Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Insolventie - Finland

INHOUDSOPGAVE

Insolventie betekent dat een schuldenaar, anders dan tijdelijk, niet in staat is zijn schulden te betalen wanneer deze opeisbaar zijn. Een insolventieprocedure is een tenuitvoerleggingsprocedure die gelijktijdig op alle schulden van de schuldenaar van toepassing is.

In Finland bestaan er drie verschillende soorten insolventieprocedures: faillissement, herstructurering van een onderneming en schuldsanering bij een natuurlijke persoon. De regels inzake faillissement zijn vastgelegd in de faillissementswet (Konkurssilaki 120/2004) die op 1 september 2004 in werking is getreden. De wet inzake de herstructurering van ondernemingen (Laki yrityksen saneerauksesta 47/1993) en de wet inzake de schuldsanering bij natuurlijke personen (Laki yksityishenkilön velkajärjestelystä 57/1993) zijn op 8 februari 1993 in werking getreden.

Faillissement is een liquidatieprocedure waarbij het doel is om de activa van een schuldenaar te gelde te maken en de opbrengst daarvan onder de schuldeisers te verdelen. Herstructurering van een onderneming en schuldsanering bij natuurlijke personen zijn rehabilitatieprocedures, bedoeld om de financiële gezondheid te herstellen en de schuldenaar de mogelijkheid te geven zijn financiële moeilijkheden te boven te komen.

Een schuldenaar kan ook buiten de officiële insolventieprocedures om met zijn schuldeisers tot een akkoord komen of andere regelingen treffen voor het betalen van zijn schulden. Voor regelingen die op vrijwillige basis tot stand komen, bestaan geen wettelijke voorschriften.

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Faillissement

Faillissement kent een algemene toepassing, zodat zowel natuurlijke personen als rechtspersonen failliet kunnen worden verklaard. Een rechtspersoon kan failliet worden verklaard, zelfs als hij uit het betreffende register is geschrapt of is ontbonden. Ook een nalatenschap kan failliet worden verklaard.

Herstructurering

Iedere onderneming die een commerciële activiteit verricht, evenals iedere zelfstandig ondernemer, kan voorwerp zijn van een herstructureringsprocedure. Bepaalde ondernemingen, zoals kredietinstellingen en verzekeringsmaatschappijen, zijn echter van herstructureringsprocedures uitgesloten, aangezien zij onder een bijzondere wet en afzonderlijk toezicht vallen.

Schuldsanering

Alleen een natuurlijke persoon kan om sanering van zijn schulden verzoeken. Een natuurlijke persoon die een particuliere onderneming leidt of die een activiteit verricht in het kader van een vennootschap onder firma of optreedt als commanditair vennoot in een commanditaire vennootschap, kan onder bepaalde voorwaarden echter ook gebruik maken van de schuldsaneringsregeling.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Voor het openen van elk van de drie insolventieprocedures geldt als algemene voorwaarde dat de schuldenaar insolvent is. Insolventie betekent dat een schuldenaar, anders dan tijdelijk, niet in staat is zijn schulden te betalen wanneer deze opeisbaar zijn. Een herstructureringsprocedure kan ook worden geopend wanneer een schuldenaar insolvent dreigt te raken.

Faillissement

Een faillissement kan zowel door de schuldenaar als door een schuldeiser worden aangevraagd. De algemene voorwaarde die wordt gesteld aan een faillietverklaring, is dat de schuldenaar insolvent is. In de faillissementswet is bepaald op basis van welke criteria kan worden vastgesteld of iemand insolvent is. Een schuldenaar wordt geacht insolvent te zijn indien zijn situatie binnen deze criteria valt, tenzij er aanwijzingen van het tegendeel voorhanden zijn.

Er is sprake van vermoedelijke insolventie:

1. indien de schuldenaar zelf verklaart dat hij insolvent is en er geen bijzondere redenen zijn om zijn verklaring te verwerpen;

2. indien de schuldenaar is opgehouden te betalen;

3. indien bij tenuitvoerleggingsprocedures die zijn uitgevoerd in de zes maanden voorafgaand aan de indiening van de faillissementsaanvraag, is gebleken dat de schuldenaar zijn schulden niet volledig kan afbetalen; of

4. indien de schuldenaar, die gedurende het jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de faillissementsaanvraag wettelijk verplicht was of is om voor zijn onderneming een boekhouding te voeren, niet binnen een week na ontvangst van een betalingsherinnering van een schuldeiser een onbetwiste en opeisbaar vordering betaalt.

Een faillissementsaanvraag kan door een schuldeiser worden ingediend wanneer de vordering berust op een vonnis, een andere executoriale titel, een door de schuldenaar ondertekende toezegging, of wanneer de vordering onbetwistbaar is. De vordering hoeft niet per se vervallen te zijn. Er gelden beperkingen voor faillissementsaanvragen die berusten op geringe schuldvorderingen en in de gevallen waarin de schuldeiser een zekerheidsrecht heeft.

De rechter benoemt een curator en zorgt ervoor dat er onverwijld een bericht over de opening van de faillissementsprocedure in de Finse staatscourant wordt gepubliceerd. Het bericht kan ook in een gewone krant worden gepubliceerd. De curator is verplicht de schuldeisers in kennis te stellen van de opening van de faillissementsprocedure. De opening van de faillissementsprocedure wordt ook geregistreerd in onder meer het register voor faillissementen en herstructureringen, het handelsregister, het kadaster en hypotheekregister, het scheepsregister voor schepen in aanbouw en afgebouwde schepen, het luchtvaartuigregister, het register van verpande handelszaken, het motorvoertuigenregister en het aandelenregister.

Herstructurering

De opening van een herstructureringsprocedure kan zowel door de schuldenaar als door een schuldeiser worden aangevraagd. De meeste aanvragen worden door de schuldenaar zelf ingediend.

Een procedure om een onderneming te herstructureren kan worden geopend wanneer de schuldenaar insolvent is en er geen wettelijke belemmering bestaat voor de opening van de procedure. Een belemmering is bijvoorbeeld de situatie waarin de insolventie niet door middel van een herstructureringsplan kan worden opgelost of het vermogen van de schuldenaar onvoldoende is om de kosten van de herstructureringsprocedure te dekken. Een herstructureringsprocedure kan ook worden geopend wanneer een schuldenaar insolvent dreigt te raken. In dergelijke gevallen kan de schuldeiser alleen een verzoek tot opening van een herstructureringsprocedure indienen wanneer de schuldvordering een aanzienlijk financieel belang vertegenwoordigt. Voorts kan een herstructureringsprocedure worden geopend wanneer de schuldenaar en ten minste twee schuldeisers hiertoe gezamenlijk een aanvraag indienen of wanneer de schuldeisers verklaren dat zij de aanvraag van de schuldenaar steunen. In dat geval moeten de schuldvorderingen van deze schuldeisers gezamenlijk ten minste een vijfde deel van de bekende schulden van de schuldenaar vertegenwoordigen.

De rechtbank laat de beslissing tot opening van een herstructureringsprocedure in de Finse Staatscourant publiceren. De insolventiefunctionaris is verplicht de schuldeisers te informeren over de opening van de herstructureringsprocedure. Ook bepaalde overheidsinstanties moeten in kennis worden gesteld van de opening van de herstructureringsprocedure en hiervan moet een aantekening worden gemaakt in onder meer het register van faillissementen en herstructureringsprocedures, het handelsregister, het kadaster en hypotheekregister.

