Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Rechterlijke bevoegdheid - Tsjechië

1 Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank (bijvoorbeeld een arbeidsrechtbank)?

Het Tsjechische burgerlijk recht kent geen procedureregels die gespecialiseerde rechtbanken aanwijzen om specifieke soorten zaken te behandelen. In principe is de algemene rechtbank bevoegd om geschillen in alle burgerlijke zaken te beslechten. Deze zijn materieel zo gedefinieerd dat in burgerlijke procedures de rechtbanken geschillen en andere rechtszaken die voortvloeien uit privaatrechtelijke betrekkingen, behandelen en beslechten (artikel 7, lid 1, van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, zoals gewijzigd). Voorts is in Tsjechië een nieuwe wet in werking getreden op 1.1.2014, namelijk Wet nr. 292/2013 Sb., inzake bijzondere gerechtelijke procedures. Krachtens deze wet behandelen en beslechten de rechtbanken de in deze wet omschreven rechtszaken.

In bepaalde gevallen zijn administratieve autoriteiten op grond van bijzondere wetgeving bevoegd om in burgerlijke zaken uitspraak te doen. In dat geval kan de beslissing van de administratieve autoriteit altijd achteraf worden getoetst door een burgerlijke rechtbank in procedures overeenkomstig deel vijf van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, zoals gewijzigd (artikel 244 e.v.).

2 Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn (dus als dit de rechtbanken zijn die bevoegd zijn voor dergelijke zaken), hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak?

2.1 Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken (bijvoorbeeld districtsrechtbanken als lagere rechtbanken en regionale rechtbanken als hogere rechtbanken), en zo ja, welke is dan bevoegd voor mijn zaak?

In Tsjechië zijn de burgerlijke rechtbanken van eerste aanleg districtsrechtbanken en regionale rechtbanken en, in zeldzame gevallen, het Tsjechische hooggerechtshof.

1. De districtsrechtbanken zijn bevoegd om zaken in eerste aanleg te behandelen, tenzij in de wet uitdrukkelijk is bepaald dat de regionale rechtbanken of het Tsjechische hooggerechtshof bevoegd zijn.

2.

a) Volgens Wet nr. 99/1963 Sb. zijn regionale rechtbanken in eerste aanleg bevoegd voor de volgende zaken:

  • geschillen tussen de werkgever en de ontvanger over de onderlinge afwikkeling van te hoge uitkeringen door een pensioenverzekering, een ziektekostenverzekering, een overheidsdienst voor sociale bijstand en een dienst voor materiële hulp aan behoeftigen, en in geschillen over de onderlinge afwikkeling van afnemende vergoedingen die worden betaald als gevolg van het recht op ziekteverzekeringsuitkeringen,
  • geschillen die betrekking hebben op de onwettigheid van een staking of uitsluiting,
  • geschillen die betrekking hebben op een andere staat of een persoon die diplomatieke immuniteiten en voorrechten geniet indien deze geschillen onder de bevoegdheid van de Tsjechische rechtbanken vallen,
  • geschillen die betrekking hebben op de nietigverklaring van een scheidsrechterlijke beslissing betreffende de tenuitvoerlegging van verplichtingen die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst,
  • zaken die voortvloeien uit rechtsbetrekkingen in verband met de oprichting van handelsvennootschappen, stichtingen, schenkingen en schenkingsfondsen en in geschillen tussen handelsvennootschappen, hun partners of vennoten alsmede in geschillen tussen partners of vennoten die voortvloeien uit hun participatie in de handelsvennootschap,
  • geschillen tussen handelsvennootschappen, hun partners of vennoten alsmede leden van de wettelijke organen daarvan of vereffenaars, indien de geschillen betrekking hebben op de uitoefening van het mandaat van leden van de statutaire organen of op een vereffening,
  • auteursrechtelijke geschillen,
  • geschillen die betrekking hebben op de bescherming van rechten die worden of dreigen te worden geschonden door oneerlijke concurrentie of onrechtmatige mededingingsbeperkingen,
  • zaken die betrekking hebben op de bescherming van de naam en reputatie van een rechtspersoon,
  • geschillen die betrekking hebben op een financiële zekerheid en geschillen die verband houden met wissels, cheques en beleggingsinstrumenten,
  • geschillen die voortvloeien uit transacties op een grondstoffenbeurs,
  • zaken die verband houden met algemene vergaderingen van verenigingen van eigenaren en daaruit voortvloeiende geschillen,
  • zaken die verband houden met de transformatie van vennootschappen en coöperaties, met inbegrip van schadevergoedingsprocedures, op grond van een bijzondere wettelijke regeling,
  • geschillen die betrekking hebben op de aankoop van een fabriek, de lease van een fabriek of een deel daarvan,
  • geschillen die betrekking hebben op opdrachten voor bouwwerkzaamheden die overheidsopdrachten boven de drempelwaarde zijn, met inbegrip van de zaken die nodig zijn voor de uitvoering van die opdrachten.

