Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Alimentatievorderingen - Oostenrijk

INHOUDSOPGAVE

Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Het doel van alimentatie is om alle passende, d.w.z. noodzakelijke en gebruikelijke materiële behoeften van de begunstigde te dekken, rekening houdend met de omstandigheden in elke zaak. Hieronder vallen met name voeding, kleding, huisvesting (inclusief verwarming en elektriciteit), medische zorg en hygiëne, evenals de betaling van aanvullende bijdragen voor sociale verzekeringen, vrijetijds- en recreatieactiviteiten, cultuur en sport, communicatie en massamedia (telefoon, radio, tv, internet) en onderwijs en opleiding. Onderhoud omvat geen bijdragen aan de opbouw van vermogen of aan private pensioenregelingen.

Een onderhoudsplicht is de verplichting om passende alimentatie te betalen. Het bedrag van de te betalen alimentatie zal afhangen van de specifieke behoeften van de onderhoudsgerechtigde, evenals van de draagkracht van de onderhoudsplichtige.

Alimentatie moet worden betaald door:

  • ouders aan hun kinderen en grootouders aan hun kleinkinderen
  • kinderen aan hun ouders en grootouders
  • echtgenoten en geregistreerde partners aan elkaar.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Er is geen leeftijdsgrens. Kinderen hebben recht op alimentatie tot ze zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

De belangrijkste verschillen tussen het recht van een minderjarige en dat van een volwassene op alimentatie hebben betrekking op de wettelijke mogelijkheden om betaling van de alimentatie af te dwingen.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Alimentatievorderingen moeten worden ingesteld bij een gerechtelijke procedure.

In een contentieuze civielrechtelijke procedure moeten echtgenoten en geregistreerde partners hun vorderingen instellen door een gerechtelijke actie aanhangig te maken. De rechtbank – in de praktijk een rechter – neemt een beslissing in de zaak in de vorm van een vonnis nadat eerst een procedure van bewijsverkrijging is doorlopen. Daarnaast kunnen echtgenoten en geregistreerde partners om tussentijdse maatregelen verzoeken, zoals de voorlopige betaling van alimentatie in verband met een alimentatieprocedure of een procedure inzake alimentatie of echtscheiding/scheiding van tafel en bed. In dat geval neemt de rechtbank een beslissing nadat eerst een verificatieprocedure is doorlopen.

Kinderalimentatie moet worden gevorderd in een niet-contentieuze procedure – ook als het kind meerderjarig is. De voogdijrechtbank [Pflegschaftsgericht] – in de praktijk een Rechtspfleger [een hogere functionaris van de Oostenrijkse gerechtelijke organisatie die bevoegd is om vonnissen te wijzen] – doet uitspraak nadat eerst procedure van bewijsverkrijging is doorlopen. Daarnaast kan een kind om tussentijdse maatregelen verzoeken, zoals de voorlopige betaling van alimentatie in verband met een alimentatieprocedure; de rechtbank neemt een beslissing nadat eerst een verificatieprocedure is doorlopen. Minderjarigen kunnen om de voorlopige betaling van alimentatie verzoeken ongeacht of er al dan niet een alimentatieprocedure loopt.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Het verzoek om vaststelling of tenuitvoerlegging van alimentatie voor minderjarigen kan worden ingediend door de wettelijke vertegenwoordiger, d.w.z. de persoon die de voogdij over het kind heeft. Met toestemming van deze persoon kunnen ook de Kinder- en Jeugdzorgdienst [Kinder- und Jugendhilfeträger] als de vertegenwoordiger van het kind optreden.

In alle andere gevallen kunnen eisers alleen worden vertegenwoordigd door iemand met een volmacht of door een bijzondere wettelijke vertegenwoordiger (Erwachsenenvertreter)

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De rechtsbevoegdheid (jurisdictie) in alimentatiezaken wordt beschreven in de wet.

Artikel 114 van de Oostenrijkse Jurisdictienorm [Jurisdiktionsnorm, JN] bepaalt dat de voogdijrechtbank [Pflegschaftsgericht] ook bevoegd is om te beslissen over vorderingen van wettelijke alimentatie voor minderjarigen; vorderingen van wettelijke alimentatie voor andere verwanten in opgaande of neergaande lijn vallen onder de bevoegdheid van de rechtbank in het rechtsgebied dat in algemene zin bevoegd is voor geschillen waarbij de onderhoudsgerechtigde persoon is betrokken. Dit zal afhankelijk zijn van de plaats waar deze persoon woont of zijn of haar gewone verblijfplaats heeft.

