Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Insolventie - Hongarije

INHOUDSOPGAVE

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Insolventieprocedures voor rechtspersonen worden beheerst door Wet XLIX van 1991 betreffende faillissements- en liquidatieprocedures (Faillissementswet).

De Faillissementswet regelt twee soorten insolventieprocedures: de faillissementsprocedure en de liquidatieprocedure.

Faillissementsprocedures zijn saneringsprocedures met als doel een insolvente schuldenaar surseance van betaling te verlenen om te komen tot een vrijwillige regeling die de schuldenaar weer solvent kan maken.

Liquidatieprocedures hebben als doel schuldeisers te voldoen volgens bepaalde voorschriften wanneer een insolvente schuldenaar wordt ontbonden en er geen rechtsopvolger is – in het kader van een procedure voor de uitdeling van de totale activa van de insolvente boedel van de schuldenaar aan de schuldeisers. De liquidatieprocedure wordt echter beëindigd, als de schuldenaar zijn schulden en de kosten van de procedure volledig heeft betaald of als hij een vrijwillige regeling voor de voorwaarden van de schuldsanering aangaat met zijn schuldeisers en die regeling is goedgekeurd door de rechter.

De wetgeving betreffende de Hongaarse vestigingen van buitenlandse ondernemingen, maatschappelijke organisaties en ondernemingen in de financiële sector (kredietinstellingen, financiële instellingen, verzekeringsmaatschappijen, beleggingsondernemingen, publieke opslagbedrijven) bevat bijvoorbeeld afwijkende bijzondere voorschriften.

Er zijn geen faillissementsprocedures voor ondernemingen in de financiële sector, maar zodra hun financiële draagkracht tekenen van achteruitgang vertoont, kunnen toezichthoudende instanties ingrijpen om insolventie te voorkomen; verder moeten er fondsen worden opgezet om cliënten te beschermen en te compenseren (fonds voor de afwikkeling van schade, fonds voor beleggersbescherming, depositogarantiefonds).

In het geval van ondernemingen in de financiële sector kan liquidatie aan een rechter worden voorgelegd door de Hongaarse Nationale Bank, uit hoofde van zijn bevoegdheden als toezichthouder, nadat die de aan de betrokken onderneming verleende vergunning voor uitvoering van haar activiteiten heeft ingetrokken.

De Wet betreffende maatschappelijke organisaties bevat enkele afwijkende voorschriften voor de faillissements- en liquidatieprocedures van maatschappelijke organisaties (verenigingen, stichtingen); voor het overige zijn de bepalingen van de Faillissementswet van toepassing.

Procedure voor schuldsanering voor natuurlijke personen (persoonlijk faillissement)

Wet CV van 2015 betreffende de sanering van schulden van natuurlijke personen is sinds 1 september 2015 van kracht. Deze wet voorziet in een wettelijk kader voor schuldsanering en biedt bescherming tegen faillissement via samenwerking tussen een schuldenaar en zijn schuldeisers. De wet beschermt in de eerste plaats personen met een hypothecaire lening, met name die met een langdurige betalingsachterstand en meerdere schuldeisers en voor wie gedwongen woningverkoop dreigt.

De procedure begint buitengerechtelijk en wordt gecoördineerd door de eerste hypotheekverstrekker. Als er geen buitengerechtelijke schikking mogelijk is, wordt een faillissementsprocedure ingeleid bij de rechtbank. In eerste instantie is ook de gerechtelijke procedure gericht op een schikking, maar als daarover geen akkoord wordt bereikt, bepaalt de rechter de voorwaarden voor afwikkeling van de schuld.

De overheid heeft een staatsdienst voor insolvabiliteit van gezinnen opgezet. Deze organisatie speelt een belangrijke rol in procedures voor schuldsanering. De staatsdienst controleert of de schuldenaar voldoet aan de wettelijke vereisten, houdt staatsdossiers met proceduregegevens bij en heeft bewindvoerders voor familiezaken in dienst. Deze bewindvoerders verrichten voorbereidende taken in het kader van de schuldsanering voor de rechter en werken samen met de rechter, voeren diens beslissingen uit, staan de schuldenaar bij, zien toe op het beheer van het huishouden van de schuldenaar, verkopen de commercieel waardevolle bezittingen van de schuldenaar en betalen de schuldeisers.