De rechtsgevolgen van de opening van een herstructureringsprocedure treden automatisch in vanaf de datum van de uitspraak tot opening van de procedure. Na indiening van de aanvraag kan de rechter, op verzoek van de aanvrager of de schuldenaar, een verbod tot betaling van schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten uitvaardigen, evenals een verbod tot inning van vorderingen, een verbod tot beslaglegging, of een verbod tot uitvoering van andere executiemaatregelen die voorafgaand aan de opening van de procedure effect sorteren.

Schuldsanering

Schuldsanering kan alleen door de schuldenaar worden aangevraagd. Om een schuldsaneringsprocedure te kunnen openen moet de schuldenaar insolvent zijn en redelijkerwijze niet in staat zijn om zijn solvabiliteit dusdanig te verbeteren dat hij zijn schulden kan betalen. De belangrijkste oorzaak van de insolventie moet een aanzienlijke vermindering zijn van het vermogen van de schuldenaar om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen als gevolg van een wijziging in zijn situatie die hem niet direct te verwijten is, zoals ziekte. Schuldsanering kan ook worden toegekend wanneer er een andere gegronde reden is gelet op het totale schuldbedrag en de solvabiliteit van de schuldenaar. Bij de beoordeling van de solvabiliteit van de schuldenaar wordt onder meer rekening gehouden met zijn activa, zijn inkomsten en zijn potentiële inkomsten.

Er mogen geen wettelijke belemmeringen voor de schuldsaneringsprocedure bestaan (bijvoorbeeld een schuld die is ontstaan als gevolg van een criminele activiteit of een door ondoordacht handelen ontstane schuldenlast). De schuldsanering kan ondanks een algemene belemmering in geval van een gegronde reden toch worden toegewezen. In dergelijke gevallen moet in het bijzonder worden gekeken naar de maatregelen die de schuldenaar neemt om zijn schulden af te betalen, hoe lang de schulden al opeisbaar zijn, de situatie van de schuldenaar, en de gevolgen van schuldsanering voor zowel de schuldenaar als zijn schuldeisers.

De rechtsgevolgen van de opening van de schuldsaneringsprocedure treden automatisch in vanaf de datum van de beslissing tot opening van de procedure. Na indiening van de aanvraag kan de rechter, op verzoek van de schuldenaar, een tijdelijk verbod tot betaling van schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten uitvaardigen, evenals een verbod tot inning van vorderingen, een verbod tot beslaglegging, of een verbod tot uitvoering van andere executiemaatregelen die effect sorteren voorafgaand aan de opening van de procedure.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Faillissement

De failliete boedel bestaat uit alle activa die de schuldenaar bezit bij aanvang van het faillissement en de activa die hij verwerft vóór de beëindiging van de faillissementsprocedure. De realisatie van de goederen die tot de boedel behoren, de activa die teruggevorderd kunnen worden voor de boedel en de activa verworven middels substitutie in de boedel, zijn eveneens activa die deel uitmaken van de failliete boedel.

Activa die niet vatbaar zijn voor beslag maken over het algemeen geen deel uit van de failliete boedel. Bovendien geldt dat activa die een natuurlijke persoon verwerft of het inkomen dat hij verdient na de opening van de faillissementsprocedure niet tot de failliete boedel behoren.

Herstructurering

In het kader van een herstructureringsprocedure wordt er voor de schuldenaar een herstructureringsplan opgesteld. Het plan bevat onder meer een overzicht van de financiële situatie van de schuldenaar, dat wil zeggen de activa, de passiva en de andere ondernemingen die de schuldenaar heeft. Het herstructureringsplan moet zijn gebaseerd op de totale waarde van de activa van de schuldenaar ten tijde van de procedure. Terugvordering is ook mogelijk: een transactie die kan worden vernietigd wanneer een faillissementsaanvraag zou zijn ingediend in plaats van een herstructureringsaanvraag, kan in het kader van een herstructureringsprocedure op dezelfde gronden worden vernietigd als in een faillissementsprocedure.

Hoewel het in uitzonderingsgevallen mogelijk is om het herstructureringsplan na goedkeuring te wijzigen, kan het bedrag dat aan iedere schuldeiser wordt uitbetaald echter niet via een wijziging worden verhoogd. Wanneer na goedkeuring van het herstructureringsplan activa aan de schuldenaar worden overgedragen, zijn de schuldeisers evenwel gerechtigd aanvullende betalingen van de schuldenaar te vorderen. De schuldenaar kan worden gelast aanvullende betalingen te verrichten, wanneer wordt geoordeeld dat zijn financiële situatie beter is dan op het tijdstip waarop het plan werd opgesteld. Een verzoek tot aanvullende betalingen kan, indien gegrond, uiterlijk binnen een jaar nadat het eindverslag aan de rechtbank is overgelegd, worden ingediend

Schuldsanering

Bij de beoordeling van het vermogen van de schuldenaar om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, moet onder meer rekening worden gehouden met de opbrengst van de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar, zijn inkomsten en zijn potentiële inkomsten, de kosten voor levensonderhoud en onderhoudsverplichtingen. Er wordt in het kader van de schuldsaneringsprocedure een betalingsplan opgesteld voor de schuldenaar dat is afgestemd op zijn vermogen om te betalen. Bovendien worden alle inkomsten van de schuldenaar boven het bedrag van de kosten voor levensonderhoud en onderhoudsverplichtingen gebruikt voor het afbetalen van de schuld, evenals alle overige activa van de schuldenaar die niet onder de basisbehoeften vallen. Activa die als basisbehoeften van de schuldenaar worden beschouwd, zijn onder meer de woning die eigendom is van de schuldenaar, de noodzakelijke inboedel, de persoonlijke bezittingen en het werkgereedschap van de schuldenaar voor zover hij deze redelijkerwijs nodig heeft. Activa die als basisbehoeften van de schuldenaar worden beschouwd, mogen alleen te gelde worden gemaakt in de in de wet vastgestelde gevallen.

Bovendien kan de schuldenaar op grond van het betalingsplan verplicht zijn aanvullende betalingen te verrichten wanneer hij gedurende de looptijd van het betalingsplan extra inkomsten ontvangt of activa verwerft. De schuldenaar is verplicht een deel van giften of andere eenmalige betalingen die hij gedurende de looptijd van het betalingsschema ontvangt, over te maken aan de schuldeisers. Indien de inkomsten van de schuldenaar hoger zijn dan het in het betalingsplan vastgestelde inkomen, is de schuldenaar verplicht een deel van die aanvullende inkomsten aan de schuldeisers te betalen.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Faillissement

De rechter beslist of het faillissement wordt uitgesproken en benoemt een curator. Een persoon kan tot curator worden benoemd wanneer hij instemt met de benoeming, bekwaam is en over de vereiste competenties en ervaring beschikt om deze taak naar behoren te kunnen uitvoeren, en ook in alle andere opzichten geschikt is. De curator mag geen enkele relatie hebben met de schuldenaar of de schuldeisers die zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de schuldenaar, zijn onpartijdigheid met betrekking tot de schuldeisers of zijn bekwaamheid om zijn taak op de juiste wijze te kunnen verrichten, in gevaar brengt. Een rechtspersoon kan niet tot curator worden benoemd.

