Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Insolventie - Finland

INHOUDSOPGAVE

Insolventieprocedures in Finland

Insolventie betekent dat een schuldenaar langer dan tijdelijk niet in staat is zijn schulden te betalen wanneer deze opeisbaar zijn. Een insolventieprocedure is een executieprocedure die gelijktijdig op alle schulden van de schuldenaar van toepassing is.

Finland kent drie verschillende soorten insolventieprocedures: faillissement, herstructurering van een onderneming en schuldsanering bij een natuurlijke persoon. De regels inzake faillissement zijn vastgelegd in de faillissementswet (Konkurssilaki 120/2004), die op 1 september 2004 in werking is getreden. De wet inzake de herstructurering van ondernemingen (Laki yrityksen saneerauksesta 47/1993) en de wet inzake de schuldsanering bij natuurlijke personen (Laki yksityishenkilön velkajärjestelystä 57/1993) zijn op 8 februari 1993 in werking getreden.

Faillissement is een liquidatieprocedure waarbij het doel is om de activa van een schuldenaar te gelde te maken en de opbrengst daarvan te verdelen onder de schuldeisers. Herstructurering van een onderneming en schuldsanering bij natuurlijke personen zijn reorganisatiemaatregelen die zijn bedoeld om de financiële gezondheid te herstellen en de schuldenaar de mogelijkheid te geven zijn financiële moeilijkheden te boven te komen.

Een schuldenaar kan ook buiten de officiële insolventieprocedures om met zijn schuldeisers tot een akkoord komen of andere regelingen treffen voor het betalen van zijn schulden. Voor regelingen die op vrijwillige basis tot stand komen, bestaan echter geen wettelijke voorschriften, reden waarom die hier verder niet worden besproken.

Hieronder volgt een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van bovengenoemde insolventieprocedures.

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Faillissement

Het toepassingsgebied van faillissement is algemeen, wat betekent dat zowel natuurlijke personen als rechtspersonen failliet kunnen worden verklaard. Een rechtspersoon kan ook failliet worden verklaard als hij uit het betreffende register is geschrapt of is ontbonden. Ook de nalatenschap van een overleden persoon of de boedel van een rechtspersoon kan failliet worden verklaard.

Herstructurering

Iedere onderneming die een commerciële activiteit verricht en iedere andere vennootschap, particuliere ondernemer of zelfstandige kan voorwerp zijn van een herstructureringsprocedure.

Bepaalde ondernemingen, zoals kredietinstellingen en verzekeringsmaatschappijen, zijn echter van herstructureringsprocedures uitgesloten, aangezien zij onder een bijzondere wet en afzonderlijk toezicht vallen.

Schuldsanering

Alleen een natuurlijke persoon kan om sanering van zijn schulden verzoeken. Onder bepaalde voorwaarden kan een natuurlijke persoon die een particuliere onderneming leidt of die een activiteit verricht in het kader van een vennootschap onder firma, of die optreedt als commanditair vennoot in een commanditaire vennootschap, echter ook gebruikmaken van de schuldsaneringsregeling.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Voor het inleiden van elk van de drie insolventieprocedures geldt als algemene voorwaarde dat de schuldenaar insolvent is. Insolventie betekent dat een schuldenaar, anders dan tijdelijk, niet in staat is zijn schulden te betalen wanneer die opeisbaar zijn.

Een herstructureringsprocedure kan ook worden geopend wanneer een schuldenaar insolvent dreigt te raken.

Faillissement

Een faillissement kan zowel door de schuldenaar als door een schuldeiser worden aangevraagd. De algemene voorwaarde die wordt gesteld aan een faillietverklaring is dat de schuldenaar insolvent is. In de faillissementswet is bepaald op basis van welke criteria kan worden vastgesteld of iemand insolvent is; Een schuldenaar wordt geacht insolvent te zijn wanneer hij aan deze criteria voldoet, tenzij anders wordt bewezen.

Van vermoedelijke insolventie is sprake wanneer:

  1. de schuldenaar zelf verklaart dat hij insolvent is en er geen bijzondere redenen zijn om zijn verklaring te verwerpen;
  2. de schuldenaar is opgehouden te betalen;
  3. bij tenuitvoerleggingsprocedures die zijn uitgevoerd in de zes maanden voorafgaand aan de indiening van de faillissementsaanvraag is gebleken dat de schuldenaar zijn schulden niet volledig kan afbetalen; of
  4. de schuldenaar, die gedurende het jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de faillissementsaanvraag wettelijk verplicht was of is om voor zijn onderneming een boekhouding te voeren, een onbetwiste en opeisbare vordering niet betaalt binnen een week na ontvangst van een betalingsherinnering van een schuldeiser.

Een faillissementsaanvraag kan door een schuldeiser worden ingediend wanneer de vordering berust op een vonnis, op een andere executoriale titel of op een door de schuldenaar ondertekende toezegging, of wanneer de vordering onbetwistbaar is. Het gevorderde bedrag hoeft niet per se achterstallig te zijn. Voor faillissementsaanvragen die berusten op geringe schuldvorderingen, en voor de gevallen waarin de schuldeiser een zekerheidsrecht heeft, gelden beperkingen.

Een faillissement vangt aan wanneer de rechtbank de schuldenaar failliet verklaart. Daarbij benoemt de rechter tegelijk een curator. Na de inleiding van de faillissementsprocedure verliest de schuldenaar het volledige beheer en de beschikking over de activa die tot de boedel behoren.

De curator is verplicht de schuldeisers in kennis te stellen van de inleiding van de faillissementsprocedure. Buitenlandse schuldeisers zoals bedoeld in Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad betreffende insolventieprocedures moeten in kennis worden gesteld zoals vereist door de verordening.

De inleiding van de faillissementsprocedure wordt ook geregistreerd in bijvoorbeeld het register voor faillissementen en herstructureringen, het handelsregister, het kadaster en hypotheekregister, het scheepsregister voor schepen in aanbouw en afgebouwde schepen, het luchtvaartuigregister, het register van verpande handelszaken, het motorvoertuigenregister en het aandelenregister.

Tegen een beslissing van de districtsrechtbank (käräjäoikeus) op een faillissementsaanvraag kan hoger beroep worden ingesteld bij een rechtbank van tweede aanleg.

Herstructurering

De inleiding van een herstructureringsprocedure kan zowel door de schuldenaar als door een schuldeiser worden aangevraagd. Voor een door een schuldeiser geïnitieerde herstructureringsprocedure is geen toestemming van de schuldenaar vereist. De meeste aanvragen worden door de schuldenaar zelf ingediend.

Een procedure om een onderneming te herstructureren kan worden ingeleid wanneer de schuldenaar insolvent is en er geen wettelijke belemmering bestaat voor de inleiding van de procedure. Een belemmering is bijvoorbeeld de situatie waarin de insolventie niet door middel van een herstructureringsplan kan worden opgelost of het vermogen van de schuldenaar onvoldoende is om de kosten van de herstructureringsprocedure te dekken. Een herstructureringsprocedure kan ook worden ingeleid wanneer een schuldenaar insolvent dreigt te raken. In dergelijke gevallen kan de schuldeiser alleen een verzoek tot inleiding van een herstructureringsprocedure indienen wanneer de schuldvordering een aanzienlijk financieel belang vertegenwoordigt. Voorts kan een herstructureringsprocedure worden ingeleid wanneer de schuldenaar en ten minste twee schuldeisers hiertoe gezamenlijk een aanvraag indienen of wanneer de schuldeisers verklaren dat zij de aanvraag van de schuldenaar steunen. In dat geval moeten de schuldvorderingen van deze schuldeisers gezamenlijk ten minste een vijfde deel van de bekende schulden van de schuldenaar vertegenwoordigen.

De rechtsgevolgen van de inleiding van een herstructureringsprocedure treden automatisch in vanaf de datum van de uitspraak tot inleiding van de procedure. Na indiening van de aanvraag kan de rechter, op verzoek van de aanvrager of de schuldenaar, een verbod tot betaling van schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten uitvaardigen, evenals een verbod tot inning van vorderingen, een verbod tot beslaglegging, of een verbod tot uitvoering van andere executiemaatregelen die voorafgaand aan de inleiding van de procedure effect sorteren.

