Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen

Landspecifieke informatie en onlineformulieren betreffende Verordening (EU) nr. 655/2014


Wat is het?

In het kader van het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen (EAPO) kan een gerecht in een EU-land de tegoeden die op een bankrekening van een schuldenaar in een ander EU-land staan, bevriezen. De procedure kan alleen worden toegepast in grensoverschrijdende zaken waarbij de bankrekening van de schuldenaar wordt aangehouden in een ander land dan het land van het gerecht waarbij de procedure loopt of het land waar de schuldeiser zijn woonplaats heeft.

Aldus wordt het gemakkelijker om in de EU schuldvorderingen te innen.

De procedure voor het verkrijgen van een EAPO is opgenomen in De link wordt in een nieuw venster geopend.Verordening (EU) nr. 655/2014.

Het is een alternatief voor bestaande procedures in de EU-landen.

De verordening is van toepassing met ingang van 18 januari 2017.

Voordelen

Het EAPO is een snelle procedure, zonder kennisgeving aan de schuldenaar (ex parte).

Het ‘verrassingseffect’ verhindert dat schuldenaren hun geld verplaatsen, verbergen of uitgeven.

Is de verordening van toepassing in alle EU-landen?

Nee. De verordening is niet van toepassing in Denemarken. Dit betekent:

  • dat schuldeisers die in Denemarken hun woonplaats hebben, niet kunnen verzoeken om een EAPO,
  • en dat u niet kunt verzoeken om een Europees bevel tot conservatoir beslag op een Deense bankrekening.

Hoe kan ik een verzoek indienen?

Alle verzoekformulieren en extra informatie vindt u hier.

U kunt alle formulieren online invullen.

Opgelet: U hoeft geen nauwkeurige informatie te verstrekken over de te bevriezen rekening (bv. rekeningnummer) indien u daarover niet beschikt - de naam van de bank waar de rekening wordt aangehouden, volstaat. Indien u de naam niet kent van de bank waar de schuldenaar zijn rekening aanhoudt, kunt u krachtens de verordening het gerecht vragen om dat uit te zoeken.

De inhoud van alle EAPO-formulieren is vastgesteld in De link wordt in een nieuw venster geopend.Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1823 van de Commissie.


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.
Deze website wordt aangepast in verband met de brexit. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 01/02/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - België


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

De beslagrechter bij de Rechtbank van eerste aanleg (Art. 1395/2 Gerechtelijk Wetboek)

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De De link wordt in een nieuw venster geopend.Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (Art. 555/1, §1, eerste lid, 25° Gerechtelijk Wetboek)

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 555/1, §2, Gerechtelijk Wetboek, dat op 1 januari 2019 in werking is getreden, voorziet in een combinatie van de mogelijkheden a) en b) zoals bedoeld in artikel 14, 5 van de Verordening.

Bijgevolg zal de Nationale Kamer in een eerste fase volgend op het rechterlijk verzoek de gevraagde gegevens kunnen opvragen bij het Centraal aanspreekpunt gehouden bij de Nationale Bank van België.

Op basis van de bij deze opvraging verkregen gegevens, kan de Nationale Kamer, indien noodzakelijk, aan één of meer banken de gevraagde gegevens opvragen.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Het Hof van Beroep (Art. 602, eerste lid, 6°, Gerechtelijk Wetboek)

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De gerechtsdeurwaarder (Art. 196 van de Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing)

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

De gerechtsdeurwaarder (art. 519, §1, Io Gerechtelijk Wetboek)

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Bewarend beslag onder derden wordt in België geregeld in het Gerechtelijk Wetboek, Deel V, Titel П, Hoofdstuk IV (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1967/10/10/1967101056/justel Bewarend beslag op gezamenlijke rekeningen is mogelijk. Indien de bank op de hoogte zou zijn van de interne deelgerechtigdheid tussen de verschillende houders van de gezamenlijke rekening, treft het beslag enkel het tegoed dat aan de beslagen schuldenaar toebehoort; indien niet zal het volledige creditsaldo worden vermeld in de verklaring van derde-beslagene. In dat geval kan elke niet-beslagen co-titularis de gedeeltelijke opheffing van het beslag verzoeken mits bewijs van zijn of haar aandeel in het rekeningtegoed.

- Dit verzoek kan worden gericht aan de bevoegde beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg (art. 1395 Gerechtelijk Wetboek).

- Voor wat betreft de kwaliteits- of derdenrekeningen, dient het volgende onderscheid te worden gemaakt:

  • De schuldenaar is de rekeninghouder
    • Hoewel artikel 8/1 van de Hypotheekwet uitdrukkelijk erkent dat bepaalde wettelijk verplichte kwaliteitsrekeningen (namelijk die van advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen en vastgoedmakelaars) afgescheiden zijn van het vermogen van de rekeninghouder, en stelt dat deze afscheiding tegenwerpelijk is aan derden, voorzag de wetgever niet in de onbeslagbaarheid voor de privéschuldeisers van de rekeninghouder van de tegoeden op deze kwaliteitsrekeningen. Bijgevolg is het bewarend beslag op het rekeningtegoed in handen van de bank in principe mogelijk. De bank moet, wanneer in haar handen derdenbeslag wordt gelegd, wijzen op het specifieke karakter van de rekening (art. 1452 Gerechtelijk Wetboek), maar eventuele betwistingen kunnen voor de beslagrechter opgeworpen worden. De beslagen debiteur kan dus de opheffing van het bewarend beslag vragen.
  • De schuldenaar is begunstigde van de kwaliteits- of derdenrekening
    • De begunstigde van de kwaliteitsrekening heeft een vordering op de rekeninghouder tot afgifte van de tegoeden, die voor zijn rekening worden beheerd. Die vordering kan door de schuldeisers van de begunstigde in beslag worden genomen. Elke schuldeiser kan immers beslag leggen in handen van een derde op wat die derde verschuldigd is aan zijn schuldenaar (art. 1445 Gerechtelijk Wetboek). Dat beslag dient te worden gelegd in handen van de rekeninghouder (= derde) en niet in handen van de bank. De bank is in deze verhouding immers enkel iets verschuldigd aan de rekeninghouder van de kwaliteits- of derdenrekening, en niet aan de begunstigde van die rekening.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

De onbeslagbaarheid van bepaalde sommen wordt in België geregeld in de artikelen 1409, 1409bis en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1967/10/10/1967101056/justel). Deze bepalingen betreffen de beperkingen op en de uitsluiting van de beslagbaarheid van sommige inkomsten: lonen, vervangingsinkomens, sociale uitkeringen en alimentatiegelden. Onder een bepaalde grens zijn loon en vervangingsinkomsten in het geheel niet vatbaar voor beslag.

Om de tenuitvoerleggende instanties en eventuele derde-beslagenen te helpen bij het beoordelen van de beslagbaarheid van de bedragen op een rekening, voorziet artikel 141 Ibis, §3 van het Gerechtelijk Wetboek in een strafrechtelijk gesanctioneerde verplichting voor werkgevers en uitbetalende instellingen om bij de door hen uitgevoerde betalingen een bijzondere code te vermelden, die varieert naargelang het type van beschermd inkomen dat op de rekening wordt gestort.

Deze coderingsverplichting doet niets af aan het recht van de schuldenaar om steeds met alle wettelijke middelen te bewijzen dat bedragen die op zijn zichtrekening werden gecrediteerd, niet vatbaar zijn voor beslag (artikel 141 Ibis, §2, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek). Artikel 141 Ibis, §2, tweede lid, voorziet overigens in het weerlegbaar vermoeden van gedeeltelijke onbeslagbaarheid van de bedragen die door de werkgever van de schuldenaar op diens zichtrekening zijn gestort. Dit vermoeden geldt alleen bij de verhoudingen tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 1454 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat kosten voor de verklaring van de derde- beslagene ten laste zijn van de schuldenaar. Er wordt niet voorzien in de mogelijkheid om andere kosten, gemaakt door de bank in het kader van de uitvoering of (gedeeltelijke) opheffing van het bewarend beslag onder derden, te recupereren.

Het artikel 555/1, §2 van het Gerechtelijk Wetboek, dat op 1 januari 2019 in werking is getreden, voorziet dat de Koning de vergoeding bepaalt voor de behandeling van het verzoek voor het verkrijgen van rekeninginformatie, evenals de voorwaarden en de nadere regels van inning. Een deel van deze vergoeding komt desgevallend toe aan de bank die informatie heeft verstrekt op vraag van de door ons land aangeduide informatie-instantie (zie kennisgeving voor artikel 50(I)(b) van de Verordening), in de mate waarin met de banken of met een door hen aangewezen vertegenwoordiger schriftelijk een vergoedingsregeling werd overeengekomen, onverminderd artikel 43, lid 3, van Verordening (EU) nr. 655/2014 (zie art. 3, 2° van het Koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende bepaling van de vergoeding voor de behandeling van het verzoek voor het verkrijgen van rekeninginformatie bedoeld in artikel 555/1, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, evenals de voorwaarden en de nadere regels van inning, (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/04/22/2019030412/justel) Op dit ogenblik bestaat zo’n vergoedingsregeling met de banken niet.

Deze door de Koning bepaalde vergoeding zal zowel gelden voor ‘Belgische’ informatieverzoeken overeenkomstig de nieuwe artikelen 1447/1 en 1447/2 Gerechtelijk Wetboek (die vermoedelijk in de loop van 2020 in werking zullen treden), als voor informatieverzoeken overeenkomstig artikel 14 van de Verordening.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Wat betreft de tenuitvoerlegging door de gerechtsdeurwaarder, worden de tarieven geregeld in het Koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen.

Wat betreft de informatieverstrekking, voorziet het artikel 555/1, §2 van het Gerechtelijk Wetboek, dat op 1 januari 2019 in werking is getreden, dat de Koning de vergoeding bepaalt voor de behandeling van het verzoek voor het verkrijgen van rekeninginformatie, evenals de voorwaarden en de nadere regels van inning. Dit is gebeurd bij het Koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende bepaling van de vergoeding voor de behandeling van het verzoek voor het verkrijgen van rekeninginformatie bedoeld in artikel 555/1, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, evenals de voorwaarden en de nadere regels van inning, (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/04/22/2019030412/justel) dat met terugwerkende kracht in werking is getreden op 1 januari 2019.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Naar Belgisch recht levert het leggen van bewarend beslag geen voorrecht op voor de vordering. Overeenkomstig de artikelen 17 en 19, Io van de Hypotheekwet zijn enkel de gerechtskosten bevoorrecht die rechtstreeks zijn gemaakt voor het leggen van het bewarend beslag.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Tegen het bevel tot bewarend beslag: de beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg (Art. 1395/2, 2°, Gerechtelijk Wetboek).

Tegen de tenuitvoerlegging van liet bewarend beslag: de beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg (Art. 1395/2, 2°, Gerechtelijk Wetboek).

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Het Hof van Beroep (Art. 602, eerste lid, 7°, Gerechtelijk Wetboek).

De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt in overeenstemming met artikel 1051 van het Gerechtelijk Wetboek in principe één maand vanaf de betekening of de kennisgeving van het vonnis.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

De uitgaven en kosten in het kader van een burgerrechtelijke procedure worden geregeld in de artikelen 1017-1022 van het Gerechtelijk Wetboek

De gerechtskosten verschillen van zaak tot zaak en moeten in concreto worden beoordeeld.

Art. 1017 Gerechtelijk Wetboek bepaalt als algemene regel dat, tenzij bijzondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij verwijst in de kosten, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt. Niettemin worden nutteloze kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022, zelfs ambtshalve ten laste gelegd van de partij die ze foutief heeft veroorzaakt.

Art. 1018 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt om welke kosten het gaat:

  • 1° de diverse griffie- en registratierechten , alsook de zegelrechten die voor de afschaffing van het Wetboek der zegelrechten zijn betaald. De griffierechten omvatten de rolrechten, de opstelrechten en de expeditierechten (art. 268 Wetboek registratie-, hypotheek- en griffierechten).
    • Het rolrecht bedraagt in principe tussen de 100 en 500 euro (beslagrechter) en tussen de 210 en 800€ (Hof van Beroep), afhankelijk van de waarde van de vordering (art. 269/1 van hetzelfde wetboek). Zij zijn verschuldigd opdat een zaak op de rol zou worden geplaatst.
    • Het opstelrecht op akten van griffiers van hoven en rechtbanken, of op akten die buiten bemoeiing van rechters voor hen zijn verleden, bedraagt in principe 35 euro (art. 270/1 van hetzelfde wetboek).
    • Op de uitgiften, kopieën of uittreksels die in de griffies worden afgegeven, wordt in principe een expeditierecht geheven tussen 0,85 en 3 euro per bladzijde (art. 271 en 272 van hetzelfde wetboek).

De registratierechten zijn verschuldigd op beslissingen betreffende een hoofdsom van meer dan 12500 euro (exclusief gerechtskosten) en bedragen 3% van die hoofdsom.

  • 2° de prijs en de emolumenten en lonen van de gerechtelijke akten;
  • 3° de prijs van uitgifte van het vonnis: tussen 0,85 en 5,75 euro per blad;
  • 4° de uitgaven betreffende alle onderzoeksmaatregelen, onder meer het getuigen- en deskundigengeld.
  • 5° de reis- en verblijfkosten van de magistraten, de griffiers en van de partijen, wanneer hun reis door de rechter bevolen is, en de kosten van de akten, wanneer deze uitsluitend met het oog op het geding opgemaakt zijn;
  • 6° de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in art. 1022 Get. W.; deze wordt in principe betaald door de verliezende partij en is een tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de winnaar. Het bedrag van deze vergoeding wordt bepaald in functie van het bedrag van de vordering. Het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 bepaalt een basisbedrag, een minimumbedrag en een maximumbedrag. De rechter mag het basisbedrag verhogen of verlagen, zonder het minimum- of maximumbedrag te overschrijden. De bedragen zijn gekoppeld aan de index voor consumptieprijzen en worden met 10% verhoogd of verlaagd telkens de index met 10 punten stijgt resp. daalt.
  • 7° het ereloon, de emolumenten en de kosten van de bemiddelaar die aangewezen is overeenkomstig artikel 1734.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Geen enkele bijkomende taal


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 16/10/2019

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Duitsland


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Het gaat bij de aangewezen gerechtenPDF(211 Kb)de om Amtsgerichte (kantongerechten) en Landgerichte (arrondissementsrechtbanken).

Het gerecht dat lokaal bevoegd is om een bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen wanneer de schuldeiser reeds een authentieke akte heeft verkregen, is het gerecht in wiens district de akte is opgesteld.

De afbakening van bevoegdheden met betrekking tot de materiële bevoegdheid van het gerecht is in overeenstemming met de algemene bepalingen van het Duitse recht en de toepasselijke procedureregels.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De voor het verkrijgen van rekeninginformatie aangewezen informatie-instantie overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 655/2014 is het Bundesamt für Justiz (de federale dienst Justitie).

De contactgegevens van het Bundesamt für Justiz zijn:

Bundesamt für Justiz
Adenauerallee 99-103
53113 Bonn
Duitsland
Telefoonnummer: +49-2289941040
E-mailadres: De link wordt in een nieuw venster geopendEU-Kontenpfaendung@bfj.bund.de

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Om rekeninginformatie overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 655/2014 te verkrijgen, kan het Bundesamt für Justiz het Bundeszentralamt für Steuern (federale belastingdienst) verzoeken om bij kredietinstellingen de volgende gegevens op te vragen:

de datum waarop de rekening is geopend en is opgeheven, en de naam van de rekeninghouder en de geboortedatum wanneer het om een natuurlijke persoon gaat.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Het gaat bij de aangewezen gerechtenPDF(233 Kb)de om Amtsgerichte (kantongerechten), Landgerichte (arrondissementsrechtbanken), Oberlandesgerichte (gerechtshoven), Arbeitsgerichte (rechtbanken voor arbeidszaken) en Landesarbeitsgerichte (gerechtshoven voor arbeidszaken).

Er kan beroep worden ingesteld tegen een weigering om het bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen bij het gerecht dat het verzoek heeft afgewezen of, indien het gerecht dat het verzoek heeft afgewezen een gerecht in eerste aanleg is, bij een hogere rechtbank.

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Het gaat bij de aangewezen gerechtenPDF(194 Kb)de om Amtsgerichte.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Het gaat bij de aangewezen gerechtenPDF(194 Kb)de om Amtsgerichte.

Het Amtsgericht is overeenkomstig de algemene bepalingen het gerecht dat bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer te leggen. Indien het bevel echter door een Duits gerecht is uitgevaardigd, is dat gerecht bevoegd om het bevel ten uitvoer te leggen.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Tegoeden op rekeningen die blijkens de bankgegevens niet exclusief door de schuldenaar worden aangehouden, zijn overeenkomstig het Duitse nationale recht voor beslag vatbaar, onverminderd de rechten van andere beschikkingsbevoegde partijen.

Tegoeden op rekeningen van een schuldenaar waarover een derde namens de schuldenaar kan beschikken, zijn overeenkomstig het Duitse nationale recht vatbaar voor beslag tegen de schuldenaar.

Tegoeden op rekeningen van een derde waarover de schuldenaar namens deze derde kan beschikken, zijn overeenkomstig het Duitse nationale recht niet vatbaar voor beslag tegen de schuldenaar.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

De Duitse nationale regels met betrekking tot de bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn, zijn neergelegd in § 850k en 850l van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zivilprozessordnung):

"§ 850k Van beslag vrijgestelde rekening

(1) Indien er beslag wordt gelegd op het tegoed dat wordt aangehouden op een van beslag vrijgestelde rekening van de schuldenaar bij een kredietinstelling, kan de schuldenaar tot het eind van de kalendermaand beschikken over het tegoed tot maximaal het maandelijkse van beslag vrijgestelde bedrag overeenkomstig § 850c, lid 1, eerste zin, juncto § 850c, lid 2a; in dit opzicht heeft het beslag geen gevolgen voor dat tegoed. Tot het in de eerste zin bedoelde tegoed behoort ook het tegoed dat tot het verstrijken van de termijn als bepaald in § 835, lid 4, niet aan de schuldeiser mag worden betaald of dat niet bij hem mag worden gedeponeerd. Indien de schuldenaar in de betrokken kalendermaand niet over het tegoed heeft beschikt dat overeenkomstig de eerste zin van beslag is vrijgesteld, heeft het beslag in de daaropvolgende kalendermaand geen gevolgen voor dit tegoed, en dit bovenop het tegoed dat krachtens de eerste zin van beslag is vrijgesteld. De zinnen één tot en met drie zijn van overeenkomstige toepassing wanneer er beslag is gelegd op het tegoed op een lopende rekening van de schuldenaar, en deze lopende rekening vóór het verstrijken van vier weken volgende op de betekening of kennisgeving van de beslissing tot overmaking aan een derde‑schuldenaar is omgezet in een van beslag vrijgestelde rekening.