De curator speelt een centrale rol bij het beheer van de failliete boedel. Hij heeft onder meer tot taak de boedel te vertegenwoordigen en het gewone beheer van de boedel te verzorgen, de boedelbeschrijving en een verslag over de schuldenaar op te stellen, schuldvorderingen te controleren en de lijst van voorschotten op te stellen. De curator houdt eveneens toezicht op het beheer en de verkoop van goederen die tot de boedel behoren en op de verdeling van de opbrengst.

Na de opening van de faillissementsprocedure verliest de schuldenaar het volledige beheer en de beschikking over de activa die tot de boedel behoren. Hij moet verplicht medewerking verlenen zodat de faillissementsprocedure uiteindelijk kan worden gesloten. De schuldenaar dient de curator alle nodige informatie te verstrekken, zodat hij de boedelbeschrijving kan opstellen en deze bevestigen. De schuldenaar heeft het recht om op de hoogte te worden gehouden over de boedel, deel te nemen aan de schuldeisersvergaderingen en zijn mening te geven over zaken waarover beslissingen moeten worden genomen.

Herstructurering

De rechter benoemt bij de opening van de herstructureringsprocedure van een onderneming een bewindvoerder. De bewindvoerder is een volwassen persoon, die bekend staat als betrouwbaar, die niet in staat van faillissement verkeert en die voldoet aan de wettelijke vereisten. Deze persoon dient te beschikken over de bekwaamheid, competenties en ervaring die voor de functie is vereist. De bewindvoerder mag geen enkele relatie hebben met de schuldenaar of de schuldeisers, die zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de schuldenaar, zijn onpartijdigheid met betrekking tot de schuldeisers of zijn bekwaamheid om de taak op juiste wijze te kunnen verrichten, in gevaar brengt. Een rechtspersoon kan niet tot bewindvoerder worden benoemd.

De bewindvoerder is verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstellingen van de procedure en het beschermen van de belangen van de schuldeisers. Hij stelt een overzicht van de activa en passiva van de schuldenaar op en een voorstel voor het herstructureringsplan. Hij houdt tevens toezicht op de activiteiten van de schuldenaar.

De rechter kan een schuldeiserscommissie benoemen die alle schuldeisers vertegenwoordigt en die de bewindvoerder als adviesorgaan bijstaat bij de uitoefening van zijn taken. Er wordt geen schuldeiserscommissie benoemd wanneer dat wegens het geringe aantal schuldeisers of om een andere reden niet noodzakelijk wordt geacht.

De schuldenaar blijft handelingsbevoegd met betrekking tot zijn activa en activiteiten, tenzij in de wet anders is bepaald. De schuldenaar mag echter na opening van de procedure niet zonder toestemming van de bewindvoerder nieuwe schulden aangaan, tenzij deze verband houden met de gewone activiteiten van de schuldenaar en het bedrag en de voorwaarden niet ongebruikelijk zijn. De handelingsbevoegdheid van de schuldenaar kan op verzoek van de bewindvoerder of een schuldeiser ook op andere wijze worden beperkt, met name wanneer het risico bestaat dat de schuldenaar handelt op een wijze die schadelijk is voor de belangen van de schuldeisers. De schuldenaar moet verplicht samenwerken met de rechter, de bewindvoerder en de schuldeiserscommissie en hen alle benodigde informatie verstrekken. De schuldenaar behoudt het recht vorderingen in te stellen in geschorste of toekomstige gerechtelijke procedures, tenzij de bewindvoerder het recht van de schuldenaar tot het instellen van een rechtsvordering uitoefent.

Schuldsanering

De rechter kan in een schuldsaneringsprocedure eventueel een bewindvoerder benoemen indien dat nodig is om opheldering te krijgen over de financiële situatie van de schuldenaar, de tegeldemaking van de activa of de uitvoering van de schuldsanering. De bewindvoerder is een volwassen persoon, van wie de integriteit bekend is, die niet in staat van faillissement verkeert, die niet onderworpen is aan een beperking van zijn bevoegdheden en die instemt met de benoeming. De bewindvoerder beschikt over de vereiste competenties en ervaring voor de uitoefening van zijn taken. De bewindvoerder mag op geen enkele wijze een relatie hebben met de schuldenaar of de schuldeisers als gevolg waarvan zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de schuldenaar of zijn onpartijdigheid met betrekking tot de schuldeisers in gevaar komt. Een rechtspersoon kan niet tot bewindvoerder worden benoemd.

De bewindvoerder stelt in voorkomend geval een voorstel voor een betalingsplan op en voert alle andere door de rechtbank opgelegde taken uit. Bij het opstellen van het voorstel voor een betalingsplan dient de bewindvoerder met de schuldenaar en de schuldeisers te overleggen en hen alle nodige informatie over de schuldsanering te verstrekken. Tevens geeft hij hen de mogelijkheid een verklaring te overleggen met betrekking tot het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan De bewindvoerder kan ook belast worden met de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar en met de uitkering van de opbrengst daarvan aan de schuldeisers. Indien er geen bewindvoerder wordt benoemd, is de schuldenaar zelf verantwoordelijk voor het opstellen van het voorstel van het betalingsplan. Het is aan de rechter een beslissing te nemen over de opening van een schuldsaneringsprocedure van een natuurlijke persoon. Hij is tevens verantwoordelijk is voor het bekrachtigen van het betalingsplan.

De schuldenaar behoudt de titel en het eigendomsrecht van alle goederen. Alle activa die niet als basisbehoeften van de schuldenaar worden beschouwd, worden echter gebruikt voor het betalen van de schulden. De schuldenaar dient de rechtbank en de schuldeisers en, in voorkomend geval, de bewindvoerder, alle nodige informatie te verstrekken die relevant is voor de sanering van zijn schuld. De schuldenaar dient tevens mee te werken aan de goede uitvoering van de schuldsaneringsprocedure.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Faillissement

Behoudens bepaalde uitzonderingen, is de schuldeiser gerechtigd een vordering in het faillissement te verrekenen met het bedrag dat hij aan de schuldenaar is verschuldigd bij de opening van de faillissementsprocedure, ook als de schuld aan de schuldenaar of de vordering nog niet opeisbaar is. Het recht op verrekening geldt niet voor vorderingen die de schuldeiser geen recht op betaling uit de failliete boedel geven, noch voor vorderingen die ondergeschikt zijn aan andere vorderingen. De schuldeiser is verplicht alle informatie te verstrekken over vorderingen die verrekend kunnen worden.

Herstructurering

Ondanks het verbod op inning van vorderingen heeft een schuldeiser het recht het bedrag dat hij aan de schuldenaar verschuldigd is bij de opening van de procedure te verrekenen onder dezelfde voorwaarden als bij een faillissementsprocedure. De kennisgeving van de verrekening dient ook aan de bewindvoerder te worden betekend. Een kredietinstelling heeft geen recht op verrekening met geldbedragen die de schuldenaar op een rekening bij die instelling heeft wanneer het verbod op inning van kracht wordt of daarna. Het recht op verrekening geldt ook niet met betrekking tot geldbedragen die de kredietinstelling op dat moment onder zich heeft om te worden overgemaakt naar de rekening van de schuldenaar, wanneer die rekening kan worden gebruikt voor betalingsverrichtingen.

