Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Alimentatievorderingen - Nederland

INHOUDSOPGAVE

Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Alimentatie is een verplichting om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde. De verplichting tot het betalen van levensonderhoud vloeit voort uit bloed- en aanverwantschap, en de (vroegere) huwelijksband.

Onderhoudsplichtig zijn:

- ouders jegens hun kinderen

- kinderen jegens hun ouders

- ex-echtgenoten (ex-geregistreerde partners)

De onderhoudsverplichting die tussen echtgenoten tijdens het huwelijk bestaat, werkt door na de ontbinding van het huwelijk. De rechter kan bij de echtscheidingsuitspraak of bij een latere uitspraak aan de ene ex-echtgenoot die niet voldoende inkomsten voor zijn levensonderhoud heeft en deze zich in redelijkheid niet kan verwerven, op diens verzoek ten laste van de andere ex-echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen. Bij het vaststellen hiervan houdt de rechter rekening met de behoefte van de ene ex-echtgenoot en de draagkracht (financiële middelen) van de andere ex-echtgenoot. Daarnaast kunnen ook niet-financiële factoren een rol spelen, zoals duur van het huwelijk, duur van de samenwoning. Indien de rechter geen termijn stelt aan de duur van de alimentatieplicht, geldt dat de alimentatieplicht automatisch na 12 jaar eindigt. Verlenging door de rechter op verzoek van de alimentatiebehoeftige ex-echtgenoot is in schrijnende gevallen mogelijk. Na een kort (niet langer dan 5 jaar) kinderloos huwelijk duurt de alimentatieplicht in beginsel niet langer dan de duur van het huwelijk.

Het bovenstaande geldt ook met betrekking tot alimentatie tussen ex-geregistreerde partners.

De ex-echtgenoten kunnen buiten de rechter om zelf afspraken maken terzake van de alimentatie. Deze worden veelal neergelegd in het echtscheidingsconvenant. In de praktijk zal dit convenant bij de echtscheidingsbeslissing door de rechter worden bekrachtigd. Een bekrachtiging geeft voor de alimentatiegerechtigde meer rechtszekerheid.

Andere categorieën van onderhoudsplicht:

Echtgenoten/geregistreerde partners

Echtgenoten en geregistreerde partners moeten allebei, behalve onder bijzondere omstandigheden, bijdragen in de kosten van de huishouding. Zij kunnen in huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden hierover andere afspraken maken.

Verwekker/levensgezel van de moeder

Er bestaat een verplichting van de verwekker van het kind om in het onderhoud van het door hem verwekte (niet erkende) kind te voorzien, zolang het kind niet tot deze man of een andere man in een familierechtelijke betrekking staat (kortom, zo lang er geen juridische vader is). Eenzelfde verplichting geldt voor de levensgezel van de moeder die heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad.

Gezamenlijk gezag

Degene die als niet-ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een kind is jegens dat kind onderhoudsplichtig (artikel 1:253w BW). De onderhoudsplicht loopt door tot het eenentwintigste jaar als het gezamenlijk eindigt door het meerderjarig worden van het kind.

In welke gevallen

De verplichting tot het betalen van levensonderhoud bestaat in het algemeen alleen ingeval van behoeftigheid. Met behoeftigheid wordt bedoeld de situatie dat iemand onvoldoende inkomsten heeft om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en deze zich in redelijkheid niet zelf kan verwerven.

Uitzondering

Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor onderhoudsverplichtingen van ouders en verwekkers jegens hun minderjarige kinderen, en jegens de jong meerderjarige kinderen (dus tot 21 jaar). In deze gevallen geldt de onderhoudsverplichting ook als de gerechtigden niet behoeftig zijn.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Voor kinderen beneden de 18 jaar (minderjarige kinderen) moeten de ouders de kosten van verzorging en opvoeding betalen. Het gaat hier om de kosten van levensonderhoud en de overige kosten van de opvoeding, bijvoorbeeld studie en vrije tijdsbesteding. Ouders zijn verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding. De verplichting bestaat ook als het kind zelf vermogen en/of inkomsten heeft.

Voor kinderen van 18, 19 en 20 jaar (de “jong meerderjarigen”) komen de kosten van levensonderhoud en studie voor rekening van de ouders. Met kosten voor levensonderhoud en studie wordt hetzelfde bedoeld als met kosten van verzorging en opvoeding tijdens de minderjarigheid. Deze onderhoudsverplichting staat los van de behoeftigheid van de onderhoudsgerechtigden.

