Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

  • Home
  • ...
  • ...
  • Procedures voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Procedures voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen - België

1 Wat betekent tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken?

Wanneer een schuldenaar de rechterlijke uitspraak niet vrijwillig naleeft, kan de schuldeiser de naleving in rechte afdwingen; dit noemt men gedwongen tenuitvoerlegging. Zij vereist een uitvoerbare titel (artikel 1386 van het Gerechtelijk Wetboek), aangezien het een ingreep op de rechtssfeer van de schuldenaar inhoudt. Deze titel zal meestal een vonnis of een notariële akte zijn. Uit respect voor de persoonlijke levenssfeer van de schuldenaar is tenuitvoerlegging op bepaalde momenten uitgesloten (artikel 1387 van het Gerechtelijk Wetboek). De tenuitvoerlegging wordt verricht door een gerechtsdeurwaarder.

Meestal gebeurt gedwongen tenuitvoerlegging met het oog op de inning van geldsommen, maar het kan ook gaan over de verrichting van een doen of een laten.

Daarnaast is de dwangsom belangrijk (artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek). Een dwangsom is een drukkingsmiddel, gebruikt om de veroordeelde aan te sporen om de rechterlijke uitspraak na te leven. In bepaalde gevallen is het opleggen van een dwangsom echter uitgesloten: bij veroordeling tot betaling van een geldsom of tot nakoming van een arbeidsovereenkomst en wanneer het niet strookt met de menselijke waardigheid. De tenuitvoerlegging van een dwangsom gebeurt op basis van de titel waarin ze werd vastgesteld. Er is dus geen nieuwe titel vereist.

Gaat het om een veroordeling tot het betalen van een geldsom, dan gebeurt de tenuitvoerlegging op het vermogen van de schuldenaar. We spreken in dat geval van beslag. Hierin onderscheiden we, naargelang de aard van de beslagen goederen, roerend en onroerend beslag en, naargelang de aard van het beslag, bewarend en uitvoerend beslag. Bij bewarend beslag worden de beslagen goederen in spoedeisende gevallen zogenaamd "onder de hand van het gerecht" geplaatst: de situatie wordt bevroren om de latere tenuitvoerlegging veilig te stellen. Dit houdt in dat de beslagene niet meer over de beslagen goederen kan beschikken. Hij mag ze niet meer verkopen of wegschenken. Bij uitvoerend beslag worden de goederen van de schuldenaar verkocht en de opbrengst gaat naar de schuldeiser. De schuldeiser heeft immers geen recht op de beslagen goederen zelf, maar enkel op de opbrengst van hun verkoop.

Hiernaast bestaat ook, bij toepassing van artikel 1445 en volgende, van het Gerechtelijk Wetboek, beslag onder derden (zie verder).

Naast het gewone bewarende en uitvoerende beslag op roerende en onroerende goederen zijn er ook bijzondere regels voor beslag op schepen (artikelen 1467 tot en met 1480 en de artikelen 1545 tot en met 1559 van het Gerechtelijk Wetboek), pandbeslag (artikel 1461 van het Gerechtelijk Wetboek), beslag tot terugvordering (artikelen 1462 tot en met 1466 van het Gerechtelijk Wetboek) en beslag op tak- en wortelvaste vruchten (artikelen 1529 tot en met 1538 van het Gerechtelijk Wetboek). In het vervolg van dit dossier concentreren we ons nog uitsluitend op het gewone beslag.

2 Welke instantie of instanties zijn bevoegd voor tenuitvoerlegging?

De gerechtdeurwaarders en de beslagrechters. Laastgenoemden zijn bevoegd om uitspraak te doen over betwistingen inzake uitvoering.

    3 Onder welke voorwaarden mag een executoriale titel of beslissing worden uitgevaardigd?

    3.1 De procedure

    2.1.1. Bewarend beslag

    Voor bewarend beslag is in principe de toestemming van de beslagrechter vereist en er moet spoedeisendheid zijn (artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek). Deze machtiging moet gevraagd worden bij éénzijdig verzoekschrift (artikel 1417 van het Gerechtelijk Wetboek). Hetzelfde verzoekschrift mag niet tegelijk voor roerend als voor onroerend beslag dienen. Voor beslag op onroerende goederen is immers steeds een afzonderlijke aanvraag vereist.

