Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Rechterlijke bevoegdheid - Estland

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Ests) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

1 Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank (bijvoorbeeld een arbeidsrechtbank)?

Civiele zaken vallen onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbanken (maakohus). De arrondissementsrechtbanken behandelen als rechtbank van eerste aanleg civiele zaken. Civiele zaken bestrijken een groot aantal uiteenlopende terreinen, zoals geschillen die voortkomen uit contracten en verplichtingen, familie- en erfrechtkwesties, geschillen over zakelijke rechten, kwesties inzake de activiteiten en het management van bedrijven en non-profit instellingen, faillissementszaken en arbeidsrechtelijke kwesties. Voor het aanhangig maken van een civiele zaak moet er een uiteenzetting van de vordering bij een arrondissementsrechtbank worden ingediend. In de bij de rechtbank in te dienen uiteenzetting van de vordering moet de persoon vermeld worden op wie de vordering betrekking heeft, wat er wordt gevorderd, op welke grond dit gebeurt (dat wil zeggen op welke rechtsgrondslag) en de onderbouwing van de vordering.

Een vordering die de betaling betreft van een vast geldbedrag en die voorkomt uit een privaatrechtelijke relatie, kan op verzoek ook behandeld worden volgens de versnelde betalingsbevelprocedure. Om de versnelde betalingsbevelprocedure met betrekking tot een levensonderhoud- of schuldvordering aanhangig te maken kan via de website De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.e-toimik.ee/ contact worden gelegd met de afdeling betalingsbevelen van de arrondissementsrechtbank. De versnelde betalingsbevelprocedure wordt niet toegepast bij vorderingen boven de 6 400 EUR (schuldvorderingen); dit bedrag geldt zowel bij primaire als secundaire vorderingen. Evenmin wordt de versnelde procedure toegepast als het bedrag voor levensonderhoud dat wordt gevorderd hoger is dan 200 EUR per maand. De versnelde betalingsbevelprocedure wordt niet toegepast als de schuldenaar in de geboorteakte van een kind niet als ouder van dat kind staat vermeld. De versnelde betalingsbevelprocedure wordt uitgevoerd in het gerechtsgebouw in Haapsalu van de arrondissementsrechtbank van Pärnu (Pärnu Maakohtu Haapsalu kohtumaja).

Bepaalde geschillen kunnen buitengerechtelijk door een commissie worden afgehandeld, alvorens gebruik wordt gemaakt van het recht om de zaak voor de rechter te brengen. Zo worden arbeidsgeschillen beslecht door een arbeidsgeschillencommissie (töövaidluskomisjon). Een arbeidsgeschillencommissie is een pre-justitieel onafhankelijk orgaan dat individuele arbeidsgeschillen beslecht. Zowel werknemers als werkgevers hebben het recht hun geschillen aan een commissie voor te leggen zonder daarvoor overheidsleges te hoeven betalen. Alle geschillen die voortkomen uit arbeidsbetrekkingen, kunnen ter beslechting worden voorgelegd aan een arbeidsgeschillencommissie. Belangrijk in dezen is dat een geschil alleen aan een arbeidsgeschillencommissie kan worden voorgelegd als de financiële vordering niet hoger is dan 10 000 EUR. Bij een vordering van meer dan 10 000 EUR wordt de zaak door een rechtbank beslist. In de aanvraag die ingediend wordt bij de arbeidsgeschillencommissie dienen de daarvoor relevante omstandigheden te worden vermeld. Als bijvoorbeeld de beëindiging van een arbeidscontract wordt aangevochten, dient het tijdstip en de reden van de beëindiging te worden vermeld. Ook moet de aard van het geschil tussen de partijen omschreven worden, dat wil zeggen wat de werknemer of werkgever nagelaten heeft te doen of in strijd met de wet heeft gedaan. Elke verklaring en vordering moet met bewijzen gestaafd worden en daarom moeten alle bewijsstukken die van belang zijn (arbeidscontract, onderlinge afspraken of correspondentie tussen de werknemer en de werkgever, enz.) of verwijzingen naar andere bewijsstukken en getuigen worden bijgevoegd. Deze bewijsstukken, die de vordering van de werknemer of werkgever staven, moeten bij de aanvraag worden ingesloten. Als de aanvrager het noodzakelijk acht een getuige op te roepen voor de bijeenkomst, dient de naam en het adres van de getuige bij de aanvraag te worden ingesloten.

