Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Grondrechten - Hongarije


I. Nationale Rechtbanken

I.1. Rechtbanken

I.2. Het Constitutioneel Hof

II. Nationale mensenrechteninstellingen, Ombudsman

II.1. De Commissaris voor Grondrechten

II.2. Gespecialiseerde mensenrechteninstellingen

II.2.1. De Hongaarse Nationale Autoriteit voor Gegevensbescherming en Vrijheid van Informatie

II.2.2. De Autoriteit voor Gelijke Behandeling

II.2.3. De Onafhankelijke Raad voor Klachten tegen de Politie

III. Overige

III.1. Het Hongaars Openbaar Ministerie

III.2. Slachtofferhulp

III.3. Rechtsbijstand



I. Nationale rechtbanken

I. 1. Rechtbanken

1. Taken

Krachtens de grondwet van Hongarije zijn de rechtbanken bevoegd voor de rechtsbedeling. Hieronder verstaat men het uitspreken van beslissingen in strafrechtelijke zaken en private juridische geschillen, het oordelen over de wettigheid van administratieve uitspraken en gemeentelijke besluiten en het beslissen of een lokale overheid verzuimd heeft haar wettelijke wetgevende verplichtingen na te komen. De wet kan ook andere zaken onderwerpen aan de beslissing door een rechtbank.

De principes die de gerechtelijke onafhankelijkheid moeten waarborgen, zijn gedefinieerd in de grondwet: rechters zijn alleen onderworpen aan de wet, ze mogen geen instructies krijgen voor hun beslissingen en zij kunnen alleen uit hun ambt worden ontheven om de redenen en krachtens de procedures bepaald in de wet. Zij mogen geen lid zijn van een politieke partij en mogen geen politieke activiteiten uitoefenen.

2. Organisatie

In Hongarije wordt de rechtsbedeling uitgevoerd door het hooggerechtshof (Kúria) van Hongarije, de regionale hoven van beroep, de algemene rechtbanken, de kantonrechtbanken en de administratieve en arbeidsrechtbanken.

Er bestaat geen hiërarchische relatie tussen de verschillende gerechtelijke niveaus. De hogere rechtbanken zijn niet bevoegd om bevelen te geven aan de lagere rechtbanken. De rechters nemen hun eigen beslissingen overeenkomstig de wet en hun morele overtuigingen.

Kantonrechtbanken (járásbíróságok)

De meeste zaken in eerste aanleg worden behandeld door kantonrechtbanken. Momenteel gebeurt de rechtsbedeling in Hongarije in 111 kantonrechtbanken. De Hongaarse term voor de kantonrechtbanken in Boedapest is "kerületi bíróság". In de 23 kantons van Boedapest zijn in totaal zes eengemaakte kantonrechtbanken (egyesített kerületi bíróság) actief. Kantonrechtbanken zijn rechtbanken van eerste aanleg en worden voorgezeten door een voorzitter.

Administratieve en arbeidsrechtbanken

Hongarije heeft 20 administratieve en arbeidsrechtbanken, die, zoals hun naam laat vermoeden, uitsluitend administratieve en arbeidszaken behandelen. Hun belangrijkste taak is het evalueren van administratieve beslissingen en de rechtsbedeling in verband met arbeidsrelaties en vergelijkbare relaties.

Algemene rechtbanken (törvényszékek)

Algemene rechtbanken behandelen zaken in eerste of tweede aanleg. Een zaak kan op twee manieren worden doorverwezen naar een algemene rechtbank. Eén manier is wanneer een belanghebbende beroep aantekent tegen een vonnis uitgesproken in eerste aanleg (m.a.w. door een kantonrechtbank of een administratieve en arbeidsrechtbank). Sommige zaken worden echter rechtstreeks aanhangig gemaakt bij een algemene rechtbank; in dit geval treedt deze rechtbank op als rechtbank van eerste aanleg. Het procesrecht (Wetboek van Burgerlijk Procesrecht en Wetboek van Strafvordering) bepaalt om welke zaken het gaat, bv. op basis van de grootte van het bedrag waarop de zaak betrekking heeft, of bij speciale zaken of zaken met betrekking tot een uiterst ernstig strafbaar feit. Algemene rechtbanken bestaan uit panels, secties en afdelingen strafrecht, burgerlijk recht, economisch recht, administratief recht en arbeidsrecht en worden geleid door de voorzitter.

Regionale hoven van beroep (ítélőtáblák)

De vijf regionale hoven van beroep vormen een niveau tussen de algemene rechtbanken en de Kúria en werden opgericht om de werklast van het vroegere hooggerechtshof te verminderen. Hogere beroepen tegen beslissingen van de algemene rechtbanken worden behandeld door de regionale hoven van beroep. Regionale hoven van beroep zijn rechtbanken van derde aanleg in strafzaken waarbij een algemene rechtbank optrad als rechtbank van tweede aanleg. Regionale hoven van beroep hebben panels en afdelingen strafrecht en burgerlijk recht die worden geleid door een voorzitter.

Hooggerechtshof van Hongarije (Kúria)

De Kúria staat aan de top van de gerechtelijke hiërarchie en wordt geleid door de voorzitter. Zijn belangrijkste taak is zorgen voor een uniforme en consistente rechtspraak. De Kúria voert zijn taak uit door zogenaamde "beslissingen over de rechtseenheid" te nemen. Deze beslissingen vormen een leidraad met betrekking tot de rechtsbeginselen en zijn bindend voor de rechtbanken.

De Kúria

  • behandelt hogere beroepen tegen beslissingen die werden genomen door de algemene rechtbanken en regionale hoven van beroep in een aantal bij wet bepaalde gevallen;
  • behandelt herzieningsverzoeken;
  • neemt beslissingen over de rechtseenheid die bindend zijn voor de rechtbanken;
  • analyseert rechtspraak die wordt vastgesteld door definitieve uitspraken en controleert en evalueert binnen dit kader de algemene rechtspraktijk van de rechtbanken;
  • publiceert rechterlijke beslissingen over rechtsbeginselen;
  • neemt beslissingen over de onverenigbaarheid van decreten van lokale autoriteiten met andere wetten en over de nietigverklaring van dergelijke decreten;
  • neemt beslissingen waarin wordt vastgesteld dat een lokale autoriteit niet heeft voldoen aan haar verplichting om wetgeving vast te stellen zoals bij wet bepaald.

De Kúria bestaat uit arbitrage- en harmonisatiepanels, panels betreffende gemeentebesturen en beslissingen over rechtsbeginselen, uit afdelingen strafrecht, burgerlijk recht, administratief recht en arbeidsrecht, en uit secties voor de analyse van de rechtspraak.

Nationaal Bureau voor Justitie (Országos Bírósági Hivatal) en Nationale Raad voor Justitie (Országos Bírói Tanács)

De voorzitter van het Nationaal Bureau voor Justitie (NOJ) voert gecentraliseerde taken uit met betrekking tot het bestuur van rechtbanken, voert bestuurstaken uit krachtens het hoofdstuk over de rechtbanken van de Wet betreffende de Begroting en oefent toezicht uit op de administratieve activiteiten van de voorzitters van de regionale hoven van beroep en de algemene rechtbanken. De Nationale Raad voor Justitie (NJC), een onafhankelijk orgaan verkozen door rechters en uitsluitend samengesteld uit rechters, is het orgaan dat toezicht houdt op het centrale beheer van de rechtbanken. Naast zijn toezichthoudende taken is de NJC ook betrokken bij het beheer van de rechtbanken.

3. Contactgegevens

Országos Bírósági Hivatal
Adres: 1055 Boedapest, Szalay u. 16.
Postadres: 1363 Boedapest Pf.: 24.

