Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Rechterlijke bevoegdheid


Met jurisdictie wordt doorgaans het recht en de bevoegdheid om binnen een duidelijk gedefinieerd grondgebied de rechterlijke macht uit te oefenen. Dit omvat de bevoegdheid van de rechtbanken van de staat om zaken betreffende personen, eigendom of voorgevallen feiten te behandelen, en de bevoegdheid tot fysiek ingrijpen zoals aanhouding van personen of inbeslagname van eigendommen.


Als gevolg van het recht op vrij verkeer binnen de Europese Unie (EU), de neiging van de lidstaten om hun jurisdictie uit te breiden en de vooruitgang op technologisch gebied die de afgelopen decennia is gerealiseerd, zijn er steeds meer situaties waarin meerdere lidstaten bevoegd zijn om onderzoek te verrichten en een strafrechtelijke procedure in te stellen met betrekking tot dezelfde feiten.

Als de lidstaten niet verplicht zijn om elkaar te informeren over zaken die aanleiding zouden kunnen vormen tot een jurisdictiegeschil of elkaar te raadplegen om een jurisdictiegeschil op te lossen, kan dat ertoe leiden dat een procedure wordt gevoerd in een lidstaat die daar niet het meest geschikt voor is (bijvoorbeeld wanneer relevant bewijsmateriaal en getuigen zich in een andere lidstaat bevinden) of dat in verschillende lidstaten parallel procedures worden gevoerd.

Om deze risico’s te verminderen is in 2009 het De link wordt in een nieuw venster geopend.kaderbesluit over jurisdictiegeschillen aangenomen. Het doel van dit kaderbesluit is de bevordering van nauwere samenwerking tussen de lidstaten bij het voeren van strafprocedures, om:

  • situaties te voorkomen waarin tegen dezelfde persoon in verschillende lidstaten wegens dezelfde feiten strafprocedures worden gevoerd, en
  • een oplossing te treffen om de negatieve gevolgen van parallelle strafprocedures te voorkomen.

Met het kaderbesluit wordt beoogd deze doelstelling te realiseren door een verplichte raadplegingsprocedure in te stellen voor gevallen waarin in verschillende lidstaten parallelle strafprocedures worden gevoerd. Indien een raadplegingsprocedure niet tot een consensus leidt, kunnen de betrokken lidstaten de zaak in geschikte gevallen doorverwijzen naar Eurojust, voor zover in overeenstemming met diens bevoegdheid. De lidstaten moesten voor 15 juni 2012 de nodige maatregelen nemen om aan de bepalingen van dit kaderbesluit te voldoen.

Naast dit horizontaal kaderbesluit, dat voor strafprocedures in het algemeen geldt, bestaan er verschillende EU-instrumenten die specifieke bepalingen voorschrijven met betrekking tot jurisdictie en samenwerking bij strafvervolging, zoals het De link wordt in een nieuw venster geopend.kaderbesluit ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit.


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 01/10/2015