Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Algemene informatie - Letland

INHOUDSOPGAVE

 

Dit informatieblad is opgesteld in samenwerking met de De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad van notarissen van de Europese Unie (CNUE).

 

1 Hoe wordt de uiterste wilsbeschikking (testament, gemeenschappelijk testament, erfovereenkomst) opgesteld?

Krachtens artikel 418 van het burgerlijk wetboek (Civillikums) is een testament een door een persoon opgestelde eenzijdige beschikking waarin wordt bepaald wat er na zijn of haar overlijden moet gebeuren met al zijn of haar goederen, een deel van zijn of haar goederen of afzonderlijke bestanddelen van zijn of haar vermogen of rechten. Krachtens artikel 420 van het burgerlijk wetboek kan iedere persoon, minderjarigen uitgezonderd, een testament opmaken. Minderjarigen die leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, mogen een testament opmaken dat betrekking heeft op hun eigen vermogen (artikel 195 van het burgerlijk wetboek). Ook personen die onder curatele zijn gesteld, mogen een testament opmaken. Krachtens artikel 421 van het burgerlijk wetboek mogen personen die niet in staat zijn om hun wil kenbaar te maken evenwel geen testament opmaken.

In het burgerlijk wetboek is bepaald dat testamenten qua vorm openbaar dan wel particulier zijn.

Openbare testamenten worden opgemaakt ten overstaan van een notaris of een familierechtbank. Een openbaar testament moet worden opgemaakt in aanwezigheid van de erflater. Het origineel van een openbaar testament wordt geacht het testament te zijn dat is geregistreerd in het register van documenten van een notaris of een consul of in het testamentenregister van een familierechtbank. De erflater ontvangt een kopie van het testament nadat het origineel is ondertekend.

Met betrekking tot particuliere testamenten is krachtens de artikelen 445 en 446 van het burgerlijk wetboek het volgende van toepassing: een dergelijk testament is alleen geldig wanneer met zekerheid is vastgesteld dat het is opgemaakt door de erflater en dat hierin zijn of haar laatste wil correct tot uitdrukking is gebracht. Particuliere testamenten worden schriftelijk opgemaakt. Het volledige testament moet met de hand zijn geschreven en door de erflater zijn ondertekend.

Overeenkomstig artikel 604 van het burgerlijk wetboek kunnen twee of meer personen een gezamenlijk wederzijds testament (savstarpējs testaments) opstellen; zij wijzen elkaar dan aan als erfgenaam in een enkel document. Als in een dergelijk testament de aanwijzing van een persoon als erfgenaam echter onderworpen is aan de voorwaarde dat er een geldige aanwijzing moet zijn van de andere persoon, zodat beide aanwijzingen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dan is er sprake van een co‑testament (korrespektīvs testaments).

Krachtens artikel 639 van het burgerlijk wetboek komt contractuele erfopvolging tot stand via een overeenkomst waarin een partij de rechten op zijn of haar toekomstige nalatenschap of een deel daarvan toekent aan een andere partij, of waarin meerdere partijen dergelijke rechten aan elkaar toekennen. Dergelijke overeenkomsten worden erfovereenkomsten genoemd. In een erfovereenkomst mag een partij ook een legaat toekennen aan een andere partij of aan een derde. Het is niet toegestaan een persoon in een erfovereenkomst uit te sluiten van een nalatenschap.

2 Moet de wilsbeschikking worden geregistreerd en, zo ja, hoe?

Als er een uiterste wilsbeschikking is opgemaakt als een openbaar document (notariële akte, een testament dat is gewaarmerkt door een familierechtbank), wordt dit geregistreerd in het openbare testamentenregister. Uiterste wilsbeschikkingen die particulier zijn opgesteld, worden alleen geregistreerd indien deze in bewaring zijn gegeven bij een notaris of een familierechtbank.

3 Gelden er beperkingen voor de bevoegdheid om bij uiterste wil te beschikken (bv. een wettelijk erfdeel)?

De erflater kan vrij bepalen hoe na zijn of haar overlijden zijn of haar volledige nalatenschap moet worden verdeeld, met uitzondering van de legitieme portie, die toekomt aan de legitimarissen. Personen die recht hebben op een legitieme portie, kunnen alleen aanspraak maken op de overdracht daarvan in geldelijke vorm.

4 Wie erft er en hoeveel, wanneer er geen uiterste wilsbeschikking is?

Op grond van het burgerlijk wetboek zijn echtgenoten, naaste familieleden en geadopteerde kinderen erfgerechtigd.

Een geadopteerd kind en zijn of haar nakomelingen kunnen erven van de adoptieouder of zijn of haar familieleden. De nakomelingen van een geadopteerd kind erven van het geadopteerde kind, evenals de adoptieouder of zijn of haar familieleden. Een erfgenaam die tot een lagere orde van erfopvolging behoort, erft niet indien een erfgenaam die tot een hogere orde van erfopvolging behoort, heeft aangegeven te willen erven.