Artikel 76a JN bepaalt dat de bevoegde rechtbank voor alimentatiezaken tussen echtgenoten of geregistreerde partners de rechtbank is waar de echtscheidings- of ontbindingsprocedure aanhangig is gemaakt. Als een dergelijke procedure niet aanhangig is gemaakt, zal de bevoegde rechtbank de rechtbank zijn die in algemene zin bevoegd is voor geschillen waarbij de verweerder is betrokken (artikelen 65 t/m 71 JN).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Kinderalimentatie: in de procedure in eerste aanleg hoeven de partijen zich niet te laten vertegenwoordigen. Als ze echter vertegenwoordigd willen worden, kan dat in zaken waarin de vordering een geldswaarde van 5 000 EUR of meer heeft alleen door een advocaat (relatieve vereiste van bijstand in rechte (artikel 101, lid 1 van de Oostenrijkse Wet inzake niet-contentieuze procedures [Außerstreitgesetz, AußStrG]). In beroepsprocedures zal een absolute vereiste van bijstand in rechte van toepassing zijn.

Alimentatie voor echtgenoten of geregistreerde partners: in de procedure in eerste aanleg hoeven de partijen zich niet laten vertegenwoordigen. Als ze echter vertegenwoordigd willen worden, kan dat in zaken waarin de vordering een geldswaarde van 5 000 EUR of meer heeft alleen door een advocaat (relatieve vereiste van bijstand in rechte (artikel 29, lid 1 van het Oostenrijkse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Zivilprozessordnung, ZPO]). In beroepsprocedures zal een absolute vereiste van bijstand in rechte van toepassing zijn.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

De kosten (griffierechten) die zijn verbonden aan het aanhangig maken van een alimentatiezaak bij de rechtbank varieert afhankelijk van de waarde van de toegekende alimentatie. Vandaar dat de grondslag voor de beoordeling van alimentatievorderingen die in het verleden reeds zijn toegewezen het toegekende bedrag is. Indien de zaak betrekking heeft op toekomstige alimentatie, is het bedrag dat als grondslag voor de beoordeling moet worden gebruikt één maal de jaarlijkse alimentatie. Als alimentatie wordt toegekend voor een termijn van minder dan een jaar, moet het totaalbedrag als grondslag voor de beoordeling worden gebruikt (Aantekening 1 bij tariefnr. 7 van de Oostenrijkse Wet inzake griffierechten [Gerichtsgebührengesetz, GGG] voor procedures betreffende kinderalimentatie (artikel 15, lid 5 van de GGG voor alimentatieprocedures tussen echtgenoten of geregistreerde partners).

Met betrekking tot de feitelijke hoogte van de griffierechten wordt onderscheid gemaakt tussen niet-contentieuze procedures betreffende kinderalimentatie en alimentatieprocedures tussen echtgenoten of geregistreerde partners.

Voor zaken betreffende kinderalimentatie zijn door minderjarige verzoekers (jonger dan 18) geen kosten verschuldigd.

Voor meerderjarige verzoekers bedraagt de vaste vergoeding voor beslissingen en schikkingen 0,5 % van de waarde van de toegewezen alimentatievordering (zie tarief nr. 7 van de GGG). Indien de hoogte van alimentatie die reeds bij een onherroepelijk vonnis of een schikking is vastgesteld als gevolg van een nieuw verzoek wordt verhoogd, moet het verschil tussen het toegekende bedrag en het eerder verschuldigde bedrag als grondslag voor de beoordeling worden gebruikt.

Voorbeeld: er is een toekomstige maandelijkse alimentatie van 250,00 EUR toegekend.

De vaste vergoeding bedraagt 15,00 EUR (250,00 EUR * 12 * 0,05)

Wanneer een meerderjarige alimentatieplichtige om verlaging van de alimentatie verzoekt, bedraagt de vaste vergoeding 14,40 EUR. Deze vergoeding zal niet hoeven te worden betaald als de verzoeker volledig slaagt in zijn of haar verzoek om verlaging van de verschuldigde alimentatie (Aantekening 1 bij tariefnr. 7 van de GGG).

Voorbeeld: er is een toekomstige maandelijkse alimentatie van 250,00 EUR toegekend.

