In welk land is de rechtbank bevoegd?

Estland
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank (bijvoorbeeld een arbeidsrechtbank)?

Civiele zaken vallen onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbank (maakohus). De arrondissementsrechtbanken behandelen civiele zaken als rechtbank van eerste aanleg. Civiele zaken bestrijken een groot aantal uiteenlopende terreinen, zoals geschillen die voortkomen uit overeenkomsten en verbintenissen uit overeenkomst, familie- en erfrechtkwesties, geschillen over zakelijke rechten, kwesties inzake de activiteiten en het beheer van bedrijven en organisaties zonder winstoogmerk, faillissementszaken en arbeidsrechtelijke kwesties. Voor het aanhangig maken van een civiele zaak moet er een verzoekschrift worden ingediend bij een arrondissementsrechtbank. In dat verzoekschrift moeten de conclusie en de persoon op wie de conclusie betrekking heeft, worden vermeld, evenals de aanleiding voor het verzoekschrift (de rechtsgrond ervan) en de onderbouwing ervan.

De procesvoering in civiele zaken is geregeld in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (tsiviilkohtumenetluse seadustik).

Er bestaan weliswaar geen gespecialiseerde rechtbanken in Estland maar bepaalde geschillen kunnen aan een buitengerechtelijke commissie worden voorgelegd, voordat de bevoegde rechter wordt aangezocht.

Zo kunnen arbeidsgeschillen worden beslecht door de arbeidsgeschillencommissie (töövaidluskomisjon). De arbeidsgeschillencommissie is een onafhankelijk buitengerechtelijk orgaan dat individuele arbeidsgeschillen beslecht; zowel werknemers als werkgevers hebben het recht zich tot de commissie te wenden zonder daarvoor overheidsleges te hoeven betalen. De beslechting van arbeidsgeschillen door de arbeidsgeschillencommissie is geregeld in de Wet betreffende de beslechting van individuele arbeidsgeschillen. De procedure van de arbeidsgeschillencommissie is geen verplichte prejudiciële procedure. Een door de arbeidsgeschillencommissie genomen beslissing met rechtskracht moet worden uitgevoerd door de partijen. Aan de arbeidsgeschillencommissie kunnen de volgende geschillen in verband met arbeidsbetrekkingen worden voorgelegd: 1) arbeidsgeschil in verband met een arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en een in Estland geregistreerde werkgever of een buitenlandse werkgever die via een dochtermaatschappij in Estland actief is (individueel arbeidsgeschil); 2) arbeidsgeschil tussen een in Estland te werk gestelde werknemer en zijn of haar werkgever, in de zin van artikel 7 van de wet op de arbeidsvoorwaarden van in Estland te werk gesteld werknemers (individueel arbeidsgeschil); 3) collectief arbeidsgeschil in het kader van de toepassing van een collectieve overeenkomst (collectief arbeidsgeschil). De arbeidsgeschillencommissie beslecht geen geschillen over schadevergoedingen wegens gezondheidsproblemen, lichamelijk letsel of overlijden als gevolg een arbeidsongeval of een beroepsziekte. In bij de arbeidsgeschillencommissie ingediende verzoeken moeten de voor het geschil relevante omstandigheden worden vermeld. Zo moeten bijvoorbeeld bij aanvechting van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst het tijdstip en de reden van de beëindiging worden vermeld. Ook moet de aard van het geschil tussen de partijen worden omschreven, dat wil zeggen wat de werknemer of werkgever in strijd met de wet heeft nagelaten of gedaan. De verzoekende partij moet haar middelen en conclusies feitelijk onderbouwen met bewijsstukken (arbeidsovereenkomst, afspraken of correspondentie tussen werknemer en werkgever enz.) of met andere verwijzingen naar bewijzen en getuigen. Deze bewijsstukken ter onderbouwing van het verzoek van de werknemer of werkgever moeten bij het verzoek worden ingesloten. Als de verzoekende partij het noodzakelijk acht een getuige op te roepen voor de zitting, vermeldt zij in het verzoek de naam en het adres van de getuige. Vorderingen die voortkomen uit een overeenkomst tussen een consument en een handelaar, kunnen worden voorgelegd aan de consumentengeschillencommissie (tarbijakaebuste komisjon). De beslechting van consumentengeschillen door deze commissie is geregeld in de Wet betreffende consumentenbescherming. De consumentengeschillencommissie is bevoegd in geschillen tussen consumenten en handelaren die door binnenlandse of buitenlandse consumenten zijn ingediend, als een van de partijen een in Estland gevestigde handelaar is. De consumentengeschillencommissie is ook bevoegd in geschillen over schade als gevolg van een gebrekkig product, mits het bedrag van de schade kan worden vastgesteld. Als de schade is vastgesteld maar de hoogte van het schadebedrag niet precies kan worden bepaald, bijvoorbeeld in het geval van niet-geldelijke of toekomstige schade, wordt het bedrag van de vergoeding bepaald door de bevoegde rechter. De commissie beslecht geen geschillen over de verlening van niet-economische diensten van algemeen belang, onderwijsdiensten door publiekrechtelijke rechtspersonen of gezondheidsdiensten door gezondheidswerkers aan patiënten met het oog op de evaluatie, de bescherming of het herstel van hun gezondheid of het voorschrijven, afgeven of verstrekken van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Evenmin beslecht de commissie geschillen waarin een schadevergoeding wordt geëist wegens overlijden, lichamelijk letsel of gezondheidsproblemen, of geschillen waarvan beslechting is geregeld in andere wetgeving. Deze geschillen worden beslecht door de bevoegde instantie of rechtbank. De procedure van de consumentengeschillencommissie is geen verplichte prejudiciële procedure. Op de website van het Agentschap voor consumentenbescherming en technisch toezicht staat een lijst met handelaren die de beslissingen van de commissie niet respecteren. Als de partijen het niet eens zijn met de beslissing van de commissie en de beslissing niet respecteren, kunnen zij hetzelfde geschil voorleggen aan een arrondissementsrechtbank.