Schuldsanering

Nadat de schuldsaneringsprocedure eenmaal is geopend, mogen er geen maatregelen tegen de schuldenaar worden genomen voor het innen van een schuld waarvan de betaling is opgeschort of voor het veiligstellen van de betaling van de schuld. Onder een opschorting valt ook de verrekening tussen de opeisbare vorderingen van de schuldenaar en zijn schulden aan de schuldeiser. Een dergelijke opschorting geldt echter niet voor de verrekening van belastingen.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

In de regel blijven overeenkomsten waarbij geen sprake is van opeisbare vorderingen die onder een insolventieprocedure vallen, in alle drie de insolventieprocedures geldig en ongewijzigd.

Faillissement

Wanneer de schuldenaar bij de aanvang van het faillissement een overeenkomst waarbij hij partij is, niet heeft uitgevoerd, verzoekt de andere contractpartij om een verklaring waarin wordt aangegeven of de failliete boedel de overeenkomst al dan niet zal nakomen. Wanneer de failliete boedel verklaart dat hij de overeenkomst zal nakomen en hij voldoende zekerheid biedt voor de uitvoering ervan, dan kan de overeenkomst niet worden ontbonden. De andere contractpartij kan de overeenkomst echter wel ontbinden wanneer het een persoonlijke verbintenis betreft, of wanneer er een andere bijzondere reden is op grond waarvan de andere contractpartij niet gehouden is de overeenkomst met de failliete boedel in stand te houden.

Verder kan een individuele transactie worden vernietigd op basis van een terugvordering zoals bedoeld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel (Laki takaisinsaannista konkurssipesään 758/1991).

Herstructurering

De opening van een herstructureringsprocedure heeft geen gevolgen voor de andere bestaande ondernemingen van de schuldenaar, tenzij in de wet anders is bepaald. Een huur- of leaseovereenkomst waarbij de schuldenaar de huurder is, kan door de schuldenaar worden ontbonden, waarbij de overeenkomst twee maanden na overhandiging van het bericht van opzegging eindigt. Een persoon die zich vóór de opening van de procedure heeft verbonden tot het verrichten van een contractuele prestatie jegens de schuldenaar, maar deze bij de opening van de procedure nog niet heeft afgerond, heeft recht op een vergoeding voor die prestatie wanneer deze onder de gebruikelijke activiteiten van de schuldenaar valt. Wanneer de kwestie betrekking heeft op een ander soort overeenkomst die vóór de opening van de procedure is gesloten en de schuldenaar, bij de opening van de procedure, nog niet heeft voldaan aan zijn betalingsverplichting op grond van die overeenkomst, stelt de bewindvoerder, op verzoek van de andere partij, vast of de schuldenaar zich al dan niet aan de overeenkomst zal houden. Is het antwoord negatief of komt er niet binnen een redelijke termijn een antwoord, dan is de wederpartij gerechtigd de overeenkomst te ontbinden. Een overeenkomst op grond waarvan de schuldenaar een betaling verricht die is gebaseerd op of verband houdt met een schuld die wordt geherstructureerd, is nietig, tenzij de betalingsverplichting is gebaseerd op het goedgekeurde herstructureringsplan.

Een werkgever die is onderworpen aan een herstructureringsprocedure, mag onder bepaalde voorwaarden een arbeidsovereenkomst, ongeacht de duur daarvan, beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

Een transactie die kan worden vernietigd wanneer een faillissementsaanvraag zou zijn ingediend in plaats van een herstructureringsaanvraag, kan op verzoek van een schuldeiser in het kader van de herstructureringsprocedure worden vernietigd op dezelfde gronden als die welke zijn vastgesteld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel.

Schuldsanering

De schuldenaar dient afstand te doen van de activa die niet tot zijn basisbehoeften behoren en die zijn verkregen op basis van deelbetalingen of een afbetalingsregeling. De schuldenaar heeft het recht een huurovereenkomst waarbij hij de huurder is op te zeggen, of elke andere soort consumentenovereenkomst of afbetalingsregeling te beëindigen; de overeenkomst eindigt twee maanden na overhandiging van het bericht van opzegging. Een persoon die zich vóór de opening van de procedure heeft verbonden aan het verrichten van een contractuele prestatie jegens de schuldenaar, maar deze bij de opening van de procedure nog niet heeft afgerond, heeft recht op een vergoeding voor die prestatie wanneer deze onder de gebruikelijke activiteiten van de schuldenaar valt. Een overeenkomst waarbij de schuldenaar aansprakelijk is op basis van of in verband met de schuldsanering, is nietig, tenzij de aansprakelijkheid in het betalingsplan of bij de wet is vastgesteld.

Een transactie die kan worden vernietigd wanneer een faillissementsaanvraag zou zijn ingediend in plaats van een schuldsaneringsaanvraag, kan op verzoek van een schuldeiser in het kader van de schuldsaneringsprocedure worden vernietigd op dezelfde gronden als die zijn vastgesteld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Faillissement

Na aanvang van het faillissement mogen er geen rechtsvorderingen worden ingesteld tegen de goederen die tot de failliete boedel behoren voor het verkrijgen van een grond voor tenuitvoerlegging betreffende een vordering in het faillissement, en er worden geen executoriale maatregelen uitgevoerd met betrekking tot goederen die tot de failliete boedel behoren voor het innen van een vordering in het faillissement. Een schuldeiser met een zekerheidsrecht kan echter wel een rechtsvordering instellen voor het innen van een vordering op basis van dat zekerheidsrecht.

Herstructurering

Na opening van de herstructureringsprocedure geldt voor de schuldenaar in de regel een verbod op betaling en voor de schuldeiser een verbod op inning, dat wil zeggen dat er geen enkele maatregel tegen de schuldenaar mag worden genomen voor het innen van een schuld die wordt geherstructureerd of voor het zeker stellen van de betaling. In bepaalde gevallen kan een schuldeiser met een zekerheidsrecht toestemming vragen aan de rechter om dit zekerheidsrecht in te zetten voor het verkrijgen van een betaling. Dat is bijvoorbeeld mogelijk wanneer het gelet op de afspraken inzake de herstructurering, duidelijk is dat de goederen die als zekerheid dienen niet in het bezit van de schuldenaar hoeven te blijven. Over het algemeen worden er na opening van de procedure geen conservatoire maatregelen op basis van officiële beslissingen jegens de schuldenaar genomen.

Schuldsanering

Voor de schuldeiser geldt net als bij een herstructureringsprocedure ook bij een schuldsaneringsprocedure dat de inning van de schuldvordering is opgeschort. Wanneer een schuld onder een betalingsopschorting valt, worden er geen maatregelen tegen de schuldenaar genomen voor het innen van de vordering of het zeker stellen van de betaling. Er worden geen maatregelen tegen de schuldenaar genomen voor het innen van een vordering of voor het zeker stellen van de betaling. Bovendien zijn boetes voor te late betaling niet van toepassing voor de schuldenaar. In bepaalde gevallen kan een schuldeiser met een zekerheidsrecht echter toestemming vragen aan de rechter om dit zekerheidsrecht in te zetten voor het verkrijgen van een betaling. Dat is bijvoorbeeld mogelijk wanneer de activa die als zekerheid dienen niet worden beschouwd als basisbehoeften van de schuldenaar of wanneer de schuldenaar de betreffende activa niet nodig heeft voor het voortzetten van zijn onderneming.

