Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Voorlopige en beschermende maatregelen - Portugal

1 De verschillende soorten maatregelen

Voorlopige en conservatoire maatregelen zijn voorbeelden van bewarende maatregelen waartoe binnen het kader van een beschermingsprocedure een verzoek bij het gerecht kan worden ingediend. De voorlopige bescherming van rechten is niet beperkt tot beschermingsprocedures, aangezien het Portugese rechtssysteem voorziet in andere voorlopige bewarende maatregelen bij bepaalde juridische situaties - bijv.:

  1. voorlopige maatregelen in het kader van procedures voor een gerechtelijk bevel of onbevoegdverklaring;
  2. voorlopige bewindvoering over het vermogen van iemand die afwezig is;
  3. aanstelling van een juridisch vertegenwoordiger voor een minderjarige of van een bewindvoerder;
  4. maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van vermogen dat een onbekende nalatenschap vormt.

Het doel van bewarende maatregelen is periculum in mora wegnemen (de vrees dat in afwachting van de uitspraak van de rechter er ernstige en onherstelbare schade wordt aangericht aan het betreffende recht) en zeker stellen dat de eindbeslissing ten uitvoer kan worden gelegd (zie artikel 2 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Het gerecht onderneemt stappen om bepaalde maatregelen te gelasten, vanuit de verwachting of inschatting dat de voorlopige beslissing van het gerecht door de einduitspraak zal worden bevestigd.

Tenzij er een bevel wordt gegeven voor omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen, betreffen beschermingsprocedures zaken op basis van beschermde rechten (artikel 364 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), het beschermen van of voorlopig anticiperen op de gevolgen van de definitieve maatregel, ervan uitgaande dat de in het hoofdgeding gegeven beslissing ten gunste van de verzoeker zal zijn.

De dreiging van periculum in mora geeft het gerecht de bevoegdheid om via een verkorte procedure voor een voorlopige voorziening een materiële rechtsbetrekking te beoordelen die vervolgens grondiger en meer uitgebreid moet worden onderzocht; indien de beoordeling in deze verkorte procedure ten gunste van de verzoeker uitvalt, worden maatregelen opgelegd waarmee bescherming tegen de bedreiging wordt geboden.

Het doel van bewarende maatregelen is de praktische resultaten van de procedure zeker stellen, ernstige schade voorkomen of vooruit lopen op het verwezenlijken van het recht (hypothetische instrumentaliteit), en daarmee een zo goed mogelijk evenwicht realiseren tussen de belangen van snelheid en rechtszekerheid.

Het Portugese wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet in twee soorten bewarende maatregelen:

  1. gewone bewarende maatregelen;
  2. gespecificeerde bewarende maatregelen.

Voor de eerste soort geldt artikel 362 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, dat erin voorziet dat, waar is aangetoond dat er een gerechtvaardigde vrees bestaat dat rechten in ernstige en onherstelbare mate worden aangetast en geen van de bij wet vastgestelde bewarende maatregelen geschikt is voor de zaak in kwestie, de belanghebbende mag verzoeken om de passende conservatoire of voorlopige maatregel om de doeltreffendheid van het bedreigde recht zeker te stellen. Het belang van de verzoeker kan gebaseerd zijn op een bestaand recht of op een recht dat voortkomt uit een beslissing die moet worden gegeven in een procedure voor een constitutieve beslissing, ongeacht of deze procedure al aanhangig is of zich nog in de verzoekfase bevindt. Gewone bewarende maatregelen zijn niet van toepassing als het de bedoeling is bescherming te bieden tegen het risico van schade of letsel dat wordt voorkomen door een van de gespecificeerde maatregelen.

Gespecificeerde bewarende maatregelen zijn de bewarende maatregelen waarin uitdrukkelijk wordt voorzien in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering of in afzonderlijke wetgeving.