    De beslagrechter beslist ten laatste acht dagen na de neerlegging van het verzoekschrift (artikel 1418 van het Gerechtelijk Wetboek). Hij kan beslissen om de toelating te weigeren of om ze deels of volledig te verlenen aan de schuldeiser. De beschikking van de beslagrechter moet betekend worden aan de schuldenaar. De beschikking van de beslagrechter wordt aan een gerechtsdeurwaarder afgegeven die vervolgens het nodige doet.

    Er bestaat een belangrijke uitzondering in welk geval geen toestemming van de beslagrechter wordt vereist: elk vonnis geldt als toelating om bewarend beslag te leggen voor de uitgesproken veroordelingen (artikel 1414 van het Gerechtelijk Wetboek). Ook hier moet het gaan om een spoedeisend geval. Het volstaat het vonnis aan een gerechtsdeurwaarder af te geven opdat die het nodige zou doen voor het beslag.

    Bewarend beslag kan omgezet worden in uitvoerend beslag (artikel 1489 tot en met 1493 van het Gerechtelijk Wetboek).

    2.1.2. Uitvoerend beslag

    A. Algemeen

    Een uitvoerend beslag mag alleen worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel (artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek). Vonnissen en akten kunnen alleen ten uitvoer worden gelegd op de overlegging van de uitgifte of van de minuut, voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging dat de Koning bepaalt.

    Het vonnis van de rechter wordt vooraf aan de verweerder betekend (artikel 1495 van het Gerechtelijk Wetboek). Is de uitvoerbare titel een vonnis, dan is de voorafgaande betekening van dit vonnis immers verplicht om de schuldenaar op de hoogte te brengen. Dit is niet nodig als de uitvoerbare titel een notariële akte is, want dan kent de schuldenaar de titel al. De betekening van het vonnis doet de termijnen voor het instellen van de gewone rechtsmiddelen lopen. De verzetstermijnen hebben schorsende werking voor uitvoerend beslag (in tegenstelling tot het bewarend beslag) in geval van veroordeling tot het betalen van een geldsom. Een uitzondering op de schorsende werking van de gewone rechtsmiddelen is de voorlopige tenuitvoerlegging (vonnis uitvoerbaar bij voorraad).

    De tweede stap in de weg naar uitwinning van de schuldeiser door gedwongen tenuitvoerlegging is het bevel tot betalen (artikel 1499 van het Gerechtelijk Wetboek). Dit is de eerste daad van tenuitvoerlegging. Dit bevel is de laatste waarschuwing voor de schuldenaar, die het beslag dus nog kan vermijden. De wachttermijn die loopt vanaf het bevel is een dag voor roerend beslag (artikel 1499 van het Gerechtelijk Wetboek) en 15 dagen voor onroerend beslag (artikel 1566 van het Gerechtelijk Wetboek). Het bevel moet betekend worden aan de schuldenaar, wat geldt als een ingebrekestelling, d.i. een aanmaning tot betalen. De tenuitvoerlegging kan enkel strekken tot voldoening van de in het bevel vermelde bedragen.

    Na de wachttermijn die het bevel tot betalen doet lopen, kan tot beslag worden overgegaan. Dit moet gebeuren bij gerechtsdeurwaardersexploot. Tenuitvoerlegging gebeurt dus door middel van tussenkomst van een bevoegde ambtenaar. Deze ambtenaar wordt beschouwd als lasthebber van de schuldeiser wiens taak wettelijk omschreven staat en die onder gerechtelijk toezicht staat. Hij is contractueel aansprakelijk tegenover de schuldeiser en buitencontractueel tegenover derden (uit de wet en uit schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht).

    De gerechtsdeurwaarder zendt binnen de 3 werkdagen een bericht van beslag aan het Centraal Bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling en van protest (artikel 1390, §1, van het Gerechtelijk Wetboek). Dit is zowel voor roerend als onroerend beslag verplicht. Er is geen uitvoerend beslag of procedure van verdeling mogelijk zonder voorafgaande raadpleging van de beslagberichten in het Centraal Bestand van Berichten (artikel 1391, §2, van het Gerechtelijk Wetboek). Deze regel werd ingevoerd om overbodige beslagen te voorkomen en om de collectieve dimensie van het beslag te versterken.