Het resultaat van een geslaagde schuldsanering is dat schuld die in de loop van de procedure wordt gekweten en op een later tijdstip niet alsnog kan worden gevorderd van de schuldenaar, en dat de schuldeisers binnen een voorspelbare termijn een bepaald deel van hun vordering ontvangen.

De schuldsaneringsregelingen voor natuurlijke personen zijn nog niet aangemeld in het kader van Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad.

Overeenkomstig de Faillissementswet kan een organisatie met schulden na goedkeuring door haar belangrijkste besluitvormingsorgaan een faillissementsprocedure openen met behulp van een formulier – wettelijke vertegenwoordiging tijdens de procedure is verplicht. De schuldenaar mag een dergelijk verzoek niet indienen als er een faillissementsprocedure tegen hem loopt of als een rechtbank in eerste aanleg zijn liquidatie heeft gelast. Voordat de rechter opnieuw kan worden verzocht een faillissementsprocedure te openen, moeten de vorderingen van de schuldeiser die tijdens de vorige faillissementsprocedure bestonden of ontstonden, zijn voldaan, en moeten er twee jaar zijn verstreken sinds de definitieve afsluiting van de vorige faillissementsprocedure of, indien het vorige verzoek ambtshalve was verworpen, één jaar sinds de bekendmaking van de definitieve beslissing in die zaak.

Als de schuldenaar insolvent is, kan een liquidatieprocedure in de regel worden aangevraagd door de schuldenaar, door diens schuldeisers of, in bepaalde in de Faillissementswet genoemde gevallen, ambtshalve door de rechter. De Faillissementswet bepaalt uitdrukkelijk wie een liquidatieprocedure kan openen en bevat de voorschriften voor procedures die of op verzoek of ambtshalve worden geopend.

Beide soorten procedure zijn collectieve schuldsaneringsprocedures; de schuldeisers van de schuldenaar moeten deelnemen aan de procedure en mogen tijdens deze procedure niet verzoeken om de tenuitvoerlegging van hun vorderingen op een andere wijze of in een andere procedure tegen de schuldenaar.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Faillissementsprocedure

Een faillissementsprocedure kan worden aangevraagd door de directeur van de schuldenaar; vertegenwoordiging door een advocaat of juridisch adviseur is verplicht.

Er mag maar één faillissementsprocedure tegelijk worden geopend tegen de schuldenaar en evenmin mag er al een liquidatieprocedure tegen hem aanhangig zijn. Een nieuwe faillissementsprocedure is pas mogelijk als de schuldenaar zijn schulden van de vorige procedure heeft voldaan en er sindsdien nog geen twee jaar zijn verstreken. Als de rechter de vorige faillissementsprocedure ambtshalve heeft afgewezen wegens vormfouten, kan er gedurende een jaar geen nieuwe faillissementsprocedure worden geopend.

Liquidatieprocedure

Een liquidatieprocedure kan in wettelijk vastgelegde gevallen worden geopend door de schuldenaar, een schuldeiser, de bewindvoerder die heeft deelgenomen aan de vorige vrijwillige liquidatieprocedure of een rechter of bestuurlijke autoriteit. Zo opent de rechter een liquidatieprocedure als er geen vrijwillige regeling is getroffen in de faillissementsprocedure of als de rechtbank krachtens zijn wettelijke toezichtsbevoegdheden als handelsrechtbank beveelt tot ontbinding van een firma die de wet ernstig overtreedt.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De activa van de insolvente boedel zijn het totaal van alle vaste activa en vlottende activa in de zin van de boekhoudwetgeving.

Alle uitbreidingen van de activa tijdens de faillissementsprocedure maken eveneens deel uit van de activa van de insolvente boedel.