De onderstaande maatregelen zijn gespecificeerde bewarende maatregelen die zijn vervat in het Portugese wetboek van burgerlijke rechtsvordering:

  1. voorlopig herstel van eigendom;
  2. opschorting van beslissingen van rechtspersonen;
  3. een voorlopige onderhoudsverplichting;
  4. voorlopige schadeloosstelling;
  5. beslaglegging;
  6. berbod op nieuwe bouwwerken;
  7. het in bewaring nemen van zaken.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

Iemand die aantoont dat er sprake is van terechte vrees dat een ander zijn of haar rechten ernstig en onherstelbaar schaadt, kan verzoeken om de passende conservatoire of voorlopige maatregel om het bedreigde recht zeker te stellen. Het belang van de verzoeker kan gebaseerd zijn op een bestaand recht of op een recht dat voortkomt uit een beslissing die moet worden gegeven in een procedure voor een constitutieve beslissing, ongeacht of deze procedure al aanhangig is of zich nog in de verzoekfase bevindt.

Dergelijke maatregelen worden getroffen indien er een serieuze mate van waarschijnlijkheid bestaat dat het recht een reëel recht is en er een voldoende goed gemotiveerd risico bestaat dat het wordt geschonden. Het gerecht mag het verzoek tot maatregelen echter afwijzen indien de schade voor de verzoeker die het gevolg zou zijn van het instemmen met het verzoek in ernstige mate groter zou zijn dan de schade die de verzoeker wil vermijden met de maatregel.

Het subsidiaire gebruik van gewone bewarende maatregelen is ook afhankelijk van het ontbreken van een gespecificeerde bewarende maatregel die passend is voor de situatie in kwestie.

Zo zijn aan de niet-gespecificeerde preventieve maatregelen zoals bedoeld in artikel 362 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering de volgende wettelijke eisen gesteld:

  1. het duidelijke bestaan van een recht;
  2. de gegronde vrees dat een ander iemands recht ernstig en onherstelbaar beschadigt (periculum in mora);
  3. de praktische geschiktheid van de conservatoire of voorlopige maatregel om de doeltreffendheid van het bedreigde recht zeker te stellen;
  4. de maatregel waarom wordt verzocht mag niet worden afgedekt door andere beschermingsprocedures.

Om een bevel tot maatregelen te geven moet er summier bewijs - summaria cognitio - zijn van de ernstige waarschijnlijkheid dat het aangevoerde recht een reëel recht (fumus bonis juris) is en van de gerechtvaardigde vrees dat de tijd die via de reguliere procedure nog nodig is om tot een definitieve uitspraak in het geding te komen,tot onherstelbare of moeilijk herstelbare schade kan leiden (periculum in mora). De rechter moet geneigd zijn te geloven dat het hoofdgeding gunstig zal uitvallen voor de verzoeker, aangezien conservatoire maatregelen duidelijk tot inmenging in de rechtssfeer van de verweerder zullen leiden.

Wat betreft gespecificeerde bewarende maatregelen:

  1. voorlopig herstel van eigendom: In het geval van beroving met geweld mag de eigenaar, die de feiten bezit, beroving en geweld aanvoert, erom verzoeken dat zijn of haar eigendom voorlopig aan hem of haar wordt teruggegeven. Indien de rechter bij bestudering van het bewijs van mening is dat de verzoeker de bezitter was en met geweld van het bezit beroofd is, mag de rechter dit herstel gelasten zonder de dader te dagvaarden of te verhoren.
  2. opschorting van beslissingen door rechtspersonen: Als een vereniging of bedrijf, van welke aard dan ook, beslissingen neemt die indruisen tegen de wet, de statuten of de akte van oprichting mag elke partner, binnen 10 dagen (met ingang van de datum van de vergadering waarin de beslissingen zijn genomen of de datum waarop de verzoeker hiervan heeft vernomen als de verzoeker niet naar behoren is uitgenodigd voor de vergadering), verzoeken om opschorting van uitvoering van deze beslissingen. De partner moet zijn of haar rol als partner motiveren en aantonen dat de tenuitvoerlegging van de beslissingen ernstige schade kan aanrichten. Het verzoekschrift moet vergezeld gaan van een afschrift van de notulen van de vergadering waarin de beslissingen zijn genomen en het afschrift van deze notulen wordt, met uitzondering van jaarlijkse algemene vergaderingen, vervangen door schriftelijk bewijs van de beslissing.
  3. voorlopige onderhoudsverplichting: Iemand die recht heeft op een onderhoudsbijdrage kan erom verzoeken dat het maandelijkse bedrag dat hij of zij zou moeten ontvangen wordt vastgesteld in de vorm van een voorlopige onderhoudsverplichting, mits de eerste definitieve betaling niet is gedaan. Zodra het gerecht het verzoekschrift tot een voorlopige onderhoudsbijdrage heeft ontvangen, wordt er een datum vastgesteld voor de behandeling en wordt aan partijen te kennen gegeven dat ze daar persoonlijk moeten verschijnen of zich moeten laten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde die de bevoegdheid heeft om een schikking aan te gaan. Het verweer wordt tijdens de feitelijke behandeling ingediend en de rechter tracht tot een overeenkomst over het vaststellen van de onderhoudsverplichting te komen die vervolgens bij een rechterlijke uitspraak wordt goedgekeurd.
    Bij afwezigheid van een van de partijen, of indien men niet geen overeenstemming kan bereiken, gelast de rechter de bewijsverkrijging alvorens mondelinge uitspraak te doen. Hiervoor moeten beknopte overwegingen worden gegeven.
  4. voorlopige schadeloosstelling: In verband met vorderingen tot schadeloosstelling voor overlijden of lichamelijk letsel, mag/mogen de benadeelde en partijen die het recht hebben op onderhoudsbijdragen van de benadeelde, evenals degenen aan wie het slachtoffer vanwege een natuurlijke verplichting een onderhoudsbijdrage betaalde, een verzoek indienen tot toekenning van een bepaald geldbedrag in de vorm van een maandelijkse som als voorlopige schadeloosstelling voor letsel. De rechter zal de verzochte maatregel toekennen indien er bewijs is van de noodzaak daartoe als gevolg van het geleden letsel en bewijs van de verplichting dat de verweerder schadeloos moet worden gesteld. De voorlopige regeling, die moet worden bekrachtigd in de definitieve schaderegeling, wordt naar redelijkheid en billijkheid door het gerecht vastgesteld. Dit is ook van toepassing op zaken waar de vordering tot schadevergoeding ook gebaseerd is op schade die het levensonderhoud of de huisvesting van de benadeelde partij in ernstige mate in gevaar kan brengen. De bovengenoemde punten met betrekking tot een voorlopige onderhoudsverplichting zijn ook van overeenkomstige toepassing op het doorvoeren van deze maatregel.
