Echtscheiding - Spanje

Herstellen Opslaan in PDF-formaat

INHOUDSOPGAVE

1 Wat zijn de voorwaarden voor een echtscheiding?

Sinds de bij wet 15/2005 doorgevoerde hervorming, is in Spanje voor een echtscheiding niet eerst een scheiding van tafel en bed of een wettelijke grond vereist, maar kan een echtscheiding rechtstreeks worden uitgesproken door de betreffende rechterlijke instantie (voor een echtscheiding is altijd een definitieve uitspraak van de rechter vereist).

De echtscheidingsprocedure kan worden ingesteld op verzoek van een van de echtgenoten, van hen beiden of van een van hen met instemming van de andere. Voor een echtscheidingsbeslissing hoeft slechts aan de onderstaande voorwaarden te worden voldaan.

  1. Er zijn drie maanden verstreken sinds de huwelijksvoltrekking indien om de echtscheiding wordt verzocht door beide echtgenoten of door een van beiden met instemming van de andere.
  2. Er zijn drie maanden verstreken sinds de huwelijksvoltrekking indien om de echtscheiding wordt verzocht door slechts één van de echtgenoten.
  3. Voor een echtscheidingsverzoek is geen wachttijd na de huwelijksvoltrekking vereist als er reden bestaat om aan te nemen dat het leven, de lichamelijke integriteit, de vrijheid, de morele integriteit, de vrijheid of seksuele vrijheid en integriteit van de verzoekende partij of van de kinderen van beide of een van de echtgenoten in gevaar is.

Uit het voorgaande volgt dat als een van de echtgenoten het huwelijk wil laten ontbinden, hij of zij slechts om een echtscheiding hoeft te verzoeken en deze kan verkrijgen zonder dat de verweerder om materiële redenen daartegen bezwaar kan maken wanneer de hierboven genoemde termijn is verstreken en in het laatste geval zelfs zonder dat er gewacht hoeft te worden totdat deze termijn is verstreken.

Behalve voor echtscheiding kunnen de echtgenoten ook kiezen voor een scheiding van tafel en bed, waarvoor dezelfde voorwaarden gelden, zij het dat de huwelijksband dan in stand blijft. Dit houdt in dat de echtgenoten niet langer samenleven, maar het huwelijk wordt hierdoor niet ontbonden: dit kan alleen gedaan worden via een echtscheidingsbeslissing.

Zoals hiervoor reeds vermeld, kan een echtscheidingsprocedure (en ook een procedure voor scheiding van tafel en bed) worden ingesteld:

  • op verzoek van een van de echtgenoten;
  • op verzoek van beide of een van de echtgenoten met de instemming van de andere.

In het eerste geval moet het verzoek vergezeld gaan van een voorstel voor de maatregelen die de gevolgen van de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed moeten regelen, hetgeen besproken zal worden tijdens de procedure; als de echtgenoten geen overeenstemming weten te bereiken, beslist de rechterlijke instantie.

In het tweede geval kunnen de echtgenoten een schikkingsovereenkomst (convenio regulador) voorleggen waarin de afspraken zijn vastgelegd over de te nemen maatregelen met betrekking tot de echtelijke woning, de zorg voor de kinderen, de verdeling van het gemeenschappelijke vermogen en de eventuele alimentatiebetalingen van de ene echtgeno(o)t(e) aan de andere. De procedure wordt gevoerd bij een rechtbank. De rechter beslist of er minderjarige, niet‑ontvoogde kinderen bij zijn betrokken. Als er geen minderjarige kinderen zijn, kunnen er twee procedures worden gevolgd: bij een rechtbank, waarbij de beslissing wordt genomen door een referendaris van de rechterlijke macht, of bij een notaris, door middel van een notariële akte.

De regelingen voor scheiding van tafel en bed en echtscheiding zijn volledig van toepassing op alle huwelijken tussen personen van hetzelfde of verschillend geslacht, aangezien wet 13/2005 erkent dat mannen en vrouwen het recht hebben om te trouwen, met dezelfde voorwaarden en gevolgen ongeacht of de twee partijen van hetzelfde of van verschillend geslacht zijn.

2 Welke echtscheidingsgronden bestaan er?

Sinds de bij wet 15/2005 doorgevoerde hervorming zijn er in Spanje voor een echtscheiding geen gronden meer vereist, omdat het als een vrije beslissing van de echtgenoten wordt beschouwd of zij de huwelijksband al dan niet in stand willen houden.

Het enige vereiste is de inachtneming van een minimumtermijn na de huwelijksvoltrekking voordat het echtscheidingsverzoek wordt ingediend (bepaalde gevallen uitgezonderd). Deze termijn is:

  1. drie maanden na de huwelijksvoltrekking indien om de echtscheiding wordt verzocht door beide echtgenoten of door een van beiden met instemming van de andere;
  2. drie maanden na de huwelijksvoltrekking indien om de echtscheiding wordt verzocht door slechts één van de echtgenoten;
  3. voor een echtscheidingsverzoek is geen wachttijd na de huwelijksvoltrekking vereist als er reden bestaat om aan te nemen dat het leven, de lichamelijke integriteit, de vrijheid, de morele integriteit, de vrijheid of seksuele vrijheid en integriteit van de verzoekende partij of van de kinderen van beide of een van de echtgenoten in gevaar is.

