Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Portugees) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
Swipe to change

In welk land is de rechtbank bevoegd?

Portugal
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank (bijvoorbeeld een arbeidsrechtbank)?

Allereerst zij opgemerkt dat de antwoorden in dit informatieblad uitsluitend betrekking hebben op gewone rechtbanken (in Portugal vaak algemene rechtbanken (tribunais comuns) genoemd). Naast gewone rechtbanken zijn er andere gerechtelijk fora: het constitutioneel hof (tribunal constitucional), de administratieve rechtbanken (tribunais administrativos) en de rekenkamer (tribunal de contas). Ook zijn er vrederechters (Julgados de Paz) en hoven van arbitrage (tribunais arbitrais).

Om te bepalen welk gerecht bevoegd is, geldt: de gewone rechtbanken zijn bevoegd bij zaken die niet aan andere gerechtelijke fora zijn toegewezen.

Verder is, binnen de orde van gewone rechtbanken, het tegenovergestelde van een gespecialiseerde rechtbank niet een algemene civiele rechtbank. Het tegenovergestelde van een gespecialiseerde rechtbank is een rechtbank met algemene bevoegdheid (tribunal de competência genérica). De keuze tussen een gespecialiseerd college (juízo) of een gespecialiseerde rechtbank en een college of rechtbank met algemene bevoegdheid is afhankelijk van de zaak in kwestie en, in bepaalde, hieronder beschreven gevallen, ook van de betrokken waarde.

De volgende wetten zijn van toepassing:

De gewone rechtbanken van eerste aanleg worden in de regel onderverdeeld in rechtbanken met bredere territoriale bevoegdheid en arrondissementsrechtbanken (tribunais de comarca) (artikel 33 van wet 62/2013).

Om te bepalen bij welke rechtbank van eerste aanleg u moet zijn, moet u rekening houden met de onderstaande punten:

  • de rechtbanken met bredere territoriale bevoegdheid zijn gespecialiseerde gewone rechtbanken waarvan de bevoegdheid is uitgebreid naar het gehele grondgebied of een deel van het grondgebied dat meerdere districten omvat. Portugal kent de volgende rechtbanken met bredere territoriale bevoegdheid: de scheepvaartrechtbank (tribunal marítimo); de rechtbank voor intellectuele eigendom (tribunal da propriedade intelectual); de rechtbank voor mededinging, regelgeving en toezicht (tribunal da concorrência, regulação e supervisão); de rechtbank voor de uitvoering van straffen (tribunal de execução das penas); en de centrale rechtbank voor strafrechtelijk onderzoek (tribunal central de instrução criminal) (artikel 83 van wet 62/2013);
  • de arrondissementsrechtbanken zijn onderverdeeld in rechtbanken met speciale bevoegdheid, rechtbanken met algemene bevoegdheid en nabijheidsrechtbanken (juízo de proximidade) (artikel 81 van wet 62/2013);
  • de centrale colleges zijn allemaal gespecialiseerd en worden onderverdeeld in centrale civiele colleges, centrale strafcolleges, centrale colleges voor strafrechtelijk onderzoek, centrale handelscolleges, centrale uitvoeringscolleges, centrale familie- en jeugdcolleges en centrale arbeidscolleges;
  • de lokale colleges worden onderverdeeld in lokale civiele colleges, lokale strafcolleges, lokale colleges voor kleine overtredingen, lokale colleges met algemene bevoegdheid en lokale nabijheidscolleges;
  • lokale nabijheidscolleges fungeren als afdeling van de arrondissementsrechtbank: ze beperken zich tot het ontvangen van documenten in verband met zaken die al zijn geïnitieerd bij colleges of rechtbanken met bevoegdheid in het rechtsgebied van dat arrondissement, het geven van informatie, het houden van videoconferenties en het ondersteunen van onderzoeken. Bij lokale nabijheidscolleges worden er echter geen zaken behandeld, en in beginsel mogen er ook geen zaken worden geïnitieerd (artikel 130, leden 5 en 6, van wet 62/2013).

In specifieke gevallen bestaan er procedures die moeten worden ingesteld bij en behandeld door andere autoriteiten dan gewone rechtbanken. Afhankelijk van de zaak worden deze procedures in verschillende stadia naar de bevoegde rechtbank gestuurd: op het moment dat er bezwaar wordt gemaakt, dat er beroep wordt ingesteld of dat bepaalde beslissingen moeten worden goedgekeurd. Dit geldt voor de volgende procedures:

  • bijzondere uitzettingsprocedures moeten elektronisch worden ingesteld bij het nationale huurbureau (Balcão Nacional do Arrendamento) in Porto, dat bevoegd is voor het gehele nationale grondgebied Klik: hier;
  • betalingsbevelprocedures voor het innen van een schuld moeten elektronisch worden ingesteld bij het nationale betalingsbevelbureau (Balcão Nacional de Injunções) in Porto, dat bevoegd is voor het gehele nationale grondgebied Klik hier;
  • inventarisprocedures moeten in sommige gevallen worden aangevraagd bij de gewone rechtbanken en in andere gevallen kunnen zij ook worden ingesteld bij de rechtbank of bij een notariskantoor;
  • het is de verantwoordelijkheid van de openbaar aanklager van de bevoegde rechtbank om een beslissing te nemen over verzoeken om: toestemming (wanneer het verzoek verband houdt met handelingsonbekwaamheid of de afwezigheid van een persoon); toestemming voor de wettelijke vertegenwoordiger van de handelingsonbekwame persoon om handelingen uit te voeren; toestemming voor het verwijderen of bezwaren van activa van de afwezige persoon; bevestiging van handelingen van de vertegenwoordiger van de handelingsonbekwame persoon; en kennisgeving van de wettelijke vertegenwoordiger om giften voor de handelingsonbekwame persoon te aanvaarden of te weigeren;
  • procedures om tot overeenstemming te komen tussen de partijen moeten bij een bureau van de burgerlijke stand worden ingesteld als het gaat om: een onderhoudsbijdrage voor volwassen of handelingsbekwaam verklaarde kinderen; een onderhoudsbijdrage voor kinderen die minderjarig zijn, als beide ouders het daarmee eens zijn; toewijzing van een huis als familieverblijf; ontneming van het recht om de naam van de echtgenoot te gebruiken; toestemming om de naam van de voormalig echtgenoot te gebruiken; scheiding van tafel en bed en echtscheiding met onderlinge toestemming, met of zonder gemeenschap van goederen; omzetting van gerechtelijke scheiding van personen en goederen na echtscheiding; regeling van of verandering van de regeling omtrent ouderlijke verantwoordelijkheid voor minderjarige kinderen.

2 Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn (dus als dit de rechtbanken zijn die bevoegd zijn voor dergelijke zaken), hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak?

In dit antwoord worden onder algemene lokale civiele rechtbanken de lokale civiele colleges (juízos locais cíveis) en de colleges met algemene bevoegdheid (juízos de competência genérica) van de arrondissementsrechtbanken verstaan. Deze rechtbanken zijn in beginsel bevoegd. Met andere woorden, zij zijn bevoegd tenzij er een andere bevoegde kamer of gespecialiseerde rechtbank is. Daarnaast wordt hun bevoegdheid ook bepaald door de lage waarde van de zaak.

