Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Verordening Brussel I (herschikking) - Tsjechië


BEVOEGDE GERECHTEN/AUTORITEITEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Tsjechië

Brussels I recast


Artikel 65, lid 3: Informatie over de wijze waarop overeenkomstig het nationale recht de gevolgen van de in artikel 65, lid 2 van de verordening genoemde beslissingen worden vastgesteld

Artikel 75, onder a) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij de verzoeken overeenkomstig artikel 36, lid 2, artikel 45, lid 4, en artikel 47, lid 1, moeten worden ingesteld

Artikel 75, onder b) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij overeenkomstig artikel 49, lid 2, een rechtsmiddel tegen de beslissing op het verzoek om een weigering van tenuitvoerlegging moet worden ingesteld

Artikel 75, onder c) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij een eventuele hogere voorziening overeenkomstig artikel 50 moet worden ingesteld

Artikel 75, onder d) – talen die worden aanvaard voor de vertaling van de formulieren betreffende rechterlijke beslissingen, authentieke akten en gerechtelijke schikkingen

Artikel 76, lid 1, onder a) – de in artikel 5, lid 2, en artikel 6, lid 2, vermelde bevoegdheidsregels

Artikel 76, lid 1, onder b) – de in artikel 65 vermelde regels ten aanzien van het in het geding roepen van een derde

Artikel 76, lid 1, onder c) – de in artikel 69 vermelde overeenkomsten

Artikel 65, lid 3: Informatie over de wijze waarop overeenkomstig het nationale recht de gevolgen van de in artikel 65, lid 2 van de verordening genoemde beslissingen worden vastgesteld

N.v.t.

Artikel 75, onder a) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij de verzoeken overeenkomstig artikel 36, lid 2, artikel 45, lid 4, en artikel 47, lid 1, moeten worden ingesteld

De districtsrechtbanken zijn materieel bevoegd.

Welke districtsrechtbank territoriale bevoegdheid heeft, wordt als volgt bepaald:

  1. Als de tenuitvoerlegging van een beslissing al is bevolen, heeft het gerecht dat het bevel heeft gegeven en ten uitvoer legt territoriale bevoegdheid. De regels betreffende de nationale bevoegdheid inzake de gerechtelijke tenuitvoerlegging zijn neergelegd in Wet nr. 99/1963, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikel 252).
  2. Als er al bevolen is tot beslaglegging (exekuce), heeft het gerecht dat de beslaglegging heeft bevolen (de executierechter (exekuční soud)) territoriale bevoegdheid. De regels voor het bepalen van de executierechter zijn neergelegd in Wet nr. 120/2001 inzake gerechtsdeurwaarders en executieprocedures (de Wet executieprocedures (exekuční řád)) (artikel 45).
  3. Als er nog geen bevel is gegeven tot tenuitvoerlegging van een beslissing of beslaglegging, is het gerecht dat bevoegd zou zijn voor de tenuitvoerlegging van de beslissing (zie punt 1 hierboven) of het gerecht dat executierechter zou zijn (zie punt 2 hierboven) bevoegd in de procedure.

Op de De link wordt in een nieuw venster geopend.website van het ministerie van Justitie is een overzicht beschikbaar van alle districtsrechtbanken met actuele contactgegevens.

Artikel 75, onder b) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij overeenkomstig artikel 49, lid 2, een rechtsmiddel tegen de beslissing op het verzoek om een weigering van tenuitvoerlegging moet worden ingesteld

Er kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerecht dat de betwiste beslissing heeft genomen. (Dat gerecht verwijst het hoger beroep naar het gerecht dat bevoegd is om de zaak in hoger beroep te behandelen.)

De regionale rechtbanken zijn materieel bevoegd voor procedures in hoger beroep. De regionale rechtbank in het rechtsgebied waarvan de districtsrechtbank is gelegen die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan over het verzoek om weigering van tenuitvoerlegging (of inzake erkenning of weigering van erkenning), heeft territoriale rechterlijke bevoegdheid.