  5. beslaglegging: Een schuldeiser die de gerechtvaardigde vrees heeft dat activa die als zekerheid voor zijn of haar vordering dienen verloren gaan, kan het gerecht verzoeken om beslag te laten leggen op die goederen. De partij die om beslaglegging verzoekt, overlegt de feiten die aantonen dat het aannemelijk is dat de vordering bestaat, evenals een lijst van de goederen waarop beslag moet worden gelegd, samen met alle informatie die nodig is om het onderzoek af te ronden. Als wordt verzocht om beslaglegging onder de koper van het eigendom van de schuldenaar overlegt de verzoeker, zelfs als de betreffende aankoop niet voor het gerecht wordt betwist, nog altijd de feiten die de gronden van het geschil aannemelijk maken.
    Na bestudering van het bewijs wordt de beslaglegging bevolen zonder de andere partij te horen, mits de rechter van oordeel is dat aan de juridische eisen is voldaan.
    In het geval van beslaglegging op schepen of de vracht van schepen is de verzoeker ervoor verantwoordelijk om, naast het voldoen aan de algemene eisen, aan te tonen dat het beslag gezien de aard van de vordering toelaatbaar is. In dit geval wordt er geen beslag gelegd indien de schuldenaar onmiddellijk aanvaardbare zekerheid verstrekt aan de schuldeiser of indien de rechter binnen twee dagen bepaalt dat het vertrek van het schip moet worden uitgesteld totdat er zekerheid is verstrekt.
  6. verbod op nieuwe bouwwerken: Eenieder die denkt dat zijn of haar alleenrecht of gedeelde recht op een onroerende zaak of een ander zakelijk of persoonlijk recht wordt aangetast als gevolg van een nieuw bouwwerk of een nieuwe dienst die de desbetreffende schade voor de betreffende partij veroorzaakt of waarvan aannemelijk is dat daardoor die schade veroorzaakt wordt, mag, binnen 30 dagen vanaf de datum waarop de partij bekend wordt met het feit, om de onmiddellijke opschorting van de werkzaamheden of de dienst verzoeken. De verzoeker mag het verbod ook rechtstreeks buitengerechtelijk opleggen door kennisgeving te doen aan de ontwikkelaar, of bij afwezigheid daarvan, de persoon die de leiding heeft of diens plaatsvervanger, in het bijzijn van twee getuigen, dat het werk gestaakt moet worden. Dit buitengerechtelijke verbod is niet rechtsgeldig indien er niet binnen vijf dagen een verzoek tot bekrachtiging ervan bij het gerecht wordt ingediend.
  7. het in bewaring nemen van zaken: Indien er een redelijke vrees bestaat dat roerende of onroerende zaken of documenten verloren zullen gaan, verborgen zullen worden of kwijt worden gemaakt, wordt om het in bewaring nemen ervan verzocht. Dit in bewaring nemen is gekoppeld aan de procedure die betrekking heeft op het specificeren van goederen of bewijs van eigendom van de rechten op de in bewaring genomen goederen. Om inbewaringneming mag worden verzocht door eenieder die een belang heeft bij het behoud van de goederen of documenten, maar in zaken die aanleiding geven tot het innen van een nalatenschap mogen alleen schuldeisers om inbewaringneming verzoeken. De verzoeker moet summier bewijs overleggen van het recht met betrekking tot de goederen en de feiten waarop de vrees voor het verloren gaan of kwijt gemaakt worden ervan gebaseerd is. Als het recht dat de goederen betreft afhankelijk is van een geding dat is ingesteld of dat al aanhangig is, moet de verzoeker het gerecht ervan overtuigen dat het aannemelijk is dat het verzoekschrift in kwestie geldig is. Zodra het gevraagde bewijs verstrekt is, kent de rechter de maatregelen toe indien de rechter de mening is toegedaan dat het belang van de verzoeker zonder de inbewaringneming ernstig gevaar loopt.