In de volgende gevallen moet u dus naar het lokale civiele college of, bij gebrek daaraan, naar het lokale college met algemene bevoegdheid van de arrondissementsrechtbank gaan:

  • burgerlijke rechtsvorderingen van algemene aard met een waarde van maximaal 50 000,00 EUR;
  • zaken die niet aan andere colleges of rechtbanken met bredere bevoegdheid zijn toegewezen;
  • uitvoeringsprocedures, wanneer er geen uitvoeringscollege of ander(e) bevoegd(e) gespecialiseerd(e) college of rechtbank is;
  • urgente zaken in verband met minderjarigen waarbij het gaat om civiele voogdij, educatieve voogdij en bevordering en bescherming, zelfs wanneer er een familie- en jeugdkamer is die voor dergelijke zaken bevoegd is, wanneer deze familie- en jeugdkamer zich in een andere gemeente bevindt;
  • aanhoudingsbevelen, brieven, kennisgevingen en berichten waaraan op verzoek van andere rechtbanken of bevoegde autoriteiten lokaal gehoor moet worden gegeven;
  • overige bij wet toegekende bevoegdheden;
  • beroepen tegen beslissingen van de havenmeester in maritieme procedures inzake administratieve overtredingen, en algemene rechtsvorderingen met een waarde van maximaal 50 000,00 EUR waarvoor de scheepvaartrechtbank met betrekking tot het voorwerp bevoegd is, in de gerechtelijke districten die niet binnen de territoriale bevoegdheid van de scheepvaartrechtbank vallen;
  • zaken in verband met geringe vorderingen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 861/2007 van 11 juli 2007.

Zie, om erachter te komen of u bij het lokale civiele college of het lokale college met algemene bevoegdheid moet zijn of bij een centraal gespecialiseerd college, hieronder ook het antwoord op vraag 3 – “Hoe weet ik tot welke rechtbank ik me moet richten wanneer gespecialiseerde rechtbanken bevoegd zijn?”

2.1 Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken (bijvoorbeeld districtsrechtbanken als lagere rechtbanken en regionale rechtbanken als hogere rechtbanken), en zo ja, welke is dan bevoegd voor mijn zaak?

Volgens de regels over bevoegdheid met betrekking tot hiërarchie worden gewone rechtbanken opgedeeld in rechtbanken van eerste aanleg, hoven van beroep (of rechtbanken van tweede aanleg) en het hooggerechtshof (Supremo Tribunal de Justiça), de gewone rechtbank van laatste aanleg (artikel 42 van wet 62/2013).

In de wet zijn gevallen opgenomen waarin de toelaatbaarheid van het beroep afhangt van de grensbedragen van de rechtbanken:

  • het grensbedrag van hoven van beroep is 30 000,00 EUR
  • en dat van de rechtbanken van eerste aanleg is 5 000,00 EUR (grensbedragen op het moment dat dit informatieblad voor het laatst is bijgewerkt);
  • in de regel behandelt het hooggerechtshof beroepen waarvan de waarde de grenswaarden van de hoven van beroep overstijgt, en behandelen hoven van beroep zaken waarvan de waarde de grenswaarde van de gewone rechtbanken van eerste aanleg overstijgt (artikel 44 van wet 62/2013).

Vorderingen moeten worden ingesteld bij en behandeld door een rechtbank van eerste aanleg. Verder zijn rechtbanken van eerste aanleg bevoegd om beroepen tegen de beslissingen van notarissen en griffiers en tegen andere in de wet genoemde beslissingen te behandelen. Om te bepalen welke rechtbank van eerste aanleg bevoegd is, moeten de bevoegdheidsregels met betrekking tot het voorwerp, de waarde en het grondgebied worden toegepast, die in de antwoorden op de onderstaande vragen worden uiteengezet.

In beginsel behandelen hoven van beroep uitsluitend beroepen tegen beslissingen van rechtbanken van eerste aanleg. Uitzondering daarop zijn bepaalde zaken waarvan bij wet is bepaald dat hoven van beroep deze in eerste aanleg behandelen. Verder behandelen hoven van beroep jurisdictiegeschillen tussen rechtbanken van eerste aanleg en klachten over bevelen die in eerste aanleg zijn gegeven, en toetsen zij beslissingen die buitenlandse rechtbanken hebben gegeven in civiele en handelszaken.

Het hooggerechtshof behandelt beroepen tegen beslissingen van de hoven van beroep. In speciale bij wet bepaalde gevallen behandelt het ook beroepen tegen de beslissingen van rechtbanken van eerste aanleg. Bij wijze van uitzondering verleent de wet het hooggerechtshof de bevoegdheid om bepaalde zaken als eerste en enige instantie te behandelen. Ook behandelt het zaken in verband met jurisdictieconflicten tussen hoven van beroep en bijzondere beroepen inzake de harmonisatie van jurisprudentie.

2.2 Territoriale bevoegdheid (is de rechtbank van stad A of van stad B bevoegd voor mijn zaak?)

Gewone rechtbanken van eerste aanleg

In Portugal zijn er 23 arrondissementsrechtbanken:

  • de gewone rechtbank van het district de Azoren;
  • de gewone rechtbank van het district Aveiro;
  • de gewone rechtbank van het district Beja;
  • de gewone rechtbank van het district Braga;
  • de gewone rechtbank van het district Bragança;
  • de gewone rechtbank van het district Castelo Branco;
  • de gewone rechtbank van het district Coimbra;
  • de gewone rechtbank van het district Évora;
  • de gewone rechtbank van het district Faro;
  • de gewone rechtbank van het district Guarda;
  • de gewone rechtbank van het district Leiria;
  • de gewone rechtbank van het district Lissabon;
  • de gewone rechtbank van het district Lissabon-Noord;
  • de gewone rechtbank van het district Lissabon-West;
  • de gewone rechtbank van het district Madeira;
  • de gewone rechtbank van het district Portalegre;
  • de gewone rechtbank van het district Porto;
  • de gewone rechtbank van het district Porto-Oost;
  • de gewone rechtbank van het district Santarém;
  • de gewone rechtbank van het district Setúbal;
  • de gewone rechtbank van het district Viana do Castelo;
  • de gewone rechtbank van het district Vila Real;
  • de gewone rechtbank van het district Viseu.

(Artikel 33 van wet 62/2013)

Naast deze rechtbanken zijn er rechtbanken met bredere territoriale bevoegdheid, waarvan de volgende drie ook bevoegdheid hebben op civiel- en handelsrechtelijk gebied:

  • de scheepvaartrechtbank;
  • de rechtbank voor intellectuele eigendom;
  • de rechtbank voor mededinging, regelgeving en toezicht.

(Artikel 83 van wet 62/2013)

Hoven van beroep (tribunais da relação)

In tweede aanleg zijn er vijf hoven van beroep, die zijn vernoemd naar de plaats waar ze zich bevinden:

  • het hof van beroep van Lissabon;
  • het hof van beroep van Porto;
  • het hof van beroep van Coimbra;
  • het hof van beroep van Évora;
  • het hof van beroep van Guimarães.

(Bijlage I als bedoeld in artikel 32, lid 1, van wet 62/2013)

Laatste aanleg

  • het hooggerechtshof in Lissabon.

(Artikel 31 van wet 62/2013)

Het hooggerechtshof is bevoegd voor het gehele nationale grondgebied van Portugal. Hoven van beroep en rechtbanken van eerste aanleg zijn bevoegd binnen het betreffende gerechtelijke district, dat is vastgesteld in de wet op de rechterlijke organisatie (wet 62/2013 van 26 augustus 2013). Om erachter te komen of de rechtbank uit plaats A of plaats B bevoegd is, moeten de bijlagen I, II en III bij de bovengenoemde wet op de rechterlijke organisatie worden geraadpleegd.