(2) Voor het overige geldt dat het beslag op het tegoed wordt geacht te zijn uitgesproken, met dien verstande dat de volgende bedragen van beslag zijn vrijgesteld, bovenop het bedrag dat overeenkomstig lid 1 van beslag is vrijgesteld:

1. de van beslag vrijgestelde bedragen overeenkomstig § 850c, lid 1, tweede zin, juncto § 850c, lid 2a, eerste zin, wanneer

a) de schuldenaar op grond van een wettelijke verplichting in het levensonderhoud voorziet van een of meer personen of

b) de schuldenaar uitkeringen ontvangt overeenkomstig het tweede of twaalfde boek van het wetboek sociale zekerheid voor personen die samen met hem een huishouden vormen in de zin van § 7, lid 3, van het tweede boek van het wetboek sociale zekerheid of §§ 19, 20 en 36, eerste zin, of § 43 van het twaalfde boek van het wetboek sociale zekerheid, tegenover wie hij geen verplichting heeft om op grond van wettelijke bepalingen in hun onderhoud te voorzien;

2. eenmalige uitkeringen in de zin van § 54, lid 2, van het eerste boek van het wetboek sociale zekerheid en uitkeringen ter compensatie van aanvullende uitgaven als gevolg van lichamelijk letsel of een slechte gezondheid, in de zin van § 54, lid 3, punt 3), van het eerste boek van het wetboek sociale zekerheid;

3. kinderbijslag of andere uitkeringen voor kinderen, tenzij hierop beslag is gelegd als gevolg van een alimentatievordering van een kind, aan wie de voordelen worden toegekend of voor wie ze in aanmerking worden genomen.

Voor de bedragen als bedoeld in de eerste zin, is lid 1, derde zin, van overeenkomstige toepassing.

(3) De bedragen die krachtens lid 1 en lid 2, eerste zin, punt 1), van beslag zijn vrijgesteld, worden vervangen door het bedrag dat het tenuitvoerleggingsgerecht in het beslagleggingsbevel heeft vermeld, indien er beslag wordt gelegd op het tegoed als gevolg van de in § 850d bedoelde vorderingen.

(4) Op verzoek kan het tenuitvoerleggingsgerecht een bedrag vaststellen dat afwijkt van het bedrag dat van beslag is vrijgesteld op grond van lid 1, lid 2, eerste zin, punt 1), en lid 3. §§ 850a, 850b, 850c, 850d, leden 1 en 2, 850e, 850f, 850g en 850i en §§ 851c en 851d van dit wetboek alsook § 54 lid 2, lid 3, punten 1), 2) en 3), leden 4 en 5, van het eerste boek van het wetboek sociale zekerheid, § 17, lid 1, tweede zin, van het twaalfde boek van het wetboek sociale zekerheid en § 76 van de wet op de inkomstenbelasting zijn van overeenkomstige toepassing. Voor het overige is het tenuitvoerleggingsgerecht bevoegd om het in § 732, lid 2, bedoelde bevel uit te vaardigen.

(5) De kredietinstelling heeft in het kader van de desbetreffende contractuele regelingen een verplichting tegenover de schuldenaar wat het tegoed betreft dat van beslag is vrijgesteld overeenkomstig de leden 1 en 3. Dit geldt ten aanzien van de overeenkomstig lid 2 van beslag vrijgestelde bedragen uitsluitend indien de schuldenaar bewijst (door overlegging van een certificaat van zijn werkgever, de instantie voor gezinstoelage (Familienkasse), een instantie voor sociale zekerheid of een geschikte persoon of instantie in de zin van § 305 lid 1, punt 1), van de insolventiewet) dat het tegoed van beslag is vrijgesteld. De prestatie van de kredietinstelling ten behoeve van de schuldenaar heeft bevrijdende werking indien zij niet bekend is of door grove nalatigheid van haar kant niet bekend is met het gegeven dat het in de tweede zin bedoelde certificaat onjuist is. Indien de schuldenaar het bewijs als bedoeld in de tweede zin niet kan leveren, stelt het tenuitvoerleggingsgerecht op verzoek de bedragen overeenkomstig lid 2 vast. De zinnen 1 tot en met 4 zijn eveneens van toepassing op een deposito.

(6) Indien een uitkering overeenkomstig het wetboek sociale zekerheid of de kinderbijslag op een van beslag vrijgestelde rekening wordt gecrediteerd, mag de kredietinstelling de uit de creditering voortvloeiende vordering slechts verrekenen met deze vorderingen gedurende een periode van 14 dagen na de creditering en mag zij deze slechts verrekenen met de vorderingen waarop zij recht heeft als betaling voor het beheer van de rekening of op basis van de beschikkingen over de rekening van de rechthebbende binnen deze termijn. Tot het bedrag van de vervolgens resterende creditering heeft de kredietinstelling niet het recht om binnen een periode van 14 dagen na de creditering de uitvoering van betalingstransacties te weigeren wegens een gebrek aan dekking, wanneer de rechthebbende bewijst, of de kredietinstelling er anderszins mee bekend is, dat het een creditering betreft van een uitkering krachtens het wetboek sociale zekerheid of van de kinderbijslag. De vergoeding van de kredietinstelling voor het beheer van de rekening kan ook worden verrekend met de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde bedragen.

(7) In de overeenkomst betreffende het beheer van een lopende rekening kan de klant (zijnde een natuurlijke persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger) met de kredietinstelling overeenkomen dat de lopende rekening als een van beslag vrijgestelde rekening wordt beheerd. De klant kan te allen tijde verlangen dat de kredietinstelling zijn lopende rekening als een van beslag vrijgestelde rekening beheert. Indien er reeds beslag is gelegd op het tegoed op de lopende rekening, kan de schuldenaar verlangen dat de lopende rekening als een van beslag vrijgestelde rekening wordt beheerd met ingang van het begin van de vierde werkdag die volgt op zijn verklaring.

(8) Eenieder kan slechts één van beslag vrijgestelde rekening aanhouden. In de contractuele regelingen moet de klant de kredietinstelling garanderen dat hij geen andere van beslag vrijgestelde rekening aanhoudt. De kredietinstelling kan de informatiediensten meedelen dat zij voor een klant een van beslag vrijgestelde rekening beheert. De informatiediensten mogen deze informatie alleen gebruiken om kredietinstellingen op verzoek te laten weten of de betrokken persoon al dan niet een van beslag vrijgestelde rekening aanhoudt, teneinde de in de tweede zin bedoelde garantie te controleren. Het verzamelen, verwerken en gebruiken van gegevens voor andere dan in de vierde zin genoemde doeleinden is, zelfs met toestemming van de betrokken persoon, niet toegestaan.

(9) Indien een schuldenaar in strijd met het bepaalde in lid 8, eerste zin, verschillende lopende rekeningen als van beslag vrijgestelde rekeningen aanhoudt, gelast het tenuitvoerleggingsgerecht op verzoek van een schuldeiser dat alleen de door de schuldeiser in het verzoek aangewezen lopende rekening van de schuldenaar de van beslag vrijgestelde rekening is. De schuldeiser moet ten genoegen van het gerecht aantonen dat aan de voorwaarden in de eerste zin is voldaan door overeenkomstige verklaringen van derde‑schuldenaren voor te leggen. De schuldenaar wordt niet gehoord. De beslissing moet aan alle derde-schuldenaren worden betekend of ter kennis gebracht. Met de betekening of kennisgeving van de beslissing aan de kredietinstellingen die lopende rekeningen beheren die niet als van beslag vrijgestelde rekeningen zijn aangewezen, is het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 niet meer van kracht.

§ 850l Het bevel geen beslag te leggen op de tegoeden aangehouden op de van beslag vrijgestelde rekening

Op verzoek van de schuldenaar kan het tenuitvoerleggingsgerecht bevelen dat er gedurende een periode van maximaal twaalf maanden geen beslag mag worden gelegd op het tegoed dat wordt aangehouden op de van beslag vrijgestelde rekening, indien de schuldenaar bewijst dat de bedragen die in de zes maanden voorafgaand aan het verzoek zijn gecrediteerd, overwegend niet voor beslag vatbare bedragen waren, en aannemelijk maakt dat er naar verwachting ook in de komende twaalf maanden overwegend niet voor beslag vatbare bedragen zullen worden gecrediteerd. De uitvaardiging van een dergelijk bevel kan worden geweigerd indien dit in strijd is met zwaarder wegende belangen van de schuldeiser. Het bevel wordt op verzoek van een schuldeiser opgeheven, wanneer niet langer aan de voorwaarden ervan wordt voldaan of als het in strijd is met zwaarder wegende belangen van deze schuldeiser."

De bedragen waarnaar wordt verwezen in § 850k, lid 1, eerste zin, conform § 850c, lid 1, eerste zin, juncto § 850c, lid 2a, vloeien momenteel voort uit de kennisgeving over de van beslag vrijgestelde drempelwaarden (2015) van 27/04/2015, die als bijlagePDF(114 Kb)de bij deze informatie is gevoegd en waarnaar in dit opzicht wordt verwezen.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Op grond van Duits nationaal recht mogen banken geen kosten in rekening brengen voor de uitvoering van gelijkwaardige nationale bevelen of voor het verstrekken van rekeninginformatie.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

De kosten die in rekening worden gebracht door de gerechten die betrokken zijn bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag overeenkomstig Verordening (EU) nr. 655/2014 zijn vastgelegd in de wet inzake gerechtskosten (Gerichtskostengesetz) en in de wet inzake gerechtskosten in familiezaken (Gesetz über Gerichtskosten in Familiensachen). Bovengenoemde wetten kunnen respectievelijk via De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.gesetze-im-internet.de/bundesrecht/gkg_2004/gesamt.pdf en De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.gesetze-im-internet.de/bundesrecht/famgkg/gesamt.pdf gratis worden ingezien en opgevraagd.

Voor een samenvatting van de in de bovengenoemde wetten vastgestelde kosten wordt verwezen naar ons antwoord betreffende artikel 50, lid 1, onder n).

De kosten die in rekening worden gebracht door de gerechtsdeurwaarders die betrokken zijn bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag overeenkomstig Verordening (EU) nr. 655/2014 zijn vastgelegd in de wet inzake gerechtsdeurwaarderskosten (Gerichtsvollzieherkostengesetz, GvKostG). De bovengenoemde wet kan via De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.gesetze-im-internet.de/bundesrecht/gvkostg/gesamt.pdf gratis worden ingezien en opgevraagd.

Er worden kosten in rekening gebracht voor de betekening of kennisgeving aan een bank van een in Duitsland uitgevaardigd Europees bevel tot conservatoir beslag, indien er hiervoor in Duitsland een gerechtsdeurwaarder wordt ingeschakeld. Indien de gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving persoonlijk verricht, wordt er een vergoeding van 10 EUR in rekening gebracht conform nummer 100 van de tarieflijst bij de wet inzake gerechtsdeurwaarderskosten (Kostenverzeichnisses zum Gerichtsvollzieherkostengesetz, KV GvKostG), evenals de reiskosten op basis van de door de gerechtsdeurwaarder afgelegde afstand: 3,25 EUR voor een afstand van maximaal 10 kilometer, 6,50 EUR voor een afstand tussen 10 en 20 km, 9,75 EUR voor een afstand tussen 20 en 30 km, 13 EUR voor een afstand tussen 30 en 40 kilometer en 16,25 EUR voor een afstand van meer dan 40 kilometer (nummer 711 KV GvKostG). Indien de gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving op een andere wijze verricht, wordt er een vergoeding van 3 EUR in rekening gebracht (nummer 101 KV GvKostG). Er worden maximale posttarieven in rekening gebracht voor betekeningen of kennisgevingen met een akte van betekening of kennisgeving (nummer 701 KV GvKostG). Ter dekking van eventuele contante uitgaven wordt er een forfaitair bedrag van 20 % van de voor elke beslissing aangerekende kosten in rekening gebracht, met een minimum van 3 EUR en een maximum van 10 EUR (nummer 716 KV GvKostG).

Dit is van toepassing wanneer het gerecht dat het Europees bevel tot conservatoir beslag in Duitsland heeft uitgevaardigd, een gerechtsdeurwaarder inschakelt om op initiatief van de schuldeiser de beslissing aan de schuldenaar te betekenen of ter kennis te brengen.

Er worden geen kosten in rekening gebracht voor het raadplegen van de informatie-instantie overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 655/2014, onverminderd ons antwoord betreffende artikel 50, lid 1, onder n), ter specificatie van de verhoging van de vastgestelde gerechtskosten bij procedures voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag in de zin van artikel 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 655/2014.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

De rangorde van de beslagleggingen op rekeningtegoeden op grond van beslissingen krachtens nationaal recht, die gelijkwaardig zijn aan beslissingen krachtens Verordening (EU) nr. 655/2014, wordt bepaald door het tijdstip van de betekening of kennisgeving aan de bank, waarbij een eerdere beslaglegging voorrang heeft op een latere beslaglegging.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Voor de in artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen zijn de volgende gerechtenPDF(233 Kb)de bevoegd.

Het gaat bij de aangewezen gerechten om Amtsgerichte, Landgerichte, Oberlandesgerichte, Arbeitsgerichte en Landesarbeitsgerichte.

Voor de in artikel 34, lid 1 of lid 2, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen zijn de volgende gerechtenPDF(194 Kb)de bevoegd.

Het gaat bij de aangewezen gerechten om Amtsgerichte.

Voor de in artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen is het gerecht bevoegd dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd.

Voor de in artikel 34, lid 1 of lid 2, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen van de schuldenaar, is het gerecht dat bevoegd is om het bevel ten uitvoer te leggen, conform de algemene bepalingen het bevoegde Amtsgericht.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Voor het hoger beroep in de zin van artikel 37 van Verordening (EU) nr. 655/2014 zijn de volgende gerechtenPDF(233 Kb)de bevoegd.

Het gaat bij de aangewezen gerechten om Amtsgerichte, Landgerichte, Oberlandesgerichte, Arbeitsgerichte en Landesarbeitsgerichte.

Het in artikel 37 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerecht dat een beslissing over het rechtsmiddel heeft gegeven of, indien het gerecht dat de beslissing over het rechtsmiddel heeft gegeven een gerecht in eerste aanleg is, bij een hogere rechtbank.

Het beroep moet binnen een maand worden ingesteld.

De termijn vangt aan met de betekening of kennisgeving aan de betrokkene van de beslissing waartegen er beroep wordt ingesteld.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

In procedures krachtens artikel 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 655/2014.

De hoogte van de kosten wordt per keer bepaald op basis van het in het geding zijnde bedrag en de desbetreffende tarieven op basis van de berekeningsmethode van § 34 van de wet inzake gerechtskosten (Gerichtskostengezetz, GKG) respectievelijk § 28 van de wet inzake gerechtskosten in familiezaken (Gesetz über Gerichtskosten in Familiensachen, FamGKG).

a) Op de procedure voor het verkrijgen van een Europees bevel tot conservatoir beslag in de zin van artikel 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 655/2014 is er, conform nummer 1410 van de tarieflijst bij de wet inzake gerechtsdeurwaarderskosten (Kostenverzeichnisses zum Gerichtsvollzieherkostengesetz, KV GKG), in principe een tarief van 1,5 van toepassing. In bepaalde gevallen, wanneer de verwerkingslast voor het gerecht gering is, wordt er een verlaagd tarief van 1,0 toegepast (nummer 1411 KV GKG). Indien er een bevel is uitgevaardigd overeenkomstig § 91a of § 269, lid 3, derde zin, ZPO, wordt er in principe een hoger tarief van 3,0 toegepast (nummer 1412 KV GKG).

De procedurekosten omvatten tevens de kosten voor het instellen van het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel door de schuldenaar teneinde het Europees bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen. Voor betekeningen of kennisgevingen met een akte van betekening of kennisgeving, een aangetekende brief met ontvangstbevestiging/door rechtbankpersoneel, wordt er een vergoeding van 3,50 EUR in rekening gebracht indien er meer dan 10 betekeningen of kennisgevingen gebeuren in één gerechtelijke procedure of indien de betekening of kennisgeving gebeurt op initiatief van de schuldeiser (nummer 9002 KV GvKostG).

In de beroepsprocedure wordt er een tarief van 1,5 toegepast (nummer 1430 KV GKG). Wanneer de gehele procedure wordt beëindigd omdat het beroep wordt ingetrokken, wordt het tarief verlaagd naar 1,0 (nummer 1431 KV GKG).

Het in het geding zijnde bedrag wordt per keer naar eigen goeddunken vastgesteld door het gerecht (§ 53 GKG, juncto § 3 ZPO).

De kosten moeten worden voldaan zodra het verzoek om een Europees bevel tot conservatoir beslag wordt gedaan of wanneer er een rechtsmiddel bij het gerecht wordt ingesteld (§ 6 GKG).

b) Indien een Amtsgericht in eerste aanleg als familierechtbank uitspraak doet, wordt er voor de procedure doorgaans een tarief van 1,5 toegepast, conform nummer 1420 van de tarieflijst bij de wet inzake gerechtskosten in familiezaken (KV FamGKG). Wanneer de gehele procedure wordt beëindigd zonder dat er een definitieve beslissing is genomen, wordt het tarief verlaagd naar 0,5 (nummer 1421 KV FamGKG).

De procedurekosten omvatten tevens de kosten voor het instellen van het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel door de schuldenaar teneinde het Europees bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen. Voor betekeningen of kennisgevingen met een akte van betekening of kennisgeving, een aangetekende brief met ontvangstbevestiging/door rechtbankpersoneel, wordt er een vergoeding van 3,50 EUR in rekening gebracht indien er meer dan 10 betekeningen of kennisgevingen gebeuren in één gerechtelijke procedure of indien de betekening of kennisgeving gebeurt op initiatief van de schuldeiser (nummer 2002 KV FamGKG).