    B. Uitvoerend roerend beslag

    Voor uitvoerend beslag op roerende goederen is een bevel tot betalen vereist. De schuldenaar kan hiertegen verzet aantekenen. Het beslag wordt gelegd bij gerechtsdeurwaardersexploot en heeft in de eerste plaats een bewarend karakter: de goederen worden niet verplaatst en het bezit en genot van de goederen wijzigt niet. Het beslag is ook mogelijk buiten de woonplaats van de schuldenaar en bij een derde.

    Bij roerend uitvoerend beslag is er geen eenheid van beslag, maar een tweede beslag op dezelfde goederen blijft vrij nutteloos aangezien dit kostelijk is. Bij de evenredige verdeling van de opbrengst van de goederen van de schuldenaar komen ook de andere schuldeisers dan degene die beslag hebben laten leggen in samenloop (artikel. 1627 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek).

    Van het beslag wordt proces-verbaal opgemaakt. Ten vroegste 1 maand na de betekening of kennisgeving van het afschrift van het proces verbaal van beslaglegging worden de beslagen goederen verkocht. Deze wachttermijn wil aan de schuldenaar een laatste kans geven om de verkoop te voorkomen. De verkoop moet aangekondigd worden aan het publiek door middel van aanplakbrieven en berichten in de pers. De verkoop vindt plaats in een veilingzaal of op een openbare markt, tenzij er verzocht wordt om een meer geschikte plaats, en hij wordt geleid door een gerechtsdeurwaarder. Die maakt er een proces verbaal van op en ontvangt de verkoopsommen. De opbrengst van de verkoop wordt door de gerechtsdeurwaarder binnen de 15 dagen verdeeld in een procedure van evenredige verdeling (artikel 1627 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek). Deze procedure verloopt in beginsel in der minne. Is dit niet mogelijk, dan wordt de beslagrechter ingeschakeld.

    C. Uitvoerend onroerend beslag (artikel 1560 tot en met 1626 van het Gerechtelijk Wetboek)

    De eerste daad van tenuitvoerlegging is de betekening van het bevel tot betalen.

    Daarna moet, ten vroegste binnen de 15 dagen en ten laatste binnen de 6 maanden, beslag worden gelegd. Zoniet verliest het bevel van rechtswege zijn gevolg. Het beslagexploot moet vervolgens binnen de 15 dagen worden overgeschreven op het hypotheekkantoor en binnen de 6 maanden betekend worden. De overschrijving leidt tot onbeschikbaarheid van de goederen en is maximum zes maanden geldig. Bij gebreke van overschrijving is het beslag nietig. Bij onroerend uitvoerend beslag geldt, in tegenstelling tot bij roerend uitvoerend beslag, het beginsel van eenheid van beslag: “saisie sur saisie ne vaut”

    De laatste stap is het verzoek voor de beslagrechter tot aanstelling van een notaris, die belast wordt met de verkoop van de goederen en met de rangregeling. De schuldenaar kan voor de beslagrechter in verzet komen tegen de handelingen die de aangestelde notaris stelt. De nadere regelen van de verkoop zijn door de wetgever duidelijk vastgelegd (zie de artikelen 1582 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek). In principe is de verkoop openbaar, maar op initiatief van de rechter of op verzoek van de beslagleggende schuldeiser is een verkoop uit de hand mogelijk. De verkoopopbrengst wordt volgens de rangregeling verdeeld onder de verschillende schuldeisers (zie de artikelen 1639 tot en met 1654 van het Gerechtelijk Wetboek). Betwistingen inzake de rangregeling worden voor de beslagrechter gebracht.

    2.1.3. Beslag onder derden

    Onder beslag onder derden verstaat men het beslag op schuldvorderingen die de schuldenaar op een derde heeft (vb. zijn werkgever voor zijn loon). Die derde is dus de onderschuldenaar van de beslagleggende schuldeiser. Beslag onder derden is niet hetzelfde als beslag bij derden: hieronder verstaat men beslag op goederen van de schuldenaar die zich bij een derde bevinden.

    De schuldvordering waarvoor beslag wordt gelegd is deze die de beslagleggende schuldeiser heeft op de beslagen schuldenaar. De schuldvordering waarop beslag wordt gelegd is deze die de beslagene op de derde/onderschuldenaar heeft.

    De nadere regels voor beslag onder derden zijn te vinden in de artikelen 1445 tot en met 1460 van het Gerechtelijk Wetboek voor bewarend beslag en in de artikelen 1539 tot en met 1544 van het Gerechtelijk Wetboek voor uitvoerend beslag.

