Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Procedurekosten - Luxemburg

Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Frans

Op deze pagina vindt u informatie over gerechtelijke kosten in het Groothertogdom Luxemburg.


Procedurekosten

Regelgeving inzake vergoedingen voor beoefenaars van juridische beroepen

Gerechtsdeurwaarders

Het honorarium van gerechtsdeurwaarders wordt bij groothertogelijk besluit vastgelegd. Het gaat om het groothertogelijk besluit van 24 januari 1991 houdende vaststelling van het honorarium van de gerechtsdeurwaarders. Voor meer informatie hierover kunt u terecht op de website van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Chambre des huissiers de justice du Grand-Duché du Luxembourg (Kamer van gerechtsdeurwaarders van het Groothertogdom Luxemburg).

Advocaten

Krachtens artikel 38 van de gewijzigde wet van 10 augustus 1991 op het beroep van advocaat is het aan de advocaat om zijn honorarium vast te stellen en zijn beroepskosten te berekenen. Bij de vaststelling van de vergoeding houdt de advocaat rekening met diverse elementen van het dossier, waaronder het belang van de zaak, de moeilijkheidsgraad, het resultaat en de financiële situatie van de cliënt. Indien de vergoeding onredelijk blijkt, wordt zij bijgesteld door de Conseil de l’Ordre (raad van orde) na beoordeling van de voornoemde elementen van het dossier. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Barreau de Luxembourg (balie van Luxemburg).

Vaste kosten

Vaste kosten in civiele procedures

Aan de procedure om een geschil voor de civiele rechter te brengen (saisine du juge civil) zijn geen andere vaste kosten verbonden dan de kosten van de gerechtsdeurwaarder en de advocaat. In beginsel zijn aan civiele procedures geen kosten verbonden. Nadat het vonnis is uitgesproken kunnen er echter wel kosten ontstaan ten gevolge van de uitvoering van de beslissing en het verzoekschrift van de in het gelijk gestelde partij.

Vaste kosten in strafrechtelijke procedures

Vaste kosten voor procederende partijen in strafrechtelijke procedures

De afgifte van een afschrift van een strafvonnis kost 0,25 eurocent per pagina. Er zijn geen andere kosten aan verbonden, met uitzondering van de afschriften van het strafdossier waarvoor hetzelfde bedrag per gekopieerde pagina wordt aangerekend aan de advocaat die om het afschrift heeft verzocht.

Moment in de strafrechtelijke procedure waarop vaste kosten voor procederende partijen betaald moeten worden

Krachtens artikel 59 van de Code d’instruction criminelle (CIC – wetboek van strafvordering) "moet de burgerlijke partij die een strafvordering bij de rechter aanhangig maakt (de eisende partij) en geen rechtsbijstand ontvangt aan de ontvanger van de registratie het bedrag in bewaring geven dat nodig is om de procedurekosten te dekken.

De indiening van de klacht wordt bij beschikking geconstateerd door de onderzoeksrechter. Afhankelijk van de financiële situatie van de burgerlijke partij stelt de rechter het te consigneren bedrag vast alsmede de termijn binnen welke het bedrag moet worden betaald, op straffe van niet-ontvankelijkheid van de klacht. Hij kan de burgerlijke partij ook vrijstellen van consignatie indien zij niet over de nodige middelen beschikt."

Deze procedure wordt gebruikt voor klachten met een burgerlijke partij die aanhangig worden gemaakt bij de onderzoeksrechter. Aan klachten en aangiften die bij het parket worden ingediend, respectievelijk het zich burgerlijke partij stellen bij de rechter in de hoofdzaak (wanneer een klacht wordt ingediend gedurende het proces, tijdens de terechtzitting) zijn geen kosten verbonden.

Vaste kosten in grondwettelijke procedures

Hieraan zijn geen specifieke vaste kosten verbonden.