3 Wat zijn de juridische gevolgen van een echtscheiding als het gaat om:

3.1 de persoonlijke relatie tussen de echtgenoten (bijvoorbeeld de achternaam)?

Het eerste gevolg van een echtscheiding is de ontbinding van de huwelijksband. Echtscheiding beëindigt de verplichting samen te leven en de daaruit vloeiende verplichting elkaar bij te staan, zodat beide echtgenoten weer vrij zijn om opnieuw een huwelijk aan te gaan.

De Spaanse wet vereist niet dat de vrouw bij haar huwelijk de achternaam van haar echtgenoot aanneemt, zoals het geval is in andere landen.

3.2 de verdeling van het vermogen van de echtgenoten?

Echtscheiding leidt tot de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel en de liquidatie en uiteindelijke verdeling onder de echtgenoten van het eventueel opgebouwde gemeenschappelijke vermogen, afhankelijk van het tijdens het huwelijk geldende vermogensstelsel.

3.3 de minderjarige kinderen uit het huwelijk?

De echtscheidingsuitspraak verandert de betrekkingen tussen de ouders en de gezamenlijke kinderen alleen ten aanzien van de uitoefening van het ouderlijk gezag over de kinderen, waarover wordt beslist door de rechter die de echtscheiding uitspreekt: deze kan ofwel het gezag toewijzen aan een van de ouders en voor de andere een omgangsregeling vaststellen, ofwel een regeling vaststellen waardoor het gezag door beide echtgenoten wordt gedeeld.

De ouders kunnen met goedkeuring van de rechter overeenkomen om gezamenlijk het gezag over de kinderen uit te oefenen (en die overeenkomst opnemen in het oorspronkelijke schikkingsvoorstel of verderop in de procedure tot een overeenkomst komen). Als er geen overeenstemming kan worden bereikt, kan een rechter, op verzoek van een van de partijen en na een rapport van het openbaar ministerie (Ministerio Fiscal), in het belang van de kinderen het gezag over hen aan beide ouders toevertrouwen. In bepaalde autonome regio's wordt het gezag standaard aan beide ouders toevertrouwd, want inhoudt dat in eerste instantie voor gedeeld gezag wordt gekozen en vervolgens omstandigheden in aanmerking kunnen worden genomen waarin dit niet kan worden toegepast (dit is het geval in Aragón, in Baskenland en tot op zekere hoogte in Catalonië). In het belang van de kinderen kan het gezag ook aan één ouder worden toevertrouwd. Er kan zelfs voor een gemengde vorm worden gekozen (waarbij het gezag over bepaalde kinderen wordt toegewezen aan een ouder en het gezag over de andere kinderen aan de andere ouder, of één ouder het gezag over bepaalde kinderen krijgt en beide ouders over andere kinderen).

Hierbij wordt uitgegaan van het beginsel dat echtscheiding de ouders niet ontheft van hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de kinderen; beiden moeten bijdragen aan het levensonderhoud en gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over de betrokken kinderen.

Gewoonlijk betekent dit dat de ouder die niet het gezag over de kinderen heeft onderhoudsbijdragen moet betalen aan degene die het gezag over hen heeft, totdat ze economisch onafhankelijk zijn of daar om redenen die hun zelf aan te rekenen zijn niet in zijn geslaagd. Wanneer beide ouders het gezag uitoefenen, komen de normale kosten voor de kinderen in het algemeen ten laste van de ouder bij wie zij in de desbetreffende periode verblijven (doorgaans zijn dit uitgaven voor kleding, kost en inwoning), terwijl gezamenlijke kosten voor rekening van beide ouders komen. Hiertoe storten zij maandelijks een bepaald bedrag op een gezamenlijke rekening. Los daarvan kunnen de financiële middelen van elke ouder variëren. Een van de ouders kan daarom een bepaald bedrag aan de andere storten om tegemoet te komen in de uitgaven voor de kinderen wanneer zij bij die ouder inwonen.

3.4 de verplichting om alimentatie te betalen aan de andere echtgenoot?

Daar echtscheiding de verplichting tot samenleven en wederzijdse bijstand beëindigt, heeft geen van beide echtgenoten de plicht de ander te steunen. Indien de echtscheiding echter voor een van de echtgenoten tot een financieel ongunstige situatie leidt vergeleken met de situatie van de andere, zodat eerstgenoemde slechter af is dan tijdens het huwelijk, heeft de benadeelde recht op alimentatie van de ander om de onevenwichtige situatie weer in balans te brengen.

Sommige regio’s hebben hiervoor speciale regelingen.

4 Wat betekent "scheiding van tafel en bed” in de praktijk?

Scheiding van tafel en bed betekent dat de echtgenoten niet langer samenwonen, dat wil zeggen dat de verplichting tot samenwonen vervalt maar de huwelijksband blijft gelden, zonder dat dit van invloed is op een eventuele alimentatieregeling die wordt overeengekomen om een onevenwichtige situatie in balans te brengen. Verder heeft geen van beide echtgenoten de mogelijkheid meer om middelen van de andere te gebruiken om de kosten voor het in stand houden van het huwelijk te financieren. Evenzo komt bij de scheiding van tafel en bed (en ook bij de feitelijke scheiding) het vermoeden van afstamming binnen het huwelijk te vervallen, volgens hetwelk met "kinderen van de echtgenoten" kinderen worden bedoeld die minder dan 300 dagen na de scheiding zijn geboren.

