalingen van de schuldeisers. De wet biedt preferente schuldeisers en concurrente schuldeisers naast de wettelijke procedure namelijk de mogelijkheid om in het kader van een insolventieplan autonoom en in afwijking van de wettelijke insolventiebepalingen te zorgen voor de liquidatie van de insolvente boedel, de verdeling onder de partijen, de afhandeling van de procedure en de aansprakelijkheid van de schuldenaar na afloop van de insolventie. Het insolventieplan is met name van belang bij de sanering van een onderneming, maar kan ook de randvoorwaarden voor de liquidatie van een onderneming bevatten.

Een ander beginsel van het Duitse insolventierecht is het eenheidsbeginsel. Dit houdt in dat er in de wet geen verschillende sanerings- en liquidatieprocedures zijn vastgelegd. Zowel liquidaties als saneringen kunnen worden uitgevoerd volgens de wettelijke procedure of met een insolventieplan.

Voor bedrijfssaneringen zij bovendien gewezen op de Duitse wet inzake de stabilisering en herstructurering van ondernemingen (Unternehmensstabilisierungs- und -restrukturierungsgesetz, hierna “StaRUG” genoemd), die in januari 2021 van kracht is geworden. De StaRUG voorziet in verschillende instrumenten waarmee een onderneming die in financiële moeilijkheden verkeert, maar nog niet insolvent is en geen zware schuldenlast heeft, een sanering kan doorvoeren op basis van een herstructureringsplan dat door een meerderheid van de schuldeisers is goedgekeurd, zonder daartoe een insolventieprocedure te hoeven openen uit hoofde van de InsO. Op dit moment zijn de procedures dit worden gevoerd uit hoofde van de StaRUG, niet openbaar, wat betekent dat ze niet voldoen aan de voorwaarden die in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures aan de insolventieprocedure worden gesteld. Met de inwerkingtreding van aanvullende bepalingen van de StaRUG wordt het vanaf 17 juli 2022 mogelijk om deze procedures eveneens openbaar te voeren. Dankzij de toevoeging van deze procedurevariant aan de bijlage bij de EU-verordening betreffende insolventieprocedures, vormt deze dan ook een insolventieprocedure overeenkomstig deze verordening.

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Er kan een insolventieprocedure worden ingeleid voor alle zaken van alle natuurlijke en rechtspersonen, ook als deze geen industriële, commerciële of zelfstandige professionele activiteiten uitvoeren (deze natuurlijke personen worden “consumenten” genoemd). Een insolventieprocedure kan ook worden ingeleid ten aanzien van de activa van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een vennootschap onder firma (offene Handelsgesellschaft) of een commanditaire vennootschap (Kommanditgesellschaft)) of ten aanzien van bijzondere activa, bijvoorbeeld een nalatenschap. De bijzondere bepaling van artikel 12 InsO is van toepassing op publiekrechtelijke rechtspersonen: hierin staat onder andere dat er geen insolventieprocedures zijn toegestaan ten aanzien van de activa van de staat of van een deelstaat (artikel 12, lid 1, punt 1, InsO).

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Insolventieprocedures worden uitsluitend op verzoek en niet ambtshalve ingeleid. Dit verzoek kan worden ingediend door de schuldenaar of door een schuldeiser. Om te voorkomen dat de gerechten overhaaste verzoeken of verzoeken die uitsluitend zijn bedoeld om de schuldenaar te schaden, hoeven te behandelen en om schuldenaren te beschermen tegen dergelijke verzoeken, moet een schuldeiser die een insolventieverzoek jegens een schuldenaar indient, enerzijds bewijzen dat er een grond is voor insolventie en anderzijds dat hij de houder is van een vordering op de schuldenaar.

Het indienen van een verzoek om een insolventieprocedure is verplicht op straffe van strafrechtelijke sancties als het gaat om organen van een kapitaalvennootschap die in moeilijkheden verkeert. Als deze verplichting wordt geschonden, hebben de schuldeisers het recht om een schadevergoeding te eisen. Als de schuldenaar in moeilijkheden zijn verplichtingen niet nakomt, kunnen hem onder bepaalde omstandigheden sancties worden opgelegd overeenkomstig de artikelen 283 en volgende van het Duitse Wetboek van Strafrecht (Strafgesetzbuch).

De algemene grond voor het inleiden van de insolventieprocedure is het onvermogen om te betalen. Hiervan is sprake als een schuldenaar niet in staat is om zijn invorderbare betalingsverplichtingen te voldoen. Over het algemeen wordt de schuldenaar geacht niet in staat te zijn om te betalen als hij hiermee is gestopt (artikel 17, lid 2, InsO). Als het om een rechtspersoon of een vennootschap gaat waarin geen enkele vennootschap een natuurlijk persoon is waarvan de aansprakelijkheid onbeperkt is, is het hebben van een zware schuldenlast eveneens een grond om een procedure in te leiden. Er is sprake van een zware schuldenlast als de activa van de schuldenaar de bestaande schulden niet langer dekken, tenzij bedrijfscontinuïteit de volgende twaalf maanden onder de gegeven omstandigheden zeer waarschijnlijk lijkt (artikel 19, lid 2, InsO). De schatting van het vermogen van de schuldenaar moet worden gebaseerd op de bedrijfscontinuïteit als deze gezien de omstandigheden zeer waarschijnlijk is. Een verzoek om een insolventieprocedure is al ontvankelijk als er sprake is van dreigende insolventie (artikel 18, lid 1, InsO). De schuldenaar dreigt insolvent te worden als hij waarschijnlijk niet in staat zal zijn om zijn huidige betalingsverplichtingen na te komen op de vervaldatum (artikel 18, lid 2, InsO). Bij de beoordeling of insolventie dreigt, gaat men doorgaans uit van een prognoseperiode van 24 maanden. Voor de opening van een insolventieprocedure moet bovendien de financiering ervan worden gewaarborgd. Het verzoek om het inleiden van een insolventieprocedure wordt derhalve verworpen als het vermogen van de schuldenaar waarschijnlijk niet toereikend is om de proceskosten te dekken (artikel 26, lid 1, eerste volzin, InsO).

Als er aan de voorwaarden is voldaan, geeft het bevoegde insolventiegerecht (Insolvenzgericht) een beslissing om de procedure in te leiden, die openbaar wordt gemaakt. Het gerecht publiceert de inleiding van de procedure op internet (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.insolvenzbekanntmachungen.de/). In zijn beslissing om de procedure in te leiden nodigt het gerecht de concurrente schuldeisers uit om hun vorderingen binnen een bepaalde termijn aan te melden bij de curator. Het gerecht stelt een rapportagetermijn vast waarin de schuldeisers besluiten over de voortzetting van de insolventieprocedure op basis van een rapport van de curator, en een onderzoekstermijn waarin de aangemelde vorderingen worden onderzocht (artikel 29, lid 1, InsO).

Zoals in de inleiding is aangegeven, bevat de insolventiewet geen afzonderlijke sanerings- en liquidatieprocedures. De wet biedt naast de zogenoemde “wettelijke procedure” (Regelverfahren) de mogelijkheid om een insolventieplan op te stellen, dat zowel kan worden gebruikt bij liquidaties als bij saneringen.

Gezien het feit dat het onderzoeken van de voorwaarden voor het inleiden van de procedure door het bevoegde insolventiegerecht vaak lang duurt, treft het gerecht voorlopige voorzieningen die noodzakelijk zijn om tot de beslissing over het verzoek te voorkomen dat de vermogensrechtelijke situatie van de schuldenaar op een voor de schuldeisers nadelige wijze verandert (artikel 21, lid 1, eerste volzin, InsO). In de praktijk wijst het gerecht een voorlopige curator (vorläufiger Insolvenzverwalter) aan, met beperkte of met ruime bevoegdheden. Als er een curator met beperkte bevoegdheden wordt aangewezen, behoudt de schuldenaar zijn beschikkingsbevoegdheid en stelt het gerecht de bijzondere verplichtingen van de curator vast die echter niet ruimer kunnen zijn dan de verplichtingen van de voorlopige curator met ruime bevoegdheden (artikel 22, lid 2, tweede volzin, InsO). Het gerecht kan bijvoorbeeld gelasten dat de beschikkingen van de schuldenaar pas van kracht worden na goedkeuring van de voorlopige curator. In tegenstelling tot de aanwijzing van een voorlopige curator met ruime bevoegdheden vormt de aanwijzing van een voorlopige curator met beperkte bevoegdheden geen onderbreking van lopende geschillen (jurisprudentie van het federale gerechtshof (Bundesgerichtshof): arrest van 21 juni 1999 – II ZR 70/98 – punt 4). Als het gerecht de schuldenaar een algemeen beschikkingsverbod oplegt, waardoor de bevoegdheid om de activa van de schuldenaar te beheren en hierover te beschikken overgaat op de voorlopige curator, wordt laatstgenoemde geacht ruime bevoegdheden te hebben (artikel 22, lid 1, eerste volzin, InsO).

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De insolvente boedel (Insolvenzmasse) omvat naast de activa van de schuldenaar op het moment dat de procedure wordt ingeleid, ook de activa die gedurende de procedure nieuw worden verkregen (tot de intrekking of de beëindiging van de procedure). Persoonlijke rechten van de schuldenaar en niet voor beslag vatbare zaken zijn niet opgenomen, gezien het feit dat deze ook niet zijn onderworpen aan de executiemaatregel. Inkomen uit arbeid is bijvoorbeeld uitsluitend deel van de insolvente boedel als dit boven het minimum voor levensonderhoud van de schuldenaar ligt. Onder de activa van de schuldenaar die niet vatbaar zijn voor beslag, bevinden zich eveneens de activa die zijn vrijgesteld door de curator.

In het Duitse recht wordt de bevoegdheid om de activa van de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken in principe overgedragen aan de curator op het moment dat de procedure wordt ingeleid (uitgezonderd Eigenverwaltung, waarbij de schuldenaar zelf het beheer en de beschikking over het vermogen behoudt, artikelen 270 en volgende InsO), zodat de curator zekerheden moet stellen ten gunste van de schuldeisers die bijvoorbeeld een lening toekennen in het kader van de faillissementsprocedure. Voor zeer belangrijke transacties, zoals het afsluiten van een lening die de insolvente boedel aanzienlijk bezwaart, moet de curator goedkeuring verkrijgen van de vergadering van schuldeisers of van een comité van schuldeisers (artikel 160 InsO). Leningsschulden en andere schulden die de curator heeft gemotiveerd, vormen de boedelschulden die met voorrang worden betaald, dat wil zeggen vóór de concurrente schuldeisers. Op deze wijze wordt verzekerd dat contractuele partners na het inleiden van de insolventieprocedure verbintenissen aangaan met de insolvente schuldenaar.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Met het inleiden van de insolventieprocedure krijgt de curator doorgaans een belangrijke rol (uitgezonderd bij Eigenverwaltung), zodat de taak van het gerecht in deze fase van de procedure voornamelijk bestaat uit het begeleiden van en het houden van toezicht op het verloop ervan (naast specifieke bevoegdheden, zoals in procedures met een insolventieplan of bij Eigenverwaltung) (artikelen 58 en 76 InsO). Tijdens de procedure nemen de schuldeisers de belangrijke beslissingen (zoals over het liquideren van activa, de liquidatie, de sanering en het insolventieplan). Tijdens de inleiding van de procedure voert het gerecht echter specifieke bevoegdheden en taken uit. Zo beslist het over de ontvankelijkheid van de inleiding van de procedure, conservatoire maatregelen en de benoeming van een curator. Ook houdt het gerecht toezicht op de curator. Het gerecht controleert echter uitsluitend of de verrichtingen van de curator overeenstemmen met de wet, niet of deze doelmatigheid zijn. Bovendien is het niet bevoegd om instructies te geven. Om ervoor te zorgen dat de insolventieprocedure vlot verloopt, kan er uitsluitend beroep worden ingesteld tegen de beslissingen van het gerecht als de wet onmiddellijk beroep toestaat (sofortige Beschwerde, artikel 6, lid 1, InsO). Onmiddellijk beroep is mogelijk voor het gerecht waarbij de insolventieprocedure aanhangig is gemaakt of voor de beroepsrechter (dat wil zeggen voor de regionale rechtbank (Landgericht) die hoger in rang is dan het gerecht waarbij de procedure in eerste aanleg aanhangig is gemaakt) of door het indienen van een schriftelijk proces-verbaal bij de griffie (Geschäftstelle). Het beroep heeft geen opschortende werking, maar de beroepsrechter en de insolventierechter kunnen de voorlopige opschorting van de tenuitvoerlegging gelasten.

De curator staat centraal in de insolventieprocedure. Uitsluitend natuurlijke personen kunnen worden aangewezen als curator (artikel 56, lid 1, eerste volzin, InsO). Deze taak wordt voornamelijk uitgevoerd door advocaten, accountants of belastingadviseurs. Vanaf de inleiding van de insolventieprocedure is de curator bevoegd om het vermogen van de schuldenaar te beheren en hierover te beschikken (artikel 80, lid 1, InsO). De curator moet alle zaken die geen eigendom van de schuldenaar zijn, uit het vermogen verwijderen. Bovendien moet hij het vermogen van de schuldenaar aanvullen met de zaken die juridisch gezien behoren tot de te liquideren activa, maar die zich tijdens de inleiding van de insolventieprocedure nog niet in het vermogen van de schuldenaar bevinden. Het aldus vastgestelde vermogen van de schuldenaar vormt de insolvente boedel (artikel 35 InsO) waaruit de schuldeisers vervolgens worden betaald. Andere taken van de curator zijn onder meer:

  • de betaling van salarissen aan de werknemers van de insolvente schuldenaar;
  • beslissen over het al dan niet voortzetten van lopende geschillen (artikelen 85 en volgende InsO) en opgeschorte contractuele betrekkingen (artikelen 103 en volgende InsO);
  • het opstellen van een financiële balans (artikel 153, lid 1, eerste volzin, InsO);
  • bezwaar maken tegen rechtshandelingen die zijn uitgevoerd voorafgaand aan de inleiding van de insolventieprocedure en die nadelig zijn voor de concurrente schuldeisers (artikelen 129 en volgende InsO).

De curator staat onder toezicht van het gerecht (artikel 58, lid 1, InsO). Als er een comité van schuldeisers is gevormd, staat dit de curator terzijde en houdt het toezicht op diens beheer (artikel 69, eerste volzin, InsO).

Als het recht om te beschikken bij de inleiding van de procedure wordt overgedragen aan de curator, kan laatstgenoemde in principe vrij beschikken over de zaken uit de insolvente boedel. Er bestaan beperkingen voor zeer belangrijke rechtshandelingen, zoals de verkoop van de onderneming of het gehele magazijn. Voor dergelijke zeer belangrijke rechtshandelingen is de goedkeuring van de vergadering van schuldeisers of van het comité van schuldeisers vereist. Het niet-naleven van dit goedkeuringsvereiste heeft echter geen gevolgen voor derden; dit betekent uitsluitend dat de curator aansprakelijk is. De curator moet bovendien rekening houden met de beslissing van de vergadering van schuldeisers wat betreft de sluiting van de onderneming en de daaropvolgende liquidatie, of de voortzetting hiervan (artikelen 157 en 159 InsO).

Als de curator zijn verplichtingen krachtens de insolventiewet schendt, moet hij de schade van alle betrokkenen vergoeden (artikel 60, lid 1, InsO). In artikel 60, lid 1, InsO staat het volgende: “De curator moet de schade van alle partijen vergoeden als hij zijn verplichtingen krachtens de onderhavige wet ten onrechte schendt. Hij moet zorgvuldig handelen, als een geordende en nauwgezette curator.”

De curator heeft recht op een vergoeding voor het beheer en op de terugbetaling van de bijbehorende onkosten (artikel 63, lid 1, eerste volzin, InsO). De vergoeding wordt beheerst door de regeling inzake insolventievergoedingen (Insolvenzrechtsvergütungsverordnung, InsVV) en wordt berekend op basis van de waarde van de insolvente boedel aan het einde van de insolventieprocedure. De InsVV bevat een tarievenschaal die echter naar boven kan worden bijgesteld op basis van de omvang en de moeilijkheid van het beheer van de insolventie voor de curator.

De insolvente schuldenaar blijft ook na de inleiding van de insolventieprocedure de eigenaar van de te liquideren activa waarop de concurrente schuldeisers vorderingen hebben (artikelen 38 en 39 InsO). Hij is in principe verantwoordelijk voor al zijn zaken. Het beheer en de bevoegdheid om te beschikken over de zaken die onder de insolventie vallen, worden echter overgedragen aan de curator. Het gerecht kan op verzoek van de schuldenaar eveneens in zijn inleidingsbeslissing Eigenverwaltung gelasten uit hoofde van de artikelen 270 en volgende InsO. De schuldenaar moet bij zijn verzoek een plan voor Eigenverwaltung voegen volgens de voorschriften in artikel 270a InsO. De beslissing wordt gegeven als het plan voor Eigenverwaltung sluitend en volledig is en als er geen omstandigheden bekend zijn die doen vermoeden dat wezenlijke punten van het plan voor Eigenverwaltung op onjuiste feiten berusten (artikel 270b, lid 1, en artikel 270f, lid 1, InsO). Bovendien mag geen van de in artikel 270e genoemde redenen voor annulering van de voorlopige Eigenverwaltung van toepassing zijn (artikel 270b, lid 1, InsO). De algemene regels van het insolventierecht zijn in principe van toepassing (artikel 270, lid 1, tweede volzin 2, InsO). In geval van Eigenverwaltung behoudt de schuldenaar echter zelf de bevoegdheden voor beheer en beschikking, die hij uitvoert onder toezicht van een door de rechter aangewezen bewindvoerder (Sachverwalter) (artikel 270, lid 1, eerste volzin, InsO). Bij Eigenverwaltung worden de bevoegdheden die gewoonlijk toevallen aan de curator, verdeeld onder de schuldenaar en de bewindvoerder.

Het inleiden van de insolventieprocedure brengt verschillende informatie- en medewerkingsverplichtingen met zich mee voor de schuldenaar. De insolvente schuldenaar heeft tegelijkertijd echter ook het recht om deel te nemen aan de procedure.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Het doel van de artikelen 94 en volgende InsO is om te weten te komen of een schuldeiser de vordering van een schuldenaar kan verrekenen. De wet maakt met name een onderscheid tussen de situatie waarin de mogelijkheid tot schuldverrekening al bestond op het moment dat de insolventieprocedure werd ingeleid, en de situatie waarin die mogelijkheid pas later is ontstaan. In het eerste geval is verrekening in principe toegestaan, zodat de schuldeiser zijn vordering niet hoeft aan te melden in het overzicht van de vorderingen in de boedel (Tabelle), maar betaling kan verkrijgen door de curator een verklaring inzake verrekening te verstrekken. De verklaring inzake verrekening is echter nietig als de schuldeiser om de mogelijkheid tot verrekening heeft verzocht middels een aanvechtbare rechtshandeling (artikel 96, lid 1, punt 3, InsO).

In het tweede geval wordt er onderscheid gemaakt tussen twee situaties:

Als het verzoek om verrekening al bestond bij de inleiding van de insolventieprocedure, maar nog niet invorderbaar was, nog niet was gericht op een vergelijkbare prestatie of nog niet was vastgelegd, is verrekening ook na de inleiding toegestaan, zodra het obstakel voor de verrekening is opgeheven.

Als het verzoek van de schuldenaar bij de inleiding van de procedure nog niet is gemotiveerd of als de schuldeiser zijn verzoek pas na de inleiding heeft ingediend, is verrekening uit hoofde van artikel 96, lid 1, punten 1 en 2, InsO uitgesloten, met als gevolg dat de schuldenaar van de schuldeiser kan eisen om de deze op te nemen in de boedel. De schuldeiser kan zijn vordering uitsluitend aanmelden in het overzicht van de vorderingen in de boedel en uitsluitend worden betaald in verhouding met zijn aandeel.

Als de schuldeiser de vordering daarentegen na de inleiding van de insolventieprocedure en niet van een andere schuldeiser heeft verkregen, maar als de vordering op zijn naam is ontstaan, bijvoorbeeld omdat hij een overeenkomst heeft gesloten met de curator, heeft hij recht op verrekening als boedelschuldeiser.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

De gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten worden in het Duitse recht beheerst door de artikelen 103 en volgende InsO. In principe kunnen bestaande contractuele relaties bij de inleiding van de insolventieprocedure worden beëindigd of voortgezet, of heeft de curator het recht om te kiezen tussen de tenuitvoerlegging of de beëindiging.

Voor bepaalde rechtshandelingen zijn de gevolgen van de insolventieprocedure uitdrukkelijk vastgelegd in de wet (artikelen 103 tot en met 118 InsO). Volmachten of beheersovereenkomsten inzake de activa die deel uitmaken van de insolvente boedel, worden bijvoorbeeld geacht nietig te zijn bij de inleiding van de insolventieprocedure, terwijl de huurovereenkomsten van de schuldenaar betreffende grond en dienstverleningsovereenkomsten die gevolgen hebben voor de insolvente boedel, worden voorgezet.

Voor wederkerige overeenkomsten die geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zijn gelegd door de schuldenaar en de andere partij, heeft de curator op basis van artikel 103, lid 1, InsO de keuze tussen de tenuitvoerlegging of de beëindiging van de overeenkomst. Als de curator kiest voor de tenuitvoerlegging ten gunste van de insolvente boedel, wordt de te verrekenen vordering van de schuldeiser met voorrang betaald, gezien het feit dat deze een boedelschuld vormt in de zin van artikel 55, lid 1, punt 2, InsO. Als de curator kiest voor beëindiging, kan hij geen tegenprestaties meer eisen. De schuldeiser kan een schadevergoedingseis wegens niet-uitvoering als schuldeiser uitsluitend doen gelden door zijn vordering aan te melden in het overzicht van de vorderingen van de boedel (artikel 103, lid 2, eerste volzin, InsO). Als de curator geen beslissing neemt, kan de andere partij de curator aanmanen om zijn keuzerecht uit te oefenen. In dit geval moet de curator onverwijld verklaren of hij verlangt dat de overeenkomst ten uitvoer wordt gelegd. Zonder deze verklaring kan hij niet aandringen op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. Voor financiële prestaties en overeenkomsten voor bepaalde duur sluit de wet het keuzerecht van de curator uit (artikel 104 InsO).

Als het lot van een contractuele relatie niet specifiek is geregeld in de artikelen 103 tot en met 118 InsO, wordt de overeenkomst ook na de inleiding van de insolventieprocedure voortgezet.

De ontvankelijkheid van de ontbindende voorwaarden in overeenkomsten is omstreden. Het uitgangspunt is allereerst artikel 119 InsO, waarin staat dat overeenkomsten die de toepassing van de artikelen 103 en volgende InsO van tevoren uitsluiten of beperken, nietig zijn. Zogenoemde ontbindende voorwaarden die losstaan van de insolventie en geen verband houden met de inleiding van de insolventieprocedure of het verzoek daarom, maar bijvoorbeeld met achterstallige betaling van de schuldenaar, zijn ingevolge deze bepaling toegestaan. Ontbindende voorwaarden die niet losstaan van de insolventie, leveren daarentegen een probleem op, met name gelet op het arrest van het federale gerechtshof (Bundesgerichtshof) van 15 november 2012 (IX ZR 169, 11, BGHZ 195, 348). In dit arrest heeft het federale gerechtshof voor een energieleveringsovereenkomst de ontbindende voorwaarde die losstond van de insolventie en die het onderwerp van het geschil was, nietig verklaard. Het gerechtshof heeft echter niet verklaard dat ontbindende voorwaarden die losstaan van de insolventie op zich nietig zijn, maar heeft ontbindende voorwaarden toegestaan wanneer zij in overeenstemming zijn met een in de wet vastgestelde ontbindingsmogelijkheid. Hoe ontbindende voorwaarden die losstaan van de insolventie, worden beoordeeld, is derhalve nog niet volkomen duidelijk. Voor bepalingen over contractuele oplossingen bij financiële prestaties en overeenkomsten voor bepaalde duur bevat artikel 104, leden 3 en 4, InsO speciale regels.

Als de schuldenaar en de schuldeiser volgens de algemene wettelijke bepalingen een overdrachtsverbod zijn overeengekomen, is dit verbod eveneens bindend voor de curator. In het handelsverkeer is een dergelijk overdrachtsverbod doorgaans echter nietig. De overdracht van een geldvordering is namelijk toegestaan ondanks een contractueel overeengekomen overdrachtsverbod, als de schuldenaar en de schuldeiser handelaren zijn (artikel 354a, lid 1, van het Duitse Wetboek van Koophandel (Handelsgesetzbuch)).

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Daar het doel van de insolventieprocedure is om alle schuldeisers rechtvaardig te betalen, wordt in artikel 87 InsO aangegeven dat de concurrente schuldeisers hun vorderingen uitsluitend kunnen innen conform de bepalingen met betrekking tot de insolventieprocedure. De inleiding van de insolventieprocedure brengt derhalve een verbod op executiemaatregelen met zich mee. Dat wil zeggen dat alle executiemaatregelen van de concurrente schuldeisers op de boedel of het vermogen van de schuldenaar gedurende de gehele procedure worden opgeschort (artikel 89, lid 1, InsO). Dit verbod op executiemaatregelen moet ambtshalve worden nageleefd, zodat reeds in gang gezette executiemaatregelen moeten worden opgeschort, waarbij het niet van belang is of de schuldeiser kennis heeft genomen van de inleiding of dat de schuldenaar heeft verzocht om de opschorting van de executiemaatregel.

In artikel 88 InsO is vastgesteld dat de zekerheden die in de maand voorafgaand aan het insolventieverzoek of daarna door middel van executiemaatregelen werden verkregen, met terugwerkende kracht nietig worden op het moment dat de insolventieprocedure wordt ingeleid (Rückschlagsperre). Ook in dit geval is het niet van belang of de schuldeiser op de hoogte was van het latere insolventieverzoek.

Als de zekerheid die voortkomt uit een executiemaatregel al enige tijd voorafgaand aan het insolventieverzoek werd verkregen, wordt deze niet nietig verklaard uit hoofde van artikel 88, lid 1, InsO, maar onder bepaalde voorwaarden is het wel mogelijk om hier bezwaar tegen te maken (jurisprudentie van het federale gerechtshof, arrest van 22 januari 2004 – IX ZR 39/03).

Op het moment dat de insolventieprocedure wordt ingeleid, verliest de schuldenaar de mogelijkheid om in rechte op te treden. Deze wordt overgedragen aan de curator, die hierover ambtshalve en als partij beschikt. De curator kan derhalve in zijn eigen naam in rechte de aanspraken indienen die deel uitmaken van de insolvente boedel.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Daar de schuldenaar bij de inleiding van de insolventieprocedure de mogelijkheid verliest om in rechte op te treden, wordt iedere lopende procedure met betrekking tot de insolvente boedel onmiddellijk opgeschort (artikel 240, eerste volzin, van het Duitse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zivilprozessordnung, ZPO)).

Een actief proces (bijvoorbeeld een geschil waarin de schuldenaar de eiser is of bezwaar maakt tegen een reeds toegekend recht) kan worden overgenomen door de curator. Laatstgenoemde heeft ook het recht dit te weigeren (artikel 85, lid 1, eerste volzin, InsO). Als hij het geschil overneemt, wordt de procedure voortgezet. Als hij weigert het geschil over te nemen met als gevolg dat de zaak uit de boedel wordt vrijgegeven, kan de schuldenaar of de gedaagde van het proces het geschil hervatten (artikel 85, lid 2, InsO).

Als de schuldenaar de gedaagde partij is, wordt er onderscheid gemaakt tussen twee situaties. Als er op de datum dat de insolventieprocedure wordt ingeleid een geschil loopt over een vordering, moet deze worden aangemeld in het overzicht van de vorderingen van de boedel (artikel 87 InsO). Als de curator of een schuldeiser bezwaar maakt, moet de vordering worden erkend door de hervatting van het opgeschorte geschil (artikel 180, lid 2, InsO).

Als het daarentegen niet om een vordering van de boedel gaat, maar bijvoorbeeld om separatierechten of boedelschulden, kan het geschil zowel door de curator als door de tegenpartij worden hervat (artikel 86 InsO).

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Zoals in de inleiding al is uitgelegd, geeft de insolventiewet schuldeisers aanzienlijke invloed op de insolventieprocedure. De schuldeisers oefenen hun bevoegdheden uit via de vergadering van schuldeisers (Gläubigerversammlung, artikelen 74 en volgende InsO) of optioneel via een comité van schuldeisers (Gläubigerausschuss) dat wordt samengesteld door de vergadering van schuldeisers (artikelen 68 en volgende InsO). Waar de vergadering van schuldeisers het besluitvormende orgaan van de schuldeisers is, gaat het bij het comité van schuldeisers om een controleorgaan van de schuldeisers. De vergadering van schuldeisers wordt bijeengeroepen (artikel 74, lid 1, eerste volzin InsO) en geleid (artikel 76, lid 1, InsO) door het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt. Alle preferente schuldeisers, alle concurrente schuldeisers, de leden van het comité van schuldeisers, de curator en de schuldenaar mogen deelnemen aan de vergadering van schuldeisers (artikel 74, lid 1, tweede volzin, InsO). Besluiten van de vergadering van schuldeisers worden in principe genomen met een gewone meerderheid, die niet wordt gevormd door het aantal stemmen, maar door de hoogte van de vorderingen van de stemmende schuldeisers (artikel 76, lid 2, InsO). Als een onderneming bepaalde criteria met betrekking tot de omvang overschrijdt, moet het gerecht waarbij de insolventieprocedure aanhangig is gemaakt, bij de inleiding een voorlopig comité van schuldeisers samenstellen (artikel 22a InsO). Dit comité bemiddelt bij de aanwijzing van de curator en bij de beslissing voor Eigenverwaltung (artikel 56a en artikel 270b, lid 3, InsO).

Het belang van de vergadering van schuldeisers blijkt uit het feit dat deze beslist over de voortzetting van de procedure en over de wijze waarop de activa van de schuldenaar worden geliquideerd. De andere taken van de vergadering van schuldeisers zijn:

  • de keuze voor een andere curator (artikel 57, eerste volzin, InsO);
  • de controle van de curator (artikelen 66, 79 en artikel 197, lid 1, punt 1, InsO);
  • de beslissing over de beëindiging of de voortzetting van de onderneming (artikel 157 InsO);
  • de goedkeuring van zeer belangrijke rechtshandelingen die de curator wil verrichten (artikel 160, lid 1, InsO);

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Raadpleeg voor de bevoegdheden van de curator voor de zaken van de insolvente boedel het antwoord op de vraag “Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de curator”.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

  1. Separatie

Separatisten (aussonderungsberechtigte Gläubiger) zijn personen die krachtens een zakelijk of persoonlijk recht kunnen aanvoeren dat een bepaalde zaak geen deel uitmaakt van de insolvente boedel (artikel 47, eerste volzin, InsO). Separatisten zijn geen concurrente schuldeisers en hoeven hun vorderingen derhalve niet aan te melden in het overzicht van de boedel, maar kunnen deze middels een rechtsvordering afdwingen conform de algemene bepalingen (artikel 47, tweede volzin, InsO). De gedaagde partij is dan echter niet de schuldenaar, maar ambtshalve de curator. Verzoeken om separatie kunnen worden gebaseerd op het eigendomsrecht (mits het niet gaat om eigendomsoverdracht tot zekerheid, aangezien de eigenaar dan slechts een preferente schuldeiser is; artikel 51, punt 1, InsO) en het eigendomsvoorbehoud, maar eveneens op het restitutierecht (bijvoorbeeld het recht van een eigenaar jegens een huurder).

  1. Preferente schuldeisers

Preferente schuldeisers (absonderungsberechtigte Gläubiger) hebben het recht om met voorrang te worden betaald uit de liquidatie van een zaak die deel uitmaakt van de insolvente boedel. Zij nemen geen deel aan de erkenningsprocedure, maar krijgen een voorkeursbehandeling aangezien zij vóór de overige ondergeschikte schuldeisers of schuldeisers zonder zekerheidsrecht kunnen worden betaald. Het eventuele overschot valt toe aan de boedel en kan worden gebruikt om de overige schuldeisers te betalen. Een dergelijk voorrecht vloeit onder andere voort uit hypotheekrechten, een pandrecht op roerende zaken of een bezitloos pandrecht (Sicherungseigentum) (artikelen 49, 50 en 51 InsO).

Als de verkregen opbrengst niet toereikend is voor de betaling en als de preferente schuldeiser naast het zakelijke recht eveneens een persoonlijk recht heeft jegens de schuldenaar, kan hij, naast zijn voorrecht, ook betaling naar verhouding uit de insolvente boedel eisen door zijn persoonlijke recht dat niet is betaald, aan te melden in het overzicht van de vorderingen van de boedel (artikel 52, tweede volzin, InsO).

  1. Boedelschuldeisers

Vorderingen van boedelschuldeisers (Massegläubiger) hoeven niet te worden aangemeld, maar moeten vooraf worden voldaan. Boedelschulden zijn overeenkomstig artikel 53 InsO onder andere de kosten van de insolventieprocedure en de andere schulden die na het inleiden van de insolventieprocedure zijn ontstaan in verband met de afwikkeling van de insolventie door de curator (bijvoorbeeld loonvorderingen van werknemers die nog steeds werkzaam zijn in het bedrijf, of vorderingen van een advocaat die door de curator gemachtigd is om door middel van een gerechtelijke procedure rechten te doen gelden). De reden waarom deze betalingen met voorrang worden voldaan, is dat de curator de procedure alleen dan naar behoren kan afhandelen, wanneer hij de mogelijkheid heeft nieuwe verplichtingen aan te gaan waarvan volledige nakoming is gewaarborgd. Bovendien vormen schulden die hun oorsprong vinden in ongerechtvaardigde verrijking van de insolvente boedel, en bepaalde schulden die voortvloeien uit de lopende insolventieprocedure, ook boedelschulden.

  1. Concurrente schuldeisers

Alleen de concurrente schuldeisers (Insolvenzgläubiger) nemen deel aan de erkenningsprocedure (artikel 174, lid 1, eerste volzin, InsO). Concurrente schuldeisers zijn conform artikel 38 InsO alle persoonlijke schuldeisers die op het moment dat de insolventieprocedure wordt ingeleid, een vordering op de schuldenaar kunnen bewijzen. De vorderingen van de ondergeschikte schuldeisers (nachrangige Insolvenzgläubiger) die zijn genoemd in artikel 39, lid 1, InsO, kunnen uitsluitend worden aangemeld als de rechter die de insolventieprocedure leidt, hier specifiek om heeft gevraagd (artikel 174, lid 3, eerste volzin, InsO). Eenvoudige vorderingen worden voldaan na de andere vorderingen van concurrente schuldeisers. Dit zijn bijvoorbeeld rente en vertragingstoeslagen vanaf de inleiding van de procedure op de vorderingen van de concurrente schuldeisers en geldelijke sancties en boetes.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De vorderingen moeten schriftelijk bij de curator worden aangemeld binnen de termijn die het gerecht waarbij de insolventieprocedure aanhangig is gemaakt, in zijn inleidingsbeslissing heeft vastgesteld, met vermelding van de reden voor en de hoogte van de vorderingen en met de originele bewijsstukken betreffende de vordering (artikel 174, lid 1, eerste en tweede volzin, en lid 2, InsO). Ook te laat aangemelde vorderingen worden in aanmerking genomen (artikel 177 InsO). Alle vorderingen van de insolventie moeten worden aangemeld, ongeacht of de bijbehorende rechtsbetrekking onder het burgerlijk recht of onder het publiekrecht valt (bijvoorbeeld belastingschulden).

De volgende bijzonderheden zijn van toepassing op buitenlandse schuldeisers: in artikel 55 van Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (de EU-insolventieverordening) staat dat buitenlandse schuldeisers hun vorderingen met een standaardformulier kunnen aanmelden. De vorderingen kunnen worden aangemeld in iedere officiële taal van de instellingen van de Europese Unie. De schuldeiser kan echter vragen om een vertaling in de officiële taal van de staat waar de procedure is ingeleid of in een andere taal die in deze staat is toegestaan. De vorderingen worden in principe betekend binnen de termijn die is vastgesteld in het recht van de staat waar de procedure is ingeleid. Voor een buitenlandse schuldeiser bedraagt deze termijn ten minste dertig dagen na de publicatie van de beslissing om de insolventieprocedure in te leiden in het insolventieregister van de desbetreffende staat.

De curator moet alle aangemelde vorderingen die voldoen aan de minimumvereisten, in een overzicht van de vorderingen van de boedel noteren. In dit stadium worden de vorderingen niet inhoudelijk gecontroleerd. Pas later, binnen een onderzoekstermijn die eveneens door de rechter is vastgesteld, worden de hoogte en de rang van de vorderingen onderzocht (artikel 176, eerste volzin, InsO). Als er binnen deze onderzoekstermijn geen bezwaar tegen de vordering wordt gemaakt door de curator of door een concurrente schuldeiser, of als een dergelijk bezwaar wordt verworpen, wordt de vordering erkend en krijgt de schuldeiser zijn aandeel in de opbrengst van de liquidatie van de insolvente boedel. Het bezwaar van de schuldenaar heeft geen invloed op de erkenning van de vordering (artikel 178, lid 1, tweede volzin), maar heeft wel tot gevolg dat in dat geval, na de intrekking van insolventieprocedure, de concurrente schuldeiser niet kan overgaan tot executiemaatregelen op basis van het overzicht van de vorderingen. In plaats daarvan moet hij een rechtsvordering tegen de schuldenaar van de insolventieprocedure instellen (artikel 201, lid 2, eerste volzin, InsO).

Als er tijdens de onderzoekstermijn bezwaar wordt gemaakt door de curator of door een andere concurrente schuldeiser, moet de schuldeiser van de desbetreffende vordering een rechtsvordering instellen tegen de partij die bezwaar maakt tegen de vordering (artikel 179, lid 1, InsO). Hij kan echter uitsluitend delen in de opbrengst van de liquidatie als in het kader van een erkenningsprocedure uit hoofde van de artikelen 180 en volgende InsO met kracht van gewijsde is vastgesteld dat de vordering bestaat. Alvorens de opbrengst te verdelen moet de curator eerst een verdelingslijst opstellen (artikel 188 InsO). Binnen twee weken na de publicatie van de verdelingslijst moet het bewijs worden verstrekt dat er een rechtsvordering tot erkenning is ingesteld (artikel 189, lid 1, InsO). Bij gebreke hiervan wordt de vordering niet in aanmerking genomen bij de verdeling van de opbrengst van de liquidatie, zelfs als de vordering intussen met kracht van gewijsde is erkend (artikel 189, lid 3, InsO). Als het bewijs daarentegen binnen de voorgeschreven termijn is aangebracht, wordt het deel dat tijdens de verdeling toevalt aan de vordering, gedurende de looptijd van het geschil apart gehouden (artikel 189, lid 2, InsO). Als de rechtsvordering tot erkenning met kracht van gewijsde wordt verworpen, wordt het apart gehouden deel verdeeld onder de overige concurrente schuldeisers. Als er reeds een executoriale titel bestaat waarin de betwiste vordering wordt vastgesteld, moet degene die bezwaar maakt, de rechtsvordering instellen en niet de schuldeiser die de vordering aanmeldt (artikel 179, lid 2, InsO). De rechterlijke beslissing waarmee een vordering wordt erkend of een bezwaar gegrond wordt verklaard, is niet alleen van kracht voor de partijen bij het geschil, maar ook voor de curator en alle concurrente schuldeisers (artikel 183, lid 1, InsO).

Als een concurrente schuldeiser zijn vordering niet heeft aangemeld in het overzicht van de vorderingen van de boedel, kan hij niet delen in de opbrengst van de liquidatie, noch zijn vordering op een andere wijze doen gelden (artikel 87 InsO). Rechtsvorderingen tot betaling tegen de curator zijn niet ontvankelijk en moeten worden verworpen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Behoudens indien in het insolventieplan anders wordt bepaald, gaat de curator over tot de liquidatie van de zaken van de insolvente boedel, om deze zo in geld om te zetten en dat geld onder de schuldeisers te kunnen verdelen. De curator heeft als taak om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen en beslist op basis van zijn discretionaire bevoegdheid op welke wijze de liquidatie concreet geschiedt. Tot de mogelijkheden behoren de verkoop van de onderneming of van afzonderlijke vestigingen van de schuldenaar als geheel dan wel de ontmanteling van de onderneming en de afzonderlijke verkoop van de verschillende tot het vermogen behorende voorzieningen.

Voordat hij de opbrengst van de liquidatie kan verdelen onder de concurrente schuldeisers, moet hij eerst de preferente schuldeisers en de boedelschuldeisers betalen. De opbrengst wordt door de curator verdeeld op basis van een verdelingslijst (artikel 188 InsO), die hij aan de hand van de lijst van vorderingen behoort op te maken (artikel 175 InsO). De lijst moet alle vorderingen bevatten waarmee bij de verdeling rekening moet worden gehouden. De opbrengst wordt vervolgens naar verhouding van de hoogte van de verschillende vorderingen onder de schuldeisers verdeeld. De ondergeschikte schuldeisers bevinden zich in rang onder de concurrente schuldeisers. Deze worden pas betaald als de concurrente schuldeisers volledig zijn betaald. Gegeven het feit dat hun vooruitzichten op betaling gering zijn, hoeven zij hun vorderingen pas aan te melden als het gerecht waarbij de insolventieprocedure aanhangig is gemaakt, hen daar afzonderlijk toe oproept (artikel 174, lid 3, InsO).

In de regel wordt niet pas met de betaling van de schuldeisers begonnen wanneer de liquidatie van de boedel is voltooid. Meestal vinden er gedeeltelijke afbetalingen plaats, zodra er zich voldoende liquide middelen in de boedel bevinden (artikel 187, lid 2, eerste volzin, InsO). Wanneer de liquidatie is voltooid, vindt de definitieve verdeling plaats (artikel 196, lid 1, InsO). Daarvoor is toestemming van de rechter vereist (artikel 196, lid 2, InsO). Als alle schulden van de vorderingen (met inbegrip van de ondergeschikte vorderingen) volledig kunnen worden voldaan (hetgeen in de praktijk zelden voorkomt), moet de curator de overgebleven baten teruggeven aan de schuldenaar (artikel 199, eerste volzin, InsO).

Als een schuldeiser een recht heeft op een afzonderlijke regeling voor een zaak die deel uitmaakt van de insolvente boedel en als de opbrengst van de liquidatie ervan niet toereikend is om hem volledig te betalen, kan de schuldeiser zijn aanvullende vordering uitsluitend aanmelden in het overzicht van de vorderingen van de boedel voor het deel dat niet onder de afzonderlijke regeling viel (hij kan eveneens afzien van betaling met voorrang en zijn persoonlijke vordering op de schuldenaar met de andere vorderingen aanmelden in het overzicht van de vorderingen van de boedel; artikel 52, tweede volzin, InsO).

Als een derde overgaat tot de betaling van een door een zakelijk zekerheidsrecht gewaarborgde vordering van een schuldeiser op de schuldenaar, komt hij niet automatisch in de plaats van de schuldeiser van de desbetreffende vordering. Er zijn bij wet echter bepaalde gevallen van subrogatie vastgelegd en deze kunnen eveneens contractueel worden vastgelegd. Dit is echter geen bijzonderheid van de insolventieprocedure, maar vloeit voort uit algemene rechtsbepalingen. Als de schuldeiser bijvoorbeeld een zakelijk zekerheidsrecht heeft en niet door de schuldenaar maar door een derde wordt betaald die instaat voor de vordering van de insolvente schuldenaar, wordt de vordering van de schuldeiser jegens de schuldenaar overgedragen aan de garant uit hoofde van wettelijke subrogatie (artikel 774, lid 1, eerste volzin, van het Duitse Burgerlijk Wetboek (Bürgerliches Gesetzbuch)). Voor bijkomstige zekerheidsrechten, zoals hypotheken of pandrechten, is in de wet uitdrukkelijk bepaald dat deze eveneens worden overgedragen aan de garant (artikelen 412 en 401 van het Burgerlijk Wetboek). Niet-bijkomstige zekerheidsrechten, zoals zekerheidsrechten op grond (Sicherungsgrundschuld), worden niet bij wet overgedragen aan de garant. De schuldeiser met een contractuele vordering is echter op vergelijkbare wijze verplicht om conform de artikelen 412 en 401 van het Burgerlijk Wetboek de niet-bijkomstige zekerheidsrechten over te dragen aan de garant, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De garant komt dan in de plaats van de schuldeiser met het zakelijke zekerheidsrecht.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

  1. Wettelijke procedure:

Nadat de definitieve verdeling heeft plaatsgevonden, wordt de insolventieprocedure officieel beëindigd (artikel 200, lid 1, InsO). De beëindigingsbeslissing wordt openbaar gemaakt. Met de beëindiging van de insolventieprocedure herkrijgt de schuldenaar de bevoegdheid tot beheer en beschikking over de zaken die tot dan toe tot de boedel behoorden.

Na de beëindiging van de insolventieprocedure kunnen de schuldeisers in principe hun resterende vorderingen op de schuldenaar zonder beperking doen gelden, aangezien de vordering slechts voor het betaalde aandeel is vervallen. Voor de tenuitvoerlegging van het onbetaalde deel van de vordering wordt in artikel 201, lid 2, InsO bepaald dat de concurrente schuldeisers executiemaatregelen jegens de schuldenaar kunnen treffen op basis van de opgave van het overzicht van de vorderingen of een uitvoerbare beslissing voor zover de vordering is erkend en niet tijdens de onderzoekstermijn door de schuldenaar is betwist. Uit artikel 201, lid 2, InsO blijkt dat de schuldeiser zijn vordering op de schuldenaar in ieder ander geval middels een rechtsvordering moet laten gelden.

Er geldt een uitzondering voor natuurlijke personen. Zij kunnen verzoeken om een procedure voor de kwijtschelding van resterende schulden (Restschuldbefreiung ) uit hoofde van artikel 201, lid 3, en de artikelen 286 en volgende InsO. Als de kwijtschelding van resterende schulden wordt toegekend na een periode van goed gedrag van in beginsel drie jaar, waarin de schuldenaar al zijn voor beslag vatbare inkomsten moet overdragen aan een beheerder (Treuhänder), wordt deze van kracht jegens alle concurrente schuldeisers, met inbegrip van degenen die hun vorderingen niet hebben aangemeld (artikel 301, lid 1, InsO). Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen definitief niet meer kunnen verhalen op de schuldenaar (met uitzondering van de in artikel 302 InsO bedoelde vorderingen die van de kwijting in faillissement zijn uitgesloten).

Een rechtspersoon voor wiens activa een insolventieprocedure is uitgevoerd en die geen activa meer bezit, wordt ambtshalve geschrapt uit het handelsregister en houdt op te bestaan.

  1. Procedure met een insolventieplan

Met het insolventieplan kunnen preferente schuldeisers en concurrente schuldeisers autonoom en in afwijking van de wettelijke insolventiebepalingen zorgen voor de liquidatie van de insolvente boedel, de verdeling onder de partijen, de afhandeling van de procedure en de aansprakelijkheid van de schuldenaar na afloop van de insolventie (artikel 217, lid 1, eerste volzin, InsO). Een insolventieplan is niet hetzelfde als sanering. Het insolventieplan staat weliswaar centraal staat bij de sanering van een onderneming, maar kan ook de basis van de liquidatie zijn, bijvoorbeeld door het regelen van de liquidatie van de insolvente boedel en de verdeling onder de partijen in afwijking van de wettelijke insolventiebepalingen.

Het insolventieplan biedt niet alleen de mogelijkheid tot kwijtschelding van resterende schulden, maar is ook een belangrijk instrument om opzettelijk hinderende schuldeisers te overstemmen. In artikel 245 InsO wordt namelijk bepaald dat de goedkeuring van een groep stemgerechtigden onder bepaalde voorwaarden wordt geacht te zijn verkregen, zelfs als de benodigde meerderheid niet is behaald.

Zowel de curator als de schuldenaar is bevoegd om een insolventieplan voor te leggen (artikel 218, lid 1, eerste volzin, InsO). Het insolventieplan bevat een beschrijvend deel (darstellender Teil), waarin de situatie wordt uiteengezet, en een operationeel deel (gestaltender Teil) (artikel 219, eerste volzin, InsO). In het beschrijvende deel staat welke maatregelen er al zijn getroffen na de inleiding van de insolventieprocedure en welke maatregelen er nog moeten worden getroffen om als basis te dienen voor de voorgenomen regeling van de rechten van de betrokkenen (artikel 220, lid 1, InsO). In het operationele deel is vastgelegd op welke wijze de rechtspositie van de betrokkenen door het plan moet worden gewijzigd (artikel 221, eerste volzin, InsO). Als de schuldenaar geen natuurlijke persoon is, voorziet artikel 217, tweede volzin, InsO in de mogelijkheid medezeggenschapsrechten en aandeelhoudersrechten in de schuldenaar in het insolventieplan op te nemen. Op grond van artikel 225a, lid 2, InsO is een “debt to equity swap” (schuldconversie) mogelijk om de vorderingen van de schuldeisers om te zetten in medezeggenschapsrechten in de vennootschap. De stemprocedure die is vastgesteld in de artikelen 243 en volgende InsO, is van bijzonder belang. In het kader van het operationele deel van het insolventieplan worden meerdere groepen opgericht. Het insolventieplan wordt uitsluitend aangenomen als in iedere groep de meerderheid van de stemmende schuldeisers het plan goedkeurt (meerderheid in aantal) en als de som van de vorderingen van de schuldeisers die instemmen met het plan, meer dan de helft van de som van alle vorderingen van de stemmende schuldeisers bedraagt (meerderheid in bedrag). Onder bepaalde voorwaarden creëert de wet echter kunstmatig de goedkeuring van een groep stemgerechtigden, zelfs als de benodigde meerderheid niet is behaald (artikel 245 InsO). Dit obstructieverbod (Obstruktionsverbot) heeft tot doel te verhinderen dat enkele schuldeisers of aandeelhouders het plan laten mislukken. Overeenkomstig artikel 247 InsO moet de schuldenaar eveneens instemmen met het plan. Als hij bezwaar aantekent, is dat echter irrelevant wanneer hij met het plan naar alle verwachting niet slechter af is dan wanneer er geen plan was geweest en wanneer er geen schuldeiser is die een economische waarde ontvangt die het totale bedrag van diens vordering te boven gaat.

Nadat het insolventieplan is aangenomen door de betrokkenen en is goedgekeurd door de schuldenaar, volgt nog een bekrachtiging door het gerecht waarbij de insolventieprocedure aanhangig is gemaakt. Het gerecht bekrachtigt het insolventieplan als alle essentiële voorschriften betreffende de procedure zijn nageleefd en als geen enkele schuldeiser of aandeelhouder een verzoek heeft ingediend waarin hij aanvoert dat hij met het plan slechter af is (artikel 251 InsO). Om te voorkomen dat het plan mislukt als gevolg van een dergelijk bezwaar, kunnen er op basis van het operationele deel van het plan middelen beschikbaar worden gesteld voor het geval een betrokkene aantoont dat hij slechter af is (artikel 251, lid 3, InsO).

Tegen de beslissing ter bekrachtiging van het plan kan slechts in beperkte mate bezwaar worden gemaakt (artikel 253 InsO).

Wanneer de bekrachtiging in kracht van gewijsde gaat en het insolventieplan niet anders bepaalt, gelast de rechter de beëindiging van de insolventieprocedure (artikel 258, lid 1, InsO) en is de schuldenaar weer beschikkingsbevoegd. Als de bekrachtiging van het insolventieplan definitief is, treden de in het operationele deel van het insolventieplan vastgelegde gevolgen ten voordele dan wel ten nadele van de betrokkenen in werking, ongeacht of zij hun vorderingen hebben aangemeld als concurrente schuldeisers of als betrokkene bezwaar hebben gemaakt tegen het plan (artikel 254b InsO). Dit betekent dat de kwijtschelding of het uitstel zoals bepaald in het insolventieplan van rechtswege van kracht wordt, zonder dat er daartoe een bijzondere wilsverklaring nodig is (artikel 254a, lid 1, InsO). Het insolventieplan heeft geen gevolgen voor de rechten van de concurrente schuldeisers jegens derden. Voor zover het plan erin voorziet, is er een uitzondering voor zogenoemde “zekerheidsrechten van derden binnen de groep” (gruppeninterne Drittsicherheiten) die aan de schuldeiser zijn verschaft door een met de schuldenaar verbonden vennootschap in de zin van artikel 15 van de Duitse Wet op de naamloze vennootschappen (Aktiengesetz) (bijvoorbeeld door een dochteronderneming) (artikel 217, lid 2, en artikel 223a InsO).

Om te garanderen dat de schuldenaar zijn verplichtingen uit het insolventieplan uitvoert, kan worden bepaald dat hij onder toezicht van de curator komt te staan. Tijdens de toezichtperiode moet de curator jaarlijks verslag van de huidige staat en de uitvoeringsperspectieven van het insolventieplan uitbrengen aan het comité van schuldeisers, als dit bestaat, en aan de rechter (artikel 261, lid 2, eerste volzin, InsO).

Los van de beslissing om al dan niet toezicht te gelasten, garandeert de reactiveringsbepaling (Wiederauflebensklausel) uit artikel 255 InsO de tenuitvoerlegging van het plan door de schuldenaar. Als de vorderingen van concurrente schuldeisers zijn uitgesteld of gedeeltelijk zijn kwijtgescholden op basis van het operationele deel van het insolventieplan, brengt deze bepaling de nietigverklaring van het uitstel of de kwijtschelding met zich mee voor de schuldeiser jegens wie de schuldenaar specifiek tekortschiet bij de tenuitvoerlegging van het plan (artikel 255, lid 1, InsO). Deze regel is van toepassing jegens alle concurrente schuldeisers als er gedurende de tenuitvoerlegging van het plan een nieuwe insolventieprocedure wordt ingeleid betreffende de activa van de schuldenaar (artikel 255, lid 2, InsO). Concurrente schuldeisers met vorderingen die gedurende de onderzoekstermijn zijn erkend zonder bezwaar van de schuldenaar en die voortvloeien uit het definitief bekrachtigde insolventieplan (met opgave van het overzicht van de vorderingen), kunnen jegens de schuldenaar dezelfde executiemaatregelen nemen als bij een uitvoerbare rechterlijke beslissing (artikel 257, lid 1, eerste volzin InsO).

Als het insolventieplan de basis van de sanering van een onderneming is, zijn er vaak saneringskredieten nodig. Om de kredietverleners zekerheid te bieden, kan het operationele deel van het insolventieplan een kredietregeling bevatten (artikel 264 InsO). Als de vordering van de nieuwe kredietverlener onder de regeling valt, heeft het sluiten van een dergelijk krediet tot gevolg dat de concurrente schuldeisers in een nieuwe insolventieprocedure lager in rang zijn dan deze kredietverlener.

Dankzij het insolventieplan kunnen de resterende schulden van de schuldenaar, los van de bovenvermelde procedure voor kwijtschelding van de resterende schulden, worden kwijtgescholden. In de wet wordt namelijk bepaald dat de schuldenaar die zijn schuldeisers heeft betaald in overeenstemming met het insolventieplan, wordt vrijgesteld van zijn resterende schulden jegens de schuldeisers, behoudens indien anders is bepaald in het plan zelf (artikel 227, lid 1, InsO).

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Raadpleeg voor de rechten van de schuldeisers na afloop van de insolventieprocedure de vraag “Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?”.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Volgens het Duitse recht moeten de kosten voor de insolventieprocedure vooraf worden betaald uit de insolvente boedel en hebben deze, als “boedelschulden”, voorrang op de vorderingen van de concurrente schuldeisers (artikel 53 InsO). De kosten voor de insolventieprocedure omvatten conform artikel 54 InsO zowel de kosten van de gerechtelijke procedure als de vergoedingen en onkosten van de voorlopige curator, de curator en de leden van het comité van schuldeisers.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Om benadeling van de schuldeisers te voorkomen is de verkrijging na de inleiding van de procedure van zaken uit de insolvente boedel in principe nietig. De verkrijging van zaken uit de insolvente boedel voorafgaand aan de inleiding van de procedure die hierna tot de insolvente boedel zouden behoren is in principe geldig, maar hiertegen kan onder bepaalde voorwaarden bezwaar worden gemaakt.

Voor zover de beschikkingsbevoegdheid van de schuldenaar op het moment van de inleiding van de insolventieprocedure wordt overgedragen aan de curator, zijn de beschikkingen van de schuldenaar over een zaak van de insolvente boedel na inleiding van de procedure in principe nietig (voornaamste uitzondering: de oprechte verkrijging van grond, waartegen echter bezwaar kan worden gemaakt; artikel 81, lid 1, eerste volzin, InsO). Als de schuldenaar voorafgaand aan de inleiding van de insolventieprocedure beschikt over een zaak uit de insolvente boedel, maar deze beschikking slechts in werking treedt na inleiding van de procedure, is er in principe geen enkele verkrijging van rechten betreffende een zaak uit de boedel mogelijk (artikel 91, lid 1, InsO; voornaamste uitzondering: de verkrijging van grond, artikel 91, lid 2, InsO). Ook zekerheidsrechten die in de laatste maand voorafgaand aan het insolventieverzoek of daarna werden verkregen door middel van executiemaatregelen, worden nietig (artikel 88, lid 1, InsO).

Uit de artikelen 129 en volgende InsO vloeit voort dat een verkrijging betreffende de insolvente boedel voorafgaand aan de inleiding van de procedure in principe geldig is, in tegenstelling tot verkrijging na inleiding van de procedure, maar dat hiertegen onder bepaalde voorwaarden bezwaar kan worden gemaakt. De vordering tot nietigverklaring (actio pauliana) is van essentieel belang voor de werking van het insolventierecht, voor zover deze de curator in staat stelt om op te treden tegen vóór de inleiding van de procedure verrichte transacties betreffende de vervreemding van activa van de schuldenaar. De vordering tot nietigverklaring heeft met name tot doel de insolvente boedel te doen aangroeien en draagt wezenlijk bij aan het behalen van het doel van het insolventierecht om de schuldeisers rechtvaardig te betalen in het kader van een ordelijke procedure en te voorkomen dat bepaalde schuldeisers worden bevoordeeld. Als de curator met succes de nietigheid inroept, moet de begunstigde van de nietig verklaarde rechtshandeling alles teruggeven wat als gevolg van die rechtshandeling is onttrokken aan het vermogen van de insolvente schuldenaar. Als dat niet mogelijk is in natura, moet hij een schadevergoeding betalen. De curator kan het restitutierecht via een rechtsvordering afdwingen en, bij wege van een exceptie, eventuele strijdige rechten van een schuldeiser betwisten. Als de begunstigde van een aangevochten prestatie het verworvene teruggeeft, kan hij opnieuw zijn eventuele reconventionele vorderingen doen gelden (artikel 144 InsO).

Voor het inroepen van de nietigheid is het noodzakelijk dat er sprake is van benadeling van de concurrente schuldeisers door een rechtshandeling die werd verricht voordat de insolventieprocedure werd ingeleid (artikel 129 InsO) en dat een van de nietigheidsgronden uit de artikelen 130 tot en met 136 voorhanden is. Voor iedere rechtshandeling kan nietigheid worden ingeroepen, dat wil zeggen iedere gedraging (inclusief omissies, artikel 129, lid 2, InsO) met een rechtsgevolg (jurisprudentie van het federale gerechtshof, arrest van 12 februari 2004 – IX ZR 98/03 – punt 12). Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen is het niet van belang of de rechtshandeling is uitgevoerd door de schuldenaar. Het is evenmin relevant om te weten of het om een rechtsgevolg uit hoofde van een overeenkomst of een wet gaat (jurisprudentie van het federale gerechtshof, arrest van 7 mei 2013 – IX ZR 191/12 – punt 6).

Er kan met name worden verwezen naar de volgende nietigheidsgronden:

  • kosteloze prestaties van de schuldenaar, tenzij deze meer dan vier jaar vóór het verzoek tot inleiding van de insolventieprocedure werden verricht (artikel 134 InsO);
  • rechtshandelingen die de schuldenaar in de laatste tien jaar voorafgaand aan het verzoek tot inleiding van de insolventieprocedure heeft verricht met de bedoeling om daarmee zijn schuldeisers te benadelen, voor zover de verweerder van de bedoeling van de schuldenaar op de hoogte was (artikel 133 InsO); deze periode is slechts vier jaar als de andere partij door de handeling een zekerheid of betaling heeft verschaft of mogelijk heeft gemaakt;
  • rechtshandelingen die de schuldenaar tijdens de laatste drie maanden voorafgaand aan het verzoek tot inleiding van de procedure heeft verricht, voor zover hij toen al niet in staat was te betalen en de verweerder daarvan op de hoogte was (artikel 132, lid 1, punt 1, InsO);
  • rechtshandelingen die een schuldeiser een zekerheid of betaling verschaffen waarop hij geen recht heeft, voor zover de handeling in de laatste maand voorafgaand aan het verzoek tot inleiding van de insolventieprocedure werd verricht (artikel 131, lid 1, punt 1, InsO);
  • rechtshandelingen die een schuldeiser een zekerheid of betaling verschaffen waarop hij geen recht heeft, voor zover de handeling in de laatste drie maanden voorafgaande aan het verzoek tot inleiding van de insolventieprocedure werd verricht, en als de schuldenaar op het moment dat de handeling werd verricht, insolvent was en de verweerder daarvan op de hoogte was (artikel 130, lid 1, punt 1, InsO).

Daarnaast kunnen in deze gevallen zowel de schuldenaar als de bevoordeelde schuldeiser strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld (artikelen 283 tot en met 283d van het Duitse Wetboek van Strafrecht).

Insolventieprocedure voor consumenten

De insolventieprocedure voor consumenten (Verbraucherinsolvenzverfahren) is van toepassing op natuurlijke personen die geen zelfstandige economische activiteit uitoefenen of hebben uitgeoefend, of op natuurlijke personen die een zelfstandige activiteit hebben uitgeoefend en van wie de vermogenssituatie overzichtelijk is en tegen wie er geen vorderingen uit een arbeidsverhouding bestaan (artikel 304, lid 1, eerste volzin, InsO). Anders dan bij de gewone insolventieprocedure is het doel niet om activa te liquideren, maar om de schulden van de consument kwijt te schelden.

Met name wanneer de schuldenaar (mede) het verzoek indient, gelden er regels die afwijken van de regels voor de wettelijke procedure. In dat geval wordt de beslissing tot inleiding van de insolventieprocedure namelijk voorafgegaan door een buitengerechtelijke schikking met de schuldeisers over de aflossing op basis van een regeling (artikel 305, lid 1, punt 1, InsO). Als de pogingen tot een buitengerechtelijke schikking mislukken, kan de schuldenaar een verzoek tot inleiding van de insolventieprocedure indienen.

Dan volgt er een fase waarin de inleidingsprocedure wordt opgeschort en de rechter de schuldeisers de mogelijkheid geeft om overeenstemming te bereiken met de schuldenaar in het kader van een aflossingsregeling (Schuldenbereinigungsplan). Als er een dergelijke aflossingsregeling wordt opgesteld, vallen alle rechten van de schuldeisers uitsluitend onder deze regeling, die uitvoerbaar is als een gerechtelijke schikking (Prozessvergleich, artikel 308, lid 1, tweede volzin, InsO). De verzoeken tot inleiding van een insolventieprocedure en de toekenning van de kwijtschelding van schulden worden dan geacht te zijn ingetrokken (artikel 308, lid 2, InsO). Als er geen overeenstemming wordt bereikt over een aflossingsregeling, wordt de inleidingsprocedure hervat.

Laatste update: 03/11/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Estland

De Estse wetgeving kent drie verschillende insolventieprocedures: de faillissementsprocedure, de reorganisatieprocedure en de schuldaanpassingsprocedure. De faillissementsprocedure wordt beheerst door de faillissementswet, de reorganisatieregels staan in de wet inzake reorganisatie en de regelgeving aangaande schuldaanpassing staat in de wet inzake schuldaanpassing en de bescherming van vorderingen. Deze wetten zijn in het Ests en in het Engels beschikbaar in de online versie van de Estse Staatscourant, de De link wordt in een nieuw venster geopend.Riigi Teataja.

Het doel van de faillissementsprocedure is het betalen van de schuldeisers met het vermogen van de schuldenaar door over te gaan tot de vervreemding van de zaken van de schuldenaar of de sanering van zijn onderneming. Door de faillissementsprocedure heeft de schuldenaar als natuurlijke persoon de mogelijkheid om zich te kwijten van zijn verplichtingen. Tijdens de faillissementsprocedure wordt vastgesteld wat de redenen voor de insolventie van de schuldenaar zijn.

Het doel van de reorganisatieprocedure is om rekening te houden met de belangen van de onderneming, de schuldeiser en derden en om hun rechten te beschermen tijdens de reorganisatie van de onderneming. De reorganisatie van de onderneming betekent de tenuitvoerlegging van een reeks maatregelen om de economische moeilijkheden van de onderneming te overwinnen, de liquiditeit te herstellen, de rentabiliteit te verbeteren en duurzaam beheer te garanderen.

Het doel van de schuldaanpassingsprocedure is om een natuurlijke persoon (de schuldenaar) met betalingsproblemen in staat te stellen om zijn schulden te herstructureren teneinde deze problemen te overwinnen en een faillissementsprocedure te voorkomen. In de schuldaanpassingsprocedure heeft de schuldenaar de mogelijkheid om zijn geldelijke verplichtingen (persoonlijke schulden) te herstructureren door het uitstellen van de vervaldatum en de spreiding of de afname van zijn verplichtingen.

De faillissementsprocedure en de schuldaanpassingsprocedure vallen onder Verordening (EU) nr. 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (herschikking).

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Volgens het Estse recht is een natuurlijke persoon een mens, en in het insolventierecht wordt geen onderscheid gemaakt tussen natuurlijke personen waar het gaat om de vraag of zij al dan niet handelen in een commerciële of beroepsmatige hoedanigheid (er wordt anders gezegd geen onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen en consumenten). Een rechtspersoon is een juridische entiteit die krachtens de wet is opgericht. Een rechtspersoon kan een persoon naar privaatrecht en naar publiekrecht zijn. Een rechtspersoon naar privaatrecht is een rechtspersoon die is opgericht in particulier belang en krachtens de wet inzake de desbetreffende categorie rechtspersonen. Rechtspersonen naar privaatrecht zijn vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen, coöperatieve verenigingen, stichtingen en verenigingen zonder winstoogmerk. Rechtspersonen naar publiekrecht zijn de staat, territoriale overheden en andere rechtspersonen die zijn opgericht in het algemeen belang en krachtens de wet inzake de desbetreffende categorie rechtspersonen.

1. Faillissementsprocedure

Faillissementsprocedures worden toegepast op insolvente rechtspersonen en natuurlijke personen. De staat en territoriale overheden kunnen niet failliet worden verklaard.

2. Reorganisatieprocedure

Reorganisatieprocedures worden uitsluitend toegepast op rechtspersonen naar privaatrecht.

3. Schuldaanpassingsprocedure

Schuldaanpassingsprocedures worden toegepast op natuurlijke personen die betalingsproblemen hebben.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

1. Faillissementsprocedure

Faillissement is de insolventie van de schuldenaar die wordt uitgesproken in een gerechtelijke beschikking. De eerste voorwaarde die essentieel is voor het inleiden van de faillissementsprocedure is dus de insolventie van de schuldenaar.

De schuldenaar is insolvent als hij er niet in slaagt om zijn schuldeisers te betalen en als dit onvermogen gezien de economische situatie van de schuldenaar niet tijdelijk is. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, is hij eveneens insolvent als zijn activa zijn passiva niet dekken en als deze situatie gezien de financiële situatie van de schuldenaar niet tijdelijk is. Als het faillissementsverzoek wordt ingediend door de schuldenaar, verklaart de rechter hem eveneens failliet als hij in de toekomst waarschijnlijk insolvent wordt. Als het faillissementsverzoek wordt ingediend door de schuldenaar, wordt verondersteld dat hij insolvent is.

Een andere voorwaarde die essentieel is voor het inleiden van de faillissementsprocedure is het indienen van een faillissementsverzoek door de schuldenaar of een schuldeiser. Daarnaast kan in geval van overlijden van de schuldenaar ook een faillissementsverzoek met betrekking tot zijn zaken worden ingediend door een rechtsopvolger van de schuldenaar, de executeur-testamentair van de schuldenaar of de beheerder van de boedel van de schuldenaar. In dit geval zijn de bepalingen betreffende faillissementsverzoeken van schuldenaren van toepassing op het verzoek. In de bij wet bepaalde gevallen kunnen ook andere personen faillissementsverzoeken indienen, in welk geval de bepalingen betreffende schuldeisers op de personen van toepassing zijn, tenzij in de wet anders is bepaald.

Als het faillissementsverzoek wordt ingediend door de schuldenaar, dient hij zijn insolventie in het verzoek te motiveren. Als het faillissementsverzoek wordt ingediend door een schuldeiser, dient hij de insolventie van de schuldenaar in het verzoek te motiveren en het bestaan van zijn vordering te bewijzen.

De rechter kan de schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend verplichten om bij wijze van gerechtelijke waarborg een bedrag te betalen dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en kosten van de voorlopige curator, als er reden is om aan te nemen dat de insolvente boedel niet toereikend zal zijn. Als de schuldeiser de waarborg niet stort, wordt de procedure beëindigd. Wanneer de verzoekende schuldeisers werknemer zijn van een insolvente werkgever die niet het bedrag betaalt dat als waarborg dient om de faillissementsprocedure te kunnen voortzetten, kunnen zij aanspraak maken op de door de staat te betalen uitkering wegens betalingsonmacht (via Eesti Töötukassa [het Estse werkloosheidsverzekeringsfonds]).

De rechter verwerpt het faillissementsverzoek dat is ingediend door een schuldeiser als niet uit het verzoek blijkt dat de indiener een vordering op de schuldenaar heeft, als de insolventie van de schuldenaar niet is gemotiveerd of als het verzoek is gebaseerd op een vordering die is opgenomen in een reorganisatie- of schuldaanpassingsplan. De rechter verwerpt het faillissementsverzoek eveneens als er sprake is van andere gronden die zijn vastgelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Voorafgaand aan de faillietverklaring en de inleiding van de faillissementsprocedure wordt er een zogenaamde voorbereidende procedure gehouden. Als de rechter besluit om een procedure in te leiden naar aanleiding van een faillissementsverzoek, wijst hij een voorlopige curator aan. Rekening houdend met de financiële situatie van de schuldenaar kan de rechtbank ook besluiten om geen voorlopige curator aan te wijzen en de schuldenaar failliet te verklaren. Als de rechter geen voorlopige curator aanwijst, wordt de procedure op basis van het faillissementsverzoek niet voortgezet en wordt deze beëindigd. De voorlopige curator inventariseert de zaken van de schuldenaar, met inbegrip van zijn verplichtingen en de tenuitvoerleggingsprocedures met betrekking tot zijn zaken, en hij controleert of het vermogen van de schuldenaar de kosten van de faillissementsprocedure dekt. De voorlopige curator beoordeelt de financiële situatie en de solvabiliteit van de schuldenaar, evenals de perspectieven voor de voortzetting van de activiteiten van de onderneming en de sanering van de schuldenaar als het gaat om een rechtspersoon, garandeert de bescherming van het vermogen van de schuldenaar enz. Op basis van het werk van de voorlopige curator moet worden besloten of het faillissementsverzoek moet worden ingewilligd.

De rechter beëindigt de procedure door verval zonder het faillissement uit te spreken, ongeacht de insolventie van de schuldenaar, als de zaken van de schuldenaar de kosten van de faillissementsprocedure niet dekken en het niet mogelijk is om de zaken te innen of hier aanspraak op te maken, bijvoorbeeld als het niet mogelijk is om een rechtsvordering in te stellen jegens een lid van een bestuursorgaan.

De rechter spreekt het faillissement uit door middel van een beschikking (faillissementsbeschikking). In de faillissementsbeschikking dient te worden aangegeven op welk tijdstip het faillissement is uitgesproken. De faillietverklaring vormt de inleiding van de faillissementsprocedure.

Na de faillietverklaring publiceert de rechter hiertoe onverwijld een kennisgeving (kennisgeving van faillissement) in Ametlikud Teadaanded (officiële aankondigingen).

De faillissementsbeschikking is onmiddellijk uitvoerbaar. De tenuitvoerlegging van de faillissementsbeschikking kan niet worden opgeschort of uitgesteld en de bij wet vastgelegde tenuitvoerleggingswijzen en -procedure kunnen niet worden gewijzigd. Als een hogere rechter de faillissementsbeschikking vernietigt, heeft dit geen invloed op de geldigheid van de rechtshandelingen van of jegens de curator. De schuldenaar en de schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, kunnen binnen vijftien dagen vanaf de publicatie van de kennisgeving van faillissement in beroep gaan tegen de faillissementsbeschikking. De schuldenaar en de persoon die het faillissementsverzoek heeft ingediend kunnen bij het hooggerechtshof (Riigikohus) in cassatie gaan tegen het arrest dat in beroep is gewezen door het gerechtshof (Ringkonnahohus). Het is de curator niet toegestaan om beroep in te stellen namens de schuldenaar of hem te vertegenwoordigen tijdens de behandeling hiervan.

Als er in de faillissementsprocedure kennisgevingen of processtukken dienen te worden gepubliceerd, dient dit te gebeuren in Ametlikud Teadaanded. De rechter kan kennisgevingen met betrekking tot de datum en plaats van de behandeling van het faillissementsverzoek publiceren in Ametlikud Teadaanded. De rechter publiceert kennisgevingen met betrekking tot de faillissementsbeschikking waarmee de schuldenaar failliet wordt verklaard (kennisgeving van faillissement) onverwijld in Ametlikud Teadaanded.

2. Reorganisatieprocedure

De onderneming dient een verzoek in voor het inleiden van een reorganisatieprocedure.

De rechter leidt een reorganisatieprocedure in als het verzoek voldoet aan de vereisten uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de wet inzake reorganisatie, en als de onderneming aantoont:

  1. dat zij in de toekomst waarschijnlijk insolvent wordt;
  2. dat de onderneming dient te worden gereorganiseerd;
  3. dat het na de reorganisatie waarschijnlijk mogelijk is om de onderneming duurzaam te beheren.

De reorganisatieprocedure wordt niet ingeleid:

  1. als er een faillissementsprocedure is ingeleid jegens de onderneming;
  2. als er een gerechtelijke beslissing is gewezen met betrekking tot de gedwongen liquidatie van de onderneming of als er een aanvullende liquidatie loopt;
  3. als er minder dan twee jaar is verstreken sinds het einde van een reorganisatieprocedure van de onderneming.

Als een onderneming verzoekt om reorganisatie, kan de rechter het verzoek eveneens verwerpen als de onderneming niet heeft gemotiveerd dat zij een reorganisatie nodig heeft en dat de onderneming na de reorganisatie waarschijnlijk duurzaam kan worden beheerd.

De rechter leidt binnen zeven dagen na ontvangst van een reorganisatieverzoek een reorganisatieprocedure in door middel van een reorganisatiebeschikking.

In een reorganisatiebeschikking wordt onder andere het volgende vermeld:

  1. de gegevens van de persoon die is aangewezen als reorganisatieadviseur;
  2. de uiterste termijn voor de vaststelling van het reorganisatieplan;
  3. de uiterste termijn voor het ter goedkeuring aan de rechter voorleggen van het reorganisatieplan (maximaal zestig dagen);
  4. het door de onderneming op de daarvoor aangewezen rekening te storten waarborgbedrag voor het dekken van de honoraria en kosten van de reorganisatieadviseur, en de uiterste datum van betaling.

De gevolgen van het inleiden van een reorganisatieprocedure zijn als volgt:

  1. de rechter schort de lopende tenuitvoerleggingsprocedures voor de zaken van de onderneming op tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of de beëindiging van de reorganisatieprocedure, met uitzondering van lopende tenuitvoerleggingsprocedures die gericht zijn op de betaling van vorderingen die zijn ontstaan uit een arbeidsrelatie of alimentatievorderingen;
  2. de berekening van vertragingsrentes of contractuele boetes die in de loop der tijd oplopen wordt opgeschort voor de vorderingen op de onderneming tot de goedkeuring van het reorganisatieplan;
  3. de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, kan op verzoek van de onderneming waarop de reorganisatieadviseur zich richt een gerechtelijke procedure met betrekking tot een geldvordering op de onderneming opschorten tot de goedkeuring van de reorganisatie of het einde van de reorganisatieprocedure, behalve als het gaat om een vordering in verband met een arbeidsrelatie of een onderhoudsvordering waarvoor nog geen beslissing is genomen;
  4. de rechter stelt zijn beslissing over de inleiding van een faillissementsprocedure naar aanleiding van een faillissementsverzoek dat is ingediend door een schuldeiser, uit tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of de beëindiging van de reorganisatieprocedure.

Als de rechter heeft besloten om een reorganisatieprocedure in te leiden en een reorganisatiebeschikking heeft gewezen, overlegt de reorganisatieadviseur de schuldeisers onverwijld een kennisgeving van reorganisatie waarin hij hen in kennis stelt van de inleiding van de reorganisatieprocedure en van de hoogte van de vorderingen die zij volgens het schuldenoverzicht op de onderneming hebben.