In de beroepsprocedure wordt er een tarief van 2,0 toegepast (nummer 1422 KV FamGKG). Wanneer de gehele procedure wordt beëindigd omdat het beroep wordt ingetrokken voordat beroep bij het gerecht is ingesteld, wordt het tarief verlaagd naar 0,5 (nummer 1423 KV FamGKG). In andere gevallen waarbij de procedure wordt beëindigd zonder dat er een definitieve beslissing is genomen, geldt er een tarief van 1,0 (nummer 1424 KV FamGKG).

Het in het geding zijnde bedrag wordt ex aequo et bono vastgesteld (§ 42, lid 1, FamGKG).

De kosten moeten worden voldaan zodra er een onvoorwaardelijke uitspraak is gedaan over de kosten, of als de procedure op een andere wijze werd beëindigd (§ 11 FamGKG).

c) Wanneer een Arbeitsgericht in eerste aanleg uitspraak doet, wordt er voor de procedure doorgaans een tarief van 0,4 toegepast (nummer 8310 KV GKG). Indien er een bevel is uitgevaardigd overeenkomstig § 91a of § 269 lid 3, derde zin, ZPO, wordt er in principe een hoger tarief van 2,0 toegepast (nummer 8311 KV GKG).

De procedurekosten omvatten tevens de kosten voor het instellen van het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel door de schuldenaar teneinde het Europees bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen. Voor betekeningen of kennisgevingen met een akte van betekening of kennisgeving, een aangetekende brief met ontvangstbevestiging of door rechtbankpersoneel, wordt er een vergoeding van 3,50 EUR in rekening gebracht indien er meer dan 10 betekeningen of kennisgevingen gebeuren in één gerechtelijke procedure of indien de betekening of kennisgeving gebeurt op initiatief van de schuldeiser (nummer 9002 KV GKG).

In de beroepsprocedure wordt er een tarief van 1,2 toegepast (nummer 8330 KV GKG). Wanneer de gehele procedure wordt beëindigd omdat het beroep wordt ingetrokken, wordt het tarief verlaagd naar 0,8 (nummer 8331 KV GKG).

Het in het geding zijnde bedrag wordt per keer naar eigen goeddunken vastgesteld door het gerecht (§ 53 GKG, juncto § 3 ZPO).

De kosten moeten worden voldaan zodra er een onvoorwaardelijke uitspraak is gedaan over de kosten, of als de procedure op een andere wijze werd beëindigd (§ 9 GKG).

In procedures krachtens artikel 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 655/2014, en in alle procedures waarin wordt verzocht de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag in te perken of te beëindigen

In de procedure voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag in de zin van artikel 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 655/2014, wordt er een vergoeding van 20 EUR in rekening gebracht (nummer 2111 KV GKG). Indien er in de procedure rekeninginformatie wordt opgevraagd, wordt de vergoeding verhoogd naar 33 EUR (nummer 2112 KV GKG).

De procedurekosten omvatten tevens de kosten voor het instellen van het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel door de schuldenaar teneinde het Europees bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen.

Voor verzoeken om de gedwongen tenuitvoerlegging te beëindigen of in te perken, wordt er een vergoeding van 30 EUR in rekening gebracht (nummer 2119 KV GKG).

Voor beroepen die worden afgewezen of verworpen, wordt er een vergoeding van 30 EUR in rekening gebracht (nummer 2121 KV GKG). Indien het beroep slechts gedeeltelijk wordt afgewezen of verworpen, kan het gerecht de kosten ex aequo et bono met de helft terugbrengen of beslissen geen vergoeding in rekening te brengen.

De kosten moeten worden voldaan zodra het verzoek om een Europees bevel tot conservatoir beslag wordt gedaan, of na beëindiging of inperking van de gedwongen tenuitvoerlegging, of wanneer er een rechtsmiddel bij het gerecht wordt ingesteld (§ 6 GKG).

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Voor stukken die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 655/2014 aan het gerecht of een bevoegde instantie zijn gericht, is geen andere taal toegestaan dan de Duitse taal.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 22/06/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Ierland


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid l, onder a) - de naam en contactgegevens van de gerechten die bevoegd zijn om een Europees bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen (artikel 6, lid 4).

Het Ierse recht kent geen authentieke akten en bijgevolg is deze bepaling niet van toepassing in Ierland.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

In Ierland:

Minister for Justice and Equality

Bishop’s Square

Redmond’s Hill

Dublin 2

Ireland

De link wordt in een nieuw venster geopendEAPOIA@justice.ie

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

In Ierland is artikel 14, lid 5, onder a), van toepassing, d.w.z. dat alle banken in Ierland, op verzoek van de informatie-instantie, moeten bekendmaken of de schuldenaar bij hen een rekening aanhoudt.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

In Ierland geldt het volgende:

  • wanneer het District Court (districtsrechtbank) bevoegd is voor het uitvaardigen van een bevel tot conservatoir beslag, bij de Judge van het Circuit Court (arrondissementsrechtbank) binnen het Circuit waarvan het bevel tot conservatoir beslag is uitgevaardigd;
  • wanneer het Circuit Court bevoegd is, bij het High Court (hoger gerecht);
  • wanneer het High Court bevoegd is, bij het Court of Appeal (hof van beroep) (er zij evenwel op gewezen dat het Supreme Court (hooggerechtshof) krachtens de Ierse grondwet bevoegd is voor beroepsprocedures tegen beslissingen van het High Court, indien het ervan overtuigd is dat er zich uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan die een rechtstreeks beroep rechtvaardigen. Het Supreme Court zal daarvan pas overtuigd zijn wanneer de betrokken beslissing een aangelegenheid van algemeen openbaar belang betreft en/of wanneer de belangen van de rechtspleging dit vereisen).

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

In Ierland:

Minister for Justice and Equality

Bishop’s Square

Redmond’s Hill

Dublin 2

Ireland

De link wordt in een nieuw venster geopendEAPOCA@justice.ie

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

In Ierland:

Minister for Justice and Equality

Bishop’s Square

Redmond’s Hill

Dublin 2

Ireland

De link wordt in een nieuw venster geopendEAPOCA@justice.ie

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

De mate waarin er krachtens Iers recht conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden, hangt af van de omstandigheden van het betrokken geval. Wat gezamenlijke rekeningen betreft, is de algemene regel dat een zogenoemde Mareva injunction (bevel tot conservatoir beslag) die alleen tegen een verweerder is uitgevaardigd, niet mag beletten dat een mederekeninghouder geld afhaalt van de betrokken bankrekening, tenzij dit in het bevel uitdrukkelijk werd verboden.

Wat rekeningen van derden betreft: wanneer een derde namens een verweerder tegoeden aanhoudt op een rekening van derden, kan een tegen de verweerder uitgevaardigde Mareva injunction gevolgen hebben voor die tegoeden, omdat de verweerder de equitable eigenaar of de uiteindelijke begunstigde van die tegoeden is.

Een mederekeninghouder of een derde rekeninghouder van wie de rekening aan een dergelijke injunction is onderworpen, kan bij het bevoegde gerecht een verzoek indienen tot wijziging van de voorwaarden van de injunction.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

In het geval van gelijkwaardige nationale procedures bepaalt het gerecht van geval tot geval en rekening houdend met de omstandigheden van de betrokken partij, over welk bedrag de schuldenaar mag beschikken. Het desbetreffende verzoek wordt ingediend door de schuldenaar en er zijn geen regels over het bedrag dat ter beschikking mag worden gesteld.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

In het geval van gelijkwaardige nationale procedures brengen banken geen kosten in rekening voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke bevelen. Wanneer het nodig zou zijn rekeninginformatie op te vragen, is er geen regel die banken verbiedt voor het verstrekken van dergelijke informatie een vergoeding in rekening te brengen. Als algemeen beginsel geldt dat de schuldeiser de door de bank gemaakte kosten zou moeten betalen, hoewel deze kosten uiteindelijk ten laste zouden kunnen worden gelegd van de schuldenaar.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Het is niet de bedoeling dat de informatie-instanties of andere entiteiten administratiekosten in rekening brengen. Voor de persoonlijke betekening of kennisgeving van stukken wordt er echter een vergoeding aangerekend van ongeveer 100 tot 200 EUR, afhankelijk van de complexiteit van de te verrichten betekening of kennisgeving.

Opmerking: de persoonlijke betekening of kennisgeving van stukken zal in dit geval worden verricht door een particuliere onderneming en er is daarvoor geen tarief vastgesteld.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Er bestaat naar Iers recht geen rangorde tussen gelijkwaardige procedures, zoals de Mareva injunctions, aangezien de schuldeiser geen eigendomsbelang verwerft met betrekking tot het betrokken activum.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

In Ierland geldt het onderstaande.

Wat artikel 33, lid 1, betreft, is het gerecht dat bevoegd is met betrekking tot een rechtsmiddel, het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd, d.w.z. afhankelijk van het geval een District Court, een Circuit Court of het High Court*.

Wat artikel 34, leden 1 en 2, betreft, is het volgende gerecht bevoegd met betrekking tot een rechtsmiddel:

  • wanneer het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen is uitgevaardigd door een Iers gerecht, het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd;
  • wanneer het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen in een andere lidstaat is uitgevaardigd, het High Court*.

*The High Court,

Four Courts

Dublin 7.

De link wordt in een nieuw venster geopendHighCourtCentralOffice@courts.ie

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

In Ierland kan hoger beroep tegen een op grond van artikel 33, 34 of 35 gegeven beslissing op de volgende wijze worden ingesteld:

  • indien de beslissing is gegeven door het District Court kan er binnen veertien dagen na de datum waarop de bestreden beslissing is gegeven, hoger beroep worden ingesteld bij de Judge van het Circuit Court binnen het Circuit waarvan het bevel tot conservatoir beslag is uitgevaardigd (uitsluitend artikel 35.1 en 35.3). De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.courts.ie/rules.nsf/0/e7bc3303e9b0464a80256d2b0046a095?OpenDocument
  • indien de beslissing is gegeven door het Circuit Court kan er binnen tien dagen na de datum waarop de bestreden beslissing of het bestreden bevel in het openbaar is gegeven, hoger beroep worden ingesteld bij het High Court (uitsluitend artikel 35.1 en 35.3). De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.courts.ie/rules.nsf/d7ed4ce54d2bd0c680256e5400502ec7/d5629e64d4c7cae680256d2b0046b3ae?OpenDocument
  • wanneer de beslissing is gegeven door het High Court, kan er binnen 28 dagen na de vankrachtwording van het bevel hoger beroep worden ingesteld bij het Court of Appeal (er zij evenwel op gewezen dat het Supreme Court krachtens de Ierse grondwet bevoegd is voor beroepsprocedures tegen beslissingen van het High Court, indien het ervan overtuigd is dat er zich uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan die een rechtstreeks beroep rechtvaardigen. Het Supreme Court zal daarvan pas overtuigd zijn wanneer de betrokken beslissing een aangelegenheid van algemeen openbaar belang betreft en/of wanneer de belangen van de rechtspleging dit vereisen). De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.courts.ie/rules.nsf/8652fb610b0b37a980256db700399507/6805f0acd71dd40f80256f900064bdeb?OpenDocument

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kunnen de gerechtskosten in een procedure ter verkrijging van een bevel tot conservatoir beslag of in het kader van een rechtsmiddel tegen een bevel ongeveer 80 tot 200 EUR bedragen. Informatie daarover is te vinden op:

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.irishstatutebook.ie/eli/2014/si/491/ (SI 491/2014)

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.irishstatutebook.ie/eli/2014/si/492/ (SI 492/2014)

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.irishstatutebook.ie/eli/2014/si/22/ (SI 22/2014).

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Geen (alleen Iers en Engels worden aanvaard door Ierland).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 15/06/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Griekenland


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Civiele districtsrechtbanken (Eirinodikeía) en rechtbanken van eerste aanleg (Protodikeía).

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Het Systeem van Registers van Bank- en Betaalrekeningen (Sýstima Mitróon Trapezikón Logariasmón kai Logariasmón Pliromón) van het ministerie van Financiën.

Secretariaat-generaal voor IT-systemen (Genikí Grammateía Pliroforiakón Systimáton), ministerie van Financiën, e-mail: gen-gramm@gsis.gr, tel. 0030-210 4802000, 0030-210 4803284, 0030-210 4803267.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Het Systeem van Registers van Bank- en Betaalrekeningen van het ministerie van Financiën is opgezet voor het verzenden van informatieverzoeken van overheden, diensten, publieke lichamen en andere organen aan kredietinstellingen. Zulke verzoeken worden via een beveiligde externe partij (Tiresias) elektronisch verzonden aan de kredietinstellingen, die hun antwoorden met de rekeninginformatie via hetzelfde kanaal weer terugzenden (artikel 14, lid 5, onder a)).

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Tegen een weigering van een civiele districtsrechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij een rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer (Monomelés Protodikeío). Tegen een weigering van de rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer kan hoger beroep worden ingesteld bij een hof van beroep (Efeteío).

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De instantie die bevoegd is voor de verzending is de rechtbank van eerste aanleg. Deurwaarders (dikastikoí epimelités) zijn verantwoordelijk voor het ontvangen en voor de betekening of kennisgeving van het bevel tot conservatoir beslag en andere stukken.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Deurwaarders.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Er kan alleen conservatoir beslag worden gelegd op gezamenlijke rekeningen, niet op rekeningen van derden. Er gelden geen aanvullende voorwaarden voor het leggen van conservatoir beslag op gezamenlijke rekeningen.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

In artikel 982, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Kódikas Politikís Dikonomías) is bepaald dat alimentatievorderingen, salarissen, pensioenen, verzekeringsuitkeringen enz. niet vatbaar zijn voor beslag. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet beschikbaar via internet. De bovenstaande bedragen zijn niet vatbaar voor beslag; de schuldenaar hoeft daartoe geen verzoekschrift in te dienen.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Er zijn geen specifieke bepalingen over het in rekening brengen van kosten en vergoedingen voor het leggen van (conservatoir) beslag op bankrekeningen of het verstrekken van rekeninginformatie. De Griekse vereniging van banken (Ellinikí Énosi Trapezón) is echter van mening dat kredietinstellingen het recht hebben om betaling te eisen van de kosten zoals uitdrukkelijk vermeld, mutatis mutandis, in de artikelen 30A en 30B van het Wetboek inzake Belastingheffing (Kódikas Eispráxeos Dimosíon Esódon (KEDE) - Wetsdecreet nr. 356/1974, zoals gewijzigd en van kracht).

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

De onafhankelijke belastingautoriteit (Anexártiti Archí Dimosíon Esódon) brengt geen kosten in rekening voor haar rol bij de verwerking van het beslagleggingsbevel. Omdat de tenuitvoerlegging van het bevel door deurwaarders wordt verricht, brengen zij hun kosten rechtstreeks bij hun opdrachtgever in rekening. Er is op internet geen website over de tarieven van deurwaarders. Het ministerie van Financiën brengt geen kosten in rekening voor het verstrekken van rekeninginformatie overeenkomstig artikel 14.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen wordt op dezelfde wijze behandeld als een conservatoire maatregel (asfalistikó métro) op grond van nationaal recht. Er wordt geen rangorde toegekend aan gelijkwaardige nationale bevelen.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

De rechter die bevoegd is met betrekking tot een rechtsmiddel is de rechter die het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen heeft uitgevaardigd, d.w.z. de rechter bij de civiele districtsrechtbank voor vorderingen die onder de bevoegdheid vallen van de civiele districtsrechtbank en de rechter bij de rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer voor de overige vorderingen. Met betrekking tot de rechtsmiddelen als bedoeld in artikel 34, leden 1 en 2, is de civiele districtsrechtbank bevoegd voor bedragen tot 20 000 EUR. Voor bedragen hoger dan 20 000 EUR is de rechtbank van eerste aanleg bevoegd.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Tegen een weigering van een civiele districtsrechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij een rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer. Tegen een weigering van de rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer kan hoger beroep worden ingesteld bij een hof van beroep. Hoger beroep moet worden ingesteld binnen dertig dagen nadat de beslissing aan de schuldenaar is betekend.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

De gerechtskosten bedragen ongeveer vier promille van het gevorderde bedrag. Deze berekening geldt zowel voor procedures ter verkrijging van een bevel als voor procedures waarin een rechtsmiddel tegen een bevel wordt ingesteld.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Alleen documenten die in het Grieks zijn opgesteld, worden aanvaard.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 01/12/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Spanje


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

De rechtbanken van eerste aanleg (Juzgados de Primera Instancia).

Welke rechtbank bevoegd is binnen een bepaald gebied wordt bepaald aan de hand van de criteria die zijn bepaald in artikel 545, lid 3, van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering (Ley de Enjuiciamiento Civil) betreffende de tenuitvoerlegging op basis van niet-gerechtelijke instrumenten.

Dit betekent in de regel dat de rechtbank van eerste aanleg van de plaats die wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 50 en 51 van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering, bevoegd is. Een partij die tenuitvoerlegging vordert, kan daartoe ook verzoeken bij de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de verplichting wordt nagekomen, zoals die in het bevel wordt vermeld, of van een plaats waar zich voor beslag vatbare activa bevinden van de partij waartegen tenuitvoerlegging wordt gevorderd. De regels betreffende uitdrukkelijke of stilzwijgende aanvaarding van bevoegdheid zijn hierbij niet van toepassing. Als er tenuitvoerlegging wordt gevorderd tegen meerdere partijen, kan de partij die tenuitvoerlegging vordert, kiezen uit de rechtbanken die bevoegd zijn ten aanzien van een van die partijen.

Als de executoriale titel betrekking heeft op activa waarop een specifiek hypotheek- of pandrecht is gevestigd, wordt de bevoegde rechtbank bepaald overeenkomstig artikel 684 van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Subdirectoraat-generaal voor Internationale Justitiële Samenwerking (Subdirección General de Cooperación Jurídica Internacional), ministerie van Justitie

Contactgegevens:

De link wordt in een nieuw venster geopend.sgcji@mjusticia.es

Telefoon: +34 91 390 4411

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd, heeft toegang tot de betreffende informatie indien die door overheidsinstanties of -diensten in registers of anderszins wordt bijgehouden.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Hoger beroep moet worden ingesteld bij het gerecht dat het verzoek om het bevel heeft afgewezen. Als de beslissing is gegeven door een rechtbank van eerste aanleg of een handelsrechtbank (Juzgado de lo Mercantil), wordt het hoger beroep behandeld door de provinciale rechtbank (Audiencia Provincial). Als de beslissing is gegeven door een rechtbank van tweede aanleg, wordt het hoger beroep behandeld door dezelfde rechtbank.

