Nationale wetgeving

Oostenrijk

Inleiding – Op deze pagina vindt u informatie over het Oostenrijkse rechtsstelsel en een overzicht van het Oostenrijkse recht.

Inhoud aangereikt door
Oostenrijk

Rechtsbronnen

Het Oostenrijkse recht is in de eerste plaats wettenrecht (gesatztes Recht). Het gewoonterecht speelt daarentegen slechts een zeer beperkte rol. De rechtspraak van de hoogste rechterlijke instanties, waarin belangrijke richtsnoeren voor de toepassing van het recht zijn geformuleerd, is van groot belang. Rechtersrecht wordt formeel echter niet als rechtsbron erkend.

Overeenkomstig het Oostenrijkse grondwettelijke recht maken de algemeen erkende regels van het internationaal recht integrerend deel uit van het federale recht en worden internationale verdragen in de Oostenrijkse rechtsorde opgenomen (algemene en speciale omzetting). Welke rang de internationale verdragen in de nationale rechtsorde innemen, hangt af van hun inhoud.

Voor de goedkeuring van internationale verdragen die de grondwet wijzigen of aanvullen, is in de Nationalrat (federaal parlement, afgevaardigden rechtstreeks door het volk gekozen) dezelfde bijzondere meerderheid vereist als voor het aannemen van federale grondwettelijke wetten. Voor de goedkeuring van internationale verdragen die wetten wijzigen of aanvullen, gelden dezelfde quorums als voor wetten.

In principe worden internationale verdragen gesloten door de bondspresident op verzoek van de bondsregering of van een hiertoe door de bondsregering gemachtigde federale minister. Voor internationale verdragen met een politieke draagwijdte die wetten wijzigen of aanvullen, is de voorafgaande toestemming van de Nationalrat vereist. De bondspresident kan de bondsregering of betrokken federale ministers machtigen om bepaalde categorieën internationale verdragen te sluiten, voor zover het niet gaat om verdragen met een politieke draagwijdte of verdragen die wetten wijzigen of aanvullen.

Overeenkomstig de Oostenrijkse grondwet hebben de negen deelstaten (Bundesländer) een eigen (grondwettelijk) recht, dat naast het federale (grondwettelijke) recht bestaat. Het grondwettelijke recht van de deelstaten mag niet in strijd zijn met het federale grondwettelijke recht en is daaraan dus ondergeschikt. Tussen federale wetten en wetten van de deelstaten bestaat er in beginsel geen dergelijke hiërarchie. Sinds 1988 kunnen ook de deelstaten internationale verdragen sluiten betreffende aangelegenheden die tot hun autonome bevoegdheid behoren. De beslissingsbevoegdheid op het gebied van buitenlandse zaken ligt echter nog steeds vooral op het federale niveau.

Soorten rechtsinstrumenten – normenhiërarchie

Voor de aanneming van een federale grondwetsbepaling is in de regel een meerderheid van twee derde van de stemmen in de Nationalrat vereist, waarbij ten minste de helft van de leden aanwezig moet zijn. Daarenboven moet voor een dergelijke gecreëerde bepaling uitdrukkelijk worden aangegeven dat het om een “grondwettelijke wet” of een “grondwettelijke bepaling” gaat.

Voor de aanneming van een geldig besluit inzake een bepaling op basis van federale regelgeving door de Nationalrat is daarentegen de aanwezigheid van ten minste één derde van de leden vereist alsmede de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

1. Basisbeginselen van de grondwet

De volgende basisbeginselen (Grundprinzipien) van de Oostenrijkse grondwet staan aan de top van de hiërarchie van de Oostenrijkse rechtsorde:

  • democratie;
  • de scheiding der machten;
  • de rechtsstaat;
  • de republiek;
  • de federale structuur, en
  • het liberalisme.

Als geheel vormen deze grondbeginselen de basis van het grondwettelijke recht (verfassungsrechtliche Grundordnung).