De vaste vergoeding bedraagt 15,00 EUR (250,00 EUR * 12 * 0,05)

Tarief nr. 1 GGG moet worden toegepast in alimentatieprocedures tussen echtgenoten of geregistreerde partners. De vaste vergoeding zal alleen in rekening worden gebracht voor de klacht – zijnde het verzoek om initiëring van de procedure – en de hoogte zal worden vastgesteld aan de hand van een glijdende schaal, afhankelijk van de grondslag van de beoordeling. Om dit punt te illustreren worden hieronder de vergoedingen vermeld die van toepassing zijn op basis van tarief nr.1 van de GGG (per 1 december 2018):

Waarde van de vordering in het geschil – toepasselijke vergoeding:

tot en met 150 EUR – 23 EUR

vanaf 150 EUR tot en met 300 EUR – 45 EUR

vanaf 300 EUR tot en met 700 EUR – 64 EUR

vanaf 700 EUR tot en met 2 000 EUR – 107 EUR

vanaf 2 000 EUR tot en met 3 500 EUR – 171 EUR

vanaf 3 500 EUR tot en met 7 000 EUR – 314 EUR

vanaf 7 000 EUR tot en met 35 000 EUR – 743 EUR

vanaf 35 000 EUR tot en met 70 000 EUR – 1 495 EUR

In civiele procedures moet krachtens de artikelen 63 t/m 73 ZPO op verzoek rechtsbijstand worden verleend voor zover een partij de kosten van de procedure niet kan betalen zonder het risico te lopen om niet meer over de noodzakelijke middelen van bestaan te beschikken. Krachtens artikel 7, lid 1 AußStrG moeten deze bepalingen dienovereenkomstig worden toegepast in niet-contentieuze procedures (zoals in procedures betreffende kinderalimentatie).

De noodzakelijke middelen van bestaan zijn in abstracte zin vastgesteld op een niveau dat ligt tussen het statistische gemiddelde inkomen van een werknemer en het minimumbestaansniveau. Een partij wordt geacht dit risico te lopen als hij of zij en zijn of haar gezin als alimentatiegerechtigden zelfs geen bescheiden bestaan kunnen leiden, rekening houdend met alle bruikbare bezittingen of de mogelijkheid om te sparen in de loop van een procedure die gedurende langere tijd loopt. Ook kan gedeeltelijke rechtsbijstand worden toegekend.

Rechtsbijstand kan alleen worden toegekend als de beoogde gerechtelijke actie niet evident uit weerspannigheid lijkt voort te komen of futiel lijkt te zijn. Rechtsbijstand kan worden toegekend aan natuurlijke personen of rechtspersonen. De nationaliteit van de partij is in dit verband niet relevant.

Rechtsbijstand omvat met name een voorlopige vrijstelling van de betaling van griffierechten en vergoedingen voor getuigen, deskundigen en tolken, evenals van de betaling van reiskosten van partijen indien deze persoonlijk moeten verschijnen. Als vertegenwoordiging in rechte door een advocaat wettelijk verplicht is (d.w.z. in zaken waarin de waarde van het geschil hoger is dan 5 000 EUR of in een procedure bij een arrondissementsrechtbank [Landesgericht]) of als dit noodzakelijk wordt geacht in de specifieke omstandigheden van de zaak, moet kosteloos voor de partij een voorlopige Oostenrijkse advocaat worden benoemd. De werkzaamheden van de advocaat omvatten ook het voorafgaand aan de procedure verstrekken van advies inzake buitengerechtelijke schikking van het geschil.

Artikel 71 ZPO bepaalt dat partijen waaraan rechtsbijstand is verleend moeten worden verplicht tot terugbetaling van alle of een deel van de bedragen waarvan ze voorlopig zijn vrijgesteld en die nog niet zijn terugbetaald, en dat ze de verschuldigde vergoedingen volgens de schaal van vergoedingen voor toegewezen advocaten moeten betalen, voor zover en zodra ze deze kunnen betalen zonder het risico te lopen om niet meer over de noodzakelijke middelen van bestaan te beschikken. Na een termijn van drie jaar na de afsluiting van de procedure kan de terugbetalingsplicht niet meer worden opgelegd. De rechtbank kan de partij verzoeken om – binnen een passende, door de rechtbank vast te stellen termijn – een nieuw overzicht van haar bezittingen over te leggen, met inbegrip van redelijk schriftelijk bewijs, om te controleren of aan de voorwaarden voor terugbetaling wordt voldaan.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De rechtbank stelt de alimentatie vast als geldelijke uitkering. De ouder die het huishouden runt waarin hij of zij voor het kind zorgt, draagt op deze manier bij aan het levensonderhoud van het kind. De andere ouder is verplicht om betalingen te verrichten.