3. Schuldaanpassingsprocedure

In schuldaanpassingsprocedures heeft de schuldenaar de mogelijkheid om zijn geldelijke verplichtingen te herstructureren. De schuldenaar wordt geacht betalingsproblemen te hebben als hij niet in staat is of waarschijnlijk niet in staat zal zijn om zijn verplichtingen te voldoen als deze invorderbaar worden.

De schuldenaar dient een verzoek voor het inleiden van de schuldaanpassingsprocedure in bij de rechter, met daarbij een schuldaanpassingsplan waarin de verplichtingen staan waarop dit verzoek van toepassing is, de wijze waarop deze worden geherstructureerd en een tenuitvoerleggingstermijn voor dit plan. Voordat de schuldenaar de zaak aanhangig maakt bij de rechter, dient hij de maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor een buitengerechtelijke aanpassing van zijn schuld.

De rechter leidt een schuldaanpassingsprocedure in als het verzoek voldoet aan de vereisten uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de wet inzake schuldaanpassing en de bescherming van vorderingen. De beschikking met betrekking tot de inleiding van de procedure wordt overgelegd aan de schuldenaar en aan alle schuldeisers wier vorderingen de schuldenaar wil aanpassen. Ook deze beschikking wordt gepubliceerd in Ametlikud Teadaanded.

De rechter verwerpt het schuldaanpassingsverzoek:

  1. als de schuldenaar failliet is verklaard;
  2. als de rechter in de tien jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoek, een verzoek van de schuldenaar heeft ingewilligd dat was gericht op de aanpassing van zijn schuld of de kwijtschelding hiervan in het kader van een faillissementsprocedure;
  3. als de schuldenaar geen betalingsproblemen heeft of als deze duidelijk zonder schuldaanpassing kunnen worden overkomen, onder andere door de liquidatie van de activa van de schuldenaar voor het dekken van zijn schulden voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd;
  4. als het verzoek of de bijlagen niet voldoen aan de wettelijk vereisten.

De rechter kan het schuldaanpassingsverzoek verwerpen:

  1. als de goedkeuring of de tenuitvoerlegging van het schuldaanpassingsplan dat de schuldenaar heeft voorgesteld onwaarschijnlijk is, gezien zijn solvabiliteit gedurende de drie jaar voorafgaand aan de indiening van het schuldaanpassingsverzoek en zijn vermogen om een redelijkerwijs rendabele activiteit uit te voeren gedurende de duur van het schuldaanpassingsplan, waarbij rekening wordt gehouden met zijn leeftijd, beroep en opleiding;
  2. als de schuldenaar voorafgaand aan het indienen van het schuldaanpassingsverzoek bij de rechter geen maatregelen heeft getroffen voor een buitengerechtelijke aanpassing van zijn schuld;
  3. als de schuldenaar opzettelijk of uit grove nalatigheid foutieve of onvolledige gegevens over zijn vermogen, inkomsten, schuldeisers of verplichtingen heeft ingediend;
  4. als de schuldenaar weigert onder ede te verklaren dat de ingediende gegevens juist zijn of aanvullende gegevens te verstrekken waar de rechter om vraagt;
  5. als de schuldenaar is veroordeeld wegens een strafbaar feit met betrekking tot een faillissements- of tenuitvoerleggingsprocedure, wegens een fiscaal delict of wegens bepaalde strafbare feiten in verband met vennootschappen, en als deze vermeldingen niet zijn geschrapt uit het strafregister;
  6. als de schuldenaar gedurende de drie jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoek of daarna opzettelijk of uit grove nalatigheid foutieve of onvolledige gegevens over zijn financiële situatie heeft verstrekt voor het verkrijgen van hulp of andere voordelen van de staat, een territoriale overheid of een stichting of om te voorkomen dat hij belastingen diende te betalen;
  7. als de schuldenaar duidelijk opzettelijk transacties heeft verricht die nadelig zijn voor de schuldeisers.

Als de rechter op verzoek van de schuldenaar besluit dat er een schuldaanpassingsprocedure dient te worden ingeleid, dan overlegt hij de beschikking voor de inleiding van de procedure aan de schuldenaar en aan alle schuldeisers wier vorderingen de schuldenaar wil aanpassen. Ook die beschikking wordt gepubliceerd in Ametlikud Teadaanded.

Als de procedure wordt ingeleid, wordt de berekening van vertragingsrentes of contractuele boetes die in de loop der tijd oplopen, opgeschort voor de vorderingen op de schuldenaar tot de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan of het einde van de procedure. Deze bepaling geldt niet voor vorderingen waarvoor de schuldenaar niet om aanpassing verzoekt. Als de procedure wordt ingeleid, kan de schuldeiser de overeenkomst die hij met de schuldenaar heeft gesloten en waaruit de vorderingen voortkomen die de schuldenaar wil aanpassen niet beëindigen door zich te beroepen op een schending van de geldelijke verplichtingen van vóór de indiening van het verzoek, noch weigeren om zijn verplichtingen om deze reden na te komen. Iedere afspraak volgens welke de schuldeiser de overeenkomst kan beëindigen na de indiening van een schuldaanpassingsverzoek of de goedkeuring van een schuldaanpassingsplan is nietig. Als de procedure wordt ingeleid, schort de rechter alle lopende tenuitvoerleggingsprocedures (of gedwongen tenuitvoerlegging) voor het innen van geld met betrekking tot de zaken van de schuldenaar op tot de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan of het einde van de procedure. De rechter kan eveneens gerechtelijke procedures met betrekking tot een geldvordering op de schuldenaar opschorten waarvoor nog geen beslissing is genomen, voorlopige voorzieningen vernietigen, met inbegrip van het conservatoir beslag van bankrekeningen, en schuldeisers verbieden om rechten uit te oefenen die voortkomen uit garanties die de schuldenaar heeft afgegeven, met name het verkopen van een verpand voorwerp of het eisen van de verkoop ervan.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Na de faillietverklaring worden de zaken van de schuldenaar de insolvente boedel en wordt het recht van de schuldenaar om de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken overgedragen aan de gerechtelijke curator.

Krachtens de faillissementsbeschikking worden de zaken van de schuldenaar de insolvente boedel en worden deze gebruikt als activa voor het betalen van de schuldeisers en het ten uitvoer leggen van de faillissementsprocedure. De insolvente boedel bevat de zaken die de schuldenaar bezit op het moment van de faillietverklaring en de zaken die de schuldenaar gedurende de faillissementsprocedure opeist, int of verwerft. De insolvente boedel bevat geen zaken van de schuldenaar die volgens de wet niet vatbaar zijn voor beslag.

De zaken die volgens de wet niet vatbaar zijn voor beslag worden beheerst door het wetboek inzake tenuitvoerleggingsprocedures. De wet bevat een niet-limitatieve lijst van voorwerpen waarop geen beslag kan worden gelegd. Het belangrijkste doel van deze lijst is om de schuldenaar een minimale sociale bescherming te garanderen. Het verbod op het liquideren van de zaken die niet vatbaar zijn voor beslag komt eveneens voort uit de noodzaak om andere grondrechten te beschermen: het recht om vrij een werkterrein, een beroep of een werkplek te kiezen, vrijheid van ondernemerschap, het recht op onderwijs, vrijheid van godsdienst, bescherming van het privé- en gezinsleven enz. Bovendien is beslag op bepaalde voorwerpen in strijd met de goede zeden.

De Estse wetgeving bevat eveneens beperkingen voor het beslag op inkomsten, waarvan het belangrijkste doel is om de schuldenaar tijdens een procedure jegens hem minimale middelen te garanderen die nodig zijn voor hem en de personen voor wie hij verantwoordelijk is.

Iedere beschikkingshandeling met betrekking tot een voorwerp dat deel uitmaakt van de insolvente boedel die de schuldenaar verricht na de faillietverklaring is nietig. Alles wat krachtens de beschikkingshandeling is overgedragen, dient aan de andere partij te worden teruggegeven als dit nog altijd deel uitmaakt van de insolvente boedel of wordt gecompenseerd als de insolvente boedel is vergroot door de overdracht. Als de schuldenaar voorafgaand aan de faillietverklaring heeft beschikt over toekomstige vorderingen, vernietigt de faillietverklaring de beschikking over vorderingen die hierna zijn ontstaan. Als de schuldenaar een natuurlijke persoon is, kan hij met goedkeuring van de curator beschikken over de insolvente boedel. Iedere beschikkingshandeling die wordt uitgevoerd zonder goedkeuring van de curator is nietig.

Uitsluitend de curator heeft het recht om na de faillietverklaring de tenuitvoerlegging van een verplichting jegens de schuldenaar te aanvaarden die onder de insolvente boedel valt. Als een verplichting jegens de schuldenaar ten uitvoer is gelegd, wordt deze uitsluitend geacht te zijn uitgevoerd als het onderwerp van de overdracht nog altijd deel uitmaakt van de insolvente boedel of als de overdracht de insolvente boedel heeft vergroot. Als een verplichting jegens de schuldenaar ten uitvoer is gelegd voorafgaand aan de publicatie van de kennisgeving van faillissement, wordt deze geacht te zijn uitgevoerd als de uitvoerende persoon op het moment van de tenuitvoerlegging niet in kennis was van de faillietverklaring en niet werd geacht hiervan in kennis te zijn.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Na de faillietverklaring verliest de schuldenaar als hij een natuurlijke persoon is het recht om transacties te verrichten die verband houden met de insolvente boedel en als hij een rechtspersoon is het recht om alle transacties te verrichten.

De schuldenaar dient de rechter, de curator en het comité van schuldeisers de informatie te verstrekken die zij nodig hebben voor de faillissementsprocedure, met name over zijn vermogen, met inbegrip van de verplichtingen, en de economische of professionele activiteit. De schuldenaar dient de curator de balans te overleggen die overeenkomt met de situatie op de datum van de faillietverklaring en een overzicht van zijn vermogen, met inbegrip van zijn verplichtingen.

De rechter kan de schuldenaar verplichten om onder ede te verklaren dat de informatie die hij heeft verstrekt over zijn zaken, schulden en economische of professionele activiteit naar zijn weten juist zijn.

De schuldenaar dient de voorlopige curator en de curator te helpen bij de uitvoering van hun taken.

Na de faillietverklaring en voorafgaand aan de verklaring onder ede heeft de schuldenaar niet het recht om Estland te verlaten zonder toestemming van de rechter.

Als een gerechtelijke beslissing niet wordt nageleefd of om de bij wet vastgelegde tenuitvoerlegging van een verplichting te garanderen, kan de rechter de schuldenaar een boete opleggen, gelasten dat hij onmiddellijk verschijnt of zijn detentie gelasten.

De schuldenaar heeft het recht om kennis te nemen van het dossier van de curator en van het gerechtelijk dossier met betrekking tot het faillissement. De curator kan om gerechtvaardigde redenen weigeren om een document uit zijn dossier aan de schuldenaar te overleggen, als dit het verloop van de faillissementsprocedure kan schaden.

De gerechtelijke curator

  • De gerechtelijke curator verricht de transacties in verband met de insolvente boedel en andere activiteiten. De schuldenaar is de houder van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit de activiteit van de curator. In overeenstemming met zijn taak vervangt de curator de schuldenaar voor de rechter in geschillen in verband met de insolvente boedel.
  • Na de faillietverklaring wordt het recht van de schuldenaar om de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken overgedragen aan de gerechtelijke curator. Als de schuldenaar op wie de faillissementsprocedure betrekking heeft een rechtspersoon is, kan de curator alle transacties en rechtshandelingen in verband met de insolvente boedel uitvoeren. Als de schuldenaar op wie de faillissementsprocedure betrekking heeft een natuurlijke persoon is, kan de curator uitsluitend transacties en rechtshandelingen in verband met de insolvente boedel verrichten die noodzakelijk zijn voor het behalen van het doel van de faillissementsprocedure en het uitvoeren van zijn taak als curator.
  • De curator verdedigt de rechten en belangen van alle schuldeisers en de schuldenaar en garandeert een wettige, snelle en economisch redelijke faillissementsprocedure. De curator dient zijn taak uit te voeren met de zorg die wordt verwacht van een toegewijde en eerlijke curator en rekening te houden met de belangen van alle schuldeisers en de schuldenaar.
  • De curator inventariseert de vorderingen van de schuldeisers, beheert de insolvente boedel, regelt de vaststelling en de verkoop hiervan evenals de betaling van de schuldeisers uit de insolvente boedel; hij stelt de redenen en periode van de insolventie van de schuldenaar vast; hij regelt in voorkomend geval de voortzetting van de economische activiteit van de schuldenaar; hij gaat in voorkomend geval over tot de liquidatie van de schuldenaar als deze een rechtspersoon is; hij verstrekt onder de bij wet vastgestelde voorwaarden informatie aan de schuldeisers en de schuldenaar; hij brengt verslag uit van zijn taak en overlegt informatie met betrekking tot de faillissementsprocedure aan de rechter, de verantwoordelijke voor het toezicht en het comité van schuldeisers; hij voert de andere verplichtingen uit die bij wet zijn vastgesteld. Als de insolventie van de schuldenaar te wijten is aan een ernstige beheersfout, dient de curator een eis tot schadevergoeding in te dienen jegens de persoon die verantwoordelijk is voor deze fout, als de redenen voor deze eis toereikend zijn. Naast de rechten die bij wet zijn vastgelegd, beschikt de curator eveneens over de rechten van de voorlopige curator.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

In Estland is compensatie toegestaan in faillissementsprocedures. Om de vorderingen in een faillissementsprocedure te compenseren, dienen de volgende voorwaarden te worden nageleefd:

  1. de te compenseren vorderingen dienen geldelijke verplichtingen of verplichtingen van dezelfde aard te zijn;
  2. de schuldenaar dient het recht te hebben om zijn verplichting na te komen en de verplichting van de schuldenaar dient invorderbaar te zijn;
  3. de schuldeiser dient zijn compensatieverzoek bij de schuldenaar in te dienen voordat het laatste verdelingsvoorstel wordt ingediend bij de rechter en dit verzoek dient niet voorwaardelijk te zijn of verbonden te zijn aan een vervaldatum;
  4. het recht van de schuldeiser om over te gaan tot een compensatie van zijn vordering met een vordering van de schuldenaar dient voorafgaand aan de faillietverklaring te bestaan.

Als de vordering van de schuldenaar op het moment van de faillietverklaring was verbonden aan een opschortende voorwaarde, als deze nog niet invorderbaar was geworden of als deze geen betrekking heeft op verplichtingen van dezelfde aard, dan kan deze uitsluitend worden gecompenseerd als aan de opschortende voorwaarde wordt voldaan, als de vordering van de schuldenaar invorderbaar is geworden of als de verplichtingen zijn gewijzigd en dezelfde aard hebben gekregen. Compensatie is niet toegestaan als aan de opschortende voorwaarde is voldaan of als de vordering invorderbaar wordt voordat de schuldeiser kan overgaan tot de compensatie van zijn vordering.

Als de vordering van de schuldenaar verjaard is, kan hij echter overgaan tot de compensatie van deze vordering als het recht op compensatie is ontstaan voorafgaand aan de verjaring van de vordering. De schuldeiser kan eveneens overgaan tot de compensatie van een vordering die voortkomt uit het niet naleven van een overeenkomst door de schuldenaar, als dit te wijten is aan het feit dat de curator na de faillietverklaring gestopt is met de uitvoering van de verplichting van de schuldenaar. Als het onderwerp van de contractuele verplichting deelbaar is en de schuldeiser zijn verplichting op het moment van de faillietverklaring gedeeltelijk heeft uitgevoerd, kan hij overgaan tot compensatie wat betreft het gedeelte van de geldelijke verplichting van de schuldenaar dat overeenkomt met het deel van zijn eigen verplichting dat hij heeft uitgevoerd. Als de schuldenaar een verhuurder is en als de huurder voorafgaand aan de faillietverklaring een voorschot voor de huur van een onroerende zaak of een ruimte heeft overgemaakt, gaat het om een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking van de schuldenaar die de huurder kan compenseren met een vordering die de schuldenaar op hem heeft. De huurder kan de vordering in verband met de schadeloosstelling van het nadeel dat voortkomt uit de voortijdige ontbinding of de opzegging van de overeenkomst eveneens compenseren.

Een vordering die door middel van overdracht is ontvangen kan in het kader van een faillissementsprocedure uitsluitend worden gecompenseerd als de overdracht van de vordering en de schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar ten hoogste drie maanden voorafgaand aan de faillietverklaring hebben plaatsgevonden. Een vordering die door middel van overdracht is ontvangen kan niet worden gecompenseerd als de vordering op de schuldenaar is overgedragen gedurende de drie jaar voorafgaand aan de aanwijzing van de voorlopige curator, terwijl de schuldenaar insolvent was en de cessionaris dit wist of diende te weten.

De compensatie kan geen betrekking hebben op: een onderhoudsvordering, een vordering in verband met de schadeloosstelling van een nadeel dat is veroorzaakt door lichamelijk letsel of overlijden of een vordering die voortkomt uit een nadeel dat op onwettige wijze en opzettelijk is veroorzaakt, die de andere partij heeft op de partij die compensatie verlangt; een vordering die volgens de wet niet vatbaar is voor beslag; een vordering waarop beslag is gelegd, als de partij die de compensatie verlangt de vordering heeft verkregen na het beslag of als de vordering na het beslag en later dan de vordering waarop beslag is gelegd invorderbaar is geworden; een vordering waartegen de andere partij bezwaar kan maken of een vordering van de andere partij die niet kan worden gecompenseerd op basis van andere wettelijke bepalingen.

Voor reorganisatie- en schuldaanpassingsprocedures bestaat er geen specifieke regelgeving met betrekking tot compensatie. Dientengevolge worden de algemene bepalingen toegepast krachtens de wet inzake verbintenissenrecht.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Faillissementsprocedure

De curator heeft het recht om de niet-uitgevoerde verplichtingen uit te voeren die voortkomen uit een overeenkomst die de schuldenaar heeft gesloten en om van de medecontractant te eisen dat hij zijn verplichtingen nakomt, of om te stoppen met het uitvoeren van de contractuele verplichtingen van de schuldenaar, tenzij er in de wet anders is bepaald. De curator kan niet stoppen met de uitvoering van de contractuele verplichtingen van de schuldenaar als er een inschrijving in het kadaster staat die de tenuitvoerlegging van de verplichting te garandeert. Als de curator de verplichtingen van de schuldenaar blijft uitvoeren of laat weten dat hij dit van plan is, dan dient de medecontractant zijn verplichtingen eveneens uit te voeren. In dit geval verliest de curator het recht om te weigeren de verplichtingen van de schuldenaar uit te voeren. Als de curator eist dat de medecontractant de overeenkomst ten uitvoer legt, dan kan laatstgenoemde eisen dat de curator garandeert de verplichtingen van de schuldenaar na te komen. Zolang de curator niet garandeert dat hij de verplichtingen van de schuldenaar nakomt, kan de medecontractant weigeren zijn verplichtingen uit te voeren of de overeenkomst opzeggen of ontbinden. De vordering van de medecontractant op de schuldenaar die is ontstaan als gevolg van de uitvoering van de verplichtingen nadat de curator van de medecontractant heeft geëist dat hij zijn verplichtingen nakomt, is een geconsolideerde verplichting. Als de curator na de faillietverklaring is gestopt met de uitvoering van de verplichtingen van de schuldenaar, dan kan de medecontractant zijn vordering in verband met de niet-naleving van de overeenkomst indienen als schuldeiser in de faillissementsprocedure. Als het onderwerp van de contractuele verplichting deelbaar is en de medecontractant zijn verplichting op het moment van de faillietverklaring gedeeltelijk heeft uitgevoerd, kan hij uitsluitend als schuldeiser in de faillissementsprocedure eisen dat de geldelijke verplichting van de schuldenaar wordt nagekomen in overeenstemming met het gedeelte dat is uitgevoerd.

In de wet staan eveneens bijzonderheden voor bepaalde soorten overeenkomsten:

  1. als de schuldenaar voorafgaand aan de faillietverklaring een roerende zaak heeft verkocht met een eigendomsvoorbehoud en het bezit van de zaak heeft overgedragen aan de koper, dan heeft laatstgenoemde het recht om te eisen dat de verkoopovereenkomst wordt nageleefd. In dit geval kan de curator niet weigeren om de contractuele verplichtingen van de schuldenaar uit te voeren;
  2. het faillissement van de verhuurder is geen grond voor ontbinding van de (commerciële) huurovereenkomst, tenzij er in de overeenkomst anders is bepaald. Als er in de (commerciële) huurovereenkomst wordt bepaald dat faillissement een grond voor ontbinding is, dan kan de curator de overeenkomst ontbinden met een opzegtermijn van een maand of een kortere termijn die in de overeenkomst is vastgelegd. Het faillissement van de verhuurder van een woning is geen grond voor de ontbinding van de huurovereenkomst. Als de huurder voorafgaand aan de faillietverklaring een voorschot voor de huur van een onroerende zaak of ruimte heeft overgemaakt aan de schuldenaar, kan hij deze vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking compenseren met een vordering die de schuldenaar op hem heeft;
  3. als de huurder failliet gaat, kan de verhuurder de (commerciële) huurovereenkomst uitsluitend ontbinden volgens de algemene bepalingen en de (commerciële) huurovereenkomst kan niet worden ontbonden wegens achterstallige betaling van de huur als deze betrekking heeft op de betaling van huur die verschuldigd is voorafgaand aan de indiening van het faillissementsverzoek. De curator heeft het recht de (commerciële) huurovereenkomst die de schuldenaar heeft gesloten te ontbinden met een opzegtermijn van een maand of een kortere termijn die in de overeenkomst is vastgelegd. Als de onroerende zaak of de woning op het moment van de faillietverklaring niet ter beschikking van de schuldenaar was gesteld, hebben zowel de curator als de medecontractant een herroepingsrecht. In geval van herroeping of ontbinding van de overeenkomst kan de medecontractant als schuldeiser in de faillissementsprocedure of door middel van compensatie schadeloosstelling eisen van het nadeel dat voortkomt uit de voortijdige ontbinding van de overeenkomst;
  4. de bepalingen voor de (commerciële) huurovereenkomst zijn eveneens van toepassing op de leaseovereenkomsten die de schuldenaar heeft gesloten.

De curator beslist of de overeenkomst wordt voortgezet of ontbonden, maar als de medecontractant de curator vraagt om deze keuze te maken, dient laatstgenoemde onverwijld en binnen ten hoogste zeven dagen te laten weten of hij de verplichting van de schuldenaar uitvoert of hiervan afziet. Op verzoek van de curator kan de rechter deze termijn verlengen. Als de curator niet binnen de opgelegde termijn aangeeft of hij de verplichting van de schuldenaar uitvoert of hiervan afziet, heeft hij niet het recht om te eisen dat de medecontractant de overeenkomst ten uitvoer legt zolang hij zelf de verplichtingen van de schuldenaar niet heeft uitgevoerd.

Bepaalde overeenkomsten die de schuldenaar heeft gesloten kunnen bovendien worden herroepen. De rechter vernietigt bijvoorbeeld overeenkomsten die zijn gesloten tussen het moment dat de voorlopige curator is aangewezen en de faillietverklaring. Voor de herroeping is het naast deze voorwaarde van tijd eveneens noodzakelijk dat de belangen van de schuldeisers worden geschaad. Als de belangen van de schuldeisers niet worden geschaad en de herroeping de insolvente boedel niet vergroot, is er geen reden om over te gaan tot herroeping.

Doorgaans heeft de failliete schuldenaar noch zijn curator het recht om overeenkomsten te wijzigen. Deze kunnen echter worden gewijzigd als er na de faillietverklaring een akkoord wordt gesloten. In dit geval en naar aanleiding van een overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldeisers, is het mogelijk om de schulden te verlagen of de betalingstermijn te verlengen. Het is eveneens mogelijk om tot hetzelfde resultaat te komen via de reorganisatie- of de schuldaanpassingsprocedure. De faillissementswet, de wet inzake reorganisatie en de wet inzake schuldaanpassing bevatten geen afzonderlijke bepalingen over de overdracht van de vorderingen of de overname van verplichtingen, zodat de algemene bepalingen uit de wet inzake verbintenissenrecht dienen te worden toegepast.

Reorganisatieprocedure en schuldaanpassingsprocedure

Tijdens reorganisatieprocedures is het toegestaan om overeenkomsten te wijzigen. Iedere afspraak volgens welke de schuldeiser de overeenkomst kan beëindigen bij de inleiding van de reorganisatieprocedure of de goedkeuring van het reorganisatieplan is nietig. Een vordering die is ontstaan uit hoofde van een arbeidsovereenkomst of een derivatentransactie kan niet worden gewijzigd door het reorganisatieplan.

Als er een schuldaanpassingsprocedure wordt ingeleid, kan de schuldeiser een overeenkomst die hij met de schuldenaar heeft gesloten en waaruit de vorderingen voortkomen die de schuldenaar wil aanpassen niet beëindigen door zich te beroepen op een schending van de geldelijke verplichtingen van vóór de indiening van het schuldaanpassingsverzoek, noch weigeren om zijn verplichtingen om deze reden na te komen. Iedere afspraak volgens welke de schuldeiser een overeenkomst kan beëindigen na de indiening van een schuldaanpassingsverzoek of de goedkeuring van een schuldaanpassingsplan is nietig. In schuldaanpassingsprocedures kunnen de verplichtingen die voortkomen uit een duurovereenkomst en die ontstaan of invorderbaar worden na de indiening van het schuldaanpassingsverzoek worden gewijzigd. Het is mogelijk om in het schuldaanpassingsplan vast te leggen dat leningovereenkomsten of andere duurovereenkomsten die zijn gesloten voorafgaand aan de indiening van het schuldaanpassingsverzoek en krachtens welke de geldelijke verplichtingen van de schuldenaar invorderbaar worden na de indiening van de schuldaanpassingsprocedure eindigen bij de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan. De beëindiging van de overeenkomst heeft dezelfde gevolgen als de uitzonderlijke ontbinding van de overeenkomst als gevolg van een feit dat aan de schuldenaar te wijten is. De verplichtingen van de schuldenaar die voortkomen uit de beëindiging van de overeenkomst kunnen voorafgaand worden gewijzigd door het schuldaanpassingsplan. Als de verplichtingen die voortkomen uit een leaseovereenkomst aangepast dienen te worden, kan de verhuurder die schuldeiser is de overeenkomst bij wijze van uitzondering binnen een week vanaf de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan ontbinden.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Na de faillietverklaring kunnen schuldeisers uitsluitend in het kader van de faillissementsprocedure vorderingen op de schuldenaar indienen. De curator dient in kennis te worden gesteld van alle vorderingen op de schuldenaar die voorafgaand aan de faillietverklaring zijn ontstaan, ongeacht hun grondslag en vervaldatum. De tenuitvoerleggingsprocedures jegens de schuldenaar eindigen met de faillietverklaring en de schuldeisers dienen hun vorderingen in te dienen bij de gerechtelijke curator.

In reorganisatie- of schuldaanpassingsprocedures kunnen uitsluitend schuldeisers wier vorderingen onder het reorganisatie- of schuldaanpassingsplan vallen geen nieuwe procedure aanspannen zolang het plan geldig is. Tijdens een reorganisatie worden de tenuitvoerleggingsprocedures opgeschort, met uitzondering van procedures die zijn gericht op de betaling van een vordering die is ontstaan uit een arbeidsrelatie of een onderhoudsvordering. In schuldaanpassingsprocedures kan de rechter de tenuitvoerleggingsprocedures als voorlopige beschermingsmaatregel opschorten, ook voorafgaand aan de indiening van een verzoek of een beslissing over het verzoek. Als de procedure wordt ingeleid, schort de rechter alle lopende tenuitvoerleggingsprocedures (of gedwongen tenuitvoerlegging) voor het innen van geld met betrekking tot de zaken van de schuldenaar op tot de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan of het einde van de procedure.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Faillissementsprocedure

In geschillen met betrekking tot de insolvente boedel of zaken die kunnen worden opgenomen in de insolvente boedel, wordt het recht van de schuldenaar om partij bij een gerechtelijke procedure te zijn overgedragen aan de curator. Als een gerechtelijke procedure die is ingeleid voorafgaand aan de faillietverklaring betrekking heeft op een rechtsvordering die de schuldenaar jegens een andere persoon heeft ingesteld of op een ander verzoek dat verband houdt met de insolvente boedel of als de schuldenaar als derde deelneemt aan een gerechtelijke procedure, kan de curator in overeenstemming met zijn taak in de plaats van de schuldenaar optreden in de procedure. Als de curator weet heeft van de procedure maar niet optreedt, kan de schuldenaar zijn rechtsvordering als eiser of derde voortzetten.

Als een gerechtelijke procedure die is ingeleid voorafgaand aan de faillietverklaring betrekking heeft op een vordering op de schuldenaar en er nog geen beslissing is genomen, beoordeelt de rechter de vordering niet in het kader van deze procedure. De rechter hervat de genoemde procedure op verzoek van de eiser, als een hogere rechter de faillissementsbeschikking heeft vernietigd en als de beschikking waarmee het faillissementsverzoek is verworpen in kracht van gewijsde is gegaan, en als de faillissementsprocedure door verval is beëindigd na de faillietverklaring.

Als er in het kader van een gerechtelijke procedure die is ingeleid voorafgaand aan de faillietverklaring een verzoek jegens de schuldenaar wordt ingediend voor het uitsluiten van een voorwerp van de insolvente boedel, beoordeelt de rechter dit verzoek. In dit geval kan de gerechtelijke curator in de plaats van de schuldenaar optreden in de procedure. De curator oefent de rechten en plichten van de schuldenaar uit als gedaagde. Als de curator niet optreedt, kan de procedure op verzoek van de eiser worden voortgezet.

Als een gerechtelijke procedure betrekking heeft op een vordering op de schuldenaar en het mogelijk is om beroep in te stellen tegen de genomen beslissing, kan de curator dit na de faillietverklaring namens de schuldenaar doen. Met instemming van de curator kan de schuldenaar zelf beroep instellen.

Als een bestuurlijke handeling jegens de schuldenaar voor de rechter wordt betwist, wordt de beroepstermijn tegen deze handeling opgeschort.

Reorganisatieprocedure en schuldaanpassingsprocedure

Na de indiening van een reorganisatieverzoek kan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt op verzoek van de onderneming waarop de reorganisatieadviseur zich richt een gerechtelijke procedure met betrekking tot een geldvordering op de onderneming opschorten tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of het einde van de reorganisatieprocedure, behalve als het gaat om een vordering in verband met een arbeidsrelatie of een onderhoudsvordering waarvoor nog geen beslissing is genomen. Als er een schuldaanpassingsprocedure wordt ingeleid, schort de rechter gerechtelijke procedures met betrekking tot de geldvorderingen op de schuldenaar waarvoor nog geen beslissing is genomen op tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of het einde van de procedure.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Deelname van schuldeisers aan de faillissementsprocedure

In faillissementsprocedures vertegenwoordigt de schuldeiser zijn vordering. De schuldeisers dienen de curator binnen twee maanden na de publicatie van de kennisgeving van het faillissement in Ametlikud Teadaanded in kennis te stellen van alle vorderingen die zij al vóór de faillietverklaring op de schuldenaar hadden, ongeacht hun grondslag en vervaldatum. Hiertoe dienen zij de curator een schriftelijke verklaring (opgave van de vordering) te overleggen. De schuldeisers dienen hun vorderingen tijdens de algemene vergadering van schuldeisers te verdedigen (vergadering voor de verdediging van vorderingen). De zekerheden die de vordering garanderen worden gelijk met de vordering verdedigd. De vordering, rang en zekerheid die deze garandeert worden geacht te zijn erkend als de curator noch een schuldeiser hier bezwaar tegen maakt tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen. Er kan later geen bezwaar worden gemaakt tegen vorderingen en rangen die tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen zijn erkend.

De schuldeisers vertegenwoordigen niet alleen ieder hun vordering en verdedigen deze, maar nemen eveneens deel aan de faillissementsprocedure via de algemene vergadering van schuldeisers. De algemene vergadering van schuldeisers is bevoegd om de curator aan te wijzen en het comité van schuldeisers te kiezen, te besluiten om de activiteit van de onderneming van de schuldenaar voort te zetten of te beëindigen, te besluiten om de schuldenaar te ontbinden als het om een rechtspersoon gaat, een akkoord uit te werken, binnen de bij wet bepaalde limieten beslissingen te nemen met betrekking tot de verkoop van de insolvente boedel, de vorderingen te verdedigen, uitspraak te doen over de klachten over de activiteit van de curator, te besluiten over de vergoeding van de leden van het comité van schuldeisers en andere kwesties die krachtens de wet binnen de bevoegdheden van de algemene vergadering van schuldeisers vallen. Als de algemene vergadering van schuldeisers besluit om een comité van schuldeisers te kiezen, is dit bijvoorbeeld belast met de verdediging van de belangen van alle schuldeisers tijdens de faillissementsprocedure.

Deelname van schuldeisers aan de reorganisatieprocedure

De reorganisatieadviseur stelt de schuldeisers onverwijld in kennis van de inleiding van een reorganisatieprocedure en van de hoogte van de vorderingen die zij volgens het schuldenoverzicht op de onderneming hebben. Hiervoor overlegt hij hun de kennisgeving van reorganisatie. Als een schuldeiser wiens vordering wordt aangepast volgens het reorganisatieplan niet instemt met de gegevens die in de kennisgeving van reorganisatie staan, overlegt hij de reorganisatieadviseur binnen de termijn die is aangegeven in de kennisgeving van reorganisatie een schriftelijke verklaring met daarin de punten van de kennisgeving van reorganisatie die hij niet aanvaardt en overlegt hij bewijzen voor deze feiten. Als de schuldeiser binnen de opgelegde termijn geen verklaring indient, wordt hij geacht in te stemmen met de hoogte van de vordering. Als de reorganisatieadviseur niet instemt met een deel van de verklaring van de schuldeiser, dan overlegt hij de verklaring met bewijzen onverwijld aan de rechter en verklaart hij om welke redenen hij de inhoud van de verklaring niet aanvaardt. De reorganisatieadviseur motiveert zijn verklaringen. De rechter neemt op basis van de ingediende verklaringen en bewijzen een beslissing over de hoogte van de hoofdvordering en de bijkomende vordering van de schuldeiser en over het bestaan en de omvang van zekerheden.

Deelname van schuldeisers aan de schuldaanpassingsprocedure

De schuldaanpassingsprocedure heeft betrekking op de schuldeisers wier vorderingen op de schuldenaar invorderbaar zijn geworden op het moment van de indiening van het schuldaanpassingsverzoek. De beslissing over de inleiding van een schuldaanpassingsprocedure wordt genomen door de rechter. Hij kan in voorkomend geval voorafgaand de schuldeiser horen en verzoeken om aanvullende informatie of documenten. De beschikking over de inleiding van de procedure wordt overgelegd aan de schuldenaar en aan alle schuldeisers wier vorderingen de schuldenaar wil aanpassen. Als de procedure wordt ingeleid, kan de schuldeiser een overeenkomst die hij met de schuldenaar heeft gesloten en waaruit de vorderingen voortkomen die de schuldenaar wil aanpassen niet beëindigen door zich te beroepen op een schending van de geldelijke verplichtingen van vóór de indiening van het schuldaanpassingsverzoek, noch weigeren om zijn verplichtingen om deze reden na te komen. Bij de betekening van een schuldaanpassingsplan aan de schuldeiser, kent de rechter hem een termijn toe van minimaal twee en maximaal vier weken vanaf de ontvangst van het schuldaanpassingsplan om zijn standpunt in te dienen bij de rechter of de adviseur. De schuldeiser geeft aan of hij instemt met de gegevens die de schuldenaar heeft verstrekt over zijn vordering en zekerheden, de berekening van de schuld door de schuldenaar en de schuldaanpassing volgens de bepalingen waarom de schuldenaar heeft verzocht. Als de schuldeiser niet instemt met de schuldaanpassing volgens de bepalingen waarom de schuldenaar heeft verzocht, dient hij aan te geven of hij de schuldaanpassing volgens andere bepalingen wel zou aanvaarden. Als de schuldeiser wiens vordering wordt aangepast niet instemt met de gegevens die de schuldenaar heeft verstrekt in het schuldenoverzicht, stelt hij de rechter of, indien laatstgenoemde dit gelast, de adviseur binnen de door de rechter vastgestelde termijn in kennis van de punten die hij niet aanvaardt en overlegt hij bewijzen voor deze feiten. Als de schuldeiser binnen de opgelegde termijn geen verklaring indient, wordt hij geacht in te stemmen met de hoogte van de vordering. Als de schuldenaar of de adviseur niet instemt met een deel van de verklaring van de schuldeiser, dan overlegt hij de verklaring met bewijzen onverwijld aan de rechter en verklaart hij om welke redenen hij de inhoud van de verklaring niet aanvaardt. De rechter neemt op basis van de ingediende verklaringen en bewijzen een beslissing over de hoogte van de hoofdvordering en de bijkomende vordering en over het bestaan van zekerheden.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Krachtens de faillissementsbeschikking worden de zaken van de schuldenaar de insolvente boedel en worden deze gebruikt als activa voor het betalen van de schuldeisers en het ten uitvoer leggen van de faillissementsprocedure. De insolvente boedel bevat de zaken die de schuldenaar bezit op het moment van de faillietverklaring en de zaken die de schuldenaar gedurende de faillissementsprocedure opeist, int of verwerft. De insolvente boedel bevat geen zaken van de schuldenaar die volgens de wet niet vatbaar zijn voor beslag.

Na de faillietverklaring wordt het recht van de schuldenaar om de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken overgedragen aan de gerechtelijke curator. Iedere beschikkingshandeling met betrekking tot een voorwerp dat deel uitmaakt van de insolvente boedel die de schuldenaar verricht na de faillietverklaring is nietig. Voorafgaand aan de faillietverklaring kan de rechter de schuldenaar verbieden om zonder instemming van de voorlopige curator te beschikken over alle of een deel van de zaken.

De curator dient onverwijld na de faillissementsbeschikking de zaken van de schuldenaar in bezit te nemen en te beginnen met het beheren van de insolvente boedel. De curator dient de zaken van de schuldenaar die in bezit van een derde zijn op te eisen om deze op te nemen in de insolvente boedel, tenzij er in de wet anders is bepaald. Het beheer van de insolvente boedel brengt de uitvoering met zich mee van transacties die nodig zijn voor het beschermen van de insolvente boedel en voor het ten uitvoer leggen van de faillissementsprocedure, evenals de leiding over de activiteiten van de schuldenaar als het om een rechtspersoon gaat of de organisatie van de economische activiteit van de ondernemer als het om een natuurlijke persoon gaat. In het kader van een faillissementsprocedure die gericht is op een schuldenaar die een rechtspersoon is, oefent de curator de rechten en plichten uit van de raad van bestuur van de rechtspersoon of van het orgaan dat dit vervangt, die niet in strijd zijn met het doel van de faillissementsprocedure. De verantwoordelijkheid van de curator is gelijk aan die van een lid van een bestuursorgaan.

De curator kan uitsluitend met goedkeuring van de rechter transacties in verband met de insolvente boedel in contanten verrichten. De curator doet geen betalingen in contanten aan de schuldeisers op basis van de verdeling. De curator kan transacties die zeer belangrijk zijn voor de faillissementsprocedure uitsluitend verrichten met goedkeuring van het comité van schuldeisers. Als zeer belangrijke transacties worden allereerst beschouwd het afsluiten van een lening en, als een onderneming deel uitmaakt van de insolvente boedel, alle transacties die niet onder de gebruikelijke economische activiteit van de onderneming vallen. Wat betreft de insolvente boedel of voor zijn rekening kan de curator geen transacties verrichten met zichzelf of met een andere aan hem gelieerde persoon of andere transacties van dezelfde aard die belangenconflicten met zich meebrengen, noch verzoeken om de terugbetaling van de kosten van een dergelijke transactie.

De curator kan na de eerste algemene vergadering van schuldeisers beginnen met de verkoop van de insolvente boedel, tenzij de schuldeisers tijdens de genoemde vergadering anders besluiten. Als de schuldenaar in beroep gaat tegen de faillissementsbeschikking, is de verkoop van zaken niet toegestaan zonder goedkeuring van de schuldenaar voorafgaand aan de behandeling van het beroep dat is ingesteld bij het gerechtshof. Deze beperkingen zijn niet van toepassing op de verkoop van bederfelijke zaken of zaken waarvan de waarde snel daalt of waarvan de conservering of opslag extreem kostbaar is. Als de activiteit van de onderneming van de schuldenaar wordt voorgezet, kunnen de zaken niet worden verkocht als dit de voortzetting van de activiteit verhindert. Als er een akkoord wordt voorgesteld, kunnen de zaken niet worden verkocht voordat dit wordt gesloten, tenzij de algemene vergadering van schuldeisers besluit dat de zaken ondanks het voorgestelde akkoord toch kunnen worden verkocht. De verkoop van de insolvente boedel geschiedt middels een veiling volgens de bepalingen die zijn vastgelegd in het wetboek inzake tenuitvoerleggingsprocedures.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Vorderingen die dienen te worden ingediend op de passiva van de schuldenaar

De vorderingen die dienen te worden ingediend op de passiva van de schuldenaar zijn alle vorderingen op de schuldenaar die voorafgaand aan de faillietverklaring zijn ontstaan, ongeacht hun grondslag en vervaldatum. Na de faillietverklaring worden alle vorderingen op de schuldenaar als vervallen beschouwd, tenzij er in de wet anders is bepaald. Als de schuldeiser de zaak aanhangig heeft gemaakt bij de rechter maar er nog geen beslissing is genomen, schort de rechter de procedure op en dient de schuldeiser de vordering in te dienen bij de gerechtelijke curator. Als de schuldeiser de zaak aanhangig heeft gemaakt bij de rechter en de beslissing van de rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan, dient de schuldeiser eveneens zijn vordering in te dienen bij de gerechtelijke curator, maar wordt deze vordering als beschermd beschouwd. Als de schuldenaar de mogelijkheid heeft om beroep in te stellen, kan dit recht worden uitgeoefend door de gerechtelijke curator.

Behandeling van de vorderingen die zijn ontstaan na de inleiding van de faillissementsprocedure

Na de faillietverklaring kunnen schuldeisers in de faillissementsprocedure hun vorderingen op de schuldenaar uitsluitend indienen volgens de bepalingen die zijn vastgesteld in de faillissementswet. Vorderingen kunnen alleen worden ingediend bij de gerechtelijke curator en dan uitsluitend vorderingen die zijn ontstaan voorafgaand aan de faillietverklaring. De vorderingen die ontstaan na de faillietverklaring kunnen niet voor het einde van de faillissementsprocedure worden ingediend. Voor rechtspersonen dient rekening te worden gehouden met het feit dat de faillissementsprocedure eindigt door de liquidatie van de rechtspersoon en dat er na het einde van de procedure dus geen persoon meer bestaat om vorderingen tegen in te dienen. Daarom moet er voorzichtigheid worden betracht bij het verrichten van transacties met failliete rechtspersonen en dient dit risico in acht te worden genomen. Als het om een natuurlijke persoon gaat, kunnen de vorderingen die gedurende de faillissementsprocedure ontstaan na de procedure worden ingediend volgens de algemene bepalingen. De verplichtingen voor het vergoeden van schade die gedurende de faillissementsprocedure ten onrechte is, veroorzaakt door de schuldenaar die een rechtspersoon is vallen onder geconsolideerde verplichtingen, zodat van de schuldenaar kan worden geëist dat hij deze gedurende de faillissementsprocedure uitvoert volgens de algemene bepalingen of hiertoe een tenuitvoerleggingprocedure uitvoert over de insolvente boedel.

Het is mogelijk dat de schuldenaar na de faillietverklaring een beschikkingshandeling verricht over een voorwerp dat deel uitmaakt van de insolvente boedel. Een dergelijke beschikkingshandeling is nietig, gezien het feit dat het recht om het vermogen te beheren en hierover te beschikken na de faillietverklaring is overgedragen aan de gerechtelijke curator. Indien de schuldenaar toch een beschikkingshandeling verricht, dient alles wat krachtens de genoemde beschikkingshandeling is overgedragen aan de andere partij te worden teruggegeven als dit nog altijd deel uitmaakt van de insolvente boedel of te worden gecompenseerd als de insolvente boedel is vergroot door de overdracht. Als de schuldenaar op de dag van de faillietverklaring over een voorwerp beschikt, wordt verondersteld dat de beschikkingshandeling na de faillietverklaring is verricht. Als de schuldenaar voorafgaand aan de faillietverklaring heeft beschikt over toekomstige vorderingen, vernietigt de faillietverklaring de beschikking over vorderingen die hierna zijn ontstaan. Als de schuldenaar een natuurlijke persoon is, kan hij met goedkeuring van de curator beschikken over de insolvente boedel. Iedere beschikkingshandeling die wordt uitgevoerd zonder goedkeuring van de curator is nietig.

Behandeling van de vorderingen die zijn ontstaan na de inleiding van een reorganisatie- of schuldaanpassingsprocedure

Zolang het reorganisatieplan geldig is, is het niet mogelijk om een rechtsvordering in te stellen met betrekking tot een vordering die hierin is opgenomen. Het blijft mogelijk om rechtsvorderingen in te stellen met betrekking tot andere vorderingen. Zolang het schuldaanpassingsplan geldig is, is het niet mogelijk om een rechtsvordering in te stellen of te verzoeken om de inleiding van een oneigenlijke procedure met betrekking tot een vordering die in dit plan is opgenomen. Het blijft mogelijk om rechtsvorderingen in te stellen met betrekking tot andere vorderingen. De goedkeuring van het schuldaanpassingsplan doet geen afbreuk aan het recht van de schuldeiser om in een gerechtelijke procedure bezwaar te maken tegen de vorderingen die niet zijn erkend in het schuldaanpassingsplan. De schuldeiser kan eveneens in een gerechtelijke procedure bezwaar maken tegen de hoogte van een vordering wat betreft het niet erkende deel van de vordering.

Als de schuldenaar een reorganisatie- of schuldaanpassingsplan indient, wordt de verjaringstermijn van de vorderingen op de schuldenaar opgeschort. Na de indiening van een reorganisatieverzoek kan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt op verzoek van de onderneming waarop de reorganisatieadviseur zich richt een gerechtelijke procedure met betrekking tot een geldvordering op de onderneming opschorten tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of het einde van de reorganisatieprocedure, behalve als het gaat om een vordering in verband met een arbeidsrelatie of een onderhoudsvordering waarvoor nog geen beslissing is genomen. Als er een schuldaanpassingsprocedure wordt ingeleid, schort de rechter gerechtelijke procedures met betrekking tot de geldvorderingen op de schuldenaar waarvoor nog geen beslissing is genomen op tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of het einde van de procedure.

Het reorganisatieplan stelt personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verplichting van de onderneming niet vrij van het nakomen van deze verplichting. De goedkeuring van een schuldaanpassingsplan stelt personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verplichting van de schuldenaar niet vrij van het nakomen van deze verplichting.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Regels aangaande het indienen, controleren en erkennen van vorderingen in een faillissementsprocedure

De schuldeisers dienen de curator binnen twee maanden na de publicatie van de kennisgeving van het faillissement in Ametlikud Teadaanded in kennis te stellen van alle vorderingen die zij al vóór de faillietverklaring op de schuldenaar hadden, ongeacht hun grondslag en vervaldatum. Na de faillietverklaring worden alle vorderingen op de schuldenaar als vervallen beschouwd. Hiertoe dienen zij de curator een schriftelijke verklaring (opgave van de vordering) te overleggen. In de opgave van de vordering dienen de inhoud, de reden en de hoogte van de vordering te worden aangegeven, evenals eventueel bestaande zekerheidsrechten. De omstandigheden die in de opgave van vordering worden vermeld dienen te worden bewezen in documenten die bij de genoemde opgave worden gevoegd. De curator dient de gegrondheid van de ingediende vorderingen en eventuele zekerheidsrechten te controleren. Voorafgaand aan de vergadering voor de verdediging van vorderingen kunnen de schuldeisers en de schuldenaar schriftelijk bezwaar maken tegen vorderingen of zekerheidsrechten bij de curator.

De vorderingen worden tijdens de algemene vergadering van schuldeisers verdedigd (vergadering voor de verdediging van vorderingen). De zekerheden die de vordering garanderen worden gelijk met de vordering verdedigd. Tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen worden de vorderingen behandeld in de volgorde waarin deze zijn ingediend. De vordering, rang en zekerheid die deze garandeert worden geacht te zijn erkend als de curator noch een schuldeiser hier bezwaar tegen maakt tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen en als de schuldeiser of curator die bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering hiervan afziet tijdens deze vergadering. Als hier aanleiding toe is, dient de curator tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen bezwaar te maken tegen de vordering of het zekerheidsrecht. Een vordering wordt geacht zonder discussie te zijn erkend tijdens de vergadering voor de verdediging van vordering als deze is aanvaard door een gerechtelijke of arbitrale beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan. Hetzelfde geldt voor een zekerheidsrecht dat is erkend door een gerechtelijke of arbitrale beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan of die is ingeschreven in het kadaster, het scheepsregister, het register voor commerciële zekerheidsrechten of het centrale effectenregister van Estland. Er wordt een overzicht van erkende vorderingen opgesteld.

In de notulen van de vergadering voor de verdediging van vorderingen wordt voor iedere behandelde vordering vermeld of de vordering en het zekerheidsrecht dat de vordering garandeert al dan niet zijn erkend en wie er bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering, de rang en de zekerheid die deze garandeert. In de notulen staat eveneens wie heeft afgezien van eerder ingediende bezwaren. Als de vordering van een schuldeiser niet is erkend en als hij geen verzoek heeft ingediend om deze te laten erkennen of als de rechter zijn verzoek heeft verworpen, dan wordt het bezwaar van genoemde schuldeiser met betrekking tot de vordering van een andere schuldeiser niet in acht genomen. Als er geen ander bezwaar is ingediend met betrekking tot de vordering van die andere schuldeiser, dan wordt zijn vordering als erkend beschouwd. Er kan later geen bezwaar worden gemaakt tegen vorderingen en rangen die zijn erkend tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen.

Regels aangaande het indienen, controleren en erkennen van vorderingen in een reorganisatie- of schuldaanpassingsprocedure

In reorganisatieprocedures dient de schuldenaar een schuldenoverzicht in met daarin alle vorderingen die er op hem bestaan en de bijbehorende schuldeisers. De schuldeisers dienen hun vorderingen dus niet zelf in. Als een schuldeiser wiens vordering wordt aangepast volgens het reorganisatieplan niet instemt met de hoogte van de vordering die is opgegeven in de reorganisatieprocedure, overlegt hij de reorganisatieadviseur een schriftelijke verklaring met daarin de punten van de kennisgeving van reorganisatie die hij niet aanvaardt en overlegt hij bewijzen voor deze feiten. Als de schuldeiser binnen de opgelegde termijn geen verklaring indient, wordt hij geacht in te stemmen met de hoogte van de vordering. De schuldenaar kan bezwaar maken tegen het standpunt van de schuldeiser, maar hij dient zijn bezwaar te motiveren. De rechter neemt op basis van de ingediende verklaringen en bewijzen een beslissing over de hoogte van de hoofdvordering en de bijkomende vordering en over het bestaan en de omvang van zekerheden.

In schuldaanpassingsprocedures dient de schuldenaar een schuldaanpassingsplan in waarin hij aangeeft op welke verplichtingen zijn schuldaanpassing van toepassing is en volgens welke bepalingen. Net als in reorganisatieprocedures dienen de schuldeisers hun vorderingen niet zelf in. Als de schuldeiser wiens vordering wordt aangepast niet instemt met de gegevens die de schuldenaar heeft verstrekt in het schuldenoverzicht, stelt hij de rechter of, indien laatstgenoemde dit gelast, de adviseur binnen de door de rechter vastgestelde termijn in kennis van de punten die hij niet aanvaardt en overlegt hij bewijzen voor deze feiten. Als de schuldeiser binnen de opgelegde termijn geen verklaring indient, wordt hij geacht in te stemmen met de hoogte van de vordering. Als de schuldenaar of de adviseur niet instemt met een deel van de verklaring van de schuldeiser, dan overlegt hij de verklaring met bewijzen onverwijld aan de rechter en verklaart hij om welke redenen hij de inhoud van de verklaring niet aanvaardt. De rechter neemt op basis van de ingediende verklaringen en bewijzen een beslissing over de hoogte van de hoofdvordering en de bijkomende vordering en over het bestaan van zekerheden.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In principe worden alle schuldeisers gelijk behandeld. Er bestaan echter uitzonderingen, die bepaalde schuldeisers voorrang geven.

Voordat er betalingen worden gedaan op basis van de verdeling, worden de volgende betalingen in verband met de faillissementsprocedure in de volgende volgorde gedaan uit de insolvente boedel:

  1. de vorderingen die verband houden met de gevolgen van de uitsluiting en het innen van zaken;
  2. alimentatie ten gunste van de schuldenaar en de personen voor wie hij verantwoordelijk is;
  3. geconsolideerde verplichtingen;
  4. de kosten van de faillissementsprocedure.

Nadat deze betalingen zijn gedaan, worden de vorderingen van de schuldeisers in de volgende volgorde betaald:

  1. de erkende vorderingen die worden gegarandeerd door een zekerheidsrecht;
  2. de andere erkende vorderingen die binnen de vastgestelde termijn zijn ingediend;
  3. de andere erkende vorderingen die niet binnen de vastgestelde termijn zijn ingediend.

In geval van hoofdelijke medeschuldenaren kan een derde verantwoordelijk worden gehouden voor de verplichting van de schuldenaar. In dit geval is de medeschuldenaar verantwoordelijk jegens de schuldeiser, ongeacht de insolventie van de schuldenaar. Als de medeschuldenaar een deel betaalt van de vordering die de schuldeiser eveneens jegens de schuldenaar heeft ingediend, wordt het betaalde deel afgetrokken van de vordering.

Het is eveneens mogelijk dat de verplichting van de schuldenaar krachtens de wet aan een derde wordt overgedragen. Als de werkgever insolvent is geworden, dat wil zeggen als de werkgever failliet is verklaard of als de faillissementsprocedure is beëindigd door verval, ontvangt de werknemer een schadevergoeding voor het loon dat niet is ontvangen voorafgaand aan de insolventieverklaring van de werkgever, het vakantiegeld dat niet is ontvangen voorafgaand aan de insolventieverklaring van de werkgever en de vergoedingen die niet zijn ontvangen bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorafgaand of na de insolventieverklaring van de werkgever . In faillissementsprocedures is de staat in geval van insolventie van de werkgever de schuldeiser van werkloosheidsverzekeringspremies die niet zijn betaald op de vervaldatum.

In reorganisatie- of schuldaanpassingsprocedures is er geen sprake van een insolvente boedel. De schuldeisers worden betaald volgens het reorganisatie- of schuldaanpassingsplan. Het reorganisatieplan stelt personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een verplichting van de onderneming niet vrij van het nakomen van hun verplichting. Als een persoon die hoofdelijk aansprakelijk is voor een verplichting van de onderneming deze verplichting heeft uitgevoerd, heeft hij een restitutierecht jegens de onderneming voor zover de onderneming verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de verplichting volgens het reorganisatieplan. De goedkeuring van een schuldaanpassingsplan stelt personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een verplichting van de schuldenaar niet vrij van het nakomen van deze verplichting. Als een persoon die hoofdelijk aansprakelijk is voor een verplichting van de schuldenaar deze verplichting heeft uitgevoerd, heeft hij een restitutierecht jegens de schuldenaar voor zover de schuldenaar verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de verplichting volgens het schuldaanpassingsplan.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Beëindiging en gevolgen van de beëindiging van de faillissementsprocedure

Faillissementsprocedures eindigen met de verwerping van het faillissementsverzoek, het verval van de faillissementsprocedure, het verdwijnen van de grond voor het faillissement, de goedkeuring van de schuldeisers, de goedkeuring van het eindrapport, de bekrachtiging van een akkoord of een andere grond die bij wet is vastgelegd.

De rechter neemt een beschikking voor de beëindiging van de procedure door verval aan zonder het faillissement uit te spreken, ongeacht de insolventie van de schuldenaar, als de zaken van de schuldenaar de kosten van de faillissementsprocedure niet dekken en het niet mogelijk is om de zaken te innen of hier aanspraak op te maken, bijvoorbeeld als het niet mogelijk is om een rechtsvordering in te stellen jegens een lid van een bestuursorgaan. De rechter kan de procedure eveneens beëindigen door verval zonder het faillissement uit te spreken, ongeacht de insolventie van de schuldenaar, als het vermogen van de schuldenaar voornamelijk bestaat uit terugbetalingsvorderingen en vorderingen op derden en als het onwaarschijnlijk is dat deze vorderingen worden betaald. De rechter beëindigt de procedure niet door verval als de schuldenaar, een schuldeiser of een derde op de hiervoor bestemde rekening bij wijze van waarborg het bedrag stort dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de kosten van de faillissementsprocedure. Als de faillissementsprocedure met betrekking tot een schuldenaar die een rechtspersoon is door verval eindigt, liquideert de voorlopige curator de rechtspersoon binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de beëindigingsbeschikking zonder liquidatieprocedure. Als de schuldenaar op het moment van het verval van de faillissementsprocedure zaken heeft, worden deze allereerst gebruikt om de honoraria van de voorlopige curator en de noodzakelijke kosten te betalen.

Op verzoek van de schuldenaar beëindigt de rechter de faillissementsprocedure wegens het verdwijnen van de grond voor de procedure als de schuldenaar bewijst dat hij niet insolvent is of er geen sprake is van dreigende insolventie, als het faillissement is uitgesproken omdat de schuldenaar in de toekomst waarschijnlijk insolvent zou worden. Als de faillissementsprocedure wordt beëindigd als gevolg van het verdwijnen van de grond voor de procedure, wordt de rechtspersoon niet ontbonden.

De rechter beëindigt de faillissementsprocedure op verzoek van de schuldenaar als alle schuldeisers die binnen de vastgestelde termijn vorderingen hebben ingediend instemmen met de beëindiging. Als een schuldenaar die een rechtspersoon is duurzaam insolvent is, beslist de rechter bij beschikking om de liquidatieprocedure van de genoemde schuldenaar te beëindigen.

Faillissementsprocedures eindigen door de goedkeuring van het eindrapport als de curator dit indient bij het comité van schuldeisers en de rechter. In het eindrapport verstrekt de curator informatie over de insolvente boedel en de opbrengst van de verkoop ervan, de uitgevoerde betalingen, de erkende vorderingen, de verzoeken die zijn ingediend of die in behandeling zijn enz. De schuldeisers kunnen voor de rechter bezwaar maken tegen het eindrapport. De rechter keurt het eindrapport goed en beëindigt de faillissementsprocedure. De rechter keurt het eindrapport niet goed en stuurt dit door middel van een beschikking aan de curator met het oog op het voortzetten van de faillissementsprocedure, als uit het eindrapport blijkt dat de rechten van de schuldenaar of van de schuldeisers tijdens de faillissementsprocedure zijn geschonden.

Faillissementsprocedures kunnen eveneens worden beëindigd door de publicatie van een akkoord. Het akkoord is een afspraak tussen de schuldenaar en de schuldeisers met betrekking tot de betaling van schuldenaar en brengt de verlaging van schulden of de verlenging van de betalingstermijn met zich mee. Het akkoord wordt tijdens de faillissementsprocedure na de faillietverklaring uitgewerkt op voorstel van de schuldenaar of van de curator. De algemene vergadering van schuldeisers neemt een besluit over het akkoord. De rechter bekrachtigt het akkoord. De rechter beëindigt de faillissementsprocedure middels een beschikking waarin het akkoord wordt bekrachtigd.

Als de faillissementsprocedure niet binnen twee jaar na de faillietverklaring is beëindigd, verstrekt de curator het comité van schuldeisers en de rechter tot de beëindiging van de procedure iedere zes maanden een rapport met daarin de redenen waarom de procedure niet is beëindigd, de gegevens van de verkochte en niet-verkochte zaken van de insolvente boedel en informatie over het beheer van de insolvente boedel. Bij de beëindiging van de faillissementsprocedure, kwijt de rechter de curator van zijn taak, tenzij er in de wet anders is bepaald. De rechter kan de curator niet kwijten van zijn taak, als de zaken van de insolvente boedel bij de beëindiging van de faillissementsprocedure niet geheel zijn verkocht of als er naar verwachting nog geld binnenkomt, en als de door de curator ingestelde rechtsvorderingen niet zijn behandeld of als de curator voornemens of verplicht is om een rechtsvordering in te stellen. In dit geval blijft de curator zijn taken zelfs na de beëindiging van de faillissementsprocedure uitvoeren. Als er na de beëindiging van de faillissementsprocedure en de vrijstelling van de curator geld binnenkomt in de insolvente boedel, als de bedragen die bij de verdeling zijn gereserveerd vrijkomen of als blijkt dat de insolvente boedel voorwerpen bevat waarmee geen rekening is gehouden bij het verdelingsvoorstel, gelast de rechter op eigen initiatief of op verzoek van de curator of een schuldeiser om een aanvullende verdeling.

Beëindiging en gevolgen van de beëindiging van de reorganisatieprocedure

Reorganisatieprocedures eindigen door voortijdige beëindiging, de vernietiging van het reorganisatieplan, de voortijdige tenuitvoerlegging van het reorganisatieplan of op de vervaldatum die in het reorganisatieplan is aangegeven. Reorganisatieprocedures eindigen als gevolg van de voortijdige tenuitvoerlegging van het reorganisatieplan, als de onderneming al haar verplichtingen hieruit vóór de vervaldatum van het plan heeft uitgevoerd.

De voortijdige beëindiging van de reorganisatieprocedure is uitsluitend mogelijk voorafgaand aan de goedkeuring van het reorganisatieplan. De rechter gaat over tot voortijdige beëindiging van de reorganisatieprocedure als de onderneming haar verplichting om mee te werken niet naleeft, als zij het waarborgbedrag niet stort dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en kosten van de reorganisatieadviseur of de deskundige, als het reorganisatieplan niet is goedgekeurd, als de onderneming hiertoe een verzoek doet, als er niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de inleiding van een reorganisatieprocedure, als de zaken van de onderneming zijn verkwist of als de belangen van de schuldeisers worden geschaad, als het reorganisatieplan niet binnen de vastgestelde termijn is ingediend of als het verzoek niet duidelijk is. Als de rechtbank overgaat tot voortijdige beëindiging van de reorganisatieprocedure, eindigen alle gevolgen in verband met de inleiding van de reorganisatieprocedure met terugwerkende kracht.

Reorganisatieprocedures eindigen op de vervaldatum van het reorganisatieplan.

Reorganisatieprocedures kunnen eveneens eindigen door de vernietiging van het reorganisatieplan. Het reorganisatieplan wordt vernietigd als de onderneming na goedkeuring van het plan wordt erkend schuldig te zijn aan een strafbaar feit in het kader van een faillissements- of tenuitvoerleggingsprocedure, als zij aanzienlijk verzuimt de verplichtingen die zijn vastgesteld in het reorganisatieplan uit te voeren, als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de onderneming niet in staat is om de verplichtingen uit te voeren die zij krachtens het plan op zich heeft genomen, op verzoek van de reorganisatieadviseur als de follow-upkosten niet worden betaald of als de onderneming niet meewerkt met de reorganisatieadviseur om de follow-upverplichting na te komen of hem niet de informatie verstrekt die nodig is om de follow-up uit te voeren, als de onderneming een verzoek tot vernietiging van het reorganisatieplan indient of als de onderneming failliet wordt verklaard. Als het reorganisatieplan wordt vernietigd, eindigen de gevolgen in verband met de inleiding van de reorganisatieprocedure met terugwerkende kracht.

Beëindiging en gevolgen van de beëindiging van de schuldaanpassingsprocedure

Schuldaanpassingsprocedures eindigen als het schuldaanpassingsverzoek wordt verworpen of niet wordt behandeld, als het schuldaanpassingsplan wordt vernietigd, als gevolg van de beëindiging van de procedure of op de vervaldatum die is aangegeven in het plan. Schuldaanpassingsprocedures eindigen als gevolg van de voortijdige tenuitvoerlegging van het schuldaanpassingsplan, als de schuldenaar al zijn verplichtingen hieruit vóór de vervaldatum van het plan heeft uitgevoerd.

De rechter vernietigt het schuldaanpassingsplan op verzoek van de schuldenaar of als gevolg van de faillietverklaring van de schuldenaar. De rechter kan het schuldaanpassingsplan vernietigen als de schuldenaar aanzienlijk verzuimt zijn verplichtingen die zijn vastgesteld in het plan uit te voeren, als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de schuldenaar niet in staat is om de verplichtingen uit te voeren die hij krachtens het plan op zich heeft genomen, als de schuldenaar geen betalingsproblemen heeft of als hij deze heeft overkomen, als de schuldenaar opzettelijk of uit grove nalatigheid foutieve of onvolledige gegevens heeft ingediend over zijn vermogen, inkomsten, schuldeisers of verplichtingen, als de schuldenaar betalingen heeft verricht aan schuldeisers die niet worden vermeld in het schuldaanpassingsplan waardoor hij de belangen van de andere schuldeisers aanzienlijk heeft geschaad, als de schuldenaar niet meewerkt met de rechter of de reorganisatieadviseur om de follow-upverplichting na te komen of niet de informatie verstrekt die nodig is om de follow-up uit te voeren, als de schuldenaar het waarborgbedrag niet stort dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en kosten van de reorganisatieadviseur of de deskundige. Als het schuldaanpassingsplan wordt vernietigd, eindigen de gevolgen in verband met de inleiding van de schuldaanpassingsprocedure met terugwerkende kracht.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Rechten van de schuldeisers na de beëindiging van de faillissementsprocedure

Na de beëindiging van de faillissementsprocedure kunnen de schuldeisers volgens de algemene bepalingen de vorderingen indienen die zij op de schuldenaar hebben en die in de faillissementsprocedure ingediend hadden kunnen worden, maar niet zijn ingediend, evenals vorderingen die wel zijn ingediend maar die niet zijn betaald of waartegen de schuldenaar bezwaar heeft gemaakt. In dit geval worden de vertragingsrentes en -boetes niet berekend voor de periode van de faillissementsprocedure.

Als een schuldenaar die een natuurlijke persoon is, wordt vrijgesteld van de verplichtingen die hij niet tijdens de faillissementsprocedure heeft uitgevoerd, vervallen de vorderingen van de schuldeisers in de faillissementsprocedure, met inbegrip van de vorderingen die niet zijn ingediend in het kader van de faillissementsprocedure, behoudens wat betreft de schadevergoeding van een nadeel dat opzettelijk en op onwettige wijze is veroorzaakt en alimentatievorderingen jegens een ouder of een kind.

Na de beëindiging van de faillissementsprocedure kunnen de schuldeisers eveneens vorderingen op de schuldenaar indienen die zijn ontstaan uit geconsolideerde verplichtingen die niet zijn betaald in het kader van de faillissementsprocedure. Het is eveneens mogelijk om volgens de algemene bepalingen de vorderingen op de schuldenaar in te dienen die zijn ontstaan tijdens de faillissementsprocedure en die niet tijdens de procedure konden worden ingediend. In dit geval gaat de verjaringstermijn ervan in op de datum van de beëindiging van de faillissementsprocedure. Voor zover een erkende vordering tijdens de faillissementsprocedure niet is betaald, dient de beschikking als executoriale titel als de schuldenaar geen bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering of als de rechter de vordering heeft erkend.

Rechten van de schuldeisers na de beëindiging van de reorganisatieprocedure

Als de reorganisatieprocedure eindigt op de vervaldatum van het reorganisatieplan, kan een schuldeiser de naleving van een vordering die in het kader van het reorganisatieplan is aangepast na de vervaldatum uitsluitend eisen voor zover dit in het reorganisatieplan is overeengekomen, maar niet is uitgevoerd.

Als het reorganisatieplan wordt vernietigd of voortijdig wordt beëindigd, eindigen de gevolgen in verband met de inleiding van de reorganisatieprocedure met terugwerkende kracht. De schuldeiser wiens vordering in het kader van een reorganisatieplan is aangepast, heeft een recht op beroep jegens de onderneming ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag. Er dient echter rekening te worden gehouden met hetgeen de schuldeiser tijdens de uitvoering van het reorganisatieplan al heeft verkregen.

Rechten van de schuldeisers na de beëindiging van de schuldaanpassingsprocedure

Als het verzoek niet is behandeld of is verworpen of als de procedure wordt beëindigd, eindigen de gevolgen in verband met de inleiding van de procedure met terugwerkende kracht. De schuldeiser wiens vordering in het kader van een schuldaanpassingsplan is aangepast, heeft een recht op beroep jegens de schuldenaar ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag. Er dient echter rekening te worden gehouden met hetgeen de schuldeiser tijdens de uitvoering van het schuldaanpassingsplan al heeft verkregen.

Na de vervaldatum van het schuldaanpassingsplan kan een schuldeiser de naleving van een vordering die in het kader van het plan is aangepast uitsluitend eisen voor zover dit in het schuldaanpassingsplan is overeengekomen, maar niet is uitgevoerd.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Faillissementsprocedure

Als het faillissementsverzoek wordt ingewilligd en als de faillissementsprocedure eindigt met een akkoord, komen de kosten van de faillissementsprocedure voor rekening van de insolvente boedel. Als de rechter het faillissementsverzoek dat een schuldeiser heeft ingediend verwerpt of niet behandelt en als de procedure eindigt omdat de schuldeiser ervan afziet, komen de kosten van de faillissementsprocedure voor rekening van de schuldeiser. In geval van verval van de faillissementsprocedure stelt de rechter de verdeling van de kosten van de faillissementsprocedure vast met inachtneming van de omstandigheden.

Als een procedure die op verzoek van de schuldenaar is ingeleid eindigt door verval zonder faillietverklaring en de zaken van de schuldenaar niet toereikend zijn voor de noodzakelijke betalingen, veroordeelt de rechter de schuldenaar tot de betaling van de honoraria en de terug te betalen kosten van de voorlopige curator, maar kan hij gelasten dat deze worden terugbetaald met overheidsmiddelen. De terugbetalingslimiet van de honoraria en de kosten van de voorlopige curator uit overheidsmiddelen bedraagt 397 EUR (met inbegrip van de bij wet vastgestelde belastingen, behoudens btw). De rechter gelast de terugbetaling van de honoraria en de kosten van de voorlopige curator met overheidsmiddelen niet als de schuldenaar, een schuldeiser of een derde op de hiervoor bestemde rekening bij wijze van waarborg het bedrag heeft gestort dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en de terug te betalen kosten van de voorlopige curator.

Reorganisatieprocedure

Als er een reorganisatieprocedure wordt ingeleid, bepaalt de rechter binnen welke de termijn de onderneming bij wijze van waarborg het bedrag dient te storten dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en de oorspronkelijke kosten van de reorganisatieadviseur. Als de onderneming dit bedrag niet stort, beëindigt de rechter de reorganisatieprocedure. De rechter stelt het bedrag voor de terugbetaling van de honoraria en kosten van de reorganisatieadviseur vast op het moment dat hij hem kwijt van zijn taak of op het moment dat hij het reorganisatieplan goedkeurt, op basis van het rapport over de activiteiten en de kosten van deze adviseur.

Als de rechter deskundigen betrekt bij de reorganisatieprocedure hebben zij recht op terugbetaling van de gerechtvaardigde kosten die zij gemaakt hebben en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun verplichtingen en op een beloning voor hun werk. De rechter stelt het bedrag voor de terugbetaling van de honoraria en kosten van een deskundige vast op het moment dat hij hem kwijt van zijn taak, op basis van het rapport over de activiteiten en kosten van de deskundige dat de rechter binnen de vastgestelde termijn overlegt. De rechter kan de onderneming eveneens horen voorafgaand aan het vaststellen van de honoraria van de deskundige.

Schuldaanpassingsprocedure

De kosten van de schuldaanpassingsprocedure zijn voor rekening van de schuldenaar. De schuldeisers dragen hun eigen gerechtskosten. De rechter kan de gerechtskosten van de schuldeisers voor rekening van de schuldenaar laten komen, als laatstgenoemde opzettelijk een onterecht schuldaanpassingsverzoek heeft ingediend of als hij op andere wijze gerechtskosten voor de schuldeisers heeft veroorzaakt door opzettelijk foutieve informatie in te dienen of een verzoek of bezwaar waarvan hij wist dat dit niet gerechtvaardigd was. De schuldenaar kan geen enkele rechtsbijstand van de staat ontvangen die is bestemd voor het voldoen van de gerechtskosten om de belasting van de staat te betalen. Als het schuldaanpassingsplan is uitgevoerd, hoeft de schuldenaar de kosten die zijn betaald dankzij rechtsbijstand van de staat niet terug te betalen. Als er een adviseur of deskundige wordt aangewezen, stelt de rechter het bedrag vast dat de schuldenaar bij wijze van waarborg dient te storten op de hiervoor bestemde rekening voor het dekken van de honoraria en kosten van de adviseur of deskundige.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Faillissementsprocedure

Na de faillietverklaring wordt het recht van de schuldenaar om de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken overgedragen aan de gerechtelijke curator. Iedere beschikkingshandeling met betrekking tot een voorwerp dat deel uitmaakt van de insolvente boedel die de schuldenaar verricht na de faillietverklaring is nietig. Als de schuldenaar een natuurlijke persoon is, kan hij met goedkeuring van de curator beschikken over de insolvente boedel. Iedere beschikkingshandeling die wordt uitgevoerd zonder goedkeuring van de curator is nietig.

De rechter vernietigt volgens de herroepingsprocedure alle transacties of activiteiten van de schuldenaar die zijn verricht voorafgaand aan de faillietverklaring en die de belangen van de schuldeisers schaden. Als de te herroepen transactie of activiteit is uitgevoerd na de aanwijzing van de voorlopige curator maar voorafgaand aan de faillietverklaring, wordt verondersteld dat deze transactie of activiteit de belangen van de schuldeisers heeft geschaad.

De schuldenaar, een schuldeiser of de curator kan de rechter verzoeken om een besluit van de algemene vergadering van schuldeisers te vernietigen dat niet overeenstemt met de wet of dat is genomen zonder inachtneming van de bij wet vastgestelde bepalingen, ook voor besluiten waarvoor bij wet een recht op beroep is vastgesteld. Het is eveneens mogelijk om te verzoeken om de vernietiging van een besluit van de algemene vergadering van schuldeisers als dit de gemeenschappelijke belangen van de schuldeisers schaadt.

Als er een procedure is ingeleid om een schuldenaar die een natuurlijke persoon is te kwijten van zijn verplichtingen, kan de rechter op verzoek van een schuldeiser en binnen een jaar vanaf het aannemen van de beschikking die de schuldenaar kwijt van de verplichtingen die niet zijn uitgevoerd in het kader van de faillissementsprocedure, de genoemde beschikking vernietigen als blijkt dat de schuldenaar zijn verplichtingen tijdens de procedure opzettelijk heeft geschonden om zich te kwijten van zijn verplichtingen en als hij op deze wijze de mogelijkheid om de schuldeisers in de faillissementsprocedure te betalen wezenlijk in gevaar heeft gebracht.

Als de schuldenaar en de schuldeisers na de faillietverklaring overeenstemming bereiken voor het sluiten van een akkoord, kan de rechter het akkoord vernietigen als de schuldenaar de verplichtingen uit het akkoord niet uitvoert, als hij is veroordeeld wegens een strafbaar feit in verband met de faillissements- of tenuitvoerleggingsprocedure of als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de schuldenaar niet in staat is om de verplichtingen van het akkoord uit te voeren. De vernietiging van het akkoord heeft gevolgen voor alle schuldeisers die aan het akkoord hebben deelgenomen en beschermt dus alle schuldeisers.

Reorganisatieprocedure

De rechter vernietigt het reorganisatieplan als de onderneming na goedkeuring van het plan wordt erkend schuldig te zijn aan een strafbaar feit met betrekking tot een faillissements- of tenuitvoerleggingsprocedure, als zij aanzienlijk verzuimt de verplichtingen die zijn vastgesteld in het reorganisatieplan uit te voeren, als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de onderneming niet in staat is om de verplichtingen uit te voeren die zij krachtens het plan op zich heeft genomen, op verzoek van de reorganisatieadviseur als de follow-upkosten niet worden betaald of als de onderneming niet meewerkt met de reorganisatieadviseur om de follow-upverplichting na te komen of hem niet de informatie verstrekt die nodig is om de follow-up uit te voeren, en als de onderneming een verzoek tot vernietiging van het reorganisatieplan indient of als de onderneming failliet wordt verklaard. De schuldeiser wiens vordering in het kader van een reorganisatieplan is aangepast, heeft een recht op beroep jegens de schuldenaar ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag, waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen de schuldeiser tijdens de uitvoering van het reorganisatieplan al heeft verkregen.