Het is bijvoorbeeld mogelijk huurgeschillen te laten beslechten volgens de procedures die zijn vastgesteld in de Wet inzake de beslechting van huurgeschillen (üürivaidluste lahendamise seadus). De huurgeschillencommissie kan worden ingesteld als onafhankelijk orgaan dat beslist over huurgeschillen en is verbonden aan een plaatselijke instantie. Huurgeschillencommissies doen geen uitspraak in geschillen over financiële vorderingen boven 3 200 EUR. De procedure van de huurgeschillencommissie is geen verplichte prejudiciële procedure. Nadat de beslissing van de huurgeschillencommissie van kracht is geworden, kunnen de partijen dezelfde vordering niet meer op dezelfde gronden voorleggen aan de rechter en zijn zij verplicht de beslissing van de huurgeschillencommissie uit te voeren.

2 Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn (dus als dit de rechtbanken zijn die bevoegd zijn voor dergelijke zaken), hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak?

Om te weten welke rechtbank te kiezen, is het belangrijk de beginselen van de rechterlijke bevoegdheid te kennen. De rechterlijke bevoegdheid is verdeeld in drie gebieden: 1) algemene bevoegdheid (afhankelijk van de verblijfplaats van de persoon); 2) optionele bevoegdheid; 3) exclusieve bevoegdheid (zie punt 2.2).

2.1 Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken (bijvoorbeeld districtsrechtbanken als lagere rechtbanken en regionale rechtbanken als hogere rechtbanken), en zo ja, welke is dan bevoegd voor mijn zaak?

Er bestaat onderscheid tussen “lagere” en “hogere” civiele rechtbanken, omdat het Ests rechtsstelsel een eerste, tweede en derde aanleg kent.

Als rechtbanken van eerste aanleg behandelen arrondissementsrechtbanken (maakohus) alle civiele zaken. Er kan wettelijk worden voorgeschreven bepaalde zaken alleen bij bepaalde arrondissementsrechtbanken te laten voorkomen, als de behandeling daardoor sneller of effectiever verloopt.

Een districtsrechtbank (ringkonnakohus) toetst beslissingen en beschikkingen in civiele zaken van arrondissementsrechtbanken binnen zijn rechtsgebied, op basis van beroepen tegen die beslissingen en beschikkingen. Districtsrechtbanken oordelen ook over andere zaken die wettelijk onder hun bevoegdheid vallen.

Het hooggerechtshof (Riigikohus) toetst arresten en beschikkingen van districtsrechtbanken in civiele zaken, op basis van cassatieberoepen tegen die arresten en beschikkingen. Het hooggerechtshof beoordeelt ook verzoeken om toetsing van gerechtelijke beslissingen met kracht van gewijsde, benoemt in de bij wet bepaalde gevallen een daartoe bevoegde rechtbank om een zaak te beoordelen en beoordeelt andere zaken die wettelijk onder zijn bevoegdheid vallen. Het hooggerechtshof doet ook dienst als grondwettelijk hof van Estland.

Een zaak wordt eerst onderzocht door een arrondissementsrechtbank als rechtbank van eerste aanleg, die een beslissing of beschikking geeft. Wie meent dat de beslissing van een rechtbank van eerste aanleg is gebaseerd op een schending van een rechtsnorm of dat, gezien de in de beroepsprocedure in aanmerking genomen feiten en bewijsstukken, het beroep zou moeten worden gebaseerd op een andere beslissing dan die van de rechtbank van eerste aanleg, heeft het wettelijk recht een procedure in te stellen bij een hogere rechtbank, te weten de districtsrechtbank. Een districtsrechtbank is een rechtbank van tweede aanleg en toetst beslissingen en uitspraken van arrondissementsrechtbanken en administratieve rechtbanken op grond van beroepen tegen die beslissingen en uitspraken. Bij een districtsrechtbank worden civiele zaken door een college behandeld: een beroep wordt beoordeeld door een kamer van drie rechters.

Het hooggerechtshof is de hoogste rechterlijke instantie. Het hooggerechtshof (Riigikohus) toetst arresten en beschikkingen van districtsrechtbanken in civiele zaken, op basis van cassatieberoepen tegen die arresten en beschikkingen. Het hooggerechtshof beoordeelt ook verzoeken om toetsing van gerechtelijke beslissingen met kracht van gewijsde, benoemt in de bij wet bepaalde gevallen een daartoe bevoegde rechtbank om een zaak te beoordelen en beoordeelt andere zaken die wettelijk onder zijn bevoegdheid vallen. Cassatie betreft een beroep dat is ingesteld tegen een uitspraak die nog geen kracht van gewijsde heeft vanwege rechtsvragen, en toetsing van die uitspraak zonder herbeoordeling van de feiten. Toetsing betreft de herziening van een arrest of beschikking met kracht van gewijsde, waarom door een partij bij de procedure is verzocht naar aanleiding van nieuwe feiten.

Tegen de beslissing van een districtsrechtbank kan door een partij bij de beroepsprocedure cassatie worden ingesteld bij het hooggerechtshof, als de districtsrechtbank duidelijk een rechtsnorm heeft geschonden of een materieelrechtelijke norm verkeerd heeft toegepast. In een beroepsprocedure bij het hooggerechtshof kan een partij bij de procedure alleen via een pleitend advocaat procedurehandelingen verrichten, verklaringen afleggen en verzoeken indienen. In een procedure zonder beroepsmogelijkheid kan een partij bij de procedure zelf of via een pleitend advocaat procedurehandelingen verrichten, verklaringen afleggen en verzoeken indienen. Het hooggerechtshof aanvaardt het cassatieberoep als het voldoet aan de wettelijke eisen, het tijdig is ingesteld en:
1) de districtsrechtbank in zijn beslissing een materieelrechtelijke norm kennelijk verkeerd heeft toegepast en de beslissing als gevolg van die verkeerde toepassing mogelijk onjuist is;
2) de districtsrechtbank bij het nemen van de beslissing een rechtsnorm duidelijk heeft geschonden en de beslissing als gevolg daarvan mogelijk onjuist is.
Het hooggerechtshof neemt de zaak ook in behandeling als het cassatieberoep van fundamenteel belang is voor de rechtszekerheid en de vorming van een uniforme rechtspraktijk of voor de ontwikkeling van het recht.

