Voorlopige en beschermende maatregelen

Het kan zijn dat u wilt dat er snel maatregelen worden genomen in een andere lidstaat dan de lidstaat waar uw hoofdgeding aanhangig is, zonder de definitieve uitspraak af te hoeven wachten.


Het kan gebeuren dat u een rechtszaak heeft aangespannen, maar ontmoedigd raakt door het trage verloop van het proces. U vreest dat uw schuldenaar de lange looptijd van de procedures en de verschillende beroepsmogelijkheden aanwendt om aan zijn/haar schuldeisers te ontkomen voordat een definitieve uitspraak wordt gedaan. Zo zou hij/zij ervoor kunnen zorgen insolvent te raken of zijn/haar vermogen elders onder te brengen. In dat geval hebt u er belang bij de rechter te verzoeken om preventieve maatregelen.

De rechter zal zo nodig voorlopige of bewarende maatregelen gelasten met betrekking tot de activa van de schuldenaar. Dergelijke maatregelen hebben ten doel gedurende een bepaalde periode op de definitieve beslissing ten gronde vooruit te lopen, om te zorgen dat die beslissing later ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd.

Er zijn tussen de lidstaten echter aanzienlijke verschillen in de voorwaarden waaronder deze maatregelen kunnen worden gelast.

Klik op een van de vlaggen voor landspecifieke informatie.


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 18/01/2019

Voorlopige en beschermende maatregelen - België

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels


1 De verschillende soorten maatregelen

Bewarende maatregelen hebben tot doel de bewaring van rechten te verzekeren. In de praktijk kan de schuldeiser zich met deze maatregelen wapenen tegen het risico dat hij niet wordt betaald door zijn schuldenaar.

Indien zuiver bewarende maatregelen niet volstaan, kan de rechter voorlopige maatregelen gelasten die vergelijkbare gevolgen hebben als de beslissing die in de rechtspleging ten gronde wordt verwacht. De definitieve uitspraak kan deze voorlopige maatregelen bekrachtigen of ongedaan maken.

Voorlopige en bewarende maatregelen kunnen door de rechter worden opgelegd met betrekking tot de goederen van de schuldenaar. Voor het verhalen van schulden geldt het principe dat een schuldenaar hiervoor instaat met al zijn roerende (geld, meubelen, juwelen, aandelen) en onroerende (grond, gebouwen, woonhuis) goederen. Ook kan de schuldeiser zich beroepen op de rechten die zijn schuldenaar heeft (tegoeden, loon).

1.1. Bewarende maatregelen

A. Bewarend beslag

Iedere schuldeiser kan in spoedeisende gevallen aan de rechter toelating vragen om op de voor beslag vatbare goederen van zijn schuldenaar bewarend beslag te leggen (art. 1413 Ger.W.). Over goederen die onder bewarend beslag zijn geplaatst kan de schuldenaar niet meer vrij beschikken. Hij kan deze goederen dus niet meer verkopen, wegschenken of bezwaren met een hypotheek. Deze beschikkingsonbevoegdheid heeft slechts een relatieve werking: zij geldt uitsluitend ten behoeve van de beslagleggende schuldeiser. De schuldenaar blijft wel eigenaar van de goederen en behoudt de genotsrechten op de goederen.

B. Sekwester

Sekwester is de bewaargeving van zaken waarover een geschil aanhangig is en die behouden moeten blijven tot de definitieve uitspraak (art. 1955 e.v. B.W.). Sekwester wordt hetzij bij overeenkomst tussen de partijen bedongen (conventioneel), hetzij door de rechter bevolen (gerechtelijk). In tegenstelling tot de gewone bewaargeving kan het sekwester ook onroerende goederen tot voorwerp hebben (art. 1959 B.W.).

C. Inventaris

Het opmaken van een inventaris of boedelbeschrijving heeft als doel de omvang van een nalatenschap, een huwelijksgemeenschap of een onverdeeldheid te bepalen (art. 1175 Ger.W.) op verzoek van schuldeisers, mede-echtgenoot of erfgenamen. De personen die de boedelbeschrijving vorderen hebben het recht om de notaris te kiezen die tot de authentieke vaststelling van de goederen zal overgaan. Indien zij niet tot overeenstemming komen, wijst de vrederechter de notaris aan (art. 1178 Ger.W.). Indien er geschillen rijzen, is de vrederechter bevoegd om deze te beslechten.

D. Verzegeling

Verzegeling heeft tot gevolg dat goederen feitelijk onbeschikbaar worden. Indien er een ernstig belang aanwezig is, kunnen schuldeisers, mede-echtgenoot of erfgenamen de verzegeling vorderen van voorwerpen die tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, tot een nalatenschap of tot een onverdeeldheid behoren (art. 1148 Ger.W.). De verzegeling geschiedt door de vrederechter. De vrederechter kan overgaan tot de ontzegeling op vraag van de verzegelaar zelf of van schuldeisers, mede-echtgenoot of erfgenamen. In het geval van verzet tegen de ontzegeling wordt eveneens door de vrederechter uitspraak gedaan.

1.2. Voorlopige maatregelen

Voorlopige maatregelen of maatregelen bij voorraad zijn maatregelen die herroepbaar en niet-onomkeerbaar zijn. Zij worden opgelegd in kort geding of in een rechtspleging ten gronde.

1.3. Voorlopige tenuitvoerlegging

Voorlopige tenuitvoerlegging of tenuitvoerlegging bij voorraad is onder strikte voorwaarden mogelijk na een vonnis dat nog niet in kracht van gewijsde is getreden. Anders gezegd: zolang er nog hoger beroep of verzet mogelijk is tegen een vonnis, geniet het vonnis slechts gezag van gewijsde en kan het in principe nog niet ten uitvoer worden gelegd, hetgeen nadelige gevolgen kan hebben voor de partij die aanspraak maakt op een verbintenis van de tegenpartij. In bepaalde gevallen kan de eisende partij de voorlopige tenuitvoerlegging vorderen bij de rechter. Een wijze van voorlopige tenuitvoerlegging is het leggen van bewarend beslag op goederen van de schuldenaar.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

A. Bewarend beslag

Een persoon die over een vonnis beschikt, zelfs indien dat van buitenlandse oorsprong is, mag een gerechtsdeurwaarder opdragen bewarend beslag te leggen op de goederen van de persoon op wie de rechterlijke uitspraak betrekking heeft. Indien men niet beschikt over een vonnis, is de tussenkomst van de rechterlijke macht noodzakelijk om bewarend beslag te kunnen leggen. Een arbiter mag geen bewarend beslag bevelen (art. 1696 Ger.W.).

Vorderingen worden voor de beslagrechter ingeleid en behandeld zoals in kort geding (art. 1395 Ger.W.). De termijn van dagvaarding bedraagt ten minste twee dagen, maar kan worden verkort in spoedeisende gevallen.

Een eenzijdig verzoekschrift tot bewarend beslag wordt door de advocaat neergelegd bij de beslagrechter die machtiging kan verlenen tot het leggen van bewarend beslag. De beslagrechter moet binnen acht dagen uitspraak doen bij beschikking. Deze beschikking dient vervolgens samen met het beslagexploot betekend te worden door de gerechtsdeurwaarder aan de beslagene zodat deze op de hoogte wordt gesteld van het beslag.

De beschikking is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad en heeft slechts een relatief gezag van gewijsde. De beslagrechter kan de beschikking steeds wijzigen of intrekken op grond van veranderde omstandigheden. Het tarief van de gerechtsdeurwaarder is bepaald door het Koninklijk Besluit van 30 november 1976 (B.S., 8 februari 1977).

B. Sekwester

Bij conventioneel sekwester volstaat een geldige overeenkomst tussen partijen en is er geen tussenkomst van de rechter vereist. Gerechtelijk sekwester daarentegen wordt bevolen door de rechter.

In beide gevallen wordt er een gerechtelijke bewaarder aangesteld, hetzij bij overeenkomst, hetzij door de rechter. Deze moet als een goede huisvader instaan voor het behoud van de zaak die hem is toevertrouwd. Tevens heeft hij de plicht om de zaak terug te geven indien het sekwester wordt beëindigd. Hij heeft recht op een bij wet bepaald loon (art. 1962, derde lid, B.W.).

C. Voorlopige maatregelen

Om voorlopige maatregelen moet steeds bij de rechter verzocht worden, hetzij in kort geding, hetzij in een rechtspleging ten gronde. Ook de arbiter kan voorlopige maatregelen bevelen (art. 1696 Ger.W.).

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg doet in spoedeisende gevallen bij voorraad uitspraak in alle zaken die niet door de wet aan de rechterlijke macht onttrokken zijn (art. 584, eerste lid, Ger.W.). Bij voorraad betekent dat de uitspraak slechts voorlopig is en geen definitieve en onomkeerbare gevolgen mag sorteren. Ook de voorzitters van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank kunnen bij voorraad uitspraak doen over spoedeisende aangelegenheden indien die onder hun respectieve bevoegdheden vallen.

De uitspraak in kort geding mag geen nadeel toebrengen aan de zaak zelf (het bodemgeschil), hetgeen betekent dat het gezag van gewijsde van de uitspraak relatief is. De rechter van het bodemschil mag er geenszins door gebonden worden, vandaar dat de rechter in kort geding enkel voorlopige maatregelen mag treffen.

Zo is tijdens een echtscheidingsprocedure de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg bevoegd om voorlopige maatregelen te treffen inzake de persoon, de goederen en het levensonderhoud van zowel de echtgenoten als van de kinderen (art. 1280, eerste lid, Ger.W.).

De tegenpartij wordt via de gerechtsdeurwaarder formeel op de hoogte gebracht van de uitgesproken maatregelen en uitgenodigd, desnoods onder dwang van de politiediensten en/of verbeurte van een dwangsom, deze na te leven. Het tarief van de gerechtsdeurwaarder is bepaald door het Koninklijk Besluit van 30 november 1976 (B.S., 8 februari 1977).

Rechtsprekend in eerste aanleg kan de vrederechter dringende voorlopige maatregelen opleggen voor de duur van het samenwonen van gehuwden of wettelijk samenwonenden wanneer de verstandhouding tussen de partners verstoord is, bijvoorbeeld omtrent de gezinswoning, de persoon en de goederen van de kinderen. Deze maatregelen zijn slechts voorlopig en eindigen bij opzeg van het samenwonen. Ze kunnen niet blijvend een echtscheiding organiseren in het geval van gehuwden. Een eventuele definitieve regeling van de echtscheiding moet geregeld worden door de rechtbank van eerste aanleg.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Een vonnis levert een uitvoerbare titel op. Zolang het vonnis nog niet in kracht van gewijsde is getreden, is het nog niet vatbaar voor tenuitvoer-legging. De tenuitvoerlegging wordt immers geschorst door de mogelijk-heid om de gewone rechtsmiddelen hoger beroep en verzet in te stellen, maar niet door de mogelijkheid om een voorziening in cassatie in te leiden (art. 1397 Ger.W.).

De rechter die het eindvonnis gewezen heeft, kan de voorlopige tenuitvoerlegging van dat vonnis toestaan behalve in door de wet verboden gevallen (art. 1398 Ger.W.). Deze gevallen zijn echtscheiding, scheiding van tafel en bed, verzet tegen het huwelijk en nietigverklaring van het huwelijk. Ook de beschikking die een vordering tot betaling van een vaststaande schuld beneden € 2500 inwilligt, kan niet voorlopig ten uitvoer worden gelegd (art. 1399 Ger.W.).

Indien de voorlopige tenuitvoerlegging kan geschieden, gebeurt de uitvoering op risico van de eisende partij. De rechter kan facultatief aan deze uitvoerbaarheid bij voorraad een voorwaarde stellen, meer bepaald door middel van een borgstelling aan de eisende partij (art. 1400 lid 1 Ger.W.). De eisende partij kan de uitvoering aanvatten, maar zij is verplicht bij de Deposito- en Consignatiekas een bedrag te storten of een bankwaarborg te geven. Het is immers mogelijk dat het vonnis in hoger beroep hervormd wordt en dat de vervolgde partij recht heeft op een schadevergoeding.

2.2 De basisvereisten

A. Bewarend beslag

Bewarend beslag kan enkel gelegd worden in spoedeisende gevallen én indien de schuldvordering zeker, vaststaand en eisbaar is.

Spoedeisendheid of urgentie impliceert dat de solvabiliteit van de schuldenaar in het gedrang komt zodat de aanspraken van de schuldeiser op het vermogen van de schuldenaar gevaar lopen. Het bewarend beslag kan niet louter worden aangewend als pressiemiddel, maar is gewettigd telkens als naar objectieve maatstaven de financiële positie van de schuldenaar in het gedrang komt. De spoedeisendheid moet bestaan zowel op het tijdstip waarop het beslag wordt gelegd als op het ogenblik waarop de rechter over de handhaving van het beslag dient te oordelen.

De schuldvordering van de eiser moet zeker zijn, hetgeen betekent dat de vordering een voldoende schijn van gegrondheid heeft en niet voor redelijke betwisting vatbaar is. Tevens moet de schuldvordering vaststaand zijn. Het bedrag van de schuldvordering moet immers bepaald zijn of minstens vatbaar zijn voor voorlopige raming. Indien de schuld nog niet precies vaststaat, zal zij door de beslagrechter worden geraamd. Ten slotte is er de vereiste van eisbaarheid; de schuldeiser moet gerechtigd zijn om de nakoming van zijn schuldvordering te vorderen. Art. 1415 Ger.W. nuanceert deze voorwaarde, zodat ook schuldvorderingen inzake te vervallen periodieke inkomsten (alimentatie, huurgelden, rente) en zelfs voorwaardelijke en eventuele vorderingen in aanmerking komen voor bewarend beslag.

B. Sekwester

Het gerechtelijk sekwester kan door de rechter worden bevolen voor roerende goederen die onder een schuldenaar in beslag genomen zijn, voor onroerende of roerende goederen waarvan de eigendom of het bezit tussen twee of meer personen in geschil is, en voor zaken die een schuldenaar tot kwijting van zijn schuld aanbiedt (art. 1961 B.W.). Algemeen gesteld betekent dit telkens wanneer de omstandigheden van de zaak sekwester als een vorm van bewarende maatregel rechtvaardigen teneinde de zaken in hun bestaande toestand te behouden zonder een eindoplossing in het gedrang te brengen. Spoedeisendheid is irrelevant. De rechter zal het sekwester nochtans voorzichtig hanteren als een ernstige en uitzonderlijke maatregel die enkel kan worden toegestaan indien daartoe voldoende gewichtige redenen aanwezig zijn.

C. Voorlopige maatregelen

Een zaak kan enkel in kort geding worden behandeld wanneer deze zo dringend is dat indien er niet onmiddellijk een regeling zou worden getroffen, de eisende partij schade van een zekere omvang zou lijden of ernstige ongemakken zou ondervinden. Spoedeisendheid is dus een cruciale vereiste om een kort geding te mogen aanspannen.

Voorlopige maatregelen in een rechtspleging ten gronde moeten ook een spoedeisend karakter vertonen. Vandaar dat men spreekt van “dringende voorlopige maatregelen” die gevorderd kunnen worden bij de vrederechter.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Het criterium voor de rechter om al dan niet een voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan is het risico dat de eisende partij loopt dat de uitvoering van het vonnis nodeloos vertraagd of onmogelijk gemaakt wordt door de tegenpartij. Indien de tegenpartij hoger beroep of verzet aantekent louter om de uitvoering van het vonnis te ontlopen, vormt dat een aanleiding om voorlopige tenuitvoerlegging te vorderen bij de rechter die het vonnis heeft uitgesproken. In bepaalde materies is voorlopige tenuitvoerlegging echter verboden (zie hoger).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

A. Bewarend beslag

Alle soorten van goederen (roerende, onroerende, onlichamelijke) komen in aanmerking om in beslag te worden genomen. Bepaalde goederen mogen echter niet (of slechts gedeeltelijk) in beslag worden genomen. Onbeslagbaarheid vloeit voort hetzij uit de wet, hetzij uit de aard van het goed, hetzij uit de verbondenheid van het goed met de persoon van de schuldenaar.

De goederen die niet in beslag genomen mogen worden, zijn opgesomd in art. 1408 Ger.W. Samengevat betreft het de strikt noodzakelijke goederen van de schuldenaar, voorwerpen nodig voor de voortzetting van de studies of voor de beroepsopleiding van de beslagene of van zijn kinderen, beroepsgoederen van de beslagene, voorwerpen bestemd tot de eredienst, levensmiddelen en brandstoffen. Art. 1410, § 2, Ger.W. somt de bedragen op die in het geheel niet vatbaar zijn voor beslag. Het betreft onder andere de gezinsbijslagen en het leefloon.

Het loon en hiermee gelijkgestelde inkomsten van de beslagene zijn slechts gedeeltelijk vatbaar voor beslag. De bedragen zijn bepaald in art. 1409, § 1, Ger.W. en worden jaarlijks bij Koninklijk Besluit aangepast rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen. Art. 1410, § 1, Ger.W. breidt het toepassingsgebied van de gedeeltelijk beslagbare bedragen uit tot onder andere alimentatiegelden, pensioenen en werkloosheids-, arbeidsongevallen- en invaliditeitsuitkeringen.

Goederen die voor beslagname in aanmerking komen, worden door de gerechtsdeurwaarder aangeduid door vermelding in een proces-verbaal met het oog op een eventuele latere verkoop, tenzij er via de gerechtsdeurwaarder een overeenkomst met de schuldeiser kan worden gesloten. Het is op straffe van strafrechtelijke vervolging streng verboden om de goederen te laten verdwijnen die door een gerechtsdeurwaarder zijn genoteerd.

B. Sekwester

Het gerechtelijk sekwester kan door de rechter worden bevolen voor roerende goederen die onder een schuldenaar in beslag genomen zijn, voor onroerende of roerende goederen waarvan de eigendom of het bezit tussen twee of meer personen in geschil is, en voor zaken die een schuldenaar tot kwijting van zijn schuld aanbiedt (art. 1961 B.W.).

C. Voorlopige maatregelen

In kort geding komen alle types van zaken in aanmerking om voorlopig beslecht te worden. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg is bevoegd voor alle gemeenrechtelijke burgerlijke geschillen. Arbeidszaken en handelszaken moeten bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank dan wel van de rechtbank van koophandel aanhangig worden gemaakt.

De vrederechter kan dringende voorlopige maatregelen opleggen voor de duur van het samenwonen wanneer de verstandhouding verstoord is, bijvoorbeeld omtrent de gezinswoning, de persoon en de goederen van de kinderen. Dit geldt enkel voor gehuwden (art. 223, eerste lid, B.W.) en voor wettelijk samenwonenden (art. 1479, eerste lid, B.W.), niet voor feitelijk samenwonenden.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

In beginsel kunnen alle vonnissen voorlopig ten uitvoer worden gelegd indien de rechter dat toestaat, behalve in door de wet verboden gevallen (art. 1398 Ger.W.). Deze gevallen zijn echtscheiding, scheiding van tafel en bed, verzet tegen het huwelijk en nietigverklaring van het huwelijk. Ook de beschikking die een vordering tot betaling van een vaststaande schuld beneden € 2500 inwilligt, kan niet voorlopig ten uitvoer worden gelegd (art. 1399 Ger.W.).

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

A. Bewarend beslag

De beslagene verliest niet de eigendom en de genotsrechten (gebruik, verhuur, opbrengst, vruchten) van de onder bewarend beslag geplaatste goederen. Hij mag deze goederen enkel niet vervreemden of verzwaren met een hypotheek. Deze beschikkingsonbevoegdheid heeft als gevolg dat alle handelingen die de beslagene stelt in strijd met deze onbevoegdheid wel geldig zijn, maar niet tegenwerpelijk aan de beslaglegger. De beslaglegger moet er dus geen rekening mee houden en mag doen alsof deze handelingen niet bestaan.

B. Sekwester

Sekwester betekent, net zoals een gewone bewaargeving, het materiële bezit van een goed overdragen aan de bewaarnemer. De bewaarnemer mag enkel bewarende handelingen verrichten.

C. Voorlopige maatregelen

Niet van toepassing.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Voorlopige tenuitvoerlegging heeft als gevolg dat het vonnis wordt uitgevoerd ondanks de mogelijkheid van hervorming van het vonnis in hoger beroep of na verzet. De eisende partij draagt het risico van de tenuitvoerlegging (zie hoger).

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

A. Bewarend beslag

Het bewarend beslag is beperkt geldig in de tijd, in beginsel voor drie jaar. De beslagrechter mag een kortere termijn bepalen. Het beslag kan hernieuwd worden zolang de eerste termijn loopt. De hernieuwing – die in feite een verlenging van de bestaande termijn is – wordt toegestaan indien er gegronde redenen zijn en er nog steeds sprake is van spoedeisendheid.

B. Sekwester

De wet bepaalt geen limiet voor de termijn waarvoor sekwester geldt. Indien er niet langer het risico bestaat dat zaken niet in hun bestaande toestand behouden kunnen blijven en een eindoplossing in het gedrang wordt gebracht, wordt het sekwester opgeheven.

C. Voorlopige maatregelen

Voorlopige maatregelen hebben geen wettelijk vastgelegde geldigheidstermijn. Een definitieve uitspraak in het geschil kan voorlopige maatregelen bekrachtigen of ongedaan maken.

Dringende voorlopige maatregelen door de vrederechter opgelegd, zijn niet meer van toepassing indien de echtscheidingsprocedure is opgestart. Van dan af is immers de rechtbank van eerste aanleg bevoegd, en kunnen voorlopige maatregelen gevorderd worden bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Niet van toepassing.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

A. Bewarend beslag

Tegen een beschikking van de beslagrechter die de beslaglegging weigert toe te kennen, kan de beslaglegger hoger beroep instellen binnen een maand na de kennisgeving van de beschikking (art. 1419, eerste lid, Ger.W. en 1031 Ger.W.). De zaak wordt behandeld zoals gebeurde voor de eerste rechter; het arrest wordt in raadkamer gewezen. Wordt het beslag toegestaan in hoger beroep, dan moet de beslagene die tegen het beslag wil opkomen de zaak bij wijze van derdenverzet bij het hof van beroep aanhangig maken.

Tegen een beschikking van de beslagrechter waarbij toelating tot bewarend beslag wordt verleend, kan de beslagene of iedere belanghebbende partij derdenverzet aantekenen (art. 1419 Ger.W.). Het derdenverzet moet ingesteld worden binnen een maand vanaf de betekening van de beschikking tot machtiging en wordt gebracht voor de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen (art. 1125 Ger.W.). Tenzij de beslagrechter de schorsing van de tenuitvoerlegging toestaat, heeft het derdenverzet geen schorsende werking.

B. Sekwester

Niet van toepassing in het geval van sekwester bedongen tussen partijen.

Gerechtelijk sekwester is een beslissing van een rechter waartegen rechtsmiddelen mogelijk zijn conform de regeling van het Gerechtelijk Wetboek.

C. Voorlopige maatregelen

Iedere partij die door een beschikking in kort geding is benadeeld, heeft de mogelijkheid om hoger beroep of verzet aan te tekenen. Hoger beroep tegen een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of van de rechtbank van koophandel, wordt behandeld door het hof van beroep. Hoger beroep tegen een beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank moet worden ingesteld bij het arbeidshof.

De termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen bedragen een maand vanaf de betekening van de beschikking in het geval dat de rechtspleging ingeleid werd per dagvaarding of vrijwillige verschijning, en een maand na de kennisgeving van de beschikking bij gerechtsbrief in het geval dat de beschikking gewezen werd op eenzijdig verzoekschrift.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Hoger beroep tegen voorlopige tenuitvoerlegging is onmogelijk. De rechter in hoger beroep kan immers in geen geval de tenuitvoerlegging van een vonnis verbieden of doen schorsen (art. 1402 Ger.W.).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 03/09/2014

Voorlopige en beschermende maatregelen - Bulgarije


1 De verschillende soorten maatregelen

De gerechtelijke procedure wordt doorgaans gekenmerkt door haar min of meer lange duur. Door die lange duur, die het gevolg is van de noodzaak om verschillende stappen en processen te doorlopen, is de verlangde rechtsbescherming soms niet doeltreffend, als rekening wordt gehouden met de tijd die de rechterlijke instantie nodig heeft om het geschil te beslechten en dus met het feit dat de betrokken uitspraak pas laat rechtsgevolgen heeft. Daarom heeft de wetgever gezorgd voor een reeks maatregelen om de doeltreffendheid van de verlangde rechtsbescherming te garanderen.

Op voorlopige maatregelen zijn de bepalingen van de artikelen 389 tot en met 404 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

Krachtens artikel 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geeft de rechter toestemming voor de voorlopige maatregelen wanneer het, zonder die maatregelen, voor de eiser onmogelijk of heel moeilijk zou zijn om zijn uit de beslissing voortvloeiende rechten uit te oefenen en wanneer: a) de rechtsvordering wordt ondersteund door overtuigend schriftelijk bewijs, of b) er een zekerheid wordt gesteld waarvan het bedrag door de rechter wordt bepaald op grond van de artikelen 180 en 181 van de Wet inzake verbintenissen en overeenkomsten. Het bestaan van overtuigend schriftelijk bewijs verhindert niet dat er, in bepaalde gevallen, een zekerheid moet worden gesteld.

Het risico dat de eiser niet in staat is om zijn rechten die voortvloeien uit een eventuele rechterlijke beslissing naar aanleiding van een gegrond lijkende vordering, te doen gelden, is dus een noodzakelijke voorwaarde voor het toestaan van voorlopige maatregelen door de rechter.

Alvorens voorlopige maatregelen toe te staan, moet de rechter zich vergewissen van het bestaan van de volgende voorwaarden: de noodzaak van de voorlopige maatregelen, de gegrondheid van de rechtsvordering, de geschiktheid en de evenredigheid van de door de eiser voorgestelde conservatoire maatregel met het specifieke geval en met de verlangde rechtsbescherming.

In overeenstemming met de bepalingen van artikel 397, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, staat de wet de volgende voorlopige maatregelen toe:

  1. de inbeslagneming van onroerende goederen,
  2. de voorlopige inbeslagneming van roerende goederen en vorderingen, met inbegrip van aandelen in een onderneming,
  3. overige maatregelen die de rechter geschikt kan vinden, met inbegrip van het immobiliseren van een voertuig en opschorting van een executieprocedure.

De rechter kan ook verschillende voorlopige maatregelen opleggen ter hoogte van de waarde van het geschil.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Op grond van de bepalingen van artikel 34 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn voorlopige maatregelen toegestaan:

  1. krachtens artikel 389 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – voor alle soorten rechtsvorderingen – in elke fase van de gerechtelijke procedure en tot uitputting van de maatregelen van instructie in het kader van een procedure in hoger beroep;
  2. krachtens artikel 390 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor alle soorten rechtsvorderingen, voordat deze aanhangig worden gemaakt bij de rechter.

Verzoek in kort geding in een lopende zaak:

in te dienen door de eiser bij de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. De rechter mag alleen toestemming geven voor de respectieve voorlopige maatregelen als er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, namelijk – de principiële gegrondheid van de rechtsvordering en de noodzaak om voorlopige maatregelen te treffen, dat wil zeggen als er sprake is van een gevaar voor de eiser dat er niet wordt voldaan aan zijn aanspraken indien deze bevestigd zouden worden, evenals de evenredigheid van de gespecificeerde maatregel. Indien er niet voldoende bewijs is, kan de rechter, naar eigen goeddunken, bepalen dat er een zekerheid moet worden gesteld en stelt hij het bedrag hiervan vast op basis van artikel 391, leden 2 en 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De opschorting van de gerechtelijke procedure weerhoudt de rechter er niet van om toestemming te geven voor de voorlopige maatregelen.

Verzoek in kort geding met het oog op een toekomstige rechtsvordering:

in te dienen bij de rechtbank van het rechtsgebied waar de eiser zijn woonplaats heeft of de plaats waar de goederen zich bevinden die het voorwerp zijn van de voorlopige maatregelen. Wanneer de voorlopige maatregelen gericht zijn op de opschorting van een executieprocedure, wordt het verzoek in kort geding ingediend bij de rechtbank van de plaats van executie.

Wanneer de rechter toestemming geeft voor voorlopige maatregelen met het oog op een toekomstige rechtsvordering, bepaalt hij een termijn voor de indiening van de rechtsvordering die niet langer mag zijn dan een maand. In dit geval zijn de materiële voorwaarden voor ontvankelijkheid gelijk aan die van de voorlopige maatregelen in een lopende zaak.

Het verzoek moet verwijzen naar de verlangde voorlopige maatregel en de waarde van het geschil. Het wordt ingediend bij de districtsrechtbank (rayonen sad) of de provinciale rechtbank (okrazhen sad) afhankelijk van de territoriale en materiële bevoegdheid krachtens artikel 104 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het verzoek kan worden ingediend door de betrokken persoon en door zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn advocaat. Er hoeft geen afschrift van het verzoek te worden verstrekt, omdat deze niet aan de tegenpartij wordt betekend.