2.1 De procedure

Met uitzondering van het verbod op nieuwe bouwwerken, waarvoor het mogelijk is eerst buitengerechtelijke maatregelen te treffen, gevolgd door een verzoekschrift tot bekrachtiging door het gerecht, zijn alle andere bewarende maatregelen gebaseerd op een inleidend verzoekschrift bij het gerecht waarin de verzoeker summier bewijs verstrekt van het bedreigde recht en de vrees van schade of letsel rechtvaardigt. In het kader van dit verzoek wordt een lijst overgelegd van getuigen en wordt om ander bewijs verzocht; het maximum is vijf getuigen.

Op verzoek kan de rechter, in de beslissing waarin de maatregel wordt bevolen, de verzoeker ontslaan van de last om het hoofdgeding in te stellen indien het tijdens de procedure verkregen materiaal ertoe heeft geleid dat de rechter van mening is dat het beschermde recht een reëel recht is en de aard van de gelaste maatregel passend is om tot een definitieve beslechting van het geschil te leiden. Een verzoek tot deze vrijstelling mag worden ingediend tot aan het eind van de definitieve behandeling; in het geval van een niet-contradictoire procedure mag de verweerder beroep instellen tegen de omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen en tegen de bevolen maatregel.

Het regime van omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen is van overeenkomstige toepassing op het voorlopige herstel van eigendom, de opschorting van beslissingen van een rechtspersoon, de voorlopige onderhoudsverplichting, verboden op nieuwe bouwwerken en andere maatregelen waarin afzonderlijke wetgeving voorziet die, vanwege de aard ervan, een definitieve beslechting van het geschil mogelijk maken.

Indien bij wet niet is vastgesteld dat de maatregel wordt getroffen zonder de verweerder te horen, wordt de verweerder door het gerecht gehoord, tenzij de doelen van doeltreffendheid van de maatregel door dit horen in ernstige mate in het gedrang zouden kunnen komen.

Indien de verweerder wordt gehoord voordat er een beslissing wordt genomen over de maatregel, wordt de verweerder gedagvaard om binnen tien dagen verweer in te stellen. De dagvaarding wordt door een kennisgeving vervangen indien de verweerder al voor de hoofdprocedure gedagvaard is.

Indien de termijn voor het instellen van verweer is verstreken en de verweerder gehoord is, wordt, indien van toepassing, het vereiste of door het gerecht vastgestelde bewijs verzameld.

Indien de verweerder niet is gehoord en over de maatregel moet worden beslist, wordt de verweerder pas van die beslissing op de hoogte gesteld nadat deze is genomen. Na kennisgeving heeft de verweerder recht op beroep, onder algemene voorwaarden, tegen het bevel voor de maatregel indien de verweerder van mening is dat, gezien de feiten, de maatregel niet had moeten worden toegekend. Ook kan de verweerder verweer instellen indien de verweerder feiten wil aanvoeren of bewijs wil overleggen die/dat het gerecht niet in overweging heeft genomen en waarmee de gronden voor de bewarende maatregel zouden kunnen worden weggenomen of waardoor deze maatregel zou kunnen worden afgezwakt. De verweerder mag, met behulp van een van de bovengenoemde middelen, verweer instellen tegen de beslissing om de verantwoordelijkheid tot handelen om te keren. Indien de verweerder verweer instelt, moet het gerecht beslissen over het aanhouden, afzwakken of intrekken van de maatregel waartoe eerder is besloten. Tegen deze beslissing en, indien van toepassing, tegen het in stand houden of intrekken van omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen kan beroep worden ingesteld en dit leidt, in voorkomende gevallen, tot levering van het vereiste bewijs of tot ambtshalve vaststelling van het bewijs door het gerecht.

De relatieve bevoegdheid wordt geregeld in artikel 78 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, waarin het volgende is bepaald:

  1. verzoekschriften tot beslaglegging en het in bewaring nemen van goederen kunnen worden ingediend bij het gerecht waar de bijbehorende procedure moet worden ingesteld, of in het gerecht voor de plaats waar de activa zich bevinden, of, indien er zich activa in meer districten bevinden, in één daarvan.
  2. voor een verbod op nieuwe bouwwerken berust de bevoegdheid bij het gerecht dat bevoegd is voor de plaats waar het werk moet worden verricht.
  3. voor de andere bewarende maatregelen is het gerecht bevoegd waar het bijbehorende geding moet worden ingesteld.

Indien de verantwoordelijkheid tot handelen niet wordt omgekeerd, wordt de procedure aan de dossiers toegevoegd zodra het geding is ingesteld; indien het geding wordt ingesteld bij een ander gerecht wordt het daar naartoe verwezen en heeft dat gerecht uitsluitende bevoegdheid over de vervolgstappen.

Indien er gedurende een procedure om bewarende maatregelen wordt verzocht, dient dit verzoek te worden ingesteld bij het gerecht waar de hoofdprocedure aanhangig is, tenzij er een beroepsprocedure is ingesteld; in dat geval vindt de samenvoeging pas plaats nadat de procedure is afgerond of indien de dossiers van de hoofdprocedure aan het gerecht van eerste aanleg worden overgedragen.