De verlengde onderhoudsplicht bestaat ook voor deze categorie kinderen indien zij zelf inkomsten uit arbeid dan wel vermogen hebben of gehuwd zijn. Eventuele inkomsten van het kind zelf bepalen wel de omvang van diens behoefte aan een onderhoudsbijdrage.

Voor kinderen van 21 jaar en ouder hebben de ouders alleen een onderhoudsverplichting als het kind behoeftig is en niet voor zich zelf kan zorgen. Bijvoorbeeld als het kind lichamelijk of geestelijk gehandicapt is.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Het bedrag dat de onderhoudsplichtige dient te betalen kan worden vastgesteld door partijen zelf en in een overeenkomst worden vastgelegd, of het wordt door de rechter bepaald in een rechterlijke uitspraak.

In het kader van een echtscheidingsprocedure wordt de rechter veelal ook een beslissing gevraagd over alimentatie voor de ex-echtgenoot of om kinderalimentatie.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Nee. Het verzoekschrift moet worden ingediend door de advocaat van de onderhoudsgerechtigde. Indienen zonder advocaat is niet toegestaan. Een minderjarig kind wordt vertegenwoordigd door zijn wettelijk vertegenwoordiger (veelal een ouder).

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Wij maken hierbij een onderscheid naar de internationale bevoegdheid (is de Nederlandse rechter bevoegd?) en de interne bevoegdheid (welke Nederlandse rechter is bevoegd?).

Internationale bevoegdheid binnen de Europese Unie

Voor wat betreft de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter geldt in het kader van de Europese Unie de zogenaamde "De link wordt in een nieuw venster geopend.Brussel I" Verordening (EEX). Deze Verordening bevat regels over de bevoegdheid van de gerechten ten aanzien van alimentatievorderingen.

Op grond van artikel 2 Verordening wordt de in Nederland woonachtige onderhoudsplichtige (verweerder) in beginsel door de alimentatiegerechtigde (verzoeker) opgeroepen voor de Nederlandse rechter.

Op het gebied van onderhoudsverplichtingen bevat de "Brussel I" Verordening nog een alternatieve regel. In artikel 5, lid 2, wordt bepaald dat de verweerder die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, in een andere lidstaat kan worden opgeroepen:

  • voor het gerecht van de plaats waar de tot onderhoud gerechtigde zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats heeft,
  • of, indien het een bijkomende eis is die verbonden is met een vordering betreffende de familierechtelijke staat van personen dat wil zeggen de echtscheidingsrechter of de rechter die bijvoorbeeld beslist over een vaderschapsvaststelling, voor het gerecht dat bevoegd is daarvan kennis te nemen, behalve in het geval dat deze bevoegdheid uitsluitend berust op de nationaliteit van een der partijen.

Sub a betekent dat een in Nederland woonachtige onderhoudsgerechtigde een bijvoorbeeld in Frankrijk woonachtige onderhoudsplichtige voor de Nederlandse rechter kan oproepen, die internationaal bevoegd is ex artikel 5 lid 2. Bevoegd is de rechtbank van de woonplaats van de verzoeker.

Verder geldt sedert 18 juni 2011 inzake onderhoudsverplichtingen binnen de Europese Unie de Verordening (EG) nr 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen.

De rechtsmachtregeling in de Alimentatieverordening sluit in grote lijnen aan bij die van de EEX-verordening. Volgens de hoofdregel is voor de kennisneming van alimentatiezaken bevoegd het gerecht van de plaats waar de verweerder of de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft. Anders dan de EEX verordening is voor de toepassing van de alimentatieverordening niet vereist dat de verweerder zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van een lidstaat heeft.

Internationale bevoegdheid buiten de Europese Unie

Voor wat betreft de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter buiten het kader van de Europese Unie geldt het navolgende. Woont de verweerder (hetzij crediteur hetzij debiteur buiten de Europese Unie, dan is de hiervoor genoemde "Brussel I" Verordening niet van toepassing en ontleent de Nederlandse rechter zijn bevoegdheid aan het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. De Nederlandse echtscheidingsrechter is dan bevoegd om een voorlopige voorzieningen in verband met de echtscheiding of een nevenvoorziening zoals alimentatie of voortgezette bewoning van de echtelijke woning te treffen. De Nederlandse rechter is dan ook bevoegd om over een zelfstandig verzoek om alimentatie te beslissen indien hetzij verzoeker hetzij een of meer in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden in Nederland woont (wonen), dan wel indien de zaak anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is, indien zij een forumkeuze voor de Nederlandse rechter hebben gedaan of indien de belanghebbende partij ten processe verschijnt en geen exceptie van onbevoegdheid opwerpt.