De voorlopige maatregelen waar de rechter toestemming voor geeft, worden uitgevoerd door middel van:

  • inbeslagneming van onroerende goederen – door de registratiedienst,
  • conservatoir beslag op roerende goederen en vorderingen van de schuldenaar – dit wordt uitgevoerd door een openbare of particuliere gerechtsdeurwaarder, met inbegrip van kennisgeving door hem aan derden, bijvoorbeeld een bank of een andere financiële instelling,
  • conservatoire maatregelen ten aanzien van een voertuig – deze worden uitgevoerd door de bevoegde diensten van de verkeerspolitie,
  • conservatoire maatregelen die gericht zijn op de opschorting van een executieprocedure – in dit geval moet een afschrift van de uitspraak van de rechter ten aanzien van zijn toestemming worden verstrekt aan de gerechtsdeurwaarder die de executieprocedure heeft ingesteld,
  • overige maatregelen overeenkomstig de wet – die worden uitgevoerd door de openbare of particuliere gerechtsdeurwaarder die is gekozen door de betrokken persoon.

2.2 De basisvereisten

De materiële voorwaarden voor de toestemming voor voorlopige maatregelen (die hierboven worden beschreven) worden bepaald in artikel 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De voorlopige maatregelen met betrekking tot een verzoek ten aanzien van een onderhoudsplicht worden onafhankelijk van de eisen van artikel 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering goedgekeurd. In die gevallen kan de rechtbank van rechtswege voorlopige maatregelen treffen.

Het is ook mogelijk dat de rechter toestemming geeft voor gedeeltelijke voorlopige maatregelen – in dat geval hebben deze alleen betrekking op de onderdelen van het verzoek die worden gestaafd door voldoende bewijs.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

In het algemeen kunnen voorlopige maatregelen worden toegepast op elk goed van de schuldenaar. Voorlopige maatregelen die erop gericht zijn om de betaling van een geldvordering te garanderen door inbeslagneming van niet opeisbare vorderingen worden niet goedgekeurd.

Op basis van artikel 393, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geeft de rechter geen toestemming voor voorlopige maatregelen die erop gericht zijn om de betaling van een geldvordering op de staat, openbare instanties of instellingen voor de gezondheidszorg te garanderen, in overeenstemming met artikel 5, lid 1, van de wet betreffende instellingen voor de gezondheidszorg.

Op de volgende goederen kunnen voorlopige maatregelen worden toegepast:

  • bankrekeningen,
  • roerende goederen,
  • onroerende goederen,
  • auto's, die kunnen worden aangehouden,
  • activiteit voor een gedwongen executieprocedure,
  • specifieke goederen van de potentiële schuldenaar in verband met andere gevallen die in de wet uitdrukkelijk worden vermeld.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De beschikkingshandelingen van de schuldenaar ten aanzien van de goederen gelden niet voor de schuldeiser en andere betrokken schuldeisers. Wat betreft onroerende goederen is de ongeldigheid alleen van toepassing op beschikkingshandelingen van na de registratie van de inbeslagneming – artikel 452 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De bepalingen van artikel 453 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn, voor de betrokken schuldeiser en andere betrokken schuldeisers, van toepassing op de hypothesen ten aanzien van de ongeldigheid van de verworven rechten nadat de inbeslagneming is ingeschreven in het beslagregister en is betekend.

In overeenstemming met de bepalingen van artikel 401 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kan de schuldeiser die een zekerheid heeft een rechtsvordering instellen tegen een derde voor de bedragen of de goederen die de laatstgenoemde weigert te verstrekken.

De kosten in verband met de eis in kort geding komen voor rekening van de persoon op verzoek van wie de voorlopige maatregelen zijn toegekend, overeenkomstig de bepalingen van artikel 514 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, in verband met artikel 401 van het genoemde wetboek dat van toepassing is op voorlopige maatregelen.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De toekenning van voorlopige maatregelen wordt goedgekeurd op basis van het beginsel dat de desbetreffende voorlopige maatregel, in een hangende zaak, wordt opgelegd vóór afronding van de zaak met de overeenkomstige van kracht geworden rechterlijke beslissing.

Wat betreft de toestemming voor voorlopige maatregelen met het oog op een toekomstige rechtsvordering, bepaalt de rechter een termijn voor de indiening van de rechtsvordering die niet langer mag zijn dan een maand. Indien de eiser niet binnen de beoogde termijn de benodigde bewijzen verstrekt ter staving van het verzoek, verklaart de rechter de voorlopige maatregelen van rechtswege nietig – artikel 390, lid 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Indien, zoals gewoonlijk gebeurt, de indiening van de rechtsvordering ten aanzien van de goedgekeurde voorlopige maatregelen daadwerkelijk plaatsvindt, blijven de maatregelen van kracht en zijn deze geldig tot aan afronding van de procedure.

Voor de nietigverklaring van goedgekeurde voorlopige maatregelen gelden de bepalingen van artikel 402 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze bepalen dat de betrokken partij een verzoek moet indienen en een afschrift hiervan moet verstrekken aan de persoon die om voorlopige maatregelen heeft verzocht. Die laatstgenoemde heeft drie dagen de tijd om bezwaar aan te tekenen. De rechter, die zitting houdt in de raadkamer, trekt de voorlopige maatregelen in nadat hij heeft geconstateerd dat er niet langer sprake is van de omstandigheden die de goedkeuring ervan rechtvaardigden of dat de verweerder, binnen de vastgestelde termijn, een zekerheid heeft gesteld ter dekking van het hele bedrag dat de eiser vordert (artikel 398, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Tegen de beslissing van de rechter ten aanzien van de intrekking van de voorlopige maatregelen kan binnen één maand beroep worden ingesteld.

De vervanging van toegekende voorlopige maatregelen, zoals bedoeld in artikel 398 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kan in de twee volgende situaties worden goedgekeurd:

  • in overeenstemming met lid 1 – op verzoek van een van de partijen kan de rechter, na de andere partij hiervan in kennis te hebben gesteld en na overweging van de bezwaren die deze binnen drie dagen na betekening heeft geformuleerd, toestemming geven voor de vervanging van een conservatoire maatregel door een andere,
  • in overeenstemming met lid 2 – voor voorlopige maatregelen met betrekking tot een vordering die in geld kan worden uitgedrukt, kan de verweerder in alle gevallen de goedgekeurde zekerheid vervangen, zonder toestemming van de andere partij te vragen, door een zekerheid te stellen in contant geld of een andere titel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 180 en 181 van de wet betreffende verbintenissen en overeenkomsten.

In de gevallen van artikel 398, leden 1 en 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, worden de voorlopige beslagen of zekerheden ingetrokken.

De wet biedt de verweerder de mogelijkheid om een rechtsvordering in te stellen tegen de eiser voor de schade die hij heeft geleden door de voorlopige maatregelen indien het verzoek dat het verkrijgen ervan rechtvaardigde, wordt verworpen of indien dit niet is ingediend binnen de beoogde termijn, of indien de zaak wordt gesloten (artikel 403 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Op basis van de bepalingen van artikel 396 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan er tegen de beschikking van de rechter betreffende voorlopige maatregelen beroep worden ingesteld door middel van een incidenteel beroep binnen een week. Voor de eiser begint de termijn van een week bij de betekening van de akte en voor de verweerder (degene tegen wie de voorlopige maatregelen zijn gericht) vanaf de datum van betekening van de akte met betrekking tot de goedkeuring van de voorlopige maatregelen door de gerechtsdeurwaarder, de registratiedienst of de rechtbank. Een afschrift van het incidenteel beroep moet aan de andere partij worden betekend, die een week de tijd heeft om hierop te reageren.

In het geval van beroep tegen een beschikking waarbij de verzochte maatregelen worden geweigerd, wordt het afschrift van het incidentele beroep dat de eiser indient niet aan de verweerder betekend.

Wanneer de hogere rechter de beschikking waarin de voorlopige maatregelen worden goedgekeurd of afgewezen bevestigt, mag er voor zijn beschikking geen verzoek in cassatie worden ingediend. Indien de rechter in hoger beroep de voorlopige maatregelen goedkeurt die door de rechtbank van eerste aanleg waren verworpen, kan er bezwaar worden aangetekend tegen de beschikking door middel van een incidenteel beroep bij het Hof van cassatie, mits er wordt voldaan aan de voorwaarden krachtens artikel 280 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

In overeenstemming met de bepalingen van het geldende Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan er beroep worden ingesteld tegen zowel de beschikking die de voorlopige maatregelen goedkeurt als het bedrag van de zekerheid dat door de rechter is vastgesteld als voorwaarde voor goedkeuring. Maar de rechtsvordering bij de rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep schort de gevolgen ervan niet op zolang de hogere rechter geen uitspraak heeft gedaan en de beschikking niet nietig heeft verklaard, al naar gelang wat het geval is.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 03/01/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Tsjechië


1 De verschillende soorten maatregelen

Voorlopige maatregelen:

Voorlopige maatregelen worden gebruikt om de situatie van de partijen vooraf te regelen, namelijk voorlopig, of indien de vrees bestaat dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing gevaar loopt.

In het algemeen zijn op de voorlopige maatregelen die worden bevolen vóór aanvang van de bodemprocedure artikel 74 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Rec.) van toepassing en geldt voor de voorlopige maatregelen die worden bevolen na aanvang van de bodemprocedure artikel 102 van wet nr. 99/1963 Rec. Op bijzondere voorlopige maatregelen voor bepaalde specifieke situaties is de wet voor bijzondere gerechtelijke procedures (wet nr. 292/2013 Rec.) van toepassing. Dit betreft de voorlopige maatregel ten aanzien van de situatie van een minderjarig kind dat niet beschikt over geschikte zorg (artikel 452 en volgende) en de voorlopige maatregel op het gebied van bescherming tegen huiselijk geweld (artikel 400 en volgende). Ook in artikel 12 van wet nr. 292/2013 Rec. staan bepaalde bijzondere regels die de algemene bepalingen van de voorlopige maatregelen aanvullen voor de soorten procedures die onder het toepassingsgebied van die wet vallen.

Het veiligstellen van bewijsstukken:

Bewijsstukken worden veiliggesteld als er wordt gevreesd dat het bewijs later niet kan worden verkregen of alleen met veel moeite kan worden verkregen (bijvoorbeeld een ondeugdelijke uitvoering van een verkoopovereenkomst wanneer de overeenkomst bederfelijke goederen als voorwerp heeft of het horen van een getuige die ernstig ziek is en wiens leven in gevaar is).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Voorlopige maatregelen:

  • Overeenkomstig artikel 74, lid 3, van het wetboek burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963, zoals gewijzigd) wordt de procedure voor de toekenning van een voorlopige maatregel ingesteld middels een verzoekschrift.
  • Op grond van artikel 12 van wet nr. 292/2013  kan een voorlopige maatregel echter zonder verzoekschrift worden bevolen als de bodemprocedure ook kan worden ingesteld zonder verzoekschrift (bijvoorbeeld een procedure op het gebied van gezagsrechten over kinderen, een procedure op het gebied van wettelijke bevoegdheid, een procedure op het gebied van voogdij of een procedure op het gebied van verdwijning of overlijden). In die gevallen beveelt de rechter zelf ambtshalve de voorlopige maatregel.
  • De rechter die bevoegd is om een voorlopige maatregel te bevelen, is de rechter die bevoegd is in de bodemprocedure. De artikelen 400 en 453 van wet nr. 292/2013  bevatten uitzonderingen op deze regel.

Het veiligstellen van bewijsstukken kan worden gedaan:

  • vóór aanvang van de bodemprocedure op voorwaarde dat er een verzoek wordt ingediend bij de rechter. De bevoegde rechter is de rechter die bevoegd is in de bodemprocedure of in wiens rechtsgebied zich een bewijsmiddel bevindt dat gevaar loopt.
  • Bewijsstukken kunnen tevens tijdens de procedure veilig worden gesteld, ook zonder verzoek.

Indien het mogelijk is om te wachten zonder dat dit een risico inhoudt, hebben de partijen bij de bodemprocedure het recht om aanwezig te zijn bij het veiligstellen van bewijsstukken.

Het bewijs kan ook worden veiliggesteld door middel van een notariële akte of een akte van een deurwaarder indien het desbetreffende feit zich heeft voorgedaan in aanwezigheid van een notaris of een gerechtsdeurwaarder of indien de notaris of deurwaarder de situatie heeft bevestigd.

2.2 De basisvereisten

Er kan een voorlopige maatregel worden bevolen

  • als de situatie van de partijen voorlopig moet worden geregeld
  • als er wordt gevreesd dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing in gevaar kan komen
  • om een situatie voorlopig te regelen

Om te kunnen beoordelen of het nodig is om de situatie van de partijen voorlopig te regelen, moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van de desbetreffende zaak. Een voorlopige maatregel wordt alleen bevolen als de noodzaak om de juridische situatie van de partijen te regelen, voldoende is bewezen. Wat betreft de andere omstandigheden die een rol spelen bij de beslissing om al dan niet een voorlopige maatregel te bevelen, volstaat het dat de bepalende feiten voor het opleggen van een verplichting door middel van een voorlopige maatregel worden bevestigd.

  • Gevaar voor de uitvoering van een beslissing

Voor toekenning van een voorlopige maatregel uit vrees dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing in gevaar komt, moet de schuldeiser zich kunnen beroepen op een beslissing, of een akte, die een titel is voor de uitvoering van die beslissing. Er kan alleen een voorlopige maatregel worden bevolen als de beslissing nog niet executoir is geworden of als er ernstige redenen zijn waarom de schuldeiser, op de desbetreffende datum, (voorlopig) niet heeft kunnen eisen dat de opgelegde verplichting wordt uitgevoerd door middel van gerechtelijke executie. Tegelijkertijd moeten de feiten worden bewezen die de vrees rechtvaardigen dat de uitvoering van de beslissing in gevaar komt (vooral door het gedrag van de schuldenaar).

Het verzoek om voorlopige maatregelen moet de onderdelen bevatten die vereist worden door artikel 42, lid 4 en artikel 75 van het wetboek burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963), onder meer:

  • de vermelding van de rechtbank waar het verzoek aan wordt gericht
  • wie het verzoek indient en op welke zaak dit betrekking heeft, namelijk de beschrijving van de feiten die de te verzoeken voorlopige maatregel rechtvaardigen
  • wat het doel is van het verzoek, namelijk welke voorlopige maatregel de verzoeker eist
  • het ingediende verzoek moet de datum van opstellen en de handtekening van de verzoeker of zijn vertegenwoordiger bevatten
  • de beschrijving van de feiten waarbij wordt vermeld of de situatie van de partijen voorlopig moet worden geregeld of dat de vrees bestaat dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing gevaar loopt.

Bij het verzoek moeten de stukken worden gevoegd waar de verzoeker zich op beroept.

De verzoeker moet, zonder herinneringsbrief van de rechtbank, op eigen initiatief, uiterlijk op de datum van indiening van zijn verzoek, een financiële zekerheid verstrekken voor een bedrag van 10.000 CZK, of voor een bedrag van 50.000 CZK bij zaken met betrekking tot de relatie tussen ondernemers die voortvloeit uit ondernemersactiviteiten. Voor verzoeken om maatschappelijke redenen (bijvoorbeeld op het gebied van alimentatie, op het gebied van arbeid, schadevergoeding in verband met gezondheid) geldt geen plicht van verstrekking van een zekerheid. Het niet voldoen aan de verplichting van verstrekking van een zekerheid, is een reden om het verzoek te verwerpen.

De vastgestelde zekerheid is bedoeld om het recht op de vergoeding van schade of andere nadelen te behouden die kunnen optreden na een voorlopige maatregel die wordt opgelegd aan de andere partij van de procedure of een derde partij (die geen deel uitmaakt van de procedure met betrekking tot de voorlopige maatregel).

Artikel 12, lid 3 van wet nr. 292/2013 noemt een uitzondering op de verstrekking van een zekerheid krachtens deze wet.

Het veiligstellen van bewijsstukken:

Vóór aanvang van de bodemprocedure kan een bewijsstuk veilig worden gesteld als er vrees bestaat dat het bewijs later niet kan worden verkregen of alleen met veel moeite. Het bewijsstuk wordt niet veiliggesteld als zeker is dat dit geen belang heeft in de bodemprocedure. De rechter weigert om de verzochte veiligstelling uit te voeren als hij vermoedt dat de verzoeker, met zijn verzoek, doelen nastreeft die anders zijn dan die van het veiligstellen van bewijs (bijvoorbeeld informatie krijgen over de activiteiten van een andere persoon waar hij anders geen toegang toe heeft enz.).

Het verzoek ten aanzien van het veiligstellen van bewijs moet, naast de algemeen vereiste onderdelen, een beschrijving bevatten van de feiten die het doel zijn van het verkrijgen van bewijs. Daarnaast moet exact worden aangeduid welk bewijsmiddel veilig moet worden gesteld.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Voorlopige maatregelen:

In overeenstemming met artikel 76 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mag de rechter, door een voorlopige maatregel, een partij opdracht geven om zijn alimentatie te betalen, om gerechtelijk beslag te leggen op een geldbedrag of een voorwerp, om niet te beschikken over bepaalde voorwerpen of bepaalde rechten, om iets te doen, om iets te laten of om iets te aanvaarden. De maatregel kan betrekking hebben op ongeacht welke zaak die aan de desbetreffende eigenaar toebehoort.

Met een voorlopige maatregel kan de rechter aan een andere persoon dan de partijen een plicht opleggen als dit terecht kan worden geëist (bijvoorbeeld als iemand een onroerend goed koopt en heel goed weet dat hij van een eigenaar koopt die niet naar behoren zijn betalingsplichten tegenover zijn schuldeisers voldoet).

Bijzondere voorlopige maatregelen in overeenstemming met wet nr. 292/2013:

De bijzondere voorlopige maatregel ten aanzien van de situatie van een kind krachtens artikel 452 en volgende wordt toegepast als een minderjarig kind niet de juiste zorg krijgt, ongeacht het feit of er al dan niet iemand is die het recht heeft om voor het kind te zorgen, of als het leven van het kind, zijn normale ontwikkeling of een ander essentieel belang ernstig in gevaar worden gebracht of worden verstoord. Met de voorlopige maatregel regelt de rechter de situatie van het kind gedurende de tijd die strikt noodzakelijk is door te bevelen dat het kind in een geschikte omgeving wordt geplaatst die in zijn beslissing wordt vermeld.

Op grond van artikel 400 en volgende kan de verweerder opdracht krijgen om de gemeenschappelijke woning en zijn onmiddellijke omgeving te verlaten, niet meer in het gemeenschappelijke huishouden te blijven en zelfs om daar niet meer binnen te gaan; om zich ervan te onthouden om de verzoeker te zien of zich ervan te onthouden om de verzoeker op enigerlei wijze te volgen en lastig te vallen. Het verzoek moet de beschrijving van de feiten omvatten die aantonen dat het samenwonen van de verzoeker en de verweerder in een huis of appartement waar ze een huishouden voeren, onverdraaglijk wordt voor de verzoeker vanwege fysiek of psychisch geweld ten opzichte van de verzoeker of een andere persoon die daar leeft of de beschrijving van de feiten die getuigen van ongewenst volgen of lastig vallen van de verzoeker.

Het veiligstellen van bewijsstukken:

Het verzoek moet tevens de rechtvaardiging bevatten waarmee de verzoeker uitlegt waarom hij verzoekt om het veiligstellen van een bewijsstuk. Alle middelen waarmee een situatie kan worden geconstateerd, kunnen als bewijs worden ingediend, vooral het horen van getuigen, een expertiserapport, rapporten en verklaringen van autoriteiten en rechtspersonen enz.

Een bijzondere manier om bewijsstukken veilig te stellen, is het veiligstellen van een bewijsmiddel in een zaak ten aanzien van intellectuele-eigendomsrechten (artikel 78b van wet nr. 99/1963). Degene die inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten heeft bewezen, mag optreden in de procedure. De bevoegde rechtsmacht is de regionale rechtbank in het rechtsgebied waar zich een veilig te stellen voorwerp bevindt. Het is mogelijk om de betrokken goederen, materialen en gereedschappen veilig te stellen, evenals stukken met betrekking tot de desbetreffende goederen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Voorlopige maatregelen:

De voorlopige maatregel is een beslissing van tijdelijke aard dat tot doel heeft om zijn verzoeker te beschermen. Het gaat om de bescherming van een recht waar inbreuk op is gemaakt of dat gevaar loopt. Door de voorlopige maatregel verkrijgt de verzoeker niet de rechten waar de rechtbanken in de toekomst uitspraak over doen. Het gaat ook niet om de regeling van een prejudiciële vraag. Ook mag het bestaan van een bevolen voorlopige maatregel geen invloed hebben op de gerechtelijke uitspraak in de bodemprocedure. De schuldenaar kan ook na toekenning van een voorlopige maatregel over zijn goederen blijven beschikken, maar moet zich wel gedragen in overeenstemming met de opgelegde maatregel.

De rechtbank kan een disciplinaire boete tot 50.000 CZK opleggen aan wie de gerechtelijke procedure overmatig belemmert door zonder geldige reden niet te verschijnen voor de rechtbank of door niet te gehoorzamen aan een bevel van de rechtbank. Indien de schuldenaar niet vrijwillig voldoet aan de plicht krachtens de beslissing tot een voorlopige maatregel, kan de rechtbank die beslissing laten uitvoeren. De opgelegde sancties in het geval van belemmering van de uitvoering van een officiële beslissing en uitzetting zijn ook opgenomen in het Wetboek van Strafrecht (het betreft artikel 337, lid 2, van wet nr. 40/2009), net als het strafbare feit van belemmering van de uitvoering van een officiële beslissing en uitzetting.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Voorlopige maatregelen:

  • Voorlopige maatregelen met een bepaalde duur

De rechter kan in de beslissing met betrekking tot de voorlopige maatregel vastleggen dat deze alleen van toepassing is voor een bepaalde duur, ook als de verzoeker (de eisende partij) dit niet eist.

  • Opgelegde plicht om een verzoekschrift of een ander verzoek tot instelling van een procedure in te dienen

Indien de rechter een voorlopige maatregel oplegt, legt hij de verzoeker (de eisende partij) ook op dat hij een verzoek voor het instellen van een bodemprocedure (een verzoekschrift) indient bij de rechtbank binnen een termijn die eveneens door de rechter wordt bepaald.

De voorlopige maatregel blijft van kracht totdat deze vervalt of totdat de rechter deze nietig verklaart.

De voorlopige maatregel houdt op te bestaan als de verzoeker geen verzoek indient voor de instelling van een bodemprocedure binnen de door de rechter bepaalde termijn, als de rechtbank het verzoek in de bodemprocedure niet heeft ingewilligd, als de rechtbank het verzoek in de bodemprocedure inwilligt en als er vijftien dagen zijn verstreken na de datum van de uitvoerbaarheid van het besluit ten principale, of als de termijn die is vastgesteld voor de duur van de voorlopige maatregel is verstreken.

De rechter verklaart een voorlopige maatregel nietig als de redenen waarom deze was opgelegd, zijn verdwenen.

Een voorlopige maatregel krachtens artikel 400 en volgende van wet nr. 292/2013 duurt een maand vanaf het moment waarop deze uitvoerbaar wordt (artikel 408) en zijn duur kan worden verlengd afhankelijk van wanneer de bodemprocedure wordt ingesteld.

Een voorlopige maatregel krachtens artikel 452 en volgende van wet nr. 292/2013 duurt een maand vanaf het moment waarop deze uitvoerbaar wordt (artikel 459) en zijn duur kan worden verlengd.

Het veiligstellen van bewijsstukken:

Bewijsstukken worden veiliggesteld gedurende de termijn die de rechter vaststelt of gedurende de kortst mogelijk termijn. De partijen in de procedure mogen aanwezig zijn bij het veiligstellen van bewijs, maar ze mogen er niet bij zijn indien wachten een gevaar inhoudt. Na aanvang van de bodemprocedure hebben de partijen het recht om hun mening te geven over alle voorstellen van bewijsstukken en over alle verkregen bewijsstukken. De partijen kunnen tevens worden gehoord.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Voorlopige maatregelen:

Voorlopige maatregelen worden opgelegd middels een beslissing. De beslissing die de voorlopige maatregel oplegt, wordt uitvoerbaar bij de uitspraak ervan. Indien deze niet wordt uitgesproken, wordt zij van kracht zodra zij is betekend aan degene aan wie zij een plicht oplegt. Een schriftelijk exemplaar van de voorlopige maatregel wordt betekend aan de partijen en aan de derden (indien hun een plicht is opgelegd) en als het gaat om een plicht om niet te beschikken over een onroerend goed, wordt er een exemplaar betekend aan het bevoegde kadaster. De beslissing ten aanzien van een voorlopige maatregel wordt uitvoerbaar door het uitspreken ervan, in voorkomende gevallen door de betekening ervan (artikel 76d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) en vormt de executoire titel voor de uitvoering van de beslissing.

Bezwaren tegen een beslissing inzake de voorlopige maatregel zijn ontvankelijk. Het bezwaar wordt aangetekend voor de rechtbank die de betwiste beslissing heeft gegeven, maar de rechtbanken van tweede aanleg (de regionale rechtbanken of de hogere rechtbanken) doen uitspraak over de beslissing. Het bezwaar moet worden aangetekend binnen vijftien dagen na betekening van een schriftelijk exemplaar van de beslissing.

Een bezwaar dat binnen de termijn wordt ingediend door een bevoegde persoon en dat ontvankelijk is, heeft tot gevolg dat de beslissing geen bindende kracht heeft zolang de definitieve beslissing van de rechtbank van beroep niet is gegeven. De beslissing ten aanzien van de voorlopige maatregel wordt echter uitvoerbaar (er wordt dienovereenkomstig gehandeld) na een uiterste termijn voor uitvoering daarvan, waarbij deze termijn ingaat op het moment van de betekening ervan en in voorkomende gevallen wordt de beslissing uitvoerbaar door betekening ervan als deze geen uitvoeringsplicht bevat. De rechtbank kan beslissen dat de beslissing ten aanzien van de voorlopige maatregel alleen uitvoerbaar wordt nadat de beslissing bindende kracht heeft gekregen, op voorwaarde dat de aard van de voorlopige maatregel zo'n beslissing niet in de weg staat of dat het doel ervan op die manier niet nietig wordt verklaard.

Artikel 409, en in voorkomende gevallen artikel 463, van wet nr. 292/20013 bevat de bepalingen over bezwaren in het geval van bijzondere voorlopige maatregelen die worden bevolen in overeenstemming met die wet.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 20/08/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Ierland


1 De verschillende soorten maatregelen

De verschillende soorten voorlopige maatregelen die door de Ierse gerechten kunnen worden toegepast, zijn voorzieningen (injunctions). Een voorziening is een gerechtelijke beschikking waarbij een partij wordt opgedragen iets te doen dan wel niet te doen. In strijd met een voorziening handelen is obstructie van de rechtsgang en een persoon die in strijd met een dergelijke beschikking handelt, kan tot een gevangenisstraf worden veroordeeld. Een voorziening is:

i) blijvend,

ii) voor bepaalde tijd, of

iii) wordt op tijdelijke basis verleend, hangende de behandeling van de zaak.

Indien de eiser van mening is dat de verweerder essentiële zaken of documenten zou kunnen verwijderen of vernietigen, dan kan hij ex parte (eenzijdig) bij het gerecht om een ‘Anton Piller-beschikking' verzoeken; dit is een soort voorziening die een verweerder verplicht een eiser toe te staan zijn erf en pand te betreden om documenten of andere zaken in te zien of te inspecteren en alles mee te nemen dat aan de eiser toebehoort. Indien een eiser vreest dat een verweerder zich geheel of gedeeltelijk van zijn activa zal ontdoen en wellicht niet in staat zal zijn aan de vordering van de eiser te voldoen als deze uiteindelijk door het gerecht wordt toegewezen, dan kan de eiser bij het gerecht om een conservatoir beslag (of een ‘Mareva‑voorziening’) vragen waardoor het voor de verweerder is verboden om gedurende de looptijd van de beschikking over zijn activa te beschikken. In het algemeen voorkomt een Mareva‑voorziening dat een verweerder die zich niet binnen het rechtsgebied bevindt maar wel activa heeft binnen het rechtsgebied, deze activa hangende het proces weghaalt.

Indien de vordering van de eiser een geldbedrag betreft, kan hij het gerecht verzoeken om een beschikking waarmee de verweerder wordt opgedragen een tussentijdse betaling van het gedeeltelijke of gehele bedrag aan het gerecht te doen. Daarentegen kan een verweerder die vreest dat de eiser, indien deze de vordering niet krijgt toegewezen, niet in staat zal zijn de gerechtskosten van de verweerder te betalen, het gerecht vragen de eiser op te dragen een zekerheid te stellen voor de gerechtskosten door een geldbedrag aan het gerecht te betalen. Indien een beschikking voor ‘zekerheid voor de kosten’ wordt uitgevaardigd ten gunste van een verweerder, kan de eiser de vordering alleen voortzetten indien hij het geldbedrag zoals opgedragen in de beschikking aan het gerecht betaalt.

