Procedures voor betalingsbevelen - Bulgarije

1 Bestaan van een betalingsbevelprocedure

Hoofdstuk ХХХVІІІ ("Betalingsbevelprocedure") van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Staatsblad nr. 59 van 20 juli 2007, met inwerkingtreding op 1 maart 2008, zoals gewijzigd in Staatsblad nr. 42/2009, en laatstelijk gewijzigd in Staatsblad nr. 13/2017) voorziet in een vereenvoudigde procedure waarmee de eiser zijn vordering kan invorderen als het onwaarschijnlijk is dat de verweerder die vordering zal betwisten.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure

1.1.1 Welke zaken komen in aanmerking voor deze procedure (bijvoorbeeld alleen geldelijke vorderingen, alleen contractuele vorderingen, etc.)?

De schuldeiser kan om uitvaardiging van een betalingsbevel verzoeken voor de volgende vorderingen:

  • geldvorderingen of vorderingen met betrekking tot vervangbare zaken, indien de vordering onder de bevoegdheid van de districtsrechtbank valt;
  • overdracht van een roerend goed dat de schuldenaar heeft ontvangen met de verplichting het terug te geven, of dat in pand is gegeven, of dat door de schuldenaar is overgedragen met de verplichting er afstand van te doen, indien de vordering onder de bevoegdheid van de districtsrechtbank valt.

In artikel 417 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (WBR) is uitdrukkelijk bepaald dat de verzoeker bovendien ook om de uitvaardiging van een betalingsbevel kan verzoeken indien de vordering, ongeacht het bedrag ervan, betrekking heeft op:

  • een administratieve akte waarbij de burgerlijke rechtbanken zijn belast met de toelating van de tenuitvoerlegging;
  • een stuk of uittreksel uit de boekhouding waaruit vorderingen van overheidsdiensten, gemeenten/steden en banken blijken;
  • een akte, overeenkomst of ander type contract, met notariële certificering van de handtekeningen verwijzend naar de daarin opgenomen verplichtingen tot betaling van geld of andere vervangbare zaken, alsook eventuele verplichtingen tot overdracht van bepaalde eigendommen;
  • een uittreksel uit het pandregister voor een effect op naam en met het oog op de aanvang van de tenuitvoerlegging – met betrekking tot de overdracht van verpande activa;
  • een uittreksel uit het pandregister voor een geregistreerde verkoopovereenkomst waarbij de verkoper eigenaar blijft totdat de prijs is betaald, of een leasingovereenkomst – met betrekking tot de teruggave van verkochte of geleasede activa;
  • een pandovereenkomst of hypotheekakte overeenkomstig artikel 160 en artikel 173, lid 3, van de wet inzake verplichtingen en overeenkomsten;
  • een geldige akte voor de vaststelling van een particuliere, staats- of gemeentelijke/stedelijke vordering wanneer de tenuitvoerlegging ervan geschiedt volgens de procedure van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering;
  • een naheffingsaanslag;
  • een promesse, wissel of een gelijkwaardig effect, alsook een obligatie of coupons daarvan.

Als het verzoek vergezeld gaat van een in artikel 417 WBR bedoeld document waarop de vordering betrekking heeft, kan de schuldeiser de rechtbank verzoeken de onmiddellijke tenuitvoerlegging te gelasten en een executoriale titel af te geven.

1.1.2 Bestaat er een maximumbedrag voor de waarde van de vordering?

Als de vordering haar oorsprong vindt in een van de in artikel 417 WBR bedoelde akten, is er geen bovengrens wat het bedrag ervan betreft.

Krachtens de overige bepalingen inzake geldvorderingen, vorderingen met betrekking tot vervangbare zaken of overdrachten van roerende goederen kan een betalingsbevel slechts worden uitgevaardigd als de vordering onder de bevoegdheid van de districtsrechtbank valt. De districtsrechtbank is bevoegd voor vorderingen in burgerlijke en handelszaken van maximaal 25 000 BGN, en voor alle vorderingen in verband met alimentatie, arbeidsgeschillen en naheffingsaanslagen.

1.1.3 Is het gebruik van deze procedure facultatief of verplicht?

Het gebruik van de procedure is niet verplicht. Zelfs indien aan de voorwaarden voor de uitvaardiging van een betalingsbevel is voldaan, is de eiser niet verplicht deze procedure te kiezen, maar kan hij een vordering instellen in het kader van de algemene vorderingsprocedure.