Schuldaanpassingsprocedure

De rechter kan het schuldaanpassingsplan op verzoek van de schuldenaar of na de faillietverklaring van de schuldenaar vernietigen, en als de schuldenaar aanzienlijk verzuimt zijn verplichtingen die zijn vastgesteld in het plan uit te voeren, als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de schuldenaar niet in staat is om de verplichtingen uit te voeren die hij krachtens het plan op zich heeft genomen, als de schuldenaar geen betalingsproblemen heeft of als hij deze heeft overkomen en als de aanpassing van de vorderingen niet meer rechtvaardig zou zijn jegens de schuldeisers vanwege een aanzienlijke wijziging van de omstandigheden, als de schuldenaar opzettelijk of uit grove nalatigheid foutieve of onvolledige gegevens heeft ingediend over zijn vermogen, inkomsten, schuldeisers of verplichtingen, als de schuldenaar betalingen heeft verricht aan schuldeisers die niet worden vermeld in het schuldaanpassingsplan waardoor hij de belangen van de andere schuldeisers aanzienlijk heeft geschaad, als de schuldenaar niet meewerkt met de rechter of de reorganisatieadviseur om de follow-upverplichting na te komen of niet de informatie verstrekt die nodig is om de follow-up uit te voeren, of als de schuldenaar het waarborgbedrag niet stort dat de rechter heeft vastgesteld. De schuldeiser wiens vordering in het kader van een schuldaanpassingsplan is aangepast, heeft een recht op beroep jegens de schuldenaar ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag. Er dient echter rekening te worden gehouden met hetgeen de schuldeiser tijdens de uitvoering van het schuldaanpassingsplan al heeft verkregen.

Laatste update: 26/06/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Ierland

Het persoonlijke-insolventierecht in Ierland is geregeld in de Bankruptcy Act 1988 (zoals gewijzigd) (Faillissementswet 1988) en de Personal Insolvency Acts 2012 - 2015 (persoonlijke-insolventiewetten) (PI-wet). Middels de PI-wet, waarin drie methoden van schuldafwikkeling staan beschreven, wordt de faillissementswetgeving gewijzigd.

Alle persoonlijke-insolventieprocedures, waaronder faillissement, worden afgehandeld door de Insolvency Service of Ireland (ISI, Ierse insolventiedienst), een in 2013 opgericht zelfstandig wettelijk orgaan dat valt onder het Department of Justice and Equality (ministerie van Justitie en Gelijke kansen).

Persoonlijke-insolventieprocedures, die worden geregeld door de PI-wet, omvatten de volgende drie regelingen:

  1. Debt Relief Notice (DRN, kennisgeving van schuldverlichting): voor schulden tot 35 000 EUR voor personen die vrijwel geen activa en een zeer laag inkomen hebben.
  2. Debt Settlement Arrangement (DSA, schuldsaneringsregeling): voor de overeengekomen sanering van onbeperkte, ongedekte schulden over een periode van maximaal vijf jaar (onder bepaalde omstandigheden te verlengen tot zes jaar).
  3. Personal Insolvency Arrangement (PIA, persoonlijke-insolventieregeling): voor de overeengekomen sanering of herstructurering van gedekte schulden tot 3 miljoen EUR (het bedrag kan worden verhoogd via een schuldeisersakkoord) en onbeperkte, ongedekte schulden over een periode van maximaal zes jaar (onder bepaalde omstandigheden te verlengen tot zeven jaar).

De DSA en de PIA kennen drie fasen:

fase 1: door de bevoegde rechter wordt een Protective Certificate (PC, beschermingscertificaat) afgegeven, dat bij afgifte bepaalde met name genoemde of "gespecificeerde" schuldeisers uitsluit van het ondernemen van actie (waaronder het indienen van een verzoekschrift inzake faillietverklaring) of het instellen van een vordering tegen de schuldenaar teneinde de schuld te innen. Een door de bevoegde rechter afgegeven beschermingscertificaat is 70 dagen geldig, welke termijn op bepaalde gronden met 40 dagen kan worden verlengd;[i]

fase 2: deze fase heeft betrekking op de onderhandeling die door een Personal Insolvency Practitioner (PIP, persoonlijke-insolventiefunctionaris) namens de schuldenaar wordt gevoerd met diens gespecificeerde schuldeisers, alsmede op de goedkeuring van het voorstel middels een stemming op een wettelijke vergadering van schuldeisers. Recente wetgeving voorziet enkel in geval van een persoonlijke-insolventieregeling in de mogelijkheid voor de schuldenaar om zijn voorstel voor zo'n regeling door de rechter te laten toetsen als het voorstel tijdens de vergadering van schuldeisers is verworpen;[ii]

fase 3: uitvoering van de regelingen, waaronder periodieke uitkeringen aan schuldeisers door de PIP en, waar van toepassing, jaarlijkse evaluaties door de PIP.

Een schuldenaar kan elk van de bovengenoemde drie regelingen (DRN, DSA en PIA) slechts één keer aangaan.

Faillissement is een optie voor schuldenaren die, gelet op hun persoonlijke situatie, niet voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen voor de drie bovengenoemde oplossingen of die eerder zonder succes een van deze regelingen zijn aangegaan, d.w.z. het akkoord met de schuldeisers bleek geen stand te kunnen houden.

Indien een natuurlijke persoon heeft aangetoond dat zijn financiële situatie niet kan worden opgelost via een insolventieregeling en deze persoon beschikt over een brief van een persoonlijke-insolventiefunctionaris waaruit dit blijkt, kan hij bij het High Court (rechtbank) een faillissementsaanvraag indienen. De persoon in kwestie moet een verzoek om een Order of Adjudication (Bankruptcy Order) (faillietverklaring) indienen bij het Examiner's Office van het High Court en eerste griffierechten ten bedrage van 200 EUR voldoen. Aanvragers zullen voor het High Court worden gehoord; na de faillietverklaring zijn zij wettelijk verplicht om zich te voegen naar de Official Assignee in Bankruptcy (officiële curator) en zijn dienst (de Bankruptcy Division (afdeling Faillissementen) van de ISI), die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de failliete boedel.

Zodra een schuldenaar failliet is verklaard, worden diens ongedekte schulden volledig afgeschreven, waarbij alle activa van de schuldenaar eigendom worden van de officiële curator, de door het High Court benoemde beheerder van de failliete boedel.

Faillissementsprocedures kunnen als volgt worden ingesteld:

  1. door een verzoekende schuldeiser, die een aanvraag bij het High Court indient teneinde een natuurlijke persoon failliet te doen verklaren die schulden bij hem heeft, waarbij moet worden aangetoond dat hij schuldeiser van deze persoon is en dat deze persoon geen bevredigende pogingen heeft ondernomen om zijn schuld te vereffenen;
  2. op aanvraag door de natuurlijke persoon zelf, het zogeheten Self-Adjudicating bankruptcy.

Een failliet wordt automatisch bevrijd van het faillissement op de eerste verjaardag van de datum van de uitspraak, mits tegen de failliet geen Bankruptcy Extension Order (bevel tot verlenging van het faillissement) is uitgevaardigd (door de officiële curator in geval van niet-naleving).

Middels de PI-wet wordt een nieuwe beroepsgroep in het leven geroepen die door de ISI wordt gereglementeerd en in twee categorieën uiteenvalt:

1. erkende tussenpersonen (AI's, Approved Intermediaries): een persoon of rechtspersoon die door de ISI is gemachtigd om schuldenaren te ondersteunen die een aanvraag voor een DRN willen indienen.

2. persoonlijke-insolventiefunctionarissen (PIP's, Personal Insolvency Practitioners): een persoon die door de ISI is gemachtigd om op te treden als contactpersoon tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers(s) om een schuldsaneringsregeling of persoonlijke-insolventieregeling te verkrijgen. Een PIP is wettelijk verplicht om te handelen in overeenstemming met de PI-wet en de daarmee verband houdende regelgeving. [iii]

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

In Ierland leiden natuurlijke personen (met inbegrip van personenvennootschappen) een persoonlijke-insolventieprocedure in via de in de PI-wet beschreven procedures. Schuldeisers kunnen een faillissementsprocedure tegen een schuldenaar inleiden, of een schuldenaar kan op eigen initiatief het faillissement aanvragen.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Insolventieprocedure

De belangrijkste voorwaarde voor het inleiden van een persoonlijke-insolventieprocedure is dat de schuldenaar insolvent is, d.w.z. niet in staat is zijn schulden op de vervaldag te voldoen.  De aard en de omvang van de schulden en het inkomen van de schuldenaar bepalen vervolgens welk van de drie soorten regelingen geschikt is.

Om ervoor te zorgen dat een natuurlijke persoon die onder een insolventieregeling valt, een redelijke levensstandaard kan handhaven, heeft de ISI (na een uitgebreid raadplegingsproces) richtsnoeren geformuleerd waarbij de redelijke kosten van levensonderhoud (RLE's, Reasonable Living Expenses) zijn bepaald. Deze richtsnoeren dragen, naast het waarborgen van de duurzaamheid van de insolventieregeling, ook bij aan het waarborgen van het wettelijke recht van de schuldenaar op een redelijke levensstandaard, door een eerlijke en transparante methode vast te stellen voor het standaardiseren van de dagelijkse kosten van levensonderhoud voor in moeilijkheden verkerende schuldenaren. De op het model van de ISI gebaseerde RLE's van een schuldenaar worden bij de aanvraag van de insolventieregeling berekend door de erkende tussenpersoon of persoonlijke-insolventiefunctionaris.

1. Debt Relief Notice (DRN, kennisgeving van schuldverlichting)

Om een DRN aan te vragen, moet de schuldenaar:

  • in de onmogelijkheid verkeren de schulden volledig te voldoen op de vervaldag;
  • een maandelijks beschikbaar netto-inkomen van maximaal 60 EUR hebben, na aftrek van de redelijke kosten van levensonderhoud;
  • beschikken over activa ter hoogte van maximaal 400 EUR. Het is schuldenaren ook toegestaan in het bezit te zijn van:
    • één sieraad met een waarde van maximaal 750 EUR;
    • één motorvoertuig met een waarde van maximaal 2 000 EUR; en
    • huishoudelijke apparatuur of gereedschap, mits de gezamenlijke waarde ervan niet hoger is dan 6 000 EUR;
  • woonachtig zijn in de Republiek Ierland of in het afgelopen jaar zijn gewone verblijfplaats of vestiging in Ierland hebben gehad;
  • een Prescribed Financial Statement (PFS, voorgeschreven financiële verklaring) hebben ingevuld en ondertekend en een wettelijke verklaring hebben gedaan dat eerstgenoemde verklaring juist en nauwkeurig is.

Typische voorbeelden van schulden in DRN-verband zijn schulden op creditcards, rekening-courantkredieten, persoonlijke leningen, leningen van een Credit Union, rekeningen van nutsbedrijven en winkelkaarten.

2. Debt Settlement Arrangement (DSA, schuldsaneringsregeling)

Een schuldenaar komt in aanmerking om een DSA aan te vragen als hij of zij:

  • niet in staat is de schulden volledig te voldoen op de vervaldag;
  • één of meer concurrente schuldeisers heeft;
  • woonachtig is in Ierland of in het afgelopen jaar zijn gewone verblijfplaats of vestiging in Ierland had;
  • een PFS heeft ingevuld en een ondertekende wettelijke verklaring heeft gedaan dat de verstrekte informatie juist en nauwkeurig is;
  • een verklaring van een persoonlijke-insolventiefunctionaris (PIP) heeft ontvangen waarin wordt bevestigd dat laatstgenoemde van mening is dat:
    • de informatie in de PFS juist en nauwkeurig is;
    • de schuldenaar in aanmerking komt om een voorstel te doen voor een DSA;
    • het, gelet op de PFS van de schuldenaar, niet waarschijnlijk is dat de schuldenaar in de komende vijf jaar solvent zal worden;
    • er, als de schuldenaar een DSA aangaat, een redelijk vooruitzicht is dat de schuldenaar binnen de komende vijf jaar solvent zal worden.

Naast de schulden in verband met een DRN kunnen de schulden in een DSA doorgaans ook leningen en persoonlijke garanties omvatten.

3. Personal Insolvency Arrangement (PIA, persoonlijke-insolventieregeling)

Een schuldenaar komt in aanmerking om een PIA aan te vragen als hij of zij:

  • niet in staat is de schulden volledig te voldoen op de vervaldag;
  • schulden heeft bij ten minste één zekerheidsgerechtigde schuldeiser die deze zekerheid over Iers vastgoed of Ierse activa bezit;
  • gedekte schulden van minder dan 3 miljoen EUR heeft (indien alle zekerheidsgerechtigde schuldeisers hiermee instemmen, kan deze limiet worden verhoogd);
  • in het kader van een procedure voor betalingsachterstand bij een hypothecaire lening (bv. het Mortgage Arrears Resolution Process (MARP) van de Centrale Bank van Ierland) gedurende een periode van zes maanden met de zekerheidsgerechtigde schuldeiser heeft samengewerkt met betrekking tot de particuliere hoofdverblijfplaats, en:
    • het resultaat daarvan was dat er geen alternatieve terugbetalingsregeling werd overeengekomen, of
    • de zekerheidsgerechtigde schuldeiser heeft bevestigd dat hij in de praktijk niet van een dergelijke regeling zou gebruikmaken, of
    • de schuldenaar een alternatieve terugbetalingsregeling is aangegaan en heeft getracht deze regeling na te leven, hetgeen door de PIP is bevestigd;
  • woonachtig is in Ierland of in het afgelopen jaar zijn gewone verblijfplaats of vestiging in Ierland had;
  • een PFS heeft ingevuld en ondertekend en een wettelijke verklaring heeft gedaan dat eerstgenoemde verklaring juist en nauwkeurig is;
  • een verklaring van de PIP heeft ontvangen waarin wordt bevestigd dat laatstgenoemde van mening is dat:
    • de informatie in de PFS juist en nauwkeurig is;
    • de schuldenaar in aanmerking komt om een voorstel te doen voor een PIA;
    • het, gelet op de PFS, niet waarschijnlijk is dat de schuldenaar in de komende vijf jaar solvent zal worden;
    • er, als de schuldenaar een PIA aangaat, een redelijk vooruitzicht is dat de schuldenaar binnen de komende vijf jaar solvent zal worden.

Naast de schulden in verband met een DRN en een DSA zullen de schulden in een PIA doorgaans ook leningen voor de particuliere hoofdverblijfplaats, leningen voor vastgoedbeleggingen en buy-to-let hypotheken/leningen omvatten.

Faillissement

In Ierland hebben natuurlijke personen het recht om een Self-Adjudicating bankruptcy aan te vragen, d.w.z. dat zij bij het High Court een aanvraag kunnen indienen om zich failliet te laten verklaren. De voorwaarden voor het indienen van een dergelijke aanvraag zijn de volgende:

  • de natuurlijke persoon, of schuldenaar, moet in de onmogelijkheid verkeren de schulden te voldoen op de vervaldag;
  • de schulden van de schuldenaar moeten de waarde van zijn activa met 20 000 EUR of meer overschrijden;
  • de schuldenaar moet een redelijke poging hebben gedaan om een van de drie bovengenoemde insolventieregelingen te gebruiken om zijn schulden te vereffenen. Dit moet voor de rechter worden aangetoond door middel van een brief van een persoonlijke-insolventiefunctionaris of erkende tussenpersoon.

Ook een schuldeiser kan een verzoek om een faillissementsprocedure indienen.  Als de schuldeiser om faillietverklaring verzoekt, mag hij/zij niet op onredelijke gronden hebben geweigerd om akkoord te gaan met een voorstel voor een DSA of een PIA.

Een faillietverklaring wordt aangevraagd door middel van een verzoekschrift, waarbij de aanvrager verplicht is om verschillende door het High Court voorgeschreven documenten en verklaringen onder ede in te dienen bij het Examiner's Office van het High Court. De faillietverklaring wordt van kracht op het moment van het afgeven hiervan; er is geen terugwerkende kracht tot de datum van indiening van het desbetreffende verzoekschrift, zoals dat in sommige rechtsgebieden het geval kan zijn.

Zolang de faillietverklaring nog niet is afgegeven, voorziet de Faillissementswet niet in een specifiek rechtsmiddel voor een schuldeiser om een voorlopige bewindvoerder te benoemen — artikel 23 van de Faillissementswet staat toe dat een failliet na de tot faillietverklaring strekkende uitspraak wordt aangehouden als hij/zij op het punt staat het rechtsgebied te verlaten met de bedoeling een faillissement te voorkomen.

Een schuldenaar of schuldeiser kan bezwaar maken tegen een faillietverklaring door bij het High Court een verzoek hiertoe en verklaringen onder ede in te dienen, met vermelding van de redenen voor het bezwaar.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Het algemene doel van de PI-wet die aan de desbetreffende wettelijke bepalingen ten grondslag ligt, is de bescherming, voor zover praktisch uitvoerbaar, van de particuliere hoofdverblijfplaats van de schuldenaar.

Activa in het kader van de insolventieprocedure

In het geval van een schuldsaneringsregeling of een persoonlijke-insolventieregeling stelt de persoonlijke-insolventiefunctionaris (PIP) zich gewoonlijk niet in het fysieke bezit van de activa van de schuldenaar of gaat de eigendom daarvan niet op die functionaris over — in plaats daarvan neemt de PIP gedurende de looptijd van de regeling de controle over de inkomstenstroom van de schuldenaar over en voldoet hij uit deze inkomstenstroom de vorderingen van (de) schuldeiser(s) op basis van de bepalingen van de regeling. De beschikbare inkomstenstroom is die na aftrek van redelijke kosten van levensonderhoud, huur of hypotheekaflossingen en andere betalingen voor bijzondere omstandigheden, zoals medische kosten. Betalingen van zekergestelde leningen worden gewoonlijk rechtstreeks door de schuldenaar aan de schuldeiser gedaan volgens de bepalingen van de door hen overeengekomen regeling.  Als een activum in het kader van een regeling moet worden verkocht, wordt het gewoonlijk rechtstreeks door de schuldenaar verkocht.

Activa in het kader van het faillissement

Volgens de faillissementswetgeving komen alle activa die op de datum van de rechterlijke uitspraak toebehoren aan de failliet, onmiddellijk toe aan de officiële curator (dit betekent dat de officiële curator nu eigenaar is van alle activa in de failliete boedel). Voor de duidelijkheid houden deze activa in:

  • contant geld;
  • rekeningen bij financiële instellingen, met inbegrip van rekeningen in rekening-courant, spaarrekeningen, beleggingsrekeningen enz;
  • alle grond en gebouwen, met inbegrip van die welke als gezinswoningen worden beschouwd;
  • machines, uitrusting, handelsgereedschappen, meubilair, huishoudelijke artikelen en apparaten;
  • alle voertuigen;
  • pensioenen (behoudens enkele uitzonderingen), beleggingsproducten, effecten en aandelen;
  • effecten die de failliet in eigen naam of in het kader van een personenvennootschap houdt;
  • schulden aan de failliet.

Hierop zijn evenwel uitzonderingen mogelijk:

  • schuldenaren kunnen een beroep doen op vrijgestelde persoonlijke activa tot een waarde van 6 000 EUR en kunnen bij het High Court een verzoek indienen om deze limiet te verhogen;
  • activa die voortvloeien uit schending van persoonlijke rechten zijn uitgesloten van het faillissement, aangezien dit geen rechten zijn die de bewindvoerder voor de schuldeisers zouden moeten toekomen omdat zij persoonlijk zijn voor de natuurlijke persoon in kwestie;
  • bepaalde pensioenaanspraken (zie de wetgeving voor verdere verduidelijking).

Een failliet is verplicht om de officiële curator ervan op de hoogte te stellen als hij tijdens de faillissementsperiode activa in ontvangst heeft genomen, ongeacht de wijze waarop hij deze activa in bezit heeft gekregen. Dergelijke activa vallen toe aan de officiële curator wanneer deze door hem worden opgeëist, en gaan deel uitmaken van de failliete boedel.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Insolventieprocedure

Een persoonlijke-insolventiefunctionaris (PIP) treedt, wanneer hij door een schuldenaar wordt ingeschakeld, op als onderhandelaar tussen de schuldenaar en de schuldeisers. PIP's zijn wettelijk verplicht om in het belang van zowel de schuldenaar als de schuldeiser(s) te handelen en dienen daarom de best mogelijke regeling op te stellen voor alle partijen die bij een insolventieregeling betrokken zijn.

De rol en de functies van een PIP houden in:

  • opnemen (en onderhouden) van contact met een schuldenaar die overweegt een voorstel te doen voor een insolventieregeling;
  • aanvaarden van de benoeming tot insolventiefunctionaris;
  • controleren van de door de schuldenaar opgestelde voorgeschreven financiële verklaring (PFS) en het adviseren van de schuldenaar over de opties en de mogelijkheid om een voorstel voor een schuldsaneringsregeling of persoonlijke-insolventieregeling te doen;
  • zich ervan vergewissen dat de door de schuldenaar aan hem verstrekte financiële informatie nauwkeurig en volledig is;
  • opstellen van een advies op basis van de in de wetgeving vastgelegde criteria over welk type insolventieregeling (DSA of PIA) het beste past bij de situatie van de schuldenaar;
  • verstrekken van informatie over de gekozen procedure, en de algemene gevolgen en te verwachten kosten van het partij worden bij een insolventieregeling;
  • namens de schuldenaar aanvragen van een beschermingscertificaat (PC);
  • alle schuldeisers in kennis stellen van het PC en de benoeming tot PIP, vergezeld van een kopie van de PFS van de schuldenaar;
  • opstellen van een voorstel aan de schuldeisers en het bijeenroepen van een wettelijke vergadering van schuldeisers om het voorstel te bespreken en erover te stemmen;
  • wanneer een voorstel wordt goedgekeurd, de ISI en alle schuldeisers van het resultaat op de hoogte stellen;
  • zodra de regeling is goedgekeurd door de rechter of op basis van een rechterlijke toetsing, de bepalingen van de regeling uitvoeren, met inbegrip van de inning van middelen van de schuldenaar en de betaling aan de schuldeisers gedurende de looptijd van de regeling;
  • toezicht houden op de regeling gedurende de gehele looptijd ervan;
  • de regeling ten minste één keer per jaar evalueren.

De rol van de schuldenaar in de insolventieprocedure is om op eerlijke wijze deel te nemen aan het proces, in te stemmen met de door zijn PIP uitonderhandelde regeling en te voldoen aan de vereiste bepalingen van de regeling.

Faillissement

Bij het uitspreken van het faillissement verliest de failliet alle activa en gaan die activa over op de officiële curator (OA). De OA is een onafhankelijke wettelijke functionaris die tot taak heeft failliete boedels te beheren en de afdeling Faillissementen van de Ierse insolventiedienst (ISI) te leiden.

In Ierland kan een particulier worden aangesteld als curator van het faillissement ter vervanging van de officiële curator bij het High Court. In de praktijk zijn dergelijke benoemingen uiterst zeldzaam. In de Faillissementswet is niet beschreven welke kwalificaties voor dergelijke benoemingen vereist zijn.

De bevoegdheden van de schuldenaar in geval van faillissement zijn beperkt tot de mogelijkheid om zich tot het High Court te wenden om bepaalde beslissingen van de OA aan te vechten. De schuldenaar is verplicht om gevolg te geven aan verzoeken van de dienst van de OA met betrekking tot het beheer van de failliete boedel.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

De PI-wet en de Faillissementswet 1988 (zoals gewijzigd) voorzien beide in de mogelijkheid van verrekening. Bepaald is dat bij de vaststelling van de waarde van een activum of een verschuldigd bedrag, alle schulden of kredietsaldi die bij dezelfde schuldeiser worden aangehouden, kunnen worden verrekend met het oorspronkelijke bedrag. Het resterende saldo wordt dus beschouwd als de schuld of het activum, die/dat verschuldigd kan zijn aan de schuldenaar die de regeling is aangegaan of aan zijn schuldeiser(s).[iv]

Indien een schuldenaar spaartegoeden heeft bij een Credit Union waarbij hij ook een schuld heeft, verrekent de Credit Union deze spaartegoeden met het bedrag dat de schuldenaar verschuldigd is.[v]

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Insolventieprocedure

Een beschermingscertificaat belet een schuldeiser om tijdens de looptijd van het beschermingscertificaat enige actie te ondernemen.  In de uiteindelijke regeling wordt vastgelegd wat er is afgesproken met betrekking tot bestaande contracten.

Faillissement

Het faillissement laat de rechten van een zekerheidsgerechtigde schuldeiser voor wat betreft de gestelde zekerheid onverlet, d.w.z. een dergelijke schuldeiser behoudt alle rechten die hij vóór het faillissement had op grond van die zekerheid — het enige verschil is dat de officiële curator (OA), niet de failliet, nu eigenaar van het vastgoed is.

De OA heeft de plicht om alle activa in een failliete boedel te gelde te maken (te verkopen of te vervreemden) om zo goed mogelijk aan de verplichtingen die uit de boedel voortvloeien, te voldoen. Alle contractuele-aansprakelijkheidsvorderingen op de schuldenaar worden dus verplichtingen van de boedel. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zal de OA doorgaan met eventuele dienstverleningscontracten waarbij de failliet partij is.

Indien de OA een overeenkomst voortzet, wordt hij persoonlijk aansprakelijk met recht op schadeloosstelling uit de boedelfondsen.[vi]

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Insolventieprocedure

DSA of PIA: de eerste stap van een schuldenaar die een schuldsaneringsregeling (DSA) / persoonlijke-insolventieregeling (PIA) aanvraagt, is het aanvragen van een beschermingscertificaat (PC) bij de bevoegde rechter. Dit certificaat belet bepaalde met name genoemde of gespecificeerde schuldeisers, op wie het PC van toepassing is, om een vordering in te stellen tegen de schuldenaar met het oog op de invordering van, of de tenuitvoerlegging inzake, de gespecificeerde schulden. In feite is het de schuldeiser onmogelijk om:

  • een gerechtelijke procedure met betrekking tot de schuld in te leiden;
  • gerechtelijke procedures, met inbegrip van gerechtelijke bevelen/uitspraken enz., voort te zetten die vóór de afgifte van het PC zijn ingeleid, d.w.z. dergelijke gerechtelijke procedures worden geacht te zijn opgeschort voor de looptijd van het PC;
  • welke maatregel dan ook te nemen om de desbetreffende schuld in te vorderen of de betaling ervan zeker te stellen;
  • contact op te nemen met de schuldenaar over de schuld, tenzij de schuldenaar hierom verzoekt;
  • een overeenkomst met de schuldenaar te wijzigen of te beëindigen, of
  • een faillissementsprocedure tegen de schuldenaar in te leiden.

Zodra de schuldenaar een regeling is aangegaan, zullen gedurende de looptijd ervan soortgelijke tenuitvoerleggingsbeperkingen als hierboven uiteengezet gelden voor de schuldeisers.

DRN: in het geval van een door de bevoegde rechter gedane kennisgeving van schuldverlichting (DRN) gelden gedurende de looptijd ervan dezelfde beschermingsmaatregelen als hierboven vermeld voor een DSA/PIA.

Faillissement

Zekerheidsgerechtigde en concurrente schuldeisers worden verschillend behandeld in geval van faillissement. De enige mogelijkheid voor de concurrente schuldeisers van een failliet om hun schulden te innen, is om in het faillissement een vordering in te stellen voor het bedrag dat aan hen verschuldigd is. De concurrente schuldeisers kunnen na de datum van de rechterlijke uitspraak geen gerechtelijke procedure meer aanspannen tegen de failliet. Dit is een rechtstreeks en automatisch gevolg van de faillietverklaring door het High Court. Faillissementsprocedures laten de rechten van zekerheidsgerechtigde schuldeisers onverlet.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Insolventieprocedure

DSA, PIA, DRN:

zie het antwoord op vraag 7.

Faillissement

Zoals het geval is met activa in een failliete boedel, stelt de officiële curator (OA) zich in de plaats van de failliet als verweerder in alle bestaande rechtszaken die door schuldeisers tegen de failliet zijn aangespannen. De OA heeft de keuze om het verweer te voeren in de procedure, een schikking te treffen in de procedure of de procedure te staken. Indien de OA met succes verweer voert, zullen eventuele tegenvorderingen of kosten ten gunste van alle schuldeisers in de failliete boedel worden gestort. Indien de procedure succesvol is, of een schikking wordt bereikt, wordt het overeengekomen bedrag een toegelaten vordering in het faillissement.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

In samenspraak met belanghebbenden heeft de Ierse insolventiedienst (ISI) een standaardprotocol voor de schuldsaneringsregeling (DSA) en de persoonlijke-insolventieregeling (PIA) opgesteld. Hierin worden de verplichtingen van zowel schuldenaren als schuldeisers tijdens de uitvoering van de regeling beschreven. Bij dit document zijn voorbeelden van het DSA- en het PIA-protocol gevoegd.

Een schuldeiser neemt als volgt deel.

1. Bewijs van schuld: in het geval van een DSA of PIA moet de persoonlijke-insolventiefunctionaris (PIP) van de schuldenaar, nadat de rechter een beschermingscertificaat aan die schuldenaar heeft afgegeven, de betrokken schuldeisers schriftelijk in kennis stellen van zijn benoeming, en hen uitnodigen een bewijs van hun schulden in te dienen en aan te geven hoe zij hun schuld in het kader van de regeling behandeld willen zien.

In het geval van een faillissement moeten alle schuldeisers een formeel bewijs van schuld indienen voordat een dividend aan hen wordt uitgekeerd.

2. Stemming: wanneer een vergadering van schuldeisers wordt bijeengeroepen door een PIP die optreedt voor een schuldenaar die een DSA of PIA wil aangaan, hebben de betrokken schuldeisers het recht om te stemmen over de bepalingen van de regeling, mits zij hun schuld hebben bewezen.

3. Bezwaar: een schuldeiser kan voor de rechter bezwaar aantekenen voordat de voorwaarden van een DSA of PIA van kracht worden. De specifieke voorwaarden zijn wettelijk vastgelegd.[vii]

4. Voorstel tot gerechtelijk akkoord: schuldeisers hebben het recht om te stemmen over een door een failliet gedaan voorstel tot gerechtelijk akkoord. Een dergelijk voorstel kan worden gedaan wanneer een failliet met sommige van zijn schuldeisers, of al die schuldeisers, een schikking wil treffen vóór het verstrijken van de faillissementsdatum met het oog op het behoud van al zijn activa.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

-

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Insolventieprocedure

Met betrekking tot een DSA of PIA worden vorderingen niet formeel door een schuldeiser tegen een schuldenaar ingediend. De eerste stap in de procedure is de invulling van de voorgeschreven financiële verklaring (PFS) van de schuldenaar. De PFS geeft een overzicht van alle schuldeisers en de aan elke schuldeiser verschuldigde bedragen en vormt de feitelijke basis waarop een beschermingscertificaat (PC) wordt afgegeven.  Na de afgifte van het PC kunnen schuldeisers door de persoonlijke-insolventiefunctionaris (PIP) worden verzocht een bewijs van schuld over te leggen voordat door de PIP een insolventieregeling wordt opgesteld.  Voor een schuldeiser die na een verzoek daartoe geen bewijs van schuld overlegt, zijn er gevolgen in termen van stemrechten voor de regeling en het dividendaandeel.

Bij een aanvraag voor een kennisgeving van schuldverlichting (DRN) worden geen formele schuldeisersvorderingen ingediend, maar kan een schuldeiser door een erkende tussenpersoon (AI) worden verzocht om te bevestigen dat het door de schuldenaar als verschuldigd aangemerkte bedrag het juiste bedrag is.

Nieuwe schulden die ontstaan na de datum van waarop de regeling tot stand komt, vallen niet onder de regeling.  Wanneer bestaande schulden in omvang veranderen, is mogelijk een wijziging in de algehele regeling vereist (bv. concretisering van een voorwaardelijke verplichting).

Faillissement

In geval van faillissement wordt het profiel van een failliete boedel (alle activa en passiva van de failliet) vastgelegd op twee formulieren die de failliet moet invullen en bij de inspecteur van de afdeling Faillissementen moet indienen op de dag van de desbetreffende uitspraak: de Statement of Affairs (faillissementsbalans) en de Statement of Personal Information (opgave persoonsgegevens). Alle soorten aansprakelijkheden worden als niet-bewezen vorderingen in het faillissement opgenomen, mits zij door toedoen van de schuldenaar zijn ontstaan vóór de datum van de desbetreffende uitspraak, d.w.z. de datum waarop de faillissementsperiode ingaat. Schulden die na de datum van de uitspraak door toedoen van de failliet zijn ontstaan, kunnen niet als vordering in het faillissement worden opgenomen.[viii]

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Insolventieprocedure

Na de afgifte van een PC in een DSA- of PIA-procedure ontvangen de gespecificeerde schuldeisers een kennisgeving van deze afgifte en een kopie van de PFS van de schuldenaar. De schuldeiser kan worden verzocht bewijs van schuld over te leggen en wordt verzocht aan te geven op welke wijze hij de schuld behandeld wil zien. De schuld van een schuldeiser moet op dezelfde manier worden bewezen als een schuld van een failliet op grond van de Faillissementswet.

Een schuldeiser die bewijs van de schuld heeft geleverd, heeft het recht om te stemmen op de wettelijke vergadering van schuldeisers die wordt bijeengeroepen om het voorstel van de schuldenaar goed te keuren.  Indien de schuldeiser geen bewijs van schuld overlegt, of anderszins onvoldoende bewijs van de schuld levert, kan hij niet deelnemen aan de vergadering van schuldeisers of deelnemen in welke dividenduitkering dan ook waarin de regeling voorziet.

Faillissement

Kennisgevingen van natuurlijke personen die failliet zijn verklaard, worden door de afdeling Faillissementen van de Ierse insolventiedienst (ISI) daags na de faillietverklaring naar een lijst van financiële instellingen en ministeries gestuurd. Deze uitspraken worden ook bekendgemaakt op de website van de ISI en in Iris Oifigiul, het Ierse staatsblad.

Alle zekerheidsgerechtigde schuldeisers in een failliete boedel hebben vanaf de datum van de uitspraak dertig dagen de tijd om middels een schrijven of per e-mail een bewijs van hun vorderingen in de failliete boedel in te dienen. Een dergelijk bewijs van schuld kan de vorm aannemen van hypotheekakten, facturen, verklaringen en rekeningen. In sommige gevallen kan ook een verklaring onder ede van de schuldeiser worden verlangd.

Voordat een dividend wordt uitgekeerd aan schuldeisers in een failliete boedel, zal de ISI de komende betalingen en de gevallen waarop deze betrekking hebben, bekendmaken. De schuldeisers (zowel de zekerheidsgerechtigde als de concurrente) krijgen opnieuw dertig dagen de tijd om hun vorderingen bij de ISI in te dienen, waarbij dezelfde bewijslast is vereist.

In alle gevallen worden de schuldeisers door de afdeling Faillissementen van de ISI verplicht om modelformulieren betreffende het bewijs van schuld in te vullen. De formulieren zijn beschikbaar op de website van de ISI.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Preferente schuld

In de persoonlijke-insolventieregelingen (PIA) en schuldsaneringsregelingen (DSA) worden preferente schulden betaald volgens de bepalingen van de regeling, en in het geval van preferente schulden bij faillissement worden deze schulden direct na faillissementskosten en eventuele kosten of uitgaven van de officiële curator bij de behandeling van de failliete boedel betaald. Als preferent aangemerkte schulden zijn:

  • bepaalde bedragen die verschuldigd zijn aan de Revenue Commissioners (Ierse belastingdienst), zoals inkomstenbelasting, vermogenswinstbelasting, btw, PAYE/PRSI enz.;
  • bepaalde heffingen van de lokale overheid die in de twaalf maanden voorafgaand aan de datum van de uitspraak betreffende de schuldenaar of het door hem aangaan van de regeling (aanvangsdatum) zijn verschuldigd. Hieronder begrepen zijn heffingen en lasten vanuit gemeenteraden;
  • lonen of salarissen die verschuldigd zijn aan werknemers van de schuldenaar in de vier maanden voorafgaand aan de aanvangsdatum;
  • eventuele pensioen-, vakantiegeld- of ziekte-uitkeringen aan deze werknemers.[ix]

Gedekte schuld

In een PIA is de zekerheidsgerechtigde schuldeiser gebonden aan de bepalingen van de regeling. Bij een normale PIA wordt de zekerheidsgerechtigde kredietverstrekker uitbetaald uit de inkomsten van de schuldenaar voor het bedrag dat in de regeling is overeengekomen. De eventuele resterende maandelijkse inkomsten van de schuldenaar worden na aftrek van zijn redelijke kosten van levensonderhoud en vergoedingen voor de persoonlijke-insolventiefunctionaris in de vorm van dividend aan zijn concurrente schuldeisers uitbetaald.

Een faillissement laat de rechten van een zekerheidsgerechtigde schuldeiser onverlet. Een dergelijke schuldeiser kan kiezen voor één van de volgende drie opties met betrekking tot zijn gedekte schuld:

  • zich beroepen op zijn zekerheid — dit betekent dat de schuldeiser effectief buiten het faillissement blijft;
  • zijn zekerheid en vordering voor het eventuele tekort te gelde maken of waarderen — de schuldeiser berekent de reële marktwaarde van het tot zekerheid strekkende activum en trekt deze af van het totaal van de verschuldigde bedragen. Het eventuele tekort dat hieruit voortvloeit, wordt als concurrente vordering tot de failliete boedel toegelaten. Tijdens dit proces kan de zekerheidsgerechtigde schuldeiser het betrokken activum verkopen;
  • afzien van zijn zekerheid — de zekerheidsgerechtigde schuldeiser heeft de mogelijkheid om zijn zekerheid volledig op te geven en zijn vordering als concurrente vordering in de failliete boedel te laten opnemen.

Ongedekte schuld

Bij zowel een PIA als een DSA worden de schulden van concurrente schuldeisers vereffend volgens de overeengekomen bepalingen van de regeling. Bij een DRN moet een persoon het bij de ISI melden als er tijdens de toezichtperiode verbetering in zijn/haar situatie optreedt en kan, afhankelijk van de mate van verandering, van hem/haar worden verlangd een bijdrage te leveren aan wat hij/zij verschuldigd is.

De vorderingen van concurrente schuldeisers van een failliete boedel gelden als gelijkwaardig aan elkaar. Hun schulden worden vereffend via de uitbetaling van de middelen die overblijven na de vereffening van de faillissementskosten, de uitgaven van de officiële curator en de preferente schulden.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Insolventieprocedure

De algemene voorwaarde voor een bevredigende afsluiting van de insolventieprocedure is dat de schuldenaar zijn verplichtingen uit hoofde van de regeling gedurende de volledige looptijd daarvan is nagekomen. Zodra dit is gebeurd, wordt voor zijn ongedekte schulden kwijting verleend aan de schuldenaar.  De status van de gedekte schuld zal afhangen van de specifieke bepalingen van de regeling.

Indien de schuldenaar de bepalingen van de DRN, DSA of PIA schendt, kan de regeling worden beëindigd. Als de schuldenaar een betalingsachterstand van zes maanden heeft, wordt de regeling geacht te zijn mislukt. In beide gevallen wordt de schuldenaar aansprakelijk voor al zijn schulden, met inbegrip van alle achterstallige betalingen, kosten en interesten die tijdens de periode van niet-betaling van deze schulden zijn ontstaan.

Faillissement

Een failliet die naar tevredenheid heeft meegewerkt aan het faillissementsproces, wordt na één jaar automatisch van het faillissement bevrijd. Een failliet kan in elke fase van de faillissementsperiode een voorstel (tot gerechtelijk akkoord) doen aan zijn schuldeisers om de schulden te vereffenen. De failliet moet bij het High Court een verzoek om aanhouding van de faillissementsprocedure indienen; hangende dit verzoek kan de officiële curator niet overgaan tot het verder te gelde maken van activa in de boedel. Vervolgens kan de failliet bij het High Court het voorstel tot gerechtelijk akkoord doen aan zijn schuldeisers, die daarover stemmen; indien ten minste 60% van hen (naar aantal en naar waarde van de schuld) akkoord gaat met de voorwaarden van het voorstel, zal het worden aanvaard.

De betaling van het bedrag dat is overeengekomen in het kader van het voorstel tot gerechtelijk akkoord, kan afkomstig zijn uit dividenden van de boedel of uit middelen van de failliet zelf. Eventuele kosten of uitgaven van de dienst van de officiële curator in het kader van het beheer van het faillissement moeten worden voldaan, evenals eventuele preferente schulden. Zodra de officiële curator instemt met het door het High Court bemiddelde voorstel tot gerechtelijk akkoord, wordt de failliet van het faillissement bevrijd.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Insolventieprocedure

Concurrente schuldeisers: niet van toepassing.

Zekerheidsgerechtigde schuldeisers: de status van de gedekte schuld zal afhangen van de specifieke bepalingen van de regeling.

Faillissement

In geval van faillissement kunnen de schuldeisers na de datum van de uitspraak de failliet niet langer achtervolgen voor bestaande schulden (de schulden die na de uitspraak door toedoen van de failliet ontstaan, kunnen op normale wijze worden achtervolgd), en moeten zij rechtstreeks contact opnemen met de officiële curator. Zodra de failliet van het faillissement is bevrijd, d.w.z. na één jaar in de meeste gevallen (bij niet-naleving van de regels enz. kan deze termijn met maximaal vijftien jaar worden verlengd), worden alle ongedekte schulden (met inbegrip van preferente schulden) kwijtgescholden. De schulden tegenover zekerheidsgerechtigde schuldeisers blijven, wanneer deze schuldeisers gebruikmaken van hun optie om zich te beroepen op hun zekerheid, na de datum van de bevrijding bestaan. De faillissementsprocedure laat de rechten van zekerheidsgerechtigde schuldeisers onverlet voor wat betreft het tot zekerheid strekkende activum.

Indien de zekerheidsgerechtigde schuldeiser zijn zekerheid heeft gewaardeerd en in het faillissement een vordering heeft opgevoerd ter voldoening van het tekort (als ongedekte schuld), wordt het gedeelte dat overblijft na betaling van eventuele dividenden, na kwijting afgeschreven. Opgemerkt moet worden dat, zelfs als een zekerheidsgerechtigde schuldeiser alleen gebruikmaakt van zijn optie om zich op zijn zekerheid te beroepen (en geen vordering instelt in verband met het tekort in het faillissement), hij de schuldenaar niet zal kunnen achtervolgen voor enig tekort nadat de schuldenaar van het faillissement is bevrijd. In dit scenario is het netto-effect van een faillissement op een zekergestelde lening (of hypotheek) dat elk gedeelte van de lening dat de waarde van het daaraan gekoppelde activum (op de datum van de uitspraak) overstijgt, wordt behandeld als een ongedekte schuld.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Insolventieprocedure

DSA of PIA: in insolventieprocedures dragen de schuldeisers doorgaans de kosten van de regeling. Vergoedingen voor de persoonlijke-insolventiefunctionaris (PIP), zoals overeengekomen met de schuldeisers op het moment van de stemming over de regeling en de goedkeuring ervan, of na goedkeuring van de regeling door de rechter op basis van een toetsing, worden in mindering gebracht op de beschikbare middelen van de schuldenaar. Wanneer een schuldeiser bezwaar maakt tegen de afgifte van een beschermingscertificaat of de totstandkoming van een regeling, draagt de schuldeiser doorgaans zijn of haar eigen kosten [x].  Wanneer een schuldeiser bezwaar maakt tegen een voorgestelde persoonlijke-insolventieregeling (PIA), kan de schuldeiser, indien zijn bezwaar gegrond wordt verklaard, bij de rechter een verzoek tot toewijzing van de kosten indienen [xi]. De gebruikelijke gang van zaken is dat de partij in verband met wiens vorderingen de kosten worden gemaakt, de kosten moet betalen.

DRN: aan een kennisgeving van schuldverlichting (DRN) zijn geen kosten verbonden.

Faillissement

Schuldeisers dragen de kosten van het faillissement, die worden betaald uit de middelen die beschikbaar zijn in de failliete boedel.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Insolventieprocedure

De voorwaarden waaraan een schuldenaar moet voldoen voordat hij een insolventieprocedure kan ingaan, omvatten een bepaling volgens welke hij een volledige en nauwkeurige opgave van zijn financiële zaken moet overleggen en een wettelijke verklaring moet ondertekenen ter bevestiging van deze informatie. Ook de persoonlijke-insolventiefunctionaris (PIP) moet zich ervan vergewissen dat de schuldenaar waarheidsgetrouw is en alle relevante informatie met betrekking tot zijn financiële situatie volledig aan hem bekend heeft gemaakt. Een schuldeiser of PIP, of de ISI met betrekking tot een DRN alleen, kan bij de rechter een verzoek indienen om een insolventieprocedure te beëindigen op bepaalde gronden of omstandigheden die in de PI-wet zijn genoemd, waaronder:

  • de schuldenaar heeft door zijn gedragingen zijn financiële zaken zodanig geregeld dat hij in aanmerking komt voor een regeling of DRN;
  • er is niet voldaan aan de procedurele vereisten van de wet;
  • onnauwkeurigheden of weglatingen in de voorgeschreven financiële verklaring (PFS) van de schuldenaar hebben geleid of kunnen leiden tot materiële schade voor de schuldeiser;
  • de schuldenaar voldoet niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen;
  • de schuldenaar heeft preferentie verleend aan een derde, waardoor het voor de betaling van zijn schulden beschikbare bedrag is verminderd; of
  • de schuldenaar heeft feiten begaan die strafbaar zijn krachtens de Insolventiewet 2012) (zoals gewijzigd).

De schuldeisers hebben geen enkel recht om vóór aanvang van de insolventieprocedure om terugboeking van transacties of overdracht van activa te verzoeken. Indien echter in alle redelijkheid kan worden aangenomen dat de schuldenaar buitensporige bijdragen aan een pensioenfonds heeft betaald, kan de schuldeiser de rechter verzoeken om een financiële tegemoetkoming. Dit kan ertoe leiden dat de rechter het desbetreffende fonds opdraagt over te gaan tot volledige terugbetaling van het bedrag, d.w.z. de verdeling ervan onder de schuldeisers die partij zijn bij de regeling.

Faillissement

Eerdere overdrachten van activa en betalingen die door de failliet aan schuldeisers of andere natuurlijke personen zijn gedaan, kunnen op grond van de faillissementswetgeving worden teruggedraaid. Dit geldt ook voor situaties waarin:

  • de failliet bij voorrang een bedrag heeft betaald of een activum heeft overgedragen aan een bepaalde schuldeiser, terwijl hij ook een schuld heeft bij andere schuldeisers. De officiële curator (OA) kan trachten dergelijke betalingen ongedaan te maken, voor zover die zijn gedaan in de drie jaar voorafgaand aan de datum van de uitspraak. Indien de OA hierin slaagt, wordt het bedrag in kwestie in de failliete boedel teruggestort ten gunste van alle schuldeisers;[xii]
  • de failliet een activum aan een derde heeft geschonken dan wel overgedragen voor een bedrag dat lager is dan de reële marktwaarde. Na een succesvol verzoek daartoe bij het High Court door de OA kunnen dergelijke overdrachten die binnen drie jaar voor de datum van de uitspraak hebben plaatsgevonden, nietig worden verklaard en zal het tekort in de failliete boedel worden gestort ten gunste van alle schuldeisers;[xiii]
  • de failliet een activum heeft overgedragen of een betaling heeft verricht welke overdracht of betaling als een "ontwijkingstransactie" kan worden beschouwd, d.w.z. de failliet wilde voorkomen dat het activum of het geldbedrag als onderdeel van zijn failliete boedel zou worden beschouwd. In deze gevallen gelden twee termijnen:
    • dergelijke transacties die binnen drie jaar vóór het faillissement hebben plaatsgevonden, kunnen door de OA ongedaan worden gemaakt op basis van een succesvol verzoek daartoe bij het High Court; alsmede
    • dergelijke transacties die binnen vijf jaar vóór het faillissement hebben plaatsgevonden, tenzij de failliet kan bewijzen dat hij solvent was op het moment van de transactie.[xiv]

In alle bovenstaande scenario's moet de OA door middel van een verklaring onder ede voor het High Court aantonen dat deze transacties/overdrachten inderdaad hebben plaatsgevonden op een wijze die, gelet op de wettelijke voorwaarden, voor het High Court aanleiding vormt ze te beschouwen als nadelig voor de schuldeisers van de failliete boedel.



[i] Zie hoofdstuk 3, artikelen 59-64 (DSA) en hoofdstuk 4, artikelen 93-98 (PIA), van de Insolventiewet 2012 (zoals gewijzigd) voor de wetgeving inzake beschermingscertificaten (PC).

[ii] Artikel 115A van de Insolventiewet 2012 (zoals gewijzigd).

[iii] Zie deel 5 van de Persoonlijke-insolventiewet 2012 voor de wettelijke grondslag voor de persoonlijke-insolventiefunctionaris, en de Personal Insolvency Act 2012 (Authorisation and Supervision of Personal Insolvency Practitioners) Regulations 2013 (Voorschriften voor de uitvoering van de Persoonlijke-insolventiewet 2012, voor wat betreft het verlenen van vergunningen aan, en het toezicht op persoonlijke-insolventiefunctionarissen) (S.I. nr. 209 van 2013) voor kwalificatiecriteria, wettelijke normen en vergunningsvereisten.

[iv] Artikel 135 van de Insolventiewet 2012 (zoals gewijzigd) en artikel 17 van het Eerste Bijlage van de Faillissementswet 1988 (zoals gewijzigd).

[v] Artikel 135, lid 2, van de Insolventiewet 2012 (zoals gewijzigd).

[vi] Artikel 61 en artikel 136 van de Faillissementswet 1988 (zoals gewijzigd).

[vii] Artikel 87 (DSA) en artikel 120 (PIA) van de Insolventiewet 2012 (zoals gewijzigd).

[viii] Artikel 75 van de Faillissementswet 1988 (zoals gewijzigd).

[ix] Artikel 81 en artikel 101 van de Faillissementswet 1988 (zoals gewijzigd).

[x] Artikel 97 van de Insolventiewet 2012 (zoals gewijzigd).

[xi] Artikel 115, onder a), van de Insolventiewet 2012 (zoals gewijzigd).

[xii] Artikel 57 van de Faillissementswet 1988 (zoals gewijzigd).

[xiii] Artikel 58 van de Faillissementswet 1988 (zoals gewijzigd).

[xiv] Artikel 59 van de Faillissementswet 1988 (zoals gewijzigd).

Laatste update: 17/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Griekenland

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Er kan een insolventieprocedure worden ingesteld jegens handelaren en verenigingen van personen met rechtsbevoegdheid en met een economisch doel.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

De procedure wordt ingeleid op verzoek van de schuldenaar, van een schuldeiser met een rechtmatig belang of van de officier van justitie van de rechtbank van eerste aanleg als er redenen zijn die verband houden met het openbaar belang. De voorwaarden voor de inleiding van de procedure zijn als volgt: a) als het verzoek om een insolventieverklaring wordt ingediend door een schuldeiser, dient de schuldenaar te zijn opgehouden met betalen, b) als het verzoek om een insolventieverklaring wordt ingediend door de schuldenaar, is dreigend onvermogen om te betalen voldoende. De rechter stelt de datum van staking van betalingen vast, die maximaal twee jaar voorafgaand aan de publicatiedatum van het arrest mag liggen. Iedereen met een rechtmatig belang kan de president van de rechtbank verzoeken om noodzakelijk geachte maatregelen te gelasten om te voorkomen dat het vermogen van de schuldenaar op een voor de schuldeisers nadelige wijze verandert. Deze maatregelen eindigen van rechtswege door het uitspreken van het faillissementsvonnis.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De insolvente boedel bestaat uit het gehele vermogen van de schuldenaar op het moment van de faillietverklaring, ongeacht waar dit zich bevindt. De boedel omvat geen a) zaken die niet vatbaar zijn voor beslag, dat wil zeggen voorwerpen die absoluut noodzakelijk zijn om te voorzien in de essentiële levensbehoeften van de schuldenaar en zijn gezin en de voorwerpen die noodzakelijk zijn voor personen (schuldenaren) die zelfstandig ondernemer zijn, b) voorwerpen die zijn vrijgesteld door bijzondere wettelijke bepalingen. Zaken die de schuldenaar na de faillietverklaring heeft verworven, zijn eveneens uitgesloten van de insolvente boedel.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Vanaf de faillietverklaring verliest de schuldenaar automatisch het beheer van zijn vermogen, dat wil zeggen de administratie hiervan en de beschikking hierover. Iedere beheershandeling die hij zonder toestemming van de curator uitvoert, is niet uitvoerbaar. De curator is belast met het beheer van het vermogen. Het beheer van het vermogen kan slechts in uitzonderlijke gevallen die bij wet zijn bepaald, worden toevertrouwd aan de schuldenaar. De curator is een advocaat met ten minste vijf jaar ervaring. Hij staat onder toezicht van een rechter-rapporteur. Voor bepaalde handelingen van de curator is de goedkeuring van de faillissementsrechtbank vereist. De faillissementsrechtbank is de uiteindelijke verantwoordelijke voor de faillissementsprocedure.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

De faillietverklaring heeft geen invloed op het recht van de schuldeiser om de compensatie van een tegenvordering met een vordering van de schuldenaar voor te stellen, als voorafgaand aan de faillietverklaring al was voldaan aan de compensatievoorwaarden. Eventuele compensatieverboden zijn eveneens van toepassing op het faillissement.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Behoudens andersluidende bepalingen van de faillissementswet blijven bilaterale overeenkomsten die lopen op de datum van de faillietverklaring en waarbij de schuldenaar partij is van kracht. Met goedkeuring van de rechter-rapporteur kan de curator de lopende overeenkomsten ten uitvoer leggen en eisen dat de medecontractant deze ten uitvoer legt. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, blijven overeenkomsten voor onbepaalde tijd van kracht. Deze regel geldt niet voor financiële overeenkomsten. De bepalingen van de faillissementswet hebben geen invloed op het recht op ontbinding dat bij wet of in de overeenkomst is vastgelegd. De faillietverklaring is een reden voor de ontbinding van persoonlijke overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is. De curator kan een contractuele relatie waarbij de schuldenaar medecontractant is overdragen aan een derde. Een arbeidsrelatie wordt in geval van een faillietverklaring ontbonden.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Alle individuele vervolgingsmaatregelen van de schuldeisers jegens de schuldenaar die zijn gericht op de betaling of de tenuitvoerlegging van hun vorderingen worden vanaf de faillietverklaring van rechtswege opgeschort. Voor schuldeisers wier vordering wordt gegarandeerd door een zakelijk zekerheidsrecht geldt de opschorting niet wat betreft de elementen van de insolvente boedel waarvoor de zekerheid is gesteld. Onder bepaalde voorwaarden kan er ook op deze schuldeisers een opschorting van enkele maanden worden toegepast. Vanaf de faillietverklaring is het bovendien niet toegestaan om procedures voor gedwongen tenuitvoerlegging in te leiden of voort te zetten, declaratoire vorderingen of vorderingen tot tenuitvoerlegging in te stellen, de bijbehorende processen voort te zetten, rechtsmiddelen in te stellen of te behandelen, administratieve of fiscale documenten uit te vaardigen of deze ten uitvoer te leggen met behulp van elementen uit de insolvente boedel.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

De procedures die lopen op het moment van de faillietverklaring worden voorgezet door de curator als de schuldenaar daarbij een schuldeiser is. Als hij de schuldenaar is, worden de procedures onderbroken en wordt de procedure voor het indienen en erkennen van de vorderingen ingesteld.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

De schuldeisers moeten hun vorderingen jegens de schuldenaar indienen bij de faillissementsgriffie. Alle schuldeisers vormen gezamenlijk de vergadering van schuldeisers, ongeacht hun voorrechten of zakelijke zekerheidsrechten en met inbegrip van schuldeisers met voorwaardelijke vorderingen. De vergadering wordt voor het eerst opgeroepen middels het arrest van de faillietverklaring. De vergadering kan een comité van schuldeisers kiezen dat bestaat uit drie leden die ieder domicilie dienen te kiezen. Het comité van de schuldeisers van drie leden dient het verloop van de faillissementsprocedure te volgen.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Na de inventarisatie van het roerende en onroerende vermogen van de schuldenaar kan de curator zich tot de rechter-rapporteur wenden en om toestemming vragen om goederen of roerende zaken uit het vermogen te verkopen, doch zulks uitsluitend om de lopende behoeften te dekken. Uitsluitend na de controle van de vorderingen en als het reorganisatieplan van de onderneming niet is aanvaard of bekrachtigd of als de reorganisatie wordt beëindigd, liquideert de curator de activa uit het vermogen van de schuldenaar en verdeelt hij de opbrengst onder de schuldeisers door de liquidatie van de onderneming in haar geheel of van afzonderlijk delen hiervan. Voor de liquidatie van onroerende zaken van de schuldenaar is goedkeuring van de faillissementsrechtbank vereist, die de curator verkrijgt op verzoek en na overlegging van een rapport van de rechter-rapporteur.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Alle schuldeisers van de schuldenaar kunnen hun vorderingen en documenten indienen bij de faillissementgriffie, ongeacht of het om preferente vorderingen of vorderingen met een zakelijk zekerheidsrecht gaat. De schuldeisers in de faillissementsprocedure zijn degenen die op het moment van de faillietverklaring een persoonlijke geldvordering op de schuldenaar hebben die in rechte kan worden afgedwongen. Vorderingen die na de faillietverklaring zijn ontstaan, worden niet ingediend. De gerechtskosten van de curator, de kosten voor het beheer van de insolvente boedel en de honoraria van de curator en de eventuele collectieve vorderingen worden na de liquidatie van de insolvente boedel ingehouden en betaald voordat de schuldeisers van de schuldenaar worden gecategoriseerd.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De vorderingen worden schriftelijk ingediend (met vermelding van het type, de oorzaak, de datum waarop de vordering is ontstaan etc.) bij de faillissementsgriffie binnen een maand nadat het arrest van de faillietverklaring is gepubliceerd in het Overzicht van gerechtelijke publicaties van het Juristenloket. Als een vordering niet binnen deze termijn is ingediend, kan de schuldeiser bezwaar maken en eisen dat zijn vordering wordt erkend door de faillissementsrechtbank. De erkenningsprocedure verloopt als volgt: a) de curator stelt de procedure drie dagen na het verstrijken van de indieningstermijn in bij de rechter-rapporteur, b) de schuldeiser wiens vordering wordt gecontroleerd kan persoonlijk aanwezig zijn of worden vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde, c) de controle geschiedt door de vergelijking van de documenten van de schuldeiser met de gegevens uit de boeken en bescheiden van de schuldenaar, d) de rechter-rapporteur stelt een rapport op over de controle van de vorderingen, e) in geval van bezwaar beslist de rechter-rapporteur om de vordering al dan niet voorlopig te erkennen, f) tijdens de erkenningsprocedure kunnen de schuldenaar, de curator en de schuldeisers wier vorderingen al zijn erkend bezwaar maken. Er bestaat geen specifieke website met formulieren voor deze procedure. Dergelijke formulieren zijn echter verkrijgbaar bij de faillissementsgriffie van de rechtbank van eerste aanleg.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Na de liquidatie van de insolvente boedel stelt de curator een verdelingslijst van de opbrengst van de veiling op, die hij verstrekt aan de rechter-rapporteur. Deze verklaart de lijst uitvoerbaar en afficheert deze op zijn kantoor. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met eventuele algemene voorrechten: i) vorderingen die voortkomen uit een financiering die de schuldenaar in staat stelt om zijn activiteit voort te zetten, ii) vorderingen in verband met de uitvaart en ziekenhuiskosten van de schuldenaar, iii) vorderingen in verband met de levering van voedingsmiddelen, iv) vorderingen die voortkomen uit de levering van diensten door werknemers, honoraria van advocaten, v) vorderingen van landbouwers, vi) vorderingen van de staat en lokale overheden, vii) vorderingen van het Garantiefonds of bijzondere voorrechten van de schuldeisers, dat wil zeggen vorderingen met een voorrecht op een bepaalde roerende of onroerende zaak van de schuldenaar of op een geldbedrag. In geval van gecumuleerde voorrechten, dat wil zeggen als het gaat om de opbrengst van de overdracht van een voorwerp en een geldbedrag, zijn de relevante bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mutatis mutandis van toepassing.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

De schuldenaar en de curator kunnen een reorganisatieplan indienen bij de faillissementsrechtbank. Dit plan moet in ieder geval informatie bevatten over de financiële situatie van de schuldenaar en de betaling van de schuldeisers, een beschrijving van de aan te nemen maatregelen, bijvoorbeeld organisatorische wijzigingen, operationele programma's, alsook informatie over de rechten en de algemene situatie van de schuldeisers op basis van hun categorie etc. De faillissementsrechtbank gaat binnen twintig dagen vanaf de indiening ambtshalve over tot de voorlopige beoordeling van het plan, dat door haar kan worden verworpen op de bij wet vastgelegde gronden. Als het plan niet wordt verworpen, stelt de rechtbank onverwijld middels een arrest een termijn van ten hoogste drie maanden vast waarin het plan al dan niet aanvaard dient te worden door de schuldeisers, evenals de datum van oproeping van de schuldeisers. De behandeling van en de stemming over het plan vinden plaats in het bijzijn van de rechter‑rapporteur. Voor de aanvaarding van het plan is een gekwalificeerde meerderheid vereist. Na de aanvaarding door de schuldeisers wordt het reorganisatieplan ter bekrachtiging ingediend bij de rechtbank. Zodra het arrest ter bekrachtiging in kracht van gewijsde gaat, wordt het plan bindend voor alle schuldeisers van alle categorieën, ongeacht of zij hun vorderingen hebben ingediend. De faillissementsprocedure wordt beëindigd. De schuldeisers in de faillissementsprocedure kunnen dan nog individuele vervolgingen instellen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Nadat de faillissementsprocedure is beëindigd, kan de schuldenaar weer beschikken over zijn vermogen, neemt de schuldenaar het beheer van het vermogen weer op zich en kunnen de schuldeisers individuele vervolgingen instellen. Na de liquidatie van het vermogen wordt de faillissementsprocedure beëindigd en dient de curaotr binnen een maand een rapport in over zijn activiteiten.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten van de insolventieprocedure komen voor rekening van de insolvente boedel.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De verrichtingen van de schuldenaar tussen de staking van betalingen en de faillietverklaring (verdachte periode) die nadelig zijn voor de gezamenlijke schuldeisers worden herroepen (verplichte herroepingshandelingen) of kunnen worden herroepen (mogelijke herroepingshandelingen) op grond van de voorwaarden uit de faillissementswetgeving. Verzoeken om herroeping worden ingediend bij de faillissementsrechtbank door de curator en onder bepaalde voorwaarden door een schuldeiser. Eenieder die een zaak uit het vermogen van de schuldenaar heeft verkregen middels een herroepen handeling dient deze in te brengen in de insolvente boedel.

Laatste update: 16/02/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Spanje

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

De insolventieprocedure, ook “vergadering van schuldeisers” (concurso de acreedores) genaamd, is van toepassing op zowel civiele schuldeisers als handelaren, ongeacht of het natuurlijke of rechtspersonen betreft. De procedure is geregeld in de herschikte tekst van de insolventiewet (Ley Concursal), goedgekeurd bij koninklijk wetgevend decreet 1/2020 van 5 mei 2020. Deze herschikte tekst geeft tevens een verklarend overzicht van de wijzigingen en bijzonderheden van de insolventieprocedure voor natuurlijke personen die bij wet 25/2015 in het faillissementsrecht zijn ingevoerd om de schuldenaar in staat te stellen zich te bevrijden van schulden die tijdens de procedure niet zijn vereffend.

Elke schuldenaar kan insolvent worden verklaard, of het nu gaat om een natuurlijke persoon (waaronder minderjarige en handelingsonbekwame personen), een rechtspersoon, een ondernemer of een consument, hoewel de wet een aantal voorschriften bevat met betrekking tot het type schuldenaar, met name in geval van handelsondernemingen en consumenten.

Rechtspersonen kunnen insolvent worden verklaard, ook als ze in liquidatie verkeren. Het is irrelevant of ze deel uitmaken van een groep ondernemingen, aangezien een of meer van de ondernemingen van de groep insolvent kunnen worden verklaard, maar niet de groep als zodanig.

Een insolventieprocedure kan worden ingeleid met betrekking tot een erfenis, mits deze niet onvoorwaardelijk is aanvaard.

Overheidsinstanties die deel uitmaken van de territoriale organisatie van de staat, openbare lichamen en andere publiekrechtelijke lichamen kunnen niet insolvent worden verklaard.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

2.1 Voorwaarden voor het inleiden van een insolventieprocedure

In de wet zijn bepaalde subjectieve en objectieve voorwaarden vastgesteld waaraan moet worden voldaan om een insolventieprocedure in te leiden.

A) Subjectieve voorwaarde: elke schuldenaar kan insolvent worden verklaard, of het nu gaat om een natuurlijke persoon, een rechtspersoon, een ondernemer of een consument, hoewel de wet een aantal voorschriften bevat met betrekking tot het type schuldenaar, met name in geval van handelsondernemingen en consumenten.

Overheidsinstanties die deel uitmaken van de territoriale organisatie van de staat, openbare lichamen en andere publiekrechtelijke lichamen kunnen niet insolvent worden verklaard.

B) Objectieve voorwaarde: de insolventie van de schuldenaar, gedefinieerd als het onvermogen van de schuldenaar om regelmatig zijn schulden te voldoen.

2.2 Partijen die om inleiding van de procedure kunnen verzoeken

De voorwaarden voor indiening verschillen, afhankelijk van de vraag of de insolventieprocedure wordt aangevraagd door de schuldenaar of door de schuldeisers.

Indien de insolventieprocedure wordt aangevraagd door de schuldenaar (vrijwillige procedure, concurso voluntario), moet deze voor de rechtbank aantonen dat hij insolvent is of op korte termijn insolvent dreigt te raken, met andere woorden dat hij niet in staat is om regelmatig zijn schulden te voldoen. Indien de schuldenaar reeds insolvent is, is hij verplicht een insolventieprocedure aan te vragen binnen twee maanden nadat hij kennis krijgt of had moeten krijgen van zijn insolventie.

Volgens de wet kan de schuldenaar echter binnen dit tijdsbestek van twee maanden de rechtbank ervan in kennis stellen dat hij met de schuldeisers in onderhandeling is over herfinanciering van de schuld. In dit geval wordt de termijn gedurende de onderhandelingen opgeschort en kunnen de schuldeisers drie maanden lang geen afzonderlijke executieprocedure inleiden ten aanzien van de activa die de schuldenaar voor zijn activiteiten nodig heeft. Nadat deze termijn is verstreken moeten schuldenaren, indien zij niet met de schuldeisers tot overeenstemming komen, binnen één maand een insolventieprocedure aanvragen.

Bij de aanvraag moeten de schuldenaren bepaalde documenten overleggen, zoals een verslag over hun economische activiteiten, een inventaris van de activa, een lijst van schuldeisers met vermelding van kredietgaranties, een lijst van werknemers, en hun boekhouding, indien zij verplicht zijn een boekhouding te voeren.

Schuldenaren, die natuurlijke of rechtspersonen kunnen zijn, moeten een insolventieprocedure aanvragen wanneer zij in een situatie van insolventie verkeren, die wordt gedefinieerd als het onvermogen van een persoon om regelmatig zijn schulden te voldoen. Indien de insolventie imminent is (d.w.z. nog niet is ingetreden, maar wel wordt verwacht), hebben schuldenaren alleen het recht een insolventverklaring aan te vragen.

De indiening van de aanvraag bij de handelsrechtbank (juzgado de lo mercantil) moet voldoen aan bepaalde verplichte vereisten van de artikelen 6 en 7 van de insolventiewet, te weten een verslag over de financiële en juridische geschiedenis van de schuldenaar; vermelding of hij aan economische activiteiten deelneemt; als hij een rechtspersoon is, moet hij zijn aandeelhouders, bewindvoerders of vereffenaars en de externe accountant vermelden; inventaris van activa en rechten, met de desbetreffende gegevens om deze te identificeren; een alfabetische lijst van schuldeisers, met vermelding van hun adres en het bedrag en de vervaldatum van de schuldvorderingen, en de bestaande garanties; waar van toepassing, een lijst van werknemers; indien de schuldenaar verplicht is een boekhouding te voeren, moet hij de boeken overleggen; indien hij deel uitmaakt van een groep ondernemingen, moet hij daarvan melding maken en de geconsolideerde jaarrekening van de groep indienen.

Schuldenaren zijn verplicht om samen te werken met de rechter die de insolventieprocedure behandelt en met de bewindvoerders, niet alleen in de passieve zin van voldoen aan de eisen die aan hen worden gesteld, maar ook in de actieve zin van meedelen van alles wat van belang is. Deze verplichting houdt ook de verplichting in om te verschijnen (voor de rechter en voor de bewindvoerders), mee te werken en informatie te verstrekken. Deze verplichtingen gelden voor schuldenaren die natuurlijke personen zijn en voor personen die de facto of de jure directeur van een rechtspersoon zijn, ongeacht of dit hun huidige functie is of dat zij deze functie in de twee voorgaande jaren hebben vervuld. Niet-nakoming van deze verplichting leidt tot het vermoeden van opzettelijk wangedrag of grove nalatigheid in de zin van de verwijtbaarheid van de insolventie (in gevallen waarop het onderdeel over verwijtbaarheid van toepassing is; dat wil zeggen, door de goedkeuring van een nadelige regeling of de inleiding van een liquidatieprocedure).

De schuldenaar kan voor de insolventie verantwoordelijk worden verklaard en worden bestraft. Een insolventieprocedure heeft onder meer tot doel de oorzaken van de insolventie te analyseren en, met name, na te gaan of het gedrag van de schuldenaar of van andere personen die rechtstreeks of op accessoire wijze met hem zijn verbonden, de insolventie mede heeft veroorzaakt of heeft verergerd. Daartoe moeten de desbetreffende verplichtingen worden verduidelijkt aan de hand van de tabel met straffen die is opgenomen in de artikelen 455 en 456 van de insolventiewet.

2.3 Inleiding van de procedure en tijdstip waarop de procedure ingaat

De rechter onderzoekt de overgelegde documenten en als de insolventie of imminente insolventie gerechtvaardigd is, verklaart hij de schuldenaar insolvent op dezelfde dag als de aanvraag of de volgende dag. Indien de overgelegde documenten onvolledig zijn, kan de rechter één enkele termijn van vijf dagen toekennen om deze aan te vullen.

Een insolventieprocedure kan ook worden aangevraagd door een van de schuldeisers, in welk geval sprake is van een verplichte procedure (concurso necesario). Schuldeisers die een insolventverklaring aanvragen, moeten aantonen dat de schuldenaar insolvent is en bewijs overleggen van een executoriale titel tegen de schuldenaar waaruit blijkt dat er niet voldoende activa beschikbaar zijn om de schulden te betalen, of bepaalde feiten aantonen die tot het vermoeden van insolventie leiden. Daarbij kan het gaan om het feit dat de schuldenaar in het algemeen zijn schulden niet meer voldoet, grootschalige beslaglegging op activa van de schuldenaar, overhaaste verhulling of liquidatie van activa of niet-voldoening van bepaalde schulden (belastingen, sociale premies, schuldvorderingen van werknemers).

Indien een insolventieprocedure wordt aangevraagd door een schuldeiser, wordt de schuldenaar gedagvaard en kan hij de insolventverklaring betwisten. In dergelijke gevallen belegt de rechter een zitting waar de partijen bewijs naar voren kunnen brengen met bepaalde beperkingen, en moet hij beslissen of de schuldenaar al dan niet insolvent is en, waar van toepassing, de schuldenaar insolvent verklaren. Er wordt ook een procedure ingeleid indien de schuldenaar de insolventverklaring aanvaardt, deze niet betwist of niet ter zitting verschijnt.

Schuldenaren die natuurlijke personen zijn en wier geschatte schulden maximaal vijf miljoen euro bedragen, kunnen in geval van actuele of imminente insolventie een procedure aanvragen om tot een buitengerechtelijke betalingsregeling te komen. Rechtspersonen die aan de vereisten van artikel 631 van de insolventiewet voldoen, kunnen eveneens een dergelijke procedure aanvragen.

Het besluit tot inleiding van een insolventieprocedure gaat in zodra het is gegeven, ook wanneer beroep wordt ingesteld.

2.4 Publicatie van de insolventverklaring

De insolventverklaring wordt bij voorkeur gepubliceerd door middel van elektronische media, en een uittreksel van het besluit wordt gepubliceerd in het Spaanse staatsblad (Boletín Oficial del Estado). De rechter kan echter opdracht tot publicatie in meer media geven, indien hij dit nodig acht.

2.5 Voorlopige maatregelen

Op verzoek van de persoon die de insolventieprocedure heeft aangevraagd en, indien van toepassing, na het stellen van zekerheid voor potentiële schulden, kan de rechter nadat hij de aanvraag heeft toegewezen, de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat de activa van de schuldenaar worden vervreemd, op de wijze zoals bepaald in het algemene procesrecht.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

3.1 Activa die deel uitmaken van de insolvente boedel

Alle activa en rechten die de schuldenaar bezit op het moment van insolventverklaring maken deel uit van de insolvente boedel of de “bij de procedure betrokken activa”. Dit geldt ook voor alle activa en rechten die de schuldenaar verwerft of die worden teruggevorderd in de loop van de procedure. Hiervan uitgezonderd zijn activa die volgens de wet onbeslagbaar zijn.

Schuldeisers met voorkeursrechten op schepen of vliegtuigen kunnen deze activa van de insolvente boedel afscheiden door de maatregelen te treffen die volgens de sectorale wetgeving zijn toegestaan.

In geval van insolventieprocedures met schuldenaren die natuurlijke personen zijn en zijn gehuwd, maken hun afgescheiden activa deel uit van de bij de procedure betrokken activa. Indien zij in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, worden ook de gemeenschappelijke activa opgenomen als deze nodig zijn om aan de verplichtingen van de schuldenaar te voldoen.

Tijdens een insolventieprocedure hoeft de schuldenaar zijn activiteiten niet te onderbreken en kan hij zijn bedrijfsvoering voortzetten volgens de regeling die is overeengekomen voor goedkeuring of opschorting van zijn bevoegdheden. In geval van toezicht op de bevoegdheden van de schuldenaar is in het algemeen toestemming van de bewindvoerders nodig voor het beheren of vervreemden van activa. Voor bepaalde handelingen van algemene aard kan toestemming worden verkregen indien zij deel uitmaken van de normale bedrijfsactiviteiten. In beginsel kunnen activa pas zonder toestemming van de rechter worden bezwaard om de insolvente onderneming te financieren, nadat het akkoord met de schuldeisers is goedgekeurd of de liquidatieprocedure is ingeleid. In het volgende onderdeel worden de regelingen voor opschorting van of toezicht op de bevoegdheden van de schuldenaar uiteengezet.

De helft van de financiering uit nieuwe kasopbrengsten in het kader van een herfinancieringsproces wordt als een schuldvordering op de insolvente boedel beschouwd.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

4.1 De bevoegdheden van de schuldenaar

In beginsel is het uitgangspunt het onderscheid tussen een vrijwillige procedure en een verplichte procedure (artikel 29). In het eerste geval blijft de schuldenaar zijn activa beheren en erover beschikken en staat hij onder toezicht van de bewindvoerder, wiens toestemming of instemming hij nodig heeft. Bij een verplichte procedure wordt de bevoegdheid van de schuldenaar om zijn activa te beheren en erover te beschikken, opgeschort en treedt de bewindvoerder in de plaats van de schuldenaar. Het doel van de regeling is niet om de schuldenaar te straffen, maar om de activa te beschermen en de resultaten van de procedure te waarborgen.

Het criterium is echter voortzetting van de economische activiteiten van de schuldenaar, waarvoor de bewindvoerder volgens artikel 111 een reeks activiteiten kan vaststellen die vanwege hun aard en bedrag zijn vrijgesteld van de nodige controle. Het systeem is flexibel, aangezien de rechter bij gemotiveerde beslissing opschorting van bevoegdheden kan gelasten in geval van een vrijwillige procedure, en louter toezicht in het kader van een toestemmings- of instemmingsregeling in geval van een verplichte procedure. Daarmee geeft hij aan welke risico’s hij hoopt te vermijden en welke voordelen hij hoopt te behalen.

Daarnaast kan de oorspronkelijke regeling voor beperking of uitwisseling van bevoegdheden op verzoek van de bewindvoerder later worden gewijzigd, ook bij gemotiveerde beslissing en na de schuldenaar te hebben gehoord (de wijziging geschiedt niet automatisch). Aan deze wijziging moet dezelfde publiciteit worden gegeven als aan de insolventverklaring.

Nadat de procedure is beëindigd, eindigt ook de beperking van de bevoegdheden. Anders blijft de beperking bestaan totdat het akkoord met de schuldeisers wordt goedgekeurd. In het akkoord kunnen maatregelen worden vastgesteld die de bevoegdheden van de schuldenaar beperken of uitsluiten. Als de insolventieprocedure eindigt in liquidatie, houdt de opening van deze fase in dat de bevoegdheden van de schuldenaar worden opgeschort.

De insolventiewet heeft in het algemeen tot doel de bij de insolventieprocedure betrokken activa van de schuldenaar in stand te houden. In bepaalde gevallen is het echter mogelijk om tijdens de insolventieprocedure activa van de schuldenaar te verkopen met toestemming van de rechter, die in sommige gevallen niet is vereist. Verkoop van productie-eenheden tijdens de insolventieprocedure is ook mogelijk, op de wijze zoals bepaald in de artikelen 215 e.v. van de insolventiewet.