2.2.1 De basisregel voor de territoriale bevoegdheid

Natuurlijke personen

De rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van de zaak, is die van de woonplaats van de verweerder, tenzij anders is bepaald in een specifieke wettelijke bepaling of in de hieronder beschreven regels (artikel 80 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering):

  • indien de verweerder geen gewone verblijfplaats heeft, indien zijn woonplaats onbekend is of indien hij afwezig is, moet de zaak worden gebracht voor de rechtbank van de plaats waar de eiser woont;
  • om tijdelijke of permanente bewaring van de activa van een afwezige persoon wordt verzocht bij de rechtbank van de laatste bekende woonplaats van deze persoon in Portugal;
  • indien de woon- en verblijfplaats van de verweerder in het buitenland is, moet de zaak worden behandeld door de rechtbank van de plaats in Portugal waar de verweerder aanwezig is;
  • indien de verweerder niet in Portugal is, moet de zaak worden gebracht voor de rechtbank van de plaats waar de eiser woont. Indien deze laatste zijn woonplaats in het buitenland heeft, is de rechtbank van Lissabon bevoegd voor de zaak.

Rechtspersonen en ondernemingen

Indien de verweerder de staat is, wordt de rechtbank van de woonplaats van de verweerder vervangen door de rechtbank van de woonplaats van de eiser (artikel 81 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de verweerder een andere rechtspersoon of een onderneming is, moet de zaak worden gebracht voor de rechtbank van de plaats van de hoofdvestiging van de verweerder of die van het filiaal, het agentschap, de dochteronderneming, de gemachtigde of de vertegenwoordiger, naargelang de vordering tegen de moedermaatschappij of een van de laatstgenoemde entiteiten is gericht.

Zaken tegen buitenlandse rechtspersonen of ondernemingen met een filiaal, agentschap, dochtermaatschappij, gemachtigde of vertegenwoordiger in Portugal kunnen echter worden gebracht voor de rechtbank van de plaats waar deze formeel zijn gevestigd, ook indien de vordering tegen de moedermaatschappij is gericht.

Meerdere verweerders en cumulatieve zaken (artikel 82 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering)

Wanneer er in één zaak sprake is van meerdere verweerders, moet de vordering tegen hen worden gebracht voor de rechtbank van de plaats waar de meesten van hen wonen. Als er verschillende woonplaatsen zijn met evenveel verweerders, mag de eiser kiezen tussen de rechtbanken van de woonplaatsen van alle verweerders.

Als de eiser meerdere zaken instelt waarvoor verschillende rechtbanken territoriaal bevoegd zijn, mag de eiser kiezen bij welke van deze rechtbanken hij de zaak instelt.

De enige uitzondering hierop zijn situaties waarin de rechtbank, uit eigen beweging, kan beoordelen dat zij niet bevoegd is voor een van de zaken in verband met het territoriale toepassingsgebied, de waarde of een overeenkomst. In dat geval moet de vordering worden ingesteld bij de rechtbank die daarvoor bevoegd is. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij bepaalde zaken waarbij de bevoegdheid om een van de zaken te behandelen afhangt van de situatie van het onroerend goed of van de plaats waar de verplichting wordt nageleefd. Hetzelfde geldt voor zaken in verband met een conservatoir bevelschrift (providência cautelar) of voorbereidende maatregelen (diligência antecipada) en voor zaken waarbij een rechter of familieleden van een rechter partij zijn, voor bepaalde uitvoeringsprocedures, voor zaken die moeten worden behandeld omdat ze met andere zaken zijn samengevoegd, voor zaken waarin geen dagvaarding voor de verweerder aan de beslissing voorafgaat, en voor zaken waarbij de rechtbank, gezien de betrokken waarde, niet bevoegd is.

Wanneer er zaken worden gecumuleerd waartussen onderlinge afhankelijkheid of subsidiariteit bestaat, moet de vordering worden gebracht voor de rechtbank die bevoegd is voor de behandeling van het bodemgeschil.

Zaken waarbij een van de partijen een rechter of de echtgenoot of een bepaald familielid van een rechter is (artikel 84 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering:)

Voor zaken waarbij een rechter, de echtgenoot van een rechter, een familielid van een rechter in opgaande of neergaande lijn of een persoon met wie de rechter een relatie heeft binnen het nationale recht, betrokken is, is de belangrijkste rechtbank van het gerechtelijke district het dichtst bij het gerechtelijke district van de rechter bevoegd, wanneer deze zaken moeten worden ingesteld in het gerechtelijke district waar de rechter werkzaam is.

Indien de zaak wordt ingesteld in het gerechtelijke district waar de rechter werkzaam is, of indien de rechter wordt geplaatst in het district waar de zaak al wordt behandeld, wordt de zaak overgedragen aan het dichtstbijzijnde gerechtelijke district.

De bovengenoemde regels gelden niet voor gerechtelijke districten waar er meerdere rechters zijn, want in dat geval wordt de zaak behandeld door een andere rechter in hetzelfde gerechtelijke district.

Behandeling van beroepen

Beroepen moeten worden ingesteld bij de rechtbank die hiërarchisch boven de rechtbank staat die de betwiste beslissing heeft gegeven (artikel 83 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

2.2.2 Uitzonderingen op de basisregel

2.2.2.1 Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank?
2.2.2.2 Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)?

Hieronder volgt een gecombineerd antwoord op deze drie vragen.

Rechtsgebied van de locatie van de activa

Zaken met betrekking tot zakelijke of persoonlijke rechten op het gebruik van onroerende goederen, verdeling van mede-eigendom, uitzetting, voorrechten en executie op onroerende goederen, evenals zaken met betrekking tot de verhoging, substitutie, verlaging of zuivering van hypotheken moeten worden gebracht voor de rechtbank van het district waar het betrokken onroerend goed is gelegen.

Zaken met betrekking tot de verhoging, substitutie, verlaging of zuivering van hypotheken op schepen of luchtvaartuigen moeten echter worden gebracht voor de rechtbank van het gerechtelijke district waar het betwiste goed is geregistreerd. Indien de hypotheek schepen of luchtvaartuigen betreft die in verschillende gerechtelijke districten zijn geregistreerd, kan de eiser voor elk daarvan kiezen.

Indien de zaak betrekking heeft op een geheel van roerende goederen die aan dezelfde persoon toebehoren en die voor hetzelfde gebruik bestemd zijn, of op roerende goederen én onroerende goederen, of op onroerende goederen die in verschillende gerechtelijke districten zijn gelegen, moet deze worden gebracht voor de rechtbank van het district waar de onroerende goederen met de hoogste waarde zijn gelegen. Daarvoor moet het kadaster worden geraadpleegd. Indien het onroerende goed waarop de zaak betrekking heeft, in meer dan één district is gelegen, kan de eiser de zaak voor de rechtbank van elk van deze gerechtelijke districten brengen (artikel 70 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Bevoegdheid voor naleving van de verplichting

Vorderingen met betrekking tot de naleving van verplichtingen, schadevergoeding voor het niet of niet volledig naleven van verplichtingen en de beëindiging van een overeenkomst wegens niet-naleving worden gebracht voor de rechtbank van de plaats waar de verweerder woont.

Wanneer de verweerder een rechtspersoon is, of wanneer de schuldeiser in het grootstedelijk gebied van Lissabon of Porto woont en de verweerder eveneens in hetzelfde grootstedelijk gebied woont, kan de schuldeiser kiezen voor de rechtbank van de plaats waar de verplichting had moeten worden nagekomen.

Voor civielrechtelijke zaken in verband met aansprakelijkheid voor onrechtmatige daden is de bevoegde rechtbank die van het gebied waar het voorval heeft plaatsgevonden (artikel 71 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Echtscheiding en scheiding van tafel en bed

Voor echtscheiding of scheiding van tafel en bed is de rechtbank van de woon- of verblijfplaats van de eiser bevoegd (artikel 72 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Vorderingen voor de terugvordering van kosten

Voor zaken met betrekking tot de terugvordering van de kosten voor juridische vertegenwoordigers of technisch personeel en met betrekking tot voor de cliënt voorgeschoten bedragen is de bevoegde rechtbank de rechtbank ten gronde van de verleende dienst. Zaken met betrekking tot de terugvordering van kosten worden behandeld door deze samen te voegen met de zaak in verband waarmee de dienst is verleend.