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De rechtbank die op grond van artikel 50, lid 1, onder f), bevoegd is om het bevel ten uitvoer te leggen.

Voor de toepassing van artikel 28, lid 3, is de bevoegde rechter de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de schuldenaar.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

De rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de bankrekening wordt aangehouden en, indien op meerdere plaatsen rekeningen worden aangehouden, de rechtbank van eerste aanleg die bevoegd is voor een van die plaatsen.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Er kan een bevel worden uitgevaardigd tot het leggen van conservatoir beslag op gezamenlijke rekeningen waarvan de schuldenaar een van de rekeninghouders is en op rekeningen die de schuldenaar beheert namens een derde. Er kan echter geen bevel worden uitgevaardigd tot het leggen van conservatoir beslag op rekeningen die namens de schuldenaar door een derde worden beheerd.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

De regels over salarissen en pensioenen worden vermeld in artikel 607 van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering.

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.boe.es/buscar/act.php?id=BOE-A-2000-323&tn=1&p=20151028&vd=#a607

Als er bij civiele of handelszaken overheidsinstanties zijn betrokken om redenen die geen verband houden met de uitoefening van hun bevoegdheden, zijn de geldbedragen die zij op bankrekeningen hebben gestort, niet vatbaar voor beslag wanneer deze bedragen daadwerkelijk zijn bestemd voor een dienst of doel van openbaar belang.

Zulke bedragen zijn niet vatbaar voor beslag; er hoeft daartoe geen verzoekschrift te worden ingediend.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Er is geen bepaling over vergoedingen die voor deze doeleinden in rekening worden gebracht.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Er worden geen vergoedingen berekend.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Bevelen worden chronologisch gerangschikt vanaf het moment waarop zij door de bank worden ontvangen.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

De rechtbank die het bevel heeft uitgevaardigd of ten uitvoer heeft gelegd.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Het hoger beroep wordt ingesteld bij de rechtbank die de beslissing heeft gegeven.

Als de beslissing is gegeven door een rechtbank van eerste aanleg of een handelsrechtbank, is de termijn voor het instellen van hoger beroep twintig dagen en wordt het hoger beroep behandeld door de provinciale rechtbank. Als de beslissing is gegeven door een andere rechtbank, moet het hoger beroep binnen vijf dagen worden ingesteld en wordt het door dezelfde rechtbank behandeld.

De termijn voor het instellen van hoger beroep start vanaf de kennisgeving van de beslissing.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Er zijn geen gerechtskosten, met uitzondering van de borgsom die moet worden voldaan op het moment dat er hoger beroep wordt ingesteld in de gevallen en op de wijze als bepaald in Aanvullende Bepaling 15 van de Organieke Wet op de rechterlijke macht (Ley Orgánica del Poder Judicial, "LOPJ").

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

N.v.t.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 04/12/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Frankrijk


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

De executierechter van de betrokken arrondissementsrechtbank (tribunal de grande instance). Wanneer de schuldeiser een authentieke akte heeft verkregen, is het de executierechter van de betrokken arrondissementsrechtbank die bevoegd is om een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Gerechtsdeurwaarder.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De gerechtsdeurwaarder heeft toegang tot FICOBA (een bestand waarin alle bankrekeningen en vergelijkbare rekeningen van een persoon op Frans grondgebied worden gecentraliseerd).

Artikel 14, lid 5, onder a) en b), is van toepassing: de banken zijn verplicht om, op verzoek van de informatie-instantie, bekend te maken of de schuldenaar bij hen een rekening aanhoudt; de informatie-instantie krijgt toegang tot de relevante informatie die de overheid in registers of op een andere wijze bijhoudt.

Het Franse recht voorziet reeds in een dergelijke toegang tot informatie over de rekeningen van de schuldenaar wanneer de schuldeiser over een uitvoerbare titel beschikt (de artikelen L. 152-1 en L. 152-2 van het wetboek betreffende tenuitvoerlegging van civielrechtelijke beslissingen - Code des procédures civiles d’exécution; hierna “CPCE” genoemd).

FICOBA (nationaal bestand van bankrekeningen en vergelijkbare rekeningen) is gecreëerd in 1971 en wordt beheerd door de algemene directie van de openbare financiën. Het bevat een overzicht van alle soorten rekeningen (bank-, post-, spaarrekeningen enz.) en verstrekt bevoegde personen informatie over de rekeningen van een persoon of een onderneming.

De registratie in dit bestand vindt plaats bij de opening van een rekening en de rekeninghouder wordt door de beherende financiële instelling in kennis gesteld van de registratie in FICOBA. Verklaringen inzake het openen, sluiten of wijzigen van rekeningen bevatten de volgende gegevens:

naam en adres van de instelling die de rekening beheert;

nummer, aard, type en kenmerken van de rekening;

datum en aard van de gemelde transactie (opening, sluiting, wijziging);

naam, voornaam, geboortedatum en -plaats, adres van de rekeninghouder, plus het SIRET‑nummer van individuele ondernemers;

naam, rechtsvorm, SIRET-nummer en adres van rechtspersonen.

Het bestand bevat geen informatie over de verrichtingen op de rekening of over het saldo ervan.

Het is de algemene directie van de openbare financiën die de registraties verricht na ontvangst van de verklaring van de bankinstelling die de rekening heeft geopend, gewijzigd of gesloten. Gegevens over de burgerlijke staat van personen worden gecertificeerd door INSEE en de algemene directie van de openbare financiën maakt gebruik van het SIRENE‑bestand om de identiteit van rechtspersonen te certificeren en te actualiseren.

Een gerechtsdeurwaarder vinden

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Hof van beroep (Cour d'appel).

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Gerechtsdeurwaarder.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Gerechtsdeurwaarder.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

In het geval van een beslag op een gezamenlijke rekening, moet elke rekeninghouder hiervan in kennis worden gesteld. Indien de gerechtsdeurwaarder de identiteit en het adres van de mederekeninghouders niet kent, vraagt hij aan de bank om de mederekeninghouders zelf in kennis te stellen van de inbeslagneming en van de hoogte van de gevorderde bedragen, zodat zij desgevallend hun rechten op de rekening kunnen doen gelden en, in het bijzonder, de vrijgave van hun aandeel in de gezamenlijke rekening kunnen verkrijgen (in het geval van onverdeelde bedragen).

Zolang de mederekeninghouder niet in kennis is gesteld van het conservatoir beslag op de gezamenlijke rekening, begint de termijn om deze maatregel aan te vechten niet te lopen.

In artikel R. 162-9 CPCE wordt bepaald dat wanneer een rekening, zelfs een gezamenlijke rekening, waarop de inkomsten en salarissen van een in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoot worden gestort, voorwerp is van een conservatoir beslag ter waarborging van een vordering van de andere echtgenoot, de eerstbedoelde echtgenoot onmiddellijk een bedrag ter beschikking wordt gesteld dat, afhankelijk van zijn keuze, gelijk is aan het bedrag van de inkomsten en salarissen gestort in de maand voorafgaand aan de inbeslagneming of het gemiddelde maandelijkse bedrag van de inkomsten en salarissen gestort in de twaalf maanden voorafgaand aan de inbeslagneming.

Het is aan de beslagleggende schuldeiser om de inkomsten van de echtgenoot/schuldenaar te identificeren op de rekening waarop hij beslag wil leggen. Er kan uiteraard beslag worden gelegd op de volledige rekening wanneer daarop uitsluitend inkomsten van de echtgenoot/schuldenaar worden gestort, ook al gaat het om een gezamenlijke rekening.

Het Franse recht kent het begrip 'rekening van derden' niet.

Het principe van het algemene verhaalsrecht staat in de weg aan een conservatoir beslag op banktegoeden die de schuldenaar voor rekening van een derde aanhoudt en die hem niet persoonlijk toebehoren of hem in bewaring zijn gegeven.

Indien niet aan een professional toebehorende tegoeden op een speciale rekening worden geboekt, waarbij onomstotelijk kan worden aangetoond dat zij eigendom zijn van derden, kunnen schuldeisers geen beslag leggen op deze tegoeden, ondanks het feit dat de professional de rekeninghouder is en de enige schuldeiser die deze bedragen kan opvragen. Dit geldt voor bedragen die worden gestort door een notaris op een speciale rekening bij de deposito- en consignatiekas (Caisse des dépôts et consignations), of voor bedragen die worden gestort door een vastgoedmakelaar of een beheerder van gebouwen in mede-eigendom.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Het Franse recht kent twee aparte twee mechanismen die hetzelfde doel hebben, maar verschillend zijn in hun werking: het niet voor beslag vatbare banksaldo (solde bancaire insaisissable) - dat van rechtswege is vrijgesteld van beslag, en de overdracht van onbeslagbaarheid (report d’insaisissabilité) - waarvoor er een verzoek van de schuldenaar is vereist en het bewijs dat er op de rekening niet voor beslag vatbare bedragen zijn gestort.

1) Het niet voor beslag vatbare banksaldo

Overeenkomstig artikel L. 162-2 CPCE stelt de derde-beslagene binnen de grenzen van het creditsaldo van de rekening(en) op de dag van de inbeslagneming, de natuurlijke persoon/schuldenaar een onderhoudsbedrag ter beschikking dat gelijk is aan het forfaitaire bedrag voor één enkele begunstigde, zoals vermeld in artikel L. 262-2 van het wetboek maatschappelijk welzijn en gezin (Code de l'action sociale et des familles) (bedrag van het minimuminkomen, hierna “RSA” genoemd = 524,68 EUR; conform decreet 2016-538 van 27 april 2016).

Volgens artikel R. 162-2 CPCE is er voor de toepassing van dit mechanisme geen verzoek van de schuldenaar nodig: de bank stelt de schuldenaar onmiddellijk in kennis van de terbeschikkingstelling van het niet voor beslag vatbare bedrag. In het geval van meerdere rekeningen worden alle creditsaldi in aanmerking genomen en wordt het ter beschikking gestelde bedrag bij voorrang aangerekend op de zichtdeposito's. De bank stelt de gerechtsdeurwaarder ook onverwijld in kennis van het aan de schuldenaar ter beschikking gestelde bedrag en van de rekening(en) die voor de terbeschikkingstelling wordt (worden) gebruikt. In het geval van beslag op rekeningen bij verschillende instellingen bepaalt de deurwaarder welke derde-beslagene(n) het "bank-RSA" ter beschikking moet(en) stellen en hoe dat bedrag ter beschikking moet worden gesteld.

Overeenkomstig artikel R. 162-3 CPCE wordt dit bedrag gedurende een maand na de datum van de inbeslagneming ter beschikking van de schuldenaar gehouden.

2) De overdracht van onbeslagbaarheid

Een dergelijk verzoek van de schuldenaar heeft alleen zin als de niet voor beslag vatbare bedragen het "bank-RSA" overschrijden.

Overeenkomstig artikel L. 112-4 CPCE blijven niet voor beslag vatbare bedragen die op een rekening worden gestort, niet vatbaar voor beslag. In artikel R. 112-5 CPCE wordt bepaald dat wanneer een rekening wordt gecrediteerd met een bedrag dat geheel of gedeeltelijk niet vatbaar is voor beslag, de onbeslagbaarheid wordt overgedragen naar het saldo van die rekening en zulks ten belope van het desbetreffende bedrag.

Artikel R. 162-4 luidt als volgt: "wanneer de niet voor beslag vatbare bedragen afkomstig zijn van periodiek opeisbare vorderingen, zoals salarissen, ouderdomspensioenen, kinderbijslagen of werkloosheidsuitkeringen, kan de rekeninghouder, na de herkomst van de bedragen te hebben aangetoond, verzoeken om deze onmiddellijk ter beschikking te stellen, na aftrek van de bedragen die zijn gedebiteerd sinds de laatste betaling van het niet voor beslag vatbare bedrag." Het gaat om twee soorten bedragen: volledig van beslag vrijgestelde uitkeringen, zoals het RSA, en inkomsten die vatbaar zijn voor beslag binnen de grenzen en onder de voorwaarden voor beslag op bezoldigingen die zijn vastgesteld in het arbeidswetboek (Code du travail). Het hof van cassatie (Cour de cassation) is van oordeel dat de onbeslagbaarheid betrekking heeft op de gecumuleerde bedragen die op de bankrekening zijn gestort en dus niet alleen op het laatst betaalde bedrag (tweede civiele kamer, 11 mei 2000, nr. 98.11‑696). Wanneer er op de rekening ook bedragen zijn gestort die geheel of gedeeltelijk in beslag kunnen worden genomen, is het moeilijk om deze regel in de praktijk toe te passen.

Bij de vaststelling van het bedrag van de overdracht van onbeslagbaarheid wordt er geen rekening gehouden met regularisatietransacties die binnen 15 dagen na de inbeslagneming hebben plaatsgevonden (artikel R. 162-4, lid 2, CPCE).

De schuldenaar kan te allen tijde, en dus zelfs vóór het verstrijken van de termijn van 15 dagen voor regularisatie, verzoeken om de terbeschikkingstelling van de niet voor beslag vatbare bedragen; de betrokken bedragen worden hem onmiddellijk overgemaakt. De schuldeiser wordt pas van de terbeschikkingstelling van de betrokken bedragen in kennis gesteld wanneer hij, in voorkomend geval, zijn verzoek tot betaling indient: hij heeft dan 15 dagen de tijd om de hoogte van het aan de schuldenaar ter beschikking gestelde bedrag en de wijze van verrekening ervan te betwisten (artikel R. 162-4 CPCE, in fine).

Met betrekking tot niet voor beslag vatbare bedragen afkomstig van onmiddellijk opeisbare vorderingen wordt er in artikel R. 162-5 CPCE bepaald dat de schuldenaar, na de herkomst van de bedragen te hebben aangetoond, kan verzoeken om deze aan hem ter beschikking te stellen, na aftrek van de bedragen die zijn gedebiteerd sinds de datum van betaling van de betrokken vordering. Het kan bijvoorbeeld gaan om een nabetaling van loon of een uitkering bij overlijden (niet vatbaar voor beslag op grond van artikel L. 361-5 van het wetboek sociale zekerheid - Code de la sécurité sociale). Deze bedragen worden pas ter beschikking gesteld na het verstrijken van de termijn van 15 dagen die in artikel L. 162-1 CPCE is vastgesteld voor de regularisatie van lopende transacties. De beslagene kan de executierechter altijd vragen de ingehouden bedragen vroeger ter beschikking te stellen, mits hij kan aantonen dat ze niet vatbaar zijn voor beslag. In een dergelijk geval wordt de schuldeiser gehoord of opgeroepen.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

De Franse wetgeving bevat geen specifieke bepalingen betreffende de kosten voor de uitvoering van bevelen tot conservatoir beslag. Wat evenwel de kosten van beslaglegging‑toewijzing betreft, wordt in het monetair en financieel wetboek (Code monétaire et financier) bepaald dat deze kosten die aan de schuldenaar/rekeninghouder worden aangerekend, moeten worden opgenomen in de lijst van kosten die de kredietinstellingen aan hun klanten moeten verstrekken (artikel D. 312-1-1).

Bovendien moet de klant vooraf kosteloos worden ingelicht over deze kosten (artikel R. 312-1-2), conform artikel L. 312-1-5, waarin wordt bepaald dat deze informatie wordt vermeld op de rekeningafschriften en dat de debitering niet eerder mag plaatsvinden dan 14 dagen na de datum van het betrokken rekeningafschrift. Het lijkt erop dat het bedrag van de aan de schuldenaren/rekeninghouders aangerekende kosten vrij wordt bepaald door de betrokken bank (bedrag varieert van 80 tot 150 EUR).

De kosten voor het verstrekken van rekeninginformatie, die door de bank kunnen worden aangerekend aan de gerechtsdeurwaarder die is belast met de uitvoering van de maatregel, zullen worden opgenomen in de kosten die in principe door de schuldenaar moeten worden betaald (zie vorig antwoord).

Ter illustratie: het bedrag van de door de Franse banken aangerekende kosten varieert van 78 tot 111 EUR.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

De gerechtsdeurwaarders brengen kosten in rekening voor de uitvoering van een bevel tot conservatoir beslag, conform het bestaande nationale tarief. De regeling kan als volgt worden samengevat: de totale kosten van de procedure (met inbegrip van de omzetting van het bevel tot conservatoir beslag in een beslaglegging‑toewijzing) variëren tussen 166,19 en 397,88 EUR, afhankelijk van het bedrag van de betrokken vordering.

Bovendien is de akte van conservatoir beslag op vorderingen een dienst in de zin van artikel A 444-16 van het wetboek van koophandel (Code de commerce) en is daarvoor dus een vergoeding wegens het instellen van een procedure verschuldigd. Het tarief voor deze vergoeding is vastgesteld in artikel A 444-15. Indien het bedrag van de vordering lager is dan of gelijk is aan 76 EUR, bedraagt de vergoeding wegens het instellen van een procedure 4,29 EUR; boven de drempel van 76 EUR is die vergoeding evenredig met het bedrag van de vordering (met een maximum van 265,13 EUR), conform de onderstaande tabel.


SCHIJVEN

(bedrag van de vordering)


PERCENTAGE


Van 0 tot en met 304 EUR


5,64 %


Van 305 tot en met 912 EUR


2,82 %


Van 913 tot 3 040 EUR


1,41 %


Meer dan 3 040 EUR


0,28 %


Deze vergoeding kan slechts eenmaal worden aangerekend voor de inning van dezelfde vordering.

De vergoeding komt ten laste van de schuldenaar indien de kosten van de akte op grond waarvan zij wordt aangerekend ook ten laste van de schuldenaar zijn; in alle andere gevallen komt zij ten laste van de schuldeiser.

Zij blijft in het bezit van de gerechtsdeurwaarder, ongeacht de uitkomst van de inningsprocedure.

Afhankelijk van de vraag of de kosten van de akte door de schuldenaar dan wel door de schuldeiser worden gedragen, worden deze verrekend met respectievelijk de in artikel A. 444‑31 vastgestelde vergoeding of de in artikel A. 444-32 vastgestelde vergoeding.