Het High Court kan in voorkomend geval een voorlopige voorziening treffen ter ondersteuning van een proces in een ander rechtsgebied. Ook kan het een "wereldwijd conservatoir beslag" opleggen dat ook van kracht is voor activa in andere rechtsgebieden indien er wordt gevreesd dat de verweerder wellicht zal trachten zijn activa snel van de hand te doen om aan de gevolgen van een vonnis in zijn nadeel te ontsnappen.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

De meeste verzoekschriften voor een voorziening kunnen worden ingediend bij het Circuit Court of het High Court. Bepaalde voorlopige voorzieningen kunnen echter alleen worden verkregen via het High Court, zoals conservatoir beslag, Anton Piller-beschikkingen en beschikkingen betreffende procedures in het buitenland.

De partij die een voorlopige voorziening verlangt, moet een verzoekschrift bij het gerecht indienen en haar verzoek met een beëdigde verklaring staven. De eiser moet alle relevante feiten uitputtend vermelden, met name wanneer de verweerder niet van het verzoek in kennis wordt gesteld. Ook moet de beëdigde verklaring een ontwerpvonnis omvatten, waarin precies wordt aangegeven wat er van het gerecht wordt gevraagd. Meer informatie over de noodzakelijke gerechtelijke formulieren is te vinden op de website van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Courts Service.

Indien de gevraagde beschikking wordt toegewezen aan de partij die om een voorziening verzoekt, zal deze partij meestal een zekerheid moeten stellen voor vergoeding van de schade van de verweerder indien de vordering van de eiser uiteindelijk wordt afgewezen, zodat de tegenpartij tegen wie de voorziening gericht is de kosten kan verhalen die voor haar voortvloeien uit de beschikking.

Het is mogelijk een verzoekschrift ex parte of zonder de tegenpartij hiervan in kennis te stellen in te dienen, mits er hiervoor goede gronden zijn. Een dergelijk verzoekschrift kan voorafgaand aan het instellen van de procedure worden ingediend als er sprake is van een bepaalde urgentie wat betreft de situatie van de eiser (zie voor tussenvonnissen en voorlopige voorzieningen bij het Commercial Court, Order 63A, rule 6, onder 3, van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Rules of the Superior Courts 1986).

2.2 De basisvereisten

Het gerecht kan naar eigen goeddunken een voorlopige voorziening toekennen wanneer dit hem billijk en passend lijkt (Order 50, rule 6, onder 1, van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Rules of the Superior Courts 1986). Om te bepalen of het gepast is een voorlopige voorziening toe te wijzen, dient het gerecht vast te stellen:

i) of er over een redelijke, bonafide kwestie moet worden beslist;

ii) of toekenning van een schadevergoeding een afdoende rechtsmiddel zou zijn indien de door de eiser gevraagde voorziening zou worden geweigerd en de eiser vervolgens het proces wint;

iii) waar de juiste balans ligt bij alle afwegingen betreffende de beslissing.

Het eerste vereiste is dat de eiser moet aantonen dat het bij de rechtsvordering om een redelijke zaak gaat. Dit is een relatief lage horde die de eiser moet nemen, maar de afgelopen jaren bleek het steeds moeilijker om aan dit vereiste te voldoen indien de voorlopige voorziening waarom de eiser verzocht een voorziening was die de tegenpartij dwong iets te doen. In een dergelijk geval is het nu duidelijk dat de autoriteiten verwachten dat de eiser aantoont dat hij sterk staat en een grote kans maakt het proces te winnen.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Voorzieningen kunnen om allerlei redenen worden gevraagd, waaronder voorkomen dat een partij grond bewerkt of gebruikt in strijd met een overeenkomst of met planologische beperkingen, verkrijgen van een huiszoekingsbevel waarbij goederen mogen worden meegenomen, een werkgever dwingen een werknemer door te betalen of voorkomen dat een werkgever hangende een geschil nieuwe werknemers in dienst neemt. Als het gaat om een beschikking voor conservatoir beslag kan de partij tegen wie de beschikking is gericht niet over haar activa beschikken op een wijze die onverenigbaar is met de beschikking. Het kan haar bijvoorbeeld alleen maar zijn toegestaan een vast bedrag aan contant geld van een bankrekening te halen, terwijl het haar verboden is de waarde van haar activa tot onder een bepaald bedrag te verlagen, en zulks totdat de procedure volledig is afgerond.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Wie een voorlopige voorziening naast zich neerlegt, maakt zich schuldig aan obstructie van de rechtsgang (contempt of court). Hiervoor kan de betrokkene een gevangenisstraf of een boete krijgen en ook kunnen zijn activa in beslag worden genomen. Op de voorzijde van de beschikking moet de verweerder worden gewaarschuwd voor de straf die hij riskeert door de voorwaarden van de voorziening te schenden. Als een derde een verweerder bewust helpt zich te ontdoen van zijn activa die het voorwerp zijn van een conservatoir beslag, kan ook die derde zich schuldig maken aan obstructie van de rechtsgang. Derhalve worden er gewoonlijk kopieën van een beschikking voor conservatoir beslag betekend aan desbetreffende derden, zoals bankdirecteuren, accountants en advocaten van de partij tegen wie de beschikking is gericht.

Een overeenkomst die in strijd met een voorziening is gesloten, is onwettig en een partij die op de hoogte is van het bestaan van de beschikking kan geen nakoming van de overeenkomst afdwingen. Toch kan de eigendom nog steeds worden overgedragen krachtens een onwettige overeenkomst, en wanneer deze eenmaal ten uitvoer is gelegd, is het doorgaans onmogelijk de overgedragen activa terug te krijgen en is toekenning van schadevergoeding het enige rechtsmiddel voor de eiser in deze situatie.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Normaal gesproken is een voorziening geldig tot de afsluiting van het proces (een voorlopige voorziening). Wanneer een voorlopige voorziening is getroffen zonder dat dit aan de tegenpartij is bekendgemaakt, zal deze gewoonlijk slechts korte tijd van kracht zijn, waarna er opnieuw een rechterlijke beschikking nodig is.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Ja. De verweerder of iedere derde die direct betrokken is bij een voorlopige voorziening, kan het gerecht te allen tijde verzoeken de beschikking te wijzigen of in te trekken. De partij die de voorziening wil betwisten, moet daartoe kennisgeving van het verzoekschrift doen aan de raadsman van de tegenpartij. Het gerecht kan een voorziening intrekken indien de verweerder kan aantonen dat de voorziening hoe dan ook niet had mogen worden toegewezen, indien er bepaalde significante veranderingen zijn opgetreden in de omstandigheden sinds de beschikking werd uitgevaardigd of indien intrekking billijk en rechtvaardig is. Zoals hierboven vermeld, mag een gerecht van een partij die om een voorziening verzoekt, eisen dat deze aan het gerecht een zekerheid voor schadevergoeding betaalt, zodat, indien de vordering uiteindelijk door het gerecht wordt afgewezen, de partij tegen wie de voorziening gericht is enige bescherming geniet wat betreft de kosten die voor haar voortvloeien uit het bevel.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 07/11/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Griekenland


1 De verschillende soorten maatregelen

De voorlopige en conservatoire maatregelen en de maatregelen in kort geding in het algemeen bestaan uit de voorlopige toekenning van een bijkomstige rechtsbescherming bij de gerechtelijke bodemprocedure die al loopt of op het punt staat te beginnen met betrekking tot het te erkennen recht. Deze voorlopige toekenning van rechtsbescherming heeft tot doel om de toekomstige voldoening van de vordering die moet worden vastgesteld, te beschermen. Deze maatregelen zijn: de zekerheidstelling, de voorlopige hypotheekregistratie, conservatoir beslag, gerechtelijk beslag, de voorziening in kort-geding, de voorlopige regeling van een situatie, verzegeling, ontzegeling, inventaris en consignatie, conservatoire maatregelen van bezit.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Deze maatregelen worden altijd opgelegd door een rechtbank.

De rechtbank van eerste aanleg die met één rechter uitspraak doet, is algemeen bevoegd om deze maatregelen op te leggen. Deze bevoegdheid komt toe aan het kantongerecht in het geval van een voorlopige regeling van bezit of verzekerde bewaring en wanneer hij, krachtens algemene bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bevoegd is om kennis te nemen van het bodemgeschil. Daarnaast heeft hij exclusieve bevoegdheid voor de voorlopige inschrijving en opheffing van een hypotheek door wederzijdse instemming. Daarnaast heeft de hogere rechtbank waar de zaak ten principale loopt, concurrerende bevoegdheid met de rechtbank van eerste aanleg met één rechter om deze maatregelen te nemen. De rechtbank die in het district bevoegd is, is in principe degene die in het district bevoegd is om kennis te nemen van het bodemgeschil, maar deze maatregelen mogen ook worden opgelegd door de rechtbank die het dichtst gelegen is van de plaats waar deze moeten worden uitgevoerd. Deze beschikking wordt betekend aan degene aan wie de plicht wordt opgelegd en wordt uitgevoerd door de deurwaarder. Indien deze laatstgenoemde niet kan uitvoeren, vraagt hij hulp aan politiefunctionarissen. De kosten zijn moeilijk in te schatten, omdat de vergoedingen van advocaten en deurwaarders variëren.  De indicatieve kosten zijn ongeveer 250 euro.

2.2 De basisvereisten

De rechtbank legt conservatoire maatregelen op:

a) in dringende gevallen of om een dreigend gevaar te voorkomen, om een recht te waarborgen of te beschermen of om een situatie te regelen, en

b) als het recht dat de conservatoire maatregel beoogt te beschermen, waarschijnlijk bestaat.

De vordering moet in beginsel gegrond en waarschijnlijk zijn; met andere woorden, er is geen volledig bewijs nodig, maar onvolledig bewijs met enige overtuiging ten aanzien van de te bewijzen feiten: voor toekenning van de verzochte rechtsbescherming volstaat het dat de rechter deze eenvoudigweg waarschijnlijk acht. Voor de toekenning van deze bescherming geldt de voorwaarde van urgentie of een dreigend risico dat de schuldenaar zijn goederen die vatbaar zijn voor beslag, vervreemdt zodat de toekomstige gedwongen uitvoering ten opzichte van hem onmogelijk wordt wanneer de schuldeiser, na afloop van het geding ten principale, een executoriale titel heeft verkregen.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Deze maatregelen kunnen worden toegepast op alle goederen van de schuldenaar in het algemeen, ongeacht of hij dan wel een derde deze in bezit heeft: het volstaat dat ze overdraagbaar zijn volgens de regels van het privaatrecht en dat ze door de wet niet worden aangemerkt als niet vatbaar voor beslag. In het bijzonder kunnen de volgende zaken het voorwerp zijn van deze maatregelen: de onroerende goederen van de schuldenaar, de roerende goederen die niet worden beschouwd als niet vatbaar voor beslag, zoals boten, vliegtuigen, vervoermiddelen over land, bankdeposito's en ongecertificeerde aandelen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Wanneer de beschikking is verstrekt, heeft de schuldenaar geen vrije beschikking over zijn goederen meer als deze een conservatoire maatregel oplegt die deze blokkeert, zoals conservatoir beslag van zijn goederen of een voorlopige hypotheekregistratie op zijn onroerende goederen. Als de schuldenaar de beschikking van de rechtbank niet naleeft, wordt hij gestraft met een gevangenisstraf van ten minste zes maanden in overeenstemming met artikel 232A van het Wetboek van Strafrecht.

Wetsbesluit 1059/1971 voorziet in het depositogeheim en in een gevangenisstraf van ten minste zes maanden voor leden van de raad van bestuur, kaderleden of medewerkers van banken die dit geheim schenden. Deze regel staat het conservatoir beslag ervan echter niet in de weg, omdat de beschikking die deze conservatoire maatregel oplegt, niet noodzakelijkerwijs het bankdeposito of de ongecertificeerde aandelen hoeft te specificeren die voorlopig moeten worden geblokkeerd krachtens de beschikking in kort geding. Bovendien doet het verbod om erover te beschikken, dat door de beschikking wordt opgelegd, niets af aan het geheim, omdat de banken niet wordt gevraagd om informatie over hun bestaan te verstrekken. Wanneer het conservatoir beslag betrekking heeft op goederen die zich in het bezit van andere derden bevinden, moeten deze laatsten verklaren of een vordering of het in beslag genomen recht bestaat en of er een ander beslag in hun bezit is en voor welk bedrag.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Volgens de wet blijven deze maatregelen van kracht

a) zolang er geen definitieve uitspraak is gedaan in de procedure ten aanzien van de zaak ten principale tegen degene die heeft verzocht om de conservatoire maatregel en deze uitspraak geen kracht van gewijsde heeft gekregen,

b) zolang er geen definitieve uitspraak is gedaan ten gunste van hem en deze niet is uitgevoerd,

c) indien er geen schikking is verkregen met betrekking tot de zaak ten principale,

d) gedurende 30 dagen na afloop van het proces of de voltooiing ervan op een andere wijze,

e) zolang de beschikking niet is ingetrokken of gewijzigd, vanwege nieuwe omstandigheden, door de rechtbank die deze heeft verstrekt of, zonder dat hiervoor nieuwe feiten nodig zijn, door de rechter die uitspraak doet ten principale, en,

f) wanneer de beschikking een termijn heeft bepaald voor de indiening van de vordering ten principale, indien deze vordering binnen de termijnen wordt uitgevoerd.

Als een van de partijen niet ter zitting verschijnt, terwijl ze volgens de regels van de wet en binnen de termijnen is gedagvaard, leidt dit tot haar veroordeling bij verstek. De rechtbank onderzoekt de zaak echter alsof alle partijen aanwezig waren, omdat het niet ter zitting verschijnen bij een kort geding niet veronderstelt dat de feiten die in de vordering uiteen zijn gezet, worden bekend. De rechtbank mag de zaak alleen opnieuw onderzoeken als de bij verstek veroordeelde partij verzoekt om intrekking of wijziging van de beschikking door zich te beroepen op nieuwe omstandigheden waardoor de rechtbank, als hij dat had geweten, een andere beschikking had verstrekt.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen de beschikking in kort geding kan geen beroep worden ingesteld, behalve als deze de voorlopige regeling van bezit of bewaring oplegt: in dat geval biedt de wet uitdrukkelijk de mogelijkheid van beroep bij de bevoegde hogere rechtbank binnen een termijn van tien dagen na publicatie van de beschikking. Daarnaast mag de procureur-generaal bij het hof van cassatie mag een beroep instellen tegen alle beschikkingen indien er een vraag van algemeen belang wordt opgeworpen. Na onderzoek van de zaak bevestigt of verwerpt deze rechter de aangevochten beschikking en zijn arrest heeft een voorlopige geldigheid. Zoals hierboven is gesteld, kunnen de partijen een verzoek om intrekking of wijziging van de beschikking indienen, net als derden (derdenverzet) die niet zijn gedagvaard bij de procedure en hier niet aan hebben deelgenomen, terwijl ze wel een belang hierbij hebben.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 04/01/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Spanje

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Spaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 De verschillende soorten maatregelen

De wetgeving op het gebied van burgerlijke rechtsvordering (vooral het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat is opgenomen in de Ley de Enjuiciamiento Civil - LEC) is de belangrijkste bron voor conservatoire maatregelen. Er zijn echter maatregelen overeenkomstig het specifieke materiële recht.

De maatregelen krachtens de LEC (artikel 727) omvatten onder meer:

  1. conservatoir beslag op goederen om te zorgen voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen die veroordelen tot de betaling van geldbedragen of producten, inkomsten, consumptiegoederen die kunnen worden gewaardeerd in geld door toepassing van bepaalde tarieven;
  2. gerechtelijk toezicht of bewind over productiegoederen, wanneer de verlangde veroordeling erop is gericht om deze over te dragen op basis van een eigendomstitel, een vruchtgebruik of enige andere titel met een rechtmatig belang voor behoud of verbetering van de productiviteit, of wanneer het feit dat de productiviteit wordt gewaarborgd een essentieel belang is om de veroordeling die kan worden uitgesproken doeltreffend te maken;
  3. beslag op roerend goed, wanneer het verzoekschrift gericht is op de veroordeling tot teruggave en dat goed in het bezit van de verweerder is;
  4. het opstellen van inventarissen van goederen, volgens de voorwaarden die zijn bepaald door de rechtbank;
  5. de preventieve registratie van het verzoekschrift, wanneer dit verwijst naar goederen of rechten die kunnen worden ingeschreven in openbare registers;
  6. overige registraties, indien de openbaarheid via het register nuttig is voor de goede afloop van de tenuitvoerlegging;
  7. het bevel om een activiteit voorlopig stop te zetten,  om zich tijdelijk te onthouden van een bepaalde gedraging; of het tijdelijke verbod om een prestatie die wordt uitgevoerd te onderbreken of stop te zetten.
  8. toezicht en beslag op inkomsten die zijn verkregen door een activiteit die als onrechtmatig wordt aangemerkt en waarvan het verbod of de stopzetting wordt beoogd in het verzoekschrift, evenals de bewaring van of het beslag op bedragen die worden gevorderd als beloning van de intellectuele eigendom;
  9. tijdelijk beslag op exemplaren van werken of voorwerpen die zouden zijn gemaakt door inbreuk te maken op regels ten aanzien van de intellectuele en industriële eigendom, evenals het beslag op het materiaal dat is gebruikt voor de productie daarvan;
  10. de opschorting van maatschappelijke besluiten die worden betwist, wanneer de verzoeker(s) ten minste één of vijf procent van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt (vertegenwoordigen), afhankelijk van het feit of de verwerende onderneming al dan niet effecten heeft uitgegeven die, op het moment van de betwisting, waren toegelaten voor handel op een officiële secundaire markt.

In aanvulling hierop staat de laatste alinea van artikel 727 van de LEC de rechter toe om andere maatregelen toe te kennen die hierboven niet zijn genoemd, zodat deze lijst niet volledig is:

  1. Het gaat om andere maatregelen die, voor de bescherming van bepaalde rechten, uitdrukkelijk zijn opgenomen in de wetten of die als noodzakelijk worden beschouwd om te zorgen voor de doeltreffendheid van het gerechtelijk mandaat dat kan worden toegekend bij de rechterlijke beslissing over de toelating die tijdens het geding wordt gegeven.

Naast dit algemene stelsel zijn er andere wettelijke maatregelen op het gebied van conservatoire bescherming. Daarvan kunnen onder meer de volgende worden genoemd:

  1. procedures ten aanzien van de bekwaamheid van personen: artikel 726 van de LEC staat de rechtbank toe om van rechtswege maatregelen te treffen die nodig worden geacht voor een geschikte bescherming van de persoon die als onbekwaam wordt beschouwd of van zijn vermogen;
  2. procedures ten aanzien van afstamming, vaderschap en moederschap: artikel 768 van de LEC voorziet in maatregelen voor de bescherming van de persoon en de goederen van de persoon die onder het gezag valt van degene die kennelijk een ouder is en de toekenning van voorlopige alimentatie aan de verzoeker, in urgente gevallen ook zonder voorafgaande hoorzitting;
  3. bescherming van het vermogen van de overledene: naast andere maatregelen, kan zowel bevriezing van de goederen uit de nalatenschap en de documenten van de overledene, als toezicht op de goederen van de nalatenschap worden bevolen, evenals het zoeken naar naasten van de overledene (artikel 790 tot artikel 796 van de LEC);

De bijzondere wetgeving bevat eveneens specifieke conservatoire maatregelen. Het gaat onder meer om de volgende wetgeving:

  1. Wet inzake intellectuele eigendom (Ley Propriedad Intelectual) - Koninklijk Wetgevend Besluit 1/1996 van 12 april 1996 – artikelen 138 en 141 (toezicht en beslag op inkomsten die zijn verkregen door middel van de betrokken onrechtmatige activiteit, de opschorting van de activiteiten inzake reproductie en publieke verspreiding en communicatie, beslag op vervaardigde exemplaren, beslag op uitrusting, apparaten en materiële dragers enz.).
  2. Wet 17/2001 betreffende merken (Ley de Marcas) van 7 december 2001 – artikel 61 (de preventieve registratie van het verzoekschrift in het merkenregister).
  3. Wet 24/2015 betreffende octrooien (Ley de Patentes) van 24 juli 2015 – artikel 11 (de opschorting van de procedure voor de afgifte van het octrooi), artikelen 117 en 127 en volgende (het verbod om nog verder handelingen te stellen die het recht van de aanvrager schenden, het beslag op en de bewaring van de goederen die geacht worden het recht van de octrooihouder te schenden, de borg voor de eventuele schadevergoedingen en de desbetreffende registratie-aantekeningen).
  4. Wet 22/2003 betreffende insolvabiliteit (Ley Concursal) van 9 juli 2003 – artikel 48 ter (bevriezing van de activa van de beheerders van de vennootschap) en artikel 17 (onder meer verzekering van de integriteit van het vermogen).
  5. Wet 14/2014 betreffende de zeevaart (Ley de Navegación Marítima) van 24 juli 2014 – artikelen 43, 470 en volgende (conservatoir beslag op schepen).
  6. Wet 49/1960 betreffende mede-eigendom (Ley de Propiedad Horizontal) van 21 juli 1960 – artikelen 7 (stopzetting van verboden activiteiten) en 18 (opschorting van door de algemene vergadering van mede-eigenaars gesloten overeenkomsten).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

De maatregelen worden bevolen door de rechter of de rechtbank die materieel en territoriaal bevoegd is. Dit is de rechter of rechtbank die de zaak behandelt of die, indien de procedure nog niet is ingeleid, de zaak zal behandelen.

Er kan verzocht worden om conservatoire maatregelen voordat het verzoekschrift wordt ingediend, op voorwaarde dat deze, in hun aard, niet onmogelijk op te leggen zijn (bijvoorbeeld in het geval van preventieve inschrijving van het verzoekschrift) of dat de wet niet vereist dat het verzoek daarom tegelijk met het verzoekschrift plaatsvindt (zoals de stopzetting van verboden activiteiten of de opschorting van gemeenschappelijke besluiten in de gevallen van geschillen met betrekking tot de mede-eigendom). Vanwege hun uitzonderlijke aard (omdat deze normaal gesproken worden geëist in het verzoekschrift zelf) moeten ze zowel urgent als noodzakelijk zijn. Ze kunnen worden aangenomen zonder dat de persoon die de tegenpartij is bij het verdere geding wordt gehoord (zonder afbreuk te doen aan het recht om hier bezwaar tegen te maken nadat ze zijn opgelegd), maar worden niet van kracht als het overeenkomstige verzoekschrift niet binnen twintig dagen na de beslissing wordt ingediend.

Zoals aangegeven gebeurt het echter relatief vaak dat er om de maatregelen wordt verzocht bij de indiening van het verzoekschrift en in dat geval geeft de rechter of de rechtbank opdracht tot het openen van een afzonderlijk dossier dat tegelijk met de zaak ten principale wordt onderzocht en waarin bewijzen kunnen worden voorgesteld en overgelegd om te getuigen van het bestaan van de benodigde voorwaarden voor het verkrijgen van de conservatoire bescherming. Als algemene regel worden de partijen, vóór de instelling van conservatoire maatregelen, opgeroepen voor een hoorzitting bij de rechtbank waar ze hun beweringen kunnen presenteren en het bijbehorende bewijs kunnen overleggen ten aanzien van het al dan niet gegrond zijn van deze maatregelen of, in voorkomende gevallen, de zekerheid die moet worden geëist van de betrokken persoon door middel van de conservatoire maatregel indien het verzoekschrift wordt afgewezen. De verzoeker van de maatregel mag echter eisen dat deze wordt ingesteld zonder dat de andere partij wordt gehoord wanneer hij aantoont dat er sprake is van redenen van urgentie of dat de hoorzitting de goede afloop van de maatregel in het geding kan brengen als er bijvoorbeeld een risico bestaat van verdoezeling of onderwaardering van het vermogen van de schuldenaar. In dat geval kan de benadeelde partij, na instelling van de maatregel, bezwaar maken.

Er kan ook om maatregelen worden verzocht na indiening van het verzoekschrift of tijdens het beroep, ook als vereist is dat dit verzoek op feiten en omstandigheden berust die het moment van indiening ervan rechtvaardigen.

Om te verzoeken om de instelling van conservatoire maatregelen is de aanwezigheid van een advocaat en een procureur vereist bij procedures waar de tussenkomst van deze professionals nodig is. In het geval van dringende maatregelen vóór het verzoekschrift, is de vertegenwoordiging tijdens de procedure niet onontbeerlijk (artikelen 23 en 31 van de LEC).

2.2 De basisvereisten

Er moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden opdat een rechtbank een van de bovengenoemde maatregelen aanvaardt.

  1. Risico in verband met de verstreken tijd of periculum in mora: dat is het risico van schade die de verzoeker zou kunnen lijden vanwege de duur van de procedure die de uitvoering kan verhinderen van wat er is besloten in de rechterlijke beslissing of de uitspraak waarmee het geding is beëindigd. De verzoeker van de maatregel moet aantonen dat er, in het desbetreffende geval, indien de verzochte maatregelen niet worden ingesteld, tijdens de procedure situaties kunnen optreden die de doeltreffende toepassing van de maatregel, die kan worden toegekend bij een uitspraak die het verzoek inwilligt, hindert of bemoeilijkt. In alle gevallen moet de maatregel niet worden goedgekeurd indien de situatie die tot het risico leidt al lange tijd wordt verdragen door de verzoeker, behalve als hij zich beroept op goede redenen die het feit rechtvaardigen dat hij de maatregel niet eerder kon aanvragen.
  2. Schijn van rechtvaardigheid van het verzoek of prima faciezaak: de verzoeker moet aan de rechtbank de redenen verstrekken die de laatstgenoemde ertoe zetten om te verzoeken om een preliminaire zitting ten aanzien van de overeenstemming van het verzoekschrift met het recht. Deze voorwaarde houdt in dat de verzoeker de gegevens, argumenten en bewijsstukken verstrekt waarmee de rechtbank een voorlopige en incidentele uitspraak kan doen ten gunste van de grondslag van de aanspraak zelf (artikel 728.2 van de LEC), zonder afbreuk te doen aan het geding ten gronde (want in Spanje is de rechtbank die de conservatoire maatregelen instelt dezelfde als de rechtbank die verder over de zaak oordeelt). Het bewijs moet niet alleen gedocumenteerd zijn, maar ook van een andere aard zijn (getuigen, deskundigen, verklaring van partijen enz.).
  3. Zekerheid: behalve bij uitdrukkelijke, tegengestelde bepalingen, moet de verzoeker om de maatregel een zekerheid verstrekken die volstaat ter dekking van de schade aan het vermogen van de verweerder waar de preventieve maatregel toe kan leiden. Het bedrag wordt vastgesteld door de rechtbank waarbij rekening wordt gehouden: a) met de aard en inhoud van de aanspraak; b) met de beoordeling waarop het verzoek om de maatregel is gebaseerd; en c) met relevante of benodigde redenen of gronden in verband met de kwantificering van de schade die de maatregelen met zich mee kunnen brengen.
  4. Proportionaliteit: dit betreft een vereiste die niet uitdrukkelijk wordt vermeld in de LEC, maar die de wetgevers in het algemeen zien als een aanvulling op de hierboven genoemde vereisten, aangezien de rechtbank alleen de strikt noodzakelijke maatregel toekent ter garantie van het doel van bescherming van de procedure waarop de conservatoire maatregel betrekking heeft. Deze vloeit voort uit de beginselen van de rechtsstaat en minimaal ingrijpen in de sfeer van vrijheid van individuen waarop het hele rechtsstelsel berust, te beginnen met de grondwet.
  5. Bijkomstigheid. De conservatoire maatregelen volgen de aard van de procedure ten principale, waar ze van afhangen.
  6. Variabiliteit. Conservatoire maatregelen kunnen worden gewijzigd door feiten en omstandigheden aan te voeren en aan te tonen die niet in overweging konden worden genomen op het moment van instelling van die maatregelen of binnen de vastgestelde termijn om er bezwaar tegen te maken.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

Het aannemen van een conservatoire maatregel is bedoeld als tegemoetkoming aan of dekking van de mogelijkheid dat de verweerder, bij het onderzoek van een huidig of toekomstig geding, verplicht wordt om bepaalde handelingen niet of andere juist wel te verrichten met betrekking tot zijn vermogen. Het gaat er dus om om de verweerder ervan te weerhouden handelingen te verrichten die bedoeld zijn om de binnenkomst van goederen of rechten in zijn vermogen te omzeilen, om schade aan goederen uit te lokken of toe te staan, om bepaalde goederen buiten bereik van justitie te brengen door situaties van insolventie te creëren teneinde de doeltreffende toepassing van de eventuele uitspraak te verhinderen. Conservatoire maatregelen worden, in de Spaanse wetgeving, gekenmerkt door hun gerechtelijke aard, omdat alleen rechtbanken deze mogen instellen.