Deze beginselen zijn vanuit grondwettelijk oogpunt van bijzonder belang. Wanneer een belangrijke herziening van de grondwet zodanig wordt gewijzigd dat een van de daaraan ten grondslag liggende basisbeginselen wordt verlaten en voorts wanneer de onderlinge verhouding tussen deze beginselen wezenlijk wordt gewijzigd, is er sprake van een fundamentele herziening van de grondwet en moet er een referendum worden gehouden.

2. Primair en afgeleid EU-recht

De toetreding van Oostenrijk tot de Europese Unie op 1 januari 1995 hield een fundamentele herziening van de Oostenrijkse grondwet in. Sinds de toetreding wordt de basis van de rechtsorde niet alleen door het Oostenrijkse grondwettelijke recht gevormd, maar ook door het recht van de Europese Unie (grondwettelijk dualisme). Volgens de heersende opvattingen heeft het EU-recht voorrang boven het nationale recht en boven het “gewone” federale grondwettelijke recht, doch niet boven de grondbeginselen van de grondwet.

3. “Gewoon” federaal grondwettelijk recht

Het grondwettelijke recht bevat de “spelregels” van het politieke bestel, aangezien in dit recht het volgende wordt vastgesteld:

  • de wetgevingsprocedure;
  • de positie van de hoogste staatsorganen;
  • de verhouding tussen de bondsstaat en de deelstaten wat betreft het wetgevingsproces en de uitvoering van wetgeving, en
  • de controle op het overheidsoptreden door de publiekrechtelijke rechtbanken.

4. Federale wetgeving

Het in de grondwet neergelegde grondbeginsel van de rechtsstaat houdt in dat de wetgeving bindend is voor de gehele uitvoerende macht (administratie en administratiefrechtelijk). Overeenkomstig de grondwet zijn de wetgevende bevoegdheden verdeeld tussen de bondsstaat en de deelstaten.

5. Verordeningen

Verordeningen (Verordnungen) zijn algemene voorschriften die door de bestuurlijke instanties worden vastgesteld en gericht zijn tot de justitiabelen. De grondwet bevat een algemene machtiging voor de aanneming van uitvoeringsverordeningen, waarin algemene voorschriften (meestal wetten) verder worden uitgewerkt. Voor verordeningen die wetten wijzigen of aanvullen, is een uitdrukkelijke grondwettelijke machtiging vereist.

6. Beschikkingen

Beschikkingen (Bescheide) zijn in de regel administratieve handelingen die dienen tot uitvoering van wetten en gericht zijn tot de personen die in de beschikking worden genoemd.

Institutioneel kader

Instellingen belast met de vaststelling van rechtsvoorschriften

Conform de in de grondwet vastgelegde bevoegdheidsverdeling tussen de bondsstaat en de deelstaten zijn meerdere organen bevoegd om wetgeving vast te stellen.

De Nationalrat neemt federale wetgeving aan, doorgaans in samenwerking met de Bundesrat (het hogerhuis van het Oostenrijkse parlement). De 183 afgevaardigden van de Nationalrat worden rechtstreeks door het volk gekozen. De Bundesrat daarentegen wordt door de deelstaatparlementen (Landtage) gekozen. In de regel beschikt de Bundesrat slechts over een recht van bezwaar tegen een wetsontwerp.

De wetgeving van de deelstaten wordt aangenomen door de deelstaatparlementen.

De wetgevingsprocedure

Wetsontwerpen kunnen als volgt door de Nationalrat worden ingediend:

  • door de leden van de Nationalrat zelf (kamerontwerp);
  • door de bondsregering (regeringsontwerp); of
  • door de Bundesrat.

Daarnaast moet elk verzoek dat door 100 000 stemgerechtigden of door één zesde van de stemgerechtigden van drie deelstaten wordt ingediend (volksinitiatief) ter behandeling aan de Nationalrat worden voorgelegd.

In de praktijk zijn de meeste wetsvoorstellen afkomstig van de bondsregering. Wetsontwerpen van de bondsregering worden besproken in de ministerraad, die daaraan unaniem zijn goedkeuring moet verlenen. Vooraleer de bondsregering een beslissing neemt, wordt het door de betrokken federale minister opgestelde wetsontwerp ter beoordeling voorgelegd aan de daartoe bevoegde instanties (deelstaten of andere belanghebbenden).