    2.1.4. Kosten

    Behalve de gerechtskosten moet er inzake beslag ook rekening gehouden worden met de kosten voor de gerechtsdeurwaarder. Het tarief voor deze ambtshandeling van de gerechtsdeurwaarder is vastgelegd bij het Koninklijk Besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen (zie Federale Overheidsdienst Justitie).

    3.2 De grondvoorwaarden

    A. Bewarend beslag

    Bewarend beslag kan gelegd worden door elke schuldeiser die beschikt over een schuldvordering met bepaalde kwaliteiten, ongeacht de waarde van de beslagen goederen en van het bedrag van de schuldvordering (zie artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek).

    Om te kunnen overgaan tot beslaglegging moet er in de eerste plaats sprake zijn van urgentie: de solvabiliteit van de schuldenaar moet bedreigd zijn, zodat de latere uitwinning van zijn vermogen in gevaar komt. Of aan deze voorwaarde is voldaan wordt door de rechter beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven. De urgentie moet niet enkel op het moment van de beslaglegging aanwezig zijn, maar ook op het moment dat er geoordeeld wordt over de handhaving van het beslag. Er zijn wel enkele uitzonderingen op deze voorwaarde: beslag inzake namaak, beslag voor wisselschulden en tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis.

    Een tweede voorwaarde om tot bewarend beslag te kunnen overgaan is dat de schuldeiser moet beschikken over een schuldvordering. Indien er een schuldvordering vereist is, moet deze voldoen aan bepaalde kwaliteiten(artikel 1415 van het Gerechtelijk Wetboek): de schuldvordering moet zeker (in tegenstelling tot voorwaardelijk), eisbaar (maar het kan ook gaan tot zekerheid van toekomstige schuldvorderingen) en vaststaand (bedrag is bepaald of bepaalbaar) zijn. De aard en omvang van deze schuldvordering zijn daarentegen irrelevant. De beslagrechter oordeelt of aan deze eisen is voldaan, maar de bodemrechter is later niet gebonden door deze beslissing.

    Ten derde moet de schuldeiser die bewarend beslag wil leggen hiertoe bekwaam zijn. Het gaat hier om een loutere daad van beheer (niet van beschikking), die eventueel door een wettelijk vertegenwoordiger kan worden gesteld.

    De toestemming van de beslagrechter is vereist tenzij de schuldeiser reeds beschikt over een vonnis (zie hoger). Die is echter niet vereist voor bewarend derdenbeslag, voor pandbeslag en voor een schuldeiser die reeds over een vonnis beschikt (artikel 1414 van het Gerechtelijk Wetboek: elk vonnis geldt als titel). Ook een notariële akte levert een uitvoerbare titel.

    B. Uitvoerend beslag

    Ook voor uitvoerend beslag is er een uitvoerbare titel vereist (artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek). Het kan gaan om een rechterlijke beslissing, een authentieke akte, een fiscaal dwangbevel, een buitenlandse beslissing na exequatur, ...

    De schuldvordering moet immers worden vastgesteld in een akte met een bepaalde kwaliteit. Het moet net zoals bij bewarend beslag gaan om een zekere, vaststaande en opeisbare vordering. Artikel 1494, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat beslag, gelegd ter verkrijging van periodiek te vervallen inkomsten, ook voor nog te vervallen termijnen geldt, naarmate deze vervallen.

    Daarnaast moet de titel ook nog actueel zijn. De beslagrechter zal de titel niet meer actueel achten wanneer de beslaglegger geen schuldeiser meer is of wanneer de schuldvordering deels of volledig is uitgedoofd (door verjaring, betaling of dading).

    4 Het doel en de aard van tenuitvoerleggingsmaatregelen

    4.1 Welke soorten activa kunnen voorwerp van tenuitvoerlegging zijn?

    A. Algemeen

    Beslag kan enkel gelegd worden op de (roerende en onroerende) goederen van de schuldenaar. Beslag op goederen van een derde is niet mogelijk, maar het is wel irrelevant in wiens bezit de goederen van de schuldenaar zich bevinden. Beslag bij een derde is dus wel mogelijk mits hiertoe rechterlijke toestemming werd verleend (artikel 1503 van het Gerechtelijk Wetboek).