Een echtgeno(o)t(e) erft samen met een erfgenaam die tot de eerste, tweede of derde orde van erfopvolging behoort. Wanneer een echtgeno(o)t(e) erft samen met een erfgenaam uit de eerste orde, ontvangt de echtgeno(o)t(e) een deel dat gelijk is aan dat van de nakomelingen wanneer het aantal nakomelingen dat heeft aangegeven te willen erven lager is dan vier. Indien vier of meer nakomelingen hebben aangegeven te willen erven, erft de echtgeno(o)t(e) een kwart. Wanneer de echtgeno(o)t(e) erft samen met erfgenamen uit de tweede of derde orde van erfopvolging, ontvangt de echtgeno(o)t(e) de helft van de nalatenschap. Een echtgeno(o)t(e) ontvangt de volledige nalatenschap indien er geen erfgenamen uit de eerste, tweede of derde orde van erfopvolging zijn of indien deze erfgenamen geen aanspraak hebben gemaakt op de erfenis.

De naaste familieleden van een erflater erven in een specifieke volgorde, die deels gebaseerd is op het soort verwantschap en deels op de mate van verwantschap. Met het oog op de volgorde van erfopvolging zijn wettelijke erfgenamen verdeeld in vier specifieke orden:

  1. in de eerste orde erven, zonder onderscheid op grond van de mate van verwantschap, alle nakomelingen van de erflater voor zover er tussen enerzijds hen en anderzijds de erflater geen andere nakomelingen zijn die erfgerechtigd zijn;
  2. in de tweede orde erven de meest naaste ascendenten van de erflater, evenals de volle broers en zussen van de erflater en de kinderen van de vooroverleden volle broers en zussen van de erflater;
  3. in de derde orde erven de halfbroers en -zussen van de erflater, alsook de kinderen van de vooroverleden halfbroers en -zussen van de erflater;
  4. in de vierde orde erven de andere meest naaste familieleden uit de zijlijn, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen volledige of gedeeltelijke bloedverwantschap.

5 Welke autoriteiten zijn bevoegd:

5.1 op het gebied van erfopvolging?

De notaris (zvērināts notārs).

5.2 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van de nalatenschap te ontvangen?

De notaris.

5.3 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van een legaat te ontvangen?

De notaris.

5.4 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van een wettelijk erfdeel te ontvangen?

De notaris.

6 Korte beschrijving van de procedure voor de behandeling van een erfopvolging uit hoofde van het nationale recht, waaronder de vereffening van de nalatenschap en de verdeling van de goederen (geef ook aan of de erfopvolgingsprocedure ambtshalve wordt ingeleid door een gerecht of een andere bevoegde autoriteit).

Zodra de nalatenschap openvalt, moet de erfgenaam aangeven of hij of zij deze al dan niet wil aanvaarden. Hiertoe kan een erfrechtverzoek worden ingediend bij een notaris. De notaris initieert de erfopvolgingsprocedure, maakt het openvallen van de nalatenschap bekend, spoort de personen die recht hebben op de nalatenschap op en geeft een erfrechtverklaring af.

Als de erfopvolging plaatsvindt op basis van een wilsbeschikking, dient deze te worden overhandigd aan een notaris, die de wilsbeschikking zal voorlezen en zal verklaren dat deze van kracht is geworden conform de wetgeving. Ook in dit geval moet de erfgenaam aangeven of hij of zij de nalatenschap al dan niet wil aanvaarden. Indien er een legataris is aangewezen, wordt hij of zij ook vermeld in de erfrechtverklaring.

De Letse wetgeving bevat geen regeling betreffende de verkoop en verdeling van de goederen van een erflater. Dergelijke maatregelen kunnen door een erflater zijn neergelegd in een wilsbeschikking, maar dat gebeurt niet vaak. Zodra de notaris heeft vastgesteld welke personen recht hebben op de nalatenschap, kunnen de erfgenamen gezamenlijk eigenaar blijven van de geërfde goederen of kunnen zij de nalatenschap verdelen door een overeenkomst op te stellen over de verdeling van die goederen. Indien een van de erfgenamen de nalatenschap willen verdelen terwijl de andere erfgenamen zich daartegen verzetten, heeft die erfgenaam het recht de rechter te verzoeken de nalatenschap te verdelen.

Het enige geval waarin de wetgeving voorziet in de verkoop van de goederen van een erflater, is wanneer er geen erfgenamen zijn en het vermogen erkend is als een onbeheerde nalatenschap, waardoor het onder de bevoegdheid van de staat valt. Als er schuldeisers zijn, worden de goederen geveild door een gerechtsdeurwaarder. Als er geen schuldeisers zijn, neemt de belastingdienst een beslissing over de verkoop van de goederen.

7 Hoe en wanneer wordt iemand erfgenaam of legataris?

Met betrekking tot legatarissen is in artikel 500 van het burgerlijk wetboek het volgende bepaald: wanneer aan personen slechts een afzonderlijk voorwerp uit de nalatenschap wordt nagelaten en dus niet de volledige nalatenschap of een deel daarvan, wordt dit nagelaten voorwerp een legaat genoemd en de persoon aan wie dit voorwerp is nagelaten een legataris.

