Voorlopige en beschermende maatregelen - België

Hinweis: Die ursprüngliche Sprachfassung dieser Seite Französisch wurde unlängst geändert. Die Sprachfassung, die Sie ausgewählt haben, wird gerade von unserer Übersetzungsabteilung erstellt.
Die folgenden Sprachen wurden bereits übersetzt: Englisch.

1 De verschillende soorten maatregelen

Bewarende maatregelen hebben tot doel de bewaring van rechten te verzekeren. In de praktijk kan de schuldeiser zich met deze maatregelen wapenen tegen het risico dat hij niet wordt betaald door zijn schuldenaar.

Indien zuiver bewarende maatregelen niet volstaan, kan de rechter voorlopige maatregelen gelasten die vergelijkbare gevolgen hebben als de beslissing die in de rechtspleging ten gronde wordt verwacht. De definitieve uitspraak kan deze voorlopige maatregelen bekrachtigen of ongedaan maken.

Voorlopige en bewarende maatregelen kunnen door de rechter worden opgelegd met betrekking tot de goederen van de schuldenaar. Voor het verhalen van schulden geldt het principe dat een schuldenaar hiervoor instaat met al zijn roerende (geld, meubelen, juwelen, aandelen) en onroerende (grond, gebouwen, woonhuis) goederen. Ook kan de schuldeiser zich beroepen op de rechten die zijn schuldenaar heeft (tegoeden, loon).

1.1. Bewarende maatregelen

A. Bewarend beslag

Iedere schuldeiser kan in spoedeisende gevallen aan de rechter toelating vragen om op de voor beslag vatbare goederen van zijn schuldenaar bewarend beslag te leggen (art. 1413 Ger.W.). Over goederen die onder bewarend beslag zijn geplaatst kan de schuldenaar niet meer vrij beschikken. Hij kan deze goederen dus niet meer verkopen, wegschenken of bezwaren met een hypotheek. Deze beschikkingsonbevoegdheid heeft slechts een relatieve werking: zij geldt uitsluitend ten behoeve van de beslagleggende schuldeiser. De schuldenaar blijft wel eigenaar van de goederen en behoudt de genotsrechten op de goederen.

B. Sekwester

Sekwester is de bewaargeving van zaken waarover een geschil aanhangig is en die behouden moeten blijven tot de definitieve uitspraak (art. 1955 e.v. B.W.). Sekwester wordt hetzij bij overeenkomst tussen de partijen bedongen (conventioneel), hetzij door de rechter bevolen (gerechtelijk). In tegenstelling tot de gewone bewaargeving kan het sekwester ook onroerende goederen tot voorwerp hebben (art. 1959 B.W.).

C. Inventaris

Het opmaken van een inventaris of boedelbeschrijving heeft als doel de omvang van een nalatenschap, een huwelijksgemeenschap of een onverdeeldheid te bepalen (art. 1175 Ger.W.) op verzoek van schuldeisers, mede-echtgenoot of erfgenamen. De personen die de boedelbeschrijving vorderen hebben het recht om de notaris te kiezen die tot de authentieke vaststelling van de goederen zal overgaan. Indien zij niet tot overeenstemming komen, wijst de vrederechter de notaris aan (art. 1178 Ger.W.). Indien er geschillen rijzen, is de vrederechter bevoegd om deze te beslechten.

D. Verzegeling

Verzegeling heeft tot gevolg dat goederen feitelijk onbeschikbaar worden. Indien er een ernstig belang aanwezig is, kunnen schuldeisers, mede-echtgenoot of erfgenamen de verzegeling vorderen van voorwerpen die tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, tot een nalatenschap of tot een onverdeeldheid behoren (art. 1148 Ger.W.). De verzegeling geschiedt door de vrederechter. De vrederechter kan overgaan tot de ontzegeling op vraag van de verzegelaar zelf of van schuldeisers, mede-echtgenoot of erfgenamen. In het geval van verzet tegen de ontzegeling wordt eveneens door de vrederechter uitspraak gedaan.