5 Wat zijn de gronden voor een “scheiding van tafel en bed”?

Evenals bij echtscheiding zijn, sinds de bij wet 15/2005 doorgevoerde hervorming, in Spanje voor een scheiding van tafel en bed geen gronden meer vereist, omdat het als een vrije beslissing van de echtgenoten wordt beschouwd of zij de huwelijksband al dan niet in stand willen houden.

Het enige vereiste is de inachtneming van een minimumtermijn na de huwelijksvoltrekking voordat het verzoek om scheiding van tafel en bed wordt ingediend (bepaalde gevallen uitgezonderd). Deze termijn is:

  1. drie maanden na de huwelijksvoltrekking als om de scheiding van tafel en bed wordt verzocht door beide echtgenoten of door een van beiden met instemming van de andere;
  2. drie maanden na de huwelijksvoltrekking als om de scheiding van tafel en bed wordt verzocht door slechts één van de echtgenoten;
  3. voor een verzoek om scheiding van tafel en bed is geen wachttijd na de huwelijksvoltrekking vereist als er reden bestaat om aan te nemen dat het leven, de lichamelijke integriteit, de vrijheid, de morele integriteit, de vrijheid of seksuele vrijheid en integriteit van de verzoekende partij of van de kinderen van beide of een van de echtgenoten in gevaar is.

6 Wat zijn de juridische gevolgen van een “scheiding van tafel en bed”?

De rechtsgevolgen van scheiding van tafel en bed zijn dezelfde als die van echtscheiding, met als enige verschil dat de huwelijksband niet wordt ontbonden. Een verzoening met volledig herstel van het huwelijk is daarom mogelijk zonder dat de echtgenoten opnieuw in het huwelijk hoeven te treden, maar wil zij ook rechtsgevolgen hebben, dan moet de rechtbank van de verzoening in kennis worden gesteld. In het geval van een huwelijksvermogensstelsel in gemeenschap (zoals gemeenschap van goederen) wordt deze gemeenschap door de scheiding ontbonden en vervangen door een stelsel van scheiding van goederen.

7 Wat betekent “nietigverklaring van het huwelijk" in het huwelijk in de praktijk?

Nietigverklaring van het huwelijk (van toepassing op huwelijken tussen personen van hetzelfde of van verschillend geslacht) houdt in dat de rechter verklaart dat het gesloten huwelijk tekortkomingen vertoonde, waardoor het vanaf het begin niet van kracht was, hetgeen betekent dat het huwelijk nooit heeft bestaan en daarom nooit rechtsgevolgen heeft gehad. Dienovereenkomstig herkrijgen de echtgenoten hun ongehuwde staat.

Nietigverklaring brengt de ontbinding en liquidatie van het huwelijksvermogensstelsel met zich mee en beëindigt de verplichting tot samenleven en wederzijdse bijstand.

Anders dan bij scheiding van tafel en bed of echtscheiding, betekent het niet-bestaan van een huwelijk dat er geen compenserende vergoeding kan worden toegekend, aangezien hiervoor een geldig huwelijk is vereist; wel bestaat de mogelijkheid een schadevergoeding toe te kennen aan een echtgeno(o)t(e) die te goeder trouw het huwelijk aanging terwijl de andere dat te kwader trouw deed.

Ten aanzien van de kinderen blijven de rechtsgevolgen gelden die al golden voordat de rechter het huwelijk nietig verklaarde. Deze gevolgen zijn daarom dezelfde als bij scheiding van tafel en bed en echtscheiding.

Naast het verzoek tot nietigverklaring door burgerlijke rechtbanken, moeten in Spanje de burgerrechtelijke gevolgen worden erkend van beslissingen die door kerkelijke autoriteiten zijn genomen over de nietigheid van canonieke huwelijken of pontificale beslissingen over gesloten en niet-geconsummeerde huwelijken; daarvoor is een validatieprocedure vereist (vergelijkbaar met een exequaturprocedure) bij rechtbanken van eerste aanleg (in plaatsen waar speciale rechtbanken op het gebied van familierecht bestaan). Dit is vastgesteld in de overeenkomst van 3 januari 1979 tussen de Spaanse staat en de Heilige Stoel inzake juridische kwesties.

8 Wat zijn de gronden voor nietigverklaring van het huwelijk?

Gronden voor de nietigverklaring van een huwelijk zijn:

1. een van de echtgenoten heeft niet ingestemd met het sluiten ervan;

2. het huwelijk werd gesloten terwijl er een huwelijksbeletsel bestond, namelijk:

1. een van de partijen was een niet-ontvoogde minderjarige, behalve wanneer de persoon in kwestie ouder dan 14 jaar was en rechterlijke dispensatie had gekregen (leeftijdsbeletsel);

2. een van de partijen was al door een huwelijksband gebonden toen het huwelijk werd gesloten (bigamie);

3. de partijen zijn bloedverwanten in opgaande of neergaande lijn of een van hen is het adoptiekind van de andere (verwantschapsbeletsel);

4. de partijen zijn bloedverwanten tot in de derde graad – oom/tante met neef/nicht – behalve wanneer zij rechterlijke dispensatie hebben gekregen (verwantschapsbeletsel);