b) Volgens Wet nr. 292/292/2013 Sb., zijn regionale rechtbanken in eerste aanleg bevoegd voor de volgende zaken:

  • zaken die betrekking hebben op de status van rechtspersonen, met inbegrip van hun ontbinding en vereffening, de benoeming en het ontslag van leden van hun statutaire organen of de vereffenaar, hun transformatie en kwesties met betrekking tot hun algemeen gunstige status,
  • zaken die betrekking hebben op het curatorschap over rechtspersonen,
  • zaken die betrekking hebben op stortingen om te voldoen aan verplichtingen tot het betalen van een (schade)vergoeding aan meer dan één persoon op grond van een rechterlijke beslissing krachtens de wet op de handelsvennootschappen of de wet op de transformatie van vennootschappen en coöperaties (hierna "verplichte storting" genoemd),
  • zaken die betrekking hebben op de kapitaalmarkt,
  • zaken die betrekking hebben op voorafgaande toestemming voor de uitvoering van onderzoeken in mededingingszaken,
  • zaken die betrekking hebben op de vervanging van de instemming van een vertegenwoordiger van de Tsjechische orde van advocaten of de orde van belastingadviseurs voor toegang tot de inhoud van documenten.

3. Het Tsjechische hooggerechtshof is in eerste en laatste aanleg bevoegd voor procedures tot erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissingen inzake echtscheiding, scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van het huwelijk en bepaling of een huwelijk al dan niet bestaat, indien ten minste één van de partijen een Tsjechisch staatsburger is, overeenkomstig artikel 51 van Wet nr. 91/2012 Sb., inzake internationaal privaatrecht. Deze procedure wordt echter niet gevolgd bij de erkenning van rechterlijke beslissingen uit andere EU-lidstaten in gevallen waarin Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2003, van toepassing is of indien een bilateraal of multilateraal verdrag dat in een andere procedure dan het Tsjechische recht voorziet, van toepassing is.

Het hooggerechtshof is ook bevoegd voor zaken die betrekking hebben op de erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing tot vaststelling en ontzegging van het ouderschap op grond van artikel 55 van Wet nr. 91/2012 Sb., inzake internationaal privaatrecht.

2.2 Territoriale bevoegdheid (is de rechtbank van stad A of van stad B bevoegd voor mijn zaak?)

De omstandigheden op het moment waarop de procedure wordt ingeleid, zijn bepalend voor de vaststelling van de bevoegdheid (zie vraag 2.1) en territoriale bevoegdheid. Op enkele uitzonderingen na (overdracht van de bevoegdheid voor zaken die betrekking hebben op de zorg voor minderjarigen, voogdij en handelingsbekwaamheid) zijn alle latere wijzigingen in deze omstandigheden (bijvoorbeeld een wijziging van de woonplaats van de verweerder) irrelevant.

Volgens artikel 105, lid 1, van wet nr. 99/1963, wetboek van burgerlijke rechtsvordering, is de rechter in wezen slechts bevoegd om de territoriale bevoegdheid aan het begin van de procedure te onderzoeken – tot het einde van de voorbereidende procedure, vóór de behandeling van de zaak ten gronde, d.w.z. tot het moment waarop de rechter de eiser verzoekt een rechtsvordering in te stellen tijdens de eerste procedure, of totdat de rechter een beslissing geeft indien hij zonder zitting uitspraak doet. Vervolgens kan de territoriale bevoegdheid slechts worden onderzocht als er geen voorbereidende procedure heeft plaatsgevonden en een partij bezwaar heeft gemaakt tegen de lokale bevoegdheid bij de eerste gelegenheid dat zij daartoe gerechtigd was. Het is mogelijk dat in bepaalde gevallen een aantal rechtbanken territoriaal bevoegd zullen zijn. De eiser kan kiezen tussen de algemene rechtbank en de in artikel 87 van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, aangewezen rechtbanken (bijvoorbeeld op basis van de werkplek, in geval van schadevergoeding op basis van de plaats waar de schade zich heeft voorgedaan). De eiser moet uiterlijk bij de instelling van de vordering een keuze maken – de rechtbank waar de procedure voor het eerst is ingeleid, is bevoegd.