1.2. Voorlopige maatregelen

Voorlopige maatregelen of maatregelen bij voorraad zijn maatregelen die herroepbaar en niet-onomkeerbaar zijn. Zij worden opgelegd in kort geding of in een rechtspleging ten gronde.

1.3. Voorlopige tenuitvoerlegging

Voorlopige tenuitvoerlegging of tenuitvoerlegging bij voorraad is onder strikte voorwaarden mogelijk na een vonnis dat nog niet in kracht van gewijsde is getreden. Anders gezegd: zolang er nog hoger beroep of verzet mogelijk is tegen een vonnis, geniet het vonnis slechts gezag van gewijsde en kan het in principe nog niet ten uitvoer worden gelegd, hetgeen nadelige gevolgen kan hebben voor de partij die aanspraak maakt op een verbintenis van de tegenpartij. In bepaalde gevallen kan de eisende partij de voorlopige tenuitvoerlegging vorderen bij de rechter. Een wijze van voorlopige tenuitvoerlegging is het leggen van bewarend beslag op goederen van de schuldenaar.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

A. Bewarend beslag

Een persoon die over een vonnis beschikt, zelfs indien dat van buitenlandse oorsprong is, mag een gerechtsdeurwaarder opdragen bewarend beslag te leggen op de goederen van de persoon op wie de rechterlijke uitspraak betrekking heeft. Indien men niet beschikt over een vonnis, is de tussenkomst van de rechterlijke macht noodzakelijk om bewarend beslag te kunnen leggen. Een arbiter mag geen bewarend beslag bevelen (art. 1696 Ger.W.).

Vorderingen worden voor de beslagrechter ingeleid en behandeld zoals in kort geding (art. 1395 Ger.W.). De termijn van dagvaarding bedraagt ten minste twee dagen, maar kan worden verkort in spoedeisende gevallen.

Een eenzijdig verzoekschrift tot bewarend beslag wordt door de advocaat neergelegd bij de beslagrechter die machtiging kan verlenen tot het leggen van bewarend beslag. De beslagrechter moet binnen acht dagen uitspraak doen bij beschikking. Deze beschikking dient vervolgens samen met het beslagexploot betekend te worden door de gerechtsdeurwaarder aan de beslagene zodat deze op de hoogte wordt gesteld van het beslag.

De beschikking is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad en heeft slechts een relatief gezag van gewijsde. De beslagrechter kan de beschikking steeds wijzigen of intrekken op grond van veranderde omstandigheden. Het tarief van de gerechtsdeurwaarder is bepaald door het Koninklijk Besluit van 30 november 1976 (B.S., 8 februari 1977).

B. Sekwester

Bij conventioneel sekwester volstaat een geldige overeenkomst tussen partijen en is er geen tussenkomst van de rechter vereist. Gerechtelijk sekwester daarentegen wordt bevolen door de rechter.

In beide gevallen wordt er een gerechtelijke bewaarder aangesteld, hetzij bij overeenkomst, hetzij door de rechter. Deze moet als een goede huisvader instaan voor het behoud van de zaak die hem is toevertrouwd. Tevens heeft hij de plicht om de zaak terug te geven indien het sekwester wordt beëindigd. Hij heeft recht op een bij wet bepaald loon (art. 1962, derde lid, B.W.).

C. Voorlopige maatregelen

Om voorlopige maatregelen moet steeds bij de rechter verzocht worden, hetzij in kort geding, hetzij in een rechtspleging ten gronde. Ook de arbiter kan voorlopige maatregelen bevelen (art. 1696 Ger.W.).

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg doet in spoedeisende gevallen bij voorraad uitspraak in alle zaken die niet door de wet aan de rechterlijke macht onttrokken zijn (art. 584, eerste lid, Ger.W.). Bij voorraad betekent dat de uitspraak slechts voorlopig is en geen definitieve en onomkeerbare gevolgen mag sorteren. Ook de voorzitters van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank kunnen bij voorraad uitspraak doen over spoedeisende aangelegenheden indien die onder hun respectieve bevoegdheden vallen.