2.2 Territoriale bevoegdheid (is de rechtbank van stad A of van stad B bevoegd voor mijn zaak?)

De rechterlijke bevoegdheid bepaalt voor welke rechtbank procedurele rechten kunnen of moeten worden uitgeoefend. De bevoegdheid kan algemeen, optioneel of exclusief zijn.

Algemene bevoegdheid betreft de rechtbank waar procedures kunnen worden ingesteld tegen een persoon en waar andere procedurele handelingen kunnen worden verricht met betrekking tot die persoon, tenzij de wet bepaalt dat de procedure kan worden ingesteld of de handeling kan worden verricht bij een andere rechtbank.

Optionele bevoegdheid betreft de rechtbank waar in aanvulling op algemene bevoegdheid procedures kunnen worden ingesteld tegen een persoon en andere procedurele handelingen kunnen worden verricht ten aanzien van die persoon. Dat betekent dat een vorderingsprocedure tegen een natuurlijk persoon tevens kan worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats waar die persoon langere tijd heeft verbleven. Tegen een persoon die in het buitenland woont, kan een vorderingsprocedure ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats waar zich de zaak bevindt waarop de ingestelde vordering betrekking heeft.

Exclusieve bevoegdheid betreft de enige rechtbank waar een civiele zaak kan voorkomen. De rechterlijke bevoegdheid in zaken zonder beroepsmogelijkheden is exclusief, tenzij de wet anders bepaalt. Exclusieve bevoegdheid kan bijvoorbeeld worden bepaald door de plaats van een onroerende zaak, de plaats van vestiging van een rechtspersoon enz.

2.2.1 De basisregel voor de territoriale bevoegdheid

Procedures tegen natuurlijke personen worden ingesteld bij de rechtbank van hun woonplaats en procedures tegen rechtspersonen worden ingesteld bij de rechtbank van hun zetel. Is de woonplaats van een natuurlijk persoon niet bekend, dan kan de procedure worden ingesteld bij de rechtbank van diens laatst bekende woonplaats.

2.2.2 Uitzonderingen op de basisregel

Een procedure tegen een Estse burger die in het buitenland verblijft en voor wie het extraterritorialiteitsbeginsel geldt, of tegen een Estse ambtenaar die naar het buitenland reist, kan worden ingesteld bij de rechtbank van diens laatste woonplaats in Estland. Als de persoon niet in Estland woonachtig is geweest, kan tegen hem of haar een procedure worden ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van Harju (Harju Maakohus). Een procedure tegen een nationaal orgaan van de Republiek Estland of tegen een plaatselijke overheid kan worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in de plaats van vestiging van dat orgaan of die lokale overheid. Als de vestigingsplaats van het nationale orgaan niet kan worden vastgesteld, wordt de procedure ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van Harju. Als de vestigingsplaats van de plaatselijke overheid niet kan worden vastgesteld, wordt de procedure ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in de plaats waar zich het gemeentebestuur bevindt.

Een verzoeker kan ook een procedure instellen tegen Estland en tegen een plaatselijke overheid op basis van zijn of haar woon- of verblijfplaats.

2.2.2.1 Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank?

In de in de wet genoemde gevallen kan de betrokken persoon de rechtbank kiezen waar een procedure tegen hem of haar kan worden ingesteld en andere procedurele handelingen ten aanzien van hem of haar kunnen worden verricht in aanvulling op de algemene bevoegdheid.