1.1.4 Kan de procedure gebruikt worden als de schuldenaar in een andere lidstaat of buiten de EU woont?

Er wordt geen betalingsbevel uitgevaardigd als de schuldenaar geen vaste woonplaats of gewone verblijfplaats, of exploitatiezetel/vestigingsplaats op het grondgebied van de Republiek Bulgarije heeft.

1.2 Bevoegde rechtbank

Het verzoek wordt ingediend bij de districtsrechtbank van de plaats waar de schuldenaar zijn vaste woonplaats of maatschappelijke zetel heeft, en de rechtbank heeft drie dagen de tijd om de territoriale bevoegdheid te controleren. Als de rechtbank van oordeel is dat de zaak niet onder haar bevoegdheid valt, verwijst de rechtbank de zaak naar de bevoegde rechtbank.

1.3 Vormvoorwaarden

1.3.1 Is het gebruik van een standaardformulier verplicht? (Zo ja, waar kan dit formulier worden verkregen?)

Het gebruik van de door de minister van Justitie goedgekeurde verzoekformulieren is verplicht. De verzoekformulieren zijn opgenomen in een bijlage bij verordening nr. 6 van de minister van Justitie van 20 februari 2008 inzake de goedkeuring van formulieren voor betalingsbevelen, verzoeken voor de uitvaardiging van een betalingsbevel en andere documenten in verband met de betalingsbevelprocedure.

1.3.2 Moet ik worden vertegenwoordigd door een advocaat?

Dat is niet verplicht.

1.3.3 Hoe gedetailleerd moet mijn beschrijving van de grondslag van de schuldvordering zijn?

In het verzoek moeten de feiten waarop de vordering is gebaseerd worden beschreven en moeten de essentiële elementen van het verzoek worden vermeld.

1.3.4 Moet ik beschikken over geschreven bewijs omtrent de schuldvordering? Zo ja, welke documenten mag ik daarvoor gebruiken?

Het is niet nodig om alle bewijsstukken ter staving van de vordering bij het verzoek te voegen. De indiener van het verzoek mag dit bewijs bijvoegen, maar is er niet toe verplicht omdat de procedure alleen tot doel heeft om na te gaan of de vordering al dan niet wordt betwist. Het volstaat dat de indiener van het verzoek stelt dat zijn vordering bestaat. Indien de schuldenaar het betalingsbevel betwist, wordt het bestaan van de vordering in het kader van de vorderingsprocedure geverifieerd. Het verzoek dient vergezeld te gaan van een volmacht indien het door een gevolmachtigde wordt ingediend, alsook van een bewijs van betaalde zegelrechten en gerechtskosten, indien die kosten verschuldigd zijn.

1.4 Afwijzing van het verzoek

Een verzoek om uitvaardiging van een betalingsbevel wordt in de volgende gevallen afgewezen:

  • als de vordering niet aan de vereisten van artikel 410 WBR voldoet, d.w.z. als de vordering geen betrekking heeft op de betaling van geld of vervangbare zaken met een waarde tot 25 000 BGN respectievelijk roerende goederen van de in artikel 410, lid 1, punt 2, WBR bedoelde categorie; als het verzoek niet voldoet aan de vereisten van regelmaat, wordt het ook direct afgewezen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als de verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van het goedgekeurde verzoekformulier of een verkeerd formulier heeft gebruikt, geeft de rechtbank hem instructies om deze onregelmatigheid te verhelpen en voegt de rechtbank het juiste formulier (artikel 425, lid 2, WBR) bij de kennisgeving;
  • als de vordering in strijd is met de wet of de goede zeden;
  • als de schuldenaar geen vaste woonplaats of geen maatschappelijke zetel heeft op het grondgebied van de Republiek Bulgarije of als hij geen gewone verblijfplaats of vestiging heeft op het grondgebied van de Republiek Bulgarije.

1.5 Hoger beroep

De partijen kunnen geen beroep instellen tegen een betalingsbevel, maar wel tegen het deel dat betrekking heeft op de kosten. Tegen een beslissing waarin het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, kan de verzoeker bij de bevoegde regionale rechtbank beroep instellen in de vorm van een particulier beroep waarvan geen afschrift ter betekening wordt ingediend. Er kan eveneens beroep worden ingesteld tegen een bevel tot onmiddellijke tenuitvoerlegging dat de rechtbank uitvaardigt in zaken waarbij een stuk overeenkomstig artikel 417 WBR is ingediend. Een particulier beroep tegen een bevel tot onmiddellijke tenuitvoerlegging moet samen met het bezwaar tegen het uitgevaardigde betalingsbevel worden ingediend en mag alleen gebaseerd zijn op overwegingen die voortvloeien uit de akten in de zin van artikel 417 WBR.

