Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Echtscheiding - Portugal

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Portugees) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

INHOUDSOPGAVE

1 Wat zijn de voorwaarden voor een echtscheiding?

In Portugal is echtscheiding met wederzijdse instemming of, bij ontbreken van wederzijdse instemming, aan de hand van een echtscheidingsprocedure mogelijk.

Bij de eerste methode zijn beide echtgenoten het eens met de ontbinding van het huwelijk en, in beginsel, met de betaling van onderhoudsbijdragen aan de behoeftige echtgeno(o)t(e), de uitoefening van het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen, en met wat er met de echtelijke woning wordt gedaan.

Een echtscheidingsprocedure waarbij een van de partijen de echtscheiding aanvecht, wordt bij het gerecht ingeleid door een verzoekschrift van een van de twee echtgenoten, op basis van rechtsgeldig vastgestelde feiten die, ongeacht de schuldvraag, bewijzen dat het huwelijk duurzaam ontwricht is.

2 Welke echtscheidingsgronden bestaan er?

In het geval van echtscheiding met wederzijdse instemming hoeven de echtgenoten geen reden te geven voor hun echtscheidingsverzoek.

De onderstaande punten zijn verdere gronden voor een echtscheidingsprocedure.

a) Feitelijke scheiding, hetgeen het geval is als de echtgenoten al een heel jaar van tafel en bed gescheiden leven. Er wordt aangenomen dat er sprake is van feitelijke scheiding in die gevallen waar er geen gezamenlijk leven meer is tussen de echtgenoten en één of beide van hen dit ook niet wil herstellen;

b) een verandering in de geestelijke vermogens van de andere echtgeno(o)t(e) die al meer dan een jaar duurt en die, vanwege de ernst ervan, de mogelijkheid van een gezamenlijk leven in het gedrang brengt;

c) afwezigheid, zonder enig blijk van leven van de afwezige, gedurende een periode van ten minste één jaar;

d) andere feiten die, ongeacht de schuldvraag, bewijzen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.

3 Wat zijn de juridische gevolgen van een echtscheiding als het gaat om:

3.1 de persoonlijke relatie tussen de echtgenoten (bijvoorbeeld de achternaam)?

Echtscheiding leidt tot ontbinding van het huwelijk en heeft dezelfde rechtsgevolgen als ontbinding door overlijden, afgezien van de bij wet vastgestelde uitzonderingen.

De gevolgen van de echtscheiding wat betreft het vermogensregime tussen de echtgenoten gaan in op het moment dat de desbetreffende uitspraak kracht van gewijsde krijgt en gelden met terugwerkende kracht tot de datum waarop de procedure werd ingesteld.

Indien uit het proces de feitelijke scheiding van tafel en bed tussen de echtgenoten blijkt, is het mogelijk te verzoeken dat de gevolgen van de echtscheiding zouden gelden met terugwerkende kracht tot de datum waarop de scheiding van tafel en bed aanving, zoals vastgesteld in de uitspraak.

Ondanks de echtscheiding mag een echtgeno(o)t(e) die de achternaam van de andere echtgeno(o)t(e) heeft aangenomen deze blijven voeren, op voorwaarde dat de andere echtgeno(o)t(e) daarmee instemt of het gerecht daarvoor toestemming geeft, rekening houdend met de opgegeven redenen. De instemming van de voormalige echtgeno(o)t(e) kan worden gegeven via een notarieel document, een document dat in een gerecht wordt opgesteld (een tijdens de procedure opgesteld proces-verbaal van de intentieverklaring van de partij) of een verklaring voor een ambtenaar van de burgerlijke stand. Het verzoek tot gerechtelijke toestemming voor het gebruik van de achternaam van de voormalige echtgeno(o)t(e) kan worden ingediend in het kader van de echtscheidingsprocedure of via een aparte procedure, zelfs nadat de echtscheiding is uitgesproken.

3.2 de verdeling van het vermogen van de echtgenoten?

In het geval van echtscheiding mag geen van de beide echtgenoten meer ontvangen dan hij of zij ontvangen zou hebben als het huwelijk was aangegaan onder het regime van de gemeenschap van goederen, voor goederen die na het aangaan van het huwelijk zijn verworven.

Elke echtgeno(o)t(e) verliest het recht op alle van de andere echtgeno(o)t(e) of een derde (te) ontvangen voordelen of uitkeringen uit hoofde van het huwelijk of vanwege de huwelijkse staat, ongeacht of die overeenkomst dateert van voor of na de sluiting van het huwelijk. De schenker mag bepalen dat het voordeel of de uitkering ten goede moet komen aan de kinderen uit het huwelijk.

De gevolgen van de echtscheiding wat betreft het vermogensregime tussen de echtgenoten gaan in op het moment dat de desbetreffende uitspraak kracht van gewijsde krijgt en gelden met terugwerkende kracht tot de datum waarop de procedure werd ingesteld.

Indien uit het proces de feitelijke scheiding van tafel en bed tussen de echtgenoten blijkt, is het mogelijk te verzoeken dat de gevolgen van de echtscheiding gelden met terugwerkende kracht tot de datum waarop de scheiding van tafel en bed aanving, zoals vastgesteld in de uitspraak.