De curator is verplicht de schuldeisers in kennis te stellen van de inleiding van de faillissementsprocedure. Ook bepaalde overheidsinstanties moeten in kennis worden gesteld van de inleiding van de herstructureringsprocedure, en hiervan moet een aantekening worden gemaakt in bijvoorbeeld het register van faillissementen en herstructureringsprocedures, het handelsregister, het kadaster en hypotheekregister.

Tegen een beslissing van de districtsrechtbank tot inleiding of afwijzing van een herstructureringsprocedure kan hoger beroep worden ingesteld bij een rechtbank van tweede aanleg.

Schuldsanering

Schuldsanering kan alleen door de schuldenaar worden aangevraagd. Om een schuldsaneringsprocedure te kunnen initiëren, moet de schuldenaar insolvent zijn en redelijkerwijs niet in staat zijn om zijn solvabiliteit dusdanig te verbeteren dat hij zijn schulden kan betalen. De belangrijkste oorzaak van de insolventie moet worden gevormd door een aanzienlijke vermindering van het vermogen van de schuldenaar om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen als gevolg van een wijziging in zijn situatie die hem niet direct te verwijten is, zoals ziekte. Schuldsanering kan ook worden toegekend wanneer er een andere gegronde reden is, gezien het totale schuldbedrag en andere verplichtingen van de schuldenaar en diens solvabiliteit. Bij de beoordeling van de solvabiliteit van de schuldenaar wordt onder meer rekening gehouden met zijn activa, zijn inkomsten en zijn potentiële inkomsten.

Voor een schuldsaneringsprocedure mogen geen wettelijke belemmeringen bestaan (bijvoorbeeld een schuld die is ontstaan als gevolg van een criminele activiteit of door ondoordacht handelen). Indien daar een gegronde reden voor bestaat, kan de schuldsanering ondanks een algemene belemmering toch worden toegewezen. In dergelijke gevallen moet in het bijzonder worden gekeken naar de maatregelen die de schuldenaar neemt om zijn schulden af te betalen, hoe lang de schulden al opeisbaar zijn, de situatie van de schuldenaar en de gevolgen van schuldsanering voor zowel de schuldenaar als zijn schuldeisers.

Schuldsanering kan niet worden verleend indien de schuldenaar niet over middelen beschikt om een reden die geacht wordt tijdelijk te zijn, of indien de schuldenaar om een dergelijke reden niet meer dan een klein deel van zijn schulden kan terugbetalen.

De rechtsgevolgen van de inleiding van de schuldsaneringsprocedure treden automatisch in vanaf de datum van de beslissing tot inleiding van de procedure. Na indiening van de aanvraag kan de rechter, op verzoek van de schuldenaar, een tijdelijk verbod tot betaling van schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten uitvaardigen, evenals een verbod tot inning van vorderingen, een verbod tot beslaglegging of een verbod tot uitvoering van andere executiemaatregelen die voorafgaand aan de inleiding van de procedure effect sorteren.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Faillissement

De failliete boedel bestaat uit alle activa die de schuldenaar bij aanvang van het faillissement bezit en de activa die hij vóór de beëindiging van de faillissementsprocedure verwerft. De opbrengsten van de vervreemding van de activa die tot de failliete boedel behoren, en activa die op grond van de wet inzake de terugvordering van activa voor failliete boedels en de activa (Laki takaisinsaannista konkurssipesään 758/1991) of op een andere rechtsgrondslag voor de boedel kunnen worden teruggevorderd, zijn eveneens activa die deel uitmaken van de failliete boedel.

Activa die niet vatbaar zijn voor beslag maken over het algemeen geen deel uit van de failliete boedel. Ook de activa die een natuurlijke persoon verwerft of het inkomen dat hij verdient na de inleiding van de faillissementsprocedure behoren niet tot de failliete boedel.

Herstructurering

In het kader van een herstructureringsprocedure wordt er voor de schuldenaar een herstructureringsplan opgesteld. Het plan moet onder meer een overzicht van de financiële situatie (activa, passiva en andere verplichtingen) van de schuldenaar bevatten. Het herstructureringsplan moet zijn gebaseerd op de totale waarde van de activa van de schuldenaar ten tijde van de procedure. Ook is terugvordering mogelijk: een transactie die kan worden teruggedraaid ten bate van de failliete boedel kan in het kader van een herstructureringsprocedure worden vernietigd op dezelfde gronden als bij een faillissementsaanvraag.

Hoewel het in uitzonderlijke gevallen mogelijk is om het herstructureringsplan na goedkeuring te wijzigen, kan het bedrag dat aan iedere schuldeiser wordt uitbetaald echter niet via een wijziging in het herstructureringsplan worden verhoogd. Wanneer na goedkeuring van het herstructureringsplan activa aan de schuldenaar worden overgedragen, zijn de schuldeisers evenwel gerechtigd om aanvullende betalingen van de schuldenaar te vorderen. De schuldenaar kan worden gelast om aanvullende, in het herstructureringsplan gespecificeerde betalingen te verrichten wanneer zijn financiële situatie wordt geacht beter te zijn dan toen het plan werd opgesteld. Indien gegrond kan er een verzoek tot aanvullende betalingen worden ingediend. Een dergelijk verzoek moet worden ingediend binnen een jaar nadat het eindverslag aan de rechtbank is overgelegd.

Schuldsanering

In de schuldsaneringsprocedure wordt een betalingsplan opgesteld voor de schuldenaar, dat is afgestemd op zijn vermogen om te betalen. Bij de beoordeling van de capaciteit van de schuldenaar om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, moet onder meer rekening worden gehouden met de opbrengst van de liquidatie van de activa van de schuldenaar, zijn inkomsten en zijn potentiële inkomsten, de kosten voor levensonderhoud en eventuele onderhoudsverplichtingen. Bij een schuldsanering worden alle inkomsten van de schuldenaar boven het bedrag van de kosten voor levensonderhoud en onderhoudsverplichtingen gebruikt voor het afbetalen van de schuld, evenals alle overige activa van de schuldenaar die niet onder zijn basisbehoeften vallen. Activa die als basisbehoeften van de schuldenaar worden beschouwd, zijn onder meer de eigen woning, de inboedel, de persoonlijke bezittingen en het werkgereedschap van de schuldenaar voor zover hij deze redelijkerwijs nodig heeft. Activa die als basisbehoeften van de schuldenaar worden beschouwd mogen alleen te gelde worden gemaakt in de wettelijk vastgestelde gevallen.

Bovendien kan de schuldenaar op grond van het betalingsplan verplicht zijn om aanvullende betalingen te verrichten wanneer hij gedurende de looptijd van het betalingsplan extra inkomsten ontvangt of activa verwerft. De schuldenaar is verplicht om een deel van giften of andere eenmalige betalingen die hij gedurende de looptijd van het betalingsschema ontvangt over te maken aan de schuldeisers. Indien de inkomsten van de schuldenaar hoger zijn dan het in het betalingsplan vastgestelde inkomen, is de schuldenaar verplicht een deel van die aanvullende inkomsten aan de schuldeisers te betalen.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Faillissement

Een faillissement wordt uitgesproken door de rechter, die ook een curator benoemt. Een persoon kan tot curator worden benoemd wanneer hij instemt met de benoeming, bekwaam is, over de voor de functie vereiste competenties en ervaring beschikt en ook in alle andere opzichten geschikt is. De curator mag geen enkele relatie met de schuldenaar of de schuldeisers hebben die afbreuk zou kunnen doen aan zijn onafhankelijkheid van de schuldenaar, zijn onpartijdigheid jegens de schuldeisers of zijn bekwaamheid om zijn taken op passende wijze te kunnen verrichten. Een rechtspersoon kan niet tot curator worden benoemd.