De schuldeiser mag een rechtsvordering of een andere procedure instellen om zijn recht op dwangmiddelen te behouden of een grond voor tenuitvoerlegging te krijgen. Onverminderd de verbodsbepalingen in verband met de opening van een schuldsaneringsprocedure, geldt in de regel dat de schuldeiser tevens kan verzoeken om een bevel tot conservatoire maatregelen en om de tenuitvoerlegging van dat bevel.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Faillissement

Vanaf de opening van de faillissementsprocedure verliest de schuldenaar het volledige beheer en de beschikking over de activa die tot de failliete boedel behoren ten gunste van de curator. De failliete boedel heeft als gevolg hiervan het recht de rol van partij aan te nemen bij kwesties die betrekking hebben op goederen die tot de failliete boedel behoren: de boedel heeft de mogelijkheid een geschorste gerechtelijke procedure tussen de schuldenaar en een derde partij betreffende tot de boedel behorende goederen voort te zetten. Wanneer de boedel geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, kan de procedure door de schuldenaar worden voortgezet. De failliete boedel heeft eveneens de mogelijkheid een geschorste gerechtelijke procedure voort te zetten die betrekking heeft op een vordering in het faillissement en die is ingesteld tegen de schuldenaar. Weigert de boedel de procedure over te nemen en wil ook de schuldenaar de procedure niet voortzetten, dan kan de eiser verzoeken de zaak te beëindigen.

Herstructurering

De schuldenaar behoudt zijn recht op het instellen van een vordering in een geschorste gerechtelijke procedure of in andere gerechtelijke procedures waarbij hij partij is, tenzij de bewindvoerder het recht van de schuldenaar tot het instellen van een rechtsvordering uitoefent. Deze bepaling geldt ook voor gerechtelijke procedures of andere procedures die na de opening van de herstructureringsprocedure zijn geschorst.

De bewindvoerder is bevoegd namens de schuldenaar een vordering in te stellen en een gerechtelijke procedure of een andere soortgelijke procedure in te leiden, en het vorderingsrecht van de schuldenaar in deze procedures uit te oefenen. Bovendien kan de bewindvoerder betekende stukken namens de schuldenaar in ontvangst nemen.

Schuldsanering

De opening van een schuldsaneringsprocedure heeft geen invloed op lopende gerechtelijke procedures, noch op het vorderingsrecht van de schuldenaar in die procedures.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Faillissement

De schuldeiser kan een aanvraag tot faillietverklaring indienen.

De schuldeisers oefenen de grootste macht over de failliete boedel uit. De macht over de failliete boedel wordt uitgeoefend door de schuldeisers, voor zover de wet niet anders bepaalt of deze niet door de curator moet worden uitgeoefend. Bovendien kunnen de schuldeisers hun macht op het gebied van het lopende beheer van de boedel behouden of een deel van die macht overdragen aan de curator. Het recht van de schuldeisers om de macht uit te oefenen komt toe aan de schuldeisers die een vordering op de schuldenaar in het faillissement hebben en die deze vordering ook hebben ingediend. De macht van de schuldeisers vangt aan bij de opening van de faillissementsprocedure en eindigt bij de beëindiging van het faillissement.

De schuldeisersvergadering is het belangrijkste besluitvormingsorgaan, maar er kunnen ook andere besluitvormingsprocedures worden toegepast. De schuldeisers kunnen tevens een schuldeiserscommissie instellen die optreedt als verbindings- en onderhandelingsorgaan tussen de curator en de schuldeisers. Het stemgewicht van de schuldeisers wordt bepaald op grond van hun lopende vorderingen in het faillissement. Het besluit van de schuldeisersvergadering komt tot stand wanneer het standpunt wordt ondersteund door de schuldeisers met een totaal stemgewicht dat groter is dan de helft van het totale aantal schuldeisers dat aan de stemming deelneemt. De stemmen worden in het kader van andere besluitvormingsprocedures berekend op basis van het stemgewicht van de schuldeisers die hun standpunt kenbaar maken.

Herstructurering

Een schuldeiser kan een verzoek tot herstructurering indienen.

Er kan een schuldeiserscommissie worden benoemd die optreedt als algemeen vertegenwoordiger van de schuldeisers. Deze commissie vertegenwoordigt alle groepen schuldeisers en dient de bewindvoerder bij te staan bij de uitoefening van zijn taken en namens de schuldeisers toezicht te houden op de activiteiten van de bewindvoerder. De commissie neemt besluiten bij gewone meerderheid.

Bij het opstellen van het voorstel voor het herstructureringsplan, onderhandelt de bewindvoerder met de schuldeiserscommissie en, indien nodig, met individuele schuldeisers. De schuldeisers of groepen schuldeisers met schuldvorderingen die de wettelijk vastgestelde limiet overschrijden, hebben het recht een voorstel voor een herstructureringsplan in te dienen. Zodra het voorstel is vastgesteld, wordt het ter goedkeuring doorgestuurd naar de schuldeisers. Wanneer er geen belemmeringen bestaan wordt het plan aangenomen met goedkeuring van alle schuldeisers, de goedkeuring van de meerderheid van elke groep schuldeisers of, in bepaalde gevallen, zelfs zonder de goedkeuring van de meerderheid van alle groepen schuldeisers.

Schuldsanering

Een aanvraag tot schuldsanering bij een natuurlijke persoon kan niet door een schuldeiser worden ingediend. In de regel moet de schuldenaar voordat hij een schuldsaneringsaanvraag indient, echter eerst nagaan of hij met zijn schuldeisers tot een akkoord kan komen. Uit de bestaande praktijk op het gebied van kredieten en de inning van vorderingen blijkt dat schuldeisers over het algemeen bereid zijn mee te werken aan een akkoord.

De schuldeisers krijgen de mogelijkheid om hun standpunt over het verzoek tot schuldsanering en het voorstel voor het betalingsplan in te dienen. De schuldeisers verstrekken, op verzoek, schriftelijk nadere details over hun vordering. Een goedgekeurd betalingsplan kan op verzoek van de schuldeiser worden gewijzigd of op bepaalde gronden worden ingetrokken.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Faillissement

De failliete boedel wordt zorgvuldig en doelmatig beheerd. Een van de taken van de curator is om de goederen die tot de boedel behoren te verkopen. De curator maakt de goederen die tot de failliete boedel behoren op de voor die boedel meest voordelige wijze te gelde, zodat de verkoopopbrengsten zo hoog mogelijk zijn. Een zekerheidsrecht dat tot de failliete boedel behoort kan alleen worden verkocht wanneer de houder van dat zekerheidsrecht daarmee instemt of de rechter daar toestemming voor verleent. De goederen die tot de boedel behoren mogen niet aan de curator, zijn assistenten of een aan de curator gelieerd persoon of diens assistenten worden verkocht.

