Insolventie

Indien een vennootschap of ondernemer in financiële moeilijkheden raakt, of zijn schulden niet kan betalen, zijn in elk land specifieke procedures beschikbaar om de situatie inclusief aan te pakken, waarbij alle schuldeisers worden betrokken (de partijen waaraan geld is verschuldigd).


Insolventieprocedures verschillen naargelang van hun doelstellingen:

Vennootschappen

  • Indien de vennootschap kan worden gered of de bedrijfsactiviteiten levensvatbaar zijn, is het mogelijk dat haar schulden worden geherstructureerd (doorgaans in overeenstemming met de schuldeisers). Zo kan het bedrijf worden gered en kunnen banen worden behouden.
  • Indien de bedrijfsactiviteiten niet kunnen worden gered, moet de vennootschap worden ontbonden (zij "gaat failliet").

Ondernemers

  • Zij kunnen meestal gebruikmaken van een procedure waarbij er sprake is van een opgelegd afbetalingsplan voor hun schulden en een schuldbevrijding na een redelijke termijn (doorgaans 3 jaar). Dit zorgt ervoor dat zij niet persoonlijk onvermogend worden en in de toekomst een nieuw bedrijf kunnen opstarten.

In alle gevallen kunnen de schuldeisers, zodra de procedure formeel is geopend, niet langer individueel optreden om hun schulden op te eisen. Dit moet ervoor zorgen dat alle schuldeisers op gelijke voet staan en dat de activa van de schuldenaar worden beschermd.

Om te worden betaald, moeten schuldeisers hun vorderingen bewijzen, hetzij aan de rechter, hetzij aan de instantie (in het algemeen een curator of vereffenaar) die belast is met de herschikking of vereffening van de activa van de schuldenaar. In specifieke omstandigheden kan dit door de schuldenaar zelf worden gedaan.

Grensoverschrijdende insolventie (EU-regels)

Insolventiezaken waarbij vennootschappen of ondernemers met activiteiten, activa of zaken in verscheidene landen betrokken zijn, kunnen worden opgelost op grond van het EU-recht, en in het bijzonder De link wordt in een nieuw venster geopend.Verordening 2015/848 (zie hier een De link wordt in een nieuw venster geopend.overzicht van de wijze waarop dat in zijn werk gaat).

Formulieren als bedoeld in Verordening 2015/848

Nationale procedures

Klik op een van de vlaggen voor landspecifieke informatie.

Link

Insolventieregisters


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 18/01/2019

Insolventie - Tsjechië

INHOUDSOPGAVE


Rechtskader

De belangrijkste bepalingen met betrekking tot de insolventieprocedure van de Tsjechische Republiek staan in wet nr. 182/2006 Rec. inzake insolventie en de afhandelingswijzen (insolventiewet) met subsidiaire toepassing van wet nr. 99/1963 Rec., Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Een andere belangrijke regeling is vastgesteld in wet nr. 312/2006 Rec. inzake insolventieprofessionals, die (samen met de bepalingen in de insolventiewet) het rechtskader voor insolventieprofessionals vervolledigt.

De huidige tekst van deze bepalingen kan worden geraadpleegd op het Portaal van de overheid: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://portal.gov.cz/app/zakony/.

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Het is mogelijk om een insolventieprocedure aan te spannen jegens natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht of het om ondernemers gaat.

De verschillende soorten insolventieprocedures (faillissement, reorganisatie, kwijtschelding van schulden) verschillen afhankelijk van de entiteiten waarvoor ze bestemd zijn. Waar een faillissementsprocedure jegens alle entiteiten worden aangespannen, is een reorganisatieprocedure uitsluitend gericht op ondernemers en is kwijtschelding van schulden voornamelijk bedoeld voor entiteiten die geen ondernemers zijn (voor nadere gegevens, zie hieronder).

Het is niet mogelijk om een insolventieprocedure aan te spannen jegens de staat, zelfstandige territoriale autoriteiten, politieke partijen en bewegingen tijdens verkiezingen en jegens bepaalde andere (met name openbare) entiteiten. Er gelden bijzondere regels voor financiële instellingen en verzekeringsmaatschappijen.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Insolventie of dreigende insolventie

De insolventieprocedure is een gerechtelijke procedure betreffende de insolventie of dreigende insolventie van een schuldenaar en de afhandelingswijze hiervan. De basisvoorwaarde is derhalve dat er sprake is van insolventie of dreigende insolventie.

De schuldenaar is insolvent als (cumulatieve voorwaarden):

  • hij meerdere schuldeisers heeft;
  • hij financiële verplichtingen heeft die sinds meer dan dertig dagen zijn vervallen;
  • hij niet in staat is om deze verplichtingen te voldoen.

De schuldenaar wordt met name geacht niet in staat te zijn om zijn financiële verplichtingen te voldoen als hij de betaling van een aanzienlijk deel van zijn financiële verplichtingen heeft stopgezet, als hij deze niet voldoet binnen een periode van meer dan drie maanden na de vervaldatum of als het niet mogelijk is om door middel van tenuitvoerlegging of beslag de betaling van bepaalde verlopen geldvorderingen te verkrijgen van de schuldenaar.

Als de schuldenaar een ondernemer is (ongeacht of hij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is), is hij eveneens insolvent als hij diep in de schulden zit. De schuldenaar wordt geacht diep in de schulden te zitten als hij meerdere schuldeisers heeft en zijn totale passiva groter zijn dan de waarde van zijn activa.

Er is sprake van dreigende insolventie als, gezien alle omstandigheden, redelijkerwijs kan worden verondersteld dat de schuldenaar niet in staat zal zijn om een aanzienlijk deel van zijn financiële verplichtingen naar behoren en tijdig te voldoen.

Soorten insolventieprocedures

Het Tsjechisch recht onderscheidt drie afhandelingswijzen voor insolventie of dreigende insolventie van de schuldenaar in het kader van de insolventieprocedure:

  • faillissement;
  • reorganisatie;
  • kwijtschelding van schulden.

In de insolventiewet wordt de vrijheid gelaten om te bepalen welke van de mogelijke varianten het meest geschikt is voor een bepaalde schuldenaar, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met liquidatieprocedures (faillissement), maar ook met sanering (reorganisatie en kwijtschelding van schulden). De keuze voor de gepaste wijze om de insolventie van de schuldenaar af te wikkelen, dient erop gericht te zijn om de schuldeisers de best mogelijke oplossing te bieden.

Faillissement is een algemene afhandelingswijze voor insolventie die berust op het feit dat de vastgestelde vorderingen van de schuldeisers op basis van een beslissing over de faillietverklaring naar verhouding worden betaald door de opbrengst van de liquidatie van de insolvente boedel en dit zonder dat de onbetaalde vorderingen of de delen hiervan vervallen, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen. Deze afhandelingswijze voor insolventie wordt toegepast als het niet mogelijk is om reorganisatie of kwijtschelding van schulden toe te passen als meer gematigde procedure jegens de schuldenaar of als in het kader van een procedure is aangetoond dat het niet mogelijk om deze afhandelingswijze te blijven toepassen.

Reorganisatie is bedoeld voor de afhandeling van de insolventie of dreigende insolventie van de schuldenaar als hij ondernemer is. In dit geval heeft de reorganisatie betrekking op zijn onderneming. Deze houdt doorgaans in dat de vorderingen van de schuldeisers geleidelijk worden betaald, waarbij de onderneming van de schuldenaar blijft functioneren door maatregelen die zijn gericht op het economische herstel van deze onderneming volgens het reorganisatieplan dat is goedgekeurd door het bevoegde insolventiegerecht. De uitvoering van dit plan wordt voortdurend gecontroleerd door de schuldeisers.

Kwijtschelding van schulden is de afhandelingswijze voor insolventie of dreigende insolventie voor schuldenaren die in principe geen bedrijfsschulden hebben en, in het geval van rechtspersonen, die geen ondernemers zijn. Deze afhandelingswijze houdt meer rekening met de sociale aspecten dan met de economische aspecten. De schuldenaar moet in staat worden gesteld om “een nieuwe start” te maken en hij moet worden gemotiveerd om actief deel te nemen aan de terugbetaling van ten minste 30% van zijn schuld, wat de laagste bijdrage is voor schuldeisers zonder zekerheidsrecht. Schuldeisers met een zekerheidsrecht worden geacht te worden betaald krachtens hun zekerheidsrecht. Het doel is eveneens om de uitgave van openbare middelen te verlagen voor de sanering van de financiën van personen met sociale problemen. Het is mogelijk om schulden kwijt te schelden door de insolvente boedel te liquideren, door het aflossingsschema uit te voeren of door een combinatie van beide maatregelen.

Wie is er bevoegd om te verzoeken om een insolventieprocedure?

Een insolventieprocedure kan uitsluitend worden ingeleid op basis van een verzoek. De procedure wordt ingeleid op de datum dat het verzoek wordt ontvangen door het bevoegde gerecht. De schuldenaar en zijn schuldeiser hebben de mogelijkheid om te verzoeken om een insolventieprocedure. Uitsluitend de schuldenaar heeft de mogelijkheid om te verzoeken om een insolventieprocedure als het gaat om een verzoek wegens dreigende insolventie.

Als de schuldenaar een ondernemer is (ongeacht of hij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is) dient hij onverwijld te verzoeken om een insolventieprocedure nadat hij kennis heeft genomen van zijn insolventie of als hij hiervan kennis had moeten nemen door met zorg te handelen.

Faillietverklaring

Het bevoegde insolventiegerecht besluit tot de faillietverklaring door een afzonderlijke beslissing uit te spreken of in uitzonderlijke gevallen voegt het deze beslissing bij de insolventiebeslissing (op voorwaarde dat de schuldenaar een persoon is die geen beroep kan doen op reorganisatie of kwijtschelding van schulden). De faillietverklaring wordt van kracht op het moment dat de beslissing over de faillietverklaring is gepubliceerd in het insolventieregister.

Reorganisatie

Een reorganisatie wordt ingeleid krachtens de toestemming van het bevoegde insolventiegerecht op verzoek van een schuldenaar of van een aangemelde schuldeiser.

De voorwaarden voor het toestemmen met een reorganisatie zijn als volgt (alternatieve voorwaarden):

  • de totale hoogte van de jaarlijkse netto-omzet van de schuldenaar voor het laatste boekjaar voorafgaand aan het verzoek om insolventie bedraagt ten minste 50 000 000 CZK; of
  • de schuldenaar heeft ten minste vijftig werknemers in dienst uit hoofde van een arbeidsovereenkomst; of
  • de schuldenaar heeft tegelijkertijd met zijn verzoek om insolventie of uiterlijk op de datum waarop de insolventiebeslissing wordt gewezen zijn reorganisatieplan verstrekt aan het bevoegde insolventiegerecht dat ten minste door de helft van alle schuldeisers met een zekerheidsrecht is aangenomen, berekend op basis van de hoogte van hun vorderingen, en ten minste door de helft van de schuldeisers zonder zekerheidsrecht, berekend op basis van de hoogte van hun vorderingen.

Reorganisatie is niet toegestaan als de schuldenaar een rechtspersoon is die wordt geliquideerd, een effectenmakelaar of een persoon die gemachtigd is om te onderhandelen op een goederenbeurs conform de bijzondere rechtsvoorschriften.

Als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, geeft het bevoegde insolventiegerecht toestemming voor reorganisatie; hiertegen kan geen beroep worden ingesteld.

Het bevoegde insolventiegerecht verwerpt het verzoek om toestemming voor reorganisatie: a) als gezien alle omstandigheden redelijkerwijs kan worden verondersteld dat dit voortkomt uit een oneerlijke intentie, of b) als dit opnieuw wordt ingediend door een persoon wiens verzoek om toestemming voor reorganisatie al het onderwerp van een beslissing is geweest, of c) als dit wordt ingediend door een schuldeiser die niet door de vergadering van schuldeisers is aanvaard. Uitsluitend de persoon die die het verzoek heeft ingediend kan beroep instellen tegen de beslissing.

Kwijtschelding van schulden

Het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden wordt ingediend door de schuldenaar met behulp van het desbetreffende formulier en in voorkomend geval tegelijkertijd met het insolventieverzoek (als de insolventieprocedure niet is ingeleid op verzoek van een schuldeiser).

Het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden en de bijlagen daarbij dienen vooral gegevens te bevatten over de eerdere en verwachte toekomstige inkomsten van de schuldenaar, het overzicht van zijn activa en het overzicht van zijn verplichtingen. Als er personen zijn die bereid zijn om de schuldenaar een schenking te doen, om hem zijn schuld kwijt te schelden of om hem gedurende de kwijtschelding van schulden regelmatig uitkeringen te betalen, dan voegt de schuldenaar eveneens de schriftelijke schenkingsovereenkomst of de lijfrenteovereenkomst bij het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden.

Als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, geeft het bevoegde insolventiegerecht toestemming voor de kwijtschelding van schulden. Het bevoegde insolventiegerecht verwerpt het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden als gezien alle omstandigheden redelijkerwijs kan worden verondersteld dat dit voortkomt uit een oneerlijke intentie of als de schuldeisers zonder zekerheidsrecht in geval van kwijtschelding van schulden een bedrag verkrijgen dat lager is dan 30% van hun schulden, tenzij zij hiermee instemmen. Het bevoegde insolventiegerecht verwerpt het verzoek om toestemming voor kwijtschelding van schulden eveneens als de tot dusver verkregen resultaten van de procedure een onvoorzichtige of nalatige houding van de schuldenaar hebben aangetoond wat betreft de uitvoering van zijn verplichtingen in de insolventieprocedure. Uitsluitend de schuldenaar kan beroep instellen tegen de beslissing waarbij zijn verzoek wordt verworpen.

Wanneer wordt de insolventieprocedure ingeleid?

De insolventieprocedure wordt ingeleid op het moment dat er een kennisgeving van het inleiden van de insolventieprocedure wordt gepubliceerd in het insolventieregister (zie hieronder) en deze blijft van kracht tot het einde van de insolventieprocedure, tenzij in de wet anders is bepaald voor een van de afhandelingswijzen inzake insolventie.

Voorlopige voorzieningen voorafgaand aan de insolventiebeslissing

Het bevoegde insolventiegerecht kan zelfs als er geen verzoek is ingediend voorlopige voorzieningen gelasten voor de periode tot de insolventiebeslissing, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen. De persoon die verzoekt om voorlopige voorzieningen die het bevoegde gerecht op het gebied van insolventie zelfs zonder verzoek zou kunnen gelasten, hoeft geen zekerheid te stellen. Als de schuldenaar verzoekt om voorlopige voorzieningen, hoeft hij geen zekerheid te stellen.

Met een voorlopige voorziening kan het bevoegde insolventiegerecht met name

  • een voorlopige insolventieprofessional aanwijzen;
  • bepaalde gevolgen van de insolventieprocedure beperken;
  • bepaalde personen die verzoeken om een insolventieprocedure opleggen om een zekerheid te stellen voor het betalen van een schadevergoeding of het dekken van andere schade die de schuldenaar heeft geleden.

Insolventieregister

De bekendmaking van de insolventieprocedure wordt verzorgd door het insolventieregister, dat wordt beheerd door het ministerie van Justitie. Het gaat om een digitaal systeem van de overheid, dat toegankelijk is op het volgende adres: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://isir.justice.cz/.

Het voornaamste doel van het insolventieregister is het garanderen van maximale bekendheid van insolventieprocedures en het recht om het verloop hiervan te volgen. In het register kunnen beslissingen van het bevoegde insolventiegerecht worden gepubliceerd die zijn gewezen in insolventieprocedures en incidentele geschillen, kunnen documenten worden gepubliceerd die zijn toegevoegd aan het gerechtelijke dossier en andere informatie, en als deze publicatie is voorgeschreven door de insolventiewet of als hiertoe is besloten door het bevoegde insolventiegerecht.

Het insolventieregister is openbaar toegankelijk (met uitzondering van bepaalde gegevens) en iedereen heeft het recht om dit te raadplegen en kopieën of aantekeningen te maken.

Naast de informatieve functie is het insolventieregister ook essentieel voor de betekening en kennisgeving van stukken. Het is namelijk het instrument waarmee de kennisgeving en betekening van de meeste gerechtelijke beslissingen en andere geschriften kan worden gedaan. Het inleiden van een insolventieprocedure wordt doorgaans binnen twee uur na het indienen van een verzoek aangekondigd door een kennisgeving in het insolventieregister (meer bepaald binnen twee uur gedurende de openingstijden van het gerecht). Vervolgens worden alle gerechtelijke beslissingen en andere geschriften gepubliceerd in het insolventieregister. Zo heeft iedereen een overzicht van de lopende insolventieprocedures in de Tsjechische Republiek.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Insolvente boedel

Als het insolventieverzoek is ingediend door de schuldenaar, wordt de insolvente boedel gevormd door de activa van de schuldenaar op het moment dat de insolventieprocedure van kracht is geworden en door de activa die de schuldenaar gedurende de insolventieprocedure heeft verkregen.

Als het insolventieverzoek is ingediend door de schuldeiser, wordt de insolvente boedel gevormd door de activa van de schuldenaar op het moment dat een voorlopige voorziening van kracht is geworden waarmee het bevoegde insolventiegerecht het recht van de schuldenaar om te beschikken over zijn activa geheel of gedeeltelijk beperkt, alsook door de activa van de schuldenaar op het moment dat de beslissing over zijn insolventie van kracht wordt en door de activa die de schuldenaar gedurende de insolventieprocedure heeft verkregen nadat de genoemde beslissingen van kracht zijn geworden.

Als de schuldenaar mede-eigenaar is van de bovenstaande activa, wordt de insolvente boedel gevormd door zijn aandeel in deze activa. De gemeenschappelijke zaken van de schuldenaar en de echtgeno(o)t(e) maken eveneens deel uit van de insolvente boedel.

De activa van andere personen dan de schuldenaar vormen de insolvente boedel als dit bij wet is bepaald, met name als het gaat om een tegenprestatie die voortvloeit uit rechtshandelingen die niet kunnen worden tegengeworpen. Voor de liquidatie hiervan worden die activa geacht deel uit te maken van de activa van de schuldenaar.

Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, wordt de insolvente boedel met name gevormd door liquide middelen, roerende en onroerende zaken, de onderneming, een groep zaken en collectieve zaken, spaarboekjes, depositocertificaten of andere deposito‑instrumenten, aandelen, geldopnemingen, cheques of andere titels, geldvorderingen en niet-geldelijk vorderingen van de schuldenaar, met inbegrip van voorwaardelijke vorderingen en niet-vervallen vorderingen, het salaris van de schuldenaar, het loon, het arbeidsinkomen en de inkomsten die in de plaats komen van het arbeidsinkomen van de schuldenaar, de andere rechten en elementen van activa als deze een in geld waardeerbare waarde hebben. De insolvente boedel wordt eveneens gevormd door het toebehoren, de meerwaarde, de vruchten en de winst van deze activa.

Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, maken de activa die niet worden getroffen door de tenuitvoerlegging of het beslag geen deel uit van de insolvente boedel. Deze kwesties worden beheerst door wet nr. 99/1963 Rec., Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Wat betreft de zaken die in bezit van de schuldenaar zijn, kan de tenuitvoerlegging van de beslissing geen betrekking hebben op de zaken die de schuldenaar nodig heeft om te voorzien in zijn materiële behoeften of die van zijn familie, of om zijn werk uit te voeren, evenals op andere zaken waarvan de verkoop strijdig zou zijn met de morele regels (met name gewone kleding, huishoudelijke artikelen, trouwringen en andere vergelijkbare voorwerpen, medische hulpmiddelen die hij nodig heeft vanwege ziekte of een fysiek probleem, liquide middelen ter hoogte van een bedrag dat overeenkomt met het dubbele minimuminkomen voor een persoon, gezelschapsdieren). Zaken die dienen voor de onderneming van de schuldenaar zijn daarentegen niet uitgesloten van de insolvente boedel. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, maken activa waarover uitsluitend kan worden beschikt op de in bijzondere rechtsvoorschriften vastgestelde wijzen ook geen deel uit van de insolvente boedel (bijvoorbeeld specifieke subsidies en terugvorderbare steun uit de staatsbegroting, uit de begroting van een zelfstandige territoriale autoriteit of uit een staatsfonds).

Behandeling van de activa die de schuldenaar na het inleiden van de insolventieprocedure heeft verkregen of die hem daarna toekomen

De activa die de schuldenaar na het inleiden van de insolventieprocedure heeft verkregen of die hem daarna toekomen, worden in principe opgenomen in de insolvente boedel. Dit kan echter variëren afhankelijk van de concrete afhandelingswijze voor insolventie. De schuldenaar kan uitsluitend conform de beperkingen van de concrete fase van de procedure en de afhandelingswijze voor insolventie beschikken over zijn activa die zijn opgenomen in de insolvente boedel.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Taak en positie van de insolventieprofessional

De belangrijkste taak van de insolventieprofessional is het behandelen van de activa die de insolvente boedel vormen en het beslechten van incidentele en andere geschillen. De activiteiten van de insolventieprofessional zijn gericht op de proportionele, snelle, voordelige en zoveel als mogelijke betaling van de schuldeisers.

De insolventieprofessional dient zijn taken nauwgezet en met de vereiste spoed uit te voeren. Hij dient alles in het werk te stellen wat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht om ervoor te zorgen dat zijn schuldeisers zoveel mogelijk worden betaald. Voor de uitvoering van zijn taken dient hij het gemeenschappelijke belang van de schuldeisers boven zijn eigen belangen en de belangen van anderen te stellen.

In geval van een faillissement wordt het recht om te beschikken over de activa die de insolvente boedel vormen en de uitoefening van de rechten en plichten van de schuldenaar overgedragen aan de insolventieprofessional, op voorwaarde dat deze verband houden met de insolvente boedel. De insolventieprofessional oefent de rechten van de aandeelhouder in verband met aandelen uit de insolvente boedel uit, hij voert de taken van werkgever uit jegens de werknemers van de schuldenaar, zorgt ervoor dat de onderneming van de schuldenaar functioneert, houdt de boekhouding bij en vervult de fiscale verplichtingen. Het liquideren van de insolvente boedel behoort eveneens tot zijn taken.

De insolventieprofessional houdt in geval van een reorganisatie toezicht op de activiteiten van de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt, blijft de insolvente boedel controleren, stelt de inventaris op, beheert incidentele geschillen, voltooit het overzicht van schuldeisers en verstrekt het comité van schuldeisers rapporten. De insolventieprofessional oefent eveneens de bevoegdheden van de algemene vergadering of van de ledenvergadering van de schuldenaar uit.

De insolventieprofessional houdt in geval van kwijtschelding van schulden samen met het bevoegde insolventiegerecht en de schuldeisers toezicht op de schuldenaar en zijn activiteiten, liquideert de activa van de schuldenaar of verdeelt de maandelijkse, individuele betalingen onder de schuldeisers op basis van een aflossingsschema.

Positie van de schuldenaar

In geval van een faillissement verliest de schuldenaar het recht om te beschikken over de activa die de insolvente boedel vormen en om de andere rechten en verplichtingen die verband houden met de insolvente boedel uit te oefenen. Deze rechten worden overgedragen aan de insolventieprofessional. De rechtshandelingen in de genoemde zaken die de schuldenaar heeft uitgevoerd nadat het recht om te beschikken over de activa van de insolvente boedel is overgedragen aan de insolventieprofessional, kunnen krachtens de wet niet worden tegengeworpen aan schuldeisers.

In geval van reorganisatie behoudt de schuldenaar de beschikkingsrechten, zij het met beperkingen. Rechtshandelingen die essentieel zijn voor de behandeling en het beheer van de activa van de insolvente boedel mogen door de schuldenaar alleen worden verricht met voorafgaande toestemming van het comité van schuldeisers. De schending van deze verplichting heeft tot gevolg dat de schuldenaar aansprakelijk is voor iedere schade of ieder ander nadeel dat de schuldeisers of derden lijden. De leden van het statutaire orgaan van de schuldenaar zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade die en nadeel dat op deze wijze is veroorzaakt. Handelingen die een aanzienlijke wijziging van de waarde van de insolvente boedel of de positie van de schuldeisers of de mate van betaling van laatstgenoemden tot gevolg hebben, worden geacht essentiële rechtshandelingen te zijn. De insolventieprofessional neemt de bevoegdheden van de algemene vergadering of van de ledenvergadering van de schuldenaar over.

In geval van kwijtschelding van schulden behoudt de schuldenaar de beschikkingsrechten, zij het met beperkingen. De schuldenaar wordt onder toezicht geplaatst van het bevoegde insolventiegerecht, de insolventieprofessional en de schuldeisers.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

De algemene regelgeving op het gebied van compensatie staat in het Burgerlijk Wetboek. Als partijen elkaar geld verschuldigd zijn en hun schulden gelijkaardig zijn, dan kan elk van de partijen de andere partij doorgaans meedelen dat deze schuld wordt gecompenseerd met een vordering van de andere partij. De compensatie kan worden uitgevoerd zodra een van de partijen het recht heeft om te verzoeken om de betaling van haar eigen vordering en om haar eigen schuld af te lossen. Als de twee vorderingen identiek zijn, heffen ze elkaar op door de compensatie; als ze niet helemaal hetzelfde zijn, worden de vorderingen gecompenseerd op vergelijkbare wijze als bij betaling. Dit gebeurt op het moment dat beide vorderingen mogen worden gecompenseerd.

In het kader van de insolventieprocedure is de compensatie van wederzijdse vorderingen van de schuldenaar en de schuldeiser na de gerechtelijke insolventiebeslissing toegestaan, als voorafgaand aan de beslissing over de afhandelingswijze voor insolventie is voldaan aan de wettelijke voorwaarden van die compensatie (conform het Burgerlijk Wetboek), tenzij in de insolventiewet anders is bepaald.

In het kader van de insolventieprocedure is compensatie niet toegestaan als de schuldeiser van de schuldenaar:

  • geen aangemelde schuldeiser was geworden met betrekking tot zijn compenseerbare vordering; of
  • zijn compenseerbare vordering had verkregen door een rechtshandeling die niet kan worden tegengeworpen; of
  • op de hoogte was van de insolventie van de schuldenaar op het moment van verkrijging van zijn compenseerbare vordering; of
  • heeft nagelaten om de vervallen vordering van de schuldenaar te betalen, voor zover deze de compenseerbare vordering van deze schuldeiser overschrijdt; of
  • in de gevallen die zijn vastgesteld door een voorlopige voorziening van het bevoegde insolventiegerecht.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Wederkerige overeenkomsten

Als de schuldenaar op het moment van de faillietverklaring of de goedkeuring van de reorganisatie of de kwijtschelding van schulden partij is bij een wederkerige overeenkomst, inclusief een voorovereenkomst, die niet volledig is uitgevoerd door de schuldenaar en door de andere partij bij de overeenkomst:

- kan de insolventieprofessional de overeenkomst in plaats van de schuldenaar ten uitvoer leggen gedurende de procedure voor faillissement of de kwijtschelding van schulden en kan hij de andere partij verzoeken om tenuitvoerlegging van de overeenkomst of haar tegenprestatie afwijzen;

- oefent de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt tijdens de reorganisatieprocedure na toestemming van het comité van schuldeisers dezelfde bevoegdheid uit.

Als de insolventieprofessional in procedures voor faillissement of de kwijtschelding van schulden de tenuitvoerlegging van de overeenkomst niet bevestigt binnen dertig dagen vanaf de datum van de faillietverklaring of de goedkeuring van de kwijtschelding van schulden, wijst hij de tegenprestatie af. Tot dat moment kan de andere partij de overeenkomst niet ontbinden, behoudens als in de overeenkomst anders is bepaald. In reorganisatieprocedures dient de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt een wederkerige overeenkomst ten uitvoer te leggen als hij de tegenprestatie niet uitdrukkelijk afwijst binnen dertig dagen vanaf de datum van goedkeuring van de reorganisatie.

Als de andere partij bij de overeenkomst de overeenkomst in eerste instantie ten uitvoer dient te leggen, kan zij de tenuitvoerlegging weigeren tot het moment dat haar tegenprestatie wordt uitgevoerd of wordt gewaarborgd. Dit geldt niet als het gaat om een overeenkomst die de andere partij heeft gesloten na publicatie van de insolventiebeslissing.

Als de insolventieprofessional of de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt, weigert de overeenkomst ten uitvoer te leggen, kan de andere partij aanspraak maken op een vergoeding van de aldus geleden schade door haar vordering aan te melden, en dit uiterlijk binnen dertig dagen vanaf de weigering van de tenuitvoerlegging. De vorderingen van de ander partij die voortkomen uit de voortzetting van de overeenkomst na de faillietverklaring vormen vorderingen met betrekking tot de insolvente boedel.

De andere partij bij de overeenkomst kan geen aanspraak maken op de vergoeding van de gedeeltelijke tenuitvoerlegging die plaatsvindt voorafgaand aan de insolventiebeslissing, omdat zij geen tegenprestatie heeft gekregen van de schuldenaar.

Overeenkomsten voor bepaalde duur

Als is overeengekomen dat de onder de overeenkomst vallende prestatie, die een marktprijs heeft, op een precies moment of binnen een vastgestelde termijn wordt verricht, en als het moment van de tenuitvoerlegging of van het verstrijken van de termijn plaatsvindt na de faillietverklaring, kan niet worden gevraagd om de prestatie te verrichten, maar uitsluitend om een vergoeding van de schade die de schuldenaar heeft veroorzaakt door zijn prestatie niet te verrichten. Onder schade wordt verstaan het verschil tussen de overeengekomen prijs en de marktprijs die geldt op de datum waarop de faillietverklaring van kracht wordt in het rechtsgebied die in de overeenkomst is vastgesteld als plaats van tenuitvoerlegging. De andere partij kan als schuldeiser aanspraak maken op een schadevergoeding door haar vordering uiterlijk binnen dertig dagen vanaf de faillietverklaring aan te melden.

Leningovereenkomsten

Als de schuldenaar een leningovereenkomst heeft gesloten, heeft de insolventieprofessional na de faillietverklaring zelfs vóór het einde van de vastgestelde leningperiode het recht om de terugbetaling van de lening te eisen.

Huur, onderhuur

Er zijn gedetailleerde bepalingen over huur- en onderhuurovereenkomsten. Hierin staat onder andere dat de insolventieprofessional na de faillietverklaring het recht heeft om de huur- of onderhuurovereenkomst die de schuldenaar heeft gesloten te ontbinden binnen de termijn die is vastgesteld in de wet of in de overeenkomst. Dit geldt ook voor overeenkomsten voor bepaalde tijd. De opzegtermijn kan echter niet langer zijn dan drie maanden. De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek waarin staat in welke gevallen en onder welke omstandigheden de verhuurder de huurovereenkomst van een woning kan ontbinden worden hierdoor niet beïnvloed.

Ontwerpovereenkomsten van de schuldenaar die op het moment van het faillissement nog niet aanvaard zijn door de andere partij

De ontwerpovereenkomsten van de schuldenaar met betrekking tot het sluiten van een overeenkomst die nog niet zijn aanvaard en ontwerpovereenkomsten die door de schuldenaar zijn aanvaard maar nog niet zijn gesloten, worden nietig door de faillietverklaring als deze betrekking hebben op de insolvente boedel. De ontwerpovereenkomsten die op het moment van de faillietverklaring nog niet zijn aanvaard door de schuldenaar kunnen uitsluitend worden aanvaard door de insolventieprofessional.

Eigendomsvoorbehoud

Als de schuldenaar een zaak voorafgaand aan de faillietverklaring heeft verkocht met eigendomsvoorbehoud en deze aan de koper heeft overgedragen, kan de koper de zaak teruggeven of aandringen op behoud van de overeenkomst. Als de schuldenaar een zaak met eigendomsvoorbehoud heeft gekocht en in ontvangst heeft genomen zonder het eigendomsrecht voor deze zaak te hebben verkregen, kan de verkoper niet eisen dat de zaak wordt teruggegeven als de insolventieprofessional zijn verplichtingen onverwijld voldoet nadat de verkoper hierom heeft gevraagd.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Het inleiden van een insolventieprocedure heeft de volgende gevolgen:

  • de vorderingen en andere rechten in verband met de insolvente boedel kunnen niet in rechte worden geclaimd als het mogelijk is deze te doen gelden door een aanmelding;
  • het is uitsluitend mogelijk om het recht op de inning van een vordering te doen gelden en terug te krijgen door het gebruiken van een zekerheidsrecht inzake de activa die de schuldenaar bezit of de activa van de insolvente boedel onder de voorwaarden van de insolventiewet. Dit geldt eveneens voor gerechtelijk onderpand of onderpand uit overeenkomsten inzake onroerende zaken, waarom is verzocht na het inleiden van de insolventieprocedure;
  • het is mogelijk tenuitvoerleggings- of beslagmaatregelen te gelasten of in gang te zetten die betrekking hebben op de activa die de schuldenaar bezit of de andere activa van de insolvente boedel, maar het is niet mogelijk deze ten uitvoer te leggen. Wat betreft vorderingen op de insolvente boedel en gelijkgestelde vorderingen is het mogelijk om de tenuitvoerlegging van de beslissing die of het beslag dat betrekking heeft op de activa van de insolvente boedel van de schuldenaar ten uitvoer te leggen krachtens een gerechtelijke beslissing van het bevoegde insolventiegerecht en met inachtneming van de beperkingen van deze beslissing;
  • het is niet mogelijk een recht uit te oefenen waarover de schuldeiser en de schuldenaar in het kader van de tenuitvoerlegging van een beslissing een overeenkomst hebben gesloten en dat betrekking heeft op inhoudingen op salarissen en andere inkomsten die als salarissen worden behandeld.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

De beslissing inzake faillissement stopt de gerechtelijke en arbitrale procedures aangaande de vorderingen en andere rechten met betrekking tot de insolvente boedel die in de insolventieprocedure moeten worden opgeëist door deze aan te melden of die worden beschouwd als aangemeld in de insolventieprocedure of aangaande vorderingen die niet worden afgehandeld in de insolventieprocedure. Behoudens andersluidende bepalingen is het niet mogelijk om deze procedures voort te zetten zolang de gevolgen van de insolventiebeslissing worden gehandhaafd.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Principes in verband met de deelneming van de schuldeisers

De insolventieprocedure berust onder andere op de volgende principes met betrekking tot de deelneming van de schuldeisers:

  • de insolventieprocedure dient zodanig te worden uitgevoerd dat geen van de partijen ten onrechte wordt benadeeld of ongeoorloofd wordt bevoordeeld en is gericht op de snelle, voordelige en zoveel als mogelijke betaling van de schuldeisers;
  • schuldeisers die volgens de wet een identieke of vergelijkbare status hebben, hebben gelijke mogelijkheden in een insolventieprocedure;
  • behoudens andersluidende wettelijke bepalingen kunnen de rechten van de schuldeiser die te goeder trouw zijn verkregen voorafgaand aan de insolventieprocedure niet worden beperkt door een gerechtelijke beslissing van het bevoegde insolventiegerecht, noch door een procedure van de insolventieprofessional;
  • schuldeisers hebben niet het recht buiten de insolventieprocedure handelingen te verrichten voor het innen van hun vorderingen, tenzij dit bij wet is toegestaan.

Organen van schuldeisers

Organen van schuldeisers zijn:

  • de vergadering van schuldeisers;
  • het comité van schuldeisers (of de vertegenwoordiger van de schuldeisers).

De vergadering van schuldeisers is verantwoordelijk voor het kiezen en afzetten van de leden van het comité van schuldeisers en hun plaatsvervangers (of de vertegenwoordiger van de schuldeisers). De vergadering van schuldeisers kan zich iedere kwestie voorbehouden die onder de bevoegdheid van de organen van schuldeisers valt. Als er geen comité van schuldeisers en geen vertegenwoordiger van de schuldeisers is aangewezen, oefent de vergadering van schuldeisers eveneens hun bevoegdheden uit, tenzij in de wet anders is bepaald.

Als er meer dan vijftig schuldeisers zijn aangemeld, dan is de vergadering van schuldeisers verplicht een comité van schuldeisers op te richten. Anders volstaat het om een vertegenwoordiger van de schuldeisers te kiezen.

Het comité van schuldeisers oefent de bevoegdheden van de organen van schuldeisers uit, met uitzondering van kwesties die onder de bevoegdheid van de vergadering van schuldeisers vallen of die deze zich heeft voorbehouden. Het comité van schuldeisers houdt vooral toezicht op de activiteiten van de insolventieprofessional en is bevoegd om het bevoegde insolventiegerecht voorstellen te doen met betrekking tot het verloop van de insolventieprocedure. Het comité van schuldeisers beschermt het gemeenschappelijke belang van de schuldeisers en draagt in samenwerking met de insolventieprofessional bij aan het verwezenlijken van het doel van de insolventieprocedure. De bepalingen met betrekking tot het comité van schuldeisers zijn mutatis mutandis van toepassing op de vertegenwoordiger van de schuldeisers.

Categorieën schuldeisers

De wet onderscheidt schuldeisers met en zonder zekerheidsrecht.

Een schuldeiser met een zekerheidsrecht is een schuldeiser wiens vordering wordt gewaarborgd door de activa van de insolvente boedel en wel door een pandrecht, een retentierecht, een beperking van de overdracht van de eigendom van een onroerende zaak, de eigendomsoverdracht tot zekerheid van een recht, de overdracht van de vordering met het oog op een zekerheidsstelling of door een vergelijkbaar recht uit hoofde van buitenlands recht.

Schuldeisers met een zekerheidsrecht kunnen aanzienlijke invloed uitoefenen op het verloop van de insolventieprocedure. Om een besluit te kunnen nemen over de afhandelingswijze (faillissement of reorganisatie) van de schuldenaar/ondernemer voor wie reorganisatie is toegestaan door de insolventiewet, dient ten minste de helft van alle schuldeisers met een zekerheidsrecht die aanwezig zijn op de vergadering van schuldeisers (en mutatis mutandis eveneens de schuldeisers zonder zekerheidsrecht), berekend volgens de hoogte van hun vorderingen, vóór te stemmen, tenzij ten minste 90% van alle aanwezige schuldeisers, berekend volgens de hoogte van hun vorderingen, tegen dit besluit heeft gestemd. Schuldeisers met een zekerheidsrecht kunnen de persoon die zijn goederen in bezit houdt eveneens instructies geven over het beheer van het voorwerp van het zekerheidsrecht en deze persoon is gebonden aan deze instructies als deze goed beheer ten doel hebben. De insolventieprofessional is eveneens gebonden aan de instructies van schuldeisers met een zekerheidsrecht die gericht zijn op het liquideren van het zekerheidsrecht. De insolventieprofessional kan deze instructies afwijzen als hij van mening is dat het zekerheidsrecht gunstiger kan worden geliquideerd. In dat geval vraagt hij het bevoegde insolventiegerecht om deze in het kader van zijn toezichthoudende activiteiten te onderzoeken. Zodra tijdens de insolventieprocedure zaken, rechten, vorderingen of andere elementen van activa zijn geliquideerd, vervalt het zekerheidsrecht van de vordering van een schuldeiser met een zekerheidsrecht, zelfs als laatstgenoemde zijn vorderingen niet heeft aangemeld.

Schuldeisers met een zekerheidsrecht ontvangen op enig moment tijdens de procedure 100% van de opbrengst van de liquidatie, na aftrek van een bedrag dat overeenkomt met de vergoeding van de insolventieprofessional en de beheer- en liquidatiekosten. Daarbij wordt eveneens rekening gehouden met het tijdstip van ontstaan van het zekerheidsrecht.

Alle andere schuldeisers zijn schuldeisers zonder zekerheidsrecht. Hun positie in de insolventieprocedure is zwakker en de verwachte mate van betaling van hun vorderingen is volgens de statistieken doorgaans aanzienlijk lager.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

In een faillissementsprocedure kan de insolventieprofessional gebruikmaken van de activa van de insolvente boedel. In geval van een faillissement verkrijgt hij het recht om gebruik te maken van de activa van de insolvente boedel en om de rechten en de verplichtingen van de schuldenaar uit te voeren die verband houden met de insolvente boedel. De insolventieprofessional oefent vooral de rechten van de aandeelhouders in verband met aandelen uit de insolvente boedel uit, hij neemt de beslissingen over het bedrijfsgeheim en de andere aspecten van geheimhouding, voert de taken van de werkgever uit jegens de werknemers van de schuldenaar, zorgt ervoor dat de onderneming van de schuldenaar functioneert, houdt de boekhouding bij en vervult de fiscale verplichtingen. Het liquideren van de insolvente boedel behoort eveneens tot zijn taken.

In een procedure voor reorganisatie of kwijtschelding van schulden behoudt de schuldenaar zijn rechten, zij het met aanzienlijke beperkingen.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Vorderingen op de insolvente boedel en gelijkgestelde vorderingen kunnen op ieder moment volledig worden betaald zodra er een beslissing is gewezen over de insolventie.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • vorderingen op de insolvente boedel die zijn ontstaan na het inleiden van de insolventieprocedure of na de verklaring van moratorium (met name terugbetaling van kosten in contanten en de vergoeding van de voorlopige insolventieprofessional, de vergoeding van de vereffenaar van de schuldenaar en van de leden van het comité van schuldeisers, de vorderingen van schuldeisers uit hoofde van kredietfinanciering);
  • vorderingen op de insolvente boedel die zijn ontstaan na de beslissing inzake faillissement (met name terugbetaling in contanten en de vergoeding van de insolventieprofessional, belastingen, heffingen, douanerechten, socialezekerheidsbijdragen en bijdragen tot het nationale werkgelegenheidsbeleid, evenals de verzekeringspremies voor de ziektekostenverzekering);
  • vorderingen die gelijkgesteld zijn aan vorderingen op de insolvente boedel (met name vorderingen met betrekking tot het arbeidsrecht van werknemers van de schuldenaar, vorderingen van schuldeisers betreffende wettelijke alimentatie).

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Aanmelden van vorderingen

Schuldeisers melden hun vorderingen aan bij het bevoegde insolventiegerecht op het daarvoor bestemde formulier. Dit kan vanaf het moment dat de insolventieprocedure wordt ingeleid tot het verstrijken van de termijn die is vastgesteld in de insolventiebeslissing. Vorderingen die na deze termijn worden aangemeld, worden niet in acht genomen door het bevoegde insolventiegerecht en deze vorderingen worden niet betaald tijdens de insolventieprocedure. Ook vorderingen die aan een gerecht zijn overgelegd dienen te worden aangemeld, evenals uitvoerbare vorderingen, met inbegrip van vorderingen waarvan de betaling middels tenuitvoerlegging of beslag is opgeëist. Schuldeisers die een vordering hebben aangemeld of die als aangemelde schuldeisers worden beschouwd, kunnen de aanmelding van hun vordering op ieder moment gedurende de insolventieprocedure intrekken.

Bij het aanmelden van de vordering dienen de gronden voor het ontstaan en de hoogte van de vordering te worden vermeld. De vordering dient in geld te worden uitgedrukt, ook als het om een niet-geldelijke vordering gaat. Bij het aanmelden van de vordering dienen de documenten te worden gevoegd die in de aanmelding worden vermeld. De uitvoerbaarheid van een vordering wordt bewezen door een authentieke akte.

Het aanmelden van een vordering heeft dezelfde gevolgen als een rechtsvordering of een andere stap die gericht is op het doen gelden van rechten voor een gerecht wat betreft de verjaringstermijn en het verval van een recht, en dit vanaf de datum van ontvangst door het bevoegde insolventiegerecht.

De schuldeiser is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens die worden vermeld in de aanmelding van zijn vordering. Het bevoegde insolventiegerecht kan de overwaardering van de aangemelde vordering (met meer dan 100%) op verzoek van de insolventieprofessional bestraffen door het opleggen van de verplichting om een bedrag te betalen ten gunste van de insolvente boedel dat wordt bepaald met inachtneming van alle omstandigheden van de aanmelding en de controle van de vordering; dat bedrag mag het aangemelde bedrag van de vordering echter niet overschrijden.

Er wordt geen rekening gehouden met het recht van een schuldeiser op een door een zekerheid gewaarborgde vordering, als deze is aangemeld volgens een andere rang dan de van toepassing zijnde rang of als uit de controle blijkt dat de hoogte van het zekerheidsrecht met meer dan 100% is overgewaardeerd. Zelfs in dit geval kan de schuldeiser worden bestraft door het bevoegde insolventiegerecht door de verplichting om een (geld)bedrag te betalen ten gunste van de schuldeisers met een zekerheidsrecht die hun door een zekerheid gewaarborgde vorderingen in verband met dezelfde activa hebben aangemeld. Het bevoegde insolventiegerecht stelt het bedrag vast met inachtneming van alle omstandigheden in verband met de uitoefening en het onderzoek van het door de zekerheid gewaarborgde recht op betaling, waarbij het maximale bedrag het bedrag is van de aangemelde zekerheid minus het bedrag van uiteindelijk vastgestelde zekerheid.

Controle van aangemelde vorderingen

De aangemelde vorderingen worden allereerst onderzocht door de insolventieprofessional. Deze beoordeelt de vorderingen voornamelijk op basis van de bijgevoegde documenten en de boekhouding van de schuldenaar of de boeken die hij heeft bijgehouden conform de geldende rechtsvoorschriften. Vervolgens verzoekt de insolventieprofessional de schuldenaar om zijn standpunt te geven over deze vorderingen. Indien nodig voert hij de noodzakelijke onderzoeken betreffende deze vorderingen uit door samen te werken met de betrokken autoriteiten, die verplicht zijn hem bij te staan.

Als de aanmelding fouten bevat of niet volledig is, verzoekt de insolventieprofessional de schuldeiser om deze binnen vijftien dagen te corrigeren of aan te vullen, tenzij hij een langere termijn vaststelt. Tegelijkertijd verschaft hij informatie over de wijze waarop de aanmelding dient te worden gecorrigeerd of aangevuld. De insolventieprofessional verstrekt het bevoegde insolventiegerecht aanmeldingen van vorderingen die niet tijdig en naar behoren werden aangevuld of gecorrigeerd, zodat dit gerecht kan beslissen of een aangemelde vordering in aanmerking wordt genomen. De schuldeiser wordt in kennis gesteld van deze beslissing.

De insolventieprofessional stelt een overzicht op van de aangemelde vorderingen. Schuldeisers met een zekerheidsrecht worden apart vermeld in het overzicht. De insolventieprofessional vermeldt uitdrukkelijk tegen welke vorderingen hij bezwaar maakt. Hij dient voor iedere schuldeiser de gegevens te vermelden die nodig zijn om hem te identificeren, evenals gegevens omtrent de redenen voor het ontstaan, de hoogte en de rang van de vordering. Voor schuldeisers met een zekerheidsrecht dient de grond voor het zekerheidsrecht te worden toegevoegd, evenals het type zekerheid.

Het bevoegde insolventiegerecht publiceert het overzicht van de in het insolventieregister aangemelde vorderingen, zulks voorafgaand aan de zitting betreffende de controle van de vorderingen. Het bevoegde insolventiegerecht publiceert ook onverwijld iedere wijziging van het overzicht van de aangemelde vorderingen in het insolventieregister.

De controle van de aangemelde vorderingen vindt vervolgens plaats tijdens een controlezitting die is gelast door het bevoegde insolventiegerecht. Het bevoegde insolventiegerecht stelt in zijn insolventiebeslissing de datum en plaats van de controlezitting vast. De schuldeiser kan de hoogte van de aangemelde vordering tot het einde van de controlezitting wijzigen, voor zover zijn vordering niet is vastgesteld of betwist. De grond van het ontstaan van de aangemelde vordering en de rang kunnen daarentegen niet worden gewijzigd.

Betwisting van vorderingen

De personen die bezwaar kunnen maken tegen de authenticiteit, de hoogte en de rang van alle aangemelde vorderingen zijn a) de insolventieprofessional, b) de schuldenaar en c) een aangemelde schuldeiser.

Het bezwaar tegen de vordering van een schuldeiser door een andere aangemelde schuldeiser dient aan dezelfde voorwaarden te voldoen wat betreft vorm en inhoud als een rechtsvordering op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dient duidelijk aan te geven of deze betrekking heeft op de authenticiteit, de hoogte of de rang. Bezwaren dienen te worden ingediend op het daarvoor bestemde formulier.

De insolventiewet onderscheidt de volgende typen bezwaar:

  • bezwaar tegen de authenticiteit van de vordering: de vordering is niet ontstaan of is al volledig vervallen of is verjaard;
  • bezwaar tegen de hoogte van de vordering: de verplichting van de schuldenaar is lager dan het aangemelde bedrag (een persoon die bezwaar maakt tegen de hoogte van de vordering dient tegelijkertijd aan te geven wat de werkelijke hoogte is);
  • bezwaar tegen de rang van de vordering: de vordering heeft een minder gunstige rang dan die welke is vermeld in de aanmelding van de vordering, of er wordt bezwaar gemaakt tegen het recht op betaling van de vordering door middel van een zekerheidsrecht (een persoon die bezwaar maakt tegen de rang van de vordering dient aan te geven welke rang deze vordering heeft).

Als een aangemelde schuldeiser bezwaar maakt tegen de vordering van een andere aangemelde schuldeiser, worden deze schuldeisers partijen bij een incidenteel geschil. Als de insolventieprofesssional een van de partijen bij een incidenteel geschil waarbij hij geen partij is wil bijstaan, heeft het recht om te interveniëren.

Het bevoegde insolventiegerecht doet uitspraak over de authenticiteit, de hoogte en de rang van de betwiste vorderingen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In een faillissementsprocedure wordt de insolvente boedel geliquideerd. Dat betekent dat alle activa van deze boedel worden omgezet in contanten, zodat alle schuldeisers naar verhouding kunnen worden betaald. De insolventieprofessional liquideert de insolvente boedel. Dit is echter uitsluitend mogelijk na een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing over de faillietverklaring en na de eerste vergadering van schuldeisers. Een uitzondering hierop zijn zaken die dreigen verloren te gaan of in waarde te verminderen en het bevoegde insolventiegerecht kan eveneens op andere gronden een uitzondering toestaan. De liquidatie van de insolvente boedel beëindigt de gevolgen die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van een beslissing of een gelast beslag alsook de andere gebreken in verband met de liquidatie van de activa, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen.

De insolvente boedel kan worden geliquideerd door:

  • een openbare veiling;
  • de verkoop van roerende en onroerende zaken conform de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering opgenomen bepalingen inzake de tenuitvoerlegging van beslissingen;
  • de verkoop van activa buiten een veiling.

Als de opbrengst van de liquidatie van de insolvente boedel niet toereikend is om alle vorderingen te betalen, dienen allereerst de vergoeding van de insolventieprofessional en zijn onkosten in contanten te worden betaald, vervolgens de vorderingen van de schuldeisers die zijn ontstaan tijdens het moratorium, de vorderingen van schuldeisers uit hoofde van kredietfinanciering, de kosten voor het onderhoud en het beheer van de insolvente boedel, de arbeidsrechtelijke vorderingen van de werknemers van de schuldenaar en vervolgens de vorderingen van schuldeisers betreffende wettelijke alimentatie en het herstel van lichamelijk letsel. De overige vorderingen worden naar verhouding betaald.

Zodra de beslissing over de goedkeuring van het eindrapport in kracht van gewijsde is gegaan, verstrekt de insolventieprofessional het bevoegde insolventiegerecht het voorstel voor de verdelingsbeschikking waarin hij een te betalen bedrag aangeeft voor iedere vordering die is vermeld in het bijgewerkte overzicht van de aangemelde vorderingen. Op basis hiervan wijst het bevoegde insolventiegerecht de verdelingsbeschikking waarin het de bedragen vaststelt die aan de schuldeisers dienen te worden betaald. Alle schuldeisers waarop de verdeling betrekking heeft, worden naar verhouding betaald met inachtneming van de hoogte van hun vordering zoals deze is vastgesteld. Voorafgaand aan de verdeling worden de nog niet betaalde vorderingen betaald die op enig moment tijdens de faillissementsprocedure dienen te worden betaald. Het gaat om:

  • vorderingen op de insolvente boedel: kosten in contanten en de vergoeding van de insolventieprofessional, kosten voor het onderhoud en het beheer van de insolvente boedel van de schuldenaar, belastingen, heffingen, douanerechten, socialezekerheidsbijdragen, de bijdragen tot het nationale werkgelegenheidsbeleid, verzekeringspremies voor de ziektekostenverzekering etc.;
  • gelijkgestelde vorderingen: vorderingen met betrekking tot het arbeidsrecht van de werknemers van de schuldenaar, vorderingen van schuldeisers inzake het herstel van lichamelijk letsel, vorderingen van de staat etc.;
  • door een zekerheid gewaarborgde vorderingen.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Beëindiging van de faillissementsprocedure

Ter beëindiging van de liquidatie van de insolvente boedel dient de insolventieprofessional zijn eindrapport in bij het bevoegde insolventiegerecht. In zijn eindrapport dient de insolventieprofessional al zijn activiteiten te beschrijven en de financiële resultaten ervan te kwantificeren. Het eindrapport van de insolventieprofessional dient te resulteren in een bedrag dat dient te worden verdeeld onder de schuldeisers en in het aanwijzen van schuldeisers door hun aandeel in dit bedrag te vermelden. De insolventieprofessional verstrekt het bevoegde insolventiegerecht, samen met het eindrapport, de opgave van zijn vergoeding en kosten.

Het bevoegde insolventiegerecht onderzoekt het eindrapport van de insolventieprofessional en zijn opgave opnieuw en corrigeert eventuele fouten en onnauwkeurigheden naar aanleiding van het horen van de insolventieprofessional. Nadat het bevoegde insolventiegerecht het eindrapport van de insolventieprofessional heeft gewijzigd, verstrekt het dit rapport aan de partijen bij de procedure door dit door middel van een kennisgeving te publiceren. Zodra de beslissing over de goedkeuring van het eindrapport in kracht van gewijsde is gegaan, dient de insolventieprofessional het voorstel voor de verdelingsbeschikking in waarin hij een te betalen bedrag aangeeft voor iedere vordering die is vermeld in het bijgewerkte overzicht van de aangemelde vorderingen. Vervolgens wijst het bevoegde insolventiegerecht de verdelingsbeschikking waarin het de bedragen vaststelt die aan de schuldeisers dienen te worden betaald. Alle schuldeisers waarop de verdeling betrekking heeft, worden naar verhouding voldaan met inachtneming van de hoogte van hun vordering zoals deze is vastgesteld. Het bevoegde insolventiegerecht geeft de insolventieprofessional een termijn voor het voltooien van de verdeling, die wordt vermeld in de verdelingsbeschikking. Deze termijn mag niet langer zijn dan twee maanden vanaf de datum waarop de genoemde beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

Het bevoegde insolventiegerecht beëindigt de faillissementsprocedure door na ontvangst van het rapport van de insolventieprofessional over de tenuitvoerlegging van de verdelingsbeschikking uitspraak te doen over de beëindiging van de faillissementsprocedure. Het gerecht doet eveneens uitspraak over de beëindiging van de faillissementsprocedure in andere gevallen die bij wet zijn bepaald, bijvoorbeeld als wordt vastgesteld dat de activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de schuldeisers te betalen. De insolventieprocedure eindigt zodra de beslissing krachtens welke de faillissementsprocedure wordt beëindigd in kracht van gewijsde is gegaan.

Beëindiging van de reorganisatieprocedure

De reorganisatieprocedure wordt beëindigd door de beslissing van het bevoegde insolventiegerecht waarin het gerecht akte neemt van de uitvoering van het reorganisatieplan of de belangrijkste delen daarvan. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingesteld.

De reorganisatieprocedure kan eveneens worden beëindigd door een beslissing van het bevoegde insolventiegerecht waarbij de reorganisatie wordt omgezet in een faillissement. Deze situatie kan zich voordoen in bepaalde gevallen die bij wet zijn bepaald, met name in geval van problemen in verband met de goedkeuring en de naleving van het reorganisatieplan. Het bevoegde insolventiegerecht kan niet gelasten dat de reorganisatie wordt omgezet in een faillissement als de belangrijkste punten van het reorganisatieplan zijn uitgevoerd. Tegen de gerechtelijke beslissing over de omzetting van reorganisatie in een faillissement kan beroep worden ingesteld door de schuldenaar, de persoon die heeft verzocht om de reorganisatie, de insolventieprofessional en het comité van schuldeisers. De beslissing van het bevoegde insolventiegerecht over de omzetting van reorganisatie in een faillissement heeft dezelfde gevolgen als een faillietverklaring, tenzij het gerecht in zijn beslissing andersluidende voorwaarden vastlegt.

Kwijtschelding van schulden

De procedure voor kwijtschelding van schulden wordt beëindigd door de beslissing van het bevoegde insolventiegerecht waarin het akte neemt van de uitvoering van de kwijtschelding van schulden. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingesteld. Als de schuldenaar alle verplichtingen van de goedgekeurde wijze om de schulden kwijt te schelden naar behoren en tijdig uitvoert, wijst het bevoegde insolventiegerecht op verzoek van de schuldenaar een beschikking, waarin het hem vrijstelt van de betaling van de in de kwijtschelding van schulden opgenomen vorderingen, voor zover deze tot op dat moment nog niet zijn betaald.

De procedure voor kwijtschelding van schulden kan eveneens worden beëindigd als het gerecht deze wijze vernietigt door te beslissen dat de insolventie van de schuldenaar wordt afgehandeld door een faillissement. Deze situatie doet zich voor in de bij wet bepaalde gevallen, die voornamelijk betrekking hebben op het niet-naleven van de voorwaarden voor de kwijtschelding van schulden door de schuldenaar.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

In geval van een faillissement met betrekking tot de activa van een natuurlijke persoon (op ieder moment na de beëindiging van de faillissementsprocedure) of de activa van een rechtspersoon (tot het moment dat deze wordt geschrapt uit het openbare register) kan de tenuitvoerlegging van een beslissing of een beslag worden gelast op grond van een vastgestelde vordering waartegen de schuldenaar geen bezwaar heeft gemaakt en die niet is betaald tijdens de faillissementsprocedure. Op het moment dat er een verzoek wordt ingesteld tot tenuitvoerlegging van een beslissing, dienen er een onderzoeksoverzicht en een proces‑verbaal inzake de controle van de desbetreffende vordering te worden ingediend. Dit recht verjaart binnen een termijn van tien jaar vanaf de beëindiging van de faillissementsprocedure. De verjaringstermijn begint te lopen vanaf de datum waarop de beschikking over de beëindiging van de faillissementsprocedure in kracht van gewijsde is gegaan.

In reorganisatieprocedures is het na de inwerkingtreding van het reorganisatieplan mogelijk om de tenuitvoerlegging van de beslissing of het beslag te gelasten met het oog op de betaling van een vordering die is vastgesteld in het reorganisatieplan. Indien er echter bezwaar is gemaakt tegen deze vordering, is de tenuitvoerlegging van de beslissing of het beslag uitsluitend mogelijk als de beslissing van het bevoegde insolventiegerecht over de vaststelling van deze vordering in kracht van gewijsde is gegaan. Deze beslissing dient bij het verzoek te worden gevoegd.

In procedures voor de kwijtschelding van schulden is het niet mogelijk om de nakoming van de resterende vorderingen van de schuldeisers af te dwingen via tenuitvoerlegging of beslag na de beëindiging van de procedure en de erkenning van de vrijstelling van betaling van achterstallige vorderingen. In dit geval wordt geen rekening gehouden met het feit dat de schuldeiser gedeeltelijk is betaald tijdens de kwijtschelding van schulden of dat hij zijn vordering niet heeft aangemeld tijdens de insolventieprocedure.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten, met name de vergoeding en onkosten in contanten van de insolventieprofessional, dienen te worden betaald uit de insolvente boedel. Deze dienen met andere woorden te worden betaald door de schuldenaar.

Gezien het feit dat de insolvente boedel niet altijd toereikend is om deze kosten te dekken, kan het bevoegde insolventiegerecht voordat het uitspraak doet over het verzoek om insolventie de verzoeker gelasten om binnen een vastgestelde termijn een voorschot te betalen voor de kosten van de insolventieprocedure, als dit nodig is om de kosten te dekken en als het niet mogelijk is om op een andere wijze financiële middelen te verkrijgen. Dit geldt eveneens wanneer het duidelijk is dat de schuldenaar geen activa bezit. De maximale hoogte van het voorschot is bij wet vastgesteld. Als er meerdere personen verzoeken om insolventie, dienen zij gezamenlijk en hoofdelijk in te staan voor de betaling van dit voorschot.

Als de insolvente boedel niet toereikend is om de kosten te dekken, wordt het resterende deel vergoed via het voorschot op de kosten van de insolventieprocedure. Dit komt met andere woorden voor rekening van de verzoeker.

Als het voorschot evenmin toereikend is om de kosten te dekken, worden deze vergoed door de staat. De maximale hoogte van de kosten die de staat vergoedt, is vastgelegd in bijzondere rechtsvoorschriften.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Rechtshandelingen waarmee de schuldenaar de mogelijkheid verkleint dat de schuldeisers worden betaald of die bepaalde schuldeisers bevoordelen ten nadele van de andere schuldeisers, kunnen niet worden tegengeworpen. Een verzuim van de schuldenaar wordt eveneens geacht een rechtshandeling te zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën handelingen die niet kunnen worden tegengeworpen: a) rechtshandelingen zonder gepaste tegenprestatie, b) rechtshandelingen die tot gevolg hebben dat een bepaalde schuldeiser meer int in de faillissementsprocedure dan hij normaal zou hebben gedaan, en dit ten nadele van de andere schuldeisers, c) rechtshandelingen waarmee de schuldenaar het bedrag dat aan een schuldeiser dient te worden betaald opzettelijk heeft verkleind, als deze intentie gezien alle omstandigheden bekend was of had moeten zijn bij de andere partij.

Het feit dat rechtshandelingen van de schuldenaar niet kunnen worden tegengeworpen, vloeit voort uit de beslissing die het bevoegde insolventiegerecht heeft gewezen in het kader van een rechtsvordering die de insolventieprofessional heeft ingesteld om bezwaar te maken tegen rechtshandelingen van de schuldenaar (rechtsvordering tot herroeping). De insolventieprofessional kan een rechtsvordering tot herroeping instellen binnen een jaar vanaf de datum waarop de insolventiebeslissing van kracht is geworden. Als hij dit niet binnen deze termijn doet, vervalt het recht op herroeping. De tegenprestatie van de schuldenaar die voortvloeit uit niet-tegenwerpbare rechtshandelingen behoort tot de insolvente boedel nadat de gerechtelijke beslissing die de rechtsvordering tot herroeping inwilligt in kracht van gewijsde is gegaan.

Het feit dat rechtshandelingen niet kunnen worden tegengeworpen, heeft geen invloed op de geldigheid daarvan. Tijdens de insolventieprocedure behoort de tegenprestatie van de schuldenaar die voortvloeit uit niet-tegenwerpbare rechtshandelingen echter tot de insolvente boedel. Indien het in het kader van een niet-tegenwerpbare rechtshandeling niet mogelijk is om de oorspronkelijke tegenprestatie van de schuldenaar in de insolvente boedel in te brengen, dient deze te worden gecompenseerd.

Het bevoegde insolventiegerecht is niet gebonden door een beslissing van een ander gerecht dat of een andere autoriteit die tijdens de insolventieprocedure heeft vastgesteld dat een rechtshandeling met betrekking tot de activa en passiva van de schuldenaar nietig is, noch door enige andere constatering. Tijdens de insolventieprocedure beoordeelt uitsluitend het bevoegde insolventiegerecht de nietigheid van een dergelijke rechtshandeling, en dit als voorafgaande kwestie of in het kader van een incidenteel geschil over deze kwestie. In het kader van dit geschil kan er een rechtsvordering worden ingesteld door de partijen bij de insolventieprocedure, met uitzondering van de schuldenaar (tenzij het gaat om een schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt), door de insolventieprofessional en door het openbaar ministerie. De insolventieprofessional dient altijd de verzoeker of de gedaagde te zijn. Als een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing de nietigheid van een rechtshandeling met betrekking tot de activa en de passiva van de schuldenaar vaststelt, dient de dankzij de tegenprestatie verworven winst bij de insolvente boedel te worden gevoegd.

Indien vóór de insolventieprocedure in een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing is vastgesteld dat een rechtshandeling met betrekking tot de activa en passiva van de schuldenaar nietig is, wordt de desbetreffende rechtshandeling in de insolventieprocedure ook geacht nietig te zijn.

Bijzondere regels met betrekking tot bepaalde categorieën vorderingen

Er gelden bijzondere regels voor de volgende categorieën vorderingen:

  • vorderingen op de insolvente boedel als deze zijn ontstaan na het inleiden van de insolventieprocedure of na de verklaring van moratorium;
  • vorderingen op de insolvente boedel als deze zijn ontstaan na de beslissing inzake faillissement;
  • vorderingen die zijn gelijkgesteld aan vorderingen op de insolvente boedel,
  • ondergeschikte vorderingen;
  • vorderingen van de vennoten of leden van de schuldenaar die voortvloeien uit hun deelneming in een vennootschap of een coöperatie.

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 21/08/2018

Insolventie - Estland

Please note that the original language version of this page Estonian has been amended recently. The language version you are now viewing is currently being prepared by our translators.

INHOUDSOPGAVE


De Estse wetgeving kent drie verschillende insolventieprocedures: de faillissementsprocedure, de reorganisatieprocedure en de schuldaanpassingsprocedure. De faillissementsprocedure wordt beheerst door de faillissementswet, de reorganisatieregels staan in de wet inzake reorganisatie en de regelgeving aangaande schuldaanpassing staat in de wet inzake schuldaanpassing en de bescherming van vorderingen. Deze wetten zijn in het Ests en in het Engels beschikbaar in de online versie van de Estse Staatscourant, de Riigi Teataja.

Het doel van de faillissementsprocedure is het betalen van de schuldeisers met het vermogen van de schuldenaar door over te gaan tot de vervreemding van de zaken van de schuldenaar of de sanering van zijn onderneming. Door de faillissementsprocedure heeft de schuldenaar als natuurlijk persoon de mogelijkheid om zich te kwijten van zijn verplichtingen. Tijdens de faillissementsprocedure wordt vastgesteld wat de redenen voor de insolventie van de schuldenaar zijn.

Het doel van de reorganisatieprocedure is om rekening te houden met de belangen van de onderneming, de schuldeiser en derden en om hun rechten te beschermen tijdens de reorganisatie van de onderneming. De reorganisatie van de onderneming betekent de tenuitvoerlegging van een reeks maatregelen om de economische moeilijkheden van de onderneming te overwinnen, de liquiditeit te herstellen, de rentabiliteit te verbeteren en duurzaam beheer te garanderen.

Het doel van de schuldaanpassingsprocedure is om een natuurlijk persoon (de schuldenaar) met betalingsproblemen in staat te stellen om zijn schulden te herstructureren teneinde deze problemen te overwinnen en een faillissementsprocedure te voorkomen. In de schuldaanpassingsprocedure heeft de schuldenaar de mogelijkheid om zijn geldelijke verplichtingen (persoonlijke schulden) te herstructureren door het uitstellen van de vervaldatum en de spreiding of de afname van zijn verplichtingen.

De faillissementsprocedure valt onder Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures. De faillissementsprocedure en de schuldaanpassingsprocedure vallen onder Verordening (EU) nr. 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (herschikking).

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Volgens het Estse recht is een natuurlijk persoon een mens, terwijl een rechtspersoon een juridische entiteit is die krachtens de wet is opgericht. Een rechtspersoon kan een persoon naar privaatrecht en naar publiekrecht zijn. Een rechtspersoon naar privaatrecht is een rechtspersoon die is opgericht in particulier belang en krachtens de wet inzake de desbetreffende categorie rechtspersonen. Rechtspersonen naar privaatrecht zijn vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen, coöperatieve verenigingen, stichtingen en verenigingen zonder winstoogmerk. Rechtspersonen naar publiekrecht zijn de staat, territoriale overheden en andere rechtspersonen die zijn opgericht in het algemeen belang en krachtens de wet inzake de desbetreffende categorie rechtspersonen.

1. Faillissementsprocedure

Faillissementsprocedures worden zowel toegepast op rechtspersonen als op natuurlijke personen, ongeacht of de natuurlijke persoon een ondernemer is. De staat en territoriale overheden kunnen niet failliet worden verklaard.

2. Reorganisatieprocedure

Reorganisatieprocedurs worden uitsluitend toegepast op rechtspersonen naar privaatrecht.

3. Schuldaanpassingsprocedure

Schuldaanpassingsprocedures wordt toegepast op natuurlijke personen met betalingsproblemen, ongeacht of zij ondernemers zijn. Schuldenaren die sinds ten minste twee jaar in Estland verblijven, kunnen verzoeken om schuldaanpassing.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

1. Faillissementsprocedure

Faillissement is de insolventie van de schuldenaar die wordt uitgesproken in een gerechtelijke beschikking. De eerste voorwaarde die essentieel is voor het inleiden van de faillissementsprocedure is dus de insolventie van de schuldenaar.

De schuldenaar is insolvent als hij er niet in slaagt om zijn schuldeisers te betalen en als dit onvermogen gezien de economische situatie van de schuldenaar niet tijdelijk is. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, is hij eveneens insolvent als zijn activa zijn passiva niet dekken en als deze situatie gezien de financiële situatie van de schuldenaar niet tijdelijk is. Als het faillissementsverzoek wordt ingediend door de schuldenaar, verklaart de rechter hem eveneens failliet als hij in de toekomst waarschijnlijk insolvent wordt. Als het faillissementsverzoek wordt ingediend door de schuldenaar, wordt verondersteld dat hij insolvent is.

Een andere voorwaarde die essentieel is voor het inleiden van de faillissementsprocedure is het indienen van een faillissementsverzoek door de schuldenaar of een schuldeiser.

Als het faillissementsverzoek wordt ingediend door de schuldenaar, dient hij zijn insolventie in het verzoek te motiveren. Als het faillissementsverzoek wordt ingediend door een schuldeiser, dient hij de insolventie van de schuldenaar in het verzoek te motiveren en het bestaan van zijn vordering te bewijzen.

De rechter kan de schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend verplichten om bij wijze van gerechtelijke waarborg een bedrag te betalen dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en kosten van de voorlopige curator, als er reden is om aan te nemen dat de insolvente boedel niet toereikend zal zijn. Als de schuldeiser de waarborg niet stort, wordt de procedure beëindigd.

De rechter verwerpt het faillissementsverzoek dat is ingediend door een schuldeiser als niet uit het verzoek blijkt dat de indiener een vordering op de schuldenaar heeft, als de insolventie van de schuldenaar niet is gemotiveerd of als het verzoek is gebaseerd op een vordering die is opgenomen in een reorganisatie- of schuldaanpassingsplan. De rechter verwerpt het faillissementsverzoek eveneens als er sprake is van andere gronden die zijn vastgelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De rechter beëindigt de procedure door verval zonder het faillissement uit te spreken, ongeacht de insolventie van de schuldenaar, als de zaken van de schuldenaar de kosten van de faillissementsprocedure niet dekken en het niet mogelijk is om de zaken te innen of hier aanspraak op te maken, bijvoorbeeld als het niet mogelijk is om een rechtsvordering in te stellen jegens een lid van een bestuursorgaan.

De rechter spreekt het faillissement uit door middel van een beschikking (faillissementsbeschikking). In de faillissementsbeschikking dient te worden aangegeven op welk tijdstip het faillissement is uitgesproken. De faillietverklaring vormt de inleiding van de faillissementsprocedure.

Na de faillietverklaring publiceert de rechter hiertoe onverwijld een kennisgeving (kennisgeving van faillissement) in Ametlikud Teadaanded (officiële aankondigingen).

De faillissementsbeschikking is onmiddellijk uitvoerbaar. De tenuitvoerlegging van de faillissementsbeschikking kan niet worden opgeschort of uitgesteld en de bij wet vastgelegde tenuitvoerleggingswijzen en -procedure kunnen niet worden gewijzigd Als een hogere rechter de faillissementsbeschikking vernietigt, heeft dit geen invloed op de geldigheid van de rechtshandelingen van of jegens de curator. De schuldenaar en de schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, kunnen binnen vijftien dagen vanaf de publicatie van de kennisgeving van faillissement in beroep gaan tegen de faillissementsbeschikking. De schuldenaar en de persoon die het faillissementsverzoek heeft ingediend kunnen bij het hooggerechtshof (Riigikohus) in cassatie gaan tegen het arrest dat in beroep is gewezen door het gerechtshof (Ringkonnahohus). Het is de curator niet toegestaan om beroep in te stellen namens de schuldenaar of hem te vertegenwoordigen tijdens de behandeling hiervan.

De duur van de faillissementsprocedure in Estland is relatief lang. Procedures die door verval worden beëindigd zonder faillietverklaring duren gemiddeld 94 dagen als het om rechtspersonen gaat en 85 dagen voor natuurlijke personen. Een verdelingsvoorstel voor de betalingen aan schuldeisers wordt voor rechtspersonen gemiddeld na 462 dagen bereikt en voor natuurlijke personen na 455 dagen. Faillissementsprocedures die eindigen door een akkoord duren gemiddeld 340 dagen als het om rechtspersonen gaat en 352 dagen voor natuurlijke personen. De langste faillissementsprocedures zijn de procedures die eindigen na de faillietverklaring: gemiddeld 745 dagen als het om rechtspersonen gaat en 709 dagen voor natuurlijke personen. De gehele faillissementsprocedure duurt vanaf de indiening van het faillissementsverzoek tot de beëindiging gemiddeld 270 tot 280 dagen [1].

Als er in de faillissementsprocedure kennisgevingen of processtukken dienen te worden gepubliceerd, dient dit te gebeuren in Ametlikud Teadaanded. De rechter kan kennisgevingen met betrekking tot de datum en plaats van de behandeling van het faillissementsverzoek publiceren in Ametlikud Teadaanded. De rechter publiceert kennisgevingen met betrekking tot de faillissementsbeschikking waarmee de schuldenaar failliet wordt verklaard (kennisgeving van faillissement) onverwijld in Ametlikud Teadaanded.

Voorafgaand aan de faillietverklaring en de inleiding van de faillissementsprocedure wordt er een zogenaamde voorbereidende procedure gehouden. Als de rechter besluit om een procedure in te leiden naar aanleiding van een faillissementsverzoek, wijst hij een voorlopige curator aan. Rekening houdend met de financiële situatie van de schuldenaar kan de rechtbank ook besluiten om geen voorlopige curator aan te wijzen en de schuldenaar failliet te verklaren. Als de rechter geen voorlopige curator aanwijst, wordt de procedure op basis van het faillissementsverzoek niet voortgezet en wordt deze beëindigd. De voorlopige curator inventariseert de zaken van de schuldenaar, met inbegrip van zijn verplichtingen en de tenuitvoerleggingsprocedures met betrekking tot zijn zaken, en hij controleert of het vermogen van de schuldenaar de kosten van de faillissementsprocedure dekt. De voorlopige curator beoordeelt de financiële situatie en de solvabiliteit van de schuldenaar, evenals de perspectieven voor de voortzetting van de activiteiten van de onderneming en de sanering van de schuldenaar als het gaat om een rechtspersoon, garandeert de bescherming van het vermogen van de schuldenaar etc. Op basis van het werk van de voorlopige curator moet worden besloten of het faillissementsverzoek moet worden ingewilligd.

2. Reorganisatieprocedure

De onderneming dient een verzoek in voor het inleiden van een reorganisatieprocedure.

De rechter leidt een reorganisatieprocedure in als het verzoek voldoet aan de vereisten uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de wet inzake reorganisatie, en als de onderneming aantoont:

  1. dat zij in de toekomst waarschijnlijk insolvent wordt;
  2. dat de onderneming dient te worden gereorganiseerd;
  3. dat het na de reorganisatie waarschijnlijk mogelijk is om de onderneming duurzaam te beheren.

De reorganisatieprocedure wordt niet ingeleid:

  1. als er een faillissementsprocedure is ingeleid jegens de onderneming;
  2. als er een gerechtelijke beslissing is gewezen met betrekking tot de gedwongen liquidatie van de onderneming of als er een aanvullende liquidatie loopt;
  3. als er minder dan twee jaar is verstreken sinds het einde van een reorganisatieprocedure van de onderneming.

Als een onderneming verzoekt om reorganisatie, kan de rechter het verzoek eveneens verwerpen als de onderneming niet heeft gemotiveerd dat zij een reorganisatie nodig heeft en dat de onderneming na de reorganisatie waarschijnlijk duurzaam kan worden beheerd.

De doeltreffendheid van de reorganisatieprocedure kan worden beoordeeld op basis van de goedkeuring van een reorganisatieplan, dat gemiddeld zes maanden duurt vanaf de indiening van het reorganisatieverzoek [2]. Hieraan dient de duur van de tenuitvoerleggingsperiode van het plan voor het bereiken van daadwerkelijke resultaten te worden toegevoegd, die varieert voor de verschillende reorganisatieprocedures.

Als de rechter heeft besloten om een reorganisatieprocedure in te leiden en een reorganisatiebeschikking heeft gewezen, overlegt de reorganisatieadviseur de schuldeisers onverwijld een kennisgeving van reorganisatie waarin hij hen in kennis stelt van de inleiding van de reorganisatieprocedure en van de hoogte van de vorderingen die zij volgens het schuldenoverzicht op de onderneming hebben.

In de reorganisatieprocedure vormt de voorbereidende procedure de periode vanaf de indiening van het reorganisatieverzoek tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of de beëindiging van de reorganisatieprocedure. Gedurende deze periode schort de rechter de lopende tenuitvoerleggingsprocedures voor de zaken van de onderneming op tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of de beëindiging van de reorganisatieprocedure, met uitzondering van lopende tenuitvoerleggingsprocedures die gericht zijn op de betaling van vorderingen die zijn ontstaan uit een arbeidsrelatie of alimentatievorderingen; de berekening van vertragingsrentes of contractuele boetes die in de loop der tijd oplopen wordt opgeschort voor de vorderingen op de onderneming tot de goedkeuring van het reorganisatieplan; de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt kan tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of de beëindiging van de reorganisatieprocedure op verzoek van de reorganisatieadviseur een gerechtelijke procedures met betrekking tot een geldvordering op de onderneming opschorten, behoudens voor vorderingen die voortkomen uit een arbeidsrelatie of alimentatievorderingen waarvoor nog geen beslissing is genomen; de rechter stelt zijn beslissing over de inleiding van een faillissementsprocedure naar aanleiding van een faillissementsverzoek dat is ingediend door een schuldeiser uit tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of de beëindiging van de reorganisatieprocedure. De rechter wijst tot het einde van de reorganisatieprocedure een reorganisatieadviseur aan.

3. Schuldaanpassingsprocedure

In schuldaanpassingsprocedures heeft de schuldenaar de mogelijkheid om zijn geldelijke verplichtingen te herstructureren. De schuldenaar wordt geacht betalingsproblemen te hebben als hij niet in staat is of waarschijnlijk niet in staat zal zijn om zijn verplichtingen te voldoen als deze invorderbaar worden.

De schuldenaar dient een verzoek voor het inleiden van de schuldaanpassingsprocedure in bij de rechter, met daarbij een schuldaanpassingsplan waarin de verplichtingen staan waarop dit verzoek van toepassing is, de wijze waarop deze worden geherstructureerd en een tenuitvoerleggingstermijn voor dit plan. Voordat de schuldenaar de zaak aanhangig maakt bij de rechter, dient hij de maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor een buitengerechtelijke aanpassing van zijn schuld.

De rechter leidt een schuldaanpassingsprocedure in als het verzoek voldoet aan de vereisten uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de wet inzake schuldaanpassing en de bescherming van vorderingen. De beschikking met betrekking tot de inleiding van de procedure wordt overgelegd aan de schuldenaar en aan alle schuldeisers wier vorderingen de schuldenaar wil aanpassen. Ook deze beschikking wordt gepubliceerd in Ametlikud Teadaanded.

De rechter verwerpt het schuldaanpassingsverzoek:

  1. als de schuldenaar failliet is verklaard;
  2. als de rechter in de tien jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoek, een verzoek van de schuldenaar heeft ingewilligd dat was gericht op de aanpassing van zijn schuld of de kwijtschelding hiervan in het kader van een faillissementsprocedure;
  3. als de schuldenaar geen betalingsproblemen heeft of als deze duidelijk zonder schuldaanpassing kunnen worden overkomen, onder andere door de liquidatie van de activa van de schuldenaar voor het dekken van zijn schulden voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd;
  4. als het verzoek of de bijlagen niet voldoen aan de wettelijk vereisten.

De rechter kan het schuldaanpassingsverzoek verwerpen:

  1. als de goedkeuring of de tenuitvoerlegging van het schuldaanpassingsplan dat de schuldenaar heeft voorgesteld onwaarschijnlijk is, gezien zijn solvabiliteit gedurende de drie jaar voorafgaand aan de indiening van het schuldaanpassingsverzoek en zijn vermogen om een redelijkerwijs rendabele activiteit uit te voeren gedurende de duur van het schuldaanpassingsplan, waarbij rekening wordt gehouden met zijn leeftijd, beroep en opleiding;
  2. als de schuldenaar voorafgaand aan het indienen van het schuldaanpassingsverzoek bij de rechter geen maatregelen heeft getroffen voor een buitengerechtelijke aanpassing van zijn schuld;
  3. als de schuldenaar opzettelijk of uit grove nalatigheid foutieve of onvolledige gegevens over zijn vermogen, inkomsten, schuldeisers of verplichtingen heeft ingediend;
  4. als de schuldenaar weigert onder ede te verklaren dat de ingediende gegevens juist zijn of aanvullende gegevens te verstrekken waar de rechter om vraagt;
  5. als de schuldenaar is veroordeeld wegens een strafbaar feit met betrekking tot een faillissements- of tenuitvoerleggingsprocedure, wegens een fiscaal delict of wegens bepaalde strafbare feiten in verband met vennootschappen, en als deze vermeldingen niet zijn geschrapt uit het strafregister;
  6. als de schuldenaar gedurende de drie jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoek of daarna opzettelijk of uit grove nalatigheid foutieve of onvolledige gegevens over zijn financiële situatie heeft verstrekt voor het verkrijgen van hulp of andere voordelen van de staat, een territoriale overheid of een stichting of om te voorkomen dat hij belastingen diende te betalen;
  7. als de schuldenaar duidelijk opzettelijk transacties heeft verricht die nadelig zijn voor de schuldeisers.

Als de rechter op verzoek van de schuldenaar besluit dat er een schuldaanpassingsprocedure dient te worden ingeleid, dan overlegt hij de beschikking voor de inleiding van de procedure aan de schuldenaar en aan alle schuldeisers wier vorderingen de schuldenaar wil aanpassen. Ook die beschikking wordt gepubliceerd in Ametlikud Teadaanded.

In schuldaanpassingsprocedures vormt de voorbereidende procedure de periode vanaf de indiening van het schuldaanpassingsverzoek tot de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan. Als de procedure wordt ingeleid, wordt de berekening van vertragingsrentes of contractuele boetes die in de loop der tijd oplopen, opgeschort voor de vorderingen op de schuldenaar tot de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan of het einde van de procedure. Deze bepaling geldt niet voor vorderingen waarvoor de schuldenaar niet om aanpassing verzoekt. Als de procedure wordt ingeleid, kan de schuldeiser de overeenkomst die hij met de schuldenaar heeft gesloten en waaruit de vorderingen voortkomen die de schuldenaar wil aanpassen niet beëindigen door zich te beroepen op een schending van de geldelijke verplichtingen van vóór de indiening van het verzoek, noch weigeren om zijn verplichtingen om deze reden na te komen. Iedere afspraak volgens welke de schuldeiser de overeenkomst kan beëindigen na de indiening van een schuldaanpassingsverzoek of de goedkeuring van een schuldaanpassingsplan is nietig. Als de procedure wordt ingeleid, schort de rechter alle lopende tenuitvoerleggingsprocedures (of gedwongen tenuitvoerlegging) voor het innen van geld met betrekking tot de zaken van de schuldenaar op tot de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan of het einde van de procedure. De rechter kan eveneens gerechtelijke procedures met betrekking tot een geldvordering op de schuldenaar opschorten waarvoor nog geen beslissing is genomen, voorlopige voorzieningen vernietigen, met inbegrip van het conservatoir beslag van bankrekeningen, schuldeisers verbieden om rechten uit te oefenen die voortkomen uit garanties die de schuldenaar heeft afgegeven, met name het verkopen van een verpand voorwerp of het eisen van de verkoop ervan.


[1] Onderzoek naar de doeltreffendheid van insolventieprocedures (19.03.2013), uitgevoerd door AS Pricewaterhouse Coopers Advisors, in opdracht van het kantoor van de premier, tarkade otsuste fond (stichting voor wijze beslissingen), in samenwerking met het ministerie van Justitie, p. 7.

[2] Ibid, p. 8.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Na de faillietverklaring worden de zaken van de schuldenaar de insolvente boedel en wordt het recht van de schuldenaar om de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken overgedragen aan de gerechtelijke curator.

Krachtens de faillissementsbeschikking worden de zaken van de schuldenaar de insolvente boedel en worden deze gebruikt als activa voor het betalen van de schuldeisers en het ten uitvoer leggen van de faillissementsprocedure. De insolvente boedel bevat de zaken die de schuldenaar bezit op het moment van de faillietverklaring en de zaken die de schuldenaar gedurende de faillissementsprocedure opeist, int of verwerft. De insolvente boedel bevat geen zaken van de schuldenaar die volgens de wet niet vatbaar zijn voor beslag.

De zaken die volgens de wet niet vatbaar zijn voor beslag worden beheerst door het wetboek inzake tenuitvoerleggingsprocedures. De wet bevat een niet-limitatieve lijst van voorwerpen waarop geen beslag kan worden gelegd. Het belangrijkste doel van deze lijst is om de schuldenaar een minimale sociale bescherming te garanderen. Het verbod op het liquideren van de voorwerpen die niet vatbaar zijn voor beslag komt eveneens voort uit de noodzaak om andere grondrechten te beschermen: het recht om vrij een werkterrein, een beroep of een werkplek te kiezen, vrijheid van ondernemerschap, het recht op onderwijs, vrijheid van godsdienst, bescherming van het privé- en gezinsleven etc. Bovendien is beslag op bepaalde voorwerpen in strijd met de goede zeden.

De Estse wetgeving bevat eveneens beperkingen voor het beslag op inkomsten, waarvan het belangrijkste doel is om de schuldenaar tijdens een procedure jegens hem minimale middelen te garanderen die nodig zijn voor hem en de personen voor wie hij verantwoordelijk is. Er bestaan twee soorten beperkingen: het deel dat ter beschikking van de schuldenaar dient te blijven en waarop geen beslag kan worden gelegd, en sociale uitkeringen. Het eerste soort beperkingen garandeert de schuldenaar het behoud van een bestaansminimum, terwijl het tweede soort bestaat uit een lijst bedragen die bestemd zijn om bepaalde rechten te garanderen en die niet gebruikt mogen worden om andere verplichtingen te dekken. Onder bepaalde voorwaarden kan een deel van de sociale uitkeringen echter ook in beslag worden genomen.

Iedere beschikkingshandeling met betrekking tot een voorwerp dat deel uitmaakt van de insolvente boedel die de schuldenaar verricht na de faillietverklaring is nietig. Alles wat krachtens de beschikkingshandeling is overgedragen, dient aan de andere partij te worden teruggegeven als dit nog altijd deel uitmaakt van de insolvente boedel of wordt gecompenseerd als de insolvente boedel is vergroot door de overdracht. Als de schuldenaar voorafgaand aan de faillietverklaring heeft beschikt over toekomstige vorderingen, vernietigt de faillietverklaring de beschikking over vorderingen die hierna zijn ontstaan. Als de schuldenaar een natuurlijk persoon is, kan hij met goedkeuring van de curator beschikken over de insolvente boedel. Iedere beschikkingshandeling die wordt uitgevoerd zonder goedkeuring van de curator is nietig.

Uitsluitend de curator heeft het recht om na de faillietverklaring de tenuitvoerlegging van een verplichting jegens de schuldenaar te aanvaarden die onder de insolvente boedel valt. Als een verplichting jegens de schuldenaar ten uitvoer is gelegd, wordt deze uitsluitend geacht te zijn uitgevoerd als het onderwerp van de overdracht nog altijd deel uitmaakt van de insolvente boedel of als de overdracht de insolvente boedel heeft vergroot. Als een verplichting jegens de schuldenaar ten uitvoer is gelegd voorafgaand aan de publicatie van de kennisgeving van faillissement, wordt deze geacht te zijn uitgevoerd als de uitvoerende persoon op het moment van de tenuitvoerlegging niet in kennis was van de faillietverklaring en niet werd geacht hiervan in kennis te zijn.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Na de faillietverklaring verliest de schuldenaar als hij een natuurlijk persoon is het recht om transacties te verrichten die verband houden met de insolvente boedel en als hij een rechtspersoon is het recht om alle transacties te verrichten.

De schuldenaar dient de rechter, de curator en het comité van schuldeisers de informatie te verstrekken die zij nodig hebben voor de faillissementsprocedure, met name over zijn vermogen, met inbegrip van de verplichtingen, en de economische of professionele activiteit. De schuldenaar dient de curator de balans te overleggen die overeenkomt met de situatie op de datum van de faillietverklaring en een overzicht van zijn vermogen, met inbegrip van zijn verplichtingen.

De rechter kan de schuldenaar verplichten om onder ede te verklaren dat de informatie die hij heeft verstrekt over zijn zaken, schulden en economische of professionele activiteit naar zijn weten juist zijn.

De schuldenaar dient de voorlopige curator en de curator te helpen bij de uitvoering van hun taken.

Na de faillietverklaring en voorafgaand aan de verklaring onder ede heeft de schuldenaar niet het recht om Estland te verlaten zonder toestemming van de rechter.

Als een gerechtelijke beslissing niet wordt nageleefd of om de bij wet vastgelegde tenuitvoerlegging van een verplichting te garanderen, kan de rechter de schuldenaar een boete opleggen, gelasten dat hij onmiddellijk verschijnt of zijn detentie gelasten.

De schuldenaar heeft het recht om kennis te nemen van het dossier van de curator en van het gerechtelijk dossier met betrekking tot het faillissement. De curator kan om gerechtvaardigde redenen weigeren om een document uit zijn dossier aan de schuldenaar te overleggen, als dit het verloop van de faillissementsprocedure kan schaden.

De gerechtelijke curator

  • De gerechtelijke curator verricht de transacties in verband met de insolvente boedel en andere activiteiten. De schuldenaar is de houder van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit de activiteit van de curator. In overeenstemming met zijn taak vervangt de curator de schuldenaar voor de rechter in geschillen in verband met de insolvente boedel.
  • Na de faillietverklaring wordt het recht van de schuldenaar om de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken overgedragen aan de gerechtelijke curator. Als de schuldenaar op wie de faillissementsprocedure betrekking heeft een rechtspersoon is, kan de curator alle transacties en rechtshandelingen in verband met de insolvente boedel uitvoeren. Als de schuldenaar op wie de faillissementsprocedure betrekking heeft een natuurlijk persoon is, kan de curator uitsluitend transacties en rechtshandelingen in verband met de insolvente boedel verrichten die noodzakelijk zijn voor het behalen van het doel van de faillissementsprocedure en het uitvoeren van zijn taak als curator.
  • De curator verdedigt de rechten en belangen van alle schuldeisers en de schuldenaar en garandeert een wettige, snelle en economisch redelijke faillissementsprocedure. De curator dient zijn taak uit te voeren met de zorg die wordt verwacht van een toegewijde en eerlijke curator en rekening te houden met de belangen van alle schuldeisers en de schuldenaar.
  • De curator inventariseert de vorderingen van de schuldeisers, beheert de insolvente boedel, regelt de vaststelling en de verkoop hiervan evenals de betaling van de schuldeisers uit de insolvente boedel; hij stelt de redenen en periode van de insolventie van de schuldenaar vast; hij regelt in voorkomend geval de voortzetting van de economische activiteit van de schuldenaar; hij gaat in voorkomend geval over tot de liquidatie van de schuldenaar als deze een rechtspersoon is; hij verstrekt onder de bij wet vastgestelde voorwaarden informatie aan de schuldeisers en de schuldenaar; hij brengt verslag uit van zijn taak en overlegt informatie met betrekking tot de faillissementsprocedure aan de rechter, de verantwoordelijke voor het toezicht en het comité van schuldeisers; hij voert de andere verplichtingen uit die bij wet zijn vastgesteld. Als de insolventie van de schuldenaar te wijten is aan een ernstige beheersfout, dient de curator een eis tot schadevergoeding in te dienen jegens de persoon die verantwoordelijk is voor deze fout, als de redenen voor deze eis toereikend zijn. Naast de rechten die bij wet zijn vastgelegd, beschikt de curator eveneens over de rechten van de voorlopige curator.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

In Estland is compensatie toegestaan in faillissementsprocedures. Om de vorderingen in een faillissementsprocedure te compenseren, dienen de volgende voorwaarden te worden nageleefd:

1)   de te compenseren vorderingen dienen geldelijke verplichtingen of verplichtingen van dezelfde aard te zijn;

2)   de schuldenaar dient het recht te hebben om zijn verplichting na te komen en de verplichting van de schuldenaar dient invorderbaar te zijn;

3)   de schuldeiser dient zijn compensatieverzoek bij de schuldenaar in te dienen voordat het laatste verdelingsvoorstel wordt ingediend bij de rechter en dit verzoek dient niet voorwaardelijk te zijn of verbonden te zijn aan een vervaldatum;

4)   het recht van de schuldeiser om over te gaan tot een compensatie van zijn vordering met een vordering van de schuldenaar dient voorafgaand aan de faillietverklaring te bestaan.

Als de vordering van de schuldenaar op het moment van de faillietverklaring was verbonden aan een opschortende voorwaarde, als deze nog niet invorderbaar was geworden of als deze geen betrekking heeft op verplichtingen van dezelfde aard, dan kan deze uitsluitend worden gecompenseerd als aan de opschortende voorwaarde wordt voldaan, als de vordering van de schuldenaar invorderbaar is geworden of als de verplichtingen zijn gewijzigd en dezelfde aard hebben gekregen. Compensatie is niet toegestaan als aan de opschortende voorwaarde is voldaan of als de vordering invorderbaar wordt voordat de schuldeiser kan overgaan tot de compensatie van zijn vordering.

Als de vordering van de schuldenaar verjaard is, kan hij echter overgaan tot de compensatie van deze vordering als het recht op compensatie is ontstaan voorafgaand aan de verjaring van de vordering. De schuldeiser kan eveneens overgaan tot de compensatie van een vordering die voortkomt uit het niet naleven van een overeenkomst door de schuldenaar, als dit te wijten is aan het feit dat de curator na de faillietverklaring gestopt is met de uitvoering van de verplichting van de schuldenaar. Als het onderwerp van de contractuele verplichting deelbaar is en de schuldeiser zijn verplichting op het moment van de faillietverklaring gedeeltelijk heeft uitgevoerd, kan hij overgaan tot compensatie wat betreft het gedeelte van de geldelijke verplichting van de schuldenaar dat overeenkomt met het deel van zijn eigen verplichting dat hij heeft uitgevoerd. Als de schuldenaar een verhuurder is en als de huurder voorafgaand aan de faillietverklaring een voorschot voor de huur van een onroerende zaak of een ruimte heeft overgemaakt, gaat het om een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking van de schuldenaar die de huurder kan compenseren met een vordering die de schuldenaar op hem heeft. De huurder kan de vordering in verband met de schadeloosstelling van het nadeel dat voortkomt uit de voortijdige ontbinding of de opzegging van de overeenkomst eveneens compenseren.

Een vordering die door middel van overdracht is ontvangen kan in het kader van een faillissementsprocedure uitsluitend worden gecompenseerd als de overdracht van de vordering en de schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar ten hoogste drie maanden voorafgaand aan de faillietverklaring hebben plaatsgevonden. Een vordering die door middel van overdracht is ontvangen kan niet worden gecompenseerd als de vordering op de schuldenaar is overgedragen gedurende de drie jaar voorafgaand aan de aanwijzing van de voorlopige curator, terwijl de schuldenaar insolvent was en de cessionaris dit wist of diende te weten.

De compensatie kan geen betrekking hebben op: een onderhoudsvordering, een vordering in verband met de schadeloosstelling van een nadeel dat is veroorzaakt door lichamelijk letsel of overlijden of een vordering die voortkomt uit een nadeel dat op onwettige wijze en opzettelijk is veroorzaakt, die de andere partij heeft op de partij die compensatie verlangt; een vordering die volgens de wet niet vatbaar is voor beslag; een vordering waarop beslag is gelegd, als de partij die de compensatie verlangt de vordering heeft verkregen na het beslag of als de vordering na het beslag en later dan de vordering waarop beslag is gelegd invorderbaar is geworden; een vordering waartegen de andere partij bezwaar kan maken of een vordering van de andere partij die niet kan worden gecompenseerd op basis van andere wettelijke bepalingen.