Ze kunnen niet worden ingesteld door arbiters of bemiddelaars. Ze worden niet ingesteld in een bepaald en beperkt aantal. Ze hebben een regelgevende (ze kunnen alleen worden ingesteld op verzoek van een partij) en financiële aard, omdat ze betrekking hebben op de goederen en rechten van de verweerder. Het doel ervan is het garanderen van de daadwerkelijke toepassing van een eventuele rechterlijke beslissing die het verzoek inwilligt.

Tot slot zijn ze belangrijk ten aanzien van de uitspraak die wordt gedaan bij een geding ten principale. Ze kunnen worden ingesteld voor zowel roerende als onroerende goederen. Ze hebben niet alleen een financiële aard, omdat het mogelijk is om op conservatoire wijze beperkende maatregelen van persoonlijke rechten in te stellen.

Het is toegestaan om bevelen en verboden in te stellen, waarbij de inhoud van de maatregelen bestaat uit handelen of niet handelen.

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

  1. Conservatoire maatregelen kunnen betrekking hebben op precieze en bepaalde goederen, evenals alles wat kan worden gewaardeerd in geld, zoals producten en inkomsten uit dingen.

    Er kan worden verzocht om beslag op die goederen door een kredietrecht te verkrijgen dat voortvloeit uit een algemene plicht die stelt dat de verschuldigde zaken niet worden gekenmerkt, maar worden vervangen door een precies bedrag dat overeenkomt met een geldwaarde door eenvoudige berekeningen.

    Beslag op roerende goederen in het bijzonder wordt uitgevoerd bij een depositaris die door de rechter wordt aangewezen en die een persoon is die hij adequaat acht.

    Het is ook mogelijk om toezicht te houden op bedragen, om over te gaan tot de consignatie en het beslag daarvan door onderscheid te maken tussen het toezicht en het beslag van inkomsten uit een illegale activiteit of toegestane activiteiten, evenals degene ten aanzien van de intellectuele eigendom.
  2. Er is een andere groep maatregelen die kunnen worden ingesteld en die verband houden met handelingen die door de rechter kunnen worden opgelegd ten aanzien van het doel van het verzoekschrift en die geen betrekking hebben op een specifiek bepaald goed.

Het is namelijk mogelijk om toezicht te houden op of opdracht te geven tot gerechtelijk bewind van productiegoederen in het geval van een verzoekschrift dat gericht is op het verkrijgen van een veroordeling ten aanzien van de plicht van verstrekking, als eigenaar, vruchtgebruiker of iedere andere persoon met een legitiem belang.

Het is ook mogelijk om te verzoeken om de inventarisatie van goederen volgens voorwaarden die worden bepaald door de rechtbank.

Het is toegestaan om het verzoekschrift preventief te registreren wanneer dit betrekking heeft op goederen of rechten die kunnen worden ingeschreven in openbare registers of andere registers indien de openbaarheid van nut is voor de goede afloop daarvan.

Tot slot kan er worden gevraagd om een gerechtelijke uitspraak voor voorlopige stopzetting van een activiteit, voor het tijdelijk niet uitvoeren van een activiteit of een tijdelijk verbod om een lopende dienstverlening te onderbreken of stop te zetten.

  1. De laatste groep dingen waarop de maatregelen van toepassing zijn, zijn materialen en exemplaren in verband met het stelsel van exclusiviteit (het gaat hier om een derdenbeslag of toezicht op goederen die worden gebruikt voor de productie van rechten van industriële en intellectuele eigendom).

Ook maatschappelijke besluiten van alle typen handelsondernemingen kunnen worden opgeschort.

  1. Tot slot biedt de Spaanse wetgeving de mogelijkheid om een reeks onbepaalde maatregelen te treffen die gericht zijn op de bescherming van rechten en die door de wet worden bepaald of die nodig worden geacht om te zorgen voor de doeltreffende toepassing van het gerechtelijke mandaat. De desbetreffende dingen zijn niet gespecificeerd en kunnen van ongeacht welke aard zijn, zo lang de maatregel nodig is.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

  1. In het geval van conservatoir beslag op kwantificeerbare voorwerpen, geldbedragen, inkomsten, producten, gaat het erom dat er door de maatregel wordt gezorgd voor een restbedrag om de verweerder te betalen in het geval van een eventuele veroordeling en in het bijzonder als de rechterlijke beslissing niet vrijwillig wordt uitgevoerd.
  2. Beslag op roerend goed kan alleen worden aanvaard indien het verzoek om veroordeling gericht is op de verstrekking van een precies goed dat in het bezit van de verweerder is.
  3. In het geval van toegestaan toezicht of bewind gaat het om het zeker stellen van de goederen, vooral productiegoederen, door te voorkomen dat een bestuurlijke wanprestatie het rendement ervan vermindert of wegneemt.
  4. Het toezicht op productiegoederen veronderstelt het opzetten van gerechtelijk toezicht zonder dat de verweerder zijn recht van bestuur kwijtraakt. Dit is anders dan het bewind waarbij een extra stap wordt gedaan door het bestuur van de verweerder te vervangen door een gerechtelijk bewind.
  5. Het verzoek om het opstellen van inventarissen kan in elk type procedure worden toegekend en bij ongeacht welke aanspraak, met als enige vereiste de noodzaak om de inventaris op te stellen om te zorgen voor het verkrijgen van een uitspraak die het verzoek inwilligt. De rechter moet duidelijk definiëren welke onderdelen deze moeten bevatten en op welke manier deze moeten worden uitgevoerd.
  6. De gevolgen van de preventieve registratie van het verzoekschrift strekken zich uit tot het procedurele kader in verband met de procedure in het kader waarvan deze is toegekend. Het gaat om opschorting van de bescherming die de openbaarheid van de registers en de registerverklaring bieden op voorwaarde dat de eigenaar van het goed of de houder van het recht die in het register staat, dit kan overdragen, maar dat de derde persoon niet kan doen alsof hij het doel van de inschrijving die op hem betrekking heeft niet kent. Deze preventieve registratie kan worden toegekend bij elk type procedure, zodat er een bescherming wordt verkregen bij een openbaar register zoals het kadaster en het handelsregister.
  7. Tijdelijke beperkingen van ingrijpen van de verweerder. Deze worden geregeld in verschillende bijzondere wetten en als gevolg daarvan moet het instellen daarvan voldoen aan de voorwaarden die deze stellen. Hun werking strekt zich uit tot de afspraak van voorlopige stopzetting van de activiteit die de verweerder uitvoert: het bevel om tijdelijk geen bepaalde activiteit uit te voeren of het verbod om de uitvoering van een lopende dienstverlening stop te zetten of te onderbreken.
  8. Toezicht, consignatie en beslag van geldbedragen. Dit is een duidelijk beschermende maatregel die een conservatoir beslag is om te zorgen voor de naleving van een verzoekschrift met een specifieke economische inhoud. Met deze maatregel kan worden besloten over het toezicht en het beslag op opbrengsten uit een illegale activiteit. Deze mag niet afzonderlijk worden ingesteld en als gevolg moeten beide situaties van toezicht en beslag worden aanvaard. Indien de ene of de andere wordt ingesteld, moet er gebruik worden gemaakt van de hierboven beschreven algemene maatregelen. Bij instelling van deze maatregel is het ook mogelijk om te verzoeken om de consignatie of het beslag van geldbedragen die worden gevorderd als beloning voor intellectuele eigendom. Dit betreft rechten van auteurs om geldbedragen te ontvangen voor hun werk en bestaat uit een evenredig aandeel in de inkomsten die worden gegenereerd door de verschillende openbare uitingen die zijn erkend door de wet inzake intellectuele eigendom.
  9. Beslag op materialen en exemplaren waarop het stelsel van exclusiviteit van toepassing is. Dit betreft een conservatoire maatregel die hoort bij de bescherming van de rechten van exclusiviteit van exploitatie die de houders hebben krachtens bijzondere wetten inzake industriële en intellectuele eigendom. Het gaat om een specifiek geval van derdenbeslag van het overeenkomstige voorwerp; exemplaren of materiaal dat nodig is voor de productie.
  10. Opschorting van maatschappelijke besluiten. De specificatie hiervan berust op de benodigde procesbevoegdheid om de maatregel te vorderen: 1% van het maatschappelijk kapitaal als de onderneming effecten heeft uitgegeven die, op het moment van de betwisting, zijn toegelaten voor handel op een officiële secundaire markt, of 5% van het maatschappelijk kapitaal in de niet-vermelde gevallen. Dit is van toepassing op elk type handelsonderneming.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De conservatoire maatregelen worden in het algemeen aangenomen wanneer de verweerder is gehoord. Als de eiser aanvoert en verklaart dat er dringende redenen zijn, kunnen de maatregelen zonder andere stappen binnen vijf dagen worden ingesteld door de rechter met vermelding van de redenen waarom hij de verweerder niet heeft gehoord. Na instelling ervan kunnen deze worden gewijzigd door feiten en omstandigheden aan te voeren en te bewijzen waar geen rekening mee is gehouden op het moment van instelling ervan of binnen de vastgestelde termijn om bezwaar te maken tegen aanvaarding van de maatregel.

Indien de aanspraken van de eiser worden verworpen bij de uitspraak ten principale, geeft de rechter onmiddellijk opdracht tot opheffing van de maatregel, behalve wanneer het tegenovergestelde wordt geëist waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden van het geval en na verhoging van de borg.

In het geval van gedeeltelijke aanvaarding is het aan de rechter om de tegenpartij te horen teneinde een beslissing te geven over het opheffen of behouden van de maatregel.

Indien de verwerping van de aanspraak wordt bevestigd, worden de maatregelen opgeheven zodra de uitspraak definitief is en de door de maatregelen beoogde persoon mag een vordering indienen voor geleden schade (hetzelfde geldt in het geval dat er wordt afgezien van de rechtsvordering of bij intrekking door de eiser).

Een ander geval waarin conservatoire maatregelen kunnen worden gewijzigd, is wanneer er om de maatregel wordt verzocht vóór het verzoekschrift en deze wordt ingesteld zonder dat de verweerder is gehoord. In dat geval wordt de maatregel onmiddellijk opgeheven als de eiser de wettelijk vastgestelde termijn van 20 dagen voor indiening van het verzoekschrift niet in acht neemt en deze is verstreken en dan krijgt de verweerder de geleden schade vergoed waarbij de eiser de kosten voor de uitgevoerde procedures moet betalen.

De maatregel kan ook niet worden behouden indien het geding wordt opgeschort voor een periode van langer dan zes maanden om een reden die kan worden toegeschreven aan de eiser.

Wanneer opdracht wordt gegeven tot de voorlopige uitvoering van de rechterlijke beslissing, worden de maatregelen die zijn ingesteld en die verband houden met de uitvoering, opgeheven. Deze worden vervangen door executoire maatregelen, zodat de maatregelen die als conservatoir zijn ingesteld, van aard veranderen.

Tot slot kan de verweerder bij de rechtbank verzoeken om vervanging van de ingestelde conservatoire maatregel door een borg die voldoende is om de daadwerkelijke naleving van de rechterlijke beslissing te garanderen. Daarom stelt de rechter die de maatregel heeft ingesteld de borg vast, die zowel met contant geld als door middel van een zekerheid kan worden betaald.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De procedurele regels voorzien in de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Tribunal superior.

Zo kan er beroep worden ingesteld tegen de beschikking waarbij maatregelen worden bevolen, hoewel dit beroep geen opschortende werking heeft. Dit beroep kan ook worden ingesteld tegen een beschikking waarbij de maatregelen worden geweigerd.

Naast deze beroepsmogelijkheid kan de eiser in alle gevallen zijn verzoek herhalen als de omstandigheden anders zijn dan degene waarvan sprake was bij het aanvankelijke verzoek.

Er is geen rechtsmiddel tegen de beschikking waarbij conservatoire maatregelen worden bevolen zonder dat de verweerder eerst is gehoord, omdat in dat geval bezwaar moet worden aangetekend bij de rechter die de maatregelen heeft bevolen. De verweerder kan beroep instellen tegen de beschikking ten aanzien van dit bezwaar en indien dit wordt verworpen. Dit heeft geen opschortende werking. De persoon die heeft verzocht om conservatoire maatregelen mag gebruikmaken van hetzelfde recht op beroep als het bezwaar (geheel of gedeeltelijk) is aanvaard.

Er is echter geen enkele rechtsvordering mogelijk wanneer de borg is aanvaard of geweigerd.

Voor de voorbereiding en het onderzoek van het beroep gelden geen bijzonderheden anders dan de algemene normen (artikel 458). Als het om meer verzoekers gaat, wordt de termijn afzonderlijk berekend.

Zoals hierboven is vermeld, heeft het beroep geen opschortende werking tijdens de procedure voor instelling van conservatoire maatregelen. Dit houdt in dat de rechter de beslissingen blijft geven die nodig zijn om de conservatoire maatregel in te stellen.

Bij het hof van beroep worden de maatregelen doorgaans geweigerd, omdat dit zo snel mogelijk de datum van overweging, stemming en uitspraak moet aangeven.

PROCEDUREKOSTEN VAN DE CONSERVATOIRE MAATREGELEN

De procedurekosten worden beheerst door het beginsel dat de kosten van de in het gelijk gestelde partij kunnen worden vergoed en ten laste komen van de tegenpartij waarvan de vordering (aanvaarding of verwerping van de maatregelen) in de beslissing wordt vermeld.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 04/01/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Frankrijk


1 De verschillende soorten maatregelen

  • De juge des référés kan altijd met spoed voorlopige maatregelen gelasten (spoedprocedure, betaling van een voorschot, uitzetting, verbod om iets te doen op straffe van een dwangsom, vrijwaren van bewijsmateriaal).

Er kan geen overzicht worden gegeven van voorlopige maatregelen: in kort geding kunnen alle spoedeisende maatregelen worden getroffen waartegen geen ernstig bezwaar bestaat of die worden gerechtvaardigd door het bestaan van een geschil (betaling van een voorschot, uitzetting van een kraker, taxatie of vaststelling van schade enz.). Bovendien kan de juge des référés met spoed alle maatregelen gelasten die noodzakelijk zijn om dreigende schade te voorkomen (met name versterkingswerkzaamheden) of om een duidelijk ongeoorloofde verstoring te doen stoppen.

  • Er bestaat een speciaal stelsel voor bewarende maatregelen (conservatoir beslag en gerechtelijke bewaring). Dit zijn de maatregelen waarmee de schuldeiser, meestal met goedkeuring van de rechter, alle of een deel van de goederen van zijn schuldenaar onbeschikbaar kan maken of waarmee een speciaal recht op deze goederen kan worden gevestigd om de betaling te garanderen van een vordering die nog niet is erkend in een vonnis, maar waarvan de inning in gevaar lijkt te zijn.

Er zijn twee soorten bewarende maatregelen:

  • conservatoire beslagen, waarmee bij wijze van bewarende maatregel beslag kan worden gelegd op materiële rechten (meubilair, voertuig enz.), immateriële rechten (een geldbedrag, rechten van aandeelhouders of effecten enz.) of vorderingen (bankrekeningen, huur enz.);
  • gerechtelijke bewaring van onroerende goederen, een handelsonderneming, aandelen van aandeelhouders of effecten (vestiging van een voorlopige hypotheek, pandgeving van aandelen of effecten).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

  • Voorlopige maatregelen: de zaak dient middels een dagvaarding aanhangig te worden gemaakt bij de juge des référés (oproeping in rechte middels een deurwaardersexploot). Het gaat om een spoedprocedure op tegenspraak.
  • Bewarende maatregelen: in principe is de voorafgaande goedkeuring van de rechter vereist. De schuldeiser is echter vrijgesteld van deze goedkeuring als hij zich beroept op een executoriale titel of een rechterlijke beslissing die nog niet uitvoerbaar is. Hetzelfde geldt bij het niet-betalen van een geaccepteerde wissel, een orderbriefje, een cheque of de huur van een pand (in geval van een schriftelijke overeenkomst).

Welke rechter bevoegd is voor voorlopige maatregelen hangt af van de aard van de eis. De bevoegde rechter op grond van het gemene recht is de president van de tribunal de grande instance. De juge d’instance, de president van de tribunal de commerce, van de conseil des prud’hommes en van de tribunal paritaire des baux ruraux kunnen binnen de grenzen van hun bevoegdheden echter eveneens uitspraken doen in kort geding.

Voor bewarende maatregelen is de juge de l’exécution, een rechter van de tribunal de grande instance, de bevoegde rechter. De bevoegde rechter is de rechter van de plaats waar de schuldenaar verblijft.

De partijen voeren zelf hun verweer bij de juge de l’exécution of de juge des référés. Zij kunnen zich echter laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat.

Conservatoire beslagen dienen te worden uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder. Deze verplichting geldt niet voor het vestigen van gerechtelijke bewaring. Gezien de juridische complexiteit van het vestigen van een bewaring, laten schuldeisers zich altijd bijstaan door een jurist.

De kosten van bewarende maatregelen komen uiteindelijk voor rekening van de schuldenaar, zelfs al kan het zo zijn dat de schuldeiser deze voor dient te schieten. De executiekosten zijn onderworpen aan een tarief ter vaststelling van de vergoeding die aan gerechtsdeurwaarders verschuldigd is voor iedere uitvoeringshandeling en voor iedere bewarende maatregel.

Krachtens besluit nr. 96-1080 van 12 december 1996 bestaat de vastgestelde vergoeding van gerechtsdeurwaarders uit een vast bedrag dat cumulatief of afwisselend wordt uitgedrukt in vaste of proportionele rechten, in voorkomend geval in combinatie met een recht voor het instellen van vervolging.

Omdat het om bewarende maatregelen gaat, zijn proportionele inningsrechten, die worden berekend over de geïnde bedragen, uitsluitend opeisbaar als de gerechtsdeurwaarders een volmacht krijgen om de verschuldigde bedragen te innen. Bovendien sluit het overzicht in de bijlage van het voornoemde besluit de mogelijkheid van een vrij onderhandelbaar aanvullend honorarium uit, met uitzondering van conservatoire beslagen van de rechten van aandeelhouders en effecten.

2.2 De basisvereisten

De rechtbank treft geen maatregelen, maar keurt deze goed. De maatregel wordt op verzoek van de begunstigde van de goedkeuring getroffen door de gerechtsdeurwaarder.

Als de voorafgaande goedkeuring van de rechter vereist is, dient de vordering “in principe gegrond” te lijken.

Voor bewarende maatregelen is er geen uitdrukkelijke voorwaarde van spoedeisendheid.

De schuldeiser dient aan te tonen dat er “omstandigheden bestaan die de inning van de vordering in gevaar brengen” (bijvoorbeeld onoprechtheid van de schuldenaar die zijn vermogen verbergt, toename van schuldeisers enz.).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Alle goederen van de schuldenaar die door de wet niet zijn uitgesloten van beslag (bijvoorbeeld: goederen die noodzakelijk zijn voor zijn dagelijks leven of de uitoefening van zijn beroep) kunnen worden onderworpen aan een conservatoir beslag. Hetzelfde geldt voor vorderingen: salarissen kunnen echter nooit worden onderworpen aan bewarende maatregelen (zelfs als deze in beslag worden genomen op basis van een rechterlijke beslissing of een andere executoriale titel, volgens de procedure voor de inbeslagneming van vergoedingen).

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Bij wijze van bewarende maatregel in beslag genomen goederen zijn niet beschikbaar. De schuldenaar behoudt het genot hiervan onder zijn verantwoordelijkheid, maar hij kan ze niet vervreemden. Als de schuldenaar de in beslag genomen goederen verduistert, begaat hij een strafbaar feit dat wordt bestraft met een boete en een gevangenisstraf.

De in beslag genomen geldbedragen worden geconsigneerd op een rekening.

De schuldenaar kan de goederen waar de gerechtelijke bewaring betrekking op heeft verkopen, maar de schuldeiser heeft een volgrecht en recht op een bevoorrechte betaling over de verkoopprijs van deze goederen.

De bij wijze van bewarende maatregel in beslag genomen goederen worden onder de verantwoordelijkheid van de schuldenaar gesteld die in feite “bewaarder” is, het gevolg van het beslag kan niet worden tegengeworpen aan derden. Gerechtelijke bewaring, die is onderworpen aan maatregelen op het gebied van openbaarmaking (op commercieel of vastgoedgebied), kan daarentegen worden tegengeworpen aan iedereen.

De bankier (en over het algemeen iedere derde-beslagene) die een verzoek tot conservatoir beslag ontvangt betreffende een cliënt, is verplicht om de gerechtsdeurwaarder onmiddellijk op de hoogte te brengen van alle verplichtingen jegens de schuldenaar (dat wil zeggen alle rekeningen die zijn geopend op naam van de schuldenaar, evenals de bedragen die op de rekening staan). Als de bankier deze informatie zonder gegronde reden niet meedeelt, kan hij worden veroordeeld tot de betaling van de schuld in de plaats van de schuldenaar.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De bewarende maatregel dient te worden genomen binnen drie maanden na de beschikking van de rechter waarbij deze wordt goedgekeurd. Anders vervalt de goedkeuring.

Als de schuldeiser nog geen procedure heeft gestart om zijn vordering te laten erkennen, dient hij dit binnen een maand na het treffen van de maatregel te doen. Anders vervalt de maatregel.

De bewarende maatregel dient uiterlijk binnen acht dagen aan de schuldenaar te worden bekendgemaakt. De schuldenaar kan bij de juge de l’exécution bezwaar aantekenen tegen de maatregel of de goedkeuring. De rechter kan eveneens van tevoren een zittingsdatum plannen waarvoor de partijen worden opgeroepen om de maatregel te bespreken. In principe is het bezwaar van de schuldenaar ontvankelijk als het conservatoir beslag niet is omgezet in een executoriaal beslag nadat de schuldeiser een rechterlijke beslissing heeft verkregen over zijn vordering.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De schuldenaar kan op hetzelfde moment bezwaar aantekenen tegen de beschikking als tegen de maatregel zelf.

De juge de l’exécution, die bevoegd is voor het goedkeuren van bewarende maatregelen, behandelt ook eventuele rechtsmiddelen tegen de beschikking. Het is mogelijk om bij het cour d'appel beroep in te stellen tegen zijn beslissingen.

Als de schuldenaar op hetzelfde moment kennisneemt van de goedkeuring van de maatregel én van de maatregel zelf, gelden voor het bezwaar tegen de beschikking dezelfde regels als voor het bezwaar tegen de maatregel: dit is ontvankelijk als de bewarende maatregel niet is omgezet in een executoriale maatregel.

Het rechtsmiddel heeft geen invloed voor de gevolgen van de bewarende maatregel, die van kracht blijft zolang de rechter niet gelast dat deze moet worden opgeheven of de nietigheid ervan niet vaststelt.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.De website van Legifrance

De link wordt in een nieuw venster geopend.De website van het ministerie van Justitie

De link wordt in een nieuw venster geopend.De website van de Chambre Nationale des Huissiers de Justice


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 04/01/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Kroatië


1 De verschillende soorten maatregelen

Het derde deel van de wet op de gedwongen tenuitvoerlegging (Ovršni zakon) (gepubliceerd in het staatsblad Narodne Novine van de Republiek Kroatië, nr. 112/12, 25/13, 93/14, 55/16 en 73/17; hierna: OZ), met de titel Zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen (Osiguranje), voorziet in de volgende maatregelen:

• zekerheidstelling door middel van de gedwongen vestiging van een pandrecht op onroerende goederen - titel 28;

• rechterlijke en notariële zekerheidstelling door middel van het pandrecht op basis van een overeenkomst tussen de partijen - titel 29;

• rechterlijke en notariële zekerheidstelling door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten - titel 30;

• zekerheidstelling door middel van de voorlopige tenuitvoerlegging - titel 31;

• zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen - titel 32,

• voorlopige maatregelen - titel 33.

Enkel maatregelen die als dusdanig worden gedefinieerd door deze of een andere wet, worden krachtens de OZ beschouwd als conservatoire maatregelen. Conservatoire maatregelen worden niet toegestaan voor goederen en rechten die ingevolge de OZ niet in aanmerking kunnen komen voor tenuitvoerlegging, tenzij die wet anders bepaalt.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Als maatregel (op lange termijn) in het kader van de gedwongen zekerheidstelling van vorderingen, geeft de OZ de mogelijkheid tot zekerheidstelling door middel van de gedwongen vestiging van een pandrecht op onroerende en roerende goederen (bv. geldvorderingen, inkomen - salaris, pensioen enz., bankrekeningen, effecten en aandelen) en door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten. De vestiging van een pandrecht als zekerheid kan vrijwillig of gedwongen gebeuren. De eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten als zekerheid kunnen daarentegen uitsluitend vrijwillig gebeuren, zowel bij procedures voor een rechtbank als voor een notaris.

De OZ bevat eveneens regels voor andere maatregelen, zoals de zekerheidstelling door middel van de voorlopige tenuitvoerlegging, de zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen en voorlopige maatregelen. Die maatregelen kunnen uitsluitend door de rechtbank worden afgedwongen, hetzij op verzoek van een partij of ex officio.

Gemeentelijke rechtbanken zijn bevoegd om de zekerheidstelling te gelasten en uit te voeren, tenzij die bevoegdheid wettelijk werd toevertrouwd aan een andere rechtbank. Handelsrechtbanken zijn dan weer bevoegd om de zekerheidstelling te gelasten en uit te voeren in die gevallen waar ze bevoegd zijn om de tenuitvoerlegging te gelasten.

De rechtbank die zich moet uitspreken over het verzoek van de zekerheidsnemer, is eveneens bevoegd om de zekerheidstelling ex officio te gelasten en uit te voeren, tenzij de wet anders bepaalt.

De rechtbank die het kadaster bijhoudt waarin de inschrijving moet gebeuren op basis van de executoriale titel met betrekking tot de geldvordering, is eveneens bevoegd om zich uit te spreken over het verzoek om geldvorderingen zeker te stellen door middel van de gedwongen vestiging van een pandrecht op onroerende goederen. Met deze maatregel wordt de vestiging van een pandrecht op onroerende goederen ingeschreven in het kadaster, waardoor een geldvordering wordt zekergesteld. Door de inschrijving van het pandrecht kan het uitvoerend beslag op deze onroerende goederen eveneens plaatsvinden ten aanzien van derden die deze onroerende goederen later verwerven.

De rechtbank kan op verzoek van zowel de zekerheidsnemer als de zekerheidsgever een bevel uitvaardigen tot de justitiële zekerheidstelling van een geldvordering door middel van de vestiging van een pandrecht op bepaalde goederen op basis van een overeenkomst tussen de partijen. De territoriale bevoegdheid om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling van de geldvorderingen van de zekerheidsnemer op goederen en rechten van de zekerheidsgever en om de zekerheidstelling uit te voeren, wordt vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de OZ omtrent de territoriale bevoegdheid van de rechtbank in tenuitvoerleggingsprocedures voor de inning van geldvorderingen op diverse soorten in beslag te nemen goederen. In de notulen van de hoorzitting wordt de overeenkomst tussen de partijen over het bestaan van een vordering en de looptijd ervan vastgelegd. Er wordt eveneens vastgelegd dat de partijen ermee instemmen dat deze vordering wordt zekergesteld door de vestiging van een pandrecht. De ondertekende overeenkomst heeft dezelfde uitwerking als een gerechtelijke schikking.

De notariële zekerheidstelling van een geldvordering door middel van de vestiging van een pandrecht op basis van een overeenkomst tussen de partijen is mogelijk als de schuldeiser en schuldenaar een overeenkomst bereiken in de vorm van een notariële akte of een onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd. Hierin moet eveneens worden aangegeven dat de schuldenaar ermee instemt dat een pandrecht wordt gevestigd op een van zijn goederen.

De rechterlijke zekerheidstelling door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten is mogelijk als de partijen ermee instemmen dat de overeenkomst die ze bereiken over de eigendomsoverdracht (met betrekking tot enkele goederen van de zekerheidsgever aan de zekerheidsnemer om een specifieke geldvordering van de zekerheidsnemer zeker te stellen) of de overdracht van enkele rechten van de zekerheidsgever (aan de zekerheidsnemer voor datzelfde doel) wordt opgenomen in de notulen van de hoorzitting. Toekomstige vorderingen kunnen eveneens worden zekergesteld. De overeenkomst heeft dezelfde uitwerking als een gerechtelijke schikking. Welke rechtbank territoriaal bevoegd is om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling van geldvorderingen door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten, wordt bepaald door de desbetreffende bepalingen van de OZ omtrent de territoriale bevoegdheid van een rechtbank in tenuitvoerleggingsprocedures voor de inning van geldvorderingen op diverse soorten in beslag te nemen goederen.