1.6 Aanvechten van de vordering

Na ontvangst van het betalingsbevel kan de schuldenaar binnen twee weken schriftelijk bezwaar aantekenen. Onder een bezwaar in de zin van artikel 414 WBR wordt verstaan: alles wat inhoudelijk in strijd is met de tenuitvoerlegging, elke vorm van onenigheid en elke verklaring waaruit blijkt dat de schuldenaar niet bereid is te betalen. Er is uitdrukkelijk bepaald dat het bezwaar niet hoeft te worden gemotiveerd.

1.7 Gevolgen van de aanvechting van de vordering

Als de schuldenaar tijdig een bezwaarschrift indient, informeert de rechtbank de verzoeker dat hij één maand de tijd heeft om een vordering tot vaststelling van de schuldvordering in te stellen door het saldo van het verschuldigde zegelrecht te betalen. Als de verzoeker niet het bewijs levert dat hij de vordering binnen de gestelde termijn heeft ingesteld, verklaart de rechtbank het gehele betalingsbevel nietig dan wel alleen het gedeelte waarvoor geen vordering is ingediend.

1.8 Wat als de schuldenaar de schuldvordering niet tijdig aanvecht?

1.8.1 Wat moet men doen om een uitvoerbare beslissing te verkrijgen?

Als er niet tijdig een bezwaarschrift wordt ingediend of als het bezwaarschrift wordt ingetrokken, wordt het betalingsbevel overeenkomstig artikel 416 WBR definitief en geeft de rechtbank op basis van het betalingsbevel een executoriale titel af, wat op het bevel wordt vermeld.

1.8.2 Is deze beslissing definitief of is er nog een beroepsmogelijkheid?

Binnen één maand na in kennis te zijn gesteld van het betalingsbevel, kan de schuldenaar die de mogelijkheid tot betwisting van de vordering is ontnomen, bezwaar aantekenen bij een hogere rechter indien:

  • het betalingsbevel niet naar behoren is betekend;
  • het betalingsbevel niet aan hem persoonlijk is betekend en hij op de dag van de betekening geen gewone verblijfplaats op het grondgebied van de Republiek Bulgarije had;
  • hij wegens bijzondere onvoorziene omstandigheden niet tijdig van de betekening in kennis is gesteld;
  • hij geen bezwaarschrift heeft ingediend wegens bijzondere onvoorziene omstandigheden waartegen hij niet was opgewassen.

De indiening van dit bezwaarschrift schort de tenuitvoerlegging van het bevel niet op, maar op verzoek van de schuldenaar en nadat hij de vereiste zekerheid heeft gesteld, kan de rechtbank de tenuitvoerlegging opschorten.

De rechter wijst het bezwaar toe indien aan de hierboven genoemde voorwaarden is voldaan. Indien de hogere rechter het bezwaar toewijst omdat de schuldenaar geen vaste woonplaats of geen maatschappelijke zetel op het grondgebied van de Republiek Bulgarije heeft, of geen gewone verblijfplaats of vestiging op het grondgebied van de Republiek Bulgarije heeft, verklaart de rechter het betalingsbevel en de op basis daarvan afgegeven executoriale titel officieel nietig. Indien de hogere rechter het bezwaar toewijst, schort hij de tenuitvoerlegging van het uitgevaardigde bevel op, verwijst hij de zaak terug naar de districtsrechtbank en informeert hij de verzoeker dat hij één maand de tijd heeft om een vordering met betrekking tot zijn schuldvordering in te stellen door het saldo van het verschuldigde zegelrecht te betalen.

Voorts kan de schuldenaar de vordering waarvoor een betalingsbevel is uitgevaardigd in een vorderingsprocedure betwisten indien nieuwe feiten of nieuwe schriftelijke bewijzen van wezenlijk belang voor de zaak aan het licht komen waarvan de schuldenaar tijdens de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift niet op de hoogte had kunnen zijn of die hij niet binnen die termijn had kunnen verkrijgen. De vordering kan worden ingesteld binnen drie maanden na de datum waarop de schuldenaar kennis heeft gekregen van de nieuwe omstandigheid, of binnen drie maanden na de datum waarop hij het nieuwe schriftelijke bewijs heeft kunnen verkrijgen, doch uiterlijk één jaar na het afsluiten van de gedwongen invordering van de schuldvordering.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 24/07/2018