Tot slot wordt voor alle verzoeken uit hoofde van de artikelen L.152-1 en L.152-2 CPCE een vergoeding aangerekend van 21,45 EUR, exclusief belastingen (zie artikel A.444-43 van het wetboek van koophandel, dienstprestatie 151). Dit zijn verzoeken om informatie aan de staat, de regio's, de departementen en de gemeenten, aan ondernemingen die houder zijn van een concessie van of worden gecontroleerd door de staat, de regio's, de departementen en de gemeenten, aan overheidsinstellingen, aan organen die worden gecontroleerd door de overheid of aan instellingen die krachtens de wet bevoegd zijn om depositorekeningen bij te houden. Dit tarief is van toepassing op de raadpleging van FICOBA.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Conservatoir beslag volstaat niet om concurrerende inbeslagnemingen te verhinderen, onverminderd het voorkeursrecht van de eerste beslaglegger. De niet-beschikbaarheid van de vordering belet niet dat een andere schuldeiser het initiatief neemt tot een andere uitvoeringsmaatregel, maar die maatregel zal alleen effect hebben als de eerste maatregel niet wordt omgezet.

Wanneer het conservatoir beslag betrekking heeft op een vordering die een geldsom betreft, heeft het conform artikel L. 523-1 CPCE dezelfde gevolgen als een consignatie in de zin van artikel 2350 van het burgerlijk wetboek (Code civil), d.w.z. dat het beslag een bijzondere bestemming met zich meebrengt alsook een voorkeursrecht in de zin van artikel 2333 van het burgerlijk wetboek (verpanding). Conservatoir beslag geeft de beslaglegger dus het "voorrecht" van de pandhoudende schuldeiser (d.w.z. het recht om bij voorkeur te worden betaald boven andere schuldeisers). De beslagleggende schuldeiser hoeft dus niet bevreesd te zijn voor concurrente schuldeisers (d.w.z. schuldeisers zonder bijzondere zekerheid) of schuldeisers met een lagere rang. Hij moet echter schuldeisers met een hoger voorkeursrecht laten voorgaan, zoals het "supervoorrecht" van werknemers, het voorrecht inzake gerechtskosten of het algemene voorrecht van de schatkist.

Indien er op dezelfde dag meerdere keren conservatoir beslag wordt gelegd, worden de in beslag genomen bedragen proportioneel verdeeld, zonder rekening te houden met eventuele voorrechten (advies van het hof van cassatie van 24 mei 1996, nr. 09-60.004).

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

De executierechter van de betrokken arrondissementsrechtbank is bevoegd om het bevel tot conservatoir beslag in te trekken, om te beslissen dat de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag moet worden beperkt of beëindigd, en om te beslissen dat de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag in strijd is met de openbare orde en om die reden moet worden beëindigd.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Het hof van beroep is bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen beslissingen die zijn gegeven op grond van artikel 33, artikel 34 of artikel 35. De beroepstermijn bedraagt 15 dagen. Deze termijn gaat in op de dag van de ondertekening van de ontvangstbevestiging van de door de griffie aan de partijen toegezonden aangetekende brief met de beslissing van de executierechter.

Indien deze ontvangstbevestiging niet is ondertekend, moet de beslissing van de executierechter, op initiatief van de partijen, door een gerechtsdeurwaarder ter kennis worden gebracht (betekening of kennisgeving) en is de aanvangsdatum van de termijn de datum waarop de beslissing ter kennis wordt gebracht.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Er zijn geen gerechtskosten verbonden aan het indienen van een verzoek om een bevel tot conservatoir beslag of het instellen van hoger beroep.

In artikel L. 512-2 CPCE wordt bepaald dat de kosten van de conservatoire maatregel ten laste komen van de schuldenaar, tenzij de rechter aan het einde van de procedure anders beslist. De rechter moet een lijst opstellen van de maatregelen waarvoor er kosten verschuldigd zijn en moet die kosten verdelen tussen de partijen.

In bovengenoemd artikel wordt ook bepaald dat wanneer de rechter de opheffing van het beslag gelast, de schuldeiser kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die door de conservatoire maatregel is veroorzaakt. Volgens de jurisprudentie hoeft er voor de afdwinging van deze verplichting tot schadevergoeding niet te worden bewezen dat er een fout is begaan (hof van cassatie, tweede civiele kamer, 29 januari 2004, nr. 01-17.161, en tweede civiele kamer, 7 juni 2006, nr. 05-18.038).

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Er worden alleen stukken in het Frans aanvaard.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 23/10/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Kroatië


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

De gerechten die bevoegd zijn om een bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen, als bedoeld in artikel 6, lid 4, van de verordening, zijn de Kroatische gerechten die bevoegd zijn om zich ten gronde uit te spreken overeenkomstig de wet inzake de gerechten (Zakon o sudovima) (Narodne Novine (NN; Staatscourant van de Republiek Kroatië) nrs. 28/13, 33/15, 82/15 en 82/16), het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zakon o parničnom postupku) (NN nrs. 53/1991, 91/1992, 112/1999, 129/2000, 88/2001, 117/2003, 88/2005, 2/2007, 96/2008, 84/2008, 123/2008, 57/2011, 25/2013 en 89/2014; hierna “ZZP” genoemd) en andere specifieke verordeningen. In de Republiek Kroatië worden de procedures in eerste aanleg gevoerd voor de gemeentelijke rechtbanken (općinski sudovi; enkelvoud općinski sud) en handelsrechtbanken (trgovački sudovi; enkelvoud trgovački sud).

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De instantie die bevoegd is om de nodige informatie over de rekening of rekeningen van de schuldenaar te verkrijgen, als bedoeld in artikel 14 van de verordening, is:

Financieel Agentschap (Financijska agencija)

Ulica grada Vukovara 70, 10000 Zagreb, Kroatië

Gratis tel. nr: +385 0 800 0080

E-mail: info@fina.hr

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De in artikel 14, lid 5, van de verordening bedoelde rekeninginformatie wordt verkregen doordat de informatie-instantie toegang krijgt tot de relevante informatie die de overheid in registers of op andere wijze bijhoudt (artikel 14, lid 5, onder b), van de verordening).

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Het gerecht dat bevoegd is uitspraak te doen op een hoger beroep dat een schuldeiser krachtens artikel 21 van de verordening heeft ingesteld bij een gerecht van eerste aanleg tegen een beslissing waarbij het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag geheel of ten dele is afgewezen, is het hogere gerecht dat bevoegd was uitspraak te doen op een hoger beroep tegen een beslissing waarbij een voorstel voor zekerheidsstelling is afgewezen (een districtsrechtbank (županijski sud) of de Hoge handelsrechtbank van de Republiek Kroatië (Visoki trgovački sud Republike Hrvatske) — de artikelen 34a en 34c ZPP, in samenhang met artikel 21, lid 1, van de wet op de gedwongen tenuitvoerlegging(Ovršni zakon — OZ)) – link: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/.

Dit betekent dat als het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag geheel of ten dele is afgewezen door een beslissing van een gemeentelijke rechtbank, de schuldeiser via de gemeentelijke rechtbank beroep instelt bij de districtsrechtbank, en dat als een dergelijke beslissing wordt genomen door een handelsrechtbank, de schuldeiser hiertegen via de handelsrechtbank beroep instelt bij de Hoge handelsrechtbank.

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De instantie die bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag en andere stukken krachtens artikel 4, punt 14, van de verordening te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen, is:

Civiele kantonrechtbank van Zagreb (Općinski građanski sud u Zagrebu)

Ulica grada Vukovara 84

10000 Zagreb.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

De instantie die overeenkomstig hoofdstuk 3 van de verordening bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer te leggen:

Financieel Agentschap (FINA)

Ulica grada Vukovara 70, 10000 Zagreb, Kroatië

Gratis tel. nr: +385 0 800 0080

E-mail: info@fina.hr

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Op een namens een of meer gebruikers van betaaldiensten door een betalingsdienstaanbieder beheerde betaalrekening die wordt gebruikt voor betaaltransacties, kan volledig conservatoir beslag worden gelegd.

Op tegoeden op een rekening van derden kan geen conservatoir beslag worden gelegd als zulks wettelijk verboden is.

Artikel 42 van de wet inzake consumentenfaillissement (Zakon o stečaju potrošača) (De link wordt in een nieuw venster geopend.NN nr. 100/15 - hierna “ZSP” genoemd) bepaalt dat de curator verplicht is voor elke individuele consument ten aanzien van wie op last van een rechter een faillissementsprocedure is ingeleid, een aparte lopende rekening te openen bij een financiële instelling.

Het gaat om een lopende rekening die de curator in het kader van de faillissementsprocedure namens de betrokken consument op zijn eigen naam opent bij een financiële instellling. De curator mag deze aparte rekening alleen gebruiken voor het ontvangen en verrichten van betalingen betreffende het beheer en de vervreemding van de failliete boedel van de consument ten aanzien van wie de faillissementsprocedure loopt, en de curator is verplicht om enige betaling verricht op de rekening in verband met het beheer en de vervreemding van de failliete boedel gescheiden te houden van zijn eigen activa.

Artikel 42, lid 4, ZSP bepaalt dat tenuitvoerlegging in verband met de curator niet is toegestaan ten aanzien van de tegoeden op de aparte rekening en dat dergelijke tegoeden bij faillissement of overlijden van de curator geen deel uitmaken van zijn failliete boedel of boedel.

Aangezien bij faillissement van een consument de curator optreedt als zijn vertegenwoordiger, kan deze rekening worden beschouwd als een rekening van derden, waarop zowel tegoeden van de curator staan als tegoeden van een of meer consumenten ten aanzien van wie een faillissementsprocedure is ingeleid, maar de tegoeden van de door de curator vertegenwoordigde consument kunnen niet het voorwerp worden van tenuitoverlegging of conservatoir beslag op een rekening als er procedures lopen ten aanzien van de curator.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

De bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn, als bedoeld in artikel 31 van de verordening, zijn vastgesteld in artikel 172 OZ (vrijstelling van tenuitvoerlegging) en artikel 173 OZ (beperking van tenuitvoerlegging).

Ontvangt een schuldenaar salaris en vergoedingen als bedoeld in artikel 172 OZ, die niet voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn, of bedragen als bedoeld in artikel 173 OZ (beperking van tenuitvoerlegging), dan is hij verplicht het FINA hiervan in kennis te stellen, overeenkomstig artikel 212 OZ.

De links naar de wet op de gedwongen tenuitvoerlegging (NN nrs. 112/12, 25/13, 93/14 en 55/16) zijn:

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2012_10_112_2421.html

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2013_02_25_405.html

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2014_07_93_1877.html

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2016_06_55_1440.html

Overeenkomstig artikel 173 OZ zijn de volgende bedragen niet voor tenuitvoerlegging vatbaar:

1) Als het salaris van de schuldenaar bij tenuitvoerlegging onder de tenuitvoerlegging valt, is het bedrag dat overeenkomt met twee derde van het gemiddelde netto salaris in de Republiek Kroatië niet vatbaar voor beslag. Als de tenuitvoerlegging plaatsvindt met het oog op het innen van een vordering in verband met een onderhoudsverplichting of van een vordering ter vergoeding van schade als gevolg van lichamelijk letsel of aantasting dan wel verlies van arbeidscapaciteit en ter vergoeding van onderhoud dat is weggevallen door het overlijden van de persoon die onderhoud verschafte, beloopt dit bedrag de helft van het gemiddelde netto salaris in de Republiek Kroatië, tenzij de tenuitvoerlegging plaatsvindt om met dwang het geld te innen dat verschuldigd is wegens onderhoudsverplichtingen jegens kinderen. In dergelijke gevallen beloopt het niet voor beslag vatbare bedrag een kwart van het gemiddelde netto salaris dat het voorgaande jaar in de Republiek Kroatië werd betaald aan werknemers van rechtspersonen.

2) Als een schuldenaar bij tenuitvoerlegging een salaris ontvangt dat lager is dan het gemiddelde netto salaris in de Republiek Kroatië, is twee derde van het aan de schuldenaar betaalde salaris niet vatbaar voor beslag. Als de tenuitvoerlegging plaatsvindt met het oog op het innen van een vordering in verband met een onderhoudsverplichting of van een vordering ter vergoeding van schade als gevolg van lichamelijk letsel of aantasting dan wel verlies van arbeidscapaciteit en ter vergoeding van onderhoud dat is weggevallen door het overlijden van de persoon die onderhoud verschafte, beloopt dit bedrag de helft van het netto salaris betaald aan de schuldenaar bij tenuitvoerlegging.

3) Onder de term “gemiddelde netto salaris” in de zin van lid 1 van dit artikel wordt verstaan het gemiddelde netto maandsalaris dat door rechtspersonen is betaald in de Republiek Kroatië in de periode van januari tot en met augustus van het lopende jaar, zoals vastgesteld door het Kroatische bureau voor de statistiek (Državni zavod za statistiku) en uiterlijk op 31 december van het lopende jaar gepubliceerd in NN. Het aldus vastgestelde bedrag is in het daaropvolgende jaar van toepassing.

4) Het in de leden 1 en 2 van dit artikel bepaalde is ook van toepassing op tenuitvoerlegging wanneer het beslag betrekking heeft op enige in plaats van salaris betaalde vergoeding, vergoeding voor arbeidstijdverkorting, vergoeding voor salariskorting, pensioen, wedde van militair personeel en wedde van mensen die deel uitmaken van de reservetroepen terwijl zij in militaire dienst zijn, en elk ander geregeld inkomen betaald aan civiel en militair personeel, met uitzondering van inkomen als bedoeld in de leden 5 en 6 van dit artikel.

5) Tenuitvoerlegging door beslag op inkomen dat gehandicapte personen ontvangen als uitkering in verband met een lichamelijke handicap en als zorgtoeslag, mag alleen plaatsvinden met het oog op het innen van een vordering in verband met een onderhoudsverplichting of een vordering ter vergoeding van schade als gevolg van lichamelijk letsel of aantasting dan wel verlies van arbeidscapaciteit en ter vergoeding van onderhoud dat is weggevallen door het overlijden van de persoon die onderhoud verschafte, in welk geval dit bedrag de helft van dergelijk inkomen beloopt.

6) Tenuitvoerlegging door beslag op inkomen ontvangen op grond van een overeenkomst inzake een levenslange toelage en een lijfrenteovereenkomst, alsook op inkomen ontvangen op grond van een levensverzekeringsovereenkomst kan alleen plaatsvinden op het deel van het inkomen dat hoger is dan de hoofdsom die wordt gebruikt ter berekening van de hoogte van de toelage voor onderhoud.

7) Het in de leden 1 en 2 van dit artikel bepaalde is ook van toepassing wanneer tenuitvoerlegging plaatsvindt op inkomen dat niet afkomstig is uit een salaris, pensioen of inkomsten uit zelfstandige activiteiten op het gebied van handel en ambacht, vrije beroepen, landbouw en visserij, eigendom en eigendomsrechten, kapitaal of verzekeringen (“overig inkomen” overeenkomstig specifieke regels), als de schuldenaar bij tenuitvoerlegging met een openbaar document kan aantonen dat dit inkomen zijn enige geregelde inkomen in contanten vormt.

Het gemiddelde netto maandsalaris dat rechtspersonen in de periode januari-augustus 2016 in de Republiek Kroatië aan hun werknemers betaalden, bedroeg 5 664 HRK (De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2016_11_102_2187.html).

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Het FINA en banken mogen een vergoeding berekenen voor de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag en voor de uitvoering van tenuitvoerlegging en zekerheidsstelling met betrekking tot tegoeden op rekeningen, overeenkomstig de de regels betreffende de soorten en de hoogte van de vergoedingen voor het verrichten van de taken vastgesteld in de wet inzake uitvoering van tenuitvoerlegging inzake tegoeden (NN nrs. 105/10, 124/11, 52/12 en 6/13; hierna “de regels” genoemd) – links:

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2010_09_105_2831.html

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2011_11_124_2491.html

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2012_05_52_1278.html

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2013_01_6_90.html

Volgens artikel 6 van de regels moet de vergoeding worden betaald door de schuldenaar.

De regels bepalen de vergoeding voor het verrichten van de taken omschreven in de wet inzake uitvoering van tenuitvoerlegging inzake tegoeden (NN nrs.  91/10 en 112/12).

De regels voorzien in twee soorten vergoeding:

1. voor tenuitvoerlegging in verband met tegoeden van de schuldenaar bij tenuitvoerlegging, en

2. voor raadpleging of verstrekking van gegevens uit het centrale register van rekeningen.

De vergoeding voor tenuitvoerlegging ten aanzien van tegoeden van de schuldenaar bij tenuitvoerlegging kan betrekking hebben op vier zaken:

  • onderzoek van de mogelijkheid om een tenuitvoerleggingsinstrument ten uitvoer te leggen
  • berekening van rente
  • tenuitvoerlegging van een tenuitvoerleggingsinstrument
  • verstrekking van gegevens, kopieën en certificaten van het register inzake de rangorde van tenuitvoerleggingsinstrumenten.

De vergoeding voor het onderzoeken van de mogelijkheid om een tenuitvoerleggingsinstrument ten uitvoer te leggen en de vergoeding voor de berekening van rente worden door het FINA in rekening gebracht voor het ontvangen van tenuitvoerleggingsinstrumenten (de som van de vorderingen die de schuldenaar volgens de rechterlijke beslissing aan de schuldeiser moet betalen) en het invoeren daarvan in het register. Ook wordt een vergoeding in rekening gebracht voor het controleren of een tenuitvoerleggingsinstrument de nodige gegevens voor tenuitvoerlegging en voor de berekening van rente bevat. Deze twee vergoedingen, plus de vergoeding voor het ten uitvoer leggen van een tenuitvoerleggingsinstrument, komen volledig voor rekening van de schuldenaar.

De inkomsten uit de vergoeding voor het ten uitvoer leggen van een tenuitvoerleggingsinstrument worden verdeeld tussen het FINA (55%) en de banken (45%). De inkomsten worden onder de banken verdeeld naar gelang van het totale aantal rekeningen dat de schuldenaar bij een bepaalde bank aanhoudt op de dag waarop de vergoeding in rekening wordt gebracht, volgens de gegevens in het centrale register van rekeningen.

De vergoeding voor de verstrekking van gegevens, kopieën en certificaten uit het register inzake de rangorde van tenuitvoerleggingsinstrumenten wordt vooraf door de verzoeker betaald op grond van een betalingsverzoek. Degene die een verzoek indient bij het FINA, moet een betalingsbewijs overleggen, waarna hij de gevraagde gegevens en kopieën ontvangt en een factuur wordt uitgeschreven voor de verleende dienst.