3. een van de partijen was veroordeeld wegens de moord, of wegens medeplichtigheid aan de moord, op de voormalige echtgen(o)t(e) van een van de partijen, behalve wanneer er pardon is verleend door het ministerie van justitie;

4. het huwelijk vond plaats zonder de aanwezigheid van een rechter, burgemeester of andere ambtenaar of zonder de aanwezigheid van getuigen; de geldigheid van het huwelijk wordt echter niet aangetast door de handelingsonbekwaamheid of het ontbreken van een rechtmatige benoeming van degene die het huwelijk sluit, mits ten minste één van de echtgenoten te goeder trouw heeft gehandeld en de ambtenaar zijn functies publiekelijk heeft uitgeoefend;

5. een van de partijen is het huwelijk aangegaan terwijl er bij deze partij sprake was van dwaling ten aanzien van de identiteit van de ander of de persoonlijke kwaliteiten van de ander, en wel in die mate dat zulks bepalend had kunnen zijn voor het al dan niet instemmen met het huwelijk;

6. een van de partijen is het huwelijk onder dwang of uit grote angst aangegaan.

9 Wat zijn de juridische gevolgen van de nietigverklaring van het huwelijk?

Bij de nietigverklaring van een huwelijk wordt vastgesteld dat het huwelijk ongeldig is geweest sinds het werd gesloten. Dienovereenkomstig herkrijgen de echtgenoten hun ongehuwde staat.

Niettemin blijven de reeds ingetreden gevolgen van een nietig verklaard huwelijk tussen het tijdstip waarop het werd gesloten en de datum van nietigverklaring geldig met betrekking tot de kinderen en de echtgeno(o)t(e) of echtgenoten die te goeder trouw handelden.

Als het huwelijksvermogen wordt geliquideerd, deelt de echtgeno(o)t(e) die te kwader trouw handelde niet in de eventuele winst van de echtgeno(o)t(e) die te goeder trouw handelde.

Aan de andere kant kan, als de betrokkenen samenleefden, de partij die te goeder trouw handelde compensatie krijgen ter correctie van een financiële disbalans als gevolg van de nietigverklaring van het huwelijk.

10 Bestaan er alternatieve mogelijkheden om problemen die samenhangen met een echtscheiding op te lossen, zonder dat de rechter wordt ingeschakeld?

In Spanje wordt gezinsbemiddeling geregeld door de overheid, in de wet inzake bemiddeling in burgerlijke en handelszaken: wet 5/2012 van 6 juli 2012, die Richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken, omzet in Spaans recht. De algemene beginselen waarop bemiddeling is gebaseerd, zijn: vrijwilligheid en vrije keuze, onpartijdigheid, neutraliteit en vertrouwelijkheid. Naast deze beginselen zijn er regels of richtsnoeren voor de partijen die betrokken zijn bij bemiddeling, zoals te goeder trouw zijn en wederzijds respect tonen, en hun plicht samen te werken en de bemiddelaar te steunen.

Bovengenoemde wet 5/2012 regelt ‘bemiddeling bij grensoverschrijdende geschillen’, dat wil zeggen in gevallen waarin ten minste één van de partijen zijn of haar woonplaats of gewone verblijfplaats in een land heeft waar geen van de andere betrokken partijen woont, als zij overeenkomen om te kiezen voor bemiddeling of als bemiddeling krachtens het toepasselijke recht verplicht is. Deze wet geldt ook voor conflicten die opgelost of vermeden zijn door een bemiddelingsovereenkomst, ongeacht waar de overeenkomst werd gesloten, wanneer, nadat een van beide partijen van woonplaats is veranderd, het de bedoeling is de overeenkomst of sommige gevolgen daarvan in een andere staat te laten gelden. Bij grensoverschrijdende geschillen tussen partijen die in verschillende lidstaten van de Europese Unie wonen, wordt de woonplaats bepaald overeenkomstig de artikelen 59 en 60 van Verordening (EG) nr. 44/2001 (Brussel I).

Gezinsbemiddeling wordt in de Spaanse wet beschouwd als een alternatief voor een strikt rechterlijke oplossing van gezinsgeschillen.

Wetgeving van de autonome regio’s inzake gezinsbemiddeling: Andalucía - wet 1/2009 van 27 februari 2009 inzake gezinsbemiddeling in Andalucía; Aragón - wet 9/2011 van 24 maart 2011 inzake gezinsbemiddeling in Aragón; Asturia - wet 3/2007 van 23 maart 2007 inzake gezinsbemiddeling; Islas Canarias - wet 15/2003 van 8 april 2003 inzake gezinsbemiddeling; Cantabria - wet 1/2011 van 28 maart 2011 inzake bemiddeling in de autonome regio Cantabria; Castilla-La Mancha - wet 4/2005 van 24 mei 2005 inzake de gespecialiseerde maatschappelijke dienst voor gezinsbemiddeling; Castilla y León - wet 1/2006 van 6 april 2006 inzake gezinsbemiddeling in Castilla y León; Catalunya (bijzonder belangrijk in deze autonome regio, aangezien deze haar wetgevingsbevoegdheid op dit gebied heeft ontwikkeld en in artikel 233, lid 6, van het burgerlijk wetboek van Catalunya heeft bepaald dat de justitiële autoriteit de echtgenoten kan verwijzen naar een informatiezitting over bemiddeling, wanneer het gegeven de omstandigheden van de zaak nog mogelijk wordt geacht om tot een overeenkomst te komen); Valencia - wet 7/2001 van 26 november 2001 inzake gezinsbemiddeling in Valencia; Galicia - wet 4/2001 van 31 mei 2001 inzake gezinsbemiddeling; Islas Baleares - wet 14/2010 van 9 december 2010 inzake gezinsbemiddeling in Islas Baleares; Madrid - wet 1/2007 van 21 februari 2007 inzake gezinsbemiddeling in Madrid, en País Vasco - wet 1/2008 van 8 februari 2008 inzake gezinsbemiddeling. De respectieve regionale parlementen hebben wetten inzake gezinsbemiddeling aangenomen, doorgaans als een dienstverlening die wordt bevorderd door de publieke sociale instanties, met uitzondering van de genoemde situatie.