Voor reorganisatie- en schuldaanpassingsprocedures bestaat er geen specifieke regelgeving met betrekking tot compensatie. Dientengevolge worden de algemene bepalingen toegepast krachtens de wet inzake verbintenissenrecht.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Faillissementsprocedure

De curator heeft het recht om de niet-uitgevoerde verplichtingen uit te voeren die voortkomen uit een overeenkomst die de schuldenaar heeft gesloten en om van de medecontractant te eisen dat hij zijn verplichtingen nakomt, of om te stoppen met het uitvoeren van de contractuele verplichtingen van de schuldenaar, tenzij er in de wet anders is bepaald. De curator kan niet stoppen met de uitvoering van de contractuele verplichtingen van de schuldenaar als er een inschrijving in het kadaster staat die de tenuitvoerlegging van de verplichting te garandeert. Als de curator de verplichtingen van de schuldenaar blijft uitvoeren of laat weten dat hij dit van plan is, dan dient de medecontractant zijn verplichtingen eveneens uit te voeren. In dit geval verliest de curator het recht om te weigeren de verplichtingen van de schuldenaar uit te voeren. Als de curator eist dat de medecontractant de overeenkomst ten uitvoer legt, dan kan laatstgenoemde eisen dat de curator garandeert de verplichtingen van de schuldenaar na te komen. Zolang de curator niet garandeert dat hij de verplichtingen van de schuldenaar nakomt, kan de medecontractant weigeren zijn verplichtingen uit te voeren of de overeenkomst opzeggen of ontbinden. De vordering van de medecontractant op de schuldenaar die is ontstaan als gevolg van de uitvoering van de verplichtingen nadat de curator van de medecontractant heeft geëist dat hij zijn verplichtingen nakomt, is een geconsolideerde verplichting. Als de curator na de faillietverklaring is gestopt met de uitvoering van de verplichtingen van de schuldenaar, dan kan de medecontractant zijn vordering in verband met de niet-naleving van de overeenkomst indienen als schuldeiser in de faillissementsprocedure. Als het onderwerp van de contractuele verplichting deelbaar is en de medecontractant zijn verplichting op het moment van de faillietverklaring gedeeltelijk heeft uitgevoerd, kan hij uitsluitend als schuldeiser in de faillissementsprocedure eisen dat de geldelijke verplichting van de schuldenaar wordt nagekomen in overeenstemming met het gedeelte dat is uitgevoerd.

In de wet staan eveneens bijzonderheden voor bepaalde soorten overeenkomsten:

1)   als de schuldenaar voorafgaand aan de faillietverklaring een roerende zaak heeft verkocht met een eigendomsvoorbehoud en het bezit van de zaak heeft overgedragen aan de koper, dan heeft laatstgenoemde het recht om te eisen dat de verkoopovereenkomst wordt nageleefd. In dit geval kan de curator niet weigeren om de contractuele verplichtingen van de schuldenaar uit te voeren;

2)   het faillissement van de verhuurder is geen grond voor ontbinding van de (commerciële) huurovereenkomst, tenzij er in de overeenkomst anders is bepaald. Als er in de (commerciële) huurovereenkomst wordt bepaald dat faillissement een grond voor ontbinding is, dan kan de curator de overeenkomst ontbinden met een opzegtermijn van een maand of een kortere termijn die in de overeenkomst is vastgelegd. Het faillissement van de verhuurder van een woning is geen grond voor de ontbinding van de huurovereenkomst. Als de huurder voorafgaand aan de faillietverklaring een voorschot voor de huur van een onroerende zaak of ruimte heeft overgemaakt aan de schuldenaar, kan hij deze vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking compenseren met een vordering die de schuldenaar op hem heeft;

3)   als de huurder failliet gaat, kan de verhuurder de (commerciële) huurovereenkomst uitsluitend ontbinden volgens de algemene bepalingen en de (commerciële) huurovereenkomst kan niet worden ontbonden wegens achterstallige betaling van de huur als deze betrekking heeft op de betaling van huur die verschuldigd is voorafgaand aan de indiening van het faillissementsverzoek. De curator heeft het recht de (commerciële) huurovereenkomst die de schuldenaar heeft gesloten te ontbinden met een opzegtermijn van een maand of een kortere termijn die in de overeenkomst is vastgelegd. Als de onroerende zaak of de woning op het moment van de faillietverklaring niet ter beschikking van de schuldenaar was gesteld, hebben zowel de curator als de medecontractant een herroepingsrecht. In geval van herroeping of ontbinding van de overeenkomst kan de medecontractant als schuldeiser in de faillissementsprocedure of door middel van compensatie schadeloosstelling eisen van het nadeel dat voortkomt uit de voortijdige ontbinding van de overeenkomst;

4)   de bepalingen voor de (commerciële) huurovereenkomst zijn eveneens van toepassing op de leaseovereenkomsten die de schuldenaar heeft gesloten.

De curator beslist of de overeenkomst wordt voortgezet of ontbonden, maar als de medecontractant de curator vraagt om deze keuze te maken, dient laatstgenoemde onverwijld en binnen ten hoogste zeven dagen te laten weten of hij de verplichting van de schuldenaar uitvoert of hiervan afziet. Op verzoek van de curator kan de rechter deze termijn verlengen. Als de curator niet binnen de opgelegde termijn aangeeft of hij de verplichting van de schuldenaar uitvoert of hiervan afziet, heeft hij niet het recht om te eisen dat de medecontractant de overeenkomst ten uitvoer legt zolang hij zelf de verplichtingen van de schuldenaar niet heeft uitgevoerd.

Bepaalde overeenkomsten die de schuldenaar heeft gesloten kunnen bovendien worden herroepen. De rechter vernietigt bijvoorbeeld overeenkomsten die zijn gesloten tussen het moment dat de voorlopige curator is aangewezen en de faillietverklaring. Voor de herroeping is het naast deze voorwaarde van tijd eveneens noodzakelijk dat de belangen van de schuldeisers worden geschaad. Als de belangen van de schuldeisers niet worden geschaad en de herroeping de insolvente boedel niet vergroot, is er geen reden om over te gaan tot herroeping.

Doorgaans heeft de failliete schuldenaar noch zijn curator het recht om overeenkomsten te wijzigen. Deze kunnen echter worden gewijzigd als er na de faillietverklaring een akkoord wordt gesloten. In dit geval en naar aanleiding van een overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldeisers, is het mogelijk om de schulden te verlagen of de betalingstermijn te verlengen. Het is eveneens mogelijk om tot hetzelfde resultaat te komen via de reorganisatie- of de schuldaanpassingsprocedure. De faillissementswet, de wet inzake reorganisatie en de wet inzake schuldaanpassing bevatten geen afzonderlijke bepalingen over de overdracht van de vorderingen of de overname van verplichtingen, zodat de algemene bepalingen uit de wet inzake verbintenissenrecht dienen te worden toegepast.

Reorganisatieprocedure en schuldaanpassingsprocedure

Tijdens reorganisatieprocedures is het toegestaan om overeenkomsten te wijzigen. Iedere afspraak volgens welke de schuldeiser de overeenkomst kan beëindigen bij de inleiding van de reorganisatieprocedure of de goedkeuring van het reorganisatieplan is nietig. Een vordering die is ontstaan uit hoofde van een arbeidsovereenkomst of een derivatentransactie kan niet worden gewijzigd door het reorganisatieplan.

Als er een schuldaanpassingsprocedure wordt ingeleid, kan de schuldeiser een overeenkomst die hij met de schuldenaar heeft gesloten en waaruit de vorderingen voortkomen die de schuldenaar wil aanpassen niet beëindigen door zich te beroepen op een schending van de geldelijke verplichtingen van vóór de indiening van het schuldaanpassingsverzoek, noch weigeren om zijn verplichtingen om deze reden na te komen. Iedere afspraak volgens welke de schuldeiser een overeenkomst kan beëindigen na de indiening van een schuldaanpassingsverzoek of de goedkeuring van een schuldaanpassingsplan is nietig. In schuldaanpassingsprocedures kunnen de verplichtingen die voortkomen uit een duurovereenkomst en die ontstaan of invorderbaar worden na de indiening van het schuldaanpassingsverzoek worden gewijzigd. Het is mogelijk om in het schuldaanpassingsplan vast te leggen dat leningovereenkomsten of andere duurovereenkomsten die zijn gesloten voorafgaand aan de indiening van het schuldaanpassingsverzoek en krachtens welke de geldelijke verplichtingen van de schuldenaar invorderbaar worden na de indiening van de schuldaanpassingsprocedure eindigen bij de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan. De beëindiging van de overeenkomst heeft dezelfde gevolgen als de uitzonderlijke ontbinding van de overeenkomst als gevolg van een feit dat aan de schuldenaar te wijten is. De verplichtingen van de schuldenaar die voortkomen uit de beëindiging van de overeenkomst kunnen voorafgaand worden gewijzigd door het schuldaanpassingsplan. Als de verplichtingen die voortkomen uit een leaseovereenkomst aangepast dienen te worden, kan de verhuurder die schuldeiser is de overeenkomst bij wijze van uitzondering binnen een week vanaf de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan ontbinden.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Na de faillietverklaring kunnen schuldeisers uitsluitend in het kader van de faillissementsprocedure vorderingen op de schuldenaar indienen. De curator dient in kennis te worden gesteld van alle vorderingen op de schuldenaar die voorafgaand aan de faillietverklaring zijn ontstaan, ongeacht hun grondslag en vervaldatum. De tenuitvoerleggingsprocedures jegens de schuldenaar eindigen met de faillietverklaring en de schuldeisers dienen hun vorderingen in te dienen bij de gerechtelijke curator.

In reorganisatie- of schuldaanpassingsprocedures kunnen uitsluitend schuldeisers wier vorderingen onder het reorganisatie- of schuldaanpassingsplan vallen geen nieuwe procedure aanspannen zolang het plan geldig is. Tijdens een reorganisatie worden de tenuitvoerleggingsprocedures opgeschort, met uitzondering van procedures die zijn gericht op de betaling van een vordering die is ontstaan uit een arbeidsrelatie of een onderhoudsvordering. In schuldaanpassingsprocedures kan de rechter de tenuitvoerleggingsprocedures als voorlopige beschermingsmaatregel opschorten, ook voorafgaand aan de indiening van een verzoek of een beslissing over het verzoek. Als de procedure wordt ingeleid, schort de rechter alle lopende tenuitvoerleggingsprocedures (of gedwongen tenuitvoerlegging) voor het innen van geld met betrekking tot de zaken van de schuldenaar op tot de goedkeuring van het schuldaanpassingsplan of het einde van de procedure.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Faillissementsprocedure

In geschillen met betrekking tot de insolvente boedel of zaken die kunnen worden opgenomen in de insolvente boedel, wordt het recht van de schuldenaar om partij bij een gerechtelijke procedure te zijn overgedragen aan de curator. Als een gerechtelijke procedure die is ingeleid voorafgaand aan de faillietverklaring betrekking heeft op een rechtsvordering die de schuldenaar jegens een andere persoon heeft ingesteld of op een ander verzoek dat verband houdt met de insolvente boedel of als de schuldenaar als derde deelneemt aan een gerechtelijke procedure, kan de curator in overeenstemming met zijn taak in de plaats van de schuldenaar optreden in de procedure. Als de curator weet heeft van de procedure maar niet optreedt, kan de schuldenaar zijn rechtsvordering als eiser of derde voortzetten.

Als een gerechtelijke procedure die is ingeleid voorafgaand aan de faillietverklaring betrekking heeft op een vordering op de schuldenaar en er nog geen beslissing is genomen, beoordeelt de rechter de vordering niet in het kader van deze procedure. De rechter hervat de genoemde procedure op verzoek van de eiser, als een hogere rechter de faillissementsbeschikking heeft vernietigd en als de beschikking waarmee het faillissementsverzoek is verworpen in kracht van gewijsde is gegaan, en als de faillissementsprocedure door verval is beëindigd na de faillietverklaring.

Als er in het kader van een gerechtelijke procedure die is ingeleid voorafgaand aan de faillietverklaring een verzoek jegens de schuldenaar wordt ingediend voor het uitsluiten van een voorwerp van de insolvente boedel, beoordeelt de rechter dit verzoek. In dit geval kan de gerechtelijke curator in de plaats van de schuldenaar optreden in de procedure. De curator oefent de rechten en plichten van de schuldenaar uit als gedaagde. Als de curator niet optreedt, kan de procedure op verzoek van de eiser worden voortgezet.

Als een gerechtelijke procedure betrekking heeft op een vordering op de schuldenaar en het mogelijk is om beroep in te stellen tegen de genomen beslissing, kan de curator dit na de faillietverklaring namens de schuldenaar doen. Met instemming van de curator kan de schuldenaar zelf beroep instellen.

Als een bestuurlijke handeling jegens de schuldenaar voor de rechter wordt betwist, wordt de beroepstermijn tegen deze handeling opgeschort.

Reorganisatieprocedure en schuldaanpassingsprocedure

Na de indiening van een reorganisatieverzoek kan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt op verzoek van de onderneming waarop de reorganisatieadviseur zich richt een gerechtelijke procedure met betrekking tot een geldvordering op de onderneming opschorten tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of het einde van de reorganisatieprocedure, behalve als het gaat om een vordering in verband met een arbeidsrelatie of een onderhoudsvordering waarvoor nog geen beslissing is genomen. Als er een schuldaanpassingsprocedure wordt ingeleid, schort de rechter gerechtelijke procedures met betrekking tot de geldvorderingen op de schuldenaar waarvoor nog geen beslissing is genomen op tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of het einde van de procedure.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Deelname van schuldeisers aan de faillissementsprocedure

In faillissementsprocedures vertegenwoordigt de schuldeiser zijn vordering. De schuldeisers dienen de curator binnen twee maanden na de publicatie van de kennisgeving van het faillissement in Ametlikud Teadaanded in kennis te stellen van alle vorderingen die zij al vóór de faillietverklaring op de schuldenaar hadden, ongeacht hun grondslag en vervaldatum. Hiertoe dienen zij de curator een schriftelijke verklaring (opgave van de vordering) te overleggen. De schuldeisers dienen hun vorderingen tijdens de algemene vergadering van schuldeisers te verdedigen (vergadering voor de verdediging van vorderingen). De zekerheden die de vordering garanderen worden gelijk met de vordering verdedigd. De vordering, rang en zekerheid die deze garandeert worden geacht te zijn erkend als de curator noch een schuldeiser hier bezwaar tegen maakt tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen. Er kan later geen bezwaar worden gemaakt tegen vorderingen en rangen die tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen zijn erkend.

De schuldeisers vertegenwoordigen niet alleen ieder hun vordering en verdedigen deze, maar nemen eveneens deel aan de faillissementsprocedure via de algemene vergadering van schuldeisers. De algemene vergadering van schuldeisers is bevoegd om de curator aan te wijzen en het comité van schuldeisers te kiezen, te besluiten om de activiteit van de onderneming van de schuldenaar voort te zetten of te beëindigen, te besluiten om de schuldenaar te ontbinden als het om een rechtspersoon gaat, een akkoord uit te werken, binnen de bij wet bepaalde limieten beslissingen te nemen met betrekking tot de verkoop van de insolvente boedel, de vorderingen te verdedigen, uitspraak te doen over de klachten over de activiteit van de curator, te besluiten over de vergoeding van de leden van het comité van schuldeisers en andere kwesties die krachtens de wet binnen de bevoegdheden van de algemene vergadering van schuldeisers vallen. Als de algemene vergadering van schuldeisers besluit om een comité van schuldeisers te kiezen, is dit bijvoorbeeld belast met de verdediging van de belangen van alle schuldeisers tijdens de faillissementsprocedure.

Deelname van schuldeisers aan de reorganisatieprocedure

De reorganisatieadviseur stelt de schuldeisers onverwijld in kennis van de inleiding van een reorganisatieprocedure en van de hoogte van de vorderingen die zij volgens het schuldenoverzicht op de onderneming hebben. Hiervoor overlegt hij hun de kennisgeving van reorganisatie. Als een schuldeiser wiens vordering wordt aangepast volgens het reorganisatieplan niet instemt met de gegevens die in de kennisgeving van reorganisatie staan, overlegt hij de reorganisatieadviseur binnen de termijn die is aangegeven in de kennisgeving van reorganisatie een schriftelijke verklaring met daarin de punten van de kennisgeving van reorganisatie die hij niet aanvaardt en overlegt hij bewijzen voor deze feiten. Als de schuldeiser binnen de opgelegde termijn geen verklaring indient, wordt hij geacht in te stemmen met de hoogte van de vordering. Als de reorganisatieadviseur niet instemt met een deel van de verklaring van de schuldeiser, dan overlegt hij de verklaring met bewijzen onverwijld aan de rechter en verklaart hij om welke redenen hij de inhoud van de verklaring niet aanvaardt. De reorganisatieadviseur motiveert zijn verklaringen. De rechter neemt op basis van de ingediende verklaringen en bewijzen een beslissing over de hoogte van de hoofdvordering en de bijkomende vordering van de schuldeiser en over het bestaan en de omvang van zekerheden.

Deelname van schuldeisers aan de schuldaanpassingsprocedure

De schuldaanpassingsprocedure heeft betrekking op de schuldeisers wier vorderingen op de schuldenaar invorderbaar zijn geworden op het moment van de indiening van het schuldaanpassingsverzoek. De beslissing over de inleiding van een schuldaanpassingsprocedure wordt genomen door de rechter. Hij kan in voorkomend geval voorafgaand de schuldeiser horen en verzoeken om aanvullende informatie of documenten. De beschikking over de inleiding van de procedure wordt overgelegd aan de schuldenaar en aan alle schuldeisers wier vorderingen de schuldenaar wil aanpassen. Als de procedure wordt ingeleid, kan de schuldeiser een overeenkomst die hij met de schuldenaar heeft gesloten en waaruit de vorderingen voortkomen die de schuldenaar wil aanpassen niet beëindigen door zich te beroepen op een schending van de geldelijke verplichtingen van vóór de indiening van het schuldaanpassingsverzoek, noch weigeren om zijn verplichtingen om deze reden na te komen. Bij de betekening van een schuldaanpassingsplan aan de schuldeiser, kent de rechter hem een termijn toe van minimaal twee en maximaal vier weken vanaf de ontvangst van het schuldaanpassingsplan om zijn standpunt in te dienen bij de rechter of de adviseur. De schuldeiser geeft aan of hij instemt met de gegevens die de schuldenaar heeft verstrekt over zijn vordering en zekerheden, de berekening van de schuld door de schuldenaar en de schuldaanpassing volgens de bepalingen waarom de schuldenaar heeft verzocht. Als de schuldeiser niet instemt met de schuldaanpassing volgens de bepalingen waarom de schuldenaar heeft verzocht, dient hij aan te geven of hij de schuldaanpassing volgens andere bepalingen wel zou aanvaarden. Als de schuldeiser wiens vordering wordt aangepast niet instemt met de gegevens die de schuldenaar heeft verstrekt in het schuldenoverzicht, stelt hij de rechter of, indien laatstgenoemde dit gelast, de adviseur binnen de door de rechter vastgestelde termijn in kennis van de punten die hij niet aanvaardt en overlegt hij bewijzen voor deze feiten. Als de schuldeiser binnen de opgelegde termijn geen verklaring indient, wordt hij geacht in te stemmen met de hoogte van de vordering. Als de schuldenaar of de adviseur niet instemt met een deel van de verklaring van de schuldeiser, dan overlegt hij de verklaring met bewijzen onverwijld aan de rechter en verklaart hij om welke redenen hij de inhoud van de verklaring niet aanvaardt. De rechter neemt op basis van de ingediende verklaringen en bewijzen een beslissing over de hoogte van de hoofdvordering en de bijkomende vordering en over het bestaan van zekerheden.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Krachtens de faillissementsbeschikking worden de zaken van de schuldenaar de insolvente boedel en worden deze gebruikt als activa voor het betalen van de schuldeisers en het ten uitvoer leggen van de faillissementsprocedure. De insolvente boedel bevat de zaken die de schuldenaar bezit op het moment van de faillietverklaring en de zaken die de schuldenaar gedurende de faillissementsprocedure opeist, int of verwerft. De insolvente boedel bevat geen zaken van de schuldenaar die volgens de wet niet vatbaar zijn voor beslag.

Na de faillietverklaring wordt het recht van de schuldenaar om de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken overgedragen aan de gerechtelijke curator. Iedere beschikkingshandeling met betrekking tot een voorwerp dat deel uitmaakt van de insolvente boedel die de schuldenaar verricht na de faillietverklaring is nietig. Voorafgaand aan de faillietverklaring kan de rechter de schuldenaar verbieden om zonder instemming van de voorlopige curator te beschikken over alle of een deel van de zaken.

De curator dient onverwijld na de faillissementsbeschikking de zaken van de schuldenaar in bezit te nemen en te beginnen met het beheren van de insolvente boedel. De curator dient de zaken van de schuldenaar die in bezit van een derde zijn op te eisen om deze op te nemen in de insolvente boedel, tenzij er in de wet anders is bepaald. Het beheer van de insolvente boedel brengt de uitvoering met zich mee van transacties die nodig zijn voor het beschermen van de insolvente boedel en voor het ten uitvoer leggen van de faillissementsprocedure, evenals de leiding over de activiteiten van de schuldenaar als het om een rechtspersoon gaat of de organisatie van de economische activiteit van de ondernemer als het om een natuurlijke persoon gaat. In het kader van een faillissementsprocedure die gericht is op een schuldenaar die een rechtspersoon is, oefent de curator de rechten en plichten uit van de raad van bestuur van de rechtspersoon of van het orgaan dat dit vervangt, die niet in strijd zijn met het doel van de faillissementsprocedure. De verantwoordelijkheid van de curator is gelijk aan die van een lid van een bestuursorgaan.

De curator kan uitsluitend met goedkeuring van de rechter transacties in verband met de insolvente boedel in contanten verrichten. De curator doet geen betalingen in contanten aan de schuldeisers op basis van de verdeling. De curator kan transacties die zeer belangrijk zijn voor de faillissementsprocedure uitsluitend verrichten met goedkeuring van het comité van schuldeisers. Als zeer belangrijke transacties worden allereerst beschouwd het afsluiten van een lening en, als een onderneming deel uitmaakt van de insolvente boedel, alle transacties die niet onder de gebruikelijke economische activiteit van de onderneming vallen. Wat betreft de insolvente boedel of voor zijn rekening kan de curator geen transacties verrichten met zichzelf of met een andere aan hem gelieerde persoon of andere transacties van dezelfde aard die belangenconflicten met zich meebrengen, noch verzoeken om de terugbetaling van de kosten van een dergelijke transactie.

De curator kan na de eerste algemene vergadering van schuldeisers beginnen met de verkoop van de insolvente boedel, tenzij de schuldeisers tijdens de genoemde vergadering anders besluiten. Als de schuldenaar in beroep gaat tegen de faillissementsbeschikking, is de verkoop van zaken niet toegestaan zonder goedkeuring van de schuldenaar voorafgaand aan de behandeling van het beroep dat is ingesteld bij het gerechtshof. Deze beperkingen zijn niet van toepassing op de verkoop van bederfelijke zaken of zaken waarvan de waarde snel daalt of waarvan de conservering of opslag extreem kostbaar is. Als de activiteit van de onderneming van de schuldenaar wordt voorgezet, kunnen de zaken niet worden verkocht als dit de voortzetting van de activiteit verhindert. Als er een akkoord wordt voorgesteld, kunnen de zaken niet worden verkocht voordat dit wordt gesloten, tenzij de algemene vergadering van schuldeisers besluit dat de zaken ondanks het voorgestelde akkoord toch kunnen worden verkocht. De verkoop van de insolvente boedel geschiedt middels een veiling volgens de bepalingen die zijn vastgelegd in het wetboek inzake tenuitvoerleggingsprocedures.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Vorderingen die dienen te worden ingediend op de passiva van de schuldenaar

De vorderingen die dienen te worden ingediend op de passiva van de schuldenaar zijn alle vorderingen op de schuldenaar die voorafgaand aan de faillietverklaring zijn ontstaan, ongeacht hun grondslag en vervaldatum. Na de faillietverklaring worden alle vorderingen op de schuldenaar als vervallen beschouwd, tenzij er in de wet anders is bepaald. Als de schuldeiser de zaak aanhangig heeft gemaakt bij de rechter maar er nog geen beslissing is genomen, schort de rechter de procedure op en dient de schuldeiser de vordering in te dienen bij de gerechtelijke curator. Als de schuldeiser de zaak aanhangig heeft gemaakt bij de rechter en de beslissing van de rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan, dient de schuldeiser eveneens zijn vordering in te dienen bij de gerechtelijke curator, maar wordt deze vordering als beschermd beschouwd. Als de schuldenaar de mogelijkheid heeft om beroep in te stellen, kan dit recht worden uitgeoefend door de gerechtelijke curator.

Behandeling van de vorderingen die zijn ontstaan na de inleiding van de faillissementsprocedure

Na de faillietverklaring kunnen schuldeisers in de faillissementsprocedure hun vorderingen op de schuldenaar uitsluitend indienen volgens de bepalingen die zijn vastgesteld in de faillissementswet. Vorderingen kunnen alleen worden ingediend bij de gerechtelijke curator en dan uitsluitend vorderingen die zijn ontstaan voorafgaand aan de faillietverklaring. De vorderingen die ontstaan na de faillietverklaring kunnen niet voor het einde van de faillissementsprocedure worden ingediend. Voor rechtspersonen dient rekening te worden gehouden met het feit dat de faillissementsprocedure eindigt door de liquidatie van de rechtspersoon en dat er na het einde van de procedure dus geen persoon meer bestaat om vorderingen tegen in te dienen. Daarom moet er voorzichtigheid worden betracht bij het verrichten van transacties met failliete rechtspersonen en dient dit risico in acht te worden genomen. Als het om een natuurlijke persoon gaat, kunnen de vorderingen die gedurende de faillissementsprocedure ontstaan na de procedure worden ingediend volgens de algemene bepalingen. De verplichtingen voor het vergoeden van schade die gedurende de faillissementsprocedure ten onrechte is, veroorzaakt door de schuldenaar die een rechtspersoon is vallen onder geconsolideerde verplichtingen, zodat van de schuldenaar kan worden geëist dat hij deze gedurende de faillissementsprocedure uitvoert volgens de algemene bepalingen of hiertoe een tenuitvoerleggingprocedure uitvoert over de insolvente boedel.

Het is mogelijk dat de schuldenaar na de faillietverklaring een beschikkingshandeling verricht over een voorwerp dat deel uitmaakt van de insolvente boedel. Een dergelijke beschikkingshandeling is nietig, gezien het feit dat het recht om het vermogen te beheren en hierover te beschikken na de faillietverklaring is overgedragen aan de gerechtelijke curator. Indien de schuldenaar toch een beschikkingshandeling verricht, dient alles wat krachtens de genoemde beschikkingshandeling is overgedragen aan de andere partij te worden teruggegeven als dit nog altijd deel uitmaakt van de insolvente boedel of te worden gecompenseerd als de insolvente boedel is vergroot door de overdracht. Als de schuldenaar op de dag van de faillietverklaring over een voorwerp beschikt, wordt verondersteld dat de beschikkingshandeling na de faillietverklaring is verricht. Als de schuldenaar voorafgaand aan de faillietverklaring heeft beschikt over toekomstige vorderingen, vernietigt de faillietverklaring de beschikking over vorderingen die hierna zijn ontstaan. Als de schuldenaar een natuurlijk persoon is, kan hij met goedkeuring van de curator beschikken over de insolvente boedel. Iedere beschikkingshandeling die wordt uitgevoerd zonder goedkeuring van de curator is nietig.

Behandeling van de vorderingen die zijn ontstaan na de inleiding van een reorganisatie- of schuldaanpassingsprocedure

Zolang het reorganisatieplan geldig is, is het niet mogelijk om een rechtsvordering in te stellen met betrekking tot een vordering die hierin is opgenomen. Het blijft mogelijk om rechtsvorderingen in te stellen met betrekking tot andere vorderingen. Zolang het schuldaanpassingsplan geldig is, is het niet mogelijk om een rechtsvordering in te stellen of te verzoeken om de inleiding van een oneigenlijke procedure met betrekking tot een vordering die in dit plan is opgenomen. Het blijft mogelijk om rechtsvorderingen in te stellen met betrekking tot andere vorderingen. De goedkeuring van het schuldaanpassingsplan doet geen afbreuk aan het recht van de schuldeiser om in een gerechtelijke procedure bezwaar te maken tegen de vorderingen die niet zijn erkend in het schuldaanpassingsplan. De schuldeiser kan eveneens in een gerechtelijke procedure bezwaar maken tegen de hoogte van een vordering wat betreft het niet erkende deel van de vordering.

Als de schuldenaar een reorganisatie- of schuldaanpassingsplan indient, wordt de verjaringstermijn van de vorderingen op de schuldenaar opgeschort. Na de indiening van een reorganisatieverzoek kan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt op verzoek van de onderneming waarop de reorganisatieadviseur zich richt een gerechtelijke procedure met betrekking tot een geldvordering op de onderneming opschorten tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of het einde van de reorganisatieprocedure, behalve als het gaat om een vordering in verband met een arbeidsrelatie of een onderhoudsvordering waarvoor nog geen beslissing is genomen. Als er een schuldaanpassingsprocedure wordt ingeleid, schort de rechter gerechtelijke procedures met betrekking tot de geldvorderingen op de schuldenaar waarvoor nog geen beslissing is genomen op tot de goedkeuring van het reorganisatieplan of het einde van de procedure.

Het reorganisatieplan stelt personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verplichting van de onderneming niet vrij van het nakomen van deze verplichting. De goedkeuring van een schuldaanpassingsplan stelt personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verplichting van de schuldenaar niet vrij van het nakomen van deze verplichting.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Regels aangaande het indienen, controleren en erkennen van vorderingen in een faillissementsprocedure

De schuldeisers dienen de curator binnen twee maanden na de publicatie van de kennisgeving van het faillissement in Ametlikud Teadaanded in kennis te stellen van alle vorderingen die zij al vóór de faillietverklaring op de schuldenaar hadden, ongeacht hun grondslag en vervaldatum. Na de faillietverklaring worden alle vorderingen op de schuldenaar als vervallen beschouwd. Hiertoe dienen zij de curator een schriftelijke verklaring (opgave van de vordering) te overleggen. In de opgave van de vordering dienen de inhoud, de reden en de hoogte van de vordering te worden aangegeven, evenals eventueel bestaande zekerheidsrechten. De omstandigheden die in de opgave van vordering worden vermeld dienen te worden bewezen in documenten die bij de genoemde opgave worden gevoegd. De curator dient de gegrondheid van de ingediende vorderingen en eventuele zekerheidsrechten te controleren. Voorafgaand aan de vergadering voor de verdediging van vorderingen kunnen de schuldeisers en de schuldenaar schriftelijk bezwaar maken tegen vorderingen of zekerheidsrechten bij de curator.

De vorderingen worden tijdens de algemene vergadering van schuldeisers verdedigd (vergadering voor de verdediging van vorderingen). De zekerheden die de vordering garanderen worden gelijk met de vordering verdedigd. Tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen worden de vorderingen behandeld in de volgorde waarin deze zijn ingediend. De vordering, rang en zekerheid die deze garandeert worden geacht te zijn erkend als de curator noch een schuldeiser hier bezwaar tegen maakt tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen en als de schuldeiser of curator die bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering hiervan afziet tijdens deze vergadering. Als hier aanleiding toe is, dient de curator tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen bezwaar te maken tegen de vordering of het zekerheidsrecht. Een vordering wordt geacht zonder discussie te zijn erkend tijdens de vergadering voor de verdediging van vordering als deze is aanvaard door een gerechtelijke of arbitrale beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan. Hetzelfde geldt voor een zekerheidsrecht dat is erkend door een gerechtelijke of arbitrale beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan of die is ingeschreven in het kadaster, het scheepsregister, het register voor commerciële zekerheidsrechten of het centrale effectenregister van Estland. Er wordt een overzicht van erkende vorderingen opgesteld.

In de notulen van de vergadering voor de verdediging van vorderingen wordt voor iedere behandelde vordering vermeld of de vordering en het zekerheidsrecht dat de vordering garandeert al dan niet zijn erkend en wie er bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering, de rang en de zekerheid die deze garandeert. In de notulen staat eveneens wie heeft afgezien van eerder ingediende bezwaren. Als de vordering van een schuldeiser niet is erkend en als hij geen verzoek heeft ingediend om deze te laten erkennen of als de rechter zijn verzoek heeft verworpen, dan wordt het bezwaar van genoemde schuldeiser met betrekking tot de vordering van een andere schuldeiser niet in acht genomen. Als er geen ander bezwaar is ingediend met betrekking tot de vordering van die andere schuldeiser, dan wordt zijn vordering als erkend beschouwd. Er kan later geen bezwaar worden gemaakt tegen vorderingen en rangen die zijn erkend tijdens de vergadering voor de verdediging van vorderingen.

Regels aangaande het indienen, controleren en erkennen van vorderingen in een reorganisatie- of schuldaanpassingsprocedure

In reorganisatieprocedures dient de schuldenaar een schuldenoverzicht in met daarin alle vorderingen die er op hem bestaan en de bijbehorende schuldeisers. De schuldeisers dienen hun vorderingen dus niet zelf in. Als een schuldeiser wiens vordering wordt aangepast volgens het reorganisatieplan niet instemt met de hoogte van de vordering die is opgegeven in de reorganisatieprocedure, overlegt hij de reorganisatieadviseur een schriftelijke verklaring met daarin de punten van de kennisgeving van reorganisatie die hij niet aanvaardt en overlegt hij bewijzen voor deze feiten. Als de schuldeiser binnen de opgelegde termijn geen verklaring indient, wordt hij geacht in te stemmen met de hoogte van de vordering. De schuldenaar kan bezwaar maken tegen het standpunt van de schuldeiser, maar hij dient zijn bezwaar te motiveren. De rechter neemt op basis van de ingediende verklaringen en bewijzen een beslissing over de hoogte van de hoofdvordering en de bijkomende vordering en over het bestaan en de omvang van zekerheden.

In schuldaanpassingsprocedures dient de schuldenaar een schuldaanpassingsplan in waarin hij aangeeft op welke verplichtingen zijn schuldaanpassing van toepassing is en volgens welke bepalingen. Net als in reorganisatieprocedures dienen de schuldeisers hun vorderingen niet zelf in. Als de schuldeiser wiens vordering wordt aangepast niet instemt met de gegevens die de schuldenaar heeft verstrekt in het schuldenoverzicht, stelt hij de rechter of, indien laatstgenoemde dit gelast, de adviseur binnen de door de rechter vastgestelde termijn in kennis van de punten die hij niet aanvaardt en overlegt hij bewijzen voor deze feiten. Als de schuldeiser binnen de opgelegde termijn geen verklaring indient, wordt hij geacht in te stemmen met de hoogte van de vordering. Als de schuldenaar of de adviseur niet instemt met een deel van de verklaring van de schuldeiser, dan overlegt hij de verklaring met bewijzen onverwijld aan de rechter en verklaart hij om welke redenen hij de inhoud van de verklaring niet aanvaardt. De rechter neemt op basis van de ingediende verklaringen en bewijzen een beslissing over de hoogte van de hoofdvordering en de bijkomende vordering en over het bestaan van zekerheden.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In principe worden alle schuldeisers gelijk behandeld. Er bestaan echter uitzonderingen, die bepaalde schuldeisers voorrang geven.

Voordat er betalingen worden gedaan op basis van de verdeling, worden de volgende betalingen in verband met de faillissementsprocedure in de volgende volgorde gedaan uit de insolvente boedel:

1) de vorderingen die verband houden met de gevolgen van de uitsluiting en het innen van zaken;

2) alimentatie ten gunste van de schuldenaar en de personen voor wie hij verantwoordelijk is;

3) geconsolideerde verplichtingen;

4) de kosten van de faillissementsprocedure.

Nadat deze betalingen zijn gedaan, worden de vorderingen van de schuldeisers in de volgende volgorde betaald:

1) de erkende vorderingen die worden gegarandeerd door een zekerheidsrecht;

2) de andere erkende vorderingen die binnen de vastgestelde termijn zijn ingediend;

3) de andere erkende vorderingen die niet binnen de vastgestelde termijn zijn ingediend.

In geval van hoofdelijke medeschuldenaren kan een derde verantwoordelijk worden gehouden voor de verplichting van de schuldenaar. In dit geval is de medeschuldenaar verantwoordelijk jegens de schuldeiser, ongeacht de insolventie van de schuldenaar. Als de medeschuldenaar een deel betaalt van de vordering die de schuldeiser eveneens jegens de schuldenaar heeft ingediend, wordt het betaalde deel afgetrokken van de vordering.

Het is eveneens mogelijk dat de verplichting van de schuldenaar krachtens de wet aan een derde wordt overgedragen. Als de werkgever insolvent is geworden, dat wil zeggen als de werkgever failliet is verklaard of als de faillissementsprocedure is beëindigd door verval, ontvangt de werknemer een schadevergoeding voor het loon dat niet is ontvangen voorafgaand aan de insolventieverklaring van de werkgever, het vakantiegeld dat niet is ontvangen voorafgaand aan de insolventieverklaring van de werkgever en de vergoedingen die niet zijn ontvangen bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorafgaand of na de insolventieverklaring van de werkgever . In faillissementsprocedures is de staat in geval van insolventie van de werkgever de schuldeiser van werkloosheidsverzekeringspremies die niet zijn betaald op de vervaldatum.

In reorganisatie- of schuldaanpassingsprocedures is er geen sprake van een insolvente boedel. De schuldeisers worden betaald volgens het reorganisatie- of schuldaanpassingsplan. Het reorganisatieplan stelt personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een verplichting van de onderneming niet vrij van het nakomen van hun verplichting. Als een persoon die hoofdelijk aansprakelijk is voor een verplichting van de onderneming deze verplichting heeft uitgevoerd, heeft hij een restitutierecht jegens de onderneming voor zover de onderneming verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de verplichting volgens het reorganisatieplan. De goedkeuring van een schuldaanpassingsplan stelt personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een verplichting van de schuldenaar niet vrij van het nakomen van deze verplichting. Als een persoon die hoofdelijk aansprakelijk is voor een verplichting van de schuldenaar deze verplichting heeft uitgevoerd, heeft hij een restitutierecht jegens de schuldenaar voor zover de schuldenaar verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de verplichting volgens het schuldaanpassingsplan.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Beëindiging en gevolgen van de beëindiging van de faillissementsprocedure

Faillissementsprocedures eindigen met de verwerping van het faillissementsverzoek, het verval van de faillissementsprocedure, het verdwijnen van de grond voor het faillissement, de goedkeuring van de schuldeisers, de goedkeuring van het eindrapport, de bekrachtiging van een akkoord of een andere grond die bij wet is vastgelegd.

De rechter neemt een beschikking voor de beëindiging van de procedure door verval aan zonder het faillissement uit te spreken, ongeacht de insolventie van de schuldenaar, als de zaken van de schuldenaar de kosten van de faillissementsprocedure niet dekken en het niet mogelijk is om de zaken te innen of hier aanspraak op te maken, bijvoorbeeld als het niet mogelijk is om een rechtsvordering in te stellen jegens een lid van een bestuursorgaan. De rechter kan de procedure eveneens beëindigen door verval zonder het faillissement uit te spreken, ongeacht de insolventie van de schuldenaar, als het vermogen van de schuldenaar voornamelijk bestaat uit terugbetalingsvorderingen en vorderingen op derden en als het onwaarschijnlijk is dat deze vorderingen worden betaald. De rechter beëindigt de procedure niet door verval als de schuldenaar, een schuldeiser of een derde op de hiervoor bestemde rekening bij wijze van waarborg het bedrag stort dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de kosten van de faillissementsprocedure. Als de faillissementsprocedure met betrekking tot een schuldenaar die een rechtspersoon is door verval eindigt, liquideert de voorlopige curator de rechtspersoon binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de beëindigingsbeschikking zonder liquidatieprocedure. Als de schuldenaar op het moment van het verval van de faillissementsprocedure zaken heeft, worden deze allereerst gebruikt om de honoraria van de voorlopige curator en de noodzakelijke kosten te betalen.

Op verzoek van de schuldenaar beëindigt de rechter de faillissementsprocedure wegens het verdwijnen van de grond voor de procedure als de schuldenaar bewijst dat hij niet insolvent is of er geen sprake is van dreigende insolventie, als het faillissement is uitgesproken omdat de schuldenaar in de toekomst waarschijnlijk insolvent zou worden. Als de faillissementsprocedure wordt beëindigd als gevolg van het verdwijnen van de grond voor de procedure, wordt de rechtspersoon niet ontbonden.

De rechter beëindigt de faillissementsprocedure op verzoek van de schuldenaar als alle schuldeisers die binnen de vastgestelde termijn vorderingen hebben ingediend instemmen met de beëindiging. Als een schuldenaar die een rechtspersoon is duurzaam insolvent is, beslist de rechter bij beschikking om de liquidatieprocedure van de genoemde schuldenaar te beëindigen.

Faillissementsprocedures eindigen door de goedkeuring van het eindrapport als de curator dit indient bij het comité van schuldeisers en de rechter. In het eindrapport verstrekt de curator informatie over de insolvente boedel en de opbrengst van de verkoop ervan, de uitgevoerde betalingen, de erkende vorderingen, de verzoeken die zijn ingediend of die in behandeling zijn etc. De schuldeisers kunnen voor de rechter bezwaar maken tegen het eindrapport. De rechter keurt het eindrapport goed en beëindigt de faillissementsprocedure. De rechter keurt het eindrapport niet goed en stuurt dit door middel van een beschikking aan de curator met het oog op het voortzetten van de faillissementsprocedure, als uit het eindrapport blijkt dat de rechten van de schuldenaar of van de schuldeisers tijdens de faillissementsprocedure zijn geschonden.

Faillissementsprocedures kunnen eveneens worden beëindigd door de publicatie van een akkoord. Het akkoord is een afspraak tussen de schuldenaar en de schuldeisers met betrekking tot de betaling van schuldenaar en brengt de verlaging van schulden of de verlenging van de betalingstermijn met zich mee. Het akkoord wordt tijdens de faillissementsprocedure na de faillietverklaring uitgewerkt op voorstel van de schuldenaar of van de curator. De algemene vergadering van schuldeisers neemt een besluit over het akkoord. De rechter bekrachtigt het akkoord. De rechter beëindigt de faillissementsprocedure middels een beschikking waarin het akkoord wordt bekrachtigd.

Als de faillissementsprocedure niet binnen twee jaar na de faillietverklaring is beëindigd, verstrekt de curator het comité van schuldeisers en de rechter tot de beëindiging van de procedure iedere zes maanden een rapport met daarin de redenen waarom de procedure niet is beëindigd, de gegevens van de verkochte en niet-verkochte zaken van de insolvente boedel en informatie over het beheer van de insolvente boedel. Bij de beëindiging van de faillissementsprocedure, kwijt de rechter de curator van zijn taak, tenzij er in de wet anders is bepaald. De rechter kan de curator niet kwijten van zijn taak, als de zaken van de insolvente boedel bij de beëindiging van de faillissementsprocedure niet geheel zijn verkocht of als er naar verwachting nog geld binnenkomt, en als de door de curator ingestelde rechtsvorderingen niet zijn behandeld of als de curator voornemens of verplicht is om een rechtsvordering in te stellen. In dit geval blijft de curator zijn taken zelfs na de beëindiging van de faillissementsprocedure uitvoeren. Als er na de beëindiging van de faillissementsprocedure en de vrijstelling van de curator geld binnenkomt in de insolvente boedel, als de bedragen die bij de verdeling zijn gereserveerd vrijkomen of als blijkt dat de insolvente boedel voorwerpen bevat waarmee geen rekening is gehouden bij het verdelingsvoorstel, gelast de rechter op eigen initiatief of op verzoek van de curator of een schuldeiser om een aanvullende verdeling.

Beëindiging en gevolgen van de beëindiging van de reorganisatieprocedure

Reorganisatieprocedures eindigen door voortijdige beëindiging, de vernietiging van het reorganisatieplan, de voortijdige tenuitvoerlegging van het reorganisatieplan of op de vervaldatum die in het reorganisatieplan is aangegeven. Reorganisatieprocedures eindigen als gevolg van de voortijdige tenuitvoerlegging van het reorganisatieplan, als de onderneming al haar verplichtingen hieruit vóór de vervaldatum van het plan heeft uitgevoerd.

De voortijdige beëindiging van de reorganisatieprocedure is uitsluitend mogelijk voorafgaand aan de goedkeuring van het reorganisatieplan. De rechter gaat over tot voortijdige beëindiging van de reorganisatieprocedure als de onderneming haar verplichting om mee te werken niet naleeft, als zij het waarborgbedrag niet stort dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en kosten van de reorganisatieadviseur of de deskundige, als het reorganisatieplan niet is goedgekeurd, als de onderneming hiertoe een verzoek doet, als er niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de inleiding van een reorganisatieprocedure, als de zaken van de onderneming zijn verkwist of als de belangen van de schuldeisers worden geschaad, als het reorganisatieplan niet binnen de vastgestelde termijn is ingediend of als het verzoek niet duidelijk is. Als de rechtbank overgaat tot voortijdige beëindiging van de reorganisatieprocedure, eindigen alle gevolgen in verband met de inleiding van de reorganisatieprocedure met terugwerkende kracht.

Reorganisatieprocedures eindigen op de vervaldatum van het reorganisatieplan.

Reorganisatieprocedures kunnen eveneens eindigen door de vernietiging van het reorganisatieplan. Het reorganisatieplan wordt vernietigd als de onderneming na goedkeuring van het plan wordt erkend schuldig te zijn aan een strafbaar feit in het kader van een faillissements- of tenuitvoerleggingsprocedure, als zij aanzienlijk verzuimt de verplichtingen die zijn vastgesteld in het reorganisatieplan uit te voeren, als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de onderneming niet in staat is om de verplichtingen uit te voeren die zij krachtens het plan op zich heeft genomen, op verzoek van de reorganisatieadviseur als de follow-upkosten niet worden betaald of als de onderneming niet meewerkt met de reorganisatieadviseur om de follow-upverplichting na te komen of hem niet de informatie verstrekt die nodig is om de follow-up uit te voeren, als de onderneming een verzoek tot vernietiging van het reorganisatieplan indient of als de onderneming failliet wordt verklaard. Als het reorganisatieplan wordt vernietigd, eindigen de gevolgen in verband met de inleiding van de reorganisatieprocedure met terugwerkende kracht.

Beëindiging en gevolgen van de beëindiging van de schuldaanpassingsprocedure

Schuldaanpassingsprocedures eindigen als het schuldaanpassingsverzoek wordt verworpen of niet wordt behandeld, als het schuldaanpassingsplan wordt vernietigd, als gevolg van de beëindiging van de procedure of op de vervaldatum die is aangegeven in het plan. Schuldaanpassingsprocedures eindigen als gevolg van de voortijdige tenuitvoerlegging van het schuldaanpassingsplan, als de schuldenaar al zijn verplichtingen hieruit vóór de vervaldatum van het plan heeft uitgevoerd.

De rechter vernietigt het schuldaanpassingsplan op verzoek van de schuldenaar of als gevolg van de faillietverklaring van de schuldenaar. De rechter kan het schuldaanpassingsplan vernietigen als de schuldenaar aanzienlijk verzuimt zijn verplichtingen die zijn vastgesteld in het plan uit te voeren, als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de schuldenaar niet in staat is om de verplichtingen uit te voeren die hij krachtens het plan op zich heeft genomen, als de schuldenaar geen betalingsproblemen heeft of als hij deze heeft overkomen, als de schuldenaar opzettelijk of uit grove nalatigheid foutieve of onvolledige gegevens heeft ingediend over zijn vermogen, inkomsten, schuldeisers of verplichtingen, als de schuldenaar betalingen heeft verricht aan schuldeisers die niet worden vermeld in het schuldaanpassingsplan waardoor hij de belangen van de andere schuldeisers aanzienlijk heeft geschaad, als de schuldenaar niet meewerkt met de rechter of de reorganisatieadviseur om de follow-upverplichting na te komen of niet de informatie verstrekt die nodig is om de follow-up uit te voeren, als de schuldenaar het waarborgbedrag niet stort dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en kosten van de reorganisatieadviseur of de deskundige. Als het schuldaanpassingsplan wordt vernietigd, eindigen de gevolgen in verband met de inleiding van de schuldaanpassingsprocedure met terugwerkende kracht.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Rechten van de schuldeisers na de beëindiging van de faillissementsprocedure

Na de beëindiging van de faillissementsprocedure kunnen de schuldeisers volgens de algemene bepalingen de vorderingen indienen die zij op de schuldenaar hebben en die in de faillissementsprocedure ingediend hadden kunnen worden, maar niet zijn ingediend, evenals vorderingen die wel zijn ingediend maar die niet zijn betaald of waartegen de schuldenaar bezwaar heeft gemaakt. In dit geval worden de vertragingsrentes en -boetes niet berekend voor de periode van de faillissementsprocedure.

Als een schuldenaar die een natuurlijk persoon is, wordt vrijgesteld van de verplichtingen die hij niet tijdens de faillissementsprocedure heeft uitgevoerd, vervallen de vorderingen van de schuldeisers in de faillissementsprocedure, met inbegrip van de vorderingen die niet zijn ingediend in het kader van de faillissementsprocedure, behoudens wat betreft de schadevergoeding van een nadeel dat opzettelijk en op onwettige wijze is veroorzaakt en alimentatievorderingen jegens een ouder of een kind.

Na de beëindiging van de faillissementsprocedure kunnen de schuldeisers eveneens vorderingen op de schuldenaar indienen die zijn ontstaan uit geconsolideerde verplichtingen die niet zijn betaald in het kader van de faillissementsprocedure. Het is eveneens mogelijk om volgens de algemene bepalingen de vorderingen op de schuldenaar in te dienen die zijn ontstaan tijdens de faillissementsprocedure en die niet tijdens de procedure konden worden ingediend. In dit geval gaat de verjaringstermijn ervan in op de datum van de beëindiging van de faillissementsprocedure. Voor zover een erkende vordering tijdens de faillissementsprocedure niet is betaald, dient de beschikking als executoriale titel als de schuldenaar geen bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering of als de rechter de vordering heeft erkend.

Rechten van de schuldeisers na de beëindiging van de reorganisatieprocedure

Als de reorganisatieprocedure eindigt op de vervaldatum van het reorganisatieplan, kan een schuldeiser de naleving van een vordering die in het kader van het reorganisatieplan is aangepast na de vervaldatum uitsluitend eisen voor zover dit in het reorganisatieplan is overeengekomen, maar niet is uitgevoerd.

Als het reorganisatieplan wordt vernietigd of voortijdig wordt beëindigd, eindigen de gevolgen in verband met de inleiding van de reorganisatieprocedure met terugwerkende kracht. De schuldeiser wiens vordering in het kader van een reorganisatieplan is aangepast, heeft een recht op beroep jegens de onderneming ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag. Er dient echter rekening te worden gehouden met hetgeen de schuldeiser tijdens de uitvoering van het reorganisatieplan al heeft verkregen.

Rechten van de schuldeisers na de beëindiging van de schuldaanpassingsprocedure

Als het verzoek niet is behandeld of is verworpen of als de procedure wordt beëindigd, eindigen de gevolgen in verband met de inleiding van de procedure met terugwerkende kracht. De schuldeiser wiens vordering in het kader van een schuldaanpassingsplan is aangepast, heeft een recht op beroep jegens de schuldenaar ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag. Er dient echter rekening te worden gehouden met hetgeen de schuldeiser tijdens de uitvoering van het schuldaanpassingsplan al heeft verkregen.

Na de vervaldatum van het schuldaanpassingsplan kan een schuldeiser de naleving van een vordering die in het kader van het plan is aangepast uitsluitend eisen voor zover dit in het schuldaanpassingsplan is overeengekomen, maar niet is uitgevoerd.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Faillissementsprocedure

Als het faillissementsverzoek wordt ingewilligd en als de faillissementsprocedure eindigt met een akkoord, komen de kosten van de faillissementsprocedure voor rekening van de insolvente boedel. Als de rechter het faillissementsverzoek dat een schuldeiser heeft ingediend verwerpt of niet behandelt en als de procedure eindigt omdat de schuldeiser ervan afziet, komen de kosten van de faillissementsprocedure voor rekening van de schuldeiser. In geval van verval van de faillissementsprocedure stelt de rechter de verdeling van de kosten van de faillissementsprocedure vast met inachtneming van de omstandigheden.

Als een procedure die op verzoek van de schuldenaar is ingeleid eindigt door verval zonder faillietverklaring en de zaken van de schuldenaar niet toereikend zijn voor de noodzakelijke betalingen, veroordeelt de rechter de schuldenaar tot de betaling van de honoraria en de terug te betalen kosten van de voorlopige curator, maar kan hij gelasten dat deze worden terugbetaald met overheidsmiddelen. De terugbetalingslimiet van de honoraria en de kosten van de voorlopige curator uit overheidsmiddelen bedraagt 397 EUR (met inbegrip van de bij wet vastgestelde belastingen, behoudens btw). De rechter gelast de terugbetaling van de honoraria en de kosten van de voorlopige curator met overheidsmiddelen niet als de schuldenaar, een schuldeiser of een derde op de hiervoor bestemde rekening bij wijze van waarborg het bedrag heeft gestort dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en de terug te betalen kosten van de voorlopige curator.

Reorganisatieprocedure

Als er een reorganisatieprocedure wordt ingeleid, bepaalt de rechter binnen welke de termijn de onderneming bij wijze van waarborg het bedrag dient te storten dat de rechter heeft vastgesteld voor het dekken van de honoraria en de oorspronkelijke kosten van de reorganisatieadviseur. Als de onderneming dit bedrag niet stort, beëindigt de rechter de reorganisatieprocedure. De rechter stelt het bedrag voor de terugbetaling van de honoraria en kosten van de reorganisatieadviseur vast op het moment dat hij hem kwijt van zijn taak of op het moment dat hij het reorganisatieplan goedkeurt, op basis van het rapport over de activiteiten en de kosten van deze adviseur.

Als de rechter deskundigen betrekt bij de reorganisatieprocedure hebben zij recht op terugbetaling van de gerechtvaardigde kosten die zij gemaakt hebben en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun verplichtingen en op een beloning voor hun werk. De rechter stelt het bedrag voor de terugbetaling van de honoraria en kosten van een deskundige vast op het moment dat hij hem kwijt van zijn taak, op basis van het rapport over de activiteiten en kosten van de deskundige dat de rechter binnen de vastgestelde termijn overlegt. De rechter kan de onderneming eveneens horen voorafgaand aan het vaststellen van de honoraria van de deskundige.

Schuldaanpassingsprocedure

De kosten van de schuldaanpassingsprocedure zijn voor rekening van de schuldenaar. De schuldeisers dragen hun eigen gerechtskosten. De rechter kan de gerechtskosten van de schuldeisers voor rekening van de schuldenaar laten komen, als laatstgenoemde opzettelijk een onterecht schuldaanpassingsverzoek heeft ingediend of als hij op andere wijze gerechtskosten voor de schuldeisers heeft veroorzaakt door opzettelijk foutieve informatie in te dienen of een verzoek of bezwaar waarvan hij wist dat dit niet gerechtvaardigd was. De schuldenaar kan geen enkele rechtsbijstand van de staat ontvangen die is bestemd voor het voldoen van de gerechtskosten om de belasting van de staat te betalen. Als het schuldaanpassingsplan is uitgevoerd, hoeft de schuldenaar de kosten die zijn betaald dankzij rechtsbijstand van de staat niet terug te betalen. Als er een adviseur of deskundige wordt aangewezen, stelt de rechter het bedrag vast dat de schuldenaar bij wijze van waarborg dient te storten op de hiervoor bestemde rekening voor het dekken van de honoraria en kosten van de adviseur of deskundige.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Faillissementsprocedure

Na de faillietverklaring wordt het recht van de schuldenaar om de insolvente boedel te beheren en hierover te beschikken overgedragen aan de gerechtelijke curator. Iedere beschikkingshandeling met betrekking tot een voorwerp dat deel uitmaakt van de insolvente boedel die de schuldenaar verricht na de faillietverklaring is nietig. Als de schuldenaar een natuurlijk persoon is, kan hij met goedkeuring van de curator beschikken over de insolvente boedel. Iedere beschikkingshandeling die wordt uitgevoerd zonder goedkeuring van de curator is nietig.

De rechter vernietigt volgens de herroepingsprocedure alle transacties of activiteiten van de schuldenaar die zijn verricht voorafgaand aan de faillietverklaring en die de belangen van de schuldeisers schaden. Als de te herroepen transactie of activiteit is uitgevoerd na de aanwijzing van de voorlopige curator maar voorafgaand aan de faillietverklaring, wordt verondersteld dat deze transactie of activiteit de belangen van de schuldeisers heeft geschaad.

De schuldenaar, een schuldeiser of de curator kan de rechter verzoeken om een besluit van de algemene vergadering van schuldeisers te vernietigen dat niet overeenstemt met de wet of dat is genomen zonder inachtneming van de bij wet vastgestelde bepalingen, ook voor besluiten waarvoor bij wet een recht op beroep is vastgesteld. Het is eveneens mogelijk om te verzoeken om de vernietiging van een besluit van de algemene vergadering van schuldeisers als dit de gemeenschappelijke belangen van de schuldeisers schaadt.

Als er een procedure is ingeleid om een schuldenaar die een natuurlijk persoon is te kwijten van zijn verplichtingen, kan de rechter op verzoek van een schuldeiser en binnen een jaar vanaf het aannemen van de beschikking die de schuldenaar kwijt van de verplichtingen die niet zijn uitgevoerd in het kader van de faillissementsprocedure, de genoemde beschikking vernietigen als blijkt dat de schuldenaar zijn verplichtingen tijdens de procedure opzettelijk heeft geschonden om zich te kwijten van zijn verplichtingen en als hij op deze wijze de mogelijkheid om de schuldeisers in de faillissementsprocedure te betalen wezenlijk in gevaar heeft gebracht.

Als de schuldenaar en de schuldeisers na de faillietverklaring overeenstemming bereiken voor het sluiten van een akkoord, kan de rechter het akkoord vernietigen als de schuldenaar de verplichtingen uit het akkoord niet uitvoert, als hij is veroordeeld wegens een strafbaar feit in verband met de faillissements- of tenuitvoerleggingsprocedure of als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de schuldenaar niet in staat is om de verplichtingen van het akkoord uit te voeren. De vernietiging van het akkoord heeft gevolgen voor alle schuldeisers die aan het akkoord hebben deelgenomen en beschermt dus alle schuldeisers.

Reorganisatieprocedure

De rechter vernietigt het reorganisatieplan als de onderneming na goedkeuring van het plan wordt erkend schuldig te zijn aan een strafbaar feit met betrekking tot een faillissements- of tenuitvoerleggingsprocedure, als zij aanzienlijk verzuimt de verplichtingen die zijn vastgesteld in het reorganisatieplan uit te voeren, als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de onderneming niet in staat is om de verplichtingen uit te voeren die zij krachtens het plan op zich heeft genomen, op verzoek van de reorganisatieadviseur als de follow-upkosten niet worden betaald of als de onderneming niet meewerkt met de reorganisatieadviseur om de follow-upverplichting na te komen of hem niet de informatie verstrekt die nodig is om de follow-up uit te voeren, en als de onderneming een verzoek tot vernietiging van het reorganisatieplan indient of als de onderneming failliet wordt verklaard. De schuldeiser wiens vordering in het kader van een reorganisatieplan is aangepast, heeft een recht op beroep jegens de schuldenaar ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag, waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen de schuldeiser tijdens de uitvoering van het reorganisatieplan al heeft verkregen.

Schuldaanpassingsprocedure

De rechter kan het schuldaanpassingsplan op verzoek van de schuldenaar of na de faillietverklaring van de schuldenaar vernietigen, en als de schuldenaar aanzienlijk verzuimt zijn verplichtingen die zijn vastgesteld in het plan uit te voeren, als nadat meer dan de helft van de duur van het plan is verstreken blijkt dat de schuldenaar niet in staat is om de verplichtingen uit te voeren die hij krachtens het plan op zich heeft genomen, als de schuldenaar geen betalingsproblemen heeft of als hij deze heeft overkomen en als de aanpassing van de vorderingen niet meer rechtvaardig zou zijn jegens de schuldeisers vanwege een aanzienlijke wijziging van de omstandigheden, als de schuldenaar opzettelijk of uit grove nalatigheid foutieve of onvolledige gegevens heeft ingediend over zijn vermogen, inkomsten, schuldeisers of verplichtingen, als de schuldenaar betalingen heeft verricht aan schuldeisers die niet worden vermeld in het schuldaanpassingsplan waardoor hij de belangen van de andere schuldeisers aanzienlijk heeft geschaad, als de schuldenaar niet meewerkt met de rechter of de reorganisatieadviseur om de follow-upverplichting na te komen of niet de informatie verstrekt die nodig is om de follow-up uit te voeren, of als de schuldenaar het waarborgbedrag niet stort dat de rechter heeft vastgesteld. De schuldeiser wiens vordering in het kader van een schuldaanpassingsplan is aangepast, heeft een recht op beroep jegens de schuldenaar ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag, waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen de schuldeiser tijdens de uitvoering van het schuldaanpassingsplan al heeft verkregen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 06/02/2018

Insolventie - Griekenland

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Er kan een insolventieprocedure worden ingesteld jegens handelaren en verenigingen van personen met rechtsbevoegdheid en met een economisch doel.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

De procedure wordt ingeleid op verzoek van de schuldenaar, van een schuldeiser met een rechtmatig belang of van de officier van justitie van de rechtbank van eerste aanleg als er redenen zijn die verband houden met het openbaar belang. De voorwaarden voor de inleiding van de procedure zijn als volgt: a) als het verzoek om een insolventieverklaring wordt ingediend door een schuldeiser, dient de schuldenaar te zijn opgehouden met betalen, b) als het verzoek om een insolventieverklaring wordt ingediend door de schuldenaar, is dreigend onvermogen om te betalen voldoende. De rechter stelt de datum van staking van betalingen vast, die maximaal twee jaar voorafgaand aan de publicatiedatum van het arrest mag liggen. Iedereen met een rechtmatig belang kan de president van de rechtbank verzoeken om noodzakelijk geachte maatregelen te gelasten om te voorkomen dat het vermogen van de schuldenaar op een voor de schuldeisers nadelige wijze verandert. Deze maatregelen eindigen van rechtswege door het uitspreken van het faillissementsvonnis.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De insolvente boedel bestaat uit het gehele vermogen van de schuldenaar op het moment van de faillietverklaring, ongeacht waar dit zich bevindt. De boedel omvat geen a) zaken die niet vatbaar zijn voor beslag, dat wil zeggen voorwerpen die absoluut noodzakelijk zijn om te voorzien in de essentiële levensbehoeften van de schuldenaar en zijn gezin en de voorwerpen die noodzakelijk zijn voor personen (schuldenaren) die zelfstandig ondernemer zijn, b) voorwerpen die zijn vrijgesteld door bijzondere wettelijke bepalingen. Zaken die de schuldenaar na de faillietverklaring heeft verworven, zijn eveneens uitgesloten van de insolvente boedel.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Vanaf de faillietverklaring verliest de schuldenaar automatisch het beheer van zijn vermogen, dat wil zeggen de administratie hiervan en de beschikking hierover. Iedere beheershandeling die hij zonder toestemming van de curator uitvoert, is niet uitvoerbaar. De curator is belast met het beheer van het vermogen. Het beheer van het vermogen kan slechts in uitzonderlijke gevallen die bij wet zijn bepaald, worden toevertrouwd aan de schuldenaar. De curator is een advocaat met ten minste vijf jaar ervaring. Hij staat onder toezicht van een rechter-rapporteur. Voor bepaalde handelingen van de curator is de goedkeuring van de faillissementsrechtbank vereist. De faillissementsrechtbank is de uiteindelijke verantwoordelijke voor de faillissementsprocedure.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

De faillietverklaring heeft geen invloed op het recht van de schuldeiser om de compensatie van een tegenvordering met een vordering van de schuldenaar voor te stellen, als voorafgaand aan de faillietverklaring al was voldaan aan de compensatievoorwaarden. Eventuele compensatieverboden zijn eveneens van toepassing op het faillissement.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Behoudens andersluidende bepalingen van de faillissementswet blijven bilaterale overeenkomsten die lopen op de datum van de faillietverklaring en waarbij de schuldenaar partij is van kracht. Met goedkeuring van de rechter-rapporteur kan de curator de lopende overeenkomsten ten uitvoer leggen en eisen dat de medecontractant deze ten uitvoer legt. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, blijven overeenkomsten voor onbepaalde tijd van kracht. Deze regel geldt niet voor financiële overeenkomsten. De bepalingen van de faillissementswet hebben geen invloed op het recht op ontbinding dat bij wet of in de overeenkomst is vastgelegd. De faillietverklaring is een reden voor de ontbinding van persoonlijke overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is. De curator kan een contractuele relatie waarbij de schuldenaar medecontractant is overdragen aan een derde. Een arbeidsrelatie wordt in geval van een faillietverklaring ontbonden.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Alle individuele vervolgingsmaatregelen van de schuldeisers jegens de schuldenaar die zijn gericht op de betaling of de tenuitvoerlegging van hun vorderingen worden vanaf de faillietverklaring van rechtswege opgeschort. Voor schuldeisers wier vordering wordt gegarandeerd door een zakelijk zekerheidsrecht geldt de opschorting niet wat betreft de elementen van de insolvente boedel waarvoor de zekerheid is gesteld. Onder bepaalde voorwaarden kan er ook op deze schuldeisers een opschorting van enkele maanden worden toegepast. Vanaf de faillietverklaring is het bovendien niet toegestaan om procedures voor gedwongen tenuitvoerlegging in te leiden of voort te zetten, declaratoire vorderingen of vorderingen tot tenuitvoerlegging in te stellen, de bijbehorende processen voort te zetten, rechtsmiddelen in te stellen of te behandelen, administratieve of fiscale documenten uit te vaardigen of deze ten uitvoer te leggen met behulp van elementen uit de insolvente boedel.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

De procedures die lopen op het moment van de faillietverklaring worden voorgezet door de curator als de schuldenaar daarbij een schuldeiser is. Als hij de schuldenaar is, worden de procedures onderbroken en wordt de procedure voor het indienen en erkennen van de vorderingen ingesteld.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

De schuldeisers moeten hun vorderingen jegens de schuldenaar indienen bij de faillissementsgriffie. Alle schuldeisers vormen gezamenlijk de vergadering van schuldeisers, ongeacht hun voorrechten of zakelijke zekerheidsrechten en met inbegrip van schuldeisers met voorwaardelijke vorderingen. De vergadering wordt voor het eerst opgeroepen middels het arrest van de faillietverklaring. De vergadering kan een comité van schuldeisers kiezen dat bestaat uit drie leden die ieder domicilie dienen te kiezen. Het comité van de schuldeisers van drie leden dient het verloop van de faillissementsprocedure te volgen.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Na de inventarisatie van het roerende en onroerende vermogen van de schuldenaar kan de curator zich tot de rechter-rapporteur wenden en om toestemming vragen om goederen of roerende zaken uit het vermogen te verkopen, doch zulks uitsluitend om de lopende behoeften te dekken. Uitsluitend na de controle van de vorderingen en als het reorganisatieplan van de onderneming niet is aanvaard of bekrachtigd of als de reorganisatie wordt beëindigd, liquideert de curator de activa uit het vermogen van de schuldenaar en verdeelt hij de opbrengst onder de schuldeisers door de liquidatie van de onderneming in haar geheel of van afzonderlijk delen hiervan. Voor de liquidatie van onroerende zaken van de schuldenaar is goedkeuring van de faillissementsrechtbank vereist, die de curator verkrijgt op verzoek en na overlegging van een rapport van de rechter-rapporteur.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Alle schuldeisers van de schuldenaar kunnen hun vorderingen en documenten indienen bij de faillissementgriffie, ongeacht of het om preferente vorderingen of vorderingen met een zakelijk zekerheidsrecht gaat. De schuldeisers in de faillissementsprocedure zijn degenen die op het moment van de faillietverklaring een persoonlijke geldvordering op de schuldenaar hebben die in rechte kan worden afgedwongen. Vorderingen die na de faillietverklaring zijn ontstaan, worden niet ingediend. De gerechtskosten van de curator, de kosten voor het beheer van de insolvente boedel en de honoraria van de curator en de eventuele collectieve vorderingen worden na de liquidatie van de insolvente boedel ingehouden en betaald voordat de schuldeisers van de schuldenaar worden gecategoriseerd.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De vorderingen worden schriftelijk ingediend (met vermelding van het type, de oorzaak, de datum waarop de vordering is ontstaan etc.) bij de faillissementsgriffie binnen een maand nadat het arrest van de faillietverklaring is gepubliceerd in het Overzicht van gerechtelijke publicaties van het Juristenloket. Als een vordering niet binnen deze termijn is ingediend, kan de schuldeiser bezwaar maken en eisen dat zijn vordering wordt erkend door de faillissementsrechtbank. De erkenningsprocedure verloopt als volgt: a) de curator stelt de procedure drie dagen na het verstrijken van de indieningstermijn in bij de rechter-rapporteur, b) de schuldeiser wiens vordering wordt gecontroleerd kan persoonlijk aanwezig zijn of worden vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde, c) de controle geschiedt door de vergelijking van de documenten van de schuldeiser met de gegevens uit de boeken en bescheiden van de schuldenaar, d) de rechter-rapporteur stelt een rapport op over de controle van de vorderingen, e) in geval van bezwaar beslist de rechter-rapporteur om de vordering al dan niet voorlopig te erkennen, f) tijdens de erkenningsprocedure kunnen de schuldenaar, de curator en de schuldeisers wier vorderingen al zijn erkend bezwaar maken. Er bestaat geen specifieke website met formulieren voor deze procedure. Dergelijke formulieren zijn echter verkrijgbaar bij de faillissementsgriffie van de rechtbank van eerste aanleg.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Na de liquidatie van de insolvente boedel stelt de curator een verdelingslijst van de opbrengst van de veiling op, die hij verstrekt aan de rechter-rapporteur. Deze verklaart de lijst uitvoerbaar en afficheert deze op zijn kantoor. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met eventuele algemene voorrechten: i) vorderingen die voortkomen uit een financiering die de schuldenaar in staat stelt om zijn activiteit voort te zetten, ii) vorderingen in verband met de uitvaart en ziekenhuiskosten van de schuldenaar, iii) vorderingen in verband met de levering van voedingsmiddelen, iv) vorderingen die voortkomen uit de levering van diensten door werknemers, honoraria van advocaten, v) vorderingen van landbouwers, vi) vorderingen van de staat en lokale overheden, vii) vorderingen van het Garantiefonds of bijzondere voorrechten van de schuldeisers, dat wil zeggen vorderingen met een voorrecht op een bepaalde roerende of onroerende zaak van de schuldenaar of op een geldbedrag. In geval van gecumuleerde voorrechten, dat wil zeggen als het gaat om de opbrengst van de overdracht van een voorwerp en een geldbedrag, zijn de relevante bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mutatis mutandis van toepassing.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

De schuldenaar en de curator kunnen een reorganisatieplan indienen bij de faillissementsrechtbank. Dit plan moet in ieder geval informatie bevatten over de financiële situatie van de schuldenaar en de betaling van de schuldeisers, een beschrijving van de aan te nemen maatregelen, bijvoorbeeld organisatorische wijzigingen, operationele programma's, alsook informatie over de rechten en de algemene situatie van de schuldeisers op basis van hun categorie etc. De faillissementsrechtbank gaat binnen twintig dagen vanaf de indiening ambtshalve over tot de voorlopige beoordeling van het plan, dat door haar kan worden verworpen op de bij wet vastgelegde gronden. Als het plan niet wordt verworpen, stelt de rechtbank onverwijld middels een arrest een termijn van ten hoogste drie maanden vast waarin het plan al dan niet aanvaard dient te worden door de schuldeisers, evenals de datum van oproeping van de schuldeisers. De behandeling van en de stemming over het plan vinden plaats in het bijzijn van de rechter‑rapporteur. Voor de aanvaarding van het plan is een gekwalificeerde meerderheid vereist. Na de aanvaarding door de schuldeisers wordt het reorganisatieplan ter bekrachtiging ingediend bij de rechtbank. Zodra het arrest ter bekrachtiging in kracht van gewijsde gaat, wordt het plan bindend voor alle schuldeisers van alle categorieën, ongeacht of zij hun vorderingen hebben ingediend. De faillissementsprocedure wordt beëindigd. De schuldeisers in de faillissementsprocedure kunnen dan nog individuele vervolgingen instellen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Nadat de faillissementsprocedure is beëindigd, kan de schuldenaar weer beschikken over zijn vermogen, neemt de schuldenaar het beheer van het vermogen weer op zich en kunnen de schuldeisers individuele vervolgingen instellen. Na de liquidatie van het vermogen wordt de faillissementsprocedure beëindigd en dient de curaotr binnen een maand een rapport in over zijn activiteiten.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten van de insolventieprocedure komen voor rekening van de insolvente boedel.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De verrichtingen van de schuldenaar tussen de staking van betalingen en de faillietverklaring (verdachte periode) die nadelig zijn voor de gezamenlijke schuldeisers worden herroepen (verplichte herroepingshandelingen) of kunnen worden herroepen (mogelijke herroepingshandelingen) op grond van de voorwaarden uit de faillissementswetgeving. Verzoeken om herroeping worden ingediend bij de faillissementsrechtbank door de curator en onder bepaalde voorwaarden door een schuldeiser. Eenieder die een zaak uit het vermogen van de schuldenaar heeft verkregen middels een herroepen handeling dient deze in te brengen in de insolvente boedel.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/02/2018

Insolventie - Spanje

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

De insolventieprocedure, genaamd concurso de acreedores ("vergadering van schuldeisers"), is van toepassing op zowel civiele schuldeisers als handelaren, ongeacht of het natuurlijke of rechtspersonen betreft. Bij Wet 25/2015 van 28 juli 2015 zijn voorschriften ingevoerd voor insolventieprocedures waarbij de schuldenaar een natuurlijke persoon is, met name om de schuldenaar in staat te stellen zich te bevrijden van schulden die tijdens de procedure niet zijn vereffend.

Elke schuldenaar kan insolvent worden verklaard, of het nu gaat om een natuurlijke persoon (waaronder minderjarige en handelingsonbekwame personen), een rechtspersoon, een ondernemer of een consument, hoewel de wet een aantal voorschriften bevat met betrekking tot het type schuldenaar, met name in geval van handelsondernemingen en consumenten.

Rechtspersonen kunnen insolvent worden verklaard, ook als ze in liquidatie verkeren. Het is irrelevant of ze deel uitmaken van een groep ondernemingen, aangezien een of meer van de ondernemingen van de groep insolvent kunnen worden verklaard, maar niet de groep als zodanig.

Een insolventieprocedure kan worden ingeleid met betrekking tot een erfenis, mits deze niet onvoorwaardelijk is aanvaard.

Overheidsinstanties die deel uitmaken van de territoriale organisatie van de staat, openbare lichamen en andere publiekrechtelijke lichamen kunnen niet insolvent worden verklaard.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

2.1 Voorwaarden voor het inleiden van een insolventieprocedure

In de wet zijn bepaalde subjectieve en objectieve voorwaarden vastgesteld waaraan moet worden voldaan om een insolventieprocedure in te leiden:

A) Subjectieve voorwaarde: elke schuldenaar kan insolvent worden verklaard, of het nu gaat om een natuurlijke persoon, een rechtspersoon, een ondernemer of een consument, hoewel de wet een aantal voorschriften bevat met betrekking tot het type schuldenaar, met name in geval van handelsondernemingen en consumenten.

Overheidsinstanties die deel uitmaken van de territoriale organisatie van de staat, openbare lichamen en andere publiekrechtelijke lichamen kunnen niet insolvent worden verklaard.

B) Objectieve voorwaarde: de insolventie van de schuldenaar, gedefinieerd als het onvermogen van de schuldenaar om regelmatig zijn schulden te voldoen.

2.2 Partijen die om inleiding van de procedure kunnen verzoeken

De voorwaarden voor indiening verschillen, afhankelijk van de vraag of de insolventieprocedure wordt aangevraagd door de schuldenaar of door de schuldeisers.

Indien de insolventieprocedure wordt aangevraagd door de schuldenaar (vrijwillige procedure), moet deze voor de rechtbank aantonen dat hij insolvent is of op korte termijn insolvent dreigt te raken, met andere woorden dat hij niet in staat is om regelmatig zijn schulden te voldoen. Indien de schuldenaar reeds insolvent is, is hij verplicht een insolventieprocedure aan te vragen binnen twee maanden nadat hij kennis krijgt of had moeten krijgen van zijn insolventie.

Volgens de wet kan de schuldenaar echter binnen dit tijdsbestek van twee maanden de rechtbank ervan in kennis stellen dat hij met de schuldeisers in onderhandeling is over herfinanciering van de schuld. In dit geval wordt de termijn gedurende de onderhandelingen opgeschort en kunnen de schuldeisers drie maanden lang geen afzonderlijke executieprocedure inleiden ten aanzien van de activa die de schuldenaar voor zijn activiteiten nodig heeft. Nadat deze termijn is verstreken moeten schuldenaren, indien zij niet met de schuldeisers tot overeenstemming komen, binnen één maand een insolventieprocedure aanvragen.

Bij de aanvraag moeten de schuldenaren bepaalde documenten overleggen, zoals een verslag over hun economische activiteiten, een inventaris van de activa, een lijst van schuldeisers met vermelding van kredietgaranties, een lijst van werknemers, en hun boekhouding, indien zij verplicht zijn een boekhouding te voeren.

Schuldenaren, die natuurlijke of rechtspersonen kunnen zijn, moeten een insolventieprocedure aanvragen wanneer zij in een situatie van insolventie verkeren, die wordt gedefinieerd als het onvermogen van een persoon om regelmatig zijn schulden te voldoen. Indien de insolventie imminent is (d.w.z. nog niet is ingetreden, maar wel wordt verwacht), hebben schuldenaren alleen het recht een insolventverklaring aan te vragen.

De indiening van de aanvraag bij de handelsrechtbank (juzgado de lo mercantil) moet voldoen aan bepaalde verplichte vereisten van artikel 6, lid 2, van de Insolventiewet (Ley Concursal), te weten een verslag over de financiële en juridische geschiedenis van de schuldenaar; vermelding of hij aan economische activiteiten deelneemt; als hij een rechtspersoon is, moet hij zijn aandeelhouders, bewindvoerders of vereffenaars en de externe accountant vermelden; inventaris van activa en rechten, met de desbetreffende gegevens om deze te identificeren; een alfabetische lijst van schuldeisers, met vermelding van hun adres en het bedrag en de vervaldatum van de schuldvorderingen, en de bestaande garanties; waar van toepassing, een lijst van werknemers; indien de schuldenaar verplicht is een boekhouding te voeren, moet hij de boeken overleggen; indien hij deel uitmaakt van een groep ondernemingen, moet hij daarvan melding maken en de geconsolideerde jaarrekening van de groep indienen.

Schuldenaren zijn verplicht om samen te werken met de rechter die de insolventieprocedure behandelt en met de bewindvoerders, niet alleen in de passieve zin van voldoen aan de eisen die aan hen worden gesteld, maar ook in de actieve zin van meedelen van alles wat van belang is. Deze verplichting houdt ook de verplichting in om te verschijnen (voor de rechter en voor de bewindvoerders), mee te werken en informatie te verstrekken. Deze verplichtingen gelden voor schuldenaren die natuurlijke personen zijn en voor personen die de facto of de jure directeur van een rechtspersoon zijn, ongeacht of dit hun huidige functie is of dat zij deze functie in de twee voorgaande jaren hebben vervuld. Niet-nakoming van deze verplichting leidt tot het vermoeden van opzettelijk wangedrag of grove nalatigheid in de zin van de verwijtbaarheid van de insolventie (in gevallen waarop het onderdeel over verwijtbaarheid van toepassing is; dat wil zeggen, door de goedkeuring van een nadelige regeling of de inleiding van een liquidatieprocedure).

De schuldenaar kan voor de insolventie verantwoordelijk worden verklaard en worden bestraft. Een insolventieprocedure heeft onder meer tot doel de oorzaken van de insolventie te analyseren en, met name, na te gaan of het gedrag van de schuldenaar of van andere personen die rechtstreeks of op accessoire wijze met hem zijn verbonden, de insolventie mede heeft veroorzaakt of heeft verergerd. Daartoe moeten de desbetreffende verplichtingen worden verduidelijkt aan de hand van de tabel met straffen die is opgenomen in de artikelen 172 en 172 bis van de Insolventiewet.

2.3 Inleiding van de procedure en tijdstip waarop de procedure ingaat

De rechter onderzoekt de overgelegde documenten en als de insolventie of imminente insolventie gerechtvaardigd is, verklaart hij de schuldenaar insolvent op dezelfde dag als de aanvraag of de volgende dag. Indien de overgelegde documenten onvolledig zijn, kan de rechter één enkele termijn van vijf dagen toekennen om deze aan te vullen.

Een insolventieprocedure kan ook worden aangevraagd door een van de schuldeisers, in welk geval sprake is van een verplichte procedure (concurso necesario). Schuldeisers die een insolventverklaring aanvragen, moeten aantonen dat de schuldenaar insolvent is en bewijs overleggen van een executoriale titel tegen de schuldenaar waaruit blijkt dat er niet voldoende activa beschikbaar zijn om de schulden te betalen, of bepaalde feiten aantonen die tot het vermoeden van insolventie leiden. Daarbij kan het gaan om het feit dat de schuldenaar in het algemeen zijn schulden niet meer voldoet, grootschalige beslaglegging op activa van de schuldenaar, overhaaste verhulling of liquidatie van activa of niet-voldoening van bepaalde schulden (belastingen, sociale premies, schuldvorderingen van werknemers).

Indien een insolventieprocedure wordt aangevraagd door een schuldeiser, wordt de schuldenaar gedagvaard en kan hij de insolventverklaring betwisten. In dergelijke gevallen belegt de rechter een zitting waar de partijen bewijs naar voren kunnen brengen met bepaalde beperkingen, en moet hij beslissen of de schuldenaar al dan niet insolvent is en, waar van toepassing, de schuldenaar insolvent verklaren. Er wordt ook een procedure ingeleid indien de schuldenaar de insolventverklaring aanvaardt, deze niet betwist of niet ter zitting verschijnt.

Schuldenaren die natuurlijke personen zijn en wier geschatte schulden maximaal vijf miljoen euro bedragen, kunnen in geval van actuele of imminente insolventie een procedure aanvragen om tot een buitengerechtelijke betalingsregeling te komen. Rechtspersonen die aan de vereisten van artikel 231 van de Insolventiewet voldoen, kunnen eveneens een dergelijke procedure aanvragen.

Het besluit tot inleiding van een insolventieprocedure gaat in zodra het is gegeven, ook wanneer beroep wordt ingesteld.

2.4 Publicatie van de insolventverklaring

De insolventverklaring wordt bij voorkeur gepubliceerd door middel van elektronische media, en een uittreksel van het besluit wordt gepubliceerd in het Spaanse Staatsblad. De rechter kan echter opdracht tot publicatie in meer media geven, indien hij dit nodig acht.

2.5 Voorlopige maatregelen

Op verzoek van de persoon die de insolventieprocedure heeft aangevraagd en, indien van toepassing, na het stellen van zekerheid voor potentiële schulden, kan de rechter nadat hij de aanvraag heeft toegewezen, de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat de activa van de schuldenaar worden vervreemd, op de wijze zoals bepaald in het algemene procesrecht.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

3.1 Activa die deel uitmaken van de insolvente boedel

Alle activa en rechten die de schuldenaar bezit op het moment van insolventverklaring maken deel uit van de insolvente boedel of de "bij de procedure betrokken activa". Dit geldt ook voor alle activa en rechten die de schuldenaar verwerft of die worden teruggevorderd in de loop van de procedure. Hiervan uitgezonderd zijn activa die volgens de wet onbeslagbaar zijn.

Schuldeisers met voorkeursrechten op schepen of vliegtuigen kunnen deze activa van de insolvente boedel afscheiden door de maatregelen te treffen die volgens de sectorale wetgeving zijn toegestaan.

In geval van insolventieprocedures met schuldenaren die natuurlijke personen zijn en zijn gehuwd, maken hun afgescheiden activa deel uit van de bij de procedure betrokken activa. Indien zij in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, worden ook de gemeenschappelijke activa opgenomen als deze nodig zijn om aan de verplichtingen van de schuldenaar te voldoen.

Tijdens een insolventieprocedure hoeft de schuldenaar zijn activiteiten niet te onderbreken en kan hij zijn bedrijfsvoering voortzetten volgens de regeling die is overeengekomen voor goedkeuring of opschorting van zijn bevoegdheden. In geval van toezicht op de bevoegdheden van de schuldenaar is in het algemeen toestemming van de bewindvoerders nodig voor het beheren of vervreemden van activa. Voor bepaalde handelingen van algemene aard kan toestemming worden verkregen indien zij deel uitmaken van de normale bedrijfsactiviteiten. In beginsel kunnen activa pas zonder toestemming van de rechter worden bezwaard om de insolvente onderneming te financieren, nadat het akkoord met de schuldeisers is goedgekeurd of de liquidatieprocedure is ingeleid. In het volgende onderdeel worden de regelingen voor opschorting van of toezicht op de bevoegdheden van de schuldenaar uiteengezet.

De helft van de financiering uit nieuwe kasopbrengsten in het kader van een herfinancieringsproces wordt als een schuldvordering op de insolvente boedel beschouwd.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

4.1 De bevoegdheden van de schuldenaar

In beginsel is het uitgangspunt het onderscheid tussen een vrijwillige procedure en een verplichte procedure (artikel 22). In het eerste geval blijft de schuldenaar zijn activa beheren en erover beschikken en staat hij onder toezicht van de bewindvoerder, wiens toestemming of instemming hij nodig heeft. Bij een verplichte procedure wordt de bevoegdheid van de schuldenaar om zijn activa te beheren en erover te beschikken, opgeschort en treedt de bewindvoerder in de plaats van de schuldenaar. Het doel van de regeling is niet om de schuldenaar te straffen, maar om de activa te beschermen en de resultaten van de procedure te waarborgen.

Het criterium is echter voortzetting van de economische activiteiten van de schuldenaar, waarvoor de bewindvoerder volgens artikel 44 een reeks activiteiten kan vaststellen die vanwege hun aard en bedrag zijn vrijgesteld van de nodige controle. Het systeem is flexibel, aangezien de rechter bij gemotiveerde beslissing opschorting van bevoegdheden kan gelasten in geval van een vrijwillige procedure, en louter toezicht in het kader van een toestemmings- of instemmingsregeling in geval van een verplichte procedure. Daarmee geeft hij aan welke risico’s hij hoopt te vermijden en welke voordelen hij hoopt te behalen.

Daarnaast kan de oorspronkelijke regeling voor beperking of uitwisseling van bevoegdheden op verzoek van de bewindvoerder later worden gewijzigd, ook bij gemotiveerde beslissing en na de schuldenaar te hebben gehoord (de wijziging geschiedt niet automatisch). Aan deze wijziging moet dezelfde publiciteit worden gegeven als aan de insolventverklaring.

Nadat de procedure is beëindigd, eindigt ook de beperking van de bevoegdheden. Anders blijft de beperking bestaan totdat het akkoord met de schuldeisers wordt goedgekeurd. In het akkoord kunnen maatregelen worden vastgesteld die de bevoegdheden van de schuldenaar beperken of uitsluiten. Als de insolventieprocedure eindigt in liquidatie, houdt de opening van deze fase in dat de bevoegdheden van de schuldenaar worden opgeschort.

De Insolventiewet heeft in het algemeen tot doel de bij de insolventieprocedure betrokken activa van de schuldenaar in stand te houden. In bepaalde gevallen is het echter mogelijk om tijdens de insolventieprocedure activa van de schuldenaar te verkopen met toestemming van de rechter, die in sommige gevallen niet is vereist. Verkoop van productie-eenheden tijdens de insolventieprocedure is ook mogelijk, op de wijze zoals bepaald in artikel 146 bis.

Als uitzondering op de algemene regel van voortzetting van de activiteiten van de schuldenaar kunnen op verzoek van de bewindvoerder, en nadat de schuldenaar en de werknemersvertegenwoordigers zijn gehoord, de kantoren van de schuldenaar worden gesloten of zijn activiteiten worden opgeschort. Wanneer dit de collectieve beëindiging, opschorting of wijziging van arbeidsovereenkomsten met zich meebrengt, moet de rechter handelen volgens bijzondere regels.

De wet voorziet ook in specifieke verplichtingen ten aanzien van de boekhouding van de schuldenaar. De gevolgen van de insolventieprocedure voor de bestuursorganen van insolvente rechtspersonen worden afzonderlijk geregeld.

4.2 Benoeming en bevoegdheden van bewindvoerders

De bewindvoerder is een onmisbare persoon of instantie die de rechter bijstaat en belast is met het beheer van de insolventieprocedure. Nadat de insolventieprocedure is ingeleid, gelast de rechter de inleiding van de tweede fase van de procedure. Deze omvat alles wat betrekking heeft op de benoeming, status, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bewindvoerder.

De bewindvoerder wordt gekozen uit de natuurlijke en rechtspersonen die vrijwillig zijn ingeschreven in het Openbare Insolventieregister (Registro Público Concursal), overeenkomstig de bij wet vastgestelde voorwaarden. In dit verband wordt een onderscheid gemaakt tussen kleine, middelgrote en grote insolventieprocedures. De eerste benoeming uit de lijst vindt plaats door loting en daarna bij toerbeurt, behalve in het geval van grote procedures, waarbij de rechter de bewindvoerder kan benoemen die hij het meest geschikt acht, onder vermelding van de gronden en volgens de wettelijke criteria. In het geval van een insolventieprocedure waarbij kredietinstellingen betrokken zijn, benoemt de rechter de bewindvoerder uit de personen die zijn voorgesteld door het Fonds voor de Ordelijke Herstructurering van de Banken (Fondo de Reestructuración Ordenada Bancaria). De rechter benoemt bewindvoerders uit de personen die zijn voorgesteld door de Nationale Beurscommissie (Comisión Nacional del Mercado de Valores) als het gaat om een procedure waarbij instellingen zijn betrokken die aan haar toezicht zijn onderworpen, of door het Verzekeringsgarantiefonds (Consorcio de Compensación de Seguros) in geval van verzekeringsmaatschappijen.

Normaal gesproken wordt slechts één bewindvoerder benoemd. Bij wijze van uitzondering kan de insolventierechter in insolventieprocedures om redenen van openbaar belang die dit rechtvaardigen, een schuldeiser die een overheidsinstantie is of een schuldeiser die een publiekrechtelijk lichaam is dat met die overheidsinstantie is verbonden of daaraan verantwoording is verschuldigd, als tweede bewindvoerder benoemen.

In artikel 33 van de Insolventiewet worden de taken van bewindvoerders in detail uiteengezet en als volgt geclassificeerd: taken van procedurele aard, taken met betrekking tot de schuldenaar of zijn bestuursorganen, taken betreffende arbeidszaken, taken met betrekking tot rechten van schuldeisers, rapportage- en evaluatietaken, taken met betrekking tot de tegeldemaking of liquidatie van activa, en secretariële taken. De belangrijkste taak is het indienen van het in artikel 75 bedoelde verslag, onder bijvoeging van een voorstel voor de inventaris van de activa en de lijst van schuldeisers.

De beloning van bewindvoerders wordt door de rechter vastgesteld volgens de in Koninklijk Besluit 1860/2004 van 6 september 2004 vastgestelde beloningsschaal.

De benoemde bewindvoerder moet de functie aanvaarden en kan door de rechter worden afgewezen of ontslagen wanneer daar gegronde redenen voor zijn. Bewindvoerders kunnen ook gemachtigde assistenten benoemen om hen bij te staan in de uitoefening van hun taak.

4.3 De insolventierechter

De bevoegdheid om insolventieprocedures te behandelen, behoort tot het handelsrecht als gespecialiseerde tak van het civiele recht. De rechter spreekt de insolventie uit en leidt de procedure. Artikel 86 ter van Organieke Wet 6/1985 van 1 juli 1985 inzake de rechterlijke organisatie (Ley Orgánica del Poder Judicial) bevat een lijst van bevoegdheden van rechters in handelszaken, waaronder met name onderwerpen op het gebied van insolventieprocedures.

In de insolventverklaring, of reeds daarvoor als voorzorgsmaatregel, kan de rechter de fundamentele rechten van de schuldenaar beperken. Bij deze beperkingen kan het gaan om: (a) onderschepping van postale en telefonische communicatie; (b) de verplichting om op zijn adres te wonen, met de mogelijkheid van huisarrest; en (c) binnentreding en doorzoeking van de woning. Indien de schuldenaar een rechtspersoon is, kunnen deze maatregelen ook worden genomen met betrekking tot alle of enkele van zijn huidige directeuren of vereffenaars, en degenen die de functie in de twee voorgaande jaren hebben uitgeoefend.

Artikel 8 van de Insolventiewet kent aan de insolventierechter "exclusieve en uitsluitende" bevoegdheden toe in verband met een reeks aangelegenheden die in het algemeen betrekking hebben op alle procedures die zijn gericht op of die rechtstreeks verband houden met de activa van de schuldenaar. De rechter is tevens bevoegd om beslissingen te nemen over collectieve schorsing van arbeidsovereenkomsten wanneer de werkgever insolvent wordt verklaard en om aansprakelijkheidsprocedures tegen de directeuren of vereffenaars van de insolvente onderneming te behandelen.

Wat prejudiciële beslissingen betreft, en alleen in het kader van het insolventieproces, strekken de bevoegdheden van de rechter zich ook uit tot administratieve en sociale aangelegenheden die rechtstreeks verband houden met de insolventieprocedure.

De Insolventiewet bevat regels inzake internationale en territoriale jurisdictie en specifieke regels inzake de te volgen procedure. Deze regels hebben voorrang op die welke zijn vastgesteld in de algemene procedurele bepalingen.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Nadat een insolventieprocedure is ingeleid, kunnen schuldvorderingen of schulden van de schuldenaar niet meer worden verrekend. Verrekening is echter wel toegestaan indien voorafgaand aan de insolventverklaring aan de daarvoor geldende vereisten is voldaan, ook wanneer het besluit op een later tijdstip wordt gegeven. Deze vereisten zijn, in algemene zin, vastgesteld in artikel 1196 van het Burgerlijk Wetboek (Código Civil) (wederkerigheid van de schuldvorderingen, uniformiteit van de schulden, en verschuldigdheid en opeisbaarheid).

Insolventieprocedures met een internationaal element zijn vrijgesteld van deze regel indien het op de wederkerige schuldvordering van de schuldenaar toepasselijke recht dit toestaat in situaties van insolventie.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

6.1 Gevolgen voor overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is

De Insolventiewet regelt de gevolgen van insolventieprocedures voor overeenkomsten die de schuldenaar voorafgaand aan de insolventverklaring met derden heeft gesloten en die nog niet zijn uitgevoerd. Het onderwerp wordt benaderd met betrekking tot bilaterale overeenkomsten, aangezien unilaterale overeenkomsten bepalen dat schuldvorderingen van derden-schuldeisers die zijn erkend of waarvoor een vordering tot erkenning is ingediend, worden opgenomen in de bij de procedure betrokken activa, zoals tot uitdrukking gebracht in artikel 61. Met overheidsinstanties gesloten overeenkomsten worden geregeld in het bijzondere bestuursrecht.

Als algemeen beginsel is in artikel 61, lid 2, bepaald dat de insolventverklaring op zich geen gevolgen heeft voor overeenkomsten met wederkerige verplichtingen die nog niet zijn uitgevoerd door de schuldenaar of door de andere partij. De verplichtingen van de schuldenaar worden ten laste van de insolvente boedel gebracht. Vergoedingen in verband met beëindiging worden eveneens beschouwd als een schuldvordering op de insolvente boedel.

Ter versterking van de geldigheid van deze overeenkomsten is in de wet bepaald dat alle clausules volgens welke de overeenkomst enkel op grond van de insolventverklaring van een van de partijen kan worden ontbonden of beëindigd, als ongeldig worden beschouwd.

Indien dit in het belang van de insolventieprocedure is, kan de bewindvoerder (in geval van opschorting) of de schuldenaar (in geval van toezicht) verzoeken om beëindiging van de overeenkomst door de insolventierechter. In dergelijke gevallen moet de rechter de schuldenaar, de bewindvoerder en de andere partij bij de overeenkomst oproepen om voor de rechtbank te verschijnen. Indien de voor de rechtbank verschijnende partijen tot overeenstemming komen, zal de rechter de overeenkomst bij beschikking beëindigen. Wordt geen overeenstemming bereikt, dan wordt het geschil behandeld in het kader van een incidentele insolventieprocedure en beslist de rechter over alles wat te maken heeft met terugbetaling van betalingen en schadevergoedingen. Deze worden ten laste van de insolvente boedel gebracht en kunnen vanzelfsprekend significant zijn wanneer het bedrag aanzienlijk is.