Informatie die wettelijke vertegenwoordigers (advocaten) vooraf moeten verstrekken

Rechten en verplichtingen van de partijen

Overeenkomstig de beginselen van het gewijzigde interne besluit van 16 maart 2005 van de Ordre des Avocats du Barreau de Luxembourg (orde van advocaten van de Luxemburgse balie) hebben wettelijke vertegenwoordigers (advocaten) de plicht om vooraf informatie te verstrekken aan partijen die overwegen een proces aan te spannen. Deze informatie moet de partijen in kennis stellen van hun rechten en verplichtingen, de kans van slagen van hun vordering en de kosten die zij zullen moeten betalen, met inbegrip van de kosten die zij moeten dragen wanneer zij in het ongelijk worden gesteld.

Informatie over procedurekosten

Waar kan ik informatie vinden over procedurekosten in Luxemburg?

  • Inzonderheid in de geciteerde wetgevingsbronnen en internetinformatie,
  • bij de Service d’accueil et d’informations juridiques (onthaaldienst en dienst voor juridisch advies) van het Parquet général (parket-generaal),
  • tijdens de kosteloze consulten over rechten van vrouwen die worden georganiseerd door het Parquet général.

In welke talen kan ik informatie vinden over procedurekosten in Luxemburg?

  • De wetgevingsbronnen: in het Frans;
  • de overige informatie: in het Engels, Duits, Frans en Luxemburgs; meer bepaald de mondelinge inlichtingen die worden verstrekt door de voornoemde onthaaldienst en organen.

Waar kan ik informatie vinden over bemiddeling/mediation?

Voor informatie over bemiddeling/mediation kunt u terecht op de website van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Association luxembourgeoise de la médiation et des médiations agrées (ALMA Asbl - Luxemburgse vereniging van bemiddeling/mediation en erkende mediators), op de website van het Centre de Médiation du Barreau de Luxembourg (CMBL - Centrum voor bemiddeling/mediation van de Luxemburgse balie) en op de website van het De link wordt in een nieuw venster geopend.ministerie van Justitie.

Rechtsbijstand

Toepasselijke inkomensgrens op civielrechtelijk en strafrechtelijk gebied

Omstandigheden en voorwaarden waaronder om rechtsbijstand kan worden verzocht

Natuurlijke personen die over onvoldoende financiële middelen beschikken, kunnen in het Groothertogdom Luxemburg aanspraak maken op rechtsbijstand om hun belangen te verdedigen, mits het gaat om staatsburgers van Luxemburg, vreemdelingen die gerechtigd zijn zich in Luxemburg te vestigen, staatsburgers van een andere lidstaat van de Europese Unie of vreemdelingen die op het punt van rechtsbijstand krachtens een internationale overeenkomst gelijkgesteld zijn met Luxemburgse staatsburgers.

Ook vreemdelingen die hun woon- of verblijfplaats hebben in een andere lidstaat van de Europese Unie, met uitzondering van Denemarken, kunnen aanspraak maken op rechtsbijstand voor alle civiele en handelsprocedures betreffende grensoverschrijdende geschillen zoals bedoeld in Richtlijn 2003/8/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen, door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand bij die geschillen.

Tevens kan in civiele en handelsprocedures rechtsbijstand worden toegekend aan personen zoals bedoeld in de eerste alinea, die hun woonplaats of gewone verblijfplaats in Luxemburg hebben, voor het inwinnen van juridisch advies bij een advocaat in Luxemburg, met inbegrip van de opstelling van een dossier tot aanvraag van rechtsbijstand in een andere lidstaat van de Europese Unie, totdat het verzoek om rechtsbijstand aldaar ontvankelijk is verklaard, overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde Richtlijn 2003/8/EG van de Raad van 27 januari 2003.