Interne bevoegdheid

Voor wat betreft de interne bevoegdheid van de Nederlandse rechter geldt inzake het soort gerecht (rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad) dat in alimentatiezaken de rechtbank bevoegd is. Welke rechtbank bevoegd is wordt bepaald door het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Bevoegd is de rechtbank van de woonplaats van hetzij de verzoeker (één van de verzoekers), hetzij van één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden, dan wel bij gebreke van een woonplaats van een van hen, de rechter van het werkelijk verblijf van één van hen.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Een verzoek om vaststelling, wijziging of beëindiging van alimentatie dient door een advocaat te worden ingediend. De advocaat vertegenwoordigt de verzoeker op de zitting. Namen en adressen van advocaten zijn te vinden op de website van de De link wordt in een nieuw venster geopend.landelijke advocatenorganisatie.

Er is een “De link wordt in een nieuw venster geopend.Vereniging van Familierechtadvocaten en Scheidingsbemiddelaars”, waarvan de leden gespecialiseerd zijn in onder andere scheiding en alimentatie. Zij zijn ook gespecialiseerd in scheidingsbemiddeling en alles wat daarbij komt kijken.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Voor een procedure bij de rechtbank dient een bijdrage te worden betaald in de kosten van de rechtspraak. Dit is het griffierecht. Daarnaast zijn er de kosten voor de advocaat en de deurwaarder.

Als de rechtzoekende de kosten voor een advocaat niet (helemaal) kan betalen, kan deze onder bepaalde voorwaarden voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komen). In dat geval is sprake van een “toevoeging”. De overheid betaalt een deel van de kosten; de rechtzoekende betaalt een “eigen bijdrage”. Hoe hoog die “eigen bijdrage” is, hangt af van het inkomen en vermogen van de rechtzoekende. De De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad voor Rechtsbijstand verleent de toevoeging. De rechtzoekende moet een aanvraag om een toevoeging indienen bij de Raad in het ressort (= rechtsgebied van een gerechtshof) waar de advocaat kantoor houdt. In de praktijk wordt de aanvraag vaak door de advocaat gedaan, als deze al voorafgaand aan de toevoeging is benaderd.

Voorts dient een “Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen” (formulier af te halen bij de gemeente van de woonplaats) te worden overgelegd. Deze verklaring moet met de aanvraag naar de Raad voor de rechtsbijstand gestuurd worden, die nagaat of de rechtzoekende voor een toevoeging in aanmerking komt. Wanneer dit het geval is, wordt een toevoegingbewijs afgegeven. Ook het griffierecht wordt in voorkomend geval verminderd.

Voor grensoverschrijdende geschillen, dus als de verzoeker buiten Nederland woont, geldt ook de aanspraak op gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit is geregeld in de Europese De link wordt in een nieuw venster geopend.richtlijn grensoverschrijdende rechtsbijstand. Aan de hand van het bij die richtlijn behorende modelformulier, dat in alle lidstaten identiek is, kan via de Raad voor de rechtsbijstand te Den Haag de toevoeging worden aangevraagd, met een beroep op de artikelen 23A tot en met 23K van de Wet op de rechtsbijstand.

Zo nodig kan de De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad voor Rechtsbijstand behulpzaam zijn bij het kiezen van een advocaat. Het adres van de Raad staat onder vraag 14.2.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De rechter zal bij zijn beslissing rekening houden met de behoefte van degene die alimentatie vraagt of ontvangt en de draagkracht (financiële middelen) van degene die alimentatie moet betalen of betaalt. Behoefte en draagkracht zijn relatieve begrippen. De rechter heeft hier een zekere vrijheid om naar de omstandigheden van het geval te beslissen. Door de rechterlijke macht zijn richtlijnen ontwikkeld (Trema normen), die evenwel niet bindend zijn voor de rechter.

De volgende inkomsten en uitgaven zijn van belang voor het oordeel van de rechter:

  • inkomsten uit arbeid
  • inkomsten uit nevenarbeid
  • studiefinanciering
  • uitkeringen
  • pensioen
  • inkomsten uit (onder)huur
  • rente en andere inkomsten uit vermogen
  • bijdragen aan het huishouden van anderen, met wie een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd
  • bestaande mogelijkheden om inkomsten uit te breiden (verdiencapaciteit)
  • opgaven over het vermogen
  • huurbetalingen
  • aflossingen van de hypothecaire lening en rente, alsmede de vaste lasten. Daarbij moet ook het deel van de hypothecaire lening worden vermeld dat nog niet is afbetaald.
  • verzekeringen
  • noodzakelijke regelmatige reiskosten
  • financiële verplichtingen voor anderen
  • kosten van bijzondere medische verzorging voor de onderhoudsgerechtigde en/of zijn gezinsleden
  • kosten voor de verwerving van inkomsten
  • eventueel ook opgaven van schulden