Het gerecht kan de echtelijke woning op verzoek van (een van) de echtgenoten aan een van hen verhuren, ongeacht of deze woning gemeenschappelijk bezit is, of eigendom is van de andere echtgeno(o)t(e), waarbij met name rekening moet worden gehouden met de behoeften van beide echtgenoten en de belangen van de kinderen uit het huwelijk. Voor deze verhuur gelden de regels voor het verhuren van woonruimte, maar het gerecht mag de voorwaarden van de overeenkomst bepalen, na beide echtgenoten te hebben gehoord, en mag op verzoek van verhuurder de verhuur beëindigen als de omstandigheden dit rechtvaardigen. De desbetreffende regelingen, ongeacht of deze op basis van goedkeuring van de overeenkomst tussen de echtgenoten of bij gerechtelijk bevel zijn vastgesteld, kunnen onder de algemene voorwaarden van vrijwillige rechtspraak worden aangepast.

3.3 de minderjarige kinderen uit het huwelijk?

In het geval van echtscheiding, scheiding van tafel en bed, ongeldig- of nietigverklaring van het huwelijk, geldt voor de regelingen voor de kinderen, de te betalen onderhoudsbijdragen en de betaalmethoden voor de onderhoudsbijdragen een overeenkomst tussen de ouders, indien deze is goedgekeurd door het gerecht (of de ambtenaar van de burgerlijke stand in procedures voor scheiding van tafel en bed en echtscheiding met wederzijdse instemming).

Bij het ontbreken van een overeenkomst neemt het gerecht een beslissing die aansluit bij de belangen van de minderjarige, waaronder het onderhouden van een nauwe band met beide ouders, het stimuleren en goedkeuren van schikkingen of het nemen van beslissingen die voldoende mogelijkheden tot contact voor beide ouders en het delen van de verantwoordelijkheid tussen beide ouders aanmoedigen. De voogdij over de minderjarige kan worden toegewezen aan een van beide ouders, een derde of een heropvoedings- of zorginstelling.

Zie voor verdere informatie het informatieblad over ‘Ouderlijk gezag’.

3.4 de verplichting om alimentatie te betalen aan de andere echtgenoot?

Elke echtgeno(o)t(e) moet na een echtscheiding bijdragen aan het eigen levensonderhoud. Elke echtgeno(o)t(e) heeft recht op een onderhoudsbijdrage, ongeacht de vorm van de (echt)scheiding. Om redenen van billijkheid die voor zich spreken, kan het recht op een onderhoudsbijdrage ontzegd worden.

Bij het vaststellen van het bedrag aan levensonderhoud moet het gerecht rekening houden met de duur van het huwelijk, de bijdrage die is geleverd aan de financiën van het gezin, de leeftijd en gezondheid van de echtgenoten, hun beroepskwalificaties en arbeidsmogelijkheden, de tijd die ze wellicht kwijt zullen zijn aan het opvoeden van de gezamenlijke kinderen, hun inkomsten en verdiensten en, in het algemeen, alle omstandigheden die van invloed zijn op de behoeften van de echtgeno(o)t(e) die de bijdrage in het levensonderhoud ontvangt en de mogelijkheden van de echtgeno(o)t(e) die deze betaalt.

Het gerecht moet de onderhoudsverplichtingen met betrekking tot een kind van de onderhoudsplichtige echtgeno(o)t(e) laten voorgaan op de verplichting aan de voormalige echtgeno(o)t(e) als gevolg van de echtscheiding.

De eisende echtgeno(o)t(e) heeft niet het recht te eisen dat de levensstandaard van tijdens het huwelijk in stand wordt gehouden.

Zie voor verdere informatie het informatieblad over ‘Onderhoud’.

4 Wat betekent "scheiding van tafel en bed” in de praktijk?

Door scheiding van tafel en bed wordt het huwelijk niet ontbonden, maar vervallen de plichten tot samenwonen en ondersteuning, onder voorbehoud echter van het recht op onderhoudsbijdragen.

Wat het vermogensregime betreft, heeft de scheiding van tafel en bed dezelfde gevolgen als de ontbinding van het huwelijk.

Scheiding van tafel en bed eindigt met de verzoening tussen de echtgenoten of met de ontbinding van het huwelijk.

5 Wat zijn de gronden voor een “scheiding van tafel en bed”?

De gronden voor de scheiding van tafel en bed, via een gerechtelijke procedure dan wel met wederzijdse instemming, zijn mutatis mutandis dezelfde als die bij een echtscheiding zonder wederzijdse instemming.

6 Wat zijn de juridische gevolgen van een “scheiding van tafel en bed”?

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 vervalt door de scheiding van tafel en bed de plicht tot samenwonen en ondersteuning, onverminderd echter het recht op onderhoudsbijdragen. Wat het vermogensregime betreft, heeft de scheiding van tafel en bed dezelfde gevolgen als de ontbinding van het huwelijk.

De bepalingen over echtscheiding zijn mutatis mutandis van toepassing op de scheiding van tafel en bed.

Scheiding van tafel en bed kan in een echtscheiding worden omgezet, maar dit is geen voorwaarde voor echtscheiding en het is ook geen verplichte fase in een echtscheidingsprocedure.

Als de echtgenoten zich niet verzoenen binnen één jaar na het in kracht van gewijsde gaan van de uitspraak waarin de scheiding van tafel en bed officieel is uitgesproken (via een gerechtelijke procedure dan wel met wederzijdse instemming), kan elk van de echtgenoten verzoeken dat de scheiding van tafel en bed wordt omgezet in een echtscheiding. Indien beide echtgenoten dit verzoekschrift samen indienen, hoeft de voornoemde termijn niet te worden in acht genomen en wordt er direct uitspraak gedaan.

