Family maintenance

If you wish to claim maintenance, for example by asking for a monthly payment for child support from a parent not living with the child, EU law allows you to use the courts of your home State in order to determine the obligation of the debtor to pay maintenance and set the amount of alimony. Such a judgment will be easily recognised in the other Member States of the European Union.

Please select the relevant country's flag to obtain detailed national information.

New rules from June 2011

As of 18 June 2011, new rules on maintenance matters apply. They still ensure judicial protection of the maintenance creditor by allowing him/her to sue the debtor before the courts of his/her home State. In addition, in most cases, the 2007 Hague Protocol determines the law applicable to maintenance obligations and any judgment on maintenance issued by the courts of the Member States circulates freely in the European Union and may be enforced in all the Member States without additional formalities. Finally, maintenance creditors and debtors benefit from administrative assistance offered by the Member States.

The new rules apply in all 27 EU Member States, including Denmark, on the basis of Agreement of 19 October 2005 between the European Community and the Kingdom of Denmark on jurisdiction and the recognition and enforcement of judgments in civil and commercial matters. However, Denmark does not apply some rules, in particular, the rules on applicable law and on cooperation between central authorities.

The Regulation also provides that administrative authorities may be considered as courts for the purpose of maintenance procedures. A list of those authorities can be found here PDF (68 Kb) en.

When maintenance is due from or to the benefit of a person living in a non-EU State, the Convention on the international recovery of child support and other forms of family maintenance and the Protocol on the law applicable to maintenance obligations may help you in recovering your maintenance in non-EU States which are contracting parties to these international instruments. The Convention has entered into force for the EU towards third States party to that Convention since 1 August 2014.

Non-compulsory standard form on the statement of maintenance arrears

In order to facilitate the practical implementation of the Maintenance Regulation, and the effective exercise of citizens’ rights throughout the EU, the European Judicial Network in civil and commercial matters developed a non-compulsory standard form on the statement of maintenance arrears.

This non-compulsory form aims at facilitating the recovery of maintenance arrears and is available in 23 languages. The form comes with a practical guide on completing it attached. The form is available in the following formats: PDF PDF (1093 KB) en, and XLS Excel (244 KB) en.

Last update: 11/05/2022

This page is maintained by the European Commission. The information on this page does not necessarily reflect the official position of the European Commission. The Commission accepts no responsibility or liability whatsoever with regard to any information or data contained or referred to in this document. Please refer to the legal notice with regard to copyright rules for European pages.

Alimentatievorderingen - België

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Een “onderhoudsplicht” kan worden gedefinieerd als een wettelijk aan een persoon opgelegde verplichting om een andere persoon die niet in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien en met wie hij of zij is verbonden door een “bijzondere familieband”, bij te staan in het levensonderhoud. Het begrip “onderhoud” heeft niet alleen betrekking op voeding, maar op alles wat noodzakelijk is om te leven, waaronder naast voedsel ook kleding, huisvesting en medische zorg.

De onderhoudsplicht is gebaseerd op een bloed- of aanverwantschap (verwantschap als gevolg van een huwelijk) of op een daarvoor in de plaats komende verplichting wanneer deze band is verbroken. De onderhoudsplicht bestaat tussen bepaalde bloed- en aanverwanten, tussen echtgenoten en tussen wettelijk samenwonenden. De plicht is in zekere zin gestoeld op een verplichting tot “solidariteit”, die in bepaalde gevallen dwingender kan zijn dan normaal het geval is.

  • ouders jegens hun kinderen
    Hierbij kunnen twee typen onderhoudsplicht worden onderscheiden:
    • een bredere onderhoudsplicht die inhoudt dat de vader en moeder, naar evenredigheid van hun middelen, verplicht zijn om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van en het toezicht op hun kinderen. Indien de opvoeding en de opleiding nog niet voltooid zijn, blijft de verplichting bestaan totdat het kind meerderjarig wordt. De verplichting bestaat ongeacht de middelen van de ouders en de behoeften van het kind. Het betreft hier een bredere onderhoudsplicht in die zin dat de onderhoudsplicht, naast het levensonderhoud van het kind, ook de opvoeding en de opleiding van het kind, enz., omvat (artikel 203 van het Belgische Burgerlijk Wetboek).
    • een onderhoudsplicht op basis van ouderschap die is gekoppeld aan de behoeften van het kind, ongeacht de leeftijd van het kind en de middelen van de ouders (artikelen 205, 207, 208 en 353-14 van het Burgerlijk Wetboek).
  • kinderen jegens hun ouders
    De onderhoudsplicht die van toepassing is op ouders jegens hun kinderen is wederkerig (artikelen 205, 207 en 353-14 van het Burgerlijk Wetboek). Kinderen hebben derhalve een onderhoudsplicht jegens hun vader en moeder als deze niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien (d.w.z. “behoeftig” zijn).
  • echtgenoten
    De onderhoudsplicht tussen echtgenoten is gebaseerd op de plicht om elkaar hulp en bijstand te verlenen en op de plicht om bij te dragen in de lasten van het huwelijk zoals voorzien in het Burgerlijk Wetboek (artikelen 213 en 221 van het Burgerlijk Wetboek). Deze plichten, die samenhangen met de eveneens op de echtgenoten rustende verplichting tot samenwoning, zijn wederkerig. Als deze plichten niet worden vervuld kan een gerechtelijke procedure aanhangig worden gemaakt, in de vorm van een onderhoudsprocedure of een procedure voor de toekenning van middelen, om de betaling van equivalente geldsommen af te dwingen (artikelen 213, 221 en 223 van het Burgerlijk Wetboek) – zie ook het antwoord op vraag 10.
  • gescheiden echtgenoten jegens de voormalige echtgeno(o)t(e)
    Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen typen echtscheidingen, echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting of echtscheiding met onderlinge toestemming:
    • echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting: als de echtgenoten geen overeenstemming hebben weten te bereiken over de uitkering tot levensonderhoud (artikel 301, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek), kan de rechtbank, in het vonnis dat de echtscheiding uitspreekt of bij een latere beslissing, op verzoek van de “behoeftige” echtgeno(o)t(e) de andere echtgenoot gelasten om een uitkering tot levensonderhoud te betalen (artikel 301, lid 2, eerste alinea van het Burgerlijk Wetboek).
      De rechtbank kan het verzoek om een uitkering weigeren indien de verweerder bewijst dat de verzoeker een zware fout heeft begaan die de voortzetting van de samenleving onmogelijk heeft gemaakt (artikel 301, lid 2, tweede alinea van het Burgerlijk Wetboek).
      De onderhoudsuitkering mag niet hoger liggen dan een derde van het inkomen van de uitkeringsplichtige echtgenoot (artikel 301, lid 3, derde alinea van het Burgerlijk Wetboek).
    • echtscheiding met onderlinge toestemming: de echtgenoten zijn niet verplicht om tijdens de procedure en/of na de echtscheiding overeenstemming te bereiken over een uitkering tot levensonderhoud voor een van de echtgenoten. Indien zij zulks besluiten, kunnen de hoogte en de regelingen voor de betaling en afdwinging van de uitkering tot onderhoud vrijelijk worden vastgesteld, evenals de indexering en eventuele gronden voor de aanpassing ervan (artikel 1288, lid 4, eerste alinea van het Belgische Gerechtelijk Wetboek). Tenzij de partijen uitdrukkelijk het tegenovergestelde zijn overeengekomen, kan de bevoegde rechter, op verzoek van een van de partijen, de na het echtscheidingsvonnis overeengekomen uitkering later verhogen, verminderen of afschaffen (artikel 1288, punt 3 van het Gerechtelijk Wetboek), althans wanneer de hoogte van de uitkering niet langer passend is vanwege nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen. De onderhoudsuitkering kan niet worden geïndexeerd, tenzij indexering uitdrukkelijk wordt gespecificeerd.
  • overige
    In welke omstandigheden?
    De onderhoudsplicht bestaat tussen bloedverwanten in rechte lijn, zowel in de opgaande als in neergaande lijn (ouders/kinderen, kinderen/ouders, maar ook kleinkinderen/grootouders en omgekeerd – artikelen 205 en 207 van het Burgerlijk Wetboek).
    Tussen aanverwanten zijn er twee mogelijke scenario’s:
    • langstlevende echtgenoten zijn binnen bepaalde grenzen onderhoudsplichtig ten aanzien van de kinderen van de vooroverleden echtgenoot van wie ze niet de vader of de moeder zijn (artikel 203, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek);
    • schoonzonen en schoondochters zijn levensonderhoud verschuldigd aan hun schoonouders en omgekeerd. Deze verplichting houdt op te bestaan wanneer de schoonvader of de schoonmoeder hertrouwt, of wanneer de echtgeno(o)t(e) die de aanverwantschap heeft doen ontstaan) en de kinderen die uit zijn huwelijk met de andere echtgenoot zijn geboren, overleden zijn (artikelen 206 en 207 van het Burgerlijk Wetboek).

In bepaalde omstandigheden is de onderhoudsuitkering voor de langstlevende echtgeno(o)t(e) of de bloedverwanten in de opgaande lijn van de overledene opeisbaar uit de nalatenschap van de overleden echtgeno(o)t(e) (artikel 205bis van het Burgerlijk Wetboek).

Een kind van wie de afstamming van vaderszijde niet vaststaat, kan van de man die gedurende het wettelijk tijdvak van de verwekking met zijn moeder gemeenschap heeft gehad een uitkering tot levensonderhoud, opvoeding en opleiding vorderen (artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek).

Indien de verstandhouding tussen wettelijk samenwonenden ernstig verstoord is, kan een partij in het kader van te nemen voorlopige maatregelen bij de rechtbank alimentatie vorderen. Hetzelfde geldt in het kader van de voorlopige maatregelen bij beëindiging van de wettelijke samenwoning (artikel 1479 van het Burgerlijk Wetboek).

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Normaliter eindigt de onderhoudsplicht wanneer het kind meerderjarig wordt of (rechts)handelingsbekwaam wordt. De onderhoudsplicht kan echter doorlopen indien de opvoeding en opleiding van het kind nog niet is voltooid (artikelen 203 en 336 van het Burgerlijk Wetboek).

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

De onderhoudsplichtige kan vrijwillig in het levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde voorzien. In het geval van een geschil of betwisting of stopzetting van betaling moet er een rechtsvordering worden ingesteld.

Bij een echtscheiding vanwege onherstelbare ontwrichting kan een bijkomende alimentatievordering worden ingesteld bij de voor echtscheiding bevoegde rechtbank, in het proces dat leidt tot de echtscheiding of via indiening van aparte vorderingen (artikel 1254, lid 1, vijfde alinea en artikel 1254, lid 5 van het Gerechtelijk Wetboek).

Buiten echtscheidingsprocedures is het de vrederechter die kennis neemt van en beslist over alimentatievorderingen (artikel 591, punt 7 van het Gerechtelijk Wetboek), behalve in procedures waarin alimentatie wordt gevorderd zonder verklaring van ouderschap. Zie vraag 5.

Sinds 1 september 2014 vallen alle vorderingen die verband houden met de onderhoudsplicht, met uitzondering van die welke betrekking hebben op het leefloon (uitkering onder voorwaarde van maatschappelijke integratie), onder de jurisdictie van de familierechtbank (artikel 572bis, punt 7 van het Gerechtelijk Wetboek), waaronder alimentatieprocedures zonder verklaring van ouderschap.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

De vordering komt de persoon die recht op alimentatie heeft persoonlijk toe (zie met name artikel 337 van het Burgerlijk Wetboek). De vordering wordt door de eiser persoonlijk of door zijn of haar advocaat bij de rechtbank ingesteld (zie met name de artikelen 1253ter, 1254 en 1320 van het Gerechtelijk Wetboek).

Als de persoon niet handelingsbekwaam is, treedt zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger (vader, moeder, voogd, andere wettelijke vertegenwoordiger) namens hem of haar op.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De vrederechter heeft algemene jurisdictie voor geschillen over onderhoudsplicht (artikel 591, punt 7 van het Gerechtelijk Wetboek), maar er zijn uitzonderingen. In die omstandigheden moet de gerechtelijke actie worden ingesteld bij de rechtbank die jurisdictie heeft in de woonplaats van de eiser, met uitzondering van vorderingen die strekken tot de verlaging of de opheffing van de onderhoudsuitkering (artikel 626 van het Gerechtelijk Wetboek).

De voorzitter van de familierechtbank (artikel 338 van het Burgerlijk Wetboek) is bevoegd voor procedures die door een kind aanhangig zijn gemaakt tegen een persoon die gedurende het wettelijk tijdvak van de verwekking met zijn moeder gemeenschap heeft gehad (artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek).

Behalve in geval van dringende voorlopige maatregelen, vallen geschillen over het ouderlijk gezag onder de jurisdictie van de familierechtbank (artikel 387bis van het Burgerlijk Wetboek) van de woonplaats van de ouders, voogden of personen met voogdij over het kind (artikel 44 van de Wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade).

In geval van een conflict tussen echtgenoten vóór de echtscheidingsprocedure kunnen vorderingen worden ingesteld bij de vrederechter (artikel 594, punt 19 van het Gerechtelijk Wetboek) voor de laatste wettelijke verblijfplaats van de echtgenoten (artikel 628, punt 2 van het Gerechtelijk Wetboek).

Zodra een verzoek tot echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting is ingediend, is de voorzitter van de familierechtbank bevoegd(artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek), totdat het huwelijk is ontbonden. De goedkeuring van de door de partijen bereikte overeenkomsten over levensonderhoud valt echter onder de verantwoordelijkheid van de rechtbank die de merites van de zaak heeft beoordeeld (artikel 1256, eerste alinea van het Gerechtelijk Wetboek).

Na het definitieve echtscheidingsvonnis zijn de vrederechter en de familierechtbank bevoegd. De voorzitter van de familierechtbank behoudt zijn of haar bevoegdheidvoor voorlopige maatregelen in dringende zaken (artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek).

Sinds 1 september 2014 vallen alle vorderingen die verband houden met de onderhoudsplicht, met uitzondering van die welke betrekking hebben op het leefloon (uitkering onder voorwaarde van maatschappelijke integratie), onder de bevoegdheidvan de familierechtbank (artikel 572bis, punt 7 van het Gerechtelijk Wetboek).

Sinds 1 september 2014 worden vorderingen tussen partijen die hetzij gehuwd zijn of zijn geweest, hetzij wettelijk samenwonenden zijn of zijn geweest, alsook vorderingen aangaande gemeenschappelijke kinderen van partijen of aangaande kinderen waarvan de afstamming slechts ten aanzien van één van de ouders is vastgesteld, in beginsel ingesteld bij de rechtbank waarbij een vordering reeds aanhangig is gemaakt (zie artikel 629bis, lid 1 van het Gerechtelijk Wetboek). Voor vorderingen betreffende onderhoudsplichten voor een minderjarig kind is de bevoegde rechtbank de rechtbank van de woonplaats van de minderjarige (of, bij ontstentenis daarvan, van de gewone verblijfplaats van de minderjarige). Indien de partijen verscheidene gemeenschappelijke kinderen hebben, is de familierechtbank waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt bevoegd (artikel 629bis, lid 2 van het Gerechtelijk Wetboek). Als de vorderingen betrekking hebben op onderhoudsplichten van andere onderhoudsplichtigen, wordt de zaak aanhangig gemaakt bij de familierechtbank van de woonplaats van de verweerder of van de laatste wettelijke woon- of verblijfplaats van de echtgenoten of samenwonenden (artikel 629bis, lid 4 van het Gerechtelijk Wetboek).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Zie het antwoord op vraag 4. Afhankelijk van de aanhangig gemaakte procedure, wordt de vordering ingeleid bij dagvaarding door een deurwaarder of bij verzoekschrift. Aanhangigmaking via een advocaat is niet verplicht.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Aan de gerechtelijke procedure zijn kosten verbonden. Het is niet mogelijk om hier de totale kosten te vermelden; deze hangen af van het soort vordering dat wordt ingesteld, de gerechtskosten en de kosten voor de verdediging in rechte wanneer een advocaat wordt ingeschakeld. Wat de vergoeding van de proceskosten bij wege van rechtsbijstand betreft, zijn de gewone regels van toepassing (zie Rechtsbijstand – België).

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

  • Vorm van de alimentatie

De alimentatie bestaat uit een uitkering tot levensonderhoud. In bepaalde gevallen kan deze uitkering worden vervangen door een kapitaal (eenmalig bedrag) (artikel 301, lid 8 van het Burgerlijk Wetboek). In uitzonderlijke gevallen kan de alimentatie in natura worden uitgekeerd (artikel 210 van het Burgerlijk Wetboek).

  • Vaststelling en indexering van de alimentatie

Er bestaat geen schaal. Levensonderhoud wordt slechts toegekend naar verhouding van de behoeften van de eiser en de financiële omstandigheden van de persoon die het levensonderhoud is verschuldigd (artikelen 208 en 209 van het Burgerlijk Wetboek).

De onderhoudsplicht van vaders en moeders (artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek) wordt bepaald naar evenredigheid van hun middelen en moet de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van en het toezicht (totdat de opleiding is voltooid) op de kinderen omvatten. Deze uitkering bestaat uit een forfaitaire maandelijkse bijdrage aan de ouder die met de zorg voor het kind is belast.

De vader en moeder kunnen elk namens zichzelf van de andere ouder een bijdrage in de kosten voor huisvesting, levensonderhoud, enz. vorderen (artikel 203bis, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek).

Het bedrag van de uitkering die moet worden betaald door de persoon die gedurende het wettelijk tijdvak van de verwekking met de moeder van het kind gemeenschap heeft gehad, wordt bepaald met inachtneming van de behoeften van het kind en de middelen, mogelijkheden en maatschappelijke situatie van de uitkeringsplichtige (artikelen 336, 339 en 203bis van het Burgerlijk Wetboek).

De wet staat echtgenoten die een echtscheidingsprocedure doorlopen uitdrukkelijk toe om te allen tijde overeenstemming te bereiken over de toekenning van een onderhoudsuitkering, de hoogte daarvan en de regelingen voor herziening van het overeengekomen bedrag (artikel 301, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, en artikel 1256, eerste alinea en artikel 1288, punt 4 van het Gerechtelijk Wetboek). De rechtbank die de zaak behandelt kan echter weigeren om een dergelijke overeenkomst goed te keuren indien deze duidelijk in strijd is met het belang van het kind (artikel 1256, tweede alinea, en artikel 1290, tweede en vijfde alinea van het Gerechtelijk Wetboek).

In geval van een gerechtelijke schikking moet de rechtbank die in concreto een beslissing neemt over de hoogte van de onderhoudsuitkering, echter criteria en limieten voor de berekening toepassen. De onderhoudsuitkering moet in beginsel ten minste de “behoeften” van de begunstigde dekken(artikel 301, lid 3, eerste alinea van het Burgerlijk Wetboek).

In elk geval mag de onderhoudsuitkering niet hoger liggen dan een derde van het inkomen van de uitkeringsplichtige echtgeno(o)t(e) (artikel 301, lid 3, laatste zin van het Burgerlijk Wetboek). De duur van de onderhoudsplicht wordt beperkt tot de duur van het huwelijk. In buitengewone omstandigheden kan de duur van de onderhoudsplicht door de rechtbank worden verlengd (artikel 301, lid 4 van het Burgerlijk Wetboek).

Indexering vindt automatisch plaats in geval van echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting en ouderlijke bijdragen aan het levensonderhoud. In beginsel is de referentie-index het indexcijfer van de consumptieprijzen, maar de wet staat rechtbanken toe om een ander systeem van aanpassing van de uitkering aan de kosten van levensonderhoud toe te passen (artikel 301, lid 6, eerste alinea en artikel 203quater, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek) en de partijen kunnen daar in onderling overleg van afwijken (artikel 203quater, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

De wet staat toe dat de onderhoudsuitkering op verzoek van een van de partijen wordt verhoogd, verlaagd of afgeschaft op basis van de algemene gronden als bedoeld in de eerste alinea van artikel 301, lid 7 van het Burgerlijk Wetboek en de eerste alinea van artikel 1293 van het Gerechtelijk Wetboek.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De alimentatie wordt betaald aan de onderhoudsgerechtigde of zijn of haar vertegenwoordiger in de vorm van een maandelijkse uitkering. In bepaalde gevallen kan de alimentatie ook worden uitbetaald in de vorm van een kapitaal (zie het antwoord op vraag 8).

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Een onderhoudsgerechtigde met een betalingsbevel kan zijn of haar vordering laten afdwingen. Afhankelijk van bepaalde omstandigheden kan uitvoerend beslag worden gelegd op roerende of onroerende zaken van een onderhoudsplichtige die verzuimt de beslissing tot vaststelling van de onderhoudsuitkering na te leven (artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek). Een bevel tot uitvoerend beslag kan ook worden uitgevaardigd voor een derde, zoals de werkgever van de onderhoudsplichtige (artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek). Voorts kan iedere onderhoudsgerechtigde die nog niet in het bezit is van een uitvoerende titel (betalingsbevel) in bepaalde omstandigheden door de rechter conservatoir beslag laten leggen om zijn of haar recht op toekomstige onderhoudsuitkeringen veilig te stellen (artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek).

Daarnaast is er een vereenvoudigd uitvoeringsmechanisme, de zogeheten sommendelegatie, waarbij de onderhoudsgerechtigde gemachtigd is om binnen bepaalde grenzen rechtstreeks de inkomsten van de onderhoudsplichtige of andere door derden verschuldigde geldsommen te ontvangen. Sommendelegatie is van toepassing op de wettelijke onderhoudsplicht tussen echtgenoten of ex-echtgenoten (artikelen 220, lid 3, 221, 223 en 301, lid 11 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek), op verplichtingen tot het levensonderhoud, de opvoeding en de opleiding van kinderen – met inbegrip van de procedure tussen de vader en de moeder zoals voorzien in artikel 203bis van het Burgerlijk Wetboek – en op de wettelijke onderhoudsplicht tussen bloedverwanten in opgaande en neergaande lijn (artikel 203ter van het Burgerlijk Wetboek).

Tot slot bevat het Belgische Strafwetboek een artikel betreffende verlating van familie (artikel 391bis), op grond waarvan eenieder die door de rechtbank is veroordeeld tot betaling van een onderhoudsuitkering en meer dan twee maanden bewust in gebreke is gebleven, strafrechtelijk kan worden vervolgd.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat uitkeringen voor levensonderhoud na vijf jaar verjaren.

Alle door de rechtbank toegewezen uitkeringen voor levensonderhoud verjaren na verloop van tien jaar (artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek).

De verjaring loopt niet tussen echtgenoten tijdens het huwelijk (artikel 2253) en wordt onderbroken door de betekening van een gerechtelijke dagvaarding, een betalingsbevel of beslag (artikelen 2244 en 2248) en door het indienen van rechtsvorderingen door de onderhoudsgerechtigde en een betaling door de onderhoudsplichtige.

In beginsel zijn schuldenaren krachtens de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 met betrekking tot hun gehele vermogen verplicht om hun verplichtingen na te komen.

Volgens artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek zijn bepaalde tastbare persoonlijke goederen die de schuldenaar en zijn of haar gezin nodig heeft in zijn of haar dagelijkse leven, de uitoefening van zijn of haar beroep of de voortzetting van een studie of beroepsopleiding van de schuldenaar of van hem of haar afhankelijke kinderen die onder hetzelfde dak wonen vrijgesteld van vorderingen door crediteuren.

Ingevolge 1409, lid 1 van het Gerechtelijk Wetboek zijn inkomsten uit arbeid en andere activiteiten gedeeltelijk vrijgesteld van overdracht en beslag.

Artikel 1412 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt niettemin, ten eerste, dat de regels inzake immuniteit voor beslag niet kunnen worden toegepast tegen een onderhoudsgerechtigde en, ten tweede, dat die onderhoudsgerechtigde absolute voorrang heeft boven andere crediteuren van de onderhoudsplichtige. Indien overdracht wordt gevorderd tegen een persoon van wie de schulden reeds zijn toegewezen of op wiens schulden reeds beslag is gelegd, kan de rechtbank echter de totale positie van de onderhoudsplichtige en de behoeften van de onderhoudsgerechtigde in overweging nemen, met name met betrekking tot het onderhoud, en de geldsommen die zijn overgedragen of waarop beslag is gelegd gelijkelijk tussen hen verdelen (artikel 1390bis, vijfde alinea van het Gerechtelijk Wetboek).

Insolvabele onderhoudsplichtigen komen in aanmerking voor collectieve schuldvereffening (artikelen 1675/2 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek). In dat verband kan de rechtbank besluiten, indien passend, om de schulden kwijt te schelden, met inbegrip van achterstallige onderhoudsuitkeringen, maar niet onderhoudsschulden.

Beslag kan ook worden gelegd om de betaling van de nog te vervallen onderhoudstermijnen te waarborgen (artikel 1494, tweede alinea van het Gerechtelijk Wetboek).

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Als onderhoudsgerechtigden er ondanks bovengenoemde rechtsmiddelen niet in slagen om de betaling van de uitkering te verkrijgen, kunnen ze een aanvraag indienen bij de Dienst voor alimentatievorderingen (van de Federale Overheidsdienst Financiën), die belast is met het uitbetalen van voorschotten op een of meerdere specifieke onderhoudstermijnen en het innen en invorderen van de uitgekeerde voorschotten en het saldo van achterstallige onderhoudsuitkeringen van onderhoudsplichtigen.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

De Dienst voor alimentatievorderingen kan optreden voor onderhoudsplichtigen en de onderhoudsuitkering of een deel daarvan namens hen betalen. De Dienst vereist van onderhoudsplichtigen dat ze de onderhoudsuitkeringen en de achterstallige betalingen tegelijkertijd voldoen. Als de onderhoudsplichtige de uitkeringen niet vrijwillig aan de Dienst betaalt, worden ze ingevorderd. In dat laatste geval kan het resultaat uiteraard niet worden gegarandeerd. Dat is afhankelijk van de financiële omstandigheden van de onderhoudsplichtige.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

De centrale autoriteit die is aangewezen uit hoofde van het Verdrag van New York van 20 juni 1956 inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud, Verordening (EG) nr. 4/2009 van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, en het Verdrag van Den Haag van 23 november 2007 inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden, is de:

Federale Overheidsdienst Justitie
Dienst internationale samenwerking in burgerlijke zaken
Waterloolaan 115
1000 Brussel

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De eiser of zijn of haar juridisch adviseur kan per post, telefonisch (+32 (0)2 542 65 11), per fax (+32 (0)2 542 70 06) of per e-mail (De link wordt in een nieuw venster geopend.aliments@just.fgov.be of De link wordt in een nieuw venster geopend.alimentatie@just.fgov.be) contact opnemen met deze dienst .

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Eisers die in een ander land dan België verblijven, moeten contact opnemen met de centrale autoriteit van dat land die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van bovengenoemde verdragen of de verordening. Ze kunnen niet rechtstreeks contact opnemen met een Belgische instantie of autoriteit.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Het antwoord is negatief (zie hierboven).

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Wanneer de centrale autoriteit een vordering ontvangt, verwijst deze autoriteit, na de locatie van de onderhoudsplichtige en/of zijn of haar bezittingen in België te hebben geverifieerd, de zaak door naar het Bureau voor juridische bijstand met territoriale jurisdictie in de zaak. Wanneer via de centrale autoriteit een vordering tot kinderalimentatie wordt ingesteld, zal rechtsbijstand worden verleend zonder toetsing van de middelen van de begunstigde. De bijstand bestrijkt de advocaat- en procedurekosten.

In andere gevallen dienen eisers die rechtsbijstand nodig hebben zich te wenden tot de centrale autoriteit, in overeenstemming met Richtlijn 2002/8/EG.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De hoofdtaak van de centrale autoriteit is om informatie te verstrekken over de werking van de verordening, zowel in het eigen systeem als in het systeem van de aangezochte lidstaat. De centrale autoriteit beschikt over middelen om de onderhoudsplichtige of onderhoudsgerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks op te sporen en informatie te verkrijgen over het inkomen en/of het vermogen van de onderhoudsplichtige of onderhoudsgerechtigde.

In samenhang met de gerechtelijke procedure wordt geprobeerd een minnelijke schikking te bereiken door de uitwisseling van standpunten tussen de twee partijen, en meer in het bijzonder met de aangezochte partij, tijdens de zittingen van de gerechtelijke autoriteiten. Indien nodig geeft de centrale autoriteit follow-up om de voortgezette tenuitvoerlegging van het onderhoudsbesluit te bevorderen.

De centrale autoriteit kan bijstand verlenen bij het verzamelen van schriftelijk bewijs en bij de kennisgeving en betekening van documenten door informatie te verstrekken over de toepasselijke bepalingen van het nationale recht en de regels voor de tenuitvoerlegging van de van kracht zijnde internationale instrumenten.

Om het welslagen van de aanhangige onderhoudsvordering te waarborgen, kunnen de nodige voorlopige maatregelen worden getroffen op grond van de door de centrale autoriteit aan de vertegenwoordiger van de eiser bij de Belgische rechtbanken verleende bevoegdheid.

Indien nodig kan de centrale autoriteit de aangezochte partij informatie verstrekken over de te volgen procedures bij het vaststellen van het ouderschap met betrekking tot de putatieve vader.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 17/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Bulgarije

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Een onderhoudsplicht is de verplichting van een familielid om te voorzien in de kosten van levensonderhoud van een ander familielid. Dit is een wettelijke verplichting. Dat wil zeggen dat wanneer aan bepaalde criteria is voldaan, de verplichting op grond van de wet kan worden opgelegd en dus niet afhankelijk is van een overeenkomst tussen de partijen. De onderhoudsplicht is een persoonlijke verplichting die eindigt bij het overlijden van de persoon die recht heeft op het onderhoud (of “alimentatie”).

Een persoon heeft alleen recht op alimentatie als hij of zij geen betaald werk kan verrichten en onvoldoende middelen heeft om zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien.

Een persoon die recht heeft op alimentatie (de “onderhoudsgerechtigde”) kan deze in de onderstaande volgorde eisen van de volgende personen: de echtgenoot of ex-echtgenoot, kinderen, ouders, kleinkinderen en achterkleinkinderen, broers en zusters, grootouders en andere verwanten in opgaande lijn. Wanneer de als eerste genoemde persoon niet in staat is om alimentatie te betalen, is de alimentatie verschuldigd door de volgende persoon in de rij.

Indien een persoon diverse anderen moet onderhouden, is de alimentatie verschuldigd in de onderstaande volgorde (met uitsluiting van personen die lager op de lijst staan): kinderen, een echtgenoot of ex-echtgenoot, ouders, kleinkinderen en achterkleinkinderen, broers en zusters, grootouders en andere verwanten in opgaande lijn.

In geval van echtscheiding heeft alleen de echtgenoot die geen schuld aan de echtscheiding heeft recht op alimentatie.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Ouders zijn verplicht om in het levensonderhoud van minderjarige kinderen (tot 18 jaar) te voorzien, ongeacht of de kinderen betaald werk kunnen verrichten of over voldoende middelen beschikken om zelf in hun levensonderhoud te voorzien. Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens meerderjarige kinderen wanneer deze onvoldoende inkomsten of vermogen hebben om zelf in hun levensonderhoud te voorzien wanneer ze naar de middelbare school gaan (tot 20 jaar), een beroepsopleiding volgen of studeren aan een universiteit (tot 25 jaar), doch uitsluitend indien de ouders voldoende draagkrachtig zijn.

Onderhoud aan een volwassene is alleen verschuldigd indien die persoon arbeidsongeschikt is en niet over voldoende vermogen beschikt om zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien.

Een ex-echtgenoot moet maximaal drie jaar partneralimentatie betalen, te rekenen vanaf de datum van ontbinding van het huwelijk, tenzij de partijen een langere periode zijn overeengekomen. De onderhoudsplicht eindigt als de begunstigde echtgenoot hertrouwt. De rechter kan de termijn verlengen indien de onderhoudsgerechtigde zich in een moeilijke financiële situatie bevindt en de onderhoudsplichtige het onderhoud zonder grote problemen kan betalen.

Iedere persoon kan alimentatie vorderen, niet alleen met onmiddellijke ingang, maar ook met terugwerkende kracht tot maximaal een jaar voordat de vordering wordt ingesteld.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Onderhoudsvorderingen moeten worden ingediend bij een rechtbank, ongeacht de aard en de hoogte van de alimentatie, de persoon die de vordering instelt en de persoon van wie de alimentatie wordt gevorderd. Het districtsgerecht (rayonen sad) is de bevoegde rechtbank. De geografische bevoegdheid berust bij de rechtbank van ofwel de woonplaats van de eiser, ofwel de woonplaats van de gedaagde. De eiser kan naar eigen voorkeur kiezen voor een van de twee. De procedure die moet worden gevolgd is die van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Grazhdanski protsesualen kodeks). Een zelfstandige onderhoudsvordering wordt behandeld in de versnelde procedure, d.w.z. in kortere tijd.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Een onderhoudsvordering ten behoeve van een minderjarige moet worden ingediend door de ouder die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent of de voogd van het kind.

Een onderhoudsvordering ten behoeve van een minderjarige in de leeftijd tussen 14 en 18 jaar kan met medeweten en toestemming van de ouder die het ouderlijk gezag uitoefent of de voogd ook door het kind zelf worden ingesteld.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De rechtbank met internationale rechtsbevoegdheid wordt bepaald aan de hand van de regels die zijn vastgelegd in het wetboek van internationaal privaatrecht (KMChP), bilaterale internationale verdragen of Verordening (EG) nr. 4/2009 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen.

Volgens het wetboek van internationaal privaatrecht hebben de Bulgaarse rechtbanken rechtsbevoegdheid voor onderhouds- en andere vorderingen in echtscheidingsprocedures waarbij een van de echtgenoten de Bulgaarse nationaliteit heeft of zijn of haar gewoonlijke verblijfplaats in Bulgarije heeft. Zaken betreffende partneralimentatie worden behandeld door de rechtbanken die bevoegd zijn in echtscheidingszaken. De rechtbanken van Bulgarije zijn bevoegd voor onderhoudszaken waarbij de gedaagde zijn of haar gewoonlijke verblijfplaats in Bulgarije heeft of de eiser de Bulgaarse nationaliteit heeft of zijn of haar gewoonlijke verblijfplaats in Bulgarije heeft.

In alle bovenstaande gevallen is het Bulgaarse recht van toepassing (zie het antwoord op de vragen 18, 19 en 20 hieronder).

Wanneer wordt bepaald dat het Bulgaarse gerecht internationale bevoegdheid heeft, heeft het districtsgerecht natuurlijke bevoegdheid. De rechtbank van ofwel de woonplaats van de eiser, ofwel de woonplaats van de gedaagde is geografisch bevoegd. De eiser kan naar voorkeur kiezen voor een van de twee.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Onderhoudsvorderingen moeten worden ingediend bij een rechtbank, ongeacht de aard en de hoogte van de alimentatie, de persoon die de vordering instelt en de persoon van wie de alimentatie wordt gevorderd. U bepaalt zelf of u een advocaat in de arm wilt nemen of niet.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Verzoekers in alimentatiezaken zijn vrijgesteld van wettelijke kosten. Wanneer de onderhoudsvordering wordt toegewezen, veroordeelt de rechter de gedaagde tot betaling van de gerechtskosten en van de kosten die de eiser voor de procedure heeft gemaakt.

Wettelijke kosten worden alleen in rekening gebracht wanneer de eiser de persoon is die alimentatie is verschuldigd en een verlaging van het alimentatiebedrag vordert.

In alimentatiezaken is geen vertegenwoordiging in rechte vereist.

De procespartijen kunnen rechtsbijstand krijgen onder de gebruikelijke voorwaarden. Deze zijn vastgelegd in de rechtsbijstandwet (Zakon za Pravnata Pomosht).

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De hoogte van de alimentatie wordt vastgesteld op basis van de behoefte van de onderhoudsgerechtigde en de draagkracht van de persoon die de alimentatie moet betalen. Het minimumbedrag aan alimentatie dat ouders moeten betalen voor minderjarige kinderen is gelijk aan een kwart van het door de ministerraad vastgestelde minimumloon (in 2019 bedroeg de minimumalimentatie voor een minderjarige 140 BGN). Bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie kijkt de rechter zowel naar de behoeften van de kinderen als naar de draagkracht van de ouders.

Op verzoek van de ouder kan de rechter een toeslag op de alimentatie vaststellen om exclusieve behoeften van het kind te dekken tot een bedrag dat de ouder zonder grote problemen kan betalen. Op verzoek van de partij kan een onderhoudsverplichting worden gewijzigd of herroepen wanneer de omstandigheden zijn veranderd. Wijzigingen moeten ook worden bevestigd door de rechter.

Alimentatie moet maandelijks worden betaald. Bij te late betaling is wettelijke rente verschuldigd.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De alimentatie wordt rechtstreeks aan de onderhoudsgerechtigde betaald. In het geval van minderjarigen tussen 14 en 18 jaar moet dat gebeuren met medeweten en toestemming van de ouder die het ouderlijk gezag uitoefent.

Alimentatie voor een minderjarige jonger dan 14 jaar wordt betaald via de ouder die het ouderlijk gezag uitoefent of de voogd.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Alimentatie moet maandelijks worden betaald. Bij te late betaling is wettelijke rente verschuldigd.

Rechterlijke beslissingen die onherroepelijk zijn geworden, kunnen ten uitvoer worden gelegd volgens de voorwaarden en procedure die zijn neergelegd in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Grazhdanski Protsesualen Kodeks).

Niet-betaling van alimentatie vormt een strafbaar feit in de gevallen waarin wordt voorzien in artikel 183 van het wetboek van strafrecht (Nakazatelen kodeks).

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

De tenuitvoerlegging van een alimentatiebeslissing gebeurt, naar keuze van de onderhoudsgerechtigde, via een particuliere of een gerechtsdeurwaarder.

Gerechtsdeurwaarders werken voor de deurwaardersdienst van een districtsgerecht (rayonen sad), en hun werkgebied beperkt zich tot het rechtsgebied van die rechtbank.

Een particuliere deurwaarder kan alleen werken in het rechtsgebied van de provinciale rechtbank (okrazhen sad) waar hij staat ingeschreven.

Volgens artikel 149 van het Bulgaarse wetboek van familierecht (Semeen kodeks) is de langste termijn waarvoor met terugwerkende kracht onderhoud kan worden gevorderd een jaar. Nadat bij een rechterlijke beslissing het bestaan en het bedrag van een onderhoudsverplichting is vastgesteld, zal die verplichting blijven gelden totdat deze volgens de algemene verjaringsregels vanzelf ophoudt te bestaan: zie de artikelen 110 tot en met 120 van de wet inzake verplichtingen en overeenkomsten (Zakon za zadalzheniyata i dogovorite).

Zie “Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen”.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

De wet op de kinderbescherming (Zakon za Zakrila na Deteto) voorziet in een aantal beschermingsmaatregelen, waaronder het informeren van kinderen en ouders over hun rechten en plichten en de mogelijkheid van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand. Ingevolge artikel 15 van deze wet kunnen kinderen aanspraak maken op rechtsbijstand en kunnen ze beroep instellen in alle procedures waarbij hun rechten en belangen in het geding zijn. Rechtsbijstand kan worden verleend door het nationale rechtsbijstandsbureau.

De wet op de advocatuur (Zakon za Advokaturata) stelt uitdrukkelijk dat iedere advocaat die onderdaan van Bulgarije of een andere EU-lidstaat is, pro-Deorechtsbijstand kan verlenen aan onderhoudsgerechtigden. Wanneer in een pro-Deozaak de verweerder in de proceskosten wordt veroordeeld, kan de advocaat een vergoeding vorderen, waarvan de hoogte wordt bepaald door de rechter.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Wanneer in een executieprocedure wordt vastgesteld dat de persoon die de alimentatie is verschuldigd geen inkomen en vermogen heeft, wordt de alimentatie betaald door de staat namens die persoon onder de voorwaarden en volgens de procedure die zijn vastgelegd in een verordening van de ministerraad. In dergelijke gevallen betaalt de staat de door de rechter vastgestelde alimentatie tot een maximum dat jaarlijks wordt vastgesteld in de wet betreffende de staatsbegroting van de Republiek Bulgarije (Zakon za darzhavniya byudzhet na Republika Balgaria).

Volgens de procedure voor sociale bijstand zorgt de staat voor behoeftige personen indien niemand wettelijk onderhoudsplichtig is of indien niemand in staat is om alimentatie te betalen.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja, volgens de procedure van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen. Bulgarije heeft ook een aantal bilaterale verdragen betreffende wederzijdse rechtshulp gesloten, zowel met EU-lidstaten als met derde landen. Het ministerie van Justitie is voor de toepassing van die verdragen als centrale autoriteit aangewezen en verleent in die hoedanigheid bijstand bij de behandeling van verzoeken van burgers.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Het ministerie van Justitie is de centrale autoriteit. De contactgegevens van het ministerie zijn:

Ministerie van Justitie
Ul. Slavyanska 1

1040 Sofia
Bulgarije
Tel.: (+359 2) 92 37 555
Fax: (+359 2) 987 0098
Contactpersoon:

De link wordt in een nieuw venster geopend.Е_Gyurova@justice.government.bg

De link wordt in een nieuw venster geopend.M_Parvanova@justice.government.bg

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja, overeenkomstig de procedure van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen. Wanneer de verzoeker in een land verblijft waarmee Bulgarije een verdrag betreffende wederzijdse rechtshulp heeft gesloten, kan hij of zij een bijstandsverzoek indienen bij het ministerie van Justitie, dat voor de toepassing van het betreffende verdrag als centrale autoriteit is aangewezen.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Overeenkomstig de procedure van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, of overeenkomstig de in het toepasselijke verdrag betreffende wederzijds rechtshulp neergelegde procedure.

Voor de contactgegevens van het ministerie van Justitie in de rol van centrale autoriteit, zie hierboven.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja, Bulgarije is gebonden aan het Haags Protocol van 2007.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Zie het antwoord op de vorige vraag.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

De toepasselijke voorschriften zijn die van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, en in de artikelen 627 bis, 627 ter en 627 quater van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (in werking getreden op 18 juni 2011).

Wanneer een beslissing is gegeven in een lidstaat die aan het Haags Protocol van 2007 is gebonden, moet een verzoek tot tenuitvoerlegging van die beslissing op basis van de in artikel 20 van voornoemde verordening bedoelde stukken worden ingediend bij de provinciale rechtbank van de vaste woonplaats van de onderhoudsplichtige of de plaats van uitvoering van de onderhoudsverplichting. Weigering of schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing in de zin van artikel 41 van de Verordening (EG) nr. 4/2009 geschiedt bij beslissing van de provinciale rechtbank.

Een verzoek tot uitvoerbaarverklaring van een beslissing die is gegeven in een lidstaat die niet aan het Haags Protocol van 2007 is gebonden, moet eveneens worden ingediend bij de provinciale rechtbank van de vaste woonplaats van de onderhoudsplichtige of de plaats van uitvoering van de onderhoudsverplichting. Het is niet nodig om het verzoek aan de onderhoudsplichtige te betekenen. De rechtbank behandelt het verzoek achter gesloten deuren. In de beschikking waarin het verzoek wordt toegewezen, vermeldt de rechter ook binnen welke termijn beroep kan worden ingesteld, overeenkomstig artikel 32, lid 5, van genoemde verordening. Voorlopige toewijzing kan door de rechter worden afgewezen. In de beschikking waarin het verzoek wordt toegewezen, beslist de rechter ook over eventuele voorlopige en conservatoire maatregelen. Een beschikking heeft dezelfde betekenis als een beslissing in een vordering. De beschikking is vatbaar voor beroep bij het hof van beroep (Sofiyski apelativen sad) in Sofia, dat zowel de feiten als de toepassing van het recht beoordeelt, onder de voorwaarden en volgens de procedure van artikel 32 van de verordening. Tegen de beslissing van het hof van beroep kan cassatie worden ingesteld bij het hof van cassatie.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De omvang en samenstelling van het personeel van het directoraat Internationale rechtsbescherming van kinderen en interlandelijke adoptie, dat onder meer is belast met het uitvoeren van de taken van het ministerie van Justitie in zijn functie van centrale autoriteit voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad, zijn gewijzigd. Bij de verwerking van verzoeken uit EU-lidstaten in verband met onderhoudsverplichtingen overeenkomstig deze verordening werkt het directoraat Internationale rechtsbescherming van kinderen en interlandelijke adoptie samen met het directoraat-generaal Burgerlijke stand en administratieve diensten (GRAO) van het ministerie van Regionale ontwikkeling en openbare werken, het nationaal agentschap voor overheidsinkomsten en het nationaal bureau voor rechtsbijstand.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 17/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Tsjechië

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Het begrip ‘onderhoud’ omvat alles wat een persoon aan een andere persoon geeft om te voorzien in alle rechtmatige behoeften van die laatstbedoelde persoon. Een essentiële voorwaarde voor het ontstaan en de duur van onderhoudsverplichtingen op grond van het burgerlijk wetboek is dat er sprake is van familieverwantschap of een vergelijkbare relatie, hetzij via huwelijk, voormalig huwelijk of rechtstreekse familiebetrekkingen, of een relatie tussen geregistreerde partners of voormalige geregistreerde partners van hetzelfde geslacht.

In het burgerlijk wetboek wordt als volgt gespecificeerd wie onderhoudsplichtig is en wie onderhoudsgerechtigd:

  • onderhoudsverplichtingen tussen echtgenoten: deze gaan in wanneer het huwelijk wordt gesloten en eindigen wanneer het huwelijk wordt ontbonden. De echtgenoten hebben in zoverre een onderhoudsverplichting dat voor beiden dezelfde materiële en culturele standaard gewaarborgd wordt, uitgaande van de gelijke status van man en vrouw in het huwelijk. De onderhoudsverplichting tussen echtgenoten heeft voorrang op de onderhoudsverplichting tussen ouders en kinderen;
  • alimentatieverplichtingen tussen gescheiden echtgenoten: deze ontstaan wanneer een van de gescheiden echtgenoten niet in staat is in het eigen onderhoud te voorzien en dit onvermogen zijn oorsprong vindt in het huwelijk en de alimentatie rechtmatig kan worden gevraagd van de voormalige echtgeno(o)t(e), met name gezien de leeftijd of de gezondheidstoestand van de gescheiden echtgeno(o)t(e) op het moment van de scheiding of de beëindiging van de zorg voor een gezamenlijk kind van de gescheiden echtgenoten. De verplichting eindigt zodra de ondersteunde echtgeno(o)t(e) hertrouwt of zodra de alimentatietermijn is verstreken die voor de gescheiden echtgenoten was vastgesteld (maximaal 3 jaar);
  • onderhoudsverplichtingen tussen ouders en kinderen: deze ontstaan bij de geboorte van het kind en eindigen wanneer het kind in staat is in het eigen levensonderhoud te voorzien of wanneer de onderhoudsverplichting wordt overgedragen aan iemand anders (bijv. via een huwelijk of ontkenning van het vaderschap). Het onderhoudsbedrag wordt zodanig vastgesteld dat gewaarborgd wordt dat de levensstandaard van het kind in wezen gelijk is aan die van de ouders. Een kind is ook verplicht in redelijke mate te voorzien in het onderhoud van zijn/haar ouders, in overeenstemming met zijn/haar bestaansmiddelen, en de levensstandaard van de ouders hoeft niet gelijk te zijn aan die van het kind;
  • onderhoudsverplichtingen tussen verwanten in neergaande en opgaande lijn: het gaat om verplichtingen tussen ascendenten en descendenten. De onderhoudsverplichting van ouders jegens hun kinderen sluit de onderhoudsverplichting van grootouders en andere verwanten in opgaande lijn jegens de kinderen uit. Verder verwijderde verwanten hebben een onderhoudsverplichting als nauwere verwanten niet in het onderhoud van de betrokkenen kunnen voorzien;
  • aan een alleenstaande moeder betaalde steun om de kosten van het levensonderhoud en andere uitgaven te dekken: het gaat om het geval waarin de moeder van het kind niet getrouwd is met de vader van het kind. De vader heeft dan gedurende twee jaar na de geboorte van het kind een onderhoudsverplichting en hij moet een redelijke bijdrage leveren in de kosten in verband met de zwangerschap en de bevalling.

De onderhoudsverplichting is ook vastgelegd in de wet op het geregistreerde partnerschap. Deze voorziet in het volgende:

  • een wederzijdse onderhoudsverplichting tussen partners. De omvang van de onderhoudsverplichting wordt zodanig vastgesteld dat voor beide partners in principe dezelfde materiële en culturele standaard gewaarborgd wordt;
  • een onderhoudsverplichting na de beëindiging van het samenwonen van partners – een voormalige partner die niet in staat is in zijn/haar levensonderhoud te voorzien, kan van zijn/haar voormalige partner een redelijke bijdrage vragen in de kosten van het levensonderhoud, in verhouding tot zijn/haar capaciteiten en financiële situatie. Als de beëindiging van het partnerschap een van de voormalige partners, die geen aandeel heeft gehad in de permanente breuk tussen de partners, ernstige schade berokkent, kan hem/haar alimentatie voor een periode van drie jaar worden toegekend voor een bedrag dat even groot is als de onderhoudsverplichting zou zijn geweest wanneer het partnerschap niet was beëindigd.

De verplichting voor de ene persoon om te voorzien in het levensonderhoud van de andere is wettelijk vastgelegd en kan niet worden overgedragen, vervangen of op voorhand afgekocht.

Een van de voorwaarden voor de toekenning van alimentatie, die wordt toegepast in alle gevallen waarin aan een onderhoudsverplichting wordt voldaan, is dat deze niet in strijd mag zijn met de openbare zedelijkheid.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Alimentatie kan worden toegekend als het niet realistisch is dat de begunstigde in zijn/haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Het vermogen in het eigen levensonderhoud te voorzien wordt van oudsher ruim geïnterpreteerd als het vermogen om voldoende tegemoet te komen aan alle behoeften (materieel, cultureel enz.). Als een kind niet in staat is zichzelf te onderhouden en afhankelijk is van steun van de onderhoudsplichtige, vervalt die onderhoudsverplichting zelfs niet wanneer het kind de volwassen leeftijd bereikt (bijv. als het kind zijn/haar studie voortzet), en in uitzonderlijke gevallen kan de onderhoudsverplichting gedurende het hele leven van het kind en de ouders blijven bestaan (bijv. als een kind volledig arbeidsongeschikt is en nooit in staat zal zijn zichzelf te onderhouden). De onderhoudsverplichting kan daarentegen zelfs voordat het kind de volwassen leeftijd bereikt, komen te vervallen als het kind eerder in zijn/haar eigen onderhoud kan voorzien. Er geldt dan ook geen specifieke leeftijdsgrens.

Het bereiken van de volwassen leeftijd is belangrijk in procedurele zin (een rechtbank kan zich bijvoorbeeld ook ambtshalve uitspreken over alimentatie voor een minderjarig kind, maar zal uitsluitend alimentatie voor meerderjarige kinderen toekennen op basis van een verzoekschrift).

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Alleen een rechtbank mag uitspraak doen over alimentatie, op basis van een verzoekschrift, maar wanneer het gaat om alimentatie voor een minderjarig kind, kan een rechtbank ook beslissen als er daartoe geen verzoekschrift is ingediend.

Naast de algemene gegevens moet het verzoekschrift het volgende bevatten: naam, achternaam en adres van de partijen, een beschrijving van de belangrijkste feiten en een aanduiding van de bewijsstukken die door de eiser worden ingediend. Uit het verzoekschrift moet duidelijk blijken wat de eiser precies eist.

Het verzoekschrift moet worden ingediend bij de territoriaal bevoegde rechtbank (zie vraag 5).

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Een ouder die de voogdij over een kind heeft, is gerechtigd om namens het kind een verzoek om alimentatie van de andere ouder in te dienen. Hij/zij kan ook namens het kind optreden als voogd of curator. Indien het kind volledig handelingsbekwaam is, kan hij/zij in zijn/haar eigen naam een alimentatieverzoek bij de andere persoon indienen.

Een verzoek kan niet worden ingediend namens een familielid, behalve in die gevallen waarin de betreffende persoon niet volledig handelingsbekwaam is en de rechtbank een van zijn/haar familieleden als voogd aanstelt.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De internationale jurisdictie (bevoegdheid) voor procedures met betrekking tot onderhoudsverplichtingen is geregeld conform Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (‘verordening betreffende onderhoudsverplichtingen’): De link wordt in een nieuw venster geopend.https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1409302593149&uri=CELEX:02009R0004-20130701. Deze verordening laat de tenuitvoerlegging van internationale verdragen waarbij Tsjechië partij is en die betrekking hebben op zaken waarop de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen van toepassing is, onverlet. Deze verdragen gelden echter alleen voor betrekkingen met landen die niet tot de EU behoren (het gaat hier met name om bilaterale verdagen over rechtsbijstand die zijn gesloten met niet-EU-landen of het internationale Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Lugano, 30.10.2007) met betrekking tot Noorwegen, Zwitserland en IJsland); in de betrekkingen tussen lidstaten van de Europese Unie heeft de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen voorrang boven internationale verdragen.

In Tsjechië worden procedures in verband met onderhoudsverplichtingen in eerste aanleg behandeld door de arrondissementsrechtbanken.

De bevoegdheid wordt hoofdzakelijk vastgesteld aan de hand van de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen, die voorrang heeft boven de Tsjechische wetgeving. Volgens artikel 3 van de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen kan de verzoeker (eiser) kiezen en zich wenden tot het gerecht

a) van de plaats waar de verweerder zijn gewone verblijfplaats heeft, of

b) van de plaats waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft.

Anders kan, op grond van artikel 3, onder c) en d), van de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen, een procedure in Tsjechië aanhangig worden gemaakt bij het gerecht dat bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek om het vaderschap vast te stellen of het gerecht dat bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, tenzij deze bevoegdheid uitsluitend op de nationaliteit van een der partijen berust.

Volgens artikel 5 van de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen is ook het gerecht van een lidstaat waarvoor de verweerder verschijnt bevoegd, mits het vervolgens niet de eerste rechtshandeling van de verweerder is dat hij/zij de bevoegdheid van het gerecht betwist.

De Tsjechische wettelijke voorschriften voor het bepalen van de bevoegdheid zijn uitsluitend van toepassing wanneer de bevoegdheid niet wordt bepaald op grond van de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen (d.w.z. bijvoorbeeld in een zaak waarin de internationale bevoegdheid van het Tsjechische gerecht is gebaseerd op de artikelen 6 en 7 van de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen (subsidiaire bevoegdheid, forum necessitatis) of op een internationaal verdrag met een niet-EU-land). Deze wettelijke voorschriften luiden als volgt: voor procedures betreffende alimentatie voor een minderjarig kind is de algemene rechtbank van het minderjarige kind bevoegd, d.w.z. de rechtbank van het arrondissement waarin het minderjarige kind zijn/haar verblijfplaats heeft, op basis van een overeenkomst tussen de ouders of een beslissing van het gerecht of andere doorslaggevende feiten. In andere gevallen is de algemene rechtbank van de verweerder bevoegd. De algemene rechtbank van een natuurlijke persoon is de arrondissementsrechtbank van het arrondissement waarin hij/zij zijn/haar verblijfplaats heeft en, als hij/zij geen verblijfplaats heeft, de rechtbank van het arrondissement waarin hij/zij tijdelijk verblijft. Onder ‘verblijfplaats’ wordt verstaan een plaats waar de persoon verblijft met de bedoeling er permanent te blijven (het is ook mogelijk dat dit voor meerdere plaatsen geldt; in dat geval zijn de rechtbanken van al deze plaatsen de algemene rechtbank). Als een verweerder die Tsjechisch onderdaan is geen algemene rechtbank heeft, of geen algemene rechtbank in Tsjechië heeft, is het bevoegde gerecht de rechtbank van het arrondissement waarin zijn/haar laatst bekende verblijfplaats in Tsjechië was. Tegen een persoon die geen ander bevoegd gerecht in Tsjechië heeft, kunnen verzoekschriften inzake eigendomsrechten worden ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waarin zich zijn/haar goederen bevinden.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

De wet voorziet niet in verplichte procesvertegenwoordiging. Een verzoeker kan echter besluiten zich voor de rechtbank te laten vertegenwoordigen op grond van een volmacht die hij/zij verleent aan een vertegenwoordiger van zijn/haar keuze, bijvoorbeeld een advocaat.

Een natuurlijke persoon die geen procesbevoegdheid heeft, moet worden vertegenwoordigd door een wettelijk vertegenwoordiger of voogd. In het geval van een minderjarig kind zijn de ouders zijn/haar wettelijk vertegenwoordigers.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Procedures in verband met wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen ouders en kinderen zijn volledig vrijgesteld van gerechtskosten. In andere procedures ter bepaling van onderhoudsbedragen, met inbegrip van het verhogen daarvan, is de verzoeker vrijgesteld van gerechtskosten. Deze vrijstelling geldt ook voor tenuitvoerleggingsprocedures of executieprocedures.

Als de verzoeker wordt vertegenwoordigd door een advocaat moet hij/zij – tenzij anders overeengekomen – een vergoeding betalen in overeenstemming met het tarief van de advocaat (dit kan in het Engels worden gedownload van de website van de Tsjechische Orde van Advocaten: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.cak.cz/scripts/detail.php?id=2239). Wanneer de sociale en financiële situatie van de verzoeker dit rechtvaardigt, en mits de zaak niet arbitrair is of overduidelijk geen kans van slagen heeft of een belemmering van de uitoefening van rechten behelst, kan de rechtbank een persoon aanstellen die de verzoeker kosteloos of tegen verlaagd tarief zal vertegenwoordigen indien dat absoluut noodzakelijk is om de belangen van de verzoeker te beschermen; onder bepaalde omstandigheden zal deze vertegenwoordiger een advocaat zijn.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Alimentatie wordt grotendeels contant betaald – in maandelijkse termijnen, altijd één maand vooruit (tenzij de rechter anders bepaalt of de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige ouder overeenstemming bereiken over andere voorwaarden) – maar kan ook worden verstrekt in een andere vorm, bijvoorbeeld onderdak, uitkering in natura enz.

Bij de bepaling van de omvang van de onderhoudsverplichting jegens het kind wordt niet alleen rekening gehouden met de voorwaarden waaraan de onderhoudsplichtige ouder moet voldoen, maar ook met de vermogenssituatie en de redelijke behoeften van het kind, die in de eerste plaats afhankelijk zijn van zijn/haar leeftijd en gezondheidssituatie. Ook wordt rekening gehouden met de wijze waarop het kind zich voorbereidt op zijn/haar toekomstige loopbaan, buitenschoolse activiteiten, hobby’s enz. Het uitgangspunt is echter dat de levensstandaard van het kind gelijk moet zijn aan die van de ouders. Als de financiële situatie van de onderhoudsplichtige dit toelaat, kan ook het opzijleggen van spaargeld worden beschouwd als een redelijke behoefte van het kind. Bij het vaststellen van de omvang van de onderhoudsverplichtingen van de ouders, wordt in aanmerking genomen welke ouder de zorg draagt voor het kind en in hoeverre die zorg verleend wordt.

De hoogte van de toegekende alimentatie tussen echtgenoten moet voor beide partijen dezelfde materiële en culturele standaard waarborgen, uitgaande van de gelijke status van man en vrouw in het huwelijk.

Alimentatie voor de voormalige echtgeno(o)t(e) wordt toegekend wanneer een van de gescheiden echtgenoten niet in staat is in zijn/haar eigen onderhoud te voorzien en dit onvermogen zijn oorsprong vindt in het huwelijk en de alimentatie rechtmatig kan worden gevraagd van de voormalige echtgeno(o)t(e), met name gezien de leeftijd of de gezondheidstoestand van de gescheiden echtgeno(o)t(e) op het moment van de scheiding of de beëindiging van de zorg voor een gezamenlijk kind van de gescheiden echtgenoten. Het toegekende alimentatiebedrag moet redelijk zijn. Bij de vaststelling van het alimentatiebedrag wordt rekening gehouden met de duur van het huwelijk voorafgaand aan de scheiding en met andere in de wet vastgestelde vereisten.

Alimentatie voor een zwangere moeder wordt toegekend om tot een redelijke hoogte de kosten in verband met de zwangerschap en de bevalling te dekken.

In het geval van een geregistreerd partnerschap kent de rechtbank op verzoek alimentatie toe, waarbij mede gekeken wordt naar wat nodig is om een gemeenschappelijk huishouden te voeren. Het onderhoudsbedrag wordt zodanig vastgesteld dat voor beide partners in principe dezelfde materiële en culturele standaard gewaarborgd wordt.

De onderhoudsverplichting na de beëindiging van het samenwonen van partners van hetzelfde geslacht kan worden vastgesteld op verzoek van een voormalige partner die niet in staat is in zijn/haar levensonderhoud te voorzien. Hij/zij kan de voormalige partner verzoeken om een redelijke alimentatie, afhankelijk van zijn/haar capaciteiten, mogelijkheden en activa. Mochten zij geen overeenstemming bereiken, dan stelt de rechtbank de alimentatie vast op verzoek van een van hen. Als de beëindiging van het partnerschap een van de voormalige partners, die geen aandeel heeft gehad in de permanente breuk tussen de partners, ernstige schade berokkent, kan de rechtbank hem/haar voor een periode van maximaal drie jaar vanaf de beëindiging van het samenwonen alimentatie toekennen voor een bedrag dat even groot is als de onderhoudsverplichting zou zijn geweest wanneer het partnerschap niet was beëindigd.

Het Tsjechische recht voorziet niet in zogeheten geobjectiveerde alimentatie waarbij gebruikgemaakt wordt van tabellen, percentages enz. en voorziet evenmin in een minimaal of maximaal alimentatiebedrag. De rechtbank houdt bij het nemen van een beslissing rekening met het unieke karakter van elk specifiek geval, bijvoorbeeld de mogelijkheid dat er sprake is van meer dan één onderhoudsverplichting, hogere kosten voor een gehandicapt kind enz. Het ministerie van Justitie geeft alleen een tabel met aanbevolen bedragen: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://portal.justice.cz/Justice2/MS/ms.aspx?o=23&j=33&k=6223&d=315516.

Rechterlijke beslissingen aangaande alimentatie worden uitgevaardigd onder voorbehoud van veranderende omstandigheden. Ze kunnen dan ook worden aangepast als de situatie van de onderhoudsgerechtigde of de onderhoudsplichtige aanzienlijk wijzigt.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie wordt betaald in maandelijkse termijnen en altijd één maand vooruit, tenzij de rechter anders bepaalt of de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige partij anders overeenkomen. In zeer uitzonderlijke gevallen (bijv. wanneer de onderhoudsplichtige ouder slechts inkomen uit seizoensarbeid ontvangt, in een risicosector werkt enz.) kan de rechtbank gelasten dat een bepaald geldbedrag wordt geblokkeerd (een deposito) met het oog op toekomstige alimentatiebetalingen. De rechtbank treft vervolgens nadere maatregelen om ervoor te zorgen dat uit dit bedrag afzonderlijke betalingen aan het kind worden gedaan, die overeenstemmen met de maandelijkse alimentatiebetalingen. Alimentatie moet worden betaald aan ofwel de onderhoudsgerechtigde ofwel de persoon die de zorg voor de onderhoudsgerechtigde heeft.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Volgens de Tsjechische wetgeving kan bij de bevoegde rechtbank een verzoek tot gerechtelijke tenuitvoerlegging of bij de deurwaarder een voorstel voor een executieprocedure worden ingediend. De procedures voor gerechtelijke tenuitvoerlegging en executie (inclusief informatie over de gegevens die in het verzoekschrift moeten worden opgenomen) worden beschreven in het informatiedocument ‘Procedures voor de tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen’. Hieronder volgt specifieke informatie over het innen van alimentatie.

Gerechtelijke tenuitvoerlegging

De algemene rechtbank van een minderjarig kind (zie het antwoord op vraag 5 voor de definitie van de algemene rechtbank van een minderjarig kind) is bevoegd uitspraak te doen over alimentatie voor een minderjarig kind en deze uitspraak ten uitvoer te leggen. De algemene rechtbank van de onderhoudsplichtige partij (zie het antwoord op vraag 5 voor de definitie van de algemene rechtbank van de onderhoudsplichtige partij) is bevoegd te beslissen over andere soorten onderhoudsverplichtingen, met inbegrip van alimentatie voor meerderjarige kinderen.

Bij de gerechtelijke tenuitvoerlegging van alimentatie voor een minderjarig kind, op verzoek van een van de partijen, verleent de rechtbank steun bij het vaststellen van de verblijfplaats van de onderhoudsplichtige partij. De rechtbank kan ook aanvullende steun verlenen aan de onderhoudsgerechtigde alvorens tenuitvoerlegging van de beslissing te gelasten – bijvoorbeeld door de onderhoudsplichtige te vragen mee te delen of en zo ja van wie hij/zij een salaris of een regelmatig inkomen ontvangt, of bij welke bank of betalingsinstelling hij/zij zijn/haar rekeningen heeft en wat de rekeningnummers zijn, of door de onderhoudsplichtige partij te verzoeken opgave van zijn/haar activa te doen. De rechtbank kan deze ondersteuning ook geven voor andere soorten onderhoudsverplichtingen dan alimentatie voor een minderjarig kind.

Executieprocedures

Bij een Tsjechische deurwaarder naar keuze kan een verzoek worden ingediend om een executieprocedure te starten. Op de website van de Tsjechische Kamer van Executeurs is een lijst van deurwaarders beschikbaar: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ekcr.cz/seznam-exekutoru. Bij het ten uitvoer leggen van de betaling van alimentatie voor een minderjarig kind mag de deurwaarder de onderhoudsgerechtigde niet verzoeken om betaling van een redelijk voorschot betreffende de executiekosten. Een van de mogelijke executiemethoden in gevallen die de tenuitvoerlegging van alimentatiebetalingen voor een minderjarig kind betreffen, is het inhouden van het rijbewijs van de onderhoudsplichtige partij.

Naast de bovengenoemde methoden om alimentatie ten uitvoer te leggen, kan tevens, als niet is voldaan aan de onderhoudsverplichting, strafrechtelijke vervolging worden ingesteld wegens het vermoeden van een strafbaar feit, namelijk het niet-betalen van verplichte alimentatie. Wat betreft deze laatste mogelijkheid stelt het wetboek van strafrecht dat een strafbaar feit wordt begaan door een persoon die gedurende meer dan vier maanden verzuimt, hetzij opzettelijk, hetzij door nalatigheid, te voldoen aan zijn/haar wettelijke plicht een ander te onderhouden of te verzorgen. In een dergelijk geval kan een strafklacht worden ingediend bij een politiebureau naar keuze.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Zie het informatiedocument ‘Procedures voor de tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen’ voor meer informatie over gerechtelijke tenuitvoerlegging en executie (inclusief op welke goederen gerechtelijke tenuitvoerlegging of executie betrekking kan hebben en welke beroepsmogelijkheden er zijn).

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat rechten die niet binnen de verjaringstermijn worden uitgeoefend, verjaren en dat de onderhoudsplichtige dan niet verplicht is betalingen te verrichten. Als de onderhoudsplichtige echter een betaling heeft gedaan na de verjaringstermijn, mag hij/zij geen terugbetaling van de betaalde bedragen eisen. Het recht op alimentatie verjaart niet, anders dan het recht op recurrente alimentatiebetalingen. De verjaringstermijn is doorgaans drie jaar. Wanneer rechten echter zijn erkend in een beslissing van een overheidsinstantie (bijvoorbeeld een rechtbank), verjaren zij tien jaar na de datum waarop ze volgens de beslissing hadden moeten worden uitgeoefend. Het recht op alimentatie vervalt niet na een bepaalde periode.

Alimentatie kan alleen worden toegekend vanaf de datum waarop de gerechtelijke procedure van start gaat. Alimentatie voor kinderen kan echter ook worden toegekend voor een periode van maximaal drie jaar voorafgaand aan deze datum. Alimentatie voor een ongehuwde moeder en vergoeding van kosten in verband met zwangerschap en bevalling kunnen eveneens met terugwerkende kracht worden toegekend, maar tot uiterlijk twee jaar na de geboortedatum.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Gemeentelijke entiteiten met uitgebreide bevoegdheden die belast zijn met de sociale en rechtsbescherming van kinderen, moeten bijstand verlenen bij het indienen van alimentatievorderingen namens een minderjarig kind en vorderingen tot het ten uitvoer leggen van een alimentatiebeslissing, waaronder bijstand bij het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

De wet voorziet niet in een dergelijke mogelijkheid.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Een onderhoudsgerechtigde kan een verzoek om bijstand bij het innen van alimentatiebetalingen indienen bij het Bureau voor de internationale rechtsbescherming van kinderen in Brno (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.umpod.cz/).

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De verzoeker kan aan de hand van de onderstaande gegevens contact opnemen met de organisatie:

Bureau voor de internationale rechtsbescherming van kinderen
Šilingrovo náměstí 3/4
602 00 Brno
Tsjechië

Tel.: +420 542 215 522

Fax.: +420 542 212 836
E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.podatelna@umpod.cz

Een verzoeker die voor het eerst contact opneemt met het Bureau, moet zijn/haar volledige naam en contactinformatie (telefoon of e-mail) vermelden, evenals de naam en geboortedatum van het kind op wie de vraag of het verzoek betrekking heeft.

Als de verzoeker de bijstand van het Bureau verlangt bij het innen van alimentatie vanuit het buitenland, moet eerst een informeel, schriftelijk verzoek om bijstand bij het innen van alimentatie bij het Bureau worden ingediend, samen met een ingevulde vragenlijst. Deze vragenlijst kan in het Tsjechisch worden gedownload van de website van het Bureau: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.umpod.cz/vyzivne/postup-pri-vymahani-vyzivneho/. Het verzoek moet basisinformatie over het kind en de onderhoudsplichtige bevatten, alsook basisfeiten om toe te lichten waarom de verzoeker verzoekt om het innen van alimentatie. Bij het verzoek moeten kopieën van eventuele documenten worden gevoegd, met name rechterlijke beslissingen waarin een onderhoudsverplichting wordt vastgesteld. Het Bureau zal dan voor het specifieke geval beoordelen of de alimentatie geïnd kan worden en zo nodig gedetailleerde informatie sturen over eventuele volgende stappen.

Mogelijk moet op verzoek van het Bureau aanvullende documentatie worden verstrekt. Algemeen gesproken moet de rechterlijke uitspraak waarin een onderhoudsverplichting wordt vastgesteld, worden ingediend, samen met een notariële vertaling in de taal van het land van waaruit de alimentatie zal worden geïnd, met inbegrip van de documenten die de rechtskracht van het vonnis en de executie bekrachtigen. In gevallen waarin alimentatie moet worden geïnd vanuit een lidstaat van de Europese Unie stelt de rechtbank een uittreksel op van de beslissing overeenkomstig artikel 56 van de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen. Een volmacht voor de overheidsinstantie in het buitenland, een opleidingscertificaat indien de onderhoudsgerechtigde ouder is dan 15 jaar, of een uittreksel uit het bevolkingsregister zijn doorgaans ook vereist. De lokale rechtbank van de verblijfplaats van de verzoeker moet hem/haar helpen bij het verkrijgen van een vertaling van de documenten (gewoonlijk de rechtbank die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan over de zaak). De rechtbank verstrekt de ingevulde documenten aan de verzoeker of stuurt ze rechtstreeks naar het Bureau. Het Bureau bestudeert de ontvangen documenten en dient, mits aan alle voorwaarden is voldaan, een voorstel in bij de buitenlandse rechtbank of verwijst de zaak voor verdere afhandeling door naar de bevoegde buitenlandse overheid of organisatie. Het Bureau houdt de verzoeker regelmatig op de hoogte van zijn activiteiten en van de voortgang en de resultaten van de procedure.

Wanneer de alimentatie is geïnd hetzij langs juridische weg, hetzij door vrijwillige stortingen door de onderhoudsplichtige op de rekening van een buitenlandse entiteit, worden deze betalingen gewoonlijk eenmaal per maand op de rekening van het Bureau gestort (om redenen van administratieve, boekhoudkundige en kwantitatieve aard) via gecumuleerde overschrijvingen. Binnen een maand verricht de afdeling Economisch Zaken van het Bureau de betalingen aan de onderhoudsgerechtigde, conform de instructies van de onderhoudsgerechtigde. Als de onderhoudsgerechtigde rechtstreekse betalingen ontvangt van de in het buitenland verblijvende onderhoudsplichtige, moet hij/zij het Bureau daarvan onmiddellijk op de hoogte stellen. Hij/zij moet het Bureau eveneens op de hoogte stellen van alle wijzigingen die van invloed zouden kunnen zijn op de procedure (adreswijziging, wijziging in de zorg voor het kind, voltooiing van de opleiding van het kind enz.).

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Een verzoeker die in het buitenland woont, moet contact opnemen met de bevoegde instantie van dat land, die op haar beurt contact zal opnemen met het Bureau voor de internationale rechtsbescherming van kinderen (voor de contactgegevens van het Bureau: zie hierboven).

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Wanneer het een verzoek uit een ander land ontvangt, onderneemt het Bureau voor de internationale rechtsbescherming van kinderen de volgende stappen:

  1. het Bureau beoordeelt of het verzoek voldoet aan alle vereisten van de EU-verordeningen en internationale overeenkomsten en vraagt zo nodig om aanvullende documenten;
  2. het Bureau stuurt een schriftelijk verzoek aan de onderhoudsplichtige in Tsjechië en verzoekt hem/haar de achterstallige alimentatie en de periodieke alimentatiebedragen vrijwillig te betalen;
  3. wanneer de onderhoudsplichtige niet reageert, gaat het Bureau na wat zijn/haar financiële situatie is en dient het bij het bevoegde gerecht in Tsjechië een verzoek in tot erkenning en tenuitvoerlegging van het betreffende besluit. Het Bureau vertegenwoordigt de verzoeker (de onderhoudsgerechtigde die in het buitenland woont) in de procedure en neemt alle maatregelen die nodig zijn om de alimentatiebetalingen te innen en ervoor te zorgen dat de geïnde bedragen worden overgeschreven naar het betreffende land. Het Bureau en de overdragende autoriteit in het buitenland houden elkaar op de hoogte van de genomen maatregelen, alsmede van de voortgang en resultaten van de tenuitvoerlegging van de alimentatiebeslissing.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Procedures in verband met wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen ouders en kinderen zijn volledig vrijgesteld van gerechtskosten. In andere procedures ter bepaling van onderhoudsbedragen, met inbegrip van het verhogen daarvan, is de verzoeker vrijgesteld van gerechtskosten. Deze vrijstelling geldt ook voor tenuitvoerleggingsprocedures of executieprocedures. De verzoeker hoeft zich in een procedure in verband met een onderhoudsverplichting niet te laten vertegenwoordigen door een advocaat. De diensten van het Bureau voor de internationale rechtsbescherming van kinderen worden kosteloos verricht. Het Bureau vertegenwoordigt de verzoeker (de onderhoudsgerechtigde die in het buitenland woont) in gerechtelijke procedures, neemt alle maatregelen die nodig zijn om de alimentatiebetalingen namens hem/haar te innen en zorgt ervoor dat de in het buitenland geïnde bedragen worden overgeschreven.

Wanneer de sociale en financiële situatie van de verzoeker dit rechtvaardigt, en mits de zaak niet arbitrair is of overduidelijk geen kans van slagen heeft of een belemmering van de uitoefening van rechten behelst, kan de rechtbank een partij gedeeltelijk of geheel vrijstellen van het betalen van gerechtskosten. Als er voor een partij die is vrijgesteld van het betalen van gerechtskosten een vertegenwoordiger is aangesteld, geldt deze vrijstelling ook, in overeenkomstige mate, voor de contante uitgaven van de vertegenwoordiger en voor de vertegenwoordigingskosten. Een partij die is vrijgesteld van het betalen van gerechtskosten kan noch worden verplicht een aanbetaling te doen voor de kosten voor het leveren van bewijs, noch worden verplicht de staat een vergoeding voor gemaakte kosten te betalen (d.w.z. getuigen, getuige-deskundigen, tolkdiensten enz.). Kosten in verband met het feit dat een partij die voor de rechter verschijnt het woord voert in zijn/haar moedertaal of communiceert via communicatiesystemen voor doven of doofblinden, worden gedragen door de staat en voor deze kosten mag geen vergoeding worden gevraagd.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Op grond van wet nr. 359/1999 Coll. betreffende de sociale en rechtsbescherming van kinderen, als gewijzigd, voert het Bureau voor de internationale rechtsbescherming van kinderen, dat het centrale orgaan is voor Tsjechië, wanneer het sociale en rechtsbescherming biedt met betrekking tot andere landen, de volgende taken uit:

  • het verricht de taken van het centrale overheidsorgaan overeenkomstig de verordening betreffende onderhoudsverplichtingen;
  • het treedt op als voogd van het kind;
  • op verzoek van de in Tsjechië wonende ouders of de autoriteiten voor sociale en rechtsbescherming, vraagt het bij relevante organen en andere natuurlijke en rechtspersonen rapporten op over de situatie van kinderen die Tsjechisch onderdaan zijn maar niet permanent op Tsjechisch grondgebied verblijven;
  • het functioneert als tussenpersoon bij het toezenden en het in ontvangst nemen van persoonlijke documenten en andere akten naar en vanuit het buitenland;
  • het werkt samen met soortgelijke overheidsinstanties of andere organisaties van andere landen, voor zover deze bevoegd zijn in hun land maatregelen inzake sociale en rechtsbescherming ten uitvoer te leggen, en, waar nodig, met andere autoriteiten, instanties en rechtspersonen;
  • wanneer de ouder(s) in het buitenland woont(wonen), helpt het de ouder(s) van een kind bij het zoeken naar onderhoudsplichtige familieleden en personen, het onderzoekt de materiële en financiële situatie om de alimentatie te bepalen, het bemiddelt bij het indienen van verzoeken betreffende de tenuitvoerlegging van de onderhoudsverplichting, meer bepaald verzoeken om de onderhoudsverplichting en de opvoeding te regelen en het vaderschap vast te stellen;
  • het draagt zorg voor de vertaling van akten die nodig zijn voor de uitoefening van zijn bevoegdheden op het gebied van sociale en rechtsbescherming, conform internationale verdragen en EU-instrumenten die directe werking hebben.

De relevante organen, natuurlijke en rechtspersonen moeten het Bureau alle nodige bijstand verlenen zodat het Bureau zijn bevoegdheden kan uitoefenen; de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten betreffende verplichte bijstand door derden zijn in voorkomend geval van toepassing. Verplichte bijstand in de vereiste omvang wordt bijvoorbeeld verleend door de rechtbanken, de Tsjechische politie, banken, socialezekerheidsinstellingen, arbeidsbureaus, exploitanten van postdiensten, verleners van elektronische diensten, verzekeringsmaatschappijen, het ministerie van Binnenlandse Zaken wat betreft het verstrekken van informatie uit bevolkings- en vreemdelingenregisters enz.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 17/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Duitsland

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

De volgende personen zijn onderhoudsplichtig:

  • kinderen moeten mogelijk alimentatie betalen aan hun ouders;
  • ouders moeten mogelijk alimentatie betalen aan hun kinderen;
  • een echtgeno(o)t(e) moet mogelijk alimentatie betalen aan de andere echtgeno(o)t(e);
  • (achter)kleinkinderen moeten mogelijk alimentatie betalen aan hun (over)grootouders;
  • (over)grootouders moeten mogelijk alimentatie betalen aan hun (achter)kleinkinderen;
  • een ongehuwde ouder moet mogelijk alimentatie betalen aan de andere ouder, als er een kind aan zijn of haar zorg is toevertrouwd;
  • een geregistreerde partner moet mogelijk alimentatie betalen aan de andere geregistreerde partner.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Er is geen leeftijdslimiet voor kinderalimentatie: die moet worden betaald zolang het kind er afhankelijk van af is, tenzij er sprake is van een fout van de kant van het kind. Zodra de opvoeding en opleiding van kinderen zijn voltooid, wordt doorgaans van ze verwacht dat ze zelf in hun levensonderhoud voorzien. De Duitse alimentatiewetgeving geeft minderjarige kinderen over het algemeen voorrang boven volwassen kinderen die hun algemene opleiding hebben afgerond. De vereisten die worden opgelegd aan de onderhoudsplichtige zijn strikter, en minderjarige kinderen hebben voorrang boven kinderen die de meerderjarige leeftijd hebben bereikt.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Om een onderhoudsplicht erkend te krijgen, moet de onderhoudsgerechtigde normaliter de rechtbank of het Duitse Jeugdzorgbureau (Jugendamt) of een notaris verzoeken om de afgifte van een uitvoerbare titel (vollstreckungsfähiger Titel) die het mogelijk maakt om een geldbedrag dwingend te innen.

Als de vordering wordt betwist, moet de rechtbank zich erover buigen. De verplichting om een vordering te voldoen, kan echter officieel worden erkend door een notaris of het Jugendambt. De bevoegdheden van het Jugendambt zijn beperkter dan die van een notaris: het Jugendambt kan een onderhoudsplicht voor kinderen tot de leeftijd van 21 jaar vastleggen, of een vordering van een moeder of vader die voortvloeit uit de geboorte van een kind.

Geschillen over alimentatievorderingen zijn familierechtelijke zaken en worden behandeld door de familierechtbank (Familiengericht). De procedure wordt geregeld door de Wet inzake procedures in familiezaken en niet-contentieuze procedures (Gesetz über das Verfahren in Familiensachen und in den Angelegenheiten der freiwilligen Gerichtsbarkeit – FamFG) en het Duitse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zivilprozessordnung – ZPO).

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Volgens § 1629, lid 1, van het Duitse Burgerlijk Wetboek (Bürgerliches Gesetzbuch – BGB) vertegenwoordigen de ouders het kind gezamenlijk; één enkele ouder kan het kind vertegenwoordigen als hij of zij als enige het ouderlijk gezag uitoefent of overeenkomstig § 1628 van het Burgerlijk Wetboek bevoegd is om zelfstandig beslissingen te nemen. De algemene regel is derhalve dat de ouders, als de wettelijke vertegenwoordigers van dat kind, namens een kind een vordering kunnen instellen. Volgens de eerste volzin van § 1629, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek mogen de vader en de moeder het kind wegens een mogelijk belangenconflict niet vertegenwoordigen wanneer het op grond van§ 1795 van het Burgerlijk Wetboek is verboden dat een voogd het kind vertegenwoordigt. Dit heeft onder andere betrekking op rechtsgeschillen tussen het kind en de echtgeno(o)t(e) van een ouder. In dat geval moet een zogeheten “aanvullende verzorger” (Ergänzungspfleger) worden benoemd om als vertegenwoordiger van het kind op te treden en de vordering namens hem of haar in te stellen. Alimentatievorderingen vormen een uitzondering op de algemene regel. In de tweede volzin van § 1629, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek wordt bepaald dat als de ouders gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het kind, de ouder die de zorg heeft voor het kind, een alimentatievordering voor dat kind kan instellen tegen de andere ouder. In § 1629, lid 3, van het Burgerlijk Wetboek wordt deze bepaling gewijzigd in gevallen waarin de ouders van het kind nog steeds met elkaar gehuwd zijn of geregistreerde partners zijn, maar apart wonen, of er een echtscheidingsprocedure/procedure van scheiding van tafel en bed tussen hen loopt. In dat geval kan een ouder de alimentatievordering voor het kind tegen de andere ouder alleen in zijn of haar eigen naam instellen, om te voorkomen dat het kind partij wordt bij de echtscheidingsprocedure/procedure van scheiding van tafel en bed tussen de ouders.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De rechtbanken met rechtsbevoegdheid (jurisdictie) in alimentatiezaken zijn de familierechtbanken (Familiengerichte), die afdelingen zijn van de kantongerechten (Amtsgerichte). Welke rechtbank jurisdictie heeft in een specifieke plaats wordt bepaald door § 232 van de Wet inzake procedures in familiezaken en niet-contentieuze procedures.

Zolang er een echtscheidingsprocedure aanhangig is, is de rechtbank met geografische jurisdictie in de regel de rechtbank van eerste aanleg voor de echtscheidingsprocedure. In andere gevallen wordt de geografische jurisdictie bepaald op basis van de gewone verblijfplaats van de verweerder. Een andere situatie is van toepassing in procedures die betrekking hebben op onderhoudsverplichtingen jegens een minderjarig kind of een kind dat in rechte als minderjarig wordt behandeld. Hier is de rechtbank met jurisdictie de rechtbank van de gewone verblijfplaats van het kind, of van een ouder die bevoegd is om namens het kind op te treden. Dit is echter niet van toepassing als het kind of een ouder gewoonlijk buiten Duitsland verblijft.

Een kind dat een alimentatievordering tegen beide ouders wil instellen, kan dat doen bij de rechtbank die bevoegd zou zijn voor de behandeling van een vordering tegen alleen één van de ouders.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

In beginsel moeten partijen in een alimentatieprocedure bij de rechtbank worden vertegenwoordigd door een advocaat. Vertegenwoordiging door een advocaat is echter niet noodzakelijk bij het indienen van een verzoek om voorlopige maatregelen (einstweilige Anordnung). Ook hoeft een kind geen advocaat te hebben als het Jugendambt bijstand verleent en hem of haar vertegenwoordigt bij het instellen van een alimentatievordering.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Voor alimentatieprocedures worden juridische kosten in rekening gebracht in de vorm van honoraria en onkosten. De hoogte van deze kosten wordt bepaald door de waarde van de vordering, het verloop van de procedure en de specifieke omstandigheden van de zaak.

De rechten moeten in de eerste plaats worden betaald door de partij die in het vonnis van de rechtbank in de kosten van de procedure wordt veroordeeld. In principe zal dit de verliezende partij zijn.

Verzoekers die als gevolg van hun persoonlijke en economische omstandigheden niet in staat zijn om de gerechtelijke kosten volledig te dragen, of die alleen in termijnen kunnen betalen, hebben het recht om rechtsbijstand (Verfahrenskostenhilfe) aan te vragen teneinde de kosten van de gerechtelijke alimentatieprocedure te dekken. De in te stellen gerechtelijke procedure of het juridisch verweer moet echter een redelijke kans van slagen hebben en niet lichtzinnig lijken. Afhankelijk van de hoogte van het inkomen en het vermogen van de aanvrager wordt rechtsbijstand verleend om de te betalen proceskosten en kosten van de eigen advocaat van de partij geheel of gedeeltelijk te dekken, maar niet de kosten van de advocaat van de tegenpartij als de aanvrager de zaak verliest.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Alimentatie moet regelmatig worden betaald. De hoogte van de betaling wordt bepaald door de eisen en behoeften van de partij die recht heeft op alimentatie, en het vermogen van de alimentatieplichtige partij om te betalen. De hogere arrondissementsrechtbanken (Oberlandesgerichte) hebben in dit verband tabellen en richtsnoeren opgesteld aan de hand waarvan kan worden bepaald welke vaste bedragen voor de in aanmerking te nemen elementen moeten worden toegepast. Als uitgangspunt wordt regelmatig de Düsseldorf-tabel genomen, die veel wordt gebruikt om de hoogte van kinderalimentatie te berekenen.

Als er een verandering plaatsvindt in de feitelijke omstandigheden waarop gerechtelijke bevelen zijn gebaseerd, kunnen deze bevelen op verzoek van de onderhoudsgerechtigde of de onderhoudsplichtige partij worden gewijzigd. In het geval van een minderjarige kan de kinderalimentatie ook worden geïndexeerd in overeenstemming met de eerste volzin van § 1612 bis, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek, in welk geval de alimentatie wordt uitgedrukt als een percentage van de op enig moment geldende minimumalimentatie. De minimale hoogte van de alimentatie wordt geregeld door § 1612 bis, lid 1, tweede en derde volzin, van het Burgerlijk Wetboek, en stijgt op basis van een schaal van drie niveaus naarmate het kind ouder wordt. Als een gerechtelijk bevel een geïndexeerde bepaling omvat, hoeft het bevel niet elke keer dat een kind een nieuwe leeftijdscategorie bereikt, te worden gewijzigd.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

In beginsel moet alimentatie maandelijks vooruit worden betaald aan de alimentatiegerechtigde partij of, in geval van minderjarigen, aan de ouder die de zorg voor hen draagt, of de partij die anderszins recht heeft op de betaling.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

De vastgestelde alimentatievordering kan gedwongen ten uitvoer worden gelegd (Zwangsvollstreckung). Gedwongen tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de gewone regels.