De curator speelt een centrale rol bij het beheer van de failliete boedel. Tot de taken van de curator behoren het vertegenwoordigen van de boedel, het voeren van het gewone beheer over de boedel, het maken van de boedelbeschrijving en het opstellen van een verslag over de schuldenaar, het controleren van schuldvorderingen en het opstellen van de voorlopige en definitieve lijst van de aan schuldeisers uit te keren bedragen (de uitdelingslijst). De curator houdt eveneens toezicht op het beheer en de verkoop van goederen die tot de boedel behoren en op de verdeling van de opbrengst.

Na de inleiding van de faillissementsprocedure verliest de schuldenaar het volledige beheer en de beschikking over de activa die tot de boedel behoren. De schuldenaar moet verplicht medewerking verlenen, zodat de faillissementsprocedure uiteindelijk kan worden afgesloten. De schuldenaar dient de curator alle nodige informatie te verstrekken die deze nodig heeft om de boedelbeschrijving op te stellen en te bevestigen. De schuldenaar heeft het recht om op de hoogte te worden gehouden van de ontwikkeling van de boedel, om deel te nemen aan de schuldeisersvergaderingen en om zijn mening te geven over zaken waarover beslissingen moeten worden genomen.

Herstructurering

Bij de inleiding van de herstructureringsprocedure van een onderneming benoemt de rechter een bewindvoerder. De bewindvoerder moet een volwassen persoon zijn die bekend staat als betrouwbaar, niet in staat van faillissement verkeert en voldoet aan alle wettelijke vereisten. Ook moet de persoon beschikken over de bekwaamheid, de competenties en de ervaring die voor de functie zijn vereist. De bewindvoerder mag geen enkele relatie met de schuldenaar of de schuldeisers hebben die afbreuk zou kunnen doen aan zijn onafhankelijkheid van de schuldenaar, zijn onpartijdigheid jegens de schuldeisers of zijn bekwaamheid om zijn taken op passende wijze te kunnen verrichten. Een rechtspersoon kan niet tot bewindvoerder worden benoemd.

De bewindvoerder is verantwoordelijk voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de herstructureringsprocedure en de bescherming van de belangen van de schuldeisers. De bewindvoerder stelt een overzicht van de activa en verplichtingen van de schuldenaar op en doet een voorstel voor het herstructureringsplan. Ook sommige andere partijen, zoals de schuldenaar, hebben het recht om een eigen voorstel voor een herstructureringsplan in te dienen. Ook houdt hij toezicht op de activiteiten van de schuldenaar.

De rechter kan een schuldeiserscommissie benoemen die alle schuldeisers vertegenwoordigt en die de bewindvoerder als adviesorgaan bijstaat bij de uitoefening van zijn taken. Wanneer dat wegens het geringe aantal schuldeisers of om een andere reden niet noodzakelijk wordt geacht, wordt er geen schuldeiserscommissie benoemd.

De schuldenaar blijft handelingsbevoegd met betrekking tot zijn activa en activiteiten, tenzij de wet anders bepaalt. Na de inleiding van de procedure mag de schuldenaar zonder toestemming van de bewindvoerder echter geen nieuwe schulden aangaan, tenzij deze verband houden met de gewone activiteiten van de schuldenaar en het bedrag en de voorwaarden niet ongebruikelijk zijn. De handelingsbevoegdheid van de schuldenaar kan op verzoek van de bewindvoerder of een schuldeiser ook op andere wijze worden beperkt, met name wanneer het risico bestaat dat de schuldenaar handelt op een wijze die schadelijk is voor de belangen van de schuldeisers. De schuldenaar moet verplicht samenwerken met de rechter, de bewindvoerder en de schuldeiserscommissie en hun alle benodigde informatie verstrekken.

In de regel kan de schuldenaar wel vorderingen blijven instellen in geschorste of toekomstige gerechtelijke procedures, tenzij de bewindvoerder het recht van de schuldenaar tot het instellen van een rechtsvordering uitoefent.

Schuldsanering

In een schuldsaneringsprocedure kan de rechter een bewindvoerder benoemen indien dat nodig wordt geacht om opheldering te krijgen over de financiële situatie van de schuldenaar, de liquidatie van de activa of de uitvoering van de schuldsanering. De bewindvoerder moet een volwassen persoon zijn die bekend staat als eerlijk, die bereid is om te worden benoemd, die niet in staat van faillissement verkeert en die voldoet aan alle wettelijke vereisten. Ook moet de persoon beschikken over de bekwaamheid, de competenties en de ervaring die voor de functie zijn vereist. De bewindvoerder mag geen enkele relatie met de schuldenaar of de schuldeisers hebben die afbreuk zou kunnen doen aan zijn onafhankelijkheid van de schuldenaar, zijn onpartijdigheid jegens de schuldeisers of zijn bekwaamheid om zijn taken op passende wijze te kunnen verrichten. Een rechtspersoon kan niet tot bewindvoerder worden benoemd.

Als er een bewindvoerder wordt benoemd, moet deze een voorstel voor een betalingsplan opstellen en alle andere door de rechtbank opgelegde taken uitvoeren. Bij het opstellen van het voorstel voor een betalingsplan dient de bewindvoerder met de schuldenaar en de schuldeisers te overleggen en hun alle nodige informatie over de schuldsanering te verstrekken. Ook moet hij hun de mogelijkheid bieden om een verklaring met betrekking tot het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan te overleggen. De bewindvoerder kan ook worden belast met de liquidatie van de activa van de schuldenaar en met de uitkering van de opbrengst daarvan aan de schuldeisers. Indien er geen bewindvoerder wordt benoemd, is de schuldenaar zelf verantwoordelijk voor het opstellen van het voorstel van het betalingsplan. Het staat aan de rechter om een beslissing te nemen over de inleiding van een schuldsaneringsprocedure. De rechter is ook verantwoordelijk voor de bekrachtiging van het betalingsplan.

De schuldenaar behoudt de titel en het eigendomsrecht van alle goederen. Alle activa die niet als basisbehoeften worden beschouwd, worden echter gebruikt voor het betalen van de schulden. De schuldenaar dient de rechtbank, de schuldeisers en in voorkomend geval de bewindvoerder alle nodige informatie te verstrekken die relevant is voor de sanering van zijn schuld. Ook is de schuldenaar verplicht om mee te werken aan de schuldsanering.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Faillissement

Behoudens bepaalde uitzonderingen is de schuldeiser gerechtigd een vordering in het faillissement te verrekenen met het bedrag dat hij aan de schuldenaar is verschuldigd bij de inleiding van de faillissementsprocedure, ook als de schuld aan de schuldenaar of de vordering nog niet opeisbaar is. Het recht op verrekening geldt niet voor vorderingen die de schuldeiser geen recht op betaling uit de failliete boedel geven, noch voor vorderingen die ondergeschikt zijn aan andere vorderingen. De schuldeiser is verplicht alle informatie te verstrekken over vorderingen die verrekend kunnen worden.

Herstructurering

Ondanks het verbod op de inning van vorderingen is een schuldeiser gerechtigd om een door hem bij de inleiding van de procedure aan de schuldenaar verschuldigd bedrag te verrekenen, onder dezelfde voorwaarden als bij een faillissementsprocedure. De kennisgeving van de verrekening moet ook worden betekend aan de bewindvoerder.

Een kredietinstelling heeft geen recht op verrekening met geldbedragen die de schuldenaar op een rekening bij die instelling heeft wanneer het verbod op inning van kracht wordt of daarna. Het recht op verrekening geldt evenmin met betrekking tot geldbedragen die de kredietinstelling op dat moment onder zich heeft om te worden overgemaakt naar de rekening van de schuldenaar wanneer die rekening kan worden gebruikt voor betalingsverrichtingen.

Schuldsanering

Nadat de schuldsaneringsprocedure eenmaal is ingeleid, mogen er geen maatregelen tegen de schuldenaar worden genomen voor het innen van een schuld waarvan de betaling is opgeschort of voor het veiligstellen van de betaling van de schuld. Onder een opschorting valt ook de verrekening tussen de opeisbare vorderingen van de schuldenaar en zijn schulden aan de schuldeiser. Een dergelijke opschorting geldt echter niet voor de verrekening van belastingen.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

In de regel blijven overeenkomsten waarbij geen sprake is van opeisbare vorderingen die onder een insolventieprocedure vallen in alle drie de insolventieprocedures geldig en ongewijzigd.

