Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Europese executoriale titel - Nederland


BEVOEGDE GERECHTEN/AUTORITEITEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Nederland

Erkenning en handhaving van vonnissen in burgerlijke en handelszaken – Europese executoriale titel


1. Procedures voor rectificatie en intrekking (Art. 10(2))

2. Procedures voor heroverweging (Art.19 (1))

3. Aanvaarde talen (Art. 20(2)(c))

4. Autoriteiten aangeduid voor het waarmerken van authentieke akten (Art. 25)

1. Procedures voor rectificatie en intrekking (Art. 10(2))

1.1.     Rectificatieprocedure

Rectificatie kan worden gevraagd door indiening van het formulier van bijlage VI bij de verordening, bij het gerecht dat de waarmerking als EET heeft verstrekt. De procedure is geregeld in artikel 4 van de Uitvoeringswet en is een verzoekschriftprocedure. Dit betekent dat naast de bepalingen van artikel 4 van de Uitvoeringswet hierop de artikelen 261 e.v. van het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in beginsel van toepassing zijn. Voor hoger beroep gelden de regels van de artikelen 358 e.v. van dat Wetboek en voor cassatie de artikelen 426 e.v.

Artikel 4 Uitvoeringswet Europese executoriale titel

1. Een verzoek tot rectificatie van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a, van de verordening, wordt gedaan door indiening van het formulier, bedoeld in artikel 10, lid 3, van de verordening bij het gerecht dat het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel heeft verstrekt. Artikel 2, lid 2 en 3, is van overeenkomstige toepassing.

2. Is het verzoek, bedoeld in lid 1, afkomstig van de schuldeiser op wiens verzoek de waarmerking heeft plaatsgevonden, dan vindt indiening plaats onder bijvoeging van zo mogelijk het originele bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel waarvan rectificatie wordt gevraagd. De schuldenaar wordt niet opgeroepen. De rectificatie wordt op een door de rechter nader te bepalen dag uitgesproken; met vermelding van deze dag in de beschikking en onder afgifte van een gerectificeerd bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel. Het eerder verstrekte bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel verliest hierdoor zijn kracht. Bij weigering van het verzoek vindt teruggave van het bij het verzoek gevoegde bewijs van waarmerking plaats.

3. Is het verzoek, bedoeld in lid 1, afkomstig van de schuldenaar, dan gaat de rechter niet tot rectificatie over dan na de schuldeiser en schuldenaar in de gelegenheid te hebben gesteld zich daarover uit te laten. De rectificatie wordt op een door de rechter nader te bepalen dag uitgesproken; met vermelding van deze dag en van de naleving van de vorige volzin in de beschikking en onder afgifte van een gerectificeerd bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel. Het eerder verstrekte bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel verliest hierdoor zijn kracht. De rechter gelast de schuldeiser het bewijs van waarmerking als bedoeld in de vorige zin, af te geven aan de griffier.

Artikel 2, lid 2 en 3, Uitvoeringswet Europese executoriale titel

2. Bij het verzoekschrift, bedoeld in lid 1, worden een authentiek afschrift van de beslissing waarvan de waarmerking wordt gevraagd, en het procesinleidend stuk dat tot de beslissing heeft geleid, overgelegd. Het verzoekschrift bevat daarnaast voor zover mogelijk de gegevens die de rechter nodig heeft om de beslissing volgens bijlage I bij de verordening als Europese executoriale titel te kunnen waarmerken. Bij ongenoegzaamheid van de bij het verzoekschrift overgelegde documenten of gegevens wordt aan de verzoeker de gelegenheid tot aanvulling gegeven.

3. Het verzoekschrift, bedoeld in lid 1, wordt ingediend door een deurwaarder of een procureur. Voor de waarmerking van een beslissing van de kantonrechter is de bijstand van een deurwaarder of procureur niet vereist.