Vertegenwoordiging door een advocaat is verplicht indien de waarde van de maatregel hoger is dan € 5 000,00 of indien hoger beroep mogelijk is.

De waarde van bewarende maatregelen wordt als volgt bepaald:

  1. voor voorlopige onderhoudsverplichtingen en voorlopige schadeloosstelling: door het maandelijks te betalen bedrag waarom verzocht wordt, vermenigvuldigd met twaalf;
  2. voor voorlopig herstel van eigendom: door de waarde van het voorwerp dat aan de eigenaar ontnomen is;
  3. voor het opschorten van beslissingen van rechtspersonen: door de omvang van de schade;
  4. voor een verbod op nieuwe bouwwerken en niet-gespecificeerde bewarende maatregelen: door de te voorkomen schade;
  5. voor beslaglegging: door de hoogte van het te garanderen bedrag van de vordering;
  6. voor het in bewaring nemen van goederen: door de waarde van de in bewaring genomen goederen.

2.2 De basisvereisten

Bij het beoordelen van de criteria voor het bevelen van een bewarende maatregel moet het gerecht altijd onderzoeken of de aangevoerde vrees gefundeerd is, hoe ernstig de mogelijke schending van het recht in kwestie is en hoe moeilijk dit te herstellen zal zijn. Ook beoordeelt het gerecht of de conservatoire of voorlopige maatregel passend is in de specifieke zaak, wat betreft het veiligstellen van het vermeend bedreigde recht. Het gerecht moet vaststellen dat verder uitstel een risico met zich zou meebrengen.

Ook onderzoekt het gerecht of de procedure daadwerkelijk of mogelijk afhangt van een ingestelde of in te stellen nieuwe procedure op basis van het veilig te stellen recht.

In deze vorm van procedure moet voor het gerecht summier (d.w.z. minder nauwgezet dan in de hoofdprocedure) worden aangetoond dat het echt aannemelijk is dat het te beschermen recht bestaat en dat de vrees dat dit recht wordt geschaad in afdoende mate wordt gerechtvaardigd.

Zie het antwoord op vraag 1 en 2 voor de andere voorwaarden waaraan moet worden voldaan met betrekking tot specifieke bewarende maatregelen.

Alle bewarende maatregelen worden als urgent beschouwd en gaan voor op andere, niet-urgente rechtshandelingen, en hierover moet in eerste aanleg binnen maximaal twee maanden worden beslist of, indien de verweerder niet hoeft te worden gedagvaard, binnen 15 dagen.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Rechten en onroerende en roerende zaken die niet volledig of deels bij wet zijn uitgesloten kunnen het onderwerp worden van bewarende maatregelen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Omdat ze op last van de gerechten worden uitgevoerd, zijn bewarende maatregelen bindend voor alle publieke en private lichamen en gaan ze voor op door een andere instantie vastgestelde maatregelen (artikel 205, lid 2, van de Grondwet van de Portugese Republiek). Eenieder die de vastgestelde bewarende maatregel schendt, krijgt de sanctie opgelegd voor gekwalificeerde niet-naleving, ongeacht welke maatregelen de juiste zijn voor de tenuitvoerlegging ervan.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Ongeacht of de verzoeker wordt ontslagen van de last van het instellen van het hoofdgeding vervalt de bewarende maatregel of loopt deze, als deze is afgekondigd, af:

  1. indien de verzoeker de procedure waarvan de maatregel afhankelijk is niet instelt binnen 30 dagen na de datum waarop aan de verzoeker kennisgeving is gedaan van het feit dat de beslissing waarin de maatregel werd bevolen kracht van gewijsde heeft gekregen;
  2. indien, nadat de procedure is ingesteld, het proces langer dan 30 dagen wordt gestaakt vanwege nalatigheid door de verzoeker;
  3. als de procedure niet ontvankelijk wordt verklaard, door een beslissing met kracht van gewijsde;
  4. indien de verweerder in het gelijk wordt gesteld en de verzoeker niet tijdig een verdere procedure instelt om voordeel te kunnen ontlenen aan de gevolgen van de eerdere procedure;
  5. indien het recht dat de verzoeker wil beschermen niet meer bestaat.