Faillissement

Wanneer de schuldenaar bij de aanvang van het faillissement een overeenkomst waarbij hij partij is niet heeft uitgevoerd, moet de andere contractpartij verzoeken om een verklaring waarin wordt vermeld of de overeenkomst al dan niet zal worden nagekomen uit de failliete boedel. Wanneer uit hoofde van de failliete boedel wordt verklaard dat de overeenkomst zal worden nagekomen en er voldoende zekerheid wordt geboden voor de uitvoering ervan, kan de overeenkomst niet worden ontbonden. Wanneer het een persoonlijke verbintenis betreft of wanneer er een andere bijzondere reden is op grond waarvan de andere contractpartij niet is gehouden om de overeenkomst met de failliete boedel in stand te houden, kan de andere contractpartij de overeenkomst echter wel ontbinden.

Wanneer een werkgever failliet wordt verklaard, kan de arbeidsovereenkomst door elk van de partijen worden beëindigd, ongeacht de looptijd daarvan. De opzeggingstermijn is 14 dagen, ongeacht wat die normaliter zou zijn geweest. De over de faillissementsperiode verschuldigde beloning wordt betaald uit de failliete boedel.

De failliete boedel is ook aansprakelijk voor de huur uit hoofde van een commerciële huurovereenkomst voor de periode dat de bedrijfsruimten worden gebruikt, ook als er geen aansprakelijkheid is aanvaard voor de uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Als uit hoofde van de failliete boedel niet binnen een door de verhuurder vastgestelde termijn van niet minder dan een maand wordt aangekondigd dat er aansprakelijkheid wordt aanvaard voor de uit overeenkomst voortvloeiende verplichtingen na aanvang van het faillissement, heeft de verhuurder het recht om de overeenkomst te beëindigen.

Als volgens een overeenkomst inzake de toewijzing van roerende goederen een voorwaarde voor het behouden van een titel of terugneming komt te vervallen wanneer de koopprijs is betaald, kan uit hoofde van de failliete boedel in de overeenkomst worden getreden door de verkoper daarvan in kennis te stellen en de uitstaande koopprijs te betalen, plus eventuele achterstandsrente, in overeenstemming met de oorspronkelijke voorwaarden. De kennisgeving moet worden gedaan en de prijs moet worden betaald binnen een redelijke termijn nadat de verkoper heeft verzocht om betaling of teruggave van het goed.

Een individuele transactie kan worden vernietigd op basis van een terugvordering zoals bedoeld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel.

Herstructurering

De inleiding van een herstructureringsprocedure heeft geen gevolgen voor de andere bestaande verbintenissen van de schuldenaar, tenzij de wet anders bepaalt.

Een huur- of leaseovereenkomst waarbij de schuldenaar de huurder is, kan door de schuldenaar worden ontbonden, waarbij de overeenkomst twee maanden na de kennisgeving van de opzegging wordt beëindigd, niettegenstaande eventuele contractvoorwaarden inzake de looptijd van de overeenkomst of de kennisgeving van opzegging.

Een persoon die zich heeft verbonden aan de verrichting van een contractuele prestatie jegens de schuldenaar, maar deze bij de inleiding van de procedure nog niet heeft afgerond, heeft recht op een vergoeding voor deze prestatie wanneer die onder de gebruikelijke activiteiten van de schuldenaar valt. Wanneer de kwestie betrekking heeft op een ander soort overeenkomst die vóór de inleiding van de procedure is gesloten en de schuldenaar, bij de inleiding van de procedure, nog niet heeft voldaan aan zijn betalingsverplichting op grond van die overeenkomst, zal de bewindvoerder, op verzoek van de andere partij, vaststellen of de schuldenaar zich al dan niet aan de overeenkomst zal houden. Is het antwoord negatief of komt er binnen een redelijke termijn geen antwoord, dan is de wederpartij gerechtigd de overeenkomst te ontbinden.

Een overeenkomst op grond waarvan de schuldenaar een betaling verricht die is gebaseerd op of verband houdt met een schuld die wordt geherstructureerd is nietig, tenzij de betalingsverplichting is gebaseerd op het goedgekeurde herstructureringsplan.

Een werkgever die is onderworpen aan een herstructureringsprocedure mag onder bepaalde voorwaarden een arbeidsovereenkomst beëindigen, ongeacht de duur daarvan, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

Een transactie die kan worden vernietigd wanneer een faillissementsaanvraag zou zijn ingediend in plaats van een herstructureringsaanvraag, kan op verzoek van een schuldeiser in het kader van de herstructureringsprocedure worden vernietigd op dezelfde gronden als die welke zijn vastgesteld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel.

Schuldsanering

De schuldenaar is gerechtigd om een huurovereenkomst of andere overeenkomst waarbij hij de huurder is, of een consumentenovereenkomst of huurkoopovereenkomst, te beëindigen met een opzeggingstermijn van twee maanden.

De schuldenaar moet afstand doen van op basis van deelbetalingen of een deelbetalings- of huurkoopregeling verkregen activa die niet tot zijn basisbehoeften worden gerekend.

Een overeenkomst op grond waarvan de schuldenaar een betaling moet verrichten die is gebaseerd op of verband houdt met de schuldsanering is nietig, tenzij de betalingsverplichting is gebaseerd op het goedgekeurde betalingsplan of op een wettelijke bepaling.

Een persoon die zich vóór de inleiding van de procedure heeft verbonden aan de verrichting van een contractuele prestatie jegens de schuldenaar, maar deze bij de inleiding van de procedure nog niet heeft afgerond, heeft recht op een vergoeding voor deze prestatie wanneer die kan worden geacht onder de gebruikelijke activiteiten van de schuldenaar te vallen.

Een transactie die kan worden vernietigd wanneer in plaats van een schuldsaneringsaanvraag een faillissementsaanvraag zou zijn ingediend, kan op verzoek van een schuldeiser in het kader van de schuldsaneringsprocedure worden vernietigd op dezelfde gronden als die welke zijn vastgesteld in de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Faillissement

Na aanvang van het faillissement mogen er geen rechtsvorderingen worden ingesteld tegen de failliete boedel voor het verkrijgen van een grond voor executie in verband met een vordering in het faillissement, en er kunnen geen executoriale maatregelen worden uitgevoerd met betrekking tot goederen die tot de failliete boedel behoren voor het innen van een vordering in het faillissement. Een schuldeiser met een zekerheidsrecht kan echter wel een rechtsvordering instellen voor het innen van een vordering op basis van dat zekerheidsrecht.

Herstructurering

Na de inleiding van een herstructureringsprocedure geldt voor de schuldenaar in de regel een verbod op betaling en voor de schuldeiser een verbod op inning. Dat wil zeggen dat er geen enkele maatregel tegen de schuldenaar mag worden genomen voor het innen van een schuld die wordt geherstructureerd of voor het zeker stellen van de betaling. In bepaalde gevallen kan een schuldeiser met een zekerheidsrecht de rechter toestemming vragen om dit zekerheidsrecht in te zetten voor het verkrijgen van een betaling. Dat is bijvoorbeeld mogelijk wanneer het gezien de herstructureringsregelingen duidelijk is dat de goederen die als zekerheid dienen niet in het bezit van de schuldenaar hoeven te blijven.

Over het algemeen worden er na de inleiding van de procedure geen conservatoire maatregelen op basis van officiële beslissingen jegens de schuldenaar genomen.

Schuldsanering

Net als in een herstructureringsprocedure geldt in een schuldsaneringsprocedure dat de inning van de schuldvordering is opgeschort. Wanneer een schuld onder een betalingsopschorting valt, mogen er geen maatregelen tegen de schuldenaar worden genomen voor het innen van de vordering of het zeker stellen van de betaling. Bovendien zijn boetes voor te late betaling niet van toepassing op de schuldenaar. In bepaalde gevallen kan een schuldeiser met een zekerheidsrecht echter toestemming vragen aan de rechter om dit zekerheidsrecht in te zetten voor het verkrijgen van een betaling. Dat is bijvoorbeeld mogelijk wanneer de activa die als zekerheid dienen niet worden beschouwd als basisbehoeften van de schuldenaar of wanneer de schuldenaar de betreffende activa niet nodig heeft voor het voortzetten van zijn onderneming.