Vorderingen die voortkomen uit een contract tussen een consument en een verkoper, kunnen worden beslecht door een consumentenklachtencommissie (tarbijakaebuste komisjon). Een consumentenklachtencommissie is bevoegd een geschil dat voortkomt uit een contract tussen een consument en een verkoper, te beslechten indien de partijen het geschil niet onderling hebben kunnen beslechten en indien de waarde van de betwiste goederen of diensten ten minste 20 EUR bedraagt. Vorderingen op grond van overlijden, lichamelijk letsel of gezondheidsschade worden niet door een commissie afgewikkeld maar moeten door een rechtbank worden afgewikkeld.

Een commissie beslecht geen geschillen die betrekking hebben op het verlenen van gezondheidsdiensten of juridische diensten of de overdracht van onroerend goed of gebouwen, of geschillen waarvan de beslechtingsprocedure in andere wetten is vastgelegd. Dergelijke geschillen worden beslecht door de bevoegde instelling of door de rechtbank. Zo is de beslechtingsprocedure voor huurgeschillen vastgelegd in de Wet inzake de beslechting van huurgeschillen (üürivaidluse lahendamise seadus).

Een consumentenklachtencommissie is bevoegd elk geschil te beslechten dat betrekking heeft op schade als gevolg van een gebrekkig product, mits de schade kan worden vastgesteld. Indien is vastgesteld dat er schade is berokkend maar het precieze bedrag van de schade niet kan worden bepaald, bijvoorbeeld in het geval van niet-geldelijke schade of schade die zich in de toekomst zal voordoen, wordt de hoogte van de vergoeding door een rechtbank bepaald.

2 Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn (dus als dit de rechtbanken zijn die bevoegd zijn voor dergelijke zaken), hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak?

Om te weten welke rechtbank bevoegd is om een zaak te behandelen, is het belangrijk te weten welke jurisdictieprincipes er gelden. De jurisdictie is verdeeld in drie gebieden: 1) algemene jurisdictie, die afhangt van de woonplaats van de persoon; 2) optionele jurisdictie; 3) exclusieve jurisdictie (zie deel 2.2).

2.1 Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken (bijvoorbeeld districtsrechtbanken als lagere rechtbanken en regionale rechtbanken als hogere rechtbanken), en zo ja, welke is dan bevoegd voor mijn zaak?

Rechtbanken van lagere en hogere aanleg zijn verschillend, omdat het Estse stelsel van rechtbanken een eerste, tweede en derde aanleg kent.

Arrondissementsrechtbanken (maakohus) behandelen als rechtbanken van eerste aanleg alle civiele zaken. Een wet kan bepalen dat bepaalde zaken alleen door speciale arrondissementsrechtbanken moeten worden behandeld als dit de behandeling ervan versnelt of anderszins het proces effectiever laat verlopen.

Een districtsrechtbank (ringkonnakohus) toetst beslissingen die door de arrondissementsrechtbanken binnen zijn territoriale jurisdictie zijn genomen, op basis van beroepen tegen beslissingen en uitspraken. Een districtsrechtbank oordeelt ook over andere zaken die door de wet onder zijn jurisdictie zijn geplaatst.

Het hooggerechtshof (Riigikohus) toetst beslissingen die door de districtsrechtbanken in civiele zaken zijn genomen, op basis van cassatieberoepen en beroepen tegen uitspraken. Het hooggerechtshof beoordeelt ook verzoeken om toetsing van van kracht zijnde gerechtelijke beslissingen, benoemt in de door de wet bepaalde gevallen een daartoe bevoegde rechtbank om een zaak te beoordelen en beoordeelt andere zaken die wettelijk onder zijn jurisdictie vallen.