6.2 Beëindiging wegens contractbreuk

Volgens artikel 62 heeft een insolventverklaring geen gevolgen voor de beëindiging van bilaterale overeenkomsten wegens niet-nakoming door een van beide partijen. In geval van duurovereenkomsten kan ook tot beëindiging worden overgegaan indien de contractbreuk plaatsvond voorafgaand aan de insolventverklaring. Maar zelfs indien er redenen voor beëindiging zijn, kan de rechter met inachtneming van de belangen van de insolventieprocedure gelasten dat de overeenkomst wordt nagekomen. De verschuldigde of door de schuldenaar te verrichten betalingen worden ten laste van de insolvente boedel gebracht.

Vorderingen tot beëindiging van een overeenkomst moeten worden ingesteld bij de insolventierechter, in het kader van een incidentele insolventieprocedure. Zodra het verzoek is ingewilligd (en de overeenkomst dus is beëindigd), vervallen alle uitstaande schulden. Indien de inbreuk door de schuldenaar heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de insolventverklaring, omvat de insolventieprocedure met betrekking tot de opeisbare schulden ook de schuldvorderingen van schuldeisers die aan hun contractuele verplichtingen hebben voldaan. Heeft de inbreuk na de insolventverklaring plaatsgevonden, dan worden de schuldvorderingen van de partijen die aan hun verplichtingen hebben voldaan, ten laste van de insolvente boedel gebracht. De schuldvorderingen omvatten ook alle schadevergoedingen (artikel 62, lid 4).

Artikel 64 van de wet voorziet in specifieke bepalingen waarin de gevolgen voor arbeidsovereenkomsten worden geregeld, en in het daaropvolgende artikel worden de gevolgen voor overeenkomsten met het hogere management geregeld.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

7.1 Verbod op nieuwe vorderingen tot verkrijging van een verklaring van recht

Rechters in burgerlijke zaken en arbeidszaken kunnen geen vorderingen ontvankelijk verklaren die door de insolventierechter moeten worden behandeld (hoofdzakelijk die welke tegen de activa van de schuldenaar zijn gericht).

Indien door een fout een dergelijke vordering ontvankelijk is verklaard, wordt de beëindiging van alle procedures gelast en zijn alle ingestelde vorderingen nietig. Rechters in handelszaken mogen ook geen vorderingen ontvankelijk verklaren die na de inleiding van de insolventieprocedure en tot de afronding ervan zijn ingesteld indien deze vorderingen betrekking hebben op schuldvorderingen in verband met zakelijke verplichtingen tegenover de directeuren van insolvente kapitaalvennootschappen die hun verplichtingen niet zijn nagekomen als er redenen voor liquidatie zijn.

7.2 Gevolgen van de insolventverklaring voor executie- en incassoprocedures ten aanzien van de activa van de schuldenaar

De algemene regel is dat nadat de insolventieprocedure is ingeleid, geen individuele, gerechtelijke of buitengerechtelijke executieprocedures mogen worden gestart en administratieve en belastinginningsprocedures ten aanzien van de activa van de schuldenaar niet mogen worden voortgezet. Indien dit verbod wordt geschonden, is de sanctie dat de vordering nietig wordt verklaard. De regel kent twee uitzonderingen waarbij de executie mag worden voortgezet ondanks de insolventverklaring en tot aan de goedkeuring van het liquidatieplan: (a) bestuursrechtelijke executieprocedures waarbij een beslagleggingsbevel is gegeven; en (b) arbeidsgerelateerde executieprocedures met betrekking tot beslaglegging op aan de schuldenaar toebehorende activa voorafgaand aan de insolventverklaring, en mits de in beslag genomen activa niet nodig zijn voor de voortzetting van het bedrijf van de schuldenaar of voor zijn beroepsactiviteit.

Met betrekking tot lopende executieprocedures bepaalt artikel 55, lid 2, dat aanhangige vorderingen moeten worden opgeschort vanaf de datum van insolventverklaring, hoewel de overeenkomstige schuldvorderingen in de insolventieprocedure kunnen worden behandeld.

Er gelden bijzondere regels voor uitwinning van zekerheden. Deze zijn opgenomen in het volgende onderdeel, waarin wordt ingegaan op de gevolgen voor bepaalde schuldvorderingen.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

8.1 Gevolgen voor procedures tot verkrijging van een verklaring van recht die aanhangig zijn op het moment van insolventverklaring

Op het moment van insolventverklaring aanhangige procedures tot verkrijging van een verklaring van recht waarbij de schuldenaar betrokken is, worden voortgezet tot aan de definitieve uitspraak. Procedures ten aanzien van rechtspersonen die schadevergoeding van hun directeur, vereffenaar of accountant vorderen, worden echter bij de insolventieprocedure gevoegd en volgens de gebruikelijke procedurele bepalingen voortgezet.

Arbitrageprocedures: arbitrageovereenkomsten waarbij de schuldenaar betrokken is, worden tijdens de insolventieprocedure ongeldig (artikel 52). Daarom is het verboden om na de insolventverklaring een arbitrageprocedure in te leiden. Lopende procedures worden voortgezet totdat het arbitrale vonnis onherroepelijk is geworden.

8.2 Het recht van de schuldenaar om vorderingen in te stellen (artikel 54)

De wet bepaalt dat de schuldenaar vorderingen mag instellen volgens de bevoegdheden die hij heeft behouden. Indien de schuldenaar onder bewind staat, heeft de bewindvoerder in het algemeen het recht om vorderingen van niet-persoonlijke aard in te stellen. Staat de schuldenaar onder toezicht, dan heeft hij het recht om met deugdelijke toestemming van de bewindvoerder vorderingen in te stellen indien de vorderingen gevolgen hebben voor de activa van de schuldenaar. In geval van toezicht kan de rechter de bewindvoerder toestemming geven een vordering in te stellen indien deze laatste van mening is dat dit wenselijk is in het belang van de insolventieprocedure en de schuldenaar het zelf niet doet.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

9.1 Deelname van schuldeisers aan insolventieprocedures

Schuldeisers kunnen de rechter om inleiding van een insolventieprocedure verzoeken en de schuldenaar kan het verzoek betwisten, in welk geval een zitting wordt gehouden en de rechter bij beschikking uitspraak doet. Indien de rechter een insolventieprocedure inleidt, wordt deze als "verplicht" beschouwd. Dit betekent normaliter dat de schuldenaar het recht van beheer en beschikking over zijn vermogen verliest en dat de bewindvoerder in zijn plaats treedt.

Wanneer een insolventieprocedure wordt ingeleid, kunnen de schuldeisers binnen één maand na publicatie van de beschikking in het Spaanse Staatsblad hun schuldvorderingen indienen en moet de bewindvoerder elke van de in de documenten van de schuldenaar vermelde schuldeisers informeren dat het hun eigen verantwoordelijkheid is om hun schuldvorderingen mee te delen. Voor schuldeisers met woonplaats in het buitenland geldt dezelfde termijn. Deze mededeling moet schriftelijk worden gedaan en aan de bewindvoerder worden gericht, en moet de volgende gegevens bevatten: vermelding van de schuldvordering met de nodige informatie over het bedrag, de data waarop de schuldvordering is ontstaan en opeisbaar werd, de kenmerken en de verwachte classificatie. Indien een bijzonder voorkeursrecht wordt ingeroepen, moeten de activa of tegen betaling verworven rechten en hun registratiegegevens worden vermeld. Ook de bewijsstukken moeten worden bijgevoegd. Deze mededelingen kunnen elektronisch worden gedaan.

De bewindvoerder beslist voor elke schuldvordering over het al dan niet opnemen daarvan in een bij zijn verslag te voegen lijst van schuldeisers, alsook over het bedrag van de vordering en de classificatie ervan. Schuldeisers die ontevreden zijn over de classificatie of het bedrag van de schuldvordering en schuldeisers die niet zijn opgenomen, kunnen het verslag binnen een termijn van tien dagen betwisten door een verzoek om een incidentele insolventieprocedure in te dienen, waarop de rechter uitspraak doet. Alvorens het verslag in te dienen (in de tien dagen voor de indiening ervan), stuurt de bewindvoerder aan de schuldeisers wier adres bekend is een elektronische mededeling met informatie over de voorlopige lijst van schuldeisers en de inventaris. Schuldeisers die ontevreden zijn, kunnen bij de bewindvoerder een schriftelijk verzoek indienen om fouten te rectificeren of om andere nodige informatie te verstrekken.

Schuldeisers nemen ook deel aan de akkoordfase en de liquidatiefase. In de akkoordfase kunnen zij een akkoordvoorstel indienen en kunnen zij tevens aangeven of zij instemmen met het door de schuldenaar ingediende voorstel voor een vervroegd akkoord. In ieder geval worden zij opgeroepen voor een vergadering van schuldeisers waar het akkoord wordt besproken en over goedkeuring ervan wordt gestemd. Daarvoor is de aanwezigheid van de in artikel 124 van de Insolventiewet bepaalde meerderheden vereist. Deze procedure kan ook schriftelijk plaatsvinden wanneer er meer dan driehonderd schuldeisers zijn.

Sommige schuldeisers (degenen die de vergadering niet bijwonen of degenen wier stemrecht hun op een onwettige manier is ontnomen) kunnen de goedkeuring van het akkoord betwisten, en na goedkeuring kunnen de schuldeisers om niet-naleving van het akkoord verzoeken.

In de liquidatiefase kunnen schuldeisers opmerkingen indienen over het door de bewindvoerder voorgelegde liquidatieplan en over het definitieve verslag, alvorens de insolventieprocedure voor beëindigd wordt verklaard.

In de classificatiefase hebben de schuldeisers de status van partij en kunnen zij opmerkingen indienen over het verslag van de bewindvoerder en het standpunt van het openbaar ministerie, hoewel zij volgens de wet geen onafhankelijke classificatievorderingen kunnen indienen.

Ten slotte kunnen schuldeisers in bepaalde gevallen met betrekking tot de beëindiging van de insolventieprocedure ook opmerkingen indienen waarin zij de beëindiging betwisten.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

10.1 Vervreemding van activa van de insolvente boedel in de initiële fase

Aangezien insolventieprocedures de activiteiten van de schuldenaar niet opschorten, kan de schuldenaar ook nadat de insolventie is uitgesproken over zijn activa beschikken overeenkomstig de vastgestelde toezichtregeling: indien hij onder toezicht staat, is hij gebonden aan de toestemming of instemming van de bewindvoerder en indien hij onder bewind staat, is de bewindvoerder verantwoordelijk voor zijn activa.

Totdat het akkoord is goedgekeurd of de liquidatiefase begint, kunnen de activa van de insolvente boedel in beginsel alleen worden vervreemd of bezwaard met toestemming van de rechter. Dit geldt niet voor: (a) de verkoop van activa die de bewindvoerder onmisbaar acht om de levensvatbaarheid van de onderneming of de voor de procedure vereiste liquiditeiten te waarborgen; (b) de verkoop van activa die niet nodig zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de schuldenaar, met de garantie dat de prijs in grote lijnen overeenkomt met de waarde die in de inventaris aan het activum is toegekend; en (c) vervreemding van activa die essentieel zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de schuldenaar.

In dit laatste geval kan de bewindvoerder, wanneer de schuldenaar het recht van beheer en beschikking over zijn vermogen niet is ontnomen, van tevoren bepalen welke aan de bedrijfs- of handelsactiviteiten van de onderneming inherente handelingen of activiteiten de schuldenaar zelf mag uitvoeren, afhankelijk van de aard en het bedrag ervan. De schuldenaar kan deze handelingen ook uitvoeren vanaf het moment van insolventverklaring totdat de bewindvoerder aantreedt.

10.2 Vervreemding van activa van de insolvente boedel in de liquidatiefase

Er zijn twee hoofdfasen in het liquidatieproces:

(a) afwikkeling van de liquidatie overeenkomstig een door de bewindvoerder opgesteld plan, waarover de schuldenaar, de schuldeisers en de werknemersvertegenwoordigers opmerkingen kunnen indienen en dat door de rechter moet worden goedgekeurd. De wet is erop gericht om, waar mogelijk, de onderneming te beschermen en bevat daartoe bijzondere regels voor de verkoop van productie-eenheden. Het plan kan worden aangevochten voor de rechter, en de liquidatie moet worden uitgevoerd volgens de bepalingen van het plan. Indien het plan niet wordt goedgekeurd, voorziet de wet in standaardregels;

(b) betaling van schuldeisers, met dien verstande dat met de betaling ook kan worden begonnen wanneer de liquidatie nog niet is beëindigd.

Er moet evenwel op worden gewezen dat niet alle liquidatieactiviteiten in deze fase van de procedure plaatsvinden. Bepaalde activa kunnen tijdens de initiële fase te gelde worden gemaakt voor andere doeleinden dan betaling van schuldeisers, zoals in de volgende gevallen: bij de procedure betrokken activa kunnen worden beschermd met als doel de economische activiteiten van de schuldenaar voort te zetten; schuldeisers met voorkeursrechten voor schepen of vliegtuigen kunnen deze activa afscheiden van de insolvente boedel als een van de maatregelen waartoe zij gerechtigd zijn op grond van bijzondere wetgeving; en ten slotte kunnen bepaalde voorafgaand aan de insolventieprocedure door individuele preferente schuldeisers ingeleide executieprocedures worden voortgezet, evenals bestuursrechtelijke executieprocedures indien het beslagleggingsbevel is gegeven voordat de insolventie werd uitgesproken.

Bij de verkoop van activa tijdens de liquidatie bestaat in beginsel de nodige vrijheid, overeenkomstig de bepalingen van het door de rechter goedgekeurde liquidatieplan. De bewindvoerder kan ook een gespecialiseerde entiteit inschakelen om bepaalde activa te verkopen, over het algemeen ten laste van zijn eigen beloning. De bij Wet 9/2015 van 25 mei 2015 doorgevoerde hervorming voorziet echter in dwingende regels, met name met betrekking tot activa en rechten waaraan preferente schuldvorderingen zijn verbonden. In zaken die in het plan niet aan bod komen, worden de regels inzake vervreemding van activa in het kader van individuele executiemaatregelen in civiele procedures toegepast. De activa worden doorgaans verkocht via rechtstreekse verkoop, met bepaalde publiciteitsgaranties afhankelijk van de aard van het actief in kwestie. Inbetalinggeving ter volledige of gedeeltelijke betaling van niet-publieke schuldeisers is eveneens toegestaan.

De wet bevat specifieke regels voor de verkoop van productie-eenheden gedurende de verschillende fasen van de insolventieprocedure (geleid door het beginsel van bescherming van de onderneming), zodat met één enkele verkoopovereenkomst alle activa worden overgedragen en met bijzondere regels voor de overdracht van de verplichtingen van de activiteit in kwestie.

In beginsel behelst de verkoop van productie-eenheden de overdracht van alle overeenkomsten die instrumenteel verbonden zijn met de activiteit, maar niet de overname van schulden van vóór de insolventieprocedure, tenzij de kopers met de schuldenaar zijn verbonden of de arbeidsrechtelijke regels inzake bedrijfsopvolging van toepassing zijn. In dergelijke gevallen kan de rechter beslissen dat de koper de achterstallige lonen of vergoedingen van vóór de verkoop niet hoeft over te nemen en dat deze worden betaald uit het Salarisgarantiefonds (Fondo de Garantía Salarial). Om het voortbestaan van de onderneming te waarborgen, kunnen de nieuwe koper en de werknemers overeenkomsten sluiten tot wijziging van de collectieve arbeidsvoorwaarden.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Nadat de insolventieprocedure is ingeleid, worden de schuldvorderingen van alle schuldeisers, zowel concurrent als preferent, en ongeacht hun nationaliteit en woonplaats, opgenomen onder de schulden van de schuldenaar. Het doel hiervan is om op basis van de beginselen van par condicio creditorum en naleving van de "dividendwetgeving" (ley del dividendo) alle schuldvorderingen gelijk te behandelen in het kader van de geverifieerde insolventie van de schuldenaar en als het gaat om het vereffenen van al zijn schulden (de artikelen 49 en 76).

Een eerste essentieel onderscheid is dat tussen insolventieschuldeisers en schuldeisers die niet bij de insolventieprocedure zijn betrokken: boedelschuldeisers.

De schuldvorderingen op de insolvente boedel zijn in artikel 84, lid 2, van de Insolventiewet vermeld met een beperkte lijst, hetgeen inhoudt dat niet opgenomen schuldvorderingen als insolventievorderingen worden beschouwd. In beginsel, en in de grote meerderheid van de gevallen, gaat het hierbij om schuldvorderingen die na de insolventverklaring zijn ontstaan als gevolg van de procedure of van de voortzetting van de activiteiten van de schuldenaar, of om schuldvorderingen die ontstaan als gevolg van niet-contractuele aansprakelijkheid. Er zijn echter ook andere zaken opgenomen, zoals loonvorderingen over de laatste dertig gewerkte dagen voorafgaand aan de insolventverklaring en voor een bedrag dat niet hoger is dan tweemaal het minimaal gegarandeerde interprofessionele loon, en onderhoudsvorderingen van de schuldenaar of degenen ten aanzien van wie hij een wettelijke onderhoudsplicht heeft.

In andere gevallen vloeien deze schuldvorderingen voort uit besluiten tijdens de procedure, bijvoorbeeld bij het bepalen van de gevolgen van actio pauliana of als gevolg van de beëindiging van overeenkomsten.

De helft van het bedrag van de schuldvorderingen uit de nieuwe kasopbrengsten in het kader van een herfinancieringsovereenkomst, onder de voorwaarden van artikel 71 bis of de vierde aanvullende bepaling, kan eveneens als schuldvorderingen op de insolvente boedel worden beschouwd.

In geval van liquidatieprocedures zijn schuldvorderingen die aan de schuldenaar zijn toegekend in het kader van een akkoord en overeenkomstig de bepalingen van artikel 100, lid 5, ook schuldvorderingen op de insolvente boedel.

Schuldvorderingen op de insolvente boedel zijn vooraf aftrekbaar, dat wil zeggen dat ze zijn bevoorrecht boven alle andere schuldvorderingen en dat ze niet worden beïnvloed door de opschorting van renteopbouw.

Salarisvorderingen over de laatste dertig gewerkte dagen moeten onmiddellijk worden betaald. De rest van de schuldvorderingen op de insolvente boedel wordt betaald wanneer zij opeisbaar worden, maar de bewindvoerder kan deze regel wijzigen indien dit vereist is in het belang van de insolventieprocedure en indien de beschikbare activa toereikend zijn om alle schuldvorderingen op de insolvente boedel te betalen.

De wet bevat echter specifieke voorschriften (artikel 176 bis) voor gevallen waarin de activa van de schuldenaar vermoedelijk niet toereikend zijn om de schuldvorderingen op de insolvente boedel te betalen. In dergelijke gevallen zal de insolventieprocedure verplicht worden beëindigd. Als de bewindvoerder dit verwacht, moet hij de rechter daarvan in kennis stellen en overgaan tot betaling van de schuldvorderingen op de insolvente boedel overeenkomstig een specifieke volgorde, zoals bedoeld in artikel 176 bis, lid 2.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Wanneer een insolventieprocedure wordt ingeleid, kunnen de schuldeisers binnen één maand na publicatie van de beschikking in het Spaanse Staatsblad hun schuldvorderingen indienen en informeert de bewindvoerder elk van de in de documenten van de schuldenaar vermelde schuldeisers over de verantwoordelijkheid om hun schuldvorderingen mee te delen. Hiervoor bestaat geen specifiek formulier. Voor schuldeisers met woonplaats in het buitenland geldt dezelfde termijn, hoewel de bepalingen van de artikelen 53 en 55 van Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures van toepassing zijn.

De mededeling van de schuldvordering moet schriftelijk worden gedaan en aan de bewindvoerder worden gericht, en moet de volgende gegevens bevatten: vermelding van de schuldvordering met de nodige informatie over het bedrag, de data waarop de schuldvordering is ontstaan en opeisbaar werd, de kenmerken en de verwachte classificatie. Indien een bijzonder voorkeursrecht wordt ingeroepen, moeten de activa of tegen betaling verworven rechten en hun registratiegegevens worden vermeld. Ook de bewijsstukken moeten worden bijgevoegd. Deze mededelingen kunnen elektronisch worden gedaan.

De bewindvoerder beslist voor elke schuldvordering over het al dan niet opnemen daarvan in een bij zijn verslag te voegen lijst van schuldeisers, alsook over het bedrag van de vordering en de classificatie ervan. Schuldeisers die ontevreden zijn over de classificatie of het bedrag van de schuldvordering en schuldeisers die niet zijn opgenomen, kunnen het verslag binnen een termijn van tien dagen betwisten door een verzoek om een incidentele insolventieprocedure in te dienen, waarop de rechter uitspraak doet. Alvorens het verslag in te dienen (in de tien dagen voor de indiening ervan), stuurt de bewindvoerder aan de schuldeisers wier adres bekend is een elektronische mededeling met informatie over de voorlopige lijst van schuldeisers en de inventaris. Schuldeisers die ontevreden zijn, kunnen bij de bewindvoerder een schriftelijk verzoek indienen om fouten te rectificeren of om andere nodige informatie te verstrekken.

Indien schuldeisers hun schuldvorderingen niet tijdig meedelen, kunnen ze alsnog in de lijst worden opgenomen door de bewindvoerder of door de rechter wanneer deze een beslissing neemt over betwistingen van de lijst van schuldeisers, maar hebben ze een achtergestelde status. De volgende schuldvorderingen worden echter niet achtergesteld om deze redenen en worden dienovereenkomstig geclassificeerd: de in artikel 86, lid 3, vermelde schuldvorderingen, schuldvorderingen die voortvloeien uit de documenten van de schuldenaar, schuldvorderingen die zijn vastgelegd in een executoriale titel, schuldvorderingen die zijn gedekt door zekerheden die zijn ingeschreven in een openbaar register, schuldvorderingen die op een andere manier zijn geregistreerd in een insolventieprocedure of in een andere juridische procedure, en schuldvorderingen die door de overheidsdiensten moeten worden geverifieerd.

Schuldvorderingen die ook niet aan deze criteria voor opname in de lijst voldoen en na de uiterste datum zijn meegedeeld, worden onder geen beding betaald in de insolventieprocedure.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Insolventievorderingen worden volgens de wet in drie categorieën ingedeeld (artikel 89): preferente, concurrente en achtergestelde schuldvorderingen. Preferente schuldvorderingen worden in bijzondere en algemene schuldvorderingen en vervolgens in verschillende klassen onderverdeeld op de wijze zoals bepaald in het nieuwe artikel 94, lid 2. De classificatie van schuldvorderingen in de Insolventiewet vindt automatisch plaats. De categorie concurrente schuldvorderingen is een restcategorie, en omvat alle schuldvorderingen die niet in een van de twee andere categorieën (preferent of achtergesteld) vallen.

A) Schuldvorderingen met bijzondere preferentie (artikel 90) omvatten:

1. schuldvorderingen die zijn gedekt door een hypotheek, zekerheidseigendom of een wettelijk pandrecht op gehypothekeerde of verpande activa of rechten;

2. schuldvorderingen die zijn gedekt door verpanding van de inkomsten uit bezwaard eigendom;

3. leningen op vaste activa, waaronder de schuldvorderingen van werknemers op de door hen vervaardigde voorwerpen terwijl deze eigendom zijn of in het bezit zijn van de schuldenaar;

4. schuldvorderingen ten aanzien van financiëleleasebetalingen of koop op afbetaling van roerende of onroerende activa, ten gunste van de lessors of verkopers en, indien van toepassing, de financiers, op activa die worden geleased of verkocht met eigendomsvoorbehoud, met een verbod op vervreemding of met een ontbindende voorwaarde in geval van niet-betaling;

5. schuldvorderingen die zijn gegarandeerd met effecten die in girale vorm worden weergegeven, op de bezwaarde effecten;

6. schuldvorderingen die zijn zekergesteld door een in openbare documenten gevestigd pandrecht, op verpande activa of rechten die in bezit zijn van de schuldeiser of een derde. In geval van zekergestelde schuldvorderingen volstaat het dat zij in een gewaarmerkt en gedateerd document zijn vastgelegd om voorrang te hebben op de verpande activa. Pandrechten die als zekerheid voor toekomstige schuldvorderingen dienen, bieden alleen bijzondere preferentie voor schuldvorderingen die vóór de insolventverklaring zijn ontstaan en schuldvorderingen die daarna ontstaan indien zij ingevolge artikel 68 worden vernieuwd of wanneer het pandrecht voorafgaand aan de insolventverklaring in een openbaar register wordt bijgeschreven.

Bijzondere preferentie heeft alleen gevolgen voor het deel van de schuldvordering dat niet hoger is dan de waarde van de respectieve garantie die in de lijst van schuldeisers is opgenomen. Het bedrag van de schuldvordering boven het bedrag dat als bijzonder preferent wordt erkend, wordt geclassificeerd naargelang van de aard ervan.

B) Schuldvorderingen met algemene preferentie (artikel 91) omvatten:

1. loonvorderingen zonder bijzondere preferentie, voor het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van driemaal het minimaal gegarandeerde interprofessionele loon met het aantal dagen achterstallig loon; vergoedingen in verband met de beëindiging van contracten, voor het bedrag dat overeenkomt met het wettelijke minimum dat wordt berekend op basis van ten hoogste driemaal het minimaal gegarandeerde interprofessionele loon; vergoedingen in verband met arbeidsongevallen en beroepsziekten waarop voorafgaand aan de insolventverklaring recht bestond;

2. de bedragen die overeenkomen met de ingehouden belastingen en socialezekerheidsbijdragen die de schuldenaar verschuldigd is overeenkomstig een wettelijke verplichting;

3. schuldvorderingen van natuurlijke personen die voortvloeien uit freelancewerk en schuldvorderingen van auteurs voor de overdracht van de exploitatierechten op werken die worden beschermd door intellectuele-eigendomsrechten, waarop in de zes maanden voorafgaand aan de insolventverklaring recht bestond;

4. belastingvorderingen en andere publiekrechtelijke schuldvorderingen, alsook schuldvorderingen op het gebied van de sociale zekerheid die geen bijzondere preferentie genieten. Dit voorkeursrecht kan worden uitgeoefend tot 50 % van respectievelijk alle schuldvorderingen van de belastingdienst en alle schuldvorderingen van de socialezekerheidsorganen;

5. schuldvorderingen voor niet-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid;

6. schuldvorderingen die voortvloeien uit nieuwe kasopbrengsten in het kader van een herfinancieringsovereenkomst die aan de voorwaarden van artikel 71, lid 6, voldoet en van een bedrag dat niet wordt erkend als schuldvordering op de insolvente boedel;

7. tot 50 % van het bedrag van de schuldvorderingen van de schuldeiser die de insolventieprocedure heeft aangevraagd en die niet als achtergesteld worden beschouwd.

C) Achtergestelde schuldvorderingen zijn opgenomen in artikel 92:

1. schuldvorderingen die niet tijdig zijn meegedeeld en door de bewindvoerder in de lijst van schuldeisers worden opgenomen en schuldvorderingen die niet of niet tijdig zijn meegedeeld en in de lijst worden opgenomen op basis van latere mededelingen of door de rechter wanneer deze een beslissing neemt over bezwaren die tegen de lijst zijn ingediend. De volgende schuldvorderingen worden niet achtergesteld om deze redenen en worden dienovereenkomstig geclassificeerd: de in artikel 86, lid 3, vermelde schuldvorderingen, schuldvorderingen die voortvloeien uit de documenten van de schuldenaar, schuldvorderingen die zijn vastgelegd in een executoriale titel, schuldvorderingen die zijn gedekt door zekerheden die zijn ingeschreven in een openbaar register, schuldvorderingen die op een andere manier zijn geregistreerd in een insolventieprocedure of in een andere juridische procedure en schuldvorderingen die door de overheidsdiensten moeten worden geverifieerd;

2. schuldvorderingen die op basis van een contractuele overeenkomst zijn achtergesteld ten aanzien van alle andere schuldvorderingen op de schuldenaar;

3. schuldvorderingen wegens verhogingen en rente van welke aard ook, onder meer wegens niet-tijdige betaling, behalve die welke verband houden met schuldvorderingen waarvoor zekerheid is gesteld, met inachtneming van de limiet van de respectieve garantie;

4. schuldvorderingen wegens boeten en andere geldstraffen;

5. schuldvorderingen van personen die een bijzondere relatie met de schuldenaar hebben als bedoeld in het volgende artikel, behalve die welke zijn opgenomen in artikel 91, lid 1, wanneer de schuldenaar een natuurlijke persoon is, en schuldvorderingen anders dan die welke uit leningen of soortgelijke financieringsregelingen voortvloeien van aandeelhouders als bedoeld in artikel 93, lid 2, punten 1 en 3, die voldoen aan de daarin genoemde voorwaarden voor het aandelenbezit. Onderhoudsvorderingen die voorafgaand aan de insolventverklaring zijn ontstaan en opeisbaar zijn geworden, vallen niet onder deze regel en worden als concurrente schuldvorderingen beschouwd;

6. schuldvorderingen die voortvloeien uit actio pauliana ten gunste van een persoon die bij de betwiste handeling te kwader trouw heeft gehandeld;

7. schuldvorderingen die voortvloeien uit overeenkomsten met wederkerige verplichtingen als bedoeld in de artikelen 61, 62, 68 en 69, indien de rechter naar aanleiding van een verslag van de bewindvoerder tot het oordeel komt dat de schuldeiser de nakoming van de overeenkomst herhaaldelijk heeft verhinderd ten nadele van de belangen van de insolventieprocedure.

13.1 Betaling van schuldvorderingen

De betaling van schuldvorderingen met bijzondere preferentie wordt ten laste van de bij de procedure betrokken activa en rechten gebracht, ongeacht of zij aan individuele of collectieve executie zijn onderworpen. Er gelden speciale regels voor deze schuldvorderingen, op grond waarvan de bewindvoerder gerechtigd is ze uit de insolvente boedel te betalen zonder specifieke activa te gelde te maken en de bezwaringen vrij te geven. Het is ook mogelijk om de activa te verkopen en het pandrecht te laten voortbestaan, waarbij de koper de verplichtingen van de schuldenaar overneemt. Wat betreft de verkoop van deze activa schrijft de wet specifieke regels voor in artikel 155.

Schuldvorderingen met algemene preferentie worden overeenkomstig hun volgorde op pro-ratabasis binnen elke categorie betaald. Daarna worden de concurrente schuldvorderingen betaald, hoewel de volgorde van betaling op verzoek van de bewindvoerder onder bepaalde voorwaarden door de rechter kan worden gewijzigd (artikel 157). Concurrente schuldvorderingen worden op pro-ratabasis betaald overeenkomstig de liquiditeit van de activa van de insolvente boedel.

Achtergestelde schuldvorderingen worden het laatst betaald, en overeenkomstig de in artikel 92 bepaalde volgorde.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

14.1 Reorganisatieprocedure

"Reorganisatieprocedure" kan naar twee verschillende situaties verwijzen: het schuldeisersakkoord als oplossing in een insolventieprocedure, en de mogelijkheid voor de schuldenaar om een insolventieprocedure te vermijden door middel van een schuldsanerings- of herstructureringsovereenkomst met zijn schuldeisers. Beide situaties worden geregeld in de Insolventiewet.

(A) Schuldeisersakkoord

Na de initiële fase van de insolventieprocedure, wanneer de bij de procedure betrokken activa en passiva definitief zijn vastgesteld, zijn er twee mogelijke oplossingen: schuldeisersakkoord of liquidatie. Een schuldeisersakkoord heeft voorrang, aangezien de wet bepaalt dat de akkoordfase altijd moet worden ingeleid, tenzij de schuldenaar om een liquidatieprocedure heeft verzocht.

Zowel de schuldenaar als de schuldeisers die meer dan één vijfde van zijn schulden vertegenwoordigen, kunnen na afloop van de initiële fase een akkoordvoorstel indienen. Ook de schuldenaar heeft het recht een voorstel voor een vervroegd akkoord in te dienen, hoewel sommige schuldenaren van deze mogelijkheid zijn uitgesloten (te weten schuldenaren die zijn veroordeeld voor bepaalde misdrijven en degenen die geen jaarrekening deponeren hoewel zij daartoe verplicht zijn).

Het voorstel voor een vervroegd akkoord is erop gericht dat de schuldenaar en zijn schuldeisers snel en zonder alle fasen van de insolventieprocedure te doorlopen, tot een akkoord komen. Om het voorstel te behandelen, moet een bepaald percentage van de schuldeisers ermee instemmen. Nadat het voorstel is ingediend, wordt het door de bewindvoerder geëvalueerd en kunnen de overige schuldeisers ermee instemmen. Indien zij de vereiste meerderheden behalen, zal de rechter het ingediende voorstel goedkeuren.

De normale behandeling van de akkoordfase begint met een rechterlijke beslissing waarmee de initiële fase wordt beëindigd. In de beslissing stelt de rechter een datum vast voor de vergadering van schuldeisers; de procedure kan echter schriftelijk plaatsvinden wanneer er meer dan driehonderd schuldeisers zijn. Op dat moment gaat voor de schuldenaar en de schuldeisers een termijn in om hun akkoordvoorstellen in te dienen, die een minimale basisinhoud moeten hebben. Indien zij aan alle voorwaarden voldoen, zal de rechter de voorstellen aanvaarden en worden deze ter evaluatie naar de bewindvoerder gestuurd.

De vergadering van schuldeisers wordt voorgezeten door de rechter en kan pas als rechtsgeldig bijeengeroepen worden beschouwd als de aanwezige schuldeisers meer dan de helft van de concurrente schuldvorderingen vertegenwoordigen. De schuldenaar en de bewindvoerder zijn verplicht de vergadering bij te wonen. Op de vergadering worden de akkoordvoorstellen besproken en in stemming gebracht. Om te worden goedgekeurd, moeten ze de in artikel 124 van de wet bepaalde meerderheden verwerven, afhankelijk van hun inhoud. Vervolgens doet de rechter een uitspraak waarin het door de vergadering aangenomen voorstel wordt goedgekeurd. Daaraan voorafgaand is er een procedure voor de bewindvoerder en de schuldeisers die niet aanwezig waren of wier rechten om het voorstel te betwisten hun waren ontnomen.

Het akkoord wordt van kracht op de datum van de rechterlijke beslissing waarin het is goedgekeurd. Op dat moment lopen de effecten van de insolventieprocedure ten einde en worden ze vervangen door die welke in het akkoord zijn vastgesteld. Ook de taak van de bewindvoerder wordt beëindigd. Het akkoord bindt de schuldenaar en de concurrente en achtergestelde schuldeisers, alsook de preferente schuldeisers die voor hebben gestemd. Het kan ook de preferente schuldeisers binden afhankelijk van de bij de goedkeuring behaalde meerderheden. Nadat het akkoord ten uitvoer is gelegd, zal de rechter dit bekendmaken en de beëindiging van de insolventieprocedure gelasten.

Indien het akkoord niet wordt nageleefd, kan elke schuldeiser de rechter vragen om een verklaring van niet-naleving.

(B) Schuldherschikking door middel van herfinancieringsovereenkomsten ter voorkoming van een insolventieprocedure

De ervaring die sinds de publicatie van de Insolventiewet is opgedaan, heeft aan het licht gebracht dat insolventieprocedures tekortschieten als middel om bedrijfscontinuïteit te waarborgen op basis van de overeengekomen oplossing. In de Aanbeveling van de Commissie van 12 maart 2014 betreffende een nieuwe visie op faillissementen en insolventie van bedrijven worden de lidstaten daarom opgeroepen maatregelen te treffen om insolventieprocedures te vermijden door middel van schuldherfinancieringsovereenkomsten tussen de schuldenaar en de schuldeisers. In de meest recente herzieningen van de Insolventiewet heeft de Spaanse wetgever vier soorten maatregelen op dit gebied geïntroduceerd: (a) invoering van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing waarbij de schuldenaar de rechter in handelszaken ervan in kennis stelt dat hij onderhandelingen met zijn schuldeisers is begonnen om tot een herfinancieringsovereenkomst te komen, hetgeen de verplichting tot het aanvragen van een insolventieprocedure opschort en de schorsing van individuele executiemaatregelen in bepaalde gevallen en gedurende een bepaalde periode mogelijk maakt; (b) invoering van beschermingsmechanismen om herfinancieringsovereenkomsten te beschermen tegen actio pauliana; (c) invoering van een officiële goedkeuringsprocedure voor herfinancieringsovereenkomsten teneinde de effecten ervan te versterken; en (d) stimuleringsmaatregelen voor de omzetting van schulden in aandelenkapitaal. Dit onderdeel is gericht op de regelgeving inzake gerechtelijke goedkeuring van herfinancieringsovereenkomsten, zoals opgenomen in de vierde aanvullende bepaling van de Insolventiewet.

Herfinancieringsovereenkomsten die zijn ondertekend door schuldeisers die ten minste 51 % van de financiële verplichtingen vertegenwoordigen, kunnen door de rechter worden goedgekeurd. De wet bevat specifieke regels betreffende de berekening van de percentages van financiële verplichtingen en betreffende gesyndiceerde leningen.

Het proces behelst de indiening door de schuldenaar of de schuldeisers van een aanvraag die vergezeld gaat van een verklaring van de accountant waarin de deelname van de in elk afzonderlijk geval vereiste meerderheden wordt bevestigd, overeenkomstig het gewenste beschermingsniveau, met een minimum van 51 % van de financiële verplichtingen. De rechter onderzoekt de aanvraag en zal, als deze wordt aanvaard, bij beschikking individuele executiemaatregelen gedurende de goedkeuringsprocedure schorsen.

Nadat de goedkeuringsbeschikking is gepubliceerd, gaat een termijn van 15 dagen in waarbinnen tegenstemmende financiële schuldeisers deze kunnen betwisten. De enige gronden voor betwisting zijn niet-naleving van de vormvereisten of het onevenredige karakter van het offer dat wordt gevraagd. Betwistingen worden behandeld in een incidentele insolventieprocedure waarbij de schuldenaar en de overige schuldeisers die partij zijn bij de overeenkomst zijn betrokken, en er wordt een niet voor beroep vatbaar besluit gegeven. Bovendien wordt uitdrukkelijk bepaald dat met betrekking tot de effecten van de door de rechter goedgekeurde overeenkomst, die gelden vanaf de dag na publicatie van het besluit in het Spaanse Staatsblad, de rechter opdracht kan geven tot nietigverklaring van beslagleggingen die zijn uitgevoerd door middel van individuele executieprocedures betreffende schulden waarvoor de herfinancieringsovereenkomst gevolgen heeft.

De effecten van gerechtelijke goedkeuring zijn niet beperkt tot het uitbreiden, in een breuk met het beginsel van relativiteit van overeenkomsten, van de effecten van de overeengekomen uitbreiding. Het algemene effect is bescherming tegen actio pauliana, maar de uitbreiding van de effecten tot tegenstemmende schuldeisers zal afhangen van het goedkeuringspercentage. Samengevat: (a) de bescherming van schuldeisers met onderpand wordt opgeheven; (b) de effecten van de overeenkomst worden bijgesteld op basis van de meerderheden die bij goedkeuring ervan zijn behaald en met betrekking tot de vraag of de schuldvordering daadwerkelijk door het onderpand wordt gedekt.

Schuldeisers met financiële schuldvorderingen die de overeenkomst niet hebben ondertekend maar wel door de gerechtelijke goedkeuring worden getroffen, behouden hun rechten tegenover degenen die hoofdelijk aansprakelijk zijn met de schuldenaar en tegenover borgen of garanten, die zich niet kunnen beroepen op de aanvaarding van de herfinancieringsovereenkomst of de effecten van de gerechtelijke goedkeuring. Met betrekking tot financiële schuldeisers die de overeenkomst wel hebben ondertekend, is het behouden van de effecten daarvan voor borgen of garanten afhankelijk van hetgeen in hun respectieve rechtsbetrekkingen is overeengekomen.

Elke schuldeiser, ongeacht of hij de overeenkomst heeft ondertekend, kan de rechter die haar heeft goedgekeurd om een verklaring van niet-naleving verzoeken in het kader van een incidentele insolventieprocedure. Tegen de beslissing kan geen beroep worden aangetekend. Indien wordt vastgesteld dat er sprake is van niet-naleving, kunnen de schuldeisers een insolventieprocedure aanvragen of individuele executieprocedures inleiden.

Indien rechten op zakelijke zekerheden geldend worden gemaakt met betrekking tot schuldvorderingen waarvoor de overeenkomst gevolgen heeft, en tenzij anders overeengekomen, kan de schuldeiser onder bepaalde voorwaarden beslag leggen op de bedragen.

14.2 Vrijstelling van onbetaalde schuldvorderingen voor schuldenaren die natuurlijke personen zijn

Via het nieuwe artikel 178 bis van Wet 25/2015 van 28 juli 2015 is het zogenaamde "tweede kans"-mechanisme in de Insolventiewet ingevoerd.

Volgens deze bepaling zijn natuurlijke personen vrijgesteld van de algemene regel van artikel 178, lid 2, die bepaalt dat in geval van beëindiging van een insolventieprocedure wegens liquidatie of wegens ontoereikendheid van de bij de procedure betrokken activa schuldenaren die natuurlijke personen zijn, verantwoordelijk zijn voor de betaling van de resterende schuldvorderingen.

Om van deze vrijstelling gebruik te kunnen maken, moet de schuldenaar te goeder trouw hebben gehandeld. Hiervoor gelden de volgende vereisten:

1. dat de insolventie niet verwijtbaar is verklaard;

2. dat de schuldenaar niet in een definitief vonnis is veroordeeld voor een vermogensdelict, fraude of witteboordencriminaliteit, vervalsing, fiscale delicten en delicten tegen de socialezekerheidsorganen of ten nadele van de rechten van werknemers in de tien jaar voorafgaand aan de insolventverklaring;

3. dat ter voldoening aan de vereisten van artikel 231 de schuldenaar een buitengerechtelijke betalingsregeling heeft gesloten of althans heeft trachten te sluiten;

4. dat de schuldenaar de schuldvorderingen op de insolvente boedel en de preferente insolventievorderingen volledig heeft vereffend en, indien hij niet heeft getracht om tot een voorafgaande buitengerechtelijke betalingsregeling te komen, ten minste 25 % van het bedrag van de concurrente insolventievorderingen heeft voldaan;

5. dat als alternatief voor het vorige punt:

i) de schuldenaar instemt met een betalingsregeling;

ii) hij niet is tekortgeschoten in de naleving van de verplichting om samen te werken met de rechter en de bewindvoerder;

iii) hij in de voorafgaande tien jaar geen gebruik heeft gemaakt van deze vrijstelling;

iv) hij in de vier jaar voorafgaand aan de insolventverklaring geen aangeboden functie heeft afgewezen die past bij zijn vaardigheden;

v) hij in het verzoek om vrijstelling van onbetaalde schuldvorderingen uitdrukkelijk aanvaardt dat zijn beroep op de vrijstelling voor een periode van vijf jaar wordt geregistreerd in het speciale deel van het Openbare Insolventieregister.

Om deze vrijstelling te verlenen, moet op verzoek van de schuldenaar een procedure worden ingeleid waaraan wordt deelgenomen door de bewindvoerder en de schuldeisers die partij zijn bij de vordering. De schuldenaar moet een betalingsregeling indienen voor de schuldvorderingen die niet onder de vrijstelling vallen, waaraan binnen een termijn van maximaal vijf jaar moeten worden voldaan.

Nadat de termijn voor naleving van de betalingsregeling is verstreken zonder dat de vrijstelling is ingetrokken, zal de insolventierechter op verzoek van de schuldenaar een besluit geven waarin definitief vrijstelling wordt verleend van schuldvorderingen die tijdens de insolventieprocedure niet zijn betaald. Ook kan de rechter, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval en naar aanleiding van een zitting met de schuldeisers, opdracht geven tot definitieve vrijstelling van de onbetaalde schuldvorderingen van schuldenaren die de betalingsregeling niet volledig hebben nageleefd, maar die gedurende de termijn van vijf jaar na de voorlopige verlening van de vrijstelling ten minste de helft van de ontvangen (en niet als onbeslagbaar beschouwde) inkomsten of één vierde van die inkomsten wanneer de schuldenaar voldoet aan de omstandigheden als bedoeld in de wetgeving inzake de bescherming van hypotheeknemers met onvoldoende middelen, met betrekking tot het gezinsinkomen en bijzonder kwetsbare gezinsomstandigheden, aan de regeling hebben toegewezen.

De vrijstelling heeft gevolgen voor alle op de datum van beëindiging van de insolventieprocedure uitstaande concurrente en achtergestelde schuldvorderingen, behalve op publiekrechtelijke en onderhoudsvorderingen. Met betrekking tot schuldvorderingen met bijzondere preferentie heeft de vrijstelling alleen gevolgen voor het deel van deze schuldvorderingen dat niet vereffend kon worden door uitwinning van zekerheden.

De vrijstelling kan op verzoek van een schuldeiser worden ingetrokken indien gedurende de vijf jaar na de verlening ervan wordt vastgesteld dat de schuldenaar inkomsten, activa of rechten heeft verzwegen.

Intrekking kan ook worden aangevraagd indien gedurende de termijn die voor de naleving van de betalingsregeling is vastgesteld: (a) de schuldenaar in een van de omstandigheden verkeert die overeenkomstig de bepalingen van artikel 178 bis, lid 3, de vrijstelling van onbetaalde schuldvorderingen verhinderen; (b) waar van toepassing, de verplichting om niet-vrijgestelde schulden te betalen, niet wordt nagekomen overeenkomstig de inhoud van de betalingsregeling; of (c) de financiële situatie van de schuldenaar door een erfenis, legaat of schenking, of door kansspelen, zodanig verbetert dat hij alle uitstaande schulden zou kunnen betalen zonder afbreuk te doen aan zijn onderhoudsverplichtingen.

Indien de rechter opdracht tot intrekking van de vrijstelling geeft, kunnen de schuldeisers ten volle gebruikmaken van hun recht stappen tegen de schuldenaar te ondernemen om schuldvorderingen in te vorderen die bij beëindiging van de insolventieprocedure nog niet zijn betaald.

14.3 Beëindiging van de insolventieprocedure

De redenen voor beëindiging van een insolventieprocedure zijn vermeld in artikel 176 van de Insolventiewet. In principe wordt een insolventieprocedure beëindigd om de volgende redenen:

(a) de insolventverklaring wordt ingetrokken door de provinciale rechtbank (Audiencia Provincial);

(b) bevestigd wordt dat het akkoord is nageleefd;

(c) vastgesteld wordt dat de bij de procedure betrokken activa ontoereikend zijn om de schuldvorderingen op de insolvente boedel te betalen;

(d) de betaling van alle erkende schuldvorderingen of de volledige voldoening van de schuldeisers met andere middelen wordt vastgesteld;

(e) na afloop van de initiële fase zien alle schuldeisers af van voortzetting van de procedure of trekken alle schuldeisers zich uit de procedure terug.

De beëindiging moet worden goedgekeurd door de rechter en de wet voorziet in een procedure waarbij de betrokken partijen de beëindiging kunnen betwisten. De wet bevat bijzondere bepalingen voor gevallen waarin de insolventieprocedure wordt beëindigd wegens ontoereikendheid van de activa van de schuldenaar als het gaat om het betalen van de schuldvorderingen op de insolvente boedel. Dit kan worden vastgesteld bij de aanvraag van een procedure door de schuldenaar zelf, in welk geval de rechter in dezelfde beslissing en op hetzelfde moment verklaart dat de insolventieprocedure is ingeleid en beëindigd.

Wanneer de insolventieprocedure voor beëindigd wordt verklaard, worden alle beperkingen van de bevoegdheden van de schuldenaar opgeheven. Indien de schuldenaar een natuurlijke persoon is, voorziet de wet in bijzondere regels waaraan de schuldenaar moet voldoen om te worden vrijgesteld van betaling van schuldvorderingen die tijdens de insolventieprocedure niet zijn vereffend. De vereisten voor deze vrijstelling zijn vermeld in artikel 178 bis. De schuldenaar moet te goeder trouw hebben gehandeld en moet aan bepaalde verplichtingen voldoen. De schuldenaar moet deze vrijstelling zelf aanvragen en zowel de bewindvoerder als de schuldeisers kunnen bezwaar maken. De vrijstelling kan in bepaalde gevallen worden ingetrokken, bijvoorbeeld wanneer de financiële positie van de schuldenaar verbetert of wanneer de schuldenaar zich niet houdt aan de betalingsregeling waartoe hij zich heeft verbonden om de niet onder de vrijstelling vallende schulden te voldoen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

In geval van beëindiging van de insolventieprocedure van rechtspersonen wegens liquidatie verliezen zij hun rechtspersoonlijkheid.

Indien beëindiging plaatsvindt doordat het akkoord is uitgevoerd, zijn de schuldvorderingen van de schuldeisers betaald overeenkomstig de bepalingen van het akkoord. Preferentiële schuldeisers die het schuldeisersakkoord niet hebben ondertekend, kunnen onder bepaalde omstandigheden de individuele executieprocedure voortzetten of een nieuwe procedure inleiden.

Tijdens de uitvoering van het schuldeisersakkoord kan de schuldenaar zijn rechtspersoonlijkheid ook verliezen door een structuurwijziging die resulteert in een overname van de schulden door een nieuwe vennootschap of een overnemende vennootschap.

Als het gaat om schuldenaren die natuurlijke personen zijn, kunnen de schuldeisers in geval van beëindiging van de insolventieprocedure wegens liquidatie of ontoereikendheid van de activa individuele executiemaatregelen tegen de schuldenaar inleiden, tenzij deze is vrijgesteld van onbetaalde schuldvorderingen op de wijze zoals bepaald in artikel 178 bis.

15.1 Heropening van de insolventieprocedure

Indien een schuldenaar-natuurlijke persoon insolvent wordt verklaard binnen vijf jaar na beëindiging van een eerdere insolventieprocedure wegens liquidatie of ontoereikendheid van de activa, wordt dit beschouwd als heropening van de eerdere procedure.

In geval van schuldenaren-rechtspersonen wordt de heropening van een wegens liquidatie of ontoereikendheid van de activa beëindigde insolventieprocedure gelast door dezelfde rechtbank die de eerste procedure heeft afgewikkeld, behandeld in dezelfde procedure en beperkt tot de eerstvolgende fase van liquidatie van activa en rechten.

In het jaar volgend op de datum van de beslissing waarmee de insolventieprocedure wegens ontoereikendheid van de activa werd beëindigd, kunnen de schuldeisers verzoeken om heropening van de procedure ten behoeve van het inleiden van invorderingsmaatregelen. De in te leiden specifieke maatregelen worden dan in het verzoek vermeld of er wordt een schriftelijke mededeling gedaan van de relevante feiten die ertoe kunnen leiden dat de insolventie als verwijtbaar wordt geclassificeerd, tenzij in de beëindigde insolventieprocedure een besluit inzake classificatie is gegeven.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Volgens artikel 84, lid 2, punt 2, van de Insolventiewet zijn alle noodzakelijke gerechtskosten voor het aanvragen en uitvoeren van een insolventieprocedure schuldvorderingen op de insolvente boedel. Daarbij gaat het met name om alle schuldvorderingen die voortvloeien uit gerechtskosten en noodzakelijke kosten voor de aanvraag en het besluit tot inleiding van een insolventieprocedure, de vaststelling van voorlopige maatregelen, de publicatie van de besluiten waarin deze wet voorziet, en de aanwezigheid en vertegenwoordiging van de schuldenaar en de bewindvoerder gedurende de insolventieprocedure en de incidentele procedure, wanneer hun deelname wettelijk verplicht of in het belang van de insolvente boedel is, totdat het akkoord van kracht wordt, of anders tot de beëindiging van de insolventieprocedure, behalve voor schuldvorderingen die voortvloeien uit beroepen die zijn ingesteld tegen besluiten van de rechtbank wanneer zij geheel of gedeeltelijk zijn afgewezen met een expliciete veroordeling in de kosten.

Andere kosten die als schuldvorderingen op de insolvente boedel zijn opgenomen, volgens artikel 84, lid 2, punt 3, zijn de gerechtskosten en kosten die voortvloeien uit de aanwezigheid en vertegenwoordiging van de schuldenaar, de bewindvoerder of de legitieme schuldeisers in procedures die, in het belang van de insolvente boedel, worden voortgezet of ingeleid overeenkomstig de inhoud van deze wet, behalve de bepalingen betreffende zaken met betrekking tot intrekking, aanvaarding, vereffening of afzonderlijk verweer van de schuldenaar en, indien van toepassing, tot aan de daarin vastgestelde kwantitatieve limieten.

In geval van beëindiging van een insolventieprocedure wegens ontoereikendheid van de insolvente boedel worden schuldvorderingen voor gerechtskosten en onkosten betaald vóór de overige schuldvorderingen op de insolvente boedel, met uitzondering van schuldvorderingen van werknemers en onderhoudsvorderingen (artikel 176a, lid 2).

De beloning van de bewindvoerder is een schuldvordering op de insolvente boedel en wordt door de rechter bepaald overeenkomstig een wettelijk goedgekeurde beloningsschaal. Op dit moment is de bij Koninklijk Besluit 1860/2004 van 6 september 2004 goedgekeurde beloningsschaal nog steeds geldig. Artikel 34 bevat bijzondere regels voor de bepaling en het effect ervan.

De wet voorziet in de mogelijkheid gemachtigde assistenten te benoemen om de bewindvoerder bij te staan en hun beloning komt voor rekening van deze laatste.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De regeling inzake actio pauliana in insolventieprocedures is opgenomen in de artikelen 71 tot en met 73 van de Insolventiewet. Deze bepalingen zijn verschillende malen gewijzigd, hoofdzakelijk in verband met de aard van het "beschermingsmechanisme" van de herfinancieringsovereenkomsten.

Artikel 71 bevat het wettelijke stelsel voor terugvorderingsmaatregelen, dat is gebaseerd op een algemene clausule waarin alle door de schuldenaar uitgevoerde handelingen die "schade toebrengen aan bij de procedure betrokken activa" als "herroepbaar" worden aangemerkt, ongeacht of er sprake was van een "intentie om te misleiden". Om de rechtsgevolgen van actio pauliana te waarborgen, is een specifieke termijn vastgesteld: de twee jaar voorafgaand aan de datum van de insolventverklaring.

(A) Herroepingstermijn

In de wet is gekozen voor het vaststellen van een specifieke herroepingstermijn: twee jaar vóór de datum van de insolventverklaring.

(B) Het concept "vermogensschade"

Handelingen die door de schuldenaar tijdens de "verdachte periode" zijn uitgevoerd, zijn herroepbaar indien zij schade toebrengen aan de bij de procedure betrokken activa. Vermogensschade moet genoegzaam worden aangetoond door de partij die zich daarover beklaagt. Gezien evenwel de moeilijkheden die het bewijzen van nadelige handelingen normaliter met zich meebrengt, vergemakkelijkt de Insolventiewet het instellen van vorderingen door een reeks vermoedens vast te stellen. Net als in andere onderdelen van de wet kunnen de vermoedens weerlegbaar of onweerlegbaar zijn. Samengevat: (a) vermogensschade wordt in twee gevallen geacht onweerlegbaar te zijn: i) als het gaat om de vrije beschikking over activa, behalve schenkingen voor gebruik, en ii) als het gaat om betalingen en andere handelingen waarbij verplichtingen worden afgewikkeld die na de insolventverklaring opeisbaar zijn, tenzij er zekerheden zijn gesteld, in welk geval het vermoeden bewijs van het tegendeel toelaat; (b) vermogensschade wordt in drie gevallen geacht weerlegbaar te zijn: i) als het gaat om vervreemding van activa tegen betaling aan personen die een bijzondere relatie met de schuldenaar hebben, ii) als het gaat om het bezwaren van eigendom ten behoeve van reeds bestaande verplichtingen of ten behoeve van nieuwe verplichtingen die ter vervanging van de eerdere zijn aangegaan, en iii) betalingen of andere handelingen waarbij verplichtingen worden afgewikkeld die door zekerheden zijn gedekt en die opeisbaar zijn na de insolventverklaring.

(C) Procedure

Het recht om in insolventieprocedures een vordering wegens actio pauliana in te stellen, komt toe aan de bewindvoerder. Om schuldeisers tegen inactiviteit van bewindvoerders te beschermen, voorziet de wet echter in een subsidiair of secundair recht voor schuldeisers die de bewindvoerder schriftelijk hebben verzocht een vordering wegens actio pauliana in te stellen, indien de vordering niet binnen twee maanden na de datum van het verzoek door de bewindvoerder is ingesteld. De wet bevat regels die moeten waarborgen dat bewindvoerders hun taak om vervreemding van bij de procedure betrokken activa te voorkomen, daadwerkelijk uitvoeren. Bij vorderingen tegen herfinancieringsovereenkomsten komt het recht uitsluitend toe aan de bewindvoerder, met uitsluiting van subsidiaire rechten.

Ter bescherming van de herfinancieringsovereenkomsten zijn bijzondere regels ingevoerd die voortvloeien uit recente wetswijzigingen. Daarin zijn beschermingsmechanismen opgenomen die verhinderen dat tegen deze overeenkomsten (goedgekeurd onder bepaalde omstandigheden) vorderingen wegens actio pauliana worden ingesteld (artikel 71 bis).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 29/03/2019

Insolventie - Frankrijk

Please note that the original language version of this page French has been amended recently. The language version you are now viewing is currently being prepared by our translators.
Please note that the following languages: English have already been translated.

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Iedere persoon die handels- of ambachtelijke activiteiten verricht, iedere landbouwer, ieder ander natuurlijk persoon die als zelfstandige werkzaam is, waaronder beoefenaars van een vrij beroep met een wettelijke of gereglementeerde status of van een beschermd beroep, en iedere privaatrechtelijke rechtspersoon kan te maken krijgen met een vrijwaringsprocedure, een gerechtelijke saneringsprocedure of een gerechtelijke liquidatieprocedure.

Voor zelfstandigen zonder personeel (in Frankrijk "auto-entrepreneurs" genoemd) kan een insolventieprocedure worden ingeleid.

Alleen voor personen die een activiteit verrichten, kan een vrijwaringsprocedure worden ingeleid. In het geval van een gerechtelijke sanering of een gerechtelijke liquidatie kan de persoon in kwestie zijn activiteit op het moment dat de procedure wordt ingeleid, al hebben gestaakt.

Privaatrechtelijke rechtspersonen die te maken kunnen krijgen met een insolventieprocedure zijn handelsvennootschappen, burgerlijke vennootschappen, economische belangengroeperingen, verenigingen, vakbonden en ondernemingsraden.

Voor privaatrechtelijke groeperingen die geen rechtspersoonlijkheid hebben, zoals joint ventures of vennootschappen in oprichting, kan geen insolventieprocedure worden ingeleid.

Ook alle publiekrechtelijke rechtspersonen zijn hiervan uitgesloten.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring:

Een schuldenaar kan een versnelde vrijwaringsprocedure of een versnelde financiële vrijwaringsprocedure in gang zetten wanneer voor zijn rekeningen een accountantsverklaring is afgegeven of wanneer deze rekeningen door een accountant zijn opgesteld, en de onderneming meer dan 20 werknemers in dienst heeft of de omzet (exclusief belastingen) meer dan 3 miljoen EUR bedraagt of het balanstotaal meer dan 1,5 miljoen EUR. De versnelde vrijwaringsprocedure en de versnelde financiële vrijwaringsprocedure kunnen ook worden ingeleid voor een schuldenaar die geconsolideerde jaarrekeningen heeft opgesteld.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Een vrijwaring wordt ingeleid wanneer zich onoverkomelijke problemen voordoen voor de schuldenaar en er geen sprake is van staking van de betalingen.

Een gerechtelijke sanering wordt ingeleid wanneer het voor de schuldenaar onmogelijk is om de opeisbare passiva uit de beschikbare activa te voldoen en hij dus in staking van betaling is.

Met een gerechtelijke sanering wordt beoogd dat de activiteiten van de onderneming kunnen worden voortgezet, de werkgelegenheid wordt behouden en de passiva kunnen worden aangezuiverd. De directeur van de onderneming moet binnen 45 dagen na staking van de betalingen om de inleiding van deze procedure verzoeken.

Een gerechtelijke liquidatie wordt ingeleid wanneer de onderneming in staking van betaling is en sanering klaarblijkelijk onmogelijk is.

Alleen de schuldenaar kan om de inleiding van een vrijwaringsprocedure verzoeken.

Daarentegen kan niet alleen door de schuldenaar, maar ook door een schuldeiser of het openbaar ministerie worden verzocht om de inleiding van een gerechtelijke saneringsprocedure, mits er geen bemiddelingsprocedure (een pre-insolventieprocedure) loopt.

Het vonnis tot inleiding van een insolventieprocedure treedt op de dag zelf in werking. Het gaat dan ook in om 0.00 uur op de dag waarop de uitspraak wordt gedaan.

Het vonnis tot inleiding wordt binnen acht dagen na de datum van de uitspraak meegedeeld aan de schuldenaar, en de insolventiefunctionarissen en het openbaar ministerie worden hiervan in kennis gesteld, ook in de andere lidstaten waar de schuldenaar een vestiging heeft.

Het vonnis treedt onmiddellijk voor iedereen in werking.

Binnen twee weken na de datum van het vonnis wordt de beslissing tot inleiding vermeld in het handelsregister, het register van functies of een speciaal register dat wordt bijgehouden door de griffie van het tribunal de grande instance.

Een uittreksel van het vonnis wordt gepubliceerd in het Bodacc ("Bulletin officiel des annonces civiles et commerciales") en in een blad voor wettelijke aankondigingen in de plaats van het hoofdkantoor of het vestigingsadres van de schuldenaar.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring

Tevens bestaat er een versnelde vrijwaringsprocedure en een versnelde financiële vrijwaringsprocedure.

De versnelde vrijwaringsprocedure kan worden ingeleid op verzoek van een schuldenaar die in een bemiddelingsprocedure is verwikkeld en een ontwerpplan kan overleggen waaruit blijkt dat de levensvatbaarheid van de onderneming kan worden gewaarborgd.

De omstandigheid dat de schuldenaar in staking van betaling is, staat de versnelde vrijwaringsprocedure niet in de weg als deze situatie niet langer dan 45 dagen vóór de datum van het verzoek om inleiding van de bemiddelingsprocedure is ontstaan.

De versnelde financiële vrijwaringsprocedure kan worden ingeleid op dezelfde voorwaarden als die voor de versnelde vrijwaringsprocedure, en wanneer uit de rekeningen van de schuldenaar blijkt dat de schuldeisers die lid zijn van het bestuur van de kredietinstellingen op basis van de schulden een plan kunnen aannemen.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De insolventieprocedure heeft betrekking op het volledige vermogen van de schuldenaar.

Als de schuldenaar een eenmanszaak heeft, wordt ook zijn persoonlijke vermogen in aanmerking genomen.

De hoofdwoning van zelfstandige ondernemers die handels-, industriële of ambachtelijke activiteiten verrichten, landbouwers en beoefenaars van vrije beroepen is van rechtswege echter niet vatbaar voor beslag door schuldeisers.

Overige bebouwde of onbebouwde grond die niet voor beroepsmatig gebruik is bestemd, kan als niet vatbaar voor beslag worden aangemerkt. Een dergelijke verklaring moet notarieel worden bekrachtigd en worden gepubliceerd, en heeft enkel gevolgen voor schuldeisers in beroepsverband wier rechten na de publicatie ervan ontstaan.

Ter bescherming van de schuldenaar en zijn gezin is de hoofdwoning niet vatbaar voor beslag door schuldeisers.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Onbevoegdheid tot beschikking en beheer van de schuldenaar

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

Wanneer er een vrijwaringsprocedure of een gerechtelijke saneringsprocedure wordt ingeleid, wordt de schuldenaar niet onbevoegd verklaard en kan hij zijn onderneming blijven leiden en beheren.

In geval van vrijwaring houdt een curator toezicht op de schuldenaar of verleent hij hem bijstand bij het beheer van de onderneming conform de door de rechtbank omschreven opdracht.

In geval van gerechtelijke sanering verleent de curator de schuldenaar bijstand bij het beheer of heeft de curator het beheer zelf geheel of gedeeltelijk in handen, in de plaats van de schuldenaar.

Gerechtelijke liquidatie

Wanneer er een gerechtelijke liquidatieprocedure wordt ingeleid, wordt de schuldenaar onbevoegd verklaard en verliest hij de beschikking over en het beheer van zijn vermogen. Zijn rechten en handelingen met betrekking tot het bedrijfsvermogen worden uitgeoefend door de liquidateur. Zo draagt de liquidateur de verantwoordelijkheid voor het beheer van zijn vermogen.

Insolventiefunctionarissen

Insolventiefunctionarissen zijn door de rechtbank aangewezen functionarissen die onder toezicht staan van het openbaar ministerie en tot de gereglementeerde beroepen behoren.

Deze gespecialiseerde beoefenaars van vrije beroepen moeten zijn ingeschreven op nationale lijsten en moeten voldoen aan strikte voorwaarden op het gebied van geschiktheid en ethiek.

Ook kunnen personen worden aangewezen die niet op deze lijsten zijn ingeschreven, maar wel over specifieke ervaring of een bijzonder kwalificatie terzake beschikken.

Insolventiefunctionarissen worden bij de inleiding van de procedure benoemd door de rechtbank.

Insolventiefunctionarissen kunnen op grond van het gemene recht wettelijk aansprakelijk zijn.

De honoraria van deze functionarissen zijn vastgesteld volgens per decreet vastgelegde tabellen. Hun aldus berekende bezoldiging wordt door de rechter ten laste gelegd van de schuldenaar.

Bevoegdheden van insolventiefunctionarissen en de schuldenaar

De curator

In principe wijst de rechtbank die een vrijwaringsprocedure of een gerechtelijke saneringsprocedure inleidt, een curator aan, die kan worden voorgesteld door de schuldenaar op wie de vrijwaringsprocedure betrekking heeft, of door het openbaar ministerie.

De aanwijzing van deze curator is niet verplicht als de schuldenaar minder dan twintig werknemers heeft en de omzet van de onderneming (exclusief belastingen) minder dan 3 miljoen EUR bedraagt.

Bij een versnelde vrijwaringsprocedure en een versnelde financiële vrijwaringsprocedure is de aanwijzing van een curator altijd verplicht.

In geval van vrijwaring houdt de curator toezicht op de schuldenaar of verleent hij hem bijstand bij het beheer van de onderneming conform de door de rechtbank omschreven opdracht.

In geval van gerechtelijke sanering verleent hij de schuldenaar bijstand bij het beheer of heeft de curator het beheer zelf geheel of gedeeltelijk in handen, in de plaats van de schuldenaar.

De curator moet de maatregelen nemen die noodzakelijk zijn voor het behoud van de rechten van de onderneming tegen haar schuldenaars en de handelingen die noodzakelijk zijn voor het behoud van de productiecapaciteit, of deze door de schuldenaar laten nemen.

De curator beschikt over eigen bevoegdheden zoals de rol van gemachtigde voor de bankrekeningen van de schuldenaar die geen cheques mag uitschrijven, de bevoegdheid om voortzetting van lopende overeenkomsten te verlangen en de bevoegdheid om noodzakelijke ontslagen aan te zeggen.

De bewindvoerder

Bij een collectieve procedure moet de rechtbank een bewindvoerder aanwijzen.

Hij heeft de taak de schuldeisers te vertegenwoordigen en hun collectieve belang te behartigen.

Hij stelt de lijst van aangemelde vorderingen op, met inbegrip van salarisvorderingen, met zijn voorstellen voor toelating, afwijzing of verwijzing naar de bevoegde instantie, en legt deze lijst voor aan de rechter-commissaris.

De liquidateur

In het vonnis van de gerechtelijke liquidatie stelt de rechtbank een liquidateur aan.

De liquidateur moet de vorderingen controleren en overgaan tot liquidatie van de goederen uit de activa van de schuldenaar, zodat de resterende activa onder de schuldeisers kunnen worden verdeeld.

Hij zegt ontslag aan en kan kiezen voor voortzetting van lopende overeenkomsten.

Hij vertegenwoordigt de schuldenaar die het beheer en de beschikking heeft verloren en verricht gedurende de gerechtelijke liquidatieprocedure derhalve het merendeel van de betrokken vermogensrechtelijke handelingen. Hij kan echter geen immateriële rechten van de schuldenaar uitoefenen.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Compensatie is een wijze van afbouw van de wederzijdse verplichtingen tot de laagste verplichting.

Hiervan kan slechts sprake zijn tussen twee personen die symmetrisch schuldeiser én schuldenaar van elkaar zijn.

Met compensatie ontstaat zo een verkorte, dubbele betaling tussen wederzijdse vorderingen.

Het is de schuldenaar in principe niet toegestaan om vorderingen te betalen die vóór het vonnis tot inleiding van vrijwaring of gerechtelijke sanering zijn ontstaan.

Niettemin wordt dit verbod op betaling van vroegere vorderingen opgeheven voor compensatiebetaling voor verwante vorderingen. Wederzijdse vorderingen die afkomstig zijn uit of afgeleid zijn van de uitvoering of niet-uitvoering van dezelfde overeenkomst, worden als verwant beschouwd.

Als een vordering die verwant is aan de vroegere vordering ná het vonnis tot inleiding ontstaat, is betaling ervan mogelijk door compensatie van de vroegere vordering, op voorwaarde dat deze is aangemeld.

Wederzijdse vorderingen die afkomstig zijn uit of afgeleid zijn van de uitvoering of niet-uitvoering van dezelfde overeenkomst of een contractueel geheel, worden als verwant beschouwd.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Procedure voor voortzetting van lopende overeenkomsten

De inleiding van een insolventieprocedure doet niets af aan het bestaan van overeenkomsten die de schuldenaar op het moment van de inleiding aan zijn partners (leveranciers, klanten) binden.

Een lopende overeenkomst is een bestaande overeenkomst die bij de inleiding van de procedure wordt uitgevoerd, een voortdurende overeenkomst waarvan de termijn op die datum niet is verstreken of een aflopende overeenkomst die nog niet is uitgevoerd, maar wel reeds is gesloten.

De wederpartij van de lopende overeenkomst komt in aanmerking voor een voorrecht en zal bij voorkeur vóór de overige schuldeisers worden betaald.

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

De overeenkomst wordt a priori automatisch voortgezet; de curator beschikt over een optie van openbare orde op grond waarvan hij de voortzetting van de overeenkomst kan verlangen, met verplichting van betaling van de diensten die worden verleend.

Indien er geen curator is aangesteld, oefent de schuldenaar de bevoegdheid uit om uitvoering van lopende overeenkomsten te verlangen, na toestemming van de bewindvoerder.

De voortgezette overeenkomst wordt op normale wijze en overeenkomstig de contractuele bepalingen ten uitvoer gelegd.

De curator heeft de bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen wegens voorziene niet‑nakoming van de schuldenaar, wanneer hij vaststelt dat hij niet over voldoende middelen beschikt om de verplichtingen na te komen.

De lopende overeenkomst wordt van rechtswege ontbonden als de curator niet binnen een maand uitdrukkelijk heeft aangedrongen op uitvoering van de lopende overeenkomst.

Dit geschiedt ook wanneer de wederpartij niet heeft betaald en geen instemming heeft verleend voor voortzetting van de contractuele betrekkingen.

De curator kan de rechter-commissaris voorts verzoeken om te besluiten tot ontbinding van de lopende overeenkomst als ontbinding noodzakelijk is voor vrijwaring of sanering van de schuldenaar, en op voorwaarde dat deze geen buitensporige inbreuk maakt op de belangen van de wederpartij.

Gerechtelijke liquidatie

In principe blijven alle lopende overeenkomsten intact.

Alleen de liquidateur heeft de bevoegdheid om uitvoering van lopende overeenkomsten te verlangen, door de aan de wederpartij van de schuldenaar beloofde diensten te verlenen.

De lopende overeenkomst wordt van rechtswege ontbonden als de liquidateur niet binnen een termijn van een maand uitdrukkelijk heeft aangedrongen op de uitvoering van de lopende overeenkomst.

Dit geschiedt ook wanneer de dienstverlening van de schuldenaar betrekking heeft op de betaling van een geldbedrag, op de dag dat de wederpartij op de hoogte wordt gesteld van het besluit van de liquidateur om de overeenkomst niet voort te zetten, en bij wanbetaling.

De liquidateur heeft voorts de bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen wegens voorziene niet‑nakoming van de schuldenaar, wanneer hij vaststelt dat hij niet over voldoende middelen beschikt om de verplichtingen na te komen.

Als de dienstverlening iets anders betreft dan de betaling van een geldbedrag kan de liquidateur de rechter-commissaris ook verzoeken om te besluiten tot ontbinding van de overeenkomst als dit noodzakelijk is voor de liquidatie en hiermee geen buitensporige inbreuk wordt gemaakt op de belangen van de wederpartij.

Overdracht van lopende overeenkomsten

Bij een gerechtelijke sanering kan de rechtbank opdracht geven tot de overdracht van overeenkomsten die van nut zijn voor de onderneming (huurovereenkomsten, leveringsovereenkomsten, franchiseovereenkomsten, leasingsovereenkomsten en exploitatievergunningen) als in het saneringsplan is vastgelegd dat de onderneming wordt overgedragen aan een derde partij.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Bij een insolventieprocedure mogen schuldeisers hun rechten jegens de schuldenaar uitsluitend doen gelden in het kader van de insolventieprocedure, en kunnen zij niet individueel handelen om betaling te verkrijgen van de schuldenaar.

Het vonnis tot sluiting van de gerechtelijke liquidatieprocedure wegens ontoereikendheid van het vermogen heeft niet tot gevolg dat schuldeisers het recht terugkrijgen om acties tegen de schuldenaar individueel uit te oefenen.

De volgende gevallen vormen hierop een uitzondering:

- voor acties die betrekking hebben op goederen die zijn verkregen in het kader van een nalatenschap die is opengevallen tijdens de gerechtelijke liquidatieprocedure;

- wanneer de schuldvordering voortvloeit uit een delict waarvoor de schuld van de schuldenaar is vastgesteld of wanneer deze betrekking heeft op rechten die zijn ontleend aan de persoon van de schuldeiser;

- wanneer de schuldvordering haar oorsprong vindt in frauduleuze handelingen ten nadele van socialezekerheidsinstanties. De frauduleuze oorsprong van de vordering wordt vastgesteld door een rechterlijke beslissing of blijkt uit een sanctie die is opgelegd door een socialezekerheidsinstantie.

Schuldeisers krijgen ook in de volgende gevallen het recht op individuele vervolging terug:

- de schuldenaar is persoonlijk failliet verklaard;

- de schuldenaar is schuldig bevonden aan het faillissement;

- voor een van de onderdelen van zijn vermogen is de schuldenaar, of een rechtspersoon waarvan hij aan het hoofd stond, eerder onderworpen aan een gerechtelijke liquidatieprocedure die minder dan vijf jaar vóór de inleiding van de procedure tegen hem is afgesloten wegens ontoereikendheid van activa, of de schulden van de schuldenaar zijn in de loop van de vijf jaren voorafgaand aan die datum kwijtgescholden;

- er is een territoriale procedure ingeleid in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures.

In het geval van fraude jegens een of meerdere schuldeisers, stemt de rechtbank voorts in met de hervatting van individuele procedures van elke schuldeiser tegen de schuldenaar. De rechtbank wijst zijn vonnis bij de sluiting van de procedure, na de schuldenaar, de liquidateur en de controleurs te hebben gehoord of naar behoren te hebben opgeroepen. Het vonnis kan op verzoek van iedere belanghebbende ook daarna worden gewezen, op dezelfde voorwaarden.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Het vonnis tot inleiding van een insolventieprocedure leidt tot onderbreking van of een verbod op acties tegen de schuldenaar die strekken tot de betaling van een geldbedrag of de ontbinding van een overeenkomst wegens wanbetaling.

Ook uitvoeringsprocedures en conservatoire maatregelen worden opgeschort.

Acties van schuldeisers die vóór de inleiding van de collectieve procedure stappen hebben ondernomen, worden onderbroken of opgeschort.

Dit geldt voor alle schuldeisers, ongeacht de vraag of zij over zekerheden beschikken.

De onderbreking van en het verbod op vervolging gelden voor alle insolventieprocedures.

Aanhangige rechtsgedingen worden onderbroken totdat de agerende schuldeiser is overgegaan tot aanmelding van zijn vordering.

Vervolgens worden zij van rechtswege hervat, maar zij hebben dan enkel tot doel de vordering vast te stellen en de hoogte ervan te bepalen, met uitsluiting van de veroordeling van de schuldenaar.

Andere dan de hierboven genoemde gerechtelijke en uitvoeringsprocedures vinden plaats in de loop van de waarnemingsperiode die voor de schuldenaar is ingesteld, na het in het geding roepen van de bewindvoerder en van de curator wanneer deze de taak heeft de schuldenaar bijstand te verlenen of hem te vertegenwoordigen, of na hervatting van het geding op initiatief van de bewindvoerder of de curator.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

Met het oog op goedkeuring van het reddingsplan wordt met schuldeisers overlegd over de termijnen voor betaling of kwijtschelding van schulden.

De voorstellen worden door de curator voorgelegd aan de bewindvoerder, die de schuldeisers vertegenwoordigt.

De bewindvoerder moet individuele of collectieve instemming verkrijgen van iedere schuldeiser die zijn vordering heeft aangemeld.

De bewindvoerder is niet verplicht de schuldeisers te raadplegen voor wie het ontwerpplan geen wijzigingen van de betalingsvoorwaarden inhoudt of volledige betaling in geld omvat zodra het plan definitief wordt of de vorderingen worden toegelaten.

Comités van schuldeisers

Wanneer een schuldenaar meer dan 150 werknemers in dienst heeft en zijn omzet meer dan 20 miljoen EUR bedraagt, worden comités van schuldeisers opgericht die zich uitspreken over de ontwerpplannen voor aanzuivering van de passiva.

In comités van schuldeisers worden voor verschillende categorieën schuldeisers vergaderingen belegd, zodat aan hen voorstellen kunnen worden voorgelegd, die zij kunnen bespreken en waarover zij zich collectief uitspreken, wat inhoudt dat de minderheid zich moet schikken naar het besluit van de meerderheid.

Er bestaat een comité van kredietinstellingen, dat bestaat uit financieringsmaatschappijen en kredietinstellingen en soortgelijke instanties, en een comité dat bestaat uit de belangrijkste leveranciers van goederen of diensten. Wanneer er obligatiehouders zijn, wordt er een algemene vergadering georganiseerd bestaande uit alle schuldeisers met obligaties die in Frankrijk of daarbuiten zijn uitgegeven, zodat kan worden overlegd over het ontwerpplan dat door de comités van schuldeisers is aangenomen.

De comités van schuldeisers moeten door de curator worden geraadpleegd over het ontwerpplan en vóór een plan stemmen voordat de rechtbank zijn vonnis kan vellen.

Wanneer er comités van schuldeisers zijn, kan iedere schuldeiser die lid is van een comité alternatieve voorstellen voor het ontwerpplan van de schuldenaar voorleggen.

Zo kan het ontwerpplan afkomstig zijn van de schuldenaar of, bij een gerechtelijke sanering, van de curator in overleg met de schuldenaar, maar kan het ook worden ingediend op initiatief van de schuldeisers die lid zijn van deze comités. Het door de comités goedgekeurde plan en, indien verschillend, het plan van de schuldenaar of de curator kunnen vervolgens als concurrerende plannen worden voorgelegd aan de rechtbank.

Versnelde vrijwaring

Bij de inleiding van een versnelde vrijwaringsprocedure moeten comités van schuldeisers (comité van kredietinstellingen en comité van leveranciers van goederen en diensten) worden opgericht, en, in voorkomend geval, de algemene vergadering van obligatiehouders.

De schuldeisers buiten de comités worden ook individueel geraadpleegd.

Versnelde financiële vrijwaring

Bij de inleiding van een versnelde financiële vrijwaringsprocedure is alleen de oprichting van het comité van kredietinstellingen verplicht, en, in voorkomend geval, de algemene vergadering van obligatiehouders.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Alle vorderingen die vóór het vonnis tot inleiding van de procedure zijn ontstaan, moeten worden aangemeld, ongeacht de aard: handels-, civiele of administratieve vorderingen (belastingautoriteiten, socialezekerheidsinstanties) of strafrechtelijke vorderingen (boetes). Het is niet van belang of de vordering wel of niet bevoorrecht is, opeisbaar is of nog moet vervallen, en zeker of voorwaardelijk is.

Vorderingen die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure of een tegenprestatie vormen voor een prestatie ten behoeve van de schuldenaar voor zijn beroepswerkzaamheden, worden op de vervaldag ervan betaald.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Alle schuldeisers wier vordering vóór het vonnis tot inleiding is ontstaan, moeten hun vorderingen in geval van vrijwaring of sanering aanmelden bij de bewindvoerder, en in geval van liquidatie bij de liquidateur.

De termijn voor aanmelding bedraagt twee maanden vanaf de wettelijke publicatie van het vonnis tot inleiding.

De schuldenaar kan de vordering van een van zijn schuldeisers onder dezelfde voorwaarden ook zelf aanmelden.

De aanmelding heeft tevens betrekking op bepaalde vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan, waarvoor niet het voorrecht van betaling geldt dat bestaat ten gunste van vorderingen die van nut zijn voor de onderneming of verband houden met de eisen van de procedure.

In de aangemelde vordering moet het volgende worden opgenomen: de reeds vervallen en de nog te vervallen bedragen, de datums van de termijnen, de aard van het bestaande voorrecht of de bestaande zekerheid en de wijze van berekening van de rente.

De vorderingsaanmelding hoeft niet in een specifieke vorm te worden opgesteld. Uit de aanmelding moet ondubbelzinnig naar voren komen dat de schuldeiser de betaling van zijn vordering wil opeisen, op de lijst van schuldvorderingen wil worden opgenomen en aan de procedure wil deelnemen.

Na raadpleging van de schuldenaar stelt de bewindvoerder de lijst van aangemelde vorderingen op met voorstellen voor toelating, afwijzing of verwijzing naar de bevoegde instantie.

Deze lijst wordt doorgegeven aan de rechter-commissaris en meegedeeld aan de curator.

Vóór de toelating of afwijzing van een vordering controleert de rechter-commissaris het bestaan ervan, het bedrag en de aard, op basis van de bewijsstukken die de opsteller van de aanmelding voorlegt en eventueel elementen die zijn aangedragen door de gehoorde personen en de bewindvoerder.

Schuldeisers die hun vorderingen niet binnen de gestelde termijn hebben aangemeld, worden uitgesloten en kunnen dan ook niet worden betrokken bij de verdelingen, en evenmin aanspraak maken op dividenden in het geval van goedkeuring van een plan of tegeldemaking van de activa van de schuldenaar indien hun uitsluiting niet door de rechter-commissaris wordt opgeheven.

Bij ontheffing van de gevolgen van het verstrijken van de termijn kunnen zij na hun aanvraag in aanmerking komen voor de verdelingen.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring

De schuldenaar stelt de lijst op van de in de vorderingsaanmelding op te nemen vorderingen van alle schuldeisers die hebben deelgenomen aan de bemiddeling. De lijst wordt gecertificeerd door de accountant van de schuldenaar en ingediend bij de griffie van de rechtbank.

De bewindvoerder verstrekt iedere schuldeiser een uittreksel van de lijst met betrekking tot diens vordering.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Een bevoorrechte schuldeiser beschikt over een garantie waarmee hij zich verzekerd weet van betalingsvoorrang op andere, niet-bevoorrechte schuldeisers van zijn schuldenaar, wanneer er een collectieve procedure tegen de schuldenaar wordt ingeleid.

Zo kan een schuldeiser bevoorrecht zijn:

- omdat hij beschikt over een garantie waarmee zijn schuldenaar heeft ingestemd of die hij via een gerechtelijke procedure heeft verkregen, of

- omdat hij in zijn hoedanigheid op wettelijke gronden over een voorrecht beschikt.

Niet alle bevoorrechte schuldeisers zijn gelijk. In geval van samenloop van meerdere bevoorrechte schuldeisers, worden zij in een wettelijk vastgelegde volgorde betaald, maar altijd vóór niet-bevoorrechte schuldeisers.

Niet-bevoorrechte schuldeisers worden betaald uit de activa van de schuldenaar die resteren na betaling van bevoorrechte schuldeisers. De verdeling geschiedt pondspondsgewijs.

Niveaus van voorrechten

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

De tegeldemaking van de verkoopprijs van een onroerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de zestig laatste werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  2. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure: kosten met betrekking tot behoud en liquidatie van goederen en de verdeling van de prijs tussen de schuldeisers (kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen).
  3. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voort te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  4. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  5. Vorderingen die worden gegarandeerd door het algemene voorrecht van werknemers: betaling van het salaris van de zes maanden voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  6. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal voorrecht of een hypotheek.
  7. Niet-bevoorrechte vorderingen.

De tegeldemaking van de verkoopprijs van een roerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Vorderingen die worden gegarandeerd door een zekerheidsrecht op een speciaal roerend goed met een retentierecht.
  2. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de zestig laatste werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  3. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure: kosten met betrekking tot behoud en liquidatie van goederen en de verdeling van de prijs tussen de schuldeisers (kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen).
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voort te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie voor een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  6. Voorrecht van de schatkist.
  7. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal voorrecht betreffende een roerend goed zonder retentierecht.
  8. Vorderingen die worden gegarandeerd door andere algemene voorrechten betreffende roerende goederen.
  9. Niet-bevoorrechte vorderingen.

Gerechtelijke liquidatie

De tegeldemaking van de verkoopprijs van een onroerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de zestig laatste werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  2. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding voor het verloop van de procedure: kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen.
  3. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voor te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door speciale zekerheden op onroerende goederen.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  6. Niet-bevoorrechte vorderingen.

De tegeldemaking van de verkoopprijs van een roerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal zekerheidsrecht op roerende goederen met een retentierecht.
  2. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de zestig laatste werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  3. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding voor het verloop van de procedure: kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen.
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het tijdelijk behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijke persoon.
  6. Vorderingen die worden gegarandeerd door een hypotheek op roerende goederen of vorderingen die worden gegarandeerd door een onderpand op materieel of outillage.
  7. Voorrecht van de schatkist.
  8. Een vordering die wordt gegarandeerd door een speciaal zekerheidsrecht op een roerend goed zonder retentierecht.
  9. Overige voorrechten betreffende roerende goederen (artikel 2331 van het Franse Burgerlijk Wetboek) en het algemene voorrecht betreffende salarissen.
  10. Niet-bevoorrechte vorderingen.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

In het kader van de procedures voor vrijwaring en gerechtelijke sanering kunnen de activiteiten van de onderneming worden voortgezet, kan de werkgelegenheid worden behouden en kunnen de passiva worden aangezuiverd door middel van een plan. Een plan voor vrijwaring of sanering kan pas worden opgesteld wanneer aan deze voorwaarden is voldaan.

Als er een serieuze mogelijkheid is dat de onderneming wordt gered, wordt het ontwerpplan in geval van vrijwaring opgesteld door de schuldenaar en in geval van sanering door de curator. Het plan bestaat uit drie onderdelen:

— een economisch en financieel onderdeel, waarin de vooruitzichten voor sanering worden bepaald op basis van de mogelijkheden en de wijzen waarop de werkzaamheden worden verricht, de marktsituatie en de beschikbare financieringsmiddelen;

— een definitie van de wijze van vereffening van de schulden en eventuele garanties die de directeur moet stellen om de uitvoering te waarborgen;

— een sociaal onderdeel, waarin het niveau en de vooruitzichten van werkgelegenheid worden uiteengezet en gerechtvaardigd evenals de beoogde sociale voorwaarden voor voortzetting van de activiteiten. Indien in het plan sprake is van ontslagen om economische redenen, worden de reeds getroffen maatregelen uiteengezet en wordt omschreven welke stappen moeten worden ondernomen om te kunnen zorgen voor herindeling en vergoeding van met ontslag bedreigde werknemers.

In het plan worden alle afspraken vermeld die zijn aangegaan door de personen die moeten zorgen voor de uitvoering en die noodzakelijk zijn voor de sanering van de onderneming.

De rechtbank beslist vervolgens over het ontwerpplan dat door de schuldenaar of een schuldeiser is voorgelegd.

Het vonnis van de rechtbank tot vaststelling van een plan voor vrijwaring, sanering of overdracht vormt een rechterlijke beslissing. Het plan omvat tevens een contractueel aspect als er comités van schuldeisers zijn opgericht.

Het plan heeft een looptijd van maximaal tien jaar, en wat betreft landbouwers vijftien jaar.

De rechtbank stelt voor de duur van het plan de curator of bewindvoerder aan als commissaris voor de uitvoering van het plan, die op de tenuitvoerlegging moet toezien.

Met de vaststelling van het plan wordt de waarnemingsperiode beëindigd. De schuldenaar krijgt weer de beschikking over zijn goederen en kan zijn onderneming weer leiden, onder voorbehoud van de maatregelen die hem in het plan zijn opgelegd door de rechtbank.

De schuldenaar dient zich aan alle bepalingen van het plan te houden.

Indien hij dit nalaat, wanneer de afspraken niet worden nagekomen of wanneer zich een staking van de betalingen voordoet tijdens de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering, loopt de schuldenaar het risico dat het plan wordt ingetrokken en de procedure wordt hervat.

Omzetting in gerechtelijke liquidatie

Tijdens of na afloop van de waarnemingsperiode die is ingegaan met een vonnis tot vrijwaring of een vonnis tot gerechtelijke sanering, kan worden besloten tot gerechtelijke liquidatie.

De rechtbank moet het vonnis tot gerechtelijke liquidatie vellen zodra de voortzetting van de onderneming onmogelijk blijkt of er in het kader van de procedure voor gerechtelijke sanering geen overdrachtsplan kan worden vastgesteld.

Einde van de verplichtingen van de schuldenaar als natuurlijk persoon in gerechtelijke liquidatie

De onbevoegdheid tot beschikking en beheer van de schuldenaar gaat in op de dag van de uitspraak van de gerechtelijke liquidatie en wordt beëindigd bij de sluiting van de liquidatie. Op dat moment krijgt de schuldenaar zijn rechten terug en kan hij weer acties ondernemen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

De voltooiing van de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering betekent niet dat schuldeisers die hun vordering niet hadden aangemeld, de schuldenaar kunnen vervolgen.

Uitzonderlijke hervatting van individuele gerechtelijke stappen is uitdrukkelijk enkel mogelijk na afsluiting van de gerechtelijke liquidatie wegens een ontoereikend vermogen.

Moment waarop de insolventieprocedure als afgesloten wordt beschouwd

De waarnemingsperiode beslaat het tijdsbestek vanaf de dag van het vonnis tot inleiding tot en met de dag van het vonnis waarmee het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering wordt vastgesteld, of waarin de gerechtelijke liquidatie wordt uitgesproken.

Zowel bij de vrijwaringsprocedure als bij de gerechtelijke saneringsprocedure wordt de activiteit gedurende de waarnemingsperiode voortgezet en blijft de schuldenaar zijn onderneming in principe leiden, zij het met bepaalde beperkingen.

Als er een serieuze mogelijkheid is de onderneming te redden, zal de waarnemingsperiode uitmonden in een plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering.

Met de goedkeuring van een vrijwaringsplan of een saneringsplan krijgt de schuldenaar het beheer van zijn zaken weliswaar weer in handen, maar wordt de procedure niet beëindigd.

De procedure wordt namelijk afgesloten wanneer het eindverslag van de curator en de bewindvoerder door de rechter-commissaris is goedgekeurd. De president van de rechtbank geeft dan opdracht tot afsluiting, wat een maatregel van de rechterlijke macht is waartegen geen beroep kan worden aangetekend.

De procedure wordt zo op het moment van de beschikking tot afsluiting gerechtelijk afgesloten.

De gevolgen van de procedure houden echter niet op bij de beschikking tot afsluiting, want het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering blijft dan nog van kracht.

De schuldenaar dient zich aan alle bepalingen van het plan te houden.

Indien hij dit nalaat, wanneer de afspraken niet worden nagekomen of wanneer zich een staking van de betalingen voordoet tijdens de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering, loopt de schuldenaar het risico dat het plan wordt ingetrokken en de procedure wordt hervat.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten en uitgaven van de procedure komen ten laste van de onderneming waarvoor de insolventieprocedure is ingesteld.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Wanneer de rechtbank een procedure voor gerechtelijke sanering of gerechtelijke liquidatie inleidt, is de datum waarop de schuldenaar de betalingen staakt, in principe de datum van het vonnis tot inleiding van de procedure.

De rechtbank heeft echter de mogelijkheid om de datum van staking van de betalingen vast te stellen op een eerdere datum, tot 18 maanden voorafgaand aan de datum van inleiding van de insolventieprocedure.

De periode vanaf de datum van staking van betaling tot de datum van inleiding van een procedure voor gerechtelijke sanering of gerechtelijke liquidatie wordt in dit geval de "verdachte periode" genoemd.

Bepaalde handelingen die in de verdachte periode door de schuldenaar zijn verricht en die frauduleus lijken, worden nietig verklaard.

Het instellen van een vordering tot nietigverklaring van handelingen die gedurende de verdachte periode zijn verricht, valt onder de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank waarbij de procedure aanhangig is.

Het instellen van een vordering tot nietigheid is voorbehouden aan de curator, de bewindvoerder, de liquidateur en het openbaar ministerie.

Schuldeisers kunnen individueel, of collectief via de bewindvoerder, een vordering tot niet‑tegenwerpbaarheid instellen van handelingen die door de schuldenaar zijn verricht.

De handeling is voor iedereen nietig en wordt met terugwerkende kracht vernietigd.

In de onderstaande twaalf gevallen is er sprake van verplichte nietigheid die geldt voor abnormale handelingen.

  • Alle handelingen tot kosteloze overdracht van een roerend of onroerend goed.
  • Elk wederkerig contract waarin de verplichtingen van de schuldenaar die van de andere partij aanzienlijk te boven gaan.
  • Elke betaling, ongeacht de wijze waarop deze is verricht, voor schulden die op de dag van betaling nog niet waren vervallen.
  • Elke betaling voor schulden die op andere wijze is verricht dan in contanten, handelspapieren, via overschrijvingen, overdrachtsdocumenten of elke andere betalingswijze die algemeen wordt aanvaard in zakelijke betrekkingen.
  • Alle deposito's en consignaties van geldsommen die, zonder dat er een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde is, zijn verricht als onderpand voor een goed.
  • Elke conventionele hypotheek, elke gerechtelijke hypotheek en de wettelijke hypotheek van de echtgenoten en elk recht op verpanding of op onderpand die zijn gevormd op de goederen van de schuldenaar in verband met eerder ontstane schulden.
  • Elke conservatoire maatregel, tenzij de inschrijving of de executiehandeling heeft plaatsgevonden vóór de datum van staking van de betalingen.
  • Iedere toestemming en uitoefening van opties door de werknemers van de onderneming.
  • Iedere inbreng van goederen of rechten in een trustvermogen, tenzij deze inbreng heeft plaatsgevonden als garantie voor een gelijktijdig aangegane schuld.
  • Elke aanpassingsovereenkomst bij een trustovereenkomst die gevolgen heeft voor rechten of goederen die reeds zijn ingebracht in een trustvermogen als garantie voor schulden die vóór deze aanpassingsovereenkomst zijn aangegaan.
  • Wanneer de schuldenaar een individuele ondernemer met beperkte aansprakelijkheid is, iedere bestemming of wijziging in de bestemming van een goed, onder voorbehoud van storting van de inkomsten die niet zijn bestemd voor de beroepsactiviteit, die heeft geleid tot een vermindering van het vermogen waarop de procedure betrekking heeft ten gunste van een ander vermogen van deze ondernemer.
  • De door de schuldenaar bij een notaris afgelegde verklaring dat bepaalde zaken niet vatbaar zijn voor beslag.

Deze handelingen moeten door de rechtbank nietig worden verklaard, ongeacht de vraag of de partijen te goeder of te kwader trouw hebben gehandeld.

Voorts kan de rechtbank de handeling tot kosteloze overdracht van een roerend of onroerend goed en de verklaring dat bepaalde zaken niet vatbaar zijn voor beslag die tot zes maanden voorafgaand aan de datum van staking van betaling is verricht of afgelegd, nietig verklaren. Voor deze gevallen geldt een facultatieve nietigheid.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/02/2018

Insolventie - Kroatië

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Een aan een faillissement voorafgaande procedure en een faillissementsprocedure kunnen worden ingesteld tegen rechtspersonen en tegen de activa van een individuele schuldenaar, tenzij de wet anders bepaalt. Een individuele schuldenaar in de zin van de Faillissementswet (Stečajni zakon – "SZ") is een natuurlijk persoon die krachtens de Wet inkomstenbelasting (Zakon o porezu na dohodak) onderworpen is aan belasting over inkomen uit zelfstandige arbeid of een natuurlijk persoon die krachtens de Wet vennootschapsbelasting (Zakon o porezu na dobit) onderworpen is aan vennootschapsbelasting.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

a) Een aan faillissement voorafgaande procedure kan worden ingeleid als de rechter vaststelt dat insolventie dreigt, d.w.z. als de rechter concludeert dat de schuldenaar niet tijdig aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen.

