Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Rechterlijke bevoegdheid - Zweden

1 Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank (bijvoorbeeld een arbeidsrechtbank)?

Civielrechtelijke geschillen worden normaliter behandeld door een algemene rechtbank. De zaak moet aanhangig worden gemaakt bij een arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”) met rechtsbevoegdheid.

Er zijn twee bijzondere rechtbanken die bepaalde typen civielrechtelijke zaken behandelen, te weten de rechtbank voor arbeidsgeschillen (“arbetsdomstolen”) en de rechtbank voor marktgeschillen (“marknadsdomstolen”). Ook zijn er bepaalde arrondissementsrechtbanken die specifieke typen zaken behandelen. Informatie over de rechtsbevoegdheid van deze rechtbanken is te vinden in het antwoord op vraag 3 hieronder.

Meer informatie over algemene rechtbanken kan hier worden gevonden, en meer informatie over bijzondere rechtbanken hier.

Sommige civiele geschillen worden behandeld door organen die feitelijk geen rechtbank zijn. Door middel van een vereenvoudigde procedure in het kader van een verkorte procesgang kunnen de handhavingsautoriteiten een partij verplichten om een betaling te verrichten of een andere stap te ondernemen. Beslissingen van de autoriteiten kunnen worden aangevochten bij een arrondissementsrechtbank. Bepaalde typen geschillen met betrekking tot huur- of leaseovereenkomsten worden behandeld door rechtbanken voor huurgeschillen (“hyresnämnder”) of rechtbanken voor leasegeschillen (“arrendenämnder”).

2 Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn (dus als dit de rechtbanken zijn die bevoegd zijn voor dergelijke zaken), hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak?

2.1 Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken (bijvoorbeeld districtsrechtbanken als lagere rechtbanken en regionale rechtbanken als hogere rechtbanken), en zo ja, welke is dan bevoegd voor mijn zaak?

Vrijwel alle civiele zaken worden eerst behandeld door een lagere rechtank, de arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”).

2.2 Territoriale bevoegdheid (is de rechtbank van stad A of van stad B bevoegd voor mijn zaak?)

2.2.1 De basisregel voor de territoriale bevoegdheid

De algemene regel is dat een zaak aanhangig moet worden gemaakt in de woon- of vestigingsplaats van de verweerder. Een natuurlijke persoon wordt geacht te wonen in de plaats waar hij of zij staat ingeschreven in het bevolkingsregister. De Zweedse belastingdienst (“Skatteverket”) kan informatie verstrekken over de plaats waar iemand in het bevolkingsregister staat ingeschreven (tel: +46 (0)8 56 48 51 60). Rechtspersonen worden normaliter geacht te zijn gevestigd in de plaats waar ze hun statutaire zetel hebben.

Het kan ook mogelijk zijn om een zaak aanhangig te maken bij een Zweedse rechtbank als de persoon niet in Zweden woont of is gevestigd. Indien de verweerder geen vaste woonplaats heeft, kan de zaak aanhangig worden gemaakt in de plaats waar de verweerder verblijft of, in sommige gevallen, waar hij of zij het laatst heeft gewoond of verbleven. In bepaalde civielrechtelijke geschillen kan een zaak aanhangig worden gemaakt in Zweden ook al woont de verweerder in het buitenland. Als de verweerder onroerende zaken in Zweden bezit of in Zweden een overeenkomst heeft gesloten, zal dit van cruciaal belang zijn voor het bepalen van de rechtsbevoegdheid.

In internationale zaken is het belangrijk om in gedachten te houden dat de Zweedse bepalingen inzake de rechtsbevoegdheid van de rechtbanken alleen kunnen worden toegepast wanneer de rechtsbevoegdheid in Zweden ligt. In de meeste gevallen is dat het geval indien een Zweedse rechtbank krachtens de nationale bepalingen inzake de rechtsbevoegdheid van de rechtbanken rechtsbevoegdheid heeft. In dit verband moet tevens rekening worden gehouden met internationale overeenkomsten die mogelijk van toepassing zijn. De belangrijkste hiervan voor Zweden zijn de Brussel I-verordening, het Verdrag van Brussel en het Verdrag van Lugano, die alle de rechtsbevoegdheid van de rechtbanken reguleren ingeval de verweerder woont of is gevestigd in een staat die onder de verordening of een van de verdragen valt. In het bijzonder wordt in deze rechtsinstrumenten ook specifiek bepaald dat de gronden voor rechtsbevoegdheid bij het aanhangig maken van een zaak wegens aansprakelijkheid voor een betaling in de plaats waar de verweerder onroerende zaken bezit, mogelijk niet van toepassing zijn op een persoon die in een lidstaat of een verdragsluitende staat woont.