De schuldenaar behoudt rechten in verband met het beheer van de activa van de insolvente boedel, maar dat beheer vindt plaats onder toezicht van de bewindvoerder. In een liquidatieprocedure behoudt de schuldenaar geen rechten in verband met het beheer van de activa van de insolvente boedel: die rechten worden overgedragen aan de vereffenaar. De vereffenaar is de wettelijke vertegenwoordiger van de organisatie met schulden en verricht de registratie en beoordeling van de vorderingen van schuldeisers, de realisatie van activa en de uitdeling van de opbrengsten aan schuldeisers onder toezicht van de rechtbank.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

In faillissements- en liquidatieprocedures kan een schuldenaar in de zin van de Faillissementswet een in de wet genoemde marktdeelnemer zijn. In faillissementsprocedures wordt de procedure geopend door de schuldenaar, die zijn economische activiteit kan voortzetten tijdens de procedure. De bestuurders en eigenaren van de schuldenaar worden niet beperkt in de uitoefening van hun rechten, maar mogen die rechten alleen uitoefenen zonder inbreuk te maken op de wettelijk bepaalde rechten van de bewindvoerder. De schuldenaar zorgt voor de registratie en rangschikking van vorderingen in samenwerking met de bewindvoerder en stelt met inbreng van de bewindvoerder een programma en een voorstel voor onderhandelingen op met het oog op een schikking ten behoeve van herstel of behoud van solventie. De schikking bevat het akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers over de voorwaarden van de vereffening van de schuld en al het overige dat zij van belang achten voor de sanering.

Tot het moment van aanvang van de procedure is een schuldeiser in faillissements- en liquidatieprocedures een persoon met opeisbare geldelijke of in geld uitgedrukte vorderingen op grond van een definitieve en uitvoerbare beslissing van een rechtbank of overheidsinstantie of vorderingen die de schuldenaar erkent of niet betwist. In faillissementsprocedures zijn tevens schuldeiser personen met vorderingen die tijdens de faillissementsprocedure opeisbaar worden of naderhand zijn geregistreerd door de bewindvoerder, of personen met vorderingen die in een liquidatieprocedure zijn geregistreerd door de vereffenaar.

Een bewindvoerder in faillissementsprocedures is een door een rechter aangestelde rechtspersoon die bevoegd is om de taken van een insolventiefunctionaris uit te voeren. De bewindvoerder wijst een van zijn medewerkers met de juiste kwalificaties aan om de activiteiten van bewindvoerder uit te voeren. Deze persoon heeft als taak de economische activiteiten van de schuldenaar te bewaken om een schikking te treffen, met oog voor de belangen van de schuldeisers, vorderingen van schuldeisers te registreren, mee te werken aan het opstellen van een schikkingsvoorstel en de notulen van tijdens schikkingsonderhandelingen genomen besluiten mede te ondertekenen.

Een vereffenaar is een door de rechter aangestelde organisatie (rechtspersoon die bevoegd is om de taken van een insolventiefunctionaris te verrichten) die optreedt als de wettelijke vertegenwoordiger van de te liquideren organisatie en tevens de belangen van de schuldeisers waarborgt en wettelijk voorgeschreven taken verricht. De wetgeving stelt strikte personeelsgerichte en vakinhoudelijke eisen aan organisaties die als vereffenaar optreden, waaronder het periodiek volgen van vakopleidingen.

De organisatie die als vereffenaar optreedt, stelt een bewindvoerder aan om de activiteiten van een vereffenaar te verrichten.

De naam van de organisatie die als vereffenaar optreedt en de bewindvoerder worden ook ingeschreven in het door de rechtbank bijgehouden register van rechtspersonen.