Na de procedure in de Nationalrat moeten wetsontwerpen worden aangenomen door de Bundesrat. (Voor federale financiewetten is geen procedure in de Bundesrat vereist, daar deze onder de exclusieve bevoegdheid van de Nationalrat vallen). Daarna doet de bondskanselier de wetsontwerpen ter authenticatie toekomen aan de bondspresident.

De Nationalrat kan beslissen een referendum over een wetsontwerp te houden. Ook de meerderheid van de leden van de Nationalrat kan daartoe de wens uitspreken. In dat geval moet een wetsontwerp dat reeds door de Nationalrat is aangenomen, aan een referendum worden onderworpen vooraleer het kan worden geauthenticeerd. Bovendien moet elke fundamentele herziening van de grondwet aan een referendum worden onderworpen.

Met zijn handtekening authenticeert de bondspresident dat de federale wet op de door de grondwet voorgeschreven wijze tot stand is gekomen. De authenticatie moet vervolgens door de bondskanselier worden gecontrasigneerd.

Federale wetten worden na hun authenticatie door de bondskanselier in het Bundesgesetzblatt (publicatieblad) bekendgemaakt. Een wet treedt, behoudens wanneer in deze wet uitdrukkelijk anders is bepaald (terugwerkende kracht of vacatio legis), in werking na het verstrijken van de dag waarop het Bundesgesetzblatt met de bekendmaking ervan is gepubliceerd en verzonden.

Een wet kan uitdrukkelijk worden opgeheven (formele opheffing), of er kan een nieuwe wet worden aangenomen die in strijd is met een voorheen aangenomen wet (materiële opheffing) zonder dat die nieuwe wet formeel bepaalt dat de oude wet wordt opgeheven (lex posterior derogat legi priori). Een specifieke regeling krijgt voorrang boven een algemene regeling (lex specialis derogat legi generali). Daarnaast kan een wet zelf bepalingen bevatten betreffende haar werking in de tijd.

Juridische gegevensbanken

Het Rechtsinformationssystem des Bundes (juridisch informatiesysteem van de Republiek Oostenrijk), dat wordt beheerd door het federale ministerie van Digitale en Economische Zaken, biedt onlinetoegang tot de Oostenrijkse wetgeving.

Is de toegang tot de gegevensbank kosteloos?

De toegang tot het Rechtsinformationssystem des Bundes is kosteloos.

Korte beschrijving van de inhoud

Het Juridisch informatiesysteem van de Republiek Oostenrijk bevat informatie over:

Federale wetgeving

  1. Federale wetgeving (geconsolideerde versie)
  2. Rechtsgeldige versie van het Oostenrijkse publicatieblad (Bundesgesetzblatt) sinds 2004
  3. Oostenrijks publicatieblad 1945-2003
  4. Keizerlijk en federaal publicatieblad (Reichs-, Staats- en Bundesgesetzblatt) 1848-1940
  5. Verzamelde wet- en regelgeving 1740-1848 (extern)
  6. Duits publicatieblad (Reichsgesetzblatt) 1919-1945 (extern)
  7. Wetsontwerpen (Begutachtungsentwürfe)
  8. Wetsontwerpen van de bondsregering (Regierungsvorlagen)

Wetgeving van de deelstaten

  1. Wetgeving van de deelstaten (geconsolideerde versie)
  2. Rechtsgeldige en niet-rechtsgeldige publicatiebladen van de deelstaten (Landesgesetzblätter) (verschillende tijdvakken)

Wetgeving op lager niveau: Geselecteerde wettelijke bepalingen van gemeenten uit de volgende deelstaten:

  1. Karinthië (alle gemeenten)
  2. Neder-Oostenrijk
  3. Opper-Oostenrijk
  4. Salzburg
  5. Stiermarken
  6. Wenen

Arresten

  1. Grondwettelijk hof (Verfassungsgerichtshof)
  2. Administratief hof (Verwaltungsgerichtshof)
  3. De normenlijst (Normenliste) van het hooggerechtshof voor administratieve zaken
  4. Arresten van het hooggerechtshof (Oberster Gerichtshof), de hoogste rechtscolleges van de deelstaten (Oberlandsgerichte), de regionale rechtbanken (Landesgerichte), de arrondissementsrechtbanken (Bezirksgerichte) en het hooggerechtshof voor octrooien en merken (Oberste Patent- und Markensenat), en internationale arresten
  5. Federale administratieve rechtbank (Bundesverwaltungsgericht)
  6. Administratieve rechtbanken op deelstaatniveau (Landesverwaltungsgerichte)
  7. Federale financiële rechtbank (Bundesfinanzgericht) (extern)
  8. Gegevensbeschermingsautoriteit (vóór 2014: Gegevensbeschermingscommissie)
  9. Tuchtcommissies, hogere tuchtcommissie, beroepscommissie (Disziplinarkommissionen, Disziplinaroberkommission, Berufungskommission)
  10. Toezichthoudende autoriteit op het gebied van personeelsvertegenwoordiging (Personalvertretungsaufsichtsbehörde) (vóór 2014: Toezichthoudende commissie op het gebied van personeelsvertegenwoordiging) (Personalvertretungs-Aufsichtskommission)
  11. Commissies voor gelijke behandeling (Gleichbehandlungskommissionen) vanaf 2014
  12. Commissies voor gelijke behandeling (Gleichbehandlungskommissionen) vanaf 2008 (extern)
  13. Financiële documentatie, Onafhankelijke rechtbank voor financiële aangelegenheden (Unabhängiger Finanzsenat) (extern)
  14. Onafhankelijke bestuursrechtbanken (Unabhängige Verwaltungssenate) – geselecteerde uitspraken van 1991 tot 2013
  15. Asielgerechtshof (Asylgerichtshof) – juli 2008 tot 2013
  16. Onafhankelijk bondsgerechtshof voor asielzaken (Unabhängiger Bundesasylsenat) – geselecteerde uitspraken van 1998 tot eind juni 2008
  17. Rechtbank voor milieuaangelegenheden (Umweltsenat) – geselecteerde uitspraken van 1994 tot 2013
  18. Bondskamer voor communicatie (Bundeskommunikationssenat) – geselecteerde uitspraken van 2001 tot 2013
  19. Toezichthoudende instanties op het gebied van overheidsopdrachten (Vergabekontrollbehörden) – geselecteerde uitspraken tot 2013
  20. Uitspraken van het hooggerechtshof en het hof van cassatie in burgerlijke en strafzaken (1885-1897) (extern)
  21. Verzameling uitspraken van de Oostenrijkse keizerlijke rechtbank (Reichsgericht) 1869-1918 (extern)
  22. Verzameling uitspraken van het Oostenrijkse grondwettelijk hof (Verfassungsgerichtshof) 1919-1979 (extern)
  23. Verzameling uitspraken van het Oostenrijkse administratief hof (Verwaltungsgerichtshof) 1876-1934 (extern)

Andere bekendmakingen:

  1. Examenregeling voor meester-ambachtslieden en vakbekwaamheidsexamens overeenkomstig de wet tot regeling van ambacht, handel en industrie (Gewerbeordnung)
  2. Officiële bepalingen van het socialezekerheidsstelsel – rechtsgeldig vanaf 2002
  3. Zorginfrastructuurplannen (ÖSG, RSG)
  4. Officiële veterinaire bulletins (OVB) vanaf 15.9.2004

Algemene besluiten (Erlässe)

  1. Besluiten van de bondsministeries
  2. Richtlijnen en circulaires van het federale ministerie van Financiën (extern)
  3. Circulaires van het federale ministerie van Arbeid, Sociale Zaken, Volksgezondheid en Consumentenbescherming (Bundesministerium für Arbeit, Soziales, Gesundheit und Konsumentenschutz) over socialezekerheidskwesties (extern)

Oostenrijkse wetten

Een aantal Oostenrijkse wetten is ook in het Engels beschikbaar.

Meer informatie

Zie voor meer informatie de website van het Rechtsinformationssystem des Bundes.

Laatste update: 13/09/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.