Tel.: +36 (1) 354 41 00
Fax: +36 (1) 312-4453

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.obh@obh.birosag.hu
De link wordt in een nieuw venster geopend.De website van de rechtbanken

I.2. Het Constitutioneel Hof

1. Taken

Het Constitutioneel Hof (Alkotmánybíróság) is het belangrijkste orgaan voor de bescherming van de grondwet. Zijn taken omvatten de bescherming van de democratische rechtsnormen, het constitutioneel bestel en de rechten gewaarborgd door de grondwet, het vrijwaren van de interne samenhang van het rechtsstelsel en het ten uitvoer leggen van het principe van de scheiding der machten.

Het Constitutioneel Hof werd in 1989 opgericht door de Nationale Vergadering. De grondwet bepaalt de basisregels betreffende de taken en de bestaansreden van het Constitutioneel Hof, terwijl de belangrijkste organisatorische en procedureregels zijn opgenomen in de Wet betreffende het Constitutioneel Hof. Gedetailleerde regels over de procedures van het Constitutioneel Hof zijn vermeld in het reglement.

2. Organisatie

Het Constitutioneel Hof is een orgaan bestaande uit vijftien leden. Deze leden worden bij tweederdemeerderheid verkozen door de Nationale Vergadering en hebben een mandaat van twaalf jaar. Om rechter te worden van het Constitutioneel Hof, moet een persoon zich hebben onderscheiden als academisch advocaat of ten minste twintig jaar professionele ervaring hebben in de juridische sector. De voorzitter van het Constitutioneel Hof wordt door de Nationale Vergadering verkozen onder de rechters van het Constitutioneel Hof voor zijn/haar ambtstermijn als rechter van het Constitutioneel Hof.

Het Constitutioneel Hof zetelt in plenaire zitting, in panels van vijf leden of als alleenzetelend rechter. Beslissingen over de grondwettigheid van wetten en andere belangrijke zaken worden genomen door de plenaire vergadering.

De griffie staat in voor organisatorische, operationele en administratieve taken en voor de beslissingname. De griffie wordt geleid door de secretaris-generaal, die door de plenaire vergadering wordt verkozen op voorstel van de voorzitter.

3. Bevoegdheden

Vooronderzoek naar de conformiteit met de grondwet

De initiatiefnemer voor een wet, de regering of de voorzitter van de Nationale Vergadering kan de Nationale Vergadering vragen om een goedgekeurde wet voor te leggen aan het Constitutioneel Hof voor een constitutionele analyse om na te gaan of ze overeenstemt met de grondwet.

Bovendien moet de president van de Republiek een wet die wordt goedgekeurd door het parlement voorleggen aan het Constitutioneel Hof in plaats van ze te ondertekenen, indien hij/zij van oordeel is dat bepaalde bepalingen ervan in strijd zijn met de grondwet, zodat de rechtbank kan oordelen of de wet overeenstemt met de grondwet. Indien het Constitutioneel Hof van mening is dat de wet in strijd is met de grondwet, kan de wet niet worden afgekondigd.

Ex-post evaluatie van de conformiteit met de grondwet (procedure voor evaluatie achteraf)

Deze procedure, die werd geïntroduceerd in 2012, kan worden opgestart door de regering, een kwart van de parlementsleden, de commissaris voor grondrechten, de voorzitter van de Kúria of de Openbare Aanklager.

Het Constitutioneel Hof vernietigt alle betwiste bepalingen die het op basis van deze procedure in strijd acht met de grondwet.

Opstarten van een individuele evaluatieprocedure door een rechter

Wanneer een rechter bij het behandelen van een zaak van mening is dat de toe te passen wet in strijd is met de grondwet, moet hij/zij het Constitutioneel Hof vragen om dit te onderzoeken en de procedure op te schorten. Bij procedures die worden opgestart door een rechter, kan het Constitutioneel Hof oordelen dat de wet of de wetsbepaling in strijd is met de grondwet en deze in dit specifieke geval of zelfs in het algemeen onuitvoerbaar verklaren.

Constitutionele klachten

Een constitutionele klacht is een van de belangrijkste middelen om de grondrechten te beschermen. Deze procedure kan voornamelijk worden gebruikt wanneer de grondrechten van de klager voorzien in de grondwet werden geschonden door een vonnis van een rechtbank. Dergelijke schending kan zich voordoen tijdens een gerechtelijke procedure over de zaak in kwestie waarbij een wet wordt toegepast die in strijd is met de grondwet, of wanneer een rechterlijke beslissing wordt genomen op basis van de grond van de individuele zaak of wanneer een andere eindbeslissing in de gerechtelijke procedure in strijd is met de grondwet. In uitzonderlijke gevallen kan een constitutionele klacht worden ingediend indien de grondrechten van de klager rechtstreeks werden geschonden in een zaak zonder rechterlijke beslissing. In dit geval annuleert het Constitutioneel Hof elke wet of elk vonnis die/dat het in strijd acht met de grondwet.

Onderzoek van conflicten met internationale verdragen

Krachtens de wet betreffende het Constitutioneel Hof kan worden onderzocht of een Hongaarse wet een internationaal verdrag naleeft. De procedure kan worden opgestart door een kwart van de leden van het parlement, de regering, de commissaris voor grondrechten, de voorzitter van de Kúria, de openbare aanklager of een rechter met betrekking tot de wet die moet worden toegepast in een bepaalde zaak.

Het Constitutioneel Hof kan elke wet die het in strijd acht met een internationaal verdrag geheel of gedeeltelijk vernietigen en de wetgevende macht oproepen om de nodige maatregelen te treffen om het conflict op te lossen voor een bepaalde deadline.

Bijkomende bevoegdheden

Het Constitutioneel Hof interpreteert de bepalingen van de grondwet betreffende specifieke grondwettelijke kwesties op voorstel van de Nationale Vergadering of haar Vaste Commissie, de president van de Republiek of de regering, indien dergelijke interpretatie rechtstreeks kan worden afgeleid uit de grondwet.

Iedereen kan bij het Constitutioneel Hof een voorstel indienen om een beslissing van de Algemene Vergadering om een referendum te organiseren of een weigering om een referendum te organiseren, te evalueren.

De Nationale Vergadering kan het vertegenwoordigingsorgaan van een lokale overheid of een minderheid met zelfbestuur ontbinden indien de werking ervan in strijd is met de grondwet. Voorafgaand hieraan spreekt het Constitutioneel Hof zich op initiatief van de regering uit over de zaak.

Het Constitutioneel Hof leidt de procedure om de president van de Republiek uit zijn ambt te ontzetten op voorstel van de Nationale Vergadering.

Het Constitutioneel Hof kan beslissen over belangenconflicten tussen staatsinstellingen en tussen de staat en de lokale overheidsorganen.

Het Constitutioneel Hof kan ex officio bepalen dat een maatregel in strijd is met de grondwet omwille van een hiaat in de wetgeving; in dit geval roept het Hof het orgaan dat verantwoordelijk is voor dit hiaat op om dit recht te zetten.

4. Contactgegevens

Adres: 1015 Boedapest, Donáti u. 35–45.
Postadres: 1535 Boedapest, Pf. 773.

Tel.: +36 (1) 488 31 00

De link wordt in een nieuw venster geopend.De website van het Constitutioneel Hof
De link wordt in een nieuw venster geopend.Facebookpagina

II. Nationale mensenrechteninstellingen, Ombudsman

II.1. De Commissaris voor Grondrechten (Az Alapvető Jogok Biztosa) (een Nationale Mensenrechteninstelling van de Verenigde Naties)

1. De Commissaris voor Grondrechten

Overeenkomstig de grondwet van Hongarije heeft de Nationale Vergadering ook de Wet betreffende de commissaris voor grondrechten goedgekeurd, waardoor een nieuwe, uniforme ombudsdienst werd opgericht.