Voor specifieke juridische aangelegenheden wordt de territoriale bevoegdheid bepaald door Wet nr. 292/2013 Sb., inzake bijzondere gerechtelijke procedures.

2.2.1 De basisregel voor de territoriale bevoegdheid

De basisregels inzake territoriale bevoegdheid zijn uiteengezet in de artikelen 84 tot en met 86 van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, en in artikel 4 van Wet nr. 292/2013 Sb. Er zij echter op gewezen dat de territoriale bevoegdheid in bepaalde gevallen kan worden geregeld door een direct toepasselijke EU-wet die voorrang heeft boven nationale wetgeving (zie sommige bepalingen van Verordening nr. 44/2001, die niet alleen de internationale maar ook de territoriale bevoegdheid regelt), wat betekent dat de in het Tsjechische recht opgenomen regels inzake territoriale bevoegdheid niet altijd van toepassing zijn.

De basisregel van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, is dat de algemene rechtbank die van de verweerder is. De algemene rechtbank is altijd de districtsrechtbank. Indien een regionale rechtbank in eerste aanleg bevoegd is (zie vraag 2.1), is de regionale rechtbank van het district waarin de algemene (districts)rechtbank van de partij is gevestigd territoriaal bevoegd. Als een vordering tegen meerdere verweerders wordt ingesteld, is de algemene rechtbank van om het even wie van hen territoriaal bevoegd.

De algemene rechtbank van een natuurlijke persoon is de districtsrechtbank van het district waarin hij zijn woonplaats heeft of, indien die persoon geen woonplaats heeft, de rechtbank van het district waarin hij verblijft. Onder woonplaats wordt verstaan de plaats waar een persoon woont met de bedoeling er permanent te verblijven (het is mogelijk dat er meerdere dergelijke plaatsen zijn, in welk geval al deze rechtbanken de algemene rechtbank zijn).

De algemene rechtbank van een natuurlijke persoon die betrokken is bij een zakelijke activiteit is, voor zaken die voortkomen uit zakelijke activiteiten, de districtsrechtbank van het district waarin hij zijn vestigingsplaats heeft (de vestigingsplaats is het adres dat in het openbaar register is ingeschreven) of, indien hij geen vestigingsplaats heeft, de districtsrechtbank van het district waarin hij zijn woonplaats heeft of, indien hij geen woonplaats heeft, de districtsrechtbank van het district waarin hij verblijft.

Het criterium voor het bepalen van de algemene rechtbank van een rechtspersoon is zijn statutaire zetel (zie de artikelen 136 en 137 van Wet nr. 89/2012 Sb., burgerlijk wetboek).

De algemene rechtbank van een curator tijdens de uitoefening van zijn functie is de districtsrechtbank van het district waarin hij zijn statutaire zetel heeft.

Er gelden bijzondere regels voor de algemene rechtbank van de staat (de rechtbank van het district waarin de organisatorische eenheid van de staat die volgens een bijzondere wettelijke regeling bevoegd is haar statutaire zetel heeft of, indien de rechtbank met territoriale bevoegdheid niet op deze wijze kan worden vastgesteld, de rechtbank van het district waarin de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het recht waarop aanspraak wordt gemaakt zich hebben voorgedaan), een gemeente (de rechtbank van het district waarin de gemeente gelegen is) en een hogere territoriale zelfbesturende eenheid (de rechtbank van het district waarin de bestuursorganen hun statutaire zetel hebben).

Als de verweerder, die Tsjechisch staatsburger is, geen algemene rechtbank heeft, of geen algemene rechtbank in Tsjechië heeft, is de rechtbank van het district waarin hij zijn laatst bekende woonplaats in Tsjechië had, bevoegd. Tegen iemand die geen andere bevoegde rechtbank in Tsjechië heeft, kunnen eigendomsrechten worden uitgeoefend bij de rechtbank van het district waarin de bezittingen van die persoon zich bevinden.

Een rechtsvordering (verzoek tot inleiding van een procedure) tegen een buitenlandse persoon kan ook worden ingesteld bij een rechtbank in het Tsjechische district waarvan zijn fabriek, of een organisatorische eenheid van zijn fabriek, is gevestigd.