Indien een van de twee echtgenoten het verzoek tot omzetting heeft gedaan, wordt de andere hiervan persoonlijk of via de betrokken wettelijke vertegenwoordiger op de hoogte gesteld en gewezen op de mogelijkheid om binnen een termijn van 15 dagen hoger beroep in te stellen - waarbij verzoening tussen de echtgenoten de enige toegestane beroepsgrond is. Na overlegging van het bewijsmateriaal doet de rechter binnen 15 dagen uitspraak op het hoger beroep.

Voor de omzetting van scheiding van tafel en bed in echtscheiding kan ook een verzoek worden ingediend bij een bureau van de burgerlijke stand. Dit verzoekschrift moet, met feitelijke en wettelijke motivering, worden ingediend bij het bureau van de burgerlijke stand (Conservatória do Registo Civil). Hierbij moet worden aangegeven welke bewijzen er zijn en moet er schriftelijk bewijs worden bijgevoegd.

De verweerder wordt opgeroepen om binnen 15 dagen een verweer in te dienen, bewijs te leveren en schriftelijk bewijs bij te voegen.

Als er geen beroep wordt ingesteld en de door de verzoeker aangegeven feiten als vaststaand worden beschouwd, willigt de ambtenaar van de burgerlijke stand, na te hebben gecontroleerd of aan de wettelijke eisen is voldaan, het verzoek in.

Indien er beroep wordt ingesteld, organiseert de ambtenaar van de burgerlijke stand een poging tot verzoening, die binnen 15 dagen moet plaatsvinden, en kan hij of zij rechtshandelingen gelasten alsmede de overlegging van bewijs dat nodig is om te controleren of voldaan is aan de wettelijke eisen.

Indien de verweerder beroep heeft ingesteld en het onmogelijk blijkt om tot een overeenkomst te komen, worden de partijen erop gewezen dat ze mogen pleiten en wordt hun gevraagd om binnen acht dagen nieuw bewijs aan te voeren. De zaak wordt vervolgens naar het gerecht van eerste aanleg verwezen dat bevoegd is voor de zaak binnen het gebied waar het bureau van de burgerlijke stand is gevestigd.

Zodra de zaak naar het gerecht is verwezen, gelast de rechter het leveren van bewijs en stelt hij een datum voor de terechtzitting vast.

7 Wat betekent “nietigverklaring van het huwelijk" in het huwelijk in de praktijk?

‘Nietigverklaring van het huwelijk’ betekent het beëindigen van de rechtsgevolgen van het huwelijk vanwege het feit dat het huwelijk een ernstig gebrek vertoont.

8 Wat zijn de gronden voor nietigverklaring van het huwelijk?

Een huwelijk dat onder de een van volgende omstandigheden is aangegaan, kan nietig worden verklaard:

a) als er een (absoluut of relatief) beletsel is dat de geldigheid van het huwelijk aantast;

b) bij het ontbreken van instemming of bij instemming die ongeldig is vanwege een dwaling of dwang bij een van beide echtgenoten;

c) als er geen getuigen aanwezig waren terwijl deze aanwezigheid bij wet wel vereist was.

De volgende beletsels maken een huwelijk absoluut ongeldig en maken een huwelijk tussen de betrokken persoon en een andere persoon onmogelijk:

a) jonger zijn dan zestien;

b) aangetoonde dementie, zelfs tijdens heldere perioden, en een verbod of handelingsonbekwaamheid vanwege een geestelijke stoornis;

c) een eerder, niet-ontbonden katholiek of burgerlijk huwelijk, zelfs als dit niet is geregistreerd in het register van de burgerlijke stand.

De volgende beletsels maken een huwelijk relatief ongeldig en maken een huwelijk tussen de betrokken personen onmogelijk:

a) bloedverwantschap in de rechte lijn;

b) bloedverwantschap in de tweede graad van de zijlijn;

c) aanverwantschap in de rechte lijn;

d) als een van beide echtgenoten ooit is veroordeeld als dader of medeplichtige van of bij een al dan niet geslaagde poging de echtgeno(o)t(e) van de andere partij te vermoorden.

Het huwelijk kan nietig worden verklaard vanwege het ontbreken van instemming:

a) indien, op het moment van aangaan van het huwelijk, een van de partijen zich vanwege een onbekwaamheid als gevolg van een ongeluk of vanwege andere oorzaken niet bewust was van zijn of haar daden;

b) indien een van de partijen misleid was wat betreft de fysieke identiteit van de andere partij;

c) indien de verklaring van instemming onder fysieke dwang is verkregen;

d) indien de instemming gesimuleerd is.

Het gebrek dat die instemming ongeldig maakt, is alleen relevant in het kader van nietigverklaring als dit gebaseerd is op essentiële persoonlijke kenmerken van de andere echtgeno(o)t(e) en als bewezen is dat het huwelijk anders in redelijkheid niet zou zijn gesloten.

Huwelijken die onder morele dwang zijn gesloten, kunnen nietig worden verklaard indien een van de partijen in ernstige mate en op onwettige wijze werd bedreigd en de vrees dat het dreigement ten uitvoer zal worden gebracht, gerechtvaardigd is.

Indien iemand willens en wetens en op onwettige wijze een verklaring van instemming afdwingt van de andere partij met de belofte deze andere partij te vrijwaren of te bevrijden van onvoorzienbaar letsel of van letsel dat door anderen wordt toegediend, wordt dit als gelijkwaardig aan onwettige bedreiging beschouwd.

De verklaring van instemming, tijdens de huwelijkssluiting, schept niet alleen het vermoeden dat de echtgenoten in het huwelijk willen treden, maar ook dat hun instemming niet ongeldig is vanwege een dwaling of dwang.