Faillissements- en liquidatieprocedures zijn niet-contentieuze civiele procedures voor een rechtbank. In kwesties die niet zijn geregeld in de Faillissementswet is het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing, met afwijkingen vanwege de specifieke aspecten van niet-contentieuze procedures. Faillissementsprocedures worden ingeleid op bevel van de rechter, terwijl de rechter gelast een liquidatieprocedure te openen wanneer de schuldenaar insolvent is verklaard of in andere wettelijk bepaalde gevallen of op verzoek van een andere rechtbank, een overheidsinstantie of de bewindvoerder. Bij het openen van de procedure stelt de rechter de bewindvoerder of vereffenaar aan uit de lijst van vereffenaars. Bij instelling van een liquidatieprocedure wijst de rechter – op verzoek van de schuldeisers – een vereffenaar met de bevoegdheid van een tijdelijke bewindvoerder aan om tot de liquidatieverklaring toe te zien op de activiteiten van de schuldenaar.

Bezwaren tegen onwettige maatregelen of omissies door de bewindvoerder of vereffenaar worden beoordeeld door de rechter, die bij toewijzing van het bezwaar de bewindvoerder of vereffenaar opdraagt de activiteiten te verrichten overeenkomstig de wet; bij niet-naleving hiervan wordt de bewindvoerder of vereffenaar uit de procedure verwijderd en vervangen door een andere bewindvoerder of vereffenaar.

Tijdens de faillissementsprocedure heeft de schuldenaar recht op faillissementsbescherming, worden executieprocedures opgeschort en wordt aan de schuldenaar surseance van betaling of tijdelijk uitstel van de betaling van eerder gemaakte schulden verleend.

Als de in de Faillissementswet voorgeschreven meerderheid akkoord gaat met de vrijwillige regeling en die regeling beantwoordt aan de wettelijke vereisten, keurt de rechter de regeling goed en is deze bindend voor de schuldenaar.

Als er geen vrijwillige regeling overeen wordt gekomen, gelast de rechter ambtshalve liquidatie van de schuldenaar.

Een akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers kan ook worden bereikt in een liquidatieprocedure. De rechter bepaalt de datum voor schikkingsonderhandelingen tijdens de liquidatieprocedure; als de stemming over de vrijwillige regeling positief is en de regeling in overeenstemming is met de wetgeving, volgt goedkeuring door de rechter. Om te worden goedgekeurd, moet de vrijwillige regeling in het geval van liquidatie tot gevolg hebben dat de schuldenaar niet meer insolvent is en dat preferente vorderingen worden afgewikkeld of zeker zijn gesteld.

De rechter beslist over registratie van de faillissements- of liquidatieprocedure als afgesloten of over beëindiging van de procedure.

Als bij afsluiting van de liquidatieprocedure de schuldenaar geen rechtsopvolger heeft, schrapt de handelsrechtbank na kennisgeving door de rechter de door liquidatie ontbonden schuldenaar uit het handelsregister c.q. de maatschappelijke organisatie uit het register van maatschappelijke organisaties.

In liquidatieprocedures is de betaling van de salarissen van werknemers gewaarborgd door het loongarantiefonds, overeenkomstig de voorwaarden van de Wet betreffende het loongarantiefonds.

Rechtsgevolgen van het openen van de procedures:

Overeenkomstig de Faillissementswet treft de rechter in de loop van een faillissementsprocedure maatregelen om op verzoek van de schuldenaar onmiddellijk een surseance van betaling te publiceren in het handelsblad. Vervolgens wordt de gegrondheid van het verzoek onderzocht, op basis waarvan de rechter hetzij beslist het verzoek ambtshalve af te wijzen, in bij wet bepaalde gevallen, hetzij beveelt tot opening van een faillissementsprocedure. Een faillissementsprocedure begint met de bekendmaking van het bevel tot opening van de procedure in het handelsblad. Als gevolg van de opening van de faillissementsprocedure heeft de schuldenaar recht op surseance van betaling van geldelijke vorderingen tot 0 uur op de tweede werkdag na de 120e dag (op een enkele uitzondering na); het uitstel kan worden verlengd tot 365 dagen. Tijdens de periode van de surseance van betaling mogen alleen in de rechtshandeling genoemde vorderingen worden betaald, zijn er geen rechtsgevolgen in verband met de niet-nakoming of te late nakoming van betalingsverplichtingen en is de tenuitvoerlegging van geldelijke vorderingen op de schuldenaar opgeschort, zodat de schuldenaar een reële kans krijgt om een programma op te stellen om weer solvent te worden en zijn schulden af te wikkelen.