Indien de zaak in verband waarmee de dienst is verleend, is ingesteld bij het hof van beroep of het hooggerechtshof, vindt de terugvorderingszaak plaats bij de arrondissementsrechtbank van de woonplaats van de schuldenaar (artikel 73 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Regeling en verdeling van averij-grosse

De rechtbank van de haven waar een schip dat zware averij heeft opgelopen, zijn vracht aflevert of had moeten afleveren, is bevoegd om over deze schade te oordelen en deze te verdelen (artikel 74 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Verliezen en schade door aanvaring van schepen

Een zaak met betrekking tot verlies en schade als gevolg van een aanvaring tussen schepen kan worden gebracht voor de rechtbank van het district waar het ongeval plaatsvond, de rechtbank van de woonplaats van de eigenaar van het schip dat door het andere schip is aangevaren, de rechtbank van de plaats waar dit schip was geregistreerd of waar het zich bevindt, of de rechtbank van de eerste aanloophaven van het schip dat is aangevaren (artikel 75 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Lonen voor het bergen of bijstaan van schepen

De voor het bergen of bijstaan van schepen verschuldigde lonen kunnen worden gevorderd bij de rechtbank van de plaats waar de feiten zich voordeden, de rechtbank van de woonplaats van de eigenaar van de geborgen objecten of de rechtbank van de plaats waar het geborgen schip is geregistreerd of zich bevindt (artikel 76 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Opheffing van voorrechten met betrekking tot schepen

De vordering tot afgifte van een verklaring dat een kosteloos of tegen betaling verworven schip vrij van lasten of rechten is, kan worden ingesteld bij de rechtbank van de haven waar het schip ligt gemeerd op het ogenblik van de verwerving (artikel 77 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Tijdelijke of voorbereidende maatregelen

Vorderingen tot beslaglegging en inbeslagneming van goederen kunnen worden ingesteld bij de rechtbank waar de bijbehorende procedure moet worden ingesteld, of in de plaats waar de goederen zich bevinden, of, als er goederen in meerdere districten zijn, in een van die districten.

Voor de opschorting van werkzaamheden is de bevoegde rechtbank die van de plaats waar zij moeten worden uitgevoerd.

Voor andere tijdelijke maatregelen is de bevoegde rechtbank die waarvoor de bijbehorende vordering moet worden ingesteld.

Voorbereidende maatregelen in verband met bewijsvoering moeten worden aangevraagd bij de rechtbank van het district waar de maatregelen moeten worden genomen.

Procedures in verband met tijdelijke maatregelen en met voorbereidende maatregelen in verband met bewijsvoering worden samengevoegd met de betreffende zaak en zo nodig overgedragen aan de rechtbank waar deze zaak wordt behandeld (artikel 78 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Kennisgevingen

Voor bijzondere kennisgevingen moet een verzoek worden ingediend bij de rechtbank van de woonplaats van de persoon aan wie de kennisgeving moet worden betekend (artikel 79 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Uitvoering (artikel 89 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering)

In de regel is de rechtbank van de woonplaats van de verweerder bevoegd voor de uitvoering, tenzij anders is bepaald in een specifieke wettelijke bepaling of in de hieronder beschreven regels.

Wanneer de schuldenaar een rechtspersoon is, of wanneer de schuldeiser in het grootstedelijk gebied van Lissabon of Porto woont en de schuldenaar eveneens in hetzelfde grootstedelijk gebied woont, kan de schuldeiser kiezen voor de rechtbank van de plaats waar de verplichting moet worden nagekomen.

Indien de uitvoering de overhandiging van een bepaald voorwerp of de inning van een schuld met een zakelijke zekerheidstelling betreft, is de rechtbank van de plaats waar de bezwaarde activa zich bevinden bevoegd.

Als de uitvoeringsprocedure moet worden ingesteld in het gebied waar de schuldenaar woont, en deze niet in Portugal woont, maar daar wel bezittingen heeft, is de rechtbank van de plaats waar die bezittingen zich bevinden bevoegd.

De rechtbank van het gebied waar de bezittingen zich bevinden, is ook bevoegd wanneer: de uitvoeringsprocedure moet worden ingesteld bij een Portugese rechtbank omdat deze verband houdt met de geldigheid van de oprichting of liquidatie van bedrijven/andere rechtspersonen met statutaire zetel in Portugal, of met de geldigheid van de beslissingen van hun organen; en geen van de in de voorgaande of volgende regels voor uitvoeringsprocedures genoemde situaties zich voordoet.

In zaken waarin het gaat om meerdere uitvoeringen en waarin verschillende rechtbanken bevoegd zijn voor de beoordeling ervan, is de bevoegde rechtbank die van de plaats waar de schuldenaar woont.

Bij de uitvoering van een beslissing van een Portugese rechtbank wordt het verzoek om uitvoering ingediend tijdens de procedure waarin de beslissing is gegeven. De uitvoering wordt opgenomen in hetzelfde dossier. Als er daarna hoger beroep in de zaak is ingesteld, wordt er een afschrift van het dossier overgedragen. Wanneer er een gespecialiseerde afdeling bevoegd is voor de uitvoering, moeten aan deze afdeling zo snel mogelijk een afschrift van de rechterlijke beslissing, het verzoekschrift dat tot de uitvoering heeft geleid, en de begeleidende documenten worden toegezonden.

Indien de beslissing is gegeven bij arbitrage die in Portugal heeft plaatsgevonden, is de arrondissementsrechtbank van de plaats van arbitrage bevoegd voor de uitvoering (artikel 85 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de zaak voor het hof van beroep of het hooggerechtshof is gebracht, is de rechtbank van de woonplaats van de schuldenaar bevoegd. Indien de schuldenaar de rechter of een bepaald familielid van de rechter is, gelden de regels zoals hierboven beschreven bij Zaken waarbij een van de partijen een rechter of de echtgenoot of een bepaald familielid van een rechter is. In ieder geval wordt het dossier met betrekking tot de declaratoire procedure, of een afschrift hiervan, toegezonden aan de voor de uitvoering bevoegde rechtbank (artikel 86 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Bij uitvoeringsprocedures in verband met kosten, boeten of verschuldigde schadevergoedingen als gevolg van geschillen in verband met kwade trouw is de rechtbank waar de procedure tot kennisgeving van de betreffende akte of schikking heeft geleid bevoegd. Uitvoeringsprocedures in verband met kosten, boeten of schadevergoedingen vinden plaats via samenvoeging met de betreffende zaak.

Wanneer de uitspraak tot betaling van kosten, boeten of schadevergoedingen is gegeven door een hof van beroep of het hooggerechtshof, vindt de uitvoeringsprocedure plaats bij een rechtbank van eerste aanleg met bevoegdheid in het gebied waar de zaak is behandeld (artikelen 87 en 88 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Voor de uitvoering van een buitenlandse rechterlijke beslissing is de rechtbank van de plaats waar de schuldenaar verblijft, bevoegd (artikel 86 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, voorheen artikel 90, punt vi).

Bij een Europees betalingsbevel (Verordening (EG) nr. 1896/2006 van 12 december 2006, gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421), is de eerste civiele afdeling van de civiele kamer van de arrondissementsrechtbank van Porto bevoegd.