9 Wat zijn de juridische gevolgen van de nietigverklaring van het huwelijk?

De nietigverklaring van een burgerlijk huwelijk, indien dat door beide echtgenoten te goeder trouw is aangegaan, is geldig jegens deze partijen en derden zodra de desbetreffende uitspraak kracht van gewijsde krijgt.

Indien slechts een van de echtgenoten het contract te goeder trouw heeft gesloten, kan alleen die echtgeno(o)t(e) zich beroepen op de voordelen van de huwelijkse status en deze aanvoeren als verweer tegen andere partijen, op voorwaarde dat dit eenvoudigweg een afspiegeling is van de relatie tussen de echtgenoten.

De echtgeno(o)t(e) die het huwelijkscontract sluit en niet op de hoogte was noch had kunnen zijn van het gebrek dat tot ongeldigheid of nietigverklaring leidt, of die onder fysieke of morele dwang heeft verklaard met het huwelijk in te stemmen, wordt geacht het huwelijk te goeder trouw te hebben gesloten.

Alleen staatsgerechten zijn bevoegd om zich juridisch uit te spreken over de goede trouw. Er wordt van uitgegaan dat de echtgenoten te goeder trouw zijn.

Zodra het huwelijk ongeldig is of nietig is verklaard, behoudt de echtgeno(o)t(e) die te goeder trouw was het recht op een onderhoudsbijdrage nadat de beslissing kracht van gewijsde krijgt of de beslissing is geregistreerd.

10 Bestaan er alternatieve mogelijkheden om problemen die samenhangen met een echtscheiding op te lossen, zonder dat de rechter wordt ingeschakeld?

Alvorens het echtscheidingsproces te starten, moet het bureau van de burgerlijke stand of het gerecht de echtgenoten op de hoogte stellen van het bestaan en de doelstellingen van gezinsbemiddeling.

Gezinsbemiddeling is een buitengerechtelijke methode om conflicten op te lossen die zich binnen gezinsrelaties voordoen. Hierbij trachten de partijen, door persoonlijke en directe betrokkenheid en geholpen door de bemiddelaar, tot een akkoord te komen.

Met behulp van dit alternatieve middel voor geschillenbeslechting kunnen conflicten worden opgelost met betrekking tot de vaststelling, de herziening en de niet-naleving van de regelingen inzake de uitoefening van ouderlijk gezag, echtscheiding en scheiding van tafel en bed, omzetting van scheiding van tafel en bed in echtscheiding, verzoening van gescheiden echtgenoten, toewijzing en aanpassing van een voorlopige of definitieve onderhoudsbijdrage, toewijzing van de gezinswoning, ontzegging van het recht om de achternaam van de andere echtgeno(o)t(e) te gebruiken en toestemming voor het gebruik van de achternaam van de voormalige echtgeno(o)t(e).

De gezinsmediator is een professional die een desbetreffende vergunning heeft gekregen van het ministerie van Justitie [Ministério da Justiça]. De gezinsmediator is verantwoordelijk voor het op onafhankelijke en onpartijdige wijze houden van bijeenkomsten om de partijen te helpen gezamenlijk tot een akkoord te komen.

Een verzoek tot echtscheiding met wederzijdse instemming kan worden ingediend bij het bureau van de burgerlijke stand, met uitzondering van situaties die voortkomen uit een overeenkomst die tot stand is gekomen in het kader van een echtscheidingsprocedure bij het gerecht en op voorwaarde dat het verzoekschrift tot echtscheiding met wederzijdse instemming vergezeld gaat van een gedetailleerde opgave van de gemeenschappelijke bezittingen van het echtpaar, een overeenkomst over wat te doen met de echtelijke woning, een overeenkomst over het betalen van een onderhoudsbijdrage aan de echtgeno(o)t(e) die een onderhoudsbijdrage nodig heeft en een officieel afschrift van de gerechtelijke uitspraak over de uitoefening van het ouderlijk gezag of een overeenkomst over de uitoefening van het ouderlijk gezag met betrekking tot minderjarige kinderen, indien hierover niet eerder een gerechtelijke uitspraak is gedaan.

11 Waar moet het verzoek tot echtscheiding/scheiding van tafel en bed/nietigverklaring van het huwelijk worden ingediend? Aan welke formaliteiten moet worden voldaan en welke documenten moeten bij het verzoek worden gevoegd?

Scheiding van tafel en bed en echtscheiding met wederzijdse instemming

Voor scheiding van tafel en bed en echtscheiding met wederzijdse instemming dienen beide echtgenoten met wederzijds goedvinden een verzoekschrift in bij het bureau van de burgerlijke stand. Het verzoekschrift moet vergezeld gaan van de volgende documenten:

a) een gedetailleerde opgave van het gemeenschappelijk vermogen onder vermelding van de waarden van de specifieke vermogensbestanddelen, of, indien de echtgenoten ervoor kiezen dit vermogen te delen, een overeenkomst over de deling of een verzoekschrift tot het opstellen van zo’n overeenkomst;

b) een officieel afschrift van de gerechtelijke beslissing over de uitoefening van het ouderlijk gezag of een overeenkomst over de uitoefening van ouderlijk gezag met betrekking tot eventuele minderjarige kinderen, indien hierover niet eerder een gerechtelijke uitspraak is gedaan;

c) een overeenkomst over de betaling van een onderhoudsbijdrage aan de echtgeno(o)t(e) die een onderhoudsbijdrage nodig heeft;

d) een overeenkomst over wat te doen met de echtelijke woning;

e) een officieel afschrift van de huwelijkse voorwaarden, als die ooit zijn opgesteld.

