Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

  • Home
  • ...
  • Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen - Italië


Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Een alleenzetelende rechter van het gerecht van het district waar de authentieke akte is opgesteld.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De president van het gerecht van het district waar de schuldenaar zijn woon- of verblijfplaats heeft of, in het geval van een rechtspersoon, waar zich de statutaire zetel van de schuldenaar bevindt. Indien de schuldenaar geen woon- of verblijfplaats in Italië heeft of, in het geval van een rechtspersoon, niet in Italië is gevestigd, is de bevoegde persoon de president van het gerecht in Rome.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Overeenkomstig het Italiaanse recht kan de informatie-instantie met het oog op het verkrijgen van rekeninginformatie toegang krijgen tot de informatie die is geregistreerd in openbare archieven.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Een meervoudige kamer van het betrokken gerecht, die wordt voorgezeten door de rechter die het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd.

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De ontvangst, verzending en kennisgeving of betekening van stukken valt onder de bevoegdheid van:

a) de ambtenaar van het betrokken gerecht in de omstandigheden bedoeld in artikel 23, lid 5, van de verordening;

b) de griffie van het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd in de omstandigheden bedoeld in artikel 10, lid 2, artikel 23, leden 3 en 6, artikel 25, lid 3, en artikel 36, lid 5, van de verordening;

c) de griffie van het gerecht bevoegd voor de tenuitvoerlegging in de gevallen bedoeld in artikel 27, lid 2, van de verordening;

d) de griffie van het gerecht van de plaats waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft in de omstandigheden bedoeld in artikel 28, lid 3, van de verordening.

Indien het bevel tot conservatoir beslag in een andere lidstaat is uitgevaardigd in de omstandigheden bedoeld in artikel 10, lid 2, artikel 23, lid 3, artikel 23, lid 6, en artikel 25, lid 3, is het bevoegde gerecht het gewone gerecht dat bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer te leggen (zie artikel 50, lid 1, onder f)).

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Het gewone gerecht van de verblijfplaats van de derde partij (artikel 678 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), met inachtneming van de regels inzake onteigening bij derden.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Bij gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden met meer dan één rekeninghouder kan een bevel tot conservatoir beslag alleen worden uitgevaardigd met betrekking tot het deel van de schuldenaar. De rekeninghouders worden geacht gelijke delen te hebben, tenzij het tegendeel wordt bewezen.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Volgens artikel 545, juncto artikel 671, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn de volgende inkomsten niet vatbaar voor beslag:

a) alimentatiebetalingen, tenzij met het oog op de betaling van alimentatie, doch slechts met toestemming van de president van het gerecht of een door hem gemachtigde rechter en slechts voor het deel dat is bepaald bij rechterlijke beschikking;

b) liefdadigheids- en bijstandsuitkeringen aan personen die als arm worden beschouwd, moederschapsuitkeringen, ziekte-uitkeringen en de vergoeding van begrafeniskosten, verschuldigd door ziekenfondsen, socialezekerheidsinstanties en liefdadigheidsinstellingen;

c) bedragen die door particulieren verschuldigd zijn als loon, salaris of andere vergoedingen in verband met de arbeidsverhouding, waaronder ontslagvergoedingen; die bedragen kunnen met het oog op de betaling van alimentatie in beslag worden genomen voor zover dat is toegestaan door de president van het gerecht of een door hem gemachtigde rechter; er mag beslag worden gelegd op maximaal een vijfde van deze bedragen; in het geval van gelijktijdige inbeslagnemingen als gevolg van een combinatie van de hierboven vermelde gronden mag maximaal de helft van deze bedragen in beslag worden genomen;

d) een lijfrente, indien kosteloos gevormd, wanneer is bepaald dat deze lijfrente binnen de grenzen van de essentiële behoeften van de schuldeiser niet in beslag mag worden genomen;

e) de bedragen die door een verzekeraar verschuldigd zijn aan de polishouder of de begunstigde van een verzekering, zulks, wat de betaalde premies betreft, onverminderd de bepalingen inzake de herziening van handelingen die nadelig zijn voor schuldeisers en de bepalingen inzake de teruggave, verrekening en inkorting van schenkingen;