De aan de onderhoudsplichtige partij opgelegde verplichting wordt echter kracht bijgezet door het feit dat een inbreuk strafbaar is.

Een persoon die inbreuk pleegt op een alimentatieplicht, kan worden veroordeeld tot maximaal drie jaar gevangenisstraf of tot een boete. Als een vrijheidsbenemende straf onvermijdelijk is, kan de rechtbank het vonnis opschorten en de veroordeelde partij opdragen zijn of haar onderhoudsplichten te vervullen. Vervolgens zal de rechtbank de opschorting van het vonnis intrekken als de veroordeelde partij een grove of hardnekkige inbreuk op het gerechtelijk bevel pleegt en daardoor de vrees bestaat dat hij of zij nieuwe strafbare feiten zal plegen, met name door onderhoudsverplichtingen niet na te komen. In geval van onderhoudsplichtigen die voor het eerst een inbreuk plegen, kan het openbaar ministerie voorlopig afzien van een tenlastelegging of kan de rechtbank de strafrechtelijke procedure voorlopig aanhouden, mits de beschuldigde partij tegelijkertijd wordt geïnstrueerd om aan zijn of haar onderhoudsverplichtingen ter hoogte van een vastgesteld bedrag te voldoen.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Op roerende zaken kan door de gerechtsdeurwaarder (Gerichtsvollzieher) beslag worden gelegd als onderpand (Pfändung) (§ 808, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De gevallen waarin deze vorm van beslaglegging is toegestaan, worden beperkt door de §§ 811 en 812 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De in § 811 van het wetboek genoemde zaken zijn vrijgesteld. Dat geldt niet voor in afwachting van de betaling onder eigendomsvoorbehoud (Eigentumsvorbehalt) geleverde zaken zoals voorzien in § 811, lid 2, van het wetboek. De §§ 811 bis en 811 ter van het wetboek maken het mogelijk om zaken van waarde die in aanmerking komen voor een vrijstelling, uit hoofde van § 811 te vervangen door zaken met een lagere waarde die dezelfde functie kunnen vervullen.

De woning van de onderhoudsplichtige kan alleen zonder zijn of haar toestemming worden doorzocht op grond van een door een rechter afgegeven doorzoekingsbevel (§ 758 bis van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).Beslaglegging op vorderingen is de verantwoordelijkheid van de rechter die de tenuitvoerleggingsprocedure behandelt.

Beslaglegging op inkomsten is onderworpen aan de vrijstellingen die zijn vastgelegd in de §§ 850 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Welk deel van het inkomen van de onderhoudsplichtige is vrijgesteld, wordt niet alleen bepaald door de hoogte van zijn of haar inkomen, maar ook door het aantal personen dat wettelijk recht heeft op alimentatie van de onderhoudsplichtige. Als hulpmiddel voor de berekening is een tabel met vrijstellingslimieten opgesteld en als bijlage opgenomen in § 850 quater van het wetboek. In deze tabel worden de niet voor beslag vatbare bedragen vermeld. De tabel wordt op gezette tijden herzien, en indien nodig worden de limieten aangepast.

Als tenuitvoerlegging wordt toegepast op grond van een alimentatievordering of een vordering die voortvloeit uit een bewust gepleegde onrechtmatige daad (unerlaubte Handlung), mag volgens de §§ 850 quinquies en 850 septies van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de met de tenuitvoerleggingsprocedure belaste rechtbank, op verzoek van de onderhoudsgerechtigde, de hoogte van de vrijstellingslimiet voor beslaglegging wijzigen. Ook kan de onderhoudsgerechtigde een verzoek tot wijziging van de limiet indienen als hij of zij bijzondere persoonlijke behoeften heeft overeenkomstig § 850 septies, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Een door de onderhoudsplichtige aangehouden rekening kan worden vrijgesteld van beslaglegging overeenkomstig § 850 duodecies van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Een dergelijke rekening wordt ook wel een “P‑rekening” (Pfändungsschutzkonto, of P-Konto) genoemd. Deze bepaling heeft als doel om de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke personen van een redelijke levensstandaard te verzekeren. In de eerste plaats beschermt de P-rekening automatisch saldo’s tot het niveau van de vrijstellingslimiet, die momenteel 1 178,95 euro per kalendermaand bedraagt. Deze basisvrijstelling kan onder bepaalde voorwaarden worden verhoogd, bijvoorbeeld vanwege andere onderhoudsplichten waaraan de onderhoudsplichtige is gebonden. Zie voor bijzonderheden over de bedragen die van beslaglegging zijn vrijgesteld: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.bmjv.de/DE/Themen/FinanzenUndAnlegerschutz/ZwangsvollstreckungPfaendungsschutz/Pfaendungsschutzkonto.html. Kinderbijslag en bepaalde socialezekerheidsuitkeringen genieten aanvullende bescherming. Om dit soort bescherming te verkrijgen, hoeft de onderhoudsplichtige doorgaans niet meer te doen dan bewijs verstrekken aan de bank. In specifieke gevallen kan, wanneer de onderhoudsplichtige bijzondere behoeften heeft als gevolg van een ziekte, de hoogte van het rekeningsaldo dat is vrijgesteld van beslaglegging door de met de tenuitvoerleggingsprocedure belaste rechtbank, op individuele basis worden aangepast.

De reguliere verjaringstermijn van drie jaar heeft in beginsel ook betrekking op alimentatievorderingen (§ 195 van het Burgerlijk Wetboek); deze termijn begint aan het eind van het jaar dat de vordering is ontstaan en de onderhoudsgerechtigde daarvan op de hoogte werd gebracht (§ 199, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek). Een verjaringstermijn van dertig jaar geldt uitsluitend wanneer er sprake is van achterstanden in de betaling van deze vorderingen (§ 197, lid 1, punt 3, van het Burgerlijk Wetboek): de termijn begint te lopen vanaf de datum waarop de rechtbank een bindende beslissing heeft gegeven of een uitvoerbare titel heeft uitgevaardigd of, in geval van een akte, op het moment dat proces-verbaal is opgemaakt (§ 201, eerste volzin, van het Burgerlijk Wetboek).

De verjaring van alimentatievorderingen kan worden opgeschort. Hierbij valt de periode van de opschorting buiten de verjaringstermijn (§ 209 van het Burgerlijk Wetboek). Dit geldt voor kinderalimentatie totdat het kind de leeftijd van 21 jaar bereikt (§ 207, lid 1, tweede volzin, punt 2, onder a), van het Burgerlijk Wetboek).

Wordt een daad van tenuitvoerlegging verricht of daarom verzocht, dan begint de reguliere verjaringstermijn van drie jaar opnieuw te lopen (§ 212, lid 1, punt 2, van het Burgerlijk Wetboek). Hiermee wordt voorkomen dat vastgestelde toekomstige alimentatievorderingen verjaren.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Een gerechtelijke beslissing tot toekenning van alimentatie is een gewone uitvoerbare (executoriale) titel (Vollstreckungstitel) voor een geldelijke vordering, hetgeen betekent dat de onderhoudsgerechtigde partij de gewone regels voor tenuitvoerlegging moet volgen en de vordering zelf ten uitvoer moet leggen.

Het Jugendambt kan echter helpen bij de invordering als het bijstand verleent aan een kind, op grond van § 1712 van het Burgerlijk Wetboek. Het Jugendambt kan een kind bijstand verlenen op verzoek van de ouder die als enige het ouderlijk gezag over het kind uitoefent of, als de ouders dit gezag gezamenlijk uitoefenen, op verzoek van de ouder die de zorg voor het kind draagt.

Onderscheid moet worden gemaakt tussen dit scenario en een andersoortig geval: een partij die recht heeft op alimentatie, kan bepaalde socialezekerheidsuitkeringen ontvangen die voorzien in een behoefte die anders door de alimentatie zou worden gedekt. Als de ontvanger van dergelijke socialezekerheidsuitkeringen een alimentatievordering tegen een onderhoudsplichtige heeft uitstaan, wordt de alimentatievordering in de regel overgedragen aan de verantwoordelijke overheidsinstantie, die de vordering vervolgens in haar eigen naam kan instellen.

In specifieke gevallen waarin een kind wordt opgevoed door een alleenstaande ouder en de andere ouder geen contante bijdragen aan het levensonderhoud van het kind levert, bestaat er een recht op betaling op grond van de Wet inzake de toekenning van voorschotten op onderhoudsverplichtingen (Unterhaltsvorschussgesetz – UVG). Vervolgens int het Duitse Bureau voor voorschotten op onderhoudsverplichtingen (Unterhaltsvorschusskasse) de aan dit bureau overgedragen alimentatievordering.

Voorts geldt dat als de onderhoudsplichtige partij de alimentatie niet betaalt en sociale bijstand (Sozialhilfe) moet worden uitgekeerd (aangenomen dat aan de andere vereisten voor de ontvangst van sociale bijstand is voldaan), de alimentatievordering wordt overgedragen aan de instantie die de sociale bijstand verstrekt (op dezelfde wijze als de hierboven genoemde voorschotten), waarna de verstrekker van de sociale bijstand de vordering kan innen. In geval van de werkzoekendenuitkering (Grundsicherung für Arbeitssuchende) vindt de overdracht pas plaats na een schriftelijke kennisgeving daarvan door de verstrekker van de uitkering aan de onderhoudsplichtige.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

De uitkeringen uit hoofde van de Wet inzake de toekenning van voorschotten op onderhoudsverplichtingen, sociale bijstandsuitkeringen en minimumuitkeringen voor werkzoekenden als bedoeld in het antwoord op vraag 12 zijn onafhankelijke socialezekerheidsuitkeringen met een vastomlijnd toepassingsgebied en vormen geen alimentatie in de strikte zin des woords. Ze worden door de bevoegde overheidsinstantie rechtstreeks betaald aan de rechthebbende. Deze uitkeringen worden uitbetaald ongeacht of de alimentatievordering kan worden geïnd of niet. De overheidsinstantie aan wie de vordering is overgedragen, kan de vordering op eigen gezag innen.

Anders dan bij uitkeringen uit hoofde van de Wet inzake de toekenning van voorschotten op onderhoudsverplichtingen, sociale bijstandsuitkeringen en minimumuitkeringen voor werkzoekenden, creëert de door het Jugendambt verleende bijstand in verband met de inning van vorderingen geen afzonderlijk recht op een uitkering van de verantwoordelijke overheidsinstantie. In dat geval beperkt de rol van de overheidsinstantie zich tot het helpen van de onderhoudsgerechtigde partij bij het instellen en innen van de alimentatievordering.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Als een onderhoudsgerechtigde partij een alimentatievordering tegen een alimentatieplichtige partij die in het buitenland woont ten uitvoer wil leggen, kan hij of zij het Duitse federale bureau voor justitie (Bundesamt für Justiz) in Bonn om hulp vragen. De Bondsrepubliek Duitsland heeft het Bundesamt für Justiz benoemd als de centrale autoriteit voor grensoverschrijdende alimentatieprocedures.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Wanneer een onderhoudsgerechtigde die in Duitsland woont, een verzoek wil indienen op grond van artikel 55 van de alimentatieverordening van de EU, artikel 9 van het Haags Verdrag van 2007 inzake levensonderhoud of artikel 2, leden 1 en 2, van het VN-Verdrag van 1956, moet hij of zij dat doen bij de centrale autoriteit door het verzoek te zenden aan het Bundesamt für Justiz in Bonn. Zie voor meer informatie: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.bundesjustizamt.de/DE/Themen/Buergerdienste/AU/AU_node.html

De contactgegevens van de centrale autoriteit zijn:

Bundesamt für Justiz

Referat II 4
53094 Bonn
Duitsland

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.auslandsunterhalt@bfj.bund.de

Tel.: +49(0)228 99410 6434

Fax: +49(0)228 99410 5202

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Onderhoudsgerechtigden die in het buitenland wonen, kunnen zich wenden tot de centrale autoriteit van de staat waar zij verblijven op grond van artikel 55 van de EU-alimentatieverordening, artikel 9 van het Haags Verdrag van 2007 inzake levensonderhoud of artikel 2, leden 1 en 2, van het VN-Verdrag van 1956.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Deze verzoeken moeten worden ingediend via de centrale autoriteit in het land van verblijf. Daarvandaan worden ze doorgestuurd naar de centrale autoriteit van de Bondsrepubliek Duitsland (zie 14.2).

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

De vergoedingen voor alimentatieprocedures moeten in de regel van tevoren worden betaald. Binnen het gebied waar de alimentatieverordening van toepassing is, wordt rechtsbijstand verleend overeenkomstig de artikelen 44 en 47 van deze verordening. De verplichting om van tevoren te betalen, is in bepaalde omstandigheden niet van toepassing, in het bijzonder als rechtsbijstand wordt verleend.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Duitsland heeft zijn centrale autoriteit – het Bundesamt für Justiz – de nodige bevoegdheden gegeven om de doeltreffendheid van de in artikel 51 beschreven maatregelen te waarborgen.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 10/12/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Ests) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

Alimentatievorderingen - Estland

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Volgens de Estse Grondwet is een onderhoudsplicht een plicht van een familie om te voorzien in het levensonderhoud van behoeftige leden.

Alimentatie is een door de rechtbank vastgesteld bedrag dat moet worden betaald voor levensonderhoud en dat doorgaans periodiek wordt uitgekeerd in de vorm van geld. Op verzoek van een onderhoudsgerechtigde persoon kan een rechtbank in bepaalde gevallen verordenen dat alimentatie als een eenmalige som geld moet worden uitgekeerd. Een persoon die verplicht is om alimentatie te betalen voor een minderjarig kind kan, indien hij of zij daar een geldige reden voor heeft, verzoeken om de onderhoudsplicht op niet-geldelijke wijze te vervullen.

Over het algemeen berust de plicht om alimentatie aan een behoeftige persoon te betalen bij de bloedverwanten in opgaande en neergaande lijn van de persoon, in de eerste en tweede graad – met andere woorden, volwassen kinderen, ouders en grootouders zijn wederzijds gehouden om in elkaars levensonderhoud te voorzien. Ook echtgenoten zijn wederzijds verplicht om hun familie te onderhouden met behulp van hun inkomen uit werk en hun vermogen, waaronder ook activiteiten vallen die bedoeld zijn om de kosten van een gezamenlijk huishouden en de vervulling van de gebruikelijke en buitengewone behoeften van de echtgeno(o)t(e) en hun kinderen te dekken. De verplichting om alimentatie te betalen aan een behoeftige persoon kan zich ook uitstrekken tot een ex-echtgeno(o)t(e) of iemand met wie de persoon niet gehuwd is, maar wel samen een kind heeft.

Alimentatie wordt betaald in de vorm van een toelage door een ouder van een minderjarig kind, met name als de ouder niet samenleeft met het kind of niet betrokken is bij de opvoeding van het kind. De ex-echtgeno(o)t(e) van een behoeftige persoon is primair verplicht om alimentatie te betalen als, na de scheiding en als gevolg van de verantwoordelijkheid voor de zorg voor een kind, de persoon niet zelf in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien of als hij of zij bijstand nodig heeft vanwege zijn of haar leeftijd of gezondheid. Een persoon die een kind heeft met een behoeftige persoon is verplicht om gedurende twaalf weken na de geboorte van het kind, en ook later, als de persoon bijstand nodig heeft als gevolg van een gezondheidsprobleem dat wordt veroorzaakt door de zorg voor het kind, zwangerschap of de geboorte van het kind, alimentatie te verstrekken.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De leeftijd waarop iemand meerderjarig wordt is 18 jaar. Iemand die jonger dan 18 jaar is, is derhalve minderjarig. Een minderjarig kind heeft recht op alimentatie, en het zijn in de eerste plaats de ouders van het kind die verplicht zijn om in het levensonderhoud van het kind te voorzien, in gelijke delen. Een kind dat de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en nog primair of secundair onderwijs, een beroepsopleiding of hoger universitair onderwijs volgt, heeft eveneens recht op alimentatie, maar niet langer dan tot hij of zij 21 wordt.

Meerderjarige kinderen moeten zich autonoom opnieuw tot de rechter wenden wanneer zij alimentatie wensen te blijven ontvangen nadat zij meerderjarig zijn geworden, ingeval de alimentatieverplichting op basis van een eerdere rechterlijke beslissing was beëindigd.

Andere bloedverwanten in opgaande en neergaande lijn die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, hebben recht op alimentatie als is vastgesteld dat ze bijstand nodig hebben.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Een ouder van een minderjarig kind kan worden verplicht om een onderhoudsplicht te vervullen. Als de ouder niet vrijwillig alimentatie betaalt, kan bij de rechtbank alimentatie worden aangevraagd. Om alimentatie aan te vragen moet ofwel een verzoek om toepassing van de versnelde procedure voor de afgifte van een bevel tot betaling van de alimentatie voor het kind worden ingediend, ofwel een vordering (tot betaling van alimentatie) worden ingesteld bij de rechtbank. Er worden geen griffierechten geheven voor het aanvragen/vorderen van alimentatie voor een minderjarig kind.

De versnelde procedure in aangelegenheden die verband houden met een betalingsbevel is een vereenvoudigde procedure waarin alleen een bevel tot betaling van alimentatie kan worden afgegeven als de alimentatie wordt gevorderd voor een minderjarig kind, de naam van de ouder van wie alimentatie wordt geëist op de geboorteakte van het kind wordt vermeld, de gevorderde alimentatie niet hoger is 1,5 keer de minimumalimentatie (zie vraag 8) per maand en de andere ouder de betaling van de alimentatie niet betwist. Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het verzoeken om een betalingsbevel, moet een vordering worden ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van de woonplaats van het kind waarvoor de alimentatie wordt gevorderd.

Meer informatie over de versnelde procedure in aangelegenheden die verband houden met een bevel tot betaling van alimentatie voor een minderjarig kind is De link wordt in een nieuw venster geopend.hier beschikbaar. Voor het formulier voor het instellen van een vordering tot betaling van kinderalimentatie, klik De link wordt in een nieuw venster geopend.hier.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Minderjarige kinderen hebben recht op alimentatie. In zoverre minderjarigen beperkte actieve handelingsbekwaamheid hebben, is de wettelijke vertegenwoordiger van het kind – de ouder met de wettelijke voogdij – degene die de vordering namens het kind instelt bij de rechtbank. Als een wettelijke voogd voor het kind is benoemd, moet de vordering aanhangig worden gemaakt door de voogd van het kind in zijn of haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van het kind.

Een volwassene met actieve handelingsbekwaamheid kan onafhankelijk een vordering voor de betaling van alimentatie aanhangig maken.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Een verzoek aan een rechtbank om een ouder te dwingen tot naleving van een onderhoudsplicht ten aanzien van een minderjarig kind wordt behandeld als een alimentatiezaak. In een alimentatiezaak moet de vordering worden ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van de woonplaats van het kind. Als het kind niet in Estland woont, moet de gerechtelijke actie aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van de woonplaats van de verweerder. Als de verweerder niet in Estland woont, moet de gerechtelijke actie aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van de woonplaats van de eiser.

Alimentatie kan ook worden gevorderd in een versnelde procedure in aangelegenheden die verband houden met een betalingsbevel (zie het antwoord op vraag 3).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Om kinderalimentatie te vorderen bij een rechtbank moet een zaak aanhangig worden gemaakt, waarvoor professionele rechtsbijstand of de diensten van een tussenpersoon niet noodzakelijk zijn. De rechtbank verordent de betaling van alimentatie vanaf de datum waarop de vordering aanhangig is gemaakt, maar kan ook, op basis van de gerechtelijke actie, bevelen dat de alimentatie met terugwerkende kracht tot een jaar voordat de zaak aanhangig is gemaakt, wordt betaald.

Voor het formulier voor het instellen van een vordering tot betaling van kinderalimentatie, klik De link wordt in een nieuw venster geopend.hier.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Er wordt geen griffierecht gerekend voor een gerechtelijke actie die aanhangig wordt gemaakt om de naleving van een onderhoudsplicht voor een minderjarig kind af te dwingen of om een verzoek om toepassing van de versnelde procedure voor de afgifte van een bevel tot betaling van kinderalimentatie te laten beoordelen.

Het is mogelijk om rechtsbijstand of zogeheten “procedurekostenbijstand” aan te vragen om de procedurekosten te dekken.

In geval van rechtsbijstand krijgt iemand een door de Estse Orde van Advocaten benoemde advocaat toegewezen. De advocaat heeft tot taak om de cliënt tijdens de procedure te vertegenwoordigen en van advies te dienen. Rechtsbijstand is beschikbaar voor personen die vanwege hun financiële positie geen deskundig juridisch advies kunnen betalen op het moment dat ze de rechtsbijstand aanvragen, of dat alleen gedeeltelijk of in termijnen kunnen betalen, of wier financiële positie het onmogelijk zou maken om na betaling voor de juridische dienstverlening naar behoren in het eigen levensonderhoud te voorzien. De ontvangst van rechtsbijstand stelt de ontvangende persoon niet vrij van de verplichting om andere procedurekosten te dragen.

Meer informatie over rechtsbijstand vindt u De link wordt in een nieuw venster geopend.hier.

Verzoeken om de toekenning van procedurekostenbijstand om de procedurekosten te dekken kunnen worden ingediend door personen die deze kosten als gevolg van hun financiële positie niet, slechts gedeeltelijk of alleen in termijnen kunnen betalen. Ook moet er voldoende reden zijn om aan te nemen dat de voorgenomen deelname aan de procedure succesvol zal zijn.

Voor het aanvraagformulier voor de procedurekostenbijstand voor een natuurlijke persoon en het formulier voor de opgave van de persoonlijke en financiële positie van de aanvrager en familieleden, klik De link wordt in een nieuw venster geopend.hier.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Een rechtbank kan de betaling gelasten van een vast of variabel bedrag aan alimentatie voor een minderjarig kind, waarbij de rechtbank zal specificeren hoe het bedrag van de alimentatie is berekend. Over het algemeen gelasten rechtbanken dat alimentatie maandelijks moet worden betaald. De maandelijkse alimentatie voor één kind kan niet minder zijn dan de helft van het door de regering van Estland vastgestelde minimummaandloon (waardoor de minimumalimentatie in 2018 250 EUR per kind bedroeg, en in 2019 en 2020 respectievelijk 270 en 292 EUR per kind). Niettemin kan een rechtbank, als daarvoor een geldige reden bestaat, de alimentatie verlagen tot onder het door de regering vastgestelde minimummaandloon. Geldige redenen zijn in dit verband arbeidsongeschiktheid van een ouder of het feit dat de persoon die de alimentatie moet betalen ook andere personen ten laste heeft.

De alimentatieplichtige kan verzoeken, als hij of zij daar een geldige reden voor heeft, om de alimentatie op enige andere wijze te verstrekken. Ouders kunnen in onderling overleg een gedetailleerde regeling overeenkomen over de wijze waarop de onderhoudsplicht jegens een kind moet worden vervuld en hoe en met welke frequentie de alimentatie moet worden verstrekt.

De hoogte van de alimentatie wordt bepaald op basis van de behoeften en de gebruikelijke leefstijl van het kind. De gebruikelijke leefstijl van het kind is afhankelijk van de financiële draagkracht van de ouders. Als de gronden voor de betaling van alimentatie veranderen, kan elk van de partijen een gerechtelijke actie aanhangig maken om de alimentatie hetzij te verhogen, hetzij te verlagen.

Als de wijziging wordt goedgekeurd, kan het bedrag van de alimentatie doorgaans met ingang van de datum van de gerechtelijke beslissing worden gewijzigd – d.w.z. dat uitstaande achterstallige betalingen niet kunnen worden gewijzigd.

In Estland verandert de hoogte van de alimentatie automatisch mee met het door de regering vastgestelde minimummaandloon als de beslissing van de rechtbank de alimentatie daaraan heeft gekoppeld. Voor het minimummaandloon, klik De link wordt in een nieuw venster geopend.hier.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Over het algemeen wordt alimentatie betaald in de vorm van een periodiek geldbedrag. De persoon met een onderhoudsplicht jegens een minderjarig kind kan, indien hij of zij daar een geldige reden voor heeft, verzoeken om op een andere wijze in het onderhoud van het kind te voorzien. Alimentatie wordt betaald in de vorm van een toelage door een ouder van een minderjarig kind, met name als de ouder niet samenleeft met het kind of niet betrokken is bij de opvoeding van het kind. Alimentatie wordt van tevoren betaald voor elke kalendermaand. Hoewel de begunstigde van de alimentatie het kind is, moet de alimentatie doorgaans worden betaald aan de andere ouder. Alimentatie kan rechtstreeks aan het kind worden betaald als de ouders dat zijn overeengekomen of als er een gerechtelijke beslissing met die strekking is gegeven.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als een gerechtelijk vonnis tot betaling van alimentatie van kracht is geworden of onmiddellijk uitvoerbaar is, maar de andere ouder verzuimt te betalen, moet een gerechtsdeurwaarder worden ingeschakeld. Als de onderhoudsplichtige de in het gerechtelijke vonnis vastgestelde betalingen niet op het vastgestelde tijdstip verricht, zal de gerechtsdeurwaarder, op basis van het verzoek van de persoon die maatregelen heeft genomen om de actie veilig te stellen, beslag laten leggen op bezittingen van de onderhoudsplichtige. Beslaglegging op bezittingen van de onderhoudsplichtige vereist dat het vonnis van de rechtbank wordt overgelegd aan de deurwaarder, samen met een verzoek om tenuitvoerlegging. Het verzoek om tenuitvoerlegging moet informatie over de onderhoudsplichtige en, indien mogelijk, over zijn of haar vermogen (woonplaats, contactgegevens, bekende informatie over zijn of haar bezittingen) bevatten. Als de verzoeker wenst dat de gerechtsdeurwaarder gebruikmaakt van alle in de wetgeving inzake het innen van schulden beschreven mogelijkheden, moet in het verzoek om tenuitvoerlegging worden vermeld dat de verzoeker betaling op basis van geregistreerde onroerende zaken, roerende zaken en vorderingsrechten van de onderhoudsplichtige vordert. In een tenuitvoerleggingsprocedure heeft kinderalimentatie voorrang boven andere vorderingen, en om te voldoen aan een alimentatievordering kan op bezittingen een groter beslag worden gelegd en kan een rechtbank voor onbepaalde tijd de volgende rechten en de geldigheid van de volgende vergunningen opschorten: jachtrechten, het recht om een motorvoertuig te besturen, wapenvergunningen en vergunningen om wapens te verwerven, het recht om pleziervaartuigen en waterscooters te besturen en visserijvergunningen.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Personen worden vrijgesteld van een onderhoudsplicht voor zover ze niet in staat zijn, in het licht van hun andere verplichtingen en de omvang van hun vermogen, om een andere persoon alimentatie te betalen zonder dat hun eigen gebruikelijke levensonderhoud in gevaar komt. Niettegenstaande het bovenstaande worden ouders niet vrijgesteld van de onderhoudsplicht ten aanzien van hun eigen minderjarige kinderen. Een rechtbank kan een onderhoudsplichtige vrijstellen van een alimentatieplicht, de termijn voor het vervullen van de verplichting beperken of het bedrag van de alimentatie verlagen als de rechtbank het buitengewoon onbillijk acht om te vereisen dat de verplichting wordt vervuld, bijvoorbeeld als de onderhoudsgerechtigde behoeftig is geworden als gevolg van eigen ondoordachte handelingen.

Schadeloosstelling wegens niet-betaling van alimentatie en verzuim om een verplichting na te leven kan met terugwerkende kracht worden gevorderd, tot maximaal één jaar vóór de indiening van de alimentatievordering bij de rechtbank. De verjaringstermijn voor de betaling van alimentatie in het kader van een onderhoudsplicht bedraagt tien jaar voor elke afzonderlijke verplichting. De verjaringstermijn begint aan het eind van het kalenderjaar waarin de bij de onderhoudsplicht behorende vordering opeisbaar wordt. Een onderhoudsplicht is een persoonlijke verplichting die vervalt bij het overlijden van de onderhoudsgerechtigde of de onderhoudsplichtige; uitzonderingen zijn van toepassing met betrekking tot voorschotten en compensatiebedragen.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

In geval van grensoverschrijdende alimentatiegeschillen kan bijstand worden verleend door de centrale autoriteit, d.w.z. de divisie Internationale Justitiële Samenwerking van de afdeling Strafrechtbeleid van het ministerie van Justitie.

De link wordt in een nieuw venster geopend.Rechtsbijstand kan worden aangevraagd bij het instellen van een alimentatievordering bij de rechtbank. Er zijn geen afzonderlijke organisaties of autoriteiten die bijstand verlenen in geval van binnenlandse alimentatievorderingen.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Vanaf 1 januari 2017 heeft een ouder die een kind opvoedt, het recht om bij de Socialeverzekeringsraad (Sotsiaalkindlustusamet) alimentatie van de staat aan te vragen voor de duur van de gerechtelijke procedures en de tenuitvoerleggingsprocedures. Deze alimentatie vormt tijdelijke bijstand van de staat voor alleenstaande ouders. De staat betaalt de alimentatie namens de ouder die geen alimentatie betaalt en zal het geld op een latere datum verhalen op de niet-betalende ouder. De staatsalimentatie wordt uitgekeerd in verband met een gerechtelijke procedure in een alimentatieaangelegenheid. De voorwaarde voor het ontvangen van de staatsalimentatie is dat de desbetreffende persoon de rechtbank moet verzoeken om de betaling ervan via ofwel de versnelde procedure in aangelegenheden die verband houden met een betalingsbevel, ofwel een gerechtelijke actie.

De alimentatie garandeert een kind tot 100 EUR per maand.

Meer informatie over het aanvragen van de alimentatie vindt u De link wordt in een nieuw venster geopend.hier.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Voor het verkrijgen van alimentatie op grond van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad kan bijstand worden verleend door de divisie Internationale Justitiële Samenwerking van het ministerie van Justitie.

Om alimentatie in een andere lidstaat aan te vragen, moet een verzoek om inleiding van een alimentatiezaak worden ingediend bij de divisie Internationale Justitiële Samenwerking van het Estse ministerie van Justitie en de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat. Een kopie/Kopieën van de geboorteakte(n) van het kind/de kinderen of een gerechtelijk vonnis tot vaststelling van het ouderschap moet(en) worden bijgevoegd. Als geen ouderschap is vastgesteld, moet dit worden vermeld in het verzoek aan de andere lidstaat.

Voor het aanvraagformulier, klik hier.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Met de divisie Internationale Justitiële Samenwerking van het Estse ministerie van Justitie kan contact worden opgenomen per telefoon, op de nummers + 372 6 208 183 en +372 7 153 443 of per e-mail, op de adressen De link wordt in een nieuw venster geopend.central.authority@just.ee en De link wordt in een nieuw venster geopend.keskasutus@just.ee.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Een verzoeker die in een andere lidstaat verblijft zal de best mogelijke behandeling van zijn of haar vordering verkrijgen door contact op te nemen met de desbetreffende autoriteit in het land van verblijf, die op haar beurt contact met de centrale autoriteit op het Estse ministerie van Justitie zal opnemen.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Zie het antwoord op vraag 14.1.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Het Haagse Protocol van 2007 is geratificeerd door de Europese Unie, waarvan Estland sinds 1 mei 2004 een lidstaat is.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Zie het antwoord op vraag 16.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

In grensoverschrijdende zaken binnen de Europese Unie waarin alimentatie wordt gevorderd, is uit hoofde van de verordening rechtsbijstand en procedurekostenbijstand beschikbaar. Dit zorgt ervoor dat de persoon in de procedure wordt vertegenwoordigd door iemand met de juiste juridische deskundigheid en dat de persoon toegang heeft tot de rechter omdat de procedurekosten worden gedekt. De regels voor de toekenning van rechtsbijstand en procedurekostenbijstand houden in dat het nationaal recht wordt toegepast, tenzij anders wordt bepaald door Verordening (EG) nr. 4/2009.

In beginsel gelden dezelfde garanties die van toepassing zijn op personen die wettelijk in Estland verblijven ook voor personen die in andere EU-lidstaten wonen. In geval van grensoverschrijdende alimentatiezaken zijn juridische bijstand en juridisch advies alsmede rechtsbijstand en procedurekostenbijstand beschikbaar vanuit de centrale autoriteit, d.w.z. de divisie Internationale Justitiële Samenwerking van het ministerie van Justitie, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 4/2009 en, wat betreft de onderdelen die niet door de verordening worden bestreken, op grond van het nationale recht.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Er is een centrale autoriteit voor grensoverschrijdende justitiële samenwerking opgericht: de divisie Internationale Justitiële Samenwerking van het ministerie van Justitie. Voor het verkrijgen van alimentatie op grond van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad kan derhalve bijstand worden verleend door de divisie Internationale Justitiële Samenwerking van het ministerie van Justitie, die belast is met procedures inzake internationale rechtsbijstandsverzoeken.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 16/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Engels) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

Alimentatievorderingen - Ierland

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Een vonnis waarin wordt bevolen alimentatie tussen echtgenoten te betalen, houdt in dat een van de echtgenoten ten gunste van de andere echtgenoot periodieke betalingen of betalingen van een vast bedrag verricht waarmee die persoon financiële ondersteuning wordt geboden en eventueel ten gunste van die persoon op de in het vonnis omschreven wijze periodieke betalingen verricht ten gunste van eventuele gezinsleden ten laste.

Een vonnis waarin wordt bevolen alimentatie voor een kind ten laste te betalen, houdt in dat een van de desbetreffende ouders ten gunste van de andere ouder, of een andere persoon die gezag over het kind heeft of het kind ten laste heeft, periodieke betalingen of betalingen van vaste bedragen verricht op de in het vonnis omschreven wijze, om een bijdrage te leveren aan het onderhoud van het kind.

Een alimentatieverplichting houdt in dat financiële ondersteuning moet worden geboden aan een persoon en dat, wanneer deze verplichting door een rechtbank wordt opgelegd, moet worden voldaan aan verplichtingen die zijn opgenomen in een alimentatievonnis.

Alimentatie is verschuldigd door de volgende categorieën personen:

  • ouders aan hun kinderen? Ja;
  • kinderen aan hun ouders? In het algemeen niet;
  • een gescheiden echtgenoot aan de andere echtgenoot? Ja.

Overige:

  • geregistreerde partners en samenwonenden in de zin van de wet van 2010 inzake geregistreerd partnerschap en bepaalde rechten en verplichtingen van samenwonenden (Civil Partnership and Certain Rights and Obligations of Cohabitants Act 2010);
  • een alleenstaande ouder aan de persoon die het kind opvangt.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Een kind ten laste dat minder dan 18 jaar oud is, een kind ten laste dat minder dan 23 jaar oud is en een voltijdse studie volgt of een kind van elke leeftijd dat als gevolg van een handicap ten laste is.

Ouders moeten hun kinderen financieel onderhouden zodat deze kinderen kunnen voorzien in hun dagelijkse en incidentele financiële behoeften.

In het algemeen kunnen kinderen niet worden verplicht alimentatie aan hun ouders te betalen, behalve in de zeldzame en buitengewone omstandigheid waarin eigendomsrechten in een trust worden gewijzigd en overgeheveld naar het vermogen van de kinderen.

Een gescheiden echtgenoot kan ertoe worden verplicht alimentatie te betalen aan de andere echtgenoot wanneer de echtgenoot die hierom verzoekt, heeft aangetoond dat de andere echtgenoot, gelet op de omstandigheden, niet adequaat heeft voorzien in de behoeften van de verzoeker.

Een geregistreerde partner of samenwonende in de zin van de wet van 2010 inzake geregistreerd partnerschap en bepaalde rechten en verplichtingen van samenwonenden (Civil Partnership and Certain Rights and Obligations of Cohabitants Act 2010) kan ertoe worden verplicht alimentatie te betalen aan de andere geregistreerde partner of samenwonende wanneer de geregistreerde partner of samenwonende die hierom verzoekt, heeft aangetoond dat de andere partij, gelet op de omstandigheden, niet adequaat heeft voorzien in de behoeften van de verzoeker.

Een al dan niet getrouwde ouder kan gerechtelijke stappen ondernemen om alimentatie van de andere ouder te verkrijgen waarmee in de behoeften van hun kinderen kan worden voorzien. Dit geldt ook voor een wettelijke voogd, een gezondheidsdienst of iedere persoon met een juridische status ten aanzien van een kind ten laste.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

In het algemeen wordt het verzoek om alimentatie door de persoon ten laste ingediend bij de rechtbank via een civielrechtelijke vordering tegen de andere partij. Een verzoek om alimentatie voor een kind wordt doorgaans ingediend door de ouder of een andere persoon die het kind opvangt en ten laste heeft.

Informatie over de procedures inzake alimentatieverzoeken is meestal te vinden in de rubriek familierecht van de website van de Courts Service (www.courts.ie).

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Alimentatieverzoeken worden doorgaans ingediend door de ouder die voor het kind of de kinderen zorgt. Verzoeken kunnen worden ingediend door ex-echtgenoten en hun kinderen, namens zichzelf. Voor een verzoek om alimentatie moeten de partijen voldoende belang hebben om stappen te ondernemen, of een locus standi. Voor een ouder of goede vriend moet de verzoeker over de rechtsbevoegdheid beschikken om de zaken van de ouder of goede vriend te beheren, bijvoorbeeld op grond van een volmacht. Ouders of wettelijke voogden kunnen een alimentatieverzoek indienen namens een minderjarige.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Het District Court (arrondissementsrechtbank) is bevoegd zich uit te spreken over de betaling van alimentatie voor een kind tot een maximumbedrag van 150 EUR per week per ouder, en de betaling van alimentatie aan een echtgenoot of geregistreerde partner tot een maximumbedrag van 500 EUR per week. Verzoeken om hogere bedragen worden behandeld door het Circuit Court (regionale rechtbank) of het High Court (Hoge Raad). Wanneer er reeds een huwelijksgeschil aanhangig is bij het Circuit Court of het High Court, moeten verzoeken bij deze gerechten worden ingediend, ongeacht het gevraagde alimentatiebedrag.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Nee. De verzoeker kan het verzoek zelf indienen als hij ervoor kiest geen advocaat (solicitor) in te schakelen. Partijen in procedures voor gezinszaken die op grond van hun middelen hulp nodig hebben, kunnen verzoeken om rechtsbijstand (Civil Legal Aid Scheme).

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Alle gezinszaken zijn in Ierland vrijgesteld van procedurekosten. Kosten voor advies en juridische vertegenwoordiging variëren van zaak tot zaak. Wel kan er, afhankelijk van de financiële middelen van de betrokken personen, rechtsbijstand worden verleend.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Het District Court is bevoegd zich uit te spreken over de betaling van alimentatie voor een kind tot een maximumbedrag van 150 EUR per week per ouder, en de betaling van alimentatie aan een echtgenoot of geregistreerde partner tot een maximumbedrag van 500 EUR per week. Verzoeken om hogere bedragen worden behandeld door het Circuit Court of het High Court.

Voor de vaststelling van het alimentatiebedrag houdt de rechtbank rekening met de redelijke behoeften van de onderhoudsgerechtigde (degene die recht heeft op de alimentatie) en de financiële draagkracht van de onderhoudsplichtige (degene aan wie de alimentatieverplichting wordt opgelegd). De partijen kunnen de rechtbank verzoeken het alimentatiebedrag te herzien wanneer hun financiële omstandigheden wijzigen.

Een vonnis waarin wordt bevolen alimentatie te betalen, treedt in werking op de daarin vermelde datum. Dit kan een datum zijn die eerder of later valt dan de datum waarop het vonnis is uitgesproken, maar het kan geen datum zijn vóór de datum waarop het alimentatieverzoek is ingediend.

In echtscheidingsprocedures en gerechtelijke procedures bij het Circuit Court of het High Court kan alimentatie slechts met terugwerkende kracht worden toegekend tot uiterlijk de datum van het verzoek.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie wordt doorgaans rechtstreeks betaald aan de onderhoudsgerechtigde. Niettemin kan de betaling van de alimentatie ook via de griffie van de desbetreffende rechtbank plaatsvinden. Indien de rechtbank dit gepast acht, kan worden bevolen tot beslaglegging op het loon van de onderhoudsplichtige en kan de werkgever worden gelast betalingen in te houden zodat deze aan de onderhoudsgerechtigde kunnen worden uitgekeerd.

Alimentatie wordt uitgekeerd aan de persoon die is gemachtigd deze te ontvangen en aan de personen die de alimentatie namens deze persoon beheren, zoals een ouder of wettelijke voogd.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als de onderhoudsplichtige geen alimentatie betaalt, kan de onderhoudsgerechtigde, afhankelijk van de geëiste schadevergoeding, een procedure aanspannen bij de rechtbank die het vonnis heeft uitgesproken waarin de betaling van alimentatie wordt bevolen of bij het District Court.

De rechtbank kan bevelen tot beslaglegging op het loon van de onderhoudsplichtige, zoals in punt 1 hierboven reeds aangegeven.

Als deze procedure niet tot een concreet resultaat leidt, kan de rechtbank de onderhoudsplichtige bevelen het verschuldigde bedrag aan de onderhoudsgerechtigde te betalen. Indien de onderhoudsplichtige deze verplichting niet nakomt, kan de rechtbank bevelen dat bedragen die een andere persoon aan de onderhoudsplichtige is verschuldigd, aan de onderhoudsgerechtigde worden uitgekeerd. De rechtbank kan ook bevel geven tot de verkoop van goederen van de onderhoudsplichtige teneinde de verschuldigde bedragen in te vorderen.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Het District Court is bevoegd voor de tenuitvoerlegging van vonnissen die in andere lidstaten zijn uitgesproken. Het is bevoegd inzake het niet-naleven van een vonnis (contempt; de artikelen 9A en 9B van de wet van 1976), maar enkel met betrekking tot vonnissen die daadwerkelijk door het District Court zelf zijn gewezen. Het is dus niet bevoegd voor vonnissen die elders zijn gewezen. De bevoegdheid van het District Court is daadwerkelijk beperkt tot het opleggen van een bevel tot loonbeslag (in voorkomend geval), een bevel tot executoir beslag of een bevel tot derdenbeslag (zelden van toepassing).

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Iedere onderhoudsgerechtigde moet bij de desbetreffende rechtbank een verzoek om bijstand indienen voor de invordering van de alimentatie. Hoewel alimentatie ook op een andere wijze kan worden ingevorderd, bijvoorbeeld via bemiddeling, zijn ook de rechtbanken op dat gebied bevoegd en kunnen zij helpen bij de invordering van niet-betaalde alimentatie.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Nee. De onderhoudsplichtige is als enige verantwoordelijk voor de betaling van de alimentatie, die rechtstreeks moet worden gestort of moet worden ingehouden op zijn loon.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

In Verordening (EG) nr. 4/2009, ook wel de alimentatieverordening genoemd, zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot grensoverschrijdende alimentatieverzoeken die door gezinsleden worden ingediend. Deze regels gelden voor alle lidstaten van de Europese Unie en hebben tot doel de invordering van alimentatievorderingen te waarborgen, ook wanneer de onderhoudsplichtige of de onderhoudsgerechtigde zich in een andere lidstaat van de Unie bevindt.

Het VN-verdrag inzake de invordering van alimentatie in het buitenland (het "Verdrag van New York") is in november 1995 in Ierland omgezet door de alimentatiewet van 1994 (Maintenance Act 1994). Met dit verdrag wordt beoogd de invordering van alimentatievorderingen door een persoon die in een bepaald rechtsgebied woont jegens een persoon die in een ander rechtsgebied woont, te vergemakkelijken in landen die partij zijn bij het verdrag.

In het kader van beide instrumenten is in ieder betrokken land een netwerk van centrale autoriteiten opgezet en verzoekers/onderhoudsgerechtigden/rekwiranten kunnen hun verzoek indienen bij een centrale autoriteit, die het doorstuurt naar de bevoegde rechtbank en in bepaalde gevallen zorgt voor rechtsbijstand. De contactgegevens van de Ierse centrale autoriteit voor de invordering van alimentatievorderingen uit het buitenland (Irish Central Authority for the Recovery of Maintenance from Abroad) zijn:

Department of Justice and Equality (ministerie van Justitie en gelijkheid)

Bishop’s Square,

Redmond’s Hill,

Dublin 2,

Ierland

Tel. +353 (0)1 479 0200

Lokaal nr.: 1890 555 509

Fax: +353 (0)1 479 0201

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.mainrecov_inbox@justice.ie

Een rekwirant kan de griffier van het bevoegde District Court om bijstand verzoeken met betrekking tot de vonnissen van deze rechtbank. Rekwiranten kunnen ook de hulp inschakelen van een wettelijke vertegenwoordiger. Zij kunnen in aanmerking komen voor rechtsbijstand, en moeten hiertoe contact opnemen met hun lokale centrum voor rechtsbijstand. Tot slot kunnen rekwiranten om bijstand verzoeken bij het FLAC (Free Legal Advice Centre - Centrum voor gratis rechtsbijstand). Dit is een onafhankelijke organisatie met vrijwilligers, die in het hele land een netwerk heeft van rechtsbijstandbureaus. Deze bureaus bieden kosteloos en vertrouwelijk advies.

In grensoverschrijdende zaken waarbij de onderhoudsplichtige in een ander rechtsgebied woont, kan de rekwirant een verzoek indienen via de centrale autoriteit voor de invordering van alimentatievorderingen (Central Authority for Maintenance Recovery), binnen het Department of Justice and Equality.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Het is mogelijk om telefonisch, schriftelijk of per e-mail contact op te nemen met de griffie van de bevoegde rechtbank of de bevoegde organisatie of u kunt ook direct een afspraak maken. Rekwiranten kunnen voor nadere informatie in het land waar zij wonen, de websites van de desbetreffende organisaties raadplegen.

De contactgegevens van de griffies van de rechtbanken zijn te vinden op de website van de juridische dienst (www.courts.ie).

Zie vraag 14.1 en de website van het Department of Justice and Equality (www.justice.ie) voor de contactgegevens van de Ierse centrale autoriteit voor de invordering van alimentatievorderingen uit het buitenland.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Zie vraag 14.1.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Zie vraag 14.2.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Een verzoeker/rekwirant hoeft niets te betalen voor de gerechtelijke procedure. Rekwiranten kunnen in deze zaken in aanmerking komen voor kosteloze rechtsbijstand. Nadat de Ierse centrale autoriteit hiertoe een verzoek heeft ontvangen, wordt dat verzoek, indien noodzakelijk, voor behandeling doorgestuurd naar de commissie voor rechtsbijstand (Legal Aid Board).

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

In artikel 51 wordt verwezen naar stappen die de centrale autoriteit onderneemt in verband met verzoeken ingediend op grond van de alimentatieverordening. Wat de verzoeken om uitvoerbaarverklaring betreft: deze worden momenteel door de Ierse centrale autoriteit aangevraagd bij het bureau van het hoofd van het High Court. De Ierse centrale autoriteit stuurt verzoeken om tenuitvoerlegging rechtstreeks door naar de district courts. Wat betreft de instelling van procedures zoekt de centrale autoriteit samen met de commissie voor rechtsbijstand naar een wettelijke vertegenwoordiger voor de verzoeker.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 08/04/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Griekenland

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

De term ‘alimentatie’ verwijst naar de primaire levensbehoeften van de mens, in de eerste plaats voedsel. In de praktijk heeft de term echter betrekking op alle levensbehoeften, ongeacht of het gaat om de onderhoudskosten van een persoon of om zijn/haar activiteiten op het gebied van onderwijs, cultuur en vrije tijd.

Alimentatieverplichtingen houden in dat er steungeld wordt betaald – in beginsel contant – waarmee in de levensbehoeften van de begunstigde kan worden voorzien.

De volgende personen zijn alimentatieplichtig, in volgorde van verwantschap:

a) de echtgeno(o)t(e), zelfs als hij/zij gescheiden is (als er sprake is van een alimentatieplicht na de scheiding);

b) descendenten jegens ascendenten in de volgorde van intestate erfopvolging;

c) ascendenten (ouders, grootouders: in geval van afwezigheid of onvermogen van ouders) jegens hun ongehuwde kinderen (biologisch of geadopteerd), in beginsel, zolang zij minderjarig zijn;

d) broers en zussen jegens broers en zussen, en

speciale gevallen van alimentatie zijn:

e) alimentatie die wordt betaald in het geval van scheiding van tafel en bed en na echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk, en

f) alimentatie die wordt betaald aan een ongehuwde moeder voor een buiten het huwelijk geboren kind voordat het erkend wordt.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Een kind heeft in beginsel recht op alimentatie van zijn ascendenten (ouders of grootouders) tot het volwassen is, d.w.z. tot het de leeftijd van 18 jaar bereikt.

Meerderjarige kinderen hebben eveneens recht op alimentatie, als zij studeren of hoger onderwijs of een beroepsopleiding volgen, en zij wegens hun studie niet kunnen werken en geen eigen vermogen hebben waarmee zij in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien.

Recht op alimentatie bestaat alleen voor wie niet zelf in zijn/haar onderhoud kan voorzien door zijn/haar vermogen of door bij zijn/haar leeftijd, gezondheidstoestand en levensomstandigheden passend werk, rekening houdend met onder meer zijn/haar eventuele behoeften aan opleiding. Minderjarige kinderen hebben, zelfs als ze een eigen vermogen hebben, recht op alimentatie van hun ouders als hun inkomsten uit hun vermogen of uit hun arbeid niet voor hun onderhoud volstaan. De alimentatieplicht geldt echter niet voor wie er wegens zijn/haar andere verplichtingen niet aan kan voldoen zonder dat zijn/haar eigen levensonderhoud in het gedrang komt; deze regel geldt echter niet voor het onderhoud van een minderjarig kind door zijn vader of moeder, tenzij het zich tot een andere alimentatieplichtige kan wenden of zichzelf door zijn/haar eigen vermogen kan onderhouden.

In het geval van voormalige echtgenoten:

Als één van de voormalige echtgenoten niet door zijn/haar eigen inkomen of vermogen in zijn/haar eigen onderhoud kan voorzien, heeft hij/zij het recht om van de andere alimentatie te eisen: 1) indien ten tijde van de echtscheiding zijn/haar leeftijd of gezondheidstoestand hem/haar verhindert door de uitoefening van een passend beroep in zijn/haar eigen onderhoud te voorzien, 2) indien hij/zij de hoede over een minderjarig kind heeft en hierdoor verhinderd wordt een passend beroep uit te oefenen, 3) indien hij/zij geen vaste passende betrekking vindt of behoefte heeft aan beroepsopleiding; in elk van die gevallen kan slechts voor een periode van ten hoogste drie jaar na de echtscheiding aanspraak worden gemaakt op alimentatie, of 4) in ieder ander geval waarin bij het uitspreken van de echtscheiding de toekenning van alimentatie om billijkheidsredenen nodig wordt geacht.

De alimentatie kan echter geweigerd of beperkt worden als daar ernstige redenen toe zijn, in het bijzonder als het huwelijk van korte duur is geweest of als de echtscheiding de schuld is van degene die er aanspraak op maakt of als die zich vrijwillig onvermogend heeft gemaakt.

De voormalige echtgenoten moeten elkaar nauwkeurige inlichtingen verstrekken over hun vermogen en hun inkomsten, voor zover nuttig voor het vaststellen van het bedrag van de alimentatie. Op een door één van de voormalige echtgenoten via de bevoegde procureur ingediend verzoek moet de werkgever, de administratieve dienst en de bevoegde belastinginspecteur alle nuttige inlichtingen over het vermogen van de andere echtgeno(o)t(e) en vooral over zijn/haar inkomsten verstrekken.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Gewoonlijk moet een rechthebbende zich tot de rechtbank wenden om alimentatie van de alimentatieplichtige te eisen.

Indien het verdrag van New York betreffende de invordering van onderhoudsbijdragen in het buitenland (wetgevingsdecreet nr. 4421/1964) van toepassing is, vraagt de instantie die verantwoordelijk is voor het indienen van het verzoek om alimentatie van een persoon die in een verdragsluitende staat verblijft bij de instantie van de verdragsluitende staat waarin de alimentatieplichtige verblijft – in Griekenland het ministerie van Justitie – om alle nodige maatregelen te nemen voor het innen van de alimentatie door de alimentatiegerechtigde. In de praktijk belast het ministerie van Justitie een advocaat met de erkenning van het recht of de tenuitvoerlegging van een beslissing van een buitenlandse rechtbank ten voordele van de buitenlandse begunstigde, die voor de Griekse rechtbanken alle toepasselijke rechtsmiddelen kan aanwenden.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

De persoon die voor een minderjarige de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt (een natuurlijke persoon: een ouder of een andere persoon, of een rechtspersoon, bijvoorbeeld een instelling) kan namens de minderjarige bij de rechtbank de toekenning van alimentatie eisen als hij/zij dat op grond van de wet (artikel 63 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering; WvBR) niet zelf kan.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De ten gronde bevoegde rechtbank voor alimentatievorderingen door een alimentatiegerechtigde tegen een alimentatieplichtige is de rechtbank van eerste aanleg met een alleensprekende rechter (artikel 17, lid 2, en artikel 681B WvBR).

De territoriaal bevoegde rechtbank is die van de woonplaats of de verblijfplaats van de alimentatiegerechtigde (artikel 39A WvBR) of van de verweerder/alimentatieplichtige, als de vordering samenhangt met huwelijksgeschillen of met geschillen tussen ouders en kinderen, of de rechtbank van de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten.

Bij urgentie of onmiddellijk dreigend gevaar kan de rechthebbende de territoriaal bevoegde rechtbank van eerste aanleg met een alleensprekende rechter vragen om in kort geding een voorlopige alimentatie toe te kennen, totdat in een gewone procedure een definitieve uitspraak wordt gedaan over het recht op alimentatie.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

De verzoeker moet een advocaat aanstellen om de alimentatievordering aanhangig te maken.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Bij een alimentatievordering moet de verweerder een voorschot op de gerechtskosten van de eiser betalen, dat echter niet hoger mag zijn dan 300 EUR (artikel 173, lid 4, WvBR). Indien de verweerder in dergelijke procedures vóór de terechtzitting geen bewijs van betaling heeft overgelegd aan de griffier, wordt de verweerder geacht verstek te hebben laten gaan, wat betekent dat tegen hem/haar een verstekvonnis kan worden uitgesproken (artikel 175 WvBR).

De eiser kan op grond van wet nr. 3226/2004 rechtsbijstand vragen als zijn/haar inkomen zeer laag is, door de vereiste bewijsstukken over te leggen, nadat hij/zij een afzonderlijk verzoek in kort geding heeft ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg met een alleensprekende rechter.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De alimentatie wordt door de rechtbank voor een duur van twee jaar vastgesteld, rekening houdend met wat voor een menswaardig bestaan nodig is en met de opleiding van de rechthebbende, alsook met de financiële draagkracht van de alimentatieplichtige. Na twee jaar of wanneer de omstandigheden op basis waarvan de rechtbank de alimentatie heeft toegekend, zijn gewijzigd, kan elk van de partijen, zowel de alimentatiegerechtigde als de alimentatieplichtige, een verzoek indienen tot – in het eerste geval – een nieuwe vaststelling van de alimentatie voor de komende twee jaar of – in het laatste geval – de wijziging van de beslissing en het opnieuw vaststellen van de alimentatie.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De alimentatie wordt in principe maandelijks vooraf aan de alimentatiegerechtigde zelf betaald.

Het alimentatiebedrag mag niet als bedrag ineens worden uitbetaald, behalve bij alimentatie na een scheiding (artikel 1443, onder b), van het burgerlijk wetboek).

Indien de alimentatiegerechtigde een minderjarig kind of een persoon onder curatele is, wordt de alimentatie betaald aan de ouder of vertegenwoordiger, of de door de rechtbank aangewezen verzorger, die vanzelfsprekend de nodige handelingen namens de alimentatiegerechtigde verricht.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Indien de alimentatieplichtige weigert te betalen, kan de rechthebbende genoegdoening proberen te krijgen door uitvoerend beslag op de eventuele goederen van de alimentatieplichtige.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

  • Het recht op alimentatie vervalt als de voorwaarden op basis waarvan zij werd toegekend hebben opgehouden te bestaan, of als de alimentatiegerechtigde of de alimentatieplichtige overlijdt; de vordering van de alimentatiegerechtigde tegen de alimentatieplichtige verjaart na vijf jaar, gerekend vanaf het ontstaan ervan.
  • Vorderingen van personen (d.w.z. een instelling) die alimentatie aan een alimentatiegerechtigde hebben betaald tegen de persoon die oorspronkelijk alimentatieplichtig was, verjaren na vijf jaar (artikel 250, lid 17, van het burgerlijk wetboek).
  • Een ongehuwde moeder is gerechtigd om gedurende een beperkte periode (twee maanden voorafgaand aan de geboorte en vier maanden of - in uitzonderlijke gevallen – maximaal één jaar na de geboorte) de kosten in verband met de bevalling en alimentatie te vorderen van de vader van het kind als het vaderschap is vastgesteld in een rechterlijke beschikking en de moeder in armoede leeft. De vordering van een ongehuwde moeder verjaart na drie jaar na de geboorte en kan ook worden ingesteld tegen de erfgenamen van de vader.
  • Het is toegestaan ten behoeve van de alimentatievordering beslag te leggen op maximaal de helft van het aan de alimentatieplichtige te betalen salaris, en deze beslaglegging is ook van toepassing op deposito’s bij kredietinstellingen (artikel 982, lid 2, onder d), en lid 3, WvBR).

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Nee, behalve in het geval van buitenlandse begunstigden. Zij kunnen zich wenden tot het ministerie van Justitie voor hulp bij het uitoefenen van hun rechten (zie antwoord op vraag 3).

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Niet in Griekenland.

(Behalve wanneer een instelling of een publieke of private rechtspersoon de zorg draagt voor een minderjarige; in dit geval berust de alimentatieverplichting doorgaans bij de instelling of rechtspersoon, en deze treedt dus ambtshalve in de plaats van de alimentatiegerechtigde voor wat betreft zijn/haar rechten (artikel 1490 van het burgerlijk wetboek). Onder geen beding mag echter worden geëist dat een alimentatievordering, zelfs als deze door de rechter is erkend, vooraf wordt betaald aan een minderjarige die recht heeft op alimentatiebetaling door een andere alimentatieplichtige.)

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Op grond van het bepaalde in de artikelen 51 en 56 van de bovengenoemde verordening, heeft de centrale autoriteit van de lidstaat van een persoon die een verzoek tot toekenning van alimentatie indient de volgende taken: a) samenwerken met de centrale autoriteit van de lidstaat van de alimentatieplichtige wat betreft het doorsturen en in ontvangst nemen van de betreffende verzoeken; b) procedures in verband met deze verzoeken aanhangig maken of het aanhangig maken ervan vergemakkelijken. Met betrekking tot deze verzoeken nemen de centrale autoriteiten alle passende maatregelen om: a) wanneer de omstandigheden het vereisen, rechtsbijstand te verlenen of de verkrijging van rechtsbijstand te vergemakkelijken; b) de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde te helpen identificeren, met name conform de artikelen 61, 62 en 63 van de verordening; c) te assisteren bij de verkrijging van relevante informatie over het inkomen en, indien nodig, de financiële situatie van de alimentatieplichtige of de alimentatiegerechtigde, met inbegrip van hun vermogen, met name conform de artikelen 61, 62 en 63; d) indien passend door de gebruikmaking van bemiddeling, verzoening of soortgelijke methoden te streven naar een minnelijke schikking met het oog op de vrijwillige betaling van alimentatie; e) de verdere tenuitvoerlegging van beslissingen inzake alimentatieverplichtingen, met inbegrip van vertragingsrente, te vergemakkelijken; f) de inning en de snelle overmaking van alimentatiebetalingen te vergemakkelijken; g) de verkrijging van schriftelijk of ander bewijs te vergemakkelijken, onverminderd Verordening (EG) nr. 1206/2001; h) bijstand te verlenen bij de vaststelling van de afstamming wanneer dat nodig is voor de inning van alimentatie; i) procedures aanhangig te maken of het aanhangig maken ervan te vergemakkelijken, ter verkrijging van voorlopige maatregelen van territoriale aard die ertoe strekken dat een aanhangig verzoek om alimentatie tot resultaat leidt; j) de kennisgeving of de betekening van stukken te vergemakkelijken, onverminderd Verordening (EG) nr. 1393/2007.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

U kunt zich wenden tot de centrale dienst van het ministerie van Justitie, Mesogeion Ave. 96, Athene - Griekenland, PC 11527, tel. +30 210 776 73 22    De link wordt in een nieuw venster geopend. civilunit@justice.gov.gr

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Griekenland is gebonden door het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen. Volgens het Protocol worden onderhoudsverplichtingen beheerst door het recht van de lidstaat waar de onderhoudsgerechtigde zijn/haar gewone verblijfplaats heeft, dus als de onderhoudsgerechtigde in Griekenland woont, is het Griekse recht van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad voorziet in het recht op rechtsbijstand, met inbegrip van juridisch advies ter beslechting van een geschil voordat dit aan de rechter wordt voorgelegd, juridische bijstand om een zaak bij een rechterlijke of andere autoriteit aanhangig te maken en vertegenwoordiging in rechte, de vrijstelling van of de tegemoetkoming in de proceskosten, en het honorarium van lasthebbers die zijn aangewezen om in de procedure op te treden. In lidstaten waar de in het ongelijk gestelde partij wordt verwezen in de kosten van de wederpartij, indien de begunstigde van de rechtsbijstand de zaak verliest, omvat dit de door de wederpartij gemaakte kosten, die zouden zijn gedekt indien de begunstigde zijn gewone verblijfplaats zou hebben in de lidstaat waar de zaak aanhangig is gemaakt, de kosten van vertolking, de kosten van vertaling van de voor de afdoening van de zaak benodigde stukken die door de rechter of de bevoegde autoriteit worden verlangd en door de begunstigde van de rechtsbijstand worden overgelegd, en de reiskosten die voor rekening van de begunstigde van de rechtsbijstand komen, voor zover de wet of het gerecht van de betreffende lidstaat verlangt dat, wanneer de zaak voorkomt, de bij het aanhangig maken van de zaak betrokken personen zelf ter terechtzitting aanwezig zijn en de rechter beslist dat zij niet anderszins ten genoegen van de rechter kunnen worden gehoord.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De centrale autoriteit heeft onder andere regelmatig contact met de bevoegde instanties om: a) de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde te helpen identificeren; b) te assisteren bij de verkrijging van relevante informatie over het inkomen en, indien nodig, het vermogen van de alimentatieplichtige of de alimentatiegerechtigde, het lokaliseren van goederen daaronder begrepen, en c) te streven naar vrijwillige betaling van alimentatie.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 16/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Spanje

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Alimentatie omvat alles wat nodig is voor levensonderhoud, huisvesting, kleding en medische zorg.

Zij omvat ook onderwijs en opleiding van de onderhoudsgerechtigde zolang hij of zij minderjarig is, en ook wanneer hij of zij al meerderjarig is maar nog studeert om redenen die niet aan hem of haar te wijten zijn. Tijdens de (echt)scheidingsprocedure kan om alimentatie worden verzocht voor kinderen die in de gezinswoning wonen en nog niet financieel zelfstandig zijn.

Kosten voor zwangerschap en bevalling zijn inbegrepen in de alimentatie voor zover deze niet anderszins worden vergoed.

Aan de volledige reikwijdte van deze verplichting moet wederzijds worden voldaan door:

1 - de echtgenoten onderling;

2 - verwanten in opgaande en neergaande lijn.

Broers en zussen hoeven enkel in elkaars noodzakelijke behoeften te voorzien wanneer dit nodig is, om redenen die niet te wijten zijn aan de onderhoudsgerechtigde, en deze zorg wordt in voorkomend geval uitgebreid met zorg die noodzakelijk is voor hun opleiding.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Voor kinderen totdat ze meerderjarig worden (in Spanje, achttien jaar), behalve wanneer een minderjarige over voldoende eigen inkomsten beschikt. Ook nadat kinderen meerderjarig zijn geworden, blijft de onderhoudsplicht jegens hen bestaan zolang ze buiten hun schuld niet financieel onafhankelijk zijn, hun opleiding niet hebben voltooid of geen werk hebben. Voor minderjarigen moet ook rekening worden gehouden met de artikelen van het burgerlijk wetboek (BW) waarin de gemeenschappelijke rechtsgevolgen van nietigverklaring, scheiding van tafel en bed en echtscheiding zijn geregeld (de artikelen 90 e.v.).

Zolang een kind minderjarig is, heeft alimentatie de voorkeur. Het is een prioritaire verplichting waaraan de onderhoudsplichtige niet kan ontkomen.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Verzoeken moeten worden ingediend bij de gewone rechtbanken; zij worden behandeld door de rechtbanken van eerste aanleg.

Wat zijn de hoofdelementen van de procedure?

Het gaat om een mondelinge procedure. Wanneer om alimentatie wordt verzocht als aanvullende maatregel bij scheiding van tafel en bed of echtscheiding, of als maatregel voor ouder en kind als de ouders uit elkaar gaan, wordt een dergelijke mondelinge procedure gevolgd met een aantal specifieke kenmerken.

Met de afkondiging van de noodtoestand [koninklijk besluit 463/20 van 14 maart 2020 voor het beheer van de crisissituatie in de gezondheidszorg als gevolg van COVID-19 (RD 463/20 de 14 de marzo para la gestión de la situación de la crisis sanitaria originada por el COVID 19)] en in het bijzonder de publicatie, op het gebied van justitie, van koninklijk besluit 16/20 van 18 april 2020 betreffende procedurele en organisatorische maatregelen om het hoofd te bieden aan COVID-19 (RD 16/20 de 18 de abril de medidas procesales y organizativas para hacer frente al COVID-19), is er voor de duur van de noodsituatie een speciale summiere procedure voor familierechtelijke zaken ingevoerd (in de artikelen 3 tot en met 5) ten aanzien van verzoeken om herziening van definitieve maatregelen ter uitvoering van het bepaalde in artikel 774 van wet 1/2000 van 7 januari 2000 betreffende de burgerlijke rechtsvordering (Ley 1/2000, de 7 de enero, de Enjuiciamiento Civil) inzake huishoudelijke uitgaven, betalingen tussen de echtgenoten en kinderalimentatie, als het verzoek is ingegeven door een substantieel gewijzigde financiële situatie van de echtgenoten en de ouders als gevolg van de gezondheidscrisis ontstaan door toedoen van COVID-19, evenals voor geschillen in verband met verzoeken om oplegging of herziening van een alimentatieverplichting, als het verzoek is ingegeven door een substantieel gewijzigde financiële situatie van de alimentatieplichtige echtgeno(o)t(e) als gevolg van de gezondheidscrisis ontstaan door toedoen van COVID-19.

In alle zaken waarop dit artikel geen betrekking heeft, is wet 1/2000 van 7 januari betreffende de burgerlijke rechtsvordering aanvullend van toepassing voor het verloop van de mondelinge procedure.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

De vordering moet in beginsel in persoon door de belanghebbende worden ingesteld, behalve wanneer deze minderjarig is, in welk geval zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger, de openbare aanklager (el Fiscal) of het agentschap voor de bescherming van kinderen de vordering moet instellen. De vordering kan echter ook via een wettelijke vertegenwoordiger worden ingediend, mits die vertegenwoordiger ten overstaan van een notaris, griffier of Spaanse consul een daartoe strekkende volmacht is gegeven.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De hoofdregel is dat de rechtbank van de woonplaats van de alimentatieplichtige bevoegd is. Wanneer meerdere personen gezamenlijk alimentatieplichtig zijn (vader en moeder), is de rechtbank van de woonplaats van een van hen bevoegd. Wanneer de alimentatieplichtige niet in Spanje woont, is de rechtbank van zijn/haar laatst bekende woonplaats in Spanje bevoegd. In alle andere omstandigheden is de rechtbank van de woonplaats van de alimentatiegerechtigde bevoegd.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

De belanghebbende moet bij het proces aanwezig zijn, worden verdedigd door een advocaat en zich laten vertegenwoordigen door een procesvertegenwoordiger.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

In Spanje zijn aan vorderingen die uitsluitend betrekking hebben op alimentatie geen proceskosten verbonden, uitgezonderd de honoraria van advocaten, procesvertegenwoordigers en deskundigen die worden ingeschakeld.

De honoraria van advocaten en procesvertegenwoordigers zijn gerelateerd aan de hoogte van de vordering. Er is voorzien in financiële bijstand voor proceskosten voor de gevallen waarin de eiser of verweerder over onvoldoende financiële middelen beschikt en overeenkomstig de tabellen van artikel 3 van wet nr. 1/1996 van 10 januari 1996 inzake kosteloze rechtsbijstand recht op kosteloze rechtsbijstand heeft. De bijstand behelst de toevoeging van een advocaat of procesvertegenwoordiger voor het instellen van een vordering in rechte en het betalen van eventuele andere gerechtskosten, zoals vergoedingen voor getuige-deskundigen en de kosten van openbare bekendmakingen.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

In de meeste gevallen wordt een periodieke uitkering vastgesteld die, overeenkomstig de wet, maandelijks moet worden vooruitbetaald. Het is zeer ongebruikelijk dat een regeling wordt getroffen die voorziet in de betaling van een eenmalig bedrag: dat gebeurt alleen wanneer achterstallige alimentatie moet worden voldaan, wanneer de schuldenaar geen onroerende zaken op Spaans grondgebied bezit en dit de beste manier is om toekomstige betalingen te waarborgen, of wanneer de partijen dit overeenkomen. De rechter bepaalt de hoogte van de alimentatie volgens een abstracte wettelijke regel die is gebaseerd op een drievoudige proportionaliteit: de behoeften van de alimentatiegerechtigde, de financiële middelen van de alimentatieplichtige en de financiële middelen van anderen die eveneens alimentatieplichtig zijn en in dezelfde mate aan de alimentatie moeten bijdragen als de verweerder. In de beslissing waarin de hoogte van de alimentatie wordt vastgesteld, wordt ook vermeld op welke wijze de alimentatie in de loop van de tijd wordt aangepast. Die aanpassing gebeurt automatisch en moet door de alimentatieplichtige worden toegepast. Als hij/zij dat verzuimt, wordt de alimentatie op verzoek van de alimentatiegerechtigde door de rechter aangepast. De hoogte van de alimentatie kan worden gewijzigd (steeds op verzoek van de belanghebbende) als de feiten en omstandigheden op basis waarvan de alimentatie eerder is vastgesteld, wezenlijk zijn veranderd: de alimentatie wordt verhoogd als de financiële situatie van de alimentatieplichtige is verbeterd of de situatie van de alimentatiegerechtigde is verslechterd (bijvoorbeeld als gevolg van een ziekte) en deze een hogere alimentatie nodig heeft; de alimentatie wordt verlaagd als de situatie van de alimentatieplichtige is verslechterd of de alimentatiegerechtigde beter in zijn levensonderhoud kan voorzien. Tot slot kan de alimentatie worden beëindigd als de gronden waarop ze is toegekend, zijn weggevallen.

De Spaanse algemene raad voor de rechterlijke macht heeft tabellen opgesteld waarmee de alimentatievergoedingen kunnen worden berekend. De tabellen zijn voor het laatst bijgewerkt in mei 2019. De bedragen in deze tabellen vormen een indicatie en zijn gebaseerd op de behoeften van kinderen. Bij de berekening wordt gekeken naar de inkomens van de ouders en het aantal kinderen in het huishouden. Kosten voor huisvesting en scholing zijn hierin niet meegenomen. Het definitieve alimentatiebedrag moet op basis van die kosten dan ook worden gecorrigeerd. Deze informatie is beschikbaar op:

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.poderjudicial.es/cgpj/es/Servicios/Utilidades/Calculo-de-pensiones-alimenticias/

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie wordt gewoonlijk in geld voldaan. Er zijn twee uitzonderingen op deze regel: de alimentatieplichtige kan ervoor kiezen om aan zijn/haar verplichtingen te voldoen door de alimentatiegerechtigde in zijn/haar eigen huis voedsel en onderdak te geven. Deze mogelijkheid wordt in de rechtspraak evenwel sterk beperkt als een goede verstandhouding tussen de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde niet is gewaarborgd; betaling middels de overdracht van goederen of rechten gebeurt bij hoge uitzondering; hiervan wordt alleen gebruik gemaakt om achterstallige alimentatie te voldoen, wanneer het risico bestaat dat de goederen verdwijnen of wanneer de alimentatieplichtige geen goederen op Spaans grondgebied heeft. De alimentatie wordt rechtstreeks aan de alimentatiegerechtigde betaald, gewoonlijk door overboeking op een bankrekening. Als de alimentatiegerechtigde minderjarig of handelingsonbekwaam is, vindt betaling plaats aan zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger.

In procedures betreffende (echt)scheiding of rechtsbetrekkingen tussen ouders en kinderen aanvaarden rechtbanken als betalingswijzen van alimentatie rechtstreekse betaling aan de onderhoudsgerechtigde van bepaalde kosten voor de minderjarige (zoals kosten voor school en de ziektekostenverzekering).

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

In dat geval kan de alimentatiegerechtigde een vordering instellen tot uitvoering van de alimentatiebeslissing. In Spanje bestaan de volgende maatregelen voor uitvoering: inhouding van loon (waarbij rekening moet worden gehouden met het door de rechter bepaalde bestaansminimum); inhouding van belastingteruggave; beslaglegging op bankrekeningen; inhouding van socialezekerheidsuitkeringen; beslaglegging op en openbare verkoop van goederen. In bepaalde gevallen kan het niet betalen van alimentatie een strafbaar feit vormen waarop gevangenisstraf staat.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

In tegenstelling tot wat bij bank- en goederenbeslagen in verband met andere schulden het geval is, gelden bij beslagen in verband met alimentatieschulden geen beperkingen ten aanzien van de hoogte van het beslag. Procedures inzake de gedwongen uitvoering van de onderstaande verplichtingen moeten binnen vijf jaar worden ingeleid.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Bij vorderingen betreffende alimentatie ten behoeve van minderjarigen of personen die handelingsonbekwaam zijn, kan het openbaar ministerie als vertegenwoordiger van die personen optreden.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Met wet nr. 42/2006 van 28 december 2006 en koninklijk besluit nr. 1618/2007 van 7 december 2007 is het "garantiefonds voor de betaling van alimentatie" opgericht. Dit fonds heeft geen rechtspersoonlijkheid. Het fonds heeft tot doel te waarborgen dat erkende en niet-betaalde alimentatievergoedingen die zijn vastgesteld in een door de rechter gevalideerde overeenkomst of in een gerechtelijke beslissing in procedures betreffende de scheiding van tafel en bed, echtscheiding, nietigverklaring van het huwelijk, afstamming of alimentatie, aan minderjarigen worden betaald middels de storting van een bedrag dat een voorschot vormt.

Deze aanspraak op een voorschot uit het fonds ontstaat alleen als de uitspraak waarin de alimentatie wordt erkend, is gedaan door een Spaanse rechtbank.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja, ingevolge EU-verordeningen en door Spanje geratificeerde internationale verdragen betreffende de inning van alimentatie kan een alimentatiegerechtigde om hulp verzoeken bij de Spaanse centrale autoriteit, die ressorteert onder het ministerie van Justitie.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Via alle beschikbare middelen bij het subdirectoraat-generaal Internationale juridische samenwerking (Subdirección General de Cooperación Jurídica Internacional), dat ressorteert onder het ministerie van Justitie. Calle San Bernardo No 62, 28071 Madrid. Tel. +34 91390-2228/2295/4437; Fax: +34 913904457

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Een alimentatiegerechtigde die in een andere lidstaat woont, kan zich richten tot de centrale autoriteit van die lidstaat, aan die autoriteit stukken overleggen waaruit blijkt dat hem/haar alimentatie is toegekend en haar verzoeken om bij de Spaanse centrale autoriteit een verzoek in te dienen tot het instellen van een uitvoeringsprocedure in Spanje. Dit gebeurt overeenkomstig EU-verordeningen en door Spanje geratificeerde internationale verdragen betreffende de inning van alimentatie.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Overeenkomstig de door de autoriteiten van de betreffende staat gestelde voorwaarden.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja, de Europese Unie (en dus ook Spanje) heeft dit protocol op 8 april 2010 geratificeerd.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Ingevolge Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 8 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de uitvoering van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, hebben de partijen in een geschil in de zin van deze verordening, onder de voorwaarden bepaald in het betrokken hoofdstuk, in een andere lidstaat daadwerkelijke toegang tot de rechter, met name wat de uitvoeringsprocedures en de rechtsmiddelen betreft. Overigens biedt de aangezochte lidstaat kosteloze rechtsbijstand voor alle door een onderhoudsgerechtigde op grond van artikel 56 ingediende verzoeken betreffende onderhoudsverplichtingen jegens een persoon jonger dan 21 jaar die voortvloeien uit een ouder-kindrelatie.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Aan wet nr. 1/1996 van 10 januari 1996 betreffende kosteloze rechtsbijstand is een hoofdstuk VIII toegevoegd over kosteloze rechtsbijstand in grensoverschrijdende geschillen binnen de EU (Asistencia jurídica gratuita en los litigios transfronterizos de la Unión Europea), waarin het recht op kosteloze rechtsbijstand zowel is geregeld voor natuurlijke personen die EU-burger zijn als voor natuurlijke personen die onderdaan van een derde land zijn en legaal in een van de lidstaten verblijven.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 11/01/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Frankrijk

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

In het Franse recht wordt onder een onderhoudsverplichting verstaan de verplichting die de wet oplegt aan degenen die over de middelen beschikken om te voorzien in de behoeften van een andere persoon met wie zij door een familieband of huwelijk zijn verbonden. Er zijn dus verschillende mensen aan wie deze onderhoudsverplichting (alimentatieverplichting) ten goede kan komen, zoals:

  • een echtgeno(o)t(e) kan alimentatie ontvangen van zijn/haar echtgeno(o)t(e) (de artikelen 212 en 214 van het burgerlijk wetboek (code civil)),
  • kinderen kunnen alimentatie ontvangen van hun ouders (de artikelen 203, 371-2 en 373-2-2 van het burgerlijk wetboek),
  • vaders, moeders en andere bloedverwanten in opgaande lijn kunnen alimentatie ontvangen van hun kinderen (artikel 205 van het burgerlijk wetboek),
  • schoonvaders en schoonmoeders kunnen alimentatie ontvangen van hun schoonzonen en schoondochters (artikel 206 van het burgerlijk wetboek),
  • een behoeftige overlevende echtgenoot (artikel 767 van het burgerlijk wetboek).

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Wat de onderhoudsverplichting jegens kinderen betreft, is er geen wettelijke leeftijdsgrens: de onderhouds- en opvoedingsverplichting van de ouders eindigt niet automatisch wanneer het kind wettelijk meerderjarig wordt (artikel 371-2 van het burgerlijk wetboek). Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee perioden:

  • zolang het kind minderjarig is of, indien het meerderjarig is, totdat het financieel onafhankelijk is, hebben de ouders een onderhouds- en opvoedingsverplichting jegens hun kind om het de nodige garanties voor zijn ontwikkeling en opvoeding te bieden;
  • zodra de onderhouds- en opvoedingsverplichting komt te vervallen, zijn de algemene regels inzake onderhoudsverplichtingen van toepassing, op grond waarvan de eiser zijn behoeften moet bewijzen (de artikelen 205 en 207 van het burgerlijk wetboek).

De alimentatie kan geheel of gedeeltelijk rechtstreeks aan het kind worden betaald zodra het meerderjarig is geworden.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Als de alimentatie niet vrijwillig wordt betaald, moet de alimentatiegerechtigde, zijn vertegenwoordiger of de persoon die zijn hoofdverzorger is een rechtsvordering instellen met het verzoek het te betalen bedrag vast te stellen en de alimentatieplichtige te gelasten dat bedrag te betalen.

Een alimentatievordering kan het hoofdonderwerp van de vordering zijn of kan worden ingesteld in het kader van bijvoorbeeld een echtscheidingsprocedure of een procedure om vast te stellen hoe het ouderlijk gezag moet worden uitgeoefend.

Wat alimentatievorderingen tussen volwassenen betreft, moet de persoon die een alimentatievordering instelt, bewijzen dat hij behoeftig is en niet in staat is in zijn eigen onderhoud te voorzien. Indien de alimentatiegerechtigde echter zelf ernstig heeft nagelaten zijn verplichtingen jegens de alimentatieplichtige na te komen, kan de rechter de alimentatieplichtige ontslaan van de verplichting tot volledige of gedeeltelijke betaling van de alimentatieschuld (artikel 207 van het burgerlijk wetboek).

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

In het Franse recht worden minderjarigen niet als alimentatiegerechtigden beschouwd: alleen de ouder of de derde die voor het kind zorgt, heeft die hoedanigheid en kan tegen de andere ouder of ouders optreden om hem/haar/hen een bijdrage te doen betalen voor de opvoeding en het onderhoud van het kind.

Sociale diensten kunnen op grond van artikel 205 van het burgerlijk wetboek (artikel L132-7 van het wetboek maatschappelijk welzijn en gezin (code de l'action sociale et des familles)) namens de alimentatiegerechtigde optreden indien deze daartoe niet bevoegd is.

Ziekenhuizen en publieke zorginstellingen/verzorgingsinstellingen kunnen zich rechtstreeks wenden tot personen die alimentatie verschuldigd zijn aan iemand die in het ziekenhuis is opgenomen (artikel L6145-11 van het wetboek volksgezondheid (code de la santé publique)).

Een persoon die onder voogdij staat, moet door zijn voogd worden vertegenwoordigd (artikel 475 van het burgerlijk wetboek).

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De vordering moet worden ingesteld bij een familierechter (juge aux affaires familiales) bij een regionale rechtbank (tribunal de grande instance) (artikel L. 213-3 van het wetboek gerechtelijke organisatie (code de l’organisation judiciaire)).

Behoudens de toepassing van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, is in artikel 1070 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (code de procédure civile) bepaald dat de bevoegde familierechter:

  • de rechter is van de plaats waar de gezinswoning gelegen is;
  • indien de ouders gescheiden wonen, de rechter is van de woonplaats van de ouder bij wie de minderjarige kinderen gewoonlijk wonen in het geval van gezamenlijk ouderlijk gezag, of de rechter is van de woonplaats van de ouder die als enige het ouderlijk gezag uitoefent; in andere gevallen de rechter is van de woonplaats van de persoon die de procedure niet heeft ingesteld.

In het geval van een gezamenlijke vordering ligt de bevoegdheid overeenkomstig de keuze van de partijen bij de rechter van de woonplaats van een van de partijen.

Indien het geschil echter uitsluitend betrekking heeft op de alimentatie voor de echtgeno(o)t(e), de bijdrage aan het onderhoud en de opvoeding van een kind, de bijdrage in de kosten van het huwelijk of een compenserende vergoeding, kan de bevoegdheid liggen bij de rechter van de woonplaats van de alimentatiegerechtigde echtgeno(o)t(e) of de ouder die de hoofdverzorger van de kinderen is, ook als ze meerderjarig zijn.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

De procedure is een mondelinge procedure en vereist geen vertegenwoordiging: eisers kunnen persoonlijk voor de rechter verschijnen met de nodige bewijsstukken.

De procedure kan worden ingesteld door middel van een dagvaarding (via een gerechtsdeurwaarder) of gewoon door een aan de rechtbank gericht verzoek.

Wanneer in het kader van een gerechtelijke echtscheidingsprocedure alimentatie wordt gevorderd, moet de eiser zich laten vertegenwoordigen door een advocaat met vertegenwoordigingsrecht (avocat).

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Er zijn geen gerechtskosten in eerste aanleg. Voor een beroepsprocedure wordt 225 EUR aangerekend.

Onder bepaalde financiële omstandigheden kunnen eisers rechtsbijstand krijgen.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Een bijdrage aan het onderhoud en de opvoeding van een kind kan de volgende vormen aannemen:

  • een maandelijkse betaling aan de alimentatiegerechtigde ouder (meest gebruikelijk);
  • directe betaling van namens het kind gemaakte kosten;
  • recht van gebruik en bewoning van een eigendom van de alimentatieplichtige, of afstand van goederen in vruchtgebruik, of toewijzing aan de alimentatiegerechtigde van goederen die inkomsten genereren.

De bijdrage wordt berekend op basis van de middelen van elk van de ouders en de behoeften van het kind. Sinds 2010 publiceert het ministerie van Justitie (Ministère de la justice) een referentietabel, louter ter indicatie, opgesteld op basis van het inkomen van de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde, het aantal kinderen voor wie ze de zorg hebben en de omvang van het bezoekrecht en de huisvesting. De rechter voorziet systematisch in een indexering van de bijdrage (op basis van de algemene prijsindex voor de consumptie door stedelijke huishoudens).

Overige onderhoudsbijdragen:

Bij de vaststelling van het bedrag van een bijdrage door een echtgeno(o)t(e) in de kosten van het huwelijk moet de rechter rekening houden met alle door de betrokkene gemaakte kosten die nuttige of noodzakelijke kosten zijn. Dit neemt de vorm aan van een financiële betaling, het nemen van verantwoordelijkheid voor een lening of zelfs de bewoning van de echtelijke woning.

Indien in een echtscheidingsprocedure aan een van de echtgenoten alimentatie wordt toegekend op basis van de hulpverplichting, kan worden besloten dat een deel van de maandelijkse betalingen voor een lening wordt overgenomen; de rechtbanken geven echter de voorkeur aan de betaling van een maandelijks bedrag. Dit bedrag wordt vastgesteld op basis van de levensstandaard waarop de eisende echtgeno(o)t(e) aanspraak kan maken, gelet op de hoedanigheid van zijn/haar echtgeno(o)t(e).

Alimentatie voor bloedverwanten in opgaande lijn en schoonouders wordt slechts toegekend in verhouding tot de behoefte van de eiser en de rijkdom van de persoon die de alimentatie dient te betalen. Afhankelijk van de omstandigheden in de zaak kan de rechter, zelfs ambtshalve, een door de geldende wetgeving (artikel 208 van het burgerlijk wetboek) toegestane clausule inzake de aanpassing van die alimentatie opnemen.

Een herziening van de alimentatie is altijd mogelijk, mits de eiser kan bewijzen dat een nieuw element van invloed is op de middelen van de alimentatiegerechtigde en/of alimentatieplichtige en/of de behoeften van het kind/de alimentatiegerechtigde.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

In het burgerlijk wetboek is er geen voorkeur voor een bepaalde wijze van betaling opgenomen. De wijze van betaling kan worden bepaald in een overeenkomst tussen de partijen. Bij gebrek aan een dergelijke overeenkomst bepaalt de rechter de wijze van betaling in zijn beslissing.

De alimentatie wordt rechtstreeks betaald aan de alimentatiegerechtigde of aan de sociale dienst, het ziekenhuis of de publieke verzorgings- of zorginstelling die namens de alimentatiegerechtigde een rechtsvordering heeft ingesteld.

Er wordt op gewezen dat in het geval van een bijdrage aan het onderhoud van een kind de alimentatie geheel of gedeeltelijk kan worden vervangen door de betaling van een geldbedrag aan een erkende instantie die belast is met de verstrekking van een geïndexeerd inkomen aan het kind (artikel 373-2-3 van het burgerlijk wetboek). De rechter kan ook beslissen dat de alimentatie rechtstreeks aan het meerderjarige kind wordt uitbetaald.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als de alimentatiegerechtigde over een executoriale titel beschikt, kan hij een gerechtsdeurwaarder rechtstreeks opdracht geven om een executiemaatregel ten uitvoer te leggen met betrekking tot het vermogen van de alimentatieplichtige (behalve voor de beslaglegging op een onroerende zaak of loon, waarvoor een voorafgaande rechterlijke beslissing vereist is). Gerechtsdeurwaarders hebben ruime onderzoeksbevoegdheden om samen met de autoriteiten de informatie te vinden die nodig is om de alimentatieplichtige of zijn goederen te lokaliseren.