  • Bevoegdheid op basis van tijdelijke verblijfplaats: een vorderingsprocedure tegen een natuurlijk persoon kan ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in diens tijdelijke verblijfplaats, als het verblijf wegens werkzaamheden, studie en dergelijke van langere duur is.
  • Bevoegdheid op basis van de vestigingsplaats: een procedure in verband met de economische of beroepsactiviteiten van de verweerder kan ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in diens vestigingsplaats.
  • Bevoegdheid op basis van de zetel van een rechtspersoon: een rechtspersoon op basis van lidmaatschap, met inbegrip van een vennootschap of een lid, partner of aandeelhouder daarvan, kan een procedure naar aanleiding van dat lidmaatschap tegen een lid, partner of aandeelhouder van die rechtspersoon ook instellen bij de rechtbank die bevoegd is waar die rechtspersoon is gezeteld.
  • Bevoegdheid gebaseerd op de plaats van de zaak: als de woonplaats of zetel van een persoon zich in het buitenland bevindt, kan een vorderingsprocedure tegen die persoon ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van de zaak waarop de vordering betrekking heeft, of op de plaats van een andere zaak van die persoon. Als de zaak is ingeschreven in een openbaar register, kan een procedure worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van dat register. Als de zaak een persoonlijke rechtsvordering betreft, kan een procedure worden ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats of zetel van de schuldenaar. Als de vordering wordt gedekt door een zaak, kan een procedure worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is waar de zaak zich bevindt.
  • Bevoegdheid voor vorderingen die zijn bezwaard met een hypotheek of met een zakelijke last: een procedure voor met een hypotheek of een andere zakelijke last bezwaarde vorderingen of een procedure voor soortgelijke vorderingen kan worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van de onroerende zaak, als de schuldenaar tevens eigenaar is van de met de hypotheek of zakelijke last bezwaarde onroerende zaak.
  • Bevoegdheid voor vorderingen inzake de eigendom van een appartement: een procedure tegen een appartementseigenaar die voortvloeit uit een rechtsbetrekking in verband met de eigendom van een appartement, kan ook worden ingesteld bij de bevoegde rechtbank van de plaats van de onroerende zaak waarvan het betrokken appartement deel uitmaakt.
  • Bevoegdheid op basis van de plaats van uitvoering van een overeenkomst: een procedure naar aanleiding van een overeenkomst of ter vaststelling van de nietigheid van een overeenkomst kan worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van uitvoering van de betwiste verbintenis. Voor overeenkomsten over de verkoop van een roerende zaak is de plaats van uitvoering van de verbintenis de plaats waar de roerende zaak aan de koper is of had moeten worden geleverd. In andere gevallen is de plaats van uitvoering van de verbintenis de plaats waar de schuldenaar is gevestigd of, als die er niet is, de plaats waar de schuldenaar woont of is gezeteld. Deze bepalingen zijn van toepassing voor zover de partijen niet anders zijn overeengekomen.
  • Bevoegdheid op basis van de woonplaats van de consument: een procedure naar aanleiding van een overeenkomst of betrekkingen in de zin van de artikelen 35, 46 en 52, artikel 208, lid 4, de artikelen 379 en 402, artikel 635, lid 4, en de artikelen 709, 734 en 866 van de Wet inzake het verbintenissenrecht (võlaõigusseadus) of een procedure naar aanleiding van een andere overeenkomst met een onderneming die in Estland is gevestigd of daar een inrichting heeft, kan door een consument ook worden ingesteld bij de rechtbank van zijn of haar woonplaats. Het bovenstaande geldt niet voor gerechtelijke procedures naar aanleiding van vervoersovereenkomsten.
  • Bevoegdheid voor een gerechtelijke procedure naar aanleiding van een verzekeringsovereenkomst: de verzekeringnemer, verzekerde of andere persoon die krachtens de overeenkomst naleving kan verlangen van de verzekeraar, kan naar aanleiding van de overeenkomst ook een procedure instellen tegen de verzekeraar bij de rechtbank van diens vestiging of zetel. In het geval van een aansprakelijkheidsverzekering, een verzekering van een gebouw of onroerende zaak of een verzekering van roerende zaken samen met een gebouw of onroerende zaak kan een procedure tegen de verzekeraar ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van de schadeveroorzakende handeling of gebeurtenis of op de plaats van de ontstane schade.
  • Bevoegdheid voor vorderingen in verband met een overeenkomst over intellectueel eigendom: vorderingen tot nietigverklaring van een auteursrecht, naburig recht, recht krachtens een overeenkomst inzake cessie van het voorwerp van een industrieel-eigendomsrecht of een licentieovereenkomst, of tot nietigverklaring van een van voornoemde overeenkomsten, kunnen ook worden ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van Harju.
  • Bevoegdheid op basis van de plaats waar een werknemer woont of werkt: werknemers kunnen procedures naar aanleiding van hun arbeidsovereenkomst ook instellen bij de rechtbank van de plaats waar zij wonen of werken.
  • Bevoegdheid voor een gerechtelijke procedure in verband met een wissel, orderbriefje of cheque: een procedure in verband met een wissel, orderbriefje of cheque kan ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van het aval van de wissel of het orderbriefje of van de inning van de cheque.
  • Bevoegdheid voor een gerechtelijke procedure naar aanleiding van onrechtmatig veroorzaakte schade: een procedure voor de vergoeding van onrechtmatig veroorzaakte schade kan ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van de schadeveroorzakende handeling of gebeurtenis of op de plaats van de ontstane schade.
  • Bevoegdheid voor een gerechtelijke procedure naar aanleiding van een maritieme vordering, bergingswerk of een bergingsovereenkomst: een procedure naar aanleiding van een of meerdere maritieme vorderingen in de zin van de Wet zakelijke rechten op schepen (laeva asjaõigusseadus) kan ook worden ingesteld bij de rechtbank van de locatie of thuishaven van het schip. Een procedure naar aanleiding van bergingswerk of een bergingsovereenkomst kan ook worden ingesteld bij de rechtbank van de plaats van het bergingswerk.
  • Bevoegdheid voor een gerechtelijke procedure over erfopvolging: een procedure ter vaststelling van een recht op nalatenschap, een vordering van een rechtsopvolger tegen de beheerder van de boedel, een vordering uit hoofde van een testamentair legaat of erfovereenkomst, of een vordering voor deelname aan een voorbehouden deel of nalatenschap kan ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de erflater op het moment van diens overlijden. Als de erflater de Estse nationaliteit bezat maar op het moment van overlijden geen woonplaats in Estland had, kan de procedure ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in de laatste woonplaats van de erflater in Estland. Als de erflater geen woonplaats in Estland had, kan de procedure ook worden ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van Harju.
  • Gerechtelijke procedure tegen medeverweerders en meerdere procedures tegen één verweerder: een procedure tegen meerdere verweerders kan worden ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats of zetel van één door de verzoeker te kiezen medeverweerder. Als er op basis van één enkel feit meerdere procedures kunnen worden ingesteld tegen dezelfde verweerder, kunnen alle procedures ook worden ingesteld bij de rechtbank die alleen voor één vordering of bepaalde vorderingen naar aanleiding van dat enkele feit bevoegd is.
  • Bevoegdheid voor een tegenvordering en een gerechtelijke procedure door een derde met een onafhankelijke vordering: een tegenvordering kan worden ingesteld bij de rechtbank waar de oorspronkelijke procedure werd ingesteld, mits aan de voorwaarden voor het instellen van een tegenvordering wordt voldaan, de tegenvordering niet onder exclusieve bevoegdheid valt en er niet is bepaald dat dit soort zaken alleen moeten worden behandeld door een arrondissementsrechtbank. Het bovenstaande geldt ook als op grond van algemene bepalingen de tegenvordering moet worden ingesteld bij een buitenlandse rechtbank.
  • Een procedure door een derde met een onafhankelijke vordering kan worden ingesteld bij de rechtbank die de hoofdvordering onderzoekt.
  • Bevoegdheid voor faillissementsprocedures: een verzoek in verband met een faillissementsprocedure of failliete boedel tegen een gefailleerde, curator of een lid van de faillissementscommissie, met inbegrip van een vordering voor de uitsluiting van een zaak uit de failliete boedel, kan worden ingesteld bij de rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken. Een procedure voor de erkenning van een vordering kan ook worden ingesteld bij de rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken. De gefailleerde kan in verband met de failliete boedel ook beroep instellen bij de rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken, waaronder beroep tot terugneming.