Arbeidsrecht

In de regel moeten zaken worden gebracht voor de rechtbank van de woonplaats van de verweerder. Werkgevers of verzekeraars, evenals socialezekerheidsinstanties, worden ook geacht hun woonplaats te hebben in de plaats waar zij een filiaal, agentschap, gemachtigde of vertegenwoordiging hebben (artikel 13 van het wetboek van rechtsvordering in arbeidszaken).

Zaken in verband met een arbeidsovereenkomst die een werknemer aanspant tegen zijn werkgever, kunnen worden ingesteld bij de rechtbank van de plaats waar de arbeidswerkzaamheden worden uitgevoerd of bij de rechtbank van zijn woonplaats.

Indien er meerdere eisers zijn, is de rechtbank van de plaats waar de arbeidswerkzaamheden worden uitgevoerd of van de woonplaats van een van de eisers bevoegd.

Indien de arbeidswerkzaamheden op meer dan één plaats worden uitgevoerd, kan de vordering worden ingesteld bij de rechtbank van een van die plaatsen (artikel 14 van het wetboek van rechtsvordering in arbeidszaken).

Vorderingen die het gevolg zijn van arbeidsongevallen en beroepsziekten, moeten worden ingesteld bij de rechtbank van de plaats waar het ongeval plaatsvond of waar de zieke werknemer het laatst heeft gewerkt aan de taak die tot de ziekte zou hebben geleid.

Indien het ongeval zich in het buitenland heeft voorgedaan, moet de vordering in Portugal worden ingesteld, bij de rechtbank van de woonplaats van het slachtoffer.

Indien er meerdere begunstigden zijn, is de rechtbank van de plaats waar het grootste aantal eisers woont bevoegd, of, indien in verschillende plaatsen evenveel eisers wonen, de plaats waar de persoon woont die als eerste een vordering heeft ingesteld.

Indien het slachtoffer van het ongeval, de zieke of de begunstigde geregistreerd staat als zeeman of lid van een vliegtuigbemanning en het ongeval zich tijdens een reis voordoet of de ziekte tijdens een reis wordt ontdekt, is de rechtbank van de eerste plaats op het nationaal grondgebied die door het schip of het vliegtuig wordt aangedaan of van de plaats waar het schip of het vliegtuig is geregistreerd, bevoegd (artikel 15 van het wetboek van rechtsvordering in arbeidszaken).

In het geval van een collectief ontslag moeten de tijdelijke opschortingsmaatregelen worden gevraagd en de bezwaren worden ingediend bij de rechtbank van de plaats van de vestiging waar de arbeidswerkzaamheden worden verricht.

Indien collectief ontslag werknemers in verschillende vestigingen treft, is de rechtbank van de plaats van de vestiging met het grootste aantal ontslagen werknemers bevoegd (artikel 16 van het wetboek van rechtsvordering in arbeidszaken).

Insolventie

Bij insolventieprocedures is, afhankelijk van de zaak, de rechtbank van de plaats van de statutaire zetel of de woonplaats van de schuldenaar of van de opeiser van de erfenis ten tijde van het overlijden bevoegd.

De rechtbank van de plaats waar de voornaamste belangen van de schuldenaar zijn geconcentreerd, is evenzeer bevoegd. Hieronder wordt de plaats verstaan waar hij die belangen gewoonlijk behartigt en die als zodanig wordt erkend door derden [artikel 7 van het wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen (Código de Insolvência e Recuperação de Empresas)].

Een verzoek om publicatie en openbare inschrijving van een buitenlandse beslissing tot inleiding van een zaak als bedoeld in de artikelen 21 en 22 van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 moet worden ingediend bij de Portugese rechtbank in het gebied waar het bedrijf van de schuldenaar is gevestigd. Indien de schuldenaar geen vestiging in Portugal heeft, moet een verzoek, als de insolvente boedel een bedrijf bevat, worden ingediend bij de handelsafdeling van de rechtbank van Lissabon. Bevat de insolvente boedel geen bedrijf, dan is de civiele afdeling van de rechtbank van Lissabon bevoegd.

Voornoemde bevoegdheidsregel geldt voor de erkenning van de insolventieverklaring in een buitenlandse zaak (artikel 288 van het wetboek van inzake insolventie en sanering van ondernemingen).

Inventaris

Zie voor de bevoegdheid bij inventarisprocedures het informatieblad over erfopvolging.

Onderhoudsplicht voor volwassenen en minderjarigen en regeling van ouderlijke verantwoordelijkheid

Zie het informatieblad over erfopvolging voor de bevoegdheid bij rechtsvorderingen in verband met onderhoudsbetalingen voor volwassenen en minderjarigen, bij de uitvoering daarvan en bij vorderingen in verband met de regeling van de ouderlijke verantwoordelijkheid.

2.2.2.3 Mogen de partijen zelf een rechtbank aanwijzen die normaal gezien niet bevoegd zou zijn?

Ja, tot op zekere hoogte.

In eigen land kunnen de partijen, met uitdrukkelijke instemming, besluiten de bevoegdheidsregels met betrekking tot grondgebied buiten beschouwing te laten. Dit wordt overeengekomen bevoegdheid (competência convencional) genoemd (artikel 95 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Van overeengekomen bevoegdheid kan geen sprake zijn bij zaken waarbij de rechtbank, uit eigen beweging, kan verklaren dat zij niet bevoegd is vanwege het territoriale toepassingsgebied. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij zaken waarbij de bevoegdheid afhangt van de ligging van het onroerend goed of van de plaats waar de verplichting wordt nageleefd. Hetzelfde geldt voor zaken in verband met een conservatoir bevelschrift (providência cautelar) of voorbereidende maatregelen (diligência antecipada) en voor zaken waarbij een rechter of familieleden van een rechter partij zijn, voor bepaalde uitvoeringsprocedures, voor zaken die moeten worden behandeld omdat ze met andere zaken zijn samengevoegd en voor zaken waarin geen dagvaarding voor de verweerder aan de beslissing voorafgaat. In deze gevallen kan de territoriale bevoegdheid niet middels een overeenkomst terzijde worden geschoven.

Bevoegdheidsregels met betrekking tot het voorwerp, de hiërarchie en de waarde van de zaak mogen nooit terzijde worden geschoven omdat de partijen dat willen.

Bevoegdheid op basis van een overeenkomst is, wanneer deze toelaatbaar is, net zo bindend als bevoegdheid op grond van de wet. Een dergelijke overeenkomst moet voldoen aan de vormeisen voor een contract, de bron van de verplichting. In ieder geval moet de overeenkomst schriftelijk zijn en moeten de kwesties waarom het gaat, en het criterium aan de hand waarvan de nu bevoegde rechtbank wordt gekozen, erin worden vermeld.

Op internationaal niveau kunnen de partijen overeenkomen welke rechtbank bevoegd is voor een bepaalde zaak, of voor de zaken die mogelijk voortkomen uit een bepaalde rechtsbetrekking, mits de betreffende relatie verband houdt met meerdere rechtsstelsels. Dit betreft privéovereenkomsten voor de toewijzing van bevoegdheid (artikel 94 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Het forumkeuzebeding kan betrekking hebben op het toekennen van exclusieve bevoegdheid aan bepaalde rechtbanken of kan eenvoudigweg een alternatief zijn voor de bevoegdheid van de Portugese rechtbanken, wanneer daar sprake van is. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat deze bevoegdheid in geval van twijfel exclusief is.

De keuze van bevoegdheid is alleen geldig als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

  • het geschil betreft rechten waarover de partijen vrij kunnen beschikken;
  • de aanwijzing wordt aanvaard door de aangewezen rechtbank;
  • de keuze wordt gerechtvaardigd door een omstandigheid die belangrijk is voor een of beide partijen, en houdt geen ernstig ongemak in voor de andere partij;
  • de zaak heeft geen betrekking op een kwestie die onder de exclusieve bevoegdheid van de Portugese rechtbanken valt;
  • de keuze vloeit voort uit een schriftelijke of schriftelijk bevestigde overeenkomst en het bevoegde gerecht wordt uitdrukkelijk genoemd.