De belangrijkste tenuitvoerleggingsprocedures die een alimentatiegerechtigde kan laten toepassen, zijn de volgende:

  • procedure van directe betaling (de artikelen L 213-1 en R 213-1 e.v. van het wetboek van tenuitvoerlegging van civielrechtelijke beslissingen (code des procédures civiles d’exécution)): de laatste zes maanden van achterstallige alimentatie en de huidige alimentatie kunnen worden ingevorderd. De gerechtsdeurwaarder stelt de derde (werkgever, bank of een derde-schuldenaar van de alimentatieplichtige) in kennis van zijn verplichting om de alimentatie rechtstreeks aan de deurwaarder te betalen;
  • loonbeslag (de artikelen L 3252-1 en R 3252-1 e.v. van het arbeidswetboek (code du travail)): het is een rechter van een districtsrechtbank (juge d’instance) die opdracht moet geven om over te gaan tot loonbeslag;
  • derdenbeslag (de artikelen L 211-1, L 162-1, R 211-1 en R 162-1 e.v. van het wetboek van tenuitvoerlegging van civielrechtelijke beslissingen) staat toe dat beslag wordt gelegd op schulden aan de alimentatieplichtige (meestal beslag op een bankrekening);
  • beslag voor verkoop (de artikelen L 221-1 en R 221-1 e.v. van het wetboek van tenuitvoerlegging van civielrechtelijke beslissingen): beslag op materiële goederen (televisie, auto enz.);
  • beslag op onroerende zaken (de artikelen L 311-1 en R 311-1 e.v. van het wetboek van tenuitvoerlegging van civielrechtelijke beslissingen): het gaat hier om onroerende zaken die eigendom zijn van de alimentatieplichtige. Het is de uitvoeringsrechter (juge de l’exécution) die opdracht moet geven om de onroerende zaak te verkopen.

De kosten van gerechtsdeurwaarders zijn volledig voor rekening van de alimentatieplichtige.

In een strafrechtelijke procedure kan de alimentatieplichtige worden veroordeeld voor het in de steek laten van het gezin. Dit strafbare feit kan worden bestraft met een gevangenisstraf van twee jaar en een boete van 15 000 EUR (artikel 227-3 van het wetboek van strafrecht (code penal)).

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

De verjaringstermijn voor alimentatie bedraagt 5 jaar te rekenen vanaf elke datum waarop de betaling ervan verschuldigd werd (artikel 2224 van het burgerlijk wetboek).

De procedure voor directe betalingen mag niet worden toegepast voor betalingsachterstanden van meer dan zes maanden. Dat sluit niet uit dat andere methoden voor tenuitvoerlegging kunnen worden toegepast om dergelijke betalingsachterstanden in te vorderen.

De tenuitvoerleggingsprocedure moet beperkt blijven tot wat noodzakelijk lijkt voor de invordering van de schuld en er mag geen sprake zijn van misbruik bij de keuze van de tenuitvoerleggingsmaatregelen.

Het is bij wet verboden bepaalde activa in beslag te nemen: onderhoudsbijdragen, roerende zaken die noodzakelijk zijn voor het leven en werk van de alimentatieplichtige, goederen die essentieel zijn voor gehandicapten, bepaalde uitkeringen en kinderbijslagen. Op een bankrekening kunnen alleen bedragen boven het minimuminkomen (actief solidariteitsinkomen (le revenu de solidarité active) voor een alleenstaande in beslag worden genomen. In het geval van loonbeslag wordt het bedrag dat in beslag mag worden genomen, bepaald op basis van het loon en de personen ten laste van de alimentatieplichtige.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Organisaties die verantwoordelijk zijn voor de betaling van kinderbijslag kunnen onder bepaalde voorwaarden de rechten van een alimentatiegerechtigde overnemen. In dat geval kunnen zij namens de alimentatiegerechtigde een gerechtelijke procedure starten. Als de private tenuitvoerleggingsprocedure niet het beoogde resultaat heeft, is het ook mogelijk de procureur-generaal (procureur de la République) te verzoeken om via de openbare accountant (comptable public) een openbare invorderingsprocedure in gang te zetten.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Onder bepaalde voorwaarden kunnen organisaties die verantwoordelijk zijn voor de betaling van kinderbijslag de alimentatiegerechtigde een toelage betalen als voorschot op de verschuldigde alimentatie.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Als de alimentatieplichtige zijn woonplaats in een ander land heeft en de alimentatiegerechtigde zich in Frankrijk bevindt, kan de alimentatiegerechtigde contact opnemen met het bureau voor de invordering van alimentatieschulden (Bureau de Recouvrement des Créances Alimentaires (RCA)) van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Internationale Ontwikkeling (Ministère des Affaires Étrangères et du Développement International). Het bureau zal dan contact opnemen met de centrale autoriteit van het land waar de schuldenaar verblijft om de schuld in te vorderen.

De alimentatiegerechtigde kan ook contact opnemen met het kinderbijslagfonds (Caisse d’Allocations Familiales (CAF)), dat financiële steun kan bieden als de alimentatieplichtige niet betaalt, zelfs als de alimentatieplichtige zich in het buitenland bevindt.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Contact opnemen met de Franse centrale autoriteit kan per brief, telefoon of e-mail:

Ministère des affaires étrangères et du développement international

Bureau de recouvrement des créances alimentaires

27, rue de la Convention

CS 91533

75732 Paris Cedex 15

Tel: + 33 (0) 1 43 17 91 99

Fax: +33 (0)1 43 17 81 97

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.obligation.alimentaire@diplomatie.gouv.fr

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Als de schuldenaar in Frankrijk woont en de schuldeiser in het buitenland verblijft, moet de schuldeiser contact opnemen met de centrale autoriteit van het land waar hij verblijft. De centrale autoriteit die de schuldvordering indient, zal dan contact opnemen met de Franse centrale autoriteit (het bureau voor de invordering van alimentatieschulden, dat onder het ministerie van Buitenlandse Zaken ressorteert), die de nodige maatregelen zal nemen om de schuld in te vorderen.

Indien een alimentatiegerechtigde over een beslissing tot tenuitvoerlegging beschikt, kan hij ook rechtstreeks een gerechtsdeurwaarder opdracht geven om de schuld in te vorderen (zonder via de centrale autoriteiten te gaan). In dat geval kan de alimentatiegerechtigde geen beroep doen op de hulp van de centrale autoriteit.

Er dient op te worden gewezen dat bij gebrek aan een rechterlijke beslissing waarin het principe van een alimentatie wordt vastgesteld, de centrale autoriteit van een lidstaat die een vordering instelt een verzoek kan indienen om een beslissing van het bureau voor de invordering van alimentatieschulden te verkrijgen teneinde het principe van een alimentatie te laten vaststellen in een Franse rechterlijke beslissing (bijlage VII van Verordening (EU) nr. 4/2009).

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Contact opnemen met de Franse centrale autoriteit kan per brief, telefoon of e-mail:

Ministère des affaires étrangères et du développement international

Bureau de recouvrement des créances alimentaires

27, rue de la Convention

CS 91533

75732 Paris Cedex 15

Tel: + 33 (0) 1 43 17 91 99

Fax: +33 (0)1 43 17 81 97

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.obligation.alimentaire@diplomatie.gouv.fr

Als een alimentatiegerechtigde besluit rechtstreeks contact op te nemen met een gerechtsdeurwaarder, kan hij de gegevens van erkende gerechtsdeurwaarders terugvinden in de rubriek "Trouver un huissier" op de website van de nationale kamer van gerechtsdeurwaarders (Chambre nationale des huissiers de justice).

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

De rechtsbijstand kan geheel of gedeeltelijk zijn. Rechtsbijstand wordt verleend:

  • automatisch voor kinderen jonger dan 21 jaar op grond van artikel 46 van Verordening (EG) nr. 4/2009;
  • in de overige gevallen, indien de persoon die rechtsbijstand vraagt voldoet aan de in de wet vastgestelde voorwaarden inzake middelen (wet nr. 91-647 van 10 juli 1991 inzake rechtsbijstand (loi n° 91-647 du 10 juillet 1991 relative à l'aide juridique) en decreet nr. 91-1266 van 19 december 1991) (décret n°91-1266 du 19 décembre 1991)).

In Frankrijk omvat rechtsbijstand de honoraria die de in de beslissing betreffende rechtsbijstand aangestelde advocaat aanrekent voor de gerechtelijke procedure alsook de honoraria van de gerechtsdeurwaarder die in dezelfde beslissing is aangesteld voor de schuldinvorderingsprocedure.

Overeenkomstig Richtlijn 2003/8/EG van de Raad van 27 januari 2003 wordt bij verzoeken om rechtsbijstand in verband met alimentatieverplichtingen dezelfde procedure gevolgd als bij andere grensoverschrijdende geschillen.

Het verzoek om rechtsbijstand wordt door de alimentatiegerechtigde in het Frans toegezonden aan de dienst toegang tot het recht en slachtofferhulp (Service de l’accès au droit et à la Justice et de l’aide aux victimes (SADJAV)), die op het volgende adres is gevestigd:

Ministère de la Justice

Service de l’accès au droit et à la Justice et de l’aide aux victimes

Bureau de l’aide juridictionnelle

13, Place Vendôme

75042 PARIS cedex 01

Tel: 01 44 77 71 86

Fax: 01 44 77 70 50

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Het bureau voor de invordering van alimentatieschulden bevestigt de ontvangst van de door de buitenlandse centrale autoriteit ingediende vordering en van het overgelegde bewijsmateriaal. Het controleert of het dossier volledig is en of de documenten, met name juridische documenten, juist en bruikbaar zijn. Om te kunnen anticiperen op problemen met de tenuitvoerlegging, verzoekt het bureau de verzendende autoriteit indien nodig verduidelijkingen en/of andere uittreksels of vertalingen van uittreksels te verstrekken. Het bureau vergemakkelijkt het starten van een procedure met betrekking tot de in artikel 56 bedoelde vorderingen door deze te versturen naar de gerechtelijke autoriteiten die in dat gebied bevoegd zijn.

Het bureau helpt om de alimentatieplichtige te vinden en vergemakkelijkt het zoeken naar informatie over zijn middelen door de zaak voor te leggen aan de procureur-generaal en aan de diensten van de Direction Générale des Finances Publiques overeenkomstig de artikelen 61, 62 en 63 van Verordening (EG) nr. 4/2009.

De centrale autoriteit vergemakkelijkt ook minnelijke schikkingen door rechtstreeks contact op te nemen met de alimentatieplichtige en haar voorstellen voor vrijwillige betaling over te maken aan de alimentatiegerechtigde via de centrale autoriteit van de staat waar de alimentatiegerechtigde verblijft.

Indien de minnelijke invordering mislukt, is een gerechtelijke invorderingsprocedure altijd mogelijk, mits de buitenlandse beslissing in Frankrijk uitvoerbaar is. Het bureau staat in contact met de gerechtsdeurwaarders die belast zijn met het invorderen van de schuld om ervoor te zorgen dat de tenuitvoerleggingsprocedure goed verloopt.

Het Bureau vraagt altijd om een bankoverschrijving te regelen.

In gevallen waarin de afstamming moet worden vastgesteld om de alimentatie in te vorderen, deelt het bureau de alimentatiegerechtigde mee welke autoriteit bevoegd is om de procedure tot vaststelling van de afstamming uit te voeren.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 08/11/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Kroatisch) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

Alimentatievorderingen - Kroatië

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

De onderhoudsverplichting/onderhoudsvordering is een plicht en een recht van ouders en kinderen, echtgenoten en ongehuwde partners, ascendenten en afstammelingen in rechte lijn, en stiefkinderen en stiefouders als de familiewet (Obiteljski zakon) dit bepaalt. Deze personen nemen hun wederzijdse onderhoudsverplichtingen op zich naargelang hun mogelijkheden en de behoeften van de begunstigde van de onderhoudsvordering, onder de voorwaarden en op de wijzen die zijn vastgelegd in de genoemde wet.

Ouders zijn als eerste onderhoudsplichtig jegens hun minderjarige kinderen. Een ouder die in staat is om te werken kan niet worden vrijgesteld van de onderhoudsverplichting jegens een minderjarig kind. Als een ouder de onderhoudsverplichting jegens een minderjarig kind niet op zich neemt, zijn de grootouders van de kant van die ouder verplicht deze op zich te nemen. De stiefouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun minderjarige stiefkinderen, zodra het kind geen alimentatie kan ontvangen van de andere ouder.

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun meerderjarige kinderen die een middelbare-school-, beroeps- of universitaire opleiding volgen, overeenkomstig specifieke regelgeving, of een programma voor basis- of middelbaar onderwijs voor volwassenen volgen en die hun verplichtingen als leerling of student naar behoren vervullen, totdat zij de leeftijd van 26 jaar bereiken.

Als het kind nog geen 26 jaar oud is, zijn ouders onderhoudsplichtig jegens hun meerderjarige kind dat de bovenbedoelde opleiding heeft voltooid maar geen werk kan vinden, tot maximaal een jaar nadat de opleiding is voltooid. De onderhoudsverplichting jegens een meerderjarig kind stopt vóór het verstrijken van de periode van een jaar na voltooiing van de opleiding, als het kind de leeftijd van 26 jaar bereikt.

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun meerderjarige kinderen die wegens ziekte of een ernstige of permanente handicap arbeidsongeschikt zijn, zolang deze ziekte of handicap bestaat.

Meerderjarige kinderen zijn onderhoudsplichtig jegens hun ouders als laatstgenoemden niet in staat zijn om te werken en niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken of geen inkomsten uit vermogen kunnen verkrijgen. Meerderjarige stiefkinderen zijn onderhoudsplichtig jegens hun stiefouders als laatstgenoemden niet in staat zijn om te werken en niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken of geen inkomsten uit vermogen kunnen verkrijgen, als zij hun stiefkinderen gedurende een lange periode hebben onderhouden of verzorgd. Meerderjarige kleinkinderen zijn onderhoudsplichtig jegens hun grootouders als laatstgenoemden niet in staat zijn om te werken en niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken of geen inkomsten uit vermogen kunnen verkrijgen, als zij hun kleinkinderen gedurende een lange periode hebben onderhouden of verzorgd.

Een echtgenoot die niet over voldoende bestaansmiddelen beschikt of geen inkomsten uit vermogen kan verkrijgen, en die niet in staat is om te werken of geen werk vindt, heeft recht op alimentatie van zijn echtgenoot als laatstgenoemde over voldoende middelen en mogelijkheden beschikt. De regels inzake onderhoudsverplichtingen van echtgenoten zijn dienovereenkomstig van toepassing op ongehuwde partners, zolang zij ongehuwd samenwonen.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Ouders zijn als eerste onderhoudsplichtig jegens hun minderjarige kinderen. Als een ouder de onderhoudsverplichting jegens een minderjarig kind niet op zich neemt, zijn de grootouders van de kant van die ouder verplicht deze op zich te nemen. De stiefouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun minderjarige stiefkinderen, als het kind geen alimentatie kan ontvangen van de andere ouder.

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun meerderjarige kinderen die een middelbare-school-, beroeps- of universitaire opleiding volgen, overeenkomstig specifieke regelgeving, of een programma voor basis- of middelbaar onderwijs voor volwassenen volgen en die hun verplichtingen als leerling of student naar behoren vervullen, totdat zij de leeftijd van 26 jaar bereiken.

Als het kind nog geen 26 jaar oud is, zijn ouders onderhoudsplichtig jegens hun meerderjarige kind dat de bovenbedoelde opleiding heeft voltooid maar geen werk kan vinden, tot maximaal een jaar nadat de opleiding is voltooid. De onderhoudsverplichting jegens een meerderjarig kind stopt vóór het verstrijken van de periode van een jaar na voltooiing van de opleiding, als het kind de leeftijd van 26 jaar bereikt.

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun meerderjarige kinderen die wegens ziekte of een ernstige of permanente handicap arbeidsongeschikt zijn, zolang deze ziekte of handicap bestaat.

Een persoon is meerderjarig als hij de leeftijd van 18 jaar bereikt.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Er moet contact worden opgenomen met het centrum voor maatschappelijk welzijn en de rechtbank.

De alimentatiekwestie kan worden opgelost in het kader van verplichte gezinscounseling. Verplichte gezinscounseling vindt plaats voorafgaand aan het instellen van een echtscheidingsprocedure van echtgenoten met een gemeenschappelijk minderjarig kind en voorafgaand aan het instellen van andere gerechtelijke procedures in verband met de uitoefening van het ouderlijk gezag en de persoonlijke relaties met het kind. Als de ouders scheiden, zijn de bepalingen van de familiewet inzake verplichte gezinscounseling voorafgaand aan het instellen van een echtscheidingsprocedure van echtgenoten met een gemeenschappelijk minderjarig kind bijgevolg van toepassing op die verplichte gezinscounseling in verband met de uitoefening van het ouderlijk gezag en de persoonlijke relaties met het kind. Verplichte gezinscounseling vindt plaats als de partijen deze aanvragen bij een centrum voor maatschappelijk welzijn. Als de ouders niet tot een overeenkomst komen wat betreft de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag, raadt het centrum voor maatschappelijk welzijn aan om te trachten om tot overeenstemming te komen in het kader van gezinsmediation conform de bepalingen van de familiewet.

De alimentatiekwestie kan worden opgelost in het kader van gezinsmediation, waarbij de partijen trachten hun geschillen op familiegebied minnelijk op te lossen met de hulp van een of meerdere gezinsmediators. Gezinsmediation is een procedure waaraan de gezinsleden vrijwillig deelnemen en alleen het eerste gezinsmediationgesprek moet hebben plaatsgevonden vóór de start van een echtscheidingsprocedure. Het belangrijkste doel van gezinsmediation is het opstellen van een plan met betrekking tot de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag en andere afspraken over het kind. Het plan met betrekking tot de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag of iedere andere afspraak die is gemaakt in het kader van gezinsmediation krijgt executoriale kracht na de goedkeuring ervan door de rechtbank in het kader van een buitengerechtelijke procedure die is gestart op verzoek van de partijen. Gezinsmediation kan onafhankelijk van een gerechtelijke procedure worden uitgevoerd voorafgaand aan, tijdens of na afloop van een gerechtelijke procedure.

De hoogte van de alimentatie van de ouder die niet met het kind leeft, kan eveneens worden vastgesteld in het kader van het plan met betrekking tot de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag, dat de ouders zelf kunnen opstellen in het kader van de verplichte gezinscounseling of gezinsmediation. Om executoriale kracht te krijgen, kan het plan worden voorgelegd aan de rechtbank in het kader van een buitengerechtelijke procedure die is gestart met het oog op de verificatie van de inhoud van het plan en de goedkeuring ervan, conform de bepalingen van de familiewet.

Het kind kan een alimentatieverzoek indienen in het kader van een vereenvoudigde buitengerechtelijke procedure voor een onderhoudsverplichting. De partijen bij deze procedure zijn het kind en de ouder die niet met het kind samenleeft. In het kader van de onderhoudsverplichtingprocedure wordt het kind vertegenwoordigd door de ouder die met het kind samenleeft. Naast de algemeen territoriaal bevoegde rechtbank is ook de rechtbank van de tijdelijke of permanente woonplaats van het kind bevoegd in onderhoudsverplichtingzaken in het kader van een vereenvoudigde procedure.

Rechterlijke beslissingen inzake alimentatie ten behoeve van het kind worden genomen in huwelijksgeschillen, geschillen over de erkenning van of het bezwaar tegen moederschap of vaderschap en geschillen over de uitoefening van het ouderlijk gezag conform de bepalingen van de familiewet.

In geval van echtscheiding kunnen de echtgenoten een overeenkomst sluiten over de onderhoudsverplichting. In deze overeenkomst kunnen zij de hoogte van de alimentatie en de voorwaarden voor de naleving, de duur en het tenietgaan van de onderhoudsverplichting vaststellen. De echtgenoten kunnen de overeenkomst over de onderhoudsverplichting schriftelijk sluiten en de rechtbank in het kader van een buitengerechtelijke procedure verzoeken deze goed te keuren, zodat deze executoriale kracht krijgt.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

De partijen bij de procedure inzake de onderhoudsverplichting jegens een kind zijn het kind en de persoon die uit hoofde van de genoemde wet in het onderhoud van het kind dient te voorzien. Het kind wordt vertegenwoordigd door de ouder die met het kind samenleeft. Als de ouder die met het kind samenleeft hiermee instemt, wordt het kind in het kader van de onderhoudsverplichtingprocedure vertegenwoordigd door het centrum voor maatschappelijk welzijn. Naast het centrum voor maatschappelijk welzijn blijft de ouder die met het kind samenleeft bevoegd om andere stappen te ondernemen in het kader van de procedure. Als de stappen van het centrum voor maatschappelijk welzijn strijdig zijn met die van de ouder die met het kind samenleeft, beslist de rechtbank met inachtneming van alle omstandigheden en in het bijzonder het welzijn van het kind of het standpunt van het centrum voor maatschappelijk welzijn dan wel dat van de ouder van het kind moet worden gevolgd.

Het centrum voor maatschappelijk welzijn dient namens het kind de onderhoudsverplichtingprocedure of de procedure voor de verhoging van de alimentatie in te stellen en te voeren, wanneer de ouder die met het kind samenleeft dit recht onterecht niet heeft uitgeoefend gedurende meer dan drie maanden nadat het kind dit recht heeft gekregen. Het kind wordt in het kader van de onderhoudsverplichtingprocedure vertegenwoordigd door het centrum voor maatschappelijk welzijn als het kind aan een andere natuurlijke of rechtspersoon is toevertrouwd. In dit geval zijn de ouders van het kind niet bevoegd om samen met het centrum voor sociaal welzijn in het kader van de procedure stappen te ondernemen namens het kind, wat betekent dat de rechten van de ouders om het kind in het kader van de procedure te vertegenwoordigen eindigen als het centrum voor maatschappelijk welzijn namens het kind een rechtsvordering heeft ingesteld.

Conform de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zakon o parničnom postupku) kunnen de partijen uitsluitend worden vertegenwoordigd door een advocaat, in de hoedanigheid van gevolmachtigde, tenzij in de wet anders is bepaald. Een partij kan worden vertegenwoordigd door een bloedverwant in rechte lijn, een broer of zuster of een echtgenoot in de hoedanigheid van gevolmachtigde, mits deze persoon volledig handelingsbekwaam is en niet onrechtmatig het ambt van advocaat uitoefent.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Naast de algemeen territoriaal bevoegde rechtbank is ook de rechtbank van de tijdelijke of permanente woonplaats van de verzoeker bevoegd in geschillen aangaande onderhoudsverplichtingen, als de verzoeker de persoon is die aanspraak maakt op alimentatie. Als de rechtbank in de Republiek Kroatië in internationale geschillen over onderhoudsverplichtingen bevoegd is omdat de verzoeker woonachtig is in de Republiek Kroatië, is de rechtbank van de woonplaats van de verzoeker territoriaal bevoegd. Als de bevoegdheid van de rechtbank in de Republiek Kroatië in geschillen aangaande onderhoudsverplichtingen is gebaseerd op het feit dat de verweerder zaken in de Republiek Kroatië bezit die zouden kunnen dienen voor de inning van de alimentatie, is de rechtbank van het gebied waar de zaken zich bevinden bevoegd.

De rechtbank die bevoegd is voor het goedkeuren van het plan met betrekking tot de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag is de rechtbank die algemeen territoriaal bevoegd is voor het kind.

De rechtbank die bevoegd is voor het goedkeuren van de overeenkomst over de onderhoudsverplichting jegens het kind is de rechtbank die algemeen territoriaal bevoegd is voor het kind.

De rechtbank die bevoegd is voor het goedkeuren van de overeenkomst over de onderhoudsverplichting jegens de echtgenoot is de rechtbank van de gemeenschappelijke woonplaats van de echtgenoten. Als de echtgenoten geen gemeenschappelijke woonplaats hebben, is de rechtbank van de laatste gemeenschappelijke woonplaats van de echtgenoten bevoegd. Als de rechtbank in de Republiek Kroatië bevoegd is voor het goedkeuren van de overeenkomst over de onderhoudsverplichting jegens de echtgenoot omdat de laatste gemeenschappelijke woonplaats van de echtgenoten zich in de Republiek Kroatië bevond, is de rechtbank van de laatste gemeenschappelijke woonplaats van de echtgenoten bevoegd.

Naast de algemeen territoriaal bevoegde rechtbank is ook de rechtbank van de tijdelijke of permanente woonplaats van het kind bevoegd in onderhoudsverplichtingzaken in het kader van een vereenvoudigde procedure.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Overeenkomstig artikel 89.a van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kunnen de partijen persoonlijk of via een gevolmachtigde procedures instellen, maar kan de rechter een partij die door een gevolmachtigde wordt vertegenwoordigd wel verzoeken om persoonlijk de feiten uiteen te zetten die in het kader van de procedure moeten worden vastgesteld. De partijen kunnen uitsluitend worden vertegenwoordigd door een advocaat, in de hoedanigheid van gevolmachtigde, tenzij in de wet anders is bepaald. Conform artikel 89.a, lid 3, kan een partij worden vertegenwoordigd door een bloedverwant in rechte lijn, een broer of zuster of een echtgenoot in de hoedanigheid van gevolmachtigde, mits deze persoon volledig handelingsbekwaam is en niet onrechtmatig het ambt van advocaat uitoefent.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Ingevolge artikel 1 van de wet op de gerechtskosten (Zakon o sudskim pristojbama) moeten voor alle gerechtelijke procedures gerechtskosten worden betaald. De tarieven worden bepaald in het “Tarief voor gerechtskosten”.

Artikel 16 van de wet op de gerechtskosten bepaalt dat kinderen als partij in een procedure inzake onderhoudsverplichtingen of een procedure inzake een uit het recht op alimentatie voortvloeiende vordering zijn vrijgesteld van de betaling van gerechtskosten.

Ingevolge artikel 172 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering oefenen de partijen het recht op vrijstelling van de betaling van proceskosten en het recht op rechtsbijstand uit volgens de bepalingen en voorwaarden die zijn vastgelegd in een bijzondere regeling inzake kosteloze rechtsbijstand. Artikel 176 bepaalt dat wanneer een partij ingevolge een bijzondere regeling inzake rechtsbijstand zijn recht op vrijstelling van de betaling van proceskosten uitoefent, maar de rechter in de loop van de procedure vaststelt dat de partij voldoende draagkracht heeft om de proceskosten of gerechtskosten te betalen, laatstgenoemde de bevoegde administratieve autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis moet stellen.

De wet inzake kosteloze rechtsbijstand (Zakon o besplatnoj pravnoj pomoći) omschrijft het doel, de begunstigden en de soorten kosteloze rechtsbijstand, bepaalt welke instanties rechtsbijstand kunnen verlenen, stelt de voorwaarden en stelt de procedures voor het uitoefenen van het recht op (grensoverschrijdende) rechtsbijstand vast, bepaalt de wijze waarop de rechtsbijstand wordt gefinancierd en regelt het toezicht op de uitvoering van de wet. De wet inzake kosteloze rechtsbijstand geldt niet wanneer rechtsbijstand uit hoofde van andere, bijzondere regelingen wordt verleend.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De alimentatie ten behoeve van het kind wordt altijd uitgedrukt in de vorm van een geldbedrag.

De ouder die met het kind samenleeft, draagt aan zijn deel van het onderhoud bij door dagelijks voor het kind te zorgen, terwijl de ouder die niet met het kind samenleeft zijn onderhoudsverplichting jegens het kind nakomt door te voorzien in de materiële behoeften door middel van een alimentatie.

Het totaalbedrag dat overeenkomt met de materiële behoeften van het kind en dat de rechter in het kader van een civiele procedure heeft berekend, dekt de kosten voor huisvesting, voeding, kleding, hygiëne, onderwijs, opleiding, gezondheidszorg en andere soortgelijke kosten van het kind. Het totaalbedrag dat overeenkomt met de materiële behoeften van het kind wordt vastgesteld met inachtneming van de levensstandaard van de alimentatieplichtige ouder.

Het kind kan grotere materiële behoeften hebben als het vanwege zijn gezondheid voortdurend intensieve zorg nodig heeft, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het vaststellen van de alimentatie in het kader van een civiele procedure.

De middelen waarover de alimentatieplichtige ouder beschikt en die de rechter in het kader van een civiele procedure heeft vastgesteld, omvatten het inkomen en het vermogen van deze ouder op het moment dat de rechter de hoogte van de alimentatie vaststelt.

Het voor sociaal welzijn bevoegde ministerie bepaalt jaarlijks uiterlijk op 1 april het minimale geldbedrag dat een ouder die niet met het kind samenleeft in de Republiek Kroatië maandelijks moet besteden als alimentatie ter dekking van de materiële behoeften van een minderjarig kind.

De minimumbedragen worden vastgesteld op basis van het gemiddelde netto-maandloon voor het voorafgaande jaar in de Republiek Kroatië voor een werknemer die werkt voor een rechtspersoon, te weten:

  1. 17% van het gemiddelde salaris voor een kind jonger dan 6 jaar;
  2. 20% van het gemiddelde salaris voor een kind van 13 t/m 12 jaar, en
  3. 22% van het gemiddelde salaris voor een kind van 13 t/m 18 jaar.

Bij wijze van uitzondering kan het bedrag dat overeenkomt met de behoeften van een minderjarig kind worden verlaagd (maar dit kan niet lager zijn dan de helft van het wettelijke minimum):

  1. als de alimentatieplichtige dient te voorzien in de behoeften van twee of meer kinderen, of
  2. als het kind met zijn eigen inkomen bijdraagt aan zijn behoeften.

Het voor sociaal welzijn bevoegde ministerie publiceert jaarlijks uiterlijk op 1 april overzichten waarin de algemene behoeften van een minderjarig kind zijn vastgesteld rekening houdend met de leeftijd van het kind alsook het inkomen van alimentatieplichtige ouders volgens de betrokken salarisschalen en de maandelijkse kosten van levensonderhoud in de Republiek Kroatië.

Als de omstandigheden zijn gewijzigd, kunnen de begunstigde van alimentatie en de alimentatieplichtige de rechter vragen om de alimentatie te verhogen of verlagen, de alimentatie te beëindigen of de alimentatievoorwaarden te wijzigen die zijn vastgesteld in een eerdere executoriale titel.

In de Republiek Kroatië bestaat er geen systeem voor de indexering van alimentatie.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De alimentatie wordt aan de persoon betaald volgens de voorwaarden die de rechter in zijn beslissing heeft bepaald.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als de alimentatieplichtige de alimentatie niet vrijwillig betaalt, wordt er een beslagprocedure ingesteld en wordt het beslag uitgevoerd.

Inning van alimentatievorderingen voor het kind geschiedt door beslag op het salaris, de andere rechtmatige inkomsten en de gelden die beschikbaar zijn op de rekeningen en heeft voorrang op de inning van andere vorderingen, ongeacht de datum waarop deze zijn ontstaan.

De alimentatieplichtige kan middels een verklaring die is opgenomen in een proces-verbaal tijdens een zitting in de rechtbank of door het indienen van een gewaarmerkte verklaring ermee instemmen dat zijn salaris, zijn pensioen of andere inkomsten geheel of gedeeltelijk in beslag worden genomen voor de inning van de alimentatie en dat de betaling direct aan de begunstigde van de alimentatie wordt gedaan volgens de voorwaarden die zijn gedefinieerd in de desbetreffende akte. Deze akte wordt in één exemplaar afgegeven en heeft dezelfde rechtsgevolgen als een definitieve beslagakte.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

De ouder die de alimentatie voor een minderjarig kind dat niet met hem samenleeft niet heeft betaald, dient een vergoeding voor de onbetaalde alimentatie te betalen vanaf het ontstaan van het recht op alimentatie tot het instellen van de eis. De verjaringstermijn van deze vordering van het kind op zijn ouder die de alimentatie niet heeft betaald, bedraagt vijf jaar.

Artikel 226 van de wet inzake verbintenissen (Zakon o obveznim odnosima) bepaalt dat voor vorderingen tot periodieke betalingen die jaarlijks of binnen kortere termijn verschuldigd worden, een vervaltermijn van drie jaar geldt die ingaat op de dag waarop de betaling verschuldigd wordt, ongeacht of het gaat om periodieke bijkomende vorderingen, zoals rentes, of om periodieke vorderingen waarvan het recht zelf is verstreken, zoals alimentatievorderingen.

Ingevolge artikel 233 van de wet inzake verbintenissen geldt voor vorderingen op basis van een definitieve rechterlijke beslissing of een beslissing van een andere bevoegde instantie, een gerechtelijke of buitengerechtelijke schikking of een notariële akte, een verjaringstermijn van tien jaar, met inbegrip van vorderingen waarvoor in de wet een kortere verjaringstermijn is vastgesteld.

Conform artikel 235 van de wet inzake verbintenissen geldt er tijdens de periode van het ouderlijk gezag geen verjaringstermijn voor verbintenissen tussen ouders en kinderen.

Ingevolge artikel 172 van de tenuitvoerleggingswet (Ovršni zakon) is het volgende vrijgesteld van beslag: inkomen voortvloeiend uit wettelijke alimentatie; vergoedingen wegens schade als gevolg van een verslechterde gezondheid, volledige of verminderde arbeidsgeschiktheid; vergoedingen wegens schade die voortkomt uit het verlies van alimentatie als gevolg van het overlijden van de alimentatieplichtige; inkomen dat voortkomt uit schadeloosstelling voor lichamelijk letsel in de zin van de regelgeving inzake invaliditeitsverzekering; inkomen dat voortkomt uit socialezekerheidsuitkeringen; inkomsten uit hoofde van tijdelijke werkloosheid; inkomen dat voortkomt uit toeslag voor kinderen, tenzij in bijzondere regelgeving anders is bepaald; inkomen dat voortkomt uit een beurs en ondersteuning voor leerlingen en studenten; vergoeding van arbeid verricht door veroordeelde personen, behoudens wat betreft vorderingen op basis van wettelijke alimentatie en vorderingen op basis van een vergoeding van schade die het gevolg is van een door de veroordeelde persoon gepleegd strafbaar feit; inkomsten voortvloeiend uit onderscheidingen en beloningen; financiële ondersteuning in de vorm van moederschaps- en ouderschapstoelagen, tenzij in bijzondere wetgeving anders is bepaald, en andere inkomsten die krachtens bijzondere regelgeving zijn vrijgesteld van beslag.

Artikel 173 van de tenuitvoerleggingswet stelt de volgende limieten aan het beslag:

(1) Bij beslag op het loon is een bedrag overeenstemmend met twee derde van het gemiddelde nettoloon in de Republiek Kroatië uitgesloten van beslag. Bij beslag met het oog op de inning van vorderingen op basis van wettelijke alimentatie, vergoedingen wegens schade als gevolg van een verslechterde gezondheid, volledige of verminderde arbeidsgeschiktheid en vergoedingen wegens schade die voortkomt uit het verlies van alimentatie als gevolg van het overlijden van de alimentatieplichtige, bedraagt het bedrag dat is uitgesloten van beslag de helft van het gemiddelde nettoloon in de Republiek Kroatië, behalve bij beslaglegging in het kader van de gedwongen inning van de alimentatie ten behoeve van een kind. In dat laatste geval is het bedrag dat is uitgesloten van beslag gelijk aan een kwart van het gemiddelde maandelijkse nettoloon voor het voorafgaande jaar in de Republiek Kroatië voor een werknemer van een rechtspersoon.

(2) Wanneer de beslagene een salaris ontvangt dat lager is dan het gemiddelde nettoloon in de Republiek Kroatië, is twee derde van dat salaris vrijgesteld van beslag. Bij beslag met het oog op de inning van vorderingen op basis van wettelijke alimentatie, vergoedingen wegens schade als gevolg van een verslechterde gezondheid, volledige of verminderde arbeidsgeschiktheid en vergoedingen van schade die voortkomt uit het verlies van alimentatie als gevolg van het overlijden van de alimentatieplichtige, bedraagt het bedrag dat is uitgesloten van beslag de helft van het nettosalaris van de beslagene.

(3) Onder gemiddeld nettoloon zoals is gedefinieerd in lid 1 van het onderhavige artikel wordt verstaan het gemiddelde netto-maandloon van een werknemer van een rechtspersoon in de Republiek Kroatië tussen januari en augustus van het lopende jaar. Dit bedrag wordt vastgesteld door het Kroatische bureau voor de statistiek (Državni zavod za statistiku) en uiterlijk op 31 december van het desbetreffende jaar gepubliceerd in de Kroatisch Staatscourant (Narodne novine). Het aldus vastgestelde bedrag geldt voor het daaropvolgende jaar.

(4) Het bepaalde in het eerste en tweede lid van het onderhavige artikel is tevens van toepassing wanneer beslag wordt gelegd op vergoedingen ter vervanging van het salaris, vergoedingen voor arbeidsduurverkorting, compensatie bij loonsverlaging, pensioenuitkeringen, het salaris van militairen en de inkomsten van reservisten tijdens de periode dat ze in militaire dienst zijn, en andere geldelijke inkomsten van militair en burgerpersoneel, met uitzondering van de in het vijfde en zesde lid genoemde inkomsten.

(5) Beslag op inkomsten die gehandicapte personen ontvangen bij wijze van vergoeding voor lichamelijk letsel en verzorgingstoelage is alleen mogelijk voor de inning van vorderingen op basis van wettelijke alimentatie, vergoedingen van schade als gevolg van een verslechterde gezondheid, volledige of verminderde arbeidsgeschiktheid en vergoedingen wegens schade die voortkomt uit het verlies van alimentatie als gevolg van het overlijden van de alimentatieplichtige, en dit voor de helft van deze inkomsten.

(6) Beslag op inkomsten die zijn ontvangen uit hoofde van een lijfrenteovereenkomst of een lijfrente en op inkomsten die zijn ontvangen uit hoofde van een levensverzekering, is uitsluitend mogelijk voor het gedeelte van de uitkering dat het hoofdbedrag dat als basis dient voor het berekenen van de hoogte van de alimentatie, te boven gaat.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Het centrum voor sociaal welzijn dient een register bij te houden van alle gerechtelijke beslissingen en schikkingen op het gebied van onderhoudsverplichtingen jegens een minderjarig kind.

Bij de ontvangst van een definitieve gerechtelijke beslissing of een gerechtelijke schikking op het gebied van onderhoudsverplichtingen jegens een minderjarig kind dient het centrum voor sociaal welzijn de ouder die met het kind samenleeft en de alimentatieplichtige ouder, of alle andere in artikel 288 van de familiewet bedoelde personen die alimentatie dienen te betalen op basis van een gerechtelijke beslissing of een gerechtelijke schikking, schriftelijk in kennis te stellen van hun rechten en plichten.

Via deze kennisgeving aan de ouder die met het kind samenleeft:

  1. brengt het centrum voor maatschappelijk welzijn die ouder ervan op de hoogte dat hij verplicht is het centrum te verwittigen wanneer de alimentatieplichtige persoon zijn plicht niet rechtmatig en volledig nakomt, en
  2. stelt het centrum voor maatschappelijk welzijn die ouder in kennis van de voorwaarden waaronder het kind recht heeft op tijdelijke alimentatie overeenkomstig een bijzondere regeling voor tijdelijke alimentatie.

In deze kennisgeving stelt het centrum voor maatschappelijk welzijn de alimentatieplichtige ouder of alle in artikel 288 van de familiewet bedoelde andere personen die alimentatie dienen te betalen op basis van een gerechtelijke beslissing of een gerechtelijke schikking in kennis van:

  1. het feit dat het een strafrechtelijke klacht zal indienen tegen de alimentatieplichtige die zijn onderhoudsverplichting niet nakomt binnen vijftien dagen vanaf de datum dat het kennis heeft genomen van het feit dat de onderhoudsverplichting niet rechtmatig en volledig is voldaan, en
  2. het recht van de Republiek Kroatië om aanspraak te maken op de terugbetaling van de tijdelijke alimentatie die is betaald conform een bijzondere regelgeving voor tijdelijke alimentatie.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Bij de ontvangst van een definitieve gerechtelijke beslissing of een gerechtelijke schikking op het gebied van onderhoudsverplichtingen jegens een minderjarig kind stelt het centrum voor sociaal welzijn de ouder die met het kind samenleeft in kennis van de voorwaarden waaronder het kind recht heeft op tijdelijke alimentatie overeenkomstig een bijzondere regeling voor tijdelijke alimentatie. Ieder kind met de Kroatische nationaliteit dat woonachtig is in de Republiek Kroatië heeft recht op tijdelijke alimentatie onder de voorwaarden die zijn vastgesteld door de wet inzake tijdelijke alimentatie (Zakon o privremenom uzdržavanju; Staatscourant nr. 92/14). In de zin van de wet inzake tijdelijke alimentatie is een kind een persoon jonger dan 18 jaar aan wie de ouder op basis van een executoriale titel alimentatie dient te betalen.

Het kind heeft recht op tijdelijke alimentatie als de ouder die niet met het kind samenleeft zijn onderhoudsverplichting op basis van een executoriale titel niet of niet volledig nakomt, of als blijkt dat de grootmoeder of grootvader van de kant van die ouder niet bijdraagt aan de alimentatie van het kind voor een bedrag van ten minste de bij wet vastgestelde tijdelijke alimentatie.

Het recht op tijdelijke alimentatie geldt tot het moment dat de alimentatieplichtige zijn onderhoudsverplichting begint na te komen voor een bedrag van ten minste de bij wet vastgestelde tijdelijke alimentatie.

Het kind heeft gedurende een periode van drie jaar recht op tijdelijke alimentatie.

De tijdelijke alimentatie is vastgesteld op 50 % van de bij wet vastgestelde minimumalimentatie. Een tijdelijke alimentatie kan de alimentatie die is vastgesteld in een executoriale titel niet overschrijden.

Door de betaling van de tijdelijke alimentatie treedt de Republiek Kroatië in de rechtspositie van het kind en worden de alimentatievorderingen ten belope van de betaalde tijdelijke alimentatie en de eventuele bijkomende rechten aan haar overgedragen. In het kader van de procedure inzake de inning van de in artikel 25 van deze wet bedoelde vorderingen wordt de Republiek Kroatië vertegenwoordigd door de bevoegde officier van justitie.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja. Overeenkomstig de wet tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, is het voor sociaal welzijn bevoegde ministerie de centrale autoriteit die is belast met de toepassing van Verordening (EG) nr. 4/2009.

De bevoegde autoriteiten voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 4/2009 zijn de gerechten en de centra voor maatschappelijk welzijn, in overeenstemming met de bevoegdheden van deze autoriteiten.

Als degene die verzoekt om de inning van de alimentatie zich op het grondgebied van de Republiek Kroatië bevindt en de alimentatieplichtige woonachtig is in een andere lidstaat, kan de verzoeker zich richten tot het ministerie van Demografie, Gezinszaken, Jeugdzaken en Sociaal Beleid (Ministarstvo za demografiju, obitelj, mlade i socijalnu politiku), dat is aangewezen als centrale autoriteit van de Republiek Kroatië.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Door u te richten tot de centrale autoriteit en de bevoegde autoriteiten die zijn belast met de toepassing van Verordening (EG) nr. 4/2009.

Gegevens van de centrale autoriteit:

Ministerie van Demografie, Gezinszaken, Jeugdzaken en Sociaal Beleid (Ministarstvo za demografiju, obitelj, mlade i socijalnu politiku)

Trg Nevenke Topalušić 1

10000 Zagreb

Website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.mspm.hr/

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.ministarstvo@mdomsp.hr

Tel.: +385 1 555 7111

Fax: +385 1 555 7222

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Nee. Artikel 55 van Verordening (EG) nr. 4/2009 bepaalt dat als de onderhoudsplichtige zich in de Republiek Kroatië bevindt, het verzoek gericht dient te worden aan de centrale autoriteit van de Republiek Kroatië via de centrale autoriteit van de staat waar de verzoeker verblijft.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

De centrale autoriteit van de staat waarin de verzoeker verblijft, richt een verzoek aan het ministerie van Demografie, Gezinszaken, Jeugdzaken en Sociaal Beleid, dat is aangewezen als centrale autoriteit van de Republiek Kroatië voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 4/2009.

Gegevens van de centrale autoriteit:

Ministerie van Demografie, Gezinszaken, Jeugdzaken en Sociaal Beleid (Ministarstvo za demografiju, obitelj, mlade i socijalnu politiku)

Trg Nevenke Topalušić 1

1000 Zagreb

Website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://mdomsp.gov.hr/

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.ministarstvo@mdomsp.hr

Tel.: +385 1 555 7111

Fax: +385 1 555 7222

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

N.v.t.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

De verzoeker richt zich tot de centrale autoriteit van de lidstaat en rechtsbijstand wordt hem toegekend conform artikelen 44 t/m 47 van Verordening (EG) nr. 4/2009. In voorkomend geval zijn de bepalingen van de wet inzake kosteloze rechtsbijstand van toepassing.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De wet tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (Staatscourant nr. 127/2013) is aangenomen en het ministerie van Demografie, Gezinszaken, Jeugdzaken en Sociaal Beleid is aangewezen als centrale autoriteit die is belast met de toepassing van Verordening (EG) nr. 4/2009.

Meer informatie vindt u in de/het:

1. familiewet (Obiteljski zakon), Staatscourant nr. 103/15;

2. tenuitvoerleggingswet (Ovršni zakon), Staatscourant nrs. 112/12, 25/13, 93/14;

3. wet inzake wetsconflicten (Zakon o rješavanju sukoba zakona s propisima drugih zemalja u određenim odnosima), Staatscourant nrs. 53/91, 88/01;

4. wet inzake kosteloze rechtsbijstand (Zakon o besplatnoj pravnoj pomoći), Staatscourant nr. 143/2013;

5. wet tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (Zakon o provedbi Uredbe Vijeća (EZ) br. 4/2009 u području nadležnosti, mjerodavnog prava, priznanja i izvršenja odluka te suradnji u stvarima koje se odnose na obveze uzdržavanja), Staatscourant nr. 127/2013;

6. wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zakon o parničnom postupku), Staatscourant nrs. 53/91, 91/92, 58/93, 112/99, 88/01, 117/03, 88/05, 02/07, 84/08, 123/08, 57/11, 148/11, 25/13, 89/14;

7. wet inzake tijdelijke alimentatie (Zakon o privremenom uzdržavanju), Staatscourant nr. 92/14.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 16/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Italië

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Het Italiaanse rechtsstelsel kent verschillende namen, voorwaarden en bedragen voor alimentatie, afhankelijk van de relatie tussen de onderhoudsplichtige en de begunstigde. In het algemeen wordt onder “(levens)onderhoud” verstaan de verplichtingen die zijn gerechtvaardigd in het licht van de problemen van de begunstigde.

A. Een onderhoudsplicht (obbligazione alimentare) betreft een wettelijk opgelegde verstrekking van materiële bijstand aan een persoon die zelf niet in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien. Onderhoudplichtig zijn bepaalde door de wet vastgestelde personen, in het kader van hun plicht tot solidariteit onder gezinsleden.

De regels voor dit onderhoud worden beschreven in de artikelen 433 e.v. van het burgerlijk wetboek. Alimentatie moet worden betaald als:

  1. er een specifieke rechtsverhouding bestaat tussen de onderhoudsplichtige en de begunstigde;
  2. de begunstigde niet in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien en behoeftig is.

Ten aanzien van punt a) zijn onderhoudsplichtigen, in deze volgorde:

  1. de echtgeno(o)t(e);
  2. kinderen, met inbegrip van geadopteerde kinderen, of, als die er niet zijn, directe verwanten in de neergaande lijn;
  3. ouders of, indien die er niet zijn, directe verwanten in de opgaande lijn; adoptieouders;
  4. schoonzonen en -dochters;
  5. schoonouders;
  6. broers en zussen of halfbroers en halfzussen, waarbij eerstgenoemden voorrang hebben op laatstgenoemden.

De nauwste verwant volgens de rangschikking hierboven is verplicht om alimentatie te betalen;

indien er meerdere personen van dezelfde rang zijn, wordt de plicht tussen hen gedeeld, rekening houdend met hun financiële situatie.

Ten aanzien van punt b) is het verschuldigde bedrag evenredig aan de behoefte van de persoon die alimentatie vordert en de financiële omstandigheden van degene die de alimentatie moet betalen. Dit type alimentatie mag niet hoger zijn dan het bedrag dat nodig is om de basislevensbehoeften van de financieel behoeftige persoon te dekken, gelet op zijn of haar sociale status.

B. Alimentatie (assegno di mantenimento) is de verstrekking van financiële bijstand door de ene aan de andere echtgeno(o)t(e) in het geval van een scheiding van tafel en bed, en is bedoeld om degene die alimentatie ontvangt in staat te stellen de tijdens het huwelijk genoten levensstandaard in stand te houden. Assegno di mantenimento is niet afhankelijk van de vraag of de begunstigde behoeftig is en kan ook worden gevorderd als de begunstigde werk heeft. Van alimentatie kan afstand worden gedaan, en de betaling van periodieke alimentatie kan worden vervangen door de betaling van een bedrag ineens.

Omdat dit type alimentatie ervoor moet zorgen dat degene die alimentatie ontvangt, een levensstandaard behoudt die vergelijkbaar is met die van vóór de scheiding, is het bedrag doorgaans hoger dan de wettelijke assegno alimentare. De assegno di mantenimento is echter niet verschuldigd aan de echtgeno(o)t(e) die geacht wordt verantwoordelijk te zijn voor de scheiding.

In het geval van een echtscheiding kan de rechter een echtscheidingstoelage (assegno divorzile) toekennen aan de echtgeno(o)t(e) die over onvoldoende middelen beschikt of die deze in elk geval objectief gezien niet kan verkrijgen, rekening houdend met de inkomsten van beide echtgenoten, de redenen voor de beslissing en de persoonlijke en financiële inbreng van elke echtgeno(o)t(e) in de uitvoering van de gezinstaken en het beheer van hun vermogen, waarbij deze factoren worden geëvalueerd op basis van de duur van het huwelijk. Het recht op de assegno divorzile houdt op te bestaan wanneer de begunstigde hertrouwt of een nieuw gezin sticht. Bij arrest nr. 18287 van 11 juli 2018 hebben de gezamenlijke kamers van het Hof van Cassatie (Suprema Corte di Cassazione) echter uitgesloten dat de assegno divorzile alleen samenhangt met alimentatie, na te hebben geoordeeld dat deze vorm van toelage niet alleen moet dienen ter ondersteuning maar in gelijke mate ter compensatie/gelijktrekking. Voor de toekenning van deze toelage moet bijgevolg een samengesteld criterium worden gehanteerd waarbij, in het licht van een vergelijkende beoordeling van de financiële en vermogenssituatie van beide echtgenoten, met name wordt gekeken naar de bijdrage van de voormalige echtgeno(o)t(e) aan het gezamenlijk en persoonlijk vermogen, rekening houdend met de duur van het huwelijk, mogelijke toekomstige inkomsten en de leeftijd van de begunstigde.

De assegno di divorzio kan verschuldigd zijn door de ene aan de andere echtgeno(o)t(e) en ook door de ene aan de andere geregistreerde partner: in laatstgenoemd geval moet er tussen de partijen sprake zijn van een geregistreerd partnerschap (Wet nr. 76 van 2016) dat de gezinsvorming tussen personen van hetzelfde geslacht regelt.

C. De term assegno di mantenimento heeft ook betrekking op de financiële steun die ouders moeten betalen voor hun kinderen in het geval van echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beëindiging van feitelijke samenwoning (artikel 337 ter van het burgerlijk wetboek). Kinderen (binnen of buiten het huwelijk geboren) hebben het recht om door hun ouders te worden onderhouden in verhouding tot hun respectieve middelen en in overeenstemming met hun vermogen om buitenshuis of thuis te werken. Bij echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beëindiging van samenwoning van de ouders kan de rechtbank de betaling gelasten van een periodieke alimentatie en neemt de rechtbank een beslissing over de hoogte van die alimentatie, in overeenstemming met de behoeften van het kind, de levensstandaard van het kind toen het nog met beide ouders samenleefde, de hoeveelheid tijd die met elke ouder wordt doorgebracht, de financiële middelen van beide ouders en de financiële waarde van huiselijke en zorgtaken die door elke ouder worden uitgevoerd.

D. In artikel 1, lid 65, van Wet nr. 76 van 20 mei 2016 (regeling van geregistreerde partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht en samenwoning) is bepaald dat bij beëindiging van de samenwoning van twee partners de rechtbank het recht van de ene partner op alimentatiebetalingen door de andere partner vaststelt wanneer eerstbedoelde behoeftig is en niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien. In zulke gevallen wordt alimentatie toegekend voor een tijdsduur die evenredig is met die van de samenwoning van de partners, en met inachtneming van artikel 438, lid 2, van het burgerlijk wetboek. Ten aanzien van de volgorde van alimentatieplichtigen in de zin van artikel 433 van het burgerlijk wetboek, heeft de alimentatieplicht van een samenlevende partner voorrang op die van broers en zussen.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Tot zij de meerderjarige leeftijd hebben bereikt, hebben kinderen het recht om door hun ouders te worden onderhouden (zie antwoord op bovenstaande vraag). Als een kind de meerderjarig is geworden, maar nog niet financieel zelfstandig is, kan de rechter een ouder of beide ouders opdragen om regelmatig alimentatie te betalen, meestal rechtstreeks aan het kind. Als een kind dat meerderjarig is geworden, financieel zelfstandig is maar vervolgens financiële problemen ondervindt, zijn de ouders niet opnieuw verplicht alimentatie te betalen maar alleen de assegno alimentare (zie antwoord op vraag 1, onder A). Als een kind dat meerderjarig is geworden, een ernstige handicap heeft, zijn de regels voor minderjarige kinderen van toepassing.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Om alimenti (alimentatie) te ontvangen moet een persoon een verzoekschrift indienen bij de rechtbank van de plaats waar hij of zij woont, samen met schriftelijk bewijs voor de noodzaak van de alimentatie.

Zodra de procedure is begonnen, kan de rechtbank worden verzocht voorlopige alimentatie toe te kennen in afwachting van de definitieve beslissing.

Om alimentatie voor kinderen of een echtgeno(o)t(e) kan worden verzocht in een aparte procedure of in het kader van een procedure voor de scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van samenwoning van twee partners. De rechtbank kan de alimentatie toekennen op de eerste zitting van de procedure.

De toekenning van alimentatie voor kinderen, een echtgeno(o)t(e) of een geregistreerde partner kan tevens deel uitmaken van een overeenkomst bereikt via onderhandelingen met behulp van advocaten (artikel 6 van Wetsbesluit nr. De link wordt in een nieuw venster geopend.132/2014): bij een dergelijke overeenkomst beloven de partijen te goeder trouw en integer met elkaar samen te werken om het geschil met betrekking tot hun scheiding en het ouderlijk gezag over de kinderen in der minne te schikken. De overeenkomst die is bereikt via onderhandeling met behulp van advocaten, moet binnen tien dagen worden toegestuurd aan de openbaar aanklager bij de bevoegde rechtbank, die de overeenkomst zal goedkeuren als hij of zij van mening is dat deze in het belang van de kinderen is. De goedgekeurde overeenkomst is gelijkwaardig aan een rechterlijke beslissing tot scheiding van tafel en bed of echtscheiding.

In een circulaire van 22 mei 2018 heeft het ministerie van Justitie de volgende toelichting verstrekt: als de overeenkomst tot stand komt ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand, geeft het bureau van die ambtenaar de verklaring af in de zin van artikel 39 van Verordening (EG) nr. 2201/2003. Daarentegen zou de verklaring als beschreven in voornoemd artikel 39 in het geval van overeenkomsten bereikt via onderhandelingen met behulp van advocaten moeten worden afgegeven door de ambtenaar van het openbaar ministerie die de overeenkomst heeft goedgekeurd of die de goedkeuring heeft afgegeven, omdat een advocaat niet kan worden beschouwd als “autoriteit” voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 2201/2003 en omdat de overeenkomst alleen op grond van een definitieve uitspraak van het openbaar ministerie rechtskracht kan hebben en in andere landen kan worden erkend en uitgevoerd. Ingeval het openbaar ministerie heeft geweigerd de overeenkomst goed te keuren en de goedkeuring is gegeven door de voorzittende rechter (overeenkomstig artikel 6, lid 2, van het wetsbesluit), moet de desbetreffende verklaring bijgevolg worden afgegeven door de goedkeurende rechtbank.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Als de betrokkene niet ter zitting kan verschijnen (omdat hij of zij nog niet meerderjarig is of een als onbekwaam aangemerkte volwassene is), moet het verzoek om alimentatie worden ingediend door zijn of haar wettelijk vertegenwoordiger (ouders in het geval van kinderen, voogden in het geval van volwassenen), die tevens een bijstandsbeheerder kan zijn, die is aangesteld overeenkomstig de artikelen 404 e.v. van het burgerlijk wetboek.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

In overeenstemming met Verordening (EG) nr. 4/2009 ligt de rechtsbevoegdheid (jurisdictie) op het gebied van onderhoudsverplichtingen bij:

  1. de rechtbank van de plaats waar de verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft, of
  2. de rechtbank van de plaats waar de onderhoudsgerechtigde zijn of haar gewone verblijfplaats heeft, of
  3. de rechtbank die volgens het nationaal recht bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek betreffende de staat van personen, indien het verzoek inzake een onderhoudsverplichting een met deze procedure verbonden nevenverzoek is, tenzij deze bevoegdheid uitsluitend op de nationaliteit van een der partijen berust, of
  4. de rechtbank die volgens het nationaal recht bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, indien het verzoek inzake een onderhoudsverplichting een met deze procedure verbonden nevenverzoek is, tenzij deze bevoegdheid uitsluitend op de nationaliteit van een der partijen berust.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Het document waarmee de alimentatieprocedure wordt ingeleid, moet worden ingediend via een advocaat, die de partij vertegenwoordigt ten overstaan van de rechtbank.

Bijstand door een advocaat is niet noodzakelijk als de beslissing over de alimentatie is opgenomen in de overeenkomst tussen twee echtgenoten die in onderlinge overeenstemming uit elkaar gaan. In dat geval wordt de overeenkomst overgelegd aan de rechtbank, die de overeenkomst controleert en goedkeurt (artikel 711 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Een persoon die een zaak aanhangig maakt bij een civiele rechtbank moet een registratievergoeding (contributo unificato di iscrizione a ruolo) betalen. De hoogte van die vergoeding is afhankelijk van de aard en de waarde van de zaak.

Voor de door de rechtbank uitgevaardigde bevelen moet eveneens een vergoeding worden betaald.

In zaken over alimentatie aan kinderen is echter geen van deze registratievergoedingen verschuldigd.

De partijen moeten tevens de juridische kosten van de advocaten die hen in de rechtbank vertegenwoordigen, betalen. Het is niet mogelijk een indicatie te geven van de verwachte juridische kosten, omdat de hoogte daarvan wordt bepaald door de complexiteit van het geschil.

Personen die over onvoldoende middelen beschikken, kunnen verzoeken om kosteloze bijstand door een advocaat, waarbij de kosten worden gedragen door de staat (rechtsbijstand).

De verzoeker kan in aanmerking komen voor rechtsbijstand, als hij of zij volgens de recentste jaaropgaaf geen hoger belastbaar jaarinkomen heeft dan een bepaalde grens, die momenteel is vastgesteld op 11 493,82 EUR (Ministerieel besluit van 16 januari 2018, gepubliceerd in de Staatscourant (Gazzetta Ufficiale) nr. 49 van 28 februari 2018). Deze grens wordt periodiek aangepast. Als de betrokken persoon samenleeft met zijn of haar echtgeno(o)t(e), geregistreerde partner of andere familieleden, wordt het totale jaarinkomen berekend door de inkomens van alle familieleden bij elkaar op te tellen, inclusief het inkomen van de verzoeker.

Als de betrokken persoon samenleeft met zijn of haar echtgeno(o)t(e) of andere familieleden, wordt het totale jaarinkomen berekend door de inkomens van alle familieleden bij elkaar op te tellen, inclusief het inkomen van de verzoeker. In dat geval wordt het maximuminkomen om in aanmerking te komen voor rechtsbijstand verhoogd met 1 032,91 EUR voor elk familielid met wie de verzoeker samenleeft.

Verzoeken om rechtsbijstand moeten worden ingediend bij de Raad van de orde van advocaten (Consiglio dell’Ordine degli Avvocati) van de plaats waar de ter zake bevoegde rechtbank is gevestigd.

In het verzoek moeten de gronden en de rechtsgrond voor de vordering worden vermeld en bij het verzoek moet schriftelijk bewijs worden gevoegd. De orde van advocaten kent geen rechtsbijstand toe als de bij de rechtbank ingestelde vordering kennelijk ongegrond is.

Als de orde van advocaten het verzoek inwilligt, kan de betrokken persoon een advocaat kiezen uit de lijst van advocaten die bevoegd zijn rechtsbijstand te verlenen.

Sommige orden van advocaten selecteren zelf een advocaat die de betrokkene zal bijstaan in de zaak.

Een verzoek om rechtsbijstand kan in elke fase en instantie van de procedure worden ingediend en is geldig voor alle daaropvolgende instanties.

De hierboven genoemde inkomensgrens mag gedurende de gehele procedure niet worden overschreden.

Als het verzoek om rechtsbijstand wordt afgewezen, kan de betrokkene het verzoek opnieuw indienen bij de ter zake bevoegde rechtbank.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Het gerechtelijk bevel waarin het alimentatiebedrag wordt vastgesteld en opdracht wordt gegeven tot de betaling ervan, is een uitvoerbare titel en vormt derhalve een uitvoeringsbevel.

Een gerechtelijk bevel tot vaststelling van het recht op alimentatie legt een verplichting op aan de onderhoudsplichtige om de begunstigde te betalen wat deze nodig heeft om in zijn of haar basislevensbehoeften te kunnen voorzien (de kosten van voeding, huisvesting en kleding en van een minimum aan goederen en diensten die nodig zijn om een waardig leven te leiden). Bij het nemen van een beslissing over de hoogte van de alimentatie moet de rechtbank ook rekening houden met de financiële omstandigheden van de onderhoudsplichtige.

In een gerechtelijk bevel tot vaststelling van het alimentatiebedrag dat moet worden betaald aan een gescheiden echtgeno(o)t(e), moet ook de levensstandaard tijdens het huwelijk in aanmerking worden genomen.

In een gerechtelijk bevel tot vaststelling van het alimentatiebedrag dat moet worden betaald aan kinderen die nog minderjarig zijn of aan kinderen die wel meerderjarig maar niet financieel zelfstandig zijn, moeten hun onderwijsbehoeften in aanmerking worden genomen.

Alimentatie wordt automatisch aangepast aan de hand van de ISTAT-indices of andere parameters die door de partijen zijn overeengekomen of in het gerechtelijke bevel worden vermeld.

Het bedrag van de verschuldigde alimentatie kan op een latere datum worden gewijzigd als de begunstigde of de onderhoudsplichtige daartoe een verzoek heeft ingediend bij de bevoegde rechtbank, die doorgaans de rechtbank is die het oorspronkelijk bevel heeft uitgevaardigd.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De rechtbank stelt de betalingsregelingen vast.

In het geval van scheiding van tafel en bed kan de rechtbank derden die betalingen verrichten aan de onderhoudsplichtige (zoals een werkgever), opdragen een deel van het geld rechtstreeks aan de gescheiden echtgeno(o)t(e) uit te keren.

De alimentatie moet worden uitbetaald aan de persoon die er recht op heeft.

Alimentatie voor minderjarige kinderen wordt doorgaans betaald aan de echtgeno(o)t(e) die het ouderlijk gezag heeft.

Door de rechtbank toegekende alimentatie voor kinderen die meerderjarig zijn geworden maar niet financieel zelfstandig zijn, wordt rechtstreeks aan deze kinderen uitbetaald, tenzij de rechter anders beslist.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als de onderhoudsplichtige niet vrijwillig betaalt, staan de gebruikelijke middelen voor uitvoering van financiële verplichtingen open voor de begunstigde.

Het is ook mogelijk artikel 614 bis van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering toe te passen, waarin de vrijwillige naleving van verplichtingen wordt aangemoedigd: in een bevel tot veroordeling kan de rechter, tenzij dit kennelijk onbillijk is, op verzoek van een partij een door de onderhoudsplichtige te betalen bedrag vaststellen voor ieder geval van inbreuk of niet-naleving, of voor iedere te late uitvoering van het bevel. Het bevel tot veroordeling is een dwangbevel voor de betaling van de verschuldigde sommen voor ieder geval van inbreuk of niet-naleving.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Voor het recht op onderhoud zelf geldt er geen verjaringstermijn. Voor afzonderlijke termijnbetalingen die zijn verschuldigd maar niet worden betaald, geldt er een verjaringstermijn van vijf jaar (artikel 2948, lid 2, van het burgerlijk wetboek). Bovendien wordt de verjaring opgeschort tussen echtgenoten en tussen degenen die ouderlijk gezag uitoefenen over de personen die alimentatie ontvangen.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Zie het volgende punt.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Er is onlangs een staatsfonds opgezet voor de betaling van alimentatie aan behoeftige echtgenoten die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, aan eventueel bij hen inwonende minderjarige kinderen en aan eventuele zwaar gehandicapte meerderjarige kinderen, als de alimentatieplichtige echtgeno(o)t(e) niet betaalt.

Om deze alimentatie te ontvangen (van het ministerie van Justitie (Ministero della Giustizia)), moet de betrokken partij een verzoek indienen bij de rechtbank van haar woonplaats.

De betalingen door het ministerie van Justitie vinden vooraf plaats. Vervolgens vordert het ministerie van Justitie de verschuldigde bedragen terug van de nalatige echtgeno(o)t(e).

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Een persoon die recht heeft op alimentatie van iemand die in een andere lidstaat woont, kan bijstand krijgen van de centrale autoriteit van Italië. Daartoe moet die persoon een verzoek om erkenning (en de afgifte van een verklaring van uitvoerbaarheid van de beslissing tot erkenning) van zijn of haar recht op alimentatie indienen via de centrale autoriteit in de lidstaat waar de onderhoudsplichtige zijn of haar gewone verblijfplaats heeft, conform het systeem van samenwerking dat wordt beschreven in hoofdstuk VII van Verordening (EG) nr. 4/2009.

De afdeling Jeugdrechtspraak en Gemeenschap van het ministerie van Justitie (Ministero della Giustizia - Dipartimento per la Giustizia Minorile e di Comunità) is de centrale autoriteit voor Italië, die overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EG) nr. 4/2009 is aangewezen om in grensoverschrijdende geschillen binnen de Europese justitiële ruimte alimentatie in te vorderen.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De contactgegevens van de centrale autoriteit van Italië zijn:

Ministero della Giustizia, Dipartimento per la Giustizia Minorile e di Comunità

Via Damiano Chiesa 24

00136 ROME

Tel. (+39) 06 68188 326-331-535

Fax (+39) 06 06.68808 323

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.acitalia0409.dgmc@giustizia.it

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Een onderhoudsgerechtigde die in een andere lidstaat woont en in Italië een beslissing tot erkenning van zijn of haar recht op alimentatie wil uitvoeren, kan hulp vragen aan de centrale autoriteit van de lidstaat waar hij of zij woont, en via die autoriteit een verzoek in overeenstemming met artikel 56 indienen, conform het systeem van samenwerking van hoofdstuk VII van Verordening (EG) nr. 4/2009.

Een onderhoudsgerechtigde die in een andere lidstaat woont, mag niet rechtstreeks om hulp vragen bij de centrale autoriteit van Italië.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Zie het antwoord op de vorige vraag.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Wat betreft de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken zijn de regels van hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 4/2009 rechtstreeks van toepassing.

Daarom wordt voor zaken betreffende de erkenning of de erkenning plus een verklaring van uitvoerbaarheid van een beslissing tot erkenning en betreffende een in een lidstaat afgegeven of reeds erkende beslissing, als de verzoeker jonger dan 21 jaar is, automatisch rechtsbijstand toegekend, ongeacht het inkomen en ongeacht of het verzoek voldoende gegrond lijkt, conform de algemene regels die in Italië van kracht zijn in verband met de toegang tot rechtsbijstand.

Voor verzoeken betreffende alimentatie voor kinderen van 21 jaar of ouder, en voor verzoeken die niet voortvloeien uit ouderschap (d.w.z. verzoeken die zijn ingediend door een echtgeno(o)t(e) of een andere persoon die een bloed- of aanverwant van de onderhoudsgerechtigde is), wordt rechtsbijstand verleend als aan de normale voorwaarden betreffende inkomen en het voldoende gegrond zijn van het verzoek is voldaan, conform het Italiaanse recht (zie het antwoord op vraag 7).

In het kader van de in hoofdstuk VII van Verordening (EG) nr. 4/2009 beschreven regeling voor samenwerking zendt de centrale autoriteit van Italië het verzoek om rechtsbijstand toe aan de desbetreffende orde van advocaten.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De centrale autoriteit van Italië gebruikt de volgende methoden voor de behandeling van overeenkomstig hoofdstuk VII verzonden samenwerkingsverzoeken:

  • minnelijke schikkingen worden aangemoedigd door onderhoudsplichtigen uit te nodigen om hun onderhoudsplicht vrijwillig na te komen;
  • onderhoudsplichtigen wordt verzocht contact op te nemen met de centrale autoriteit om overeenstemming te bereiken over de procedures voor het schikken van de zaak;
  • de onderhoudsplichtige wordt gelokaliseerd door te zoeken in de gegevensbank van het nationale register van Italiaanse gemeenten (Indice nazionale dei comuni italiani) en van het gevangeniswezen (Amministrazione penitenziaria) of door contact op te nemen met lokale bevolkingsregisters;
  • er wordt informatie verzameld over het inkomen en vermogen van de onderhoudsplichtige, met hulp van de belastingautoriteiten (polizia tributaria);
  • het verkrijgen van schriftelijk bewijs wordt vergemakkelijkt overeenkomstig artikel 51, lid 2, onder g), van de verordening, in samenwerking met de gerechtelijke autoriteiten;
  • de verlening van rechtsbijstand wordt vergemakkelijkt, zoals uiteengezet in de antwoorden op de vragen 7 en 18 hierboven.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 22/12/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Cyprus

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Hieronder vallen de onderhoudsverplichtingen van ouders jegens hun minderjarige kinderen, waarvan de omvang afhankelijk is van hun financiële middelen, maar niet van de vraag of ze wel of niet gescheiden zijn. Onderhoudsverplichtingen gelden ook ten aanzien van een gewezen echtgenoot die niet zelf in zijn levensonderhoud kan voorzien.

Onderhoudsplichtig zijn ouders jegens hun kinderen en gewezen echtgenoten jegens elkaar, alsook volwassen kinderen jegens hun ouders wanneer laatstgenoemde onvoldoende vermogen of inkomsten hebben om zelf in hun levensonderhoud te voorzien.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De onderhoudsplicht eindigt wanneer het kind meerderjarig wordt (18 jaar), tenzij het niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. Laatstgenoemde situatie doet zich voor wanneer het kind een lichamelijke of geestelijke handicap heeft, geen betaald werk kan verrichten omdat het hoger of beroepsonderwijs volgt of, in het geval van een mannelijk kind, de militaire dienstplicht vervult.

Overeenkomstig de Cypriotische wet, meer bepaald artikel 34 van wet nr. 216/90 inzake de ouder-kindrelatie,

zijn volwassen kinderen onderhoudsplichtig jegens hun ouders.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

U moet een verzoek indienen bij de familierechtbank van de prefectuur waar u woont.

De procedure begint met de indiening van een verzoekschrift strekkende tot de inning van alimentatie, waarbij een beëdigde verklaring van de verzoeker moet zijn gevoegd, die wordt ingeschreven op de griffie van de rechtbank. Het verzoekschrift wordt betekend aan de verweerder (alimentatieplichtige), die het recht heeft om te worden gehoord en een bezwaarschrift in te dienen. Wanneer de partijen tot overeenstemming komen, geeft de rechter op basis van hun overeenkomst een alimentatiebeschikking. Anders wordt het verzoek ter zitting behandeld en geeft de rechter een beslissing op basis van de verklaringen van beide partijen.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Wanneer de alimentatiegerechtigde minderjarig is (jonger dan 18 jaar), moet het verzoek namens en ten behoeve van hem worden ingediend door een van zijn ouders of zijn voogd.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Wet nr. 23/90 inzake de familierechtbanken, zoals gewijzigd, bepaalt dat wanneer de alimentatiegerechtigde een minderjarige is, de rechtbank van de woonplaats van de alimentatiegerechtigde of alimentatieplichtige bevoegd is (artikel 12, lid 1, onder b)). In de gevallen waarin de alimentatiegerechtigde meerderjarig is, is de rechtbank van de woon- of werkplaats van de verzoeker (alimentatiegerechtigde) of alimentatieplichtige bevoegd (artikel 12, lid 1, onder a)).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Een verzoek kan persoonlijk of via een advocaat worden ingediend.

Voor de toepasselijke procedure, zie het antwoord op vraag 3.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Aan een gerechtelijke procedure zijn kosten verbonden, namelijk het honorarium van de advocaat (wanneer de verzoeker door een advocaat wordt vertegenwoordigd) en de rechtbankkosten. De hoogte daarvan wordt vastgesteld bij regelgeving, die regelmatig door het hooggerechtshof wordt gepubliceerd. Hoe hoog de kosten van de procedure precies zijn, is afhankelijk van de duur en complexiteit ervan. Wanneer de verzoeker over onvoldoende financiële middelen beschikt, kan hij een aanvraag indienen voor kosteloze rechtsbijstand, overeenkomstig wet nr. 165(I)/2002, zoals gewijzigd.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Alimentatie kan worden toegekend ten laste van een ouder ten behoeve van een kind , ten laste van een kind ten behoeve van een ouder of ten laste van een gewezen echtgenoot ten behoeve van een gewezen echtgenoot. Bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie wordt rekening gehouden met de behoeften van de alimentatiegerechtigde en de financiële middelen van de alimentatieplichtige. Alimentatie is bestemd voor het levensonderhoud, de instandhouding van het welzijnsniveau en, voor zover van toepassing, de financiering van onderwijskosten van de alimentatiegerechtigde (artikel 37 van wet. nr. 216/90).

Een alimentatiebeslissing kan op verzoek van de alimentatiegerechtigde of zijn vertegenwoordiger worden herzien als diens kosten van levensonderhoud of familieomstandigheden zijn gewijzigd of als de omstandigheden van de alimentatieplichtige zijn veranderd (artikel 38, lid 1, van wet nr. 216/90).

Daarnaast voorziet de wet in een automatische, tweejaarlijkse, verhoging van de alimentatie met tien procent, tenzij de rechter anders bepaalt (artikel 38, lid 2, van wet nr. 216/90).

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De alimentatie wordt maandelijks betaald aan de alimentatiegerechtigde, diens voogd of zijn advocaat, door bankoverschrijving, via een cheque of contant.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Wanneer de alimentatieplichtige ondanks een gerechtelijke beslissing weigert om te betalen, wordt de alimentatie op dezelfde wijze geëind als een dwangsom. De procedure voor de inning omvat onder meer de uitvaardiging van een detentiebevel (artikel 40 van wet nr. 216/90).

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Ingevolge artikel 9, lid 3, van wet nr. 232/91 kan een alimentatieplichtige maximaal twee jaar worden vrijgesteld van een bij rechterlijke beslissing opgelegde verplichting tot het betalen van alimentatie.

De perioden dat de alimentatieplichtige in het buitenland woont of verblijft, worden niet in aanmerking genomen.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Een dergelijke autoriteit of organisatie bestaat niet op nationaal niveau.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Zie het antwoord op de vorige vraag.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja, in dat geval kan de verzoeker/alimentatiegerechtigde zich wenden tot de centrale autoriteit van Cyprus: het ministerie van Justitie en Openbare Orde.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De persoon in kwestie of zijn advocaat kan per telefoon, schriftelijk (per brief, fax of e-mail) of in persoon contact opnemen met de centrale autoriteit.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Wanneer de verzoeker/alimentatiegerechtigde in het buitenland woont of verblijft en de alimentatieplichtige in Cyprus, kan de verzoeker zich via de centrale autoriteit van het land waar hij woont of verblijft tot de centrale autoriteit van Cyprus wenden (ministerie van Justitie en Openbare Orde). De verzoeker kan zijn bijstandverzoek niet rechtstreeks doen.

Een andere mogelijkheid is dat hij zich via zijn advocaat rechtstreeks tot de Cypriotische rechter wendt.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Voor specifieke zaken kan telefonisch of schriftelijk (per brief, fax of e-mail) contact worden opgenomen met de centrale autoriteit van Cyprus, die eventueel kan helpen bij het indienen van een schriftelijk alimentatieverzoek bij de bevoegde nationale rechter.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja, Cyprus is gebonden aan het Haags Protocol van 2007.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Overeenkomstig de nieuwe alimentatieverordening (Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad) kunnen verzoekschriften nu via de centrale autoriteit van Cyprus rechtstreeks worden ingediend bij de bevoegde rechter.

De toegang tot de rechter is ook vergemakkelijkt door een voorziening voor rechtsbijstand, zowel overeenkomstig nationale wetgeving, meer in het bijzonder wet nr. 165(I)/2002, als overeenkomstig de EU-richtlijn betreffende rechtsbijstand bij grensoverschrijdende geschillen.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Voor de juiste toepassing van artikel 51 werkt de centrale autoriteit nauw samen met andere bevoegde autoriteiten van de staat, onder meer om de verzochte informatie te verkrijgen, zoals gegevens over het woon- en werkadres en de inkomsten van de alimentatieplichtige, de alimentatieplichtige op te sporen en, door de gerechtelijke autoriteiten een geldig adres voor betekening te verstrekken, rechtbankstukken aan de alimentatieplichtige te betekenen.

Ondanks het feit dat er een voorziening voor rechtsbijstand is, bestaat er voor de verzoeker feitelijk geen noodzaak om rechtsbijstand te vragen omdat bovengenoemde activiteiten door de centrale autoriteit worden verricht en ook het verzenden/indienen van verzoekschriften krachtens Verordening (EG) 4/2009 door de centrale autoriteit gebeurt.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 17/01/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Letland

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Het Letse nationale recht geeft geen uitvoerige definitie van het begrip levensonderhoud, maar er bestaat algemene overeenstemming over specifieke kwesties in verband met het levensonderhoud van een andere persoon. Zo omvat het levensonderhoud van een kind alle uitgaven die alle ouders, ongeacht hun financiële situatie, moeten doen ten behoeve van het kind. Het minimumbedrag hiervoor wordt vastgesteld door de regering (Ministru kabinets, “ministerraad”). De definitie van levensonderhoud van kinderen is gegeven in de Wet betreffende het Alimentatiewaarborgfonds (Uzturlīdzekļu garantiju fonds).

Voor vele kwesties betreffende onderhoudsplichten – waarvoor verschillende benamingen worden gebruikt, zoals “levensonderhoud” (uzturlīdzekļi) of “bestaansmiddelen om de vroegere levenstandaard in stand te houden” (līdzekļi iepriekšējā labklājības līmeņa nodrošināšanai) – is de algemene overeenstemming gebaseerd op middels gerechtelijke vonnissen tot stand gekomen jurisprudentie. Zo wordt algemeen aanvaard dat onder alimentatie tussen echtgenoten wordt verstaan: financiële bijstand op lange termijn van een echtgeno(o)t(e) aan de andere echtgeno(o)t(e) van wie de materiële omstandigheden zijn verslechterd.

Onderhoudsplichtige personen:

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun kinderen

De ouders van een kind zijn onderhoudsplichtig jegens het kind tot het kind in staat is om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. De verplichting om in het levensonderhoud van een kind te voorzien eindigt derhalve niet bij de meerderjarigheid van het kind. Als het kind meerderjarig is, kan een rechtbank echter beoordelen of een alimentatievordering al dan niet moet worden toegewezen indien het meerderjarige kind geen hoger onderwijs of voortgezette beroepsopleiding meer volgt en wel in staat is om door arbeid in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien, maar dat niet doet. Daarbij moet in gedachten worden gehouden dat de verplichting van de ouders om in het levensonderhoud van hun kinderen te voorzien in verhouding moet staan tot de financiële middelen van elke ouder. Dat neemt niet weg dat elke ouder, ongeacht zijn of haar financiële situatie, verplicht is om het door de regering voorgeschreven minimumbedrag aan levensonderhoud te verstrekken. De verplichting om in het levensonderhoud van het kind te voorzien is bindend, ongeacht of het kind bij een van de ouders, beide ouders of elders woont.

In het levensonderhoud van een kind voorzien betekent dat het kind moet worden voorzien van voeding, kledij, onderdak en gezondheidszorg, persoonlijke verzorging, onderwijs en opvoeding (zodat voor zowel de geestelijke als de fysieke ontwikkeling van het kind wordt gezorgd, met de nodige aandacht voor zijn of haar persoonlijkheid, vaardigheden en interesses, en het kind wordt voorbereid op een nuttige rol in de samenleving).

Kinderen zijn onderhoudsplichtig jegens hun ouders

Alle kinderen zijn in gelijke mate verplicht om in het levensonderhoud van hun ouders te voorzien. Als de financiële omstandigheden van de kleinkinderen ongelijk zijn, kan een rechtbank hun onderhoudsplichten jegens hun grootouders vaststellen in verhouding tot de financiële middelen van elk kleinkind.

Een echtgeno(o)t(e) is onderhoudsplichtig jegens de andere echtgeno(o)t(e)

Als een huwelijk nietig wordt verklaard en een van de ex-echtgenoten bij het sluiten van het huwelijk op de hoogte was van de mogelijke nietigheid, kan de andere echtgeno(o)t(e), die daar niet van op de hoogte was, van hem of haar bestaansmiddelen eisen in verhouding tot de financiële middelen van deze ex-echtgeno(o)t(e) teneinde zijn of haar vroegere levensstandaard te behouden. Ook na een echtscheiding kan een ex-echtgeno(o)t(e) van de andere ex-echtgeno(o)t(e) bestaansmiddelen eisen in verhouding tot de financiële middelen van deze ex-echtgeno(o)t(e) teneinde zijn of haar vroegere levensstandaard te behouden.

Er bestaat geen verplichting om een ex-echtgeno(o)t(e) te voorzien van de bestaansmiddelen om zijn of haar vroegere levensstandaard in stand te houden indien:

  1. de periode die is verstreken sinds het huwelijk is ontbonden of nietig is verklaard, even lang of langer is dan de periode die het huwelijk dan wel het samenleven heeft geduurd;
  2. de ex-echtgeno(o)t(e) is hertrouwd;
  3. het inkomen van de ex-echtgeno(o)t(e) voldoende is om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien;
  4. de ex-echtgeno(o)t(e) afziet van alimentatie omdat hij of zij zelf voldoende verdient;
  5. de ex-echtgeno(o)t(e) onderhoudsplichtig is maar over onvoldoende middelen beschikt om op het bestaansminimum te leven, of arbeidsongeschikt is geworden;
  6. de ex-echtgeno(o)t(e) een misdrijf heeft gepleegd tegen de andere ex-echtgeno(o)t(e) of een van diens familieleden in opgaande of neergaande lijn, zoals een aanslag op het leven of de gezondheid, vrijheidsberoving, beschadiging of diefstal van eigendom of smaad;
  7. de ex-echtgeno(o)t(e) heeft nagelaten, ook al was hij of zij daar wel toe in staat, om de andere ex-echtgeno(o)t(e) te helpen toen deze in een hulpeloze toestand verkeerde;
  8. de ex-echtgeno(o)t(e) een van de onder punt 6 bedoelde personen doelbewust valselijk heeft beschuldigd van een misdrijf;
  9. de ex-echtgeno(o)t(e) een immoreel of spilziek leven leidt;
  10. een van de ex-echtgenoten stervende is of geacht wordt te zijn overleden;
  11. er andere zwaarwegende redenen van toepassing zijn.

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun kleinkinderen

Als er geen ouders zijn, of als deze niet in het levensonderhoud van hun kind kunnen voorzien, rust deze plicht in gelijke mate op de grootouders. Als de financiële middelen van de grootouders ongelijk zijn, kan een rechtbank hun onderhoudsplichten vaststellen in verhouding tot de financiële middelen van elke grootouder.

Kleinkinderen zijn onderhoudsplichtig jegens hun grootouders

De onderhoudsplicht jegens grootouders, indien nodig, rust in gelijke mate op alle kleinkinderen. Als de financiële omstandigheden van de kleinkinderen ongelijk zijn, kan een rechtbank hun onderhoudsplichten jegens hun grootouders vaststellen in verhouding tot de financiële middelen van elk kleinkind.

Onderhoudsplicht op grond van een alimentatieovereenkomst

Partijen kunnen een onderhoudsplicht vastleggen in een alimentatieovereenkomst. Krachtens een dergelijke overeenkomst voorziet een partij de andere partij van materiële voordelen, in contanten of in natura, in ruil waarvoor de andere partij hem of haar voor de duur van zijn of haar leven of voor een andere overeengekomen duur alimentatie verstrekt. Tenzij anders wordt overeengekomen, omvat alimentatie voeding, onderdak, kledij en verzorging, maar als de ontvanger van de alimentatie minderjarig is ook opvoeding en onderwijs in een instelling voor basisonderwijs.

Onderhoudsplicht als gevolg van persoonlijk letsel

Als een persoon die onderhoudsplichtig is jegens een andere persoon overlijdt als gevolg van een persoonlijk letsel, gaat de onderhoudsplicht over op de persoon die aansprakelijk is voor dit overlijden. Het bedrag van de schadevergoeding zal door een rechtbank naar eigen inzicht worden vastgesteld, rekening houdend met de leeftijd van de overledene, de mate waarin hij of zij bij leven in staat was om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien, en ten slotte de behoeften van de persoon aan wie de alimentatie moet worden verstrekt. Als de persoon aan wie de alimentatie moet worden verstrekt over voldoende middelen beschikt om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien, kan deze geen alimentatie vorderen.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De ouders van een kind zijn onderhoudsplichtig jegens het kind tot het kind in staat is om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. De verplichting om in het levensonderhoud van een kind te voorzien eindigt derhalve niet bij de meerderjarigheid van het kind. Als het kind meerderjarig is, kan een rechtbank echter beoordelen of een alimentatievordering al dan niet moet worden toegewezen indien het meerderjarige kind geen hoger onderwijs of voortgezette beroepsopleiding meer volgt en wel in staat is om door arbeid in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien, maar dat niet doet.

In het Letse recht wordt niet omschreven welke bestaansmiddelen nodig zijn om de vroegere levensstandaard van de andere ex-echtgeno(o)t(e) in stand te houden. Ook wordt niet omschreven wat de onderhoudsplicht jegens ouders en grootouders precies inhoudt.

Wel wordt in het Letse recht gedefinieerd wat in het levensonderhoud van een kind voorzien betekent, namelijk dat het kind moet worden voorzien van voeding, kledij, onderdak en gezondheidszorg; persoonlijke verzorging, onderwijs en opvoeding (zodat voor zowel de geestelijke als de fysieke ontwikkeling van het kind wordt gezorgd, met de nodige aandacht voor zijn of haar persoonlijkheid, vaardigheden en interesses, en het kind wordt voorbereid op een nuttige rol in de samenleving). De mate waarin in het levensonderhoud van een kind moet worden voorzien is afhankelijk van het recht van het kind op passende levensomstandigheden en de feitelijke behoeften van het kind.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Om de vervulling van een onderhoudsplicht af te dwingen, moet de verzoeker een daartoe strekkend verzoek indienen bij een rechtbank overeenkomstig de in de Wet burgerlijke rechtsvordering beschreven procedure. Dit verzoek moet vergezeld gaan van de vereiste documenten.

De ouders van een kind kunnen een overeenkomst hebben gesloten in de vorm van een notariële akte (notarial akts) waarin wordt voorzien in de betaling van maandelijkse alimentatie. Een dergelijke overeenkomst vormt een civielrechtelijke transactie, die rechtsgevolgen heeft in de zin dat de overeenkomst beide partijen ertoe verbindt om de bepalingen van een wettig opgesteld contract te respecteren en na te leven. Als een van de ouders van het kind verzuimt om een overeenkomst inzake vaste of periodieke alimentatiebetalingen na te leven, kan de overeenkomst aan de gerechtsdeurwaarder (tiesu izpildītājs) worden overgelegd voor uitvoering.

Letland heeft een Alimentatiewaarborgfonds ingesteld om uit de begroting van de centrale overheid alimentatie te verstrekken aan minderjarige kinderen. De middelen van het fonds worden beheerd door een speciaal daartoe ingestelde dienst (Uzturlīdzekļu garantiju fonda administrācija). Deze dienst (de beherende dienst) valt rechtstreeks onder het ministerie van Justitie.

Bij het Alimentatiewaarborgfonds kan alimentatie worden verkregen op voorwaarde dat eerst langs gerechtelijke weg is geprobeerd alimentatie te innen; pas als is gebleken dat de vordering niet kan worden uitgevoerd, kan de onderhoudsgerechtigde een aanvraag indienen bij de beherende dienst.

De beherende dienst verstrekt alleen voorschotten op de alimentatie als is vastgesteld dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is, of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het door de regering vastgestelde minimumbedrag aan alimentatie te betalen.