Er is sprake van dreigende insolventie als de situatie waarin de schuldenaar geacht wordt insolvent te zijn, zich nog niet voordoet en als:

− het door het Financieel agentschap (Financijska agencija) bijgehouden Register van de rangorde van betalingsverplichtingen een of meer niet-voldane verplichtingen op naam van de schuldenaar vermeldt waarvoor een rechtsgrond voor betaling bestaat en die zonder nadere goedkeuring door de schuldenaar via een van zijn rekeningen hadden moeten worden geïnd, of

− de schuldenaar meer dan dertig dagen te laat is met de betaling van salarissen aan werknemers uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, arbeidsreglement, collectieve overeenkomst of speciale regeling, of een ander document waarin de verplichtingen van werkgevers tegenover werknemers zijn geregeld, of

− de schuldenaar verzuimt de premies en belasting voor de in de vorige alinea bedoelde salarissen te betalen binnen dertig dagen vanaf de datum waarop hij verplicht was de salarissen aan de werknemers te betalen.

b) Een faillissementsprocedure kan worden ingeleid als de rechter vaststelt dat er gronden zijn voor faillissement, d.w.z. insolventie of overmatige schulden.

Er is sprake van insolventie als de schuldenaar voortdurend niet kan voldoen aan zijn uitstaande financiële verplichtingen. Als de schuldenaar de vorderingen van sommige van de schuldeisers geheel of gedeeltelijk heeft voldaan of mogelijk kan voldoen, betekent dat nog niet dat hij als solvent wordt beschouwd.

De schuldenaar wordt geacht insolvent te zijn:

− als het door het Financieel agentschap bijgehouden Register van de rangorde van betalingsverplichtingen een of meer niet-voldane verplichtingen op naam van de schuldenaar vermeldt die sinds meer dan zestig dagen opeisbaar zijn, waarvoor een rechtsgrond voor betaling bestaat en die zonder nadere goedkeuring door de schuldenaar via een van zijn rekeningen hadden moeten worden geïnd, of

− als hij driemaal achtereen heeft verzuimd zijn werknemers salaris te betalen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, arbeidsreglement, een collectieve overeenkomst of speciale regeling, of een ander document waarin de verplichtingen van werkgevers tegenover werknemers zijn geregeld.

De schuld wordt geacht overmatig te zijn als de activa van de schuldenaar, als rechtspersoon, zijn bestaande verplichtingen niet meer dekken.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

In een faillissementsprocedure bestaat de failliete boedel uit de activa die de schuldenaar in bezit had bij opening van de faillissementsprocedure, plus de activa die in zijn bezit zijn gekomen tijdens de faillissementsprocedure. Uit de failliete boedel wordt de faillissementsprocedure bekostigd en worden de vorderingen van de schuldeisers voldaan, evenals vorderingen waarvan afwikkeling is gegarandeerd door bepaalde rechten op de activa van de schuldenaar.

Het vrije gebruik van activa uit de failliete boedel door personen die voordien zijn gemachtigd om de schuldenaar wettelijk te vertegenwoordigen, of door de individuele schuldenaar na opening van de faillissementsprocedure, heeft geen rechtsgevolgen, behalve voor gebruik dat wordt beheerst door de algemene regels die het beginsel van vertrouwen in openbare registers waarborgen. De vergoeding wordt uit de failliete boedel aan de wederpartij geretourneerd als de waarde van de failliete boedel erdoor is verhoogd.

Als de individuele schuldenaar voor opening of in de loop van de faillissementsprocedure begunstigde is van een nalatenschap of legaat, is alleen de schuldenaar gerechtigd die te aanvaarden of te verwerpen.

Als een schuldenaar met een derde persoon mede-eigenaar wordt of een andere rechtsbetrekking of partnerschap aangaat, vindt de verdeling van activa plaats buiten de faillissementsprocedure. Voor de afwikkeling van verplichtingen uit een dergelijke relatie kan worden verzocht om aparte afwikkeling uit het deel van de schuldenaar.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure – de voorwaarden voor aanstelling van een curator zijn dezelfde als die voor aanstelling van een vereffenaar. Als de rechter dat nodig acht, stelt hij op eigen besluit een curator aan bij aanvang van de aan faillissement voorafgaande procedure. De taken van de curator komen ten einde op de datum van homologatie van een gerechtelijk akkoord, op de datum van opening van de faillissementsprocedure of op grond van een beslissing van de schuldeisers.

De curator in een aan faillissement voorafgaande procedure heeft de volgende taken:

1. de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar onderzoeken;

2. de lijst van activa en passiva van de schuldenaar bestuderen;

3. de geloofwaardigheid van de geregistreerde vorderingen beoordelen;

4. vorderingen betwisten als hij naar aanleiding van de verklaringen van schuldeisers of om andere redenen twijfelt aan de waarheidsgetrouwheid ervan;

5. toezien op de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar, in het bijzonder diens financiële transacties, aangaan van verplichtingen aan derden, uitgifte van betaalverzekeringsinstrumenten en bedrijfsactiviteiten in het kader van de verkoop van goederen of diensten, en waarborgen dat de activa van de schuldenaar niet worden geschaad;

6. een klacht indienen bij de rechtbank als de schuldenaar handelt in strijd met artikel 67 van de SZ;

7. bevelen uitvaardigen en verklaringen afgeven ingevolge de artikelen 69 en 71 van de SZ;

8. erop toezien dat de kosten van de aan faillissement voorafgaande procedure volledig en tijdig worden voldaan;

9. overige activiteiten verrichten ingevolge de SZ.

Tussen opening en afsluiting van de aan faillissement voorafgaande procedure mag de schuldenaar alleen betalingen verrichten die nodig zijn voor zijn normale bedrijfsactiviteiten. In die periode mag de schuldenaar geen andere verplichtingen die zijn aangegaan en opeisbaar zijn geworden voor opening van de aan faillissement voorafgaande procedure nakomen dan bruto betalingsverplichtingen aan zijn werknemers en ex-werknemers uit hoofde van een arbeidsverhouding die voor de datum van opening van de aan faillissement voorafgaande procedure opeisbaar zijn geworden, ontslagvergoedingen tot het wettelijk en in collectieve overeenkomsten bepaalde bedrag, vorderingen wegens letsel op het werk of aan het werk gerelateerde ziekte, en vorderingen op basis van werknemerssalarissen vermeerderd met het bedrag aan basispremies en andere essentiële rechten van medewerkers ingevolge arbeidsovereenkomsten en collectieve overeenkomsten die opeisbaar zijn geworden na indiening van het voorstel tot opening van de aan faillissement voorafgaande procedure, evenals andere betalingen die nodig zijn voor de normale bedrijfsuitoefening zoals vastgesteld in een speciale wet.

Tussen de datum van indiening van het voorstel tot opening van een aan faillissement voorafgaande procedure en de datum van de beslissing omtrent die procedure mag de schuldenaar zijn activa niet vervreemden of bezwaren zonder daartoe vooraf toestemming te zijn verleend door de curator of, indien er geen curator is aangesteld, door de rechter.

b) Faillissementsprocedure – de vereffenaar in een faillissementsprocedure wordt willekeurig gekozen uit de A-lijst van vereffenaars voor het gebied waarin de rechtbank bevoegd is, tenzij anders is bepaald in de SZ. Op basis van die keuze stelt de rechter de vereffenaar aan in de beslissing tot opening van een faillissementsprocedure. Als in de aan faillissement voorafgaande procedure een curator werd aangesteld of als in de faillissementsprocedure een voorlopige vereffenaar werd aangesteld, stelt de rechtbank bij wijze van uitzondering de curator respectievelijk de tijdelijke vereffenaar aan als vereffenaar.

De rechten en plichten van de ondernemingsorganen van de schuldenaar berusten bij de vereffenaar, tenzij anders is bepaald in de SZ. Als de schuldenaar zijn bedrijfsactiviteiten tijdens de faillissementsprocedure voortzet overeenkomstig artikel 217, lid 2, van de SZ, beheert de vereffenaar de bedrijfsactiviteiten.

De vereffenaar vertegenwoordigt de schuldenaar. De vereffenaar beheert alleen die activiteiten van een individuele schuldenaar die de failliete boedel betreffen, en hij vertegenwoordigt de schuldenaar met de bevoegdheid van een wettelijk vertegenwoordiger.

De vereffenaar is verplicht om nauwgezet en ordelijk te handelen, en in het bijzonder om

1. de boekhouding op orde te brengen tot de datum van opening van de faillissementsprocedure;

2. een voorlopige raming van de kosten van de faillissementsprocedure op te stellen en ter goedkeuring voor te leggen aan de commissie van schuldeisers;

3. een commissie in te stellen voor inventarisatie van de activa;

4. een eerste balans van de activa van de schuldenaar op te maken;

5. de afsluiting van de begonnen maar niet afgeronde activiteiten van de schuldenaar en de activiteiten die nodig zijn om te voorkomen dat de activa van de schuldenaar worden geschaad, zorgvuldig te beheren;

6. toe te zien op realisatie van de vorderingen van de schuldenaar;

7. de in artikel 217, lid 2, van de SZ bedoelde bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar nauwgezet uit te voeren;

8. de documenten in verband met de arbeidsrechtelijke status van begunstigden aan de Kroatische pensioenverzekeringsinstelling te verstrekken;

9. de eigendommen en rechten van de schuldenaar die deel uitmaken van de failliete boedel te realiseren of te innen;

10. de uitdeling aan de schuldeisers voor te bereiden en na goedkeuring uit te voeren;

11. een eindafrekening over te leggen aan de commissie van schuldeisers;

12. de verdere uitdelingen aan de schuldeisers te verrichten;

13. na afsluiting van de faillissementsprocedure de failliete boedel te vertegenwoordigen overeenkomstig de SZ.

De vereffenaar brengt minstens eens in het kwartaal op een standaardformulier schriftelijk verslag uit over het verloop van de faillissementsprocedure en over de balans van de failliete boedel.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Als de schuldeiser bij opening van de faillissementsprocedure wettelijk of contractueel recht had op verrekening, laat het openen van de faillissementsprocedure dat recht onverlet.

Als er bij opening van de faillissementsprocedure een of meer vorderingen zijn die onder opschortende voorwaarde moeten worden verrekend of die nog niet opeisbaar zijn of geen betrekking hebben op wederpartijen van dezelfde aard, vindt verrekening plaats wanneer aan de vereiste voorwaarden is voldaan. Niet van toepassing op verrekening is de bepaling dat uitstaande vorderingen opeisbaar worden bij opening van een faillissementsprocedure en dat niet-geldelijke vorderingen of vorderingen voor een niet-gespecificeerd geldbedrag worden gesteld op de geschatte geldwaarde ten tijde van de opening van de faillissementsprocedure. Als de voor verrekening te gebruiken vordering onvoorwaardelijk en opeisbaar wordt voordat de verrekening mogelijk is, is verrekening uitgesloten.

Verrekening is niet uitgesloten voor vorderingen die luiden in verschillende valuta's of rekeneenheden, mits die valuta's of rekeneenheden eenvoudig kunnen worden gewisseld op de plaats van afwikkeling van de voor de verrekening gebruikte vordering. Omrekening vindt plaats volgens de wisselkoers op de plaats van afwikkeling op het moment van ontvangst van de verrekeningsverklaring.

Een verrekening is niet toelaatbaar:

1. als de verplichting van de schuldeiser in het kader van de failliete boedel pas is ontstaan na opening van de faillissementsprocedure;

2. als de verplichting pas na opening van de faillissementsprocedure door een schuldeiser aan een andere schuldeiser is gecedeerd;

3. als de schuldeiser zijn vordering in het laatste halfjaar voor opening van de faillissementsprocedure via cessie heeft verkregen of als er in het laatste halfjaar voor de dag van opening van de faillissementsprocedure geen aan faillissement voorafgaande procedure is geopend, en de schuldeiser wist of had moeten weten dat de schuldenaar insolvent was geworden of dat er een voorstel was ingediend om een faillissementsprocedure of een daaraan voorafgaande procedure te openen tegen de schuldeiser. Bij wijze van afwijking is verrekening toegestaan als de vordering is gecedeerd met betrekking tot de nakoming van nog niet nagekomen contractuele verplichtingen of als het recht de vordering te voldoen opnieuw is verkregen middels succesvolle aanvechting van een juridische transactie van een schuldenaar;

4. als de schuldeiser het recht op verrekening heeft verkregen middels een vernietigbare rechtshandeling.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Als de schuldenaar en de wederpartij bij een bilateraal bindende overeenkomst de overeenkomst niet of niet volledig hebben uitgevoerd bij opening van de faillissementsprocedure, kan de vereffenaar de overeenkomst uitvoeren in plaats van de schuldenaar en eisen dat de wederpartij de overeenkomst uitvoert. Als de vereffenaar weigert de overeenkomst uit te voeren, kan de wederpartij haar vordering wegens niet-nakoming alleen als schuldeiser in faillissement realiseren. Als de wederpartij bij de overeenkomst de vereffenaar verzoekt zijn standpunt inzake zijn keuzerecht kenbaar te maken, informeert de vereffenaar onmiddellijk, en in elk geval niet later dan de verslagzitting, de wederpartij per aangetekende post of hij voornemens is uitvoering van de overeenkomst te eisen. Als de wederpartij aanmerkelijke schade zou lijden voor aanvang van de verslagzitting en de vereffenaar daarvan in kennis heeft gesteld, dient de vereffenaar, bij wijze van afwijking, de wederpartij binnen acht dagen per aangetekende post te laten weten of hij voornemens is uitvoering van de overeenkomst te eisen. Als de vereffenaar dat verzuimt te doen, is hij niet gemachtigd uitvoering van de overeenkomst te eisen.

Als de te verrichten prestaties deelbaar zijn en de wederpartij bij opening van de faillissementsprocedure gedeeltelijk aan haar uitvoeringsverplichtingen heeft voldaan, kan die partij als schuldeiser in faillissement haar recht op vergoeding voor de gedeeltelijke uitvoering uitoefenen, ook als de vereffenaar uitvoering van het resterende deel heeft geëist. Als de wederpartij haar recht op vergoeding niet uitoefent, kan zij de waarde die zij met haar gedeeltelijke uitvoering heeft toegevoegd aan de activa van de schuldenaar, niet terugvorderen.

Indien in een kadaster een voorbehoud is opgenomen ter waarborging van het recht op verkrijging of herroeping van rechten op een van de activa van de schuldenaar of een van de ten gunste van een schuldenaar opgenomen rechten, of ter waarborging van de vordering op een wijziging van de inhoud of voorrang van zulke rechten, kan de schuldeiser zijn vordering afwikkelen als schuldeiser in de failliete boedel. Dit is tevens van toepassing indien de schuldenaar alle overige verplichtingen tegenover de schuldeiser heeft aanvaard en die vervolgens geheel of gedeeltelijk niet is nagekomen. Deze bepaling is mutatis mutandis van toepassing op voorbehouden in het scheepsregister, het register van schepen in aanbouw of het luchtvaartuigregister.

Als de schuldenaar voor opening van de faillissementsprocedure zijn roerende goederen met eigendomsvoorbehoud heeft verkocht en in bezit van de koper heeft gesteld, kan de koper de uitvoering van de koopovereenkomst eisen. Dit is ook van toepassing als de schuldenaar verdere verplichtingen tegenover de koper is aangegaan die hij niet of niet volledig is nagekomen. Als de schuldenaar voor opening van de faillissementsprocedure een onroerend goed met eigendomsvoorbehoud heeft gekocht en in bezit heeft ontvangen van de verkoper, heeft de vereffenaar het keuzerecht overeenkomstig artikel 181 van de SZ.

De huur en leasing van onroerend goed of bedrijfspanden houden niet op te bestaan bij opening van de faillissementsprocedure. Dat geldt ook voor huur- en leaserelaties die de schuldenaar als lessor is aangegaan voor objecten die voor verzekeringsdoeleinden zijn overgedragen aan een derde die de aankoop of vervaardiging ervan heeft gefinancierd. Rechten die betrekking hebben op de tijd voor opening van de faillissementsprocedure, evenals op de schade geleden door vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst, kunnen door de wederpartij alleen worden uitgeoefend als schuldeiser in faillissement.

De vereffenaar kan een door de schuldenaar als lessee afgesloten huur- of leaseovereenkomst voor een onroerend goed of bedrijfspand ontbinden, ongeacht de overeengekomen looptijd en met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. Als de vereffenaar de overeenkomst ontbonden verklaart, kan de wederpartij als schuldeiser in faillissement schadevergoeding vorderen wegens vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst. Als de schuldenaar bij opening van de faillissementsprocedure het onroerend goed of bedrijfspand niet heeft overgenomen, kunnen de vereffenaar en de wederpartij de overeenkomst ontbinden. Als de vereffenaar de overeenkomst ontbindt, kan de wederpartij als schuldeiser in faillissement schadevergoeding vorderen wegens vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst. De partij die voornemens is de overeenkomst te ontbinden, dient de andere partij desgevraagd daarvan binnen vijftien dagen in kennis te stellen. Indien de partij verzuimt dat te doen, verliest zij haar recht op ontbinding.

Indien de schuldenaar als de lessor van het onroerend goed of bedrijfspand voor opening van de faillissementsprocedure vorderingen had in verband met huur- en leaserelaties voor een toekomstige periode, heeft dat rechtsgevolgen voor zover het gaat om de huur of lease voor de lopende kalendermaand bij opening van de faillissementsprocedure. Als de faillissementsprocedure wordt geopend na de vijftiende van de maand, hebben vorderingen ook rechtsgevolgen voor de daarop volgende kalendermaand. Zij houden specifiek verband met de afwikkeling van huur en leasing. Vorderingen op grond van executie zijn gelijkwaardig aan contractuele vorderingen.

De vereffenaar kan namens de schuldenaar als de lessor de lease- of huurrelatie binnen een wettelijke opzegtermijn ontbinden, ongeacht de contractuele opzegtermijn.

Een derde aan wie de vereffenaar het door de schuldenaar geleasete onroerend goed of bedrijfspand heeft vervreemd en die bijgevolg een lease- of huurrelatie aangaat in plaats van de schuldenaar, kan die overeenkomst binnen de wettelijk bepaalde termijn ontbinden.

Als de schuldenaar de lessee is kan de wederpartij, nadat het voorstel tot opening van een faillissementsprocedure is ingediend, de leaseovereenkomst niet ontbinden:

1. wegens te late huur- of leasebetaling voor de opening van de faillissementsprocedure;

2. wegens verslechtering van de financiële situatie van de schuldenaar.

De opening van de faillissementsprocedure leidt niet tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten of dienstverleningsovereenkomsten met de schuldenaar. De opening van de faillissementsprocedure is een bijzondere gegronde reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Na de opening van de faillissementsprocedure kunnen de vereffenaar, namens de schuldenaar (als werkgever), en de werknemer de arbeidsovereenkomst ontbinden, ongeacht de contractuele looptijd van de overeenkomst en ongeacht wettelijke of contractuele bepalingen voor de bescherming van werknemers. De opzegtermijn is één maand, tenzij in de wet een kortere termijn is bepaald. Als werknemers oordelen dat de ontbinding van hun arbeidsovereenkomst niet rechtmatig is, kunnen zij bescherming van hun rechten verlangen krachtens de Arbeidswet (Zakon o radu).

Behoudens goedkeuring van de rechter kan de vereffenaar nieuwe arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd sluiten zonder de beperkingen die zijn vastgesteld in de algemene arbeidsvoorschriften voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, teneinde de reeds begonnen bedrijfsactiviteiten te voltooien en eventuele schade te voorkomen. De vereffenaar specificeert salarissen en andere inkomsten uit arbeid met goedkeuring van de rechter en in overeenstemming met de wet en de collectieve overeenkomst. De salarissen en inkomsten uit arbeid waarop werknemers recht kregen na de opening van de faillissementsprocedure, worden afgewikkeld als verplichtingen van de failliete boedel.

Het recht van werknemers op medezeggenschap vervalt met de opening van de faillissementsprocedure. Afspraken met de ondernemingsraad zijn niet bindend voor de vereffenaar.

De opdrachten van de schuldenaar in verband met de activa die deel uitmaken van de failliete boedel, verliezen hun geldigheid bij opening van de faillissementsprocedure. Als de persoon aan wie een opdracht is verstrekt, buiten zijn schuld niet op de hoogte is van de faillissementsprocedure en zijn activiteiten voortzet, wordt de opdracht geacht nog van kracht te zijn. Vorderingen van de persoon aan wie de opdracht is verstrekt in verband met zulke voortgezette activiteiten, worden afgewikkeld als vorderingen van een schuldeiser in faillissement. Met het oog op herstel van de schade is de persoon aan wie de opdracht is verstrekt, verplicht na opening van de faillissementsprocedure zijn activiteiten voort te zetten tot de vereffenaar de activiteiten overneemt. Vorderingen van de persoon aan wie de opdracht is verstrekt in verband met zulke activiteiten, worden afgewikkeld als vorderingen van schuldeisers in de failliete boedel.

Aanbiedingen aan of door de schuldenaar zijn met ingang van de dag van opening van de faillissementsprocedure niet meer geldig, tenzij zij voordien zijn aanvaard.

Ten aanzien van zakelijke overeenkomsten waarbij iemand zich heeft verplicht tot de verlening van bepaalde diensten voor de schuldenaar en ten aanzien van de machtiging van de schuldenaar in verband met de activa die deel uitmaken van de failliete boedel waarbij die machtiging niet meer geldig is vanaf de opening van faillissementsprocedure, is de persoon aan wie de opdracht is verstrekt, met het oog op het herstel van schade, gehouden de activiteiten na opening van de faillissementsprocedure te blijven uitvoeren tot de vereffenaar de uitvoering van de activiteiten overneemt. Vorderingen van de persoon aan wie de opdracht is verstrekt in verband met de voortgezette activiteiten, worden afgewikkeld als de vorderingen van schuldeisers in de failliete boedel.

Contractuele bepalingen die toepassing van de bepalingen van de SZ bij voorbaat uitsluiten of beperken, hebben geen rechtsgevolgen.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure – tussen de dag van opening en de dag van afsluiting van een aan faillissement voorafgaande procedure mogen er geen executie-, administratieve of zekerheidsprocedures worden ingesteld tegen de schuldenaar. Indien er zulke procedures reeds aanhangig zijn, worden zij opgeschort op de dag van opening van de aan faillissement voorafgaande procedure. De opgeschorte procedures worden voortgezet op voorstel van de schuldeisers:

- na sluiting van een gerechtelijk akkoord – over alle of een deel van de vorderingen die werden betwist in de aan faillissement voorafgaande procedure;

- na een definitieve beslissing tot beëindiging van de aan faillissement voorafgaande procedure.

Deze bepalingen zijn niet van toepassing op procedures waarop een aan faillissement voorafgaande procedure geen invloed heeft, of op een procedure voor de afwikkeling van vorderingen die zijn ontstaan na opening van de aan faillissement voorafgaande procedure.

In gerechtelijke procedures waarin opschorting van de procedure is gelast naar aanleiding van de opening van een aan faillissement voorafgaande procedure en waarin vervolgens een definitieve beslissing is gegeven ter bevestiging van het gerechtelijk akkoord over de vordering van de schuldeiser, zal de rechter de procedure voortzetten en de vordering afwijzen of de executie- of zekerheidsprocedure stoppen, behalve in verband met alle of een deel van de vorderingen die werden betwist in de aan faillissement voorafgaande procedure

b) Faillissementsprocedure – individuele schuldeisers kunnen na opening van de faillissementsprocedure geen executie- of zekerheidsprocedure tegen de schuldenaar instellen in verband met die delen van hun activa die deel uitmaken van de failliete boedel, of tegen andere activa van de schuldenaar. Schuldeisers anders dan schuldeisers in faillissement zijn niet gerechtigd executie of zekerheid te eisen tegenover toekomstige vorderingen van individuele schuldenaren op basis van hun arbeidsverhouding of andere dienst, of hun vorderingen op die basis in een faillissementsprocedure, behalve executie of zekerheid voor de afwikkeling van onderhoudsvorderingen en andere vorderingen die kunnen worden voldaan uit het deel van het arbeidsinkomen van de schuldenaar waaruit de vorderingen van andere schuldeisers niet kunnen worden voldaan. Indien een dergelijke executie- en zekerheidsprocedure aanhangig is bij opening van de faillissementsprocedure, wordt zij onderbroken. Zodra deze procedure wordt voortgezet, zet de executierechtbank de procedure stop.

Met het oog op uitoefening van hun rechten kunnen schuldeisers die gerechtigd zijn te verzoeken dat delen van de activa van de schuldenaar worden vrijgesteld van de insolvente boedel (izlučni vjerovnici), na opening van de faillissementsprocedure tegen de schuldenaar een executie- en zekerheidsprocedure starten overeenkomstig de algemene regels van executieprocedures. Opgeschorte executie- en zekerheidsprocedures die de schuldeisers zijn gestart voor de opening van de faillissementsprocedure, worden voortgezet en uitgevoerd door een executierechtbank overeenkomstig de regels van de executieprocedure.

Na de opening van de faillissementsprocedure is het voor bevoorrechte schuldeisers (razlučni vjerovnici) niet toegestaan een executie- of zekerheidsprocedure te beginnen. Executie- en zekerheidsprocedures die bij opening van de faillissementsprocedure aanhangig zijn, worden opgeschort. De opgeschorte executie- en zekerheidsprocedures worden voortgezet door de rechtbank die de faillissementsprocedure leidt onder toepassing van de regels voor realisatie van de posten waarvoor recht op voorrang bestaat in de faillissementsprocedure.

Na opening van de faillissementsprocedure is inschrijving in openbare registers toegestaan, indien is voldaan aan de voorwaarden voor inschrijving voordat de rechtsgevolgen van de opening van de faillissementsprocedure uitwerking kregen.

Tot een half jaar na opening van de faillissementsprocedure is executie voor de afwikkeling van vorderingen uit de failliete boedel die niet zijn gebaseerd op rechtshandelingen van de vereffenaar, niet toegestaan.

Deze bepaling geldt niet voor:

1. verplichtingen van de failliete boedel uit hoofde van een bilateraal bindende overeenkomst tot uitvoering waarvan de vereffenaar zich heeft verbonden;

2. verplichtingen uit hoofde van een permanente contractuele relatie na het verstrijken van de eerste termijn waarbinnen de vereffenaar de overeenkomst had kunnen ontbinden;

3. verplichtingen uit hoofde van een permanente contractuele relatie indien de vereffenaar een vergoeding heeft ontvangen ten gunste van de failliete boedel.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure - tussen de dag van opening en de dag van afsluiting van een aan faillissement voorafgaande procedure mag geen civiele procedure worden aangespannen tegen de schuldenaar. Indien dergelijke procedures reeds aanhangig zijn, worden zij opgeschort op de dag van opening van de aan faillissement voorafgaande procedure. Opgeschorte procedures worden voortgezet op voorstel van de schuldeiser:

- na sluiting van een gerechtelijk akkoord – over alle of een deel van de vorderingen die werden betwist in de aan faillissement voorafgaande procedure;

- na een definitieve beslissing tot beëindiging van de aan faillissement voorafgaande procedure.

Deze bepalingen zijn niet van toepassing op procedures waarop een aan faillissement voorafgaande procedure geen invloed heeft of op een procedure voor de afwikkeling van vorderingen die zijn ontstaan na opening van de aan faillissement voorafgaande procedure.

In procedures bij een rechtbank waarin opschorting van de procedure is gelast naar aanleiding van de opening van een aan faillissement voorafgaande procedure en waarin vervolgens een definitieve beslissing is gegeven ter bevestiging van het gerechtelijk akkoord over de vordering van de schuldeiser, zal de rechtbank de procedure voortzetten en de vordering afwijzen of de executie- of zekerheidsprocedure stoppen, behalve in verband met alle of een deel van vorderingen die werden betwist in de aan faillissement voorafgaande procedure.

b) Faillissementsprocedure - de vereffenaar neemt de rechtszaken over die verband houden met activa in de failliete boedel, met inbegrip van arbitrageprocedures, en die bij opening van de faillissementsprocedure in behandeling waren, en treedt daarbij op namens en voor de schuldenaar. Rechtszaken over in het kader van de faillissementsprocedure ingestelde vorderingen kunnen pas worden voortgezet nadat zij zijn onderzocht tijdens de onderzoekszitting.

Rechtszaken die bij opening van de faillissementsprocedure lopen tegen de schuldenaar, worden namens hem overgenomen door de vereffenaar als zij betrekking hebben op:

1. uitsluiting van activa uit de failliete boedel;

2. aparte afwikkeling;

3. verplichtingen van de failliete boedel.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure - schuldeisers van de schuldenaar in een aan faillissement voorafgaande procedure zijn de personen die bij opening van een dergelijke procedure geldelijke vorderingen op de schuldenaar hebben. De bepalingen in de SZ over stemrecht in faillissementsregelingen zijn dienovereenkomstig van toepassing op het recht van de schuldeiser om te stemmen over het herstructureringsplan.

De schuldeisers brengen hun stem schriftelijk uit via het verplichte stemformulier. Het stemformulier wordt, ondertekend en gewaarmerkt door een bevoegde persoon, uiterlijk bij aanvang van de stemzitting bij de rechtbank ingediend. Als de schuldeisers bij aanvang van de zitting het stemformulier niet hebben ingediend of een stemformulier indienen dat niet ondubbelzinnig duidelijk maakt hoe zij hebben gestemd, worden zij geacht te hebben gestemd tegen het herstructureringsplan.

De ter zitting aanwezige schuldeisers stemmen met behulp van het verplichte stemformulier. Stemgerechtigde schuldeisers die geen stem uitbrengen tijdens deze zitting, worden geacht tegen het herstructureringsplan te hebben gestemd.

Elke groep stemgerechtigde schuldeisers stemt afzonderlijk over het herstructureringsplan. De voorschriften voor de indeling van deelnemers aan faillissementsregelingen zijn dienovereenkomstig van toepassing op de indeling van schuldeisers in aan faillissement voorafgaande procedures.

De schuldeisers worden geacht het herstructureringsplan te hebben aanvaard, als zij in meerderheid voor hebben gestemd en in elke groep de som van alle vorderingen van de schuldeisers die voor hebben gestemd, minstens twee keer zo groot is als de som van de vorderingen van de schuldeisers die tegen hebben gestemd.

Schuldeisers die een gezamenlijk recht hebben of wier rechten één samengevoegd recht vormden voordat er sprake was van gronden voor een aan faillissement voorafgaande procedure, worden wat betreft de stemming gezien als één schuldeiser. De houders van afzonderlijke rechten of rechten van vruchtgebruik worden dienovereenkomstig behandeld.

b) Faillissementsprocedure - commissie van schuldeisers – om de belangen van schuldeisers in de faillissementsprocedure te beschermen, kan de rechter voorafgaand aan de eerste zitting met de schuldeisers een commissie van schuldeisers instellen en de leden daarvan benoemen.

Zowel schuldeisers met de grootste vorderingen als die met kleine vorderingen zijn vertegenwoordigd in de commissie van schuldeisers. Verder heeft een vertegenwoordiger van de voormalige werknemers van de schuldenaar zitting in de commissie van schuldeisers, tenzij zij als schuldeisers met geringe vorderingen deelnemen aan de procedure.

Bevoorrechte schuldeisers (razlučni vjerovnici) en personen die geen schuldeiser zijn maar als deskundigen zouden kunnen bijdragen aan het werk van de commissie, kunnen als lid worden benoemd in de commissie van schuldeisers.

De commissie van schuldeisers bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden. Is het aantal schuldeisers lager dan vijf, dan krijgen alle schuldeisers de bevoegdheden van de commissie van schuldeisers.

Als de waarde van de erkende vorderingen van de schuldeisers tijdens de onderzoekszitting is vastgesteld op meer dan 50 miljoen HRK en de schuldenaar op de dag van opening van de faillissementsprocedure arbeidsovereenkomsten met meer dan twintig werknemers heeft, is het de taak van de rechter de schuldeisers toe te staan te beslissen over de instelling van een commissie van schuldeisers.

De commissie van schuldeisers heeft als taak toe te zien op de vereffenaar en hem bij te staan in de uitvoering van bedrijfsactiviteiten, activiteiten te bewaken overeenkomstig artikel 217 van de SZ, de boeken en andere bescheiden in verband met de bedrijfsactiviteiten te onderzoeken en de omzet en liquide middelen te laten controleren. De commissie van schuldeisers kan individuele leden uit haar midden machtigen om binnen haar verantwoordelijkheidsgebied individuele activiteiten te verrichten.

Binnen haar verantwoordelijkheidsgebied verricht de commissie van schuldeisers met name de volgende activiteiten:

1. verslagen van de vereffenaar over het verloop van de faillissementsprocedure en de staat van de failliete boedel onderzoeken;

2. de bedrijfsboekhouding en alle door de vereffenaar overgenomen documentatie bestuderen;

3. bij de rechter bezwaar maken tegen handelingen van de vereffenaar;

4. de kostenramingen voor de faillissementsprocedure goedkeuren;

5. de rechter op diens verzoek adviseren over de liquidatie van de activa van de schuldenaar;

6. de rechter op diens verzoek adviseren over de voortzetting van lopende bedrijfsactiviteiten of over de activiteiten van de schuldenaar;

7. de rechter op diens verzoek adviseren over de opname van geverifieerde verliezen die zijn vastgesteld in de inventaris van activa.

(3) De commissie van schuldeisers informeert de schuldeisers over het verloop van de procedure en de staat van de failliete boedel.

De vergadering van schuldeisers

De rechter roept een vergadering van de schuldeisers bijeen. Het recht op deelname wordt verleend aan alle schuldeisers in faillissement, alle bevoorrechte schuldeisers in faillissement met recht op aparte afwikkeling, de vereffenaar en de individuele schuldenaar.

Tijdens de verslagzitting of latere zitting is de vergadering van schuldeisers bevoegd om:

1. een commissie van schuldeisers in te stellen, voor zover dat niet al is gebeurd, de samenstelling ervan te wijzigen of de commissie te ontslaan;

2. een nieuwe vereffenaar aan te stellen;

3. te beslissen over het al dan niet voortzetten van de activiteiten van de schuldenaar en over de wijze en voorwaarden van liquidatie van de activa van de schuldenaar;

4. de vereffenaar op te dragen een faillissementsregeling op te stellen;

5. beslissingen te nemen binnen de bevoegdheid van de commissie van schuldeisers;

6. te beslissen over andere zaken die relevant zijn voor de uitvoering en afsluiting van faillissementsprocedures overeenkomstig de SZ.

De vergadering van schuldeisers heeft het recht de vereffenaar te vragen om kennisgevingen en verslagen over de stand van zaken en bedrijfsactiviteiten. Als er geen commissie van schuldeisers is ingesteld, kan de vergadering van schuldeisers opdracht geven tot controle van de omzet en liquide middelen onder beheer van de vereffenaar.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Bij opening van de faillissementsprocedure vervallen de rechten van de schuldenaar als rechtspersoon en gaan deze over op de vereffenaar. Bij opening van de faillissementsprocedure gaan de rechten van een individuele schuldenaar om activa in de failliete boedel te beheren en te vervreemden, over op de vereffenaar.

Na opening van de faillissementsprocedure neemt de vereffenaar onmiddellijk de eigendom en het beheer van alle activa van de failliete boedel over.

Op basis van een executiebeslissing over de opening van een faillissementsprocedure kan de vereffenaar de rechter verzoeken de schuldenaar te gelasten activa over te dragen en executiemaatregelen vast te stellen voor de gedwongen uitvoering van de beslissing.

Zodra de beslissing over de opening van de faillissementsprocedure definitief is, kan de vereffenaar de rechter verzoeken derden die activa uit de failliete boedel in bezit hebben, te gelasten die activa af te staan. Samen met voornoemd verzoek verstrekt de vereffenaar een document waaruit de eigendom van de activa blijkt. De rechter neemt een beslissing over het voorstel van de vereffenaar na de eigenaren van activa in de failliete boedel te hebben gehoord.

De vereffenaar stelt een lijst van individuele activa in de failliete boedel samen. De individuele schuldenaar en personen die eerder gemachtigd waren om de schuldenaar wettelijk te vertegenwoordigen, verlenen in deze kwestie hun medewerking aan de vereffenaar. De vereffenaar vergaart de benodigde informatie van voornoemde personen, tenzij de procedure daardoor onnodig veel vertraging zou ondervinden.

De vereffenaar stelt een lijst samen van alle schuldeisers van de schuldenaar die hem uit de bedrijfsboekhouding en bedrijfsdocumentatie, overige informatie van de schuldenaar, ingediende vorderingen of anderszins bekend zijn.

De vereffenaar stelt een stelselmatig overzicht op ten aanzien van de opening van de faillissementsprocedure, waarin hij de activa uit de failliete boedel, de verplichtingen van de schuldenaar en de waardebepaling ervan vermeldt en vergelijkt.

De inventaris van de failliete boedel, de lijst van schuldeisers en het overzicht van activa en passiva worden uiterlijk acht dagen voor de verslagzitting aan de griffie ter hand gesteld.

De opening van de faillissementsprocedure doet niets af aan de plicht van de schuldenaar ingevolge handels- en belastingrecht om een financiële administratie bij te houden en verslagen uit te brengen. De vereffenaar verricht zulke taken in verband met de failliete boedel.

De vereffenaar verstrekt de rechter uiterlijk vijftien dagen voor de verslagzitting een verslag over de economische positie van de schuldenaar en de redenen voor die positie, welk verslag uiterlijk acht dagen voor de verslagzitting wordt gepubliceerd op het elektronische prikbord van de rechtbank (e-Oglasna ploča suda).

Na de verslagzitting realiseert de vereffenaar de activa in de failliete boedel onverwijld, voor zover dat niet strijdig is met de beslissing van de vergadering van schuldeisers.

De vereffenaar realiseert de activa in de faillissementsprocedure overeenkomstig de beslissingen van de vergadering van schuldeisers en de commissie van schuldeisers.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Bij opening van de faillissementsprocedure vervallen de rechten van de schuldenaar als rechtspersoon en gaan deze over op de vereffenaar. Bij opening van de faillissementsprocedure gaan de rechten van een individuele schuldenaar om activa in de failliete boedel te beheren en te vervreemden, over op de vereffenaar.

Na opening van de faillissementsprocedure neemt de vereffenaar onmiddellijk de eigendom en het beheer van alle activa van de failliete boedel over.

Op basis van een executiebeslissing over de opening van een faillissementsprocedure kan de vereffenaar de rechter verzoeken de schuldenaar te gelasten activa over te dragen en executiemaatregelen vast te stellen voor de gedwongen uitvoering van de beslissing.

Zodra de beslissing over de opening van de faillissementsprocedure definitief is, kan de vereffenaar de rechter verzoeken derden die activa uit de failliete boedel in bezit hebben, te gelasten die activa af te staan. Samen met voornoemd verzoek verstrekt de vereffenaar een document waaruit de eigendom van de activa blijkt. De rechter neemt een beslissing over het voorstel van de vereffenaar na de eigenaren van activa in de failliete boedel te hebben gehoord.

De vereffenaar stelt een lijst van individuele activa in de failliete boedel samen. De individuele schuldenaar en personen die eerder gemachtigd waren om de schuldenaar wettelijk te vertegenwoordigen, verlenen in deze kwestie hun medewerking aan de vereffenaar. De vereffenaar vergaart de benodigde informatie van voornoemde personen, tenzij de procedure daardoor onnodig veel vertraging zou ondervinden.

De vereffenaar stelt een lijst samen van alle schuldeisers van de schuldenaar die hem uit de bedrijfsboekhouding en bedrijfsdocumentatie, overige informatie van de schuldenaar, ingediende vorderingen of anderszins bekend zijn.

De vereffenaar stelt een stelselmatig overzicht op ten aanzien van de opening van de faillissementsprocedure, waarin hij de activa uit de failliete boedel, de verplichtingen van de schuldenaar en de waardebepaling ervan vermeldt en vergelijkt.

De inventaris van de failliete boedel, de lijst van schuldeisers en het overzicht van activa en passiva worden uiterlijk acht dagen voor de verslagzitting aan de griffie ter hand gesteld.

De opening van de faillissementsprocedure doet niets af aan de plicht van de schuldenaar ingevolge handels- en belastingrecht om een financiële administratie bij te houden en verslagen uit te brengen. De vereffenaar verricht zulke taken in verband met de failliete boedel.

De vereffenaar verstrekt de rechter uiterlijk vijftien dagen voor de verslagzitting een verslag over de economische positie van de schuldenaar en de redenen voor die positie, welk verslag uiterlijk acht dagen voor de verslagzitting wordt gepubliceerd op het elektronische prikbord van de rechtbank (e-Oglasna ploča suda).

Na de verslagzitting realiseert de vereffenaar de activa in de failliete boedel onverwijld, voor zover dat niet strijdig is met de beslissing van de vergadering van schuldeisers.

De vereffenaar realiseert de activa in de faillissementsprocedure overeenkomstig de beslissingen van de vergadering van schuldeisers en de commissie van schuldeisers.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure – vorderingen worden ingediend bij de bevoegde eenheid van het Financieel agentschap, met behulp van een standaardformulier en onder bijvoeging van kopieën van de documenten die ten grondslag liggen aan de vordering of de vordering staven.

Het ministerie van Financiën – Belastingdienst (Ministarstvo financija – Porezna uprava) kan vorderingen indienen uit hoofde van belasting, verhoogde belasting, bijdragen voor verplichte verzekering die wettelijk moeten worden ingehouden op inkomen en salarissen, evenals andere vorderingen die zij kan innen op grond van speciale regelgeving, met uitzondering van vorderingen die voortkomen uit belasting en verhoogde belasting van inkomen uit arbeid en bijdragen uit het basisbedrag voor verzekerden in het kader van een arbeidsverhouding.

In aan faillissement voorafgaande procedures kunnen werknemers en ex-medewerkers van de schuldenaar, en het ministerie van Financiën – Belastingdienst, geen vorderingen indienen uit een arbeidsverhouding, ontslagvergoeding tot het in de wet of collectieve overeenkomst bepaalde bedrag en vorderingen op grond van schadevergoeding wegens arbeidsongeval of beroepsziekte; deze vorderingen kunnen niet het voorwerp van een aan faillissement voorafgaande procedure zijn. Als de indiener deze vorderingen niet of niet juist heeft opgegeven in het voorstel tot opening van een aan faillissement voorafgaande procedure, kunnen de werknemers en ex-werknemers van de schuldenaar, en het ministerie van Financiën – Belastingdienst, bezwaar aantekenen.

Bij het indienen van hun vorderingen verstrekken bevoorrechte schuldeisers (razlučni vjerovnici) informatie over hun rechten, de rechtsgrond voor hun bevoorrechte status en het deel van de activa van de schuldenaar waarop die bevoorrechte status van toepassing is, samen met een verklaring of zij al dan niet afstand doen van het recht op aparte afwikkeling.

Bij het indienen van hun vorderingen verstrekken schuldeisers die voor delen van de activa van de schuldenaar kunnen verzoeken om vrijstelling van de insolvente boedel (izlučni vjerovnici) informatie over hun rechten, de rechtsgrond voor het recht op vrijstelling en het deel van de activa van de schuldenaar waarop hun recht op vrijstelling van toepassing is.

Voor de uitvoering van het herstructureringsplan zijn beide typen schuldeisers (razlučni vjerovnici en izlučni vjerovnici) bij het indienen van hun vorderingen verplicht te verklaren of zij al dan niet instemmen met opschorting van afwikkeling uit de activa waarop hun bevoorrechte status van toepassing is, of opschorting van de scheiding van activa waarop hun recht op vrijstelling van toepassing is.

Een gerechtelijk akkoord mag geen afbreuk doen aan het recht van schuldeisers op aparte afwikkeling uit activa waarop het recht van aparte afwikkeling van toepassing is, tenzij in dat akkoord anders is bepaald. Een gerechtelijk akkoord dat wel uitdrukkelijk anders bepaalt, moet vermelden welk deel van de rechten van deze schuldeisers moet worden beperkt, hoe lang de afwikkeling wordt opgeschort en welke andere bepalingen van de aan faillissement voorafgaande procedure van toepassing zijn op die rechten.

Als de schuldeiser geen vordering indient maar de vordering wel is vermeld in het voorstel tot opening van een aan faillissement voorafgaande procedure, wordt de vordering geacht te zijn ingediend.

De schuldenaar en de eventueel benoemde curator maken hun standpunt kenbaar ten aanzien van de vorderingen van de schuldeisers. Dat standpunt wordt bij de bevoegde eenheid van het Financieel agentschap ingediend op een standaardformulier met daarin per vordering de volgende informatie:

1. het nummer van de vordering volgens het overzicht van ingediende vorderingen;

2. informatie ter identificatie van de schuldeisers;

3. het bedrag van de ingediende vordering;

4. de verklaring van de schuldenaar en de eventueel benoemde curator waarin zij de vordering erkennen of betwisten;

5. het betwiste bedrag van de vordering;

6. de feiten ter onderbouwing van de bewering dat de betwiste vordering of het betwiste deel ervan ongegrond is.

Na het verstrijken van de termijn voor het kenbaar maken van een standpunt over ingediende vorderingen, kunnen de schuldenaar en de eventueel benoemde curator zich niet meer verzetten tegen de vorderingen die zij hebben erkend.

Een schuldeiser kan een door een andere schuldeiser ingediende vordering betwisten.

Een betwisting van een vordering wordt bij de bevoegde eenheid van het Financieel agentschap ingediend op een standaardformulier met daarin de volgende informatie:

1. informatie ter identificatie van de schuldeiser die de vordering betwist;

2. het referentienummer van de betwiste vordering volgens het overzicht van ingediende vorderingen;

3. informatie ter identificatie van de schuldeiser die de betwiste vordering heeft ingediend;

4. het bedrag van de ingediende vordering die wordt betwist;

5. een verklaring van de schuldeiser die de vordering betwist;

6. het betwiste bedrag van de vordering;

7. de feiten ter onderbouwing van de bewering dat de betwiste vordering of het betwiste deel ervan ongegrond is.

Het Financieel agentschap stelt aan de hand van een standaardformulier een overzicht op van ingediende vorderingen en een overzicht van betwiste vorderingen.

a) Faillissementsprocedure – vorderingen worden op een standaardformulier in tweevoud ingediend bij de vereffenaar, onder bijvoeging van kopieën van de documenten die ten grondslag liggen aan de vordering of de vordering staven.

De vereffenaar stelt een lijst op van alle vorderingen die door werknemers en ex-werknemers zijn ingediend voor de opening van de faillissementsprocedure, die zowel bruto als netto worden vermeld; er moeten twee kopieën van de indiening van vorderingen ter ondertekening worden ingediend.

De vorderingen van schuldeisers met een lagere prioriteit worden alleen op speciale uitnodiging van de rechter ingediend. Bij het indienen van zulke vorderingen wordt vermeld dat zij een lagere prioriteit hebben, evenals de rangorde waarop de schuldeiser recht heeft.

Schuldeisers die kunnen verzoeken om vrijstelling (izlučni vjerovnici) informeren de vereffenaar over hun recht op vrijstelling en de rechtsgrond voor dat recht, en vermelden de activa waarop dit recht van toepassing is, of vermelden in hun kennisgeving hun recht op vergoeding voor het recht op vrijstelling.

Bevoorrechte schuldeisers (razlučni vjerovnici) informeren de vereffenaar over hun bevoorrechte status en de rechtsgrond daarvoor, onder vermelding van de activa waarop die bevoorrechte status van toepassing is. Bevoorrechte schuldeisers die ook een vordering indienen als schuldeiser in faillissement, vermelden bij het indienen het deel van de activa van de schuldenaar waarop hun bevoorrechte status van toepassing is en het bedrag dat naar verwachting niet zal worden afgewikkeld door die bevoorrechte status.

Bevoorrechte schuldeisers die verzuimen de vereffenaar aldus te informeren over hun status, verliezen hun recht op aparte afwikkeling niet. Bij wijze van uitzondering verliezen bevoorrechte schuldeisers wel hun recht op aparte afwikkeling en kunnen zij niet verzoeken om schade- of andere vergoedingen van een schuldenaar of schuldeiser in faillissement, als het voorwerp van de bevoorrechte status zonder hen is gerealiseerd in de faillissementsprocedure en de bevoorrechte status niet is opgenomen in een openbaar register of de vereffenaar er geen kennis van had of had kunnen hebben.

De ter onderzoekszitting ingediende vorderingen worden beoordeeld op het bedrag ervan en de rangorde.

De vereffenaar maakt per ingediende vordering uitdrukkelijk kenbaar of hij de vordering erkent of betwist.

De vorderingen die worden betwist door de vereffenaar, de individuele schuldenaar of een van de schuldeisers in faillissement worden apart onderzocht. De rechten op vrijstelling en de rechten op voorrang worden niet onderzocht.

Een vordering wordt geacht geldig te zijn als zij tijdens de onderzoekszitting wordt erkend door de vereffenaar en niet wordt betwist door een schuldeiser in faillissement, of als een betwisting wordt verworpen. Als een individuele schuldenaar een vordering betwist, laat dat de mogelijkheid van geldigverklaring van de vordering onverlet.

De rechter stelt een overzicht op van onderzochte vorderingen waarin per ingediende vordering het bedrag wordt vermeld waarvoor de vordering geldig is verklaard, de rangorde ervan en de persoon die de vordering betwistte. Betwistingen van vorderingen door een individuele schuldenaar worden eveneens opgenomen in het overzicht. De rechter geeft de geldigheid van een vordering ook weer op wisselbrieven en andere schuldbewijzen.

Op basis van het overzicht van onderzochte vorderingen geeft de rechter een beslissing over het bedrag en de rangorde van de geldig verklaarde of betwiste individuele vorderingen. Daarbij beslist de rechter tevens over verwijzing om de vorderingen geldig te verklaren of te betwisten.

Als de vereffenaar de vordering heeft betwist, verwijst de rechter de schuldeiser om een rechtszaak tegen de schuldenaar aan te spannen voor geldigverklaring van de betwiste vordering.

Als een van de schuldeisers in faillissement een vordering heeft betwist die is erkend door de vereffenaar, verwijst de rechter die schuldeiser om een rechtszaak aan te spannen voor geldigverklaring van de betwiste vordering. In een dergelijke rechtszaak treedt de persoon die de vordering betwist, op namens en voor rekening van de schuldenaar.

Bij betwisting van de vorderingen van werknemers en ex-werknemers van de schuldenaar wordt de rechtszaak voor geldigverklaring van betwiste vorderingen aangespannen overeenkomstig de algemene bepalingen voor procedures bij een rechtbank en bijzondere bepalingen voor procedures in arbeidsgeschillen.

Als de betwiste vordering voorwerp is van een dwangbevel, verwijst de rechter de betwistende partij om een rechtszaak aan te spannen teneinde te bewijzen dat haar betwisting gegrond is.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De betaling van schuldeisers geschiedt uit de liquide middelen. Bij gedeeltelijke uitdeling worden achtergestelde schuldeisers niet in acht genomen. De uitdeling wordt verricht door de vereffenaar. De vereffenaar vraagt voorafgaand aan elke uitdeling om toestemming van de commissie van schuldeisers of, als er geen commissie van schuldeisers is ingesteld, van een rechter.

Tot de niet-achtergestelde vorderingen met de hoogste rang behoren vorderingen van de werknemers en ex-werknemers van de schuldenaar die tot de dag van opening van de faillissementsprocedure uit een arbeidsverhouding zijn ontstaan, voor het totale brutobedrag, ontslagvergoedingen tot het wettelijk en in collectieve overeenkomsten bepaalde bedrag en vorderingen wegens letsel op het werk of aan het werk gerelateerde ziekte.

Tot niet-achtergestelde vorderingen met de op een na hoogste rang behoren alle overige vorderingen op de schuldenaar behalve de achtergestelde vorderingen.

Na afwikkeling van de niet-achtergestelde vorderingen worden de achtergestelde vorderingen in onderstaande volgorde afgewikkeld:

1. rente op vorderingen van schuldeisers in faillissement sinds de opening van de faillissementsprocedure;

2. kosten van individuele schuldeisers gemaakt in het kader van hun deelname aan de procedure;

3. boetes voor misdrijven of inbreuk en kosten die voortkomen uit straf- of inbreukprocedures;

4. vorderingen die de gratis verrichting van diensten door een schuldenaar beogen;

5. vorderingen voor de terugbetaling van leningen ter vervanging van kapitaal van een lid van een vennootschap of overeenkomstige vordering.

Uitstaande vorderingen worden opeisbaar bij opening van de faillissementsprocedure.

Vorderingen in verband met een ontbindende voorwaarde die van kracht wordt bij opening van een faillissementsprocedure, worden beschouwd als onvoorwaardelijke vorderingen tot het moment waarop die voorwaarde van kracht wordt.

De kosten van de faillissementsprocedure en de andere verplichtingen van de failliete boedel worden eerst betaald uit de failliete boedel. De vereffenaar wikkelt de vorderingen af in de volgorde van de resterende looptijd ervan.

Voorafgaand aan de uitdeling stelt de vereffenaar een lijst op van vorderingen die in acht worden genomen voor de uitdeling (uitdelingslijst). De vorderingen van de werknemers en ex-werknemers van de schuldenaar uit een arbeidsverhouding die zijn ontstaan vóór opening van de faillissementsprocedure worden in acht genomen voor het brutobedrag. De lijst vermeldt het totaalbedrag aan vorderingen en het bedrag uit de failliete boedel dat beschikbaar is voor uitdeling onder de schuldeisers.

Een bevoorrechte schuldeiser tegenover wie de schuldenaar ook persoonlijk aansprakelijk is, voorziet de vereffenaar binnen twee weken na aankondiging van de uitdelingslijst bewijs dat hij heeft afgezien van het recht op aparte afwikkeling – en voor welk bedrag – of dat er geen aparte afwikkeling is geweest. Als de schuldeiser niet op tijd is met het bewijs, wordt zijn vordering niet in aanmerking genomen in de gedeeltelijke uitdeling.

Vorderingen met een opschortende voorwaarde worden bij gedeeltelijke uitdeling in aanmerking genomen voor het volledige bedrag ervan. Het gedeelte dat deze vorderingen betreft, wordt tijdens de uitdeling gereserveerd.

Tijdens de definitieve uitdeling worden vorderingen met een opschortende voorwaarde niet in aanmerking genomen, als zij op het moment van de uitdeling geen materiële waarde vertegenwoordigen vanwege de geringe kans dat aan de voorwaarde wordt voldaan. In dat geval worden de bedragen die bij de vorige uitdelingen zijn gereserveerd voor betaling van deze vordering, opgenomen in het deel van de boedel waaruit de definitieve uitdeling plaatsvindt.

De schuldeisers die zijn uitgesloten van gedeeltelijke uitdeling en die vervolgens voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 275 en 276 van de SZ, ontvangen bij de volgende uitdeling uit het saldo van de failliete boedel eenzelfde bedrag als andere schuldeisers. Pas dan kan worden overgegaan tot afwikkeling van de vorderingen van andere schuldeisers.

De definitieve uitdeling begint zodra de realisatie van de failliete boedel is voltooid. De definitieve uitdeling mag alleen met toestemming van de rechter beginnen.

Als de vorderingen van alle schuldeisers bij de definitieve uitdeling voor het volledige bedrag kunnen worden betaald, draagt de vereffenaar een eventueel overschot over aan de individuele schuldenaar. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, kent de vereffenaar aan elke persoon met een belang in de schuldenaar het deel van het overschot toe waarop die persoon recht zou hebben in het geval van een liquidatieprocedure buiten de faillissementsprocedure.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

a) Aan faillissement voorafgaande procedure – als de schuldeisers het herstructureringsplan aanvaarden, erkent de rechter op grond van een beslissing de goedkeuring van het herstructureringsplan en bevestigt de rechter een gerechtelijk akkoord, tenzij:

− een van de schuldeisers met voldoende zekerheid vaststelt dat het herstructureringsplan de rechten beperkt tot onder het niveau dat zij redelijkerwijs zouden verwachten te ontvangen als er geen sprake was van herstructurering;

− het herstructureringsplan niet de indruk wekt dat de schuldenaar door uitvoering ervan in staat zal zijn solvent te worden in de periode tot het einde van het lopende jaar en binnen de twee volgende kalenderjaren;

− het herstructureringsplan geen beschrijving bevat van de afwikkeling van bedragen die de schuldeisers zouden ontvangen als hun vordering niet zou worden betwist; of

− in het herstructureringsplan wordt voorgesteld de vorderingen van een of meer schuldeisers te activeren en de leden van de schuldenaar geen beslissing hebben genomen om met die activiteit in te stemmen overeenkomstig de Vennootschapswet (Zakon o trgovačkim društvima).

Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor bevestiging van het gerechtelijk akkoord, bepaalt de rechter op grond van een beslissing dat de bevestiging van het gerechtelijk akkoord niet wordt verleend en dat de procedure wordt opgeschort.

Een bevestigd gerechtelijk akkoord heeft rechtsgevolgen voor de schuldeisers die niet hebben deelgenomen aan de procedure en de schuldeisers die wel hebben deelgenomen aan de procedure, en hun betwiste vorderingen worden vervolgens vastgesteld.

Een schuldenaar die winst heeft gemaakt met passiva die worden afgeschreven ingevolge een gerechtelijk akkoord, houdt die verworven winst aan tot het einde van de termijn voor nakoming van alle verplichtingen uit het gerechtelijk akkoord.

Als een schuldeiser een vordering op de schuldenaar afschrijft ingevolge een bevestigd gerechtelijk akkoord, wordt het bedrag van de afgeschreven vordering opgenomen als fiscaal aftrekbare uitgave van de schuldeiser.

b) Faillissementsprocedure - onmiddellijk na voltooiing van de definitieve uitdeling doet de rechter uitspraak ter afsluiting van de faillissementsprocedure, welke uitspraak ter hand wordt gesteld aan de instantie die het register beheert waarin de schuldenaar is ingeschreven. Eenmaal doorgehaald in het register, houdt een schuldenaar die een rechtspersoon is op te bestaan en verliest een schuldenaar die een natuurlijk persoon is zijn status als eenmanszaak, ondernemer of zelfstandige.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Na afsluiting van de faillissementsprocedure tegen een individuele schuldenaar kunnen schuldeisers in het faillissement hun resterende vorderingen onbeperkt voortzetten.

De schuldeisers in het faillissement kunnen hun vorderingen op de schuldenaar afdwingen op grond van een beslissing waarin hun vorderingen worden bevestigd, mits de vorderingen tijdens de onderzoekszitting zijn bevestigd en niet zijn betwist door de schuldenaar. Een tevergeefs betwiste vordering geldt als een onbetwiste vordering.

De rechter gelast op voorstel van de vereffenaar of een of meer van de schuldeisers, of ambtshalve, de procedure voort te zetten voor verdere uitdeling indien na de laatste zitting:

1. aan de voorwaarden is voldaan om gereserveerde bedragen uit te delen aan de schuldeisers;

2. uit de failliete boedel betaalde bedragen terug worden opgenomen in de failliete boedel;

3. er activa worden gevonden die deel uitmaken van de failliete boedel.

De rechter gelast de procedure voort te zetten voor verdere uitdeling, ongeacht het feit dat de procedure is afgesloten.

De rechter kan besluiten af te zien van verdere uitdeling en het voor uitdeling aan schuldeisers beschikbare bedrag of de aangetroffen goederen overdragen aan de individuele schuldenaar, als de rechter dat juist acht gezien het geringe bedrag of de geringe waarde van de goederen en de kosten van voortzetting van de procedure voor verdere uitdeling. De rechter kan als voorwaarde voor voortzetting van de procedure voor verdere uitdeling stellen dat de kosten van de procedure vooraf worden betaald.

Na uitvoering van de verdere uitdeling doet de rechter uitspraak over de afsluiting van de faillissementsprocedure.

Nadat verdere uitdeling is gelast, gaat de vereffenaar op basis van de definitieve lijst over tot uitdeling van het bedrag waarover vrij kan worden beschikt of het bedrag dat is ontvangen uit de realisatie van het deel van de failliete boedel dat naderhand is aangetroffen. De vereffenaar legt de eindafrekening over aan de rechter.

De schuldeisers uit de failliete boedel wier vorderingen aan de vereffenaar bekend zijn geworden:

1. tijdens gedeeltelijke uitdeling, na vaststelling van het deel voor uitdeling,

2. tijdens definitieve uitdeling, na afsluiting van de laatste zitting,

3. tijdens verdere uitdeling, na publicatie van de lijst voor die uitdeling,

kunnen alleen aanspraak maken op betaling uit het saldo van de failliete boedel dat resteert na de uitdeling.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Elke schuldeiser draagt zijn eigen kosten in een aan faillissement voorafgaande procedure en faillissementsprocedure, tenzij de SZ anders bepaalt.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Rechtshandelingen vóór opening van de faillissementsprocedure die de uniforme afwikkeling van schuldeisers in het faillissement verstoren (en daarmee de schuldeisers benadelen) of die bepaalde schuldeisers bevoordelen boven andere (voorkeursbehandeling van schuldeisers) kunnen door de vereffenaar worden betwist namens de schuldenaar en de schuldeisers in het faillissement, overeenkomstig de SZ. Omissies als gevolg waarvan de schuldenaar een recht verloor of die als grond hebben gediend voor het instellen, handhaven of veilig stellen van de geldelijke vorderingen op de schuldenaar, worden gelijkwaardig aan zulke rechtshandelingen geacht.

Een rechtshandeling die zekerheid of voorrang biedt aan of mogelijk maakt voor een schuldeiser op een wijze die en tijdstip dat congruent is met de inhoud van diens rechten (congruente afwikkeling) en die is verricht in de laatste drie maanden voor indiening van een voorstel tot opening van een faillissementsprocedure, kan worden betwist als de schuldenaar ten tijde van de handeling insolvent was en de schuldeiser van die insolventie op de hoogte was.

Een rechtshandeling die zekerheid of voorrang biedt aan of mogelijk maakt voor een schuldeiser in overeenstemming met de inhoud van diens rechten, kan worden betwist als zij is verricht na indiening van het voorstel tot opening van een faillissementsprocedure en als de schuldeiser ten tijde van de handeling op de hoogte was van de insolventie of het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure.

De schuldeiser wordt geacht op de hoogte te zijn geweest van de insolventie of het voorstel tot opening van een faillissementsprocedure als hij wist, of had moeten weten, van de omstandigheden waaruit duidelijk moet zijn geweest dat er sprake was van insolventie of van een voorstel tot indiening van een voorstel tot opening van een faillissementsprocedure.

Personen die ten tijde van de handeling in nauw contact stonden met de schuldenaar, worden geacht op de hoogte te zijn geweest van de insolventie en het voorstel een faillissementsprocedure te openen.

Een rechtshandeling die zekerheid of voorrang biedt aan of mogelijk maakt voor een schuldeiser, terwijl hij niet het recht had een vordering in te stellen of op die wijze of op dat moment een vordering in te stellen, kan worden betwist:

1. als zij werd verricht in de laatste maand voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure of na indiening van het voorstel, of

2. als zij werd verricht in de derde of tweede maand voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure en de schuldenaar destijds insolvent was, of

3. als de handeling werd verricht in de derde of tweede maand voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure, en de schuldeiser ten tijde van de verrichting van de handeling wist dat de schuldeisers in het faillissement erdoor zouden worden benadeeld.

Een schuldeiser wordt geacht te hebben geweten dat de handeling nadelig zou zijn voor andere schuldeisers als hij op de hoogte was, of had moeten zijn, van omstandigheden waaruit duidelijk moet zijn geweest dat schuldeisers zouden worden benadeeld. Personen die ten tijde van de handeling in nauw contact stonden met de schuldenaar, worden geacht te hebben geweten dat de schuldeisers in het faillissement zouden worden benadeeld.

Een rechtshandeling van de schuldenaar die rechtstreeks resulteert in nadeel voor de schuldeisers in het faillissement, kan worden betwist:

1. als zij is verricht in de laatste drie maanden voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure, als de schuldenaar insolvent was ten tijde van de handeling en als de andere partij op de hoogte was van de insolventie; of

2. als zij is verricht na indiening van het voorstel tot opening van een faillissementsprocedure en als de andere persoon ten tijde van de rechtshandeling op de hoogte was, of had moeten zijn, van de insolventie of van het voorstel een faillissementsprocedure te openen.

Een rechtshandeling van de schuldenaar die resulteert in het verlies van een of meer van zijn rechten of die hem belet een of meer van zijn rechten uit te oefenen, of een handeling op basis waarvan een geldelijke vordering tegen hem geldig kan blijven of kan worden afgedwongen, wordt op dezelfde wijze behandeld als een handeling die rechtstreeks nadeel voor de schuldeisers tot gevolg heeft.

Een rechtshandeling die de schuldenaar in de laatste tien jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure of nadien heeft verricht met de intentie schuldeisers te benadelen, kan worden betwist als de wederpartij op de hoogte was van de intentie van de schuldenaar ten tijde van de handeling. De wederpartij wordt geacht op de hoogte te zijn geweest van die intentie, als zij wist dat de schuldenaar insolventie riskeerde en dat deze handeling de schuldeisers zou benadelen.

De schuldeiser wordt geacht te hebben geweten dat de schuldenaar insolventie riskeerde en dat de handeling nadelig zou zijn voor de schuldeisers als die schuldeiser op de hoogte was, of had moeten zijn, van omstandigheden waaruit duidelijk moet zijn geweest dat de schuldenaar insolvent was en dat die handeling nadelig zou zijn voor de schuldeisers.

Overeenkomsten onder bezwarende titel tussen de schuldenaar en personen die nauw met hem in contact staan, kunnen worden betwist als zij de schuldeisers rechtstreeks nadeel berokkenen. Zulke overeenkomsten kunnen niet worden betwist als zij meer dan twee jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure zijn aangegaan, of als de wederpartij bewijst dat zij bij het aangaan van de overeenkomst niet op de hoogte was van de intentie van de schuldenaar de schuldeisers te benadelen.

Een rechtshandeling van de schuldenaar die om niet of tegen een onbeduidende vergoeding is verricht kan worden betwist, tenzij zij vier jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure is verricht. In het geval van een incidenteel geschenk van geringe waarde kan de handeling niet worden betwist.

Een rechtshandeling waarbij een lid van de vennootschap een vordering voor terugbetaling van een lening ter vervanging van kapitaal of een vergelijkbare vordering instelt, is nietig:

1. als zij dient tot zekerstelling en in de laatste vijf jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure of nadien is verricht;

2. als zij de afwikkeling garandeert en in het laatste jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure of nadien is verricht.

Een rechtshandeling waarbij het aandeel van de stille vennoot van de vennootschap geheel of gedeeltelijk aan hem wordt teruggegeven, of waarbij geheel of gedeeltelijk afstand wordt gedaan van zijn aandeel in de geleden verliezen, kan worden betwist als de overeenkomst waarop de handeling is gebaseerd, in het laatste jaar voor indiening van het voorstel tot opening van de faillissementsprocedure tegen de vennootschap of nadien is aangegaan. Hetzelfde is van toepassing als de stille vennoot wordt geliquideerd in overeenstemming met de overeenkomst.

In het geval van congruente afwikkeling kunnen betalingen die de schuldenaar heeft verricht via een wissel, niet van de ontvanger worden teruggevorderd als de ontvanger overeenkomstig de wet inzake verhandelbare instrumenten een vordering op andere schuldenaren zou verliezen als hij weigert de betaling te aanvaarden.

Een rechtshandeling wordt geacht te zijn verricht op het moment waarop de rechtsgevolgen ervan zich voordoen.

Als voor de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling inschrijving in een openbare administratie, register of logboek vereist is, wordt de rechtshandeling geacht te zijn verricht zodra is voldaan aan de overige voorwaarden voor geldigheid, de verklaring van de schuldenaar die inschrijving te zullen verrichten, bindend wordt, en de wederpartij een verzoek om inschrijving van een juridische wijziging indient. Deze bepaling is tevens van toepassing op verzoeken om inschrijving vooraf met het oog op veiligstelling van het recht op een juridische wijziging.

Als een rechtshandeling onderworpen is aan een voorwaarde of termijn, wordt het tijdstip waarop zij is verricht in aanmerking genomen, niet het tijdstip waarop de voorwaarde zich voordoet of de termijn verstrijkt.

Een rechtshandeling waarvoor een executoriale titel is verkregen en een rechtshandeling die is verricht in het kader van het executoriale proces, kunnen worden betwist.

Als de schuldenaar voor zijn prestatie een vergoeding van dezelfde waarde heeft aanvaard die rechtstreeks tot zijn activa is komen te behoren, kan de rechtshandeling achter die prestatie alleen worden betwist als er sprake is van opzettelijke benadeling.

De vereffenaar kan namens de schuldenaar rechtshandelingen van de schuldenaar betwisten op basis van goedkeuring door de rechter. De klacht wordt ingediend tegen de persoon tegenover wie de betwiste handeling werd verricht.

De vereffenaar kan binnen anderhalf jaar na opening van de faillissementsprocedure een klacht indienen om rechtshandelingen te betwisten.

Iedere schuldeiser in faillissement kan in de onderstaande gevallen voor eigen rekening een vordering instellen om rechtshandelingen te betwisten:

- indien de vereffenaar niet binnen de in artikel 212, lid 3, SZ gestelde termijn een vordering heeft ingesteld om de rechtshandelingen te betwisten – binnen drie maanden na het verstrijken van de in artikel 212, lid 3, SZ gestelde termijn;

- indien de vereffenaar een vordering bij de rechtbank om de rechtshandelingen te betwisten intrekt – binnen drie maanden na publicatie van de definitieve beslissing ter bevestiging van de intrekking op het elektronische prikbord van de rechtbank (e-Oglasna ploča suda);

- indien hij de vereffenaar eerder heeft verzocht om een verklaring en de vereffenaar heeft verklaard geen vordering te zullen instellen om de rechtshandelingen te betwisten – binnen drie maanden na publicatie van de verklaring van de vereffenaar op het elektronische prikbord van de rechtbank;

- indien hij de vereffenaar eerder heeft verzocht om een verklaring en de vereffenaar niet binnen drie maanden heeft verklaard of hij wel of geen vordering zal instellen om de rechtshandelingen te betwisten – binnen drie maanden na het verzoek om een dergelijke verklaring te doen.

Als het verzoek om rechtshandelingen te betwisten is toegewezen, heeft de betwiste rechtshandeling geen rechtsgevolgen voor de failliete boedel en wordt van de wederpartij verlangd alle via de betwiste transactie verkregen materiële voordelen weer te voegen bij de failliete boedel, tenzij de SZ anders bepaalt. Een voorstel tot executie op basis van de beslissing waarbij het verzoek om rechtshandelingen te betwisten is toegewezen, kan worden ingediend door de vereffenaar namens en voor rekening van de schuldenaar of de failliete boedel, en door een schuldeiser in het faillissement namens zichzelf en ten gunste van de schuldenaar of de failliete boedel.

Een persoon die prestaties aanvaardt en daar geen of slechts een geringe vergoeding tegenover stelt, moet hetgeen hij heeft ontvangen alleen teruggeven als zijn vermogen erdoor groter is geworden, tenzij hij wist, of had moeten weten, dat die prestatie nadelig zou zijn voor de schuldeisers.

Een definitieve beslissing in een vordering om rechtshandelingen te betwisten, is van toepassing op de schuldenaar, de failliete boedel en alle schuldeisers, tenzij de SZ anders bepaalt.

Als de rechter de vordering om een rechtshandeling te betwisten heeft toegewezen, wordt van de tegenpartij verlangd alle via de betwiste transactie verkregen materiële voordelen weer te voegen bij de failliete boedel. Nadat deze voordelen weer bij de failliete boedel zijn gevoegd, hebben de schuldeisers als eisende partij recht op voorrang bij de betaling uit die voordelen, in verhouding tot het bedrag van hun bevestigde vorderingen.

De rechtshandelingen van de schuldenaar kunnen worden betwist middels aantekening van bezwaar in het kader van een rechtsgeding zonder tijdsbeperking.

Een rechtshandeling kan ook worden betwist tegenover de erfgenaam of andere universele rechtsopvolger van de tegenpartij.

Een juridische transactie kan worden betwist tegenover andere rechtsopvolgers van de tegenpartij:

1. als de rechtsopvolger ten tijde van de verkrijging op de hoogte was van de omstandigheden waarop de vernietigbaarheid van de verkrijging van hun rechtsvoorganger is gebaseerd;

2. als de rechtsopvolger ten tijde van de verkrijging een persoon in nauw contact met de schuldenaar was, tenzij hij bewijst dat hij destijds niet op de hoogte was van de omstandigheden waarop de vernietigbaarheid van de verkrijging van hun rechtsvoorganger is gebaseerd;

3. als het verkregene om niet of tegen slechts een geringe vergoeding aan de rechtsopvolger is overgedragen.

Een rechtshandeling die na opening van de faillissementsprocedure is verricht en geldig blijft overeenkomstig de regels voor bescherming van vertrouwen in openbare registers, kan worden betwist overeenkomstig de regels voor het betwisten van rechtshandelingen die zijn verricht voor de opening van faillissementsprocedures.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 23/08/2019

Insolventie - Italië

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Er kan een insolventieprocedure worden ingesteld jegens alle ondernemers (natuurlijke of rechtspersonen) die zich in een van de volgende situaties bevinden:

a) activa met een waarde van 300 000 EUR of meer, gedurende de drie jaren voorafgaand aan het verzoek om faillissement of om een akkoord;

a) jaarlijkse bruto inkomsten van 200 000 EUR of meer, gedurende elk van de drie jaren voorafgaand aan het verzoek om faillissement of om een akkoord;

c) 500 000 EUR schulden of meer, op de datum van het verzoek om faillissement of om een akkoord (ongeacht op welke datum deze zijn ontstaan).

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

a) Een faillietverklaring is alleen mogelijk wanneer de ondernemer insolvent is. Dit kan worden aangevraagd:

- door de schuldenaar;

- door een schuldeiser;

- door het Openbaar Ministerie.

b) Een akkoord ter voorkoming van een faillissement is alleen mogelijk wanneer de ondernemer zich in een crisissituatie bevindt (dat wil zeggen dat hij financiële problemen heeft die niet ernstig genoeg zijn voor insolventie). Dit kan uitsluitend worden aangevraagd door de schuldenaar.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De insolvente boedel omvat alle zaken, met uitzondering van:

1) strikt persoonlijke zaken en rechten;

2) uitkeringen voor levensonderhoud, vergoedingen, pensioenen, salarissen en inkomsten uit de activiteit van de schuldenaar, voor zover deze noodzakelijk zijn om te voorzien in zijn behoeften en die van zijn gezin;

3) inkomsten uit het wettelijke vruchtgebruik van de zaken van de kinderen van de schuldenaar, de zaken die het familiespaargeld vormen en de opbrengst hiervan, onverminderd het bepaalde in artikel 170 van het Burgerlijk Wetboek;

4) zaken die krachtens de wet niet voor beslag vatbaar zijn.

De failliete boedel omvat ook alle zaken die de schuldenaar na de inleiding van de procedure verwerft, maar niet de kosten betreffende de aankoop en het behoud van die zaken.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

De curator is bevoegd en verplicht om de zaken te beheren en te verkopen en om de opbrengst hiervan te verdelen onder de schuldeisers.

De schuldenaar kan worden gehoord voor meer informatie en hij kan handelingen van de curator en de rechter-commissaris aanvechten, maar uitsluitend als deze de wet schenden (en niet alleen om redenen van opportuniteit).

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Personen die de curator geld verschuldigd zijn, kunnen hun schuld compenseren met een andere vordering in het kader van dezelfde procedure, op voorwaarde dat de schuld en de andere vordering allebei voorafgaand aan de procedure zijn ontstaan.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

De curator kan besluiten om overeenkomsten die lopen op de datum van de faillietverklaring voort te zetten of te ontbinden.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Na de inleiding van de insolventieprocedure hebben schuldeisers uitsluitend het recht om een rechtsvordering in te stellen als de curator blijft stilzitten, dat wil zeggen als hij geen actie onderneemt (ongeacht of dit opzettelijk of uit nalatigheid is).

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Uitsluitend de curator is bevoegd om rechtsvorderingen die een schuldeiser jegens een persoon heeft ingesteld voort te zetten wanneer die persoon later failliet wordt verklaard.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Het comité van schuldeisers bestaat uit drie of vijf schuldeisers en speelt een belangrijke rol, daar het bevoegd is om:

- transacties, schikkingen, intrekking van rechtszaken, de erkenning van rechten van derden, de opheffing van hypotheken, de teruggave van pandrechten, de vrijgave van zekerheden, de aanvaarding van een nalatenschap of schenkingen en alle andere handelingen van buitengewoon beheer goed te keuren;

- de rechtbank te verzoeken om de afzetting van de curator;

- het liquidatieplan goed te keuren;

- de curator toe te staan om een overeenkomst over te nemen die loopt op de datum van de faillietverklaring;

- de inventarisatie van de zaken van de schuldenaar bij te wonen;

- alle stukken van het proceduredossier te raadplegen;

- de curator toe te staan om een of meerdere zaken niet op te nemen in de activa of om af te zien van de liquidatie ervan, als de liquidatie duidelijk ongepast is;

- de rechter-commissaris te verzoeken om de verkoop van de zaken op te schorten.

Naast de bevoegdheden inzake actief beheer geeft het comité van schuldeisers advies over de maatregelen die onder de bevoegdheid van de rechter-commissaris of de rechtbank vallen, te weten:

- toestemming voor de pandhoudende schuldeiser om de verpande zaak te verkopen;

- toestemming voor de rechter-commissaris om de activiteiten van de onderneming tijdelijk voort te zetten (zonder instemming van het comité van schuldeisers kan niet worden besloten tot de voortzetting van de activiteiten);

- toestemming voor de rechter-commissaris om de onderneming te verhuren (zonder instemming van het comité van schuldeisers kan niet worden besloten tot het verhuren van de onderneming).

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

De curator kan (met toestemming):

- de activiteiten van de onderneming voortzetten;

- de onderneming verhuren;

- alle zaken verkopen om de opbrengst hiervan te verdelen onder de schuldeisers;

- weigeren zaken van geringe waarde te verkopen.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Iedere schuldeiser kan de rechtbank verzoeken om de schuldenaar failliet te verklaren. De schuldeiser hoeft geen executoriale titel te hebben, het is vooral belangrijk dat de vordering wordt gestaafd met bewijsstukken.

Alle schuldeisers (met inbegrip van degenen die met succes om een faillietverklaring hebben verzocht) dienen na de inleiding van de faillissementsprocedure te verzoeken om de erkenning van hun vorderingen.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De schuldeiser kan een erkenningsverzoek indienen zonder te worden vertegenwoordigd door een advocaat.

Het verzoek dient bewijsstukken betreffende de vordering te bevatten en digitaal te worden ingediend (gecertificeerde e-mail).

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De opbrengst van de verkochte zaken wordt onder alle schuldeisers verdeeld, naargelang de rangorde van de voorrechten. In de wet is voor veel vorderingen een rangorde (hypotheken, pandrechten, algemene of bijzondere voorrechten) vastgesteld met betrekking tot alle of een deel van de zaken.

Als de opbrengst van de verkoop niet toereikend is om alle vorderingen op de schuldenaar te voldoen (wat bijna altijd het geval is), wordt deze opbrengst niet verdeeld naar verhouding van de hoogte van de vorderingen, maar op basis van hun rang, conform het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

De beëindiging van de faillissementsprocedure wordt uitgesproken indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- er is geen enkel erkenningsverzoek ingediend;

- alle vorderingen zijn voldaan;

- de opbrengst van de verkochte activa is volledig verdeeld;

- er is vastgesteld dat er geen te verkopen zaken of andere nog te innen bedragen zijn.

Na de beëindiging van de faillissementsprocedure is de schuldenaar weer bevoegd om te handelen, om in rechte op te treden en om zaken te verkrijgen zonder dat deze in beslag worden genomen door de curator.

Met de bekrachtiging van de overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldeisers worden het akkoord ter voorkoming van een faillissement en het faillissementsakkoord afgesloten. Als in het akkoord echter is bepaald dat er zaken dienen te worden overgedragen (liquidatie‑akkoord), wordt de procedure voor de verkoop van de activa voortgezet en eindigt deze pas als alle zaken zijn verkocht en de opbrengst hiervan is verdeeld onder de schuldeisers.

Door de beëindiging van het akkoord ter voorkoming van een faillissement en het faillissementsakkoord is de schuldenaar bevrijd van zijn schulden.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Als de beëindiging van de faillissementsprocedure is uitgesproken, kunnen de schuldeisers een rechtsvordering instellen jegens de schuldenaar om de restschuld te innen (dat wil zeggen het deel van hun vordering dat de curator niet heeft voldaan). Als de schulden van de schuldenaar zijn kwijtgescholden, kunnen de schuldeisers echter niets vorderen van de schuldenaar.

Zodra het akkoord is gesloten, kunnen de schuldeisers niets meer vorderen van de schuldenaar. Als de schuldenaar zijn verplichtingen echter niet nakomt, kunnen de schuldeisers binnen een jaar verzoeken om de ontbinding van het akkoord.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten van de insolventieprocedure worden betaald uit de opbrengst van de verkoop van de activa.

Als de schuldenaar geen activa heeft, worden de vergoeding van de curator en de onkosten die deze heeft gemaakt door de staat betaald.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Handelingen die de schuldenaar heeft verricht voorafgaand aan de faillissementsprocedure zijn herroepbaar, voor zover deze binnen een bepaalde termijn (een jaar of zes maanden) voorafgaand aan de procedure zijn verricht.

Handelingen die de schuldenaar heeft verricht na de inleiding van de faillissementsprocedure zijn niet uitvoerbaar.

Handelingen van buitengewoon beheer die tijdens de procedure voor het akkoord ter voorkoming van een faillissement worden verricht zonder goedkeuring van de rechtbank zijn niet uitvoerbaar.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 29/10/2018

Insolventie - Cyprus

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Faillissement (ptóchevsi): een faillietverklaring (diátagma ptóchevsis) vindt alleen plaats tegen een natuurlijk persoon die insolvent is.

Liquidatie (ekkathárisi): een bevel tot liquidatie (diátagma ekkathárisis) wordt gegeven met betrekking tot een rechtspersoon. Een vrijwillige liquidatie (ekoúsia ekkathárisi), buitengerechtelijk of onder toezicht van de rechter, heeft eveneens betrekking op een rechtspersoon.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Faillissement: de wettelijke voorschriften voor het faillissement van natuurlijke personen zijn te vinden in de Faillissementswet (perí Ptóchevsis Nómos, hoofdstuk 5), die de afgelopen twee jaar grondig is aangepast aan de veranderende sociale en economische situatie.

Een faillissementsaanvraag kan door een schuldeiser of de schuldenaar zelf worden ingediend voor schulden van meer dan 15 000 EUR, mits er sprake is van een handeling die aanleiding is voor faillissementsaanvraag of de schuldenaar zich in kennelijke staat van faillissement bevindt en op Cyprus aanwezig was of zijn gewone verblijfplaats had op Cyprus of zijn bedrijf voerde op Cyprus of lid was van een firma of vennootschap die haar onderneming voerde op Cyprus.

Van een handeling die aanleiding is voor een faillissementsaanvraag (práxi ptóchevsis) is onder meer sprake als:

a) een schuldeiser een definitieve uitspraak tegen de schuldenaar verkrijgt, ongeacht het bedrag, en de schuldenaar niet betaalt;

b) de schuldenaar een verklaring van onvermogen tot betaling van zijn schulden indient;

c) de schuldenaar een faillissementsaanvraag indient;

d) een persoonlijk afbetalingsplan waarbij de schuldenaar partij is, geacht wordt te zijn mislukt of te zijn beëindigd overeenkomstig de wettelijke voorschriften inzake de insolventie van natuurlijke personen (perí Aferengyótitas Fysikón Prosópon Nómos).

Liquidatie van vennootschappen: een vennootschap kan worden geliquideerd als zij haar schulden niet kan betalen of als zij bij bijzonder besluit overgaat tot ontbinding middels liquidatie van haar bezittingen en volledige of gedeeltelijke afbetaling van haar schulden. Een bevel tot liquidatie kan worden gegeven als een vennootschap haar schulden niet kan betalen. Het verschuldigde bedrag moet groter zijn dan 5 000 EUR. Een verzoek tot liquidatie wordt hetzij door een schuldeiser of door de aandeelhouders ingediend bij de rechtbank.

Vrijwillige liquidatie

Er zijn drie soorten vrijwillige liquidatie.

  • Vrijwillige liquidatie door schuldeisers (ekoúsia ekkathárisi apó pistotés): dit is een buitengerechtelijke liquidatie die plaatsvindt als de vennootschap insolvent is en haar bestuur besluit tot liquidatie. Een vrijwillige liquidatie door schuldeisers begint met het bijeenroepen van een vergadering van schuldeisers om zich te buigen over een door de algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap genomen bijzonder besluit tot vrijwillige liquidatie.
  • Vrijwillige liquidatie door leden (ekoúsia ekkathárisi apó méli): dit is eveneens een buitengerechtelijke liquidatie, die in gang wordt gezet door een bijzonder besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders wanneer de vennootschap solvent is.
  • Vrijwillige liquidatie onder toezicht van de rechter (ekoúsia ekkathárisi ypó tin epopteía tou Dikastiríou): wanneer een vennootschap een besluit tot vrijwillige liquidatie heeft genomen, kan de rechter gelasten de liquidatie onder zijn toezicht te laten verlopen.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Faillissement: de failliete boedel bestaat uit alle eigendommen die bij aanvang van de faillissementsprocedure toebehoren aan, of berusten bij de failliet, of die vóór decharge van de failliet door hem worden verkregen of op hem overgaan, niet zijnde de eigendommen die de failliet of zijn gezin nodig hebben om te overleven.

Eigendommen verkregen na aanvang van de faillissementsprocedure en voor opheffing of nietigverklaring van het faillissement, maken deel uit van de failliete boedel.

Liquidatie: onder eigendommen worden in het kader van de liquidatie verstaan de eigendommen die toebehoorden aan de vennootschap voordat het bevel tot liquidatie werd gegeven of voordat het bijzonder besluit tot vrijwillige liquidatie werd genomen.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Faillissement: bij een faillietverklaring wordt de curator (epísimos paralíptis) de bewindvoerder over de eigendommen van de failliet. In een later stadium kan iedere bevoegde insolventiefunctionaris (adeiodotiménos sýmvoulos aferengyótitas) worden aangesteld als bewindvoerder (diacheiristís). De bewindvoerder heeft als taak de eigendommen van de failliet te verkopen en de opbrengsten uit te delen aan de schuldeisers. Wanneer de curator of insolventiefunctionaris de taken van bewindvoerder verricht, blijft de failliet eigenaar van alle bij hem berustende eigendommen, die per de aanvangsdatum van de faillissementsprocedure evenwel uitsluitend worden beheerd door de bewindvoerder.

Liquidatie: bij een bevel tot liquidatie wordt de curator automatisch vereffenaar (ekkatharistís) als de schuldeisers geen vereffenaar aanstellen, tenzij er een bevoegde insolventiefunctionaris wordt aangesteld als vereffenaar op verzoek van de curator of op grond van een beslissing van de vergadering van schuldeisers en de vergadering van contributories van de vennootschap. De vereffenaar heeft als taak de eigendommen van de te ontbinden vennootschap te realiseren en de opbrengst uit te delen aan haar schuldeisers en contributories. Wanneer de curator of insolventiefunctionaris de taak van vereffenaar van de eigendommen van de te liquideren rechtspersoon op zich neemt, worden de eigendommen, ook al blijft de vennootschap eigenaar van alle bij haar berustende eigendommen, per de aanvangsdatum van de liquidatieprocedure beheerd door de vereffenaar, ten behoeve van de verkoop ervan.

Vrijwillige liquidatie: in het geval van vrijwillige liquidatie staakt de vennootschap haar bedrijf per aanvangsdatum van de liquidatieprocedure, behalve voor zover nodig voor een gunstige uitkomst van de liquidatie. De vereffenaar heeft als taak de eigendommen van de te liquideren vennootschap te realiseren en de opbrengst uit te delen aan de schuldeisers en contributories.

  • Vrijwillige liquidatie door schuldeisers: de schuldeisers en de vennootschap dragen tijdens hun respectieve vergaderingen de insolventiefunctionaris voor die zij als vereffenaar van de vennootschap willen aanstellen; indien evenwel de voordrachten niet overeenkomen, wordt de door de schuldeisers voorgedragen insolventiefunctionaris aangesteld als vereffenaar.
  • Vrijwillige liquidatie door leden: de vennootschap stelt bij besluit van de algemene vergadering een bevoegde insolventiefunctionaris aan als vereffenaar, die verantwoordelijk is voor de afwikkeling van de onderneming van de vennootschap en uitdeling van de baten uit de boedel. Bij aanstelling van een vereffenaar verliezen de bestuurders hun bevoegdheden, behalve voor zover een algemene vergadering van de vennootschap of de vereffenaar voortzetting ervan goedkeurt.
  • Vrijwillige liquidatie onder toezicht van de rechter: bij het geven van een bevel tot liquidatie onder toezicht kan de rechter op grond van dat bevel of een later bevel een aanvullende vereffenaar aanstellen. Een door de rechter aangestelde vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, verplichtingen en positie als een vereffenaar die is aangesteld op grond van een bijzonder besluit of op grond van een besluit van de schuldeisers zoals hiervoor beschreven.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Faillissement: de wetgeving bepaalt dat aanspraak kan worden gemaakt op verrekening als er wederzijdse schuldvorderingen of andere wederzijdse betrekkingen tussen de failliet en een andere persoon bestaan voordat het faillissement wordt uitgesproken, tenzij de andere persoon ten tijde van de kredietverstrekking op de hoogte was van de door de failliet verrichte handeling die aanleiding was voor een faillissementsaanvraag.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Faillissement: bestaande wettige overeenkomsten waarbij de failliet partij is, blijven van kracht en de failliet blijft persoonlijk verantwoordelijk voor nakoming van de voorwaarden ervan.

Liquidatie: bestaande wettige overeenkomsten waarbij een te liquideren vennootschap partij is, blijven van kracht. Hetzelfde geldt voor wettige overeenkomsten die zijn aangegaan door vennootschappen die vrijwillig worden geliquideerd.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Faillissement: als er een vordering tegen een failliet wordt ingesteld nadat de faillietverklaring is uitgesproken, moet de rechter om toestemming worden gevraagd om de vordering toe te laten.

Liquidatie: als er een vordering tegen een te liquideren vennootschap wordt ingesteld nadat de liquidatieverklaring is uitgesproken, moet de rechter om toestemming worden gevraagd om de vordering toe te laten.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Faillissement: vorderingen die reeds aanhangig zijn tegen een failliet, lopen gewoon door, zonder dat daarvoor toestemming van de rechter nodig is.

Liquidatie: vorderingen die reeds aanhangig zijn tegen een te liquideren vennootschap, kunnen alleen met toestemming van de rechter worden voortgezet. Het is geheel aan de curator van de rechter of de vereffenaar van de vennootschap zulke vorderingen af te handelen.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Faillissement: om deel te nemen aan de faillissementsprocedure dient de schuldeiser de ingevulde formulieren voor titel van schuldvordering (epalíthevsi chréous) in, samen met al het ondersteunend bewijs. De curator of de insolventiefunctionaris die als bewindvoerder optreedt, beslist over toelating of afwijzing van het bewijs. Vervolgens wordt een dividend betaald aan de schuldeisers volgens de rangorde die is vastgelegd in de Faillissementswet. Na registratie van hun bewijs kunnen de schuldeisers deelnemen aan vergaderingen die worden bijeengeroepen door de curator of de insolventiefunctionaris die is belast met liquidatie van de vennootschap.

Liquidatie: om deel te nemen aan de liquidatieprocedure dient de schuldeiser de ingevulde formulieren voor titel van schuldvordering in, samen met al het ondersteunend bewijs. Dezelfde procedures zijn van toepassing als in het geval van faillissement, behalve dat in dit geval het dividend wordt uitgekeerd overeenkomstig de Wet op de vennootschappen (perí Etaireión Nómos, hoofdstuk 113).

Hetzelfde geldt voor vrijwillige liquidatie, in het bijzonder vrijwillige liquidatie door schuldeisers, waarbij de schuldeisers direct vanaf het begin van de procedure deelnemen, wanneer zij in vergadering bijeen worden geroepen om een vereffenaar van hun keuze voor te stellen.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Faillissement: de bewindvoerder heeft de bevoegdheid en de mogelijkheid om onroerend goed te verkopen op een wijze die hij geschikt en in het belang van de procedure acht. Vervolgens wordt een dividend betaald aan de schuldeisers volgens de rangorde die is vastgelegd in de Faillissementswet. Voor verhypothekeerd vastgoed is een gerechtelijk bevel nodig.

Liquidatie: de vereffenaar van een te liquideren vennootschap kan het onroerend goed van de vennootschap verkopen op een wijze die hij in het belang van de procedure acht. Vervolgens wordt een dividend betaald aan de schuldeisers volgens de rangorde die is vastgelegd in de Wet op de vennootschappen. Voor verhypothekeerd vastgoed is een gerechtelijk bevel nodig. Dezelfde voorschriften gelden voor vrijwillige liquidatie.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Faillissement: bij een faillietverklaring mogen schuldeisers bewijs overleggen van schulden die zijn ontstaan tot aan de datum van de failliet- of liquidatieverklaring en die betrekking hebben op vorderingen voor een vast bedrag. Vorderingen die ontstaan na de faillietverklaring vallen buiten de reikwijdte van de faillissementsprocedure, zodat schuldeisers daarvoor zelf een vordering op de failliet zullen moeten instellen.

Liquidatie: nadat er een liquidatieverklaring is afgegeven of een bijzonder besluit tot vrijwillige liquidatie is genomen, kunnen schuldeisers bewijs indienen van schulden die zijn ontstaan tot aan de datum van de liquidatieverklaring of van het bijzonder besluit en die betrekking hebben op vorderingen voor een vast bedrag. Vorderingen die ontstaan na de liquidatieverklaring of het bijzonder besluit, vallen buiten de reikwijdte van de liquidatieprocedure, zodat schuldeisers daarvoor zelf een vordering op de bestuurders van de te liquideren vennootschap moeten instellen.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Faillissement: bij een faillietverklaring verstrekt elke schuldeiser binnen 35 dagen na de datum van bekendmaking van de verklaring schriftelijk bewijs van zijn schuldvordering aan de curator of bewindvoerder. Het bewijs bevat informatie over de schuld, vermeldt de namen van alle garanten en maakt duidelijk of de schuldeiser zekerheid heeft. Ten behoeve van het dividend laat de curator of vereffenaar binnen tien dagen schriftelijk weten of hij het bewijs toelaat of afwijst. Een schuldeiser of garant kan de beslissing van de curator of bewindvoerder binnen 21 dagen aanvechten bij de rechter.

Liquidatie: bij een liquidatieverklaring verstrekt elke schuldeiser binnen 35 dagen na de datum van bekendmaking van die verklaring schriftelijk bewijs van schuld aan de curator of vereffenaar. Het bewijs bevat informatie over de schuld, vermeldt de namen van alle garanten en maakt duidelijk of de schuldeiser zekerheid heeft. Ten behoeve van het dividend laat de curator of vereffenaar binnen tien dagen schriftelijk weten of hij het bewijs toelaat of afwijst. Een schuldeiser of garant kan de beslissing van de curator of vereffenaar binnen 21 dagen aanvechten bij de rechter. Dezelfde voorschriften gelden voor vrijwillige liquidatie.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Faillissement: bij uitdeling van de failliete boedel worden de schulden gelijk en naar evenredigheid gerangschikt per categorie (de "regel van gelijke rang"), tenzij iedereen volledig kan worden betaald uit de boedel. De rangorde van de vorderingen is als volgt:

  • kosten en beloning van de bewindvoerder;
  • vergoeding voor de curator;
  • onkosten van een schuldeiser die de aanvraag (mede) heeft ingediend;
  • preferente schulden;
  • ongedekte schulden.