De commissaris voor grondrechten legt alleen verantwoording af aan het parlement. Tijdens de procedure onderneemt de ombudsman zelfstandig acties die uitsluitend gebaseerd zijn op de grondwet en de andere wetten. De ombudsman wordt voor een termijn van zes jaar verkozen bij tweederdemeerderheid van de stemmen van de vertegenwoordigers van de Nationale Vergadering op voorstel van de president van de Republiek en rapporteert jaarlijks over zijn/haar werk aan de Nationale Vergadering.

De commissaris voor grondrechten kan eenmaal worden herkozen. Krachtens de Wet betreffende de commissaris voor grondrechten wordt de commissaris voor grondrechten bijgestaan door twee plaatsvervangers: de plaatsvervangende commissaris verantwoordelijk voor de bescherming van de belangen van de toekomstige generaties en de plaatsvervangende commissaris verantwoordelijk voor de bescherming van de rechten van etnische minderheden die in Hongarije wonen. De commissaris die wordt verkozen door de Nationale Vergadering stelt de plaatsvervangers voor, die ook worden verkozen door de Nationale Vergadering.

2. Procedure en actie

De belangrijkste taak van de ombudsman bestaat erin schendingen van grondrechten te onderzoeken en algemene of specifieke maatregelen op te starten om deze recht te zetten.

Binnen de limieten bepaald in de wet die zijn/haar bevoegdheden definieert, kiest de ombudsman de actie die hij/zij geschikt acht. Dit kan gaan om:

  • een aanbeveling om de schending van de grondrechten recht te zetten, gericht aan het toezichthoudende orgaan dat toeziet op het orgaan dat de schending veroorzaakte;
  • een rechtsmiddel voor de schending opgestart bij het hoofd van het desbetreffende orgaan;
  • een voorstel voor een procedure bij het Constitutioneel Hof;
  • het opstarten van een evaluatie door de Kúria van de compatibiliteit van een gemeentelijke beschikking met een andere wet;
  • via de openbare aanklager: opstarten van een actie die moet worden ondernomen door het Openbaar Ministerie;
  • opstarten van een procedure om een persoon aansprakelijk te stellen voor het bevoegde orgaan indien de ombudsman zich bewust wordt dat er een redelijk vermoeden bestaat dat een overtreding of disciplinaire fout werd begaan; indien het gaat om een strafbaar feit, moet de procedure worden opgestart;
  • een voorstel voor wetgeving of een rechtsinstrument van een nationale overheid door een orgaan dat bevoegd is om wetten uit te vaardigen of rechtsinstrumenten van een nationale overheid te wijzigen, in te trekken of te publiceren;
  • als laatste maatregel, het voorleggen van een zaak aan de Nationale Vergadering in het kader van het jaarverslag.

Iedereen die vindt dat de handelingen of verzuimen van een autoriteit zijn/haar grondrechten hebben geschonden of een rechtstreeks risico hierop inhouden, kan zich richten tot de commissaris voor grondrechten, op voorwaarde dat de persoon alle beschikbare administratieve rechtsmiddelen heeft uitgeput, uitgezonderd toetsing van administratieve beslissingen door de rechter, of niet meer beschikt over rechtsmiddelen.

De commissaris voor grondrechten en de plaatsvervangende commissarissen lichten de handhaving door van de rechten van etnische minderheden die in Hongarije wonen, evenals van de belangen van de toekomstige generaties.

De commissaris voor grondrechten mag de activiteiten van de Nationale Vergadering, de president van de Republiek, het Constitutioneel Hof, het Hongaars Staatsbureau voor de Audit of het Openbaar Ministerie niet onderzoeken, met uitzondering van het onderzoeksorgaan van het Openbaar Ministerie.

De commissaris kan geen actie ondernemen indien:

  • meer dan een jaar verstreken is sinds de publicatie van de definitieve administratieve beslissing in de zaak waarover een klacht werd ingediend,
  • de procedure is gestart voor 23 oktober 1989,
  • een gerechtelijke procedure werd opgestart om de administratieve beslissing te evalueren of reeds een definitieve rechterlijke beslissing werd uitgesproken,
  • de persoon die de aanvraag heeft ingediend zijn/haar identiteit niet heeft bekendgemaakt en het onderzoek zonder deze informatie niet kan worden gevoerd.

Niemand mag worden gediscrimineerd omdat hij/zij een beroep heeft gedaan op de commissaris voor grondrechten.

Manieren om een klacht in te dienen:

  • elektronisch: via het item "Ügyet szeretnék indítani" (Ik wil een zaak indienen) in het menu van de website www.ajbh.hu, of via het "Intelligens űrlap" (intelligent formulier) op de website;
  • via e-mailbericht aan panasz@ajbh.hu;
  • persoonlijk bij de Dienst Klachten bij het Bureau van de Commissaris voor Grondrechten (Boedapest V. ker., Nádor u. 22.) op afspraak;
  • per post: Alapvető Jogok Biztosának Hivatala (Bureau van de Commissaris voor Grondrechten) 1387 Boedapest Pf. 40.

Het indienen van de aanvraag en de procedure door de commissaris zijn kosteloos. Kopieën van de documenten die reeds werden opgesteld in de zaak in kwestie en van de documenten die noodzakelijk zijn voor de evaluatie moeten bij de aanvraag worden gevoegd.

3. Bekendmakingen van algemeen belang

Krachtens de Wet betreffende de Klachten en de Bekendmakingen van Algemeen Belang, kunnen bekendmakingen van openbaar belang sinds 1 januari 2014 ook gebeuren via een beveiligd elektronisch systeem dat wordt beheerd door de commissaris voor grondrechten. Bekendmakingen van openbaar belang vestigen de aandacht op omstandigheden waarvan de rechtzetting of wegwerking in het belang is van de hele gemeenschap of samenleving. Een bekendmaking van algemeen belang kan ook een aanbeveling inhouden.

Methodes om bekendmakingen van algemeen belang in te dienen:

  • elektronisch via het beveiligde elektronisch systeem (https://www.ajbh.hu/kozerdeku-bejelentes-benyujtasa) of
  • persoonlijk bij de Dienst Klachten bij het Bureau van de Commissaris voor Grondrechten (Boedapest V. ker., Nádor u. 22.), op afspraak.

4. OPCAT Nationaal Preventiemechanisme

Sinds 1 januari 2015 fungeert de commissaris voor grondrechten, hetzij persoonlijk of via zijn medewerkers, al nationaal preventiemechanisme van Hongarije in het kader van het Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen Foltering (OPCAT) van de Verenigde Naties tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Tot de taken van het Nationaal Preventiemechanisme behoren:

  • het inspecteren van detentieplaatsen, zowel preventief als na rapporten,
    • het interviewen van gedetineerden,
    • het bestuderen van documentatie,
  • het versturen van feedback,
  • overleg met de overheden,
  • het formuleren van aanbevelingen,
  • het opstellen van rapporten.

5. Contactgegevens

Adres: 1051 Boedapest, Nádor utca 22.
Postadres: 1387 Boedapest Pf. 40.