De beherende dienst heeft de plicht om een schuld te innen bij een onderhoudsplichtige zonder dat daarvoor een speciale gerechtelijke beslissing nodig is, tot de hoogte van het door de dienst uitgekeerde alimentatiebedrag.

De procedure voor het verkrijgen van alimentatie van de beherende dienst is als volgt:

De verzoeker – het onderhoudsgerechtigde kind – kan rechtstreeks een verzoek indienen bij de beherende dienst, dat vergezeld moet gaan van de volgende documenten:

  • een afschrift van de gerechtelijke beslissing waarbij alimentatie wordt toegekend;
  • een verklaring van een deurwaarder waarin deze bevestigt dat de uitvoering van een beslissing tot toekenning van alimentatie is mislukt of dat de alimentatieplichtige de beslissing naleeft, maar niet in staat is om het door de regering vastgestelde minimumbedrag aan alimentatie te betalen; deze verklaring moet binnen een maand na de afgifte ervan bij de beherende dienst worden ingediend;
  • als de alimentatie wordt gevorderd door een gevolmachtigde vertegenwoordiger, een document waarin de volmacht is vastgelegd.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Ja, een gevolmachtigde vertegenwoordiger kan een vordering instellen namens een familielid of een nauwe verwant. In geval van minderjarige kinderen kan de vordering worden ingesteld door hun wettelijke vertegenwoordigers, d.w.z. hun ouders of voogden.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De regels inzake de bevoegdheid van rechtbanken bepalen dat de bevoegde rechtbank voor de inning van alimentatie van welk type ook de arrondissements- of stadsrechtbank (rajona (pilsētas) tiesa) is.

In Letland is de rechtbank bevoegd op grond van:

  • Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de uitvoering van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (hierna “de alimentatieverordening” genoemd);
  • bilaterale en multilaterale verdragen die voor de Republiek Letland bindend zijn;
  • de Wet burgerlijke rechtsvordering (Civilprocesa likums), als de bepalingen van de alimentatieverordening of de bepalingen van voor de Republiek Letland bindende bilaterale en multilaterale verdragen niet van toepassing zijn.

De Wet burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de volgende Letse rechtbanken bevoegd zijn voor de behandeling van alimentatievorderingen:

  • een gerechtelijke actie kan aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van de plaats waar de verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft;
  • indien de gewone verblijfplaats van de verweerder niet bekend is, of als de verweerder geen vaste verblijfplaats heeft in Letland, kan een gerechtelijke actie aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van de plaats waar de verweerder onroerende zaken bezit, of bij de rechtbank van de laatste bekende verblijfplaats van de verweerder;
  • een gerechtelijke actie betreffende de inning van alimentatie voor een kind of een ouder kan ook aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van de gewone verblijfplaats van de eiser;
  • een gerechtelijke actie betreffende een onderhoudsplicht die voortvloeit uit persoonlijk letsel, kan ook aanhangig worden gemaakt in de plaats waar de eiser zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of de plaats waar het letsel is toegebracht.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Om een actie aanhangig te maken en een vordering in te stellen bij een rechtbank, hoeft de verzoeker geen advocaat of enige andere tussenpersoon in te schakelen. Ook hoeft de verzoeker voorafgaand aan de behandeling van de zaak door de rechtbank geen poging tot verzoening te ondernemen.

Tijdens de voorbereiding van de zaak moet de rechter er echter naar streven om de partijen met elkaar te verzoenen. De partijen worden daarom aangemoedigd om een tot een onderling vergelijk te komen voordat de zaak door de rechtbank wordt onderzocht.

Ook moet worden benadrukt dat de partijen overeenstemming over alimentatievorderingen kunnen bereiken zonder de zaak voor de rechter te brengen.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Overeenkomstig artikel 43, lid 1, van de Wet burgerlijke rechtsvordering zijn de volgende personen vrijgesteld van de betaling van gerechtskosten aan de staat (valsts nodeva), griffierechten (kancelejas nodeva) en procedurekosten (ar lietas izskatīšanu saistītie izdevumi):

eisers in geval van vorderingen voor de inning van alimentatie voor een kind of een ouder en vorderingen voor de vaststelling van vaderschap indien de actie aanhangig wordt gemaakt samen met een vordering voor de inning van kinderalimentatie;

verzoekers in verband met de erkenning of de erkenning en uitvoering van een beslissing van een ander land met betrekking tot de betaling van alimentatie voor een kind of een ouder;

eisers in geval van vorderingen wegens persoonlijk letsel dat verminking, andere gezondheidsschade of het overlijden van een persoon tot gevolg heeft gehad;

verweerders in zaken over de verlaging van door een rechter vastgestelde alimentatiebetalingen voor een kind of een ouder, of over de verlaging van door een rechter vastgelegde vergoedingen in geval van vorderingen wegens persoonlijk letsel dat verminking, andere gezondheidsschade of het overlijden van een persoon tot gevolg heeft gehad;

een vordering (prasības pieteikumu) kan een oorspronkelijke vordering of een tegenvordering zijn, of een verzoek dat is ingediend in een zaak die reeds aanhangig is gemaakt door een derde met een onafhankelijke vordering in verband met het onderwerp van het geschil, of een verzoek dat is ingediend in een bijzondere arbitrageprocedure, of een ander bij de rechtbank ingediend verzoek waarin de toepasselijke wetgeving voorziet. Op grond van artikel 34 van het Letse wetboek van burgerlijke rechtsvordering is voor elke vordering een vergoeding verschuldigd, die als volgt wordt berekend:

tot 2 134 EUR: 15 % van het gevorderde bedrag, maar niet minder dan 70 EUR;

van 2 135 EUR tot 7 114 EUR: 320 EUR plus 4 % van het gevorderde bedrag dat 2 134 EUR overschrijdt;

van 7 115 EUR tot 28 457 EUR: 520 EUR plus 3,2 % van het gevorderde bedrag dat 7 114 EUR overschrijdt;

van 28 458 EUR tot 142 287 EUR: 1 200 EUR plus 1,6 % van het gevorderde bedrag dat 28 457 EUR overschrijdt;

van 142 288 EUR tot 711 435 EUR: 3 025 EUR plus 1 % van het gevorderde bedrag dat 142 287 EUR overschrijdt;

meer dan 711 435 EUR: 8 715 EUR plus 0,6 % van het gevorderde bedrag dat 711 435 EUR overschrijdt.

In zaken betreffende de inning van alimentatie wordt het gevorderde bedrag geacht gelijk te zijn aan het totale jaarlijks te betalen alimentatiebedrag.

In Letland wordt rechtsbijstand voor buitenlandse eisers of verzoekers die krachtens de alimentatieverordening recht op rechtsbijstand hebben, verleend door de op grond van de verordening aangewezen centrale autoriteit, te weten de beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds. Deze dienst verleent kosteloze rechtsbijstand en voorziet in vertegenwoordiging ten overstaan van de Letse rechtbanken en uitvoeringsinstanties voor nationale onderhoudsgerechtigden en buitenlandse onderhoudsgerechtigden die krachtens de verordening recht hebben op rechtsbijstand.

In gevallen waarin de alimentatieverordening niet voorziet verleent de Letse staat kosteloze rechtsbijstand aan personen wier bijzondere situatie of bezittingen en inkomen verhinderen dat ze hun rechten naar behoren kunnen beschermen. Rechtsbijstand wordt toegekend overeenkomstig de Wet betreffende van staatswege toegekende rechtsbijstand.

Rechtsbijstand is beschikbaar om de kosten van het opstellen van processtukken, juridisch advies tijdens de procedure en vertegenwoordiging voor de rechtbank te dekken. In grensoverschrijdende geschillen kan de betrokkene daarnaast ook aanspraak maken op de diensten van een tolk, de vertaling van bepaalde gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken en door de betrokkene ingediende documenten als die voor de zaak noodzakelijk zijn. In bepaalde gevallen kunnen ook de reiskosten voor deelname aan terechtzittingen worden vergoed. De gerechtskosten worden niet door de staat gedekt. Gerechtskosten omvatten de vergoeding aan de staat, griffierechten en procedurekosten, zoals de te betalen vergoedingen voor getuigen en deskundigen, kosten in verband met de ondervraging van getuigen, kosten in verband met de afgifte van een afschrift van het verzoekschrift van de eiser en de betekening van een dagvaarding enz. De rechtbank kan een persoon echter, na diens materiële omstandigheden te hebben beoordeeld, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de betaling van gerechtskosten aan de staat of toestaan dat deze kosten in termijnen worden betaald.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De rechtbank kan alimentatie voor een kind toekennen in de vorm van een vast bedrag of in andere vormen, zoals voedsel, kledij, onderdak enz., of beide.

Om het definitieve bedrag van de alimentatie te beoordelen en vast te stellen, zal de rechtbank eerst de financiële situatie en de woon- en gezinsomstandigheden van de partijen in aanmerking nemen, rekening houdend met het door de partijen verstrekte bewijsmateriaal.

In zaken betreffende de inning van kinderalimentatie zal de rechtbank alle omstandigheden en bewijsmiddelen in de zaak afwegen en vervolgens het bedrag van de alimentatie vaststellen. Het minimumbedrag aan alimentatie dat elke ouder volgens de door de regering vastgestelde regelgeving maandelijks moet betalen voor elk kind vanaf de geboorte tot de leeftijd van 7 jaar, is 25 % van het door de regering vastgestelde minimummaandloon, en vanaf 7 jaar tot de leeftijd van 18 jaar 30 % van het door de regering vastgestelde minimummaandloon.

Wanneer eenmaal alimentatie is toegekend, moet voor elke wijziging van het bedrag en de termijn waarover alimentatie moet worden betaald, en ook voor het verkrijgen van een vrijstelling van de betaling van de alimentatie, door de betrokken partij een afzonderlijk verzoek worden ingediend. De rechtbank kan vervolgens, in een nieuwe procedure, het alimentatiebedrag evalueren en naar boven of naar beneden bijstellen op grond van veranderingen in de materiële en gezinssituatie van de betrokken partijen.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De onderhoudsplichtige moet de alimentatie betalen aan de onderhoudsgerechtigde. Als een vordering namens een minderjarig kind aanhangig wordt gemaakt door de ouders of voogd van het kind, wordt de alimentatie aan de ouders of voogd betaald in plaats van aan het kind. Traditioneel wordt alimentatie periodiek betaald in de vorm van vaste bedragen, bijvoorbeeld door middel van inhoudingen op het loon; in een beperkt aantal gevallen wordt alimentatie in andere vormen uitgekeerd.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als de onderhoudsplichtige nalaat vrijwillig alimentatie te betalen, moet de persoon waaraan die is toegekend een dwangbevel (izpildu raksts) verkrijgen bij de rechtbank die de zaak heeft behandeld. Dat dwangbevel, of een in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven executiebevel, moet vervolgens voor uitvoering worden ingediend bij een deurwaarder (tiesu izpildītājs), uiterlijk tien jaar nadat de gerechtelijke beslissing of het rechterlijk vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij andere verjaringstermijnen gelden (indien periodieke betalingen worden geïnd op grond van een gerechtelijk vonnis, blijft het dwangbevel van kracht gedurende de hele periode waarover de periodieke betalingen zijn toegekend, en de verjaringstermijn loopt vanaf de uiterste betalingsdatum voor elke betaling). De deurwaarder zal op schriftelijk verzoek van de persoon die om de uitvoering van het bevel verzoekt, tot gedwongen executie overgaan. De deurwaarder is verplicht het dwangbevel uit te voeren indien de verblijfplaats van de onderhoudsplichtige, de locatie van zijn of haar vermogen of de plaats waar hij of zij werkt, in zijn of haar ambtsgebied (iecirknis) gelegen is. De deurwaarder kan ook andere dwangbevelen aanvaarden die moeten worden uitgevoerd in het rechtsgebied van de regionale rechtbank (apgabaltiesa) waaraan de deurwaarder is verbonden. Het rechtsgebied van de regionale rechtbank waaraan de deurwaarder is verbonden, is het rechtsgebied waar de deurwaarder bevoegd is om op te treden.

Dwangmaatregelen zijn bijvoorbeeld: beslag op roerende zaken die aan de onderhoudsplichtige toebehoren, met inbegrip van roerende zaken die in het bezit zijn van andere personen, en op immateriële activa van de onderhoudsplichtige, door de verkoop daarvan; beslag op door andere personen aan de onderhoudsplichtige verschuldigde geldbedragen (beloningen voor werkzaamheden, daaraan gelijkwaardige betalingen, andere inkomsten van de onderhoudsplichtige, deposito’s bij kredietinstellingen); beslag op onroerende zaken die aan de onderhoudsplichtige toebehoren door de verkoop daarvan; andere in het vonnis beschreven maatregelen.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Krachtens artikel 570 van de Wet burgerlijke rechtsvordering kan inning niet plaatsvinden op basis van het vermogen van de onderhoudsplichtige indien de onderhoudsplichtige werkt of een pensioen of studietoelage ontvangt en het te innen bedrag niet hoger is dan het deel van een maandinkomen dat wettelijk voor inning in aanmerking komt. In deze wet worden vermogensbestanddelen vermeld die niet in aanmerking komen voor beslag, zoals bepaalde huishoudelijke gebruiksvoorwerpen en apparatuur en de noodzakelijke kleding van de onderhoudsplichtige en gezinsleden te zijner of harer laste. Krachtens artikel 594 van de Wet burgerlijke rechtsvordering kunnen er, tot de te innen schuld is afbetaald en in overeenstemming met de uitvoeringsdocumenten, bedragen worden ingehouden op het loon (en daaraan gelijkwaardige betalingen) van de onderhoudsplichtige, afhankelijk van het volgende:

  • in zaken betreffende de inning van alimentatie voor de voeding van minderjarige kinderen of ten behoeve van de beherende dienst moet een deel van de bezoldiging van de onderhoudsplichtige (en daaraan gelijkwaardige betalingen) dat gelijk is aan 50 % van het minimummaandloon intact blijven, en voor elk minderjarig kind ten laste van de onderhoudsplichtige moeten middelen die gelijk zijn aan de sociale bijstandsuitkering intact blijven;
  • in andere zaken betreffende de inning van alimentatie kan het bedrag dat wordt ingehouden op de bezoldiging van de onderhoudsplichtige (en daaraan gelijkwaardige bedragen) oplopen tot 50 %, zij het dat het minimummaandloon intact moet worden gelaten, en voor elk minderjarig kind ten laste van de onderhoudsplichtige moeten middelen die gelijk zijn aan de sociale bijstandsuitkering intact blijven.

Krachtens artikel 632 van de Wet burgerlijke rechtsvordering kan een bij een gerechtelijk vonnis erkende onderhoudsgerechtigde of een onderhoudsplichtige, specifieke situaties daargelaten, een naar behoren gemotiveerde klacht indienen tegen de handelingen van een deurwaarder bij de uitvoering van een vonnis of tegen een weigering door een deurwaarder om deze handelingen te verrichten; de klacht moet worden ingediend binnen tien dagen vanaf de datum waarop de betwiste handeling plaatsvond, of, indien de klager niet in kennis was gesteld van het tijdstip en de plaats van de te verrichten handeling, de datum waarop de klager kennis heeft verkregen van de betreffende handelingen. Krachtens artikel 634 van de Wet burgerlijke rechtsvordering wordt, indien een vonnis dat reeds is uitgevoerd wordt vernietigd en indien na een nieuwe beoordeling van de zaak een vonnis tot afwijzing van de vordering wordt gewezen of een beslissing tot beëindiging van de gerechtelijke procedure of tot seponering van de zaak wordt gegeven, de uitvoering van een vonnis teruggedraaid en moet alles wat op grond van het inmiddels vernietigde vonnis bij de verweerder ten gunste van de eiser is geïnd worden teruggegeven aan de verweerder.

Krachtens artikel 546 van de Wet burgerlijke rechtsvordering kunnen uitvoeringsdocumenten voor gedwongen executie worden ingediend binnen tien jaar vanaf de datum waarop een toekenning door een rechtbank of rechter van kracht wordt, mits de wet geen andere verjaringstermijnen vaststelt. Indien periodieke betalingen worden geïnd als gevolg van een gerechtelijk vonnis, blijft het dwangbevel van kracht gedurende de hele periode waarover de periodieke betalingen zijn toegekend, en de verjaringstermijn loopt vanaf de uiterste betalingsdatum voor elke betaling.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Een persoon kan bij de beherende dienst een aanvraag voor alimentatie voor een minderjarige indienen als de uitvoering van een gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen.

Overeenkomstig de alimentatieverordening kan een persoon de beherende dienst verzoeken om alimentatie te innen van een onderhoudsplichtige die niet meer in Letland verblijft. Deze dienst vervult de functie van centrale autoriteit in Letland voor de doeleinden van de verordening.

Overeenkomstig de alimentatieverordening kan een persoon die een wettelijk recht op alimentatie heeft zich tot de beherende dienst wenden met een verzoek aan een andere lidstaat van de Europese Unie om:

  1. een beslissing tot inning van alimentatie in het land waar de verweerder verblijft te bekrachtigen;
  2. de hoogte van de alimentatie (naar boven of naar beneden) aan te passen;
  3. een beslissing tot inning van alimentatie en vaststelling van het vaderschap van het kind in het land waar de verweerder verblijft te bekrachtigen;
  4. de erkenning van een beslissing van een Letse rechtbank tot inning van alimentatie te verkrijgen, deze beslissing uitvoerbaar te laten verklaren of de beslissing te laten uitvoeren.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

De beherende dienst kan in de plaats van een kinderalimentatieplichtige treden als de uitvoering van een gerechtelijke beslissing tot inning van kinderalimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is of als de alimentatieplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de kinderalimentatie naleeft, maar niet in staat is het door de regering vastgestelde minimumbedrag aan alimentatie te betalen. Als deze dienst alimentatie betaalt, heeft hij het recht om stappen te ondernemen om betaalde bedragen terug te vorderen, inclusief wettelijke rente (zie het antwoord op vraag 3).

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Als de eiser en het kind hun vaste verblijfplaats in Letland hebben maar de onderhoudsplichtige in een ander land verblijft, kan de eiser bij de beherende dienst een aanvraag indienen indien de uitvoering van een gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen.

Als de onderhoudsplichtige in een ander land verblijft en in Letland geen vermogensbestanddelen heeft waarop beslag zou kunnen worden gelegd, moet de eiser de gerechtelijke beslissing overleggen om deze in het betrokken land erkend te krijgen en te laten uitvoeren voordat een aanvraag bij de beherende dienst kan worden ingediend. Als de uitvoering van de beslissing in het betrokken land in het buitenland onmogelijk blijkt, kan de eiser de beherende dienst verzoeken om in de plaats van de onderhoudsplichtige te treden in verband met de uitvoerbare alimentatieverplichting.

Deze dienst vervult de functie van centrale autoriteit uit hoofde van de alimentatieverordening (zie de antwoorden op de vragen 3 en 13), en een persoon kan zich tot de dienst wenden voor hulp in het kader van de verordening. De beherende dienst verleent die hulp overeenkomstig de verordening.

Als een Letse rechtbank een beslissing tot uitvoering van een onderhoudsverplichting geeft en een persoon die in Letland verblijft wenst dat deze beslissing wordt erkend en/of wordt uitgevoerd in een andere lidstaat van de Europese Unie, of als een persoon een gerechtelijke beslissing tegen een onderhoudsplichtige die in een andere lidstaat van de Europese Unie verblijft wil verkrijgen, kan de beherende dienst die persoon op grond van de alimentatieverordening helpen om de beslissing van de Letse rechtbank door te sturen naar de betrokken lidstaat voor erkenning en/of uitvoering en voor een besluit over het verzoek.

De beherende dienst kan in de plaats van de onderhoudsplichtige treden en de alimentatie voor een minderjarig kind uitkeren, en kan ook informatie over alimentatieaangelegenheden verstrekken.

(zie de antwoorden op de vragen 3 en 13).

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds (Uzturlīdzekļu garantiju fonda administrācija)

Adres: Pulkveža Brieža iela. 15, Riga

LV-1010, Letland

Tel.: +371 67830626

Fax: +371 67830636

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.pasts@ugf.gov.lv

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Als de onderhoudsgerechtigde in een andere EU-lidstaat verblijft, terwijl de onderhoudsplichtige zich in Letland bevindt, kan de onderhoudsgerechtigde een verzoek indienen bij de op grond van de alimentatieverordening aangewezen centrale autoriteit van de lidstaat waar hij of zij zich bevindt. Daarin kan de onderhoudsgerechtigde verzoeken om de afgifte van een beslissing tot inning van alimentatie in Letland, waar de onderhoudsplichtige woont, of een beslissing tot inning van alimentatie in samenhang met de vaststelling van vaderschap in Letland, of een beslissing waarbij een buitenlandse beslissing tot inning uitvoerbaar wordt verklaard in Letland, of een beslissing tot uitvoering van een buitenlandse beslissing. Overeenkomstig de verordening zal de centrale autoriteit van de andere lidstaat de noodzakelijke formaliteiten verrichten en het verzoek van de onderhoudsgerechtigde doorsturen naar de in overeenstemming met de alimentatieverordening aangewezen centrale autoriteit in Letland. De Letse centrale autoriteit – de beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds – zal de buitenlandse eiser helpen om een buitenlandse gerechtelijke beslissing tot uitvoerbaarheid of tot erkenning en uitvoerbaarheid in Letland in te dienen, of zal de eiser helpen om een verzoek tot inning van alimentatie in te dienen bij de Letse rechtbank van de plaats waar de onderhoudsplichtige verblijft, of een verzoek tot inning van alimentatie in samenhang met de vaststelling van vaderschap in Letland.

Als de uitvoering van een gerechtelijke beslissing tot inning van alimentatie in overeenstemming met de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is verklaard, of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen, kan een persoon die, met zijn of haar kind, zijn of haar vaste verblijfplaats in Letland heeft zich tot de beherende dienst wenden met een verzoek om hem of haar alimentatie uit te keren.

Overeenkomstig de alimentatieverordening moet een verzoek worden ingediend bij de centrale autoriteit van de lidstaat waar deze persoon verblijft. Een persoon die in Letland verblijft, kan de beherende dienst verzoeken:

  1. een beslissing tot inning van alimentatie in een andere lidstaat van de Europese Unie waar de verweerder verblijft te bekrachtigen;
  2. een beslissing tot inning van alimentatie in samenhang met de vaststelling van vaderschap in een andere lidstaat van de Europese Unie waar de verweerder verblijft te bekrachtigen;
  3. er, indien er reeds een beslissing tot inning van alimentatie is gegeven, voor te zorgen dat die beslissing wordt erkend, uitvoerbaar wordt verklaard en wordt uitgevoerd in een andere lidstaat van de Europese Unie waar de verweerder verblijft.

Als de uitvoering van een gerechtelijke beslissing tot inning van alimentatie in overeenstemming met de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is verklaard, of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen, kan een persoon die, met zijn of haar kind, zijn of haar vaste verblijfplaats in Letland heeft zich tot de beherende dienst wenden met een verzoek om hem of haar alimentatie uit te keren.

Beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds (Uzturlīdzekļu garantiju fonda administrācija)

Adres: Pulkveža Brieža iela. 15, Riga

LV-1010, Letland

Tel.: +371 67830626

Fax: +371 67830636

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.pasts@ugf.gov.lv

Overeenkomstig de alimentatieverordening vervult de beherende dienst de taken van centrale autoriteit in Letland.

Deze dienst verstrekt, in plaats van de onderhoudsplichtige, een voorschot op de alimentatie aan de onderhoudsgerechtigde als de uitvoering van een gerechtelijke beslissing tot inning van kinderalimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is verklaard of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de kinderalimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Letland is gebonden door het Haagse Protocol van 2007.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Letland is gebonden door het Haagse Protocol van 2007.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Volgens artikel 43 van de Wet burgerlijke rechtsvordering zijn de volgende personen vrijgesteld van de betaling van gerechtskosten aan de staat:

  • eisers in geval van vorderingen voor de inning van alimentatie voor een kind of een ouder en vorderingen voor de vaststelling van vaderschap indien de actie aanhangig wordt gemaakt samen met een vordering voor de inning van kinderalimentatie;
  • verzoekers in verband met de erkenning of de erkenning en uitvoering van een beslissing van een ander land met betrekking tot de betaling van alimentatie voor een kind of een ouder;
  • verweerders in zaken met betrekking tot het verlagen van door een rechter vastgestelde alimentatiebetalingen voor een kind of een ouder.

Wanneer een verzoek tot inning van de middelen die nodig zijn om de vroegere levensstandaard te behouden, aanhangig wordt gemaakt door een ex-echtgeno(o)te, of door een verzoeker die de erkenning of de erkenning en uitvoering van een buitenlandse gerechtelijke beslissing tot inning van alimentatie van een ex-echtgeno(o)te of een andere persoon wenst te verkrijgen, kan een rechtbank of rechter, krachtens artikel 43, lid 4, rekening houdend met de financiële situatie van de verzoeker, de verzoeker geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de betaling van gerechtskosten aan de staat of toestaan dat de kosten in termijnen worden betaald.

In Letland wordt rechtsbijstand voor buitenlandse eisers of verzoekers die krachtens de alimentatieverordening recht op rechtsbijstand hebben, verleend door de op grond van de verordening aangewezen centrale autoriteit, te weten de beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds. Deze dienst verleent kosteloze rechtsbijstand en voorziet in vertegenwoordiging ten overstaan van de Letse rechtbanken en uitvoeringsinstanties voor nationale onderhoudsgerechtigden en buitenlandse onderhoudsgerechtigden die krachtens de verordening recht hebben op rechtsbijstand.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Letland heeft diverse nationale wetten en regelingen gewijzigd om de in overeenstemming met de alimentatieverordening aangewezen centrale autoriteit in staat te stellen haar taken als bedoeld in artikel 51 te vervullen. De wet- en regelgeving van Letland, als gewijzigd, waarborgt de verlening van rechtsbijstand aan buitenlandse onderhoudsgerechtigden of verzoekers die recht hebben op rechtsbijstand zoals bepaald door de verordening, met inbegrip van vertegenwoordiging ten overstaan van rechtbanken en uitvoeringsinstanties. Om de plaats waar de onderhoudsplichtige of de onderhoudsgerechtigde in Letland verblijft vast te stellen, of om informatie te verkrijgen over het inkomen van de onderhoudsplichtige of onderhoudsgerechtigde en de locatie van hun toebehorende vermogensbestanddelen in Letland, heeft de centrale autoriteit van Letland, te weten de beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds, directe toegang tot verschillende Letse registers waarin deze informatie te vinden is. De informatie die de centrale autoriteit rechtstreeks van de respectieve registers kan verkrijgen, kan worden gebruikt als ondersteunende documentatie of bewijs. Om een procedure te initiëren of te vergemakkelijken, de nodige tijdelijke maatregelen te treffen en bewijs te verkrijgen, heeft de beherende dienst het recht om bij Letse rechtbanken verzoeken in te dienen namens eisers of verzoekers. De beherende dienst kan, namens de eiser, rechtstreeks bij de rechtbank een vordering tot vaststelling van het ouderschap van een kind aanhangig maken indien de vordering wordt ingesteld samen met een vordering tot inning van alimentatie.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 19/04/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Litouwen

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

De onderhoudsplicht van ouders ten aanzien van hun kinderen

Ouders hebben een onderhoudsplicht ten aanzien van hun minderjarige kinderen. De ouders bepalen zelf, in onderling overleg, hoe zij deze plicht in de praktijk vervullen. Het bedrag van de alimentatie moet evenredig zijn met de behoeften van de minderjarige kinderen en de financiële situatie van de ouders; het moet de voorwaarden waarborgen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind. Beide ouders zijn verplicht om te voorzien in het onderhoud van hun minderjarige kinderen overeenkomstig hun eigen financiële situatie (artikel 3.192 van het Burgerlijk Wetboek (Civilinis kodeksas)). Onder specifieke, bij wet bepaalde omstandigheden moeten ouders die daartoe in staat zijn, ook voorzien in het onderhoud van meerderjarige kinderen tot de leeftijd van 24 jaar (artikel 3.192, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek).

De onderhoudsplicht van meerderjarige kinderen ten aanzien van hun ouders

Meerderjarige kinderen zijn verplicht te voorzien in het levensonderhoud van hun ouders als die geen eigen inkomen meer kunnen verdienen en behoeftig zijn. Dat onderhoud wordt door de rechter toegewezen en wordt verstrekt in de vorm van een maandelijkse vaste toelage (artikel 3.205 van het Burgerlijk Wetboek).

De wederzijdse onderhoudsplicht van echtgenoten

Wanneer de rechter een scheiding van tafel en bed uitspreekt, kan hij de echtgeno(o)t(e) die schuld treft opdragen de andere echtgeno(o)t(e) alimentatie te betalen als die laatste dat nodig heeft, tenzij de beide echtgenoten zaken betreffende het levensonderhoud in onderling overleg hebben geregeld. Alimentatie kan worden toegekend als bedrag ineens of in de vorm van een maandelijkse toelage of van een overdracht van activa (artikel 3.78 van het Burgerlijk Wetboek). Wordt het huwelijk ontbonden, dan kan de echtgeno(o)t(e) die geen schuld treft, indien hij of zij behoeftig is, gedurende maximaal drie jaar alimentatie eisen van de echtgeno(o)t(e) die wel schuldig is bevonden (artikel 3.47 van het Burgerlijk Wetboek).

De wederzijdse onderhoudsplicht van voormalige echtgenoten

Bij het uitspreken van de echtscheiding kent de rechter alimentatierecht toe aan de behoeftige echtgeno(o)t(e), tenzij de echtgenoten de kwestie van het levensonderhoud in hun echtscheidingsovereenkomst hebben geregeld. Een echtgeno(o)t(e) kan geen aanspraak maken op alimentatie als zijn of haar vermogen of inkomsten toereikend zijn om geheel in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Alimentatie wordt geacht noodzakelijk te zijn indien de behoeftige echtgeno(o)t(e) een minderjarig kind uit het huwelijk opvoedt of als gevolg van zijn of haar leeftijd of gezondheidstoestand niet in staat is om te werken. De echtgeno(o)t(e) die verantwoordelijk is voor de echtscheiding, kan geen aanspraak maken op alimentatie. Wanneer de rechter een alimentatiebeschikking afgeeft en beslist over de hoogte van de alimentatie, houdt hij rekening met de duur van het huwelijk, de behoefte aan alimentatie, de activa van de voormalige echtgenoten, hun gezondheidstoestand, leeftijd en vermogen om te werken, de kans dat de werkloze echtgeno(o)t(e) een baan vindt en andere belangrijke factoren. Alimentatie kan worden toegekend als bedrag ineens of in de vorm van een maandelijkse toelage of van een overdracht van activa (artikel 3.72 van het Burgerlijk Wetboek).

Wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen overige familieleden

Voor zover mogelijk moet een volwassen persoon voorzien in het onderhoud van zijn of haar minderjarige broer of zus indien die laatste behoeftig is, geen ouders heeft of niet door hen onderhouden kan worden (artikel 3.236 van het Burgerlijk Wetboek). Volwassen kleinkinderen die daartoe in staat zijn, moeten alimentatie betalen aan hun grootouders als die niet kunnen werken en behoeftig zijn. Grootouders die daartoe in staat zijn, moeten alimentatie betalen aan hun minderjarige kleinkinderen als die geen ouders hebben of niet door hun ouders onderhouden kunnen worden (artikel 3.237 van het Burgerlijk Wetboek).

Onderhoudsovereenkomst en lijfrenteovereenkomst

Ingevolge een onderhoudsovereenkomst verplicht de partij die de kosten van levensonderhoud betaalt (de onderhoudsplichtige) zich ertoe om hetzij kosteloos hetzij in ruil voor kapitaal, periodieke betalingen te verrichten aan de andere partij (de begunstigde) van een in de onderhoudsovereenkomst vastgesteld geldbedrag, dan wel om de begunstigde op een andere manier te onderhouden. De verplichting tot het betalen van de kosten van levensonderhoud kan in een overeenkomst worden vastgelegd dan wel voortvloeien uit de wet, een gerechtelijke beslissing of een testament (artikel 6.439 van het Burgerlijk Wetboek). Krachtens een lijfrenteovereenkomst draagt de lijfrentetrekker – een natuurlijk persoon – de eigendom van een hem of haar toebehorend huis, appartement, perceel of ander onroerend goed over aan de lijfrentebetaler, tegenover de verplichting van deze laatste om de lijfrentetrekker en/of een of meer door de lijfrentetrekker aangewezen andere personen te onderhouden zolang zij in leven zijn (de artikelen 6.460 en 6.461 van het Burgerlijk Wetboek).

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Ouders hebben een onderhoudsplicht ten aanzien van hun minderjarige kinderen. De ouders bepalen zelf, in onderling overleg, hoe zij deze plicht in de praktijk vervullen. Het bedrag van de alimentatie moet evenredig zijn met de behoeften van de minderjarige kinderen en de financiële situatie van de ouders; het moet de voorwaarden waarborgen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind (artikel 3.192 van het Burgerlijk Wetboek). Ouders zijn derhalve in beginsel verplicht om in alle gevallen te voorzien in het onderhoud van hun kinderen totdat die volwassen (18 jaar) zijn.

Onder bepaalde omstandigheden evenwel geldt die onderhoudsplicht totdat de kinderen 24 jaar zijn. Voor zover zij daartoe in staat zijn, hebben ouders een onderhoudsplicht ten aanzien van hun volwassen kinderen tot de leeftijd van 24 jaar die met het oog op het behalen van een initiële kwalificatie zijn ingeschreven in het voortgezet onderwijs of een formele beroepsopleiding, dan wel deelnemen aan een voltijdsopleiding in het hoger onderwijs, indien die volwassen kinderen financiële ondersteuning nodig hebben op grond van hun financiële situatie, hun inkomsten, hun mogelijkheden om zelfstandig inkomsten te verwerven en andere belangrijke factoren. Ouders hebben geen onderhoudsplicht ten aanzien van volwassen kinderen die een opleiding volgen voor een aanvullend diploma in het hoger onderwijs of beroepsonderwijs (artikel 3.192, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek). De vereisten wat betreft de vorm en hoogte van de alimentatie zijn voor minderjarige en volwassen kinderen hetzelfde en zijn afhankelijk van de specifieke omstandigheden.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Als een kind geen alimentatie ontvangt, wordt alimentatie toegekend langs gerechtelijke weg. Als de ouder(s) zijn, haar of hun plicht om te voorzien in het levensonderhoud van het minderjarige kind niet vervult/vervullen, kan de rechtbank een alimentatiebeschikking uitvaardigen in een procedure die door een ouder of de voogd van het kind of door de overheidsinstantie voor bescherming van de rechten van het kind is ingesteld. De rechtbank kan ook een alimentatiebeschikking uitvaardigen als de ouders bij hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed geen overeenstemming hebben bereikt omtrent het onderhoud van hun minderjarige kinderen (artikel 3.194 van het Burgerlijk Wetboek). Als de ouder(s) van een volwassen kind zijn, haar of hun onderhoudsplicht ten aanzien van het kind niet nakomt/nakomen, kan het kind alimentatie vorderen via een gerechtelijke procedure (artikel 3.192, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek). Ook aan echtgenoten, voormalige echtgenoten en andere familieleden kan via een gerechtelijke procedure alimentatie worden toegekend.

Alimentatiezaken worden in Litouwen behandeld door de arrondissementsrechtbanken. Het verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de verweerder. Is de woonplaats van de verweerder onbekend, dan kan het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is ten aanzien van de activa van de verweerder of in diens laatst bekende woonplaats. Heeft de verweerder geen woonplaats in de Republiek Litouwen, dan kan het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is ten aanzien van de activa van de verweerder of in diens laatst bekende woonplaats in de Republiek Litouwen. Een alimentatievordering kan echter ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de verzoeker (de artikelen 26, 29 en 30 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De staat voorziet in het onderhoud van minderjarige kinderen die langer dan een maand geen alimentatie hebben ontvangen van hun ouders of van volwassen naaste familieleden die wel over de middelen beschikken om ze te onderhouden (artikel 3.204 van het Burgerlijk Wetboek). De alimentatie wordt toegekend en betaald door het bestuur van het sociaal verzekeringsfonds van de staat, dat valt onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid. Bij het verzoek om alimentatie moet de verzoeker (de ouder aan wie de rechtbank de voogdij over het kind heeft toegewezen, of de voogd) de volgende bescheiden indienen: het alimentatieverzoek, de gerechtelijke beslissing of de door de rechtbank gewaarmerkte kinderalimentatieovereenkomst dan wel gelegaliseerde kopieën, afschriften of uittreksels daarvan, waarin het vastgestelde bedrag van de benodigde kinderalimentatie staat vermeld, alsmede de documenten waaruit blijkt dat: het kind een onderdaan van de Republiek Litouwen dan wel een staatloze persoon of een permanent in Litouwen verblijvende vreemdeling is; het kind langer dan een maand geen kinderalimentatie of slechts een deel daarvan heeft ontvangen; de verzoeker een onderdaan van de Republiek Litouwen dan wel een staatloze persoon of een permanent in Litouwen verblijvende vreemdeling is (wanneer de instantie de genoemde bescheiden of gegevens niet uit overheids- of instellingsregisters of uit de informatiesystemen van de overheid kan verkrijgen). Zodra het conform de voorgeschreven procedure de alimentatie heeft betaald, verkrijgt het bestuur van het sociale verzekeringsfonds (onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid) het recht om de betaalde bedragen plus de daarover verschuldigde rente voor iedere dag dat terugbetaling uitblijft, terug te vorderen van de onderhoudsplichtige. Een beslissing inzake het terugvorderen van betaalde alimentatie en/of verschuldigde rente vormt een executoriale titel.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Ja. Een verzoek kan namens een minderjarige worden ingediend door zijn of haar wettige vertegenwoordigers (ouder(s), adoptiefouder(s) of voogd). Een dergelijk verzoek kan ook worden ingediend door een persoon die handelingsbevoegd is als vertegenwoordiger van een natuurlijk persoon in een rechtbank (advocaat, juridisch raadsman enz.). Een natuurlijk persoon kan in een rechtbank ook worden vertegenwoordigd door een handelingsbevoegd persoon die een universitaire opleiding in de rechten heeft genoten, mits dat een nauw familielid of echtgeno(o)t(e) is. Onder nauw familielid wordt verstaan bloedverwanten tot de tweede graad (ouders en kinderen, grootouders en kleinkinderen) alsmede bloedverwanten in de zijlijn tot de tweede graad (broer or zus) (artikel 3.135 van het Burgerlijk Wetboek).

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Alimentatiezaken worden in Litouwen behandeld door de arrondissementsrechtbanken. Het verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de verweerder. Is de woonplaats van de verweerder onbekend, dan kan het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is ten aanzien van de activa van de verweerder of in diens laatst bekende woonplaats. Heeft de verweerder geen woonplaats in de Republiek Litouwen, dan kan het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is ten aanzien van de activa van de verweerder of in de laatst bekende woonplaats in de Republiek Litouwen. Een alimentatievordering kan echter ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de verzoeker (de artikelen 26, 29 en 30 van het Wetboek van Strafvordering).

De verzoeker hoeft zich bij het instellen van een vordering niet te laten vertegenwoordigen door een advocaat of andere tussenpersoon. Zie ook de vragen 3 en 4.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

De verzoeker hoeft zich bij het instellen van een vordering niet te laten vertegenwoordigen door een advocaat of andere tussenpersoon. Zie ook de vragen 3 en 4.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Gerechtskosten omvatten zegelrecht en zittingskosten (artikel 79 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De hoogte van het zegelrecht dat in rekening wordt gebracht voor het instellen van een vordering is geregeld in artikel 80 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In het geval van een vermogensgeschil wordt het zegelrecht berekend op basis van de waarde van de vordering: voor vorderingen tot en met 30 000 EUR – 3 %, met een minimum van 20 EUR; voor vorderingen van 30 000 EUR tot en met 100 000 EUR – 900 EUR plus 2 % van het bedrag van de vordering boven 30 000 EUR; voor vorderingen boven 100 000 EUR – 900 EUR plus 1 % van het bedrag van de vordering boven 100 000 EUR. Het maximale totale zegelrecht bij een vermogensgeschil bedraagt 15 000 EUR (artikel 80 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

In het geval van een vordering voor alimentatie in termijnen wordt voor het bedrag van de vordering uitgegaan van het totaalbedrag van de alimentatie per jaar (artikel 85 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). In een alimentatievordering is de verzoeker vrijgesteld van zegelrecht (artikel 83 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Een persoon die niet over voldoende financiële middelen beschikt, kan in aanmerking komen voor rechtsbijstand van de overheid op grond van de wettelijke procedure voor rechtsbijstand. De proceskosten in een burgerlijke procedure worden ook door secundaire rechtsbijstand van de overheid gedekt.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen ouders en kinderen

Als een van de ouders of beide ouders hun onderhoudsverplichtingen ten aanzien van hun kinderen niet vervullen, kan de rechter hen via een alimentatiebeschikking verplichten tot het betalen van kinderalimentatie in de vorm van: 1) een maandelijkse betaling; 2) een bedrag ineens; 3) activa die aan het kind worden overgedragen. In afwachting van de uitkomst van de procedure kan de rechter ook een voorlopige alimentatiebeschikking uitvaardigen. Het bedrag van de alimentatie moet evenredig zijn met de behoeften van de kinderen en de financiële situatie van de ouders; het moet de voorwaarden waarborgen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind. Beide ouders zijn verplicht om te voorzien in het onderhoud van hun kinderen naargelang hun eigen financiële situatie dat toestaat (de artikelen 3.192 en 3.196 van het Burgerlijk Wetboek).

In geval van een vordering die door een kind, de ouder van het kind, de overheidsinstantie voor bescherming van de rechten van het kind of een openbaar aanklager is ingesteld, kan de rechter het bedrag van de alimentatie verlagen of verhogen indien de financiële situatie van de partijen na toekenning van de alimentatiebeschikking fundamenteel is gewijzigd. De rechter kan gelasten dat het bedrag van de alimentatie moet worden verhoogd als ten behoeve van de zorg voor het kind aanvullende onkosten worden gemaakt (in verband met ziekte, letsel, verpleging of permanente verzorging). De rechter kan zo nodig ook een beschikking uitvaardigen ter dekking van toekomstige onkosten in verband met de behandeling van het kind. Op verzoek van de bovengenoemde personen kan de rechter besluiten de eerder vastgestelde vorm van kinderalimentatie te wijzigen (artikel 3.201 van het Burgerlijk Wetboek).

Alimentatie voor volwassen kinderen wordt aan de ouders betaald (toegekend) in de vorm van een vaste maandelijkse som. De rechter stelt het bedrag van de alimentatie vast, rekening houdend met de financiële situatie van de kinderen en de ouders en met andere belangrijke omstandigheden. Bij het vaststellen van het alimentatiebedrag moet de rechter rekening houden met de onderhoudsverplichting ten aanzien van alle volwassen kinderen van de ouder, ongeacht of de alimentatievordering ten aanzien van alle kinderen of slechts één van hen is ingesteld (artikel 3.205 van het Burgerlijk Wetboek).

Wanneer de alimentatie in de vorm van periodieke betalingen wordt toegekend, wordt het alimentatiebedrag jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de inflatie, volgens de daartoe door de regering ingestelde procedure (artikel 3.208 van het Burgerlijk Wetboek).

De wederzijdse onderhoudsplicht van echtgenoten

Wanneer de rechter een alimentatiebeschikking afgeeft en beslist over de hoogte van de alimentatie, houdt hij rekening met de duur van het huwelijk, de behoefte aan alimentatie, de financiële situatie van de beide echtgenoten, hun gezondheidstoestand, leeftijd en mogelijkheid om inkomsten te verwerven, de kans dat de werkloze echtgenoot een baan vindt en andere belangrijke omstandigheden. De rechter kan bevelen dat de alimentatie wordt betaald als bedrag ineens, in maandelijkse termijnen of in de vorm van de overdracht van activa. Wordt de alimentatie toegekend in de vorm van periodieke betalingen, dan kan ieder van de echtgenoten een verzoek indienen tot verhoging, verlaging of beëindiging van de betalingen indien de omstandigheden fundamenteel wijzigen. Periodieke betalingen worden jaarlijks geïndexeerd krachtens de daartoe door de regering vastgestelde procedure (artikel 3.78 van het Burgerlijk Wetboek).

De wederzijdse onderhoudsplicht van voormalige echtgenoten.

Wanneer de rechter een alimentatiebeschikking afgeeft en beslist over de hoogte van de alimentatie, houdt hij rekening met de duur van het huwelijk, de behoefte aan alimentatie, de financiële situatie van beide voormalige echtgenoten, hun gezondheidstoestand, leeftijd en vermogen om te werken, de kans dat de werkloze echtgeno(o)t(e) een baan vindt en andere belangrijke omstandigheden. De alimentatie wordt verminderd, van tijdelijke aard verklaard of geweigerd wanneer sprake is van ten minste één van de volgende omstandigheden:

1) het huwelijk heeft minder dan één jaar geduurd; 2) de tot alimentatie gerechtigde echtgeno(o)t(e) heeft een misdrijf begaan tegen de andere echtgeno(o)t(e) of diens naaste verwanten; 3) de precaire financiële situatie van de tot alimentatie gerechtigde echtgeno(o)t(e) is toe te schrijven aan diens eigen verwijtbare handelingen; 4) de om alimentatie verzoekende echtgeno(o)t(e) heeft tijdens het huwelijk niet bijgedragen aan de gezamenlijke bezittingen van de echtgenoten of heeft moedwillig in strijd met de belangen van de andere echtgeno(o)t(e) of familieleden gehandeld. De rechter kan bevelen dat de alimentatie wordt betaald als bedrag ineens, in maandelijkse termijnen of in de vorm van de overdracht van activa.

Wordt de alimentatie toegekend in de vorm van periodieke betalingen, dan kan ieder van de echtgenoten een verzoek indienen tot verhoging, verlaging of beëindiging van de betalingen indien de omstandigheden fundamenteel wijzigen. De periodieke betalingen worden verricht zolang de onderhoudsgerechtigde in leven is en worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de inflatievoet conform de daartoe door de regering vastgestelde procedure. Wanneer de voormalige echtgeno(o)t(e) aan wie alimentatie is toegekend, overlijdt of hertrouwt, wordt de betaling van de alimentatie beëindigd (artikel 3.72 van het Burgerlijk Wetboek).

Wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen overige familieleden

Voor zover mogelijk heeft een volwassen persoon een onderhoudsplicht ten aanzien van zijn of haar minderjarige broer of zus als die laatste behoeftig is, geen ouders meer heeft of niet door hen onderhouden kan worden (artikel 3.236 van het Burgerlijk Wetboek). Voor zover zij daartoe in staat zijn, hebben volwassen kleinkinderen een onderhoudsplicht ten aanzien van hun grootouders als die laatsten niet kunnen werken en behoeftig zijn. Voor zover zij daartoe in staat zijn, hebben grootouders een onderhoudsplicht ten aanzien van hun minderjarige kleinkinderen als die laatsten geen ouders meer hebben of niet door hen onderhouden kunnen worden (artikel 3.237 van het Burgerlijk Wetboek). De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen kinderen en hun ouders zijn van overeenkomstige toepassing.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De onderhoudsplichtige betaalt de alimentatie aan de onderhoudsgerechtigde. Wanneer een verzoek namens een minderjarig kind wordt ingediend door een van diens ouders, dan wordt de alimentatie betaald aan die ouder en niet aan het kind zelf. Is het kind onder voogdij geplaatst, dan wordt de alimentatie betaald aan de voogd, en is die laatste verplicht de alimentatie uitsluitend aan te wenden in het belang van het kind.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Een verzoek om tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing moet aan een deurwaarder worden gericht. De ingediende executoriale titel is de basis voor de tenuitvoerleggingsmaatregel. Onder executoriale titel wordt onder meer verstaan een executoriale titel die op grond van een gerechtelijke beslissing is uitgevaardigd, maar bijvoorbeeld ook een gerechtelijk bevel. Als de executoriale beschikking eenmaal definitief is geworden, verstrekt de rechtbank van eerste aanleg de executoriale titel aan de onderhoudsgerechtigde op basis van een schriftelijk verzoek daartoe.

Wie niet voldoet aan een onderhoudsverplichting ten aanzien van een kind, kan strafrechtelijk worden vervolgd: ingevolge artikel 164 van het Wetboek van Strafrecht moet aan een persoon die niet voldoet aan een door de rechter opgelegde verplichting om in het onderhoud van een kind te voorzien, om kinderalimentatie te betalen of om anderszins noodzakelijke financiële steun voor een kind te verstrekken, een taakstraf, vrijheidsbeperking, hechtenis of een gevangenisstraf tot twee jaar worden opgelegd. Ook een persoon die verzuimt te voldoen aan een andersoortige gerechtelijke beslissing kan strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld: ingevolge artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht pleegt een persoon die zich niet houdt aan een niet-bestraffende gerechtelijke beslissing een strafbaar feit waarvoor hij kan worden veroordeeld tot een taakstraf, een boete, een vrijheidsbeperking of hechtenis.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Een vordering jegens een natuurlijk persoon mag niet ten uitvoer worden gelegd ten laste van huishoudelijke materialen, werkmaterialen, opleidingsmaterialen of andere activa die noodzakelijk zijn voor het levensonderhoud van de onderhoudsplichtige of zijn of haar gezin of voor zijn of haar beroepsmatige werkzaamheden of opleiding. Zie voor een volledig overzicht van dergelijke activa het handboek voor tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen. Evenmin mag een vordering tot het bedrag van het van overheidswege vastgestelde maandelijkse minimumloon worden verhaald op voorwerpen die kinderen of gehandicapten nodig hebben (artikel 668 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Op grond van een executoriale titel worden bedragen ingehouden op het aandeel van de onderhoudsplichtige in loon of gelijkwaardige betalingen en toelagen tot het wettelijke maandelijkse minimumloon, totdat de in te vorderen bedragen geheel zijn gedekt: bij de tenuitvoerlegging van een plicht tot het betalen van alimentatie in termijnen of vergoeding voor schade die door verminking of andersoortige aantasting van de gezondheid of door overlijden van de kostwinner is veroorzaakt, wordt 30 % ingehouden, tenzij anderszins in de executoriale titel voorgeschreven dan wel door de wet of de rechtbank vereist. Op het deel van het loon en gelijksoortige betalingen en toelagen dat het wettelijke maandelijkse minimumloon overschrijdt, wordt 50 % ingehouden, tenzij anderszins door de wet of de rechtbank vereist (artikel 736 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Verder worden in artikel 739 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de geldbedragen vermeld die zijn vrijgesteld van invordering (zoals moederschaps- en vaderschapsuitkeringen, kinderbijslag enz.).

Een vordering mag niet op de activa van de onderhoudsplichtige worden verhaald, als die laatste tegenover de deurwaarder heeft bewezen dat hij het in te vorderen bedrag en de tenuitvoerleggingskosten in zes maanden kan betalen of, bij invordering ten laste van de enige woning van de onderhoudsplichtige, die ook zijn verblijfplaats is, in achttien maanden door middel van inhouding van de in artikel 736 van het Wetboek van Burgerlijke Strafvordering genoemde bedragen op loon, pensioen, een studiebeurs of andere door de onderhoudsplichtige genoten inkomsten.

Een op grond van een gerechtelijke beslissing uitgevaardigde executoriale titel kan met het oog op tenuitvoerlegging worden ingediend tot vijf jaar na het van kracht worden van die beslissing. Heeft de rechter bepaald dat het gevorderde bedrag periodiek moet worden terugbetaald, dan blijft de executoriale titel gedurende de hele invorderingsperiode geldig, waarbij de uiterste termijn aanvangt op de dag waarop de termijn voor iedere afzonderlijke betaling is verstreken (artikel 605 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

De staat onderhoudt minderjarige kinderen als zij meer dan een maand geen alimentatie hebben ontvangen van hun ouders of volwassen naaste verwanten, ook als die wel over de middelen daartoe beschikken (artikel 3.204 van het Burgerlijk Wetboek). De alimentatie wordt toegekend en betaald door het bestuur van het sociale verzekeringsfonds van de staat, dat valt onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid. Bij het verzoek om alimentatie moet de verzoeker (de ouder aan wie de rechtbank de voogdij over het kind heeft toegewezen, of de voogd) de volgende bescheiden indienen: het alimentatieverzoek, de gerechtelijke beslissing of de door de rechtbank gewaarmerkte kinderalimentatieovereenkomst dan wel gelegaliseerde kopieën, afschriften of uittreksels daarvan, waarin het vastgestelde bedrag van de benodigde kinderalimentatie staat vermeld, alsmede de bescheiden waaruit blijkt dat: het kind een onderdaan van de Republiek Litouwen dan wel een staatloze persoon of een permanent in Litouwen verblijvende vreemdeling is; het kind langer dan een maand in het geheel geen kinderalimentatie of slechts een deel daarvan heeft ontvangen; de verzoeker een onderdaan van de Republiek Litouwen dan wel een staatloze persoon of een permanent in Litouwen verblijvende vreemdeling is (wanneer de instantie de genoemde documenten of gegevens niet uit overheids- of instellingsregisters of informatiesystemen van de overheid kan verkrijgen). Zodra het conform de voorgeschreven procedure de alimentatie heeft betaald, verkrijgt het bestuur van het sociale verzekeringsfonds (onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid) het recht om de betaalde bedragen plus de daarover verschuldigde rente voor iedere dag dat terugbetaling uitblijft, terug te vorderen van de onderhoudsplichtige. Een beslissing inzake het terugvorderen van betaalde alimentatie en/of verschuldigde rente vormt een executoriale titel.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Zie vraag 12.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De dienst voor rechtsbijstand van de overheid is de centrale autoriteit die de taken uitvoert zoals genoemd in Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (hierna de “alimentatieverordening” genoemd).

Voor zover een verzoek betrekking heeft op onderhoudsverplichtingen van personen jonger dan 21 jaar voortvloeiende uit de relatie tussen ouders en kinderen, worden de in artikel 51 van de alimentatieverordening genoemde taken van de centrale autoriteit verricht door het bestuur van het sociale verzekeringsfonds van de staat (dat valt onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid).

Contactgegevens van de dienst voor rechtsbijstand van de overheid:

Adres: Odminių g. 3, 01122 Vilnius, tel. +370 700 00 211, fax +370 700 35 006, e-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.teisinepagalba@vgtpt.lt

Contactgegevens van het bestuur van het sociale verzekeringsfonds van de staat, dat valt onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid:

Board of the State Social Insurance Fund, Mažeikiai branch. Adres: Odminių g. 4, 01122 Vilnius, tel. +370 443 00 26659, fax +370 443 35 27341, e-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.mazeikiai@sodra.lt

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Zie vraag 14.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Het Haagse Protocol van 2007 is in Litouwen van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Wanneer de alimentatieverordening van toepassing is, wordt rechtsbijstand verleend overeenkomstig de artikelen 44 tot en met 47 van die verordening, artikel 31, lid 5, van de Wet inzake de tenuitvoerlegging van EU- en internationale wetgeving betreffende civiele procedures en de Wet inzake rechtsbijstand van de overheid. Een verzoek om rechtsbijstand van de overheid wordt rechtstreeks doorgestuurd naar de bevoegde autoriteiten die voor dit type rechtsbijstand verantwoordelijk zijn (de dienst voor rechtsbijstand van de overheid en zijn plaatselijke vestigingen).

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Met het oog op tenuitvoerlegging van de alimentatieverordening zijn er wetswijzigingen aangenomen op de Litouwse Wet inzake de tenuitvoerlegging van EU- en internationale wetgeving betreffende civiele procedures. Met die wijzigingen worden de instellingen vermeld die bevoegd zijn tot uitvoering van de taken van de centrale autoriteit uit hoofde van de alimentatieverordening en de rechtsbijstandsprocedure, en verkrijgen de instellingen die optreden als centrale autoriteit de bevoegdheid om bij nationale en gemeentelijke instellingen, andere instanties, banken en andere krediet- en financiële instellingen, en overheidsregisters en andere informatiesystemen kosteloos de informatie op te vragen die zij nodig hebben om hun taken uit hoofde van de alimentatieverordening te kunnen uitvoeren.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 16/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Luxemburg

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

De onderhoudsplicht is een wettelijke plicht voor degenen die de middelen hebben om iemand te ondersteunen met wie zij door verwantschap of huwelijk een relatie hebben. Als gevolg hiervan kunnen diverse personen alimentatie vorderen, onder wie:

  • de ene echtgenoot van de andere echtgenoot of een voormalige echtgenoot (artikelen 212, 214 en 246 van het Burgerlijke Wetboek (Code civil)) of de ene partner van de andere partner, wanneer zij een partnerschap hebben op basis van de gewijzigde Wet van 9 juli 2004 inzake de rechtsgevolgen van bepaalde partnerschappen (loi modifiée du 9 juillet 2004 relative aux effets légaux de certains partenariats), of, onder bepaalde voorwaarden, van een voormalige partner;
  • kinderen van hun ouders (artikelen 203, 372‑2, 376‑2, 376‑3 en 376‑4 van het Burgerlijk Wetboek);
  • vaders, moeders en andere verwanten in opgaande lijn van hun kinderen (artikel 205 van het Burgerlijk Wetboek);
  • schoonvaders en schoonmoeders van hun schoonzoons en schoondochters (artikel 206 van het Burgerlijk Wetboek).

De regel dat "alimentatie niet bestemd is voor het dekken van vorderingen uit het verleden", betekent dat alimentatie bedoeld is om te voorzien in huidige en toekomstige behoeften, en niet om in het verleden gemaakte kosten te vergoeden. Deze regel heeft de juridische waarde van een eenvoudige aanname, d.w.z. dat de regel kan worden genegeerd als de onderhoudsgerechtigde het bewijs levert dat hij of zij hetzij schulden heeft moeten aangaan om in zijn of haar levensonderhoud te kunnen voorzien, hetzij daarvoor moeite heeft gedaan, hetzij er niet toe in staat was.

Een alimentatievordering kan niet worden gecompenseerd, tenzij de vordering waarmee deze gecompenseerd kan worden ook een alimentatievordering is.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Wanneer het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend, is ieder ouder ongeacht of hij of zij getrouwd of gescheiden is, verplicht bij te dragen in het levensonderhoud en de opvoeding van kinderen, afhankelijk van de middelen waarover hij of zij en de andere ouder beschikken, en van de behoeften van het kind. In geval van een (echt)scheiding moeten de ouders blijven bijdragen voor de kosten van het levensonderhoud en de opvoeding van het kind, tenzij een rechtbank anders beslist. Het maakt daarbij niet uit of zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen. Deze bijdrage heeft de vorm van een onderhoudsuitkering en stopt niet automatisch wanneer het kind volwassen wordt. De uitkering kan rechtstreeks aan het kind worden betaald en worden aangepast naargelang van de behoeften van het kind en de middelen en uitgaven van iedere ouder.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

De familierechter (Juge aux affaires familiales) binnen de arrondissementsrechtbanken (Tribunaux d’arrondissement) is vooral bevoegd voor onderhoudsuitkeringen, de uitoefening van het ouderlijk gezag, en echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

De verzoeker moet de alimentatievordering bij de familierechter indienen. Als de alimentatievordering samenhangt met een procedure inzake echtscheiding of scheiding van tafel en bed, neemt de familierechter die uitspraak doet over de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed, eveneens de beslissing over de alimentatievordering.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

In geval van voogdij (tutelle) of curatele/bewind (curatelle) kan de voogd (tuteur) of de curator/bewindvoerder (curateur) een aanvraag indienen namens de ouder of een minderjarig kind.

Ouders die het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind uitoefenen, kunnen een aanvraag indienen namens dat kind.

Het minderjarige kind heeft geen rechtspersoonlijkheid en is niet rechtsbekwaam om zelf een aanvraag in te dienen, behalve wanneer de minderjarige in staat is zijn of haar eigen mening te vormen op grond van artikel 1007‑50 van het Nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Nouveau Code de procédure civile). In dit kader kan de minderjarige die in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, via een verzoek aan de arrondissementsrechtbank de familierechter vragen wijzigingen aan te brengen in de uitoefening van het ouderlijk gezag, van het omgangsrecht of van de huisvesting. In dat geval wijst de rechter binnen 15 dagen een advocaat aan om de minderjarige te vertegenwoordigen.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De territoriaal bevoegde arrondissementsrechtbank is:

1. de rechtbank van de plaats waar het gezin woont (echtelijke verblijfplaats);

2. als de ouders apart wonen, de rechtbank van de woonplaats van de ouder bij wie het minderjarige kind gewoonlijk verblijft, wanneer het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend, of de rechtbank van de woonplaats van de ouder die dit gezag alleen uitoefent;

3. in andere gevallen, de rechtbank van de verblijfplaats van de persoon die de procedure niet heeft aangespannen;

Bij gezamenlijke verzoeken kiezen de partijen de rechtbank van de plaats waar een van beide partijen woont.

Het is mogelijk dat het geschil uitsluitend gaat over partneralimentatie, de bijdrage voor het levensonderhoud en de opvoeding van kinderen, de bijdrage in de kosten van het huwelijk, of urgente en voorlopige maatregelen bij beëindiging van een geregistreerd partnerschap. In dat geval kan de bevoegdheid liggen bij de rechtbank van de woonplaats van de echtgenoot of voormalige partner die alimentatie ontvangt of van de ouder die in eerste instantie belast is met de zorg voor de kinderen, zelfs wanneer deze volwassen zijn.

De territoriale bevoegdheid wordt bepaald aan de hand van de woonplaats op de datum dat het verzoek werd ingediend, of in echtscheidingszaken, de datum dat het oorspronkelijke verzoekschrift werd ingediend.

Als er tijdens een echtscheidingsprocedure alimentatie wordt gevorderd, is de rechtbank die het verzoek om echtscheiding behandelt, bevoegd.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Een verzoeker kan een zaak aan de familierechter voorleggen door een verzoek bij de arrondissementsrechtbank in te dienen. Dit verzoek moet bij de griffie van de arrondissementsrechtbank worden ingediend, die het aan de tegenpartij betekend. De partijen hoeven niet door een advocaat te worden vertegenwoordigd, behalve wanneer de alimentatie tijdens een echtscheidingsprocedure wordt aangevraagd op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk of tijdens de procedure inzake scheiding van tafel en bed. In zulke gevallen moet een advocaat in de arm worden genomen.

De verzoeker moet in ieder geval aan de rechter alle documenten overleggen waaruit zijn of haar behoeften blijken. Het kan hierbij onder meer gaan om loonstroken, certificaten van belastingvrijstelling, bewijs van werkloosheid of langdurige ziekte, huurcontract, leningen, kinderen ten laste en kosten voor onderhoud en opvoeding enz.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Bij de kosten van een gerechtelijke procedure moeten ook de gerechtskosten worden genoemd, evenals de procedurekosten; de partij die de zaak verliest, kan tot volledige of gedeeltelijke betaling van deze procedurekosten worden veroordeeld. In voorkomend geval moet ook het honorarium van een advocaat worden betaald.

Personen van wie de inkomsten volgens het Luxemburgse recht als onvoldoende worden beschouwd, kunnen voor rechtsbijstand in aanmerking komen. Hiertoe moeten zij een formulier invullen dat verkrijgbaar is bij de Centrale Dienst Maatschappelijk Werk (service central d'assistance sociale) en het ingevulde formulier naar de territoriaal bevoegde deken/stafhouder van de orde van advocaten (Bâtonnier de l'Ordre des avocats) sturen.

Als de deken/stafhouder van de orde van advocaten rechtsbijstand verleent, dekt deze alle kosten met betrekking tot procedures of handelingen waarvoor deze is toegekend. De rechtsbijstand dekt bijvoorbeeld zegelrechten en registratiekosten, griffierechten, honoraria van advocaten, vergoedingen en kosten van gerechtsdeurwaarders en notarissen, kosten en honoraria van specialisten, getuigengeld, vergoedingen van vertalers en tolken, kosten van schriftelijke verklaringen inzake in het buitenland geldend recht (certificats de coutume), reiskosten, rechten en kosten van inschrijvingsformaliteiten, hypotheken en pandgeving, evenals, indien noodzakelijk, de kosten voor het plaatsen van advertenties in kranten.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

  • Type alimentatie

Tijdens de procedure en na de beslissing over de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed heeft de alimentatie meestal de vorm van een maandelijkse uitkering. De alimentatie kan echter ook bestaan uit een eenmalige uitkering die de vorm aanneemt van hetzij een geldbedrag, hetzij het doen van afstand van goederen in natura.

De bijdrage voor het levensonderhoud en de opvoeding van het kind kan bestaan uit hetzij een maandelijks te betalen alimentatie, hetzij de gehele of gedeeltelijke rechtstreekse betaling van kosten die voor het kind worden gemaakt. Tot slot kan de alimentatie de vorm aannemen van een gebruiks- of woonrecht.

Als de alimentatieplichtige kan aantonen dat hij of zij de alimentatie niet kan betalen, kan de rechtbank bevelen dat hij of zij degene aan wie de alimentatie verschuldigd is, in zijn of haar huis opneemt en deze persoon voedt en onderhoudt.

  • Vaststelling van de alimentatie

Er bestaat geen referentieschaal. Het bedrag van de alimentatie wordt berekend op basis van de financiële middelen van de onderhoudsplichtige en de behoeften van de onderhoudsgerechtigde.

  • Indexering

Om de alimentatie aan te passen aan veranderingen in de kosten van levensonderhoud kan de rechter, zelfs ambtshalve, besluiten dat de alimentatie moet worden geïndexeerd op basis van een wettelijk vastgestelde indexeringsclausule.

  • Herziening van het bedrag

Bij gewijzigde omstandigheden kan de alimentatie naar boven of naar beneden worden bijgesteld en zelfs worden beëindigd. Dat geldt niet wanneer de alimentatie in het kader van een echtscheiding als eenmalig bedrag werd uitgekeerd. Als de partijen geen overeenstemming weten te bereiken, neemt de rechtbank het besluit tot verhoging/verlaging of beëindiging.

De rechter kan ook het bedrag van de alimentatie dat de partijen in overleg hebben vastgesteld, wijzigen. Dit recht geldt niet alleen als er zich een verandering voordoet in de respectieve situatie van de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige, maar ook als er geen veranderingen zijn en de rechter van oordeel is dat het bedrag onvoldoende of buitensporig is.

De alimentatie die in het kader van een echtscheiding op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk aan een echtgenoot wordt toegekend, kan niet langer dan voor de duur van het huwelijk worden uitgekeerd, behalve in uitzonderlijke omstandigheden.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Tijdens de procedure en na de beslissing over de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed wordt de alimentatie betaald aan de begunstigde echtgenoot.

De bijdrage voor het levensonderhoud en de opvoeding van het kind wordt door een van de ouders uitgekeerd aan de andere ouder of aan de persoon aan wie het kind is toevertrouwd. Als het kind meerderjarig is, kan de rechter besluiten of kunnen de ouders overeenkomen dat de bijdrage geheel of gedeeltelijk zal worden uitgekeerd aan het kind zelf.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Voor de onderhoudsgerechtigde staan verschillende middelen open om de weerspannige onderhoudsplichtige te verplichten de alimentatie te betalen.

Civiel recht:

De onderhoudsgerechtigde heeft verschillende mogelijkheden:

  • in geval van een echtscheiding kan een onderhoudsgerechtigde de zaak aan de familierechter voorleggen. Daartoe dient hij of zij bij de arrondissementsrechtbank een verzoek in om toestemming om, met uitsluiting van de voormalige partner en onverminderd de rechten van derden, de inkomsten van de voormalige partner, de opbrengsten uit zijn of haar werk (zoals pensioenen en rentes die hem of haar toekomen) en alle andere door derden aan hem of haar verschuldigde bedragen te ontvangen in de verhoudingen en onder de door de rechter vastgestelde voorwaarden. Deze beslissing moet worden herzien als de omstandigheden veranderen;
  • hij of zij kan verzoeken om de toepassing van gewone dwangmaatregelen, te weten beslaglegging (bijvoorbeeld op een bankrekening), inbeslagneming van roerende zaken (auto, sieraden enz.) of inbeslagneming van onroerende zaken (huis, grond enz.), op basis van een rechterlijke uitspraak of executoriale titel (bevel tot tenuitvoerlegging).

Strafrecht:

De onderhoudsgerechtigde kan een strafklacht indienen voor de volgende delicten:

  • het delict "verlating van familie" kan worden bestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en een boete van 251 EUR tot 2 500 EUR of met slechts één van deze straffen (artikel 391bis van het Wetboek van Strafrecht (Code pénal)). Dit delict veronderstelt dat de onderhoudsplichtige zich jegens de onderhoudsgerechtigde volledig of gedeeltelijk onttrekt aan de onderhoudsverplichting waartoe hij of zij volgens de wet is gehouden, of dat hij of zij heeft geweigerd aan deze verplichting te voldoen terwijl hij of zij er wel toe in staat was, of dat hij of zij door zijn of haar eigen schuld niet in staat is aan de verplichting te voldoen.

Dit geldt voor de onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen, die van echtgenoten onderling en die van adoptieouders jegens geadopteerde kinderen.

Voordat tot vervolging wordt overgegaan, wordt de onderhoudsplichtige door de Luxemburgse politie ondervraagd; hiervan wordt proces-verbaal opgemaakt. Als de onderhoudsplichtige geen bekende verblijfplaats heeft, is zo'n ondervraging niet vereist.

  • Het delict "frauduleuze insolvabiliteit" kan worden bestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een boete van 500 EUR tot 12 500 EUR of met slechts één van deze straffen (artikel 391ter van het Wetboek van Strafrecht). Dit delict veronderstelt dat de onderhoudsplichtige, zelfs al voordat de rechterlijke beslissing is gegeven, zijn of haar insolvabiliteit heeft georganiseerd of verergerd, hetzij door zijn of haar passiva te verhogen of zijn of haar activa te verminderen, hetzij door bepaalde goederen te verbergen om zich te onttrekken aan tenuitvoerlegging van een door een civiele rechtbank uitgevaardigd bevel in alimentatieaangelegenheden.

Krachtens artikel 391ter van het Wetboek van Strafrecht worden rechterlijke beslissingen en door de rechtbank goedgekeurde convenanten over de verplichting om uitkeringen, subsidies of bijdragen in de kosten van het huwelijk te betalen, aan een dergelijk bevel gelijkgesteld; dit geldt eveneens voor bepalingen over alimentatie in convenanten die met wederzijdse instemming vóór de echtscheiding zijn opgesteld.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Op acties om achterstallige lijfrente- en alimentatiebetalingen te innen, is een verjaringstermijn van vijf jaar van toepassing.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Op verzoek van de onderhoudsgerechtigde kan het Nationale Solidariteitsfonds (Fonds national de solidarité) overgaan tot invordering van alle aan een echtgenoot, verwant in opgaande of verwant in neergaande lijn verschuldigde alimentatie. Voor de bedragen die dit fonds moet invorderen, treedt het in de plaats van de rechten en garanties van de onderhoudsgerechtigde ten behoeve van de invordering van de alimentatie. Zodra de onderhoudsplichtige officieel in kennis is gesteld van de in te vorderen bedragen, moet hij of zij deze bedragen overdragen aan de voorzitter van het Nationale Solidariteitsfonds.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Het Nationale Solidariteitsfonds kan onder bepaalde voorwaarden de alimentatie betalen in plaats van de onderhoudsplichtige. Het verzoek om betaling moet door de onderhoudsgerechtigde of door zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger worden gericht tot de voorzitter van het Nationale Solidariteitsfonds.

Dit verzoek wordt door de voorzitter of zijn of haar plaatsvervanger toegewezen als de onderhoudsgerechtigde aantoont dat:

  1. hij of zij zijn of haar wettelijke woonplaats in het land heeft en dat hijzelf of zijzelf of zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger daar gedurende vijf jaar heeft gewoond;
  2. zijn of haar alimentatie is vastgesteld bij een rechterlijke beslissing die uitvoerbaar is in het Groothertogdom Luxemburg;
  3. het niet mogelijk was om gehele of gedeeltelijke inning van de alimentatie te verkrijgen door een feitelijk uitgevoerde privaatrechtelijke maatregel;
  4. hij of zij zich in een financieel moeilijke situatie bevindt.

Als niet wordt voldaan aan de onder c) genoemde voorwaarde, wordt het verzoek toch toegewezen als dwangmaatregelen tot mislukken gedoemd lijken of de onderhoudsplichtige in het buitenland woont. Eventuele geschillen vallen onder de bevoegdheid van de vrederechter (Juge de paix) van de woonplaats van de onderhoudsgerechtigde, en de vrederechter moet binnen veertig dagen na de betekening van de beslissing van de voorzitter worden ingeschakeld.

Onderhoudsgerechtigden hebben automatisch recht op rechtsbijstand. Vanaf de toewijzing van het verzoek tot het moment dat het fonds ophoudt te betalen, kan de onderhoudsgerechtigde geen enkele rechtsvordering instellen tegen de onderhoudsplichtige voor het innen van zijn of haar alimentatie.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Op grond van het Verdrag van New York van 20 juni 1956 inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud en Verordening (EG) nr. 4/2009 van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, kan een verzoeker die wettelijk in Luxemburg verblijft, de procureur-generaal (Procureur Général d’Etat) verzoeken om alimentatie te ontvangen, als de onderhoudsplichtige in het buitenland woont.

De procureur-generaal zal, in zijn of haar hoedanigheid van centrale autoriteit, het verzoek en de bijgevoegde documenten doorsturen naar de centrale autoriteit van het land waar de onderhoudsplichtige woont, zodat deze centrale autoriteit de verzoeker kan helpen bij het verkrijgen van de aan hem of haar verschuldigde alimentatie.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De onderhoudsgerechtigde persoon moet het verzoek indienen bij de verzendende autoriteit, d.w.z. de procureur-generaal, met gebruikmaking van de formulieren waarin Verordening (EG) nr. 4/2009 voorziet.

Procureur-generaal

Cité Judiciaire
Bâtiment CR
L-2080 Luxembourg

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Een verzoeker die in een ander land dan Luxemburg woont, moet zich wenden tot de centrale autoriteit van dat land. Hij of zij kan zich niet rechtstreeks wenden tot een Luxemburgse instantie of overheidsinstelling.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Niet van toepassing.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

In geval van aanvragen op grond van de verordening is rechtsbijstand geheel kosteloos voor personen jonger dan 21 jaar die recht hebben op alimentatie, ongeacht de bepalingen van het nationale recht.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Om de centrale autoriteit in staat te stellen de bijstand als bedoeld in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te verlenen, heeft Luxemburg op 3 augustus 2011 een wet inzake de toepassing van deze EU-verordening vastgesteld, evenals een groothertogelijke verordening tot uitvoering van de artikelen 2 en 3 van deze wet van 3 augustus 2011 (Mémorial A nr. 175 van 12 augustus 2011).

Deze wettelijke bepalingen verlenen de procureur-generaal directe toegang tot bepaalde gegevensbanken.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.Legilux

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 16/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Hongarije

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

De onderhoudsplicht maakt directe verwanten over het algemeen aansprakelijk voor elkaar:

- de ouder heeft een onderhoudsplicht jegens het kind, en het kind heeft een onderhoudsplicht jegens de ouder;

- als een kind dat recht heeft op alimentatie geen onderhoudsplichtige ouder heeft, zal de onderhoudsplicht jegens het kind overgaan op verdere verwanten;

- als een persoon die recht heeft op alimentatie geen kinderen heeft, zullen verdere verwanten in de neergaande lijn aansprakelijk zijn voor zijn of haar levensonderhoud (artikel 4:196, leden 1 t/m 4 van het Hongaars Burgerlijk Wetboek).

Minderjarigen die geen directe verwanten hebben die mogelijk verplicht zijn om alimentatie te betalen, moeten worden onderhouden door hun oudere broer(s) en/of zus(sen), mits deze de onderhoudsplicht kan/kunnen vervullen zonder het vermogen om in het eigen levensonderhoud, dat van een echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner en van hem of haar afhankelijke directe verwanten te voorzien, in gevaar te brengen (artikel 4:197 van het Burgerlijk Wetboek).

Echtgenoten die samenwonen zijn verplicht om samen in het levensonderhoud te voorzien van de andere echtgeno(o)t(e) afhankelijke minderjarigen die met toestemming van de ondersteunende echtgeno(o)t(e) door de andere echtgeno(o)t(e) in het huishouden zijn gebracht (artikel 4:198, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

Stiefkinderen hebben een onderhoudsplicht jegens een van alimentatie afhankelijke stiefouder die gedurende langere tijd in hun levensonderhoud heeft voorzien (artikel 4:199, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

Pleegkinderen hebben een onderhoudsplicht jegens de persoon die gedurende langere tijd de zorg voor hem of haar in het huishouden heeft gedragen zonder financiële compensatie te vragen en die niet de biologische, adoptie- of stiefouder is (artikel 4:198, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek).

Alimentatie kan worden gevorderd door een echtgeno(o)t(e) van de andere echtgeno(o)t(e) in geval van scheiding van tafel en bed, of van de voormalige echtgeno(o)t(e) in geval van echtscheiding, als de echtgeno(o)t(e) buiten zijn of haar schuld zelf niet in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien (artikel 4:29, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

In geval van scheiding van tafel en bed kan de partner die buiten zijn of haar schuld zelf niet in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien alimentatie vorderen van de andere voormalige partner, mits de relatie ten minste een jaar heeft geduurd en er een kind uit de relatie is geboren (artikel 4:86, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

Er zijn twee vormen van “levensonderhoud”: in natura en in contanten (alimentatie).

In geval van een minderjarige betekent “onderhoudsplicht” dat de ouder van het kind recht heeft op en aansprakelijk is voor de zorg voor zijn of haar kind in een gezin, de opvoeding van het kind en het creëren van de omstandigheden die nodig zijn voor de psychische, cognitieve, emotionele en morele ontwikkeling van het kind – met name huisvesting, voeding en kleding – alsmede de toegang van het kind tot onderwijs en gezondheidszorg.

De ouder die voor het kind zorgt en in hetzelfde huishouden woont als het kind, voorziet in de behoeften van het kind in natura, terwijl de ouder die apart woont (of binnen hetzelfde huishouden woont, maar niet bijdraagt aan het levensonderhoud van het kind) voornamelijk in de behoeften van het kind voorziet door het betalen van alimentatie.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Alle minderjarigen (jonger dan 18 jaar) hebben recht op levensonderhoud als ze behoeftig zijn in de zin van de wet. Kinderen tot 20 hebben eveneens recht op levensonderhoud als ze middelbaar onderwijs volgen.

Kinderen die mogen werken (18 jaar en ouder) en voortgezet onderwijs volgen, kunnen aanspraak maken op levensonderhoud ongeacht of ze behoeftig zijn als ze levensonderhoud nodig hebben om hun studie binnen redelijke tijd te kunnen voltooien. Het kind moet de ouders in kennis stellen van zijn of haar voornemen om de studie zonder vertragingen te voltooien (artikel 4:220, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

Studies zijn alle cursussen of opleidingen die nodig zijn om een kwalificatie te behalen ter voorbereiding van een loopbaan en studies in het kader van een bachelor- of masterprogramma in het hoger onderwijs of het hoger beroepsonderwijs die voltijds worden gevolgd.

Wanneer dat in buitengewone omstandigheden is gerechtvaardigd, kunnen ouders worden verplicht om te voorzien in het levensonderhoud van een kind van 25 jaar of ouder (artikel 4:220, lid 5 van het Burgerlijk Wetboek).

Ouders hebben echter geen onderhoudsplicht jegens een volwassen studerend kind als het kind wordt geacht het levensonderhoud niet te verdienen, door zijn of haar eigen schuld verzuimt om aan zijn of haar onderwijs- en examenverplichtingen te voldoen of als het levensonderhoud het vermogen van de ouder om te voorzien in het eigen levensonderhoud of dat van een minderjarig kind van deze ouder in gevaar brengt. Een volwassen kind wordt tevens geacht het levensonderhoud niet te verdienen als hij of zij, zonder legitieme reden, geen relaties onderhoudt met de ouder die de plicht heeft om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien (artikel 4:220, leden 3 en 4 van het Burgerlijk Wetboek).

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Met betrekking tot het bedrag en de vorm van de alimentatie is de overeenkomst tussen de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige (in het geval van kinderalimentatie, de ouders) inzake de betaling van alimentatie van toepassing. Bij ontstentenis van een overeenkomst kan de onderhoudsgerechtigde om een rechterlijke beslissing inzake het levensonderhoud verzoeken. Bij ontstentenis van een overeenkomst tussen de ouders zal de rechtbank een beslissing nemen over de kinderalimentatie.

Om alimentatie voor een minderjarige te verkrijgen, kan de voogdijautoriteit een gerechtelijke actie aanhangig maken, en om alimentatie voor een ouder te verkrijgen – onderworpen aan zijn of haar toestemming – kan de bevoegde districtsautoriteit een gerechtelijke actie aanhangig maken. Verwanten met een onderhoudsplicht die in het levensonderhoud voorzien van of de zorg dragen voor een onderhoudsgerechtigde persoon, kunnen in eigen naam een gerechtelijke actie aanhangig maken tegen andere partijen die een onderhoudsplicht hebben.

De ouder of een andere wettelijke vertegenwoordiger van het kind dat aanspraak maakt op levensonderhoud kan de voogdijautoriteit om een voorschot op de alimentatie verzoeken, mits de alimentatie voor ten minste de daaraan voorafgaande zes maanden niet kon worden geïnd.

In het verzoek moet worden vermeld dat er geen gronden voor weigering van de betaling van een voorschot zijn, naast de redenen en feiten die het verzoek onderbouwen.

De volgende documenten moeten bij het verzoek worden gevoegd: passende belastingaangiften, het definitieve besluit van de rechtbank tot vaststelling van de alimentatie voor het kind of het document dat de inschrijving bij een instelling voor voltijds middelbaar onderwijs aantoont, voor zover van toepassing, en een verslag dat niet meer dan zes maanden voorafgaand aan de beslaglegging op onroerende zaken is gedateerd en waarin de opschorting van de tenuitvoerleggingsprocedure wordt vermeld, of het document dat aantoont dat de procedure om de verschuldigde alimentatie te innen is ingeleid.

De voogdijautoriteit moet zich ervan vergewissen dat de alimentatie tijdelijk – gedurende ten minste zes maanden voorafgaand aan de indiening van het verzoek – oninbaar was.

Voorschotten op alimentatie kunnen worden toegekend als de onderhoudsgerechtigde heeft verzocht om tenuitvoerlegging van de in de beslissing van de rechtbank vastgestelde alimentatieplicht en inning op basis van loon, andere regelmatige inkomsten of andere vermogensbestanddelen van de onderhoudsplichtige niet is gelukt, of is opgeschort, of indien het gedeeltelijke bedrag dat is betaald of de geïnde som niet hoger is dan 50 % van het bedrag van de door de rechtbank vastgestelde alimentatie.

Mocht de noodzaak ontstaan, dan zal de voogdijautoriteit verzoeken om informatie over het resultaat van de door de verzoeker bij de rechtbank of de onafhankelijke gerechtsdeurwaarder ingeleide tenuitvoerleggingsprocedure. Als het noodzakelijk is om de feiten duidelijk te krijgen, zal de voogdijautoriteit verzoeken om gegevens over de beslaglegging door de werkgever.

In de kennisgeving van de inleiding van procedure zal de voogdijautoriteit van de onderhoudsplichtige eisen dat deze de alimentatie onverwijld betaalt en ook een verklaring met die strekking aflegt.

De voogdijautoriteit zal haar besluit meedelen aan de werkgever van de onderhoudsplichtige, de rechtbank die de tenuitvoerleggingsprocedure behandelt, de onafhankelijke gerechtsdeurwaarder, het openbaar ministerie met jurisdictie op het adres van de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige, de notaris met jurisdictie op het adres van de onderhoudsplichtige, als belastingautoriteit, en de instantie van de centrale of regionale overheid die het voorschot op de alimentatie verstrekt.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Ja, de ouder of een andere wettelijke vertegenwoordiger van het kind dat aanspraak maakt op alimentatie kan de voogdijautoriteit verzoeken om een voorschot op de alimentatie.

Verwanten met een onderhoudsplicht die in het levensonderhoud voorzien van of de zorg dragen voor een onderhoudsgerechtigde persoon, kunnen in eigen naam een gerechtelijke actie aanhangig maken tegen andere partijen die een onderhoudsplicht hebben.

Om alimentatie voor een minderjarige te verkrijgen, kan de voogdijautoriteit een gerechtelijke actie aanhangig maken, en om alimentatie voor een ouder te verkrijgen – onderworpen aan zijn of haar toestemming – kan de bevoegde districtsautoriteit een gerechtelijke actie aanhangig maken.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Op basis van algemene jurisdictieregels heeft de rechtbank in het rechtsgebied waar de verweerder (onderhoudsplichtige) woont jurisdictie.

Bij gebrek aan een adres in Hongarije zal de jurisdictie worden bepaald door de verblijfplaats van de verweerder. Als de verblijfplaats van de verweerder onbekend is of de verweerder in het buitenland woont, zal zijn of haar laatst bekende woonplaats in Hongarije in aanmerking worden genomen. Als een dergelijke woonplaats niet kan worden vastgesteld of als de verweerder geen vaste woonplaats had, zal de jurisdictie worden vastgesteld op basis van de woonplaats van de eiser, of, bij het ontbreken daarvan, zijn of haar verblijfplaats.

Als de woonplaats van de verweerder en de plaats waar de verweerder werkt niet in hetzelfde rechtsgebied liggen, zal de rechtbank op verzoek van de verweerder, welk verzoek vóór de eerste hoorzitting moet zijn ingediend, de zaak doorverwijzen aan de rechtbank met jurisdictie in de plaats waar de verweerder werkt, die de hoorzitting zal houden en vonnis zal wijzen (artikel 29 van het Hongaarse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Een gerechtelijke actie om alimentatie te verkrijgen kan ook aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank met jurisdictie in de woonplaats van de eiser (artikel 34, lid 1 van het Hongaarse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Om de bevoegde rechtbanken te raadplegen, klik De link wordt in een nieuw venster geopend.hier.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

De verzoeker heeft geen intermediair nodig om een zaak aanhangig te maken bij de rechtbank. De verzoeker kan een zaak rechtstreeks bij de rechtbank aanhangig maken (zonder de verplichting om een vertegenwoordiger in de hand te nemen) (zie de antwoorden op de vragen 3, 4 en 5).

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Ongeacht hun inkomen en financiële situatie, zullen de partijen – tenzij ze wettelijk zijn vrijgesteld van de betaling van de materiële kosten van de procedure uit hoofde van een rechtstreekse en algemeen toepasselijke rechtshandeling van de Europese Unie of een internationale overeenkomst – recht hebben op uitstel van de betaling van de materiële kosten van procedures inzake wettelijk vereist levensonderhoud, waaronder procedures die betrekking hebben op de invordering van alimentatie bij het orgaan dat het loon van de onderhoudsplichtige uitkeert of van een andere persoon, op de annulering of verandering van het bedrag van de alimentatie, op de beëindiging of de beperkte tenuitvoerlegging van de alimentatie of, in geval van een grensoverschrijdende zaak, op de verkrijging van de persoonsgegevens van de onderhoudsplichtige.

In geval van uitstel van betaling van materiële kosten:

a) betaalt de staat de kosten van de procedure (vergoedingen van getuigen en deskundigen, de tolk, de executeur en de advocaat, de kosten van de rechtszitting en een inspectie ter plaatse, enz.), met uitzondering van de kosten die niet onder het uitstel vallen en daardoor van tevoren door de partij moeten worden betaald;

b) krijgt de partij uitstel van betaling van de griffierechten.

Ook bij afwezigheid van een internationale overeenkomst of wederkerigheid hebben buitenlanders recht op uitstel van betaling van de materiële kosten.

Als de rechtbank in geval van uitstel van betaling van de materiële kosten een partij in de kosten van de procedure veroordeelt, moet deze partij alle van tevoren door de staat betaalde kosten dragen en alle geregistreerde vergoedingen aan de staat betalen.

De vergoeding voor een procedure bedraagt 6 %, of een minimum van 15 000 HUF en een maximum van 1 500 000 HUF. In het geval van procedures inzake alimentatievorderingen is de grondslag van de vergoeding de nog verschuldigde alimentatie, maar niet meer dan de alimentatie voor één jaar.

Als de partij niet over voldoende financiële middelen beschikt om de kosten van de procedure te betalen, kan de partij een verzoek om vrijstelling indienen bij de rechtbank.