De uitspraak in kort geding mag geen nadeel toebrengen aan de zaak zelf (het bodemgeschil), hetgeen betekent dat het gezag van gewijsde van de uitspraak relatief is. De rechter van het bodemschil mag er geenszins door gebonden worden, vandaar dat de rechter in kort geding enkel voorlopige maatregelen mag treffen.

Zo is tijdens een echtscheidingsprocedure de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg bevoegd om voorlopige maatregelen te treffen inzake de persoon, de goederen en het levensonderhoud van zowel de echtgenoten als van de kinderen (art. 1280, eerste lid, Ger.W.).

De tegenpartij wordt via de gerechtsdeurwaarder formeel op de hoogte gebracht van de uitgesproken maatregelen en uitgenodigd, desnoods onder dwang van de politiediensten en/of verbeurte van een dwangsom, deze na te leven. Het tarief van de gerechtsdeurwaarder is bepaald door het Koninklijk Besluit van 30 november 1976 (B.S., 8 februari 1977).

Rechtsprekend in eerste aanleg kan de vrederechter dringende voorlopige maatregelen opleggen voor de duur van het samenwonen van gehuwden of wettelijk samenwonenden wanneer de verstandhouding tussen de partners verstoord is, bijvoorbeeld omtrent de gezinswoning, de persoon en de goederen van de kinderen. Deze maatregelen zijn slechts voorlopig en eindigen bij opzeg van het samenwonen. Ze kunnen niet blijvend een echtscheiding organiseren in het geval van gehuwden. Een eventuele definitieve regeling van de echtscheiding moet geregeld worden door de rechtbank van eerste aanleg.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Een vonnis levert een uitvoerbare titel op. Zolang het vonnis nog niet in kracht van gewijsde is getreden, is het nog niet vatbaar voor tenuitvoer-legging. De tenuitvoerlegging wordt immers geschorst door de mogelijk-heid om de gewone rechtsmiddelen hoger beroep en verzet in te stellen, maar niet door de mogelijkheid om een voorziening in cassatie in te leiden (art. 1397 Ger.W.).

De rechter die het eindvonnis gewezen heeft, kan de voorlopige tenuitvoerlegging van dat vonnis toestaan behalve in door de wet verboden gevallen (art. 1398 Ger.W.). Deze gevallen zijn echtscheiding, scheiding van tafel en bed, verzet tegen het huwelijk en nietigverklaring van het huwelijk. Ook de beschikking die een vordering tot betaling van een vaststaande schuld beneden € 2500 inwilligt, kan niet voorlopig ten uitvoer worden gelegd (art. 1399 Ger.W.).

Indien de voorlopige tenuitvoerlegging kan geschieden, gebeurt de uitvoering op risico van de eisende partij. De rechter kan facultatief aan deze uitvoerbaarheid bij voorraad een voorwaarde stellen, meer bepaald door middel van een borgstelling aan de eisende partij (art. 1400 lid 1 Ger.W.). De eisende partij kan de uitvoering aanvatten, maar zij is verplicht bij de Deposito- en Consignatiekas een bedrag te storten of een bankwaarborg te geven. Het is immers mogelijk dat het vonnis in hoger beroep hervormd wordt en dat de vervolgde partij recht heeft op een schadevergoeding.

2.2 De basisvereisten

A. Bewarend beslag

Bewarend beslag kan enkel gelegd worden in spoedeisende gevallen én indien de schuldvordering zeker, vaststaand en eisbaar is.