Het bedrag van de voor het kind te betalen alimentatie is afhankelijk van enerzijds het vermogen van de ouder om bij te dragen en anderzijds de behoeften van het kind, en zal per individueel geval worden bepaald. Op basis van de in de jurisprudentie ontwikkelde percentagemethode, die als leidraad dient, moet de onderhoudsplichtige een bepaald percentage van zijn of haar (netto)maandinkomen betalen, d.w.z. 16 % voor kinderen tot 6 jaar, 18 % voor kinderen van 6 tot 20 jaar, 20 % voor kinderen van 10 tot 15 jaar, en 22 % voor kinderen ouder dan 15 jaar. Als iemand alimentatie moet betalen voor meerdere kinderen, zal dit in aanmerking worden genomen in de vorm van een dienovereenkomstige verlaging van de percentages. De procentpunten die van bovengenoemde percentages moeten worden afgetrokken in een zaak waarbij meer dan één kind is betrokken, zijn 1 procentpunt voor elk extra kind tot 10 jaar, 2 procentpunt voor elk extra kind ouder van 10 jaar en 0 tot 3 procentpunt voor een onderhoudsgerechtigde echtgeno(o)t(e), afhankelijk van het eigen inkomen van deze echtgeno(o)t(e). Op grond van jurisprudentie hebben betalingen van alimentatievorderingen een bovengrens (bekend als de ‘Luxusgrenze’ [luxelimiet]), die gelijk is aan twee tot drie keer het gemiddelde van de basismiddelen van bestaan [Regelbedarf], zoals dat eveneens in de jurisprudentie is ontwikkeld. Dat bedrag wordt jaarlijks aangepast en bedraagt sinds 1 juli 2019 maandelijks per kind:

  • jonger dan 3: 212,00 EUR
  • van 3 tot 6: 272,00 EUR
  • van 6 tot 10: 350,00 EUR
  • van 10 tot 15: 399,00 EUR
  • van 15 tot 19: 471,00 EUR
  • van 19 tot 25: 590,00 EUR

In 2013/2014 bedroeg het maandbedrag 194 EUR voor kinderen tot 3 jaar, 249 EUR voor kinderen van 3 tot 6 jaar, 320 EUR voor kinderen van 6 tot 10 jaar, 366 EUR voor kinderen tot van 10 tot 15 jaar, 431 EUR voor kinderen tot van 15 tot 19 jaar en 540 EUR voor kinderen tot van 19 tot 28 jaar.

De alimentatie voor echtgenoten of geregistreerde partners die nog steeds gehuwd zijn of als partners staan geregistreerd zal ook afhankelijk zijn van het vermogen van de onderhoudsplichtige om te betalen en de behoeften van de onderhoudsgerechtigde en moet per geval worden vastgesteld. Op basis van de in de jurisprudentie ontwikkelde percentagemethode, die als leidraad dient, wordt de alimentatievordering van de partij met het laagste inkomen berekend als 40 % van het gezinsinkomen (netto-inkomen van beide echtgenoten/partners) minus het eigen inkomen van de eiser. Als een partij zelf geen inkomen heeft en uitsluitend verantwoordelijk is voor het huishouden, heeft hij of zij recht op een derde (33 %) van het netto-inkomen van de kostwinner. Ook andere zorgtaken moeten in aanmerking worden genomen (door verlaging van het toepasselijke percentage).

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie moet van tevoren worden betaald aan het begin van de desbetreffende maand (artikel 1418 van het Oostenrijkse Burgerlijk Wetboek [Allgemeines bürgerliches Gesetzbuch, ABGB], artikel 70 van de Oostenrijkse Wet op het huwelijk [Ehegesetz], en artikel 22, lid 1 van de Oostenrijkse Wet op het geregistreerd partnerschap [Eingetragene Partnerschaft-Gesetz, EPG]). De betalingen moeten worden verricht aan de onderhoudsgerechtigde persoon of aan zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger (ouder, vertegenwoordiger).

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Nadat in de oorspronkelijke procedure het bedrag van de alimentatie is vastgesteld, kan de betaling daarvan door de onderhoudsplichtige worden afgedwongen (gedwongen executie) volgens de gewone regels.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

De onderhoudsplichtige (in een executieprocedure: debiteur) moet een minimumbedrag (d.w.z. een bedrag waarop geen beslag kan worden gelegd) overhouden dat gelijk is aan het minimumbestaansniveau [Existenzminimum]. Het minimumbestaansniveau wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en hangt af van diverse factoren. Volgens artikel 291ter van het Oostenrijkse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Exekutionsordnung, EO] hoeft de schuldenaar slechts 75 % van het minimumbestaansniveau over te houden in geval van executie op grond van een vordering tot betaling van wettelijke alimentatie. Uit het verschil tussen dit verlaagde minimumbestaansniveau en het standaard minimumbestaansniveau moeten eerst eventuele uitstaande vorderingen tot betaling van wettelijke alimentatie worden voldaan, ongeacht de volgorde van prioriteit die wordt gehanteerd voor de zekerheid die voor deze vorderingen is gesteld en evenredig aan het actuele maandbedrag van de alimentatie. In dit verband hebben alimentatiegerechtigden voorrang boven andere crediteuren.