Rechtsbijstand kan ook worden verleend aan elke andere vreemdeling met onvoldoende financiële draagkracht wanneer het gaat om procedures inzake asielrecht, toegang tot het grondgebied, verblijf, vestiging en verwijdering van vreemdelingen. Indien deze buitenlandse onderdanen krachtens andere wetsbepalingen recht hebben op de toewijzing van een advocaat door de Bâtonnier de l’Ordre des avocats (deken van de orde van advocaten) ontvangen zij de rechtsbijstand die nodig is om de advocaatkosten te dekken na overlegging van een bewijs waaruit blijkt dat zij over onvoldoende financiële middelen beschikken.

Het onderzoek naar de financiële draagkracht van natuurlijke personen die om rechtsbijstand verzoeken, is gebaseerd op het totale bruto-inkomen en het vermogen van de verzoeker en van eventuele andere leden van zijn huishouden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, lid 1, en artikel 20 van de gewijzigde wet van 29 april 1999 houdende de instelling van het recht op een gegarandeerd bestaansminimum binnen de grenzen van de bedragen die zijn vastgesteld in artikel 5, leden 1, 2, 3, 4 en 6, van de voornoemde gewijzigde wet van 29 april 1999. Het inkomen van de personen die met de verzoeker in gezinsverband samenwonen, wordt echter niet in aanmerking genomen wanneer er sprake is van een geschil tussen echtgenoten of personen die gewoonlijk onder hetzelfde dak wonen of wanneer de betrokken personen met betrekking tot het voorwerp van de procedure verschillende belangen hebben, zodat de financiële situatie op een andere manier moet worden beoordeeld.

Indien een minderjarige die bij een gerechtelijke procedure betrokken is om rechtsbijstand verzoekt, wordt deze toegekend onafhankelijk van de financiële situatie van de ouders of van de personen die met de minderjarige in gezinsverband samenwonen, onverminderd het recht van de staat om de vader of moeder te verzoeken de gemaakte kosten terug te betalen indien zij over voldoende financiële middelen beschikken.

Ook personen die op grond van het onderzoek naar hun financiële draagkracht van rechtsbijstand zijn uitgesloten, kunnen voor toekenning in aanmerking komen indien er ernstige redenen van sociale, familiale of materiële aard bestaan om die beslissing te rechtvaardigen.

Uitvoeringsbepalingen voor het verlenen van rechtsbijstand

De uitvoeringsbepalingen van de huidige regelgeving van de rechtsbijstand zijn bij groothertogelijk besluit vastgesteld.

Rechtsbijstand kan zowel aan de eiser als de gedaagde, in contentieuze of niet-contentieuze zaken en in of buiten rechte worden verleend.

Verzoeken om rechtsbijstand zijn mogelijk in alle zaken die aanhangig worden gemaakt bij de gewone rechter of bij administratieve gerechten.

Rechtsbijstand kan worden aangevraagd in de loop van de procedure waarvoor het verzoek wordt ingediend. Indien het verzoek ontvankelijk wordt verklaard, heeft de toekenning terugwerkende kracht tot de dag waarop de procedure is ingeleid of een andere door de Bâtonnier nader te bepalen datum.

Rechtsbijstand kan tevens worden toegekend voor conservatoir beslag en uitvoering van rechterlijke beslissingen of andere executoriale titels.

Eigenaren, houders of chauffeurs van motorvoertuigen die zijn betrokken bij een geschil in verband met het gebruik daarvan, komen echter niet in aanmerking voor rechtsbijstand. Rechtsbijstand is evenmin beschikbaar voor handelaren, industriëlen, ambachtslui of beroepsbeoefenaren die zijn betrokken bij een geschil over hun commerciële of beroepsactiviteit, behalve in goed gemotiveerde uitzonderingsgevallen. Ook is in het algemeen geen rechtsbijstand mogelijk bij geschillen in verband met speculatieve activiteiten van degene die om rechtsbijstand verzoekt.

In het kader van de grensoverschrijdende geschillen zoals bedoeld in de al eerder geciteerde Richtlijn 2003/8/EG van de Raad van 27 januari 2003 kan de Bâtonnier echter toch rechtsbijstand toekennen in de in de vorige alinea genoemde gevallen.