Als een zaak onder de bevoegdheid van verschillende Estse rechtbanken tegelijk valt, kan de verzoeker zelf bepalen bij welke rechtbank het verzoekschrift in te dienen. In dat geval wordt de zaak beoordeeld door de rechtbank die als eerste het verzoek heeft ontvangen.

Indien een procedure wordt ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats of zetel van de verweerder of bij de rechtbank met exclusieve jurisdictie, wordt de zaak behandeld voor de rechtbank van de woonplaats of zetel van de verweerder of de plaats die leidt tot toepassing van de exclusieve jurisdictie. Als de voor de bevoegdheid bepalende plaatsen vallen binnen het rechtsgebied van één enkele arrondissementsrechtbank maar zich in het rechtsgebied van verschillende rechtbanken bevinden, kiest de verzoeker de rechtbank die de zaak moet behandelen. Indien de verzoeker geen keuze maakt, bepaalt de rechtbank waar de zaak wordt behandeld.

In de Wet betreffende de rechterlijke instanties (kohtute seaduses) worden de geografische bevoegdheidsgebieden en rechtsgebieden van rechtbanken nader omschreven.

2.2.2.2 Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)?

In de in de wet genoemde gevallen is de bevoegdheid exclusief. Exclusieve bevoegdheid betreft de enige rechtbank waar een civiele zaak kan voorkomen.

1) Bevoegdheid op grond van de plaats van de onroerende zaak – een procedure met de volgende oogmerken wordt ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van de onroerende zaak:

  • erkenning van eigendom, beperkt zakelijk recht of andere bezwaring van het zakelijk recht van een onroerende zaak, of erkenning van de afwezigheid daarvan, of een andere vordering uit hoofde van het vastgoedrecht,
  • vaststelling van de grenzen of splitsing van een onroerende zaak,
  • bescherming van het bezit van een onroerende zaak,
  • vordering van zakelijk recht uit de eigendom van een appartement,
  • vordering in verband met de gedwongen verkoop van een onroerende zaak,
  • vordering krachtens een huurovereenkomst of andere overeenkomst over het genot van het zakelijk recht op een onroerende zaak of de geldigheid daarvan.

Een procedure over erfdienstbaarheid, zakelijke bezwaring of voorkooprecht wordt ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats van het dienstbare erf of de bezwaarde onroerende zaak.

2) Vordering tot beëindiging van de toepassing van standaardbedingen – een procedure voor beëindiging van de toepassing van een oneerlijk standaardbeding of voor intrekking van de aanbeveling van een standaardbeding (artikel 45 van de Wet inzake het verbintenissenrecht (võlaõigusseadus)) wordt aangespannen bij de rechtbank van de plaats van vestiging van de verweerder of, als die er niet is, bij de rechtbank van de woonplaats of zetel van de verweerder. Als de verweerder geen plaats van vestiging, woonplaats of zetel in Estland heeft, wordt de procedure ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in het gebied waar het standaardbeding is toegepast.

3) Bevoegdheid tot nietigverklaring van een beslissing van een orgaan van een rechtspersoon – een procedure voor de nietigverklaring van een beslissing van een orgaan van een rechtspersoon wordt ingesteld bij de rechtbank van de zetel van de rechtspersoon.

4) Bevoegdheid in huwelijkszaken

Huwelijkszaken zijn civiele zaken als het gaat om:

  • ontbinding van een huwelijk,
  • nietigverklaring van een huwelijk,
  • vaststelling van het al dan niet bestaan van een huwelijk,
  • verdeling van de huwelijksgemeenschap of een andere vordering uit de vermogensrechtelijke betrekkingen tussen de echtgenoten,
  • een andere vordering uit de huwelijksbetrekking, ingediend door een van de echtgenoten tegen de andere.

De Estse rechter is bevoegd in huwelijkszaken als:

  • ten minste een van de echtgenoten de Estse nationaliteit bezit of bezat op het moment van de huwelijksvoltrekking,
  • de woonplaats van beide echtgenoten zich in Estland bevindt,
  • de woonplaats van een van de echtgenoten zich in Estland bevindt, behalve als de rechterlijke uitspraak in geen van de staten waarvan de echtgenoten burger zijn, kan worden erkend.

In een door een Estse rechter te onderzoeken huwelijkszaak wordt de procedure ingesteld bij de rechtbank van de gezamenlijke woonplaats van de echtgenoten of anders bij de rechtbank van de woonplaats van de verweerder. Als de woonplaats van de verweerder zich niet in Estland bevindt, wordt de procedure ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van het minderjarige kind of, als er geen gemeenschappelijk minderjarig kind is, bij de rechtbank van de woonplaats van de verzoeker.

Als er voor een zaak van een persoon vanwege diens verdwijning een curator is aangesteld of als er voor een persoon met beperkte rechtsbekwaamheid een voogd is aangesteld of als een persoon gevangenisstraf is opgelegd, kan een vordering tot ontbinding van het huwelijk tegen die persoon ook worden ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van de verzoeker.

5) Bevoegdheid in zaken in verband met afstamming of alimentatie – een afstammingszaak is een civiele zaak waarbij de rechter uitspraak doet in een procedure om de afstamming vast te stellen of de inschrijving van een ouder in de geboorteakte van een kind of in het bevolkingsregister te betwisten. Een Estse rechtbank is bevoegd in een afstammingszaak als ten minste een van de partijen de Estse nationaliteit heeft of ten minste een van de partijen in Estland woonachtig is. In een door een Estse rechter te behandelen afstammingszaak wordt de procedure ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van het kind. Als het kind niet woonachtig is in Estland, wordt de procedure ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van de verweerder. Als de woonplaats van de verweerder zich niet in Estland bevindt, wordt de procedure ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van de verzoeker.