Liquidatie: bij uitdeling van de te liquideren boedel worden de schuldvorderingen gelijk en naar evenredigheid gerangschikt per categorie (de "regel van gelijke rang"), tenzij iedereen volledig kan worden betaald uit de boedel. De rangorde van de vorderingen is als volgt:

  • feitelijke kosten en beloning van de vereffenaar;
  • vergoeding voor de curator of vereffenaar;
  • onkosten van een schuldeiser die de aanvraag (mede) heeft ingediend;
  • preferente schulden;
  • floating charges;
  • concurrente schuldeisers.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Faillissement: de failliet kan bij de curator of bewindvoerder een schriftelijk voorstel indienen voor een schikking (symvivasmós) met zijn schuldeisers. Tijdens een vergadering van schuldeisers kan het voorstel slechts worden aangenomen door een meerderheid van de schuldeisers die driekwart van de totale waarde van de schulden vertegenwoordigen. Als de schuldeisers instemmen met het voorstel, verzoekt de failliet of de curator of bewindvoerder de rechter het goed te keuren. Goedkeuring door de rechter is bindend voor alle schuldeisers die hun vorderingen hebben bewezen. Zodra aan de voorwaarden van de schikking is voldaan, worden de bewezen schuldvorderingen geacht te zijn afgewikkeld.

Bij nietigverklaring van de faillietverklaring wordt de faillissementsprocedure volledig afgesloten.

Liquidatie: een liquidatieprocedure wordt volledig afgesloten bij definitieve ontbinding of bij nietigverklaring van de liquidatieverklaring.

Een vrijwillige liquidatieprocedure wordt afgesloten en de geliquideerde vennootschap wordt definitief ontbonden drie maanden na indiening bij de curator van de definitieve rekening van de vennootschap, die wordt opgesteld na voltooiing van de liquidatie en uitdeling van de eigendommen van de vennootschap.

Als iemand echter juridisch belang heeft bij een doorstart van een vennootschap die na vrijwillige liquidatie of op bevel van de rechtbank is ontbonden, kan hij daartoe binnen twee jaar na de ontbinding een verzoek indienen bij de rechter.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Faillissement: indien de faillietverklaring wordt vernietigd en de schuldeisers hebben ingestemd zonder volledig te zijn voldaan, hebben zij het recht de na vernietiging van de faillietverklaring verschuldigde bedragen te vorderen.

Liquidatie: indien de liquidatieverklaring wordt vernietigd en de schuldeisers hebben ingestemd zonder volledig te zijn voldaan, hebben zij het recht de na vernietiging van het bevel verschuldigde bedragen te vorderen.

Als iemand juridisch belang heeft bij een doorstart van een vennootschap die na vrijwillige liquidatie of op bevel van de rechter is ontbonden, kan hij daartoe binnen twee jaar na de ontbinding een verzoek indienen bij de rechter.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Faillissement: de kosten van de faillietverklaring worden gedragen door de schuldeiser die de verklaring heeft aangevraagd. De aan de curator te vergoeden kosten bedragen 500 EUR. De tijdens de faillissementsprocedure gemaakte kosten worden voldaan uit de failliete boedel.

Liquidatie: de kosten van de liquidatieverklaring worden gedragen door de schuldeiser die de verklaring heeft aangevraagd. De aan de curator te vergoeden kosten bedragen 500 EUR. De kosten die worden gemaakt tijdens de procedures voor de liquidatie, vereffening en uitdeling van de eigendommen van de vennootschap worden betaald uit de geliquideerde boedel.

De kosten van het indienen en registreren van documenten in verband met de procedure voor vrijwillige liquidatie bij de curator bedragen in totaal ongeveer 440 EUR. De kosten die worden gemaakt tijdens de procedures voor de liquidatie, vereffening en uitdeling van de eigendommen van de vennootschap worden betaald uit de geliquideerde boedel.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Faillissement: op grond van een aantal bepalingen die van toepassing zijn op faillissementsprocedures kan de bewindvoerder zich tot de rechter wenden om eigendommen terug te vorderen ten behoeve van de schuldeisers. De belangrijkste bepalingen zijn de volgende:

Α. Frauduleuze overdracht (dólia metavívasi)

Als de bewindvoerder of vereffenaar over bewijs beschikt dat eigendommen van een vennootschap of natuurlijke persoon zonder tegenprestatie of ver onder de marktwaarde zijn overgedragen, kan hij de rechter verzoeken de frauduleuze overdracht of handeling nietig te verklaren.

Deze bepaling is van toepassing als de overdracht heeft plaatsgevonden: a) binnen drie jaar voor de datum van een faillissement, tenzij er te goeder trouw en voor een tegenprestatie is gehandeld, of b) binnen tien jaar voor de datum van een faillissement, indien de natuurlijke persoon ten tijde van de overdracht zonder de opbrengsten van het overgedragen goed niet in staat was al zijn schulden te betalen. In het geval van een te liquideren vennootschap moet een handeling zijn verricht binnen een halfjaar voor aanvang van de liquidatie, d.w.z. voor de datum waarop liquidatieverzoek is ingediend, om als frauduleus te kunnen worden beschouwd.

Β. Frauduleuze preferentie (dólia protímisi)

Indien de bewindvoerder of vereffenaar over bewijs beschikt dat een schuldeiser een voorkeursbehandeling heeft gekregen, kan hij de rechter verzoeken die behandeling nietig te verklaren.

Liquidatie: op grond van een aantal bepalingen die van toepassing zijn op liquidatieprocedures kan de vereffenaar zich tot de rechter wenden om eigendommen terug te vorderen ten behoeve van de schuldeisers. De belangrijkste bepalingen zijn de volgende:

Α. Frauduleuze overdracht

Als de bewindvoerder of vereffenaar over bewijs beschikt dat eigendommen van een vennootschap of natuurlijke persoon zonder tegenprestatie of ver onder de marktwaarde zijn overgedragen, kan hij de rechter verzoeken de frauduleuze overdracht of handeling nietig te verklaren.

Deze bepaling is van toepassing als de overdracht heeft plaatsgevonden: a) binnen drie jaar voor de datum van een faillissement, tenzij er te goeder trouw is gehandeld en voor een tegenprestatie, of b) binnen tien jaar voor de datum van een faillissement, indien de natuurlijke persoon ten tijde van de overdracht niet in staat was al zijn schulden te betalen zonder de opbrengsten van het overgedragen goed. In het geval van een te liquideren vennootschap moet een handeling zijn verricht binnen een halfjaar voor aanvang van de liquidatie, d.w.z. voor de datum waarop het liquidatieverzoek is ingediend, om als frauduleus te kunnen worden beschouwd.

Β. Frauduleuze preferentie

Indien de bewindvoerder of vereffenaar over bewijs beschikt dat een schuldeiser een voorkeursbehandeling heeft gekregen, kan hij de rechter verzoeken die behandeling nietig te verklaren.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 13/05/2019

Insolventie - Luxemburg

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Het Groothertogdom Luxemburg kent acht soorten insolventieprocedures.

Drie van deze procedures gelden alleen voor handelaren (natuurlijke personen en rechtspersonen):

  1. de faillissementsprocedure, als bedoeld in het Wetboek van Koophandel (Code de Commerce), heeft tot doel de activa van een handelaar die insolvent en niet-kredietwaardig is geworden, te gelde te maken;
  2. het akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement, als bedoeld in de wet van 14 april 1886 betreffende het akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement (loi du 14 avril 1886 concernant le concordat préventif de la faillite), is een procedure die onder bepaalde voorwaarden openstaat voor schuldenaren die aan de criteria voor een faillissement voldoen. Wanneer dit akkoord betrekking heeft op de afgifte van activa, heeft het net als het faillissement tot doel de activa van de betrokken handelaar te gelde te maken. Het akkoord onderscheidt zich echter van het faillissement, doordat de handelaar de gevolgen van de faillissementsprocedure vermijdt;
  3. de procedure voor beheer onder toezicht, als bedoeld in het groothertogelijke besluit van 24 mei 1935 betreffende beheer onder toezicht (arrêté grand-ducal du 24 mai 1935 instituant la gestion contrôlée), is gericht op het reorganiseren van de activiteiten van handelaren die daarom verzoeken. Deze procedure kan echter ook worden toegepast, wanneer handelaren hun activa optimaal te gelde willen maken.

Naast deze procedures voorziet het Luxemburgse recht (artikel 593 e.v. van het Wetboek van Koophandel) in een procedure waarbij aan handelaren onder bepaalde voorwaarden surseance van betaling kan worden verleend.

  1. Een vierde procedure staat alleen open voor natuurlijke personen die geen handelaar zijn: dit is de procedure voor overmatige schuldenlast, als bedoeld in de wet van 8 januari 2013 betreffende overmatige schuldenlast (loi du 8 janvier 2013 sur le surendettement), die tot doel heeft de verzoekende partijen in staat te stellen hun financiële situatie te verbeteren door een schuldaflossingsplan op te stellen.

Er zijn ook insolventieprocedures die specifiek gelden voor notarissen, kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen en instellingen voor collectieve belegging (aangezien deze procedures specifiek zijn voor een bepaalde beroepsgroep of bedrijfssector, worden zij in dit factsheet niet beschreven).

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

1. Faillissement

De faillissementsprocedure wordt ingeleid door de faillissementsaanvraag van de schuldenaar, door een verzoek van een of meer schuldeisers om faillietverklaring van de schuldenaar of door een rechtbank.

Handelaren moeten het faillissement aanvragen bij de griffie van de districtsrechtbank voor handelszaken (tribunal d'arrondissement) in het rechtsgebied waar de handelaar zijn woonplaats of statutaire zetel heeft. Dit moet gebeuren binnen één maand na de datum waarop aan de faillissementsvoorwaarden wordt voldaan.

Wanneer een of meer schuldeisers van de schuldenaar het faillissement van de handelaar willen aanvragen, moeten zij een gerechtsdeurwaarder inschakelen. Deze roept de handelaar via een exploot op om binnen acht dagen (exploot met vaste datum) voor de districtsrechtbank voor handelszaken te verschijnen, zodat een beslissing kan worden genomen over de gronden van de faillissementsaanvraag.

Een faillissementsprocedure kan ook door een rechtbank worden ingeleid op basis van de informatie waarover deze beschikt. In dit geval moet de rechtbank de gefailleerde via de griffie oproepen om zijn situatie uit te leggen aan de rechtbank, die zitting houdt in kamers.

Alvorens een handelaar failliet te verklaren, moet de districtsrechtbank voor handelszaken (hierna "de handelsrechtbank" – tribunal de commerce) controleren of de persoon of vennootschap in kwestie aan de drie volgende voorwaarden voldoet:

  • status van handelaar: een natuurlijke persoon die in de uitoefening van zijn normale beroep (hoofdberoep of bijberoep) bij wet als commercieel omschreven handelingen uitvoert (bv. de in artikel 2 van het Wetboek van Koophandel vermelde handelingen), of een rechtspersoon die is opgericht in een van de vormen als bedoeld in de gewijzigde wet van 10 augustus 1915 betreffende handelsvennootschappen (loi modifiée du 10 août 1915 concernant les sociétés commerciales) (bv. naamloze vennootschap (société anonyme), besloten vennootschap (société à responsabilité limitée), coöperatie enz.);
  • staking van betalingen: dit houdt in dat onbetwistbare schulden die opeisbaar zijn (bv. lonen, sociale lasten enz.), niet worden betaald en termijnschulden of voorwaardelijke schulden en natuurlijke verplichtingen niet voldoende zijn; en
  • verlies van kredietwaardigheid: de handelaar kan niet langer krediet krijgen van banken, leveranciers of schuldeisers.

Hoewel de weigering of het onvermogen om één enkele onbetwistbare en opeisbare schuld (ongeacht het bedrag) te betalen, in beginsel voldoende is om de staat van staking van betalingen vast te stellen, betekent een simpel cashflowprobleem niet dat er sprake is van de staat van faillissement, mits de handelaar het krediet kan krijgen dat nodig is om de handelsactiviteiten voort te zetten en de verbintenissen na te komen.

2. Akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement

Een akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement is voorbehouden aan "onfortuinlijke schuldenaren die te goeder trouw handelen". Deze kenmerken worden door de rechtbank beoordeeld op basis van de omstandigheden van het geval.

Wanneer het verzoek wordt ingediend, wijst de handelsrechtbank een van zijn rechters aan om de situatie van de verzoekende partij te onderzoeken en een verslag op te stellen.

Op basis van dit verslag kan de rechtbank al dan niet instemmen met een respijttermijn om de handelaar in staat te stellen de schuldeisers akkoordvoorstellen te doen.

3. Beheer onder toezicht

Schuldenaren moeten een gemotiveerd verzoek indienen bij de handelsrechtbank voor het district waar zij hun hoofdactiviteiten verrichten, of waar hun statutaire zetel is gevestigd in het geval van een vennootschap.

Beheer onder toezicht is alleen mogelijk als een handelaar zijn kredietwaardigheid heeft verloren of niet al zijn verbintenissen kan nakomen. Bovendien moet in het verzoek worden gevraagd om de activiteiten van de schuldenaar te reorganiseren of om zijn activa optimaal te gelde te maken. Tot slot moeten volgens de jurisprudentie schuldenaren te goeder trouw handelen. In dit verband heeft de rechtbank de vrijheid om te beoordelen of de handelaar op basis van de feiten en omstandigheden van het geval te goeder trouw heeft gehandeld, zoals vereist is om voor deze procedure in aanmerking te komen.

4. Overmatige schuldenlast

Een overmatige schuldenlast van natuurlijke personen wordt omschreven als een situatie waarin een in het Groothertogdom Luxemburg woonachtige schuldenaar duidelijk niet in staat is om al zijn opeisbare en weldra opeisbare niet-zakelijke schulden te voldoen en om de verbintenis na te komen die hij is aangegaan om zich hoofdelijk borg te stellen voor de schulden van een eenmanszaak of een vennootschap of om deze schulden te betalen, mits hij rechtens of feitelijk geen bestuurder van die vennootschap is geweest.

De procedure voor collectieve schuldenregeling bestaat uit de drie volgende fasen:

  • de minnelijke fase, die plaatsvindt voor de Bemiddelingscommissie voor overmatige schuldenlast (Commission de médiation en matière de surendettement);
  • de gerechtelijke reorganisatiefase, die plaatsvindt voor het vredegerecht (juge de paix) van de woonplaats van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast;
  • de schuldsaneringsfase, ook "persoonlijk faillissement" (faillite civile) genoemd, die plaatsvindt voor het vredegerecht van de woonplaats van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast.

Er zij op gewezen dat de schuldsaneringsfase, die ondergeschikt is aan de twee andere fasen van de procedure voor collectieve schuldenregeling, alleen kan worden ingeleid, wanneer de schuldenaar met een overmatige schuldenlast zich in een onherstelbaar slechte situatie bevindt, die wordt omschreven als een situatie waarin de schuldenaar niet in staat is tot uitvoering van:

  • de maatregelen van de minnelijke regeling, of
  • de maatregelen die door de bemiddelingscommissie zijn voorgesteld als onderdeel van de minnelijke schikking, en
  • de maatregelen die in de gerechtelijke reorganisatieprocedure zijn vastgesteld.

Ook moet worden opgemerkt dat verzoeken om een minnelijke procedure moeten worden gericht aan de voorzitter van de bemiddelingscommissie.

Een aanvraagformulier voor een minnelijke procedure kan worden gedownload op het De link wordt in een nieuw venster geopend.volgende adres.

Bovendien moeten schuldeisers van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast hun vorderingen indienen bij de Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast (Service d'information et de conseil en matière de surendettement). Een formulier voor het indienen van de vorderingen kan van de website http://www.justice.public.lu/fr/index.html worden gedownload op het De link wordt in een nieuw venster geopend.volgende adres.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

1. Faillissement

Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt gefailleerden automatisch het recht ontnomen om hun activa te beheren, ook de activa die de gefailleerde na de faillietverklaring verwerft.

De ontneming van het beheersrecht heeft betrekking op alle roerende en onroerende activa van de gefailleerde. Dit mechanisme heeft tot doel de belangen van de gezamenlijke schuldeisers te beschermen.

Over het algemeen gaat de curator naar de gebouwen van de gefailleerde om een inventarisatie te maken van de activa die zich daarin bevinden. De curator moet daarbij onderscheid maken tussen de activa die volledig eigendom zijn van de gefailleerde, en de activa waarop derden diverse eigendomsrechten kunnen doen gelden.

Bij de tegeldemaking van de roerende en onroerende activa zorgt de curator ervoor dat alle activa van de gefailleerde worden verkocht in het beste belang van de gezamenlijke schuldeisers. Om die activa te kunnen verkopen, heeft de curator toestemming van de rechtbank nodig. De roerende en onroerende activa moeten worden verkocht volgens de bepalingen van het Wetboek van Koophandel. De opbrengst moet worden gestort op de bankrekening die op naam van de insolventieprocedure is geopend.

2. Overmatige schuldenlast

De rechtbank laat de financiële en de sociale situatie van de schuldenaar beoordelen om de vorderingen te verifiëren en de waarde van de activa en passiva te bepalen.

Nadat de rechtbank heeft beslist om de schuldsaneringsprocedure in te leiden en heeft bepaald dat er activa zijn die te gelde kunnen worden gemaakt, gaat de rechtbank over tot de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar.

De rechtbank beslist over alle betwiste vorderingen en gelast de tegeldemaking van de persoonlijke bezittingen van de schuldenaar. Alleen meubilair dat de schuldenaar nodig heeft voor zijn dagelijkse leven, en niet-zakelijke bezittingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit, zijn uitgesloten. De activa van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast worden in de schuldsaneringsprocedure te gelde gemaakt overeenkomstig de doelstelling van de wet, namelijk de financiële situatie van de schuldenaar te verbeteren door hem en zijn gezin een menswaardig leven mogelijk te maken.

De rechten en handelingen van de schuldenaar met betrekking tot zijn activa worden tijdens de tegeldemaking uitgeoefend door een door de rechtbank aangewezen vereffenaar.

De vereffenaar heeft zes maanden de tijd om de activa van de schuldenaar op minnelijke basis te verkopen of om een gedwongen verkoop te organiseren.

Gevolgen van de schuldsaneringsprocedure:

  1. Wanneer de opbrengst van de tegeldemaking van de activa voldoende is om de schuldeisers te voldoen, gelast de rechtbank beëindiging van de procedure.
  2. Wanneer de opbrengst van de tegeldemaking van de activa onvoldoende is om de schuldeisers te voldoen, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.
  3. Wanneer de schuldenaar alleen beschikt over het meubilair dat hij nodig heeft voor zijn dagelijkse leven, en over niet-zakelijke bezittingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.
  4. Wanneer de activa geen marktwaarde hebben of wanneer verkoop van de activa onevenredig hoge kosten in vergelijking met hun marktwaarde met zich mee zou brengen, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.

Beëindiging wegens ontoereikende activa heeft tot gevolg dat alle niet-zakelijke schulden van de schuldenaar worden kwijtgescholden.

Bij de kwijtschelding van de niet-zakelijke schulden van de schuldenaar wordt echter geen rekening gehouden met:

  • schulden die een borg of medeschuldenaar heeft betaald in plaats van de schuldenaar;
  • in artikel 46 van de wet genoemde schulden, dat wil zeggen lopende betalingen van onderhoudsschulden en geldbedragen die aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden zijn toegekend wegens toegebracht lichamelijk letsel.

De in artikel 46 van de wet genoemde schulden kunnen echter worden kwijtgescholden, wanneer de betrokken schuldeiser heeft ingestemd met de verlichting, herschikking of kwijtschelding van de schulden in kwestie.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

1. Faillissement

Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt gefailleerden automatisch het recht ontnomen om hun activa te beheren, ook de activa die de gefailleerde later verwerft.

Na de faillietverklaring wordt het beheer van de activa van de schuldenaar opgedragen aan een curator.

Wanneer de gefailleerde een rechtspersoon is, bestaat de insolvente boedel uit alle activa en passiva van de vennootschap, met uitzondering van rechten die vennoten in die hoedanigheid bezitten.

Curatoren worden gekozen uit degenen die de beste garanties kunnen bieden op het gebied van intelligentie en zorgvuldigheid van hun beheer.

In de praktijk kiezen rechters bij de districtsrechtbank voor handelszaken de curatoren uit de lijst van advocaten. Wanneer dit nodig is in het belang van de gefailleerde, kan de rechtbank echter ook notarissen of accountants/auditoren benoemen.

Zoals bij alle procedures waarbij handelaren zijn betrokken, is de handelsrechtbank bevoegd in faillissementszaken.

Het is derhalve de handelsrechtbank die het faillissement uitspreekt, de datum van de staking van betalingen bepaalt, de verschillende betrokkenen (rechter-commissaris, curator) benoemt, de datum voor de indiening van vorderingen en de datum voor de voltooiing van het verslag inzake de verificatie van de vorderingen vaststelt, en de beëindiging van de faillissementsprocedure gelast.

Het beheer van de activa wordt opgedragen aan een door de rechtbank aangewezen curator, die verantwoordelijk is voor de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar en de verdeling van de opbrengst onder de verschillende schuldeisers, overeenkomstig de regels voor preferente vorderingen en zakelijke zekerheden.

De rechter-commissaris is verantwoordelijk voor het toezicht op de faillissementsprocedure, het beheer en de tegeldemaking. Tijdens een zitting brengt hij verslag uit over eventuele geschillen en geeft hij opdracht om dringende maatregelen te nemen, teneinde de insolvente boedel veilig te stellen en te beschermen. Tevens leidt hij de vergaderingen van schuldeisers van de gefailleerde.

Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt failliete handelaren het recht ontnomen om hun activa te beheren en kunnen zij niet langer betalingen verrichten of transacties of andere handelingen met betrekking tot die activa uitvoeren.

2. Overmatige schuldenlast

Wat betreft de verplichtingen van de schuldenaar en de gevolgen voor de activa van de schuldenaar van het inleiden van de procedure voor collectieve schuldenregeling, moet worden opgemerkt dat de schuldenaar is onderworpen aan een verplichting van goed gedrag.

Tijdens de periode van goed gedrag:

  • moet de schuldenaar met de bij de procedure betrokken autoriteiten en instanties samenwerken door uit eigen beweging informatie te verstrekken over zijn activa, inkomsten en schulden, en eventuele wijzigingen in zijn situatie;
  • moet de schuldenaar voor zover mogelijk een bezoldigde bezigheid verrichten die aansluit bij zijn capaciteiten;
  • mag de schuldenaar zijn insolventie niet verergeren en moet hij plichtsgetrouw handelen om zijn schulden te verminderen;
  • mag de schuldenaar geen schuldeisers bevoordelen, met uitzondering van onderhoudsgerechtigden voor lopende betalingen, verhuurders voor lopende huurbetalingen voor huisvesting die aan de basisbehoeften van de schuldenaar voldoet, leveranciers van goederen en diensten die noodzakelijk zijn voor een waardig leven, en schuldeisers voor lopende betalingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de betaling door de schuldenaar van schadevergoeding wegens lichamelijk letsel als gevolg van opzettelijke gewelddaden;
  • moet de schuldenaar de verbintenissen in het kader van de procedure nakomen.

Bij de procedure zijn twee typen instanties betrokken, afhankelijk van de vraag of de procedure zich in de minnelijke fase of de gerechtelijke fase bevindt.

De minnelijke fase vindt plaats voor de bemiddelingscommissie. De leden van de bemiddelingscommissie worden door de Minister benoemd. De commissie heeft een voorzitter en een secretaris en komt ten minste eenmaal per kwartaal bijeen. Om lid van de bemiddelingscommissie te kunnen worden, moeten de kandidaten onder meer een verklaring omtrent het gedrag overleggen. Na hun benoeming zijn de leden wettelijk verplicht de Minister in kennis te stellen van eventuele tegen hen gevoerde strafrechtelijke procedures of uitgesproken strafrechtelijke veroordelingen, zodat zij kunnen worden vervangen. De leden van de bemiddelingscommissie ontvangen een toelage van 10 EUR per zitting en de voorzitter ontvangt een toelage van 20 EUR per zitting.

De bemiddelingscommissie beslist met name of verzoeken om de procedure moeten worden aanvaard en of ingediende vorderingen toelaatbaar zijn. Ook heeft de commissie tot taak ontwerpen voor minnelijke regelingen die naar aanleiding van een onderzoek door de Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast (hierna: "de Dienst") bij haar zijn ingediend, goed te keuren of te wijzigen.

Als de voorgestelde regeling binnen zes maanden na goedkeuring van de procedure door de commissie niet door de belanghebbende partijen is aanvaard, stelt de commissie een verslag op waarin wordt vermeld dat de minnelijke procedure is mislukt. Binnen twee maanden na de datum waarop dit verslag in het register is gepubliceerd, kan de schuldenaar een gerechtelijke reorganisatieprocedure aanhangig maken bij het vredegerecht van zijn woonplaats. Als de schuldenaar dit verzoek niet binnen de aangegeven termijn indient, kan hij pas een nieuwe procedure voor collectieve schuldenregeling aanhangig maken, nadat een periode van twee jaar is verstreken sinds de datum waarop het verslag in het register is gepubliceerd.

Na het inleiden van de gerechtelijke reorganisatiefase worden de partijen opgeroepen om voor het vredegerecht te verschijnen, dat van hen kan verlangen alle documenten of informatie te verstrekken aan de hand waarvan de activa en/of passiva van de schuldenaar kunnen worden vastgesteld.

Op basis van de verstrekte informatie stelt de rechtbank een reorganisatieplan op, waarin maatregelen worden opgenomen die de schuldenaar in staat stellen zijn verbintenissen na te komen.

Het door de rechtbank opgestelde reorganisatieplan geldt maximaal zeven jaar en vervalt in een beperkt aantal gevallen (met name wanneer de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen in het kader van het reorganisatieplan heeft voldaan).

3. Beheer onder toezicht

In procedures voor beheer onder toezicht staan schuldenaren hun beslissingsbevoegdheid af aan de bewindvoerders, die een inventaris moeten opstellen en een reorganisatieplan of een plan voor de tegeldemaking en verdeling van de activa moeten overleggen. Ook is het schuldenaren verboden te handelen op een wijze die de werkzaamheden van de in deze procedure benoemde bewindvoerders kan belemmeren.

4. Akkoord met schuldeisers

Tijdens de procedure voor een akkoord met schuldeisers kan de schuldenaar niets verkopen of verhypothekeren en ook geen verbintenissen aangaan zonder toestemming van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris stelt de inventaris op en beoordeelt de situatie van het bedrijf, en hij kan zo nodig de bijstand van deskundigen inroepen.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

De verschillende hierboven vermelde procedures hebben geen nadelige gevolgen voor de preferente vorderingen van schuldeisers, behalve de procedure voor een akkoord met schuldeisers.

1. Akkoord met schuldeisers

Schuldeisers met zakelijke zekerheden die aan de stemming deelnemen, verliezen hun status van preferente schuldeiser (artikel 10 van de wet van 14 april 1886).

2. Faillissement

"Met betrekking tot faillissement is het vaste rechtspraak dat er na de faillietverklaring geen wettelijke, gerechtelijke of minnelijke verrekening meer mogelijk is, ook niet tussen reeds bestaande vorderingen, wanneer zij tot dat moment een van de drie kenmerken liquiditeit, opeisbaarheid en fungibiliteit misten. Hoewel de faillietverklaring dus wettelijke verrekening kan beletten, mag niet worden geconcludeerd dat dit absoluut is of terugwerkende kracht heeft. De faillietverklaring heeft geen gevolgen voor wettelijke verrekening, wanneer aan de voorwaarden daarvoor werd voldaan, voordat de faillissementsprocedure werd ingeleid. Het Hof van Beroep (Cour d'appel) heeft geoordeeld dat 'de verdachte periode dit soort verrekening niet belet. Wettelijke verrekening is mogelijk ondanks de staking van betalingen. Het is geen handeling van de schuldenaar, aangezien de handeling buiten zijn medeweten plaatsvindt. Artikel 445 van het Wetboek van Koophandel is daarop niet van toepassing.'

Wat gerechtelijke verrekening betreft: daartoe kan geen opdracht worden gegeven, nadat de collectieve procedure is ingeleid. Gerechtelijke verrekening is echter wel mogelijk tijdens de verdachte periode, mits de betreffende beschikking definitief is geworden (niet vatbaar is voor beroep). In dit geval kan verrekening pas werking hebben vanaf de datum van de beschikking.

Wat minnelijke verrekening betreft: daarvan kan uiteraard geen sprake meer zijn, nadat de collectieve procedure is ingeleid. Bovendien kan geen minnelijke verrekening plaatsvinden tijdens de verdachte periode, omdat minnelijke verrekening in artikel 445 van het Wetboek van Koophandel wordt beschouwd als een ongebruikelijke betaalmethode die nietig wordt verklaard [1]."

Er moet echter worden opgemerkt dat de wet van 5 augustus 2005 betreffende financiële garanties (loi du 5 août 2005 sur les garanties financières) voorziet in specifieke uitzonderingen op de hierboven beschreven regels met betrekking tot bijvoorbeeld verrekeningsovereenkomsten die tussen partijen kunnen worden afgesloten op de datum waarop de insolventieprocedure wordt ingeleid (of zelfs daarna — zie artikel 18 e.v. van de wet van 5 augustus 2005 betreffende financiële garanties).

3. Beheer onder toezicht

Met betrekking tot beheer onder toezicht, het akkoord met schuldeisers of surseance van betaling is geen verrekening meer mogelijk, nadat de schuldenaren de beschikkingsvrijheid over hun rechten en activa hebben verloren.


[1] "La compensation comme garantie d'une créance sur un débiteur en faillite", Pierre Hurt, J.T., 2010, blz. 30.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Een van de belangrijkste problemen waarmee curatoren worden geconfronteerd, nadat de faillissementsprocedure is ingeleid, betreft lopende contracten die vóór de faillietverklaring zijn afgesloten. Met uitzondering van arbeidscontracten die van rechtswege eindigen op de datum waarop het faillissement wordt uitgesproken (artikel 12‑1 van het Wetboek van Arbeid (Code du travail)), wordt er traditioneel van uitgegaan dat lopende contracten worden voortgezet, totdat zij door de curator worden beëindigd.

De curator moet de betrokken belangen tegen elkaar afwegen bij zijn beslissing of deze contracten tijdelijk moeten worden voortgezet. Als er clausules in het contract staan die bepalen dat het contract wordt beëindigd, wanneer een van de partijen failliet wordt verklaard, dient te worden beslist of de curator de toepasselijkheid van deze clausules moet betwisten (gelet op het feit dat de geldigheid van deze clausules discutabel is; zo worden deze clausules in België als ongeldig beschouwd in het kader van handelshuurcontracten).

In elk geval is de keuze tussen uitvoering en beëindiging van deze contracten in beginsel de uitsluitende verantwoordelijkheid van de curator. In geval van betwisting door de andere partij die zich beroept op beëindiging van het contract van rechtswege wegens faillissement, stelt de curator zich bloot aan een juridische procedure met een onzekere uitkomst en aan nieuwe kosten voor de insolvente boedel [1].


[1] "Les procédures collectives au Luxembourg", Yvette Hamilius en Brice Hellinckx (auteurs van hoofdstuk 3), Editions Larcier, 2014, blz. 86.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

1. Procedures voor een akkoord met schuldeisers, faillissement, surseance van betaling en beheer onder toezicht

In procedures voor een akkoord met schuldeisers, faillissement, surseance van betaling en beheer onder toezicht worden executiemaatregelen ten aanzien van handelaren en hun activa opgeschort. Er is in het groothertogdom echter geen enkele wettekst van toepassing die schuldeisers belet maatregelen te nemen om de integriteit van de activa van hun schuldenaar te beschermen.

In al deze procedures hebben schuldenaren niet langer de beschikkingsvrijheid over hun activa. "Van de faillietverklaring tot de beëindiging van de procedure kan niet op rechtsgeldige wijze een procedure tegen alleen de gefailleerde worden aangespannen met betrekking tot activa die deel uitmaken van de insolvente boedel" (Lux. 12 januari 1935, Pas. 14, blz. 27). "Concurrente schuldeisers en schuldeisers met een algemene preferente vordering kunnen tijdens het faillissement geen rechtsvordering instellen tegen de gefailleerde en evenmin tegen de curator, maar kunnen alleen optreden door hun vordering in te dienen of een procedure tot erkenning van hun vordering aanhangig te maken" (Cass. donderdag 13 november 1997, Pas. 3030, blz. 265).

In bepaalde gevallen kunnen echter beschikkingshandelingen worden uitgevoerd met toestemming van de door de handelsrechtbank gemachtigde persoon (met betrekking tot surseance van betaling of beheer onder toezicht).

Bovendien worden door de faillietverklaring nog niet vervallen schulden opeisbaar en wordt de toepassing van rente onderbroken.

2. Overmatige schuldenlast

Wat de collectieve schuldenregeling betreft, worden door de beslissing van de bemiddelingscommissie om het verzoek van de schuldenaar te aanvaarden, eventuele executiemaatregelen ten aanzien van het vermogen van de schuldenaar van rechtswege opgeschort (behalve maatregelen met betrekking tot onderhoudsverplichtingen), wordt de toepassing van rente onderbroken en worden nog niet vervallen schulden opeisbaar.

Als de minnelijke fase mislukt, kan het vredegerecht waarvoor de gerechtelijke fase wordt behandeld, eventuele executiemaatregelen opschorten onder dezelfde voorwaarden als hierboven vermeld.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Rechtszaken die al lopen wanneer de insolventieprocedure wordt ingeleid, kunnen rechtsgeldig worden voortgezet door de curator die in die hoedanigheid optreedt. De verzoekende partijen moeten in dergelijke gevallen echter de procedure reguleren door de curator in te schakelen, die als enige bevoegd is de failliete schuldenaar rechtsgeldig te vertegenwoordigen.

Wanneer de zaak tegen de schuldenaar is gericht, verkrijgen de schuldeisers die de procedure vóór het faillissement hebben aangespannen, een zekerheid die zij bij de tegeldemaking kunnen gebruiken. Deze zekerheid kan echter niet worden uitgewonnen, aangezien de faillietverklaring tot gevolg heeft dat de schuldenaar zijn activa niet meer mag beheren.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

1. Faillissement

Door publicatie van de faillietverklaring in een of meer in Luxemburg verspreide dagbladen worden de schuldeisers erover geïnformeerd dat hun schuldenaar failliet is gegaan. Vervolgens moeten zij binnen de in de faillietverklaring gestelde termijn hun vorderingen, samen met hun zekerheden, indienen bij de griffie van de districtsrechtbank voor handelszaken. De griffier registreert de vorderingen en verstrekt een ontvangstbewijs.

De formulieren voor het aanmelden van vorderingen moeten worden ondertekend en moeten de achternaam, de voornaam, het beroep en het adres van de schuldeisers bevatten, alsook het bedrag van de vordering, de redenen voor de vordering en eventuele aan de vordering verbonden garanties of zekerheden. De diverse ingediende vorderingen worden vervolgens geverifieerd in aanwezigheid van de curator, de failliete schuldenaar en de rechter-commissaris.

Tijdens deze procedure kunnen schuldeisers in geval van een geschil worden opgeroepen om tijdens het kruisverhoor gedetailleerde uitleg te geven over hun vordering en de gegrondheid of het exacte bedrag ervan.

Als de curator heeft kunnen vaststellen welke activa onder de schuldeisers kunnen worden verdeeld, roept hij deze laatsten op voor een vergadering waarin de rekeningen worden gepresenteerd. Tijdens deze vergadering kunnen de schuldeisers hun mening geven over het verdelingsplan.

Als er onvoldoende activa zijn, wordt het faillissement voor beëindigd verklaard.

Als de curator zijn taak niet naar tevredenheid van de schuldeisers vervult, kunnen deze laatsten hun klachten indienen bij de rechter-commissaris, die zo nodig de curator kan vervangen.

2. Beheer onder toezicht

In de procedure voor beheer onder toezicht moeten de bewindvoerders aan de schuldeisers gedetailleerde informatie over het reorganisatieplan of het plan voor de tegeldemaking van de activa verstrekken.

In dit geval kunnen de schuldeisers worden uitgenodigd om opmerkingen te maken. De schuldeisers moeten binnen 15 dagen na ontvangst van de kennisgeving aan de griffie meedelen of zij het plan aanvaarden of verwerpen. Het plan kan alleen worden uitgevoerd wanneer het wordt aanvaard door meer dan de helft van de schuldeisers wier vorderingen meer dan de helft van de schulden vertegenwoordigen.

3. Akkoord met schuldeisers

In de procedure voor een akkoord met schuldeisers wordt een vergadering van schuldeisers belegd om hen in staat te stellen de akkoordvoorstellen van de rechter-commissaris te bespreken. De schuldeisers moeten daarom hun vorderingen aanmelden en tevens aangeven of zij de akkoordvoorstellen aanvaarden.

De schuldeisers kunnen vervolgens ook opmerkingen maken tijdens de hoorzitting voor de goedkeuring van het akkoord. Ook kunnen zij tegen de beslissing tot goedkeuring van het akkoord beroep instellen, wanneer zij niet voor de vergadering van schuldeisers waren uitgenodigd of wanneer zij tegen de akkoordvoorstellen hebben gestemd.

4. Overmatige schuldenlast

Tijdens de minnelijke fase moeten de schuldeisers eerst hun vorderingen indienen bij de Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast. De schuldeisers kunnen vervolgens actief deelnemen aan de goedkeuring van een minnelijke regeling door deze dienst.

De Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast roept vervolgens de schuldeisers bijeen en licht de in de minnelijke regeling gedane voorstellen toe. Ten minste 60 % van de schuldeisers wier vorderingen 60% van alle vorderingen vertegenwoordigen, moet aangeven dat zij de minnelijke regeling aanvaarden om deze als aanvaard te kunnen beschouwen. Als er geen reactie van de schuldeisers wordt ontvangen, worden zij geacht met de voorstellen in te stemmen.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Curatoren in een faillissement vertegenwoordigen zowel de gefailleerde als zijn gezamenlijke schuldeisers. In deze dubbele hoedanigheid zijn zij niet alleen verantwoordelijk voor het beheren van de activa van de gefailleerde, maar mogen zij ook als eisende of verwerende partij toezicht uitoefenen op alle maatregelen ter bescherming van de activa die als zekerheid voor de schuldeisers moeten worden gebruikt, en die activa terugvorderen of verhogen in het gemeenschappelijke belang van de schuldeisers (Hof van Beroep, 2 juli 1880, Pas. 2, blz. 49).

De curator kan alle maatregelen nemen die betrekking hebben op de gemeenschappelijke zekerheid voor de schuldeisers (de activa van de gefailleerde), dat wil zeggen alle maatregelen om die activa terug te vorderen, te beschermen of te gelde te maken (Hof van Beroep, 25 februari 2015, Pas. 37, blz. 483).

Wat lopende contracten na de faillietverklaring betreft, moet de curator beslissen of deze moeten worden beëindigd, dan wel of het beter zou zijn, wanneer er middelen kunnen vrijkomen, om de uitvoering ervan voort te zetten, teneinde later aan de verplichtingen van de gefailleerde te kunnen voldoen.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Alle schuldeisers moeten hun vordering aanmelden, ongeacht de aard van de vordering en of zij een preferente vordering hebben. Een uitzondering op deze procedure zijn vorderingen die voortvloeien uit de boedel, dat wil zeggen vorderingen die later ontstaan en in het belang van de faillissementsprocedure zijn (bv. kosten van de curator, huur die na de faillietverklaring verschuldigd is enz.).

Vorderingen die uit de boedel voortvloeien, nadat de insolventieprocedure is ingeleid en die het gevolg zijn van het beheer van het faillissement of de voortzetting van bepaalde activiteiten van het failliete bedrijf, worden eerst voldaan, voordat de rest van de activa onder de gezamenlijke schuldeisers wordt verdeeld. Uit de boedel voortvloeiende vorderingen worden daarom in alle gevallen vóór die van andere schuldeisers voldaan.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

1. Faillissement

In een faillissementsprocedure wordt de faillietverklaring op verschillende manieren gepubliceerd (pers, registratie bij de handelsrechtbank), zodat de situatie onder de aandacht van de schuldeisers van de failliete schuldenaar wordt gebracht en deze zich vervolgens bekend kunnen maken (artikel 472 van het Wetboek van Koophandel).

De schuldeisers moeten vervolgens hun vordering bij de griffie van de handelsrechtbank indienen en hun bewijsstukken overleggen (artikel 496 van het Wetboek van Koophandel).

Een formulier waarop de schuldeisers de vordering kunnen aanmelden, is online beschikbaar op het De link wordt in een nieuw venster geopend.volgende adres.

De vorderingen worden geverifieerd door de curator die voor de tegeldemaking verantwoordelijk is, en kunnen door hem worden betwist (artikel 500 van het Wetboek van Koophandel).

Elke ingediende vordering die wordt betwist, wordt aan de rechter voorgelegd.

Ontstaat er echter een geschil dat door zijn inhoud niet onder de jurisdictie van de districtsrechtbank voor handelszaken valt, dan wordt het geschil voor een beslissing ten gronde aan de bevoegde rechtbank voorgelegd. Het geschil wordt ook aan de districtsrechtbank voor handelszaken voorgelegd voor een beschikking overeenkomstig artikel 504 over de bedragen die door de betrokken schuldeisers in het kader van de besprekingen over het akkoord kunnen worden gevorderd (artikel 502).

2. Akkoord met schuldeisers

In de procedure voor een akkoord met schuldeisers moet de schuldenaar die om een akkoord verzoekt, in het verzoek de identiteit en de adressen van de schuldeisers en de bedragen van hun vorderingen aangeven (artikel 3 van de wet van 14 april 1886).

De schuldeisers worden in kennis gesteld bij aangetekende brief (artikel 8 van de wet van 14 april 1886), waarin zij worden uitgenodigd om deel te nemen aan de akkoordvergadering.

De uitnodiging wordt ook in de pers gepubliceerd.

Tijdens de akkoordvergadering geven de schuldeisers het bedrag van hun vordering aan.

Zoals hierboven aangegeven, verliezen schuldeisers met door zakelijke zekerheden gedekte vorderingen die aan de stemming deelnemen, hun status van preferente schuldeiser (artikel 10 van de wet van 14 april 1886).

3. Surseance van betaling

In de procedure voor surseance van betaling moet de schuldenaar ook een lijst van schuldeisers overleggen waarin hun naam, het bedrag van hun vordering en hun adres zijn vermeld.

De schuldeisers worden voor een vergadering uitgenodigd bij aangetekende brief (artikel 596 van het Wetboek van Koophandel) en in de pers.

Tijdens de vergadering moeten zij het bedrag van hun vordering aangeven (artikel 597 van het Wetboek van Koophandel).

4. Beheer onder toezicht

In procedures voor beheer onder toezicht is er geen procedure voor het indienen en aanvaarden van vorderingen. Schuldenaren moeten in hun verzoek de rechtbank in kennis stellen van de identiteit van hun schuldeisers.

Deze schuldeisers worden vervolgens door de rechtbank in kennis gesteld van het reorganisatieplan of het plan voor de tegeldemaking van de activa dat de door de rechtbank benoemde bewindvoerders hebben opgesteld.

5. Procedure voor overmatige schuldenlast

De schuldeisers van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast moeten binnen één maand na publicatie van de collectieve schuldenregeling in het register hun vorderingen indienen bij de Voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast.

De aanmelding van de vorderingen moet voldoen aan de artikelen 6 en 7 van de groothertogelijke verordening van 17 januari 2014 tot uitvoering van de wet van 8 januari 2013 betreffende overmatige schuldenlast (règlement grand-ducal du 17 janvier 2014 portant exécution de la loi du 8 janvier 2013 concernant le surendettement).

Er is een De link wordt in een nieuw venster geopend.aanmeldingsformulier beschikbaar waarvan de schuldeisers gebruik kunnen maken.

De bemiddelingscommissie onderzoekt of de vorderingen toelaatbaar zijn.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Het uitgangspunt in het faillissementsrecht is dat iedere schuldeiser een gelijk aandeel in verhouding tot het bedrag van zijn vordering moet ontvangen.

Sommige schuldeisers met een zekerheid of een preferente vordering worden het eerst voldaan.

Preferente schuldeisers worden gerangschikt in een wettelijke volgorde die overheidsbeleid is (verhuurders van onroerend goed, hypotheekhouders, schuldeisers met zekerheden op de bedrijfsmiddelen, en met name de schatkist in de meest brede zin).

In het algemeen verwijst de curator naar de artikelen 2096 tot en met 2098, 2101 en 2102 van het Burgerlijk Wetboek (Code civil).

De curator moet elke vordering verifiëren onder verwijzing naar de wet en de jurisprudentie.

De voor concurrente schuldeisers beschikbare nettoactiva moeten op pro rata-basis worden verdeeld overeenkomstig artikel 561, eerste alinea, van het Wetboek van Koophandel.

Zodra de curator het bedrag van de door de rechtbank vastgestelde kosten weet, de preferente schuldeisers heeft gerangschikt en het voor verdeling onder de concurrente schuldeisers resterende bedrag kent, stelt hij een plan voor de verdeling van de activa op dat eerst wordt voorgelegd aan de rechter-commissaris. Overeenkomstig artikel 533 van het Wetboek van Koophandel nodigt de curator alle schuldeisers bij aangetekende brief uit voor de vergadering waarin de rekeningen worden gepresenteerd. Bij de brief voegt hij een afschrift van het plan voor de verdeling van de activa.

De gefailleerde moet van de vergadering in kennis worden gesteld door een gerechtsdeurwaarder of door publicatie in een Luxemburgs dagblad.

Tenzij de presentatie van de rekeningen door de curator wordt betwist door een schuldeiser, legt de curator de notulen van de presentatievergadering (op basis van het plan voor de verdeling van de activa) ter ondertekening voor aan de rechter-commissaris en de griffier.

Na de presentatie van de rekeningen voldoet de curator de schuldeisers.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

1. Faillissement

In een faillissementsprocedure kan de curator na uitvoering van de betalingen verzoeken om beëindiging van de procedure, waarna de beëindigingsbeschikking volgt die, zoals de naam al zegt, de faillissementsprocedure beëindigt.

Op grond van artikel 536 van het Wetboek van Koophandel kunnen gefailleerden die niet op grond van nalatigheid of fraude strafbaar failliet zijn verklaard, niet langer worden achtervolgd door hun schuldeisers, tenzij binnen zeven jaar na de beëindigingsbeschikking wegens ontoereikende activa hun financiële situatie verbetert.

Op grond van artikel 586 van het Wetboek van Koophandel kan aan gefailleerden die alle verschuldigde bedragen (hoofdsom, rente en kosten) volledig betalen, kwijting worden verleend door indiening van een verzoek daartoe bij het Hooggerechtshof (Cour supérieure de justice).

2. Akkoord met schuldeisers, surseance van betaling, beheer onder toezicht

In procedures voor een akkoord met schuldeisers, surseance van betaling en beheer onder toezicht wordt met de beslissing van de rechtbank tot goedkeuring van de betrokken maatregel de procedure beëindigd.

De rechtbank kan aan de failliete schuldenaar civielrechtelijke of strafrechtelijke sancties opleggen.

Als de rechtbank vaststelt dat het faillissement door ernstig en duidelijk wangedrag van de gefailleerde is veroorzaakt, kan hij de gefailleerde verbieden om hetzij rechtstreeks, hetzij via een andere persoon een bedrijfsactiviteit uit te oefenen. Dit verbod geldt ook voor het bekleden van een functie met beslissingsbevoegdheid bij een vennootschap.

Andere civielrechtelijke sancties omvatten voor faillissementen van handelsvennootschappen de mogelijkheid het faillissement uit te breiden tot hun bestuurders en de mogelijkheid om maatregelen te nemen op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek (algemene wettelijke aansprakelijkheid) en de artikelen 59 en 192 van de wet op de handelsvennootschappen (loi sur les sociétés commerciales).

Ook kunnen aan de gefailleerde strafrechtelijke sancties (bij een strafbaar faillissement) worden opgelegd.

In een akkoord met schuldeisers moeten personen die van deze procedure gebruikmaken, hun schuldeisers terugbetalen als hun financiële situatie verbetert (artikel 25 van de wet van 14 April 1886 betreffende het akkoord met schuldeisers ter voorkoming van een faillissement).

Een akkoord met schuldeisers heeft geen gevolgen voor de volgende schulden:

  • belastingen en andere overheidsheffingen;
  • vorderingen die door preferente rechten, hypotheken of zekerheden zijn gedekt;
  • vorderingen met betrekking tot levensonderhoud.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Als er na beëindiging van de insolventieprocedure nog activa zijn, ontvangen de schuldeisers het volledige bedrag of een deel van het bedrag van hun vorderingen overeenkomstig de in de beëindigingsbeschikking aanvaarde verdelingsvoorwaarden.

Wanneer een gefailleerde niet strafbaar failliet is verklaard op grond van nalatigheid of fraude, kan hij niet langer worden achtervolgd door zijn schuldeisers, tenzij binnen zeven jaar na de beschikking tot beëindiging van de faillissementsprocedure zijn financiële situatie verbetert.

Schuldeisers kunnen ook een zaak aanspannen op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek om de algemene wettelijke aansprakelijkheid van bestuurders van de failliete vennootschap in te roepen of een zaak aanhangig maken op grond van de artikelen 59 en 192 van de wet op de handelsvennootschappen (aansprakelijkheid van bestuurders en managers in de uitoefening van hun mandaat).

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten van de faillissementsaanvraag zijn opgenomen in de kosten van de insolvente boedel.

Aangezien deze kosten in het belang van de faillissementsprocedure worden gemaakt, worden zij uit de failliete boedel betaald, voordat de curator de rest van de activa onder de diverse schuldeisers verdeelt.

In de wet van 29 maart 1893 betreffende rechtsbijstand en de schuldenprocedure (loi du 29 mars 1893 concernant l'assistance judiciaire et la procédure en débet) zijn in de artikelen 1 en 2 de verschillende kosten opgenomen die uit de in het kader van de insolventieprocedure voorgeschreven formaliteiten kunnen voortvloeien, en wordt de volgorde van de betaling daarvan bepaald, wanneer de activa ontoereikend zijn.

De bevoegde districtsrechtbank stelt het honorarium van de curator vast op basis van de groothertogelijke verordening van 18 juli 2003 (règlement grand-ducal du 18 juillet 2003).

De curator moet aan de districtsrechtbank voor handelszaken een overzicht van de kosten en de honoraria op basis van de gerecupereerde activa overleggen.

In artikel 536-1, tweede alinea, van het Wetboek van Koophandel is bepaald dat de kosten en honoraria van faillissementen die wegens ontoereikende activa zijn beëindigd, door de Dienst Indirecte Belastingen (Administration de l'Enregistrement) worden voorgeschoten onder de voorwaarden van de wet van 29 maart 1893 betreffende rechtsbijstand en de schuldenprocedure.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

1. Faillissement

In de faillietverklaring kan de datum van staking van betalingen door de gefailleerde worden vastgesteld op een eerdere datum dan de datum van de faillietverklaring. Deze datum kan echter niet meer dan zes maanden vóór de faillietverklaring liggen.

Om de belangen van schuldeisers te beschermen, wordt de periode tussen de staking van betalingen en de faillietverklaring als "verdachte periode" beschouwd.

Bepaalde handelingen die tijdens deze periode worden uitgevoerd en de rechten van schuldeisers kunnen schaden, zijn nietig. Daarbij gaat het met name om:

  • handelingen met betrekking tot roerende of onroerende goederen die de gefailleerde om niet of tegen betaling heeft verkocht, wanneer de verkoopprijs duidelijk veel lager is dan de waarde van het goed in kwestie;
  • alle betalingen in contanten of door overschrijving, verkoop, verrekening of anderszins voor schulden die nog niet opeisbaar zijn;
  • alle betalingen anders dan in contanten of met gebruikmaking van commerciële instrumenten voor schulden die opeisbaar zijn;
  • hypothecaire of andere zakelijke rechten die door de schuldenaar zijn verleend voor schulden die vóór de staking van betalingen zijn aangegaan.

Voor andere handelingen wordt het beginsel van nietigheid evenwel niet automatisch toegepast.

Bijgevolg zijn bepaalde betalingen van de gefailleerde voor opeisbare schulden en andere tegen betaling verrichte handelingen tijdens de verdachte periode vernietigbaar, wanneer wordt bewezen dat de derde die de betalingen heeft ontvangen of die met de gefailleerde heeft onderhandeld, van de staking van betalingen op de hoogte was.

Wanneer een schuldeiser weet dat een schuldenaar verbintenissen niet kan nakomen, mag die schuldeiser niet om een voorkeursbehandeling vragen ten nadele van de gezamenlijke schuldeisers.

De link wordt in een nieuw venster geopend.Hypothecaire en preferente rechten die op rechtsgeldige wijze zijn verworven, kunnen worden ingeschreven tot de datum van faillietverklaring. Rechten die in de tien dagen vóór de datum van staking van betalingen of daarna zijn ingeschreven, kunnen echter nietig worden verklaard wanneer meer dan vijftien dagen zijn verstreken tussen de datum van de hypotheekakte en de datum van inschrijving.

Tot slot worden handelingen of betalingen met bedrieglijke benadeling van schuldeisers, dat wil zeggen wanneer deze door de schuldenaar zijn verricht met volledige kennis van de nadelige gevolgen daarvan voor de schuldeiser (door vermindering van de insolvente boedel, niet-inachtneming van de rangorde van de vorderingen enz.), als nietig beschouwd, ongeacht de datum waarop zij zijn uitgevoerd.

Het concept van de verdachte periode geldt niet voor financiële zekerheidsovereenkomsten en evenmin in gevallen van overdracht van toekomstige vorderingen aan een securitisatie-instelling.

2. Akkoord met schuldeisers

Tijdens de procedure om tot een akkoord met schuldeisers te komen, mogen schuldenaren niets overdragen of verhypothekeren en ook geen verbintenissen aangaan zonder toestemming van de rechter-commissaris.

3. Beheer onder toezicht

Vanaf de datum van de beslissing tot benoeming van een rechter-commissaris om een inventarisatie van het bedrijf te maken, kan de handelaar, op straffe van nietigheid, geen roerende bedrijfsmiddelen overdragen, verbinden of ontvangen, noch daarop zekerheden of hypotheken vestigen zonder schriftelijke toestemming van de rechter-commissaris.

Ook moet worden opgemerkt dat de wet betreffende beheer onder toezicht voorziet in strafrechtelijke sancties voor handelaren die een deel van hun activa hebben verborgen, het bedrag van hun verplichtingen hebben overdreven of schuldeisers bij de zaak hebben betrokken wier vorderingen zijn overdreven.

4. Overmatige schuldenlast

De rechter kan in voorkomend geval personen aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor het bieden van sociale en educatieve bijstand en bijstand op het gebied van financieel beheer om te waarborgen dat het deel van de inkomsten van de schuldenaar dat niet is toegewezen om schulden af te lossen, wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd.

Bij het uitvoeren van hun werkzaamheden zijn deze personen gemachtigd alle maatregelen te nemen om te voorkomen dat dit deel van de inkomsten voor een ander doel dan zijn natuurlijke doel wordt gebruikt of dat de belangen van het gezin van de schuldenaar worden geschaad.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 23/05/2019

Insolventie - Hongarije

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Insolventieprocedures voor rechtspersonen worden beheerst door Wet XLIX van 1991 betreffende faillissements- en liquidatieprocedures (Faillissementswet).

De Faillissementswet regelt twee soorten insolventieprocedures: de faillissementsprocedure en de liquidatieprocedure.

Faillissementsprocedures zijn saneringsprocedures met als doel een insolvente schuldenaar surseance van betaling te verlenen om te komen tot een vrijwillige regeling die de schuldenaar weer solvent kan maken.

Liquidatieprocedures hebben als doel schuldeisers te voldoen volgens bepaalde voorschriften wanneer een insolvente schuldenaar wordt ontbonden en er geen rechtsopvolger is – in het kader van een procedure voor de uitdeling van de totale activa van de insolvente boedel van de schuldenaar aan de schuldeisers. De liquidatieprocedure wordt echter beëindigd, als de schuldenaar zijn schulden en de kosten van de procedure volledig heeft betaald of als hij een vrijwillige regeling voor de voorwaarden van de schuldsanering aangaat met zijn schuldeisers en die regeling is goedgekeurd door de rechter.

De wetgeving betreffende de Hongaarse vestigingen van buitenlandse ondernemingen, maatschappelijke organisaties en ondernemingen in de financiële sector (kredietinstellingen, financiële instellingen, verzekeringsmaatschappijen, beleggingsondernemingen, publieke opslagbedrijven) bevat bijvoorbeeld afwijkende bijzondere voorschriften.

Er zijn geen faillissementsprocedures voor ondernemingen in de financiële sector, maar zodra hun financiële draagkracht tekenen van achteruitgang vertoont, kunnen toezichthoudende instanties ingrijpen om insolventie te voorkomen; verder moeten er fondsen worden opgezet om cliënten te beschermen en te compenseren (fonds voor de afwikkeling van schade, fonds voor beleggersbescherming, depositogarantiefonds).

In het geval van ondernemingen in de financiële sector kan liquidatie aan een rechter worden voorgelegd door de Hongaarse Nationale Bank, uit hoofde van zijn bevoegdheden als toezichthouder, nadat die de aan de betrokken onderneming verleende vergunning voor uitvoering van haar activiteiten heeft ingetrokken.

De Wet betreffende maatschappelijke organisaties bevat enkele afwijkende voorschriften voor de faillissements- en liquidatieprocedures van maatschappelijke organisaties (verenigingen, stichtingen); voor het overige zijn de bepalingen van de Faillissementswet van toepassing.

Procedure voor schuldsanering voor natuurlijke personen (persoonlijk faillissement)

Wet CV van 2015 betreffende de sanering van schulden van natuurlijke personen is sinds 1 september 2015 van kracht. Deze wet voorziet in een wettelijk kader voor schuldsanering en biedt bescherming tegen faillissement via samenwerking tussen een schuldenaar en zijn schuldeisers. De wet beschermt in de eerste plaats personen met een hypothecaire lening, met name die met een langdurige betalingsachterstand en meerdere schuldeisers en voor wie gedwongen woningverkoop dreigt.

De procedure begint buitengerechtelijk en wordt gecoördineerd door de eerste hypotheekverstrekker. Als er geen buitengerechtelijke schikking mogelijk is, wordt een faillissementsprocedure ingeleid bij de rechtbank. In eerste instantie is ook de gerechtelijke procedure gericht op een schikking, maar als daarover geen akkoord wordt bereikt, bepaalt de rechter de voorwaarden voor afwikkeling van de schuld.

De overheid heeft een staatsdienst voor insolvabiliteit van gezinnen opgezet. Deze organisatie speelt een belangrijke rol in procedures voor schuldsanering. De staatsdienst controleert of de schuldenaar voldoet aan de wettelijke vereisten, houdt staatsdossiers met proceduregegevens bij en heeft bewindvoerders voor familiezaken in dienst. Deze bewindvoerders verrichten voorbereidende taken in het kader van de schuldsanering voor de rechter en werken samen met de rechter, voeren diens beslissingen uit, staan de schuldenaar bij, zien toe op het beheer van het huishouden van de schuldenaar, verkopen de commercieel waardevolle bezittingen van de schuldenaar en betalen de schuldeisers.

Het resultaat van een geslaagde schuldsanering is dat schuld die in de loop van de procedure wordt gekweten en op een later tijdstip niet alsnog kan worden gevorderd van de schuldenaar, en dat de schuldeisers binnen een voorspelbare termijn een bepaald deel van hun vordering ontvangen.

De schuldsaneringsregelingen voor natuurlijke personen zijn nog niet aangemeld in het kader van Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad.

Overeenkomstig de Faillissementswet kan een organisatie met schulden na goedkeuring door haar belangrijkste besluitvormingsorgaan een faillissementsprocedure openen met behulp van een formulier – wettelijke vertegenwoordiging tijdens de procedure is verplicht. De schuldenaar mag een dergelijk verzoek niet indienen als er een faillissementsprocedure tegen hem loopt of als een rechtbank in eerste aanleg zijn liquidatie heeft gelast. Voordat de rechter opnieuw kan worden verzocht een faillissementsprocedure te openen, moeten de vorderingen van de schuldeiser die tijdens de vorige faillissementsprocedure bestonden of ontstonden, zijn voldaan, en moeten er twee jaar zijn verstreken sinds de definitieve afsluiting van de vorige faillissementsprocedure of, indien het vorige verzoek ambtshalve was verworpen, één jaar sinds de bekendmaking van de definitieve beslissing in die zaak.

Als de schuldenaar insolvent is, kan een liquidatieprocedure in de regel worden aangevraagd door de schuldenaar, door diens schuldeisers of, in bepaalde in de Faillissementswet genoemde gevallen, ambtshalve door de rechter. De Faillissementswet bepaalt uitdrukkelijk wie een liquidatieprocedure kan openen en bevat de voorschriften voor procedures die of op verzoek of ambtshalve worden geopend.

Beide soorten procedure zijn collectieve schuldsaneringsprocedures; de schuldeisers van de schuldenaar moeten deelnemen aan de procedure en mogen tijdens deze procedure niet verzoeken om de tenuitvoerlegging van hun vorderingen op een andere wijze of in een andere procedure tegen de schuldenaar.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Faillissementsprocedure

Een faillissementsprocedure kan worden aangevraagd door de directeur van de schuldenaar; vertegenwoordiging door een advocaat of juridisch adviseur is verplicht.

Er mag maar één faillissementsprocedure tegelijk worden geopend tegen de schuldenaar en evenmin mag er al een liquidatieprocedure tegen hem aanhangig zijn. Een nieuwe faillissementsprocedure is pas mogelijk als de schuldenaar zijn schulden van de vorige procedure heeft voldaan en er sindsdien nog geen twee jaar zijn verstreken. Als de rechter de vorige faillissementsprocedure ambtshalve heeft afgewezen wegens vormfouten, kan er gedurende een jaar geen nieuwe faillissementsprocedure worden geopend.

Liquidatieprocedure

Een liquidatieprocedure kan in wettelijk vastgelegde gevallen worden geopend door de schuldenaar, een schuldeiser, de bewindvoerder die heeft deelgenomen aan de vorige vrijwillige liquidatieprocedure of een rechter of bestuurlijke autoriteit. Zo opent de rechter een liquidatieprocedure als er geen vrijwillige regeling is getroffen in de faillissementsprocedure of als de rechtbank krachtens zijn wettelijke toezichtsbevoegdheden als handelsrechtbank beveelt tot ontbinding van een firma die de wet ernstig overtreedt.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De activa van de insolvente boedel zijn het totaal van alle vaste activa en vlottende activa in de zin van de boekhoudwetgeving.

Alle uitbreidingen van de activa tijdens de faillissementsprocedure maken eveneens deel uit van de activa van de insolvente boedel.

De schuldenaar behoudt rechten in verband met het beheer van de activa van de insolvente boedel, maar dat beheer vindt plaats onder toezicht van de bewindvoerder. In een liquidatieprocedure behoudt de schuldenaar geen rechten in verband met het beheer van de activa van de insolvente boedel: die rechten worden overgedragen aan de vereffenaar. De vereffenaar is de wettelijke vertegenwoordiger van de organisatie met schulden en verricht de registratie en beoordeling van de vorderingen van schuldeisers, de realisatie van activa en de uitdeling van de opbrengsten aan schuldeisers onder toezicht van de rechtbank.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

In faillissements- en liquidatieprocedures kan een schuldenaar in de zin van de Faillissementswet een in de wet genoemde marktdeelnemer zijn. In faillissementsprocedures wordt de procedure geopend door de schuldenaar, die zijn economische activiteit kan voortzetten tijdens de procedure. De bestuurders en eigenaren van de schuldenaar worden niet beperkt in de uitoefening van hun rechten, maar mogen die rechten alleen uitoefenen zonder inbreuk te maken op de wettelijk bepaalde rechten van de bewindvoerder. De schuldenaar zorgt voor de registratie en rangschikking van vorderingen in samenwerking met de bewindvoerder en stelt met inbreng van de bewindvoerder een programma en een voorstel voor onderhandelingen op met het oog op een schikking ten behoeve van herstel of behoud van solventie. De schikking bevat het akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers over de voorwaarden van de vereffening van de schuld en al het overige dat zij van belang achten voor de sanering.

Tot het moment van aanvang van de procedure is een schuldeiser in faillissements- en liquidatieprocedures een persoon met opeisbare geldelijke of in geld uitgedrukte vorderingen op grond van een definitieve en uitvoerbare beslissing van een rechtbank of overheidsinstantie of vorderingen die de schuldenaar erkent of niet betwist. In faillissementsprocedures zijn tevens schuldeiser personen met vorderingen die tijdens de faillissementsprocedure opeisbaar worden of naderhand zijn geregistreerd door de bewindvoerder, of personen met vorderingen die in een liquidatieprocedure zijn geregistreerd door de vereffenaar.

Een bewindvoerder in faillissementsprocedures is een door een rechter aangestelde rechtspersoon die bevoegd is om de taken van een insolventiefunctionaris uit te voeren. De bewindvoerder wijst een van zijn medewerkers met de juiste kwalificaties aan om de activiteiten van bewindvoerder uit te voeren. Deze persoon heeft als taak de economische activiteiten van de schuldenaar te bewaken om een schikking te treffen, met oog voor de belangen van de schuldeisers, vorderingen van schuldeisers te registreren, mee te werken aan het opstellen van een schikkingsvoorstel en de notulen van tijdens schikkingsonderhandelingen genomen besluiten mede te ondertekenen.

Een vereffenaar is een door de rechter aangestelde organisatie (rechtspersoon die bevoegd is om de taken van een insolventiefunctionaris te verrichten) die optreedt als de wettelijke vertegenwoordiger van de te liquideren organisatie en tevens de belangen van de schuldeisers waarborgt en wettelijk voorgeschreven taken verricht. De wetgeving stelt strikte personeelsgerichte en vakinhoudelijke eisen aan organisaties die als vereffenaar optreden, waaronder het periodiek volgen van vakopleidingen.

De organisatie die als vereffenaar optreedt, stelt een bewindvoerder aan om de activiteiten van een vereffenaar te verrichten.

De naam van de organisatie die als vereffenaar optreedt en de bewindvoerder worden ook ingeschreven in het door de rechtbank bijgehouden register van rechtspersonen.

Faillissements- en liquidatieprocedures zijn niet-contentieuze civiele procedures voor een rechtbank. In kwesties die niet zijn geregeld in de Faillissementswet is het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing, met afwijkingen vanwege de specifieke aspecten van niet-contentieuze procedures. Faillissementsprocedures worden ingeleid op bevel van de rechter, terwijl de rechter gelast een liquidatieprocedure te openen wanneer de schuldenaar insolvent is verklaard of in andere wettelijk bepaalde gevallen of op verzoek van een andere rechtbank, een overheidsinstantie of de bewindvoerder. Bij het openen van de procedure stelt de rechter de bewindvoerder of vereffenaar aan uit de lijst van vereffenaars. Bij instelling van een liquidatieprocedure wijst de rechter – op verzoek van de schuldeisers – een vereffenaar met de bevoegdheid van een tijdelijke bewindvoerder aan om tot de liquidatieverklaring toe te zien op de activiteiten van de schuldenaar.

Bezwaren tegen onwettige maatregelen of omissies door de bewindvoerder of vereffenaar worden beoordeeld door de rechter, die bij toewijzing van het bezwaar de bewindvoerder of vereffenaar opdraagt de activiteiten te verrichten overeenkomstig de wet; bij niet-naleving hiervan wordt de bewindvoerder of vereffenaar uit de procedure verwijderd en vervangen door een andere bewindvoerder of vereffenaar.

Tijdens de faillissementsprocedure heeft de schuldenaar recht op faillissementsbescherming, worden executieprocedures opgeschort en wordt aan de schuldenaar surseance van betaling of tijdelijk uitstel van de betaling van eerder gemaakte schulden verleend.

Als de in de Faillissementswet voorgeschreven meerderheid akkoord gaat met de vrijwillige regeling en die regeling beantwoordt aan de wettelijke vereisten, keurt de rechter de regeling goed en is deze bindend voor de schuldenaar.

Als er geen vrijwillige regeling overeen wordt gekomen, gelast de rechter ambtshalve liquidatie van de schuldenaar.

Een akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers kan ook worden bereikt in een liquidatieprocedure. De rechter bepaalt de datum voor schikkingsonderhandelingen tijdens de liquidatieprocedure; als de stemming over de vrijwillige regeling positief is en de regeling in overeenstemming is met de wetgeving, volgt goedkeuring door de rechter. Om te worden goedgekeurd, moet de vrijwillige regeling in het geval van liquidatie tot gevolg hebben dat de schuldenaar niet meer insolvent is en dat preferente vorderingen worden afgewikkeld of zeker zijn gesteld.

De rechter beslist over registratie van de faillissements- of liquidatieprocedure als afgesloten of over beëindiging van de procedure.

Als bij afsluiting van de liquidatieprocedure de schuldenaar geen rechtsopvolger heeft, schrapt de handelsrechtbank na kennisgeving door de rechter de door liquidatie ontbonden schuldenaar uit het handelsregister c.q. de maatschappelijke organisatie uit het register van maatschappelijke organisaties.

In liquidatieprocedures is de betaling van de salarissen van werknemers gewaarborgd door het loongarantiefonds, overeenkomstig de voorwaarden van de Wet betreffende het loongarantiefonds.

Rechtsgevolgen van het openen van de procedures:

Overeenkomstig de Faillissementswet treft de rechter in de loop van een faillissementsprocedure maatregelen om op verzoek van de schuldenaar onmiddellijk een surseance van betaling te publiceren in het handelsblad. Vervolgens wordt de gegrondheid van het verzoek onderzocht, op basis waarvan de rechter hetzij beslist het verzoek ambtshalve af te wijzen, in bij wet bepaalde gevallen, hetzij beveelt tot opening van een faillissementsprocedure. Een faillissementsprocedure begint met de bekendmaking van het bevel tot opening van de procedure in het handelsblad. Als gevolg van de opening van de faillissementsprocedure heeft de schuldenaar recht op surseance van betaling van geldelijke vorderingen tot 0 uur op de tweede werkdag na de 120e dag (op een enkele uitzondering na); het uitstel kan worden verlengd tot 365 dagen. Tijdens de periode van de surseance van betaling mogen alleen in de rechtshandeling genoemde vorderingen worden betaald, zijn er geen rechtsgevolgen in verband met de niet-nakoming of te late nakoming van betalingsverplichtingen en is de tenuitvoerlegging van geldelijke vorderingen op de schuldenaar opgeschort, zodat de schuldenaar een reële kans krijgt om een programma op te stellen om weer solvent te worden en zijn schulden af te wikkelen.

Als de rechter de schuldenaar insolvent verklaart om een in de wet gedefinieerde reden voor insolventie, beveelt de rechter tot liquidatie van de schuldenaar, na inwerkingtreding waarvan een vereffenaar wordt aangesteld bij een beschikking die in het handelsblad wordt bekendgemaakt en waarin schuldeisers worden opgeroepen hun vorderingen kenbaar te maken. De activa van de insolvente boedel worden beschermd door het feit dat bij opening van de liquidatieprocedure de eigendomsrechten ophouden te bestaan, en per aanvangsdatum van de liquidatie kan alleen de vereffenaar die de schuldenaar vertegenwoordigt, verklaringen met rechtsgevolgen over de activa van de schuldenaar doen. Op de aanvangsdatum van de liquidatie vervalt iedere schuld van de marktdeelnemer (wordt opeisbaar).

Met liquidatie wordt beoogd alle activa van de schuldenaar uit te delen aan zijn schuldeisers en executieprocedures tegen activa in de liquidatieprocedure te beëindigen. Voor de aanvangsdatum van de liquidatie begonnen contentieuze en niet-contentieuze procedures worden voortgezet bij de rechtbank waarbij zij aanhangig zijn. Na de aanvangsdatum van de liquidatie is het instellen van geldelijke vorderingen in verband met de activa van de insolvente boedel alleen mogelijk in het kader van de liquidatieprocedure. Beperkingen ten aanzien van de vervreemding en bezwaring van onroerend goed of andere activa van de schuldenaar houden op te bestaan op de aanvangsdatum van de liquidatie, terwijl bij verkoop van het actief terugkooprechten en koopopties, evenals pandrechten, ophouden te bestaan. Tot de aanvangsdatum van de liquidatie kunnen rechthebbenden hun vorderingen te gelde maken uit de door de schuldenaar gestelde zekerheid; na die datum zijn zij verplicht de resterende bedragen over te dragen aan de vereffenaar.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Tijdens een liquidatieprocedure kan elke schuldeiser uitsluitend een vordering op de schuldenaar instellen door zich aan te melden voor de procedure; aanspraak op buitengerechtelijke verrekening is slechts mogelijk bij saldering bij vroegtijdige beëindiging (close-out netting) op basis van internationale handelsovereenkomsten. Als er evenwel al een rechtszaak loopt tussen de schuldeiser en de schuldenaar, kan de schuldeiser in die zaak ingestelde vorderingen verrekenen met zijn schuld aan de schuldenaar.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Het openen van een liquidatieprocedure heeft op zich niet als rechtsgevolg dat overeenkomsten die voordien door de schuldenaar zijn aangegaan, worden beëindigd. Die overeenkomsten kunnen worden beëindigd in het kader van de procedure, in het geval van faillissementsprocedures onder toezicht van de bewindvoerder, terwijl in het geval van liquidatieprocedures de vereffenaar de overeenkomsten als wettelijk vertegenwoordiger van de schuldenaar beëindigt. De vereffenaar kan overeenkomsten met onmiddellijke ingang beëindigen of opzeggen.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Tegen de activa van de schuldenaar zijn geen executoire acties mogelijk; een schuldeiser die pandhouder is, kan het onderpand niet verkopen terwijl de schulden worden afgewikkeld in het kader van de liquidatieprocedure.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Eerder begonnen rechtszaken worden afgerond door de rechtbank waarbij zij zijn aangespannen. Als de schuldenaar in het ongelijk is gesteld in de rechtszaak, neemt de in het gelijk gestelde partij deel als schuldeiser in de liquidatieprocedure. Als de schuldenaar in het gelijk is gesteld in de rechtszaak, worden aan hem toekomende activa of middelen opgenomen in de activa van de insolvente boedel. De Faillissementswet bepaalt op diverse plaatsen dat het verstrekken van informatie aan schuldeisers de taak is van de bewindvoerder of vereffenaar.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Schuldeisers kunnen een commissie van schuldeisers vormen of een vertegenwoordiger van de schuldeisers kiezen met wie de vereffenaar moet overleggen, aan wie de vereffenaar informatie moet verstrekken en aan wie voor bepaalde maatregelen impliciet of expliciet om toestemming moet worden gevraagd.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

De vereffenaar kan de activa van de schuldenaar verkopen aan de hoogste bieder tijdens een openbare verkoop op een gecontroleerd webverkoopportaal.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Beide schulden zijn eerder ontstaan en schuldeisers kunnen voor schulden die ontstaan na opening van de insolventieprocedure een vordering instellen door als schuldeiser hun vorderingen aan te melden in de faillissementsprocedure of de liquidatieprocedure.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De insolventiefunctionaris (de bewindvoerder in faillissementsprocedures of de vereffenaar in liquidatieprocedures) registreert de vorderingen van de schuldeisers en legt betwiste vorderingen voor aan de rechter die een beslissing geeft in de faillissementsprocedure of liquidatieprocedure.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De vereffenaar gebruikt de opbrengsten uit de verkoop van een onderpand – na aftrek van bepaalde onkosten – om de pandhouder te betalen. Het resterende bedrag wordt aan de schuldeisers betaald overeenkomstig de uitdeling van de activa, rekening houdend met de in de Faillissementswet bepaalde rangorde voor voldoening van schuldeisers en op basis van de tussentijdse of eindbalans van de liquidatie.

De opbrengsten uit de verkoop van andere activa kunnen worden uitgedeeld na aanvaarding van de tussentijdse of eindbalans van de liquidatie, rekening houdend met de door de rechter goedgekeurde uitdeling van activa en de in de Faillissementswet bepaalde rangorde voor voldoening van schuldeisers.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

De schuldenaar kan een vrijwillige regeling overeenkomen met schuldeisers in een faillissementsprocedure of liquidatieprocedure. Als de regeling in overeenstemming met de wetgeving is, keurt de rechter haar goed en verklaart hij de procedure voor gesloten. In zulke gevallen zet de schuldenaar zijn activiteiten voort. De vorderingen van de schuldeisers worden voldaan zoals en voor zover is bepaald in de regeling; de schuldenaar is vrijgesteld van betaling van verdere bedragen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

In een faillissementsprocedure die is afgesloten met een door de rechter goedgekeurde vrijwillige regeling, worden de vorderingen van de schuldeisers voldaan overeenkomstig het in die regeling opgenomen schema. Als de schuldenaar zich niet houdt aan de regeling, kunnen de schuldeisers verzoeken om een executieprocedure of overgaan tot liquidatie van de schuldenaar.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De schuldeisers betalen een registratievergoeding. Voor het aanvragen van een insolventieprocedure (faillissements- of liquidatieprocedure) is een vergoeding verschuldigd. Overigens gemaakte kosten zijn voor rekening van de schuldenaar.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De vereffenaar of de schuldeisers kunnen zulke transacties betwisten door een verzoek in te dienen en zij kunnen vragen om de ongeldigverklaring van de transactie. Aldus aan de schuldenaar teruggegeven activa worden gevoegd bij de activa van de insolvente boedel.

De vereffenaar of de schuldeisers kunnen een rechtszaak beginnen tegen voormalige bestuurders van de schuldenaar voor activiteiten die de belangen van de schuldeisers hebben geschaad, zoals wanneer de betrokken bestuurder in de uitoefening van zijn functie geen rekening heeft gehouden met het belang van de schuldeisers op het moment dat insolventie dreigde te ontstaan, waardoor de activa van de marktdeelnemer in waarde zijn gedaald, of wanneer hij het onmogelijk heeft gemaakt vorderingen van schuldeisers te voldoen of nalatig is geweest in de betaling van milieuheffingen. Als dat wordt bewezen, is de voormalige bestuurder van de schuldenaar gehouden tot vergoeding aan de schuldeisers van de aldus veroorzaakte schade.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 03/12/2018

Insolventie - Malta

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Insolventieprocedures (ondernemingen) en faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

In het nationale recht zijn er twee categorieën personen tegen wie een insolventieprocedure kan worden ingesteld: handelspartnerschappen en handelaren. Er zijn verschillende regelingen van toepassing, afhankelijk van de betrokken categorie. Handelspartnerschappen kunnen worden onderverdeeld in vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen en vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.

Er kan tegen ongeacht welke van de bovengenoemde natuurlijk personen of rechtspersonen een insolventieprocedure worden ingesteld, maar de procedures, regels en toepasselijke wetgeving verschillen per geval. Een faillissementsprocedure (hoofdstuk 13 van de wetten van Malta) kan namelijk worden ingesteld tegen een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap of een handelaar.  Vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen worden voor de doeleinden van de faillissementsprocedure beschouwd als handelaren. De term ‘handelaar’ duidt, volgens de definitie die daarvan wordt gegeven in hoofdstuk 13, op iedere persoon die, vanwege zijn beroep, handelsactiviteiten in eigen naam uitvoert. Dit begrip omvat handelspartnerschappen.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Er kan tegen een onderneming een reorganisatieprocedure worden ingesteld op basis van de bepalingen van artikel 327 tot 329B van hoofdstuk 386 (wet op de ondernemingen van 1995).

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De onderneming, op besluit van de aandeelhoudersvergadering, haar raad van bestuur of een of meer van haar obligatiehouders, schuldeisers of bijdrageplichtigen kunnen een gerechtelijke procedure instellen met het oog op de ontbinding en, als gevolg daarvan, de liquidatie van de onderneming, indien zij niet in staat is om haar schulden te betalen. Het criterium dat moet worden toegepast volgens de bepalingen van artikel 214, lid  2, punt a ii), van hoofdstuk 386 is het volgende:

De onderneming wordt niet in staat geacht om haar schulden te betalen:

a) indien een schuld waarvan zij debiteur is, niet geheel of gedeeltelijk is betaald binnen een termijn van vierentwintig weken na de gedwongen uitvoering van een executoriale titel tegen haar door een van de bindende maatregelen die worden bedoeld in artikel 273 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; of

b) indien voor de rechtbank wordt bewezen dat zij niet in staat is om haar schulden te betalen, waarbij ook rekening wordt gehouden met haar eventuele en toekomstige passiva.

De rechtbank stelt de partijen in staat om hun respectievelijke middelen aan te voeren om te kunnen bepalen of de voorwaarden voor insolventie zijn vervuld, in welk geval hij de ontbinding van de onderneming uitspreekt. Deze verkeert dan in staat van insolventie met ingang van de datum van indiening van het verzoek bij de rechtbank, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 223 van hoofdstuk 386.

In de periode tussen de liquidatiebeschikking op grond van insolventie en de indiening van het verzoek tot instelling van een insolventieprocedure bij de rechtbank, mag deze op ongeacht welk moment een voorlopige bewindvoerder aanstellen en deze belasten met het beheer van de goederen of zaken van de onderneming op basis van wat er is bepaald in de beschikking voor zijn aanstelling. De voorlopige bewindvoerder blijft in functie tot de liquidatiebeschikking is gegeven of het verzoek om liquidatie is verworpen, tenzij hij zijn ontslag indient of door de rechtbank om rechtsgeldige redenen uit zijn functie wordt ontheven.

Insolventie – vrijwillige liquidatie door de schuldeisers

Onafhankelijk van wat hierboven is gesteld, mag een onderneming overgaan tot vrijwillige liquidatie en als de bestuurders constateren dat de activa van de onderneming niet volstaan om de passiva te voldoen, wordt er een bijeenkomst met de schuldeisers georganiseerd om een insolventiefunctionaris (en/of een liquidatiecommissie) te benoemen die het vertrouwen van de schuldeisers heeft en die belast wordt met de liquidatie van de onderneming zonder dat een gerechtelijke procedure wordt ingesteld. De toepasselijke regels zijn vastgesteld in artikel 277 en volgende van hoofdstuk 386.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

De onderneming, door middel van een buitengewoon besluit, haar bestuurders, door middel van een besluit van de raad van bestuur, of haar schuldeisers die meer dan de helft van de waarde van de schulden vertegenwoordigen, kunnen bij de rechtbank een verzoek indienen tot instelling van een reorganisatieprocedure (saneringsprocedure volgens de bepalingen van artikel 329B van hoofdstuk 386), indien de onderneming niet in staat is om haar schulden te betalen of niet in staat dreigt te zijn om haar schulden te betalen. Net als in het voorgaande geval wordt een onderneming beschouwd als niet in staat om haar schulden te betalen:

a) indien een schuld waarvan zij debiteur is niet geheel of gedeeltelijk is betaald binnen een termijn van vierentwintig weken na de gedwongen uitvoering van een executoriale titel tegen haar door een van de bindende maatregelen die worden bedoeld in artikel 273 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; of

b) indien voor de rechtbank wordt bewezen dat zij niet in staat is om haar schulden te betalen, waarbij ook rekening wordt gehouden met haar eventuele en toekomstige passiva.

De rechtbank besluit of het al dan niet nodig is om de onderneming te saneren. Indien dit wel het geval is, geeft hij, binnen twintig werkdagen na indiening van het verzoek, een beschikking tot sanering, die de hervatting van het beheer van de onderneming inhoudt voor de door hem vastgestelde periode (nu is die periode één jaar en kan één keer worden verlengd, maar krachtens toekomstige wijzigingen wordt deze teruggebracht tot vier maanden en kan dan telkens met vier maanden worden verlengd tot een maximale duur van twaalf maanden).

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Iedere schuldeiser mag, ongeacht de aard van zijn vordering (civielrechtelijk of commercieel), en zelfs indien deze nog niet is vervallen, bij de eerste kamer van de burgerlijke rechtbank een kort geding instellen tegen de debiteur of zijn wettelijke vertegenwoordiger om de debiteur failliet te laten verklaren.

Het criterium voor de faillietverklaring is dat de debiteur zijn schulden niet betaalt. De rechtbank geeft een vonnis van faillietverklaring en benoemt één of meer curatoren die de taken uitvoeren die hun door het Wetboek van Koophandel (hoofdstuk 13) worden toegewezen.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Insolventieprocedures (ondernemingen) (met inbegrip van vrijwillige liquidatie door de schuldeisers)

Alle activa van de onderneming worden te gelde gemaakt voor de betaling van de passiva. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen activa die reeds deel uitmaakten van de boedel van de debiteur en degene die hieronder vallen na instelling van de insolventieprocedure.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Bij een faillissementsprocedure tegen een handelaar of een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap kunnen alle roerende of onroerende activa onder de te liquideren boedel vallen. Zodra het vonnis van faillietverklaring is uitgesproken, wordt de gefailleerde ipso jure onttrokken aan het beheer van al zijn goederen, ongeacht of die onder zijn bedrijfsactiviteit vallen, behalve voor wat betreft zijn recht op een dagelijkse toelage voor levensonderhoud.

Zijn activa worden beheerd door een curator die het recht heeft om deze te verkopen of te vervreemden met instemming van de rechtbank. De goederen met een beperkte levensduur van de gefailleerde worden verkocht door een erkende veilingmeester met toestemming van de rechtbank.

Voor de verkoop van goederen die geen beperkte levensduur hebben en overige goederen is eveneens toestemming van de rechtbank nodig.

In deze omstandigheden beveelt de rechter alle maatregelen die volgens hem de belangen van de gefailleerde en de schuldeisers het beste behartigen, zodat de curator de mogelijkheid krijgt om de zaken van de gefailleerde te saneren of om de bezittingen van de laatstgenoemde te vergroten, indien van toepassing, voor zover dat tevens in het belang is van de schuldeisers.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Wanneer de rechtbank de ontbinding van een onderneming uitspreekt, omdat deze insolvent is, benoemt hij een insolventiefunctionaris.

Hoofdstuk 386 bepaalt dat deze functionaris een gekwalificeerde natuurlijke persoon moet zijn met de status van advocaat of registeraccountant en/of auditor, of een rechtspersoon die is ingeschreven in het bedrijvenregister en die beschikt over de vereiste competenties en betrouwbaarheid om de taken van insolventiefunctionaris uit te voeren.

Bovendien mag een insolventiefunctionaris niet als zodanig handelen ten opzichte van een onderneming waar hij de functie van bestuurder of administratief directeur heeft uitgeoefend of waar of in verband waarmee hij op enig moment in de loop van de vier jaar voorafgaand aan de datum van ontbinding van de onderneming een ander mandaat heeft uitgevoerd.

De rechtbank beschikt over een brede discretionaire bevoegdheid om te bepalen wie wordt belast met de beloning van de insolventiefunctionaris. Standaard wordt hij beloond uit de activa van de onderneming. Indien deze echter niet toereikend zijn, kan de rechtbank bepalen dat de beloning ten laste van andere (betrokken) personen komt, op een basis die hij zal specificeren.

Volgens artikel 296 van hoofdstuk 386 wordt de directie van de onderneming (bestuurders en administratief directeur), bij de benoeming van een insolventiefunctionaris, ontdaan van haar bevoegdheden. Als gevolg zijn noch de bestuurders, noch de eventuele gedelegeerde bestuurders, noch de administratief directeur bevoegd om transacties aan te gaan uit naam en voor rekening van de genoemde onderneming in liquidatie. De insolventiefunctionaris neemt alle goederen en rechten onder zijn hoede of beheer die volgens hem bij de onderneming horen.

Volgens artikel 238 van hoofdstuk 386 mag de insolventiefunctionaris, in het kader van een gerechtelijke liquidatie, met bekrachtiging van de rechtbank of de liquidatiecommissie:

a) elke rechtsvordering of andere gerechtelijke procedure in naam en voor rekening van de onderneming instellen of betwisten;

b) de activiteiten van de onderneming voortzetten voor zover dit nodig is om te zorgen voor de liquidatie daarvan in gunstige omstandigheden;

c) de schuldeisers betalen op basis van hun rang, zoals door de wet wordt vastgesteld;

d) elke overeenkomst of arbitrage-overeenkomst sluiten met schuldeisers of personen die dit beweren te zijn, of die een, huidige of toekomstige, zekere of mogelijke, geconstateerde of mogelijk als schadevergoeding verschuldigde, vordering hebben of zeggen te hebben, of die van een aard is die de onderneming verplicht en deze kwesties voorleggen ter arbitrage;

e) verzoeken om bijdragen van de feitelijke of veronderstelde bijdrageplichtigen, alle overeenkomsten of arbitrage-overeenkomsten sluiten over de huidige of toekomstige, zekere of mogelijke, geconstateerde of mogelijk als schadevergoeding verschuldigde, schulden, lasten en vorderingen van de onderneming, die bestaan of worden geacht te bestaan tussen de onderneming en een feitelijke of veronderstelde bijdrageplichtige, of een andere feitelijke of veronderstelde debiteur, evenals over alle kwesties met betrekking tot of op enige wijze in verband met de activa of de liquidatie van de onderneming; en alle zekerheden nemen ter garantie van de vereffening van deze verzoeken om bijdragen, schulden, verplichtingen of vorderingen en daarvoor volledige en gehele kwijting verlenen;

f) de onderneming vertegenwoordigen bij alle transacties en alle benodigde maatregelen treffen voor de liquidatie van haar zaken en de verdeling van haar activa.

Anderzijds kan de rechtbank besluiten dat de insolventiefunctionaris bevoegd is om, bij afwezigheid van een liquidatiecommissie, zonder de sanctie van de rechtbank, alle bevoegdheden uit te oefenen die worden bedoeld in de punten a) of b) hierboven.

In het algemeen is de insolventiefunctionaris bij een gerechtelijke liquidatie bevoegd om:

a) de roerende en onroerende goederen, met inbegrip van de immateriële rechten, van de onderneming te verkopen bij openbare veilingen of onderhands en deze in hun geheel of in delen over te dragen;

b) alle handelingen uit te voeren, alle overeenkomsten, ontvangstbewijzen en overige documenten te passeren en te ondertekenen in naam en voor rekening van de onderneming;

c) de benodigde bedragen te verkrijgen op garantie van de activa van de organisatie;

d) een gevolmachtigde te benoemen om in zijn naam en in zijn hoedanigheid van insolventiefunctionaris te handelen voor bepaalde doeleinden.

De uitoefening door de insolventiefunctionaris van de bevoegdheden die hem, bij een gerechtelijke liquidatie, zijn toegekend door dit artikel wordt gecontroleerd door de rechtbank en elke schuldeiser of bijdrageplichtige mag zich tot de rechtbank wenden met betrekking tot de uitoefening van deze bevoegdheden of de intentie om die uit te oefenen.

In de overgangsperiode tussen de liquidatiebeschikking vanwege insolventie en de indiening van het verzoek om instelling van een insolventieprocedure bij de rechtbank, wanneer deze laatste een voorlopige bewindvoerder benoemt, worden de bestuurders van de onderneming ook hun bevoegdheden ontnomen voor zover de rechtbank de genoemde bewindvoerder opdracht geeft voor het beheer van de goederen of zaken van de onderneming in overeenstemming met de bepalingen die zijn opgenomen in de beschikking waarmee hij wordt benoemd.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Volgens de bepalingen van artikel 329B, lid 6, punt a), van hoofdstuk 386 zet de onderneming, in de periode waarin de beschikking tot sanering (reorganisatie) van toepassing is, haar normale activiteiten voort onder leiding van de bijzondere toezichthouder.

De bijzondere toezichthouder is een persoon van wie de rechtbank zich er voldoende van heeft vergewist dat deze beschikt over competenties en een bewezen ervaring in het beheer van handelsondernemingen, dat hij gekwalificeerd is voor deze benoeming en bereid is deze op zich te nemen en dat dit niet leidt tot enige belangenverstrengeling.

De beloning van de bijzondere toezichthouder komt voor rekening van de onderneming. De rechtbank bepaalt hiervoor, bij de benoeming van de toezichthouder, een termijn die niet langer is dan tien werkdagen na uitspraak van de beschikking tot sanering waarin de onderneming een voorziening in bewaring geeft bij de rechtbank of een andere garantie of andere geëigende regeling voorstelt die volgens de rechtbank voldoende is om de beloning en de onkosten van de bijzondere toezichthouder te dekken in verband met zijn benoeming.

Bij de benoeming van de bijzondere toezichthouder worden de bevoegdheden die de onderneming heeft krachtens de wet of haar oprichtingsakten en statuten opgeschort, behalve indien de toezichthouder heeft ingestemd met de uitoefening van die bevoegdheden. Deze instemming kan op algemene wijze worden verstrekt of alleen voor één of meer bijzondere gevallen. Indien er geen instemming is, komen deze bevoegdheden exclusief toe aan de bijzondere toezichthouder.

In het algemeen is de bijzondere toezichthouder bevoegd om:

a) het hele vermogen van de onderneming onder zijn hoede of onder zijn toezicht te nemen; hij is dus verantwoordelijk voor het beheer van en het toezicht op de activiteiten, zaken en goederen van de onderneming;

b) na de rechtbank hiervan in kennis te hebben gesteld, de bestuurders van de onderneming te ontslaan en om mensen te benoemen in de bestuursfuncties;

c) mensen te werven voor de verlening van professionele of administratieve diensten en om de onderneming te verplichten tot de betaling van hun respectievelijke honoraria en onkosten; en

d) alle vergaderingen van leden of schuldeisers van de onderneming te organiseren.

Daarnaast mag de bijzondere toezichthouder, met voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de rechtbank:

i) uit naam en voor rekening van de onderneming alle verplichtingen aangaan voor een duur van meer dan zes maanden;

ii) mensen ontslaan voor zover hij dat nodig vindt om te zorgen voor het behoud van de onderneming met het oog op levensvatbaarheid en continuïteit van de exploitatie, geheel of gedeeltelijk;

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Zoals hiervoor is uitgelegd is het Wetboek van Koophandel, in het gedeelte ‘Over het faillissement’, het toepasselijke recht voor handelaren die hun activiteiten uitvoeren in eigen naam en partnerschappen.

Als het in het kader van een faillissement gaat om de bevoegdheden van de insolventiefunctionaris, wordt deze ‘curator’ genoemd. Deze term duidt op één of meer personen die de rechtbank in staat acht om loyaal de verplichtingen van deze functie uit te voeren, ook indien deze ‘curator’ een familielid van de gefailleerde of een van zijn schuldeisers is.

Door zijn functie op zich te nemen, neemt de curator alle goederen en rechten, van ongeacht welke aard, van de gefailleerde in zijn bezit.  Daarnaast treft hij alle benodigde maatregelen om de rechten van de gefailleerde op zijn debiteuren te beschermen en om in het openbare register elke hypotheek te registreren die rust op de goederen van de genoemde debiteuren. Hij is tegenover de gefailleerde verantwoordelijk voor zijn handelingen.

De curator heeft ook de plicht om procedures in gang te zetten voor de invordering van de aan de gefailleerde verschuldigde bedragen, maar hij mag geen arbitrage-overeenkomst sluiten of een geschil ter arbitrage voorleggen zonder de schriftelijke toestemming van de meerderheid, in waarde, van de schuldeisers van de gefailleerde en de goedkeuring van de rechter.

De curator stelt de inventaris van de goederen van de gefailleerde op binnen één maand na het vonnis van faillietverklaring.

Alle schuldeisers hebben het recht om die lijst in te zien en zowel de schuldeiser als de gefailleerde moeten helpen bij het maken van deze inventaris.

Deze bevat de authentieke lijst van alle goederen van de gefailleerde met daarbij de beschrijving en waardering ervan.

De curator kan alleen over de genoemde goederen beschikken met instemming van de rechtbank en de gehele procedure mag openbaar worden gecontroleerd. De opbrengst van elke verkoop die de curator doet voor rekening van de gefailleerde of het partnerschap wordt naar behoren vastgelegd; alle reçu’s en facturen moeten worden opgesteld en bewaard volgens de geldende regels.

De rechtbank kan van de curatoren, de gefailleerde en de schuldeisers eisen dat zij onder eed alle informatie verstrekken die hij nodig acht.

Omdat het gaat om de bevoegdheden van de debiteur (hier de failliete natuurlijk persoon of het failliete partnerschap), heeft deze recht op inzage in de manier waarop de curator de zaken van het faillissement uitvoert met het oog op zorgvuldigheid en overeenstemming met de wet.

Indien de maatregelen die de curator heeft getroffen niet overeenstemmen met de bepalingen van het vonnis van de rechtbank of indien deze zaken slecht worden beheerd, heeft de debiteur het recht om de rechter hiervan in kennis te stellen.

De boeken en stukken van het faillissement kunnen op ongeacht welk moment worden geïnspecteerd, wat ook inhoudt dat de debiteur het recht heeft om in kennis te worden gesteld van de handelingen van de door de rechtbank benoemde curator en om deze voor te leggen ter controle en verificatie.