    De schuldeiser kan zich in principe enkel verhalen op het actuele vermogen van de schuldenaar. Enkel wanneer de schuldenaar zich op bedrieglijke wijze onvermogend maakt is ook beslag op diens vroeger vermogen mogelijk. Beslag op toekomstige goederen is principieel ook uitgesloten, met uitzondering van toekomstige schuldvorderingen.

    De vruchten van de beslagen goederen blijven in geval van bewarend beslag in principe bij de beslagene. Bij uitvoerend beslag daarentegen, vallen de vruchten ook onder het beslag en gaan ze dus naar de beslaglegger.

    Beslag op een onverdeeldheid is mogelijk, maar de uitwinning wordt in dat geval opgeschort tot na de verdeling (zie o.a. artikel 1561 van het Gerechtelijk Wetboek). Er gelden bijzondere regels voor echtgenoten.

    B. Beslagbaarheid.

    De goederen waarop beslag wordt gelegd moeten vatbaar zijn voor beslag. Sommige goederen zijn immers onbeslagbaar. Deze onbeslagbaarheid kan enkel voortvloeien uit de wet, uit de aard van de goederen of uit het feit dat de goederen strikt verbonden zijn met de persoon van de schuldenaar. Er is dus bijvoorbeeld geen onbeslagbaarheid op basis van het doel mogelijk. Niet voor beslag vatbare goederen zijn aldus:

    • Goederen opgesomd in artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek. Deze beperking is ingesteld om redelijke leefomstandigheden voor de schuldenaar en zijn gezin te waarborgen.
    • Goederen die geen verkoopswaarde hebben en dus nutteloos zijn voor de schuldeiser.
    • Goederen die onvervreemdbaar zijn omdat ze zo nauw vast hangen aan de persoon van de schuldenaar.
    • Goederen die door van bijzondere wetten onbeslagbaar zijn verklaard (bijv. het inkomen en loon van een minderjarige, onuitgegeven boeken en muziek, het inkomen van gedetineerden uit hun gevangenisarbeid…).
    • Loon (loonbeslag) en soortgelijke vorderingsrechten zijn meestal slechts in beperkte mate vatbaar voor beslag (zie artikel 1409, artikel 1409bis en artikel 1410,§ 1, van het Gerechtelijk Wetboek). Hieronder valt onder andere de alimentatie-uitkering, die door de rechter werd toegewezen aan de niet schuldige echtgenoot. Sommige bedragen zijn echter helemaal niet vatbaar voor beslag, bijvoorbeeld het bestaansminimum (zie artikel 1410,§ 2, van het Gerechtelijk Wetboek). De beperkingen op de beslagbaarheid gelden echter niet voor de alimentatieschuldeiser. Deze heeft een zgn. superprivilegie (zie artikel 1412 van het Gerechtelijk Wetboek).

    Vroeger gold het principe van uitvoeringsimmuniteit van de overheid, waardoor elk beslag op overheidsgoederen uitgesloten was. Dit principe werd intussen genuanceerd door artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.

    Voor beslag op schepen en luchtvaartuigen gelden bijzondere regels (voor bewarend beslag: zie de artikelen 1467 tot en met 1480 van het Gerechtelijk Wetboek en voor uitvoerend beslag: zie de artikelen 1545 tot en met 1559 van het Gerechtelijk Wetboek)

    C. Kantonnement

    Wanneer een goed in beslag wordt genomen treft het beslag normaal gezien dit goed in zijn geheel, ook al overstijgt de waarde van dit goed de omvang van de schuldvordering. Dit is zeer nadelig voor de schuldenaar, want het goed wordt voor hem volledig onbeschikbaar. Om de gevolgen van deze onbeschikbaarheid te temperen heeft de Belgische wetgever voorzien in de mogelijkheid van het kantonnement: de schuldenaar geeft een bepaald bedrag in consignatie (zie de artikelen 1403 tot en met 1407bis van het Gerechtelijk Wetboek) en kan terug over zijn goed beschikken.

    4.2 Wat zijn de gevolgen van tenuitvoerleggingsmaatregelen?

    A. Beslag

    De schuldenaar wordt vanaf het beslag beschikkingsonbevoegd over de beslagen goederen. Het beslag geeft echter geen voorrecht in hoofde van de beslaglegger. De beschikkingsonbevoegdheid van de schuldenaar houdt in dat hij de beslagen goederen niet meer kan vervreemden of bezwaren, maar ze blijven dus wel in het bezit van de schuldenaar. Feitelijk gezien verandert de situatie dus niet, juridisch gezien wel.