Artikel 75, onder c) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij een eventuele hogere voorziening overeenkomstig artikel 50 moet worden ingesteld

Er kunnen alleen bijzondere corrigerende maatregelen worden ingesteld, te weten:

  • een beroep tot nietigverklaring (žaloba pro zmatečnost) overeenkomstig artikel 229 e.v. van Wet nr. 99/1963, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
  • een verzoek tot heropening van een procedure (žaloba na obnovu řízení) overeenkomstig artikel 228 en volgende van Wet nr. 99/1963, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
  • beroepen (dovolání) overeenkomstig artikel 236 e.v. van Wet nr. 99/1963, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Alle hierboven genoemde bijzondere corrigerende maatregelen worden ingesteld bij de rechtbank die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan over het verzoek om weigering van tenuitvoerlegging (of inzake erkenning of weigering van erkenning).

Het hooggerechtshof heeft rechtsbevoegdheid om beroepen in behandeling te nemen (řízení o dovolání). De rechtbank die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan, is bevoegd inzake maatregelen tot heropening van een procedure (řízení na obnovu řízení). De rechtbank die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan, is in bepaalde zaken bevoegd inzake beroepen tot nietigverklaring (řízení o žalobě pro zmatečnost) terwijl het hof van beroep (vgl. artikel 235a van Wet nr. 99/1963, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) in andere zaken bevoegd is.

Artikel 75, onder d) – talen die worden aanvaard voor de vertaling van de formulieren betreffende rechterlijke beslissingen, authentieke akten en gerechtelijke schikkingen

Slowaaks.

Artikel 76, lid 1, onder a) – de in artikel 5, lid 2, en artikel 6, lid 2, vermelde bevoegdheidsregels

Wet nr. 91/2012 betreffende het internationaal privaatrecht, met name artikel 6 daarvan.

Artikel 76, lid 1, onder b) – de in artikel 65 vermelde regels ten aanzien van het in het geding roepen van een derde

N.v.t.

Artikel 76, lid 1, onder c) – de in artikel 69 vermelde overeenkomsten

  • de Overeenkomst tussen de Volksrepubliek Bulgarije en de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek inzake rechtshulp en de regeling van betrekkingen in burgerlijke, familie- en strafzaken, ondertekend te Sofia op 25 november 1976;
  • het Verdrag van 1982 tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Republiek Cyprus inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Nicosia op 23 april 1982;
  • het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Helleense Republiek inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Athene op 22 oktober 1980;
  • het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en het Koninkrijk Spanje inzake rechtshulp en erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken in burgerlijke zaken, ondertekend te Madrid op 4 mei 1987;
  • het Verdrag tussen de Regering van de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Regering van de Franse Republiek inzake rechtshulp en de erkenning en tenuitvoerlegging van uitspraken in burgerlijke, familie- en handelszaken, ondertekend te Parijs op 10 mei 1984;
  • het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Hongaarse Volksrepubliek inzake rechtshulp en tot regeling van rechtsbetrekkingen in burgerlijke, familie- en strafzaken, ondertekend te Bratislava, op 25 maart 1976;
  • het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Italiaanse Republiek inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Praag op 6 december 1985;
  • het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Volksrepubliek Polen inzake rechtshulp en tot regeling van de rechtsbetrekkingen in burgerlijke, familie-, arbeids- en strafzaken, ondertekend te Warschau op 21 december 1987, in de zin van het Verdrag tussen de Tsjechische Republiek en de Republiek Polen tot wijziging en aanvulling van het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Volksrepubliek Polen inzake rechtshulp en tot regeling van de rechtsbetrekkingen in burgerlijke, familie-, arbeids- en strafzaken, ondertekend te Warschau op 21 december 1987, ondertekend te Mojmírovce op 30 oktober 2003;
  • de Overeenkomst tussen de Tsjechoslowaakse Republiek en Portugal inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen, ondertekend te Lissabon op 23 november 1927;
  • het Verdrag tussen de Tsjechische Republiek en Roemenië inzake rechtshulp in burgerlijke zaken, ondertekend te Boekarest op 11 juli 1994;
  • het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië tot regeling van de rechtsbetrekkingen in burgerlijke, familie- en strafzaken, ondertekend te Belgrado op 20 januari 1964;
  • het Verdrag tussen de Tsjechische Republiek en de Slowaakse Republiek inzake rechtshulp van justitiële instanties en tot regeling van bepaalde rechtsbetrekkingen in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Praag op 29 oktober 1992.

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 29/01/2019