In strafprocedures is de rechtsbijstand niet van toepassing op de kosten en boeten waarin de veroordeelde partij wordt verwezen.

In civiele procedures is de rechtsbijstand niet van toepassing op de procedurekosten en de kosten van een tergende en onrechtmatige procedure.

Rechtsbijstand wordt geweigerd aan personen van wie de vordering inhoudelijk kennelijk niet‑ontvankelijk, ongegrond, onrechtmatig of onevenredig is in verhouding tot de kosten die eraan verbonden zijn.

Rechtsbijstand wordt ook geweigerd als de verzoeker recht heeft om de kosten van de rechtsbijstand op de een of andere wijze te verhalen op een derde.

Wie voor rechtsbijstand in aanmerking komt, heeft recht op bijstand van een advocaat en van alle ministeriële ambtenaren van wie de hulp nodig is gelet op de aard van de zaak, de procedure of de uitvoering ervan.

Besluit over toekenning van rechtsbijstand

De Bâtonnier de l’Ordre des avocats (deken van de orde van advocaten) of het door hem gemachtigde lid van de Conseil de l’ordre uit het arrondissement waar de verzoeker verblijft, beslist over het verzoek om rechtsbijstand. Wanneer geen verblijfplaats wordt opgegeven, berust de bevoegdheid bij de Bâtonnier du Conseil de l’ordre de Luxembourg of het door hem te dien einde gemachtigde lid van de Conseil de l’ordre.

Personen die over onvoldoende financiële middelen beschikken, kunnen zich tot de Bâtonnier wenden, hetzij ter plekke, hetzij schriftelijk.

Indien een persoon die door de politie is aangehouden, verklaart aanspraak te kunnen maken op rechtsbijstand en daarom verzoekt, brengt de advocaat die hem tijdens de aanhouding bijstaat het verzoek over aan de Bâtonnier.

Indien de onderzoeksrechter de verdachte een verdediger toewijst en de verdachte verklaart aanspraak te kunnen maken op rechtsbijstand, brengt de onderzoeksrechter het verzoek over aan de Bâtonnier.

De Bâtonnier gaat na of de verzoeker inderdaad over onvoldoende financiële middelen beschikt en, indien dat zo is, kent hij de verzoeker rechtsbijstand toe en benoemt hij de advocaat die de verzoeker vrijelijk heeft gekozen of, indien geen keuze is gemaakt of indien de Bâtonnier de keuze ongepast acht, de advocaat die hijzelf toewijst. De advocaat is verplicht de hem aldus toevertrouwde opdracht te aanvaarden, tenzij hij verhinderd is of er zich een belangenconflict voordoet.

In alle spoedgevallen kan de Bâtonnier zonder verdere formaliteiten tot voorlopige toekenning van rechtsbijstand beslissen voor de door hem bepaalde handelingen.

Verzoek om rechtsbijstand van een minderjarige

Indien de Bâtonnier instemt met het verzoek om rechtsbijstand van een minderjarige van wie de ouders over voldoende financiële middelen beschikken en de minderjarige dus in beginsel geen deel uitmaakt van de categorie van personen met ontoereikende financiële draagkracht, worden de ouders in kennis gesteld van de ontvankelijkheid van het verzoek om rechtsbijstand van de minderjarige onder vermelding dat de staat het recht heeft te eisen dat de ouders, onder hoofdelijke aansprakelijkheid, de door de staat uitbetaalde bedragen ter financiering van de rechtsbijstand van de minderjarige terugbetalen.

Binnen een termijn van tien dagen vanaf de betekening van de beslissing van de Bâtonnier kan elk van de bedoelde ouders beroep aantekenen bij de in hoogste instantie rechtsprekende Conseil disciplinaire et administratif (disciplinaire en administratieve raad). De Conseil disciplinaire et administratif spreekt zich uit binnen een termijn van veertig dagen vanaf de instelling van het beroep.