f) de als pensioen verschuldigde bedragen, de als pensioen geldende uitkeringen of de overige ouderdomsuitkeringen, met dien verstande dat het niet voor beslag vatbare bedrag overeenstemt met het maximumbedrag van de maandelijkse sociale uitkering, vermeerderd met 50 %, en dat het bedrag dat deze limiet overschrijdt in beslag mag worden genomen binnen de grenzen die zijn vastgesteld in de punten c) en d);

g) speciale, door een ondernemer ingestelde fondsen voor welzijn en bijstand, ook zonder werknemersbijdragen, voor zover het gaat om door de schuldeisers van de ondernemer of de werknemers gedane betalingen.

Voorts is het volgende bepaald: bedragen die verschuldigd zijn als loon, salaris of andere vergoedingen in verband met de arbeidsverhouding, waaronder ontslagvergoedingen, alsook de als pensioen verschuldigde bedragen, de als pensioen geldende uitkeringen of de overige ouderdomsuitkeringen mogen, wanneer zij worden gecrediteerd op een bank- of postrekening op naam van de schuldenaar, in beslag worden genomen ten belope van het gedeelte dat driemaal de sociale uitkering te boven gaat, mits de creditering van de rekening plaatsvindt vóór de inbeslagneming; wanneer de creditering plaatsvindt op of na de datum van de inbeslagneming, kunnen die bedragen in beslag worden genomen binnen de grenzen die zijn vastgesteld in de derde, vierde, vijfde en zevende alinea en in de bijzondere bepalingen van de wet.

De schuldenaar dient aan te tonen dat het betrokken bedrag niet vatbaar is voor conservatoir beslag.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Als algemene regel geldt dat de bewaarder van vermogensbestanddelen die aan een bevel tot conservatoir beslag zijn onderworpen, d.w.z. een bank in het geval van een bankrekening, een vergoeding mag vragen voor de bewaring en instandhouding van de vermogensbestanddelen; de vergoeding wordt vastgesteld conform de tarieven die van kracht zijn of die gewoonlijk worden toegepast, plus de vergoeding van de met bewijsstukken gestaafde kosten die van wezenlijk belang zijn voor de instandhouding van de vermogensbestanddelen. Deze kosten omvatten ook de kosten voor de toezending van de verklaring als bedoeld in artikel 25 van de verordening.

Deze kosten moeten (voorlopig) worden betaald door de aanvrager. Het gerecht zal dan later bepalen welke partij die kosten uiteindelijk moeten dragen.

Banken mogen geen vergoeding aanrekenen voor de verstrekking van rekeninginformatie overeenkomstig artikel 14 van de verordening. Banken zijn wettelijk verplicht om de archieven die in Italië worden geraadpleegd om de in artikel 14 bedoelde informatie te verkrijgen, te actualiseren.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

Onverminderd de gerechtskosten die zijn bedoeld in artikel 42 van Verordening (EU) nr. 655/2014, brengen de verwerking en de tenuitvoerlegging van een in Italië gevraagd bevel tot conservatoir beslag kosten met zich mee voor het maken van kopieën van gerechtelijke stukken en voor de betekening en kennisgeving van stukken door ambtenaren van het gerecht.

De vergoeding voor kopieën is vastgesteld in de tabel in bijlage 7 bij presidentieel decreet nr. 115 van 30 mei 2012 (de geconsolideerde tekst van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake gerechtskosten).