Als uitzondering op de algemene regel van voortzetting van de activiteiten van de schuldenaar kunnen op verzoek van de bewindvoerder, en nadat de schuldenaar en de werknemersvertegenwoordigers zijn gehoord, de kantoren van de schuldenaar worden gesloten of zijn activiteiten worden opgeschort. Wanneer dit de collectieve beëindiging, opschorting of wijziging van arbeidsovereenkomsten met zich meebrengt, moet de rechter handelen volgens bijzondere regels.

De wet voorziet ook in specifieke verplichtingen ten aanzien van de boekhouding van de schuldenaar. De gevolgen van de insolventieprocedure voor de bestuursorganen van insolvente rechtspersonen worden afzonderlijk geregeld.

4.2 Benoeming en bevoegdheden van bewindvoerders

De bewindvoerder is een onmisbare persoon of instantie die de rechter bijstaat en belast is met het beheer van de insolventieprocedure. Nadat de insolventieprocedure is ingeleid, gelast de rechter de inleiding van de tweede fase van de procedure. Deze omvat alles wat betrekking heeft op de benoeming, status, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bewindvoerder.

De bewindvoerder wordt gekozen uit de natuurlijke en rechtspersonen die vrijwillig zijn ingeschreven in het openbare insolventieregister (Registro Público Concursal), overeenkomstig de bij wet vastgestelde voorwaarden. In dit verband wordt een onderscheid gemaakt tussen kleine, middelgrote en grote insolventieprocedures. De eerste benoeming uit de lijst vindt plaats door loting en daarna bij toerbeurt, behalve in het geval van grote procedures, waarbij de rechter de bewindvoerder kan benoemen die hij het meest geschikt acht, onder vermelding van de gronden en volgens de wettelijke criteria. In het geval van een insolventieprocedure waarbij kredietinstellingen betrokken zijn, benoemt de rechter de bewindvoerder uit de personen die zijn voorgesteld door het fonds voor de ordelijke herstructurering van de banken (Fondo de Reestructuración Ordenada Bancaria). De rechter benoemt bewindvoerders uit de personen die zijn voorgesteld door de nationale beurscommissie (Comisión Nacional del Mercado de Valores) als het gaat om een procedure waarbij instellingen zijn betrokken die aan haar toezicht zijn onderworpen, of door het verzekeringsgarantiefonds (Consorcio de Compensación de Seguros) in geval van verzekeringsmaatschappijen.

Normaal gesproken wordt slechts één bewindvoerder benoemd. Bij wijze van uitzondering kan de insolventierechter in insolventieprocedures om redenen van openbaar belang die dit rechtvaardigen, een schuldeiser die een overheidsinstantie is of een schuldeiser die een publiekrechtelijk lichaam is dat met die overheidsinstantie is verbonden of daaraan verantwoording is verschuldigd, als tweede bewindvoerder benoemen.

De artikelen 57 e.v. van de insolventiewet bevatten een gedetailleerde regeling van de rechtspositie van de bewindvoerder, die is belast met de uitvoering van taken van procedurele aard, taken met betrekking tot de schuldenaar of zijn bestuursorganen, taken betreffende arbeidszaken, taken met betrekking tot rechten van schuldeisers, rapportage- en evaluatietaken, taken met betrekking tot de tegeldemaking of liquidatie van activa, en secretariële taken. De belangrijkste taak is het indienen van het in artikel 292 bedoelde verslag, onder bijvoeging van een voorstel voor de inventaris van de activa en de lijst van schuldeisers.

De beloning van bewindvoerders wordt door de rechter vastgesteld volgens de in koninklijk besluit 1860/2004 van 6 september 2004 vastgestelde beloningsschaal.

De benoemde bewindvoerder moet de functie aanvaarden en kan door de rechter worden afgewezen of ontslagen wanneer daar gegronde redenen voor zijn. Bewindvoerders kunnen ook gemachtigde assistenten benoemen om hen bij te staan in de uitoefening van hun taak.

4.3 De insolventierechter

De bevoegdheid om insolventieprocedures te behandelen, behoort tot het handelsrecht als gespecialiseerde tak van het civiele recht. De rechter spreekt de insolventie uit en leidt de procedure. Artikel 86 ter van organieke wet 6/1985 van 1 juli 1985 inzake de rechterlijke organisatie (Ley Orgánica del Poder Judicial) bevat een lijst van bevoegdheden van rechters in handelszaken, waaronder met name onderwerpen op het gebied van insolventieprocedures.

In de insolventverklaring, of reeds daarvoor als voorzorgsmaatregel, kan de rechter de fundamentele rechten van de schuldenaar beperken. Bij deze beperkingen kan het gaan om: a) onderschepping van postale en telefonische communicatie; b) de verplichting om op zijn adres te wonen, met de mogelijkheid van huisarrest; en c) binnentreding en doorzoeking van de woning. Indien de schuldenaar een rechtspersoon is, kunnen deze maatregelen ook worden genomen met betrekking tot alle of enkele van zijn huidige directeuren of vereffenaars, en degenen die de functie in de twee voorgaande jaren hebben uitgeoefend.

Bij de artikelen 52 en 53 van de insolventiewet zijn aan de insolventierechter “exclusieve en uitsluitende” bevoegdheden toegekend in verband met een reeks aangelegenheden die in het algemeen betrekking hebben op alle procedures die zijn gericht op of die rechtstreeks verband houden met de activa van de schuldenaar. De rechter is tevens bevoegd om beslissingen te nemen over collectieve schorsing van arbeidsovereenkomsten wanneer de werkgever insolvent wordt verklaard en om aansprakelijkheidsprocedures tegen de directeuren of vereffenaars van de insolvente onderneming te behandelen.

Wat prejudiciële beslissingen betreft, en alleen in het kader van het insolventieproces, strekken de bevoegdheden van de rechter zich ook uit tot administratieve en sociale aangelegenheden die rechtstreeks verband houden met de insolventieprocedure.

De insolventiewet bevat regels inzake internationale en territoriale jurisdictie en specifieke regels inzake de te volgen procedure. Deze regels hebben voorrang op die welke zijn vastgesteld in de algemene procedurele bepalingen.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Nadat een insolventieprocedure is ingeleid, kunnen schuldvorderingen of schulden van de schuldenaar niet meer worden verrekend. Verrekening is echter wel toegestaan indien voorafgaand aan de insolventverklaring aan de daarvoor geldende vereisten is voldaan, ook wanneer het besluit op een later tijdstip wordt gegeven. Deze vereisten zijn, in algemene zin, vastgesteld in artikel 1196 van het burgerlijk wetboek (Código Civil) (wederkerigheid van de schuldvorderingen, uniformiteit van de schulden, en verschuldigdheid en opeisbaarheid).

Insolventieprocedures met een internationaal element zijn vrijgesteld van deze regel indien het op de wederkerige schuldvordering van de schuldenaar toepasselijke recht dit toestaat in situaties van insolventie.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

6.1 Gevolgen voor overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is

De gevolgen van insolventieprocedures voor overeenkomsten van de schuldenaar met derden zijn geregeld in de artikelen 156 e.v. van de insolventiewet. Het daarin bepaalde heeft gevolgen voor overeenkomsten die op het moment van de insolventverklaring nog niet zijn uitgevoerd. Het onderwerp wordt benaderd met betrekking tot bilaterale overeenkomsten, aangezien unilaterale overeenkomsten bepalen dat schuldvorderingen van derden-schuldeisers die zijn erkend of waarvoor een vordering tot erkenning is ingediend, worden opgenomen in de bij de procedure betrokken activa, zoals tot uitdrukking gebracht in artikel 157. Met overheidsinstanties gesloten overeenkomsten worden geregeld in het bijzondere bestuursrecht.

Als algemeen beginsel is in artikel 156 bepaald dat de insolventverklaring op zich geen gevolgen heeft voor overeenkomsten met wederkerige verplichtingen die nog niet zijn uitgevoerd door de schuldenaar of door de andere partij. De verplichtingen van de schuldenaar worden ten laste van de insolvente boedel gebracht. Vergoedingen in verband met beëindiging worden eveneens beschouwd als een schuldvordering op de insolvente boedel.

Ter versterking van de geldigheid van deze overeenkomsten is in de wet bepaald dat alle clausules volgens welke de overeenkomst enkel op grond van de insolventverklaring van een van de partijen kan worden ontbonden of beëindigd, als ongeldig worden beschouwd.

Indien dit in het belang van de insolventieprocedure is, kan de bewindvoerder (in geval van opschorting) of de schuldenaar (in geval van toezicht) verzoeken om beëindiging van de overeenkomst door de insolventierechter. In dergelijke gevallen moet de rechter de schuldenaar, de bewindvoerder en de andere partij bij de overeenkomst oproepen om voor de rechtbank te verschijnen. Indien de voor de rechtbank verschijnende partijen tot overeenstemming komen, zal de rechter de overeenkomst bij beschikking beëindigen. Wordt geen overeenstemming bereikt, dan wordt het geschil behandeld in het kader van een incidentele insolventieprocedure en beslist de rechter over alles wat te maken heeft met terugbetaling van betalingen en schadevergoedingen. Deze worden ten laste van de insolvente boedel gebracht en kunnen vanzelfsprekend significant zijn wanneer het bedrag aanzienlijk is.

6.2 Beëindiging wegens contractbreuk

Een insolventverklaring heeft geen gevolgen voor de beëindiging van bilaterale overeenkomsten wegens niet-nakoming door een van beide partijen. In geval van duurovereenkomsten kan ook tot beëindiging worden overgegaan indien de contractbreuk plaatsvond voorafgaand aan de insolventverklaring. Maar zelfs indien er redenen voor beëindiging zijn, kan de rechter met inachtneming van de belangen van de insolventieprocedure gelasten dat de overeenkomst wordt nagekomen. De verschuldigde of door de schuldenaar te verrichten betalingen worden ten laste van de insolvente boedel gebracht.

Vorderingen tot beëindiging van een overeenkomst moeten worden ingesteld bij de insolventierechter, in het kader van een incidentele insolventieprocedure. Zodra het verzoek is ingewilligd (en de overeenkomst dus is beëindigd), vervallen alle uitstaande schulden. Indien de inbreuk door de schuldenaar heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de insolventverklaring, omvat de insolventieprocedure met betrekking tot de opeisbare schulden ook de schuldvorderingen van schuldeisers die aan hun contractuele verplichtingen hebben voldaan. Heeft de inbreuk na de insolventverklaring plaatsgevonden, dan worden de schuldvorderingen van de partijen die aan hun verplichtingen hebben voldaan, ten laste van de insolvente boedel gebracht. De schuldvorderingen omvatten ook alle schadevergoedingen.

In de artikelen 169 e.v. van de insolventiewet zijn achtereenvolgens de gevolgen voor arbeidsovereenkomsten en de gevolgen voor overeenkomsten met het hogere management geregeld.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

7.1 Verbod op nieuwe vorderingen tot verkrijging van een verklaring van recht

Rechters in burgerlijke zaken en arbeidszaken kunnen geen vorderingen ontvankelijk verklaren die door de insolventierechter moeten worden behandeld (hoofdzakelijk die welke tegen de activa van de schuldenaar zijn gericht).

Indien door een fout een dergelijke vordering ontvankelijk is verklaard, wordt de beëindiging van alle procedures gelast en zijn alle ingestelde vorderingen nietig. Rechters in handelszaken mogen ook geen vorderingen ontvankelijk verklaren die na de inleiding van de insolventieprocedure en tot de afronding ervan zijn ingesteld indien deze vorderingen betrekking hebben op schuldvorderingen in verband met zakelijke verplichtingen tegenover de directeuren van insolvente kapitaalvennootschappen die hun verplichtingen niet zijn nagekomen als er redenen voor liquidatie zijn.

7.2 Gevolgen van de insolventverklaring voor executie- en incassoprocedures ten aanzien van de activa van de schuldenaar

De algemene regel is dat nadat de insolventieprocedure is ingeleid, geen individuele, gerechtelijke of buitengerechtelijke executieprocedures mogen worden gestart en administratieve en belastinginningsprocedures ten aanzien van de activa van de schuldenaar niet mogen worden voortgezet. Indien dit verbod wordt geschonden, is de sanctie dat de vordering nietig wordt verklaard. De regel kent twee uitzonderingen waarbij de executie mag worden voortgezet ondanks de insolventverklaring en tot aan de goedkeuring van het liquidatieplan: a) bestuursrechtelijke executieprocedures waarbij een beslagleggingsbevel is gegeven; en b) arbeidsgerelateerde executieprocedures met betrekking tot beslaglegging op aan de schuldenaar toebehorende activa voorafgaand aan de insolventverklaring, en mits de in beslag genomen activa niet nodig zijn voor de voortzetting van het bedrijf van de schuldenaar of voor zijn beroepsactiviteit.

Met betrekking tot lopende executieprocedures bepaalt artikel 55, lid 2, dat aanhangige vorderingen moeten worden opgeschort vanaf de datum van insolventverklaring, hoewel de overeenkomstige schuldvorderingen in de insolventieprocedure kunnen worden behandeld.

Er gelden bijzondere regels voor uitwinning van zekerheden. Deze zijn opgenomen in het volgende onderdeel, waarin wordt ingegaan op de gevolgen voor bepaalde schuldvorderingen.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

8.1 Gevolgen voor procedures tot verkrijging van een verklaring van recht die aanhangig zijn op het moment van insolventverklaring

Op het moment van insolventverklaring aanhangige procedures tot verkrijging van een verklaring van recht waarbij de schuldenaar betrokken is, worden voortgezet tot aan de definitieve uitspraak. Procedures ten aanzien van rechtspersonen die schadevergoeding van hun directeur, vereffenaar of accountant vorderen, worden echter bij de insolventieprocedure gevoegd en volgens de gebruikelijke procedurele bepalingen voortgezet.

Arbitrageprocedures: arbitrageovereenkomsten waarbij de schuldenaar betrokken is, worden tijdens de insolventieprocedure ongeldig (artikel 52). Daarom is het verboden om na de insolventverklaring een arbitrageprocedure in te leiden. Lopende procedures worden voortgezet totdat het arbitrale vonnis onherroepelijk is geworden.

8.2 Het recht van de schuldenaar om vorderingen in te stellen

De wet bepaalt dat de schuldenaar vorderingen mag instellen volgens de bevoegdheden die hij heeft behouden. Indien de schuldenaar onder bewind staat, heeft de bewindvoerder in het algemeen het recht om vorderingen van niet-persoonlijke aard in te stellen. Staat de schuldenaar onder toezicht, dan heeft hij het recht om met deugdelijke toestemming van de bewindvoerder vorderingen in te stellen indien de vorderingen gevolgen hebben voor de activa van de schuldenaar. In geval van toezicht kan de rechter de bewindvoerder toestemming geven een vordering in te stellen indien deze laatste van mening is dat dit wenselijk is in het belang van de insolventieprocedure en de schuldenaar het zelf niet doet.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

9.1 Deelname van schuldeisers aan insolventieprocedures

Schuldeisers kunnen de rechter om inleiding van een insolventieprocedure verzoeken en de schuldenaar kan het verzoek betwisten, in welk geval een zitting wordt gehouden en de rechter bij beschikking uitspraak doet. Indien de rechter een insolventieprocedure inleidt, wordt deze als “verplicht” beschouwd. Dit betekent normaliter dat de schuldenaar het recht van beheer en beschikking over zijn vermogen verliest en dat de bewindvoerder in zijn plaats treedt.

Na de inleiding kunnen de schuldeisers binnen één maand na publicatie van de beschikking in het Spaanse staatsblad hun schuldvorderingen bekendmaken en informeert de bewindvoerder elk van de in de documenten van de schuldenaar vermelde schuldeisers over de verantwoordelijkheid om hun schuldvorderingen mee te delen. Voor schuldeisers met woonplaats in het buitenland geldt dezelfde termijn. Deze mededeling moet schriftelijk worden gedaan en aan de bewindvoerder worden gericht, en moet de volgende gegevens bevatten: vermelding van de schuldvordering met de nodige informatie over het bedrag, de data waarop de schuldvordering is ontstaan en opeisbaar werd, de kenmerken en de verwachte classificatie. Indien een bijzonder voorkeursrecht wordt ingeroepen, moeten de activa of tegen betaling verworven rechten en hun registratiegegevens worden vermeld. Ook de bewijsstukken moeten worden bijgevoegd. Deze mededelingen kunnen elektronisch worden gedaan.

De bewindvoerder beslist voor elke schuldvordering over het al dan niet opnemen daarvan in een bij zijn verslag te voegen lijst van schuldeisers, alsook over het bedrag van de vordering en de classificatie ervan. Schuldeisers die ontevreden zijn over de classificatie of het bedrag van de schuldvordering en schuldeisers die niet zijn opgenomen, kunnen het verslag binnen een termijn van tien dagen betwisten door een verzoek om een incidentele insolventieprocedure in te dienen, waarop de rechter uitspraak doet. Alvorens het verslag in te dienen (in de tien dagen voor de indiening ervan), stuurt de bewindvoerder aan de schuldeisers wier adres bekend is een elektronische mededeling met informatie over de voorlopige lijst van schuldeisers en de inventaris. Schuldeisers die ontevreden zijn, kunnen bij de bewindvoerder een schriftelijk verzoek indienen om fouten te rectificeren of om andere nodige informatie te verstrekken.

Schuldeisers nemen ook deel aan de akkoordfase en de liquidatiefase. In de akkoordfase kunnen zij een akkoordvoorstel indienen en kunnen zij tevens aangeven of zij instemmen met het door de schuldenaar ingediende voorstel voor een vervroegd akkoord. In ieder geval worden zij opgeroepen voor een vergadering van schuldeisers waar het akkoord wordt besproken en over goedkeuring ervan wordt gestemd. Daarvoor is de aanwezigheid van de in artikel 124 van de insolventiewet bepaalde meerderheden vereist. Deze procedure kan ook schriftelijk plaatsvinden wanneer er meer dan driehonderd schuldeisers zijn.

Sommige schuldeisers (degenen die de vergadering niet bijwonen of degenen wier stemrecht hun op een onwettige manier is ontnomen) kunnen de goedkeuring van het akkoord betwisten, en na goedkeuring kunnen de schuldeisers om niet-naleving van het akkoord verzoeken.

In de liquidatiefase kunnen schuldeisers opmerkingen indienen over het door de bewindvoerder voorgelegde liquidatieplan en over het definitieve verslag, alvorens de insolventieprocedure voor beëindigd wordt verklaard.

In de classificatiefase hebben de schuldeisers de status van partij en kunnen zij opmerkingen indienen over het verslag van de bewindvoerder en het standpunt van het openbaar ministerie, hoewel zij volgens de wet geen onafhankelijke classificatievorderingen kunnen indienen.

Ten slotte kunnen schuldeisers in bepaalde gevallen met betrekking tot de beëindiging van de insolventieprocedure ook opmerkingen indienen waarin zij de beëindiging betwisten.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

10.1 Vervreemding van activa van de insolvente boedel in de initiële fase

Aangezien insolventieprocedures de activiteiten van de schuldenaar niet opschorten, kan de schuldenaar ook nadat de insolventie is uitgesproken over zijn activa beschikken overeenkomstig de vastgestelde toezichtregeling: indien hij onder toezicht staat, is hij gebonden aan de toestemming of instemming van de bewindvoerder en indien hij onder bewind staat, is de bewindvoerder verantwoordelijk voor zijn activa.

Totdat het akkoord is goedgekeurd of de liquidatiefase begint, kunnen de activa van de insolvente boedel in beginsel alleen worden vervreemd of bezwaard met toestemming van de rechter. Dit geldt niet voor: a) de verkoop van activa die de bewindvoerder onmisbaar acht om de levensvatbaarheid van de onderneming of de voor de procedure vereiste liquiditeiten te waarborgen; b) de verkoop van activa die niet nodig zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de schuldenaar, met de garantie dat de prijs in grote lijnen overeenkomt met de waarde die in de inventaris aan het activum is toegekend; en c) vervreemding van activa die essentieel zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de schuldenaar.

In dit laatste geval kan de bewindvoerder, wanneer de schuldenaar het recht van beheer en beschikking over zijn vermogen niet is ontnomen, van tevoren bepalen welke aan de bedrijfs- of handelsactiviteiten van de onderneming inherente handelingen of activiteiten de schuldenaar zelf mag uitvoeren, afhankelijk van de aard en het bedrag ervan. De schuldenaar kan deze handelingen ook uitvoeren vanaf het moment van insolventverklaring totdat de bewindvoerder aantreedt.

10.2 Vervreemding van activa van de insolvente boedel in de liquidatiefase

Er zijn twee hoofdfasen in het liquidatieproces:

a) afwikkeling van de liquidatie overeenkomstig een door de bewindvoerder opgesteld plan, waarover de schuldenaar, de schuldeisers en de werknemersvertegenwoordigers opmerkingen kunnen indienen en dat door de rechter moet worden goedgekeurd. De wet is erop gericht om, waar mogelijk, de onderneming te beschermen en bevat daartoe bijzondere regels voor de verkoop van productie-eenheden. Het plan kan worden aangevochten voor de rechter, en de liquidatie moet worden uitgevoerd volgens de bepalingen van het plan. Indien het plan niet wordt goedgekeurd, voorziet de wet in standaardregels;

b) betaling van schuldeisers, met dien verstande dat met de betaling ook kan worden begonnen wanneer de liquidatie nog niet is beëindigd.

Er moet evenwel op worden gewezen dat niet alle liquidatieactiviteiten in deze fase van de procedure plaatsvinden. Bepaalde activa kunnen tijdens de initiële fase te gelde worden gemaakt voor andere doeleinden dan betaling van schuldeisers, zoals in de volgende gevallen: bij de procedure betrokken activa kunnen worden beschermd met als doel de economische activiteiten van de schuldenaar voort te zetten; schuldeisers met voorkeursrechten voor schepen of vliegtuigen kunnen deze activa afscheiden van de insolvente boedel als een van de maatregelen waartoe zij gerechtigd zijn op grond van bijzondere wetgeving; en ten slotte kunnen bepaalde voorafgaand aan de insolventieprocedure door individuele preferente schuldeisers ingeleide executieprocedures worden voortgezet, evenals bestuursrechtelijke executieprocedures indien het beslagleggingsbevel is gegeven voordat de insolventie werd uitgesproken.

Bij de verkoop van activa tijdens de liquidatie bestaat in beginsel de nodige vrijheid, overeenkomstig de bepalingen van het door de rechter goedgekeurde liquidatieplan. De bewindvoerder kan ook een gespecialiseerde entiteit inschakelen om bepaalde activa te verkopen, over het algemeen ten laste van zijn eigen beloning. De bij wet 9/2015 van 25 mei 2015 doorgevoerde hervorming voorziet echter in dwingende regels, met name met betrekking tot activa en rechten waaraan preferente schuldvorderingen zijn verbonden. In zaken die in het plan niet aan bod komen, worden de regels inzake vervreemding van activa in het kader van individuele executiemaatregelen in civiele procedures toegepast. De activa worden doorgaans verkocht via rechtstreekse verkoop, met bepaalde publiciteitsgaranties afhankelijk van de aard van het actief in kwestie. Inbetalinggeving ter volledige of gedeeltelijke betaling van niet-publieke schuldeisers is eveneens toegestaan.

De wet bevat specifieke regels voor de verkoop van productie-eenheden gedurende de verschillende fasen van de insolventieprocedure (geleid door het beginsel van bescherming van de onderneming), zodat met één enkele verkoopovereenkomst alle activa worden overgedragen en met bijzondere regels voor de overdracht van de verplichtingen van de activiteit in kwestie.

In beginsel behelst de verkoop van productie-eenheden de overdracht van alle overeenkomsten die instrumenteel verbonden zijn met de activiteit, maar niet de overname van schulden van vóór de insolventieprocedure, tenzij de kopers met de schuldenaar zijn verbonden of de arbeidsrechtelijke regels inzake bedrijfsopvolging van toepassing zijn. In dergelijke gevallen kan de rechter beslissen dat de koper de achterstallige lonen of vergoedingen van vóór de verkoop niet hoeft over te nemen en dat deze worden betaald uit het salarisgarantiefonds (Fondo de Garantía Salarial). Om het voortbestaan van de onderneming te waarborgen, kunnen de nieuwe koper en de werknemers overeenkomsten sluiten tot wijziging van de collectieve arbeidsvoorwaarden.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Nadat de insolventieprocedure is ingeleid, worden de schuldvorderingen van alle schuldeisers, zowel concurrent als preferent, en ongeacht hun nationaliteit en woonplaats, opgenomen onder de schulden van de schuldenaar. Het doel hiervan is om op basis van de beginselen van par condicio creditorum en naleving van de “dividendwetgeving” (ley del dividendo) alle schuldvorderingen gelijk te behandelen in het kader van de geverifieerde insolventie van de schuldenaar teneinde al zijn schulden te vereffenen.

Een eerste essentieel onderscheid is dat tussen insolventieschuldeisers en schuldeisers die niet bij de insolventieprocedure zijn betrokken: boedelschuldeisers.

De schuldvorderingen op de insolvente boedel zijn in artikel 242 van de insolventiewet vermeld met een beperkte lijst, hetgeen inhoudt dat niet opgenomen schuldvorderingen als insolventievorderingen worden beschouwd. In beginsel, en in de grote meerderheid van de gevallen, gaat het hierbij om schuldvorderingen die na de insolventverklaring zijn ontstaan als gevolg van de procedure of van de voortzetting van de activiteiten van de schuldenaar, of om schuldvorderingen die ontstaan als gevolg van niet-contractuele aansprakelijkheid. Er zijn echter ook andere zaken opgenomen, zoals loonvorderingen over de laatste dertig gewerkte dagen voorafgaand aan de insolventverklaring en voor een bedrag dat niet hoger is dan tweemaal het minimaal gegarandeerde interprofessionele loon, en onderhoudsvorderingen van de schuldenaar of degenen ten aanzien van wie hij een wettelijke onderhoudsplicht heeft.

In andere gevallen vloeien deze schuldvorderingen voort uit besluiten tijdens de procedure, bijvoorbeeld bij het bepalen van de gevolgen van actio pauliana of als gevolg van de beëindiging van overeenkomsten.

De helft van het bedrag van de schuldvorderingen uit de nieuwe kasopbrengsten in het kader van een herfinancieringsovereenkomst kan eveneens als schuldvorderingen op de insolvente boedel worden beschouwd.

In geval van liquidatieprocedures zijn schuldvorderingen die aan de schuldenaar zijn toegekend in het kader van een akkoord en overeenkomstig de bepalingen, ook schuldvorderingen op de insolvente boedel.

Schuldvorderingen op de insolvente boedel zijn vooraf aftrekbaar, dat wil zeggen dat ze zijn bevoorrecht boven alle andere schuldvorderingen en dat ze niet worden beïnvloed door de opschorting van renteopbouw.

Salarisvorderingen over de laatste dertig gewerkte dagen moeten onmiddellijk worden betaald. De rest van de schuldvorderingen op de insolvente boedel wordt betaald wanneer zij opeisbaar worden, maar de bewindvoerder kan deze regel wijzigen indien dit vereist is in het belang van de insolventieprocedure en indien de beschikbare activa toereikend zijn om alle schuldvorderingen op de insolvente boedel te betalen.

De wet bevat echter specifieke voorschriften (artikel 473) voor gevallen waarin de activa van de schuldenaar vermoedelijk niet toereikend zijn om de schuldvorderingen op de insolvente boedel te betalen. In dergelijke gevallen zal de insolventieprocedure verplicht worden beëindigd. Als de bewindvoerder dit verwacht, moet hij de rechter daarvan in kennis stellen en overgaan tot betaling van de schuldvorderingen op de insolvente boedel overeenkomstig een specifieke volgorde.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Na de inleiding kunnen de schuldeisers binnen één maand na publicatie van de beschikking in het Spaanse staatsblad hun schuldvorderingen bekendmaken en informeert de bewindvoerder elk van de in de documenten van de schuldenaar vermelde schuldeisers over de verantwoordelijkheid om hun schuldvorderingen mee te delen. Hiervoor bestaat geen specifiek formulier. Voor schuldeisers met woonplaats in het buitenland geldt dezelfde termijn, hoewel de bepalingen van de artikelen 53 en 55 van Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures van toepassing zijn.

De mededeling van de schuldvordering moet schriftelijk worden gedaan en aan de bewindvoerder worden gericht. De mededeling moet de volgende gegevens bevatten: vermelding van de schuldvordering met de nodige informatie over het bedrag, de data waarop de schuldvordering is ontstaan en opeisbaar werd, de kenmerken en de verwachte classificatie. Indien een bijzonder voorkeursrecht wordt ingeroepen, moeten de activa of tegen betaling verworven rechten en hun registratiegegevens worden vermeld. Ook de bewijsstukken moeten worden bijgevoegd. Deze mededelingen kunnen elektronisch worden gedaan.

De bewindvoerder beslist voor elke schuldvordering over het al dan niet opnemen daarvan in een bij zijn verslag te voegen lijst van schuldeisers, alsook over het bedrag van de vordering en de classificatie ervan. Schuldeisers die ontevreden zijn over de classificatie of het bedrag van de schuldvordering en schuldeisers die niet zijn opgenomen, kunnen het verslag binnen een termijn van tien dagen betwisten door een verzoek om een incidentele insolventieprocedure in te dienen, waarop de rechter uitspraak doet. Alvorens het verslag in te dienen (in de tien dagen voor de indiening ervan), stuurt de bewindvoerder aan de schuldeisers wier adres bekend is een elektronische mededeling met informatie over de voorlopige lijst van schuldeisers en de inventaris. Schuldeisers die ontevreden zijn, kunnen bij de bewindvoerder een schriftelijk verzoek indienen om fouten te rectificeren of om andere nodige informatie te verstrekken.

Indien schuldeisers hun schuldvorderingen niet tijdig meedelen, kunnen ze alsnog in de lijst worden opgenomen door de bewindvoerder of door de rechter wanneer deze een beslissing neemt over betwistingen van de lijst van schuldeisers, maar hebben ze een achtergestelde status. De volgende schuldvorderingen worden echter niet achtergesteld om deze redenen en worden dienovereenkomstig geclassificeerd: de in artikel 86, lid 3, vermelde schuldvorderingen, schuldvorderingen die voortvloeien uit de documenten van de schuldenaar, schuldvorderingen die zijn vastgelegd in een executoriale titel, schuldvorderingen die zijn gedekt door zekerheden die zijn ingeschreven in een openbaar register, schuldvorderingen die op een andere manier zijn geregistreerd in een insolventieprocedure of in een andere juridische procedure, en schuldvorderingen die door de overheidsdiensten moeten worden geverifieerd.

Schuldvorderingen die ook niet aan deze criteria voor opname in de lijst voldoen en na de uiterste datum zijn meegedeeld, worden onder geen beding betaald in de insolventieprocedure.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Insolventievorderingen worden volgens de wet in drie categorieën ingedeeld (artikel 269): preferente, concurrente en achtergestelde schuldvorderingen. Preferente schuldvorderingen worden overeenkomstig artikel 287 onderverdeeld in bijzondere en algemene schuldvorderingen en vervolgens in verschillende klassen. De classificatie van schuldvorderingen in de insolventiewet vindt automatisch plaats. De categorie concurrente schuldvorderingen is een restcategorie, en omvat alle schuldvorderingen die niet in een van de twee andere categorieën (preferent of achtergesteld) vallen.

A) Schuldvorderingen met bijzondere preferentie (artikel 270) omvatten:

1. schuldvorderingen die zijn gedekt door een hypotheek, zekerheidseigendom of een wettelijk pandrecht op gehypothekeerde of verpande activa of rechten;

2. schuldvorderingen die zijn gedekt door verpanding van de inkomsten uit bezwaard eigendom;

3. leningen op vaste activa, waaronder de schuldvorderingen van werknemers op de door hen vervaardigde voorwerpen terwijl deze eigendom zijn of in het bezit zijn van de schuldenaar;

4. schuldvorderingen ten aanzien van financiëleleasebetalingen of koop op afbetaling van roerende of onroerende activa, ten gunste van de lessors of verkopers en, indien van toepassing, de financiers, op activa die worden geleased of verkocht met eigendomsvoorbehoud, met een verbod op vervreemding of met een ontbindende voorwaarde in geval van niet-betaling;

5. schuldvorderingen die zijn gegarandeerd met effecten die in girale vorm worden weergegeven, op de bezwaarde effecten;

6. schuldvorderingen die zijn zekergesteld door een in openbare documenten gevestigd pandrecht, op verpande activa of rechten die in bezit zijn van de schuldeiser of een derde.

Bijzondere preferentie heeft alleen gevolgen voor het deel van de schuldvordering dat niet hoger is dan de waarde van de respectieve garantie die in de lijst van schuldeisers is opgenomen. Het bedrag van de schuldvordering boven het bedrag dat als bijzonder preferent wordt erkend, wordt geclassificeerd naargelang van de aard ervan.

B) Schuldvorderingen met algemene preferentie (artikel 280) omvatten:

1. loonvorderingen zonder bijzondere preferentie, voor het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van driemaal het minimaal gegarandeerde interprofessionele loon met het aantal dagen achterstallig loon; vergoedingen in verband met de beëindiging van contracten, voor het bedrag dat overeenkomt met het wettelijke minimum dat wordt berekend op basis van ten hoogste driemaal het minimaal gegarandeerde interprofessionele loon; vergoedingen in verband met arbeidsongevallen en beroepsziekten waarop voorafgaand aan de insolventverklaring recht bestond;

2. de bedragen die overeenkomen met de ingehouden belastingen en socialezekerheidsbijdragen die de schuldenaar verschuldigd is overeenkomstig een wettelijke verplichting;

3. schuldvorderingen van natuurlijke personen die voortvloeien uit freelancewerk en schuldvorderingen van auteurs voor de overdracht van de exploitatierechten op werken die worden beschermd door intellectuele-eigendomsrechten, waarop in de zes maanden voorafgaand aan de insolventverklaring recht bestond;

4. belastingvorderingen en andere publiekrechtelijke schuldvorderingen, alsook schuldvorderingen op het gebied van de sociale zekerheid die geen bijzondere preferentie genieten. Dit voorkeursrecht kan worden uitgeoefend tot 50 % van respectievelijk alle schuldvorderingen van de belastingdienst en alle schuldvorderingen van de socialezekerheidsorganen;

5. schuldvorderingen voor niet-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid;

6. schuldvorderingen die voortvloeien uit nieuwe kasopbrengsten in het kader van een herfinancieringsovereenkomst die aan de voorwaarden van artikel 71, lid 6, voldoet en van een bedrag dat niet wordt erkend als schuldvordering op de insolvente boedel;

7. tot 50 % van het bedrag van de schuldvorderingen van de schuldeiser die de insolventieprocedure heeft aangevraagd en die niet als achtergesteld worden beschouwd.

C) Achtergestelde schuldvorderingen zijn opgenomen in artikel 281:

1. schuldvorderingen die niet tijdig zijn meegedeeld, behalve vorderingen die moeten worden erkend of vorderingen die verplicht zijn als gevolg van een rechterlijke beslissing;

2. schuldvorderingen die op basis van een contractuele overeenkomst zijn achtergesteld;

3. schuldvorderingen wegens verhogingen en rente;

4. schuldvorderingen wegens boeten en sancties;

5. schuldvorderingen van personen die een bijzondere relatie met de schuldenaar hebben overeenkomstig voornoemde wet;

6. schuldvorderingen die voortvloeien uit actio pauliana ten gunste van een persoon die bij de betwiste handeling te kwader trouw heeft gehandeld;

7. schuldvorderingen die voortvloeien uit overeenkomsten met wederkerige verplichtingen of, in het geval van vernieuwing, in de in het bepaalde voorziene omstandigheden.

13.1 Betaling van schuldvorderingen

De betaling van schuldvorderingen met bijzondere preferentie wordt ten laste van de bij de procedure betrokken activa en rechten gebracht, ongeacht of zij aan individuele of collectieve executie zijn onderworpen. Er gelden speciale regels voor deze schuldvorderingen, op grond waarvan de bewindvoerder gerechtigd is ze uit de insolvente boedel te betalen zonder specifieke activa te gelde te maken en de bezwaringen vrij te geven. Het is ook mogelijk om de activa te verkopen en het pandrecht te laten voortbestaan, waarbij de koper de verplichtingen van de schuldenaar overneemt. Wat betreft de verkoop van deze activa schrijft de insolventiewet specifieke regels voor in de artikelen 429 e.v.

Schuldvorderingen met algemene preferentie worden overeenkomstig hun volgorde op pro-ratabasis binnen elke categorie betaald. Daarna worden de concurrente schuldvorderingen betaald, hoewel de volgorde van betaling op verzoek van de bewindvoerder onder bepaalde voorwaarden door de rechter kan worden gewijzigd. Concurrente schuldvorderingen worden op pro-ratabasis betaald overeenkomstig de liquiditeit van de activa van de insolvente boedel.

Achtergestelde schuldvorderingen worden het laatst betaald, en overeenkomstig de in artikel 309 bepaalde volgorde.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

14.1 Reorganisatieprocedure

Reorganisatieprocedure” kan naar twee verschillende situaties verwijzen: het schuldeisersakkoord als oplossing in een insolventieprocedure, en de mogelijkheid voor de schuldenaar om een insolventieprocedure te vermijden door middel van een schuldsanerings- of herstructureringsovereenkomst met zijn schuldeisers. Beide situaties worden geregeld in de insolventiewet.

A) Schuldeisersakkoord

Na de initiële fase van de insolventieprocedure, wanneer de bij de procedure betrokken activa en passiva definitief zijn vastgesteld, zijn er twee mogelijke oplossingen: schuldeisersakkoord of liquidatie. Een schuldeisersakkoord heeft voorrang, aangezien de wet bepaalt dat de akkoordfase altijd moet worden ingeleid, tenzij de schuldenaar om een liquidatieprocedure heeft verzocht.

Zowel de schuldenaar als de schuldeisers die meer dan één vijfde van zijn schulden vertegenwoordigen, kunnen na afloop van de initiële fase een akkoordvoorstel indienen. Ook de schuldenaar heeft het recht een voorstel voor een vervroegd akkoord in te dienen, hoewel sommige schuldenaren van deze mogelijkheid zijn uitgesloten (te weten schuldenaren die zijn veroordeeld voor bepaalde misdrijven en degenen die geen jaarrekening deponeren hoewel zij daartoe verplicht zijn).

Het voorstel voor een vervroegd akkoord is erop gericht dat de schuldenaar en zijn schuldeisers snel en zonder alle fasen van de insolventieprocedure te doorlopen, tot een akkoord komen. Om het voorstel te behandelen, moet een bepaald percentage van de schuldeisers ermee instemmen. Nadat het voorstel is ingediend, wordt het door de bewindvoerder geëvalueerd en kunnen de overige schuldeisers ermee instemmen. Indien zij de vereiste meerderheden behalen, zal de rechter het ingediende voorstel goedkeuren.

De normale behandeling van de akkoordfase begint met een rechterlijke beslissing waarmee de initiële fase wordt beëindigd. In de beslissing stelt de rechter een datum vast voor de vergadering van schuldeisers; de procedure kan echter schriftelijk plaatsvinden wanneer er meer dan driehonderd schuldeisers zijn. Op dat moment gaat voor de schuldenaar en de schuldeisers een termijn in om hun akkoordvoorstellen in te dienen, die een minimale basisinhoud moeten hebben. Indien zij aan alle voorwaarden voldoen, zal de rechter de voorstellen aanvaarden en worden deze ter evaluatie naar de bewindvoerder gestuurd.

De vergadering van schuldeisers wordt voorgezeten door de rechter en kan pas als rechtsgeldig bijeengeroepen worden beschouwd als de aanwezige schuldeisers meer dan de helft van de concurrente schuldvorderingen vertegenwoordigen. De schuldenaar en de bewindvoerder zijn verplicht de vergadering bij te wonen. Op de vergadering worden de akkoordvoorstellen besproken en in stemming gebracht. Om te worden goedgekeurd, moeten ze de in artikel 124 van de wet bepaalde meerderheden verwerven, afhankelijk van hun inhoud. Vervolgens doet de rechter een uitspraak waarin het door de vergadering aangenomen voorstel wordt goedgekeurd. Daaraan voorafgaand is er een procedure voor de bewindvoerder en de schuldeisers die niet aanwezig waren of wier rechten om het voorstel te betwisten hun waren ontnomen.

Het akkoord wordt van kracht op de datum van de rechterlijke beslissing waarin het is goedgekeurd. Op dat moment lopen de effecten van de insolventieprocedure ten einde en worden ze vervangen door die welke in het akkoord zijn vastgesteld. Ook de taak van de bewindvoerder wordt beëindigd. Het akkoord bindt de schuldenaar en de concurrente en achtergestelde schuldeisers, alsook de preferente schuldeisers die voor hebben gestemd. Het kan ook de preferente schuldeisers binden afhankelijk van de bij de goedkeuring behaalde meerderheden. Nadat het akkoord is uitgevoerd, zal de rechter dit bekendmaken en de beëindiging van de insolventieprocedure gelasten.

Indien het akkoord niet wordt nageleefd, kan elke schuldeiser de rechter vragen om een verklaring van niet-naleving.

B) Schuldherschikking door middel van herfinancieringsovereenkomsten ter voorkoming van een insolventieprocedure

De ervaring die sinds de publicatie van de insolventiewet is opgedaan, heeft aan het licht gebracht dat insolventieprocedures tekortschieten als middel om bedrijfscontinuïteit te waarborgen op basis van de overeengekomen oplossing. In de aanbeveling van de Commissie van 12 maart 2014 betreffende een nieuwe visie op faillissementen en insolventie van bedrijven worden de lidstaten daarom opgeroepen maatregelen te treffen om insolventieprocedures te vermijden door middel van schuldherfinancieringsovereenkomsten tussen de schuldenaar en de schuldeisers. In de meest recente herzieningen van de insolventiewet heeft de Spaanse wetgever vier soorten maatregelen op dit gebied geïntroduceerd: a) invoering van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing waarbij de schuldenaar de rechter in handelszaken ervan in kennis stelt dat hij onderhandelingen met zijn schuldeisers is begonnen om tot een herfinancieringsovereenkomst te komen, hetgeen de verplichting tot het aanvragen van een insolventieprocedure opschort en de schorsing van individuele executiemaatregelen in bepaalde gevallen en gedurende een bepaalde periode mogelijk maakt; b) invoering van beschermingsmechanismen om herfinancieringsovereenkomsten te beschermen tegen actio pauliana; c) invoering van een officiële goedkeuringsprocedure voor herfinancieringsovereenkomsten teneinde de effecten ervan te versterken; en d) stimuleringsmaatregelen voor de omzetting van schulden in aandelenkapitaal. Dit onderdeel is gericht op de regelgeving inzake gerechtelijke goedkeuring van herfinancieringsovereenkomsten, zoals opgenomen in de vierde aanvullende bepaling van de insolventiewet.

Alleen herfinancieringsovereenkomsten die zijn ondertekend door schuldeisers die ten minste 51 % van de financiële verplichtingen vertegenwoordigen, kunnen door de rechter worden goedgekeurd. De wet bevat specifieke regels voor de berekening van de percentages van financiële verplichtingen en syndicaatsleningen.

Het proces behelst de indiening door de schuldenaar of de schuldeisers van een aanvraag die vergezeld gaat van een verklaring van de accountant waarin de deelname van de in elk afzonderlijk geval vereiste meerderheden wordt bevestigd, overeenkomstig het gewenste beschermingsniveau, met een minimum van 51 % van de financiële verplichtingen. De rechter onderzoekt de aanvraag en zal, als deze wordt aanvaard, bij beschikking individuele executiemaatregelen gedurende de goedkeuringsprocedure schorsen.

Nadat de goedkeuringsbeschikking is gepubliceerd, gaat een termijn van 15 dagen in waarbinnen tegenstemmende financiële schuldeisers deze kunnen betwisten. De enige gronden voor betwisting zijn niet-naleving van de vormvereisten of het onevenredige karakter van het offer dat wordt gevraagd. Betwistingen worden behandeld in een incidentele insolventieprocedure waarbij de schuldenaar en de overige schuldeisers die partij zijn bij de overeenkomst zijn betrokken, en er wordt een niet voor beroep vatbaar besluit gegeven. Bovendien wordt uitdrukkelijk bepaald dat met betrekking tot de effecten van de door de rechter goedgekeurde overeenkomst, die gelden vanaf de dag na publicatie van het besluit in het Spaanse staatsblad, de rechter opdracht kan geven tot nietigverklaring van beslagleggingen die zijn uitgevoerd door middel van individuele executieprocedures betreffende schulden waarvoor de herfinancieringsovereenkomst gevolgen heeft.

De effecten van gerechtelijke goedkeuring zijn niet beperkt tot het uitbreiden, in een breuk met het beginsel van relativiteit van overeenkomsten, van de effecten van de overeengekomen uitbreiding. Het algemene effect is bescherming tegen actio pauliana, maar de uitbreiding van de effecten tot tegenstemmende schuldeisers zal afhangen van het goedkeuringspercentage. Samengevat: a) de bescherming van schuldeisers met onderpand wordt opgeheven; b) de effecten van de overeenkomst worden bijgesteld op basis van de meerderheden die bij goedkeuring ervan zijn behaald en met betrekking tot de vraag of de schuldvordering daadwerkelijk door het onderpand wordt gedekt.

Schuldeisers met financiële schuldvorderingen die de overeenkomst niet hebben ondertekend maar wel door de gerechtelijke goedkeuring worden getroffen, behouden hun rechten tegenover degenen die hoofdelijk aansprakelijk zijn met de schuldenaar en tegenover borgen of garanten, die zich niet kunnen beroepen op de aanvaarding van de herfinancieringsovereenkomst of de effecten van de gerechtelijke goedkeuring. Met betrekking tot financiële schuldeisers die de overeenkomst wel hebben ondertekend, is het behouden van de effecten daarvan voor borgen of garanten afhankelijk van hetgeen in hun respectieve rechtsbetrekkingen is overeengekomen.

Elke schuldeiser, ongeacht of hij de overeenkomst heeft ondertekend, kan de rechter die haar heeft goedgekeurd om een verklaring van niet-naleving verzoeken in het kader van een incidentele insolventieprocedure. Tegen de beslissing kan geen beroep worden aangetekend. Indien wordt vastgesteld dat er sprake is van niet-naleving, kunnen de schuldeisers een insolventieprocedure aanvragen of individuele executieprocedures inleiden.

Indien rechten op zakelijke zekerheden geldend worden gemaakt met betrekking tot schuldvorderingen waarvoor de overeenkomst gevolgen heeft, en tenzij anders overeengekomen, kan de schuldeiser onder bepaalde voorwaarden beslag leggen op de bedragen.

14.2 Vrijstelling van onbetaalde schuldvorderingen voor schuldenaren die natuurlijke personen zijn

Via het nieuwe artikel 178 bis van wet 25/2015 van 28 juli 2015 is het zogenaamde “tweede kans”-mechanisme in de insolventiewet ingevoerd.

Volgens deze bepaling zijn natuurlijke personen vrijgesteld van de algemene regel van artikel 178, lid 2, die bepaalt dat in geval van beëindiging van een insolventieprocedure wegens liquidatie of wegens ontoereikendheid van de bij de procedure betrokken activa schuldenaren die natuurlijke personen zijn, verantwoordelijk zijn voor de betaling van de resterende schuldvorderingen.

Om van deze vrijstelling gebruik te kunnen maken, moet de schuldenaar te goeder trouw hebben gehandeld en dus voldoen aan de volgende eisen:

1. de insolventie is niet verwijtbaar verklaard;

2. de schuldenaar is niet in een definitief vonnis veroordeeld voor een vermogensdelict, fraude of witteboordencriminaliteit, vervalsing, fiscale delicten en delicten tegen de socialezekerheidsorganen of ten nadele van de rechten van werknemers in de tien jaar voorafgaand aan de insolventverklaring;

3. de schuldenaar heeft ter voldoening aan de vereisten van artikel 231 een buitengerechtelijke betalingsregeling gesloten of heeft die althans trachten te sluiten;

4. de schuldenaar heeft de schuldvorderingen op de insolvente boedel en de preferente insolventievorderingen volledig vereffend en heeft, indien hij niet heeft getracht om tot een voorafgaande buitengerechtelijke betalingsregeling te komen, ten minste 25 % van het bedrag van de concurrente insolventievorderingen voldaan;

5. als alternatief voor het vorige punt:

i) stemt de schuldenaar in met een betalingsregeling;

ii) hij is niet tekortgeschoten in de naleving van de verplichting om samen te werken met de rechter en de bewindvoerder;

iii) hij heeft in de voorafgaande tien jaar geen gebruik gemaakt van deze vrijstelling;

iv) hij heeft in de vier jaar voorafgaand aan de insolventverklaring geen aangeboden functie afgewezen die past bij zijn vaardigheden;

v) hij aanvaardt in het verzoek om vrijstelling van onbetaalde schuldvorderingen uitdrukkelijk dat zijn beroep op de vrijstelling voor een periode van vijf jaar wordt geregistreerd in het speciale deel van het openbare insolventieregister.

Om deze vrijstelling te verlenen, moet op verzoek van de schuldenaar een procedure worden ingeleid waaraan wordt deelgenomen door de bewindvoerder en de schuldeisers die partij zijn bij de vordering. De schuldenaar moet een betalingsregeling indienen voor de schuldvorderingen die niet onder de vrijstelling vallen, waaraan binnen een termijn van maximaal vijf jaar moeten worden voldaan.

Nadat de termijn voor naleving van de betalingsregeling is verstreken zonder dat de vrijstelling is ingetrokken, zal de insolventierechter op verzoek van de schuldenaar een besluit geven waarin definitief vrijstelling wordt verleend van schuldvorderingen die tijdens de insolventieprocedure niet zijn betaald. Ook kan de rechter, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval en naar aanleiding van een zitting met de schuldeisers, opdracht geven tot definitieve vrijstelling van de onbetaalde schuldvorderingen van schuldenaren die de betalingsregeling niet volledig hebben nageleefd, maar die gedurende de termijn van vijf jaar na de voorlopige verlening van de vrijstelling ten minste de helft van de ontvangen (en niet als onbeslagbaar beschouwde) inkomsten of één vierde van die inkomsten wanneer de schuldenaar voldoet aan de omstandigheden als bedoeld in de wetgeving inzake de bescherming van hypotheeknemers met onvoldoende middelen, met betrekking tot het gezinsinkomen en bijzonder kwetsbare gezinsomstandigheden, aan de regeling hebben toegewezen.

De vrijstelling heeft gevolgen voor alle op de datum van beëindiging van de insolventieprocedure uitstaande concurrente en achtergestelde schuldvorderingen, behalve op publiekrechtelijke en onderhoudsvorderingen. Met betrekking tot schuldvorderingen met bijzondere preferentie heeft de vrijstelling alleen gevolgen voor het deel van deze schuldvorderingen dat niet vereffend kon worden door uitwinning van zekerheden.

De vrijstelling kan op verzoek van een schuldeiser worden ingetrokken indien gedurende de vijf jaar na de verlening ervan wordt vastgesteld dat de schuldenaar inkomsten, activa of rechten heeft verzwegen.

Intrekking kan ook worden aangevraagd indien gedurende de termijn die voor de naleving van de betalingsregeling is vastgesteld: a) de schuldenaar in een van de omstandigheden verkeert die overeenkomstig de bepalingen van artikel 178 bis, lid 3, de vrijstelling van onbetaalde schuldvorderingen verhinderen; b) waar van toepassing, de verplichting om niet-vrijgestelde schulden te betalen, niet wordt nagekomen overeenkomstig de inhoud van de betalingsregeling; of c) de financiële situatie van de schuldenaar door een erfenis, legaat of schenking, of door kansspelen, zodanig verbetert dat hij alle uitstaande schulden zou kunnen betalen zonder afbreuk te doen aan zijn onderhoudsverplichtingen.

Indien de rechter opdracht tot intrekking van de vrijstelling geeft, kunnen de schuldeisers ten volle gebruikmaken van hun recht stappen tegen de schuldenaar te ondernemen om schuldvorderingen in te vorderen die bij beëindiging van de insolventieprocedure nog niet zijn betaald.

14.3 Beëindiging van de insolventieprocedure

De redenen voor beëindiging van een insolventieprocedure zijn vermeld in artikel 465 van de insolventiewet. In principe wordt een insolventieprocedure beëindigd om de volgende redenen:

a) de insolventverklaring wordt ingetrokken door de provinciale rechtbank (Audiencia Provincial);

b) bevestigd wordt dat het akkoord is nageleefd;

c) vastgesteld wordt dat de bij de procedure betrokken activa ontoereikend zijn om de schuldvorderingen op de insolvente boedel te betalen;

d) de betaling van alle erkende schuldvorderingen of de volledige voldoening van de schuldeisers met andere middelen wordt vastgesteld;

e) na afloop van de initiële fase zien alle schuldeisers af van voortzetting van de procedure of trekken alle schuldeisers zich uit de procedure terug.

De beëindiging moet worden goedgekeurd door de rechter en de wet voorziet in een procedure waarbij de betrokken partijen de beëindiging kunnen betwisten. De wet bevat bijzondere bepalingen voor gevallen waarin de insolventieprocedure wordt beëindigd wegens ontoereikendheid van de activa van de schuldenaar als het gaat om het betalen van de schuldvorderingen op de insolvente boedel. Dit kan worden vastgesteld bij de aanvraag van een procedure door de schuldenaar zelf, in welk geval de rechter in dezelfde beslissing en op hetzelfde moment verklaart dat de insolventieprocedure is ingeleid en beëindigd.

Wanneer de insolventieprocedure voor beëindigd wordt verklaard, worden alle beperkingen van de bevoegdheden van de schuldenaar opgeheven. Indien de schuldenaar een natuurlijke persoon is, voorziet de wet in bijzondere regels waaraan de schuldenaar moet voldoen om te worden vrijgesteld van betaling van schuldvorderingen die tijdens de insolventieprocedure niet zijn vereffend. De vereisten voor deze vrijstelling zijn vermeld in de artikelen 486 e.v. De schuldenaar moet te goeder trouw hebben gehandeld en moet aan bepaalde verplichtingen voldoen. De schuldenaar moet deze vrijstelling zelf aanvragen en zowel de bewindvoerder als de schuldeisers kunnen bezwaar maken. De vrijstelling kan in bepaalde gevallen worden ingetrokken, bijvoorbeeld wanneer de financiële positie van de schuldenaar verbetert of wanneer de schuldenaar zich niet houdt aan de betalingsregeling waartoe hij zich heeft verbonden om de niet onder de vrijstelling vallende schulden te voldoen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

In geval van beëindiging van de insolventieprocedure van rechtspersonen wegens liquidatie verliezen zij hun rechtspersoonlijkheid.

Indien beëindiging plaatsvindt doordat het akkoord is uitgevoerd, zijn de schuldvorderingen van de schuldeisers betaald overeenkomstig de bepalingen van het akkoord. Preferentiële schuldeisers die het schuldeisersakkoord niet hebben ondertekend, kunnen onder bepaalde omstandigheden de individuele executieprocedure voortzetten of een nieuwe procedure inleiden.

Tijdens de uitvoering van het schuldeisersakkoord kan de schuldenaar zijn rechtspersoonlijkheid ook verliezen door een structuurwijziging die resulteert in een overname van de schulden door een nieuwe vennootschap of een overnemende vennootschap.

Als het gaat om schuldenaren die natuurlijke personen zijn, kunnen de schuldeisers in geval van beëindiging van de insolventieprocedure wegens liquidatie of ontoereikendheid van de activa individuele executiemaatregelen tegen de schuldenaar inleiden, tenzij deze is vrijgesteld van onbetaalde schuldvorderingen op de wijze zoals bepaald in artikel 178 bis.

15.1 Heropening van de insolventieprocedure

Indien een schuldenaar-natuurlijke persoon insolvent wordt verklaard binnen vijf jaar na beëindiging van een eerdere insolventieprocedure wegens liquidatie of ontoereikendheid van de activa, wordt dit beschouwd als heropening van de eerdere procedure.

In geval van schuldenaren-rechtspersonen wordt de heropening van een wegens liquidatie of ontoereikendheid van de activa beëindigde insolventieprocedure gelast door dezelfde rechtbank die de eerste procedure heeft afgewikkeld, behandeld in dezelfde procedure en beperkt tot de eerstvolgende fase van liquidatie van activa en rechten.

In het jaar volgend op de datum van de beslissing waarmee de insolventieprocedure wegens ontoereikendheid van de activa werd beëindigd, kunnen de schuldeisers verzoeken om heropening van de procedure ten behoeve van het inleiden van invorderingsmaatregelen. De in te leiden specifieke maatregelen worden dan in het verzoek vermeld of er wordt een schriftelijke mededeling gedaan van de relevante feiten die ertoe kunnen leiden dat de insolventie als verwijtbaar wordt geclassificeerd, tenzij in de beëindigde insolventieprocedure een besluit inzake classificatie is gegeven.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Volgens artikel 242 van de insolventiewet zijn alle noodzakelijke gerechtskosten voor het aanvragen en uitvoeren van een insolventieprocedure schuldvorderingen op de insolvente boedel. Daarbij gaat het met name om alle schuldvorderingen die voortvloeien uit gerechtskosten en noodzakelijke kosten voor de aanvraag en het besluit tot inleiding van een insolventieprocedure, de vaststelling van voorlopige maatregelen, de publicatie van de besluiten waarin deze wet voorziet, en de aanwezigheid en vertegenwoordiging van de schuldenaar en de bewindvoerder gedurende de insolventieprocedure en de incidentele procedure, wanneer hun deelname wettelijk verplicht of in het belang van de insolvente boedel is, totdat het akkoord van kracht wordt, of anders tot de beëindiging van de insolventieprocedure, behalve voor schuldvorderingen die voortvloeien uit beroepen die zijn ingesteld tegen besluiten van de rechtbank wanneer zij geheel of gedeeltelijk zijn afgewezen met een expliciete veroordeling in de kosten.

Andere kosten die als schuldvorderingen op de insolvente boedel zijn opgenomen, volgens artikel 242, lid 3, zijn de gerechtskosten en kosten die voortvloeien uit de aanwezigheid en vertegenwoordiging van de schuldenaar, de bewindvoerder of de legitieme schuldeisers in procedures die, in het belang van de insolvente boedel, worden voortgezet of ingeleid overeenkomstig de inhoud van deze wet, behalve de bepalingen betreffende zaken met betrekking tot intrekking, aanvaarding, vereffening of afzonderlijk verweer van de schuldenaar en, indien van toepassing, tot aan de daarin vastgestelde kwantitatieve limieten.

In geval van beëindiging van een insolventieprocedure wegens ontoereikendheid van de insolvente boedel worden schuldvorderingen voor gerechtskosten en onkosten betaald vóór de overige schuldvorderingen op de insolvente boedel, met uitzondering van onderhoudsvorderingen en schuldvorderingen van werknemers (artikel 473).

De beloning van de bewindvoerder is een schuldvordering op de insolvente boedel en wordt door de rechter bepaald overeenkomstig een wettelijk goedgekeurde beloningsschaal. Op dit moment is de bij koninklijk besluit 1860/2004 van 6 september 2004 goedgekeurde beloningsschaal nog steeds geldig. Artikel 84 bevat bijzondere regels voor de bepaling en het effect ervan.

De wet voorziet in de mogelijkheid gemachtigde assistenten te benoemen om de bewindvoerder bij te staan en hun beloning komt voor rekening van deze laatste.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De regeling inzake actio pauliana in insolventieprocedures is opgenomen in de artikelen 226 e.v. van de insolventiewet. Deze bepalingen zijn verschillende malen gewijzigd, hoofdzakelijk in verband met de aard van het “beschermingsmechanisme” van de herfinancieringsovereenkomsten.

Artikel 226 bevat het wettelijke stelsel voor terugvorderingsmaatregelen, dat is gebaseerd op een algemene clausule waarin alle door de schuldenaar uitgevoerde handelingen die “schade toebrengen aan bij de procedure betrokken activa” als “herroepbaar” worden aangemerkt, ongeacht of er sprake was van een “intentie om te misleiden”. Om de rechtsgevolgen van actio pauliana te waarborgen, is een specifieke termijn vastgesteld: twee jaar vanaf de datum van de insolventverklaring.

A) Herroepingstermijn

In de wet is gekozen voor het vaststellen van een specifieke herroepingstermijn: twee jaar vanaf de datum van de insolventverklaring.

B) Het concept “vermogensschade”

Handelingen die door de schuldenaar tijdens de “verdachte periode” zijn uitgevoerd, zijn herroepbaar indien zij schade toebrengen aan de bij de procedure betrokken activa. Vermogensschade moet genoegzaam worden aangetoond door de partij die zich daarover beklaagt. Gezien evenwel de moeilijkheden die het bewijzen van nadelige handelingen normaliter met zich meebrengt, vergemakkelijkt de insolventiewet het instellen van vorderingen door een reeks vermoedens vast te stellen. Net als in andere onderdelen van de wet kunnen de vermoedens weerlegbaar of onweerlegbaar zijn. Samengevat: a) vermogensschade wordt in twee gevallen geacht onweerlegbaar te zijn: i) als het gaat om de vrije beschikking over activa, behalve schenkingen voor gebruik, en ii) als het gaat om betalingen en andere handelingen waarbij verplichtingen worden afgewikkeld die na de insolventverklaring opeisbaar zijn, tenzij er zekerheden zijn gesteld, in welk geval het vermoeden bewijs van het tegendeel toelaat; b) vermogensschade wordt in drie gevallen geacht weerlegbaar te zijn: i) als het gaat om vervreemding van activa tegen betaling aan personen die een bijzondere relatie met de schuldenaar hebben, ii) als het gaat om het bezwaren van eigendom ten behoeve van reeds bestaande verplichtingen of ten behoeve van nieuwe verplichtingen die ter vervanging van de eerdere zijn aangegaan, en iii) betalingen of andere handelingen waarbij verplichtingen worden afgewikkeld die door zekerheden zijn gedekt en die opeisbaar zijn na de insolventverklaring.

C) Procedure

Het recht om in insolventieprocedures een vordering wegens actio pauliana in te stellen, komt toe aan de bewindvoerder. Om schuldeisers tegen inactiviteit van bewindvoerders te beschermen, voorziet de wet echter in een subsidiair of secundair recht voor schuldeisers die de bewindvoerder schriftelijk hebben verzocht een vordering wegens actio pauliana in te stellen, indien de vordering niet binnen twee maanden na de datum van het verzoek door de bewindvoerder is ingesteld. De wet bevat regels die moeten waarborgen dat bewindvoerders hun taak om vervreemding van bij de procedure betrokken activa te voorkomen, daadwerkelijk uitvoeren. Bij vorderingen tegen herfinancieringsovereenkomsten komt het recht uitsluitend toe aan de bewindvoerder, met uitsluiting van subsidiaire rechten.

Ter bescherming van de herfinancieringsovereenkomsten zijn bijzondere regels ingevoerd die voortvloeien uit recente wetswijzigingen. Daarin zijn beschermingsmechanismen opgenomen die verhinderen dat tegen deze overeenkomsten (goedgekeurd onder bepaalde omstandigheden) vorderingen wegens actio pauliana worden ingesteld (artikel 604 van de insolventiewet).

Laatste update: 28/10/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Frankrijk

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Iedere persoon die handels- of ambachtelijke activiteiten verricht, iedere landbouwer, ieder ander natuurlijk persoon die als zelfstandige werkzaam is, waaronder beoefenaars van een vrij beroep met een wettelijke of gereglementeerde status of van een beschermd beroep, en iedere privaatrechtelijke rechtspersoon kan te maken krijgen met een vrijwaringsprocedure, een gerechtelijke saneringsprocedure of een gerechtelijke liquidatieprocedure.

Voor zelfstandigen zonder personeel (auto-entrepreneur) kan een insolventieprocedure worden ingeleid.

Alleen voor personen die een activiteit verrichten, kan een vrijwaringsprocedure worden ingeleid. In het geval van een gerechtelijke sanering of een gerechtelijke liquidatie kan de betrokken persoon zijn activiteit op het moment dat de procedure wordt ingeleid, al hebben gestaakt.

Privaatrechtelijke rechtspersonen die te maken kunnen krijgen met een insolventieprocedure zijn handelsvennootschappen, burgerlijke vennootschappen, economische belangengroeperingen, verenigingen, vakbonden en ondernemingsraden.

Voor privaatrechtelijke groeperingen die geen rechtspersoonlijkheid hebben, zoals joint ventures of vennootschappen in oprichting, kan geen insolventieprocedure worden ingeleid.

Ook alle publiekrechtelijke rechtspersonen zijn hiervan uitgesloten.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring

Een schuldenaar kan een versnelde vrijwaringsprocedure of een versnelde financiële vrijwaringsprocedure in gang zetten wanneer voor zijn rekeningen een accountantsverklaring is afgegeven of wanneer deze rekeningen door een accountant zijn opgesteld, en de onderneming meer dan 20 werknemers in dienst heeft of de omzet (exclusief belastingen) meer dan 3 miljoen EUR bedraagt of het balanstotaal meer dan 1,5 miljoen EUR. De versnelde vrijwaringsprocedure en de versnelde financiële vrijwaringsprocedure kunnen ook worden ingeleid voor een schuldenaar die geconsolideerde jaarrekeningen heeft opgesteld.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Een vrijwaring wordt ingeleid wanneer zich onoverkomelijke problemen voordoen voor de schuldenaar en er geen sprake is van staking van de betalingen.

Een gerechtelijke sanering wordt ingeleid wanneer het voor de schuldenaar onmogelijk is om de opeisbare passiva uit de beschikbare activa te voldoen en hij dus in staking van betaling is.

Een gerechtelijke sanering heeft tot doel de activiteiten van de onderneming voort te zetten, de werkgelegenheid te behouden en de passiva aan te zuiveren. De directeur van de onderneming moet binnen 45 dagen na staking van de betalingen om de inleiding van deze procedure verzoeken.

Een gerechtelijke liquidatie wordt ingeleid wanneer de onderneming in staking van betaling is en sanering klaarblijkelijk onmogelijk is.

Alleen de schuldenaar kan om de inleiding van een vrijwaringsprocedure verzoeken.

Daarentegen kan niet alleen door de schuldenaar, maar ook door een schuldeiser of het openbaar ministerie worden verzocht om de inleiding van een gerechtelijke saneringsprocedure, mits er geen bemiddelingsprocedure (een pre-insolventieprocedure) loopt.

Het vonnis tot inleiding van een insolventieprocedure treedt op de dag zelf in werking. Het gaat dan ook in om 0.00 uur op de dag waarop de uitspraak wordt gedaan.

Het vonnis tot inleiding wordt binnen acht dagen na de datum van de uitspraak meegedeeld aan de schuldenaar, en de insolventiefunctionarissen en het openbaar ministerie worden hiervan in kennis gesteld, ook in de andere lidstaten waar de schuldenaar een vestiging heeft.

Het vonnis treedt onmiddellijk voor iedereen in werking.

Binnen twee weken na de datum van het vonnis wordt de beslissing tot inleiding vermeld in het handelsregister, het register van functies of een speciaal register dat wordt bijgehouden door de griffie van het tribunal de grande instance (arrondissementsrechtbank).

Een uittreksel van het vonnis wordt gepubliceerd in het Bodacc (Bulletin officiel des annonces civiles et commerciales) en in een blad voor wettelijke aankondigingen in de plaats van het hoofdkantoor of het vestigingsadres van de schuldenaar.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring

Er bestaat tevens een versnelde vrijwaringsprocedure en een versnelde financiële vrijwaringsprocedure.

De versnelde vrijwaringsprocedure kan worden ingeleid op verzoek van een schuldenaar die in een bemiddelingsprocedure is verwikkeld en een ontwerpplan kan overleggen waaruit blijkt dat de levensvatbaarheid van de onderneming kan worden gewaarborgd.

De omstandigheid dat de schuldenaar in staking van betaling is, staat de versnelde vrijwaringsprocedure niet in de weg als deze situatie niet langer dan 45 dagen vóór de datum van het verzoek om inleiding van de bemiddelingsprocedure is ontstaan.

De versnelde financiële vrijwaringsprocedure kan worden ingeleid op dezelfde voorwaarden als die voor de versnelde vrijwaringsprocedure, en wanneer uit de rekeningen van de schuldenaar blijkt dat de schuldeisers die lid zijn van het bestuur van de kredietinstellingen op basis van de schulden een plan kunnen aannemen.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De insolventieprocedure heeft betrekking op het volledige vermogen van de schuldenaar.

In het geval van een rechtspersoon gaat het alleen om het vermogen van de rechtspersoon.

Als de schuldenaar een eenmanszaak heeft, wordt ook zijn persoonlijke vermogen in aanmerking genomen.

De hoofdwoning van zelfstandige ondernemers die handels-, industriële of ambachtelijke activiteiten verrichten, landbouwers en beoefenaars van vrije beroepen is van rechtswege echter niet vatbaar voor beslag door schuldeisers.

Overige bebouwde of onbebouwde grond die niet voor beroepsmatig gebruik is bestemd, kan als niet vatbaar voor beslag worden aangemerkt. Een dergelijke verklaring moet notarieel worden bekrachtigd en worden gepubliceerd, en heeft enkel gevolgen voor schuldeisers in beroepsverband van wie de rechten na de publicatie ervan ontstaan.

Ter bescherming van de schuldenaar en zijn gezin is de hoofdwoning niet vatbaar voor beslag door schuldeisers.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Onbevoegdheid tot beschikking en beheer van de schuldenaar

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

Wanneer er een vrijwaringsprocedure of een gerechtelijke saneringsprocedure wordt ingeleid, wordt de schuldenaar niet onbevoegd verklaard en kan hij zijn onderneming blijven leiden en beheren.

In het geval van vrijwaring kan de rechtbank een curator aanwijzen om toezicht te houden op de schuldenaar of om de schuldenaar bijstand te verlenen bij het beheer van de onderneming, conform de opdracht die door de rechtbank is omschreven in haar beslissing. In sommige gevallen (onderneming met ten minste 20 werknemers en een omzet van ten minste 3 miljoen EUR, exclusief belastingen) is deze aanwijzing verplicht.

In het geval van gerechtelijke sanering kan de rechtbank ook een curator aanwijzen, die de schuldenaar bijstand verleent bij het beheer of die het beheer geheel of gedeeltelijk zelf uitvoert, in de plaats van de schuldenaar. Deze aanwijzing is verplicht in dezelfde gevallen als bij vrijwaring.

Gerechtelijke liquidatie

Wanneer er een gerechtelijke liquidatieprocedure wordt ingeleid, wordt de schuldenaar onbevoegd verklaard en verliest hij de beschikking over en het beheer van zijn vermogen. Zijn rechten en handelingen met betrekking tot het bedrijfsvermogen worden uitgeoefend door de liquidateur. Zo draagt de liquidateur de verantwoordelijkheid voor het beheer van zijn vermogen.

Insolventiefunctionarissen

Insolventiefunctionarissen zijn door de rechtbank aangewezen functionarissen die onder toezicht staan van het openbaar ministerie en tot de gereglementeerde beroepen behoren.

Deze gespecialiseerde beoefenaars van vrije beroepen moeten zijn ingeschreven op nationale lijsten en moeten voldoen aan strikte voorwaarden op het gebied van geschiktheid en ethiek.

Ook kunnen personen worden aangewezen die niet op deze lijsten zijn ingeschreven, maar wel over specifieke ervaring of een bijzonder kwalificatie terzake beschikken.

Insolventiefunctionarissen worden bij de inleiding van de procedure benoemd door de rechtbank.

Insolventiefunctionarissen kunnen op grond van het gemene recht civielrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld.

De vergoedingen van deze functionarissen zijn vastgesteld volgens per decreet vastgelegde tabellen. Hun aldus berekende bezoldiging wordt door de rechter ten laste gelegd van de schuldenaar.

Bevoegdheden van insolventiefunctionarissen en de schuldenaar

De curator

In principe wijst de rechtbank die een vrijwaringsprocedure of een gerechtelijke saneringsprocedure inleidt, een curator aan, die kan worden voorgesteld door de schuldenaar op wie de vrijwaringsprocedure betrekking heeft, of door het openbaar ministerie.

De aanwijzing van deze curator is niet verplicht als de schuldenaar minder dan twintig werknemers heeft en de omzet van de onderneming (exclusief belastingen) minder dan 3 miljoen EUR bedraagt.

Bij een versnelde vrijwaringsprocedure en een versnelde financiële vrijwaringsprocedure is de aanwijzing van een curator altijd verplicht.

Bij vrijwaring wordt de schuldenaar niet onbevoegd verklaard en behoudt hij de beschikking over en het beheer van zijn vermogen, tenzij de rechtbank anders beslist.

Indien er een curator wordt aangewezen, houdt deze toezicht op de schuldenaar of verleent hij de curator bijstand bij het beheer van de onderneming, conform de door de rechtbank omschreven opdracht.

In het geval van gerechtelijke sanering verleent de curator de schuldenaar bijstand bij het beheer of voert hij het beheer geheel of gedeeltelijk zelf uit, in de plaats van de schuldenaar.

De curator moet de maatregelen nemen die noodzakelijk zijn voor het behoud van de rechten van de onderneming tegen haar schuldenaars en de handelingen die noodzakelijk zijn voor het behoud van de productiecapaciteit, of deze door de schuldenaar laten nemen.

De curator beschikt over eigen bevoegdheden zoals de rol van gemachtigde voor de bankrekeningen van de schuldenaar die geen cheques mag uitschrijven, de bevoegdheid om voortzetting van lopende overeenkomsten te verlangen en de bevoegdheid om noodzakelijke ontslagen aan te zeggen.

De bewindvoerder

Bij een collectieve procedure moet de rechtbank een bewindvoerder aanwijzen.

Hij heeft de taak de schuldeisers te vertegenwoordigen en hun collectieve belang te behartigen.

Hij stelt de lijst van aangemelde vorderingen op, met inbegrip van salarisvorderingen, met zijn voorstellen voor toelating, afwijzing of verwijzing naar de bevoegde instantie, en legt deze lijst voor aan de rechter-commissaris.

De liquidateur

In het vonnis van de gerechtelijke liquidatie stelt de rechtbank een liquidateur aan.

De liquidateur moet de vorderingen controleren en overgaan tot liquidatie van de activa van de schuldenaar teneinde de schuldeisers te voldoen.

Hij zegt ontslag aan en kan kiezen voor voortzetting van lopende overeenkomsten.

Hij vertegenwoordigt de schuldenaar die het beheer en de beschikking heeft verloren en verricht gedurende de gerechtelijke liquidatieprocedure derhalve het merendeel van de betrokken vermogensrechtelijke handelingen. Hij kan echter geen immateriële rechten van de schuldenaar uitoefenen.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Compensatie is een wijze van afbouw van de wederzijdse verplichtingen tot de laagste verplichting.

Hiervan kan slechts sprake zijn tussen twee personen die symmetrisch schuldeiser én schuldenaar van elkaar zijn.

Met compensatie ontstaat zo een verkorte, dubbele betaling tussen wederzijdse vorderingen.

Het is de schuldenaar in principe niet toegestaan om vorderingen te betalen die vóór het vonnis tot inleiding van vrijwaring of gerechtelijke sanering zijn ontstaan.

Niettemin wordt dit verbod op betaling van vroegere vorderingen opgeheven voor compensatiebetaling voor verwante vorderingen. Onder verwante vorderingen wordt verstaan wederzijdse vorderingen van dezelfde aard die afkomstig zijn uit of afgeleid zijn van de uitvoering of niet-uitvoering van dezelfde overeenkomst of een reeks overeenkomsten.

Als een vordering die verwant is aan de vroegere vordering ná het vonnis tot inleiding ontstaat, is betaling ervan mogelijk door compensatie van de vroegere vordering, op voorwaarde dat deze is aangemeld.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Procedure voor voortzetting van lopende overeenkomsten

De inleiding van een insolventieprocedure doet niets af aan het bestaan van overeenkomsten die de schuldenaar op het moment van de inleiding aan zijn partners (leveranciers, klanten) binden.

Een lopende overeenkomst is een bestaande overeenkomst die bij de inleiding van de procedure wordt uitgevoerd, een voortdurende overeenkomst waarvan de termijn op die datum niet is verstreken of een aflopende overeenkomst die nog niet is uitgevoerd, maar wel reeds is gesloten.

De specifieke bepalingen met betrekking tot lopende overeenkomsten zijn niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten.

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

In principe wordt de overeenkomst automatisch voortgezet.

De medecontractant moet dus zijn verplichtingen nakomen ondanks het feit dat de schuldenaar zijn aan het vonnis tot inleiding voorafgaande verplichtingen niet is nagekomen.

De diensten die na het vonnis tot inleiding zijn verleend, zullen op de vervaldag worden betaald.

Alleen de curator beschikt over een optie van openbare orde op grond waarvan hij de voortzetting van de overeenkomst kan verlangen, met verplichting van betaling van de diensten die worden verleend.