Om de tenuitvoerlegging van hun rechten af te dwingen, zullennatuurlijke personen (met inbegrip van interveniënten) die niet in staat zijn om de kosten van de procedure te dragen op basis van hun inkomen en financiële situatie, op verzoek volledig of gedeeltelijk worden vrijgesteld van de betaling van deze kosten.

Als het inkomen (loon, pensioen of andere regelmatige financiële toelage) van een partij niet hoger is dan het actuele minimum van het ouderdomspensioen zoals vastgesteld op basis van het aantal jaren actieve arbeid, en de partij geen vermogen heeft – behalve de gebruikelijke huishoudelijke benodigdheden, roerende zalen en meubilair –, dan moet de partij vrijstelling van de betaling van kosten worden verleend. Vrijstelling van de betaling van kosten moet worden verleend – zonder verificatie van hun inkomen en financiële situatie – aan partijen die recht hebben op een uitkering voor personen in de werkende leeftijd of personen die in hetzelfde huishouden samenleven met een nauwe verwant die recht heeft op een uitkering voor personen in de werkende leeftijd.

Vrijstelling van de betaling van kosten omvat onder meer het volgende:

a) vrijstelling van de betaling van griffierechten;

b) vrijstelling van de betaling van kosten die zijn gemaakt in de procedure (vergoedingen van getuigen en deskundigen, de tolk, de executeur en de advocaat, de kosten van de rechtszitting en een inspectie ter plaatse, enz.) en die van tevoren zijn betaald, en – tenzij in de toepasselijke wet anders wordt bepaald – de betaling van deze kosten in het algemeen;

c) vrijstelling van de verplichting om een deposito te storten voor de kosten van de procedure;

d) een verzoek om goedkeuring van de vertegenwoordiging door een advocaat, indien dit wettelijk is toegestaan.

Een vrijstelling van de betaling van kosten zal op verzoek worden goedgekeurd door de rechtbank, die ook een beslissing zal nemen over de intrekking van een dergelijke vrijstelling.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Bij afwezigheid van een overeenkomst tussen de ouders zal de rechtbank een beslissing nemen over de kinderalimentatie.

Bij het bepalen van het bedrag van de alimentatie moet het volgende in aanmerking worden genomen:

a) de gerechtvaardigde behoeften van het kind (regelmatige uitgaven om de kosten van het bestaan, medische zorg, opvoeding en opleiding te dekken);

b) het inkomen en de financiële situatie van beide ouders;

c) de andere kinderen die in hetzelfde huishouden leven met de ouders (ongeacht of het hun eigen kinderen, stiefkinderen of pleegkinderen zijn), en de kinderen jegens wie de ouders een onderhoudsplicht hebben;

d) eigen inkomsten van het kind; en

e) de uitkeringen uit hoofde van kinderbescherming, gezinsondersteuning, sociale verzekeringen en sociale zekerheid die het kind en de ouder ontvangen voor de opvoeding van het kind (artikel 4:218, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek).

De alimentatie moet worden betaald in de vorm van een vast bedrag. De rechtbank kan beslissen dat het bedrag van de alimentatie elk jaar automatisch moet worden aangepast aan de consumentenprijsindex die jaarlijks op 1 januari door het Hongaarse bureau voor de statistiek wordt gepubliceerd (artikel 4:207 van het Burgerlijk Wetboek). Het bedrag van de alimentatie dat per kind moet worden betaald is over het algemeen vastgesteld op 15-25 % van het gemiddelde inkomen van de persoon die verplicht is om de alimentatie te betalen. Over het algemeen moet bij het bepalen van het gemiddelde inkomen van de persoon die verplicht is om de alimentatie te betalen het totale jaarinkomen van de persoon over het jaar voorafgaand aan de instelling van de alimentatieprocedure in aanmerking worden genomen (artikel 4:218, lid 4 van het Burgerlijk Wetboek).

Als een verandering in de overeenkomst tussen partijen of in de omstandigheden die de basis vormden voor het vonnis van de rechtbank betreffende het bedrag van de alimentatie een essentieel wettelijk belang van een van de partijen in gevaar zou brengen indien die partij alimentatie onder dezelfde voorwaarden zou moeten blijven betalen, kan deze partij om een wijziging van het bedrag of de betalingsvoorwaarden verzoeken. Om een wijziging van de overeengekomen alimentatie kan niet worden verzocht door een partij die bij het aangaan van de overeenkomst over de alimentatie een verandering in zijn of haar omstandigheden had kunnen en moeten verwachten of die zelf verantwoordelijk is voor deze verandering.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De persoon die verplicht is om de alimentatie te betalen, betaalt periodiek (d.w.z. maandelijks, van tevoren) alimentatie aan de persoon die recht heeft op ontvangst van de alimentatie.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als de onderhoudsplichtige verzuimt de alimentatie te betalen, kan de onderhoudsgerechtigde zijn of haar vordering aanhangig maken bij de rechtbank en kan de rechtbank de tenuitvoerlegging ervan verordenen. Een alimentatievordering die teruggaat tot meer dan zes maanden kan met terugwerkende kracht ten uitvoer worden gelegd als de onderhoudsgerechtigde een goede reden had voor de te late indiening van zijn of haar verzoek om tenuitvoerlegging. Alimentatievorderingen die teruggaan tot meer dan drie jaar kunnen niet via de rechtbank worden afgedwongen (artikel 4:208, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek).

Om alimentatie voor een minderjarige te verkrijgen, kan de voogdijautoriteit een gerechtelijke actie aanhangig maken, en om alimentatie voor een ouder te verkrijgen – onderworpen aan zijn of haar toestemming – kan de bevoegde districtsautoriteit een gerechtelijke actie aanhangig maken (artikel 4:208, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

Verwanten met een onderhoudsplicht die in het levensonderhoud voorzien van of de zorg dragen voor een onderhoudsgerechtigde persoon, kunnen in eigen naam een gerechtelijke actie aanhangig maken tegen andere partijen die een onderhoudsplicht hebben (artikel 4:208, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek).

In haar beslissing om de persoon die loon ontvangt te verplichten om alimentatie te betalen, zal de rechtbank, op verzoek van de onderhoudsgerechtigde, de werkgever rechtstreeks oproepen om het in de beslissing genoemde bedrag in mindering te brengen op het loon en aan de onderhoudsgerechtigde uit te betalen.

Als de rechtbank geen rechtstreekse oproep doet, maar een partij later een verzoek om tenuitvoerlegging indient op basis van het vonnis van de rechtbank of de bij een beschikking van de rechtbank goedgekeurde overeenkomst van de partijen, zal de rechtbank tenuitvoerlegging van de alimentatievordering bevelen door een bevel tot beslaglegging af te geven, mits het in mindering gebrachte loon het desbetreffende bedrag dekt.

Het in mindering gebrachte bedrag mag niet hoger zijn dan 50 % van het loon van de werknemer. Van een werkloosheidsuitkering (waaronder ook prepensioenuitkeringen, inkomenstoelagen en werkzoekendentoelagen vallen) mag maximaal 33 % worden ingehouden voor alimentatie.

Als de onderhoudsplichtige geen regelmatig inkomen heeft of het op zijn of haar inkomen in mindering gebrachte bedrag het verschuldigde bedrag niet dekt, zal de rechtbank tenuitvoerlegging verordenen door middel van de afgifte van een document dat voorziet in de tenuitvoerlegging. In dit geval heeft tenuitvoerlegging niet alleen betrekking op het loon, maar ook andere vermogensbestanddelen zoals vastgelegd in de Tenuitvoerleggingswet.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Voor meer informatie, ga naar de pagina Procedures voor de tenuitvoerlegging van een vonnis.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Zie het antwoord op vraag 10 hierboven.

De ouder of een andere wettelijke vertegenwoordiger van een kind dat recht heeft op alimentatie kan verzoeken om de betaling van een voorschot op de alimentatie bij de voogdijautoriteit, mits de alimentatie gedurende ten minste de voorgaande zes maanden niet kon worden ingevorderd.

In de kennisgeving van de inleiding van procedure zal de voogdijautoriteit van de onderhoudsplichtige eisen dat deze de alimentatie onverwijld betaalt en ook een verklaring met die strekking aflegt.

De voogdijautoriteit zal haar besluit meedelen aan de werkgever van de onderhoudsplichtige, de rechtbank die de tenuitvoerleggingsprocedure behandelt, de onafhankelijke gerechtsdeurwaarder, het openbaar ministerie met jurisdictie op het adres van de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige, de notaris met jurisdictie op het adres van de onderhoudsplichtige, als belastingautoriteit, en de instantie van de centrale en regionale overheid die het voorschot op de alimentatie verstrekt.

Verzuim om alimentatie te betalen is een strafbaar feit. Iedereen die door eigen schuld zijn of haar wettelijke onderhoudsplicht als vastgelegd in het tenuitvoerleggingsbesluit van een autoriteit niet vervult, zal worden veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Ja (zie vraag 3).

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Het Hongaarse ministerie van Justitie biedt op verzoek van verzoekers die in Hongarije wonen hulp op grond van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad en internationale overeenkomsten, en staat in permanente verbinding met de centrale autoriteit die verantwoordelijk is voor alimentatieaangelegenheden in de andere betrokken lidstaat. De verzoeker kan verzoeken dat de door een Hongaarse rechtbank gegeven beslissing inzake de betaling van alimentatie in het buitenland ten uitvoer wordt gelegd en – bij ontstentenis van een dergelijke beslissing – dat de verplichting om alimentatie te betalen in het buitenland wordt vastgesteld, of dat het bedrag van de in het buitenland te betalen alimentatie wordt verhoogd. Het formele verzoek wordt niet in behandeling genomen door het ministerie van Justitie, maar door de arrondissementsrechtbank met jurisdictie in de woon- of verblijfplaats van de verzoeker of de plaats waar de verzoeker werkt, of door de arrondissementsrechtbank die verantwoordelijk is voor de beslissing in eerste aanleg waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd. Voor het indienen van een verzoek of voor de procedure in het buitenland hoeft geen advocaat te worden ingeschakeld. In plaats daarvan zal de rechtbank een partij zonder vertegenwoordiger in rechte bijstaan bij het indienen van zijn of haar verzoek. De rechtbank zal het verzoek en de vereiste bijlagen doorsturen naar het ministerie van Justitie. Het ministerie van Justitie zal het vertaalde verzoek doorsturen aan de centrale autoriteit die verantwoordelijk is voor alimentatieaangelegenheden in de andere lidstaat. De centrale autoriteit zal de vereiste maatregelen nemen om de procedure tegen de onderhoudsplichtige in te leiden. Het ministerie van Justitie zal de verzoeker voortdurend op de hoogte houden van de ontwikkelingen in de procedure, op basis van de uit het buitenland ontvangen informatie.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Ministerie van Justitie, afdeling Internationaal Privaatrecht (Igazságügyi Minisztérium, Nemzetközi Magánjogi Főosztály)

Adres: 1051 Budapest, Nádor utca 22.

Postadres: 1357 Boedapest, Pf. 2.

Telefoon: +36 1 795-5397, +36 1 795-3188

Fax: +36 (1) 550-3946

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.nmfo@im.gov.hu

Web: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://igazsagugyiinformaciok.kormany.hu/nemzetkozi-gyermekelviteli-es-tartasdijjal-kapcsolatos-ugyek

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Nee, het verzoek moet worden ingediend via de centrale autoriteit die verantwoordelijk is voor alimentatieaangelegenheden in de lidstaat waar de verzoeker wettelijk verblijft.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Voor de centrale autoriteiten van de lidstaten, klik hier.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

-

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

In verband met de ontvangen verzoeken zal het ministerie van Justitie in contact treden met de bevoegde dienst die juridische bijstand verleent, zodat deze een advocaat kan toewijzen aan de in het buitenland wonende verzoeker. In het in artikel 46 van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad bedoelde geval is volledige vrijstelling van de betaling van kosten gegarandeerd, en ook de honoraria van advocaten zullen door de staat worden betaald. In het in artikel 47 bedoelde geval hebben de partijen recht op uitstel van betaling van de materiële kosten uit hoofde van het Hongaarse recht. Op grond van dit recht betaalt de staat de kosten die in de procedure worden gemaakt (zoals griffierechten, honoraria van advocaten) van tevoren, ongeacht de financiële positie van de betrokken partij; als de partij echter in het ongelijk wordt gesteld, kan de rechtbank de partij veroordelen in de kosten. Als de verzoeker aantoont dat hij of zij als gevolg van zijn of haar financiële situatie recht heeft op volledige persoonlijke vrijstelling van betaling van de kosten uit hoofde van het Hongaarse recht, zal de verzoeker de kosten ook niet hoeven te betalen als hij of zij in het ongelijk wordt gesteld.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De toepassing van de alimentatieverordening in Hongarije wordt geregeld door De link wordt in een nieuw venster geopend.Wet LXVII van 2011.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 14/12/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Malta

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

In Malta wordt de term “maintenance” (alimentatie) gebruikt als aanduiding voor het bedrag dat iemand (de onderhoudsplichtige) op grond van een uit een familierelatie voortvloeiende onderhoudsplicht jegens een ander (de onderhoudsgerechtigde) is verschuldigd. Wanneer een relatie door een huwelijk of geregistreerd partnerschap is geformaliseerd, is een van de partijen in die relatie onderhoudsplichtig jegens de andere.

De term “maintenance obligation” (onderhouds- of alimentatieplicht) wordt gebruikt als aanduiding voor de verplichting tot het betalen van alimentatie, welke alimentatie in de beschreven omstandigheden door de onderhoudsplichtige aan de onderhoudsgerechtigde moet worden voldaan. Een alimentatieplicht bestaat ongeacht of de hoogte van de alimentatie is vastgesteld en ook ongeacht of alimentatie wordt betaald.

Artikel 3B van het burgerlijk wetboek bepaalt dat echtgenoten en ex-echtgenoten onderhoudsplichtig zijn jegens elkaar en jegens hun kinderen. Artikel 4 van de wet op het geregistreerd partnerschap bepaalt dat de partners in een geregistreerd partnerschap dezelfde rechten en plichten hebben als huwelijkspartners en bijgevolg zelfs na beëindiging van het partnerschap onderhoudsplichtig jegens elkaar zijn, tenzij er een gerechtvaardigde grond is om geen alimentatie te betalen. Ingevolge artikel 8 van het burgerlijk wetboek zijn kinderen in uitzonderlijke omstandigheden verplicht om hun ouders of andere ascendenten te onderhouden indien deze behoeftig zijn.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

In de regel heeft een kind tot 16 jaar recht op alimentatie. Artikel 3B, lid 2, van het burgerlijk wetboek bepaalt echter dat kinderen die voltijds onderwijs of een voltijdse (beroeps)opleiding volgen, door hun ouders moeten worden onderhouden totdat ze de leeftijd van 23 jaar bereiken. Ingevolge hetzelfde artikel zijn ouders ook onderhoudsplichtig jegens kinderen met een geestelijke of lichamelijke handicap, zoals omschreven in de Equal Opportunities (Persons with Disability) Act (wet op de gelijke kansen (personen met een handicap)).

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Voor het verkrijgen van een alimentatiebeschikking, waarin is bepaald hoeveel en in welke frequentie alimentatie moet worden betaald, moet een daartoe strekkend verzoek worden ingediend bij de Civil Court (Family Section) (afdeling Familiezaken van de burgerlijke rechtbank), ook wel aangeduid als Family Court.

Een dergelijke procedure begint met de aanstelling van een mediator door de rechtbank. De mediator nodigt de partijen (of hun vertegenwoordigers) vervolgens uit voor een bijeenkomst in de rechtbank. Tijdens deze bijeenkomst zal de mediator de partijen helpen om tot een minnelijke schikking te komen. Wanneer de partijen het eens worden over de tekst van een alimentatieovereenkomst, stuurt de mediator een kopie van de ontwerpovereenkomst naar de voorzitter van de Family Court. De rechtbank onderzoekt vervolgens de ontwerpovereenkomst, en als ze van mening is dat geen van de partijen, inclusief de alimentatiegerechtigde, door de overeenkomst onevenredig wordt benadeeld, zal ze deze bij beschikking goedkeuren en kunnen de partijen de overeenkomst ten overstaan van een notaris ondertekenen.

Wanneer de partijen het tijdens de mediationprocedure niet eens kunnen worden, zal de mediator daarvan verslag doen aan de voorzitter en wordt de gerechtelijke procedure ingeleid. De rechtbank luistert dan naar de verzoeken en argumenten van de advocaten van beide partijen en doet op basis daarvan uitspraak in de zaak.

Een mediationprocedure is kosteloos en kan zonder advocaat worden gevoerd. Het is echter altijd raadzaam om juridisch advies in te winnen alvorens een alimentatieovereenkomst te sluiten. Een gerechtelijke procedure daarentegen kan niet zonder advocaat worden gevoerd en brengt bijgevolg kosten voor rechtsbijstand met zich mee, tenzij men in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand en hiervoor een aanvraag indient.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Een verzoek kan worden ingediend door de alimentatiegerechtigde of zijn/haar vertegenwoordiger of, wanneer de alimentatiegerechtigde een kind is, de voogd van dat kind. Een verzoek om kinderalimentatie kan worden ingediend door de persoon die de zorg voor en de voogdij over het kind heeft.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Ingevolge Legal Notice 396 van 2003 (De link wordt in een nieuw venster geopend.Subsidiary Legislation 12.19) is de bevoegde rechter voor familierechtelijke zaken de Family Court. Bijgevolg bepaalt de Family Court welk bedrag aan alimentatie moet worden betaald (tenzij de partijen tijdens de mediationprocedure zelf overeenstemming hebben bereikt over een bedrag).

Wanneer de alimentatieplichtige verzuimt om de vastgestelde alimentatie te betalen, kan de alimentatiegerechtigde een klacht indienen bij de politie, die vervolgens tot strafrechtelijke vervolging kan overgaan. Strafvorderingen tegen weigerachtige alimentatieplichtigen worden ingesteld bij de Court of Magistrates (Criminal Judicature).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Om op grond van Verordening (EG) nr. 4/2009 een alimentatievordering te kunnen instellen vanuit het buitenland, moet contact worden opgenomen met de centrale autoriteit van Malta, die vervolgens, indien zij dit noodzakelijk acht, de procedure zal inleiden (mediationprocedure of gerechtelijke procedure bij de Family Court).

De centrale autoriteit van Malta ondersteunt de alimentatiegerechtigde ook als het noodzakelijk blijkt om bij de politie een klacht wegens niet-betaling in te dienen, zodat tot strafrechtelijke vervolging kan worden overgegaan.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 4/2009 kunnen procedures voor kinderalimentatie via de centrale autoriteit kosteloos aanhangig worden gemaakt.

Wat betreft alimentatievorderingen die voortvloeien uit de onderhoudsplicht die (ex-)echtgenoten jegens elkaar hebben, ondersteunt de centrale autoriteit de (ex-)echtgenoot bij procedures die kosteloos zijn, zoals de mediationprocedure bij de Family Court. Wanneer mediation niet slaagt, moet de alimentatiegerechtigde zich tot een particuliere advocaat wenden, die de verzoeker in rechte zal bijstaan. De verschuldigde griffierechten en de vergoedingen die advocaten in rekening mogen brengen, staan vermeld in Schedule A in de De link wordt in een nieuw venster geopend.Code of Organization and Civil Procedure (wetboek van rechterlijke organisatie en burgerlijke rechtsvordering) (hoofdstuk 12 van de Law of Malta). Wanneer een verzoeker om partneralimentatie volgens de Maltese wetgeving in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand, zal de centrale autoriteit die persoon ondersteunen.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Het bedrag aan alimentatie dat wordt toegekend, kan per rechter verschillen, omdat er geen vaste formule is voor het berekenen van alimentatie en deze afhangt van een aantal criteria. Bij het bepalen van de alimentatie houdt de Family Court in ieder geval rekening met het volgende:

i. levensstandaard van de alimentatiegerechtigde en de alimentatieplichtige en/of eventuele kinderen;

ii. of het kind wegens een handicap of een bepaalde behoefte extra financiële middelen nodig heeft; en

iii. of de alimentatieplichtige gebruik maakt van zijn bezoekrecht.

De beschikking van een rechtbank is vatbaar voor herziening. In het geval van alimentatiebeschikkingen is dat echter moeilijk, zeker als de omstandigheden niet zijn gewijzigd. Als de omstandigheden wel zijn gewijzigd (bv. langdurige ziekte van een minderjarig kind of aanzienlijke wijziging van het loon van de alimentatieplichtige), kan de rechtbank de alimentatievoorwaarden dienovereenkomstig aanpassen.

De Family Court bepaalt in de regel dat het alimentatiebedrag elk jaar wordt aangepast aan de nationale inflatie. Ook bij mediation gesloten alimentatieovereenkomsten bevatten in de regel een daartoe strekkende bepaling.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De alimentatieplichtige kan de verschuldigde alimentatie rechtstreeks aan de alimentatiegerechtigde betalen, contant, via een cheque of via bankoverboeking. De rechter kan ook bepalen dat de verschuldigde alimentatie in mindering moet worden gebracht op de inkomsten van de alimentatieplichtige en vervolgens rechtstreeks aan de alimentatiegerechtigde moet worden uitgekeerd. De rechter zal doorgaans van de laatste mogelijkheid gebruikmaken als de alimentatieplichtige bij herhaling heeft verzuimd om te betalen.

Wanneer de centrale autoriteit van Malta wordt verzocht om namens de alimentatiegerechtigde een procedure in te leiden, zal de centrale autoriteit de alimentatieplichtige eerst proberen te bewegen om de verschuldigde alimentatie uit eigen beweging aan de alimentatiegerechtigde uit te keren. Doet hij/zij dat niet, dan wordt de zaak voor de rechter gebracht.

In dat geval zal de centrale autoriteit bij de rechter een verzoek indienen tot beslaglegging op de bankrekeningen van de alimentatieplichtige ten behoeve van de alimentatiegerechtigde.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

De centrale autoriteit kan gebruikmaken van alle in de Maltese wetgeving vastgestelde rechtsmiddelen. Ze zal de alimentatieplichtige in voorkomend geval eerst per brief meedelen dat tegen hem/haar een gerechtelijke procedure zal worden ingesteld als hij/zij niet betaalt. Als geen gevolg wordt gegeven aan de brief, zal de centrale autoriteit de alimentatiegerechtigde om een affidavit vragen en wordt de zaak gemeld aan de politie, zodat de alimentatieplichtige overeenkomstig het wetboek van strafrecht kan worden vervolgd.

Zo nodig zal een advocaat van de centrale autoriteit zelf of anders een advocaat van de afdeling rechtsbijstand de verzoeker helpen om de alimentatieplichtige via een civiele procedure te dwingen de achterstallige betalingen te voldoen. In een dergelijk geval kan, wanneer de alimentatieplichtige een inkomen heeft, bij de rechter een verzoek worden ingediend tot beslaglegging op een deel van dat inkomen ten behoeve van rechtstreekse overdracht aan de alimentatiegerechtigde. Wanneer de alimentatieplichtige wel een vermogen maar geen inkomen heeft, kan de rechter gelasten het vermogen te liquideren en het verschuldigde bedrag aan de centrale autoriteit over te maken, die het op haar beurt aan de alimentatiegerechtigde overmaakt.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Voor strafrechtelijke vorderingen wegens niet-betaling van alimentatie geldt een vervaltermijn van zes (6) maanden. Een strafrechtelijke vordering is bijgevolg niet ontvankelijk wanneer de onderliggende aangifte meer dan zes maanden na het verschuldigd worden van de alimentatie is gedaan.

Ingevolge artikel 2156 van het burgerlijk wetboek geldt voor alimentatievorderingen een verjaringstermijn van vijf jaar.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

De centrale autoriteit verleent bijstand aan alimentatiegerechtigden:

a. die niet in Malta wonen wanneer ze in Malta een alimentatieplichtige voor het gerecht willen dagen, door die persoon op te sporen en te helpen bij het nemen van gerechtelijke stappen tegen hem/haar (daartoe strekkende verzoeken worden behandeld als “inkomende zaken”);

b. die in Malta wonen wanneer ze een niet in Malta woonachtige alimentatieplichtige voor het gerecht willen dagen, door de centrale autoriteit van de desbetreffende staat te verzoeken die persoon op te sporen en voor de rechter te dagen.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Nee, dit is niet mogelijk.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Wanneer de alimentatiegerechtigde in Malta woont en de alimentatieplichtige in een andere lidstaat, kan de alimentatiegerechtigde de centrale autoriteit van Malta verzoeken om, samen met de centrale autoriteit van de andere lidstaat, de alimentatieplichtige op te sporen, met hem/haar contact op te nemen en hem/haar in kennis te stellen van zijn/haar alimentatieplicht.

Wanneer de hoogte van de alimentatie nog niet is bepaald, zal de centrale autoriteit van Malta de hulp van de centrale autoriteit van de betreffende lidstaat inroepen om de rechter of een andere bevoegde instantie van die lidstaat te verzoeken een beslissing te geven inzake de hoogte van de verschuldigde alimentatie.

Vervolgens zal de centrale autoriteit van Malta de buitenlandse centrale autoriteit om informatie vragen over de wijze waarop de alimentatiebeslissing het beste ten uitvoer kan worden gelegd als de alimentatieplichtige de alimentatie niet vrijwillig betaalt.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De contactgegevens van de centrale autoriteit van Malta staan vermeld op de EU-website “Europese Justitiële Atlas”.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Bij grensoverschrijdende alimentatiezaken helpt de centrale autoriteit van Malta in het buitenland verblijvende alimentatiegerechtigden bij de uitoefening van hun alimentatierecht. Bij dergelijke zaken vertegenwoordigt de centrale autoriteit van Malta de alimentatiegerechtigde ten overstaan van alle andere bestuurlijke instanties of de Maltese rechter, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak. Daarvoor moet de alimentatiegerechtigde wel bepaalde formulieren invullen en is mogelijk ook zijn/haar toestemming vereist, zeker wanneer in zijn/haar naam een gerechtelijke procedure moet worden ingeleid.

Wanneer een in het buitenland verblijvende alimentatiegerechtigde via de Maltese rechter de betaling van partneralimentatie wil afdwingen, komt hij/zij onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor personen die in Malta verblijven, in aanmerking voor kosteloze rechtsbijstand.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

De contactgegevens van de centrale autoriteit van Malta staan in de “Europese Justitiële Atlas”. De centrale autoriteit heeft bij een verzoek van een in het buitenland verblijvende alimentatiegerechtigde de onder vraag 21, onder i) tot en met j), omschreven taken: opsporen van de alimentatieplichtige, vaststellen of de verzoeker een executoriale titel tegen de alimentatieplichtige heeft (wanneer er geen executoriale titel is, de verzoeker helpen bij het verkrijgen van een executoriale titel) en de verzoeker helpen bij het uitvoeren van de executoriale titel.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja, Malta is gebonden door het Haags Protocol van 2007.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

N.v.t.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Personen die in verband met een grensoverschrijdende alimentatiezaak contact opnemen met de centrale autoriteit, krijgen gratis advies. Wanneer een verzoek in verband met een alimentatievordering afkomstig is van een in het buitenland woonachtige persoon, zorgt de centrale autoriteit van Malta ervoor dat die persoon de noodzakelijke ondersteuning krijgt, waarbij de aard en inhoud van de ondersteuning afhankelijk zijn van de aard van de vordering. Bij vorderingen om partneralimentatie verstrekt de centrale autoriteit van Malta algemeen advies.

Bij vorderingen om kinderalimentatie zorgt de centrale autoriteit van Malta ervoor dat tegen de alimentatieplichtige een gerechtelijke procedure wordt ingesteld, zonder kosten voor de alimentatiegerechtigde.

Wanneer de centrale autoriteit van Malta door een in Malta woonachtige alimentatiegerechtigde wordt verzocht om te helpen bij de inning van alimentatie die is verschuldigd door een in het buitenland gevestigde persoon, helpt ze de verzoeker bij het indienen van zijn/haar vordering bij de buitenlandse rechter en onderhoudt ze contact met de buitenlandse centrale autoriteit over het verloop van de zaak en over de mogelijkheden tot inning van de verschuldigde alimentatie.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Elke zaak komt in handen van een functionaris die ervoor moet zorgen dat de centrale autoriteit van Malta verzoeken verzendt of ontvangt, die de contacten onderhoudt met de alimentatieplichtige en alimentatiegerechtigde en die de buitenlandse centrale autoriteit op de hoogte houdt van de ontwikkelingen in de zaak. Die functionaris wordt bijgestaan door juristen met jarenlange ervaring in familie- en bestuursrechtelijke procedures.

Bij uitgaande zaken communiceert de functionaris rechtstreeks met de contactpersoon in Malta en de buitenlandse centrale autoriteit. Dit gebeurt doorgaans via e-mail of de gewone post. In bepaalde situaties communiceert de functionaris echter telefonisch met de buitenlandse centrale autoriteit of de persoon die om de diensten van de centrale autoriteit verzoekt (de “cliënt”). Bij inkomende zaken tracht de centrale autoriteit van Malta de cliënt te betrekken bij alle correspondentie tussen de centrale autoriteiten.

Hieronder staan enkele van de maatregelen die de centrale autoriteit bij de uitvoering van haar taken neemt:

a) wanneer de omstandigheden het vereisen, rechtsbijstand verlenen of de verkrijging van rechtsbijstand vergemakkelijken: voor zover nodig schakelt de centrale autoriteit een advocaat in die haar cliënt in procedures vertegenwoordigt of wijst ze een pro deo advocaat of andere jurist toe, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak;

b) de alimentatieplichtige of alimentatiegerechtigde helpen opsporen, in het bijzonder overeenkomstig de artikelen 61, 62 en 63 van de verordening: de centrale autoriteit zal zich in eerste instantie beperken tot het doorzoeken van de openbare databanken op het officiële adres en de officiële contactinformatie van de betrokken persoon. Afhankelijk van de verstrekte informatie worden de databanken ook op andere gegevens doorzocht en wordt contact opgenomen met overheidsinstanties teneinde informatie te krijgen over het vermogen van de alimentatieplichtige;

c) de verkrijging van relevante informatie over het inkomen en, indien nodig, andere financiële omstandigheden van de alimentatieplichtige of alimentatiegerechtigde vergemakkelijken, met inbegrip van het lokaliseren van vermogensbestanddelen, in het bijzonder overeenkomstig de artikelen 61, 62 en 63 van de verordening: de centrale autoriteit neemt contact op met het nationale arbeidsbureau om te bepalen of de betrokken persoon een baan heeft. Wanneer tegen de alimentatieplichtige een rechtszaak wordt aangespannen, zal de centrale autoriteit de advocaat van de alimentatiegerechtigde adviseren om andere overheidsdiensten, zoals de fiscus en de vervoersautoriteit, alsook lokale banken en andere relevante entiteiten als getuige te doen dagvaarden, teneinde een verklaring af te leggen over het inkomen en vermogen van de alimentatieplichtige;

d) indien passend door de gebruikmaking van mediation, verzoening of soortgelijke methoden een minnelijke schikking bevorderen met het oog op het bewerkstelligen van de vrijwillige betaling van alimentatie: voordat de centrale autoriteit van Malta een gerechtelijke procedure inleidt, neemt ze contact op met de alimentatieplichtige om hem/haar duidelijk te maken dat het in zijn/haar eigen belang is om tot een minnelijke schikking te komen. Wanneer mediation een goede kans van slagen heeft, zal de centrale autoriteit van Malta de zaak naar een mediator doorverwijzen. Wanneer mediation zinloos wordt geacht, wordt de zaak voor de rechter gebracht;

e) de doorlopende tenuitvoerlegging van alimentatiebeslissingen vergemakkelijken, met inbegrip van de inning van achterstallige bedragen: de centrale autoriteit van Malta kan tegen een individuele alimentatieplichtige een procedure inleiden of adviseren dit te doen opdat de rechtbank zijn/haar vermogen liquideert of loonbeslag legt;

f) de inning en snelle overmaking van alimentatie vergemakkelijken: de centrale autoriteit van Malta kan een gerechtelijke procedure instellen en de rechter verzoeken om de alimentatieplichtige te bevelen de verschuldigde alimentatie rechtstreeks aan de alimentatiegerechtigde te betalen. Wanneer geen gevolg wordt gegeven aan dat bevel en het een vordering om kinderalimentatie betreft, zal de centrale autoriteit van Malta bij de rechter een verzoek indienen tot beslaglegging op de goederen van de alimentatieplichtige ten behoeve van de alimentatiegerechtigde. In het geval van partneralimentatie zal de centrale autoriteit van Malta de verzoeker helpen bij de inning daarvan door het inschakelen van een particuliere advocaat of via het systeem van gefinancierde rechtsbijstand;

g) de verkrijging van schriftelijk of ander bewijs vergemakkelijken, onverminderd Verordening (EG) nr. 1206/2001: wanneer de vereiste stukken of informatie al openbaar zijn, zal de centrale autoriteit van Malta ze verzamelen en aan de alimentatiegerechtigde doen toekomen. Wanneer de stukken/informatie nog niet openbaar zijn, wordt de instantie of entiteit die deze onder zich houdt, verzocht om ze openbaar te maken. Wanneer de houder van de stukken/informatie dit weigert, heeft de centrale autoriteit de mogelijkheid om dit via een gerechtelijk bevel af te dwingen. Of de centrale autoriteit van deze mogelijkheid gebruikmaakt, hangt af van de omstandigheden van de zaak;

h) bijstand verlenen bij vaststelling van de afstamming wanneer dat noodzakelijk is voor de inning van alimentatie: de centrale autoriteit van Malta begeleidt de verzoeker bij het doorlopen van de juridische procedure voor het vaststellen van de afstamming en informeert hem/haar over de particuliere diensten die moeten worden ingeschakeld, met name voor het verrichten van DNA-tests, voor zover van toepassing.

Zo nodig helpt de centrale autoriteit de buitenlander bij het vinden van een persoon die hem/haar in Malta kan vertegenwoordigen en de vereiste authentieke akte in zijn/haar naam kan ondertekenen. Wanneer de rechter moet beslissen over de afstammingskwestie, zorgt de centrale autoriteit van Malta er alleen voor dat de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter;

i) procedures inleiden, of het instellen ervan vergemakkelijken, ter verkrijging van voorlopige maatregelen van territoriale aard die ten doel hebben de uitkomst van een aanhangig verzoek om alimentatie zeker te stellen: wanneer de centrale autoriteit van Malta vermoedt dat een alimentatieplichtige maatregelen neemt om zijn/haar economische situatie te verslechteren, zorgt ze ervoor dat de alimentatieplichtige bij rechterlijke beslissing wordt verboden zijn/haar vermogen te verkwisten wanneer hiermee de belangen van de alimentatiegerechtigde worden geschaad;

j) de betekening en kennisgeving van stukken vergemakkelijken, onverminderd Verordening (EG) nr. 1393/2007: wanneer aanvullende informatie over de alimentatieplichtige nodig is en die informatie rechtmatig kan worden verzameld en verstuurd door welke particuliere persoon in Malta ook, geeft de centrale autoriteit van Malta haar medewerkers opdracht tot het verzamelen van die informatie. Dergelijke informatie kan zowel bij publieke als private entiteiten worden opgevraagd.

De centrale autoriteit van Malta zal steeds wanneer dat nodig is in contact treden met de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1393/2007 aangewezen verzendende en ontvangende instanties om ervoor te zorgen dat stukken naar behoren worden betekend.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 16/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Nederland

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Alimentatie is een verplichting om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde. De verplichting tot het betalen van levensonderhoud vloeit voort uit bloed- en aanverwantschap, en de (vroegere) huwelijksband.

Onderhoudsplichtig zijn:

- ouders jegens hun kinderen

- kinderen jegens hun ouders

- ex-echtgenoten (ex-geregistreerde partners)

De onderhoudsverplichting die tussen echtgenoten tijdens het huwelijk bestaat, werkt door na de ontbinding van het huwelijk. De rechter kan bij de echtscheidingsuitspraak of bij een latere uitspraak aan de ene ex-echtgenoot die niet voldoende inkomsten voor zijn levensonderhoud heeft en deze zich in redelijkheid niet kan verwerven, op diens verzoek ten laste van de andere ex-echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen. Bij het vaststellen hiervan houdt de rechter rekening met de behoefte van de ene ex-echtgenoot en de draagkracht (financiële middelen) van de andere ex-echtgenoot. Daarnaast kunnen ook niet-financiële factoren een rol spelen, zoals duur van het huwelijk, duur van de samenwoning. Indien de rechter geen termijn stelt aan de duur van de alimentatieplicht, geldt dat de alimentatieplicht automatisch na 12 jaar eindigt. Verlenging door de rechter op verzoek van de alimentatiebehoeftige ex-echtgenoot is in schrijnende gevallen mogelijk. Na een kort (niet langer dan 5 jaar) kinderloos huwelijk duurt de alimentatieplicht in beginsel niet langer dan de duur van het huwelijk.

Het bovenstaande geldt ook met betrekking tot alimentatie tussen ex-geregistreerde partners.

De ex-echtgenoten kunnen buiten de rechter om zelf afspraken maken terzake van de alimentatie. Deze worden veelal neergelegd in het echtscheidingsconvenant. In de praktijk zal dit convenant bij de echtscheidingsbeslissing door de rechter worden bekrachtigd. Een bekrachtiging geeft voor de alimentatiegerechtigde meer rechtszekerheid.

Andere categorieën van onderhoudsplicht:

Echtgenoten/geregistreerde partners

Echtgenoten en geregistreerde partners moeten allebei, behalve onder bijzondere omstandigheden, bijdragen in de kosten van de huishouding. Zij kunnen in huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden hierover andere afspraken maken.

Verwekker/levensgezel van de moeder

Er bestaat een verplichting van de verwekker van het kind om in het onderhoud van het door hem verwekte (niet erkende) kind te voorzien, zolang het kind niet tot deze man of een andere man in een familierechtelijke betrekking staat (kortom, zo lang er geen juridische vader is). Eenzelfde verplichting geldt voor de levensgezel van de moeder die heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad.

Gezamenlijk gezag

Degene die als niet-ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een kind is jegens dat kind onderhoudsplichtig (artikel 1:253w BW). De onderhoudsplicht loopt door tot het eenentwintigste jaar als het gezamenlijk eindigt door het meerderjarig worden van het kind.

In welke gevallen

De verplichting tot het betalen van levensonderhoud bestaat in het algemeen alleen ingeval van behoeftigheid. Met behoeftigheid wordt bedoeld de situatie dat iemand onvoldoende inkomsten heeft om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en deze zich in redelijkheid niet zelf kan verwerven.

Uitzondering

Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor onderhoudsverplichtingen van ouders en verwekkers jegens hun minderjarige kinderen, en jegens de jong meerderjarige kinderen (dus tot 21 jaar). In deze gevallen geldt de onderhoudsverplichting ook als de gerechtigden niet behoeftig zijn.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Voor kinderen beneden de 18 jaar (minderjarige kinderen) moeten de ouders de kosten van verzorging en opvoeding betalen. Het gaat hier om de kosten van levensonderhoud en de overige kosten van de opvoeding, bijvoorbeeld studie en vrije tijdsbesteding. Ouders zijn verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding. De verplichting bestaat ook als het kind zelf vermogen en/of inkomsten heeft.

Voor kinderen van 18, 19 en 20 jaar (de “jong meerderjarigen”) komen de kosten van levensonderhoud en studie voor rekening van de ouders. Met kosten voor levensonderhoud en studie wordt hetzelfde bedoeld als met kosten van verzorging en opvoeding tijdens de minderjarigheid. Deze onderhoudsverplichting staat los van de behoeftigheid van de onderhoudsgerechtigden.

De verlengde onderhoudsplicht bestaat ook voor deze categorie kinderen indien zij zelf inkomsten uit arbeid dan wel vermogen hebben of gehuwd zijn. Eventuele inkomsten van het kind zelf bepalen wel de omvang van diens behoefte aan een onderhoudsbijdrage.

Voor kinderen van 21 jaar en ouder hebben de ouders alleen een onderhoudsverplichting als het kind behoeftig is en niet voor zich zelf kan zorgen. Bijvoorbeeld als het kind lichamelijk of geestelijk gehandicapt is.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Het bedrag dat de onderhoudsplichtige dient te betalen kan worden vastgesteld door partijen zelf en in een overeenkomst worden vastgelegd, of het wordt door de rechter bepaald in een rechterlijke uitspraak.

In het kader van een echtscheidingsprocedure wordt de rechter veelal ook een beslissing gevraagd over alimentatie voor de ex-echtgenoot of om kinderalimentatie.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Nee. Het verzoekschrift moet worden ingediend door de advocaat van de onderhoudsgerechtigde. Indienen zonder advocaat is niet toegestaan. Een minderjarig kind wordt vertegenwoordigd door zijn wettelijk vertegenwoordiger (veelal een ouder).

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Wij maken hierbij een onderscheid naar de internationale bevoegdheid (is de Nederlandse rechter bevoegd?) en de interne bevoegdheid (welke Nederlandse rechter is bevoegd?).

Internationale bevoegdheid binnen de Europese Unie

Voor wat betreft de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter geldt in het kader van de Europese Unie de zogenaamde "De link wordt in een nieuw venster geopend.Brussel I" Verordening (EEX). Deze Verordening bevat regels over de bevoegdheid van de gerechten ten aanzien van alimentatievorderingen.

Op grond van artikel 2 Verordening wordt de in Nederland woonachtige onderhoudsplichtige (verweerder) in beginsel door de alimentatiegerechtigde (verzoeker) opgeroepen voor de Nederlandse rechter.

Op het gebied van onderhoudsverplichtingen bevat de "Brussel I" Verordening nog een alternatieve regel. In artikel 5, lid 2, wordt bepaald dat de verweerder die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, in een andere lidstaat kan worden opgeroepen:

  • voor het gerecht van de plaats waar de tot onderhoud gerechtigde zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats heeft,
  • of, indien het een bijkomende eis is die verbonden is met een vordering betreffende de familierechtelijke staat van personen dat wil zeggen de echtscheidingsrechter of de rechter die bijvoorbeeld beslist over een vaderschapsvaststelling, voor het gerecht dat bevoegd is daarvan kennis te nemen, behalve in het geval dat deze bevoegdheid uitsluitend berust op de nationaliteit van een der partijen.

Sub a betekent dat een in Nederland woonachtige onderhoudsgerechtigde een bijvoorbeeld in Frankrijk woonachtige onderhoudsplichtige voor de Nederlandse rechter kan oproepen, die internationaal bevoegd is ex artikel 5 lid 2. Bevoegd is de rechtbank van de woonplaats van de verzoeker.

Verder geldt sedert 18 juni 2011 inzake onderhoudsverplichtingen binnen de Europese Unie de Verordening (EG) nr 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen.

De rechtsmachtregeling in de Alimentatieverordening sluit in grote lijnen aan bij die van de EEX-verordening. Volgens de hoofdregel is voor de kennisneming van alimentatiezaken bevoegd het gerecht van de plaats waar de verweerder of de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft. Anders dan de EEX verordening is voor de toepassing van de alimentatieverordening niet vereist dat de verweerder zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van een lidstaat heeft.

Internationale bevoegdheid buiten de Europese Unie

Voor wat betreft de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter buiten het kader van de Europese Unie geldt het navolgende. Woont de verweerder (hetzij crediteur hetzij debiteur buiten de Europese Unie, dan is de hiervoor genoemde "Brussel I" Verordening niet van toepassing en ontleent de Nederlandse rechter zijn bevoegdheid aan het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. De Nederlandse echtscheidingsrechter is dan bevoegd om een voorlopige voorzieningen in verband met de echtscheiding of een nevenvoorziening zoals alimentatie of voortgezette bewoning van de echtelijke woning te treffen. De Nederlandse rechter is dan ook bevoegd om over een zelfstandig verzoek om alimentatie te beslissen indien hetzij verzoeker hetzij een of meer in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden in Nederland woont (wonen), dan wel indien de zaak anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is, indien zij een forumkeuze voor de Nederlandse rechter hebben gedaan of indien de belanghebbende partij ten processe verschijnt en geen exceptie van onbevoegdheid opwerpt.

Interne bevoegdheid

Voor wat betreft de interne bevoegdheid van de Nederlandse rechter geldt inzake het soort gerecht (rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad) dat in alimentatiezaken de rechtbank bevoegd is. Welke rechtbank bevoegd is wordt bepaald door het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Bevoegd is de rechtbank van de woonplaats van hetzij de verzoeker (één van de verzoekers), hetzij van één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden, dan wel bij gebreke van een woonplaats van een van hen, de rechter van het werkelijk verblijf van één van hen.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Een verzoek om vaststelling, wijziging of beëindiging van alimentatie dient door een advocaat te worden ingediend. De advocaat vertegenwoordigt de verzoeker op de zitting. Namen en adressen van advocaten zijn te vinden op de website van de De link wordt in een nieuw venster geopend.landelijke advocatenorganisatie.

Er is een “De link wordt in een nieuw venster geopend.Vereniging van Familierechtadvocaten en Scheidingsbemiddelaars”, waarvan de leden gespecialiseerd zijn in onder andere scheiding en alimentatie. Zij zijn ook gespecialiseerd in scheidingsbemiddeling en alles wat daarbij komt kijken.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Voor een procedure bij de rechtbank dient een bijdrage te worden betaald in de kosten van de rechtspraak. Dit is het griffierecht. Daarnaast zijn er de kosten voor de advocaat en de deurwaarder.

Als de rechtzoekende de kosten voor een advocaat niet (helemaal) kan betalen, kan deze onder bepaalde voorwaarden voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komen). In dat geval is sprake van een “toevoeging”. De overheid betaalt een deel van de kosten; de rechtzoekende betaalt een “eigen bijdrage”. Hoe hoog die “eigen bijdrage” is, hangt af van het inkomen en vermogen van de rechtzoekende. De De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad voor Rechtsbijstand verleent de toevoeging. De rechtzoekende moet een aanvraag om een toevoeging indienen bij de Raad in het ressort (= rechtsgebied van een gerechtshof) waar de advocaat kantoor houdt. In de praktijk wordt de aanvraag vaak door de advocaat gedaan, als deze al voorafgaand aan de toevoeging is benaderd.

Voorts dient een “Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen” (formulier af te halen bij de gemeente van de woonplaats) te worden overgelegd. Deze verklaring moet met de aanvraag naar de Raad voor de rechtsbijstand gestuurd worden, die nagaat of de rechtzoekende voor een toevoeging in aanmerking komt. Wanneer dit het geval is, wordt een toevoegingbewijs afgegeven. Ook het griffierecht wordt in voorkomend geval verminderd.

Voor grensoverschrijdende geschillen, dus als de verzoeker buiten Nederland woont, geldt ook de aanspraak op gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit is geregeld in de Europese De link wordt in een nieuw venster geopend.richtlijn grensoverschrijdende rechtsbijstand. Aan de hand van het bij die richtlijn behorende modelformulier, dat in alle lidstaten identiek is, kan via de Raad voor de rechtsbijstand te Den Haag de toevoeging worden aangevraagd, met een beroep op de artikelen 23A tot en met 23K van de Wet op de rechtsbijstand.

Zo nodig kan de De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad voor Rechtsbijstand behulpzaam zijn bij het kiezen van een advocaat. Het adres van de Raad staat onder vraag 14.2.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De rechter zal bij zijn beslissing rekening houden met de behoefte van degene die alimentatie vraagt of ontvangt en de draagkracht (financiële middelen) van degene die alimentatie moet betalen of betaalt. Behoefte en draagkracht zijn relatieve begrippen. De rechter heeft hier een zekere vrijheid om naar de omstandigheden van het geval te beslissen. Door de rechterlijke macht zijn richtlijnen ontwikkeld (Trema normen), die evenwel niet bindend zijn voor de rechter.

De volgende inkomsten en uitgaven zijn van belang voor het oordeel van de rechter:

  • inkomsten uit arbeid
  • inkomsten uit nevenarbeid
  • studiefinanciering
  • uitkeringen
  • pensioen
  • inkomsten uit (onder)huur
  • rente en andere inkomsten uit vermogen
  • bijdragen aan het huishouden van anderen, met wie een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd
  • bestaande mogelijkheden om inkomsten uit te breiden (verdiencapaciteit)
  • opgaven over het vermogen
  • huurbetalingen
  • aflossingen van de hypothecaire lening en rente, alsmede de vaste lasten. Daarbij moet ook het deel van de hypothecaire lening worden vermeld dat nog niet is afbetaald.
  • verzekeringen
  • noodzakelijke regelmatige reiskosten
  • financiële verplichtingen voor anderen
  • kosten van bijzondere medische verzorging voor de onderhoudsgerechtigde en/of zijn gezinsleden
  • kosten voor de verwerving van inkomsten
  • eventueel ook opgaven van schulden

Wettelijke indexering

De Minister van Justitie stelt elk jaar het percentage vast, waarmee een door de rechter toegekende onderhoudsbijdrage of bij overeenkomst vastgestelde bijdrage van rechtswege wordt verhoogd. Bij de berekening kijkt men naar de salarisontwikkeling bij het bedrijfsleven en de overheid en de ontwikkeling van salarissen in andere sectoren. Dit percentage wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Op die automatische aanpassing van alimentaties is een aantal uitzonderingen. Zowel partijen als de rechter kunnen de wettelijke indexering uitsluiten of een andere wijze van indexering vastleggen.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie ten behoeve van een ex-echtgenoot wordt rechtstreeks aan de gerechtigde betaald. De onderhoudsuitkering die door de rechter is vastgesteld ten behoeve van een minderjarig kind wordt rechtstreeks uitbetaald aan de ouder (of voogd) die het kind verzorgt.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Indien de alimentatieverplichting in een rechterlijke uitspraak is neergelegd en de onderhoudsplichtige nalatig is met het betalen van kinder- en/of partneralimentatie, dan kan nakoming worden afgedwongen via het De link wordt in een nieuw venster geopend.Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) in Rotterdam. Ook is het mogelijk nakoming af te dwingen via de deurwaarder. Is er geen rechterlijke uitspraak dan moet de zaak aan de rechter worden voorgelegd. Daartoe dient een advocaat te worden ingeschakeld.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

In geval van beslag op uitkering of loon moet er rekening worden gehouden met de beslagvrije voet. De verjaringstermijn van een maandelijks te betalen alimentatiebijdrage is 5 jaar. Is er sprake van een vonnis waarin de achterstand in de betaling is vastgelegd, dus als daadwerkelijk een vast bedrag is vermeld, dan bedraagt de verjaringstermijn twintig jaar. Om te voorkomen dat een vordering verjaart moet de verjaring gestuit worden.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

In geval van een achterstand in de betalingen van kinder- en/of  als partneralimentatie het De link wordt in een nieuw venster geopend.Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
Het LBIO moet daartoe gemachtigd worden door de onderhoudsgerechtigde. Het LBIO kan zo nodig door middel van executie tot invordering overgaan. Het LBIO kan bijvoorbeeld beslag leggen op salaris, uitkering, of op(on)roerende goederen van de onderhoudsplichtige.

Inschakeling van het LBIO is,  indien beide partijen in Nederland wonen, voor de onderhoudsgerechtigde kosteloos. Na ontvangst van een inningverzoek wordt eerst geprobeerd door een korte bemiddeling en/of het geven van uitleg inning met kosten te voorkomen. Dit lukt in bijna driekwart van de gevallen. Echter in het geval het LBIO de inning overneemt, dan betaalt de onderhoudsplichtige de kosten van invordering aan het LBIO. Het LBIO brengt voor de inning een opslag in rekening. Deze opslag bedraagt 15% van de maandelijks verschuldigde bedragen en de achterstallige alimentatie. Ook de eventuele kosten van executie worden op de onderhoudsplichtige verhaald.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Ondanks dat het LBIO een overheidsinstelling is wordt er geen alimentatie voorgeschoten. De overheid kan dit wel doen in geval van kinderalimentatie of rechtshulp.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Het LBIO heeft ook taken op het gebied van de internationale inning van alimentatie. Deze taken vloeien voort uit verordeningen en verdragen, waarbij Nederland partij is.

Nederland is partij bij het VN Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud,  New York 20 juni 1956. Dit verdrag is een rechtshulpverdrag dat tot doel heeft de verkrijging van levensonderhoud in internationale gevallen te vergemakkelijken. Daartoe heeft het verdrag een systeem van verzendende en ontvangende instellingen opgezet, die de onderhoudsgerechtigde behulpzaam zijn bij het geldend maken van aanspraken op levensonderhoud. Voor Nederland is het LBIO de ontvangende en verzendende instelling.

Een ieder die in Nederland woont en problemen ondervindt met de inning van alimentatie bij een onderhoudsplichtige die in het buitenland (dat wil zeggen in een land dat partij is bij het verdrag van New York) woont, kan een beroep doen op het verdrag van New York. Het verdrag heeft zowel betrekking op kinderalimentatie als op partneralimentatie.

Sedert 1 augustus 2014 geldt tussen de Europese Unie (behalve Denemarken) en andere verdragsstaten het Verdrag van 23 november 2007 inzake de Internationale Inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden. Naast de EU lidstaten is het verdrag ook in werking in Albanie, Bosnie-Herzegovina, Noorwegen en Oekraine. Voor relaties tussen EU-lidstaten onderling heeft de Onderhoudsverordening (verordening 4/2009) voorrang.

Het onderhoudsverdrag van Den Haag geldt voor onderhoud van kinderen jonger dan 21 jaar. Het kan uitgebreid worden naar andere familieleden als beide betrokken verdragsstaten daartoe een verklaring aannemen.

Voor het inschakelen van het LBIO dient het aanvraagformulier “De link wordt in een nieuw venster geopend.inning internationale alimentatie” te worden ingediend. Dit formulier kan men downloaden van de site van het De link wordt in een nieuw venster geopend.LBIO.

De activiteiten die het LBIO en de buitenlandse instellingen zelf verrichten in het kader van het Verdrag van New York en het Verdrag met de Verenigde Staten zijn in principe kosteloos. Het kan wel zijn dat er kosten zijn verbonden aan het voeren van een procedure in het buitenland of aan de invordering van de alimentatie.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

In geval van kinder- en partneralimentatie:

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (De link wordt in een nieuw venster geopend.LBIO)

Postbus 8901
3009 AX Rotterdam

In geval van rechtshulp:

De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad voor Rechtsbijstand,

Postbus 450,

2501 CL Den Haag.

Telefoonnummer +31703701414

In geval van rechtshulp bij grensoverschrijdende geschillen:

Raad voor Rechtsbijstand

Regiokantoor Den Haag

t.a.v. Jan Ouwehand

Laan van Meerdervoort 51B

2517 AE Den Haag

Tel: 0031(0)88 787 1320

e-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.j.ouwehand@rvr.org

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Het LBIO int ook alimentatie op verzoek van een onderhoudsgerechtigde die in het buitenland woont bij een alimentatieplichtige die in Nederland woont. Een onderhoudsgerechtigde die zich bevindt in een andere lidstaat kan wanneer hij aanspraak wenst te maken op alimentatie van een in Nederland woonachtige onderhoudsplichtige, een beroep doen op het systeem van het  verdrag. Hij dient zich dan te wenden tot de verzendende instelling in zijn eigen land, die zich vervolgens in verbinding stelt met de ontvangende instelling in Nederland (het LBIO). De ontvangende instelling neemt vervolgens de maatregelen om het onderhoud te verkrijgen.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Voor contactgegevens, zie vraag 14.2.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Voor een procedure bij de rechtbank dient een bijdrage te worden betaald in de kosten van de rechtspraak. Dit is het griffierecht. Daarnaast zijn er de kosten voor de advocaat en de deurwaarder. Als de rechtzoekende de kosten voor een advocaat niet (helemaal) kan betalen, kan deze onder bepaalde voorwaarden voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komen. In dat geval is sprake van een “toevoeging”. De overheid betaalt een deel van de kosten; de rechtzoekende betaalt een “eigen bijdrage”. Hoe hoog die “eigen bijdrage” is, hangt af van het inkomen en vermogen van de rechtzoekende.

De Raad voor de Rechtsbijstand verleent de toevoeging. De rechtzoekende moet een aanvraag om een toevoeging indienen bij de Raad in het ressort (= rechtsgebied van een gerechtshof) waar de advocaat kantoor houdt. In de praktijk wordt de aanvraag vaak door de advocaat gedaan, als deze al voorafgaand aan de toevoeging is benaderd. Voorts dient een “Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen” (formulier af te halen bij de gemeente van de woonplaats) te worden overgelegd. Deze verklaring moet met de aanvraag naar de Raad voor de rechtsbijstand gestuurd worden, die nagaat of de rechtzoekende voor een toevoeging in aanmerking komt. Wanneer dit het geval is, wordt een toevoegingbewijs afgegeven. Ook het griffierecht wordt in voorkomend geval verminderd. Voor grensoverschrijdende geschillen, dus als de verzoeker buiten Nederland woont, geldt ook de aanspraak op gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit is geregeld in de Europese richtlijn grensoverschrijdende rechtsbijstand. Aan de hand van het bij die richtlijn behorende modelformulier, dat in alle lidstaten identiek is, kan via de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag de toevoeging worden aangevraagd, met een beroep op de artikelen 23A tot en met 23K van de Wet op de rechtsbijstand. Zo nodig kan de Raad voor Rechtsbijstand behulpzaam zijn bij het kiezen van een advocaat.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Naar aanleiding van artikel 51 van de Verordening zijn er geen wijzigingen doorgevoerd.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 22/11/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

Alimentatievorderingen - Oostenrijk

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Het doel van alimentatie is om alle passende, d.w.z. noodzakelijke en gebruikelijke materiële behoeften van de begunstigde te dekken, rekening houdend met de omstandigheden in elke zaak. Hieronder vallen met name voeding, kleding, huisvesting (inclusief verwarming en elektriciteit), medische zorg en hygiëne, evenals de betaling van aanvullende bijdragen voor sociale verzekeringen, vrijetijds- en recreatieactiviteiten, cultuur en sport, communicatie en massamedia (telefoon, radio, tv, internet) en onderwijs en opleiding. Onderhoud omvat geen bijdragen aan de opbouw van vermogen of aan private pensioenregelingen.

Een onderhoudsplicht is de verplichting om passende alimentatie te betalen. Het bedrag van de te betalen alimentatie zal afhangen van de specifieke behoeften van de onderhoudsgerechtigde, evenals van de draagkracht van de onderhoudsplichtige.

Alimentatie moet worden betaald door:

  • ouders aan hun kinderen en grootouders aan hun kleinkinderen
  • kinderen aan hun ouders en grootouders
  • echtgenoten en geregistreerde partners aan elkaar.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Er is geen leeftijdsgrens. Kinderen hebben recht op alimentatie tot ze zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

De belangrijkste verschillen tussen het recht van een minderjarige en dat van een volwassene op alimentatie hebben betrekking op de wettelijke mogelijkheden om betaling van de alimentatie af te dwingen.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Alimentatievorderingen moeten worden ingesteld bij een gerechtelijke procedure.

In een contentieuze civielrechtelijke procedure moeten echtgenoten en geregistreerde partners hun vorderingen instellen door een gerechtelijke actie aanhangig te maken. De rechtbank – in de praktijk een rechter – neemt een beslissing in de zaak in de vorm van een vonnis nadat eerst een procedure van bewijsverkrijging is doorlopen. Daarnaast kunnen echtgenoten en geregistreerde partners om tussentijdse maatregelen verzoeken, zoals de voorlopige betaling van alimentatie in verband met een alimentatieprocedure of een procedure inzake alimentatie of echtscheiding/scheiding van tafel en bed. In dat geval neemt de rechtbank een beslissing nadat eerst een verificatieprocedure is doorlopen.

Kinderalimentatie moet worden gevorderd in een niet-contentieuze procedure – ook als het kind meerderjarig is. De voogdijrechtbank [Pflegschaftsgericht] – in de praktijk een Rechtspfleger [een hogere functionaris van de Oostenrijkse gerechtelijke organisatie die bevoegd is om vonnissen te wijzen] – doet uitspraak nadat eerst procedure van bewijsverkrijging is doorlopen. Daarnaast kan een kind om tussentijdse maatregelen verzoeken, zoals de voorlopige betaling van alimentatie in verband met een alimentatieprocedure; de rechtbank neemt een beslissing nadat eerst een verificatieprocedure is doorlopen. Minderjarigen kunnen om de voorlopige betaling van alimentatie verzoeken ongeacht of er al dan niet een alimentatieprocedure loopt.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Het verzoek om vaststelling of tenuitvoerlegging van alimentatie voor minderjarigen kan worden ingediend door de wettelijke vertegenwoordiger, d.w.z. de persoon die de voogdij over het kind heeft. Met toestemming van deze persoon kunnen ook de Kinder- en Jeugdzorgdienst [Kinder- und Jugendhilfeträger] als de vertegenwoordiger van het kind optreden.

In alle andere gevallen kunnen eisers alleen worden vertegenwoordigd door iemand met een volmacht of door een bijzondere wettelijke vertegenwoordiger (Erwachsenenvertreter)

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De rechtsbevoegdheid (jurisdictie) in alimentatiezaken wordt beschreven in de wet.

Artikel 114 van de Oostenrijkse Jurisdictienorm [Jurisdiktionsnorm, JN] bepaalt dat de voogdijrechtbank [Pflegschaftsgericht] ook bevoegd is om te beslissen over vorderingen van wettelijke alimentatie voor minderjarigen; vorderingen van wettelijke alimentatie voor andere verwanten in opgaande of neergaande lijn vallen onder de bevoegdheid van de rechtbank in het rechtsgebied dat in algemene zin bevoegd is voor geschillen waarbij de onderhoudsgerechtigde persoon is betrokken. Dit zal afhankelijk zijn van de plaats waar deze persoon woont of zijn of haar gewone verblijfplaats heeft.

Artikel 76a JN bepaalt dat de bevoegde rechtbank voor alimentatiezaken tussen echtgenoten of geregistreerde partners de rechtbank is waar de echtscheidings- of ontbindingsprocedure aanhangig is gemaakt. Als een dergelijke procedure niet aanhangig is gemaakt, zal de bevoegde rechtbank de rechtbank zijn die in algemene zin bevoegd is voor geschillen waarbij de verweerder is betrokken (artikelen 65 t/m 71 JN).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Kinderalimentatie: in de procedure in eerste aanleg hoeven de partijen zich niet te laten vertegenwoordigen. Als ze echter vertegenwoordigd willen worden, kan dat in zaken waarin de vordering een geldswaarde van 5 000 EUR of meer heeft alleen door een advocaat (relatieve vereiste van bijstand in rechte (artikel 101, lid 1 van de Oostenrijkse Wet inzake niet-contentieuze procedures [Außerstreitgesetz, AußStrG]). In beroepsprocedures zal een absolute vereiste van bijstand in rechte van toepassing zijn.

Alimentatie voor echtgenoten of geregistreerde partners: in de procedure in eerste aanleg hoeven de partijen zich niet te laten vertegenwoordigen. Als ze echter vertegenwoordigd willen worden, kan dat in zaken waarin de vordering een geldswaarde van 5 000 EUR of meer heeft alleen door een advocaat (relatieve vereiste van bijstand in rechte (artikel 29, lid 1 van het Oostenrijkse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Zivilprozessordnung, ZPO]). In beroepsprocedures zal een absolute vereiste van bijstand in rechte van toepassing zijn.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

De kosten (griffierechten) die zijn verbonden aan het aanhangig maken van een alimentatiezaak bij de rechtbank varieert afhankelijk van de waarde van de toegekende alimentatie. Vandaar dat de grondslag voor de beoordeling van alimentatievorderingen die in het verleden reeds zijn toegewezen het toegekende bedrag is. Indien de zaak betrekking heeft op toekomstige alimentatie, is het bedrag dat als grondslag voor de beoordeling moet worden gebruikt één maal de jaarlijkse alimentatie. Als alimentatie wordt toegekend voor een termijn van minder dan een jaar, moet het totaalbedrag als grondslag voor de beoordeling worden gebruikt (Aantekening 1 bij tariefnr. 7 van de Oostenrijkse Wet inzake griffierechten [Gerichtsgebührengesetz, GGG] voor procedures betreffende kinderalimentatie (artikel 15, lid 5 van de GGG voor alimentatieprocedures tussen echtgenoten of geregistreerde partners).

Met betrekking tot de feitelijke hoogte van de griffierechten wordt onderscheid gemaakt tussen niet-contentieuze procedures betreffende kinderalimentatie en alimentatieprocedures tussen echtgenoten of geregistreerde partners.

Voor zaken betreffende kinderalimentatie zijn door minderjarige verzoekers (jonger dan 18) geen kosten verschuldigd.

Voor meerderjarige verzoekers bedraagt de vaste vergoeding voor beslissingen en schikkingen 0,5 % van de waarde van de toegewezen alimentatievordering (zie tarief nr. 7 van de GGG). Indien de hoogte van alimentatie die reeds bij een onherroepelijk vonnis of een schikking is vastgesteld als gevolg van een nieuw verzoek wordt verhoogd, moet het verschil tussen het toegekende bedrag en het eerder verschuldigde bedrag als grondslag voor de beoordeling worden gebruikt.

Voorbeeld: er is een toekomstige maandelijkse alimentatie van 250,00 EUR toegekend.

De vaste vergoeding bedraagt 15,00 EUR (250,00 EUR * 12 * 0,05)

Wanneer een meerderjarige alimentatieplichtige om verlaging van de alimentatie verzoekt, bedraagt de vaste vergoeding 14,40 EUR. Deze vergoeding zal niet hoeven te worden betaald als de verzoeker volledig slaagt in zijn of haar verzoek om verlaging van de verschuldigde alimentatie (Aantekening 1 bij tariefnr. 7 van de GGG). Voorbeeld: er is een toekomstige maandelijkse alimentatie van 250,00 EUR toegekend. De vaste vergoeding bedraagt 15,00 EUR (250,00 EUR * 12 * 0,05)

Tarief nr. 1 GGG moet worden toegepast in alimentatieprocedures tussen echtgenoten of geregistreerde partners. De vaste vergoeding zal alleen in rekening worden gebracht voor de klacht – zijnde het verzoek om initiëring van de procedure – en de hoogte zal worden vastgesteld aan de hand van een glijdende schaal, afhankelijk van de grondslag van de beoordeling. Om dit punt te illustreren worden hieronder de vergoedingen vermeld die van toepassing zijn op basis van tarief nr.1 van de GGG (per 1 december 2018):

Waarde van de vordering in het geschil – toepasselijke vergoeding:

tot en met 150 EUR – 23 EUR

vanaf 150 EUR tot en met 300 EUR – 45 EUR

vanaf 300 EUR tot en met 700 EUR – 64 EUR

vanaf 700 EUR tot en met 2 000 EUR – 107 EUR

vanaf 2 000 EUR tot en met 3 500 EUR – 171 EUR

vanaf 3 500 EUR tot en met 7 000 EUR – 314 EUR

vanaf 7 000 EUR tot en met 35 000 EUR – 743 EUR

vanaf 35 000 EUR tot en met 70 000 EUR – 1 495 EUR

In civiele procedures moet krachtens de artikelen 63 t/m 73 ZPO op verzoek rechtsbijstand worden verleend voor zover een partij de kosten van de procedure niet kan betalen zonder het risico te lopen om niet meer over de noodzakelijke middelen van bestaan te beschikken. Krachtens artikel 7, lid 1 AußStrG moeten deze bepalingen dienovereenkomstig worden toegepast in niet-contentieuze procedures (zoals in procedures betreffende kinderalimentatie).

De noodzakelijke middelen van bestaan zijn in abstracte zin vastgesteld op een niveau dat ligt tussen het statistische gemiddelde inkomen van een werknemer en het minimumbestaansniveau. Een partij wordt geacht dit risico te lopen als hij of zij en zijn of haar gezin als alimentatiegerechtigden zelfs geen bescheiden bestaan kunnen leiden, rekening houdend met alle bruikbare bezittingen of de mogelijkheid om te sparen in de loop van een procedure die gedurende langere tijd loopt. Ook kan gedeeltelijke rechtsbijstand worden toegekend.

Rechtsbijstand kan alleen worden toegekend als de beoogde gerechtelijke actie niet evident uit weerspannigheid lijkt voort te komen of futiel lijkt te zijn. De nationaliteit van de partij is in dit verband niet relevant.

Rechtsbijstand omvat met name een voorlopige vrijstelling van de betaling van griffierechten en vergoedingen voor getuigen, deskundigen en tolken, evenals van de betaling van reiskosten van partijen indien deze persoonlijk moeten verschijnen. Als vertegenwoordiging in rechte door een advocaat wettelijk verplicht is (d.w.z. bij hoger beroep) of als dit noodzakelijk wordt geacht in de specifieke omstandigheden van de zaak, moet kosteloos voor de partij een voorlopige Oostenrijkse advocaat worden benoemd. De werkzaamheden van de advocaat omvatten ook het voorafgaand aan de procedure verstrekken van advies inzake buitengerechtelijke schikking van het geschil.

Artikel 71 ZPO bepaalt dat partijen waaraan rechtsbijstand is verleend moeten worden verplicht tot terugbetaling van alle of een deel van de bedragen waarvan ze voorlopig zijn vrijgesteld en die nog niet zijn terugbetaald, en dat ze de verschuldigde vergoedingen volgens de schaal van vergoedingen voor toegewezen advocaten moeten betalen, voor zover en zodra ze deze kunnen betalen zonder het risico te lopen om niet meer over de noodzakelijke middelen van bestaan te beschikken. Na een termijn van drie jaar na de afsluiting van de procedure kan de terugbetalingsplicht niet meer worden opgelegd. De rechtbank kan de partij verzoeken om – binnen een passende, door de rechtbank vast te stellen termijn – een nieuw overzicht van haar bezittingen over te leggen, met inbegrip van redelijk schriftelijk bewijs, om te controleren of aan de voorwaarden voor terugbetaling wordt voldaan.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De rechtbank stelt de alimentatie vast als geldelijke uitkering. De ouder die het huishouden runt waarin hij of zij voor het kind zorgt, draagt op deze manier bij aan het levensonderhoud van het kind. De andere ouder is verplicht om betalingen te verrichten.

Het bedrag van de voor het kind te betalen alimentatie is afhankelijk van enerzijds het vermogen van de ouder om bij te dragen en anderzijds de behoeften van het kind, en zal per individueel geval worden bepaald. Op basis van de in de jurisprudentie ontwikkelde percentagemethode, die als leidraad dient, moet de onderhoudsplichtige een bepaald percentage van zijn of haar (netto)maandinkomen betalen:

  • 16 % voor kinderen tot 6 jaar,
  • 18 % voor kinderen van 6 tot 20 jaar,
  • 20 % voor kinderen van 10 tot 15 jaar, en
  • 22 % voor kinderen ouder dan 15 jaar.

Als iemand alimentatie moet betalen voor meerdere kinderen, zal dit in aanmerking worden genomen in de vorm van een dienovereenkomstige verlaging van de percentages. De procentpunten die van bovengenoemde percentages moeten worden afgetrokken in een zaak waarbij meer dan één kind is betrokken, zijn 1 procentpunt voor elk extra kind tot 10 jaar, 2 procentpunt voor elk extra kind ouder van 10 jaar en 0 tot 3 procentpunt voor een onderhoudsgerechtigde echtgeno(o)t(e), afhankelijk van het eigen inkomen van deze echtgeno(o)t(e).

Op grond van jurisprudentie hebben betalingen van alimentatievorderingen een bovengrens (bekend als de ‘Luxusgrenze’ [luxelimiet]), die gelijk is aan twee tot drie keer het gemiddelde van de basismiddelen van bestaan [Regelbedarf], zoals dat eveneens in de jurisprudentie is ontwikkeld. Dat bedrag wordt jaarlijks aangepast en bedraagt sinds 1 juli 2020 maandelijks per kind:

  • jonger dan 3:   213,00 EUR
  • van 3 tot 6:      274,00 EUR
  • van 6 tot 10:    352,00 EUR
  • van 10 tot 15: 402,00 EUR
  • van 15 tot 19: 474,00 EUR
  • van 19 tot 25: 594,00 EUR

De alimentatie voor echtgenoten of geregistreerde partners die nog steeds gehuwd zijn of als partners staan geregistreerd zal ook afhankelijk zijn van het vermogen van de onderhoudsplichtige om te betalen en de behoeften van de onderhoudsgerechtigde en moet per geval worden vastgesteld. Op basis van de in de jurisprudentie ontwikkelde percentagemethode, die als leidraad dient, wordt de alimentatievordering van de partij met het laagste inkomen berekend als 40 % van het gezinsinkomen (netto-inkomen van beide echtgenoten/partners) minus het eigen inkomen van de eiser. Als een partij zelf geen inkomen heeft en uitsluitend verantwoordelijk is voor het huishouden, heeft hij of zij recht op een derde (33 %) van het netto-inkomen van de kostwinner. Ook andere zorgtaken moeten in aanmerking worden genomen (door verlaging van het toepasselijke percentage).

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie moet van tevoren worden betaald aan het begin van de desbetreffende maand (artikel 1418 van het Oostenrijkse Burgerlijk Wetboek [Allgemeines bürgerliches Gesetzbuch, ABGB], artikel 70 van de Oostenrijkse Wet op het huwelijk [Ehegesetz], en artikel 22, lid 1 van de Oostenrijkse Wet op het geregistreerd partnerschap [Eingetragene Partnerschaft-Gesetz, EPG]). De betalingen moeten worden verricht aan de onderhoudsgerechtigde persoon of aan zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger (ouder, vertegenwoordiger [Erwachsenenvertreter]).

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Nadat in de oorspronkelijke procedure het bedrag van de alimentatie is vastgesteld, kan de betaling daarvan door de onderhoudsplichtige worden afgedwongen (gedwongen executie) volgens de gewone regels.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

De onderhoudsplichtige (in een executieprocedure: debiteur) moet een minimumbedrag (d.w.z. een bedrag waarop geen beslag kan worden gelegd) overhouden dat gelijk is aan het minimumbestaansniveau [Existenzminimum]. Het minimumbestaansniveau wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en hangt af van diverse factoren. Volgens artikel 291ter van het Oostenrijkse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Exekutionsordnung, EO] hoeft de schuldenaar slechts 75 % van het minimumbestaansniveau over te houden in geval van executie op grond van een vordering tot betaling van wettelijke alimentatie. Uit het verschil tussen dit verlaagde minimumbestaansniveau en het standaard minimumbestaansniveau moeten eerst eventuele uitstaande vorderingen tot betaling van wettelijke alimentatie worden voldaan, ongeacht de volgorde van prioriteit die wordt gehanteerd voor de zekerheid die voor deze vorderingen is gesteld en evenredig aan het actuele maandbedrag van de alimentatie. In dit verband hebben alimentatiegerechtigden voorrang boven andere crediteuren.

Eventuele (uitstaande) vorderingen die zijn toegewezen door een uitvoerbaar vonnis [Judikatschulden] hebben een verjaringstermijn van dertig jaar en kunnen derhalve binnen deze periode wettelijk ten uitvoer worden gelegd.

De bestaan geen speciale verjaringstermijnen voor de tenuitvoerlegging van alimentatievorderingen.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Als daarvoor schriftelijke toestemming is verkregen van een andere wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige, kan de Kinder- en jeugdzorgdienst optreden als de vertegenwoordiger van het kind om de alimentatievorderingen van het kind in te stellen en ten uitvoer te leggen.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Het doel van alimentatievoorschotten is om ervoor te zorgen dat minderjarigen alimentatie ontvangen als een ouder verzuimt om regelmatig te betalen of helemaal verzuimt om aan zijn of haar betalingsverplichtingen te voldoen. Alimentatievoorschotten zullen op verzoek worden toegekend door de overheid. Het verzoek moet namens het kind worden ingediend bij de rechtbank door de ouder die bevoegd is om het kind te vertegenwoordigen.

Minderjarigen die recht hebben op alimentatie zijn zij die:

  • hun gewone verblijfplaats in Oostenrijk hebben;
  • staatsburger van Oostenrijk of een andere EU-/EER-lidstaat zijn of stateloos zijn; en
  • niet in hetzelfde huishouden leven als de onderhoudsplichtige.

Alimentatievoorschotten worden toegekend vanaf het begin van de maand waarin het verzoek is ingediend, met een maximum van vijf jaar; de voorschoten worden aan de onderhoudsgerechtigde uitgekeerd door het hoogste rechtscollege van de deelstaat [Oberlandesgericht] op de eerste dag van elke maand.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

Als de onderhoudsplichtige in het buitenland woont en geen executeerbare bezittingen in Oostenrijk heeft, moet de tenuitvoerlegging in het buitenland plaatsvinden. Verzoeken hiertoe kunnen worden ingediend via de centrale autoriteit ([Zentrale Behörde] artikel 8 van de Oostenrijkse Wet inzake buitenlandse alimentatie van 2014 [Auslandsunterhaltsgesetz 2014]).

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

De Kinder- en jeugdzorgdienst (districtsautoriteiten of magistraten) en het kantongerecht [Bezirksgericht]) zullen onderhoudsgerechtigden bijstaan bij het doen gelden of ten uitvoer leggen van hun vorderingen. De centrale autoriteit [Zentrale Behörde] zal de verzoeken doorsturen aan het andere land.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Tijdens spreekuren van de autoriteiten en rechtbanken; de centrale autoriteit verstrekt telefonisch en per e-mail adviezen.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

Zodra het verzoek van de onderhoudsplichtige door de bevoegde rechtbank is ontvangen, zal hij of zij doorgaans worden behandeld alsof hij of zij in Oostenrijk woont.

Verzoeken zullen door de centrale autoriteit aan de rechtbank worden doorgestuurd. De rechtbank zal rechtsbijstand verlenen, indien van toepassing, en zal de Oostenrijkse Orde van advocaten verzoeken een advocaat te benoemen die juridische bijstand moet verlenen. Deze rechtsbijstandsadvocaat, als vertegenwoordiger van de buitenlandse onderhoudsplichtige die bekend is met het Oostenrijkse recht, zal verantwoordelijk zijn voor het indienen van alle verdere verzoeken, het overboeken van de ontvangen alimentatiebetalingen en de verslaglegging over deze activiteiten (artikel 9 van de Oostenrijkse Wet inzake buitenlandse alimentatie van 2014 [Auslandsunterhaltsgesetz 2014]).

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Aangezien het beginsel van samenwerking tussen twee centrale autoriteiten van toepassing is, is het primair de verantwoordelijkheid van de autoriteiten in de lidstaat van verblijf om deze ondersteuning te verlenen.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Niet van toepassing.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Tot 1 augustus 2014 waren alleen de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing; sindsdien valt de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken ook onder de artikelen 10 en volgende van de Oostenrijkse Wet inzake buitenlandse alimentatie van 2014, BGBl [Oostenrijkse staatscourant] I 34/2014.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Vereenvoudigde bureaucratische procedures via de Oostenrijkse Wet inzake buitenlandse alimentatie om afdeling I 10 van het federale ministerie van Justitie in staat te stellen een toenemend aantal zaken te verwerken met hetzelfde aantal personeelsleden.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 19/01/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Polen

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Ingevolge artikel 128 van het familie- en voogdijwetboek is een “onderhoudsplicht” een verplichting voor bloedverwanten in de rechte (opgaande of neergaande) lijn of in de zijlijn (broers en zussen) om in het levensonderhoud van een bepaalde persoon te voorzien (kleding, voeding, huisvesting, brandstof en geneesmiddelen) alsmede, indien nodig, in de opvoeding van deze persoon (waaronder fysieke en geestelijke ontwikkeling en toegang tot onderwijs en cultuur).

“Levensonderhoud” bestaat in een uitkering in geld of in natura. Bij kinderen omvat het levensonderhoud ook een persoonlijke inbreng in hun opvoeding en inspanningen in een gemeenschappelijk huishouden, in overeenstemming met de onderhoudsplicht.

Een “alimentatievordering” is het recht van een persoon om van een andere persoon te vorderen dat deze zijn of haar onderhoudsplicht nakomt.

In de regel vloeit de onderhoudsplicht voort uit verschillende soorten familiebetrekkingen.
Naargelang van de aard van de familiebetrekking wordt in het Poolse recht een onderscheid gemaakt tussen de volgende typen onderhoudsplichten:

  1. een onderhoudsplicht tussen bloedverwanten in de rechte (opgaande of neergaande) lijn (kinderalimentatie is een specifieke vorm van deze plicht): bloedverwanten hebben alleen recht op alimentatie als ze financiële moeilijkheden hebben. Ouders zijn alimentatie verschuldigd aan hun kinderen zolang die nog niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, tenzij de inkomsten van de goederen van het kind volstaan voor zijn of haar onderhoud en opvoeding. Vanaf hun achttiende verjaardag verliezen kinderen hun recht op levensonderhoud, behalve wanneer zij hun studie voortzetten en hun resultaten tot dan toe die keuze rechtvaardigen of wanneer de onderhoudsplicht moet blijven bestaan vanwege de gezondheid of de persoonlijke situatie van het kind. Voorts zijn ouders niet verplicht om in het levensonderhoud te voorzien van kinderen van achttien jaar of ouder die weliswaar gereed zijn voor het beroepsleven, maar doorstuderen doch hun studie verwaarlozen, onvoldoende vooruitgang boeken, niet voor hun examens slagen of deze examens niet binnen bepaalde termijnen afleggen en daardoor hun studie niet binnen de door het studieprogramma toegestane termijn voltooien.
    Als het onmogelijk is om alimentatie te verkrijgen ten laste van de onderhoudsplichtigen in de eerste graad (ouder) of het verkrijgen daarvan buitensporige moeilijkheden met zich meebrengt, kunnen andere verwanten worden verplicht om alimentatie te betalen (bv. de grootouders van het kind, d.w.z. de ouders van een in gebreke blijvende onderhoudsplichtige). Benadrukt moet echter worden dat als betaling van de door de onderhoudsplichtige verschuldigde bedragen uitblijft, dit op zichzelf niet voldoende is om alimentatie ten laste van de grootouders te verkrijgen. Om alimentatie van de grootouders te krijgen moet de onderhoudsgerechtigde in financiële moeilijkheden verkeren en moeten de grootouders de financiële capaciteit hebben om de alimentatie te betalen. Het bedrag van de alimentatie ten laste van de grootouders is doorgaans lager dan het bedrag dat de onderhoudsplichtige in de eerste graad zou moeten betalen;
  2. een onderhoudsplicht die voortvloeit uit adoptie: als de adoptie uitsluitend een relatie tussen de adoptant en de geadopteerde creëert, heeft de onderhoudsplicht van de adoptant jegens de geadopteerde voorrang boven de onderhoudsplicht van de bloedverwanten in de rechte opgaande lijn en in de zijlijn (broers en zussen) van de geadopteerde jegens die persoon, terwijl de onderhoudsplicht van de geadopteerde jegens zijn of haar bloedverwanten in de rechte opgaande lijn en in de zijlijn op de laatste plaats komt. Verder gelden voor de geadopteerde dezelfde regels als die welke hierboven onder punt 1) zijn uiteengezet;
  3. een onderhoudsplicht tussen aanverwanten (stiefmoeder, stiefvader, stiefkinderen): alleen personen die in financiële moeilijkheden verkeren hebben recht op levensonderhoud, mits het opleggen van een onderhoudsplicht in de betrokken situatie in overeenstemming is met de beginselen van het maatschappelijke leven. Volgens de Poolse wetgeving en rechtspraak verkeert een persoon in financiële moeilijkheden wanneer hij of zij niet met eigen middelen en inspanningen in zijn of haar redelijke behoeften kan voorzien;
  4. een onderhoudsplicht tussen echtgenoten tijdens het huwelijk: gezinsleden kunnen aanspraak maken op een “gelijke levensstandaard” voor alle gezinsleden. Overeenkomstig artikel 27 van het familie- en voogdijwetboek zijn beide echtgenoten verplicht om in overeenstemming met hun capaciteiten en financiële situatie te helpen voorzien in de behoeften van het gezin dat zij tijdens hun relatie hebben gesticht. Aan deze verplichting kan ook volledig of gedeeltelijk worden voldaan door persoonlijke opvoeding van de kinderen en door werkzaamheden in het huishouden;
  5. een onderhoudsplicht tussen echtgenoten nadat het huwelijk is beëindigd: als slechts een van de echtgenoten verantwoordelijk wordt gesteld voor de beëindiging van het huwelijk en de echtscheiding voor de andere echtgeno(o)t(e) een aanzienlijke verslechtering van zijn of haar materiële situatie met zich meebrengt, kan laatstbedoelde vorderen dat wordt voorzien in zijn of haar redelijke materiële behoeften, ook als hij of zij niet in financiële moeilijkheden verkeert. In andere gevallen kan een echtgeno(o)t(e) die in financiële moeilijkheden verkeert van de ex-echtgeno(o)t(e) alimentatie vorderen, in verhouding tot zijn of haar redelijke materiële behoeften en het inkomen en de financiële mogelijkheden van de ex-echtgeno(o)t(e). De onderhoudsplicht jegens een echtgeno(o)t(e) houdt op te bestaan, wanneer die (ex-)echtgeno(o)t(e) hertrouwt. Als de gescheiden echtgeno(o)t(e) die niet verantwoordelijk is gesteld voor de beëindiging van het huwelijk alimentatie moet betalen, eindigt deze onderhoudsplicht ook vijf jaar na de datum van de echtscheidingsuitspraak, tenzij de rechtbank op verzoek van de onderhoudsgerechtigde persoon beslist dat de vastgestelde periode van vijf jaar wegens uitzonderlijke omstandigheden moet worden verlengd;
  6. een onderhoudsplicht van de vader jegens een kind met wiens moeder hij niet gehuwd is: een vader die niet de echtgenoot van de moeder is, moet naar vermogen bijdragen in de kosten van de zwangerschap en de bevalling en moet de kosten van drie maanden levensonderhoud van de moeder tijdens deze periode betalen. Als daar belangrijke gronden voor bestaan, kan de moeder verzoeken dat de vader langer dan drie maanden bijdraagt in de kosten van haar levensonderhoud.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Ouders zijn verplicht om alimentatie te betalen voor kinderen die nog niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Omdat kinderen verplicht zijn om tot hun achttiende jaar onderwijs te volgen, hebben zij doorgaans recht op alimentatie tot zij meerderjarig zijn, of totdat ze een studie hebben voltooid. Onderhoudsgerechtigden die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien (bijvoorbeeld in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid), kunnen levenslang alimentatie krijgen.

Benadrukt moet worden dat de onderhoudsplicht niet automatisch vervalt wanneer de begunstigde 18 jaar wordt; zij is evenmin afhankelijk van een beslissing van de onderhoudsgerechtigde of van de onderhoudsplichtige ouder. Een onderhoudsplicht gaat teniet middels een gerechtelijke beslissing, waartoe de rechter onder meer beoordeelt of het meerderjarige kind in zijn of haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Het verzoek om een onderhoudsplicht teniet te doen gaan moet worden gericht aan de arrondissementsrechtbank van de woonplaats van de onderhoudsgerechtigde. Dit geldt voor alimentatie die door een rechter is gelast, maar niet voor vrijwillig betaalde en in een onderling akkoord tussen de partijen geregelde alimentatie.

Uitkeringen uit het Staatsalimentatiefonds worden verstrekt aan onderhoudsgerechtigde personen tot de leeftijd van 18 jaar. Bij voortgezette studies op een school of een instelling voor hoger onderwijs worden de uitkeringen betaald tot de leeftijd van 25 jaar; en bij een ernstige handicap geldt er geen leeftijdsgrens. Om een uitkering uit het Staatsalimentatiefonds te ontvangen mag het maandinkomen van het huishouden niet meer bedragen dan 900 PLN per persoon. Wordt dit bedrag overschreden, dan verliest de onderhoudsgerechtigde niet het recht op uitkeringen dankzij het beginsel “złoty voor złoty” (“złotówka za złotówkę”). De onderhoudsgerechtigde ontvangt een bedrag ter hoogte van het verschil tussen het verschuldigde bedrag van de uitkering uit het Staatsalimentatiefonds en het bedrag waarmee de bovengrens van het inkomen van het huishouden per persoon wordt overschreden. Indien het aldus berekende alimentatiebedrag lager is dan 100 PLN, wordt de hulp niet verstrekt.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Ja, de volgende situaties zijn mogelijk:

1. de onderhoudsplichtige betaalt vrijwillig alimentatie;

2. de partijen bereiken zonder gerechtelijke tussenkomst overeenstemming over de betaling van alimentatie;

3. als de onderhoudsplichtige zijn of haar onderhoudsplicht niet nakomt, kan alimentatie worden gevorderd bij de arrondissementsrechtbank (sąd rejonowy) van de woonplaats van de onderhoudsgerechtigde (artikel 32 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) of van de verweerder (artikel 27, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), of een dergelijk verzoek kan worden ingediend tijdens een echtscheidingsprocedure of een procedure inzake scheiding van tafel en bed bij een regionale rechtbank (sąd okręgowy).