Tenzij anders aangegeven in de overgelegde documenten, wordt ervan uitgegaan dat de overeenkomsten zowel geldig zijn voor de periode van de procedure als voor de periode daarna.

Een procedure voor het officieel bekrachtigen van scheiding van tafel en bed of van echtscheiding met wederzijdse instemming wordt ingesteld door indiening van een door de echtgenoten of hun vertegenwoordigers ondertekend verzoekschrift bij het bureau van de burgerlijke stand. Het verzoekschrift wordt met de hierboven genoemde documenten en een volledig officieel afschrift van de huwelijksakte ingediend.

Na het verzoekschrift te hebben ontvangen, nodigt de ambtenaar van de burgerlijke stand de echtgenoten uit voor een bijeenkomst waarin moet worden nagegaan of aan de wettelijke vereisten is voldaan. Tijdens deze bijeenkomst worden de echtgenoten gewezen op het bestaan van diensten voor gezinsbemiddeling; indien de echtgenoten nog steeds willen scheiden, worden de overeenkomsten onderzocht en worden de echtgenoten uitgenodigd deze aan te passen als ze de belangen van één van hen of van de kinderen niet naar behoren beschermen. Het is mogelijk dat er in dit kader rechtshandelingen worden verricht en bewijs wordt vergaard. Indien aan de wettelijke eisen is voldaan en de hierboven genoemde procedures zijn gevolgd, wijst de ambtenaar van de burgerlijke stand het verzoek toe.

Indien een overeenkomst wordt overgelegd over de uitoefening van het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen, wordt de procedure doorverwezen naar het openbaar ministerie bij het gerecht van eerste aanleg met bevoegdheid in de zaak binnen het arrondissement waar het betrokken bureau van de burgerlijke stand is gevestigd. Het openbaar ministerie mag zich dan binnen 30 dagen uitspreken over de overeenkomst.

Indien het openbaar ministerie van mening is dat de overeenkomst de belangen van de minderjarigen niet naar behoren beschermt, kunnen de verzoekers de overeenkomst in de gewenste zin wijzigen of een nieuwe overeenkomst overleggen. In het laatste geval wordt de overeenkomst opnieuw voorgelegd aan het openbaar ministerie. Indien dit van mening is dat de overeenkomst de belangen van de minderjarigen naar behoren beschermt of indien de echtgenoten de overeenkomst volgens de aanwijzingen van het openbaar ministerie hebben gewijzigd, wordt de echtscheiding uitgesproken.

Wanneer de verzoekers niet instemmen met de door het openbaar ministerie voorgestelde wijzigingen en nog steeds voornemens zijn te gaan scheiden en/of de overgelegde overeenkomsten de belangen van een van de echtgenoten onvoldoende beschermen, wordt er geen goedkeuring verleend en wordt de echtscheidingsprocedure doorverwezen naar het gerecht in het district waar het bureau van de burgerlijke stand gevestigd is.

Na ontvangst van het dossier onderzoekt de rechter de overeenkomsten die de echtgenoten hebben overgelegd en nodigt hij/zij ze uit om deze aan te passen indien ze hun belangen of die van hun kinderen niet beschermen.

De rechter bepaalt vervolgens de gevolgen van een echtscheiding voor punten die de echtgenoten niet hebben aangepast. Indien een overeenkomst de belangen van een van de echtgenoten onvoldoende beschermt, kan de rechter, vanuit dit oogpunt en met het oog op het onderzoek van de voorgestelde overeenkomsten, de tenuitvoerlegging van handelingen en het overleggen van het vereiste bewijs gelasten. Bij het vaststellen van de gevolgen van echtscheiding moet de rechter niet alleen een overeenkomst tussen de echtgenoten stimuleren, maar hiermee ook rekening houden.

Vervolgens wordt de echtscheiding met wederzijdse instemming uitgesproken en in het desbetreffende register geregistreerd.

Verzoeken tot scheiding van tafel en bed of tot echtscheiding met wederzijdse instemming worden aan het gerecht voorgelegd, tenzij de partijen er een overeenkomst zoals hierboven bedoeld aan hechten.

In dit geval wordt het verzoekschrift tot echtscheiding bij het gerecht ingediend. Na ontvangst van het verzoekschrift bestudeert de rechter de overeenkomsten die de echtgenoten hebben overgelegd en nodigt hij/zij ze uit om deze aan te passen indien een overeenkomst hun belangen of die van hun kinderen niet beschermt. De rechter bepaalt de gevolgen van de echtscheiding op basis van de thema’s waarover de echtgenoten geen overeenstemming hebben bereikt en de rechter kan, vanuit dit oogpunt en met het oog op het onderzoek van de voorgestelde overeenkomsten, de tenuitvoerlegging van handelingen en het overleggen van het vereiste bewijs gelasten. Bij het vaststellen van de gevolgen van echtscheiding moet de rechter niet alleen een overeenkomst tussen de echtgenoten stimuleren, maar hiermee ook rekening houden. Vervolgens wordt de echtscheiding met wederzijdse instemming uitgesproken en in het desbetreffende register geregistreerd.

Scheiding van tafel en bed of echtscheiding die door een van de partijen wordt aangevochten

Verzoekschriften voor een scheiding van tafel en bed of een echtscheiding waartegen één van beide partijen zich verzet worden voorgelegd aan de rechtbank voor familiezaken of, bij ontbreken van die rechtbank, aan de arrondissementsrechtbank die relatief bevoegd is. De relatieve bevoegdheid wordt bepaald aan de hand van de woon- of verblijfplaats van de verzoeker (de persoon die de procedure instelt).