De debiteur heeft tevens het wettelijke recht op een regelmatige toelage voor zijn levensonderhoud, wat betekent dat de rechtbank hem een bedrag toekent, dat wordt ingehouden op zijn eigen vermogen dat de curator hem periodiek moet uitkeren als toelage voor levensonderhoud voor hem zelf en zijn gezin, onder voorbehoud dat er geen sprake is van een vermoeden van fraude door schuld van de gefailleerde.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Insolventieprocedures en reorganisatieprocedures (ondernemingen) en faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Volgens de bepalingen van hoofdstuk 459 is elke clausule van vergoeding met verval van de termijn of elke andere contractuele bepaling die voorziet in de vergoeding of ‘netting’ (groepsvergoeding) van de tussen de partijen verschuldigde bedragen in de vorm van wederzijdse kredieten, wederzijdse schuldvorderingen of andere wederzijdse transacties uitvoerbaar, volgens de eigen regels, ongeacht of dit vóór of na het faillissement of de insolventie is, bij wederzijdse kredieten, vorderingen of transacties die zijn ontstaan of gesloten vóór het faillissement of de insolventie van een van de partijen ten aanzien van:

a) partijen bij de overeenkomst;

b) iedere garant of iedere persoon die borg staat voor een van de contractpartijen;

c) de insolventiefunctionaris, de gerechtelijke bewaarder, de curator, de toezichthouder, de bijzondere toezichthouder of een andere soortgelijke verantwoordelijke van een van de contractpartijen; en

d) de schuldeisers van de contractpartijen.

De voorgaande bepaling is niet van toepassing indien er een overeenkomst voor vergoeding met verval van de termijn is gesloten terwijl de andere partij wist, of had moeten weten, dat er een verzoek om ontbinding en liquidatie van de onderneming vanwege insolventie aanhangig was gemaakt, of dat de onderneming officiële maatregelen had getroffen, krachtens enig toepasselijk recht, om over te gaan tot haar ontbinding en liquidatie vanwege insolventie.

Deze is ook niet van toepassing indien de insolvente partij een natuurlijk (niet handelende) persoon is of een handelspartnerschap anders dan een vennootschap (vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap) en de andere partij kennis had of kennis had moeten hebben van gebeurtenissen van dezelfde aard als degene die worden bedoeld in de voorgaande alinea in verband met de insolvente partij.

Een bevoegdheid of mandaat dat is opgenomen in een overeenkomst met het oog op de uitvoering van een vergoedingsbepaling met verval van de termijn kan niet worden ingetrokken door de verklaring van faillissement of insolventie van enige andere partij bij de overeenkomst.

De tekst voegt eraan toe dat, niettegenstaande de bepalingen van andere nationale wetgeving, niets de toepassing mag beperken of vertragen van een contractuele bepaling die voorziet in een stelsel van vergoeding of netting, of die hiermee te maken heeft, die anders uitvoerbaar zou zijn, en geen enkele beschikking van enige rechtsmacht, enig bevel of vordering of soortgelijk besluit van een rechtsmacht of een andere instantie, noch enige procedure, van ongeacht welke aard, kan met betrekking hiertoe gevolgen hebben. Niettegenstaande wat zojuist is gezegd, mag echter niets de toepassing van enige wetgeving belemmeren waarbij de uitvoering van de vergoeding of de netting wordt uitgesloten in bepaalde gevallen vanwege fraude of een soortgelijke reden, noch de uitvoering goedkeuren van de vergoeding of netting indien een bepaling van de overeenkomst die is gesloten tussen de partijen bepaalt dat de vergoeding of netting nietig is in het geval van fraude of om een soortgelijke reden.

Hoofdstuk 459 bepaalt dat het voor de partijen bij de overeenkomst is geoorloofd:

  • om een systeem of mechanisme overeen te komen waarmee ze een niet-financiële verplichting kunnen omzetten in een monetaire verplichting met een equivalente waarde en om die verplichting te waarderen voor het doeleinde van een vergoeding of netting;
  • om een wisselkoers overeen te komen of de methode die moet worden gevolgd voor het vaststellen van de wisselkoers die moet worden toegepast om over te gaan tot de vergoeding of netting wanneer de te vergoeden of te betalen bedragen in andere valuta zijn gesteld en om de valuta te bepalen waarin de betaling van het netto bedrag moet worden verricht;
  • om overeen te komen dat de transacties of andere handelingen die worden verricht bij de uitvoering van een overeenkomst, ongeacht of deze specifiek worden vastgesteld of door verwijzing naar een type of categorie transacties of handelingen, moeten worden behandeld als een unieke transactie of handeling voor het doeleinde van de bepalingen van vergoeding of netting die in de overeenkomst staan en dat al deze transacties of handelingen moeten worden behandeld als een unieke transactie of handeling door de partijen of de insolventiefunctionaris, de gerechtelijke bewaarder, de curator, de toezichthouder, de bijzondere toezichthouder of een verantwoordelijke die handelt voor rekening van de partijen en de rechtbank.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Artikel 303 van hoofdstuk 386 bepaalt dat alle voorrechten, hypotheken of andere lasten, of elke overdracht of andere wijze van verkoop van goederen of rechten, en elke betaling, uitvoering of andere handeling met betrekking tot de goederen of rechten die wordt uitgevoerd door een onderneming of ten opzichte daarvan, evenals elke verplichting die de onderneming is aangegaan in de zes maanden voorafgaand aan haar ontbinding worden beschouwd als een frauduleuze voorrang die aan een schuldeiser is toegekend, ongeacht of de transactie gratis of tegen betaling wordt uitgevoerd, indien het gaat om een ondergewaardeerde transactie of indien er een preferente behandeling wordt toegekend. In die gevallen wordt de transactie (frauduleuze voorrang) nietig.

Het begrip ‘ondergewaardeerde transactie’ wordt als volgt gedefinieerd:

a) een onderneming sluit een transactie voor een ondergewaardeerde prijs indien:

i) zij iets gratis overdraagt of een transactie uitvoert op voorwaarden waarbij zij geen enkele tegenprestatie ontvangt; of

ii) zij een transactie uitvoert voor een tegenprestatie waarvan de waarde in geld of in natura veel lager is dan de waarde in geld of in natura van datgene wat zij zelf heeft gegeven.

Het begrip preferente behandeling wordt als volgt gedefinieerd:

b) een onderneming geeft een persoon een preferente behandeling indien:

i) deze persoon een van haar schuldeisers is, of een garant of borgsteller is voor schulden of andere verplichtingen die zij is aangegaan; en

ii) zij iets doet of laat doen wat, in beide gevallen, tot gevolg heeft dat deze persoon in een positie komt die, in het geval van liquidatie van de onderneming vanwege insolventie, beter is dan de positie die hij zou hebben gehad zonder deze handeling of nalatigheid.

Op deze regel wordt een uitzondering gemaakt wanneer de persoon ten gunste van wie de transactie is aangegaan, gesloten of uitgevoerd, bewijst dat hij niet wist en geen reden had om te denken dat de onderneming het risico liep om te worden ontbonden vanwege insolventie.

Behalve wat hierboven wordt vermeld, is er geen andere bepaling die rechtstreeks van invloed is op overeenkomsten.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Er is geen wettelijke bepaling ad hoc over de gevolgen van de reorganisatieprocedure op overeenkomsten.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Krachtens de bepalingen van het Wetboek van Koophandel en meer in het bijzonder artikel 485 daarvan, mag elke handeling van overdracht van goederen, elk aangaan van verplichtingen of elk afzien van een erfenis door de gefailleerde, gratis of tegen kosten, met de intentie om zijn schuldeisers te benadelen, nietig worden verklaard.

In tegenstelling tot de Wet op de ondernemingen bepaalt het Wetboek van Koophandel geen periode zoals wordt voorgeschreven in artikel 303 van hoofdstuk 386 van de wetten van Malta.

In de bovengenoemde gevallen kunnen deze handelingen, indien wordt bewezen dat de betrokken partij(en) kennis had(den) van het bestaan van omstandigheden die leiden tot een faillietverklaring, nietig worden verklaard.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Vanaf het moment dat een insolventieprocedure wordt gestart (gerechtelijke liquidatie vanwege insolventie), mag er geen vordering of procedure meer worden ingesteld (verbod op het instellen van vervolging) tegen de onderneming of haar vermogen, behalve met goedkeuring van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze bepaalt. De wet schrijft niet voor in welke omstandigheden de rechtbank een schuldeiser toestemming kan geven om een gerechtelijke procedure in te stellen of voort te zetten, maar over het algemeen is het beginsel dat, in een insolventieprocedure, de activa van de onderneming op geordende wijze worden beheerd ten gunste van alle schuldeisers en dat het bepaalde schuldeisers niet mag worden toegestaan om een voordeel te verkrijgen door een procedure tegen de onderneming in te stellen.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Het nationale recht bepaalt dat hangende gedingen worden opgeschort tijdens de reorganisatieperiode (sanering van de onderneming). Artikel 329B, lid 4, van hoofdstuk 386 bepaalt namelijk dat, zodra het verzoek om reorganisatie (sanering van de onderneming) wordt ingediend en als dit niet wordt verworpen, of gedurende de hele duur van de procedure van sanering van de onderneming:

a) elk verzoek om liquidatie, ongeacht of dit hangende of nieuw is, wordt opgeschort;

b) er geen enkel besluit tot ontbinding en liquidatie van de onderneming mag worden genomen of uitgevoerd;

c) de uitvoering van monetaire vorderingen op de onderneming en alle eventuele rente voor achterstallige betaling wordt opgeschort;

d) de verhuurder of iedere andere persoon die de huur ontvangt, gedurende de looptijd van de huurovereenkomst, geen aanspraak mag maken op zijn recht tot ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de ruimte die aan de onderneming is verhuurd, vanwege het niet uitvoeren door de laatstgenoemde van een van haar plichten krachtens deze huurovereenkomst, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt;

e) er geen maatregel mag worden getroffen om een zekerheid op de bezittingen van de onderneming te gelde te maken of om goederen terug te halen die in haar bezit zijn krachtens een huurkoopovereenkomst, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt;

f) er geen bevel of conservatoire of executoire maatregel zoals bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hoofdstuk 16 van de wetten van Malta) tegen de onderneming of haar goederen mag worden genomen, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze

oplegt; en

g) er geen enkele gerechtelijke procedure mag worden ingesteld of voortgezet tegen de onderneming of haar vermogen, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

In overeenstemming met artikel 500 van hoofdstuk 13 mag er, in een faillissementsprocedure tegen een handelaar of een partnerschap, zodra de rechtbank een curator heeft benoemd, geen gerechtelijke vordering tegen de persoon en de goederen van de gefailleerde meer worden uitgeoefend, behalve tegen de curator (en niet de gefailleerde of het failliete partnerschap).

De schuldeiser heeft het recht om de wijze waarop de curator de zaken van de gefailleerde beheert, te kennen, te onderzoeken en te controleren en om zich tot de rechtbank te wenden indien de curator(en) deze rechten niet naleven.

In het kader van een saneringsprocedure mag de rechtbank een tijdelijke beschikking geven om de failliete handelaar of partnerschap uitstel te verlenen voor het saneren van zijn zaken.

Anders dan wat er gebeurt voor een onderneming die reorganiseert, mogen de schuldeisers echter altijd een vordering instellen tegen de curator die de failliete handelaar of partnerschap vertegenwoordigt.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Vanaf het moment dat een insolventieprocedure wordt gestart (gerechtelijke liquidatie vanwege insolventie), mag er geen vordering of procedure meer worden voortgezet (opschorting van rechtsvordering) tegen de onderneming of haar vermogen, behalve met goedkeuring van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze bepaalt. De wet schrijft niet voor in welke omstandigheden de rechtbank een schuldeiser toestemming kan geven om een gerechtelijke procedure in te stellen of voort te zetten, maar over het algemeen is het beginsel dat, in een insolventieprocedure, de activa van de onderneming op geordende wijze worden beheerd ten gunste van alle schuldeisers en dat het bepaalde schuldeisers niet mag worden toegestaan om een voordeel te verkrijgen door een procedure tegen de onderneming in te stellen.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Het nationale recht bepaalt dat hangende gedingen worden opgeschort tijdens de reorganisatieperiode (sanering van de onderneming). Artikel 329B, lid 4, van hoofdstuk 386 bepaalt namelijk dat, zodra het verzoek om reorganisatie (sanering van de onderneming) wordt ingediend en als dit niet wordt verworpen, of gedurende de hele duur van de procedure van sanering van de onderneming:

a) elk verzoek om liquidatie, ongeacht of dit hangende of nieuw is, wordt opgeschort;

b) er geen enkel besluit tot ontbinding en liquidatie van de onderneming mag worden genomen of uitgevoerd;

c) de uitvoering van monetaire vorderingen op de onderneming en alle eventuele rente voor achterstallige betaling wordt opgeschort;

d) de verhuurder of iedere andere persoon die de huur ontvangt, gedurende de looptijd van de huurovereenkomst, geen aanspraak mag maken op zijn recht tot ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de ruimte die aan de onderneming is verhuurd, vanwege het niet uitvoeren door de laatstgenoemde van een van haar plichten krachtens deze huurovereenkomst, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt;

e) er geen maatregel mag worden getroffen om een zekerheid op de bezittingen van de onderneming te gelde te maken of om goederen terug te halen die in haar bezit zijn krachtens een huurkoopovereenkomst, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt;

f) er geen bevel of conservatoire of executoire maatregel zoals bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hoofdstuk 16 van de wetten van Malta) tegen de onderneming of haar goederen mag worden genomen, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze

oplegt; en

g) er geen enkele gerechtelijke procedure mag worden ingesteld of voortgezet tegen de onderneming of haar vermogen, behalve met toestemming van de rechtbank en onder de voorwaarden die deze oplegt.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

De bepalingen van het nationale recht, die zijn vastgelegd in het Wetboek van Koophandel, voorzien niet in opschorting van rechtsvervolging.  Het is echter mogelijk dat, op verzoek van de curator, een verzoek daarom aan de rechtbank wordt gehoord door de rechter van het faillissement, opdat deze de zaken van het faillissement kan organiseren en uitvoeren met behoud van de rechten en plichten van de gefailleerde en door zich ervan te vergewissen dat de rechten waarop aanspraak wordt gemaakt in het verzoek dat de schuldeiser indient, worden gehoord en dat daarover wordt besloten.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De schuldeisers mogen tussenbeide komen bij de insolventieprocedure, indien zij hun belang om te handelen en hun hoedanigheid daarvoor bewijzen, en mogen aanspraken indienen tijdens de procedure bij de rechtbank.

De insolventiefunctionaris stelt hen in kennis van de staat van de procedure. Deze organiseert tevens vergaderingen waarvoor zij worden uitgenodigd om hun standpunt te uiten.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Artikel 329B van hoofdstuk 386 bepaalt uitdrukkelijk dat de rechtbank en de bijzondere toezichthouder vooral moeten handelen in het beste belang van de schuldeisers.

De bijzondere toezichthouder heeft daarnaast de plicht om vergaderingen van schuldeisers te organiseren waarvan de eerste uiterlijk één maand na zijn benoeming plaats dient te vinden.

Bij deze vergadering of een latere vergadering moet de bijzondere toezichthouder een comité benoemen van schuldeisers en leden dat hem het advies en de bijstand geeft die hij nodig kan hebben bij het beheer van de zaken, de activiteiten en de goederen van de onderneming, en bij haar sanering als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar exploitatie.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

De schuldeisers mogen tussenbeide komen bij de faillissementsprocedure en hieraan deelnemen indien zij hun belang om te handelen en hun hoedanigheid daarvoor bewijzen, en mogen aanspraken indienen tijdens de procedure bij de rechtbank.

De curator stelt hen in kennis van de staat van de procedure. Deze organiseert tevens vergaderingen waarvoor zij worden uitgenodigd om hun standpunt te uiten.

De schuldeisers beschikken daarnaast over stemrecht. De definitieve overeenkomst over het plan of de voorgestelde regeling moet de steun krijgen van een meerderheid van drie kwart, in waarde, van de schuldeisers die het bewijs van hun vorderingen hebben verstrekt.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De insolventiefunctionaris is bevoegd om de activa van de onderneming te verkopen aan de hoogste bieder.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

De bijzondere toezichthouder kan alleen over het vermogen van de onderneming beschikken met uitdrukkelijke toestemming van de rechtbank of volgens de modaliteiten van het laatstelijk goedgekeurde saneringsplan, met of zonder wijzigingen door de rechtbank. In alle gevallen bepaalt de rechtbank de methode van overdracht van de activa van de onderneming of keurt deze goed.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

In het kader van de faillissementsprocedure verkoopt de curator de goederen aan de hoogste bieder, onder voorbehoud van de toestemming van de rechtbank.

In het geval van een sanering van de failliete handelaar of partnerschap moet de curator, volgens artikel 498 van hoofdstuk 13, het goedgekeurde saneringsplan naleven, maar beschikt de rechter over een grote waarderingsbevoegdheid om de meest gunstige richtlijnen op te stellen in het belang van de gefailleerde en zijn schuldeisers.

Een schuldeiser kan echter bezwaar maken tegen de toestemming van de rechter wanneer hij aantoont, door zich te baseren op rechtsgeldige redenen, dat deze in strijd is met de belangen van de schuldeisers.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vorderingen die zijn ontstaan na instelling van de insolventieprocedure en degene die daarvoor zijn ontstaan. Als echter blijkt dat de activa ontoereikend zijn om de passiva te voldoen, mag de rechtbank een beschikking geven betreffende de betaling uit de activa van de onkosten, kosten en lasten van de ontbinding en liquidatie in de prioriteitsvolgorde die hij geëigend acht, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende algemene prioriteitsvolgorde:

a) de kosten die rechtmatig zijn toegeschreven aan of zijn gemaakt door de official receiver (bewindvoerder) of de insolventiefunctionaris voor de bescherming, uitvoering of invordering van activa van de onderneming;

b) alle andere kosten die zijn gemaakt door de official receiver of onder zijn autoriteit, met inbegrip van de kosten die zijn gemaakt bij het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten;

c) de beloning van de voorlopige bewindvoerder, indien van toepassing;

d) de kosten van de eiser en van iedere andere persoon die wordt genoemd in het verzoekschrift en waarvan de kosten zijn toegelaten door de rechtbank;

e) de beloning van de bijzondere bewindvoerder, indien van toepassing;

f) elk bedrag dat verschuldigd is aan personen die zijn aangesteld voor het opstellen van de liquidatierekening of de balans, of die toestemming hebben om daaraan bij te dragen;

g) elke schadevergoeding die wordt betaald krachtens een beschikking van de rechtbank voor de kosten en uitgaven met betrekking tot een verzoek om vrijstelling van de verplichting om een liquidatiebalans in te dienen of om verlenging van de opgelegde termijn voor het indienen daarvan;

h) alle benodigde uitgaven die door de insolventiefunctionaris worden gedaan in het kader van zijn bestuur, met inbegrip van alle kosten die door leden van de liquidatiecommissie of hun vertegenwoordigers zijn gemaakt en die door de insolventiefunctionaris zijn goedgekeurd;

i) de beloning van iedere persoon die door de insolventiefunctionaris is aangesteld voor de verlening van diensten aan de onderneming, in overeenstemming met wat de bepalingen van hoofdstuk 386 voorschrijven of goedkeuren;

j) de beloning van de official receiver en de insolventiefunctionaris.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

N.v.t.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vorderingen die zijn ontstaan na de instelling van de faillissementsprocedure en vorderingen die daarvoor zijn ontstaan. Als bij een faillissementsprocedure echter blijkt dat de activa ontoereikend zijn om de schulden te voldoen, mag de rechtbank een beschikking geven betreffende de betaling uit de activa van de onkosten, kosten en lasten van de ontbinding en liquidatie in de prioriteitsvolgorde die hij geëigend acht, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende algemene prioriteitsvolgorde:

a) de kosten die rechtmatig zijn toegeschreven aan of zijn gemaakt door de curator voor de bescherming, uitvoering of invordering van activa van de onderneming;

b) alle andere kosten die zijn gemaakt door de curator of onder zijn autoriteit, met inbegrip van de kosten die zijn gemaakt bij het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten;

c) de beloning van de curator, indien van toepassing;

d) de kosten van de eiser en van iedere andere persoon die wordt genoemd in het verzoekschrift en waarvan de kosten zijn toegelaten door de rechtbank;

e) de beloning van de bijzondere bewindvoerder en de griffier, indien van toepassing;

f) elk bedrag dat verschuldigd is aan personen die zijn aangesteld voor het opstellen van de liquidatierekening of de balans, of die toestemming hebben om daaraan bij te dragen;

g) elke schadevergoeding die wordt betaald krachtens een beschikking van de rechtbank voor de kosten en uitgaven met betrekking tot een verzoek om vrijstelling van de verplichting om een liquidatiebalans in te dienen of om verlenging van de opgelegde termijn voor het indienen daarvan;

h) alle benodigde uitgaven die door de curator worden gedaan in het kader van zijn bestuur, met inbegrip van alle kosten die door leden van de liquidatiecommissie of hun vertegenwoordigers zijn gemaakt en die door de curator zijn goedgekeurd.

Wanneer de kosten en lasten van de liquidatie zijn betaald, worden de preferente schuldeisers betaald op basis van de datum van registratie van hun vorderingen en na hen alle overige schuldeisers in volgorde van registratie. Indien er niet voldoende fondsen beschikbaar zijn om hen te betalen, hebben deze laatsten (de concurrente schuldeisers) een gelijke rang.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De insolventiefunctionaris besluit over toelating of verwerping van de vorderingen. Er zijn geen specifieke regels voor het indienen van vorderingen. Er moet op worden gewezen dat de vorderingen, indien er een official receiver wordt benoemd als insolventiefunctionaris, moeten worden ingediend door middel van het volgende formulier:

OFFICIAL RECEIVER

p/a MFSA

Notabile Road

Attard, BKR3000

Informatie over de ontbonden onderneming

1

Naam en registratienummer

2

Datum van ingang van de ontbinding

Informatie over de schuldeiser

3

Voor- en achternaam / registratienummer

4

Postadres

5

E-mailadres

6

Telefoonnummer vast / mobiel

/

Informatie over de vordering

7

Totaalbedrag van de vordering met inbegrip van, indien van toepassing, niet-gekapitaliseerde rente die is vervallen op de datum van ontbinding

8

Totaalbedrag van de niet-gekapitaliseerde rente op de datum van ontbinding

9

Vermelding van het feit waarop de vordering is gebaseerd en alle bijbehorende data

(Extra bladzijden toevoegen indien nodig)

10

Informatie over de bewijsstukken en/of andere bewijzen van de vordering (gewaarmerkte kopieën conform bijvoegen en deze oplopend nummeren van 1 tot n)

(Extra bladzijden toevoegen indien nodig)

Informatie over de zekerheid die eventueel is gesteld als garantie

11

Vermelding van het type verstrekte/verkregen zekerheid

(Extra bladzijden toevoegen indien nodig)

12

Datum(s) waarop de zekerheid is verstrekt/verkregen

13

Bedrag van de vordering dat wordt gegarandeerd door de zekerheid

Verklaring van de schuldeiser

14

Ik, ondergetekende verklaar op erewoord dat de informatie op dit formulier naar mijn weten eerlijk, exact en volledig is:

Handtekening van de schuldeiser

Voor- en achternaam (in blokletters)

Nummer van identiteitskaart

15

Indien de ondertekenaar handelt als vertegenwoordiger van een rechtspersoon, het gedeelte hieronder invullen:

In naam en voor rekening van ____________________________________________________

Registratienr. _________________________ in mijn hoedanigheid van _____________________________.

Omdat het om de termijn voor de indiening van vorderingen gaat, geeft artikel 255 van hoofdstuk 386 de rechtbank de bevoegdheid om de schuldeisers één of meer termijnen te geven voor de verstrekking van bewijs van hun vorderingen of aanspraken. Indien zij dit niet doen, worden zij uitgesloten van begunstiging bij elke uitgevoerde verdeling, totdat deze vorderingen worden bewezen.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Er is geen wettelijke bepaling ad hoc over de gevolgen van de reorganisatieprocedure voor wat betreft de indiening, verificatie en toelating van vorderingen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Er moet worden opgemerkt dat er in het Maltese recht op het gebied van insolventie geen beperkende lijst van rangen van vorderingen is, omdat de prioriteitsvolgorde van schuldeisers niet wordt geregeld door een specifieke tekst, maar blijkt uit verschillende wetten. De bepalingen ten aanzien van de rang van vorderingen worden hieronder genoemd.

Volgens artikel 302 van hoofdstuk 386 worden bij de liquidatie van een onderneming waarvan de activa niet volstaan om de opeisbare schulden te voldoen, de rechten van de preferente en concurrente schuldeisers en de prioriteit en rang van hun vorderingen geregeld door de geldende wetgeving.

Anderzijds wordt, volgens artikel 535 van hoofdstuk 13, de klassering van schuldeisers die een pand, voorrecht of hypotheek hebben, uitgevoerd in overeenstemming met de geldende wetgeving.

Zowel het ene als het andere hierboven genoemde artikel bepaalt dat de rang van de vorderingen wordt geregeld door de geldende wetgeving.

In het Maltese recht vloeit het beginsel van pari passu indirect voort uit artikel 1996 van het Burgerlijk Wetboek (hoofdstuk 16) dat stelt dat voorrechten, hypotheken en de winst van boedelafscheiding rechtmatige oorzaken zijn voor voorrang. Hetzelfde artikel kent aan elke schuldeiser het recht toe om zijn huidige of toekomstige rechten op het gebied van betaling, uitvoering en rang, of overige soortgelijke huidige of toekomstige rechten, achter te stellen, over te dragen, af te staan of op enige andere wijze te wijzigen ten gunste van een andere persoon. Deze handeling van achterstelling, overdracht, afstand, wijziging of overige soortgelijke handeling mag worden verricht in overeenstemming met of door middel van een unilaterale verklaring aan iedere persoon, met inbegrip van een andere schuldeiser, ongeacht of deze wordt benoemd of moet worden benoemd op het moment van de overeenkomst of de verklaring.

De verschillen in rang komen dan voort uit een overeenkomst. Dientengevolge hebben schuldeisers allen dezelfde rang, indien er geen sprake is van voorrechten, hypotheken of winst van boedelafscheiding.

Rekening houdend met het bovenstaande, moeten de verschillende specifieke wetten worden geraadpleegd die prioriteit toekennen aan bepaalde categorieën vorderingen, zoals de wet betreffende de btw (hoofdstuk 406), de wet betreffende de arbeidsmarkt en industriële relaties (hoofdstuk 452) en de wet betreffende de sociale zekerheid (hoofdstuk 318).

Artikel 62 van de wet betreffende de btw bepaalt het volgende:

‘De Commissioner [directeur belastingen] heeft een bijzonder voorrecht op de goederen die deel uitmaken van de economische activiteiten van een persoon voor de invordering van alle belastingen die door die laatstgenoemde verschuldigd zijn krachtens de onderhavige wet en niettegenstaande bepalingen in een andere wet moet de genoemde belasting worden betaald met voorrang op de vorderingen met overige voorrechten, met uitzondering van vorderingen die worden gegarandeerd door een algemeen voorrecht en degene die worden bedoeld in artikel 2009, punten a) en b), van het Burgerlijk Wetboek.’

Artikel 20 van de wet betreffende de arbeidsmarkt en industriële relaties bepaalt het volgende:

‘Niettegenstaande bepalingen van een andere wet, vormen salarisvorderingen die overeenkomen met maximaal drie maanden van de beloning die de werkgever aan de werknemer dient uit te keren, evenals de vergoeding voor niet opgenomen verlof die aan de werknemer verschuldigd is en, indien van toepassing, de ontslagvergoeding of opzeggingsvergoeding, preferente vorderingen op de goederen van de werkgever en worden met voorrang uitgekeerd vóór alle andere, preferente of hypothecaire, vorderingen:

Voor deze preferente vorderingen is het plafondbedrag nooit hoger dan het equivalent van zes maanden van het nationale minimumloon dat van toepassing is op de datum van het ontstaan van de vordering.’

Artikel 116, lid 3, van de wet betreffende de sociale zekerheid bepaalt het volgende:

‘Niettegenstaande bepalingen van een andere wet, is elk bedrag dat aan de directeur verschuldigd is voor socialezekerheidsbijdragen van categorie 1 of categorie 2 krachtens het onderhavige artikel een preferente vordering die geldt, voor socialezekerheidsbijdragen van categorie 1, op de goederen van de werkgever met dezelfde rang als de salarissen van de werknemers en, voor socialezekerheidsbijdragen van categorie 2, op het vermogen van de desbetreffende zelfstandige, en wordt betaald met voorrang boven alle andere, preferente of hypothecaire, vorderingen (behalve salarissen).’

Daarnaast gaan de artikelen 2088 tot 2095 van het Burgerlijk Wetboek specifiek over de volgorde van prioriteit van de voorrechten. Deze bepalingen stellen vooral dat de vorderingen moeten worden betaald in volgorde van registratie daarvan. De hypotheken die op dezelfde dag worden geregistreerd, hebben dus theoretisch dezelfde rang.

Als bij een insolventieprocedure echter blijkt dat de activa ontoereikend zijn om de schulden te voldoen, mag de rechtbank besluiten (en besluit in de meeste gevallen) om een beschikking te geven betreffende de betaling uit de activa van de onkosten, kosten en lasten van de ontbinding en liquidatie in de prioriteitsvolgorde die hij geëigend acht, waarbij rekening wordt gehouden met de algemene prioriteitsvolgorde:

a) de kosten die rechtmatig zijn toegeschreven aan of zijn gemaakt door de official receiver of de insolventiefunctionaris voor de bescherming, uitvoering of invordering van activa van de onderneming;

b) alle andere kosten die zijn gemaakt door de official receiver of onder zijn autoriteit, met inbegrip van de kosten die zijn gemaakt bij het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten;

c) de beloning van de voorlopige bewindvoerder, indien van toepassing;

d) de kosten van de eiser en van iedere andere persoon die wordt genoemd in het verzoekschrift en waarvan de kosten zijn toegelaten door de rechtbank;

e) de beloning van de bijzondere bewindvoerder, indien van toepassing;

f) elk bedrag dat verschuldigd is aan personen die zijn aangesteld voor het opstellen van de liquidatierekening of de balans, of die toestemming hebben om daaraan bij te dragen;

g) elke schadevergoeding die wordt betaald krachtens een beschikking van de rechtbank voor de kosten en uitgaven met betrekking tot een verzoek om vrijstelling van de verplichting om een liquidatiebalans in te dienen of om verlenging van de opgelegde termijn voor het indienen daarvan;

h) alle benodigde uitgaven die door de insolventiefunctionaris worden gedaan in het kader van zijn bestuur, met inbegrip van alle kosten die door leden van de liquidatiecommissie of hun vertegenwoordigers zijn gemaakt en die door de insolventiefunctionaris zijn goedgekeurd;

i) de beloning van iedere persoon die door de insolventiefunctionaris is aangesteld voor de verlening van diensten aan de onderneming, in overeenstemming met wat de bepalingen van hoofdstuk 386 voorschrijven of goedkeuren;

j) de beloning van de official receiver en de insolventiefunctionaris.

Tijdens de insolventieprocedure stelt de insolventiefunctionaris een rapport op met daarin de volgorde van de schuldeisers en een verdelingsplan dat moet worden voorgelegd aan de rechtbank. De schuldeisers mogen hun opmerkingen indienen indien ze het niet eens zijn met de inhoud van dit rapport en de rechtbank kan correctie bevelen. Na de definitieve goedkeuring van de rang van de schuldeisers en het verdelingsplan, beveelt hij de insolventiefunctionaris over te gaan tot de betaling van de schuldeisers.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

N.v.t.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

In de allereerste plaats wordt de verdeling van de opbrengst van de tegeldemaking geregeld door artikel 531 van het Wetboek van Koophandel en de wetten die voortvloeien uit het Burgerlijk Wetboek die de rang van de schuldeisers bepalen met degenen die een wettelijk erkend voorrecht hebben en degenen die een hypotheekrecht hebben. Het gaat om preferente schuldeisers krachtens wettelijke bepalingen of een notariële akte, die een rang krijgen op basis van de datum van registratie van hun vordering of, volgens de bepalingen van artikel 535 van het Wetboek van Koophandel, in overeenstemming met de geldende wetgeving.

Vervolgens komen de gewone schuldeisers (niet ingeschreven), die pari passu worden geclassificeerd op basis van hun vordering.

Wanneer een persoon failliet is verklaard, wordt er binnen tien dagen na de verklaring een bijeenkomst georganiseerd met de rechter, de griffier, de curator, de gefailleerde en de schuldeisers om de vorderingen en de inventaris te bekijken.

Bij deze bijeenkomst wordt de gefailleerde gehoord en presenteert hij de voorwaarden van de regeling. De deelnemers kijken of de zaak daadwerkelijk voldoet aan de voorwaarden voor een regeling, in het kader waarvan een deel van de schuldeisers (die geen voorrecht, hypotheek of een pand hebben) wordt gevraagd te verschijnen in de plaats van alle schuldeisers, en hebben acht dagen de tijd om bezwaar te maken tegen het voorstel, ook individueel.

Er wordt een tweede bijeenkomst gehouden voor de rechter om over te gaan tot het stemmen over de regeling die, om te worden goedgekeurd, de steun moet krijgen van een meerderheid die driekwart van het bedrag van de vorderingen vertegenwoordigt;

Na deze procedure en wanneer de inventaris van alle schuldeisers is opgesteld, wordt er nog een bijeenkomst georganiseerd, die wederom wordt voorgezeten door de rechter, waarbij wordt voldaan aan alle wettelijk vereiste formaliteiten van openbaarheid.

Bij deze bijeenkomst zet iedere schuldeiser zijn eis uiteen; indien de curator dit betwist, moet hij aan deze laatste en aan de akkoordschuldeisers aantonen dat dit gegrond is.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Als de insolventiefunctionaris, in het kader van een insolventieprocedure, alle activa van de onderneming te gelde heeft gemaakt, of alles wat volgens hem te gelde kon worden gemaakt zonder de liquidatie onnodig te verlengen, als hij, indien van toepassing, een definitieve betaling aan de schuldeisers heeft gedaan, als hij de rechten van de bijdrageplichtigen onderling heeft betaald door, indien van toepassing, een definitieve uitkering te verstrekken en als hij het accountantsverslag heeft ingediend dat is opgesteld voor rekening van de onderneming, verleent de rechtbank, na zich ervan te hebben vergewist dat de functionaris zich heeft gehouden aan de bepalingen van hoofdstuk 386 en aan alle voorschriften die de rechter eventueel heeft opgelegd, en na controle van het verslag en eventuele bezwaren van de schuldeisers, de bijdrageplichtigen of enige andere betrokken partij, kwijting aan de insolventiefunctionaris en ontslaat hem van zijn mandaat.

Vervolgens beveelt de rechtbank dat de naam van de onderneming uit het register wordt verwijderd met ingang van de datum van de beschikking. Dit bevel wordt betekend aan de bewaarder van het register die zorgt voor de verwijdering.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Artikel 329B, lid 12, noemt de verschillende mogelijke scenario’s voor sluiting van een saneringsprocedure:

a) indien, op enig moment tijdens de saneringsprocedure, aan de bijzondere toezichthouder, na raadpleging van het comité van schuldeisers en leden, blijkt dat het niet zinnig is dat de onderneming de genoemde procedure voortzet, dient hij onverwijld bij de rechtbank een verzoek om sluiting van de procedure in waarin hij zijn redenen uitgebreid uiteenzet, waarna de rechtbank de gerechtelijke liquidatie van de onderneming uitspreekt.

Dan is de procedure van hoofdstuk 386 betreffende insolventie van ondernemingen van toepassing;

b) indien, op enig moment tijdens de saneringsprocedure, aan de bijzondere toezichthouder, na raadpleging van het comité van schuldeisers en leden, blijkt dat het beter gaat met de onderneming en dat ze in staat is om haar schulden te betalen, dient hij bij de rechtbank een met uitgebreide redenen omkleed verzoek in om te beschikken dat de saneringsprocedure wordt gesloten. Indien de rechtbank dit verzoek inwilligt, legt hij bij zijn beschikking bepalingen en voorwaarden op die hij nodig acht in de omstandigheden van de zaak.

In dat geval zet de onderneming haar activiteiten voort als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar exploitatie. De opschorting van de procedure wordt opgeheven zodra de rechtbank het bovengenoemde verzoek inwilligt;

c) indien, op enig moment tijdens de saneringsprocedure, de bestuurders van de onderneming of haar leden die zijn verenigd in een buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering, constateren dat het beter gaat met de onderneming en dat ze in staat is om haar schulden te betalen, mogen zij bij de rechtbank een verzoek met daarbij de geëigende rechtvaardigingen indienen waarin zij hun constatering bevestigen en hem vragen om te beschikken dat de saneringsprocedure wordt gesloten. Voordat de rechtbank dit verzoek inwilligt of verwerpt, raadpleegt hij de bijzondere toezichthouder. Indien de rechtbank dit verzoek inwilligt, legt hij bij zijn beschikking bepalingen en voorwaarden op die hij nodig acht in de omstandigheden van de zaak.

Net als in het eerdere geval zet de onderneming haar activiteiten voort als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar exploitatie. De opschorting van de procedure wordt opgeheven zodra de rechtbank het bovengenoemde verzoek inwilligt;

d) aan het einde van zijn mandaat verstrekt de bijzondere toezichthouder een schriftelijk eindrapport aan de rechtbank waarin hij uitgebreid zijn gemotiveerde advies uiteenzet over de vraag of er al dan niet redelijke perspectieven zijn voor behoud van de onderneming als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar, gehele of gedeeltelijke, exploitatie en om in de toekomst haar schulden naar behoren te betalen.

Indien de bijzondere toezichthouder in zijn eindrapport concludeert dat er redelijke perspectieven zijn voor het behoud van de onderneming als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar, gehele of gedeeltelijke, exploitatie, dient hij bij zijn rapport een precies en gedetailleerd saneringsplan te voegen met daarin alle voorstellen die nodig zijn om de onderneming haar activiteiten te laten voortzetten met het oog op levensvatbaarheid en continuïteit van exploitatie, samen met uitleg die nodig kan zijn om deze sanering doeltreffend te maken, in het bijzonder voorstellen met betrekking tot de financiële middelen, het behoud van banen en het toekomstige bestuur van de onderneming. In dit saneringsplan moeten ook de voorgestelde regels staan voor de betaling van de schuldeisers, volledig of voor een deel van hun vorderingen, en of er een vrijwillige regeling kon worden gesloten met alle schuldeisers, of dat de rechtbank wordt voorgesteld om een regeling te bekrachtigen die niet door alle schuldeisers is goedgekeurd.

Na ontvangst van het eindrapport en het saneringsplan mag de rechtbank vragen om alle uitleg of toelichting die hij nodig acht en die hem mondeling of schriftelijk wordt verstrekt, al naar gelang wat hij heeft aangegeven. Vervolgens kan de rechtbank het voorgestelde saneringsplan verwerpen of dit aanvaarden en geheel of gedeeltelijk goedkeuren en kan, indien nodig, verlangen dat er wijzigingen in worden aangebracht. Indien de rechtbank het saneringsplan dat de bijzondere toezichthouder bij hem heeft ingediend, met of zonder wijzigingen goedkeurt, al naar gelang wat hij besluit, wordt dit plan van kracht en geldt, in alle wettelijke opzichten, voor alle betrokken partijen. De opschorting van de procedure wordt opgeheven zodra de rechtbank het saneringsplan goedkeurt;

e) indien de rechtbank een beschikking geeft tot sluiting van de saneringsprocedure om de reden dat er geen redelijke perspectieven zijn voor het behoud van de onderneming als levensvatbare entiteit die in staat is om te zorgen voor continuïteit van haar exploitatie en om in de toekomst naar behoren haar schulden te betalen, spreekt hij de gerechtelijke liquidatie van de onderneming uit.

Dan is de procedure van hoofdstuk 386 betreffende insolventie van ondernemingen van toepassing.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Als de curator, in het kader van een faillissementsprocedure, alle activa van de onderneming te gelde heeft gemaakt, of alles wat volgens hem te gelde kon worden gemaakt zonder het faillissement onnodig te verlengen, als hij, indien van toepassing, een definitieve betaling aan de schuldeisers heeft gedaan, als hij de rechten van de bijdrageplichtigen onderling heeft betaald door, indien van toepassing, een definitieve uitkering te verstrekken en als hij het accountantsverslag heeft ingediend dat is opgesteld voor rekening van de onderneming, verleent de rechtbank, na zich ervan te hebben vergewist dat de curator zich heeft gehouden aan de bepalingen van hoofdstuk 13 en aan alle voorschriften die de rechter eventueel heeft opgelegd, en na controle van het verslag en eventuele bezwaren van de schuldeisers, de bijdrageplichtigen of enige andere betrokken partij, kwijting aan de curator en ontslaat hem van zijn mandaat.

Vervolgens beveelt de rechtbank dat de naam van het partnerschap uit het register wordt verwijderd met ingang van de datum van de beschikking. Dit bevel wordt betekend aan de bewaarder van het register die zorgt voor de verwijdering.

Wat hierboven wordt vermeld, geldt uiteraard voor partnerschappen.

Wat betreft handelaren mag de failliete handelaar, na de faillietverklaring en de verdeling van de opbrengst van de tegeldemaking, een verzoek indienen bij de griffier om voor de rechter te verschijnen; deze nodigt, op dezelfde dag, ook de schuldeisers en curator van het faillissement uit om te bepalen of de gefailleerde kan worden gerehabiliteerd als handelaar.

Indien de handelaar niet op frauduleuze of kwaadwillige wijze heeft gehandeld, kan hij zijn handelsrehabilitatie krijgen. Dat heeft tot gevolg dat de gefailleerde, als persoon en met zijn toekomstige goederen, wordt ontheven van alle vorderingen die, op enig moment vóór de faillietverklaring, tegen hem zouden kunnen zijn ingediend.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Volgens artikel 315, lid 1, van hoofdstuk 386, kan een schuldeiser beroep instellen tegen elke partij die de activiteiten van de onderneming zou hebben uitgeoefend met de bedoeling om de schuldeisers van de onderneming of die van een andere persoon te beroven of voor andere frauduleuze doeleinden. In dat geval mag de rechtbank waar het beroep aanhangig is gemaakt de personen die bewust op bovengenoemde wijze hebben deelgenomen aan de uitoefening van activiteiten, persoonlijk aansprakelijk stellen, zonder beperking van de aansprakelijkheid, voor alle of een deel van de schulden of andere verplichtingen van de onderneming, al naar gelang wat hij besluit.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Er is geen wettelijke bepaling ad hoc voor de rechten van de schuldeisers na sluiting van de insolventieprocedure.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Als de faillissementsprocedure van de handelaar of het partnerschap is gesloten, kunnen de schuldeisers geen aanspraak meer maken op enig recht, tenzij ze bewijzen dat de handelaar of het partnerschap tegenover hen op frauduleuze of kwaadwillige wijze heeft gehandeld.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

De kosten en uitgaven worden gedragen door degene die het verzoek voor instelling van de insolventieprocedure heeft ingediend of door de onderneming, al naar gelang wat de rechtbank besluit.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

In het kader van een reorganisatieprocedure (sanering van de onderneming) komen de kosten en uitgaven voor rekening van de onderneming.

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

De kosten en uitgaven worden gedragen door degene die het verzoek voor instelling van de faillissementsprocedure heeft ingediend of door de gefailleerde.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Insolventieprocedures (ondernemingen)

Artikel 303 van hoofdstuk 386 bepaalt dat alle voorrechten, hypotheken of andere lasten, of elke overdracht of andere wijze van verkoop van goederen of rechten, en elke betaling, uitvoering of andere handeling met betrekking tot de goederen of rechten die wordt uitgevoerd door een onderneming of ten opzichte daarvan, evenals elke verplichting die de onderneming is aangegaan in de zes maanden voorafgaand aan haar ontbinding worden beschouwd als een frauduleuze voorrang die aan een schuldeiser is toegekend, ongeacht of de transactie gratis of tegen betaling wordt uitgevoerd, indien het gaat om een ondergewaardeerde transactie of indien er een preferente behandeling is toegekend. In die gevallen wordt de transactie (frauduleuze voorrang) nietig.

Het begrip ‘ondergewaardeerde transactie’ wordt als volgt gedefinieerd:

a) een onderneming sluit een transactie voor een ondergewaardeerde prijs indien:

i) zij iets gratis overdraagt of een transactie uitvoert op voorwaarden waarbij zij geen enkele tegenprestatie ontvangt; of

ii) zij een transactie uitvoert voor een tegenprestatie waarvan de waarde in geld of in natura veel lager is dan de waarde in geld of in natura van datgene wat zij zelf heeft gegeven.

Het begrip preferente behandeling wordt als volgt gedefinieerd:

b) een onderneming geeft een persoon een preferente behandeling indien:

i) deze persoon een van haar schuldeisers is, of een garant of borgsteller is voor schulden of andere verplichtingen die zij is aangegaan; en

ii) zij iets doet of laat doen wat, in beide gevallen, tot gevolg heeft dat deze persoon in een positie komt die, in het geval van liquidatie van de onderneming vanwege insolventie, beter is dan de positie die hij zou hebben gehad zonder deze handeling of nalatigheid.

Op deze regel wordt een uitzondering gemaakt wanneer de persoon ten gunste van wie de transactie is aangegaan, gesloten of uitgevoerd, bewijst dat hij niet wist en geen reden had om te denken dat de onderneming het risico liep om te worden ontbonden vanwege insolventie.

Reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming)

Er is geen wettelijke bepaling ad hoc voor de ongeldigheid, nietigverklaring of nietigheid van rechtshandelingen die schadelijk zijn voor de schuldeisers in reorganisatieprocedures (sanering van de onderneming).

Faillissementsprocedures (partnerschappen en handelaren)

Er is geen wettelijke bepaling ad hoc voor de ongeldigheid, nietigverklaring of nietigheid van rechtshandelingen die schadelijk zijn voor de schuldeisers in procedures voor faillissement of sanering.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/02/2018

Insolventie - Roemenië

INHOUDSOPGAVE


De hier gegeven informatie heeft geen betrekking op insolventieprocedures voor natuurlijke personen die geen ondernemers maar consumenten zijn. Wet 151/2015 inzake insolventieprocedures met betrekking tot natuurlijke personen (Legea nr. 151/2015 privind procedura insolvenţei persoanelor fizice) is nog niet toegepast — de invoering ervan is uitgesteld tot 31 december 2016 — en de procedures zijn niet ter kennis van de Commissie gebracht voor opname in de bijlagen bij Verordening (EU) 2015/848.

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

De procedures die zijn uiteengezet in Wet 85/2014 inzake procedures ter voorkoming van insolventie en insolventieprocedures (Legea nr. 85/2014 privind procedurile de prevenire a insolvenţei şi de insolvenţă) zijn van toepassing op ondernemers (profesionişti) zoals omschreven in artikel 3, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van degenen die een vrij beroep uitoefenen en degenen die in geval van insolventie aan speciale regels zijn onderworpen (artikel 3).

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Indien de procedure wordt ingeleid op verzoek van een schuldenaar, moet er sprake zijn van een staat van insolventie waarin de beschikbare middelen niet toereikend zijn om schulden te betalen die zeker, liquide en opeisbaar zijn en minder bedragen dan 40 000 RON; indien de procedure wordt ingeleid op verzoek van een schuldeiser, moet er sprake zijn van een staat van insolventie waarin de beschikbare middelen niet toereikend zijn om een schuldvordering te voldoen die zeker, liquide en opeisbaar is en meer bedraagt dan 40 000 RON (niet-betaling van de schuld nadat zestig dagen zijn verstreken, te rekenen vanaf de vervaldatum).

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Het vermogen van de schuldenaar bestaat uit alle activa en eigendomsrechten, met inbegrip van die welke tijdens de insolventieprocedure zijn verworven, die kunnen worden onderworpen aan gedwongen terugvordering (executare silită) op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikel 5, lid 5, van Wet 85/2014).

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Nadat de insolventieprocedure is ingeleid, worden een bijzondere bewindvoerder (administrator special) en een insolventiefunctionaris (practician în insolvenţă) benoemd. Afhankelijk van het soort procedure is de insolventiefunctionaris een bewindvoerder (administrator judiciar) bij een reorganisatie onder toezicht van de rechtbank, of een door de rechtbank aangewezen vereffenaar (lichidator judiciar) bij een liquidatie (faliment).

De bijzondere bewindvoerder (administrator special) is een door de algemene vergadering van aandeelhouders, vennoten of leden van de schuldenaar benoemde natuurlijke of rechtspersoon die is gemachtigd om hun belangen te behartigen in de procedure en, indien de schuldenaar zelf het beheer over zijn zaken mag voeren, om namens en voor rekening van de schuldenaar de noodzakelijke beheersdaden te verrichten (artikel 5, lid 4, van Wet 85/2014).

De bijzondere bewindvoerder heeft de volgende taken:

a) als vertegenwoordiger van de schuldenaar deelnemen aan de behandeling van vorderingen als bedoeld in de artikelen 117 tot en met 122 of van vorderingen die voortvloeien uit niet-naleving van artikel 84;

b) bezwaar aantekenen volgens de in de wet geregelde procedure;

c) een reorganisatieplan voorstellen;

d) nadat een plan is bevestigd, en mits de schuldenaar niet het recht is ontnomen om het beheer over zijn zaken te voeren, de zaken van de schuldenaar regelen onder toezicht van de bewindvoerder;

e) nadat de liquidatieprocedure is ingeleid, deelnemen aan de inventarisatie en ondertekenen van de inventarislijst, ontvangen van het definitieve verslag en het financiële overzicht, en deelnemen aan de vergadering die is bijeengeroepen ten behoeve van het afhandelen van bezwaren en het goedkeuren van het verslag;

f) ontvangen van een kennisgeving van beëindiging van de procedure.

Indien de schuldenaar het recht is ontnomen om het beheer over zijn zaken te voeren, wordt hij vertegenwoordigd door de bewindvoerder of de vereffenaar, die ook met de bedrijfsvoering is belast; de taak van de bijzondere bewindvoerder blijft dan beperkt tot het behartigen van de belangen van de aandeelhouders, vennoten of leden (artikel 56 van Wet 85/2014).

Bewindvoerder (administrator judiciar)

Een bewindvoerder kan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon zijn (of de vertegenwoordiger van de rechtspersoon) en moet een insolventiefunctionaris krachtens de wet zijn. De belangrijkste taken van de bewindvoerder zijn:

a) beoordelen van de economische situatie van de schuldenaar en de ingediende documenten, opstellen van een verslag waarin de inleiding van een vereenvoudigde procedure of de voortzetting van de controleperiode als onderdeel van de gewone procedure wordt voorgesteld, en dat verslag ter goedkeuring voorleggen aan de rechter-commissaris (judecător-sindic) binnen een door de rechter vastgestelde termijn van ten hoogste twintig dagen, te rekenen vanaf de benoeming van de bewindvoerder;

b) beoordelen van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar en opstellen van een gedetailleerd verslag met daarin een uiteenzetting van de oorzaken en omstandigheden die tot de staat van insolventie hebben geleid, met vermelding van eventuele voorlopige bewijzen of aanwijzingen met betrekking tot de personen aan wie die staat mogelijkerwijs kan worden toegerekend en de aanwezigheid van gronden om hen aansprakelijk te stellen, en een onderzoek naar de vraag of er een reële mogelijkheid is om de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar te reorganiseren of een uiteenzetting van de redenen waarom een reorganisatie niet mogelijk zou zijn, en opnemen van het verslag in het dossier binnen een door de rechter-commissaris vastgestelde termijn van ten hoogste veertig dagen, te rekenen vanaf de benoeming van de bewindvoerder;

c) indien de schuldenaar niet heeft voldaan aan zijn verplichting om zijn boekhouding over te leggen binnen de wettelijke termijnen, deze bescheiden opstellen, en indien de boekhouding door de schuldenaar is overgelegd, deze controleren, corrigeren en afronden;

d) opstellen van een plan voor de reorganisatie van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar, afhankelijk van de inhoud van het in punt a) bedoelde verslag;

e) toezicht houden op de vermogensbeheeractiviteiten van de schuldenaar;

f) leiding geven aan het bedrijf van de schuldenaar, of aan een deel daarvan; in dit laatste geval moeten de uitdrukkelijke aanwijzingen van de rechter-commissaris met betrekking tot de taken van de bewindvoerder en de voorwaarden voor de uitvoering van betalingen van de activarekening van de schuldenaar in acht worden genomen;

g) bijeenroepen en voorzitten van en secretariaatswerkzaamheden verzorgen voor vergaderingen van schuldeisers of van de aandeelhouders, vennoten of leden van een schuldenaar die een rechtspersoon is;

h) indienen van vorderingen tot nietigverklaring van frauduleuze handelingen of transacties van de schuldenaar die nadelige gevolgen voor de rechten van de schuldeisers hebben en van bepaalde overdrachten van activa, door de schuldenaar verrichte zakelijke transacties en door de schuldenaar verstrekte garanties die de rechten van de schuldeisers kunnen schaden;

i) de rechter-commissaris onverwijld in kennis stellen indien de bewindvoerder vaststelt dat de schuldenaar geen activa bezit of indien de activa ontoereikend zijn om de gerechtskosten te dekken;

j) beëindigen van bepaalde overeenkomsten die door de schuldenaar zijn afgesloten;

k) verifiëren van en, waar van toepassing, bezwaar maken tegen schuldvorderingen, in kennis stellen van de schuldeisers wanneer hun schuldvordering niet of slechts ten dele is toegelaten, en opstellen van de lijsten van schuldvorderingen;

l) invorderen van schuldvorderingen, toezien op de invordering van schuldvorderingen met betrekking tot de activa van de schuldenaar of geldsommen die door de schuldenaar zijn overgedragen voordat de procedure werd ingeleid, en indienen en behandelen van vorderingen tot invordering van schuldvorderingen van de schuldenaar, waartoe hij gebruik kan maken van de diensten van advocaten;

m) compromissen sluiten, schulden kwijtschelden, ontheffing van borgtochten verlenen en afstand doen van zekerheden, behoudens bevestiging door de rechter-commissaris;

n) de rechter-commissaris in kennis stellen van alle kwesties waarover deze een besluit moet nemen;

o) opmaken van een inventaris van de activa van de schuldenaar;

p) opdracht geven tot waardering van de activa van de schuldenaar, af te ronden vóór de datum die is vastgesteld voor het indienen van de definitieve lijst van schuldvorderingen;

q) verzenden van een mededeling, ter publicatie in het Bulletin van insolventieprocedures, met betrekking tot de opname van het waarderingsverslag in het dossier, binnen twee dagen na de opname.

De rechter-commissaris kan bij besluit (încheiere) de bewindvoerder belasten met andere taken naast die welke in de eerste alinea zijn genoemd, met uitzondering van de taken die bij wet onder de uitsluitende bevoegdheid van de rechtbank vallen.

De bewindvoerder dient maandelijks een verslag in met daarin een uiteenzetting van de wijze waarop hij zijn taken heeft vervuld, een verantwoording van de uitgaven voor de administratie van de procedure en andere uit de activa van de schuldenaar betaalde kosten en, waar van toepassing, een beschrijving van de voortgang van de inventarisatie.

Om zijn taken te verrichten kan de bewindvoerder gebruikmaken van de diensten van professionals, zoals advocaten, accountants, taxateurs of andere specialisten. De bewindvoerder en ieder van de schuldeisers kunnen bezwaar maken tegen de waarderingsverslagen die in de zaak zijn opgesteld.

Vereffenaar (lichidator judiciar)

Indien de rechter-commissaris liquidatie gelast, benoemt hij een vereffenaar om de liquidatie ten uitvoer te brengen. De taken van een bewindvoerder komen ten einde op de datum waarop de rechter-commissaris de taken van de vereffenaar vaststelt. De belangrijkste taken van de vereffenaar zijn:

a) beoordelen van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar ten aanzien van wie de vereenvoudigde procedure wordt ingeleid, op basis van de feitelijke situatie, en opstellen van een gedetailleerd verslag over de oorzaken en omstandigheden die tot de insolventie hebben geleid, met vermelding van de personen aan wie de staat van insolventie mogelijkerwijs kan worden toegerekend en de aanwezigheid van gronden om hen aansprakelijk te stellen;

b) leiding geven aan het bedrijf van de schuldenaar;

c) indienen van vorderingen tot nietigverklaring van frauduleuze handelingen en transacties van de schuldenaar die nadelige gevolgen voor de rechten van de schuldeisers hebben en van bepaalde overdrachten van activa, door de schuldenaar verrichte zakelijke transacties en door de schuldenaar vastgestelde voorkeursgronden waarvan mag worden aangenomen dat zij de rechten van de schuldeisers zullen schaden;

d) aanbrengen van verzegeling, opmaken van een inventaris van de activa en treffen van passende maatregelen om deze te beschermen;

e) beëindigen van bepaalde contracten die door de schuldenaar zijn afgesloten;

f) verifiëren van en, waar van toepassing, bezwaar maken tegen schuldvorderingen, in kennis stellen van de schuldeisers wanneer hun schuldvorderingen niet of slechts ten dele zijn toegelaten, en opstellen van de lijsten van schuldvorderingen;

g) toezien op invordering van schuldvorderingen met betrekking tot de activa van de schuldenaar die voortvloeien uit de overdracht van activa of geldsommen door de schuldenaar voordat de procedure werd ingeleid, invorderen van schuldvorderingen, en indienen en behandelen van vorderingen tot invordering van schuldvorderingen van de schuldenaar, waartoe hij gebruik kan maken van de diensten van advocaten;

h) betalingen namens de schuldenaar in ontvangst nemen en boeken op diens activarekening;

i) verkopen van activa van de schuldenaar overeenkomstig deze wet;

j) behoudens bevestiging door de rechter-commissaris, compromissen sluiten, schulden kwijtschelden, ontheffing van borgtochten verlenen en afstand doen van zekerheden;

k) de rechter-commissaris in kennis stellen van alle kwesties waarover deze een besluit moet nemen;

l) verrichten van alle overige taken die zijn opgelegd bij besluit van de rechter-commissaris.

In de procedure voor een akkoord met schuldeisers (concordat preventiv) neemt de schuldenaar deel aan de procedure via zijn wettelijke of overeengekomen vertegenwoordigers.

De beheerder van een akkoord met schuldeisers (administrator concordatar) heeft de volgende taken:

a) opstellen van de lijst van schuldeisers, waaronder schuldeisers wier schuldvorderingen zijn betwist of onderwerp van een geding zijn, en de lijst van schuldeisers die het akkoord hebben ondertekend; wanneer een schuldeiser een schuldvordering heeft op schuldenaren die hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van de procedure voor een akkoord met schuldeisers, wordt die schuldeiser op de lijst van schuldeisers geplaatst voor de nominale waarde van de schuldvordering totdat deze volledig is gedekt;

b) opstellen, samen met de schuldenaar, van het voorstel voor een akkoord en de onderdelen ervan of het ontwerpakkoord en het invorderingsplan;

c) nemen van maatregelen om een minnelijke schikking te treffen voor eventuele geschillen tussen de schuldenaar en de schuldeisers of tussen schuldeisers onderling;

d) zich wenden tot de rechter-commissaris voor goedkeuring van het akkoord;

e) toezien op de nakoming van de verplichtingen die de schuldenaar in het akkoord is aangegaan;

f) de vergadering van schuldeisers die partij zijn bij het akkoord onverwijld in kennis stellen wanneer de schuldenaar zijn verplichtingen niet of niet naar behoren nakomt;

g) maandelijks of driemaandelijks opstellen van verslagen over de werkzaamheden van de beheerder van het akkoord en de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar en toezenden daarvan aan de vergadering van schuldeisers die partij zijn bij het akkoord; in het verslag van de beheerder van het akkoord moet de beheerder ook zijn oordeel over het al dan niet aanwezig zijn van redenen voor een vroegtijdige beëindiging van het akkoord opnemen;

h) bijeenroepen van de vergadering van schuldeisers die partij zijn bij het akkoord;

i) zich tot de rechtbank wenden om de procedure voor een akkoord met schuldeisers te beëindigen;

j) uitvoeren van alle andere in dit hoofdstuk bedoelde taken waarin het akkoord met schuldeisers voorziet of die door de rechter-commissaris zijn vastgesteld (artikel 19 van Wet 85/2014).

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

De inleiding van een insolventieprocedure laat het recht van een schuldeiser onverlet om zich te beroepen op verrekening van zijn schuldvordering met een schuldvordering van de schuldenaar op die schuldeiser indien aan de bij wet vastgelegde vereisten voor wettelijke verrekening wordt voldaan op de datum van inleiding van de procedure. De verrekening kan ook worden geregistreerd door de bewindvoerder of de vereffenaar.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Lopende contracten blijven van kracht wanneer de procedure wordt ingeleid. Elke clausule in een contract die voorziet in beëindiging, ontneming van het voordeel van de looptijd van het contract of vervroegde opeisbaarheid, op grond van het inleiden van een insolventieprocedure, is nietig. De regel dat lopende contracten van kracht blijven en dat clausules voor beëindiging of voor vervroeging van verplichtingen nietig zijn, is niet van toepassing op gekwalificeerde financiële contracten en evenmin op bilaterale verrekeningstransacties in het kader van een gekwalificeerd financieel contract of een bilaterale verrekeningsovereenkomst.

Om de waarde van de activa van de schuldenaar te maximaliseren kan de bewindvoerder of de vereffenaar, binnen een termijn van drie maanden na de inleiding van de procedure, contracten, lopende huurovereenkomsten en alle andere langlopende verbintenissen beëindigen, zolang deze nog niet volledig of in aanzienlijke mate door alle betrokken partijen zijn uitgevoerd. Wanneer een contract aldus wordt beëindigd, kan de wederpartij een vordering tot schadevergoeding tegen de schuldenaar indienen.

Indien een contractant binnen de eerste drie maanden na de inleiding van de procedure een kennisgeving doet waarin hij de bewindvoerder of de vereffenaar verzoekt het contract te beëindigen, moet de bewindvoerder of de vereffenaar binnen dertig dagen na ontvangst antwoorden, bij gebreke waarvan het contract wordt geacht te zijn beëindigd en de bewindvoerder of de vereffenaar niet langer uitvoering kan vorderen.

De wet regelt ook de status van enkele specifieke soorten contracten, zoals die welke betrekking hebben op de levering van nutsvoorzieningen, leasecontracten of kaderverrekeningsovereenkomsten.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Vanaf de datum van mededeling van het besluit tot goedkeuring van een akkoord met schuldeisers, worden door ondertekenende schuldeisers tegen schuldenaren aanhangig gemaakte individuele procedures en de termijn voor het recht om tenuitvoerlegging van hun schuldvorderingen op de schuldenaar aan te vragen, van rechtswege opgeschort.

Er vindt geen opschorting plaats van rente, boeten en andere kosten met betrekking tot de schuldvorderingen van ondertekenende schuldeisers, behalve wanneer zij uitdrukkelijk schriftelijk met het tegendeel hebben ingestemd. Een dergelijke instemming wordt vermeld in het ontwerpakkoord met de schuldeisers.

In de beschikking waarin het akkoord met schuldeisers wordt goedgekeurd, worden door de rechter-commissaris alle invorderingsprocedures opgeschort.

Op verzoek van de beheerder van het akkoord kan de rechter-commissaris, op voorwaarde dat de schuldenaar garanties aan de schuldeisers heeft verstrekt, aan schuldeisers die het akkoord niet hebben ondertekend uitstel van de vervaldatum van hun schuldvordering met ten hoogste 18 maanden opleggen. Binnen deze termijn zijn geen rente, boeten of andere kosten met betrekking tot de schuldvordering verschuldigd. De regel inzake uitstel van de vervaldatum van de schuldvordering is niet van toepassing op gekwalificeerde financiële contracten en bilaterale verrekeningstransacties in het kader van een gekwalificeerd financieel contract of een bilaterale verrekeningsovereenkomst.

Het akkoord met schuldeisers is rechtsgeldig tegenover publiekrechtelijke schuldeisers (creditori bugetari), op voorwaarde dat de wettelijke bepalingen inzake overheidssteun in het nationale en het Europese recht worden nageleefd.

Tijdens de looptijd van een goedgekeurd akkoord met schuldeisers kan geen insolventieprocedure tegen de schuldenaar worden ingeleid.

Elke schuldeiser die tijdens de procedure een executoriale titel tegen de schuldenaar verkrijgt, kan om toetreding tot het akkoord verzoeken of kan zijn schuldvordering invorderen met andere middelen waarin de wet voorziet.

Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures en alle maatregelen voor invordering van schuldvorderingen op de activa van de schuldenaar worden van rechtswege opgeschort vanaf de inleiding van de insolventieprocedure. De schuldeisers kunnen hun rechten slechts uitoefenen in het kader van de insolventieprocedure, door het indienen van een verzoek om toelating van hun schuldvorderingen. Bij de inleiding van de procedure worden alle termijnen voor het instellen van vorderingen opgeschort.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures en alle eventuele maatregelen voor invordering van schuldvorderingen op de activa van de schuldenaar worden van rechtswege opgeschort vanaf de inleiding van de insolventieprocedure.

De volgende procedures worden niet opgeschort:

a) beroepen van de schuldenaar tegen procedures die door een of meerdere schuldeisers vóór de inleiding van de procedure aanhangig zijn gemaakt, en civiele rechtszaken in combinatie met strafrechtelijke vervolging (acţiunile civile din procesele penale) tegen een schuldenaar;

b) rechtszaken tegen medeschuldenaren en/of derde-garantiegevers;

c) buitengerechtelijke procedures voor sportcommissies binnen sportfederaties die functioneren in het kader van Wet 69/2000 inzake lichamelijke opvoeding en sport (Legea educaţiei fizice şi sportului nr. 69/2000), zoals later gewijzigd en aangevuld, betreffende de eenzijdige terugtrekking van spelers uit individuele arbeidsovereenkomsten of civiele overeenkomsten en sportsancties die op dergelijke situaties van toepassing zijn, en andere geschillen betreffende het recht van spelers om aan wedstrijden deel te nemen.

Er zij op gewezen dat deze opschorting van procedures alleen van toepassing is op rechtszaken die betrekking hebben op schuldvorderingen op de activa van de schuldenaar, en niet op die welke betrekking hebben op niet-vermogensrechten en -verplichtingen. Deze procedures worden voortgezet bij de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

In de vergadering van schuldeisers komen alle schuldeisers van de insolvente schuldenaar bijeen.

Deze vergadering van schuldeisers (adunarea creditorilor) wordt bijeengeroepen en voorgezeten door de bewindvoerder of de vereffenaar. Bekende schuldeisers worden door de bewindvoerder of de vereffenaar bijeengeroepen in de gevallen waarin de wet uitdrukkelijk voorziet, wanneer zulks is vereist.

Schuldeisers worden opgeroepen door middel van een mededeling in het Bulletin van insolventieprocedures. In die mededeling, die ten minste vijf dagen vóór de vergadering moet worden gedaan, dient de agenda van de vergadering te worden vermeld. Schuldeisers kunnen zich ter vergadering laten vertegenwoordigen door een gemachtigde met een specifieke en authentieke volmacht of, in het geval van publiekrechtelijke schuldeisers en andere rechtspersonen, een gedelegeerde handeling die is ondertekend door het hoofd van de eenheid. Tenzij dit bij wet uitdrukkelijk verboden is, kunnen schuldeisers ook per brief stemmen.

Tenzij de wet een bijzondere meerderheid vereist, kan de vergadering van schuldeisers rechtsgeldige besluiten nemen mits de vergadering wordt bijgewoond door houders van schuldvorderingen die ten minste 30 % van de totale waarde van de schuldvorderingen met stemrecht ten aanzien van de activa van de schuldenaar vertegenwoordigen, en de meerderheid, naar de waarde van de schuldvordering, van de aanwezige houders van schuldvorderingen met stemrecht uitdrukkelijk voor de besluiten van de vergadering stemt. Een stem onder voorwaarden wordt als een tegenstem beschouwd. Ook schuldeisers die per brief een geldige stem uitbrengen, worden geacht aanwezig te zijn.

Nadat de eerste vergadering is bijeengeroepen, kunnen de rechter-commissaris en vervolgens de schuldeisers een commissie benoemen die, afhankelijk van het aantal schuldeisers, bestaat uit drie of vijf schuldeisers die zijn gekozen uit degenen die stemrecht bezitten en preferente vorderingen, financiële vorderingen en niet-zekergestelde vorderingen hebben, in volgorde van de waarde daarvan. De commissie van schuldeisers (comitetul creditorilor) is met de volgende taken belast:

a) beoordelen van de situatie van de schuldenaar en aanbevelingen doen aan de vergadering van schuldeisers met betrekking tot de voortzetting van de bedrijfsvoering van de schuldenaar en voorgestelde reorganisatieplannen;

b) onderhandelen over de benoemingsvoorwaarden met de bewindvoerder of de vereffenaar die de schuldeisers graag benoemd zouden zien door de rechtbank;

c) kennis nemen van de verslagen die zijn opgesteld door de bewindvoerder of de vereffenaar, deze beoordelen en, waar van toepassing, daartegen bezwaar aantekenen;

d) verslagen opstellen die aan de vergadering van schuldeisers worden voorgelegd, met betrekking tot de door de bewindvoerder of de vereffenaar genomen maatregelen en het effect ervan, en andere beargumenteerde maatregelen voorstellen;

e) verzoeken om de schuldenaar het recht te ontnemen het beheer over zijn zaken te voeren;

f) juridische stappen ondernemen om bepaalde frauduleuze handelingen of transacties die de schuldenaar ten nadele van de schuldeisers heeft verricht, nietig te verklaren wanneer deze juridische stappen niet door de bewindvoerder of de vereffenaar zijn ondernomen.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Afhankelijk van de specifieke situatie van de schuldenaar en van de vraag of de schuldenaar al dan niet het recht is ontnomen om het beheer over zijn zaken te voeren, heeft de insolventiefunctionaris de volgende taken.

Een bewindvoerder ziet toe op de vermogensbeheeractiviteiten van de schuldenaar. Hij geeft leiding aan het bedrijf van de schuldenaar, of aan een deel daarvan; in dit laatste geval moeten de uitdrukkelijke aanwijzingen van de rechter-commissaris met betrekking tot de taken van de bewindvoerder en de voorwaarden voor de uitvoering van betalingen van de activarekening van de schuldenaar in acht worden genomen.

Hij vordert schuldvorderingen in, sluit compromissen, maakt de inventaris op en verkoopt activa die aan de schuldenaar toebehoren.

De schuldenaar kan uitsluitend over de activa beschikken wanneer hij het recht heeft behouden om zijn zaken te beheren, en uitsluitend binnen de grenzen van zijn huidige bedrijf; hierop wordt toezicht gehouden door de bewindvoerder.

Nadat de liquidatieprocedure is ingeleid, voert een vereffenaar het beheer over het bedrijf van de schuldenaar, beëindigt hij contracten, vordert hij schuldvorderingen in, verkoopt hij de activa, sluit hij compromissen, ontvangt hij betalingen op de rekening van de schuldenaar enz. Bij een liquidatie kan uitsluitend de vereffenaar over de activa van de schuldenaar beschikken.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Alle schuldeisers wier schuldvorderingen van vóór de inleiding van de procedure dateren — met uitzondering van werknemers, wier vorderingen door de bewindvoerder op basis van de boekhouding worden geregistreerd — moeten binnen een in de openingsbeschikking van de procedure vastgestelde termijn een verzoek om toelating van hun vordering indienen en de nodige bewijsstukken bijvoegen. Alle schuldvorderingen die voor toelating en registratie bij de griffie van de rechtbank worden ingediend, worden verondersteld geldig en correct te zijn indien zij niet worden betwist door de schuldenaar, de bewindvoerder of de schuldeisers. De schuldvorderingen op de lijst van schuldvorderingen worden als onderdeel van de insolventieprocedure voldaan in de wettelijk vastgestelde volgorde van uitdeling.

Schuldvorderingen die ontstaan na de inleiding van de procedure, in de observatieperiode of in de loop van de juridische reorganisatieprocedure worden voldaan overeenkomstig de desbetreffende bewijsstukken en hoeven niet in de insolvente boedel te worden opgenomen. Deze regel is ook van toepassing op schuldvorderingen die ontstaan na de inleiding van de liquidatieprocedure.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Behalve werknemers, wier schuldvorderingen door de bewindvoerder op basis van de boekhouding worden geregistreerd, moeten alle schuldeisers wier schuldvorderingen van vóór de inleiding van de procedure dateren, binnen een in de openingsbeschikking van de procedure vastgestelde termijn een verzoek om toelating van hun schuldvordering indienen. Het verzoek moet de volgende gegevens bevatten: naam en woonadres of vestigingsplaats van de schuldeiser, het verschuldigde bedrag, de gronden van de schuldvordering en nadere gegevens over potentiële gronden voor een preferentiële rangorde. De documenten ter onderbouwing van de schuldvordering en eventuele gronden voor een preferentiële rangorde moeten uiterlijk op de uiterste datum voor de indiening van het verzoek zelf bij het verzoek worden gevoegd.

Een verzoek om toelating van een schuldvordering moet ook worden ingediend als voor de schuldvordering geen executoriale titel is verkregen. Schuldvorderingen die op de datum van inleiding van de procedure nog niet opeisbaar zijn of waaraan voorwaarden zijn verbonden, worden toegelaten voor opname in de insolvente boedel.

Wanneer wordt verzocht om toelating van een schuldvordering die door een benadeelde partij in een civiele rechtszaak in combinatie met strafrechtelijke vervolging is ingediend, wordt de schuldvordering geregistreerd, behoudens opschorting in afwachting van een definitieve afwikkeling van de procedure ten gunste van de benadeelde partij.

Preferente schuldvorderingen worden op de definitieve lijst geplaatst tot maximaal de marktwaarde van de garantie, zoals vastgesteld door een taxateur (evaluator) in opdracht van de bewindvoerder of de vereffenaar.

Alle schuldvorderingen worden onderworpen aan de controleprocedure, behalve vorderingen die zijn vastgesteld in uitvoerbare beslissingen en uitvoerbare arbitrale vonnissen; de controleprocedure is evenmin van toepassing op publiekrechtelijke schuldvorderingen die voortvloeien uit een executoriale titel die binnen de in de specifieke wetgeving vastgestelde termijnen niet is betwist.

De bewindvoerder of de vereffenaar stelt een voorlopige lijst van schuldvorderingen op, die voor de rechter-commissaris kan worden betwist door iedere belanghebbende partij, schuldenaar of schuldeiser. Behalve wanneer de inleiding van de procedure ter kennis is gebracht in strijd met de regels inzake dagvaardingen en kennisgeving van procedurele handelingen, verliest de houder van een vóór de inleiding van de procedure ontstane schuldvordering die niet binnen de vastgestelde termijn — de termijn is in de kennisgeving vermeld en is niet langer dan 45 dagen, te rekenen vanaf de inleiding van de procedure — een verzoek om toelating van de schuldvordering indient, het recht om op de lijst van schuldeisers te worden geplaatst en verwerft hij evenmin de positie van schuldeiser die aan de procedure met betrekking tot die schuldvordering mag deelnemen. Nadat de procedure is beëindigd heeft de schuldeiser niet het recht de schuldvordering ten uitvoer te leggen tegen de schuldenaar, of tegen leden of vennoten van een rechtspersoon-schuldenaar die onbeperkt aansprakelijk zijn, tenzij de schuldenaar is veroordeeld voor eenvoudige bankbreuk (bancrută simplă) of bedrieglijke bankbreuk (bancrută frauduloasă), of verantwoordelijk wordt gehouden voor frauduleuze betalingen of overmakingen. Het verlies van het recht wordt vastgesteld door de bewindvoerder of de vereffenaar, die de schuldeiser niet op de lijst van schuldeisers plaatst.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De middelen uit de verkoop van activa en rechten uit de boedel van de schuldenaar waarvoor zekerheden zijn gesteld ten gunste van de schuldeiser op preferentiële basis, worden in onderstaande volgorde verdeeld:

  1. leges, zegelrechten en alle andere uitgaven in verband met de verkoop van de betrokken activa, met inbegrip van kosten voor instandhouding en beheer van die activa, door de schuldeiser gemaakte kosten in het kader van de invorderingsprocedure, schuldvorderingen van leveranciers van nutsvoorzieningen die na de inleiding van de procedure ontstaan, en beloningen die op de datum van verdeling zijn verschuldigd aan personen die werkzaam zijn in het gemeenschappelijke belang van alle schuldeisers; deze uitgaven en kosten worden op pro rata-basis gedragen in verhouding tot de waarde van alle activa van de schuldenaar;
  2. schuldvorderingen van preferente schuldeisers die tijdens de insolventieprocedure ontstaan; deze schuldvorderingen omvatten onder meer kapitaal, rente en andere extra kosten, voor zover van toepassing;
  3. schuldvorderingen van preferente schuldeisers, met inbegrip van het gehele kapitaal, rente en verhogingen en boeten ongeacht van welke aard.

Indien het met de verkoop van deze activa verkregen bedrag ontoereikend is om de betrokken schuldvorderingen volledig te voldoen, hebben de schuldeisers in voorkomend geval een niet-zekergestelde of publiekrechtelijke schuldvordering voor het verschil, die wordt gerangschikt ten opzichte van de andere schuldvorderingen in de desbetreffende categorie. Indien na betaling van de eerder genoemde bedragen een overschot resteert, wordt dit door de vereffenaar op de boedelrekening van de schuldenaar gestort. Schuldvorderingen bij liquidatie worden in onderstaande volgorde voldaan:

1. leges, zegelrechten en alle andere uitgaven in verband met procedures op grond van dezelfde titel van de wet, met inbegrip van kosten voor instandhouding en beheer van de activa van de schuldenaar, voortzetting van de bedrijfsactiviteiten en betaling van de beloning van de personen die werkzaam zijn ten behoeve van de procedure;

2. schuldvorderingen die voortvloeien uit financieringen die tijdens de procedure zijn toegekend;

3. schuldvorderingen die voortvloeien uit arbeidsverhoudingen;

4. schuldvorderingen die voortvloeien uit de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar na de inleiding van de procedure, schuldvorderingen van medecontractanten en van derde-verkrijgers te goeder trouw of onderverkrijgers die hun activa of de waarde terugstorten in de boedel van de schuldenaar;

5. publiekrechtelijke schuldvorderingen;

6. schuldvorderingen voor bedragen die de schuldenaar aan derden is verschuldigd op grond van onderhoudsverplichtingen, toelagen voor minderjarige kinderen of de betaling van periodieke uitkeringen als middelen van bestaan;

7. schuldvorderingen voor bedragen die door de rechter-commissaris zijn vastgesteld om de schuldenaar en zijn gezin te ondersteunen, indien de schuldenaar een natuurlijke persoon is;

8. schuldvorderingen die voortvloeien uit bankleningen, met de daaraan verbonden kosten en rente, schuldvorderingen die voortvloeien uit de levering van goederen, de verlening van diensten of andere werkzaamheden, schuldvorderingen in verband met huur en schuldvorderingen met betrekking tot leaseovereenkomsten, met inbegrip van obligaties;

9. andere niet-zekergestelde schuldvorderingen;

10. achtergestelde schuldvorderingen, in onderstaande volgorde:

a) schuldvorderingen die voortvloeien uit de activa van derden die te kwader trouw goederen van de schuldenaar hebben verworven, schuldvorderingen van onderverkrijgers te kwader trouw na de toelating van vorderingen tot nietigverklaring, en leningen die aan een rechtspersoon-schuldenaar zijn verstrekt door een vennoot of aandeelhouder die ten minste 10 % van het aandelenkapitaal of van de stemrechten op de algemene vergadering bezit of, waar van toepassing, door een lid van een economisch samenwerkingsverband (grupu de interes economic);

b) schuldvorderingen die voortvloeien uit handelingen om niet.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Indien de procedure voor een akkoord met schuldeisers uiterlijk bij het verstrijken van de in het contract vastgestelde termijn met succes wordt afgerond, neemt de rechter-commissaris een besluit houdende de verwezenlijking van de doelstellingen van het akkoord. De wijzigingen in de schuldvorderingen uit het akkoord met schuldeisers worden vervolgens definitief (artikel 36 van Wet 85/2014).

De procedure voor een reorganisatie met voortzetting van de bedrijfsactiviteiten of voor een geplande liquidatie (lichidare pe bază de plan) wordt beëindigd met een besluit op basis van een verslag, opgesteld door de bewindvoerder, waarin wordt vastgesteld dat alle in het bevestigde plan aangegane betalingsverplichtingen zijn nagekomen en dat alle opeisbare schuldvorderingen zijn voldaan. Indien een op reorganisatie gerichte procedure daarna wordt omgezet in een liquidatieprocedure, wordt de procedure beëindigd overeenkomstig de regels inzake liquidatieprocedures. Vanaf de datum van bevestiging van een plan voor reorganisatie onder toezicht van de rechtbank, en voor de duur van de reorganisatie, wordt de schuldenaar kwijting verleend voor het verschil tussen de waarde van zijn verplichtingen vóór de bevestiging van het plan en de waarde die in het plan is opgenomen.

Een liquidatieprocedure wordt beëindigd wanneer de rechter-commissaris het definitieve verslag heeft goedgekeurd, wanneer alle gelden en activa uit de boedel van de schuldenaar zijn uitgedeeld en wanneer de niet-geclaimde gelden bij de bank in bewaring zijn gegeven. Na beëindiging van de procedure wordt een beschikking gegeven om de inschrijving van de schuldenaar in de betreffende registers door te halen.

Door de beëindiging van de procedure worden de rechter-commissaris, de bewindvoerder of de vereffenaar en alle personen die hen hebben bijgestaan, ontheven van hun taken of verplichtingen met betrekking tot de procedure, de schuldenaar en de boedel van de schuldenaar, schuldeisers, houders van voorkeursrechten, aandeelhouders of vennoten.

Door de beëindiging van de liquidatieprocedure wordt een schuldenaar die een natuurlijke persoon is (en deelneemt aan economische activiteiten) ontheven van zijn verplichtingen die vóór de liquidatie zijn ontstaan, tenzij hij is veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk of voor frauduleuze betalingen of overmakingen, in welke laatstgenoemde situaties hij slechts van zijn verplichtingen wordt ontheven voor zover deze zijn nagekomen in het kader van de procedure.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Na de beëindiging van een insolventieprocedure van welke aard dan ook, kunnen schuldeisers zich niet op de schuldenaar verhalen voor schuldvorderingen die zijn ontstaan vóór de inleiding van de insolventieprocedure.

Schuldeisers kunnen de medeschuldenaren en de borgen van de schuldenaar nog wel aanspreken voor de volledige waarde van de schuldvorderingen.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Alle kosten die voortvloeien uit wettelijk vastgestelde procedures, met inbegrip van die welke betrekking hebben op kennisgeving, uitnodigingen en mededeling van processtukken door de bewindvoerder of de vereffenaar, komen voor rekening van de boedel van de schuldenaar (artikel 39 van Wet 85/2014). Indien de financiële middelen van de schuldenaar ontoereikend zijn, wordt een beroep gedaan op het liquidatiefonds (fondul de lichidare).

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De bewindvoerder of de vereffenaar kan vorderingen instellen tot nietigverklaring van frauduleuze handelingen en transacties die door de schuldenaar ten nadele van de rechten van de schuldeisers zijn verricht in de twee jaar voorafgaand aan de inleiding van de procedure.

De volgende handelingen of transacties van de schuldenaar kunnen nietig worden verklaard met het oog op restitutie van de overgedragen activa of de waarde van andere verstrekte voordelen:

a) overdrachtshandelingen zonder tegenprestatie die zijn verricht in de twee jaar voorafgaand aan de inleiding van de procedure; sponsoring voor humanitaire doeleinden is hiervan uitgezonderd;

b) transacties waarbij de prestatie door de schuldenaar duidelijk van grotere waarde of betekenis is dan de tegenprestatie, verricht in de zes maanden voorafgaand aan de inleiding van de procedure;

c) handelingen die zijn verricht in de twee jaar voorafgaand aan de inleiding van de procedure met de bedoeling van alle betrokken partijen om te voorkomen dat schuldeisers zich verhalen op de activa, of om de rechten van de schuldeisers op enigerlei andere wijze te schaden;

d) overdrachten van eigendom aan een schuldeiser ter gehele of gedeeltelijke voldoening van een eerdere schuld, verricht in de zes maanden voorafgaand aan de inleiding van de procedure, indien het bedrag dat de schuldeiser zou kunnen verwerven in geval van liquidatie van de schuldenaar lager is dan de waarde van de eigendomsoverdracht;

e) de vestiging van een voorkeursrecht met betrekking tot een niet-zekergestelde schuldvordering in de zes maanden voorafgaand aan de inleiding van de procedure;

f) vooruitbetaling van schulden die zijn gemaakt in de zes maanden voorafgaand aan de inleiding van de procedure, indien de vervaldatum een datum na de inleiding van de procedure had moeten zijn;

g) overdrachten of het aangaan van verbintenissen door de schuldenaar in de twee jaar voorafgaand aan de inleiding van de procedure, met de bedoeling om de staat van insolventie te verhelen of te vertragen of om fraude te plegen ten nadele van een schuldeiser.

Ook de volgende handelingen of transacties kunnen nietig worden verklaard, en de voordelen kunnen worden teruggevorderd, indien zij in de twee jaar voorafgaand aan de inleiding van de procedure zijn verricht met de personen die een juridische relatie met de schuldenaar hebben:

a) die welke zijn verricht met een commanditaire vennoot (asociat comanditat) of met een vennoot die ten minste 20 % van het kapitaal van de vennootschap of van de stemrechten in de algemene vergadering van vennoten bezit, indien de schuldenaar die commanditaire vennootschap (societate în comandită) is, dan wel een landbouwbedrijf (societate agricolă), een vennootschap onder firma (societate în nume colectiv) of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (societate cu răspundere limitată);

b) die welke zijn verricht met een lid of directeur, indien de schuldenaar een economisch samenwerkingsverband is;

c) die welke zijn verricht met een aandeelhouder die ten minste 20 % van de aandelen in de schuldenaar of van de stemrechten in de algemene vergadering van aandeelhouders bezit, wanneer de schuldenaar een naamloze vennootschap (societate pe acţiuni) is;

d) die welke zijn verricht met een directeur, een manager of een lid van een toezichthoudend orgaan van de schuldenaar, wanneer de schuldenaar een coöperatie, een naamloze vennootschap of een landbouwbedrijf is;

e) die welke zijn verricht met een natuurlijke of rechtspersoon die de zeggenschap over de schuldenaar of diens bedrijf uitoefent;

f) die welke zijn verricht met een mede-eigenaar of met een partij die de gedeelde eigendom van een gemeenschappelijk actief bezit;

g) die welke zijn verricht met de echtgenoot of bloed- of aanverwanten tot in de vierde graad van de natuurlijke personen die zijn vermeld in de punten a) tot en met f).

Een vordering tot nietigverklaring van frauduleuze handelingen van de schuldenaar ten nadele van schuldeisers kan door de bewindvoerder of de vereffenaar worden ingediend binnen één jaar na het verstrijken van de termijn voor het opstellen van het eerste verslag door de bewindvoerder of de vereffenaar, en uiterlijk 16 maanden na de inleiding van de procedure. Indien de vordering wordt toegelaten, worden de betrokken partijen in hun eerdere positie hersteld en worden de op de datum van overdracht bestaande verplichtingen weer geregistreerd.

De commissie van schuldeisers of een schuldeiser die meer dan 50 % van de waarde van de schuldvorderingen in de insolvente boedel bezit, kan een dergelijke vordering bij de rechter-commissaris indienen als de bewindvoerder of de vereffenaar dit niet doet.

Er kan geen vordering tot nietigverklaring worden ingediend tegen een constitutieve handeling (act de constituire) op basis van het vermogensrecht of tegen een eigendomsoverdracht op basis van het vermogensrecht indien de handeling door een schuldenaar wordt verricht in het kader van zijn dagelijkse bedrijfsvoering. Een verzoek om nietigverklaring van een constitutieve handeling of een eigendomsoverdracht wordt van rechtswege ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers.

Met betrekking tot de bovenvermelde handelingen en transacties geldt een weerlegbaar vermoeden van fraude ten nadele van de schuldeisers.

Nadat de insolventieprocedure is ingeleid, zijn alle door de schuldenaar na de inleiding van de procedure verrichte handelingen, transacties en betalingen van rechtswege nietig, met uitzondering van stappen die nodig zijn om de lopende zaken af te handelen, stappen waarvoor de rechter-commissaris toestemming heeft gegeven en stappen die door de bewindvoerder zijn goedgekeurd.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 18/12/2018

Insolventie - Slovenië

INHOUDSOPGAVE


1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Insolventieprocedures en de preventieve herstructureringsprocedure vallen onder de De link wordt in een nieuw venster geopend.wet inzake financiële verrichtingen, insolventieprocedures en verplichte ontbinding (ZFPPIPP).

I. INSOLVENTIEPROCEDURES

1. Procedures voor financiële herstructurering – reorganisatie

Er kan een gerechtelijke saneringsprocedure worden ingesteld

– tegen een rechtspersoon die is georganiseerd als een handelsmaatschappij of een coöperatie, tenzij in de wet, gezien de betrokken werkzaamheden, andere bepalingen voor de desbetreffende handelsmaatschappij of coöperatie zijn vastgelegd, en

– tegen een ondernemer en

– tegen een andere rechtspersoon, mits dit in de wet is vastgesteld.

De gerechtelijke saneringsprocedure omvat ook bijzondere regels op het gebied van gerechtelijke sanering voor grote, middelgrote en kleine ondernemingen. Deze procedure biedt een brede waaier van maatregelen voor financiële herstructurering van de verplichtingen van de schuldenaren (bijvoorbeeld gegarandeerde vorderingen van de schuldeisers).

Een vereenvoudigde gerechtelijke saneringsprocedure kan alleen worden ingesteld tegen een handelsmaatschappij die volgens regelgeving inzake handelsmaatschappijen als micro‑onderneming is aangemerkt, of tegen een ondernemer die voldoet aan de criteria voor micro‑ en kleine ondernemingen.

2. Faillissementsprocedures

Tegen alle rechtspersonen kan een faillissementsprocedure worden ingesteld, tenzij wettelijk anders is bepaald voor een specifieke juridische vorm, een specifiek type rechtspersoon of een specifieke rechtspersoon. Tegen een sociale werkplaats kan alleen een faillissementsprocedure worden ingesteld als de Sloveense regering hiertoe vooraf toestemming heeft verleend.

Een procedure voor persoonlijk faillissement kan worden ingesteld tegen goederen:

– van een ondernemer,

– van een particulier (een arts, notaris, advocaat, landbouwer of andere natuurlijke persoon die geen ondernemer is en bepaalde beroepswerkzaamheden verricht) of

– van een consument.

Faillissement van een nalatenschap wordt ingesteld tegen goederen van een erflater (een overleden natuurlijke persoon) met een te grote schuldenlast.

II. PRE-INSOLVENTIEPROCEDURE

Preventieve herstructureringsprocedure

Een preventieve herstructureringsprocedure kan alleen worden ingesteld tegen een handelsmaatschappij die volgens regelgeving inzake handelsmaatschappijen als grote, middelgrote of kleine onderneming is aangemerkt.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Insolventie

De materiële voorwaarde voor inleiding van de insolventieprocedure is een situatie van insolventie. Er is sprake van insolventie als:

– de schuldenaar gedurende een lange periode niet over liquide middelen beschikt en daardoor niet in staat is aan alle verplichtingen te voldoen die zich in deze periode voordoen, of

– de schuldenaar op lange termijn insolvent zal worden omdat de waarde van zijn goederen lager is dan het totaal aan schulden (overmatige schuldenlast), of omdat de verliezen van de schuldenaar (die een kapitaalvennootschap is) die in het lopende jaar zijn geleden en aan de overgedragen verliezen zijn toegevoegd, de helft van het maatschappelijk kapitaal bedragen en deze verliezen niet kunnen worden gedekt door de overgedragen winst of de reserves.

Voorafgaande procedure en hoofdprocedure inzake insolventie

De insolventieprocedure bestaat uit een voorafgaande procedure en een hoofdprocedure inzake insolventie. De voorafgaande procedure inzake insolventie wordt ingeleid door de indiening van een verzoek om inleiding van de procedure (verzoek tot inleiding van een insolventieprocedure). Tijdens de voorafgaande procedure worden de voorwaarden voor inleiding van de procedure vastgesteld door het gerecht. De hoofdprocedure wordt ingeleid door de beslissing tot inleiding van de insolventieprocedure door het gerecht (inleiding van de insolventieprocedure).

Partijen bij de voorafgaande procedure en de hoofdprocedure inzake insolventie

Bij de voorafgaande procedure kunnen de procedurehandelingen worden verricht door de betrokken indiener, door de schuldenaar tegen wie het verzoek tot inleiding van de procedure is ingediend, als hij daarvan niet de indiener is, en door de schuldeiser die op plausibele wijze zijn vordering kan aantonen jegens de schuldenaar tegen wie het verzoek tot inleiding van de procedure is ingediend, mits de schuldeiser verklaart deel te nemen aan de voorafgaande procedure.

Tijdens de hoofdprocedure inzake insolventie kunnen de procedurehandelingen worden verricht door iedere schuldeiser die in deze procedure een vordering jegens de insolvente schuldenaar doet gelden, en door de insolvente schuldenaar (tegen wie een gerechtelijke saneringsprocedure of een vereenvoudige gerechtelijke saneringsprocedure loopt en die persoonlijk failliet is verklaard).

Inleiding en bekendmaking van de procedure

Op de dag waarop het gerecht beslist tot inleiding van de procedure, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website voor bekendmaking van gerechtelijke handelingen en documenten en andere informatie over insolventieprocedures. Het gerecht stelt de schuldeisers in kennis van de inleiding van de procedure middels een kennisgeving die dezelfde dag en tegelijk met de bekendmaking van de inleidingsbeslissing moet worden gepubliceerd. In deze kennisgeving wordt belangrijke informatie over de desbetreffende procedure bekendgemaakt. De inleiding van de procedure heeft rechtsgevolgen vanaf de dag van verklaring van de inleiding van de faillissementsprocedure.

Indiener van een verzoek tot inleiding van de procedure

Een verzoek tot inleiding van een gerechtelijke saneringsprocedure kan alleen worden ingediend door een insolvente schuldenaar of een aandeelhouder die persoonlijk verantwoordelijk is voor de schuldenaar. Een verzoek tot inleiding van een gerechtelijke saneringsprocedure tegen een grote, middelgrote of kleine onderneming kan ook worden ingediend door schuldeisers die gezamenlijk ten minste 20 % van alle financiële vorderingen vertegenwoordigen. Deze schuldenaars kunnen bijvoorbeeld banken zijn, die goed geïnformeerde investeerders zijn en over de noodzakelijke informatie, infrastructuur en personele middelen beschikken om voor de insolvente schuldenaar een plan voor financiële herstructurering op te stellen.

De gerechtelijke saneringsprocedure heeft tot doel de insolvente schuldenaar gepaste maatregelen voor financiële herstructurering te laten treffen waarmee deze op korte en lange termijn weer solvent kan worden. Dwangmaatregelen tegen de goederen van de schuldenaar zijn in deze fase niet toegestaan teneinde de schuldenaar in staat te stellen zijn werkzaamheden normaal te verrichten (en over de daartoe benodigde liquide middelen te beschikken), ondanks de onzekerheid die tijdens de gerechtelijke saneringsprocedure heerst. Als tegenwicht voor dit "voordeel" en om te voorkomen dat de schuldenaar hiervan misbruik maakt, zijn zijn werkzaamheden gedurende de procedure aan beperkingen onderworpen en mag hij enkel lopende zaken afhandelen.

Een verzoek tot inleiding van een vereenvoudigde gerechtelijke saneringsprocedure kan alleen worden ingediend door een insolvente schuldenaar. In deze procedure is de herstructurering alleen gericht op niet-gegarandeerde, normale vorderingen. Een vereenvoudigde gerechtelijke sanering heeft geen gevolgen voor preferente vorderingen en garanties, noch voor vorderingen op grond van belastingen en bijdragen.

Een verzoek tot inleiding van een faillissementsprocedure kan worden ingediend door een schuldenaar, een aandeelhouder die verantwoordelijk is voor de schuldenaar, een schuldeiser of het openbaar fonds voor garantie, alimentatie en invaliditeit van de Republiek Slovenië. De schuldeiser moet aantonen dat zijn vordering op de schuldenaar tegen wie hij verzoekt om inleiding van de procedure, reëel is en staven dat de schuldenaar meer dan twee maanden achterstand heeft op de betaling van deze schuldvordering. Het openbaar fonds voor garantie, alimentatie en invaliditeit van de Republiek Slovenië moet aantonen dat de vorderingen van de werknemers op de schuldenaar tegen wie het verzoekt om inleiding van de procedure, reëel zijn en eveneens staven dat de schuldenaar meer dan twee maanden achterstand heeft op de betaling van deze schuldvorderingen.