Aan het indienen van het verzoek zijn geen kosten verbonden. Het verzoek moet echter voldoen aan de vereisten voor een officieel verzoekschrift, d.w.z. dat in het verzoek het volgende moet worden vermeld: de naam van de rechtbank waar het verzoek wordt ingediend, de voor- en achternamen en het persoonlijk identificatienummer (PESEL) van de partijen, hun wettelijke vertegenwoordigers en advocaten; het type verzoek, een duidelijke omschrijving van het verzoek, de waarde van de vordering, een beschrijving van de feiten die het verzoek rechtvaardigen en die indien nodig ook de rechtsbevoegdheid van de rechtbank rechtvaardigen, de handtekening van de partij of haar wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde (de volmacht moet worden bijgevoegd), een lijst van bijlagen, de woonplaatsen of statutaire zetels van de partijen, hun wettelijke vertegenwoordigers en gemachtigden, en een omschrijving van de vordering. In daaropvolgende verzoekschriften moet ook het dossiernummer worden vermeld. Het verzoek moet vergezeld gaan van een geboorteakte van het kind waarop de verweerder als ouder van het kind wordt vermeld; in voorkomend geval kan samen met het alimentatieverzoek een verzoek tot vaststelling van de afstamming worden ingediend;

4. ook kan er bij de notaris een arbitrageovereenkomst worden gesloten – in dat geval geeft de arrondissementsrechtbank alleen een executoirverklaring af. Er zij evenwel op gewezen dat er kosten zijn verbonden aan het sluiten van een arbitrageovereenkomst bij de notaris, evenals aan het aanvragen van de afgifte van een executoirverklaring;

5. er kan ook een arbitrageovereenkomst worden gesloten bij de rechtbank – in dat geval kan de verweerder van de gerechtskosten worden vrijgesteld of slechts een deel ervan dragen.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

De volgende personen kunnen een alimentatieverzoek indienen namens de persoon die daar recht op heeft:

  • een gemachtigde: afgezien van een advocaat en een juridisch adviseur kunnen de volgende personen optreden als gemachtigde: de ouders, een echtgeno(o)t(e), broers en zussen, bloedverwanten in de rechte opgaande lijn of personen die door adoptie een verwantschap met de onderhoudsgerechtigde hebben, en een persoon die het vermogen van de onderhoudsgerechtigde beheert;
  • een vertegenwoordiger van een gemeentelijke autoriteit die belast is met sociale bijstand (krachtens de wet betreffende sociale bijstand van 12 maart 2004 (Staatscourant (Dziennik Ustaw) 2004, nr. 64, punt 593), zoals, bijvoorbeeld, directeurs van gemeentelijke instanties voor sociale bijstand of kantonale instanties voor gezinsondersteuning);
  • op grond van artikel 61, lid 1, punt 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kunnen niet-gouvernementele organisaties binnen het kader van hun wettelijke verplichtingen, een alimentatieprocedure inleiden, als een natuurlijke persoon daar schriftelijk toestemming voor geeft;
  • een officier van justitie, wanneer dat met het oog op het algemeen belang en het belang van de rechtsstaat noodzakelijk is.

Namens onderhoudsgerechtigde minderjarigen treedt een wettelijke vertegenwoordiger op. Nadat zij meerderjarig zijn geworden, moeten zij echter zelfstandig optreden.

De levenspartner of een kennis van de onderhoudsgerechtigde kan niet namens de onderhoudsgerechtigde optreden, tenzij hij of zij een van de bovenbedoelde personen is.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Ingevolge het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn de arrondissementsrechtbanken bevoegd in alimentatiezaken. De territoriale bevoegdheid wordt bepaald aan de hand van de wettelijke verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde of van de verweerder. De rechtbanken die bevoegd zijn voor specifieke gemeenten worden vermeld in de verordening van de minister van Justitie van 28 december 2018 inzake de bepaling van de zetels en de bevoegdheid van hoven van beroep, regionale rechtbanken en arrondissementsrechtbanken en de reikwijdte van de door hen behandelde zaken (Staatscourant 2018, punt 2548).

Regionale rechtbanken zijn bevoegd in zaken betreffende de erkenning van beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten in Polen (artikel 1151, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) als een beslissing is gegeven voordat de staat waar de beslissing is gegeven, is toegetreden tot het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (PB L 331 van 16.12.2009, blz. 17), dat wil zeggen voor 18 juni 2011.

Conform artikel 1153(14) van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, kent de Republiek Polen de volgende executoriale titels:

  1. beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten en schikkingen en authentieke akten die door die staten zijn afgegeven en die onder Verordening (EU) nr. 1215/2012 vallen, indien deze uitvoerbaar zijn;
  2. beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten, schikkingen en authentieke akten die door die staten zijn afgegeven en die als Europese executoriale titel zijn gewaarmerkt;
  3. Europese betalingsbevelen van rechtbanken van EU-lidstaten die in die staten uitvoerbaar zijn verklaard op grond van Verordening (EG) nr. 1896/2006;
  4. beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten in de Europese procedure voor geringe vorderingen die in die staten zijn gewaarmerkt op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007;
  5. beslissingen op het gebied van onderhoudsverplichtingen uit EU-lidstaten die partij zijn bij het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (PB L 331 van 16.12.2009, blz. 17), alsmede schikkingen en authentieke akten uit die staten die onder Verordening (EG) nr. 4/2009 vallen;
  6. beslissingen uit EU-lidstaten betreffende de beschermingsmaatregelen die onder Verordening (EU) nr. 606/2013 vallen, indien deze uitvoerbaar zijn.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

In alimentatiezaken is vertegenwoordiging door een advocaat niet verplicht. De partijen kunnen namens zichzelf optreden of ervoor kiezen om een professionele vertegenwoordiger in de arm te nemen.

Zie de antwoorden op de vragen 7 en 20 voor gedetailleerde informatie over de mogelijkheid voor de onderhoudsgerechtigde dat de rechtbank hem of haar een advocaat toewijst om namens hem of haar op te treden.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

In een zaak over een verlaging van de alimentatie zijn de partij die alimentatie vordert en de verweerder vrijgesteld van de verplichting de gerechtskosten te betalen (artikel 96, lid 1, punt 2, van de wet van 28 juli 2005 betreffende gerechtskosten in civielrechtelijke zaken (Staatscourant 2005, nr. 167, punt 1398, als gewijzigd)). Deze personen zijn volledig vrijgesteld, wat betekent dat ze geen gerechtskosten, beroepskosten of tenuitvoerleggingskosten hoeven te betalen.

De onderhoudsplichtige die om wijziging van de door de rechtbank vastgestelde verplichting verzoekt, heeft ook de mogelijkheid een verzoek om vrijstelling van de gerechtskosten in te dienen. In die situatie moet er een vermogensverklaring en een aangifte inkomstenbelasting worden overgelegd en zal de rechter na bestudering daarvan een beslissing geven.

Daarnaast kan de partij die is vrijgesteld van gerechtskosten in aanmerking komen voor rechtsbijstand in de vorm van een door de rechtbank aangewezen advocaat. Als het verzoek om rechtsbijstand wordt toegewezen, wordt het honorarium van de advocaat betaald door de tegenpartij van de persoon aan wie een advocaat is toegewezen. Als de persoon aan wie een advocaat is toegewezen in het ongelijk wordt gesteld, wordt het honorarium van de advocaat betaald door de staat.

De rechten van onderdanen van andere lidstaten in dit verband zijn vastgelegd in de wet van 17 december 2004 betreffende het recht op bijstand in burgerlijke zaken in de lidstaten van de Europese Unie en het recht op bijstand met het oog op minnelijke schikking van een geschil alvorens een civielrechtelijke procedure in te stellen en de wet betreffende bijstand aan onderhoudsgerechtigden (Staatscourant 2005, nr. 10, punt 67).

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De hoogte van de alimentatie hangt af van het inkomen en de financiële mogelijkheden de onderhoudsplichtige en van de redelijke materiële behoeften van de onderhoudsgerechtigde. Redelijke behoeften van de onderhoudsgerechtigde omvatten alles wat nodig is om te voorzien in zijn of haar levensonderhoud, niet alleen materieel maar ook in andere opzichten (cultureel en spiritueel). De behoeften van minderjarigen omvatten ook de kosten van hun opvoeding. Bij de beoordeling van het inkomen en de financiële mogelijkheden van de onderhoudsplichtige wordt geen rekening gehouden met wat hij of zij daadwerkelijk verdient, maar met wat hij of zij zou kunnen verdienen indien hij of zij zijn of haar verdiencapaciteit ten volle zou benutten. Dat betekent dat zelfs een werkloze persoon die geen regelmatig inkomen heeft, kan worden verplicht om alimentatie te betalen en dat de betalingen kunnen worden afgedwongen.

Als de omstandigheden zijn gewijzigd, kan om een aanpassing van de gerechtelijke beslissing of van de overeenkomst inzake alimentatie worden verzocht. Elke partij in een alimentatierelatie kan verzoeken om een dergelijke aanpassing. Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden kan een partij de annulering van de onderhoudsplicht vorderen, dan wel een verhoging of verlaging van het alimentatiebedrag. Het alimentatiebedrag kan worden gewijzigd als de redelijke materiële behoeften van de onderhoudsgerechtigde of de verdiencapaciteit van de onderhoudsplichtige zijn/is toegenomen of afgenomen.

Polen kent geen vast alimentatiebedrag en de alimentatie wordt niet berekend als percentage van het inkomen van de onderhoudsplichtige. In 2014 bedroeg het bruto minimumloon 1 680 PLN (ongeveer 400 EUR). In 2013 bedroeg het gemiddelde bruto maandloon 3 650 PLN (ongeveer 900 EUR). In 2015 bedroeg het minimumloon 1 750 PLN bruto, in 2016 1 850 PLN bruto, in 2019 2 250 PLN bruto, in 2020 2 600 PLN bruto, in 2021 2 800 PLN bruto en in 2022 zou het 3 010 PLN bruto moeten bedragen. In de praktijk varieert het bedrag van de door rechtbanken toegekende alimentatie van 300 PLN tot 1 000 PLN per maand per kind. Het alimentatiebedrag wordt niet automatisch geïndexeerd op basis van de leeftijd van het kind of de inflatie.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De persoon die in de executoriale titel als onderhoudsplichtige is aangewezen, moet alimentatie betalen. In de regel moet in Polen toegekende alimentatie elke tiende dag van de maand worden betaald, in Poolse zloty’s (in contanten of door een overboeking), aan de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige. Bij betalingsachterstand voorziet de rechtspraak in een wettelijke rente (sinds 4 november 2021 bedraagt die 6,75 % op jaarbasis) op het uitstaande bedrag (artikel 481, lid 2, van het burgerlijk wetboek).

In de regel wordt een onderhoudsplicht alleen door de onderhoudsplichtige gedragen. Als deze persoon niet vrijwillig betaalt, kan de onderhoudsgerechtigde de bevoegde, met de uitvoering belaste autoriteit (doorgaans een gerechtsdeurwaarder) verzoeken om de inleiding van een tenuitvoerleggingsprocedure. De gedwongen tenuitvoerlegging kan ook ambtshalve worden aangevat op verzoek van de rechtbank van eerste aanleg die de beslissing heeft gegeven waarin het alimentatiebedrag is vastgesteld. De onderhoudsgerechtigde kan de executoriale titel ook aanbieden bij de werkgever of de pensioeninstelling van de onderhoudsplichtige en deze verzoeken de verschuldigde alimentatie in te houden op de bedragen die aan de onderhoudsplichtige worden uitgekeerd. Dit verzoek is bindend voor de werkgever of de pensioeninstelling.

Nadat het meerderjarig is geworden, wordt het kind zelfstandig onderhoudsgerechtigde en moet de alimentatie hem of haar toekomen, tenzij het kind akkoord gaat met de voortzetting van de betaling in de bestaande vorm (bijvoorbeeld door een volmacht op te stellen en die aan de met de uitvoering belaste autoriteit aan te bieden). De beslissing betreffende de onderhoudsplicht hoeft niet te worden gewijzigd om te vermelden dat de alimentatie aan de meerderjarige moet worden betaald.

Als hij of zij verzoekt om de inleiding van een tenuitvoerleggingsprocedure tegen de onderhoudsplichtige, mag de onderhoudsgerechtigde zelf een gerechtsdeurwaarder kiezen. Overeenkomstig artikel 921 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt op een onroerende zaak beslag gelegd door een gerechtsdeurwaarder van de rechtbank in het rechtsgebied waarvan de zaak zich bevindt. Indien de onroerende zaken in het rechtsgebied van meerdere rechtbanken zijn gelegen, is de keuze aan de onderhoudsgerechtigde. Als er echter reeds een procedure door een onderhoudsgerechtigde is ingeleid, worden de procedures die op verzoek van andere onderhoudsgerechtigden zijn ingeleid daaraan gekoppeld. Hiertoe stelt de gerechtsdeurwaarder die de tenuitvoerleggingsprocedure heeft ingesteld, de gerechtsdeurwaarder aan wie de tenuitvoerlegging in principe zou kunnen toevallen, in kennis van de inleiding en vervolgens de afsluiting van de procedure.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Indien de onderhoudsplichtige zijn onderhoudsplicht niet vrijwillig nakomt, kan hij of zij daartoe worden gedwongen (zie vraag 9).

Bovendien bepaalt artikel 209 van de wet van 6 juni 1997 — wetboek van strafrecht (Staatscourant 1997, nr. 88, punt 553) dat aan eenieder die zich onttrekt aan de uitvoering van de onderhoudsplicht waarvan het bedrag is vastgesteld door een gerechtelijke beslissing, door een voor de rechter of een andere instantie gesloten arbitrageovereenkomst of door een andere overeenkomst, als het daaruit voortvloeiende totaalbedrag aan achterstallige betalingen ten minste gelijk is aan drie periodieke termijnbedragen, of als de vertraging van de vervallen termijnbedragen ten minste drie maanden beloopt, een boete, een vrijheidsbeperkende straf of een gevangenisstraf tot één jaar kan worden opgelegd. Als de dader de rechthebbende blootstelt aan een situatie waarin laatstgenoemde niet in zijn of haar elementaire levensbehoeften kan voorzien, kan de dader een boete, een vrijheidsbeperkende straf of een gevangenisstraf tot twee jaar kan worden opgelegd.

Vervolging wegens dit strafbare feit wordt ingesteld op verzoek van het slachtoffer, een welzijnsinstelling of een instantie die verantwoordelijk is voor het instellen van vorderingen tegen onderhoudsplichtigen. Als aan het slachtoffer passende gezinsbijslagen of -toelagen zijn toegekend, die moeten worden uitgekeerd ingeval de onderhoudsverplichting niet wordt nagekomen, wordt er ambtshalve vervolging ingesteld.

In artikel 5, lid 3b, punt 2, van de wet van 7 september 2007 betreffende bijstand aan onderhoudsgerechtigden (Staatscourant 2007, nr. 192, punt 1378) wordt bepaald dat de bevoegde autoriteit de intrekking van het rijbewijs van de onderhoudsplichtige kan vorderen.

Als bovendien tenuitvoerlegging niet tot het gewenste resultaat leidt, kan een gerechtsdeurwaarder verzoeken dat de onderhoudsplichtige wordt ingeschreven in het register van insolvabele debiteuren.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Conform artikel 1083, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan met het oog op de volledige betaling van uitstaande alimentatiebedragen beslag worden gelegd op de bankrekening van een onderhoudsplichtige.

Ingevolge artikel 833, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is het salaris vatbaar voor beslag conform het bepaalde in het arbeidswetboek. In de regel kan op 60 % van het salaris beslag worden gelegd. Ook kan beslag worden gelegd op maximaal drie vijfde van de door de staat voor bijzondere doelen uitgetrokken bedragen, met name subsidies en bijstand (artikel 831, lid 1, punt 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Bovendien kan er krachtens artikel 829 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geen beslag worden gelegd op de volgende zaken:

  1. huishoudelijke goederen, beddengoed, ondergoed en dagelijkse kleding die strikt noodzakelijk zijn voor de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke gezinsleden, evenals de kleding die strikt noodzakelijk is om een ambt uit te oefenen of beroepswerkzaamheden te verrichten;
  2. de hoeveelheid voedsel en brandstof die de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke gezinsleden gedurende een maand strikt nodig hebben;
  3. een koe of twee geiten of drie schapen die strikt noodzakelijk zijn om de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke gezinsleden te voeden, alsmede een voorraad veevoer en stro die voldoende is tot aan de volgende oogst;
  4. instrumenten en andere voorwerpen die de onderhoudsplichtige strikt nodig heeft om betaald werk te kunnen verrichten en de strikt noodzakelijke grondstoffen voor de productie van één week, met uitzondering van motorvoertuigen;
  5. in het geval van onderhoudsplichtigen met een periodieke vaste betrekking, een bedrag dat gelijk is aan het deel van het salaris dat niet vatbaar is voor beslag voor de periode tot aan de volgende betaaldatum, en in het geval van onderhoudsplichtigen zonder vast salaris, zoveel geld als strikt noodzakelijk is voor het levensonderhoud van de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke gezinsleden voor een periode van twee weken;
  6. voorwerpen die nodig zijn voor een studie, persoonlijke documenten, decoraties, voorwerpen die worden gebruikt voor godsdienstbeoefening en dagelijkse voorwerpen die alleen ver onder hun waarde zouden kunnen worden verkocht, maar die voor de onderhoudsplichtige gebruikswaarde hebben;
  7. geneesmiddelen in de zin van de geneesmiddelenwet van 6 september 2001 (Staatscourant 2019, nr. 499, zoals gewijzigd) die strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van een gezondheidsinstelling in de zin van de wettelijke bepalingen inzake gezondheidszorg gedurende een periode van drie maanden, evenals de medische hulpmiddelen die strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van de instelling in de zin van de wet van 20 mei 2010 inzake medische hulpmiddelen (Staatscourant nr. 107, punt 679, en Staatscourant 2011, nr. 102, punt 586, en nr. 113, punt 637);
  8. hulpmiddelen die de schuldenaar of zijn gezinsleden nodig hebben in verband met een handicap.

Ingevolge artikel 833, lid 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan evenmin beslag worden gelegd op onderhoudsuitkeringen, uitkeringen die worden uitgekeerd ingeval de onderhoudsverplichting niet wordt nagekomen, gezinsbijslagen, gezinstoelagen, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag, kraamgeld, wezenpensioen, uitkeringen voor mantelzorgers, bijstandsuitkeringen, integratietoelagen, opvoedingsbijstand of de eenmalige uitkering zoals bedoeld in artikel 10 van de wet van 4 november 2016 betreffende de ondersteuning van zwangere vrouwen en van gezinnen “Voor het leven” (Staatscourant 2019, punt 473).

De minister van Justitie zal in overleg met de minister van Landbouw en de minister van Financiën bij ministeriële verordening specificeren welke voorwerpen in het bezit van een boer niet voor beslag vatbaar zijn (artikel 830 van het wetboek van strafvordering).

Bovendien kan ingevolge artikel 831 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering evenmin beslag worden gelegd op uitkeringen sociale voorziening in de zin van de bepalingen van de wet van 12 maart 2004 betreffende sociale bijstand (Staatscourant 2013, punt 182, zoals gewijzigd) en door de staat of de nationale ziekenfonds (Narodowy Fundusz Zdrowia) toegekende bedragen in het kader van uitkeringen voor gezondheidszorg in de zin van de bepalingen van de wet van 27 augustus 2004 betreffende uit publieke middelen gefinancierde gezondheidszorguitkeringen (Staatscourant 2008, nr. 164, punt 1027, zoals gewijzigd) voordat de verstrekking van deze uitkeringen is beëindigd, ten belope van 75 % van elke betaling, tenzij het vorderingen betreft van personeel van de onderhoudsplichtige of zijn of haar dienstverleners, zoals bedoeld in artikel 5, lid 41, punten a) en b), van de wet van 27 augustus 2004 betreffende uit publieke middelen gefinancierde gezondheidszorguitkeringen.

In artikel 137, lid 1, van het familie- en voogdijwetboek wordt bepaald dat alimentatievorderingen na drie jaar verjaren.

In artikel 121, lid 1, van het burgerlijk wetboek wordt bepaald dat in geval van vorderingen van kinderen tegen ouders een verjaringstermijn niet begint te lopen, en, als de termijn al loopt, hij wordt opgeschort gedurende de duur van het ouderlijk gezag.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Zoals vermeld in het antwoord op vraag 4 kan een verzoek om alimentatie worden ingediend namens de onderhoudsgerechtigde, door, onder andere, directeurs van bepaalde sociale instellingen, vertegenwoordigers van lokale overheden die belast zijn met sociale bijstand en in sommige gevallen ook openbare aanklagers. Deze entiteiten kunnen de onderhoudsgerechtigde ook ondersteunen door op te treden in reeds lopende alimentatieprocedures. Hun rol bestaat er in dat geval in om de onderhoudsgerechtigde te ondersteunen in zijn of haar procedure bij de rechtbank.

De krachtens handelingen van internationaal recht als centrale autoriteit aangewezen regionale rechtbanken helpen onderhoudsgerechtigden bij het indienen van alimentatieverzoeken in het buitenland. Bij het indienen van een verzoek via de bevoegde regionale rechtbank kan ook om internationale rechtsbijstand worden verzocht, waarbij vrijstelling van gerechtskosten geldt of door de rechtbank een vertegenwoordiger wordt aangewezen; hierbij moet wel in het oog worden gehouden dat het van de regelgeving van de staat die recht geeft op het verzoek, afhangt of deze bijstand kosteloos is of tegen lagere kosten wordt verleend.

Aan personen die in het buitenland verblijven en alimentatievorderingen willen instellen tegen een onderhoudsplichtige die in Polen verblijft, wordt hulp bij het indienen van het verzoek verleend door de bevoegde buitenlandse centrale autoriteiten (lijst onder meer te vinden op het volgende adres: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.gov.pl/web/stopuprowadzeniomdzieci/lista-organow-centralnych,

die vervolgens, overeenkomstig de verdeling van de centrale autoriteiten in Polen, de documenten voor opvolging zullen doorsturen naar het ministerie van Justitie (directie familiezaken en minderjarigen, afdeling internationale familieprocedures).

Het verzoek kan ook rechtstreeks bij de bevoegde arrondissementsrechtbank of de met de uitvoering belaste autoriteit worden ingediend.

U kunt alle informatie over kosteloze rechtsbijstand ook vinden op de website De link wordt in een nieuw venster geopend.https://np.ms.gov.pl/

Opgemerkt moet worden dat de Poolse centrale autoriteiten – het ministerie van Justitie en de regionale rechtbanken – niet optreden als vertegenwoordiger van de partijen en evenmin juridisch advies geven in de plaats van rechtsbeoefenaars.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

In de wet van 7 september 2007 betreffende bijstand aan onderhoudsgerechtigden (Staatscourant 2009, nr. 1, punt 7, als gewijzigd) zijn de regels vastgesteld inzake overheidsbijstand aan onderhoudsgerechtigden in geval van een mislukte tenuitvoerlegging.

De uitkering uit het Staatsalimentatiefonds wordt alleen verstrekt wanneer het maandinkomen van het huishouden niet meer bedraagt dan 800 PLN en sinds 1 juli 2020 niet meer dan 900 PLN per persoon.
Sinds 1 juli 2020 geldt eveneens het beginsel “złoty voor złoty”, wat inhoudt dat als het maandinkomen van het huishouden per persoon hoger is dan het bovengenoemde bedrag van 900 PLN, de hulp wordt beperkt tot het verschil tussen het verschuldigde bedrag van de uitkering uit het Staatsalimentatiefonds en het bedrag waarmee de bovengrens van het inkomen van het huishouden wordt overschreden (artikel 9, lid 2a). Valt het resulterende bedrag echter lager uit dan 100 PLN, dan wordt een afwijzende beslissing genomen en wordt de uitkering niet betaald (artikel 9, lid 2b).

Het verzoek moet worden ingediend op het gemeentehuis van de woonplaats van de onderhoudsgerechtigde. De betaling van de uitkeringen uit het fonds kan ook worden gedelegeerd aan een gemeentelijke structuur, bijvoorbeeld een centrum voor maatschappelijke hulp.

Een verzoek kan worden ingediend bij de gemeente waar de onderhoudsgerechtigde verblijft. Indien de persoon die recht heeft op voorschotten op alimentatie in een instelling voor voltijdse opvang verblijft (bijvoorbeeld een instelling voor sociale bijstand, een opvoedingsinstelling, een jeugddetentiecentrum of een huis van bewaring) of bij een pleeggezin woont, gehuwd is of een kind heeft en recht heeft op gezinstoelagen, worden er echter geen voorschotten aan die persoon uitgekeerd.

Deze wet is alleen van toepassing indien de onderhoudsgerechtigde tijdens de periode waarvoor de voorschotten worden toegekend, in Polen woont. Meer informatie is te vinden op De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.gov.pl/web/rodzina/wiadczenia-z-funduszu-alimentacyjnego

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

Als de onderhoudsplichtige zijn of haar verblijfplaats in het buitenland heeft maar de onderhoudsgerechtigde in Polen verblijft, kan de regionale rechtbank van de verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde, in haar hoedanigheid van bevoegde centrale autoriteit, deze gerechtigde helpen bij het opstellen van het alimentatieverzoek. Hem of haar wordt alle informatie en bijstand verstrekt die nodig is voor het invullen van de vereiste documenten en er wordt gecontroleerd of het verzoek formeel juist is opgesteld voordat het aan de bevoegde buitenlandse centrale autoriteit wordt toegezonden.

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja (de overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EG) nr. 4/2009 aangewezen bevoegde centrale autoriteit).

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Deel A van een verzoek dat wordt ingediend op grond van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, wordt ingevuld door een regionale rechtbank.

Lijst van regionale rechtbanken die de functie van centrale autoriteit vervullen

Rechtbank

Adres:

Tel (+48)

Fax (+48)

E-mailadres

Regionale rechtbank

van Białystok

ul. Marii Skłodowskiej-Curie 1

15-950 Białystok

85 745 92 20

85 7421517

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@bialystok.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Bielsko-Biała

ul. Cieszyńska 10

43-300 Bielsko-Biała

33 499 04 88

33 4990488

De link wordt in een nieuw venster geopend.patrycja.pater-osuch@bielsko-biala.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Bydgoszcz

ul. Wały Jagiellońskie 2

85-128 Bydgoszcz

52 325 31 55

52 3253255

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@bydgoszcz.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Częstochowa

ul. Dąbrowskiego 23/35

42-200 Częstochowa

34 368 44 25

34 3684420

De link wordt in een nieuw venster geopend.prezes@czestochowa.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.anna.bocianowska@czestochowa.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Elbląg

pl. Konstytucji 1

82-300 Elbląg

55 611 24 09

55 611 24 08

55 6112215

De link wordt in een nieuw venster geopend.oddzial.administracyjny@elblag.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Gdańsk

ul. Nowe Ogrody 30/34

80-803 Gdańsk

58 321 31 19

[alimentatie]

58 321 31 41 [hoofd administratieve dienst]

58 3213234

De link wordt in een nieuw venster geopend.section.oz@gdansk.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Gliwice

ul. Kościuszki 15

44-100 Gliwice

32 338 00 52

32 3380204

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@gliwice.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Gorzów Wielkopolski

ul. Mieszka I 33

66-400 Gorzów Wielkopolski

95 725 67 18

95 725 67 02

95 7202807

95 7256790

De link wordt in een nieuw venster geopend.marta.samolak@gorzow-wlkp.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.sekretariat@gorzow-wlkp.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Jelenia Góra

al. Wojska Polskiego 56

58-500 Jelenia Góra

75 641 51 13

75 7525113

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@jelenia-gora.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.o.administracyjny@jelenia-gora.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Kalisz

al. Wolności 13

62-800 Kalisz

62 765 77 64

62 7574936

De link wordt in een nieuw venster geopend.administracja@kalisz.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Katowice

ul. Francuska 38

40-028 Katowice

32 607 01 83

32 783 68 06

32 6070184

De link wordt in een nieuw venster geopend.obrot_zagraniczny@katowice.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Kielce

ul. Seminaryjska 12 a

25-372 Kielce

41 340 23 20

41 340 23 82

41 340 24 92

41 3402320

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@kielce.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Konin

ul. Energetyka 5

62-510 Konin

63 245 14 43

63 2423022 +172

63 2426569

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@konin.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.administracja@konin.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Koszalin

ul. Waryńskiego 7

75-541 Koszalin

94 42 87 50

94 3428897

De link wordt in een nieuw venster geopend.administracja@koszalin.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Kraków

ul. Przy Rondzie 7

31-547 Kraków

12 619 52 41

12 619 52 62

12 619 52 04

12 6195665

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@krakow.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Krosno

ul. Sienkiewicza 12

38-400 Krosno

13 437 36 71

13 437 36 73

13 4320570

De link wordt in een nieuw venster geopend.Obrot.zagr@krosno.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.administracja@krosno.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Legnica

ul. Złotoryjska 40

59-220 Legnica

76 754 50 36

76 7545107

76 7545012

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@legnica.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Lublin

ul. Krakowskie Przedmieście 43

20-076 Lublin

81 460 10 04

81 4601013

De link wordt in een nieuw venster geopend.malgorzata.stec-szewczyk@lublin.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.obrotzagraniczny@lublin.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Łomża

ul. Dworna 16

18-400 Łomża

86 216 62 81

86 215 42 54

86 2166753

De link wordt in een nieuw venster geopend.sekretariat@lomza.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Łódź

XIe Inspectieafdeling

Plac Dąbrowskiego 5

90-921 Łódź (kamer 118)

42 677 87 99

42 2126082

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@lodz.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Nowy Sącz

ul. Pijarska 3

33-300 Nowy Sącz

18 448 21 45

18 4482185

De link wordt in een nieuw venster geopend.alimenty@nowysacz.so.gov.pl

Regionale rechtbank van Olsztyn

ul. Dąbrowszczaków 44A 10-543 Olsztyn

89 521 60 49

89 6123838

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@olsztyn.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Opole

pl. Daszyńskiego 1

45-064 Opole

77 541 81 34

77 5418109

De link wordt in een nieuw venster geopend.Obrot.zagr@opole.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Ostrołęka

ul. Gomulickiego 5

07-410 Ostrołęka

29 765 01 30

29 7650181

De link wordt in een nieuw venster geopend.sekretaDe link wordt in een nieuw venster geopend.riat@ostroleka.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Piotrków Trybunalski

ul. Słowackiego 5

97-300 Piotrków Trybunalski

44 649 41 59

44 649 41 21

44 6478919

De link wordt in een nieuw venster geopend.ozDe link wordt in een nieuw venster geopend.@piotrkow-tryb.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Płock

pl. Narutowicza 4

09-404 Płock

24 269 73 20

24 269 73 64

24 2625253

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@plock.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.urszula.wyrwas@plock.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Poznań

ul. Stanisława Hejmowskiego 2

61-736 Poznań

61 628 37 30

61 628 37 31

61 628 37 34

61 6283739

De link wordt in een nieuw venster geopend.opzagr@poznan.so.gov.pl

Regionale rechtbank van Przemyśl

ul. Konarskiego 6

37 - 700 Przemyśl

16 676 13 36

16 6761353

De link wordt in een nieuw venster geopend.m.telega@przemysl.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Radom

ul. Marszałka

J. Piłsudskiego 10

26-600 Radom

48 677 67 80

48 677 67 88

48 3680287

De link wordt in een nieuw venster geopend.wizytacje@raDe link wordt in een nieuw venster geopend.dom.so.gov.pl

Regionale rechtbank van Rybnik

ul. Józefa Piłsudskiego 33

44-200 Rybnik

32 784 05 78

32 7840402

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@rybnik.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Rzeszów

Plac Śreniawitów 3

35-959 Rzeszów

17 875 63 94

17 8627265

De link wordt in een nieuw venster geopend.elzbieta.czudec@rzeszow.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Siedlce

ul. Sądowa 2

08-110 Siedlce

25 640 78 46

25 6407812

De link wordt in een nieuw venster geopend.poczta@siedlce.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Sieradz

al. Zwycięstwa 1

98-200 Sieradz

43 826 66 50

43 826 66 07

43 8271014

De link wordt in een nieuw venster geopend.sekretariat@sieradz.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.administracja@sieradz.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.marta.kazmierczak@sieradz.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Słupsk

ul. Zamenhofa 7

76-200 Słupsk

59 846 95 43

59 846 95 13

59 8469424

59 8469429

De link wordt in een nieuw venster geopend.agnieszka.kozlowska@slupsk.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.referat.wiz@slupsk.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Suwałki

ul. Waryńskiego 45

16-400 Suwałki

87 563 12 13

87 563 13 00

87 5631303

De link wordt in een nieuw venster geopend.sekretariat@suwalki.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.anna.klekotko@suwalki.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Szczecin

ul. Małopolska 17

70-227 Szczecin

91 483 01 70

91 483 01 47

91 4830170

De link wordt in een nieuw venster geopend.obrot.zagraniczny@szczecin.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Świdnica

pl. Grunwaldzki 14

58-100 Świdnica

74 851 82 87

74 8518270

De link wordt in een nieuw venster geopend.dorota.molag@swidnica.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.aneta.zajaczkowska@swidnica.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Tarnobrzeg

ul. Sienkiewicza 27

39-400 Tarnobrzeg

15 688 25 00

15 6882678

15 8229756

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@tarnobrzeg.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.halina.rojek@tarnobrzeg.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.magdalena.kochanowska-lezon@tarnobrzeg.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Tarnów

ul. J. Dąbrowskiego 27

33-100 Tarnów

14 688 74 09

14 6887417

De link wordt in een nieuw venster geopend.sad_okregowy@tarnow.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Toruń

ul. Piekary 51

87-100 Toruń

56 610 56 09

56 6555706

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@torun.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Warschau

Al. “Solidarności” 127

00-898 Warschau

22 440 11 54 [alimentatie]

22 654 44 43

22 6544411

De link wordt in een nieuw venster geopend.paulina.luscinska-dziurda@warszawa.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.a.kowalczyk@warszawa.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Warszawa-Praga in Warschau

ul. Poligonowa 3

04-051 Warschau

22 417 73 93


De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@warszawapraga.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.dariusz.olowski@warszawapraga.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Włocławek

ul. Wojska Polskiego 22

87-800 Włocławek

54 412 03 65

54 4118575

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@wloclawek.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Wrocław

ul. Sądowa 1

50-046 Wrocław

71 370 43 91

71 7482964

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@wroclaw.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Zamość

ul. Wyszyńskiego 11

22-400 Zamość

84 631 69 27

84 631 69 28

84 6316993

De link wordt in een nieuw venster geopend.aneta.juszczak@zamosc.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.prezes@zamosc.so.gov.pl

Regionale rechtbank

van Zielona Góra

pl. Słowiański 1

65-069 Zielona Góra

68 322 02 21

68 4567769

De link wordt in een nieuw venster geopend.oz@zielona-gora.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.zaneta.pejs@zielona-gora.so.gov.pl

De link wordt in een nieuw venster geopend.katarzyna.andrzejuk@zielona-gora.so.gov.pl

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Krachtens artikel 55 van Verordening (EG) nr. 4/2009 van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen is het niet vereist dat verzoeken worden ingediend via de centrale autoriteit van de staat waar de verzoeker wettelijk verblijft. Verzoeken kunnen rechtstreeks worden ingediend bij de bevoegde Poolse rechtbank (waarmee aan de formele eisen van de hoofdstukken IV en VI van de verordening en die van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt voldaan).

Gegevens van verzendende autoriteiten zijn beschikbaar op:

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.gov.pl/web/stopuprowadzeniomdzieci/lista-organow-centralnych

De verzendende autoriteiten van andere landen, als vermeld in de bijlage bij de verordening, verstrekken de onderhoudsgerechtigde alle noodzakelijke informatie, helpen hem of haar bij het invullen van de vereiste documenten, controleren of het verzoek formeel juist is opgesteld en sturen het verzoek door naar het buitenland.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Als de rechtbank alimentatie heeft toegekend en de zaak binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 4/2009 valt, kan een eiser die in het buitenland woont gebruikmaken van de in deze verordening vastgestelde procedure en zich wenden tot de bevoegde verzendende autoriteit van het land waar hij of zij woont of een verzoek om de afgifte van een verklaring van uitvoerbaarheid van een buitenlandse beslissing indienen bij de bevoegde rechtbank (zie het antwoord op vraag 5). Tenuitvoerleggingsverzoeken moeten worden ingediend bij een gerechtsdeurwaarder.

Als Polen en het land waar de eiser woont partij zijn bij een verdrag of bilaterale overeenkomst inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in alimentatiezaken, wordt bijstand verleend voor zover daar in dat verdrag of die overeenkomst in wordt voorzien. In de regel voorzien bilaterale overeenkomsten in rechtstreekse verzoeken aan Poolse rechtbanken of aan een Poolse rechtbank via een rechtbank van het land waar de beslissing is gegeven. In dat laatste geval worden verzoeken verzonden via centrale autoriteiten, die meestal het ministerie van Justitie of onder het Verdrag van New York vallende autoriteiten zijn:

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://treaties.un.org/doc/Publication/MTDSG/Volume%20II/Chapter%20XX/XX-1.en.pdf

Gegevens van rechtbanken zijn beschikbaar op:

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.gov.pl/web/sprawiedliwosc/znajdz-wybrany-sad-powszechny

en gegevens van deurwaarders op: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://komornik.pl/

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja, sinds 18 juni 2011.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

De in Polen geldende bepalingen zijn de wet van 17 december 2004 inzake het recht op bijstand in civielrechtelijke procedures in de lidstaten van de Europese Unie (Staatscourant 2005, nr. 10, punt 67, als gewijzigd) en Richtlijn 2003/8/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen, door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand bij die geschillen (PB L 26 van 31.1.2003, blz. 41), die de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en de wet betreffende gerechtskosten in civielrechtelijke zaken aanvullen. De partij die verzoekt om een specifieke vorm van bijstand (bv. de aanstelling van een advocaat, vertaling van documenten, vergoeding van reiskosten) moet de rechtbank hierover duidelijke informatie verschaffen met behulp van een EU-formulier.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De wet tot wijziging van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en andere wetten [wet van 28 april 2011 tot wijziging van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, de wet betreffende het recht op bijstand in burgerlijke zaken in de lidstaten van de Europese Unie en het recht op bijstand met het oog op minnelijke schikking van een geschil alvorens een civielrechtelijke procedure in te stellen en de wet betreffende bijstand aan onderhoudsgerechtigden (Staatscourant 2011, nr. 129, punt 735)] op grond waarvan de Poolse centrale autoriteit de voor de onderhoudsplichtige bevoegde autoriteit kan opdragen om een alimentatieonderzoek te verrichten, is op 28 april 2011 aangenomen.

Als de onderhoudsplichtige of deelnemer niet kan worden gelokaliseerd, raadpleegt het ministerie van Justitie centrale en lokale registers en dossiers (en kan het onder meer de databank PESEL.SAD raadplegen) om te bepalen welke rechtbank of gerechtsdeurwaarder bevoegd is of om antwoord te geven op verzoeken om specifieke maatregelen. Op dit moment zijn er geen wijzigingen betreffende wettelijke grondslagen, financiering en het personeelsbestand van de centrale autoriteit gepland met het oog op de goede werking van de in artikel 51 beschreven activiteiten.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 12/07/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Portugees) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

Alimentatievorderingen - Portugal

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Onder “onderhoud” wordt verstaan alles wat essentieel is voor het levensonderhoud, de huisvesting en het kleden van een persoon. Onderhoudsverplichtingen of bijdragen in het levensonderhoud omvatten ook studie en scholing van de persoon indien hij of zij minderjarig is.

Volgens de wet moeten de volgende personen, in de aangegeven volgorde, een bijdrage in het levensonderhoud betalen:

  • echtgeno(o)t(e) of voormalige echtgeno(o)t(e);
  • nakomelingen;
  • bloedverwanten in opgaande lijn;
  • broers en zussen;
  • ooms en tantes zolang de persoon die wordt onderhouden, minderjarig is;
  • stiefvader en stiefmoeder van minderjarige stiefkinderen die op het moment van overlijden van de echtgeno(o)t(e) aan hun zorg waren toevertrouwd.

Naast de bovengenoemde gevallen waarin de onderhoudsverplichting bij wet wordt bepaald, kunnen onderhoudsverplichtingen ook voortkomen uit een legaat (onderhoudslegaat in een testament) of een overeenkomst.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Een kind kan een onderhoudsbijdrage krijgen tot hij of zij meerderjarig wordt, dus totdat hij of zij 18 jaar wordt. Tussen de leeftijd van 16 en 18 jaar kunnen kinderen die trouwen, handelingsbekwaam worden verklaard.

In de regels van het materieel recht betreffende onderhoudsbijdragen wordt onderscheid gemaakt tussen bijdragen voor volwassenen en bijdragen voor kinderen: de onderhoudsbijdrage voor volwassenen omvat alleen de kosten van levensonderhoud, huisvesting en kleding terwijl de onderhoudsbijdrage voor kinderen daarnaast ook de kosten van studie en scholing omvat.

Als een kind, na meerderjarig te zijn geworden of handelingsbekwaam te zijn verklaard, besluit verder te studeren of verdere scholing te volgen, kan dat kind een procedure tot betaling van onderhoud instellen tegen de ouders. In dit geval dekt de onderhoudsbijdrage de kosten van studie en scholing in aanvulling op levensonderhoud, huisvesting en kleding. De duur van deze betalingen moet bij overeenkomst of besluit worden bepaald. In dat besluit wordt de duur van een redelijke periode voor studie en scholing vastgesteld.

In de hierboven beschreven uitzonderingssituatie waarin een volwassen kind verder onderwijs gaat volgen, omvat de onderhoudsbijdrage voor een volwassene de kosten van studie en scholing. In het bijzonder wordt in de wet aangenomen dat de onderhoudsbetaling die is vastgesteld toen het kind minderjarig was, wordt aangehouden wanneer een volwassen kind om een onderhoudsbijdrage verzoekt, totdat het betreffende kind de leeftijd van 25 jaar bereikt. In dit geval ligt de bewijslast bij de ouder, die moet aantonen dat de onderhoudsbetaling die is vastgesteld toen het kind minderjarig was, niet meer nodig is of te hoog is nu het kind volwassen is.

Ook de regels van burgerlijke rechtsvordering die van toepassing zijn op het vaststellen en uitvoeren van onderhoudsverplichtingen voor kinderen en volwassenen, kunnen soms van geval tot geval variëren. Wat betreft de verschillen in de toepasselijke regels voor rechtsvordering wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen “Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?” en “Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?”

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Het antwoord op deze vragen hangt af van de hieronder beschreven situaties.

Het vaststellen van een onderhoudsbijdrage voor een kind en van een onderhoudsbijdrage tussen echtgenoten in het geval van een oorspronkelijke overeenkomst

De persoon die een onderhoudsbijdrage moet betalen en de begunstigde ervan kunnen deze bijdrage in gezamenlijk overleg vaststellen. In het geval van een onderhoudsbijdrage voor een kind of een onderhoudsbijdrage tussen echtgenoten, kunnen partijen verzoeken dat de overeenkomst ter goedkeuring aan de rechter of de ambtenaar van de burgerlijke stand (Conservador do Registo Civil) wordt voorgelegd, afhankelijk van de vraag of de onderstaande omstandigheden van toepassing zijn.

In het geval van een echtscheidingsgeschil kan ten aanzien van de onderhoudsbijdrage voor minderjarige kinderen desalniettemin een overeenkomst worden bereikt. In dat geval moet de overeenkomst inzake de onderhoudsbijdrage voor minderjarige kinderen ter goedkeuring worden voorgelegd aan het gerecht waar de procedure voor het regelen van de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheden wordt gevoerd. Onder het volgende tussenkopje worden de belangrijkste elementen van deze procedure beschreven.

In het geval van echtscheiding met wederzijdse instemming wordt de ambtenaar van de burgerlijke stand verzocht de overeenkomst inzake onderhoudsbijdragen tussen echtgenoten en/of voor minderjarige kinderen goed te keuren. De ambtenaar van de burgerlijke stand is exclusief bevoegd in deze procedures, die kunnen worden aangebracht bij het bureau van de burgerlijke stand. Wat betreft overeenkomsten over onderhoudsbijdragen voor kinderen moet de openbaar aanklager bij het gerecht in het gebied waar het bureau van de burgerlijke stand is gevestigd waarbij de procedure wordt aangebracht, vooraf zijn mening geven. Indien de overeenkomst wordt goedgekeurd, wordt de echtscheiding uitgesproken. Indien de overeenkomst niet wordt goedgekeurd, wordt de procedure voor de echtscheiding met wederzijdse instemming doorverwezen naar het gerecht waar deze procedure met wederzijdse instemming wordt behandeld. In dit geval is het gerecht verantwoordelijk voor het beoordelen en goedkeuren van overeenkomsten met betrekking tot onderhoudsbijdragen voor kinderen of onderhoudsbijdragen tussen echtgenoten.

Dezelfde regels zijn van toepassing op scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van een huwelijk.

Zelfs als het niet om echtscheiding of scheiding van tafel en bed gaat, moeten de ouders de overeenkomst waarin de ouderlijke verantwoordelijkheid is geregeld, of eventuele wijzigingen daarin, als er een dergelijke overeenkomst is, op soortgelijke wijze als hierboven beschreven ter goedkeuring voorleggen aan het bureau van de burgerlijke stand.

Het vaststellen van een onderhoudsbijdrage als er geen oorspronkelijke overeenkomst is

Onderhoudsbijdrage van ouders aan minderjarige kinderen

In het geval van een echtscheidingsgeschil wordt er verzocht om via beschermende gerechtelijke procedures voor het regelen van de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid de onderhoudsbijdrage voor kinderen vast te stellen. De ouders kunnen later verzoeken om goedkeuring van de overeenkomst over de ouderlijke verantwoordelijkheid. Indien zo’n overeenkomst ontbreekt of niet wordt goedgekeurd, doet de openbaar aanklager een verzoek tot het regelen van de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Deze procedure vindt voor de rechter plaats. De ouders worden opgeroepen voor een bijeenkomst, waarvoor ook het minderjarige kind en andere familieleden kunnen worden opgeroepen. Wanneer tijdens de bijeenkomst geen overeenstemming wordt bereikt, stelt de rechter een voorlopige regeling van de ouderlijke verantwoordelijkheid vast en moeten de partijen een bemiddelingstraject doorlopen of een gespecialiseerde technische zitting bijwonen. Blijkt er dan nog steeds geen overeenstemming te kunnen worden bereikt, dan wordt aan de ouders meegedeeld dat zij memories en bewijsstukken moeten indienen. Dit wordt gevolgd door een onderzoek, behandeling voor de rechter en een beslissing.

Dezelfde regels zijn van toepassing op scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van een huwelijk.

Onderhoudsbijdragen van ouders of van anderen die verplicht zijn onderhoudsbijdragen voor kinderen te betalen

Onderhoudsbijdragen voor kinderen kunnen ook worden vastgesteld in het kader van een beschermende procedure voor kinderen, indien er bijvoorbeeld een procedure moet worden ingesteld tegen personen die verplicht zijn specifiek met het oog hierop een dergelijke onderhoudsbijdrage te betalen. Deze procedures zijn ook bedoeld om een eerder vastgestelde onderhoudsbijdrage aan te passen. De procedure vindt voor de rechter plaats. Ze begint met een verzoekschrift, dat vergezeld moet gaan van de volgende stukken: certificaten waaruit de mate van bloed- of aanverwantschap tussen het kind en de verweerder blijkt; een afschrift van de beslissing waarin eerder de onderhoudsbijdrage werd vastgesteld, voor zover van toepassing; een lijst van getuigen. De verweerder wordt opgeroepen. Vervolgens wordt er een bijeenkomst belegd om te proberen tot een overeenkomst tussen de partijen te komen. Als partijen hierbij niet tot een overeenkomst komen, wordt deze gevolgd door de verdediging, een onderzoek, behandeling voor de rechter en een beslissing.

Onderhoudsverplichting voor een volwassene of een handelingsbekwaam verklaard kind

De procedure voor het vaststellen van een onderhoudsbijdrage voor een volwassene of een handelingsbekwaam verklaard kind kan bij elk bureau van de burgerlijke stand worden ingesteld, na indiening van een verzoekschrift waarin de feitelijke en wettelijke gronden worden vermeld waarop het is gebaseerd. Het verzoekschrift moet vergezeld gaan van schriftelijk bewijs en alle overige bewijselementen moeten hierin ook worden vermeld. De verweerder wordt opgeroepen. Indien de verweerder geen bezwaar maakt, is het verzoekschrift gegrond en besluit de ambtenaar van de burgerlijke stand over de onderhoudsbijdrage. Maakt de verweerder wel bezwaar, dan probeert de ambtenaar van de burgerlijke stand een minnelijke schikking tussen de partijen tot stand te brengen. Indien dit onmogelijk blijkt, wordt de zaak ingediend door de ambtenaar van de burgerlijke stand en ter behandeling aan het bevoegde gerecht voorgelegd.

Als er al een rechtszaak is geweest waarin de onderhoudsbijdrage voor een minderjarig kind is vastgesteld, wordt het verzoekschrift voor het vaststellen van een onderhoudsbijdrage voor dit inmiddels volwassen geworden of handelingsbekwaam verklaarde kind in de bestaande zaak gevoegd en door dit gerecht behandeld in plaats van door het bureau van de burgerlijke stand.

Tussen echtgenoten of voormalige echtgenoten

Als er geen oorspronkelijke overeenkomst bestaat, wordt de procedure voor het vaststellen van onderhoudsbijdragen tussen echtgenoten of voormalige echtgenoten bij het gerecht ingesteld. Deze procedure heeft dan de vorm van een declaratoir geding waarvan de procedure identiek is aan de procedure die hieronder voor onderhoudsbijdragen voor volwassenen wordt beschreven.

Onderhoudsbijdrage voor volwassenen

Behoudens in de hierboven genoemde gevallen wordt de procedure voor het vaststellen van onderhoudsbijdragen voor volwassenen aan het gerecht voorgelegd (bv. wanneer een ouder de kinderen verzoekt om een onderhoudsbijdrage).


Het betreft hier een procedure met een condemnatoir declaratoir vonnis. De procedure vangt aan met de indiening van een inleidend verzoekschrift bij het gerecht.

In dit verzoekschrift moet de verzoekende partij de volgende gegevens opnemen: het gerecht waarbij de procedure wordt aangebracht, de partijen en hun namen, woonplaats of domicilie en, indien van toepassing, hun beroep en werkplek, de vorm van de procedure, een toelichting over de feiten en de rechtsgronden die ten grondslag liggen aan de procedure, het eigenlijke verzoek en het desbetreffende bedrag. Aan het einde van het verzoekschrift worden een lijst van getuigen en andere bewijselementen waarom is verzocht, opgenomen. Documenten die als bewijsmiddel dienen voor betaling van de eerste gerechtskosten en een volmacht moeten bij het verzoek worden gevoegd, indien de partij zich door een advocaat laat vertegenwoordigen. Als alternatief mag er een document als bewijs dat rechtsbijstand is verleend, worden bijgevoegd.

Als er een advocaat wordt aangesteld, wordt het inleidende verzoekschrift elektronisch ingediend via een formulier dat te vinden is op De link wordt in een nieuw venster geopend.https://citius.tribunaisnet.mj.pt/, overeenkomstig de daarin toegelichte procedures en instructies. Een partij die niet door een wettelijke vertegenwoordiger wordt vertegenwoordigd, kan het verzoekschrift als volgt bij de griffie van het gerecht indienen: persoonlijk, via aangetekende brief of per fax.

De verweerder wordt opgeroepen. Als de partijen tijdens de procedure niet tot een overeenkomst komen, volgen de verplichte fasen: een onherroepelijk bevel tot het openen van de procedure, een onderzoek, de behandeling voor de rechter en een beslissing.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

In het geval van een onderhoudsbijdrage voor een kind kan het verzoekschrift worden ingediend door de wettelijke vertegenwoordiger van het kind, door de openbaar aanklager, door de persoon aan wie de voogdij is toegewezen of door de directeur van de onderwijs- of zorginstelling waaraan de zorg voor de minderjarige is toevertrouwd. Eenieder mag de openbaar aanklager op de hoogte stellen van de noodzaak een onderhoudsbijdrage voor een kind vast te stellen.

In het geval van bijdragen in het levensonderhoud voor handelingsonbekwame volwassenen kan er een procedure worden ingesteld door hun wettelijke vertegenwoordiger.

Anders dan in deze gevallen van handelingsonbekwaamheid het geval is, moeten procedures voor onderhoudsregelingen voor volwassenen of handelingsbekwaam verklaarde kinderen door henzelf worden ingesteld, dan wel door een wettelijke vertegenwoordiger die zij zelf hebben aangewezen of door een advocaat die zij hebben gevolmachtigd om de procedure in te stellen.

In de wet staat echter de volgende bijzondere bepaling met betrekking tot volwassen kinderen: de ouder die de grootste verantwoordelijkheid op zich neemt voor de uitgaven van volwassen of handelingsbekwaam verklaarde kinderen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, mag eisen dat de andere ouder bijdraagt aan het onderhoud en de opleiding van het betreffende kind. Deze bijdrage kan, wanneer de rechter dit bepaalt of de ouders dit afspreken, geheel of gedeeltelijk aan de volwassen of handelingsbekwaam verklaarde kinderen worden voldaan.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Onderhoudsbijdrage voor kinderen

De arrondissementsrechtbank, afdeling familie- en jeugdzaken (Tribunal de Comarca, Juízo de Família e Menores) is bevoegd voor zaken met betrekking tot beschermende procedures om de uitoefening van het ouderlijk gezag te regelen en onderhoudsbijdragen voor kinderen vast te stellen. Indien er bij de betrokken rechtbank geen afdeling familie- en jeugdzaken is, wordt de zaak in beginsel behandeld door de lokale kamer of de kamer met algemene bevoegdheid van de arrondissementsrechtbank (Tribunal de Comarca, Juízo Local of Juízo de Competência Genérica).

De onderstaande regels zijn van toepassing bij het bepalen van het territoriaal bevoegde gerecht. In beginsel is het gerecht bevoegd van de plaats waar het kind zijn of haar woonplaats heeft op het moment dat de procedure wordt ingesteld.

Indien de woonplaats van het kind niet bekend is, is het gerecht bevoegd van de woonplaats van de houders van het ouderlijk gezag.

Indien de houders van het ouderlijk gezag verschillende woonplaatsen hebben, is het gerecht bevoegd van de woonplaats van de persoon aan wie de voogdij over het kind is toegewezen of, in het geval van gezamenlijke voogdij, van de persoon bij wie het kind woont.

Indien procedures twee of meer kinderen betreffen die kinderen van dezelfde ouders zijn en in verschillende districten wonen, is het gerecht bevoegd van de woonplaats van het grootste aantal van die kinderen. Indien alle overige aspecten gelijk zijn, is het gerecht bevoegd waarbij het verzoekschrift tot een onderhoudsbijdrage in eerste instantie is ingediend.

Indien het kind, op het moment waarop de procedure wordt ingesteld, niet in Portugal woont, is het gerecht bevoegd van de woonplaats van de indiener van het verzoekschrift of de verweerder; indien ook zij in het buitenland wonen en het Portugese gerecht niet internationaal bevoegd is, wordt de zaak behandeld door de afdeling familie- en jeugdzaken van de arrondissementsrechtbank van Lissabon (Tribunal da Comarca de Lisboa, Juízo de Família e Menores), aangezien dit gerecht territoriaal bevoegd is voor de gemeente Lissabon.

Onderhoudsbijdrage voor volwassen kinderen

Elk bureau van de burgerlijke stand is bevoegd om onderhoudsprocedures in te stellen voor volwassen kinderen. Dit geldt niet als er al een rechtszaak is geweest waarin de onderhoudsbijdrage voor een minderjarig kind is vastgesteld. In dat geval wordt het verzoekschrift voor het vaststellen van een onderhoudsbijdrage voor dit kind dat in de tussentijd volwassen is geworden of handelingsbekwaam is verklaard, in de bestaande zaak gevoegd en door dit gerecht behandeld.

Onderhoudsbijdrage voor echtgenoten of voormalige echtgenoten

De procedure voor het vaststellen van onderhoudsbijdragen tussen echtgenoten of voormalige echtgenoten wordt ingeleid bij de afdeling familie- en jeugdzaken van de arrondissementsrechtbank die bevoegd is voor de woonplaats van de verweerder. Indien er bij de betrokken rechtbank geen afdeling familie- en jeugdzaken is, wordt de zaak in beginsel behandeld door de lokale kamer of de kamer met algemene bevoegdheid van de arrondissementsrechtbank.

Onderhoudsbijdrage voor volwassenen

In afwijking van de hierboven genoemde gevallen wordt de procedure voor het vaststellen van onderhoudsbijdragen voor volwassenen aan de arrondissementsrechtbank voorgelegd, en meer bepaald aan: de civiele kamer van de rechtbank (als de waarde in het geding hoger is dan 50 000 EUR); de lokale kamer of de kamer met algemene bevoegdheid, als de arrondissementsrechtbank zo’n kamer heeft (als de waarde in het geding niet hoger is dan 50 000 EUR). Wat betreft de territoriale bevoegdheid is de rechtbank van de woonplaats van de verweerder bevoegd.

Tenuitvoerlegging van onderhoudsverplichtingen

De hieronder vermelde gerechten zijn bevoegd voor de bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen bij late betaling.

Indien de procedure waarin de onderhoudsverplichting is vastgesteld, is behandeld door de afdeling familie- en jeugdzaken van de arrondissementsrechtbank, wordt de bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen door dat gerecht behandeld in het kader van de desbetreffende zaak waarin het verzoek tot uitvoering moet worden gevoegd.

Indien de procedure waarin de onderhoudsverplichting is vastgesteld, door de civiele kamer van de arrondissementsrechtbank (Tribunal de Comarca, Juízo Central Cível) is behandeld, is de kamer voor uitvoering (Secção de Execução) die bevoegd zou zijn als de procedure niet onder de bevoegdheid van die civiele kamer zou vallen vanwege de geldwaarde ervan, bevoegd voor het behandelen van het verzoek tot uitvoering.

Indien er geen kamer voor uitvoering is, is de civiele kamer van de rechtbank waar het desbetreffende declaratoire geding is behandeld, bevoegd voor de bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen en wordt de uitvoering in het kader van het desbetreffende geding behandeld.

Indien de procedure waarin de onderhoudsverplichting is vastgesteld, is gevoerd bij de lokale civiele kamer of de kamer met algemene bevoegdheid van de arrondissementsrechtbank, vindt de uitvoering plaats in het kader van deze procedure, mits de rechtbank geen kamer voor uitvoering heeft. Indien er een kamer voor uitvoering is (die territoriaal bevoegd is voor het gebied waarin de kamer met algemene bevoegdheid van de rechtbank of de lokale civiele kamer waar de procedure voor het condemnatoir vonnis is behandeld, is gevestigd), is deze bevoegd voor de bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen.

Met betrekking tot de uitvoering van gerechtelijke beslissingen wordt het verzoek tot uitvoering, zelfs als de uitvoeringsprocedure niet wordt gevoerd bij het gerecht waar de beslissing met kracht van gewijsde is genomen, ingebracht in de declaratoire procedure waarin die beslissing is genomen. Als in dit geval de kamer voor uitvoering van de rechtbank bevoegd is, stuurt het gerecht dat uitspraak heeft gedaan, met spoed een afschrift van de uitspraak, het verzoekschrift dat aanleiding heeft gegeven tot de uitvoeringsprocedure, en de bijbehorende documenten naar de kamer voor uitvoering.

Dezelfde regel is van toepassing in gevallen waarin er geen kamer voor uitvoering is en de lokale civiele kamer of de kamer met algemene bevoegdheid van de rechtbank bevoegd is voor de uitvoeringsprocedure.

Indien de procedure waarin de onderhoudsverplichtingen zijn vastgesteld, niet door het gerecht, maar door het bureau van de burgerlijke stand is behandeld, geldt het volgende betreffende de territoriale bevoegdheid voor de bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen:

  • de uitvoeringsprocedure moet worden ingesteld bij het gerecht van de woonplaats van de onderhoudsplichtige; de onderhoudsgerechtigde mag echter ook kiezen voor het gerecht waar aan de verplichting moet worden voldaan, indien de onderhoudsgerechtigde zijn of haar woonplaats heeft in het stedelijke gebied van Lissabon of Porto en de onderhoudsplichtige in hetzelfde stedelijke gebied woont;
  • als de uitvoeringsprocedure moet worden ingesteld in het gebied waar de onderhoudsplichtige woont, en deze niet in Portugal woont, maar daar wel bezittingen heeft, is het gerecht van de plaats waar die bezittingen zich bevinden bevoegd.

Met betrekking tot de materiële bevoegdheid voor de uitvoering van onderhoudsverplichtingen op basis van de beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand, zijn de onderstaande regels van toepassing.

De afdeling familie- en jeugdzaken van de arrondissementsrechtbank is bevoegd om de uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen tussen echtgenoten of voormalige echtgenoten, voor kinderen, en voor volwassen en handelingsbekwaam verklaarde kinderen voor te bereiden en hierover uitspraak te doen. Aangezien het desbetreffende declaratoire geding in dit geval echter niet is behandeld door de afdeling familie- en jeugdzaken, maar door het bureau van de burgerlijke stand, kunnen de gerechten erkennen dat de kamer voor uitvoering van de arrondissementsrechtbank bevoegd is.

Indien er geen kamer voor uitvoering is, is de lokale civiele kamer of de kamer met algemene bevoegdheid van de betrokken rechtbank bevoegd voor de bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen.

Let op:
De interpretatie van de bovengenoemde bevoegdheidsregels door de nationale gerechten is aan wijzigingen onderhevig.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

In de regel is het, behalve in de beroepsfase, niet verplicht een advocaat aan te stellen voor een procedure voor een onderhoudsbijdrage voor kinderen. Volwassen of handelingsbekwaam verklaarde verzoekers (bv. de voogd van het kind) mogen zichzelf vertegenwoordigen bij het gerecht, wanneer de procedure wordt behandeld door een rechtbank van eerste aanleg. Er moet echter een advocaat aan het kind worden toegewezen wanneer de belangen van het kind en zijn of haar ouders, van de wettelijke vertegenwoordiger of van de persoon die feitelijk het gezag uitoefent, tegenstrijdig zijn, en ook wanneer een kind dat volwassen genoeg is de rechter hierom verzoekt.

Voor overige procedures met betrekking tot onderhoudsregelingen gelden de hieronder beschreven algemene beginselen.

Er moet een advocaat worden aangesteld: in zaken die vallen onder de bevoegdheid van gerechten met een waardegrens waarbij gewoon beroep kan worden ingesteld; in zaken waarin beroep altijd ontvankelijk is, ongeacht de waarde; voor beroepen en zaken die bij een hoger gerecht aanhangig zijn gemaakt.

Momenteel – in 2019 – kan gewoon beroep alleen worden ingesteld als de waarde van de zaak hoger is dan de grens vastgesteld voor het gerecht waarbij beroep wordt ingesteld en de aangevochten beslissingen ten nadele van de appellant een bedrag betreffen dat ook 50 % van die grens overschrijdt. Indien er twijfel bestaat over de waarde van de schade of het verlies, wordt er alleen naar de waarde in het geding gekeken. Op dit rechtsbeginsel bestaat een groot aantal uitzonderingen, die in de desbetreffende rechtsvoorschriften en in andere specifieke wettelijke voorschriften zijn vastgelegd. In 2019, op het moment van herziening van dit informatieblad, golden voor de gerechten de volgende grensbedragen in civiele zaken: hof van beroep (Tribunal da Relação) – 30 000 EUR; rechtbank van eerste aanleg (Tribunal de Primeira Instância) – 5 000 EUR.

Hoewel er een advocaat moet worden aangesteld, mogen advocaten in opleiding, solicitadores (juridische raadgevers) en de partijen zelf verzoeken indienen, voor zover die geen rechtsvragen bevatten.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de vraag of de procedure voor het vaststellen van de onderhoudsbijdrage door de rechter of door het bureau van de burgerlijke stand is behandeld, en of de partijen al dan niet rechtsbijstand genieten. Een procedure voor de rechtbank brengt kosten met zich mee. Voor een procedure bij het bureau van de burgerlijke stand is een vergoeding verschuldigd.

Kosten in zaken die onder de bevoegdheid van de gerechten vallen

Vrijstellingen

Minderjarigen zijn vrijgesteld van kosten als ze worden vertegenwoordigd door de openbaar aanklager of door een door de rechter aangestelde advocaat in zaken die door de rechter worden behandeld, en ze zijn vrijgesteld van de betaling van vergoedingen voor zaken die door een bureau van de burgerlijke stand worden behandeld.

Minderjarigen of hun wettelijke vertegenwoordigers zijn ook vrijgesteld van kosten in beroepszaken tegen door de jeugdrechter genomen beslissingen met betrekking tot een verzoek om toekenning, wijziging of beëindiging van onderhoudsbijdragen. Procedures voor de jeugdrechter waarin onderhoudsverplichtingen kunnen worden vastgesteld, zijn meestal procedures inzake onderhoudsbijdragen voor kinderen en procedures voor het regelen van het ouderlijk gezag. Dit zijn speciale, niet-contentieuze zaken.

De partijen in procedures voor de jeugdrechter hoeven niet vooraf gerechtskosten te betalen; dit geldt ook voor de procedure waarin de onderhoudsverplichting wordt vastgesteld. In deze gevallen wordt de partij verzocht om, in plaats van de gerechtskosten vooraf te betalen, deze te voldoen binnen een periode van tien dagen nadat uitspraak is gedaan in het hoofdgeding. Dit is ook het geval als de uitspraak nog geen kracht van gewijsde heeft.

Buiten de hierboven genoemde gevallen moeten er in principe kosten worden betaald. Dat is alleen niet het geval als de partij rechtsbijstand krijgt en/of als hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008, die hieronder wordt genoemd, van toepassing is op de betrokken procedure.

Kosten

Afgezien van de hierboven genoemde uitzonderingen moeten er vóór aanvang van de procedure voor het vaststellen van onderhoudsverplichtingen gerechtskosten worden betaald. Die gerechtskosten zijn een voorschot op de uiteindelijk verschuldigde kosten.

Deze kosten bestaan uit griffierechten, overige gerechtskosten en kosten van de partij.

Gerechtskosten

Om de hoogte van het bedrag aan verschuldigde gerechtskosten te achterhalen, is het van essentieel belang dat men de waarde in het geding kent. De gerechtskosten worden immers berekend op basis van dit bedrag, aan de hand van een van de tabellen in de bijlagen bij de verordening inzake procedurekosten.

Voor het toepassen van de bovengenoemde tabellen geldt het volgende:

  • de waarde van een definitieve procedure voor vaststelling van een onderhoudsverplichting is gelijk aan vijfmaal het jaargeld waarom wordt verzocht in het verzoekschrift, d.w.z. dat de waarde van deze procedure overeenkomt met het maandelijks te betalen bedrag waarom wordt verzocht maal zestig;
  • de waarde van een voorlopige procedure voor conservatoire maatregelen inzake onderhoudsverplichtingen komt overeen met het maandelijks te betalen bedrag waarom wordt verzocht maal twaalf;
  • de waarde van een echtscheidingsprocedure en een procedure voor het regelen van de uitoefening van het ouderlijk gezag, die ook immateriële belangen betreffen buiten de onderhoudsverplichtingen, is ten minste de grens voor het hof van beroep plus één cent (in 2019: 30 000,01 EUR).

Tabel I – A van de verordening inzake procedurekosten is in de volgende gevallen van toepassing: zaken voor het vaststellen van definitieve onderhoudsbijdragen voor volwassenen of volwassen of handelingsbekwaam verklaarde kinderen die de gewone vorm volgen; bijzondere procedures (echtscheiding of jeugdrechter) waarin onderhoudsverplichtingen worden vastgesteld, indien van toepassing, voor de echtgenoten, minderjarige kinderen of volwassen of handelingsbekwaam verklaarde kinderen. De gerechtskosten worden in UC (rekeneenheid) uitgedrukt.

In 2019 (op het moment van het opstellen van dit informatieblad) was de waarde van 1 UC 102,00 EUR. Omdat deze waarde in principe jaarlijks wordt aangepast, moet de desbetreffende bijgewerkte nationale wetgeving worden geraadpleegd. In 2019 moesten de onderstaande gerechtskosten worden betaald, conform tabel I-A van de verordening inzake procedurekosten en afhankelijk van de waarde in het geding:

  • tot en met 2 000,00 EUR – 1 UC;
  • van 2 000,01 EUR tot en met 8 000,00 EUR – 2 UC;
  • van 8 000,01 EUR tot en met 16 000,00 EUR – 3 UC;
  • van 16 000,01 EUR tot en met 24 000,00 EUR – 4 UC;
  • van 24 000,01 EUR tot en met 30 000,00 EUR – 5 UC;
  • van 30 000,01 EUR tot en met 40 000,00 EUR – 6 UC;
  • van 40 000,01 EUR tot en met 60 000,00 EUR – 7 UC;
  • van 60 000,01 EUR tot en met 80 000,00 EUR – 8 UC;
  • van 80 000,01 EUR tot en met 100 000,00 EUR – 9 UC;
  • van 100 000,01 EUR tot en met 150 000,00 EUR – 10 UC;
  • van 150 000,01 EUR tot en met 200 000,00 EUR – 12 UC;
  • van 200 000,01 EUR tot en met 250 000,00 EUR – 14 UC;
  • van 250 000,01 EUR tot en met 275 000,00 EUR – 16 UC.

Bij een bedrag van meer dan 275 000,00 EUR, neemt het bedrag aan gerechtskosten met 3 UC toe per 25 000,00 EUR extra of een deel daarvan.

Tabel II – A van de verordening inzake procedurekosten is van toepassing op procedures betreffende conservatoire maatregelen inzake het vaststellen van een voorlopige onderhoudsbijdrage, procedures voorafgaand aan uitvoering betreffende het innen van onderhoudsbijdragen die aan minderjarigen zijn verschuldigd, en bijzondere uitvoeringsprocedures voor onderhoudsverplichtingen. De volgende waarden dienen als voorbeeld (2019):

  • gerechtskosten bij een procedure betreffende conservatoire maatregelen inzake het vaststellen van een voorlopige onderhoudsbijdrage, afhankelijk van de waarde ervan:
  • tot en met 300 000,00 EUR – 3 UC;
  • gelijk aan of hoger dan 300 000,01 EUR – 8 UC;
  • indien de conservatoire maatregelen uiterst complex zijn – 9 tot 20 UC;
  • gerechtskosten bij een procedure voorafgaand aan uitvoering voor het innen van een onderhoudsbijdrage voor een kind lopen uiteen van 0,5 tot 5 UC;
  • gerechtskosten bij een bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen:

(indien de uitvoeringsmaatregelen door een deurwaarder worden uitgevoerd)

  • tot en met 300 000,00 EUR – 2 UC;
  • gelijk aan of hoger dan 30 000,01 EUR – 4 UC;

(indien de uitvoeringsprocedure wordt uitgevoerd door een daarin gespecialiseerde “uitvoeringsjurist”)

  • tot en met 300 000,00 EUR – 0,25 UC;
  • gelijk aan of hoger dan 30 000,01 EUR – 0,5 UC.

In de bovengenoemde gevallen waarin de gerechtskosten variabel zijn, betaalt de partij in eerste instantie het minimumbedrag en wordt het eventuele saldo pas aan het einde betaald.

In een declaratoir geding waarin een onderhoudsverplichting wordt vastgesteld, moet in de eindbeslissing van het gerecht een uitspraak worden gedaan over de kosten. Indien de procedure gedeeltelijk slaagt, worden de kosten door beide partijen naar evenredigheid van hun respectievelijke schade betaald. Indien een van de partijen volledig in het ongelijk wordt gesteld, moet die partij alle kosten betalen. In het geval van een door de rechtbank goedgekeurde overeenkomst tussen de partijen worden in de regel de kosten naar evenredigheid door beide partijen betaald.

In het geval van een bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen worden de kosten vergoed uit de opbrengsten van de goederen waarop beslag is gelegd.

Vergoedingen

De onderstaande regels zijn van toepassing op de onkosten, vergoedingen en heffingen.

Wat betreft de onkosten, vergoedingen en heffingen die voortkomen uit onderzoeken (betalingen aan deskundigen, rapportages enz.), is de regel dat elke partij de onkosten, vergoedingen en heffingen op zich neemt die door haarzelf zijn veroorzaakt.

Indien een onderzoek kennelijk onnodig of vertragend blijkt te zijn, draagt de partij die erom heeft verzocht de desbetreffende kosten, ongeacht de uitspraak over de kosten.

Indien alle partijen belang hebben bij de onderzoeken of de uitgaven, indien zij er beide een gelijk voordeel uit halen of indien het niet mogelijk is vast te stellen welke partij er belang bij heeft, worden de betreffende onkosten, vergoedingen of heffingen in gelijke mate door de partijen gedragen.

Kosten van de partijen

Met betrekking tot de kosten van de partijen geldt de volgende regel: de kosten van de partij die in het gelijk wordt gesteld, worden betaald door de partij die in het ongelijk wordt gesteld, volgens een degressieve schaal op basis van de schadelast.

De kosten van de partijen bestaan onder andere uit de vooraf betaalde gerechtskosten, de daadwerkelijk voor de partij ontstane kosten, het honorarium dat moet worden betaald aan de uitvoeringsfunctionaris en zijn of haar onkosten, en het honorarium dat moet worden betaald aan de wettelijke vertegenwoordiger en zijn of haar onkosten.

Kostenstaat

Met uitzondering van de eerder aangegeven gevallen waarin partijen zijn vrijgesteld van het vooraf betalen van gerechtskosten, stelt de griffie van de rechtbank de kostenstaat in principe pas op als de beslissing definitief is en kracht van gewijsde heeft gekregen (d.w.z. dat er geen beroep meer kan worden ingesteld). De kostenstaat wordt gebaseerd op de desbetreffende beslissing. De kostenstaat wordt aan de partijen betekend.

Indien er geen beroep of vorderingen met betrekking tot de kostenstaat meer openstaan, of indien die afgewikkeld zijn, wordt de kostenstaat gebruikt als basis voor betaling door de in het ongelijk gestelde partij van hetgeen verschuldigd is en/of als basis voor terugbetaling van het voorgeschoten bedrag aan de partij die in het gelijk is gesteld.

De kosten van de partijen worden door de in het ongelijk gestelde partij rechtstreeks betaald aan de partij aan wie de kosten verschuldigd zijn. Indien de in het ongelijk gestelde partij rechtsbijstand geniet, wordt betaling van de betrokken bedragen aan de partij aan wie die verschuldigd zijn, door de staat verricht (in 2019, op het moment van het herzien van dit informatieblad, werd de betaling verricht door het Instituut voor financieel beheer en infrastructuur van justitie (Instituto de Gestão Financeira e Equipamentos da Justiça IP)).

Rechtsbijstand in zaken die onder de bevoegdheid van de gerechten vallen

Een verzoeker die niet over de middelen beschikt om voor de procedure te betalen, kan rechtsbijstand krijgen. Volgens de nationale wetgeving mag rechtsbijstand alleen maar worden verleend aan natuurlijke personen of rechtspersonen zonder winstoogmerk.

Rechtsbijstand voor natuurlijke personen kan in allerlei vormen worden verleend: juridisch advies; vrijstelling van gerechtskosten en andere onkosten; gefaseerde betaling van gerechtskosten en andere onkosten; aanstelling van een wettelijke vertegenwoordiger en betaling van zijn of haar honorarium; aanstelling van een wettelijke vertegenwoordiger en gefaseerde betaling van zijn of haar honorarium; aanstelling van een uitvoeringsfunctionaris.

Het Portugese stelsel van rechtsbijstand, met alle daarin vervatte bepalingen, geldt voor alle gerechten en alle procedurevormen.

Aanvragen voor rechtsbijstand moeten via een formulier worden ingediend. Dit formulier moet persoonlijk worden afgegeven of per post worden toegezonden aan de klantenservice van het Instituut voor sociale zekerheid IP (Instituto da Segurança Social IP). De formulieren en instructies met betrekking tot het invullen ervan worden door die instantie verstrekt. De algemene reactietermijn is dertig dagen.

Een verzoeker die een procedure instelt, moet bij het inleidende verzoekschrift schriftelijk bewijs voegen dat de verschuldigde gerechtskosten al zijn betaald of dat rechtsbijstand is verleend in de vorm van vrijstelling van voorafbetaling van die gerechtskosten. Als rechtsbijstand wordt verleend in de vorm van een gefaseerde betaling van de gerechtskosten, moet bewijs hiervan worden bijgesloten, samen met bewijs van de betaling van het reeds verschuldigde bedrag.

Vergoedingen voor zaken die onder de bevoegdheid van een bureau van de burgerlijke stand vallen

Minderjarigen die worden vertegenwoordigd door de openbaar aanklager of door een door de rechter aangestelde advocaat, zijn vrijgesteld van vergoedingen voor zaken die door een bureau van de burgerlijke stand worden behandeld.

De te betalen vergoedingen voor zaken die onder de bevoegdheid van een bureau van de burgerlijke stand vallen, staan vermeld in de desbetreffende Portugese regelingen voor vergoedingen voor bureaus van de burgerlijke stand en notarissen.

Voorbeelden van vergoedingen in 2019 (te raadplegen op De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.irn.mj.pt/sections/irn/legislacao/docs-legislacao/regulamento-emolumentar/) voor zaken die onder de bevoegdheid van een bureau van de burgerlijke stand vallen:

  • echtscheidingsprocedure of scheiding van tafel en bed met wederzijdse instemming (zonder boedelscheiding) waaronder begrepen beslissingen voor het goedkeuren van afspraken over onderhoudsbijdragen tussen echtgenoten of voor minderjarige kinderen – 280 EUR;
  • proces voor het toekennen van een onderhoudsbijdrage voor volwassen of handelingsbekwaam verklaarde kinderen – 120 EUR;
  • proces voor het aanpassen van onderhoudsovereenkomsten – 100 EUR.

Deze bedragen golden in 2019, het moment waarop dit informatieblad is bijgewerkt, en kunnen worden herzien. Daarom moet voor elk specifiek geval de nationale wetgeving worden geraadpleegd.

Rechtsbijstand in zaken die onder de bevoegdheid van een bureau van de burgerlijke stand vallen

Rechtsbijstand is slechts in twee situaties van toepassing op zaken die worden behandeld door een bureau van de burgerlijke stand: aanstelling van een wettelijke vertegenwoordiger en betaling van zijn of haar honorarium; aanstelling van een wettelijke vertegenwoordiger en gefaseerde betaling van zijn of haar honorarium.

Bovendien zijn bepaalde handelingen bij een bureau van de burgerlijke stand gratis voor individuele verzoekers die kunnen aantonen over onvoldoende financiële middelen te beschikken.

Het feit dat men over onvoldoende financiële middelen beschikt, kan op de volgende manieren worden aangetoond: aan de hand van een door het bevoegde bestuursorgaan afgegeven document; aan de hand van een door een openbare instelling voor maatschappelijk welzijn afgegeven verklaring in de woonplaats van de betrokkene.

In dergelijke zaken wordt voor de volgende handelingen niets in rekening gebracht: handelingen bij het bureau van de burgerlijke stand of het bevolkingsregister; processen en verklaringen in verband hiermee; de vereiste documenten en de procedures met betrekking tot het verstrekken van die documenten; certificaten of verklaringen die voor een bepaald doel vereist zijn.

Dezelfde regel is van toepassing op zaken die onder de bevoegdheid vallen van het bureau van de burgerlijke stand waar de onderhoudsverplichting is vastgesteld.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

In de regel zijn onderhoudsbijdragen maandelijkse geldbetalingen, tenzij er een andere methode is vastgelegd in een overeenkomst of een wettelijke bepaling of er redenen zijn die uitzonderlijke maatregelen rechtvaardigen. Als bijvoorbeeld de persoon die aan een onderhoudsverplichting moet voldoen, aantoont dat hij of zij dit niet als een toelage kan betalen, maar alleen in de vorm van zijn of haar huis en bedrijf, kan daartoe bij uitzondering een bevel worden gegeven.

Het berekenen van de onderhoudsbijdragen

De onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld naar rato van de middelen van de onderhoudsplichtige en de behoeften van de onderhoudsgerechtigde. Bij het vaststellen van de onderhoudsbijdrage wordt ook nagegaan of de onderhoudsgerechtigde in staat is zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien.

De behoeften van de onderhoudsgerechtigde zijn afhankelijk van de vraag of hij of zij een kind, een volwassen kind dat nog studeert of onderwijs geniet, of gewoonweg een volwassene is. Dit is al vermeld in het antwoord op de vraag “Wat betekenen de begrippen 'onderhoud' en 'onderhoudsverplichting' in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?”

Wat betreft de middelen van de onderhoudsplichtige die in aanmerking moeten worden genomen, is het van belang de specifieke criteria te noemen die daarbij gelden, afhankelijk van de vraag of de onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld voor kinderen of voor voormalige echtgenoten.

Voor kinderen vastgestelde onderhoudsbijdragen

De plicht om bij te dragen in het levensonderhoud van een kind is een fundamentele plicht van de ouders. Die is rechtstreeks gebaseerd op artikel 36, lid 5, van de grondwet van de Portugese Republiek.

Onderhoudsbijdragen voor kinderen moeten evenredig zijn aan de middelen van de onderhoudsplichtige.

Overeenkomstig het door het Portugese Hooggerechtshof (Supremo Tribunal de Justiça) geformuleerde beginsel moet het gerecht, om het aan een kind te betalen bedrag aan levensonderhoud te bepalen, niet alleen naar het door de onderhoudsplichtige verdiende inkomen kijken, maar ook, op allesomvattende en overkoepelende wijze, naar zijn of haar sociale status, arbeidsvermogen, de plicht om actief te streven naar een beroep waarmee hij of zij aan zijn of haar plicht kan voldoen, en naar zijn of haar volledige vermogen.

Voor voormalige echtgenoten vastgestelde onderhoudsbijdragen

Bij het vaststellen van het aan voormalige echtgenoten te betalen bedrag aan levensonderhoud moet de rechtbank rekening houden met de duur van het huwelijk, de bijdrage die is geleverd aan de financiën van het gezin, de leeftijd en gezondheid van de echtgenoten, hun beroepskwalificaties en arbeidsmogelijkheden, de tijd die ze zullen moeten besteden aan het opvoeden van de gezamenlijke kinderen, hun inkomsten en verdiensten, een nieuw huwelijk of een nieuwe samenwonende partner en, in het algemeen, alle omstandigheden die van invloed zijn op de behoeften van de echtgeno(o)t(e) die de bijdrage in het levensonderhoud ontvangt en de mogelijkheden van de onderhoudsplichtige.

De overwegende tendens in de landelijke jurisprudentie is dat de verzoekende echtgeno(o)t(e) niet het recht heeft te eisen dat de tijdens het huwelijk genoten levensstandaard in stand moet worden gehouden.

Het moment waarop de onderhoudsplicht ingaat

Een onderhoudsbijdrage die is vastgesteld middels een gerechtelijke beslissing, moet worden betaald vanaf de datum waarop de procedure is ingesteld. Een onderhoudsbijdrage die is vastgesteld bij een overeenkomst tussen partijen en goedgekeurd bij een beslissing van het gerecht of van de ambtenaar van de burgerlijke stand, moet worden betaald vanaf de datum waarop de onderhoudsplichtige in gebreke is. De onderhoudsplichtige is in gebreke op de datum die is vastgesteld voor betaling of, bij gebrek daaraan, wanneer wordt geëist dat hij/zij betaalt. Onverminderd de bovengenoemde gevallen, bevat de Portugese wetgeving geen bepalingen over het achteraf vaststellen van een onderhoudsbijdrage.

Wijzigingen in vastgestelde onderhoudsverplichtingen

Indien zich een verandering in de omstandigheden voordoet nadat een onderhoudsverplichting is vastgesteld, kan de onderhoudsverplichting worden gewijzigd of beëindigd.

Indien er geen bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen aanhangig is, wordt het verzoekschrift voor het wijzigen of beëindigen van de onderhoudsverplichting naast de procedure voor het condemnatoir vonnis ingediend. Is er wel een bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen aanhangig, dan wordt het verzoekschrift voor het wijzigen of beëindigen van de onderhoudsverplichting in deze procedure gevoegd.

De onderhoudsplichtige mag verzoeken dat de onderhoudsbijdrage wordt verlaagd of beëindigd indien er bijvoorbeeld sprake is van een vermindering van zijn of haar financiële middelen of van een verbetering in de middelen van de onderhoudsgerechtigde, of indien de onderhoudsgerechtigde meerderjarig wordt of in staat is om in het eigen levensonderhoud bij te dragen.

De onderhoudsgerechtigde mag verzoeken dat de onderhoudsbijdrage wordt verhoogd, bijvoorbeeld als zijn of haar economische situatie verslechtert, zijn of haar gezinsomstandigheden veranderen, zijn of haar behoeften toenemen, of de kosten van levensonderhoud toenemen en het betalen voor deze toename door de onderhoudsplichtige kan en zou moeten worden ondersteund (bv. omdat zijn of haar salaris ook is toegenomen).

Automatische aanpassing

Gezien de stijgende kosten van levensonderhoud kan er in de beslissing waarbij de onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld, worden bepaald dat het betrokken bedrag regelmatig (meestal jaarlijks) automatisch wordt aangepast.

Deze aanpassing kan worden gebaseerd op de stijging van de inflatie, zoals jaarlijks gepubliceerd door het Nationale Instituut voor de statistiek (Instituto Nacional de Estatística), of van een bepaald door het gerecht vastgesteld rentepercentage. De aanpassing kan echter ook bestaan uit een vaste jaarlijkse toename met een bepaald bedrag, zoals vastgesteld in de beslissing.

De rechter is verantwoordelijk voor het vaststellen van deze automatische aanpassing en kiest, geheel naar eigen oordeel, de passende middelen om dit te realiseren. De automatische aanpassing kan ook worden geregeld in een goedgekeurde overeenkomst tussen de partijen.

Voorlopige onderhoudsbijdrage

Naast een definitieve onderhoudsbijdrage kan er ook een voorlopige onderhoudsbijdrage worden vastgesteld.

Indien er nog geen definitieve onderhoudsbijdrage is vastgesteld, kan het gerecht, op verzoek van de onderhoudsgerechtigde of ambtshalve, indien de onderhoudsgerechtigde minderjarig is, een voorlopige onderhoudsbijdrage toekennen die naar het oordeel van het gerecht wordt vastgesteld. Voorlopige onderhoudsbijdragen worden nooit terugbetaald. Deze bijdrage moet worden betaald zolang het hoofdgeding voor het vaststellen van de definitieve onderhoudsbijdrage aanhangig is. Een definitieve onderhoudsbijdrage moet worden betaald zodra deze is vastgesteld.

Indien er een echtscheidingsprocedure aanhangig is, kan de rechter een voorlopige onderhoudsbijdrage vaststellen voor een van de echtgenoten of de kinderen terwijl de procedure loopt. Zolang er een procedure voor het regelen van het ouderlijk gezag aanhangig is, kan de rechter ook een voorlopige onderhoudsbijdrage voor minderjarige kinderen vaststellen. In de bovengenoemde zaken kan een voorlopige onderhoudsbijdrage tijdens een zitting in het kader van de procedure zelf worden vastgesteld.

Eventueel kan er ook een voorlopige onderhoudsbijdrage worden vastgesteld in een procedure betreffende conservatoire maatregelen die wordt gevoegd in het hoofdgeding waarin de definitieve onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Onderhoudsbijdragen worden betaald onder de voorwaarden en aan de persoon zoals aangegeven in de gerechtelijke beslissing of in de door het gerecht goedgekeurde overeenkomst tussen de partijen.

In de regel, indien de begunstigde een niet-handelingsonbekwame volwassene of een handelingsbekwaam verklaard kind is, wordt de onderhoudsbijdrage rechtstreeks aan hem of haar betaald.

