Richtlijn prijsaanduidingen (98/6)

Wat is het doel van de richtlijn?

Zij schrijft voor dat de verkoopprijs en de eenheidsprijs van alle door handelaren aan de consument aangeboden producten duidelijk moeten worden aangegeven om de voorlichting van de consument te verbeteren en prijsvergelijkingen mogelijk te maken.

Belangrijkste punten

De verkoopprijs en de eenheidsprijs moeten op ondubbelzinnige, gemakkelijk herkenbare en duidelijk leesbare wijze worden vermeld voor alle producten die door handelaren aan de consument worden aangeboden („ondubbelzinnig” betekent de definitieve prijs, inclusief belasting over de toegevoegde waarde en alle andere belastingen).

De prijs per meeteenheid hoeft niet te worden aangeduid als deze identiek is aan de verkoopprijs.

De landen van de Europese Unie (EU) kunnen echter besluiten deze regel niet toe te passen:

  • producten die bij een dienstverlening worden verstrekt;
  • verkopen op een veiling, alsmede verkopen van kunstwerken en antiquiteiten.

Voor los verkochte producten hoeft alleen de prijs per meeteenheid te worden aangeduid.

In reclame waarin de verkoopprijs wordt vermeld, moet ook de prijs per meeteenheid worden aangeduid.

De EU-landen kunnen:

  • vrijstelling verlenen van de verplichting tot aanduiding van de prijs per meeteenheid voor producten waarbij een dergelijke aanduiding niet zinvol zou zijn of verwarring zou kunnen veroorzaken;
  • een lijst van niet voor de voeding bestemde producten opstellen die aan de verplichting tot aanduiding van de prijs per meeteenheid onderworpen blijven.

De richtlijn voorzag in een overgangsperiode gedurende welke kleine detailhandelszaken niet verplicht waren de prijs per eenheid van andere producten dan die welke in bulk worden verkocht, aan te geven.

De EU-landen moeten:

  • nemen passende maatregelen om de betrokkenen op de hoogte te stellen van de omzetting van deze wetgeving;
  • het stelsel van sancties voor inbreuken op de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen vast te stellen en hierover informatie te verstrekken.

Bij deze richtlijn zijn de Richtlijnen 79/581/EEG (prijzen van levensmiddelen) en 88/314/EEG (prijzen van non-foodproducten) met ingang van 18 maart 2000 ingetrokken.

In 2006 publiceerde de Europese Commissie een mededeling waarin wordt onderzocht hoe de EU-landen de richtlijn ten uitvoer hebben gelegd en de standpunten van de belanghebbenden werden ingewonnen.

Vanaf wanneer is de richtlijn van toepassing?

Zij is van toepassing sinds 18 maart 1998. De EU-landen moesten dit uiterlijk op 18 maart 2000 in nationale wetgeving omzetten.

Achtergrond

Voor meer informatie zie:

Hoofddocument

Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (PB L 80 van 18.3.1998, blz. 27-31).

Gerelateerde besluiten

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 1998/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (COM (2006) 325 final van 21.6.2006).

Laatste update: 03/03/2021

Deze tekst is automatisch vertaald. De beheerder van deze website kan niet instaan voor de kwaliteit van de vertaling.