De schuldeiser mag een rechtsvordering of een andere procedure instellen om zijn recht op dwangmiddelen te behouden of een grond voor tenuitvoerlegging te krijgen. Onverminderd de verbodsbepalingen in verband met de inleiding van een schuldsaneringsprocedure, geldt in de regel dat de schuldeiser tevens kan verzoeken om de gelasting van conservatoire maatregelen en de tenuitvoerlegging van dat bevel.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Faillissement

Vanaf de inleiding van de faillissementsprocedure verliest de schuldenaar het volledige beheer en de beschikking over de goederen die tot de failliete boedel behoren ten gunste van de curator. Als gevolg hiervan kan de failliete boedel partij zijn bij kwesties die betrekking hebben op goederen die tot die boedel behoren: uit hoofde van de boedel kan een geschorste gerechtelijke procedure tussen de schuldenaar en een derde partij betreffende tot de boedel behorende goederen worden voortgezet. Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid, kan de procedure door de schuldenaar worden voortgezet.

Ook kan uit hoofde van de failliete boedel voortzetting worden gegeven aan een geschorste gerechtelijke procedure die betrekking heeft op een tegen de schuldenaar ingestelde vordering in het faillissement. Weigert de curator de procedure over te nemen en wil ook de schuldenaar de procedure niet voortzetten, dan kan de eiser verzoeken om een uitspraak in de zaak.

Herstructurering

De schuldenaar behoudt zijn recht op het instellen van een vordering in een geschorste gerechtelijke procedure of in andere gerechtelijke procedures waarbij hij partij is, tenzij de bewindvoerder besluit het recht van de schuldenaar tot het instellen van een rechtsvordering uit te oefenen. Deze bepaling geldt ook voor gerechtelijke procedures of andere procedures die na de inleiding van de herstructureringsprocedure zijn geschorst.

De bewindvoerder is bevoegd om namens de schuldenaar een vordering in te stellen en een gerechtelijke procedure of een andere soortgelijke procedure aanhangig te maken en om het vorderingsrecht van de schuldenaar in deze procedures uit te oefenen. Bovendien kan de bewindvoerder betekende stukken namens de schuldenaar in ontvangst nemen.

Schuldsanering

De inleiding van een schuldsaneringsprocedure heeft geen invloed op lopende gerechtelijke procedures, noch op het vorderingsrecht van de schuldenaar in die procedures.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Faillissement

De schuldeiser kan een aanvraag tot faillietverklaring indienen.

In faillissementsprocedures oefenen schuldeisers het hoogste gezag uit. Het gezag over de failliete boedel wordt uitgeoefend door de schuldeisers voor zover de wet niet anders bepaalt of het gezag niet door de curator wordt uitgeoefend. Bovendien kunnen de schuldeisers hun zeggenschap over het lopende beheer van de boedel behouden of die zeggenschap delegeren aan de curator. Het gezag van de schuldeisers vangt aan bij de inleiding van de faillissementsprocedure en eindigt bij de beëindiging van het faillissement.

Het recht om het gezag van de schuldeisers uit te oefenen komt toe aan de schuldeisers die een vordering op de schuldenaar in het faillissement hebben en die vordering ook hebben ingediend. Na de sluitingsdatum voor het indienen van vorderingen behoort dat recht alleen toe aan schuldeisers die hun vordering hebben ingediend of wier vordering anderszins kan worden opgenomen in de uitdelingslijst, alsmede aan schuldeisers die worden beschermd door een zekerheid en hun vordering hebben verantwoord.

De schuldeisersvergadering is het belangrijkste besluitvormingsorgaan, maar er kunnen ook andere besluitvormingsprocedures worden toegepast. De schuldeisers kunnen tevens een schuldeiserscommissie instellen, die optreedt als verbindings- en onderhandelingsorgaan tussen de curator en de schuldeisers. Het stemgewicht van de schuldeisers wordt bepaald op basis van hun lopende vorderingen in het faillissement. De schuldeisersvergadering neemt besluiten op grond van een meerderheid van de stemmen (naar gewicht) van de schuldeisers die aan de stemming deelnemen. In alternatieve besluitvormingsprocedures wordt de stemverhouding berekend op basis van het stemgewicht van de schuldeisers die hun standpunt kenbaar maken.

Herstructurering

Een schuldeiser kan een verzoek tot herstructurering indienen.

Er kan een schuldeiserscommissie worden benoemd die optreedt als algemeen vertegenwoordiger van de schuldeisers. Deze commissie vertegenwoordigt alle groepen schuldeisers en dient de bewindvoerder bij te staan bij de uitoefening van zijn taken en namens de schuldeisers toezicht te houden op de activiteiten van de bewindvoerder. De commissie neemt besluiten bij gewone meerderheid.

Bij het opstellen van het voorstel voor het herstructureringsplan onderhandelt de bewindvoerder met de schuldeiserscommissie en indien nodig met individuele schuldeisers. Schuldeisers of groepen schuldeisers met schuldvorderingen die de wettelijk vastgestelde limiet overschrijden, hebben het recht een voorstel voor een herstructureringsplan in te dienen. Zodra het voorstel is vastgesteld, wordt het ter goedkeuring toegezonden aan de schuldeisers. Wanneer daarvoor geen belemmeringen bestaan, kan het plan worden aangenomen met goedkeuring van alle schuldeisers, goedkeuring van de meerderheid van elke groep schuldeisers of, in bepaalde gevallen, zelfs zonder de goedkeuring van de meerderheid van alle groepen schuldeisers.

Schuldsanering

Een aanvraag tot schuldsanering bij een natuurlijke persoon kan niet worden ingediend door een schuldeiser. Wel moet de schuldenaar in de regel eerst nagaan of hij met zijn schuldeisers tot een akkoord kan komen voordat hij een schuldsaneringsaanvraag indient. Uit de bestaande praktijk op het gebied van kredieten en de inning van vorderingen blijkt dat schuldeisers over het algemeen bereid zijn om mee te werken aan een akkoord.

De schuldeisers krijgen de mogelijkheid om hun standpunt over het verzoek tot schuldsanering en het voorstel voor het betalingsplan in te dienen. De schuldeisers moeten op verzoek schriftelijk nadere details over hun vordering verstrekken. Een goedgekeurd betalingsplan kan op verzoek van de schuldeiser worden gewijzigd of op bepaalde gronden worden ingetrokken.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

Faillissement

Goederen in de failliete boedel moeten met de vereiste zorgvuldigheid worden beheerd, in overeenstemming met goede administratieve praktijken.

Een van de taken van de curator is om de goederen die tot de boedel behoren te verkopen. De curator maakt de goederen die tot de failliete boedel behoren te gelde op de voor die boedel meest voordelige wijze, zodat de verkoopopbrengsten zo hoog mogelijk zijn. Een zekerheidsrecht dat tot de failliete boedel behoort kan alleen worden verkocht wanneer de houder van dat zekerheidsrecht daarmee instemt of de rechter daarvoor toestemming verleent.

De goederen die tot de boedel behoren mogen niet worden verkocht aan de curator, zijn assistenten of een aan de curator gelieerd persoon of assistenten van die persoon.

Herstructurering en schuldsanering

De rechten van een bewindvoerder zijn beperkt tot het recht op toegang tot de informatie die nodig is om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. De schuldenaar behoudt de titel en het eigendomsrecht van zijn goederen en de bewindvoerder is geen geval bevoegd de goederen van de schuldenaar te gebruiken of te verkopen.

Voor een aantal transacties heeft de schuldenaar echter toestemming van de curator nodig.

Schuldsanering

In het kader van een schuldsaneringsprocedure kan de bewindvoerder opdracht krijgen om de goederen te gelde te maken, daartoe de nodige maatregelen en regelingen te treffen en de opbrengst over te maken aan de personen voor wie deze bestemd is.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Faillissement

Een vordering in het faillissement is een schuld van de schuldenaar die berust op een rechtsgrond die voor de aanvang van het faillissement is ontstaan. Verder worden ook vorderingen waarop een zekerheidsrecht is gevestigd en vorderingen waarvan de grondslag of het bedrag voorwaardelijk is, wordt betwist of anderszins onvoldoende duidelijk is, beschouwd als vorderingen in het faillissement. In geval van een doorlopende schuldverbintenis wordt het deel van de schuld dat dateert van vóór het faillissement gezien als een vordering in het faillissement.