    De sanctie op het niet naleven van deze beschikkingsonbevoegdheid is dat de door de beslagene gestelde handelingen niet tegenstelbaar zijn aan de beslaglegger.

    De beschikkingsonbevoegdheid is echter slechts relatief, dit wil zeggen dat ze alleen in het voordeel van de beslagleggende schuldeiser geldt. Andere schuldeisers moeten nog steeds fluctuaties in het vermogen van hun schuldenaar dulden. Zij kunnen zich evenwel op eenvoudige wijze bij het reeds gelegde beslag aansluiten.

    Deze beschikkingsonbevoegdheid is de eerste fase van de uitwinning van het vermogen. De goederen komen aldus "onder de hand van het gerecht". Zo heeft dus ook het uitvoerend beslag in de eerste plaats een bewarende functie.

    B. Beslag onder derden

    Door dit beslag wordt de volledige beslagen schuldvordering onbeschikbaar, ongeacht het bedrag van de schuldvordering waarvoor beslag wordt gelegd. De derde kan wel kantonneren. Handelingen die de schuldvordering doen tenietgaan zijn niet tegenstelbaar aan de beslaglegger. Er is vanaf het beslag ook geen compensatie meer mogelijk tussen de beslagen schuldenaar en de derde.

    4.3 Welke geldigheid hebben deze maatregelen?

    A. Bewarend beslag

    Bewarend beslag is maximum 3 jaar geldig. Voor roerend beslag en voor beslag onder derden loopt deze termijn vanaf de datum van de beschikking of van het exploot (artikel 1425 en 1458 van het Gerechtelijk Wetboek). Voor onroerend beslag geldt de dagtekening van de overschrijving op het hypotheekkantoor als beginpunt van de driejarige termijn (artikel 1436 van het Gerechtelijk Wetboek).

    Deze termijn kan omwille van gegronde redenen verlengd worden (de artikelen 1426, 1459 en 1437 van het Gerechtelijk Wetboek.).

    B. Uitvoerend beslag

    Bij uitvoerend beslag is enkel het aan het beslag voorafgaand bevel onderworpen aan een maximum geldigheidsduur. Voor uitvoerend beslag op roerende goederen is deze termijn 10 jaar (gemene verjaringstermijn want geen bijzondere bepaling), voor uitvoerend beslag op onroerende goederen 6 maanden (artikel 1567 van het Gerechtelijk Wetboek). Voor scheepsbeslag geldt een termijn van 1 jaar (artikel 1549 van het Gerechtelijk Wetboek).

    5 Is er een mogelijkheid tot beroep tegen de beslissing om een dergelijke maatregel toe te staan?

    A. Bewarend beslag

    Wanneer de beslagrechter de toelating tot bewarend beslag weigert te verlenen kan de verzoeker (dit is de schuldeiser) binnen een maand bij het Hof van Beroep hoger beroep tegen die beschikking instellen. De procedure in hoger beroep blijft eenzijdig. Staat de rechter in hoger beroep het beslag wel toe, dan kan de schuldenaar hiertegen derdenverzet aantekenen. (zie artikel 1419 van het Gerechtelijk Wetboek).

    Wanneer de beslagrechter het bewarend beslag toestaat kan de schuldenaar of elke andere belanghebbende derdenverzet instellen tegen deze beschikking. Dit moet binnen een termijn van 1 maand gebeuren bij de rechter die de beschikking heeft gewezen. Dit keer zal de rechter oordelen in een rechtspleging op tegenspraak. Het derdenverzet werkt in beginsel niet schorsend. (zie artikel 1419 en artikel 1033 van het Gerechtelijk Wetboek).

    Tegen een bewarend beslag dat kon worden gelegd zonder rechterlijke machtiging kan de beslagen schuldenaar opkomen door aan de beslagrechter opheffing van dat beslag te vragen (artikel 1420 van het Gerechtelijk Wetboek). Dit is de procedure van verzet tegen het beslag. Deze procedure wordt behandeld zoals in kort geding en kan eventueel gepaard gaan met het opleggen van een dwangsom. De vordering kan worden gegrond op het gebrek aan urgentie (Cass. 14 september 1984, Arr. Cass. 1984-85, 87).