De bepalingen over echtscheiding zijn mutatis mutandis van toepassing op de scheiding van tafel en bed.

Scheiding van tafel en bed eindigt met de verzoening tussen de echtgenoten of met de ontbinding van het huwelijk.

Elk van de echtgenoten mag een echtscheidingsverzoek indienen op grond van feitelijke scheiding van tafel en bed gedurende een heel jaar, een verandering in de geestelijke vermogens van de andere echtgeno(o)t(e) die al meer dan één jaar duurt en die, vanwege de ernst ervan, de mogelijkheid van een gezamenlijk leven aantast, het afwezig zijn, zonder teken van leven, van de andere echtgeno(o)t(e) gedurende minstens één jaar, en andere feiten die, ongeacht de schuldvraag, aantonen dat het huwelijk duurzaam ontwricht is.

De benadeelde echtgeno(o)t(e) heeft het recht om, krachtens de algemene voorwaarden inzake civiele aansprakelijkheid en bij de gewone rechters, schadeloosstelling voor de door de andere echtgeno(o)t(e) veroorzaakte schade te vorderen.

De echtgeno(o)t(e) die een echtscheidingsverzoek heeft ingediend vanwege een verandering in de geestelijke vermogens van de andere echtgeno(o)t(e) moet die echtgeno(o)t(e) schadeloos stellen voor de persoonlijke schade die door de ontbinding van het huwelijk is veroorzaakt; het verzoekschrift daartoe moet tijdens de echtscheidingsprocedure zelf worden ingediend.

Echtscheiding vanwege een verandering in de geestelijke vermogens van de andere echtgeno(o)t(e) die al meer dan één jaar duurt en die, vanwege de ernst ervan, de mogelijkheid van een gezamenlijk leven aantast, of echtscheiding vanwege het afwezig zijn, zonder teken van leven, van de andere echtgeno(o)t(e) gedurende minstens één jaar kan alleen worden aangevraagd door de echtgeno(o)t(e) die zich beroept op de verandering in de geestelijke vermogens of de afwezigheid van de andere echtgeno(o)t(e).

Indien het de echtgeno(o)t(e) die in principe in staat is een verzoekschrift tot echtscheiding in te dienen onmogelijk wordt gemaakt dit te doen, kan de procedure worden ingesteld door de betrokken wettelijke vertegenwoordiger, na goedkeuring door de familieraad; indien de wettelijke vertegenwoordiger de andere echtgeno(o)t(e) is, kan de procedure namens de houder van het recht om een procedure in te stellen worden ingesteld door een familielid in de rechte lijn of tot de derde graad van de zijlijn, mits dit ook wordt goedgekeurd door de familieraad.

Het recht op echtscheiding wordt niet overgedragen door overlijden, maar de erfgenamen van de partner die het verzoek heeft ingesteld, kunnen de procedure in het kader van de nalatenschap voortzetten indien de verzoeker tijdens de procedure overlijdt; de procedure kan ook met dezelfde gevolgen worden voortgezet tegen de erfgenamen van de verweerder.

Zodra het verzoekschrift is overgelegd, stelt de rechter, indien de procedure kan worden voortgezet, een tijdstip vast voor een poging tot verzoening en worden zowel de verzoeker als de verweerder opgeroepen om in persoon te verschijnen.

Indien deze poging tot verzoening mislukt, tracht het gerecht de echtgenoten tot overeenstemming te laten komen over echtscheiding met wederzijdse instemming; indien een dergelijke overeenkomst tot stand komt of indien de echtgenoten op enig moment in het proces hebben gekozen voor echtscheiding met wederzijdse instemming, volgt het proces dienovereenkomstig het verloop van die vorm van echtscheiding.

Indien de rechter er niet in slaagt tussen de echtgenoten een akkoord tot stand te brengen over echtscheiding of scheiding van tafel en bed met wederzijdse instemming, tracht hij tussen de echtgenoten een overeenkomst te bewerkstelligen over de onderhoudsbijdrage en de regeling van de uitoefening van het ouderlijk gezag. Indien van toepassing probeert de rechter ook een overeenkomst tussen de echtgenoten tot stand te brengen over het gebruik van de echtelijke woning gedurende de periode dat de procedure aanhangig is.

In een poging tot verzoening, of op enig ander moment tijdens de procedure, kunnen de partijen beslissen tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed met wederzijdse instemming, mits aan de vereiste voorwaarden is voldaan.

Indien de instemming van één partij ontbreekt of verzoening onmogelijk blijkt, beveelt de rechter de verweerder om binnen 30 dagen een verweerschrift in te dienen; op het moment van kennisgeving hiervan wordt een duplicaat van het oorspronkelijke verzoekschrift aan de verweerder betekend.

Indien de verblijfplaats van de verweerder onbekend is en, conform het procesrecht, alles in het werk is gesteld om de verweerder te vinden en dit alles geen resultaat heeft opgeleverd, is de dag die is aangewezen voor de verzoening ongeldig en wordt de verweerder door middel van een openbare kennisgeving opgeroepen om verweer in te stellen.

Nadat de termijn voor het indienen van verweer is verstreken, verloopt het proces volgens de voorwaarden voor de reguliere procedure. Tijdens die procedure wordt het voorwerp van het geschil bepaald en wordt aangegeven wat de grondslag voor het bewijs zal zijn. De definitieve behandeling vindt tijdens dit proces plaats, samen met het aanvoeren van bewijs. Na afsluiting van de definitieve behandeling wordt de zaak afgesloten en naar de rechter gestuurd. Deze geeft binnen 30 dagen een beslissing.

