Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels

Portugal
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Ja, er zijn regels die de vererving van bepaalde goederen beperken of daarop van invloed zijn.

IN HET BURGERLIJK WETBOEK

In artikel 1476, lid 1, onder a), en artikel 1485 van het burgerlijk wetboek (Código Civil) wordt bepaald dat vruchtgebruik en het zakelijke recht van gebruik en bewoning zakelijke rechten zijn die door overlijden van hun houder van rechtswege tenietgaan.

De artikelen 2103-A en 2103-B van het burgerlijk wetboek voorzien in een wettelijk erfdeel: de overlevende echtgenoot heeft op het moment van verdeling onder bepaalde in het wetboek vastgestelde voorwaarden prioriteit als het gaat om het recht om de echtelijke woning te bewonen en het recht om van de inboedel gebruik te maken.

De bijgewerkte versie van het burgerlijk wetboek kan in het Portugees worden geraadpleegd op:

http://www.pgdlisboa.pt/leis/lei_mostra_articulado.php?nid=775&tabela=leis&so_miolo=&

IN HET WETBOEK OP DE HANDELSVENNOOTSCHAPPEN

Volgens artikel 184 van het wetboek op de handelsvennootschappen (Código das Sociedades Comerciais) moeten bij overlijden van een vennoot van een vennootschap onder firma, tenzij in de oprichtingsakte anders is bepaald, de overige vennoten of de vennootschap de respectieve waarde verrekenen met de erfgenaam aan wie de rechten van de erflater toekomen, tenzij zij ervoor kiezen de vennootschap te ontbinden en dit aan de erfgenaam meedelen binnen negentig dagen na de datum waarop zij op de hoogte waren van het overlijden van de vennoot. De overlevende vennoten kunnen de vennootschap echter voortzetten met de erfgenaam van de erflater, mits de erfgenaam daarmee uitdrukkelijk instemt.

Artikel 225 van het wetboek op de handelsvennootschappen stipuleert dat er in een overeenkomst betreffende een besloten vennootschap bepaald kan zijn dat een aandeel van een vennoot bij diens overlijden niet aan de erfgenamen van de erflater mag worden overgedragen dan wel dat de overdracht aan bepaalde voorwaarden moet voldoen.

Wanneer als gevolg van een dergelijke overeenkomst het aandeel niet aan de erfgenamen van de overleden vennoot wordt overgedragen, moet de vennootschap dit afschrijven, verwerven of laten verwerven door een vennoot of een derde; indien geen van deze maatregelen wordt uitgevoerd binnen negentig dagen nadat een bestuurder van het overlijden van de vennoot op de hoogte is, wordt het aandeel als overgedragen beschouwd.

Volgens de artikelen 469 en 475 van het wetboek op de handelsvennootschappen geldt dezelfde regeling in het geval van overlijden van een vennoot van een commanditaire vennootschap.

Volgens artikel 252, lid 4, van het wetboek op de handelsvennootschappen kan het bestuur van een besloten vennootschap niet door erfopvolging overgaan, ook niet in combinatie met een aandeel.

De bijgewerkte versie van het wetboek op de handelsvennootschappen kan in het Portugees worden geraadpleegd op:

http://www.pgdlisboa.pt/leis/lei_mostra_articulado.php?nid=524&tabela=leis&so_miolo=&

WETGEVINGSKADER VOOR WAPENS EN MUNITIE

In artikel 37 van het wetgevingskader voor wapens en munitie (Regime Jurídico das Armas e Munições), goedgekeurd bij wet nr. 5/2006 van 23 februari 2006, wordt bepaald dat de verwerving van aangegeven wapens door erfopvolging alleen is toegestaan met toestemming van de nationale directeur van de PSP (Polícia de Segurança Publica (politie)), die kan worden verkregen op grond van de bovengenoemde wettelijke bepaling.

Het bij wet nr. 5/2006 van 23 februari 2006 goedgekeurde wetgevingskader voor wapens en munitie kan in het Portugees worden geraadpleegd op:

http://www.pgdlisboa.pt/leis/lei_mostra_articulado.php?nid=692&tabela=leis&so_miolo=

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Het antwoord is ja in het geval van tenietgaan van het vruchtgebruik en het zakelijke recht van gebruik en bewoning door overlijden, alsook in het geval van de regels die zijn opgenomen in het wetboek op de handelsvennootschappen en in het bovengenoemde wetgevingskader voor wapens en munitie.

Deze conclusie vloeit eveneens voort uit de bepalingen van artikel 1, lid 2, onder h), k) en l), van Verordening (EU) nr. 650/2012.

Het antwoord is nee in het geval van het wettelijke erfdeel als bedoeld in de artikelen 2103-A en 2103-B van het burgerlijk wetboek.

Het bovengenoemde antwoord doet echter geen afbreuk aan de verschillende interpretaties van de rechtbanken.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

In het geval van het openvallen van een erfenis zijn er regels in het burgerlijk wetboek die bevoegdheden inzake het beheer van de nalatenschap toekennen en de naleving van de bovengenoemde bijzondere regels kunnen waarborgen.

Het burgerlijk wetboek bevat de volgende procedures en voorschriften:

  • wanneer de nalatenschap nog onbeheerd is, met andere woorden wel is opengevallen, maar nog niet is aanvaard of nog niet als niet-opgeëist aan de staat vervallen is verklaard, kunnen de rechtsopvolgers (artikel 2047) of de executeur van de onbeheerde nalatenschap (artikel 2048) de goederen beheren, wanneer uitstel van dergelijke maatregelen nadelig zou kunnen zijn;
  • na de aanvaarding van de nalatenschap valt het beheer toe aan de beheerder van de nalatenschap (de artikelen 2079 en 2087);
  • de beheerder van de nalatenschap kan de erfgenamen of derden verzoeken de te beheren goederen over te dragen en vorderingen tot inbezitstelling of uitzetting tegen hen instellen om de aan hun beheer onderworpen zaken te behouden of terug te krijgen (artikel 2088);
  • de beheerder kan schuldvorderingen van de nalatenschap innen, wanneer de inning door uitstel in gevaar zou kunnen komen of wanneer de betaling vrijwillig wordt gedaan (artikel 2089);
  • bovendien kan de erfgenaam een nalatenschapsvordering tot gerechtelijke erkenning van zijn hoedanigheid van rechtsopvolger en teruggave van al zijn nalatenschapsgoederen of een deel ervan instellen tegen degenen die ze in hun bezit hebben als erfgenaam of op grond van een andere titel of zelfs zonder titel (artikel 2075).

OPMERKING

De informatie in deze factsheet is niet volledig en is evenmin bindend voor het contactpunt, voor de rechtbanken en voor andere entiteiten en autoriteiten. Hoewel de factsheets regelmatig worden geactualiseerd, bevatten zij mogelijk niet alle herzieningen van de wetgeving en kunnen zij het raadplegen van de geldende wetgeving niet vervangen.

Laatste update: 20/09/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.