Tel.: (+36-1) 475-7100
Fax: (+36-1) 269-1615

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.panasz@ajbh.hu
Website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ajbh.hu/hu

II.2. Gespecialiseerde mensenrechteninstellingen

II.2.1. De Hongaarse Nationale Autoriteit voor Gegevensbescherming en Vrijheid van Informatie

1. Taken en organisatie

Het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op bekendmaking van informatie van algemeen belang zijn grondrechten die zijn opgenomen in de grondwet: artikel VI. van de grondwet van Hongarije bepaalt het volgende:

(1) Iedereen heeft recht op respect voor zijn/haar privé- en gezinsleven, woning, communicatie en reputatie.

(2) Iedereen heeft recht op bescherming van zijn/haar persoonsgegevens en op toegang tot en verspreiding van informatie van algemeen belang.

(3) Een onafhankelijke autoriteit opgericht krachtens een kardinale wet moet toezien op de handhaving van het recht op bescherming van de persoonsgegevens en van het recht op toegang tot gegevens van algemeen belang.

De Hongaarse Nationale Autoriteit voor Gegevensbescherming en Vrijheid van Informatie (Nemzeti Adatvédelmi és Információszabadság Hatóság - NAIH) vervangt de ombudsman voor gegevensbescherming die actief was tussen 1995 en 2011). Sinds 1 januari 2012 helpt NAIH bij het waarborgen van het recht op informatie door middel van bijkomende regelgevende middelen (waaronder het opleggen van boetes voor de geheimhouding van gegevens).

De essentie van deze rechten, de verplichtingen van verwerkingsverantwoordelijken en de organisatie en procedures van NAIH zijn gedefinieerd in de Informatiewet (Wet CXII van 2011 betreffende het recht op informationele privacy en vrijheid van informatie), maar de gedetailleerde vereisten van specifieke procedures voor gegevensverwerking zijn opgenomen in andere relevante wetgeving (zoals de Wet betreffende de Politie en de Wet betreffende Openbaar Onderwijs). Krachtens Afdeling 1 van de Informatiewet streeft de wet ernaar de privacy van natuurlijke personen te beschermen en de transparantie van public affairs te garanderen.

NAIH is een onafhankelijk, autonoom overheidsorgaan. De voorzitter ervan wordt voor negen jaar benoemd door de president van de Republiek op voorstel van de eerste minister. De organisatie van NAIH bestaat uit afdelingen.

2. Bevoegdheden

De belangrijkste taak van NAIH is het uitvoeren van onderzoeken op het vlak van gegevensbescherming en vrijheid van informatie op basis van rapporten en klachten (online, schriftelijk of persoonlijk ingediend) en ex officio administratieve procedures voor gegevensbescherming te voeren (indien de vermeende schending betrekking heeft op veel mensen of de belangen in aanzienlijke mate kan schaden of aanzienlijke schade kan berokkenen).

Daarnaast kan de Autoriteit ook ex officio administratieve procedures voeren met het oog op de controle over geclassificeerde gegevens, zaken met betrekking tot informatie van algemeen belang of informatie die openbaar is omwille van het algemeen belang doorverwijzen naar de rechtbank en tussenkomen in gerechtelijke acties. NAIH houdt ook een register over gegevensbescherming bij.

Tot de bevoegdheden van de Autoriteit behoren ook het formuleren van meningen over de relevante wetgeving, het vertegenwoordigen van Hongarije in de gemeenschappelijke EU-raden voor gegevensbescherming en het uitvoeren (tegen betaling) van audits over gegevensbescherming op verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke.

3. Contactgegevens

Adres: 1125 Boedapest Szilágyi Erzsébet fasor 22/C.
Postadres: 1530 Boedapest, Pf.: 5.

Tel.: (+36-1) 391-1400

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.ugyfelszolgalat@naih.hu
Website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.naih.hu/

II.2.2. De Autoriteit voor Gelijke Behandeling

1. Taken en organisatie

Krachtens de Wet betreffende de Gelijke Behandeling en het Bevorderen van Gelijke Kansen, ziet de Autoriteit voor Gelijke Behandeling (Egyenlő Bánásmód Hatóság) toe op de tenuitvoerlegging van de vereiste voor gelijke behandeling in Hongarije. Deze autoriteit is bevoegd op het volledige grondgebied van het land. De Autoriteit is een autonoom en onafhankelijk overheidsorgaan dat alleen ondergeschikt is aan de wet. De Autoriteit kan geen instructies krijgen opgelegd en voert haar taken uit los van andere organen en zonder onrechtmatige beïnvloeding. De taken mogen alleen bij wet worden gedelegeerd aan de Autoriteit. De Autoriteit wordt geleid door een voorzitter die voor negen jaar wordt benoemd door de president van de Republiek op voorstel van de eerste minister.

De belangrijkste taak en hoofdactiviteit van de Autoriteit is de klachten en rapporten te onderzoeken die hij ontvangt met betrekking tot discriminatiezaken. De Autoriteit wordt bij zijn taken bijgestaan door een nationaal netwerk van functionarissen voor gelijke behandeling.

Krachtens de Wet betekent een schending van de vereiste voor gelijke behandeling (discriminatie) discriminatie tegen een persoon op basis van een reële of waargenomen beschermde eigenschap.

Volgende eigenschappen worden beschermd door de Wet:

  1. geslacht
  2. ras
  3. huidskleur
  4. nationaliteit
  5. nationale afstamming
  6. moedertaal
  7. invaliditeit
  8. gezondheidstoestand
  9. religieuze of filosofische overtuiging
  10. politieke of andere mening
  11. gezinssituatie
  12. moederschap (zwangerschap) of vaderschap
  13. seksuele geaardheid
  14. genderidentiteit
  15. leeftijd
  16. sociale afkomst
  17. vermogen
  18. deeltijdse aard of vaste duur van zijn/haar arbeidsrelatie of quasi-tewerkstellingsrelatie
  19. lidmaatschap van een belangenvereniging
  20. andere status, kenmerk of eigenschap.

In de categorie "andere status" kunnen kenmerken en eigenschappen die niet vermeld zijn in de Wet maar die van vergelijkbare aard zijn, worden beschouwd als beschermde eigenschappen krachtens de interpretatie van de wet door de Autoriteit.

De Autoriteit onderzoekt schendingen die een invloed hebben op personen en groepen waarvan de beschermde eigenschappen erg ruim werden gedefinieerd in de Wet. De Autoriteit handelt typisch op verzoek van de gediscrimineerde persoon/personen, maar organisaties uit de civiele samenleving of vertegenwoordigingsverenigingen kunnen een procedure bij de Autoriteit opstarten in geval van een (dreigende) schending die betrekking heeft op een groep met beschermde eigenschappen. De Autoriteit kan ex officio optreden tegen de Hongaarse Staat, de lokale overheden en minderheden met zelfbestuur, hun organen, organisaties die handelen in de hoedanigheid van overheidsdiensten, de Hongaarse defensiemacht en wetshandhavingsdiensten. De typische domeinen voor onderzoeken door de Autoriteit zijn: tewerkstelling, sociale zekerheid, gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs en levering van diensten en goederen.

2. Bevoegdheden

De Autoriteit voert zijn onderzoeken uit binnen het kader van administratieve procedures. Tijdens de procedures gelden speciale bewijsregels. De benadeelde partij (de aanvrager) moet aantonen dat hij/zij werd benadeeld en op het ogenblik van de schending wel degelijk beschikte, of door de overtreder geacht werd te beschikken, over een beschermde eigenschap bepaald in de wet. Indien de aanvrager de verplichting is nagekomen om deze bewijzen voor te leggen, moet de andere partij (de partij tegen wie de procedure wordt aangespannen) bewijzen dat de omstandigheden die worden ondersteund door de door de benadeelde partij voorgelegde bewijzen, zich niet hebben voorgedaan of dat hij/zij de vereisten voor gelijke behandeling heeft nageleefd of niet verplicht was om deze verplichting na te leven binnen de rechtsbetrekking in kwestie.