Een zaak wordt eerst beoordeeld en afgehandeld door een arrondissementsrechtbank als rechtbank van eerste aanleg. Een persoon die niet tevreden is over een uitspraak, heeft het wettelijke recht beroep in te stellen bij een hogere rechtbank, dat wil zeggen bij de districtsrechtbank. Een districtsrechtbank is een rechtbank van tweede aanleg en toetst derhalve beslissingen van arrondissementsrechtbanken en administratieve rechtbanken op grond van beroepen en beroepen tegen uitspraken. Bij een districtsrechtbank worden civiele zaken door een college behandeld: een beroep wordt beoordeeld door een panel van drie rechters.

Het hooggerechtshof is de hoogste rechterlijke instantie en beslist over cassatieberoepen en over verzoeken om toetsing van gerechtelijke beslissingen. Cassatie heeft betrekking op het instellen van een beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die nog niet van kracht is vanwege juridische kwesties, en de herbeoordeling van die uitspraak door een hogere rechtbank zonder herevaluatie van de feiten. Toetsing van gerechtelijke beslissingen heeft betrekking op de herbeoordeling van beslissingen en uitspraken die reeds van kracht zijn geworden, in gevallen waarin zich nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan en op basis van een verzoek van een partij in de procedure.

Beroep in cassatie kan bij het hooggerechtshof worden ingesteld door elke partij in de procedure die niet tevreden is met de uitspraak van een lagere rechtbank. Een beroep kan niet in eigen persoon maar alleen via een daartoe bevoegde vertegenwoordiger worden ingesteld. Het hooggerechtshof aanvaardt beroep in cassatie als de beweringen in het beroep de vraag doen rijzen of de lagere rechtbank het materiële recht onjuist heeft toegepast of dat er sprake was van een materiële inbreuk op het procesrecht, wat zou hebben kunnen leiden tot een onrechtvaardige uitspraak. Daarnaast accepteert het hooggerechtshof de zaak ook indien de behandeling van het cassatieberoep van fundamenteel belang zou zijn voor het waarborgen van de rechtszekerheid en voor de vorming van een uniforme rechtspraktijk, of voor de verdere ontwikkeling van het recht.

2.2 Territoriale bevoegdheid (is de rechtbank van stad A of van stad B bevoegd voor mijn zaak?)

Jurisdictie is het recht en verplichting van een persoon om zijn of haar procedurele rechten voor een specifieke rechtbank uit te oefenen. Jurisdictie is algemeen, optioneel of exclusief.

Algemene jurisdictie bepaalt de rechtbank waar gerechtelijke procedures tegen een persoon kunnen worden ingesteld en waar andere procedurele handelingen kunnen worden verricht met betrekking tot een persoon, tenzij de wet bepaalt dat bij een andere rechtbank de gerechtelijke procedure kan worden ingesteld of de handeling kan worden verricht.

Optionele jurisdictie bepaalt de rechtbank waar in aanvulling op algemene jurisdictie gerechtelijke procedures kunnen worden ingesteld tegen een persoon en andere procedurele handelingen kunnen worden verricht ten aanzien van een persoon. Dit betekent dat een gerechtelijke procedure inzake een eigendomsvordering tegen een natuurlijke persoon evenzeer kan worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats waar de persoon het langst heeft gewoond, bestrijkt. Als een persoon in het buitenland woont, kan een gerechtelijke procedure inzake een eigendomsvordering ook tegen hem of haar worden ingesteld bij de rechtbank waar de locatie onder valt waar zich het eigendom bevindt waarop de vordering betrekking heeft, of bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie van andere eigendommen van de betreffende persoon bestrijkt.

Exclusieve jurisdictie bepaalt de enige rechtbank waar een civiele zaak kan voorkomen. De jurisdictie in zaken die verzoeken betreffen is exclusief, tenzij de wet anders bepaalt. Exclusieve jurisdictie kan bijvoorbeeld worden bepaald door de locatie van onroerend goed, de statutaire zetel van een rechtspersoon, enz.