Het FINA brengt een bedrag in rekening voor de raadpleging of verstrekking van gegevens uit het centrale register van rekeningen door een vergoeding te vragen voor de raadpleging van gegevens door middel van een web- of onlinedienst, of voor het verstrekken (of downloaden) van gegevens uit het centrale register van rekeningen in elektronische vorm of op papier.

Het FINA stelt de prijslijst met de hoogte van de vergoedingen vast op basis van een besluit van zijn raad van bestuur, en het ministerie van Financiën keurt de voorgestelde prijslijst goed. De prijslijst wordt bekendgemaakt op de officiële website van het FINA. Over alle prijzen op de prijslijst wordt btw berekend.

De link wordt in een nieuw venster geopend.Link naar een fragment van de prijslijst van het FINA – vergoedingen voor de verrichting van taken als omschreven in de wet inzake uitvoering van tenuitvoerlegging inzake tegoeden.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Voor de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag brengen het FINA en de banken de vergoedingen in rekening die zijn vastgesteld in artikel 43 van de verordening op basis van de regels. Het FINA brengt een vergoeding in rekening voor het verstrekken van gegevens, kopieën en certificaten uit het register of van gegevens over de rekening. De hoogte van de vergoedingen is vastgesteld in artikel 8 van de regels.

De hoogte van de vergoedingen vermeld in artikel 3 van de regels, is als volgt vastgesteld:

Volg- nr.

Beschrijving van de dienst

Rekengrondslag

Bedrag in HRK

Tenuitvoerlegging ten aanzien van tegoeden

1.

Onderzoek van de mogelijkheid om een tenuitvoerleggingsinstrument ten uitvoer te leggen

Tenuitvoerleggingsinstrument

65,00

2.

Berekening van rente

Hoofdsom

7,00

3.

Tenuitvoerlegging van een tenuitvoerleggingsinstrument

3.1.

Eenmalige inning van het hele bedrag van tegoeden gedeponeerd bij één bank

Tenuitvoerleggingsinstrument

17,00

3.2.

Eenmalige inning van het hele bedrag van tegoeden gedeponeerd bij meerdere banken

Tenuitvoerleggingsinstrument

39,00

3.3.

Tenuitvoerlegging bij conservatoir beslag op een rekening en bij een blokkering van tegoeden

Tenuitvoerleggingsinstrument

110,00

4.

Verstrekking van gegevens, kopieën en certificaten uit het register.

4.1.

– op papier

pagina

43,00

4.2.

– in bestandsformaat

lettergreep

0,20

min. 21,00

Over de onder punt vier van deze alinea bedoelde vergoeding wordt btw berekend.

De hoogte van de vergoedingen vermeld in artikel 7 van de regels, is als volgt vastgesteld:

Ser. nr.

Beschrijving van de dienst

Rekengrondslag

Bedrag in HRK

Raadpleging of verstrekking van gegevens uit het centrale register van rekeningen

1.

Raadpleging van gegevens via de website van het Agentschap en online diensten

1.1.

– raadpleging

verzoek om inlichtingen

0,80

1.2.

– raadpleging van onderafdelingen

lettergreep

0,20

2.

Raadpleging van gegevens via de website van het Agentschap

2.1.

– halfjaarlijks abonnement

gebruiker

298,37

2.2.

– jaarabonnement

gebruiker

498,37

3.

Downloaden

3.1.

– van de website van het Agentschap

lettergreep

0,10

3.2.

– via de online diensten van het Agentschap

lettergreep

0,10

3.3

– met behulp van CD’s

lettergreep

0,10

4.

Raadpleging van gegevens

4.1.

– op papier

elke nieuwe pagina

19,51

4.2.

– in bestandsformaat

lettergreep

0,20

min. 19,51

Over de in deze alinea bedoelde vergoedingen wordt btw berekend.

Artikel 5, lid 1, van deze regels bepaalt dat vergoedingen voor tenuitvoerlegging moeten worden verdeeld tussen het FINA en de banken die het FINA door middel van een procedure in het kader van een tenuitvoerleggingsinstrument heeft opgedragen om inning van de verschuldigde bedragen te verrichten, waarbij het FINA 55% van elke vergoeding ontvangt en de banken 45%.

In de procedures voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag of de procedures voor een rechtsmiddel tegen het bevel dienen gerechtskosten te worden voldaan die zijn gebaseerd op de waarde van het verzoek, overeenkomstig de wet inzake gerechtskosten ((NN, nrs.  74/95, 57/96, 137/02, 125/11, 112/12, 157/13 en 110/15; hierna “ZSP” genoemd) – vgl. de kennisgeving in verband met artikel 50, lid 1, onder n), van de verordening.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

De rangorde krachtens artikel 32 van de verordening wordt voorgeschreven door artikel 78 OZ, dat bepaalt dat als er meerdere schuldeisers vorderingen van geldelijke aard instellen tegen dezelfde schuldenaar en in verband met hetzelfde voorwerp van tenuitvoerlegging, deze vorderingen moeten worden afgehandeld in de volgorde waarin de schuldeisers het recht op afhandeling in verband met dat voorwerp verwierven, tenzij de wet anders bepaalt.

De prioritaire volgorde van de belangen die verschillende schuldeisers hebben bij zekerheden, wordt vastgesteld op basis van de datum van ontvangst van het bevel tot conservatoir beslag (artikel 180 OZ) – link: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

De instantie die bevoegd is uitspraak te doen over een verzoek van een schuldenaar tot intrekking of wijziging van een bevel tot conservatoir beslag, als bedoeld in artikel 33 van de verordening, is het Kroatisch gerecht dat dit bevel heeft uitgevaardigd.

De instantie die bevoegd is uitspraak te doen over een verzoek van een schuldenaar om de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag in de Republiek Kroatië te beperken of te beëindigen, als bedoeld in artikel 34, leden 1 en 2, van de verordening, is:

Civiele kantonrechtbank van Zagreb (Općinski građanski sud u Zagrebu)

Ulica grada Vukovara 84

10000 Zagreb.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Het gerecht dat bevoegd is om uitspraak te doen op een beroep tegen een beslissing van het gerecht in eerste aanleg, als bedoeld in artikel 37 van de verordening, in samenhang met de artikelen 33, 34 en 35 van de verordening, is het hogere gerecht dat bevoegd was uitspraak te doen op het hoger beroep tegen de beslissing inzake zekerheidsstelling (districtsrechtbanken of de Hoge handelsrechtbank van de Republiek Kroatië — de artikelen 34a en 34c van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (ZPP), in samenhang met artikel 21, lid 1, OZ.

Een beroep moet worden ingesteld binnen acht dagen na de datum waarop de beslissing ter kennis is gebracht (artikel 11 OZ) en wel via het gerecht dat de beslissing heeft genomen (artikel 357 ZPP).

Krachtens artikel 2, leden 1 en 9, OZ dient onder de uitdrukking “beslissing inzake zekerheidsstelling” te worden verstaan een beslissing waarbij een voorstel voor zekerheidsstelling volledig of gedeeltelijk wordt ingewilligd dan wel zekerheidsstelling ambtshalve wordt bevolen.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

In de procedure tot het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag of in de procedure voor een rechtsmiddel tegen een dergelijk bevel, als bedoeld in artikel 42 van de verordening, zijn gerechtskosten verschuldigd die worden gebaseerd op de waarde van het verzoek, namelijk:

  • bij een verzoek om een bevel tot conservatoir beslag als een voorstel voor zekerheidsstelling;
  • bij een beslissing inzake een verzoek om een bevel tot conservatoir beslag als een beslissing inzake zekerheidsstelling;
  • bij een indiening als bedoeld in artikel 34b, leden 2 tot 5, OZ als beroep tegen een beslissing inzake zekerheidsstelling.

Tenzij anders bepaald, ontstaat de verplichting een vergoeding te betalen wanneer een voorstel voor tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag wordt ingediend of een beroep wordt ingesteld, overeenkomstig artikel 4 ZSP.

Voor elke afzonderlijke handeling kunnen gerechtskosten in rekening worden gebracht, afhankelijk van de waarde van het voorwerp van het geschil, overeenkomstig de volgende tabel:

Meer dan

Tot HRK

HRK

0,00

3 000,00

100,00

3 000,00

6 000,00

200,00

6 000,00

9 000,00

300,00

9 000,00

12 000,00

400,00

12 000,00

15 000,00

500,00

Boven 15 000,00 HRK is een vergoeding van 500,00 HRK verschuldigd, vermeerderd met 1% van het bedrag dat hoger is dan 15 000,00 HRK, met een maximum van 5 000,00 HRK.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Niet van toepassing.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 14/01/2019

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Italië


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Een alleenzetelende rechter van het gerecht van het district waar de authentieke akte is opgesteld.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De president van het gerecht van het district waar de schuldenaar zijn woon- of verblijfplaats heeft of, in het geval van een rechtspersoon, waar zich de statutaire zetel van de schuldenaar bevindt. Indien de schuldenaar geen woon- of verblijfplaats in Italië heeft of, in het geval van een rechtspersoon, niet in Italië is gevestigd, is de bevoegde persoon de president van het gerecht in Rome.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Overeenkomstig het Italiaanse recht kan de informatie-instantie met het oog op het verkrijgen van rekeninginformatie toegang krijgen tot de informatie die is geregistreerd in openbare archieven.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Een meervoudige kamer van het betrokken gerecht, die wordt voorgezeten door de rechter die het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd.

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De ontvangst, verzending en kennisgeving of betekening van stukken valt onder de bevoegdheid van:

a) de ambtenaar van het betrokken gerecht in de omstandigheden bedoeld in artikel 23, lid 5, van de verordening;

b) de griffie van het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd in de omstandigheden bedoeld in artikel 10, lid 2, artikel 23, leden 3 en 6, artikel 25, lid 3, en artikel 36, lid 5, van de verordening;

c) de griffie van het gerecht bevoegd voor de tenuitvoerlegging in de gevallen bedoeld in artikel 27, lid 2, van de verordening;

d) de griffie van het gerecht van de plaats waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft in de omstandigheden bedoeld in artikel 28, lid 3, van de verordening.

Indien het bevel tot conservatoir beslag in een andere lidstaat is uitgevaardigd in de omstandigheden bedoeld in artikel 10, lid 2, artikel 23, lid 3, artikel 23, lid 6, en artikel 25, lid 3, is het bevoegde gerecht het gewone gerecht dat bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer te leggen (zie artikel 50, lid 1, onder f)).

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Het gewone gerecht van de verblijfplaats van de derde partij (artikel 678 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), met inachtneming van de regels inzake onteigening bij derden.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Bij gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden met meer dan één rekeninghouder kan een bevel tot conservatoir beslag alleen worden uitgevaardigd met betrekking tot het deel van de schuldenaar. De rekeninghouders worden geacht gelijke delen te hebben, tenzij het tegendeel wordt bewezen.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Volgens artikel 545, juncto artikel 671, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn de volgende inkomsten niet vatbaar voor beslag:

a) alimentatiebetalingen, tenzij met het oog op de betaling van alimentatie, doch slechts met toestemming van de president van het gerecht of een door hem gemachtigde rechter en slechts voor het deel dat is bepaald bij rechterlijke beschikking;

b) liefdadigheids- en bijstandsuitkeringen aan personen die als arm worden beschouwd, moederschapsuitkeringen, ziekte-uitkeringen en de vergoeding van begrafeniskosten, verschuldigd door ziekenfondsen, socialezekerheidsinstanties en liefdadigheidsinstellingen;

c) bedragen die door particulieren verschuldigd zijn als loon, salaris of andere vergoedingen in verband met de arbeidsverhouding, waaronder ontslagvergoedingen; die bedragen kunnen met het oog op de betaling van alimentatie in beslag worden genomen voor zover dat is toegestaan door de president van het gerecht of een door hem gemachtigde rechter; er mag beslag worden gelegd op maximaal een vijfde van deze bedragen; in het geval van gelijktijdige inbeslagnemingen als gevolg van een combinatie van de hierboven vermelde gronden mag maximaal de helft van deze bedragen in beslag worden genomen;

d) een lijfrente, indien kosteloos gevormd, wanneer is bepaald dat deze lijfrente binnen de grenzen van de essentiële behoeften van de schuldeiser niet in beslag mag worden genomen;

e) de bedragen die door een verzekeraar verschuldigd zijn aan de polishouder of de begunstigde van een verzekering, zulks, wat de betaalde premies betreft, onverminderd de bepalingen inzake de herziening van handelingen die nadelig zijn voor schuldeisers en de bepalingen inzake de teruggave, verrekening en inkorting van schenkingen;

f) de als pensioen verschuldigde bedragen, de als pensioen geldende uitkeringen of de overige ouderdomsuitkeringen, met dien verstande dat het niet voor beslag vatbare bedrag overeenstemt met het maximumbedrag van de maandelijkse sociale uitkering, vermeerderd met 50 %, en dat het bedrag dat deze limiet overschrijdt in beslag mag worden genomen binnen de grenzen die zijn vastgesteld in de punten c) en d);

g) speciale, door een ondernemer ingestelde fondsen voor welzijn en bijstand, ook zonder werknemersbijdragen, voor zover het gaat om door de schuldeisers van de ondernemer of de werknemers gedane betalingen.

Voorts is het volgende bepaald: bedragen die verschuldigd zijn als loon, salaris of andere vergoedingen in verband met de arbeidsverhouding, waaronder ontslagvergoedingen, alsook de als pensioen verschuldigde bedragen, de als pensioen geldende uitkeringen of de overige ouderdomsuitkeringen mogen, wanneer zij worden gecrediteerd op een bank- of postrekening op naam van de schuldenaar, in beslag worden genomen ten belope van het gedeelte dat driemaal de sociale uitkering te boven gaat, mits de creditering van de rekening plaatsvindt vóór de inbeslagneming; wanneer de creditering plaatsvindt op of na de datum van de inbeslagneming, kunnen die bedragen in beslag worden genomen binnen de grenzen die zijn vastgesteld in de derde, vierde, vijfde en zevende alinea en in de bijzondere bepalingen van de wet.

De schuldenaar dient aan te tonen dat het betrokken bedrag niet vatbaar is voor conservatoir beslag.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Als algemene regel geldt dat de bewaarder van vermogensbestanddelen die aan een bevel tot conservatoir beslag zijn onderworpen, d.w.z. een bank in het geval van een bankrekening, een vergoeding mag vragen voor de bewaring en instandhouding van de vermogensbestanddelen; de vergoeding wordt vastgesteld conform de tarieven die van kracht zijn of die gewoonlijk worden toegepast, plus de vergoeding van de met bewijsstukken gestaafde kosten die van wezenlijk belang zijn voor de instandhouding van de vermogensbestanddelen. Deze kosten omvatten ook de kosten voor de toezending van de verklaring als bedoeld in artikel 25 van de verordening.

Deze kosten moeten (voorlopig) worden betaald door de aanvrager. Het gerecht zal dan later bepalen welke partij die kosten uiteindelijk moeten dragen.

Banken mogen geen vergoeding aanrekenen voor de verstrekking van rekeninginformatie overeenkomstig artikel 14 van de verordening. Banken zijn wettelijk verplicht om de archieven die in Italië worden geraadpleegd om de in artikel 14 bedoelde informatie te verkrijgen, te actualiseren.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Onverminderd de gerechtskosten die zijn bedoeld in artikel 42 van Verordening (EU) nr. 655/2014, brengen de verwerking en de tenuitvoerlegging van een in Italië gevraagd bevel tot conservatoir beslag kosten met zich mee voor het maken van kopieën van gerechtelijke stukken en voor de betekening en kennisgeving van stukken door ambtenaren van het gerecht.

De vergoeding voor kopieën is vastgesteld in de tabel in bijlage 7 bij presidentieel decreet nr. 115 van 30 mei 2012 (de geconsolideerde tekst van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake gerechtskosten).

Wat de vergoeding voor de betekening/kennisgeving van stukken betreft, moet een onderscheid worden gemaakt tussen de volgende twee gevallen: de stukken worden rechtstreeks betekend of ter kennis gebracht door de ambtenaar van het gerecht of de stukken worden betekend of ter kennis gebracht per post. In het eerste geval moet een reisvergoeding worden betaald aan de ambtenaar van het gerecht conform artikel 27 van de bovengenoemde geconsolideerde tekst; die reisvergoeding wordt berekend conform artikel 35 van die tekst en daarbij wordt rekening gehouden met de parameters die jaarlijks worden geactualiseerd bij decreet van het ministerie van Justitie. In het tweede geval moeten in plaats van de reiskosten, de verzendkosten worden vergoed. In beide gevallen — d.w.z. een persoonlijke betekening/kennisgeving aan de ontvanger en een betekening/kennisgeving per post - is op basis van artikel 27 van de geconsolideerde tekst ook een extra vergoeding verschuldigd, die wordt berekend conform artikel 34. In spoedeisende gevallen wordt zowel de reisvergoeding als de verzendvergoeding verhoogd overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de geconsolideerde tekst.

De bovengenoemde artikelen en bijlage 7 bij presidentieel decreet nr. 115/2014 zijn beschikbaar op de volgende De link wordt in een nieuw venster geopend.website.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Er bestaat geen rangorde voor nationale bevelen.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Er wordt uitspraak gedaan door een alleenzetelende rechter van het betrokken gerecht.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Tegen een beslissing kan een rechtsmiddel zoals bedoeld in de artikelen 33, 34 en 35 van de verordening worden ingesteld bij een meervoudige kamer van het gewone gerecht. De termijn voor het instellen van een rechtsmiddel bedraagt vijftien dagen en gaat in op de datum van de betrokken zitting van het gerecht, of de datum van mededeling of betekening/kennisgeving van de uitspraak, indien deze eerder plaatsvindt.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

A) De gerechtskosten voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag variëren afhankelijk van de waarde van de vordering en de fase waarin de gerechtelijke procedure tot verkrijging van een dergelijk bevel zich bevindt:

a) voor vorderingen tot 1 100 EUR bedragen de gerechtskosten: 21,50 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 32,25 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 43 EUR voor cassatieprocedures;

b) voor vorderingen tussen 1 100 EUR en 5 200 EUR bedragen de gerechtskosten: 49 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 73,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 98 EUR voor cassatieprocedures;

c) voor vorderingen tussen 5 200 EUR en 26 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 118,50 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 177,75 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 237 EUR voor cassatieprocedures;

d) voor vorderingen tussen 26 000 EUR en 52 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 259 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 388,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 518 EUR voor cassatieprocedures;

e) voor vorderingen tussen 52 000 EUR en 260 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 379,50 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 569,25 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 759 EUR voor cassatieprocedures;

f) voor vorderingen tussen 260 000 EUR en 520 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 607 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 910,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 1 214 EUR voor cassatieprocedures;

g) voor vorderingen van meer dan 520 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 843 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 1 264,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 1 686 EUR voor cassatieprocedures;

h) voor vorderingen van onbepaalde waarde bedragen de gerechtskosten: 259 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 388,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 518 EUR voor cassatieprocedures. Wat echter zaken betreft die overeenkomstig artikel 7 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering onder de exclusieve bevoegdheid van de vrederechter vallen, bedragen de gerechtskosten: 118,50 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 177,75 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 237 EUR voor cassatieprocedures.