Indien er geen curator is aangesteld, oefent de schuldenaar de bevoegdheid uit om uitvoering van lopende overeenkomsten te verlangen, na toestemming van de bewindvoerder.

De curator heeft kan een voortdurende overeenkomst of een overeenkomst met betaling in termijnen ook opzeggen wanneer hij vaststelt dat hij niet over voldoende middelen beschikt om aan de verplichtingen van de schuldenaar te voldoen.

De medecontractant kan de curator (of de schuldenaar, bij ontstentenis van een curator) in een aanmaning verzoeken om een beslissing te nemen over de toekomst van de overeenkomst.

De lopende overeenkomst wordt van rechtswege ontbonden indien de curator (of de schuldenaar) niet binnen een maand heeft geantwoord op de aanmaning.

Dit geschiedt ook bij wanbetaling wanneer de medecontractant er niet mee instemt de contractuele betrekkingen voort te zetten.

De curator (of de schuldenaar, bij ontstentenis van een curator) kan de rechter-commissaris bovendien vragen om de lopende overeenkomst te ontbinden, als ontbinding noodzakelijk is voor vrijwaring of sanering van de schuldenaar, en mits deze geen buitensporige inbreuk maakt op de belangen van de medecontractant.

Gerechtelijke liquidatie

Net als bij vrijwaring en gerechtelijke sanering blijven alle lopende overeenkomsten in principe gelden. De medecontractant moet dus zijn verplichtingen nakomen ondanks het feit dat de schuldenaar zijn aan het vonnis tot inleiding voorafgaande verplichtingen niet is nagekomen.

De diensten die na het vonnis tot inleiding zijn verleend, zullen op de vervaldag worden betaald.

Alleen de liquidateur heeft het recht om uitvoering van lopende overeenkomsten te verlangen door de aan de schuldenaar beloofde diensten te verlenen.

De medecontractant kan de liquidateur in een aanmaning verzoeken om een beslissing te nemen over de toekomst van de overeenkomst.

De overeenkomst wordt van rechtswege ontbonden indien de liquidateur niet binnen een maand heeft geantwoord op de aanmaning. Dit geschiedt ook wanneer de schuldenaar een geldsom moet betalen, op de dag dat de medecontractant op de hoogte wordt gesteld van het besluit van de liquidateur om de overeenkomst niet voort te zetten, en bij wanbetaling wanneer de medecontractant er niet mee instemt de contractuele betrekkingen voort te zetten.

Als de prestatie geen betrekking heeft op de betaling van een geldsom, kan de liquidateur de rechter-commissaris ook vragen om de overeenkomst te ontbinden als dit noodzakelijk is voor de liquidatie en hiermee geen buitensporige inbreuk wordt gemaakt op de belangen van de medecontractant.

Overdracht van lopende overeenkomsten

In het geval van vrijwaring, gerechtelijke sanering of gerechtelijke liquidatie kan de rechtbank, indien een gehele of gedeeltelijke overdracht van de onderneming wordt gelast, bepalen welke lease-, huur- of leveringsovereenkomsten betreffende goederen of diensten die nodig zijn voor de instandhouding van de onderneming, er worden overgedragen.

De medecontractant van wie de overeenkomst niet werd overgedragen, kan de rechter‑commissaris verzoeken om die overeenkomst te ontbinden indien de curator, de schuldenaar (bij ontstentenis van een curator) of de liquidateur niet om voortzetting van de uitvoering van de overeenkomst heeft verzocht.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Bij een insolventieprocedure mogen schuldeisers hun rechten jegens de schuldenaar uitsluitend doen gelden in het kader van de insolventieprocedure, en kunnen zij niet individueel handelen om betaling te verkrijgen van de schuldenaar.

Het vonnis tot sluiting van de gerechtelijke liquidatieprocedure wegens ontoereikendheid van het vermogen heeft niet tot gevolg dat schuldeisers het recht terugkrijgen om acties tegen de schuldenaar individueel uit te oefenen.

De volgende gevallen vormen hierop een uitzondering:

  • voor acties die betrekking hebben op goederen die zijn verkregen in het kader van een nalatenschap die is opengevallen tijdens de gerechtelijke liquidatieprocedure;
  • wanneer de schuldvordering voortvloeit uit een delict waarvoor de schuld van de schuldenaar is vastgesteld of wanneer deze betrekking heeft op rechten die zijn ontleend aan de persoon van de schuldeiser;
  • wanneer de schuldvordering haar oorsprong vindt in frauduleuze handelingen ten nadele van socialezekerheidsinstanties. De frauduleuze oorsprong van de vordering blijkt uit een rechterlijke beslissing of uit een sanctie die is opgelegd door een socialezekerheidsinstantie.

Schuldeisers krijgen ook in de volgende gevallen het recht op individuele vervolging terug:

  • de schuldenaar is persoonlijk failliet verklaard;
  • de schuldenaar is schuldig bevonden aan het faillissement;
  • voor een van de onderdelen van zijn vermogen is de schuldenaar, of een rechtspersoon waarvan hij aan het hoofd stond, eerder onderworpen aan een gerechtelijke liquidatieprocedure die minder dan vijf jaar vóór de inleiding van de procedure tegen hem is afgesloten wegens ontoereikendheid van activa, of de schulden van de schuldenaar zijn in de loop van de vijf jaren voorafgaand aan die datum kwijtgescholden;
  • er is een territoriale procedure ingeleid in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures.

In het geval van fraude jegens een of meerdere schuldeisers, stemt de rechtbank voorts in met de hervatting van individuele procedures van elke schuldeiser tegen de schuldenaar. De rechtbank wijst zijn vonnis bij de sluiting van de procedure, na de schuldenaar, de liquidateur en de controleurs te hebben gehoord of naar behoren te hebben opgeroepen. Het vonnis kan op verzoek van iedere belanghebbende ook daarna worden gewezen, op dezelfde voorwaarden.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Het vonnis tot inleiding van een insolventieprocedure leidt tot onderbreking van of een verbod op acties tegen de schuldenaar die strekken tot de betaling van een geldsom of de ontbinding van een overeenkomst wegens wanbetaling.

Ook uitvoeringsprocedures en conservatoire maatregelen worden opgeschort.

Acties van schuldeisers die vóór de inleiding van de collectieve procedure stappen hebben ondernomen, worden onderbroken of opgeschort.

Dit geldt voor alle schuldeisers, ongeacht de vraag of zij over zekerheden beschikken.

De onderbreking van en het verbod op vervolging gelden voor alle insolventieprocedures.

Aanhangige rechtsgedingen worden onderbroken totdat de agerende schuldeiser is overgegaan tot aanmelding van zijn vordering.

Vervolgens worden zij van rechtswege hervat, maar zij hebben dan enkel tot doel de vordering vast te stellen en de hoogte ervan te bepalen, met uitsluiting van de veroordeling van de schuldenaar.

Andere dan de hierboven genoemde gerechtelijke en uitvoeringsprocedures vinden plaats in de loop van de waarnemingsperiode die voor de schuldenaar is ingesteld, na het in het geding roepen van de bewindvoerder en van de curator wanneer deze de taak heeft de schuldenaar bijstand te verlenen of hem te vertegenwoordigen, of na hervatting van het geding op initiatief van de bewindvoerder of de curator.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

Met het oog op goedkeuring van het vrijwaringsplan wordt met schuldeisers overleg gepleegd over de termijnen voor betaling of kwijtschelding van schulden.

De voorstellen worden door de curator (of de schuldenaar, bij ontstentenis van een curator) voorgelegd aan de bewindvoerder, die de schuldeisers vertegenwoordigt.

De bewindvoerder moet individuele of collectieve instemming verkrijgen van iedere schuldeiser die zijn vordering heeft aangemeld.

De bewindvoerder is niet verplicht de schuldeisers te raadplegen voor wie het ontwerpplan geen wijzigingen van de betalingsvoorwaarden inhoudt of volledige betaling in geld omvat zodra het plan definitief wordt of de vorderingen worden toegelaten.

Comités van schuldeisers

Wanneer een schuldenaar meer dan 150 werknemers in dienst heeft en zijn omzet meer dan 20 miljoen EUR bedraagt, worden comités van schuldeisers opgericht die zich uitspreken over de ontwerpplannen voor aanzuivering van de passiva. De rechtbank kan ook beslissen om deze bepalingen toe te passen wanneer deze drempelwaarden niet zijn overschreden.

In comités van schuldeisers worden voor verschillende categorieën schuldeisers vergaderingen belegd, zodat aan hen voorstellen kunnen worden voorgelegd, die zij kunnen bespreken en waarover zij zich collectief uitspreken, wat inhoudt dat de minderheid zich moet schikken naar het besluit van de meerderheid.

Er bestaat een comité van kredietinstellingen, dat bestaat uit financieringsmaatschappijen en kredietinstellingen of soortgelijke instanties, en een comité dat bestaat uit de belangrijkste leveranciers van goederen of diensten. Wanneer er obligatiehouders zijn, wordt er een algemene vergadering georganiseerd bestaande uit alle schuldeisers met obligaties die in Frankrijk of daarbuiten zijn uitgegeven, zodat overleg kan worden gepleegd over het ontwerpplan dat door de comités van schuldeisers is aangenomen.

De comités van schuldeisers moeten door de curator worden geraadpleegd over het ontwerpplan en vóór een plan stemmen voordat de rechtbank zijn vonnis kan vellen.

Wanneer er comités van schuldeisers zijn, kan iedere schuldeiser die lid is van een comité alternatieve voorstellen voor het ontwerpplan van de schuldenaar voorleggen.

Zo kan het ontwerpplan afkomstig zijn van de schuldenaar (eventueel in overleg met de curator) of, bij een gerechtelijke sanering, van de curator in overleg met de schuldenaar, maar kan het ook worden ingediend op initiatief van de schuldeisers die lid zijn van deze comités. Het door de comités goedgekeurde plan en, indien verschillend, het plan van de schuldenaar of de curator kunnen vervolgens als concurrerende plannen worden voorgelegd aan de rechtbank.

Versnelde vrijwaring

Bij de inleiding van een versnelde vrijwaringsprocedure moeten comités van schuldeisers (comité van kredietinstellingen en comité van leveranciers van goederen en diensten) worden opgericht, en, in voorkomend geval, de algemene vergadering van obligatiehouders.

De schuldeisers buiten de comités worden ook individueel geraadpleegd.

Versnelde financiële vrijwaring

Bij de inleiding van een versnelde financiële vrijwaringsprocedure is alleen de oprichting van het comité van kredietinstellingen verplicht, en, in voorkomend geval, de algemene vergadering van obligatiehouders.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

De activa van de schuldenaar kunnen worden gerealiseerd in het kader van de gehele of gedeeltelijke overdracht van de onderneming of in het kader van afzonderlijke overdrachten. Voor deze verrichtingen gelden er uiteenlopende regelingen.

De overdracht van de onderneming wordt gelast door de rechtbank en wordt niet uitgevoerd door de insolventiefunctionaris.

Bij vrijwaring is er slechts een gedeeltelijke overdracht mogelijk. Bij gerechtelijke sanering of gerechtelijke liquidatie kan het gaan om een gedeeltelijke of gehele overdracht.

In een dergelijk geval geeft de rechtbank een beslissing waarin de termijn wordt vastgesteld waarbinnen de overnamebiedingen moeten worden ingediend bij de bewindvoerder, de liquidateur of, in voorkomend geval, de curator. De overnamebiedingen moeten schriftelijk worden ingediend en een aantal verplichte gegevens bevatten.

De overdracht van afzonderlijke activa is onderworpen aan andere regels.

Gedurende de periode van vrijwaring en gerechtelijke sanering, waarbij de schuldenaar niet onbevoegd is verklaard, behoudt hij, met inachtneming van de taken van de bewindvoerder, het recht om zelfstandig over zijn vermogen te beschikken.

Indien de beschikkingshandeling die leidt tot de tegeldemaking van de activa buiten het dagelijks beheer van de onderneming valt, moet hij de voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris verkrijgen.

Tijdens de looptijd van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering krijgt de schuldenaar al zijn bevoegdheden over zijn vermogen terug.

Bij gerechtelijke liquidatie moet de liquidateur de toestemming van de rechter-commissaris verkrijgen voor de overdracht van activa.

De verkoop van onroerend goederen vindt plaats volgens de procedure voor gerechtelijke veilingen. De rechter-commissaris stelt de prijs en de essentiële verkoopvoorwaarden vast. De rechter-commissaris kan ook toestemming geven voor een veiling in der minne op basis van de door hem vastgestelde instelprijs. Tot slot kan hij toestemming geven voor een onderhandse verkoop tegen de prijs en onder de voorwaarden die door hem zijn vastgesteld.

De liquidateur verdeelt vervolgens de opbrengst van de verkopen volgens de rang van de schuldeisers.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Alle vorderingen die vóór het vonnis tot inleiding van de procedure zijn ontstaan, moeten worden aangemeld, ongeacht de aard: handels-, civiele of administratieve vorderingen (belastingautoriteiten, socialezekerheidsinstanties) of strafrechtelijke vorderingen (boetes). Het is niet van belang of de vordering wel of niet bevoorrecht is, opeisbaar is of nog moet vervallen, en zeker of voorwaardelijk is. Werknemers vallen niet onder deze bepalingen.

Vorderingen die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure of een tegenprestatie vormen voor een prestatie ten behoeve van de schuldenaar voor zijn beroepswerkzaamheden, worden op de vervaldag ervan betaald.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Alle schuldeisers van wie de vordering vóór het vonnis tot inleiding is ontstaan, moeten hun vorderingen in het geval van vrijwaring of sanering aanmelden bij de bewindvoerder, en in het geval van liquidatie bij de liquidateur.

De termijn voor aanmelding bedraagt twee maanden vanaf de wettelijke publicatie van het vonnis tot inleiding.

De schuldenaar kan de vordering van een van zijn schuldeisers onder dezelfde voorwaarden ook zelf aanmelden.

De aanmelding heeft tevens betrekking op bepaalde vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan, waarvoor niet het voorrecht van betaling geldt dat bestaat ten gunste van vorderingen die van nut zijn voor de onderneming of verband houden met de eisen van de procedure. In de aangemelde vordering moet het volgende worden opgenomen: de reeds vervallen en de nog te vervallen bedragen, de datums van de termijnen, de aard van het bestaande voorrecht of de bestaande zekerheid en de wijze van berekening van de rente.

De vorderingsaanmelding hoeft niet in een specifieke vorm te worden opgesteld. Uit de aanmelding moet ondubbelzinnig naar voren komen dat de schuldeiser de betaling van zijn vordering wil opeisen, op de lijst van schuldvorderingen wil worden opgenomen en aan de procedure wil deelnemen.

Na raadpleging van de schuldenaar stelt de bewindvoerder de lijst van aangemelde vorderingen op met voorstellen voor toelating, afwijzing of verwijzing naar de bevoegde instantie.

Deze lijst wordt doorgegeven aan de rechter-commissaris en meegedeeld aan de curator.

Vóór de toelating of afwijzing van een vordering controleert de rechter-commissaris het bestaan ervan, het bedrag en de aard, op basis van de bewijsstukken die de opsteller van de aanmelding voorlegt en eventueel elementen die zijn aangedragen door de gehoorde personen en de bewindvoerder.

Schuldeisers die hun vorderingen niet binnen de gestelde termijn hebben aangemeld, worden uitgesloten en kunnen dan ook niet worden betrokken bij de verdelingen, en evenmin aanspraak maken op dividenden in het geval van goedkeuring van een plan of tegeldemaking van de activa van de schuldenaar indien hun uitsluiting niet door de rechter-commissaris wordt opgeheven.

Bij ontheffing van de gevolgen van het verstrijken van de termijn kunnen zij na hun aanvraag in aanmerking komen voor de verdelingen.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring

De schuldenaar stelt de lijst op van de in de vorderingsaanmelding op te nemen vorderingen van alle schuldeisers die hebben deelgenomen aan de bemiddeling. De lijst wordt gecertificeerd door de accountant van de schuldenaar en ingediend bij de griffie van de rechtbank.

De bewindvoerder verstrekt iedere schuldeiser een uittreksel van de lijst met betrekking tot diens vordering.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Een bevoorrechte schuldeiser beschikt over een garantie waarmee hij zich verzekerd weet van betalingsvoorrang op andere, niet-bevoorrechte schuldeisers van zijn schuldenaar, wanneer er een collectieve procedure tegen de schuldenaar wordt ingeleid.

Zo kan een schuldeiser bevoorrecht zijn:

  • omdat hij beschikt over een garantie waarmee zijn schuldenaar heeft ingestemd of die hij via een gerechtelijke procedure heeft verkregen, of
  • omdat hij in zijn hoedanigheid op wettelijke gronden over een voorrecht beschikt.

Niet alle bevoorrechte schuldeisers zijn gelijk. In het geval van samenloop van meerdere bevoorrechte schuldeisers, worden zij in een wettelijk vastgelegde volgorde betaald, maar altijd vóór niet-bevoorrechte schuldeisers.

Niet-bevoorrechte schuldeisers worden betaald uit de activa van de schuldenaar die resteren na betaling van bevoorrechte schuldeisers. De verdeling geschiedt pondspondsgewijs.

Rang van voorrechten

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

De verdeling van de verkoopprijs van een onroerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de laatste zestig werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  2. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure: kosten met betrekking tot behoud en liquidatie van goederen en de verdeling van de prijs tussen de schuldeisers (kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen enz.).
  3. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voort te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  4. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  5. Vorderingen die worden gegarandeerd door het algemene voorrecht van werknemers: betaling van het salaris van de zes maanden voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  6. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal voorrecht of een hypotheek.
  7. Niet-bevoorrechte vorderingen.

De verdeling van de verkoopprijs van een roerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal zekerheidsrecht op een roerend goed met retentierecht.
  2. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de laatste zestig werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  3. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure: kosten met betrekking tot behoud en liquidatie van goederen en de verdeling van de prijs tussen de schuldeisers (kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen enz.).
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voort te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  6. Voorrecht van de schatkist.
  7. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal voorrecht op een roerend goed zonder retentierecht.
  8. Vorderingen die worden gegarandeerd door andere algemene voorrechten betreffende roerende goederen.
  9. Niet-bevoorrechte vorderingen.

Gerechtelijke liquidatie

De verdeling van de verkoopprijs van een onroerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de laatste zestig werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  2. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure: kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen.
  3. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voort te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door speciale zekerheden op onroerende goederen.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  6. Niet-bevoorrechte vorderingen.

De verdeling van de verkoopprijs van een roerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal zekerheidsrecht op een roerend goed met retentierecht.
  2. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de laatste zestig werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  3. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure: kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen.
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  6. Vorderingen die worden gegarandeerd door een hypotheek op roerende goederen of vorderingen die worden gegarandeerd door een onderpand op materieel of outillage.
  7. Voorrecht van de schatkist.
  8. Een vordering die wordt gegarandeerd door een speciaal zekerheidsrecht op een roerend goed zonder retentierecht.
  9. Overige voorrechten betreffende roerende goederen (artikel 2331 van het Franse Burgerlijk Wetboek) en het algemene voorrecht betreffende salarissen.
  10. Niet-bevoorrechte vorderingen.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

In het kader van de procedures voor vrijwaring en gerechtelijke sanering kunnen de activiteiten van de onderneming worden voortgezet, kan de werkgelegenheid worden behouden en kunnen de passiva worden aangezuiverd door middel van een plan. Een plan voor vrijwaring of sanering kan pas worden opgesteld wanneer aan deze voorwaarden is voldaan.

Als er een serieuze mogelijkheid is dat de onderneming wordt gered, wordt het ontwerpplan in het geval van vrijwaring opgesteld door de schuldenaar of in het geval van gerechtelijke sanering door de curator of door een schuldeiser indien er comités van schuldeisers zijn opgericht. Het plan bestaat uit drie onderdelen:

  • een economisch en financieel onderdeel, waarin de vooruitzichten voor sanering worden bepaald op basis van de mogelijkheden en de wijzen waarop de werkzaamheden worden verricht, de marktsituatie en de beschikbare financieringsmiddelen;
  • een definitie van de wijze van vereffening van de schulden en eventuele garanties die de directeur moet stellen om de uitvoering te waarborgen;
  • een sociaal onderdeel, waarin het niveau en de vooruitzichten van werkgelegenheid worden uiteengezet en gerechtvaardigd evenals de beoogde sociale voorwaarden voor voortzetting van de activiteiten. Indien in het plan sprake is van ontslagen om economische redenen, worden de reeds getroffen maatregelen uiteengezet en wordt omschreven welke stappen moeten worden ondernomen om te kunnen zorgen voor herindeling en vergoeding van met ontslag bedreigde werknemers.

In het plan worden alle afspraken vermeld die zijn aangegaan door de personen die moeten zorgen voor de uitvoering en die noodzakelijk zijn voor de sanering van de onderneming.

De rechtbank beslist vervolgens over het ontwerpplan dat door de schuldenaar of een schuldeiser is voorgelegd.

Het vonnis van de rechtbank tot vaststelling van een plan voor vrijwaring, sanering of overdracht vormt een rechterlijke beslissing. Het plan omvat tevens een contractueel aspect als er comités van schuldeisers zijn opgericht.

Het plan heeft een looptijd van maximaal tien jaar, en wat betreft landbouwers vijftien jaar.

De rechtbank stelt voor de duur van het plan de curator of bewindvoerder aan als commissaris voor de uitvoering van het plan, die op de tenuitvoerlegging moet toezien.

Met de vaststelling van het plan wordt de waarnemingsperiode beëindigd. De schuldenaar krijgt weer de beschikking over zijn goederen en kan zijn onderneming weer leiden, onder voorbehoud van de maatregelen die hem in het plan zijn opgelegd door de rechtbank.

De schuldenaar dient zich aan alle bepalingen van het plan te houden.

Indien hij dit nalaat, wanneer de afspraken niet worden nagekomen of wanneer zich een staking van de betalingen voordoet tijdens de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering, loopt de schuldenaar het risico dat het plan wordt ingetrokken en de procedure wordt hervat.

Omzetting in gerechtelijke liquidatie

Tijdens of na afloop van de waarnemingsperiode die is ingegaan met een vonnis tot vrijwaring of een vonnis tot gerechtelijke sanering, kan worden besloten tot gerechtelijke liquidatie.

De rechtbank moet het vonnis tot gerechtelijke liquidatie vellen zodra de voortzetting van de onderneming onmogelijk blijkt of er in het kader van de procedure voor gerechtelijke sanering geen overdrachtsplan kan worden vastgesteld.

Einde van de verplichtingen van de schuldenaar als natuurlijk persoon in gerechtelijke liquidatie

De onbevoegdheid tot beschikking en beheer van de schuldenaar gaat in op de dag van de uitspraak van de gerechtelijke liquidatie en wordt beëindigd bij de sluiting van de liquidatie. Op dat moment krijgt de schuldenaar zijn rechten terug en kan hij weer acties ondernemen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

De voltooiing van de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering betekent niet dat schuldeisers die hun vordering niet hadden aangemeld, de schuldenaar kunnen vervolgen.

Uitzonderlijke hervatting van individuele gerechtelijke stappen is uitdrukkelijk enkel mogelijk na afsluiting van de gerechtelijke liquidatie wegens een ontoereikend vermogen.

Moment waarop de insolventieprocedure als afgesloten wordt beschouwd

De waarnemingsperiode beslaat het tijdsbestek vanaf de dag van het vonnis tot inleiding tot en met de dag van het vonnis waarmee het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering wordt vastgesteld, of waarin de gerechtelijke liquidatie wordt uitgesproken.

Zowel bij de vrijwaringsprocedure als bij de gerechtelijke saneringsprocedure wordt de activiteit gedurende de waarnemingsperiode voortgezet en blijft de schuldenaar zijn onderneming in principe leiden, zij het met bepaalde beperkingen.

Als er een serieuze mogelijkheid is de onderneming te redden, zal de waarnemingsperiode uitmonden in een plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering.

Met de goedkeuring van een vrijwaringsplan of een saneringsplan krijgt de schuldenaar het beheer van zijn zaken weliswaar weer in handen, maar wordt de procedure niet beëindigd.

De procedure wordt namelijk afgesloten wanneer het eindverslag van de curator en de bewindvoerder door de rechter-commissaris is goedgekeurd. De president van de rechtbank geeft dan opdracht tot afsluiting, wat een maatregel van de rechterlijke macht is waartegen geen beroep kan worden aangetekend.

De procedure wordt zo op het moment van de beschikking tot afsluiting gerechtelijk afgesloten.

De gevolgen van de procedure houden echter niet op bij de beschikking tot afsluiting, want het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering blijft dan nog van kracht.

De schuldenaar dient zich aan alle bepalingen van het plan te houden.

Indien hij dit nalaat, wanneer de afspraken niet worden nagekomen of wanneer zich een staking van de betalingen voordoet tijdens de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering, loopt de schuldenaar het risico dat het plan wordt ingetrokken en de procedure wordt hervat.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten en uitgaven van de procedure komen ten laste van de onderneming waarvoor de insolventieprocedure is ingesteld.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Wanneer de rechtbank een procedure voor gerechtelijke sanering of gerechtelijke liquidatie inleidt, is de datum waarop de schuldenaar de betalingen staakt, in principe de datum van het vonnis tot inleiding van de procedure.

De rechtbank heeft echter de mogelijkheid om de datum van staking van de betalingen vast te stellen op een eerdere datum, tot 18 maanden voorafgaand aan de datum van inleiding van de insolventieprocedure.

De periode vanaf de datum van staking van betaling tot de datum van inleiding van een procedure voor gerechtelijke sanering of gerechtelijke liquidatie wordt in dit geval de "verdachte periode" genoemd.

Bepaalde handelingen die in de verdachte periode door de schuldenaar zijn verricht en die frauduleus lijken, worden nietig verklaard.

Het instellen van een vordering tot nietigverklaring van handelingen die gedurende de verdachte periode zijn verricht, valt onder de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank waarbij de procedure aanhangig is.

Het instellen van een vordering tot nietigheid is voorbehouden aan de curator, de bewindvoerder, de liquidateur en het openbaar ministerie.

Schuldeisers kunnen individueel, of collectief via de bewindvoerder, een vordering tot nietigverklaring instellen van handelingen die door de schuldenaar zijn verricht.

De handeling is voor iedereen nietig en wordt met terugwerkende kracht vernietigd.

In de onderstaande twaalf gevallen is er sprake van verplichte nietigheid die geldt voor abnormale handelingen.

  • Alle handelingen tot kosteloze overdracht van een roerend of onroerend goed.
  • Elk wederkerig contract waarin de verplichtingen van de schuldenaar die van de andere partij aanzienlijk te boven gaan.
  • Elke betaling, ongeacht de wijze waarop deze is verricht, voor schulden die op de dag van betaling nog niet waren vervallen.
  • Elke betaling voor schulden die op andere wijze is verricht dan in contanten, handelspapieren, via overschrijvingen, overdrachtsdocumenten of elke andere betalingswijze die algemeen wordt aanvaard in zakelijke betrekkingen.
  • Alle deposito's en consignaties van geldsommen die, zonder dat er een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde is, zijn verricht als onderpand voor een goed.
  • Elke conventionele hypotheek, elke gerechtelijke hypotheek en de wettelijke hypotheek van de echtgenoten en elk recht op verpanding of op onderpand die zijn gevormd op de goederen van de schuldenaar in verband met eerder ontstane schulden.
  • Elke conservatoire maatregel, tenzij de inschrijving of de executiehandeling heeft plaatsgevonden vóór de datum van staking van de betalingen.
  • Iedere toestemming en uitoefening van opties door de werknemers van de onderneming.
  • Iedere inbreng van goederen of rechten in een trustvermogen, tenzij deze inbreng heeft plaatsgevonden als garantie voor een gelijktijdig aangegane schuld.
  • Elke aanpassingsovereenkomst bij een trustovereenkomst die gevolgen heeft voor rechten of goederen die reeds zijn ingebracht in een trustvermogen als garantie voor schulden die vóór deze aanpassingsovereenkomst zijn aangegaan.
  • Wanneer de schuldenaar een individuele ondernemer met beperkte aansprakelijkheid is, iedere bestemming of wijziging in de bestemming van een goed, onder voorbehoud van storting van de inkomsten die niet zijn bestemd voor de beroepsactiviteit, die heeft geleid tot een vermindering van het vermogen waarop de procedure betrekking heeft ten gunste van een ander vermogen van deze ondernemer.
  • De door de schuldenaar bij een notaris afgelegde verklaring dat bepaalde zaken niet vatbaar zijn voor beslag.

Deze handelingen moeten door de rechtbank nietig worden verklaard, ongeacht de vraag of de partijen te goeder of te kwader trouw hebben gehandeld.

Voorts kan de rechtbank de handeling tot kosteloze overdracht van een roerend of onroerend goed en de verklaring dat bepaalde zaken niet vatbaar zijn voor beslag die tot zes maanden voorafgaand aan de datum van staking van betaling is verricht of afgelegd, nietig verklaren. Voor deze gevallen geldt een facultatieve nietigheid.

Laatste update: 08/05/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Kroatië

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Een aan een faillissement voorafgaande procedure en een faillissementsprocedure kunnen worden ingesteld tegen rechtspersonen en tegen de activa van een individuele schuldenaar, tenzij de wet anders bepaalt. Een individuele schuldenaar in de zin van de Faillissementswet (Stečajni zakon – "SZ") is een natuurlijk persoon die krachtens de Wet inkomstenbelasting (Zakon o porezu na dohodak) onderworpen is aan belasting over inkomen uit zelfstandige arbeid of een natuurlijk persoon die krachtens de Wet vennootschapsbelasting (Zakon o porezu na dobit) onderworpen is aan vennootschapsbelasting.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

a) Een aan faillissement voorafgaande procedure kan worden ingeleid als de rechter vaststelt dat insolventie dreigt, d.w.z. als de rechter concludeert dat de schuldenaar niet tijdig aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen.

Er is sprake van dreigende insolventie als de situatie waarin de schuldenaar geacht wordt insolvent te zijn, zich nog niet voordoet en als:

− het door het Financieel agentschap (Financijska agencija) bijgehouden Register van de rangorde van betalingsverplichtingen een of meer niet-voldane verplichtingen op naam van de schuldenaar vermeldt waarvoor een rechtsgrond voor betaling bestaat en die zonder nadere goedkeuring door de schuldenaar via een van zijn rekeningen hadden moeten worden geïnd, of

− de schuldenaar meer dan dertig dagen te laat is met de betaling van salarissen aan werknemers uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, arbeidsreglement, collectieve overeenkomst of speciale regeling, of een ander document waarin de verplichtingen van werkgevers tegenover werknemers zijn geregeld, of

− de schuldenaar verzuimt de premies en belasting voor de in de vorige alinea bedoelde salarissen te betalen binnen dertig dagen vanaf de datum waarop hij verplicht was de salarissen aan de werknemers te betalen.

b) Een faillissementsprocedure kan worden ingeleid als de rechter vaststelt dat er gronden zijn voor faillissement, d.w.z. insolventie of overmatige schulden.

Er is sprake van insolventie als de schuldenaar voortdurend niet kan voldoen aan zijn uitstaande financiële verplichtingen. Als de schuldenaar de vorderingen van sommige van de schuldeisers geheel of gedeeltelijk heeft voldaan of mogelijk kan voldoen, betekent dat nog niet dat hij als solvent wordt beschouwd.

De schuldenaar wordt geacht insolvent te zijn:

− als het door het Financieel agentschap bijgehouden Register van de rangorde van betalingsverplichtingen een of meer niet-voldane verplichtingen op naam van de schuldenaar vermeldt die sinds meer dan zestig dagen opeisbaar zijn, waarvoor een rechtsgrond voor betaling bestaat en die zonder nadere goedkeuring door de schuldenaar via een van zijn rekeningen hadden moeten worden geïnd, of

− als hij driemaal achtereen heeft verzuimd zijn werknemers salaris te betalen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, arbeidsreglement, een collectieve overeenkomst of speciale regeling, of een ander document waarin de verplichtingen van werkgevers tegenover werknemers zijn geregeld.

De schuld wordt geacht overmatig te zijn als de activa van de schuldenaar, als rechtspersoon, zijn bestaande verplichtingen niet meer dekken.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

In een faillissementsprocedure bestaat de failliete boedel uit de activa die de schuldenaar in bezit had bij opening van de faillissementsprocedure, plus de activa die in zijn bezit zijn gekomen tijdens de faillissementsprocedure. Uit de failliete boedel wordt de faillissementsprocedure bekostigd en worden de vorderingen van de schuldeisers voldaan, evenals vorderingen waarvan afwikkeling is gegarandeerd door bepaalde rechten op de activa van de schuldenaar.

Het vrije gebruik van activa uit de failliete boedel door personen die voordien zijn gemachtigd om de schuldenaar wettelijk te vertegenwoordigen, of door de individuele schuldenaar na opening van de faillissementsprocedure, heeft geen rechtsgevolgen, behalve voor gebruik dat wordt beheerst door de algemene regels die het beginsel van vertrouwen in openbare registers waarborgen. De vergoeding wordt uit de failliete boedel aan de wederpartij geretourneerd als de waarde van de failliete boedel erdoor is verhoogd.

Als de individuele schuldenaar voor opening of in de loop van de faillissementsprocedure begunstigde is van een nalatenschap of legaat, is alleen de schuldenaar gerechtigd die te aanvaarden of te verwerpen.

Als een schuldenaar met een derde persoon mede-eigenaar wordt of een andere rechtsbetrekking of partnerschap aangaat, vindt de verdeling van activa plaats buiten de faillissementsprocedure. Voor de afwikkeling van verplichtingen uit een dergelijke relatie kan worden verzocht om aparte afwikkeling uit het deel van de schuldenaar.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure – de voorwaarden voor aanstelling van een curator zijn dezelfde als die voor aanstelling van een vereffenaar. Als de rechter dat nodig acht, stelt hij op eigen besluit een curator aan bij aanvang van de aan faillissement voorafgaande procedure. De taken van de curator komen ten einde op de datum van homologatie van een gerechtelijk akkoord, op de datum van opening van de faillissementsprocedure of op grond van een beslissing van de schuldeisers.

De curator in een aan faillissement voorafgaande procedure heeft de volgende taken:

1. de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar onderzoeken;

2. de lijst van activa en passiva van de schuldenaar bestuderen;

3. de geloofwaardigheid van de geregistreerde vorderingen beoordelen;

4. vorderingen betwisten als hij naar aanleiding van de verklaringen van schuldeisers of om andere redenen twijfelt aan de waarheidsgetrouwheid ervan;

5. toezien op de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar, in het bijzonder diens financiële transacties, aangaan van verplichtingen aan derden, uitgifte van betaalverzekeringsinstrumenten en bedrijfsactiviteiten in het kader van de verkoop van goederen of diensten, en waarborgen dat de activa van de schuldenaar niet worden geschaad;

6. een klacht indienen bij de rechtbank als de schuldenaar handelt in strijd met artikel 67 van de SZ;

7. bevelen uitvaardigen en verklaringen afgeven ingevolge de artikelen 69 en 71 van de SZ;

8. erop toezien dat de kosten van de aan faillissement voorafgaande procedure volledig en tijdig worden voldaan;

9. overige activiteiten verrichten ingevolge de SZ.

Tussen opening en afsluiting van de aan faillissement voorafgaande procedure mag de schuldenaar alleen betalingen verrichten die nodig zijn voor zijn normale bedrijfsactiviteiten. In die periode mag de schuldenaar geen andere verplichtingen die zijn aangegaan en opeisbaar zijn geworden voor opening van de aan faillissement voorafgaande procedure nakomen dan bruto betalingsverplichtingen aan zijn werknemers en ex-werknemers uit hoofde van een arbeidsverhouding die voor de datum van opening van de aan faillissement voorafgaande procedure opeisbaar zijn geworden, ontslagvergoedingen tot het wettelijk en in collectieve overeenkomsten bepaalde bedrag, vorderingen wegens letsel op het werk of aan het werk gerelateerde ziekte, en vorderingen op basis van werknemerssalarissen vermeerderd met het bedrag aan basispremies en andere essentiële rechten van medewerkers ingevolge arbeidsovereenkomsten en collectieve overeenkomsten die opeisbaar zijn geworden na indiening van het voorstel tot opening van de aan faillissement voorafgaande procedure, evenals andere betalingen die nodig zijn voor de normale bedrijfsuitoefening zoals vastgesteld in een speciale wet.

Tussen de datum van indiening van het voorstel tot opening van een aan faillissement voorafgaande procedure en de datum van de beslissing omtrent die procedure mag de schuldenaar zijn activa niet vervreemden of bezwaren zonder daartoe vooraf toestemming te zijn verleend door de curator of, indien er geen curator is aangesteld, door de rechter.

b) Faillissementsprocedure – de vereffenaar in een faillissementsprocedure wordt willekeurig gekozen uit de A-lijst van vereffenaars voor het gebied waarin de rechtbank bevoegd is, tenzij anders is bepaald in de SZ. Op basis van die keuze stelt de rechter de vereffenaar aan in de beslissing tot opening van een faillissementsprocedure. Als in de aan faillissement voorafgaande procedure een curator werd aangesteld of als in de faillissementsprocedure een voorlopige vereffenaar werd aangesteld, stelt de rechtbank bij wijze van uitzondering de curator respectievelijk de tijdelijke vereffenaar aan als vereffenaar.

De rechten en plichten van de ondernemingsorganen van de schuldenaar berusten bij de vereffenaar, tenzij anders is bepaald in de SZ. Als de schuldenaar zijn bedrijfsactiviteiten tijdens de faillissementsprocedure voortzet overeenkomstig artikel 217, lid 2, van de SZ, beheert de vereffenaar de bedrijfsactiviteiten.

De vereffenaar vertegenwoordigt de schuldenaar. De vereffenaar beheert alleen die activiteiten van een individuele schuldenaar die de failliete boedel betreffen, en hij vertegenwoordigt de schuldenaar met de bevoegdheid van een wettelijk vertegenwoordiger.

De vereffenaar is verplicht om nauwgezet en ordelijk te handelen, en in het bijzonder om

1. de boekhouding op orde te brengen tot de datum van opening van de faillissementsprocedure;

2. een voorlopige raming van de kosten van de faillissementsprocedure op te stellen en ter goedkeuring voor te leggen aan de commissie van schuldeisers;

3. een commissie in te stellen voor inventarisatie van de activa;

4. een eerste balans van de activa van de schuldenaar op te maken;

5. de afsluiting van de begonnen maar niet afgeronde activiteiten van de schuldenaar en de activiteiten die nodig zijn om te voorkomen dat de activa van de schuldenaar worden geschaad, zorgvuldig te beheren;

6. toe te zien op realisatie van de vorderingen van de schuldenaar;

7. de in artikel 217, lid 2, van de SZ bedoelde bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar nauwgezet uit te voeren;

8. de documenten in verband met de arbeidsrechtelijke status van begunstigden aan de Kroatische pensioenverzekeringsinstelling te verstrekken;

9. de eigendommen en rechten van de schuldenaar die deel uitmaken van de failliete boedel te realiseren of te innen;

10. de uitdeling aan de schuldeisers voor te bereiden en na goedkeuring uit te voeren;

11. een eindafrekening over te leggen aan de commissie van schuldeisers;

12. de verdere uitdelingen aan de schuldeisers te verrichten;

13. na afsluiting van de faillissementsprocedure de failliete boedel te vertegenwoordigen overeenkomstig de SZ.

De vereffenaar brengt minstens eens in het kwartaal op een standaardformulier schriftelijk verslag uit over het verloop van de faillissementsprocedure en over de balans van de failliete boedel.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Als de schuldeiser bij opening van de faillissementsprocedure wettelijk of contractueel recht had op verrekening, laat het openen van de faillissementsprocedure dat recht onverlet.

Als er bij opening van de faillissementsprocedure een of meer vorderingen zijn die onder opschortende voorwaarde moeten worden verrekend of die nog niet opeisbaar zijn of geen betrekking hebben op wederpartijen van dezelfde aard, vindt verrekening plaats wanneer aan de vereiste voorwaarden is voldaan. Niet van toepassing op verrekening is de bepaling dat uitstaande vorderingen opeisbaar worden bij opening van een faillissementsprocedure en dat niet-geldelijke vorderingen of vorderingen voor een niet-gespecificeerd geldbedrag worden gesteld op de geschatte geldwaarde ten tijde van de opening van de faillissementsprocedure. Als de voor verrekening te gebruiken vordering onvoorwaardelijk en opeisbaar wordt voordat de verrekening mogelijk is, is verrekening uitgesloten.

Verrekening is niet uitgesloten voor vorderingen die luiden in verschillende valuta's of rekeneenheden, mits die valuta's of rekeneenheden eenvoudig kunnen worden gewisseld op de plaats van afwikkeling van de voor de verrekening gebruikte vordering. Omrekening vindt plaats volgens de wisselkoers op de plaats van afwikkeling op het moment van ontvangst van de verrekeningsverklaring.

Een verrekening is niet toelaatbaar:

1. als de verplichting van de schuldeiser in het kader van de failliete boedel pas is ontstaan na opening van de faillissementsprocedure;

2. als de verplichting pas na opening van de faillissementsprocedure door een schuldeiser aan een andere schuldeiser is gecedeerd;

3. als de schuldeiser zijn vordering in het laatste halfjaar voor opening van de faillissementsprocedure via cessie heeft verkregen of als er in het laatste halfjaar voor de dag van opening van de faillissementsprocedure geen aan faillissement voorafgaande procedure is geopend, en de schuldeiser wist of had moeten weten dat de schuldenaar insolvent was geworden of dat er een voorstel was ingediend om een faillissementsprocedure of een daaraan voorafgaande procedure te openen tegen de schuldeiser. Bij wijze van afwijking is verrekening toegestaan als de vordering is gecedeerd met betrekking tot de nakoming van nog niet nagekomen contractuele verplichtingen of als het recht de vordering te voldoen opnieuw is verkregen middels succesvolle aanvechting van een juridische transactie van een schuldenaar;

4. als de schuldeiser het recht op verrekening heeft verkregen middels een vernietigbare rechtshandeling.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Als de schuldenaar en de wederpartij bij een bilateraal bindende overeenkomst de overeenkomst niet of niet volledig hebben uitgevoerd bij opening van de faillissementsprocedure, kan de vereffenaar de overeenkomst uitvoeren in plaats van de schuldenaar en eisen dat de wederpartij de overeenkomst uitvoert. Als de vereffenaar weigert de overeenkomst uit te voeren, kan de wederpartij haar vordering wegens niet-nakoming alleen als schuldeiser in faillissement realiseren. Als de wederpartij bij de overeenkomst de vereffenaar verzoekt zijn standpunt inzake zijn keuzerecht kenbaar te maken, informeert de vereffenaar onmiddellijk, en in elk geval niet later dan de verslagzitting, de wederpartij per aangetekende post of hij voornemens is uitvoering van de overeenkomst te eisen. Als de wederpartij aanmerkelijke schade zou lijden voor aanvang van de verslagzitting en de vereffenaar daarvan in kennis heeft gesteld, dient de vereffenaar, bij wijze van afwijking, de wederpartij binnen acht dagen per aangetekende post te laten weten of hij voornemens is uitvoering van de overeenkomst te eisen. Als de vereffenaar dat verzuimt te doen, is hij niet gemachtigd uitvoering van de overeenkomst te eisen.

Als de te verrichten prestaties deelbaar zijn en de wederpartij bij opening van de faillissementsprocedure gedeeltelijk aan haar uitvoeringsverplichtingen heeft voldaan, kan die partij als schuldeiser in faillissement haar recht op vergoeding voor de gedeeltelijke uitvoering uitoefenen, ook als de vereffenaar uitvoering van het resterende deel heeft geëist. Als de wederpartij haar recht op vergoeding niet uitoefent, kan zij de waarde die zij met haar gedeeltelijke uitvoering heeft toegevoegd aan de activa van de schuldenaar, niet terugvorderen.

Indien in een kadaster een voorbehoud is opgenomen ter waarborging van het recht op verkrijging of herroeping van rechten op een van de activa van de schuldenaar of een van de ten gunste van een schuldenaar opgenomen rechten, of ter waarborging van de vordering op een wijziging van de inhoud of voorrang van zulke rechten, kan de schuldeiser zijn vordering afwikkelen als schuldeiser in de failliete boedel. Dit is tevens van toepassing indien de schuldenaar alle overige verplichtingen tegenover de schuldeiser heeft aanvaard en die vervolgens geheel of gedeeltelijk niet is nagekomen. Deze bepaling is mutatis mutandis van toepassing op voorbehouden in het scheepsregister, het register van schepen in aanbouw of het luchtvaartuigregister.

Als de schuldenaar voor opening van de faillissementsprocedure zijn roerende goederen met eigendomsvoorbehoud heeft verkocht en in bezit van de koper heeft gesteld, kan de koper de uitvoering van de koopovereenkomst eisen. Dit is ook van toepassing als de schuldenaar verdere verplichtingen tegenover de koper is aangegaan die hij niet of niet volledig is nagekomen. Als de schuldenaar voor opening van de faillissementsprocedure een onroerend goed met eigendomsvoorbehoud heeft gekocht en in bezit heeft ontvangen van de verkoper, heeft de vereffenaar het keuzerecht overeenkomstig artikel 181 van de SZ.

De huur en leasing van onroerend goed of bedrijfspanden houden niet op te bestaan bij opening van de faillissementsprocedure. Dat geldt ook voor huur- en leaserelaties die de schuldenaar als lessor is aangegaan voor objecten die voor verzekeringsdoeleinden zijn overgedragen aan een derde die de aankoop of vervaardiging ervan heeft gefinancierd. Rechten die betrekking hebben op de tijd voor opening van de faillissementsprocedure, evenals op de schade geleden door vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst, kunnen door de wederpartij alleen worden uitgeoefend als schuldeiser in faillissement.

De vereffenaar kan een door de schuldenaar als lessee afgesloten huur- of leaseovereenkomst voor een onroerend goed of bedrijfspand ontbinden, ongeacht de overeengekomen looptijd en met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. Als de vereffenaar de overeenkomst ontbonden verklaart, kan de wederpartij als schuldeiser in faillissement schadevergoeding vorderen wegens vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst. Als de schuldenaar bij opening van de faillissementsprocedure het onroerend goed of bedrijfspand niet heeft overgenomen, kunnen de vereffenaar en de wederpartij de overeenkomst ontbinden. Als de vereffenaar de overeenkomst ontbindt, kan de wederpartij als schuldeiser in faillissement schadevergoeding vorderen wegens vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst. De partij die voornemens is de overeenkomst te ontbinden, dient de andere partij desgevraagd daarvan binnen vijftien dagen in kennis te stellen. Indien de partij verzuimt dat te doen, verliest zij haar recht op ontbinding.

Indien de schuldenaar als de lessor van het onroerend goed of bedrijfspand voor opening van de faillissementsprocedure vorderingen had in verband met huur- en leaserelaties voor een toekomstige periode, heeft dat rechtsgevolgen voor zover het gaat om de huur of lease voor de lopende kalendermaand bij opening van de faillissementsprocedure. Als de faillissementsprocedure wordt geopend na de vijftiende van de maand, hebben vorderingen ook rechtsgevolgen voor de daarop volgende kalendermaand. Zij houden specifiek verband met de afwikkeling van huur en leasing. Vorderingen op grond van executie zijn gelijkwaardig aan contractuele vorderingen.

De vereffenaar kan namens de schuldenaar als de lessor de lease- of huurrelatie binnen een wettelijke opzegtermijn ontbinden, ongeacht de contractuele opzegtermijn.

Een derde aan wie de vereffenaar het door de schuldenaar geleasete onroerend goed of bedrijfspand heeft vervreemd en die bijgevolg een lease- of huurrelatie aangaat in plaats van de schuldenaar, kan die overeenkomst binnen de wettelijk bepaalde termijn ontbinden.

Als de schuldenaar de lessee is kan de wederpartij, nadat het voorstel tot opening van een faillissementsprocedure is ingediend, de leaseovereenkomst niet ontbinden:

1. wegens te late huur- of leasebetaling voor de opening van de faillissementsprocedure;

2. wegens verslechtering van de financiële situatie van de schuldenaar.

De opening van de faillissementsprocedure leidt niet tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten of dienstverleningsovereenkomsten met de schuldenaar. De opening van de faillissementsprocedure is een bijzondere gegronde reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Na de opening van de faillissementsprocedure kunnen de vereffenaar, namens de schuldenaar (als werkgever), en de werknemer de arbeidsovereenkomst ontbinden, ongeacht de contractuele looptijd van de overeenkomst en ongeacht wettelijke of contractuele bepalingen voor de bescherming van werknemers. De opzegtermijn is één maand, tenzij in de wet een kortere termijn is bepaald. Als werknemers oordelen dat de ontbinding van hun arbeidsovereenkomst niet rechtmatig is, kunnen zij bescherming van hun rechten verlangen krachtens de Arbeidswet (Zakon o radu).

Behoudens goedkeuring van de rechter kan de vereffenaar nieuwe arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd sluiten zonder de beperkingen die zijn vastgesteld in de algemene arbeidsvoorschriften voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, teneinde de reeds begonnen bedrijfsactiviteiten te voltooien en eventuele schade te voorkomen. De vereffenaar specificeert salarissen en andere inkomsten uit arbeid met goedkeuring van de rechter en in overeenstemming met de wet en de collectieve overeenkomst. De salarissen en inkomsten uit arbeid waarop werknemers recht kregen na de opening van de faillissementsprocedure, worden afgewikkeld als verplichtingen van de failliete boedel.

Het recht van werknemers op medezeggenschap vervalt met de opening van de faillissementsprocedure. Afspraken met de ondernemingsraad zijn niet bindend voor de vereffenaar.

De opdrachten van de schuldenaar in verband met de activa die deel uitmaken van de failliete boedel, verliezen hun geldigheid bij opening van de faillissementsprocedure. Als de persoon aan wie een opdracht is verstrekt, buiten zijn schuld niet op de hoogte is van de faillissementsprocedure en zijn activiteiten voortzet, wordt de opdracht geacht nog van kracht te zijn. Vorderingen van de persoon aan wie de opdracht is verstrekt in verband met zulke voortgezette activiteiten, worden afgewikkeld als vorderingen van een schuldeiser in faillissement. Met het oog op herstel van de schade is de persoon aan wie de opdracht is verstrekt, verplicht na opening van de faillissementsprocedure zijn activiteiten voort te zetten tot de vereffenaar de activiteiten overneemt. Vorderingen van de persoon aan wie de opdracht is verstrekt in verband met zulke activiteiten, worden afgewikkeld als vorderingen van schuldeisers in de failliete boedel.

Aanbiedingen aan of door de schuldenaar zijn met ingang van de dag van opening van de faillissementsprocedure niet meer geldig, tenzij zij voordien zijn aanvaard.

Ten aanzien van zakelijke overeenkomsten waarbij iemand zich heeft verplicht tot de verlening van bepaalde diensten voor de schuldenaar en ten aanzien van de machtiging van de schuldenaar in verband met de activa die deel uitmaken van de failliete boedel waarbij die machtiging niet meer geldig is vanaf de opening van faillissementsprocedure, is de persoon aan wie de opdracht is verstrekt, met het oog op het herstel van schade, gehouden de activiteiten na opening van de faillissementsprocedure te blijven uitvoeren tot de vereffenaar de uitvoering van de activiteiten overneemt. Vorderingen van de persoon aan wie de opdracht is verstrekt in verband met de voortgezette activiteiten, worden afgewikkeld als de vorderingen van schuldeisers in de failliete boedel.

Contractuele bepalingen die toepassing van de bepalingen van de SZ bij voorbaat uitsluiten of beperken, hebben geen rechtsgevolgen.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure – tussen de dag van opening en de dag van afsluiting van een aan faillissement voorafgaande procedure mogen er geen executie-, administratieve of zekerheidsprocedures worden ingesteld tegen de schuldenaar. Indien er zulke procedures reeds aanhangig zijn, worden zij opgeschort op de dag van opening van de aan faillissement voorafgaande procedure. De opgeschorte procedures worden voortgezet op voorstel van de schuldeisers:

- na sluiting van een gerechtelijk akkoord – over alle of een deel van de vorderingen die werden betwist in de aan faillissement voorafgaande procedure;

- na een definitieve beslissing tot beëindiging van de aan faillissement voorafgaande procedure.

Deze bepalingen zijn niet van toepassing op procedures waarop een aan faillissement voorafgaande procedure geen invloed heeft, of op een procedure voor de afwikkeling van vorderingen die zijn ontstaan na opening van de aan faillissement voorafgaande procedure.

In gerechtelijke procedures waarin opschorting van de procedure is gelast naar aanleiding van de opening van een aan faillissement voorafgaande procedure en waarin vervolgens een definitieve beslissing is gegeven ter bevestiging van het gerechtelijk akkoord over de vordering van de schuldeiser, zal de rechter de procedure voortzetten en de vordering afwijzen of de executie- of zekerheidsprocedure stoppen, behalve in verband met alle of een deel van de vorderingen die werden betwist in de aan faillissement voorafgaande procedure

b) Faillissementsprocedure – individuele schuldeisers kunnen na opening van de faillissementsprocedure geen executie- of zekerheidsprocedure tegen de schuldenaar instellen in verband met die delen van hun activa die deel uitmaken van de failliete boedel, of tegen andere activa van de schuldenaar. Schuldeisers anders dan schuldeisers in faillissement zijn niet gerechtigd executie of zekerheid te eisen tegenover toekomstige vorderingen van individuele schuldenaren op basis van hun arbeidsverhouding of andere dienst, of hun vorderingen op die basis in een faillissementsprocedure, behalve executie of zekerheid voor de afwikkeling van onderhoudsvorderingen en andere vorderingen die kunnen worden voldaan uit het deel van het arbeidsinkomen van de schuldenaar waaruit de vorderingen van andere schuldeisers niet kunnen worden voldaan. Indien een dergelijke executie- en zekerheidsprocedure aanhangig is bij opening van de faillissementsprocedure, wordt zij onderbroken. Zodra deze procedure wordt voortgezet, zet de executierechtbank de procedure stop.

Met het oog op uitoefening van hun rechten kunnen schuldeisers die gerechtigd zijn te verzoeken dat delen van de activa van de schuldenaar worden vrijgesteld van de insolvente boedel (izlučni vjerovnici), na opening van de faillissementsprocedure tegen de schuldenaar een executie- en zekerheidsprocedure starten overeenkomstig de algemene regels van executieprocedures. Opgeschorte executie- en zekerheidsprocedures die de schuldeisers zijn gestart voor de opening van de faillissementsprocedure, worden voortgezet en uitgevoerd door een executierechtbank overeenkomstig de regels van de executieprocedure.

Na de opening van de faillissementsprocedure is het voor bevoorrechte schuldeisers (razlučni vjerovnici) niet toegestaan een executie- of zekerheidsprocedure te beginnen. Executie- en zekerheidsprocedures die bij opening van de faillissementsprocedure aanhangig zijn, worden opgeschort. De opgeschorte executie- en zekerheidsprocedures worden voortgezet door de rechtbank die de faillissementsprocedure leidt onder toepassing van de regels voor realisatie van de posten waarvoor recht op voorrang bestaat in de faillissementsprocedure.

Na opening van de faillissementsprocedure is inschrijving in openbare registers toegestaan, indien is voldaan aan de voorwaarden voor inschrijving voordat de rechtsgevolgen van de opening van de faillissementsprocedure uitwerking kregen.

Tot een half jaar na opening van de faillissementsprocedure is executie voor de afwikkeling van vorderingen uit de failliete boedel die niet zijn gebaseerd op rechtshandelingen van de vereffenaar, niet toegestaan.

Deze bepaling geldt niet voor:

1. verplichtingen van de failliete boedel uit hoofde van een bilateraal bindende overeenkomst tot uitvoering waarvan de vereffenaar zich heeft verbonden;

2. verplichtingen uit hoofde van een permanente contractuele relatie na het verstrijken van de eerste termijn waarbinnen de vereffenaar de overeenkomst had kunnen ontbinden;

3. verplichtingen uit hoofde van een permanente contractuele relatie indien de vereffenaar een vergoeding heeft ontvangen ten gunste van de failliete boedel.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure - tussen de dag van opening en de dag van afsluiting van een aan faillissement voorafgaande procedure mag geen civiele procedure worden aangespannen tegen de schuldenaar. Indien dergelijke procedures reeds aanhangig zijn, worden zij opgeschort op de dag van opening van de aan faillissement voorafgaande procedure. Opgeschorte procedures worden voortgezet op voorstel van de schuldeiser:

- na sluiting van een gerechtelijk akkoord – over alle of een deel van de vorderingen die werden betwist in de aan faillissement voorafgaande procedure;

- na een definitieve beslissing tot beëindiging van de aan faillissement voorafgaande procedure.

Deze bepalingen zijn niet van toepassing op procedures waarop een aan faillissement voorafgaande procedure geen invloed heeft of op een procedure voor de afwikkeling van vorderingen die zijn ontstaan na opening van de aan faillissement voorafgaande procedure.

In procedures bij een rechtbank waarin opschorting van de procedure is gelast naar aanleiding van de opening van een aan faillissement voorafgaande procedure en waarin vervolgens een definitieve beslissing is gegeven ter bevestiging van het gerechtelijk akkoord over de vordering van de schuldeiser, zal de rechtbank de procedure voortzetten en de vordering afwijzen of de executie- of zekerheidsprocedure stoppen, behalve in verband met alle of een deel van vorderingen die werden betwist in de aan faillissement voorafgaande procedure.

b) Faillissementsprocedure - de vereffenaar neemt de rechtszaken over die verband houden met activa in de failliete boedel, met inbegrip van arbitrageprocedures, en die bij opening van de faillissementsprocedure in behandeling waren, en treedt daarbij op namens en voor de schuldenaar. Rechtszaken over in het kader van de faillissementsprocedure ingestelde vorderingen kunnen pas worden voortgezet nadat zij zijn onderzocht tijdens de onderzoekszitting.

Rechtszaken die bij opening van de faillissementsprocedure lopen tegen de schuldenaar, worden namens hem overgenomen door de vereffenaar als zij betrekking hebben op:

1. uitsluiting van activa uit de failliete boedel;

2. aparte afwikkeling;

3. verplichtingen van de failliete boedel.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure - schuldeisers van de schuldenaar in een aan faillissement voorafgaande procedure zijn de personen die bij opening van een dergelijke procedure geldelijke vorderingen op de schuldenaar hebben. De bepalingen in de SZ over stemrecht in faillissementsregelingen zijn dienovereenkomstig van toepassing op het recht van de schuldeiser om te stemmen over het herstructureringsplan.

De schuldeisers brengen hun stem schriftelijk uit via het verplichte stemformulier. Het stemformulier wordt, ondertekend en gewaarmerkt door een bevoegde persoon, uiterlijk bij aanvang van de stemzitting bij de rechtbank ingediend. Als de schuldeisers bij aanvang van de zitting het stemformulier niet hebben ingediend of een stemformulier indienen dat niet ondubbelzinnig duidelijk maakt hoe zij hebben gestemd, worden zij geacht te hebben gestemd tegen het herstructureringsplan.

De ter zitting aanwezige schuldeisers stemmen met behulp van het verplichte stemformulier. Stemgerechtigde schuldeisers die geen stem uitbrengen tijdens deze zitting, worden geacht tegen het herstructureringsplan te hebben gestemd.

Elke groep stemgerechtigde schuldeisers stemt afzonderlijk over het herstructureringsplan. De voorschriften voor de indeling van deelnemers aan faillissementsregelingen zijn dienovereenkomstig van toepassing op de indeling van schuldeisers in aan faillissement voorafgaande procedures.

De schuldeisers worden geacht het herstructureringsplan te hebben aanvaard, als zij in meerderheid voor hebben gestemd en in elke groep de som van alle vorderingen van de schuldeisers die voor hebben gestemd, minstens twee keer zo groot is als de som van de vorderingen van de schuldeisers die tegen hebben gestemd.

Schuldeisers die een gezamenlijk recht hebben of wier rechten één samengevoegd recht vormden voordat er sprake was van gronden voor een aan faillissement voorafgaande procedure, worden wat betreft de stemming gezien als één schuldeiser. De houders van afzonderlijke rechten of rechten van vruchtgebruik worden dienovereenkomstig behandeld.

b) Faillissementsprocedure - commissie van schuldeisers – om de belangen van schuldeisers in de faillissementsprocedure te beschermen, kan de rechter voorafgaand aan de eerste zitting met de schuldeisers een commissie van schuldeisers instellen en de leden daarvan benoemen.

Zowel schuldeisers met de grootste vorderingen als die met kleine vorderingen zijn vertegenwoordigd in de commissie van schuldeisers. Verder heeft een vertegenwoordiger van de voormalige werknemers van de schuldenaar zitting in de commissie van schuldeisers, tenzij zij als schuldeisers met geringe vorderingen deelnemen aan de procedure.

Bevoorrechte schuldeisers (razlučni vjerovnici) en personen die geen schuldeiser zijn maar als deskundigen zouden kunnen bijdragen aan het werk van de commissie, kunnen als lid worden benoemd in de commissie van schuldeisers.

De commissie van schuldeisers bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden. Is het aantal schuldeisers lager dan vijf, dan krijgen alle schuldeisers de bevoegdheden van de commissie van schuldeisers.

Als de waarde van de erkende vorderingen van de schuldeisers tijdens de onderzoekszitting is vastgesteld op meer dan 50 miljoen HRK en de schuldenaar op de dag van opening van de faillissementsprocedure arbeidsovereenkomsten met meer dan twintig werknemers heeft, is het de taak van de rechter de schuldeisers toe te staan te beslissen over de instelling van een commissie van schuldeisers.

De commissie van schuldeisers heeft als taak toe te zien op de vereffenaar en hem bij te staan in de uitvoering van bedrijfsactiviteiten, activiteiten te bewaken overeenkomstig artikel 217 van de SZ, de boeken en andere bescheiden in verband met de bedrijfsactiviteiten te onderzoeken en de omzet en liquide middelen te laten controleren. De commissie van schuldeisers kan individuele leden uit haar midden machtigen om binnen haar verantwoordelijkheidsgebied individuele activiteiten te verrichten.

Binnen haar verantwoordelijkheidsgebied verricht de commissie van schuldeisers met name de volgende activiteiten:

1. verslagen van de vereffenaar over het verloop van de faillissementsprocedure en de staat van de failliete boedel onderzoeken;

2. de bedrijfsboekhouding en alle door de vereffenaar overgenomen documentatie bestuderen;

3. bij de rechter bezwaar maken tegen handelingen van de vereffenaar;

4. de kostenramingen voor de faillissementsprocedure goedkeuren;

5. de rechter op diens verzoek adviseren over de liquidatie van de activa van de schuldenaar;

6. de rechter op diens verzoek adviseren over de voortzetting van lopende bedrijfsactiviteiten of over de activiteiten van de schuldenaar;

7. de rechter op diens verzoek adviseren over de opname van geverifieerde verliezen die zijn vastgesteld in de inventaris van activa.

(3) De commissie van schuldeisers informeert de schuldeisers over het verloop van de procedure en de staat van de failliete boedel.

De vergadering van schuldeisers

De rechter roept een vergadering van de schuldeisers bijeen. Het recht op deelname wordt verleend aan alle schuldeisers in faillissement, alle bevoorrechte schuldeisers in faillissement met recht op aparte afwikkeling, de vereffenaar en de individuele schuldenaar.

Tijdens de verslagzitting of latere zitting is de vergadering van schuldeisers bevoegd om:

1. een commissie van schuldeisers in te stellen, voor zover dat niet al is gebeurd, de samenstelling ervan te wijzigen of de commissie te ontslaan;

2. een nieuwe vereffenaar aan te stellen;

3. te beslissen over het al dan niet voortzetten van de activiteiten van de schuldenaar en over de wijze en voorwaarden van liquidatie van de activa van de schuldenaar;

4. de vereffenaar op te dragen een faillissementsregeling op te stellen;

5. beslissingen te nemen binnen de bevoegdheid van de commissie van schuldeisers;

6. te beslissen over andere zaken die relevant zijn voor de uitvoering en afsluiting van faillissementsprocedures overeenkomstig de SZ.

De vergadering van schuldeisers heeft het recht de vereffenaar te vragen om kennisgevingen en verslagen over de stand van zaken en bedrijfsactiviteiten. Als er geen commissie van schuldeisers is ingesteld, kan de vergadering van schuldeisers opdracht geven tot controle van de omzet en liquide middelen onder beheer van de vereffenaar.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Bij opening van de faillissementsprocedure vervallen de rechten van de schuldenaar als rechtspersoon en gaan deze over op de vereffenaar. Bij opening van de faillissementsprocedure gaan de rechten van een individuele schuldenaar om activa in de failliete boedel te beheren en te vervreemden, over op de vereffenaar.

Na opening van de faillissementsprocedure neemt de vereffenaar onmiddellijk de eigendom en het beheer van alle activa van de failliete boedel over.

Op basis van een executiebeslissing over de opening van een faillissementsprocedure kan de vereffenaar de rechter verzoeken de schuldenaar te gelasten activa over te dragen en executiemaatregelen vast te stellen voor de gedwongen uitvoering van de beslissing.

Zodra de beslissing over de opening van de faillissementsprocedure definitief is, kan de vereffenaar de rechter verzoeken derden die activa uit de failliete boedel in bezit hebben, te gelasten die activa af te staan. Samen met voornoemd verzoek verstrekt de vereffenaar een document waaruit de eigendom van de activa blijkt. De rechter neemt een beslissing over het voorstel van de vereffenaar na de eigenaren van activa in de failliete boedel te hebben gehoord.

De vereffenaar stelt een lijst van individuele activa in de failliete boedel samen. De individuele schuldenaar en personen die eerder gemachtigd waren om de schuldenaar wettelijk te vertegenwoordigen, verlenen in deze kwestie hun medewerking aan de vereffenaar. De vereffenaar vergaart de benodigde informatie van voornoemde personen, tenzij de procedure daardoor onnodig veel vertraging zou ondervinden.

De vereffenaar stelt een lijst samen van alle schuldeisers van de schuldenaar die hem uit de bedrijfsboekhouding en bedrijfsdocumentatie, overige informatie van de schuldenaar, ingediende vorderingen of anderszins bekend zijn.

De vereffenaar stelt een stelselmatig overzicht op ten aanzien van de opening van de faillissementsprocedure, waarin hij de activa uit de failliete boedel, de verplichtingen van de schuldenaar en de waardebepaling ervan vermeldt en vergelijkt.

De inventaris van de failliete boedel, de lijst van schuldeisers en het overzicht van activa en passiva worden uiterlijk acht dagen voor de verslagzitting aan de griffie ter hand gesteld.

De opening van de faillissementsprocedure doet niets af aan de plicht van de schuldenaar ingevolge handels- en belastingrecht om een financiële administratie bij te houden en verslagen uit te brengen. De vereffenaar verricht zulke taken in verband met de failliete boedel.

De vereffenaar verstrekt de rechter uiterlijk vijftien dagen voor de verslagzitting een verslag over de economische positie van de schuldenaar en de redenen voor die positie, welk verslag uiterlijk acht dagen voor de verslagzitting wordt gepubliceerd op het elektronische prikbord van de rechtbank (e-Oglasna ploča suda).

Na de verslagzitting realiseert de vereffenaar de activa in de failliete boedel onverwijld, voor zover dat niet strijdig is met de beslissing van de vergadering van schuldeisers.

De vereffenaar realiseert de activa in de faillissementsprocedure overeenkomstig de beslissingen van de vergadering van schuldeisers en de commissie van schuldeisers.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Bij opening van de faillissementsprocedure vervallen de rechten van de schuldenaar als rechtspersoon en gaan deze over op de vereffenaar. Bij opening van de faillissementsprocedure gaan de rechten van een individuele schuldenaar om activa in de failliete boedel te beheren en te vervreemden, over op de vereffenaar.

Na opening van de faillissementsprocedure neemt de vereffenaar onmiddellijk de eigendom en het beheer van alle activa van de failliete boedel over.

Op basis van een executiebeslissing over de opening van een faillissementsprocedure kan de vereffenaar de rechter verzoeken de schuldenaar te gelasten activa over te dragen en executiemaatregelen vast te stellen voor de gedwongen uitvoering van de beslissing.

Zodra de beslissing over de opening van de faillissementsprocedure definitief is, kan de vereffenaar de rechter verzoeken derden die activa uit de failliete boedel in bezit hebben, te gelasten die activa af te staan. Samen met voornoemd verzoek verstrekt de vereffenaar een document waaruit de eigendom van de activa blijkt. De rechter neemt een beslissing over het voorstel van de vereffenaar na de eigenaren van activa in de failliete boedel te hebben gehoord.

De vereffenaar stelt een lijst van individuele activa in de failliete boedel samen. De individuele schuldenaar en personen die eerder gemachtigd waren om de schuldenaar wettelijk te vertegenwoordigen, verlenen in deze kwestie hun medewerking aan de vereffenaar. De vereffenaar vergaart de benodigde informatie van voornoemde personen, tenzij de procedure daardoor onnodig veel vertraging zou ondervinden.

De vereffenaar stelt een lijst samen van alle schuldeisers van de schuldenaar die hem uit de bedrijfsboekhouding en bedrijfsdocumentatie, overige informatie van de schuldenaar, ingediende vorderingen of anderszins bekend zijn.

De vereffenaar stelt een stelselmatig overzicht op ten aanzien van de opening van de faillissementsprocedure, waarin hij de activa uit de failliete boedel, de verplichtingen van de schuldenaar en de waardebepaling ervan vermeldt en vergelijkt.

De inventaris van de failliete boedel, de lijst van schuldeisers en het overzicht van activa en passiva worden uiterlijk acht dagen voor de verslagzitting aan de griffie ter hand gesteld.

De opening van de faillissementsprocedure doet niets af aan de plicht van de schuldenaar ingevolge handels- en belastingrecht om een financiële administratie bij te houden en verslagen uit te brengen. De vereffenaar verricht zulke taken in verband met de failliete boedel.

De vereffenaar verstrekt de rechter uiterlijk vijftien dagen voor de verslagzitting een verslag over de economische positie van de schuldenaar en de redenen voor die positie, welk verslag uiterlijk acht dagen voor de verslagzitting wordt gepubliceerd op het elektronische prikbord van de rechtbank (e-Oglasna ploča suda).

Na de verslagzitting realiseert de vereffenaar de activa in de failliete boedel onverwijld, voor zover dat niet strijdig is met de beslissing van de vergadering van schuldeisers.

De vereffenaar realiseert de activa in de faillissementsprocedure overeenkomstig de beslissingen van de vergadering van schuldeisers en de commissie van schuldeisers.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure – vorderingen worden ingediend bij de bevoegde eenheid van het Financieel agentschap, met behulp van een standaardformulier en onder bijvoeging van kopieën van de documenten die ten grondslag liggen aan de vordering of de vordering staven.

Het ministerie van Financiën – Belastingdienst (Ministarstvo financija – Porezna uprava) kan vorderingen indienen uit hoofde van belasting, verhoogde belasting, bijdragen voor verplichte verzekering die wettelijk moeten worden ingehouden op inkomen en salarissen, evenals andere vorderingen die zij kan innen op grond van speciale regelgeving, met uitzondering van vorderingen die voortkomen uit belasting en verhoogde belasting van inkomen uit arbeid en bijdragen uit het basisbedrag voor verzekerden in het kader van een arbeidsverhouding.

In aan faillissement voorafgaande procedures kunnen werknemers en ex-medewerkers van de schuldenaar, en het ministerie van Financiën – Belastingdienst, geen vorderingen indienen uit een arbeidsverhouding, ontslagvergoeding tot het in de wet of collectieve overeenkomst bepaalde bedrag en vorderingen op grond van schadevergoeding wegens arbeidsongeval of beroepsziekte; deze vorderingen kunnen niet het voorwerp van een aan faillissement voorafgaande procedure zijn. Als de indiener deze vorderingen niet of niet juist heeft opgegeven in het voorstel tot opening van een aan faillissement voorafgaande procedure, kunnen de werknemers en ex-werknemers van de schuldenaar, en het ministerie van Financiën – Belastingdienst, bezwaar aantekenen.

Bij het indienen van hun vorderingen verstrekken bevoorrechte schuldeisers (razlučni vjerovnici) informatie over hun rechten, de rechtsgrond voor hun bevoorrechte status en het deel van de activa van de schuldenaar waarop die bevoorrechte status van toepassing is, samen met een verklaring of zij al dan niet afstand doen van het recht op aparte afwikkeling.

Bij het indienen van hun vorderingen verstrekken schuldeisers die voor delen van de activa van de schuldenaar kunnen verzoeken om vrijstelling van de insolvente boedel (izlučni vjerovnici) informatie over hun rechten, de rechtsgrond voor het recht op vrijstelling en het deel van de activa van de schuldenaar waarop hun recht op vrijstelling van toepassing is.

Voor de uitvoering van het herstructureringsplan zijn beide typen schuldeisers (razlučni vjerovnici en izlučni vjerovnici) bij het indienen van hun vorderingen verplicht te verklaren of zij al dan niet instemmen met opschorting van afwikkeling uit de activa waarop hun bevoorrechte status van toepassing is, of opschorting van de scheiding van activa waarop hun recht op vrijstelling van toepassing is.

Een gerechtelijk akkoord mag geen afbreuk doen aan het recht van schuldeisers op aparte afwikkeling uit activa waarop het recht van aparte afwikkeling van toepassing is, tenzij in dat akkoord anders is bepaald. Een gerechtelijk akkoord dat wel uitdrukkelijk anders bepaalt, moet vermelden welk deel van de rechten van deze schuldeisers moet worden beperkt, hoe lang de afwikkeling wordt opgeschort en welke andere bepalingen van de aan faillissement voorafgaande procedure van toepassing zijn op die rechten.

Als de schuldeiser geen vordering indient maar de vordering wel is vermeld in het voorstel tot opening van een aan faillissement voorafgaande procedure, wordt de vordering geacht te zijn ingediend.

De schuldenaar en de eventueel benoemde curator maken hun standpunt kenbaar ten aanzien van de vorderingen van de schuldeisers. Dat standpunt wordt bij de bevoegde eenheid van het Financieel agentschap ingediend op een standaardformulier met daarin per vordering de volgende informatie:

1. het nummer van de vordering volgens het overzicht van ingediende vorderingen;

2. informatie ter identificatie van de schuldeisers;

3. het bedrag van de ingediende vordering;

4. de verklaring van de schuldenaar en de eventueel benoemde curator waarin zij de vordering erkennen of betwisten;

5. het betwiste bedrag van de vordering;

6. de feiten ter onderbouwing van de bewering dat de betwiste vordering of het betwiste deel ervan ongegrond is.

Na het verstrijken van de termijn voor het kenbaar maken van een standpunt over ingediende vorderingen, kunnen de schuldenaar en de eventueel benoemde curator zich niet meer verzetten tegen de vorderingen die zij hebben erkend.

Een schuldeiser kan een door een andere schuldeiser ingediende vordering betwisten.

Een betwisting van een vordering wordt bij de bevoegde eenheid van het Financieel agentschap ingediend op een standaardformulier met daarin de volgende informatie:

1. informatie ter identificatie van de schuldeiser die de vordering betwist;

2. het referentienummer van de betwiste vordering volgens het overzicht van ingediende vorderingen;

3. informatie ter identificatie van de schuldeiser die de betwiste vordering heeft ingediend;

4. het bedrag van de ingediende vordering die wordt betwist;

5. een verklaring van de schuldeiser die de vordering betwist;

6. het betwiste bedrag van de vordering;

7. de feiten ter onderbouwing van de bewering dat de betwiste vordering of het betwiste deel ervan ongegrond is.

Het Financieel agentschap stelt aan de hand van een standaardformulier een overzicht op van ingediende vorderingen en een overzicht van betwiste vorderingen.

a) Faillissementsprocedure – vorderingen worden op een standaardformulier in tweevoud ingediend bij de vereffenaar, onder bijvoeging van kopieën van de documenten die ten grondslag liggen aan de vordering of de vordering staven.

De vereffenaar stelt een lijst op van alle vorderingen die door werknemers en ex-werknemers zijn ingediend voor de opening van de faillissementsprocedure, die zowel bruto als netto worden vermeld; er moeten twee kopieën van de indiening van vorderingen ter ondertekening worden ingediend.

De vorderingen van schuldeisers met een lagere prioriteit worden alleen op speciale uitnodiging van de rechter ingediend. Bij het indienen van zulke vorderingen wordt vermeld dat zij een lagere prioriteit hebben, evenals de rangorde waarop de schuldeiser recht heeft.

Schuldeisers die kunnen verzoeken om vrijstelling (izlučni vjerovnici) informeren de vereffenaar over hun recht op vrijstelling en de rechtsgrond voor dat recht, en vermelden de activa waarop dit recht van toepassing is, of vermelden in hun kennisgeving hun recht op vergoeding voor het recht op vrijstelling.

Bevoorrechte schuldeisers (razlučni vjerovnici) informeren de vereffenaar over hun bevoorrechte status en de rechtsgrond daarvoor, onder vermelding van de activa waarop die bevoorrechte status van toepassing is. Bevoorrechte schuldeisers die ook een vordering indienen als schuldeiser in faillissement, vermelden bij het indienen het deel van de activa van de schuldenaar waarop hun bevoorrechte status van toepassing is en het bedrag dat naar verwachting niet zal worden afgewikkeld door die bevoorrechte status.