2.2.1 De basisregel voor de territoriale bevoegdheid

Een gerechtelijke procedure tegen een natuurlijke persoon kan worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie diens woonplaats bestrijkt, en een gerechtelijke procedure tegen een rechtspersoon kan worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de plek van het hoofdkantoor bestrijkt. Indien de woonplaats van een natuurlijke persoon niet bekend is, kan een gerechtelijke procedure tegen de persoon worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie diens laatst bekende woonplaats bestrijkt.

2.2.2 Uitzonderingen op de basisregel

Een gerechtelijke procedure tegen een burger van de Republiek Estland die in het buitenland woont en voor wie het extraterritorialiteitsbeginsel geldt, of tegen een burger van de Republiek Estland die in het buitenland werkt en ambtenaar is, kan worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de laatste woonplaats van de betreffende persoon in Estland bestrijkt. Als de persoon niet in Estland woonachtig is geweest, kan tegen hem of haar een gerechtelijke procedure worden ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van Harju (Harju Maakohus). Een gerechtelijke procedure kan worden ingesteld tegen een orgaan van de Republiek Estland of een lokale overheid bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de statutaire zetel van het nationale of lokale overheidsorgaan in kwestie bestrijkt. Als het nationale overheidsorgaan niet kan worden vastgesteld, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van Harju. Als het lokale overheidsorgaan niet kan worden vastgesteld, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de zetel van de plattelandsgemeente of het stadsbestuur bestrijkt.

Een gerechtelijke procedure kan worden ingesteld tegen een orgaan van de Republiek Estland of een lokale overheid bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de statutaire zetel van het nationale of lokale overheidsorgaan in kwestie bestrijkt.

Als het nationale overheidsorgaan niet kan worden vastgesteld, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van Harju. Als het lokale overheidsorgaan niet kan worden vastgesteld, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de zetel van het bestuur van de landelijke gemeente of de stad bestrijkt. Een eiser kan ook een gerechtelijke procedure instellen bij de rechtbank waarvan de jurisdictie diens eigen woonplaats bestrijkt.

2.2.2.1 Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank?

In de in de wet genoemde gevallen kan een persoon een rechtbank kiezen waar een gerechtelijke procedure kan worden ingesteld tegen een persoon en andere procedurele handelingen kunnen worden verricht met betrekking tot een persoon in aanvulling op de algemene jurisdictie.