De Bâtonnier legt aan het ministerie van Justitie een afschrift over van de definitieve beslissing betreffende de toekenning van rechtsbijstand aan de verzoekende minderjarige.

De Administration de l’enregistrement et des domaines (administratie voor registratie en domeinen) wordt door het ministerie van Justitie aangezocht om de door de staat uitbetaalde bedragen ter financiering van de rechtsbijstand van de minderjarige terug te vorderen van de ouders indien zij over voldoende financiële middelen beschikken.

Voorwaarden voor intrekking van rechtsbijstand

De Bâtonnier trekt de aan de verzoeker toegekende rechtsbijstand in, zelfs indien het geding of de handelingen waarvoor de bijstand is toegekend reeds achter de rug zijn, wanneer blijkt dat de verzoeker de rechtsbijstand heeft verkregen op grond van onjuiste verklaringen of na overlegging van valse stukken. De Bâtonnier kan de rechtsbijstand intrekken indien de begunstigde tijdens het geding of de uitvoering van de handelingen of als resultaat daarvan inkomsten verwerft op grond waarvan het verzoek om rechtsbijstand zou zijn geweigerd indien zij hadden bestaan op de dag van de indiening van het verzoek. Elke wijziging in deze zin moet aan de Bâtonnier worden meegedeeld door de begunstigde of door de bevoegde advocaat.

Intrekking betekent dat de reeds betaalde kosten, rechten, vergoedingen, heffingen, emolumenten, consignaties en voorschotten van welke aard ook onmiddellijk worden ingevorderd bij de begunstigde.

De beslissing van de Bâtonnier tot intrekking van de rechtsbijstand wordt onmiddellijk meegedeeld aan het ministerie van Justitie. De Administration de l’enregistrement et des domaines moet de door de staat uitbetaalde bedragen terugvorderen van de begunstigde.

Beroep tegen intrekking van rechtsbijstand

De verzoeker kan bij de Conseil disciplinaire et administratif beroep aantekenen tegen de beslissing van de Bâtonnier om rechtsbijstand te weigeren of in te trekken. Het beroep moet binnen een termijn van tien dagen vanaf de betekening van de beslissing van de Bâtonnier per aangetekende brief worden ingesteld bij de president van de Conseil disciplinaire et administratif. De Conseil of een van zijn te dien einde gemachtigde leden hoort de uitleg van de verzoeker.

Tegen de beslissing van de Conseil disciplinaire et administratif kan beroep worden ingesteld bij de Conseil disciplinaire et administratif d'appel (disciplinaire en administratieve raad van beroep). In afwijking van de regel, bedraagt de termijn voor het indienen van beroep vijftien dagen.

De notarissen en gerechtsdeurwaarders die personen met rechtsbijstand terzijde staan, worden ambtshalve toegewezen door de aangezochte rechter. Wanneer geen rechter is aangezocht, worden de notarissen ambtshalve toegewezen door de voorzitter van de Chambre des Notaires (kamer van notarissen) en de gerechtsdeurwaarders door de voorzitter van de Chambre des Huissiers de Justice (kamer van gerechtsdeurwaarders).

Bij groothertogelijk besluit is vastgesteld op welke wijze rechtsbijstand wordt toegekend, welke kosten door de rechtsbijstand worden gedekt, volgens welke voorwaarden en op welke wijze de staat de uitbetaalde bedragen ter financiering van de rechtsbijstand terugvordert en welke voorwaarden gelden voor de vergoeding van de advocaat wanneer hij bijstand verleent aan personen met onvoldoende financiële draagkracht, onverminderd het mogelijke recht op een honorarium, wanneer de begunstigden, hetzij ten gevolge van de uitkomst van het proces, hetzij om andere redenen, meer financiële middelen verwerven.

Alle overheidsdiensten moeten hun steun verlenen voor zowel de opstelling van de documenten die nodig zijn om rechtsbijstand aan te vragen als de verificatie ervan. Zij kunnen zich daarbij niet beroepen op het beroeps- of administratief geheim.