1.2. Intrekkingsprocedure

Intrekking kan worden gevraagd door indiening van het formulier van bijlage VI bij de verordening, bij het gerecht dat de waarmerking als EET heeft verstrekt. De procedure is geregeld in artikel 5 van de Uitvoeringswet en is een verzoekschriftprocedure. Dit betekent dat naast de bepalingen van artikel 5 van de Uitvoeringswet hierop de artikelen 261 e.v. van het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in beginsel van toepassing zijn. Voor hoger beroep gelden de regels van de artikelen 358 e.v. van dat Wetboek en voor cassatie de artikelen 426 e.v.

Artikel 5 Uitvoeringswet Europese executoriale titel

1. Een verzoek tot intrekking van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b, van de verordening, wordt gedaan door indiening van het formulier genoemd in artikel 10, lid 3, van de verordening. Indiening geschiedt bij het gerecht dat het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel heeft verleend. Artikel 2, lid 2 en 3, is van overeenkomstige toepassing.

2. Intrekking geschiedt, nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich over de intrekking uit te laten, door een daartoe strekkende uitspraak van de rechter op een door hem nader te bepalen dag. De rechter kan de schuldeiser gelasten het bewijs van waarmerking als bedoeld in lid 1, af te geven aan de griffier.

Artikel 2, lid 2 en 3, Uitvoeringswet Europese executoriale titel

2. Bij het verzoekschrift, bedoeld in lid 1, worden een authentiek afschrift van de beslissing waarvan de waarmerking wordt gevraagd, en het procesinleidend stuk dat tot de beslissing heeft geleid, overgelegd. Het verzoekschrift bevat daarnaast voor zover mogelijk de gegevens die de rechter nodig heeft om de beslissing volgens bijlage I bij de verordening als Europese executoriale titel te kunnen waarmerken. Bij ongenoegzaamheid van de bij het verzoekschrift overgelegde documenten of gegevens wordt aan de verzoeker de gelegenheid tot aanvulling gegeven.

3. Het verzoekschrift, bedoeld in lid 1, wordt ingediend door een deurwaarder of een procureur. Voor de waarmerking van een beslissing van de kantonrechter is de bijstand van een deurwaarder of procureur niet vereist.

2. Procedures voor heroverweging (Art.19 (1))

Heroverweging van de beslissing over een onbetwiste vordering in de zin van artikel 19 van de verordening kan worden gevraagd volgens artikel 8 van de Uitvoeringswet Europese executoriale titel. Als heroverweging op grond van artikel 8, lid 3, van deze wet bij verzoekschrift moet worden gedaan, zijn de artikelen 261 e.v. van het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

Artikel 8 Uitvoeringswet Europese executoriale titel

1. Ten aanzien van beslissingen over niet-betwiste schuldvorderingen in de zin van de verordening kan de schuldenaar een verzoek tot heroverweging doen bij het gerecht dat de beslissing heeft gegeven op de gronden genoemd in artikel 19, lid 1, onder a en b, van de verordening.

2. Betreft de beslissing een vonnis of arrest, dan wordt het verzoek tot heroverweging gedaan bij verzetexploot als bedoeld in artikel 146 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

3. Betreft de beslissing een beschikking, dan wordt verzoek tot heroverweging gedaan bij verzoekschrift.

4. Het beroep moet worden ingesteld:

a) in het geval bedoeld in artikel 19, lid 1, onder a, van de verordening, binnen vier weken nadat de beslissing aan de schuldenaar bekend is geworden;

b) in het geval bedoeld onder artikel 19, lid 1, onder b, van de verordening, binnen vier weken nadat de daargenoemde gronden hebben opgehouden te bestaan.

3. Aanvaarde talen (Art. 20(2)(c))

De in het kader van artikel 20 van de verordening aanvaarde talen zijn: Nederlands of een taal die de schuldenaar begrijpt.

4. Autoriteiten aangeduid voor het waarmerken van authentieke akten (Art. 25)

De door Nederland aangewezen instantie voor het waarmerken van een authentieke akte als EET in de zin van artikel 25 van de verordening is de voorzieningenrechter van de rechtbank van de plaats van vestiging van de notaris die de authentieke akte heeft verleden.



De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 28/06/2016