Op landelijk niveau introduceerde wet 15/2005 van 8 juli 2005 tot wijziging van het burgerlijk wetboek en de wet op de burgerlijke rechtsvordering wat betreft de scheiding van tafel en bed en echtscheiding, een nieuwe bepaling 7 in artikel 770 van die wet, die geldt voor de procedure voor scheiding van tafel en bed en echtscheiding (behalve in het geval van ‘wederzijdse instemming’) en nietigverklaring van een huwelijk, op grond waarvan de partijen kunnen overeenkomen om te verzoeken om opschorting van de procedure, overeenkomstig de algemene regelingen voor civiele procedures zoals vastgelegd in artikel 19.4 van de wet op de burgerlijke rechtsvordering, en in plaats daarvan gebruik te maken van bemiddeling.

Bij grensoverschrijdende huwelijksprocedures is artikel 55 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Brussel II bis) van toepassing, op grond waarvan op verzoek van een centrale autoriteit of iemand die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt, de centrale autoriteiten in specifieke gevallen moeten samenwerken om de doeleinden van de verordening te verwezenlijken. Daartoe moeten zij alle passende maatregelen nemen om, onder andere, degenen die ouderlijke verantwoordelijkheid dragen te helpen door bemiddeling of op andere manieren tot overeenstemming te komen.

Bij civiele procedures op het gebied van familierecht die onder de bevoegdheid vallen van de rechtbanken die zaken in verband met geweld tegen vrouwen behandelen (Juzgados de Violencia sobre La Mujer), is bemiddeling verboden.

11 Waar moet het verzoek tot echtscheiding/scheiding van tafel en bed/nietigverklaring van het huwelijk worden ingediend? Aan welke formaliteiten moet worden voldaan en welke documenten moeten bij het verzoek worden gevoegd?

(a) Waar moet het verzoek worden ingediend?

Na de afbakening van de internationale bevoegdheid van Spaanse rechtbanken [zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, Verordening (EG) nr. 4/2009 betreffende onderhoudsverplichtingen, en, met ingang van 29 januari 2019, Verordening (EU) nr. 2016/1103 betreffende huwelijksvermogensstelsels en artikel 22, lid 4, van de organieke wet inzake de rechterlijke macht] voor gevallen die niet onder de verordeningen vallen of waarbij naar interne regels wordt verwezen, moeten verzoeken om echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk op Spaans grondgebied worden ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg (Juzgado de Primera Instancia) (behalve wanneer wordt besloten een notaris in te schakelen, in geval van echtscheiding en scheiding van tafel en bed met wederzijds goedvinden waarbij geen minderjarige kinderen zijn betrokken). In sommige gerechtelijke districten zijn er rechtbanken van eerste aanleg die gespecialiseerd zijn in familierecht. Het gaat hier specifiek om de rechtbank van eerste aanleg:

  • in de plaats waar de echtelijke woning zich bevindt;
  • als de echtgenoten in verschillende gerechtelijke districten wonen, kan de verzoeker kiezen tussen de rechtbank van:
    • de laatste woonplaats van het echtpaar;
    • of de verblijfplaats van de verweerder;
    • of de plaats waar de verweerder verblijft of het laatst heeft verbleven, al naar gelang de verzoeker verkiest, indien de verweerder geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
  • als aan geen van bovengenoemde criteria wordt voldaan, moet het verzoek worden ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg (Juez de Primera Instancia) in de woonplaats van de verzoeker;
  • wanneer het verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed gezamenlijk door beide echtgenoten wordt ingediend, kunnen zij dit doen bij de rechter:
    • van de laatste gemeenschappelijke woonplaats,
    • of van de woonplaats van een van beide verzoekers;
  • om voorlopige maatregelen kan worden verzocht bij de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de verzoeker.

Voor informatie over de Spaanse rechterlijke instanties, zie De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.mjusticia.gob.es/cs/Satellite/Portal/es/administracion-justicia/organizacion-justicia/organizacion-juzgados

Wanneer er een notaris wordt ingeschakeld (het beste alternatief wanneer de partijen geen minderjarige, niet‑ontvoogde kinderen hebben, waarbij de referendaris van de rechterlijke autoriteit de beslissing neemt, in plaats van de rechter), moet de desbetreffende notariële akte worden opgesteld bij de notaris in de laatste gemeenschappelijke woonplaats of de notaris in de woonplaats of gewone verblijfplaats van een van de indieners.