    In geval van gewijzigde omstandigheden kan zowel de beslagene (door dagvaarding van alle partijen voor de beslagrechter) als de beslaglegger of een tussenkomende partij (op verzoekschrift) de beslagrechter verzoeken om de wijziging of intrekking van het beslag.

    B. Uitvoerend beslag

    De schuldenaar kan verzet aantekenen tegen het bevel tot betalen en aldus de rechtsgeldigheid van het bevel aanvechten. Hiertoe is geen wettelijke termijn voorzien en het verzet werkt niet schorsend. De grieven waarop het verzet gebaseerd kan zijn, zijn onder andere vormgebreken en het verzoek om respijt (wanneer de uitvoerende titel een notariële akte is).

    De schuldenaar kan zich bij de beslagrechter verzetten tegen de verkoop van zijn goederen, maar ook dit verzet schorst het beslag niet.

    Andere schuldeisers dan de beslaglegger kunnen zich wel verzetten tegen afgifte van de verkoopprijs, maar niet tegen de verkoop zelf.

    Ook een derde, die beweert eigenaar te zijn van de beslagen goederen, kan in verzet komen bij de beslagrechter (artikel 1514 van het Gerechtelijk Wetboek). Dit is de revindicatieprocedure. Dit verzet werkt wel schorsend.

     

    De partij die het vonnis ten uit voer wenst te laten leggen krijgt maar een enkele uitgifte. De uitgifte van een vonnis wordt afgeleverd door de griffie mits betaling van een belasting (uitgifterecht).

    Formulier van tenuitvoerlegging:

    "Wij, Filip, Koning der Belgen,

    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, doen te weten:

    • Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit arrest, dit vonnis, deze beschikking, dit bevel of deze akte ten uitvoer zullen leggen;
    • Dat Onze procureurs-generaal en Onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;
    • Ten blijke waarvan dit arrest, dit vonnis, deze beschikking, dit bevel of deze akte is ondertekend en gezegeld met het zegel van het hof, de rechtbank of de notaris."

    wat zijn handelingen betreffende de tenuitvoerlegging van het vonnis of de akte aangaat staat de gerechtdeurwaarder onder toezicht van de beslagrechter en wat zijn plichtenleer betreft staat hij onder toezicht van het openbaar ministerie en de arrondissementele kamer van gerechtsdeurwaarders.

    Het kantoor van de plaats waar de goederen zijn gelegen (artikel 1565 van het Gerechtelijk.Wetboek). Op dit kantoor wordt publiciteit verschaft over de onroerende goederen, vb. over het eigendomsrecht, over de hypotheken die op de goederen rusten.

    dit wil zeggen dat alle partijen in zake komen.

    6 Zijn er beperkingen aan tenuitvoerlegging, in het bijzonder wat bescherming van de schuldenaar of termijnen betreft?

    In het Gerchtelijk Wetboek worden diverse regels vermeld met betrekking tot de goederen die niet in beslag kunnen worden genomen (de artikelen 1408 tot 1412quater van het Gerechtelijk Wetboek).

    Worden onttrokken aan de vervolging van de shuldeisers: bepaalde lichamelijke roerende goederen die noodzakelijk zijn voor het dagelijkse leven van de beslagene en zijn gezin, voor de uitoefening van zijn beroep of voor de voortzetting van de opleiding of van de studies van de beslagene of van de kinderen ten laste die onder hetzelfde dak wonen (zie art. 1408 van het Gerechtelijke Wetboek). Een gedeeltelijke niet-vatbaarheid voor beslag en niet-overdraagbaarheid zijn van toepassing op de inskomsten uit werk en uit andere activiteiten, evenals op de uitkeringen, pensioenen en andere inkomsten.

    De drempels op grond waarvan de volledige of gedeeltelijke niet-vatbaarheid voor beslag wordt bepaald, zijn vermeld in artikel 1409, §1, van het Gerechtelijk Wetboek en worden jaarlijks geïndexeerd. De progressieve bedragen van de schijven van vatbaarheid voor beslag of van overdraagbaaheid worden vermeerderd wanneer de schuldenaar kinderen ten laste heeft.

    De rechtsvordering met het hoog op de uitvoering van de veroordeling uitgesproken bij rechterlijke beslissing is in beginsel onderworpen aan de algemene verjaringstermijn, te weten 10 jaar.


    De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

    Laatste update: 07/10/2016