De Autoriteit probeert altijd om tot een dading tussen de partijen te komen alvorens zijn besluit vast te stellen en keurt de dading goed indien deze tot stand is gekomen. Indien de partijen geen dading aangaan, stelt de Autoriteit een besluit vast over de grond van de zaak op basis van het onderzoek dat hij heeft gevoerd. Indien de Autoriteit vaststelt dat de vereiste van gelijke behandeling werd geschonden, kan hij als sanctie het wegwerken van de onwettige omstandigheden opleggen, het onwettige gedrag in de toekomst verbieden, de openbare bekendmaking bevelen van zijn definitieve beslissing tot vaststelling van de schending, een boete opleggen gaande van HUF 50 000 tot HUF 6 miljoen en de bijkomende rechtsgevolgen opleggen die zijn gedefinieerd in de gespecialiseerde wetgeving. Tegen de beslissing van de Autoriteit kan geen hoger beroep worden aangetekend via administratieve kanalen, maar ze kan wel worden herzien door de administratieve en arbeidsrechtbanken via een administratieve rechtszaak.

Naast het onderzoeken van specifieke discriminatiezaken heeft de Autoriteit ook een aantal andere taken die bij wet zijn bepaald. Deze omvatten bijvoorbeeld het verstrekken van informatie en bijstand aan de betrokkenen om een actie te ondernemen tegen schendingen van de gelijke behandeling, het verstrekken van adviezen over wetsvoorstellen betreffende gelijke behandeling, het voorstellen van wetgeving betreffende gelijke behandeling, het informeren van het publiek en de Nationale Vergadering over de status van de tenuitvoerlegging van de gelijke behandeling, de samenwerking met organisaties uit de civiele samenleving en met internationale organisaties enz.

De Autoriteit is lid van het Europees Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen (Equinet), dat meer dan 40 lidorganisaties uit 33 Europese landen verzamelt die in hun eigen land optreden als nationaal orgaan voor gelijke behandeling. De medewerkers van de Autoriteit zijn actief binnen de thematische werkgroepen van Equinet, nemen deel aan opleidingssessies en seminaries die meermaals per jaar worden georganiseerd om op de hoogte te blijven van de nieuwste evoluties van de wetgeving betreffende gelijke behandeling en om ervaringen uit te wisselen met de vertegenwoordigers van Europese organisaties die taken uitvoeren die vergelijkbaar zijn met deze van de Autoriteit.

In het kader van zijn internationale relaties neemt de Autoriteit regelmatig deel aan evenementen en thematische projecten van het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten (FRA) en de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid (ECRI) van de Raad van Europa.

Gedetailleerde informatie over de Autoriteit is beschikbaar op zijn website.

3. Contactgegevens

Hoofdzetel: 1013 Boedapest, Krisztina krt. 39/B

Tel.: (+36-1) 795-2975
Fax: (+36-1) 795-0760

Website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.egyenlobanasmod.hu/

II.2.3. De Onafhankelijke Raad voor Klachten tegen de Politie

1. Taken en organisatie

In 2008 besliste de Nationale Vergadering om de Onafhankelijke Raad voor Klachten tegen de Politie (Független Rendészeti Panasztestület) op te richten met het doel een speciale instelling voor klachten tegen politieprocedures te creëren. Deze instelling bestaat uit leden die door de Nationale Vergadering werden verkozen voor een periode van zes jaar. De leden hebben een diploma Rechten, moeten geen orders aanvaarden van anderen en de redenen voor hun reglement voor procesvoering zijn bij wet bepaald.

De juridische context van het werk van de Raad is vooral onderworpen aan de Politiewet. Het doel van de Raad is klachtenprocedures binnen het bevoegdheidsdomein van de Politie te onderzoeken, maar onafhankelijk van hiërarchische relaties, vanuit het oogpunt van het beschermen van de grondrechten. De Raad evalueert de politieoperaties dus op basis van specifieke klachten in individuele gevallen en niet voor abstracte algemene zaken.

2. Bevoegdheden en procedure

Wie kan een klacht indienen, wanneer en hoe?

Iedere persoon, ongeacht zijn nationaliteit, kan een klacht indienen:

  • indien hij/zij het voorwerp uitmaakte van of werd getroffen door een politiemaatregel;
  • of indien de politie verzuimde om de vereiste acties voor hem/haar te ondernemen;
  • of indien hij/zij werd onderworpen aan dwangmaatregelen door de politie en van mening is dat zijn/haar grondrechten werden beperkt of zijn/haar mensenrechten werden geschonden als gevolg hiervan.

Hij/zij kan de klacht op verschillende manieren indienen: persoonlijk, bij volmacht of via zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger (in het geval van een minderjarige of een handelingsonbekwaam persoon, via zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger). Dit moet gebeuren binnen 20 dagen na de (dwang)maatregel of het verzuim om te handelen van de politie of, indien de klager zich hiervan pas op een later tijdstip is bewust geworden, binnen 20 dagen vanaf de datum waarop hij/zij zich hiervan bewust werd. De klacht kan worden ingediend per post (in dit geval moet de klager de aanvraag persoonlijk ondertekenen), per fax of via e-mail via de website van de Raad, of persoonlijk tijdens de kantooruren van de Raad (na het maken van een telefonische afspraak).

Indien de klager door een objectieve belemmering niet in staat was om de aanvraag in te dienen binnen de gestelde deadline, kan de termijn worden verlengd indien de klager de laattijdige aanvraag binnen zes maanden rechtvaardigt (bv. langdurige ziekenhuisopname).

Een persoon die de termijn van 20 dagen niet heeft nageleefd, kan binnen dertig dagen nadat het feit zich voordeed (of hij/zij zich ervan bewust werd) aan het hoofd van de politiediensten (korpschef of politiecommissaris) waarvan de agenten de maatregelen namen waarop de klacht betrekking heeft, een aanvraag indienen die toch nog binnen de deadline valt. In dergelijke gevallen voert de korpschef van het politiekantoor de klachtenprocedure uit.

Wat onderzoekt de Raad?

  • De vereiste om politietaken en bevelen uit te voeren, inbreuken op dergelijke taken en bevelen of verzuim om ze uit te voeren (in het bijzonder: de vereiste om maatregelen te nemen, proportionaliteit, identificeerbaarheid, verplichting om bijstand te verlenen enz.),
  • Politiemaatregelen of verzuim om politiemaatregelen te nemen, de wettigheid van deze politiemaatregelen (in het bijzonder: identiteitscontroles, onderzoek van kledij, bagage en voertuigen, arrestaties, opname voor verhoor, politieprocedures tegen buitenlanders, maatregelen in privéwoningen, maatregelen voor handhaving van de verkeerswet enz.),
  • Gebruik en wettigheid van dwangmaatregelen (in het bijzonder: fysieke dwang, handboeien, chemische stoffen, verdovingsgeweren, wapenstokken, wegversperringen, gebruik van vuurwapens, gebruik van groepskracht, uiteendrijven van menigtes enz.).

Wanneer mag de Raad geen onderzoek opstarten of geen onderzoek over de grond van de zaak voeren?

Aangezien dit bij wet niet is toegestaan, is de Raad niet gemachtigd en bevoegd om:

  • algemene opmerkingen, opmerkingen die verbeteringen suggereren, kritische opmerkingen of bekendmakingen van algemeen belang te evalueren;
  • kleine overtredingen te onderzoeken of opgelegde administratieve boetes te beperken of te annuleren;
  • de wettigheid te onderzoeken van handelingen die werden uitgevoerd tijdens een strafproces;
  • schadevergoedingen toe te kennen;
  • de strafrechtelijke, administratieve of disciplinaire aansprakelijkheid te bepalen van de politieagenten die actie ondernamen;
  • de wettigheid te evalueren van beslissingen die werden genomen in administratieve of strafprocessen.