Ongeacht de regels over de verdeling van de bewijslast wordt de verweerder, zodra de beslissing waarin de bewarende maatregel wordt afgekondigd en de verantwoordelijkheid tot handelen wordt omgekeerd kracht van gewijsde heeft gekregen, ervan op de hoogte gesteld dat een procedure om het bestaan van het beschermde recht aan te vechten binnen 30 dagen na de kennisgeving moet worden ingesteld, aangezien de vastgestelde maatregel anders wordt vastgelegd als definitieve component van het geschil.

Dezelfde sanctie is van toepassing indien, nadat de procedure is ingesteld, het proces langer dan 30 dagen wordt gestaakt vanwege de nalatigheid van de verzoeker of indien de verweerder in het gelijk wordt gesteld en de verzoeker nalaat tijdig een verdere procedure in te stellen waarmee hij of zij de gevolgen van de eerdere procedure kan benutten.

Het verstrijken van de termijn van de maatregelen waartoe is besloten, is afhankelijk van de geldigheid, bij uitspraak met kracht van gewijsde, van de procedure die is ingesteld door de verzoeker.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Gewoon hoger beroep is toegestaan indien de waarde in het geding hoger is dan de grens voor het gerecht waar beroep tegen de beslissing wordt ingesteld en indien de aangevochten beslissing de partij die het beroep instelt voor meer dan de helft van dit bedrag benadeelt. Er kan altijd beroep worden ingesteld tegen beslissingen met betrekking tot de waarde van bewarende maatregelen op grond dat de waarde hoger is dan grens van het gerecht dat de betwiste beslissing heeft gegeven en op grond van de voorafgaande afwijzing van inleidende verzoekschriften tot bewarende maatregelen.

Tegen beslissingen tot omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen kan alleen beroep worden ingesteld in combinatie met een beroep tegen een beslissing over de maatregel waarom is verzocht; beslissingen tot afwijzing van de omkering hebben kracht van gewijsde.

Er kan geen beroep bij het Hooggerechtshof worden ingesteld tegen beslissingen waarin bewarende maatregelen worden bevolen, waaronder beslissingen waarmee de omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen wordt vastgesteld; dit is onder voorbehoud van zaken waarin beroep altijd mogelijk is.

Een partij in de procedure die in het ongelijk wordt gesteld en eenieder die geen partij is in de procedure maar die directe materiële schade ondervindt van de bewarende maatregel, kan de maatregel aanvechten.

Het voor het beroep bevoegde gerecht is een gerecht van tweede aanleg in het arrondissement waarin het gerecht zich bevindt dat de aangevochten beslissing heeft gegeven.

De termijn voor het instellen van beroep is 15 dagen gerekend vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing. Indien het beroep ook het opnieuw beoordelen van geregistreerd bewijs betreft, wordt de termijn met 10 dagen verlengd.

Een beroep dat wordt ingesteld tegen een beslissing waarmee de maatregel volledig wordt verworpen of waarin de maatregel niet wordt bevolen, heeft schorsende werking. In andere gevallen heeft het een zuiver devolutieve werking.

Aanvullende informatie

Nadere informatie is te vinden op de volgende websites:

De link wordt in een nieuw venster geopend.Justitieportaal

De link wordt in een nieuw venster geopend.Directoraat-generaal voor justitieel beleid

De link wordt in een nieuw venster geopend.CITIUS Portal

De link wordt in een nieuw venster geopend.Database van juridische documenten

De link wordt in een nieuw venster geopend.Portugees staatsblad


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 30/09/2019