  • Een gerechtelijke procedure die een eigendomsvordering betreft, kan tegen een natuurlijke persoon ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie zijn of haar woonplaats bestrijkt als de persoon er langere tijd heeft verbleven vanwege een arbeids- of dienstbetrekking, studie of andere soortgelijke redenen.
  • Jurisdictie op basis van de vestigingsplaats: een gerechtelijke procedure in verband met de economische of beroepsmatige activiteiten van de verweerder kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de vestigingsplaats bestrijkt.
  • Jurisdictie op basis van de statutaire zetel van een rechtspersoon: een rechtspersoon op basis van lidmaatschap, met inbegrip van een bedrijf, of een lid, partner of aandeelhouder daarvan kan een gerechtelijke procedure die voortkomt uit hun lidmaatschap of holding tegen een lid, partner of aandeelhouder van de rechtspersoon ook instellen bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de statutaire zetel van de rechtspersoon bestrijkt.
  • Jurisdictie gebaseerd op de eigendomslocatie: als een persoon zijn of haar woonplaats of statutaire zetel in het buitenland heeft, kan een gerechtelijke procedure inzake een eigendomsvordering tegen die persoon worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie bestrijkt van het eigendom waarop de vordering betrekking heeft, of bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie bestrijkt van andere eigendommen van de persoon. Als eigendom in een openbaar register is ingeschreven, kan de gerechtelijke procedure worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie bestrijkt van het register waar het eigendom is geregistreerd. Als eigendom gevorderd wordt op grond van het verbintenissenrecht, kan de gerechtelijke procedure worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats of statutaire zetel van de schuldenaar bestrijkt. Als de vordering wordt gedekt door activa, kan de gerechtelijke procedure worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie van de activa bestrijkt.
  • Jurisdictie in het geval van een gerechtelijke procedure waarbij een vordering wordt gedekt door een hypotheek of is bezwaard met een zakelijke last: een gerechtelijke procedure om een vordering te innen die wordt gedekt door een hypotheek of is bezwaard met een zakelijke last of een andere gerechtelijke procedure die een soortgelijke vordering betreft, kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie van het onroerend goed bestrijkt, mits de schuldenaar de eigenaar is van het geregistreerde onroerende goed dat gedekt wordt door de hypotheek of bezwaard is met de zakelijke last.
  • Jurisdictie in het geval van een gerechtelijke procedure die voortkomt uit het bezit van een appartement: een gerechtelijke procedure tegen een lid van een appartementenvereniging of een andere vereniging van eigenaren van appartementen die voortkomt uit het gemeenschappelijk eigendom van de leden of het beheer van het object van gemeenschappelijk eigendom of die gebaseerd is op het fysieke aandeel van het eigendom van het appartement, kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie bestrijkt van het geregistreerde onroerend goed bezwaard met het eigendom van het appartement.
  • Jurisdictie op basis van de plek van naleving van een overeenkomst: een gerechtelijke procedure die voortkomt uit een overeenkomst, of een gerechtelijke procedure om de nietigheid van een overeenkomst vast te stellen kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de plaats bestrijkt van de aangevochten verbintenis uit overeenkomst. In het geval van een contract voor de verkoop van roerend goed wordt de plaats waar de roerende goederen werden geleverd of aan de koper hadden moeten worden geleverd, en in het geval van een contract voor de levering van een dienst, de plaats waar de dienst werd verleend of had moeten worden verleend, beschouwd als de plaats van naleving van de verbintenis. In andere gevallen wordt de vestigingsplaats of, bij gebreke daarvan, de woonplaats of statutaire zetel van de schuldenaar beschouwd als de plaats van uitvoering van de verplichting. Deze bepalingen zijn van toepassing, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
  • Jurisdictie op basis van de woonplaats van een consument: een gerechtelijke procedure die voortkomt uit een contract of relatie gespecificeerd in de artikelen 35, 46, 52, 208, lid 4, 379, 402, 635, lid 4, 709, 734 of 866 van de Wet inzake het verbintenissenrecht (võlaõigusseadus) of een gerechtelijke procedure die voortkomt uit een ander contract afgesloten met een onderneming die een statutaire zetel of een vestiging in Estland heeft, kan ook door een consument worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van de consument bestrijkt. Het bovenstaande geldt niet voor gerechtelijke procedures die voortkomen uit vervoerscontracten.