Daarnaast, indien tijdens een lopende procedure, bv. een administratief of strafproces, een betwistbare politiehandeling plaatsvond, moet de klager gebruikmaken van de beschikbare rechtsmiddelen en zijn/haar bezwaren aanvoeren tijdens de lopende procedure, behalve indien de klager bezwaar aantekent tegen de manier waarop een procedurele handeling werd uitgevoerd (bijvoorbeeld de toon die werd gebruikt bij het verhoor van een getuige, de manier waarop een huiszoeking werd uitgevoerd), in welk geval de Raad ook gemachtigd is om het onderzoek uit te voeren.

Wat u moet weten over de procedure

Om zijn/haar zaak te laten onderzoeken, kan de klager zich richten tot de korpschef van het politiekantoor dat de maatregel nam of tot de Raad. De klager kan dus kiezen om de klacht te laten onderzoeken door een kantoor binnen de politieorganisatie (de korpschef van het kantoor dat de maatregel nam) of door een onafhankelijk orgaan buiten de politie (de Raad). Deze bepaling is tegelijkertijd bedoeld om de twee procedures van elkaar te scheiden en zorgt ervoor dat slechts één van deze procedures kan worden uitgevoerd, namelijk diegene die wordt gekozen door de klager.

Bovendien is de Raad gemachtigd om inlichtingen in te winnen over alle klachten die werden ingediend bij de politie en indien hij zich bewust wordt van een zaak waarin de voorwaarden voor de Raad om in te grijpen zijn vervuld, informeert hij de klager en het politiekantoor dat de zaak behandelt hierover. Binnen acht dagen na ontvangst van de kennisgeving kan de klager het politiekantoor verzoeken om de klacht te evalueren na een onderzoek uitgevoerd door de Raad. Het politiekantoor dat de zaak behandelt, moet zijn procedure opschorten na ontvangst van de kennisgeving door de Raad. Deze verwijzing kan door de klager zelf worden opgestart van bij de klachtenprocedure bij de politie tot bij de uitspraak van de definitieve administratieve beslissing; indien de voorwaarden voor de verwijzing zijn vervuld, loopt de klachtenprocedure door tijdens de procedure van de Raad.

Bij een onderzoek naar de grond van een klacht streeft de Raad ernaar te bepalen of de politiemaatregelen beschreven in de klacht volgens de regels werden uitgevoerd, noodzakelijk, gerechtvaardigd en proportioneel waren en of zij de grondrechten van de klager hebben geschonden.

Indien tijdens het onderzoek wordt vastgesteld dat de rechten van de klager werden geschonden, moet de Raad ook beoordelen hoe ernstig deze schending is met het oog op alle omstandigheden van de zaak. Indien de Raad concludeert dat:

  • er geen schending is gebeurd (bv. omdat de grondrechten van de klager terecht werden ingeperkt), of
  • de schending van een grondrecht niet kan worden vastgesteld omwille van een tegenstrijdigheid tussen de aangiften die niet kan worden weggewerkt op basis van de beschikbare documenten, of
  • hoewel een grondrecht werd geschonden, deze schending van geringe betekenis was,

stuurt de raad zijn beoordeling door naar de korpschef van het bevoegde politiekantoor, die dan de beslissing in de klachtenprocedure neemt op basis van de officiële regels waaraan de politie onderworpen is en rekening houdende met het juridisch standpunt vermeld in de beoordeling van de Raad. De klager kan in hoger beroep gaan tegen deze beslissing; dergelijk hoger beroep voorziet de mogelijkheid van een rechterlijke toetsing van de beslissing, overeenkomstig de Wet betreffende de Algemene Regels voor Administratieve Procedures en Diensten. De klager kan vooraf bezwaar maken tegen de doorverwijzing van de klachtprocedure door de Raad naar het bevoegde politiekantoor, bv. indien hij/zij van mening is dat hij/zij het slachtoffer zal zijn van vooringenomenheid of hij/zij bang is voor de mogelijke gevolgen. In dergelijke gevallen zou de Raad de procedure echter moeten beëindigen omdat de klacht aan niemand kan worden doorverwezen omwille van het bezwaar van de klager.

Indien de Raad een ernstige schending van de grondrechten vaststelt, stuurt hij zijn evaluatie, afhankelijk van het kantoor in kwestie, door naar de hoofdcommissaris van de Hongaarse Nationale Politie, de directeur-generaal van het orgaan dat verantwoordelijk is voor de interne misdaadpreventie en misdaaddetectie, of naar de directeur-generaal van het antiterrorismeorgaan, die vervolgens beslissen over de klacht op basis van de geldende regels en rekening houdende met het juridisch standpunt vermeld in de evaluatie van de Raad. Indien de beslissing van het orgaan dat de zaak behandelt afwijkt van de evaluatie van de Raad, moeten de redenen waarop ze gebaseerd is worden vermeld. Tegen een politiebeslissing die op deze manier wordt vastgesteld, kan natuurlijk ook hoger beroep worden aangetekend voor de rechtbanken. De evaluatie van de Raad kan worden gebruikt in dergelijke rechtszaken.

Bijkomende gedetailleerde regels over de werking van de Raad zijn te vinden in het reglement op de website van de Raad.

3. Contactgegevens

Postadres: H-1358 Boedapest, Széchenyi rakpart 19.

Tel.: +36-1/441-6501
Fax: +36-1/441-6502

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.info@repate.hu
Website: https://www.repate.hu/index.php?lang=hu

III. Overige

III.1. Het Hongaarse Openbaar Ministerie

1. De organisatie van het Openbaar Ministerie

Het Hongaarse Openbaar Ministerie is een onafhankelijke constitutionele instelling die alleen is onderworpen aan de wet.

Het Openbaar Ministerie wordt geleid en beheerd door de procureur-generaal, die door de Nationale Vergadering voor een termijn van negen jaar wordt verkozen uit de openbare aanklagers en krachtens het publiekrecht bijgevolg verantwoording is verschuldigd aan het parlement. De procureur-generaal moet jaarlijks verslag uitbrengen over de werking van de dienst.

De organen van het Openbaar Ministerie in Hongarije zijn:

  1. het parket van de procureur-generaal,
  2. de parketten van de hoofdaanklagers in beroep,
  3. de parketten van de hoofdaanklagers,
  4. de parketten van de districtsprocureurs.

Een onafhankelijk parket van hoofdaanklagers of een parket van districtsprocureurs kan worden opgericht om de onderzoeken van het Openbaar Ministerie en andere taken van het Openbaar Ministerie uit te voeren in gerechtvaardigde gevallen.

Er zijn vijf parketten van hoofdaanklagers in beroep en eenentwintig parketten van hoofdaanklagers (één grootstedelijk, negentien voor de districten en één centraal onderzoeksorgaan) die onder leiding staan van het parket van de procureur-generaal. De organisatiestructuur van de parketten van de hoofdaanklagers, uitgezonderd het Centraal Onderzoeksparket, is voornamelijk opgesplitst tussen activiteiten onder het strafrecht en onder het publiekrecht.

De parketten op districtsniveau onder de bevoegdheid van de grootstedelijke en districtsparketten van de hoofdaanklagers behandelen zaken die door de wet of op instructie van de procureur-generaal niet worden toegewezen aan een ander vervolgingsorgaan en voeren taken uit die verband houden met de onderzoeken van het Openbaar Ministerie.