Een preventieve herstructureringsprocedure wordt ingesteld om een schuldenaar die in het komende jaar waarschijnlijk insolvent zal worden, in staat te stellen volgens een overeenkomst voor financiële herstructurering gepaste maatregelen te treffen voor herstructurering van zijn financiële verplichtingen en andere noodzakelijke maatregelen voor financiële herstructurering waarmee de oorzaken worden weggenomen waardoor hij insolvent zou kunnen worden. Schuldenaars hebben het recht een verzoek in te dienen tot inleiding van een preventieve herstructureringsprocedure. Een verzoek tot inleiding van een preventieve herstructureringsprocedure moet worden goedgekeurd door schuldeisers die ten minste 30 % van alle financiële vorderingen bij de schuldenaar vertegenwoordigen. De schuldenaar moet bij zijn verzoek een door een notaris gewaarmerkte verklaring voegen waaruit blijkt dat deze schuldeisers instemmen met de inleiding van de procedure.

Websites voor de bekendmaking van insolventieprocedures

Op de website voor bekendmaking van insolventieprocedures moet voor elke procedure het volgende worden gepubliceerd:

  • gegevens over de procedure voor gerechtelijke sanering, faillissement, gedwongen liquidatie, vereenvoudigde gerechtelijke sanering, preventieve herstructurering en faillissement van een nalatenschap,
  • gerechtelijke beslissingen die tijdens de procedures zijn genomen (behalve in wettelijk vastgelegde uitzonderingsgevallen),
  • kennisgevingen tot inleiding van de procedure, kennisgevingen tot vaststelling van de hoorzittingsdatum en andere kennisgevingen of stemoproepen die het gerecht op grond van de wet afgeeft,
  • processen-verbaal van de hoorzittingen en de vergaderingen van het comité van schuldeisers,
  • verslagen van curatoren, en in een gerechtelijke saneringsprocedure, de verslagen van de insolvente schuldenaar,
  • de gecontroleerde lijsten van vorderingen,
  • verzoeken van de partijen bij de procedures en andere gerechtelijke handelingen die op grond van de ZFPPIPP moeten worden bekendgemaakt,
  • voor faillissementsprocedures, alle kennisgevingen van openbare veilingen en alle oproepen tot het indienen van voorstellen in verband met de tegeldemaking van de insolvente boedel.

De website voor de bekendmaking van insolventieprocedures wordt beheerd door het Nationaal agentschap voor openbare registers en diensten. Met betrekking tot de bekendmaking geldt het onweerlegbare wettelijke vermoeden dat de partij bij de insolventieprocedure of een andere persoon binnen een termijn van 8 dagen na de bekendmaking van de juridische handeling kennis heeft genomen van de inhoud van de gerechtelijke beslissing, het verzoek van de andere partij bij deze procedure of elke andere juridische handeling. Om die reden is de website De link wordt in een nieuw venster geopend.openbaar en gratis toegankelijk.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Gerechtelijke saneringsprocedure

Na de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure behoudt de schuldenaar zijn goederen. De goederen die hij niet nodig heeft voor de uitoefening van zijn werkzaamheden, mogen worden verkocht als de verkoop van deze goederen als maatregel is opgenomen in het plan voor financiële herstructurering. Na de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure kan de schuldenaar enkel een lening of krediet aangaan als het gerecht hiermee instemt, en voor een bedrag dat niet hoger is dan de totale noodzakelijke liquide middelen ter financiering van de dagelijkse bedrijfsvoering en ter dekking van de kosten van de gerechtelijke saneringsprocedure.

Vorderingen die ontstaan in verband met de financiering van de normale werkzaamheden van de schuldenaar in het kader van de gerechtelijke saneringsprocedure en de preventieve herstructureringsprocedure, worden in het geval van een eventuele latere faillissementsprocedure terugbetaald uit de algemene te verdelen boedel, vóór de terugbetaling van preferente vorderingen (dat wil zeggen ook de procedurekosten).

Faillissementsprocedures

De insolvente boedel van een schuldenaar die een rechtspersoon is, omvat de goederen van de gefailleerde bij de inleiding van deze procedure, alle goederen voortkomend uit de tegeldemaking en het beheer van de insolvente boedel en uit beroepen tot nietigverklaring tegen de gefailleerde, goederen voortkomend uit de voortzetting van de werkzaamheden, als de gefailleerde zijn werkzaamheden voortzet na de inleiding van de faillissementsprocedure overeenkomstig de ZFPPIPP. De insolvente boedel omvat tevens de goederen voortkomend uit de tenuitvoerlegging van verzoeken jegens de aandeelhouder die persoonlijk verantwoordelijk is voor de gefailleerde, met uitzondering van de zaken die deze nodig heeft om in zijn essentiële levensbehoeften te voorzien.

De failliete boedel van een schuldenaar die persoonlijk failliet is verklaard, omvat ook alle goederen die de insolvente schuldenaar in de loop van de proefperiode verkrijgt tot de ontheffing van de verplichtingen of tot de sluiting van de faillissementsprocedure. Bij een persoonlijk faillissement zijn de volgende onderdelen uitgesloten van de insolvente boedel:

– voorwerpen [persoonlijke bezittingen (kleding, schoenen), huishoudelijke objecten en apparaten (meubels, koelkast, kooktoestel, wasmachine) die onmisbaar zijn voor de schuldenaar en de leden van zijn huishouden, voorwerpen die absoluut noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn beroep, beloningen en prijzen, trouwringen, persoonlijke brieven, manuscripten en andere persoonlijke documenten van de schuldenaar, alsmede foto's van de gezinsleden en dergelijke], en

– bepaalde vorderingen (vorderingen op grond van wettelijke alimentatie, vorderingen op grond van een schadeloosstelling vanwege lichamelijk letsel overeenkomstig de regelgeving inzake invaliditeitsverzekering, sociale uitkeringen en dergelijke).

Voorts zijn inkomsten van de schuldenaar waarmee hem een sociaal minimum wordt gewaarborgd, uitgesloten van de insolvente boedel in geval van persoonlijk faillissement (zo resteert de schuldenaar een bedrag van ten minste 76 % van het minimumsalaris, en als de schuldenaar een gezinslid of een andere persoon ten laste heeft die hij op grond van de wet moet onderhouden, ook het in de wet vastgestelde bedrag voor die persoon ten laste).

Een schuldenaar die persoonlijk failliet is, ontvangt hetzelfde sociale minimuminkomen dat hij zou hebben ontvangen in geval van individuele tenuitvoerlegging.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Taken en bevoegdheden van het gerecht

De regionale rechtbank is bevoegd om uitspraak te doen in insolventieprocedures. Insolventieprocedures worden behandeld door één rechter. De regionale rechtbank van Ljubljana is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen die worden ingesteld in alle insolventieprocedures.

De aanstelling van curatoren en hun bevoegdheden

De curator is het orgaan dat in de insolventieprocedure zijn wettelijke bevoegdheden en taken uitoefent ter bescherming en behartiging van de belangen van schuldeisers. Hij wordt aangesteld in gerechtelijke saneringsprocedures en faillissementsprocedures. Het gerecht stelt de curator aan in zijn beslissing tot inleiding van de insolventieprocedure. In het kader van een gerechtelijke saneringsprocedure tegen een grote, middelgrote of kleine onderneming wordt de curator de dag na ontvangst van het verzoek tot inleiding van de procedure aangesteld middels een speciale beslissing.

In een gerechtelijke saneringsprocedure houdt de curator toezicht op de werkzaamheden van de schuldenaar. Hiertoe moet de insolvente schuldenaar hem alle informatie verstrekken die noodzakelijk is voor controle, en hem toegang geven tot zijn boekhouding en boekhoudkundige documenten. In een gerechtelijke saneringsprocedure is de rechtsbevoegdheid van de schuldenaar beperkt. Na de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure mag de schuldenaar enkel lopende zaken beheren die verband houden met zijn werkzaamheden, en voldoen aan de verplichtingen die hieruit voortvloeien. Na de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure mag de schuldenaar enkel over zijn goederen beschikken voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van reguliere werkzaamheden. Hij mag geen leningen of kredieten aangaan, zich niet garant of borg stellen en geen activiteiten ondernemen of andere werkzaamheden verrichten die zouden kunnen leiden tot ongelijke behandeling van schuldeisers of die de tenuitvoerlegging van de financiële herstructurering in de weg staan. Na de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure kan de schuldenaar naast het beheer van lopende zaken de goederen verkopen die hij niet nodig heeft voor zijn werkzaamheden, als het gerecht hiermee instemt en als de verkoop van deze onroerende goederen als herstructureringsmaatregel is vastgelegd in het plan voor financiële herstructurering, en voorts kan hij leningen en kredieten aangaan voor een bedrag dat niet hoger is dan de totale noodzakelijke liquide middelen ter financiering van de dagelijkse bedrijfsvoering en ter dekking van de kosten van de gerechtelijke saneringsprocedure. Het gerecht beslist over toestemming op grond van het oordeel van de curator en het comité van schuldeisers.

Met de inleiding van een faillissementsprocedure komen de bevoegdheden van de vertegenwoordigers, gevolmachtigden en andere gemachtigden van de schuldenaar te vervallen, evenals de bevoegdheden van het management inzake het beheer van de zaken van de schuldenaar. Deze bevoegdheden worden overgedragen aan een curator, die de werkzaamheden van de insolvente schuldenaar tijdens de faillissementsprocedure beheert voor zover dat voor de procedure noodzakelijk is, en die de schuldenaar vertegenwoordigt:

  • bij procedurehandelingen en andere handelingen die verband houden met de controle van vorderingen en het recht op uitkoop van de garantie uit de boedel,
  • bij procedurehandelingen en andere handelingen die verband houden met beroepen tot nietigverklaring tegen de insolvente schuldenaar,
  • bij juridische transacties en andere handelingen die noodzakelijk zijn voor de tegeldemaking van de insolvente boedel,
  • bij de uitoefening van de herroepingsrechten en andere rechten die de insolvente schuldenaar verkrijgt als rechtsgevolg van de inleiding van de faillissementsprocedure, en
  • bij andere juridische transacties die de insolvente schuldenaar uit hoofde van de wet ten uitvoer kan leggen.

Na de inleiding van de procedure voor persoonlijk faillissement wordt de rechtsbevoegdheid van de gefailleerde als volgt beperkt:

1. hij kan geen overeenkomsten afsluiten en geen juridische transacties of andere handelingen verrichten die tot doel hebben over zijn goederen in de failliete boedel te beschikken,

2. zonder instemming van het gerecht kan hij de volgende handelingen niet verrichten:

  • een krediet of lening aangaan of garantie verlenen,
  • een nieuwe lopende rekening of andere rekening openen,
  • afzien van een nalatenschap of andere vermogensrechten.

Elke juridische transactie of andere rechtshandeling van de gefailleerde waarbij deze regels worden geschonden, heeft geen rechtsgevolgen, behalve in het uitzonderlijke geval waarin de andere contractpartij bij juridische transacties of andere rechtshandelingen die betrekking hebben op de beschikking over de goederen van de insolvente boedel, niet wist en niet kon weten dat er een procedure voor persoonlijk faillissement tegen de schuldenaar liep. In het algemeen en zonder dat het tegendeel kan worden bewezen, wordt ervan uitgegaan dat de andere contractpartij wist dat er een procedure voor persoonlijk faillissement tegen de schuldenaar was ingeleid, als de overeenkomst of een andere juridische transactie is gesloten meer dan acht dagen na de bekendmaking van de inleiding van de procedure voor persoonlijk faillissement op de website voor publicatie van insolventieprocedures.

De curator is niet betrokken bij de preventieve herstructureringsprocedure. De rechtsbevoegdheid van de schuldenaar is in deze procedure niet beperkt. De curator is ook niet betrokken bij de vereenvoudigde gerechtelijke saneringsprocedure.

Toestemming voor uitoefening van de functie van curator

De functie van curator kan worden uitgeoefend door iedere persoon die beschikt over geldige toestemming van de minister van Justitie voor de uitoefening van de functie van curator in insolventieprocedures en procedures voor gerechtelijke liquidatie.

De minister van Justitie geeft toestemming voor de uitoefening van de functie van curator indien de betrokken personen aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • zij zijn onderdaan van de Republiek Slovenië of een lidstaat van de Europese Unie, een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een lidstaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en zij hebben een actieve kennis van het Sloveens,
  • zij hebben de bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan en verkeren in goede gezondheid,
  • zij hebben ten minste een opleiding in het hoger onderwijs in de eerste graad genoten of een vergelijkbare opleiding in het buitenland die is bekrachtigd, erkend of beoordeeld overeenkomstig de wet inzake de beoordeling en erkenning van opleidingen, of zij hebben toestemming voor de uitoefening van de functie van auditor of erkend auditor,
  • zij hebben ten minste drie jaar beroepservaring in de uitoefening van het beroep waarvoor zij zijn opgeleid,
  • zij beschikken over een aansprakelijksheidsverzekering voor een minimaal verzekerd bedrag van 500 000 EUR per jaar,
  • zij hebben het beroepsexamen afgelegd voor de uitoefening van de functie van curator,
  • zij zijn het publieke vertrouwen waardig dat hoort bij de uitoefening van deze functie,
  • zij hebben de minister van Justitie een verklaring verstrekt waaruit blijkt dat zij hun taken en bevoegdheden als curator op gewetensvolle en verantwoordelijke wijze zullen uitoefenen en zich zullen inspannen om de procedures zo snel mogelijk af te ronden en om schuldeisers in elke insolventieprocedure waarin zij zijn aangesteld, zo goed mogelijk terug te betalen.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Verrekening van vorderingen bij de inleiding van een gerechtelijke saneringsprocedure

Als er bij de inleiding van een gerechtelijke saneringsprocedure een vordering van een individuele schuldeiser tegen de insolvente schuldenaar bestaat en daartegenover een vordering van de insolvente schuldenaar op deze schuldeiser staat, worden de vorderingen bij de inleiding van de procedure geacht te zijn verrekend. Deze regel geldt ook voor niet-geldelijke vorderingen en vorderingen die bij de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure niet zijn vervallen. De inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure heeft geen gevolgen voor gegarandeerde en preferente vorderingen, noch voor voorrangsrechten. In het kader van een gerechtelijke saneringsprocedure tegens een grote, middelgrote of kleine onderneming kan er een financiële herstructurering plaatsvinden voor gegarandeerde vorderingen.

Verrekening van vorderingen op het moment van inleiding van de faillissementsprocedure

Als er bij de inleiding van een faillissementsprocedure een vordering van een individuele schuldeiser tegen de gefailleerde bestaat en daartegenover een vordering van de gefailleerde op deze schuldeiser staat, worden de vorderingen bij de inleiding van de procedure geacht te zijn verrekend. Deze regel geldt ook voor niet-geldelijke vorderingen en vorderingen die bij de inleiding van de faillissementsprocedure niet zijn vervallen. De schuldeiser geeft zijn vorderingen op de gefailleerde niet aan tijdens de faillissementsprocedure, maar moet de curator binnen een termijn van drie maanden na bekendmaking van de kennisgeving van de inleiding van de procedure in kennis stellen van de verrekening. Als de schuldeiser de curator niet op de hoogte brengt van de verrekening, is hij verantwoordelijk voor de kosten die de gefailleerde heeft moeten maken en voor andere geleden schade ten gevolge van deze nalatigheid. Als de vordering van de schuldeiser op de gefailleerde verband houdt met een voorwaarde, vindt de verrekening plaats als de schuldeiser dit eist, en als het gerecht instemt met de tenuitvoerlegging van de verrekening.

De vordering op de gefailleerde die vóór de inleiding van de faillissementsprocedure is ontstaan en die na de inleiding van de faillissementsprocedure is verworven door de nieuwe schuldeiser ten gevolge van overdracht van een vorige schuldeiser, kan niet worden verrekend met de vordering van de gefailleerde op de nieuwe schuldeiser die daartegenover staat en die vóór de faillissementsprocedure is ontstaan.

De vordering van de schuldeiser op de gefailleerde die vóór het begin van de inleiding van de faillissementsprocedure is ontstaan, kan niet worden verrekend met de vordering van de gefailleerde op deze schuldeiser die na de inleiding van de faillissementsprocedure is ontstaan.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Op het moment van inleiding van een faillissementsprocedure zijn opdrachten tot uitvoering van juridische transacties of andere rechtshandelingen namens de schuldenaar die de schuldenaar vóór de inleiding van de faillissementsprocedure is aangegaan, niet meer geldig. Na de inleiding van een faillissementsprocedure mogen dienstverleners die zijn belast met het verrichten van betalingen, geen enkele betaling verrichten uit de financiële activa van een insolvente schuldenaar op basis van een beslissing inzake tenuitvoerlegging of een beslissing tot gedwongen invordering. Op het moment van inleiding van een faillissementsprocedure zijn aanbiedingen die de gefailleerde vóór de inleiding van de procedure heeft gedaan, niet meer geldig, tenzij de ontvanger het aanbod vóór de inleiding van de faillissementsprocedure heeft aanvaard.

Op het moment van inleiding van een faillissementsprocedure kan de curator huur- en leaseovereenkomsten opzeggen die de gefailleerde vóór de inleiding van de faillissementsprocedure is aangegaan, met een opzegtermijn van een maand, ongeacht de algemene juridische bepalingen of contractueel vastgelegde regels. Als de gefailleerde een recht tot opzegging uitoefent, gaat de opzegtermijn in op de laatste dag van de maand waarin de andere contractpartij de verklaring tot opzegging van de gefailleerde heeft ontvangen, en vervalt deze op de laatste dag van de daaropvolgende maand. De andere contractpartij heeft het recht om de gefailleerde te verzoeken om vergoeding van de schade die is ontstaan als gevolg van het feit dat het recht tot opzegging niet overeenkomstig de algemene regels is uitgeoefend. De vordering tot herstel van de schade moet in de faillissementsprocedure worden aangemeld en wordt betaald uit de te verdelen boedel, overeenkomstig de bepalingen van deze wet betreffende de betaling van de vorderingen van schuldeisers.

De inleiding van een faillissementsprocedure heeft geen gevolgen voor een verrekeningsovereenkomst, noch voor een gekwalificeerde financiële overeenkomst waarop de regels van toepassing zijn die in een verrekeningsovereenkomst zijn vastgelegd. Als na de verrekening van de rechten en wederzijdse verplichtingen overeenkomstig de regels in de verrekeningsovereenkomst een duidelijke financiële vordering van de andere contractpartij op de gefailleerde ontstaat, moet de andere contractpartij deze vordering aanmelden in de faillissementsprocedure en zich laten terugbetalen uit de te verdelen boedel, overeenkomstig de regels van de ZFPPIPP voor de betaling van de vorderingen van schuldeisers.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Verbod op tenuitvoerleggings- of conservatoire maatregelen

Na de inleiding van een insolventieprocedure tegen een insolvente schuldenaar zijn beslissingen tot tenuitvoerlegging of tot conservatoire maatregelen wettelijk verboden, behalve in wettelijk vastgelegde gevallen.

Na de inleiding van de preventieve herstructureringsprocedure tegen een schuldenaar mogen er geen bevelen tot tenuitvoerlegging of garanties voor de inning van een onder de preventieve herstructurering vallende vordering worden gegeven.

Schorsing van reeds ingestelde tenuitvoerleggings- of conservatoire procedures

Een tenuitvoerleggingsprocedure of conservatoire procedure die vóór de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure is ingesteld tegen de insolvente schuldenaar, wordt geschorst als gevolg van de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure en kan pas worden hervat op grond van een beslissing van het gerecht dat de gerechtelijke saneringsprocedure behandelt. Deze beslissing vormt namelijk de wettelijke grondslag voor voortzetting van de tenuitvoerleggingsprocedure of de conservatoire procedure.

De inleiding van een faillissementsprocedure heeft de volgende juridische gevolgen voor tenuitvoerleggingsprocedures of conservatoire procedures die vóór de inleiding van de procedure zijn ingesteld tegen de insolvente schuldenaar:

  • als de schuldeiser in een tenuitvoerleggingsprocedure of conservatoire procedure met een pandrecht op een onroerend of roerend goed vóór de inleiding van de faillissementsprocedure nog geen uitkooprecht heeft verkregen, wordt de tenuitvoerleggings- of conservatoire procedure beëindigd als gevolg van de inleiding van de faillissementsprocedure,
  • als de schuldeiser in een tenuitvoerleggingsprocedure of conservatoire procedure met een pandrecht op een onroerend of roerend goed vóór de inleiding van de faillissementsprocedure een uitkooprecht heeft verkregen, en de verkoop van het goed waarvoor het uitkooprecht geldt, niet vóór de inleiding van de faillissementsprocedure heeft plaatsgevonden, wordt de tenuitvoerleggings- of conservatoire procedure geschorst als gevolg van de inleiding van de faillissementsprocedure,
  • als de schuldeiser in een tenuitvoerleggingsprocedure die vóór de inleiding van de faillissementsprocedure is ingesteld, een uitkooprecht heeft verkregen, en de verkoop van het goed waarvoor het uitkooprecht geldt, vóór de inleiding van de faillissementsprocedure heeft plaatsgevonden, heeft de inleiding van de faillissementsprocedure geen gevolgen voor het verloop van deze tenuitvoerleggingsprocedure,
  • de conservatoire procedure met het oog op een tijdelijke of voorafgaande maatregel wordt beëindigd als gevolg van de inleiding van de faillissementsprocedure en alle stappen die in het kader van deze procedure zijn ondernomen, worden nietig.

De tenuitvoerleggingsprocedure of conservatoire procedure die vóór de inleiding van de preventieve herstructureringsprocedure tegen de schuldenaar is ingesteld voor de invordering of de garantie van een onder de preventieve herstructurering vallende financiële vordering, wordt geschorst als gevolg van de inleiding van de preventieve herstructureringsprocedure. Het met de tenuitvoerlegging belaste gerecht spreekt zich op verzoek van de schuldenaar uit over schorsing van de tenuitvoerleggingsprocedure of de conservatoire procedure.

Het beginsel van concentratie van de faillissementsprocedure

Een schuldeiser kan een verzoek tot tenuitvoerlegging betreffende een verplichting die vóór de inleiding van de faillissementsprocedure tegen de gefailleerde is ontstaan, alleen indienen in het kader van de faillissementsprocedure die tegen deze schuldenaar is ingesteld, en overeenkomstig de regels voor deze procedure [regels voor aanmelding en controle van vorderingen, aanhangigmaking bij gerechten (indiening van beroep) voor betwiste vorderingen en dergelijke].

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Als de schuldeiser een burgerrechtelijke procedure tot vaststelling van een vordering heeft aangespannen vóór de inleiding van de faillissementsprocedure, wordt de burgerrechtelijke procedure overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geschorst als gevolg van de inleiding van de faillissementsprocedure. De schuldeiser die vóór de inleiding van de faillissementsprocedure een burgerrechtelijke procedure betreffende een vordering heeft aangespannen, moet zijn vordering ook aanmelden in het kader van de faillissementsprocedure.

Met de bekendmaking van de beslissing betreffende de controle van de vorderingen komt de grond voor schorsing, gelet op de juridische gevolgen van de faillissementsprocedure, te vervallen. Als de vordering van de schuldeiser wordt toegelaten, vervalt het juridische belang in de burgerrechtelijke procedure en wordt deze procedure beëindigd. De schuldeiser krijgt een proportioneel deel betaald dat gelijk is aan dat van de andere schuldeisers wier normale, niet-gegarandeerde vorderingen zijn toegelaten in de faillissementsprocedure.

Als de vordering van de schuldeiser in de faillissementsprocedure wordt betwist door de curator, moet de schuldeiser binnen een maand na bekendmaking van de beslissing tot controle van de vorderingen verzoeken om voortzetting van de geschorste burgerrechtelijke procedure. In dat geval verzoekt de schuldeiser in de burgerrechtelijke procedure enkel om vaststelling van het bestaan van de vordering. Als de vordering van de schuldeiser in de faillissementsprocedure door een andere schuldeiser wordt betwist, moet de schuldeiser het beroep binnen een maand na bekendmaking van de beslissing tot controle van de vorderingen uitbreiden naar de schuldeiser die de vordering heeft betwist (nieuwe verweerder). Als het bestaan van de vordering tijdens de burgerrechtelijke procedure wordt vastgesteld, krijgt de schuldeiser in het kader van de faillissementsprocedure een proportioneel deel betaald dat gelijk is aan dat van de andere schuldeisers wier normale, niet-gegarandeerde vorderingen zijn toegelaten in de faillissementsprocedure.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Tijdens de hoofdprocedure inzake insolventie worden de procedurehandelingen verricht door iedere schuldeiser die in deze procedure een vordering jegens de insolvente schuldenaar doet gelden. In het algemeen heeft iedere schuldeiser (als partij) in insolventieprocedures het recht om beroep in te stellen tegen elke beslissing van het gerecht, tenzij voor specifieke beslissingen wettelijk is bepaald dat er slechts door bepaalde partijen beroep mag worden ingesteld. Het beroep moet binnen een termijn van 15 dagen worden ingesteld. Voor personen die overeenkomstig de ZFPPIPP in kennis moeten worden gesteld van de beslissing, gaat deze termijn in op de dag van kennisgeving van de beslissing. Voor andere personen gaat deze in op de dag van bekendmaking van de beslissing.

In het kader van een insolventieprocedure kunnen schuldeisers ook overgaan tot procedurehandelingen via het comité van schuldeisers, dat namens alle partijen bij de procedure wettelijk voorgeschreven procedurehandelingen mag verrichten. Het comité van schuldeisers wordt opgericht in het kader van gerechtelijke saneringsprocedures. In het kader van een faillissementsprocedure wordt het alleen opgericht op verzoek van de schuldeisers.

Gerechtelijke saneringsprocedure

Comité van schuldeisers

In een gerechtelijke saneringsprocedure stelt het gerecht ter bescherming van de belangen van de schuldeisers een comité van schuldeisers in, dat voor de uitoefening van zijn rechten en bevoegdheden de boekhouding mag onderzoeken (en zo de activiteiten en de financiële situatie van de schuldenaar mag controleren) en verzoeken en adviezen mag voorleggen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de schuldeisers tijdens de procedure. In een gerechtelijke saneringsprocedure, die de financiële herstructurering van een insolvente schuldenaar tot doel heeft, kan het comité van schuldeisers in bepaalde wettelijk vastgelegde omstandigheden beslissen het maatschappelijk kapitaal te verhogen door een nieuwe inbreng in contanten of in natura die het voorwerp is van vorderingen op de insolvente schuldenaar.

Voor een efficiëntere financiële herstructurering van middelgrote en grote ondernemingen is de wet eind 2013 gewijzigd en zijn er specifieke regels ingevoerd voor de gerechtelijke sanering van dergelijke ondernemingen, waarmee met name de juridische situatie van de schuldeisers verder is versterkt. Sinds de laatste wijzigingen in 2016 zijn de regels van deze procedure tevens van toepassing op kleine ondernemingen. Om zijn taken in een gerechtelijke saneringsprocedure (correct) te kunnen uitvoeren, moet de curator over adequate ervaring en een groot aantal kwalificaties beschikken. Zo stelt het gerecht curatoren niet in een automatische volgorde aan, maar kan het deze zelf kiezen. Als schuldeisers op grond van de nieuwe wettelijke bepaling zelf om de inleiding van een gerechtelijke saneringsprocedure tegen de insolvente schuldenaar verzoeken, stelt het gerecht de door de eisers voorgestelde persoon aan als curator. Volgens de nieuwe regelgeving kan het comité van schuldeisers een gemachtigde voor de schuldeisers aanstellen. Zo kan het comité van schuldeisers zorgen voor een efficiëntere (operationele) follow-up van de activiteiten van de desbetreffende onderneming en de managementprocedures in het kader van maatregelen voor financiële herstructurering die onder zijn bevoegdheid vallen (zoals maatregelen voor reorganisatie van de onderneming waarmee de exploitatiekosten kunnen worden geoptimaliseerd of verbetering van de efficiency van de bedrijfsactiviteiten). De bevoegdheden van het comité van schuldeisers zijn nog versterkt omdat het de mogelijkheid heeft om het plan voor financiële herstructurering te wijzigen.

Beroepsmogelijkheden van een individuele schuldeiser in een gerechtelijke saneringsprocedure

Een schuldeisers of curator kan beroep instellen tegen de gerechtelijke saneringsprocedure:

  • als de schuldenaar niet insolvent is en tijdig aan al zijn verplichtingen kan voldoen,
  • als de insolvente schuldenaar in een grotere mate of binnen een kortere termijn dan vermeld in het in het verzoek om gerechtelijke sanering opgenomen voorstel kan voldoen aan zijn verplichtingen,
  • wanneer het niet waarschijnlijk is dat de schuldenaar na de tenuitvoerlegging van het plan voor financiële herstructurering op korte en lange termijn weer solvent wordt,
  • als het niet waarschijnlijk is dat de door de schuldenaar voorgestelde gerechtelijke sanering voor schuldeisers tot gunstigere betalingsvoorwaarden zal leiden dan een faillissementsprocedure tegen de schuldenaar, of
  • als het gedrag van de insolvente schuldenaar in strijd is met de regels op grond waarvan zijn werkzaamheden tijdens de gerechtelijke saneringsprocedure zijn beperkt of als hij een achterstand van meer dan 15 dagen heeft bij de betaling van de salarissen van werknemers ten bedrage van het minimumsalaris of bij de betaling van belastingen en bijdragen die de werkgever tegelijk met de werknemerssalarissen moet betalen.

Iedere schuldeiser voor wiens vordering de toegestane gerechtelijke sanering gevolgen heeft, kan het gerecht verzoeken de sanering nietig te verklaren als de insolvente schuldenaar in staat is alle onder deze sanering vallende vorderingen van de schuldeisers terug te betalen. Een beroep tot nietigverklaring moet binnen een termijn van zes maanden na het aflopen van de betalingstermijn voor de vorderingen die in de beslissing tot toelating van de gerechtelijke sanering is vastgelegd, worden ingesteld. Iedere schuldeiser voor wiens vordering de toegestane gerechtelijke sanering gevolgen heeft, kan het gerecht verzoeken deze sanering nietig te verklaren als de beslissing op frauduleuze wijze tot stand is gekomen. Een beroep tot nietigverklaring moet binnen een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van de beslissing tot toelating van de gerechtelijke sanering worden ingesteld.

Faillissementsprocedure

Comité van schuldeisers

In een faillissementsprocedure heeft het comité van schuldeisers ook het recht om alle documenten waarover de curator in het kader van de procedure beschikt, en alle documenten die hij in verband met de procedure moet beheren, te inspecteren. In een faillissementsprocedure spreekt het comité van schuldeisers zich uit over het volgende:

  • de afronding van dringende zaken van de gefailleerde,
  • het al dan niet voortzetten van de werkzaamheden van de gefailleerde,
  • het voorstel voor een plan van de curator over het verloop van de faillissementsprocedure,
  • de beslissing tot verkoop van de goederen,
  • goedkeuring als de startprijs voor de verkoop lager is dan de helft van de geraamde liquidatiewaarde van de goederen,
  • de voorlopige raming van de kosten voor de faillissementsprocedure door de curator en een wijziging van deze raming,
  • de sluiting van de faillissementsprocedure.

In het kader van een vereenvoudigde gerechtelijke saneringsprocedure en een preventieve herstructureringsprocedure wordt geen comité van schuldeisers opgericht.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

In een faillissementsprocedure is de curator de wettelijke vertegenwoordiger van de gefailleerde en is hij in die hoedanigheid bevoegd voor het beheer en de tegeldemaking van de insolvente boedel.

De curator beheert de insolvente boedel, met name door de goederen van de gefailleerde te verhuren en de financiële activa te beleggen. Hij kan tevens een gerechtelijke transactie sluiten. Hiervoor is het advies van het comité van schuldeisers en de toestemming van de rechter nodig. Na de inleiding van de faillissementsprocedure kunnen de goederen van de gefailleerde alleen voor verhuur of leasing worden aangeboden als de verkoop ervan hierdoor geen vertraging oploopt. De huur- of lease-overeenkomst mag alleen worden afgesloten in de vorm van een contract voor bepaalde tijd en voor een huurtermijn van maximaal een jaar. Indien het gerecht hiermee instemt, kan de curator voor de verhuurde goederen een recht van voorkoop instellen voor de huurder.

De curator is ook voor de belegging van de financiële activa van de gefailleerde gebonden aan wettelijke regels. Deze activa mogen enkel worden belegd in schuldbewijzen die zijn uitgegeven door de Republiek Slovenië of een andere lidstaat van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank, de Bank van Slovenië of een centrale bank van een andere lidstaat van de Europese Unie, in schuldbewijzen (m.u.v. achtergestelde schuldpapieren) die zijn uitgegeven door een bank in de Republiek Slovenië of een kredietinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie. De curator kan alleen contanten storten bij een bank in de Republiek Slovenië of een kredietinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie.

In het kader van de tegeldemaking van de goederen verkoopt de curator de goederen van de gefailleerde, int hij zijn vorderingen en verricht hij elke andere rechtshandeling ter uitoefening van de vermogensrechten van de schuldenaar. Een verkoopovereenkomst voor goederen van de gefailleerde kan enkel worden afgesloten in het kader van een openbare veiling of een bindende aanbestedingsprocedure. Bij wijze van uitzondering kan de overeenkomst ook worden afgesloten via rechtstreekse onderhandelingen met de koper. De verkoop begint met de (eerste) gerechtelijke beslissing tot verkoop. Het gerecht spreekt zich op voorstel van de curator en op basis van het advies van het comité van aandeelhouders uit over de verkoop. Wanneer de verkoop betrekking heeft op goederen waarvoor de preferente schuldeiser een recht van voorrang (pandrecht) heeft, moet ook de desbetreffende schuldeiser zich hierover uitspreken. In de beslissing waarin het gerecht zich voor het eerst uitspreekt over de verkoop van een goed bepaalt het gerecht het volgende:

1. de wijze van de verkoop,

2. de inzetprijs voor de openbare veiling of de startprijs voor de bindende aanbesteding, en

3. de hoogte van de garantie.

Wanneer de openbare veiling of de procedure voor de oproep tot aanbiedingen voor de verkoop van vermogensbestanddelen die op grond van de eerste beslissing tot verkoop zijn georganiseerd, op niets uitloopt, kan het gerecht in zijn aanvullende beslissing tot verkoop het volgende doen:

1. ofwel:

– wederom beslissen dat de verkoop plaatsvindt in het kader van een openbare veiling of een bindende aanbestedingsprocedure, en

– een inzetprijs of startprijs vaststellen die lager is dan die in de eerste beslissing;

2. ofwel beslissen over te gaan tot een niet‑bindende aanbesteding met rechtstreekse onderhandelingen.

De startprijs wordt in het kader van de bindende aanbestedingsprocedure door het gerecht vastgesteld op basis van de geraamde waarde van de goederen. De startprijs in de eerste beslissing tot verkoop mag niet lager zijn dan de helft van de geraamde liquidatiewaarde. In een aanvullende beslissing stelt het gerecht de start- of referentieprijs vast, die lager is dan de helft van de geraamde waarde van de activa op basis van hun liquidatiewaarde. Hiervoor is de instemming vereist van het comité van schuldeisers of een afzonderlijke schuldeiser.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

In een faillissementsprocedure moeten schuldeisers hun vorderingen op de gefailleerde aanmelden die vóór de inleiding van de faillissementsprocedure zijn ontstaan, met uitzondering van vorderingen waarvoor opgave niet wettelijk verplicht is. De schuldeiser die als hoofdelijke medeschuldenaar, garant of pandhouder aansprakelijk is voor de verplichting van de gefailleerde, moet in het kader van de faillissementsprocedure ook zijn eventuele regresrecht aanmelden dat vóór de inleiding van de faillissementsprocedure nog niet was ontstaan; hij moet dat doen onder de opschortende voorwaarde dat hij volgend op de betaling van de betrokken vordering na de inleiding van de faillissementsprocedure een regresrecht op de gefailleerde verkrijgt. Wanneer naast de gefailleerde andere hoofdelijke medeschuldenaren of garanten aansprakelijk zijn voor de betaling van de vordering van de schuldeiser, kan deze schuldeiser het totale vorderingsbedrag in de faillissementsprocedure aanmelden en doen gelden tot aan de volledige betaling, onder een ontbindende voorwaarde waaraan is voldaan als de vordering door een andere hoofdelijke medeschuldenaar of garant wordt betaald. Wanneer de schuldeiser de termijn voor aanmelding niet naleeft, komt zijn vordering op de gefailleerde te vervallen en wijst het gerecht de laattijdige aanmelding af.

In de faillissementsprocedure hoeft geen aanmelding te worden gedaan van de prioritaire vordering betreffende de betaling van salarissen en vergoedingen aan werknemers wier werkzaamheden ten gevolge van de inleiding van de faillissementsprocedure overbodig zijn geworden, voor de periode vanaf het begin van de faillissementsprocedure tot aan het verstrijken van de opzeg- en ontslagtermijn voor werknemers wier arbeidsovereenkomsten zijn opgezegd door de curator omdat hun werk door de inleiding van de faillissementsprocedure of gedurende deze procedure overbodig is geworden. Dit geldt ook voor bepaalde vorderingen met betrekking tot de aangifte en betaling van belastingen; deze hoeven niet te worden aangemeld.

Wanneer de vordering wordt gegarandeerd door een uitkooprecht op goederen, moet de schuldeiser dat recht in het kader van de faillissementsprocedure ook binnen de termijn voor aanmelding van deze gegarandeerde vordering aanmelden. Wanneer er, overeenkomstig de situatie op het moment van inleiding van de faillissementsprocedure, een eigendomsrecht ten gunste van de gefailleerde is geregistreerd op het onroerend goed en dit eigendomsrecht is vastgelegd door een geregistreerde hypotheek of een maximale hypotheek waarvan de registratie vóór de inleiding van de faillissementsprocedure in werking is getreden, worden deze hypotheek of maximale hypotheek en de vordering geacht tijdig te zijn aangemeld in de faillissementsprocedure.

In een faillissementsprocedure moeten schuldeisers hun preferentiële rechten die vóór de inleiding van de procedure zijn ontstaan, binnen een termijn van drie maanden na de verklaring van inleiding van de faillissementsprocedure aanmelden. Wanneer de termijn voor aanmelding van het voorrangsrecht door de schuldeiser wordt overschreden, komt dit recht niet te vervallen. Wanneer een curator de activa verkoopt waarop niet-aangemelde preferentiële rechten zijn gevestigd, verliest de preferentiële schuldeiser zijn recht maar kan hij verzoeken om de betaling van het geldbedrag dat is voortgevloeid uit de verkoop van deze activa, na aftrek van de verkoopkosten. De preferentiële schuldeiser kan evenmin verzoeken om betaling van de geleden schade. Als de schuldeiser zijn voorrangsrecht en zijn recht op betaling van een geldbedrag niet vóór de bekendmaking van het plan voor eerste globale verdeling aanmeldt, verliest hij deze rechten ook.

Verplichtingen van de gefailleerde die na de inleiding van de faillissementsprocedure zijn ontstaan, worden (op enkele uitzonderingen na) beschouwd als procedurekosten. Deze kosten worden als volgt verdeeld:

– exploitatiekosten (salarissen en andere vergoedingen voor personen die werkzaamheden verrichten in het kader van de faillissementsprocedure, met inbegrip van belastingen en bijdragen die de werkgever tegelijk met deze betalingen moet berekenen en afdragen; kosten voor de curator; kosten voor elektriciteit, water, verwarming, telefoon en andere kosten die verband houden met het gebruik van bedrijfsruimte voor de faillissementsprocedure; verzekeringspremies voor goederen die deel uitmaken van de insolvente boedel; kosten voor bekendmaking; gerechtskosten van de gefailleerde in verband met betwisting van de vorderingen; kosten voor boekhoudkundige, administratieve en andere diensten ten behoeve van de faillissementsprocedure enz.),

– incidentele kosten (betaling van vorderingen die tijdens de gerechtelijke saneringsprocedure zijn ontstaan; tenuitvoerlegging van een verplichting op grond van een bilaterale overeenkomst die door beide partijen niet is nageleefd; tenuitvoerlegging van een verplichting op grond van de verrichting van spoedeisende juridische handelingen en in geval van voortzetting van de werkzaamheden; kosten voor taxatie van de goederen en andere stappen voor de verkoop enz.).

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Met de aanmelding van de vordering verkrijgt de schuldeiser het recht om procedurehandelingen te verrichten in het kader van de hoofdprocedure inzake insolventie. De vordering moet binnen de voorgeschreven termijn worden aangemeld. Vorderingen die vóór de inleiding van de insolventieprocedure zijn ontstaan, moeten worden aangemeld.

In een gerechtelijke saneringsprocedure worden vorderingen in het bijzonder aangemeld en gecontroleerd om te bepalen in hoeverre de schuldeiser in dit kader zijn stem mag uitbrengen. Vorderingen moeten binnen 30 dagen na de kennisgeving van de inleiding van de procedure worden aangemeld op de website van het Nationaal agentschap voor openbare registers en diensten (AJPES). Als een schuldeiser zijn vordering verzuimt aan te melden of te laat aanmeldt, betekent dit niet dat de schuldeiser zijn vordering verliest, maar wel dat hij zijn stemrecht verliest.

In een faillissementsprocedure worden vorderingen aangemeld en gecontroleerd om te bepalen op welke wijze de boedel zal worden verdeeld. In deze procedure moeten schuldeisers hun vorderingen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de inleiding van de procedure aanmelden op de website van het AJPES.

Bij een persoonlijk faillissement verliest de schuldeiser de vordering niet als deze na de uiterste termijn wordt aangemeld, maar wordt deze door de curator toegevoegd aan de aanvullende lijst van vorderingen.

De schuldeiser tegen wie beroep is ingesteld ter betwisting van rechtshandelingen van de gefailleerde, moet in de faillissementsprocedure binnen een maand na de betekening van dat beroep, zijn vordering aanmelden als 'eventuele' vordering die zou ontstaan als het verzoek wordt ingewilligd. Een vordering voor herstel van de geleden schade ten gevolge van de opzegging van een huurovereenkomst of een niet-nagekomen bilaterale overeenkomst door de curator moet binnen een maand na ontvangst van de verklaring van de gefailleerde betreffende de uitoefening van het recht tot opzegging of herroeping worden ingediend door de schuldeiser.

Inhoud van de vordering

Een aanmelding van een vordering in de insolventieprocedure moet het volgende bevatten:

1. het verzoek om toelating van de vordering in de procedure,

2. de beschrijving van de feiten waaruit blijkt dat het verzoek gegrond is en bewijsstukken waarmee deze feiten worden gestaafd, met inbegrip van bijgevoegde stukken.

De aanmelding van een vordering in een faillissementsprocedure moet ook informatie bevatten over de rekening waarop het betrokken bedrag moet worden betaald, en als de schuldeiser een burgerrechtelijke of andere procedure heeft aangespannen om zijn vordering vóór de inleiding van de faillissementsprocedure te doen gelden, moet ook informatie worden vermeld over het gerecht of andere bevoegde instanties waarbij de procedure aanhangig is gemaakt, evenals het referentienummer van de procedure.

Het verzoek om toelating van de vordering moet het volgende bevatten:

1. het bedrag van de hoofdvordering,

2. wanneer de schuldeiser in de insolventieprocedure, naast de hoofdvordering, rente vordert: het gekapitaliseerde bedrag van de eventuele rente zoals berekend voor de periode van de vervaldatum tot aan de datum van inleiding van de insolventieprocedure; in geval van preferente vorderingen berekent de curator het gekapitaliseerde rentebedrag,

3. wanneer de schuldeiser in de insolventieprocedure, naast de hoofdvordering, ook de kosten terugvordert voor het invorderen van de vordering in een gerechtelijke of andere procedure vóór de inleiding van de insolventieprocedure: het bedrag van deze kosten,

4. wanneer de schuldeiser zijn vordering opeist als preferente vordering: het verzoek om deze vordering bij de verdeling met voorrang te betalen,

5. wanneer de schuldeiser zijn vordering opeist als 'eventuele' vordering: een beschrijving van de omstandigheden waaruit blijkt dat is voldaan aan de opschortende of ontbindende voorwaarde waaraan de desbetreffende vordering is gekoppeld.

In een insolventieprocedure kan de schuldeiser meerdere vorderingen in één verzoek opnemen.

Procedure voor controle van de vorderingen

De controleprocedure verloopt in drie fasen:

1. Verklaring van de curator inzake de aangemelde vorderingen

De curator spreekt zich uit over de toelating of betwisting van de vorderingen door een basislijst van gecontroleerde vorderingen op te stellen. Op deze lijst noteert hij voor elke vordering of deze wordt toegelaten of betwist. Het gerecht publiceert deze lijst op zijn website voor bekendmaking van documenten inzake insolventieprocedures. Schuldeisers kunnen eventuele fouten bij het al dan niet toelaten van vorderingen op de basislijst binnen 15 dagen na bekendmaking aan de orde stellen door bezwaar te maken tegen de basislijst. Als het bezwaar van de schuldeiser gegrond is, wordt de basislijst door de curator gecorrigeerd.

2. Verklaring van de schuldeisers inzake de door andere schuldeisers aangemelde vorderingen

Iedere schuldeiser die zijn vordering tijdig in de procedure heeft aangemeld, kan vorderingen van andere schuldeisers aanvechten door een bezwaar ter betwisting van vorderingen in te dienen. In een gerechtelijke saneringsprocedure moet de schuldeiser zijn bezwaar tegen de vordering binnen 15 dagen na de bekendmaking van de lijst van gecontroleerde vorderingen indienen. Als het gaat om een faillissementsprocedure, geldt een termijn van een maand. In procedures voor persoonlijk faillissement en gerechtelijke sanering kan een dergelijk bezwaar ook worden ingediend door de insolvente schuldenaar, in zijn hoedanigheid van partij bij de procedure. De aanmeldingen van de schuldeisers en van de schuldenaar betreffende betwiste vorderingen worden door de curator opgenomen op de aangevulde lijst van gecontroleerde vorderingen. Eventuele fouten die zijn ontstaan omdat geen rekening is gehouden met het ingediende bezwaar, moeten aan de orde worden gesteld door het indienen van bezwaar tegen de aangevulde lijst.

3. Gerechtelijke beslissing tot controle van de vorderingen

Het gerecht beslist tot controle van de vorderingen via een beslissing tot controle van de vorderingen. Op grond van deze beslissing stelt de curator de definitieve lijst van gecontroleerde vorderingen op, die door het gerecht tezamen met de beslissing tot controle van de vorderingen wordt bekendgemaakt.

In de beslissing inzake de controle van de vorderingen doet het gerecht uitspraak over de bezwaren, over de erkende en de bestreden vorderingen en over de vorderingen die kunnen worden bewezen, en beslist het welke schuldeiser in het kader van een andere procedure een verzoek moet indienen (bijvoorbeeld een burgerrechtelijke procedure) om een vordering te laten vaststellen. De termijn voor het aantekenen van beroep bedraagt een maand.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De insolvente boedel bestaat uit de goederen van de gefailleerde die in de faillissementsprocedure te gelde worden gemaakt om de procedurekosten te dekken en de vorderingen terug te betalen. In de wet wordt een onderscheid gemaakt tussen de algemene insolvente boedel en de bijzondere insolvente boedel. De bijzondere insolvente boedel bestaat uit de goederen waarvoor een uitkooprecht geldt of de financiële activa die voortkomen uit de tegeldemaking van deze goederen. Voor ieder bijzonder goed waarvoor een uitkooprecht geldt, moet een bijzondere insolvente boedel worden samengesteld. Dit goed moet ook los van de goederen in de algemene insolvente boedel en los van de goederen die andere bijzondere boedels vormen, worden beheerd.

Het deel van de insolvente boedel dat te gelde is gemaakt, vormt een te verdelen boedel en is bestemd voor betaling van de schuldeisers. De algemene te verdelen boedel bestaat uit de financiële activa voortkomend uit de tegeldemaking van de algemene insolvente boedel, met aftrek van de kosten voor de faillissementsprocedure. De bijzondere te verdelen boedel bestaat uit de financiële activa voortkomend uit de tegeldemaking van de bijzondere insolvente boedel, met aftrek van de kosten voor deze tegeldemaking.

Wat betreft het voorrangsrecht in de faillissementsprocedure worden vorderingen die vóór de inleiding van de procedure zijn ontstaan, als volgt ingedeeld:

  • gegarandeerde vorderingen waarvan de betaling wordt zeker gesteld door een uitkooprecht, dat het recht van voorrang omvat voor een vordering op een bijzonder goed, en
  • niet-gegarandeerde vorderingen, waarbij preferente vorderingen in de faillissementsprocedure in eerste instantie worden betaald, gevolgd door normale vorderingen, vervolgens achtergestelde vorderingen en in laatste instantie rechten van vennootschappen.

Gegarandeerde vorderingen zijn vorderingen waarvan de betaling is zeker gesteld door een uitkooprecht. Een uitkooprecht is elk recht dat een recht op voorrang van een vordering op een bijzonder goed omvat. Het meest voorkomende uitkooprecht is het pandrecht. In een faillissementsprocedure worden gegarandeerde vorderingen bij voorrang betaald uit de opbrengst van de verkoop van de goederen waarvoor een uitkooprecht geldt.

Niet-gegarandeerde vorderingen zijn vorderingen waarvan de betaling niet is zeker gesteld door een uitkooprecht. Voor de voldoening ervan met goederen waarvoor een uitkooprecht geldt, zijn deze vorderingen ondergeschikt aan de betaling van gegarandeerde vorderingen. Bij de voldoening op de resterende goederen worden deze in de volgende volgorde betaald: (1) preferente vorderingen, (2) normale vorderingen en (3) eventuele achtergestelde vorderingen.

  • Preferente vorderingen zijn (niet-gegarandeerde) vorderingen waarvoor wettelijk is vastgelegd dat zij vóór (niet-gegarandeerde) normale vorderingen worden terugbetaald (bijvoorbeeld salarissen en salarisvergoedingen van de zes maanden voorafgaand aan de inleiding van de insolventieprocedure, de vergoeding voor werknemers, niet-betaalde bijdragen enz.). Als de faillissementsprocedure wordt ingeleid omdat de gerechtelijke saneringsprocedure is mislukt, hebben vorderingen die in de loop de gerechtelijke saneringsprocedure zijn ontstaan, absolute voorrang en worden deze vóór de preferente vorderingen terugbetaald.
  • Normale vorderingen zijn niet-gegarandeerde vorderingen die preferent noch achtergesteld zijn.
  • Achtergestelde vorderingen zijn niet-gegarandeerde vorderingen die op basis van de juridische relatie tussen de schuldenaar en de schuldeiser pas worden terugbetaald nadat de andere niet-gegarandeerde vorderingen zijn voldaan, wanneer de schuldenaar insolvent wordt. In het kader van de gerechtelijke sanering kunnen achtergestelde vorderingen worden omgezet in aandelen. Als de achtergestelde vorderingen niet zijn overgedragen in de vorm van een inbreng in natura, heeft de toestemming voor de gerechtelijke sanering tot gevolg dat deze vorderingen komen te vervallen.

Rechten van vennootschappen (aandelen) hebben niet de (juridische) kenmerken van persoonlijke rechten en bieden aandeelhouders of vennoten het recht op een evenredig deel van de resterende insolvente boedel.

Vóór de terugbetaling van de schuldeisers, wordt het bedrag ter dekking van de kosten voor de faillissementsprocedure in mindering gebracht op de insolvente boedel (te verdelen boedel). Schuldeisers worden in de volgende volgorde terugbetaald: allereerst worden afzonderlijke schuldeisers wier vorderingen worden gegarandeerd door een uitkooprecht (bijvoorbeeld een hypotheek) terugbetaald uit de activa die de garantie vormen (specifieke te verdelen boedel). Vervolgens schuldeisers wier vorderingen voortvloeien uit overeenkomsten of andere rechtshandelingen die in de periode tussen de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure en de inleiding van de faillissementsprocedure door de gefailleerde zijn aangegaan, conform de wet inzake beperking van de werkzaamheden tijdens de gerechtelijke saneringsprocedure; daarna bevoorrechte schuldeisers (werknemers) en tot slot overige schuldeisers met normale, niet-gegarandeerde vorderingen en schuldeisers met achtergestelde vorderingen. Wat eventueel resteert uit de tegeldemaking van de goederen, wordt verdeeld onder de aandeelhouders.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Gerechtelijke saneringsprocedure

De gerechtelijke sanering waarover de schuldeisers hebben gestemd, moet ook door het gerecht worden bevestigd. Wanneer het gerecht instemt met de gerechtelijke sanering:

1. geeft het toestemming voor de gerechtelijke sanering,

2. stelt het de inhoud van de toegestane sanering vast en geeft het het volgende aan:

– welk percentage aan de schuldeisers wordt betaald,

– de termijnen voor de betaling van de vorderingen, en

– de rentevoet die van toepassing is op de vorderingen in de periode vanaf de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure tot aan de uiterste betalingstermijn van deze vorderingen,

3. beslist het welke vorderingen worden gecontroleerd in de gerechtelijke saneringsprocedure, en

4. draagt het de schuldenaar op de in de gerechtelijke saneringsprocedure gecontroleerde vorderingen van de schuldeisers te betalen, in de proporties, binnen de termijnen en tegen de rentevoet die in de gerechtelijke saneringsprocedure zijn vastgelegd.

In de procedure wordt de regel van absolute prioriteit (Absolute Priority Rule) toegepast. Bij een financiële herstructurering van de onderneming van de schuldenaar geldt in de gerechtelijke saneringsprocedure het volgende:

  • aandeelhouders van de schuldenaar mogen enkel het aandeel van het maatschappelijk kapitaal van de schuldenaar behouden dat overeenkomt met de waarde van de resterende goederen die zij zouden hebben ontvangen als er een faillissementsprocedure was ingesteld tegen de schuldenaar,
  • de betalingsvoorwaarden voor vorderingen van schuldeisers moeten gunstiger zijn dan wanneer er een faillissementsprocedure zou zijn ingesteld tegen de schuldenaar, waarbij rekening wordt gehouden met de volgorde en de andere regels voor betaling van preferente, normale en achtergestelde vorderingen en gegarandeerde vorderingen in de faillissementsprocedure,
  • de werkzaamheden van de onderneming van de schuldenaar of van het rendabele deel van deze onderneming worden voortgezet.

De schuldenaar gaat over tot financiële herstructurering door de schuldeisers de mogelijkheid te bieden in stemmen met een verlaging van hun normale vorderingen of een uitstel van betaling van deze vorderingen. Hij moet al zijn schuldeisers hetzelfde aandeel in de betaling van hun normale vorderingen bieden, alsook dezelfde betalingstermijnen en dezelfde rentetarieven in de periode vanaf de inleiding van de gerechtelijke sanering tot aan de uiterste betalingstermijn. Wanneer de schuldenaar een kapitaalvennootschap is, kan schuldeisers de volgende keuze worden geboden:

  • aanvaarding van een verlaging en uitstel van betaling van hun normale vorderingen
  • overdracht van deze vorderingen aan de schuldenaar in de vorm van inbreng in natura middels een verhoging van het maatschappelijk kapitaal van de schuldenaar (schuldconversie).

De gerechtelijke sanering heeft geen gevolgen voor preferente vorderingen en voorrangsrechten. Achtergestelde vorderingen komen te vervallen. In het kader van de gerechtelijke sanering kan herstructurering van gegarandeerde vorderingen alleen op vrijwillige basis plaatsvinden. In een gerechtelijke saneringsprocedure tegen een grote, middelgrote of kleine onderneming kunnen gegarandeerde vorderingen echter ook het voorwerp vormen van een gedwongen herstructurering voor wat betreft uitstel van betaling of verlaging van de rentevoet, in die zin dat een besluit van een meerderheid van 75 % van de schuldeisers ook van toepassing is op schuldeisers met voorrang die niet voor de gerechtelijke sanering hebben gestemd. In deze procedure kan de financiële herstructurering ook de vorm aannemen van een afsplitsing van het rendabele deel van de onderneming van de schuldenaar ten gunste van een andere onderneming (spin-off). De omzetting van de uitkooprechten in een enkel gezamenlijk uitkooprecht is ook toegestaan (maar hiervoor is een meerderheid van 85 % vereist).

Faillissementsprocedure tegen een rechtspersoon

De faillissementsprocedure heeft tot doel de tegeldemaking van de insolvente boedel en de betaling van de schuldeisers. In principe kan de verkoopovereenkomst betreffende de goederen van de gefailleerde worden gesloten in het kader van een openbare veiling of een bindende aanbesteding. Openbare veilingen kunnen de vorm aannemen van een veiling met verhoging van de inzetprijs of een veiling met verlaging van de inzetprijs. In een faillissementsprocedure kunnen de werkzaamheden van de onderneming worden voortgezet door de onderneming in haar geheel of haar levensvatbare delen, in het kader van een openbare veiling te verkopen (sale of a business as a "concern").

Vóór de terugbetaling van de schuldeisers, wordt het bedrag ter dekking van de kosten voor de faillissementsprocedure in mindering gebracht op de insolvente boedel. Schuldeisers worden in de volgende volgorde terugbetaald: allereerst worden afzonderlijke schuldeisers wier vorderingen worden gegarandeerd door een uitkooprecht (bijvoorbeeld een hypotheek) terugbetaald uit de activa die de garantie vormen. Vervolgens schuldeisers wier vorderingen voortvloeien uit overeenkomsten of andere wettelijke handelingen die in de periode tussen de inleiding van de gerechtelijke saneringsprocedure en de inleiding van de faillissementsprocedure door de gefailleerde zijn verricht, overeenkomstig de wet inzake beperking van de werkzaamheden tijdens de gerechtelijke saneringsprocedure, daarna bevoorrechte schuldeisers (werknemers) en tot slot overige schuldeisers met normale, niet-gegarandeerde vorderingen en schuldeisers met achtergestelde vorderingen. Wat eventueel resteert uit de tegeldemaking van de goederen, wordt verdeeld onder de aandeelhouders.

Persoonlijk faillissement

Net als de faillissementsprocedure tegen een rechtspersoon wordt de procedure voor persoonlijk faillissement ingesteld met het oog op de proportionele en gelijktijdige betaling van de vorderingen van alle schuldeisers. Schuldeisers worden verhoudingsgewijs en tegelijkertijd terugbetaald uit de opbrengst van de goederen van de schuldenaar. De insolvente boedel omvat alle goederen waarover de persoon met een te grote schuldenlast bij de inleiding van de faillissementsprocedure beschikte, behalve wanneer de goederen overeenkomstig de bepalingen van de wet inzake tenuitvoerlegging en conservatoire maatregelen zijn uitgesloten van de tenuitvoerlegging. Aangezien een natuurlijke persoon, anders dan een rechtspersoon, na afloop van een faillissementsprocedure blijft bestaan, komen vorderingen die niet in de faillissementsprocedure zijn betaald, ook niet te vervallen. Het verschil met vorderingen van schuldeisers in faillissementsprocedures tegen rechtspersonen is dat de invordering van vorderingen in procedures voor persoonlijk faillissement niet wordt beëindigd bij de sluiting van de faillissementsprocedure. De beslissing tot sluiting van de procedure voor persoonlijk faillissement, die de lijst van vorderingen bevat die wel zijn toegelaten maar niet zijn betaald in de faillissementsprocedure, vormt een executoriale titel voor de inning van deze vorderingen.

De gefailleerde heeft dan ook de mogelijkheid om vóór de goedkeuring van de beslissing tot sluiting van de procedure voor persoonlijk faillissement een verzoek in te dienen tot kwijtschelding van de schulden die vóór de inleiding van de faillissementsprocedure zijn ontstaan en die in deze procedure niet zullen worden betaald. Zo kan hij zijn betalingsverplichtingen terugdringen. Als de gefailleerde een verzoek tot kwijtschelding indient en de kwijtscheldingsprocedure na een afloop van een periode voor verificatie uitmondt in kwijtschelding, wordt het deel van zijn schulden dat op grond van de beslissing tot sluiting van de faillissementsprocedure had kunnen worden teruggevorderd, kwijtgescholden. De rechten van schuldeisers om de resterende vorderingen in het kader van een gerechtelijke procedure te doen gelden, komen dan te vervallen.

Ook wanneer het verzoek om kwijtschelding wordt ingewilligd, heeft dit geen gevolgen voor de volgende verplichtingen van de schuldenaar:

1. preferente loonverplichtingen,

2. vorderingen op de gefailleerde op grond van wettelijke alimentatie, vergoeding van schade die voortvloeit uit een vermindering van de dagelijkse activiteiten of een vermindering of een verlies van arbeidscapaciteit, alsook vergoeding van schade die voortvloeit uit een verlies aan alimentatie als gevolg van het overlijden van de onderhoudsplichtige,

3. dwangsommen of terugvorderingen van activa die zijn opgelegd in het kader van strafrechtelijke procedures,

4. vorderingen die verband houden met een voorwaardelijke straf waarbij de terugbetaling van de opbrengsten van het misdrijf of het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade wordt opgelegd,

5. vorderingen die verband houden met boetes of de terugvordering van activa en die zijn ontstaan als gevolg van overtredingen die zijn vastgesteld in een desbetreffende procedure,

6. vorderingen die verband houden met de verbeurdverklaring van criminele vermogensbestanddelen,

7. vorderingen die verband houden met het herstel van schade die opzettelijk of door ernstige nalatigheid is veroorzaakt.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Een gerechtelijke saneringsprocedure wordt beëindigd wanneer het gerecht zijn definitieve uitspraak heeft gedaan waarin de gerechtelijke sanering wordt bevestigd.

Iedere schuldeiser wiens vordering in de gerechtelijke sanering wordt bevestigd, kan het gerecht verzoeken deze procedure nietig te verklaren voor zover de gefailleerde de normale vorderingen van de schuldeisers op wie de gerechtelijke sanering betrekking heeft, grotendeels of geheel betaalt. Een beroep tot nietigverklaring moet worden ingesteld binnen zes maanden na het aflopen van de betalingstermijn voor de vorderingen die in de gerechtelijke sanering is vastgelegd.

Iedere schuldeiser voor wiens vordering een toegestane gerechtelijke sanering gevolgen heeft, kan het gerecht verzoeken deze sanering nietig te verklaren als de beslissing op frauduleuze wijze tot stand is gekomen.

Een beroep tot nietigverklaring moet worden ingesteld binnen een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van de beslissing waarbij de gerechtelijke sanering wordt bevestigd.

Dit beroep valt onder de bevoegdheid van het gerecht dat de gerechtelijke sanering heeft bevestigd.

In de beslissing waarmee het gerecht de bevestigde gerechtelijke sanering nietig verklaart, wordt de schuldenaar gelast het deel van de onbetaalde vorderingen waarop de bevestigde gerechtelijke sanering betrekking heeft, te voldoen, en wel binnen een door het gerecht bepaalde termijn van maximaal een jaar na de datum waarop het bevel onherroepelijk is geworden.

Sluiting van de faillissementsprocedure tegen een rechtspersoon

Een faillissementsprocedure tegen een rechtspersoon wordt beëindigd met een beslissing tot sluiting van de faillissementsprocedure. Het gerecht neemt deze beslissing op basis van het eindverslag dat de curator na afronding van alle wettelijk vastgelegde handelingen en op basis van het advies van het comité van schuldeisers heeft opgesteld. Dit verslag moet binnen één maand na de voltooiing van de definitieve verdeling worden voorgelegd.

Wanneer er na de beslissing tot sluiting van de faillissementsprocedure goederen worden gevonden die aan de gefailleerde toebehoren, kan de faillissementsprocedure tegen de schuldenaar voor deze goederen worden heropend op verzoek van de schuldeiser die in het kader van het faillissement procedurehandelingen mag verrichten en wiens recht niet vóór de afsluiting van deze procedure was komen te vervallen, dan wel op verzoek van een aandeelhouder van de gefailleerde.

Sluiting van persoonlijk faillissement

Een procedure voor persoonlijk faillissement wordt beëindigd met een beslissing tot sluiting van de procedure.

Wanneer de schulden van een persoonlijk failliet verklaarde schuldenaar zijn kwijtgescholden, kan iedere schuldeiser voor wiens vorderingen een definitieve beslissing tot kwijtschelding gevolgen heeft, het gerecht verzoeken de krachtens deze beslissing toegestane kwijtschelding nietig te verklaren als deze kwijtschelding is verkregen omdat er gegevens over de goederen zijn achtergehouden of verkeerd zijn voorgesteld, of omdat er sprake is van een andere vorm van fraude. Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van de beslissing tot kwijtschelding van schulden (artikel 411 van de ZFPPIPP). Als schuldeisers goederen van de schuldenaar aantreffen die hij vóór de kwijtschelding had verworven (of had verborgen) en de beslissing tot kwijtschelding reeds definitief is geworden, kunnen zij de kwijtschelding ook laten nietig verklaren door te verzoeken om inleiding van een faillissementsprocedure met betrekking tot deze goederen. In dat geval geldt voor de indiening van een verzoek om nietigverklaring van de kwijtschelding geen termijn van drie jaar.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Iedere schuldeiser moet zelf de kosten dragen voor deelname aan een insolventieprocedure.

In een gerechtelijke saneringsprocedure die op verzoek van de schuldenaar wordt ingeleid, komen procedure- en andere kosten voor rekening van de schuldenaar.

In een gerechtelijke saneringsprocedure tegen een grote, middelgrote of kleine onderneming die op verzoek van de schuldeisers wordt ingeleid, worden de aanvankelijke procedurekosten voorgeschoten door de indieners van het verzoek. In deze procedure komen ook de honoraria van de curator voor rekening van de indieners. De schuldenaar tegen wie een procedure is ingeleid, draagt de uitgaven die noodzakelijk zijn voor de volgende betalingen:

– in het kader van overeenkomsten met juridische en financiële adviseurs voor de juridische en financiële diensten die noodzakelijk zijn voor het opstellen van verslagen inzake de financiële situatie en de werkzaamheden van de schuldenaar, het plan voor financiële herstructurering, of andere documenten die naderhand bij het voorstel voor gerechtelijke sanering moeten worden gevoegd,

– in het kader van de overeenkomst met de auditor voor de controle van het verslag inzake de financiële situatie en de werkzaamheden van de schuldenaar, en

- in het kader van de overeenkomst met de erkende controleur van het plan voor financiële herstructurering.

In een faillissementsprocedure worden de procedurekosten die tijdens de procedure worden gemaakt, vóór de betaling van de vorderingen en vóór de verdeling van de boedel betaald uit de failliete boedel. Als de schuldeiser een verzoek om faillietverklaring indient, moet hij de initiële kosten van de procedure voorschieten. Hij kan echter aanspraak maken op de terugbetaling van het voorschot overeenkomstig de regels inzake betaling van de kosten voor faillissementsprocedures.

In een preventieve herstructureringsprocedure moet de schuldenaar de schuldeisers die partij zijn bij een dergelijke procedure, hun aandeel in de procedurekosten terugbetalen. Doorgaans komen deze kosten voor rekening van de schuldenaar. De schuldenaar en de schuldeisers leggen de terugbetaling van deze kosten vast in de overeenkomst inzake preventieve herstructurering.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Voorwaarden voor nietigverklaring

Schuldeisers en de curator hebben het recht om de rechtshandelingen van de schuldenaar te betwisten. Beroep of bezwaar wordt ingesteld tegen de persoon in wiens belang de betwiste handeling is verricht.

Nietigverklaring kan betrekking hebben op alle rechtshandelingen (met inbegrip van nalatigheid) die leiden tot disproportionele of verminderde terugbetaling van de schuldeisers in het faillissement of waarmee de schuldenaar zijn situatie heeft kunnen verbeteren (door bepaalde schuldeisers te begunstigen; het zogenaamde objectieve element voor nietigverklaring). De verzoeker dient hierbij te bewijzen dat de andere partij in wier belang de betwiste handeling werd verricht, op de hoogte was of had moeten zijn van de slechte economische/financiële situatie van de schuldenaar (het subjectieve element voor nietigverklaring). In de wet zijn wettelijke vermoedens vastgesteld op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat aan deze voorwaarde is voldaan en de wet voorziet ook in gevallen waarin rechtshandelingen niet kunnen worden betwist. De wet bevat ook regels inzake de inhoud van het verzoek tot nietigverklaring en inzake de wijze waarop dat moet worden ingediend.

Verdachte periode

In een faillissementsprocedure kan beroep worden aangetekend tegen rechtshandelingen die zijn verricht in de periode tussen het laatste jaar vóór de inleiding van de procedure en het begin van de procedure; in het geval van schenkingsakten (of soortgelijke handelingen) geldt dit voor handelingen die zijn verricht gedurende de periode tussen het begin van de laatste 36 maanden vóór de inleiding van de faillissementsprocedure en het begin van de procedure. Het verzoek tot nietigverklaring moet worden ingediend binnen een termijn van 12 maanden na de inwerkingtreding van de beslissing tot inleiding van de faillissementsprocedure.

Niet voor beroep vatbare handelingen

Het is niet mogelijk om beroep aan te tekenen tegen rechtshandelingen die tijdens de gerechtelijke saneringsprocedure door de gefailleerde zijn verricht met inachtneming van de wettelijke regels inzake de werkzaamheden van de schuldenaar in deze procedure, rechtshandelingen die door de gefailleerde zijn verricht voor de betaling van de vorderingen in de proporties, binnen de termijnen en tegen de rentevoet die in de beslissing tot toestemming voor de gerechtelijke sanering zijn vastgelegd, alsook betalingen betreffende wisselbrieven en cheques als de betaling was verschuldigd aan een andere partij, zodat de schuldenaar zijn verhaalrecht tegen de andere betrokkenen niet verliest.

Er kan geen beroep worden ingesteld tegen rechtshandelingen die door de schuldenaar zijn verricht met het oog op de betaling van vorderingen of om aan andere verplichtingen te voldoen overeenkomstig de toegestane overeenkomst voor preventieve herstructurering.

Specifieke kenmerken van het persoonlijke faillissement

De periode waarin beroep kan worden aangetekend tegen rechtshandelingen die door de gefailleerde zijn verricht ten gunste van een aandeelhouder met wie hij nauw verbonden is, bedraagt bij persoonlijk faillissement vijf jaar. Deze regel geldt voor overeenkomsten die zijn gesloten met natuurlijke personen die nauw met elkaar zijn verbonden en met rechtspersonen die zijn verbonden met de gefailleerde of die nauw zijn verbonden met aandeelhouders die natuurlijke personen zijn. Het gaat daarbij om rechtspersonen waarin de gefailleerde of de nauw met de gefailleerde verbonden personen, afzonderlijk of gezamenlijk, ten minste 25 % van het geplaatste kapitaal of 25 % van de stemrechten in handen hebben, of waarin deze personen het recht hebben om personen te benoemen of af te zetten die bevoegd zijn tot vertegenwoordiging van de betrokken rechtspersoon, of wanneer deze personen bevoegd zijn tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon of mogen optreden ten gunste van de vennootschappen waaraan zij zijn verbonden.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 23/05/2018

Insolventie - Finland

INHOUDSOPGAVE


Insolventie betekent dat een schuldenaar, anders dan tijdelijk, niet in staat is zijn schulden te betalen wanneer deze opeisbaar zijn. Een insolventieprocedure is een tenuitvoerleggingsprocedure die gelijktijdig op alle schulden van de schuldenaar van toepassing is.

In Finland bestaan er drie verschillende soorten insolventieprocedures: faillissement, herstructurering van een onderneming en schuldsanering bij een natuurlijke persoon. De regels inzake faillissement zijn vastgelegd in de faillissementswet (Konkurssilaki 120/2004) die op 1 september 2004 in werking is getreden. De wet inzake de herstructurering van ondernemingen (Laki yrityksen saneerauksesta 47/1993) en de wet inzake de schuldsanering bij natuurlijke personen (Laki yksityishenkilön velkajärjestelystä 57/1993) zijn op 8 februari 1993 in werking getreden.

Faillissement is een liquidatieprocedure waarbij het doel is om de activa van een schuldenaar te gelde te maken en de opbrengst daarvan onder de schuldeisers te verdelen. Herstructurering van een onderneming en schuldsanering bij natuurlijke personen zijn rehabilitatieprocedures, bedoeld om de financiële gezondheid te herstellen en de schuldenaar de mogelijkheid te geven zijn financiële moeilijkheden te boven te komen.

Een schuldenaar kan ook buiten de officiële insolventieprocedures om met zijn schuldeisers tot een akkoord komen of andere regelingen treffen voor het betalen van zijn schulden. Voor regelingen die op vrijwillige basis tot stand komen, bestaan geen wettelijke voorschriften.

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Faillissement

Faillissement kent een algemene toepassing, zodat zowel natuurlijke personen als rechtspersonen failliet kunnen worden verklaard. Een rechtspersoon kan failliet worden verklaard, zelfs als hij uit het betreffende register is geschrapt of is ontbonden. Ook een nalatenschap kan failliet worden verklaard.

Herstructurering

Iedere onderneming die een commerciële activiteit verricht, evenals iedere zelfstandig ondernemer, kan voorwerp zijn van een herstructureringsprocedure. Bepaalde ondernemingen, zoals kredietinstellingen en verzekeringsmaatschappijen, zijn echter van herstructureringsprocedures uitgesloten, aangezien zij onder een bijzondere wet en afzonderlijk toezicht vallen.

Schuldsanering

Alleen een natuurlijke persoon kan om sanering van zijn schulden verzoeken. Een natuurlijke persoon die een particuliere onderneming leidt of die een activiteit verricht in het kader van een vennootschap onder firma of optreedt als commanditair vennoot in een commanditaire vennootschap, kan onder bepaalde voorwaarden echter ook gebruik maken van de schuldsaneringsregeling.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Voor het openen van elk van de drie insolventieprocedures geldt als algemene voorwaarde dat de schuldenaar insolvent is. Insolventie betekent dat een schuldenaar, anders dan tijdelijk, niet in staat is zijn schulden te betalen wanneer deze opeisbaar zijn. Een herstructureringsprocedure kan ook worden geopend wanneer een schuldenaar insolvent dreigt te raken.

Faillissement

Een faillissement kan zowel door de schuldenaar als door een schuldeiser worden aangevraagd. De algemene voorwaarde die wordt gesteld aan een faillietverklaring, is dat de schuldenaar insolvent is. In de faillissementswet is bepaald op basis van welke criteria kan worden vastgesteld of iemand insolvent is. Een schuldenaar wordt geacht insolvent te zijn indien zijn situatie binnen deze criteria valt, tenzij er aanwijzingen van het tegendeel voorhanden zijn.

Er is sprake van vermoedelijke insolventie:

1. indien de schuldenaar zelf verklaart dat hij insolvent is en er geen bijzondere redenen zijn om zijn verklaring te verwerpen;

2. indien de schuldenaar is opgehouden te betalen;

3. indien bij tenuitvoerleggingsprocedures die zijn uitgevoerd in de zes maanden voorafgaand aan de indiening van de faillissementsaanvraag, is gebleken dat de schuldenaar zijn schulden niet volledig kan afbetalen; of

4. indien de schuldenaar, die gedurende het jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de faillissementsaanvraag wettelijk verplicht was of is om voor zijn onderneming een boekhouding te voeren, niet binnen een week na ontvangst van een betalingsherinnering van een schuldeiser een onbetwiste en opeisbaar vordering betaalt.

Een faillissementsaanvraag kan door een schuldeiser worden ingediend wanneer de vordering berust op een vonnis, een andere executoriale titel, een door de schuldenaar ondertekende toezegging, of wanneer de vordering onbetwistbaar is. De vordering hoeft niet per se vervallen te zijn. Er gelden beperkingen voor faillissementsaanvragen die berusten op geringe schuldvorderingen en in de gevallen waarin de schuldeiser een zekerheidsrecht heeft.

De rechter benoemt een curator en zorgt ervoor dat er onverwijld een bericht over de opening van de faillissementsprocedure in de Finse staatscourant wordt gepubliceerd. Het bericht kan ook in een gewone krant worden gepubliceerd. De curator is verplicht de schuldeisers in kennis te stellen van de opening van de faillissementsprocedure. De opening van de faillissementsprocedure wordt ook geregistreerd in onder meer het register voor faillissementen en herstructureringen, het handelsregister, het kadaster en hypotheekregister, het scheepsregister voor schepen in aanbouw en afgebouwde schepen, het luchtvaartuigregister, het register van verpande handelszaken, het motorvoertuigenregister en het aandelenregister.

Herstructurering

De opening van een herstructureringsprocedure kan zowel door de schuldenaar als door een schuldeiser worden aangevraagd. De meeste aanvragen worden door de schuldenaar zelf ingediend.

Een procedure om een onderneming te herstructureren kan worden geopend wanneer de schuldenaar insolvent is en er geen wettelijke belemmering bestaat voor de opening van de procedure. Een belemmering is bijvoorbeeld de situatie waarin de insolventie niet door middel van een herstructureringsplan kan worden opgelost of het vermogen van de schuldenaar onvoldoende is om de kosten van de herstructureringsprocedure te dekken. Een herstructureringsprocedure kan ook worden geopend wanneer een schuldenaar insolvent dreigt te raken. In dergelijke gevallen kan de schuldeiser alleen een verzoek tot opening van een herstructureringsprocedure indienen wanneer de schuldvordering een aanzienlijk financieel belang vertegenwoordigt. Voorts kan een herstructureringsprocedure worden geopend wanneer de schuldenaar en ten minste twee schuldeisers hiertoe gezamenlijk een aanvraag indienen of wanneer de schuldeisers verklaren dat zij de aanvraag van de schuldenaar steunen. In dat geval moeten de schuldvorderingen van deze schuldeisers gezamenlijk ten minste een vijfde deel van de bekende schulden van de schuldenaar vertegenwoordigen.

De rechtbank laat de beslissing tot opening van een herstructureringsprocedure in de Finse Staatscourant publiceren. De insolventiefunctionaris is verplicht de schuldeisers te informeren over de opening van de herstructureringsprocedure. Ook bepaalde overheidsinstanties moeten in kennis worden gesteld van de opening van de herstructureringsprocedure en hiervan moet een aantekening worden gemaakt in onder meer het register van faillissementen en herstructureringsprocedures, het handelsregister, het kadaster en hypotheekregister.

De rechtsgevolgen van de opening van een herstructureringsprocedure treden automatisch in vanaf de datum van de uitspraak tot opening van de procedure. Na indiening van de aanvraag kan de rechter, op verzoek van de aanvrager of de schuldenaar, een verbod tot betaling van schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten uitvaardigen, evenals een verbod tot inning van vorderingen, een verbod tot beslaglegging, of een verbod tot uitvoering van andere executiemaatregelen die voorafgaand aan de opening van de procedure effect sorteren.

Schuldsanering

Schuldsanering kan alleen door de schuldenaar worden aangevraagd. Om een schuldsaneringsprocedure te kunnen openen moet de schuldenaar insolvent zijn en redelijkerwijze niet in staat zijn om zijn solvabiliteit dusdanig te verbeteren dat hij zijn schulden kan betalen. De belangrijkste oorzaak van de insolventie moet een aanzienlijke vermindering zijn van het vermogen van de schuldenaar om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen als gevolg van een wijziging in zijn situatie die hem niet direct te verwijten is, zoals ziekte. Schuldsanering kan ook worden toegekend wanneer er een andere gegronde reden is gelet op het totale schuldbedrag en de solvabiliteit van de schuldenaar. Bij de beoordeling van de solvabiliteit van de schuldenaar wordt onder meer rekening gehouden met zijn activa, zijn inkomsten en zijn potentiële inkomsten.

Er mogen geen wettelijke belemmeringen voor de schuldsaneringsprocedure bestaan (bijvoorbeeld een schuld die is ontstaan als gevolg van een criminele activiteit of een door ondoordacht handelen ontstane schuldenlast). De schuldsanering kan ondanks een algemene belemmering in geval van een gegronde reden toch worden toegewezen. In dergelijke gevallen moet in het bijzonder worden gekeken naar de maatregelen die de schuldenaar neemt om zijn schulden af te betalen, hoe lang de schulden al opeisbaar zijn, de situatie van de schuldenaar, en de gevolgen van schuldsanering voor zowel de schuldenaar als zijn schuldeisers.

De rechtsgevolgen van de opening van de schuldsaneringsprocedure treden automatisch in vanaf de datum van de beslissing tot opening van de procedure. Na indiening van de aanvraag kan de rechter, op verzoek van de schuldenaar, een tijdelijk verbod tot betaling van schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten uitvaardigen, evenals een verbod tot inning van vorderingen, een verbod tot beslaglegging, of een verbod tot uitvoering van andere executiemaatregelen die effect sorteren voorafgaand aan de opening van de procedure.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Faillissement

De failliete boedel bestaat uit alle activa die de schuldenaar bezit bij aanvang van het faillissement en de activa die hij verwerft vóór de beëindiging van de faillissementsprocedure. De realisatie van de goederen die tot de boedel behoren, de activa die teruggevorderd kunnen worden voor de boedel en de activa verworven middels substitutie in de boedel, zijn eveneens activa die deel uitmaken van de failliete boedel.

Activa die niet vatbaar zijn voor beslag maken over het algemeen geen deel uit van de failliete boedel. Bovendien geldt dat activa die een natuurlijke persoon verwerft of het inkomen dat hij verdient na de opening van de faillissementsprocedure niet tot de failliete boedel behoren.

Herstructurering

In het kader van een herstructureringsprocedure wordt er voor de schuldenaar een herstructureringsplan opgesteld. Het plan bevat onder meer een overzicht van de financiële situatie van de schuldenaar, dat wil zeggen de activa, de passiva en de andere ondernemingen die de schuldenaar heeft. Het herstructureringsplan moet zijn gebaseerd op de totale waarde van de activa van de schuldenaar ten tijde van de procedure. Terugvordering is ook mogelijk: een transactie die kan worden vernietigd wanneer een faillissementsaanvraag zou zijn ingediend in plaats van een herstructureringsaanvraag, kan in het kader van een herstructureringsprocedure op dezelfde gronden worden vernietigd als in een faillissementsprocedure.

Hoewel het in uitzonderingsgevallen mogelijk is om het herstructureringsplan na goedkeuring te wijzigen, kan het bedrag dat aan iedere schuldeiser wordt uitbetaald echter niet via een wijziging worden verhoogd. Wanneer na goedkeuring van het herstructureringsplan activa aan de schuldenaar worden overgedragen, zijn de schuldeisers evenwel gerechtigd aanvullende betalingen van de schuldenaar te vorderen. De schuldenaar kan worden gelast aanvullende betalingen te verrichten, wanneer wordt geoordeeld dat zijn financiële situatie beter is dan op het tijdstip waarop het plan werd opgesteld. Een verzoek tot aanvullende betalingen kan, indien gegrond, uiterlijk binnen een jaar nadat het eindverslag aan de rechtbank is overgelegd, worden ingediend

Schuldsanering

Bij de beoordeling van het vermogen van de schuldenaar om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, moet onder meer rekening worden gehouden met de opbrengst van de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar, zijn inkomsten en zijn potentiële inkomsten, de kosten voor levensonderhoud en onderhoudsverplichtingen. Er wordt in het kader van de schuldsaneringsprocedure een betalingsplan opgesteld voor de schuldenaar dat is afgestemd op zijn vermogen om te betalen. Bovendien worden alle inkomsten van de schuldenaar boven het bedrag van de kosten voor levensonderhoud en onderhoudsverplichtingen gebruikt voor het afbetalen van de schuld, evenals alle overige activa van de schuldenaar die niet onder de basisbehoeften vallen. Activa die als basisbehoeften van de schuldenaar worden beschouwd, zijn onder meer de woning die eigendom is van de schuldenaar, de noodzakelijke inboedel, de persoonlijke bezittingen en het werkgereedschap van de schuldenaar voor zover hij deze redelijkerwijs nodig heeft. Activa die als basisbehoeften van de schuldenaar worden beschouwd, mogen alleen te gelde worden gemaakt in de in de wet vastgestelde gevallen.

Bovendien kan de schuldenaar op grond van het betalingsplan verplicht zijn aanvullende betalingen te verrichten wanneer hij gedurende de looptijd van het betalingsplan extra inkomsten ontvangt of activa verwerft. De schuldenaar is verplicht een deel van giften of andere eenmalige betalingen die hij gedurende de looptijd van het betalingsschema ontvangt, over te maken aan de schuldeisers. Indien de inkomsten van de schuldenaar hoger zijn dan het in het betalingsplan vastgestelde inkomen, is de schuldenaar verplicht een deel van die aanvullende inkomsten aan de schuldeisers te betalen.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Faillissement

De rechter beslist of het faillissement wordt uitgesproken en benoemt een curator. Een persoon kan tot curator worden benoemd wanneer hij instemt met de benoeming, bekwaam is en over de vereiste competenties en ervaring beschikt om deze taak naar behoren te kunnen uitvoeren, en ook in alle andere opzichten geschikt is. De curator mag geen enkele relatie hebben met de schuldenaar of de schuldeisers die zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de schuldenaar, zijn onpartijdigheid met betrekking tot de schuldeisers of zijn bekwaamheid om zijn taak op de juiste wijze te kunnen verrichten, in gevaar brengt. Een rechtspersoon kan niet tot curator worden benoemd.

De curator speelt een centrale rol bij het beheer van de failliete boedel. Hij heeft onder meer tot taak de boedel te vertegenwoordigen en het gewone beheer van de boedel te verzorgen, de boedelbeschrijving en een verslag over de schuldenaar op te stellen, schuldvorderingen te controleren en de lijst van voorschotten op te stellen. De curator houdt eveneens toezicht op het beheer en de verkoop van goederen die tot de boedel behoren en op de verdeling van de opbrengst.

Na de opening van de faillissementsprocedure verliest de schuldenaar het volledige beheer en de beschikking over de activa die tot de boedel behoren. Hij moet verplicht medewerking verlenen zodat de faillissementsprocedure uiteindelijk kan worden gesloten. De schuldenaar dient de curator alle nodige informatie te verstrekken, zodat hij de boedelbeschrijving kan opstellen en deze bevestigen. De schuldenaar heeft het recht om op de hoogte te worden gehouden over de boedel, deel te nemen aan de schuldeisersvergaderingen en zijn mening te geven over zaken waarover beslissingen moeten worden genomen.

Herstructurering

De rechter benoemt bij de opening van de herstructureringsprocedure van een onderneming een bewindvoerder. De bewindvoerder is een volwassen persoon, die bekend staat als betrouwbaar, die niet in staat van faillissement verkeert en die voldoet aan de wettelijke vereisten. Deze persoon dient te beschikken over de bekwaamheid, competenties en ervaring die voor de functie is vereist. De bewindvoerder mag geen enkele relatie hebben met de schuldenaar of de schuldeisers, die zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de schuldenaar, zijn onpartijdigheid met betrekking tot de schuldeisers of zijn bekwaamheid om de taak op juiste wijze te kunnen verrichten, in gevaar brengt. Een rechtspersoon kan niet tot bewindvoerder worden benoemd.

De bewindvoerder is verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstellingen van de procedure en het beschermen van de belangen van de schuldeisers. Hij stelt een overzicht van de activa en passiva van de schuldenaar op en een voorstel voor het herstructureringsplan. Hij houdt tevens toezicht op de activiteiten van de schuldenaar.

De rechter kan een schuldeiserscommissie benoemen die alle schuldeisers vertegenwoordigt en die de bewindvoerder als adviesorgaan bijstaat bij de uitoefening van zijn taken. Er wordt geen schuldeiserscommissie benoemd wanneer dat wegens het geringe aantal schuldeisers of om een andere reden niet noodzakelijk wordt geacht.

De schuldenaar blijft handelingsbevoegd met betrekking tot zijn activa en activiteiten, tenzij in de wet anders is bepaald. De schuldenaar mag echter na opening van de procedure niet zonder toestemming van de bewindvoerder nieuwe schulden aangaan, tenzij deze verband houden met de gewone activiteiten van de schuldenaar en het bedrag en de voorwaarden niet ongebruikelijk zijn. De handelingsbevoegdheid van de schuldenaar kan op verzoek van de bewindvoerder of een schuldeiser ook op andere wijze worden beperkt, met name wanneer het risico bestaat dat de schuldenaar handelt op een wijze die schadelijk is voor de belangen van de schuldeisers. De schuldenaar moet verplicht samenwerken met de rechter, de bewindvoerder en de schuldeiserscommissie en hen alle benodigde informatie verstrekken. De schuldenaar behoudt het recht vorderingen in te stellen in geschorste of toekomstige gerechtelijke procedures, tenzij de bewindvoerder het recht van de schuldenaar tot het instellen van een rechtsvordering uitoefent.

Schuldsanering

De rechter kan in een schuldsaneringsprocedure eventueel een bewindvoerder benoemen indien dat nodig is om opheldering te krijgen over de financiële situatie van de schuldenaar, de tegeldemaking van de activa of de uitvoering van de schuldsanering. De bewindvoerder is een volwassen persoon, van wie de integriteit bekend is, die niet in staat van faillissement verkeert, die niet onderworpen is aan een beperking van zijn bevoegdheden en die instemt met de benoeming. De bewindvoerder beschikt over de vereiste competenties en ervaring voor de uitoefening van zijn taken. De bewindvoerder mag op geen enkele wijze een relatie hebben met de schuldenaar of de schuldeisers als gevolg waarvan zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de schuldenaar of zijn onpartijdigheid met betrekking tot de schuldeisers in gevaar komt. Een rechtspersoon kan niet tot bewindvoerder worden benoemd.

De bewindvoerder stelt in voorkomend geval een voorstel voor een betalingsplan op en voert alle andere door de rechtbank opgelegde taken uit. Bij het opstellen van het voorstel voor een betalingsplan dient de bewindvoerder met de schuldenaar en de schuldeisers te overleggen en hen alle nodige informatie over de schuldsanering te verstrekken. Tevens geeft hij hen de mogelijkheid een verklaring te overleggen met betrekking tot het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan De bewindvoerder kan ook belast worden met de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar en met de uitkering van de opbrengst daarvan aan de schuldeisers. Indien er geen bewindvoerder wordt benoemd, is de schuldenaar zelf verantwoordelijk voor het opstellen van het voorstel van het betalingsplan. Het is aan de rechter een beslissing te nemen over de opening van een schuldsaneringsprocedure van een natuurlijke persoon. Hij is tevens verantwoordelijk is voor het bekrachtigen van het betalingsplan.

De schuldenaar behoudt de titel en het eigendomsrecht van alle goederen. Alle activa die niet als basisbehoeften van de schuldenaar worden beschouwd, worden echter gebruikt voor het betalen van de schulden. De schuldenaar dient de rechtbank en de schuldeisers en, in voorkomend geval, de bewindvoerder, alle nodige informatie te verstrekken die relevant is voor de sanering van zijn schuld. De schuldenaar dient tevens mee te werken aan de goede uitvoering van de schuldsaneringsprocedure.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Faillissement

Behoudens bepaalde uitzonderingen, is de schuldeiser gerechtigd een vordering in het faillissement te verrekenen met het bedrag dat hij aan de schuldenaar is verschuldigd bij de opening van de faillissementsprocedure, ook als de schuld aan de schuldenaar of de vordering nog niet opeisbaar is. Het recht op verrekening geldt niet voor vorderingen die de schuldeiser geen recht op betaling uit de failliete boedel geven, noch voor vorderingen die ondergeschikt zijn aan andere vorderingen. De schuldeiser is verplicht alle informatie te verstrekken over vorderingen die verrekend kunnen worden.

Herstructurering

Ondanks het verbod op inning van vorderingen heeft een schuldeiser het recht het bedrag dat hij aan de schuldenaar verschuldigd is bij de opening van de procedure te verrekenen onder dezelfde voorwaarden als bij een faillissementsprocedure. De kennisgeving van de verrekening dient ook aan de bewindvoerder te worden betekend. Een kredietinstelling heeft geen recht op verrekening met geldbedragen die de schuldenaar op een rekening bij die instelling heeft wanneer het verbod op inning van kracht wordt of daarna. Het recht op verrekening geldt ook niet met betrekking tot geldbedragen die de kredietinstelling op dat moment onder zich heeft om te worden overgemaakt naar de rekening van de schuldenaar, wanneer die rekening kan worden gebruikt voor betalingsverrichtingen.

Schuldsanering

Nadat de schuldsaneringsprocedure eenmaal is geopend, mogen er geen maatregelen tegen de schuldenaar worden genomen voor het innen van een schuld waarvan de betaling is opgeschort of voor het veiligstellen van de betaling van de schuld. Onder een opschorting valt ook de verrekening tussen de opeisbare vorderingen van de schuldenaar en zijn schulden aan de schuldeiser. Een dergelijke opschorting geldt echter niet voor de verrekening van belastingen.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

In de regel blijven overeenkomsten waarbij geen sprake is van opeisbare vorderingen die onder een insolventieprocedure vallen, in alle drie de insolventieprocedures geldig en ongewijzigd.

Faillissement

Wanneer de schuldenaar bij de aanvang van het faillissement een overeenkomst waarbij hij partij is, niet heeft uitgevoerd, verzoekt de andere contractpartij om een verklaring waarin wordt aangegeven of de failliete boedel de overeenkomst al dan niet zal nakomen. Wanneer de failliete boedel verklaart dat hij de overeenkomst zal nakomen en hij voldoende zekerheid biedt voor de uitvoering ervan, dan kan de overeenkomst niet worden ontbonden. De andere contractpartij kan de overeenkomst echter wel ontbinden wanneer het een persoonlijke verbintenis betreft, of wanneer er een andere bijzondere reden is op grond waarvan de andere contractpartij niet gehouden is de overeenkomst met de failliete boedel in stand te houden.

Verder kan een individuele transactie worden vernietigd op basis van een terugvordering zoals bedoeld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel (Laki takaisinsaannista konkurssipesään 758/1991).

Herstructurering

De opening van een herstructureringsprocedure heeft geen gevolgen voor de andere bestaande ondernemingen van de schuldenaar, tenzij in de wet anders is bepaald. Een huur- of leaseovereenkomst waarbij de schuldenaar de huurder is, kan door de schuldenaar worden ontbonden, waarbij de overeenkomst twee maanden na overhandiging van het bericht van opzegging eindigt. Een persoon die zich vóór de opening van de procedure heeft verbonden tot het verrichten van een contractuele prestatie jegens de schuldenaar, maar deze bij de opening van de procedure nog niet heeft afgerond, heeft recht op een vergoeding voor die prestatie wanneer deze onder de gebruikelijke activiteiten van de schuldenaar valt. Wanneer de kwestie betrekking heeft op een ander soort overeenkomst die vóór de opening van de procedure is gesloten en de schuldenaar, bij de opening van de procedure, nog niet heeft voldaan aan zijn betalingsverplichting op grond van die overeenkomst, stelt de bewindvoerder, op verzoek van de andere partij, vast of de schuldenaar zich al dan niet aan de overeenkomst zal houden. Is het antwoord negatief of komt er niet binnen een redelijke termijn een antwoord, dan is de wederpartij gerechtigd de overeenkomst te ontbinden. Een overeenkomst op grond waarvan de schuldenaar een betaling verricht die is gebaseerd op of verband houdt met een schuld die wordt geherstructureerd, is nietig, tenzij de betalingsverplichting is gebaseerd op het goedgekeurde herstructureringsplan.

Een werkgever die is onderworpen aan een herstructureringsprocedure, mag onder bepaalde voorwaarden een arbeidsovereenkomst, ongeacht de duur daarvan, beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

Een transactie die kan worden vernietigd wanneer een faillissementsaanvraag zou zijn ingediend in plaats van een herstructureringsaanvraag, kan op verzoek van een schuldeiser in het kader van de herstructureringsprocedure worden vernietigd op dezelfde gronden als die welke zijn vastgesteld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel.

Schuldsanering

De schuldenaar dient afstand te doen van de activa die niet tot zijn basisbehoeften behoren en die zijn verkregen op basis van deelbetalingen of een afbetalingsregeling. De schuldenaar heeft het recht een huurovereenkomst waarbij hij de huurder is op te zeggen, of elke andere soort consumentenovereenkomst of afbetalingsregeling te beëindigen; de overeenkomst eindigt twee maanden na overhandiging van het bericht van opzegging. Een persoon die zich vóór de opening van de procedure heeft verbonden aan het verrichten van een contractuele prestatie jegens de schuldenaar, maar deze bij de opening van de procedure nog niet heeft afgerond, heeft recht op een vergoeding voor die prestatie wanneer deze onder de gebruikelijke activiteiten van de schuldenaar valt. Een overeenkomst waarbij de schuldenaar aansprakelijk is op basis van of in verband met de schuldsanering, is nietig, tenzij de aansprakelijkheid in het betalingsplan of bij de wet is vastgesteld.

Een transactie die kan worden vernietigd wanneer een faillissementsaanvraag zou zijn ingediend in plaats van een schuldsaneringsaanvraag, kan op verzoek van een schuldeiser in het kader van de schuldsaneringsprocedure worden vernietigd op dezelfde gronden als die zijn vastgesteld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Faillissement

Na aanvang van het faillissement mogen er geen rechtsvorderingen worden ingesteld tegen de goederen die tot de failliete boedel behoren voor het verkrijgen van een grond voor tenuitvoerlegging betreffende een vordering in het faillissement, en er worden geen executoriale maatregelen uitgevoerd met betrekking tot goederen die tot de failliete boedel behoren voor het innen van een vordering in het faillissement. Een schuldeiser met een zekerheidsrecht kan echter wel een rechtsvordering instellen voor het innen van een vordering op basis van dat zekerheidsrecht.