De notariële zekerheidstelling door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten, m.a.w. de overdracht van aandelen, belangen of deelnemingen, is mogelijk als de schuldeiser en schuldenaar een overeenkomst bereiken in de vorm van een notariële akte of een onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd. Een notaris kan worden gemachtigd om individuele stappen te zetten met het oog op de zekerheidstelling in overeenstemming met de regels betreffende de vestigingsplaats en het rechtsgebied van notarissen.

De territoriale bevoegdheid om een oordeel te vellen over een verzoek tot de voorlopige tenuitvoerlegging en om die tenuitvoerlegging uit te voeren, behoort tot de rechtbank die bevoegd zou zijn geweest voor de tenuitvoerlegging op basis van een executoriale titel. De zekerheidstelling door middel van de voorlopige tenuitvoerlegging wordt door de rechtbank gelast en uitgevoerd. De rechtbank geeft op basis van een vonnis dat werd uitgesproken in een civiele procedure het bevel tot de voorlopige tenuitvoerlegging om een niet-geldelijke vordering zeker te stellen die niet kan worden zekergesteld door de voorlopige inschrijving in het openbaar register, indien de zekerheidsnemer kan aantonen dat er een vermoedelijk gevaar bestaat dat de tenuitvoerlegging onmogelijk of wezenlijk moeilijker zou worden gemaakt, doordat die tenuitvoerlegging wordt uitgesteld tot het moment waarop het vonnis van kracht wordt, en indien de schuldeiser een zekerheid stelt voor de schade die de schuldenaar kan oplopen door die tenuitvoerlegging.

De territoriale bevoegdheid om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen en om die maatregelen te treffen, behoort tot de rechtbank die bevoegd zou zijn geweest voor de tenuitvoerlegging op basis van een executoriale titel op grond waarvan de zekerheidstelling werd gelast. Bewarende maatregelen kunnen worden opgelegd op voorwaarde dat de zekerheidsnemer aantoont dat er een vermoedelijk gevaar bestaat dat de inning van de vordering zonder deze maatregelen onmogelijk zou zijn of wezenlijk moeilijker zou worden gemaakt. In bepaalde gevallen kan de rechtbank de bewarende maatregelen koppelen aan de voorwaarde dat er een zekerheid moet worden gesteld voor de schade die de zekerheidsgever kan oplopen door het bevel. In de gemotiveerde uitspraak waarmee de bewarende maatregel wordt opgelegd, moet een indicatie worden gegeven van de waarde van de zekergestelde vordering, met inbegrip van rente en kosten, en moet worden aangeven welke maatregel wordt opgelegd en op welk moment die maatregel wordt opgelegd om de vordering zeker te stellen (niet later dan 15 dagen nadat werd voldaan aan de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging).

Voordat een rechtsgeding of een andere gerechtelijke procedure met betrekking tot een zekergestelde vordering kan worden ingeleid, wordt de territoriale bevoegdheid om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling door middel van voorlopige maatregelen toegekend aan de rechtbank die anderszins bevoegd zou zijn geweest om een oordeel te vellen over het verzoek tot tenuitvoerlegging. De rechtbank die anderszins bevoegd zou zijn geweest om de tenuitvoerlegging te laten plaatsvinden, is territoriaal bevoegd om de voorlopige maatregelen te treffen. Nadat de procedure is opgestart, is de rechtbank waar de procedure werd ingeleid bevoegd om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling door middel van voorlopige maatregelen. Indien de omstandigheden van een individuele zaak dat rechtvaardigen, kan een verzoek eveneens worden ingediend bij de rechtbank die territoriaal bevoegd is om de tenuitvoerlegging te laten plaatsvinden. De rechtbank die bevoegd zou zijn geweest om te oordelen over het verzoek tot tenuitvoerlegging op basis van een executoriale titel die werd voortgebracht in een administratieve procedure, is eveneens bevoegd om te oordelen over het verzoek om voorlopige maatregelen te treffen na de beëindiging van de procedure. Voorlopige maatregelen worden opgelegd door de rechtbank op basis van een verzoek dat wordt ingediend vóór of tijdens het verloop van de gerechtelijke of administratieve procedure of nadat deze procedure wordt beëindigd totdat de tenuitvoerlegging heeft plaatsgevonden. Uitspraken over voorlopige maatregelen hebben dezelfde uitwerking als een executoriale titel. Welke voorlopige maatregel wordt opgelegd hangt af van het feit of de voorlopige maatregel een geldvordering of een niet-geldelijke vordering zekerstelt. Naargelang de omstandigheden van de zaak, kan de rechtbank indien nodig meerdere voorlopige maatregelen opleggen.

Bezwaringen, rechten of verboden met betrekking tot roerende goederen, aandelen, belangen of deelnemingen worden op basis van een rechterlijke uitspraak, een notariële akte of onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd, ingeschreven in het register van rechterlijke en notariële zekerheden (Pandregister) (Upisnik založnih prava) dat wordt bijgehouden door het financiële agentschap. Dit register is een unieke databank van ingeschreven bezwaringen, rechten of verboden. Pandrechten of wijzigingen aan eigendomsrechten van onroerende goederen worden daarentegen ingeschreven in het kadaster.

2.2 De basisvereisten

Wanneer een zekerheidstelling door middel van de gedwongen vestiging van een pandrecht op onroerende goederen wordt gelast, doet de rechtbank een uitspraak over een verzoek tot het zekerstellen van geldvorderingen op basis van een executoriale titel op grond waarvan de geldvordering werd gelast. Er zijn geen bijzondere vereisten voor het opleggen van de zekerheidstelling. De rechtbank doet een uitspraak over de zekerheidstelling en oordeelt dat de zekerheidsnemer een pandrecht verkrijgt op het onroerende goed dat is ingeschreven in het kadaster. Daarnaast wordt eveneens de afdwingbaarheid van de vordering aangegeven. Indien de zekerheidsgever niet in het kadaster geregistreerd staat als zijnde de eigenaar van het onroerende goed, zal de zekerheidsnemer, samen met het verzoek, een document indienen met betrekking tot het eigendomsrecht van de zekerheidsgever.

De zekerheidsnemer en de zekerheidsgever kunnen, met het oog op het vestigen van een zekerheid voor de geldvordering van de zekerheidsnemer door een pandrecht te verkrijgen op bepaalde goederen, in onderlinge overeenstemming de rechtbank verzoeken om de inschrijving van een pandrecht op de onroerende en roerende goederen, de geldvordering en andere goederen en rechten van de zekerheidsgever op naam van de zekerheidsnemer op te leggen en uit te voeren. Ze kunnen die overeenkomst eveneens bereiken in de vorm van een notariële akte of onderhandse akte, waarin de schuldenaar instemt met de vestiging van een pandrecht op een van zijn goederen.

Het ondertekende gerechtelijke stuk, met name de notariële akte of de onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd, heeft eveneens dezelfde uitwerking als een gerechtelijke schikking tegen de persoon die zijn toestemming heeft gegeven voor de vestiging van een pandrecht op zijn goederen of rechten. Aan de hand van deze documenten kan meteen worden verzocht om de tenuitvoerlegging te laten plaatsvinden ten aanzien van de persoon op wiens goederen een pandrecht werd verkregen, om zo een vordering te zeker te stellen en ten gelde te maken.

Partijen kunnen de rechtbank in onderlinge overeenstemming verzoeken om een hoorzitting te houden en om in de notulen van die hoorzitting te vermelden dat de partijen ermee instemmen dat de zekerheidsgever de eigendom van enkele goederen overdraagt aan de zekerheidsnemer of dat de zekerheidsgever enkele van zijn rechten overdraagt aan de zekerheidsnemer om een bepaalde geldvordering van de zekerheidsnemer zeker te stellen. Toekomstige vorderingen kunnen eveneens worden zekergesteld. Dergelijke overeenkomst kan worden ondertekend als notariële akte of onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd. De overeenkomst moet een bepaling bevatten omtrent de looptijd van de zekergestelde vordering en de manier waarop die wordt vastgelegd. De zekerheidsgever kan eveneens een persoon zijn op wie de zekerheidsnemer geen vordering heeft die wordt zekergesteld, m.a.w. een derde die ermee instemt dat dit soort vordering wordt zekergesteld. De overeenkomst kan ook van toepassing zijn op de zekerheidstelling van niet-geldelijke vorderingen, hoewel in dat geval de overeenkomst de waarde van de vordering moet vermelden. De vordering moet aangetoond of aantoonbaar zijn. De verklaring van de zekerheidsgever waarin die ermee instemt dat de zekerheidsnemer op grond van de notulen meteen kan overgaan tot de overdracht van het goed dat als zekerheid dient zodra de looptijd van de zekergestelde vordering is verstreken, kan worden toegevoegd aan de overeenkomst. De notulen waarin dergelijke verklaring is opgenomen vormen een executoriale titel. Wanneer de eigendom van onroerende goederen die zijn ingeschreven in het kadaster wordt overgedragen op grond van de overeenkomst, moet deze overeenkomst de verklaring van de zekerheidsgever bevatten waarin deze ermee instemt dat de overdracht rechtstreeks kan worden uitgevoerd in het kadaster op basis van de overeenkomst en dat met de inschrijving in het kadaster de eigendom van de onroerende goederen wordt overgedragen aan de zekerheidsnemer. Daarbij wordt de aantekening gemaakt dat de overdracht werd uitgevoerd om een specifieke vordering van de zekerheidsnemer zeker te stellen. Behoudens andersluidende bepalingen, mag de zekerheidsgever het goed waarvan de eigendom werd overgedragen aan de zekerheidsnemer blijven gebruiken, m.a.w. hij mag het recht dat werd overgedragen aan de zekerheidsnemer blijven uitoefenen. De zekerheidsnemer mag dan weer het onroerende goed of het recht dat aan hem werd overgedragen op de vervaldatum van de vordering verkopen of het onroerende goed bezwaren met een hypotheek.

De zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen kan worden opgelegd om geldvorderingen zeker te stellen op basis van een uitspraak van een rechtbank of een administratieve instantie die nog niet rechtsgeldig is; op basis van een schikking die voor een rechtbank of administratieve instantie tot stand is gekomen, indien de hierin bepaalde vordering nog niet is vervallen; of op basis van een notariële beslissing of een notariële akte, indien de hierin bepaalde vordering nog niet is vervallen. De rechtbank zal op basis van deze stukken een bewarende maatregel opleggen indien de zekerheidsnemer aantoont dat er een vermoedelijk gevaar bestaat dat de inning van de vordering onmogelijk of wezenlijk moeilijker zou worden gemaakt indien die niet wordt zekergesteld. Er is sprake van een vermoedelijk gevaar als het verzoek tot het opleggen van een bewarende maatregel berust op een betalingsbevel of een executoriale titel op basis van een authentieke akte die werd uitgegeven op grond van een openbare akte of een door een notaris gelegaliseerde akte, een wissel of cheque, waartegen tijdig bezwaar werd aangetekend; een vonnis dat werd uitgesproken in strafprocedures met betrekking tot een eigendomsrechtelijke vordering waarvoor een nieuw proces mogelijk is; een beslissing die in het buitenland moet worden afgedwongen; een vonnis op basis van een bekentenis waartegen beroep werd aangetekend; een schikking die wordt betwist op de manier die wordt voorzien in de wet; een notariële beslissing of akte, indien de daarin vervatte vordering nog niet is vervallen, die wordt betwist op de manier die wordt voorzien in de wet. De rechtbank zal het verzoek tot zekerheidstelling door middel van een bewarende maatregel weigeren, m.a.w. een bepaalde bewarende maatregel herroepen en de procedure opschorten, indien de zekerheidsgever aantoont dat er geen of niet langer een vermoedelijk gevaar bestaat.

De zekerheidstelling door middel van een voorlopige maatregel kan worden voorgesteld vóór of tijdens het verloop van de gerechtelijke of administratieve procedure of nadat deze procedure wordt beëindigd totdat de tenuitvoerlegging heeft plaatsgevonden. Een zekerheidsnemer moet in een verzoek tot een voorlopige maatregel exact aangeven welke vordering hij wenst zeker te stellen, welke maatregel hij wenst te treffen en welke looptijd die maatregel heeft, en waar nodig de manier waarop de zekerheidstelling waarvoor de voorlopige maatregel wordt afgedwongen, plaatsvindt, evenals welk goed als zekerheid dient. In het verzoek moeten de feiten worden vermeld waarop het verzoek tot het opleggen van een voorlopige maatregel berust en er moeten bewijsstukken worden voorgelegd die deze argumenten onderbouwen. De zekerheidsnemer wordt verplicht om deze bewijsstukken, indien mogelijk, aan het verzoek te hechten. Een voorlopige maatregel kan worden opgelegd om lopende en voorwaardelijke vorderingen zeker te stellen, maar wordt niet toegestaan als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een bewarende maatregel die dezelfde uitwerking heeft. Een voorlopige maatregel tot zekerheidstelling van een geldvordering kan worden opgelegd indien de zekerheidsnemer aantoont dat er een vordering bestaat en dat er een vermoedelijk gevaar is dat zonder dergelijke maatregel de zekerheidsgever de inning van de vordering zou belemmeren of wezenlijk moeilijker zou maken door zijn goederen te vervreemden, achter te houden of op een andere manier weg te nemen. Een zekerheidsnemer moet geen bewijs aanvoeren voor een gevaar indien hij aantoont dat een zekerheidsgever wellicht louter geringe schade zou lijden door de voorgestelde maatregel. Er wordt van uitgegaan dat er een gevaar bestaat indien de vordering in het buitenland geldend moet worden gemaakt. Een voorlopige maatregel kan worden opgelegd om een niet-geldelijke vordering zeker te stellen, indien de zekerheidsnemer aantoont dat het bestaan van zijn vordering aannemelijk is, en indien hij aantoont dat er een vermoedelijk gevaar bestaat dat de zekerheidsgever zonder deze maatregel de inning van de vordering zou belemmeren of wezenlijk moeilijker zou maken, met name door zijn huidige situatie te wijzigen, of indien hij aantoont dat de maatregel wellicht noodzakelijk is om geweld of onomkeerbare schade te voorkomen. Een zekerheidsnemer moet verder niet bewijzen dat er een gevaar is, indien hij aantoont dat een zekerheidsgever wellicht louter geringe schade zou lijden door de voorgestelde maatregel. Er wordt van uitgegaan dat er een gevaar bestaat indien de vordering in het buitenland geldend moet worden gemaakt. De rechtbank kan op verzoek van de zekerheidsnemer een voorlopige maatregel opleggen, zelfs wanneer deze het bestaan van zijn vordering en het bestaan van een vermoedelijk gevaar niet heeft aangetoond, indien hij binnen de door de rechtbank vastgelegde termijn enige zekerheid heeft gesteld voor schade die de zekerheidsgever zou kunnen oplopen doordat de voorlopige maatregel wordt opgelegd en uitgevoerd. Indien de zekerheidsnemer geen borg heeft betaald binnen de vastgelegde termijn, verwerpt de rechtbank het verzoek tot zekerheidstelling. De rechtbank kan, indien nodig, naargelang de omstandigheden van een zaak meerdere voorlopige maatregelen opleggen; indien het in een bepaalde zaak mogelijk is om meerdere voorlopige maatregelen op te leggen, zal de rechtbank de maatregel kiezen die het meest geschikt is voor de zekerheidstelling (indien ze allemaal even geschikt zijn, zal de rechtbank de maatregel opleggen die het minst bezwarend is voor de zekerheidsgever).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Maatregelen tot zekerheidstelling en voorlopige maatregelen kunnen worden toegepast op alle goederen of rechten van de zekerheidsgever, bv. onroerende goederen, roerende goederen, geldvorderingen, pensioenen, invaliditeitsuitkeringen, kasdeposito's op bankrekeningen of spaarrekeningen en andere eigendomsrechten voor zover die niet worden vrijgesteld van tenuitvoerlegging uit hoofde van de wet of voor zover het recht op tenuitvoerlegging niet wettelijk wordt beperkt (bv. goederen die niet in omloop worden gebracht, landbouwpercelen of boerderijen voor zover die vereist zijn voor het levensonderhoud van boeren en hun directe familieleden en andere personen die wettelijk ten laste zijn enz.)

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Onroerende goederen dienen als zekerheid wanneer er een pandrecht op wordt gevestigd (vrijwillig of gedwongen, rechterlijk of notarieel) en dat pandrecht wordt ingeschreven in het kadaster waarin het onroerende goed werd ingeschreven.

Bij de rechterlijke en notariële zekerheidstelling, waarbij de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten plaatsvindt, wordt de zekerheidsnemer eigenaar van een goed of recht zodra dit wordt ingeschreven in de wettelijk vereiste boeken of registers. De zekerheidsnemer en de zekerheidsgever kunnen, bij wijze van zekerheid voor een geldvordering van de zekerheidsnemer door middel van een pandrecht op bepaalde goederen, de rechtbank in onderlinge overeenstemming verzoeken om, op naam van de zekerheidsnemer, het volgende op te leggen en uit te voeren:

1. inschrijving van een pandrecht op de onroerende goederen van de zekerheidsgever;

2. neerlegging van een overeenkomst tussen partijen met betrekking tot de vestiging van een pandrecht op de niet in het kadaster ingeschreven onroerende goederen bij de voor het kadaster bevoegde rechtbank;

3. inschrijving van een pandrecht op de roerende goederen van de zekerheidsgever;

4. inschrijving van een pandrecht op de geldvordering van de zekerheidsgever;

5. inschrijving van een pandrecht op een deel van het inkomen van de zekerheidsgever op basis van een arbeidsovereenkomst of -dienst;

6. inschrijving van een pandrecht op een deel van het pensioen, de invaliditeitsuitkering of compensatie voor inkomensverlies;

7. inschrijving van een pandrecht op de vordering van de zekerheidsgever op een bankrekening of spaarboekje;

8. inschrijving van een pandrecht op een vordering tot overdracht of afgifte van roerende goederen of overdracht van onroerende goederen;

9. inschrijving van een pandrecht op andere eigendomsrechten of materiële rechten;

10. inschrijving van een pandrecht op aandelencertificaten en andere effecten en hun bewaring;

11. inschrijving van een pandrecht waarvoor geen aandelencertificaten werden uitgegeven en op belangen of deelnemingen in ondernemingen;

12. inschrijving van effecten die worden bewaard bij een bewaarnemende onderneming (Depozitno društvo).

Zekerheidstelling door middel van de voorlopige tenuitvoerlegging: om een zekerheid te stellen voor een niet-geldelijke vordering die niet kan worden zekergesteld door een voorwaardelijke inschrijving in een register, kan de rechtbank op basis van een vonnis dat werd uitgesproken in een civiele procedure een voorlopige tenuitvoerlegging opleggen.

Zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen: de rechtbank kan de volgende bewarende maatregelen opleggen:

1. inschrijving van een pandrecht op de onroerende goederen van een zekerheidsgever of op een ingeschreven recht op onroerende goederen;

2. neerlegging van een overeenkomst tussen partijen met betrekking tot de vestiging van een pandrecht op de niet in het kadaster ingeschreven onroerende goederen bij de voor het kadaster bevoegde rechtbank;

3. inschrijving van een pandrecht op de roerende goederen van de zekerheidsgever;

4. inschrijving van een pandrecht op de geldvordering van de zekerheidsgever;

5. inschrijving van een pandrecht op een deel van het inkomen van de zekerheidsgever op basis van een arbeidsovereenkomst of -dienst;

6. inschrijving van een pandrecht op een deel van het pensioen, de invaliditeitsuitkering of compensatie voor inkomensverlies;

7. inschrijving van een pandrecht op de vordering van de zekerheidsgever op een bankrekening of spaarboekje;

8. inschrijving van een pandrecht op een vordering tot afgifte of levering van roerende goederen of afgifte van onroerende goederen;

9. inschrijving van een pandrecht op andere eigendomsrechten of materiële rechten;

10. inschrijving van een pandrecht op aandelencertificaten en andere effecten en hun bewaring;

11. inschrijving van een pandrecht waarvoor geen aandelencertificaten werden uitgegeven en op belangen of deelnemingen in ondernemingen;

12. inschrijving van effecten die worden bewaard bij een bewaarnemende onderneming (Depozitno društvo).

13. Verbod voor een bank om vanaf de rekening van een zekerheidsgever of een derde een bedrag te betalen waarop een bewarende maatregel van toepassing is.

Een zekerheidsnemer kan een pandrecht verkrijgen op het zekergestelde goed op grond van een bewarende maatregel. Wanneer een betalingsverbod werd uitgevaardigd op een som geld die de zekerheidsgever aanhoudt bij een bank, kan dat bedrag niet worden overgeschreven vanaf de rekening gedurende de looptijd van het verbod, tenzij dat bedrag wordt aangewend om de zekergestelde vordering te vereffenen.

Voorlopige maatregelen

- Eender welke maatregel die een geldvordering zekerstelt, kan worden opgelegd, met name de volgende maatregelen:

1. het wordt de zekerheidsgever verboden om roerende goederen te ontvreemden of te bezwaren, er wordt beslag gelegd op die goederen en ze worden ter bewaring toevertrouwd aan de zekerheidsnemer of een derde;

2. er wordt beslag gelegd op cashmiddelen, effecten en gelijkaardige middelen en ze worden in bewaring gegeven aan de rechtbank of een notaris;

3. het wordt de zekerheidsgever verboden om onroerende goederen of zakelijke rechten op onroerende goederen die in het kadaster zijn ingeschreven op zijn naam, met een aantekening van dit verbod, te vervreemden of te bezwaren;

4. het wordt de schuldenaar van de zekerheidsgever verboden om zijn verplichting ten aanzien van de zekerheidsgever vrijwillig na te komen, en het wordt de zekerheidsgever verboden om de voldane verplichting te ontvangen, m.a.w. om te beschikken over zijn vorderingen;

5. een bank wordt opgedragen om het verzoek van de zekerheidsgever om de betaling aan de zekerheidsnemer of een derde uit te voeren vanaf de rekening van een zekerheidsgever te weigeren voor het bedrag waarop een voorlopige maatregel van toepassing is.

- Eender welke maatregel die een niet-geldelijke vordering zekerstelt, kan worden opgelegd, met name de volgende maatregelen:

1. het wordt verboden om roerende goederen waarop de vordering betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, er wordt beslag gelegd op de goederen en ze worden ter bewaring toevertrouwd aan de zekerheidsnemer of een derde;

2. het wordt verboden om aandelen, belangen of deelnemingen waarop de vordering betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, met een aantekening van dat verbod in het aandelenregister, en waar nodig in de notulen van de hoorzitting; het wordt verboden om rechten te gebruiken of uit te oefenen op basis van die aandelen of vermogensaandelen; het beheer van aandelen, belangen en deelnemingen wordt toevertrouwd aan een derde; er wordt een tijdelijke raad van bestuur opgericht in een onderneming;

3. het wordt verboden om andere rechten waarop de vordering betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, en het beheer van die rechten wordt toevertrouwd aan een derde;

4. het wordt verboden om onroerende goederen of geregistreerde zakelijke rechten op de onroerende goederen waarop de vordering betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, met een aantekening van dat verbod in het kadaster; er wordt beslag gelegd op de onroerende goederen en ze worden ter bewaring toevertrouwd aan de zekerheidsnemer of een derde;

5. het wordt de schuldenaar van de zekerheidsgever verboden om aan de zekerheidsgever een goed over te dragen, een recht over te dragen of een niet-geldelijke verplichting te voldoen waarop deze vordering betrekking heeft;

6. het wordt de zekerheidsgever verboden om stappen te zetten die schade kunnen berokkenen aan de zekerheidsnemer en om wijzigingen aan te brengen aan goederen waarop de vordering betrekking heeft;

7. de zekerheidsgever wordt opgedragen om bepaalde stappen te zetten die noodzakelijk zijn om roerende of onroerende goederen in stand te houden of om de huidige toestand van de goederen te behouden;

8. het wordt de zekerheidsnemer toegestaan om de goederen van de zekerheidsgever waarop de vordering betrekking heeft bij te houden tot het proces is afgelopen;

9. het wordt de zekerheidsnemer toegestaan om alleen of aan de hand van een gevolmachtigde bepaalde stappen te zetten of bepaalde goederen te verkrijgen om in het bijzonder een eerdere toestand te herstellen;

10. de werknemer moet tijdelijk terug gaan werken; de vergoeding wordt betaald bij een arbeidsgeschil, als die noodzakelijk is voor het levensonderhoud van de werknemer en de personen die hij volgens de wet ten laste heeft.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De rechterlijke en notariële zekerheidstelling door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten is per definitie geldig tot de definitieve afronding van de procedure.

In de uitspraak waarmee de bewarende maatregel wordt opgelegd, moet een indicatie worden gegeven van de waarde van de zekergestelde vordering, met inbegrip van rente en kosten, en moet worden aangeven welke maatregel wordt opgelegd en op welk moment die maatregel wordt opgelegd om de vordering zeker te stellen. De termijn waarvoor een bewarende maatregel wordt opgelegd kan niet langer duren dan 15 dagen nadat werd voldaan aan de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging. Indien de termijn verstrijkt voordat de beslissing, op basis waarvan de bewarende maatregel wordt opgelegd, van kracht wordt, kan de rechtbank de termijn verlengen op het verzoek van de zekerheidsnemer dat wordt ingediend bij de rechtbank vóór het verstrijken van de termijn waarvoor de bewarende maatregel werd opgelegd, op voorwaarde dat de omstandigheden op grond waarvan de maatregel werd opgelegd niet zijn gewijzigd.

In de uitspraak op grond waarvan een voorlopige maatregel wordt opgelegd, wordt eveneens de looptijd van deze maatregel bepaald, en indien de maatregel wordt opgelegd voordat een rechtsvordering of een andere handeling werd ingesteld, wordt eveneens de termijn vastgelegd waarin de zekerheidsnemer een zaak aanhangig moet maken, m.a.w. een verzoek moet indienen om een andere procedure in te leiden die de maatregel rechtvaardigt. De rechtbank verlengt op verzoek van de zekerheidsnemer de looptijd van de voorlopige maatregel, op voorwaarde dat de omstandigheden op grond waarvan de maatregel werd opgelegd niet zijn gewijzigd.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Er kan beroep worden aangetekend tegen een uitspraak in eerste aanleg binnen acht dagen nadat de uitspraak in eerste aanleg wordt betekend of ter kennis gebracht, tenzij anders wordt bepaald door de OZ. Een beroep schort de afdwingbaarheid van een uitspraak per definitie niet op. Het hof van beroep beslist over het beroep.

Een beroep tegen een uitspraak over het verzoek om een bewarende maatregel op te leggen wordt niet naar de tegenpartij verstuurd. Het hof van beroep doet een uitspraak over het beroep binnen dertig dagen na ontvangst.

Er is geen rechtsmiddel mogelijk tegen een notariële akte of een onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd. Een schuldenaar kan echter wel bezwaar aantekenen tegen de notariële zekerheidstelling in een bijzondere procedure waarin hij de overeenkomsten zal betwisten. Derden kunnen bezwaar aantekenen tegen de notariële zekerheidstelling in een gerechtelijke procedure, in overeenstemming met de regels die van toepassing zijn op het aantekenen van bezwaar tegen een gerechtelijke zekerheidstelling.

Een herziening is enkel toegestaan in procedures met betrekking tot de zekerheidstelling, indien het in tweede aanleg uitgesproken vonnis afhangt van de afhandeling van een kwestie in het materieel recht of procesrecht die van belang is voor de uniforme toepassing van de wet en de gelijkheid van alle partijen bij de toepassing ervan, in overeenstemming met de procedureregels. Een nieuw proces is niet toegestaan en de terugkeer naar de eerdere toestand is uitsluitend toegestaan wanneer een termijn voor het aantekenen van beroep of bezwaar niet werd gehaald.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 25/09/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Italië

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Italiaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 De verschillende soorten maatregelen

Voorlopige maatregelen vallen in twee categorieën uiteen: bewarende of conservatoire maatregelen (misure conservative), die beslag van goederen omvatten, en voorlopige maatregelen (misure anticipatorie), die vaak toepassing vinden in het familierecht. Er zijn tevens noodmaatregelen (provvedimenti d’urgenza, artikel 700 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), waarvan de inhoud per geval door het gerecht wordt vastgesteld overeenkomstig de te treffen voorzorgen.

De voorlopige en bewarende maatregelen hebben de volgende belangrijke kenmerken gemeen: ze vereenvoudigen en bespoedigen de procedures, zijn doorgaans voorlopig van aard en dienen de zaak ten gronde. Deze ondersteunende relatie is echter geen wezenlijk kenmerk. Sinds 2005 hoeven de voorlopige maatregelen in specifieke gevallen niet te worden gevolgd door een uitspraak ten gronde. In deze gevallen wordt de voorlopige maatregel in feite een zelfstandig en permanent instrument, hoewel een dergelijke maatregel misschien niet het soort maatregel is dat middels een uitspraak ten principale wordt vastgesteld.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

Voorlopige maatregelen moeten aan twee voorwaarden voldoen:

A) periculum in mora, d.w.z. er moet gegronde vrees bestaan dat het recht dat de voorlopige maatregel beoogt te beschermen in afwachting van de uitspraak ten principale onherstelbaar wordt beschadigd;

B) fumus boni juris, d.w.z. de vordering moet aannemelijk worden gemaakt.