2.2.2 Uitzonderingen op de basisregel

2.2.2.1 Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank?

Er is een aantal regels inzake rechtsbevoegdheid die bepalen dat een zaak ook bij een andere rechtbank aanhangig kan worden gemaakt dan de rechtbank in de plaats waar de verweerder woont of is gevestigd. Ook in verschillende internationale overeenkomsten, zoals de Brussel I-verordening, het Verdrag van Brussel en het Verdrag van Lugano, zijn regels inzake concurrerende rechtsmacht vastgelegd.

De belangrijkste Zweedse regels over concurrerende rechtsmacht zijn de volgende:

  • Eenieder die schade heeft geleden kan een zaak aanhangig maken in de plaats waar het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan. In beginsel geldt deze bepaling niet voor inbreuken op contracten. Een rechtsvordering tot vergoeding van schade die het gevolg is van een strafbare handeling kan aanhangig worden gemaakt in samenhang met vervolging van het strafbare feit.
  • In consumentengeschillen met een geringe waarde kunnen consumenten een zaak tegen een handelaar aanhangig maken bij hun eigen rechtbank.
  • Zaken aangaande aansprakelijkheid voor een betaling uit hoofde van een contract kunnen in bepaalde gevallen aanhangig worden gemaakt in de plaats waar het contract is gesloten. Aan de andere kant kent het Zweedse recht geen bepaling die rechtsbevoegdheid verleent aan de rechtbank waar het contract moet worden uitgevoerd.
  • Een zaak tegen een handelaar betreffende een geschil dat is ontstaan in verband met een bedrijfsactiviteit kan in enkele gevallen aanhangig worden gemaakt in de plaats waar het bedrijf is gevestigd.
  • Rechtsvorderingen die betrekking hebben op de voogdij over kinderen, de huisvesting van kinderen en bezoekregelingen worden normaliter behandeld in de plaats waar het kind woont (zie ook het onderdeel over ouderlijke verantwoordelijkheden – Zweden).
  • Zaken die betrekking hebben op het levensonderhoud van kinderen worden doorgaans behandeld door de rechtbank in de plaats waar de verweerder woont, maar geschillen over ouderschap, huwelijksgeschillen en geschillen over ouderlijke verantwoordelijkheid (voogdij over en huisvesting van kinderen) kunnen ook door een andere rechtbank worden behandeld.
2.2.2.2 Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)?

Het Zweedse recht kent een aantal regels inzake exclusieve rechtsbevoegdheid die bepalen dat een zaak bij een specifieke rechtbank aanhangig moet worden gemaakt. Ook verschillende internationale overeenkomsten, zoals de Brussel I-verordening, het Verdrag van Brussel en het Verdrag van Lugano, bevatten regels inzake exclusieve rechtsbevoegdheid. Indien een zaak die onder een van deze regels valt bij een andere rechtbank aanhangig wordt gemaakt dan bij de rechtbank met exclusieve rechtsbevoegdheid, mag die rechtbank de zaak niet in behandeling nemen.

De belangrijkste Zweedse regels inzake exclusieve rechtsbevoegdheid zijn de volgende:

  • De meeste rechtsgeschillen betreffende onroerende zaken moeten worden behandeld door de rechtbank in de plaats waar het onroerende goed is gelegen.
  • Sommige geschillen over onroerende zaken moeten worden behandeld door een rechtbank voor vastgoedgeschillen (“fastighetsdomstol”) of door een rechtbank voor huur- of leasegeschillen (“hyresnämnd” of “arrendenämnd”). Ook hier is dit afhankelijk van de plaats waar het onroerend goed is gelegen.
  • Zaken met betrekking tot het erfrecht moeten worden behandeld door de rechtbank in de plaats waar de overleden persoon woonde.
  • Huwelijksgeschillen en geschillen over de verdeling van eigendommen tussen echtgenoten moeten worden behandeld door de rechtbank in de plaats waar een van de partijen woont.
  • Wanneer een geschil moet worden behandeld door de rechtbank voor arbeidsgeschillen (“arbetsdomstolen”) of door de rechtbank voor marktgeschillen (“marknadsdomstolen”), kan de zaak niet aanhangig worden gemaakt bij de algemene rechtbank in de woonplaats van de verweerder.
  • Voor de meeste zaken betreffende het milieurecht, het zeerecht en het intellectuele-eigendomsrecht gelden bijzondere regels die de rechtsbevoegdheid aan één specifieke rechtbank toekennen.
  • Het Zweedse hof van beroep (“Svea hovrätt”) heeft exclusieve rechtsbevoegdheid om verzoekschriften inzake de tenuitvoerlegging van uitspraken van buitenlandse rechtbanken te behandelen.
2.2.2.3 Mogen de partijen zelf een rechtbank aanwijzen die normaal gezien niet bevoegd zou zijn?