Herstructurering

Na opening van de herstructureringsprocedure geldt voor de schuldenaar in de regel een verbod op betaling en voor de schuldeiser een verbod op inning, dat wil zeggen dat er geen enkele maatregel tegen de schuldenaar mag worden genomen voor het innen van een schuld die wordt geherstructureerd of voor het zeker stellen van de betaling. In bepaalde gevallen kan een schuldeiser met een zekerheidsrecht toestemming vragen aan de rechter om dit zekerheidsrecht in te zetten voor het verkrijgen van een betaling. Dat is bijvoorbeeld mogelijk wanneer het gelet op de afspraken inzake de herstructurering, duidelijk is dat de goederen die als zekerheid dienen niet in het bezit van de schuldenaar hoeven te blijven. Over het algemeen worden er na opening van de procedure geen conservatoire maatregelen op basis van officiële beslissingen jegens de schuldenaar genomen.

Schuldsanering

Voor de schuldeiser geldt net als bij een herstructureringsprocedure ook bij een schuldsaneringsprocedure dat de inning van de schuldvordering is opgeschort. Wanneer een schuld onder een betalingsopschorting valt, worden er geen maatregelen tegen de schuldenaar genomen voor het innen van de vordering of het zeker stellen van de betaling. Er worden geen maatregelen tegen de schuldenaar genomen voor het innen van een vordering of voor het zeker stellen van de betaling. Bovendien zijn boetes voor te late betaling niet van toepassing voor de schuldenaar. In bepaalde gevallen kan een schuldeiser met een zekerheidsrecht echter toestemming vragen aan de rechter om dit zekerheidsrecht in te zetten voor het verkrijgen van een betaling. Dat is bijvoorbeeld mogelijk wanneer de activa die als zekerheid dienen niet worden beschouwd als basisbehoeften van de schuldenaar of wanneer de schuldenaar de betreffende activa niet nodig heeft voor het voortzetten van zijn onderneming.

De schuldeiser mag een rechtsvordering of een andere procedure instellen om zijn recht op dwangmiddelen te behouden of een grond voor tenuitvoerlegging te krijgen. Onverminderd de verbodsbepalingen in verband met de opening van een schuldsaneringsprocedure, geldt in de regel dat de schuldeiser tevens kan verzoeken om een bevel tot conservatoire maatregelen en om de tenuitvoerlegging van dat bevel.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Faillissement

Vanaf de opening van de faillissementsprocedure verliest de schuldenaar het volledige beheer en de beschikking over de activa die tot de failliete boedel behoren ten gunste van de curator. De failliete boedel heeft als gevolg hiervan het recht de rol van partij aan te nemen bij kwesties die betrekking hebben op goederen die tot de failliete boedel behoren: de boedel heeft de mogelijkheid een geschorste gerechtelijke procedure tussen de schuldenaar en een derde partij betreffende tot de boedel behorende goederen voort te zetten. Wanneer de boedel geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, kan de procedure door de schuldenaar worden voortgezet. De failliete boedel heeft eveneens de mogelijkheid een geschorste gerechtelijke procedure voort te zetten die betrekking heeft op een vordering in het faillissement en die is ingesteld tegen de schuldenaar. Weigert de boedel de procedure over te nemen en wil ook de schuldenaar de procedure niet voortzetten, dan kan de eiser verzoeken de zaak te beëindigen.

Herstructurering

De schuldenaar behoudt zijn recht op het instellen van een vordering in een geschorste gerechtelijke procedure of in andere gerechtelijke procedures waarbij hij partij is, tenzij de bewindvoerder het recht van de schuldenaar tot het instellen van een rechtsvordering uitoefent. Deze bepaling geldt ook voor gerechtelijke procedures of andere procedures die na de opening van de herstructureringsprocedure zijn geschorst.

De bewindvoerder is bevoegd namens de schuldenaar een vordering in te stellen en een gerechtelijke procedure of een andere soortgelijke procedure in te leiden, en het vorderingsrecht van de schuldenaar in deze procedures uit te oefenen. Bovendien kan de bewindvoerder betekende stukken namens de schuldenaar in ontvangst nemen.

Schuldsanering

De opening van een schuldsaneringsprocedure heeft geen invloed op lopende gerechtelijke procedures, noch op het vorderingsrecht van de schuldenaar in die procedures.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Faillissement

De schuldeiser kan een aanvraag tot faillietverklaring indienen.

De schuldeisers oefenen de grootste macht over de failliete boedel uit. De macht over de failliete boedel wordt uitgeoefend door de schuldeisers, voor zover de wet niet anders bepaalt of deze niet door de curator moet worden uitgeoefend. Bovendien kunnen de schuldeisers hun macht op het gebied van het lopende beheer van de boedel behouden of een deel van die macht overdragen aan de curator. Het recht van de schuldeisers om de macht uit te oefenen komt toe aan de schuldeisers die een vordering op de schuldenaar in het faillissement hebben en die deze vordering ook hebben ingediend. De macht van de schuldeisers vangt aan bij de opening van de faillissementsprocedure en eindigt bij de beëindiging van het faillissement.

De schuldeisersvergadering is het belangrijkste besluitvormingsorgaan, maar er kunnen ook andere besluitvormingsprocedures worden toegepast. De schuldeisers kunnen tevens een schuldeiserscommissie instellen die optreedt als verbindings- en onderhandelingsorgaan tussen de curator en de schuldeisers. Het stemgewicht van de schuldeisers wordt bepaald op grond van hun lopende vorderingen in het faillissement. Het besluit van de schuldeisersvergadering komt tot stand wanneer het standpunt wordt ondersteund door de schuldeisers met een totaal stemgewicht dat groter is dan de helft van het totale aantal schuldeisers dat aan de stemming deelneemt. De stemmen worden in het kader van andere besluitvormingsprocedures berekend op basis van het stemgewicht van de schuldeisers die hun standpunt kenbaar maken.

Herstructurering

Een schuldeiser kan een verzoek tot herstructurering indienen.

Er kan een schuldeiserscommissie worden benoemd die optreedt als algemeen vertegenwoordiger van de schuldeisers. Deze commissie vertegenwoordigt alle groepen schuldeisers en dient de bewindvoerder bij te staan bij de uitoefening van zijn taken en namens de schuldeisers toezicht te houden op de activiteiten van de bewindvoerder. De commissie neemt besluiten bij gewone meerderheid.

Bij het opstellen van het voorstel voor het herstructureringsplan, onderhandelt de bewindvoerder met de schuldeiserscommissie en, indien nodig, met individuele schuldeisers. De schuldeisers of groepen schuldeisers met schuldvorderingen die de wettelijk vastgestelde limiet overschrijden, hebben het recht een voorstel voor een herstructureringsplan in te dienen. Zodra het voorstel is vastgesteld, wordt het ter goedkeuring doorgestuurd naar de schuldeisers. Wanneer er geen belemmeringen bestaan wordt het plan aangenomen met goedkeuring van alle schuldeisers, de goedkeuring van de meerderheid van elke groep schuldeisers of, in bepaalde gevallen, zelfs zonder de goedkeuring van de meerderheid van alle groepen schuldeisers.

Schuldsanering

Een aanvraag tot schuldsanering bij een natuurlijke persoon kan niet door een schuldeiser worden ingediend. In de regel moet de schuldenaar voordat hij een schuldsaneringsaanvraag indient, echter eerst nagaan of hij met zijn schuldeisers tot een akkoord kan komen. Uit de bestaande praktijk op het gebied van kredieten en de inning van vorderingen blijkt dat schuldeisers over het algemeen bereid zijn mee te werken aan een akkoord.

De schuldeisers krijgen de mogelijkheid om hun standpunt over het verzoek tot schuldsanering en het voorstel voor het betalingsplan in te dienen. De schuldeisers verstrekken, op verzoek, schriftelijk nadere details over hun vordering. Een goedgekeurd betalingsplan kan op verzoek van de schuldeiser worden gewijzigd of op bepaalde gronden worden ingetrokken.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Faillissement

De failliete boedel wordt zorgvuldig en doelmatig beheerd. Een van de taken van de curator is om de goederen die tot de boedel behoren te verkopen. De curator maakt de goederen die tot de failliete boedel behoren op de voor die boedel meest voordelige wijze te gelde, zodat de verkoopopbrengsten zo hoog mogelijk zijn. Een zekerheidsrecht dat tot de failliete boedel behoort kan alleen worden verkocht wanneer de houder van dat zekerheidsrecht daarmee instemt of de rechter daar toestemming voor verleent. De goederen die tot de boedel behoren mogen niet aan de curator, zijn assistenten of een aan de curator gelieerd persoon of diens assistenten worden verkocht.

Herstructurering en schuldsanering

De rechten van een bewindvoerder zijn beperkt tot het recht op toegang tot de informatie die nodig is om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. De schuldenaar behoudt de titel en het eigendomsrecht van zijn activa en de bewindvoerder is geen geval bevoegd de activa van de schuldenaar te gebruiken of te verkopen. De bewindvoerder kan in het kader van een schuldsaneringsprocedure echter de opdracht krijgen om de goederen te gelde te maken en daartoe de nodige maatregelen te treffen en afspraken te maken en vervolgens de opbrengst over te maken aan de personen voor wie deze bestemd is.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Faillissement

Een vordering in het faillissement is een schuld van de schuldenaar die berust op een rechtsgrond die voor de opening van het faillissement is aangegaan. Verder worden ook vorderingen waarop een zekerheidsrecht is gevestigd en vorderingen waarvan de grondslag of het bedrag voorwaardelijk is, wordt betwist of anderszins onvoldoende duidelijk is, beschouwd als vorderingen in het faillissement. In het geval van een doorlopende schuldverbintenis wordt het deel van de schuld dat dateert van vóór het faillissement gezien als een vordering in het faillissement.

Vorderingen die zijn ontstaan na het faillissement worden beschouwd als administratiekosten, dat wil zeggen schulden van de failliete boedel die volledig worden betaald met de goederen die tot de boedel behoren.

Herstructurering

Schulden die zijn aangegaan na indiening van het verzoek worden op de vervaldatum voldaan. Hetzelfde geldt voor de kosten, lasten en andere exploitatiekosten op basis van een doorlopende verbintenis of een vaste overeenkomst inzake gebruik of bezit, mits deze betrekking hebben op de periode na de indiening van het verzoek.

Schuldsanering

De schuldsanering heeft betrekking op alle schulden van de schuldenaar die vóór aanvang van de schuldsaneringsprocedure bestonden. Hieronder vallen zekerheidsstellingen, voorwaardelijke of betwiste schulden of schulden waarvan het bedrag of de grondslag onbepaald is, evenals de aangegroeide rente over dergelijke schulden gedurende de periode tussen de opening van de schuldsaneringsprocedure en de goedkeuring van het betalingsplan, alsmede de gemaakte innings- en executiekosten met betrekking tot die schulden, wanneer de schuldenaar gelast is deze te betalen.

Schulden die niet onder de schuldsanering vallen, worden op de vervaldatum voldaan.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Faillissement

Teneinde recht op uitbetaling te verkrijgen, moet de schuldeiser een vordering met betrekking tot het faillissement schriftelijk indienen (aangiftebrief) en deze uiterlijk op de aangiftedatum aan de curator overhandigen. In de aangiftebrief staan onder meer het bedrag van de vordering, de verschuldigde rente en de grondslag van de vordering en de rente vermeld. De ingediende vordering kan ook na de aangiftedatum nog worden gewijzigd of aangevuld. Wanneer de schuldeiser een aanvullende onkostenvergoeding overmaakt naar de failliete boedel kan een vordering tevens met terugwerkende kracht worden ingediend, mits er een geldige reden is waarom de vordering niet op de aangiftedatum was ingediend. De curator kan vorderingen die niet zijn ingediend in het faillissement opnemen in de ontwerplijst van voorschotten wanneer de grondslag en het bedrag van de vordering niet worden betwist.

De curator toetst de rechtmatigheid van de ingediende vorderingen en hun eventuele rangorde. In de ontwerplijst van voorschotten staat vermeld welke vorderingen het recht op een voorschot geven. De curator, een schuldeiser of de schuldenaar kan een vordering die voorkomt op de ontwerplijst van voorschotten betwisten. De betwisting van de vordering moet nauwkeurig worden omgeschreven, met vermelding van de gronden. Wanneer de vordering van een schuldeiser wordt betwist, geeft de curator de schuldeiser de mogelijkheid over het geschil te worden gehoord en bewijs voor zijn vordering te verstrekken. Een vordering die niet tijdig wordt betwist, wordt geacht te zijn aanvaard.

Hierna stelt de curator een lijst van voorschotten op rekening houdend met de geschillen en aangiften en legt deze ter goedkeuring voor aan de rechtbank. De rechter neemt tijdens een zitting kennis van de geschillen en andere conflicten. Wanneer tijdens de hoorzitting geen besluit kan worden genomen over een bepaald geschil, wordt daarover in een afzonderlijke civiele procedure beslist. De rechtbank keurt de lijst van voorschotten tenslotte goed.

Herstructurering

De schuldenaar voegt bij zijn verzoek tot opening van de herstructureringsprocedure een overzicht van zijn schuldeisers, zijn schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten. Wanneer de rechter een bevel geeft tot opening van de herstructureringsprocedure stelt hij een uiterste datum vast waarop de schuldeisers hun vorderingen schriftelijk bij de bewindvoerder moeten indienen als die afwijken van de door de schuldenaar opgegeven vorderingen.

Zodra het voorstel voor het herstructureringsplan bij de rechtbank is ingediend, geeft de rechter de partijen de mogelijkheid hun bezwaren tegen de in het voorstel opgenomen vorderingen schriftelijk kenbaar te maken aan de bewindvoerder. Ook krijgen zij de mogelijkheid om binnen een vastgestelde termijn een schriftelijke verklaring in te dienen met betrekking tot het voorstel, of om de betrokken partijen op te roepen om voor de rechtbank te verschijnen. Zowel de bewindvoerder als de schuldenaar kunnen bezwaren indienen namens de schuldenaar. Na bestudering van de bezwaren zal een beslissing worden genomen, indien mogelijk, tegelijk met de behandeling van het voorstel, of anders in een afzonderlijke gerechtelijke procedure. Nadat de rechter zich heeft uitgesproken over de herstructurering van een onduidelijke schuld, krijgt degene die het voorstel heeft opgesteld de mogelijkheid om dit voorstel te wijzigen, te herzien of aan te vullen. Hierna stemmen alle schuldeisers over het voorstel voor het herstructureringsplan.

Schulden die gedurende de herstructureringsprocedure zijn aangegaan, maar niet door de schuldenaar of schuldeiser zijn ingediend en die niet op andere wijze ter kennis zijn gekomen van de bewindvoerder vóór de goedkeuring van het herstructureringsplan, vervallen in de regel bij de goedkeuring van het herstructureringsplan.

Schuldsanering

Wanneer de rechter het bevel tot opening van de schuldsaneringsprocedure geeft, doet hij alle schuldeisers een afschrift van de uitspraak, het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan van de schuldenaar toekomen. De rechter stelt tevens een termijn vast waarbinnen schuldeisers hun schriftelijke kennisgeving over het bedrag van nog lopende schulden moeten indienen, indien dat afwijkt van het door de schuldenaar opgegeven bedrag. Ook stelt hij een uiterste termijn vast voor de indiening van de schriftelijk verklaring van de schuldeisers over het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan van de schuldenaar en van de mogelijke bezwaren tegen schulden die in het voorstel zijn opgenomen.

De bezwaren worden in het kader van de schuldsaneringsprocedure behandeld en er wordt, indien mogelijk, tegelijkertijd met het betalingsplan een besluit over genomen wanneer dat geen aanzienlijke vertraging voor de schuldsanering oplevert. Is dat niet mogelijk, dan spreekt de rechter zich in het kader van een afzonderlijke rechtsvordering of in een andere procedure over de kwestie uit. Nadat de sanering van de schuld van de schuldenaar is toegewezen, kan vervolgens het betalingsplan worden goedgekeurd

Het betalingsplan kan op verzoek van de schuldenaar of een schuldeiser worden gewijzigd wanneer na goedkeuring van het plan blijkt dat er een nog lopende schuld is. Wanneer aan het einde van het betalingsplan een nog lopende schuld bekend wordt, betaalt de schuldenaar de schuldeiser het bedrag van de schuld terug tot aan het bedrag dat hij ook betaald zou moeten hebben wanneer de schuld in het betalingsplan zou zijn opgenomen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In principe geldt in alle drie de insolventieprocedures dat de schulden gelijk zijn. Dat wil zeggen dat elk schuldeiser een gelijk recht heeft op betaling uit de beschikbare middelen naar evenredigheid van zijn vordering. Uitzonderingen op deze regel betreffen de bepalingen inzake voorrang en vorderingen met een lagere prioriteit.

Faillissement

Voorschotten ten gunste van schuldeiser worden in het kader van een faillissement uitbetaald conform de goedgekeurd lijst van voorschotten. In de wet inzake de rangorde van schuldvorderingen (Laki velkojien maksunsaantijärjestyksestä 1578/1992) zijn bepalingen vastgesteld betreffende de rangorde van de vorderingen in het faillissement ingeval de schuldenaar onvoldoende activa heeft om alle schulden te betalen.

Vorderingen waarop een zekerheidsrecht of een retentierecht rust zijn preferente vorderingen, evenals de vorderingen die zijn aangegaan in verband met de herstructurering van een onderneming, onderhoudsverplichtingen jegens kinderen en hypothecaire leningen voor ondernemingen. In afzonderlijke bepalingen is vastgesteld welke vorderingen ondergeschikt zijn aan elkaar evenals hun onderlinge rangorde. Hieronder vallen bijvoorbeeld de rente en boetes wegens te late betaling van een niet-preferente vordering die zijn aangegroeid tot aan de opening van de faillissementsprocedure, evenals andere publiekrechtelijke lasten, zoals bekeuringen en boetes.

Herstructurering

Schuldeisers die buiten de herstructureringsprocedure een gelijk recht op betaling van hun vordering hebben, hebben bij de schuldafspraken in het kader van het herstructureringsplan een gelijke status. In het herstructureringsplan kan echter worden bepaald dat schuldeisers met geringe vorderingen volledig zullen worden betaald.

Er kunnen met betrekking tot gewaarborgde vorderingen slechts beperkt maatregelen voor de herstructurering van de schuld worden toegepast, aangezien het bedrag van dergelijke vorderingen niet kan worden verlaagd. De herstructurering van de schuld laat het bestaan en de inhoud van het zekerheidsrecht van een schuldeiser onverlet. Rente en andere kredietkosten die in de loop van de procedure zijn aangegroeid voor de schulden die worden geherstructureerd, anders dan de gewaarborgde vorderingen, worden in het kader van de schuldherstructurering aangemerkt als schulden met een lage prioriteit.

Schuldsanering

De beschikbare middelen van de schuldenaar en de opbrengst van de tegeldemaking van de goederen worden over de gewone schulden verdeeld naar evenredigheid van het schuldbedrag. Alle schuldsaneringsmaatregelen kunnen op gewone schulden worden toegepast, maar de betalingsverplichting met betrekking tot gewaarborgde vorderingen kan niet worden opgeheven. De herstructurering van de schuld laat het bestaan en de inhoud van het zekerheidsrecht van een schuldeiser onverlet. De werkwijze die voor de schuldeiser het minst nadelig is en evengoed toereikend is om de financiële situatie van de schuldenaar te herstellen, wordt gebruikt. De vorderingen die ondergeschikt zouden zijn wanneer de schuldenaar failliet zou zijn verklaard en de rente die is aangegroeid vanaf het begin van de schuldsanering tot aan de bevestiging van het betalingsplan, zijn de laatste passiva die uit de beschikbare middelen en de liquidatieopbrengst van de schuldenaar worden betaald.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Faillissement

De faillissementsprocedure bij de rechtbank eindigt met de vaststelling van de uitdelingslijst. Het faillissement eindigt nadat de schuldeisers de definitieve vereffening van de rekeningen hebben goedgekeurd. De curator stelt een definitieve vereffening van de rekeningen op nadat verslag is uitgebracht over de vereffening van het faillissement en over de liquidatie van de aan de boedel toebehorende activa. De definitieve vereffening van de rekeningen kan ook worden vastgesteld als een deel van de boedel niet in de boekhouding is opgenomen, omdat het onderpand of andere activa met een geringe waarde niet zijn verkocht, of omdat er onduidelijkheid bestaat over een vordering in het faillissement of over een zeer gering deel van de vorderingen.

Een akkoordbevinding, waarmee de faillissementsprocedure eindigt, kan in een faillissement tot stand komen wanneer deze door de schuldenaar en de meerderheid van de schuldeisers wordt gesteund. Met de bevestiging van een akkoordbevinding eindigt de aanstelling van de curator en de macht van de schuldeisers in het faillissement.

De rechter beslist tot opheffing van het faillissement wanneer de activa van de failliete boedel ontoereikend zijn om de kosten van de faillissementsprocedure te dekken of wanneer het om een andere reden niet passend is het faillissement voort te zetten. De rechtbank kan echter in geen geval een bevel geven tot opheffing van het faillissement wanneer het faillissement wordt voortgezet onder curatele van de overheid. Een van de redenen voor de voortzetting van het faillissement onder curatele van de overheid is bijvoorbeeld een bestaande noodzaak om de schuldenaar te controleren. De curatele van de overheid eindigt bij de definitieve vereffening van de rekeningen.

Het faillissement kan tevens om een andere geldige redenen worden opgeheven binnen een termijn van acht dagen na de faillietverklaring.

Ook na het faillissement blijft de aansprakelijkheid voor schulden bestaan. De schuldenaar wordt niet vrijgesteld van zijn aansprakelijkheid met betrekking tot schulden in het faillissement die in het kader van de faillissementsprocedure niet volledig zijn betaald.

Herstructurering

De gerechtelijke herstructureringsprocedure eindigt met de goedkeuring van het herstructureringsplan. Door de goedkeuring van het plan krijgt de schuldenaar zijn vrijheid tot het verrichten van handelingen terug en eindigen de rechtsgevolgen die zijn verbonden aan de opening van de procedure, zoals het verbod op betaling en inning van vorderingen. Na goedkeuring van het herstructureringsplan worden de voorwaarden voor de geherstructureerde schulden beheerst door het herstructureringsplan en, in de regel, komt elke onbekende geherstructureerde schuld te vervallen.

De rechter kan, op verzoek van de toezichthouder of een schuldeiser, de beëindiging van het herstructureringsplan bevelen indien de schuldenaar het plan heeft geschonden en dit een ernstige schending betreft. Het herstructureringsplan wordt ook beëindigd ingeval de schuldenaar vóór de voltooiing van het plan failliet wordt verklaard. De rechter kan tevens bevelen dat de herstructurering van de schuld in het herstructureringsplan van een bepaalde schuldeiser wordt beëindigd, bijvoorbeeld, wanneer de schuldenaar zijn verplichtingen op grond van het plan ten opzichte van die schuldeiser feitelijk niet is nagekomen. Na beëindiging van het plan heeft de schuldeiser dezelfde rechten als voor de goedkeuring van het herstructureringsplan.

Bij de beëindiging van het herstructureringsplan dient de toezichthouder, of bij gebreke daarvan, de schuldenaar, een eindverslag in te dienen over de uitvoering van het plan.

Schuldsanering

De gerechtelijke schuldsaneringsprocedure eindigt na bevestiging van het betalingsplan door de rechter. Na bevestiging van het betalingsplan, worden de voorwaarden van aanpasbare schulden beheerst door dat betalingsplan. De betalingsverplichtingen die zijn vastgesteld in het betalingsplan zijn bindend voor de schuldenaar totdat aan alle gespecificeerde verplichtingen is voldaan. Ongeacht het einde van het betalingsplan blijven de daarin vastgestelde verplichtingen van de schuldenaar van kracht zolang deze nog niet zijn vervuld. De schuldenaar wordt niet vrijgesteld van de verplichting om de resterende vorderingen te betalen zolang hij nog niet heeft voldaan aan alle in het betalingsplan vastgestelde verplichtingen.

Het betalingsplan wordt ook beëindigd ingeval de schuldenaar vóór de voltooiing van het plan failliet wordt verklaard. De rechter kan op verzoek van de schuldenaar of een schuldeiser de beëindiging van het betalingsplan gelasten wanneer de schuldenaar zijn wettelijke verplichtingen niet is nagekomen. Na beëindiging van het plan heeft de schuldeiser dezelfde rechten als voor de goedkeuring van het schuldsaneringsplan.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Faillissement

De aansprakelijkheid voor de schulden blijft na het faillissement bestaan: de schuldenaar blijft aansprakelijk voor de vorderingen in het faillissement die in het kader van de faillissementsprocedure niet volledig zijn voldaan.

Herstructurering

De schuldeisers hebben het recht op betaling van de vorderingen die nader zijn omschreven in het herstructureringsplan, en de herstructurering eindigt pas nadat aan alle verplichtingen uit het plan is voldaan. De schuldeisers hebben derhalve na uitvoering van het plan geen recht meer op betalingen.

Schuldsanering

De voorwaarden met betrekking tot aanpasbare schulden worden beheerst door het betalingsplan. Er wordt een termijn vastgesteld voor het betalingsplan. Ongeacht het einde van het betalingsplan blijven de daarin vastgestelde verplichtingen van de schuldenaar van kracht zolang deze nog niet zijn vervuld. De schuldeisers hebben derhalve na uitvoering van het betalingsplan geen recht meer op betalingen.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Faillissement

De kosten van de faillissementsprocedure bestaan uit de gerechtskosten die voor de procedure worden geheven, het salaris van de curator en alle andere kosten die voortvloeien uit het toezicht op en het beheer van de boedel.

De kosten van de faillissementsprocedure wordt gedekt door de middelen uit de boedel. Wanneer de middelen ontoereikend zijn om de kosten te dekken, kan een schuldeiser de betalingsverplichting van de kosten op zich nemen om opheffing van het faillissement te voorkomen.

De rechter kan, indien gegrond, eveneens beslissen dat het faillissement wordt voortgezet onder curatele van de overheid, bijvoorbeeld, vanwege het gebrek aan voldoende middelen in de boedel. In dat geval eindigt de aanstelling van de curator en de macht van de schuldeisers in het faillissement. De kosten van de faillissementsprocedure die voortvloeien uit de curatele door de overheid worden betaald met publieke middelen, voor zover de middelen uit de boedel ontoereikend zijn om de betreffende kosten te betalen.

Herstructurering

De kosten van de procedure, zoals het salaris van de curator, worden betaald uit de activa van de schuldenaar. Een andere partij kan de betalingsverplichting op zich nemen, aangezien een van de belemmeringen voor herstructurering de situatie is waarin de goederen van de schuldenaar niet voldoende zijn om de kosten van de procedure te dekken.

De vergoeding van de kosten van de schuldeiserscommissie komt voor rekening van de schuldeisers. Wanneer een persoon gebruik wil maken van zijn recht om een voorstel voor het herstructureringsplan in te dienen, zijn de kosten voor het opstellen van dat voorstel voor zijn eigen rekening.

Schuldsanering

De kosten van de procedure bestaan uit een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden van de bewindvoerder en van de door hem gemaakte kosten. Over het algemeen betaalt de schuldenaar het salaris en de onkosten van de bewindvoerder tot aan het bedrag dat niet hoger is dan de beschikbare middelen van de schuldenaar gedurende een periode van vier maanden na bevestiging van het betalingsplan of het gewijzigde betalingsplan. Het niet door de schuldenaar betaalde deel van het salaris en de onkosten wordt met overheidsmiddelen gefinancierd. Indien het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen, worden het salaris en de onkosten volledig uit overheidsmiddelen betaald.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De bepalingen betreffende terugvordering gelden voor alle drie de insolventieprocedures

De overdracht van activa vóór de opening van een insolventieprocedure overeenkomstig de in de wet vastgestelde voorwaarden, kan worden vernietigd door het instellen van een rechtsvordering tot teruggave, een rechtsvordering betreffende een titel of een rechtsvordering tot schadevergoeding. De bepalingen van de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel (758/1991) zijn in alle drie de insolventieprocedures van toepassing. De terugvordering moet gegrond zijn.

De voorwaarden voor het bestaan van een grond voor terugvordering, en dus voor de vernietiging van de transactie, zijn:

- De transactie is gebruikt om een schuldeiser onjuist te bevoordelen ten koste van andere schuldeisers, om goederen buiten het bereik van de schuldeisers te brengen, of om het totale schuldbedrag te verhogen ten nadele van de schuldeisers;

- De schuldenaar was insolvent op het moment van de transactie, of de transactie heeft bijgedragen aan de insolventie van de schuldenaar; indien de transactie een donatie betreft, geldt als aanvullende voorwaarde dat de schuldenaar een bovenmatige schuldenlast had of als gevolg van de transactie bovenmatig in de schulden is geraakt;

- De andere partij bij de transactie was op de hoogte of had op de hoogte moeten zijn van het feit dat de schuldenaar insolvent was/bovenmatige schulden had of van de gevolgen van de transactie voor de financiële situatie van de schuldenaar, evenals van andere factoren die maken dat de transactie ongepast is.

Wanneer de andere partij bij de transactie een naast familielid van de schuldenaar was, wordt de betrokken persoon geacht op de hoogte te zijn geweest van de bovengenoemde factoren, tenzij deze persoon kan aantonen te goeder trouw te hebben gehandeld. Wanneer een transactie meer dan vijf jaar voor de opening van de insolventieprocedure is gesloten, kan deze alleen worden vernietigd indien een naast familielid partij was bij die transactie.

De betalingen van schulden die langer dan drie maanden voorafgaand aan de opening van de insolventieprocedure zijn verricht, worden vernietigd wanneer de betaling is gedaan met ongebruikelijke betaalmiddelen, voortijdig is verricht of wanneer het betaalde bedrag als aanzienlijk wordt aangemerkt gelet op de middelen van de boedel. Betalingen die gelet op de omstandigheden als gebruikelijk worden aangemerkt, worden echter niet vernietigd. Betalingen die worden geïnd door middel van beslaglegging worden eveneens vernietigd, op voorwaarde dat de beslaglegging meer dan drie maanden vóór de uiterste datum is uitgevoerd. Voor naaste familieleden van de schuldenaar worden langere termijnen aangehouden. De betaling kan vernietigd worden zelfs als de schuldeiser te goeder trouw heeft gehandeld.

Er bestaan eveneens afzonderlijke bepalingen voor onder meer vernietiging, giften, verdeling van goederen, verrekeningen en zekerheidsrechten.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 10/09/2019

Insolventie - Zweden

INHOUDSOPGAVE


INLEIDING

In Zweden is de EU-verordening inzake insolventieprocedures van toepassing op faillissementen (konkurs), de herstructurering van ondernemingen (företagsrekonstruktion) en schuldsaneringsregelingen (skuldsanering). Op deze pagina wordt overeenkomstig artikel 86, lid 1, van de herziene verordening inzake insolventieprocedures een korte beschrijving gegeven van een aantal aspecten van de Zweedse wetgeving met betrekking tot deze procedures. De beschrijving is dus niet allesomvattend.

FAILLISSEMENT

Algemene informatie

Faillissement is een algemene vorm van gedwongen executie waarbij alle schuldeisers van de schuldenaar, collectief en gedwongen, alle goederen van de schuldenaar overnemen voor de voldoening van hun vorderingen. Tijdens een faillissement vormen de goederen van de schuldenaar een boedel die wordt beheerd ten gunste van de schuldeisers door een of meerdere curatoren. De taak van de curator is het beheren van de goederen. De arrondissementsrechtbank (tingsrätt) behandelt het verzoek tot faillietverklaring, spreekt het faillissement uit en begeleidt het faillissement in het kader van een faillissementsprocedure. De arrondissementsrechtbank spreekt zich tijdens de procedure over een aantal kwesties uit, bijvoorbeeld over de verdeling van de boedel of de noodzaak om een verificatieprocedure in te stellen. De rechtbank houdt ook zitting voor onder meer het afnemen van de eed bij de schuldenaar over de juistheid van de boedelbeschrijving. De curator staat onder toezicht van de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie (Kronofogdemyndigheten).

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Algemene informatie

Een handelaar die betalingsproblemen heeft, kan op grond van een uitspraak van de rechter gebruik maken van een bijzondere procedure voor het herstructureren van zijn onderneming (de "herstructurering van een onderneming"). Tijdens de herstructurering van een onderneming moet een door de rechter benoemde bewindvoerder (rekonstruktör) enerzijds vaststellen of de onderneming van de schuldenaar geheel of gedeeltelijk kan worden voortgezet en zo ja, op welke wijze, en anderzijds of de voorwaarden aanwezig zijn om een financieel akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers te bereiken. De bewindvoerder moet bij de uitvoering van zijn taak in het belang van de schuldeisers handelen. Een beslissing tot herstructurering van een onderneming leidt niet tot een formele beperking van de handelingsbekwaamheid van de schuldenaar.

SCHULDSANERING

Algemene informatie

De schuldsaneringsregeling houdt in dat een schuldenaar geheel of gedeeltelijk wordt ontslagen van de verplichting tot het betalen van de schulden die onder de schuldsaneringsprocedure vallen. Sinds november 2016 gelden er in Zweden twee schuldsaneringsregelingen: de schuldsanering zoals vastgesteld in de wet inzake schuldsanering (skuldsaneringslagen), en de schuldsanering voor ondernemingen (F‑skuldsanering) zoals vastgesteld in de wet inzake schuldsanering voor ondernemingen (lagen om skuldsanering för företagare). Hieronder worden deze twee schuldsaneringsregelingen nader uiteengezet.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

FAILLISSEMENT

Een faillissementsprocedure kan ten aanzien van zowel rechtspersonen als natuurlijke personen worden geopend (waaronder natuurlijke personen die geen economische activiteit verrichten).

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Een procedure voor de herstructurering van een onderneming kan ten aanzien van zowel rechtspersonen als natuurlijke personen worden geopend, mits de betrokken persoon een handelaar is. Bepaalde rechtspersonen vallen buiten het toepassingsgebied van de wet, zoals banken (bankaktiebolag), kredietinstellingen, verzekerings- en investeringsmaatschappijen.

SCHULDSANERING

De schuldsaneringsregeling kan worden toegewezen voor natuurlijke personen (waaronder natuurlijke personen die een zelfstandige economische activiteit verrichten).

De schuldsaneringsdossiers worden in eerste instantie beoordeeld door de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Een schuldsaneringsregeling voor ondernemingen kan worden toegekend aan een natuurlijke persoon die

1. ondernemer is en betrokken is bij een economische activiteit, wanneer zijn schulden hoofdzakelijk verband houden met die activiteit;

2. ondernemer is en betrokken is bij een economische activiteit, wanneer de schulden die verband houden met die activiteit, op gewone wijze betaald kunnen worden, of wanneer het onvermogen om de schulden te betalen slechts van tijdelijke aard is, of;

3. een familielid van een ondernemer is, wanneer de schulden van dat familielid hoofdzakelijk verband houden met de economische activiteit van de ondernemer.

Onder familielid wordt verstaan de echtgenoot, samenwonende partner, ouder, broer of zus van de ondernemer of de kinderen van de echtgenoot of de samenwonende partner.

De schuldsaneringsdossiers met betrekking tot ondernemingen worden in eerste instantie beoordeeld door de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

FAILLISSEMENT

Een faillissementsprocedure kan alleen worden geopend als er sprake is van een insolvente schuldenaar. Insolventie betekent dat de schuldenaar niet meer in staat is om zijn schulden op gewone wijze te voldoen en dit onvermogen niet van tijdelijke aard is. De insolventverklaring van de schuldenaar kan alleen wegens bijzondere redenen worden verworpen. Tegelijkertijd bestaan er een aantal vermoedens met betrekking tot het bewijs van insolventie. Zo moet de schuldenaar bijvoorbeeld als insolvent beschouwd worden, tenzij het tegendeel is bewezen, wanneer in geval van een tenuitvoerlegging op grond van hoofdstuk 4 van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging (utsökningsbalken) blijkt dat de schuldenaar in de zes maanden voorafgaand aan het verzoek tot opening van een faillissementsprocedure, niet over voldoende activa beschikte om een voor beslag vatbare schuldvordering volledig te voldoen. Hetzelfde geldt wanneer de schuldenaar heeft verklaard zijn betalingsverplichtingen niet te kunnen nakomen.

Het verzoek tot opening van een faillissementsprocedure kan zowel door de schuldenaar als door een schuldeiser worden ingediend.

Wanneer er voldoende gronden zijn om het verzoek tot opening van de faillissementsprocedure toe te wijzen en er reden is aan te nemen dat de schuldenaar goederen verbergt, kan de rechtbank een bevel tot conservatoir beslag op de goederen van de schuldenaar uitvaardigen in afwachting van de bestudering van het verzoek. Er kan tevens een reisverbod worden uitgevaardigd.

De arrondissementsrechtbank moet het vonnis van faillietverklaring onverwijld publiceren. Het vonnis van faillietverklaring heeft onmiddellijke werking, zodat de schuldenaar vanaf de openbaarmaking van het vonnis niet meer over zijn goederen kan beschikken. Er bestaat echter een zekere bescherming met betrekking tot het gerechtvaardigde vertrouwen van derden. Zie ook de informatie onder "Welke bevoegdheden hebben respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Tegen een beslissing van de rechtbank tot opening van de faillissementsprocedure of tot afwijzing van het verzoek tot opening van de faillissementsprocedure kan beroep worden ingesteld.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Een verzoek tot herstructurering van een onderneming kan worden ingediend door de schuldenaar of door een schuldeiser. Een beslissing tot herstructurering van een onderneming wordt alleen gegeven wanneer het vermoeden bestaat dat de schuldenaar zijn opeisbare schulden niet kan betalen of daar op korte termijn niet meer toe in staat zal zijn. Een beslissing tot herstructurering van een onderneming kan niet worden gegeven als er onvoldoende grond is om aan te nemen dat het doel van de herstructurering kan worden bereikt. Een verzoek van een schuldeiser wordt alleen met instemming van de schuldenaar toegewezen.

Een verzoek dat is ingediend door de schuldenaar moet onverwijld door de rechter worden onderzocht, tenzij hij zijn verzoek indient nadat een schuldeiser een verzoek had ingediend en de rechter had besloten dat er een zitting moest worden gehouden voor het onderzoek van de zaak. Indien het verzoek afkomstig is van een schuldeiser, dient de rechter een zittingsdatum vast te stellen. De zitting moet binnen twee weken na ontvangst van het verzoek door de rechtbank worden gehouden. De zitting kan wegens bijzondere redenen ook op een later tijdstip worden gehouden, maar dient uiterlijk binnen zes weken plaats te vinden.

De rechter benoemt bij toewijzing van het verzoek gelijk een bewindvoerder. Indien nodig kunnen er meerdere bewindvoerders worden benoemd. De bewindvoerder moet binnen een week na de datum van de uitspraak alle bekende schuldeisers op de hoogte stellen van de beslissing. De beslissing tot herstructurering moet onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd, tenzij de rechter anders heeft besloten.

SCHULDSANERING

Een verzoek tot schuldsanering moet door de schuldenaar worden ingediend. De beslissing tot opening van de schuldsaneringsprocedure moet zo spoedig mogelijk worden genomen, tenzij het verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt verworpen. Het verzoek kan bijvoorbeeld worden verworpen wanneer uit het verzoek zelf of uit andere beschikbare informatie blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor schuldsanering.

De schuldsanering wordt toegewezen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. de schuldenaar is een natuurlijke persoon van wie het centrum van zijn voornaamste belangen in Zweden liggen;

2. de schuldenaar is niet meer in staat om zijn schulden op gewone wijze te betalen en er kan, rekening houdend met alle omstandigheden in de zaak, worden aangenomen dat dit onvermogen in de nabije toekomst zal voortduren (de schuldenaar moet als "insolvent" zijn gekwalificeerd (kvalificerat insolvent); en

3. de schuldsanering is redelijk gelet op de persoonlijke en financiële situatie van de schuldenaar.

De volgende beperkingen zijn van toepassing:

1. Een schuldenaar op wie een verbod tot uitoefening van een economische activiteit van toepassing is, kan geen gebruik maken van een schuldsaneringsregeling.

2. Wanneer de schuldenaar een handelaar is, kan de schuldsanering alleen worden toegekend wanneer de financiële situatie van de onderneming op eenvoudige wijze kan worden onderzocht.

3. Wanneer de schuldenaar al gebruik maakt van een schuldsaneringsregeling, kan een nieuwe schuldsaneringsregeling alleen wegens bijzondere redenen worden toegewezen.

Indien er een voorlopige beslissing wordt genomen, dan moet deze onmiddellijk in de Zweedse staatscourant (Post‑ och Inrikes Tidningar) worden gepubliceerd. Tevens moet uiterlijk binnen een week na de publicatie een kennisgeving naar de bekende schuldeisers worden gestuurd. In de publicatie en de kennisgeving wordt de schuldeisers onder meer verzocht om binnen een maand na de datum van publicatie schriftelijk hun vorderingen op de schuldenaar in te dienen en details over deze vorderingen te verstrekken, alsmede andere informatie die van belang is voor het dossier en aan te geven op welke rekening de betalingen tijdens de schuldsaneringsregeling moeten worden verricht.

Tegen de voorlopige beslissing kan beroep worden ingesteld binnen een termijn van drie weken na de datum van de beslissing.

Na de voorlopige beslissing kan geen beslag worden gelegd op vorderingen die voor de datum van beslissing zijn ontstaan totdat er definitief uitspraak is gedaan over de schuldsanering. Deze regel geldt echter niet voor vorderingen die buiten de schuldsaneringsregeling vallen. De regel is ook niet van toepassing wanneer de rechter, in hoger beroep, op vordering van een schuldeiser toestemming geeft voor de beslaglegging.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Een verzoek tot schuldsanering voor ondernemingen moet worden ingediend door de schuldenaar. De beslissing tot opening van de schuldsaneringsprocedure moet zo spoedig mogelijk worden genomen, tenzij het verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt verworpen. Het verzoek kan bijvoorbeeld worden verworpen wanneer uit het verzoek zelf of uit andere beschikbare informatie blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor schuldsanering voor ondernemingen.

De schuldsanering voor ondernemingen wordt toegewezen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. de voornaamste belangen van de schuldenaar liggen in Zweden;

2. de schuldenaar is niet meer in staat om zijn schulden op gewone wijze te betalen en er kan, rekening houdend met alle omstandigheden in de zaak, worden aangenomen dat dit onvermogen in de nabije toekomst zal voortduren (de schuldenaar moet als "insolvent" zijn gekwalificeerd (kvalificerat insolvent);

3. de schuldsanering is redelijk gelet op de persoonlijke en financiële situatie van de schuldenaar.

De volgende beperkingen zijn van toepassing:

1. Een schuldenaar op wie een verbod tot uitoefening van een economische activiteit van toepassing is, kan geen gebruik maken van de schuldsanering voor ondernemingen.

2. Schuldsanering voor ondernemingen wordt niet toegekend wanneer de ondernemer de economische activiteit op onverantwoorde wijze verricht of heeft verricht.

3. Schuldsanering voor ondernemingen wordt niet toegekend wanneer de schuldenaar een marge heeft voor betaling van de kwartaalbijdrage van minder dan een zevende deel van het geïndexeerde basisbedrag zoals vastgesteld in hoofdstuk 2, artikelen 6 en 7, van de socialezekerheidswet ((socialförsäkringsbalken) dit bedroeg in 2016 ongeveer 6 300 SEK).

4. Wanneer de schuldenaar al gebruik maakt van een schuldsaneringsregeling, kan een nieuwe schuldsaneringsregeling alleen wegens bijzondere redenen worden toegewezen.

Indien een voorlopige beslissing wordt genomen, dan moet deze onmiddellijk in de Zweedse staatscourant (Post‑ och Inrikes Tidningar) worden gepubliceerd. Tevens moet uiterlijk binnen een week na de publicatie een kennisgeving naar de bekende schuldeisers worden gestuurd. In de publicatie en de kennisgeving wordt de schuldeisers onder meer verzocht om binnen een maand na de datum van publicatie schriftelijk hun vorderingen op de schuldenaar in te dienen en details over deze vorderingen te verstrekken, alsmede andere informatie die van belang is voor het dossier en aan te geven op welke rekening de betalingen tijdens de schuldsaneringsregeling voor ondernemingen moeten worden verricht.

Tegen de voorlopige beslissing kan beroep worden ingesteld binnen een termijn van drie weken na de datum van de beslissing.

Na de voorlopige beslissing kan geen beslag worden gelegd op vorderingen die voor de datum van beslissing zijn ontstaan totdat er definitief uitspraak is gedaan over de schuldsanering voor ondernemingen. Deze regel geldt echter niet voor vorderingen die buiten de schuldsaneringsregeling voor ondernemingen vallen. De regel is ook niet van toepassing wanneer de rechter, in hoger beroep, op vordering van een schuldeiser toestemming geeft voor de beslaglegging.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

FAILLISSEMENT

Tenzij in bijzondere afwijkingsregels anders is bepaald betreffende rechtshandelingen die de schuldenaar of een derde onmiddellijk na de faillietverklaring verricht, bestaat de failliete boedel uit alle goederen die de schuldenaar heeft op de datum van openbaarmaking van het vonnis en die hij gedurende de faillissementsprocedure verwerft en die vatbaar zijn voor beslag. Goederen die in de boedel terug kunnen vloeien door terugvordering van schuldvorderingen maken ook deel uit van de failliete boedel. Voor natuurlijke personen gelden bijzondere regels met betrekking tot het salaris en andere goederen die de schuldenaar nodig heeft voor zijn levensonderhoud. De schuldenaar mag een aantal van deze goederen behouden.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

De bewindvoerder moet binnen een week na de datum van de beslissing tot herstructurering alle bekende schuldeisers op de hoogte stellen van de beslissing. De kennisgeving dient vergezeld te gaan van een voorlopige inventaris van de activa en passiva van de schuldenaar. Hieruit volgt dat de procedure betrekking heeft op alle activa. Er dient echter op gewezen te worden dat een herstructurering van een onderneming kan eindigen door een gerechtelijk akkoord, hoewel dat niet verplicht is.

Vorderingen die betrekking hebben op overeenkomsten die de schuldenaar gedurende de herstructureringsprocedure met toestemming van de bewindvoerder heeft gesloten, hebben een algemene preferente status. Dit betekent dat bijvoorbeeld financieringsovereenkomsten die gedurende de herstructureringsprocedure met toestemming van de bewindvoerder zijn gesloten voorrang krijgen.

SCHULDSANERING

De beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering bevat een betalingsplan. Het betalingsplan heeft een looptijd van vijf jaar, tenzij er om gewichtige redenen een kortere termijn wordt vastgesteld. Het betalingsplan begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering is gegeven. Aangezien de schuldenaar al vanaf de datum van de voorlopige beslissing begint met het verrichten van betalingen, wordt de termijn waarbinnen de voorlopige beslissing van kracht was over het algemeen van de looptijd van het betalingsplan afgetrokken.

Het bedrag dat de schuldenaar moet betalen, wordt zodanig vastgesteld dat de schuldsanering van toepassing is op alle goederen en inkomsten van de schuldenaar na aftrek van het bedrag dat de schuldenaar nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien. Ook kan een deel worden gereserveerd voor de betaling van vorderingen die niet onder de schuldsaneringsregeling vallen.

Wanneer de financiële situatie van de schuldenaar na de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering aanzienlijk is verbeterd en die verbetering het gevolg is van onvoorziene omstandigheden, kunnen de schuldeisers en de schuldenaar verzoeken de beslissing opnieuw te beoordelen.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

De beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering bevat een betalingsplan. Het betalingsplan heeft een looptijd van drie jaar. Het betalingsplan begint te lopen vanaf de datum waarop beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering is gegeven. Aangezien de schuldenaar al vanaf de datum van de voorlopige beslissing begint met het verrichten van betalingen, wordt de termijn waarbinnen de voorlopige beslissing van kracht was over het algemeen van de looptijd van het betalingsplan afgetrokken.

Het bedrag dat de schuldenaar moet betalen, wordt zodanig vastgesteld dat de schuldsanering van toepassing is op alle goederen en inkomsten van de schuldenaar na aftrek van het bedrag dat de schuldenaar nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien. Ook kan een deel worden gereserveerd voor de betaling van vorderingen die niet onder de schuldsaneringsregeling vallen.

Wanneer de financiële situatie van de schuldenaar na de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering aanzienlijk is verbeterd, kunnen de schuldeisers en de schuldenaar verzoeken de beslissing opnieuw te beoordelen.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

FAILLISSEMENT

De schuldenaar verliest nadat het faillissement is uitgesproken het beheer en de beschikking over de goederen die tot de boedel behoren. De schuldenaar mag geen verbintenissen meer aangaan waar in het kader van het faillissement een beroep op kan worden gedaan. Er bestaan uitzonderingen op deze regel. De curator vertegenwoordigt de failliete boedel gedurende de hele faillissementsprocedure. Hij wordt benoemd door de arrondissementsrechtbank. De curator dient de kennis en ervaring te hebben die in het bijzonder voor de uitoefening van zijn taak is vereist en ook in andere opzichten geschikt te zijn voor de taak. Personen in dienst bij de rechtbank mogen niet optreden als curator. Personen met een mogelijk belangenconflict kunnen evenmin tot curator worden benoemd.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Een bewindvoerder dient de specifieke kennis en ervaring te hebben die voor de uitoefening van zijn taak is vereist, het vertrouwen van de schuldeisers te hebben en ook in andere opzichten geschikt te zijn voor de taak.

De bewindvoerder moet de financiële situatie van de schuldenaar onderzoeken en, in samenspraak met hem, een plan opstellen waarin staat op welke wijze de doelstellingen van de herstructurering van een onderneming gerealiseerd moeten worden (herstructureringsplan). Het plan dient aan de rechtbank en de schuldeisers te worden voorgelegd. De bewindvoerder kan de hulp inschakelen van deskundigen.

De schuldenaar is verplicht alle informatie over zijn financiële situatie die relevant is voor de herstructurering van zijn onderneming aan de bewindvoerder te verstrekken. De schuldenaar moet de instructies van de bewindvoerder met betrekking tot de manier waarop de onderneming moet worden geleid, opvolgen. De schuldenaar kan bepaalde rechtshandelingen alleen met toestemming van de bewindvoerder verrichten. Hij mag bijvoorbeeld geen schulden betalen die vóór de beslissing zijn ontstaan, nieuwe verbintenissen aangaan of goederen die van essentieel belang zijn voor de onderneming van de schuldenaar vervreemden of in onderpand geven. Wanneer de schuldenaar zich niet aan deze voorwaarden houdt, heeft dat echter geen gevolgen voor de geldigheid van de rechtshandeling.

SCHULDSANERING

Er wordt geen bewindvoerder benoemd. De schuldenaar behoudt gedurende de schuldsaneringsprocedure het recht om over zijn goederen te beschikken.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Er wordt geen bewindvoerder benoemd. De schuldenaar behoudt gedurende de schuldsaneringsprocedure het recht om over zijn goederen te beschikken.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

FAILLISSEMENT

Een vordering van een schuldeiser op de schuldenaar die in het kader van het faillissement kan worden opgeëist, kan worden verrekend met een vordering die de schuldenaar op de schuldeiser had ten tijde van de openbaarmaking van de faillietverklaring. Dit is echter niet mogelijk wanneer verrekening buiten het faillissement was uitgesloten vanwege de aard van de betrokken vorderingen. Er gelden bijzondere regels voor voorwaardelijke vorderingen. Ook zijn er afwijkende bepalingen van toepassing met betrekking tot recent verworven vorderingen (die grotendeels overeenkomen met de bepalingen betreffende betalingen die terugvloeien in de boedel).

In bijzondere regels die gelden voor de financiële markt is bepaald dat verrekeningsovereenkomsten en vergelijkbare akkoorden met betrekking tot, onder andere, financiële instrumenten kunnen worden tegengeworpen aan de boedel en aan de schuldeisers.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Een persoon die een vordering op de schuldenaar had toen het verzoek tot herstructurering van de onderneming werd ingediend, kan deze vordering verrekenen met een vordering die de schuldenaar op hem had, zelfs als de vordering nog niet opeisbaar is. Dit is echter niet mogelijk wanneer verrekening is uitgesloten wegens de aard van een van de betrokken vorderingen of op grond van andere bepalingen in de wet inzake de herstructurering van ondernemingen. Ook zijn er afwijkende bepalingen van toepassing met betrekking tot recent verworven vorderingen (die grotendeels overeenkomen met de bepalingen betreffende betalingen die terugvloeien in de boedel).

In bijzondere regels die gelden voor de financiële markt is bepaald dat verrekeningsovereenkomsten en vergelijkbare akkoorden met betrekking tot, onder andere, financiële instrumenten kunnen worden tegengeworpen aan schuldenaren en aan de schuldeisers met vorderingen die onder een gerechtelijk akkoord vallen.

SCHULDSANERING

Er bestaan geen bijzondere regels met betrekking tot verrekening.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Er bestaan geen bijzondere regels met betrekking tot verrekening.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

FAILLISSEMENT

De faillissementswet bevat geen algemene regels met betrekking tot de vraag of de boedel is gebonden door overeenkomsten die de schuldenaar heeft gesloten. De boedel wordt in principe beschouwd als een onafhankelijke rechtspersoon die niet gebonden is aan verplichtingen die mogelijk uit een dergelijke overeenkomst voortvloeien. De boedel kan de overeenkomst in plaats van de schuldenaar uitvoeren wanneer dat gunstig is voor de vereffening. Hiervoor is over het algemeen toestemming van de medecontractant nodig.

In andere wetgevingsinstrumenten, zoals de wet inzake de verkoop van roerende zaken en de wet inzake de handel in financiële instrumenten zijn bijzondere bepalingen vastgesteld. Zo kan op grond van de wet inzake de verkoop van roerende zaken de boedel partij worden bij een overeenkomst als een van de partijen failliet is verklaard. De wederpartij mag vorderen dat zij binnen een redelijke termijn wordt geïnformeerd over het voornemen van de boedel om de overeenkomst al dan niet uit te voeren.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

De medecontractant van de schuldenaar die vóór de beslissing tot herstructurering het recht had om een overeenkomst te ontbinden op grond van vertraging of gevreesde vertraging in de betaling of een andere prestatie, kan nadat de beslissing is gegeven, de overeenkomst niet op grond van die vertraging ontbinden wanneer de schuldenaar, met toestemming van de bewindvoerder en binnen een redelijke termijn, verzoekt de overeenkomst uit te voeren. De schuldenaar dient de medecontractant binnen een redelijke termijn te informeren of hij de overeenkomst al dan niet wenst uit te voeren. In geval van uitvoering van de overeenkomst zijn er bijzondere regels van toepassing op de wijze van uitvoering. In de wet inzake de verkoop van roerende zaken zijn bijzondere bepalingen vastgesteld voor onder meer arbeidsovereenkomsten en financiële instrumenten.

SCHULDSANERING

Er bestaan geen bijzondere regels met betrekking tot de gevolgen van schuldsanering op een lopende overeenkomst.

Zie ook de informatie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van beëindiging van de insolventieprocedure?"

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Er bestaan geen bijzondere regels met betrekking tot de gevolgen van schuldsanering voor ondernemingen op een lopende overeenkomst.

Zie ook de informatie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van beëindiging van de insolventieprocedure?"

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

FAILLISSEMENT

In de regel kan vanaf de openbaarmaking van het faillissement geen beslag worden gelegd op de goederen die tot de boedel behoren voor het voldoen van de vorderingen op de schuldenaar. Deze regel geldt automatisch na opening van de faillissementsprocedure. Voor vorderingen waaraan een bepaald voorrecht is verbonden, gelden aparte regels. Elke beslaglegging in strijd met dit verbod is nietig. Ongeacht het faillissement mag voor de voldoening van een bepaalde vordering wel beslag worden gelegd op een goed waarop een pandrecht rust.

Indien beslag is gelegd bij de schuldenaar vóór de openbaarmaking van het faillissement, kan de tenuitvoerlegging onafhankelijk van het faillissement volgens de algemene regel worden voortgezet. Er bestaan uitzonderingen op deze regel.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Gedurende de herstructureringsprocedure mag geen beslag worden gelegd of een andere executiemaatregel ingevolge de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging tegen de schuldenaar worden genomen. In bepaalde gevallen blijft tenuitvoerlegging echter wel mogelijk, onder andere met betrekking tot schulden waarop de schuldeiser een pand- of retentierecht heeft. De bijstand als bedoeld in de wet (1978:599) inzake de verkoop op afbetaling tussen handelaren is niet van toepassing. Tijdens de herstructureringsprocedure mogen er geen beslissing worden gegeven tot oplegging van conservatoir beslag of vestiging van een zekerheidsrecht.

SCHULDSANERING

Na de voorlopige beslissing kan het beslag op vorderingen die vóór die beslissing zijn ontstaan niet worden uitgevoerd totdat de beslissing inzake de schuldsanering definitief is geworden. Deze regel is echter niet van toepassing op vorderingen die buiten de schuldsaneringsregeling vallen. De regel is evenmin van toepassing wanneer de rechter, in hoger beroep, op vordering van een schuldeiser beslist dat een beslaglegging kan worden uitgevoerd.

Het verzoek tot schuldsanering vervalt wanneer de schuldenaar failliet wordt verklaard.

De schuldsaneringsprocedure wordt opgeschort wanneer over een gerechtelijk akkoord wordt onderhandeld nadat de schuldenaar een verzoek tot schuldsanering heeft ingediend. Komt er een akkoord tot stand, dan vervalt het verzoek tot schuldsanering.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Na de voorlopige beslissing kan het beslag op vorderingen die vóór die beslissing zijn ontstaan niet worden uitgevoerd totdat de beslissing inzake de schuldsanering definitief is geworden. Deze regel is echter niet van toepassing op vorderingen die buiten de schuldsaneringsregeling vallen. De regel is evenmin van toepassing wanneer de rechter, in hoger beroep, op vordering van een schuldeiser beslist dat een beslaglegging kan worden uitgevoerd.

Het verzoek tot schuldsanering voor ondernemingen vervalt wanneer de schuldenaar failliet wordt verklaard.

De schuldsaneringsprocedure wordt opgeschort wanneer over een gerechtelijk akkoord wordt onderhandeld nadat de schuldenaar een verzoek tot schuldsanering voor ondernemingen heeft ingediend. Komt er een akkoord tot stand komt, dan vervalt het verzoek tot schuldsanering voor ondernemingen.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

FAILLISSEMENT

In het geval van een lopend geding tussen de schuldenaar en een derde met betrekking tot een goed dat tot de failliete boedel behoort, kan de boedel als rechtspersoon de plaats van de schuldenaar innemen. Wanneer de boedel de plaats van de schuldenaar niet inneemt, wordt het goed geacht niet tot de boedel te behoren. Is er een rechtsvordering tegen de schuldenaar ingesteld in verband met een vordering die in het kader van het faillissement kan worden opgeëist, dan kan de boedel zich aan de zijde van de schuldenaar in het geding voegen. Voor deze procedure gelden aanvullende bepalingen.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Het verbod op tenuitvoerlegging dat gedurende de herstructurering van een onderneming in beginsel van kracht is, vormt geen belemmering voor de voortzetting of beëindiging van een lopend geding tussen de schuldenaar en een derde.

SCHULDSANERING

Zie de informatie onder "Welke gevolgen heeft een insolventieprocedure voor procedures die zijn ingeleid door individuele schuldeisers?"

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Zie de informatie onder "Welke gevolgen heeft een insolventieprocedure voor procedures die zijn ingeleid door individuele schuldeisers?"

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

FAILLISSEMENT

De schuldeisers spelen geen formele rol in de faillissementsprocedure. De curator moet over belangrijke kwesties met de meest betrokken schuldeisers overleggen wanneer niets zich daartegen verzet. De schuldeisers hebben recht op informatie van de curator en zij mogen bijvoorbeeld aanwezig zijn bij de eedaflegging. Een schuldeiser kan verzoeken een toezichthouder te benoemen die namens hem toezicht houdt op het beheer van de boedel.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Wanneer de rechter beslist toestemming te geven voor de herstructurering van een onderneming, dient hij een datum voor de schuldeisersvergadering vast te stellen die bij de rechtbank zal plaatsvinden. De vergadering moet binnen drie weken na de beslissing tot herstructurering worden gehouden; alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is, wordt een langere termijn aangehouden.

De schuldeisers kunnen zich tijdens de schuldeisersvergadering uitspreken over het vervolg van de herstructurering. De rechter kan op verzoek van een schuldeiser tijdens de vergadering een commissie van schuldeisers benoemen uit de deelnemers aan de schuldeisersvergadering. De commissie bestaat uit maximaal drie personen. In bepaalde gevallen kunnen ook werknemers in de commissie tot vertegenwoordiger worden benoemd. Wanneer daartoe bijzondere redenen bestaan kan de rechter ook andere personen aanwijzen om zitting te nemen in de commissie. De bewindvoerder moet over belangrijke kwesties overleg voeren met de commissie van schuldeisers, wanneer niets zich daartegen verzet.

SCHULDSANERING

Zie de informatie onder "Welke regels gelden voor de indiening, verificatie en erkenning van schuldvorderingen?"

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

FAILLISSEMENT

Tijdens een faillissement worden de goederen die tot boedel behoren beheerd ten gunste van de schuldeisers (zie hierboven). De boedel wordt beheerd door een of meer curatoren. De goederen moeten over het algemeen zo spoedig mogelijk worden verkocht. Wanneer de schuldenaar een onderneming had, kan de curator deze onder bepaalde voorwaarden namens de boedel voortzetten.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Tijdens een herstructurering behoudt de debiteur de beheers- en beschikkingsbevoegdheid over zijn goederen.

SCHULDSANERING

Er wordt geen bewindvoerder benoemd.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Er wordt geen bewindvoerder benoemd.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

FAILLISSEMENT

In Zweden kunnen faillissementen worden onderverdeeld in twee categorieën: faillissementen met een verificatieprocedure en faillissementen zonder verificatieprocedure. In de regel is de procedure zonder verificatie van de vorderingen van kracht. De reden hiervoor is dat niet-preferente schuldeisers bij de uitdeling over het algemeen niets ontvangen. De arrondissementsrechtbank kan, op verzoek van de curator, besluiten tot toepassing van de verificatieprocedure. De verificatieprocedure wordt uitgevoerd wanneer wordt aangenomen dat gewone schuldvorderingen kunnen worden voldaan. Nadat is besloten tot uitvoering van de verificatieprocedure, moeten vorderingen die in het faillissement kunnen worden ingediend, worden geverifieerd alvorens deze aan de schuldeisers kunnen worden uitgekeerd. Ook preferente vorderingen moeten worden geverifieerd. Vorderingen waarop een pandrecht of retentierecht rust, hoeven echter niet te worden geverifieerd voordat deze aan de schuldeiser kunnen worden uitgekeerd.

Doordat de schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn goederen verliest, kan hij geen verbintenissen meer aangaan die tijdens de faillissementsprocedure kunnen worden ingeroepen. Verbintenissen die de schuldenaar aangaat of die ontstaan na opening van de faillissementsprocedure, kunnen over het algemeen niet worden geverifieerd. In de jurisprudentie is vast komen te staan dat de schuldenaar in bepaalde gevallen zijn beschikkingsrecht over bepaalde goederen terugkrijgt wanneer de curator daar uitdrukkelijk afstand van heeft gedaan.

De boedel die door de curator wordt vertegenwoordigd, kan rechten en verplichtingen verwerven, bijvoorbeeld door een verbintenis aan te gaan. De vorderingen op de boedel worden "boedelschulden" genoemd. De boedelschulden hebben in beginsel voorrang op de vorderingen in het faillissement. Het salaris van de curator en andere soortgelijke schulden (ook wel faillissementskosten genoemd) moeten echter uit de boedel worden betaald voordat kan worden overgegaan tot de betaling van de andere vorderingen op de boedel. Wanneer de faillissementskosten niet uit de boedel kunnen worden voldaan, worden deze doorgaans door de overheid betaald. Uitkering aan de schuldeisers in het faillissement vindt pas plaats nadat de faillissementskosten en de boedelschulden zijn voldaan.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Er bestaan geen algemene regels betreffende de indiening van vorderingen in het kader van de herstructurering van een onderneming. De rechter kan in een herstructureringszaak, op verzoek van de schuldenaar, echter besluiten dat er moet worden onderhandeld over een gerechtelijk akkoord. De schuldeisers kunnen in het kader van die onderhandeling hun vorderingen indienen (zie hierna). Alleen schuldeisers met een vordering die is ontstaan vóór indiening van het herstructureringsverzoek, mogen deelnemen aan de onderhandelingen. Echter niet alle schuldeisers zijn bij de onderhandelingen aanwezig. Schuldeisers met een vordering die door middel van verrekening kan worden voldaan of schuldeisers met een preferente vordering bijvoorbeeld, nemen hieraan niet deel. De bewindvoerder stelt een overzicht van de activa en passiva op. Een schuldeiser die wil deelnemen aan de onderhandelingen over het akkoord met betrekking tot een vordering die niet in het overzicht is opgenomen en ook niet later aan het licht is gekomen, moet zijn vordering uiterlijk een week voor de schuldeisersvergadering schriftelijk indienen bij de bewindvoerder.

Vorderingen die voortvloeien uit een overeenkomst die de schuldenaar gedurende de herstructurering heeft gesloten met toestemming van de bewindvoerder, hebben voorrang.

SCHULDSANERING

Een schuldsanering omvat in principe alle geldvorderingen op de schuldenaar die zijn ontstaan vóór de datum van openbaarmaking van de voorlopige beslissing. Schuldeisers moeten derhalve alle vorderingen indienen die vóór de voorlopige beslissing zijn ontstaan en onder de schuldsaneringsregeling vallen. Verzuimt een schuldeiser dit te doen, dan bestaat het risico dat de schuldenaar wordt vrijgesteld van de verplichting om de betreffende schuld te betalen (zie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure").

Van schuldsanering zijn uitgesloten:

1. onderhoudsverplichtingen, tenzij het Zweedse verzekeringsfonds (Försäkringskassan) of een buitenlandse overheidsinstantie in de plaats is getreden van de rechten van de onderhoudsgerechtigde;

2. vorderingen waarop de schuldeiser een pandrecht of een ander voorrangsrecht heeft conform de artikelen 6 en 7 van de wet (1970:979) inzake preferente vorderingen, of een retentierecht, voor zover de zekerheid voldoende is om de betaling van de vordering te dekken;

3. de vorderingen waarop de schuldeiser vóór de openbaarmaking van de voorlopige beslissing een voorrangsrecht heeft verkregen op grond van artikel 8 van de wet inzake preferente vorderingen, met betrekking tot goederen die voorwerp waren van gedwongen tenuitvoerlegging;

4. vorderingen die niet opeisbaar zijn en die afhankelijk zijn van een tegenprestatie van de schuldeiser; of

5. betwiste vorderingen.

Voorwaardelijke vorderingen, vorderingen waarvan het bedrag nog niet definitief is vastgesteld of die nog niet opeisbaar zijn, kunnen middels een beslissing buiten de schuldsanering worden gelaten. Een vordering die als ongegrond kan worden beschouwd, mag niet in de schuldsanering worden opgenomen.

Vorderingen die zijn ontstaan na de voorlopige beslissing vallen buiten de schuldsanering.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Een schuldsanering voor ondernemingen omvat in principe alle geldvorderingen op de schuldenaar die zijn ontstaan vóór de datum van openbaarmaking van de voorlopige beslissing. Schuldeisers moeten derhalve alle vorderingen indienen die vóór de voorlopige beslissing zijn ontstaan en onder de schuldsaneringsregeling vallen. Verzuimt een schuldeiser dit te doen, dan bestaat het risico dat de schuldenaar wordt vrijgesteld van de verplichting om de betreffende schuld te betalen (zie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure").

Van schuldsanering voor ondernemingen zijn uitgesloten:

1. onderhoudsverplichtingen, tenzij het Zweedse verzekeringsfonds (Försäkringskassan) of een buitenlandse overheidsinstantie in de plaats is getreden van de rechten van de onderhoudsgerechtigde;

2. preferente vorderingen conform artikel 5 van de wet (1970:979) inzake preferente vorderingen, voor zover de zekerheid voldoende is om de betaling van de vordering te dekken;

3. vorderingen waarop de schuldeiser een pandrecht of een ander voorrangsrecht heeft conform de artikelen 6 en 7 van de wet (1970:979) inzake preferente vorderingen, of een retentierecht, voor zover de zekerheid voldoende is om de betaling van de vordering te dekken;

4. de vorderingen waarop de schuldeiser vóór de openbaarmaking van de voorlopige beslissing een voorrangsrecht heeft verkregen op grond van artikel 8 van de wet inzake preferente vorderingen, met betrekking tot goederen die voorwerp waren van een gedwongen executie;

5. vorderingen die nog niet opeisbaar zijn en die afhankelijk zijn van een tegenprestatie van de schuldeiser; of

6. betwiste vorderingen.

Voorwaardelijke vorderingen, vorderingen waarvan het bedrag nog niet definitief is vastgesteld of die nog niet opeisbaar zijn, kunnen middels een beslissing buiten de schuldsanering worden gelaten. Een vordering die als ongegrond kan worden beschouwd, mag niet in de schuldsanering worden opgenomen.

Vorderingen die zijn ontstaan na de voorlopige beslissing vallen buiten de schuldsanering.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

FAILLISSEMENT

In beginsel mogen alleen vorderingen die zijn ontstaan vóór de openbaarmaking van het vonnis van faillietverklaring worden ingediend. Ook vorderingen waaraan voorwaarden zijn verbonden of die niet opeisbaar zijn, mogen worden ingediend.

Er bestaan bij gebreke van een verificatieprocedure geen regels betreffende de wijze waarop vorderingen moeten worden ingediend. De curator moet er in dat geval op eigen initiatief op toezien dat preferente vorderingen op de juiste wijze worden betaald. Er bestaat geen enkele belemmering voor een schuldeiser om zijn vordering op informele wijze in te dienen, in principe tot de uiterste datum waarop het voorstel voor de verdeling van de boedel kan worden betwist.

Wanneer kan worden aangenomen dat er voldoende vermogen is om de gewone schuldeisers te betalen, dient er verplicht een verificatieprocedure te worden uitgevoerd (zie voor uitleg over de verificatieprocedure hierboven). Wanneer de rechter oordeelt dat een verificatieprocedure is vereist, stelt hij een proceduretermijn van vier tot tien weken vast. De beslissing tot uitvoering van een verificatieprocedure wordt gepubliceerd. De schuldeisers moeten hun vorderingen binnen de gestelde termijn schriftelijk indienen. Schuldeisers met een pand- of retentierecht hoeven hun vorderingen niet ter verificatie in te dienen om uit de boedel te worden betaald. Wanneer de verificatieprocedure al is uitgevoerd, kan een schuldeiser die na afloop van de termijn een vordering wil indienen of een voorrangsrecht wil verkrijgen dit doen in het kader van de zogenaamde "procedure van verlate indiening". Een verlate indiening kan worden gedaan tot uiterlijk de dag waarop de curator zijn voorstel voor de verdeling van de boedel opstelt, dat wil zeggen voordat het voorstel bij de rechtbank wordt ingediend en gepubliceerd. Wanneer een schuldeiser zijn vorderingen niet ter verificatie indient, verliest hij de mogelijkheid te worden betaald uit de activa die onder het uitdelingsbesluit vallen. In principe kan een schuldeiser alleen nog betaling van zijn vordering krijgen als er nieuwe activa beschikbaar komen (verlate uitdeling).

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Zoals hierboven uiteengezet bestaat er geen algemene verplichting voor schuldeisers om vorderingen in te dienen in geval van een herstructurering voor ondernemingen, maar zij moeten dit mogelijk wel doen tijdens de onderhandelingen over een akkoord. De bewindvoerder moet een herstructureringsplan opstellen. In dit plan is vastgesteld op welke manier de financiële problemen van de onderneming van de schuldenaar kunnen worden opgelost en op welke manier de bedrijfsresultaten kunnen worden verbeterd. Het plan kan echter aan de bijzondere omstandigheden van het betreffende geval worden aangepast.

Het kan in bepaalde omstandigheden passend zijn om tijdens de herstructurering van een onderneming een gerechtelijk akkoord te sluiten. Het verzoek tot onderhandeling over een akkoord wordt ingediend door de schuldenaar.

Een verzoek tot onderhandeling over een akkoord bevat een ontwerpakkoord met vermelding van het bedrag dat de schuldenaar voorstelt te betalen, de data waarop de betalingen zullen worden verricht, of er met betrekking tot het akkoord een zekerheid is gesteld en zo ja, waar die zekerheid uit bestaat. Het verzoek moet vergezeld gaan van een overzicht van de activa en passiva.

Indien het verzoek tot onderhandeling over een akkoord wordt toegewezen, moet de rechtbank de betreffende beslissing onmiddellijk bekend maken. De rechter moet tegelijkertijd een datum vaststellen voor de schuldeisersvergadering die bij de rechtbank plaatsvindt, de vergadering bijeenroepen en de beslissing publiceren.

De schuldenaar, de bewindvoerder en de schuldeisers kunnen zich verzetten tegen een vordering die in het akkoord moet worden opgenomen. Er bestaan bijzondere regels omtrent de mogelijkheid tot deelname aan de onderhandelingen over het akkoord met betrekking tot vorderingen die niet in de inventaris van de boedel zijn opgenomen.

Alleen schuldeisers met vorderingen die zijn ontstaan voor het verzoek tot herstructurering van de onderneming nemen deel aan de onderhandelingen over het akkoord. Schuldeisers die betaling van hun vordering middels verrekening kunnen verkrijgen of die een preferente vordering hebben, nemen niet deel aan de onderhandelingen. Schuldeisers die in het geval van een faillissement pas de andere schuldeisers zouden worden betaald, nemen evenmin deel aan de onderhandelingen, tenzij de deelnemende schuldeisers daar toestemming voor geven.

Een schuldenaar moet op verzoek van een schuldeiser een eed afleggen tegenover de schuldeisersvergadering met betrekking tot de inventaris.

Tijdens de schuldeisersvergadering stemmen de schuldeisers over het ontwerpakkoord. Een ontwerpakkoord dat voorziet in de betaling van ten minste vijftig procent van het totaalbedrag van de schuldvorderingen wordt geacht door de schuldeisers te zijn aangenomen wanneer drie vijfde van de stemmers vóór het akkoord heeft gestemd en hun vorderingen ten minste drie vijfde deel van het totaalbedrag van de schuldvorderingen van de stemgerechtigde schuldeisers vertegenwoordigen. Wanneer het percentage in het akkoord lager is dan vijftig procent dan wordt het ontwerpakkoord geacht te zijn aangenomen wanneer drie kwart van de stemmers vóór het akkoord heeft gestemd en hun vorderingen drie kwart van het totaalbedrag van de schuldvorderingen van de stemgerechtigde schuldeisers vertegenwoordigen.

SCHULDSANERING

Wanneer er een voorlopige beslissing wordt genomen, dan moet deze onverwijld in de Zweedse staatscourant worden gepubliceerd (Post‑ och Inrikes Tidningar). Tevens moet uiterlijk binnen een week na de publicatie een kennisgeving naar de bekende schuldeisers worden gestuurd. In de publicatie en de kennisgeving wordt de schuldeisers onder meer verzocht om, over het algemeen binnen een maand na de datum van de publicatie, de volgende handelingen te verrichten: hun schuldvorderingen indienen, details over deze vorderingen geven en andere informatie verstrekken die van belang is bij de bestudering van het dossier, en aangeven op welke rekening de betalingen tijdens de schuldsaneringsprocedure moeten worden verricht.

Wanneer er na de voorlopige beslissing voldoende gegevens zijn verzameld, wordt een schuldsaneringsvoorstel opgesteld. Dit voorstel moet naar alle bekende schuldeisers worden gestuurd van wie de vorderingen in het voorstel zijn opgenomen, met het verzoek om binnen een bepaalde termijn hun opmerkingen kenbaar te maken. Verzuimt een schuldeiser zijn opmerkingen kenbaar te maken, dan kan het schuldsaneringsvoorstel niettemin worden aangenomen.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Een voorlopige beslissing moet onverwijld in de Zweedse staatscourant worden gepubliceerd (Post‑ och Inrikes Tidningar). Tevens moet uiterlijk binnen een week na de publicatie een kennisgeving naar de bekende schuldeisers worden gestuurd. In de publicatie en de kennisgeving wordt de schuldeisers onder meer verzocht om over het algemeen binnen een maand na de datum van de publicatie de volgende handelingen te verrichten: hun schuldvorderingen indienen, details over deze vorderingen geven en andere informatie verstrekken die van belang is bij de bestudering van het dossier, en aangeven op welke rekening de betalingen tijdens de schuldsaneringsprocedure moeten worden verricht.

Wanneer er na de voorlopige beslissing voldoende gegevens zijn verzameld, wordt een schuldsaneringsvoorstel opgesteld. Dit voorstel moet naar alle bekende schuldeisers worden gestuurd van wie de vorderingen in het voorstel zijn opgenomen, met het verzoek om binnen een bepaalde termijn hun opmerkingen kenbaar te maken. Verzuimt een schuldeiser zijn opmerkingen kenbaar te maken, dan kan het schuldsaneringsvoorstel niettemin worden aangenomen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

FAILLISSEMENT

Indien de baten van de boedel niet voldoende zijn om de faillissementskosten en de boedelschulden te betalen, wordt het faillissement opgeheven (zie de opmerkingen hierboven over de faillissementskosten en de boedelschulden). Wanneer het faillissement wordt opgeheven, vindt er in principe geen uitkering aan de schuldeisers plaats.

Wordt het faillissement niet opgeheven, dan worden de baten van de boedel na betaling van de faillissementskosten en de boedelschulden, onder de schuldeisers verdeeld. De verdeling vindt over het algemeen plaats conform de bepalingen van de wet inzake preferente vorderingen.

In de wet inzake preferente vorderingen is bepaald welk recht op betaling de schuldeisers ten opzichte van elkaar hebben in geval van een faillissement. Hieronder volgt algemene informatie over de wet inzake preferente vorderingen.

Er bestaan met betrekking tot vorderingen bijzondere en algemene voorrechten. Een bijzonder voorrecht heeft betrekking op een bepaald goed (bijvoorbeeld een pandrecht, een retentierecht of een hypotheek). Een algemeen voorrecht heeft betrekking op alle goederen die tot de failliete boedel behoren (bijvoorbeeld de kosten van de schuldeiser om de schuldenaar failliet te laten verklaren en het salaris van de bewindvoerder wanneer het faillissement vooraf is gegaan door een herstructurering van de onderneming). Een bijzonder voorrecht heeft voorrang op een algemeen voorrecht. Vorderingen waaraan geen voorrecht is verbonden, hebben onderling dezelfde rang. In een overeenkomst kan echter zijn vastgesteld dat een bepaalde schuldeiser pas wordt betaald nadat de andere schuldeisers zijn betaald (achtergestelde vordering (efterställd fordran)).

Het voorrangsrecht dat aan een vordering is verbonden blijft bestaan, ook als de vordering wordt overgedragen of voorwerp is van beslag, of op een andere wijze naar een andere houder overgaat.

Wanneer aan een vordering een bijzonder voorrecht is verbonden voor een bepaald goed, en die vordering niet volledig met de opbrengst van dat goed kan worden voldaan, wordt het restant behandeld als een niet-bevoorrechte vordering.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

In het geval van een herstructurering van een onderneming vindt geen uitdeling plaats als er geen akkoord is bereikt.

In een gerechtelijk akkoord kan een verlaging van de schulden zijn bepaald evenals de precieze termijnen waarbinnen deze moeten worden betaald. In het akkoord wordt aan alle schuldeiser dezelfde rechten toegekend en de betaling van ten minste vijfentwintig procent van het bedrag van de schuldvorderingen, tenzij alle bekende schuldeisers die partij zijn bij het akkoord een lager percentage hebben goedgekeurd of er bijzondere redenen zijn om een lager percentage af te spreken. De voorgeschreven minimale uitdeling dient te worden voldaan binnen een jaar na sluiting van het akkoord, tenzij alle betrokken schuldeisers hebben ingestemd met een langere termijn. In het akkoord kan tevens worden bepaald dat aan de schuldenaar alleen uitstel van betaling of een andere bijzondere vorm van uitstel wordt gegeven.

SCHULDSANERING

Alle vorderingen die onder de schuldsanering vallen, hebben dezelfde rang. Een vordering kan echter met instemming van de schuldeiser een lagere rang krijgen, of met voorrang op andere vorderingen worden betaald, indien de uitdeling slechts een klein bedrag betreft en het redelijk is de vordering als eerste te voldoen rekening houdend met de omvang van de vorderingen en andere omstandigheden.

In de beslissing betreffende de schuldsanering is vastgesteld welke bepalingen op de vorderingen van toepassing zijn.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Alle vorderingen die onder de schuldsanering voor ondernemingen vallen, hebben dezelfde rang. Een vordering kan echter met instemming van de schuldeiser een lagere rang krijgen, of met voorrang op andere vorderingen worden betaald, indien de uitdeling slechts een klein bedrag betreft en het redelijk is de vordering als eerste te voldoen rekening houdend met de omvang van de vorderingen en andere omstandigheden.

In de beslissing betreffende de schuldsanering voor ondernemingen is bepaald welke voorwaarden van toepassing zijn op de vorderingen.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

FAILLISSEMENT

Wanneer de schuldenaar een akkoord sluit met de schuldeisers over de betaling van zijn schulden of op een andere wijze een regeling treft (vrijwillige schikking), beëindigt de rechter het faillissement. Een faillissement waarbij een verificatieprocedure is uitgevoerd kan eveneens eindigen met de goedkeuring van een akkoord. In overige gevallen wordt het faillissement opgeheven (wanneer er niet voldoende baten zijn om de faillissementskosten en de boedelschulden te dekken) of eindigt het faillissement door verdeling van de boedel onder de schuldeisers.

Een faillissement stelt een natuurlijke persoon niet vrij van de verplichting tot betaling van zijn schulden (zie de informatie over schuldsanering, waarbij andere regels gelden). Dit betekent dat schulden die niet zijn betaald ná het faillissement blijven bestaan (tenzij deze schulden deel uitmaken van een vrijwillige schikking of een akkoord).

Een rechtspersoon wordt na een faillissement ontbonden (de regels hieromtrent zijn vastgesteld in het vennootschapsrecht). Hieruit volgt dat schuldeisers na het faillissement, in principe, geen betaling van eventuele restschulden van de rechtspersoon kunnen vorderen.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Een gerechtelijk akkoord is bindend voor alle schuldeisers, zowel bekende als onbekende, die het recht hadden deel te nemen aan de onderhandelingen over het akkoord. Schuldeisers die in het geval van een faillissement slechts betaald zouden worden na betaling van andere schuldeisers, verliezen hun recht door de schuldenaar te worden betaald wanneer alle schuldeisers met recht op deelname aan de akkoord onderhandelingen niet volledig zijn betaald in het kader van dat akkoord. Een schuldeiser met een preferente vordering op bepaalde goederen is gebonden aan het akkoord voor wat betreft het deel van het bedrag dat niet kan worden geïnd uit de opbrengst van de betreffende goederen.

SCHULDSANERING

De schuldenaar wordt als gevolg van de schuldsaneringsbeslissing vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van de schulden die onder de schuldsaneringsregeling vallen tot aan het bedrag van de verlaging. De schuldenaar wordt als gevolg van de beslissing tot schuldsanering eveneens vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van onbekende schulden, tenzij het schulden zijn die niet in de schuldsaneringsregeling kunnen worden opgenomen.

Schuldsanering heeft tot gevolg dat rente of boetes wegens te late betaling van vorderingen die onder de schuldsaneringsregeling vallen, vanaf de dag volgend op de openbaarmaking van de voorlopige beslissing komen te vervallen.

De schuldsanering heeft geen gevolgen voor het recht dat een schuldeiser heeft jegens een borg of een ander persoon die naast de schuldenaar aansprakelijk is voor de schuld.

De beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering bevat een betalingsplan. Het betalingsplan heeft een looptijd van vijf jaar, tenzij er om gewichtige redenen een kortere termijn wordt vastgesteld. Het betalingsplan begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering is gegeven. Bij het vaststellen van de vervaltermijn van het betalingsplan, wordt de termijn vanaf de voorlopige beslissing afgetrokken van de looptijd van het betalingsplan, tenzij er aanleiding is om een kortere termijn af te trekken, gelet op de houding van de schuldenaar na de beslissing tot opening van de procedure.

Een beslissing tot schuldsanering kan in bepaalde omstandigheden worden gewijzigd of ingetrokken. Een beslissing kan, op verzoek van een schuldeiser met een vordering die onder de schuldsaneringsregeling valt, worden ingetrokken of, in de gevallen genoemd onder de punten 6 en 7 hieronder, worden gewijzigd, indien:

1. de schuldenaar zich schuldig heeft gemaakt aan fraude jegens de schuldeisers;

2. de schuldenaar zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk verhinderen van een faillissement of beslag;

3. de schuldenaar heimelijk een van de schuldeisers heeft begunstigd met als doel de beslissing inzake de schuldsanering te beïnvloeden;

4. de schuldenaar opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt in zijn verzoek tot schuldsanering of op andere momenten tijdens de behandeling van de zaak, ten nadele van de schuldeiser;

5. de schuldenaar onjuiste informatie heeft verstrekt aan een overheidsinstantie over belastingen of heffingen met betrekking tot de schuldsanering, of zijn plicht heeft verzuimd tot het verstrekken van informatie, als gevolg waarvan een foutieve beslissing of geen beslissing is genomen.

6. de schuldenaar in ernstige mate van het betalingsplan afwijkt; of

7. de financiële situatie van de schuldenaar na de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering aanzienlijk is verbeterd om redenen die ten tijde van de beslissing niet te voorzien waren.

In de gevallen bedoeld onder punt 7 dient het verzoek binnen vijf jaar te worden ingediend, te rekenen vanaf de datum van de voorlopige beslissing of, indien het betalingsplan een langere looptijd heeft, uiterlijk op de vervaldatum van het plan. In geval van wijziging van een schuldsaneringsbeslissing, kan de looptijd van het betalingsplan tot ten hoogste zeven jaar worden verlengd.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

De schuldenaar wordt als gevolg van de beslissing tot schuldsanering voor ondernemingen vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van de schulden die onder de schuldsaneringsregeling vallen tot aan het bedrag van de verlaging. De schuldenaar wordt als gevolg van de beslissing tot schuldsanering eveneens vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van onbekende schulden, tenzij het schulden zijn die niet in de schuldsaneringsregeling kunnen worden opgenomen.

Schuldsanering heeft tot gevolg dat rente of boetes wegens te late betaling van vorderingen die onder de schuldsaneringsregeling vallen, vanaf de dag volgend op de openbaarmaking van de voorlopige beslissing komen te vervallen.

Schuldsanering heeft geen gevolgen voor het recht dat een schuldeiser heeft jegens een borg of een ander persoon die naast de schuldenaar aansprakelijk is voor de schuld.

De beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering voor ondernemingen bevat een betalingsplan met een looptijd van drie jaar. Het betalingsplan begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering is gegeven.

Een beslissing tot schuldsanering voor ondernemingen kan in bepaalde omstandigheden worden gewijzigd of ingetrokken. Een beslissing kan, op verzoek van een schuldeiser met een vordering die onder de schuldsaneringsregeling valt, worden ingetrokken of, in de gevallen genoemd onder de punten 6 en 7 hieronder, worden gewijzigd, indien:

1. de schuldenaar zich schuldig heeft gemaakt aan fraude jegens de schuldeisers;

2. de schuldenaar zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk verhinderen van een faillissement of beslag;

3. de schuldenaar heimelijk een van de schuldeisers heeft begunstigd met als doel de beslissing inzake de schuldsanering te beïnvloeden;

4. de schuldenaar opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt in zijn verzoek tot schuldsanering of op andere momenten tijdens de behandeling van de zaak, ten nadele van de schuldeiser;

5. de schuldenaar onjuiste informatie heeft verstrekt aan een overheidsinstantie over belastingen of heffingen met betrekking tot de schuldsanering voor ondernemingen, of zijn plicht tot het verstrekken van informatie heeft verzuimd, als gevolg waarvan een foutieve beslissing of geen beslissing is genomen.

6. de schuldenaar in ernstige mate van het betalingsplan afwijkt; of

7. de financiële situatie van de schuldenaar na de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering voor ondernemingen aanzienlijk is verbeterd om redenen die ten tijde van de beslissing niet te voorzien waren.

In de gevallen bedoeld onder punt 7 dient het verzoek binnen drie jaar te worden ingediend, te rekenen vanaf de datum van de voorlopige beslissing of, indien het betalingsplan een langere looptijd heeft, uiterlijk op de vervaldatum van het plan. In geval van wijziging van een schuldsaneringsbeslissing, kan de looptijd van het betalingsplan tot ten hoogste vijf jaar worden verlengd.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

FAILLISSEMENT

Zoals hierboven reeds is vermeld wordt een natuurlijke persoon in geval van een faillissement niet vrijgesteld van de betalingsverplichting met betrekking tot zijn schulden; rechtspersonen worden na een faillissement ontbonden.

Indien er na een faillissement nog baten resteren, bestaat de mogelijkheid van een "verlate uitdeling".

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Zie hierboven voor informatie over de gevolgen van een gerechtelijk akkoord. Indien er geen gerechtelijk akkoord tot stand is gekomen en de schuldenaar evenmin tot een vrijwillig akkoord of een andere regeling met de schuldeisers is gekomen, blijven de vorderingen na beëindiging van de herstructureringsprocedure opeisbaar.

SCHULDSANERING

Zodra de schuldenaar het betalingsplan heeft uitgevoerd, kan een schuldeiser in bepaalde omstandigheden de schuldsaneringsregeling opnieuw laten onderzoeken. Zie voor meer informatie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure?"

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Zodra de schuldenaar het betalingsplan heeft uitgevoerd, kan een schuldeiser in bepaalde omstandigheden de schuldsaneringsregeling voor ondernemingen opnieuw laten onderzoeken. Zie voor meer informatie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure?"

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

FAILLISSEMENT

Het salaris van de curator en soortgelijke schulden (faillissementskosten), evenals andere door de boedel aangegane schulden (boedelschulden) moeten voor de uitdeling aan de schuldeisers uit de boedel worden betaald. De faillissementskosten hebben voorrang op de vorderingen in de boedel. Wanneer de faillissementskosten niet uit de boedel kunnen worden voldaan, worden deze doorgaans door de overheid betaald.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

De bewindvoerder (evenals de eventuele commissaris bij het akkoord) heeft recht op een vergoeding voor zijn verrichte werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten. Het salaris mag niet hoger zijn dan het bedrag dat wordt beschouwd als een redelijke vergoeding voor de uitoefening van de taak. De rechter onderzoekt op verzoek van de bewindvoerder of de schuldenaar het recht van de bewindvoerder op vergoeding. Ook een schuldeiser met vorderingen die onder het akkoord vallen, kan een dergelijk verzoek indienen zo lang het akkoord nog niet is uitgevoerd. De gerechtskosten, alsmede het salaris van de bewindvoerder en de commissaris zijn voor rekening van de schuldenaar.

SCHULDSANERING

De schuldenaar maakt de betalingen in het kader van een schuldsaneringsregeling over aan de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie (Kronofogdemyndigheten), die als tussenpersoon optreedt voor de schuldeisers. De Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie brengt een jaarlijkse vergoeding in rekening bij de schuldenaar voor de administratieve verwerking van de betalingen.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

De schuldenaar maakt de betalingen in het kader van een schuldsaneringsregeling voor ondernemingen over aan de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie (Kronofogdemyndigheten), die als tussenpersoon optreedt voor de schuldeisers. De Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie brengt een jaarlijkse vergoeding in rekening bij de schuldenaar voor de administratieve verwerking van de betalingen.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

FAILLISSEMENT

De regels betreffende terugvordering zijn opgenomen in de faillissementswet. Voor het berekenen van de termijnen zoals vastgesteld in de regels betreffende terugvordering geldt als uitgangspunt de datum van indiening van de faillissementsaanvraag.

Een rechtshandeling wordt vernietigd wanneer als gevolg daarvan een schuldeiser op ongepaste wijze is begunstigd ten opzichte van de andere schuldeisers, of goederen aan het vermogen van de schuldenaar zijn onttrokken of de schulden van de schuldenaar zijn gestegen, of wanneer de schuldenaar insolvent was of als gevolg van die handeling alleen of in samenhang met andere factoren insolvent is geworden, en de wederpartij wist of behoorde te weten dat de schuldenaar insolvent was en wat de omstandigheden waren die maakten dat de rechtshandeling ongepast was. Naasten van de schuldenaar worden geacht bekend te zijn met de in de vorige zin genoemde omstandigheden, tenzij wordt aangetoond dat zij daarvan niet op de hoogte waren of konden zijn. Een rechtshandeling die meer dan vijf jaar vóór de referentietermijn is verricht, kan alleen worden vernietigd indien de wederpartij een naaste van de schuldenaar is.

De betaling van een schuld binnen drie maanden vóór de referentietermijn met ongebruikelijke betaalmiddelen, de betaling vóór de vervaldatum, of de betaling van een zodanig grote geldsom dat daardoor de financiële situatie van de schuldenaar aanzienlijk is verslechterd, wordt vernietigd, tenzij de betaling in de gegeven omstandigheden als normaal kan worden beschouwd. Een betaling die tussen de drie maanden en twee jaar vóór de referentietermijn is verricht ten gunste van een familielid van de schuldenaar wordt vernietigd, tenzij wordt aangetoond dat de schuldenaar niet insolvent was of niet als gevolg van die transactie insolvent is geworden.

Er bestaan bijzondere regels voor onder meer giften, huwelijkse voorwaarden en loon. Bepaalde betalingen aan de staat vallen niet onder de regels betreffende terugvordering, zoals bijvoorbeeld reeds betaalde belastingen.

De curator kan terugvordering eisen met name door het instellen van een rechtsvordering bij een gewone rechtbank of door vorderingen te betwisten die tijdens de faillissementsprocedure worden geverifieerd. Indien de curator geen terugvordering eist en er geen minnelijke schikking tot stand komt, kan een schuldeiser terugvordering eisen door het instellen van een rechtsvordering bij een gewone rechtbank.

In het geval van terugvordering vloeien de goederen die door de schuldenaar waren onttrokken terug in de boedel.

HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING

Na de openbaarmaking van de beslissing tot herstructurering, zijn de bepalingen inzake terugvordering van de faillissementswet van toepassing indien er een gerechtelijk akkoord is gesloten (zie de informatie met betrekking tot het faillissement).

In het geval waarin terugvordering van een preferente vordering of een middels beslag verkregen betaling wordt gevorderd, kan de rechter besluiten de tenuitvoerleggingsprocedure tot nader order op te schorten.

Een rechtsvordering wegens terugvordering kan worden ingesteld door de bewindvoerder of door een schuldeiser met een vordering die onder een gerechtelijk akkoord zou moeten vallen. De rechtsvordering moet worden ingesteld voordat de vergadering van schuldeisers wordt gehouden en hierover kan geen definitief beslissing worden genomen hangende het besluit inzake het gerechtelijk akkoord. Iedere schuldeiser die een rechtsvordering wil indienen moet de bewindvoerder daarvan op de hoogte stellen, op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Wanneer de herstructurering van een onderneming eindigt zonder dat er een gerechtelijk akkoord tot stand is gekomen en de schuldenaar niet failliet is verklaard naar aanleiding van een verzoek dat binnen drie maanden na het einde van de herstructurering is ingediend, wordt het verzoek tot terugvordering verworpen.

De opbrengst van de terugvordering komt, na aftrek van de kosten van de eisende partij, toe aan de schuldeisers die partij zijn bij het akkoord. Een verweerder die als gevolg van de rechtsvordering van de eiser een vordering op de schuldenaar krijgt, kan op grond van die vordering deelnemen aan de onderhandelingen over het akkoord en het recht krijgen om de geldsom die bij de uitdeling aan hem toekomt af te trekken van het bedrag dat hij anders zou moeten betalen.

Indien een schuldeiser bij het akkoord of de schuldenaar beroep instelt tegen het vonnis inzake de terugvordering, kan de rechter bevelen dat de geldsom die toekomt aan de schuldeisers, conform de regels in de bovenstaande alinea, onder bijzonder beheer komt te vallen. Er kan alleen beslag worden gelegd op goederen die onder het bijzonder beheer vallen nadat het akkoord is komen te vervallen.

SCHULDSANERING

Er bestaan geen bijzondere regels betreffende terugvordering.

SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN

Er bestaan geen bijzondere regels betreffende terugvordering.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 19/02/2018