Eventuele (uitstaande) vorderingen die zijn toegewezen door een uitvoerbaar vonnis [Judikatschulden] hebben een verjaringstermijn van dertig jaar en kunnen derhalve binnen deze periode wettelijk ten uitvoer worden gelegd.

De bestaan geen speciale verjaringstermijnen voor de tenuitvoerlegging van alimentatievorderingen.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Als daarvoor schriftelijke toestemming is verkregen van een andere wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige, kan de Kinder- en jeugdzorgdienst optreden als de vertegenwoordiger van het kind om de alimentatievorderingen van het kind in te stellen en ten uitvoer te leggen.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Het doel van alimentatievoorschotten is om ervoor te zorgen dat minderjarigen alimentatie ontvangen als een ouder verzuimt om regelmatig te betalen of helemaal verzuimt om aan zijn of haar betalingsverplichtingen te voldoen. Alimentatievoorschotten zullen op verzoek worden toegekend door de overheid. Het verzoek moet namens het kind worden ingediend bij de rechtbank door de ouder die bevoegd is om het kind te vertegenwoordigen.

Minderjarigen die recht hebben op alimentatie zijn zij die:

  • hun gewone verblijfplaats in Oostenrijk hebben;
  • staatsburger van Oostenrijk of een andere EU-/EER-lidstaat zijn of stateloos zijn; en
  • niet in hetzelfde huishouden leven als de onderhoudsplichtige.

Alimentatievoorschotten worden toegekend vanaf het begin van de maand waarin het verzoek is ingediend, met een maximum van vijf jaar; de voorschoten worden aan de onderhoudsgerechtigde uitgekeerd door het hoogste rechtscollege van de deelstaat [Oberlandesgericht] op de eerste dag van elke maand.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

Als de onderhoudsplichtige in het buitenland woont en geen executeerbare bezittingen in Oostenrijk heeft, moet de tenuitvoerlegging in het buitenland plaatsvinden. Verzoeken hiertoe kunnen worden ingediend via de centrale autoriteit (artikel 8 van de Oostenrijkse Wet inzake buitenlandse alimentatie van 2014 [Auslandsunterhaltsgesetz 2014]).

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

De Kinder- en jeugdzorgdienst (districtsautoriteiten of magistraten) en het kantongerecht [Bezirksgericht]) zullen onderhoudsgerechtigden bijstaan bij het doen gelden of ten uitvoer leggen van hun vorderingen. De centrale autoriteit [Zentrale Behörde] zal de verzoeken doorsturen aan het andere land.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Tijdens spreekuren van de autoriteiten en rechtbanken; de centrale autoriteit verstrekt telefonisch en per e-mail adviezen.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

Zodra het verzoek van de onderhoudsplichtige door de bevoegde rechtbank is ontvangen, zal hij of zij doorgaans worden behandeld alsof hij of zij in Oostenrijk woont.

Verzoeken zullen door de centrale autoriteit aan de rechtbank worden doorgestuurd. De rechtbank zal rechtsbijstand verlenen, indien van toepassing, en zal de Oostenrijkse Orde van advocaten verzoeken een advocaat te benoemen die juridische bijstand moet verlenen. Deze rechtsbijstandsadvocaat, als vertegenwoordiger van de buitenlandse onderhoudsplichtige die bekend is met het Oostenrijkse recht, zal verantwoordelijk zijn voor het indienen van alle verdere verzoeken, het overboeken van de ontvangen alimentatiebetalingen en de verslaglegging over deze activiteiten (artikel 9 van de Oostenrijkse Wet inzake buitenlandse alimentatie van 2014 [Auslandsunterhaltsgesetz 2014]).

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Aangezien het beginsel van samenwerking tussen twee centrale autoriteiten van toepassing is, is het primair de verantwoordelijkheid van de autoriteiten in de lidstaat van verblijf om deze ondersteuning te verlenen.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Niet van toepassing.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Tot 1 augustus 2014 waren alleen de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing; sindsdien valt de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken ook onder de artikelen 10 en volgende van de Oostenrijkse Wet inzake buitenlandse alimentatie van 2014, BGBl [Oostenrijkse staatscourant] I 34/2014.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Vereenvoudigde bureaucratische procedures via de Oostenrijkse Wet inzake buitenlandse alimentatie om afdeling I 10 van het federale ministerie van Justitie in staat te stellen een toenemend aantal zaken te verwerken met hetzelfde aantal personeelsleden.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 11/08/2020