Herstructurering en schuldsanering

De rechten van een bewindvoerder zijn beperkt tot het recht op toegang tot de informatie die nodig is om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. De schuldenaar behoudt de titel en het eigendomsrecht van zijn activa en de bewindvoerder is geen geval bevoegd de activa van de schuldenaar te gebruiken of te verkopen. De bewindvoerder kan in het kader van een schuldsaneringsprocedure echter de opdracht krijgen om de goederen te gelde te maken en daartoe de nodige maatregelen te treffen en afspraken te maken en vervolgens de opbrengst over te maken aan de personen voor wie deze bestemd is.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Faillissement

Een vordering in het faillissement is een schuld van de schuldenaar die berust op een rechtsgrond die voor de opening van het faillissement is aangegaan. Verder worden ook vorderingen waarop een zekerheidsrecht is gevestigd en vorderingen waarvan de grondslag of het bedrag voorwaardelijk is, wordt betwist of anderszins onvoldoende duidelijk is, beschouwd als vorderingen in het faillissement. In het geval van een doorlopende schuldverbintenis wordt het deel van de schuld dat dateert van vóór het faillissement gezien als een vordering in het faillissement.

Vorderingen die zijn ontstaan na het faillissement worden beschouwd als administratiekosten, dat wil zeggen schulden van de failliete boedel die volledig worden betaald met de goederen die tot de boedel behoren.

Herstructurering

Schulden die zijn aangegaan na indiening van het verzoek worden op de vervaldatum voldaan. Hetzelfde geldt voor de kosten, lasten en andere exploitatiekosten op basis van een doorlopende verbintenis of een vaste overeenkomst inzake gebruik of bezit, mits deze betrekking hebben op de periode na de indiening van het verzoek.

Schuldsanering

De schuldsanering heeft betrekking op alle schulden van de schuldenaar die vóór aanvang van de schuldsaneringsprocedure bestonden. Hieronder vallen zekerheidsstellingen, voorwaardelijke of betwiste schulden of schulden waarvan het bedrag of de grondslag onbepaald is, evenals de aangegroeide rente over dergelijke schulden gedurende de periode tussen de opening van de schuldsaneringsprocedure en de goedkeuring van het betalingsplan, alsmede de gemaakte innings- en executiekosten met betrekking tot die schulden, wanneer de schuldenaar gelast is deze te betalen.

Schulden die niet onder de schuldsanering vallen, worden op de vervaldatum voldaan.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Faillissement

Teneinde recht op uitbetaling te verkrijgen, moet de schuldeiser een vordering met betrekking tot het faillissement schriftelijk indienen (aangiftebrief) en deze uiterlijk op de aangiftedatum aan de curator overhandigen. In de aangiftebrief staan onder meer het bedrag van de vordering, de verschuldigde rente en de grondslag van de vordering en de rente vermeld. De ingediende vordering kan ook na de aangiftedatum nog worden gewijzigd of aangevuld. Wanneer de schuldeiser een aanvullende onkostenvergoeding overmaakt naar de failliete boedel kan een vordering tevens met terugwerkende kracht worden ingediend, mits er een geldige reden is waarom de vordering niet op de aangiftedatum was ingediend. De curator kan vorderingen die niet zijn ingediend in het faillissement opnemen in de ontwerplijst van voorschotten wanneer de grondslag en het bedrag van de vordering niet worden betwist.

De curator toetst de rechtmatigheid van de ingediende vorderingen en hun eventuele rangorde. In de ontwerplijst van voorschotten staat vermeld welke vorderingen het recht op een voorschot geven. De curator, een schuldeiser of de schuldenaar kan een vordering die voorkomt op de ontwerplijst van voorschotten betwisten. De betwisting van de vordering moet nauwkeurig worden omgeschreven, met vermelding van de gronden. Wanneer de vordering van een schuldeiser wordt betwist, geeft de curator de schuldeiser de mogelijkheid over het geschil te worden gehoord en bewijs voor zijn vordering te verstrekken. Een vordering die niet tijdig wordt betwist, wordt geacht te zijn aanvaard.

Hierna stelt de curator een lijst van voorschotten op rekening houdend met de geschillen en aangiften en legt deze ter goedkeuring voor aan de rechtbank. De rechter neemt tijdens een zitting kennis van de geschillen en andere conflicten. Wanneer tijdens de hoorzitting geen besluit kan worden genomen over een bepaald geschil, wordt daarover in een afzonderlijke civiele procedure beslist. De rechtbank keurt de lijst van voorschotten tenslotte goed.

Herstructurering

De schuldenaar voegt bij zijn verzoek tot opening van de herstructureringsprocedure een overzicht van zijn schuldeisers, zijn schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten. Wanneer de rechter een bevel geeft tot opening van de herstructureringsprocedure stelt hij een uiterste datum vast waarop de schuldeisers hun vorderingen schriftelijk bij de bewindvoerder moeten indienen als die afwijken van de door de schuldenaar opgegeven vorderingen.

Zodra het voorstel voor het herstructureringsplan bij de rechtbank is ingediend, geeft de rechter de partijen de mogelijkheid hun bezwaren tegen de in het voorstel opgenomen vorderingen schriftelijk kenbaar te maken aan de bewindvoerder. Ook krijgen zij de mogelijkheid om binnen een vastgestelde termijn een schriftelijke verklaring in te dienen met betrekking tot het voorstel, of om de betrokken partijen op te roepen om voor de rechtbank te verschijnen. Zowel de bewindvoerder als de schuldenaar kunnen bezwaren indienen namens de schuldenaar. Na bestudering van de bezwaren zal een beslissing worden genomen, indien mogelijk, tegelijk met de behandeling van het voorstel, of anders in een afzonderlijke gerechtelijke procedure. Nadat de rechter zich heeft uitgesproken over de herstructurering van een onduidelijke schuld, krijgt degene die het voorstel heeft opgesteld de mogelijkheid om dit voorstel te wijzigen, te herzien of aan te vullen. Hierna stemmen alle schuldeisers over het voorstel voor het herstructureringsplan.

Schulden die gedurende de herstructureringsprocedure zijn aangegaan, maar niet door de schuldenaar of schuldeiser zijn ingediend en die niet op andere wijze ter kennis zijn gekomen van de bewindvoerder vóór de goedkeuring van het herstructureringsplan, vervallen in de regel bij de goedkeuring van het herstructureringsplan.

Schuldsanering

Wanneer de rechter het bevel tot opening van de schuldsaneringsprocedure geeft, doet hij alle schuldeisers een afschrift van de uitspraak, het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan van de schuldenaar toekomen. De rechter stelt tevens een termijn vast waarbinnen schuldeisers hun schriftelijke kennisgeving over het bedrag van nog lopende schulden moeten indienen, indien dat afwijkt van het door de schuldenaar opgegeven bedrag. Ook stelt hij een uiterste termijn vast voor de indiening van de schriftelijk verklaring van de schuldeisers over het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan van de schuldenaar en van de mogelijke bezwaren tegen schulden die in het voorstel zijn opgenomen.

De bezwaren worden in het kader van de schuldsaneringsprocedure behandeld en er wordt, indien mogelijk, tegelijkertijd met het betalingsplan een besluit over genomen wanneer dat geen aanzienlijke vertraging voor de schuldsanering oplevert. Is dat niet mogelijk, dan spreekt de rechter zich in het kader van een afzonderlijke rechtsvordering of in een andere procedure over de kwestie uit. Nadat de sanering van de schuld van de schuldenaar is toegewezen, kan vervolgens het betalingsplan worden goedgekeurd

Het betalingsplan kan op verzoek van de schuldenaar of een schuldeiser worden gewijzigd wanneer na goedkeuring van het plan blijkt dat er een nog lopende schuld is. Wanneer aan het einde van het betalingsplan een nog lopende schuld bekend wordt, betaalt de schuldenaar de schuldeiser het bedrag van de schuld terug tot aan het bedrag dat hij ook betaald zou moeten hebben wanneer de schuld in het betalingsplan zou zijn opgenomen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In principe geldt in alle drie de insolventieprocedures dat de schulden gelijk zijn. Dat wil zeggen dat elk schuldeiser een gelijk recht heeft op betaling uit de beschikbare middelen naar evenredigheid van zijn vordering. Uitzonderingen op deze regel betreffen de bepalingen inzake voorrang en vorderingen met een lagere prioriteit.