Deze bepalingen zijn ook van toepassing op zaken in verband met alimentatie. Een zaak in verband met alimentatie is een civiele zaak waarin uitspraak wordt gedaan over:

  • uitvoering van de wettelijke alimentatieplicht van een ouder,
  • uitvoering van de bestaande alimentatieplicht tussen de ouders,
  • uitvoering van de bestaande alimentatieplicht tussen de echtgenoten,
  • uitvoering van een andere wettelijke alimentatieplicht.

6) Bevoegdheid in zaken zonder beroepsmogelijkheden

De bevoegdheid in zaken zonder beroepsmogelijkheden is exclusief, tenzij de wet anders bepaalt.

Spoedprocedure voor aanmaning tot betaling – in kort geding te behandelen zaken voor aanmaning tot betaling worden gevoerd door de arrondissementsrechtbank van Pärnu, afdeling Haapsalu. Om een spoedprocedure voor aanmaning tot betaling van alimentatie of een vordering te openen, kan via de website http://www.e-toimik.ee/ contact worden opgenomen met de afdeling aanmaningen van de bevoegde arrondissementsrechtbank De spoedprocedure voor aanmaning is niet van toepassing op vorderingen boven 6 400 EUR (schuldvorderingen). Dat bedrag omvat de hoofdvordering en de accessoire vorderingen. De spoedprocedure voor aanmaning is evenmin van toepassing als de verzochte alimentatie hoger is dan 1,5 keer de minimumalimentatie. In 2020 is 1,5 keer de minimumalimentatie gelijk aan 438 EUR per maand. De spoedprocedure voor aanmaning wordt niet toegepast, als de schuldenaar niet als ouder van dat kind staat vermeld in de geboorteakte van een kind.

Vaststelling van overlijden en bepaling van tijdstip van overlijden – een Estse rechtbank kan overlijden vaststellen en het tijdstip ervan bepalen als: 1) de vermiste persoon Ests burger of in Estland woonachtig was op het moment waarop het laatste teken van leven werd ontvangen; 2) het op grond van een ander rechtsbelang is gerechtvaardigd dat een Estse rechtbank het overlijden vaststelt en het tijdstip daarvan bepaalt.

De verklaring over de vaststelling van overlijden en bepaling van het tijdstip van overlijden wordt ingediend in de laatste woonplaats van de vermiste persoon. Als de persoon vermist is geraakt na het zinken van een in Estland geregistreerd schip, wordt de verklaring ingediend in de thuishaven van het schip. In de overige gevallen wordt de verklaring over de vaststelling van overlijden en bepaling van het tijdstip van overlijden ingediend in de woon- of verblijfplaats van de opsteller van de verklaring. Als de woon- of verblijfplaats van de opsteller van de verklaring zich niet in Estland bevindt, wordt de verklaring ingediend bij de arrondissementsrechtbank van Harju. Een verklaring over wijziging van het tijdstip van overlijden en intrekking van de vaststelling van overlijden wordt ingediend bij de rechtbank die het tijdstip van overlijden heeft bepaald of het overlijden heeft vastgesteld.

Bevoogding – bevoogding betreft een procedure waarbij iemand een voogd krijgt toegewezen, en verder iedere procedure in verband met bevoogding. Een Estse rechter kan beslissen over bevoogding als: 1) de persoon die een voogd nodig heeft of onder voogdij staat, Ests burger of in Estland woonachtig is; 2) de persoon die een voogd nodig heeft of onder voogdij staat, om een andere reden door de rechtbank moet worden beschermd, met name als zijn of haar zaken zich in Estland bevinden.

Als zowel een Estse als een buitenlandse rechter tot benoeming van een voogd kan beslissen en de voogd al is benoemd in het buitenland of de benoemingsprocedure al is ingeleid, is het niet nodig in Estland een voogd te benoemen als de beslissing van de buitenlandse rechter wordt geacht te zijn erkend door Estland en niet-benoeming van een voogd in Estland in het belang is van de persoon die onder voogdij moet worden geplaatst.

De rechtbank van de woonplaats van de persoon die voogdij behoeft, is bevoegd om uitspraak te doen in een voogdijzaak. De rechtbank van de woonplaats van de moeder benoemt de voogd van een kind, voordat het is geboren. Bij benoeming van een voogd voor zussen en broers die in het rechtsgebied van meerdere rechtbanken wonen of verblijven, wordt de voogd benoemd door de rechtbank van de woonplaats van het jongste kind. Als in dat geval de benoemingsprocedure al is ingeleid bij een rechtbank, doet die rechtbank uitspraak in de voogdijzaak. Als de woonplaats van een persoon die een voogd nodig heeft, zich niet in Estland bevindt of niet kan worden vastgesteld, kan de zaak worden behandeld door de rechtbank in wiens rechtsgebied die persoon of diens zaken bescherming behoeven, of door de arrondissementsrechtbank van Harju. Iedere zaak over een onder voogdij geplaatste persoon of over zijn of haar zaken wordt behandeld door de rechtbank die de voogd heeft benoemd. Om gegronde redenen kan de zaak ook worden behandeld door de rechtbank van de woonplaats van de onder voogdij geplaatste persoon of van de plaats waar zich zijn of haar zaken bevinden.

Plaatsing in een gesloten inrichting – een zaak over de plaatsing van een persoon in een gesloten inrichting wordt behandeld door de rechtbank die een voogd heeft benoemd voor die persoon of die de bevoogding behandelt. In alle andere gevallen wordt de zaak behandeld door de rechtbank die bevoegd is waar de gesloten inrichting zich bevindt. De rechtbank die de oorspronkelijke rechtsbeschermingsmaatregel heeft toegepast, kan ook in deze zaak uitspraak doen.

In het kader van een procedure kan iedere rechtbank in wiens rechtsgebied een maatregel moet worden genomen, voorlopige maatregelen toepassen. Andere zaken over plaatsing in een gesloten inrichting, waaronder dossiers in verband met de onderbreking of beëindiging van de plaatsing in een gesloten inrichting, evenals de wijziging van de plaatsingsduur, worden behandeld door de rechtbank die de plaatsing in een gesloten inrichting heeft behandeld.