2.1 De procedure

Het verzoek om de toepassing van een voorlopige maatregel wordt ingediend bij de bevoegde rechtbank, die doorgaans ook de hoofdprocedure behandelt. De rechtbank onderzoekt de zaak kort, hoort beide partijen en vaardigt vervolgens de voorlopige maatregel uit. De voorlopige maatregel mag ook worden uitgevaardigd zonder de wederpartij te horen, indien dagvaarding van de wederpartij toepassing van de maatregel kan belemmeren.

2.2 De basisvereisten

Voorlopige maatregelen moeten aan de twee eerder genoemde voorwaarden voldoen: periculum in mora en fumus boni juris.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

Voorlopige maatregelen zijn uit de aard der zaak tijdelijk, in afwachting van de uitspraak in het hoofdgeding. Hoewel dit voor bewarende maatregelen altijd geldt, die vereisen dat het hoofdgeding aanhangig is, geldt dit slechts ten dele voor voorlopige maatregelen. Deze blijven van kracht ongeacht of er een procedure aanhangig is, hoewel ze niet dezelfde rechtskracht hebben als een einduitspraak in de zaak in kwestie.

De inhoud van voorlopige maatregelen is afhankelijk van het soort gevaar dat ze beogen af te wenden. Er kan bijvoorbeeld beslag gelegd worden op het vermogen van de schuldenaar. Een bevel om een ten onrechte ontslagen werknemer weer aan te stellen houdt daarentegen de verplichting in om een bepaalde handeling te verrichten.

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Afhankelijk van het doel kunnen de maatregelen van toepassing zijn op roerende of onroerende zaken, maar ook op intellectuele eigendom en door auteursrecht beschermde werken.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Bewarende maatregelen hebben tot doel om de bewaring van rechten te verzekeren waarvan de erkenning langs andere weg gevraagd wordt voor de rechter in het hoofdgeding, met behoud van de status quo, zowel feitelijk als rechtens. Voorlopige maatregelen daarentegen hebben vergelijkbare gevolgen als de einduitspraak die in het hoofdgeding wordt verwacht.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Voorlopige maatregelen blijven van kracht totdat er uitspraak is gedaan in het hoofdgeding en de voorlopige maatregelen worden bekrachtigd of ingetrokken. Bewarende maatregelen, waarvoor het hoofdgeding aanhangig moet zijn (bijv. goedkeuring voor beslag krachtens artikel 670 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering of bewarend beslag krachtens artikel 671 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), verliezen hun kracht indien er geen gerechtelijke procedure wordt gestart of deze niet binnen de door de wet of de rechter gestelde termijn worden voortgezet, of indien een door de rechter gelaste zekerheid niet is gesteld. Voorlopige maatregelen, met inbegrip van bijzondere maatregelen (waarvan de inhoud wordt bepaald door de rechter en niet door de wet, krachtens artikel 700 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), blijven ook van kracht wanneer het hoofdgeding niet wordt ingeleid of wel wordt ingeleid maar vervolgens wordt gestaakt, zelfs indien ze niet in de einduitspraak kunnen worden opgenomen.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen uitspraken die voorlopige maatregelen bekrachtigen of intrekken kan beroep worden aangetekend (artikel 669 terdecies) op de grond dat deze onjuist zijn of door aan het hof van beroep aanvullende omstandigheden en feiten voor te leggen die niet in het oorspronkelijke verzoekschrift waren opgenomen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 09/01/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Litouwen


1 De verschillende soorten maatregelen

Artikel 145 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in verschillende typen voorlopige maatregelen. Voorlopige maatregelen kunnen bestaan in:

  1. beslag op de onroerende goederen van de verweerder;
  2. de registratie in het openbare register van het verbod op eigendomsoverdracht;
  3. beslag op roerende goederen, geld of eigendomsrechten van de verweerder die in het bezit zijn van de verweerder of van derden;
  4. de verbeurdverklaring van voorwerpen van de verweerder;
  5. de benoeming van een bewindvoerder voor het vermogen van de verweerder;
  6. het verbod voor de verweerder om deel te nemen aan bepaalde transacties of om bepaalde handelingen uit te voeren;
  7. het verbod voor andere personen om goederen aan de verweerder over te dragen of om andere verplichtingen te voldoen;
  8. in uitzonderlijke gevallen het verbod voor de verweerder om zijn permanente verblijfplaats te verlaten en (of) het verbod om een kind de permanente woonplaats te laten verlaten zonder toestemming van de rechtbank;
  9. de opschorting van de tegeldemaking van activa wanneer er een rechtsvordering is ingediend voor de opheffing van het beslag op deze activa;
  10. aanhouding tijdens doorzoeking;
  11. de beslissing van tijdelijke bewaring van materiaal of het opleggen van tijdelijke beperkingen;
  12. de plicht om te zorgen dat schade wordt voorkomen of dat de gevolgen ervan worden beperkt;
  13. overige maatregelen waarin de wet voorziet of die door de rechtbank worden bevolen en waarvan de niet-naleving de uitvoering van de rechterlijke beslissing in gevaar kan brengen of kan leiden tot het niet uitvoeren van de beslissing de rechtbank.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

Op verzoek van de partijen bij het geding of andere betrokken personen kan de rechtbank voorlopige maatregelen opleggen als de betrokkenen hun rechtsvordering kunnen rechtvaardigen en indien de niet-naleving van die maatregelen de uitvoering van de rechterlijke beslissing in gevaar kan brengen of kan leiden tot het niet uitvoeren van de beslissing van de rechtbank.

De rechtbank kan alleen op eigen initiatief voorlopige maatregelen bevelen in gevallen waarin het nodig is om het openbare belang te beschermen en als de afwezigheid van die maatregelen zou leiden tot een inbreuk op de persoon, de samenleving, de rechten van de staat en rechtmatige belangen.

De voorlopige maatregelen kunnen worden toegepast als er geen vordering is en tijdens de gehele civiele procedure.

2.1 De procedure

De verzoeken voor voorlopige maatregelen worden onderzocht door de rechtbank van eerste aanleg of, in de gevallen die worden genoemd in de De link wordt in een nieuw venster geopend.Wet betreffende handelsarbitrage, door de rechtbank van Vilnius. Wanneer een verzoek om voorlopige maatregelen bij een rechtsvordering is gevoegd, wordt dit verzoek pas behandeld na toelating van de vordering waarbij het is gevoegd. De rechtbank onderzoekt het verzoek om voorlopige maatregelen onmiddellijk via een schriftelijke procedure en uiterlijk binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek. Wanneer de rechtbank dit nodig vindt, wordt het onderzoek van het verzoek om voorlopige maatregelen aan de verweerder medegedeeld.

De partijen in het geding mogen verzoeken om voorlopige maatregelen indienen bij het hof van beroep en het hof van cassatie indien daar een bodemgeschil aanhangig is gemaakt.

De rechtbank kan voorlopige maatregelen opleggen op basis van een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek van de desbetreffende partij totdat de rechtsvordering bij de rechtbank wordt ingesteld. Bij indiening van het verzoek moet de eiser de redenen specificeren waarom de rechtsvordering niet bij dit verzoek is gevoegd, bewijs verstrekken van de dreiging ten opzichte van de belangen van de eiser en een aanbetaling doen die gelijk is aan de helft van het zegelrecht (100 litas) voor het verzoek om voorlopige maatregelen. Bij het verzoek om toepassing van voorlopige maatregelen in verband met zaken die worden onderzocht in het kader van een nationale of internationale arbitrage of door internationale rechtbanken wordt een borgsom van 1000 litas gevraagd. De eiser kan vragen dat het bedrag van de borgsom wordt verlaagd wanneer hij kan bewijzen dat hij in een lastige financiële situatie zit. Na toepassing van de voorlopige maatregelen bepaalt de rechtbank een termijn waarbinnen de vordering moet worden ingediend. Deze termijn is niet langer dan veertien dagen. Als de vordering moet worden ingediend bij een buitenlandse rechtbank mag de termijn niet langer zijn dan 30 dagen. Als de vordering niet is ingediend binnen de termijnen die zijn gespecificeerd door de rechtbank, worden de voorlopige maatregelen opgeheven. Wanneer de vordering niet is ingesteld door de fout van de betrokken partij, wordt de borgsom niet terugbetaald.

De verzoeken om voorlopige maatregelen moeten worden ingediend bij de rechtbank die, in overeenstemming met de regels van bevoegdheid, kennis neemt van de overeenkomstige rechtsvordering. De verzoeken om voorlopige maatregelen in verband met zaken die worden onderzocht in het kader van een nationale of internationale arbitrage of door internationale rechtbanken worden overgedragen aan de regionale rechtbank van Vilnius.

Op het met redenen omklede verzoek van partijen bij het geding of andere betrokken personen kan de rechtbank een voorlopige maatregel vervangen door een andere. De rechtbank moet de vervanging van een voorlopige maatregel door een andere bekend maken aan de partijen bij het geding en aan de andere betrokken personen. De genoemde partijen en andere betrokken personen hebben het recht om hier bezwaar tegen te maken.

De rechtbank kan afzien van de voorlopige maatregelen als de verweerder het geëiste bedrag betaalt of als de verweerder waarborgen heeft. Daarnaast mag de verweerder zijn goederen verpanden ten gunste van de civiele partij.

2.2 De basisvereisten

(Zie punt 2.)

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

De voorlopige maatregelen kunnen betrekking hebben op onroerende goederen, roerende voorwerpen, fondsen en eigendomsrechten.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De niet-naleving van de voorlopige maatregelen kan de uitvoering van de uitspraak in gevaar brengen of kan leiden tot het niet uitvoeren van de uitspraak van de rechtbank. In de gevallen dat de eigendomsrechten van een voorwerp dat bij een gemeenschappelijk eigendom hoort tijdelijk beperkt worden, mag er alleen beslag worden gelegd op de goederen die van de persoon zijn die het doel is van de voorlopige maatregelen. Als de persoonlijke goederen niet bepaald zijn en in afwachting van de bepaling van de persoonlijke goederen in het gemeenschappelijke eigendom, mag er beslag worden gelegd op alle goederen.

Na beslaglegging op fondsen op bankrekeningen en andere rekeningen voor het vestigen van krediet, zijn alleen die transacties toegestaan waarvoor de rechtbank opdracht geeft.

In gevallen dat er beslag wordt gelegd op circulerende handelswaren, grondstoffen, halffabricaten of eindproducten heeft de eigenaar het recht om de vorm en structuur ervan te wijzigen op voorwaarde dat de algemene waarde ervan niet afneemt en dat de beslissing van de rechtbank daarover niets anders bepaalt.

De persoon wiens goederen in beslag zijn genomen, wordt verantwoordelijk gehouden voor inbreuk op de opgelegde beperkingen vanaf het moment dat de beslissing tot beslag aan hem is betekend. Wanneer een kennisgeving niet mogelijk is en als er een beslissing tot voorlopige maatregelen wordt gegeven in afwezigheid van deze persoon, wordt deze verantwoordelijk gehouden vanaf het moment van inschrijving van de uitspraak in het register voor goederenbeslag.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Als de rechtbank de rechtsvordering verwerpt, blijven de voorlopige maatregelen van kracht totdat de uitspraak van de rechtbank van kracht wordt. De rechtbank bepaalt bij beslissing een termijn voor de voorlopige maatregelen.

Als de rechtsvordering wordt aanvaard, blijven de opgelegde voorlopige maatregelen van kracht tot het moment van uitvoering van de rechterlijke beslissing. Na uitvoering van de gerechtelijke uitspraak maakt de gerechtsdeurwaarder aan het overeenkomstige openbare register bekend dat de voorlopige maatregelen zijn beëindigd.

Wanneer er beslag wordt gelegd op roerende goederen die niet kunnen worden geregistreerd in het goederenregister of als de hoeveelheid en aard van de goederen van de verweerder niet bekend zijn bij de rechtbank op de dag dat deze de beschikking verstrekt, moet de persoon die heeft verzocht om de voorlopige maatregelen contact opnemen met de deurwaarder om het eigendom van de verweerder te vinden en te beschrijven. Als er geen contact wordt opgenomen met de deurwaarder en als de gegevens van de in beslag genomen goederen niet worden gespecificeerd, worden de voorlopige maatregelen beëindigd na veertien dagen na de datum van beschikking van de voorlopige maatregelen. Op verzoek van de partijen bij het proces en overige betrokken personen kunnen de voorlopige maatregelen nietig worden verklaard door de rechtbank waar de zaak aanhangig is gemaakt.

De rechtbank kan de voorlopige maatregelen op eigen initiatief intrekken wanneer de persoon die daarom heeft verzocht geen vordering heeft ingediend binnen de door de rechtbank gespecificeerde termijn. Het is niet mogelijk om afzonderlijk beroep in te stellen tegen deze beslissing. De rechtbank kan ook op eigen initiatief voorlopige maatregelen intrekken in gevallen waar het nodig is om het openbare belang te beschermen en als de afwezigheid van die maatregelen inbreuk maakt op personen, de samenleving, de rechten van de staat en rechtmatige belangen.

Wanneer de voorlopige maatregelen die de rechtbank heeft opgelegd, de rechten van personen die niet deelnemen aan het geding belemmeren, beperken of aantasten, hebben deze personen het recht om te verzoeken om nietigverklaring van de voorlopige maatregelen bij de rechtbank waar de zaak aanhangig is gemaakt.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De partijen bij het proces mogen bij een hogere rechter beroep instellen tegen elke beslissing ten aanzien van de voorlopige maatregelen die zijn opgelegd in eerste aanleg, met uitzondering van bepaalde gevallen die zijn bepaald in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Derden bij het geding kunnen alleen afzonderlijk beroep instellen voor uitspraken in eerste aanleg die een weigering inhouden om in te gaan op hun verzoek van nietigverklaring van voorlopige maatregelen. Het indienen van een afzonderlijk beroep schort het geding niet op.

Over gerechtelijke beschikkingen ten aanzien van voorlopige maatregelen mag geen verzoek in cassatie worden ingediend.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/01/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Luxemburg

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels


1 De verschillende soorten maatregelen

Het Luxemburgse recht kent verschillende soorten maatregelen die erop gericht zijn de rechten van partijen veilig te stellen in afwachting van de afloop van een bodemprocedure waarin een definitieve uitspraak ter zake van de vorderingen zal worden gegeven.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • maatregelen die door de rechter worden genomen zonder behandeling op tegenspraak. In dat geval wordt de rechter eenzijdig door een partij verzocht om toepassing van een voorlopige maatregel, en de rechter doet dan uitspraak op basis van de door deze partij overgelegde stukken;
  • maatregelen die door de rechter worden genomen na behandeling op tegenspraak. In dat geval doet de rechter pas uitspraak nadat er een openbare zitting heeft plaatsgevonden (of soms een zitting in raadkamer) tijdens welke zitting partijen de mogelijkheid hebben hun standpunt toe te lichten. Partijen worden voor deze zitting opgeroepen door middel van een dagvaarding (deurwaardersexploot) of door middel van een oproeping van de griffier, afhankelijk van de in de wet voorgeschreven procedurele vereisten.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

In alle spoedeisende gevallen kan de kortgedingrechter in kort geding alle maatregelen opleggen die niet op enige ernstige betwisting stuiten of die door het bestaan van een geschil gerechtvaardigd zijn.

Hij kan eveneens uitspraak doen over de moeilijkheden met betrekking tot de tenuitvoerlegging van zijn eigen beschikkingen.

Hij kan in kort geding eveneens de bewarende maatregelen of maatregelen ter herstel opleggen die nodig zijn om hetzij een dreigende schade te voorkomen, hetzij een klaarblijkelijk onwettige stoornis in het bezit te doen stoppen.

2.1 De procedure

Een vordering in kort geding wordt door dagvaarding op een zitting gebracht op de dag en het uur dat voor kortgedingzittingen gebruikelijk is.

In spoedeisende zaken kan de president of de rechter die hem vervangt, echter toelaten ter zitting of te zijnen huize te dagvaarden op het bepaalde uur, zelfs op feestdagen of op doorgaans niet-werkdagen.

In spoedeisende gevallen kan de president van de arrondissementsrechtbank of de rechter die hem vervangt, in kort geding alle maatregelen opleggen die niet op enige ernstige betwisting stuiten of die door het bestaan van een geschil gerechtvaardigd zijn. Hij kan eveneens uitspraak doen over de moeilijkheden met betrekking tot de tenuitvoerlegging van een vonnis of een andere executoriale titel. Indien het kort geding betrekking heeft op moeilijkheden betreffende de tenuitvoerlegging van een titel of een vonnis, is de rechter van de plaats waar de tenuitvoerlegging wordt vervolgd, bevoegd.

De president of de rechter die hem vervangt, kan in kort geding de bewarende maatregelen of maatregelen ter herstel opleggen die nodig zijn om hetzij een dreigende schade te voorkomen, hetzij een klaarblijkelijk onwettige stoornis in het bezit te doen stoppen. Om de integriteit van de bewijzen te waarborgen, kan hij elke nuttige maatregel van instructie opleggen, met inbegrip van het horen van getuigen.

Er bestaat een groot aantal specifieke wettelijke bepalingen waarin de toepasselijke voorlopige of bewarende maatregelen op bepaalde gebieden worden omschreven (bv. inzake huur, onverdeelde boedel, gemeenschappelijke eigendom, successie, huwelijksgoederengemeenschap enz.). De competentieregels blijken doorgaans specifiek uit de wettekst op grond waarvan de rechter een voorlopige maatregel kan opleggen. Er bestaat geen algemene competentieregel, zij het dat gewoonlijk de bevoegdheid voor het opleggen van voorlopige maatregelen wordt toegekend aan de president van de rechtbank die ook uitspraak doet in de bodemprocedure.

Wanneer er geen speciale procedure is voorgeschreven, dient de partij die een voorlopige maatregel wenst te laten opleggen, zich tot de kortgedingrechter te wenden. Afhankelijk van het belang van de zaak is dat de vrederechter (juge de paix) (tot 10 000 EUR) of de kortgedingrechter in de rechtbank van het desbetreffende arrondissement. Deze rechters hebben een algemene bevoegdheid om bewarende maatregelen of maatregelen ter herstel op te leggen die nodig zijn om hetzij een dreigende schade te voorkomen, hetzij een klaarblijkelijk onwettige stoornis in het bezit te doen stoppen.

In het algemeen is de bijstand van een advocaat niet verplicht.

2.2 De basisvereisten

De rechter zal over het algemeen deze maatregelen pas opleggen indien er sprake is van een noodzaak of een spoedeisend belang, hetgeen ter beoordeling van de rechter is.

Indien een schuldeiser verzoekt om toestemming voor beslaglegging, moet de rechter, op basis van de aan hem overgelegde stukken en gegeven toelichting, verifiëren of de schuldvordering hem in beginsel gegrond lijkt te zijn.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Voorlopige maatregelen kunnen betrekking hebben op alle roerende zaken van een persoon. Slechts bepaalde zaken die in het dagelijkse leven onmisbaar zijn, zijn volgens de wet niet vatbaar voor beslag.

Op grond van de Luxemburgse wet kan conservatoir beslag worden gelegd op het salaris en de beloning van een persoon en zelfs op vervangende inkomsten (pensioenen, renten enz.). Een deel van het inkomen, zijnde het bedrag dat onmisbaar wordt geacht om in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien, is evenwel niet vatbaar voor beslag.

Het is daarentegen niet mogelijk conservatoir beslag te laten leggen op onroerende goederen. Beslag op onroerende goederen is slechts mogelijk op grond van een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

In de meeste gevallen is het aan de rechter zelf om de gevolgen te bepalen van de maatregel ter zake waarvan hij een beslissing dient te nemen. Zo kan hij de gevolgen van zijn beschikking in de tijd beperken of bepalen dat de maatregel slechts op bepaalde goederen of handelingen betrekking heeft.

Ingeval door de rechter toestemming is gegeven voor beslaglegging op basis van een eenzijdig verzoek van een partij, schrijft de wet vaste termijnen voor waarbinnen een verzoek tot bekrachtiging bij de rechter moet worden ingediend. Indien binnen die termijn niet om bekrachtiging is verzocht, wordt het beslag van rechtswege nietig.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Men spreekt van voorlopige maatregelen indien de wet de rechter de mogelijkheid biedt een tijdelijke regeling te treffen in geval van een geschil tussen verschillende partijen, in afwachting van een definitieve oplossing na afloop van een volledig proces.

Volgens het Europees Hof van Justitie gaat het om "maatregelen die worden genomen teneinde de rechten veilig te stellen ter zake waarvan daarnaast aan de rechter in de bodemprocedure om erkenning is verzocht, waarbij de alsdan bestaande feitelijke en juridische status blijft gehandhaafd".

Het gaat eveneens om maatregelen die worden genomen om een bepaalde situatie niet te laten verslechteren.

In de praktijk geven deze maatregelen een schuldeiser de mogelijkheid zich te wapenen tegen het risico van het onbetaald blijven van vorderingen, waarbij twee wegen kunnen worden bewandeld: enerzijds kunnen de goederen van de schuldenaar onvervreemdbaar worden verklaard, anderzijds kan er op die goederen een zekerheid worden gevestigd, hetgeen de schuldeiser een droit de suite geeft wanneer deze goederen in andere handen komen.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen een door de kortgedingrechter gegeven beschikking op tegenspraak staat hoger beroep open. Er moet evenwel reeds hoger beroep worden ingesteld binnen 15 dagen na betekening van de beschikking.

Tegen een door de rechter op eenzijdig verzoek gegeven beslissing staat echter geen hoger beroep open. De partij die van mening is dat een dergelijke maatregel ten onrechte is genomen, heeft evenwel de mogelijkheid zich tot de kortgedingrechter te wenden met het verzoek een nieuwe bewarende maatregel op te leggen, waarbij de gevolgen van de maatregel die de rechter heeft genomen op basis van door één partij verstrekte gegevens, worden opgeschort.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.legilux.lu/


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 20/03/2019

Voorlopige en beschermende maatregelen - Malta


1 De verschillende soorten maatregelen

Er zijn verschillende soorten conservatoire maatregelen:

  • bevel van beschrijving (warrant of description);
  • bevel tot beslaglegging (warrant of seizure);
  • bevel tot beslaglegging op een goed renderende onderneming (warrant of seizure of a commercial going concern);
  • derdenbeslag (garnishee order);
  • bevel tot belemmering van vertrek (warrant of impediment of departure);
  • bevel tot aanhouding van zeeschepen (warrant of arrest of sea vessels);
  • bevel tot aanhouding van een vliegtuig (warrant of arrest of aircraft);
  • bevel tot vordering tot staking (warrant of prohibitory injunction).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

De maatregelen zijn geregeld bij hoofdstuk 12 van de Wetten van Malta, afdelingen 829 en volgende. In sommige gevallen kunnen ook bepalingen van speciale wetten van toepassing zijn.

2.1 De procedure

Het verzoek om vaststelling van conservatoire maatregelen moet geschieden door middel van een door de verzoeker op te stellen beëdigde verklaring waarin de oorzaak en het type van de zeker te stellen schuld of vordering moeten worden vermeld: wanneer het zeker te stellen recht een schuld is of een eis waaraan moet worden voldaan door de betaling van een bepaalde som geld, moet het bedrag ervan in de vordering worden vermeld.

2.2 De basisvereisten

Deze bevelen worden uitgevaardigd door de rechter. Een bevel tot beschrijving of een bevel tot belemmering van vertrek kan, gelet op de eedaflegging van verweerder, niet worden uitgevaardigd door de vredesrechter (Court of Magistrates, Qorti tal-Maġistrati) voor Malta of de vredesrechter in zijn lagere bevoegdheid voor Gozo. Bovendien kan geen bevel tot beslaglegging of een derdenbeslag worden uitgevaardigd tegen de regering om rechten of vorderingen zeker te stellen. Er kan geen bevel tot beslaglegging of derdenbeslag met het oog op het zekerstellen van rechten of vorderingen worden uitgevaardigd tegen een lid van de strijdmachten of tegen een geheel ten dienste van de regering van Malta gecharterd schip indien deze, indien van toepassing met de strijdmacht of met het schip waartoe hij behoort, in Malta is. Ook kan er ter zekerstelling van een recht of vordering geen bevel tot belemmering van vertrek worden uitgevaardigd tegen een kapitein, zeeman of andere regelmatig aangemonsterde persoon indien het schip waartoe hij behoort een zeebrief heeft verkregen, of tegen een op een schip aangestelde werktuigkundige van ongeacht welke rang.

Er moet altijd worden verwezen naar de afdelingen 829 en volgende van hoofdstuk 12 van de Wetten van Malta. In sommige gevallen kunnen ook bepalingen van bijzondere wetten van toepassing zijn.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

Het doel van bewarende maatregelen is om een feitelijke of juridische situatie te handhaven ter bewaring van (verhaals)rechten. Het doel van voorlopige maatregelen is om, vooruitlopend op een beslissing in een bodemgeding, een feitelijke of juridische situatie in het leven te roepen.

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Deze maatregelen zijn van toepassing op roerende en onroerende activa. Ook kan er een bevel tot beslaglegging worden uitgevaardigd tegen een goed renderende onderneming. Er kan een bevel tot inverzekeringstelling worden uitgevaardigd tegen zeeschepen van meer dan tien meter, evenals tegen vliegtuigen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De gevolgen variëren al naar gelang de aard van de maatregelen, maar normaliter kunnen noch roerende noch onroerende activa worden verkocht of aan derden worden overgedragen.

Een bevel tot beschrijving kan worden uitgevaardigd om een recht op roerende zaken te verzekeren. Om in dat geval de verzoekende partij in staat te stellen dit recht uit te oefenen, kan het in het belang van de verzoekende partij zijn om deze roerende zaken op de plaats of in de staat te laten waarop respectievelijk waarin ze zich bevinden. In een bevel tot beslaglegging op roerende zaken legt de griffier beslag op de/het in het verzoek aangegeven goederen/goed van de schuldenaar. Het effect van een beslaglegging op een goed renderende onderneming is dat de totaliteit van de activa van de onderneming, met inbegrip van licenties en goodwill, in stand wordt gehouden en dat wordt gelast dat de onderneming niet geheel of gedeeltelijk mag worden verkocht en in bedrijf moet worden gehouden. Hoe dan ook zal de rechter geen verzoek tot uitvaardiging van een bevel inwilligen indien hij vaststelt dat er andere middelen zijn om het verschuldigde bedrag veilig te stellen. Omgekeerd is het effect van een bevel tot beslaglegging op schepen of vliegtuigen dat beslag wordt gelegd op het zeeschip langer dan tien meter of het vliegtuig van de schuldenaar en dit vervolgens wordt overgedragen aan de autoriteit van de plaats waar het zich bevindt, waarbij wordt gelast dat deze autoriteit dat zeeschip of vliegtuig niet mag vrijgeven of de schuldenaar niet in staat mag stellen dit op enigerlei wijze geheel of gedeeltelijk af te stoten, of om rechten op dit schip of vliegtuig aan iemand anders te geven of af te staan. Het doel van het bevel tot vordering van staking is om een persoon ervan te weerhouden iets te doen dat schade berokkent aan de persoon die om het bevel heeft verzocht.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Tenzij een conservatoire maatregel wordt opgeheven door de rechtbank of wordt ingetrokken door de partij die de maatregel treft, blijft elk conservatoire maatregel van kracht gedurende vijftien dagen nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Er is geen beroep mogelijk tegen deze maatregelen. Wel kunnen er tegenmaatregelen worden uitgevaardigd. In dit geval kan de verweerder tegen wie de conservatoire maatregel is vastgesteld een verzoekschrift indienen bij de rechtbank die de conservatoire maatregel heeft vastgesteld. Of hij of zij kan, indien een rechtszaak is aangespannen, een verzoekschrift indienen bij de rechtbank die de zaak behandelt en verzoeken om gehele of gedeeltelijke intrekking van de conservatoire maatregel, om een van de volgende redenen:

  • de conservatoire maatregel is niet meer van kracht;
  • aan enige van de op grond van de wet na te komen voorwaarden voor de vaststelling van de conservatoire maatregel is feitelijk niet voldaan;
  • er is een andere adequate waarborg beschikbaar ter genoegdoening van de vordering van de persoon op wiens verzoek de conservatoire maatregel werd vastgesteld, ofwel door een andere conservatoire maatregel vast te stellen, ofwel als die andere waarborg de vordering op toereikende wijze kan zekerstellen; of
  • er wordt aangetoond dat het gevorderde bedrag niet prima facie gerechtvaardigd is of buitensporig is; of
  • de verstrekte waarborg wordt door de rechtbank als voldoende beschouwd; of

er wordt aangetoond dat het in de gegeven omstandigheden redelijk zou zijn om de conservatoire maatregel geheel of gedeeltelijk te handhaven, of dat de conservatoire maatregel geheel of gedeeltelijk niet meer noodzake


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 22/03/2017

Voorlopige en beschermende maatregelen - Nederland


1 De verschillende soorten maatregelen

Welke verschillende soorten maatregelen zijn er?