(b) Formaliteiten en documenten

Wanneer de zaak door een rechtbank wordt behandeld, moet het verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk, scheiding van tafel en bed of echtscheiding schriftelijk worden ingediend en zijn ondertekend door de advocaat die de verzoeker bijstaat en zijn of haar procesvertegenwoordiger. Van hun diensten kan door beide echtgenoten gebruik worden gemaakt wanneer ze gezamenlijk een verzoek tot scheiding van tafel en bed of echtscheiding indienen.

Een verzoek tot scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van het huwelijk of echtscheiding moet vergezeld gaan van:

  • de huwelijksakte en de geboorteakten van de kinderen; het is niet voldoende om alleen maar het trouwboekje (Libro de Familia) te overleggen;
  • documenten waarop het verzoek van een van de echtgenoten of beide echtgenoten is gebaseerd;
  • documenten die nodig zijn om de financiële situatie van de echtgenoten en, indien van toepassing, van de kinderen vast te stellen, zoals belastingaangiften, loonstroken, bankafschriften, eigendomsbewijzen of registratiedocumenten betreffende bezittingen als het verzoek van de partijen ook zaken in verband met het vermogen betreft;
  • een voorstel voor een schikkingsovereenkomst indien gezamenlijk om scheiding van tafel en bed of echtscheiding wordt verzocht.

Wanneer een notariële akte de voorkeur heeft (bij scheiding van tafel en bed of echtscheiding met wederzijds goedvinden zonder minderjarige, niet‑ontvoogde kinderen), zijn bovengenoemde documenten benodigd voor het opstellen van de akte. Er zij op gewezen dat de echtgenoten zich bij het opstellen van de akte ondanks de aanwezigheid van de notaris moeten laten bijstaan door een advocaat.

12 Kan ik in aanmerking komen voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken?

Spanje erkent het recht van Spaanse burgers, onderdanen van andere lidstaten van de Europese Unie en vreemdelingen in Spanje op kosteloze rechtsbijstand als zij kunnen bewijzen dat zij over onvoldoende middelen beschikken om te procederen.

Personen hebben recht op rechtsbijstand als zij niet over voldoende middelen beschikken en het bruto-inkomen, berekend over een jaar over alle onderdelen en per gezin, niet hoger is dan:

(a) tweemaal het op het moment van het verzoek geldende wettelijk vastgestelde referentieinkomen (IPREM) voor personen die geen deel uitmaken van een gezin;

(b) tweeënhalf maal het op het moment van het verzoek geldende wettelijk vastgestelde referentieinkomen voor personen die deel uitmaken van elk type gezin met minder dan vier gezinsleden;

(c) driemaal het referentieinkomen voor gezinnen bestaande uit vier of meer personen.

Berekening van het IPREM

Het verzoek moet worden ingediend bij de orde van advocaten (Colegio de Abogados) in dezelfde plaats waar de hoofdzitting zal plaatsvinden, of bij de rechtbank van de woonplaats van de verzoeker; in het laatste geval zal de rechterlijke instantie het verzoek doorverwijzen naar de ter plekke bevoegde afdeling van de orde van advocaten.

De orde van advocaten is de autoriteit die is aangewezen om verzoeken in ontvangst te nemen als het gaat om grensoverschrijdende geschillen. Bij dergelijke geschillen is de orde van advocaten waar de gewone verblijfplaats of de woonplaats van de verzoeker onder ressorteert, de autoriteit die het verzoek indient.

Een staatsburger van een land dat partij is bij de Europese Overeenkomst inzake het verzenden van verzoeken om rechtsbijstand kan zijn of haar verzoek indienen bij de centrale autoriteit die door zijn of haar land is aangewezen voor de uitvoering van de overeenkomst.

Het verzoek moet vóór het begin van de procedure worden ingediend, of, als de partij die om rechtsbijstand verzoekt de verweerder is, voordat het van eiser uitgaande verzoek wordt aangevochten. Zowel de eiser als de verweerder kan echter naderhand om rechtsbijstand verzoeken als hij of zij kan aantonen dat zijn of haar financiële situatie is gewijzigd.

Wanneer er onvoldoende gemeenschappelijke middelen zijn en een van de echtgenoten niet in aanmerking komt voor rechtsbijstand omdat de financiële positie van de andere dat verhindert, kan laatstgenoemde verplicht worden om alle of een deel van de proceskosten te vergoeden volgens de procedure ‘litis expensas’ (een speciale regeling voor proceskosten bij echtscheidingsprocedures).

13 Kan beroep worden ingesteld tegen een beslissing over de echtscheiding/scheiding van tafel en bed/nietigverklaring van het huwelijk?

Tegen uitspraken die in Spanje worden gedaan in procedures voor scheiding van tafel en bed, echtscheiding en nietigverklaring van het huwelijk kan beroep worden ingesteld. Het beroep moet binnen twintig dagen worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg die de bestreden uitspraak heeft gedaan, en hier wordt het beroep formeel opgesteld; de zaak valt dan onder de bevoegdheid van de desbetreffende provinciale rechtbank (Audiencia Provincial). In bepaalde gevallen kan nadat in hoger beroep uitspraak is gedaan, een beroep in cassatie worden ingesteld, en in voorkomend geval kan vanwege procedurefouten buitengewoon beroep worden ingesteld bij de civiele kamer van het Hooggerechtshof (Tribunal Supremo).