In artikel 4 van Wet nr. 292/2013 Sb., inzake bijzondere gerechtelijke procedures is bepaald dat de bevoegdheid voor een procedure ligt bij de algemene rechtbank van een persoon in wiens belang de procedure plaatsvindt, tenzij in die wet anders is bepaald. De algemene rechtbank van een minderjarige die niet volledig handelingsbekwaam is, is de rechtbank van het district waarin de minderjarige zijn woonplaats heeft zoals bepaald door een overeenkomst tussen de ouders, door een rechterlijke beslissing of door andere bepalende omstandigheden.

2.2.2 Uitzonderingen op de basisregel

Naast de territoriale bevoegdheid van de algemene rechtbank van de verweerder bestaat er een andere bijzondere territoriale bevoegdheid, namelijk a) bijzondere territoriale bevoegdheid naar keuze (zie vraag 2.2.2.1 hieronder) en b) exclusieve bijzondere territoriale bevoegdheid (zie vraag 2.2.2.2 hieronder). Een prorogatieovereenkomst is ook mogelijk voor handelszaken (zie vraag 2.2.2.3 hieronder).

Indien bij procedures inzake gerechtelijke voogdij over een minderjarige, bij voogdijzaken en bij procedures over handelingsbekwaamheid zich een wijziging voordoet in de omstandigheden die bepalend zijn voor de bevoegdheid, heeft de rechtbank overeenkomstig artikel 5 van Wet nr. 292/2013 Sb., inzake bijzondere gerechtelijke procedures het recht haar bevoegdheid over te dragen aan een andere rechtbank indien dit in het belang is van de minderjarige, de voogd of de persoon over wiens handelingsbekwaamheid wordt beslist. De overdracht van de bevoegdheid op grond van dit artikel is echter altijd afhankelijk van de overweging van de rechtbank.

2.2.2.1 Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank?

Dit is de zogenaamde "bijzondere territoriale bevoegdheid naar keuze", die wordt geregeld bij artikel 87 van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering. De eiser kan naar keuze een vordering instellen bij de algemene rechtbank van de verweerder of bij een andere rechtbank met territoriale bevoegdheid. De regels inzake territoriale bevoegdheid moeten echter worden nageleefd – als een regionale rechtbank in eerste aanleg bevoegd is, moet de eiser een vordering bij de regionale rechtbank instellen. Zodra de vordering bij de rechtbank is ingesteld, kan de eiser zijn keuze niet meer wijzigen. Als de territoriale bevoegdheid wordt geregeld door een rechtstreeks toepasselijke EU-verordening die voorrang heeft boven nationale wetgeving (zie een aantal bepalingen van Verordening nr. 44/2001, die niet alleen de internationale maar ook de territoriale bevoegdheid regelt), mogen de in het Tsjechische recht opgenomen regels inzake territoriale bevoegdheid op basis van keuze niet worden toegepast.

In plaats van de algemene rechtbank van de verweerder kan de eiser een rechtbank kiezen van het district waarin:

  • de verweerder zijn vaste werkplek heeft;
  • de omstandigheden die aanleiding geven tot een recht op schadevergoeding hebben plaatsgevonden;
  • de organisatorische eenheid van de fabriek van een natuurlijke of rechtspersoon die verweerder is zich bevindt, indien het geschil betrekking heeft op die eenheid;
  • een persoon die een gereglementeerde markt organiseert of een multilateraal handelssysteem beheert zijn statutaire zetel heeft, in geval van een handelsgeschil betreffende
  1. een door die persoon georganiseerde gereglementeerde markt, of de afwikkeling van dergelijke activiteit, of
  2. een door die persoon beheerd multilateraal handelssysteem, of de afwikkeling van dergelijke activiteit,
  • de plaats van betaling is gelegen, indien een recht dat voortvloeit uit een wissel, promesse of ander effect wordt uitgeoefend;
  • de statutaire zetel van een grondstoffenbeurs is gelegen, in het geval van een geschil betreffende transacties op een grondstoffenbeurs.
2.2.2.2 Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)?

Dit is de zogenaamde "exclusieve bijzondere territoriale bevoegdheid", die wordt geregeld bij artikel 88 van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, en sommige bepalingen van Wet nr. 292/2013 Sb., inzake bijzondere gerechtelijke procedures. Indien voor bepaalde zaken exclusieve territoriale bevoegdheid is opgelegd, mag de territoriale bevoegdheid niet worden bepaald volgens de algemene rechtbank van de verweerder of volgens de rechtbank van keuze.