Er zijn twee soorten maatregelen: voorlopige en bewarende maatregelen.

Voorlopige maatregelen zijn maatregelen die vooruit lopen op beslissingen van de rechter in een bodemprocedure. De uitspraak van de rechter in de bodemprocedure kan de voorlopige maatregel bekrachtigen of terzijde stellen.

Bewarende maatregelen zijn maatregelen die tot doel hebben zeker te stellen dat de schuldenaar zijn verplichtingen nakomt. Schuldeisers kunnen hiermee voorkomen dat zij niet krijgen waarop zij recht hebben.

De rechter kan voorlopige en bewarende maatregelen gelasten met betrekking tot de goederen van de schuldenaar. De wetgever heeft aan de schuldeiser het recht gegeven reeds vóór het vonnis, zelfs vóór de procedure, bepaalde maatregelen te vragen , die strekken tot behoud van de rechten die pas na het vonnis kunnen worden uitgeoefend. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat de wederpartij het verhaalsrecht van de schuldeiser illusoir maakt door, bijvoorbeeld, goederen te verkopen, onvindbaar te maken of weg te schenken of met pand of hypotheek te bezwaren.

1.1 Voorlopige maatregelen

Voorlopige maatregelen worden getroffen in kort geding of in een aanhangige bodemprocedure.

Voor voorlopige voorzieningen in scheidingsprocedures gelden speciale regels.

1.2 Bewarende maatregelen

A. Conservatoir beslag

De rechter kan de schuldeiser verlof geven om conservatoir beslag te leggen op de goederen van de schuldenaar. Dit heeft tot doel is bewaring van de goederen totdat het door de beslaglegger gevraagde recht is vastgesteld.

Er bestaan vier soorten conservatoire beslagen:

  1. De conservatoire verhaalsbeslagen. Er wordt beslag gelegd op goederen na een toewijzend vonnis tot nakoming van een geldvordering.
  2. Conservatoir beslag tot afgifte van roerende zaken of levering van goederen. Hierbij wordt beslag gelegd onder de schuldenaar om bewaring van rechten als eigenaar of gerechtigde tot levering te verzekeren.
  3. Het conservatoir maritaal beslag. De echtgenoot, die echtscheiding, scheiding van tafel en bed of opheffing van de huwelijksgoederengemeenschap verzoekt, kan dit beslag leggen, teneinde te voorkomen dat goederen aan de gemeenschap worden onttrokken voor de verdeling plaatsvindt.
  4. Het conservatoir bewijsbeslag. Dit beslag heeft als doel om bewijsmateriaal veilig te stellen.

B. Gerechtelijke bewaring

Deze maatregel ziet vooral op gevallen waarin gevaar bestaat dat zaken aan een beslag zullen worden onttrokken. Op verzoek van de conservatoir beslaglegger beveelt de rechter dat de zaken die zijn of zullen worden beslagen, worden afgegeven aan een door hem aan te wijzen bewaarder .

Ook los van beslag kan gerechtelijke bewaring worden bevolen.

C. Onderbewindstelling

Goederen waarover geschil bestaat aan wie zij toekomen kunnen door de rechter onderbewind gesteld worden. Voorbeeld: er bestaat geschil over het recht op levering van een onderneming. Beslag op of gerechtelijke bewaring van de goederen van de onderneming zou aan voortzetting van de onderneming in de weg kunnen staan. De bewindvoerder kan hangende het geschil de onderneming voortzetten.

D. Verzegeling en boedelbeschrijving

Met verlof van de kantonrechter kunnen zaken die tot een nalatenschap of bepaalde gemeenschappen behoren door de notaris worden verzegeld. Een advocaat is niet nodig. Deze maatregel komt weinig voor. Ze kan onder meer worden gevraagd door erfgenamen, de overgebleven echtgenoot of geregistreerd partner, executeurs en (beperkt) gerechtigden op een aandeel van de gemeenschap.

Ontzegeling wordt eveneens aan de kantonrechter verzocht.

Op verzoek van onder meer bovengenoemde personen kan de kantonrechter een boedelbeschrijving door een notaris bevelen. Een advocaat is niet nodig. Doel van de maatregel is de omvang (en de waarde) van de boedel te bepalen. Het verzoek kan samen met een verzoek tot verzegeling of ontzegeling worden gedaan. De maatregel behelst een korte beschrijving van alle tot de boedel behorende goederen en schulden en, op verlangen van een partij, een taxatie van de waarde van de roerende zaken. Indien partijen het niet eens worden over de aanwijzing van de beëdigde taxateur(s), word(t)(en) deze benoemd door de notaris.

1.3 Voorlopige tenuitvoerlegging

De rechter kan zijn uitspraak desgevorderd uitvoerbaar bij voorraad verklaren in alle voorkomende gevallen, tenzij uit de wet of uit de aard van de zaak anders voortvloeit. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad moet, als dit niet uit de wet volgt, door de eiser worden gevorderd. De rechter kan dit niet ambtshalve uitspreken.

De uitspraak kan ingeval van uitvoerbaarverklaring bij voorraad meteen ten uitvoer worden gelegd, ook al zou tegen de beslissing verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld. De uitvoerbaarverklaring kan de gehele uitspraak betreffen of een deel ervan. Zonder uitvoerbaarheid bij voorraad zou de uitspraak ook kunnen worden geëxecuteerd, maar deze executie zou door het instellen van een rechtsmiddel worden geschorst. Wanneer een vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan de tenuitvoerlegging daarvan worden voortgezet en zelfs nog worden aangevangen nadat een rechtsmiddel tegen het vonnis is ingesteld.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

A. Conservatoir beslag

Conservatoir beslag wordt gelegd met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank. Het verlof wordt verzocht door een advocaat. De rechter mag in beginsel afgaan op de stellingen van de verzoeker. De schuldenaar wordt in beginsel niet gehoord. De beschikking volgt doorgaans dezelfde dag. Bij een geldvordering stelt de rechter het bedrag vast waarvoor het verlof wordt verleend. Hij kan zekerheidstelling bevelen voor schade die het beslag mocht veroorzaken.

Het beslag wordt gelegd bij exploot van een deurwaarder. De beslaglegger die later blijkt ten onrechte beslag te hebben gelegd kan tot schadevergoeding worden veroordeeld.

Aan de procedure met betrekking tot het vragen van conservatoir beslag zijn kosten verbonden zoals: griffierecht ( De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/), kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/) en kosten voor de inschakeling van een deurwaarder (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.kbvg.nl/).

B. Gerechtelijke bewaring

Gerechtelijke bewaring wordt op verzoek van de conservatoire beslaglegger bevolen door de voorzieningenrechter van de rechtbank. De beslagene en eventuele andere belanghebbenden worden gehoord behoudens spoedeisende omstandigheden. Tegen het bevel is geen hogere voorziening toegelaten. De rechter kan zekerheidstelling bevelen.

Los van beslag kan gerechtelijke bewaring worden bevolen door de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding.

Aan de procedure met betrekking tot het vragen van gerechtelijke bewaring zijn kosten verbonden zoals: griffierecht (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/), kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/) en loon bewaarder.

C. Onderbewindstelling

Onderbewindstelling wordt op vordering van de belanghebbende partij uitgesproken door de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding. De maatregel houdt geen verband met enig gelegd beslag. Eventuele op de goederen gelegde beslagen beperken de bewindvoerder niet in zijn bevoegdheden. De maatregel kan alle soorten goederen betreffen, roerende en onroerende zaken en vermogensrechten. Het bewind is vooral van belang om het beheer over de goederen van bijvoorbeeld ondernemingen door een onafhankelijke derde gedurende het geschil te doen voortzetten.

Aan de procedure met betrekking tot het vragen van onderbewindstelling zijn kosten verbonden zoals: griffierecht (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/), kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/) en loon bewindvoerder.

D. Voorlopige maatregelen

Het kort geding is een procedure die geheel los van een bodemprocedure kan worden gevoerd en niet door een bodemprocedure hoeft te worden gevolgd.

De voorzieningenrechter van de rechtbank is desgevraagd in alle zaken bevoegd tot het geven van een voorlopige voorziening. In zaken die als bodemzaak door de kantonrechter moeten worden behandeld is ook de kantonrechter bevoegd. Naast de normale territoriale bevoegdheid geldt een extra bevoegdheid voor de rechter in wiens rechtsgebied de maatregel moet worden getroffen. Ieder gebod of verbod dat in een bodemzaak zou kunnen worden gevorderd kan in kort geding worden gevraagd. Geldvorderingen zijn onder voorwaarden toewijsbaar (zie 2.2).

Bij de voorzieningenrechter moet eiser zich laten bijstaan door een advocaat. Gedaagde mag zich laten bijstaan door een advocaat. Bij de kantonrechter kunnen partijen zonder advocaat procederen. De behandeling is mondeling en informeel. Het vonnis krijgt men doorgaans na enkele weken. De voorlopige maatregel kan ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.  ‘Voorlopig’ wil zeggen dat de uitspraak juridisch omkeerbaar is. In een eventuele bodemprocedure kan immers een andere uitspraak volgen.

Aan deze procedure zijn de volgende kosten verbonden: griffierecht (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/), kosten voor het inschakelen van een deurwaarder (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.kbvg.nl/) en voor de eiser kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/).

Ook in een aanhangige bodemprocedure kunnen voorlopige voorzieningen worden getroffen, die gelden voor de duur van het geding. De te vragen voorlopige vordering moet samenhangen met de vordering in de hoofdzaak. Er wordt weinig gebruik van deze weg gemaakt.

In echtscheidingszaken kunnen voorlopige voorzieningen worden gevraagd voor de duur van de procedure en enige tijd daarna. Voorbeelden zijn: de echtelijke woning, de goederen bedoeld voor dagelijks gebruik, de kinderen en het levensonderhoud van de ene echtgenoot ten laste van de andere.

Deze voorzieningen worden bij apart verzoekschrift gevraagd, voorafgaand aan, tijdens en zelfs na een scheidingsprocedure tot op het moment waarop zij hun werking verliezen. De mondelinge behandeling moet uiterlijk in de derde week na indiening zijn begonnen en de rechter beslist zo spoedig mogelijk.

Aan deze procedure zijn de volgende kosten verbonden: griffierecht (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/) en kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/).

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

De rechter in een gewone dagvaardingsprocedure kan op vordering van de eiser zijn vonnis geheel of gedeeltelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren, tenzij uit de wet of uit de aard van de  zaak anders voortvloeit. Hij kan daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling verbinden. In kort geding is uitvoerbaarverklaring bij voorraad ook ambtshalve mogelijk. Hetzelfde geldt in een verzoekschriftprocedure.

2.2 De basisvereisten

A. Conservatoir beslag

Het verzoekschrift dient bepaalde gegevens te bevatten: de aard van het te leggen beslag en  het door de verzoeker ingeroepen recht en, als het om een geldvordering gaat, ook het (maximum) bedrag daarvan. Afhankelijk van het te leggen beslag moet bovendien al dan niet gegronde vrees voor verduistering worden gesteld. Een spoedeisend belang is niet noodzakelijk.

B. Gerechtelijke bewaring

Als het om het verzoek van een beslaglegger gaat is spoedeisendheid niet nodig. In kort geding moet de eiser wel een spoedeisend belang hebben. Vrees voor verduistering hoeft niet te worden gesteld.

C. Onderbewindstelling

Het gaat hier om een kort geding, zodat de eiser een spoedeisend belang moet hebben. Vrees voor verduistering hoeft niet te worden gesteld.

D. Voorlopige maatregelen

In kort geding geldt dat de eiser een spoedeisend belang moet hebben, dat de rechter de belangen van partijen tegen elkaar afweegt en dat de uitspraak een voorlopige voorziening oplevert. Het spoedeisend belang van eiser hoeft niet te liggen in omstandigheden van de gedaagde. De vordering mag betwist of betwistbaar zijn. Voor de toewijsbaarheid van geldvorderingen in kort geding gelden scherpere eisen. Daarbij wordt extra gelet op eisers spoedeisend belang, terwijl voorts in de belangenafweging het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - dat kan leiden tot weigering van de voorziening - zal moeten worden betrokken. Bij alle rechtbanken is een zogenaamd incasso-kort geding mogelijk voor onbetwiste of in redelijkheid niet te betwisten vorderingen uit overeenkomst ter zake van geleverde goederen en/of verrichte diensten.

Voor voorlopige voorzieningen in echtscheidingsprocedures en andere bodemprocedures gelden geen eisen in de sfeer van betwistbaarheid of spoedeisendheid van de zaak. Vrees voor verduistering speelt eveneens geen rol.

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

Niet van toepassing.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

Het doel van bewarende maatregelen is om een feitelijke of juridische situatie te handhaven ter bewaring van (verhaals)rechten. Het doel van voorlopige maatregelen is om, vooruitlopend op een beslissing in een bodemgeding, een feitelijke of juridische situatie in het leven te roepen.

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

A. Conservatoir beslag

In beginsel is conservatoir beslag mogelijk op alle soorten goederen, met uitzondering van  goederen bestemd voor de openbare dienst en op de zaken genoemd in art. 447, 448 en 712 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Voor conservatoir beslag op loon en andere vorderingen tot periodieke betaling geldt een beslagvrije voet. Conservatoir beslag kan ook worden gelegd op een beperkt recht of op een aandeel van een goed. De regels voor conservatoir beslag op een zodanig goed zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing (art. 707 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

B. Gerechtelijke bewaring

Roerende zaken die geen registergoederen zijn.

C. Onderbewindstelling

Alle goederen waarover geschil bestaat aan wie zij toekomen.

D. Voorlopige maatregelen

Alle soorten goederen kunnen inzet zijn van een vordering in kort geding of van een provisionele vordering in een bodemprocedure.

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

Niet van toepassing.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

A. Conservatoir beslag

Het gevolg van conservatoir beslag is blokkering. De beslagene mag de goederen niet meer verkopen, schenken, bezwaren, verhuren e.d. Deze beschikkingsonbevoegdheid is relatief: zij werkt alleen jegens de beslaglegger. Bij derdenbeslag mag de derde-beslagene eveneens geen betaling of afgifte meer doen. De bonafide derde-verkrijger wordt echter onder voorwaarden beschermd. Bij derdenbeslag is de derde-beslagene verplicht te verklaren wat hij voor de beslagene onder zich heeft. Het onttrekken van een goed aan het beslag is strafbaar.

B. Gerechtelijke bewaring

Het onttrekken van een goed aan gerechtelijke bewaring is strafbaar.

C. Onderbewindstelling

Het beheer van de goederen gaat op de bewindvoerder over.

D. Voorlopige maatregelen

De nakoming wordt vaak afgedwongen met een dwangsom.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

A. Conservatoir beslag

De rechter moet bij zijn verlof steeds de termijn bepalen waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet zijn ingesteld. Als nog geen hoofdzaak aanhangig is bepaalt de rechter in het beslagverlof een termijn van ten minste acht dagen na het beslag waarbinnen de hoofdzaak moet zijn ingesteld. Alleen een geding dat strekt tot het verkrijgen van een voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling tot voldoening aan de vordering ter verzekering waarvan het beslag is gelegd, kan als hoofdzaak worden aangemerkt. Het conservatoir beslag kan tussentijds door de rechter worden opgeheven op vordering van degene op wiens goederen beslag is gelegd of op verzoek van een andere belanghebbende. Overschrijding van de door de rechter gestelde termijn doet het beslag vervallen.

Conservatoir beslag gaat over in executoriaal beslag zodra de beslaglegger een voor executie vatbare executoriale titel heeft gekregen en deze aan de beslagene (en bij derdenbeslag ook aan de derde) is betekend.

Bij onherroepelijk worden van een afwijzing van de eis in de hoofdzaak vervalt het conservatoire beslag. Conservatoir beslag kan op vordering van de beslagene worden opgeheven.

B. Gerechtelijke bewaring

Gerechtelijke bewaring kan door de voorzieningenrechter.op vordering van elke belanghebbende in kort geding worden opgeheven Deze bepaalt desverlangd aan wie de bewaarder de zaak dient af te geven. Opheffing van het beslag waarin de bewaring haar grond vindt, heeft opheffing van de bewaring tot gevolg. De bewaarder geeft de zaak dan aan de beslagene af. Nadat bij onherroepelijk of uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is bepaald wie recht heeft op afgifte, geeft de bewaarder de goederen aan deze persoon af.

C. Onderbewindstelling

Voor zover nog niet aanhangig moet de vordering in de hoofdzaak worden ingesteld binnen een door de rechter te bepalen termijn. Bij overschrijding eindigt het bewind.

Nadat bij onherroepelijk of uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is bepaald wie rechthebbende is, doet de bewindvoerder de goederen aan deze persoon toekomen. Het bewind wordt door een gezamenlijk besluit van partijen of op verzoek van een van hen door de voorzieningenrechter opgeheven.

D. Voorlopige maatregelen

Voorlopige voorzieningen gelden totdat de rechter in de bodemprocedure heeft beslist.

De rechter in kort geding kan ook zelf de werking in tijd begrenzen of daaraan de voorwaarde verbinden dat binnen zekere termijn een bodemprocedure wordt gestart. Voorlopige voorzieningen gegeven in een bodemprocedure eindigen voorts als de hoofdzaak voortijdig tot een einde komt.

Voorlopige voorzieningen in scheidingsprocedures kunnen nog enige tijd na de scheiding doorwerken. Zij kunnen worden gewijzigd of ingetrokken. Voorlopige voorzieningen die voorafgaand aan de scheidingsprocedure zijn gegeven vervallen als het verzoek tot scheiding niet binnen vier weken na de uitspraak van de voorlopige voorzieningen is ingediend.

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

De rechter in hoger beroep kan de tenuitvoerlegging schorsen. Schorsing kan ook worden bereikt via een executiegeschil.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Algemene regels

Tegen een vonnis zijn verzet, hoger beroep en cassatie mogelijk.

Verzet staat binnen vier weken (aanvang variabel) open bij de rechter die het verstekvonnis wees voor de bij verstek veroordeelde gedaagde.

Hoger beroep staat (boven € 1.750,--) binnen drie maanden na de dag van de uitspraak open bij het gerechtshof voor de in het ongelijk gestelde partij.

Cassatie staat binnen drie maanden na de dag van de uitspraak die, hetzij in eerste en hoogste ressort, hetzij in hoger beroep is gewezen, open bij de Hoge Raad der Nederlanden voor de in het ongelijk gestelde partij.

Tegen een beschikking zijn hoger beroep bij het gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden mogelijk.

Hoger beroep wordt door de verzoeker en door in de procedure verschenen belanghebbenden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na bekend worden met de beschikking.

Cassatie kan worden ingesteld door hen die in een van de vorige instanties zijn verschenen, binnen drie maanden na de uitspraak.

Het effect van deze rechtsmiddelen is dat zij de executie schorsen, tenzij de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.

A. Conservatoir beslag

Tegen een gegeven beslagverlof is geen hogere voorziening toegelaten (art. 700 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Tegen een afwijzende beschikking staat voor de beslaglegger hoger beroep open en vervolgens cassatie.

B. Gerechtelijke bewaring

Is gerechtelijke bewaring bevolen op verzoek van de beslaglegger, dan is tegen het bevel geen hogere voorziening toegelaten.

Tegen een afwijzing staat voor de verzoeker hoger beroep open en vervolgens cassatie.

Tegen een uitspraak in kort geding zijn verzet, hoger beroep en cassatie mogelijk.

C. Onderbewindstelling

In geval van onderbewindstelling zijn verzet, hoger beroep en cassatie mogelijk.

D. Voorlopige maatregelen

Tegen voorlopige voorzieningen gegeven in kort geding of in een bodemprocedure staan verzet, hoger beroep en cassatie open. Tegen voorlopige voorzieningen in scheidingsprocedures is geen appel of cassatie toegelaten.

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

Is een uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan kan dat alsnog in hoger beroep en in cassatie, of via een executiegeschil. Is een uitspraak wel uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan kan de rechter in hoger beroep de tenuitvoerlegging schorsen. In cassatie kan dat niet. Schorsing kan ook worden bereikt via een executiegeschil.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 12/09/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Polen

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Pools) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 De verschillende soorten maatregelen

Het type maatregel hangt af van de aard van het recht dat moet worden beschermd. Krachtens artikel 747 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen geldvorderingen veilig worden gesteld door:

  • beslag op een roerend goed, beslag op salaris, derdenbeslag op een bankrekening of beslag op een andere vordering of ander vermogensrecht;
  • de bezwaring van een onroerend goed van degene die een gerechtelijke hypotheek verschuldigd is;
  • het verbod om een onroerend goed te vervreemden of te bezwaren waarvoor geen kadaster is of waarvan het kadaster verloren is gegaan of is verwoest;
  • de bezwaring van een schip of een schip in aanbouw met een scheepshypotheek;
  • het verbod om een recht van mede-eigendom van een ruimte te vervreemden;
  • de gerechtelijke bewindvoering van een onderneming of een landbouwbedrijf van de schuldenaar of van een vestiging die deel uitmaakt van een onderneming of van een deel daarvan of van een deel van het landbouwbedrijf van de schuldenaar.

Indien de maatregel geen betrekking heeft op een geldvordering, keurt de rechtbank de zekerheid goed die hij geschikt acht in de omstandigheden van het geval, zonder de maatregelen voor geldvorderingen uit te sluiten (artikel  755 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). In het bijzonder is de rechtbank bevoegd om:

  • de rechten en plichten van de partijen of de deelnemers aan de procedure vast te stellen voor de duur daarvan,
  • de vervreemding van goederen of rechten waarop de procedure betrekking heeft, te verbieden,
  • de uitvoeringsprocedure of een andere procedure voor de uitvoering van een gerechtelijke uitspraak op te schorten,
  • kwesties in verband met toezicht op minderjarige kinderen en de contacten met de kinderen te regelen,
  • opdracht te geven voor de inschrijving van een passende vermelding in het kadaster of in een ander geschikt register.

Bij de keuze voor het type maatregel is het van belang om rekening te houden met de belangen van de partijen of de deelnemers aan de procedure, zodat de schuldeiser een passende rechtsbescherming krijgt en dat de schuldenaar geen overmatige last hoeft te dragen.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Voorlopige of conservatoire maatregelen kunnen op de volgende wijze worden bevolen:

  • op verzoek van een partij of een deelnemer bij de procedure, dat wordt ingediend bij de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van de zaak in eerste aanleg. Als het niet mogelijk is om die rechtbank aan te duiden, is de bevoegde rechtbank de rechtbank in het rechtsgebied waarin de beslissing ter goedkeuring van een voorlopige of conservatoire maatregel moet worden uitgevoerd. Als dit onderdeel ontbreekt of als de beslissing van toekenning van een voorlopige of conservatoire maatregel moet worden uitgevoerd in het rechtsgebied van verschillende rechtbanken, is de bevoegde rechtbank de arrondissementsrechtbank van Warschau. Een verzoek om toekenning van een voorlopige of conservatoire maatregel dat wordt ingediend tijdens een procedure, wordt beoordeeld door de rechtbank waar de genoemde procedure aanhangig is gemaakt, met uitzondering van gevallen waarin het hoogste rechtscollege de rechtbank is waar de zaak aanhangig is gemaakt. In het laatste geval wordt het verzoek beoordeeld door de in eerste aanleg bevoegde rechtbank (artikel 734 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering);
  • van rechtswege, wanneer de procedure van rechtswege kan worden ingesteld (artikel 732 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Het verzoek om een conservatoire of voorlopige maatregel moet schriftelijk worden opgesteld. Het moet voldoen aan de vereisten van een procedureel geschrift. Het moet bovendien vermelden welk type maatregel moet worden bevolen en, in het geval van een zaak ten aanzien van geldaanspraken, welk bedrag veilig moet worden gesteld (dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de aanspraak vermeerderd met rente die wordt berekend tot aan de datum van de uitspraak waarmee de maatregel wordt opgelegd en de uitvoeringskosten van de maatregel. Het veilig te stellen bedrag kan ook een raming van de proceskosten omvatten). Het verzoek moet ook de omstandigheden vermelden die het verzoek rechtvaardigen. Indien het verzoek om een voorlopige of conservatoire maatregel is ingediend vóór aanvang van de procedure, moet ook kort de grond van de zaak uiteen worden gezet (artikel 736 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Een voorlopige of conservatoire maatregel kan worden opgelegd vóór aanvang van de procedure of tijdens de procedure. Als de schuldenaar een executoriale titel heeft ontvangen, mag een maatregel alleen maar worden toegekend als deze tot doel heeft om een aanspraak te beschermen waarvan de uitvoeringstermijn nog niet is verlopen (artikel 736, lid 2, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Wanneer er een voorlopige of conservatoire maatregel wordt bevolen vóór aanvang van een procedure, bepaalt de rechter de termijn waarbinnen het stuk dat het geding inleidt, moet worden ingediend op straffe van nietigheid van de maatregel (artikel 733 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Het verzoek om een voorlopige of conservatoire maatregel moet onmiddellijk en uiterlijk één week na ontvangst ervan door de rechtbank worden onderzocht, behalve als de wet anders bepaalt. Als de wet bepaalt dat het verzoek moet worden onderzocht tijdens een hoorzitting, moet de datum daarvan zo worden vastgesteld dat er binnen een maand na ontvangst van het verzoek door de rechtbank wordt gehandeld (artikel 733 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De toekenning van voorlopige of conservatoire maatregelen gebeurt op basis van een gerechtelijke uitspraak.

2.2 De basisvereisten

Om toekenning van voorlopige of conservatoire maatregelen kan worden verzocht bij elke civiele zaak die onder de bevoegdheid valt van een rechtbank of een hof van arbitrage (artikel 730 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De voorwaarden voor toekenning van voorlopige of conservatoire maatregelen zijn de volgende: de aannemelijkheid van de aanspraak en het juridische belang van de maatregel moeten worden gerechtvaardigd. Er is sprake van rechtsbelang van een voorlopige of conservatoire maatregel wanneer de afwezigheid van zo'n maatregel de uitvoering van een rechtsbesluit dat is verstrekt in een zaak onmogelijk of zeer moeilijk maakt of op een andere wijze de uitvoering van het doel van de procedure onmogelijk of zeer moeilijk maakt (artikel 7301 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De voorlopige of conservatoire maatregel mag niet gericht zijn op het voldoen van een aanspraak, behalve als de wet anders bepaalt (artikel 731 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De rechtbank kan de uitvoering van een beslissing van toekenning van een voorlopige of conservatoire maatregel laten afhangen van de betaling van een borg door de schuldeiser ter garantie van de aanspraken van de schuldenaar die zijn ontstaan door de uitvoering van de beslissing over de toekenning van de maatregel, behalve wanneer de openbare schatkist de schuldeiser is of wanneer de maatregel gericht is op de bescherming van een alimentatie, een uitkering of bedragen die verschuldigd zijn aan een werknemer in het kader van het arbeidsrecht, en dit voor een deel dat niet hoger is dan het gehele maandsalaris (artikel 739 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

De volgende goederen kunnen het doel zijn van een voorlopige of conservatoire maatregel:

  • roerende goederen,
  • het salaris,
  • de bankrekening of andere vorderingen of andere vermogensrechten,
  • onroerende goederen,
  • schepen of schepen in aanbouw,
  • een recht van mede-eigendom van een ruimte,
  • een onderneming of een landbouwbedrijf, een etablissement dat deel uitmaakt van een onderneming of van een deel daarvan of van een deel van een landbouwbedrijf.

Een voorlopige of conservatoire maatregel mag geen betrekking hebben op goederen, vorderingen en rechten waarvan de uitvoering is uitgesloten. Op goederen die snel kunnen bederven, kan een voorlopige of conservatoire maatregel van toepassing zijn als de schuldenaar geen andere goederen heeft die de aanspraak van de schuldeiser kunnen beschermen en als de mogelijkheid bestaat om die goederen meteen te gelde te maken.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De hoofdfunctie van de procedure voor toekenning van een voorlopige of conservatoire maatregel is om de houder van een recht (meestal een schuldeiser) bescherming te bieden tegen de mogelijke negatieve gevolgen in verband met de duur van de zaak die door de rechtbank wordt onderzocht en om zijn situatie in de uitvoeringsprocedure te verbeteren als het doel van de gerechtelijke procedure en de maatregel een opeisbare schuld is. Een voorlopige of conservatoire maatregel kan, op beperkte wijze, ook dienen voor het verkrijgen, door de gemachtigde entiteit, van een prestatie in contant geld.

Daarnaast kan een voorlopige of conservatoire maatregel een reactie zijn op handelingen van de schuldenaar die schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de schuldeiser.