In Spanje geldt voor uitspraken in procedures inzake nietigverklaring van het huwelijk, scheiding van tafel en bed en echtscheiding geen voorlopige tenuitvoerlegging als hiertegen beroep wordt ingesteld (met uitzondering van uitspraken inzake de verplichtingen en de vermogensrechtelijke betrekkingen die te maken hebben met het hoofdonderwerp van de procedure), hoewel het beroep de gevolgen van de maatregelen van de uitspraak niet opschort en deze direct uitvoerbaar zijn, ook al is er beroep tegen ingesteld. Als het beroep bovendien alleen de in de uitspraak genoemde maatregelen betreft, wordt de uitspraak over de nietigverklaring van het huwelijk, scheiding van tafel en bed of echtscheiding bindend verklaard, ondanks het ingestelde beroep.

Bij procedures voor scheiding van tafel en bed of echtscheiding die gezamenlijk door de echtgenoten zijn ingesteld, kan tegen de uitspraak die uitvoering geeft aan de scheiding van tafel en bed of echtscheiding en die het aan de rechter ter beoordeling voorgelegde voorstel voor een schikkingsovereenkomst in zijn geheel goedkeurt, geen beroep worden ingesteld, behalve door het openbaar ministerie als dat erin betrokken is, dat beroep kan instellen in het belang van eventuele minderjarige of handelingsonbekwame kinderen. Bij dergelijke procedures waarbij door de echtgenoten een gezamenlijk verzoek is ingediend, kan tegen een uitspraak van de rechter waarin het verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel van bed wordt afgewezen, beroep worden ingesteld. In deze gevallen schort het beroep tegen de uitspraak over de maatregelen hun werking niet op en heeft het geen effect op de bindende aard van de uitspraak met betrekking tot de scheiding van tafel van bed of de echtscheiding.

Wat betreft de voorlopige maatregelen die gedurende de procedure voor scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van het huwelijk of echtscheiding door de rechter kunnen worden genomen, kan tegen uitspraken met betrekking tot dergelijke maatregelen geen beroep worden ingesteld, ook al zijn deze uitspraken niet definitief en in dit stadium niet bindend. De uitspraken over voorlopige maatregelen worden niet beoordeeld in het kader van een beroep, maar in het kader van de uitspraak die de procedure voor scheiding van tafel en bed, echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk uiteindelijk afsluit.

14 Wat moet ik doen om een door een rechtbank in een andere lidstaat gewezen beslissing over echtscheiding/scheiding van tafel en bed/nietigverklaring van het huwelijk in Nederland te laten erkennen?

De op deze materie van toepassing zijnde regelgeving is Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II bis), die van kracht is in alle lidstaten, met uitzondering van Denemarken. De in dezen toepasselijke regelgeving in Denemarken is het Verdrag van Den Haag van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.

Als slechts wordt beoogd de gegevens van de burgerlijke stand van een lidstaat bij te werken op basis van rechterlijke uitspraken in procedures voor echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van een huwelijk die in een andere lidstaat zijn gedaan en als tegen de uitspraken krachtens het recht van dat land geen beroep meer kan worden ingesteld, volstaat het om een verzoek daartoe in te dienen bij de burgerlijke stand van elk betrokken land, vergezeld van:

  • een afschrift van de uitspraak dat voldoet aan de voorwaarden tot vaststelling van de echtheid ervan volgens het recht van het land waar de uitspraak is gedaan;
  • een certificaat conform het gestandaardiseerde officiële model dat is afgegeven door de bevoegde rechterlijke instantie of autoriteit van de lidstaat waar de uitspraak is gedaan;
  • een document waaruit blijkt dat de stukken op de juiste manier aan de verweerder zijn betekend of dat deze de uitspraak heeft geaccepteerd als die bij verstek is gedaan.

Als het gaat om de erkenning in Spanje van een uitspraak betreffende echtscheiding, nietigverklaring van het huwelijk of scheiding van tafel en bed die in een lidstaat, met uitzondering van Denemarken, is gedaan, moet bij de rechtbank van eerste aanleg in de verblijfplaats van de persoon tegen wie het verzoek om erkenning of om een verklaring van niet-erkenning is ingediend een verzoek om erkenning worden ingediend, waarbij het niet noodzakelijk is dat de te erkennen uitspraak rechtskracht heeft in het land waar deze is gedaan. Als de verweerder niet in Spanje woont, kan het verzoek worden gedaan in de plaats in Spanje waar hij of zij zich bevindt of in zijn of haar laatste verblijfplaats in Spanje of, bij gebreke daarvan, in de woonplaats van de verzoeker.

Het verzoek moet schriftelijk en via een advocaat en procesvertegenwoordiger worden ingediend en vergezeld gaan van dezelfde documenten als in het voorgaande geval.

De erkenning in Spanje van uitspraken die in Denemarken zijn gedaan, valt onder Spaans recht. Het proces begint met het indienen van een rechtstreeks verzoek bij de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de persoon tegen wie het verzoek om erkenning is gericht.