De partijen kunnen een overeenkomst sluiten waarin wordt bepaald dat een geschil kan of moet worden behandeld door een bepaalde rechtbank, de zogeheten overeenkomst inzake uitbreiding van rechtsbevoegdheid. Dit moet een schriftelijke overeenkomst zijn. De overeenkomst kan inhouden dat één enkele rechtbank exclusieve rechtsbevoegdheid heeft. Ook is het mogelijk om overeen te komen dat een andere rechtbank dan de rechtbank waarin de normale regels voorzien, rechtsbevoegdheid heeft. Voorts kunnen de partijen rechtsbevoegdheid toekennen aan meer dan één rechtbank.

In beginsel is de rechtbank waaraan de partijen rechtsbevoegdheid hebben toegekend verplicht om een zaak die bij haar aanhangig wordt gemaakt in behandeling te nemen. Dit is echter niet van toepassing indien de overeenkomst in strijd is met een van de regels inzake exclusieve rechtsbevoegdheid. Als een van de partijen stelt dat de overeenkomst inzake uitbreiding van rechtsbevoegdheid ongeldig is, moet de rechtbank ook dit onderzoeken, met als gevolg dat ze mogelijk geen rechtsbevoegdheid heeft.

Een rechtbank die anders geen rechtsbevoegdheid zou hebben, kan rechtsbevoegdheid hebben indien de verweerder niet aanvoert dat de zaak door de verkeerde rechtbank wordt behandeld (ook wel “stilzwijgende aanwijzing” genoemd). Dit is echter niet het geval als de regels inzake exclusieve rechtsbevoegdheid gelden; de rechtbank moet deze rechtsvraag uit eigen beweging in overweging nemen. De rechtbank zal de vraag of de zaak aanhangig is gemaakt in strijd met de hoofdregel, de regels inzake concurrerende rechtsmacht of een overeenkomst inzake uitbreiding van rechtsbevoegdheid echter niet automatisch onderzoeken. Het argument dat de rechtbank geen rechtsbevoegdheid heeft, moet worden aangevoerd wanneer de partijen voor het eerst verklaringen in de zaak afleggen. Als de verweerder echter helemaal geen verklaring aflegt en de rechtbank een verstekvonnis moet wijzen, moet de rechtbank onderzoeken of ze rechtsbevoegd is.

3 Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden?

Er zijn twee bijzondere rechtbanken die bepaalde typen civiele zaken behandelen, te weten de rechtbank voor arbeidsgeschillen (“arbetsdomstolen”) en de rechtbank voor marktgeschillen (“marknadsdomstolen”). De rechtbank voor arbeidsgeschillen behandelt geschillen met betrekking tot arbeidsverhoudingen, d.w.z. geschillen die verband houden met de verhouding tussen een werkgever en een werknemer. De rechtbank voor marktgeschillen behandelt zaken die betrekking hebben op het mededingings- en handelsrecht.

Bepaalde arrondissementsrechtbanken (“tingsrätter”) behandelen een specifiek type civiele zaken. Vijf Zweedse arrondissementsrechtbanken zijn ook rechtbank voor grond- en milieugeschillen (“mark- och miljödomstolar”). Deze rechtbanken behandelen zaken die onder het milieuwetboek (“miljöbalken”) vallen en zaken die betrekking hebben op onteigening of verkaveling van grond. Maritieme zaken worden behandeld door zeven arrondissementsrechtbanken die tevens zeerechtbanken zijn (“sjörättsdomstolar”). Er zijn speciale regels voor geschillen over intellectuele eigendomsrechten, in het bijzonder geschillen over octrooien, waarvoor de arrondissementsrechtbank van Stockholm (“Stockholms tingsrätt”) exclusieve rechtsbevoegdheid heeft.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 12/11/2015