Indien de territoriale bevoegdheid wordt geregeld door een rechtstreeks toepasselijke EU-verordening die voorrang heeft boven de nationale wetgeving (zie sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, die niet alleen de internationale maar ook de territoriale bevoegdheid regelt), mogen de in het Tsjechische recht opgenomen regels inzake exclusieve territoriale bevoegdheid niet worden toegepast.

Overeenkomstig artikel 88 van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt exclusieve territoriale bevoegdheid voornamelijk opgelegd voor de volgende procedures:

  • de verdeling van gemeenschappelijke bezittingen van echtgenoten of andere vermogensbestanddelen of annulering van de gezamenlijke huur van een flat na echtscheiding – de rechter die uitspraak heeft gedaan in de echtscheidingszaak is territoriaal bevoegd
  • een procedure betreffende het recht op onroerende goederen (de procedure moet rechtstreeks betrekking hebben op het recht op het onroerend goed – dit betreft voornamelijk zakelijke rechten of huurrechten) – de rechtbank van het district waarin het onroerend goed is gelegen, is territoriaal bevoegd, mits het niet gaat om een procedure tot verdeling van gemeenschappelijke bezittingen van echtgenoten of andere vermogensbestanddelen, noch om de annulering van de gezamenlijke huur van een flat na echtscheiding (in deze gevallen zou de rechter die uitspraak heeft gedaan in de echtscheidingszaak territoriaal bevoegd zijn – zie hierboven)
  • een procedure ter beslechting van een geschil met betrekking tot een erfrechtprocedure – de rechtbank waar de erfrechtprocedure plaatsvindt, is territoriaal bevoegd

Wet nr. 292/2013 Sb., inzake bijzondere gerechtelijke procedures voorziet in een bijzondere territoriale bevoegdheid voor met name de volgende procedures:

  • echtscheidingsprocedures, procedures om te bepalen of het huwelijk al dan niet bestaat en procedures inzake de ongeldigheid van het huwelijk – volgens de artikelen 373 en 383 is dit de rechtbank van het district waarin de echtgenoten hun laatste gemeenschappelijke woonplaats in Tsjechië hadden, mits ten minste één van de echtgenoten in dat district woont; indien een dergelijke rechtbank niet bestaat, is de algemene rechtbank van de echtgenoot die geen verzoek tot inleiding van een procedure heeft ingediend bevoegd, en als ook deze rechtbank niet bestaat, is de algemene rechtbank van de echtgenoot die een verzoek tot inleiding van een procedure heeft ingediend bevoegd
  • een erfrechtprocedure – volgens artikel 98 is dit de plaats van de geregistreerde vaste woonplaats van de overledene, zijn laatste woonplaats of de plaats waar hij verbleef, waar de onroerende goederen van de overledene zich bevinden of waar hij is overleden (dit zijn hiërarchische criteria)
  • procedures inzake internationale kinderontvoering (terugkeer van een kind) overeenkomstig artikel 479 is de rechtbank van het district waarin het Bureau voor de internationale rechtsbescherming van kinderen zijn statutaire zetel heeft territoriaal bevoegd, dat wil zeggen de stedelijke rechtbank in Brno.
2.2.2.3 Mogen de partijen zelf een rechtbank aanwijzen die normaal gezien niet bevoegd zou zijn?

Krachtens artikel 89a van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, hebben de partijen alleen de mogelijkheid om een andere territoriale bevoegdheid overeen te komen dan die waarin de wet voorziet (een zogenaamde prorogatieovereenkomst) in zaken die betrekking hebben op de relaties tussen ondernemingen die voortvloeien uit bedrijfsactiviteiten en alleen op voorwaarde dat voor de betrokken zaak geen exclusieve territoriale bevoegdheid overeenkomstig artikel 88 van Wet nr. 99/1963 Sb., wetboek van burgerlijke rechtsvordering, is vastgesteld (zie hierboven). Een prorogatieovereenkomst moet schriftelijk worden opgesteld. Als de eiser een vordering instelt bij de gekozen rechtbank en de prorogatieovereenkomst wordt ingeroepen, moet de overeenkomst (in een geloofwaardige vorm – bij voorkeur het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift) bij de vordering worden gevoegd, al is dit volgens de huidige wetgeving geen voorafgaande voorwaarde.

3 Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden?

Er zijn geen gespecialiseerde rechtbanken in Tsjechië (zie het antwoord op vraag 1).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 27/08/2019