Faillissement

Voorschotten ten gunste van schuldeiser worden in het kader van een faillissement uitbetaald conform de goedgekeurd lijst van voorschotten. In de wet inzake de rangorde van schuldvorderingen (Laki velkojien maksunsaantijärjestyksestä 1578/1992) zijn bepalingen vastgesteld betreffende de rangorde van de vorderingen in het faillissement ingeval de schuldenaar onvoldoende activa heeft om alle schulden te betalen.

Vorderingen waarop een zekerheidsrecht of een retentierecht rust zijn preferente vorderingen, evenals de vorderingen die zijn aangegaan in verband met de herstructurering van een onderneming, onderhoudsverplichtingen jegens kinderen en hypothecaire leningen voor ondernemingen. In afzonderlijke bepalingen is vastgesteld welke vorderingen ondergeschikt zijn aan elkaar evenals hun onderlinge rangorde. Hieronder vallen bijvoorbeeld de rente en boetes wegens te late betaling van een niet-preferente vordering die zijn aangegroeid tot aan de opening van de faillissementsprocedure, evenals andere publiekrechtelijke lasten, zoals bekeuringen en boetes.

Herstructurering

Schuldeisers die buiten de herstructureringsprocedure een gelijk recht op betaling van hun vordering hebben, hebben bij de schuldafspraken in het kader van het herstructureringsplan een gelijke status. In het herstructureringsplan kan echter worden bepaald dat schuldeisers met geringe vorderingen volledig zullen worden betaald.

Er kunnen met betrekking tot gewaarborgde vorderingen slechts beperkt maatregelen voor de herstructurering van de schuld worden toegepast, aangezien het bedrag van dergelijke vorderingen niet kan worden verlaagd. De herstructurering van de schuld laat het bestaan en de inhoud van het zekerheidsrecht van een schuldeiser onverlet. Rente en andere kredietkosten die in de loop van de procedure zijn aangegroeid voor de schulden die worden geherstructureerd, anders dan de gewaarborgde vorderingen, worden in het kader van de schuldherstructurering aangemerkt als schulden met een lage prioriteit.

Schuldsanering

De beschikbare middelen van de schuldenaar en de opbrengst van de tegeldemaking van de goederen worden over de gewone schulden verdeeld naar evenredigheid van het schuldbedrag. Alle schuldsaneringsmaatregelen kunnen op gewone schulden worden toegepast, maar de betalingsverplichting met betrekking tot gewaarborgde vorderingen kan niet worden opgeheven. De herstructurering van de schuld laat het bestaan en de inhoud van het zekerheidsrecht van een schuldeiser onverlet. De werkwijze die voor de schuldeiser het minst nadelig is en evengoed toereikend is om de financiële situatie van de schuldenaar te herstellen, wordt gebruikt. De vorderingen die ondergeschikt zouden zijn wanneer de schuldenaar failliet zou zijn verklaard en de rente die is aangegroeid vanaf het begin van de schuldsanering tot aan de bevestiging van het betalingsplan, zijn de laatste passiva die uit de beschikbare middelen en de liquidatieopbrengst van de schuldenaar worden betaald.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Faillissement

De faillissementsprocedure bij de rechtbank eindigt met de vaststelling van de uitdelingslijst. Het faillissement eindigt nadat de schuldeisers de definitieve vereffening van de rekeningen hebben goedgekeurd. De curator stelt een definitieve vereffening van de rekeningen op nadat verslag is uitgebracht over de vereffening van het faillissement en over de liquidatie van de aan de boedel toebehorende activa. De definitieve vereffening van de rekeningen kan ook worden vastgesteld als een deel van de boedel niet in de boekhouding is opgenomen, omdat het onderpand of andere activa met een geringe waarde niet zijn verkocht, of omdat er onduidelijkheid bestaat over een vordering in het faillissement of over een zeer gering deel van de vorderingen.

Een akkoordbevinding, waarmee de faillissementsprocedure eindigt, kan in een faillissement tot stand komen wanneer deze door de schuldenaar en de meerderheid van de schuldeisers wordt gesteund. Met de bevestiging van een akkoordbevinding eindigt de aanstelling van de curator en de macht van de schuldeisers in het faillissement.

De rechter beslist tot opheffing van het faillissement wanneer de activa van de failliete boedel ontoereikend zijn om de kosten van de faillissementsprocedure te dekken of wanneer het om een andere reden niet passend is het faillissement voort te zetten. De rechtbank kan echter in geen geval een bevel geven tot opheffing van het faillissement wanneer het faillissement wordt voortgezet onder curatele van de overheid. Een van de redenen voor de voortzetting van het faillissement onder curatele van de overheid is bijvoorbeeld een bestaande noodzaak om de schuldenaar te controleren. De curatele van de overheid eindigt bij de definitieve vereffening van de rekeningen.

Het faillissement kan tevens om een andere geldige redenen worden opgeheven binnen een termijn van acht dagen na de faillietverklaring.

Ook na het faillissement blijft de aansprakelijkheid voor schulden bestaan. De schuldenaar wordt niet vrijgesteld van zijn aansprakelijkheid met betrekking tot schulden in het faillissement die in het kader van de faillissementsprocedure niet volledig zijn betaald.

Herstructurering

De gerechtelijke herstructureringsprocedure eindigt met de goedkeuring van het herstructureringsplan. Door de goedkeuring van het plan krijgt de schuldenaar zijn vrijheid tot het verrichten van handelingen terug en eindigen de rechtsgevolgen die zijn verbonden aan de opening van de procedure, zoals het verbod op betaling en inning van vorderingen. Na goedkeuring van het herstructureringsplan worden de voorwaarden voor de geherstructureerde schulden beheerst door het herstructureringsplan en, in de regel, komt elke onbekende geherstructureerde schuld te vervallen.

De rechter kan, op verzoek van de toezichthouder of een schuldeiser, de beëindiging van het herstructureringsplan bevelen indien de schuldenaar het plan heeft geschonden en dit een ernstige schending betreft. Het herstructureringsplan wordt ook beëindigd ingeval de schuldenaar vóór de voltooiing van het plan failliet wordt verklaard. De rechter kan tevens bevelen dat de herstructurering van de schuld in het herstructureringsplan van een bepaalde schuldeiser wordt beëindigd, bijvoorbeeld, wanneer de schuldenaar zijn verplichtingen op grond van het plan ten opzichte van die schuldeiser feitelijk niet is nagekomen. Na beëindiging van het plan heeft de schuldeiser dezelfde rechten als voor de goedkeuring van het herstructureringsplan.

Bij de beëindiging van het herstructureringsplan dient de toezichthouder, of bij gebreke daarvan, de schuldenaar, een eindverslag in te dienen over de uitvoering van het plan.