Deze persoon moet een erfrechtverzoek indienen bij een notaris. Indien er een wilsbeschikking bestaat, moet deze eveneens aan de notaris worden overhandigd, die ze dan zal voorlezen. De notaris geeft een erfrechtverklaring af aan de erfgenamen en legatarissen na het verstrijken van de termijn voor aanvaarding van de erfenis zoals aangegeven door de notaris (minstens 3 maanden) of zoals bepaald in het burgerlijk wetboek (een jaar na het openvallen van de nalatenschap of de kennisneming van het openvallen van de nalatenschap).

8 Zijn de erfgenamen aansprakelijk voor de schulden van de erflater en, zo ja, onder welke voorwaarden?

In het burgerlijk wetboek is bepaald dat door de aanvaarding en verwerving van een nalatenschap alle rechten en plichten van de erflater, voor zover deze niet zijn uitgedoofd ten gevolge van het overlijden van de erflater, overgaan op de erfgenamen. Erfgenamen zijn aansprakelijk voor de schulden van de erflater, ook met hun persoonlijke goederen als de nagelaten goederen ontoereikend zijn. Een erfgenaam die een nalatenschap beneficiair (ar inventāra tiesību) heeft aanvaard, is voor de schulden en andere verplichtingen van de erflater slechts aansprakelijk ten belope van de waarde van de geërfde goederen.

9 Welke documenten en/of informatie zijn normaliter vereist voor de registratie van onroerende goederen?

De erfrechtverklaring en het verzoek om inschrijving worden ingediend bij het kadaster.

9.1 Is de benoeming van een beheerder verplicht of op verzoek verplicht? Indien dat verplicht is of verplicht is op verzoek, welke maatregelen moeten er dan worden genomen?

De volgende personen kunnen worden aangewezen:

  • na het openvallen van de nalatenschap: een beheerder voor de nalatenschap. Op verzoek van de erfgenamen of in sommige wettelijk bepaalde gevallen (bijvoorbeeld wanneer een nalatenschap ernstig bezwaard is met schulden of wanneer er geen erfgenamen zijn of deze niet kunnen worden gevonden enzovoort), stelt de notaris een beheersmandaat op via een afzonderlijke akte, die naar een familierechtbank wordt gestuurd met het oog op het aanwijzen van een beheerder;
  • executeur-testamentair: deze wordt aangewezen wanneer de erflater zijn of haar testament opmaakt.

9.2 Wie is er gerechtigd de uiterste wilsbeschikking van de erflater uit te voeren en/of de nalatenschap te beheren?

Een rechtsgeldig testament wordt uitgevoerd door de executeur-testamentair van het testament die hiervoor is aangewezen in het testament of een andere testamentaire akte. Als er geen executeur is aangewezen, wordt het testament uitgevoerd door een erfgenaam die in het testament is aangewezen. Als het testament echter geen directe testamentaire erfgenaam bevat, wordt het uitgevoerd door een beheerder van de nalatenschap die is aangewezen door een familierechtbank op basis van een beslissing van de notaris.

9.3 Over welke bevoegdheden beschikt een beheerder?

De juridische status van een executeur-testamentair en de omvang van zijn of haar rechten en plichten worden bepaald op grond van de in het testament geuite wil van de erflater. Als de erflater geen nadere instructies heeft gegeven, dient de executeur-testamentair er slechts zorg voor te dragen dat aan de laatste wil van de erflater wordt voldaan en dat deze wordt uitgevoerd en dat, voor zover dit daartoe nodig is, de nalatenschap wordt afgehandeld en verdeeld onder de erfgenamen en legatarissen.

Beheerders van een nalatenschap handelen bij het beheer en de vertegenwoordiging van de nalatenschap onafhankelijk en in het belang van de nalatenschap. Beheerders beheren de nalatenschap met dezelfde zorg als die waarmee zij als eigenaar hun eigen zaken zouden beheren. Tijdens de beheerperiode dienen beheerders jaarlijks een beheersverslag in bij de bevoegde familierechtbank. Zodra de nalatenschap onder de erfgenamen is verdeeld of wanneer het beheer om andere redenen wordt beëindigd, moet een definitief beheersverslag worden ingediend. Wanneer de notaris een erfrechtverklaring afgeeft, wordt het beheer beëindigd en derhalve ook het recht van de beheerder om namens de nalatenschap te handelen.

10 Welke documenten worden krachtens het nationale recht gewoonlijk gebruikt tijdens of aan het einde van een erfopvolgingsprocedure ter staving van de rechtspositie en de rechten van de rechthebbenden? Hebben zij een specifieke bewijskracht?

Een notaris geeft een erfrechtverklaring af in de vorm van een notariële akte. De geldigheid van een notariële akte kan niet worden betwist. Een dergelijke akte kan alleen worden betwist in het kader van een afzonderlijke procedure.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 27/11/2017