15 Tot welk gerecht moet ik mij wenden om bezwaar te maken tegen de erkenning van een door een rechtbank in een andere lidstaat gewezen beslissing over echtscheiding/scheiding van tafel en bed/nietigverklaring van het huwelijk? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

De procedure tot niet-erkenning van een uitspraak, is dezelfde als de procedure tot erkenning van een uitspraak. Indien de uitspraak is erkend op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad, kan pas na kennisgeving van de uitspraak die de erkenning toewijst bezwaar worden aangetekend door binnen de wettelijk vastgestelde termijn tegen de uitspraak beroep in te stellen bij de desbetreffende provinciale rechtbank.

Als het gaat om een uitspraak die in Denemarken is gedaan, moet bezwaar worden aangetekend als de zaak nog bij de rechtbank van eerste aanleg dient en de rechtbank het verzoek van de andere partij om erkenning nog in behandeling heeft. In alle gevallen moet er via een advocaat en een procesvertegenwoordiger formeel bezwaar worden aangetekend.

16 Wat is het toepasselijk recht in een echtscheidingsproces tussen echtgenoten die niet in Nederland wonen of een verschillende nationaliteit hebben?

Sinds de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 1259/2010 op 21 juni 2012 en overeenkomstig de artikelen 5 en 8 daarvan, kunnen de echtgenoten het recht kiezen dat van toepassing is op hun scheiding van tafel en bed of echtscheiding, mits het gaat om een van de in de verordening genoemde rechtsstelsels. Als ze geen keuze maken, geldt voor echtscheiding of scheiding van tafel en bed het recht van de staat:

(a) waar de echtgenoten op het tijdstip van indiening van het verzoek hun gewone verblijfplaats hebben, of, bij gebreke daarvan,

(b) waar de echtgenoten hun laatste gewone verblijfplaats hadden, voor zover dat verblijf niet meer dan één jaar vóór de indiening van het verzoek is beëindigd, en mits een van de echtgenoten op het tijdstip van indiening nog in die staat verblijft, of, bij gebreke daarvan,

(c) waarvan beide echtgenoten op het ogenblik van de indiening van het verzoek onderdaan waren, of, bij gebreke daarvan,

(d) waar de rechtbank waar het verzoek is ingediend, is gevestigd.

Het voorgaande heeft betrekking op het recht dat van toepassing is op echtscheidingen, hoewel het toepasselijke recht, wat de rechtsgevolgen betreft, kan variëren.

Op het huwelijksvermogensstelsel en tot 29 januari 2019 (de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) 1103/2016) is het personele gemeenschappelijke recht van de echtgenoten (gemeenschappelijke nationaliteit) op de datum van de huwelijksvoltrekking van toepassing (als er geen huwelijkscontract is gesloten waarin het huwelijksvermogensstelsel is vastgelegd). Bij gebreke van dit recht worden de gevolgen beheerst door het personele recht (van zijn of haar nationaliteit) of het recht van de gewone verblijfplaats van een van de partijen, zoals gekozen door beide partijen op grond van een authentieke akte die vóór de huwelijksvoltrekking is opgesteld. Bij gebreke van dit recht is het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats direct vóór de huwelijksvoltrekking van toepassing. Bij gebreke van gemeenschappelijke gewone verblijfplaats wordt het stelsel toegepast van de plaats waar het huwelijk is voltrokken. Op 29 januari 2019 treedt Verordening (EU) 1103/2016 in werking. Als er geen keuze wordt gemaakt, is na die datum het huwelijksvermogensstelsel van toepassing zoals wettelijk vastgelegd in de staat: (a) waar de echtgenoten op het moment van de huwelijksvoltrekking hun eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hadden, of bij gebreke daarvan, (b) waarvan beide echtgenoten op het moment van de huwelijksvoltrekking onderdaan waren, of bij gebreke daarvan, (c) waarmee de echtgenoten op het moment van de huwelijksvoltrekking gezien de omstandigheden de nauwste band hebben. Als de echtgenoten bij de huwelijksvoltrekking meer dan één gemeenschappelijke nationaliteit hebben, is het criterium van het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit niet van toepassing.

Op kwesties met betrekking tot het gezag over kinderen zijn de bepalingen van het Verdrag van Den Haag van 19 oktober 1996 van toepassing (het recht van de autoriteit die de beslissing neemt).

Met betrekking tot voorlopige en bewarende maatregelen moet logischerwijze hetzelfde recht worden toegepast als het recht dat geldt voor de scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van het huwelijk of de echtscheiding. Een uitzondering hierop vormen spoedeisende maatregelen die kunnen worden getroffen wanneer personen of goederen zich in Spanje bevinden, ook wanneer de rechter niet bevoegd is om de zaak te behandelen.

Met betrekking tot alimentatie (met inbegrip van het gebruik van de gezinswoning en eventueel de compenserende vergoeding) is, wanneer er geen overeenstemming is over de keuze van het toepasselijke recht, het recht van de gewone verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde van toepassing.

Met betrekking tot het verstrekken van bewijs van het buitenlandse recht in Spanje moet, als dit het geval is, de inhoud en de geldigheid ervan worden bewezen; de Spaanse rechter kan dit vaststellen met gebruikmaking van alle middelen die hij noodzakelijk acht om dit recht te kunnen toepassen.

Tot slot moet worden benadrukt dat procedures die in hoofdzaak in Spanje worden gevoerd altijd onder het Spaanse procesrecht vallen, ongeacht het recht dat van toepassing is op de echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/04/2018