Onderbewindstelling wegens afwezigheid – onderbewindstelling wegens afwezigheid wordt altijd behandeld door de rechtbank van de woonplaats van de afwezige. Als de afwezige geen verblijfplaats in Estland heeft, valt de onderbewindstelling onder het rechtsgebied waarin zich de onder bewind te stellen zaken bevinden. Andere zaken over de onderbewindstelling van de zaken van een afwezige, waaronder dossiers in verband met de beëindiging van de onderbewindstelling en wijziging van de bewindvoerder en diens taken, worden behandeld door de rechtbank die de bewindvoerder heeft aangesteld.

Adoptie: alle adoptiezaken kunnen worden behandeld door een Estse rechtbank als de adoptant, een van de gezamenlijke adoptanten of het adoptiekind Ests burger of in Estland woonachtig is. De adoptieverklaring wordt ingediend in de verblijfplaats van het adoptiekind. Als het adoptiekind niet in Estland verblijft, wordt de verklaring ingediend bij de arrondissementsrechtbank van Harju. Alle zaken over de nietigverklaring van een adoptie worden behandeld door de rechtbank die heeft beslist over de adoptie.

Ontvoogding van een minderjarige – alle zaken over de ontvoogding van een minderjarige kunnen worden behandeld door een Estse rechtbank als de minderjarige Ests burger of in Estland woonachtig is. De verklaring over de ontvoogding of over de nietigverklaring van de ontvoogding wordt ingediend in de verblijfplaats van de minderjarige. Als de minderjarige niet in Estland verblijft, wordt de verklaring ingediend bij de arrondissementsrechtbank van Harju.

Vaststelling van afstamming en betwisting van vermelding als ouder na diens overlijden – als na het overlijden van een persoon die als ouder is vermeld in de geboorteakte van een kind of in het register van de burgerlijke stand, iemand verzoekt om vaststelling van bloedverwantschap van de overledene of diens vermelding als ouder in de geboorteakte of in het register van de burgerlijke stand van een kind betwist, wordt de verklaring ingediend bij de rechtbank van de laatste verblijfplaats van de persoon voor wie de vaststelling van bloedverwantschap wordt aangevraagd of voor wie de vermelding als ouder in de geboorteakte of het register van de burgerlijke stand wordt betwist. Als zijn of haar laatste verblijfplaats zich niet in Estland bevindt of niet bekend is, wordt de verklaring ingediend bij de arrondissementsrechtbank van Harju.

Overige niet-contentieuze familierechtelijke zaken – in de overige niet-contentieuze familierechtelijke zaken geldt het bepaalde ten aanzien van bevoogdingszaken, behalve als er krachtens de wet of vanwege de aard van de zaak een andere procedure moet worden gevolgd. Alle niet-contentieuze zaken over de rechtsbetrekking tussen de echtgenoten of gescheiden echtgenoten worden behandeld door de rechtbank in wiens rechtsgebied zij hun huishouden voeren of voerden. Als de echtgenoten geen gemeenschappelijk huishouden in Estland hebben gevoerd of als de verblijfplaats van elke echtgenoot zich niet meer in het rechtsgebied van de rechtbank van hun laatste gemeenschappelijke huishouden bevindt, wordt de zaak behandeld door de rechtbank van de verblijfplaats van de partner wiens recht beperkt zou worden bij de verzochte beschikking. Als de verblijfplaats van die partner zich niet in Estland bevindt of niet kan worden vastgesteld, wordt de zaak behandeld door de rechtbank van de verblijfplaats van de verzoeker. Als de bevoegdheid niet kan worden vastgesteld, wordt de zaak behandeld door de arrondissementsrechtbank van Harju. In een niet-contentieuze familierechtelijke procedure kunnen voorlopige maatregelen worden genomen door iedere rechtbank in wiens rechtsgebied een maatregel moet worden genomen.

Conservatoire maatregelen voor een boedel – conservatoire maatregelen voor een boedel in Estland kunnen worden genomen door een Estse rechtbank, ongeacht het land volgens wiens recht de afwikkeling van de nalatenschap plaatsvindt en ongeacht het land waarin een beheerder of ambtenaar volgens de bevoegdheidsregels de erfrechtprocedure kan voeren. Conservatoire maatregelen voor een boedel worden uitgevoerd door de rechtbank van de plaats waar de nalatenschap is opengevallen. Als de nalatenschap in het buitenland is opengevallen en de boedel zich in Estland bevindt, kunnen conservatoire maatregelen worden genomen door de rechtbank van de plaats waar zich de boedel bevindt.

Bevoegdheid in beroepszaken – een verklaring tot nietigverklaring van een effect wordt ingediend bij de rechtbank van de plaats van aflossing van het effect of, als die plaats er niet is, volgens de algemene bevoegdheidsregels voor de emittent van het effect. Een verklaring tot opening van een beroepsprocedure voor uitsluiting van rechten van een eigenaar van een onroerende zaak wordt ingediend bij de rechtbank die bevoegd is op de plaats waar de onroerende zaak zich bevindt, overeenkomstig artikel 124 van de Wet betreffende zakelijke rechten. In het geval beschreven in artikel 13 van de Wet betreffende zakelijke rechten op schepen richt de rechthebbende de verklaring tot opening van een beroepsprocedure voor uitsluiting van rechten van de eigenaar van het schip tot de arrondissementsrechtbank van Harju. Een verklaring tot opening van een beroepsprocedure voor uitsluiting van de rechten van een onbekende hypothecaire schuldeiser (artikel 331 van de Wet betreffende zakelijke rechten) wordt door de eigenaar van de verhypothekeerde onroerende zaak gericht aan de rechtbank die bevoegd is op de plaats waar die zaak zich bevindt. Een eigenaar van een verhypothekeerd schip of een eigenaar van een zaak die is bezwaard met een geregistreerd pandrecht, richt de verklaring van onbekende scheepshypotheek of uitsluiting van de rechten van een eigenaar van een geregistreerd pandrecht aan de arrondissementsrechtbank van Harju volgens artikel 59 van de Wet betreffende zakelijke rechten op schepen.