Schuldsanering

De gerechtelijke schuldsaneringsprocedure eindigt na bevestiging van het betalingsplan door de rechter. Na bevestiging van het betalingsplan, worden de voorwaarden van aanpasbare schulden beheerst door dat betalingsplan. De betalingsverplichtingen die zijn vastgesteld in het betalingsplan zijn bindend voor de schuldenaar totdat aan alle gespecificeerde verplichtingen is voldaan. Ongeacht het einde van het betalingsplan blijven de daarin vastgestelde verplichtingen van de schuldenaar van kracht zolang deze nog niet zijn vervuld. De schuldenaar wordt niet vrijgesteld van de verplichting om de resterende vorderingen te betalen zolang hij nog niet heeft voldaan aan alle in het betalingsplan vastgestelde verplichtingen.

Het betalingsplan wordt ook beëindigd ingeval de schuldenaar vóór de voltooiing van het plan failliet wordt verklaard. De rechter kan op verzoek van de schuldenaar of een schuldeiser de beëindiging van het betalingsplan gelasten wanneer de schuldenaar zijn wettelijke verplichtingen niet is nagekomen. Na beëindiging van het plan heeft de schuldeiser dezelfde rechten als voor de goedkeuring van het schuldsaneringsplan.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Faillissement

De aansprakelijkheid voor de schulden blijft na het faillissement bestaan: de schuldenaar blijft aansprakelijk voor de vorderingen in het faillissement die in het kader van de faillissementsprocedure niet volledig zijn voldaan.

Herstructurering

De schuldeisers hebben het recht op betaling van de vorderingen die nader zijn omschreven in het herstructureringsplan, en de herstructurering eindigt pas nadat aan alle verplichtingen uit het plan is voldaan. De schuldeisers hebben derhalve na uitvoering van het plan geen recht meer op betalingen.

Schuldsanering

De voorwaarden met betrekking tot aanpasbare schulden worden beheerst door het betalingsplan. Er wordt een termijn vastgesteld voor het betalingsplan. Ongeacht het einde van het betalingsplan blijven de daarin vastgestelde verplichtingen van de schuldenaar van kracht zolang deze nog niet zijn vervuld. De schuldeisers hebben derhalve na uitvoering van het betalingsplan geen recht meer op betalingen.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Faillissement

De kosten van de faillissementsprocedure bestaan uit de gerechtskosten die voor de procedure worden geheven, het salaris van de curator en alle andere kosten die voortvloeien uit het toezicht op en het beheer van de boedel.

De kosten van de faillissementsprocedure wordt gedekt door de middelen uit de boedel. Wanneer de middelen ontoereikend zijn om de kosten te dekken, kan een schuldeiser de betalingsverplichting van de kosten op zich nemen om opheffing van het faillissement te voorkomen.

De rechter kan, indien gegrond, eveneens beslissen dat het faillissement wordt voortgezet onder curatele van de overheid, bijvoorbeeld, vanwege het gebrek aan voldoende middelen in de boedel. In dat geval eindigt de aanstelling van de curator en de macht van de schuldeisers in het faillissement. De kosten van de faillissementsprocedure die voortvloeien uit de curatele door de overheid worden betaald met publieke middelen, voor zover de middelen uit de boedel ontoereikend zijn om de betreffende kosten te betalen.

Herstructurering

De kosten van de procedure, zoals het salaris van de curator, worden betaald uit de activa van de schuldenaar. Een andere partij kan de betalingsverplichting op zich nemen, aangezien een van de belemmeringen voor herstructurering de situatie is waarin de goederen van de schuldenaar niet voldoende zijn om de kosten van de procedure te dekken.

De vergoeding van de kosten van de schuldeiserscommissie komt voor rekening van de schuldeisers. Wanneer een persoon gebruik wil maken van zijn recht om een voorstel voor het herstructureringsplan in te dienen, zijn de kosten voor het opstellen van dat voorstel voor zijn eigen rekening.

Schuldsanering

De kosten van de procedure bestaan uit een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden van de bewindvoerder en van de door hem gemaakte kosten. Over het algemeen betaalt de schuldenaar het salaris en de onkosten van de bewindvoerder tot aan het bedrag dat niet hoger is dan de beschikbare middelen van de schuldenaar gedurende een periode van vier maanden na bevestiging van het betalingsplan of het gewijzigde betalingsplan. Het niet door de schuldenaar betaalde deel van het salaris en de onkosten wordt met overheidsmiddelen gefinancierd. Indien het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen, worden het salaris en de onkosten volledig uit overheidsmiddelen betaald.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De bepalingen betreffende terugvordering gelden voor alle drie de insolventieprocedures

De overdracht van activa vóór de opening van een insolventieprocedure overeenkomstig de in de wet vastgestelde voorwaarden, kan worden vernietigd door het instellen van een rechtsvordering tot teruggave, een rechtsvordering betreffende een titel of een rechtsvordering tot schadevergoeding. De bepalingen van de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel (758/1991) zijn in alle drie de insolventieprocedures van toepassing. De terugvordering moet gegrond zijn.

De voorwaarden voor het bestaan van een grond voor terugvordering, en dus voor de vernietiging van de transactie, zijn:

- De transactie is gebruikt om een schuldeiser onjuist te bevoordelen ten koste van andere schuldeisers, om goederen buiten het bereik van de schuldeisers te brengen, of om het totale schuldbedrag te verhogen ten nadele van de schuldeisers;

- De schuldenaar was insolvent op het moment van de transactie, of de transactie heeft bijgedragen aan de insolventie van de schuldenaar; indien de transactie een donatie betreft, geldt als aanvullende voorwaarde dat de schuldenaar een bovenmatige schuldenlast had of als gevolg van de transactie bovenmatig in de schulden is geraakt;

- De andere partij bij de transactie was op de hoogte of had op de hoogte moeten zijn van het feit dat de schuldenaar insolvent was/bovenmatige schulden had of van de gevolgen van de transactie voor de financiële situatie van de schuldenaar, evenals van andere factoren die maken dat de transactie ongepast is.

Wanneer de andere partij bij de transactie een naast familielid van de schuldenaar was, wordt de betrokken persoon geacht op de hoogte te zijn geweest van de bovengenoemde factoren, tenzij deze persoon kan aantonen te goeder trouw te hebben gehandeld. Wanneer een transactie meer dan vijf jaar voor de opening van de insolventieprocedure is gesloten, kan deze alleen worden vernietigd indien een naast familielid partij was bij die transactie.

De betalingen van schulden die langer dan drie maanden voorafgaand aan de opening van de insolventieprocedure zijn verricht, worden vernietigd wanneer de betaling is gedaan met ongebruikelijke betaalmiddelen, voortijdig is verricht of wanneer het betaalde bedrag als aanzienlijk wordt aangemerkt gelet op de middelen van de boedel. Betalingen die gelet op de omstandigheden als gebruikelijk worden aangemerkt, worden echter niet vernietigd. Betalingen die worden geïnd door middel van beslaglegging worden eveneens vernietigd, op voorwaarde dat de beslaglegging meer dan drie maanden vóór de uiterste datum is uitgevoerd. Voor naaste familieleden van de schuldenaar worden langere termijnen aangehouden. De betaling kan vernietigd worden zelfs als de schuldeiser te goeder trouw heeft gehandeld.

Er bestaan eveneens afzonderlijke bepalingen voor onder meer vernietiging, giften, verdeling van goederen, verrekeningen en zekerheidsrechten.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 20/02/2018