Wettelijke indexering

De Minister van Justitie stelt elk jaar het percentage vast, waarmee een door de rechter toegekende onderhoudsbijdrage of bij overeenkomst vastgestelde bijdrage van rechtswege wordt verhoogd. Bij de berekening kijkt men naar de salarisontwikkeling bij het bedrijfsleven en de overheid en de ontwikkeling van salarissen in andere sectoren. Dit percentage wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Op die automatische aanpassing van alimentaties is een aantal uitzonderingen. Zowel partijen als de rechter kunnen de wettelijke indexering uitsluiten of een andere wijze van indexering vastleggen.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie ten behoeve van een ex-echtgenoot wordt rechtstreeks aan de gerechtigde betaald. De onderhoudsuitkering die door de rechter is vastgesteld ten behoeve van een minderjarig kind wordt rechtstreeks uitbetaald aan de ouder (of voogd) die het kind verzorgt.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Indien de alimentatieverplichting in een rechterlijke uitspraak is neergelegd en de onderhoudsplichtige nalatig is met het betalen van kinder- en/of partneralimentatie, dan kan nakoming worden afgedwongen via het De link wordt in een nieuw venster geopend.Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) in Rotterdam. Ook is het mogelijk nakoming af te dwingen via de deurwaarder. Is er geen rechterlijke uitspraak dan moet de zaak aan de rechter worden voorgelegd. Daartoe dient een advocaat te worden ingeschakeld.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

In geval van beslag op uitkering of loon moet er rekening worden gehouden met de beslagvrije voet. De verjaringstermijn van een maandelijks te betalen alimentatiebijdrage is 5 jaar. Is er sprake van een vonnis waarin de achterstand in de betaling is vastgelegd, dus als daadwerkelijk een vast bedrag is vermeld, dan bedraagt de verjaringstermijn twintig jaar. Om te voorkomen dat een vordering verjaart moet de verjaring gestuit worden.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

In geval van een achterstand in de betalingen van kinder- en/of  als partneralimentatie het De link wordt in een nieuw venster geopend.Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
Het LBIO moet daartoe gemachtigd worden door de onderhoudsgerechtigde. Het LBIO kan zo nodig door middel van executie tot invordering overgaan. Het LBIO kan bijvoorbeeld beslag leggen op salaris, uitkering, of op(on)roerende goederen van de onderhoudsplichtige.

Inschakeling van het LBIO is,  indien beide partijen in Nederland wonen, voor de onderhoudsgerechtigde kosteloos. Na ontvangst van een inningverzoek wordt eerst geprobeerd door een korte bemiddeling en/of het geven van uitleg inning met kosten te voorkomen. Dit lukt in bijna driekwart van de gevallen. Echter in het geval het LBIO de inning overneemt, dan betaalt de onderhoudsplichtige de kosten van invordering aan het LBIO. Het LBIO brengt voor de inning een opslag in rekening. Deze opslag bedraagt 15% van de maandelijks verschuldigde bedragen en de achterstallige alimentatie. Ook de eventuele kosten van executie worden op de onderhoudsplichtige verhaald.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Ondanks dat het LBIO een overheidsinstelling is wordt er geen alimentatie voorgeschoten. De overheid kan dit wel doen in geval van kinderalimentatie of rechtshulp.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Het LBIO heeft ook taken op het gebied van de internationale inning van alimentatie. Deze taken vloeien voort uit verordeningen en verdragen, waarbij Nederland partij is.

Nederland is partij bij het VN Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud,  New York 20 juni 1956. Dit verdrag is een rechtshulpverdrag dat tot doel heeft de verkrijging van levensonderhoud in internationale gevallen te vergemakkelijken. Daartoe heeft het verdrag een systeem van verzendende en ontvangende instellingen opgezet, die de onderhoudsgerechtigde behulpzaam zijn bij het geldend maken van aanspraken op levensonderhoud. Voor Nederland is het LBIO de ontvangende en verzendende instelling.

Een ieder die in Nederland woont en problemen ondervindt met de inning van alimentatie bij een onderhoudsplichtige die in het buitenland (dat wil zeggen in een land dat partij is bij het verdrag van New York) woont, kan een beroep doen op het verdrag van New York. Het verdrag heeft zowel betrekking op kinderalimentatie als op partneralimentatie.