In Finland kunnen uit hoofde van een failliete boedel onafhankelijk overeenkomsten worden gesloten, met eigen rechten en verplichtingen in verband met de failliete boedel. Vorderingen die zijn ontstaan na het faillissement worden beschouwd als administratiekosten, dat wil zeggen schulden van de failliete boedel die volledig worden betaald met de goederen die tot de boedel behoren. De failliete boedel is aansprakelijk voor schulden die voortvloeien uit de faillissementsprocedure of die zijn gebaseerd op een uit hoofde van de failliete boedel aangegane overeenkomst of verbintenis, evenals voor schulden waarvoor de failliete boedel wettelijk aansprakelijk is. Die schulden omvatten de vergoeding van de curator, de beloning van werknemers en huurkosten in het kader van commerciële huurovereenkomsten.

Herstructurering

De herstructureringsschuld is de totale schuld van de schuldenaar vóór het indienen van de aanvraag, met inbegrip van schulden waarvoor zekerheid is gesteld, schulden waarvan de grondslag of het bedrag voorwaardelijk is of wordt betwist en schulden die anderszins onvoldoende duidelijk zijn. Deze schulden worden terugbetaald zoals bepaald in het betalingsplan van een goedgekeurd herstructureringsplan.

Schulden die zijn aangegaan nadat de aanvraag is ingediend, worden voldaan op de vervaldatum. Hetzelfde geldt voor de kosten, lasten en andere exploitatiekosten op basis van een doorlopende verbintenis of een vaste overeenkomst inzake gebruik of bezit, mits deze betrekking hebben op de periode na de indiening van het verzoek.

Schuldsanering

De schuldsanering heeft betrekking op alle schulden van de schuldenaar die vóór aanvang van de schuldsaneringsprocedure bestonden. Daaronder vallen ook zekerheidsstellingen, voorwaardelijke of betwiste schulden of schulden waarvan het bedrag of de grondslag onbepaald is, evenals de aangegroeide rente over dergelijke schulden gedurende de periode tussen de inleiding van de schuldsaneringsprocedure en de goedkeuring van het betalingsplan, alsmede de gemaakte innings- en executiekosten met betrekking tot die schulden wanneer de schuldenaar gelast is om deze te betalen.

Schulden die niet onder de schuldsanering vallen, worden voldaan op de vervaldatum.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Faillissement

Om recht op uitbetaling te verkrijgen, moet de schuldeiser een vordering met betrekking tot het faillissement schriftelijk indienen (aangiftebrief) en deze uiterlijk op de aangiftedatum aan de curator bezorgen. In de aangiftebrief moeten onder meer het bedrag van de vordering, de verschuldigde rente en de grondslag voor de vordering en voor de rente worden vermeld. De ingediende vordering kan ook na de aangiftedatum nog worden gewijzigd of aangevuld. Wanneer de schuldeiser een aanvullende onkostenvergoeding overmaakt naar de failliete boedel, kan een vordering tevens met terugwerkende kracht worden ingediend, mits er een geldige reden is waarom de vordering niet op de aangiftedatum is ingediend. De curator kan niet-ingediende vorderingen in het faillissement opnemen in de ontwerpuitdelingslijst wanneer de grondslag en het bedrag van de vordering niet worden betwist.

De curator moet de rechtmatigheid van de ingediende vorderingen en hun eventuele rangorde toetsen. In de ontwerpuitdelingslijst wordt vermeld welke vorderingen recht op uitbetaling geven. Een vordering op de ontwerpuitdelingslijst kan worden betwist door de curator, een schuldeiser of de schuldenaar, die ter ondersteuning daarvan gedetailleerde informatie en gronden moet verstrekken. Wanneer de vordering van een schuldeiser wordt betwist, geeft de curator de schuldeiser de mogelijkheid om te worden gehoord over het geschil en bewijs voor zijn vordering te verstrekken. Een vordering die niet tijdig wordt betwist, wordt geacht te zijn aanvaard.

Hierna moet de curator een uitdelingslijst opstellen, rekening houdend met de geschillen en aangiften, en deze ter goedkeuring voorleggen aan de rechtbank. De rechter beslecht geschillen en andere meningsverschillen ofwel onmiddellijk, ofwel in een civiele procedure, en bekrachtigt tot slot de uitdelingslijst.

Herstructurering

De schuldenaar moet bij zijn verzoek tot inleiding van de herstructureringsprocedure een overzicht van zijn schuldeisers, zijn schulden en de bijbehorende zekerheidsrechten voegen. Wanneer de rechter de inleiding van een herstructureringsprocedure gelast, stelt hij een uiterste datum vast waarop de schuldeisers hun vorderingen schriftelijk bij de bewindvoerder moeten indienen als die afwijken van de door de schuldenaar opgegeven vorderingen.

Zodra het voorstel voor het herstructureringsplan bij de rechtbank is ingediend, moet de rechter de partijen de mogelijkheid geven om hun bezwaren tegen de in het voorstel opgenomen vorderingen schriftelijk kenbaar te maken aan de bewindvoerder. Ook moeten zij in de gelegenheid worden gesteld om binnen een vastgestelde termijn een schriftelijke verklaring met betrekking tot het voorstel in te dienen, of om de betrokken partijen op te roepen om voor de rechtbank te verschijnen. Zowel de bewindvoerder als de schuldenaar kan bezwaren indienen namens de schuldenaar. Na bestudering van de bezwaren zal een beslissing worden gegeven, indien mogelijk tegelijk met de behandeling van het voorstel of anders in een afzonderlijke gerechtelijke procedure. Nadat de rechter zich heeft uitgesproken over de herstructurering van een onduidelijke schuld, krijgt degene die het voorstel heeft opgesteld de mogelijkheid om dit voorstel te wijzigen, te herzien of aan te vullen. Hierna stemmen alle schuldeisers over het voorstel voor het herstructureringsplan.

Schulden die gedurende de herstructureringsprocedure zijn aangegaan, maar niet door de schuldenaar of schuldeiser zijn ingediend en die voorafgaand aan de goedkeuring van het herstructureringsplan niet op andere wijze ter kennis zijn gekomen van de bewindvoerder, vervallen in de regel bij de goedkeuring van het herstructureringsplan.

Schuldsanering

Bij de aanvraag van schuldsanering moet de schuldenaar een overzicht van zijn schulden en schuldeisers indienen. Wanneer de rechter de inleiding van de schuldsaneringsprocedure gelast, moet hij alle schuldeisers een afschrift van de uitspraak, het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan van de schuldenaar doen toekomen. De rechter moet een uiterste termijn vaststellen waarbinnen schuldeisers hun schriftelijke kennisgeving van het bedrag van nog lopende schulden moeten indienen, indien dat afwijkt van het door de schuldenaar opgegeven bedrag. Ook moet de rechter een uiterste termijn vaststellen voor de indiening van de schriftelijke verklaring van de schuldeisers betreffende het verzoek en het voorstel voor het betalingsplan van de schuldenaar en mogelijke bezwaren tegen de schulden die in het voorstel zijn opgenomen.

De bezwaren zullen in het kader van de schuldsaneringsprocedure worden behandeld, en de rechtbank zal daar indien mogelijk tegelijkertijd met het betalingsplan een besluit over nemen wanneer dat geen aanzienlijke vertraging voor de schuldsanering oplevert. Is dat niet mogelijk, dan spreekt de rechter zich in het kader van een afzonderlijke rechtsvordering of in een andere procedure uit over de kwestie. Nadat de sanering van de schuld van de schuldenaar is toegewezen, kan vervolgens het betalingsplan worden goedgekeurd.