Het Nationaal Criminologisch Instituut (Országos Kriminológiai Intézet) is de wetenschappelijke en onderzoeksinstelling van het Openbaar Ministerie; het maakt deel uit van de organisatie van het Openbaar Ministerie, maar is geen vervolgingsorgaan. Het ontwikkelt theorieën en praktijken op het vlak van misdaadonderzoek, criminologie en de wetenschap van het strafrecht.

2. De belangrijkste taken van het Openbaar Ministerie

De procureur-generaal en het Openbaar Ministerie zijn onafhankelijk en als openbaar aanklager actief in de rechtsbedeling, zij zijn ook de enige uitvoerder van het recht van de Staat om straffen op te leggen. Het Openbaar Ministerie vervolgt strafbare feiten, onderneemt acties tegen andere onwettige handelingen en verzuimen en bevordert de misdaadpreventie.

De procureur-generaal en het Openbaar Ministerie:

  1. oefenen rechten uit in het kader van onderzoeken, zoals bepaald bij wet;
  2. vertegenwoordigen het Openbaar Ministerie in gerechtelijke procedures;
  3. zien toe op de legitieme werking van de gevangenisdiensten;
  4. oefenen in de wet bepaalde bijkomende rechten en verantwoordelijkheden uit als verdedigers van het algemeen belang.

Het Openbaar Ministerie:

  1. onderzoekt gevallen bepaald in de Wet betreffende het Strafprocesrecht (onderzoeken van het Openbaar Ministerie);
  2. ziet erop toe dat de onafhankelijke onderzoeken uitgevoerd door een onderzoeksinstelling op rechtmatige manier worden uitgevoerd (toezicht op de onderzoeken);
  3. oefent andere rechten uit die bij wet worden bepaald met betrekking tot de onderzoeken;
  4. oefent als openbaar aanklager de bevoegdheid van overheidsdiensten uit om een tenlastelegging uit te voeren, vertegenwoordigt het Openbaar Ministerie bij de gerechtelijke procedures en oefent het recht op hoger beroep uit dat wordt toegekend in de Wet betreffende het Strafprocesrecht;
  5. voert juridisch toezicht uit op de naleving van straffen, secundaire sancties, maatregelen, dwangmaatregelen voor de vrijheidsbeperking en opvolgingsmaatregelen, evenals op de naleving van de wet op het bijhouden van databanken met strafrechtelijke en administratieve dossiers en "most wanted" dossiers en beslissingen, die de elektronische gegevens centraal ontoegankelijk maken; en neemt ook deel aan procedures gevoerd door strafuitvoeringsrechters;
  6. werkt mee aan de correcte toepassing van de wet in gerechtelijke procedures (betrokkenheid van de openbare aanklager in gerechtelijke contentieuze en niet-contentieuze procedures voor burgerlijke, arbeids-, administratieve en handelsrechtbanken);
  7. bevordert de naleving van de wet door organen die handelen in de hoedanigheid van overheidsdiensten of instaan voor de buitengerechtelijke geschillenbeslechting;
  8. besteedt speciale aandacht aan het vervolgen van strafbare feiten begaan door kinderen of tegen kinderen en aan het respecteren van de speciale regels met betrekking tot administratieve en strafrechtelijke procedures aangespannen tegen minderjarigen; werkt mee aan de handhaving van de rechten van kinderen in de bij wet bepaalde gevallen en start procedures op om de nodige maatregelen voor kinderbescherming te nemen;
  9. voert taken uit die voortvloeien uit internationale verdragen, in het bijzonder met betrekking tot het verstrekken van en het aanvragen van rechtsbijstand;
  10. voert de taken van Hongarije uit in het kader van de deelname van het land aan Eurojust;
  11. treedt op als vertegenwoordiger in rechtszaken die worden aangespannen met het oog op compensatie voor schendingen en schade veroorzaakt tijdens de uitoefening van zijn activiteiten.

Om het algemeen belang te beschermen, streeft het Openbaar Ministerie ernaar te zorgen dat iedereen de wet naleeft. Wanneer wetten worden geschonden, onderneemt het Openbaar Ministerie in het belang van de wettelijkheid acties in de gevallen en op de manier bepaald bij wet. Behalve indien anders bepaald in de wet, is het Openbaar Ministerie verplicht actie te ondernemen indien een orgaan dat een einde moet stellen aan de schending van de wet, verzuimt om de nodige acties te ondernemen, ondanks het feit dat het hiertoe verplicht is door de grondwet, een wetshandeling of andere wetgeving of rechtsinstrument voor het staatsbestuur, of indien de onmiddellijke actie van de aanklager vereist is om een einde te stellen aan de schending van een recht ten gevolge van een inbreuk op de wet.

De niet-strafrechtelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor het algemeen belang die het Openbaar Ministerie moet uitvoeren in het kader van zijn bijdrage aan de rechtsbedeling zijn bepaald in een speciale wetgeving. Een openbare aanklager oefent deze bevoegdheden in eerste instantie uit door het aanspannen van gerechtelijke contentieuze en niet-contentieuze procedures, door het opstarten van procedures door administratieve overheden en het indienen van hoger beroep.

3. Contactgegevens

Procureur-generaal: Dr. Péter Polt
Hoofdzetel: 1055 Boedapest, Markó u. 16.
Postadres: 1372 Boedapest, Pf. 438.

Tel.: +36-1354-5500

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.info@mku.hu
Website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://mklu.hu/

III.2. Slachtofferhulp

De Dienst Slachtofferhulp (Áldozatsegítő Szolgálat) verleent bijstand, voornamelijk aan slachtoffers die een letsel opliepen, vooral fysiek of mentaal (psychologisch trauma, schok) of die verliezen hebben geleden als direct gevolg van een misdrijf of een eigendomsdelict. De Staat evalueert de noden van de slachtoffers en verstrekt hen op basis hiervan aangepaste dienstverlening.

1. De procedure

Diensten voor slachtofferhulp worden verstrekt door specifieke afdelingen van grootstedelijke (districts-) overheidsdiensten. Slachtoffers kunnen hulp vragen bij een dienst voor slachtofferhulp door een claim in te dienen en zij kunnen een aanvraag voor onmiddellijke financiële hulp of voor erkenning van het statuut van slachtoffer en schadevergoeding indienen bij een dienst voor slachtofferhulp (De link wordt in een nieuw venster geopend.PDF).

Aanvragen voor onmiddellijke financiële hulp of voor erkenning van het statuut van slachtoffer of schadevergoeding moeten worden ingediend op de desbetreffende formulieren (De link wordt in een nieuw venster geopend.Aanvraagformulier, De link wordt in een nieuw venster geopend.Aanvraag voor erkenning van het statuut van slachtoffer). De dienst voor slachtofferhulp verleent bijstand bij het invullen van de formulieren.

De procedures voor slachtofferhulp zijn kosteloos.

Aanvragen voor onmiddellijke financiële hulp kunnen worden ingediend binnen vijf dagen na het misdrijf of het eigendomsdelict. Aanvragen voor schadevergoeding kunnen worden ingediend binnen drie maanden nadat het misdrijf of delict werd gepleegd, behoudens de uitzonderingen bepaald in de Wet betreffende Slachtofferhulp bij Misdrijven en Schadevergoeding door de Staat.

Hoger beroep tegen beslissingen van de diensten voor slachtofferhulp moeten binnen 15 dagen worden ingediend bij de dienst voor slachtofferhulp, maar moeten worden gericht aan het Bureau voor Justitie.