  • Jurisdictie in het geval van een gerechtelijke procedure die voortkomt uit een verzekeringscontract: een verzekeringnemer, begunstigde of andere persoon die recht heeft om naleving te verlangen van de verzekeraar op basis van een verzekeringscontract kan ook een gerechtelijke procedure die voortkomt uit het verzekeringscontract instellen tegen de verzekeraar bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats of statutaire zetel van de persoon bestrijkt. In het geval van een aansprakelijkheidsverzekering of een verzekering van een bouwsel, onroerende goederen of van roerende goederen samen met een bouwsel of onroerende goederen, kan ook een gerechtelijke procedure worden ingesteld tegen de verzekeraar bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de plaats bestrijkt van de handeling of gebeurtenis die de schade veroorzaakte, of de plaats waar de schade werd veroorzaakt.
  • Jurisdictie op basis van de woon- of werkplaats van een werknemer: een medewerker kan ook een gerechtelijke procedure die voortkomt uit zijn of haar arbeidsovereenkomst instellen bij de rechtbank waarvan de jurisdictie zijn of haar woon- of werkplaats bestrijkt.
  • Jurisdictie in het geval van een gerechtelijke procedure die te maken heeft met een wissel of cheque: een gerechtelijke procedure die verband houdt met een wissel of cheque kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de plaats van betaling van de wissel of cheque bestrijkt.
  • Jurisdictie in het geval van een gerechtelijke procedure die voortkomt uit vernieling: een gerechtelijke procedure voor de vergoeding van vernieling kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de plaats bestrijkt van de handeling of gebeurtenis die de schade veroorzaakte, of de plaats waar de schade werd veroorzaakt.
  • Jurisdictie in het geval van een gerechtelijke procedure die voortkomt uit een maritieme vordering, reddingswerk of een reddingscontract: een gerechtelijke procedure die voortkomt uit een of meerdere maritieme vorderingen die worden gespecificeerd in de Wet inzake maritiem eigendomsrecht (laeva asjaõigusseadus), kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie van het schip van de verweerder of de thuishaven van het schip bestrijkt. Een gerechtelijke procedure die voortkomt uit reddingswerk of een reddingscontract, kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de plaats bestrijkt waar het reddingswerk plaatsvond.
  • Jurisdictie in het geval van een gerechtelijke procedure betreffende de verdeling van een boedel: een gerechtelijke procedure om het erfrecht vast te stellen, een vordering van een rechtsopvolger tegen de bezitter van de boedel, een vordering uit hoofde van een legaat of erfopvolgingsovereenkomst, of een vordering voor een verplicht deel of de verdeling van een eigendom kan ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van de erflater op het moment van diens dood bestrijkt. Als de erflater een burger van de Republiek Estland was, maar op het moment van overlijden geen verblijfplaats in Estland had, kan de gerechtelijke procedure ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de laatste woonplaats van de erflater in Estland bestrijkt. Als de erflater geen verblijfplaats in Estland had, kan de gerechtelijke procedure worden ingesteld bij de arrondissementsrechtbank van Harju (Harju Maakohus).
  • Gerechtelijke procedure tegen medeverweerders en verschillende gerechtelijke procedures tegen één verweerder: een gerechtelijke procedure tegen meerdere verweerders kan worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats of statutaire zetel van één door de eiser gekozen medeverweerder bestrijkt. Als er meerdere gerechtelijke procedures moeten worden ingesteld tegen een verweerder op basis van hetzelfde feit, kunnen alle gerechtelijke procedures worden ingesteld bij de rechtbank waar een gerechtelijke procedure zou kunnen worden aangespannen met betrekking tot één vordering of enkele van de vorderingen die voortkomen uit hetzelfde feit.
  • Jurisdictie van een tegenvordering en een gerechtelijke procedure door een derde persoon met een onafhankelijke vordering: een tegenvordering kan worden ingesteld bij de rechtbank waar de oorspronkelijke gerechtelijke procedure werd ingesteld, mits aan de voorwaarden voor het instellen van een tegenvordering wordt voldaan en de tegenvordering niet onder exclusieve jurisdictie valt. Het bovenstaande geldt ook voor gevallen waarin, op grond van algemene bepalingen, de tegenvordering bij een buitenlandse rechtbank moet worden ingesteld.
  • Een gerechtelijke procedure door een derde partij met een onafhankelijke vordering kan worden ingesteld bij de rechtbank die in de hoofdzaak beschikt.
  • Jurisdictie in het geval van faillissementsprocedures: een gerechtelijke procedure betreffende een faillissementsprocedure of failliete boedel tegen een failliete persoon, curator of een lid van de faillissementscommissie, met inbegrip van een gerechtelijke procedure voor de uitsluiting van eigendom uit een failliete boedel, kan worden ingesteld bij het gerecht dat het faillissement uitsprak. Een gerechtelijke procedure voor de acceptatie van een vordering kan ook worden ingesteld bij de rechtbank die het faillissement uitsprak. Een failliete persoon kan een gerechtelijke procedure instellen met betrekking tot de failliete boedel, waaronder een gerechtelijke procedure voor verhaal, bij de rechtbank die het faillissement uitsprak.
2.2.2.2 Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)?