Bevoorrechte schuldeisers die verzuimen de vereffenaar aldus te informeren over hun status, verliezen hun recht op aparte afwikkeling niet. Bij wijze van uitzondering verliezen bevoorrechte schuldeisers wel hun recht op aparte afwikkeling en kunnen zij niet verzoeken om schade- of andere vergoedingen van een schuldenaar of schuldeiser in faillissement, als het voorwerp van de bevoorrechte status zonder hen is gerealiseerd in de faillissementsprocedure en de bevoorrechte status niet is opgenomen in een openbaar register of de vereffenaar er geen kennis van had of had kunnen hebben.

De ter onderzoekszitting ingediende vorderingen worden beoordeeld op het bedrag ervan en de rangorde.

De vereffenaar maakt per ingediende vordering uitdrukkelijk kenbaar of hij de vordering erkent of betwist.

De vorderingen die worden betwist door de vereffenaar, de individuele schuldenaar of een van de schuldeisers in faillissement worden apart onderzocht. De rechten op vrijstelling en de rechten op voorrang worden niet onderzocht.

Een vordering wordt geacht geldig te zijn als zij tijdens de onderzoekszitting wordt erkend door de vereffenaar en niet wordt betwist door een schuldeiser in faillissement, of als een betwisting wordt verworpen. Als een individuele schuldenaar een vordering betwist, laat dat de mogelijkheid van geldigverklaring van de vordering onverlet.

De rechter stelt een overzicht op van onderzochte vorderingen waarin per ingediende vordering het bedrag wordt vermeld waarvoor de vordering geldig is verklaard, de rangorde ervan en de persoon die de vordering betwistte. Betwistingen van vorderingen door een individuele schuldenaar worden eveneens opgenomen in het overzicht. De rechter geeft de geldigheid van een vordering ook weer op wisselbrieven en andere schuldbewijzen.

Op basis van het overzicht van onderzochte vorderingen geeft de rechter een beslissing over het bedrag en de rangorde van de geldig verklaarde of betwiste individuele vorderingen. Daarbij beslist de rechter tevens over verwijzing om de vorderingen geldig te verklaren of te betwisten.

Als de vereffenaar de vordering heeft betwist, verwijst de rechter de schuldeiser om een rechtszaak tegen de schuldenaar aan te spannen voor geldigverklaring van de betwiste vordering.

Als een van de schuldeisers in faillissement een vordering heeft betwist die is erkend door de vereffenaar, verwijst de rechter die schuldeiser om een rechtszaak aan te spannen voor geldigverklaring van de betwiste vordering. In een dergelijke rechtszaak treedt de persoon die de vordering betwist, op namens en voor rekening van de schuldenaar.

Bij betwisting van de vorderingen van werknemers en ex-werknemers van de schuldenaar wordt de rechtszaak voor geldigverklaring van betwiste vorderingen aangespannen overeenkomstig de algemene bepalingen voor procedures bij een rechtbank en bijzondere bepalingen voor procedures in arbeidsgeschillen.

Als de betwiste vordering voorwerp is van een dwangbevel, verwijst de rechter de betwistende partij om een rechtszaak aan te spannen teneinde te bewijzen dat haar betwisting gegrond is.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De betaling van schuldeisers geschiedt uit de liquide middelen. Bij gedeeltelijke uitdeling worden achtergestelde schuldeisers niet in acht genomen. De uitdeling wordt verricht door de vereffenaar. De vereffenaar vraagt voorafgaand aan elke uitdeling om toestemming van de commissie van schuldeisers of, als er geen commissie van schuldeisers is ingesteld, van een rechter.

Tot de niet-achtergestelde vorderingen met de hoogste rang behoren vorderingen van de werknemers en ex-werknemers van de schuldenaar die tot de dag van opening van de faillissementsprocedure uit een arbeidsverhouding zijn ontstaan, voor het totale brutobedrag, ontslagvergoedingen tot het wettelijk en in collectieve overeenkomsten bepaalde bedrag en vorderingen wegens letsel op het werk of aan het werk gerelateerde ziekte.

Tot niet-achtergestelde vorderingen met de op een na hoogste rang behoren alle overige vorderingen op de schuldenaar behalve de achtergestelde vorderingen.

Na afwikkeling van de niet-achtergestelde vorderingen worden de achtergestelde vorderingen in onderstaande volgorde afgewikkeld:

1. rente op vorderingen van schuldeisers in faillissement sinds de opening van de faillissementsprocedure;

2. kosten van individuele schuldeisers gemaakt in het kader van hun deelname aan de procedure;

3. boetes voor misdrijven of inbreuk en kosten die voortkomen uit straf- of inbreukprocedures;

4. vorderingen die de gratis verrichting van diensten door een schuldenaar beogen;

5. vorderingen voor de terugbetaling van leningen ter vervanging van kapitaal van een lid van een vennootschap of overeenkomstige vordering.

Uitstaande vorderingen worden opeisbaar bij opening van de faillissementsprocedure.

Vorderingen in verband met een ontbindende voorwaarde die van kracht wordt bij opening van een faillissementsprocedure, worden beschouwd als onvoorwaardelijke vorderingen tot het moment waarop die voorwaarde van kracht wordt.

De kosten van de faillissementsprocedure en de andere verplichtingen van de failliete boedel worden eerst betaald uit de failliete boedel. De vereffenaar wikkelt de vorderingen af in de volgorde van de resterende looptijd ervan.

Voorafgaand aan de uitdeling stelt de vereffenaar een lijst op van vorderingen die in acht worden genomen voor de uitdeling (uitdelingslijst). De vorderingen van de werknemers en ex-werknemers van de schuldenaar uit een arbeidsverhouding die zijn ontstaan vóór opening van de faillissementsprocedure worden in acht genomen voor het brutobedrag. De lijst vermeldt het totaalbedrag aan vorderingen en het bedrag uit de failliete boedel dat beschikbaar is voor uitdeling onder de schuldeisers.

Een bevoorrechte schuldeiser tegenover wie de schuldenaar ook persoonlijk aansprakelijk is, voorziet de vereffenaar binnen twee weken na aankondiging van de uitdelingslijst bewijs dat hij heeft afgezien van het recht op aparte afwikkeling – en voor welk bedrag – of dat er geen aparte afwikkeling is geweest. Als de schuldeiser niet op tijd is met het bewijs, wordt zijn vordering niet in aanmerking genomen in de gedeeltelijke uitdeling.

Vorderingen met een opschortende voorwaarde worden bij gedeeltelijke uitdeling in aanmerking genomen voor het volledige bedrag ervan. Het gedeelte dat deze vorderingen betreft, wordt tijdens de uitdeling gereserveerd.

Tijdens de definitieve uitdeling worden vorderingen met een opschortende voorwaarde niet in aanmerking genomen, als zij op het moment van de uitdeling geen materiële waarde vertegenwoordigen vanwege de geringe kans dat aan de voorwaarde wordt voldaan. In dat geval worden de bedragen die bij de vorige uitdelingen zijn gereserveerd voor betaling van deze vordering, opgenomen in het deel van de boedel waaruit de definitieve uitdeling plaatsvindt.

De schuldeisers die zijn uitgesloten van gedeeltelijke uitdeling en die vervolgens voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 275 en 276 van de SZ, ontvangen bij de volgende uitdeling uit het saldo van de failliete boedel eenzelfde bedrag als andere schuldeisers. Pas dan kan worden overgegaan tot afwikkeling van de vorderingen van andere schuldeisers.

De definitieve uitdeling begint zodra de realisatie van de failliete boedel is voltooid. De definitieve uitdeling mag alleen met toestemming van de rechter beginnen.

Als de vorderingen van alle schuldeisers bij de definitieve uitdeling voor het volledige bedrag kunnen worden betaald, draagt de vereffenaar een eventueel overschot over aan de individuele schuldenaar. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, kent de vereffenaar aan elke persoon met een belang in de schuldenaar het deel van het overschot toe waarop die persoon recht zou hebben in het geval van een liquidatieprocedure buiten de faillissementsprocedure.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure – als de schuldeisers het herstructureringsplan aanvaarden, erkent de rechter op grond van een beslissing de goedkeuring van het herstructureringsplan en bevestigt de rechter een gerechtelijk akkoord, tenzij:

− een van de schuldeisers met voldoende zekerheid vaststelt dat het herstructureringsplan de rechten beperkt tot onder het niveau dat zij redelijkerwijs zouden verwachten te ontvangen als er geen sprake was van herstructurering;

− het herstructureringsplan niet de indruk wekt dat de schuldenaar door uitvoering ervan in staat zal zijn solvent te worden in de periode tot het einde van het lopende jaar en binnen de twee volgende kalenderjaren;

− het herstructureringsplan geen beschrijving bevat van de afwikkeling van bedragen die de schuldeisers zouden ontvangen als hun vordering niet zou worden betwist; of

− in het herstructureringsplan wordt voorgesteld de vorderingen van een of meer schuldeisers te activeren en de leden van de schuldenaar geen beslissing hebben genomen om met die activiteit in te stemmen overeenkomstig de Vennootschapswet (Zakon o trgovačkim društvima).

Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor bevestiging van het gerechtelijk akkoord, bepaalt de rechter op grond van een beslissing dat de bevestiging van het gerechtelijk akkoord niet wordt verleend en dat de procedure wordt opgeschort.

Een bevestigd gerechtelijk akkoord heeft rechtsgevolgen voor de schuldeisers die niet hebben deelgenomen aan de procedure en de schuldeisers die wel hebben deelgenomen aan de procedure, en hun betwiste vorderingen worden vervolgens vastgesteld.

Een schuldenaar die winst heeft gemaakt met passiva die worden afgeschreven ingevolge een gerechtelijk akkoord, houdt die verworven winst aan tot het einde van de termijn voor nakoming van alle verplichtingen uit het gerechtelijk akkoord.

Als een schuldeiser een vordering op de schuldenaar afschrijft ingevolge een bevestigd gerechtelijk akkoord, wordt het bedrag van de afgeschreven vordering opgenomen als fiscaal aftrekbare uitgave van de schuldeiser.

b) Faillissementsprocedure - onmiddellijk na voltooiing van de definitieve uitdeling doet de rechter uitspraak ter afsluiting van de faillissementsprocedure, welke uitspraak ter hand wordt gesteld aan de instantie die het register beheert waarin de schuldenaar is ingeschreven. Eenmaal doorgehaald in het register, houdt een schuldenaar die een rechtspersoon is op te bestaan en verliest een schuldenaar die een natuurlijk persoon is zijn status als eenmanszaak, ondernemer of zelfstandige.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Na afsluiting van de faillissementsprocedure tegen een individuele schuldenaar kunnen schuldeisers in het faillissement hun resterende vorderingen onbeperkt voortzetten.

De schuldeisers in het faillissement kunnen hun vorderingen op de schuldenaar afdwingen op grond van een beslissing waarin hun vorderingen worden bevestigd, mits de vorderingen tijdens de onderzoekszitting zijn bevestigd en niet zijn betwist door de schuldenaar. Een tevergeefs betwiste vordering geldt als een onbetwiste vordering.

De rechter gelast op voorstel van de vereffenaar of een of meer van de schuldeisers, of ambtshalve, de procedure voort te zetten voor verdere uitdeling indien na de laatste zitting:

1. aan de voorwaarden is voldaan om gereserveerde bedragen uit te delen aan de schuldeisers;

2. uit de failliete boedel betaalde bedragen terug worden opgenomen in de failliete boedel;

3. er activa worden gevonden die deel uitmaken van de failliete boedel.

De rechter gelast de procedure voort te zetten voor verdere uitdeling, ongeacht het feit dat de procedure is afgesloten.

De rechter kan besluiten af te zien van verdere uitdeling en het voor uitdeling aan schuldeisers beschikbare bedrag of de aangetroffen goederen overdragen aan de individuele schuldenaar, als de rechter dat juist acht gezien het geringe bedrag of de geringe waarde van de goederen en de kosten van voortzetting van de procedure voor verdere uitdeling. De rechter kan als voorwaarde voor voortzetting van de procedure voor verdere uitdeling stellen dat de kosten van de procedure vooraf worden betaald.

Na uitvoering van de verdere uitdeling doet de rechter uitspraak over de afsluiting van de faillissementsprocedure.

Nadat verdere uitdeling is gelast, gaat de vereffenaar op basis van de definitieve lijst over tot uitdeling van het bedrag waarover vrij kan worden beschikt of het bedrag dat is ontvangen uit de realisatie van het deel van de failliete boedel dat naderhand is aangetroffen. De vereffenaar legt de eindafrekening over aan de rechter.

De schuldeisers uit de failliete boedel wier vorderingen aan de vereffenaar bekend zijn geworden:

1. tijdens gedeeltelijke uitdeling, na vaststelling van het deel voor uitdeling,

2. tijdens definitieve uitdeling, na afsluiting van de laatste zitting,

3. tijdens verdere uitdeling, na publicatie van de lijst voor die uitdeling,

kunnen alleen aanspraak maken op betaling uit het saldo van de failliete boedel dat resteert na de uitdeling.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Elke schuldeiser draagt zijn eigen kosten in een aan faillissement voorafgaande procedure en faillissementsprocedure, tenzij de SZ anders bepaalt.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Rechtshandelingen vóór opening van de faillissementsprocedure die de uniforme afwikkeling van schuldeisers in het faillissement verstoren (en daarmee de schuldeisers benadelen) of die bepaalde schuldeisers bevoordelen boven andere (voorkeursbehandeling van schuldeisers) kunnen door de vereffenaar worden betwist namens de schuldenaar en de schuldeisers in het faillissement, overeenkomstig de SZ. Omissies als gevolg waarvan de schuldenaar een recht verloor of die als grond hebben gediend voor het instellen, handhaven of veilig stellen van de geldelijke vorderingen op de schuldenaar, worden gelijkwaardig aan zulke rechtshandelingen geacht.

Een rechtshandeling die zekerheid of voorrang biedt aan of mogelijk maakt voor een schuldeiser op een wijze die en tijdstip dat congruent is met de inhoud van diens rechten (congruente afwikkeling) en die is verricht in de laatste drie maanden voor indiening van een voorstel tot opening van een faillissementsprocedure, kan worden betwist als de schuldenaar ten tijde van de handeling insolvent was en de schuldeiser van die insolventie op de hoogte was.

Een rechtshandeling die zekerheid of voorrang biedt aan of mogelijk maakt voor een schuldeiser in overeenstemming met de inhoud van diens rechten, kan worden betwist als zij is verricht na indiening van het voorstel tot opening van een faillissementsprocedure en als de schuldeiser ten tijde van de handeling op de hoogte was van de insolventie of het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure.

De schuldeiser wordt geacht op de hoogte te zijn geweest van de insolventie of het voorstel tot opening van een faillissementsprocedure als hij wist, of had moeten weten, van de omstandigheden waaruit duidelijk moet zijn geweest dat er sprake was van insolventie of van een voorstel tot indiening van een voorstel tot opening van een faillissementsprocedure.

Personen die ten tijde van de handeling in nauw contact stonden met de schuldenaar, worden geacht op de hoogte te zijn geweest van de insolventie en het voorstel een faillissementsprocedure te openen.

Een rechtshandeling die zekerheid of voorrang biedt aan of mogelijk maakt voor een schuldeiser, terwijl hij niet het recht had een vordering in te stellen of op die wijze of op dat moment een vordering in te stellen, kan worden betwist:

1. als zij werd verricht in de laatste maand voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure of na indiening van het voorstel, of

2. als zij werd verricht in de derde of tweede maand voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure en de schuldenaar destijds insolvent was, of

3. als de handeling werd verricht in de derde of tweede maand voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure, en de schuldeiser ten tijde van de verrichting van de handeling wist dat de schuldeisers in het faillissement erdoor zouden worden benadeeld.

Een schuldeiser wordt geacht te hebben geweten dat de handeling nadelig zou zijn voor andere schuldeisers als hij op de hoogte was, of had moeten zijn, van omstandigheden waaruit duidelijk moet zijn geweest dat schuldeisers zouden worden benadeeld. Personen die ten tijde van de handeling in nauw contact stonden met de schuldenaar, worden geacht te hebben geweten dat de schuldeisers in het faillissement zouden worden benadeeld.

Een rechtshandeling van de schuldenaar die rechtstreeks resulteert in nadeel voor de schuldeisers in het faillissement, kan worden betwist:

1. als zij is verricht in de laatste drie maanden voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure, als de schuldenaar insolvent was ten tijde van de handeling en als de andere partij op de hoogte was van de insolventie; of

2. als zij is verricht na indiening van het voorstel tot opening van een faillissementsprocedure en als de andere persoon ten tijde van de rechtshandeling op de hoogte was, of had moeten zijn, van de insolventie of van het voorstel een faillissementsprocedure te openen.

Een rechtshandeling van de schuldenaar die resulteert in het verlies van een of meer van zijn rechten of die hem belet een of meer van zijn rechten uit te oefenen, of een handeling op basis waarvan een geldelijke vordering tegen hem geldig kan blijven of kan worden afgedwongen, wordt op dezelfde wijze behandeld als een handeling die rechtstreeks nadeel voor de schuldeisers tot gevolg heeft.

Een rechtshandeling die de schuldenaar in de laatste tien jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure of nadien heeft verricht met de intentie schuldeisers te benadelen, kan worden betwist als de wederpartij op de hoogte was van de intentie van de schuldenaar ten tijde van de handeling. De wederpartij wordt geacht op de hoogte te zijn geweest van die intentie, als zij wist dat de schuldenaar insolventie riskeerde en dat deze handeling de schuldeisers zou benadelen.

De schuldeiser wordt geacht te hebben geweten dat de schuldenaar insolventie riskeerde en dat de handeling nadelig zou zijn voor de schuldeisers als die schuldeiser op de hoogte was, of had moeten zijn, van omstandigheden waaruit duidelijk moet zijn geweest dat de schuldenaar insolvent was en dat die handeling nadelig zou zijn voor de schuldeisers.

Overeenkomsten onder bezwarende titel tussen de schuldenaar en personen die nauw met hem in contact staan, kunnen worden betwist als zij de schuldeisers rechtstreeks nadeel berokkenen. Zulke overeenkomsten kunnen niet worden betwist als zij meer dan twee jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure zijn aangegaan, of als de wederpartij bewijst dat zij bij het aangaan van de overeenkomst niet op de hoogte was van de intentie van de schuldenaar de schuldeisers te benadelen.

Een rechtshandeling van de schuldenaar die om niet of tegen een onbeduidende vergoeding is verricht kan worden betwist, tenzij zij vier jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure is verricht. In het geval van een incidenteel geschenk van geringe waarde kan de handeling niet worden betwist.

Een rechtshandeling waarbij een lid van de vennootschap een vordering voor terugbetaling van een lening ter vervanging van kapitaal of een vergelijkbare vordering instelt, is nietig:

1. als zij dient tot zekerstelling en in de laatste vijf jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure of nadien is verricht;

2. als zij de afwikkeling garandeert en in het laatste jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure of nadien is verricht.

Een rechtshandeling waarbij het aandeel van de stille vennoot van de vennootschap geheel of gedeeltelijk aan hem wordt teruggegeven, of waarbij geheel of gedeeltelijk afstand wordt gedaan van zijn aandeel in de geleden verliezen, kan worden betwist als de overeenkomst waarop de handeling is gebaseerd, in het laatste jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure tegen de vennootschap of nadien is aangegaan. Hetzelfde is van toepassing als de stille vennoot wordt geliquideerd in overeenstemming met de overeenkomst.

In het geval van congruente afwikkeling kunnen betalingen die de schuldenaar heeft verricht via een wissel, niet van de ontvanger worden teruggevorderd als de ontvanger overeenkomstig de wet inzake verhandelbare instrumenten een vordering op andere schuldenaren zou verliezen als hij weigert de betaling te aanvaarden.

Een rechtshandeling wordt geacht te zijn verricht op het moment waarop de rechtsgevolgen ervan zich voordoen.

Als voor de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling inschrijving in een openbare administratie, register of logboek vereist is, wordt de rechtshandeling geacht te zijn verricht zodra is voldaan aan de overige voorwaarden voor geldigheid, de verklaring van de schuldenaar die inschrijving te zullen verrichten, bindend wordt, en de wederpartij een verzoek om inschrijving van een juridische wijziging indient. Deze bepaling is tevens van toepassing op verzoeken om inschrijving vooraf met het oog op veiligstelling van het recht op een juridische wijziging.

Als een rechtshandeling onderworpen is aan een voorwaarde of termijn, wordt het tijdstip waarop zij is verricht in aanmerking genomen, niet het tijdstip waarop de voorwaarde zich voordoet of de termijn verstrijkt.

Een rechtshandeling waarvoor een executoriale titel is verkregen en een rechtshandeling die is verricht in het kader van het executoriale proces, kunnen worden betwist.

Als de schuldenaar voor zijn prestatie een vergoeding van dezelfde waarde heeft aanvaard die rechtstreeks tot zijn activa is komen te behoren, kan de rechtshandeling achter die prestatie alleen worden betwist als er sprake is van opzettelijke benadeling.

De vereffenaar kan namens de schuldenaar rechtshandelingen van de schuldenaar betwisten op basis van goedkeuring door de rechter. De klacht wordt ingediend tegen de persoon tegenover wie de betwiste handeling werd verricht.

De vereffenaar kan binnen anderhalf jaar na opening van de faillissementsprocedure een klacht indienen om rechtshandelingen te betwisten.

Iedere schuldeiser in faillissement kan in de onderstaande gevallen voor eigen rekening een vordering instellen om rechtshandelingen te betwisten:

- indien de vereffenaar niet binnen de in artikel 212, lid 3, SZ gestelde termijn een vordering heeft ingesteld om de rechtshandelingen te betwisten – binnen drie maanden na het verstrijken van de in artikel 212, lid 3, SZ gestelde termijn;

- indien de vereffenaar een vordering bij de rechtbank om de rechtshandelingen te betwisten intrekt – binnen drie maanden na publicatie van de definitieve beslissing ter bevestiging van de intrekking op het elektronische prikbord van de rechtbank (e-Oglasna ploča suda);

- indien hij de vereffenaar eerder heeft verzocht om een verklaring en de vereffenaar heeft verklaard geen vordering te zullen instellen om de rechtshandelingen te betwisten – binnen drie maanden na publicatie van de verklaring van de vereffenaar op het elektronische prikbord van de rechtbank;

- indien hij de vereffenaar eerder heeft verzocht om een verklaring en de vereffenaar niet binnen drie maanden heeft verklaard of hij wel of geen vordering zal instellen om de rechtshandelingen te betwisten – binnen drie maanden na het verzoek om een dergelijke verklaring te doen.

Als het verzoek om rechtshandelingen te betwisten is toegewezen, heeft de betwiste rechtshandeling geen rechtsgevolgen voor de failliete boedel en wordt van de wederpartij verlangd alle via de betwiste transactie verkregen materiële voordelen weer te voegen bij de failliete boedel, tenzij de SZ anders bepaalt. Een voorstel tot executie op basis van de beslissing waarbij het verzoek om rechtshandelingen te betwisten is toegewezen, kan worden ingediend door de vereffenaar namens en voor rekening van de schuldenaar of de failliete boedel, en door een schuldeiser in het faillissement namens zichzelf en ten gunste van de schuldenaar of de failliete boedel.

Een persoon die prestaties aanvaardt en daar geen of slechts een geringe vergoeding tegenover stelt, moet hetgeen hij heeft ontvangen alleen teruggeven als zijn vermogen erdoor groter is geworden, tenzij hij wist, of had moeten weten, dat die prestatie nadelig zou zijn voor de schuldeisers.

Een definitieve beslissing in een vordering om rechtshandelingen te betwisten, is van toepassing op de schuldenaar, de failliete boedel en alle schuldeisers, tenzij de SZ anders bepaalt.

Als de rechter de vordering om een rechtshandeling te betwisten heeft toegewezen, wordt van de tegenpartij verlangd alle via de betwiste transactie verkregen materiële voordelen weer te voegen bij de failliete boedel. Nadat deze voordelen weer bij de failliete boedel zijn gevoegd, hebben de schuldeisers als eisende partij recht op voorrang bij de betaling uit die voordelen, in verhouding tot het bedrag van hun bevestigde vorderingen.

De rechtshandelingen van de schuldenaar kunnen worden betwist middels aantekening van bezwaar in het kader van een rechtsgeding zonder tijdsbeperking.

Een rechtshandeling kan ook worden betwist tegenover de erfgenaam of andere universele rechtsopvolger van de tegenpartij.

Een juridische transactie kan worden betwist tegenover andere rechtsopvolgers van de tegenpartij:

1. als de rechtsopvolger ten tijde van de verkrijging op de hoogte was van de omstandigheden waarop de vernietigbaarheid van de verkrijging van hun rechtsvoorganger is gebaseerd;

2. als de rechtsopvolger ten tijde van de verkrijging een persoon in nauw contact met de schuldenaar was, tenzij hij bewijst dat hij destijds niet op de hoogte was van de omstandigheden waarop de vernietigbaarheid van de verkrijging van hun rechtsvoorganger is gebaseerd;

3. als het verkregene om niet of tegen slechts een geringe vergoeding aan de rechtsopvolger is overgedragen.

Een rechtshandeling die na opening van de faillissementsprocedure is verricht en geldig blijft overeenkomstig de regels voor bescherming van vertrouwen in openbare registers, kan worden betwist overeenkomstig de regels voor het betwisten van rechtshandelingen die zijn verricht voor de opening van faillissementsprocedures.

Laatste update: 08/09/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Italië

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Er kan een insolventieprocedure worden ingesteld jegens alle ondernemers (natuurlijke of rechtspersonen) die zich in een van de volgende situaties bevinden:

a) activa met een waarde van 300 000 EUR of meer, gedurende de drie jaren voorafgaand aan het verzoek om faillissement of om een akkoord;

a) jaarlijkse bruto inkomsten van 200 000 EUR of meer, gedurende elk van de drie jaren voorafgaand aan het verzoek om faillissement of om een akkoord;

c) 500 000 EUR schulden of meer, op de datum van het verzoek om faillissement of om een akkoord (ongeacht op welke datum deze zijn ontstaan).

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

a) Een faillietverklaring is alleen mogelijk wanneer de ondernemer insolvent is. Dit kan worden aangevraagd:

- door de schuldenaar;

- door een schuldeiser;

- door het Openbaar Ministerie.

b) Een akkoord ter voorkoming van een faillissement is alleen mogelijk wanneer de ondernemer zich in een crisissituatie bevindt (dat wil zeggen dat hij financiële problemen heeft die niet ernstig genoeg zijn voor insolventie). Dit kan uitsluitend worden aangevraagd door de schuldenaar.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De insolvente boedel omvat alle zaken, met uitzondering van:

1) strikt persoonlijke zaken en rechten;

2) uitkeringen voor levensonderhoud, vergoedingen, pensioenen, salarissen en inkomsten uit de activiteit van de schuldenaar, voor zover deze noodzakelijk zijn om te voorzien in zijn behoeften en die van zijn gezin;

3) inkomsten uit het wettelijke vruchtgebruik van de zaken van de kinderen van de schuldenaar, de zaken die het familiespaargeld vormen en de opbrengst hiervan, onverminderd het bepaalde in artikel 170 van het Burgerlijk Wetboek;

4) zaken die krachtens de wet niet voor beslag vatbaar zijn.

De failliete boedel omvat ook alle zaken die de schuldenaar na de inleiding van de procedure verwerft, maar niet de kosten betreffende de aankoop en het behoud van die zaken.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

De curator is bevoegd en verplicht om de zaken te beheren en te verkopen en om de opbrengst hiervan te verdelen onder de schuldeisers.

De schuldenaar kan worden gehoord voor meer informatie en hij kan handelingen van de curator en de rechter-commissaris aanvechten, maar uitsluitend als deze de wet schenden (en niet alleen om redenen van opportuniteit).

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Personen die de curator geld verschuldigd zijn, kunnen hun schuld compenseren met een andere vordering in het kader van dezelfde procedure, op voorwaarde dat de schuld en de andere vordering allebei voorafgaand aan de procedure zijn ontstaan.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

De curator kan besluiten om overeenkomsten die lopen op de datum van de faillietverklaring voort te zetten of te ontbinden.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Na de inleiding van de insolventieprocedure hebben schuldeisers uitsluitend het recht om een rechtsvordering in te stellen als de curator blijft stilzitten, dat wil zeggen als hij geen actie onderneemt (ongeacht of dit opzettelijk of uit nalatigheid is).

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Uitsluitend de curator is bevoegd om rechtsvorderingen die een schuldeiser jegens een persoon heeft ingesteld voort te zetten wanneer die persoon later failliet wordt verklaard.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Het comité van schuldeisers bestaat uit drie of vijf schuldeisers en speelt een belangrijke rol, daar het bevoegd is om:

- transacties, schikkingen, intrekking van rechtszaken, de erkenning van rechten van derden, de opheffing van hypotheken, de teruggave van pandrechten, de vrijgave van zekerheden, de aanvaarding van een nalatenschap of schenkingen en alle andere handelingen van buitengewoon beheer goed te keuren;

- de rechtbank te verzoeken om de afzetting van de curator;

- het liquidatieplan goed te keuren;

- de curator toe te staan om een overeenkomst over te nemen die loopt op de datum van de faillietverklaring;

- de inventarisatie van de zaken van de schuldenaar bij te wonen;

- alle stukken van het proceduredossier te raadplegen;

- de curator toe te staan om een of meerdere zaken niet op te nemen in de activa of om af te zien van de liquidatie ervan, als de liquidatie duidelijk ongepast is;

- de rechter-commissaris te verzoeken om de verkoop van de zaken op te schorten.

Naast de bevoegdheden inzake actief beheer geeft het comité van schuldeisers advies over de maatregelen die onder de bevoegdheid van de rechter-commissaris of de rechtbank vallen, te weten:

- toestemming voor de pandhoudende schuldeiser om de verpande zaak te verkopen;

- toestemming voor de rechter-commissaris om de activiteiten van de onderneming tijdelijk voort te zetten (zonder instemming van het comité van schuldeisers kan niet worden besloten tot de voortzetting van de activiteiten);

- toestemming voor de rechter-commissaris om de onderneming te verhuren (zonder instemming van het comité van schuldeisers kan niet worden besloten tot het verhuren van de onderneming).

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

De curator kan (met toestemming):

- de activiteiten van de onderneming voortzetten;

- de onderneming verhuren;

- alle zaken verkopen om de opbrengst hiervan te verdelen onder de schuldeisers;

- weigeren zaken van geringe waarde te verkopen.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Iedere schuldeiser kan de rechtbank verzoeken om de schuldenaar failliet te verklaren. De schuldeiser hoeft geen executoriale titel te hebben, het is vooral belangrijk dat de vordering wordt gestaafd met bewijsstukken.

Alle schuldeisers (met inbegrip van degenen die met succes om een faillietverklaring hebben verzocht) dienen na de inleiding van de faillissementsprocedure te verzoeken om de erkenning van hun vorderingen.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De schuldeiser kan een erkenningsverzoek indienen zonder te worden vertegenwoordigd door een advocaat.

Het verzoek dient bewijsstukken betreffende de vordering te bevatten en digitaal te worden ingediend (gecertificeerde e-mail).

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De opbrengst van de verkochte zaken wordt onder alle schuldeisers verdeeld, naargelang de rangorde van de voorrechten. In de wet is voor veel vorderingen een rangorde (hypotheken, pandrechten, algemene of bijzondere voorrechten) vastgesteld met betrekking tot alle of een deel van de zaken.

Als de opbrengst van de verkoop niet toereikend is om alle vorderingen op de schuldenaar te voldoen (wat bijna altijd het geval is), wordt deze opbrengst niet verdeeld naar verhouding van de hoogte van de vorderingen, maar op basis van hun rang, conform het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

De beëindiging van de faillissementsprocedure wordt uitgesproken indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- er is geen enkel erkenningsverzoek ingediend;

- alle vorderingen zijn voldaan;

- de opbrengst van de verkochte activa is volledig verdeeld;

- er is vastgesteld dat er geen te verkopen zaken of andere nog te innen bedragen zijn.

Na de beëindiging van de faillissementsprocedure is de schuldenaar weer bevoegd om te handelen, om in rechte op te treden en om zaken te verkrijgen zonder dat deze in beslag worden genomen door de curator.

Met de bekrachtiging van de overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldeisers worden het akkoord ter voorkoming van een faillissement en het faillissementsakkoord afgesloten. Als in het akkoord echter is bepaald dat er zaken dienen te worden overgedragen (liquidatie‑akkoord), wordt de procedure voor de verkoop van de activa voortgezet en eindigt deze pas als alle zaken zijn verkocht en de opbrengst hiervan is verdeeld onder de schuldeisers.

Door de beëindiging van het akkoord ter voorkoming van een faillissement en het faillissementsakkoord is de schuldenaar bevrijd van zijn schulden.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Als de beëindiging van de faillissementsprocedure is uitgesproken, kunnen de schuldeisers een rechtsvordering instellen jegens de schuldenaar om de restschuld te innen (dat wil zeggen het deel van hun vordering dat de curator niet heeft voldaan). Als de schulden van de schuldenaar zijn kwijtgescholden, kunnen de schuldeisers echter niets vorderen van de schuldenaar.

Zodra het akkoord is gesloten, kunnen de schuldeisers niets meer vorderen van de schuldenaar. Als de schuldenaar zijn verplichtingen echter niet nakomt, kunnen de schuldeisers binnen een jaar verzoeken om de ontbinding van het akkoord.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten van de insolventieprocedure worden betaald uit de opbrengst van de verkoop van de activa.

Als de schuldenaar geen activa heeft, worden de vergoeding van de curator en de onkosten die deze heeft gemaakt door de staat betaald.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Handelingen die de schuldenaar heeft verricht voorafgaand aan de faillissementsprocedure zijn herroepbaar, voor zover deze binnen een bepaalde termijn (een jaar of zes maanden) voorafgaand aan de procedure zijn verricht.

Handelingen die de schuldenaar heeft verricht na de inleiding van de faillissementsprocedure zijn niet uitvoerbaar.

Handelingen van buitengewoon beheer die tijdens de procedure voor het akkoord ter voorkoming van een faillissement worden verricht zonder goedkeuring van de rechtbank zijn niet uitvoerbaar.

Laatste update: 16/03/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Cyprus

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Faillissement (ptóchevsi): een faillietverklaring (diátagma ptóchevsis) vindt alleen plaats tegen een natuurlijk persoon die insolvent is.

Liquidatie (ekkathárisi): een bevel tot liquidatie (diátagma ekkathárisis) wordt gegeven met betrekking tot een rechtspersoon. Een vrijwillige liquidatie (ekoúsia ekkathárisi), buitengerechtelijk of onder toezicht van de rechter, heeft eveneens betrekking op een rechtspersoon.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Faillissement: de wettelijke voorschriften voor het faillissement van natuurlijke personen zijn te vinden in de Faillissementswet (perí Ptóchevsis Nómos, hoofdstuk 5), die de afgelopen twee jaar grondig is aangepast aan de veranderende sociale en economische situatie.

Een faillissementsaanvraag kan door een schuldeiser of de schuldenaar zelf worden ingediend voor schulden van meer dan 15 000 EUR, mits er sprake is van een handeling die aanleiding is voor faillissementsaanvraag of de schuldenaar zich in kennelijke staat van faillissement bevindt en op Cyprus aanwezig was of zijn gewone verblijfplaats had op Cyprus of zijn bedrijf voerde op Cyprus of lid was van een firma of vennootschap die haar onderneming voerde op Cyprus.

Van een handeling die aanleiding is voor een faillissementsaanvraag (práxi ptóchevsis) is onder meer sprake als:

a) een schuldeiser een definitieve uitspraak tegen de schuldenaar verkrijgt, ongeacht het bedrag, en de schuldenaar niet betaalt;

b) de schuldenaar een verklaring van onvermogen tot betaling van zijn schulden indient;

c) de schuldenaar een faillissementsaanvraag indient;

d) een persoonlijk afbetalingsplan waarbij de schuldenaar partij is, geacht wordt te zijn mislukt of te zijn beëindigd overeenkomstig de wettelijke voorschriften inzake de insolventie van natuurlijke personen (perí Aferengyótitas Fysikón Prosópon Nómos).

Liquidatie van vennootschappen: een vennootschap kan worden geliquideerd als zij haar schulden niet kan betalen of als zij bij bijzonder besluit overgaat tot ontbinding middels liquidatie van haar bezittingen en volledige of gedeeltelijke afbetaling van haar schulden. Een bevel tot liquidatie kan worden gegeven als een vennootschap haar schulden niet kan betalen. Het verschuldigde bedrag moet groter zijn dan 5 000 EUR. Een verzoek tot liquidatie wordt hetzij door een schuldeiser of door de aandeelhouders ingediend bij de rechtbank.

Vrijwillige liquidatie

Er zijn drie soorten vrijwillige liquidatie.

  • Vrijwillige liquidatie door schuldeisers (ekoúsia ekkathárisi apó pistotés): dit is een buitengerechtelijke liquidatie die plaatsvindt als de vennootschap insolvent is en haar bestuur besluit tot liquidatie. Een vrijwillige liquidatie door schuldeisers begint met het bijeenroepen van een vergadering van schuldeisers om zich te buigen over een door de algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap genomen bijzonder besluit tot vrijwillige liquidatie.
  • Vrijwillige liquidatie door leden (ekoúsia ekkathárisi apó méli): dit is eveneens een buitengerechtelijke liquidatie, die in gang wordt gezet door een bijzonder besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders wanneer de vennootschap solvent is.
  • Vrijwillige liquidatie onder toezicht van de rechter (ekoúsia ekkathárisi ypó tin epopteía tou Dikastiríou): wanneer een vennootschap een besluit tot vrijwillige liquidatie heeft genomen, kan de rechter gelasten de liquidatie onder zijn toezicht te laten verlopen.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Faillissement: de failliete boedel bestaat uit alle eigendommen die bij aanvang van de faillissementsprocedure toebehoren aan, of berusten bij de failliet, of die vóór decharge van de failliet door hem worden verkregen of op hem overgaan, niet zijnde de eigendommen die de failliet of zijn gezin nodig hebben om te overleven.

Eigendommen verkregen na aanvang van de faillissementsprocedure en voor opheffing of nietigverklaring van het faillissement, maken deel uit van de failliete boedel.

Liquidatie: onder eigendommen worden in het kader van de liquidatie verstaan de eigendommen die toebehoorden aan de vennootschap voordat het bevel tot liquidatie werd gegeven of voordat het bijzonder besluit tot vrijwillige liquidatie werd genomen.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Faillissement: bij een faillietverklaring wordt de curator (epísimos paralíptis) de bewindvoerder over de eigendommen van de failliet. In een later stadium kan iedere bevoegde insolventiefunctionaris (adeiodotiménos sýmvoulos aferengyótitas) worden aangesteld als bewindvoerder (diacheiristís). De bewindvoerder heeft als taak de eigendommen van de failliet te verkopen en de opbrengsten uit te delen aan de schuldeisers. Wanneer de curator of insolventiefunctionaris de taken van bewindvoerder verricht, blijft de failliet eigenaar van alle bij hem berustende eigendommen, die per de aanvangsdatum van de faillissementsprocedure evenwel uitsluitend worden beheerd door de bewindvoerder.

Liquidatie: bij een bevel tot liquidatie wordt de curator automatisch vereffenaar (ekkatharistís) als de schuldeisers geen vereffenaar aanstellen, tenzij er een bevoegde insolventiefunctionaris wordt aangesteld als vereffenaar op verzoek van de curator of op grond van een beslissing van de vergadering van schuldeisers en de vergadering van contributories van de vennootschap. De vereffenaar heeft als taak de eigendommen van de te ontbinden vennootschap te realiseren en de opbrengst uit te delen aan haar schuldeisers en contributories. Wanneer de curator of insolventiefunctionaris de taak van vereffenaar van de eigendommen van de te liquideren rechtspersoon op zich neemt, worden de eigendommen, ook al blijft de vennootschap eigenaar van alle bij haar berustende eigendommen, per de aanvangsdatum van de liquidatieprocedure beheerd door de vereffenaar, ten behoeve van de verkoop ervan.

Vrijwillige liquidatie: in het geval van vrijwillige liquidatie staakt de vennootschap haar bedrijf per aanvangsdatum van de liquidatieprocedure, behalve voor zover nodig voor een gunstige uitkomst van de liquidatie. De vereffenaar heeft als taak de eigendommen van de te liquideren vennootschap te realiseren en de opbrengst uit te delen aan de schuldeisers en contributories.

  • Vrijwillige liquidatie door schuldeisers: de schuldeisers en de vennootschap dragen tijdens hun respectieve vergaderingen de insolventiefunctionaris voor die zij als vereffenaar van de vennootschap willen aanstellen; indien evenwel de voordrachten niet overeenkomen, wordt de door de schuldeisers voorgedragen insolventiefunctionaris aangesteld als vereffenaar.
  • Vrijwillige liquidatie door leden: de vennootschap stelt bij besluit van de algemene vergadering een bevoegde insolventiefunctionaris aan als vereffenaar, die verantwoordelijk is voor de afwikkeling van de onderneming van de vennootschap en uitdeling van de baten uit de boedel. Bij aanstelling van een vereffenaar verliezen de bestuurders hun bevoegdheden, behalve voor zover een algemene vergadering van de vennootschap of de vereffenaar voortzetting ervan goedkeurt.
  • Vrijwillige liquidatie onder toezicht van de rechter: bij het geven van een bevel tot liquidatie onder toezicht kan de rechter op grond van dat bevel of een later bevel een aanvullende vereffenaar aanstellen. Een door de rechter aangestelde vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, verplichtingen en positie als een vereffenaar die is aangesteld op grond van een bijzonder besluit of op grond van een besluit van de schuldeisers zoals hiervoor beschreven.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Faillissement: de wetgeving bepaalt dat aanspraak kan worden gemaakt op verrekening als er wederzijdse schuldvorderingen of andere wederzijdse betrekkingen tussen de failliet en een andere persoon bestaan voordat het faillissement wordt uitgesproken, tenzij de andere persoon ten tijde van de kredietverstrekking op de hoogte was van de door de failliet verrichte handeling die aanleiding was voor een faillissementsaanvraag.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Faillissement: bestaande wettige overeenkomsten waarbij de failliet partij is, blijven van kracht en de failliet blijft persoonlijk verantwoordelijk voor nakoming van de voorwaarden ervan.

Liquidatie: bestaande wettige overeenkomsten waarbij een te liquideren vennootschap partij is, blijven van kracht. Hetzelfde geldt voor wettige overeenkomsten die zijn aangegaan door vennootschappen die vrijwillig worden geliquideerd.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Faillissement: als er een vordering tegen een failliet wordt ingesteld nadat de faillietverklaring is uitgesproken, moet de rechter om toestemming worden gevraagd om de vordering toe te laten.

Liquidatie: als er een vordering tegen een te liquideren vennootschap wordt ingesteld nadat de liquidatieverklaring is uitgesproken, moet de rechter om toestemming worden gevraagd om de vordering toe te laten.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Faillissement: vorderingen die reeds aanhangig zijn tegen een failliet, lopen gewoon door, zonder dat daarvoor toestemming van de rechter nodig is.

Liquidatie: vorderingen die reeds aanhangig zijn tegen een te liquideren vennootschap, kunnen alleen met toestemming van de rechter worden voortgezet. Het is geheel aan de curator van de rechter of de vereffenaar van de vennootschap zulke vorderingen af te handelen.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Faillissement: om deel te nemen aan de faillissementsprocedure dient de schuldeiser de ingevulde formulieren voor titel van schuldvordering (epalíthevsi chréous) in, samen met al het ondersteunend bewijs. De curator of de insolventiefunctionaris die als bewindvoerder optreedt, beslist over toelating of afwijzing van het bewijs. Vervolgens wordt een dividend betaald aan de schuldeisers volgens de rangorde die is vastgelegd in de Faillissementswet. Na registratie van hun bewijs kunnen de schuldeisers deelnemen aan vergaderingen die worden bijeengeroepen door de curator of de insolventiefunctionaris die is belast met liquidatie van de vennootschap.

Liquidatie: om deel te nemen aan de liquidatieprocedure dient de schuldeiser de ingevulde formulieren voor titel van schuldvordering in, samen met al het ondersteunend bewijs. Dezelfde procedures zijn van toepassing als in het geval van faillissement, behalve dat in dit geval het dividend wordt uitgekeerd overeenkomstig de Wet op de vennootschappen (perí Etaireión Nómos, hoofdstuk 113).

Hetzelfde geldt voor vrijwillige liquidatie, in het bijzonder vrijwillige liquidatie door schuldeisers, waarbij de schuldeisers direct vanaf het begin van de procedure deelnemen, wanneer zij in vergadering bijeen worden geroepen om een vereffenaar van hun keuze voor te stellen.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Faillissement: de bewindvoerder heeft de bevoegdheid en de mogelijkheid om onroerend goed te verkopen op een wijze die hij geschikt en in het belang van de procedure acht. Vervolgens wordt een dividend betaald aan de schuldeisers volgens de rangorde die is vastgelegd in de Faillissementswet. Voor verhypothekeerd vastgoed is een gerechtelijk bevel nodig.

Liquidatie: de vereffenaar van een te liquideren vennootschap kan het onroerend goed van de vennootschap verkopen op een wijze die hij in het belang van de procedure acht. Vervolgens wordt een dividend betaald aan de schuldeisers volgens de rangorde die is vastgelegd in de Wet op de vennootschappen. Voor verhypothekeerd vastgoed is een gerechtelijk bevel nodig. Dezelfde voorschriften gelden voor vrijwillige liquidatie.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Faillissement: bij een faillietverklaring mogen schuldeisers bewijs overleggen van schulden die zijn ontstaan tot aan de datum van de failliet- of liquidatieverklaring en die betrekking hebben op vorderingen voor een vast bedrag. Vorderingen die ontstaan na de faillietverklaring vallen buiten de reikwijdte van de faillissementsprocedure, zodat schuldeisers daarvoor zelf een vordering op de failliet zullen moeten instellen.

Liquidatie: nadat er een liquidatieverklaring is afgegeven of een bijzonder besluit tot vrijwillige liquidatie is genomen, kunnen schuldeisers bewijs indienen van schulden die zijn ontstaan tot aan de datum van de liquidatieverklaring of van het bijzonder besluit en die betrekking hebben op vorderingen voor een vast bedrag. Vorderingen die ontstaan na de liquidatieverklaring of het bijzonder besluit, vallen buiten de reikwijdte van de liquidatieprocedure, zodat schuldeisers daarvoor zelf een vordering op de bestuurders van de te liquideren vennootschap moeten instellen.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Faillissement: bij een faillietverklaring verstrekt elke schuldeiser binnen 35 dagen na de datum van bekendmaking van de verklaring schriftelijk bewijs van zijn schuldvordering aan de curator of bewindvoerder. Het bewijs bevat informatie over de schuld, vermeldt de namen van alle garanten en maakt duidelijk of de schuldeiser zekerheid heeft. Ten behoeve van het dividend laat de curator of vereffenaar binnen tien dagen schriftelijk weten of hij het bewijs toelaat of afwijst. Een schuldeiser of garant kan de beslissing van de curator of bewindvoerder binnen 21 dagen aanvechten bij de rechter.

Liquidatie: bij een liquidatieverklaring verstrekt elke schuldeiser binnen 35 dagen na de datum van bekendmaking van die verklaring schriftelijk bewijs van schuld aan de curator of vereffenaar. Het bewijs bevat informatie over de schuld, vermeldt de namen van alle garanten en maakt duidelijk of de schuldeiser zekerheid heeft. Ten behoeve van het dividend laat de curator of vereffenaar binnen tien dagen schriftelijk weten of hij het bewijs toelaat of afwijst. Een schuldeiser of garant kan de beslissing van de curator of vereffenaar binnen 21 dagen aanvechten bij de rechter. Dezelfde voorschriften gelden voor vrijwillige liquidatie.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Faillissement: bij uitdeling van de failliete boedel worden de schulden gelijk en naar evenredigheid gerangschikt per categorie (de "regel van gelijke rang"), tenzij iedereen volledig kan worden betaald uit de boedel. De rangorde van de vorderingen is als volgt:

  • kosten en beloning van de bewindvoerder;
  • vergoeding voor de curator;
  • onkosten van een schuldeiser die de aanvraag (mede) heeft ingediend;
  • preferente schulden;
  • ongedekte schulden.

Liquidatie: bij uitdeling van de te liquideren boedel worden de schuldvorderingen gelijk en naar evenredigheid gerangschikt per categorie (de "regel van gelijke rang"), tenzij iedereen volledig kan worden betaald uit de boedel. De rangorde van de vorderingen is als volgt:

  • feitelijke kosten en beloning van de vereffenaar;
  • vergoeding voor de curator of vereffenaar;
  • onkosten van een schuldeiser die de aanvraag (mede) heeft ingediend;
  • preferente schulden;
  • floating charges;
  • concurrente schuldeisers.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Faillissement: de failliet kan bij de curator of bewindvoerder een schriftelijk voorstel indienen voor een schikking (symvivasmós) met zijn schuldeisers. Tijdens een vergadering van schuldeisers kan het voorstel slechts worden aangenomen door een meerderheid van de schuldeisers die driekwart van de totale waarde van de schulden vertegenwoordigen. Als de schuldeisers instemmen met het voorstel, verzoekt de failliet of de curator of bewindvoerder de rechter het goed te keuren. Goedkeuring door de rechter is bindend voor alle schuldeisers die hun vorderingen hebben bewezen. Zodra aan de voorwaarden van de schikking is voldaan, worden de bewezen schuldvorderingen geacht te zijn afgewikkeld.

Bij nietigverklaring van de faillietverklaring wordt de faillissementsprocedure volledig afgesloten.

Liquidatie: een liquidatieprocedure wordt volledig afgesloten bij definitieve ontbinding of bij nietigverklaring van de liquidatieverklaring.

Een vrijwillige liquidatieprocedure wordt afgesloten en de geliquideerde vennootschap wordt definitief ontbonden drie maanden na indiening bij de curator van de definitieve rekening van de vennootschap, die wordt opgesteld na voltooiing van de liquidatie en uitdeling van de eigendommen van de vennootschap.

Als iemand echter juridisch belang heeft bij een doorstart van een vennootschap die na vrijwillige liquidatie of op bevel van de rechtbank is ontbonden, kan hij daartoe binnen twee jaar na de ontbinding een verzoek indienen bij de rechter.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Faillissement: indien de faillietverklaring wordt vernietigd en de schuldeisers hebben ingestemd zonder volledig te zijn voldaan, hebben zij het recht de na vernietiging van de faillietverklaring verschuldigde bedragen te vorderen.

Liquidatie: indien de liquidatieverklaring wordt vernietigd en de schuldeisers hebben ingestemd zonder volledig te zijn voldaan, hebben zij het recht de na vernietiging van het bevel verschuldigde bedragen te vorderen.

Als iemand juridisch belang heeft bij een doorstart van een vennootschap die na vrijwillige liquidatie of op bevel van de rechter is ontbonden, kan hij daartoe binnen twee jaar na de ontbinding een verzoek indienen bij de rechter.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Faillissement: de kosten van de faillietverklaring worden gedragen door de schuldeiser die de verklaring heeft aangevraagd. De aan de curator te vergoeden kosten bedragen 500 EUR. De tijdens de faillissementsprocedure gemaakte kosten worden voldaan uit de failliete boedel.

Liquidatie: de kosten van de liquidatieverklaring worden gedragen door de schuldeiser die de verklaring heeft aangevraagd. De aan de curator te vergoeden kosten bedragen 500 EUR. De kosten die worden gemaakt tijdens de procedures voor de liquidatie, vereffening en uitdeling van de eigendommen van de vennootschap worden betaald uit de geliquideerde boedel.

De kosten van het indienen en registreren van documenten in verband met de procedure voor vrijwillige liquidatie bij de curator bedragen in totaal ongeveer 440 EUR. De kosten die worden gemaakt tijdens de procedures voor de liquidatie, vereffening en uitdeling van de eigendommen van de vennootschap worden betaald uit de geliquideerde boedel.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Faillissement: op grond van een aantal bepalingen die van toepassing zijn op faillissementsprocedures kan de bewindvoerder zich tot de rechter wenden om eigendommen terug te vorderen ten behoeve van de schuldeisers. De belangrijkste bepalingen zijn de volgende:

Α. Frauduleuze overdracht (dólia metavívasi)

Als de bewindvoerder of vereffenaar over bewijs beschikt dat eigendommen van een vennootschap of natuurlijke persoon zonder tegenprestatie of ver onder de marktwaarde zijn overgedragen, kan hij de rechter verzoeken de frauduleuze overdracht of handeling nietig te verklaren.

Deze bepaling is van toepassing als de overdracht heeft plaatsgevonden: a) binnen drie jaar voor de datum van een faillissement, tenzij er te goeder trouw en voor een tegenprestatie is gehandeld, of b) binnen tien jaar voor de datum van een faillissement, indien de natuurlijke persoon ten tijde van de overdracht zonder de opbrengsten van het overgedragen goed niet in staat was al zijn schulden te betalen. In het geval van een te liquideren vennootschap moet een handeling zijn verricht binnen een halfjaar voor aanvang van de liquidatie, d.w.z. voor de datum waarop liquidatieverzoek is ingediend, om als frauduleus te kunnen worden beschouwd.

Β. Frauduleuze preferentie (dólia protímisi)

Indien de bewindvoerder of vereffenaar over bewijs beschikt dat een schuldeiser een voorkeursbehandeling heeft gekregen, kan hij de rechter verzoeken die behandeling nietig te verklaren.

Liquidatie: op grond van een aantal bepalingen die van toepassing zijn op liquidatieprocedures kan de vereffenaar zich tot de rechter wenden om eigendommen terug te vorderen ten behoeve van de schuldeisers. De belangrijkste bepalingen zijn de volgende:

Α. Frauduleuze overdracht

Als de bewindvoerder of vereffenaar over bewijs beschikt dat eigendommen van een vennootschap of natuurlijke persoon zonder tegenprestatie of ver onder de marktwaarde zijn overgedragen, kan hij de rechter verzoeken de frauduleuze overdracht of handeling nietig te verklaren.

Deze bepaling is van toepassing als de overdracht heeft plaatsgevonden: a) binnen drie jaar voor de datum van een faillissement, tenzij er te goeder trouw is gehandeld en voor een tegenprestatie, of b) binnen tien jaar voor de datum van een faillissement, indien de natuurlijke persoon ten tijde van de overdracht niet in staat was al zijn schulden te betalen zonder de opbrengsten van het overgedragen goed. In het geval van een te liquideren vennootschap moet een handeling zijn verricht binnen een halfjaar voor aanvang van de liquidatie, d.w.z. voor de datum waarop het liquidatieverzoek is ingediend, om als frauduleus te kunnen worden beschouwd.

Β. Frauduleuze preferentie

Indien de bewindvoerder of vereffenaar over bewijs beschikt dat een schuldeiser een voorkeursbehandeling heeft gekregen, kan hij de rechter verzoeken die behandeling nietig te verklaren.

Laatste update: 19/07/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Litouwen

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Een insolventieprocedure kan worden ingesteld tegen een natuurlijk persoon of een rechtspersoon.

Tegen rechtspersonen kan een faillissementsprocedure, een buitengerechtelijke faillissementsprocedure of een saneringsprocedure worden ingesteld.

Faillissementsprocedures (buitengerechtelijk of anderszins) kunnen tegen alle soorten rechtspersonen worden ingesteld, behalve tegen begrotingsinstanties, politieke partijen, vakbonden en religieuze gemeenschappen en verenigingen.

Bij het instellen van een (buitengerechtelijke) faillissementsprocedure worden de activa van de rechtspersoon verkocht en wordt de verkoopopbrengst aangewend om de schuldeisers te betalen, terwijl de rechtspersoon zelf wegens faillissement wordt geliquideerd.

Ook saneringsprocedures kunnen tegen alle soorten rechtspersonen worden ingesteld, behalve tegen begrotingsinstanties, politieke partijen, vakbonden, religieuze gemeenschappen en verenigingen, kredietinstellingen, betaalorganen, instellingen voor elektronisch geldverkeer, verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen, beheersmaatschappijen, investeringsmaatschappijen en handelaars op de openbare effectenmarkt. Saneringsprocedures zijn bedoeld om rechtspersonen met financiële problemen in staat te stellen weer solvent te worden, hun activiteiten te continueren of verder te ontwikkelen, hun schulden af te betalen en faillissement af te wenden en daarbij hun bedrijfsactiviteiten voort te zetten. Daartoe worden de verplichtingen van de te saneren rechtspersoon gespreid over een periode van vier jaar, op basis van een saneringsplan dat door zowel de leden als de schuldeisers van die rechtspersoon moet worden goedgekeurd. De genoemde uitvoeringsperiode voor het plan kan met een jaar worden verlengd. Een buitengerechtelijke saneringsprocedure is niet mogelijk.

Een faillissementsprocedure kan worden ingesteld door een natuurlijk persoon tegen een ander natuurlijk persoon; dat kunnen ook landbouwers of zelfstandigen zijn. Tegen een natuurlijk persoon kan geen buitengerechtelijke faillissementsprocedure worden ingesteld.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Tegen een rechtspersoon kan een faillissementsprocedure worden ingesteld als de rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een of meer van de volgende omstandigheden:

  • de onderneming is insolvent;
  • de onderneming heeft vertraging opgelopen bij het verrichten van betalingen die verband houden met de arbeidsovereenkomsten van haar werknemers;
  • de onderneming kan nu of in de toekomst niet aan haar verplichtingen voldoen.

Onder bedrijfsfaillissement wordt verstaan een situatie waarin een onderneming niet aan haar verplichtingen kan voldoen (haar schulden niet betaalt, reeds betaalde werkzaamheden niet verricht enz.) en waarin de achterstallige verplichtingen (schulden, nog te verrichten werkzaamheden enz.) meer dan de helft van de boekwaarde van haar activa vertegenwoordigen.

Tegen een rechtspersoon kan ook een buitengerechtelijke faillissementsprocedure worden ingesteld, op voorwaarde dat er geen hangende gerechtelijke procedures zijn waarin aanspraak wordt gemaakt op bezittingen van de onderneming en dat tegen haar geen invorderingsprocedure loopt op grond van een door een rechtbank of andere autoriteit uitgevaardigde executoriale titel. In een buitengerechtelijke faillissementsprocedure beslist de vergadering van schuldeisers van de onderneming over kwesties die onder de bevoegdheid van de rechtbank vallen.

Een saneringsprocedure kan worden ingesteld tegen een rechtspersoon die:

  • zijn activiteiten niet heeft beëindigd;
  • niet failliet gaat of niet reeds failliet is;
  • ten tijde van het indienen van de saneringsvordering al ten minste drie jaar bestond;
  • indien ten minste vijf jaar zijn verstreken sinds:

a) de gerechtelijke beslissing waarmee de saneringszaak werd afgesloten;

b) de gerechtelijke beslissing tot beëindiging van de sanering vanwege het feit dat alle schuldeisers hun vorderingen hadden ingetrokken of de te saneren onderneming de eisen van alle schuldeisers vóór het verstrijken van de in het saneringsplan vermelde uiterste termijn had ingewilligd.

Een faillissementsprocedure kan worden ingesteld tegen een natuurlijk persoon die insolvent is en te goeder trouw handelt. Een natuurlijk persoon kan insolvent worden verklaard indien hij zijn achterstallige schulden niet kan betalen en die schulden hoger zijn dan 25 maal het maandelijkse minimumloon, zoals vastgesteld door de Litouwse regering.

Om vast te stellen of een natuurlijk persoon te goeder trouw handelt, wordt beoordeeld of hij volledige en juiste informatie heeft verstrekt en of hij te goeder trouw handelde toen hij insolvent werd, m.a.w. of zijn activiteiten gedurende de voorafgaande drie jaar voldoen aan de criteria van passende zorgvuldigheid en hij de achterstallige schulden niet willens en wetens heeft laten ontstaan.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De boedel van een onderneming die failliet gaat of gesaneerd wordt, bestaat uit alle activa van die onderneming van welke aard ook (roerend of onroerend, vast of vlottend, eigendomsrechten enz.) en waar die zich ook bevinden. De activa of opbrengsten die de onderneming in de loop van de faillissements- of saneringsprocedure verwerft, behoren eveneens tot de boedel en worden aangewend om de vorderingen van schuldeisers te voldoen. In geval van faillissement geldt voor de vorderingen van schuldeisers een rangorde zoals die bij wet is vastgesteld; bij sanering staat de rangorde vermeld in het saneringsplan. Ingevolge de faillissementsprocedure wordt de gehele insolvente boedel geliquideerd en worden de opbrengsten daarvan aangewend ter dekking van de beheerskosten en de vorderingen van de schuldeisers. Bij sanering evenwel worden uitsluitend de in het saneringsplan vermelde activa geliquideerd.

Voor de opbrengsten uit de bedrijfsactiviteiten van een insolvente onderneming geldt een speciale procedure: deze opbrengsten worden aangewend ter dekking van de desbetreffende exploitatiekosten. Alle met de bedrijfsactiviteiten samenhangende betalingen worden verwerkt via een speciale rekening van de onderneming voor bedrijfsactiviteiten (de zakelijke rekening van de onderneming), die niet mag worden gebruikt voor betalingen aan andere schuldeisers.

Bij faillissement van een natuurlijk persoon worden alle activa in zijn bezit, van welke aard ook (roerend/onroerend, vast/vlottend, eigendomsrechten enz.) en waar ze zich ook bevinden, geregistreerd. Alleen contante bedragen tot het niveau van één wettelijk minimum maandloon worden buiten beschouwing gelaten. De vorderingen van de schuldeisers worden voldaan uit de verkoopopbrengst van de gehele boedel (behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen).

Krachtens de faillissementsprocedure voor natuurlijke personen heeft een natuurlijk persoon die failliet gaat, het recht om een bepaald deel van zijn inkomen aan te wenden om in zijn basisbehoeften te voorzien. Dat bedrag wordt door de rechter vastgesteld bij aanvang van de faillissementsprocedure, rekening houdend met de behoeften van de natuurlijke persoon en personen te zijner laste; zodra de rechter het herstelplan voor de natuurlijke persoon heeft goedgekeurd, wordt het bedrag dat de natuurlijke persoon ter beschikking staat in dat plan vermeld.

Er wordt tevens een speciale status toegekend aan de enige woning van de natuurlijke persoon, die hij nodig heeft om in de basisbehoeften van hemzelf en/of personen te zijner laste te voorzien, alsmede aan eventuele activa die hij nodig heeft in verband met zijn werkzaamheden als zelfstandige of landbouwer. Een insolvente natuurlijke persoon kan ook het eigendomsrecht in het betreffende onroerende goed behouden, zelfs als dat met hypotheek is bezwaard, mits hij dat met de hypotheekhouder is overeengekomen en hij daarmee andere schuldeisers niet benadeelt.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

In een bedrijfsfaillissementsprocedure wordt een curator aangesteld die het bestuur van de onderneming overneemt, de boedel te gelde maakt, de verkoop van de boedel organiseert en de opbrengst daarvan gebruikt voor de afwikkeling van vorderingen van de schuldeisers, en alle overige stappen neemt tot liquidatie van de onderneming. Hieronder een overzicht van de voornaamste taken van de curator in een bedrijfsfaillissement:

  • de onderneming vertegenwoordigen en haar belangen en die van al haar schuldeisers behartigen;
  • het bestuur van de insolvente onderneming en de insolvente boedel overnemen;
  • contracten van de onderneming die niet meer zullen worden uitgevoerd, beëindigen (met inbegrip van overeenkomsten met leden van leidinggevende organen en met werknemers);
  • financiering aanvragen uit het garantiefonds met het oog op de afwikkeling van vorderingen van schuldeisers en/of werknemers;
  • tijdelijke arbeids- of dienstenovereenkomsten aangaan voor zover dat nodig is voor een goed verloop van de faillissementsprocedure;
  • de vorderingen van de schuldeisers verifiëren en de lijst van geverifieerde vorderingen ter goedkeuring indienen bij de rechtbank;
  • toezicht houden op de bedrijfsactiviteiten van de insolvente onderneming;
  • de transacties controleren die de onderneming in de drie jaar voorafgaand aan het inleiden van de faillissementsprocedure heeft verricht;
  • de transacties van de onderneming in rechte betwisten voor zover die in strijd zijn met de zakelijke doelstellingen van de onderneming en mogelijk hebben bijgedragen aan haar onvermogen om haar schuldeisers te betalen;
  • voor zover dat gerechtvaardigd is, de rechter verzoeken te verklaren dat het faillissement moedwillig tot stand is gekomen;
  • vergaderingen van schuldeisers bijeenroepen;
  • verslagen van de werkzaamheden opstellen en deze voorleggen aan de vergadering van schuldeisers;
  • de jaarrekening en halfjaarrekening van de onderneming opstellen en indienen;
  • beslissingen van de rechter en van de vergadering van schuldeisers uitvoeren;
  • informatie over de faillissementsprocedure verstrekken;
  • de verkoop van de activa van de insolvente onderneming organiseren;
  • de in de loop van de faillissementsprocedure verkregen bedragen aanwenden voor het afwikkelen van de vorderingen van schuldeisers;
  • alle acties verrichten die nodig zijn voor het liquideren en uitschrijven van de onderneming.

Bij een bedrijfssanering ziet de aangestelde curator als professioneel consultant en onafhankelijk persoon toe op de saneringsprocedure. Hieronder een overzicht van de voornaamste taken van de curator in een saneringsprocedure:

  • bijdragen aan het opstellen en beoordelen van het saneringsplan voor de onderneming en maatregelen treffen die waarborgen dat dat plan binnen de door de rechtbank vastgestelde uiterste termijnen wordt opgesteld, ter goedkeuring wordt ingediend en ten uitvoer wordt gelegd;
  • een schriftelijke conclusie opstellen over de haalbaarheid van het voorlopige saneringsplan;
  • toezicht houden op de werkzaamheden van de bestuursorganen van de te saneren onderneming voor zover die verband houden met de uitvoering van het saneringsplan, de leden van die bestuursorganen duidelijk maken in welke opzichten hun werkzaamheden tekortschieten, een uiterste termijn stellen waarbinnen die gebreken verholpen moeten zijn en de rechter verzoeken om de bestuursorganen van de onderneming uit hun functie te ontheffen;
  • vergaderingen bijeenroepen van de vennoten van de onderneming en de eigenaars of de vertegenwoordigers van het orgaan dat de rechten en plichten van de eigenaar van een staats- of gemeentelijke onderneming uitoefent resp. vervult, en zonder stemrecht deelnemen aan die vergaderingen;
  • informatie verstrekken over de saneringsprocedure en de rechter op de hoogte houden over de voortgang van het saneringsplan.

Na rechterlijke goedkeuring van het saneringsplan ligt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dat plan bij de curator in de saneringsprocedure en bij de bestuursorganen van de te saneren onderneming.

Bij faillissement van een natuurlijk persoon beschikt de toegewezen curator over de activa van die persoon, organiseert hij de verkoop van die activa en gebruikt hij de verkoopopbrengst voor het afwikkelen van de vorderingen van de schuldeisers. Hieronder een overzicht van de voornaamste taken van de curator in het faillissement van een natuurlijk persoon:

  • de activa van de natuurlijke persoon en de tegoeden op diens depositorekening te gelde maken;
  • een administratie bijhouden van alle gelden die de natuurlijke persoon ontvangt alsmede het gebruik daarvan;
  • de verkoop van de activa van de natuurlijke persoon organiseren en de vorderingen van de schuldeisers afwikkelen;
  • vergaderingen van schuldeisers bijeenroepen en daaraan deelnemen (zonder stemrecht);
  • de natuurlijke persoon over de faillissementsprocedure informeren en het verslag over de uitvoering van het herstelplan indienen;
  • wijzigingen van het herstelplan voor de natuurlijke persoon initiëren;
  • de natuurlijke persoon vertegenwoordigen in procedures die namens hem worden gevoerd met het oog op invordering van diens activa, en actie ondernemen om schulden te innen bij schuldenaars;
  • de rechten en legitieme belangen van de natuurlijke persoon en alle schuldeisers behartigen;
  • beoordelen of het beroep van de natuurlijke persoon op vrijstelling van activa wegens werkzaamheden als zelfstandige of landbouwer legitiem is.

Een natuurlijk persoon die failliet gaat, moet alles in het werk stellen om de vorderingen van zijn schuldeisers te voldoen. Daartoe moet die natuurlijke persoon, voor zover mogelijk, een baan hebben of anderszins betaalde werkzaamheden verrichten dan wel actief zoeken naar werk of naar een beter betaalde baan, inkomen beschikbaar stellen om de vorderingen van schuldeisers te voldoen, een herstelplan opstellen en na goedkeuring daarvan door de rechter uitvoeren en samenwerken met de toegewezen faillissementscurator.

Gedurende de faillissementsprocedure heeft een natuurlijk persoon die in staat van faillissement verkeert, het recht om informatie te ontvangen van de curator, vergaderingen van schuldeisers bij te wonen en onwettige besluiten van de schuldeisers te betwisten, te verlangen dat de curator wordt vervangen en een schadevergoeding te eisen wanneer de curator zijn taken niet naar behoren vervult.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Bij een faillissement, ongeacht of het een onderneming of een natuurlijk persoon betreft, is verrekening van de vorderingen van de in staat van faillissement verkerende persoon met die van de schuldeisers niet toegestaan vanaf het moment van de gerechtelijke beslissing tot inleiding van de faillissementsprocedure, behoudens verrekening die krachtens fiscale wetgeving is toegestaan in geval van teveel betaalde belasting (fiscaal verschil).

Vanaf de dag waarop, op grond van een gerechtelijke beslissing, een saneringsprocedure wordt ingeleid met betrekking tot een onderneming tot de dag van de gerechtelijke beslissing waarin het saneringsplan wordt goedgekeurd, kunnen vorderingen van de onderneming niet worden verrekend met die van haar schuldeisers. Daarna is een dergelijke verrekening wel mogelijk, overeenkomstig het door de rechtbank goedgekeurde saneringsplan.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

In geval van een bedrijfsfaillissement dient de aangewezen faillissementscurator, binnen 30 dagen na het van kracht worden van de gerechtelijke beslissing tot inleiding van de faillissementsprocedure, de betrokkenen te laten weten dat de bestaande overeenkomsten van de onderneming (met uitzondering van arbeidsovereenkomsten en van overeenkomsten op grond waarvan de failliete onderneming een vorderingsrecht kan claimen) niet zullen worden uitgevoerd en als beëindigd moeten worden beschouwd.

Zodra de gerechtelijke beslissing tot inleiding van de faillissementsprocedure van kracht is geworden, verliezen de bestuursorganen van de onderneming hun bevoegdheden; vervolgens zal de curator de arbeidsovereenkomsten of civielrechtelijke overeenkomsten met de directieleden na schriftelijke opzegging beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van 15 dagen.

Binnen drie werkdagen na het van kracht worden van de gerechtelijke beslissing tot inleiding van de faillissementsprocedure tegen de onderneming stelt de curator de andere werknemers in kennis van de aanstaande beëindiging van hun arbeidsovereenkomst. Vervolgens beëindigt hij de betreffende arbeidsovereenkomsten binnen 15 dagen na de datum van die kennisgeving. Met ontslagen werknemers wier diensten nog nodig zijn voor de uitvoering van de faillissementsprocedure wordt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd afgesloten. Door de vergadering van schuldeisers wordt per functie vastgesteld hoeveel van dergelijke werknemers nodig zullen zijn.

De sanering van de onderneming heeft geen gevolgen voor de bestaande overeenkomsten van de rechtspersoon. Voor alle overeenkomsten wordt beoordeeld in hoeverre uitvoering ervan nog opportuun is; het saneringsplan voorziet in beëindiging van onrendabele overeenkomsten. Die beëindiging geschiedt conform de algemene procedure, aangezien er geen specifieke wettelijke bepalingen zijn voor beëindiging van overeenkomsten tijdens een faillissementsprocedure.

In een procedure betreffende het faillissement van een natuurlijk persoon wordt in het herstelplan aangegeven welke overeenkomsten moeten worden beëindigd en welke moeten worden voortgezet. Zodra de rechtbank het herstelplan heeft goedgekeurd, moet de failliete persoon de betrokkenen wier overeenkomsten conform dat plan beëindigd zullen worden, daarvan in kennis stellen.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Wanneer een onderneming of natuurlijk persoon failliet gaat, moeten de vorderingen van individuele schuldeisers worden overgedragen aan de toegewezen faillissementscurator. De vorderingen worden vervolgens goedgekeurd door de rechtbank; een geschil omtrent de feitelijke grondslag voor het bedrag van een specifieke vordering wordt in de faillissementsprocedure behandeld.

In het geval van een bedrijfssaneringsprocedure moeten vorderingen die reeds bestonden voordat die saneringsprocedure werd ingeleid, binnen een door de rechtbank vastgestelde uiterste termijn worden ingediend bij de aangewezen faillissementscurator. De vorderingen worden vervolgens goedgekeurd door de rechtbank; een geschil omtrent de feitelijke grondslag voor het bedrag van een specifieke vordering wordt in de saneringsprocedure behandeld. Vorderingen van individuele schuldeisers die na het inleiden van de saneringsprocedure ontstaan, en de desbetreffende geschillen, worden in het kader van de algemene procedure ingediend resp. behandeld.

Na inleiding van de faillissements- of saneringsprocedure moet de deurwaarder de tenuitvoerleggingshandelingen en -procedures opschorten en de executoriale titels doorsturen naar de rechtbank waar de desbetreffende faillissements- of saneringsprocedure is ingeleid.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Wanneer voorafgaand aan de uitvaardiging van een gerechtelijk bevel waarin een hoorzitting wordt gelast voor een zaak tegen de gedaagde betreffende eigendomsrechten, blijkt dat tegen die gedaagde een faillissementsprocedure is ingeleid, wordt de procedure inzake de eigendomsrechten opgeschort en doorverwezen naar het gerecht waar de faillissementszaak aanhangig is gemaakt.

In andere gevallen, te weten a) wanneer het gerechtelijk bevel tot het horen van de zaak al is uitgevaardigd op het moment waarop bekend wordt dat er een faillissementsprocedure tegen de gedaagde is ingesteld, of b) wanneer met betrekking tot de gedaagde een saneringsprocedure wordt ingesteld, is het instellen van een saneringsprocedure met betrekking tot de gedaagde geen reden om de zaak door te verwijzen naar het gerecht waar de desbetreffende faillissements- of saneringsvordering dient.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Hieronder een overzicht van de voornaamste rechten van de schuldeisers in een bedrijfsfaillissement:

  • bij de rechtbank een faillissementsprocedure aanhangig maken tegen de insolvente onderneming;
  • een beslissing nemen omtrent het inleiden van een buitengerechtelijke faillissementsprocedure;
  • hun vorderingen binnen de door de rechter vastgestelde uiterste termijn voorleggen aan de toegewezen curator voor bedrijfsfaillissementen;
  • vergaderingen van schuldeisers bijwonen en daarin hun stem uitbrengen omtrent de volgende zaken:
    • goedkeuring van de door de curator ingediende verslagen van zijn werkzaamheden;
    • goedkeuring en wijziging van de geraamde beheerskosten;
    • goedkeuring van de prijs waartegen van de activa van de onderneming worden verkocht;
    • goedkeuring van de tijdens de faillissementsprocedure van de onderneming opgestelde jaarrekening;
    • de continuïteit, verlenging, beperking en beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, goedkeuring van de kostenraming enz.;
    • het aantal werknemers dat tijdens de faillissementsprocedure moet worden aangehouden, en de betreffende functies;
    • de beloning van de curator;
    • regelingen met schuldeisers;
    • voorstellen tot vervanging van de curator;
    • overige kwesties;
  • in het kader van de door de vergadering van schuldeisers voorgeschreven procedure informatie ontvangen van de curator over de voortgang van de faillissementsprocedure;
  • bezwaar aantekenen tegen door de onderneming verrichte transacties (actio Pauliana);
  • de rechtbank verzoeken te verklaren dat het faillissement moedwillig tot stand is gekomen;
  • de besluiten van de vergadering van schuldeisers aanvechten;
  • de rechtbank verzoeken om vervanging van de curator;
  • hun vorderingen te laten voldoen uit de activa en inkomsten van de failliete onderneming.