Sedert 1 augustus 2014 geldt tussen de Europese Unie (behalve Denemarken) en andere verdragsstaten het Verdrag van 23 november 2007 inzake de Internationale Inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden. Naast de EU lidstaten is het verdrag ook in werking in Albanie, Bosnie-Herzegovina, Noorwegen en Oekraine. Voor relaties tussen EU-lidstaten onderling heeft de Onderhoudsverordening (verordening 4/2009) voorrang.

Het onderhoudsverdrag van Den Haag geldt voor onderhoud van kinderen jonger dan 21 jaar. Het kan uitgebreid worden naar andere familieleden als beide betrokken verdragsstaten daartoe een verklaring aannemen.

Voor het inschakelen van het LBIO dient het aanvraagformulier “De link wordt in een nieuw venster geopend.inning internationale alimentatie” te worden ingediend. Dit formulier kan men downloaden van de site van het De link wordt in een nieuw venster geopend.LBIO.

De activiteiten die het LBIO en de buitenlandse instellingen zelf verrichten in het kader van het Verdrag van New York en het Verdrag met de Verenigde Staten zijn in principe kosteloos. Het kan wel zijn dat er kosten zijn verbonden aan het voeren van een procedure in het buitenland of aan de invordering van de alimentatie.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

In geval van kinder- en partneralimentatie:

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (De link wordt in een nieuw venster geopend.LBIO)

Postbus 8901
3009 AX Rotterdam

In geval van rechtshulp:

De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad voor Rechtsbijstand,

Postbus 450,

2501 CL Den Haag.

Telefoonnummer +31703701414

In geval van rechtshulp bij grensoverschrijdende geschillen:

Raad voor Rechtsbijstand

Regiokantoor Den Haag

t.a.v. Jan Ouwehand

Laan van Meerdervoort 51B

2517 AE Den Haag

Tel: 0031(0)88 787 1320

e-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.j.ouwehand@rvr.org

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Het LBIO int ook alimentatie op verzoek van een onderhoudsgerechtigde die in het buitenland woont bij een alimentatieplichtige die in Nederland woont. Een onderhoudsgerechtigde die zich bevindt in een andere lidstaat kan wanneer hij aanspraak wenst te maken op alimentatie van een in Nederland woonachtige onderhoudsplichtige, een beroep doen op het systeem van het  verdrag. Hij dient zich dan te wenden tot de verzendende instelling in zijn eigen land, die zich vervolgens in verbinding stelt met de ontvangende instelling in Nederland (het LBIO). De ontvangende instelling neemt vervolgens de maatregelen om het onderhoud te verkrijgen.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Voor contactgegevens, zie vraag 14.2.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Voor een procedure bij de rechtbank dient een bijdrage te worden betaald in de kosten van de rechtspraak. Dit is het griffierecht. Daarnaast zijn er de kosten voor de advocaat en de deurwaarder. Als de rechtzoekende de kosten voor een advocaat niet (helemaal) kan betalen, kan deze onder bepaalde voorwaarden voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komen. In dat geval is sprake van een “toevoeging”. De overheid betaalt een deel van de kosten; de rechtzoekende betaalt een “eigen bijdrage”. Hoe hoog die “eigen bijdrage” is, hangt af van het inkomen en vermogen van de rechtzoekende.

De Raad voor de Rechtsbijstand verleent de toevoeging. De rechtzoekende moet een aanvraag om een toevoeging indienen bij de Raad in het ressort (= rechtsgebied van een gerechtshof) waar de advocaat kantoor houdt. In de praktijk wordt de aanvraag vaak door de advocaat gedaan, als deze al voorafgaand aan de toevoeging is benaderd. Voorts dient een “Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen” (formulier af te halen bij de gemeente van de woonplaats) te worden overgelegd. Deze verklaring moet met de aanvraag naar de Raad voor de rechtsbijstand gestuurd worden, die nagaat of de rechtzoekende voor een toevoeging in aanmerking komt. Wanneer dit het geval is, wordt een toevoegingbewijs afgegeven. Ook het griffierecht wordt in voorkomend geval verminderd. Voor grensoverschrijdende geschillen, dus als de verzoeker buiten Nederland woont, geldt ook de aanspraak op gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit is geregeld in de Europese richtlijn grensoverschrijdende rechtsbijstand. Aan de hand van het bij die richtlijn behorende modelformulier, dat in alle lidstaten identiek is, kan via de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag de toevoeging worden aangevraagd, met een beroep op de artikelen 23A tot en met 23K van de Wet op de rechtsbijstand. Zo nodig kan de Raad voor Rechtsbijstand behulpzaam zijn bij het kiezen van een advocaat.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Naar aanleiding van artikel 51 van de Verordening zijn er geen wijzigingen doorgevoerd.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 12/09/2018