Is hij of zij een handelingsonbekwame volwassene, dan wordt de onderhoudsbijdrage betaald aan de partij die de wettelijke verplichting heeft om de financiële rechten van de begunstigde namens de begunstigde uit te oefenen (voogd, curator of door een gerecht aangestelde bewindvoerder); zelfs een instelling kan de onderhoudsbijdrage in ontvangst nemen.

Indien de begunstigde minderjarig is, wordt de onderhoudsbijdrage betaald aan de persoon die de voogdij heeft. Dit kan een van de ouders zijn, een ander gezinslid, een derde (pleeggezin) of de directeur van een instelling waaraan de minderjarige is toevertrouwd.

De wet schrijft geen vaste betaalwijzen voor en de partijen kunnen onderling overeenkomen hoe de betaling zal worden verricht. Indien er geen overeenkomst is, beslissen de gerechten over de meest praktische en goedkoopste wijze voor de persoon die de onderhoudsbijdrage betaalt of de persoon die deze ontvangt.

In het algemeen wordt de maandelijkse onderhoudsbijdrage contant betaald en moet deze betaling aan het begin van de maand waarop zij betrekking heeft, aan de onderhoudsgerechtigde worden verricht.

Het tijdstip en de plaats van betaling worden vermeld in de overeenkomst of de beslissing waarbij de onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld. Zo niet, dan zijn de standaardregels van het Portugese Burgerlijk Wetboek van toepassing. In beginsel is in deze regels vastgesteld dat, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald:

  • onderhoudsbijdragen die in geld worden voldaan, moeten worden betaald op de plaats waar de onderhoudsgerechtigde zijn of haar woonplaats heeft op het moment dat de betaling verschuldigd is;
  • de onderhoudsgerechtigde, aangezien de betalingstermijnen overeenkomen met de maanden van de Gregoriaanse kalender, op enig moment vanaf de eerste dag van de betrokken maand betaling mag verlangen.

De meest gebruikelijke betaalwijzen zijn bankoverschrijving, storten op een bij een bank geopende rekening, het verzenden van een betaalopdracht per post of cheque, of het persoonlijk overhandigen van contant geld.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Indien de onderhoudsplichtige in gebreke blijft, kan de onderhoudsgerechtigde gebruikmaken van civiel- en strafrechtelijke maatregelen.

Maatregelen voor de uitvoering van uitspraken in civiele zaken

Terechtzitting voorafgaand aan uitvoering

In het geval van een onderhoudsbijdrage voor een kind die is vastgesteld in het kader van een uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen of een procedure voor het regelen van het ouderlijk gezag, kan de onderhoudsgerechtigde op grond van de wet kiezen voor een terechtzitting voorafgaand aan uitvoering.

Het kind dat de begunstigde is van de onderhoudsbijdrage, kan verzoeken om een terechtzitting voorafgaand aan uitvoering conform artikel 48 van de algemene regeling voor de civiele voogdijprocedure (Regime Geral do Processo Tutelar Cível), mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: niet‑betaling of een achterstand bij de betaling van de onderhoudsbijdrage; de onderhoudsplichtige ontvangt regelmatige inkomsten uit werk, een pensioen, uitkeringen, provisies, percentages, vergoedingen, bonussen, bijdragen of soortgelijke inkomsten.

Het verzoekschrift wordt gevoegd in de procedure voor het regelen van de uitoefening van het ouderlijk gezag of voor het vaststellen van de onderhoudsbijdrage voor het kind, die door de rechter wordt behandeld. De onderhoudsplichtige ontvangt binnen tien dagen nadat de onderhoudsbijdrage betaald had moeten worden, een kennisgeving waarin wordt gevraagd tot betaling over te gaan. Indien de onderhoudsplichtige nalaat schriftelijk bewijs van betaling te verstrekken, worden de te betalen onderhoudsbijdragen maandelijks ingehouden op zijn of haar loon, salaris, pensioen, uitkering of andere inkomsten die hij of zij ontvangt. Hiertoe worden de instanties die verantwoordelijk zijn voor de betreffende betalingen, ervan in kennis gesteld dat zij het betreffende bedrag maandelijks moeten inhouden en dit rechtstreeks moeten storten op de door de onderhoudsgerechtigde opgegeven bankrekening. De ingehouden bedragen dekken ook de verschuldigde onderhoudsbijdragen.

Na in kennis te zijn gesteld, krijgen alle personen of entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het verwerken of betalen van de bovengenoemde inkomsten, automatisch de rol van erkend bewaarder van de ingehouden onderhoudsbijdragen. Indien zij nalaten het desbetreffende bedrag in te houden, zal er tegen hen dan ook een uitvoeringsprocedure in het kader van de lopende procedure worden ingesteld.

De ingehouden bedragen dekken niet de onderhoudsbijdrage die had moeten worden betaald voordat de onderhoudsplichtige de kennisgeving voor het verrichten van betaling ontving. Te betalen onderhoudsbijdragen waarvan de betaaltermijn nog niet is verstreken, worden hierdoor echter wel gedekt. Voor het innen van verschuldigde onderhoudsbijdragen die dateren van vóór de in deze terechtzitting vastgestelde kennisgeving, zal de onderhoudsgerechtigde een uitvoeringsprocedure moeten instellen. Als de onderhoudsbijdrage aan minderjarigen moet worden betaald, weerhoudt niets de onderhoudsgerechtigde er dan ook van om tegelijkertijd zowel een terechtzitting voorafgaand aan uitvoering aan te vragen (voor de betaling van bedragen waarvan de vervaldatum nog niet is verstreken) als een bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen (voor de betaling van bedragen waarvan de vervaldatum wel al is verstreken).

Een terechtzitting voorafgaand aan uitvoering is geen vereiste om te kunnen overgaan tot uitvoering. Het is gewoon een alternatief voor uitvoering. Verweer is niet toegestaan. De onderhoudsgerechtigde beschikt daarentegen over beperktere middelen dan bij een uitvoeringsprocedure, aangezien hij alleen mag verzoeken om inhoudingen op salaris, loon, pensioen, uitkeringen of soortgelijke periodieke inkomsten (hij mag in dit kader niet verzoeken dat er beslag wordt gelegd op goederen, tegoeden of schuldvorderingen).

Indien de onderhoudsbijdrage bedoeld is voor minderjarigen, kan de onderhoudsgerechtigde eventueel ook de bijzondere procedure voor onderhoudsverplichtingen instellen, zoals neergelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zo kan de onderhoudsgerechtigde via één procedure de reeds verschuldigde en de nog te betalen bedragen volledig invorderen. Tijdens uitvoeringsprocedures kan de onderhoudsgerechtigde ruimere uitvoeringsmiddelen toepassen, zoals beslaglegging en de bewaargeving van inkomsten. Het verloop van deze procedures wordt hieronder uiteengezet.

Terechtzitting wegens niet-naleving

In het geval van een onderhoudsbijdrage voor een kind die is vastgesteld in het kader van een procedure voor het regelen van het ouderlijk gezag, kan de onderhoudsgerechtigde op grond van de wet ook kiezen voor een terechtzitting wegens niet-naleving, zoals beschreven in artikel 41 van de algemene regeling voor de civiele voogdijprocedure.

Bij wijze van alternatief kan de onderhoudsgerechtigde om de terechtzitting verzoeken waarin wordt voorzien in artikel 48 van de algemene regeling voor de civiele voogdijprocedure. Tijdens die terechtzitting kan de onderhoudsgerechtigde de rechter verzoeken de nodige stappen te bevelen om te zorgen dat de afspraken worden nagekomen en de nalatige partij een boete op te leggen. Indien het verzoek is gevoegd in een procedure, gaat het gerecht over tot het dagvaarden van de ouders voor een bijeenkomst of verzoekt het de verweerder om binnen vijf dagen een verweerschrift in te dienen.

De ouders kunnen overeenkomen de vastgestelde regeling aan te passen. Bij gebrek aan een overeenkomst neemt de rechter een voorlopige beslissing over het verzoek en verwijst hij de partijen naar bemiddeling of een gespecialiseerde technische hoorzitting. Blijkt er dan nog steeds geen overeenstemming te kunnen worden bereikt, dan wordt aan de ouders meegedeeld dat zij memories moeten indienen. Dit wordt gevolgd door een onderzoek, behandeling voor de rechter en een beslissing.

Speciale tenuitvoerlegging van onderhoudsverplichtingen

In het geval van achterstallige onderhoudsbijdragen kan de onderhoudsgerechtigde een bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen instellen, conform het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze regel is van toepassing ongeacht of de onderhoudsbijdrage moet worden betaald aan kinderen of volwassenen, en ongeacht of deze definitief of voorlopig is.

Tijdens een bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen kan de verzoeker verzoeken om toewijzing van een deel van de bedragen, salarissen of pensioenen die de andere partij ontvangt, of om de bewaargeving van inkomsten van de onderhoudsplichtige.

Deze toewijzing of bewaargeving staat los van beslaglegging en heeft als doel de betaling te dekken van zowel achterstallige bedragen als van bedragen waarvan de vervaldatum nog niet is verstreken.

Als de verzoeker om toewijzing van bedragen, salarissen of pensioenen verzoekt, wordt de instantie die verantwoordelijk is voor het betalen daarvan of voor het verwerken van de desbetreffende salarisadministratie, ervan op de hoogte gesteld dat het toegewezen gedeelte rechtstreeks aan de verzoeker moet worden betaald. Het toegewezen bedrag moet maandelijks worden gestort op de bankrekening van de verzoeker. Deze moet het betreffende rekeningnummer in het inleidende verzoekschrift vermelden.

Indien de verzoeker verzoekt om bewaargeving van inkomsten, moet hij of zij aangeven om welke goederen het gaat, en gelast de uitvoeringsfunctionaris dat de goederen waarvan wordt aangenomen dat die toereikend zijn om te voldoen aan de achterstallige onderhoudsverplichtingen en de onderhoudsverplichtingen waarvan de vervaldatum nog moet verstrijken, in bewaring worden gegeven. De verweerder kan in dit kader worden gehoord.

Als na de bewaargeving blijkt dat de in bewaring gegeven inkomsten onvoldoende zijn, mag de verzoeker andere goederen opgeven. Blijkt echter dat de inkomsten te hoog zijn, dan is de verzoeker verplicht het overtollige bedrag terug te betalen aan de verweerder, naar mate en zodra dit overtollige bedrag wordt ontvangen. De verweerder kan ook verzoeken dat de bewaargeving wordt beperkt tot een gedeelte van de goederen of overgaat naar andere goederen.

Het toegewezen bedrag of de waarde van de in bewaring gegeven inkomsten zou voldoende moeten zijn ter dekking van achterstallige betalingen, de rente op betalingsachterstand indien de onderhoudsgerechtigde daarom verzoekt, betalingen waarvan de vervaldatum nog moet verstrijken, en automatische indexeringen indien die zijn vastgesteld.

De onderhoudsgerechtigde mag dan nog altijd verzoeken om beslaglegging op de goederen van de onderhoudsplichtige. Deze beslaglegging kan gericht zijn op roerende en onroerende zaken, banktegoeden, schuldvorderingen, handelsvestigingen of aandelen.

In het geval van verkoop van de goederen waarop beslag is gelegd om een schuld in verband met de onderhoudsverplichting af te betalen, mag terugbetaling van het restant aan de onderhoudsplichtige pas worden bevolen op het moment dat de betaling van onderhoudsbijdragen waarvan de vervaldatum nog moet verstrijken, in naar het oordeel van de rechter passende mate zeker is gesteld, tenzij er een zekerheid of een andere geschikte garantie wordt gesteld.

De onderhoudsplichtige mag pas worden opgeroepen, nadat de beslaglegging/de toewijzing/het inkomensbeslag heeft plaatsgevonden. Verweer door de onderhoudsplichtige tegen de uitvoering of beslaglegging schort de uitvoering niet op.

In het geval van een verzoek tot wijziging of beëindiging van de betaling van onderhoudsbijdragen terwijl de bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen aanhangig is, wordt het verzoek tot wijziging of beëindiging in de uitvoeringsprocedure gevoegd.

Europese executoriale titel

In het geval van niet-naleving van een overeenkomst over onderhoudsverplichtingen die voortkomt uit een voor administratieve instanties uitgevoerd authentiek instrument, of een door deze instanties erkend instrument, in een niet door het Haagse Protocol van 2007 gebonden lidstaat, kan de onderhoudsgerechtigde zich beroepen op Verordening (EG) nr. 805/2004 van 21 april 2004, waarin een Europese executoriale titel wordt vastgesteld (artikel 4, lid 3, onder b), van de bovengenoemde verordening) en artikel 68, lid 2, van Verordening (EG) nr. 4/2009 van 18 december 2008).

Strafmaatregelen

Artikel 250 van het Wetboek van Strafrecht stelt het schenden van onderhoudsverplichtingen strafbaar en stelt hierop een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar of een boete van maximaal 240 maal het dagtarief, afhankelijk van de in dit wetboek neergelegde gevallen.

Strafprocedures zijn niet mogelijk zonder indiening van een aanklacht.

Als er vervolgens wel aan de verplichting wordt voldaan, kan het gerecht het gedeelte van de straf dat nog niet is uitgezeten of betaald, geheel of gedeeltelijk annuleren of kwijtschelden.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

In beginsel is uitvoering mogelijk op alle voor beslag vatbare goederen van de onderhoudsplichtige die krachtens het materiële recht in aanmerking komen voor uitvoering. Beslaglegging wordt beperkt tot de vermogensbestanddelen die nodig zijn voor de voldoening van de schuld waarop de uitvoering ziet en van de voorzienbare kosten van uitvoering.

Voorts voorziet de wet in grenzen voor beslaglegging en in verjaringstermijnen voor onderhoudsverplichtingen (zie hieronder).

Grenzen inzake beslaglegging

Er zijn bepaalde soorten goederen waarop in geen geval beslag mag worden gelegd (absoluut niet voor beslag vatbare goederen), terwijl op andere goederen alleen onder bepaalde omstandigheden beslag mag worden gelegd (relatief niet voor beslag vatbare goederen) en op weer andere slechts gedeeltelijk beslag mag worden gelegd (gedeeltelijk voor beslag vatbare goederen).

Absoluut niet voor beslag vatbare goederen

Naast goederen die ingevolge speciale voorschriften zijn vrijgesteld van beslaglegging, zijn de volgende goederen absoluut niet vatbaar voor beslag:

  • onvervreemdbare goederen of rechten;
  • activa die eigendom zijn van de staat en van andere publiekrechtelijke rechtspersonen;
  • voorwerpen waarbij de beslaglegging zou indruisen tegen de goede zeden of vanuit economisch oogpunt niet zinvol zou zijn omdat ze een geringe marktwaarde hebben;
  • voorwerpen die specifiek bestemd zijn voor openbare erediensten;
  • graven, en
  • hulpmiddelen en voorwerpen die van essentieel belang zijn voor mindervaliden en voor het behandelen van zieken.

Relatief niet voor beslag vatbare goederen

De volgende goederen zijn “relatief niet voor beslag vatbare goederen”:

  • tenzij de uitvoeringsprocedure betrekking heeft op de betaling van een door een zakelijke zekerheid gewaarborgde schuld, zijn activa van de staat en andere publiekrechtelijke rechtspersonen, die van entiteiten die houder zijn van concessies voor openbare werken of openbare diensten en die van rechtspersonen van openbaar nut waaraan specifieke taken van openbaar belang zijn toegewezen, vrijgesteld van beslaglegging;
  • de gereedschappen en voorwerpen van de onderhoudsplichtige die essentieel zijn voor de beroepsuitoefening of voor een beroepsopleiding zijn eveneens vrijgesteld van beslaglegging, tenzij de onderhoudsplichtige aangeeft dat er beslag op mag worden gelegd, de uitvoering betrekking heeft op de betaling van de aankoopprijs of de kosten van het herstellen ervan, of er beslag op wordt gelegd als onderdeel van een handelsonderneming;
  • goederen die onmisbaar zijn voor het huishouden in de woning van de onderhoudsplichtige, zijn eveneens vrijgesteld van beslaglegging, tenzij de uitvoering de betaling betreft van die voorwerpen of de kosten van het herstel ervan.

Op contanten of banktegoeden die voortvloeien uit de vereffening van niet voor beslag vatbare schuldvorderingen, kan geen beslag worden gelegd; daarvoor gelden dezelfde voorwaarden als voor de oorspronkelijke schuldvorderingen.

De bovengenoemde regels over het absoluut en relatief vatbaar zijn voor beslag gelden ook voor de inning van vorderingen betreffende levensonderhoud.

Wat betreft de goederen waarop gedeeltelijk beslag kan worden gelegd, is het bedrag waarop beslag kan worden gelegd bij onderhoudsvorderingen in de regel hoger dan bij andere vorderingen, zoals hieronder wordt toegelicht.

Gedeeltelijk voor beslag vatbaar vermogen

Niet vatbaar voor beslag is: twee derde van het nettosalaris, het loon, de als ouderdomspensioen of andere sociale uitkering ontvangen periodieke betalingen dan wel van andere verzekeringsuitkeringen, schadeloosstellingen als gevolg van ongevallen, lijfrenten of andere betalingen ter waarborging van het levensonderhoud van de onderhoudsplichtige.

Voor deze vrijstelling van beslaglegging geldt een bovengrens, namelijk driemaal het nationale minimumloon op het moment van de beslaglegging, en een benedengrens, namelijk, wanneer de onderhoudsplichtige geen andere inkomsten heeft, eenmaal het nationale minimumloon. Wanneer de vordering een onderhoudsverplichting betreft, is het bedrag dat niet voor beslag vatbaar is, equivalent aan een volledig, premievrij pensioen.

Bij het leggen van beslag op geld of banktegoeden is het bedrag dat overeenstemt met het nationale minimumloon of, in het geval van onderhoudsverplichtingen, het bedrag dat overeenstemt met het premievrije basispensioen, niet vatbaar voor beslag.

Het niet voor beslag vatbaar zijn van salarissen, lonen of periodieke betalingen kan niet worden gecombineerd met het niet voor beslag vatbaar zijn van geld of banktegoeden.

In 2019, op het moment van het opstellen van dit informatieblad, bedroeg het premievrije basispensioen 210,32 EUR en het nationale minimumloon 600,00 EUR.

Indien de bovengenoemde regels inzake beslaglegging niet worden nageleefd, kan de onderhoudsplichtige bezwaar maken tegen de beslaglegging.

Termijnen

Het Portugese Burgerlijk Wetboek kent een verjaringstermijn van vijf jaar voor achterstallige betalingen inzake onderhoudsverplichtingen. Het recht op deze betalingen inzake onderhoudsverplichtingen verjaart dus vijf jaar na de vervaldatum van deze betalingen. De verjaringstermijn wordt onderbroken door een dagvaarding voor een gerechtelijke procedure betreffende de betaling van onderhoudsbijdragen. De onderhoudsplichtige op zijn beurt kan na het verstrijken van de verjaringstermijn afzien van de verjaring.

Waar het onderhoudsbijdragen voor kinderen betreft, gaat de verjaringstermijn niet in en verstrijkt deze niet zolang het kind geen vertegenwoordiger heeft. Zelfs als het kind een vertegenwoordiger heeft, eindigt de verjaringstermijn niet eerder dan één jaar na de datum waarop het kind meerderjarig is geworden.

In het Portugese Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet voorzien in een verjaringstermijn die belet dat de onderhoudsgerechtigde een uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen instelt. Verjaarde onderhoudsbijdragen kunnen derhalve het voorwerp zijn van uitvoering. De verjaring zal dan niet ambtshalve worden opgeworpen door het gerecht. De verjaring geldt dus slechts indien de onderhoudsplichtige zich hierop beroept; hij of zij kan op die basis bezwaar maken tegen de uitvoering.

Verweer tegen beslaglegging

De algemene termijn voor het instellen van verweer tegen beslaglegging is tien dagen na betekening van de beslaglegging aan de onderhoudsplichtige. De algemene termijn voor het instellen van verweer tegen uitvoering is twintig dagen na betekening aan de onderhoudsplichtige.

In het geval van een bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen vindt betekening van de uitvoering aan de onderhoudsplichtige pas plaats nadat de beslaglegging, toewijzing of bewaargeving van inkomsten heeft plaatsgevonden. Samen met de betekening wordt de onderhoudsplichtige ervan op de hoogte gesteld dat de beslaglegging al heeft plaatsgevonden.

In het geval van een terechtzitting voorafgaand aan uitvoering bij de jeugdrechter wordt de kennisgeving aan de onderhoudsplichtige gedaan voordat het bevel tot bewaargeving van inkomsten wordt gegeven, maar daartegen is geen verweer mogelijk. Hij of zij mag alleen een schriftelijk bewijs van betaling verstrekken.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

In het geval van onderhoudsbijdragen voor een kind heeft de openbaar aanklager het recht de desbetreffende procedure voor het vaststellen van de onderhoudsbijdrage in te stellen. Eenieder mag de openbaar aanklager op de hoogte stellen van de noodzaak een onderhoudsbijdrage voor een kind vast te stellen of te wijzigen. Bij elk gerecht is er daartoe een voor het publiek toegankelijke adviesdienst.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Ja, in het geval van onderhoudsbijdragen voor kinderen. Dit is het Garantiefonds voor onderhoudsbijdragen aan minderjarigen (Fundo de Garantia de Alimentos Devidos a Menores, hierna het “fonds” genoemd). Dit fonds wordt beheerd door het Instituut voor financieel beheer van de sociale zekerheid IP (Instituto de Gestão Financeira da Segurança Social IP).

Het fonds is verantwoordelijk voor het zekerstellen, tot op zekere hoogte, van onderhoudsbetalingen voor minderjarigen. De betaling wordt gedaan op bevel van het bevoegde gerecht.

Voorwaarden

Om een beroep te kunnen doen op dat fonds, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • de minderjarige moet in Portugal wonen;
  • de onderhoudsbijdragen moeten zijn vastgesteld bij een gerechtelijke beslissing (de beslissingen waarmee de ambtenaar van de burgerlijke stand onderhoudsverplichtingen vaststelt in zaken die onder zijn bevoegdheid vallen, hebben dezelfde gevolgen als gerechtelijke beslissingen);
  • de onderhoudsplichtige moet in gebreke zijn gebleven;
  • de terechtzitting voorafgaand aan uitvoering zoals vastgesteld in artikel 48 van de algemene regeling voor de civiele voogdijprocedure moet al eerder in werking zijn gesteld (volgens de nationale rechtspraak, die op dit punt nog in beweging is, kan aan deze voorwaarde ook worden voldaan via een verzoekschrift dat leidt tot een terechtzitting wegens niet-naleving van een onderhoudsverplichting, zoals vastgesteld in artikel 41 van de algemene regeling voor de civiele voogdijprocedure, dan wel via de bijzondere uitvoeringsprocedure voor onderhoudsverplichtingen);
  • de bruto-inkomsten van het kind mogen niet hoger zijn dan het geïndexeerde referentiebedrag inzake sociale bijstand (IAS - Indexante dos Apoios Sociais);
  • het kind mag niet profiteren van het feit dat zijn of haar voogd inkomsten heeft die hoger zijn dan de IAS (dit is het geval als de inkomsten per hoofd van het huishouden van de minderjarige niet hoger zijn dan de IAS).

In 2020 (op het moment van het bijwerken van dit informatieblad) was de IAS 438,81 EUR. Het IAS-bedrag wordt in beginsel jaarlijks aangepast; de desbetreffende nationale wetgeving moet altijd worden geraadpleegd om te bepalen welk IAS-bedrag van toepassing is.

Betaalgrenzen

Als aantoonbaar aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan, garandeert de staat de betaling van maandelijkse onderhoudsbijdragen binnen de hieronder genoemde grens.

De toegekende maandelijkse onderhoudsbijdragen mogen voor iedere onderhoudsplichtige niet hoger zijn dan 1 IAS, ongeacht het aantal minderjarige kinderen.

Binnen deze grens moet het bedrag van de door het fonds te garanderen betalingen door het gerecht worden vastgesteld. Bij het vaststellen van dit bedrag houdt het gerecht rekening met de economische draagkracht van het betrokken huishouden, het bedrag van de onderhoudsverplichting die is vastgesteld en de specifieke behoeften van het kind.

Het fonds garandeert geen achterstallige betalingen. Door het fonds gegarandeerde betalingen zijn verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de dag waarop de gegarandeerde waarde bij een gerechtelijke beslissing is vastgesteld.

De betaling wordt gegarandeerd totdat de onderhoudsplichtige daadwerkelijk aan zijn of haar verplichting voldoet.

De betalingen door het fonds stoppen wanneer het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt.

Kinderen in publieke of private sociale instellingen zonder winstoogmerk die worden gefinancierd door de staat, privaat- of publiekrechtelijke rechtspersonen of rechtspersonen van openbaar nut, en kinderen in vormende voogdij-instellingen en detentiecentra hebben geen recht op door het fonds gegarandeerde onderhoudsbetalingen.

Verwerking

Verzoeken tot vaststelling van de door het fonds te betalen bedragen moeten bij de rechter worden ingediend in het kader van een procedure wegens niet-naleving. Een dergelijk verzoek moet worden ingediend door de openbaar aanklager of de onderhoudsgerechtigde.

De rechter gelast een onderzoek naar de behoeften van het kind en neemt vervolgens een beslissing over de door het fonds te verrichten betalingen binnen de hierboven aangegeven grenzen.

In gevallen waarin het betalen van de onderhoudsbijdrage een spoedeisend karakter heeft, kan de rechter een voorlopige onderhoudsbijdrage vaststellen die door het fonds moet worden gegarandeerd totdat er een definitieve beslissing wordt genomen.

De onderhoudsgerechtigde moet elk jaar aantonen nog te voldoen aan de voorwaarden voor garantie van de betalingen door het fonds, anders eindigt deze garantie.

Wanneer de niet-naleving is beëindigd of de situatie van het kind is veranderd, moet de wettelijke vertegenwoordiger van het kind of de persoon aan wie de voogdij is toegewezen, het gerecht of het fonds daarvan op de hoogte brengen.

Wat betreft het van de onderhoudsplichtige vorderen van betalingen, treedt het fonds tot het door het fonds betaalde bedrag in de plaats van het kind.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Indien de onderhoudsgerechtigde zich in Portugal bevindt en hij of zij de onderhoudsbijdragen wil laten betalen in een andere lidstaat van de Europese Unie, moet hij of zij een verzoekschrift indienen bij het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie (Direcção Geral da Administração da Justiça). Dit is een overheidsorgaan. De nationale wetgeving heeft op dat gebied geen taken toegewezen aan een private organisatie.

Het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie is de Portugese centrale autoriteit in het kader van de toepassing van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (hierna de “verordening” genoemd).

Deze verordening maakt het grensoverschrijdend innen van onderhoudsbijdragen mogelijk. Zij is van toepassing op beslissingen die zijn gegeven in lidstaten van de Europese Unie (“lidstaat”) en op beslissingen die zijn gegeven in staten die geen lidstaat zijn van de Europese Unie (“derde staat”). De verordening is niet alleen van toepassing op beslissingen waarbij onderhoudsverplichtingen worden vastgesteld en die na de inwerkingtreding op 18 juni 2011 zijn gegeven, maar ook op beslissingen van eerdere datum. Zij heeft betrekking op de inning van: achterstallige bijdragen en bijdragen waarvan de vervaldatum nog moet verstrijken, in de betrokken beslissing vastgestelde automatische aanpassingen en vertragingsrente. Krachtens de verordening mag levensonderhoud dat is vastgesteld bij gerechtelijk bevel of krachtens een beslissing van een andere bevoegde instantie, worden geïnd.

Het verzoekschrift voor het innen van levensonderhoud in een andere lidstaat wordt bij het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie ingediend door de bij de verordening gevoegde formulieren in te vullen en te bezorgen. De onderhoudsgerechtigde moet bepaalde documenten en informatie bij de formulieren voegen zoals, indien van toepassing: een afschrift van de uitspraak of de beslissing waarin de definitieve onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld, samen met een verklaring dat de uitspraak/beslissing kracht van gewijsde heeft gekregen (d.w.z. niet meer vatbaar is voor beroep, wat moet blijken uit het formulier in bijlage I bij de verordening); een document waaruit blijkt dat de betrokkene in aanmerking komt of is gekomen voor rechtsbijstand of een kosteloze procedure; bankgegevens voor het storten van de geïnde bedragen; geboorteakten van minderjarige kinderen; bewijzen dat volwassen kinderen schoolgaand zijn; de aan de centrale autoriteit verleende volmacht; een lijst met de verschuldigde bedragen.

Het (de) in te vullen formulier(en) en inlichtingen over de door de onderhoudsgerechtigde bij te voegen documenten en informatie zijn te vinden in instructies die te verkrijgen zijn bij het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie. De contactgegevens van deze instantie worden vermeld in het antwoord op de vraag: “Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?”

De soorten procedures die kunnen worden aangevraagd bij het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie, worden behandeld in het antwoord op de vraag: “Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welke soort bijstand kan ik krijgen?”

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De contactgegevens van de Portugese centrale autoriteit zijn:

Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie,
Av. D. João II, 1.08.01 D/E
1990-097 LISSABON (PORTUGAL)

Tel. (351) 21 790 65 00

Fax: (351) 211545100/60

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.correio.dsjcji@dgaj.mj.pt

Website: http://www.dgaj.mj.pt/

Talenkennis: Portugees, Spaans, Frans en Engels.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Als centrale autoriteit in de zin van de bovengenoemde Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 biedt het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie de bijstand die is beschreven in het antwoord op de vraag “Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander lidstaat heeft: Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?”

Indien de onderhoudsgerechtigde zich in een andere lidstaat bevindt en een verzoek wil indienen voor toepassing van een in de verordening vastgestelde procedure, moet hij of zij dit verzoek indienen bij de centrale autoriteit die is aangesteld door de lidstaat waar hij of zij zich bevindt. Deze centrale autoriteit stuurt op haar beurt het verzoek door naar de Portugese centrale autoriteit, die de taak heeft het voor te leggen aan de bevoegde nationale rechter voor het betreffende geval, indien van toepassing.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Een verzoeker die zich in een andere lidstaat bevindt, moet de mogelijkheid hebben om via de centrale autoriteit van de lidstaat waar hij of zij zich bevindt, contact op te nemen met het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie.

De hieronder vermelde steun kan worden verleend.

Voor het innen van levensonderhoud dat is vastgesteld bij een in een andere lidstaat gegeven beslissing, bevat de verordening drie verschillende afdelingen met regels:

i) regels die van toepassing zijn op beslissingen die zijn gegeven in een lidstaat die is gebonden door het Haagse Protocol van 2007 (hetgeen het geval is voor Portugal);

ii) regels die van toepassing zijn op beslissingen die zijn gegeven in een lidstaat die niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007;

iii) regels die van toepassing zijn op in alle lidstaten gegeven beslissingen.

Voor beslissingen in de zin van punt i) geldt het volgende:

  • zij worden in de aangezochte lidstaat erkend, zonder mogelijkheid om tegen de erkenning ervan op te komen;
  • zij profiteren van de afschaffing van het exequatur; zij zijn onmiddellijk uitvoerbaar in de aangezochte lidstaat;
  • zij stellen de onderhoudsgerechtigde in staat gebruik te maken van de conservatoire maatregelen die zijn vastgesteld in de wetgeving van de aangezochte lidstaat.

Voor beslissingen in de zin van punt ii) geldt het volgende:

  • zij worden in de aangezochte lidstaat erkend, tenzij is bewezen dat er sprake is van een van de in de verordening vastgestelde gronden voor weigering van erkenning;
  • zij kunnen, indien zij uitvoerbaar zijn in de lidstaat van oorsprong, door de onderhoudsgerechtigde worden voorgelegd aan het gerecht of de bevoegde autoriteit van de aangezochte lidstaat met het verzoek de uitvoerbaarheid ervan te erkennen volgens de in de verordening vastgestelde procedure;
  • de erkenning van de uitvoerbaarheid kan worden beperkt tot een deel van de beslissing.

Voor beslissingen in de zin van punt iii) geldt het volgende:

  • zij kunnen bij voorraad uitvoerbaar zijn indien de lidstaat van oorsprong aangeeft dat een beroep tegen de beslissing geen opschortende werking heeft;
  • een onderhoudsgerechtigde die zich in de aangezochte lidstaat beroept op de beslissing, moet de authenticiteit ervan aantonen door de in de verordening vastgestelde formulieren in te vullen en de desbetreffende voorwaarden in acht te nemen;
  • zo nodig moet de onderhoudsgerechtigde een vertaling van de beslissing bijvoegen;
  • de uitvoering van de beslissing vindt plaats volgens het recht van de aangezochte lidstaat;
  • toetsing van de beslissing met betrekking tot de prestaties van de aangezochte lidstaat is in geen geval toegestaan;
  • de kosten in verband met de toepassing van de verordening worden niet met voorrang boven de onderhoudsuitkeringen verhaald.

De procedures die ter beschikking staan van de onderhoudsgerechtigden, worden beschreven in artikel 56 van de verordening. In sommige gevallen betreffen deze procedures niet alleen beslissingen van de lidstaten, maar ook beslissingen van derde staten.

De onderhoudsgerechtigde mag met name:

  • bij een lidstaat verzoeken om de erkenning en uitvoerbaarverklaring van een beslissing die in een andere staat is gegeven;
  • een zaak aanhangig maken voor het vaststellen van onderhoudsverplichtingen in de aangezochte lidstaat;
  • dit verzoek combineren met een verzoek tot het vaststellen van afstamming;
  • een zaak tot het vaststellen van een onderhoudsverplichting aanhangig maken in de aangezochte lidstaat indien het onmogelijk blijkt te zijn erkenning of uitvoering te verkrijgen van een beslissing die is gegeven in een andere staat;
  • om wijziging verzoeken van een beslissing die is gegeven in de aangezochte lidstaat;
  • om wijziging verzoeken van een beslissing die is gegeven in een andere staat dan de aangezochte lidstaat.

Op deze procedures zijn het recht en de bevoegdheidsregels van de aangezochte lidstaat van toepassing, behoudens andersluidende bepalingen in de verordening. In dergelijke gevallen wordt de onderhoudsgerechtigde geholpen en vertegenwoordigd door de centrale autoriteit of een andere overheidsinstantie, een ander orgaan of een andere persoon die is aangesteld door de aangezochte lidstaat.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja, Portugal is gebonden door het Haagse Protocol van 2007. Derhalve zijn de volgende bepalingen van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 van toepassing op in Portugal gegeven uitspraken over onderhoudsverplichtingen: de artikelen 8, 13 en 17 tot en met 22.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Gezien het bevestigende antwoord op de vorige vraag, hoeft deze vraag niet te worden beantwoord.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Het Portugese nationale recht bevat regels inzake rechtsbijstand die vergelijkbaar zijn met de bepalingen van hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008.

De volgende natuurlijke personen hebben recht op rechtsbijstand, mits zij kunnen aantonen dat zij niet over voldoende financiële middelen beschikken:

  • burgers van Portugal en van de Europese Unie;
  • buitenlanders en staatlozen met een geldige verblijfsvergunning in een lidstaat van de Europese Unie;
  • buitenlanders zonder geldige verblijfsvergunning in een lidstaat van de Europese Unie – indien de wet in hun land van oorsprong hetzelfde recht verleent aan Portugese burgers;
  • personen die hun woonplaats of gewone verblijfplaats hebben in een lidstaat van de Europese Unie niet zijnde de lidstaat waar de zaak zal worden behandeld (grensoverschrijdende geschillen).

In de nationale wetgeving vastgestelde criteria voor het beoordelen van de financiële draagkracht van natuurlijke personen:

  • verzoekers wier huishouden met het oog op rechtsbijstand een relevant inkomen heeft dat gelijk is aan of lager is dan drie kwart van het geïndexeerde referentiebedrag inzake sociale bijstand, zijn niet in staat om bij te dragen in de kosten van een proces en krijgen een uitvoeringsfunctionaris en gratis juridische hulp toegewezen (in 2020 bedroeg het geïndexeerde referentiebedrag inzake sociale bijstand 438,81 EUR);
  • verzoekers wier huishouden met het oog op rechtsbijstand een relevant inkomen heeft dat hoger is dan drie kwart van het geïndexeerde referentiebedrag inzake sociale bijstand en dat gelijk is aan of lager is dan tweeënhalf maal dat bedrag, zijn in staat de kosten van juridisch advies te dragen waarvoor voorafgaand een vergoeding moet worden betaald, maar zijn niet in staat onmiddellijk de kosten te voldoen van procedures en hebben daarom recht op rechtsbijstand in de vorm van een gefaseerde betaling en de toewijzing van een uitvoeringsfunctionaris;
  • verzoekers wier huishouden met het oog op rechtsbijstand een relevant inkomen heeft van meer dan tweeënhalf maal het geïndexeerde referentiebedrag inzake sociale bijstand, worden niet aangemerkt als niet over voldoende financiële middelen beschikkend;
  • het met het oog op rechtsbijstand relevante inkomen is het bedrag dat wordt verkregen door het verschil tussen de waarde van het volledige netto-inkomen van het huishouden en het bedrag van desbetreffende aftrek voor rechtsbijstand (de criteria voor het berekenen van deze bedragen zijn vastgesteld in de wetgeving);
  • personen die wonen in het huishouden van de verzoeker om rechtsbijstand, worden geacht deel uit te maken van hetzelfde huishouden;
  • indien de verzoeker of een lid van het huishouden van de verzoeker banktegoeden en op een gereguleerde markt verhandelbare effecten heeft waarvan de waarde hoger is dan 24 maal het geïndexeerde referentiebedrag inzake sociale bijstand, wordt de verzoeker geacht over voldoende financiële middelen te beschikken, ongeacht de waarde van het relevante inkomen van het huishouden met het oog op rechtsbijstand;
  • de verzoeker mag bij wijze van uitzondering en met goede redenen verzoeken dat bij het beoordelen van de vraag of de verzoeker al dan niet over voldoende financiële middelen beschikt, alleen maar rekening wordt gehouden met de inkomsten, het vermogen en de eigen vaste lasten van de verzoeker of van bepaalde leden van zijn of haar huishouden;
  • in het geval van een geschil met een of meer leden van het huishouden, wordt bij het bepalen van de financiële draagkracht alleen maar gekeken naar de inkomsten, het vermogen en de vaste lasten van de verzoeker of, desgevraagd, van de verzoeker en bepaalde leden van zijn of haar huishouden, indien de betreffende verzoeker hierom verzoekt;
  • indien het hoofd van de sociale dienst dat bevoegd is om te beslissen over de toekenning van rechtsbijstand, in een concreet geval tot het inzicht komt dat toepassing van de criteria uit de vorige alinea’s ertoe zou leiden dat aan de betrokkene duidelijk de toegang tot de wet en de gerechten zou worden ontzegd, kan hij of zij een gemotiveerde beslissing nemen waarin wordt afgeweken van de bovengenoemde criteria.

Juridisch advies stelt de betrokken partij in staat een advocaat te raadplegen teneinde technische informatie te verkrijgen over een bepaald geschil alvorens naar de rechter te stappen of een beslissing aan te vechten.

Rechtsbijstand kan in de volgende vormen worden verleend:

  • vrijstelling van de gerechtskosten en andere procedurekosten;
  • gefaseerde betaling van gerechtskosten en andere procedurekosten;
  • aanstelling van een wettelijke vertegenwoordiger en betaling van zijn of haar honorarium;
  • aanstelling van een wettelijke vertegenwoordiger en gefaseerde betaling van zijn of haar honorarium;
  • aanstelling van een uitvoeringsfunctionaris voor het uitvoeren van uitvoeringsmaatregelen (bv. beslaglegging).

Rechtsbijstand dekt de specifieke kosten in verband met de grensoverschrijdende aard van het geschil.

Wanneer een burger uit een andere lidstaat een verzoek om rechtsbijstand indient met betrekking tot een zaak waarvoor de Portugese gerechten bevoegd zijn, omvat de bijstand derhalve de kosten van vertaling, vertolking alsook de reiskosten van personen die voor het gerecht moeten verschijnen indien hun aanwezigheid vereist is en/of het gerecht van oordeel is dat ze niet op een andere wijze kunnen worden gehoord.

Wanneer een Portugese burger een verzoek om rechtsbijstand indient teneinde een procedure in te stellen waarvoor de gerechten van een andere lidstaat bevoegd zijn, omvat de bijstand de kosten die in de precontentieuze fase zijn gemaakt, totdat de procedure is ingesteld in een andere lidstaat, alsook de kosten van het vertalen van de verzoeken en andere documenten.

Indien de ontvanger van rechtsbijstand het proces verliest, zijn de regels voor het terugbetalen van de door de in het gelijk gestelde partij betaalde voorschotten en kosten dezelfde voor alle hierboven vermelde categorieën van individuele begunstigden, zonder dat daartussen enig onderscheid wordt gemaakt.

Er bestaan echter regels in het nationale recht die voorzien in minder uitgebreide rechtsbijstand dan die welke is vastgesteld in hoofdstuk V van de verordening, en bijgevolg moeten deze nationale regels worden aangevuld met de voorschriften van de verordening.

In Portugal zijn minderjarigen vrijgesteld van betaling van een honorarium als ze worden vertegenwoordigd door de openbaar aanklager of door een door het gerecht toegewezen advocaat.

Minderjarigen of hun wettelijke vertegenwoordigers zijn ook vrijgesteld van kosten in beroepszaken tegen door de jeugdrechter genomen beslissingen met betrekking tot een verzoek om toekenning, wijziging of beëindiging van onderhoudsbijdragen.

Bij procedures voor de jeugdrechter en bij rechtsvorderingen betreffende de status van personen zijn de procespartijen vrijgesteld van voorafgaande betaling van de gerechtskosten. Volgens de nationale wetgeving wordt een persoon meerderjarig op het moment dat hij of zij de leeftijd van achttien jaar bereikt.

In procedures die bij de Portugese gerechten worden ingesteld en waarop de verordening van toepassing is, mag evenwel geen voorafgaande betaling van gerechtskosten worden verlangd. Dit is het geval ongeacht of die procedures betrekking hebben op kinderen of volwassenen, ongeacht de vorm van het proces, en ongeacht of een onderhoudsvordering wordt ingesteld samen met een vordering betreffende de status van personen (artikel 44 van de verordening).

Indien de verzoeker in een dergelijke procedure niet in aanmerking komt voor rechtsbijstand of een kosteloze procedure, kan aan het einde van de procedure worden gevraagd de gerechtskosten te betalen. Bovendien moet de in artikel 56 van de verordening vastgestelde procedure inzake de verplichting van ouders om te voorzien in het levensonderhoud voor een kind van jonger dan 21 jaar (artikel 46 van de verordening) geheel gratis zijn

De bovengenoemde regels van de verordening hebben rechtstreekse werking en verruimen in Portugal het toepassingsgebied van de nationale regels voor rechtsbijstand.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 voorziet het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie, als de Portugese centrale autoriteit, in bijstand of ondersteuning bij de in de verordening vastgestelde procedures en moet deze instantie daartoe alle passende maatregelen nemen.

Het directoraat-generaal heeft met name de volgende taken:

  • verzoeken verzenden en ontvangen;
  • procedures bij het bevoegde gerecht instellen of het mogelijk maken dat deze worden ingesteld;
  • waar de omstandigheden dat vereisen, rechtsbijstand bieden of mogelijk maken;
  • de onderhoudsplichtige helpen traceren;
  • relevante informatie helpen verkrijgen over het inkomen en het vermogen van de onderhoudsplichtige;
  • indien passend door de gebruikmaking van bemiddeling, verzoening of soortgelijke methoden streven naar een minnelijke schikking met het oog op de vrijwillige betaling van een onderhoudsbijdrage;
  • de doorlopende tenuitvoerlegging van beslissingen inzake onderhoudsbijdragen, met inbegrip van achterstallige bedragen, vergemakkelijken;
  • de inning en de snelle overmaking van betalingen van onderhoudsbijdragen vergemakkelijken;
  • het verkrijgen van schriftelijk of ander bewijs mogelijk maken;
  • bijstand verlenen bij de vaststelling van de afstamming wanneer dat nodig is voor de inning van onderhoudsbijdragen;
  • een procedure instellen betreffende de voorlopige maatregelen die nodig zijn om de uitkomst van een aanhangig verzoek om onderhoudsbijdragen veilig te stellen, of mogelijk maken dat een dergelijke procedure wordt ingesteld;
  • de betekening van documenten mogelijk maken.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken heeft de Portugese staat, en met name het Directoraat-generaal voor gerechtelijke administratie, als centrale autoriteit, de volgende maatregelen getroffen:

  • uitbreiding van het aantal juridische en administratieve medewerkers dat verzoeken die uit hoofde van de verordening worden ingediend, ontvangt en verzendt;
  • aanstelling van een gezinsmediator;
  • opzetten van een rubriek op de website van het directoraat-generaal die uitsluitend is gewijd aan internationale justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken, met informatie over onderhoudsverplichtingen, instructies over de benodigde documenten en formulieren voor het instellen van de in de verordening vastgestelde procedures en over het invullen van een standaardformulier waarin achterstallige bedragen worden vermeld;
  • toezending, op verzoek, van het verzoekschrift voor rechtsbijstand aan de daarvoor bevoegde instanties;
  • doorsturen van verzoekschriften naar de bevoegde nationale gerechten;
  • vertaling van documenten die vereist zijn voor het instellen van vorderingen als Portugal de aangezochte staat is;
  • verzoeken om informatie en bewijs bij de nationale politie, overheidsinstanties, de belastingdienst en de dienst voor immigratie en grenscontrole met betrekking tot de verblijfplaats en de goederen van de onderhoudsplichtige;
  • wat betreft verzoening wordt de onderhoudsplichtige, wanneer deze wordt gedagvaard of wordt gevraagd om contact op te nemen met de centrale autoriteit, gewezen op het verzoek betreffende het vaststellen, aanpassen of innen van onderhoudsbijdragen en op de mogelijke scenario’s, met name de scenario’s die het gunstigst zijn voor beide partijen, teneinde vrijwillige betaling aan te moedigen.

Opmerking

Het contactpunt, de rechtbanken of andere entiteiten en instanties zijn niet gebonden door de in dit informatieblad opgenomen gegevens. Ook de geldende wetteksten moeten worden geraadpleegd. Deze wetteksten worden regelmatig bijgewerkt en de interpretatie ervan in de jurisprudentie blijft zich verder ontwikkelen.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 22/07/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Roemenië

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Wanneer iemand een wettelijke onderhoudsplicht heeft, betekent dit dat hij wettelijk verplicht is om iemand anders de noodzakelijke middelen van bestaan ter beschikking te stellen, met inbegrip van de middelen om te voorzien in geestelijke behoeften en, in het geval van een ouder die onderhoudsplichtig is voor een minderjarig kind, de middelen voor de opvoeding, het onderwijs en de beroepsopleiding van dat kind.

Een onderhoudsplicht bestaat tussen echtgenoten, tussen verwanten in de rechte lijn, tussen broers en zussen, en tussen andere nader bij wet genoemde personen (artikel 516 van het burgerlijk wetboek (BW)).

Ook tussen gewezen echtgenoten bestaat er een onderhoudsplicht (artikel 398 BW). Onderhoudsplicht mag niet worden verward met compensatie of schadevergoeding.

Een echtgenoot die heeft bijgedragen aan het onderhoud van een kind van de andere echtgenoot, is verplicht om aan dat onderhoud te blijven bijdragen totdat het kind meerderjarig wordt, maar alleen als de natuurlijke ouders overleden, vermist of behoeftig zijn (artikel 517, lid 1, BW). Het kind kan op zijn beurt onder bepaalde voorwaarden onderhoudsplichtig worden gehouden jegens de persoon die gedurende minimaal tien jaar in zijn onderhoud heeft voorzien (artikel 517, lid 2, BW).

De erfgenamen van een persoon die onderhoudsplichtig was voor een minderjarige of die zonder enige wettelijke verplichting in het onderhoud van die minderjarige heeft voorzien, zijn verplicht, afhankelijk van de waarde van de erfenis, om in het onderhoud van dat kind te blijven voorzien als de ouders van het kind overleden, vermist of behoeftig zijn, totdat het kind meerderjarig wordt.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De onderhoudsplicht die ouders en kinderen jegens elkaar hebben, is geregeld in de artikelen 499 en 525 BW. Minderjarigen die van hun ouders levensonderhoud vorderen, worden geacht behoeftig te zijn wanneer ze niet over voldoende inkomsten uit werk beschikken om zelf in hun levensonderhoud te voorzien, ongeacht of ze goederen of ander vermogen bezitten. Wanneer de situatie van ouders dusdanig is dat het betalen van de kosten van levensonderhoud van het kind hun eigen bestaan in gevaar brengt, kan de familierechtbank ermee instemmen dat in het levensonderhoud van het kind kan worden voorzien door de verkoop van de goederen van het kind, met uitzondering van die welke strikt noodzakelijk zijn.

Ouders blijven onderhoudsplichtig ten aanzien van een kind dat meerderjarig is (doorgaans 18 jaar) maar zijn studie voortzet, tot het einde van die studie, maar niet na de leeftijd van 26 jaar.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

De verzoeker-onderhoudsgerechtigde moet een verzoek indienen bij de rechtbank van de vaste woonplaats van de verzoeker-onderhoudsgerechtigde of de rechtbank van de vaste woonplaats van de verweerder-onderhoudsplichtige. Het verzoek inzake een onderhoudsverplichting kan afzonderlijk worden ingediend of in de loop van een procedure inzake echtscheiding, vaststelling van afstamming, toewijzing van het ouderlijk gezag over of bepaling van de vaste woonplaats van een minderjarige. De rechtbank kan, bij wege van beschikking van de voorzitter van de rechtbank, voorlopige voorzieningen treffen, die slechts geldig zijn totdat de beslissing over de bodemprocedure betreffende de ontbinding van het huwelijk is gegeven. De procedure in eerste aanleg omvat meerdere fasen. In de schriftelijke fase worden de vordering, het verweer en de tegenvordering ingediend, worden eventuele bewarende maatregelen, zoals conservatoir of executoriaal beslag, opgelegd, en worden de partijen gedagvaard en de processtukken aan hen betekend. In de mondelinge fase vindt de terechtzitting plaats, waarin de partijen procedurele excepties kunnen opwerpen en bewijs kunnen overleggen. Hierna vindt de beraadslaging in de raadkamer plaats, waarna de rechtbank uitspraak doet.

Bij een echtscheiding met wederzijdse instemming, wat via de notaris kan, kunnen de echtgenoten de ondergeschikte aspecten van de echtscheiding zelf regelen; zo kunnen ze bijvoorbeeld bij overeenkomst vastleggen wat de bijdrage van elk van hen in de kosten van de opvoeding, het onderwijs, de beroepsopleiding of de studie van de kinderen zal zijn.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

De partijen in een onderhoudsprocedure kunnen zich in beginsel laten vertegenwoordigen. Wanneer een onderhoudsvordering echter in het kader van een echtscheidingsprocedure wordt ingediend, is vertegenwoordiging alleen in de in artikel 920 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (WvBR) omschreven gevallen toegestaan.

In afzonderlijke procedures voor de vaststelling/verhoging/verlaging van de onderhoudsbijdrage, kunnen de partijen zich op de gebruikelijke manier door een advocaat of andere gemachtigde laten vertegenwoordigen; het slotpleidooi in het geding mag echter alleen door een advocaat worden gevoerd. De minderjarige wordt vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger (ouder of, bij wijze van uitzondering, een andere persoon die het ouderlijk gezag uitoefent). Een verzoek met betrekking tot een meerderjarig kind, moet door dat kind zelf wordt ingediend.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Welke rechtbank territoriaal bevoegd is (voor de woonplaats van hetzij de verweerder-onderhoudsplichtige of de verzoeker-onderhoudsgerechtigde) kan worden bepaald aan de hand van de Roemeense justitiële atlas, die wordt gepubliceerd op de website van het ministerie van Justitie, op de portaalsite voor informatie over de rechtbanken: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://portal.just.ro/SitePages/acasa.aspx

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Nee, omdat de verzoeker zich niet door een advocaat hoeft te laten vertegenwoordigen of bijstaan.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Voor verzoeken tot vaststelling of wijziging van een onderhoudsbijdrage wordt een vergoeding van 20 RON in rekening gebracht. Bijstand en vertegenwoordiging door een advocaat brengt kosten met zich mee, maar is niet verplicht. Wanneer een partij onvoldoende inkomsten heeft, kan zij verzoeken om gefinancierde rechtsbijstand, waardoor het honorarium van de advocaat en andere proceskosten voor rekening van de staat komen.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De hoogte van de onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld op basis van de behoeften van de verzoeker en de middelen van de onderhoudsplichtige. In principe wordt het onderhoud in natura verleend, door de noodzakelijke middelen van bestaan ter beschikking te stellen. In de meeste gevallen stelt de rechtbank echter een bedrag vast, dat contant moet worden betaald. Dat kan een vast bedrag zijn of een percentage van het maandinkomen van de onderhoudsplichtige (artikel 530 BW). Wanneer de onderhoudsbijdrage is uitgedrukt in een vast bedrag, moet ze krachtens de wet op kwartaalbasis worden gecorrigeerd voor inflatie.

Wanneer de onderhoudsbijdrage door een ouder is verschuldigd, kan zij oplopen tot maximaal een kwart van het netto-maandinkomen van die ouder voor één kind, maximaal een derde van het netto-maandinkomen voor twee kinderen en maximaal de helft van het netto‑maandinkomen voor drie of meer kinderen. Krachtens de wet mag het totale bedrag aan verschuldigde onderhoudsbijdragen voor kinderen niet hoger zijn dan de helft van het netto‑maandinkomen van de onderhoudsplichtige (artikel 529 BW).

Wanneer de financiële omstandigheden van de onderhoudsplichtige of de behoeften van de onderhoudsgerechtigde veranderen, kan de familierechtbank de onderhoudsbijdrage op vordering van een van de partijen verhogen, verlagen of zelfs op nul zetten (artikel 531 BW).

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Een onderhoudsverplichting wordt uitgevoerd in natura, door de noodzakelijke middelen van bestaan ter beschikking te stellen en, in voorkomend geval, de kosten van opvoeding, onderwijs, beroepsopleiding of studie te dekken (artikel 530 BW). Wanneer een onderhoudsverplichting niet vrijwillig – in natura – wordt vervuld, gelast de familierechtbank dat deze ten uitvoer wordt gelegd door een betaling in contanten. De onderhoudsbijdrage wordt dan toegekend als een vast bedrag of als een percentage van het netto-maandinkomen van de onderhoudsplichtige.

De onderhoudsbijdrage wordt in regelmatige termijnen betaald, op door de partijen overeengekomen data of, bij ontstentenis van een dergelijke overeenkomst, op door de rechtbank vastgestelde data. De partijen kunnen overeenkomen of, wanneer daar goede gronden voor zijn, de familierechtbank kan beslissen, dat het onderhoud als een forfaitair bedrag wordt betaald dat voor langere tijd of voor de hele periode waarin onderhoud verschuldigd is, voorziet in de kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde, mits de onderhoudsplichtige daarvoor over de noodzakelijke middelen beschikt (artikel 533 BW).

In het geval van een minderjarige wordt de vastgestelde onderhoudsbijdrage aan de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige betaald.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Aangezien de onderhoudsbijdrage in de meeste gevallen in contant geld moet worden voldaan, is beslaglegging op het maandsalaris de gebruikelijkste tenuitvoerleggingsmaatregel. Gedwongen verkoop van roerende en onroerende goederen is minder gebruikelijk.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Wat de invordering van onderhoudsbijdragen betreft, wordt in artikel 728 WvBR bepaald dat er in dit verband slechts beslag mag worden gelegd op maximaal de helft van het reguliere netto-maandinkomen van de onderhoudsplichtige. Indien er meerdere invorderingsprocedures lopen voor hetzelfde bedrag, mag het werkelijke invorderbare bedrag niet hoger zijn dan de helft van het netto-maandinkomen van de onderhoudsplichtige, ongeacht de aard van de vorderingen.

Wanneer een onderhoudsgerechtigde verzoeken tot beslaglegging op meerdere roerende of onroerende goederen tegelijkertijd indient en de waarde daarvan duidelijk de waarde van de vordering overschrijdt, kan de tenuitvoerleggingsrechtbank het beslag beperken tot bepaalde goederen (artikel 701 WvBR).

Een dwanginvordering eindigt bijvoorbeeld wanneer de in de executoriale titel vermelde verplichting volledig is vervuld en de invorderingsvergoeding is betaald, wanneer de beslaglegging niet kan worden uitgevoerd of voortgezet omdat het ontbreekt aan voor beslag vatbare goederen of deze goederen niet te gelde kunnen worden gemaakt, of wanneer de inbeslagname is geannuleerd (artikel 702 WvBR).

Het recht op dwanginvordering verjaart na drie jaar. Tegen een dwanginvordering kan beroep worden aangetekend bij de tenuitvoerleggingsrechtbank. De bevoegde rechtbank kan de tenuitvoerlegging schorsen totdat zij uitspraak heeft gedaan over het beroep (artikel 712 e.v. WvBR).

Wanneer een executoriale titel of de tenuitvoerlegging zelf is geannuleerd, kan de betrokken partij de tenuitvoerlegging ongedaan maken en aldus de voorheen bestaande situatie herstellen (artikel 723 e.v. WvBR).

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Niet van toepassing.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Niet van toepassing.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Conform Verordening (EG) nr. 4/2009, het Verdrag van Den Haag van 2007 en het Verdrag van New York van 1956 kan een verzoek inzake een onderhoudsverplichting via het Roemeense ministerie van Justitie worden ingediend wanneer de onderhoudsplichtige in een EU-lidstaat verblijft die partij is bij het Verdrag van Den Haag van 2007 of het Verdrag van New York van 1956.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Ministerul Justiției (ministerie van Justitie), str. Apolodor nr. 17, Sector 5, Boekarest, Postcode 050741.

Direcția Drept Internațional și Cooperare Judiciară (directoraat Internationaal Recht en Justitiële Samenwerking)

Fax +40372041079 of +40372041084, e-mail De link wordt in een nieuw venster geopend.ddit@just.ro

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Nee. De verzoeker moet contact opnemen met de verzendende centrale autoriteit van zijn land, die is aangewezen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 4/2009, het Verdrag van Den Haag van 2007 of het Verdrag van New York van 1956.

De verzendende centrale autoriteit van het land van de onderhoudsplichtige neemt vervolgens contact op met de ontvangende centrale autoriteit van Roemenië:

  • het Roemeense ministerie van Justitie, voor verzoeken krachtens Verordening (EG) nr. 4/2009 en het Verdrag van Den Haag van 2007, of
  • de orde van advocaten van Boekarest (Baroul București), voor verzoeken krachtens het Verdrag van New York van 1956.

Het verzoek wordt vervolgens ingediend bij de bevoegde rechtbank.

Een onderhoudsplichtige in het buitenland kan een verzoek ook rechtstreeks – persoonlijk of via een advocaat – bij de bevoegde Roemeense rechtbank indienen, te weten de rechtbank van de woonplaats van de verweerder of de onderhoudsplichtige.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Een verzoeker in het buitenland kan een verzoek ook rechtstreeks – persoonlijk of via een advocaat – bij de bevoegde Roemeense rechtbank indienen, te weten de rechtbank van de woonplaats van de verweerder of de onderhoudsplichtige. De contactgegevens van de bevoegde Roemeense rechtbanken zijn te vinden op de portaalsite van de rechtbanken De link wordt in een nieuw venster geopend.https://portal.just.ro/SitePages/acasa.aspx, op basis van de plaats waar de verweerder of de onderhoudsplichtige zijn woonplaats heeft.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja. Ingevolge artikel 2612 BW wordt het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen bepaald volgens het EU-recht, d.w.z. overeenkomstig het Haags Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Ingevolge wet nr. 36/2012 inzake bepaalde maatregelen voor de toepassing van bepaalde regels en besluiten van de Raad van de Europese Unie en instrumenten van internationaal privaatrecht op het gebied van onderhoudsverplichtingen, zendt het ministerie van Justitie verzoeken inzake onderhoudsverplichtingen of specifieke maatregelen na ontvangst door naar de bevoegde instantie die de gevraagde persoonsgegevens heeft, de bevoegde lokale orde van advocaten, de kamer van gerechtsdeurwaarders of, voor zover van toepassing, de bevoegde rechtbank.

In het geval van verzoeken inzake onderhoudsverplichtingen die via de centrale autoriteit worden ingediend overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 4/2009, komen kinderen tot 18 jaar of studerende kinderen tot 21 jaar alsook kwetsbare personen in aanmerking voor kosteloze en volledige rechtsbijstand.

Het ministerie van Justitie stuurt de uit het buitenland ontvangen verzoeken rechtstreeks door naar de bevoegde lokale orde van advocaten. De deken van de orde wijst vervolgens via een spoedprocedure ambtshalve een advocaat toe. De toegewezen advocaat doet een aanvraag voor rechtsbijstand, wat onder meer betekent dat het honorarium van de gerechtsdeurwaarder voor rekening van de staat komt.

Nadat de advocaat een executoriale titel heeft verkregen, verzoekt hij de rechtbank om rechtsbijstand in de vorm van betaling van het honorarium van de gerechtsdeurwaarder. De advocaat dient het invorderingsverzoek, de executoriale titel en de toevoegingsbeslissing van de deken van de orde van advocaten in bij de bevoegde lokale gerechtsdeurwaarder.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Roemenië heeft een wet aangenomen (wet nr. 36/2012) die voorziet in bepaalde maatregelen voor de toepassing van bepaalde regels en besluiten van de Raad van de Europese Unie en instrumenten van internationaal privaatrecht op het gebied van onderhoudsverplichtingen.

Het ministerie van Justitie is aangewezen als de verzendende centrale autoriteit van Roemenië, die de in de artikelen 53 en 56 van Verordening (EG) nr. 4/2009 bedoelde verzoeken verzendt. Nadat het ministerie van de onderhoudsgerechtigde of onderhoudsplichtige de vereiste bewijsstukken heeft ontvangen, vult het deel A van het verzoekschrift in en helpt het de onderhoudsgerechtigde of onderhoudsplichtige desgevraagd met het invullen van deel B.

Het ministerie van Justitie is aangewezen als de centrale autoriteit voor het ontvangen van verzoeken om specifieke maatregelen of van verzoeken inzake onderhoudsverplichtingen. Zodra het ministerie een verzoek heeft ontvangen, stuurt het dit door naar de bevoegde instantie die de gevraagde persoonsgegevens heeft, de bevoegde lokale orde van advocaten, de kamer van gerechtsdeurwaarders of, voor zover van toepassing, de bevoegde rechtbank.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 28/07/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Slovenië

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Onderhoud is een instituut uit het familierecht, dat is gebaseerd op de fundamentele beginselen van dit recht: het beginsel van wederzijdse bijstand tussen familieleden, d.w.z. het beginsel van familiesolidariteit. De betaling van alimentatie geschiedt in de regel vrijwillig, primair vanwege persoonlijke banden tussen familieleden, maar deze kan ook op meer dwingende wijze via gerechtelijke weg worden afgedwongen.

In Slovenië wordt het begrip “alimentatie” (preživnina) gebruikt voor het onderhoud van (ex‑)echtgenoten, kinderen en ouders. Naast onderhoud en steun omvat het begrip ook onderhoudsuitkeringen die door de rechtbank worden toegekend in de vorm van een specifiek bedrag. Alimentatie omvat dus alles wat een persoon wettelijk verplicht is te besteden aan het levensonderhoud van een kind of echtgenoot. Het begrip kan ook worden gebruikt voor het onderhoud van ouders die door hun kinderen moeten worden onderhouden als ze over onvoldoende middelen beschikken om zelf in hun levensonderhoud te voorzien. Ook kan het begrip alimentatie verwijzen naar geldbedragen die voor iemands levensonderhoud worden betaald.

Ouders zijn verplicht om in het levensonderhoud van hun kinderen te voorzien (artikel 183 van het wetboek van familierecht [Družinski zakonik]).

Meerderjarige kinderen zijn verplicht om naar vermogen te voorzien in het levensonderhoud van hun ouders als deze over onvoldoende middelen beschikken om zelf in hun levensonderhoud te voorzien of niet in staat zijn deze middelen te verwerven, doch niet langer dan dat de ouders hen hebben onderhouden. Meerderjarige kinderen zijn niet verplicht om in het levensonderhoud te voorzien van een ouder die zonder geldige rechtvaardiging heeft verzuimd zijn of haar onderhoudsplicht jegens de kinderen te vervullen (artikel 185 van het wetboek van familierecht).

Een echtgenoot of een niet-huwelijkse partner is verplicht het inwonende minderjarige kind van zijn of haar partner te onderhouden, tenzij die partner of een andere ouder in staat is het kind te onderhouden.

Deze verplichting houdt op te bestaan bij de beëindiging van het huwelijk of het partnerschap met de moeder of de vader van het kind, tenzij het huwelijk of het partnerschap ophoudt te bestaan als gevolg van het overlijden van de moeder of vader van het kind. In dat geval is de langstlevende echtgenoot of niet-huwelijkse partner alleen verplicht om het kind van zijn of haar overleden echtgenoot of niet-huwelijkse partner te onderhouden als hij of zij ten tijde van de beëindiging van het huwelijk of het partnerschap samenleefde met het kind (artikel 187 van het wetboek van familierecht).

Een echtgenoot die geen bestaansmiddelen heeft en buiten zijn of haar schuld werkloos is, heeft het recht door de andere echtgenoot te worden onderhouden voor zover deze laatste daartoe in staat is (artikel 62 van het wetboek van familierecht).

Een echtgenoot die geen alimentatie ontvangt en die geen bestaansmiddelen heeft en buiten zijn of haar schuld werkloos is, kan alimentatie vorderen van de andere echtgenoot in het kader van de echtscheidingsprocedure, en ook in een afzonderlijke gerechtelijke procedure die hij of zij binnen een jaar na de datum waarop de echtscheiding definitief is geworden aanhangig moet maken (artikel 100 van het wetboek van familierecht).

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De onderhoudsverplichting van de ouders loopt tot de meerderjarigheid van het betrokken kind en houdt in dat ze in overeenstemming met hun vermogens de levensomstandigheden moeten bieden die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van het kind.

Ouders zijn ook verplicht een kind dat middelbaar onderwijs volgt te onderhouden nadat het meerderjarig is geworden, indien het regulier onderwijs volgt en geen werk heeft, en niet als werkloze is ingeschreven, d.w.z. tot de eerste voltooiing van de middelbare school of de voltooiing van het hoogste niveau van algemeen of beroepsonderwijs dat kan worden behaald volgens de regelgeving inzake middelbaar onderwijs. De onderhoudsverplichting eindigt wanneer het kind de leeftijd van 26 jaar bereikt.

Ouders zijn verplicht een kind dat hoger middelbaar beroepsonderwijs volgt te onderhouden indien het regulier onderwijs volgt en geen werk heeft, en niet als werkloze is ingeschreven, d.w.z. tot de eerste voltooiing van het hoger middelbaar beroepsonderwijs conform de bepalingen van de wet inzake hoger middelbaar beroepsonderwijs.

Ouders zijn verplicht een kind dat hoger onderwijs volgt te onderhouden indien het regulier onderwijs volgt en geen werk heeft, en niet als werkloze is ingeschreven, d.w.z. tot de eerste voltooiing van een bachelor- of masteropleiding of van een geïntegreerde masteropleiding conform de bepalingen van de wet inzake hoger onderwijs. Indien het door het kind gevolgde studieprogramma meer dan vier jaar duurt, wordt de duur van de onderhoudsverplichting verlengd met de tijd die die vier jaar te boven gaat.

De onderhoudsverplichting eindigt wanneer het kind de leeftijd van 26 jaar bereikt.

Ouders zijn alleen verplicht om kinderen die in het huwelijk zijn getreden of een niet-huwelijks partnerschap zijn aangegaan te onderhouden als de echtgenoot of de niet-huwelijkse partner niet in staat is hen te onderhouden.

Wanneer de ouders een kind niet in hun huishouden opnemen, moeten zij maandelijks een onderhoudsbijdrage betalen om het kind te onderhouden (artikel 183 van het wetboek van familierecht).

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Voor een minderjarig kind wordt in het wetboek van familierecht bepaald dat ouders die niet samenwonen of die van plan zijn uit elkaar te gaan, en ouders die samenwonen, tot overeenstemming moeten komen over de alimentatie voor hun gezamenlijke kinderen. Als de ouders het zelf niet eens kunnen worden, krijgen zij ondersteuning van een centrum voor maatschappelijk werk (center za socialno delo) om tot overeenstemming te komen. Zij kunnen ook om bemiddeling vragen. Indien de ouders geen overeenstemming bereiken over de alimentatie voor hun gezamenlijke kinderen, doet de rechtbank daarover uitspraak (artikel 140 van het wetboek van familierecht).

Een procedure met het oog op een beslissing over de alimentatie voor een kind wordt ingeleid op voorstel van een of beide ouders, een voogd van het kind, een kind dat de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt, mits het in staat is de betekenis en de rechtsgevolgen van zijn of haar handelingen te begrijpen, of een centrum voor maatschappelijk werk (artikel 102 van de wet inzake niet‑litigieuze civiele procedures [Zakon o nepravdnem postopku]). Indien de ouders overeenstemming bereiken over de alimentatie voor een kind, kunnen zij ook voorstellen een gerechtelijke schikking te ondertekenen. Als de rechtbank vaststelt dat de overeenkomst niet in het belang van het kind is, wijst zij het voorstel af.

In het wetboek van familierecht is bepaald dat de alimentatiegerechtigde en de alimentatieplichtige een overeenkomst kunnen ondertekenen over de alimentatie die de ouders aan een meerderjarig kind moeten betalen, zulks in de vorm van een uitvoerbare notariële akte (artikel 192 van het wetboek van familierecht). In het geval van een rechterlijke beslissing is in de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures bepaald dat de procedure voor de vrijwaring van de belangen van het kind, zoals vastgelegd in de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures, wordt toegepast op de procedure betreffende de alimentatie voor een meerderjarig kind zolang er een onderhoudsverplichting bestaat krachtens het wetboek van familierecht.

Een echtgenoot die geen bestaansmiddelen heeft en buiten zijn of haar schuld werkloos is, heeft het recht om levensonderhoud van de andere echtgenoot te vorderen in het kader van een echtscheidingsprocedure, alsook door middel van een bijzondere vordering die moet worden ingesteld binnen een jaar na de definitieve beëindiging van het huwelijk (artikel 100 van het wetboek van familierecht).

Vóór de indiening van een vordering of een voorstel tot echtscheiding op basis van een overeenkomst moeten de echtgenoten deelnemen een voorafgaand adviesgesprek bij een centrum voor maatschappelijk werk, tenzij: zij geen gezamenlijke kinderen hebben over wie zij de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefenen; een van de echtgenoten geestelijk onbekwaam is; de woon- of verblijfplaats van een van de echtgenoten onbekend is; een van de echtgenoten of beide echtgenoten in het buitenland wonen. Indien de echtgenoten tijdens het voorafgaande adviesgesprek vaststellen dat het huwelijk voor ten minste één van hen niet langer houdbaar is, geeft de ambtenaar van het centrum voor maatschappelijk werk toelichting over de bemiddelingsprocedure en het doel ervan. Met toestemming van de echtgenoten kan het centrum voor maatschappelijk werk voor het voorafgaande advies gebruikmaken van een bemiddelingsprocedure. De echtgenoten kunnen ook deelnemen aan een bemiddelingsprocedure van andere aanbieders (artikelen 200 en 202 van het wetboek van familierecht).

De echtgenoten kunnen in het geval van echtscheiding een alimentatieovereenkomst sluiten in de vorm van een bindende notariële akte bij het huwelijk, tijdens het huwelijk of bij de echtscheiding. Een dergelijke alimentatieovereenkomst, in het bijzonder een overeenkomst betreffende de beëindiging van het recht op alimentatie, mag de belangen van het kind niet in gevaar brengen (artikel 101 van het wetboek van familierecht).

Indien tegelijk met de echtscheiding of de nietigverklaring van een huwelijk wordt verzocht om alimentatie, wordt de vordering beschouwd als een voorstel in het kader van een niet-litigieuze civiele procedure. In deze gevallen wordt de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures toegepast op de vaststelling van alimentatie, zoals bepaald in artikel 217 van die wet, of wordt om alimentatie verzocht in het kader van een vordering die in een civiele procedure wordt ingesteld nadat aan de hierboven genoemde voorwaarden is voldaan (artikel 100 van het wetboek van familierecht).

Wat betreft de inhoud van een voorstel in een huwelijksgeschil (dat een beslissing over alimentatie omvat, indien daarom wordt verzocht tegelijk met de echtscheiding of de nietigverklaring van een huwelijk), wordt in de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures bepaald dat een voorstel in een huwelijksgeschil ook een specifiek verzoek moet bevatten waarover de rechtbank moet beslissen. Bij het voorstel tot beëindiging van een huwelijk moet een verslag van het centrum voor maatschappelijk werk worden gevoegd betreffende de deelname aan een voorafgaand adviesgesprek, indien in het wetboek van familierecht is bepaald dat een verzoeker, voordat de procedure begint, moet deelnemen aan een voorafgaand adviesgesprek (artikel 82 van de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures).

In het geval van een in een civiele procedure ingestelde vordering, moet de vordering een specifiek verzoek bevatten, met daarin de hoofdvordering en de nevenvorderingen, de feiten die het verzoek van de eiser ondersteunen, bewijs ter staving van die feiten, en andere gegevens die elk verzoek moet bevatten (artikel 180 van de wet inzake civiele procedures [Zakon o pravdnem postopku]). Verzoeken moeten volledig zijn en moeten alle informatie bevatten die nodig is voor de behandeling ervan. Met name moeten verzoeken het volgende bevatten: een verwijzing naar de rechtbank, de namen en de permanente of tijdelijke verblijfplaats of de plaats van vestiging van de partijen, de namen van eventuele wettelijke vertegenwoordigers of gemachtigden, het voorwerp van het geschil en de inhoud van de vordering. De verzoeker moet het verzoek ondertekenen, tenzij dit onmogelijk is als gevolg van de vorm van het verzoek. Als originele handtekening van de verzoeker geldt zijn of haar handgeschreven handtekening of zijn of haar elektronische handtekening (die gelijkwaardig is aan een handgeschreven handtekening). Indien een verzoeker niet kan schrijven of niet in staat is een handtekening te zetten, zet hij of zij een vingerafdruk op het verzoek in plaats van een handtekening. Indien de rechtbank twijfelt aan de echtheid van een verzoek, kan zij bij beschikking gelasten dat het verzoek van een gewaarmerkte handtekening moet worden voorzien. Tegen deze beschikking staat geen beroep open. Als de vordering een verzoek omvat, moet de partij in het verzoek de feiten waarop het is gebaseerd vermelden, en waar nodig ook bewijs verstrekken (artikel 105 van de wet inzake civiele procedures).

Een arrondissementsrechtbank (okrožno sodišče) beslist in eerste aanleg in een niet-litigieuze civiele procedure over alimentatie tussen ouders en kinderen en over alimentatie die is aangevraagd bij de echtscheiding of de nietigverklaring van een huwelijk, en in een civiele procedure over alimentatie tussen echtgenoten bij de echtscheiding of de nietigverklaring van een huwelijk (artikel 10 van de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures en artikel 32 van de wet inzake civiele procedures).

In niet-litigieuze civiele procedures en civiele procedures zijn er gerechtskosten verschuldigd overeenkomstig de wet op de gerechtskosten (Zakon o sodnih taksah).

Bij het instellen van een gerechtelijke procedure moeten er gerechtskosten worden betaald. De gerechtskosten moeten uiterlijk binnen een door de rechtbank in het betalingsbevel voor de gerechtskosten vastgestelde termijn worden betaald (artikel 105a van de wet inzake civiele procedures).

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Verzoeken om alimentatie worden ingediend door de wettelijke vertegenwoordiger van het kind. Minderjarige kinderen worden vertegenwoordigd door hun ouders. Als het kind onder voogdij is gesteld, wordt het verzoek ingediend door de voogd van het kind.

Een procedure met het oog op een beslissing over de alimentatie voor een kind wordt ingeleid op voorstel van een of beide ouders, een voogd van het kind, een kind dat de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt, mits het in staat is de betekenis en de rechtsgevolgen van zijn of haar handelingen te begrijpen, of een centrum voor maatschappelijk werk. De rechtbank kan ook ambtshalve beslissen een procedure in te leiden over de alimentatie voor een kind (artikel 102 van de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures).

De rechtbank moet kinderen die de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt en in staat zijn de betekenis en rechtsgevolgen van hun handelingen te begrijpen, in staat stellen zelfstandig als deelnemer aan de procedure proceshandelingen te verrichten. De wettelijke vertegenwoordiger van het kind mag slechts handelingen in de procedure stellen totdat het kind verklaart dat het die handelingen zelf zal stellen. Kinderen tot 15 jaar of van wie de rechtbank oordeelt dat ze niet in staat zijn de betekenis en rechtsgevolgen van hun handelingen te begrijpen, worden vertegenwoordigd door een wettelijke vertegenwoordiger. Als de belangen van het kind en zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger uiteenlopen, wijst de rechtbank een speciale (‘collisie’) voogd toe aan het kind (kolizijski skrbnik) (artikel 45 van de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures).

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Een arrondissementsrechtbank beslist in eerste aanleg in een niet-litigieuze civiele procedure over alimentatie tussen ouders en kinderen en over alimentatie die is aangevraagd bij de echtscheiding of de nietigverklaring van een huwelijk, en in een civiele procedure over alimentatie tussen echtgenoten bij de echtscheiding of de nietigverklaring van een huwelijk (artikel 10 van de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures en artikel 32 van de wet inzake civiele procedures).

Algemene territoriale jurisdictie in niet-litigieuze civiele procedures: de algemene territoriale jurisdictie berust bij de rechtbank van de plaats waar de persoon tegen wie het verzoek is ingediend, zijn of haar permanente verblijfplaats of zijn of haar plaats van vestiging heeft. Wanneer een rechtbank ambtshalve een procedure inleidt, berust de algemene territoriale jurisdictie bij de rechtbank van de plaats waar de persoon tegen wie de procedure wordt gevoerd, zijn of haar permanente verblijfplaats heeft. Indien de deelnemer geen permanente verblijfplaats in Slovenië heeft, wordt de algemene territoriale jurisdictie bepaald op basis van zijn of haar tijdelijke verblijfplaats. Indien de deelnemer naast een permanente verblijfplaats ook elders een tijdelijke verblijfplaats heeft en indien er kan worden aangenomen dat hij of zij daar door omstandigheden gedurende langere tijd zal verblijven, heeft de rechtbank van de plaats waar de deelnemer tijdelijk verblijft ook algemene territoriale jurisdictie (artikel 11 van de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures).

Bijzondere territoriale jurisdictie in niet-litigieuze civiele procedures: in procedures ter regeling van de betrekkingen tussen ouders en kinderen (met inbegrip van beslissingen inzake alimentatieverplichtingen) heeft ook de rechtbank van de plaats waar het kind zijn of haar permanente verblijfplaats heeft, territoriale jurisdictie. Als het kind naast een permanente verblijfplaats ook elders een tijdelijke verblijfplaats heeft en als er kan worden aangenomen dat het daar door omstandigheden gedurende langere tijd zal verblijven, heeft de rechtbank van de plaats waar het kind tijdelijk verblijft ook jurisdictie. Als in procedures betreffende wettelijke alimentatie met een internationaal element een rechtbank in Slovenië jurisdictie heeft omdat de verzoeker een kind is dat permanent in Slovenië verblijft, heeft de rechtbank van de plaats waar de verzoeker permanent verblijft territoriale jurisdictie (artikel 13 van de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures).

Algemene territoriale bevoegdheid in civiele procedures: de rechtbank van de plaats waar de verweerder zijn of haar permanente verblijfplaats heeft, heeft algemene territoriale jurisdictie. Als een rechtbank in Slovenië jurisdictie heeft omdat de verweerder tijdelijk in Slovenië verblijft, heeft de rechtbank van de plaats waar de verweerder zijn tijdelijke verblijfplaats heeft algemene territoriale jurisdictie. Als de verweerder naast een permanente verblijfplaats ook elders een tijdelijke verblijfplaats heeft en als er kan worden aangenomen dat hij of zij daar door omstandigheden gedurende langere tijd zal verblijven, heeft de rechtbank van de plaats waar de verweerder tijdelijk verblijft ook algemene territoriale jurisdictie (artikel 47 van de wet inzake civiele procedures).

Bijzondere territoriale bevoegdheid in civiele procedures: de rechtbank van de plaats waar de verweerder zijn of haar permanente verblijfplaats heeft, heeft algemene territoriale jurisdictie. Als in een geschil over wettelijke alimentatie een rechtbank in Slovenië jurisdictie heeft omdat de verweerder activa heeft in Slovenië die voor de betaling van alimentatie zouden kunnen worden gebruikt, heeft de rechtbank met jurisdictie in het gebied waar de zaken zich bevinden territoriale jurisdictie (artikel 50 van de wet inzake civiele procedures).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Partijen kunnen zichzelf vertegenwoordigen of zich laten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde. In procedures bij arrondissementsrechtbanken mag de gevolmachtigde alleen een advocaat zijn of een andere persoon die met goed gevolg het juridisch staatsexamen heeft afgelegd (artikelen 86 en 87 van de wet inzake civiele procedures).

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Ja, bij het indienen van een voorstel of het instellen van een gerechtelijke procedure moeten er gerechtskosten worden betaald (artikel 39 van de wet inzake niet-litigieuze civiele procedures en artikel 105a van de wet inzake civiele procedures).

Bij geschillen over het recht op wettelijke alimentatie of over de inning van individuele alimentatiebedragen, worden de verschuldigde gerechtskosten vastgesteld op basis van de waarde van het voorwerp van het geschil en met name door optelling van drie maanden alimentatie, tenzij er alimentatie wordt gevorderd voor een kortere periode (artikel 23 van de wet op de gerechtskosten).

Als het alimentatieverzoek echter wordt ingediend in het kader van de procedure betreffende het gezag over een kind, moeten er 45 EUR vaste gerechtskosten worden betaald (tariefpost nr. 1212 van het tarief voor gerechtskosten uit hoofde van de wet op de gerechtskosten).

Ja, er kan rechtsbijstand worden verleend ter dekking van de procedurekosten. De president van de arrondissementsrechtbank beslist over de toekenning van rechtsbijstand (artikel 2 van de wet inzake rechtsbijstand [Zakon o brezplačni pravni pomoči]).

Vrijstelling van betaling, uitstel van betaling of betaling van gerechtskosten in termijnen moet apart worden aangevraagd bij de rechtbank waar de hoofdprocedure loopt (artikel 12 van de wet op de gerechtskosten).

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Bij de vaststelling van de alimentatie wordt er rekening gehouden met de behoeften van de eiser en met de materiële en economische mogelijkheden van de alimentatieplichtige. Bij de berekening van kinderalimentatie moet de rechtbank rekening houden met de belangen van het kind en een bedrag vaststellen dat toereikend is om een gunstige lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind te waarborgen. De kosten van levensonderhoud van het kind moeten worden gedekt, met name de kosten van huisvesting, voeding, kleding, schoeisel, verzorging en bescherming, onderwijs, scholing, recreatie, amusement en andere specifieke behoeften (artikelen 189 en 190 van het wetboek van familierecht).

Alimentatie wordt vastgesteld als een maandelijks vooruit te betalen bedrag, en mag worden aangevraagd vanaf het moment waarop een alimentatievordering of -voorstel wordt ingediend (artikel 196 van het wetboek van familierecht).

De rechtbank kan, op verzoek of voorstel van de alimentatiegerechtigde of de alimentatieplichtige, een bij executoriale titel vastgestelde alimentatie verhogen, verlagen of schrappen als er een verandering heeft plaatsgevonden in de behoeften van de alimentatiegerechtigde of als de alimentatieplichtige niet meer in staat is om het voorheen vastgestelde alimentatiebedrag te betalen. Als de ouders overeenstemming bereiken over een verhoging of verlaging van de bij executoriale titel vastgestelde kinderalimentatie, kunnen zij verzoeken om ondertekening van een gerechtelijke schikking. Als de rechtbank vaststelt dat de overeenkomst niet in het belang van het kind is, wijst zij het voorstel af. Elke verhoging, verlaging of schrapping van alimentatie die door de ouders aan een meerderjarig kind of door een meerderjarig kind aan de ouders moet worden betaald, kan tussen de alimentatiegerechtigde en de alimentatieplichtige worden overeengekomen in de vorm van een uitvoerbare notariële akte (artikel 197 van het wetboek van familierecht).

De bij executoriale titel vastgestelde alimentatie wordt eenmaal per jaar aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van Slovenië. De indexering vindt plaats in januari en houdt rekening met de cumulatieve stijging van de consumptieprijzen vanaf de maand van de laatste indexering of vanaf de laatste aanpassing van de alimentatie. Het indexcijfer wordt door de minister van Familie gepubliceerd in de staatscourant van de Republiek Slovenië (Uradni list Republike Slovenije). Het centrum voor maatschappelijk werk stelt de alimentatiegerechtigde en de alimentatieplichtige schriftelijk in kennis van elke indexering en van het nieuwe alimentatiebedrag. Samen met de gerechtelijke schikking, de definitieve rechterlijke beslissing of de uitvoerbare notariële akte vormt de kennisgeving van het centrum voor maatschappelijk werk een executoriale titel.

Indien de alimentatiegerechtigde, na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, in het jaar waarin de alimentatie wordt aangepast, geen regulier onderwijs meer volgt, hoeft het centrum voor maatschappelijk werk de alimentatiegerechtigde en de alimentatieplichtige niet schriftelijk van de indexering in kennis te stellen. Na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar moet de alimentatiegerechtigde binnen 30 dagen na het verkrijgen van de hoedanigheid van scholier of student een bewijs van inschrijving indienen bij het centrum voor maatschappelijk werk, of het centrum meedelen waar hij of zij regulier onderwijs volgt. Indien de alimentatiegerechtigde nalaat te handelen in overeenstemming met de vorige zin, past het centrum voor maatschappelijk werk de alimentatie in dat jaar niet aan. Nadat een kind meerderjarig is geworden, kan de alimentatieplichtige bij het centrum voor maatschappelijk werk nagaan of het kind de hoedanigheid van scholier of student heeft. Indien de alimentatiegerechtigde niet de hoedanigheid van scholier of student heeft, is de alimentatieplichtige niet verplicht alimentatie te betalen, ongeacht of er vóór het verlies van de hoedanigheid van scholier of student een kennisgeving inzake een indexering van alimentatie is gedaan (artikel 198 van het wetboek van familierecht).

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Kinderalimentatie wordt doorgaans gestort op de bankrekening van de wettelijke vertegenwoordiger van het kind. Alimentatie voor volwassenen wordt gestort op hun bankrekening. De rechtbank beslist hoe en aan wie er alimentatie wordt betaald.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als een alimentatieplichtige zijn of haar verplichting om alimentatie te betalen niet vrijwillig nakomt conform de betrokken executoriale titel (vonnis, gerechtelijk bevel, uitvoerbare notariële akte, samen met een kennisgeving van de indexering van de alimentatie), kan de alimentatiegerechtigde een verzoek om gedwongen tenuitvoerlegging indienen bij de rechtbank overeenkomstig de bepalingen van de wet inzake tenuitvoerlegging en zekerheidstelling van vorderingen (Zakon o izvršbi in zavarovanju), teneinde de naleving van de desbetreffende verplichtingen af te dwingen.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Informatie over dit onderwerp staat op het e-justitieportaal: De link wordt in een nieuw venster geopend.Procedures voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

In procedures tot verkrijging/regeling van alimentatie, kan er eerst informatie over alimentatie worden ingewonnen bij elk centrum voor maatschappelijk werk.

Arrondissementsrechtbanken zijn bevoegd om alimentatie vast te stellen. De partijen in de procedure kunnen om rechtsbijstand verzoeken in de vorm van vertegenwoordiging door een raadsman en een vrijstelling van de procedurekosten.

Indien de alimentatieplichtige nalaat alimentatie te betalen, kan de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige of de meerderjarige alimentatiegerechtigde zelf een vordering tot tenuitvoerlegging indienen bij de bevoegde lokale rechtbank (okrajno sodišče). Bijstand bij de afhandeling van de vordering tot tenuitvoerlegging kan worden verkregen van de centra voor maatschappelijk werk, lokale rechtbanken, advocaten en het fonds voor studiebeurzen, ontwikkeling, invaliditeit en alimentatie van de Republiek Slovenië (Javni štipendijski, razvojni, invalidski in preživninski sklad Republike Slovenije).