Spoedeisendheid of urgentie impliceert dat de solvabiliteit van de schuldenaar in het gedrang komt zodat de aanspraken van de schuldeiser op het vermogen van de schuldenaar gevaar lopen. Het bewarend beslag kan niet louter worden aangewend als pressiemiddel, maar is gewettigd telkens als naar objectieve maatstaven de financiële positie van de schuldenaar in het gedrang komt. De spoedeisendheid moet bestaan zowel op het tijdstip waarop het beslag wordt gelegd als op het ogenblik waarop de rechter over de handhaving van het beslag dient te oordelen.

De schuldvordering van de eiser moet zeker zijn, hetgeen betekent dat de vordering een voldoende schijn van gegrondheid heeft en niet voor redelijke betwisting vatbaar is. Tevens moet de schuldvordering vaststaand zijn. Het bedrag van de schuldvordering moet immers bepaald zijn of minstens vatbaar zijn voor voorlopige raming. Indien de schuld nog niet precies vaststaat, zal zij door de beslagrechter worden geraamd. Ten slotte is er de vereiste van eisbaarheid; de schuldeiser moet gerechtigd zijn om de nakoming van zijn schuldvordering te vorderen. Art. 1415 Ger.W. nuanceert deze voorwaarde, zodat ook schuldvorderingen inzake te vervallen periodieke inkomsten (alimentatie, huurgelden, rente) en zelfs voorwaardelijke en eventuele vorderingen in aanmerking komen voor bewarend beslag.

B. Sekwester

Het gerechtelijk sekwester kan door de rechter worden bevolen voor roerende goederen die onder een schuldenaar in beslag genomen zijn, voor onroerende of roerende goederen waarvan de eigendom of het bezit tussen twee of meer personen in geschil is, en voor zaken die een schuldenaar tot kwijting van zijn schuld aanbiedt (art. 1961 B.W.). Algemeen gesteld betekent dit telkens wanneer de omstandigheden van de zaak sekwester als een vorm van bewarende maatregel rechtvaardigen teneinde de zaken in hun bestaande toestand te behouden zonder een eindoplossing in het gedrang te brengen. Spoedeisendheid is irrelevant. De rechter zal het sekwester nochtans voorzichtig hanteren als een ernstige en uitzonderlijke maatregel die enkel kan worden toegestaan indien daartoe voldoende gewichtige redenen aanwezig zijn.

C. Voorlopige maatregelen

Een zaak kan enkel in kort geding worden behandeld wanneer deze zo dringend is dat indien er niet onmiddellijk een regeling zou worden getroffen, de eisende partij schade van een zekere omvang zou lijden of ernstige ongemakken zou ondervinden. Spoedeisendheid is dus een cruciale vereiste om een kort geding te mogen aanspannen.

Voorlopige maatregelen in een rechtspleging ten gronde moeten ook een spoedeisend karakter vertonen. Vandaar dat men spreekt van “dringende voorlopige maatregelen” die gevorderd kunnen worden bij de vrederechter.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Het criterium voor de rechter om al dan niet een voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan is het risico dat de eisende partij loopt dat de uitvoering van het vonnis nodeloos vertraagd of onmogelijk gemaakt wordt door de tegenpartij. Indien de tegenpartij hoger beroep of verzet aantekent louter om de uitvoering van het vonnis te ontlopen, vormt dat een aanleiding om voorlopige tenuitvoerlegging te vorderen bij de rechter die het vonnis heeft uitgesproken. In bepaalde materies is voorlopige tenuitvoerlegging echter verboden (zie hoger).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

A. Bewarend beslag

Alle soorten van goederen (roerende, onroerende, onlichamelijke) komen in aanmerking om in beslag te worden genomen. Bepaalde goederen mogen echter niet (of slechts gedeeltelijk) in beslag worden genomen. Onbeslagbaarheid vloeit voort hetzij uit de wet, hetzij uit de aard van het goed, hetzij uit de verbondenheid van het goed met de persoon van de schuldenaar.