Naast de hierboven vermelde gerechtskosten, moet, wanneer om het bevel wordt verzocht vóór de aanvang van de procedure ten gronde, bij elke procedure een forfaitair voorschot van 27 EUR worden betaald voor de kosten van betekening/kennisgeving.

B) De gerechtskosten voor een hoger beroep tegen een bevel tot conservatoir beslag bedragen in alle gevallen 147 EUR.

Naast deze gerechtskosten, moet, wanneer om het bevel wordt verzocht vóór de aanvang van de procedure ten gronde, bij elke procedure een forfaitair voorschot van 27 EUR worden betaald voor de kosten van betekening/kennisgeving.

De kosten moeten worden betaald bij de aanvang van de procedure, d.w.z. bij het indienen van het verzoek.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Alleen vertalingen in het Italiaans worden aanvaard.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 08/01/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Cyprus


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

De gerechten die bevoegd zijn om een bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen, zijn de districtsrechtbanken (eparchiaká dikastíria).

Districtsrechtbank van Nicosia

Districtsrechtbank van Limassol

  • Adres: Leoforos Lordou Byronos 8, P.O. Box 54619, 3726 Limassol, Cyprus
  • Tel.: +357 25806100/25806128
  • Fax: +357 25305311
  • E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.chief.reg@sc.judicial.gov.cy

Districtsrechtbank van Larnaca

  • Adres: Leoforos Artemidos, 6301 Larnaca P.O. Box 40107, Cyprus
  • Tel.: +357 24802721
  • Fax: +357 24802800
  • E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.chief.reg@sc.judicial.gov.cy

Districtsrechtbank van Paphos

  • Adres: corner of Odos Neophytou and Odos Nikou Nikolaidi, 8100 Paphos, P.O. Box 60007, Cyprus
  • Tel.: +357 26802601
  • Fax: +357 26306395
  • E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.chief.reg@sc.judicial.gov.cy

Districtsrechtbank van Famagusta

  • Adres: Sotiras 2, Megaro Tzivani, 5286 Paralimni, Cyprus
  • Tel.: +357 23730950/23742075
  • Fax: +357 23741904
  • E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.chief.reg@sc.judicial.gov.cy

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd, is de centrale bank.

Contactgegevens:

Postadres:

Centrale bank

John Kennedy Avenue 80

1076 Nicosia

Cyprus

of P.O. Box 25529, 1395 Nicosia

Tel.: +357 22714100

Fax: +357 22714959

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.cbcinfo@centralbank.gov.cy

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De informatie wordt verstrekt door de banken of kredietinstellingen aan de informatie-autoriteit zoals omschreven in artikel 6(2A) van de wetten betreffende de centrale bank van Cyprus 2002-2017, namelijk de centrale bank van Cyprus (artikel 14, lid 5, onder a), van Verordening (EU) No 655/2014).

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Tegen een beslissing van een districtsrechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij het Hooggerechtshof.

Hooggerechtshof

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De daartoe bevoegde instantie is het ministerie van Justitie en Openbare Orde.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

De instantie die bevoegd is voor de tenuitvoerlegging van het bevel overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 655/2014, is de gerechtsdeurwaarder (dikastikós epidótis).

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Er is geen nationale wetgeving betreffende de kwestie van het conservatoir beslag op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden. Een partij die op een dergelijke rekening beslag wenst te leggen, richt daartoe een passend verzoek tot de rechtbank, die in het kader van haar algemene bevoegdheid, - al dan niet - het beslag op het gehele bedrag of een deel ervan kan bevelen, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Er zijn geen specifieke regels betreffende dergelijke niet voor beslag vatbare bedragen in burgerlijke en handelszaken, behalve voor bedragen waarop beslag wordt gelegd op basis van een strafprocedure, die niet voor beslag vatbaar zijn ten behoeve van de inning van belastingen krachtens artikel 9(B) van de wetten betreffende de inning van belastingen van 1962 en 2014 en punt 13 van bijlage X bij de btw-wetgeving 2000-2014.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Er is geen specifieke bepaling krachtens nationaal recht die banken verbiedt de betaling van dergelijke vergoedingen op te leggen aan hun rekeninghouders.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Daar zijn geen kosten aan verbonden.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Er is geen dergelijke bepaling.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Districtsrechtbanken, zoals bij artikel 50, lid 1, onder a).

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Binnen 42 dagen kan tegen een beslissing van een districtsrechtbank hoger beroep worden ingesteld bij het Hooggerechtshof (artikel 21), zoals bepaald in artikel 35, lid 2, van de Regeling inzake burgerlijk procesrecht. Hoger beroep tegen een tussenbeslissing moet worden ingesteld binnen 14 dagen nadat die beslissing is gegeven.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

De gedetailleerde kosten zijn te vinden door de De link wordt in een nieuw venster geopend.volgende link aan te klikken, op de pagina's 19-30.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Naast het Grieks worden ook in het Engels vertaalde documenten aanvaard.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 08/09/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Nederland


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

De voorzieningenrechter van de rechtbank is bevoegd om een bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Rekeninginformatie kan worden opgevraagd bij de deurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De deurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet is bevoegd een verzoek voor het verkrijgen van rekeninginformatie in te dienen bij banken gevestigd in Nederland. Deze zijn verplicht hierop met bekwame spoed te antwoorden.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Hoger beroep kan bij het gerechtshof worden ingesteld.

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De deurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet is bevoegd om het bevel tot conservatoir beslag en andere stukken krachtens deze verordening te ontvangen, te verzenden en te betekenen of kennisgeven.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

De deurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet is bevoegd om het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer te leggen.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Er kan conservatoir beslag worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en op rekeningen die door een derde namens de schuldenaar worden aangehouden.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Banken mogen geen vergoeding berekenen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Het tarief voor de deurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet is bepaald in het De link wordt in een nieuw venster geopend.'Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders'.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Er wordt geen rangorde toegekend aan gelijkwaardige nationale bevelen.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

De voorzieningenrechter van de rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van de rechtsmiddelen.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Hoger beroep moet binnen drie maanden na de datum van de beslissing worden ingesteld bij het gerechtshof.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 17/01/2017

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Oostenrijk


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

De arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad (Bezirksgericht Innere Stadt Wien) is bevoegd om Europese bevelen tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen, als daarom wordt verzocht voordat de tenuitvoerleggingsprocedure wordt ingeleid, voor vorderingen zoals bedoeld in een authentieke akte in de zin van artikel 6, lid 4, van de Verordening betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen.

In andere gevallen is het gerecht bevoegd waarbij de tenuitvoerleggingsprocedure in verband waarmee een Europees bevel tot conservatoir beslag zal worden uitgevaardigd, ten tijde van het eerste verzoek aanhangig is.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Wanneer een procedure voor een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen buiten Oostenrijk aanhangig is, is de arrondissementsrechtbank voor het district waar de schuldenaar zijn of haar woonplaats (Wohnsitz) of gewone verblijfplaats (gewöhnlicher Aufenthalt) heeft, bevoegd om rekeninginformatie in Oostenrijk op te vragen.

Heeft de schuldenaar geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Oostenrijk, dan is de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad de bevoegde instantie (zie hierboven onder artikel 50, lid 1, onder a)). De contactgegevens voor de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad zijn hier te vinden:

Als de procedure voor een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen bij een gerecht in Oostenrijk aanhangig is, is dat gerecht ook bevoegd om rekeninginformatie op te vragen.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De verplichting gaat vergezeld van een bevel in personam van het gerecht. Het gerecht moet de schuldenaar de verplichting opleggen om alle binnenlandse bankrekeningen bekend te maken. Het moet verbieden dat de schuldenaar over tegoeden kan beschikken op rekeningen die onder het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen vallen, tot het bedrag waarop door middel van het bevel beslag moet worden gelegd. Het rechterlijk bevel moet de schuldenaar bovendien opdragen om alle automatische incasso's en periodieke overschrijvingen op basis waarvan tegoeden worden afgeschreven van de rekeningen waarop beslag moet worden gelegd, te beëindigen, voor zover deze de inbaarheid van het bedrag waarop beslag moet worden gelegd door middel van het Europees bevel tot conservatoir beslag, in het gedrang brengen en voor zover hiervoor geen tegoeden kunnen worden gebruikt die niet voor conservatoir beslag vatbaar zijn.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Beslissingen over rechtsmiddelen moeten worden genomen door het gerecht dat het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen heeft uitgevaardigd. Dergelijke rechtsmiddelen moeten bij dat gerecht worden ingesteld (zie artikel 50, lid 1, onder a).

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 10, lid 2, derde alinea: de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging is de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad.

Artikel 23, lid 3: als Oostenrijk slechts de lidstaat van tenuitvoerlegging is, is de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad de bevoegde instantie waaraan de stukken moeten worden toegezonden.

Als het bevel in Oostenrijk wordt uitgevaardigd, is het uitvaardigende gerecht bevoegd voor de verzending. De arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad is bevoegd om Europese bevelen tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen, als daarom wordt verzocht hetzij voordat de bodemprocedure wordt ingesteld, hetzij nadat deze is afgesloten met een onherroepelijke beslissing maar voordat een begin wordt gemaakt met de tenuitvoerlegging. In andere gevallen is de arrondissementsrechtbank (Bezirksgericht) of de regionale rechtbank (Landesgericht) bevoegd waarbij de bodemprocedure of de tenuitvoerleggingsprocedure in verband waarmee een Europees bevel tot conservatoir beslag zal worden uitgevaardigd, ten tijde van het eerste verzoek aanhangig is.

Artikel 23, leden 5 en 6, en artikel 27, lid 2: als het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen in Oostenrijk is uitgevaardigd, is het uitvaardigende gerecht de bevoegde instantie voor de tenuitvoerlegging. (Uitvaardigende gerecht: zie antwoord artikel 23, lid 3)

Als het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen niet in Oostenrijk is uitgevaardigd, is de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad bevoegd voor de tenuitvoerlegging.

Artikel 25, lid 3: in dit geval moet de verklaring worden toegezonden aan de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad.

Artikel 28, lid 3: in dit geval moeten de stukken worden toegezonden aan de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad.

Artikel 36, lid 5: in dit geval moet de beslissing worden toegezonden aan de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Als het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen in Oostenrijk zelf wordt uitgevaardigd, is het uitvaardigende gerecht ook verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging.

Als het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen in een andere lidstaat wordt uitgevaardigd, is de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad bevoegd voor de tenuitvoerlegging.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Als er meerdere rekeninghouders zijn en elk van hen afzonderlijk gemachtigd is over de rekening te beschikken, zoals in het geval van een gezamenlijke "en/of-rekening" (een "Oder-Konto"), kan het bevel daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd, ook als het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen tegen slechts een van de rekeninghouders is uitgevaardigd, omdat de schuldenaar individueel gemachtigd is de schuld te voldoen.

Als voor elke transactie de goedkeuring van alle rekeninghouders nodig is, zoals het geval is bij een gezamenlijke "en/en-rekening" (een "Und-Konto"), is conservatoir beslag alleen mogelijk als het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen tegen alle rekeninghouders is uitgevaardigd (bv. wanneer alle rekeninghouders gezamenlijk aansprakelijk zijn).

Als tegen de trustee van een trustrekening (Treuhandkonto) als schuldenaar een procedure voor de uitvaardiging van een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen wordt ingesteld, kan de oprichter van de trust bezwaar maken op grond van artikel 37 van de wet op de tenuitvoerlegging (Exekutionsordnung). In het bezwaar verklaart de oprichter dat de rekening, als zijnde een trust, weliswaar in eigendom is van de schuldenaar, maar niet als onderdeel van het vermogen van de trustee mag worden beschouwd en derhalve geen deel uitmaakt van de tegoeden die beschikbaar zijn om de vordering van de schuldeiser te voldoen.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

De bepalingen ter bescherming tegen beslag in het geval van een vordering, zijn neergelegd in de artikelen 290 e.v. van de wet op de tenuitvoerlegging en de bepalingen inzake de daarmee verband houdende bescherming van rekeningen in artikel 292i van die wet. Deze kunnen op De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ris.bka.gv.at/ worden geraadpleegd. Deze zijn bindend recht.

Doorlopend loon en pensioenuitkeringen zijn slechts beperkt vatbaar voor beslag. De omvang van het niet voor beslag vatbare gedeelte van de vordering ("minimale bestaansmiddelen" (Existenzminimum)), is afhankelijk van de omvang van de betalingen en het aantal onderhoudsverplichtingen van de schuldenaar. Deze bedragen, die jaarlijks worden verhoogd, staan vermeld in tabellen die worden gepubliceerd op de website van het federale ministerie van Justitie (De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.justiz.gv.at/web2013/home/buergerservice/publikationen/arbeitgeber_als_drittschuldner_-_informationsbroschuere_und_existenzminimumtabellen~2c9484852308c2a60123ec387738064b.de.html?highlight=true).

De bepaling inzake de bescherming van rekeningen ("Kontenschutz") in artikel 292i van de wet op de tenuitvoerlegging is bedoeld ter vermijding van het risico dat na aftrek van de bedragen die voor beslag vatbaar zijn, alsnog beslag kan worden gelegd op de minimale bestaansmiddelen die op de rekening worden bijgeschreven. Als er op de rekening van de schuldenaar bedragen worden bijgeschreven die beperkt vatbaar zijn voor beslag, moet het beslag voor zover het kredietsaldo op de rekening overeenkomt met het niet voor beslag vatbare gedeelte van de inkomsten, worden opgeschort gedurende de periode van het beslag tot de volgende betalingsdatum.

Sommige bedragen zijn op grond van artikel 290 van de wet op de tenuitvoerlegging in het geheel niet vatbaar voor beslag. Het betreft onder meer de volgende betalingen:

1 onkostenvergoedingen voor zover daarmee aanvullende kosten worden vergoed die daadwerkelijk tijdens de uitoefening van de beroepsactiviteit zijn gemaakt;

2 wettelijke toelagen en uitkeringen voor aanvullende uitgaven vanwege lichamelijke of verstandelijke beperkingen, hulpbehoevendheid of afhankelijkheid van zorg;

3 terugbetaalde bedragen en kostenvergoedingen in verband met rechten op verstrekkingen, terugbetalingen van kosten op grond van wettelijke sociale zekerheid en vergoedingen voor uitgaven aan behandelingskosten;

4 wettelijke kinderbijslag.

De niet-vatbaarheid voor beslag is niet van toepassing als de betreffende betaling juist bestemd is ter vergoeding van de vordering waarop de tenuitvoerlegging betrekking heeft.

Om een bedrag niet voor beslag vatbaar te laten verklaren moet de schuldenaar een verzoek indienen.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Voor de uitvoering van een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen mogen banken een vergoeding van gemaakte kosten in rekening brengen van 25 euro, net als voor de uitvoering van een voorlopige maatregel (einstweilige Verfügung), een gelijkwaardig instrument volgens Oostenrijks recht.

Op verzoek van de bank zal het gerecht de schuldeiser opdragen de kosten aan de bank te vergoeden.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Voor de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag of de verstrekking van rekeninginformatie worden geen afzonderlijke kosten in rekening gebracht.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

De Oostenrijkse wet op de tenuitvoerlegging kent in beginsel de volgende instrumenten om vorderingen zeker te stellen: tenuitvoerlegging voor zekerstelling (Exekution zur Sicherstellung) en voorlopige maatregelen (einstweilige Verfügungen).

Tenuitvoerlegging voor zekerstelling (artikelen 370 e.v. van de wet op de tenuitvoerlegging) dient om de vordering van een schuldeiser zeker te stellen, voordat de vordering kracht van gewijsde verkrijgt en vervolgens ten uitvoer wordt gelegd. In tegenstelling tot een voorlopige maatregel is voor een tenuitvoerlegging voor zekerstelling een titel vereist die evenwel nog niet uitvoerbaar is. Een tenuitvoerlegging voor zekerstelling is alleen toegestaan voor het voldoen van een geldvordering. Een van de vormen van tenuitvoerlegging voor zekerstelling die in artikel 374, lid 1, van de wet op de tenuitvoerlegging is opgenomen, is het beslag op inschulden (Pfändung von Forderungen), waarbij de schuldeiser het pandrecht (Pfandrecht) verkrijgt.

In het kader van tenuitvoerlegging voor zekerstelling verkrijgt de schuldeiser een pandrecht. Volgens artikel 32 van de EU-Verordening betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen, heeft het bevel tot conservatoir beslag in voorkomend geval dezelfde rangorde als een gelijkwaardig nationaal bevel in de lidstaat van tenuitvoerlegging. Om in lijn te blijven met de Oostenrijkse instrumenten, is in het Oostenrijkse recht bepaald dat door het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen een pandrecht wordt gevestigd, als de schuldeiser al een beslissing, een gerechtelijke schikking of een authentieke akte heeft verkregen. De bank en de schuldenaar moeten op de hoogte worden gesteld van het feit dat er een pandrecht is gevestigd. Zo wordt de afstemming met de tenuitvoerlegging voor zekerstelling gewaarborgd.