Een verzoek tot scheiding van tafel en bed is via een tegeneis mogelijk, zelfs als de verzoeker een echtscheidingsverzoek heeft ingediend; indien de verzoeker een verzoek heeft gedaan tot scheiding van tafel en bed, mag de verweerder als tegeneis ook een echtscheidingsverzoek indienen. In deze gevallen zou de echtscheiding moeten worden uitgesproken indien het verzoekschrift voor de procedure en de tegeneis ontvankelijk worden verklaard.

Nietigverklaring van een huwelijk

Men kan zich, zowel gerechtelijk als buitengerechtelijk, pas op de nietigverklaring van een huwelijk beroepen zodra deze is bekrachtigd door een beslissing in een specifiek voor dit doel ingestelde procedure.

Deze procedure wordt ingesteld in de sectie familie- en jeugdzaken van de rechtbank door een inleidend verzoekschrift in te dienen dat, in de vorm van pleitnota’s, de identiteit van de partijen aangeeft, de relevante feiten beschrijft en eindigt met een verzoek.

Het wettelijke recht om een dergelijke procedure in te stellen varieert afhankelijk van de gronden van de vordering (zie het antwoord op vraag 8).

De echtgenoten of familieleden in de rechte lijn of tot en met de vierde graad in de zijlijn, de erfgenamen en adoptieouders van de echtgenoten en het openbaar ministerie hebben het wettelijke recht een procedure tot nietigverklaring op basis van een beletsel dat de geldigheid van het huwelijk aantast, in te stellen of voort te zetten. Bovendien mag de voogd of curator in het geval van minderjarigheid, onmogelijkheid of onbekwaamheid vanwege een geestelijke stoornis, en de eerste echtgeno(o)t(e) van de overtreder in het geval van bigamie, ook een procedure instellen of voortzetten.

Een verzoek tot nietigverklaring vanwege valse voorwendselen kan worden ingesteld door de echtgenoten zelf of door personen die nadeel ondervinden van het huwelijk. In andere gevallen waarin instemming ontbreekt, kan een procedure tot nietigverklaring alleen worden ingesteld door de echtgeno(o)t(e) wiens instemming ontbreekt. De aangetrouwde verwanten van de laatstgenoemde in de rechte lijn en hun erfgenamen of adoptieouders mogen de procedure echter voortzetten indien de verzoeker tijdens de procedure komt te overlijden.

Een procedure tot nietigverklaring op basis van gebrekkige instemming kan alleen worden ingesteld door de echtgeno(o)t(e) die het slachtoffer van de dwaling of de dwang was, maar aangetrouwde verwanten in de rechte lijn en erfgenamen of adoptieouders mogen de procedure voortzetten indien de verzoeker tijdens de procedure komt te overlijden.

Een procedure tot nietigverklaring op basis van het ontbreken van getuigen mag alleen maar door het openbaar ministerie worden ingesteld.

Een procedure tot nietigverklaring op basis van een beletsel dat de geldigheid van het huwelijk aantast, moet worden ingesteld:

a) in het geval van minderjarigheid, onmogelijkheid of handelingsonbekwaamheid vanwege een geestelijke stoornis of geconstateerde geestesziekte, indien deze procedure wordt ingesteld door de handelingsonbekwame persoon, binnen zes maanden nadat hij of zij meerderjarig is geworden, de onmogelijkheid of handelingsonbekwaamheid is weggenomen of de krankzinnigheid is geëindigd; en, indien de procedure door een ander wordt ingesteld, binnen drie jaar na de huwelijkssluiting, maar nooit na het bereiken van meerderjarigheid, het wegnemen van de handelingsonbekwaamheid of de onmogelijkheid of het beëindigen van de krankzinnigheid;

b) in het geval van veroordeling voor moord op de echtgenoot of echtgenote van een van de partijen: binnen drie jaar na het aangaan van het huwelijk;

c) in andere gevallen: binnen zes maanden na de ontbinding van het huwelijk.

Alleen het openbaar ministerie mag de procedure instellen voordat het huwelijk ontbonden wordt.

Een procedure tot nietigverklaring op basis van het bestaan van een eerder, niet-ontbonden huwelijk mag niet worden ingesteld of voortgezet als er een procedure aanhangig is om het eerste huwelijk van een bigamist ongeldig of nietig te laten verklaren.

Een procedure tot nietigverklaring op basis van het ontbreken van de instemming van een partij of van beide partijen mag alleen maar worden ingesteld binnen drie jaar na de huwelijkssluiting of, indien de verzoeker hiervan niet op de hoogte was, binnen zes maanden nadat hij of zij ervan op de hoogte geraakte.

Een procedure tot nietigverklaring op basis van gebreken met betrekking tot de instemming verjaart indien deze niet binnen zes maanden na het beëindigen van het gebrek wordt ingesteld.

Een procedure tot nietigverklaring op basis van het ontbreken van getuigen mag alleen maar binnen één jaar na de huwelijkssluiting worden ingesteld.

Het inleidende verzoekschrift moet vergezeld gaan van de huwelijksakte en eventueel (indien het verzoekschrift op een leeftijdsoverweging is gebaseerd) de geboorteakte van de betrokken partij.

Na de termijn voor het indienen van het verweer volgt het proces de eerder genoemde voorwaarden voor de reguliere procedure.