De goederen die niet in beslag genomen mogen worden, zijn opgesomd in art. 1408 Ger.W. Samengevat betreft het de strikt noodzakelijke goederen van de schuldenaar, voorwerpen nodig voor de voortzetting van de studies of voor de beroepsopleiding van de beslagene of van zijn kinderen, beroepsgoederen van de beslagene, voorwerpen bestemd tot de eredienst, levensmiddelen en brandstoffen. Art. 1410, § 2, Ger.W. somt de bedragen op die in het geheel niet vatbaar zijn voor beslag. Het betreft onder andere de gezinsbijslagen en het leefloon.

Het loon en hiermee gelijkgestelde inkomsten van de beslagene zijn slechts gedeeltelijk vatbaar voor beslag. De bedragen zijn bepaald in art. 1409, § 1, Ger.W. en worden jaarlijks bij Koninklijk Besluit aangepast rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen. Art. 1410, § 1, Ger.W. breidt het toepassingsgebied van de gedeeltelijk beslagbare bedragen uit tot onder andere alimentatiegelden, pensioenen en werkloosheids-, arbeidsongevallen- en invaliditeitsuitkeringen.

Goederen die voor beslagname in aanmerking komen, worden door de gerechtsdeurwaarder aangeduid door vermelding in een proces-verbaal met het oog op een eventuele latere verkoop, tenzij er via de gerechtsdeurwaarder een overeenkomst met de schuldeiser kan worden gesloten. Het is op straffe van strafrechtelijke vervolging streng verboden om de goederen te laten verdwijnen die door een gerechtsdeurwaarder zijn genoteerd.

B. Sekwester

Het gerechtelijk sekwester kan door de rechter worden bevolen voor roerende goederen die onder een schuldenaar in beslag genomen zijn, voor onroerende of roerende goederen waarvan de eigendom of het bezit tussen twee of meer personen in geschil is, en voor zaken die een schuldenaar tot kwijting van zijn schuld aanbiedt (art. 1961 B.W.).

C. Voorlopige maatregelen

In kort geding komen alle types van zaken in aanmerking om voorlopig beslecht te worden. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg is bevoegd voor alle gemeenrechtelijke burgerlijke geschillen. Arbeidszaken en handelszaken moeten bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank dan wel van de rechtbank van koophandel aanhangig worden gemaakt.

De vrederechter kan dringende voorlopige maatregelen opleggen voor de duur van het samenwonen wanneer de verstandhouding verstoord is, bijvoorbeeld omtrent de gezinswoning, de persoon en de goederen van de kinderen. Dit geldt enkel voor gehuwden (art. 223, eerste lid, B.W.) en voor wettelijk samenwonenden (art. 1479, eerste lid, B.W.), niet voor feitelijk samenwonenden.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

In beginsel kunnen alle vonnissen voorlopig ten uitvoer worden gelegd indien de rechter dat toestaat, behalve in door de wet verboden gevallen (art. 1398 Ger.W.). Deze gevallen zijn echtscheiding, scheiding van tafel en bed, verzet tegen het huwelijk en nietigverklaring van het huwelijk. Ook de beschikking die een vordering tot betaling van een vaststaande schuld beneden € 2500 inwilligt, kan niet voorlopig ten uitvoer worden gelegd (art. 1399 Ger.W.).

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

A. Bewarend beslag

De beslagene verliest niet de eigendom en de genotsrechten (gebruik, verhuur, opbrengst, vruchten) van de onder bewarend beslag geplaatste goederen. Hij mag deze goederen enkel niet vervreemden of verzwaren met een hypotheek. Deze beschikkingsonbevoegdheid heeft als gevolg dat alle handelingen die de beslagene stelt in strijd met deze onbevoegdheid wel geldig zijn, maar niet tegenwerpelijk aan de beslaglegger. De beslaglegger moet er dus geen rekening mee houden en mag doen alsof deze handelingen niet bestaan.

B. Sekwester

Sekwester betekent, net zoals een gewone bewaargeving, het materiële bezit van een goed overdragen aan de bewaarnemer. De bewaarnemer mag enkel bewarende handelingen verrichten.