Hieronder een overzicht van de voornaamste rechten van de schuldeisers bij het faillissement van een natuurlijk persoon:

  • vorderingen die al bestonden voordat de faillissementsprocedure werd ingeleid, binnen de door de rechtbank vastgestelde uiterste termijn indienen bij de faillissementscurator;
  • verlangen dat hun vorderingen worden voldaan conform de in het plan voorgeschreven procedure;
  • vergaderingen van schuldeisers bijwonen (na goedkeuring van het saneringsplan voor een natuurlijk persoon die failliet is gegaan, moet ten minste eens per zes maanden een vergadering van schuldeisers worden belegd) en daarin hun stem uitbrengen over:
    • bezwaren van schuldeisers tegen handelingen van de faillissementscurator;
    • de eis dat de faillissementscurator het verslag van zijn werkzaamheden indient;
    • goedkeuring en wijziging van de geraamde beheerskosten van het faillissement;
    • goedkeuring van de prijs waartegen van de activa van de schuldenaar worden verkocht;
    • de continuïteit, aanvang, verlenging, beperking, beëindiging enz. van de werkzaamheden van de natuurlijke persoon als zelfstandige of landbouwer;
    • voorstellen voor actualisering van het herstelplan;
    • voorstellen tot vervanging van de faillissementscurator;
    • overige kwesties;
  • in het kader van de door de vergadering van schuldeisers voorgeschreven procedure informatie ontvangen van de faillissementscurator over de voortgang van de faillissementsprocedure;
  • ondersteuning bieden bij het nakomen van schuldverplichtingen;
  • voorstellen indienen met betrekking tot het herstelplan;
  • het woord voeren tijdens de vergadering van schuldeisers inzake de werkzaamheden of vervanging van de faillissementscurator of een andere kandidaat voor die functie voorstellen;
  • beroep aantekenen tegen besluiten van de vergadering van schuldeisers, binnen 14 dagen na de dag waarop de betreffende schuldeiser zich van het betwiste besluit bewust werd of had moeten worden;
  • de rechtbank verzoeken om beëindiging van de faillissementsprocedure voor een natuurlijk persoon;
  • de rechtbank verzoeken om vervanging van de faillissementscurator;
  • hun vorderingen laten voldoen uit de activa en inkomsten van de failliete natuurlijke persoon.

Hieronder een overzicht van de voornaamste rechten van de schuldeisers in een bedrijfssaneringsprocedure:

  • bij de toegewezen faillissementscurator vorderingen indienen die al bestonden voordat de saneringsprocedure jegens de schuldenaar werd ingeleid;
  • vergaderingen van schuldeisers bijwonen en daarin hun stem uitbrengen omtrent de volgende zaken:
    • goedkeuring van het saneringsplan;
    • ontheffing van de saneringscurator uit zijn functie en de voordracht van een andere kandidaat voor die functie;
    • een voorstel tot beperking van de bevoegdheden van de leidinggevende organen van de onderneming;
    • een voorstel tot beëindiging van de saneringsprocedure voor de onderneming wanneer het saneringsplan niet of niet afdoende wordt geïmplementeerd;
    • een verzoek tot verlenging van de implementatieperiode voor het saneringsplan;
    • overige kwesties;
  • door het leidinggevend orgaan en de curator geïnformeerd worden over de sanering van de onderneming, behalve voor zover het bedrijfsgeheimen betreft;
  • ondersteuning bieden bij het nakomen van schuldverplichtingen;
  • bij de curator of het leidinggevend orgaan van de onderneming voorstellen indienen met betrekking tot het saneringsplan;
  • tijdens de vergadering van schuldeisers het woord voeren omtrent de werkzaamheden of vervanging van de curator;
  • beroep aantekenen tegen besluiten van de vergadering / het comité van schuldeisers, binnen 14 dagen na de dag waarop de betreffende schuldeiser zich van het betwiste besluit bewust werd of had moeten worden;
  • tijdens de saneringsperiode hun vorderingen laten voldoen.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

In het geval van een bedrijfsfaillissement verliezen de leidinggevende organen van de onderneming hun bevoegdheden zodra de gerechtelijke beslissing tot inleiding van de faillissementsprocedure van kracht is geworden. Vanaf dat moment is het de curator die over de activa en banktegoeden van de onderneming beschikt. De curator organiseert de verkoop van de activa van de failliete onderneming en verkoopt deze of draagt ze over aan de schuldeisers. De verkoopprocedure is afhankelijk van het soort activum dat wordt verkocht. Zo worden onroerende goederen, met hypotheek bezwaarde goederen en activa waarvan de waarde hoger is dan 250 maal de sociale basisuitkering per openbare veiling verkocht; bederfelijke waren worden verkocht voor een door de curator vastgestelde, marktconforme prijs. De verkoopprocedure en -prijs voor andere activa worden bepaald door de vergadering van schuldeisers van de failliete onderneming. Daarnaast gelden er aanvullende wettelijke eisen voor de verkoop van bepaalde soorten activa (zoals effecten en radioactief materiaal).

Gedurende de sanering van een onderneming blijven de leidinggevende organen van die onderneming toezicht houden op de werkzaamheden en kunnen zij over de activa blijven beschikken, zolang zij zich daarbij houden aan het saneringsplan. De leidinggevende organen zelf staan tijdens de sanering onder toezicht van de door de rechtbank aangestelde curator. Vanaf de aanvang van de saneringsprocedure tot goedkeuring van het saneringsplan (d.w.z. de periode waarin het saneringsplan wordt opgesteld) is het verboden om zonder toestemming van de rechtbank de onderneming of een deel daarvan, haar langetermijnactiva, als kortetermijnactiva geboekte onroerende goederen of eigendomsrechten te verkopen of kosteloos ter beschikking te stellen, of de eigendom daarvan over te dragen, en is het de onderneming die gesaneerd wordt, niet toegestaan garanties of zekerheden te verstrekken dan wel anderszins nakoming van de verplichtingen van andere partijen zeker te stellen.

Het is een in staat van faillissement verkerende natuurlijke persoon niet toegestaan de activa die hij in eigendom heeft, te gelde te maken. Die activa worden te gelde gemaakt door de curator op basis van het door de rechtbank goedgekeurde herstelplan voor die natuurlijke persoon. Een in staat van faillissement verkerende natuurlijke persoon staat, naast de noodzakelijke middelen om zijn activiteiten voort te zetten, slechts het maandelijkse bedrag ter beschikking dat hem is toegekend om in zijn basisbehoeften te voorzien. Het bedrag dat de natuurlijke persoon nodig heeft om in de periode vanaf de start van de faillissementsprocedure tot de goedkeuring van het herstelplan in zijn basisbehoeften te voorzien, wordt door de rechtbank vastgesteld; dat bedrag wordt in het herstelplan opgenomen zodra dat plan is goedgekeurd.

Voor zover nodig om de vorderingen van de schuldeisers te voldoen, organiseert de curator tijdens de faillissementsprocedure voor een natuurlijk persoon de verkoop van diens activa, in de rangorde en binnen de termijnen zoals bepaald in het herstelplan. De initiële verkoopprijs van die activa wordt goedgekeurd door de vergadering van schuldeisers, met inachtneming van de in het herstelplan vermelde verkoopprijs en de marktwaarde van de betreffende activa. Activa mogen uitsluitend tegen een lagere prijs dan vermeld in het herstelplan worden verkocht, als de natuurlijke persoon die onderwerp is van de faillissementsprocedure daarmee instemt.

Onroerende goederen en met hypotheek bezwaarde goederen worden per openbare veiling verkocht (behalve als hun initiële verkoopprijs lager is dan de kosten voor het organiseren van de veiling). De prijs van activa die na twee openbare veilingen nog niet zijn verkocht, alsook de verkoopprijs en -procedure voor andere activa, worden vastgesteld door de vergadering van schuldeisers. Onverkochte activa kunnen aan de schuldeisers worden overgedragen, op hun verzoek en met instemming van de vergadering van schuldeisers.

Wanneer minderjarige kinderen (geadopteerde kinderen) en/of andere onder voogdij geplaatste personen deel uitmaken van het huishouden van de natuurlijke persoon, kan hun enige woning (ongeacht of die met hypotheek is bezwaard) op zijn vroegst zes maanden na goedkeuring van het plan en op grond van een daartoe strekkende gerechtelijke beslissing worden verkocht. Gedurende die periode is het aan de natuurlijke persoon om een nieuwe koop- of huurwoning te vinden. Een natuurlijk persoon mag met de hypotheekhouder overeenkomen dat hij, zo lang de faillissementsprocedure loopt, de eigendom van het met hypotheek bezwaarde onroerend goed (meestal de woning) behoudt. Dat onroerend goed mag dan niet worden verkocht.

In het geval van bepaalde soorten activa (zoals effecten en radioactieve materialen) worden er mogelijk aanvullende eisen verbonden aan de verkoopprocedure.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Wanneer tegen een onderneming een faillissementsprocedure wordt ingesteld, worden haar activiteiten doorgaans beëindigd. Dat betekent dat er dan geen nieuwe vorderingen tegen de onderneming meer kunnen ontstaan. Wanneer de activiteiten van een onderneming na het inleiden van de faillissementsprocedure worden voortgezet (wat mogelijk is als met die activiteiten de verliezen beperkt kunnen worden), worden de uit die activiteiten voortvloeiende vorderingen gedekt door de opbrengsten van die activiteiten. Eventuele vorderingen die uit die opbrengsten niet gedekt kunnen worden, zijn vorderingen met de op twee na hoogste rang die uit hoofde van de algemene procedure worden voldaan (zie ook het antwoord op vraag 13).

Vorderingen die na aanvang van een bedrijfssaneringsprocedure ontstaan, worden onder de algemene procedure voldaan, aangezien er geen specifieke wettelijke bepalingen voor dergelijke vorderingen bestaan.

Na aanvang van de faillissementsprocedure met betrekking tot een natuurlijk persoon worden vorderingen van schuldeisers op diens inkomen uit zelfstandige arbeid en/of landbouwactiviteiten, of op schuldverplichtingen die de natuurlijke persoon is aangegaan om die activiteiten te kunnen uitvoeren en/of de faillissementsprocedure te kunnen voeren, ter aanvaarding en goedkeuring aan de rechtbank voorgelegd. Na goedkeuring van dergelijke vorderingen wordt het herstelplan voor de betreffende natuurlijke persoon geactualiseerd. Andere vorderingen die na inleiding van de faillissementsprocedure tegen een natuurlijk persoon worden ingesteld, worden onder de algemene procedure voldaan, aangezien er geen specifieke wettelijke bepalingen voor dergelijke vorderingen bestaan.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Bij het faillissement van een onderneming of natuurlijk persoon en bij de sanering van een onderneming stelt de rechtbank waar de procedure wordt ingeleid een uiterste termijn waarbinnen schuldeisers hun met relevant bewijsmateriaal onderbouwde vorderingen bij de toegewezen curator kunnen indienen. Bij bedrijfsfaillissement of -sanering is die uiterste termijn 45 dagen; in het geval van het faillissement van een natuurlijk persoon moet dat bewijs op zijn vroegst na 15 dagen en op zijn laatst na 30 dagen worden ingediend. De ingediende vordering wordt door de toegewezen curator geverifieerd en, tenzij het bestaan van de vordering of de hoogte van het bedrag wordt betwist, door hem ter goedkeuring aan de rechtbank voorgelegd. Als de curator de vordering of een deel daarvan betwist, wordt de zaak door de rechter beslecht. Tegen een gerechtelijke uitspraak tot goedkeuring van een vordering van een schuldeiser kan beroep worden ingesteld. De uiterste termijn voor het indienen van een vordering kan eventueel worden verlengd, als er een legitieme reden is waarom die termijn niet wordt gehaald.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Vorderingen van schuldeisers die door middel van een onderpand of hypotheek zijn zekergesteld, worden in eerste instantie voldaan uit de opbrengst van de verkoop van de met hypotheek bezwaarde boedel van de schuldenaar of door overdracht van die boedel aan de schuldeiser. Is de waarde van de met hypotheek bezwaarde boedel niet toereikend om de vordering van de hypotheekhouder te voldoen, dan geldt het resterende deel van de vordering dat nog niet is betaald als een vordering met de op twee na hoogste rang bij een bedrijfsfaillissement en als een vordering met de op een na hoogste rang bij bedrijfssanering of bij het faillissement van een natuurlijk persoon. In het geval van faillissement van een natuurlijk persoon kan worden overeengekomen om de met hypotheek bezwaarde boedel niet te verkopen. In dat geval wordt er ingevolge het herstelplan maandelijks een bedrag aan de hypotheekhouder betaald.

Wanneer de verkoop van de met hypotheek bezwaarde boedel meer oplevert dan nodig is om de hypotheekhouder te betalen, wordt het meerdere bedrag aangewend ter voldoening van de vorderingen van de overige schuldeisers.

De vorderingen van die overige schuldeisers worden voldaan met inachtneming van de rangorde en de fase van die vorderingen.

Bij een bedrijfsfaillissement worden de vorderingen van schuldeisers in twee fasen voldaan. In de eerste fase worden de vorderingen voldaan exclusief rente en boete wegens late betaling; die rente en boete worden in de tweede fase betaald. In elke fase worden vorderingen van een lagere rang pas betaald nadat de vorderingen van de eerstvolgende hogere rang in de betreffende fase geheel zijn voldaan. Zijn de middelen niet toereikend om de vorderingen van een bepaalde rang in een fase geheel te voldoen, dan worden die vorderingen voldaan in verhouding tot het aan iedere betreffende schuldeiser verschuldigde bedrag.

Vorderingen van de eerste rang zijn vorderingen van werknemers die voortvloeien uit hun arbeidsrelatie; schadevorderingen uit hoofde van verminking of ander lichamelijk letsel, het oplopen van een beroepsziekte of overlijden als gevolg van een arbeidsongeval (deze vorderingen worden mogelijk gedekt door het garantiefonds); en vorderingen van landbouwbedrijven die betaling verlangen voor de landbouwproducten die zij hebben verkocht (tot 40 % van dergelijke vorderingen kan worden voldaan uit de door de minister van Landbouw voor dat doel aangewezen rijksbegrotingsfondsen).

Vorderingen van de op een na hoogste rang zijn vorderingen ten aanzien van belastingen en andere aan de staat verschuldigde bedragen, socialeverzekeringsbijdragen en premies voor verplichte ziektekostenverzekeringen; vorderingen met betrekking tot namens de staat geleende bedragen en met betrekking tot leningen die die middels een door de staat of een door de staat geaccrediteerd garantiefonds verstrekte waarborg zijn zekergesteld; en vorderingen met betrekking tot steun die uit EU-fondsen en staatsbegrotingsfondsen is verleend.

Alle overige vorderingen van schuldeisers zijn vorderingen van de op twee na hoogste rang.

Bij een bedrijfssanering worden de vorderingen van schuldeisers in twee fasen voldaan. In de eerste fase worden de vorderingen voldaan exclusief rente en boete wegens late betaling; die rente en boete worden in de tweede fase betaald.

Vorderingen van de eerste rang zijn vorderingen van werknemers die voortvloeien uit hun arbeidsrelatie; schadevorderingen uit hoofde van verminking of ander lichamelijk letsel, het oplopen van een beroepsziekte of overlijden als gevolg van een arbeidsongeval; vorderingen van natuurlijke personen en rechtspersonen die om betaling verzoeken voor geleverde landbouwproducten; en door een hypotheek of onderpand gedekte vorderingen van schuldeisers tot maximaal de waarde van de activa die zijn verpand en tijdens de saneringsperiode niet verkocht kunnen worden.

Vorderingen van de op een na hoogste rang zijn de resterende vorderingen van schuldeisers, met uitzondering van vorderingen van de op twee na hoogste rang en zekergestelde vorderingen, waarbij de verpande activa tijdens de saneringsperiode niet te koop worden aangeboden.

Niet-zekergestelde vorderingen met betrekking tot tijdens de sanering verstrekte leningen zijn achtergesteld op vorderingen van de eerste rang, maar hebben voorrang op vorderingen van de op een na hoogste rang.

Vorderingen van de op twee na hoogste rang zijn niet met een arbeidsbetrekking samenhangende vorderingen van vennoten van de te saneren onderneming die al schuldeisers van die onderneming waren geworden voordat de saneringsprocedure werd ingeleid en die, alleen of samen met andere vennoten, de zeggenschap hebben over die onderneming.

In elke fase worden vorderingen van een lagere rang pas betaald nadat de vorderingen van de eerstvolgende hogere rang in de betreffende fase geheel zijn voldaan. Zijn de middelen niet toereikend om de vorderingen van een bepaalde rang in een fase geheel te voldoen, dan worden die vorderingen voldaan in verhouding tot het aan iedere betreffende schuldeiser verschuldigde bedrag.

Bij faillissement van een natuurlijk persoon worden de vorderingen van schuldeisers in twee fasen voldaan. In de eerste fase worden de vorderingen voldaan exclusief rente en boete wegens late betaling; die rente en boete worden in de tweede fase betaald.

Vorderingen van de eerste rang zijn vorderingen van werknemers die voortvloeien uit hun arbeidsrelatie; schadevorderingen uit hoofde van verminking of ander lichamelijk letsel, het oplopen van een beroepsziekte of overlijden als gevolg van een arbeidsongeval (deze vorderingen worden mogelijk gedekt door het garantiefonds); vorderingen inzake kinderalimentatie; en vorderingen van landbouwbedrijven die betaling verlangen voor de landbouwproducten die zij hebben verkocht (dergelijke vorderingen worden mogelijk voldaan uit de door de Litouwse minister van Landbouw voor dat doel aangewezen staatsbegrotingsfondsen).

Tussen vorderingen van de eerste en vorderingen van de tweede rang vallen vorderingen die voortkomen uit zelfstandige arbeid en/of landbouwactiviteiten in het kader van faillissementsprocedures betreffende een natuurlijk persoon en vorderingen die voortkomen uit schuldverplichtingen ten aanzien van zelfstandige arbeid of beheerskosten bij een faillissement.

Alle overige vorderingen van schuldeisers zijn vorderingen van de tweede rang.

In elke fase worden vorderingen van een lagere rang pas betaald nadat de vorderingen van de eerstvolgende hogere rang in de betreffende fase geheel zijn voldaan. Zijn de middelen niet toereikend om de vorderingen van een bepaalde rang in een fase geheel te voldoen, dan worden die vorderingen voldaan in verhouding tot het aan iedere betreffende schuldeiser verschuldigde bedrag.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

In de loop van een bedrijfsfaillissementsprocedure kan een akkoord met de schuldeisers worden bereikt. Zodra dat akkoord is ondertekend, wordt de faillissementsprocedure beëindigd en zet de onderneming tijdens de uitvoering van het akkoord haar reguliere activiteiten voort.

In het geval van een bedrijfsfaillissement kan in elke fase van de faillissementsprocedure een akkoord met de schuldeisers worden getroffen, tot het moment waarop de gerechtelijke uitspraak tot liquidatie van de onderneming wegens faillissement van kracht wordt. Zo'n akkoord kan worden voorgesteld door de schuldeisers, de curator of de eigenaars van de onderneming. De curator moet een voorstel voor een akkoord met de schuldeisers presenteren voordat met de invordering van activa van de eigenaar van een onderneming met onbeperkte aansprakelijkheid wordt begonnen (wanneer die onderneming zelf geen activa bezit of haar activa niet toereikend zijn om de juridische en administratieve kosten te dekken en de vorderingen van de schuldeisers te voldoen). Het akkoord vermeldt de concessies die de schuldeisers aan de onderneming hebben gedaan, hun vorderingen, de verplichtingen van de onderneming, de wijze waarop de vorderingen worden voldaan en de termijnen waarbinnen dat dient te gebeuren, en aansprakelijkheid voor niet-naleving van de schikking.

Een akkoord met de schuldeisers wordt geacht te zijn afgesloten, als het is ondertekend door schuldeisers wier gezamenlijke uitstaande vorderingen ten minste twee derde deel uitmaken van de waarde van de totale uitstaande vorderingen op de datum van het akkoord. Het akkoord wordt goedgekeurd door de rechtbank of, in het geval van een buitengerechtelijke faillissementsprocedure, door de notaris.

Bij een bedrijfssanering of het faillissement van een natuurlijk persoon kan er geen akkoord met de schuldeisers worden getroffen. De sanerings- of faillissementsprocedure kan in deze gevallen evenwel worden beëindigd wanneer de schuldeisers hun vorderingen intrekken of de schuldenaar alle door de rechtbank erkende vorderingen die in het saneringsplan of (voor een natuurlijk persoon) herstelplan zijn opgenomen, voldoet.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Bij een bedrijfsfaillissement wordt, nadat de activa van de onderneming zijn verkocht, de onderneming geliquideerd en uit het handelsregister geschrapt. Eventuele nog uitstaande vorderingen van schuldeisers worden niet voldaan. Wanneer na de liquidatie blijkt dat de onderneming nog over andere activa beschikt, worden die aangewend om eventuele nog uitstaande vorderingen te voldoen.

Bij een saneringsprocedure zet de onderneming haar reguliere bedrijfsactiviteiten voort en genieten de schuldeisers dezelfde rechten als in het geval van een normaal functionerende onderneming.

Na afronding van een faillissementsprocedure voor een natuurlijk persoon mogen de schuldeisers van die persoon verlangen dat hij eventuele nog uitstaande vorderingen in verband met schade wegens verminking of ander lichamelijk letsel, of in verband met kinderalimentatie, boeten aan de staat wegens strafbare feiten of schending van bestuurlijke regels door die natuurlijke persoon of schade als gevolg van strafbare feiten betaalt, en dat hij eventuele nog uitstaande door onderpand of hypotheek zekergestelde vorderingen betaalt (mits de activa die aldus als zekerheid zijn gesteld, niet waren bestemd voor verkoop tijdens de faillissementsprocedure). Eventuele overige vorderingen die in het herstelplan worden vermeld en niet worden voldaan, worden afgeschreven; de schuldeisers verliezen daarbij het recht op voldoening.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

In het geval van een bedrijfsfaillissement worden administratieve kosten – met inbegrip van kosten die tijdens de faillissementsprocedure worden gemaakt – betaald uit de middelen van de onderneming. Wanneer een onderneming geen of onvoldoende middelen heeft om de faillissementsbeheerkosten te betalen, kunnen die door de om het faillissement verzoekende persoon worden betaald of kan een curator worden aangesteld die bereid is het risico te aanvaarden dat de in de loop van de faillissementsprocedure verkregen middelen niet toereikend zijn om de juridische kosten en beheerkosten te dekken, in welk geval die kosten uit de middelen van de curator worden voldaan.

Bij inleiding van een faillissementsprocedure tegen een onderneming stelt de rechtbank een geldbedrag vast dat de curator kan aanwenden ter dekking van de kosten van het faillissementsbeheer voor de betreffende onderneming, totdat de vergadering van schuldeisers de raming van die kosten heeft goedgekeurd. Ook voor daaropvolgende perioden dienen de geraamde kosten van het faillissementsbeheer steeds door de vergadering van schuldeisers te worden goedgekeurd. Het is de curator niet toegestaan om de goedgekeurde geraamde kosten te overschrijden, behoudens gevallen waarin onvoorziene omstandigheden nopen tot urgente maatregelen ter bescherming van de belangen van de onderneming en haar schuldeisers.

In het geval van een bedrijfssanering worden beheerkosten – met inbegrip van kosten die tijdens de saneringsprocedure worden gemaakt – betaald uit de middelen van de onderneming.

Bij het inleiden van een saneringsprocedure moeten de geraamde beheerkosten voor de periode vanaf de datum waarop de gerechtelijke uitspraak tot inleiding van de saneringsprocedure van kracht wordt tot de datum van de gerechtelijke goedkeuring van het saneringsplan, door de rechtbank worden goedgekeurd. Het bedrag van de saneringskosten voor de daaropvolgende periode wordt in het goedgekeurde saneringsplan vermeld.

In het geval van het faillissement van een natuurlijk persoon worden de beheerkosten gedekt uit de middelen, van welke aard ook, van die natuurlijke persoon, met inbegrip van middelen die hij in de loop van de faillissementsprocedure ontvangt. De geraamde faillissementsbeheerkosten worden goedgekeurd en gewijzigd door de vergadering van schuldeisers; de beloning voor de curator wordt opgenomen in de overeenkomst van opdracht tussen de natuurlijke persoon en de curator.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Elke door de schuldenaar verrichte transactie die inbreuk maakt op de rechten van schuldeisers, kan door de toegewezen faillissementscurator of door een individuele schuldeiser worden aangevochten, op grond van het actio Pauliana-beginsel, en wel binnen één jaar vanaf de dag waarop die transactie bekend werd of had moeten worden. Betwisting van een transactie op grond van actio Pauliana kan enkel slagen als aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  1. de schuldeiser moet een onweerlegbare en valide aanspraak hebben, m.a.w. de schuldenaar is zijn verplichtingen niet naar behoren of in het geheel niet nagekomen;
  2. de transactie vormt een inbreuk op de rechten van de schuldeiser. Van een dergelijke inbreuk is sprake wanneer, als gevolg van de transactie, de schuldenaar insolvent wordt of wanneer een solvabele schuldenaar voorrang geeft aan een andere schuldeiser, of wanneer de transactie er weliswaar niet toe leidt dat de schuldenaar insolvent wordt, maar wel diens vermogen om zijn verplichtingen jegens de schuldenaar na te komen, aantast door bijvoorbeeld de waarde van de activa van de schuldenaar te verminderen (bijvoorbeeld wanneer activa worden verkocht tegen een prijs die aanzienlijk onder de marktwaarde ligt);
  3. de schuldenaar was niet verplicht om de betwiste transactie te verrichten;
  4. de schuldenaar heeft niet in goed vertrouwen gehandeld, aangezien hij wist dat hij met de transactie inbreuk maakte op de rechten van de schuldeisers;
  5. de derde die tegen betaling de bilaterale transactie met de schuldenaar is aangegaan, heeft niet in goed vertrouwen gehandeld.

Aanvullend gelden er ten tijde van de faillissements- of saneringsprocedure wettelijke beperkingen inzake de verkoop van de activa van de schuldenaar (zie ook het antwoord op vraag 10) en zijn transacties van de schuldenaar die in strijd met die beperkingen zijn verricht, nietig zodra zij tot stand zijn gekomen.

Laatste update: 09/06/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Luxemburg

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Het Groothertogdom Luxemburg kent acht soorten insolventieprocedures.

Drie van deze procedures gelden alleen voor handelaren (natuurlijke personen en rechtspersonen):

  1. de faillissementsprocedure, als bedoeld in het Wetboek van Koophandel (Code de Commerce), heeft tot doel de activa van een handelaar die insolvent en niet-kredietwaardig is geworden, te gelde te maken;
  2. het akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement, als bedoeld in de wet van 14 april 1886 betreffende het akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement (loi du 14 avril 1886 concernant le concordat préventif de la faillite), is een procedure die onder bepaalde voorwaarden openstaat voor schuldenaren die aan de criteria voor een faillissement voldoen. Wanneer dit akkoord betrekking heeft op de afgifte van activa, heeft het net als het faillissement tot doel de activa van de betrokken handelaar te gelde te maken. Het akkoord onderscheidt zich echter van het faillissement, doordat de handelaar de gevolgen van de faillissementsprocedure vermijdt;
  3. de procedure voor beheer onder toezicht, als bedoeld in het groothertogelijke besluit van 24 mei 1935 betreffende beheer onder toezicht (arrêté grand-ducal du 24 mai 1935 instituant la gestion contrôlée), is gericht op het reorganiseren van de activiteiten van handelaren die daarom verzoeken. Deze procedure kan echter ook worden toegepast, wanneer handelaren hun activa optimaal te gelde willen maken.

Naast deze procedures voorziet het Luxemburgse recht (artikel 593 e.v. van het Wetboek van Koophandel) in een procedure waarbij aan handelaren onder bepaalde voorwaarden surseance van betaling kan worden verleend.

  1. Een vierde procedure staat alleen open voor natuurlijke personen die geen handelaar zijn: dit is de procedure voor overmatige schuldenlast, als bedoeld in de wet van 8 januari 2013 betreffende overmatige schuldenlast (loi du 8 janvier 2013 sur le surendettement), die tot doel heeft de verzoekende partijen in staat te stellen hun financiële situatie te verbeteren door een schuldaflossingsplan op te stellen.

Er zijn ook insolventieprocedures die specifiek gelden voor notarissen, kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen en instellingen voor collectieve belegging (aangezien deze procedures specifiek zijn voor een bepaalde beroepsgroep of bedrijfssector, worden zij in dit factsheet niet beschreven).

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

1. Faillissement

De faillissementsprocedure wordt ingeleid door de faillissementsaanvraag van de schuldenaar, door een verzoek van een of meer schuldeisers om faillietverklaring van de schuldenaar of door een rechtbank.

Handelaren moeten het faillissement aanvragen bij de griffie van de districtsrechtbank voor handelszaken (tribunal d'arrondissement) in het rechtsgebied waar de handelaar zijn woonplaats of statutaire zetel heeft. Dit moet gebeuren binnen één maand na de datum waarop aan de faillissementsvoorwaarden wordt voldaan.

Wanneer een of meer schuldeisers van de schuldenaar het faillissement van de handelaar willen aanvragen, moeten zij een gerechtsdeurwaarder inschakelen. Deze roept de handelaar via een exploot op om binnen acht dagen (exploot met vaste datum) voor de districtsrechtbank voor handelszaken te verschijnen, zodat een beslissing kan worden genomen over de gronden van de faillissementsaanvraag.

Een faillissementsprocedure kan ook door een rechtbank worden ingeleid op basis van de informatie waarover deze beschikt. In dit geval moet de rechtbank de gefailleerde via de griffie oproepen om zijn situatie uit te leggen aan de rechtbank, die zitting houdt in kamers.

Alvorens een handelaar failliet te verklaren, moet de districtsrechtbank voor handelszaken (hierna "de handelsrechtbank" – tribunal de commerce) controleren of de persoon of vennootschap in kwestie aan de drie volgende voorwaarden voldoet:

  • status van handelaar: een natuurlijke persoon die in de uitoefening van zijn normale beroep (hoofdberoep of bijberoep) bij wet als commercieel omschreven handelingen uitvoert (bv. de in artikel 2 van het Wetboek van Koophandel vermelde handelingen), of een rechtspersoon die is opgericht in een van de vormen als bedoeld in de gewijzigde wet van 10 augustus 1915 betreffende handelsvennootschappen (loi modifiée du 10 août 1915 concernant les sociétés commerciales) (bv. naamloze vennootschap (société anonyme), besloten vennootschap (société à responsabilité limitée), coöperatie enz.);
  • staking van betalingen: dit houdt in dat onbetwistbare schulden die opeisbaar zijn (bv. lonen, sociale lasten enz.), niet worden betaald en termijnschulden of voorwaardelijke schulden en natuurlijke verplichtingen niet voldoende zijn; en
  • verlies van kredietwaardigheid: de handelaar kan niet langer krediet krijgen van banken, leveranciers of schuldeisers.

Hoewel de weigering of het onvermogen om één enkele onbetwistbare en opeisbare schuld (ongeacht het bedrag) te betalen, in beginsel voldoende is om de staat van staking van betalingen vast te stellen, betekent een simpel cashflowprobleem niet dat er sprake is van de staat van faillissement, mits de handelaar het krediet kan krijgen dat nodig is om de handelsactiviteiten voort te zetten en de verbintenissen na te komen.

2. Akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement

Een akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement is voorbehouden aan "onfortuinlijke schuldenaren die te goeder trouw handelen". Deze kenmerken worden door de rechtbank beoordeeld op basis van de omstandigheden van het geval.

Wanneer het verzoek wordt ingediend, wijst de handelsrechtbank een van zijn rechters aan om de situatie van de verzoekende partij te onderzoeken en een verslag op te stellen.

Op basis van dit verslag kan de rechtbank al dan niet instemmen met een respijttermijn om de handelaar in staat te stellen de schuldeisers akkoordvoorstellen te doen.

3. Beheer onder toezicht

Schuldenaren moeten een gemotiveerd verzoek indienen bij de handelsrechtbank voor het district waar zij hun hoofdactiviteiten verrichten, of waar hun statutaire zetel is gevestigd in het geval van een vennootschap.

Beheer onder toezicht is alleen mogelijk als een handelaar zijn kredietwaardigheid heeft verloren of niet al zijn verbintenissen kan nakomen. Bovendien moet in het verzoek worden gevraagd om de activiteiten van de schuldenaar te reorganiseren of om zijn activa optimaal te gelde te maken. Tot slot moeten volgens de jurisprudentie schuldenaren te goeder trouw handelen. In dit verband heeft de rechtbank de vrijheid om te beoordelen of de handelaar op basis van de feiten en omstandigheden van het geval te goeder trouw heeft gehandeld, zoals vereist is om voor deze procedure in aanmerking te komen.

4. Overmatige schuldenlast

Een overmatige schuldenlast van natuurlijke personen wordt omschreven als een situatie waarin een in het Groothertogdom Luxemburg woonachtige schuldenaar duidelijk niet in staat is om al zijn opeisbare en weldra opeisbare niet-zakelijke schulden te voldoen en om de verbintenis na te komen die hij is aangegaan om zich hoofdelijk borg te stellen voor de schulden van een eenmanszaak of een vennootschap of om deze schulden te betalen, mits hij rechtens of feitelijk geen bestuurder van die vennootschap is geweest.

De procedure voor collectieve schuldenregeling bestaat uit de drie volgende fasen:

  • de minnelijke fase, die plaatsvindt voor de Bemiddelingscommissie voor overmatige schuldenlast (Commission de médiation en matière de surendettement);
  • de gerechtelijke reorganisatiefase, die plaatsvindt voor het vredegerecht (juge de paix) van de woonplaats van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast;
  • de schuldsaneringsfase, ook "persoonlijk faillissement" (faillite civile) genoemd, die plaatsvindt voor het vredegerecht van de woonplaats van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast.

Er zij op gewezen dat de schuldsaneringsfase, die ondergeschikt is aan de twee andere fasen van de procedure voor collectieve schuldenregeling, alleen kan worden ingeleid, wanneer de schuldenaar met een overmatige schuldenlast zich in een onherstelbaar slechte situatie bevindt, die wordt omschreven als een situatie waarin de schuldenaar niet in staat is tot uitvoering van:

  • de maatregelen van de minnelijke regeling, of
  • de maatregelen die door de bemiddelingscommissie zijn voorgesteld als onderdeel van de minnelijke schikking, en
  • de maatregelen die in de gerechtelijke reorganisatieprocedure zijn vastgesteld.

Ook moet worden opgemerkt dat verzoeken om een minnelijke procedure moeten worden gericht aan de voorzitter van de bemiddelingscommissie.

Een aanvraagformulier voor een minnelijke procedure kan worden gedownload op het De link wordt in een nieuw venster geopend.volgende adres.

Bovendien moeten schuldeisers van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast hun vorderingen indienen bij de Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast (Service d'information et de conseil en matière de surendettement). Een formulier voor het indienen van de vorderingen kan van de website http://www.justice.public.lu/fr/index.html worden gedownload op het De link wordt in een nieuw venster geopend.volgende adres.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

1. Faillissement

Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt gefailleerden automatisch het recht ontnomen om hun activa te beheren, ook de activa die de gefailleerde na de faillietverklaring verwerft.

De ontneming van het beheersrecht heeft betrekking op alle roerende en onroerende activa van de gefailleerde. Dit mechanisme heeft tot doel de belangen van de gezamenlijke schuldeisers te beschermen.

Over het algemeen gaat de curator naar de gebouwen van de gefailleerde om een inventarisatie te maken van de activa die zich daarin bevinden. De curator moet daarbij onderscheid maken tussen de activa die volledig eigendom zijn van de gefailleerde, en de activa waarop derden diverse eigendomsrechten kunnen doen gelden.

Bij de tegeldemaking van de roerende en onroerende activa zorgt de curator ervoor dat alle activa van de gefailleerde worden verkocht in het beste belang van de gezamenlijke schuldeisers. Om die activa te kunnen verkopen, heeft de curator toestemming van de rechtbank nodig. De roerende en onroerende activa moeten worden verkocht volgens de bepalingen van het Wetboek van Koophandel. De opbrengst moet worden gestort op de bankrekening die op naam van de insolventieprocedure is geopend.

2. Overmatige schuldenlast

De rechtbank laat de financiële en de sociale situatie van de schuldenaar beoordelen om de vorderingen te verifiëren en de waarde van de activa en passiva te bepalen.

Nadat de rechtbank heeft beslist om de schuldsaneringsprocedure in te leiden en heeft bepaald dat er activa zijn die te gelde kunnen worden gemaakt, gaat de rechtbank over tot de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar.

De rechtbank beslist over alle betwiste vorderingen en gelast de tegeldemaking van de persoonlijke bezittingen van de schuldenaar. Alleen meubilair dat de schuldenaar nodig heeft voor zijn dagelijkse leven, en niet-zakelijke bezittingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit, zijn uitgesloten. De activa van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast worden in de schuldsaneringsprocedure te gelde gemaakt overeenkomstig de doelstelling van de wet, namelijk de financiële situatie van de schuldenaar te verbeteren door hem en zijn gezin een menswaardig leven mogelijk te maken.

De rechten en handelingen van de schuldenaar met betrekking tot zijn activa worden tijdens de tegeldemaking uitgeoefend door een door de rechtbank aangewezen vereffenaar.

De vereffenaar heeft zes maanden de tijd om de activa van de schuldenaar op minnelijke basis te verkopen of om een gedwongen verkoop te organiseren.

Gevolgen van de schuldsaneringsprocedure:

  1. Wanneer de opbrengst van de tegeldemaking van de activa voldoende is om de schuldeisers te voldoen, gelast de rechtbank beëindiging van de procedure.
  2. Wanneer de opbrengst van de tegeldemaking van de activa onvoldoende is om de schuldeisers te voldoen, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.
  3. Wanneer de schuldenaar alleen beschikt over het meubilair dat hij nodig heeft voor zijn dagelijkse leven, en over niet-zakelijke bezittingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.
  4. Wanneer de activa geen marktwaarde hebben of wanneer verkoop van de activa onevenredig hoge kosten in vergelijking met hun marktwaarde met zich mee zou brengen, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.

Beëindiging wegens ontoereikende activa heeft tot gevolg dat alle niet-zakelijke schulden van de schuldenaar worden kwijtgescholden.

Bij de kwijtschelding van de niet-zakelijke schulden van de schuldenaar wordt echter geen rekening gehouden met:

  • schulden die een borg of medeschuldenaar heeft betaald in plaats van de schuldenaar;
  • in artikel 46 van de wet genoemde schulden, dat wil zeggen lopende betalingen van onderhoudsschulden en geldbedragen die aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden zijn toegekend wegens toegebracht lichamelijk letsel.

De in artikel 46 van de wet genoemde schulden kunnen echter worden kwijtgescholden, wanneer de betrokken schuldeiser heeft ingestemd met de verlichting, herschikking of kwijtschelding van de schulden in kwestie.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

1. Faillissement

Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt gefailleerden automatisch het recht ontnomen om hun activa te beheren, ook de activa die de gefailleerde later verwerft.

Na de faillietverklaring wordt het beheer van de activa van de schuldenaar opgedragen aan een curator.

Wanneer de gefailleerde een rechtspersoon is, bestaat de insolvente boedel uit alle activa en passiva van de vennootschap, met uitzondering van rechten die vennoten in die hoedanigheid bezitten.

Curatoren worden gekozen uit degenen die de beste garanties kunnen bieden op het gebied van intelligentie en zorgvuldigheid van hun beheer.

In de praktijk kiezen rechters bij de districtsrechtbank voor handelszaken de curatoren uit de lijst van advocaten. Wanneer dit nodig is in het belang van de gefailleerde, kan de rechtbank echter ook notarissen of accountants/auditoren benoemen.

Zoals bij alle procedures waarbij handelaren zijn betrokken, is de handelsrechtbank bevoegd in faillissementszaken.

Het is derhalve de handelsrechtbank die het faillissement uitspreekt, de datum van de staking van betalingen bepaalt, de verschillende betrokkenen (rechter-commissaris, curator) benoemt, de datum voor de indiening van vorderingen en de datum voor de voltooiing van het verslag inzake de verificatie van de vorderingen vaststelt, en de beëindiging van de faillissementsprocedure gelast.

Het beheer van de activa wordt opgedragen aan een door de rechtbank aangewezen curator, die verantwoordelijk is voor de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar en de verdeling van de opbrengst onder de verschillende schuldeisers, overeenkomstig de regels voor preferente vorderingen en zakelijke zekerheden.

De rechter-commissaris is verantwoordelijk voor het toezicht op de faillissementsprocedure, het beheer en de tegeldemaking. Tijdens een zitting brengt hij verslag uit over eventuele geschillen en geeft hij opdracht om dringende maatregelen te nemen, teneinde de insolvente boedel veilig te stellen en te beschermen. Tevens leidt hij de vergaderingen van schuldeisers van de gefailleerde.

Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt failliete handelaren het recht ontnomen om hun activa te beheren en kunnen zij niet langer betalingen verrichten of transacties of andere handelingen met betrekking tot die activa uitvoeren.

2. Overmatige schuldenlast

Wat betreft de verplichtingen van de schuldenaar en de gevolgen voor de activa van de schuldenaar van het inleiden van de procedure voor collectieve schuldenregeling, moet worden opgemerkt dat de schuldenaar is onderworpen aan een verplichting van goed gedrag.

Tijdens de periode van goed gedrag:

  • moet de schuldenaar met de bij de procedure betrokken autoriteiten en instanties samenwerken door uit eigen beweging informatie te verstrekken over zijn activa, inkomsten en schulden, en eventuele wijzigingen in zijn situatie;
  • moet de schuldenaar voor zover mogelijk een bezoldigde bezigheid verrichten die aansluit bij zijn capaciteiten;
  • mag de schuldenaar zijn insolventie niet verergeren en moet hij plichtsgetrouw handelen om zijn schulden te verminderen;
  • mag de schuldenaar geen schuldeisers bevoordelen, met uitzondering van onderhoudsgerechtigden voor lopende betalingen, verhuurders voor lopende huurbetalingen voor huisvesting die aan de basisbehoeften van de schuldenaar voldoet, leveranciers van goederen en diensten die noodzakelijk zijn voor een waardig leven, en schuldeisers voor lopende betalingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de betaling door de schuldenaar van schadevergoeding wegens lichamelijk letsel als gevolg van opzettelijke gewelddaden;
  • moet de schuldenaar de verbintenissen in het kader van de procedure nakomen.

Bij de procedure zijn twee typen instanties betrokken, afhankelijk van de vraag of de procedure zich in de minnelijke fase of de gerechtelijke fase bevindt.

De minnelijke fase vindt plaats voor de bemiddelingscommissie. De leden van de bemiddelingscommissie worden door de Minister benoemd. De commissie heeft een voorzitter en een secretaris en komt ten minste eenmaal per kwartaal bijeen. Om lid van de bemiddelingscommissie te kunnen worden, moeten de kandidaten onder meer een verklaring omtrent het gedrag overleggen. Na hun benoeming zijn de leden wettelijk verplicht de Minister in kennis te stellen van eventuele tegen hen gevoerde strafrechtelijke procedures of uitgesproken strafrechtelijke veroordelingen, zodat zij kunnen worden vervangen. De leden van de bemiddelingscommissie ontvangen een toelage van 10 EUR per zitting en de voorzitter ontvangt een toelage van 20 EUR per zitting.

De bemiddelingscommissie beslist met name of verzoeken om de procedure moeten worden aanvaard en of ingediende vorderingen toelaatbaar zijn. Ook heeft de commissie tot taak ontwerpen voor minnelijke regelingen die naar aanleiding van een onderzoek door de Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast (hierna: "de Dienst") bij haar zijn ingediend, goed te keuren of te wijzigen.

Als de voorgestelde regeling binnen zes maanden na goedkeuring van de procedure door de commissie niet door de belanghebbende partijen is aanvaard, stelt de commissie een verslag op waarin wordt vermeld dat de minnelijke procedure is mislukt. Binnen twee maanden na de datum waarop dit verslag in het register is gepubliceerd, kan de schuldenaar een gerechtelijke reorganisatieprocedure aanhangig maken bij het vredegerecht van zijn woonplaats. Als de schuldenaar dit verzoek niet binnen de aangegeven termijn indient, kan hij pas een nieuwe procedure voor collectieve schuldenregeling aanhangig maken, nadat een periode van twee jaar is verstreken sinds de datum waarop het verslag in het register is gepubliceerd.

Na het inleiden van de gerechtelijke reorganisatiefase worden de partijen opgeroepen om voor het vredegerecht te verschijnen, dat van hen kan verlangen alle documenten of informatie te verstrekken aan de hand waarvan de activa en/of passiva van de schuldenaar kunnen worden vastgesteld.

Op basis van de verstrekte informatie stelt de rechtbank een reorganisatieplan op, waarin maatregelen worden opgenomen die de schuldenaar in staat stellen zijn verbintenissen na te komen.

Het door de rechtbank opgestelde reorganisatieplan geldt maximaal zeven jaar en vervalt in een beperkt aantal gevallen (met name wanneer de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen in het kader van het reorganisatieplan heeft voldaan).

3. Beheer onder toezicht

In procedures voor beheer onder toezicht staan schuldenaren hun beslissingsbevoegdheid af aan de bewindvoerders, die een inventaris moeten opstellen en een reorganisatieplan of een plan voor de tegeldemaking en verdeling van de activa moeten overleggen. Ook is het schuldenaren verboden te handelen op een wijze die de werkzaamheden van de in deze procedure benoemde bewindvoerders kan belemmeren.

4. Akkoord met schuldeisers

Tijdens de procedure voor een akkoord met schuldeisers kan de schuldenaar niets verkopen of verhypothekeren en ook geen verbintenissen aangaan zonder toestemming van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris stelt de inventaris op en beoordeelt de situatie van het bedrijf, en hij kan zo nodig de bijstand van deskundigen inroepen.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

De verschillende hierboven vermelde procedures hebben geen nadelige gevolgen voor de preferente vorderingen van schuldeisers, behalve de procedure voor een akkoord met schuldeisers.

1. Akkoord met schuldeisers

Schuldeisers met zakelijke zekerheden die aan de stemming deelnemen, verliezen hun status van preferente schuldeiser (artikel 10 van de wet van 14 april 1886).

2. Faillissement

"Met betrekking tot faillissement is het vaste rechtspraak dat er na de faillietverklaring geen wettelijke, gerechtelijke of minnelijke verrekening meer mogelijk is, ook niet tussen reeds bestaande vorderingen, wanneer zij tot dat moment een van de drie kenmerken liquiditeit, opeisbaarheid en fungibiliteit misten. Hoewel de faillietverklaring dus wettelijke verrekening kan beletten, mag niet worden geconcludeerd dat dit absoluut is of terugwerkende kracht heeft. De faillietverklaring heeft geen gevolgen voor wettelijke verrekening, wanneer aan de voorwaarden daarvoor werd voldaan, voordat de faillissementsprocedure werd ingeleid. Het Hof van Beroep (Cour d'appel) heeft geoordeeld dat 'de verdachte periode dit soort verrekening niet belet. Wettelijke verrekening is mogelijk ondanks de staking van betalingen. Het is geen handeling van de schuldenaar, aangezien de handeling buiten zijn medeweten plaatsvindt. Artikel 445 van het Wetboek van Koophandel is daarop niet van toepassing.'

Wat gerechtelijke verrekening betreft: daartoe kan geen opdracht worden gegeven, nadat de collectieve procedure is ingeleid. Gerechtelijke verrekening is echter wel mogelijk tijdens de verdachte periode, mits de betreffende beschikking definitief is geworden (niet vatbaar is voor beroep). In dit geval kan verrekening pas werking hebben vanaf de datum van de beschikking.

Wat minnelijke verrekening betreft: daarvan kan uiteraard geen sprake meer zijn, nadat de collectieve procedure is ingeleid. Bovendien kan geen minnelijke verrekening plaatsvinden tijdens de verdachte periode, omdat minnelijke verrekening in artikel 445 van het Wetboek van Koophandel wordt beschouwd als een ongebruikelijke betaalmethode die nietig wordt verklaard [1]."

Er moet echter worden opgemerkt dat de wet van 5 augustus 2005 betreffende financiële garanties (loi du 5 août 2005 sur les garanties financières) voorziet in specifieke uitzonderingen op de hierboven beschreven regels met betrekking tot bijvoorbeeld verrekeningsovereenkomsten die tussen partijen kunnen worden afgesloten op de datum waarop de insolventieprocedure wordt ingeleid (of zelfs daarna — zie artikel 18 e.v. van de wet van 5 augustus 2005 betreffende financiële garanties).

3. Beheer onder toezicht

Met betrekking tot beheer onder toezicht, het akkoord met schuldeisers of surseance van betaling is geen verrekening meer mogelijk, nadat de schuldenaren de beschikkingsvrijheid over hun rechten en activa hebben verloren.


[1] "La compensation comme garantie d'une créance sur un débiteur en faillite", Pierre Hurt, J.T., 2010, blz. 30.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Een van de belangrijkste problemen waarmee curatoren worden geconfronteerd, nadat de faillissementsprocedure is ingeleid, betreft lopende contracten die vóór de faillietverklaring zijn afgesloten. Met uitzondering van arbeidscontracten die van rechtswege eindigen op de datum waarop het faillissement wordt uitgesproken (artikel 12‑1 van het Wetboek van Arbeid (Code du travail)), wordt er traditioneel van uitgegaan dat lopende contracten worden voortgezet, totdat zij door de curator worden beëindigd.

De curator moet de betrokken belangen tegen elkaar afwegen bij zijn beslissing of deze contracten tijdelijk moeten worden voortgezet. Als er clausules in het contract staan die bepalen dat het contract wordt beëindigd, wanneer een van de partijen failliet wordt verklaard, dient te worden beslist of de curator de toepasselijkheid van deze clausules moet betwisten (gelet op het feit dat de geldigheid van deze clausules discutabel is; zo worden deze clausules in België als ongeldig beschouwd in het kader van handelshuurcontracten).

In elk geval is de keuze tussen uitvoering en beëindiging van deze contracten in beginsel de uitsluitende verantwoordelijkheid van de curator. In geval van betwisting door de andere partij die zich beroept op beëindiging van het contract van rechtswege wegens faillissement, stelt de curator zich bloot aan een juridische procedure met een onzekere uitkomst en aan nieuwe kosten voor de insolvente boedel [1].


[1] "Les procédures collectives au Luxembourg", Yvette Hamilius en Brice Hellinckx (auteurs van hoofdstuk 3), Editions Larcier, 2014, blz. 86.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

1. Procedures voor een akkoord met schuldeisers, faillissement, surseance van betaling en beheer onder toezicht

In procedures voor een akkoord met schuldeisers, faillissement, surseance van betaling en beheer onder toezicht worden executiemaatregelen ten aanzien van handelaren en hun activa opgeschort. Er is in het groothertogdom echter geen enkele wettekst van toepassing die schuldeisers belet maatregelen te nemen om de integriteit van de activa van hun schuldenaar te beschermen.

In al deze procedures hebben schuldenaren niet langer de beschikkingsvrijheid over hun activa. "Van de faillietverklaring tot de beëindiging van de procedure kan niet op rechtsgeldige wijze een procedure tegen alleen de gefailleerde worden aangespannen met betrekking tot activa die deel uitmaken van de insolvente boedel" (Lux. 12 januari 1935, Pas. 14, blz. 27). "Concurrente schuldeisers en schuldeisers met een algemene preferente vordering kunnen tijdens het faillissement geen rechtsvordering instellen tegen de gefailleerde en evenmin tegen de curator, maar kunnen alleen optreden door hun vordering in te dienen of een procedure tot erkenning van hun vordering aanhangig te maken" (Cass. donderdag 13 november 1997, Pas. 3030, blz. 265).

In bepaalde gevallen kunnen echter beschikkingshandelingen worden uitgevoerd met toestemming van de door de handelsrechtbank gemachtigde persoon (met betrekking tot surseance van betaling of beheer onder toezicht).

Bovendien worden door de faillietverklaring nog niet vervallen schulden opeisbaar en wordt de toepassing van rente onderbroken.

2. Overmatige schuldenlast

Wat de collectieve schuldenregeling betreft, worden door de beslissing van de bemiddelingscommissie om het verzoek van de schuldenaar te aanvaarden, eventuele executiemaatregelen ten aanzien van het vermogen van de schuldenaar van rechtswege opgeschort (behalve maatregelen met betrekking tot onderhoudsverplichtingen), wordt de toepassing van rente onderbroken en worden nog niet vervallen schulden opeisbaar.

Als de minnelijke fase mislukt, kan het vredegerecht waarvoor de gerechtelijke fase wordt behandeld, eventuele executiemaatregelen opschorten onder dezelfde voorwaarden als hierboven vermeld.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Rechtszaken die al lopen wanneer de insolventieprocedure wordt ingeleid, kunnen rechtsgeldig worden voortgezet door de curator die in die hoedanigheid optreedt. De verzoekende partijen moeten in dergelijke gevallen echter de procedure reguleren door de curator in te schakelen, die als enige bevoegd is de failliete schuldenaar rechtsgeldig te vertegenwoordigen.

Wanneer de zaak tegen de schuldenaar is gericht, verkrijgen de schuldeisers die de procedure vóór het faillissement hebben aangespannen, een zekerheid die zij bij de tegeldemaking kunnen gebruiken. Deze zekerheid kan echter niet worden uitgewonnen, aangezien de faillietverklaring tot gevolg heeft dat de schuldenaar zijn activa niet meer mag beheren.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

1. Faillissement

Door publicatie van de faillietverklaring in een of meer in Luxemburg verspreide dagbladen worden de schuldeisers erover geïnformeerd dat hun schuldenaar failliet is gegaan. Vervolgens moeten zij binnen de in de faillietverklaring gestelde termijn hun vorderingen, samen met hun zekerheden, indienen bij de griffie van de districtsrechtbank voor handelszaken. De griffier registreert de vorderingen en verstrekt een ontvangstbewijs.

De formulieren voor het aanmelden van vorderingen moeten worden ondertekend en moeten de achternaam, de voornaam, het beroep en het adres van de schuldeisers bevatten, alsook het bedrag van de vordering, de redenen voor de vordering en eventuele aan de vordering verbonden garanties of zekerheden. De diverse ingediende vorderingen worden vervolgens geverifieerd in aanwezigheid van de curator, de failliete schuldenaar en de rechter-commissaris.

Tijdens deze procedure kunnen schuldeisers in geval van een geschil worden opgeroepen om tijdens het kruisverhoor gedetailleerde uitleg te geven over hun vordering en de gegrondheid of het exacte bedrag ervan.

Als de curator heeft kunnen vaststellen welke activa onder de schuldeisers kunnen worden verdeeld, roept hij deze laatsten op voor een vergadering waarin de rekeningen worden gepresenteerd. Tijdens deze vergadering kunnen de schuldeisers hun mening geven over het verdelingsplan.

Als er onvoldoende activa zijn, wordt het faillissement voor beëindigd verklaard.

Als de curator zijn taak niet naar tevredenheid van de schuldeisers vervult, kunnen deze laatsten hun klachten indienen bij de rechter-commissaris, die zo nodig de curator kan vervangen.

2. Beheer onder toezicht

In de procedure voor beheer onder toezicht moeten de bewindvoerders aan de schuldeisers gedetailleerde informatie over het reorganisatieplan of het plan voor de tegeldemaking van de activa verstrekken.

In dit geval kunnen de schuldeisers worden uitgenodigd om opmerkingen te maken. De schuldeisers moeten binnen 15 dagen na ontvangst van de kennisgeving aan de griffie meedelen of zij het plan aanvaarden of verwerpen. Het plan kan alleen worden uitgevoerd wanneer het wordt aanvaard door meer dan de helft van de schuldeisers wier vorderingen meer dan de helft van de schulden vertegenwoordigen.

3. Akkoord met schuldeisers

In de procedure voor een akkoord met schuldeisers wordt een vergadering van schuldeisers belegd om hen in staat te stellen de akkoordvoorstellen van de rechter-commissaris te bespreken. De schuldeisers moeten daarom hun vorderingen aanmelden en tevens aangeven of zij de akkoordvoorstellen aanvaarden.

De schuldeisers kunnen vervolgens ook opmerkingen maken tijdens de hoorzitting voor de goedkeuring van het akkoord. Ook kunnen zij tegen de beslissing tot goedkeuring van het akkoord beroep instellen, wanneer zij niet voor de vergadering van schuldeisers waren uitgenodigd of wanneer zij tegen de akkoordvoorstellen hebben gestemd.

4. Overmatige schuldenlast

Tijdens de minnelijke fase moeten de schuldeisers eerst hun vorderingen indienen bij de Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast. De schuldeisers kunnen vervolgens actief deelnemen aan de goedkeuring van een minnelijke regeling door deze dienst.

De Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast roept vervolgens de schuldeisers bijeen en licht de in de minnelijke regeling gedane voorstellen toe. Ten minste 60 % van de schuldeisers wier vorderingen 60% van alle vorderingen vertegenwoordigen, moet aangeven dat zij de minnelijke regeling aanvaarden om deze als aanvaard te kunnen beschouwen. Als er geen reactie van de schuldeisers wordt ontvangen, worden zij geacht met de voorstellen in te stemmen.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Curatoren in een faillissement vertegenwoordigen zowel de gefailleerde als zijn gezamenlijke schuldeisers. In deze dubbele hoedanigheid zijn zij niet alleen verantwoordelijk voor het beheren van de activa van de gefailleerde, maar mogen zij ook als eisende of verwerende partij toezicht uitoefenen op alle maatregelen ter bescherming van de activa die als zekerheid voor de schuldeisers moeten worden gebruikt, en die activa terugvorderen of verhogen in het gemeenschappelijke belang van de schuldeisers (Hof van Beroep, 2 juli 1880, Pas. 2, blz. 49).

De curator kan alle maatregelen nemen die betrekking hebben op de gemeenschappelijke zekerheid voor de schuldeisers (de activa van de gefailleerde), dat wil zeggen alle maatregelen om die activa terug te vorderen, te beschermen of te gelde te maken (Hof van Beroep, 25 februari 2015, Pas. 37, blz. 483).

Wat lopende contracten na de faillietverklaring betreft, moet de curator beslissen of deze moeten worden beëindigd, dan wel of het beter zou zijn, wanneer er middelen kunnen vrijkomen, om de uitvoering ervan voort te zetten, teneinde later aan de verplichtingen van de gefailleerde te kunnen voldoen.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Alle schuldeisers moeten hun vordering aanmelden, ongeacht de aard van de vordering en of zij een preferente vordering hebben. Een uitzondering op deze procedure zijn vorderingen die voortvloeien uit de boedel, dat wil zeggen vorderingen die later ontstaan en in het belang van de faillissementsprocedure zijn (bv. kosten van de curator, huur die na de faillietverklaring verschuldigd is enz.).

Vorderingen die uit de boedel voortvloeien, nadat de insolventieprocedure is ingeleid en die het gevolg zijn van het beheer van het faillissement of de voortzetting van bepaalde activiteiten van het failliete bedrijf, worden eerst voldaan, voordat de rest van de activa onder de gezamenlijke schuldeisers wordt verdeeld. Uit de boedel voortvloeiende vorderingen worden daarom in alle gevallen vóór die van andere schuldeisers voldaan.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

1. Faillissement

In een faillissementsprocedure wordt de faillietverklaring op verschillende manieren gepubliceerd (pers, registratie bij de handelsrechtbank), zodat de situatie onder de aandacht van de schuldeisers van de failliete schuldenaar wordt gebracht en deze zich vervolgens bekend kunnen maken (artikel 472 van het Wetboek van Koophandel).

De schuldeisers moeten vervolgens hun vordering bij de griffie van de handelsrechtbank indienen en hun bewijsstukken overleggen (artikel 496 van het Wetboek van Koophandel).

Een formulier waarop de schuldeisers de vordering kunnen aanmelden, is online beschikbaar op het De link wordt in een nieuw venster geopend.volgende adres.

De vorderingen worden geverifieerd door de curator die voor de tegeldemaking verantwoordelijk is, en kunnen door hem worden betwist (artikel 500 van het Wetboek van Koophandel).

Elke ingediende vordering die wordt betwist, wordt aan de rechter voorgelegd.

Ontstaat er echter een geschil dat door zijn inhoud niet onder de jurisdictie van de districtsrechtbank voor handelszaken valt, dan wordt het geschil voor een beslissing ten gronde aan de bevoegde rechtbank voorgelegd. Het geschil wordt ook aan de districtsrechtbank voor handelszaken voorgelegd voor een beschikking overeenkomstig artikel 504 over de bedragen die door de betrokken schuldeisers in het kader van de besprekingen over het akkoord kunnen worden gevorderd (artikel 502).

2. Akkoord met schuldeisers

In de procedure voor een akkoord met schuldeisers moet de schuldenaar die om een akkoord verzoekt, in het verzoek de identiteit en de adressen van de schuldeisers en de bedragen van hun vorderingen aangeven (artikel 3 van de wet van 14 april 1886).

De schuldeisers worden in kennis gesteld bij aangetekende brief (artikel 8 van de wet van 14 april 1886), waarin zij worden uitgenodigd om deel te nemen aan de akkoordvergadering.

De uitnodiging wordt ook in de pers gepubliceerd.

Tijdens de akkoordvergadering geven de schuldeisers het bedrag van hun vordering aan.

Zoals hierboven aangegeven, verliezen schuldeisers met door zakelijke zekerheden gedekte vorderingen die aan de stemming deelnemen, hun status van preferente schuldeiser (artikel 10 van de wet van 14 april 1886).

3. Surseance van betaling

In de procedure voor surseance van betaling moet de schuldenaar ook een lijst van schuldeisers overleggen waarin hun naam, het bedrag van hun vordering en hun adres zijn vermeld.

De schuldeisers worden voor een vergadering uitgenodigd bij aangetekende brief (artikel 596 van het Wetboek van Koophandel) en in de pers.

Tijdens de vergadering moeten zij het bedrag van hun vordering aangeven (artikel 597 van het Wetboek van Koophandel).

4. Beheer onder toezicht

In procedures voor beheer onder toezicht is er geen procedure voor het indienen en aanvaarden van vorderingen. Schuldenaren moeten in hun verzoek de rechtbank in kennis stellen van de identiteit van hun schuldeisers.

Deze schuldeisers worden vervolgens door de rechtbank in kennis gesteld van het reorganisatieplan of het plan voor de tegeldemaking van de activa dat de door de rechtbank benoemde bewindvoerders hebben opgesteld.

5. Procedure voor overmatige schuldenlast

De schuldeisers van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast moeten binnen één maand na publicatie van de collectieve schuldenregeling in het register hun vorderingen indienen bij de Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast.

De aanmelding van de vorderingen moet voldoen aan de artikelen 6 en 7 van de groothertogelijke verordening van 17 januari 2014 tot uitvoering van de wet van 8 januari 2013 betreffende overmatige schuldenlast (règlement grand-ducal du 17 janvier 2014 portant exécution de la loi du 8 janvier 2013 concernant le surendettement).

Er is een De link wordt in een nieuw venster geopend.aanmeldingsformulier beschikbaar waarvan de schuldeisers gebruik kunnen maken.

De bemiddelingscommissie onderzoekt of de vorderingen toelaatbaar zijn.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Het uitgangspunt in het faillissementsrecht is dat iedere schuldeiser een gelijk aandeel in verhouding tot het bedrag van zijn vordering moet ontvangen.

Sommige schuldeisers met een zekerheid of een preferente vordering worden het eerst voldaan.

Preferente schuldeisers worden gerangschikt in een wettelijke volgorde die overheidsbeleid is (verhuurders van onroerend goed, hypotheekhouders, schuldeisers met zekerheden op de bedrijfsmiddelen, en met name de schatkist in de meest brede zin).

In het algemeen verwijst de curator naar de artikelen 2096 tot en met 2098, 2101 en 2102 van het Burgerlijk Wetboek (Code civil).

De curator moet elke vordering verifiëren onder verwijzing naar de wet en de jurisprudentie.

De voor concurrente schuldeisers beschikbare nettoactiva moeten op pro rata-basis worden verdeeld overeenkomstig artikel 561, eerste alinea, van het Wetboek van Koophandel.

Zodra de curator het bedrag van de door de rechtbank vastgestelde kosten weet, de preferente schuldeisers heeft gerangschikt en het voor verdeling onder de concurrente schuldeisers resterende bedrag kent, stelt hij een plan voor de verdeling van de activa op dat eerst wordt voorgelegd aan de rechter-commissaris. Overeenkomstig artikel 533 van het Wetboek van Koophandel nodigt de curator alle schuldeisers bij aangetekende brief uit voor de vergadering waarin de rekeningen worden gepresenteerd. Bij de brief voegt hij een afschrift van het plan voor de verdeling van de activa.

De gefailleerde moet van de vergadering in kennis worden gesteld door een gerechtsdeurwaarder of door publicatie in een Luxemburgs dagblad.

Tenzij de presentatie van de rekeningen door de curator wordt betwist door een schuldeiser, legt de curator de notulen van de presentatievergadering (op basis van het plan voor de verdeling van de activa) ter ondertekening voor aan de rechter-commissaris en de griffier.

Na de presentatie van de rekeningen voldoet de curator de schuldeisers.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

1. Faillissement

In een faillissementsprocedure kan de curator na uitvoering van de betalingen verzoeken om beëindiging van de procedure, waarna de beëindigingsbeschikking volgt die, zoals de naam al zegt, de faillissementsprocedure beëindigt.

Op grond van artikel 536 van het Wetboek van Koophandel kunnen gefailleerden die niet op grond van nalatigheid of fraude strafbaar failliet zijn verklaard, niet langer worden achtervolgd door hun schuldeisers, tenzij binnen zeven jaar na de beëindigingsbeschikking wegens ontoereikende activa hun financiële situatie verbetert.

Op grond van artikel 586 van het Wetboek van Koophandel kan aan gefailleerden die alle verschuldigde bedragen (hoofdsom, rente en kosten) volledig betalen, kwijting worden verleend door indiening van een verzoek daartoe bij het Hooggerechtshof (Cour supérieure de justice).

2. Akkoord met schuldeisers, surseance van betaling, beheer onder toezicht

In procedures voor een akkoord met schuldeisers, surseance van betaling en beheer onder toezicht wordt met de beslissing van de rechtbank tot goedkeuring van de betrokken maatregel de procedure beëindigd.

De rechtbank kan aan de failliete schuldenaar civielrechtelijke of strafrechtelijke sancties opleggen.

Als de rechtbank vaststelt dat het faillissement door ernstig en duidelijk wangedrag van de gefailleerde is veroorzaakt, kan hij de gefailleerde verbieden om hetzij rechtstreeks, hetzij via een andere persoon een bedrijfsactiviteit uit te oefenen. Dit verbod geldt ook voor het bekleden van een functie met beslissingsbevoegdheid bij een vennootschap.

Andere civielrechtelijke sancties omvatten voor faillissementen van handelsvennootschappen de mogelijkheid het faillissement uit te breiden tot hun bestuurders en de mogelijkheid om maatregelen te nemen op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek (algemene wettelijke aansprakelijkheid) en de artikelen 59 en 192 van de wet op de handelsvennootschappen (loi sur les sociétés commerciales).

Ook kunnen aan de gefailleerde strafrechtelijke sancties (bij een strafbaar faillissement) worden opgelegd.

In een akkoord met schuldeisers moeten personen die van deze procedure gebruikmaken, hun schuldeisers terugbetalen als hun financiële situatie verbetert (artikel 25 van de wet van 14 April 1886 betreffende het akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement).

Een akkoord met schuldeisers heeft geen gevolgen voor de volgende schulden:

  • belastingen en andere overheidsheffingen;
  • vorderingen die door preferente rechten, hypotheken of zekerheden zijn gedekt;
  • vorderingen met betrekking tot levensonderhoud.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Als er na beëindiging van de insolventieprocedure nog activa zijn, ontvangen de schuldeisers het volledige bedrag of een deel van het bedrag van hun vorderingen overeenkomstig de in de beëindigingsbeschikking aanvaarde verdelingsvoorwaarden.

Wanneer een gefailleerde niet strafbaar failliet is verklaard op grond van nalatigheid of fraude, kan hij niet langer worden achtervolgd door zijn schuldeisers, tenzij binnen zeven jaar na de beschikking tot beëindiging van de faillissementsprocedure zijn financiële situatie verbetert.

Schuldeisers kunnen ook een zaak aanspannen op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek om de algemene wettelijke aansprakelijkheid van bestuurders van de failliete vennootschap in te roepen of een zaak aanhangig maken op grond van de artikelen 59 en 192 van de wet op de handelsvennootschappen (aansprakelijkheid van bestuurders en managers in de uitoefening van hun mandaat).

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten van de faillissementsaanvraag zijn opgenomen in de kosten van de insolvente boedel.

Aangezien deze kosten in het belang van de faillissementsprocedure worden gemaakt, worden zij uit de failliete boedel betaald, voordat de curator de rest van de activa onder de diverse schuldeisers verdeelt.

In de wet van 29 maart 1893 betreffende rechtsbijstand en de schuldenprocedure (loi du 29 mars 1893 concernant l'assistance judiciaire et la procédure en débet) zijn in de artikelen 1 en 2 de verschillende kosten opgenomen die uit de in het kader van de insolventieprocedure voorgeschreven formaliteiten kunnen voortvloeien, en wordt de volgorde van de betaling daarvan bepaald, wanneer de activa ontoereikend zijn.

De bevoegde districtsrechtbank stelt het honorarium van de curator vast op basis van de groothertogelijke verordening van 18 juli 2003 (règlement grand-ducal du 18 juillet 2003).

De curator moet aan de districtsrechtbank voor handelszaken een overzicht van de kosten en de honoraria op basis van de gerecupereerde activa overleggen.

In artikel 536-1, tweede alinea, van het Wetboek van Koophandel is bepaald dat de kosten en honoraria van faillissementen die wegens ontoereikende activa zijn beëindigd, door de Dienst Indirecte Belastingen (Administration de l'Enregistrement) worden voorgeschoten onder de voorwaarden van de wet van 29 maart 1893 betreffende rechtsbijstand en de schuldenprocedure.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

1. Faillissement

In de faillietverklaring kan de datum van staking van betalingen door de gefailleerde worden vastgesteld op een eerdere datum dan de datum van de faillietverklaring. Deze datum kan echter niet meer dan zes maanden vóór de faillietverklaring liggen.

Om de belangen van schuldeisers te beschermen, wordt de periode tussen de staking van betalingen en de faillietverklaring als "verdachte periode" beschouwd.

Bepaalde handelingen die tijdens deze periode worden uitgevoerd en de rechten van schuldeisers kunnen schaden, zijn nietig. Daarbij gaat het met name om:

  • handelingen met betrekking tot roerende of onroerende goederen die de gefailleerde om niet of tegen betaling heeft verkocht, wanneer de verkoopprijs duidelijk veel lager is dan de waarde van het goed in kwestie;
  • alle betalingen in contanten of door overschrijving, verkoop, verrekening of anderszins voor schulden die nog niet opeisbaar zijn;
  • alle betalingen anders dan in contanten of met gebruikmaking van commerciële instrumenten voor schulden die opeisbaar zijn;
  • hypothecaire of andere zakelijke rechten die door de schuldenaar zijn verleend voor schulden die vóór de staking van betalingen zijn aangegaan.

Voor andere handelingen wordt het beginsel van nietigheid evenwel niet automatisch toegepast.

Bijgevolg zijn bepaalde betalingen van de gefailleerde voor opeisbare schulden en andere tegen betaling verrichte handelingen tijdens de verdachte periode vernietigbaar, wanneer wordt bewezen dat de derde die de betalingen heeft ontvangen of die met de gefailleerde heeft onderhandeld, van de staking van betalingen op de hoogte was.

Wanneer een schuldeiser weet dat een schuldenaar verbintenissen niet kan nakomen, mag die schuldeiser niet om een voorkeursbehandeling vragen ten nadele van de gezamenlijke schuldeisers.

De link wordt in een nieuw venster geopend.Hypothecaire en preferente rechten die op rechtsgeldige wijze zijn verworven, kunnen worden ingeschreven tot de datum van faillietverklaring. Rechten die in de tien dagen vóór de datum van staking van betalingen of daarna zijn ingeschreven, kunnen echter nietig worden verklaard wanneer meer dan vijftien dagen zijn verstreken tussen de datum van de hypotheekakte en de datum van inschrijving.

Tot slot worden handelingen of betalingen met bedrieglijke benadeling van schuldeisers, dat wil zeggen wanneer deze door de schuldenaar zijn verricht met volledige kennis van de nadelige gevolgen daarvan voor de schuldeiser (door vermindering van de insolvente boedel, niet-inachtneming van de rangorde van de vorderingen enz.), als nietig beschouwd, ongeacht de datum waarop zij zijn uitgevoerd.

Het concept van de verdachte periode geldt niet voor financiële zekerheidsovereenkomsten en evenmin in gevallen van overdracht van toekomstige vorderingen aan een securitisatie-instelling.

2. Akkoord met schuldeisers

Tijdens de procedure om tot een akkoord met schuldeisers te komen, mogen schuldenaren niets overdragen of verhypothekeren en ook geen verbintenissen aangaan zonder toestemming van de rechter-commissaris.

3. Beheer onder toezicht

Vanaf de datum van de beslissing tot benoeming van een rechter-commissaris om een inventarisatie van het bedrijf te maken, kan de handelaar, op straffe van nietigheid, geen roerende bedrijfsmiddelen overdragen, verbinden of ontvangen, noch daarop zekerheden of hypotheken vestigen zonder schriftelijke toestemming van de rechter-commissaris.

Ook moet worden opgemerkt dat de wet betreffende beheer onder toezicht voorziet in strafrechtelijke sancties voor handelaren die een deel van hun activa hebben verborgen, het bedrag van hun verplichtingen hebben overdreven of schuldeisers bij de zaak hebben betrokken wier vorderingen zijn overdreven.

4. Overmatige schuldenlast

De rechter kan in voorkomend geval personen aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor het bieden van sociale en educatieve bijstand en bijstand op het gebied van financieel beheer om te waarborgen dat het deel van de inkomsten van de schuldenaar dat niet is toegewezen om schulden af te lossen, wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd.

Bij het uitvoeren van hun werkzaamheden zijn deze personen gemachtigd alle maatregelen te nemen om te voorkomen dat dit deel van de inkomsten voor een ander doel dan zijn natuurlijke doel wordt gebruikt of dat de belangen van het gezin van de schuldenaar worden geschaad.

Laatste update: 29/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Hongarije

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Insolventieprocedures voor rechtspersonen worden beheerst door Wet XLIX van 1991 betreffende faillissements- en liquidatieprocedures (Faillissementswet).

De Faillissementswet regelt twee soorten insolventieprocedures: de faillissementsprocedure en de liquidatieprocedure.

Faillissementsprocedures zijn saneringsprocedures met als doel een insolvente schuldenaar surseance van betaling te verlenen om te komen tot een vrijwillige regeling die de schuldenaar weer solvent kan maken.

Liquidatieprocedures hebben als doel schuldeisers te voldoen volgens bepaalde voorschriften wanneer een insolvente schuldenaar wordt ontbonden en er geen rechtsopvolger is – in het kader van een procedure voor de uitdeling van de totale activa van de insolvente boedel van de schuldenaar aan de schuldeisers. De liquidatieprocedure wordt echter beëindigd, als de schuldenaar zijn schulden en de kosten van de procedure volledig heeft betaald of als hij een vrijwillige regeling voor de voorwaarden van de schuldsanering aangaat met zijn schuldeisers en die regeling is goedgekeurd door de rechter.

De wetgeving betreffende de Hongaarse vestigingen van buitenlandse ondernemingen, maatschappelijke organisaties en ondernemingen in de financiële sector (kredietinstellingen, financiële instellingen, verzekeringsmaatschappijen, beleggingsondernemingen, publieke opslagbedrijven) bevat bijvoorbeeld afwijkende bijzondere voorschriften.

Er zijn geen faillissementsprocedures voor ondernemingen in de financiële sector, maar zodra hun financiële draagkracht tekenen van achteruitgang vertoont, kunnen toezichthoudende instanties ingrijpen om insolventie te voorkomen; verder moeten er fondsen worden opgezet om cliënten te beschermen en te compenseren (fonds voor de afwikkeling van schade, fonds voor beleggersbescherming, depositogarantiefonds).

In het geval van ondernemingen in de financiële sector kan liquidatie aan een rechter worden voorgelegd door de Hongaarse Nationale Bank, uit hoofde van zijn bevoegdheden als toezichthouder, nadat die de aan de betrokken onderneming verleende vergunning voor uitvoering van haar activiteiten heeft ingetrokken.

De Wet betreffende maatschappelijke organisaties bevat enkele afwijkende voorschriften voor de faillissements- en liquidatieprocedures van maatschappelijke organisaties (verenigingen, stichtingen); voor het overige zijn de bepalingen van de Faillissementswet van toepassing.

Procedure voor schuldsanering voor natuurlijke personen (persoonlijk faillissement)

Wet CV van 2015 betreffende de sanering van schulden van natuurlijke personen is sinds 1 september 2015 van kracht. Deze wet voorziet in een wettelijk kader voor schuldsanering en biedt bescherming tegen faillissement via samenwerking tussen een schuldenaar en zijn schuldeisers. De wet beschermt in de eerste plaats personen met een hypothecaire lening, met name die met een langdurige betalingsachterstand en meerdere schuldeisers en voor wie gedwongen woningverkoop dreigt.

De procedure begint buitengerechtelijk en wordt gecoördineerd door de eerste hypotheekverstrekker. Als er geen buitengerechtelijke schikking mogelijk is, wordt een faillissementsprocedure ingeleid bij de rechtbank. In eerste instantie is ook de gerechtelijke procedure gericht op een schikking, maar als daarover geen akkoord wordt bereikt, bepaalt de rechter de voorwaarden voor afwikkeling van de schuld.