Indien een van de volgende gebeurtenissen zich voordoet voordat de beslissing tot nietigverklaring kracht van gewijsde krijgt, wordt de nietigverklaring geacht te zijn opgeheven en wordt het huwelijk als geldig beschouwd vanaf het moment dat het gesloten is:

a) indien een kind dat nog niet de huwelijkse leeftijd had bereikt zijn of haar huwelijk voor een ambtenaar van de burgerlijke stand en twee getuigen bevestigt, na meerderjarig te zijn geworden;

b) indien iemand die handelingsonbekwaam is of door een geestelijke stoornis niet bekwaam is zijn of haar huwelijk bevestigt, zoals bedoeld in de vorige paragraaf, nadat zijn/haar handelingsbekwaamheid of onvermogen is opgeheven of, in het geval van krankzinnigheid, nadat de krankzinnige volgens juridische maatstaven weer geestelijk gezond is;

c) indien het eerste huwelijk van een bigamist ongeldig of nietig wordt verklaard;

d) indien het ontbreken van getuigen te wijten is aan gerechtvaardigde omstandigheden, zoals erkend door de ambtenaar van de burgerlijke stand, mits er geen twijfels zijn over de sluiting van het huwelijk.

12 Kan ik in aanmerking komen voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken?

Ja, het programma voor rechtsbijstand is in alle gerechten van toepassing, ongeacht de vorm van de procedure.

Zie voor verdere informatie het informatieblad over ‘Rechtsbijstand’.

13 Kan beroep worden ingesteld tegen een beslissing over de echtscheiding/scheiding van tafel en bed/nietigverklaring van het huwelijk?

Ja. In deze procedures is beroep altijd mogelijk.

14 Wat moet ik doen om een door een rechtbank in een andere lidstaat gewezen beslissing over echtscheiding/scheiding van tafel en bed/nietigverklaring van het huwelijk in Nederland te laten erkennen?

Indien de betrokken beslissing is gegeven in een lidstaat van de Europese Unie niet zijnde Denemarken, wordt deze in de andere lidstaten erkend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003.

Indien de beslissing in Denemarken is gegeven, wordt het speciale proces voor het toetsen van een buitenlandse uitspraak toegepast.

In dit proces wordt het document met de te toetsen beslissing samen met het verzoekschrift ingediend en wordt de tegenpartij ervan op de hoogte gesteld dat hij of zij binnen 15 dagen een verweerschrift kan indienen. De verzoeker kan hierop weer reageren binnen 10 dagen na de kennisgeving van indiening van het verweer. Nadat de partijen al hun stukken uitgewisseld hebben en de stappen die als essentieel beschouwd worden zijn uitgevoerd, worden alle documenten, telkens voor 15 dagen, voorgelegd aan de partijen en het openbaar ministerie.

Om de beslissing te kunnen bevestigen:

a) mag er geen enkele twijfel zijn over de authenticiteit van het document waarin de beslissing is vastgelegd of over het gedegen karakter van de beslissing;

b) moet de beslissing kracht van gewijsde hebben gekregen krachtens het recht van het land waar de beslissing is gegeven;

c) moet de beslissing zijn gegeven door een buitenlands gerecht dat rechtens bevoegd was en mag de beslissing geen zaak betreffen die onder de uitsluitende bevoegdheid van de Portugese gerechten valt;

d) mag het niet mogelijk zijn een exceptie van aanhangigheid (lis pendens) of een exceptie van gewijsde (res judicata) op te werpen op basis van een zaak bij een Portugees gerecht, tenzij het buitenlandse gerecht het instellen van een procedure heeft verhinderd;

e) moeten de desbetreffende documenten voor de procedure naar behoren aan de verweerder zijn betekend, krachtens het recht van het land van het gerecht van herkomst, en moeten de beginselen van het recht van verweer en gelijkwaardige bescherming van de partijen tijdens het proces in acht zijn genomen;

f) mag het geen beslissing betreffen waarvan de erkenning tot een resultaat leidt dat zich duidelijk niet laat verenigen met de beginselen van de openbare internationale orde van Portugal.

15 Tot welk gerecht moet ik mij wenden om bezwaar te maken tegen de erkenning van een door een rechtbank in een andere lidstaat gewezen beslissing over echtscheiding/scheiding van tafel en bed/nietigverklaring van het huwelijk? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

In de lidstaten van de Europese Unie, met uitzondering van Denemarken, wordt, indien de betreffende partij besluit een verzoek in te dienen tot erkenning van een uitspraak over echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van een huwelijk, het verzoekschrift bij de familierechter ingediend. Welk gerecht relatief bevoegd is, wordt bepaald aan de hand van het interne recht van de lidstaat waar het verzoekschrift tot erkenning is ingediend.

16 Wat is het toepasselijk recht in een echtscheidingsproces tussen echtgenoten die niet in Nederland wonen of een verschillende nationaliteit hebben?

Volgens de nationale conflictregels is voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed het algemeen geldende nationale recht van de echtgenoten van toepassing. Als de echtgenoten niet dezelfde nationaliteit hebben, is het recht van hun gebruikelijke gezamenlijke verblijfplaats van toepassing; bij afwezigheid hiervan is het recht van toepassing van het land waarmee hun gezinsleven het nauwst verwant is.

Als tijdens het huwelijk het toepasselijke recht echter verandert, kan alleen een feit dat relevant was op het moment dat dit zich voordeed een grond opleveren voor scheiding van tafel en bed of echtscheiding.

Aanvullende informatie

Nadere informatie is te vinden op de volgende websites:


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 30/04/2018