In de in de wet genoemde gevallen is de jurisdictie exclusief. Jurisdictie bepaalt de enige rechtbank waar een civiele zaak kan worden behandeld. Jurisdictie in zake verzoeken is exclusief, tenzij de wet anders bepaalt.

1) Jurisdictie met betrekking tot de locatie van onroerend goed – een gerechtelijke procedure met de volgende oogmerken wordt ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie van het onroerend goed bestrijkt:

  • vorderingen met betrekking tot de erkenning van het bestaan van eigendomsrecht, beperkt zakelijk recht of het belast zijn met ander belast zakelijk recht met betrekking tot onroerende goederen, of de erkenning van het ontbreken van dergelijke rechten of lasten, of vorderingen met betrekking tot andere rechten inzake onroerende goederen,
  • vaststelling van de grenzen of splitsing van onroerende goederen,
  • bescherming van het bezit van onroerende goederen,
  • vorderingen met betrekking tot een zakelijk recht voortkomende uit het bezit van een appartement,
  • vorderingen in verband met gedwongen inbeslagname van onroerende goederen,
  • vorderingen voortkomend uit een leasecontract of commercieel leasecontract met betrekking tot onroerend goed of een andere overeenkomst inzake het gebruik van onroerend goed op grond van het verbintenissenrecht, of uit de geldigheid van dergelijke overeenkomsten.

Een gerechtelijke procedure met betrekking tot zakelijke erfdienstbaarheid, zakelijke bezwaring of voorkeursrecht wordt ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de locatie van de erfdienstbaarheid of het bezwaard onroerend goed bestrijkt.

2) Vordering inzake de beëindiging van de toepassing van standaardbedingen – een gerechtelijke procedure voor de beëindiging van de toepassing van een oneerlijk standaardbeding, of tot beëindiging en intrekking van de aanbeveling van het beding door de persoon die de toepassing van het beding aanbeveelt (artikel 45 van de Wet inzake het verbintenissenrecht (võlaõigusseadus)) wordt aangespannen bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de vestigingsplaats van de verweerder of, indien er geen is, bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats of statutaire zetel van de verweerder bestrijkt. Indien de verweerder geen vestiging van een bedrijf, woonplaats of statutaire zetel in Estland heeft, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de rechtbank onder de territoriale jurisdictie waarvan de algemene bepaling werd toegepast.

3) Jurisdictie met betrekking tot het intrekken van een beslissing van een orgaan van een rechtspersoon, of het vaststellen van de ongeldigheid ervan – een gerechtelijke procedure met betrekking tot het intrekken van een beslissing van een orgaan van een rechtspersoon, of voor de vaststelling van de ongeldigheid ervan wordt ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de statutaire zetel van de rechtspersoon bestrijkt.

4) Jurisdictie in het geval van huwelijkszaken

Huwelijkszaken worden beschouwd als civiele zaken als het gaat om:

  • echtscheiding,
  • nietigverklaring van een huwelijk,
  • vaststelling van het al dan niet bestaan van een huwelijk,
  • verdeling van gezamenlijk eigendom of andere vorderingen die voortkomen uit de eigendomsrelatie tussen de echtgenoten,
  • andere vorderingen die voortkomen uit de echtelijke relatie, ingediend door een van de echtgenoten tegen de andere.

Een Estse rechtbank is bevoegd om uitspraak te doen in huwelijkszaken indien:

  • ten minste een van de echtgenoten een burger van de Republiek Estland is of een burger was op het moment van het aangaan van het huwelijk,
  • de woonplaats van beide echtgenoten zich in Estland bevindt,
  • de woonplaats van een van de echtgenoten zich in Estland bevindt, behalve wanneer het duidelijk is dat de uiteindelijke uitspraak niet zal worden erkend in het land van de nationaliteit van een van beide echtgenoten.

In een echtelijke zaak die behandeld wordt door een Estse rechtbank wordt een gerechtelijke procedure ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de gezamenlijke woonplaats van de echtgenoten bestrijkt. of, indien die er niet is, bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van de verweerder bestrijkt. Indien de woonplaats van de verweerder zich niet in Estland bevindt, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van een gemeenschappelijk minderjarig kind van de partijen bestrijkt, en, bij het ontbreken van een gemeenschappelijk minderjarig kind, bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van de eiser bestrijkt.