Zowel bij overeengekomen bevoegdheid (binnenlands) als bij privéovereenkomsten voor de toewijzing van bevoegdheid (internationaal) geldt als schriftelijke overeenkomst elk document dat door de partijen is ondertekend of dat het gevolg is van de uitwisseling van brieven, telexen, telegrammen of andere vormen van communicatie die gelden als schriftelijk bewijs, ongeacht of deze instrumenten feitelijk de overeenkomst bevatten of een bepaling waarin wordt verwezen naar een ander document dat de overeenkomst bevat.

In het arbeidsrecht zijn overeenkomsten of bepalingen inzake de uitsluiting van territoriale bevoegdheid, zoals bij wet bepaald, nietig (artikel 19 van het wetboek van rechtsvordering in arbeidszaken).

3 Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden?

Zoals reeds vermeld, zijn de gespecialiseerde rechtbanken van eerste aanleg in Portugal de centrale colleges van elke arrondissementsrechtbank, de lokale civiele colleges en rechtbanken met bredere bevoegdheid.

De bevoegdheid van elke rechtbank met betrekking tot het voorwerp wordt hieronder beschreven, zodat u weet waar u moet zijn, afhankelijk van het voorwerp van het geschil. Zoals reeds uitgelegd, begint een zaak in de regel bij een rechtbank van eerste aanleg en wordt deze alleen naar hogere gerechten doorverwezen als er beroep wordt ingesteld.

Centrale civiele colleges (juízos centrais cíveis) (artikel 117 van wet 62/2013):

  • burgerlijke rechtsvorderingen van algemene aard met een waarde van meer dan 50 000,00 EUR;
  • uitvoeringsprocedures van civiele aard met een waarde van meer dan 50 000,00 EUR, in gerechtelijke districten die niet onder de bevoegdheid van een andere afdeling of rechtbank vallen;
  • procedures voor tijdelijke maatregelen die verband houden met vorderingen binnen hun bevoegdheid;
  • vorderingen, uitvoeringsprocedures en tijdelijke maatregelen waarvoor de handelsafdeling van het district bevoegd zou zijn, wanneer er geen handelsafdeling bestaat;
  • zaken die aanhangig zijn bij lokale colleges, wanneer de waarde is veranderd naar een som van 50 001,00 EUR of meer;
  • bevorderings- en beschermingszaken buiten de gebieden waar de familie- en jeugdrechtbanken bevoegd zijn;
  • algemene rechtsvorderingen met een waarde van maximaal 50 001,00 EUR waarvoor de scheepvaartrechtbank met betrekking tot het voorwerp bevoegd is, in de gerechtelijke districten die niet binnen de territoriale bevoegdheid van de scheepvaartrechtbank vallen.

Centrale familie- en jeugdcolleges

(Burgerlijke staat van personen en hun familie) (artikel 122 van wet 62/2013):

  • niet-contentieuze procedures tussen echtgenoten;
  • niet-contentieuze procedures in geval van ongehuwd samenwonen of in verband met personen die samenwonen als gedeeld huishouden;
  • zaken in verband met scheiding van tafel en bed, echtscheiding en boedelscheiding;
  • zaken om een burgerlijk huwelijk onbestaanbaar of nietig te verklaren;
  • gerechtelijke verklaring van goede trouw van een echtgenoot bij een nietig of ongeldig verklaard putatief huwelijk;
  • zaken en uitvoeringsmaatregelen inzake onderhoudsverplichtingen tussen echtgenoten en ex-echtgenoten;
  • overige zaken in verband met de burgerlijke staat van personen en hun familie;
  • zaken waarvoor rechtbanken bevoegd zijn bij inventarisprocedures die zijn ingesteld als gevolg van scheiding van tafel en bed, echtscheiding of onbestaanbaar- of nietigverklaring van een burgerlijk huwelijk, evenals speciale zaken met betrekking tot boedelscheiding waarop de regels voor dergelijke procedures van toepassing zijn.

(Minderjarige en volwassen kinderen) (artikel 123 van wet 62/2013):

  • het bepalen van voogdij en vermogensbeheer;
  • het aanstellen van een persoon om namens een minderjarige te handelen en het aanstellen van een algemene voogd om in buitengerechtelijke zaken een minderjarige die onder ouderlijke verantwoordelijkheid staat, te vertegenwoordigen;
  • het bekrachtigen van adoptie;
  • het beslissen over de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid en het behandelen van daarmee verwante zaken;
  • het vaststellen van de alimentatie waarop minderjarigen en volwassen of van voogdij vrijgestelde kinderen recht hebben, indien er bij rechterlijke beslissing alimentatie is vastgesteld toen zij minderjarig waren;
  • het voorbereiden en behandelen van de betreffende uitvoeringsprocedures voor alimentatie;
  • het bevelen tot de gerechtelijke voogdij van minderjarigen;
  • het bepalen van plaatsingsmaatregelen voor een voor adoptie geselecteerde persoon of een instelling met het oog op de toekomstige adoptie;
  • het creëren van een relatie van burgerlijk gezag (apadrinhamento civil) en het intrekken van dergelijke beslissingen;
  • het machtigen van de wettelijke vertegenwoordiger van minderjarigen tot bepaalde handelingen, het bekrachtigen van handelingen die eventueel zonder machtiging zijn uitgevoerd en het treffen van regelingen met betrekking tot de aanvaarding van schenkingen;
  • het nemen van beslissingen met betrekking tot garanties die ouders ten behoeve van minderjarige kinderen moeten stellen;
  • het beslissen over de gehele of gedeeltelijke ontzetting uit de ouderlijke verantwoordelijkheid en de uitoefening daarvan;
  • het uit eigen beweging vaststellen van moederschap en vaderschap en het behandelen van bezwaren en onderzoeken in verband met moederschaps- en vaderschapskwesties;
  • bij onenigheid tussen de ouders, het beslissen over de voornaam en namen van een minderjarig kind;
  • indien er sprake is van voogdij over of beheer van goederen, het bepalen van de vergoeding van de voogd of de beheerder, het behandelen van zaken in verband met de terugtrekking, de ontheffing of het ontslag van de voogd, de beheerder of de gezinsadviseur, het opvragen en beoordelen van financiële gegevens, het bekrachtigen van de substitutie van de wettelijke hypotheek, het beslissen over de verhoging en substitutie van de gestelde garantie en het aanstellen van een bijzondere voogd om de minderjarige te vertegenwoordigen in buitengerechtelijke zaken;
  • het aanstellen van een bijzondere voogd om de minderjarige in voogdijzaken te vertegenwoordigen;
  • het wijzigen, intrekken en herzien van adoptie, het opvragen en beoordelen van de financiële gegevens van de adopterende partij en het bepalen van de hoogte van het inkomen voor ondersteuning van de geadopteerde partij;
  • het beslissen over de verhoging of substitutie van de garantie die ten behoeve van minderjarigen is gesteld;
  • het opvragen en beoordelen van de rekeningen die door de ouders moeten worden verstrekt;
  • het behandelen van andere kwesties in de bij het vorige punt genoemde procedures;
  • het herbeoordelen van de beslissingen van andere entiteiten in zaken waarin op grond van de wet enkele van de bij de vorige zes punten genoemde bevoegdheden aan die entiteiten zijn voorbehouden.