Afhankelijk van het type gekozen maatregel verschillen de gevolgen voor de schuldenaar en kunnen deze als volgt zijn:

  • bij beslag op een roerend goed is het beheer van dit goed na het beslag niet van invloed op het verdere verloop van de procedure. De uitvoeringsprocedure ten aanzien van het in beslag genomen goed kan ook ten opzichte van de koper worden uitgevoerd,
  • bij beslag op een bankrekening van de ondernemer of eigenaar van een landbouwbedrijf, mag de schuldenaar alleen door de rechtbank vastgestelde bedragen opnemen voor de betaling van de lopende salarissen, pensioenpremies en overige wettelijke kosten en voor de betaling van de lopende kosten in verband met de economische activiteiten,
  • de schuldenaar heeft slechts een beperkte mogelijkheid om te genieten van overige vorderingen en vermogensrechten waarop beslag is gelegd (de wijze van genot wordt vastgesteld door de rechtbank),
  • een gerechtsdeurwaarder mag elk in beslag genomen goed verkopen, evenals de rechten die voortvloeien uit financiële instrumenten die zijn geregistreerd op de rekening van roerende goederen of een andere rekening in de zin van de bepalingen ten aanzien van de handel in financiële instrumenten en mag het aldus verkregen bedrag op de depositorekening van de rechtbank zetten,
  • de schuldenaar mag geen onroerend goed, noch een recht van mede-eigendom van een ruimte vervreemden of bezwaren,
  • een schip of een schip in aanbouw van de schuldenaar mag worden bezwaard met een scheepshypotheek;
  • de schuldenaar kan uit het bestuur worden gezet en er kan een gerechtelijk bewind worden ingesteld, waarbij de inkomsten die voortvloeien uit het gerechtelijke bewind het doel van het beslag vormen,
  • bij zaken met betrekking tot alimentatie kan de schuldenaar gehouden zijn om aan de schuldeiser, in één keer of periodiek, een bepaald geldbedrag te betalen.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De schuldenaar mag op ongeacht welk moment verzoeken om nietigverklaring of wijziging van het wettelijk bindende beslissing waarmee een voorlopige of conservatoire maatregel is toegekend als de reden van de goedkeuring van de maatregel ophoudt te bestaan of verandert.

De maatregel wordt nietig verklaard als:

  • de schuldenaar het te garanderen bedrag dat wordt geëist door de houder in het verzoek om toekenning van de maatregel, op de depositorekening van de rechtbank stort,
  • de rechtbank de maatregel definitief afwijst of verwerpt,
  • de rechtbank de eiser afwijst of de zaak buiten vervolging stelt,
  • de eiser niet verzoekt om de hele aanspraak in de zaak of andere aanspraken indient dan degene die waren gegarandeerd vóór aanvang van de procedure,
  • de gerechtelijke uitspraak die recht geeft op het verzoek dat gegarandeerd wordt door de maatregel, definitief is geworden (de maatregel wordt nietig na verstrijking van de termijn van een maand na de datum waarop de uitspraak definitief is geworden),
  • de eiser niet binnen een termijn van twee weken na de datum waarop een uitspraak die recht geeft op zijn verzoek definitief is geworden, verzoekt om andere uitvoeringsmaatregelen in zaken waar een voorlopige of conservatoire maatregel is toegekend in de vorm van beslag op een roerend goed, beslag op salaris, derdenbeslag op een bankrekening of beslag van een andere vordering of een ander financieel recht, of in de vorm van gerechtelijke bewindvoering van een onderneming of een landbouwbedrijf van de schuldenaar of van een vestiging die deel uitmaakt van een onderneming of een deel daarvan of van een deel van het landbouwbedrijf van de schuldenaar.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De eiser kan, net als de schuldenaar, bezwaar aantekenen tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg ten aanzien van een voorlopige of conservatoire maatregel (artikel 741 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 08/01/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Roemenië


1 De verschillende soorten maatregelen

De voorlopige maatregelen zijn conservatoir beslag, gerechtelijk beslag en derdenbeslag. Voorlopige maatregelen zijn procedurele maatregelen van beslag en bewaring die worden genomen door de rechtbank ten aanzien van het vermogen van de schuldenaar teneinde de wederpartij te verhinderen om de goederen te vernietigen/vervreemden of om de activa te verminderen.

Conservatoir beslag is het beslag op traceerbare goederen van de schuldenaar teneinde deze te gelde te maken op het moment dat de schuldeiser de executoriale titel verkrijgt. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat een reeks bijzondere bepalingen ten aanzien van de procedure van conservatoir beslag op civiele schepen.

Gerechtelijk beslag bestaat uit de inbeslagneming van goederen waarvan de bewaring wordt toevertrouwd aan een gerechtelijke bewaarder.

Gerechtelijk beslag kan worden ingesteld in het geval van een geding over eigendom of een ander belangrijk zakelijk recht, over het bezit van een goed of over het genot of beheer van een goed in mede-eigendom, waarbij de rechtbank toestemming kan geven tot het gerechtelijke beslag van het goed.

Derdenbeslag kan worden ingesteld op bedragen, roerende effecten of andere traceerbare immateriële roerende goederen die door een derde verschuldigd zijn aan de schuldenaar.

Executoriaal beslag is de vorm van de indirecte gedwongen uitvoering waarmee de bedragen, roerende effecten of andere traceerbare immateriële roerende goederen te gelde worden gemaakt.

Bepaalde uitspraken in eerste aanleg zijn, van rechtswege, bij voorraad uitvoerbaar wanneer deze de vaststelling tot doel hebben van de wijze van uitoefening van de ouderlijke macht, van het recht om een persoonlijke band te hebben met de minderjarige en van de woonplaats van de minderjarige; beloningen, werkloosheidsuitkeringen; schadevergoedingen voor arbeidsongevallen; uitkeringen, alimentatie, gezinstoelagen en pensioenen; schadevergoedingen bij overlijden of schade aan de lichamelijke integriteit of aan de gezondheid; dringende reparaties; het aanbrengen of opheffen van verzegelingen of het opstellen van inventarissen; verzoeken ten aanzien van bezit; rechterlijke beslissingen die zijn uitgesproken waarbij de verweerder de aanspraken van de eiser erkent enz. De uitvoering van deze rechterlijke beslissingen heeft een voorlopig karakter.

De rechtbank kan toestemming geven voor de voorlopige uitvoering van rechterlijke beslissingen ten aanzien van goederen.

Voor de verstrekking van bewijsstukken mag iedere persoon die dringend de getuigenis van een persoon, de mening van een deskundige, de staat van bepaalde goederen wil laten vaststellen of die de erkenning wil krijgen van een bewijsstuk, van een feit of van een recht, vóór of tijdens het proces, verzoeken om het beheer van die bewijzen.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

In de gevallen van conservatoir beslag en derdenbeslag moet er een beslissing worden gegeven dat het beslag op goederen of traceerbare bedragen van de schuldenaar goedkeurt. De maatregelen kunnen alleen worden genomen door de rechtbank die bevoegd is om uitspraak te doen in de zaak in eerste aanleg (gerechtelijk beslag, derdenbeslag) of door de rechtbank die uitspraak doet in eerste aanleg of die zich in dezelfde plaats bevindt als het goed (gerechtelijk beslag). Bijstand van een advocaat is niet verplicht voor deze bijzondere procedures. De uitvoering van de rechterlijke beslissingen ten aanzien van het conservatoir beslag en derdenbeslag gebeurt door een gerechtsdeurwaarder. De gerechtelijke bewaarder mag alle stukken voor bewaring en beheer opstellen, hij mag de inkomsten en verschuldigde bedragen ontvangen en hij mag de lopende schulden en de schulden die in de executoriale titel zijn vastgesteld, betalen. De te voorziene kosten zijn alleen de kosten die verband houden met gerechtelijke zegelrechten die, in overeenstemming met artikel 11, lid 1, punt b), van NOODBESLUIT nr. 80 van 26 juni 2013 ten aanzien van de gerechtelijke zegelrechten, 100 RON bedragen voor verzoeken in verband met voorlopige maatregelen en 1000 RON voor verzoeken voor beslag op schepen en vliegtuigen. De schuldeiser moet mogelijk een borg betalen waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de rechtbank. Als de vordering van de schuldeiser niet schriftelijk wordt vastgesteld, wordt het bedrag van de borg wettelijk vastgesteld op de helft van de geëiste waarde.

Executoir beslag wordt op verzoek van de schuldeiser uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder wiens kantoor zich bevindt in het rechtsgebied van het hof van beroep waar de schuldenaar of de derde zijn woonplaats/vestiging heeft of, in het geval van bankrekeningen, van de woonplaats/vestiging van de schuldenaar of van de hoofd-/nevenvestiging van de kredietinstelling.

Wat betreft de voorlopige uitvoering mag het verzoek schriftelijk of mondeling worden ingediend bij de bevoegde rechtbank tot aan sluiting van de mondelinge behandeling. De rechtbank kan toestemming geven voor de voorlopige uitvoering van de rechterlijke beslissingen ten aanzien van de goederen wanneer hij van mening is dat de maatregel nodig is ten opzichte van de duidelijke gegrondheid van het recht of de toestand van insolventie van de schuldenaar of wanneer hij van mening is dat het feit om die maatregel niet onmiddellijk in te stellen duidelijk nadelig is voor de schuldeiser. In die gevallen kan de rechtbank de schuldeiser verplichten tot de betaling van een borg.

Voor de verstrekking van bewijsstukken wordt het verzoek, vóór het geding, gericht aan de arrondissementsrechtbank in het rechtsgebied waarin de getuige of het voorwerp van vaststelling zich bevindt en, tijdens het geding, aan de rechtbank die uitspraak doet in eerste aanleg. In zijn verzoek presenteert de partij de bewijsstukken, de feiten die zij wil aantonen en de redenen die de verstrekking daarvan of de instemming van de tegenpartij nodig maken.

2.2 De basisvereisten

In de gevallen van conservatoir beslag en derdenbeslag moet er een geding aanhangig zijn gemaakt. In het geval van gerechtelijk beslag kan de maatregel ook worden ingesteld zonder een hangend geding. De schuldeiser die geen executoriale titel heeft, mag verzoeken om de uitvoering van een conservatoir beslag of een derdenbeslag als hij bewijst dat hij een geding aanhangig heeft gemaakt bij een rechtbank.

Bij dringende zaken mag het verzoek om uitvoering van een conservatoir beslag op een schip ook worden gedaan vóór het aanhangig maken van het bodemgeschil.

De rechtbank kan toestemming geven voor het gerechtelijke beslag of derdenbeslag als deze maatregel nodig is voor het behoud van het desbetreffende recht en als er een geding loopt ten aanzien van eigendom of een ander belangrijk zakelijk recht, het bezit van een goed of het genot of het beheer van een goed in mede-eigendom.

Gerechtelijk beslag kan, ook zonder een bodemgeding, worden opgelegd op een goed dat de schuldenaar aanbiedt voor zijn vrijgeving, op een goed waarvoor de betrokkene goede redenen heeft om te vrezen dat dit door de bezitter kan worden weggenomen/vernietigd/veranderd, op roerende goederen die de zekerheid van de schuldeiser vormen wanneer deze voorziet dat zijn schuldenaar insolvent wordt of wanneer hij redenen heeft om te geloven dat de schuldenaar zal proberen om zich te onttrekken aan vervolging of om te vrezen dat die goederen zullen worden weggenomen of vernietigd.

De rechtbank beslist, in de raadkamer, over het verzoek om dringend conservatoir beslag/derdenbeslag zonder de partijen te dagvaarden, middels executoir bevel waarin, al naar gelang het geval, het bedrag van de borg en de termijn voor de betaling daarvan worden vastgesteld. Over het verzoek om gerechtelijk beslag wordt uitspraak gedaan in kort geding en de partijen worden gedagvaard. Als het verzoek ontvankelijk is, kan de rechtbank de eiser verplichten tot de betaling van een borg en in het geval van onroerende goederen worden deze geregistreerd in het kadaster.

Er zijn geen vereisten voor wat betreft de dringende aard van het verzoek, maar de schuldeiser kan aantonen dat de rechterlijke beslissing niet wordt uitgevoerd om reden van verwijdering of vernietiging van de goederen van de schuldenaar, in het geval van conservatoir beslag en derdenbeslag, ook als de vordering niet opeisbaar is.

Executoir beslag wordt uitgevoerd zonder sommatie, krachtens een beschikking die toestemming geeft voor de uitvoering, door middel van een bevel waarin ook de executoriale titel wordt genoemd die aan de derde bekend wordt gemaakt samen met de beschikking voor uitvoering. De genomen maatregel wordt ook aan de schuldenaar betekend. Het bevel van beslag informeert de derde, die derde-beslagene wordt, over het verbod om aan de schuldenaar de bedragen te betalen of de roerende goederen die aan hem verschuldigd zijn of worden en verklaart dat deze in beslag worden genomen voor zover dat nodig is voor het doeleinde van de plicht van gedwongen uitvoering.

Voor de verstrekking van bewijsstukken is de voorwaarde het risico dat het bewijs verdwijnt of dat dit in de toekomst lastig te genereren zal zijn. Als de tegenpartij instemt, mag het verzoek worden ingediend, ook als het niet dringend is. De rechtbank geeft opdracht voor de dagvaarding van de partijen en verstrekt aan de tegenpartij een afschrift van het verzoek. De rechtbank beslist in de raadkamer over het verzoek door middel van een beschikking. Als er een risico van vertraging is, kan de rechtbank het verzoek behandelen zonder de partijen te dagvaarden.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Er kan derdenbeslag worden gelegd op bankrekeningen, immateriële goederen, roerende titels enz.

Er kan conservatoir beslag worden gelegd op materiële roerende goederen, geregistreerde vervoermiddelen, onroerende goederen enz.

Er kan gerechtelijk beslag worden gelegd op onroerende goederen, roerende goederen enz.

Er kan executoir beslag worden gelegd op bedragen, roerende effecten of andere immateriële roerende goederen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

In de gevallen van conservatoir beslag en derdenbeslag kan de tegeldemaking van goederen die in beslag zijn genomen alleen worden uitgevoerd nadat de schuldeiser de executoriale titel heeft verkregen.

Conservatoir beslag op een schip gebeurt door aanhouding van het schip door de autoriteit van de haven waar dit zich bevindt. In dat geval verstrekt de havenautoriteit geen documenten die nodig zijn voor de scheepvaart en geeft geen toestemming voor vertrek van het schip uit de haven of ligplaats.

Er kan alleen een boete worden opgelegd als sanctie als de eiser te kwader trouw een voorlopige maatregel verkrijgt die schadelijk is voor de verweerder. De verweerder/schuldenaar kan een strafrechtelijke sanctie krijgen voor niet-naleving van rechterlijke beslissingen.

Als de schuldenaar een toereikende zekerheid stelt, kan de rechtbank, op verzoek van de schuldenaar, het conservatoir beslag opheffen. Over het verzoek om opheffing wordt beslist in de raadkamer, middels een beschikking in kort geding en met een dagvaarding van de partijen op korte termijn.

Ook wanneer de eis ten principale, op grond waarvan de voorlopige maatregel is uitgevoerd, nietig wordt verklaard, wordt verworpen of is achterhaald door een definitieve rechterlijke beslissing of als degene die deze heeft ingediend, afziet van de rechterlijke beslissing, kan de schuldenaar verzoeken om opheffing van de maatregel door de rechtbank die deze heeft ingesteld. De rechtbank spreekt zich uit over dit verzoek middels een definitieve beschikking die wordt verstrekt zonder de partijen te dagvaarden.

Wat betreft executoir beslag worden alle bedragen en goederen bevroren vanaf de datum van bekendmaking van het bevel van beslag aan de derde-beslagene. In de periode tussen de bevriezing en de volledige betaling van de plichten krachtens de executoriale titel, verricht de derde-beslagene geen enkele andere betaling of transactie die de in beslag genomen goederen kunnen verminderen. Wanneer de in beslag genomen vordering wordt gegarandeerd door een hypotheek of een andere zakelijke zekerheid, heeft de beslag leggende schuldeiser het recht om te verzoeken om registratie van het beslag in het kadaster of in andere openbare registers.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

In de gevallen van conservatoir beslag en derdenbeslag kunnen gerechtelijke uitspraken termijnen vaststellen die niet de duur van de door de rechtbank ingestelde maatregel omvatten (bijvoorbeeld de termijn waarbinnen de schuldeiser de borg moet storten, op straffe van opheffing van het beslag).

De maatregel geldt tot aan de rechterlijke beslissing over het verzoek om opheffing van het beslag, als het verzoek is verworpen, is achterhaald of nietig is verklaard of, als het verzoek ontvankelijk is, tot aan de uitvoering van de rechterlijke beslissing of tot de instelling van een toereikende zekerheid door de schuldenaar.

In hoger beroep wordt altijd uitspraak gedaan met dagvaarding van de partijen.

In het geval van executoriaal beslag worden alle bedragen en goederen bevroren vanaf de datum van kennisgeving van het bevel van beslag aan de derde-beslagene. In de periode tussen de bevriezing en de volledige betaling van de plichten krachtens de executoriale titel, met inbegrip van de periode van opschorting van rechtsvervolging door beslag, verricht de derde-beslagene geen enkele andere betaling of transactie die de in beslag genomen goederen kunnen verminderen, tenzij de wet anders bepaalt.

Binnen een termijn van 5 dagen na betekening van het beslag of vanaf de vervaldatum van de verschuldigde bedragen moet de derde-beslagene het bedrag in bewaring geven of de in beslag genomen immateriële roerende goederen bevriezen. De gerechtsdeurwaarder zorgt voor de vrijgeving of de verdeling van het in bewaring gegeven bedrag.

Als de derde partij niet voldoet aan zijn verplichtingen mag de beslag leggende schuldeiser, de schuldenaar of de gerechtsdeurwaarder dit melden bij de uitvoerende rechtbank teneinde het beslag te bekrachtigen. Als uit de overgelegde bewijsstukken blijkt dat de derde-beslagene geld schuldig is aan de schuldenaar, geeft de rechtbank een rechterlijke beslissing die het beslag bekrachtigt en waarmee hij de derde-beslagene verplicht om aan de schuldeiser het bedrag te betalen dat hij verschuldigd is aan de schuldenaar en in het tegengestelde geval beslist hij tot opheffing van het beslag. Als het beslag is uitgevoerd op immateriële roerende goederen die, op het moment van uitvoering, in handen zijn van de derde-beslagene, beslist de rechtbank tot de verkoop daarvan.

Voor de verstrekking van bewijsstukken worden de ontvankelijkheid en de relevantie van de verstrekte bewijsstukken onderzocht door de rechtbank op het moment van het geding. De verstrekte bewijsstukken kunnen ook worden gebruikt door de partij die niet heeft verzocht om verstrekking daarvan. De kosten die worden gemaakt door de verstrekking van bewijsstukken worden gedragen door de rechtbank die uitspraak doet in de zaak ten principale.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Bij conservatoir beslag en derdenbeslag kan er alleen beroep worden ingesteld tegen de beschikking binnen een termijn van 5 dagen na de uitspraak of de betekening, afhankelijk van of de uitspraak is gedaan met of zonder dagvaarding van de partijen, voor een hogere rechtbank. Als de bevoegdheid in eerste aanleg bij het hof van beroep ligt, is het rechtsmiddel hoger beroep. Dit beroep is gericht op het opheffen of behouden van de voorlopige maatregel. De betrokkenen kunnen bezwaar maken tegen de uitvoering van het beslag of het derdenbeslag.

Bij executoriaal beslag kan er tegen de beslissing over de bekrachtiging van het beslag alleen beroep worden ingesteld binnen 5 dagen na betekening. De definitieve beslissing van bekrachtiging heeft het effect van een vorderingsoverdracht en vormt een executoriale titel tegen de derde-beslagene voor de bedragen die het doel waren van de bekrachtiging. Na de bekrachtiging van het beslag zorgt de derde-beslagene voor het in bewaring geven of de betaling binnen de grenzen van het bedrag dat uitdrukkelijk is vastgesteld in de beslissing van bekrachtiging.

Bij voorlopige uitvoering kan het verzoek, als dit in eerste aanleg is verworpen, opnieuw worden ingediend in hoger beroep. Om opschorting van de voorlopige uitvoering kan worden verzocht door de eis in hoger beroep of afzonderlijk tijdens de procedures in hoger beroep. In afwachting van de uitkomst van het verzoek om opschorting kan, middels presidentiële beschikking, voorlopige toestemming worden gegeven voor de uitvoering, ook nog voor de komst van het dossier.

Voor de verstrekking van bewijsstukken is de beschikking ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek om verstrekking van bewijsstukken executoir en hiertegen kan geen bezwaar worden aangetekend. De beslissing van verwerping kan alleen afzonderlijk worden aangevochten met een beroep binnen 5 dagen na de uitspraak, als deze is gedaan met dagvaarding van de partijen, en 5 dagen na de betekening als deze is gedaan zonder dagvaarding van de partijen.

De bewijsstukken die moeten worden verstrekt, kunnen onmiddellijk worden overgelegd of op de datum die hiervoor is vastgesteld. De overlegging van de verstrekte bewijzen wordt geconstateerd door middel van een beschikking waartegen geen bezwaar kan worden aangetekend.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/01/2018

Voorlopige en beschermende maatregelen - Slowakije


1 De verschillende soorten maatregelen

Het nationale Slowaakse recht kent de begrippen spoedeisende voorlopige maatregel, conservatoire maatregel en bewaring van bewijselementen. Deze maatregelen vallen onder de bepalingen van artikel 324 e.v. van wet nr. 160/2015 inzake contentieuze procedures in burgerrechtelijke zaken, en wat betreft specifieke procedures onder de bepalingen van artikel 360 e.v. van wet nr. 161/2015 inzake niet-contentieuze procedures in burgerrechtelijke zaken.

Door een conservatoire maatregel te bevelen, kan de rechter een zekerheidsrecht op de goederen, rechten of andere activa van de schuldenaar vastleggen, waarmee de geldelijke vordering van de schuldeiser wordt gewaarborgd wanneer het gevaar bestaat dat de tenuitvoerlegging niet kan doorgaan.

De rechter beveelt tot een spoedeisende voorlopige maatregel wanneer een situatie onverwijld moet worden opgelost, wanneer het gevaar bestaat dat de tenuitvoerlegging niet kan doorgaan of wanneer het beoogde doel niet met een conservatoire maatregel kan worden bereikt. Een dergelijke beslissing biedt ook een garantie voor de doeltreffendheid van de gedwongen tenuitvoerlegging van de aanstaande gerechtelijke beslissing.

In het kader van de bewaring van bewijselementen kan bewijs vóór het begin van de procedure worden bewaard (in welke vorm dan ook: of het nu afkomstig is van een getuige, een deskundige e.d.), en wel enkel op verzoek, en niet op initiatief van de rechter. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat degene die een dergelijk verzoek mag indienen, degene is die het verzoek tot inleiding van de procedure mocht indienen waarin de resultaten van de bewaring van de bewijselementen zouden kunnen worden gebruikt.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

De districtsrechtbank is bevoegd voor de behandeling ten gronde en voor het bevelen van een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel.

De rechter geeft op verzoek bevel tot een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel. Er hoeft geen verzoek te worden ingediend wanneer het gaat om een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel die wordt aangenomen in het kader van een procedure die ambtshalve door de rechter kan worden ingesteld.

Wettelijk is het niet verplicht om zich door een advocaat te laten bijstaan.

In de specifieke wet is vastgelegd dat er gerechtelijke kosten van 33 EUR in rekening worden gebracht voor verzoeken die moeten leiden tot de aanneming of nietigverklaring van een maatregel.

Voor de bewaring van bewijselementen worden geen kosten in rekening gebracht. Kosten voor bewijsgaring die niet door een voorschot worden gedekt, worden gedragen door de staat. De rechtbank kan de partij bij de procedure die niet voldoet aan de desbetreffende vrijstellingsvoorwaarden, wel de betaling van een voorschot voor de kosten voor bewijsgaring opleggen. Dit laat de mogelijkheid van latere terugbetaling echter onverlet.

Wettelijk is het evenmin verplicht om zich door een advocaat te laten bijstaan.

Een bewijselement kan worden bewaard in het kader van een contentieuze of een niet‑contentieuze procedures.

2.2 De basisvereisten

De rechter kan vóór het begin van de procedure, tijdens de procedure en na afloop ervan bevel geven tot een spoedeisende voorlopige maatregel. Voor conservatoire maatregelen wordt het zekerheidsrecht vastgelegd door aanneming van het bevel waarin de conservatoire maatregel wordt ingesteld.

Vóór het begin van de procedure, tijdens de procedure en na afloop ervan kan een bewijselement op verzoek worden bewaard wanneer het gevaar bestaat dat het op een later tijdstip niet mogelijk of zeer problematisch zal zijn om bewijs te vergaren. Voor bewaring van een bewijselement is het gerecht bevoegd dat kennis moet nemen van de zaak ten gronde of het gerecht in het rechtsgebied waar het bewijselement zich bevindt dat in gevaar is. Naast de algemene bepalingen gelden voor contentieuze procedures in burgerrechtelijke zaken specifieke bepalingen inzake de bewaring van bewijselementen die betrekking hebben op intellectuele eigendom.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Met een spoedeisende voorlopige maatregel kan een gerecht een partij bij de procedure in het bijzonder bevelen tot het volgende:

a. voor zover noodzakelijk, betaling van een alimentatiebedrag,

b. de zorg voor het kind aan de andere ouder of aan de door de rechter aangewezen persoon toevertrouwen,

c. betaling van ten minste een deel van de beloning als het gaat om de duur van de arbeidsrelatie en als de indiener om ernstige redenen is gestopt met werken,

d. storting van een geldbedrag aan of depot van een goed bij de rechtbank,

e. ontheffing van de beschikking over bepaalde goederen of rechten,

f. het verrichten van een bepaalde handeling, het nalaten van een bepaalde handeling of tolereren van een bepaalde handeling/gebeurtenis,

g. tijdelijk wegblijven uit een woning waar een naaste woont of een persoon die door de desbetreffende partij wordt verzorgd, opgevangen of opgevoed, wanneer er sterke vermoedens bestaan dat de partij geweld jegens deze persoon heeft gebruikt,

h. onthouding van elke handeling waarmee intellectuele-eigendomsrechten worden geschonden of in gevaar komen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De soorten spoedeisende voorlopige maatregelen worden aan de hand van voorbeelden omschreven. Dit houdt in dat de rechter ook andere spoedeisende voorlopige maatregelen kan bevelen.

Een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel inzake de niet‑beschikking over goederen of rechten bestaat uit een verbod op de beschikking over bepaalde goederen of rechten, bijvoorbeeld omdat het gevaar bestaat dat de verweerder zich zou ontdoen van deze goederen of rechten (door ze over te dragen aan een andere persoon, te vernietigen, te beschadigen e.d.).

De rechter kan een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel gelasten zonder de partijen te horen. De partijen worden vóór de aanneming van het bevel dus niet noodzakelijkerwijs door de rechter gehoord. De reden hiervoor is dat het doel van de spoedeisende voorlopige maatregel of de conservatoire maatregel door een hoorzitting mogelijk teniet wordt gedaan en dat er met dit optreden van de rechter in principe geen bewijzen worden verkregen. Niettemin kan de rechter het bevel geven de partijen te horen: in dat geval moet hij alle procedureregels inzake bewijsverkrijging in acht nemen. Wanneer het bij de bewijsgaring uitsluitend gaat om documenten, vindt er geen openbare hoorzitting plaats, maar beslist de rechter zonder interactie met de partijen.

Een spoedeisende voorlopige maatregel is direct na kennisgeving uitvoerbaar, behalve wanneer in speciale wetgeving anders is bepaald.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel komt in de volgende gevallen te vervallen:

a. de in het bevel vastgestelde periode is verstreken;

b. de maatregel is bevolen na de indiening van het verzoek ten gronde en het gerecht van eerste aanleg of het hof van beroep heeft dit verzoek afgewezen of de procedure opgeschort;

c. de rechter had in zijn beslissing een termijn vastgesteld voor de indiening van het verzoek ten gronde en er is binnen deze termijn is geen dergelijk verzoek ingediend;

d. de rechtbank heeft het verzoek ten gronde toegewezen;

e. gelet op de stand van de tenuitvoerlegging is de maatregel niet meer noodzakelijk.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Er kan beroep worden ingesteld tegen een bevel waarbij een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel wordt opgelegd. Het bevoegde gerecht dat dergelijke beroepen behandelt, is het hof van beroep (dus het gerecht van tweede aanleg) waaraan het gerecht van eerste aanleg dat de spoedeisende voorlopige maatregel of de conservatoire maatregel heeft bevolen, ondergeschikt is.

Het beroep moet binnen 15 dagen na de datum van kennisgeving van de bestreden beslissing worden ingesteld bij het gerecht dat die beslissing heeft gegeven. Het beroep heeft geen schorsende werking.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 14/01/2019