Het betalingsplan kan op verzoek van de schuldenaar of een schuldeiser worden gewijzigd wanneer na goedkeuring van het plan blijkt dat er een nog lopende schuld is die ten tijde van de goedkeuring van het betalingsplan nog niet bekend was.

Wanneer na het einde van het betalingsplan een nog lopende schuld bekend wordt en het mogelijk zou zijn geweest om het betalingsplan te wijzigen naar aanleiding van die schuld, moet de schuldenaar de schuldeiser het bedrag van de schuld terugbetalen tot het bedrag dat hij ook had moeten betalen wanneer de schuld in het betalingsplan zou zijn opgenomen.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In principe geldt in alle drie de insolventieprocedures dat de vorderingen van gelijke rang zijn. Dat wil zeggen dat elke schuldeiser een gelijk recht op betaling uit de beschikbare middelen heeft, naar evenredigheid van zijn vordering. Uitzonderingen op deze regel betreffen de bepalingen inzake voorrang en vorderingen met een lagere prioriteit.

Faillissement

Betalingen aan schuldeiser worden in het kader van een faillissement verricht conform de goedgekeurde uitdelingslijst. De wet inzake de rangorde van schuldvorderingen (Laki velkojien maksunsaantijärjestyksestä 1578/1992) bevat bepalingen betreffende de rangorde van de vorderingen in het faillissement ingeval de schuldenaar onvoldoende activa heeft om alle schulden te betalen.

Vorderingen waarop een zekerheidsrecht of een retentierecht rust zijn preferente vorderingen. Datzelfde geldt voor vorderingen die zijn aangegaan in verband met de herstructurering van een onderneming, onderhoudsverplichtingen jegens kinderen en hypothecaire leningen van ondernemingen. In afzonderlijke bepalingen is vastgesteld welke vorderingen ondergeschikt zijn aan andere, evenals hun onderlinge rangorde. Hieronder vallen bijvoorbeeld de rente en boetes wegens te late betaling van een niet-preferente vordering die zijn aangegroeid na de inleiding van de faillissementsprocedure, evenals andere publiekrechtelijke lasten dan bekeuringen en boetes.

Herstructurering

Schuldeisers die buiten de herstructureringsprocedure een gelijk recht op betaling van hun vordering hebben, hebben bij de schuldregelingen in het kader van het herstructureringsplan een gelijke status. In het herstructureringsplan kan echter worden bepaald dat schuldeisers met geringe vorderingen volledig zullen worden betaald.

Met betrekking tot gewaarborgde vorderingen kunnen slechts beperkt maatregelen voor de herstructurering van de schuld worden toegepast, aangezien het bedrag van dergelijke vorderingen niet kan worden verlaagd. De schuldherstructurering laat het bestaan en de inhoud van het zekerheidsrecht van een schuldeiser onverlet.

Rente en andere kredietkosten die in de loop van de procedure zijn aangegroeid voor de schulden die worden geherstructureerd, anders dan de vorderingen waarvoor zekerheid is gesteld, worden in het kader van de schuldherstructurering aangemerkt als schulden met een lage prioriteit.

Schuldsanering

De beschikbare middelen van de schuldenaar en de opbrengst van de liquidatie van de goederen moeten over de gewone schulden worden verdeeld naar evenredigheid van het schuldbedrag. Alle schuldsaneringsmaatregelen kunnen op gewone schulden worden toegepast, maar de betalingsverplichting met betrekking tot vorderingen waarvoor zekerheid is gesteld kan niet worden opgeheven.

De schuldherstructurering laat het bestaan en de inhoud van het zekerheidsrecht van een schuldeiser onverlet.

Bij de schuldherstructurering moet gebruik worden gemaakt van de methode die voor de schuldeiser het minst nadelig is en evengoed toereikend is om de financiële situatie van de schuldenaar te herstellen. De vorderingen die ondergeschikt zouden zijn wanneer de schuldenaar failliet zou zijn verklaard en de rente die is aangegroeid vanaf het begin van de schuldsanering tot de bevestiging van het betalingsplan, zijn de laatste passiva die uit de beschikbare middelen en de liquidatieopbrengst van de schuldenaar worden betaald.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Faillissement

De curator stelt de uitdelingslijst op zoals beschreven bij vraag 12 hierboven. De faillissementsprocedure bij de rechtbank eindigt in de regel met de vaststelling van de uitdelingslijst.

De algehele faillissementsprocedure eindigt wanneer de schuldeisers de definitieve vereffening van de rekeningen hebben goedgekeurd. De curator stelt een definitieve vereffening van de rekeningen op nadat verslag is uitgebracht over de vereffening van de failliete boedel en over de liquidatie van de aan de boedel toebehorende activa. De definitieve vereffening van de rekeningen kan ook worden vastgesteld als een deel van de boedel niet in de boekhouding is opgenomen omdat het onderpand of andere activa met een geringe waarde niet zijn verkocht of omdat er onduidelijkheid bestaat over een vordering in het faillissement of over een zeer gering deel van de vorderingen.

Een akkoordbevinding ter afsluiting van de faillissementsprocedure kan in een faillissement tot stand komen wanneer deze door de schuldenaar en de meerderheid van de schuldeisers wordt gesteund. Met de bevestiging van een akkoordbevinding eindigt de aanstelling van de curator en het gezag van de schuldeisers in het faillissement.

De rechter kan beslissen tot opheffing van het faillissement wanneer de activa van de failliete boedel ontoereikend zijn om de kosten van de faillissementsprocedure te dekken of wanneer het om een andere reden niet passend wordt geacht om het faillissement voort te zetten. Wanneer het faillissement wordt voortgezet onder curatele van de overheid, kan de rechtbank echter in geen geval de opheffing van het faillissement gelasten. Een van de redenen voor de voortzetting van het faillissement onder curatele van de overheid is bijvoorbeeld een bestaande noodzaak om de schuldenaar te controleren. De curatele van de overheid eindigt bij de definitieve vereffening van de rekeningen.

Het faillissement kan ook om een andere geldige reden worden opgeheven, binnen een termijn van acht dagen na de faillietverklaring. De rechtsgevolgen van het faillissement zullen dan ophouden te bestaan.

Ook na het faillissement blijft de aansprakelijkheid voor schulden bestaan. De schuldenaar wordt niet vrijgesteld van zijn aansprakelijkheid voor schulden in het faillissement die in het kader van de faillissementsprocedure niet volledig zijn betaald.

Herstructurering

De gerechtelijke herstructureringsprocedure eindigt met de goedkeuring van het herstructureringsplan. Door de goedkeuring van het plan krijgt de schuldenaar zijn handelingsvrijheid terug en eindigen de rechtsgevolgen die zijn verbonden aan de inleiding van de procedure, zoals het verbod op betaling en inning van vorderingen. Na goedkeuring van het herstructureringsplan worden de voorwaarden voor de geherstructureerde schulden beheerst door het herstructureringsplan en zal elke onbekende herstructureringsschuld in de regel komen te vervallen.

Op verzoek van de toezichthouder of een schuldeiser kan de rechter de beëindiging van het herstructureringsplan gelasten wanneer de schuldenaar het plan op ernstige wijze heeft geschonden. Het herstructureringsplan wordt ook beëindigd als de schuldenaar vóór de voltooiing van het plan failliet wordt verklaard. De rechter kan tevens bevelen dat een schuldregeling in het herstructureringsplan voor een bepaalde schuldeiser wordt beëindigd, bijvoorbeeld wanneer de schuldenaar zijn verplichtingen uit hoofde van het plan jegens die schuldeiser feitelijk niet is nagekomen. Na beëindiging van het plan zal de schuldeiser dezelfde rechten hebben als vóór de goedkeuring van het herstructureringsplan.

Bij de beëindiging van het herstructureringsplan moet de toezichthouder, of bij gebreke daarvan de schuldenaar, een eindverslag indienen over de uitvoering van het plan.