2. Diensten

Krachtens de Wet worden volgende diensten verleend:

  • hulp bij het indienen van claims: de dienst voor slachtofferhulp helpt slachtoffers op gepaste wijze en in gepaste mate met betrekking tot hun noden om hun grondrechten uit te oefenen; dit omvat: hen advies verlenen over hun rechten en plichten bij strafrechtelijke en administratieve procedures, de voorwaarden voor toegang tot gezondheidszorg, gezondheidsverzekering, sociale voordelen en andere staatssteun, en het verstrekken van informatie, juridisch advies, emotionele ondersteuning en andere praktische bijstand in dit verband;
  • onmiddellijke financiële hulp, die kan worden toegekend tijdens een lopende strafrechtelijke procedure voor een bij wet bepaald bedrag bestemd voor huisvesting, kledij, reizen, voeding en voor medische kosten en begrafeniskosten, indien het slachtoffer deze kosten niet kan betalen als gevolg van het misdrijf of het eigendomsdelict;
  • erkenning van het statuut van slachtoffer: tijdens een lopende strafrechtelijke procedure verleent de dienst voor slachtofferhulp de cliënt een erkenning voor zijn statuut van slachtoffer door middel van een officieel attest gebaseerd op politiedocumenten; het slachtoffer kan het attest gebruiken in administratieve en andere procedures, bv. het aanvragen van documenten of van toegang tot rechtsbijstand enz.;
  • bijstand voor getuigen: getuigen die worden gedagvaard voor een gerechtszitting kunnen het nodige advies inwinnen bij de rechtbankmedewerker bevoegd voor bijstand voor getuigen; de rechtbankmedewerker bevoegd voor bijstand voor getuigen is een administratief medewerker die de getuigen begeleidt, zoals bepaald in de desbetreffende wetgeving, bij het afleggen van een getuigenverklaring om zijn/haar verschijning voor de rechtbank te vergemakkelijken;
  • terbeschikkingstelling van onderduikadressen: de Staat stelt indien nodig onderduikadressen ter beschikking van personen met de Hongaarse nationaliteit of van personen met het recht om zich vrij te verplaatsen en te verblijven in Hongarije, die werden geïdentificeerd als slachtoffers van mensenhandel, ongeacht het feit of de strafrechtelijke procedure al is gestart of niet;
  • schadevergoeding door de staat: de familieleden van een persoon die werd gedood bij een geweldmisdrijf tegen een persoon of een persoon die ernstig werd gewond tijdens dergelijk misdrijf kunnen een schadevergoeding door de staat aanvragen in de vorm van een eenmalige betaling of een maandelijkse uitkering indien zij behoeftig zijn zoals bepaald in de wet.

3. Contactgegevens

24/7 lijn voor slachtofferhulp - gratis toegankelijk via netwerken in Hongarije:

+36 (1) 80 225 225

De link wordt in een nieuw venster geopend.Diensten voor Slachtofferhulp

Bijkomende gedetailleerde informatie over De link wordt in een nieuw venster geopend.slachtofferhulp.

III.3. Rechtsbijstand

Krachtens de Wet betreffende Rechtsbijstand is het belangrijkste doel van de Dienst Rechtsbijstand (Jogi Segítségnyújtó Szolgálat) het verstrekken van professionele rechtsbijstand aan personen met sociale noden in het kader van de uitoefening van hun rechten en het oplossen van hun juridische geschillen, dit alles binnen bepaalde grenzen en in een specifieke vorm.

1. De procedure

Een aanvraag voor rechtsbijstand kan persoonlijk of per post worden ingediend (De link wordt in een nieuw venster geopend.Rechtsbijstand - contactgegevens) bij de organisatorische eenheid ('regionaal kantoor') verantwoordelijk voor rechtsbijstand van de bevoegde overheidsdienst van het district of de grootstad van de woonplaats of vaste verblijfplaats van de aanvrager, of bij gebrek hieraan, zijn/haar postadres of werkplaats, door een formulier in te vullen en te ondertekenen http://igazsagugyihivatal.gov.hu/dokumentumok-jogi-segitsegnyujtas) en de nodige bijlagen bij te voegen. Het indienen van de aanvraag is kosteloos.

Krachtens een (definitieve) toestemming verleend door het regionaal kantoor, heeft de persoon in kwestie dan toegang tot de diensten van een pro-Deoadvocaat (advocaten, advocatenkantoren, organisaties uit de civiele samenleving) van de lijst van pro-Deoadvocaten die wordt bijgehouden door het Bureau voor Justitie (http://www.kimisz.gov.hu/alaptev/nepugyvedje/nevjegyzek).

Hoger beroep tegen beslissingen van de Dienst Rechtsbijstand moet binnen 15 dagen worden ingediend bij het regionaal kantoor, maar moet worden gericht aan het Bureau voor Justitie.

2. De basisvormen van rechtsbijstand

A.) Ondersteuning bij buitengerechtelijke procedures

  • Indien nog geen gerechtelijke procedure werd opgestart om een geschil te beslechten,
  • Advies en/of opstellen van documenten,
  • Geeft geen recht om vertegenwoordigd te worden; de pro-Deoadvocaat mag niet optreden in naam van of in de plaats van de cliënt.

B.) Ondersteuning bij gerechtelijke procedures

  • Indien reeds een rechtszaak loopt,
  • Vertegenwoordiging;
  • Kan niet worden toegestaan voor personen die het misdrijf of delict hebben begaan,
  • Het slachtoffer kan aanspraak maken op een recht op wettelijke vertegenwoordiging tijdens de onderzoek- en vervolgingsfasen van de strafrechtelijke procedures.

C.) In eenvoudige zaken geeft de dienst beknopt mondeling advies zonder dat de middelen van de cliënt worden gecontroleerd.

3. Voorwaarden voor dit recht

A.) In gerechtelijke contentieuze en niet-contentieuze procedures voor burgerlijke rechtbanken

  • De Staat betaalt de honoraria van de pro-Deoadvocaat/wettelijke vertegenwoordiger of de Staat schiet de kosten voor de juridische diensten voor één jaar voor indien de inkomens- en eigendomssituatie van de cliënt voldoen aan de bij wet bepaalde criteria.
  • De Staat schiet de honoraria voor de juridische diensten voor voor alle cliënten die verwikkeld zijn in een individuele procedure bij de Dienst Slachtofferhulp als slachtoffer van een misdrijf en die voldoen aan de voorwaarden betreffende inkomsten en eigendom bepaald in de wet.

B.) In strafrechtelijke procedures

  • De Staat schiet de honoraria van de pro-Deoadvocaat/wettelijke vertegenwoordiger voor één jaar voor indien de inkomsten- en eigendomssituatie van de cliënt voldoet aan de bij wet bepaalde criteria.
  • De Staat schiet de honoraria voor de juridische diensten voor voor alle cliënten die verwikkeld zijn in een individuele procedure bij de Dienst Slachtofferhulp als slachtoffer van een misdrijf en die voldoen aan de voorwaarden betreffende inkomsten en eigendom bepaald in de wet.

C.) Gemeenschappelijke regeling

Cliënten moeten bewijzen voorleggen van hun inkomsten en van de inkomsten van de personen die met hen samenwonen door middel van de documenten vermeld in de Wet betreffende Rechtsbijstand.

De Wet vermeldt de gevallen waarin geen bijstand kan worden verleend, zoals het opstellen van contracten, behalve indien de contracterende partijen gezamenlijk om bijstand vragen en de voorwaarden voor bijstand op alle vlakken worden nageleefd, of in douanezaken enz.

4. Contactgegevens

De link wordt in een nieuw venster geopend.Regionale kantoren:

Bijkomende gedetailleerde informatie over De link wordt in een nieuw venster geopend.rechtsbijstand.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 22/12/2017