De overheid heeft een staatsdienst voor insolvabiliteit van gezinnen opgezet. Deze organisatie speelt een belangrijke rol in procedures voor schuldsanering. De staatsdienst controleert of de schuldenaar voldoet aan de wettelijke vereisten, houdt staatsdossiers met proceduregegevens bij en heeft bewindvoerders voor familiezaken in dienst. Deze bewindvoerders verrichten voorbereidende taken in het kader van de schuldsanering voor de rechter en werken samen met de rechter, voeren diens beslissingen uit, staan de schuldenaar bij, zien toe op het beheer van het huishouden van de schuldenaar, verkopen de commercieel waardevolle bezittingen van de schuldenaar en betalen de schuldeisers.

Het resultaat van een geslaagde schuldsanering is dat schuld die in de loop van de procedure wordt gekweten en op een later tijdstip niet alsnog kan worden gevorderd van de schuldenaar, en dat de schuldeisers binnen een voorspelbare termijn een bepaald deel van hun vordering ontvangen.

De schuldsaneringsregelingen voor natuurlijke personen zijn nog niet aangemeld in het kader van Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad.

Overeenkomstig de Faillissementswet kan een organisatie met schulden na goedkeuring door haar belangrijkste besluitvormingsorgaan een faillissementsprocedure openen met behulp van een formulier – wettelijke vertegenwoordiging tijdens de procedure is verplicht. De schuldenaar mag een dergelijk verzoek niet indienen als er een faillissementsprocedure tegen hem loopt of als een rechtbank in eerste aanleg zijn liquidatie heeft gelast. Voordat de rechter opnieuw kan worden verzocht een faillissementsprocedure te openen, moeten de vorderingen van de schuldeiser die tijdens de vorige faillissementsprocedure bestonden of ontstonden, zijn voldaan, en moeten er twee jaar zijn verstreken sinds de definitieve afsluiting van de vorige faillissementsprocedure of, indien het vorige verzoek ambtshalve was verworpen, één jaar sinds de bekendmaking van de definitieve beslissing in die zaak.

Als de schuldenaar insolvent is, kan een liquidatieprocedure in de regel worden aangevraagd door de schuldenaar, door diens schuldeisers of, in bepaalde in de Faillissementswet genoemde gevallen, ambtshalve door de rechter. De Faillissementswet bepaalt uitdrukkelijk wie een liquidatieprocedure kan openen en bevat de voorschriften voor procedures die of op verzoek of ambtshalve worden geopend.

Beide soorten procedure zijn collectieve schuldsaneringsprocedures; de schuldeisers van de schuldenaar moeten deelnemen aan de procedure en mogen tijdens deze procedure niet verzoeken om de tenuitvoerlegging van hun vorderingen op een andere wijze of in een andere procedure tegen de schuldenaar.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Faillissementsprocedure

Een faillissementsprocedure kan worden aangevraagd door de directeur van de schuldenaar; vertegenwoordiging door een advocaat of juridisch adviseur is verplicht.

Er mag maar één faillissementsprocedure tegelijk worden geopend tegen de schuldenaar en evenmin mag er al een liquidatieprocedure tegen hem aanhangig zijn. Een nieuwe faillissementsprocedure is pas mogelijk als de schuldenaar zijn schulden van de vorige procedure heeft voldaan en er sindsdien nog geen twee jaar zijn verstreken. Als de rechter de vorige faillissementsprocedure ambtshalve heeft afgewezen wegens vormfouten, kan er gedurende een jaar geen nieuwe faillissementsprocedure worden geopend.

Liquidatieprocedure

Een liquidatieprocedure kan in wettelijk vastgelegde gevallen worden geopend door de schuldenaar, een schuldeiser, de bewindvoerder die heeft deelgenomen aan de vorige vrijwillige liquidatieprocedure of een rechter of bestuurlijke autoriteit. Zo opent de rechter een liquidatieprocedure als er geen vrijwillige regeling is getroffen in de faillissementsprocedure of als de rechtbank krachtens zijn wettelijke toezichtsbevoegdheden als handelsrechtbank beveelt tot ontbinding van een firma die de wet ernstig overtreedt.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De activa van de insolvente boedel zijn het totaal van alle vaste activa en vlottende activa in de zin van de boekhoudwetgeving.

Alle uitbreidingen van de activa tijdens de faillissementsprocedure maken eveneens deel uit van de activa van de insolvente boedel.

De schuldenaar behoudt rechten in verband met het beheer van de activa van de insolvente boedel, maar dat beheer vindt plaats onder toezicht van de bewindvoerder. In een liquidatieprocedure behoudt de schuldenaar geen rechten in verband met het beheer van de activa van de insolvente boedel: die rechten worden overgedragen aan de vereffenaar. De vereffenaar is de wettelijke vertegenwoordiger van de organisatie met schulden en verricht de registratie en beoordeling van de vorderingen van schuldeisers, de realisatie van activa en de uitdeling van de opbrengsten aan schuldeisers onder toezicht van de rechtbank.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

In faillissements- en liquidatieprocedures kan een schuldenaar in de zin van de Faillissementswet een in de wet genoemde marktdeelnemer zijn. In faillissementsprocedures wordt de procedure geopend door de schuldenaar, die zijn economische activiteit kan voortzetten tijdens de procedure. De bestuurders en eigenaren van de schuldenaar worden niet beperkt in de uitoefening van hun rechten, maar mogen die rechten alleen uitoefenen zonder inbreuk te maken op de wettelijk bepaalde rechten van de bewindvoerder. De schuldenaar zorgt voor de registratie en rangschikking van vorderingen in samenwerking met de bewindvoerder en stelt met inbreng van de bewindvoerder een programma en een voorstel voor onderhandelingen op met het oog op een schikking ten behoeve van herstel of behoud van solventie. De schikking bevat het akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers over de voorwaarden van de vereffening van de schuld en al het overige dat zij van belang achten voor de sanering.

Tot het moment van aanvang van de procedure is een schuldeiser in faillissements- en liquidatieprocedures een persoon met opeisbare geldelijke of in geld uitgedrukte vorderingen op grond van een definitieve en uitvoerbare beslissing van een rechtbank of overheidsinstantie of vorderingen die de schuldenaar erkent of niet betwist. In faillissementsprocedures zijn tevens schuldeiser personen met vorderingen die tijdens de faillissementsprocedure opeisbaar worden of naderhand zijn geregistreerd door de bewindvoerder, of personen met vorderingen die in een liquidatieprocedure zijn geregistreerd door de vereffenaar.

Een bewindvoerder in faillissementsprocedures is een door een rechter aangestelde rechtspersoon die bevoegd is om de taken van een insolventiefunctionaris uit te voeren. De bewindvoerder wijst een van zijn medewerkers met de juiste kwalificaties aan om de activiteiten van bewindvoerder uit te voeren. Deze persoon heeft als taak de economische activiteiten van de schuldenaar te bewaken om een schikking te treffen, met oog voor de belangen van de schuldeisers, vorderingen van schuldeisers te registreren, mee te werken aan het opstellen van een schikkingsvoorstel en de notulen van tijdens schikkingsonderhandelingen genomen besluiten mede te ondertekenen.

Een vereffenaar is een door de rechter aangestelde organisatie (rechtspersoon die bevoegd is om de taken van een insolventiefunctionaris te verrichten) die optreedt als de wettelijke vertegenwoordiger van de te liquideren organisatie en tevens de belangen van de schuldeisers waarborgt en wettelijk voorgeschreven taken verricht. De wetgeving stelt strikte personeelsgerichte en vakinhoudelijke eisen aan organisaties die als vereffenaar optreden, waaronder het periodiek volgen van vakopleidingen.

De organisatie die als vereffenaar optreedt, stelt een bewindvoerder aan om de activiteiten van een vereffenaar te verrichten.

De naam van de organisatie die als vereffenaar optreedt en de bewindvoerder worden ook ingeschreven in het door de rechtbank bijgehouden register van rechtspersonen.

Faillissements- en liquidatieprocedures zijn niet-contentieuze civiele procedures voor een rechtbank. In kwesties die niet zijn geregeld in de Faillissementswet is het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing, met afwijkingen vanwege de specifieke aspecten van niet-contentieuze procedures. Faillissementsprocedures worden ingeleid op bevel van de rechter, terwijl de rechter gelast een liquidatieprocedure te openen wanneer de schuldenaar insolvent is verklaard of in andere wettelijk bepaalde gevallen of op verzoek van een andere rechtbank, een overheidsinstantie of de bewindvoerder. Bij het openen van de procedure stelt de rechter de bewindvoerder of vereffenaar aan uit de lijst van vereffenaars. Bij instelling van een liquidatieprocedure wijst de rechter – op verzoek van de schuldeisers – een vereffenaar met de bevoegdheid van een tijdelijke bewindvoerder aan om tot de liquidatieverklaring toe te zien op de activiteiten van de schuldenaar.

Bezwaren tegen onwettige maatregelen of omissies door de bewindvoerder of vereffenaar worden beoordeeld door de rechter, die bij toewijzing van het bezwaar de bewindvoerder of vereffenaar opdraagt de activiteiten te verrichten overeenkomstig de wet; bij niet-naleving hiervan wordt de bewindvoerder of vereffenaar uit de procedure verwijderd en vervangen door een andere bewindvoerder of vereffenaar.

Tijdens de faillissementsprocedure heeft de schuldenaar recht op faillissementsbescherming, worden executieprocedures opgeschort en wordt aan de schuldenaar surseance van betaling of tijdelijk uitstel van de betaling van eerder gemaakte schulden verleend.

Als de in de Faillissementswet voorgeschreven meerderheid akkoord gaat met de vrijwillige regeling en die regeling beantwoordt aan de wettelijke vereisten, keurt de rechter de regeling goed en is deze bindend voor de schuldenaar.

Als er geen vrijwillige regeling overeen wordt gekomen, gelast de rechter ambtshalve liquidatie van de schuldenaar.

Een akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers kan ook worden bereikt in een liquidatieprocedure. De rechter bepaalt de datum voor schikkingsonderhandelingen tijdens de liquidatieprocedure; als de stemming over de vrijwillige regeling positief is en de regeling in overeenstemming is met de wetgeving, volgt goedkeuring door de rechter. Om te worden goedgekeurd, moet de vrijwillige regeling in het geval van liquidatie tot gevolg hebben dat de schuldenaar niet meer insolvent is en dat preferente vorderingen worden afgewikkeld of zeker zijn gesteld.

De rechter beslist over registratie van de faillissements- of liquidatieprocedure als afgesloten of over beëindiging van de procedure.

Als bij afsluiting van de liquidatieprocedure de schuldenaar geen rechtsopvolger heeft, schrapt de handelsrechtbank na kennisgeving door de rechter de door liquidatie ontbonden schuldenaar uit het handelsregister c.q. de maatschappelijke organisatie uit het register van maatschappelijke organisaties.

In liquidatieprocedures is de betaling van de salarissen van werknemers gewaarborgd door het loongarantiefonds, overeenkomstig de voorwaarden van de Wet betreffende het loongarantiefonds.

Rechtsgevolgen van het openen van de procedures:

Overeenkomstig de Faillissementswet treft de rechter in de loop van een faillissementsprocedure maatregelen om op verzoek van de schuldenaar onmiddellijk een surseance van betaling te publiceren in het handelsblad. Vervolgens wordt de gegrondheid van het verzoek onderzocht, op basis waarvan de rechter hetzij beslist het verzoek ambtshalve af te wijzen, in bij wet bepaalde gevallen, hetzij beveelt tot opening van een faillissementsprocedure. Een faillissementsprocedure begint met de bekendmaking van het bevel tot opening van de procedure in het handelsblad. Als gevolg van de opening van de faillissementsprocedure heeft de schuldenaar recht op surseance van betaling van geldelijke vorderingen tot 0 uur op de tweede werkdag na de 120e dag (op een enkele uitzondering na); het uitstel kan worden verlengd tot 365 dagen. Tijdens de periode van de surseance van betaling mogen alleen in de rechtshandeling genoemde vorderingen worden betaald, zijn er geen rechtsgevolgen in verband met de niet-nakoming of te late nakoming van betalingsverplichtingen en is de tenuitvoerlegging van geldelijke vorderingen op de schuldenaar opgeschort, zodat de schuldenaar een reële kans krijgt om een programma op te stellen om weer solvent te worden en zijn schulden af te wikkelen.

Als de rechter de schuldenaar insolvent verklaart om een in de wet gedefinieerde reden voor insolventie, beveelt de rechter tot liquidatie van de schuldenaar, na inwerkingtreding waarvan een vereffenaar wordt aangesteld bij een beschikking die in het handelsblad wordt bekendgemaakt en waarin schuldeisers worden opgeroepen hun vorderingen kenbaar te maken. De activa van de insolvente boedel worden beschermd door het feit dat bij opening van de liquidatieprocedure de eigendomsrechten ophouden te bestaan, en per aanvangsdatum van de liquidatie kan alleen de vereffenaar die de schuldenaar vertegenwoordigt, verklaringen met rechtsgevolgen over de activa van de schuldenaar doen. Op de aanvangsdatum van de liquidatie vervalt iedere schuld van de marktdeelnemer (wordt opeisbaar).

Met liquidatie wordt beoogd alle activa van de schuldenaar uit te delen aan zijn schuldeisers en executieprocedures tegen activa in de liquidatieprocedure te beëindigen. Voor de aanvangsdatum van de liquidatie begonnen contentieuze en niet-contentieuze procedures worden voortgezet bij de rechtbank waarbij zij aanhangig zijn. Na de aanvangsdatum van de liquidatie is het instellen van geldelijke vorderingen in verband met de activa van de insolvente boedel alleen mogelijk in het kader van de liquidatieprocedure. Beperkingen ten aanzien van de vervreemding en bezwaring van onroerend goed of andere activa van de schuldenaar houden op te bestaan op de aanvangsdatum van de liquidatie, terwijl bij verkoop van het actief terugkooprechten en koopopties, evenals pandrechten, ophouden te bestaan. Tot de aanvangsdatum van de liquidatie kunnen rechthebbenden hun vorderingen te gelde maken uit de door de schuldenaar gestelde zekerheid; na die datum zijn zij verplicht de resterende bedragen over te dragen aan de vereffenaar.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Tijdens een liquidatieprocedure kan elke schuldeiser uitsluitend een vordering op de schuldenaar instellen door zich aan te melden voor de procedure; aanspraak op buitengerechtelijke verrekening is slechts mogelijk bij saldering bij vroegtijdige beëindiging (close-out netting) op basis van internationale handelsovereenkomsten. Als er evenwel al een rechtszaak loopt tussen de schuldeiser en de schuldenaar, kan de schuldeiser in die zaak ingestelde vorderingen verrekenen met zijn schuld aan de schuldenaar.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Het openen van een liquidatieprocedure heeft op zich niet als rechtsgevolg dat overeenkomsten die voordien door de schuldenaar zijn aangegaan, worden beëindigd. Die overeenkomsten kunnen worden beëindigd in het kader van de procedure, in het geval van faillissementsprocedures onder toezicht van de bewindvoerder, terwijl in het geval van liquidatieprocedures de vereffenaar de overeenkomsten als wettelijk vertegenwoordiger van de schuldenaar beëindigt. De vereffenaar kan overeenkomsten met onmiddellijke ingang beëindigen of opzeggen.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Tegen de activa van de schuldenaar zijn geen executoire acties mogelijk; een schuldeiser die pandhouder is, kan het onderpand niet verkopen terwijl de schulden worden afgewikkeld in het kader van de liquidatieprocedure.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Eerder begonnen rechtszaken worden afgerond door de rechtbank waarbij zij zijn aangespannen. Als de schuldenaar in het ongelijk is gesteld in de rechtszaak, neemt de in het gelijk gestelde partij deel als schuldeiser in de liquidatieprocedure. Als de schuldenaar in het gelijk is gesteld in de rechtszaak, worden aan hem toekomende activa of middelen opgenomen in de activa van de insolvente boedel. De Faillissementswet bepaalt op diverse plaatsen dat het verstrekken van informatie aan schuldeisers de taak is van de bewindvoerder of vereffenaar.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Schuldeisers kunnen een commissie van schuldeisers vormen of een vertegenwoordiger van de schuldeisers kiezen met wie de vereffenaar moet overleggen, aan wie de vereffenaar informatie moet verstrekken en aan wie voor bepaalde maatregelen impliciet of expliciet om toestemming moet worden gevraagd.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

De vereffenaar kan de activa van de schuldenaar verkopen aan de hoogste bieder tijdens een openbare verkoop op een gecontroleerd webverkoopportaal.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Beide schulden zijn eerder ontstaan en schuldeisers kunnen voor schulden die ontstaan na opening van de insolventieprocedure een vordering instellen door als schuldeiser hun vorderingen aan te melden in de faillissementsprocedure of de liquidatieprocedure.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De insolventiefunctionaris (de bewindvoerder in faillissementsprocedures of de vereffenaar in liquidatieprocedures) registreert de vorderingen van de schuldeisers en legt betwiste vorderingen voor aan de rechter die een beslissing geeft in de faillissementsprocedure of liquidatieprocedure.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De vereffenaar gebruikt de opbrengsten uit de verkoop van een onderpand – na aftrek van bepaalde onkosten – om de pandhouder te betalen. Het resterende bedrag wordt aan de schuldeisers betaald overeenkomstig de uitdeling van de activa, rekening houdend met de in de Faillissementswet bepaalde rangorde voor voldoening van schuldeisers en op basis van de tussentijdse of eindbalans van de liquidatie.

De opbrengsten uit de verkoop van andere activa kunnen worden uitgedeeld na aanvaarding van de tussentijdse of eindbalans van de liquidatie, rekening houdend met de door de rechter goedgekeurde uitdeling van activa en de in de Faillissementswet bepaalde rangorde voor voldoening van schuldeisers.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

De schuldenaar kan een vrijwillige regeling overeenkomen met schuldeisers in een faillissementsprocedure of liquidatieprocedure. Als de regeling in overeenstemming met de wetgeving is, keurt de rechter haar goed en verklaart hij de procedure voor gesloten. In zulke gevallen zet de schuldenaar zijn activiteiten voort. De vorderingen van de schuldeisers worden voldaan zoals en voor zover is bepaald in de regeling; de schuldenaar is vrijgesteld van betaling van verdere bedragen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

In een faillissementsprocedure die is afgesloten met een door de rechter goedgekeurde vrijwillige regeling, worden de vorderingen van de schuldeisers voldaan overeenkomstig het in die regeling opgenomen schema. Als de schuldenaar zich niet houdt aan de regeling, kunnen de schuldeisers verzoeken om een executieprocedure of overgaan tot liquidatie van de schuldenaar.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De schuldeisers betalen een registratievergoeding. Voor het aanvragen van een insolventieprocedure (faillissements- of liquidatieprocedure) is een vergoeding verschuldigd. Overigens gemaakte kosten zijn voor rekening van de schuldenaar.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De vereffenaar of de schuldeisers kunnen zulke transacties betwisten door een verzoek in te dienen en zij kunnen vragen om de ongeldigverklaring van de transactie. Aldus aan de schuldenaar teruggegeven activa worden gevoegd bij de activa van de insolvente boedel.

De vereffenaar of de schuldeisers kunnen een rechtszaak beginnen tegen voormalige bestuurders van de schuldenaar voor activiteiten die de belangen van de schuldeisers hebben geschaad, zoals wanneer de betrokken bestuurder in de uitoefening van zijn functie geen rekening heeft gehouden met het belang van de schuldeisers op het moment dat insolventie dreigde te ontstaan, waardoor de activa van de marktdeelnemer in waarde zijn gedaald, of wanneer hij het onmogelijk heeft gemaakt vorderingen van schuldeisers te voldoen of nalatig is geweest in de betaling van milieuheffingen. Als dat wordt bewezen, is de voormalige bestuurder van de schuldenaar gehouden tot vergoeding aan de schuldeisers van de aldus veroorzaakte schade.

Laatste update: 03/12/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Insolventie - Malta

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Insolventieprocedures (ondernemingen) en faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

In het nationale recht zijn er twee categorieën personen tegen wie een insolventieprocedure kan worden ingesteld: handelspartnerschappen en handelaren. Er zijn verschillende regelingen van toepassing, afhankelijk van de betrokken categorie. Handelspartnerschappen kunnen worden onderverdeeld in vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen en vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.

Er kan tegen ongeacht welke van de bovengenoemde natuurlijk personen of rechtspersonen een insolventieprocedure worden ingesteld, maar de procedures, regels en toepasselijke wetgeving verschillen per geval. Een faillissementsprocedure (hoofdstuk 13 van de wetten van Malta) kan namelijk worden ingesteld tegen een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap of een handelaar.  Vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen worden voor de doeleinden van de faillissementsprocedure beschouwd als handelaren. De term ‘handelaar’ duidt, volgens de definitie die daarvan wordt gegeven in hoofdstuk 13, op iedere persoon die, vanwege zijn beroep, handelsactiviteiten in eigen naam uitvoert. Dit begrip omvat handelspartnerschappen.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Er kan tegen een onderneming een reorganisatieprocedure worden ingesteld op basis van de bepalingen van artikel 327 tot 329B van hoofdstuk 386 (wet op de ondernemingen van 1995).

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De onderneming, op besluit van de aandeelhoudersvergadering, haar raad van bestuur of een of meer van haar obligatiehouders, schuldeisers of bijdrageplichtigen kunnen een gerechtelijke procedure instellen met het oog op de ontbinding en, als gevolg daarvan, de liquidatie van de onderneming, indien zij niet in staat is om haar schulden te betalen. Het criterium dat moet worden toegepast volgens de bepalingen van artikel 214, lid  2, punt a ii), van hoofdstuk 386 is het volgende:

De onderneming wordt niet in staat geacht om haar schulden te betalen:

a) indien een schuld waarvan zij debiteur is, niet geheel of gedeeltelijk is betaald binnen een termijn van vierentwintig weken na de gedwongen uitvoering van een executoriale titel tegen haar door een van de bindende maatregelen die worden bedoeld in artikel 273 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; of

b) indien voor de rechtbank wordt bewezen dat zij niet in staat is om haar schulden te betalen, waarbij ook rekening wordt gehouden met haar eventuele en toekomstige passiva.

De rechtbank stelt de partijen in staat om hun respectievelijke middelen aan te voeren om te kunnen bepalen of de voorwaarden voor insolventie zijn vervuld, in welk geval hij de ontbinding van de onderneming uitspreekt. Deze verkeert dan in staat van insolventie met ingang van de datum van indiening van het verzoek bij de rechtbank, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 223 van hoofdstuk 386.

In de periode tussen de liquidatiebeschikking op grond van insolventie en de indiening van het verzoek tot instelling van een insolventieprocedure bij de rechtbank, mag deze op ongeacht welk moment een voorlopige bewindvoerder aanstellen en deze belasten met het beheer van de goederen of zaken van de onderneming op basis van wat er is bepaald in de beschikking voor zijn aanstelling. De voorlopige bewindvoerder blijft in functie tot de liquidatiebeschikking is gegeven of het verzoek om liquidatie is verworpen, tenzij hij zijn ontslag indient of door de rechtbank om rechtsgeldige redenen uit zijn functie wordt ontheven.

Insolventie – vrijwillige liquidatie door de schuldeisers

Onafhankelijk van wat hierboven is gesteld, mag een onderneming overgaan tot vrijwillige liquidatie en als de bestuurders constateren dat de activa van de onderneming niet volstaan om de passiva te voldoen, wordt er een bijeenkomst met de schuldeisers georganiseerd om een insolventiefunctionaris (en/of een liquidatiecommissie) te benoemen die het vertrouwen van de schuldeisers heeft en die belast wordt met de liquidatie van de onderneming zonder dat een gerechtelijke procedure wordt ingesteld. De toepasselijke regels zijn vastgesteld in artikel 277 en volgende van hoofdstuk 386.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

De onderneming, door middel van een buitengewoon besluit, haar bestuurders, door middel van een besluit van de raad van bestuur, of haar schuldeisers die meer dan de helft van de waarde van de schulden vertegenwoordigen, kunnen bij de rechtbank een verzoek indienen tot instelling van een reorganisatieprocedure (saneringsprocedure volgens de bepalingen van artikel 329B van hoofdstuk 386), indien de onderneming niet in staat is om haar schulden te betalen of niet in staat dreigt te zijn om haar schulden te betalen. Net als in het voorgaande geval wordt een onderneming beschouwd als niet in staat om haar schulden te betalen:

a) indien een schuld waarvan zij debiteur is niet geheel of gedeeltelijk is betaald binnen een termijn van vierentwintig weken na de gedwongen uitvoering van een executoriale titel tegen haar door een van de bindende maatregelen die worden bedoeld in artikel 273 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; of

b) indien voor de rechtbank wordt bewezen dat zij niet in staat is om haar schulden te betalen, waarbij ook rekening wordt gehouden met haar eventuele en toekomstige passiva.

De rechtbank besluit of het al dan niet nodig is om de onderneming te saneren. Indien dit wel het geval is, geeft hij, binnen twintig werkdagen na indiening van het verzoek, een beschikking tot sanering, die de hervatting van het beheer van de onderneming inhoudt voor de door hem vastgestelde periode (nu is die periode één jaar en kan één keer worden verlengd, maar krachtens toekomstige wijzigingen wordt deze teruggebracht tot vier maanden en kan dan telkens met vier maanden worden verlengd tot een maximale duur van twaalf maanden).

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Iedere schuldeiser mag, ongeacht de aard van zijn vordering (civielrechtelijk of commercieel), en zelfs indien deze nog niet is vervallen, bij de eerste kamer van de burgerlijke rechtbank een kort geding instellen tegen de debiteur of zijn wettelijke vertegenwoordiger om de debiteur failliet te laten verklaren.

Het criterium voor de faillietverklaring is dat de debiteur zijn schulden niet betaalt. De rechtbank geeft een vonnis van faillietverklaring en benoemt één of meer curatoren die de taken uitvoeren die hun door het Wetboek van Koophandel (hoofdstuk 13) worden toegewezen.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Insolventieprocedures (ondernemingen) (met inbegrip van vrijwillige liquidatie door de schuldeisers)

Alle activa van de onderneming worden te gelde gemaakt voor de betaling van de passiva. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen activa die reeds deel uitmaakten van de boedel van de debiteur en degene die hieronder vallen na instelling van de insolventieprocedure.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Bij een faillissementsprocedure tegen een handelaar of een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap kunnen alle roerende of onroerende activa onder de te liquideren boedel vallen. Zodra het vonnis van faillietverklaring is uitgesproken, wordt de gefailleerde ipso jure onttrokken aan het beheer van al zijn goederen, ongeacht of die onder zijn bedrijfsactiviteit vallen, behalve voor wat betreft zijn recht op een dagelijkse toelage voor levensonderhoud.

Zijn activa worden beheerd door een curator die het recht heeft om deze te verkopen of te vervreemden met instemming van de rechtbank. De goederen met een beperkte levensduur van de gefailleerde worden verkocht door een erkende veilingmeester met toestemming van de rechtbank.

Voor de verkoop van goederen die geen beperkte levensduur hebben en overige goederen is eveneens toestemming van de rechtbank nodig.

In deze omstandigheden beveelt de rechter alle maatregelen die volgens hem de belangen van de gefailleerde en de schuldeisers het beste behartigen, zodat de curator de mogelijkheid krijgt om de zaken van de gefailleerde te saneren of om de bezittingen van de laatstgenoemde te vergroten, indien van toepassing, voor zover dat tevens in het belang is van de schuldeisers.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Wanneer de rechtbank de ontbinding van een onderneming uitspreekt, omdat deze insolvent is, benoemt hij een insolventiefunctionaris.

Hoofdstuk 386 bepaalt dat deze functionaris een gekwalificeerde natuurlijke persoon moet zijn met de status van advocaat of registeraccountant en/of auditor, of een rechtspersoon die is ingeschreven in het bedrijvenregister en die beschikt over de vereiste competenties en betrouwbaarheid om de taken van insolventiefunctionaris uit te voeren.

Bovendien mag een insolventiefunctionaris niet als zodanig handelen ten opzichte van een onderneming waar hij de functie van bestuurder of administratief directeur heeft uitgeoefend of waar of in verband waarmee hij op enig moment in de loop van de vier jaar voorafgaand aan de datum van ontbinding van de onderneming een ander mandaat heeft uitgevoerd.

De rechtbank beschikt over een brede discretionaire bevoegdheid om te bepalen wie wordt belast met de beloning van de insolventiefunctionaris. Standaard wordt hij beloond uit de activa van de onderneming. Indien deze echter niet toereikend zijn, kan de rechtbank bepalen dat de beloning ten laste van andere (betrokken) personen komt, op een basis die hij zal specificeren.

Volgens artikel 296 van hoofdstuk 386 wordt de directie van de onderneming (bestuurders en administratief directeur), bij de benoeming van een insolventiefunctionaris, ontdaan van haar bevoegdheden. Als gevolg zijn noch de bestuurders, noch de eventuele gedelegeerde bestuurders, noch de administratief directeur bevoegd om transacties aan te gaan uit naam en voor rekening van de genoemde onderneming in liquidatie. De insolventiefunctionaris neemt alle goederen en rechten onder zijn hoede of beheer die volgens hem bij de onderneming horen.

Volgens artikel 238 van hoofdstuk 386 mag de insolventiefunctionaris, in het kader van een gerechtelijke liquidatie, met bekrachtiging van de rechtbank of de liquidatiecommissie:

a) elke rechtsvordering of andere gerechtelijke procedure in naam en voor rekening van de onderneming instellen of betwisten;

b) de activiteiten van de onderneming voortzetten voor zover dit nodig is om te zorgen voor de liquidatie daarvan in gunstige omstandigheden;

c) de schuldeisers betalen op basis van hun rang, zoals door de wet wordt vastgesteld;

d) elke overeenkomst of arbitrage-overeenkomst sluiten met schuldeisers of personen die dit beweren te zijn, of die een, huidige of toekomstige, zekere of mogelijke, geconstateerde of mogelijk als schadevergoeding verschuldigde, vordering hebben of zeggen te hebben, of die van een aard is die de onderneming verplicht en deze kwesties voorleggen ter arbitrage;

e) verzoeken om bijdragen van de feitelijke of veronderstelde bijdrageplichtigen, alle overeenkomsten of arbitrage-overeenkomsten sluiten over de huidige of toekomstige, zekere of mogelijke, geconstateerde of mogelijk als schadevergoeding verschuldigde, schulden, lasten en vorderingen van de onderneming, die bestaan of worden geacht te bestaan tussen de onderneming en een feitelijke of veronderstelde bijdrageplichtige, of een andere feitelijke of veronderstelde debiteur, evenals over alle kwesties met betrekking tot of op enige wijze in verband met de activa of de liquidatie van de onderneming; en alle zekerheden nemen ter garantie van de vereffening van deze verzoeken om bijdragen, schulden, verplichtingen of vorderingen en daarvoor volledige en gehele kwijting verlenen;

f) de onderneming vertegenwoordigen bij alle transacties en alle benodigde maatregelen treffen voor de liquidatie van haar zaken en de verdeling van haar activa.

Anderzijds kan de rechtbank besluiten dat de insolventiefunctionaris bevoegd is om, bij afwezigheid van een liquidatiecommissie, zonder de sanctie van de rechtbank, alle bevoegdheden uit te oefenen die worden bedoeld in de punten a) of b) hierboven.

In het algemeen is de insolventiefunctionaris bij een gerechtelijke liquidatie bevoegd om:

a) de roerende en onroerende goederen, met inbegrip van de immateriële rechten, van de onderneming te verkopen bij openbare veilingen of onderhands en deze in hun geheel of in delen over te dragen;

b) alle handelingen uit te voeren, alle overeenkomsten, ontvangstbewijzen en overige documenten te passeren en te ondertekenen in naam en voor rekening van de onderneming;

c) de benodigde bedragen te verkrijgen op garantie van de activa van de organisatie;

d) een gevolmachtigde te benoemen om in zijn naam en in zijn hoedanigheid van insolventiefunctionaris te handelen voor bepaalde doeleinden.

De uitoefening door de insolventiefunctionaris van de bevoegdheden die hem, bij een gerechtelijke liquidatie, zijn toegekend door dit artikel wordt gecontroleerd door de rechtbank en elke schuldeiser of bijdrageplichtige mag zich tot de rechtbank wenden met betrekking tot de uitoefening van deze bevoegdheden of de intentie om die uit te oefenen.

In de overgangsperiode tussen de liquidatiebeschikking vanwege insolventie en de indiening van het verzoek om instelling van een insolventieprocedure bij de rechtbank, wanneer deze laatste een voorlopige bewindvoerder benoemt, worden de bestuurders van de onderneming ook hun bevoegdheden ontnomen voor zover de rechtbank de genoemde bewindvoerder opdracht geeft voor het beheer van de goederen of zaken van de onderneming in overeenstemming met de bepalingen die zijn opgenomen in de beschikking waarmee hij wordt benoemd.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Volgens de bepalingen van artikel 329B, lid 6, punt a), van hoofdstuk 386 zet de onderneming, in de periode waarin de beschikking tot sanering (reorganisatie) van toepassing is, haar normale activiteiten voort onder leiding van de bijzondere toezichthouder.

De bijzondere toezichthouder is een persoon van wie de rechtbank zich er voldoende van heeft vergewist dat deze beschikt over competenties en een bewezen ervaring in het beheer van handelsondernemingen, dat hij gekwalificeerd is voor deze benoeming en bereid is deze op zich te nemen en dat dit niet leidt tot enige belangenverstrengeling.

De beloning van de bijzondere toezichthouder komt voor rekening van de onderneming. De rechtbank bepaalt hiervoor, bij de benoeming van de toezichthouder, een termijn die niet langer is dan tien werkdagen na uitspraak van de beschikking tot sanering waarin de onderneming een voorziening in bewaring geeft bij de rechtbank of een andere garantie of andere geëigende regeling voorstelt die volgens de rechtbank voldoende is om de beloning en de onkosten van de bijzondere toezichthouder te dekken in verband met zijn benoeming.

Bij de benoeming van de bijzondere toezichthouder worden de bevoegdheden die de onderneming heeft krachtens de wet of haar oprichtingsakten en statuten opgeschort, behalve indien de toezichthouder heeft ingestemd met de uitoefening van die bevoegdheden. Deze instemming kan op algemene wijze worden verstrekt of alleen voor één of meer bijzondere gevallen. Indien er geen instemming is, komen deze bevoegdheden exclusief toe aan de bijzondere toezichthouder.

In het algemeen is de bijzondere toezichthouder bevoegd om:

a) het hele vermogen van de onderneming onder zijn hoede of onder zijn toezicht te nemen; hij is dus verantwoordelijk voor het beheer van en het toezicht op de activiteiten, zaken en goederen van de onderneming;

b) na de rechtbank hiervan in kennis te hebben gesteld, de bestuurders van de onderneming te ontslaan en om mensen te benoemen in de bestuursfuncties;

c) mensen te werven voor de verlening van professionele of administratieve diensten en om de onderneming te verplichten tot de betaling van hun respectievelijke honoraria en onkosten; en

d) alle vergaderingen van leden of schuldeisers van de onderneming te organiseren.

Daarnaast mag de bijzondere toezichthouder, met voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de rechtbank:

i) uit naam en voor rekening van de onderneming alle verplichtingen aangaan voor een duur van meer dan zes maanden;

ii) mensen ontslaan voor zover hij dat nodig vindt om te zorgen voor het behoud van de onderneming met het oog op levensvatbaarheid en continuïteit van de exploitatie, geheel of gedeeltelijk;

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Zoals hiervoor is uitgelegd is het Wetboek van Koophandel, in het gedeelte ‘Over het faillissement’, het toepasselijke recht voor handelaren die hun activiteiten uitvoeren in eigen naam en partnerschappen.

Als het in het kader van een faillissement gaat om de bevoegdheden van de insolventiefunctionaris, wordt deze ‘curator’ genoemd. Deze term duidt op één of meer personen die de rechtbank in staat acht om loyaal de verplichtingen van deze functie uit te voeren, ook indien deze ‘curator’ een familielid van de gefailleerde of een van zijn schuldeisers is.

Door zijn functie op zich te nemen, neemt de curator alle goederen en rechten, van ongeacht welke aard, van de gefailleerde in zijn bezit.  Daarnaast treft hij alle benodigde maatregelen om de rechten van de gefailleerde op zijn debiteuren te beschermen en om in het openbare register elke hypotheek te registreren die rust op de goederen van de genoemde debiteuren. Hij is tegenover de gefailleerde verantwoordelijk voor zijn handelingen.

De curator heeft ook de plicht om procedures in gang te zetten voor de invordering van de aan de gefailleerde verschuldigde bedragen, maar hij mag geen arbitrage-overeenkomst sluiten of een geschil ter arbitrage voorleggen zonder de schriftelijke toestemming van de meerderheid, in waarde, van de schuldeisers van de gefailleerde en de goedkeuring van de rechter.

De curator stelt de inventaris van de goederen van de gefailleerde op binnen één maand na het vonnis van faillietverklaring.

Alle schuldeisers hebben het recht om die lijst in te zien en zowel de schuldeiser als de gefailleerde moeten helpen bij het maken van deze inventaris.

Deze bevat de authentieke lijst van alle goederen van de gefailleerde met daarbij de beschrijving en waardering ervan.

De curator kan alleen over de genoemde goederen beschikken met instemming van de rechtbank en de gehele procedure mag openbaar worden gecontroleerd. De opbrengst van elke verkoop die de curator doet voor rekening van de gefailleerde of het partnerschap wordt naar behoren vastgelegd; alle reçu’s en facturen moeten worden opgesteld en bewaard volgens de geldende regels.

De rechtbank kan van de curatoren, de gefailleerde en de schuldeisers eisen dat zij onder eed alle informatie verstrekken die hij nodig acht.

Omdat het gaat om de bevoegdheden van de debiteur (hier de failliete natuurlijk persoon of het failliete partnerschap), heeft deze recht op inzage in de manier waarop de curator de zaken van het faillissement uitvoert met het oog op zorgvuldigheid en overeenstemming met de wet.

Indien de maatregelen die de curator heeft getroffen niet overeenstemmen met de bepalingen van het vonnis van de rechtbank of indien deze zaken slecht worden beheerd, heeft de debiteur het recht om de rechter hiervan in kennis te stellen.

De boeken en stukken van het faillissement kunnen op ongeacht welk moment worden geïnspecteerd, wat ook inhoudt dat de debiteur het recht heeft om in kennis te worden gesteld van de handelingen van de door de rechtbank benoemde curator en om deze voor te leggen ter controle en verificatie.

De debiteur heeft tevens het wettelijke recht op een regelmatige toelage voor zijn levensonderhoud, wat betekent dat de rechtbank hem een bedrag toekent, dat wordt ingehouden op zijn eigen vermogen dat de curator hem periodiek moet uitkeren als toelage voor levensonderhoud voor hem zelf en zijn gezin, onder voorbehoud dat er geen sprake is van een vermoeden van fraude door schuld van de gefailleerde.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Insolventieprocedures en reorganisatieprocedures (ondernemingen) en faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Volgens de bepalingen van hoofdstuk 459 is elke clausule van vergoeding met verval van de termijn of elke andere contractuele bepaling die voorziet in de vergoeding of ‘netting’ (groepsvergoeding) van de tussen de partijen verschuldigde bedragen in de vorm van wederzijdse kredieten, wederzijdse schuldvorderingen of andere wederzijdse transacties uitvoerbaar, volgens de eigen regels, ongeacht of dit vóór of na het faillissement of de insolventie is, bij wederzijdse kredieten, vorderingen of transacties die zijn ontstaan of gesloten vóór het faillissement of de insolventie van een van de partijen ten aanzien van:

a) partijen bij de overeenkomst;

b) iedere garant of iedere persoon die borg staat voor een van de contractpartijen;

c) de insolventiefunctionaris, de gerechtelijke bewaarder, de curator, de toezichthouder, de bijzondere toezichthouder of een andere soortgelijke verantwoordelijke van een van de contractpartijen; en

d) de schuldeisers van de contractpartijen.

De voorgaande bepaling is niet van toepassing indien er een overeenkomst voor vergoeding met verval van de termijn is gesloten terwijl de andere partij wist, of had moeten weten, dat er een verzoek om ontbinding en liquidatie van de onderneming vanwege insolventie aanhangig was gemaakt, of dat de onderneming officiële maatregelen had getroffen, krachtens enig toepasselijk recht, om over te gaan tot haar ontbinding en liquidatie vanwege insolventie.

Deze is ook niet van toepassing indien de insolvente partij een natuurlijk (niet handelende) persoon is of een handelspartnerschap anders dan een vennootschap (vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap) en de andere partij kennis had of kennis had moeten hebben van gebeurtenissen van dezelfde aard als degene die worden bedoeld in de voorgaande alinea in verband met de insolvente partij.

Een bevoegdheid of mandaat dat is opgenomen in een overeenkomst met het oog op de uitvoering van een vergoedingsbepaling met verval van de termijn kan niet worden ingetrokken door de verklaring van faillissement of insolventie van enige andere partij bij de overeenkomst.

De tekst voegt eraan toe dat, niettegenstaande de bepalingen van andere nationale wetgeving, niets de toepassing mag beperken of vertragen van een contractuele bepaling die voorziet in een stelsel van vergoeding of netting, of die hiermee te maken heeft, die anders uitvoerbaar zou zijn, en geen enkele beschikking van enige rechtsmacht, enig bevel of vordering of soortgelijk besluit van een rechtsmacht of een andere instantie, noch enige procedure, van ongeacht welke aard, kan met betrekking hiertoe gevolgen hebben. Niettegenstaande wat zojuist is gezegd, mag echter niets de toepassing van enige wetgeving belemmeren waarbij de uitvoering van de vergoeding of de netting wordt uitgesloten in bepaalde gevallen vanwege fraude of een soortgelijke reden, noch de uitvoering goedkeuren van de vergoeding of netting indien een bepaling van de overeenkomst die is gesloten tussen de partijen bepaalt dat de vergoeding of netting nietig is in het geval van fraude of om een soortgelijke reden.

Hoofdstuk 459 bepaalt dat het voor de partijen bij de overeenkomst is geoorloofd:

  • om een systeem of mechanisme overeen te komen waarmee ze een niet-financiële verplichting kunnen omzetten in een monetaire verplichting met een equivalente waarde en om die verplichting te waarderen voor het doeleinde van een vergoeding of netting;
  • om een wisselkoers overeen te komen of de methode die moet worden gevolgd voor het vaststellen van de wisselkoers die moet worden toegepast om over te gaan tot de vergoeding of netting wanneer de te vergoeden of te betalen bedragen in andere valuta zijn gesteld en om de valuta te bepalen waarin de betaling van het netto bedrag moet worden verricht;
  • om overeen te komen dat de transacties of andere handelingen die worden verricht bij de uitvoering van een overeenkomst, ongeacht of deze specifiek worden vastgesteld of door verwijzing naar een type of categorie transacties of handelingen, moeten worden behandeld als een unieke transactie of handeling voor het doeleinde van de bepalingen van vergoeding of netting die in de overeenkomst staan en dat al deze transacties of handelingen moeten worden behandeld als een unieke transactie of handeling door de partijen of de insolventiefunctionaris, de gerechtelijke bewaarder, de curator, de toezichthouder, de bijzondere toezichthouder of een verantwoordelijke die handelt voor rekening van de partijen en de rechtbank.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Artikel 303 van hoofdstuk 386 bepaalt dat alle voorrechten, hypotheken of andere lasten, of elke overdracht of andere wijze van verkoop van goederen of rechten, en elke betaling, uitvoering of andere handeling met betrekking tot de goederen of rechten die wordt uitgevoerd door een onderneming of ten opzichte daarvan, evenals elke verplichting die de onderneming is aangegaan in de zes maanden voorafgaand aan haar ontbinding worden beschouwd als een frauduleuze voorrang die aan een schuldeiser is toegekend, ongeacht of de transactie gratis of tegen betaling wordt uitgevoerd, indien het gaat om een ondergewaardeerde transactie of indien er een preferente behandeling wordt toegekend. In die gevallen wordt de transactie (frauduleuze voorrang) nietig.

Het begrip ‘ondergewaardeerde transactie’ wordt als volgt gedefinieerd:

a) een onderneming sluit een transactie voor een ondergewaardeerde prijs indien:

i) zij iets gratis overdraagt of een transactie uitvoert op voorwaarden waarbij zij geen enkele tegenprestatie ontvangt; of

ii) zij een transactie uitvoert voor een tegenprestatie waarvan de waarde in geld of in natura veel lager is dan de waarde in geld of in natura van datgene wat zij zelf heeft gegeven.

Het begrip preferente behandeling wordt als volgt gedefinieerd:

b) een onderneming geeft een persoon een preferente behandeling indien:

i) deze persoon een van haar schuldeisers is, of een garant of borgsteller is voor schulden of andere verplichtingen die zij is aangegaan; en

ii) zij iets doet of laat doen wat, in beide gevallen, tot gevolg heeft dat deze persoon in een positie komt die, in het geval van liquidatie van de onderneming vanwege insolventie, beter is dan de positie die hij zou hebben gehad zonder deze handeling of nalatigheid.

Op deze regel wordt een uitzondering gemaakt wanneer de persoon ten gunste van wie de transactie is aangegaan, gesloten of uitgevoerd, bewijst dat hij niet wist en geen reden had om te denken dat de onderneming het risico liep om te worden ontbonden vanwege insolventie.

Behalve wat hierboven wordt vermeld, is er geen andere bepaling die rechtstreeks van invloed is op overeenkomsten.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Er is geen wettelijke bepaling ad hoc over de gevolgen van de reorganisatieprocedure op overeenkomsten.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Krachtens de bepalingen van het Wetboek van Koophandel en meer in het bijzonder artikel 485 daarvan, mag elke handeling van overdracht van goederen, elk aangaan van verplichtingen of elk afzien van een erfenis door de gefailleerde, gratis of tegen kosten, met de intentie om zijn schuldeisers te benadelen, nietig worden verklaard.

In tegenstelling tot de Wet op de ondernemingen bepaalt het Wetboek van Koophandel geen periode zoals wordt voorgeschreven in artikel 303 van hoofdstuk 386 van de wetten van Malta.

In de bovengenoemde gevallen kunnen deze handelingen, indien wordt bewezen dat de betrokken partij(en) kennis had(den) van het bestaan van omstandigheden die leiden tot een faillietverklaring, nietig worden verklaard.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Vanaf het moment dat een insolventieprocedure wordt gestart (gerechtelijke liquidatie vanwege insolventie), mag er geen vordering of procedure meer worden ingesteld (verbod op het instellen van vervolging) tegen de onderneming of haar vermogen, behalve met goedkeuring van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze bepaalt. De wet schrijft niet voor in welke omstandigheden de rechtbank een schuldeiser toestemming kan geven om een gerechtelijke procedure in te stellen of voort te zetten, maar over het algemeen is het beginsel dat, in een insolventieprocedure, de activa van de onderneming op geordende wijze worden beheerd ten gunste van alle schuldeisers en dat het bepaalde schuldeisers niet mag worden toegestaan om een voordeel te verkrijgen door een procedure tegen de onderneming in te stellen.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Het nationale recht bepaalt dat hangende gedingen worden opgeschort tijdens de reorganisatieperiode (sanering van de onderneming). Artikel 329B, lid 4, van hoofdstuk 386 bepaalt namelijk dat, zodra het verzoek om reorganisatie (sanering van de onderneming) wordt ingediend en als dit niet wordt verworpen, of gedurende de hele duur van de procedure van sanering van de onderneming:

a) elk verzoek om liquidatie, ongeacht of dit hangende of nieuw is, wordt opgeschort;

b) er geen enkel besluit tot ontbinding en liquidatie van de onderneming mag worden genomen of uitgevoerd;

c) de uitvoering van monetaire vorderingen op de onderneming en alle eventuele rente voor achterstallige betaling wordt opgeschort;

d) de verhuurder of iedere andere persoon die de huur ontvangt, gedurende de looptijd van de huurovereenkomst, geen aanspraak mag maken op zijn recht tot ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de ruimte die aan de onderneming is verhuurd, vanwege het niet uitvoeren door de laatstgenoemde van een van haar plichten krachtens deze huurovereenkomst, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt;

e) er geen maatregel mag worden getroffen om een zekerheid op de bezittingen van de onderneming te gelde te maken of om goederen terug te halen die in haar bezit zijn krachtens een huurkoopovereenkomst, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt;

f) er geen bevel of conservatoire of executoire maatregel zoals bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hoofdstuk 16 van de wetten van Malta) tegen de onderneming of haar goederen mag worden genomen, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze

oplegt; en

g) er geen enkele gerechtelijke procedure mag worden ingesteld of voortgezet tegen de onderneming of haar vermogen, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

In overeenstemming met artikel 500 van hoofdstuk 13 mag er, in een faillissementsprocedure tegen een handelaar of een partnerschap, zodra de rechtbank een curator heeft benoemd, geen gerechtelijke vordering tegen de persoon en de goederen van de gefailleerde meer worden uitgeoefend, behalve tegen de curator (en niet de gefailleerde of het failliete partnerschap).

De schuldeiser heeft het recht om de wijze waarop de curator de zaken van de gefailleerde beheert, te kennen, te onderzoeken en te controleren en om zich tot de rechtbank te wenden indien de curator(en) deze rechten niet naleven.

In het kader van een saneringsprocedure mag de rechtbank een tijdelijke beschikking geven om de failliete handelaar of partnerschap uitstel te verlenen voor het saneren van zijn zaken.

Anders dan wat er gebeurt voor een onderneming die reorganiseert, mogen de schuldeisers echter altijd een vordering instellen tegen de curator die de failliete handelaar of partnerschap vertegenwoordigt.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Vanaf het moment dat een insolventieprocedure wordt gestart (gerechtelijke liquidatie vanwege insolventie), mag er geen vordering of procedure meer worden voortgezet (opschorting van rechtsvordering) tegen de onderneming of haar vermogen, behalve met goedkeuring van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze bepaalt. De wet schrijft niet voor in welke omstandigheden de rechtbank een schuldeiser toestemming kan geven om een gerechtelijke procedure in te stellen of voort te zetten, maar over het algemeen is het beginsel dat, in een insolventieprocedure, de activa van de onderneming op geordende wijze worden beheerd ten gunste van alle schuldeisers en dat het bepaalde schuldeisers niet mag worden toegestaan om een voordeel te verkrijgen door een procedure tegen de onderneming in te stellen.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Het nationale recht bepaalt dat hangende gedingen worden opgeschort tijdens de reorganisatieperiode (sanering van de onderneming). Artikel 329B, lid 4, van hoofdstuk 386 bepaalt namelijk dat, zodra het verzoek om reorganisatie (sanering van de onderneming) wordt ingediend en als dit niet wordt verworpen, of gedurende de hele duur van de procedure van sanering van de onderneming:

a) elk verzoek om liquidatie, ongeacht of dit hangende of nieuw is, wordt opgeschort;

b) er geen enkel besluit tot ontbinding en liquidatie van de onderneming mag worden genomen of uitgevoerd;

c) de uitvoering van monetaire vorderingen op de onderneming en alle eventuele rente voor achterstallige betaling wordt opgeschort;

d) de verhuurder of iedere andere persoon die de huur ontvangt, gedurende de looptijd van de huurovereenkomst, geen aanspraak mag maken op zijn recht tot ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de ruimte die aan de onderneming is verhuurd, vanwege het niet uitvoeren door de laatstgenoemde van een van haar plichten krachtens deze huurovereenkomst, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt;

e) er geen maatregel mag worden getroffen om een zekerheid op de bezittingen van de onderneming te gelde te maken of om goederen terug te halen die in haar bezit zijn krachtens een huurkoopovereenkomst, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt;

f) er geen bevel of conservatoire of executoire maatregel zoals bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hoofdstuk 16 van de wetten van Malta) tegen de onderneming of haar goederen mag worden genomen, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze

oplegt; en

g) er geen enkele gerechtelijke procedure mag worden ingesteld of voortgezet tegen de onderneming of haar vermogen, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

De bepalingen van het nationale recht, die zijn vastgelegd in het Wetboek van Koophandel, voorzien niet in opschorting van rechtsvervolging.  Het is echter mogelijk dat, op verzoek van de curator, een verzoek daarom aan de rechtbank wordt gehoord door de rechter van het faillissement, opdat deze de zaken van het faillissement kan organiseren en uitvoeren met behoud van de rechten en plichten van de gefailleerde en door zich ervan te vergewissen dat de rechten waarop aanspraak wordt gemaakt in het verzoek dat de schuldeiser indient, worden gehoord en dat daarover wordt besloten.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De schuldeisers mogen tussenbeide komen bij de insolventieprocedure, indien zij hun belang om te handelen en hun hoedanigheid daarvoor bewijzen, en mogen aanspraken indienen tijdens de procedure bij de rechtbank.

De insolventiefunctionaris stelt hen in kennis van de staat van de procedure. Deze organiseert tevens vergaderingen waarvoor zij worden uitgenodigd om hun standpunt te uiten.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Artikel 329B van hoofdstuk 386 bepaalt uitdrukkelijk dat de rechtbank en de bijzondere toezichthouder vooral moeten handelen in het beste belang van de schuldeisers.

De bijzondere toezichthouder heeft daarnaast de plicht om vergaderingen van schuldeisers te organiseren waarvan de eerste uiterlijk één maand na zijn benoeming plaats dient te vinden.

Bij deze vergadering of een latere vergadering moet de bijzondere toezichthouder een comité benoemen van schuldeisers en leden dat hem het advies en de bijstand geeft die hij nodig kan hebben bij het beheer van de zaken, de activiteiten en de goederen van de onderneming, en bij haar sanering als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar exploitatie.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

De schuldeisers mogen tussenbeide komen bij de faillissementsprocedure en hieraan deelnemen indien zij hun belang om te handelen en hun hoedanigheid daarvoor bewijzen, en mogen aanspraken indienen tijdens de procedure bij de rechtbank.

De curator stelt hen in kennis van de staat van de procedure. Deze organiseert tevens vergaderingen waarvoor zij worden uitgenodigd om hun standpunt te uiten.

De schuldeisers beschikken daarnaast over stemrecht. De definitieve overeenkomst over het plan of de voorgestelde regeling moet de steun krijgen van een meerderheid van drie kwart, in waarde, van de schuldeisers die het bewijs van hun vorderingen hebben verstrekt.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De insolventiefunctionaris is bevoegd om de activa van de onderneming te verkopen aan de hoogste bieder.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

De bijzondere toezichthouder kan alleen over het vermogen van de onderneming beschikken met uitdrukkelijke toestemming van de rechtbank of volgens de modaliteiten van het laatstelijk goedgekeurde saneringsplan, met of zonder wijzigingen door de rechtbank. In alle gevallen bepaalt de rechtbank de methode van overdracht van de activa van de onderneming of keurt deze goed.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

In het kader van de faillissementsprocedure verkoopt de curator de goederen aan de hoogste bieder, onder voorbehoud van de toestemming van de rechtbank.

In het geval van een sanering van de failliete handelaar of partnerschap moet de curator, volgens artikel 498 van hoofdstuk 13, het goedgekeurde saneringsplan naleven, maar beschikt de rechter over een grote waarderingsbevoegdheid om de meest gunstige richtlijnen op te stellen in het belang van de gefailleerde en zijn schuldeisers.

Een schuldeiser kan echter bezwaar maken tegen de toestemming van de rechter wanneer hij aantoont, door zich te baseren op rechtsgeldige redenen, dat deze in strijd is met de belangen van de schuldeisers.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vorderingen die zijn ontstaan na instelling van de insolventieprocedure en degene die daarvoor zijn ontstaan. Als echter blijkt dat de activa ontoereikend zijn om de passiva te voldoen, mag de rechtbank een beschikking geven betreffende de betaling uit de activa van de onkosten, kosten en lasten van de ontbinding en liquidatie in de prioriteitsvolgorde die hij geëigend acht, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende algemene prioriteitsvolgorde:

a) de kosten die rechtmatig zijn toegeschreven aan of zijn gemaakt door de official receiver (bewindvoerder) of de insolventiefunctionaris voor de bescherming, uitvoering of invordering van activa van de onderneming;

b) alle andere kosten die zijn gemaakt door de official receiver of onder zijn autoriteit, met inbegrip van de kosten die zijn gemaakt bij het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten;

c) de beloning van de voorlopige bewindvoerder, indien van toepassing;

d) de kosten van de eiser en van iedere andere persoon die wordt genoemd in het verzoekschrift en waarvan de kosten zijn toegelaten door de rechtbank;

e) de beloning van de bijzondere bewindvoerder, indien van toepassing;

f) elk bedrag dat verschuldigd is aan personen die zijn aangesteld voor het opstellen van de liquidatierekening of de balans, of die toestemming hebben om daaraan bij te dragen;

g) elke schadevergoeding die wordt betaald krachtens een beschikking van de rechtbank voor de kosten en uitgaven met betrekking tot een verzoek om vrijstelling van de verplichting om een liquidatiebalans in te dienen of om verlenging van de opgelegde termijn voor het indienen daarvan;

h) alle benodigde uitgaven die door de insolventiefunctionaris worden gedaan in het kader van zijn bestuur, met inbegrip van alle kosten die door leden van de liquidatiecommissie of hun vertegenwoordigers zijn gemaakt en die door de insolventiefunctionaris zijn goedgekeurd;

i) de beloning van iedere persoon die door de insolventiefunctionaris is aangesteld voor de verlening van diensten aan de onderneming, in overeenstemming met wat de bepalingen van hoofdstuk 386 voorschrijven of goedkeuren;

j) de beloning van de official receiver en de insolventiefunctionaris.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

N.v.t.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vorderingen die zijn ontstaan na de instelling van de faillissementsprocedure en vorderingen die daarvoor zijn ontstaan. Als bij een faillissementsprocedure echter blijkt dat de activa ontoereikend zijn om de schulden te voldoen, mag de rechtbank een beschikking geven betreffende de betaling uit de activa van de onkosten, kosten en lasten van de ontbinding en liquidatie in de prioriteitsvolgorde die hij geëigend acht, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende algemene prioriteitsvolgorde:

a) de kosten die rechtmatig zijn toegeschreven aan of zijn gemaakt door de curator voor de bescherming, uitvoering of invordering van activa van de onderneming;

b) alle andere kosten die zijn gemaakt door de curator of onder zijn autoriteit, met inbegrip van de kosten die zijn gemaakt bij het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten;

c) de beloning van de curator, indien van toepassing;

d) de kosten van de eiser en van iedere andere persoon die wordt genoemd in het verzoekschrift en waarvan de kosten zijn toegelaten door de rechtbank;

e) de beloning van de bijzondere bewindvoerder en de griffier, indien van toepassing;

f) elk bedrag dat verschuldigd is aan personen die zijn aangesteld voor het opstellen van de liquidatierekening of de balans, of die toestemming hebben om daaraan bij te dragen;

g) elke schadevergoeding die wordt betaald krachtens een beschikking van de rechtbank voor de kosten en uitgaven met betrekking tot een verzoek om vrijstelling van de verplichting om een liquidatiebalans in te dienen of om verlenging van de opgelegde termijn voor het indienen daarvan;

h) alle benodigde uitgaven die door de curator worden gedaan in het kader van zijn bestuur, met inbegrip van alle kosten die door leden van de liquidatiecommissie of hun vertegenwoordigers zijn gemaakt en die door de curator zijn goedgekeurd.

Wanneer de kosten en lasten van de liquidatie zijn betaald, worden de preferente schuldeisers betaald op basis van de datum van registratie van hun vorderingen en na hen alle overige schuldeisers in volgorde van registratie. Indien er niet voldoende fondsen beschikbaar zijn om hen te betalen, hebben deze laatsten (de concurrente schuldeisers) een gelijke rang.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De insolventiefunctionaris besluit over toelating of verwerping van de vorderingen. Er zijn geen specifieke regels voor het indienen van vorderingen. Er moet op worden gewezen dat de vorderingen, indien er een official receiver wordt benoemd als insolventiefunctionaris, moeten worden ingediend door middel van het volgende formulier:

OFFICIAL RECEIVER

p/a MFSA

Notabile Road

Attard, BKR3000

Informatie over de ontbonden onderneming

1

Naam en registratienummer

2

Datum van ingang van de ontbinding

Informatie over de schuldeiser

3

Voor- en achternaam / registratienummer

4

Postadres

5

E-mailadres

6

Telefoonnummer vast / mobiel

/

Informatie over de vordering

7

Totaalbedrag van de vordering met inbegrip van, indien van toepassing, niet-gekapitaliseerde rente die is vervallen op de datum van ontbinding

8

Totaalbedrag van de niet-gekapitaliseerde rente op de datum van ontbinding

9

Vermelding van het feit waarop de vordering is gebaseerd en alle bijbehorende data

(Extra bladzijden toevoegen indien nodig)

10

Informatie over de bewijsstukken en/of andere bewijzen van de vordering (gewaarmerkte kopieën conform bijvoegen en deze oplopend nummeren van 1 tot n)

(Extra bladzijden toevoegen indien nodig)

Informatie over de zekerheid die eventueel is gesteld als garantie

11

Vermelding van het type verstrekte/verkregen zekerheid

(Extra bladzijden toevoegen indien nodig)

12

Datum(s) waarop de zekerheid is verstrekt/verkregen

13

Bedrag van de vordering dat wordt gegarandeerd door de zekerheid

Verklaring van de schuldeiser

14

Ik, ondergetekende verklaar op erewoord dat de informatie op dit formulier naar mijn weten eerlijk, exact en volledig is:

Handtekening van de schuldeiser

Voor- en achternaam (in blokletters)

Nummer van identiteitskaart

15

Indien de ondertekenaar handelt als vertegenwoordiger van een rechtspersoon, het gedeelte hieronder invullen:

In naam en voor rekening van ____________________________________________________

Registratienr. _________________________ in mijn hoedanigheid van _____________________________.

Omdat het om de termijn voor de indiening van vorderingen gaat, geeft artikel 255 van hoofdstuk 386 de rechtbank de bevoegdheid om de schuldeisers één of meer termijnen te geven voor de verstrekking van bewijs van hun vorderingen of aanspraken. Indien zij dit niet doen, worden zij uitgesloten van begunstiging bij elke uitgevoerde verdeling, totdat deze vorderingen worden bewezen.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Er is geen wettelijke bepaling ad hoc over de gevolgen van de reorganisatieprocedure voor wat betreft de indiening, verificatie en toelating van vorderingen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Er moet worden opgemerkt dat er in het Maltese recht op het gebied van insolventie geen beperkende lijst van rangen van vorderingen is, omdat de prioriteitsvolgorde van schuldeisers niet wordt geregeld door een specifieke tekst, maar blijkt uit verschillende wetten. De bepalingen ten aanzien van de rang van vorderingen worden hieronder genoemd.

Volgens artikel 302 van hoofdstuk 386 worden bij de liquidatie van een onderneming waarvan de activa niet volstaan om de opeisbare schulden te voldoen, de rechten van de preferente en concurrente schuldeisers en de prioriteit en rang van hun vorderingen geregeld door de geldende wetgeving.

Anderzijds wordt, volgens artikel 535 van hoofdstuk 13, de klassering van schuldeisers die een pand, voorrecht of hypotheek hebben, uitgevoerd in overeenstemming met de geldende wetgeving.

Zowel het ene als het andere hierboven genoemde artikel bepaalt dat de rang van de vorderingen wordt geregeld door de geldende wetgeving.

In het Maltese recht vloeit het beginsel van pari passu indirect voort uit artikel 1996 van het Burgerlijk Wetboek (hoofdstuk 16) dat stelt dat voorrechten, hypotheken en de winst van boedelafscheiding rechtmatige oorzaken zijn voor voorrang. Hetzelfde artikel kent aan elke schuldeiser het recht toe om zijn huidige of toekomstige rechten op het gebied van betaling, uitvoering en rang, of overige soortgelijke huidige of toekomstige rechten, achter te stellen, over te dragen, af te staan of op enige andere wijze te wijzigen ten gunste van een andere persoon. Deze handeling van achterstelling, overdracht, afstand, wijziging of overige soortgelijke handeling mag worden verricht in overeenstemming met of door middel van een unilaterale verklaring aan iedere persoon, met inbegrip van een andere schuldeiser, ongeacht of deze wordt benoemd of moet worden benoemd op het moment van de overeenkomst of de verklaring.

De verschillen in rang komen dan voort uit een overeenkomst. Dientengevolge hebben schuldeisers allen dezelfde rang, indien er geen sprake is van voorrechten, hypotheken of winst van boedelafscheiding.

Rekening houdend met het bovenstaande, moeten de verschillende specifieke wetten worden geraadpleegd die prioriteit toekennen aan bepaalde categorieën vorderingen, zoals de wet betreffende de btw (hoofdstuk 406), de wet betreffende de arbeidsmarkt en industriële relaties (hoofdstuk 452) en de wet betreffende de sociale zekerheid (hoofdstuk 318).

Artikel 62 van de wet betreffende de btw bepaalt het volgende:

‘De Commissioner [directeur belastingen] heeft een bijzonder voorrecht op de goederen die deel uitmaken van de economische activiteiten van een persoon voor de invordering van alle belastingen die door die laatstgenoemde verschuldigd zijn krachtens de onderhavige wet en niettegenstaande bepalingen in een andere wet moet de genoemde belasting worden betaald met voorrang op de vorderingen met overige voorrechten, met uitzondering van vorderingen die worden gegarandeerd door een algemeen voorrecht en degene die worden bedoeld in artikel 2009, punten a) en b), van het Burgerlijk Wetboek.’

Artikel 20 van de wet betreffende de arbeidsmarkt en industriële relaties bepaalt het volgende:

‘Niettegenstaande bepalingen van een andere wet, vormen salarisvorderingen die overeenkomen met maximaal drie maanden van de beloning die de werkgever aan de werknemer dient uit te keren, evenals de vergoeding voor niet opgenomen verlof die aan de werknemer verschuldigd is en, indien van toepassing, de ontslagvergoeding of opzeggingsvergoeding, preferente vorderingen op de goederen van de werkgever en worden met voorrang uitgekeerd vóór alle andere, preferente of hypothecaire, vorderingen:

Voor deze preferente vorderingen is het plafondbedrag nooit hoger dan het equivalent van zes maanden van het nationale minimumloon dat van toepassing is op de datum van het ontstaan van de vordering.’

Artikel 116, lid 3, van de wet betreffende de sociale zekerheid bepaalt het volgende:

‘Niettegenstaande bepalingen van een andere wet, is elk bedrag dat aan de directeur verschuldigd is voor socialezekerheidsbijdragen van categorie 1 of categorie 2 krachtens het onderhavige artikel een preferente vordering die geldt, voor socialezekerheidsbijdragen van categorie 1, op de goederen van de werkgever met dezelfde rang als de salarissen van de werknemers en, voor socialezekerheidsbijdragen van categorie 2, op het vermogen van de desbetreffende zelfstandige, en wordt betaald met voorrang boven alle andere, preferente of hypothecaire, vorderingen (behalve salarissen).’

Daarnaast gaan de artikelen 2088 tot 2095 van het Burgerlijk Wetboek specifiek over de volgorde van prioriteit van de voorrechten. Deze bepalingen stellen vooral dat de vorderingen moeten worden betaald in volgorde van registratie daarvan. De hypotheken die op dezelfde dag worden geregistreerd, hebben dus theoretisch dezelfde rang.

Als bij een insolventieprocedure echter blijkt dat de activa ontoereikend zijn om de schulden te voldoen, mag de rechtbank besluiten (en besluit in de meeste gevallen) om een beschikking te geven betreffende de betaling uit de activa van de onkosten, kosten en lasten van de ontbinding en liquidatie in de prioriteitsvolgorde die hij geëigend acht, waarbij rekening wordt gehouden met de algemene prioriteitsvolgorde:

a) de kosten die rechtmatig zijn toegeschreven aan of zijn gemaakt door de official receiver of de insolventiefunctionaris voor de bescherming, uitvoering of invordering van activa van de onderneming;

b) alle andere kosten die zijn gemaakt door de official receiver of onder zijn autoriteit, met inbegrip van de kosten die zijn gemaakt bij het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten;

c) de beloning van de voorlopige bewindvoerder, indien van toepassing;

d) de kosten van de eiser en van iedere andere persoon die wordt genoemd in het verzoekschrift en waarvan de kosten zijn toegelaten door de rechtbank;

e) de beloning van de bijzondere bewindvoerder, indien van toepassing;

f) elk bedrag dat verschuldigd is aan personen die zijn aangesteld voor het opstellen van de liquidatierekening of de balans, of die toestemming hebben om daaraan bij te dragen;

g) elke schadevergoeding die wordt betaald krachtens een beschikking van de rechtbank voor de kosten en uitgaven met betrekking tot een verzoek om vrijstelling van de verplichting om een liquidatiebalans in te dienen of om verlenging van de opgelegde termijn voor het indienen daarvan;

h) alle benodigde uitgaven die door de insolventiefunctionaris worden gedaan in het kader van zijn bestuur, met inbegrip van alle kosten die door leden van de liquidatiecommissie of hun vertegenwoordigers zijn gemaakt en die door de insolventiefunctionaris zijn goedgekeurd;

i) de beloning van iedere persoon die door de insolventiefunctionaris is aangesteld voor de verlening van diensten aan de onderneming, in overeenstemming met wat de bepalingen van hoofdstuk 386 voorschrijven of goedkeuren;

j) de beloning van de official receiver en de insolventiefunctionaris.

Tijdens de insolventieprocedure stelt de insolventiefunctionaris een rapport op met daarin de volgorde van de schuldeisers en een verdelingsplan dat moet worden voorgelegd aan de rechtbank. De schuldeisers mogen hun opmerkingen indienen indien ze het niet eens zijn met de inhoud van dit rapport en de rechtbank kan correctie bevelen. Na de definitieve goedkeuring van de rang van de schuldeisers en het verdelingsplan, beveelt hij de insolventiefunctionaris over te gaan tot de betaling van de schuldeisers.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

N.v.t.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

In de allereerste plaats wordt de verdeling van de opbrengst van de tegeldemaking geregeld door artikel 531 van het Wetboek van Koophandel en de wetten die voortvloeien uit het Burgerlijk Wetboek die de rang van de schuldeisers bepalen met degenen die een wettelijk erkend voorrecht hebben en degenen die een hypotheekrecht hebben. Het gaat om preferente schuldeisers krachtens wettelijke bepalingen of een notariële akte, die een rang krijgen op basis van de datum van registratie van hun vordering of, volgens de bepalingen van artikel 535 van het Wetboek van Koophandel, in overeenstemming met de geldende wetgeving.

Vervolgens komen de gewone schuldeisers (niet ingeschreven), die pari passu worden geclassificeerd op basis van hun vordering.

Wanneer een persoon failliet is verklaard, wordt er binnen tien dagen na de verklaring een bijeenkomst georganiseerd met de rechter, de griffier, de curator, de gefailleerde en de schuldeisers om de vorderingen en de inventaris te bekijken.

Bij deze bijeenkomst wordt de gefailleerde gehoord en presenteert hij de voorwaarden van de regeling. De deelnemers kijken of de zaak daadwerkelijk voldoet aan de voorwaarden voor een regeling, in het kader waarvan een deel van de schuldeisers (die geen voorrecht, hypotheek of een pand hebben) wordt gevraagd te verschijnen in de plaats van alle schuldeisers, en hebben acht dagen de tijd om bezwaar te maken tegen het voorstel, ook individueel.

Er wordt een tweede bijeenkomst gehouden voor de rechter om over te gaan tot het stemmen over de regeling die, om te worden goedgekeurd, de steun moet krijgen van een meerderheid die driekwart van het bedrag van de vorderingen vertegenwoordigt;

Na deze procedure en wanneer de inventaris van alle schuldeisers is opgesteld, wordt er nog een bijeenkomst georganiseerd, die wederom wordt voorgezeten door de rechter, waarbij wordt voldaan aan alle wettelijk vereiste formaliteiten van openbaarheid.

Bij deze bijeenkomst zet iedere schuldeiser zijn eis uiteen; indien de curator dit betwist, moet hij aan deze laatste en aan de akkoordschuldeisers aantonen dat dit gegrond is.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Als de insolventiefunctionaris, in het kader van een insolventieprocedure, alle activa van de onderneming te gelde heeft gemaakt, of alles wat volgens hem te gelde kon worden gemaakt zonder de liquidatie onnodig te verlengen, als hij, indien van toepassing, een definitieve betaling aan de schuldeisers heeft gedaan, als hij de rechten van de bijdrageplichtigen onderling heeft betaald door, indien van toepassing, een definitieve uitkering te verstrekken en als hij het accountantsverslag heeft ingediend dat is opgesteld voor rekening van de onderneming, verleent de rechtbank, na zich ervan te hebben vergewist dat de functionaris zich heeft gehouden aan de bepalingen van hoofdstuk 386 en aan alle voorschriften die de rechter eventueel heeft opgelegd, en na controle van het verslag en eventuele bezwaren van de schuldeisers, de bijdrageplichtigen of enige andere betrokken partij, kwijting aan de insolventiefunctionaris en ontslaat hem van zijn mandaat.

Vervolgens beveelt de rechtbank dat de naam van de onderneming uit het register wordt verwijderd met ingang van de datum van de beschikking. Dit bevel wordt betekend aan de bewaarder van het register die zorgt voor de verwijdering.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Artikel 329B, lid 12, noemt de verschillende mogelijke scenario’s voor sluiting van een saneringsprocedure:

a) indien, op enig moment tijdens de saneringsprocedure, aan de bijzondere toezichthouder, na raadpleging van het comité van schuldeisers en leden, blijkt dat het niet zinnig is dat de onderneming de genoemde procedure voortzet, dient hij onverwijld bij de rechtbank een verzoek om sluiting van de procedure in waarin hij zijn redenen uitgebreid uiteenzet, waarna de rechtbank de gerechtelijke liquidatie van de onderneming uitspreekt.

Dan is de procedure van hoofdstuk 386 betreffende insolventie van ondernemingen van toepassing;

b) indien, op enig moment tijdens de saneringsprocedure, aan de bijzondere toezichthouder, na raadpleging van het comité van schuldeisers en leden, blijkt dat het beter gaat met de onderneming en dat ze in staat is om haar schulden te betalen, dient hij bij de rechtbank een met uitgebreide redenen omkleed verzoek in om te beschikken dat de saneringsprocedure wordt gesloten. Indien de rechtbank dit verzoek inwilligt, legt hij bij zijn beschikking bepalingen en voorwaarden op die hij nodig acht in de omstandigheden van de zaak.

In dat geval zet de onderneming haar activiteiten voort als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar exploitatie. De opschorting van de procedure wordt opgeheven zodra de rechtbank het bovengenoemde verzoek inwilligt;

c) indien, op enig moment tijdens de saneringsprocedure, de bestuurders van de onderneming of haar leden die zijn verenigd in een buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering, constateren dat het beter gaat met de onderneming en dat ze in staat is om haar schulden te betalen, mogen zij bij de rechtbank een verzoek met daarbij de geëigende rechtvaardigingen indienen waarin zij hun constatering bevestigen en hem vragen om te beschikken dat de saneringsprocedure wordt gesloten. Voordat de rechtbank dit verzoek inwilligt of verwerpt, raadpleegt hij de bijzondere toezichthouder. Indien de rechtbank dit verzoek inwilligt, legt hij bij zijn beschikking bepalingen en voorwaarden op die hij nodig acht in de omstandigheden van de zaak.

Net als in het eerdere geval zet de onderneming haar activiteiten voort als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar exploitatie. De opschorting van de procedure wordt opgeheven zodra de rechtbank het bovengenoemde verzoek inwilligt;

d) aan het einde van zijn mandaat verstrekt de bijzondere toezichthouder een schriftelijk eindrapport aan de rechtbank waarin hij uitgebreid zijn gemotiveerde advies uiteenzet over de vraag of er al dan niet redelijke perspectieven zijn voor behoud van de onderneming als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar, gehele of gedeeltelijke, exploitatie en om in de toekomst haar schulden naar behoren te betalen.

Indien de bijzondere toezichthouder in zijn eindrapport concludeert dat er redelijke perspectieven zijn voor het behoud van de onderneming als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar, gehele of gedeeltelijke, exploitatie, dient hij bij zijn rapport een precies en gedetailleerd saneringsplan te voegen met daarin alle voorstellen die nodig zijn om de onderneming haar activiteiten te laten voortzetten met het oog op levensvatbaarheid en continuïteit van exploitatie, samen met uitleg die nodig kan zijn om deze sanering doeltreffend te maken, in het bijzonder voorstellen met betrekking tot de financiële middelen, het behoud van banen en het toekomstige bestuur van de onderneming. In dit saneringsplan moeten ook de voorgestelde regels staan voor de betaling van de schuldeisers, volledig of voor een deel van hun vorderingen, en of er een vrijwillige regeling kon worden gesloten met alle schuldeisers, of dat de rechtbank wordt voorgesteld om een regeling te bekrachtigen die niet door alle schuldeisers is goedgekeurd.

Na ontvangst van het eindrapport en het saneringsplan m