Als de rechter de schuldenaar insolvent verklaart om een in de wet gedefinieerde reden voor insolventie, beveelt de rechter tot liquidatie van de schuldenaar, na inwerkingtreding waarvan een vereffenaar wordt aangesteld bij een beschikking die in het handelsblad wordt bekendgemaakt en waarin schuldeisers worden opgeroepen hun vorderingen kenbaar te maken. De activa van de insolvente boedel worden beschermd door het feit dat bij opening van de liquidatieprocedure de eigendomsrechten ophouden te bestaan, en per aanvangsdatum van de liquidatie kan alleen de vereffenaar die de schuldenaar vertegenwoordigt, verklaringen met rechtsgevolgen over de activa van de schuldenaar doen. Op de aanvangsdatum van de liquidatie vervalt iedere schuld van de marktdeelnemer (wordt opeisbaar).

Met liquidatie wordt beoogd alle activa van de schuldenaar uit te delen aan zijn schuldeisers en executieprocedures tegen activa in de liquidatieprocedure te beëindigen. Voor de aanvangsdatum van de liquidatie begonnen contentieuze en niet-contentieuze procedures worden voortgezet bij de rechtbank waarbij zij aanhangig zijn. Na de aanvangsdatum van de liquidatie is het instellen van geldelijke vorderingen in verband met de activa van de insolvente boedel alleen mogelijk in het kader van de liquidatieprocedure. Beperkingen ten aanzien van de vervreemding en bezwaring van onroerend goed of andere activa van de schuldenaar houden op te bestaan op de aanvangsdatum van de liquidatie, terwijl bij verkoop van het actief terugkooprechten en koopopties, evenals pandrechten, ophouden te bestaan. Tot de aanvangsdatum van de liquidatie kunnen rechthebbenden hun vorderingen te gelde maken uit de door de schuldenaar gestelde zekerheid; na die datum zijn zij verplicht de resterende bedragen over te dragen aan de vereffenaar.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Tijdens een liquidatieprocedure kan elke schuldeiser uitsluitend een vordering op de schuldenaar instellen door zich aan te melden voor de procedure; aanspraak op buitengerechtelijke verrekening is slechts mogelijk bij saldering bij vroegtijdige beëindiging (close-out netting) op basis van internationale handelsovereenkomsten. Als er evenwel al een rechtszaak loopt tussen de schuldeiser en de schuldenaar, kan de schuldeiser in die zaak ingestelde vorderingen verrekenen met zijn schuld aan de schuldenaar.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Het openen van een liquidatieprocedure heeft op zich niet als rechtsgevolg dat overeenkomsten die voordien door de schuldenaar zijn aangegaan, worden beëindigd. Die overeenkomsten kunnen worden beëindigd in het kader van de procedure, in het geval van faillissementsprocedures onder toezicht van de bewindvoerder, terwijl in het geval van liquidatieprocedures de vereffenaar de overeenkomsten als wettelijk vertegenwoordiger van de schuldenaar beëindigt. De vereffenaar kan overeenkomsten met onmiddellijke ingang beëindigen of opzeggen.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Tegen de activa van de schuldenaar zijn geen executoire acties mogelijk; een schuldeiser die pandhouder is, kan het onderpand niet verkopen terwijl de schulden worden afgewikkeld in het kader van de liquidatieprocedure.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Eerder begonnen rechtszaken worden afgerond door de rechtbank waarbij zij zijn aangespannen. Als de schuldenaar in het ongelijk is gesteld in de rechtszaak, neemt de in het gelijk gestelde partij deel als schuldeiser in de liquidatieprocedure. Als de schuldenaar in het gelijk is gesteld in de rechtszaak, worden aan hem toekomende activa of middelen opgenomen in de activa van de insolvente boedel. De Faillissementswet bepaalt op diverse plaatsen dat het verstrekken van informatie aan schuldeisers de taak is van de bewindvoerder of vereffenaar.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Schuldeisers kunnen een commissie van schuldeisers vormen of een vertegenwoordiger van de schuldeisers kiezen met wie de vereffenaar moet overleggen, aan wie de vereffenaar informatie moet verstrekken en aan wie voor bepaalde maatregelen impliciet of expliciet om toestemming moet worden gevraagd.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