C. Voorlopige maatregelen

Niet van toepassing.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Voorlopige tenuitvoerlegging heeft als gevolg dat het vonnis wordt uitgevoerd ondanks de mogelijkheid van hervorming van het vonnis in hoger beroep of na verzet. De eisende partij draagt het risico van de tenuitvoerlegging (zie hoger).

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

A. Bewarend beslag

Het bewarend beslag is beperkt geldig in de tijd, in beginsel voor drie jaar. De beslagrechter mag een kortere termijn bepalen. Het beslag kan hernieuwd worden zolang de eerste termijn loopt. De hernieuwing – die in feite een verlenging van de bestaande termijn is – wordt toegestaan indien er gegronde redenen zijn en er nog steeds sprake is van spoedeisendheid.

B. Sekwester

De wet bepaalt geen limiet voor de termijn waarvoor sekwester geldt. Indien er niet langer het risico bestaat dat zaken niet in hun bestaande toestand behouden kunnen blijven en een eindoplossing in het gedrang wordt gebracht, wordt het sekwester opgeheven.

C. Voorlopige maatregelen

Voorlopige maatregelen hebben geen wettelijk vastgelegde geldigheidstermijn. Een definitieve uitspraak in het geschil kan voorlopige maatregelen bekrachtigen of ongedaan maken.

Dringende voorlopige maatregelen door de vrederechter opgelegd, zijn niet meer van toepassing indien de echtscheidingsprocedure is opgestart. Van dan af is immers de rechtbank van eerste aanleg bevoegd, en kunnen voorlopige maatregelen gevorderd worden bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Niet van toepassing.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

A. Bewarend beslag

Tegen een beschikking van de beslagrechter die de beslaglegging weigert toe te kennen, kan de beslaglegger hoger beroep instellen binnen een maand na de kennisgeving van de beschikking (art. 1419, eerste lid, Ger.W. en 1031 Ger.W.). De zaak wordt behandeld zoals gebeurde voor de eerste rechter; het arrest wordt in raadkamer gewezen. Wordt het beslag toegestaan in hoger beroep, dan moet de beslagene die tegen het beslag wil opkomen de zaak bij wijze van derdenverzet bij het hof van beroep aanhangig maken.

Tegen een beschikking van de beslagrechter waarbij toelating tot bewarend beslag wordt verleend, kan de beslagene of iedere belanghebbende partij derdenverzet aantekenen (art. 1419 Ger.W.). Het derdenverzet moet ingesteld worden binnen een maand vanaf de betekening van de beschikking tot machtiging en wordt gebracht voor de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen (art. 1125 Ger.W.). Tenzij de beslagrechter de schorsing van de tenuitvoerlegging toestaat, heeft het derdenverzet geen schorsende werking.

B. Sekwester

Niet van toepassing in het geval van sekwester bedongen tussen partijen.

Gerechtelijk sekwester is een beslissing van een rechter waartegen rechtsmiddelen mogelijk zijn conform de regeling van het Gerechtelijk Wetboek.

C. Voorlopige maatregelen

Iedere partij die door een beschikking in kort geding is benadeeld, heeft de mogelijkheid om hoger beroep of verzet aan te tekenen. Hoger beroep tegen een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of van de rechtbank van koophandel, wordt behandeld door het hof van beroep. Hoger beroep tegen een beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank moet worden ingesteld bij het arbeidshof.

De termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen bedragen een maand vanaf de betekening van de beschikking in het geval dat de rechtspleging ingeleid werd per dagvaarding of vrijwillige verschijning, en een maand na de kennisgeving van de beschikking bij gerechtsbrief in het geval dat de beschikking gewezen werd op eenzijdig verzoekschrift.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Hoger beroep tegen voorlopige tenuitvoerlegging is onmogelijk. De rechter in hoger beroep kan immers in geen geval de tenuitvoerlegging van een vonnis verbieden of doen schorsen (art. 1402 Ger.W.).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 03/09/2014