Indien de zeggenschap is vastgesteld over het eigendom van een afwezige persoon als gevolg van vermissing van de persoon of als er een voogd is aangesteld over een persoon als gevolg van zijn of haar beperkte actieve procesbevoegdheid, of een persoon gevangenisstraf is opgelegd, kan een echtscheidingsprocedure tegen een dergelijke persoon ook worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van de eiser bestrijkt.

5) Jurisdictie inzake afstamming en onderhoudsplicht – een afstammingszaak is een civiele zaak waarin de rechter uitspraak doet in een gerechtelijke procedure waarmee beoogd wordt de afstamming vast te stellen of de inschrijving van een ouder in de geboorteakte van een kind of in het bevolkingsregister wordt aangevochten. Een Estse rechtbank kan uitspraak doen in een afstammingszaak indien ten minste een van de partijen burger van de Republiek Estland is of ten minste een van de partijen in Estland woonachtig is. In een afstammingszaak die door een Estse rechter moet worden behandeld, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van het kind bestrijkt. Indien het kind niet woonachtig is in Estland, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van de verweerder bestrijkt. Indien de woonplaats van de verweerder zich niet in Estland bevindt, wordt de gerechtelijke procedure ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats van de eiser bestrijkt.

Deze bepalingen zijn ook van toepassing op zaken betreffende onderhoudsverplichtingen. Een zaak betreffende onderhoudsverplichting is een civiele zaak waarin uitspraak wordt gedaan over:

  • de onderhoudsverplichtingen van een ouder die voortvloeien uit de wet met betrekking tot een minderjarig kind,
  • onderhoudsverplichting tussen ouders,
  • onderhoudsverplichting tussen echtgenoten,
  • andere onderhoudsverplichtingen voortvloeiend uit de wet.
2.2.2.3 Mogen de partijen zelf een rechtbank aanwijzen die normaal gezien niet bevoegd zou zijn?

Indien een zaak onder de jurisdictie van verschillende Estse rechtbanken tegelijk valt, heeft de indiener van het verzoek het recht om zelf de rechtbank te kiezen waar hij het verzoekschrift wil indienen. In dergelijke gevallen wordt de zaak beoordeeld door de rechtbank die als eerste het verzoek ontving.

Indien een gerechtelijke procedure wordt ingesteld bij de rechtbank waarvan de jurisdictie de woonplaats of statutaire zetel van de verweerder bestrijkt of bij de rechtbank met exclusieve jurisdictie, wordt de zaak behandeld in het gerechtsgebouw waarvan de territoriale jurisdictie de woonplaats of statutaire zetel van de verweerder bestrijkt, of de plaats die wordt gebruikt om de exclusieve jurisdictie te bepalen. Als meerdere plaatsen die worden gebruikt om de jurisdictie te bepalen binnen de territoriale jurisdictie van één arrondissementsrechtbank maar binnen de dienstenzones van verschillende gerechtsgebouwen vallen, kiest de eiser het gerechtsgebouw waar de zaak zal worden behandeld. Indien de eiser geen keuze maakt, bepaalt de rechtbank waar de zaak wordt behandeld.

Zaken met betrekking tot verzoeken worden behandeld in het gerechtsgebouw waarvan de territoriale jurisdictie de plaats omvat die gebruikt wordt om de jurisdictie te bepalen. Als verschillende plaatsen die de jurisdictie bepalen zich binnen de territoriale jurisdictie van één arrondissementsrechtbank bevinden maar binnen de dienstenzones van verschillende gerechtsgebouwen, bepaalt de rechtbank waar de zaak moet worden behandeld.

3 Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden?

De versnelde procedure voor zaken met betrekking tot betalingsbevelen wordt uitgevoerd in het gerechtsgebouw in Haapsalu van de arrondissementsrechtbank van Pärnu (Pärnu Maakohtu Haapsalu kohtumaja). Voor andere civiele zaken gelden de hiervoor genoemde principes inzake jurisdictie.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.Stelsel van rechtbanken


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 29/10/2018