(Educatieve en beschermingsvoogdij) (artikel 124 van wet 62/2013):

  • het voorbereiden en beoordelen van en beslissen over bevorderings- en beschermingszaken;
  • het toepassen van bevorderings- en beschermingsmaatregelen en het monitoren van de uitvoering daarvan, wanneer een kind of jongere zich in een riskante situatie bevindt en er geen sprake is van interventie door het beschermingscomité;
  • het uitvoeren van gerechtelijke handelingen die verband houden met het onderzoek naar de educatieve voogdij;
  • het beoordelen van de feiten die kwalificeren als misdrijven op grond van de wetgeving en die zijn uitgevoerd door een minderjarige tussen de 12 en 16 jaar, met het oog op de toepassing van een voogdijmaatregel;
  • het uitvoeren en herzien van voogdijmaatregelen;
  • het beëindigen of annuleren van voogdijmaatregelen;
  • het behandelen van beroepen tegen beslissingen tot toepassing van disciplinaire maatregelen op minderjarigen die vrijheidsbenemende maatregelen opgelegd hebben gekregen.

Opmerking

De bevoegdheid van centrale familie- en jeugdcolleges met betrekking tot kwesties van educatieve en beschermingsvoogdij eindigt wanneer: er een niet-uitgestelde vrijheidsbenemende straf wordt toegepast in een strafrechtelijke procedure in verband met een door een minderjarige tussen de 16 en 18 jaar gepleegd misdrijf; of de minderjarige 18 jaar wordt vóór de datum van de beslissing in eerste aanleg.

Centrale arbeidscolleges

(In burgerlijke zaken) (artikel 126 van wet 62/2013):

  • kwesties met betrekking tot nietigverklaring en interpretatie van niet van overheidswege opgelegde bepalingen in collectieve regelingen van arbeidsomstandigheden;
  • kwesties die voortvloeien uit werkgever-werknemerbetrekkingen en betrekkingen aangegaan met het oog op de sluiting van arbeidsovereenkomsten;
  • kwesties die voortvloeien uit arbeidsongevallen en beroepsziekten;
  • kwesties met betrekking tot verpleging, ziekenhuizen, medicijnverstrekking in het kader van medische dienstverlening, prothesen en orthopedische hulpmiddelen of iedere andere dienst of prestatie verricht of betaald ten voordele van slachtoffers van arbeidsongevallen of beroepsziekten;
  • zaken waarbij de nietigverklaring wordt gevorderd van akten en overeenkomsten gesloten door instanties met als doel zich te onttrekken aan verplichtingen die voortvloeien uit de regelgeving betreffende vakbonden of arbeid;
  • kwesties die voortvloeien uit overeenkomsten die bij wet met arbeidsovereenkomsten zijn gelijkgesteld;
  • kwesties die voortvloeien uit opleidings- en stageovereenkomsten;
  • kwesties met betrekking tot werknemers die bij dezelfde werkgever in dienst zijn en rechten en verplichtingen betreffen die voortvloeien uit gezamenlijk uitgevoerde handelingen in het kader van hun arbeidsbetrekkingen of die voortvloeien uit een door een van hen begane onrechtmatige handeling tijdens of in verband met de uitvoering van hun taken; in dit geval zijn de strafrechtbanken bevoegd voor de met de strafrechtelijke aansprakelijkheid verband houdende civielrechtelijke aansprakelijkheid;
  • geschillen tussen socialezekerheidsinstellingen of instellingen voor gezinstoelagen en de begunstigden van de uitkeringen, wanneer ze betrekking hebben op de rechten, bevoegdheden en verplichtingen van deze partijen op grond van wet- en regelgeving of statutaire bepalingen; dit heeft geen invloed op de bevoegdheid van de administratieve en fiscale rechtbanken;
  • kwesties tussen vakbonden en leden of personen die door hen worden vertegenwoordigd of die door hun beslissingen worden geraakt in hun rechten, bevoegdheden en verplichtingen op grond van wet- en regelgeving of statutaire bepalingen;
  • zaken in verband met de liquidatie en verdeling van de activa van socialezekerheidsinstellingen of vakbonden, bij ontstentenis van ter zake geldende wettelijke bepalingen;
  • geschillen tussen socialezekerheidsinstellingen of vakbonden met betrekking tot het bestaan, de reikwijdte of de aard van wettelijke bevoegdheden of verplichtingen van een van deze partijen die van invloed kunnen zijn op andere partijen;
  • uitvoering op basis van hun beslissingen of andere executoriale titels, met inachtneming van de bevoegdheid toegekend aan andere rechtbanken;
  • geschillen tussen partijen in een arbeidsrelatie of tussen een van deze partijen en een derde als gevolg van betrekkingen die verband houden met een arbeidsrelatie, en mits de vordering wordt ingesteld samen met een andere vordering waarvoor de arbeidsafdeling directe bevoegdheid heeft;
  • kwesties in verband met tegenvorderingen die verband houden met de zaak overeenkomstig het vorige punt, behalve bij schadevergoeding, waarvoor een dergelijk verband niet nodig is;
  • civielrechtelijke zaken met betrekking tot stakingen;
  • kwesties tussen commissies van werknemers en de respectieve coördinerende commissies, de onderneming of de medewerkers van de onderneming;
  • alle kwesties in verband met de controle van de wettelijkheid van de oprichting, statuten (met inbegrip van wijzigingen daarvan), de werking en beëindiging van vakbonden, werkgeversorganisaties en commissies van werknemers;
  • andere bij wet toegekende kwesties.

(Met betrekking tot administratieve overtredingen)

  • het behandelen van beroepen tegen beslissingen van administratieve instanties in procedures in verband met administratieve overtredingen met betrekking tot arbeids- en socialezekerheidskwesties.

Centrale handelscolleges (artikel 128 van wet 62/2013):

  • insolventieprocedures en bijzondere procedures voor sanering van ondernemingen;
  • zaken om een vennootschapsakte onbestaanbaar of nietig te verklaren of te ontbinden;
  • zaken in verband met de uitoefening van rechten binnen een onderneming;
  • zaken in verband met de opschorting en nietigverklaring van beslissingen van een onderneming;
  • zaken in verband met de liquidatie van ondernemingen;
  • zaken in verband met de liquidatie van een Europese naamloze vennootschap;
  • zaken in verband met de liquidatie van holdings;
  • zaken waarnaar wordt verwezen in het wetboek betreffende het handelsregister;
  • zaken in verband met de liquidatie van een kredietinstelling of financieringsmaatschappij;
  • verwante kwesties, gevoegde procedures en de uitvoering van beslissingen, in de bij de vorige punten genoemde vorderingen en zaken;
  • bezwaren tegen beslissingen van de beheerders van het handelsregister;
  • bezwaren tegen beslissingen van beheerders die zijn aangenomen in het kader van een administratieve procedure voor de ontbinding en gerechtelijke liquidatie van commerciële ondernemingen.

Centrale uitvoeringscolleges (artikel 129 van wet 62/2013):

  • civiele uitvoeringsprocedures, met uitzondering van: bevoegdheden die zijn toegewezen aan de rechtbank voor intellectuele eigendom, de rechtbank voor mededinging, regelgeving en toezicht, de scheepvaartrechtbank, de familie- en jeugdcolleges, de arbeidscolleges of de handelscolleges, evenals de uitvoering van beslissingen van het strafcollege die, krachtens strafprocedures, niet voor een civiel college mogen worden gebracht.