In het geval van voorlopige maatregelen om geldvorderingen veilig te stellen (artikelen 378 e.v. van de wet op de tenuitvoerlegging) wordt er geen pandrecht gevestigd en evenmin een bepaalde rangorde toegekend. Voor het verkrijgen van een voorlopige maatregel heeft de schuldeiser geen titel nodig.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Beslissingen over rechtsmiddelen moeten worden genomen door het gerecht dat het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen heeft uitgevaardigd. Dergelijke rechtsmiddelen moeten bij dat gerecht worden ingesteld (zie artikel 50, lid 1, onder a).

Artikel 34, leden 1 en 2: als het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen in een andere lidstaat wordt uitgevaardigd, is de arrondissementsrechtbank Wenen-Binnenstad bevoegd met betrekking tot rechtsmiddelen. Dergelijke rechtsmiddelen moeten bij dat gerecht worden ingesteld.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Het beroep dat open staat tegen een op grond van artikel 33, 34 of 35 van de verordening gegeven beslissing, wordt Rekurs genoemd. Een dergelijk beroep moet binnen 14 dagen worden ingesteld bij het gerecht dat de betwiste bevel heeft uitgevaardigd, en moet worden gericht aan de regionale of hogere regionale rechtbank binnen het rechtsgebied waaronder de betreffende arrondissementsrechtbank of regionale rechtbank valt. Een beroep moet worden ondertekend door een advocaat.

De beroepstermijn gaat in op de datum van betekening van de betwiste beslissing.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Er worden alleen kosten voor de uitvaardiging van een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen in rekening gebracht als het verzoek om het bevel buiten het kader van een civiele procedure wordt ingediend. De bepalingen inzake gerechtskosten zijn te vinden in de wet op de gerechtskosten (Gerichtsgebührengesetz) onder tariefpost 1, opmerking 2, tariefpost 2, opmerking 1a en tariefpost 3, opmerking 1a. De hoogte van de gerechtskosten is afhankelijk van het bedrag van de vordering en is de helft van het vaste bedrag in civiele procedures. De wettelijke bepalingen en tabellen kunnen op De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ris.bka.gv.at/ worden geraadpleegd.

De betreffende gerechtskosten zijn vaste bedragen. Er zijn geen aparte kostenschema's voor rechtsmiddelen.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Geen


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 24/02/2020

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Finland


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Districtsrechtbank van Helsinki

Porkkalankatu 13

FI – 00180 Helsinki

Postadres:

Box 650

FI – 00181 Helsinki

Tel.: +358 2956 44200 (algemeen)

Fax: +358 29 2956 44218

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.helsinki.ko@oikeus.fi

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De instantie die bevoegd is om rekeninginformatie te verkrijgen, is de deurwaarder. Het verzoek tot verkrijging van rekeninginformatie kan rechtstreeks worden gezonden aan de deurwaarder of aan het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging (Valtakunnanvoudinvirasto), dat het verzoek doorzendt aan de deurwaarder.

Contactgegevens van het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging:

Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging

Europees conservatoir beslag op bankrekeningen

Box 330

FI-20101 Turku

Finland

Tel.: +358 29 2956 65150

Fax: +358 29 2956 65159

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.vvv@oikeus.fi

Contactgegevens van deurwaarders

Deurwaarders zijn werkzaam in tenuitvoerleggingskantoren. De namen en contactgegevens van deze kantoren zijn beschikbaar (in het Fins en Zweeds en soms ook in het Engels) op een website die wordt onderhouden door het ministerie van Justitie De link wordt in een nieuw venster geopend.https://oikeus.fi/fi/.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De methode die volgens het Finse recht is toegestaan om informatie over bankrekeningen te verkrijgen, is de methode waarin artikel 14, lid 5, onder a), van de Verordening voorziet (alle banken op Fins grondgebied zijn verplicht om op verzoek van de informatie-instantie (de deurwaarder) bekend te maken of de schuldenaar een rekening bij hen aanhoudt).

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Tegen een beslissing van de districtsrechtbank van Helsinki kan beroep worden ingesteld bij het hof van beroep van Helsinki. Het beroepschrift moet worden gericht aan het hof van beroep van Helsinki en worden gezonden aan de griffie van de districtsrechtbank die de uitspraak heeft gedaan, de districtsrechtbank van Helsinki. Met betrekking tot de contactgegevens van de districtsrechtbank van Helsinki: zie artikel 50, lid 1, onder a).

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 10, lid 2: de instantie die bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te laten eindigen, is de deurwaarder. Het intrekkingsformulier kan rechtstreeks worden gezonden aan de deurwaarder of aan het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging (Valtakunnanvoudinvirasto), dat het verzoek doorzendt aan de deurwaarder (zie artikel 50, lid 1, onder b)) .

Artikel 23, lid 3: indien het bevel tot conservatoir beslag in Finland is uitgevaardigd (Finland is het land van herkomst), is het uitvaardigende gerecht (districtsrechtbank van Helsinki) verantwoordelijk voor de doorzending van de stukken als bedoeld in artikel 23, lid 3, van de verordening (zie artikel 50, lid 1, onder a)).

Indien het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer moet worden gelegd in Finland (Finland is het land van tenuitvoerlegging), is de deurwaarder de bevoegde instantie van het land van tenuitvoerlegging. De voor de tenuitvoerlegging vereiste stukken kunnen rechtstreeks worden gezonden aan de deurwaarder of aan het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging (Valtakunnanvoudinvirasto), dat de stukken doorzendt aan de deurwaarder (zie artikel 50, lid 1, onder f)) .

Artikel 23, lid 5: zie het antwoord met betrekking tot artikel 50, lid 1, onder f).

Artikel 23, lid 6: zie het antwoord met betrekking tot artikel 50, lid 1, onder f).

Artikel 23, lid 3: de deurwaarder die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag, stelt de verklaring op betreffende het beslag op de tegoeden als bedoeld in artikel 25, en zendt deze verklaring door aan het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd, en aan de schuldeiser.

Artikel 27, lid 2: de bevoegde instantie voor de vrijgave van het teveel aan tegoeden waarop beslag is gelegd, is de deurwaarder die voor de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag verantwoordelijk is. Het verzoek om vrijgave van het teveel waarop beslag is gelegd, kan rechtstreeks worden gezonden aan de deurwaarder die de verklaring heeft opgesteld als bedoeld in artikel 25, of aan het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging (Valtakunnanvoudinvirasto), dat het verzoek doorzendt aan de deurwaarder (zie artikel 50, lid 1, onder b)).

Artikel 28, lid 3: is Finland het land van herkomst, dan berust de verantwoordelijkheid om over te gaan tot de betekening of kennisgeving van de stukken als bedoeld in artikel 28, lid 1, aan de bevoegde instantie in de lidstaat waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft, bij het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd, te weten de districtsrechtbank van Helsinki.

Welke instantie bevoegd is voor de betekening of kennisgeving wanneer de schuldenaar zijn woonplaats in Finland heeft, is afhankelijk van de vraag of er in Finland bankrekeningen zijn waarop beslag moet worden gelegd. Zo ja, dan is de bevoegde instantie voor betekening of kennisgeving de deurwaarder. In dat geval kunnen de stukken voor betekening of kennisgeving rechtstreeks worden gezonden aan de deurwaarder of aan het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging (Valtakunnanvoudinvirasto), dat de stukken doorzendt aan de deurwaarder. Zo nee, dan is de bevoegde instantie voor betekening of kennisgeving de districtsrechtbank van Helsinki.

Artikel 36, lid 5, tweede alinea: de bevoegde instantie voor de tenuitvoerlegging van een beslissing over een rechtsmiddel is de deurwaarder. De beslissing over een rechtsmiddel kan rechtstreeks worden gezonden aan de deurwaarder of aan het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging (Valtakunnanvoudinvirasto), dat de beslissing doorzendt aan de deurwaarder.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

De instantie die bevoegd is voor de tenuitvoerlegging van conservatoire maatregelen in Finland, is de deurwaarder. Wanneer Finland het land van tenuitvoerlegging is, kunnen de voor de tenuitvoerlegging vereiste stukken als bedoeld in artikel 23, lid 3, van de verordening rechtstreeks worden gezonden aan de deurwaarder of aan het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging (Valtakunnanvoudinvirasto), dat de stukken doorzendt aan de deurwaarder (zie artikel 50, lid 1).

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

De tenuitvoerlegging van beslag op roerende goederen, zoals saldo’s op bankrekeningen, valt onder hoofdstuk 8, artikel 7, van het wetboek tenuitvoerlegging (705/2007), waarbij, voor zover van toepassing, rekening wordt gehouden met de beslagregels in hoofdstuk 4.

Overeenkomstig hoofdstuk 4, artikel 11, van het wetboek tenuitvoerlegging worden roerende goederen die door de schuldenaar en een derde gezamenlijk worden gehouden, geacht voor gelijke delen aan hen toe te behoren, tenzij de derde aantoont, of anderszins blijkt, dat deze de enige eigenaar van de goederen is of daarvan het grootste deel in eigendom heeft. Op basis van deze aanname met betrekking tot het recht van eigendom wordt de helft van de tegoeden op door een schuldenaar en derde gezamenlijk gehouden bankrekening als eigendom van de schuldenaar aangemerkt. Dat betekent dat deze helft kan worden onderworpen aan een beslagmaatregel (minus bedragen die overeenkomstig artikel 31 niet voor beslag vatbaar zijn).

De aanname van gezamenlijk eigendom is echter niet meer van toepassing indien komt vast te staan dat de tegoeden feitelijk volledig in bezit zijn van de schuldenaar of derde, of dat zij geen gelijke delen ervan bezitten. Derden die beweren dat zij de enige eigenaar zijn of meer dan de helft van de tegoeden bezitten, dienen hun bewering te staven.

Wetboek tenuitvoerlegging: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.finlex.fi/fi/laki/ajantasa/2007/20070705

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Ingeval een schuldenaar een natuurlijke persoon is, wordt krachtens hoofdstuk 4, artikel 21, eerste alinea, punt 6), van het wetboek tenuitvoerlegging, voor de periode van één maand een bedrag van het beslag afgescheiden dat gelijk is aan anderhalf maal het beschermde deel van de geldmiddelen of ander eigendom van de schuldenaar als bedoeld in artikel 48, tenzij de schuldenaar overige, daarmee verbande houdende inkomsten heeft.

Overeenkomstig hoofdstuk 4, artikel 48, derde alinea, wordt het bedrag van het beschermde deel jaarlijks getoetst bij besluit van het ministerie van Justitie, zoals geregeld in de Wet Nationale Pensioenindex (456/2001). Krachtens artikel 1 van Besluit 1123/2019 van het ministerie van Justitie waarin het tegen beslaglegging beschermde deel van periodiek uitbetaald loon of salaris wordt bepaald, bedraagt het beschermde deel van de schuldenaar in 2020 voor de schuldenaar zelf 22,63 EUR per dag en voor een echtgenoot ten laste, kind of kind van de echtgenoot 8,12 EUR per dag tot de datum waarop het volgende loon of salaris wordt uitbetaald. Voor de berekening van het beschermde deel wordt ervan uitgegaan dat een maand dertig dagen heeft.

Onder een echtgenoot wordt een getrouwde partner verstaan of ongetrouwde partner waarmee wordt samengeleefd in een relatie die gelijkstaat aan het huwelijk. Een persoon ten laste van de schuldenaar is een persoon met een lager inkomen dan het beschermde deel dat is berekend voor de schuldenaar zelf en een kind in een soortgelijke positie, ongeacht of de andere partner deelt in het onderhoud van het kind. Met door de schuldenaar betaald onderhoud kan rekening worden gehouden, zoals geregeld in hoofdstuk 4, artikelen 51-53 van het wetboek tenuitvoerlegging.

Bovengenoemd bedrag is niet vatbaar voor beslag; de schuldenaar hoeft niet om vrijstelling te verzoeken. De deurwaarder die verantwoordelijk is voor het bevel tot conservatoir beslag en vrijstelling van beslag voor dergelijke bedragen, is op grond van artikel 31, lid 2, van de verordening derhalve verplicht op eigen initiatief het bedrag in kwestie niet voor beslag vatbaar te verklaren.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Krachtens Fins recht mogen banken geen kosten in rekening brengen voor de tenuitvoerlegging van gelijkwaardige nationale bevelen of de verstrekking van rekeninginformatie.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Deurwaarders rekenen een tarief van 225 EUR voor de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag. Het tarief is gereguleerd bij artikel 2, lid 5, van de Wet inzake tarieven voor tenuitvoerlegging (34/1995) en artikel 5, lid 1, punt 3 van het Besluit inzake tarieven voor tenuitvoerlegging (35/1995). Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van de Wet inzake tarieven voor tenuitvoerlegging mogen de kosten uitsluitend bij de verzoeker, niet bij de schuldenaar, in rekening worden gebracht.

Er wordt geen tarief gerekend voor maatregelen die de deurwaarder tijdens de procedure neemt om rekeninginformatie te verkrijgen op grond van artikel 14 van de verordening.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Conservatoire maatregelen op grond van Fins recht voorzien niet in een rangorde voor beslag. De rechtsgrond is hoofdstuk 4, artikel 43 van het wetboek tenuitvoerlegging, waarin wordt bepaald dat beslaglegging of een andere conservatoire maatregel beslag niet verhindert.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 33, lid 1: districtsrechtbank van Helsinki. Met betrekking tot contactgegevens: zie artikel 50, lid 1, onder a).

Artikel 34, lid 1: de deurwaarder. Het verzoek om een rechtsmiddel kan rechtstreeks worden gezonden aan de deurwaarder of aan het Nationaal Administratiekantoor Tenuitvoerlegging (Valtakunnanvoudinvirasto), dat het verzoek doorzendt aan de deurwaarder. Met betrekking tot contactgegevens: zie artikel 50, lid 1, onder b).

Artikel 34, lid 2: districtsrechtbank van Helsinki. Met betrekking tot contactgegevens: zie artikel 50, lid 1, onder a).

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Tegen een beslissing van de districtsrechtbank van Helsinki over een rechtsmiddel kan beroep worden ingesteld bij het hof van beroep van Helsinki. Het beroepschrift gericht aan het hof van beroep van Helsinki moet worden gezonden aan de griffie van de districtsrechtbank die de uitspraak heeft gedaan, de districtsrechtbank van Helsinki.

De uiterste termijn voor instelling van beroep is dertig dagen vanaf de dag waarop de beslissing van de districtsrechtbank is gewezen of aan de partijen beschikbaar is gesteld. Het beroepschrift moet op de laatste dag van de termijn uiterlijk aan het einde van de werkdag ontvangen zijn bij de griffie van de districtsrechtbank. De werkdag eindigt om 16.15.

Tegen een beslissing van een deurwaarder over een rechtsmiddel kan beroep worden ingesteld bij de districtsrechtbank die krachtens hoofdstuk 11, artikel 2 van het wetboek beroepszaken behandelt tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging. Het beroepschrift gericht aan de districtsrechtbank moet worden gezonden aan het kantoor van de deurwaarder die de beslissing heeft genomen. Met betrekking tot contactgegevens van de deurwaarder: zie artikel 50, lid 1, onder b).

Beroepszaken tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging worden behandeld door de districtsrechtbanken van Åland, Helsinki, Länsi‑Uusimaa, Oulu, Pirkanmaa, Pohjanmaa, Pohjois-Savo, Päijät-Häme en Varsinais‑Suomi. Het beroep wordt behandeld door de districtsrechtbank van het rechtsgebied waarin de beslissing tot tenuitvoerlegging van de maatregel is gewezen. Contactgegevens zijn te vinden op de website De link wordt in een nieuw venster geopend.https://oikeus.fi/fi/.

De termijn voor instelling van beroep is drie weken. De termijn wordt berekend vanaf de dag waarop de beslissing is gewezen, indien de betrokkene vooraf op de hoogte is gesteld of aanwezig was toen de uitspraak werd gedaan, Is dit niet het geval, dan wordt de termijn berekend vanaf de dag waarop betrokkene van de beslissing in kennis is gesteld. In hoofdstuk 3, artikel 39, tweede alinea, van het wetboek tenuitvoerlegging wordt bepaald wanneer de ontvanger wordt geacht in kennis te zijn gesteld van een per post of e-mail verzonden beslissing. Behoudens tegenbewijs wordt betekening of kennisgeving geacht te zijn geschied drie dagen nadat een elektronische boodschap is verzonden of zeven dagen nadat het document werd gepost of afgeleverd op een voor postzendingen bestemde plaats. De datum van het posten of afleveren moet op het document zijn vermeld.

Het beroepschrift moet op de laatste dag van de termijn uiterlijk aan het einde van de werkdag ontvangen zijn bij het kantoor van de deurwaarder die de beslissing heeft genomen. De werkdag eindigt om 16.15.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Gerechtskosten en tarieven voor beroep zijn gereguleerd bij de Wet inzake gerechtskosten (1455/2015). De kosten van een verzoek om een bevel tot conservatoir beslag zijn gelijk aan de kosten van een procedure inzake conservatoire maatregelen op grond van nationaal recht. De kosten die op grond van de Wet inzake gerechtskosten in rekening worden gebracht voor een procedure inzake conservatoire maatregelen zijn gebaseerd op het tarief voor behandeling van het hoofdgeding ter zake van het verzoek van de verzoeker of diens rechten.

De hoogte van het tarief hangt dus af van het hoofdgeding dat ten grondslag ligt aan de zaak waarop het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft. Betrof het hoofdgeding een geschil, dan wordt overeenkomstig artikel 2 van de Wet inzake gerechtskosten ten hoogste 500 EUR gerekend voor een procedure in de districtsrechtbank ter zake van een verzoek om een bevel tot conservatoir beslag. De gerechtskosten kunnen lager uitvallen wanneer bij het hoofdgeding bijvoorbeeld verkorte rechtspleging wordt toegepast als bedoeld in hoofdstuk 5, artikel 3 van het wetboek van procesrecht: de gerechtskosten kunnen dan 65,86 of 250 EUR bedragen, afhankelijk van hoe er in het hoofdgeding wordt beslist en of de verweerder de rechtshandeling heeft aangevochten.

De gerechtskosten voor het hof van beroep bedragen ten hoogste 500 EUR.

Het bedrag wordt na afloop van de rechtszaak geïnd.

Er worden geen gerechtskosten in rekening gebracht voor het inroepen van een rechtsmiddel tegen een bevel tot conservatoir beslag.

Wet inzake gerechtskosten: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.finlex.fi/fi/laki/ajantasa/2015/20151455

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Fins, Zweeds en Engels.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 24/11/2020