Toepasselijke inkomensgrens voor slachtoffers op strafrechtelijk gebied

Het onderzoek naar de financiële draagkracht van natuurlijke personen die om rechtsbijstand verzoeken, is gebaseerd op het totale bruto-inkomen en het vermogen van de verzoeker en van eventuele andere leden van zijn huishouden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, lid 1, en artikel 20 van de gewijzigde wet van 29 april 1999 houdende de instelling van het recht op een gegarandeerd bestaansminimum binnen de grenzen van de bedragen die zijn vastgesteld in artikel 5, leden 1, 2, 3, 4 en 6, van de voornoemde gewijzigde wet van 29 april 1999. Het inkomen van de personen die met de verzoeker in gezinsverband samenwonen, wordt echter niet in aanmerking genomen wanneer er sprake is van een geschil tussen echtgenoten of personen die gewoonlijk onder hetzelfde dak wonen of wanneer de betrokken personen met betrekking tot het voorwerp van de procedure verschillende belangen hebben; in dergelijke gevallen moet de financiële situatie dus op een andere manier worden beoordeeld.

Overige voorwaarden voor rechtsbijstand aan slachtoffers

Er bestaan geen andere voorwaarden voor rechtsbijstand aan slachtoffers.

Overige voorwaarden voor rechtsbijstand aan verdachten

Er bestaan geen andere voorwaarden voor rechtsbijstand aan verdachten.

Kosteloze procedures

Er zijn geen andere kosteloze procedures.

Wanneer wordt de in het ongelijk gestelde partij verwezen in de kosten van de in het gelijk gestelde partij?

In civiele zaken

Elke partij die in het ongelijk wordt gesteld, wordt verwezen in de kosten. De rechtbank kan, bij speciale en gemotiveerde beslissing, de volledige procedurekosten of een deel ervan ten laste van een andere partij leggen.

Wanneer het niet rechtvaardig lijkt om een partij bedragen te laten betalen die niet onder de procedurekosten zijn begrepen, kan de rechter de andere partij ertoe veroordelen aan de eerste partij een door hem vastgesteld bedrag te betalen.

Deze regels zijn vastgelegd in de nieuwe code de procédure civile (wetboek burgerlijke rechtsvordering) en door het groothertogelijk besluit van 21 maart 1974 betreffende de rechten en emolumenten die zijn toegekend aan procureurs en advocaten.

In strafzaken

In het geval van een veroordeling van de verdachte, de personen die burgerlijk aansprakelijk zijn voor het misdrijf, of de burgerlijke partij, worden deze personen verwezen in de kosten van het openbaar ministerie. Als de burgerlijke partij daarentegen in het ongelijk wordt gesteld, moet zij persoonlijk instaan voor alle procedurekosten wanneer zij de strafvordering bij de rechter aanhangig heeft gemaakt. Wanneer zij zich heeft aangesloten bij de strafvordering van het openbaar ministerie, moet zij alleen de kosten betalen die voortvloeien uit haar interventie.

Wanneer het niet rechtvaardig lijkt om een partij bedragen te laten betalen die niet onder de procedurekosten zijn begrepen, kan de rechtbank de andere partij ertoe veroordelen aan de eerste partij een door haar vastgesteld bedrag te betalen.

Deze regels zijn vastgelegd in de Code d’instruction criminelle (wetboek van strafvordering) en door het groothertogelijk besluit van 21 maart 1974 betreffende de rechten en emolumenten die zijn toegekend aan procureurs en advocaten.

Vergoeding van deskundigen

Elke partij betaalt haar eigen deskundigenkosten.

Vergoeding van vertalers en tolken

Elke partij betaalt haar eigen vertaal- en tolkkosten.

Bestanden

Luxemburgs verslag over de studie inzake kostentransparantiePDF(551 Kb)en


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 19/02/2014