RECHTBANKEN MET BREDERE BEVOEGDHEID

Rechtbank voor intellectuele eigendom (artikel 111 van wet 62/2013):

  • zaken in verband met auteursrecht en daaraan gerelateerde rechten;
  • zaken in verband met industriële-eigendomsrechten;
  • zaken in verband met de ongeldig- en nietigverklaring krachtens het wetboek betreffende industriële eigendom;
  • beroepen tegen beslissingen van het nationale instituut voor industriële eigendom (Instituto Nacional da Propriedade Industrial, I. P.) om enig type industriële-eigendomsrechten toe te kennen of te weigeren, of in verband met overdrachten, vergunningen of verklaringen van achterhaaldheid of met als voorwerp handelingen die van invloed zijn op industriële-eigendomsrechten of waardoor deze worden gewijzigd of komen te vervallen;
  • beroepen tegen en herziening van beslissingen, of andere maatregelen die juridisch kunnen worden aangevochten, van het nationale instituut voor industriële eigendom in procedures in verband met administratieve overtredingen;
  • rechtsvorderingen waarbij de zaak verband houdt met domeinnamen op het internet;
  • beroepen tegen beslissingen van de nationale stichting voor wetenschappelijke berekening (Fundação para a Computação Científica Nacional), de instantie die verantwoordelijk is voor de registratie, afwijzing of verwijdering van .pt-domeinnamen;
  • zaken die verband houden met bedrijven of handelsnamen;
  • beroepen tegen beslissingen van het instituut voor registratie- en notariszaken (Instituto dos Registos e do Notariado, I. P.) in verband met de toelaatbaarheid van bedrijven en handelsnamen op grond van de wettelijke regels voor het nationale register van rechtspersonen (Registo Nacional de Pessoas Colectivas);
  • zaken die verband houden met oneerlijke mededinging met betrekking tot industriële eigendom;
  • maatregelen voor het verkrijgen en bewaren van bewijsmateriaal en het verstrekken van informatie, indien noodzakelijk voor de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en auteursrecht;
  • verwante kwesties, gevoegde procedures en de uitvoering van beslissingen, bij de bij de vorige punten genoemde zaken en beroepen.

Rechtbank voor mededinging, regelgeving en toezicht (artikel 112 van wet 62/2013):

  • beroepen tegen en herziening en uitvoering van beslissingen, bevelen en andere maatregelen in procedures in verband met administratieve overtredingen die juridisch kunnen worden aangevochten:
    • afgegeven door de mededingingsautoriteit;
    • afgegeven door de nationale communicatieautoriteit;
    • afgegeven door de bank van Portugal;
    • afgegeven door de commissie voor de effectenmarkten;
    • afgegeven door de autoriteit voor mediaregulering;
    • afgegeven door het Portugese verzekeringsinstituut;
    • afgegeven door andere onafhankelijke administratieve instanties met regelgevings- en toezichtsfuncties;
    • beroepen tegen en herziening en uitvoering van:
      • beslissingen van de mededingingsautoriteit in administratieve procedures, zoals genoemd in de wettelijke mededingingsregels;
      • een ministeriële beslissing waarmee bij wijze van uitzondering een concentratie tussen bedrijven wordt toegestaan die door een beslissing van de mededingingsautoriteit is verboden;
      • andere beslissingen van de mededingingsautoriteit die kunnen worden aangevochten op grond van de wettelijke mededingingsregels;
      • verwante kwesties, gevoegde procedures en de uitvoering van beslissingen bij alle bij de vorige punten genoemde beroepen, zaken, vorderingen en herzieningen.

Scheepvaartrechtbank (artikel 113 van wet 62/2013):

  • compensatie voor schade door of aan schepen, boten en andere drijvende vaartuigen, of door het gebruik daarvan op zee, op grond van de algemene wettelijke voorwaarden;
  • kwesties in verband met overeenkomsten voor de bouw, reparatie, aankoop en verkoop van schepen, boten en andere drijvende vaartuigen, mits deze voor maritiem gebruik zijn bestemd;
  • kwesties in verband met overeenkomsten voor zeevervoer of gecombineerde of multimodale vervoersovereenkomsten;
  • kwesties in verband met overeenkomsten voor vervoer over rivieren of kanalen, binnen de grenzen van maritieme rechtsgebieden op binnenwateren, en de bijbehorende oevers en beddingen, zoals bij wet bepaald;
  • kwesties in verband met overeenkomsten voor het maritiem gebruik van schepen, boten en andere drijvende vaartuigen, namelijk die voor charters en financiële lease;
  • kwesties in verband met overeenkomsten voor het verzekeren van voor maritiem gebruik bestemde schepen, boten of andere drijvende vaartuigen en hun vracht;
  • kwesties in verband met hypotheken en voorrechten met betrekking tot schepen en boten, evenals zakelijke zekerheidsrechten op drijvende vaartuigen en hun vracht;
  • bijzondere procedures in verband met schepen, boten en andere drijvende vaartuigen en hun vracht;
  • procedures in verband met tijdelijke maatregelen ten aanzien van schepen, boten en andere drijvende vaartuigen, hun vracht, ruimen, kasgeld en andere activa, evenals verzoeken aan de havenautoriteit om voorlopig het vertrek te beletten van de activa die het voorwerp zijn van dergelijke maatregelen;
  • kwesties in verband met algemene of bijzondere averij, met inbegrip van schade veroorzaakt aan andere drijvende vaartuigen bestemd voor maritiem gebruik;
  • kwesties in verband met hulpverlening op zee en geborgen lading;
  • kwesties in verband met sleep- en loodsovereenkomsten;
  • kwesties in verband met verwijdering van wrakken;
  • civielrechtelijke aansprakelijkheid als gevolg van vervuiling van de zee en andere wateroppervlakken die onder de bevoegdheid van de rechtbank vallen;
  • het gebruik, het verlies, de ontdekking of de toe-eigening van visserstuig of tuig voor de vangst van schaal- en schelpdieren en mariene planten, klemmen, vistuig, werktuigen, benodigdheden en andere voorwerpen om te navigeren of te vissen, evenals schade veroorzaakt aan of door dergelijke zaken;
  • schade veroorzaakt aan goederen in het publieke maritieme domein;
  • eigendom en bezit van aangespoelde goederen en voorwerpen afkomstig van de zee of bestaande overblijfselen die zich op of in de zeebodem bevinden of die afkomstig zijn uit of kunnen voorkomen in binnenwateren, indien deze van maritiem belang zijn;
  • vangsten;
  • alle algemene kwesties van maritiem handelsrecht;
  • beroepen tegen besluiten van de havenmeester zoals aangenomen in het kader van procedures inzake maritieme administratieve overtredingen;
  • verwante kwesties, gevoegde procedures en de uitvoering van beslissingen, in de bij de vorige punten genoemde vorderingen en zaken.

HOGERE RECHTBANKEN

Hoven van beroep (artikel 67 van wet 62/2013

De hoven van beroep, voor zaken in tweede aanleg, hebben colleges voor civiele zaken, strafzaken, sociale zaken, familie- en jeugdzaken, handelszaken, intellectuele-eigendomszaken en zaken in verband met mededinging, regelgeving en toezicht. De oprichting van sociale, familie- en jeugd-, handels-, commerciële en intellectuele-eigendomscolleges en colleges voor mededinging, regelgeving en toezicht is echter afhankelijk van de omvang en complexiteit van de dienst.

Hooggerechtshof (artikel 47 van wet 62/2013)

Het hooggerechtshof, voor zaken in laatste aanleg, heeft colleges voor civiele zaken, strafzaken en sociale zaken.

Toepasselijke wetgeving

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Wet 62/2013

Wetboek van rechtsvordering in arbeidszaken

Wetboek inzake insolventie en sanering van ondernemingen

Opmerking:

Het contactpunt, de rechtbanken of andere entiteiten en instanties zijn niet gebonden door de in dit informatieblad opgenomen gegevens. Ook de geldende wetteksten en de wijzigingen daarvan moeten worden geraadpleegd.

Laatste update: 25/01/2022

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.