Het hooggerechtshof van de Republiek Slovenië (Vrhovno sodišče) heeft de herziene formulieren voor het indienen van alimentatievorderingen, samen met instructies voor het invullen ervan, bekendgemaakt in het publicatieblad Sodnikov informator. Deze formulieren zijn een hulpmiddel voor het indienen van vorderingen tot tenuitvoerlegging en zijn beschikbaar op de website van het ministerie van Arbeid, Familiezaken, Sociale Zaken en Gelijke Kansen (Ministrstvo za delo, družino, socialne zadeve in enake možnosti):

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.gov.si/teme/zaupanje-otroka-v-varstvo-in-vzgojo-dolocitev-stikov-in-prezivnine/

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Indien de alimentatieplichtige nalaat alimentatie te betalen, kan de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige het fonds voor studiebeurzen, ontwikkeling, invaliditeit en alimentatie van de Republiek Slovenië vragen om de alimentatie te betalen, maar alleen op basis van een definitieve en uitvoerbare rechterlijke beslissing of gerechtelijke schikking waarin het alimentatiebedrag is vastgesteld en op voorwaarde dat de wettelijke vertegenwoordiger tevergeefs zelf heeft gepoogd de betaling van het alimentatiebedrag af te dwingen of een naar behoren ingevuld verzoek heeft ingediend om de alimentatiebeslissing in het buitenland ten uitvoer te leggen.

Het recht op compenserende alimentatie is voorbehouden aan kinderen die nog geen 18 jaar zijn en:

  • staatsburger van Slovenië zijn en permanent in Slovenië verblijven;
  • staatsburger van een ander land zijn en permanent in Slovenië verblijven, indien zulks wordt bepaald in een internationaal verdrag of op basis van wederkerigheid.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja. Hulp bij de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake onderhoudsverplichtingen kan worden verleend door het fonds voor studiebeurzen, ontwikkeling, invaliditeit en alimentatie, dat is aangewezen als centrale autoriteit conform Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen. Het fonds voor studiebeurzen, ontwikkeling, invaliditeit en alimentatie is ook aangewezen als de centrale autoriteit in het kader van het Verdrag van Den Haag inzake de internationale inning van levensonderhoud ten behoeve van kinderen en andere familieleden en als de verzendende en ontvangende instantie in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties (New York) inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De contactgegevens zijn:

Fonds voor studiebeurzen, ontwikkeling, invaliditeit en alimentatie van de Republiek Slovenië (Javni štipendijski, razvojni, invalidski in preživninski sklad Republike Slovenije)

Dunajska cesta 20

1000 Ljubljana

Telefoon: + 386 1 4720 990

Fax: + 386 1 4345 899

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.jpsklad@jps-rs.si

Website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.jpi-sklad.si/

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Nee. Ingevolge artikel 55 van Verordening (EG) nr. 4/2009 moeten verzoeken om tenuitvoerlegging van beslissingen inzake levensonderhoud worden ingediend via de centrale autoriteit van de lidstaat waar de verzoeker verblijft, waarna deze centrale autoriteit het verzoek doorstuurt naar de centrale autoriteit van Slovenië, d.w.z. het fonds voor studiebeurzen, ontwikkeling, invaliditeit en alimentatie.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

De verordening voorziet niet in directe contacten tussen een verzoeker die in het buitenland verblijft en het fonds voor studiebeurzen, ontwikkeling, invaliditeit en alimentatie als centrale autoriteit.

De centrale autoriteit van de lidstaat van verblijf van de verzoeker is belast met de communicatie. De centrale autoriteit van de lidstaat van verblijf van de verzoeker verleent alle bijstand bij het indienen van een correct en naar behoren ingevuld verzoek om tenuitvoerlegging van een alimentatiebeslissing in Slovenië en stuurt het verzoek, met de eventuele bijlagen, door naar het fonds voor studiebeurzen, ontwikkeling, invaliditeit en alimentatie, dat het verzoek onderzoekt en, indien nodig, om aanvullende gegevens verzoekt, en dat de verzoeker vertegenwoordigt in tenuitvoerleggingsprocedures bij de rechtbanken en andere instanties in Slovenië.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

----

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Er kan rechtsbijstand worden verleend ter dekking van de procedurekosten. De president van de arrondissementsrechtbank beslist over de toekenning van rechtsbijstand (artikel 2 van de wet inzake rechtsbijstand).

Rechtsbijstand kan worden verleend in de vorm van juridisch advies, juridische vertegenwoordiging en andere in de wet genoemde juridische diensten, in de vorm van gerechtelijke bescherming bij alle rechtbanken met algemene jurisdictie en gespecialiseerde rechtbanken van de Republiek Slovenië, het constitutioneel hof van de Republiek Slovenië (Ustavno sodišče) en alle organen, instellingen en personen in de Republiek Slovenië die bevoegd zijn voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting, en in de vorm van vrijstelling van de betaling van de kosten van de gerechtelijke procedure (artikel 7 van de wet inzake rechtsbijstand).

Begunstigden in het kader van deze wet zijn: 1. staatsburgers van Slovenië; 2. staatsburgers van andere landen met een tijdelijke of permanente verblijfsvergunning in Slovenië en staatloze personen die wettelijk in Slovenië verblijven; 3. andere staatsburgers van andere landen op basis van wederkerigheidsovereenkomsten en in gevallen die worden omschreven in voor Slovenië bindende internationale verdragen; 4. niet-gouvernementele organisaties en verenigingen zonder winstoogmerk die het algemeen belang dienen en zijn geregistreerd in het daarvoor bedoelde register overeenkomstig de toepasselijke wetgeving, in geschillen die verband houden met de uitvoering van activiteiten in het algemeen belang of met het doel waarvoor ze zijn opgericht; 5. andere personen van wie de wet of een voor de Republiek Slovenië bindend internationaal verdrag voorschrijft dat ze recht hebben op rechtsbijstand (artikel 10 van de wet inzake rechtsbijstand).

Personen die recht hebben op rechtsbijstand, kunnen in elke fase van de procedure om rechtsbijstand verzoeken. Bij het nemen van een beslissing over een verzoek om rechtsbijstand wordt de financiële situatie van de verzoeker onderzocht, evenals de andere in deze wet vastgestelde voorwaarden (artikel 11 van de wet inzake rechtsbijstand).

Overeenkomstig artikel 46 van de verordening wordt er kosteloze rechtsbijstand verleend voor elk door een onderhoudsgerechtigde op grond van artikel 56 ingediend verzoek betreffende onderhoudsverplichtingen jegens een persoon jonger dan 21 jaar, die voortvloeien uit een ouder-kindrelatie.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Er zijn geen maatregelen vastgesteld ter uitvoering van artikel 51 van Verordening (EG) nr. 4/2009.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 29/07/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Slowakije

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Onderhoudsuitkeringen en -verplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit Wet nr. 36/2005 betreffende de familie en tot wijziging van bepaalde andere wetten (“de Familiewet”). Onderhoudsverplichtingen uit hoofde van de Familiewet nemen de volgende vormen aan:

  1. de onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen;
  2. de onderhoudsplicht van kinderen jegens hun ouders;
  3. de onderhoudsplicht tussen andere familieleden;
  4. de onderhoudsplicht tussen echtgenoten;
  5. alimentatie;
  6. ondersteuning van een alleenstaande moeder om de kosten van levensonderhoud en bepaalde andere kosten te dekken.

Theoretisch beschouwd worden met het begrip levensonderhoud in ruime zin familierechtelijke betrekkingen van economische aard ondergebracht in de specifieke sfeer van eigendomsverhoudingen in het familierecht. Het is evident dat die economische betrekkingen berusten op een persoonlijke familiebetrekking.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen is een wettelijke plicht die geldt zolang de kinderen niet in staat zijn om voor zichzelf te zorgen. Het feit dat een kind niet meer leerplichtig is, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het kind in staat is zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Hoelang ouders onderhoudsplichtig zijn jegens hun kinderen, zal afhankelijk zijn van de mogelijkheden, kansen en financiële situatie van het kind gedurende zijn of haar beroepsopleiding of studie, bv. als voltijds universitair student. Het bereiken van de meerderjarigheid heeft geen wettelijke gevolgen voor de duur van een onderhoudsverplichting. Het tijdstip waarop een kind wettelijk “voor zichzelf kan zorgen” varieert en wordt per geval getoetst door de rechter. Het vermogen om voor zichzelf te zorgen wordt in brede zin uitgelegd als het vermogen om te voorzien in alle behoeften en relevante kosten die verbonden zijn aan een zelfstandig leven (d.w.z. financieel onafhankelijk). Dit vermogen moet duurzaam zijn. Er kan niet op grond van incidentele inkomsten worden vastgesteld dat iemand voor zichzelf kan zorgen.

In de praktijk baseert de rechter zijn oordeel op het feit dat de ouderlijke onderhoudsplicht elastisch is omdat bloedverwantschap niet beperkt is in de tijd en de onderhoudsplicht derhalve kan voortduren wanneer kinderen bijvoorbeeld besluiten om pas later te gaan studeren of niet meteen na de middelbare school worden toegelaten tot de universiteit. Volgens de rechtspraak kunnen – in het licht van het huidige tekort aan kansen op de arbeidsmarkt voor net afgestudeerden en schoolverlaters – ook aanvullende cursussen die hen in staat stellen een baan te vinden op een ander gebied dan dat van hun studie, tot op zekere hoogte worden behandeld als verdere beroepsopleiding van het kind.

Wanneer een kind een regelmatig inkomen haalt uit arbeid, een onderneming enz., wordt het eenvoudiger om te beoordelen of de onderhoudsplicht al dan niet is beëindigd. Naarmate rekening moet worden gehouden met de situatie op de arbeidsmarkt, het bestaan van tal van nieuwe studievormen en onderwijsinstellingen, de noodzaak om talen te leren teneinde een opleiding in de praktijk te kunnen brengen, nascholingscursussen, permanente educatie, studieverblijven in het buitenland en de noodzaak om zich beter te kwalificeren, zal het voor de rechter moeilijker worden om vast te stellen op welk moment een kind voor zichzelf kan zorgen. Enkele van deze vormen (van permanente educatie) kunnen gerechtvaardigd zijn, met name indien de betalende ouder over aanzienlijke middelen beschikt. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het belang van het kind zoals dat tot uiting komt in zijn of haar capaciteiten en talenten, zodat het kind de juiste vaardigheden verwerft om in de toekomst werk te kunnen vinden. Het is echter legitiem om te eisen dat deze vaardigheden vroegtijdig worden ingezet, zodat wordt voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van een ouderlijke onderhoudsplicht door kinderen die een afkeer van werken hebben (bijvoorbeeld bij kinderen die met opzet hun werk of baan verliezen).

De leeftijdsgrens van 18 jaar is van belang vanuit het perspectief van gerechtelijke procedures. Totdat een kind meerderjarig is, kan de rechtbank op eigen initiatief een onderhoudsprocedure inleiden; na die leeftijd kan een dergelijke procedure alleen aanhangig worden gemaakt na indiening van een desbetreffend verzoek. Een door een meerderjarig kind ingediend verzoek kan betrekking hebben op één ouder of op beide ouders, en in het verzoek moeten het gevorderde bedrag van de alimentatie en de datum van de eerste betaling ervan worden vermeld. De rechter moet strikt binnen de grenzen van het verzoek van het meerderjarige kind om aanpassing van alimentatie blijven, aangezien dergelijke zaken geen kinderzorgprocedures zijn uit hoofde van artikel 111 e.v. van het Wetboek van niet-contentieuze burgerlijke rechtsvordering.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Als de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige geen overeenstemming kunnen bereiken, neemt de bevoegde districtsrechtbank een beslissing over de onderhoudsplicht. Behalve in zaken betreffende de onderhoudsplicht van ouders jegens hun minderjarige kinderen initieert de rechtbank de procedure op basis van een door de onderhoudsgerechtigde (verzoeker) ingediende vordering tegen de onderhoudsplichtige (verweerder). Procedures inzake het levensonderhoud van een minderjarig kind kunnen door de rechter ook op eigen initiatief (“ambtshalve”) worden geïnitieerd (artikel 23 van het Wetboek van niet-contentieuze burgerlijke rechtsvordering), aangezien de rechtbank in deze gevallen een zorgplicht jegens minderjarigen heeft.

Eenieder kan autonoom voor de rechter optreden als partij bij de procedure voor zover hij of zij procesbevoegdheid heeft. Natuurlijke personen die niet zelfstandig voor de rechter kunnen optreden (zoals minderjarige kinderen), moeten worden vertegenwoordigd door hun wettelijke voogd (artikel 68 van het Wetboek van contentieuze burgerlijke rechtsvordering).

Naast wettelijke vertegenwoordiging maken het CSP en het Wetboek van niet-contentieuze burgerlijke rechtsvordering onderscheid tussen vertegenwoordiging van partijen bij een procedure op grond van een volmacht en vertegenwoordiging op grond van een rechterlijke beslissing.

In zaken over rechtshandelingen die een conflict zouden kunnen veroorzaken tussen de belangen van de ouders en die van het minderjarige kind of tussen de belangen van meerdere minderjarige kinderen die door dezelfde ouder worden vertegenwoordigd, kan een minderjarig kind niet door een van de ouders worden vertegenwoordigd. In deze situatie stelt de rechtbank een zogeheten voogd ad litem aan (d.w.z. een voogd voor een specifieke juridische procedure) om het kind tijdens een procedure of bij een specifieke rechtshandeling te vertegenwoordigen.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Zie het antwoord op vraag 3.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De territoriale bevoegdheid wordt geregeld in artikel 3 van het Wetboek van niet-contentieuze burgerlijke rechtsvordering. De materiële bevoegdheid wordt geregeld in artikel 12 van het Wetboek van contentieuze burgerlijke rechtsvordering. Districtsrechtbanken zijn altijd territoriaal bevoegd in eerste aanleg. Over het algemeen is de bevoegde rechtbank de rechtbank van het rechtsgebied waar de verweerder (d.w.z. de persoon tegen wie de vordering is ingesteld) zijn of haar wettelijke verblijfplaats heeft, dat wil zeggen dat de regel van territoriale bevoegdheid op basis van de gewone rechtbank van de woonplaats van de verweerder van toepassing is. De gewone rechtbank die bevoegd is voor de verweerder, is de rechtbank van het rechtsgebied waar de verweerder zijn of haar woonplaats heeft of, bij gebreke daarvan, de rechtbank van de verblijfplaats van de betrokkene. In bepaalde bijzondere gevallen die zijn vastgesteld in het Wetboek van niet-contentieuze burgerlijke rechtsvordering, geldt deze regel niet. De rechtbank van het rechtsgebied waar een minderjarig kind zijn of haar woonplaats heeft op grond van een beslissing van de ouders of een gerechtelijk bevel, of waar het kind zijn of haar woonplaats om andere relevante redenen heeft, is bevoegd om een alimentatievordering te behandelen (dit wordt “exclusieve territoriale bevoegdheid” genoemd; zie artikel 112, lid 1, van het Wetboek van niet-contentieuze burgerlijke rechtsvordering).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Zie de antwoorden op de vragen 3 en 4.

Een verzoeker met procesbevoegdheid (begunstigde) kan rechtstreeks, d.w.z. zonder vertegenwoordiging, een verzoek tot inleiding van een procedure indienen bij de bevoegde rechtbank.

In artikel 127 van het Wetboek van contentieuze burgerlijke rechtsvordering is bepaald welke algemene gegevens een verzoek tot inleiding van een procedure moet bevatten: de rechtbank waarbij het verzoek wordt ingediend, de persoon die het verzoek indient, de zaak in kwestie, de vordering van de verzoeker en een handtekening.

Afgezien van deze algemene gegevens moet in een verzoek tot inleiding van een procedure bepaalde specifieke informatie als beschreven in de artikelen 25 en 26 van het Wetboek van niet-contentieuze burgerlijke rechtsvordering worden verstrekt. In een verzoek tot inleiding van een alimentatieprocedure moet tevens worden vermeld welk bedrag aan alimentatie wordt gevorderd en vanaf welke datum de alimentatie moet worden betaald.

Verzoeken kunnen schriftelijk worden ingediend, op papier dan wel elektronisch. Een elektronisch verzoek dat zonder toestemming krachtens de relevante bijzondere wetgeving is ingediend, moet daarnaast op papier dan wel elektronisch worden verstuurd met toestemming krachtens de relevante bijzondere wetgeving. Verzoeken in alimentatiezaken kunnen ook mondeling worden gedaan en in het proces-verbaal worden vastgelegd.

Het verzoek moet het vereiste aantal afschriften en bijlagen bevatten, zodat de rechtbank een origineel exemplaar kan bewaren en elke partij een origineel afschrift kan ontvangen, in voorkomend geval inclusief bijlagen. Als een partij verzuimt om het vereiste aantal afschriften en bijlagen bij te voegen, maakt de rechtbank zelf de benodigde afschriften op kosten van die partij.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

De te betalen vergoedingen voor individuele door de rechtbank te verrichten handelingen of uit te voeren procedures vallen onder de Wet nr. 71/1992 van de Slowaakse Nationale Raad inzake griffierechten en kopieën van inschrijvingen in strafregisters. De vergoedingen worden vastgesteld op basis van een lijst van griffierechten. Deze wetgeving voorziet ook in vrijstellingen van de betaling van griffierechten op grond van persoonlijke omstandigheden of het voorwerp van de procedure.

Met betrekking tot onderhoudszaken zijn de onderstaande bepalingen van belang.

Voor procedures in verband met de bescherming van kinderen door de rechtbank geldt een vrijstelling op grond van het voorwerp van de zaak. Dit betekent dat ook voor procedures betreffende alimentatievorderingen een vrijstelling van de betaling van griffierechten geldt.

Wat betreft persoonlijke omstandigheden geldt de vrijstelling van de betaling van griffierechten voor:

  • verzoekers in procedures betreffende toekenning van alimentatie, procedures betreffende een verhoging van alimentatie, procedures betreffende de betaling van rente wegens te late betaling van alimentatie en procedures betreffende de erkenning of verklaring van uitvoerbaarheid van een buitenlandse beslissing tot toekenning van alimentatie;
  • ongehuwde moeders in alimentatieprocedures en procedures betreffende de betaling van bepaalde kosten in verband met zwangerschap en bevalling.

In punt 8 op de lijst van griffierechten worden de vergoedingen voor procedures betreffende alimentatievorderingen tussen echtgenoten en andere onderhoudsuitkeringen uitdrukkelijk vastgesteld:

Punt 8

a) voor vorderingen inzake onderhoudsuitkeringen tussen echtgenoten of onderhoudsuitkeringen tussen andere verwanten en voor vorderingen betreffende een verhoging van onderhoudsuitkeringen:

2 % van de prijs van het voorwerp van de zaak, met een minimum van 16,50 EUR.

b) voor vorderingen inzake de verlaging of annulering van onderhoudsuitkeringen tussen echtgenoten en voor alimentatievorderingen tussen andere verwanten:

2 % van de prijs van het voorwerp van de procedure, met een minimum van 16,50 EUR.

Indien in de lijst van vergoedingen geen specifieke vergoeding is vastgesteld en de zaak noch in de categorie “persoonlijke omstandigheden” noch in de categorie “voorwerp van de procedure” valt, zijn de vergoedingen als bedoeld in punt 1 van de lijst van griffierechten van toepassing:

Punt 1

Voor een verzoek tot inleiding van een procedure (voor zover geen specifiek bedrag is vastgesteld):

a) 6 % van de prijs (betaling) van het voorwerp van de procedure of het geldelijk belang van de zaak

met een minimum van 16,50 EUR en een maximum van 16 596,50 EUR c.q. een maximum van 33 193,50 EUR in handelszaken.

Op basis van een verzoek kan de rechter een partij volledig of gedeeltelijk van de betaling van griffierechten vrijstellen indien dit gerechtvaardigd is op basis van de omstandigheden van de partij (artikel 254 van het Wetboek van contentieuze burgerlijke rechtsvordering). De omstandigheden van de partijen moeten worden vastgelegd met het oog op de beslissing van de rechter inzake het verzoek.

Het mechanisme voor de verlening van rechtsbijstand en de door het Rechtsbijstandscentrum gehanteerde methode voor het verlenen van rechtsbijstand aan natuurlijke personen die behoeftig zijn en geen gebruik kunnen maken van juridische diensten om hun rechten naar behoren uit te oefenen en te verdedigen, en de mate waarin rechtsbijstand wordt verleend, vallen onder Wet nr. 327/2005 betreffende de verlening van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen en tot wijziging van Wet nr. 586/2003 betreffende de advocatuur en Wet nr. 455/1991 betreffende handelsactiviteiten (Handelswet), zoals gewijzigd bij Wet nr. 8/2005. In de bovengenoemde wet zijn ook de criteria voor de verlening van rechtsbijstand vastgesteld, alsook de door natuurlijke personen en de bevoegde autoriteiten te volgen procedure bij een rechtsbijstandsverzoek en de institutionele organisatie van rechtsbijstand.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

In Slowakije is de hoogte van de alimentatie niet wettelijk vastgelegd.

In familiezaken moeten rechtbanken altijd elke zaak individueel beoordelen op basis van de specifieke omstandigheden. Daarom zijn er in de wet geen specifieke bedragen voor onderhoudsuitkeringen vastgesteld. Met name in het familierecht geldt dat de wetgever niet alle aspecten van het leven ordelijk en uitdrukkelijk in bepalingen kan regelen.

Volgens artikel 75, lid 1, van de Familiewet moet de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie rekening houden met de rechtmatige behoeften van de begunstigde en met de mogelijkheden, kansen en financiële situatie van de onderhoudsplichtige. Ook kan de rechter rekening houden met de mogelijkheden, kansen en financiële situatie van de onderhoudsplichtige indien deze, zonder gegronde reden, goed werk of een goede baan opzegt of afziet van een vaste inkomstenbron. Voorts kan de rechtbank rekening houden met door de onderhoudsplichtige genomen onredelijke financiële risico’s.

Wat de alimentatie van ouders voor kinderen betreft, moeten beide ouders bijdragen aan het levensonderhoud van hun kinderen op basis van hun mogelijkheden, kansen en financiële situatie. Een kind heeft het recht om te delen in de levensstandaard van de ouders. Bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie neemt de rechter in aanmerking welke ouder persoonlijk de zorg voor het kind draagt en in welke mate. In het geval van co-ouderschap houdt de rechter bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie ook rekening met de periode gedurende welke het kind bij elke ouder woont, of kan de rechter besluiten dat er, zolang het kind om beurten bij beide ouders woont, geen alimentatie wordt toegekend.

In artikel 62, lid 3, van de Familiewet wordt een minimumalimentatiebedrag vastgesteld (momenteel 27,13 EUR): Ongeacht zijn of haar mogelijkheden, kansen en financiële situatie is elke ouder verplicht om het voorgeschreven minimumonderhoud te voldoen, dat gelijk is aan 30 % van het bestaansminimum voor een minderjarig kind te zijner of harer laste of een kind dat krachtens een bijzondere wet ten laste is.

Krachtens artikel 78 van de Familiewet kunnen regelingen en gerechtelijke beslissingen met betrekking tot alimentatievorderingen worden herzien als de omstandigheden veranderen. Afgezien van de alimentatie voor een minderjarig kind (zie artikel 121 van het Wetboek van niet-contentieuze burgerlijke rechtsvordering), kunnen beslissingen tot toekenning van alimentatie alleen op verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. Als de alimentatie voor een minderjarig kind met terugwerkende kracht wordt geannuleerd of verlaagd, worden de reeds uitgegeven alimentatiebedragen niet terugbetaald. Wanneer de omstandigheden veranderen, moet rekening worden gehouden met de evolutie van de kosten van levensonderhoud.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie wordt doorgaans betaald door de onderhoudsplichtige aan de onderhoudsgerechtigde.

Volgens artikel 76 van de Familiewet moet alimentatie regelmatig in vaste bedragen en een maand vooruit worden betaald. Wederzijdse vorderingen kunnen alleen met alimentatievorderingen worden verrekend als daar overeenstemming over wordt bereikt. Vorderingen voor kinderalimentatie kunnen niet worden verrekend. Als de onderhoudsplichtige alimentatie die door de rechter is vastgesteld, te laat betaalt, heeft de begunstigde het recht om betaling van rente op de te laat betaalde bedragen te vorderen op grond van civielrechtelijke bepalingen. Elke betaling uit hoofde van alimentatie wordt eerst toegerekend aan de hoofdsom en vervolgens, zodra de hoofdsom volledig is voldaan, aan de rente wegens te late betaling.

Met betrekking tot alimentatie voor minderjarige kinderen moet de alimentatieplichtige ouder volgens vaste rechtspraak elke maand op een vaste datum alimentatie betalen aan de ouder die persoonlijk de zorg voor het kind voor zijn of haar rekening neemt.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

De betaling van alimentatie kan worden afgedwongen door een gerechtsdeurwaarder. Tenuitvoerleggingsprocedures worden geïnitieerd naar aanleiding van een executieverzoek. De procedure valt onder de Wet nr. 233/1995 van de Nationale Raad van de Slowaakse Republiek inzake rechtbankfunctionarissen en beslag (Wet op de executieprocedure) en tot wijziging van bepaalde andere wetten, zoals gewijzigd. In de meeste gevallen wordt achterstallige alimentatie ingevorderd door middel van beslaglegging op het loon of andere inkomsten van de onderhoudsplichtige. Als er een executoriale titel is afgegeven betreffende de betaling van een bepaalde som geld, zijn er ook andere opties beschikbaar om achterstallige alimentatie in te vorderen: een bevel tot betaling door een derde, de verkoop van roerende zaken, de verkoop van effecten, de verkoop van onroerende zaken, de verkoop van een bedrijf of de intrekking van het rijbewijs van de onderhoudsplichtige. Vooral deze laatste optie speelt een belangrijke rol bij de invordering van alimentatie. De gerechtsdeurwaarder kan de intrekking gelasten van het rijbewijs van iedere onderhoudsplichtige die een gerechtelijk bevel tot betaling van alimentatie niet uitvoert. Het bevel tot intrekking van het rijbewijs wordt door de gerechtsdeurwaarder ook ter kennis gebracht van de bevoegde politieautoriteiten. Wanneer de gronden voor de tenuitvoerlegging hebben opgehouden te bestaan, geeft de gerechtsdeurwaarder onmiddellijk opdracht om de intrekking van het rijbewijs op te heffen.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

In artikel 77 van de Familiewet is bepaald dat er geen verjaringstermijn geldt voor de inning van alimentatievorderingen. Alimentatie kan echter pas worden toegekend met ingang van de datum waarop de gerechtelijke procedure wordt ingeleid. Alimentatie voor een minderjarig kind kan met terugwerkende kracht worden gevorderd voor een periode van niet langer dan drie jaar gerekend vanaf de datum van de inleiding van de procedure, maar daarvoor moeten er bijzondere gronden bestaan. Voor het recht op verschillende regelmatige alimentatiebetalingen gelden wel verjaringstermijnen.

In artikel 101 van het Burgerlijk wetboek (Wet nr. 40/1964) zijn de volgende verjaringstermijnen opgenomen:

1) Indien het recht is toegekend via een definitieve beslissing van een rechtbank of ander orgaan, vervalt het tien jaar nadat het had moeten worden vervuld. Indien het recht schriftelijk is erkend door de onderhoudsplichtige wat betreft de reden en het bedrag in kwestie, vervalt het tien jaar nadat de erkenning is gegeven; als in de erkenning een termijn voor de vervulling is genoemd, loopt de verjaringstermijn vanaf het moment dat die termijn verstrijkt.
2) Dezelfde verjaringstermijn geldt voor de individuele betalingen die in de beslissing of de erkenning van het recht worden genoemd; de verjaringstermijn voor de individuele betalingen loopt vanaf de datum waarop die opeisbaar worden. Indien de gehele schuld opeisbaar wordt omdat een van de betalingen niet wordt voldaan, loopt de verjaringstermijn van tien jaar vanaf de datum waarop de niet voldane betaling had moeten worden voldaan.
3) De verjaringstermijn voor rente en terugkerende betalingen is drie jaar. In geval van rechten die onder een definitieve beslissing vallen of die schriftelijk zijn erkend, geldt deze verjaringstermijn echter uitsluitend voor rente en terugkerende betalingen die opeisbaar zijn geworden nadat de beslissing definitief is geworden of nadat de vordering is erkend.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Er is geen specifieke autoriteit aangewezen om bijstand te verlenen of te helpen bij de invordering van alimentatie in nationale zaken.

In grensoverschrijdende zaken kan het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren (Centrum pre medzinárodnoprávnu ochranu detí a mládeže) bijstand verlenen. Het centrum helpt bij het invorderen van alimentatie wanneer de partij die alimentatie voor een kind moet betalen, in het buitenland woont en de begunstigde zijn of haar woonplaats in Slowakije heeft, of omgekeerd, dat wil zeggen wanneer de begunstigde zijn of haar woonplaats in het buitenland heeft en alimentatie wil invorderen van een onderhoudsplichtige die zijn of haar gewone verblijfplaats in Slowakije heeft.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Wet nr. 201/2008 inzake vervangende alimentatie en tot wijziging van Wet nr. 36/2005 betreffende familieaangelegenheden en tot wijziging van bepaalde wetten in de zin van Beschikking nr. 615/2006 van het Constitutioneel Hof van de Slowaakse Republiek (Ústavný súd) voorziet in een mechanisme waarbij vervangende alimentatie, bij wijze van voorschot, aan de begunstigde kan worden verstrekt door de staat (het Bureau voor arbeid, sociale zaken en gezin – úrad práce, sociálnych vecí a rodiny). Vervangende alimentatie draagt bij tot het levensonderhoud van een kind ten laste wanneer de onderhoudsplichtige verzuimt de alimentatiebedragen te betalen die zijn vastgesteld in een onherroepelijke beslissing van de rechter of in een door de rechter goedgekeurde regeling.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren is opgericht door het Slowaakse ministerie van Arbeid, Sociale Zaken en Gezinszaken en valt onder het directe beheer van het ministerie als een door de overheid gefinancierde organisatie die in grensoverschrijdende zaken rechtsbescherming biedt aan kinderen en jongeren. Het centrum bestrijkt heel Slowakije en is sinds 1 februari 1993 operationeel.

Krachtens Wet nr. 195/1998 (Sociale bijstandswet), zoals gewijzigd, wordt het centrum sinds 1 juli 1998 aangemerkt als een overheidsorgaan voor de verlening van sociale bijstand.

Contactgegevens/adres:

Špitálska 8, P.O. Box 57, 814 99 Bratislava,

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.cipc@cipc.gov.sk, De link wordt in een nieuw venster geopend.info@cipc.gov.sk,

Tel.: +421 2 2046 3208, +421 2 2046 3248,

Fax: + 421 2 2046 3258, permanente telefoonlijn (alleen noodgevallen) + 421 915 405 954.

In de Slowaakse Republiek is het centrum de centrale autoriteit in de zin van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (de “alimentatieverordening”) en het Haags Verdrag van 23 november 2007 inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Het is niet mogelijk om vanuit het buitenland rechtstreeks een verzoek in te dienen bij het centrum. Een persoon die alimentatie wil invorderen en in een ander land verblijft, moet contact opnemen met de bevoegde autoriteiten in dat land, die het verzoek vervolgens doorsturen aan het Slowaakse centrum.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

----

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

De Slowaakse Republiek is gebonden door het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

----

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

In grensoverschrijdende alimentatiezaken hangt de verlening van rechtsbijstand af van de toepassing van artikel 44, lid 3, van de alimentatieverordening. De centrale autoriteit van Slowakije is het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren. Het centrum biedt zijn diensten kosteloos aan en maakt het daarmee voor de partijen bij gewone procedures voor de vaststelling of wijziging van onderhoudsverplichtingen in Slowakije mogelijk om deze procedures te voltrekken zonder een beroep te hoeven doen op rechtsbijstand.

Wanneer de procedure niet zonder rechtsbijstand kan worden voltrokken, wordt deze overeenkomstig artikel 46 van de verordening kosteloos verleend aan personen tot 21 jaar. Deze rechtsbijstand wordt verleend door het Rechtsbijstandscentrum uit hoofde van Wet nr. 327/2005 betreffende rechtsbijstand aan personen in financiële nood (Rechtsbijstandwet), zoals gewijzigd.

Wanneer artikel 46 van de verordening niet van toepassing is, wordt op grond van de Rechtsbijstandwet kosteloos rechtsbijstand verleend aan verzoekers die aan de daarin vastgelegde criteria voldoen.

Verzoekers die niet aan de criteria voldoen, moeten de griffierechten betalen overeenkomstig Wet nr. 71/1992 inzake griffierechten en vergoedingen voor uittreksels uit het strafregister. Procedures in zaken in verband met de wederzijdse onderhoudsverplichting tussen ouders en kinderen zijn vrijgesteld van de in deze Wet vastgestelde griffierechten. Verzoekers in procedures ter vaststelling of verhoging van de alimentatie worden ook persoonlijk vrijgesteld van betaling van de griffierechten. Daarnaast betalen de partijen bij de procedure hun eigen proceskosten en die van hun vertegenwoordigers. De gedeelde kosten worden door de partijen betaald naar rato van hun betrokkenheid bij de zaak en de procedure. In zaken betreffende alimentatie voor meerderjarigen kent de rechter de in het gelijk gestelde partij vergoeding van de kosten toe die nodig zijn om een recht goed uit te oefenen of te beschermen tegen de in het ongelijk gestelde partij.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De centrale autoriteit in de zin van artikel 49, lid 1, van de alimentatieverordening is het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren, dat op 1 februari 1993 is opgericht. Aangezien het centrum reeds fungeerde als verzendende en ontvangende autoriteit voor de invordering van alimentatie in het kader van internationale overeenkomsten (en met name het Verdrag van de Verenigde Naties van 20 juni 1956 inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud) voordat de alimentatieverordening van toepassing werd, hoefden er geen bijzondere maatregelen te worden genomen in verband met de in artikel 51 van die verordening vastgestelde taken van de centrale autoriteit. Toen de alimentatieverordening van kracht werd, hoefde het centrum slechts geringe organisatorische wijzigingen door te voeren op personeelsgebied.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 03/01/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Finland

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

In de (Finse) Wet betreffende het levensonderhoud van kinderen (704/1975) zijn bepalingen inzake het levensonderhoud van kinderen vastgesteld.

Volgens deze wet heeft een kind recht op een toereikend levensonderhoud. Dat betekent dat de materiële en psychische behoeften van kinderen tijdens de verschillende fasen van hun ontwikkeling moeten worden vervuld en dat de kosten van de zorg voor en de opvoeding van kinderen moeten worden gedekt, evenals andere, daarmee verband houdende kosten.

Een kind heeft recht op levensonderhoud door zijn of haar ouders, die naar vermogen daarvoor verantwoordelijk zijn. Als een ouder zijn of haar taak met betrekking tot het levensonderhoud van een kind verwaarloost, of als een kind niet permanent bij een ouder woont, kan die ouder worden opgedragen om alimentatie te betalen voor het kind.

Ouders hebben niet het recht om alimentatie van hun kind te ontvangen.

In de (Finse) Huwelijkswet (234/1929) zijn bepalingen inzake de betaling van alimentatie aan een echtgeno(o)t(e) vastgesteld.

In een huwelijk moet elke echtgeno(o)t(e) naar vermogen bijdragen in de kosten van het gezamenlijke huishouden en het levensonderhoud van de andere echtgeno(o)t(e).

Als een echtgeno(o)t(e) zijn of haar alimentatieplicht verzaakt of als echtgenoten gescheiden van tafel en bed leven, kan de ene echtgeno(o)t(e) worden opgedragen om alimentatie te betalen aan de andere echtgeno(o)t(e).

Na een echtscheiding is de ene echtgeno(o)t(e) onderhoudsplichtig jegens zijn of haar voormalige echtgeno(o)t(e) als de partijen daarover een overeenkomst hebben gesloten en de gemeentelijke sociale dienst deze overeenkomst heeft bekrachtigd. Als een echtpaar scheidt, kan ook een rechtbank een partij opdragen om alimentatie te betalen aan de partij die deze nodig heeft. In de Finse rechtspraak is het echter een zeldzaamheid dat een partij wordt opgedragen om alimentatie aan de andere echtgeno(o)t(e) te betalen. Over het algemeen voorzien de partijen na een echtscheiding zelf in hun eigen levensonderhoud.

Het recht van een echtgeno(o)t(e) om alimentatie van zijn of haar voormalige partner te ontvangen eindigt wanneer de ontvangende partij hertrouwt.

Het in het recht aangaande echtgenoten bepaalde is ook van toepassing op de partijen in een geregistreerd partnerschap.

In geen enkele andere persoonlijke relatie zijn partijen onderhoudsplichtig jegens elkaar.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Het recht van een kind op alimentatie van de ouders eindigt wanneer het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt.

Als dit redelijk wordt geacht, zijn de ouders ook aansprakelijk voor de kosten van het onderwijs van hun kinderen nadat deze de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. In de Finse jurisprudentie is dit echter een zeldzaamheid.

Zie ook het antwoord op vraag 1.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Zowel de onderhoudsgerechtigde als de onderhoudsplichtige partij kan contact opnemen met de gemeentelijke raad voor sociaal welzijn, die kan helpen bij het opstellen van een overeenkomst over de betaling van alimentatie. Een door de gemeentelijke raad voor sociaal welzijn goedgekeurde overeenkomst is, net als een rechterlijke beslissing, direct uitvoerbaar.

Artikel 8, onder a), van de Wet op de kinderalimentatie bepaalt dat als een kind of een onderhoudsplichtige partij zijn of haar woonplaats niet in Finland heeft, de gemeentelijke raad voor sociaal welzijn een alimentatieovereenkomst kan bekrachtigen als een rechtbank in Finland bevoegd is in de zaak in de zin van artikel 3 of artikel 6 van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad, en als de partijen zijn overeengekomen dat het Finse recht van toepassing moet zijn op de onderhoudsplicht overeenkomstig artikel 7 van het Haags Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen.

Bij een geschil over alimentatie kan de onderhoudsgerechtigde of de onderhoudsplichtige partij de zaak aanhangig maken bij een rechtbank door een dagvaardingsverzoek in te dienen.

Echtgenoten kunnen een informele schriftelijke overeenkomst inzake de betaling van alimentatie opstellen en de gemeentelijke sociale dienst vragen de overeenkomst te bekrachtigen. Op verzoek zal de sociale dienst de partijen helpen de overeenkomst op te stellen.

Een alimentatiezaak tussen twee echtgenoten kan aanhangig worden gemaakt bij een rechtbank door een dagvaardingsverzoek in te dienen.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

---

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad en de regels inzake bevoegdheid (jurisdictie) zijn van toepassing op grensoverschrijdende alimentatiezaken.

In de lidstaten zijn op het gebied van onderhoudsverplichtingen bevoegd:

  1. de rechtbank van de plaats waar de verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft; of
  2. de rechtbank van de plaats waar de onderhoudsgerechtigde zijn of haar gewone verblijfplaats heeft; of
  3. de rechtbank die volgens het recht van het forum bevoegd is om de status van personen te bepalen, indien het verzoek inzake een onderhoudsverplichting een met deze procedure verbonden nevenverzoek is, tenzij deze bevoegdheid uitsluitend op de nationaliteit van een van de partijen berust, of
  4. de rechtbank die volgens het recht van het forum bevoegd is om de ouderlijke verantwoordelijkheid vast te stellen, indien het verzoek inzake een onderhoudsverplichting een met deze procedure verbonden nevenverzoek is, tenzij deze bevoegdheid uitsluitend op de nationaliteit van een van de partijen berust.

Als de zaak geen grensoverschrijdend aspect heeft, zijn de bevoegdheidsregels te vinden in het (Finse) Wetboek van Rechtsvordering (4/1734).

In hoofdstuk 10, artikel 1, van het Wetboek van Rechtsvordering wordt bepaald dat het forum voor het onderzoek van een vordering tegen een natuurlijke persoon de arrondissementsrechtbank is in het rechtsgebied waar de betrokkene zijn of haar woonplaats of vaste verblijfplaats heeft. In hoofdstuk 10, artikel 9 kan een alimentatievordering ook worden onderzocht door de arrondissementsrechtbank in het rechtsgebied waar de partij die alimentatie vordert of ontvangt zijn of haar woonplaats of vaste verblijfplaats heeft.

Wanneer een zaak betrekking heeft op een echtscheiding of de beëindiging van een samenlevingscontract, kunnen er vorderingen worden ingediend met betrekking tot de alimentatieovereenkomst, de voogdij over kinderen of het omgangsrecht, of nog andere met de echtscheiding of de beëindiging van een samenlevingscontract verband houdende vorderingen. In dergelijke gevallen is de echtscheidingsrechtbank de bevoegde rechtbank.

Als een alimentatievordering wordt ingediend in het kader van een procedure over de voogdij van een kind of de vaststelling van vaderschap, kan de gerechtelijke alimentatieprocedure ook worden behandeld door de rechtbank waar de eerstgenoemde procedure aanhangig is gemaakt.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Een verzoeker heeft het recht om zelfstandig (zonder advocaat) een procedure aanhangig te maken. Omdat een partij bij een gerechtelijke procedure doorgaans deskundige bijstand nodig heeft, is het aan te raden om een advocaat of juridisch adviseur in de arm te nemen.

In grensoverschrijdende alimentatiezaken kunnen de betrokken partijen de zaak naar een centrale autoriteit doorverwijzen.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Voor het aanhangig maken van een zaak bij de rechtbank is een vergoeding verschuldigd. De door de rechtbank in rekening gebrachte vergoeding (tussen 86 en 200 EUR) hangt af van de rechtbank en de noodzaak om de procedure in behandeling te nemen (De link wordt in een nieuw venster geopend.vergoedingen arrondissementsrechtbanken).

In de (Finse) Rechtsbijstandswet (257/2002) en de (Finse) Wet inzake de Finse centrale autoriteit in bepaalde internationale alimentatieaangelegenheden (1076/2010) zijn bepalingen betreffende het recht van een verzoeker op rechtsbijstand vastgesteld. In alimentatiezaken kan een verzoeker die in het buitenland woont, ook rechtsbijstand ontvangen op basis van een bijzondere wederkerigheidsovereenkomst. Finland heeft dergelijke overeenkomsten gesloten met bepaalde staten in de VS en met bepaalde provincies in Canada.

Meer informatie over rechtsbijstand in Finland is te vinden op: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://oikeus.fi/oikeusapu/en/index.html

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

In de Wet betreffende het levensonderhoud van kinderen (704/1975) zijn bepalingen inzake kinderalimentatie vastgesteld.

Tenzij anders wordt bepaald of overeengekomen moet de alimentatie in beginsel aan het begin van elke maand contant worden betaald. In uitzonderingsgevallen kan worden bepaald dat de alimentatie in één keer of in de vorm van roerende of onroerende zaken wordt uitgekeerd.

De hoogte van de alimentatie voor kinderen wordt in Finland niet bepaald aan de hand van een tabel. Het bedrag wordt per geval vastgesteld. Volgens artikel 1 van de Wet betreffende het levensonderhoud van kinderen heeft een kind recht op een toereikend levensonderhoud. Dat betekent dat de materiële en psychische behoeften van kinderen tijdens de verschillende fasen van hun ontwikkeling moeten worden vervuld en dat de kosten van de zorg voor en de opvoeding van kinderen moeten worden gedekt, evenals andere, daarmee verband houdende kosten. Artikel 2 bepaalt dat ouders naar vermogen verantwoordelijk zijn voor het levensonderhoud van hun kinderen. Bij het beoordelen van dit vermogen wordt rekening gehouden met de leeftijd, het vermogen om te werken, de kans op betaald werk, het financiële vermogen en andere aspecten van de wettelijke onderhoudsverantwoordelijkheid van de ouders. Bij het bepalen van de onderhoudsverantwoordelijkheid van ouders wordt ook rekening gehouden met het vermogen en de mogelijkheden van het kind om zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien en met factoren die ervoor zorgen dat van ouders niet kan worden verwacht dat ze de kosten van het levensonderhoud van het kind dragen, of slechts in zeer beperkte mate.

De alimentatie wordt periodiek automatisch aangepast aan de stijging van de kosten van levensonderhoud. Nadere bepalingen inzake deze automatische aanpassing zijn te vinden in de (Finse) Wet inzake de koppeling van bepaalde onderhoudsbetalingen aan de kosten van levensonderhoud (583/2008).

De hoogte van de alimentatie en de betalingswijze kunnen bij overeenkomst of bij een gerechtelijk vonnis worden aangepast indien de omstandigheden sinds de bekrachtiging van de alimentatie dermate ingrijpend zijn gewijzigd dat een wijziging redelijk lijkt gezien de situatie van het kind en van de ouder die alimentatie betaalt.

In de Huwelijkswet zijn bepalingen inzake de betaling van alimentatie aan een echtgeno(o)t(e) vastgesteld. In de Finse rechtspraak is het echter een zeldzaamheid dat een partij wordt opgedragen om alimentatie aan de andere echtgeno(o)t(e) te betalen. Over het algemeen voorzien de partijen na een echtscheiding zelf in hun eigen levensonderhoud.

Alimentatie in de vorm van contanten moet ofwel voor onbepaalde tijd worden betaald, ofwel totdat de vaste, in een overeenkomst, besluit of vonnis vastgestelde termijn afloopt. Als de persoonlijke financiën van de onderhoudsplichtige en andere factoren dit rechtvaardigen, kan de onderhoudsplichtige echter ook worden verplicht om de alimentatie in één keer uit te betalen. Ook kan worden bepaald dat de alimentatie in de vorm van roerende of onroerende zaken moet worden uitgekeerd.

De alimentatie wordt periodiek automatisch aangepast aan de stijging van de kosten van levensonderhoud. Nadere bepalingen inzake deze automatische aanpassing zijn te vinden in de (Finse) Wet inzake de koppeling van bepaalde onderhoudsbetalingen aan de kosten van levensonderhoud (583/2008).

Een gerechtelijke beslissing, een vonnis of een door beide huwelijkspartners gesloten overeenkomst kan worden gewijzigd indien dit vanwege veranderde omstandigheden gerechtvaardigd wordt geacht. Een beslissing, vonnis of overeenkomst betreffende de betaling van een forfaitair alimentatiebedrag kan na de betaling ervan echter niet meer worden gewijzigd. Een alimentatieovereenkomst tussen echtgenoten kan worden gewijzigd als de overeenkomst als onbillijk wordt beschouwd. Het recht bepaalt dat een verplichting tot periodieke betaling van alimentatie vervalt indien de onderhoudsgerechtigde hertrouwt.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De alimentatie voor een kind wordt betaald aan de voogd van het kind (op zijn of haar bankrekening).

De alimentatie voor een echtgeno(o)t(e) wordt betaald aan de echtgeno(o)t(e) zelf (op zijn of haar bankrekening).

Tenzij anders wordt bepaald of overeengekomen moet de alimentatie in beginsel aan het begin van elke maand contant worden betaald. In uitzonderingsgevallen kan worden bepaald dat de alimentatie in één keer of in de vorm van roerende of onroerende zaken wordt uitgekeerd.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Een onderhoudsgerechtigde, of in bepaalde omstandigheden het Finse Instituut voor sociale verzekeringen (Kela) (zie het antwoord op vraag 12), heeft het recht om actie te ondernemen om de betaling af te dwingen als de onderhoudsplichtige de door een rechtbank of in een overeenkomst vastgestelde alimentatie niet betaalt.

Een onderhoudsgerechtigde kan een deurwaarder verzoeken om een alimentatieovereenkomst of -beslissing ten uitvoer te leggen overeenkomstig de (Finse) Tenuitvoerleggingswet. De gemeentelijke sociale dienst kan ook advies geven over familierechtelijke aangelegenheden.

Als een onderhoudsplichtige echtgeno(o)t(e) verzuimt om aan zijn of haar verplichting te voldoen, in strijd met een door de gemeentelijke sociale dienst bekrachtigde overeenkomst, een gerechtelijke beslissing of een vonnis, kan de onderhoudsgerechtigde een deurwaarder verzoeken om de overeenkomst, de gerechtelijke beslissing of het vonnis ten uitvoer te leggen overeenkomstig de Tenuitvoerleggingswet.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Tenuitvoerlegging en de regels inzake bescherming van de onderhoudsplichtige

Wanneer een zaak wordt doorverwezen naar een tenuitvoerleggingsinstantie, ontvangt de onderhoudsplichtige eerst een kennisgeving van de procedure en een aanmaning. Normaliter moet de onderhoudsplichtige de mogelijkheid krijgen om te betalen in reactie op de aanmaning.

Als een onderhoudsplichtige verzuimt te betalen in reactie op een aanmaning of niet vrijwillig contact opneemt met een tenuitvoerleggingsinstantie, zal de tenuitvoerleggingsinstantie een onderzoek instellen naar het inkomen en vermogen van de onderhoudsplichtige door geregistreerde gegevens te raadplegen.

Onderzoeken naar het inkomen en vermogen van onderhoudsplichtigen en eventuele vervolgonderzoeken zijn strikt gereguleerd.

In de meeste gevallen wordt beslag gelegd op het inkomen en de bankrekeningen van de onderhoudsplichtige. Over het algemeen kan beslag worden gelegd op een derde van het salaris, het pensioen, de werkloosheidsuitkering of de moederschapsuitkering van de onderhoudsplichtige. Vakantiegeld, secundaire arbeidsvoorwaarden, commissies, vergoedingen en honoraria en andere beloningselementen tellen eveneens mee als inkomen. Het bedrag waarop beslag wordt gelegd, wordt berekend op basis van het netto-inkomen. Socialebijstandsuitkeringen en uitkeringen als huurtoeslag en kinderbijslag worden niet meegerekend. Als alternatief voor beslaglegging op inkomen op periodieke basis kan ook een betalingsregeling worden overeengekomen.

In tenuitvoerleggingsacties en betalingsregelingen wordt altijd rekening gehouden met het deel van het vermogen van de onderhoudsplichtige dat wettelijk wordt beschermd, dat wil zeggen het bedrag dat de onderhoudsplichtige moet overhouden om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. Dit beschermde deel wordt herzien op basis van de Nationale Pensioenindex. De vastgestelde beschermde delen, met voorbeelden, zijn te vinden op: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://oikeus.fi/ulosotto/en/index/velallisenaulosotossa/palkanulosmittaus.html

Een onderhoudsplichtige heeft het recht om beroep in te stellen hoewel dit de inningsprocedure niet opschort, tenzij een rechtbank dat afzonderlijk verordent.

Verjaring van een onderhoudsplicht

Artikel 16, onder c), van de Wet betreffende het levensonderhoud van kinderen bepaalt dat periodiek betaalde alimentatie en eventuele rente op achterstallige betalingen moeten worden geïnd binnen een termijn van vijf jaar vanaf het begin van het jaar volgend op het jaar waarin de betaling verschuldigd wordt. Anders vervalt het recht op de betaling. Alimentatie die als forfaitair bedrag wordt uitgekeerd, en eventuele rente op achterstallige betalingen moeten worden geïnd binnen een termijn van vijf jaar vanaf de datum waarop de alimentatie verschuldigd wordt en uiterlijk binnen een termijn van vijf jaar vanaf de datum waarop de ontvanger van de alimentatie meerderjarig wordt.

Ook moet het Finse Instituut voor sociale verzekeringen (Kela) kinderalimentatie die het aan een onderhoudsgerechtigde heeft betaald wegens betalingsverzuim van de onderhoudsplichtige, van de onderhoudsgerechtigde terugvorderen binnen een termijn van vijf jaar vanaf het begin van het jaar volgend op het jaar waarin de alimentatie wordt verschuldigd. Anders wordt het recht op betaling verbeurdverklaard (Wet betreffende het levensonderhoud van kinderen 580/2008, artikel 22).

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Als een onderhoudsplichtige verzuimt om de overeengekomen alimentatie te betalen, moet de onderhoudsgerechtigde een deurwaarder verzoeken om het uitstaande bedrag te innen. De tenuitvoerleggingsinstantie zal toelichten hoe een dergelijk verzoek moet worden ingediend. De gemeentelijke sociale dienst kan ook advies geven over familierechtelijke aangelegenheden. Zie de antwoorden op de vragen 13 en 14. Een tenuitvoerleggingsinstantie zal geen kosten in rekening brengen voor de inning van alimentatiebetalingen. Meer informatie over de procedure is te vinden op: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://oikeus.fi/ulosotto/en/index.html

Als een onderhoudsgerechtigde kinderalimentatie ontvangt van het Finse Instituut voor sociale verzekeringen (Kela) omdat de onderhoudsplichtige verzuimt de alimentatie te betalen, kan die partij geen actie ondernemen om de betaling van alimentatie te vorderen. Als het Kela de kinderalimentatie betaalt, zal het Kela het recht op de alimentatie overnemen voor het bedrag dat het zelf aan alimentatie heeft uitgekeerd (recht van verhaal) (Wet betreffende het levensonderhoud van kinderen 580/2008, artikel 19). Als de overeengekomen alimentatie hoger is dan de door het Kela uitgekeerde alimentatie en de onderhoudsplichtige verzuimt om alimentatie te betalen, zal het Kela de volledige alimentatie uitkeren en de niet-betaalde alimentatie in haar geheel terugvorderen van de onderhoudsplichtige. Als het resultaat van de terugvorderingsprocedure positief is, zal het Kela het verschil tussen de overeengekomen alimentatie en de door het Kela uitgekeerde alimentatie uitbetalen aan de ouder die de voogdij over het kind heeft.

In grensoverschrijdende terugvorderingszaken kunnen de betrokken partijen de zaak naar het ministerie van Justitie als centrale autoriteit doorverwijzen.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Als een onderhoudsplichtige verzuimt om het bedrag te betalen dat op grond van een alimentatieovereenkomst of een gerechtelijke beslissing met betrekking tot een kind dat in Finland woont verschuldigd is, heeft het kind recht op de betaling van vervangende kinderalimentatie door het Finse Instituut voor sociale verzekeringen (Kela). Informatie over de hoogte van de door het Kela uitgekeerde vervangende kinderalimentatie is te vinden op de De link wordt in een nieuw venster geopend.website van het Kela (Wet inzake de koppeling van bepaalde onderhoudsbetalingen aan de index voor de kosten van levensonderhoud (583/2008)).

Ook kan vervangende kinderalimentatie worden verkregen als in een alimentatieovereenkomst of een gerechtelijke beslissing een bedrag aan kinderalimentatie is vastgesteld dat als gevolg van financiële problemen van de onderhoudsplichtige lager is dan het bedrag aan vervangende alimentatie dat op dat moment kan worden uitgekeerd. In dat geval zal het Kela het verschil tussen de vervangende kinderalimentatie en de overeengekomen alimentatie betalen. Daarnaast zal het kind de in een alimentatieovereenkomst of een gerechtelijke beslissing vastgestelde alimentatie ontvangen van de onderhoudsplichtige. Als de onderhoudsplichtige niet in staat is de alimentatie te betalen, kan het desbetreffende bedrag worden vastgesteld op 0 EUR. In dat geval zal het Kela de kinderalimentatie in haar geheel betalen.

In de Wet betreffende het levensonderhoud van kinderen (580/2008) zijn bepalingen inzake de ontvangst van de vervangende kinderalimentatie vastgesteld. De vervangende kinderalimentatie kan worden aangevraagd door de voogd of de wettelijke vertegenwoordiger van het kind of de persoon die (te goeder trouw) de feitelijke zorg voor het kind heeft. Vanaf 15 jaar kunnen kinderen het verzoek zelf indienen indien zij zelfstandig wonen. De uitkering van de vervangende kinderalimentatie doet geen afbreuk aan de verplichting van de onderhoudsplichtige om de alimentatie volledig te betalen. Als het Kela besluit om de vervangende kinderalimentatie uit te keren omdat de onderhoudsplichtige zijn of haar verplichtingen niet nakomt, zal het Kela het recht – en de verplichting – hebben om het volledige achterstallige bedrag van de onderhoudsplichtige terug te vorderen.

Een echtgeno(o)t(e) die recht heeft op alimentatie, kan deze alimentatie alleen van zijn of haar echtgeno(o)t(e) ontvangen.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Het ministerie van Justitie is de centrale autoriteit in Finland in verband met internationale regelingen voor de inning van alimentatie (zie bijvoorbeeld Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, en het Verdrag van Den Haag van 2007 inzake de internationale inning van levensonderhoud ten behoeve van kinderen en andere familieleden). De taken van de centrale autoriteit strekken zich uit tot de ontvangst van verzoeken om alimentatie, het doorsturen daarvan naar de bevoegde autoriteiten en het aanhangig maken van procedures in verband met dergelijke verzoeken.

Als een onderhoudsplichtige in een land woont waar de internationale regelingen voor de inning van alimentatie van kracht zijn, kan de verzoeker contact opnemen met het ministerie van Justitie om de alimentatie in dat land te innen. Indien nodig worden verzoekers aangemoedigd om zich in contact te stellen met een lokaal rechtsbijstandskantoor of een particuliere rechtskundig adviseur (bijvoorbeeld voor het opstellen van het verzoek). De gemeentelijke sociale dienst kan ook advies geven over familierechtelijke aangelegenheden.

Als een onderhoudsgerechtigde vervangende alimentatie ontvangt van het Kela omdat de onderhoudsplichtige verzuimt om aan zijn of haar verplichtingen te voldoen, zal het Kela het recht op de alimentatie overnemen voor het bedrag dat het zelf aan alimentatie heeft uitgekeerd (recht van verhaal) (Wet betreffende het levensonderhoud van kinderen 580/2008, artikel 19). In dat geval zal het Kela de uitstaande alimentatiebedragen innen namens de onderhoudsgerechtigde, die in dat geval geen actie kan ondernemen om de schuld te innen. Als de overeengekomen alimentatie hoger is dan de door het Kela uitgekeerde vervangende alimentatie, zal het Kela de volledige kinderalimentatie uitkeren en de niet-betaalde alimentatie in haar geheel terugvorderen van de onderhoudsplichtige. Als het resultaat van de terugvorderingsprocedure positief is, zal het Kela het verschil tussen de overeengekomen alimentatie en de door het Kela uitgekeerde alimentatie uitbetalen aan de ouder die de voogdij over het kind heeft.

Een echtgeno(o)t(e) die recht heeft op alimentatie, kan deze alimentatie alleen van zijn of haar echtgeno(o)t(e) ontvangen. Een echtgeno(o)t(e) die recht heeft op alimentatie, kan deze alimentatie alleen van zijn of haar echtgeno(o)t(e) ontvangen. Een echtgeno(o)t(e) die recht heeft op alimentatie, kan contact opnemen met een deurwaarder en proberen te achterhalen of een in het buitenland wonende echtgeno(o)t(e) vermogensbestanddelen in Finland heeft die in aanmerking komen voor beslaglegging overeenkomstig de Tenuitvoerleggingswet. Daartoe kan hij of zij het ministerie van Justitie verzoeken om bijstand bij het innen van de alimentatie in het buitenland.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De contactgegevens van het ministerie van Justitie (centrale autoriteit) zijn:

Adres: Miniserie van Justitie
PO BOX 25,
00023 Government

Telefoon: +358 29516001
Fax: +358 9 1606 7524
E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.maintenance.ca@om.fi

De website van het De link wordt in een nieuw venster geopend.ministerie van Justitie

De contactgegevens van het Finse Instituut voor sociale verzekeringen (Kela) zijn:
Adres: Kansaneläkelaitos,
Perintäkeskus 
PO BOX 50,
00601 Helsinki

Telefoon: +358 20 634 4940 (personen), +358 20 634 4942 (autoriteiten) 
Fax: +358 20 635 3330

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.maintenance@kela.fi

De De link wordt in een nieuw venster geopend.website van het Kela

De websites van rechtsbijstandskantoren: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://oikeus.fi/oikeusapu/en/index/yhteystiedot.html

De contactgegevens van gemeentelijke sociale diensten zijn te vinden in het telefoonboek of kunnen opgevraagd worden bij Finse diensten voor telefonische inlichtingen. Als u zo’n dienst belt, moet u vermelden van welke gemeentelijke sociale dienst u de contactgegevens wilt hebben. Er zijn ongeveer 320 gemeenten in Finland.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Een verzoeker in een ander land kan het best contact opnemen met de bevoegde centrale autoriteit in dat land, die zich vervolgens in contact zal stellen met het Finse ministerie van Justitie. (Zie de antwoorden op de vragen 13, 14 en 15.)

Ook kan een verzoeker rechtstreeks contact opnemen met de Finse autoriteiten.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Zie de antwoorden op vraag 15.

Als een onderhoudsgerechtigde (een kind of een echtgeno(o)t(e)) en de onderhoudsplichtige in verschillende landen wonen, kan het ministerie van Justitie, evenals de bevoegde autoriteiten in het buitenland, beide partijen bijstand verlenen. De verzoeker (het kind of de echtgeno(o)t(e)) kan het ministerie vragen ervoor te zorgen dat een in een ander land gewezen vonnis, gegeven beslissing of goedgekeurde overeenkomst inzake alimentatie ten uitvoer wordt gelegd in Finland en dat de door de tenuitvoerlegging (beslaglegging) verkregen alimentatie wordt uitbetaald op een door de rechthebbende partij opgegeven bankrekening. Het ministerie van Justitie kan echter niet namens de onderhoudsplichtige alimentatie betalen.

Verschillende bestaande internationale regelingen zorgen ervoor dat de taken van het ministerie van Justitie als de centrale autoriteit zich ook uitstrekken tot bijvoorbeeld het verlenen van bijstand bij het achterhalen van de verblijfplaats van een onderhoudsgerechtigde of onderhoudsplichtige, het verkrijgen van informatie over het inkomen van een onderhoudsgerechtigde of onderhoudsplichtige en het verlenen van bijstand bij het vaststellen van het ouderschap, indien dit noodzakelijk is om de alimentatie te kunnen innen.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

---

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Als het ministerie van Justitie of een door het ministerie van Justitie gemachtigde persoon uit hoofde van de taken van het ministerie als centrale autoriteit in het kader van de verschillende internationale regelingen een verzoeker vertegenwoordigt in een rechtbank of ten overstaan van een andere autoriteit in Finland, ontvangt de verzoeker kosteloze rechtsbijstand, niettegenstaande de andere wettelijke bepalingen inzake de vereisten voor rechtsbijstand.

Dit is van toepassing op zaken die betrekking hebben op:

  1. de vaststelling dat een in een ander land gegeven alimentatiebeslissing moet worden erkend en ten uitvoer kan worden gelegd in Finland;
  2. de vaststelling van vaderschap;
  3. een bevel aan een ouder om alimentatie te betalen voor zijn of haar kind;
  4. een wijziging van het bedrag van de voor het kind overeengekomen alimentatie als de verzoeker een kind of de vertegenwoordiger van het kind is.

De punten 2) t/m 4) zijn echter alleen van toepassing als het kind nog geen 21 jaar oud is wanneer de procedure aanhangig wordt gemaakt.

Als het ministerie van Justitie of een door het ministerie van Justitie gemachtigde persoon uit hoofde van de taken van het ministerie als centrale autoriteit in het kader van de verschillende internationale regelingen een verzoeker vertegenwoordigt bij de tenuitvoerlegging van een alimentatiebeslissing, is de verzoeker niet aansprakelijk voor de kosten van de tenuitvoerlegging.

In andere gevallen kan een verzoeker de overheid om rechtsbijstand verzoeken. Dit houdt in dat de verzoeker geheel of gedeeltelijk op kosten van de staat gebruik kan maken van de diensten van een juridisch adviseur (advocaat) om een juridisch geschil te beslechten. Deze vorm van rechtsbijstand kan alle juridische aangelegenheden betreffen. Over het algemeen is de rechtsbijstand echter beperkt tot zaken die in Finland worden behandeld. Rechtsbijstand kan worden aangevraagd bij een van de rechtsbijstandskantoren in het land, ongeacht waar de verzoeker woont. De meest praktische oplossing is om het verzoek in te dienen bij het dichtstbijzijnde kantoor. Verzoekers moeten een uitsplitsing van hun inkomen, de gedeclareerde kosten en hun vermogensbestanddelen en schulden verstrekken. Ook moet een beschrijving van de zaak waarin om rechtsbijstand wordt verzocht, worden verstrekt, alsmede details van een eventuele rechtsbijstandverzekering die de verzoeker heeft afgesloten. Aanvullende informatie is te vinden op: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://oikeus.fi/oikeusapu/en/index.html

De Finse tenuitvoerleggingsautoriteiten brengen geen kosten in rekening voor de tenuitvoerlegging van alimentatiebeslissingen.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Het ministerie van Justitie is aangewezen als de centrale autoriteit krachtens artikel 51 van de verordening. Daarnaast bestaat er aanvullende nationale wetgeving inzake de taken van het ministerie van Justitie als de centrale autoriteit, die zijn vastgesteld in de Wet inzake de Finse centrale autoriteit in bepaalde internationale alimentatieaangelegenheden (1076/2010).

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 28/01/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Zweeds) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

Alimentatievorderingen - Zweden

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Het Zweedse recht voorziet in een onderhoudsplicht voor kinderen, echtgenoten en gescheiden echtgenoten. De bepalingen over onderhoudsplichtigen tussen echtgenoten zijn ook van toepassing op geregistreerde partners.

Kinderen

Ouders zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van hun kinderen op basis van wat redelijk is gezien de behoeften van het kind en de gecombineerde financiële capaciteit van de ouders. Een ouder die geen enkele capaciteit heeft om bij te dragen aan het levensonderhoud van zijn of haar kind is niet onderhoudsplichtig.

Een ouder die niet de voogdij over het kind heeft en ook niet permanent met het kind samenleeft, moet zijn of haar onderhoudsplicht vervullen door alimentatie te betalen. Ook een ouder die samen met de andere ouder de voogdij over het kind heeft kan onderhoudsplichtig zijn. Dat is het geval als het kind permanent samenleeft met alleen de andere ouder, ongeacht of die persoon alleenstaand is of samenwoont met een nieuwe partner.

Een persoon die permanent samenleeft met het kind van een andere persoon en met een ouder die de voogdij over het kind heeft, is ook verantwoordelijk voor het onderhoud van dat kind als de partijen met elkaar gehuwd zijn of samen een kind/kinderen hebben. Een stiefvader is echter alleen verantwoordelijk voor het onderhoud voor zover het kind niet wordt onderhouden door de andere ouder, d.w.z. de andere ouder dan de ouder met wie de stiefvader samenleeft. De hoogte van de alimentatie wordt bepaald bij een rechterlijke uitspraak of bij een overeenkomst.

Alimentatie wordt van tevoren betaald voor elke kalendermaand. Als daar bijzondere reden voor zijn, kan de rechtbank echter besluiten tot een andere betalingsregeling.

Ook kunnen de partijen overeenkomen dat toekomstige alimentatiebetalingen in de vorm van een bedrag ineens of voor perioden van langer dan drie maanden zullen worden gedaan. Een dergelijke overeenkomst is alleen geldig als ze op schrift is gesteld en is ondertekend in het bijzijn van twee getuigen. Als het kind jonger dan 18 jaar is, moet de overeenkomst worden goedgekeurd door het Jeugdwelzijnscomité.

Alimentatie in de vorm van een bedrag ineens moet worden betaald aan het Jeugdwelzijnscomité als het kind jonger dan 18 jaar is. Het geldbedrag dat aan het comité moet worden betaald moet worden gebruikt om van een verzekeringsmaatschappij een annuïteit voor het kind te kopen die overeenkomt met de onderhoudsplicht, tenzij de overeenkomst dit voorkomt of het comité van mening is dat het bedrag op enige andere passende manier kan worden gebruikt voor het onderhoud van het kind.

Alimentatie kan met terugwerkende kracht worden toegewezen, maar niet tot langer dan drie jaar voor de datum waarop de actie om alimentatie te verkrijgen is geïnitieerd, tenzij de onderhoudsplichtige daarmee instemt.

Alimentatievorderingen verjaren (d.w.z. ze worden niet-uitvoerbaar) vijf jaar na de uiterste betaaldatum.

Echtgenoten

Tijdens het huwelijk is elk van de echtgenoten verantwoordelijk voor hun gezamenlijke levensonderhoud. Als een van de echtgenoten zichzelf niet kan onderhouden, moet de andere echtgeno(o)t(e) ook bijdragen aan de vervulling van de persoonlijke behoeften van deze echtgeno(o)t(e).

Na een echtscheiding geldt het beginsel dat elke echtgeno(o)t(e) verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen levensonderhoud. Als een van de echtgenoten echter gedurende een overgangsperiode geld nodig heeft voor zijn of haar levensonderhoud, heeft hij of zij recht op een toelage van de andere echtgeno(o)t(e) op basis van wat redelijk is, gelet op de capaciteit van die echtgeno(o)t(e) en andere omstandigheden. In buitengewone gevallen kan een echtgeno(o)t(e) voor een langere periode alimentatie krijgen.

Als de echtgenoten geen overeenstemming kunnen bereiken over de alimentatie, kan het geschil worden beslecht in de rechtbank.

Na een echtscheiding zal de alimentatie in regelmatige termijnen worden betaald. Als daarvoor evenwel bijzondere redenen bestaan, kan betaling van een bedrag ineens worden opgelegd, bijv. omdat de echtgenoot een pensioenbijdrage moet betalen.

Alimentatie kan met terugwerkende kracht worden toegewezen, maar niet tot langer dan drie jaar voor de datum waarop de actie om alimentatie te verkrijgen is geïnitieerd, tenzij de onderhoudsplichtige daarmee instemt.

Alimentatievorderingen verjaren (d.w.z. ze worden niet-uitvoerbaar) drie jaar na de uiterste betaaldatum.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De onderhoudsplicht van ouders houdt doorgaans op te bestaan wanneer het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt. Als het kind echter de middelbare school nog niet heeft afgemaakt, zal de onderhoudsplicht van toepassing blijven zolang het kind op school blijft, uiterlijk tot zijn of haar eenentwintigste verjaardag. School betekent hier verplicht onderwijs of hoger secundair onderwijs of ander, vergelijkbaar algemeen onderwijs.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Er is geen speciale overheidsinstantie in Zweden die bepaalt of helpt bepalen of er alimentatie moet worden betaald. Alimentatie kan ofwel bij overeenkomst, ofwel bij een rechterlijke uitspraak worden vastgesteld. Als de partijen geen overeenstemming weten te bereiken, moet de verzoeker zich tot de arrondissementsrechtbank wenden en een dagvaardingsverzoek indienen.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Een ouder die het ouderlijk gezag heeft, heeft het recht om namens een minderjarig kind alimentatie te vorderen. Als er een speciale voogd is benoemd, is hij of zij gerechtigd om namens het kind op te treden.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De regels inzake rechterlijke bevoegdheid (jurisdictie) zijn te vinden in het Zweedse Ouderschapswetboek, Huwelijkswetboek en Wetboek van Rechtsvordering. Informatie hierover kan ook worden verkregen van een arrondissementsrechtbank.

De kinderalimentatieprocedure zal worden behandeld in de plaats waar de verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. Als geen enkele rechtbank bevoegd is, zal de zaak worden behandeld door de arrondissementsrechtbank van Stockholm.

In de echtscheidingsprocedure kunnen vragen over de betaling van alimentatie aan een echtgeno(o)t(e) worden behandeld. Huwelijkszaken worden behandeld door de arrondissementsrechtbank in de plaats waar een van de echtgenoten zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. Als de gewone verblijfplaats van geen van beiden in Zweden ligt, zal de zaak worden behandeld door de arrondissementsrechtbank van Stockholm. Als de procedure over de alimentatie voor de echtgeno(o)t(e) niet aanhangig is gemaakt in het kader van de huwelijkszaak, zijn de algemene regels inzake jurisdictie van hoofdstuk 10 van het Wetboek van Rechtsvordering van toepassing.

Verordening (EG) nr. 4/2009 van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (de alimentatieverordening) bevat regels inzake de bevoegdheid in grensoverschrijdende zaken.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Nee. Iedereen die een zaak aanhangig wil maken moet zich rechtstreeks tot de bevoegde arrondissementsrechtbank wenden voor een dagvaarding.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

De gerechtelijke procedure zelf is in Zweden kosteloos. Wel moeten verzoekrechten worden betaald, die momenteel 900 SEK bedragen. Als de verzoeker een juridisch adviseur of advocaat in de hand neemt, zal dit kosten met zich meebrengen. Aan de indiening van bewijs, bv. door getuigen, kunnen eveneens kosten zijn verbonden.

Het is onmogelijk om de kosten te schatten, omdat deze per zaak zullen verschillen.

Onder bepaalde voorwaarden kan rechtsbijstand worden verleend. Om in een alimentatiezaak rechtsbijstand te kunnen krijgen, moet een verzoeker aan specifieke voorwaarden voldoen. De voorwaarden voor verlening van rechtsbijstand kunnen bijvoorbeeld bestaan als de omstandigheden gecompliceerder zijn dan gebruikelijk en vragen om uitgebreidere juridische bijstand.

Wanneer rechtsbijstand wordt verleend, krijgt de verzoeker een advocaat toegewezen en betaalt de staat de vergoedingen van deze persoon als de verzoeker deze zelf niet kan betalen. Rechtsbijstand omvat ook de kosten van het indienen van bewijs, onderzoeks-, tolk- en vertaalkosten en de kosten van een bemiddelaar. Verzoekers aan wie rechtsbijstand is verleend zijn ook vrijgesteld van de betaling van bepaalde gerechtelijke kosten en de kosten van de Zweedse Tenuitvoerleggingsdienst (Kronofogdemyndigheten).

Aan personen die geen Zweeds staatsburger zijn en niet permanent in het land verblijven of hebben verbleven, kan, indien daar specifieke reden voor bestaan, rechtsbijstand worden verleend voor procedures die in Zweden aanhangig worden gemaakt. Als een procedure aanhangig wordt gemaakt bij een rechtbank in een ander land, kan alleen rechtsbijstand worden verleend aan personen die wettelijk in Zweden verblijven. Burgers uit alle EU-lidstaten hebben hetzelfde recht op rechtsbijstand als Zweedse staatsburgers. Ook burgers van bepaalde andere landen hebben dezelfde rechten als er een overeenkomst inzake wederkerige behandeling van kracht is.

Op grensoverschrijdende geschillen binnen de EU zijn bepaalde bijzondere bepalingen van toepassing, bv. om ervoor te zorgen dat kosteloze rechtsbijstand kan worden verleend in specifieke gevallen die onder de alimentatieverordening vallen en betrekking hebben op alimentatie van een ouder aan een kind van jonger dan 21 jaar.

Informatie over rechtsbijstand kan worden verkregen van de Rechtsbijstandsautoriteit (Rättshjälpsmyndigheten) (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rattshjalp.se/).

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Het bedrag van kinderalimentatie wordt vastgesteld aan de hand van wettelijke criteria. Een onderhoudsplichtige ouder mag een bepaald deel van zijn of haar netto-inkomen behouden voor zijn of haar eigen levensonderhoud. Dit omvat de kosten van huisvesting, die afzonderlijk worden berekend op een niveau dat wordt geacht redelijk te zijn. De andere kosten van levensonderhoud worden berekend aan de hand van een standaardbedrag dat wordt geïndexeerd. Indien hiervoor bijzondere redenen bestaan, kan de ouder in kwestie tevens een bedrag reserveren om in het levensonderhoud van de echtgeno(o)t(e) met wie hij of zij samenleeft te voorzien. Tot slot mag een onderhoudsplichtige ouder een bedrag voor het levensonderhoud van inwonende kinderen achterhouden. Welk deel van het resterende bedrag als alimentatie moet worden betaald, hangt onder meer af van de behoeften van het kind en de capaciteit van de andere ouder om in de kosten van levensonderhoud van het kind te voorzien. Tot op zekere hoogte kunnen uitgaven voor het onderhouden van contact op dit bedrag in mindering worden gebracht.

Er zijn geen wettelijke criteria voor de alimentatie voor een echtgeno(o)t(e). Enkele van de hierboven genoemde vaststellingscriteria dienen echter als richtsnoer.

Alimentatiebedragen worden geïndexeerd om ervoor te zorgen dat ze hun oorspronkelijke waarde behouden. De index weerspiegelt de veranderingen in het basisbedrag van het Socialeverzekeringswetboek, tenzij een andere bepaling inzake indexering wordt opgenomen in de uitspraak van de rechtbank of de overeenkomst tot vaststelling van de alimentatie. Het Socialeverzekeringsbureau besluit elk jaar of de alimentatie moet worden aangepast, en zo ja met welk percentage. De aanpassing, die meestal op 1 februari ingaat, geldt voor alimentatiebedragen die voor 1 november van het voorafgaande jaar zijn vastgesteld.

Als de partijen dat overeenkomen, kunnen ze het bedrag van de alimentatie wijzigen door een nieuwe overeenkomst op te stellen, ook als de alimentatie al in een eerder stadium is vastgesteld door de rechter. Ook de rechtbank kan een gerechtelijke uitspraak of een overeenkomst aanpassen indien daar gezien een wijziging van de omstandigheden gronden voor zijn. Voor de periode voorafgaand aan de inleiding van een procedure geldt dat een aanpassing die door een van beide partijen wordt betwist slechts kan leiden tot een verlaging of annulering van betalingen die nog niet zijn verricht. Een rechtbank kan de alimentatie voor een gescheiden echtgeno(o)t(e) wegens veranderde omstandigheden alleen verhogen indien daarvoor buitengewone redenen bestaan.

De rechtbank kan een alimentatieovereenkomst ook wijzigen als de overeenkomst onredelijk is gezien de omstandigheden ten tijde van het opstellen ervan en andere voorwaarden. Terugbetaling van reeds ontvangen alimentatie kan echter alleen worden opgelegd indien daarvoor bijzondere redenen bestaan.

Als het bedrag van periodiek te betalen alimentatie voor een kind gedurende zes jaar niet is gewijzigd, afgezien van indexering, kan de rechtbank de hoogte van de alimentatie herzien zonder dat daarvoor bijzondere redenen nodig zijn.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie wordt betaald aan de alimentatiegerechtigde. Als de alimentatiegerechtigde een kind onder de 18 jaar is, wordt de alimentatie betaald aan de ouder die het gezag uitoefent en bij wie het kind woont.

Alimentatie in de vorm van een bedrag ineens moet worden betaald aan het Jeugdwelzijnscomité als het kind jonger dan 18 jaar is.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Bij de Tenuitvoerleggingsdienst (Kronofogdemyndigheten) kan een verzoek om tenuitvoerlegging worden ingediend. Dit verzoek kan mondeling of schriftelijk worden gedaan. Het tenuitvoerleggingsexploot moet bij het verzoek worden gevoegd. Een schriftelijke alimentatieregeling die is vastgelegd in het bijzijn van twee getuigen en in overeenstemming met het Huwelijkswetboek of het Ouderschapswetboek is, kan ten uitvoer worden gelegd als een onherroepelijk vonnis dat kracht van wet heeft.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Kinderalimentatie kan met terugwerkende kracht worden toegewezen, maar niet tot langer dan drie jaar voor de datum waarop de actie om alimentatie te verkrijgen is geïnitieerd, tenzij de onderhoudsplichtige daarmee instemt. Alimentatievorderingen verjaren (d.w.z. ze worden niet-uitvoerbaar) vijf jaar na de uiterste betaaldatum.

Alimentatie voor echtgenoten kan met terugwerkende kracht worden toegewezen, maar niet tot langer dan drie jaar voor de datum waarop de actie om alimentatie te verkrijgen is geïnitieerd, tenzij de onderhoudsplichtige daarmee instemt. Alimentatievorderingen verjaren (d.w.z. dat ze worden niet-uitvoerbaar) drie jaar na de uiterste betaaldatum.

Met betrekking tot de tenuitvoerlegging is er een aantal vrijstellingen van beslaglegging van toepassing. Zo zijn kleding en andere voorwerpen voor persoonlijk gebruik van de onderhoudsplichtige, tot een redelijke waarde, en bepaalde goederen die nodig zijn in het huishouden vrijgesteld van beslaglegging. Als de onderhoudsplichtige een gezin heeft, worden de door het gezin gebruikte huishoudelijke goederen en de behoeften van het gezin in aanmerking genomen bij het bepalen van de vrijstellingen van beslaglegging.

Er kan alleen beslag worden gelegd op het deel van het loon of salaris van de onderhoudsplichtige dat het bedrag dat hij of zij nodig heeft voor zijn of haar eigen levensonderhoud en dat van zijn of haar gezin overschrijdt. Het deel van het loon of salaris van de onderhoudsplichtige waarop geen beslag kan worden gelegd (bekend als ‘förbehållsbeloppet’ of ‘beschermd gedeelte’) wordt bepaald aan de hand van een standaardbedrag. Het standaardbedrag dekt alle gebruikelijke kosten van levensonderhoud, met uitzondering van huisvestingskosten, die afzonderlijk worden bepaald en bij het standaardbedrag worden opgeteld. Het standaardbedrag wordt jaarlijks vastgesteld door de Tenuitvoerleggingsdienst.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

In Zweden verleent de Tenuitvoerleggingsdienst bijstand bij de invordering van alimentatie. In grensoverschrijdende zaken kan het Socialeverzekeringsbureau (Försäkringskassa) administratieve bijstand verlenen door de Tenuitvoerleggingsdienst te verzoeken om invordering.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Het Socialeverzekeringsbureau (Försäkringskassa) kan een onderhoudsbijdrage van 1 273 SEK per maand betalen voor een kind van gescheiden ouders. Het geld wordt betaald aan de ouder die de voogdij uitoefent en met het kind samenleeft en officieel geregistreerd staat op hetzelfde adres als het kind. De beslissing inzake een onderhoudsbijdrage wordt genomen na een verzoek daartoe aan het Socialeverzekeringsbureau, de autoriteit die belast is met het beheer van sociale verzekeringen. De onderhoudsbijdrage is een manier voor de samenleving om te waarborgen dat een kind van gescheiden ouders verzekerd is van een bepaald niveau van levensonderhoud ook als de onderhoudsplichtige ouder zijn of haar onderhoudsplicht niet vervult. Een onderhoudsbijdrage kan worden verstrekt als volledige uitkering, als aanvullende uitkering of als gewone bijdrage in geval van gedeelde voogdij. De alimentatieplichtige ouder heeft een terugbetalingsplicht jegens de staat, afhankelijk van zijn of haar inkomen en het totale aantal kinderen waarvoor hij of zij kinderalimentatie moet betalen. De terugbetalingsplicht wordt vastgesteld in een administratieve procedure. Indien daarentegen rechtstreeks alimentatie wordt betaald aan de ouder die de voogdij uitoefent, zal de door het Socialeverzekeringsbureau betaalde onderhoudsbijdrage dienovereenkomstig worden verlaagd (dit is bekend als een aanvullende toelage).

Als de onderhoudsplichtige ouder in het buitenland woont, of in Zweden woont maar een salaris of een ander inkomen in of uit een ander land ontvangt, kan het Socialeverzekeringsbureau de ouder die de voogdij uitoefent over en samenleeft met het kind verordenen om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de alimentatieplicht kan worden vastgesteld. In dergelijke gevallen kan het Socialeverzekeringsbureau het recht van het kind op alimentatie overnemen tot het bedrag dat door het bureau wordt uitgekeerd als onderhoudsbijdrage.

Voor een echtgeno(o)t(e) is het niet mogelijk om een onderhoudsbijdrage van het Socialeverzekeringsbureau te ontvangen.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

In grensoverschrijdende zaken kan de verzoeker administratieve bijstand van het Socialeverzekeringsbureau verkrijgen. Het Socialeverzekeringsbureau (Försäkringskassa) is de centrale autoriteit uit hoofde van de alimentatieverordening van de EU en het Verdrag van Den Haag van 23 november 2007 inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden (Verdrag van Den Haag van 2007), evenals de verzendende/ontvangende instelling uit hoofde van het Verdrag van New York inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud van 1956.

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Zie het antwoord op vraag 14.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De contactgegevens van het Socialeverzekeringsbureau zijn als volgt:

Socialeverzekeringsbureau

Postbus 1164

SE-621 22 Visby

Zweden

Tel: +46 (0)771 17 90 00

Fax: +46(0)11 20 411

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.centralmyndigheten@forsakringskassan.se

Het Socialeverzekeringsbureau zal alle passende maatregelen nemen om de invordering van alimentatie te vergemakkelijken. De taken van het Socialeverzekeringsbureau als centrale autoriteit uit hoofde van de alimentatieverordening en het Verdrag van Den Haag van 2007 zijn afgeleid uit de verordening en het verdrag. Zo helpt het bureau alimentatiegerechtigden bijvoorbeeld bij het opstellen van hun verzoeken, die via de autoriteit kunnen worden ingediend, zoals een verzoek om een beslissing over alimentatie in een ander land. Voor meer informatie over het soort hulp dat beschikbaar is voor verzoekers kan contact worden opgenomen met het Socialeverzekeringsbureau.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

Verzoekers die alimentatie wil invorderen op grond van Verdrag van New York inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud van 1956, moeten een verzoek indienen bij de verzendende instelling in het land waar ze wonen, die het verzoek zal doorsturen aan de ontvangende instelling in Zweden (het Socialeverzekeringsbureau).

Datzelfde geldt voor verzoekers die gebruik willen maken van de uit hoofde van de alimentatieverordening of het Verdrag van Den Haag van 2007 beschikbare ondersteuning door de centrale autoriteiten: zij moeten een verzoek indienen bij de centrale autoriteit in het land waar ze wonen, die het verzoek zal doorsturen aan de centrale autoriteit in Zweden (het Socialeverzekeringsbureau).

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Zie het antwoord op vraag 17. Wat betreft verzoeken uit hoofde van de alimentatieverordening of het Verdrag van Den Haag van 2007 kunnen verzoekers een verzoek rechtstreeks bij de bevoegde autoriteit indienen.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Zie het antwoord op vraag 16.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja. Zweden is gebonden aan het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (het Haagse Protocol), waarvan de bepalingen sinds 18 juni 2011 van toepassing zijn in de EU. De algemene regel van het Haagse Protocol is dat het recht van het land waarin de onderhoudsgerechtigde zijn of haar gewone verblijfplaats heeft van toepassing is. Met name ten behoeve van het kind kan het recht of kunnen de wetten van het land waarvan zowel het kind als de onderhoudsplichtige staatsburger is worden toegepast als toepassing van het recht van het land waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft niet in het belang van het kind is. Ook kunnen de partijen onderling overeenkomen welk recht van toepassing is, maar de reikwijdte van dergelijke overeenkomsten is beperkt in zaken over alimentatie voor bijvoorbeeld kinderen tot 18 jaar.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Zweden is gebonden aan het Haagse Protocol van 23 november 2007 (zie het antwoord op vraag 20).

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Zie het antwoord op vraag 7 voor de algemene vereisten voor rechtsbijstand.

Voor grensoverschrijdende geschillen binnen de EU gelden bepaalde bijzondere bepalingen met betrekking tot de verlening van rechtsbijstand. Wanneer niet aan de vereisten voor rechtsbijstand van de alimentatieverordening is voldaan, moet kosteloze rechtsbijstand worden verleend als de verzoeker een advocaat nodig heeft en niet op een andere manier in deze behoefte kan worden voorzien.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Er zijn geen specifieke maatregelen gepland.

 

Deze webpagina maakt deel uit van de website De link wordt in een nieuw venster geopend.Uw Europa.

Al uw De link wordt in een nieuw venster geopend.feedback over de verstrekte informatie is welkom.

Your-Europe

Laatste update: 16/12/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Alimentatievorderingen - Engeland en Wales

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Een ouder kan gehouden zijn om ten behoeve van een gemeenschappelijk kind of een ander kind dat wordt geacht tot het gezin te behoren (child of the family) alimentatie te betalen aan de verzorgende ouder of een andere persoon die de zorg voor dat kind heeft, hetzij op grond van een rechterlijke beschikking hetzij op grond van een in de wet neergelegd administratief kinderalimentatiesysteem dat voor Engeland & Wales en Schotland is opgezet. Het wettelijk kinderalimentatiesysteem wordt beheerd door drie organisaties: de De link wordt in een nieuw venster geopend.Child Maintenance Service (CMS), de De link wordt in een nieuw venster geopend.