Wat de vergoeding voor de betekening/kennisgeving van stukken betreft, moet een onderscheid worden gemaakt tussen de volgende twee gevallen: de stukken worden rechtstreeks betekend of ter kennis gebracht door de ambtenaar van het gerecht of de stukken worden betekend of ter kennis gebracht per post. In het eerste geval moet een reisvergoeding worden betaald aan de ambtenaar van het gerecht conform artikel 27 van de bovengenoemde geconsolideerde tekst; die reisvergoeding wordt berekend conform artikel 35 van die tekst en daarbij wordt rekening gehouden met de parameters die jaarlijks worden geactualiseerd bij decreet van het ministerie van Justitie. In het tweede geval moeten in plaats van de reiskosten, de verzendkosten worden vergoed. In beide gevallen — d.w.z. een persoonlijke betekening/kennisgeving aan de ontvanger en een betekening/kennisgeving per post - is op basis van artikel 27 van de geconsolideerde tekst ook een extra vergoeding verschuldigd, die wordt berekend conform artikel 34. In spoedeisende gevallen wordt zowel de reisvergoeding als de verzendvergoeding verhoogd overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de geconsolideerde tekst.

De bovengenoemde artikelen en bijlage 7 bij presidentieel decreet nr. 115/2014 zijn beschikbaar op de volgende De link wordt in een nieuw venster geopend.website.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Er bestaat geen rangorde voor nationale bevelen.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Er wordt uitspraak gedaan door een alleenzetelende rechter van het betrokken gerecht.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Tegen een beslissing kan een rechtsmiddel zoals bedoeld in de artikelen 33, 34 en 35 van de verordening worden ingesteld bij een meervoudige kamer van het gewone gerecht. De termijn voor het instellen van een rechtsmiddel bedraagt vijftien dagen en gaat in op de datum van de betrokken zitting van het gerecht, of de datum van mededeling of betekening/kennisgeving van de uitspraak, indien deze eerder plaatsvindt.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

A) De gerechtskosten voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag variëren afhankelijk van de waarde van de vordering en de fase waarin de gerechtelijke procedure tot verkrijging van een dergelijk bevel zich bevindt:

a) voor vorderingen tot 1 100 EUR bedragen de gerechtskosten: 21,50 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 32,25 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 43 EUR voor cassatieprocedures;

b) voor vorderingen tussen 1 100 EUR en 5 200 EUR bedragen de gerechtskosten: 49 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 73,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 98 EUR voor cassatieprocedures;

c) voor vorderingen tussen 5 200 EUR en 26 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 118,50 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 177,75 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 237 EUR voor cassatieprocedures;

d) voor vorderingen tussen 26 000 EUR en 52 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 259 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 388,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 518 EUR voor cassatieprocedures;

e) voor vorderingen tussen 52 000 EUR en 260 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 379,50 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 569,25 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 759 EUR voor cassatieprocedures;

f) voor vorderingen tussen 260 000 EUR en 520 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 607 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 910,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 1 214 EUR voor cassatieprocedures;

g) voor vorderingen van meer dan 520 000 EUR bedragen de gerechtskosten: 843 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 1 264,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 1 686 EUR voor cassatieprocedures;

h) voor vorderingen van onbepaalde waarde bedragen de gerechtskosten: 259 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 388,50 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 518 EUR voor cassatieprocedures. Wat echter zaken betreft die overeenkomstig artikel 7 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering onder de exclusieve bevoegdheid van de vrederechter vallen, bedragen de gerechtskosten: 118,50 EUR voor gerechtelijke procedures in eerste aanleg; 177,75 EUR voor gerechtelijke procedures in hoger beroep; 237 EUR voor cassatieprocedures.

Naast de hierboven vermelde gerechtskosten, moet, wanneer om het bevel wordt verzocht vóór de aanvang van de procedure ten gronde, bij elke procedure een forfaitair voorschot van 27 EUR worden betaald voor de kosten van betekening/kennisgeving.

B) De gerechtskosten voor een hoger beroep tegen een bevel tot conservatoir beslag bedragen in alle gevallen 147 EUR.

Naast deze gerechtskosten, moet, wanneer om het bevel wordt verzocht vóór de aanvang van de procedure ten gronde, bij elke procedure een forfaitair voorschot van 27 EUR worden betaald voor de kosten van betekening/kennisgeving.

De kosten moeten worden betaald bij de aanvang van de procedure, d.w.z. bij het indienen van het verzoek.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Alleen vertalingen in het Italiaans worden aanvaard.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 22/03/2019