Schuldsanering

De gerechtelijke schuldsaneringsprocedure eindigt na de bekrachtiging van het betalingsplan door de rechter. Na bekrachtiging van het betalingsplan worden de voorwaarden van aanpasbare schulden beheerst door dat betalingsplan. De in het betalingsplan vastgestelde betalingsverplichtingen zijn bindend voor de schuldenaar tot is voldaan aan alle gespecificeerde verplichtingen. Ongeacht het einde van het betalingsplan blijven de daarin vastgestelde verplichtingen van de schuldenaar van kracht zolang deze nog niet zijn vervuld. Zolang de schuldenaar nog niet heeft voldaan aan alle in het betalingsplan vastgestelde verplichtingen, wordt hij niet vrijgesteld van de verplichting om de resterende vorderingen te voldoen.

Het betalingsplan wordt ook beëindigd als de schuldenaar vóór de voltooiing van het plan failliet wordt verklaard. Wanneer de schuldenaar zijn wettelijke verplichtingen niet is nagekomen, kan de rechter op verzoek van de schuldenaar of een schuldeiser de beëindiging van het betalingsplan gelasten. Na beëindiging van het plan zal de schuldeiser dezelfde rechten hebben als vóór de goedkeuring van het schuldsaneringsplan.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Faillissement

De beëindiging van de insolventie ontslaat de schuldenaar niet van zijn aansprakelijkheid voor schulden. Met andere woorden: de schuldenaar blijft aansprakelijk voor de vorderingen in het faillissement die in het kader van de faillissementsprocedure niet volledig zijn voldaan.

Herstructurering

De schuldeisers hebben het recht op betaling van de vorderingen die nader zijn omschreven in het herstructureringsplan, en de herstructurering eindigt pas nadat aan alle verplichtingen uit het plan is voldaan. Na de uitvoering van het plan hebben schuldeisers geen recht meer op betalingen.

Ook een herstructureringsplan kan op last van de rechter worden beëindigd, zoals beschreven onder vraag 14. Dat betekent dat het plan niet meer van kracht is en dat de schuldeisers evenveel recht op terugbetaling van herstructureringsschulden hebben als ze zouden hebben gehad wanneer het herstructureringsplan niet was goedgekeurd. De beëindiging van het herstructureringsplan heeft geen gevolgen voor de geldigheid van transacties die op basis van het plan reeds zijn aangegaan.

Schuldsanering

De voorwaarden van aanpasbare schulden zijn vastgelegd in het betalingsplan. Voor het betalingsplan moet een termijn worden vastgesteld. De schuldenaar is volledig bevrijd van eventuele uitstaande verplichtingen die niet zijn opgenomen in het betalingsplan.

Ongeacht of het betalingsplan nog wordt uitgevoerd of niet, blijven de daarin vastgestelde verplichtingen van de schuldenaar van kracht zolang deze nog niet zijn voldaan. Na uitvoering van het betalingsplan hebben de schuldeisers geen recht meer op betalingen.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Faillissement

De kosten van de faillissementsprocedure bestaan uit de gerechtskosten voor de procedure, het salaris van de curator en alle andere kosten die voortvloeien uit het toezicht op en het beheer van de boedel.

De kosten van de faillissementsprocedure worden gedekt door de middelen uit de failliete boedel. Wanneer die middelen ontoereikend zijn om de kosten te dekken, kan een schuldeiser de betalingsverplichting van de kosten op zich nemen om opheffing van het faillissement te voorkomen.

Indien gegrond kan de rechter ook beslissen dat het faillissement wordt voortgezet onder curatele van de overheid, bijvoorbeeld vanwege het gebrek aan voldoende middelen in de failliete boedel. In dat geval eindigen de aanstelling van de curator en het gezag van de schuldeisers in het faillissement. De kosten van de faillissementsprocedure die voortvloeien uit de curatele door de overheid worden betaald uit publieke middelen voor zover de middelen uit de failliete boedel ontoereikend zijn voor de betaling van de betreffende kosten.

Herstructurering

De kosten van de procedure, zoals het salaris van de curator, worden betaald uit de activa van de schuldenaar. Ook kan een andere partij de betalingsverplichting op zich nemen, aangezien een van de belemmeringen voor de inleiding van een herstructureringsprocedure erin bestaat dat de activa van de schuldenaar niet voldoende zijn om de kosten van de procedure te dekken. Het komt echter zelden voor dat een derde aansprakelijkheid voor de kosten aanvaardt.

De vergoeding van de kosten van de schuldeiserscommissie komt voor rekening van de schuldeisers, tenzij in het herstructureringsplan anders wordt bepaald.

Een persoon die gebruik wil maken van zijn recht om een voorstel voor een herstructureringsplan in te dienen, moet dat voor eigen rekening doen.

Schuldsanering

De kosten van de procedure bestaan uit een redelijke vergoeding voor de bewindvoerder en de door hem gemaakte kosten. Over het algemeen moet de schuldenaar het salaris en de onkosten van de bewindvoerder betalen tot een bedrag dat niet hoger is dan de beschikbare middelen van de schuldenaar gedurende een periode van vier maanden na de bevestiging van het betalingsplan (of het gewijzigde betalingsplan). Het niet door de schuldenaar betaalde deel van het salaris en de onkosten wordt betaald uit overheidsmiddelen. Indien het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen, worden het salaris en de onkosten volledig uit overheidsmiddelen betaald.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De bepalingen betreffende terugvordering gelden voor alle drie de insolventieprocedures.

De overdracht van activa vóór de inleiding van een insolventieprocedure overeenkomstig de in de wet vastgestelde voorwaarden kan worden vernietigd door het instellen van een rechtsvordering tot teruggave, een rechtsvordering betreffende een titel of een rechtsvordering tot nietigverklaring. De bepalingen van de wet inzake de terugvordering van activa voor de failliete boedel zijn in alle drie de insolventieprocedures van toepassing. De terugvordering moet gegrond zijn.

De voorwaarden voor het bestaan van een grond voor terugvordering, en dus voor de vernietiging van de transactie, zijn de volgende:

  • De transactie is gebruikt om een schuldeiser onterecht te bevoordelen ten koste van andere schuldeisers, om goederen buiten het bereik van de schuldeisers te brengen of om het totale schuldbedrag te verhogen ten nadele van de schuldeisers;
  • De schuldenaar was insolvent op het moment van de transactie, of de transactie heeft bijgedragen aan de insolventie van de schuldenaar; indien de transactie een donatie betreft, geldt als aanvullende voorwaarde dat de schuldenaar een te zware schuldenlast had of als gevolg van de transactie een te zware schuldenlast heeft gekregen;
  • De andere partij bij de transactie was op de hoogte of had op de hoogte moeten zijn van het feit dat de schuldenaar insolvent was/een te zware schuldenlast had, of van de gevolgen van de transactie voor de financiële situatie van de schuldenaar, evenals van andere factoren die maken dat de transactie ongepast was.

Wanneer de andere partij bij de transactie een naast familielid van de schuldenaar was, wordt de betrokken persoon geacht op de hoogte te zijn geweest van bovengenoemde factoren, tenzij deze persoon kan aantonen te goeder trouw te hebben gehandeld. Wanneer een transactie meer dan vijf jaar voor de inleiding van de insolventieprocedure is gesloten, kan deze alleen worden vernietigd indien een naast familielid partij was bij die transactie.

De betalingen van schulden die langer dan drie maanden voorafgaand aan de inleiding van de insolventieprocedure zijn verricht, kunnen worden teruggedraaid wanneer de betaling is verricht met ongebruikelijke betaalmiddelen, wanneer de betaling voortijdig is verricht of wanneer het betaalde bedrag als aanzienlijk wordt aangemerkt in verhouding tot de middelen van de boedel. Betalingen die gezien de omstandigheden als gebruikelijk worden aangemerkt, kunnen echter niet worden teruggedraaid. Betalingen die worden geïnd door middel van beslaglegging kunnen eveneens worden teruggedraaid, op voorwaarde dat de beslaglegging meer dan drie maanden vóór de uiterste datum is uitgevoerd. Voor naaste familieleden van de schuldenaar worden langere termijnen gehanteerd. Ook als de schuldeiser te goeder trouw heeft gehandeld, kan de betaling worden teruggedraaid.

Ook voor het terugdraaien of vernietigen van onder meer giften, de verdeling van goederen, verrekeningen en zekerheidsrechten bestaan afzonderlijke bepalingen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 08/02/2021