De vereffenaar kan de activa van de schuldenaar verkopen aan de hoogste bieder tijdens een openbare verkoop op een gecontroleerd webverkoopportaal.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Beide schulden zijn eerder ontstaan en schuldeisers kunnen voor schulden die ontstaan na opening van de insolventieprocedure een vordering instellen door als schuldeiser hun vorderingen aan te melden in de faillissementsprocedure of de liquidatieprocedure.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De insolventiefunctionaris (de bewindvoerder in faillissementsprocedures of de vereffenaar in liquidatieprocedures) registreert de vorderingen van de schuldeisers en legt betwiste vorderingen voor aan de rechter die een beslissing geeft in de faillissementsprocedure of liquidatieprocedure.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De vereffenaar gebruikt de opbrengsten uit de verkoop van een onderpand – na aftrek van bepaalde onkosten – om de pandhouder te betalen. Het resterende bedrag wordt aan de schuldeisers betaald overeenkomstig de uitdeling van de activa, rekening houdend met de in de Faillissementswet bepaalde rangorde voor voldoening van schuldeisers en op basis van de tussentijdse of eindbalans van de liquidatie.

De opbrengsten uit de verkoop van andere activa kunnen worden uitgedeeld na aanvaarding van de tussentijdse of eindbalans van de liquidatie, rekening houdend met de door de rechter goedgekeurde uitdeling van activa en de in de Faillissementswet bepaalde rangorde voor voldoening van schuldeisers.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

De schuldenaar kan een vrijwillige regeling overeenkomen met schuldeisers in een faillissementsprocedure of liquidatieprocedure. Als de regeling in overeenstemming met de wetgeving is, keurt de rechter haar goed en verklaart hij de procedure voor gesloten. In zulke gevallen zet de schuldenaar zijn activiteiten voort. De vorderingen van de schuldeisers worden voldaan zoals en voor zover is bepaald in de regeling; de schuldenaar is vrijgesteld van betaling van verdere bedragen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

In een faillissementsprocedure die is afgesloten met een door de rechter goedgekeurde vrijwillige regeling, worden de vorderingen van de schuldeisers voldaan overeenkomstig het in die regeling opgenomen schema. Als de schuldenaar zich niet houdt aan de regeling, kunnen de schuldeisers verzoeken om een executieprocedure of overgaan tot liquidatie van de schuldenaar.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De schuldeisers betalen een registratievergoeding. Voor het aanvragen van een insolventieprocedure (faillissements- of liquidatieprocedure) is een vergoeding verschuldigd. Overigens gemaakte kosten zijn voor rekening van de schuldenaar.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De vereffenaar of de schuldeisers kunnen zulke transacties betwisten door een verzoek in te dienen en zij kunnen vragen om de ongeldigverklaring van de transactie. Aldus aan de schuldenaar teruggegeven activa worden gevoegd bij de activa van de insolvente boedel.

De vereffenaar of de schuldeisers kunnen een rechtszaak beginnen tegen voormalige bestuurders van de schuldenaar voor activiteiten die de belangen van de schuldeisers hebben geschaad, zoals wanneer de betrokken bestuurder in de uitoefening van zijn functie geen rekening heeft gehouden met het belang van de schuldeisers op het moment dat insolventie dreigde te ontstaan, waardoor de activa van de marktdeelnemer in waarde zijn gedaald, of wanneer hij het onmogelijk heeft gemaakt vorderingen van schuldeisers te voldoen of nalatig is geweest in de betaling van milieuheffingen. Als dat wordt bewezen, is de voormalige bestuurder van de schuldenaar gehouden tot vergoeding aan de schuldeisers van de aldus veroorzaakte schade.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 03/12/2018