Bevoegdheid voor niet-contentieuze zaken over privaatrechtelijke rechtspersonen – niet-contentieuze zaken over activiteiten van bedrijven, organisaties zonder winstoogmerk en stichtingen anders dan registratiezaken, met name zaken over de benoeming van een plaatsvervangend lid van de directie en van de raad van bestuur, een accountant, een verantwoordelijke voor specifieke controle en een liquidateur en zaken over de bepaling van een vergoeding voor vennoten en aandeelhouders van een bedrijf, worden behandeld door de rechtbank van de zetel van de rechtspersoon of van het dochterbedrijf van het buitenlandse bedrijf.

Zaken over eigendom en mede-eigendom van onroerende zaken – alle niet-contentieuze zaken over de eigendom of mede-eigendom van een onroerende zaak worden behandeld door de rechtbank van de plaats waar de onroerende zaak zich bevindt.

Zaken over toegang tot een openbare weg, over het leidingnet van een systeem voor bodemverbetering en over de sterkte van een technische installatie – alle zaken over toegang tot een openbare weg, over het leidingnet van een systeem voor bodemverbetering en over de sterkte van een technische installatie worden behandeld door de rechtbank van de plaats waar zich de onroerende zaak bevindt en waarvoor de toegang tot de openbare weg of de aanleg van het leidingnet van een systeem voor bodemverbetering wordt gevraagd, of van de plaats waar zich de technische installatie bevindt.

Zaken over de erkenning, de vaststelling van de uitvoerbaarheid en de uitvoering van beslissingen van buitenlandse rechtbanken – verklaringen tot erkenning en vaststelling van de uitvoerbaarheid van beslissingen van buitenlandse rechtbanken, verklaringen tot weigering van erkenning of van vaststelling van de uitvoerbaarheid of verklaringen inzake een uitvoeringsbesluit worden, evenals alle overige verklaringen in het kader van een uitvoeringsprocedure, gericht aan de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar of aan de rechtbank in wiens rechtsgebied de uitvoeringsprocedure zou moeten worden gevoerd, tenzij anders is bepaald in de wet of een internationaal verdrag.

Zaken over de erkenning van de uitvoerbaarheid van een via bemiddeling bereikte overeenkomst – de uitvoerbaarheid van een via bemiddeling bereikte overeenkomst in de zin van artikel 14, lid 1, van de Bemiddelingswet wordt beoordeeld door de rechtbank in wiens rechtsgebied de bemiddelingsprocedure is gevoerd.

Zaken over erkenning en vaststelling van de uitvoerbaarheid van de beslissing van een scheidsgerecht – verklaringen tot erkenning en vaststelling van de uitvoerbaarheid van de beslissing van een Ests of buitenlands scheidsgerecht en verklaringen tot weigering van erkenning of uitvoering worden gericht aan de arrondissementsrechtbank van Pärnu. Verklaringen inzake een uitvoeringsbesluit over de beslissing van een buitenlands scheidsgerecht of andere verklaringen in het kader van de uitvoeringsprocedure worden gericht aan de rechtbank van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar of aan de rechtbank in wiens rechtsgebied de uitvoeringsprocedure zou moeten worden gevoerd, tenzij anders is bepaald in de wet of een internationaal verdrag. Als een van de partijen bij een overeenkomst in het kader van een arbitrageprocedure een consument is, worden verklaringen tot erkenning en vaststelling van de uitvoerbaarheid van een beslissing van een scheidsgerecht en verklaringen tot weigering van erkenning of uitvoering gericht aan de rechtbank van de plaats waar de arbitrageprocedure wordt gevoerd.

Zaken zonder beroepsmogelijkheden worden behandeld door de rechtbank die bevoegd is op de plaats die bepalend is voor de rechtsbevoegdheid. Als de voor de bevoegdheid bepalende plaatsen vallen binnen het rechtsgebied van één enkele arrondissementsrechtbank, maar zich in het rechtsgebied van verschillende rechtbanken bevinden, wordt de plaats van behandeling bepaald door de rechtbank.

In de Wet betreffende de rechterlijke instanties (kohtute seaduses) worden de geografische bevoegdheidsgebieden en rechtsgebieden van rechtbanken nader omschreven.

2.2.2.3 Mogen de partijen zelf een rechtbank aanwijzen die normaal gezien niet bevoegd zou zijn?

Een rechtbank kan een zaak ook onderzoeken volgens bevoegdheidsregels die zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen de partijen als het geschil de economische of beroepsactiviteit van beide partijen betreft of als de overeenkomst verband houdt met de economische of beroepsactiviteit van één partij, waarbij de andere partij een staat, een plaatselijke overheid of enige andere publiekrechtelijke rechtspersoon is, of als beide partijen een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn.

Het is tevens mogelijk een overeenkomst over de keuze van de bevoegde rechtbank te sluiten als de woon- of verblijfplaats van een partij of van beide partijen zich niet in Estland bevindt.

Onverminderd het voorgaande, blijft de overeenkomst over de keuze van de bevoegde rechtbank geldig als:
1) de overeenkomst is aangegaan na het ontstaan van het geschil;
2) de keuze van de bevoegde rechtbank is overeengekomen voor het geval dat de verweerder naar het buitenland verhuist nadat de overeenkomst is aangegaan, of zijn of haar activiteit naar het buitenland verplaats of in het buitenland gaat wonen, of voor het geval dat zijn of haar vestigings-, woon- of verblijfplaats ten tijde van de procedure onbekend is.

De overeenkomst over de keuze van de bevoegde rechtbank is exclusief, tenzij de partijen anders overeenkomen.

Een rechtbank van eerste aanleg kan een zaak verwijzen naar een andere rechtbank van eerste aanleg als de partijen daarom gezamenlijk verzoeken vóór de eerste zitting of voor afloop van de in de schriftelijke procedure bepaalde termijn voor uiteenzetting van de conclusies.

3 Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden?

Estland kent geen gespecialiseerde rechtbanken.

Gerelateerde links

Rechtsstelsel

Laatste update: 17/09/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.